Inhoudsopgave a
Terug naar de homepage
 

Maak uw keuze uit de hieronder getoonde lijst

 

 

 

AIR ASSAULT

In het Nederlands: luchtaanval.

Een van de vormen van optreden uit het operationele concept uit de Leidraad Air Manoeuvre van 11 Air Manoeuvre Brigade. De verzamelterm uit de Leidraad Air Manoeuvre is Air Manoeuvre, dat bestaat uit Air Assault, Air Mechanised, Airmobile en Airborne.

Luchtaanvalsoptreden met een relatief kleine grondcomponent en een relatief grote helikoptercomponent voor een luchtmobiel uitgevoerde overval. Kent twee vormen:

  • het verkennen en innemen van een ‘airhead’ (bruggenhoofd door de lucht) in vijandelijk gebied, waarbij de luchtlandingsstorm een onderdeel vormt van het luchtmobiele optreden en het zwaartepunt ligt bij het infanterieoptreden.
  • het optreden in het kader van hit-and-run, waarbij met gebruikmaking van zowel de helikopter- als infanterie component een kortdurende actie wordt gepleegd in vijandelijk gebied.

Zie ook: pathfinder en stormaanval.

Terug naar Boven

 

AIRBORNE

In het Nederlands: luchtlanding.

Een van de vormen van optreden uit het operationele concept uit de Leidraad Air Manoeuvre van 11 Air Manoeuvre Brigade. De verzamelterm uit de Leidraad Air Manoeuvre is Air Manoeuvre, dat bestaat uit Air Assault, Air Mechanised, Airmobile en Airborne.

Luchtlandingsoperatie met behulp van een helikoptercomponent om het initiatief te behouden of hernemen, waarbij verrassing een belangrijke rol speelt.

Minst beoefende en operationeel uitgevoerde vorm van Air Manoeuvre-optreden.

Terug naar Boven

 

AIRLAND BATTLE

Afgekort: ALB.

Letterlijk: gecombineerde operaties te land en in de lucht.

De doctrine is gebaseerd op:

  • behoud van initiatief door geweld en snelheid
  • duidelijke gedefinieerde doelstellingen
  • initiatief ligt bij ondercommandanten
  • nadruk ligt op aanval in de diepte (met Tomahawk-kruisraketten met nucleaire kop)

In plaats van massaal gegroepeerde eenheden (legerkorpsen, divisies en brigades) ligt de nadruk 0p eenheden van regimentsgrootte of kleiner. Eenheden zijn vervolgens hoogst (lucht)mobiel, wapensystemen gebruiken precisiegeleide munitie en de teeth-to-tail-ratio verbeterd.

Als geestelijk vader van de Airland Battle-doctrine geldt de Amerikaanse kolonel John Boyd (1927-1997), tevens bedenker van de OODA-loop. De doctrine – van origine Amerikaans, al in 1976 geïntroduceerd, in 1982 bekrachtigd met Field Manual 100-5 (‘Operations’) – is ook een NAVO-doctrine geworden. ALB is gebaseerd op het worst case-scenario: het maximale vermogen van de vijand. Het numeriek superieure vermogen van de vijand ten tijde van de Airland Battle – het Warschau Pact – was een bedreiging voor Centraal-Europa. Betere tactieken dan die van de vijand zouden het tij moeten keren.

Het doel van de Airland Battle-doctrine is het aanvallen van de 2de echelons versterkingen van de vijand (Follow-On Forces Attack, FOFA) op choke points. De landstrijdkrachten bestrijden het 1ste echelon van de vijand, de luchtstrijdkrachten het 2de echelon achter de voorste lijn eigen troepen (VLET) in cross-flot operaties.

Dankzij het doorvoeren van de Airland Battle-doctrine hebben de westerse strijdkrachten een ontwikkeling doorgemaakt van statisch-defensief naar mobiel-preëemptief: indien de dreiging zó plotseling en overweldigend is dat zij géén moment van reflectie en géén keuze van middelen toelaat, dan worden aanvallen in de diepte uitgevoerd met Tomahawk-kruisraketten met nucleaire kop.

Operation Desert Storm (1991-’92) vertoonde alle kenmerken van de Airland Battle:

  • gecoördineerde grond –en luchtaanvallen
  • initiatief op het strijdtoneel
  • klokrond
  • technologisch overwicht benut

Als voorbeeld uit Operation Desert Storm geldt de aanval op de Jahra-snelweg van Koeweit-Stad naar Basra. Een terugtrekkend Iraaks miltair konvooi werd in de nacht van 26 op 27 februari 1991 aangevallen.

Over een afstand van ± 11 km werd het konvooi systematisch gebombardeerd door geallieerde vliegtuigen. De ‘Highway of Death’ was geboren.

Terug naar Boven

 

AIR MANOEUVRE BRIGADE

Aanvankelijk was het de bedoeling een blauw patje achter het baretembleem van de luchtmobiele militair te doen

Het concept van luchtmobiliteit dateert van de Defensienota 1974. De NAVO wilde indertijd – als tegenwicht voor de vele duizenden tanks van het Warschau Pact – snel ontplooibare, lichte en luchttransportabele eenheden met raketten (AT-4, Dragon, Gill, Stinger en TOW) én zwaarbewapende gevechtshelikopters die gaten in de verdediging zouden kunnen opvullen.

De Prioriteitennota 1991 stelde de Koninlijke Landmacht een Luchtmobiele Brigade in het vooruitzicht.

Mede onder invloed van de beëindiging van de Koude Oorlog gaf de politiek februari 1992 het groene licht voor de oprichting van 11 Luchtmobiele Brigade.

Sinds 1 juli 1994 beschikt de Koninklijke Landmacht formeel over de brigade in haar slagorde. In landmachtjargon : 11 Air Manœuvre Brigade (11 AMB). Naast aanvankelijk drie en sinds 2006 twee gemechaniseerde brigades (13 en 43) kent de slagorde van de Koninklijke Landmacht 11 Air Manœuvre Brigade, bestaande uit een landcomponent, 11 Luchtmobiele Brigade, en een luchtcomponent, de Tactische Helikopter Groep (THG).

11 AMB werkt onder andere nauw samen met de Duitse Division Luftbewegliche Operationen.

De transporthelikopters van 11 Air Manoeuvre Brigade Air Assault '7 December': links de Chinook, rechts de Cougar

De Air Manoeuvre Brigade – sterkte ± 2.500 militairen – is getraind om door de lucht te worden ingezet met behulp van helikopters. De commandant is een brigadegeneraal. De 11de brigade is gelegerd op de Oranjekazerne in Schaarsbergen (Arnhem) en de Johan Willem Frisokazerne in Assen.

De mannen en (schaars aanwezige) vrouwen van de 11de brigade zijn te herkennen aan de wijn- of maroonrode baret. De 11de brigade kan worden ingezet als gespecialiseerde brigade voor diepe operaties of als initial entry force op legerkorpsniveau (1 GNC).

Subeenheden van 11 AMB AASLT zijn:

Staf (landcomponent)

 

11 Staf- en Stafcompagnie

 

Gevechtseenheden (manoeuvre)

 

11 Infanteriebataljon Luchtmobiel Air Assault Garderegiment Grenadiers & Jagers


12 Infanteriebataljon Luchtmobiel Air Assault Regiment Van Heutsz


13 Infanteriebataljon Luchtmobiel Air Assault Regiment Stoottroepen Prins Bernhard

 

Gevechtssteuneenheden

 

11 Geniecompagnie Luchtmobiel

11 Mortiercompagnie

11 Luchtverdedigingscompagnie

 

Gevechtsverzorgingssteuneenheden (logistiek)

 

11 Bevoorradingscompagnie

11 Geneeskundige Compagnie

11 Herstelcompagnie

Omdat zowel de actieradius als het vliegplafond van helikopters niet enorm groot is, is in 2003 besloten om 3 compagnieën van 11 Luchtmobiele Brigade volledig para-inzetbaar te maken.

Deze compagnieën zijn:

A-Compagnie 11 Infbat Lumbl

Schaarsbergen

C-Compagnie 12 Infbat Lumbl

Schaarsbergen

C-Compagnie 13 Infbat Lumbl

Assen

Zie ook: bloedgroepfout en rode baret.

Terug naar Boven

 

AIR MECHANISED

In het Nederlands: luchtgemechaniseerd.

Een van de vormen van optreden uit het operationele concept uit de Leidraad Air Manoeuvre van 11 Air Manoeuvre Brigade. De verzamelterm uit de Leidraad Air Manoeuvre is Air Manoeuvre, dat bestaat uit Air Assault, Air Mechanised, Airmobile en Airborne.

Luchtgemechaniseerd optreden in het kader van diepe operaties van een divisie of legerkorps met zelfstandig uitgevoerde gevechtstaken door de gevechtshelikopters van de helikoptercomponent. Inzet van transporthelikopters is mogelijk. De nadruk ligt op een massale aanval met gevechtshelikopters.

Terug naar Boven

 

AIRMOBILE

In het Nederlands: luchtmobiel.

Een van de vormen van optreden uit het operationele concept uit de Leidraad Air Manoeuvre van 11 Air Manoeuvre Brigade. De verzamelterm uit de Leidraad Air Manoeuvre is Air Manoeuvre, dat bestaat uit Air Assault, Air Mechanised, Airmobile en Airborne.

Luchtmobiele operatie waarbij een grondcomponent met helikopters over het gevechtsveld manoeuvreert om op de grond het gevecht aan te gaan.

Na het innemen van een ‘airhead’ (bruggenhoofd door de lucht) wordt de volledige grondcomponent per helikopter ingezet. De voortzetting van de actie dient met helikopters te worden ondersteund. Luchtmobiel optreden is de meest intensieve, wat omvang betreft de grootste en wat complexiteit betreft de moeilijkste vorm van Air Manoeuvre-optreden.

Terug naar Boven

 

AIRSTRIKE

Vertaling: luchtaanval of -actie.

Een airstrike, die normaliter losstaat van het gevecht op de grond, is een strategische militaire aanval door toestellen van de luchtmacht, direct gericht tegen een militaire objecten die voor de vijand van belangrijke waarde zijn, maar niet per definitie van militaire aard. Zulke militaire objecten kunnen zijn:

aan- en afvoerwegen

fabrieken (munitie- en/of wapen-)

havens

logistieke centra en voorraadpunten

televisie- en radiotorens

vliegvelden

Het primaire doel is dus het uitschakelen van militaire objecten die voor de vijand direct (kunnen) bijdragen aan het behalen van zijn strategische doelstellingen, maar een andere belangrijke grondpositie zijn militairen die manoeuvreren. A fhankelijk van de tactiek kan een airstrike worden opgevolgd door artillerievuur of de inzet van grondtroepen.

Een airstrike wordt in het algemeen uitgevoerd door gevechtsvliegtuigen. De wapens die bij een airstrike worden gebruikt kunnen variëren van machinegeweervuur tot raketten en bommen, waarbij de laatste decennia in toenemende mate aandacht is voor Precision Guided Munition (PGM).

Een voorbeeld van airstrikes in de recente krijgsgeschiedenis is operatie Allied Force: de NAVO bombardeerde Servische doelen om Belgrado te dwingen te stoppen met zijn beleid van etnische zuiveringen op de Albanese minderheid in Kosovo. De NAVO voerde in en buiten Kosovo airstrikes uit om Belgrado te forceren een vredesregeling tot stand te brengen . De Kosovo-oorlog duurde 78 dagen, van 24 maart tot 10 juni 1999, toen de Servische troepen na hevige bombardementen begonnen met de aftocht uit Kosovo.

Een airstrike mag niet worden verward met Close Air Support.

Terug naar Boven

 

AIRWAY

Eerste deel van het eerste onderzoek (Primary Survey) volgens het stroomschema van het ABCD-protocol. De handelingen en beslissingen binnen de airway houden het controleren en veiligstellen van de ademweg van de zorgvrager (patiënt, slachtoffer) in.

Het ABCD-protocol is de afgeleide van het Advanced Trauma Life Support (ATLS) zoals dat door alle geledingen van het geneeskundig (hulp)personeel van de Koninklijke Landmacht wordt toegepast.

In de flowchart van het ABCD-protocol volgen na de airway de breathing (controleren en veiligstellen van de ademhaling), circulation (controleren en veiligstellen van de circulatie) en disability (controleren van de bewustzijnsgraad).

Stroomschema van de AIRWAY

Terug naar Boven

 

A.K.I.

Afkorting voor: Assistent Klimtoren Instructeur.

