|
Maak uw keuze uit de hierboven getoonde lijst
60ste herdenking bevrijding Breda
In de Bredase Mariakerk
hebben Koningin Beatrix en de Poolse president Aleksander Kwasniewski
een kerkdienst bijgewoond ter gelegenheid van de 60ste
herdenking van de bevrijding van Breda. De dienst werd grotendeels
in de Poolse taal voorgezeten door de Poolse priester Krzysztof
Obiedziński. In de
voorgedragen bijbelteksten werden gelovigen opgeroepen goed te zijn voor
vreemdelingen.
Met het oplezen van veertig Nederlandse
plaatsnamen waar Poolse strijders begraven liggen, werden de gevallen
Polen herdacht. De koningin en de president hebben na de kerkdienst
kransen gelegd op de Poolse erevelden aan de Vogelenzanglaan (Ginneken-Breda)
en de Ettensebaan (Breda).
Op 29 oktober 1944 trok
de 1ste Poolse Pantser Divisie onder leiding van generaal Stanislaw
Maczek (1892-1994) Breda in. Via
Normandië en het westen van België stak de divisie begin oktober 1944 te
zuiden van Breda de Nederlandse grens over en wist zij door tactisch
handelen Breda onbeschadigd te bevrijden. De bevrijdingsroute van de 1ste Poolse
Pantser Divisie eindigde uiteindelijk in 1945 bij de Duitse stad
Wilhelmshafen.
Terug naar Boven
Openbaar Ministerie in beroep in zaak Eric O.
Het Openbaar
Ministerie (OM) gaat in beroep tegen de vrijspraak
van de 43-jarige sergeant majoor der mariniers Eric O. De militaire kamer
van de rechtbank in Arnhem sprak Eric O. twee weken geleden vrij. Volgens
het OM had de marinier in Irak de geweldsinstructie overtreden door
een waarschuwingsschot in de grond te lossen, terwijl er geen sprake zou
zijn geweest van een dreigende situatie. Door de afgeketste kogel zou
een Irakees zijn omgekomen.
Hoewel de officier van justitie zes
maanden voorwaardelijke militaire detentie en een taakstraf van 240 uur
tegen de marinier had geëist, oordeelde de rechtbank dat Eric O. wel
degelijk volgens de voorschriften had gehandeld.
Volgens de
Vakbond
voor Defensiepersoneel VBM/NOV blijkt uit
het hoger beroep – hoewel het ‘bewijs’ in deze zaak ontbreekt –
dat het OM Eric O. ten onrechte als verdachte blijft zien en er een
prestigezaak van heeft gemaakt. Volgens vakbondsvoorzitter Jean Debie gaat
het hoger beroep ten koste van het vakbondslid Eric O.: “Bovendien
verlamt het OM de operationele slagvaardigheid van onze militairen op
gevaarlijke missies”. "Dit verbaast me", aldus
voorzitter Jan Kleian van de ACOM,
de CNV-bond van militairen: "Dit is buitengewoon triest voor
Eric O."
Volgens
advocaat Gert Jan Knoops voelt Eric O. zich steeds meer slachtoffer van
het handelen van het OM.
Terug naar Boven
Brits detachement verplaatst naar Bagdad
Het Britse leger is begonnen met de omstreden verplaatsing van troepen
van de relatief veilige basis in de Zuid-Iraakse stad Basra naar de
zogenoemde “driehoek des doods” in de buurt van Bagdad.
De verplaatsing van de ± 850 militairen
naar de explosieve regio heeft in Groot-Brittannië veel beroering
veroorzaakt. Veel leden van Tony Blair’s Labourpartij zijn tegen de
operatie. De risicovolle troepenverplaatsing wordt onder andere uitgelegd
als een steunbetuiging aan de herverkiezing van de Amerikaanse president
George Bush.
De Britse
troepen worden vermoedelijk ten zuiden van Bagdad gelegerd. De daar
gelegerde Amerikanen zouden dan de handen vrij krijgen voor operaties
tegen de rebellen in Fallujah, 65 km ten westen van Bagdad. Volgens de
Britse Minister van Defensie Geoffrey
Hoon, die het
besluit zes dagen geleden in het Lagerhuis bekendmaakte, duurt de
stationering slechts enkele weken. Hij benadrukte overigens dat de troepen
onder Brits commando blijven.
