INHOUDSOPGAVE B
Terug naar de homepage
 

Maak uw keuze uit de hieronder getoonde lijst

 

BAAN 41

Protestants Militair Tehuis (PMT) - tegenwoordig: ECHOS Home - in Bergen-Hohne (Lohheide, Landkreis Celle, Land Niedersachsen, Duitsland). Sinds 2010 is Home-Base Support de enige contractpartij met Defensie met betrekking tot het militair tehuiswerk op de locaties in Nederland en Duitsland.

Baan 41 voorziet in een mogelijkheid voor ontspanning voor de militairen die deelnemen aan oefeningen en schietseries. Het is als Protestants Militair Tehuis Bergen-Hohne geopend in 1964 en verbouwd in 2005. Het PMT ligt in de buurt van het voormalige concentratiekamp Bergen-Belsen aan de rand van de Lüneburger Heide.

In het najaar van 1961 werd 121 Lichte Brigade in verband met de Berlijn-crisis aan de Panzerringstraße van de NATO Truppenübungsplatz Bergen-Hohne gelegerd; onmiddellijk bereikten de Koninklijke Nederlandse Militaire Bond Pro Rege de eerste verzoeken om een PMT te bouwen. In de zomer van 1964 is dit uiteindelijk gebeurd, waarna het tehuis is geopend door de Commandant Nederlandse Troepen.

In 1973 vond de naamswijziging naar Baan 41 plaats, waarna het militair tehuis op 7 oktober 1973 werd heropend door Z.K.H. Prins Claus.

De naamgeving van Baan 41 is eraan te danken dat de in Hohne gelegerde onderdelen waren voorzien van nummer 41: 41 Herstelcompagnie, 41 Pantsergeniecompagnie en 41 Tankbataljon Regiment Huzaren Prins Alexander.

Na de verbouwing is Baan 41 op 1 september 2005 heropend door brigadegeneraal Peer Everts, directeur Directie Operatiën van het Ministerie van Defensie. Voor de verbouwing van Baan 41 - eerst van steen, nu van hout - zijn de voormalige ECHOS Homes uit Sipovo (Bosnië-Herzegovina, 'The Beacon') en Split (Kroatië, 'The Haven') hergebruikt.


Baan 41 telt nu een grote huiskamer met restaurant en spelfaciliteiten, een stiltecentrum en de Dutch Army Shop (DAS), die alleen geopend is tijdens oefeningen en schietseries van de Nederlandse krijgsmacht. Viermaal per jaar vinden de Schietoefeningen Bergen/Schietoefeningen Munster-Süd (SOB-SOMS) plaats.

ECHOS Home Baan 41 staat ter beschikking van alle NAVO-troepen.

Het adres van Baan 41 is:

adres

Winsener Straße 1, Bergen-Hohne

postcode en plaats

29303 Lohheide

telefoon

+49 5051 8255

e-mail

ECHOS-Baan41@home-basesupport.net

Voor openingstijden en meer informatie, kijk op de website van Home-Base Support (externe link).

Zie ook: 121 Lichte Brigade (121 Ltbrig), NAVO, Panzerringstraße, Schietoefeningen Bergen/Schietoefeningen Munster-Süd (SOB-SOMS).

Externe link: Echos Home Baan 41.

Terug naar Boven

 

BAANCOMMANDANT

Functionaris die tijdens een schietoefening of handgranaat werpen verantwoordelijk is voor het naleven van de regelgeving en het toezien op de veiligheid op de toegewezen schiet- of handgranaatbaan.

De baancommandant heeft de algehele leiding over de schietoefening (of het werpen van handgranaten).

De baancommandant, herkenbaar aan zijn oranje armlet (armband), is onder andere verantwoordelijk voor het naleven van de regelgeving en ziet toe op de veiligheid.

Voorafgaand aan de schietoefening stelt de baancommandant zich op de hoogte van het baanreglement en afwijkende veiligheidsbepalingen en -regels die op de betreffende schietbaan van toepassing zijn. Hij is op de hoogte van de schietoefeningen, te gebruiken schietafstand(en) en schietpunt(en) en typen wapens en munitie.

Bij aankomst op de schietbaan controleert hij de verpakking, verzegeling en aantallen munitie (klasse V), alsmede lotnummers en afwijkingen aan munitie.

Bij het betreden én verlaten van de schietbaan voert hij bij iedereen de wapeninspectie uit en stelt daartoe de hamvraag: "Bent u in het bezit van munitie of delen van munitie?"

Vervolgens deelt de baancommandant de schietbanen in en geeft hij aan wanneer munitie en headsets kunnen worden uitgegeven/ingenomen.

Voor aanvang van de eerste schietoefening laat hij controleren of de wapens vuurgereed zijn (onderhoud voor het vuren). Ook na het vuren laat hij onderhoud uitvoeren op de daartoe bestemde onderhoudsplaats.

De baancommandant houdt toezicht op het nakomen van de veiligheidsregels en laat daartoe de telefoon permanent bezet houden.

Aan het einde van de schietdag meldt hij de schietbaanbeheerder het aantal schutters, de aantallen verschoten munitie en eventuele bijzonderheden.

In geval van een ongeval of incident op de schiet- of handgranaatbaan meldt de baancommandant dit onmiddellijk aan de hulpverlener en de schietbaanbeheerder. Daarnaast is hij verantwoordelijk voor de afvoer van gewonden naar een overlaadplaats ambulance of een medisch centrum en zorgt hij ervoor dat het ambulancepersoneel de gewonde voor vervoer gereed kan maken.

Zie ook: baanfunctionarissen, handgranaat en klasse I t/m X.

Terug naar Boven

 

BAANFUNCTIONARISSEN

Ook: schietbaanfunctionarissen.

De (schiet)baanfunctionarissen dragen gezamenlijk zorg voor een veilige en correcte uitvoering van schietoefeningen op schietbanen, -terreinen en -kampen. Tijdens schietoefeningenn mag de schutter niet worden gestoord, behalve door de daartoe bevoegde baanfunctionarissen.

De functie van een baanfunctionaris is herkenbaar aan de bijbehorende armband (armlet) die bij het GVT om de linkerbovenarm wordt gedragen: hoofdschietinstructeur (wit met een verticale oranje baan), schietinstructeur/veiligheidspersoneel (wit), munitieonderofficier (blauw), officier van ontvangst (geel), baancommandant (oranje), veiligheidsofficier (rood) en geneeskundig verzorger op de schietbaan (wit met rood kruis). Voorheen kende Defensie ook de toezichtfunctionaris veiligheid op de schietbaan (rood met verticale oranje baan).

Baancommandant

Functionaris die verantwoordelijk is voor het naleven van de regelgeving en het toezien op de veiligheid. Deelt de schietbanen in en geeft aan wanneer munitie en headsets kunnen worden uitgegeven/ingenomen.

Munitiecorvee / Munitieonderofficier

Functionaris in de rang van onderofficier die te verschieten patronen uitgeeft en lege hulzen en niet verschoten patronen inneemt.

Hoofdschietinstructeur (HSI)

Functionaris die alle handelingen aan het wapen op zijn commando laat aanvangen.

Ontvangstfunctionaris / Officier van ontvangst

Functionaris die personeel dat niet is belast met een schietoefening ontvangt en aanmeldt bij de veiligheidsfunctionaris.

Schietinstructeur (SI) / Veiligheidspersoneel
Gewondenverzorger / Geneeskundige verzorger op schietbaan
Veiligheidsfunctionaris / Veiligheidsofficier
 
  

Als onderdeel van De Onderofficier, nummer februari/maart 1992, verscheen de special 'Wie is wie op de schietbaan'. Het boekje in A6-formaat is samengesteld door de Opleidingsrichting Lichte Wapens van het Infanterie Schietkamp Harskamp.

Zie ook: baancommandant, Every Soldier A Rifleman (ESAR). hoofdschietinstructeur (HSI) en schietbaanorganisatie.