AKI’s zijn de ogen en oren van de klimtoreninstructeur van de LO/Sport; waar de instructeur bij bepaalde acties zorgt voor de veiligheid op de toren, zorgt de AKI voor de veiligheid op de grond en op lagere hoogte. Zonder deze combinatie is het niet veilig om op een klimtoren te werken.

Klimtoren (© Pascal Voulon)

De intensieve cursus tot AKI duurt 2 dagen. Tijdens de opleiding leer je het materiaal waarmee je gaat werken kennen, alsook de technieken waarmee je in aanraking komt.

De eerste cursusdag staat vooral in het teken van (het gebruik van) de materialen. Ook moet je alle gegevens weten van de materialen die gebruikt worden. ’s Middags is er een praktijkgedeelte op de klimtoren zelf. De tweede cursusdag staat in het teken van herhaling van de eerste cursusdag en het geven van demonstraties; als AKI moet je een demonstratie op de klimtoren kunnen geven. Aan het einde van de tweede dag wordt de cursus afgesloten met een examen waar je alle vaardigheden moet laten zien.

De AKI is dus een belangrijke schakel in het opleiden van militairen in het werken op hoogte.

Terug naar Boven

 

AKKEFIETJE

Amandellikeur met kaneel en kruiden.

Mysterieus sterk drankje (30% alcohol) – geleverd door wijnkoper/distillateur Schermer te Hoorn, sinds 2002 bij Koninklijke Beschikking Hofleverancier – dat binnen het Regiment Geneeskundige Troepen geldt als traditiedrank ten behoeve van beëdigingen, bevorderingen, diplomauitreikingen e.d.

De Regimentsadjudant laat de decorandi de houding aannemen. Achtereenvolgens dient aan de traditiedrank te worden gesnuffeld en genipt, waarna het glaasje likeur in één teug ad fundum (“tot de bodem”) moet worden leeggedronken.

Incorrect, te snel of te veel Akkefietje drinken lijdt onherroepelijk tot hoofdpijn, wat overigens evenzeer geldt voor gelijksoortige traditiedranken als Barbara-bitter (artillerie) en Oranjebitter (17 Pantserinfanteriebataljon Garderegiment Prinses Irene).

De receptuur, zo wil het verhaal, is alleen bekend bij de oud-Regimentsadjudant John Ooms, inmiddels met functioneel leeftijdsontslag na een laatste functie als hoofd Banenwinkel Eindhoven.

De Baladéo-reiskop naast de kruik (50 cl) akkefietje

De huidige Regimentsadjudant Ton Bekker heeft de tradities rond het drankje nieuw leven in geblazen, onder meer met de introductie van de 80-grams opvouwbare reiskop van het merk Baladéo die gemakshalve in het Dagelijks Tenue kan worden meegenomen.

De naam Akkefietje wordt van oudsher geassocieerd met iets lastigs of onaangenaams, maar is van origine een verbastering van het Latijn “aqua vitae” ofwel “levenswater” (in het Duits: aquavit. In het Frans: eau de vie) of “brandewijn” – op basis van aardappelen en/of graan, op kruiden getrokken en met suiker verzoet. In het Nederlands is het Akkefietje een drankje, slokje of zoopje.

Terug naar Boven

 

À LA SUITE

Van het Frans “à la suite de” (“ten gevolge van”).

Achtervoegsel dat met name werd gevoerd voor officieren die boven de sterkte bij een eenheid waren ingedeeld. Het betrof dan hetzij een (buitengewone) erefunctie zonder directe bevelsbevoegdheid of officiële positie, hetzij een functie waarbij de officier om een salaristechnische reden werd opgenomen in een korps of regiment (enigszins vergelijkbaar met bijvoorbeeld de hedendaagse chirurg die in de rangen is opgenomen als kolonel).

Niet zelden hadden officieren à la suite een band met een vorstenhuis en/of waren zij van adellijke afkomst.

Feitelijk waren officieren à la suite niet in werkelijke dienst noch hadden zij enige militaire opleiding doorlopen, niettegenstaande het gegeven dat zij wel degelijk een militair uniform mochten dragen.

Voorbeelden van Nederlandse officieren à la suite waren Prins Hendrik en Prins Bernhard. Z.K.H. Prins Bernhard werd na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog en de Nederlandse mobilisatie door Hare Majesteit Koningin Wilhelmina echter benoemd tot adjudant in buitengewone dienst. Later werd de prins zelfs de eerste Bevelhebber der Nederlandse Strijdkrachten. Hiermee was hij uit de aard van deze functies militair in werkelijke dienst geworden.

Terug naar Boven

 

ALERT STATE

Een “staat van alertheid” op basis waarvan eenheden in een inzetgebied, al dan niet aangeleverd door intell, verplicht zijn aanvullende deelmaatregelen uit te voeren. Genoemde handelingen – die toepasbaar zijn bij allerhande vormen van (mogelijke) aanvallen, overige dreigingen en (potentiële) crisis – hangen (in)direct samen met de taakstellingen beveiligen, bewaken en/of force protection.

Mogelijke aanvullende deelmaatregelen zijn:

verhoogde patrouillegang

versterkte observatieposten

versterkte wacht

Normaliter wordt bij buitengewone omstandigheden de alert state verhoogd. Gekoppeld aan de alert state zijn meestal dress state en vehicle movement state.

In het kader van de operationele veiligheid (OpSec) worden géén verdere mededelingen gedaan over de, al dan niet geldende, alert states tijdens operaties zoals die worden uitgevoerd door de Nederlandse krijgsmacht.

Terug naar Boven

 

ALFA, PLAN

Plan Alfa is het calamiteitenplan van de moedereenheid in een inzetgebied. Het wordt onmiddellijk afgekondigd bij mijn- en/of schietincidenten, verkeersongevallen én gewonden bij eigen troepen

De Opsroom-manager kondigt bij het bekend worden hiervan Plan Alfa af; vervolgens wordt als eerste de commandant gewaarschuwd.

De runner van de Opsroom zorgt ervoor dat alle betrokken (onder)commandanten worden gewaarschuwd; zij moeten direct naar de Opsroom komen, evenals CSM (of CA) en SMO.

Functionarissen op allerlei functiegebieden verzamelen zich op de locatie van de commandant, die te allen tijde een directe verbinding met de Opsroom heeft. Op zijn locatie vindt een briefing / bevelsuitgifte plaats.

Deze functionarissen zijn bijvoorbeeld:

/table>

De Opsroom kondigt intussen radiostilte af. Terwijl de overige eenheden hun operationele opdrachten vervolgen (en slechts mogen inbreken op het radionet met flash-berichten), kondigt de runner Plan Alfa op de compound per megafoon af. Het Comcen kondigt black hole af. Functionarissen die niet (direct) nodig zijn op de locatie van de commandant worden heengezonden; de overigen beginnen het operationeel besluitvormingsproces (OBP). Tailor-made wordt de Quick Reaction Force (QRF) samengesteld, die met gezwinde spoed richting calamiteit gaat.

Zodra alle betrokkenen weer zijn teruggekeerd op de compound wordt het einde van Plan Alfa, radiostilte en black hole afgekondigd. Daarna volgen, indien nodig, een bijzonder appel, een operationele debriefing van alle betrokkenen bij de calamiteit en het opmaken van een rapportage aan de hogere legerleiding.

Zie ook: QRF.

Functiegebied

Functionarissen

geneeskundig

arts en Algemeen Militair Verpleegkundige (AMV' er)

inlichtingen

Intell

materieel

second, C-genie, SMOD en pelotonscommandanten

personeel

commandant, geestelijke verzorging, voorlichter en Sectie 1

veiligheid

Koninklijke Marechaussee, C-QRF

verbindingen

Comcen en Forward Air Controller (FAC'er)

In het kader van de operationele veiligheid (OpSec) worden géén verdere mededelingen gedaan over Plan Alfa.

Terug naar Boven

 

ALFA-ALFA

Klankwoord voor ‘AA', de Engelse afkorting voor Automatic Ambush. Vertaald in het Nederlands: Automatische hinderlaag. Ook genaamd "All American", de enige echte Amerikaanse boobytrap.

Normaal gesproken meerdere claymores die worden aaneengekoppeld met als doel gelijktijdig te detoneren wanneer iemand of iets de daaraan gekoppelde struikeldraad (trip-wire) aanraakt.

Links een op het maaiveld geplaatste claymore, rechts de claymore met toebehoren, o.a. het detonatiekoord

Terug naar Boven

 

ALGEMEEN MILITAIR AMBTENARENREGLEMENT

De rechtspositie én het rechtspositierecht van de militair zijn geregeld in het Algemeen Militair Ambtenarenreglement (AMAR). Onder rechtspositie wordt verstaan de positie waarin de rechten en plichten juridisch zijn vastgelegd, vooral met betrekking tot arbeidsverhoudingen van werknemers ten opzichte van werkgevers.

Het AMAR is bij Koninklijk Besluit - algemene maatregel van bestuur - uitgevaardigd op 25 februari 1982 en van kracht geworden op 1 januari 1983 en bevat artikelen over aanstelling, opleiding, functietoewijzing, bevordering, schorsing, ontslag, verlof en aanspraken en verplichtingen in verband met de gezondheidszorg van de militair. Tevens is de Regeling Werk- en Rusttijden (artikelen 54 t/m 60) erin opgenomen.

Ten eerste gaat het AMAR uit van de gelijkstellingsgedachte. De rechtspositie van de vrijwillig dienende militairen sluit zoveel mogelijk aan bij die van de overige ambtenaren die bij de rijksoverheid werkzaam zijn. Dienstplichtigen hebben conform het AMAR niet de status van ambtenaar, maar in 1988 stelde de Maatschappelijke Raad voor de Krijgsmacht in het adviesrapport 'Grondslagen rechtspositie dienstplichtigen' voor om die status wél te geven.

Ten tweede gaat het AMAR uit van de integratiegedachte - een eveneens in de Defensienota 1974 gepresenteerde doelstelling van het personeelsbeleid - welke erop neerkomt dat, indien mogelijk, de verschillen in rechtspositie tussen de militairen van de drie krijgsmachtdelen zijn opgeheven.

Het AMAR is in de plaats gekomen van de verouderde aparte reglementen voor het marinepersoneel enerzijds en het land- en luchtmachtpersoneel anderzijds. Ook zijn de verschillen tussen officieren en overige militaire ambtenaren zoveel mogelijk opgeheven.

Het laatste, volledig bijgewerkte 'bewaarexemplaar' van het AMAR dateert van 1 oktober 1996. Toelichtingen naar en verwijzingen op het AMAR zijn terug te vinden in de serie bundels MP-31.

Terug naar Boven

 

ALGEMEEN MILITAIR ARTS

Afgekort: AMA.

In het militair geneeskundig systeem vervult de AMA een spilfunctie, vooral in de eerstelijns zorg. Het accent van zijn takenpakket ligt op:

TAKEN

BIJZONDERHEDEN

curatieve eerstelijns zorg

conform de normen van het Nederlands Huisartsen Genootschap én rekening houdend met de militaire doelgroep en de eisen die de Defensieorganisatie daaraan stelt

deskundigheidsbevordering

van zichzelf en zijn personeel

gezondheidsvoorlichting

in bedrijf houden van de geneeskundige installatie

in stand houden van het geneeskundig systeem

als leidinggevende of als adviseur van de operationele commandant

management van patiëntenstromen

opvang en behandeling van slachtoffers

preventie van gezondheidsbedreigende factoren

hygiëne en preventieve gezondheidszorg, fysisch-chemische factoren

zorg aan burgerslachtoffers

tijdens een humanitaire operatie

zorg voor de gezondheid van groepen

community medicine

Voor het uitvoeren van zijn taakstelling richt de AMA een (mobiele) geneeskundige installatie in, bijvoorbeeld een hulppost, van waaruit de patiënt over de weg of door de lucht wordt vervoerd naar het hogere echelon. De AMA wordt in aansluiting op de algemene militaire opleiding aan de Koninklijke Militaire Academie (KMA) of het Koninklijk Instituut voor de Marine (KIM) – sinds 1998 – opgeleid aan het OCMGD / IDGO. Dit is één opleiding voor de AMA’s van Koninklijke Landmacht, Koninklijke Luchtmacht en Koninklijke Marine. De totale opleiding duurt 2 jaar. Apothekers en tandartsen volgen een afgestemd programma.

Zie ook: militair geneeskundige capaciteit (MGC).

Terug naar Boven

 

ALGEMEEN MILITAIR VERPLEEGKUNDIGE

Afgekort: AMV'er.