Terug naar Boven
380.000 kg explosieven verdwenen in Irak
Sinds het beëindigen van de grote
vijandigheden in Irak zijn van een voormalige militaire basis in Irak
bijna 380.000 kilo explosieven verdwenen. De basis wordt niet meer door de
Verenigde Staten beheerd. Afgelopen zaterdag is er nog geplunderd.
Volgens The New York Times heeft de
Iraakse interim-regering de verdwijning al op 10 oktober jl. aan de
Verenigde Staten en internationale wapeninspecteurs gemeld. Volgens de
krant hebben functionarissen van het Witte Huis erkend dat de explosieven
ergens na de Amerikaanse inval vorig jaar zijn verdwenen. De explosieven
lagen opgeslagen op het complex Al-Qaqaa, ± 30 km zuidelijk van Bagdad,
en waren krachtig genoeg om te worden gebruikt bij de ontsteking van
kernwapens.
De nationale veiligheidsadviseur
Condoleeza Rice zou pas de afgelopen maand op de hoogte zijn gebracht van
de diefstal. Of president George Bush er ook van afweet, is onduidelijk.
De IAEA, het Internationaal Atoomenergie Agentschap, heeft de diefstal
bevestigd en zal de vermissing aan de VN-Veiligheidsraad rapporteren. De
IAEA zou er bij de Amerikanen op hebben aangedrongen “de grootste
vindplaats van explosieven in de moderne geschiedenis” te bewaken.
De
Amerikaanse inlichtingendienst CIA onderzoekt de zaak. John Kerry, de
Democratische uitdager van president George Bush, noemt de verdwijning van
de explosieven zorgwekkend en heeft het over een nieuwe blunder in de
Amerikaanse aanpak van de Irak-crisis.
Terug naar Boven
NOVA over Nederlandse vredesmissies
In de actualiteitenrubriek NOVA op Nederland 3 gaat
één van de onderwerpen over het Nederlandse leger dat steeds vaker wordt
uitgezonden naar buitenlandse brandhaarden. Als het aan de Minister van
Defensie Henk Kamp ligt, worden de militairen nog hoger in het
geweldsspectrum ingezet, hetgeen zou betekenen dat Nederland bijvoorbeeld
actiever deelneemt aan missies zoals die in Irak (SFIR). De hamvraag is of
Nederland hier wel klaar voor is.
In het
programma een debat hierover tussen generaal b.d. Hans Couzy, oud-Minister
van Defensie Bram Stemerdink (onder de premiers Joop den Uyl en Dries van
Agt), VVD-Tweede Kamerlid Hans van Baalen en luitenant-kolonel Richard van
Harskamp, commandant van de militairen die onder de rotatie SFIR-3 in Irak
hebben opgetreden.
Terug naar Boven
Chef Defensiestaf spreekt vlag- en
opperofficieren toe
Tijdens een seminar over de toekomst van
de krijgsmacht in een hotel aan het strand van Kijkduin, laat de Chef
Defensiestaf (CDS), generaal Dick L. Berlijn, zijn gehoor weten dat het binnen de krijgsmacht afgelopen moet zijn met materieel
hobbyisme en elitair gedrag van de afzonderlijke krijgsmachtonderdelen.
Als dat niet gebeurt, verliest Defensie de concurrentie met andere
belangrijke prioriteiten in de samenleving, zoals zorg en onderwijs. De
toehoorders zijn de vlag- en opperofficieren (generaals, commodores en
admiraals) van de krijgsmacht.Volgens
de hoogste militaire adviseur van de Minister van Defensie
nekt blinde beroepstrots de krijgsmacht.
Als Defensie de
concurrentie met andere belangrijke prioriteiten in de samenleving
verliest zal
die samenleving géén geld over hebben om de krijgsmacht de beste spullen
te bezorgen en de meest realistische trainingen te bieden om de
uitzendtaken op het hoogste niveau te kunnen uitvoeren.