Terug naar Boven

 

BACKWARD PLANNING

Het maken van een prognose van de beschikbare tijd voor een gehele operatie. In het besluitvormingsproces wordt begonnen met het einddoel, van waaruit systematisch wordt teruggerekend in tijd om van elk essentieel deelaspect de gewenste start- en eindtijd dan wel –datum te verkrijgen.

Zo wordt bij air manoeuvre-operaties teruggeredeneerd vanaf het (begin van het) grondtactisch optreden; bij amfibische operaties vanaf de landing. In deze voorbeelden geven het grondtactisch optreden én de landing richting aan de (overige) deelaspecten van de operatie.

De terugwerkende aanpak van backward planning:

  • geeft prioriteiten aan de deelaspecten
  • maakt knelpunten zichtbaar
  • geeft ondercommandanten de mogelijkheid een eigen tijdbalk te maken (vrijheid van handelen)

Backward planning stelt achtereenvolgens vast:

  • wat een vereiste is bij vijandcontact
  • welke middelen nodig zijn om de vijand te binden (fix)
  • welke middelen nodig zijn om de vijand te vinden (find)
  • welke middelen nodig zijn om een operatie logistiek te ondersteunen

Terug naar Boven

 

B.A.D.-FORMULE

MKS-Formel (Meter, Kilometer, Strichzahl).

Synoniem: BAM-formule (breedte, afstand, mils).

De B.A.D.-formule luidt:

B

Breedte

Breedte of hoogte van een doel in meters (afstand tussen 2 punten in meters)

A

Afstand

Afstand in meters

D

Doel

Breedte of hoogte van het doel in mils via richtmerk van het vizier of handmethode

Met behulp van bovenstaande formule kan een variabele worden berekend als de twee andere gegevens bekend zijn.

Voorbeeld

Een gebouw dat op 2 km afstand wordt waargenomen en op het richtmerk van een kijker een breedte van 40 mils meet, is volgens de BAD-formule in werkelijkheid 80 meter breed:

B

Breedte

40 mils

A

Afstand

2.000 meter

D

Doel

80 meter

Uit bovenstaand voorbeeld kan de regel worden afgeleid dat wanneer de afstand tussen twee punten op het richtmerk van een kijker 1 mil bedraagt, dit op 1 km afstand gelijk is aan 1 meter.

Zie ook: kaarthoekmeter, mil (duizendste) en windroos.

Terug naar Boven

 

BAILEYBRUG

Afgekort: bbr.

De baileybrug dankt zijn naam aan de ontwerper, Sir Donald Coleman Bailey (1901-1985), die werkte bij het British War Office.

Aan de basis voor zijn ontwerp ligt het Franse constructiespeelgoed Meccano met als leidende gedachte dat de brug gebouwd moest kunnen worden met uitsluitend gebruikmaking van menskracht.

Tegenwoordig maken de sappeurs van de genie bij de bouw van een baileybrug overigens ook gebruik van de Liebherr mobiele kraan FKM en de Werklust wiellaadschop Uniboma. Indien mogelijk worden baileybruggen tegenwoordig zoveel mogelijk mechanisch geconstrueerd.

In 1941 werd de baileybrug officieel als Standard Military Bridge in dienst gesteld bij het Britse Corps of Royal Engineers waarna deze voor het eerst werd gebruikt in 1943 op Sicilië en daarna op het Italiaanse vasteland.

Een standaard-paneel (frame, veld) voor de constructie van een baileybrug.

Een complete baileybrug telt maximaal 20 panelen (ook genaamd: frames of velden) die in maximaal 24 uur door een geniepeloton ter grootte van 35 militairen kunnen worden geconstrueerd.

De panelen zijn elk 1 meter 52 hoog, 3 meter 05 lang, wegen 272 kg en worden gedragen door zes personen. De maximale lengte van een brug-basis-oeververbinding (overspanning) - is derhalve 61 meter, maar meerdere bruggen kunnen worden gekoppeld.

De gemakkelijk te transporteren, assembleren en hergebruiksvriendelijke baileybrug heeft een hoge draagcapaciteit en bestaat uit corrosiebestendige stalen onderdelen die met moerbouten, pinnen e.d. worden gekoppeld.

Vrachtauto's brengen de onderdelen zo dicht mogelijk bij de oever op de plaats waar de brug wordt gelegd. Daarna wordt de baileybrug in elkaar gezet door de genie: direct vanaf de oever of op rollende elementen.

De baileybrug is een tijdelijk bedoelde vakwerkbrug die onder noodomstandigheden kan worden geconstrueerd uit geprefabriceerde elementen.

Afhankelijk van de grootte kan de brug in enkele uren tot dagen in elkaar worden gezet. Sommigen menen dat de baileybrug een van de grootste uitvindingen van WO II was. In elk geval heeft de baileybrug een hoofdrol voor zich opgeëist in de opmars van de geallieerden: van Normandië tot Berlijn werden ruim duizend baileybruggen gelegd.

Het 1e Canadese leger legde in WO II de toentertijd langste (tijdelijke) baileybrug van Europa: 741 meter over de IJssel bij Gorssel.

Op 28 maart 1945 trok het 1e Canadese leger bij Dinxperlo Nederland binnen. Voor de bevrijding van het noordoosten van Nederland was een offensief vanaf de oostzijde van de IJssel van groot belang: de Canadese operatie CANNON SHOT.

Na artilleriebeschietingen en het leggen van rookgordijnen op de landingsplaats startte op 11 april 1945 de bouw van de baileybrug; zes dagen later verplaatsten de eerste troepen zich westwaarts over het IJssel-bruggenhoofd.

Achter de ingestorte brug ligt de door het 1e Canadese leger gelegde baileybrug over de IJssel bij Gorssel.

Tijdens Peace Support Operations leggen landen vaak baileybruggen. Nederland schonk tijdens de missie UNMEE in 2001 een baileybrug over de rivier Mereb op de grens van Eritrea en Ethiopië. Tijdens SFIR (2004) schonk Nederland een baileybrug over het kanaal langs Al Warka in Irak.

In mei/juni 2010 plaatste 105 Brugcompagnie, dat deel uitmaakt van 101 Geniebataljon, bij het Gelderse Ulft een baileybrug over de Oude IJssel.

De brug ligt exact op de plek waar de Canadezen tijdens WO II ook een baileybrug hebben gelegd.

De brug gaat dienst doen als verbinding voor een fietsroute van Silvolde naar de voormalige ijzergieterij in Ulft. De baileybrug is op 6 juni officieel in gebruik genomen.

Hoewel een baileybrug is opgebouwd uit verschillende standaardonderdelen en daarom zeer snel op- en afgebouwd kan worden, moest de brug door de specifieke omstandigheden in betonnen brughoofden komen te liggen. Daarom werd de brug op een ongebruikelijke manier op zijn plek getild: met de speciale wissellaadsystemen van de compagnie.

1945: een Amerikaanse M4 Sherman tank passeert een baileybrug over de rivier Santerno bij de stad Imola in het noorden van Italië.

Zie ook: genie, Medium Girder Bridge, pontonnier, sappeur en vouwbrug.

Terug naar Boven

 

BAJONET

Bajonett.
bayonet.
baïonnette.

Synoniemen: geweerdolk; hartsvanger; ponjaard; slakkensteker.

Werkwoord: bajonetteren.

De naam is waarschijnlijk afgeleid van Bayonne, de stad in Zuid-Frankrijk waar het wapen in de 17e eeuw is uitgevonden.

De eerste Franse eenheid die werd toegerust met de bajonet (op het steenslotgeweer) was het Régiment Royal-Artillerie, opgericht door Lodewijk XIV in 1671.

De bajonet is - evenals bijvoorbeeld lans, sabel, stormdolk en zwaard - een zgn. blank wapen.