Militair die tenminste de opleiding tot verpleegkundige op niveau 4 van het Middelbaar Beroepsonderwijs (MBO) met succes heeft afgesloten, is ingeschreven in het register van de Wet Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg (BIG), een algemene militaire kaderopleiding heeft gevolgd aan de Koninklijke Militaire School en een militair-geneeskundige opleiding – aanvullende deelkwalificaties (ADK’s) – heeft voltooid. Bij de KL heeft de AMV’er tenminste de rang van sergeant der eerste klasse. Vanuit de praktijk gezien werken er AMV’ers bij een afvoergroep / gewondenvervoergroep (civiel: ambulancedienst), hulppost (spoedeisende hulp) of role 2/3 (verpleegafdeling e.a.).

In de Wet BIG – die betrekking heeft op zorg gericht op het beoordelen, bevorderen, bewaken, beschermen of herstellen van de iemands gezondheid, evt. door gebruikmaking van geneeskundige, verzorgende en verplegende handelingen – zijn garanties opgenomen zoals een bevoegdheidsregeling voorbehouden handelingen, deskundigheidgebied, opleidingseisen, registratie, titelbescherming en tuchtrecht.

Volgens de Wet BIG is de AMV’er niet zelfstandig bevoegd om zgn. voorbehouden handelingen uit te voeren: handelingen die onverantwoorde risico’s voor de gezondheid van de patiënt meebrengen wanneer die door een niet ter zake deskundige worden uitgevoerd. Gerelateerd aan de werkzaamheden van de AMV’er zijn de in de wet genoemde voorbehouden handelingen:

cardioversie

defibrillatie

endoscopieën

heelkundige handelingen

injecties

katheterisaties

narcose

puncties

Daarom kan en mag een AMV’er alleen in opdracht van een zelfstandig bevoegde (arts) onder voorwaarden een voorbehouden handeling uitvoeren. De voorwaarden die de Wet BIG stelt aan opdrachtgever (arts) en opdrachtnemer (AMV’er) zijn:

de opdrachtgever is deskundig en bekwaam tot het stellen van de indicatie.
de opdrachtgever geeft aanwijzingen en zorgt ervoor dat toezicht en tussenkomst mogelijk zijn voor zover redelijkerwijs nodig.
de opdrachtgever stelt vast dat de opdrachtnemer bekwaam is om de voorbehouden handeling naar behoren uit te voeren.
de opdrachtnemer handelt in opdracht van de zelfstandig bevoegde.
de opdrachtnemer handelt volgens de gegeven aanwijzingen.
de opdrachtnemer stelt vast dat hij bekwaam is om de voorbehouden handeling naar behoren uit te voeren.

Zodoende kan de AMV’er optreden als functioneel zelfstandig bij het uitvoeren van sommige voorbehouden handelingen. Dit is in het bijzonder van belang in situaties (‘buiten noodzaak’, dus als er géén sprake is van een noodsituatie) waarin de arts toezicht en tussenkomst onvoldoende kan garanderen, zoals bij afvoergroepen van de manoeuvre-eenheden.

Vanwege zijn functionele zelfstandigheid is voor de AMV’er de belangrijkste voorwaarde waaraan altijd moet worden voldaan, zijn bekwaamheid. Onbekwaam maakt volgens de Wet BIG onbevoegd en dus strafbaar. Courante bekwaamheid wordt verkregen door het op peil houden van vaardigheden en daarmee kwaliteit, onder andere door praktische tewerkstellingen (PTW's), stages, AMV-dagen, bijscholing (CATN, ENPC en TNCC, verzorgd door de Stichting Trauma Nursing Nederland), train de trainer, symposia e.d.

Officieus logo van de Algemeen Militair Verpleegkundige

Taakstelling AMV'er:

  • is belast met de uitvoering van het geneeskundig beleid binnen de compagnie
  • geeft bij afwezigheid van de sm AMV de compagniescommandant gevraagd en ongevraagd advies m.b.t. alle geneeskundige aspecten
  • is belast met de uitvoering van de voortgezette geneeskundige opleiding binnen de compagnie
  • geeft in nauwe samenwerking met de sergeant-majoor AMV leiding aan de chauffeur/gewondenvervoerder en functionele sturing aan de Basis Geneeskundig Verzorger, pelotonsgewondenverzorgers en gewondenhelpers (Combat Life Savers)
  • is belast met het beheer en de instandhouding van het AS- en overig bruikleenmateriaal
  • is belast met de uitvoering van het geneeskundig beleid binnen de compagnie door het verrichten van handelingen gericht op het stabiliseren van gewonden en zieken én het transportgereed maken en begeleiden van gewonden en zieken naar de hulppost

Tijdens de uitvoerende fase bevindt de AMV’er zich, afhankelijk van het BVT-proces, op het voertuig dan wel – bij een piekbelasting in het gewondenaanbod – in het gewondennest. Op de vredeslocatie is de AMV’er belast met eerste-echelons geneeskundige zorg:

  • mantelzorg
  • coördinator mutantenbegeleiding in het kader van het Sport-Medisch Advies Traject (SMAT)
  • bijhouden van een registratie van medische aspecten m.b.t. de personele inzetbaarheid
  • fysieke beperkingen i.h.k.v. de UWV-regeling (Uitvoering Werknemersverzekeringen), voorheen USZO (Uitvoeringsinstelling Sociale Zekerheid voor Overheid en Onderwijs)
  • herkenningsplaatjes
  • tandartssaneringen
  • immunisaties / vaccinaties
  • dienstbrillen
  • beheren en afvoeren van genees- en verbandmiddelen
  • toezicht houden op de uitvoering van het onderhoud aan geneeskundig materiaal van de compagnie

De verdere taakstelling van de AMV’er:

  • geeft de compagniescommandant (CC) gevraagd en ongevraagd advies m.b.t. alle geneeskundige aspecten
  • is belast met de uitvoering van de voortgezette geneeskundige opleiding binnen de compagnie
  • informeert de Medisch Hoogste Autoriteit, Algemeen Militair Arts én commandant van het geneeskundig peloton over de bekwaamheden van het geneeskundig personeel
  • geeft leiding aan de chauffeurs en gewondenvervoerders en functionele sturing aan de pelotonsgewondenverzorgers en Combat Life Savers (CLS’ers)
  • is belast met het beheer en instandhouding van het AS- en overig bruikleenmateriaal

De opleiding tot AMV’er leidt op tot het behalen van het erkend diploma MBO-verpleegkundige niveau 4. Het theoretische deel van de opleiding vindt plaats, onder verantwoordelijkheid van het Instituut Defensie Geneeskundige Opleidingen (IDGO, voorheen OCMGD) in Hollandsche Rading (Hilversum), in nauwe samenwerking met Regionale Opleidings Centra (ROC’en). Te volgen stages vinden in nauwe samenwerking met de ROC’en plaats op verschillende lokaties in Nederland.

De opleidingsduur zal, afhankelijk van vooropleiding en werkervaring, in principe ± 56 maanden (3 jaar en 8 maanden) in beslag nemen.

Na afronding van de opleiding zal, door zorg van het bureau Medisch & Paramedisch Personeel (MPP) van de Directie Personeel & Organisatie (DP&O) van de Koninklijke Landmacht een functie worden toegewezen binnen het functiegebied logistiek-geneeskundige verzorging/verpleegkundige.

De civiele deelkwalificaties van het diploma verpleegkundige MBO niveau 4 zijn onder andere ontwikkelingen in de maatschappij, interactie in beroepssituaties, plannen van verpleegkundige zorg, verpleegtechnische handelingen, verplegen van chronisch zieken, lichamelijk gehandicapten, revaliderenden, zorgvragers vóór en na een chirurgische ingreep, geriatrische zorgvragers, verstandelijk gehandicapten, zorgvragers met een psychiatrische ziekte, zwangeren, barenden, kraamvrouwen, pasgeborenen, kinderen en jeugdigen.

De aanvullende militaire deelkwalificaties zijn onder andere Organisatie & Werkwijze (OWW) van de geneeskundige dienst, laboratorium, geneeskundige regelingen, Primary Trauma Life Support (PTLS), EHBO, basisreddingstechniek (BRT), psychotraumata (o.a. Post-Traumatische Stress Stoornis, PTSS), crisisinterventie, rouwverwerking en stervensbegeleiding, Advanced Trauma Life Support (ATLS), medische aspecten NBC-oorlogvoering (MANBC), omgaan met medische apparatuur, gezondheidszorgwetgeving, Pre-Hospital Trauma Life Support (PHTLS) en geneeskundig luchttransport.

De totale aanstellingsduur is afhankelijk van het opleidingstraject. Uitgangspunt is dat de AMV’er tweemaal de totale opleidingsduur ter beschikking van de KL is in een daartoe opgeleide functie. Uitgaande van een opleidingsduur van, in principe, 56 maanden, zal de totale aanstelling 14 jaar bedragen, inclusief opleidingstraject. De minimale aanstellingsduur voor de Beroepsmilitair voor Bepaalde Tijd (BBT’er) is zes jaar.

Om behoud van registratie als verpleegkundige volgens de Wet op de Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg (Wet BIG) zeker te stellen dient u bereid te zijn na de opleiding minimaal 20% van uw periode als AMV’er de verworven medische bekwaamheden in een zorginstelling bij te houden (dat betekent op jaarbasis ± 75 dagen).

Eerste luitenant Tamara Walraven publiceerde op 29 juni 2005 de scriptie Bindingskracht. Een onderzoek naar de betrokkenheid van algemeen militair verpleegkundigen werkzaam bij de Koninklijke Landmacht (910 kB).

De scriptie is het resultaat van een onderzoek naar de betrokkenheid van Algemeen Militair Verpleegkundigen (AMV’ers).

Zie ook: differentiaaldiagnose,flight nurse en militair geneeskundige capaciteit (MGC).

Terug naar Boven

 

ALGEMENE VERDEDIGINGSTAAK (AVT)

Afgekort: AVT.

De primaire en, in elk geval gedurende de Koude Oorlog (1945-1989), klassieke taakstelling van de krijgsmacht, zowel in nationaal als in internationaal perspectief. Tijdens de Koude Oorlog was de AVT van het 1ste Legerkorps (1 LK) toegespitst op het verdedigend gevecht tegen de krijgsmachten van het Warschau Pact. In eerste instantie moest een verdedigingslinie op eigen grondgebied verhinderen dat de tanks van het Warschau Pact het westen van Nederland zouden bereiken. Met behulp van de inundaties van de IJssellinie zou het water van de rivieren Rijn en Waal omgeleid worden richting IJsselmeer.

Rear combat zone én forward combat zone ten tijde van de Koude Oorlog

Nadat Duitsland in 1955 deel is gaan uitmaken van de NAVO schoof de verdedigingslinie op naar de Noordduitse laagvlakte, aanvankelijk tot aan de rivieren Weser en Fulda, daarna tot vanaf de rivier de Elbe tot het Elbe-Seitenkanal.

De NAVO-strategie was in eerste instantie gebaseerd op ‘massive retaliation’ (massale vergelding), na de Cuba-crisis in 1962 veranderd in die van de ‘flexible response’ (veranderlijk antwoord). In 1963 volgde tenslotte de permanente stationering van Nederlandse troepen in Duitsland (Legerplaats Seedorf, tussen Hamburg en Bremen). De eerste eenheid die in Seedorf werd gestationeerd was 41 Pantserbrigade, die bij een aanval van het Warschau Pact zou optreden als beveiligende strijdmacht, zoals was te lezen in het als geheim geclassificeerde OPPLAN 1.

De Nederlandse taak was de verdediging van een bepaald vak tegen een massale aanval, de Sovjets zoveel mogelijk tegenhouden en de Amerikanen hiermee tijd geven om met grote overmacht over te steken naar Europa om het door het Warschau Pact veroverde grondgebied te heroveren.

Volgens de Grondwet is juist ook de AVT-taakstelling omschreven in artikel 97, eerste lid: Ten behoeve van de verdediging en ter bescherming van de belangen van het Koninkrijk, alsmede ten behoeve van de handhaving en de bevordering van de internationale rechtsorde, is er een krijgsmacht.” Het grondwettelijke artikel impliceert de bondgenootschappelijke (verdedigings)taak, zoals die is geregeld in artikel 5 van het NAVO-verdrag en artikel 51 van het Handvest van de Verenigde Naties: een gewapende aanval tegen een of meer zal als een aanval tegen allen worden beschouwd”.

De krijgsmacht is heden ten dage wat betreft doctrine, middelen, opleiding & training, organisatiestructuur en personele samenstelling nog voor het grootste deel gericht op én ingericht voor de uitvoering van de AVT, maar daarnaast is de taakstelling sinds het einde van de Koude Oorlog verschoven in de richting van artikel 90 van de Grondwet: “De regering bevordert de ontwikkeling van de internationale rechtsorde”. Het beschermen en bevorderen van de internationale rechtsorde is overduidelijk een secundaire dan wel tweede primaire taak van de krijgsmacht geworden, ook buiten het verdragsgebied van de NAVO.