Generaal Berlijn: “Defensie moet af
van het imago dat de krijgsmachtsonderdelen rollebollend over straat ruziën.
De samenleving moet Defensie zien als een hecht team.”
Overigens
zullen vanaf 1 januari 2006 de stafraden van de Koninklijke Landmacht,
Koninklijke Luchtmacht en Koninklijke Marine verdwijnen en zal er sprake
voortaan sprake zijn van een gezamenlijke aansturing van de
krijgsmachtdelen.
Boek over generaal Spoor gepresenteerd
In het Koninklijk Tehuis voor
Oud-Militairen en Museum Bronbeek is het eerste exemplaar van het boek
‘Achteraf kakelen de kippen’ van de weduwe Mans Poor-Dijkema
aangeboden aan de Inspecteur-Generaal der Krijgsmacht A.P.P.M. van Baal,
luitenant-generaal van de Koninklijke Landmacht.
Met het boek over haar man, de
legendarische ‘Indische legercommandant’ en “soldatengeneraal”
Simon H. Spoor., waaraan de weduwe zes jaar lang heeft gewerkt, hoopt de
weduwe onder meer voorgoed een einde te maken aan alle geruchten en mythes
(vergiftiging, zelfmoord) die nog altijd over zijn dood de ronde doen. Ook
omschrijft Mans Spoor hoe haar man de politionele acties op het slagveld
won dankzij zijn briljante strategische inzicht, om in de vergaderzalen
alsnog het onderspit te moeten delven na ingrijpen van de politiek.
Simon
Spoor overleed op 25 mei 1949 aan een hartaanval en ligt begraven op het
ereveld Menteng Pulo in Jakarta. Het boek ‘Achteraf kakelen de kippen’
(ISBN 9067075876, € 27,50) is verschenen bij de Amsterdamse uitgeverij
De Bataafsche Leeuw.
Terug naar Boven
Werkbezoek Minister van Defensie aan SFIR-4
Minister van Defensie Henk Kamp brengt een bezoek aan de Nederlandse militairen in Irak. Op Camp Smitty
prijst hij tijdens het appèl de mannen en vrouwen van SFIR-4; hij spreekt
zijn waardering en tevredenheid uit over het goede werk dat de militairen in Irak verrichten.
Later op de dag bezoekt de bewindsman de gouverneur van Al Muthanna -
Mohammad Abbas Al Hassani - en de eenheden in Ar Rumaythah en Al Khidr. De
boodschap aan de gouverneur is helder: nog éénmaal een hinderlaag en de
Nederlanders trekken zich terug.
Terug naar Boven
Sergeant-majoor der mariniers vrijgesproken
Voor de Arnhemse rechtbank is de
sergeant-majoor der mariniers Eric O. wegens gebrek aan bewijs
vrijgesproken. Het Openbaar Ministerie (OM) heeft na negen maanden niet
aannemelijk kunnen maken dat de marinier in december 2003 ten onrechte een
waarschuwingsschot loste waarbij een Irakees om het leven zou zijn
gekomen. In het actualiteitenprogramma NOVA geeft Eric O. aan dat er een
'behoorlijke last' van zijn schouders is gevallen: "Voor mijzelf kon
er maar één uitspraak zijn, dat is de uitspraak van vandaag".
De rechtbank gaan in het vonnis duidelijk
mee in het verhaal van de marinier gekozen: Eric O. gaf tijdens de
rechtzaak aan dat er wel degelijk sprake was van een levensbedreigende
situatie en dat zijn mannen dreigden te worden overlopen door de
plunderaars. Volgens de rechters: "Er was sprake van een situatie,
waarvan verdachte kon en mocht menen dat deze dreiging inhield en dat de
situatie zich in korte tijd zodanig kon ontwikkelen dat de veiligheid van
de eenheid rechtstreeks in gevaar kwam".
Minister van Defensie Henk Kamp is
opgelucht over de uitspraak en juicht het toe dat de geweldsinstructie
voor de rechter overeind is gebleven.