Citaat toegeschreven aan Napoleon Bonaparte.

De Amerikaanse schrijver Irwin Shaw was verbijsterd toen hij in 1964 net over de Italiaans-Sloveense grens een oorlogsmonument zag dat realistisch uitbeeldde hoe een partizaan een Duitser die aan zijn voeten lag met een bajonet doorboorde.

Door heel Europa waren oorlogsmonumenten, zo schreef hij in 'In the Company of Dolphins', "rustig troosteloze of absurd triomfantelijke, maar deze [...] is venijnig uniek."

De bajonet, bevestigd op het uiteinde van de geweerloop, is een puntig toelopend stalen mes dat van origine over de gehele lengte is voorzien van doorlopende uithollingen ('bloedgeulen').

Wanneer de bajonet niet is geplaatst, wordt ze in een (lederen) bajonethouder of -schede aan de koppel gedragen.

Zodra de munitie op was of de strijd uitliep op een handgemeen (man-tot-mangevecht), kon met de geplaatste of opgestoken ("gevelde") bajonet de directe tegenstander op afstand gehouden of doodgestoken worden.

Een bajonetaanval, een aanval van een eenheid met gevelde bajonetten, was vaak de laatste toevlucht van de infanterie in de verdediging.

Hoogst zelden werd daadwerkelijk met gevelde bajonetten gevochten, niet alleen omdat de bajonetaanval voor velen gelijkstond aan zelfmoord.

Veel vaker was de acute dreiging te worden doodgestoken door een bajonet voldoende om de opponent gedemoraliseerd op de vlucht te doen slaan.

Guy R.L. Schokking haalt in zijn proefschrift 'Tactische systemen. Een vergelijking van het militair optreden van land-, zee- en luchtstrijdkrachten' (2006) een onderzoek aan naar de aard van de verwondingen die tijdens een veldslag werden toegebracht ('Understanding War. History and Theory of Combat', Trevor Nevitt Dupuy, 1987):

40 à 50% van de personeelsverliezen kwam door artillerievuur, 30 à 40% door infanterievuur en 15 à 20% door blanke wapens, "waarvan dan weer het kleinste deel voor rekening kwam van bajonetten".

Vroeger werd de insteek- of plugbajonet in de geweerloop zelf bevestigd. Later werd de bajonet met een schacht over de loop geschoven of met een bajonetfitting of stormring aan de loop bevestigd. Daardoor kon het wapen tegelijkertijd als vuur- en stootwapen worden gebruikt.

GENERAAL BAJONET

Bijnaam van generaal David Hendrik baron Chassé (1765-1849) die hij al van zijn ondergeschikten krijgt als hij onder Koning Lodewijk Napoleon in Spanje dient.

Als bevelhebber van de Hollandse Brigade, die aan Franse zijde in de Spaanse Onafhankelijkheidsoorlog meevecht, laat hij vele aanvallen met geveld geweer uitvoeren.

Vooral in de Slag van Mesas de Ibor (17 maart 1809) is de moed van zijn troepen groot. Chassé's brigade van 700 man klimt tegen de rotsen op waar zich 6.000 Spanjaarden onzichtbaar verschansen.

Halverwege de klimpartij stelt Chassé zijn troepen in slagorde op, verbiedt onnodig schieten en leidt ze naar de top. Ondanks de numerieke overmacht van ruim 8 staat tot 1 kost de aanval de Hollandse Brigade slechts 10 doden en 50 gewonden.

Zijn tweede stunt als "Generaal Bajonet" levert hij in de Slag bij Waterloo (1915), nota bene tegen zijn vroegere Franse wapenbroeders.

Als commandant van de 3e Divisie is hij ingedeeld bij het 1e Legerkorps (van de Prins van Oranje) van het Anglo-Nederlandse leger van de hertog van Wellington.

Wanneer de Keizerlijke Garde (Moyenne Garde) van Napoleon, op een kritiek moment aan het einde van de veldslag, opmarcheert en de geallieerde linies dreigt te doorbreken, voert Chassé zijn beide brigades - 1e onder kolonel Hendrik Detmers, 2e onder generaal-majoor Alexandre d'Aubremé - in de aanval aan.

Bij Sint-Jansberg stuit de artillerie van majoor Jacques van der Smissen de aanval van de Keizerlijke Garde. Chassé plaatst zich aan het hoofd van Detmers' brigade, die zich met geveld geweer in stormpas op de aanrukkende vijand stort. Bij de bajonetaanval incasseren Napoleons troepen vele doden en gewonden, waarna ze zich in wanorde terugtrekken.

Bij het geweer Colt (Diemaco) bevindt de bajonetfitting zich aan de onderzijde van de loop. Op deze fitting kunnen het gevechtsmes Eickhorn (Bayonet System 2005), de M9 bajonet (Buck M9) en de adapter van de granaatwerper HK-AG36 worden geplaatst.

De geplaatste bajonet heeft de piek en daarmee de piekenier (lanssoldaat, spiesdrager) vervangen; feitelijk werd dankzij de bajonet iedere militair zijn eigen piekenier. Tegen de cavalerie werd de bajonet een verdedigend wapen, tegen de infanterie juist een aanvalswapen.

Nederlandse infanterist met een Lee-Enfield grendelgeweer met bajonet nr. 4 MK 1, beiden Brits.

De bajonet nr. 4 MK 1 bajonet, ook nog gebruikt in WO II, had een scherpe punt maar geen scherp snijvlak. Bijnamen van deze 17 cm lange bajonet waren 'spike bayonet' (spijkerbajonet) en 'pig-sticker'.

De nr. 4 MK 1 werd vervaardigd vanaf 1939; zijn opvolger, de nr. 4 MK 2, vanaf eind 1941.

Vooral in WO I bleek de bajonet van nut bij gevechten in en vanuit de loopgraaf; er werden zelfs grootschalige charges mee uitgevoerd. In de Korea-oorlog voerden militairen van het Nederlands Detachement Verenigde Naties een bajonetcharge uit tegen de Chinese opponent op Heuvel 325 bij Wonju.

BAJONETVECHTEN

Het bajonetvechten of -schermen is een concept van de Saksische kapitein Eduard von Selmnitz (1790-1838).

Bajonetvechten is met de gevelde bajonet aanvallen of zichzelf verdedigen in situaties waarbij het tot een handgemeen (gevecht op korte afstand, hand-to-hand combat, close combat) komt.

Het past diverse manieren van stoten en afweren toe, waarbij het gehele lichaam als trefvlak wordt gerekend. Bij het bajonetvechten horen termen als normale en verkorte steek en de steek die mist en gevolgd wordt door een kolfslag van het geweer.

In 1815 maakte Von Selmnitz deel uit van het Saksische bezettingsleger in Frankrijk, waar hij les nam in en deelnam aan wedstrijden in het schermen met de floret. Ook maakte hij kennis met het vechten met de bâton à deux bouts - een ruim 1½ meter lange, met lood beklede stok - dat van oudsher in Bretagne en Normandië wordt beoefend.

Hierdoor kwam Von Selmnitz op het idee van het bajonetvechten.

In 1825 publiceerde hij 'Bajonetfechtkunst oder Lehre des Verhaltens mit dem Infanterie-Gewehre als Angriffs- und Verteidigungswaffe', het oudste Europese handboek op dit gebied, en acht jaar later werd in het Saksische leger het bajonetvechten geïntroduceerd.

Ook Nederland beoefende het bajonetvechten. Publicaties in dit verband zijn bijvoorbeeld het 'Voorschrift voor het Bajonetvechten' (No. 58) van de Koninklijke Militaire Academie (1911) en het 'Voorschrift voor de opleiding in het bajonetvechten' (VOBV), een voorschrift van het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger uit 1948.

◄ Het gevechtsmes Eickhorn.