Uit de bescherming en bevordering van de internationale rechtsorde kunnen onder meer de Peace Support Operations voortvloeien, met als belangrijkste peilers:

humanitaire hulpverlening

verlenen van humanitaire noodhulp

peace enforcing

vredesafdwingende operatie

peace keeping

vredeshandhavende operatie

In de AVT kunnen de volgende gradaties worden onderscheiden:

NEDERLANDS

EENHEID

ENGELS

DUITS

oorlog

war

Krieg

campagne

 

campaign

Feldzüge

operatie

legerkorps

operation

Operation

gevecht

brigade en divisie

battle

Schlacht

gevechtsactie

compagnie en bataljon

combat

Gefecht

De AVT valt, wat betreft het begrip 'oorlog', onder te verdelen in onderstaand schema:

Terug naar Boven

 

ALL TERRAIN MARCH

Afgekort: ATM.

Jaarlijkse wedstrijd voor teams bestaande uit vijf onderofficieren die een mars over alle mogelijke vormen van terrein lopen over een afstand van ± 22 km. De wedstrijd wordt georganiseerd op of omstreeks 1 september, omdat 1 september 1951 als officiële oprichtingsdatum voor de Koninklijke Militaire School geldt.

De ATM wordt jaarlijks georganiseerd op de jaardag van de Koninklijke Militaire School te Weert en staat open voor onderofficieren uit binnen- en buitenland.

De route loopt vanaf de Van Hornekazerne over voor de Nederlandse onderofficieren bekend terrein, onder andere de natuurgebieden Weerter en Budeler Bergen (bossen, heide en zandverstuivingen) en De IJzeren Man (bossen en meer), én de bebouwde kom van de gemeente Weert.

De deelnemende teams dragen het gevechtstenue aangevuld met tenminste 10 kg aan bepakking. Het team dat het parcours het snelst aflegt is winnaar. De afgelopen jaren is de ATM uitgegroeid tot een spectaculaire wedstrijd voor onderofficieren, die voor menig team gelijkstaat aan het lopen van een halve marathon of snelmars.

De uitslag van de ATM in 2005 was:

1

Opleidings- en Trainingspeloton Luchtmobiel

2

17 Pantserinfanteriebataljon GFPI

3

11 Herstelcompagnie Luchtmobiel

Terug naar Boven

 

ALS DE POEP DE VENTILATOR RAAKT

Ingemilitairde uitdrukking die is ontstaan in de Verenigde Staten rond 1930: “When the shit hits the fan”. Oorspronkelijk betekende het dat er beroering ontstaat als een geheime situatie openbaar gemaakt wordt.

Tegenwoordig heeft de uitdrukking meer te maken met organisaties of personen die serieus in opspraak of problemen raken, met name bij iets uiterst onaangenaams. Nu is het natuurlijk uitermate onplezierig als poep werkelijk een draaiende ventilator raakt, maar voor een militair is het ongewild betrokken raken in gevechtsomstandigheden het meest onaangenaam.

Zie ook: Every soldier a rifleman en Overige Operationele Taken (OOT)

Terug naar Boven

 

AMARILLO

De stad Amarillo in de Amerikaanse staat Texas is de inspiratiebron voor ‘(Is This the Way to) Amarillo', in 1971 geschreven door Neil Sedaka en Howard Greenfield. Het nummer gaat over een man die naar Amarillo reist om zijn verloofde te vinden. De keuze viel op Amarillo, omdat dit rijmde op "willow" (wilg) en "pillow" (hoofdkussen). In datzelfde jaar scoorde Tony Christie met het nummer een hit.

Anno 2005 kende het nummer een serieuze opleving. Bierbrouwer Bavaria lanceerde in zijn commercial zanger Albert West ter promotie van het pijpje met de trekdop. Op 12 mei 2005 stuurden Britse militairen onder leiding van staff sergeant Roger Parr vanuit Irak een e-mail naar collega's in Engeland. Het ging om een homevideo, gemaakt met de camcorder. De Britten ‘spoofen' (parodiëren) ‘(Is This the Way to) Amarillo'.

Download hier ‘(Is This the Way to) Amarillo' van Tony Christie (2,94 MB)

Het organieke filmpje van 52 MB zorgde ervoor dat de servers van het Ministry of Defence (MOD) in Londen crashten. Parr parodieerde de mime en de maniertjes die stand up-comedian Peter Kay in 2005 liet zien, toen hij voor de liefdadigheidsorganisatie Comic Relief een imitatie van hetzelfde nummer opnam. In die parodie wandelde hij door de gangen van een tv-studio en kreeg hij vele ‘volgelingen'. Parr en zijn collega's van het tankregiment van de Royal Dragoon Guards deden hetzelfde in Irak en schoten de clip op de compound in het Zuidoost-Iraakse Al Faw. De Parr-versie was heel wat grappiger dan die van Kay. Zo werden aan het einde van de video twee naakte maten op de dixi getoond. Volgens Parr maakten de Royal Dragoon Guards de video aan het einde van de rotatie van zes maanden: “Het was hard werken wij wilden alleen een beetje lachen en het moreel opheffen”. Staff sergeant Parr werd met de homemade-video geholpen door captain Mungo Ker, Randi Mofoe, sergeant Andy Stokoe en de rest van het personeel op de compound in Al Faw.

Volgens het Ministry of Defence was de spoof “briljant” en veroorzaakte de server-crash géén problemen. Een woordvoerder van het MOD vulde aan: “Militairen die tijdens operaties hun moreel behouden is altijd belangrijk. Het feit dat het zo populair op kantoor bleek en zorgde dat het systeem crashte is onfortuinlijk, maar het beïnvloedde operaties niet en is alweer in gebruik”.

Vele malen mooier was de reactie van Defence Secretary John Reid op 18 mei 2005: “Hare Majesteit's strijdkrachten houden nooit op mij te verbazen. Om handelingen van doortastenheid, opoffering en heroïsme te kunnen uitvoeren in zoveel gebieden ter wereld en, tegelijkertijd, hitvideo's op te nemen is maatgevend voor de kwaliteit van de Britse strijdkrachten” .

Spoof geslaagd! Roger Parr c.s bewijzen dat muziek en lol héél belangrijk zijn voor het behoud van het moreel van de troepen in uitzendgebieden…

Geïnspireerd door deze ongein namen Nederlandse militairen van Communications & Information Systems (CIS), gelegerd bij het Provincial Reconstruction Team (PRT) van de International Security Assistance Force (ISAF) in Pol-e Khomri, een Nederlandse spoof op. Op 19 juli 2005 hadden zowel het programma ‘Editie NL' van RTL 4 als het programma ‘Shownieuws' van SBS 6 de mediapremières van het Nederlandse Amarillo-spoof.

Terug naar Boven

 

AMBITIENIVEAU

In de Prinsjesdagbrief van 16 september 2003 heeft het kabinet-Balkenende II het ambitieniveau voor de krijgsmacht aangepast. Wat crisisbeheersingsoperaties betreft, geldt dat de Nederlandse krijgsmacht in staat moet zijn tot een kwalitatief en technologisch hoogwaardige militaire bijdrage aan internationale operaties in alle delen van het geweldsspectrum, ook in de beginfase van een operatie. Het gaat hierbij in het bijzonder om het volgende:

>>> een bijdrage aan het ambitieniveau van de NAVO om gelijktijdig drie grote crisisbeheersings­operaties op legerkorpsniveau in het gehele geweldsspectrum uit te voeren. Het ambitieniveau van de Europese Unie – het vermogen om binnen zestig dagen een troepenmacht van 50.000 tot 60.000 militairen te kunnen ontplooien – is hierbij inbegrepen. In verband hiermee moet de krijgsmacht als geheel tevens een bijdrage kunnen leveren aan de NATO Response Force (NRF).

>>> deelneming voor maximaal één jaar aan een operatie in het hogere deel van het geweldsspectrum met één op de missie toegesneden brigade(taakgroep) van landstrijdkrachten, twee squadrons met elk 18 jachtvliegtuigen, een maritieme taakgroep met maximaal 5 fregatten of een combinatie hiervan. In de praktijk zullen de Nederlandse bijdragen afhankelijk van de missie en van de bijdragen van andere landen moeten worden samengesteld. Bij deelneming aan een vredesafdwingende operatie kan het noodzakelijk zijn ook eenheden in te zetten die in het kader van vredesoperaties elders zijn ontplooid.

>>> deelneming aan maximaal drie operaties in het lagere deel van het geweldsspectrum met bijdragen van bataljonsgrootte of, bij zee- en luchtoperaties, equivalenten daarvan.

>>> het optreden als lead nation op het niveau van een brigade – of, bij zee- en luchtoperaties, het equivalent daarvan – en, samen met andere landen, op legerkorpsniveau.

De bijdragen van Nederland aan crisisbeheersingsoperaties zullen het ambitieniveau in beginsel niet te boven gaan.

Terug naar Boven

 

AMMUNITION AWARENESS

Afgekort: AAW.

Opleiding die als vast onderdeel deel uitmaakt van zowel de Algemene Militaire Opleiding ( AMO ) voor beginnende militairen als de Missie Gerichte Instructie (MGI) voorafgaande aan een uitzending. Omdat het internationaal verplicht is dat het land van de uit te zenden militair de garantie afgeeft dat hij/zij de opleiding AAW heeft gevolgd, moeten ook militairen die reeds op uitzending zijn geweest opnieuw de opleiding volgen.

In de opleiding wordt de cursist bewust gemaakt van de gevaren van munitie, het herkennen van munitie, de uitwerking van munitie waarbij onder materialen als beton, hout en staal met behulp van springstoffen worden vernield, en velerlei need-to-know op het gebied van mijnen, springmiddelen, UXO’s, valstrikken e.d.

De opleiding wordt gegeven op de Mineursschool van het Opleidings- en Trainingscentrum Genie (OTC Genie) van de Koninklijke Landmacht in Reek, in de buurt van Grave.

Terug naar Boven

 

A.M.P.L.E.

Engelstalig acroniem. Ezelsbruggetje dat door de Algemeen Militair Verpleegkundige (AMV' er) mede wordt gebruikt om zijn beleid af te stemmen na het tweede onderzoek van de Advanced Trauma Life Support (ATLS). Toepasbaar bij en in gebruik bij ongevallen die worden behandeld als een patiënt ernstig letsel heeft en opname in een geneeskundige inrichting aannemelijk is.

Het uitvragen van A.M.P.L.E. geeft een korte maar aanvullende anamnese.

Als de patiënt ernstig gewond is, moet de informatie zolang hij/zij bij bewustzijn is worden uitgevraagd:


A

Allergies

Jodium; medicijnen; plastic; pleisters; radioactieve straling; voedsel

M

Medication taken

Drugs; vandaag genomen; niet, te veel of te weinig genomen

P

Past medical history & Pregnancy

Ademhaling; circulatie; neurologische status; menstruatie

L

Last meal taken

Braken; diarree; voedselvergiftiging

E

Events before incident &
Environment related to injury

M.I.S.T.; omgevingsfactoren; getuigen

Zie ook: Advanced Trauma Life Support (ATLS) en M.I.S.T.

Terug naar Boven

 

ANCIËNNITEIT

Van het Franse “ancien” dat “oud” betekent. Bespottelijk ook wel “aanzieniteit” genoemd; vaak duidt een hogere anciënniteit op een hogere achting onder collega's of in elk geval onder ranggelijken.

Primair is anciënniteit het aantal dienstjaren dat is doorgebracht in eenzelfde rang.

De bevordering en bezoldiging van militairen is afhankelijk van de anciënniteit. Aan een hogere anciënniteit is, volgens vaste schalen, een hoger salaris verbonden. Ook geldt hoe groter de anciënniteit, des te meer vakantiedagen.

Anciënniteit is ook een criterium bij bevorderingen. Na een minimale anciënniteit in een bepaalde rang kan een militair vaak opteren voor een functie in een naasthogere rang. De consequentie hiervan is dat op grond van anciënniteit de ene militair vaak voor de andere, ranggelijke gaat in het kader van bevordering.

Het aantal dienstjaren bepaalt, zij het informeel, vaak ook de plaats onder ranggelijken: hoe hoger in anciënniteit, des te meer zogenaamde voorrechten sommigen menen te hebben.

Bij terugkeer in militaire dienst als herintreder, bijvoorbeeld door een vrouwelijke ex-militair , is het mogelijk dat een militair naast bezoldiging en rang ook zijn anciënniteit behoudt.

