Inhoudsopgave A
Terug naar de homepage
 

Maak uw keuze uit de hieronder getoonde lijst

 

AALMOEZENIER

Baretembleem van de aalmoezenier

Duits: Almoner. Engels: chaplain. Frans: aumônier. Afgekort: aal.

Een aalmoezenier (van het Middeleeuws Latijn eleemosynarius” ) is een geestelijk verzorger – afgekort GV’er – die binnen de krijgsmacht is belast met de zielzorg van de rooms-katholieke militairen. Na de Reformatie (16de eeuw) namen protestantse vorsten de aalmoezenier - onder de toenmalige benaming 'capellanus' (waarin het hedendaags "kapelaan" kan worden ontdekt) in dienst om het personeel "geestelijk overeind te houden".

Vanaf de 17de eeuw, toen de kerkelijke hervormingen onverbiddelijk bleken, trok de capellanus als veldprediker mee met de legertros - het logistieke deel van het leger - tezamen met bijvoorbeeld de marketentster en de uitvaartondernemer.

De aalmoezenier – de rooms-katholieke priester / veldprediker - treedt binnen de Defensieorganisatie als geestelijk leidsman op, evenzeer als de dominee, humanistisch raadsman, pandit en rabbijn voor respectievelijk protestanten, humanisten, hindoes en joden.

De aalmoezenier en zijn collega-geestelijken voorzien niet alleen tijdens een uitzending 24 / 7 (24 uur per dag, 7 dagen per week) in geestelijke hulp, zij nemen ook het pastoraat op zich op militaire complexen en ten behoeve van de troepen te velde.

Op het baretembleem van de aalmoezenier prijkt een kruis met daaromheen de tekst “In Hoc Signo Vinces” (“In dit teken zul je overwinnen”). Deze woorden zijn van de Romeinse keizer Constantijn de Grote. In 312 versloeg hij Maxentius bij Rome. Vóór de veldslag had hij een religieuze ervaring, waarbij hij een kruis aan de hemel had gezien met als onderschrift deze woorden.

Zie ook: marketentster.

Terug naar Boven

 

AAN- EN AFVOERTROEPEN

 

Terug naar Boven

 

AANROEPPROCEDURE

Ook genaamd: aanroep-aanhoudprocedure, aanroepingsprocedure, aanroepwoord-wederwoord of wachtwoord-wederwoord (Engels: challenge-response of challenge-reply).

Vorm van waarmerking. Het aan een persoon hoorbaar toefluisteren van een aanroepwoord (ene deel van een wachtwoordcombinatie), dat in het positieve geval wordt beantwoord met een bij die wachtwoordcombinatie passend wederwoord. Het wederwoord kan alleen juist worden beantwoord door personen die dit kennen dan wel is ontfutseld van personen die dit kennen.

De procedure is voorgeschreven om een persoon, onder (mogelijk) bedreigende omstandigheden, staande te houden en op aanroepafstand te identificeren als eigen of onbekend. Hierbij wordt aan de zijde van eigen troepen gehandeld vanuit een gewapende (wacht)post, bijvoorbeeld een waarnemings- en luisterpost (WLP).

De aanroepprocedure wordt gebruikt om er (99,9%?) zeker van te zijn dat uit een (wacht)post gestuurd personeel – bijvoorbeeld een patrouille - bij terugkomst positief kan worden geïdentificeerd als eigen troepen. In het verlengde betekent dit dat negatieve identificatie van onbekende, potentieel vijandelijke troepen die de post naderen, door leden van de post wordt vergemakkelijkt, waarna hierop adequaat kan worden gereageerd.

Na het laten halt houden van de onbekende op een punt waar hij onder schot kan worden gehouden én de leden van de post niet kan zien – achtereenvolgens door de commando’s “Halt, wie daar?”, “Kom nader” en “Halt” – wordt het aanroepwoord toegefluisterd.

Bij een onjuist of achterwege blijvend wederwoord, wordt de onbekende onder schot gehouden. Afhankelijk van de (vervolg)opdracht, is het in het uiterste geval mogelijk dat gericht vuur wordt uitgebracht op de onbekende.

Bij een juist wederwoord, kan de persoon de post links of rechts passeren en via de achterzijde plaatsnemen in de post. Draag er hierbij zorg voor dat geen onbekenden proberen de post binnen te dringen door zich heimelijk aan te sluiten.

De aanroepprocedure staat omschreven in de wachtconsignes, ROE en/of SOP (Vaste Order).

Een voorbeeld van het toepassen van de aanroepprocedure voor eigen troepen die (nagenoeg) geen Engels spreken, is afkomstig van het Korps Mariniers. Hiervoor werd de ‘McDonald’s/ Pizza Hut- methode’ gebruikt.

Deze procedure ging als volgt:

Challenge: “Do you know McDonald’s?”
Reply: “No, but I know Pizza Hut!”.

Bron: Qua Patet Orbis, magazine van het Korps Mariniers, jaargang 2006, nummer 2, artikel ‘Marinierskazerne Savaneta. Caribe 2006’.

Terug naar Boven

 

AANSCHRIJVING

Schriftelijk bevel, in tegenstelling tot een mondeling bevel. De aanschrijving is een formele bevelsuitgifte die in hardcopy of per e-mail in de commandantenlijn wordt toegezonden.

Aanschrijvingen bestaan op alle niveaus, vanaf de Minister van Defensie tot en met bataljonsniveau. Zo kent Defensie onder andere de Aanschrijving Gereedstelling Commandant der Strijdkrachten (AGCDS), de Aanschrijving Commandant Landstrijdkrachten (C-LAS) en de BPB-aanschrijving.

AGCDS

Deel van het Defensieplan. Wordt verstrekt aan de Operationele Commando’s (OpCo’s). Hierin draagt de CDS de OpCo’s op om op een bepaald moment in de tijd operationeel gerede eenheden beschikbaar te hebben en te houden en inzetgerede eenheden te leveren.

BPB-aanschrijving

Aanschrijving in het kader van Beleids-, Plannings- en Begrotingsprocedures. Wordt opgesteld door de CDS. Hieraan leveren de beleidsverantwoordelijken een bijdrage.

Terug naar Boven

 

AANVAL

Synoniem: offensief. Niet een enkel aanvallend gevecht, maar de gehele wijze van offensief oorlogvoeren dan wel een oorlog waarin de eigen troepen als aanvaller optreden. In de praktijk is het doel van een aanval een vijandelijk gebied, oord of stelling te vermeesteren dan wel vijandelijke strijdkrachten af te tasten of uit te schakelen.

De aanval kan worden ingedeeld in fasen. Aan het einde van elke fase veranderen bepaalde kenmerken in de gevechtshandelingen, zoals formatie, groepering, richting en wijze van optreden. Omdat een gevechtsvorm een dynamisch en fluïde proces is, lopen de fasen in elkaar over.

Voorbereidende (inleidende) beschieting

Voorbereid en verrassend vuur, kort voor een aanval af te geven volgens een tevoren vastgesteld tijdschema, met als doel de gevechtskracht van de vijand zo aan te tasten, dat hij geen beslissende invloed meer kan uitoefenen op de inbraak.

Naderingsmars

Fase vanaf het begin van de aanval tot de inbraak.

Inbraak

Fase in de aanval waarin een vijandelijke opstelling wordt binnengedrongen.

Soorten aanvallen zijn onder andere een aanval na voorbereiding, demonstratie (schijnaanval, niet te verwarren met misleidingsaanval), doorbreking, frontale aanval, gelegenheidsaanval, misleidingsaanval, omtrekking, omvatting op de flank, omvatting in de rug, tegenaanval en tegenvoorbereidingsaanval.

Aanval na voorbereiding

Deliberate attack

Een aanval waarbij de vijand wordt aangegrepenmet een goed voorbereide en gecoördineerde inzet van manoeuvre en vuursteun.
Zie ook: gelegenheidsaanval.

Demonstratie

Demonstration

Aanval of een manoeuvre om de vijand te misleiden, zonder daarbij het gevecht aan te gaan.

Doorbreking

Penetration

Aanval waarbij door de verdediging wordt gedrongen en het vijandelijke verdedigingssysteem wordt ontwricht.

Frontale aanval

Frontal attack

Een aanval die wordt gericht op het front van de vijand over vrijwel de volle breedte.

Gelegenheidsaanval

Hasty attack

Aanval waarin snelheid centraal staat om een gunstige gelegenheid uit te buiten.

Hoofdaanval

Main attack

Aanval gericht op de vermeestering van het opgedragen aanvalsdoel.

Misleidingsaanval

Feint

Aanval met als doel het afleiden van de aandacht van de vijand door met hem het gevecht buiten het zwaartepunt aan te gaan.

Omtrekking

Turning movement

Aanval waarbij het zwaartepunt wordt gericht op aanvalsdoelen in de diepte, zodat de vijand in zijn zwaartepunt gedwongen wordt zijn weerstand op te geven.

Omvatting

Envelopment

Aanval waarbij het zwaartepunt wordt gericht op de flank en/of de rug van de vijand.

Tegenaanval

Counter attack

Een in het operatieplan al dan niet voorziene aanval met het doel de gevechtskracht van de aanvaller uit te schakelen, verloren gegaan terrein te hernemen of ingesloten eigen troepen te ontzetten.

Tegenvoorbereidingsaanval

Spoiling attack

Offensieve actie met als doel een vijandelijke aanval ernstig te ontwrichten, door aan te vallen wanneer de vijand nog bezig is met zijn voorbereiding of ontplooiing.

Terug naar Boven

 

AANVALLEND GEVECHT

Duits: Angriff. Engels: attack. Frans: attaque. Een van de drie gevechtsvormen. Afhankelijk van het niveau waarop strijd wordt geleverd aangeduid met aanvallende gevechtsacties, aanvallend gevecht of offensief. De correcte naamgeving voor (grote) eenheden en formaties is:

Eenheden (bataljon en lager)

aanvallende gevechtsacties

Grote eenheden (brigade en divisie)

aanvallend gevecht

Formaties (legerkorps en hoger)

offensief

Frontale aanval.

Doel is het vermeesteren van een tactisch essentieel gebied of terreindeel. Hierbij wordt de vijand zowel de mogelijkheid als de wil ontnomen om verder tegenstand te bieden.

Kenmerkend voor het aanvallend gevecht zijn:

concentratie van eigen middelen

initiatief

snelheid

verrassing

In het aanvallend gevecht worden drie manoeuvrevormen onderscheiden:

doorbreking

Zie verder: doorbreking.

omtrekking

Tijdens het naderen van het aanvalsdoel op zodanige afstand om de flanken van de vijandelijke verdedigingverplaatsen, dat vóór het bereiken van het aanvalsdoel géén gevechtscontact plaatsvindt. Bekenste vorm van de omtrekking is zo’n aanval, uitgevoerd met zowel neven- als schijnaanvallen.

omvatting

Aanvallen op de flank of in de rug van (een deel van) de vijandelijke verdediging. Bekendste vorm van de omvatting is de tangbeweging in de rug van de vijand (enkele omvatting), uitgevoerd met nevenaanvallen. De dubbele omvatting vindt op twee flanken plaats.

Tactsiche tekens voor de aanval voor gebruik op oleaten e.d.:

Geplande aanvalsrichting

 

Hoofdaanvalsrichting

 

Richting van de misleidingsaanval

 

Richting van de aanval van een ondersteunend element

 

Geplande aanvalsroute

 

Hoofdaanvalsroute

 

Route van de misleidingsaanval

Aanvalsroute van een ondersteunend element

Zie ook: advance to contact, inbraak, omtrekking, omvatting, verbonden wapens, verdedigend gevecht en vertragend gevecht.

Terug naar Boven

 

AANVULCENTRUM

Afgekort: AC. Engels: Forward Supply Centre. Vooruitgeschoven logistieke inrichting die, volgens het concept Fysieke Distributie (FD), wordt ontplooid wanneer de werkvoorraad van een te ondersteunen eenheid niet tijdig vanuit het voorraadcentrum (VC) kan worden bevoorraad. In deze flexibele logistieke installatie worden zgn. missiekritieke goederen daarom tijdelijk mobiel (“op de wielen”) gehouden om het verbruik van de te ondersteunen eenheid te compenseren; daartoe wordt het AC tijdens een lopende actie onder bevel gesteld van deze eenheid.

Het AC bevindt zich dicht bij de gebruikende eenheid, waardoor de generieke logistieke keten – de goederenstroom via depot, groupagepunt, POE, POD, VC en AC naar gebruikende eenheid – naar én in het operatietoneel is gegarandeerd. Ligging (locatie) en inrichting van het AC zijn gebaseerd op de levertijdeisen die de gebruikende eenheid stelt. Na compensatie van het verbruik zal het AC, afhankelijk van de situational awareness, geheel of gedeeltelijk worden teruggetrokken naar het VC.

Een AC kan klantgebonden of regionaal zijn: een klantgebonden AC wordt expliciet gekoppeld aan een eenheid en volgt haar beweging, een regionaal AC ondersteunt in een bepaald gebied alle eenheden.

Terug naar Boven

 

ABCD-PROTOCOL

Zie: Advanced Trauma Life Support.

Terug naar Boven

 

A.B.O.H.Z.I.S.

Afkorting van de onderdelen van het militair geneeskundig (keurings-)onderzoek:

A

Algemene fysieke toestand

B

Bovenste ledematen en nek

O

Onderste ledematen en rug

H

Horen

Z

Zien

I

Intelligentie

S

(Psychische) Stabiliteit

De eisen kunnen verschillen per krijgsmachtdeel, wapen of dienstvak en bestaan uit minimaal een ABOHZIS-classificatie, welke helpt bij de indeling cq. plaatsing van de gekeurde militair. De mate van geschiktheid wordt voor iedere rubriek afzonderlijk vastgesteld.

De waarderingen voor elk van de rubrieken worden door de keuringsartsen uitgedrukt in de cijfers 1 (best) tot en met 5 (slechtst). Bekend is de geestelijk zeer labiele ‘S5’, welke een afkeurinsgrond is. "S5, psychisch instabiel, mocht het dan meest berucht zijn, feit is dat er meer jongens werden afgekeurd wegens onvoldoende intelligentie. In 1978 werd bij 7,4 % bij de keuring met I 5 afgekeurd terwijl slechts 2,4 % met S5 naar huis werd gestuurd." (bron: ' Voorgoed ongeschikt', VPRO).

Zie ook: P.S.I.V.C.A.M.E.

Terug naar Boven

 

A BRIDGE TOO FAR

Nederlands: een brug te ver. Nederlandse vertaling van het boek ‘A Bridge Too Far’ (1974) van Cornelius Ryan. Het boek vertelt het verhaal van Operation Market Garden, de mislukte geallieerde poging om door de Duitse linies rond Arnhem te breken.

De boektitel komt van het commentaar dat de Britse generaal Browning, plaatsvervangend commandant 1 (UK) Airborne Army, vóór de operatie gaf aan veldmaarschalk Montgomery: “I think we may be going a bridge too far."

Ryan’s boek werd in 1976 verfilmd en uitgebracht in ’77 door regisseur Richard Attenborough.

In de hoofdrollen spelen Hartmut Becker, Dirk Bogarde, James Caan, Michael Caine, Sean Connery, Edward Fox, Elliott Gould, Gene Hackman, Anthony Hopkins, Hardy Krüger, Laurence Olivier, Ryan O'Neill, Robert Redford, Maximilian Schell en Liv Ullmann.

De zinsnede wordt overdrachtelijk gebruikt voor iets dat te hoog gegrepen is of lijkt, een te groot zelfvertrouwen of zelfoverschatting.

Terug naar Boven

 

ABSEILING

Zich op gecontroleerde wijze met behulp van een dubbele lijn laten afdalen. De dubbele lijn wordt op een bepaalde manier rondom het bovenlichaam gewikkeld en in het midden vastgemaakt aan een vast punt op de hoogte waarvan wordt afgedaald.

Bij abseiling wordt tenminste gebruikgemaakt van een remmende afdaalacht om beide lijnen én, voor de veiligheid, van een carabiner, die is vastgemaakt aan klimgordel / broekje van de afdaler. Met de afdaalacht kan de afdaler zichzelf aan de lijnen vast- en losmaken. Daarnaast draagt de afdaler handschoenen.

Binnen de krijgsmacht wordt abseiling gebruikt bij het werken op hoogte én met helikopters:

uit een hoverende helikopter

uit gebouwen

vanaf steile wanden van bergen en heuvels

Afdaalacht.

De techniek van abseiling vanuit een helikopter (alternatieve deplane of heli-rappel) kan, in tegenstelling tot fast roping, door combat ready troops (met volledige bepakking) worden uitgevoerd. Vanuit een helikopter kan abseiling, soms met behulp van een abseil / lier-installatie, worden benut om zich snel toegang te verschaffen tot gebouwen en bij reddingsoperaties.

De Koninklijke Landmacht kent de Helicopter Abseil & Roping Course (HARC), waar onder andere abseiling wordt aangeleerd.

Zie ook: fast roping.

Terug naar Boven

 

ACCLIMATISEREN

Speciaal programma, gedurende een paar dagen tot een week, om uit te zenden personeel zo snel en effectief mogelijk inzetgereed te maken voor het werken onder koudere of warmere klimatologische omstandigheden. Met het begeleiden van de militairen zodat zij geleidelijk aan kunnen wennen aan het warmteverschil met Nederland, wordt de kans op medische complicaties en/of personeelsuitval sterk gereduceerd.

De personele gewenningsperiode aan de gemiddelde weerstoestand in een koudere of warmere landstreek wordt onderkend als een operationele noodzaak.

Hierbij wordt onder andere aandacht besteed aan drinkbeleid, effect van luchtvochtigheid, opbouwende fysieke training met gewenning aan het dragen van de complete persoonlijke uitrusting (helm, ops-vest, scherfwerend vest en scherfwerende bril), lessen in het voorkomen en behandelen van koude- of warmteletsel en aangepaste werk- en rusttijden.

Voor de troepen van de Task Force Uruzgan (TFU) van de International Security Assistance Force (ISAF) in Uruzgan vindt het acclimatiseren volgens plan vanuit New Dutch Camp op het vliegveld van Al Minhad, 30 km ten zuiden van Dubai in de Verenigde Arabische Emiraten. Op het Air Point of Debarkation (APOD) Al Minhad – van waaruit in 2002 ook al een Lockheed P3-CII maritiem patrouillevliegtuig van de Koninklijke Marine aan Operation Enduring Freedom bijdroeg – zetelen zowel het Joint Support Detachement (JSD) als het Acclimatimatiseringsondersteuningsdetachement (Acclostdet). Van hieruit worden de uit te zenden militairen per Hercules C-130 en Galaxy C-17 vervoerd naar het inzetgebied.

Terug naar Boven

 

ACCURACY

Voluit: Accuracy International Artic Warfare Magnum (AIAWM) .338 (inch). Traditioneel Brits sniperwapen volgens het grendelprincipe - en dus geen (half)automatisch wapen - waarbij voor elk schot handmatig een patroon in de kamer moet worden gebracht. De Accuracy is vanaf 1997 ingevoerd bij het Korps Commandotroepen én bij zowel verkenners als schutters-lange-afstand van 11 Air Manoeuvre Brigade Air Assault.

Een schutter-lange-afstand (SLA) kan met de Accuracy International over afstanden van 800 meter selectieve doelen uitschakelen of tot 1.000 meter afstand storend vuur afgeven.

Specificaties:

aanvangssnelheid

915 meter per seconde

afmetingenmaximaal 1 meter 31 (verstelbare schoudersteun)

effectieve dracht

800 meter

gewicht wapen

7,5 kg (incl. patroonhouder, richtkijker en voorsteun)

kaliber

.338 Lapua Magnum (8,6 x 70)

kogelgewicht

250 grains (16,2 gram)

lengte loop

68,6 cm

trekkerdruk15 tot 20 N (max. iets meer dan 2 kgdruk)

veiligheidspal

safe, slagpinveiligheid en vuur

De Accuracy is betrouwbaar tot en met een temperatuur van -40°. De loop is gemaakt uit roestvrij staal. Het wapen is voorzien van een inklapbare kolf

Binnen het Korps Commandotroepen zijn ook enkele Accuracy’s in het kaliber 7.62 x 51 in de bewapening.

Zie ook: schutter lange afstand.

Terug naar Boven

 

A.C.E.

Binnen de U.S. Army een rapportage na een actie, waarbij ondercommandanten aan hun commandant de status doorgeven van munitie, slachtoffers en uitrusting binnen hun eenheid.

De rapportage valt samen met het traditionele “koppen tellen” (headcount) en het checken van gevoelig materieel, zoals NVG’s, richt- en zichtmiddelen, wapens e.d. De team leader rapporteert de squad leader, de squad leader de platoon leader enzovoorts.

 

Rapportage “GREEN”

A

Ammunition

Iedereen heeft nog tenminste 2 volle patroonmagazijnen.

C

Casualties

Géén slachtoffers, d.w.z. gewonden noch gesneuvelden.

E

Equipment

Alle uitrustingsstukken zijn aanwezig, niets is vermist geraakt.

Terug naar Boven

 

À CHEVAL

Te paard: gezeten op de rug van een paard. De militaire term “à cheval” werd vroeger – toen wielrijders- en hippische eenheden nog veelvuldig in het militaire landschap voorkwamen – genoemd in bevelen of verslagen om aan te geven dat een eenheid op de fiets dan wel opgestegen te paard was aangetreden of optrad.

Behalve dat de militairen bereden waren, kon er ook mee worden bedoeld dat bij een eenheid, zoals in Nederland het Korps Rijdende Artillerie (Gele Rijders), de stukken door paarden werden getrokken (artillerie à cheval); bij de bereden artillerie werden de stukken eveneens door paarden getrokken, maar werden de manschappen op het rijdend materieel vervoerd.

De benaming “à cheval” werd ook gebruikt om een militaire eenheid te duiden die door een natuurlijke of kunstmatige grensscheiding – zoals een (spoor)weg, cordon, demarcatielijn of rivier – was gesplitst. Dit werd een “positie à cheval” genoemd – een positie die menig generaal hoofdbrekens bezorgde.

Terug naar Boven

 

A.C.I.D.O.T.

Het lichamelijk onderzoek - na de anamnese en voorafgaand aan het aanvullend onderzoek van de patiënt - begint met het ezelsbruggetje ACIDOT:

Anemie

Bloedarmoede

Bleke lippen en slijmvliezen door een tekort aan bloedkleurstof of rode bloedcellen

Cyanose

Blauwzucht

Blauwe verkleuring van huid, tong en slijmvliezen t.g.v. een overschot aan bloedkleurstof zonder zuurstof

Icterus

Geelzucht

Gele verkleuring van oogwit en huid t.g.v. een overschot aan galkleurstof in het bloed

Dyspnoe

Benauwdheid; kortademigheid

Onaangenaam, angstig gevoel dat de ademhaling tekort schiet

Oedeem

Waterzucht

Abnormale hoeveelheid vocht en/of zouten binnen en buiten de cellen die zichtbaar is als een vochtophoping onder de huid t.g.v. een slecht functionerend hart

Turgor

Spanning van de huid

Na oppakken en weer loslaten van een huidplooi blijkt de hoeveelheid vocht in de huid te laag (braken, diabetes, diarree) of te hoog (onderhuidse bloeding of ontsteking)

Terug naar Boven

 

ACHTERGEBIEDSOPERATIE

IDuits: Operationen im rückwärtigen Gebiet. Engels: rear battle. Term die met name van toepassing is op het gevecht tijdens de Algemene Verdedigingstaak (AVT).