 

Tegenwoordig behoort de bajonet nog altijd tot de standaarduitrusting van de infanterist, maar ze wordt in de regel pas geplaatst als de vijand vanaf 300 meter blijft naderen.

Wanneer ze in vredestijd wordt geplaatst is dit in de regel bij ceremoniële aangelegenheden.

Met een bajonet kan ook voorzichtig de grond worden doorzocht bij het prikstappend voorwaarts gaan (searchen).

Uit veiligheidsoverwegingen moet de bajonet van het wapen worden verwijderd op het afwachtingspunt voordat met een helikopter wordt meegevlogen of tijdens verplaatsingen met voertuigen.

De glans van de bajonet kan, evenals die van het wapen zelf, worden weggewerkt met camouflagecrème, krijtwit, verwijderbare witte camouflageverf (Temporary Camouflage Coating, TCC), witkalk of witte tape.

Sinds 2005 beschikt de KL over het gevechtsmes Eickhorn (Bayonet System 2005), dat behalve als bajonet ook te gebruiken is als schaar of hulpmiddel om ramen of deuren open te wrikken.

Het 'commando-mes' - niet te verwarren met de stormdolk - heeft een lemmet van 19,5 cm en kan niet als bajonet op het wapen worden geplaatst; dit is alleen bedoeld om te kappen, villen en snijden.

Het gebruik van bajonetten met aangebrachte inkepingen, weerhaken of zaagsneden is niet toegestaan. Dit is vastgelegd in artikel 35, sub 2, van het Aanvullend Protocol bij de Verdragen van Genève van 12 augustus 1949 (Protocol I) uit 1977: "Het is verboden wapens, projectielen en stoffen alsmede methoden van oorlogvoering te gebruiken, die naar hun aard overbodig letsel of onnodig leed veroorzaken."

Zie ook: Colt, Diemaco, gevechtsmes Eickhorn (Bayonet System 2005), gevechtsverlies, granaatwerper HK-AG36, M9 bajonet (Buck M9), Nederlands Detachement Verenigde Naties (NDVN), prikregels (prikstappend voorwaarts gaan) en stormdolk.

Terug naar Boven

 

BAKKERS BLUFF

Evenals het KL kampioenschap een jaarlijks terugkerend parcours militair binnen de Koninklijke Landmacht. Sinds 1990 wordt Bakkers Bluff georganiseerd door de Nationale Reserve.

Bakkers Bluff ontleent zijn naam aan toenmalig sergeant bevoorrading Ben Bakker, militair van de Charlie Compagnie van 20 Natresbataljon uit Amsterdam en voormalig commando. Militaire prestatietochten spraken hem zeer aan. Wat begon als een sportief initiatief binnen het voormalige Provinciaal Militair Commando, ontwikkelde zich tot een korpsbrede activiteit met uitstraling binnen de Koninklijke Landmacht en in het buitenland.

Heden ten dage maakt het evenement deel uit van de tradities van het Korps Nationale Reserve. Het jaarlijks georganiseerde sportieve evenement vergroot de saamhorigheid onder de deelnemende eenheden.

In 2016 wordt de 25ste editie van dit internationaal parcours militair voor reservisten gehouden.

Bij dit parcours wordt de militaire kennis en de fysieke conditie in groepsverband en individueel getoetst. Het parcours bestaat uit diverse opdrachten met objecten waar korte opdrachten uitgevoerd moeten worden. Het parcours dient door een team van vier deelnemers (m/v) zo snel en foutloos mogelijk uitgevoerd te worden. Bij de objecten worden vaardigheden zoals o.a. schieten, kaartlezen, oriëntatie en fysieke opdrachten getest. De opdrachten zijn zo gemaakt dat ook inzicht, snel plannen en het optreden van de groep van groot belang is.

Sergeant-majoor Ben Bakker ging in 1991 met functioneel leeftijdsontslag en overleed op 73-jarige leeftijd op 6 september 2010.

Zie ook: Nationale Reserve en parcours militair.

Terug naar Boven

 

BALACLAVA

Duits: Sturmhaube. Engels: balaclava. Frans: cagoule. Bivakmuts. Strakzittend, wollen kledingstuk dat hoofd en nek bedekt, met uitzondering van delen van het gezicht: ogen, neus en/of mond.

Het hoofddeksel is genoemd naar het oord Balaclava vlakbij Sebastopol op de Krim. In de omgeving van deze plaats werd tijdens de Krimoorlog op 25 oktober 1854 de Slag om Balaclava uitgevochten tussen de strijdkrachten van het Britse, Franse en Ottomaanse rijk tegen Rusland.

Het gevecht was de eerste van twee pogingen van de Russsche commandant Pavel Petrovitsj Liprandi om het beleg van Sebastopol te breken. De Britse commandant was Lord Raglan, de Franse Jacques Leroy de Saint Arnaud.

Tijdens de Krimoorlog droegen de Britse militairen gebreide wollen kledingsstukken over het hoofd die beschermden tegen de barre, bittere koude.

De organieke balaclava kan worden opgerold tot een muts. Vooral infanteristen dragen tijdens koudweeromstandigheden een balaclava; om de identiteit geheim te houden dragen scherpschutters en sluipschutters ook een balaclava.

Behalve door militairen wordt de balaclava onder andere ook gedragen door autocoureurs, bergbeklimmers, motorrijders en skiërs.

Behalve van wol worden balaclava's tegenwoordig ook gemaakt van fleece, katoen of zijde en zijn dan vaak bedekt met een coating van Kevlar, neopreen, Nomex of polypropyleen. Behalve als ideale bescherming onder koudweeromstandigheden, zijn veel hedendaagse balaclava's ook geschikt als protectie tegen messteken en/of vuur.

Russische militair met balaclava.

Terug naar Boven

 

BALKAN

Gebied in het zuidoosten van Europa dat sinds mensenheugenis wordt gekenmerkt door oorlogen en twisten.

Tegenwoordig worden Albanië, Bosnië-Hercegovina, Bulgarije, Former Yugoslav Republic of Macedonia (FYROM), Griekenland, Kroatië en Servië-Montenegro tot de Balkan gerekend.

Daarnaast is "balkan" de verouderde naam voor latrine en exclusief op de Koninklijke Militaire Academie in gebruik als bijnaam voor toilet. Daar komen tal van samenstellingen uit voort, zoals "balkannen" (naar het toilet gaan) en "balkanpapier" (toiletpapier).

In het 'Woordenboek van Jan Soldaat' (1980) schrijft Henk Salleveldt: "De Balkan noemde men de uitbouw aan het Academiegebouw, waarin zich de toiletten bevonden, zinspelend op de ideeën uitbouw, koude en rotzooi. Anderen zeggen, dat de latrine oorspronkelijk zo werd genoemd, omdat men daarop met zijn rug tegen de balk aan zat." Hoewel de uitbouw van het Academiegebouw in 1948 is gesloopt, bleef de bijnaam levend. H.J. Wolf schrijft in het herinneringsboek '1828-1978. Honderdvijftig jaar Koninklijke Militaire Academie' dat de bijnaam "balkan" dateert van vóór de Eerste Wereldoorlog, "omdat er op de Balkan altijd wel rommel was."

Volgens taalkundige Ewoud Sanders (NRC Handelsblad, 15 februari 2002) dateert de Nederlandse tongval van "balkan" van 1882: "Een slechts gedurende het Cadetten-Kamp op de Teteringsche Heide gebruikelijke uitdrukking voor 'latrine'. Waarschijnlijk heeft dit woord zijn oorsprong te danken aan den vorm: zijnde een aardrug en aan de smalle ingangen die aan passen doen denken: balkannen dit is het gebruik maken dier latrine."

Zie ook: dixi en latrine.