De Tweede
Kamer heeft felle kritiek op de rol die de voorzitter van het College van
Procureurs-Generaal, Joan de Wijkerslooth, heeft gespeeld. De grote
politieke partijen vinden dat hij te hoog van de toren heeft geblazen en
willen dat de kennis van het OM in militaire zaken wordt verbeterd.
Terug naar Boven
Amerikanen in Irak weigeren dienstopdracht
Het
Amerikaanse leger heeft een onderzoek ingesteld naar 19 reservisten die
weigerden in Irak een lading brandstof af te leveren ten noorden van
Bagdad, onder omstandigheden die volgens de reservisten onveilig waren.
The
New York Times heeft hiervan melding gemaakt op basis van verklaringen van
het Pentagon en familie van de militairen. De reservisten moesten naar een
Amerikaanse legerbasis in Taji – 30 km ten noorden van Bagdad - rijden
in vrachtwagens die naar hun zeggen niet waren onderhouden. Ook kregen de
militairen géén konvooibegeleiding van gepantserde voertuigen.
Verschillende
militairen noemden het een 'zelfmoordopdracht'. Amerikaanse konvooien
waren de afgelopen maanden vaak doelwit van aanslagen. Verscheidene
regionale Amerikaanse media berichtten de afgelopen weken al over
dienstweigering onder Amerikaanse manschappen in Irak, vooral onder
reservisten.
Terug naar Boven
Nieuwe tijdelijke leden VN-Veiligheidsraad gekozen
Argentinië,
Denemarken, Griekenland, Japan en Tanzania zijn voor de komende twee jaar
de nieuwe tijdelijke leden van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties
(VN). De Algemene Vergadering heeft de kandidatuur van deze landen met
algemene goedkeuring zonder hoofdelijke stemming goedgekeurd.
De Veiligheidsraad,
het hoogste orgaan van de VN, bestaat uit vijftien leden; vijf van deze
leden zijn permanente leden, t.w. Verenigde Staten, Rusland, China,
Groot-Brittannië en Frankrijk. De overige tien landen worden volgens een regionale verdeelsleutel telkens
voor de duur van twee jaar door alle leden van de VN gekozen - elk jaar
vijf nieuwe landen.
De
terugtredende tijdelijke leden van de VN-Veiligheidsraad zijn Angola,
Chili, Duitsland, Pakistan en Spanje.
Terug naar Boven
Verdachte genocide Srebrenica onderweg naar Den Haag
In Servië heeft een verdachte van de
genocide in Srebrenica in 1995 zich overgegeven. Het gaat om de
Bosnisch-Servische kolonel Ljubisa Beara. De Servische regering meldt dat
hij onderweg is naar het International Criminal Tribunal for the former
Yugoslavia (ICTY) in Den Haag.
Ljubisa Beara, geboren in Sarajevo op 14 juli 1939,
was in 1995 chef veiligheid van de generale staf van het
Bosnisch-Servische leger (VRS) van commandant Ratko Mladic. Hij wordt
ervan verdacht samen met Mladic gevangen moslims te hebben vermoord. Zo
nam Beara op 12 juli 1995 deel aan het onthoofden van 80 tot 100
moslimmannen in de plaats Potocari. Ook was Beara betrokken bij de
gevangenneming van de duizenden moslimmannen die door de bossen naar
veilig gebied probeerden te vluchten.
De naam
‘Beara’ werd indertijd veel genoemd in het proces tegen Radislav
Krstic, bevelhebber van het Drina Korps, die op 19 april 2004 door het
ICTY is veroordeeld tot 35 jaar celstraf.
Terug naar Boven
Géén strafrechtelijke vervolging bij overtreden
geweldsinstructie?
Volgens NRC Handelsblad heeft advocaat
Geert-Jan Knoops, de verdediger van Eric O., gisteren in zijn eindpleidooi
betoogd dat Nederlandse militairen die in Irak de zgn. geweldsinstructie
overtreden, daarvoor niet strafrechtelijk kunnen worden vervolgd.
De
geweldsinstructies, waarin wordt omschreven wanneer militairen mogen
schieten, staan niet in het Wetboek voor Militair Strafrecht (WMS), maar
worden voor iedere missie vastgesteld door het Ministerie van Defensie.