Operatie, veelal in het (OPCO-)achtergebied – d.i. het gebied waar daadwerkelijk het gevecht wordt gevoerd – die is gericht op het verzekeren van:

(her)bevoorrading eigen eenheden

beveiliging eigen eenheden

eigen vrijheid van handelen

Gevechtsvoerder van de achtergebiedsoperatie, zowel in de planning als in de uitvoering. is de plaatsvervangend commandant van het OPCO (Operationele Commando) - voorheen divisie.

Doel van de achtergebiedsoperatie is het scheppen van zo gunstig mogelijke voorwaarden voor de eigen nabijoperatie. De voorwaardescheppende activiteiten hebben allen plaats in het divisie-achtergebied, waar met name allerlei logistieke activiteiten plaatsvinden die ervoor zorgdragen dat het gevecht kan worden gecontinueerd. Reserves moeten tijdig worden aangevoerd en gealloceerd.

De achtergebiedsoperatie onderscheidt zich van de nabijoperatie en de diepe operatie.

Terug naar Boven

 

ACHTERVOLGING

Duits: Verfolgung. Engels: pursuit. Frans: poursuite. Offensieve gevechtshandeling waarbij een vijandelijk element dat probeert te ontsnappen, wordt aangegrepen, afgesneden of geïsoleerd, met als doel deze buiten gevecht te stellen. In de regel wordt deze uitgevoerd na de aanval.

De achtervolging – die berust op ononderbroken gevechtscontact, tempo en het uitmanoeuvreren van de vijand – bestaat idealiter uit een aaneenschakeling van aanvallende acties, die vanuit de beweging tegelijkertijd worden ingezet:

Front

Binden van de vijand (fix).

Flanken

Omtrekken van de vijand omtrekken, in de rug aangrijpen en zijn terugtocht afsnijden.

Diepte

Tegenhouden van de vijand door het bezetten van daartoe geschikte terreindelen (bruggen, wegenknooppunten e.a.) in de rug van de vijand.

Vervolgens zal de reserve worden ingezet, bezet terrein gezuiverd, gebonden eenheden afgelost en krijgsgevangenen en/of belangrijke installaties bewaakt.

Ook kunnen eigen troepen de vijand tot een achtervolging verlokken, waarna deze door de hoofdmacht op zijn terrein wordt aangegrepen.

Terug naar Boven

 

ACTIVATION ORDER

Bericht van Supreme Allied Commander Europe (SACEUR) waarin NAVO-troepen worden opgeroepen zich te ontplooien, nadat de NAVO-raad het besluit tot ontplooiing heeft genomen.

Terug naar Boven

 

ACTIVATION REQUEST

Start van het Force Generation Process. Formeel verzoek van de NAVO waarin om een formele bevestiging van de reeds informeel toegezegde bijdrage wordt gevraagd.

Terug naar Boven

 

ACTIVATION WARNING

Bericht dat NAVO-landen en –hoofdkwartieren in kennis stelt van de mogelijkheid van het activeren van een operatieplan, waarin opgenomen een gedetailleerde opsomming van benodigde eenheden.

Terug naar Boven

 

ADAMSIET

Duits: Adamsit. Engels: adamsite. Frans: adamsite. Generieke benaming: 10-chloor-5,10-dihydropheenarsazine; difenylaminochloorarsine ("di-fenyl-amino-chloor-arsine"). Chemische formule: (C6H4)2NHAsCl. Ook genaamd: fenarsasinechloride. Code: DM.

Adamsiet in een laboratoriumproefopstelling.

Chemisch strijdmiddel dat voorheen als braakmiddel werd gebruikt in chemische oorlogvoering.

Genoemd naar de Amerikaanse chemicus Roger Adams (1899-1971). In september 1918 werd adamsiet door de Fransen voor het eerst op het slagveld ingezet. Officieel wordt adamsiet niet meer gebruikt.

Adamsiet is een arseenhoudende verbinding. De stof is geelachtig, giftig en kristallijn en gaat gemakkelijk van vaste toestand (op kamertemperatuur) over in aerosol- of damptoestand – en vice versa (sublimeren). Het is een prikkelend middel (irritantium) dat valt onder de braakmiddelen (vomitantia).

Besmetting vindt plaats door inademing; de persoonlijke beschermingsmiddelen bestaan uit adembescherming. Adamsiet is weinig irriterend op de huid. Ontsmetting vindt plaats met een chloorkalksuspensie of DS-2.

Aanvankelijk werkt adamsiet als een normaal nies- of traangas: ogen en slijmvliezen raken geïrriteerd. Maar de effecten zijn heviger en langwerkend. Ook mond-, neus- en voorhoofdsholte én het maagdarmkanaal kunnen worden geprikkeld. Dat resulteert in hoesten, ernstige aangezichts- en hoofdpijn, ernstige ademhalingsproblemen (door pijn en spierkrampen in de borst), misselijkheid, braken en algehele malaise. In de regel treden de symptomen pas na 5 minuten op om 20 minuten tot 3 uur aan te houden. De uiterst onaangename na-effecten kunnen dagen aanhouden, maar in de regel vindt in het lichaam snelle ontgifting plaats.

Specificaties:

antigif

niet beschikbaar

corrosie

brons, ijzer en messing

geur

geurloos tot kool

kookpunt

410°C (ontbinding)

oplosbaarheid in water

slecht

persistentie

blijft in de regel ± 10 minuten in de lucht

smeltpunt

195°C

vergiftigingsverschijnselen

zoals bij acute arseenvergiftiging

Zie ook: C.B.R.N.-middelen en DS-2.

Terug naar Boven

 

ADAPTATIE

Betekenis: aanpassing. In het kader van de afwikkeling van én nazorg ná een missie wordt na afloop van een uitzending – met als beschikbare concrete voorbeelden SFIR in Irak en ISAF in Afghanistan - groepsgewijs een adaptatie uitgevoerd. Het streven van adaptatie is te zorgen voor een ‘veilige’ overgang van het inzetgebied naar Nederland. Met de adaptatie wordt feitelijk een begin gemaakt met het aanpassen aan én reïntegreren in de thuissituatie ná het afsluiten van een inzet.

Schematisch de ritmiek voorbereiding, inzet en recuperatie, met ter rechterzijde - vlak vóór de recuperatie (verlof) de adaptatie

Met de adaptatie kan post-deployment problematiek, zowel psychosociaal als medisch, mogelijk worden voorkomen. Bovendien kan de adaptatie een eerste aanwijzing geven voor de noodzaak van een hulpvraag van uitgezonden militairen.

In de overgangssituatie wordt voorzien in adaptatiegesprekken (in groepsverband uitgevoerde eerste debriefingsgesprekken), eventueel een medische controle én ontspanning.

De adaptatiegesprekken verlopen groepsgewijs – bijvoorbeeld op Cyprus (SFIR) of Kreta (ISAF) – omdat proefondervindelijk is gebleken dat een groepsproces bij het evalueren van een uitzending het beste werkt. Bij de adaptatiegesprekken zijn personeelsfunctionarissen aanwezig om het gehele proces te begeleiden.

Na de adaptatie volgt het verlof (recuperatie).

Terug naar Boven

 

A.D.L.

Afkorting in de gezondheidszorg: Algemene Dagelijkse Levensverrichtingen (in tegenstelling tot HDL: Huishoudelijke Dagelijkse Levensverrichtingen) of Activiteiten in het Dagelijks Leven. Beide termen geven de zelfbehoeften, zelfzorgtekorten en dus zelfzorgmogelijkheden voor de zorgvrager (cliënt, patiënt, slachtoffer) aan.

ADL betreft het geheel van (ondersteunende) maatregelen, middelen en voorzieningen die een zorgverlener kan nemen opdat kan worden bijgedragen aan het terugdringen van zelfzorgtekorten. Uiteindelijk draait bij ADL alles om zelfstandigheidbevordering.

De ADL dient te worden aangeboden op een manier die aansluit bij de individuele zorgvraag en rekening houdt met onderwerp, tempo, zelfzorg e.v.a. In de eerste plaats wordt hierbij gedacht aan alles wat te maken heeft met zelfverzorging – zoals algemene hygiëne, scheren, tandenpoetsen, douchen en wassen – maar ook het voeren van een huishouding en het omgaan met geld behoren tot de ADL. Daarnaast zijn er diverse ADL-hulpmiddelen op het gebied van bijvoorbeeld diabetes, incontinentie, stoma en wondverzorging.

Zorgverleners binnen de Koninklijke Landmacht, zoals Algemeen Militair Verpleegkundigen (AMV'ers), hebben te maken met ADL.

Terug naar Boven

 

ADVANCED TRAUMA LIFE SUPPORT

Afgekort: ATLS. In 1976 stortten een orthopeed en zijn gezin met een vliegtuig neer in Nebraska. De arts was ernstig gewond, drie van zijn kinderen verkeerden in levensgevaar, één kind had lichte verwondingen. Zijn vrouw overleed ter plekke. Het gezin werd overgebracht naar een plaatselijk ziekenhuis.

De opvang was zodanig dat de arts zich voornam om een beter systeem voor trauma-opvang uit te werken. Het begon met een plaatselijk ATLS-programma, wat staat voor Advanced Trauma Life Support. Het programma sloeg onmiddellijk aan en breidde almaar uit, tot het in januari 1980 voor het eerst werd georganiseerd door het American College of Surgeons. In 1986 werden voor het eerst ATLS-opleidingen gegeven buiten de Verenigde Staten. Nu worden jaarlijks ongeveer 19.000 artsen in ATLS opgeleid in meer dan 25 landen.

Het protocol van de Advanced Trauma Life Support (ATLS) is een combinatie van traumatologie (ongevalschirurgie) en spoedeisende geneeskunde. Het protocol heeft tot doel door middel van standaardisatie de kwaliteit van de opvang van ongevals- of traumaslachtoffers te bevorderen.

Onder een ongevals- of traumaslachtoffer wordt verstaan een patiënt met mogelijk één of meer levensbedreigende stoornissen.

Zowel in de burgermaatschappij als binnen de krijgsmacht is de ATLS tegenwoordig de standaard. Binnen de krijgsmacht wordt in plaats van ATLS vaak gesproken over de "ABCD(E)-methode".

Specifiek voor de eerstehulpverlening die plaatsvindt in het traject vóórafgaande aan de opname van de patiënt in een geneeskundige inrichting bestaat de cursus PHTLS. Dit is een afgeleide van het ATLS-protocol en betekent Pre-Hospital Trauma Life Support. In de burgermaatschappij wordt die onder meer gevolgd door ambulanceverpleegkundigen en verpleegkundigen op de spoedeisende eerstehulp van het ziekenhuis, binnen de Koninklijke Landmacht onder andere door Algemeen Militair Verpleegkundigen (AMV'ers) en artsen.

In Nederland heeft de Nederlandse Vereniging voor Traumatologie van de American College of Surgeons de monopolie-licentie gekregen tot het geven van ATLS en haar afgeleide cursussen.  

ATLS werkt volgens een aantal stelregels:

"Treat first what kills first, and do no further harm"

Keep It Stupidly Simple (KISS)

S.A.F.E.

SAFE staat voor:

S

Shout for help

Zorg voor extra personeel met verstand van zaken

A

Approach with care

Denk aan eigen en andermans veiligheid

F

Free from danger

Voorkom gevaarlijke situaties voor het slachtoffer

E

Evaluate ABCD

Start het eerste onderzoek

ATLS en haar afgeleide cursussen richten zich op de zorg voor het ongevalslachtoffer in het eerste uur – het golden hour – na het ongeval. De methodiek van ATLS is even eenvoudig als het alfabet: ABCDE. De werkwijze bestaat in de eerste plaats uit het uitvoeren van het eerste onderzoek (Primary Survey: ABCD):

Airway

Controleren en veiligstellen van de ADEMWEG

Breathing

Controleren en veiligstellen van de ADEMHALING

Circulation

Controleren en veiligstellen van de CIRCULATIE

Disability

Controleren van de BEWUSTZIJNSGRAAD

Na het eerste onderzoek volgt uiteraard een tweede onderzoek (Secondary Survey: E), dat feitelijk berust op het principe:

Exposure & Environment

Ontbloten & Omgevingsfactoren

Zie ook: A.M.P.L.E., M.I.S.T. en P.H.T.L.S. (Pre-Hospital Trauma Life Support).

Terug naar Boven

 

ADVANCE TO CONTACT

Afgekort: ATC. Duits: Anmarsch. Engels: movement to contact (mariniers). Frans: marche d’approche. Nederlands: naderingsmars.

Fase vanaf het begin van de aanval tot de inbraak, waarin het aanvalsdoel wordt genaderd en contact met de vijand aanstaande is. Bij een lineaire operatie kan de naderingsmars plaatsvinden vanaf de startlijn (line of departure), die door de aanvalstroepen buiten vijandelijke waarneming is bereikt. Een ATC is met name geboden wanneer er na het overschrijden van de startlijn nog een relatief grote afstand moet worden overbrugd voordat direct vuur kan worden uitgebracht op (de vijand op) het te nemen aanvalsdoel.

De ATC eindigt wanneer de vijandelijke weerstand zodanig is geworden dat actie van eigen troepen noodzakelijk wordt dan wel wanneer een positie is bereikt die is opgedragen door de commandant. Een ATC wordt, indien gewenst én mogelijk, ondersteund door (in)directe vuursteun (artillerie, close air support, gevechtshelikopters, mortieren) en vindt plaats:

  • gecoördineerd, i.v.m. openen, verleggen of stoppen van vuur
  • in een zo hoog mogelijk tempo
  • over verschillende assen
  • vanuit de beweging

De ATC gaat over in de inbraak (breaking-in), die vervolgens overloopt in de voortzetting van de aanval. Na de aanval wordt in de regel gereorganiseerd/geconsolideerd.

Zie ook: aanvallend gevecht, advance to contact en inbraak.

Terug naar Boven

 

AFBREKEN VAN HET GEVECHT

Het afbreken van het gevecht is een terugtocht als gevolg van vuurcontact, waarbij een eenheid zich van de vijandelijke eenheid verwijdert. Naarmate beide partijen elkaar meer genaderd zijn en/of er sprake is van direct vuurcontact (kleinkaliberwapens en lange wapens), is het in zijn algemeenheid moeilijker het gevecht af te breken. Onder relatief gunstige omstandigheden, zoals onmiddellijk eigen vuuroverwicht en/of het afgeven van rook, is het gemakkelijker het gevecht, al dan niet gemaskeerd, af te breken.

Bij het afbreken wordt achterwaarts gegaan onder eigen vuur en beweging én zo veel mogelijk over vuur- en zichtgedekte routes, totdat het gevechtscontact is verbroken. Het afbreken van het gevecht wordt beoefend én toegepast in de contactdrill. Na het afbreken wordt geconsolideerd en gereorganiseerd.

Het afbreken van een gevecht kan plaatshebben vanuit linie of in een corridor (dal, gang, insectie, strook, tunnel). In een corridor moet het tunnelen worden toegepast.

Terug naar Boven

 

AFDELING INDIVIDUELE HULPVERLENING

Zie: individuele hulpverlening.

Terug naar Boven

 

AFLUISTEREN

Duits: mithören. Engels: intercept. Frans: interception. Het elektronisch, heimelijk en opzettelijk uitluisteren van de communicatie die wordt gegenereerd door vijandelijke (mobiele) telefonie, radio-, satelliet- en straalverbindingen, zowel militair als civiel, waardoor de inhoud ervan te weten wordt gekomen.

Nadat verbindingen met behulp van elektronische opsporingsmiddelen zijn gepeild kunnen zij worden afgeluisterd (en gestoord). Voor het afluisteren van berichtenverkeer én het aanwenden van de aldus verkregen verbindingsinlichtingen is een behoorlijke afluister- en analysecapaciteit nodig. In reactie op het afgeluisterde berichtenverkeer kunnen EOV-eenheden de aldus verkregen verbindingsinlichtingen als volgt aanwenden:

gebruik maken van het afgeluisterde verkeer om informatie te verkrijgen dan wel compleet te krijgen

gepeilde stations storen

inzicht krijgen in de locatie en het optreden van vijandelijke eenheden

misleidende berichten verzenden

stations fysiek laten aangrijpen (vuur afgeven dan wel luchtaanvallen uitvoeren op de locatie van gepeilde stations)

Strikte regels bij de gebruikmaking van communicatiemiddelen, zoals de radiotelefonieprocedure, zijn dan ook essentieel voor de operationele veiligheid.

Behalve EOV-eenheden, heeft ook de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD) binnen de wettelijke kaders van de Wet op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (WIV, 2002) als bijzondere bevoegdheid afluisteren na toestemming van de Minister van Binnenlandse Zaken/Defensie, de rechter of - in sommige gevallen – de directeur MIVD. Zowel MIVD als Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) hebben in 2003 de Nationale SIGINT Organisatie (NSO) opgericht voor het afluisteren van satellietverkeer.

Zie ook: elektronische oorlogsvoering (EOV).

Terug naar Boven

 

AFSTANDSCHATTEN

Bezigheid die behoort in de Gevechtsopleiding Buddysysteem (GOBS) zoals die wordt omschreven in het HAMIL, maar zeker ook in de wapentechnische opleiding van individuele geweerschutters en snipers aan bod komt. Afstandschatten (of afstand bepalen) is niet gemakkelijk, maar er zijn trucs om het afstandschatten goed aan te leren.

In de regel wordt te kort geschat als:

  • het doel helder zichtbaar is
  • men over een eentonige vlakte kijkt
  • men van laag naar hoog kijkt
  • de kleur van het voorwerp afsteekt tegen de kleur van de achtergrond
  • men over een dal kijkt waarvan het grootste deel niet zichtbaar is

In de regel wordt te ver geschat als:

  • men tegen de zon inkijkt
  • men van hoog naar laag kijkt
  • het voorwerp kleine afmetingen heeft
  • slechts een klein deel van het voorwerp zichtbaar is
  • het zicht slecht is (duisternis, mist)

Er zijn verschillende methoden van afstandschatten, maar de drie meest bekende zijn te vinden in het HAMIL:

  • methode van het gemiddelde
  • vergelijkingsmethode
  • verschijningsmethode

Methode van het gemiddelde

Meerdere personen schatten de afstand en daarvan wordt het gemiddelde genomen. Als je alleen bent, bepaal je zelf de minimale en maximale afstand en neemt daarvan het gemiddelde.

Vergelijkingsmethode

De afstand naar het doel wordt verdeeld in eenheden van 100 meter. Denk hierbij aan de onderlinge tussenruimte van hectometer- en lantaarnpalen langs de weg.

Verschijningsmethode

Het beeld van het doel, zoals dat bij je bekend is (zoals dat van de individuele militair), kun je vergelijken met de beelden zoals die van de individuele militair te zien zijn op verschillende afstanden. Logischerwijs worden de beelden steeds vager en onherkenbaarder.

Een andere, soms bij de scouting aangeleerde methode van afstandschatten is die van de duimsprong.

Terug naar Boven

 

AFSTANDSREGISTRATIEKAART

Afgekort: ARK. Wanneer een alarmopstelling of observatiepost (OP) wordt bezet, moet de gedetailleerde schets van de omgeving van de post ingetekend zijn op een afstandsregistratiekaart (lf 4004).

Deze kaart heeft tot doel het synchroniseren van afgebakende waarnemings- en schootssectoren, die de gebruikers helpen bij het doen van meldingen.

Een OP zonder afstandsregistratiekaart (of gelijkwaardige schets) is incompleet.

Op de afstandsregistratiekaart moeten tenminste de volgende gegevens worden vermeld:

►soort wapen waarmee wordt waargenomen

►sector van het wapen waarmee wordt waargenomen

►onderlinge afstanden, onbestreken ruimten en markante punten

►ringafstand (zoals op de ARK vermeld) in meters

►methode van afstandsbepaling (gemiddelde, GPS, schatten)

datumtijdgroep van de aanmaak van de ARK

►naam van de steller van de ARK

Verder worden, afhankelijk van het terrein én de opdracht, genoteerd:

  • markante terreinkenmerken
  • merkpunten (aangegeven door de commandant) *
  • sectorgrenzen (aangegeven door de commandant) **
  • stormvuurlijn (aangegeven door de commandant) ***
  • dode hoeken
  • draadversperringen, pantserstoppende hindernissen en mijnenvelden
  • overige gegevens die voor het richten van het wapen van belang zijn

* Merkpunten zijn markante terreinkenmerken die worden aangeven met (een combinatie van) cijfers en/of letters. Per merkpunt moet worden genoteerd de afstand tot het merkpunt, de richting naar het merkpunt, de elevatiehoek (hoek die de loop van het wapen met het maaiveld maakt) en de torenstand (stand van de geschutskoepel in een bepaalde richting).

** Sectorgrenzen zijn de linker- en rechter(flank)begrenzingen van de eigen sector van waarneming. In de regel worden die aangeduid volgens de klokmethode, van 11 tot 1.

*** Stormvuurlijn is een lijn, gelegen op 300 à 400 meter voor de eigen opstelling, van waaruit uit alle klein kaliber- en groepswapens door de eigen troepen vuur wordt uitgebracht om de aanval (stormlopen) van de vijand te breken.

Terug naar Boven

 

AFTER ACTION REPORT

Afgekort: AAR. Frans: compte rendu après action. Operationeel verslag van een (oefenende) eenheid waarin wordt teruggeblikt op alle opleidings- en trainingsprocessen (O&T) met betrekking tot de uitvoering. Een AAR, opgesteld door de commandant (zijn staf en zijn ondercommandanten), documenteert hiermee het eigen optreden en doet aan de hand hiervan aanbevelingen voor verbeteringen (Improvement Plan, IP).

In de AAR wordt aan de hand van eigen ervaringen én van observaties door derden feitelijk weergegeven wat er onder welke omstandigheden is gedaan dan wel nagelaten. Een AAR geeft geen waardeoordeel (succes of falen) en is niet belerend; zij is een professionele gedachtewisseling over het gehele O&T-proces.

Voor het grootste effect wordt een AAR niet alleen na een actie (conclusie) maar ook op rustmomenten tijdens een actie uitgevoerd.

Zie ook: C.A.L.L., D.C.T.O.M.P.-factoren, Final Exercise Report (FER), First Impression Report (FIR), Lessons Learned en war diarist.

Terug naar Boven

 

AFTER ACTION REVIEW

Afgekort: AAR. Snelle methode om – tot en met pelotonsniveau – op een gestructureerde manier bepaalde thema’s tijdens een oefening te belichten, te analyseren en lessons learned te verzamelen. De methode is ontwikkeld in de Amerikaanse krijgsmacht in de jaren ’70 van de 20ste eeuw. Door middel van AAR worden tussentijds - op het moment dat de gebeurtenis nog vers in het geheugen ligt – sterke punten ondersteund en zwakke punten verbeterd.

Het feitenmateriaal voor een AAR bestaat uit de observaties van één of meer Observer/Trainers (O/T's), idealiter ondersteund met video-opnamen. De mogelijkheid van feedback door middel van video vergroot de (toch altijd) subjectieve, persoonlijke interpretatie van een O/T. Het is een extra houvast om militairen van eenheden op grond van feiten te overtuigen om een (trainings)proces bij te sturen.

Een AAR omvat de volgende vragen:

Wat was het gewenste doel?
Wat is er feitelijk gebeurd?
Hoe is het verschil tussen gewenst en feitelijk te verklaren?
Wat kan een volgende keer anders worden gedaan en wat kan hiervan worden geleerd?