Terug naar Boven

 

BALKOM, ADRIANUS ARNOLD VAN

Roepnaam: Arnold. Geboren op 10 juni 1914 te Duisburg-Hochfeld, gesneuveld op 3 januari 1951 in de buurt van Chakyonni, Korea. Van Balkom wordt sinds 1987 op het Instituut Defensie Geneeskundige Opleidingen (IDGO) te Hilversum geëerd doordat het bureelgebouw (71) naar de sergeant-majoor ziekenverpleger is vernoemd.

Arnold van Balkom wordt opgeroepen voor militaire dienst en meldt zich in 1934 aan bij het Koninklijk Nederlands Indisch Leger. Eenmaal in Nederlands-Indië wordt hij geplaatst bij de Militaire Geneeskundige Dienst en hij ontpopt zich als een zeer getalenteerde verpleger. Zijn 'Handgrepenboekje' uit die jaren toont een brede ervaring met de verzorging van allerlei zieken en gewonden.

Na de Japanse invasie van Nederlands-Indië in 1942 zit hij drie jaar in krijgsgevangenschap, voor een deel als dwangarbeider aan de Pekanbaru-spoorlijn op Sumatra. Na het beeïndigen van de Tweede Wereldoorlog werkt hij in het begin als ziekenverpleger in het militair hospitaal in Batavia, maar in oktober 1948 wordt hij als sergeant-majoor ingedeeld bij het Korps Speciale Troepen (KST). Van Balkom is betrokken bij hevige gevechten rond Djokja, op Midden- en Oost-Java en op Sumatra. Wegens uitzonderlijke moed ontvangt hij eind 1949, na zestien tropenjaren eindelijk weer terug in Nederland, de Eremedaille verbonden aan de Orde van Oranje-Nassau.

Het noodlot treft Van Balkom als hij zich in zijn professionele gedrevenheid laat indelen bij de Stafcompagnie van het Regiment Van Heutsz. Hij komt als tweede militair tijdens de eerste inzet van het Nederlands Detachement Verenigde Naties (NDVN) in Korea om het leven.

Na de ontscheping van het NDVN op 23 november 1950 in Pusan verplaatste het bataljon in opdracht van moedereenheid 38th Infantry Regiment 'Rock of the Marne' van 2nd U.S. Infantry Division 'Second to None', via Han en Chungju in noordelijke richting naar Hoengsong, voor de beveiliging van hoofdaanvoerwegen. De Noord-Koreaanse en Chinese vijand hadden een nieuwjaarsoffensief ingezet op Seoul en Wonju - een belangrijk knooppunt van wegen.

In de ochtend van 3 januari 1951 werd de A-Compagnie, waarbij de sergeant-majoor ziekenverpleger Van Balkom was ingedeeld, naar Massani geleid, 2 km oostelijk van Hoengsong. Daar moest de brug over de rivier Chonchon worden beveiligd.

De A-Cie moest in de ochtend van 3 januari 1951 een opstelling innemen bij het 15 km ten noordoosten van Hoengsong gelegen oord Chohyonni, waar het een hinderlaag moest leggen en krijgsgevangenen diende te maken. De actie, in zwaar heuvelachtig terrein, werd uitgevoerd door de 3 infanteriepelotons, waardoor de sterkte van de compagnie ± 100 militairen bedroeg. Het was -15 graden Celsius, helder weer en er lag sneeuw.

Vanaf het oord Pondongni werd laat in de ochtend een verplaatsing te voet voortgezet langs een aan de rechteroever van de rivier Chonchon liggende bochtige weg langs vrij steile heuvels. Bij het bereiken van het oord Sangdongpyong wezen verse sporen in de sneeuw op vijandelijke aanwezigheid.

Ten westen van het oord Choyonni namen verkenners al een aantal mannen waar dat mijnen legde: mitrailleurvuur verraste de mijnenleggers echter volkomen.

In Choyonni waren toen reeds drie gewonden: een groepscommandant en twee anderen. Waar de vijand precies zit is onduidelijk. De soldaat P.K. Smit, die aanbood om polshoogte te nemen, werd getroffen door een schot onder het hart; hij werd daarmee de eerste gesneuvelde van het NDVN.

Omdat het Nederlandse bataljon was omsingeld, kroop Van Balkom, ingedeeld bij de patrouille, met drie vrijwilligers naar het oord om de gewonden te helpen en op te halen. Ter plekke constateerde Van Balkom dat geneeskundige hulpde zwaargewonde soldaat Smit niet meer zou baten. Nu moest de gewonde echter nog worden geborgen, zonder draagbaar of gewondentransportzeil.

Op één van de dijkjes tussen de rijstvelden die hij onder zwaar en gericht vijandelijk vuur doorschreed, richtte de sergeant-majoor verpleger zich even op, waarna een schot in het hoofd hem bij het helpen van de derde gewonde fataal werd.

Van Balkom's moedige optreden droeg ertoe bij dat de gewonden alsnog in veiligheid konden worden gebracht.

Hoewel geneeskundige hulp pas acht uur later kon worden verleend, bleven de nadelige gevolgen van de verwondingen beperkt dankzij zijn eerstehulpverlening. Zijn heldhaftig gedrag was een inspiratie voor zijn kameraden om moedig vol te houden en te voorkomen dat zij in handen van de vijand vielen.

Bij de actie raakten verder sergeant Stoevelaar, sergeant Van de Biggelaar, sergeant De Jong, sergeant Jansen en soldaat Spamer gewond. Allen keerden na herstel terug in de gelederen van het NDVN.

De naar Nederland gerepatrieerde gewonden waren soldaat Van Oort, soldaat Van 't Zand en soldaat De Groot. Sergeant-majoor Van Balkom en soldaat Smit werden door de lokale bevolking begraven. Op 2 april 1951 zijn de stoffelijke resten van de twee door een Amerikaans-Nederlandse patrouille opgegraven en verplaatst naar het ereveld bij Pusan.

Zijn commandant, kapitein Willem van der Veer, schreef in een brief aan Van Balkoms vrouw wat er gebeurde:

"Op een gegeven moment kreeg ik tijdens een actie enkele gewonden die op een vrij moeilijke plaats lagen, direct onder zwaar vijandelijk vuur. Uw man aarzelde geen moment, doch begaf zich direct met brancard en verbandtas naar de gewonden. Hij heeft nog kans gezien om alle gewonden te verbinden. De laatste man waaraan hij bezig was, was zeer zwaar gewond in de buik. Toen uw man een eerste half verband had aangelegd, heeft hij getracht om met een andere sergeant deze gewonde weg te slepen. Toen zij ongeveer 40 meter gevorderd waren werd uw man recht in het hart getroffen. Hij heeft in het geheel niet geleden, doch is zonder geluid te geven in elkaar gezakt en was ogenblikkelijk overleden.”

Oud-commando, Indië- en Koreaveteraan Willem van der Veer (1917-2009) publiceerde in 1951 de roman 'Wij bidden om dageraad. Kruisvaarders naar Korea'.

Voor zijn optreden bij deze eerste gevechtsactie van het NDVN werd de sergeant-majoor onder andere postuum onderscheiden met het Bronzen Kruis (Koninklijk Besluit nr. 23 d.d. 8 mei 1951) en de Amerikaanse Silver Star.

Terug naar Boven

 

BALLISTIC MISSILE DEFENCE TASK FORCE

Afgekort: BMTF. Voluit: 1 (NLD) BMDTF.

Terug naar Boven

 

BAMBI-BUCKET

Synoniem: fire-bucket.

Flexibele watercontainer (bluszak) die, in Nederland, als externe lading (underslung load) onder een Chinook CH-47D of Cougar MK II transporthelikopter van de Koninklijke Luchtmacht kan worden gehangen om (bos-, duin- en heide)branden branden te blussen.

Ook kan een watergordijn worden gelegd, zodat uitbreiding van de brand wordt voorkomen of kunnen objecten worden afgeschermd.

De bambi-bucket voor de Chinook CH-47D kan in één vlucht 10.000 liter water meenemen, die van de Cougar MK II 2.500 liter. De bambi-bucket hangt aan een kabel van 25 meter onder de helikopter. Boven de vuurhaard stort de heli in één keer de grote hoeveelheid water uit.