Terug naar Boven

 

AN/PRC-117f

Ook genaamd: Multi-Band Multi Mission Radio (MBMMR). Combat net radio die specifiek is bedoeld voor de aanvraag van close air support én beveiligde satellietverbindingen (SATCOM).

De radio, geproduceerd door Harris Corporation (VS), is met name in gebruik bij Special Forces.

De AN/PRC-117F bedient het frequentiespectrum tussen 30 en 512 MHz. Voor Very High Frequency (VHF) heeft de radio een bereik tot 15 km. Daarnaast is de radio geschikt voor Ultra High Frequency (UHF) en UHF SATCOM.

De radio is 8,1 cm hoog, 26,7 cm lang en 34,3 cm diep, inbegrepen de batterijen, en weegt 7,2 kg – met inbegrip van de batterijen: 2 lithium/zwaveldioxide (LiSO2) batterijen BA-5590, die elk 12 Volt leveren.

Zie ook: Korps Commandotroepen.

Terug naar Boven

 

ANTON P. DE GRAAFF

Anthonie Peter de Graaff (geboren 12 april 1928 te Amsterdam en overleden op 4 januari 2008 te Waalwijk), beter bekend als Anton P. de Graaff, is met 18 boeken op zijn naam zonder twijfel zowel de schrijver-veteraan van Nederland als de spreekbuis van alle veteranen uit Nederlands-Indië geworden. Hij schreef ruim 2.500 pagina’s (!) over de belevenissen van Nederlandse militairen in toenmalig Nederlands-Indië.

Een animatie van de boeken van Anton P. de Graaff

Op 9 maart 1948 kwam Anton P. de Graaff als dienstplichtige onder de wapenen (lichting 48-2); daarna bracht hij een half jaar door op de Kaderschool aan de Simon Stevinkazerne te Ede, waar hij tot sergeant-gewondenverzorger werd opgeleid, en tot slot volgde hij nog een stage van 3 maanden op de interne polikliniek in het voormalige Militair Hospitaal ‘Oog in Al’ te Utrecht.

Op de eerste dag van 1949 werd uit de lichting 48-2 het 6 de Bataljon 6 de Regiment Infanterie opgericht met als bijnaam “Viereneenkwart” (omdat de tactische nummering 425 Bataljon Infanterie was). Op 25 maart ‘49 vertrok 425 BI uit Rotterdam met de troepentransportcarrier ‘S.S. Volendam’ naar Nederlands-Indië.

Na een maand varen landde 425 BI op het strand van Semarang aan de noordkust van Midden-Java. De taak van 425 BI was het bezetten van Midden-Java en door middel van dagelijkse patrouillegang de peloppers (inlanders) onder de knoet houden.

De Graaff was de enige sergeant-gewondenverzorger van 425 BI, een eenheid ter grootte van ± 820 militairen. 425 BI bestond uit zes compagnieën: één staf-, één ondersteunings- en vier tirailleurcompagnieën. Geneeskundig-organisatorisch bestond het bataljon uit één arts, de sergeant-gewondenverzorger De Graaff, één korporaal-gewondenverzorger en 16 gewondenverzorgers.

Al na tien weken in Nederlands-Indië telde 425 BI elf gesneuvelden, 49 gewonden en vier vermisten. Het aantal doden zou, ondanks het verder uitblijven van gevechtsacties, verder oplopen als gevolg van tropische ziekten (malaria e.a.) en verkeersongevallen. Anton P. de Graaff stond zijn mannetje.

Na de wapenstilstand van augustus 1945 moest 425 BI nog dertien (!) maanden wachten voordat op 17 september 1950, na 1½ jaar, werd gerepatrieerd. Na een reis van ruim drie weken meerde het Amerikaanse Liberty-schip ‘U.S.S. General Sturgis’ in Nederland aan.

Na zijn diensttijd ging De Graaff in zaken (hij was directeur van een internationale handelsonderneming) en begon hij in zijn vrije tijd te schrijven. Dat mondde in 1986 uit in zijn eerste en best verkochte boek met de sarcastische titel ‘De heren worden bedankt’. De toenmalige Inspecteur-Generaal der Krijgsmacht – luitenant-generaal C.J.M. de Veer – vond dit het beste oorlogsboek dat ooit is geschreven! Geen sinecure, want er zouden er nog velen volgen!

Op 16 december 2003 bracht de de heer De Graaff een bezoek aan de Oranjekazerne in Schaarsbergen. Hij las voor uit eigen werk en ging in gesprek met Combat Life Savers van 12 Infanteriebataljon Luchtmobiel die zouden worden uitgezonden naar Irak

“In zijn dagboek tekent hij zijn belevenissen op en geeft er zijn commentaar bij. Hij observeert scherp en waar hij plichtsverzuim ziet, ook bij officieren, is zijn oordeel hard en duidelijk.” Aldus J.A.A. van Doorn over onder andere ‘De heren worden bedankt’ in zijn hommage-artikel in HP/De Tijd (week 25, 2005).

In alle boeken die volgden heeft De Graaff met een niet aflatend enthousiasme de problematiek aangekaart van de dienstplichtigen die in groten getale naar Nederlands-Indië zijn gezonden. Nogmaals volgens J.A.A. van Doorn: “Het zou zijn programma worden: aanhoudend aandacht vragen voor de Indië-veteranen, hun genegeerde geschiedenis en hun al te lichtvaardig beoordeelde prestaties.”

De 18 boeken van Anton P. de Graaff in volgorde van verschijnen zijn:

Titel

Jaar

ISBN

De heren worden bedankt

1986

90-6135-410-2

De weg terug: het vergeten leger toen en nu

1988

90-5194-003-3

Brieven uit het veld: het vergeten leger thuis

1989

90-5194-030-0

Met de TNI op stap. De laatste patrouille van het vergeten leger

1991

90-5194-065-3

Notities van een soldaat. Het dagboek van soldaat A.A. van der Heiden

1994

90-5194-117-X

Zeg, Hollands soldaat…

1995

90-5194-137-4

Merdeka

1995

90-5194-149-8

Vertel het je kinderen, veteraan!

1999

90-5194-193-5

Levenslang op patrouille

2000

90-5194-202-8

De laatste patrouille

2001

90-5194-216-8

Op patrouille in blessuretijd

2001

90-5194-236-2

Indië-veteraan ben je levenslang

2002

90-5194-255-9

Indië blijft ons bezighouden

2003

90-5194-266-4

Indië vergeet je nooit

2004

90-5194-269-9

Indië bepaalde ons leven

2004

90-5194-271-0

Indië als eindstation

2005

90-5194-276-1

Leven in twee werelden

2007

978-90-5194-299-6

Indië blijft onze denkwereld

2007

978-90-5194-301-6

Tijdens een beëdiging op de markt te Weert op 9 januari 2007 kreeg Anton P. de Graaff de Kolonel Antoni Waardering uit handen van de regimentscommandant van de Limburgse Jagers, luitenant-kolonel Huub Klein Schaarsberg, vanwege zijn boeken "die gevoelens bespreken waardoor ook anderen dan diegenen die in Nederlands-Indië zijn geweest er iets meer van begrijpen".

© foto: Regiment Limburgse Jagers

De boeken van Anton P. de Graaff zijn te bestellen bij Uitgeverij Van Wijnen te Franeker.

Terug naar Boven

 

A.O.T. / A.C.T.

Afkortingen voor respectievelijk Algemene Oorlogstoestand en Algemene Crisis Toestand.

Wat bij aanvang van een oefening de politiek-militaire situatie is.

Zie ook B.O.T. / B.C.T.

Terug naar Boven

 

AP-23

In het Engels: AP-23 bounding mine.

De AP-23

De groengekleurde ‘mortiermijn AP-23’, ontwikkeld in de jaren ’60 en geproduceerd door Eurometaal Zaandam, weegt 4,7 kg.

Een treklast van meer dan 4 kg aan één of meerdere struikeldraden die aan de hefboom zijn aangebracht, stelt de ontsteker van de landmijn in werking. Hierdoor wordt de mijn “als een mortier uitgedreven en detoneert zij op ± 1 meter 20 boven het maaiveld.

De scherfwerking van de AP-23 heeft een onveilige afstand van tenminste 150 meter. De mijn kent 2 standen: ‘armed’ (scherpgesteld) en ‘safe’ (veiliggesteld).

Op 18 juli 1983 (leslokaal in 't Harde) en 14 september 1984 hebben er ongelukken plaatsgevonden met de AP-23 in Oldebroek, hoewel al in 1970 bij een controle van de mijn door de Munitie Onderzoekingsdienst (MOD) een constructiefout was geconstateerd.

De slagpinveer van de AP-23 was in een labiel evenwicht te brengen (de zgn. S-stand). Stond de slagpinveer eenmaal in de S-stand, dan was een lichte schok voldoende om de ontsteker te laten werken en de mijn spontaan te laten detoneren.

Het ongeluk in 1983, tijdens een instructie ‘Mijnen en valstrikken’, was te wijten aan het gebruik van een scherpe AP-23 uit lot (serie) AI 68-2 als instructiemodel: 7 militairen kwamen om het leven en 9 raakten gewond. Het ongeluk in 1984 vond plaats tijdens een periodieke controle van de AP- 23 in het Artillerie Schietkamp (ASK). In eerste instantie ontplofte de mijn niet bij het “afzetten” op afstand (het bevestigen van een afvuurlijn aan de ring van het ontstekingsmechanisme), maar toen de beproevingsleider – EOD-militair Rob Ovaa – dichterbij kwam, gebeurde het alsnog en werd hij op slag gedood.

Ondanks beide ongelukken bleef de AP- 23 in de bewapening. Als gevolg van het besluit van 11 maart 1996 om alle anti-personeelsmijnen (AP-mijnen) af te danken, is uiteindelijk in 1997 is de gehele partij vernietigd.

Terug naar Boven

 

APACHE AH-64D

Gevechtshelikopter ten behoeve van de luchtcomponent (Tactische Helikopter Groep) van 11 Air Manoeuvre Brigade. De taakstelling voor de Apache AH-64D bestaat uit:

beveiligen en escorteren van per transporthelikopter ingevlogen eenheden

verkennen

verlenen van vuursteun aan optrekkende grondtroepen

De Apache AH-64D, geproduceerd door McDonnell Douglas/The Boeing Company, is zwaar bewapend, zeer wendbaar en kan gelijktijdig voldoende bewapening voor elke taak meevoeren. Licht bewapende grondtroepen zijn afhankelijk van de zware vuursteun die de Apache AH-64D, als ‘vliegende artillerie’, kan leveren.

Sinds 1986 is de A-versie operationeel bij de Amerikaanse krijgsmacht. In de Golfoorlog van 1991 hadden maar liefst 288 Apaches de eerste gevechtservaring. Daarin bleken zij zeer effectief in het opblazen van bunkers, tanks en andere gepantserde voertuigen. De eerste vlucht met de D-versie vond plaats in 1992.

De Apache AH-64D is uitgerust met geavanceerde doelzoek-, nachtzicht- en raketgeleidingssystemen, zoals het Target Acquisition and Designation Sight/Pilot Night Vision Sensor (TADS/PNVS), waarvoor de sensoren op de neus van de heli zijn bevestigd. TADS/PNVS is geplaatst in de draaibare koepel op de neus, evenals andere elektronica voor de automatische geleiding van projectielen en infrarood-sensors. Allen met als doel een correcte nachtwaarneming en de mogelijkheid tot silhouetvliegen in donker en slechte weersomstandigheden.

Foto-impressie van de Apache AH-64D

De twee motoren zijn aangebracht aan beide kanten van de romp. Kleine hulpvleugels (sub-wings), dienen als ophangpunten voor de wapensystemen (rocket-pods). De staartrotor bevindt zich aan bakboordzijde, op de helft van het kielvlak. Het landingsgestel kan niet worden ingetrokken.

De cockpit is omgeven met lichtgewicht gepantserd schild, maar de Apache AH-64D is niet stealth-proof (niet beschermd tegen vijandelijke ontdekking). De twee piloten zitten in tandemconfiguratie achter elkaar in deze cockpit. De piloot vliegt met een helm met Head Up Display, opdat alle vluchtinformatie op ooghoogte wordt weergegeven.