Het resultaat van een AAR – het gezamenlijk geleerde (dat direct in een volgende actie kan worden toegepast) – wordt niet noodzakelijkerwijs gedeeld met derden, d.w.z. anderen dan de deelnemers aan de actie. AAR is niet gericht op verantwoording naar de opdrachtgever/commandant.

Doelstellingen van een AAR zijn (zelf)reflectie, ervaring opdoen en daarvan leren, zowel de lessen die zijn geleerd (wat) als het leerproces (hoe en waarom), versteviging van de integriteit van een groep en werken aan een cultuur van (onderling) vertrouwen.

Niet te verwarren met een After Action Report, afgekort eveneens AAR.

Terug naar Boven

 

AFVOERGERICHT

De inrichting van een geneeskundig systeem is erop gericht de patiënt door middel van stabilisatie en afvoer via tussengelegen behandelniveaus naar het eindbehandelingsniveau af te voeren. Behandelingen op de tussengelegen niveaus zijn erop gericht de vereiste stabiliteit te verkrijgen of te herstellen en worden conform vastgestelde behandelingsprotocollen uitgevoerd.

Zowel afvoer- als behandelgerichtheid zijn van grote invloed op de te hanteren normeringen. Afvoergerichtheid heeft in zijn algemeenheid plaats in oorlogstijd (AVT), bij een groot conflict of bij Crisis Response Operations. Voor de behandeling van gewonden gelden als norm de volgende kritieke tijdslimieten:

Gewondenafvoermiddel met geneeskundig personeel ter plaatse binnen 30 minuten

Slachtoffer dient te arriveren in een role-3 geneeskundige inrichting binnen 120 minuten

Aantal chirurgische ingrepen per operatiekamerteam per etmaal: 12

Aantal ligdagen op de verpleegafdeling: gemiddeld 2 per patiënt

De tegenhanger is behandelgericht.

Terug naar Boven

 

AFWACHTINGGEBIED

Afgekort: afwageb. Duits: Verfügungsraum; Sammelraum. Engels: assembly area (AA). Frans: zone de déploiement et d’attente (ZDA). Indien het afwachtinggebied ver naar voren is geloceerd, wordt gesproken van een vooruitgeschoven afwachtinggebied (Duits: frontnaheres Verfügungsraum, Engels: tactical assembly area, TAA, Frans: zone de déploiement opérationnel, ZDO).

Een door een commandant aangewezen gebied aan vijandelijke zijde van de startlijn, waar een operationeel gerede eenheid kortdurend verblijft in afwachting van het bevel tot uitvoering van een nieuwe of voortzetting van een bestaande opdracht.

Om deze reden is de verplaatsing naar een opgedragen afwachtinggebied een tactische, terwijl die naar een verzamelgebied niet-tactisch is. Het afwachtinggebied, dat met prioriteit onder voortdurende nabijbeveiliging wordt gehouden, ligt in de regel buiten bereik van de vijandelijke artillerie.

In het betrokken afwachtinggebied wordt de tijd benut om verzamelde goederen te combineren tot volledige uitrustingen, wapensystemen e.d., herbevoorraden, hergroeperen, opnieuw gevechtsgereed maken en recupereren/rusten. Ook kan het afwachtinggebied – dat zodanig is geloceerd dat snelle inzet is gegarandeerd – worden gebruikt voor het onderbrengen van de reserve tijdens het gevecht.

De eisen van het afwachtingsgebied:

First-in-first-out: het voertuig dat als eerste betrekt, gaat als eerste vertrekken ter voorkoming van opstoppingen op het circuit

Goede ondergrond voor elk type voertuig onder alle weersomstandigheden

Intern circuit met mogelijkheden voor een crash-verplaatsing, b.v. in het geval van een luchtaanval

Met handhaving van het colonneverband opstellen van de voertuigen in een marsvaardige opstelling met het front in de rijrichting

Met minimale middelen en in de natuurlijke vorm moet een zichtdekking worden gerealiseerd d.m.v. camouflagenetten (draperieën) en ruithoezen

Zo compact mogelijk betrekken met inachtneming van voldoende tussenruimte

Zo mogelijk “vanuit de beweging” betrekken

De beveiligingsmaatregelen van het afwachtingsgebied:

alarmeringsmaatregelen realiseren en bekendstellen: verzamelpunt, vluchtroute, wachtwoord en wijze van alarmeren

grondbeveiliging realiseren d.m.v. wachtposten aan het begin van het circuit

herbevoorrading klasse I t/m 5 laten plaatsvinden

interne en externe verbindingen realiseren

luchtwaarnemingsposten uitzetten (luchtnabijbeveiliging)

onderhoudswerkzaamheden laten plaatsvinden

sporen wegwerken (sporendiscipline)

voertuigen maskeren en, indien nodig, camoufleren

Niet te verwarren met een verzamelgebied.

Terug naar Boven

 

AIDE DE CAMP

Meervoud: aides de camp.

Duits: Adjutant; Hilfsoffizier. Engels: aide-de-camp; adjutant. Ook genaamd: ordonnansofficier.

Adjudant (in aanspreektitel of rang) te velde. Lid van de persoonlijke staf van een hooggeplaatste militair – in de regel een commandant – die optreedt als diens persoonlijk assistent en vertrouwenspersoon.

De aide de camp draagt onder andere bevelen, boodschappen, orders en rapporten over van de ene eenheid naar de andere of van de ene commandant naar de andere. Dikwijls een jonge officier – luitenant – met als belangrijkste taken:

  • bezoekers en gasten onthalen
  • escorteren van de commandant bij verplaatsingen
  • informeren van de commandant over alle aspecten die van belang kunnen zijn
  • vertegenwoordigen van de commandant indien nodig
  • verzorgen en begeleiden van militair ceremonieel
  • voorbereiden van zijn activiteiten
  • zijn taak vergemakkelijken

Terug naar Boven

 

AIDMAN

Letterlijk: hulpverlener.

Logo van de aidman bij de Belgische paracommando's

Specialisatie in de Belgische krijgsmacht, in tegenstelling tot ambulanciers of brancardiers.

Voorheen waren er alleen paracommando’s gebrevetteerd als aidmen, opgeleid door de eigen geneeskundige eenheid, 16 Medische Compagnie Paracommando. In elke sectie paracommando’s is nog altijd tenminste één paracommando opgeleid tot aidman.

De cursus aidman is ontstaan in de jaren ’80 uit de behoefte aan geneeskundige hulpverleners in het bijzonder in geïsoleerde missiegebieden. Uiteindelijk is door de instructiecel van 16 Medische Compagnie Paracommando de cursus ‘aidman paracommando’ ingericht.

De cursus was tot enkele jaren geleden alleen bestemd voor paracommando’s en geïnspireerd op de cursus Longe Range Recconnaissance Patrol-Medic (later: Patrol Medical Course) te Pfüllendorf, maar staat nu open voor cliënteenheden. Doelgroepen voor de cursus aidman zijn nu onder meer het Détachement d’Agents de Sécurité (DAS), Paracommando’s, Special Forces Group ( SFG) en waarnemers.

Aidmen zijn intussen actief geweest in onder andere Cambodja, Congo, Laos, Rwanda en Somalië.

In de cursus aidman, gegeven in zowel het Frans als het Nederlands, worden medische handelingen geïntegreerd met kennis over missiegebieden, militaire realiteit en tactiek. De nadruk ligt op traumatologie, niet op pathologie. Invasieve technieken worden alleen nog aangeleerd in de module speciale operaties: aanleggen van een infuus, cricothyroïdotomie, thoracocentese, toedienen van intramusculaire en subcutane injecties én wondhechting in het kader van haemostase. Onder de module speciale operaties valt ook de Tactical Combat Casualty Care (onder meer ‘care under fire’ en ‘tactical field care’).

De cursus aidman duurt drie weken, waarvan één te velde. Hierin komen onder andere aan bod combat stress, CPR, hypovolemische shock en bloedingen, koude- en vriesletsels, medische terminologie, militaire hygiëne, moulages (10 maal), SOA, vitale parameters en warmteletsels. Retentie is elke 1½ jaar vereist om de ‘currency’ te behouden.

De aidman staat min of meer gelijk aan de Special Forces Medic (S.F. Medic) ten behoeve van het Korps Commandotroepen en het Korps Mariniers.

Terug naar Boven

 

AIMPOINT COMP M4

Volledige benaming: Sight, Reflex, Collimator, M68 Close Combat Optic (CCO). NSN 1240-01-551-5762.

De Aimpoint CompM4  is een robuust red dot-richtkijker dat wordt geproduceerd door Aimpoint Inc. in Chantilly, Virginia, VS. Aan Defensie zijn ± 34.000 exemplaren geleverd, met een waarde van ± € 20 miljoen.

De Aimpoint CompM4  is de opvolgende vervanger van het richtmiddel ELCAN C79 3,4 x vergrotend optisch vizier in het kader van het project Operationele Aanpassing Diemaco/Snel Richt Middel (OAD/SRIM).

De Aimpoint CompM4  vergroot niet, zodat de schutter tijdens het richten beide ogen geopend dient te houden. Hierdoor blijft de situational awareness grotendeels in stand.

De richtkijker is een passief richtmiddel: het straalt laser noch licht uit. De richtkijker projecteert een red dot (rode stip) in het kijkerbeeld. De schutter neemt een heel smalle lichtbron waar, waarvan de sterkte, afhankelijk van de hoeveelheid daglicht en zonnesterkte, kan worden ingesteld.

Bij nacht kan tussen het oog en de Aimpoint een HV-kijker (Night Vision Device) worden geplaatst. Tot slot heeft de Aimpoint CompM4  geen vaste oogafstand (eye relief). Hierdoor maakt het niet uit wat de afstand van het richtmiddel tot het oog is. Hierdoor kan de Aimpoint halverwege het wapen maar ook dichtbij het oog worden geplaatst.

Specificaties:

batterij

1 x AA (oplaadbaar 1.2V, alkaline/lithium 1.5V of lithium 3-3.7V

bevestiging

Picatinny Rail (geïntegreerd)

breedte

75 mm

gewicht, inclusief geplaatste batterij

370 gram

grootte van de red dot (rode stip)

2 MOA (Minute Of Angle): 1 MOA ≈ 30 mm op 100 meter

hoogte

61 mm

lengte

135 mm

lensdop

Rubber

levensduur batterij bij gebruik daglicht

Tot 80.000 uur

levensduur batterij bij gebruik Night Vision Device

500.000 uur

materiaal

Aluminium

standen

7 x nachtkijker (Night Vision Device), 8 x daglicht en 1 x Extra Bright

temperatuurbereik

-45ºC tot +70ºC (niet gehinderd door extreme weersomstandigheden)

waterdicht

Tot 45 meter

Terug naar Boven

 

AIR ASSAULT

Afgekort: AASLT. Duits: Angriff luftbeweglicher Truppen. Frans: assaut par air; assaut vertical. Nederlands: luchtlandingsstorm(optreden). Een van de vormen van optreden uit het operationele concept uit de Leidraad Air Manoeuvre van 11 Air Manoeuvre Brigade. De verzamelterm uit de Leidraad Air Manoeuvre is Air Manoeuvre, dat bestaat uit Air Assault, Air Mechanised, Airmobile en Airborne. Sinds 2003 heeft  11 Luchtmobiele Brigade de status ‘air assault’.

Luchtmobiele versie van de raid.

De agressief-offensieve ontplooiing van grondgebonden gevechts-, gevechtssteun- en gevechtsverzorgingssteuneenheden, in het bijzonder een luchtmobiele grondcomponent, die is geïntegreerd met transporthelikopters ten behoeve van trooping en gevechtshelikopters.

In en vanuit de lucht én op de grond worden in de diepte van het operatiegebied (diepe operatie) gevechtsacties uitgevoerd.

Essentieel terrein dat niet in handen van eigen troepen is moet worden veroverd en behouden, vijandelijke strijdkrachten direct worden aangegrepen en vernietigd. Kent twee vormen:

  • het verkennen en innemen van een ‘airhead’ (bruggenhoofd door de lucht) in vijandelijk gebied, waarbij de luchtlandingsstorm een onderdeel vormt van het luchtmobiele optreden en het zwaartepunt ligt bij het infanterieoptreden.
  • het optreden in het kader van hit-and-run, waarbij met gebruikmaking van zowel de helikopter- als infanteriecomponent een kortdurende actie wordt gepleegd in vijandelijk gebied.

Air assault maakt gebruik van alle beschikbare vuurkracht, het zwaartepunt ligt bij de luchtmobiele grondcomponent en de gevechtshelikopters scheppen de voorwaarden, zoals beveiligde afgrendeling en escorte van de transporthelikopters. Tijdens de verplaatsing naar het aanvalsdoel moet de vijand in en vanuit de lucht worden geneutraliseerd, zodat deze de operatie niet kan beïnvloeden; luchtoverwicht (air superiority) én aanvallen van tactische gronddoelen zijn hierin cruciaal.

Omdat air assault-optreden ‘ground focused’ is, bestaat de luchtmobiele grondcomponent vooral uit lichte infanterie. In de slotfase van de luchtlandingsstorm (assault landing) in een vijandige omgeving gebruikt de lichte infanterie offensieve infiltratietactieken, verrast de vijand en gaat het gevecht op korte afstand aan. Het luchtlandingsstormoptreden is hierin de verrassing.

De eenheidsemblemen van - van links naar rechts - 1 (DEU) Luftbewegliche Brigade, 11 (NLD) Luchtmobiele Brigade AASLT en 16 (GBR) Air Assault Brigade.

Voorbeelden zijn 1 (DEU) Luftbewegliche Brigade, 4 (FRA) Brigade Aéromobile, 6 (POL) Brygada Desantowo-Szturmowa (Air Assault Brigade), 11 (NLD) Luchtmobiele Brigade AASLT, 16 (GBR) Air Assault Brigade, 101 (USA) Airborne Division en (ITA) Brigata Aeromobile ‘Friuli’.

Zie ook: pathfinder en stormaanval.

Terug naar Boven

 

AIRBORNE

Nederlands: luchtlanding. Een van de vormen van optreden uit het operationele concept uit de Leidraad Air Manoeuvre van 11 Air Manoeuvre Brigade. De verzamelterm uit de Leidraad Air Manoeuvre is Air Manoeuvre, dat bestaat uit Air Assault, Air Mechanised, Airmobile en Airborne.

Bij een airborne operatie (luchtlandingsoperatie) worden grondtroepen geparachuteerd met behulp van fixed of rotary wing. Hierbij behoudt of herneemt de helikoptercomponent het initiatief; verrassing speelt een belangrijke rol.

Een airborne raid is een actie waarbij een eenheid vanuit de lucht, vaak bij nacht, wordt ingezet, teneinde een actie op de grond uit te voeren en zich terug te trekken. Deze vorm van airborne optreden, die steeds vaker wordt beoefend, is beroemd geworden dankzij de airborne raid vop 6 juni 1944, toen een klein detachement Britse airborne troepen de Duitse troepen bestormde en bij Pegasus Bridge het eerste vuurcontact had (zoals beschreven in het boek 'Pegasus Bridge: D-Day, the Daring British Airborne Raid' van Stephen E. Ambrose).

Zie ook: raid.

Terug naar Boven

 

AIRHEAD

Duits: Luftbrückenkopf, Luftlandebrückenkopf, Luftlandekopf. Frans: tête de pont aérien. Nederlands: luchtbruggenhoofd (hoofd van de luchtbrug); luchtlandingshoofd.

Object of terreindeel in vijandelijk gebied dat – op enig moment vermeesterd en behouden door eigen troepen – randvoorwaarden creëert voor de ononderbroken aanvoer van personeel, materieel en voorraden en afvoer van te evacueren gewonden en doden. een favoriete locatie is een inlands vliegveld of airstrip.

Een airhead wordt in de regel door geparachuteerde of  heliborne eenheden gerealiseerd in een air assault of air mobile operatie waarbij een groot aantal troepen wordt gedropt. Mede hierdoor kunnen de noodzakelijke ruimte- en tijdfactoren worden gecreëerd, opdat:

►de airhead voldoende ruimte biedt voor voortgezet tactisch optreden
►het object/terreindeel kan worden gebruikt als tussenstap voor volgende operaties (bijvoorbeeld het uitvoeren van een link-up met gemechaniseerde eenheden voor een follow-on-force)
►het tempo van (de voortgang van) de operatie kan worden gegarandeerd

Vergelijk: beachhead (amfibische operatie) en bridgehead (bruggenhoofd).

Terug naar Boven

 

AIRLAND BATTLE

Afgekort: ALB. Letterlijk: gecombineerde operaties te land en in de lucht. De doctrine is gebaseerd op:

  • behoud van initiatief door geweld en snelheid
  • duidelijke gedefinieerde doelstellingen
  • initiatief ligt bij ondercommandanten
  • nadruk ligt op aanval in de diepte (bijvoorbeeld met kruisraketten)

In plaats van massaal gegroepeerde eenheden (legerkorpsen, divisies en brigades) ligt de nadruk 0p eenheden van regimentsgrootte of kleiner. Eenheden zijn vervolgens hoogst (lucht)mobiel, wapensystemen gebruiken precisiegeleide munitie en de teeth-to-tail-ratio verbeterd.

Als geestelijk vader van de Airland Battle-doctrine geldt de Amerikaan John Boyd (1927-1997), tevens bedenker van de OODA-loop.

De doctrine – in 1976 geïntroduceerd en in '82 bekrachtigd met de Field Manual 100-5 (‘Operations’) – verwerd tot NAVO-doctrine. ALB is gebaseerd op het worst case-scenario: het maximale vermogen van de vijand. Het numeriek superieure vermogen van de vijand ten tijde van de Airland Battle – het Warschau Pact – was een bedreiging voor Centraal-Europa. Betere tactieken dan die van de vijand zouden het tij moeten keren.

Het doel van de Airland Battle-doctrine is het aanvallen van de 2de echelons versterkingen van de vijand (Follow-On Forces Attack, FOFA) op choke points. De landstrijdkrachten bestrijden het 1ste echelon van de vijand, de luchtstrijdkrachten het 2de echelon achter de voorste lijn eigen troepen (VLET) in cross-flot operaties.

Dankzij het doorvoeren van de Airland Battle-doctrine hebben de westerse strijdkrachten een ontwikkeling doorgemaakt van statisch-defensief naar mobiel-preëemptief: indien de dreiging zó plotseling en overweldigend is dat zij géén moment van reflectie en géén keuze van middelen toelaat, dan worden aanvallen in de diepte uitgevoerd met Tomahawk-kruisraketten met nucleaire kop.

Operation Desert Storm (1991-’92) vertoonde alle kenmerken van de Airland Battle:

  • gecoördineerde grond –en luchtaanvallen
  • initiatief op het strijdtoneel
  • klokrond
  • technologisch overwicht benut

Als voorbeeld uit Operation Desert Storm geldt de aanval op de Jahra-snelweg van Koeweit-Stad naar Basra. Een terugtrekkend Iraaks miltair konvooi werd in de nacht van 26 op 27 februari 1991 aangevallen. Over een afstand van ± 11 km werd het konvooi systematisch gebombardeerd door geallieerde vliegtuigen. De ‘Highway of Death’ was geboren.

Terug naar Boven

 

AIR MANOEUVRE BRIGADE

Het concept van luchtmobiliteit dateert van de Defensienota 1974. De NAVO wilde indertijd – als tegenwicht voor de vele duizenden tanks van het Warschau Pact – snel ontplooibare, lichte en luchttransportabele eenheden met raketten (AT-4, Dragon, Gill, Stinger en TOW) én zwaarbewapende gevechtshelikopters die gaten in de verdediging zouden kunnen opvullen.

De Prioriteitennota 1991 stelde de Koninlijke Landmacht een Luchtmobiele Brigade in het vooruitzicht.

Het uiterlijk van de luchtmobiele militair had in de planningsfase nog een blauw patje achter het baretembleem.

Mede onder invloed van de beëindiging van de Koude Oorlog gaf de politiek februari 1992 het groene licht voor de oprichting van 11 Luchtmobiele Brigade.

Sinds 1 juli 1994 beschikt de Koninklijke Landmacht formeel over de brigade in haar slagorde. In landmachtjargon : 11 Air Manœuvre Brigade (11 AMB). Naast aanvankelijk drie en sinds 2006 twee gemechaniseerde brigades (13 en 43) kent de slagorde van de Koninklijke Landmacht 11 Air Manœuvre Brigade, bestaande uit een landcomponent, 11 Luchtmobiele Brigade, en een luchtcomponent, de Tactische Helikopter Groep (THG).

11 AMB werkt onder andere nauw samen met de Duitse Division Luftbewegliche Operationen.

De transporthelikopters van 11 Air Manoeuvre Brigade Air Assault '7 December': links de Chinook, rechts de Cougar

De Air Manoeuvre Brigade – sterkte ± 2.500 militairen – is getraind om door de lucht te worden ingezet met behulp van helikopters. De commandant is een brigadegeneraal. De 11de brigade is gelegerd op de Oranjekazerne in Schaarsbergen (Arnhem) en de Johan Willem Frisokazerne in Assen.

De mannen en (schaars aanwezige) vrouwen van de 11de brigade zijn te herkennen aan de wijn- of maroonrode baret. De 11de brigade kan worden ingezet als gespecialiseerde brigade voor diepe operaties of als initial entry force op legerkorpsniveau (1 GNC).

Subeenheden van 11 AMB AASLT zijn:

Gevechtseenheden (manoeuvre)

11 Infanteriebataljon Luchtmobiel Air Assault Garderegiment Grenadiers & Jagers

 

12 Infanteriebataljon Luchtmobiel Air Assault Regiment Van Heutsz

 

13 Infanteriebataljon Luchtmobiel Air Assault Regiment Stoottroepen Prins Bernhard

Gevechtssteuneenheden

11 Geniecompagnie Luchtmobiel

 

11 Mortiercompagnie

 

11 Luchtverdedigingscompagnie

Gevechtsverzorgingssteuneenheden (logistiek)

11 Bevoorradingscompagnie

 

11 Geneeskundige Compagnie

 

11 Herstelcompagnie

Bijnamen van alle compagnieën van 11 Luchtmobiele Brigade:

11 Infbat

12 Infbat

13 Infbat

A-Cie

Koning

Java

Madju

B-Cie

Stier

Wonju

Pegasus

C-Cie

Tijger

Red Devils

Para

D-Cie (STAT)

Wolf

Atjeh

Djokja

Omdat zowel de actieradius als het vliegplafond van helikopters niet enorm groot is, is in 2003 besloten om 3 compagnieën van 11 Luchtmobiele Brigade volledig para-inzetbaar te maken.

Deze compagnieën zijn:

A-Compagnie 11 Infbat Lumbl

Schaarsbergen

C-Compagnie 12 Infbat Lumbl

Schaarsbergen

C-Compagnie 13 Infbat Lumbl

Assen

Zie ook: bloedgroepfout, ersatz, lichte infanterie, pantserinfanterie en rode baret.

 

In het najaar van 2012 zal in het zuiden van Duitsland de FTX ‘PEREGRINE SWORD’ plaatsvinden. Dit is een niveau VI-oefening voor (delen van) 11 Luchtmobiele Brigade en het Defensie Helikopter Commando (DHC).

De oefening bekrachtigt de operationele gereedheid (OGS) van de brigade, zoals dat ook gebeurde in Polen in 2003. Bij die zeer grootschalige oefening waren in totaal ± 7.000 Nederlandse en Poolse militairen betrokken.

Terug naar Boven

 

AIR MECHANISED

Nederlands: luchtgemechaniseerd. Een van de vormen van optreden uit het operationele concept uit de Leidraad Air Manoeuvre van 11 Air Manoeuvre Brigade. De verzamelterm uit de Leidraad Air Manoeuvre is Air Manoeuvre, dat bestaat uit Air Assault, Air Mechanised, Airmobile en Airborne.