Volgens het Openbaar Ministerie is de instructie echter een
'dienstvoorschrift', zoals is omschreven in artikel 135 van de WMS: "Onder dienstvoorschrift wordt verstaan een bij of krachtens algemene maatregel van Rijksbestuur of van bestuur dan wel een bij of krachtens landsverordening onderscheidenlijk landsbesluit gegeven schriftelijk besluit van algemene strekking dat enig militair dienstbelang betreft en een tot de militair gericht ge- of verbod
bevat."
Op overtreding van een dienstvoorschrift staat een
gevangenisstraf van ten hoogste vijf jaar. Volgens Knoops blijkt uit
internationale jurisprudentie dat de Rules of Engagement (ROE), waar de
geweldsinstructie deel van uitmaakt, géén vastomlijnde set van ge- en
verboden zijn (zoals uit artikel 135 WMS zou blijken), maar eerder een
algemene leidraad voor militair handelen: "Door de
geweldsinstructie te omschrijven als een dienstvoorschrift ontneem je de
militair elke discretionaire (aan eigen inzicht en beslissing
overgelaten, webmaster) bevoegdheid".
Terug naar Boven
Voorwaardelijke celstraf én werkstraf geëist tegen Eric O.
Het Openbaar Ministerie (OM) in Arnhem
heeft tegen de sergeant-majoor der mariniers Eric O. een voorwaardelijke
celstraf van zes maanden militaire detentie én een werkstraf van 240 uur
geëist.
Eric O. zou op 27 december 2003 een
Irakees hebben doodgeschoten. Volgens het OM overtrad hij de
dienstvoorschriften (geweldsinstructie) door in een niet-bedreigende
situatie gericht op een groep Irakezen te schieten. Het OM eist toch
slechts een voorwaardelijke celstraf omdat Eric O. door de publiciteit
rond zijn zaak al zwaar gestraft is.
Geen van de getuigen heeft verklaard dat
er sprake was van een dreigende situatie. Van een (voorbereiding van een)
aanval - in de geweldsinstructie omschreven als Hostile Act of Hostile
Intent - die eventueel het gebruik van geweld zou rechtvaardigen, was
volgens het OM géén sprake. Aangezien Eric O. bekend was met de
geweldsinstructies heeft hij de dienstvoorschriften "opzettelijk"
overtreden, aldus de Officier van Justitie.
Zijn advocaat, Geert-Jan Knoops, heeft gepleit
voor het niet-ontvankelijk verklaren van het OM en eist vrijspraak voor
zijn cliënt. Volgens Knoops zijn de rechten van zijn cliënt zodanig
geschaad, dat het OM niet had mogen overgaan tot strafvervolging.
Aanvankelijk werd Eric O. verdacht van moord of doodslag. Knoops stelt dat
daar géén juridische gronden voor waren en dat de marinier daar niet
voor had mogen worden vastgehouden.
De rechtbank doet over twee weken
uitspraak.
Terug naar Boven
Nederland levert onvoldoende personeel voor VN-missies
In een interview met NRC Handelsblad zegt Jean-Marie
Guéhenno, onder-Secretaris-Generaal
voor vredesmissies van de Verenigde Naties (VN), dat Nederland meer zou
moeten bijdragen aan vredesmissies van de VN. De Fransman Guéhenno noemt de Nederlandse bijdrage aan de VN-missies, zestien manschappen, op dit moment
niet voldoende.
Nederland staat nu 78ste op de
ranglijst van de honderd grootste VN-troepenleverende landen: vier personen
voor de burgerpolitie van de
United Nations Peacekeeping Force in Cyprus (UNFICYP)
en twaalf militaire
waarnemers voor de United
Nations Truce Supervision Organization
(UNTSO) in het Midden-Oosten. Had Nederland ooit een gemiddelde van ±
1.200 manschappen in de jarenlange VN-missie in Bosnië-Hercegovina, nu
levert Nederland hoofdzakelijk troepen voor NAVO-missies, zoals die in
Bosnië-Hercegovina en Irak. Volgens
VN-cijfers is Pakistan met 8.652 manschappen op dit moment de grootste
troepenleverancier.