In 2003 vond de eerste inzet van bambi-buckets plaats.

In augustus/september 2005 hielpen 3 Cougars met het blussen van bosbranden in Portugal, in augustus 2007 hielpen eveneens 3 Cougars bij het bestrijden van bosbranden in Griekenland. In Portugal dropten de toestellen in 284 vluchten in totaal 710.000 liter water.

Bambi-bucket onder een Chinook CH-47D.

Een Chinook CH-47D transporthelikopter van de Koninklijke Luchtmacht lost 10.000 liter water boven een bosbrand op de Veluwe.
 

FIRE BUCKET OPERATION

Een Fire Bucket Operation betreft de inzet van gezamenlijke teams van het Ministerie van Defensie en de brandweer van een veiligheidsregioe om grootschalige (bos-, duin- en heide)branden te bestrijden.

Hierbij wordt onder andere samengewerkt met een van de Mobile Air Operations Teams van het Defensie Helikopter Commando.

Zie ook: Chinook, Cougar, Defensie Helikopter Commando (DHC), Mobile Air Operations Team (MAOT) en underslung load.

Terug naar Boven

 

BAN

Ceremoniële handeling die is voorgeschreven wanneer een plechtige handeling in naam van de Koning(in) voor het front van de troepen plaatsheeft. Concreet vindt de ban plaats bij de beëdiging van officieren boven de rang van tweede luitenant en het uitreiken van standaarden en vaandels, beiden Koninklijk Besluiten die als eerste zijn ondertekend door de Koning(in).

De handeling wordt zowel geopend als gesloten door een signaal op klaroen, trom of trompet, respectievelijk het “openen van de ban” en het “sluiten van de ban”. Openen en sluiten samen wordt het “slaan van de ban” genoemd. Tussen het openen en sluiten van de ban mogen géén andere dan Koninklijke Besluiten worden voorgelezen en blijft het spelen van muziek achterwege. Tot slot van het ceremoniële protocol van de ban wordt het Wilhelmus gespeeld.

In vroeger tijden riep een leenheer zijn leenmannen op ten oorlog te trekken met behulp van een ban (bekendmaking); hetzelfde gold voor de dienstplichtigen van een schutterij.

Achtereenvolgens worden de volgende commando's gegeven:

Paradecommandant

“Geeft… acht”  

 

“Presenteert… geweer”

Muzikant

Muziek

Paradecommandant

“Commandant wilt u de ban laten openen”

Muzikant

Blaast of slaat het signaal “openen van de ban” op klaroen, trom of trompet.

Officier-adjudant

Begeeft zich naar het spreekgestoelte, leest het Koninklijk Besluit voor en neemt vervolgens zijn oorspronkelijke plaats weer in.

Muzikant

Muziek

Paradecommandant

“Commandant wilt u de ban laten sluiten”

Muzikant

Blaast of slaat het signaal “sluiten van de ban” op klaroen, trom of trompet.

Paradecommandant

“Zet af… geweer”

 

“Op de plaats... rust”

Muzikant

Wilhelmus wordt gespeeld.

Zie ook: eed en eregroet.

Terug naar Boven

 

BANDVAGN

BandVagn 206 (BV 206D). Uitgesproken als "Bifi".

Ongepantserd multi-role transporter van zowel personeel als materieel. Karakteristiek zijn de kleine loopwielen, brede rubberen tracks en de twee geschakelde cabines die één geheel vormen.

Het voertuig wordt geproduceerd door AB Hagglunds & Soner in Övik (Zweden).

De BV206D is ontwikkeld voor oorlogvoering in koudweergebieden en all terrain-operaties, zoals gebieden met steile hellingen, modderige/zachte ondergrond en zware sneeuwval. Ook is de BV 206D geschikt voor jungle- en amfibische operaties. Meer dan veertig landen hebben de All-Terrain Carrier in gebruik, waaronder de krijgsmachten van Canada, Duitsland, Finland, Frankrijk, Groot-Brittannië, Italië, Noorwegen, Verenigde Staten, Zuid-Korea en Zweden.

In de Nederlandse krijgsmacht is de BV 206D in gebruik bij het Korps Mariniers, die er gebruik van maakte tijdens inzet in onder meer Cambodja (UNTAC), Haïti en voormalig Joegoslavië.

Door 11 Luchtmobiele Brigade zijn de voertuigen geleend tijdens de missies Dutchbat I t/m IV (UNPROFOR) in Bosnië.

De Bandvagn 206.

Specificaties:

bemensing16 militairen
breedte1 meter 85
carrosseriepolyester
gewicht6.340 kg
laadvermogen1.900 kg
lengte6 meter 86
motorzescilinder Mercedes Benz turbodiesel
snelheid, maximum-40 km per uur

Eind 2015 startte de Mid Life Update (MLU) van de resterende 95 exemplaren van de Bandvagn BV206D van het Korps Mariniers.

Na dit levensduurverlengend onderhoud zijn de voertuigen afdoende gemodificeerd om tot minimaal 2020 operationeel inzetbaar te blijven.


De opvolger van de BandVagn 206, eveneens voor het Korps Marinier, is de Armoured All Terrain Vehicle Protected BSV10S Viking van de Zweedse fabrikant BAE Systems Hägglunds AB. Vanaf 2006 zijn 74 exemplaren van de BSV10 Viking ingestroomd bij het Korps Mariniers.

De BVS-10S Viking weegt ± 11.000 kg en meet 7 meter 60 (lengte) en 2 meter 20 (breedte).

Op het land kan de BVS-10S Viking een maximale snelheid van 80 km per uur bereiken en zich uitstekend voortbewegen over alle soorten ondergrond en zelfs varen met een maximumsnelheid van 5 km per uur.

De BVS-10S Viking kan in totaal twaalf militairen vervoeren.

Zie ook: BVS-10 Viking.

Terug naar Boven

 

BANGALORE TORPEDO

Sprengrohr; gestreckte Ladung.
charge allongée Bangalore.

Nederlands: pijplading. Officiële benaming: demolition kit, bangalore torpedo M1A1 of M1A2.

Naamgever van de bangalore is de gelijknamige stad in het zuiden van India. De Britse kapitein Robert Lyle McClintock (1876-1943) van de Brits-Indische Madras Sappers and Miners (Royal Engineers) vond hier de bangalore uit.

Eind 1914 (WO I) werd de bangalore torpedo voor het eerst op het Europese slagveld gebruikt door de Indian Expeditionary Force in Frankrijk.

De bangalore torpedo is een metalen, geprefabriceerde buis die is gevuld met springstof, in de regel met een lengte van 1,5 meter en een doorsnede van tenminste 5 cm.

Bagalores zijn koppelbaar: een set pijpladingen kan handmatig aan elkaar gekoppeld en naar voren geschoven worden. Met behulp van verbindingskokers tussen de bangalores kan een lengte worden gecreëerd van maximaal 15 meter in de diepte.

De bangalore wordt vooral gebruikt voor (verrassings)doorbraken en -doorschrijdingen, zoals het breachen van draadhindernissen en antipersoneelsmijnen.

De pijplading wordt bijvoorbeeld door een pionier, andere (pantser)genist of EOD'er in of onder de hindernis gestoken of op het maaiveld geplaatst.

Met een gecontroleerd gestelde detonatie kan op die manier een doorgang worden gemaakt.

De bangalore heeft een explosieve lading van 4 à 6 kg (amatol, C4, TNT).

Mogelijkheden van pijpladingen:

► Doorbreken van een kunstmatige hindernis, in het bijzonder concertina's, prikkeldraad of andere draadhindernissen, waarbij een pijplading een uitwerkingsbreedte heeft van ± 8 meter. De detonatie maakt een doorgang in de draadhindernis.