Bij air mechanised ligt de nadruk op een massale aanval met gevechtshelikopters, die de hoofdrol vervullen bij de uitvoering van de opdracht.

Luchtgemechaniseerd optreden in het kader van diepe operaties van een divisie of legerkorps met zelfstandig uitgevoerde gevechtstaken door de gevechtshelikopters van de helikoptercomponent. Inzet van transporthelikopters is mogelijk.

Terug naar Boven

 

AIRMOBILE

Nederlands: luchtmobiel. Een van de vormen van optreden uit het operationele concept uit de Leidraad Air Manoeuvre van 11 Air Manoeuvre Brigade. De verzamelterm uit de Leidraad Air Manoeuvre is Air Manoeuvre, dat bestaat uit Air Assault, Air Mechanised, Airmobile en Airborne.

Luchtmobiele operatie waarbij een grondcomponent met helikopters over het gevechtsveld manoeuvreert om op de grond het gevecht aan te gaan.

Na het innemen van een ‘airhead’ (bruggenhoofd door de lucht) wordt de volledige grondcomponent per helikopter ingezet. De voortzetting van de actie dient met helikopters te worden ondersteund. Luchtmobiel optreden is de meest intensieve, wat omvang betreft de grootste en wat complexiteit betreft de moeilijkste vorm van Air Manoeuvre-optreden.

Feitelijk de eerste luchtmobiele inzet van 11 Luchtmobiele Brigade onder operationele omstandigheden: op 1 en 2 juli 1995 roteerde personeel van Dutchbat-III (UNPROFOR) via Santici uit naar Split. Santici – in Centraal-Bosnië – was één van de locaties van het 1(NL/BE) VN Logistiek en Transportbataljon (Met dank aan: A.G.D.E. Dik).

Terug naar Boven

 

AIRSTRIKE

Vertaling: luchtaanval of -actie. Een airstrike, die normaliter losstaat van het gevecht op de grond, is een strategische militaire aanval door toestellen van de luchtmacht, direct gericht tegen een militaire objecten die voor de vijand van belangrijke waarde zijn, maar niet per definitie van militaire aard. Zulke militaire objecten kunnen zijn:

aan- en afvoerwegen

fabrieken (munitie- en/of wapen-)

havens

logistieke centra en voorraadpunten

televisie- en radiotorens

vliegvelden

Het primaire doel is dus het uitschakelen van militaire objecten die voor de vijand direct (kunnen) bijdragen aan het behalen van zijn strategische doelstellingen, maar een andere belangrijke grondpositie zijn militairen die manoeuvreren. A fhankelijk van de tactiek kan een airstrike worden opgevolgd door artillerievuur of de inzet van grondtroepen.

Een airstrike wordt in het algemeen uitgevoerd door gevechtsvliegtuigen. De wapens die bij een airstrike worden gebruikt kunnen variëren van machinegeweervuur tot raketten en bommen, waarbij de laatste decennia in toenemende mate aandacht is voor Precision Guided Munition (PGM).

Een voorbeeld van airstrikes in de recente krijgsgeschiedenis is operatie Allied Force: de NAVO bombardeerde Servische doelen om Belgrado te dwingen te stoppen met zijn beleid van etnische zuiveringen op de Albanese minderheid in Kosovo. De NAVO voerde in en buiten Kosovo airstrikes uit om Belgrado te forceren een vredesregeling tot stand te brengen . De Kosovo-oorlog duurde 78 dagen, van 24 maart tot 10 juni 1999, toen de Servische troepen na hevige bombardementen begonnen met de aftocht uit Kosovo.

Een airstrike niet verwarren met Close Air Support.

Terug naar Boven

 

AIRWAY

Eerste deel van het eerste onderzoek (Primary Survey) volgens het stroomschema van het ABCD-protocol.

De handelingen en beslissingen binnen de airway houden het controleren en veiligstellen van de ademweg van de zorgvrager (patiënt, slachtoffer) in.

Het ABCD-protocol is de afgeleide van het Advanced Trauma Life Support (ATLS) zoals dat door alle geledingen van het geneeskundig (hulp)personeel van de Koninklijke Landmacht wordt toegepast.

In de flowchart van het ABCD-protocol volgen na de airway de breathing (controleren en veiligstellen van de ademhaling), circulation (controleren en veiligstellen van de circulatie) en disability (controleren van de bewustzijnsgraad).

Stroomschema van de airway.

Terug naar Boven

 

A.K.I.

Afkorting voor: Assistent Klimtoren Instructeur.

AKI’s zijn de ogen en oren van de klimtoreninstructeur van de LO / Sport; waar de instructeur bij bepaalde acties zorgt voor de veiligheid op de toren, zorgt de AKI voor de veiligheid op de grond en op lagere hoogte. Zonder deze combinatie is het niet veilig om op een klimtoren te werken.

De intensieve cursus tot AKI duurt twee dagen. Tijdens de opleiding leer je het materiaal waarmee je gaat werken kennen, alsook de technieken waarmee je in aanraking komt.

De eerste cursusdag staat vooral in het teken van (het gebruik van) de materialen. Ook moet je alle gegevens weten van de materialen die gebruikt worden. ’s Middags is er een praktijkgedeelte op de klimtoren zelf. De tweede cursusdag staat in het teken van herhaling van de eerste cursusdag en het geven van demonstraties; als AKI moet je een demonstratie op de klimtoren kunnen geven. Aan het einde van de tweede dag wordt de cursus afgesloten met een examen waar je alle vaardigheden moet laten zien.

De AKI is dus een belangrijke schakel in het opleiden van militairen in het werken op hoogte.

Terug naar Boven

 

AKKEFIETJE

Amandellikeur met kaneel en kruiden.

Mysterieus sterk drankje (30% alcohol) – geleverd door wijnkoper/distillateur Schermer te Hoorn, sinds 2002 bij Koninklijke Beschikking Hofleverancier – dat binnen het Regiment Geneeskundige Troepen geldt als traditiedrank ten behoeve van beëdigingen, bevorderingen, diplomauitreikingen e.d.

De Regimentsadjudant laat de decorandi de houding aannemen. Achtereenvolgens dient aan de traditiedrank te worden gesnuffeld en genipt, waarna het glaasje likeur in één teug ad fundum (“tot de bodem”) moet worden leeggedronken.

Incorrect, te snel of te veel Akkefietje drinken lijdt onherroepelijk tot hoofdpijn, wat overigens evenzeer geldt voor gelijksoortige traditiedranken als Barbara-bitter (artillerie) en Oranjebitter (17 Pantserinfanteriebataljon Garderegiment Prinses Irene).

De receptuur, zo wil het verhaal, is alleen bekend bij de oud-Regimentsadjudant John Ooms, inmiddels met functioneel leeftijdsontslag, die het drankje rond 1999 in het leven riep.

De Baladéo-reiskop naast de kruik (50 cl) akkefietje

Toenmalig Regimentsadjudant Ton Bekker heeft de tradities rond het drankje nieuw leven in geblazen, onder meer met de introductie van de 80-grams opvouwbare reiskop van het merk Baladéo die gemakshalve in het Dagelijks Tenue kan worden meegenomen.

De naam Akkefietje wordt van oudsher geassocieerd met iets lastigs of onaangenaams, maar is van origine een verbastering van het Latijn “aqua vitae” ofwel “levenswater” (Duits: aquavit, Frans: eau de vie) of “brandewijn” – op basis van aardappelen en/of graan, op kruiden getrokken en met suiker verzoet. In het Nederlands is het Akkefietje een drankje, slokje of zoopje.

Terug naar Boven

 

ALADIN

Miniature Aerial Vehicle (MAV) of mini-UAV, geproduceerd door het Duitse EMT (Ingenieurgesellschaft Dipl.-Ing. Hartmut Euer mbH). Acroniem voor: Abbildende Luftgestützte Aufklärungsdrohne im Nächstbereich. Engels: airborne reconnaissance drone for close area imaging.

Van 2006 t/m 2009 is de Aladin met vijf grondstations en tien toestellen in gebruik geweest bij de Koninklijke Landmacht, in het bijzonder ten behoeve van de missie in Afghanistan. Indertijd aangekocht als ‘urgent operational requirement’ door de Afdeling Maritieme & Onbemande Luchtvaartuigen (M&OL) van de Defensie Materieel Organisatie (DMO), was de levensduur volgens de fabrikant 500 vluchten. In Afghanistan beschadigde de Aladin echter vaak door de veelal rotsachtige bodemgesteldheid. Vanaf eind 2009 is de Aladin vervangen door de Raven. De Aladin was niet ondergebracht bij 101 RPV-batterij maar bij Special Forces en verkenningseenheden.

Het tactische, onbemande spionagevliegtuigje Aladin moet met de hand in de lucht worden gegooid of met behulp van een bungee-elastiek, waarna het grondstation de besturing overneemt. De landing vindt vertikaal plaats met behulp van een eenmalige landingsdemper.

De draagbare en demontabele, in een transportkist of rugtas vervoerde Aladin kan in ± 3 minuten ineen worden gezet. Er zijn toestellen met een dagcamera en een infrarood nachtcamera. De door de Aladin gemaakte opnamen worden ‘in real time’ doorgestuurd naar een grondstation, waar de beelden tijdens de vlucht worden geinterpreteerd en opgeslagen. Hoofdtaak van de Aladin is ‘over-the-hill-reconnaissance’, waarbij wordt waargenomen naar verdachte situaties.

Specificaties:

actieradius

15 km

gewicht

3,2 kg

grondcontrolestation

17 kg

hoogte, incl. antenne en landingsdemper

36 cm

lengte

1 meter 57

snelheid

45 tot 90 kmpu

spanwijdte (breedte)

1 meter 46

toegestane windsnelheid lancering/landing

8 m/sec (4 Beaufort)

toegestane windsnelheid vlucht

10 m/sec (5 Beaufort)

vliegduur

maximaal 60 minuten

vlieghoogte

maximaal 200 meter boven maaiveld

voeding

oplaadbare lithium-polymeer (LiPo) accu 

voortstuwing

één propellor (voorzijde) op 12 Volt elektromotor

Terug naar Boven

 

A.L.A.R.A.

Acroniem. Betekenis: As Low As Reasonably Achievable. ALARA is het principe van de optimalisering van de bescherming. Beginsel uit de stralingsbescherming van de in Ontario, Canada, gevestigde International Commission on Radiological Protection (ICRP, Internationale Commissie voor Stralingsbescherming).

Hierbij wordt waarbij ernaar gestreefd om de radioactieve stralingsdosis zo laag te houden als redelijkerwijze bereikbaar is. Bestraling en bestraling en besmetting van mensen, dieren, planten en goederen wordt zoveel als redelijkerwijs mogelijk is beperkt.

ALARA is één van de drie principes van de ICRP. De andere twee zijn het principe van de rechtvaardiging van de praktijk (de voordelen van radioactiviteit moeten opwegen tegen de nadelen) en het principe van de individuele dosislimieten (zowel voor de bevolking als voor de werknemers die door hun beroep blootgesteld worden, zijn individuele dosislimieten bepaald).

Terug naar Boven

 

À LA SUITE

Van het Frans “à la suite de” (“ten gevolge van”). Achtervoegsel dat met name werd gevoerd voor officieren die boven de sterkte bij een eenheid waren ingedeeld. Het betrof dan hetzij een (buitengewone) erefunctie zonder directe bevelsbevoegdheid of officiële positie, hetzij een functie waarbij de officier om een salaristechnische reden werd opgenomen in een korps of regiment (enigszins vergelijkbaar met bijvoorbeeld de hedendaagse chirurg die in de rangen is opgenomen als kolonel).

Niet zelden hadden officieren à la suite een band met een vorstenhuis en/of waren zij van adellijke afkomst.

Feitelijk waren officieren à la suite niet in werkelijke dienst noch hadden zij enige militaire opleiding doorlopen, niettegenstaande het gegeven dat zij wel degelijk een militair uniform mochten dragen.

Voorbeelden van Nederlandse officieren à la suite waren Prins Hendrik en Prins Bernhard. Z.K.H. Prins Bernhard werd na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog en de Nederlandse mobilisatie door Hare Majesteit Koningin Wilhelmina echter benoemd tot adjudant in buitengewone dienst. Later werd de prins zelfs de eerste Bevelhebber der Nederlandse Strijdkrachten. Hiermee was hij uit de aard van deze functies militair in werkelijke dienst geworden.

Terug naar Boven

 

ALERT STATE

Een “staat van alertheid” op basis waarvan eenheden in een inzetgebied of op vredeslocatie, al dan niet aangeleverd door intell, verplicht zijn aanvullende deelmaatregelen uit te voeren. Genoemde handelingen – die toepasbaar zijn bij allerhande vormen van (mogelijke) aanvallen, overige dreigingen en (potentiële) crisis – hangen (in)direct samen met de taakstellingen beveiligen, bewaken en/of force protection.

Mogelijke aanvullende deelmaatregelen als gevolg van de (verhoging van de) alert state zijn:

►verhoogde patrouillegang

►versterkte observatieposten

►versterkte wacht

Normaliter wordt bij buitengewone omstandigheden de alert state verhoogd. Gekoppeld aan de alert state zijn meestal dress state en vehicle movement state. Op vredeslocatie kunnen de alert states A tot en met D van toepassing zijn.

Terug naar Boven

 

ALFA, PLAN

Plan Alfa is het calamiteitenplan van de moedereenheid in een inzetgebied. Het wordt onmiddellijk afgekondigd bij mijn- en/of schietincidenten, verkeersongevallen én gewonden bij eigen troepen

De Opsroom-manager kondigt bij het bekend worden hiervan Plan Alfa af; vervolgens wordt als eerste de commandant gewaarschuwd.

De runner van de Opsroom zorgt ervoor dat alle betrokken (onder)commandanten worden gewaarschuwd; zij moeten direct naar de Opsroom komen, evenals CSM (CA) en SMO (STOO).

Functionarissen op allerlei functiegebieden verzamelen zich op de locatie van de commandant, die te allen tijde een directe verbinding met de Opsroom heeft. Op zijn locatie vindt een briefing/bevelsuitgifte plaats.

Deze functionarissen zijn bijvoorbeeld:

Functiegebied

Functionarissen

geneeskundig

arts en Algemeen Militair Verpleegkundige (AMV'er)

inlichtingen

Intell

materieel

second, C-genie, SMOD en pelotonscommandanten

personeel

commandant, geestelijke verzorging, voorlichter en Sectie 1

veiligheid

Koninklijke Marechaussee, C-QRF

verbindingen

Comcen en Forward Air Controller (FAC'er)

De Opsroom kondigt intussen radiostilte af. Terwijl de overige eenheden hun operationele opdrachten vervolgen (en slechts mogen inbreken op het radionet met flash-berichten), laat de runner op de compound Plan Alfa afkondigen. Het Comcen kondigt black hole af. Functionarissen die niet (direct) nodig zijn op de locatie van de commandant worden heengezonden; de overigen beginnen het operationeel besluitvormingsproces (OBP). Tailor-made wordt een Quick Reaction Force (QRF) samengesteld, die met spoed richting calamiteit gaat.

Zodra alle betrokkenen weer zijn teruggekeerd op de compound wordt het einde van Plan Alfa, radiostilte en black hole afgekondigd. Daarna volgen, indien nodig, een bijzonder appel, de operationele debriefing van alle betrokkenen bij de calamiteit en het opmaken van een rapportage aan de hogere legerleiding.

Zie ook: black hole, Comcen, Quick Reaction Force (QRF) en radiostilte.

Terug naar Boven

 

ALFA-ALFA

Klankwoord voor ‘AA', de Engelse afkorting voor Automatic Ambush. Vertaald in het Nederlands als "automatische hinderlaag". Ook genaamd "All American".

In het bijzonder in de Vietnamoorlog werden meerdere claymores aaneengeschakeld met als doel gelijktijdig te detoneren wanneer iemand of een voertuig de daaraan gekoppelde struikeldraad (trip-wire) aanraakte. Met name gehanteerd als boobytrap.

Links een op het maaiveld geplaatste claymore, rechts de claymore met toebehoren, onder andere het detonatiekoord.

Terug naar Boven

 

ALGEMEEN MILITAIR AMBTENARENREGLEMENT

De rechtspositie én het rechtspositierecht van de militair zijn geregeld in het Algemeen Militair Ambtenarenreglement (AMAR). Onder rechtspositie wordt verstaan de positie waarin de rechten en plichten juridisch zijn vastgelegd, vooral met betrekking tot arbeidsverhoudingen van werknemers ten opzichte van werkgevers.

Het AMAR is bij Koninklijk Besluit - algemene maatregel van bestuur - uitgevaardigd op 25 februari 1982 en van kracht geworden op 1 januari 1983 en bevat artikelen over aanstelling, opleiding, functietoewijzing, bevordering, schorsing, ontslag, verlof en aanspraken en verplichtingen in verband met de gezondheidszorg van de militair. Tevens is de Regeling Werk- en Rusttijden (artikelen 54 t/m 60) erin opgenomen.

Ten eerste gaat het AMAR uit van de gelijkstellingsgedachte. De rechtspositie van de vrijwillig dienende militairen sluit zoveel mogelijk aan bij die van de overige ambtenaren die bij de rijksoverheid werkzaam zijn. Dienstplichtigen hebben conform het AMAR niet de status van ambtenaar, maar in 1988 stelde de Maatschappelijke Raad voor de Krijgsmacht in het adviesrapport 'Grondslagen rechtspositie dienstplichtigen' voor om die status wél te geven.

Ten tweede gaat het AMAR uit van de integratiegedachte - een eveneens in de Defensienota 1974 gepresenteerde doelstelling van het personeelsbeleid - welke erop neerkomt dat, indien mogelijk, de verschillen in rechtspositie tussen de militairen van de drie krijgsmachtdelen zijn opgeheven.

Het AMAR is in de plaats gekomen van de verouderde aparte reglementen voor het marinepersoneel enerzijds en het land- en luchtmachtpersoneel anderzijds. Ook zijn de verschillen tussen officieren en overige militaire ambtenaren zoveel mogelijk opgeheven.

Toelichtingen naar en verwijzingen op het AMAR zijn terug te vinden in de serie bundels Ministeriële Publicatie (MP)-31.

Terug naar Boven

 

ALGEMEEN MILITAIR ARTS

Afgekort: AMA. In het militair geneeskundig systeem vervult de AMA een spilfunctie, vooral in de eerstelijns zorg. Het accent van zijn takenpakket ligt op:

Taken

Bijzonderheden

curatieve eerstelijns zorg

conform de normen van het Nederlands Huisartsen Genootschap én rekening houdend met de militaire doelgroep en de eisen die de Defensieorganisatie daaraan stelt

deskundigheidsbevordering

van zichzelf en zijn personeel

gezondheidsvoorlichting

in bedrijf houden van de geneeskundige installatie

in stand houden van het geneeskundig systeem

als leidinggevende of als adviseur van de operationele commandant

management van patiëntenstromen

opvang en behandeling van slachtoffers

preventie van gezondheidsbedreigende factoren

hygiëne en preventieve gezondheidszorg, fysisch-chemische factoren

zorg aan burgerslachtoffers

tijdens een humanitaire operatie

zorg voor de gezondheid van groepen

community medicine

Voor het uitvoeren van zijn taakstelling richt de AMA een (mobiele) geneeskundige installatie in, bijvoorbeeld een hulppost, van waaruit de patiënt over de weg of door de lucht wordt vervoerd naar het hogere echelon. De AMA wordt in aansluiting op de algemene militaire opleiding aan de Koninklijke Militaire Academie (KMA) of het Koninklijk Instituut voor de Marine (KIM) – sinds 1998 – opgeleid aan het OCMGD / IDGO. Dit is één opleiding voor de AMA’s van Koninklijke Landmacht, Koninklijke Luchtmacht en Koninklijke Marine. De totale opleiding duurt twee jaar. Apothekers en tandartsen volgen een afgestemd programma.

Zie ook: militair geneeskundige capaciteit (MGC).

Terug naar Boven

 

ALGEMEEN MILITAIR VERPLEEGKUNDIGE

Afgekort: AMV'er. Militair die tenminste de opleiding tot verpleegkundige op niveau 4 van het Middelbaar Beroepsonderwijs (MBO) met succes heeft afgerond, is ingeschreven in het register van de Wet Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg (BIG), een algemene militaire kaderopleiding heeft gevolgd aan de Koninklijke Militaire School en een militair-geneeskundige opleiding – aanvullende deelkwalificaties (ADK’s) – heeft voltooid. Bij de KL heeft de AMV’er tenminste de rang van sergeant der eerste klasse. Vanuit de praktijk gezien werken er AMV’ers bij een afvoergroep / gewondenvervoergroep (civiel: ambulancedienst), hulppost (spoedeisende hulp) of role 2/3 (verpleegafdeling e.a.). De AMV' eris specifiek getraind om in moeilijke omstandigheden ingezet te worden en geneeskundige (keten)hulp conform protocollen te bieden.

In de Wet BIG – die betrekking heeft op zorg gericht op het beoordelen, bevorderen, bewaken, beschermen of herstellen van de iemands gezondheid, evt. door gebruikmaking van geneeskundige, verzorgende en verplegende handelingen – zijn garanties opgenomen zoals een bevoegdheidsregeling voorbehouden handelingen, deskundigheidgebied, opleidingseisen, registratie, titelbescherming en tuchtrecht.

Volgens de Wet BIG is de AMV’er niet zelfstandig bevoegd om voorbehouden handelingen uit te voeren: handelingen die onverantwoorde risico’s voor de gezondheid van de patiënt meebrengen wanneer die door een niet ter zake deskundige worden uitgevoerd. Gerelateerd aan de werkzaamheden van de AMV’er zijn de in de wet genoemde voorbehouden handelingen:

cardioversie

defibrillatie

endoscopieën

heelkundige handelingen

injecties

katheterisaties

narcose

puncties

Daarom kan en mag een AMV’er alleen in opdracht van een zelfstandig bevoegde (arts) onder voorwaarden een voorbehouden handeling uitvoeren. De voorwaarden die de Wet BIG stelt aan opdrachtgever (arts) en opdrachtnemer (AMV’er) zijn:

►de opdrachtgever is deskundig en bekwaam tot het stellen van de indicatie.
►de opdrachtgever geeft aanwijzingen en zorgt ervoor dat toezicht en tussenkomst mogelijk zijn voor zover redelijkerwijs nodig.
►de opdrachtgever stelt vast dat de opdrachtnemer bekwaam is om de voorbehouden handeling naar behoren uit te voeren.
►de opdrachtnemer handelt in opdracht van de zelfstandig bevoegde.
►de opdrachtnemer handelt volgens de gegeven aanwijzingen.
►de opdrachtnemer stelt vast dat hij bekwaam is om de voorbehouden handeling naar behoren uit te voeren.

Zodoende kan de AMV’er optreden als functioneel zelfstandig bij het uitvoeren van sommige voorbehouden handelingen. Dit is in het bijzonder van belang in situaties (‘buiten noodzaak’, dus als er géén sprake is van een noodsituatie) waarin de arts toezicht en tussenkomst onvoldoende kan garanderen, zoals bij afvoergroepen van de manoeuvre-eenheden.