Specificaties van de Apache AH-64D:

brandstofcapaciteit

1.420 liter

breedte

5 meter 79

hoofdrotor

4 bladen

hoofdrotor diameter

14 meter 63

hoofdrotor toerental

292 toeren per minuut

hoogte

3 meter 92

klimsnelheid

46 km per uur

kruissnelheid

222 km per uur

leeg gewicht

5.662 kg

lengte

15 meter 47

lengte met draaiende rotors

17 meter 76

maximaal gewicht

10.433 kg

maximale bewapening

1 x 30 mm boordkanon met 1.200 patronen

4 x AIM-92 Stinger-raket

16 x AGM-114 Hellfire lasergeleide anti-tankraket

76 x 2,75 inch ( 70 mm) ongeleide gronddoelraket

maximumsnelheid

366 km per uur (zonder bewapening)

motor

2 x General Electric T700-GE- 701C

motorvermogen continu

1.685 pk per motor

motorvermogen maximaal

1.765 pk per motor

staartrotor

4 bladen

staartrotor diameter

2 meter 79

staartrotor toerental

1.417 toeren per minuut

vliegbereik

470 km / ± 2½ uur (zwaarste missie)

Omdat het gewicht van de mee te voeren bewapening sterk van invloed is op het vliegbereik, zal de Apache AH-64D niet alle bewapening tegelijkertijd in de maximale hoeveelheid meenemen.

Nederlandse gevechtshelikoptervliegers gaan naar Fort Hood, Texas, VS, voor opleidings- en trainingsdoeleinden. De Apache AH-64Ds zijn ingedeeld bij 301 en 302 Squadron op de Vliegbasis Gilze-Rijen.

Zie ook: Defensie Helikopter Commando (DHC).

Terug naar Boven

 

A.P.G.A.R.-SCORE

Score die door de arts, gynaecoloog, verpleegkundige of verloskundige wordt gebruikt om de conditie van een pasgeborene te testen aan de hand van vijf metingen. Voor elk van de vijf onderdelen krijgt de pasgeborene 0, 1 of 2 punten. De test wordt driemaal herhaald:

1 minuut na de geboorte

5 minuten na de geboorte

10 minuten na de geboorte

De vijf punten die worden gemeten zijn:

Engels

Nederlands

0 punten

1 punt

2 punten

A

Activity

Activiteit

Afwezig

Armen en benen gebogen

Actieve beweging

P

Pulse

Hartslag

Afwezig

< 100 bpm

> 100 bpm

G

Grimace

Grimas

Geen respons

Grimas

Niezen, hoesten, trekken

A

Appearance

Uiterlijk

Blauwgrijs; geheel bleek

Normaal, behalve extremen

Normaal over gehele lichaam

R

Respiration

Ademhaling

Afwezig

Langzaam, onregelmatig

Goed, huilen

Een score van 7 t/m 10 is normaal, 4 t/m 7 geeft aanleiding tot ingrijpen en een score van 3 of lager verlangt direct ingrijpen. Een in alle opzichten gezond lijkende pasgeborene krijgt dus een score van 10 punten toegekend.

De test is genoemd naar anaesthesiologe Virginia Apgar (1909-1974), die de test (Newborn Scoring System) in 1949 ontwikkelde en in 1952 presenteerde. Omdat zij gewend was de conditie van de te opereren patiënten te beoordelen op de criteria hartslag, ademhaling, reflexen, tonus en kleur, associeerde zij de genoemde factoren eveneens met de vitaliteit van de pasgeborene.

Terug naar Boven

 

APPÈL

Controle van alle verzamelde militairen om te kunnen vaststellen wie afwezig zijn. Eigenlijk het militaire equivalent van de civiel bekende prikklok.

Appèl van een geneeskundige eenheid tijdens oefening

Het appèl, dat vroeger driemaal per dag en tegenwoordig meestal tweemaal daags (ochtendappèl bij aanvang dienst en avondappèl bij einde dienst) en dan in de regel in compagniesverband wordt ingenomen, is een strak geregisseerde en uniforme plichtpleging waarbij alle subeenheden naast elkaar, al dan niet in carrévorm, staan aangetreden. De commandanten van deze subeenheden geven aan de commandant van de eenheid de bijzonderheden aan, met name dus de afwezigheid van personeel. Appèls in bataljons- of brigadeverband komen enkel voor ten behoeve van zeer speciale gebeurtenissen. Wat zich nog wel eens voordoet, zijn buitengewone of bijzondere appèls, bijvoorbeeld om een veiligheidsincident of iets exclusiefs mee te delen dat niet kan wachten tot het tijdstip van een organiek appèl.

De commandant kan het appèl ook aangrijpen om speciale formaliteiten uit te voeren, zoals het uitreiken van gratificaties en tevredenheidsbetuigingen, het verwelkomen cq. afscheid nemen van nieuw dan wel verscheidend personeel e.v.a. Achter de commandant die het appèl inneemt staan vaak de plaatsvervangend commandant van de eenheid én de compagnies sergeant-majoor (CSM).

Voorafgaand aan het appèl roept de commandant van een subeenheid, dikwijls een peloton, één voor één alle rangen/standen en namen op. Bij aanwezigheid melden betrokkenen zich present. De resultaten van het 'present melden' worden genoteerd in het appèlboekje.

Appèl vanuit de positie van de Opvolgend Pelotonscommandant (OPC) of het Hoofd Inwendige Dienst (HID), die dus achter het peloton zijn plaats inneemt

Tezelfdertijd nemen de onderofficieren – daarin voorgegaan door de Opvolgend Pelotonscommandant (OPC) of het Hoofd Inwendige Dienst (HID) – van de subeenheden het appèl te baat om de aangetreden manschappen vóór het daadwerkelijke innemen te controleren op hygiëne en preventieve gezondheidszorg (scheren e.d.), kleding (conform dienstverrichting, ongeschonden en compleet met herkenningsplaatje, verbandpakje, naamplaatje, eenheidsembleem e.d.), schoenen (gepoetst), uitrustingsstukken e.d.

Terug naar Boven

 

ARBODIENST KONINKLIJKE LANDMACHT

Het hoofdkantoor van de Arbodienst KL zetelt op de Luitenant-generaal Knoopkazerne in Utrecht. De Arbodienst KL is operationeel sinds 1 december 1996.

De Arbodienst heeft als taak gezondheid, veiligheid en welzijn van de werknemers in de arbeidsproces van de Koninklijke Landmacht te beschermen en te bevorderen. De Arbodienst richt zich dus op:

gezondheid

veiligheid

verzuimbegeleiding (terugdringen van het ziekteverzuim)

welzijn

De Arbodienst schrijft voor dat de werkgever, d.i. de eenheidscommandant, zich voor bepaalde taken moet laten bijstaan door een gecertificeerde Arbodienst voor tenminste:

opstellen en uitvoeren van een risico-inventarisatie en –evaluatie (RI&E)

begeleiden van werknemers die door ziekte geen arbeid kunnen verrichten

uitvoeren van een periodiek arbeidgezondheidskundig onderzoek

houden van een arbeidgezondheidskundig spreekuur

De eenheidscommandant stelt een RI&E op en voert deze uit aan de hand van een opgesteld plan van aanpak (PVA); het PVA wordt uitgevoerd én geëvalueerd: hebben de maatregelen uit het PVA bijgedragen aan een vermindering van de veiligheidsrisico’s en het ziekteverzuim?

In het Arbeidsomstandighedenbesluit is voorgeschreven dat iedere Arbodienst minimaal moet beschikken over een deskundige op elk van de volgende vier vakgebieden:

arbeids- en bedrijfsgeneeskunde (bedrijfsarts)

arbeids- en organisatiekunde

arbeidshygiëne

veiligheidskunde

De bedrijfsarts maakt deel uit van de Bedrijfsgeneeskundige groep (Bdfgnkgp) van de Arbodienst.

De Bedrijfsgeneeskundige groepen zijn gevestigd in Amersfoort, Assen, Breda, Den Haag, Harderwijk, Roermond, Schaarsbergen en Seedorf. De bedrijfsarts heeft als taak om door middel van sociaal medische begeleiding, een spoedige hervatting van de functievervulling van de verzuimende militair te bewerkstelligen; hiertoe maakt de bedrijfsarts ook deel uit van het Sociaal Medisch Team (SMT) van de eenheid.

In het kader van de vooruitgeschoven taken van de Arbodienst beschikt elke eenheid over zowel een arbo-coördinator als een milieu-coördinator. Deze functionarissen:

zijn vraagbaak voor het personeel

geven de commandant (on) gevraagd advies over de taakgebieden

dragen zorg voor de interne communicatie en voorlichting binnen de eenheid

De milieu-coördinator beschikt daarnaast over alle vigerende milieu-instructies ten behoeve van de werkzaamheden binnen de eenheid. Aan beide functionarissen moeten worden gemeld:

gebreken aan voorzieningen

milieu-incidenten

onveilige handelingen en situaties

voorstellen ter verbetering van de arbeidsomstandigheden

Specifieke aandachtspunten in het kader van de arbeidsomstandigheden zijn:

Arbeidsmiddelen

Gereedschappen (o.a.elektrisch en hydraulisch)  
Klimmateriaal  
Ladders en Trappen  
Machines  
Militaire voertuigen  
Overige arbeidsmiddelen Brandblussers
  Draagbaren en Wervelplanken
  Opvangbak milieu
  Zuurstofcilinders

Arbozorg en arbeidsorganisatie

Bedrijfshulpverlening (BHV) & Calamiteitenbeheersing

Biologische agentia

Bijzondere groepen werknemers

Etnische minderheden
Jeugdigen
Stagiaires
Zwangeren

Fysieke belasting

Fysische factoren

Beeldschermwerk
Geluid
Klimaat
Straling (ioniserende en radioactieve)
Trillingen
Verlichting
Zicht

Gevaarlijke stoffen

Artikel Veiligheids Informatie Blad (AVIB)
Kankerverwekkende stoffen en –processen (asbest, benzeen, lood, loodwit, vinylchloridemonomeer)
Klein chemisch afval (KCA)

Inrichting arbeidsplaatsen

Bouwkundige voorzieningen
Kleedruimtes
Vluchtwegen

Meldingen n.a.v. ongevallen of onveilige handelingen/situaties

Ongewenst gedrag

Agressie & Geweld
Seksuele intimidatie

Persoonlijke beschermingsmiddelen

Adembescherming
Beschermende kleding
Gehoorbescherming
Hand- & Armbescherming
Hoofdbescherming
Oogbescherming (veiligheidsbril)
Signalering
Valbeveiliging
Voet- & Beenbescherming (veiligheidsschoenen)

Rookvrije werkplek en werkomgeving

Specifieke werkzaamheden

Laden
Lossen
Onderhoud

Werkplek- en situatieaanpassing

Werktijden, overwerk en werkdruk

Terug naar Boven

 

ARBOWET

Elke onderneming, dus ook het Ministerie van Defensie, is sinds de aanscherping van de Arbo- of Arbeidsomstandighedenwet per 1 januari 1994 verplicht om de knelpunten van de arbeidsomstandigheden te inventariseren en passende maatregelen te nemen.

Arbodiensten, - consultants en -coördinatoren streven ernaar:

  • de veiligheid van werknemers te waarborgen
  • de gezondheid van werknemers te beschermen
  • het welzijn van werknemers te bevorderen

Ter bescherming van de gezondheid van werknemers moet worden gedacht aan veel voorkomende zaken als:

  • voorkomen/genezen van post-traumatische stress-stoorniss
  • voorkomen/genezen van aandoeningen aan het bewegingsapparaat (knieën, benen, enkels)
  • terugdringen van het ziekteverzuim
  • voorkomen van arbeids- en dienstongeschiktheid
  • terugdringen van het aantal gevallen van beroepsziekten
  • voorkomen van bedrijfsongevallen

Voorlichting, scholing en werkplekonderzoek moeten realiseren dat de doelstellingen binnen de Arbowet worden gehaald.

Terug naar Boven

 

AREA OF OPERATIONS

Afgekort: AO. In het Duits: Operationsraum. In het Frans: zone des opérations. In het Nederlands: inzet- of operatiegebied (opgeb); gevechtsvak.

1

ALGEMEEN

Een deel van het operatietoneel waarvoor de verantwoordelijkheid aan een commandant is toegewezen, in de regel de (Joint) Force Commander. Zijn verantwoordelijkheid bestaat erin maatregelen te treffen in het kader van de veiligheid, gebiedsplanning, tactical movement control en administratieve / logistieke ondersteuning, ook met betrekking tot eenheden die niet (direct) onder zijn bevel staan.

Het gebied staat onder controle van eigen troepen, opdat een strijdmacht haar operaties – niet noodzakelijkerwijs gevechtshandelingen – er te land, in het luchtruim of ter zee kan uitvoeren.
In de regel is een operatiegebied opgedeeld in Areas of Responsibility, waarbij ondercommandanten / subeenheden een deel van het operatiegebied toebedeeld hebben gekregen.