► Doorschrijden van een mijnenveld, in het bijzonder drukgeactiveerde antipersoneelsmijnen, waarbij tien gekoppelde pijpladingen een mijnenvrij pad ruimen van 1 bij 15 meter. Daardoor hoeft de genist (sappeur) een mijn niet dichter te naderen dan ± 3 meter.

Amerikaanse genist met bangalore torpedo.

'Saving Private Ryan' (1998) is een van de vele films waarin de bangalore torpedo te zien is.

De film begint met de landing op D-Day. Op Omaha Beach schreeuwt kapitein John H. Miller (Tom Hanks) zijn mannen toe: "Bangalore! We need more Bangalore!"

© Paramount Pictures

De moderne variant van de bangalore torpedo is het Anti-Personnel Obstacle Breaching System (APOBS). Dat is lichter in gewicht, gemakkelijker te ontplooien en ruimt een groter gebied dan de bangalore torpedo.

Zie ook: genie, pionier en sappeur.

Terug naar Boven

 

BARBARA, SINTE

Sankt Barbara.
Saint Barbara.
Sainte--Barbe.

Sinte Barbara, beschermheilige van het wapen der artillerie.

Beschermheilige (schutspatrones) van de artillerie en andere gevaarlijke beroepen die werken met springstoffen, zoals brandweerlieden en mijnwerkers.

In 254 ziet Barbara het levenslicht in Nicomedië (nu: İzmit, Turkije). Ze is de enige dochter van de edelman Dioscorus.

Haar vader, die de Romeinse keizer Maximianus en de Romeinse goden vereert, probeert uit alle macht te voorkomen dat iemand zijn bloedmooie dochter ziet en doet er alles aan haar te beschermen tegen de verkeerde invloed van het christendom.

Hij sluit haar op in een toren met twee vensteropeningen, maar zodra hij weg is laat Barbara een priester binnen. De priester doopt haar tot het christendom, waarna ze een derde venster in de toren plaatst - een verwijzing naar de Heilige Drieëenheid (Vader, Zoon en Heilige Geest).

Wanneer Barbara uit de toren ontsnapt, wordt ze verraden door een herder. Als straf verandert de herder in een marmeren beeld en worden zijn schapen sprinkhanen.

Door het verraad vindt haar vader Barbara. Hij laat haar martelen, maar ze weigert het christelijke geloof af te zweren. Miraculeus helen 's nachts haar wonden.

Ten einde raad onthooft Dioscorus, in 306, zijn dochter met een zwaard. Als straf wordt hij door de bliksem getroffen.

De menigte die de onthoofding gadeslaat vlucht weg of bekeert zich tot het christendom.

Waarom Sinte Barbara wordt geassocieerd met de artillerie is niet helemaal duidelijk, maar haar naamdag, 4 december, wordt door de officieren van het wapen der artillerie gevierd.

Haar naamdag, de jaarlijkse Barbaraviering, staat garant voor allerlei activiteiten.

Zowel op haar naamdag als tijdens andere belangrijke/ceremoniële gelegenheden drinken de artilleristen traditioneel het Barbara's bitter (Barbarabitter).

De Duitse artillerie hanteert de 'BARBARAMELDUNG', internationaal bekend als de 'MET(EOROLOGICAL) MESSAGE): het artillerie meteobericht voor de berekening van kogelbanen.

Dit is een verzameling van bijzondere weersomstandigheden die van invloed is op de ballistiek, zoals hoogtewinden, luchtvochtigheid en temperatuur.

De traditie verhaalt dat het Barbarabitter oorspronkelijk was bedoeld om "het kruitslijm te verwijderen".

Ook het periodiek van de Vereniging voor Officieren van het Wapen der Artillerie (VOA) heet 'Sinte Barbara'.

Zie ook: artillerie en kogelbaan.

Terug naar Boven

 

BARETEMBLEEM GENEESKUNDIGE DIENST

De ondergrond van het baretembleem van de Geneeskundige Dienst wordt, net als bij de overige Nederlandse baretemblemen, gevormd door de gothische letter 'W', die duidt op de naam van wijlen Koningin Wilhelmina. Ook de kroon, bovenop het baretembleem, geeft de verbondenheid aan met het Koninklijk Huis.

De staf op het baretembleem van de Geneeskundige Dienst, die van linksboven naar rechtsonder wordt afgebeeld, verwijst naar de Bijbelse figuur van de barmhartige Samaritaan, die voorkomt in het Evangelie van Lucas (10:30-37) in het Nieuwe Testament. De Samaritaan ontfermt zich over zijn medemens zonder daartoe meer dan anderen geroepen te zijn. Het helpen van een medemens wordt in de Bijbelse context gezien als een gebod van God. Het helpen van medemensen - i.c. collega's binnen de krijgsmacht - heeft eerder te maken met de burger- en militaire plicht in het kader van de eerstehulpverlening die elke militair in zijn militaire opleiding krijgt aangeleerd.

Links het baretembleem van de Geneeskundige Dienst zoals dat wordt gedragen door de leden van het Regiment Geneeskundige Troepen; rechts een tekening daarvan.

De slang, die om de staf kronkelt, is het symbool van de geneeskunde en verwijst naar de Griekse god van de geneeskunde Asklépios. De oude Griekse geneeskunde had geen ander oogmerk dan de patiënt met de god Asklépios in contact en daarna in het reine te brengen

.Het esculaapteken - een staf met een slang die daaromheen kronkelt - geldt internationaal als het embleem van de medische beroepsgroep en wordt ook binnen de krijgsmacht met de Geneeskundige Dienst geassocieerd. Asklépios heeft een belangrijke rol gespeeld in de geschiedenis van de geneeskunde en de medische ethiek.

De beroemde Eed van Hippocrates (uit Kos), die dateert uit ± 400 voor Christus, begint met de woorden: "Ik zweer bij Apollo de genezer, bij Asklépios, Hygieia en Panakeia en neem alle goden en godinnen tot getuige..." Hoewel wordt aangenomen dat de woorden niet van Hippocrates zelf waren, komt de eed goed overeen met de uitspraken over goed medisch handelen in teksten van Hippocrates zelf.

Een afgeleide van de Eed van Hippocrates is de Nederlandse artseneed, gepubliceerd in het Staatsblad op 25 december 1878. De artseneed was al vastgelegd in de Wet op de Uitoefening van de Geneeskunst uit 1865, welke in 1997 is vervangen door de Wet Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg (Wet BIG). Sinds 27 augustus 2003 is de artseneed gemoderniseerd.

Met het uitspreken van de artseneed, aan het einde van de studie geneeskunde, wordt toewijding beloofd aan de normen en waarden van het beroep van arts. De eed heeft echter geen juridische betekenis. Het uitspreken van de artseneed wordt gezien als een belangrijk moment van reflectie.

Op de linker- en rechterpoten van de letter 'W' het devies van de Geneeskundige Dienst: "Eripiendo victoriae prosum". Het betekent zoveel als "Door (de strijder aan de dood) te ontrukken, draag ik bij aan de overwinning."Wellicht minder gekunsteld komt de wapenspreuk van de Geneeskundige Dienst vertaald neer op: "Al helpende dien ik de overwinning". De geneeskundig militair dient de overwinning van zijn krijgsmacht door de gewonden en de zieken die in de strijd zijn gevallen zo goed mogelijk te helpen.

Tot slot is op het onderste deel van het baretembleem een krans aangebracht van lauwer- en eikentakken. De lauwertak symboliseert de overwinning, de eikentak het gezonde lichaam dat nodig is om de overwinning te behalen.

De ondergrond van het baretembleem (patje) is groen. Vroeger was het ondergrondje bij officieren zelfs van fluweel, terwijl dit bij onderofficieren en manschappen van vilt was. Tegenwoordig heeft iedereen een vilten patje onder het baretembleem. Uitzondering op de regel is het geneeskundig personeel dat is ingedeeld bij 11 Luchtmobiele Brigade, die het baretembleem sec op de rode baret draagt.