Vanwege zijn functionele zelfstandigheid is voor de AMV’er de belangrijkste voorwaarde waaraan altijd moet worden voldaan, zijn bekwaamheid. Onbekwaam maakt volgens de Wet BIG onbevoegd en dus strafbaar. Courante bekwaamheid wordt verkregen door het op peil houden van vaardigheden en daarmee kwaliteit, onder andere door praktische tewerkstellingen (PTW's), stages, AMV-dagen, bijscholing (CATN, ENPC en TNCC, verzorgd door de Stichting Trauma Nursing Nederland), train de trainer, symposia e.d.

Officieus logo van de Algemeen Militair Verpleegkundige.

Taakstelling AMV'er:

  • is belast met de uitvoering van het geneeskundig beleid binnen de compagnie
  • geeft bij afwezigheid van de sm AMV de compagniescommandant gevraagd en ongevraagd advies m.b.t. alle geneeskundige aspecten
  • is belast met de uitvoering van de voortgezette geneeskundige opleiding binnen de compagnie
  • geeft in nauwe samenwerking met de sergeant-majoor AMV leiding aan de chauffeur/gewondenvervoerder en functionele sturing aan de Basis Geneeskundig Verzorger, pelotonsgewondenverzorgers en gewondenhelpers (Combat Life Savers)
  • is belast met het beheer en de instandhouding van het AS- en overig bruikleenmateriaal
  • is belast met de uitvoering van het geneeskundig beleid binnen de compagnie door het verrichten van handelingen gericht op het stabiliseren van gewonden en zieken én het transportgereed maken en begeleiden van gewonden en zieken naar de hulppost

Tijdens de uitvoerende fase bevindt de AMV’er zich, afhankelijk van het BVT-proces, op het voertuig dan wel – bij een piekbelasting in het gewondenaanbod – in het gewondennest. Op de vredeslocatie is de AMV’er belast met eerste-echelons geneeskundige zorg:

  • mantelzorg
  • coördinator mutantenbegeleiding in het kader van het Sport-Medisch Advies Traject (SMAT)
  • bijhouden van een registratie van medische aspecten m.b.t. de personele inzetbaarheid
  • fysieke beperkingen i.h.k.v. de UWV-regeling (Uitvoering Werknemersverzekeringen), voorheen USZO (Uitvoeringsinstelling Sociale Zekerheid voor Overheid en Onderwijs)
  • herkenningsplaatjes
  • tandartssaneringen
  • immunisaties / vaccinaties
  • dienstbrillen
  • beheren en afvoeren van genees- en verbandmiddelen
  • toezicht houden op de uitvoering van het onderhoud aan geneeskundig materiaal van de compagnie

De verdere taakstelling van de AMV’er:

  • geeft de compagniescommandant (CC) gevraagd en ongevraagd advies m.b.t. alle geneeskundige aspecten
  • is belast met de uitvoering van de voortgezette geneeskundige opleiding binnen de compagnie
  • informeert de Medisch Hoogste Autoriteit, Algemeen Militair Arts én commandant van het geneeskundig peloton over de bekwaamheden van het geneeskundig personeel
  • geeft leiding aan de chauffeurs en gewondenvervoerders en functionele sturing aan de pelotonsgewondenverzorgers en Combat Life Savers (CLS’ers)
  • is belast met het beheer en instandhouding van het AS- en overig bruikleenmateriaal

De opleiding tot AMV’er leidt op tot het behalen van het erkend diploma MBO-verpleegkundige niveau 4. Het theoretische deel van de opleiding vindt plaats, onder verantwoordelijkheid van het Instituut Defensie Geneeskundige Opleidingen (IDGO, voorheen OCMGD) in Hollandsche Rading (Hilversum), in nauwe samenwerking met Regionale Opleidings Centra (ROC’en). Te volgen stages vinden in nauwe samenwerking met de ROC’en plaats op verschillende lokaties in Nederland.

De opleidingsduur zal, afhankelijk van vooropleiding en werkervaring, in principe ± 56 maanden (drie jaar en acht maanden) in beslag nemen.

Na afronding van de opleiding zal, door zorg van het bureau Medisch & Paramedisch Personeel (MPP) van de Directie Personeel & Organisatie (DP&O) van de Koninklijke Landmacht een functie worden toegewezen binnen het functiegebied logistiek-geneeskundige verzorging/verpleegkundige.

De civiele deelkwalificaties van het diploma verpleegkundige MBO niveau 4 zijn onder andere ontwikkelingen in de maatschappij, interactie in beroepssituaties, plannen van verpleegkundige zorg, verpleegtechnische handelingen, verplegen van chronisch zieken, lichamelijk gehandicapten, revaliderenden, zorgvragers vóór en na een chirurgische ingreep, geriatrische zorgvragers, verstandelijk gehandicapten, zorgvragers met een psychiatrische ziekte, zwangeren, barenden, kraamvrouwen, pasgeborenen, kinderen en jeugdigen.

De aanvullende militaire deelkwalificaties zijn onder andere Organisatie & Werkwijze (OWW) van de geneeskundige dienst, laboratorium, geneeskundige regelingen, Primary Trauma Life Support (PTLS), EHBO, basisreddingstechniek (BRT), psychotraumata (o.a. Post-Traumatische Stress Stoornis, PTSS), crisisinterventie, rouwverwerking en stervensbegeleiding, Advanced Trauma Life Support (ATLS), medische aspecten NBC-oorlogvoering (MANBC), omgaan met medische apparatuur, gezondheidszorgwetgeving, Pre-Hospital Trauma Life Support (PHTLS) en geneeskundig luchttransport.

De totale aanstellingsduur is afhankelijk van het opleidingstraject. Uitgangspunt is dat de AMV’er tweemaal de totale opleidingsduur ter beschikking van de KL is in een daartoe opgeleide functie. Uitgaande van een opleidingsduur van, in principe, 56 maanden, zal de totale aanstelling 14 jaar bedragen, inclusief opleidingstraject. De minimale aanstellingsduur voor de Beroepsmilitair voor Bepaalde Tijd (BBT’er) is zes jaar.

Om behoud van registratie als verpleegkundige volgens de Wet op de Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg (Wet BIG) zeker te stellen dient u bereid te zijn na de opleiding minimaal 20% van uw periode als AMV’er de verworven medische bekwaamheden in een zorginstelling bij te houden (dat betekent op jaarbasis ± 75 dagen).

Morele professionaliteit van Algemeen Militair Verpleegkundigen in hedendaagse operaties.

Cadet-vaandrig Claartje Meerbach publiceerde op 22 december 2009 haar bachelorscriptie Morele professionaliteit van Algemeen Militair Verpleegkundigen in hedendaagse operaties (485 KB).

Zie ook: differentiaaldiagnose, flight nurse en militair geneeskundige capaciteit (MGC).

Terug naar Boven

 

ALGEMENE CRISISTOESTAND (ACT)

Afgekort: ACT. Voorheen: Algemene Oorlogstoestand (AOT). Engels: Common Crisis Situation.

Het ACT is de algemene toestand (thema, grofstoffelijke begripsbepaling) zoals die voor de duur van een oefening wordt geschetst om een tactische situatie in scène te zetten.

In het ACT komt onder andere naar voren de oorzaak van een crisis, het gebied waar de crisis zich afspeelt en de partijen die tegen elkaar strijden, zodat de deelnemers aan de oefening weten waarop de uitgangssituatie van de oefening is gebaseerd.

Volgens Marco Kroon (Leiderschap onder vuur, 2012, pagina 88): "Het bredere kader, de geografische, politieke situatie".

Vanuit een generiek scenario kunnen, aan de hand van het ontvangen ACT/BCT, bevelen worden geschreven.

Download hier een voorbeeld van een ACT/BCT (203 KB)

Zie ook: Bijzondere Crisistoestand (BCT).

Terug naar Boven

 

ALGEMENE VERDEDIGINGSTAAK (AVT)

Afgekort: AVT. De primaire en, in elk geval gedurende de Koude Oorlog, klassieke taakstelling van de krijgsmacht, zowel in nationaal als in internationaal perspectief. Tijdens de Koude Oorlog was de AVT van het 1 Legerkorps (1 LK) toegespitst op het verdedigend gevecht tegen de krijgsmachten van het Warschau Pact. In eerste instantie moest een verdedigingslinie op eigen grondgebied verhinderen dat de tanks van het Warschau Pact het westen van Nederland zouden bereiken. Met behulp van de inundaties van de IJssellinie zou het water van de rivieren Rijn en Waal omgeleid worden richting IJsselmeer.

Rear combat zone én forward combat zone ten tijde van de Koude Oorlog.

Nadat Duitsland in 1955 deel is ging uitmaken van de NAVO schoof de verdedigingslinie op naar de Noordduitse laagvlakte. Aanvankelijk tot aan de rivieren Weser en Fulda, daarna vanaf de rivier Elbe tot het Elbe-Seitenkanal.

De NAVO-strategie was in eerste instantie gebaseerd op ‘massive retaliation’ (massale vergelding); na de Cuba-crisis (1962) veranderde die in ‘flexible response’ (veranderlijk antwoord). In 1963 volgde dan de permanente stationering van Nederlandse troepen in Duitsland: op de Legerplaats Seedorf, tussen Hamburg en Bremen. De eerste eenheid die in Seedorf werd gestationeerd was 41 Pantserbrigade, die bij een aanval van het Warschau Pact zou moeten optreden als beveiligende strijdmacht. Dit was onder meer te lezen in het als geheim geclassificeerde OPPLAN 1.

De Nederlandse taak was de verdediging van een bepaald vak tegen een massale aanval, de Sovjets zoveel mogelijk tegenhouden en de Amerikanen hiermee tijd geven om met een grote overmacht over te steken naar Europa om het door het Warschau Pact veroverde grondgebied te heroveren.

Volgens de Grondwet is juist ook de AVT-taakstelling omschreven in artikel 97, eerste lid: “ Ten behoeve van de verdediging en ter bescherming van de belangen van het Koninkrijk, alsmede ten behoeve van de handhaving en de bevordering van de internationale rechtsorde, is er een krijgsmacht.” Het grondwettelijke artikel impliceert de bondgenootschappelijke (verdedigings)taak, zoals die is geregeld in artikel 5 van het NAVO-verdrag en artikel 51 van het Handvest van de Verenigde Naties: “ een gewapende aanval tegen een of meer zal als een aanval tegen allen worden beschouwd”.

De krijgsmacht is heden ten dage wat betreft doctrine, middelen, opleiding & training, organisatiestructuur en personele samenstelling nog voor een groot deel gericht op én toegerust voor de uitvoering van de AVT, maar daarnaast is de taakstelling sinds het einde van de Koude Oorlog verschoven naar artikel 90 van de Grondwet: “De regering bevordert de ontwikkeling van de internationale rechtsorde”. Het beschermen en bevorderen van de internationale rechtsorde is overduidelijk een tweede primaire taak van de krijgsmacht geworden, ook buiten het verdragsgebied van de NAVO.

Uit de bescherming en bevordering van de internationale rechtsorde kunnen onder meer de Peace Support Operations voortvloeien, met als belangrijkste peilers:

humanitaire hulpverlening

verlenen van humanitaire noodhulp

peace enforcing

vredesafdwingende operatie

peace keeping

vredeshandhavende operatie

In de AVT kunnen de volgende gradaties worden onderscheiden:

NEDERLANDS

EENHEID

ENGELS

DUITS

oorlog

war

Krieg

campagnecampaignFeldzüge

operatie

legerkorps

operation

Operation

gevecht

brigade en divisie

battle

Schlacht

gevechtsactie

compagnie en bataljon

combat

Gefecht

Terug naar Boven

 

ALLOCATIE

Duits: Zuweisung. Engels: allocation. Frans: allocation. Toewijzing, toekenning. In de planningsfase het aantal en de specifieke soorten middelen die voor een bepaalde tijd aan een commandant worden gealloceerd (toegewezen).

In de regel betreft het met name de verdeling van middelen over verschillende locaties in tijden van schaarste. Allocatie bepaalt dan zowel compositie (samentelling) als dispositie (spreiding) van eenheden.

Voorbeelden van te alloceren middelen zijn rotary wing (helikopters) en geneeskundig personeel en materieel.

Zie ook: colocatie.

Terug naar Boven

 

ALL TERRAIN MARCH

Afgekort: ATM. Jaarlijkse wedstrijd voor teams bestaande uit vijf onderofficieren die een mars over alle mogelijke vormen van terrein lopen over een afstand van ± 22 km. De wedstrijd wordt georganiseerd op of omstreeks 1 september, omdat 1 september 1951 als officiële oprichtingsdatum voor de Koninklijke Militaire School (KMS) geldt.

De ATM wordt jaarlijks georganiseerd op de jaardag van de KMS te Weert en staat open voor onderofficieren uit binnen- en buitenland.

De route loopt vanaf de Van Hornekazerne over voor de Nederlandse onderofficieren bekend terrein, onder andere de natuurgebieden Weerter en Budeler Bergen (bossen, heide en zandverstuivingen) en De IJzeren Man (bossen en meer), én de bebouwde kom van de gemeente Weert.

De deelnemende teams dragen het gevechtstenue aangevuld met tenminste 10 kg aan bepakking. Het team dat het parcours het snelst aflegt is winnaar. De afgelopen jaren is de ATM uitgegroeid tot een spectaculaire wedstrijd voor onderofficieren, die voor menig team gelijkstaat aan het lopen van een halve marathon of snelmars.

Terug naar Boven

 

ALS DE POEP DE VENTILATOR RAAKT

Ingemilitairde uitdrukking die is ontstaan in de Verenigde Staten rond 1930: “When the shit hits the fan”. Oorspronkelijk betekende het dat er beroering ontstaat als een geheime situatie openbaar gemaakt wordt.

Tegenwoordig heeft de uitdrukking meer te maken met organisaties of personen die serieus in opspraak of problemen raken, met name bij iets uiterst onaangenaams. Nu is het natuurlijk uitermate onplezierig als poep werkelijk een draaiende ventilator raakt, maar voor een militair is het ongewild betrokken raken in gevechtsomstandigheden het meest onaangenaam.

Zie ook: Every soldier a rifleman en Overige Operationele Taken (OOT).

Terug naar Boven

 

AMARILLO

De stad Amarillo in de Amerikaanse staat Texas is de inspiratiebron voor ‘(Is This the Way to) Amarillo', in 1971 geschreven door Neil Sedaka en Howard Greenfield. Het nummer gaat over een man die naar Amarillo reist om zijn verloofde te vinden. De keuze viel op Amarillo, omdat dit rijmde op "willow" (wilg) en "pillow" (hoofdkussen). In datzelfde jaar scoorde Tony Christie met het nummer een hit.

Anno 2005 kende het nummer een serieuze opleving.

Bierbrouwer Bavaria lanceerde in zijn commercial zanger Albert West ter promotie van het pijpje met de trekdop. Op 12 mei 2005 stuurden Britse militairen onder leiding van staff sergeant Roger Parr vanuit Irak een e-mail naar collega's in Engeland. Het ging om een homevideo, gemaakt met de camcorder. De Britten ‘spoofen' (parodiëren) ‘(Is This the Way to) Amarillo'.

Het organieke filmpje van 52 MB zorgde ervoor dat de servers van het Ministry of Defence (MOD) in Londen crashten. Parr parodieerde de mime en de maniertjes die stand up-comedian Peter Kay in 2005 liet zien, toen hij voor de liefdadigheidsorganisatie Comic Relief een imitatie van hetzelfde nummer opnam. In die parodie wandelde hij door de gangen van een tv-studio en kreeg hij vele ‘volgelingen'. Parr en zijn collega's van het tankregiment van de Royal Dragoon Guards deden hetzelfde in Irak en schoten de clip op de compound in het Zuidoost-Iraakse Al Faw.

De Parr-versie was heel wat grappiger dan die van Kay. Zo werden aan het einde van de video twee naakte maten op de dixi getoond. Volgens Parr maakten de Royal Dragoon Guards de video aan het einde van de rotatie van zes maanden: “Het was hard werken wij wilden alleen een beetje lachen en het moreel oppeppen”. Staff sergeant Parr werd met de homemade-video geholpen door captain Mungo Ker, Randi Mofoe, sergeant Andy Stokoe en de rest van het personeel op de compound in Al Faw.

Volgens het Ministry of Defence was de spoof “briljant” en veroorzaakte de server-crash géén problemen. Een woordvoerder van het MOD vulde aan: “Militairen die tijdens operaties hun moreel behouden is altijd belangrijk. Het feit dat het zo populair op kantoor bleek en zorgde dat het systeem crashte is onfortuinlijk, maar het beïnvloedde operaties niet en is alweer in gebruik”.

Vele malen mooier was de reactie van Defence Secretary John Reid op 18 mei 2005: “Hare Majesteit's strijdkrachten houden nooit op mij te verbazen. Om handelingen van doortastenheid, opoffering en heroïsme te kunnen uitvoeren in zoveel gebieden ter wereld en, tegelijkertijd, hitvideo's op te nemen is maatgevend voor de kwaliteit van de Britse strijdkrachten”.

Spoof geslaagd! Roger Parr c.s bewijzen dat muziek en lol héél belangrijk zijn voor het behoud van het moreel van de troepen in uitzendgebieden…

Geïnspireerd door deze ongein namen Nederlandse militairen van Communications & Information Systems (CIS), gelegerd bij het Provincial Reconstruction Team (PRT) van de International Security Assistance Force (ISAF) in Pol-e Khomri, een Nederlandse spoof op. Op 19 juli 2005 hadden zowel het programma ‘Editie NL' van RTL 4 als het programma ‘Shownieuws' van SBS 6 de mediapremières van het Nederlandse Amarillo-spoof.

Terug naar Boven

 

AMBITIENIVEAU

In de Prinsjesdagbrief van 16 september 2003 heeft het kabinet-Balkenende II het ambitieniveau voor de krijgsmacht aangepast. Wat crisisbeheersingsoperaties betreft, geldt dat de Nederlandse krijgsmacht in staat moet zijn tot een kwalitatief en technologisch hoogwaardige militaire bijdrage aan internationale operaties in alle delen van het geweldsspectrum, ook in de beginfase van een operatie. Het gaat hierbij om:

►een bijdrage aan het ambitieniveau van de NAVO om gelijktijdig drie grote crisisbeheersings­operaties op legerkorpsniveau in het gehele geweldsspectrum uit te voeren. Het ambitieniveau van de Europese Unie – het vermogen om binnen zestig dagen een troepenmacht van 50.000 tot 60.000 militairen te kunnen ontplooien – is hierbij inbegrepen. In verband hiermee moet de krijgsmacht als geheel tevens een bijdrage kunnen leveren aan de NATO Response Force (NRF).

►deelneming voor maximaal één jaar aan een operatie in het hogere deel van het geweldsspectrum met één op de missie toegesneden brigade(taakgroep) van landstrijdkrachten, twee squadrons met elk 18 jachtvliegtuigen, een maritieme taakgroep met maximaal 5 fregatten of een combinatie hiervan. In de praktijk zullen de Nederlandse bijdragen afhankelijk van de missie en van de bijdragen van andere landen moeten worden samengesteld. Bij deelneming aan een vredesafdwingende operatie kan het noodzakelijk zijn ook eenheden in te zetten die in het kader van vredesoperaties elders zijn ontplooid.

►deelneming aan maximaal drie operaties in het lagere deel van het geweldsspectrum met bijdragen van bataljonsgrootte of, bij zee- en luchtoperaties, equivalenten daarvan.

►het optreden als lead nation op het niveau van een brigade – of, bij zee- en luchtoperaties, het equivalent daarvan – en, samen met andere landen, op legerkorpsniveau.

De bijdragen van Nederland aan crisisbeheersingsoperaties zullen het ambitieniveau in beginsel niet te boven gaan.

Terug naar Boven

 

AMFIBISCHE OPERATIE

Ook genaamd: optreden op de grens van zee en land. Duits: amphibische Operation. Engels: amphibious operation. Frans: opération amphibie.

Vanuit open zee, in kustwateren en tegen een (on)verdedigde kustlijn te land uitgevoerde (gevechts)opdracht die primair wordt uitgevoerd door eenheden die debarkeren vanuit landingsvaartuigen, schepen en helikopters, met als doel het vermeesteren van een landingshoofd (waardoor verdere aanvoer van troepen en materieel is verzekerd) of het bereiken van een beperkte doelstelling. Voorbeelden van dergelijke beperkte doelstellingen zijn:

Een amfibische operatie vindt altijd plaats met ondersteuning van een vlootverband en land- en/of luchtstrijdkrachten. Amfibische operaties omvatten meer dan enkel de amfibische landing, zijn dan ook nooit een doel op zich (scheppen voorwaarden voor vervolgoperaties) en gericht op het initiëren, leiden en/of ondersteunen van operaties te land.

Amfibische troepen concentreren zich op zwakke punten van de vijand en zijn gericht op het verkrijgen van mobiliteit en verrassing - niet alleen bereikt door de inzet van eenheden op een bepaalde tijd en plaats, ook door slechts de dreiging die uitgaat van een amfibische operatie. Een amfibische operatie dwingt de vijand tot het verspreid inzetten van zijn middelen langs een kuststrook.

In Nederland ligt de expertise op het gebied van amfibische operaties bij het Commando Zeestrijdkrachten (CZSK) in het algemeen en het Korps Mariniers in het bijzonder. Eenheden van het speciaal voor amfibische operaties opgeleide, getrainde en uitgeruste Korps Mariniers kunnen zich - in samenwerking met de Britse Royal Marines (in amfibische taakeenheden als UK/NL Amphibious Force en UK/NL Landing Force) of anderen - als eerste de toegang tot een operatiegebied verschaffen met het uitvoeren van een initial entry operation. De mariniers zijn eenheden lichte infanterie die geacht worden om voor langere tijd achtereen, onder alle klimatologische en geografische omstandigheden, inzetbaar te zijn. Het optreden van lichte infanterie is altijd offensief van karakter, zelfs gedurende de uitvoering van defensieve operaties.

De landing force voor een amfibische operatie, d.w.z. de amfibische taakgroep als geheel, kan tien dagen achtereen van klasse I t/m V en medische zorg worden voorzien middels een Landing Platform Dock (LPD). Een LDP is een amfibisch transportschip met zowel een vliegdek als een afzinkbaar dok, speciaal ingericht voor het debarkeren van troepen met behulp van landingsvaartuigen en transporthelikopters. Het CZSK beschikt over twee LPD's: sinds 1998 over de Hr. Ms. Rotterdam (L800) en sinds 2007 over de Hr. Ms. Johan de Witt (L801). Vanaf 2010 maakt het CZSK, onder andere ten behoeve van amfibische operaties, eveneens gebruik van kleine, snelle vaartuigen van het type Fast Raiding Interception and Special Forces (FRISC).

Terug naar Boven

 

AMMUNITION AWARENESS

Afgekort: AAW. Opleiding die als vast onderdeel deel uitmaakt van zowel de Algemene Militaire Opleiding (AMO) voor beginnende militairen als de Missie Gerichte Instructie (MGI) voorafgaande aan een uitzending. Omdat het internationaal verplicht is dat het land van de uit te zenden militair de garantie afgeeft dat hij/zij de opleiding AAW heeft gevolgd, moeten ook militairen die reeds op uitzending zijn geweest opnieuw de opleiding volgen.

In de opleiding wordt de cursist bewust gemaakt van de gevaren van munitie, het herkennen van munitie, de uitwerking van munitie waarbij onder materialen als beton, hout en staal met behulp van springstoffen worden vernield, en velerlei need-to-know op het gebied van mijnen, springmiddelen, UXO’s, valstrikken e.d.

De opleiding wordt gegeven op de Mineursschool van het Opleidings- en Trainingscentrum Genie (OTC Genie) van de Koninklijke Landmacht in Reek, in de buurt van Grave.