De grootte van een operatiegebied hangt samen met eigen troepen, terrein en vijand. Zo kunnen eigen Special Forces of luchtlandingseenheden doorgaans gemakkelijker omgaan met een groot operatiegebied en/of uitgedund gevechtsveld dan reguliere troepen.

Het is voor eenieder belangrijk het eigen operatiegebied te kennen. Niet alleen qua bijvoorbeeld topografie en vegetatie, juist ook wat betreft de bevolking (etniciteiten / religies): smoel op het terrein.

 

2

BINNEN AIR MANOEUVRE BRIGADE

Voorheen Committal Area (CA).

Het deel van het operatietoneel dat vóór de voorste lijn eigen troepen (VLET) ligt. Luchtmobiele operaties kunnen volgtijdelijk worden verdeeld in het verzamelgebied (Staging Area), de verplaatsing door het luchtruim, het landingsgebied (Landing Zone) en het inzetgebied (Area of Operations).

Het infanteriebataljon luchtmobiel voert derhalve vanuit een Staging Area operaties uit in een Area of Operations.

Terug naar Boven

 

AREA OF RESPONSIBILITY

Afgekort: AOR. In het Nederlands: gebied van verantwoordelijkheid.

Geografisch afgebakend gebied verbonden aan een (deel van een) krijgsmacht – bijvoorbeeld een multinationale divisie, task force of team. Binnen de AOR heeft één commandant de autoriteit; hij is verantwoordelijk voor de planning van én leiding over militaire acties in de AOR.

Primair houden de militairen zich tijdens een Peace Support Operation bezig met de veiligheid en stabiliteit in de eigen AOR, onder andere in het kader van de force protection. Op deze manier worden de werkbare randvoorwaarden geschapen voor andere eenheden en organisaties.

Normaliter voeren eenheden in de AOR hoe dan ook Normal Framework Operations uit.

Zie ook: footprint en operatiegebied.

Terug naar Boven

 

ARTILLERIE

In het Duits: Artillerie; Geschütz. In het Engels: artillery. In het Frans: artillerie.

De artillerie behoort tot de gevechtssteuneenheden van de Koninklijke Landmacht en voorziet de eigen gevechtseenheden van vuursteun en informatie. De bewapening van de artillerie bestaat uit grootkaliber (zwaar) geschut, (on)geleide wapen en vuurmonden, zoals houwitsers, kanonnen en raketlanceerders. In Nederland is de artillerie onderverdeeld in luchtdoel- en veldartillerie.

De luchtdoelartillerie (in het Duits: Flakartillerie, in het Engels: anti-air artillery, Triple A, air-defense artillery) is in staat om vijandelijke helikopters en vliegtuigen uit te schakelen; zij is georganiseerd in het Korps Luchtdoelartillerie. De veldartillerie (in het Duits: Feldartillerie, in het Engels: field artillery) is in staat om van grote afstand vijandelijke installaties en stellingen te beschieten; zij is georganiseerd in zowel het Korps Rijdende Artillerie ('Gele Rijders') als het Korps Veldartillerie.

Beide korpsen van de veldartillerie kennen ieder nog één afdeling, te weten 14 Afdeling Veldartillerie en 11 Afdeling Rijdende Artillerie, beiden gelegerd op de Luitenant-kolonel Tonnetkazerne in ’t Harde.

Verder kan een onderscheid worden gemaakt in  getrokken en gemechaniseerde artillerie. Getrokken artillerie (in het Engels: towed artillery) wordt verplaatst met behulp van een trekkend voertuig, bijvoorbeeld vrachtwagens of pantservoertuigen. Gemechaniseerde artillerie (in het Engels: self-propelled artillery) bestaat uit een vuurmond op een gepantserd onderstel. Gemechaniseerde en gepantserde artilleriestukken – zoals de binnen de KL in gebruik zijnde Panzerhaubitze 2000, de opvolger van de M-109 – worden ook wel pantserhouwitsers genoemd. Zowel PZH2000 als M-109 hanteren kaliber 155 mm.

Tot de artillerie werden ook de (on)geleide raketten die ook Nederland in gebruik heeft gehad, zoals Honest John, Lance en Multiple Launch Rocket System (M.L.R.S., waarvan de laatste 22 exemplaren zijn verkocht aan Finse landmacht) gerekend.

In de 17de eeuw ontstond de behoefte de artillerie te organiseren in eigen legeronderdelen, naast cavalerie en infanterie. In de Republiek der Verenigde Nederlanden werd de artillerie in 1677 op initiatief van (erf)stadhouder prins Willem III ondergebracht in de militaire organisatie. De datum 11 januari 1677 wordt gezien als de oprichtingsdatum van het wapen van de artillerie. Het regiment artillerie binnen het Staatse leger bestond uit zes compagnieën met elk 175 militairen; de eerste regimentscommandant was kolonel Johan de Bije van Albrandsweerd. Hoewel al een jaar later twee compagnieën werden opgeheven, bleef het regiment bestaan.

De eeuwenoude geschiedenis van de artillerie staat onder andere beschreven in de volgende boekwerken:

200 jaar rijdende Artillerie 1793-1994

B. Schoenmaker & J.P.C.M. van Hoof (1993)

75 jaar luchtdoelartillerie 1917-1992

(1992)

De geschiedenis der Rijdende Artillerie

W. Hoek & J.W. van den Hoek (1968)

Het korps luchtdoelartillerie en zijn betekenis voor onze militaire luchtverdediging

W.A. Feitsma (1937)

Moderne artillerie 1 (Alkenreeks nr. 139)

Fred Vos (1968)

Moderne artillerie 2 (Alkenreeks nr. 140)

Fred Vos (1968)

Nederlandse artillerie vanaf 1945

R.W. Hoksbergen & J. Kroon (1998)

Reserve officier der artillerie

P. Antonisse (2005)

Sinte Barbara op de Oldebroeksche Heide. De geschiedenis van het artillerie schietkamp

Tom Bergstra / Oudheidkundige vereniging Arent thoe Boecop (1988)

Vuur in beweging. 325 jaar veldartillerie 1677-2002

J. Hoffenaar en J. de Moor (2002)

Zie ook: danger close, nabijheidsbuis, schokbuis, Sinte Barbara, tempering en tijdbuis.

Terug naar Boven

 

ARTILLERIE SCHIETKAMP OLDEBROEK

Afgekort: ASK.

Walhalla van de artillerie, gelegen op 'De Knobbel', een heuvel tussen Elburg en Epe in het noordoosten van de Veluwe. In 1875 besloot het Ministerie van Defensie de benodigde grond (17,8 km²) te kopen, twee jaar later – op 2 juli 1877 – werd voor de eerste maal op het terrein geschoten door het 1ste Regiment Vestingartillerie. Het ASK is uitgegroeid tot wat nu bekend is als de Legerplaats bij Oldebroek.

Uitzicht over de Oldebroeksche Heide, deel van het ASK

Door interventie van de Eerste Wereldoorlog duurde het tot 1919 voordat het schietkamp werd uitgebreid met de Doornspijkse Heide en er verharde wegen werden aangelegd. In 1922 kreeg het terrein haar huidige naam ASK. Ook de Tweede Wereldoorlog was spelbreker in de ontwikkeling van het ASK: de Duitsers doopten het terrein ‘Truppenübungsplatz Oldebroeksche Heide’ en gebruikten het terrein voor opleidingen en schietoefeningen.

Na WO II kwam het ASK opnieuw tot leven. Hoewel de opleiding van artilleristen eind jaren '60 bijna volledig was geconcentreerd in het Artillerie Opleidingscentrum (AOC) in de Chassékazerne in Breda, werd er geschoten op het ASK. Pas in 1993 waren alle artillerieopleidingen gebundeld op het ASK. Daarna is het AOC opgeheven en ontstond het Opleidings- & Trainingscentrum Vuursteun (OTCVust) op de huidige Legerplaats bij Oldebroek.

Tot op heden verzorgt het OTCVust alle opleidingen op het gebied van grondgebonden vuursteun (artillerie en mortieren) in tal van disciplines, zoals vuurleiding, vuurregeling, vuursteuncoördinatie en doelopsporing met behulp van onder meer onbemande vliegtuigjes (Aladins, Ravens en Sperwers). Daarnaast oefent de infanterie er met mortieren, terwijl de genie het terrein benut met een springput voor explosieven en de Koninklijke Luchtmacht oefeningen in Close Air Support houdt.

Tegenwoordig omvat het Artillerieschietkamp Oldebroek in totaal ± 45 km². Het gebied bestaat uit twee delen die gescheiden zijn door een provinciale weg. Het noordoostelijke deel is een droog gebied met struikheibegroeiingen omgeven door naaldbossen, met hoogteverschillen tussen 26 en 57 meter boven N.A.P. Op het ASK zijn brede zandbanen; als gevolg van de schietoefeningen vertoont de bodem van het doelengebied een patroon van bulten en kuilen.

De heidevegetatie wordt gebrand, omdat vanwege de aanwezigheid van niet ontplofte munitie maaien of plaggen van de heide onverantwoord is. Soms ontstaat er door de schietoefeningen in het doelengebied met auto- en tankwrakken brand. De bedrijfsbrandweer van het ASK (4 tankautospuiten) blust dan de natuurbrand, eventueel geholpen door de brandweer uit omliggende gemeenten. Op 17 april 2003 verwoestte een brand ± 100 hectare, waarbij de harde wind voor een snelle uitbreiding van het vuur zorgde. Een soortgelijke brand op 18 juni 1970 bedreigde het oord ’t Harde, waarbij 6 woningen afbrandden.

Terug naar Boven

 

As

Terreindeel waar de kans op aanwezigheid van de vijand het grootst is. De as (denkbeeldige lijn) door het terrein leidt naar de meest gunstige stellingen vanwaar de vijand de frontlijn kan waarnemen.

In beginsel zullen de middelen ten behoeve van fix (binden van de vijand) en strike (slaan van de vijand) over de as worden gestuurd.

Terug naar Boven

 

ASSESSMENT

Letterlijk: raming, schatting, taxatie.

Beoordeling van een sollicitant cq. werknemer op (ingeschatte) geschiktheid voor een nieuwe cq. andere functie dan wel taak. Het assessment zal in de plaats komen van het traditionele beoordelingsgesprek.

Bij het assessment worden zaken als attitude, bekwaam- en vaardigheden en gedrag beoordeeld die benodigd zijn in het kader van een andere functie. Feitelijk is het assessment een psychologisch onderzoek. Het assessment geeft aan welke competenties al verworven zijn én aan welke competenties nog gewerkt dient te worden.

Om de werknemer de mogelijkheid te geven om zelf een carrière (officier) of loopbaan (onderofficier en manschappen) te sturen zijn het portfolio en het assessment instrumenten.

Zie ook: portfolio.

Terug naar Boven

 

ASYMMETRISCHE OORLOGVOERING

Van symmetrie is sprake als doelen, middelen, organisatie en wijze van optreden van de betrokken oorlogvoerende partijen elkaars spiegelbeeld vormen. In de regel is sprake van asymmetrische oorlogvoering als wordt opgetreden:

binnen staten (intrastatelijk)

met irreguliere krijgsmachten

soms buiten de Conventies van Genève

Asymmetrische oorlogvoering kenmerkt zich verder door:

gebruikmaking van geïmproviseerde, lichte en/of laagtechnologische bewapening

irregulier optredende bendes / facties / groeperingen / milities

weinig morele of politieke remmingen

Asymmetrische oorlogvoering vraagt om een andere manier van opereren van de krijgsmacht, iets waarvoor de meeste krijgsmachten nog onvoldoende zijn toe- en uitgerust.

Na het einde van de Koude Oorlog is het aantal intrastatelijke (in plaats van interstatelijke) conflicten steeds meer toegenomen, waarbij ook nieuwe en onconventionele middelen werden ingezet, burgerdoelen werden aangevallen en alle regels (van de Conventie van Genève) overboord lijken te zijn gegaan. Het bekendste voorbeeld hiervan is de oorlog in (voormalig) Joegoslavië (1991-1995).

De mondialisering heeft de mogelijkheden voor de asymmetrische oorlogvoering aanmerkelijk vergroot, met als triest dieptepunt de aanslagen op 11 september 2001 door Al-Qaida in de Verenigde Staten.

Een oud voorbeeld van asymmetrische oorlogvoering is het bijbelse verhaal (1 Samuel 17) van de herder David die de reus Goliath verslaat.

Zie ook: irregulier optreden, lineair gevechtsveld, regulier optreden en symmetrische oorlogvoering.