Guéhenno
oppert dat Nederland maritieme eenheden zou kunnen leveren voor de missie United Nations Organization Mission in the Democratic Republic of the Congo
(MONUC) in Congo, voor patrouilles op de Grote Meren.
Terug naar Boven
De Volkskrant: SFIR omstreden missie
Volgens de Volkskrant is de uitzending van
Nederlandse militairen naar Irak de meest omstreden militaire missie tot
op heden: 41% van de bevolking is tegen, terwijl gewoonlijk nog geen kwart
van de Nederlanders moeite heeft met deelname aan buitenlandse operaties.
Zelfs de politionele acties in Nederlands-Indië en het optreden in
Srebrenica wekken minder afkeer dan de huidige missie in Irak. Dat blijkt
uit onderzoek van het Veteraneninstituut in Doorn. Overigens is er wel
steun voor Nederlandse militairen in Irak: ± 70% van de bevolking heeft
(zeer) veel waardering voor hun werk.
Sinds 2000 peilt het instituut jaarlijks
de gevoelens van de bevolking over veteranen en (vredes-)missies. De inzet
in Irak wordt in de onlangs onder bijna 1.100 mensen gehouden enquête
door 44% gewaardeerd, 41% vindt de operatie onterecht. Uit de
veteranenmonitor van vorig jaar kwamen vergelijkbare cijfers. De politionele acties in Indonesië (1945-1950) worden nu door bijna 23%
van de bevolking afgewezen. De inzet in Srebrenica (1995) was onterecht
naar de mening van bijna 24% van de ondervraagden.
Overigens
kan de opinie van nu moeilijk vergeleken worden met de opinie die toen
leefde over bijvoorbeeld de politionele acties in Indonesië of de inzet
in Srebrenica, onder andere door het veranderde tijdsbeeld en de
toegenomen mondigheid. Het vergelijken van dergelijke opinies geeft
waarschijnlijk een vertekend beeld.
Terug naar Boven
Kabinet akkoord met deelname aan EU-operatie Althea in Bosnië
Het kabinet heeft besloten dat Nederland
in 2005 militairen zal leveren voor een troepenmacht in Bosnië onder de
vlag van de Europese Unie (EU), genaamd operatie Althea. Het betreft 530
militairen. Binnen operatie Althea maakt de EU gebruik van NAVO-structuren.
Al in juli jl. besliste de EU om het
commando van de SFOR-vredesmacht in Bosnië over te nemen. Het is de
bedoeling in totaal 6 à 7.000 manschappen te ontplooien ter vervanging
van de NAVO-troepen die sinds december 1995 (IFOR)
aanwezig zijn om toe te zien op de uitvoering van de Vredesakkoorden van
Dayton. Momenteel zijn al zo’n 500 Nederlandse
militairen in Bosnië actief onder bevel van de NAVO (SFOR). In de loop
van 2005 zal de Nederlandse bijdrage geleidelijk worden ingekrompen; de
militairen moeten voorkomen dat de vijandelijkheden op de Balkan worden
hervat.
Na de aanzienlijk kleinere EU-missies in
Macedonië (operatie Concordia) en in Bunia in het noordoosten van Congo
(operatie Artemis) zou de operatie in Bosnië de tot nu toe grootste
langdurige militaire inzet zijn onder zelfstandig Europees commando. De
operatie, die formeel per 1 december a.s. wordt overgedragen aan de EU,
wordt gezien als een krachtproef voor het gezamenlijke Europese
veiligheids- en defensiebeleid. Op verzoek van de Verenigde Staten en tegen de
uitdrukkelijke wil van Frankrijk blijft een NAVO-eenheid van 2 à 300
militairen in Bosnië achter met de opdracht de door het Internationale Tribunaal van
Oorlogsmisdaden gezochte personen die verdacht worden van oorlogsmisdaden
te zoeken en te arresteren.
Operatie
Althea is genoemd naar een Griekse godin, die in verband wordt gebracht
met genezen, helen en weldoenerij.
Terug naar Boven
|