Terug naar Boven

 

A.M.P.L.E.

Engelstalig acroniem. Ezelsbruggetje dat door de Algemeen Militair Verpleegkundige (AMV'er) mede wordt gebruikt om zijn beleid af te stemmen na het tweede onderzoek van de Advanced Trauma Life Support (ATLS). Toepasbaar bij en in gebruik bij ongevallen die worden behandeld als een patiënt ernstig letsel heeft en opname in een geneeskundige inrichting aannemelijk is.

Het uitvragen van A.M.P.L.E. geeft een korte maar aanvullende anamnese.

Als de patiënt ernstig gewond is, moet de informatie zolang hij/zij bij bewustzijn is worden uitgevraagd:

A

Allergies

Jodium; medicijnen; plastic; pleisters; radioactieve straling; voedsel

M

Medication taken

Drugs; vandaag genomen; niet, te veel of te weinig genomen

P

Past medical history & Pregnancy

Ademhaling; circulatie; neurologische status; menstruatie

L

Last meal taken

Braken; diarree; voedselvergiftiging

E

Events before incident &
Environment related to injury

M.I.S.T.; omgevingsfactoren; getuigen

Zie ook: Advanced Trauma Life Support (ATLS) en M.I.S.T.

Terug naar Boven

 

ANCIËNNITEIT

Van het Franse “ancien” (“oud”). Bespottelijk ook wel “aanzieniteit” genoemd; vaak heeft een hogere anciënniteit een hogere achting onder collega's of in elk geval onder ranggelijken tot gevolg.

Primair is anciënniteit het aantal dienstjaren dat is doorgebracht in eenzelfde rang. De bevordering en bezoldiging van militairen is afhankelijk van de anciënniteit. Aan een hogere anciënniteit is, volgens vaste schalen, een hoger salaris verbonden. Ook geldt hoe groter de anciënniteit, des te meer vakantiedagen.

Anciënniteit is ook een criterium bij bevorderingen. Na een minimale anciënniteit in een bepaalde rang kan een militair vaak opteren voor een functie in een naasthogere rang. De consequentie hiervan is dat op grond van anciënniteit de ene militair vaak voor de andere, rangsgelijke gaat in het kader van bevordering.

Het aantal dienstjaren bepaalt, zij het informeel, vaak ook de plaats onder ranggelijken: hoe hoger in anciënniteit, des te meer zogenaamde voorrechten sommigen menen te hebben.

Bij terugkeer in militaire dienst als herintreder, bijvoorbeeld door een vrouwelijke ex-militair , is het mogelijk dat een militair naast bezoldiging en rang ook zijn anciënniteit behoudt.

Terug naar Boven

 

AN/PRC-117f

Ook genaamd: Multi-Band Multi Mission Radio (MBMMR). Combat net radio die specifiek is bedoeld voor de aanvraag van close air support én beveiligde satellietverbindingen (SATCOM).

De radio, geproduceerd door Harris Corporation (VS), is met name in gebruik bij Special Forces.

De AN/PRC-117F bedient het frequentiespectrum tussen 30 en 512 MHz. Voor Very High Frequency (VHF) heeft de radio een bereik tot 15 km. Daarnaast is de radio geschikt voor Ultra High Frequency (UHF) en UHF SATCOM.

De radio is 8,1 cm hoog, 26,7 cm lang en 34,3 cm diep, inbegrepen de batterijen, en weegt 7,2 kg – met inbegrip van de batterijen: twee lithium/zwaveldioxide (LiSO2) batterijen BA-5590, die elk 12 Volt leveren.

Zie ook: Korps Commandotroepen.

Terug naar Boven

 

ANTONI-WAARDERING, KOLONEL J.L.H.A.

De Limburgse Jager van Verdienste is de oudste regimentswaardering. De eerste werd in 1953 door kolonel J.L.H.A. Antoni (25 mei 1896 – 6 november 1982), de toenmalige eerste commandant van het Regiment Limburgse Jagers, uitgereikt. Antoni was grondlegger van het regiment dat bij Koninklijk Besluit nummer 26 op 1 juli 1950 werd opgericht. Het regiment kwam voort uit 2 R.I. en 6 R.I.

De waardering wordt toegekend aan een persoon die zich, naar het oordeel van de regimentscommandant en de regimentsraad, buitengewoon inspande om het aanzien van het Regiment Limburgse Jagers op zeer positieve wijze uit te dragen, hetzij binnen de krijgsmacht, hetzij daarbuiten.

In 2004 stelde de toenmalige regimentscommandant, luitenant-kolonel  Ferdinand Tummers, een nieuwe regimentswaardering in. Deze noemde hij naar de eerste regimentscommandant: de kolonel J.L.H.A. Antoni Waardering.

De uitreiking van de onderscheiding gebeurt ten overstaan van de troep en daarmee dient de waardering als voorbeeld. De waardering bestaat uit een legpenning met de afbeelding van kolonel Antoni en een oorkonde.

2007

Luitenant-kolonel Rob Querido

2007

Reünie Orkest Limburgse Jagers

2007

Anton P. de Graaff

2010

Korporaal b.d. Arie van Dijke, teamlid van de website RLJ

2010

LJ-er bd J. Bermont voor zijn inzet als reüniecoördinator van 4-6 R.I.

2010

F. Schelleman voor het digitaal maken van de vele audiobestanden die ooit zijn gemaakt door Limburgse Jagers

2010

kpl 1 b.d. Chris van Straaten, teamlid van de website RLJ

Terug naar Boven

 

ANTON P. DE GRAAFF

Anthonie Peter de Graaff (geboren 12 april 1928 in Amsterdam, overleden op 4 januari 2008 in Waalwijk), beter bekend als Anton P. de Graaff, is met achttien boeken op zijn naam zonder twijfel zowel de schrijver-veteraan van Nederland als de spreekbuis van alle veteranen uit Nederlands-Indië geworden. Hij schreef ruim 2.500 pagina's (!) over de belevenissen van Nederlandse militairen in toenmalig Nederlands-Indië.

Een animatie van de boeken van Anton P. de Graaff.

Op 9 maart 1948 kwam Anton P. de Graaff als dienstplichtige onder de wapens (lichting 48-2); daarna bracht hij een half jaar door op de Kaderschool aan de Simon Stevinkazerne in Ede, waar hij tot sergeant-gewondenverzorger werd opgeleid. Tot slot volgde hij een stage van drie maanden op de interne polikliniek in het voormalige Militair Hospitaal 'Oog in Al' in Utrecht.

Op de eerste dag van 1949 werd uit de lichting 48-2 het 6de Bataljon 6de Regiment Infanterie opgericht met als bijnaam “Viereneenkwart” (omdat de tactische nummering 425 Bataljon Infanterie was). Op 25 maart ‘49 vertrok 425 BI uit Rotterdam met de troepentransportcarrier ‘S.S. Volendam’ naar Nederlands-Indië.

Na een maand varen landde 425 BI op het strand van Semarang aan de noordkust van Midden-Java. De taak van 425 BI was het bezetten van Midden-Java en door middel van dagelijkse patrouillegang de peloppers (inlanders) onder de knoet houden.

De Graaff was de enige sergeant-gewondenverzorger van 425 BI, een eenheid ter grootte van ± 820 militairen. 425 BI bestond uit zes compagnieën: een staf-, één ondersteunings- en vier tirailleurcompagnieën. Geneeskundig-organisatorisch bestond het bataljon uit één arts, de sergeant-gewondenverzorger De Graaff, één korporaal-gewondenverzorger en zestien gewondenverzorgers.

Al na tien weken in Nederlands-Indië telde 425 BI elf gesneuvelden, 49 gewonden en vier vermisten. Het aantal doden zou, ondanks het verder uitblijven van gevechtsacties, verder oplopen als gevolg van tropische ziekten (malaria e.a.) en verkeersongevallen. Anton P. de Graaff stond zijn mannetje.

Na de wapenstilstand van augustus 1945 moest 425 BI nog dertien (!) maanden wachten voordat op 17 september 1950, na 1½ jaar, kon worden gerepatrieerd. Na een reis van ruim drie weken meerde het Amerikaanse Liberty-schip ‘U.S.S. General Sturgis’ in Nederland aan.

Na zijn diensttijd ging De Graaff in zaken (hij was directeur van een internationale handelsonderneming) en begon hij in zijn vrije tijd te schrijven. Dat mondde in 1986 uit in zijn eerste en tot op heden best verkochte boek met de sarcastische titel ‘De heren worden bedankt’. De toenmalige Inspecteur-Generaal der Krijgsmacht – luitenant-generaal C.J.M. de Veer – vond dit het beste oorlogsboek dat ooit is geschreven! Geen sinecure, want er zouden er nog velen volgen!

Op 16 december 2003 bracht de de heer De Graaff een bezoek aan de Oranjekazerne in Schaarsbergen. Hij las voor uit eigen werk en ging in gesprek met Combat Life Savers van 12 Infanteriebataljon Luchtmobiel die zouden worden uitgezonden naar Irak.

“In zijn dagboek tekent hij zijn belevenissen op en geeft er zijn commentaar bij. Hij observeert scherp en waar hij plichtsverzuim ziet, ook bij officieren, is zijn oordeel hard en duidelijk.” Aldus J.A.A. van Doorn over onder andere ‘De heren worden bedankt’ in zijn hommage in HP/De Tijd (week 25, 2005).

In alle boeken die volgden heeft De Graaff met een niet aflatend enthousiasme de problematiek aangekaart van de dienstplichtigen die in groten getale naar Nederlands-Indië zijn gezonden. Nogmaals volgens J.A.A. van Doorn: “Het zou zijn programma worden: aanhoudend aandacht vragen voor de Indië-veteranen, hun genegeerde geschiedenis en hun al te lichtvaardig beoordeelde prestaties.”

De 18 boeken van Anton P. de Graaff in volgorde van verschijnen zijn:

Titel

Jaar

De heren worden bedankt

1986

De weg terug: het vergeten leger toen en nu

1988

Brieven uit het veld: het vergeten leger thuis

1989

Met de TNI op stap. De laatste patrouille van het vergeten leger

1991

Notities van een soldaat. Het dagboek van soldaat A.A. van der Heiden

1994

Zeg, Hollands soldaat…

1995

Merdeka

1995

Vertel het je kinderen, veteraan!

1999

Levenslang op patrouille

2000

De laatste patrouille

2001

Op patrouille in blessuretijd

2001

Indië-veteraan ben je levenslang

2002

Indië blijft ons bezighouden

2003

Indië vergeet je nooit

2004

Indië bepaalde ons leven

2004

Indië als eindstation

2005

Leven in twee werelden

2007

Indië blijft onze denkwereld

2007

Tijdens een beëdiging op de markt te Weert op 9 januari 2007 kreeg Anton P. de Graaff de Kolonel J.L.H.A. Antoni Waardering uit handen van de regimentscommandant van de Limburgse Jagers, luitenant-kolonel Huub Klein Schaarsberg, vanwege zijn boeken "die gevoelens bespreken waardoor ook anderen dan diegenen die in Nederlands-Indië zijn geweest er iets meer van begrijpen".

© foto: Regiment Limburgse Jagers.

De boeken van Anton P. de Graaff zijn te bestellen bij Uitgeverij Van Wijnen in Franeker.

Terug naar Boven

 

A.O.T. / A.C.T.

Afkortingen voor respectievelijk Algemene Oorlogstoestand en Algemene Crisis Toestand.

Zie ook: Algemene Crisistoestand (ACT), Bijzondere Crisistoestand (BCT) en B.O.T. / B.C.T.

Terug naar Boven

 

AP-23

Anti-personeelsmijn 23. Engels: AP-23 bounding mine.

De AP-23.

De groengekleurde ‘mortiermijn AP-23’, ontwikkeld in de jaren ’60 en geproduceerd door Eurometaal Zaandam, weegt 4,7 kg.

Een treklast van meer dan 4 kg aan één of meerdere struikeldraden die aan de hefboom zijn aangebracht, stelt de ontsteker van de landmijn in werking. Hierdoor wordt de mijn “als een mortier” uitgedreven en detoneert zij op ± 1 meter 20 boven het maaiveld.

De scherfwerking van de AP-23 heeft een onveilige afstand van tenminste 150 meter. De mijn kent twee standen: ‘armed’ (scherpgesteld) en ‘safe’ (veiliggesteld).

Op 18 juli 1983 (leslokaal in 't Harde) en 14 september 1984 hebben er ongelukken plaatsgevonden met de AP-23 in Oldebroek, hoewel al in 1970 bij een controle van de mijn door de Munitie Onderzoekingsdienst (MOD) een constructiefout was geconstateerd.

De slagpinveer van de AP-23 was in een labiel evenwicht te brengen (de zgn. S-stand). Stond de slagpinveer eenmaal in de S-stand, dan was een lichte schok voldoende om de ontsteker te laten werken en de mijn spontaan te laten detoneren.

Het ongeluk in 1983, tijdens een instructie ‘Mijnen en valstrikken’, was te wijten aan het gebruik van een scherpe AP-23 uit lot (serie) AI 68-2 als instructiemodel: 7 militairen kwamen om het leven en 9 raakten gewond. Het ongeluk in 1984 vond plaats tijdens een periodieke controle van de AP- 23 in het Artillerie Schietkamp (ASK). In eerste instantie ontplofte de mijn niet bij het “afzetten” op afstand (het bevestigen van een afvuurlijn aan de ring van het ontstekingsmechanisme), maar toen de beproevingsleider – EOD-militair Rob Ovaa – dichterbij kwam, gebeurde het alsnog en werd hij op slag gedood.

Ondanks beide ongelukken bleef de AP- 23 in de bewapening. Als gevolg van het besluit van 11 maart 1996 om alle anti-personeelsmijnen (AP-mijnen) af te danken, is uiteindelijk in 1997 is de gehele partij vernietigd.

Terug naar Boven

 

APACHE AH-64D

Gevechtshelikopter ten behoeve van de luchtcomponent (Tactische Helikopter Groep) van 11 Air Manoeuvre Brigade. De taakstelling voor de Apache AH-64D bestaat uit:

beveiligen en escorteren van per transporthelikopter ingevlogen eenheden

verkennen

verlenen van vuursteun aan optrekkende grondtroepen

De Apache AH-64D, geproduceerd door McDonnell Douglas/The Boeing Company, is zwaar bewapend, zeer wendbaar en kan gelijktijdig voldoende bewapening voor elke taak meevoeren. Licht bewapende grondtroepen zijn afhankelijk van de zware vuursteun die de Apache AH-64D, als ‘vliegende artillerie’, kan leveren.

Sinds 1986 is de A-versie operationeel bij de Amerikaanse krijgsmacht. In de Golfoorlog van 1991 hadden maar liefst 288 Apaches de eerste gevechtservaring. Daarin bleken zij zeer effectief in het opblazen van bunkers, tanks en andere gepantserde voertuigen. De eerste vlucht met de D-versie vond plaats in 1992.

De Apache AH-64D is uitgerust met geavanceerde doelzoek-, nachtzicht- en raketgeleidingssystemen, zoals het Target Acquisition and Designation Sight/Pilot Night Vision Sensor (TADS/PNVS), waarvoor de sensoren op de neus van de heli zijn bevestigd. TADS/PNVS is geplaatst in de draaibare koepel op de neus, evenals andere elektronica voor de automatische geleiding van projectielen en infrarood-sensors. Allen met als doel een correcte nachtwaarneming en de mogelijkheid tot silhouetvliegen in donker en slechte weersomstandigheden.

Foto-impressie van de Apache AH-64D.

De twee motoren zijn aangebracht aan beide kanten van de romp. Kleine hulpvleugels (sub-wings), dienen als ophangpunten voor de wapensystemen (rocket-pods). De staartrotor bevindt zich aan bakboordzijde, op de helft van het kielvlak. Het landingsgestel kan niet worden ingetrokken.

De cockpit is omgeven met lichtgewicht gepantserd schild, maar de Apache AH-64D is niet stealth-proof (niet beschermd tegen vijandelijke ontdekking). De twee piloten zitten in tandemconfiguratie achter elkaar in deze cockpit. De piloot vliegt met een helm met Head Up Display, opdat alle vluchtinformatie op ooghoogte wordt weergegeven.

Specificaties van de Apache AH-64D:

brandstofcapaciteit

1.420 liter

breedte

5 meter 79

hoofdrotor

4 bladen

hoofdrotor diameter

14 meter 63

hoofdrotor toerental

292 toeren per minuut

hoogte

3 meter 92

klimsnelheid

46 km per uur (770 meter per minuut)

kruissnelheid

220 km per uur

leeggewicht

5.662 kg

lengte

15 meter 47

lengte met draaiende rotors

17 meter 76

maximaal gewicht

10.433 kg

maximale bewapening

1 x 30 mm boordkanon met 1.200 patronen (voor grondaanvallen)

4 x AIM-92 Stinger-raket

16 x AGM-114 Hellfire lasergeleide anti-tankraket

76 x 2,75 inch ( 70 mm) ongeleide gronddoelraket

maximumsnelheid

366 km per uur (zonder bewapening)

motor

2 x General Electric T700-GE- 701C

motorvermogen continu

1.685 pk per motor

motorvermogen maximaal

1.765 pk per motor

staartrotor

4 bladen

staartrotor diameter

2 meter 79

staartrotor toerental

1.417 toeren per minuut

vliegbereik

470 km / ± 2½ uur (zwaarste missie)

Omdat het gewicht van de mee te voeren bewapening sterk van invloed is op het vliegbereik, zal de Apache AH-64D niet alle bewapening tegelijkertijd in de maximale hoeveelheid meenemen.

Nederlandse gevechtshelikoptervliegers gaan naar Fort Hood, Texas, VS, voor opleidings- en trainingsdoeleinden. De Apache AH-64Ds zijn ingedeeld bij 301 en 302 Squadron op de Vliegbasis Gilze-Rijen.

Zie ook: Defensie Helikopter Commando (DHC).

Terug naar Boven

 

A.P.G.A.R.-SCORE

Score die door de arts, gynaecoloog, verpleegkundige of verloskundige wordt gebruikt om de conditie van een pasgeborene te testen aan de hand van vijf metingen. Voor elk van de vijf onderdelen krijgt de pasgeborene 0, 1 of 2 punten. De test wordt driemaal herhaald: 1, 5 en 10 minuten na de geboorte.

De vijf punten die worden gemeten zijn:

Engels

Nederlands

0 punten

1 punt

2 punten

A

Activity

Activiteit

Afwezig

Armen en benen gebogen

Actieve beweging

P

Pulse

Hartslag

Afwezig

< 100 bpm

> 100 bpm

G

Grimace

Grimas

Geen respons

Grimas

Niezen, hoesten, trekken

A

Appearance

Uiterlijk

Blauwgrijs; geheel bleek

Normaal, behalve extremen

Normaal over gehele lichaam

R

Respiration

Ademhaling

Afwezig

Langzaam, onregelmatig

Goed, huilen

Een score van 7 t/m 10 is normaal, 4 t/m 7 geeft aanleiding tot ingrijpen en een score van 3 of lager verlangt direct ingrijpen. Een in alle opzichten gezond lijkende pasgeborene krijgt dus een score van 10 punten toegekend.

De test is genoemd naar anaesthesiologe Virginia Apgar (1909-1974), die de test (Newborn Scoring System) in 1949 ontwikkelde en in 1952 presenteerde. Omdat zij gewend was de conditie van de te opereren patiënten te beoordelen op de criteria hartslag, ademhaling, reflexen, tonus en kleur, associeerde zij de genoemde factoren eveneens met de vitaliteit van de pasgeborene.

Terug naar Boven

 

APPÈL

Controle van alle verzamelde militairen om te kunnen vaststellen wie afwezig zijn. Eigenlijk het militaire equivalent van de civiel bekende prikklok.



Appèl van een geneeskundige eenheid tijdens oefening.

Het appèl, dat vroeger driemaal per dag en tegenwoordig meestal tweemaal daags (ochtendappèl bij aanvang dienst en avondappèl bij einde dienst) en dan in de regel in compagniesverband wordt ingenomen, is een strak geregisseerde en uniforme plichtpleging waarbij alle subeenheden naast elkaar, al dan niet in carrévorm, staan aangetreden. De commandanten van deze subeenheden geven aan de commandant van de eenheid de bijzonderheden aan, met name dus de afwezigheid van personeel. Appèls in bataljons- of brigadeverband komen enkel voor ten behoeve van zeer speciale gebeurtenissen. Wat zich nog wel eens voordoet, zijn buitengewone of bijzondere appèls, bijvoorbeeld om een veiligheidsincident of iets exclusiefs mee te delen dat niet kan wachten tot het tijdstip van een organiek appèl.


De commandant kan het appèl ook aangrijpen om speciale formaliteiten uit te voeren, zoals het uitreiken van gratificaties en tevredenheidsbetuigingen, het verwelkomen cq. afscheid nemen van nieuw dan wel verscheidend personeel e.v.a.

Achter de commandant die het appèl inneemt staan vaak de plaatsvervangend commandant van de eenheid én de compagnies sergeant-majoor (CSM).

Voorafgaand aan het appèl roept de commandant van een subeenheid, dikwijls een peloton, één voor één alle rangen/standen en namen op. Bij aanwezigheid melden betrokkenen zich present. De resultaten van het 'present melden' worden genoteerd in het appèlboekje.

Appèl vanuit de positie van de Opvolgend Pelotonscommandant (OPC) of het Hoofd Inwendige Dienst (HID), die dus achter het peloton zijn plaats inneemt

Tezelfdertijd nemen de onderofficieren – daarin voorgegaan door de Opvolgend Pelotonscommandant (OPC) of het Hoofd Inwendige Dienst (HID) – van de subeenheden het appèl te baat om de aangetreden manschappen vóór het daadwerkelijke innemen te controleren op hygiëne en preventieve gezondheidszorg (scheren e.d.), kleding (conform dienstverrichting, ongeschonden en compleet met herkenningsplaatje, verbandpakje, naamplaatje, eenheidsembleem e.d.), schoenen (gepoetst), uitrustingsstukken e.d.

Terug naar Boven

 

ARBODIENST KONINKLIJKE LANDMACHT

De Arbodienst KL, operationeel sinds 1 december 1996, heeft als taak gezondheid, veiligheid en welzijn van de werknemers in de arbeidsproces van de Koninklijke Landmacht te beschermen en te bevorderen. De Arbodienst richt zich op:

gezondheid

veiligheid

verzuimbegeleiding (terugdringen van het ziekteverzuim)

welzijn

De Arbodienst schrijft voor dat de werkgever, d.i. de eenheidscommandant, zich voor bepaalde taken moet laten bijstaan door een gecertificeerde Arbodienst voor tenminste:

opstellen en uitvoeren van een risico-inventarisatie en –evaluatie (RI&E)

begeleiden van werknemers die door ziekte geen arbeid kunnen verrichten

uitvoeren van een periodiek arbeidgezondheidskundig onderzoek

houden van een arbeidgezondheidskundig spreekuur

De eenheidscommandant stelt een RI&E op en voert deze uit aan de hand van een opgesteld plan van aanpak (PVA); het PVA wordt uitgevoerd én geëvalueerd: hebben de maatregelen uit het PVA bijgedragen aan een vermindering van de veiligheidsrisico’s en het ziekteverzuim?