Terug naar Boven

 

A-TEAM

Amerikaanse cult-serie uit de jaren 1983-‘87, toen in vijf seizoenen in totaal 98 afleveringen over de Vietnam-veteranen zijn uitgezonden. De laatste aflevering werd op 8 maart 1987 uitgezonden. Voor de Amerikaanse National Broadcasting Company (NBC) was de serie, samen met The Cosby Show en Miami Vice, de grote publiekstrekker. The A-Team haalde NBC uit de dalende kijkcijfers en bleek uiteindelijk zelfs één van de grootste tv-successen ooit. De serie is in Nederland vele malen herhaald op diverse zenders.

Hoofdrolspelers zijn Colonel John ‘Hannibal’ Smith (George Peppard), Captain ‘Howlin’ Mad’ Murdock (Dwight Schultz), Lieutenant Templeton ‘Face(man)’ Peck (Dirk Benedict) en Sergeant Bosco ‘B(ad) A(ttitude)’ Baracus (Lawrence Tureaud a.k.a. Mr. T.).

Kolonel Smith is de stijlvolle, sigarenrokende rasvermommer met de cliché-uitdrukking “I love it when a plan comes together”. Hij heeft altijd een plan van aanpak, al dan niet werkend. Smith, Peck en Baracus dienden bij 5th Special Forces Group (Airborne). Kapitein Murdock is de knotsgekke Huey-piloot zonder Special Forces-opleiding, luitenant Peck de attractieve gladde prater en sergeant Baracus de kettingen en ringen dragende monteur met vliegangst en een hekel aan officieren; ook is hij chauffeur van de GMC-bus.

Na hun missie in Vietnam worden de oud-commando’s van het Alpha-Team van 5th Special Forces Group (Airborne) gevangengezet voor een overval op de Bank of Hanoi; in 1972 ontsnappen ze en duiken onder in Los Angeles. Nog steeds worden ze gezocht door de regering, achtereenvolgens door Colonels Lynch en Decker. Ze overleven door de meest uiteenlopende klussen uit te voeren als huurlingen om mensen te helpen die onrecht wordt aangedaan: “If you have a problem, if no one else can help, and if you can find them, maybe you can hire the A-Team."

Het script van The A-Team is geschreven door Stephen J. Cannell en Frank Lupo; aanvankelijk rond de rol van Mr. T. in de speelfilm ‘Rocky III’ (1982, Sylvester Stallone). Uiteindelijk kreeg George Peppard de hoofdrol. De boeken over The A-Team van Charles Heath – in het Nederlands vertaald door Wim van den Hout – zijn het gevolg van de tv-serie.

Terug naar Boven

 

AT-4

De AT-4 is van origine een Zweedse antitankraket voor de korte dracht, d.w.z. tot 600 meter, en wordt ook M-136 genoemd. De AT-4 is disposabel en wordt sinds 1986 geproduceeerd. Binnen de Amerikaanse krijgsmacht was de AT-4 de vervanger voor de M-72 LAW (Light Antitank Weapon).

De AT-4 wordt in de Verenigde Staten in licentie gebouwd door Honeywell. Bij de Koninklijke Landmacht is de AT-4 tot op groepsniveau ingedeeld; medio 2004 wordt het antitankwapen gefaseerd vervangen door het project SRAT (Short Range Anti-Tank).

Specificaties:

effectief bereik

300 meter

gevechtslading

HEAT (High Explosive Anti-Tank)

gewicht raket

3 kg

kaliber

84 mm (3,31 inch)

lengte

100 cm

pantserdoorboring

30 cm

snelheid

1.080 km per uur (300 meter per seconde)

totaalgewicht

6 kg

Zweden eiste in juli 2009 opheldering van Venezuela over de vraag hoe Zweedse antitankwapens bij de Colombiaanse guerrillabeweging FARC zijn beland. Colombia maakte op 27 juli 2009 bekend dat zijn militairen in een veroverd FARC-kampement wapens hadden gevonden, vervaardigd door Saab Bofors Dynamic. Jane's Intelligence Weekly identificeerde de wapens als AT-4’s. De AT-4’s zijn in de jaren ‘80 door Zweden voor 474 miljoen krona (€ 45 miljoen) geleverd aan de Venezolaanse krijgsmacht, met als eis dat ze niet zouden worden doorgesluisd naar derden. Op verzoek van de Verenigde Staten levert Zweden sinds 2006 geen wapens meer aan Venezuela.

Zie ook: Bunkerfaust en Panzerfaust-3.

Terug naar Boven

 

AUTO-INJECTOR

Levensreddend antigif tegen zenuwblokkerende strijdmiddelen (zenuwgassen) waarover militairen in oorlogstijd beschikken (3 stuks). Bij de verschijnselen van een zenuwgasvergiftiging kan de militair zichzelf of een kameraad een injector met een mix van 2,4 mg atropine(sulfaat), 220 mg obidoxim dichloride en 10 mg pro-diazepam toedienen. Het toedienen vindt plaats na (het optreden van vergiftigingsverschijnselen na) besmetting met een zenuwgas. De vergiftigingsverschijnselen zijn:

aerosol of damp

pupilvernauwing en slecht zien (schijnbare duisternis)

vloeistof

(onverklaarbare) spiertrillingen op de plaats van besmetting

Een overzicht van alle vergiftigingsverschijnselen:

 

VERGIFTIGING

 

VERSCHIJNSELEN

Licht

  • kleine spiertrekkingen
  • rhinorroe (loopneus)
  • verhoogde speekselvloed
  • zeer nauwe pupillen bij directe blootstelling van de ogen

Matig / Mild

  • door overmatige afscheiding van vocht in mond, keel, neus en longen, alsook door aantasting van de ademhalingsspieren wordt de ademhaling bemoeilijkt
  • heftige spiertrekkingen en -krampen
  • miosis (pupilvernauwing)

Ernstig

  • dreigende verstikking
  • heftige stuiptrekkingen over het gehele lichaam

De 3 auto-injectoren zijn in oorlogstijd opgeborgen in de opberglus in het grote vak aan de brede zijde van de draagtas NBC-masker. Onmiddellijk na de blootstelling aan een zenuwgas wordt deze beschermende maatregel in het kader van Zelfhulp en Kameradenhulp (ZHKH) als volgt uitgevoerd:

  • zo mogelijk (NBC-)ontsmetten van de te injecteren militair
  • intramusculair toedienen van de eerste auto-injector (spierbundel buitenkant bovenbeen); aansluitend medische hulp zoeken
  • is na 15 minuten géén medische hulp gevonden en/of houden de klachten/symptomen aan: tweede auto-injector toedienen
  • houden na opnieuw 15 minuten de klachten/symptomen aan: derde en laatste auto-injector toedienen
  • van de lege auto-injector wordt de naald omgebogen; vervolgens worden de lege auto-injectoren heropgeborgen op de organieke plaats (draagtas NBC-masker), zodat kan worden nagegaan hoeveel injecties zijn toegediend

In geval van kameradenhulp moeten alle drie auto-injectoren van het slachtoffer zonder tussenpozen worden toegediend.

De auto-injector brengt, nadat de grijze veiligheidsdop is verwijderd, een naald naar buiten. Daarna wordt de auto-injector met het zwarte eind van de auto-injector op de buitenkant van het bovenbeen geplaatst, waarna automatisch 1,4 tot 2 ml vloeistof in het bovenbeen wordt geïnjecteerd. De auto-injector dient 10 seconden op dezelfde plaats te worden gehouden.

De inhoud van de auto-injector is vorstgevoelig. Bij temperaturen rond en onder het vriespunt moeten de injectoren uit de draagtas NBC-masker worden gehaald en, dicht tegen het lichaam, in de borstzak van de gevechtskleding worden opgeborgen. Bevroren injectoren moeten zo snel mogelijk worden geruild.

Er bestaat een risico dat ten onrechte auto-injectoren worden gebruikt, bijvoorbeeld bij overdosering of na een vals gegeven zenuwgasalarm. Vooral door atropine treden dan de volgende verschijnselen op:

  • droge mond
  • hypertensie (verhoging van de bloeddruk)
  • hyperthermie (verhoging van de lichaamstemperatuur)
  • mydriasis (vergrote pupillen)
  • tachycardie (verhoging van de hartfrequentie)
  • vertraging van urinelozing en stoelgang

Bij het optreden van een droge mond mag nooit een tweede injectie worden toegediend op gevaar van een ernstige verstoring van de warmteregulatie.

Terug naar Boven

 

AUTOMATISCHE GRANAATWERPER

In het Duits: H&K Granatmaschinenwaffe (GMW). In het Engels: H&K Grenade Machine Gun GMG).

De Heckler & Koch automatische granaatwerper (© foto: Heckler & Koch)

De Heckler & Koch automatische granaatwerper (AGW) wordt gefabriceerd door Heckler & Koch in Obendorf/Neckar in Duitsland. De AGW is een veelzijdig vuursysteem tegen ongepantserde en licht-gepantserde gronddoelen met het fragmentatie-effect van mortiermunitie. Het wapen kan worden ingezet vanaf een driepootaffuit of gemonteerd op een voertuig (Fennek, MB) of in een helikopter.

In 2006 zijn door de Koninklijke Landmacht 18 AGW’s aangekocht, waarvan er 15 binnen het inzetgebied van ISAF Stage-III in Afghanistan zijn ingestroomd: 11 naar de Battle Group, 4 naar het Korps Commandotroepen.

Specificaties:

aanvangsnelheid granaat

240 meter per seconde

gewicht

29 kg

kaliber

40 mm x 53

laddervizier (mechanisch)

Tot 1.500 meter

lengte loop

41,5 cm

lengte wapen

109 cm

maximale dracht

± 2.200 meter

maximale effectieve dracht

± 1.500 meter

munitiekistje PA120

32 geschakelde patronen

vuurmogelijkheden

S (enkelschots vuur), 3 (3 round burst), F (automatisch vuur)

vuursnelheid

340 schoten per minuut

Onder operationele omstandigheden wordt High Explosive – Pre-Formed Fragments - Tracer (HE-PFF-T) munitie gebruikt, met een dodelijke scherfwerking in een straal van 6 meter, die in een straal van 25 meter zorgt voor verwondingen.

Zie ook: granaatwerper HK-AG36.

Terug naar Boven

 

AUTORISATIESTAAT (AS)

Afgekort: AS. Lijst van materieel en/of middelen die al dan niet geautoriseerd zijn voor een eenheid, organisatiedeel e.d.

De autorisatiestaat kan deel uitmaken van een Organisatietabel en Autorisatiestaat (OTAS) van een eenheid, waarbij de organisatietabel het personele deel en de autorisatiestaat het materiële deel vertegenwoordigt.

Binnen de Koninklijke Landmacht worden verschillende soorten autorisatiestaten gehanteerd:

AS-009

Persoons Gebonden Uitrusting (PGU).

AS-01

A(lgemene) D(ienst)-artikelen die in de organisatietabel en autorisatiestaat (OTAS) zijn opgenomen. Artikelen die zijn gebonden aan het elementair codenummer (ELCO) van de eenheid, het bouwsteenvolgnummer van de functie en de categorie functie die wordt vervuld.

AS-21

Onderhouds- en schoonmaakartikelen. Behoren tot de categorie klasse III. Ook wel 'Miep Kraak-artikelen' genoemd.

AS-84

Extra middelen ten behoeve van legering, bijvoorbeeld tijdens oefening, zoals boogtenten, brandblussers, grondzeilen, stoelen, tafels, tentkachels en verlichtingssets. Ook wel veldlegeringsartikelen genoemd.

Terug naar Boven

 

AVANCEREN

Verouderde krijgstaal, ontleend aan het Frans, met verschillende betekenissen:

  • als militaire manoeuvre: voorwaarts gaan; oprukken; in een charge ten aanval gaan; aanvallen; attaqueren.
  • bevorderen; in rang verhogen (avancement).
  • bij de artillerie: de monding van een stuk geschut van de vijand afkeren.

Toepasselijk citaat: “Hy (een legeraanvoerder) is den eersten in het aenvallen, ende den lesten in het retireren” – Jhr. Richard Verstegen (1590-1640) in ‘Scharpzinnige Characteren’ (1619)

Zie ook: retireren.

Terug naar Boven

 

A.V.P.U.-SCORE

Afkorting die staat voor “Alert, Verbal, Pain, Unresponsive”.

De AVPU-score is een manier om in het eerste onderzoek van het Advanced Trauma Life Support-protocol de bewustzijnsgraad van een slachtoffer te bepalen:

A
Alert
Alert; oplettend; waakzaam
V
Verbal
Reageert op aanspreken (geluid)
P
Pain
Reageert op een pijnprikkel
U
Unresponsive
Reageert niet op een pijnprikkel

Terug naar Boven

Laatste update: 20.01.2010->->->