In het Arbeidsomstandighedenbesluit is voorgeschreven dat iedere Arbodienst minimaal moet beschikken over een deskundige op elk van de volgende vier vakgebieden:


arbeids- en bedrijfsgeneeskunde (bedrijfsarts)

arbeids- en organisatiekunde

arbeidshygiëne

veiligheidskunde

De bedrijfsarts maakt deel uit van de Bedrijfsgeneeskundige groep (Bdfgnkgp) van de Arbodienst. De Bedrijfsgeneeskundige groepen zijn gevestigd in Amersfoort, Assen, Breda, Den Haag, Harderwijk, Roermond, Schaarsbergen en Seedorf. De bedrijfsarts heeft als taak om door middel van sociaal medische begeleiding, een spoedige hervatting van de functievervulling van de verzuimende militair te bewerkstelligen; hiertoe maakt de bedrijfsarts ook deel uit van het Sociaal Medisch Team (SMT) van de eenheid.

In het kader van de vooruitgeschoven taken van de Arbodienst beschikt elke eenheid over zowel een arbo-coördinator als een milieu-coördinator. Deze functionarissen:

zijn vraagbaak voor het personeel

geven de commandant (on) gevraagd advies over de taakgebieden

dragen zorg voor de interne communicatie en voorlichting binnen de eenheid

De milieu-coördinator beschikt daarnaast over alle vigerende milieu-instructies ten behoeve van de werkzaamheden binnen de eenheid. Aan beide functionarissen moeten worden gemeld:

gebreken aan voorzieningen

milieu-incidenten

onveilige handelingen en situaties

voorstellen ter verbetering van de arbeidsomstandigheden

Specifieke aandachtspunten in het kader van de arbeidsomstandigheden zijn:
Arbeidsmiddelen


Gereedschappen (o.a.elektrisch en hydraulisch)

 

Klimmateriaal

 

Ladders en Trappen

 

Machines

 

Militaire voertuigen

 

Overige arbeidsmiddelen

Brandblussers

 

Draagbaren en Wervelplanken

 

Opvangbak milieu

 

Zuurstofcilinders

Arbozorg en arbeidsorganisatie
Bedrijfshulpverlening (BHV) & Calamiteitenbeheersing
Biologische agentia
Bijzondere groepen werknemers


Etnische minderheden

Jeugdigen

Stagiaires

Zwangeren

Fysieke belasting
Fysische factoren


Beeldschermwerk

Geluid

Klimaat

Straling (ioniserende en radioactieve)

Trillingen

Verlichting

Zicht

Gevaarlijke stoffen


Artikel Veiligheids Informatie Blad (AVIB)

Kankerverwekkende stoffen en –processen (asbest, benzeen, lood, loodwit, vinylchloridemonomeer)

Klein Chemisch Afval (KCA)

Inrichting arbeidsplaatsen


Bouwkundige voorzieningen

Kleedruimtes

Vluchtwegen

Meldingen n.a.v. ongevallen of onveilige handelingen/situaties
Ongewenst gedrag


Agressie & Geweld

Seksuele intimidatie

Persoonlijke beschermingsmiddelen


adembescherming

Beschermende kleding

Gehoorbescherming

Hand- & Armbescherming

Hoofdbescherming

Oogbescherming (veiligheidsbril)

Signalering

Valbeveiliging

Voet- & Beenbescherming (veiligheidsschoenen)

Rookvrije werkplek en werkomgeving
Specifieke werkzaamheden


Laden

Lossen

Onderhoud

Werkplek- en situatieaanpassing
Werktijden, overwerk en werkdruk

Terug naar Boven

 

ARBOWET

Elke onderneming, dus ook het Ministerie van Defensie, is sinds de aanscherping van de Arbo- of Arbeidsomstandighedenwet per 1 januari 1994 verplicht om de knelpunten van de arbeidsomstandigheden te inventariseren en passende maatregelen te nemen.

Arbodiensten, -consultants en -coördinatoren streven ernaar de veiligheid van werknemers te waarborgen, de gezondheid van werknemers te beschermen en het welzijn van werknemers te bevorderen.

Ter bescherming van de gezondheid van werknemers moet worden gedacht aan veel voorkomende zaken als:

terugdringen van het aantal gevallen van beroepsziekten

terugdringen van het ziekteverzuim

voorkomen van arbeids- en dienstongeschiktheid

voorkomen van bedrijfsongevallen

voorkomen / genezen van aandoeningen aan het bewegingsapparaat (benen, enkels, knieën)

voorkomen / genezen van het posttraumatische stresssyndroom

Voorlichting, scholing en werkplekonderzoek moeten realiseren dat de doelstellingen binnen de Arbowet worden gehaald.

Terug naar Boven

 

AREAOF OPERATIONS

Afgekort: AO. Duits: Operationsraum. Frans: zone des opérations. Nederlands: inzet- of operatiegebied (opgeb); gevechtsvak.


1

ALGEMEEN

Een deel van het operatietoneel waarvoor de verantwoordelijkheid aan een commandant is toegewezen, in de regel de (Joint) Force Commander. Zijn verantwoordelijkheid bestaat erin maatregelen te treffen in het kader van de veiligheid, gebiedsplanning, tactical movement control, administratieve en logistieke ondersteuning, ook met betrekking tot eenheden die niet (direct) onder zijn bevel staan.

Het gebied staat onder controle van eigen troepen, opdat een strijdmacht haar operaties – niet noodzakelijkerwijs gevechtshandelingen – er te land, in het luchtruim of ter zee kan uitvoeren.

In de regel is een operatiegebied opgedeeld in Areas of Responsibility, waarbij ondercommandanten / subeenheden een deel van het operatiegebied toebedeeld hebben gekregen.

De grootte van een operatiegebied hangt samen met eigen troepen, terrein en vijand. Zo kunnen eigen Special Forces of luchtlandingseenheden doorgaans gemakkelijker omgaan met een groot operatiegebied en/of uitgedund gevechtsveld dan reguliere troepen.

Het is voor eenieder belangrijk het eigen operatiegebied te kennen. Niet alleen wat betreft bijvoorbeeld topografie en vegetatie, juist ook wat betreft de bevolking (etniciteiten / religies): smoel op het terrein.

 

2

BINNEN AIR MANOEUVRE BRIGADE

Voorheen Committal Area (CA).

Het deel van het operatietoneel dat vóór de voorste lijn eigen troepen (VLET) ligt. Luchtmobiele operaties kunnen volgtijdelijk worden verdeeld in het verzamelgebied (Staging Area), de verplaatsing door het luchtruim, het landingsgebied (Landing Zone) en het inzetgebied (Area of Operations). Het luchtmobiele infanteriebataljon voert vanuit een Staging Area operaties uit in een Area of Operations.

Terug naar Boven

 

AREA OF RESPONSIBILITY

Afgekort: AOR. Nederlands: gebied van verantwoordelijkheid. Geografisch afgebakend gebied verbonden aan een (deel van een) krijgsmacht – bijvoorbeeld een multinationale divisie, task force of team. Binnen de AOR heeft één commandant de autoriteit; hij is verantwoordelijk voor de planning van én leiding over militaire acties in de AOR.

Primair houden de militairen zich tijdens een Peace Support Operation bezig met de veiligheid en stabiliteit in de eigen AOR, onder andere in het kader van de force protection. Op deze manier worden de werkbare randvoorwaarden geschapen voor andere eenheden en organisaties.

Normaliter voeren eenheden in de AOR hoe dan ook Normal Framework Operations uit.

Zie ook: footprint en operatiegebied.

Terug naar Boven

 

ARMALITE INFANTERIEGEWEER KALIBER 7.62 NATO AR-10

AR-10: Assault Rifle-10. Van oorsprong Amerikaans geweer, ontworpen door dochteronderneming ArmaLite Division van de Fairchild Engine & Airplane Corporation (Los Angeles, VS). De Armalite AR-10, in ‘55 ontworpen door de Amerikaan Eugene M. Stoner in dienst van ArmaLite, is van 1958 tot ‘61 onder licentie geproduceerd door Staatsbedrijf Artillerie-Inrichtingen (AI) Hembrug-Zaandam in Nederland – het latere Eurometaal. Artillerie-Inrichtingen investeerde 3,7 miljoen gulden in de productie. Overigens had Artillerie-Inrichtingen alleen de lincensie om de wapens te fabriceren; de verkoop geschiedde via Interarms en Copper-Macdonald.

Het lichtgewicht automatisch wapen dat semi- of volautomatisch kan vuren, is de voorloper van de hieruit doorontwikkelde Amerikaanse M-16; de M-16 ligt aan de basis van de huidige Diemaco.

Linksboven de organieke Armalite AR-10, rechtsboven het driehoekige fabrieksembleem van Artillerie Inrichtingen (AI), linksonder sportschutter Jan-Willem Schuitema met een AR-10 en rechtsonder het organieke bajonet dat vanaf 1904 ook bij AI werd gefabriceerd en de AR-10 als stootwapen moest laten dienen.

De Amerikaanse Board of the Infantry kondigde aan dat de Armalite AR-10, samen met de T-44 en T-48, was toegevoegd aan de lijst van deelnemers aan het nieuwe Infantry Assault Rifle. De T-44 was een geupdate versie van de M1 Garand, de T48 een versie van de FN FAL. Tijdens een schiettest in januari 1957 barstte van de Armalite AR-10 met serienummer 1002 de loop uit elkaar. De schutter raakte niet gewond, maar het geweer werd onmiddellijk uit de test geweerd; in 1959 zou de Amerikaanse krijgsmacht definitief voor de T-44 (M14) kiezen.

Nadat Fairchild met de AR-10 haar concurrentieslag met de 7.62 mm T-44 (M14) had verloren – ondanks het feit dat voor de AR-10 het eerste wapen was dat overvloedig uit aluminium-titanium legering (o.a. de doos en het huis voor de trekkerinrichting) en plastic bestond en de loop een ingeperste roestvrijstalen voering had – zouden ze de licentie onder andere verkopen aan Artillerie Inrichtingen.

De AR-10 werd onder andere besproken in Time Magazine van 3 december 1956, welk nummer de aandacht trok van Friedhelm G. Jungeling – toen directeur van het Artillerie Inrichtingen. Hij zag in het wapen een mogelijke opvolger van het M1 Garand-geweer van Beretta, dat binnen de Nederlandse krijgsmacht aan vervanging toe was, en kwam in contact met de directeur van ArmaLite, Georg Sullivan. In ‘57 werd de AR-10 officieel als kandidaat voorgesteld voor de vervanging van het standaardwapen van de Nederlandse krijgsmacht. Al op 4 juli 1957 werd in Parijs een contract getekend tussen Fairchild Engine & Airplane Corporation en AI. Het contract vermeldde onder andere de fabricage van 2.000 AR-10’s binnen één jaar na datum van ondertekening.

Het slot van het AR-10-geweer (© foto: 'Geen oorlog, geen munitie', pagina 21).

Al in januari 1958 werd de AR-10 in Nederland in productie genomen en eind van die maand liet ingenieur W.T. Hilarius het eerste na de Tweede Wereldoorlog in Nederland geproduceerde geweer zien: een AR-10 voorzien van het driehoekige AI-fabrieksembleem en het serienummer 00001.

Met het gereedkomen van de eerste AR-10 had AI zijn status als wapenfabriek hersteld. Op 4 december 1895 werd besloten dat de Mannlicher M95 – kaliber 6,5 x 53,5 R) het nieuwe standaardewapen werd; vanaf 1900 werd de vervanger van het Beamont-geweer (11 mm) onder licentie van het Österreichische Waffenfabriks-Gesellschaft (OWG) ook gemaakt bij de Werkplaatsen voor Draagbare Wapens van AI.

Ook de eerste AR-10’s die door AI zijn geproduceerd, werden geplaagd door problemen. Zo was de accuraatheid slecht als gevolg van een verkeerde warmtebehandeling. Toen de problemen waren hersteld, hadden vele landen reeds een ander 7.62 mm-geweer aangekocht – zoals de FN FAL.

De nagel aan de doodskist voor de AR-10 kwam toen het Nederlandse Defensiecontract niet doorging. Omdat de Koninklijke Landmacht voor de FAL koos, weigerde het Ministerie van Defensie het staatsbedrijf verdere financiële steun voor de ontwikkeling van de AR-10. Hoewel de Special Forces geïnteresseerd waren, won de Armalite AR-10 de Nederlandse competitie niet: de beproevingen leverden niet het verwachte resultaat op. In december 1959 verscheen het verslag van de technische beproeving van de AR-10. Het rapport vermeldde onder meer dat de kolf niet sterk genoeg was voor het verschieten van geweergranaten, aanvoerstoringen had als gevolg van de patroonhouders en te sterke vervuiling van het gasregelmechanisme. Voortdurend werden modificaties aangebracht en in 1961 stopte de productie.

Formeel viel de AR-10 al in februari 1961 uit de race voor het nieuwe NAVO-standaardgeweer. Dé eis was dat indien niet alle NAVO-lidstaten hetzelfde type standaardgeweer zouden voeren, er in elk geval standaardisatie van kaliber/munitie binnen de NAVO-strijdkrachten moest zijn. De Armalite AR-10 bleek niet voor alle Europese NAVO-landen aanvaardbaar en aangezien het wapen ook een afwijkend kaliber had, viel het af. Van Britse, Franse en Spaanse zijde waren intussen automatische draagbare wapens op de markt gekomen die wél beantwoordden aan de NAVO-eisen van dracht, gewicht en – niet in de laatste plaats – munitie.

Toen de productie in 1961 stopte, waren er minder dan 6.000 AR-10’s vervaardigd: Cuba, Mexico en Panama kochten elk slechts één testexemplaar, Venezuela zes en Finland tien. Hoewel de Nederlandse krijgsmacht het wapen niet aanschafte, werden minimale orders gesleten aan Burma, Guatemala, Nicaragua (750), Portugal (1.200) en Sudan (1.800). Daarmee was de AR-10 een commerciële mislukking.

Na het debacle van de AR-10 koos de Koninklijke Landmacht voor het ‘licht automatisch geweer FN-Browning kaliber 7.62”, beter bekend als de FAL. Het semi-automatische geweer van Fabrique Nationale de Herstal (FN) is ontworpen door ingenieur Dieudonne Saive, één van de grootste wapenexperts ter wereld. Het wapen is beproefd in de koude van Alaska en de moerassen van Panama.

Overigens kwamen de licensie voor handelsmerk en ontwerp al in januari 1959 in handen van Colt. Het vernieuwde model AR-15, in het nieuwe NATO-kaliber 5.56 x 45 mm (.223 Remington), werd vervolgens gestandaardiseerd en gemoderniseerd als de M16 en in gebruik genomen tijdens de Vietnamoorlog. Het wapen, hoewel lichter, had voldoende kracht en dracht. Daardoor kon weer meer munitie worden meegenomen.

Specificaties:

aantal trekken en velden (rechtsom)

4

afvuurmechanisme

Gasaftap. Wanneer de kogel het gasaftapkanaal in de loop is gepasseerd, kunnen de gassen via de gasregelaar, de lange gasbuis en de korte gasbuis de afsluitergroep bereiken. De afsluiter fungeert als gaszuiger, het afsluiterdraagstuk als gascilinder. Hiertoe is de afsluiter aan de achterkant voorzien van 3 zuigerveren.

capaciteit patroonmagazijn

20 patronen

effectief bereik

550 meter

gewicht gevuld patroonmagazijn

600 gram

gewicht zonder patroonmagazijn

4.050 gram

kaliber

7.62 x 51 mm (.308 Winchester)

lengte met schiettap, zonder bajonet

1 meter 05

maximaal bereik

3.200 meter

vizierafstanden

100 t/m 500 meter (met 100 meter oplopend)

vo (mondingssnelheid)

820 meter per seconde

 

‘The ArmaLite AR-10’ van (Major) Sam Pikula wordt gezien als het standaardwerk over de Armalite AR-10. Het boek verscheen in 1998 bij Regnum Fund Press (ISBN 9986494389). Het ‘Handbook on the Armalite AR-10 infantry rifle caliber 7.62 mm NATO’, de ‘Voorlopige Handleiding voor het Armalite AR-10 infanteriegeweer’ (april 1960), 'Geen oorlog, geen munitie. De geschiedenis van 300 jaar militaire produktie' (1979) en diverse websites zijn de bronnen voor bovenstaand lemma.

Terug naar Boven

 

ARTILLERIE

Duits: Artillerie; Geschütz. Engels: artillery. Frans: artillerie. De artillerie behoort tot de gevechtssteuneenheden van de Koninklijke Landmacht en voorziet de eigen gevechtseenheden van vuursteun en informatie. De bewapening van de artillerie bestaat uit grootkaliber (zwaar) geschut, (on)geleide wapen en vuurmonden, zoals houwitsers, kanonnen en raketlanceerders. In Nederland is de artillerie onderverdeeld in luchtdoel- en veldartillerie.

De luchtdoelartillerie (Duits: Flakartillerie, Engels: anti-air artillery, Triple A, air-defense artillery) is in staat om vijandelijke helikopters en vliegtuigen uit te schakelen; zij is georganiseerd in het Korps Luchtdoelartillerie. De veldartillerie (in het Duits: Feldartillerie, in het Engels: field artillery) is in staat om van grote afstand vijandelijke installaties en stellingen te beschieten; zij is georganiseerd in zowel het Korps Rijdende Artillerie ('Gele Rijders') als het Korps Veldartillerie. Beide korpsen van de veldartillerie kennen ieder nog één afdeling, te weten 14 Afdeling Veldartillerie en 11 Afdeling Rijdende Artillerie, beiden gelegerd op de Luitenant-kolonel Tonnetkazerne in ’t Harde.

Verder kan een onderscheid worden gemaakt in  getrokken en gemechaniseerde artillerie. Getrokken artillerie (in het Engels: towed artillery) wordt verplaatst met behulp van een trekkend voertuig, bijvoorbeeld vrachtwagens of pantservoertuigen. Gemechaniseerde artillerie (in het Engels: self-propelled artillery) bestaat uit een vuurmond op een gepantserd onderstel. Gemechaniseerde en gepantserde artilleriestukken – zoals de binnen de KL in gebruik zijnde Panzerhaubitze 2000, de opvolger van de M-109 – worden ook wel pantserhouwitsers genoemd. Zowel PZH2000 als M-109 hanteren kaliber 155 mm.

Tot de artillerie werden ook de (on)geleide raketten die ook Nederland in gebruik heeft gehad, zoals Honest John, Lance en Multiple Launch Rocket System (M.L.R.S., waarvan de laatste 22 exemplaren zijn verkocht aan Finse landmacht) gerekend.

In de 17de eeuw ontstond de behoefte de artillerie te organiseren in eigen legeronderdelen, naast cavalerie en infanterie. In de Republiek der Verenigde Nederlanden werd de artillerie in 1677 op initiatief van (erf)stadhouder prins Willem III ondergebracht in de militaire organisatie. De datum 11 januari 1677 wordt gezien als de oprichtingsdatum van het wapen van de artillerie. Het regiment artillerie binnen het Staatse leger bestond uit zes compagnieën met elk 175 militairen; de eerste regimentscommandant was kolonel Johan de Bije van Albrandsweerd. Hoewel al een jaar later twee compagnieën werden opgeheven, bleef het regiment bestaan.
De eeuwenoude geschiedenis van de artillerie staat onder andere beschreven in de volgende boekwerken:

200 jaar rijdende Artillerie 1793-1994 B. Schoenmaker & J.P.C.M. van Hoof (1993)

75 jaar luchtdoelartillerie 1917-1992

(1992)

De geschiedenis der Rijdende Artillerie

W. Hoek & J.W. van den Hoek (1968)

Het korps luchtdoelartillerie en zijn betekenis voor onze militaire luchtverdediging

W.A. Feitsma (1937)

Moderne artillerie 1 (Alkenreeks nr. 139)

Fred Vos (1968)

Moderne artillerie 2 (Alkenreeks nr. 140)

Fred Vos (1968)

Nederlandse artillerie vanaf 1945

R.W. Hoksbergen & J. Kroon (1998)

Reserve officier der artillerie

P. Antonisse (2005)

Sinte Barbara op de Oldebroeksche Heide. De geschiedenis van het artillerie schietkamp

Tom Bergstra / Oudheidkundige vereniging Arent thoe Boecop (1988)

Vuur in beweging. 325 jaar veldartillerie 1677-2002

J. Hoffenaar en J. de Moor (2002)

Zie ook: danger close, nabijheidsbuis, schokbuis, Sinte Barbara, tempering en tijdbuis.

Terug naar Boven

 

ARTILLERIE SCHIETKAMP OLDEBROEK

Afgekort: ASK. Walhalla van de artillerie, gelegen op 'De Knobbel', een heuvel tussen Elburg en Epe in het noordoosten van de Veluwe. In 1875 besloot het Ministerie van Defensie de benodigde grond (17,8 km²) te kopen, twee jaar later – op 2 juli 1877 – werd voor de eerste maal op het terrein geschoten door het 1ste Regiment Vestingartillerie. Het ASK is uitgegroeid tot wat nu bekend is als de Legerplaats bij Oldebroek.

Uitzicht over de Oldebroeksche Heide, deel van het ASK.

Door interventie van de Eerste Wereldoorlog duurde het tot 1919 voordat het schietkamp werd uitgebreid met de Doornspijkse Heide en er verharde wegen werden aangelegd. In 1922 kreeg het terrein haar huidige naam ASK. Ook de Tweede Wereldoorlog was spelbreker in de ontwikkeling van het ASK: de Duitsers doopten het terrein ‘Truppenübungsplatz Oldebroeksche Heide’ en gebruikten het terrein voor opleidingen en schietoefeningen.

Na WO II kwam het ASK opnieuw tot leven. Hoewel de opleiding van artilleristen eind jaren '60 bijna volledig was geconcentreerd in het Artillerie Opleidingscentrum (AOC) in de Chassékazerne in Breda, werd er geschoten op het ASK. Pas in 1993 waren alle artillerieopleidingen gebundeld op het ASK. Daarna is het AOC opgeheven en ontstond het Opleidings- & Trainingscentrum Vuursteun (OTCVust) op de huidige Legerplaats bij Oldebroek.

Tot op heden verzorgt het OTCVust alle opleidingen op het gebied van grondgebonden vuursteun (artillerie en mortieren) in tal van disciplines, zoals vuurleiding, vuurregeling, vuursteuncoördinatie en doelopsporing met behulp van onder meer onbemande vliegtuigjes (Aladins, Ravens en Sperwers). Daarnaast oefent de infanterie er met mortieren, terwijl de genie het terrein benut met een springput voor explosieven en de Koninklijke Luchtmacht oefeningen in Close Air Support houdt.

Tegenwoordig omvat het Artillerieschietkamp Oldebroek in totaal ± 45 km². Het gebied bestaat uit twee delen die gescheiden zijn door een provinciale weg. Het noordoostelijke deel is een droog gebied met struikheibegroeiingen omgeven door naaldbossen, met hoogteverschillen tussen 26 en 57 meter boven N.A.P. Op het ASK zijn brede zandbanen; als gevolg van de schietoefeningen vertoont de bodem van het doelengebied een patroon van bulten en kuilen.

De heidevegetatie wordt gebrand, omdat vanwege de aanwezigheid van niet ontplofte munitie maaien of plaggen van de heide onverantwoord is. Soms ontstaat er door de schietoefeningen in het doelengebied met auto- en tankwrakken brand. De bedrijfsbrandweer van het ASK (4 tankautospuiten) blust dan de natuurbrand, eventueel geholpen door de brandweer uit omliggende gemeenten. Op 17 april 2003 verwoestte een brand ± 100 hectare, waarbij de harde wind voor een snelle uitbreiding van het vuur zorgde. Een soortgelijke brand op 18 juni 1970 bedreigde het oord ’t Harde, waarbij 6 woningen afbrandden.

Terug naar Boven

 

AS

Terreindeel waar de kans op aanwezigheid van de vijand het grootst is. De as (denkbeeldige lijn) door het terrein leidt naar de meest gunstige stellingen vanwaar de vijand de frontlijn kan waarnemen.

In beginsel zullen de middelen ten behoeve van fix (binden van de vijand) en strike (slaan van de vijand) over de as worden gestuurd.

Terug naar Boven

 

ASSAUT

Oorspronkelijk: (storm)aanval; bestorming; schermwedstrijd. Oudste en jaarlijks terugkerend driedaags evenement ter afsluiting van de wetenschappelijke opleiding van adelborsten en cadetten, respectievelijk aan het Koninklijk Instituut voor de Marine (KIM) en/of de Koninklijke Militaire Academie (KMA).

Naar verluidt de eerste maal georganiseerd op 19 februari 1910, de verjaardag van Koning Willem III. In die tijd werden op de KMA nog regelmatig schermwedstrijden georganiseerd, welke werden afgesloten met een groot feest voor alle deelnemers en cadetten.

Op de KMA vindt het feest, georganiseerd door en voor de cadetten, met name plaats in de Grote Zaal (Ridderzaal) van het Kasteel van Breda.

In 2011 wordt het assaut op de KMA voor de 125ste keer gehouden. Tegenwoordig wordt het assaut gegeven aan de hand van een thema. Hierbij is de eerste, formele avond de gala-avond, waarop de Gouverneur (commandant) van de KMA het feest opent. Hierbij zijn naast de Defensietop en de burgemeester van Breda ook de relaties van de cadetten – feeën en gnomen – gnomen. De tweede en derde avond staan respectievelijk in het teken van de Cadettenavond met het Diner d´Assaut en het Bouwvakkersbal, waarbij de Assautcommissie de cadetten bedankt voor hun inzet.

Terug naar Boven

 

ASSESSMENT

1

ALGEMEEN

Het onafgebroken waarnemen, verzamelen en evalueren van informatie over de huidige situatie, in het bijzonder die van de opponent en zijn gedragingen, om controle uit te oefenen op de voortgang van de eigen operatie.

Assessment vindt in vele disciplines plaats:

Battle Damage Assessment (BDA)

►Commander’s Assessment: richtlijnen van de commandant

►Risk-Assessment: dreigings- en risico-analyse

►Target Damage Assessment (TDA): doelschade-evaluatie

 

2

PORTFOLIO

Letterlijk: raming; schatting; taxatie. Beoordeling van een sollicitant cq. werknemer op (ingeschatte) geschiktheid voor een nieuwe cq. andere functie dan wel taak. Het assessment zal in de plaats komen van het traditionele beoordelingsgesprek.

Bij het assessment worden zaken als attitude, bekwaam- en vaardigheden en gedrag beoordeeld die benodigd zijn in het kader van een andere functie. Feitelijk is het assessment een psychologisch onderzoek. Het assessment geeft aan welke competenties al verworven zijn én aan welke competenties nog gewerkt dient te worden.

Om de werknemer de mogelijkheid te geven om zelf een carrière (officier) of loopbaan (onderofficier en manschappen) te sturen zijn het portfolio en het assessment instrumenten.

Zie ook: portfolio.

Terug naar Boven

 

ASYMMETRISCHE OORLOGVOERING

Van symmetrie is sprake als doelen, middelen, organisatie en wijze van optreden van de betrokken oorlogvoerende partijen elkaars spiegelbeeld vormen. In de regel is sprake van asymmetrische oorlogvoering als wordt opgetreden:

binnen staten (intrastatelijk)

met irreguliere krijgsmachten

soms buiten de Conventies van Genève

Asymmetrische oorlogvoering kenmerkt zich verder door:

gebruikmaking van geïmproviseerde, lichte en/of laagtechnologische bewapening

irregulier optredende bendes, facties, groeperingen of milities

weinig morele of politieke remmingen

Asymmetrische oorlogvoering vraagt om een andere manier van opereren van de krijgsmacht, iets waarvoor de meeste krijgsmachten nog onvoldoende zijn toe- en uitgerust.

Na het einde van de Koude Oorlog is het aantal intrastatelijke (in plaats van interstatelijke) conflicten steeds meer toegenomen, waarbij ook nieuwe en onconventionele middelen werden ingezet, burgerdoelen werden aangevallen en alle regels (van de Conventie van Genève) overboord lijken te zijn gegaan. Het bekendste voorbeeld hiervan is de oorlog in (voormalig) Joegoslavië (1991-1995).

De mondialisering heeft de mogelijkheden voor de asymmetrische oorlogvoering aanmerkelijk vergroot, met als triest dieptepunt de aanslagen op 11 september 2001 door Al-Qaida in de Verenigde Staten.

Een oud voorbeeld van asymmetrische oorlogvoering is het bijbelse verhaal (1 Samuel 17) van de herder David die de reus Goliath verslaat.

Zie ook: collateral damage, danger close, deconflictie, friendly fire, irregulier optreden, lineair gevechtsveld, proportionaliteit, regulier optreden, ricochet, rules of engagement, symmetrische oorlogvoering en trefferbeeld.

Terug naar Boven

 

A-TEAM

Amerikaanse cult-serie uit de jaren 1983-‘87, toen in vijf seizoenen in totaal 98 afleveringen over de Vietnam-veteranen zijn uitgezonden. De laatste aflevering werd op 8 maart 1987 uitgezonden. Voor de Amerikaanse National Broadcasting Company (NBC) was de serie, samen met The Cosby Show en Miami Vice, de grote publiekstrekker. The A-Team haalde NBC uit de dalende kijkcijfers en bleek uiteindelijk zelfs één van de grootste tv-successen ooit. De serie is in Nederland vele malen herhaald op diverse zenders.

Hoofdrolspelers zijn Colonel John ‘Hannibal’ Smith (George Peppard), Captain ‘Howlin’ Mad’ Murdock (Dwight Schultz), Lieutenant Templeton ‘Face(man)’ Peck (Dirk Benedict) en Sergeant Bosco ‘B(ad) A(ttitude)’ Baracus (Lawrence Tureaud a.k.a. Mr. T.).

Van links naar rechts: Templeton ‘Face(man)’ Peck, John ‘Hannibal’ Smith, ‘Howlin’ Mad’ Murdock en Bosco 'B.A.' Baracus.

Kolonel Smith is de stijlvolle, sigarenrokende rasvermommer met de cliché-uitdrukking “I love it when a plan comes together”. Hij heeft altijd een plan van aanpak paraat, al dan niet werkend. Smith, Peck en Baracus dienden bij 5th Special Forces Group (Airborne). Kapitein Murdock is de knotsgekke Huey-piloot zonder Special Forces-opleiding, luitenant Peck de playboy-achtige gladde prater en sergeant Baracus de kettingen en ringen dragende monteur met vliegangst en een hekel aan officieren; ook is hij chauffeur van de GMC-bus.

Na hun missie in Vietnam worden de oud-commando’s van het Alpha-Team van 5th Special Forces Group (Airborne) gevangengezet voor een overval op de Bank of Hanoi; in 1972 ontsnappen ze en duiken onder in Los Angeles. Nog steeds worden ze gezocht door de regering, achtereenvolgens door de kolonels Lynch en Decker. Ze overleven door de meest uiteenlopende klussen als huurling uit te voeren om mensen te helpen die onrecht wordt aangedaan: “If you have a problem, if no one else can help, and if you can find them, maybe you can hire the A-Team."

Het script van The A-Team is geschreven door Stephen J. Cannell en Frank Lupo; aanvankelijk rond de rol van Mr. T. in de speelfilm ‘Rocky III’ (1982, Sylvester Stallone). Uiteindelijk kreeg George Peppard de hoofdrol. De boeken over The A-Team van Charles Heath – in het Nederlands vertaald door Wim van den Hout – zijn het gevolg van de tv-serie.

Terug naar Boven

 

AT-4

De AT-4 is van origine een Zweedse antitankraket voor de korte dracht, d.w.z. tot 600 meter, en wordt ook M-136 genoemd. De AT-4 is disposabel en wordt sinds 1986 geproduceeerd. Binnen de Amerikaanse krijgsmacht was de AT-4 de vervanger voor de M-72 LAW (Light Antitank Weapon).

De AT-4 wordt in de Verenigde Staten in licentie gebouwd door Honeywell. Bij de Koninklijke Landmacht is de AT-4 tot op groepsniveau ingedeeld; medio 2004 wordt het antitankwapen gefaseerd vervangen door het project SRAT (Short Range Anti-Tank).

Specificaties:

effectief bereik 300 meter

gevechtslading

HEAT (High Explosive Anti-Tank)

gewicht raket

3 kg

kaliber

84 mm (3,31 inch)

lengte

100 cm

pantserdoorboring

30 cm

snelheid

1.080 km per uur (300 meter per seconde)

totaalgewicht

6 kg

Zweden eiste in juli 2009 opheldering van Venezuela over de vraag hoe Zweedse antitankwapens bij de Colombiaanse guerrillabeweging FARC zijn beland. Colombia maakte op 27 juli 2009 bekend dat zijn militairen in een veroverd FARC-kampement wapens hadden gevonden, vervaardigd door Saab Bofors Dynamic. Jane's Intelligence Weekly identificeerde de wapens als AT-4’s. De AT-4’s zijn in de jaren ‘80 door Zweden voor 474 miljoen krona (€ 45 miljoen) geleverd aan de Venezolaanse krijgsmacht, met als eis dat ze niet zouden worden doorgesluisd naar derden. Op verzoek van de Verenigde Staten levert Zweden sinds 2006 geen wapens meer aan Venezuela.

Zie ook: Bunkerfaust en Panzerfaust-3.

Terug naar Boven

 

ATTRITIE

Duits: Abnutzung. Engels: attrition. Frans: attrition. Uitputtings- of slijtageoorlogvoering. Slijten. Als stijl van oorlogvoering is attritie het tegenovergestelde van de manoeuvreoorlogvoering.

Attritie – de zgn. 2nd Generation Warfare (2GW) – is de reductie van de effectiviteit van een strijdmacht door continu verliezen blijven toebrengen in personeel en materieel. Het is oorlogvoering zonder compromis, waarbij wordt gevochten tot gene zijde is verslagen of zich overgeeft.

Sun Tzu beschreef al dat voor attritie de kwantiteit (hoeveelheid militaire macht, conceptuele eenvoud) geldt, terwijl in de manoeuvreoorlogvoering juist kwaliteit bepalend is: een nauwkeurige beeldvorming van de werkelijkheid (situational awareness) is nodig om de vijand op de juiste plaats op het juiste moment aan te grijpen.

Daarnaast kenmerkt attritie zich door:

gering expeditionair vermogen

als gevolg van tactieken die zijn gebaseerd op die van de lineaire oorlogvoering (frontlinies).

incasseringsvermogen

de mate waarin de ondergane vernietiging het incasseringsvermogen overtreft bepaalt de attritie.

massaliteit

grote legers maken gebruik van statische artillerie (indirect en lineair vuur) tegen mankracht.

voorspelbaarheid

in de regel wint het leger dat erin slaagt de meeste granaten gedurende een lange periode naar de vijand te schieten en/of de grootste reserves heeft.

Waar land- en zeestrijdkrachten de attritie slechts kunnen vertragen of versnellen, aldus de Italiaanse generaal Giulio Douhet (1869-1930), kunnen luchtstrijdkrachten de tegenstand van de vijand direct breken door diens hulpmiddelen aan te tasten: waar de artillerie een batterij uitschakelt, elimineren vliegtuigen de fabriek waar de kanonnen van die batterij worden geproduceerd.

Voorbeelden van attritie zijn:

►het maanden- of jarenlang volhouden van belegeringen van verdedigde steden

►de loopgravenoorlog in de Eerste Wereldoorlog (met name die aan het Westelijk Front)

►het Oostfront in de Tweede Wereldoorlog

►de Vietnam-oorlog, waarin de Amerikanen met overweldigende vuurkracht grote delen van Zuid-Vietnam probeerden te zuiveren van de Vietcong maar geen vooruitgang op het gevechtsveld boekten

Terug naar Boven

 

AUDIOVISUELE DIENST DEFENSIE

Afgekort: AVDD. Onderdeel het Commando Diensten Centra (CDC) van het Ministerie van Defensie. Verzamelnaam voor de audiovisuele, foto- en mediadiensten van alle krijgsmachtdelen en ondersteuningscentra, op 1 februari 2006 voortgekomen uit een fusie van het Mediacentrum KL en het Centrum Audio-Visuele Diensten Koninklijke Marine (CAVDKM).

Het motto van de AVDD is ‘Defensie beter in beeld'. De AVDD ondersteunt op velerlei gebied de voorlichting en communicatie binnen de krijgsmacht, in het bijzonder als leverancier van audiovisuele- en grafische producten en diensten. Camerateams en fotografen gaan mee op ernstinzet en oefeningen en zijn wereldwijd inzetbaar om actuele gebeurtenissen vast te leggen. Bij het opstarten van een nieuwe missie kan de AVDD stockmateriaal vervaardigen, dat vervolgens beschikbaar kan worden gesteld aan media die (nog) niet het nieuwe inzetgebied kunnen betreden.

Daarnaast treedt de AVDD op bij de technische verslaglegging van schadegevallen en milieu-incidenten, mediatraining, als raadgever en als beheerder van audiovisueel materiaal.

Recent beeldmaterieel van de AVDD kan op de Defensiebeeldbank op het Defensie-intranet worden gedownload; ouder beeldmaterieel wordt beheerd door het Nederlands Instituut voor Militaire Historie (NIMH). Op de eigen You Tube-website van het Ministerie van Defensie staan recente videoclips.

De AVDD is gevestigd op de Marinekazerne Amsterdam, Kattenburgerstraat 7, 1018 JA Amsterdam.

Terug naar Boven

 

AUTO-INJECTOR

Levensreddend antigif tegen zenuwblokkerende strijdmiddelen (zenuwgassen) waarover militairen in oorlogstijd beschikken (3 stuks). Bij de verschijnselen van een zenuwgasvergiftiging kan de militair zichzelf of een kameraad een injector met een mix van 2,4 mg atropine(sulfaat), 220 mg obidoxim dichloride en 10 mg pro-diazepam toedienen.

Het toedienen vindt plaats na (het optreden van vergiftigingsverschijnselen na) besmetting met een zenuwgas.

De vergiftigingsverschijnselen zijn:

aerosol of damp pupilvernauwing en slecht zien (schijnbare duisternis)

vloeistof

(onverklaarbare) spiertrillingen op de plaats van besmetting

Een overzicht van alle vergiftigingsverschijnselen:

VERGIFTIGINGVERSCHIJNSELEN

Licht

kleine spiertrekkingen
rhinorroe (loopneus)
verhoogde speekselvloed
zeer nauwe pupillen bij directe blootstelling van de ogen

Matig / Mild

door overmatige afscheiding van vocht in mond, keel, neus en longen, alsook door aantasting van de ademhalingsspieren wordt de ademhaling bemoeilijkt
heftige spiertrekkingen en -krampen
miosis (pupilvernauwing)

Ernstig

dreigende verstikking
heftige stuiptrekkingen over het gehele lichaam

De 3 auto-injectoren zijn in oorlogstijd opgeborgen in de opberglus in het grote vak aan de brede zijde van de draagtas NBC-masker.

Onmiddellijk na de blootstelling aan een zenuwgas wordt deze beschermende maatregel in het kader van Zelfhulp en Kameradenhulp (ZHKH) als volgt uitgevoerd:

►Zo mogelijk (NBC-)ontsmetten van de te injecteren militair

►Intramusculair toedienen van de eerste auto-injector (spierbundel buitenkant bovenbeen); aansluitend medische hulp zoeken

►Is na 15 minuten géén medische hulp gevonden en/of houden de klachten/symptomen aan: tweede auto-injector toedienen

►Houden na opnieuw 15 minuten de klachten/symptomen aan: derde en laatste auto-injector toedienen

►Van de lege auto-injector wordt de naald omgebogen; vervolgens worden de lege auto-injectoren heropgeborgen op de organieke plaats (draagtas NBC-masker), zodat kan worden nagegaan hoeveel injecties zijn toegediend

In geval van kameradenhulp moeten alle drie auto-injectoren van het slachtoffer zonder tussenpozen worden toegediend.

De auto-injector brengt, nadat de grijze veiligheidsdop is verwijderd, een naald naar buiten. De broekzakken van alle kledinglagen worden naar de binnenkant van het dijbeen getrokken. Hierna wordt de auto-injector met de zwarte puntop de buitenkant van het dijbeen geplaatst. Wanneer de injector krachtig tegen het dijbeen wordt gedrukt, zal automatisch 1,4 tot 2 ml vloeistof worden geïnjecteerd. De auto-injector dient tien (10) seconden op de plaats te worden gehouden: tel hardop en langzaam tot tien en trek daarna de auto-injector terug. Buig de naald en berg de auto-injector op in de draagtas.

De inhoud van de auto-injector is vorstgevoelig. Bij temperaturen rond en onder het vriespunt moeten de injectoren uit de draagtas NBC-masker worden gehaald en, dicht tegen het lichaam, in de borstzak van de gevechtskleding worden opgeborgen. Bevroren injectoren moeten zo snel mogelijk worden geruild.

Er bestaat een risico dat ten onrechte auto-injectoren worden gebruikt, bijvoorbeeld bij overdosering of na een vals gegeven zenuwgasalarm. Vooral door atropine treden dan de volgende verschijnselen op:

droge mond
hypertensie (verhoging van de bloeddruk)
hyperthermie (verhoging van de lichaamstemperatuur)
mydriasis (vergrote pupillen)
tachycardie (verhoging van de hartfrequentie)
vertraging van urinelozing en stoelgang

Bij het optreden van een droge mond mag nooit een tweede injectie worden toegediend op gevaar van een ernstige verstoring van de warmteregulatie.

Terug naar Boven

 

AUTOMATISCHE GRANAATWERPER

Duits: H&K Granatmaschinenwaffe (GMW). Engels: H&K Grenade Machine Gun GMG).

De Heckler & Koch automatische granaatwerper (© foto: Heckler & Koch).

De Heckler & Koch automatische granaatwerper (AGW) wordt gefabriceerd door Heckler & Koch in Obendorf/Neckar in Duitsland. De AGW is een veelzijdig vuursysteem tegen ongepantserde en licht-gepantserde gronddoelen met het fragmentatie-effect van mortiermunitie. Het wapen kan worden ingezet vanaf een driepootaffuit of gemonteerd op een voertuig (Fennek, MB) of in een helikopter.

In 2006 zijn door de Koninklijke Landmacht 18 AGW’s aangekocht, waarvan er 15 binnen het inzetgebied van ISAF Stage-III in Afghanistan zijn ingestroomd: 11 naar de Battle Group, 4 naar het Korps Commandotroepen.

Specificaties:

aanvangsnelheid granaat

240 meter per seconde

gewicht

29 kg

kaliber

40 mm x 53

laddervizier (mechanisch)

Tot 1.500 meter

lengte loop

41,5 cm

lengte wapen

109 cm

maximale dracht

± 2.200 meter

maximale effectieve dracht

± 1.500 meter

munitiekistje PA120

32 geschakelde patronen

vuurmogelijkheden

S (enkelschots vuur), 3 (3 round burst), F (automatisch vuur)

vuursnelheid

340 schoten per minuut

Onder operationele omstandigheden wordt High Explosive – Pre-Formed Fragments - Tracer (HE-PFF-T) munitie gebruikt, met een dodelijke scherfwerking in een straal van 6 meter, die in een straal van 25 meter zorgt voor verwondingen.

Zie ook: granaatwerper HK-AG36.

Terug naar Boven

 

AUTORISATIESTAAT (AS)

Afgekort: AS. Lijst van materieel en/of middelen die al dan niet geautoriseerd zijn voor een eenheid, organisatiedeel e.d. De autorisatiestaat kan deel uitmaken van een Organisatietabel en Autorisatiestaat (OTAS) van een eenheid, waarbij de organisatietabel het personele deel en de autorisatiestaat het materiële deel vertegenwoordigt.

Binnen de Koninklijke Landmacht worden verschillende soorten autorisatiestaten gehanteerd:

AS-009 Persoons Gebonden Uitrusting (PGU).

AS-01

A(lgemene) D(ienst)-artikelen die in de organisatietabel en autorisatiestaat (OTAS) zijn opgenomen. Artikelen die zijn gebonden aan het elementair codenummer (ELCO) van de eenheid, het bouwsteenvolgnummer van de functie en de categorie functie die wordt vervuld.

AS-21

Onderhouds- en schoonmaakartikelen. Behoren tot de categorie klasse III. Ook wel 'Miep Kraak-artikelen' genoemd.

AS-84

Extra middelen ten behoeve van legering, bijvoorbeeld tijdens oefening, zoals boogtenten, brandblussers, grondzeilen, stoelen, tafels, tentkachels en verlichtingssets. Ook wel veldlegeringsartikelen genoemd.

Terug naar Boven

 

AVANCEREN

Verouderd taalgebruik, ontleend aan het Frans, met verschillende betekenissen:

als militaire manoeuvre: voorwaarts gaan; oprukken; in een charge ten aanval gaan; aanvallen; attaqueren.

bevorderen; in rang verhogen (avancement).

bij de artillerie: de monding van een stuk geschut van de vijand afkeren.

Toepasselijk citaat: “Hy (een legeraanvoerder) is den eersten in het aenvallen, ende den lesten in het retireren” – Jhr. Richard Verstegen (1590-1640) in ‘Scharpzinnige Characteren’ (1619)

Zie ook: retireren.

Terug naar Boven

 

AVONDKLOK

Duits: Ausgangssperre; Ausgangsverbot. Engels: curfew. Frans: couvre-feu. Ook genaamd: spertijd; uitgaansverbod (in de laatste betekenis ook gehanteerd als tuchtrechtelijke maatregel, waarbij een militair voor een bepaalde periode op de kazerne wordt geconsigneerd).

Collectieve controlemaatregel die verplicht dat mensen tijdens een specifieke periode niet buitenshuis komen. In de regel wordt een avondklok ’s avonds en ’s nachts van toepassing verklaard. Een zgn. ‘dusk-to-dawn curfew’ is het gemakkelijkst af te kondigen: iedereen kan de zon zien ondergaan en opkomen. Een avondklok kan gepaard gaan met algehele verduisteringsmaatregelen. Een avondklok wordt ingesteld om:

  • bepaalde gebieden te ontzeggen van derden
  • bewegingen in een operatiegebied beter te controleren
  • demonstraties, onlusten, samenscholingen, rellen e.d. te voorkomen (de-escaleren)

In een inzetgebied kunnen bepaalde mensen van een avondklok worden vrijgesteld, zoals artsen, NGO’s en internationale waarnemers. Tijdens de avondklok patrouilleren militairen op straat om de naleving te controleren; ook kunnen (mobiele) checkpoints worden ingericht.

Terug naar Boven

 

A.V.P.U.-SCORE

Afkorting die staat voor “Alert, Verbal, Pain, Unresponsive”.

De A.V.P.U.-score is een manier om in het eerste onderzoek van het Advanced Trauma Life Support-protocol de bewustzijnsgraad (neurologische status) van een gewonde te bepalen:

A

Alert

Alert; oplettend; waakzaam

V

Verbal

Reageert op aanspreken (geluid)

P

Pain

Reageert op een pijnprikkel

U

Unresponsive

Reageert niet op een pijnprikkel

Terug naar Boven

 

Laatste update: 03.04.2013