Het baretembleem is ingevoerd bij Ministeriële Beschikking van 30 januari 1951. Met de invoering van het nieuwe baretembleem is het in 1946 geïntroduceerde baretembleem met een Rood Kruis op een wit veld vervallen.

Het baretembleem voor geneeskundige troepers, zoals dat gold van 1946 tot '51.
  

Baretembleem 1946-1951

Uit de Ministeriële Beschikking van 9 november 1946, nr. 920, volgde Legerorder nr. 57 van 1947. Die bepaalde onder meer dat het tot dan toe gevoerde leeuwtje op de baret plaatsmaakte voor het baretembleem, waaraan onmiddellijk kon worden herkend tot welk wapen of dienstvak de militair behoorde.

Aan het baretembleem waren de troepers van de Geneeskundige Troepen, inclusief die van de 'Tandheelkundige en Pharmaceutische Dienst' (maar niet de officieren van gezondheid, tandartsen en apothekers), voortaan herkenbaar: een Rood Kruis, in het midden verwerkt in een wit geëmailleerde bloem. Volgens sommigen was die bloem een "klaverblad".

De tekening van het baretembleem van Frans Smits Sr. Bron: Mars et Historia, 8ste jaargang, nummer 4, oktober 1973.

Dit wit email met in het midden een Rood Kruis kwam voor het eerst voor op de kraagemblemen bij de Compagnieën Hospitaalsoldaten, vastgesteld bij Koninklijk Besluit van 7 september 1912, nr. 41.

Het baretembleem met Rood Kruis in de witte, geëmailleerde bloem voor geneeskundige troepers - zoals de meeste baretemblemen ontworpen door Frans Smits Sr. (1915-2006) - gold tot 1951.

Op 30 januari van dat jaar werd bij Ministeriële Beschikking nr. 1034 (Legerorder 35 van 1951) het baretembleem met het credo "Eripiendo Victoriae Prosum" ingevoerd.

Het baretembleem is bijvoorbeeld te zien op de poster 'Van Top tot Teen. Zijnde een oppervlakkig overzicht van de uiterlijkheden die de militair kenmerken', als nummer 24, linksonder. Die verschafte informatie over de toen heersende militaire kledingvoorschriften, zoals baretemblemen en (rang)onderscheidingstekens.

Bronnen:

► Artikel 'Baretembleem Geneeskundige Troepen', B.C. Cats (Legerkoerier, februari 1992).
► Artikel 'Artseneed' (NRC Handelsblad, 28 augustus 2003).
► Artikel 'Het baretembleem van de Geneeskundige Dienst', kapitein M. Jansen (Polsslag, jaargang 27, mei 1993, nummer 3).

► Artikel 'Nieuwe eed voor artsen' (NRC Handelsblad, 27 augustus 2003).

► Boek 'Pracht en praal op Prinsjesdag', Thijs van Leeuwen, Frans Smits Jr. & Klaas Kornaat (Uitgeverij Europese Bibliotheek, 1998).
► Boek 'Tien bewogen jaren. 11 Geneeskundige Compagnie Luchtmobiele Brigade'.
► Boek 'Uniformen en emblemen van de Koninklijke Landmacht vanaf 1912', Martien Talens (Uitgeverij Brabantia Nostra, 1985).
► Boek 'Véél veren! Frans Smits, militair stylist', Jacques Bartels & Bas Kist (Uitgeverij Europese Bibliotheek, 1999).

Terug naar Boven

 

BARRAGE

1)

Duits: Sperre. Engels: barrier. Frans: barrage.

Obstakels op een route, zoals krateringen, vernielde bruggen en andere kunstmatige hindernissen, die – vaak bij wijze van verrassingseffect – worden gecreëerd om de beweeglijkheid van de vijand te doen stoppen (doorgang beletten) dan wel de vijand te nopen uit te wijken naar een andere route (derouteren).

 

2)

Duits: Feuerwalze. Engels: creeping barrage; rolling barrage. Frans: barrage. Ook genaamd: vuurgordijn of vuurwals.

Voor het eerst tijdens de Eerste Wereldoorlog toegepaste aanvalstactiek, waarbij één of meer vooruitgeschoven batterijen (snelvurende) artillerie afwisselend een sector met loopgraven beschoten om vervolgens op linie sprongsgewijs voorwaarts te gaan. Hierdoor kon de achter de batterij(en) opgestelde infanterie relatief veilig oprukken naar de loopgraven. Doel van een barrage was de vijand te verhinderen versterkingen aan te voeren en te herbevoorraden, opdat – onder invloed van de onafgebroken artilleriebeschietingen – het moraal zou breken.

De barrage werd voor het eerst succesvol uitgevoerd onder leiding van de Franse generaal Robert Nivelle (1856-1924), achtereenvolgens commandant van het 2de Leger in Verdun en, vanaf 1916, opperbevelhebber van de geallieerde troepen aan het Westers front. In het ‘Nivelle-offensief’ dat in april 1917 startte, heroverden de Fransen zo goed als alle terrein dat de Duitsers in de voorgaande zes maanden hadden veroverd.

Coördinatie om het vuur te verleggen was essentieel voor het welslagen. De samenwerking tussen artillerie- en infanterie-eenheden stond of viel met het tijdig verleggen van het vuur.

Omdat radiotelefonie in de Eerste Wereldoorlog nog nauwelijks voorhanden was, kwam het regelmatig voor dat de barrage te snel cq. te langzaam ging. Hierdoor vielen onder de eigen infanterie veel slachtoffers door te kort of te diep vallend eigen artillerievuur.

Zie ook: spervuur en stormvuur.

Terug naar Boven

 

BARRETT M-82A1 SNIPERGEWEER

Anti-materieelgeweer. De Barrett M-82A1 .50 BMG is als semi-automatisch sniperwapen tegen niet-personele doelen in gebruik bij het Korps Commandotroepen.

Het sniperwapen heeft een telescoopvizier Schmidt & Bender dat tienmaal vergroot en kan gebruikmaken van de patronen van de .50 Browning Machine Gun (mitrailleur). De .50 BMG-patroon is speciaal ontwikkeld voor het aangrijpen van doelen op lange afstand: zowel pantserdoorborend als brandstichtend.

Met het zware kaliber is de Barrett M-82A1 geschikt om vuur uit te brengen op wiel- en lichtgepantserde rupsvoertuigen, geschut of gereedstaande helikopters/vliegtuigen. Het doeltreffend uitschakelen van personeel op afstand behoort uiteraard ook tot de mogelijkheden, juist ook in verstedelijkte gebieden.

Om de terugslag van het wapen te verminderen is de loopmonding voorzien van een mondingsrem.

Specificaties:

capaciteit magazijn

10 patronen

effectieve dracht

1.800 à 2.000 meter

gewicht zonder patroonmagazijn

12,9 kg

kaliber

.50 BMG (12,7 x 99 mm)

lengte loop

96,5 cm

lengte wapen

1 meter 45

maximale dracht

6.800 meter

mondingsnelheid

853 meter per seconde

Zie ook: Accuracy, mitrailleur .50 inch Browning M2 HB en Korps Commandotroepen.

Terug naar Boven

 

BARV

Terug naar Boven

 

BASCODE

De Boven Autorisatie Sterkte (BAS)-code is een status waarin een KL-militair geplaatst kan worden, mits er aan de voorwaarden wordt voldaan. BAS-code 1 t/m 4, 6 en 7 zijn gangbaar:

1] Alleen wie de functie overneemt kan BAS-code 1 worden geplaatst. Als regel geldt hiervoor een periode van twee weken.

2] De militair die, uit organisatie-oogpunt, voor een onaanvaardbare periode een medische dan wel sociale indicatie heeft, wordt van zijn functie ontheven en BAS-code 2 gesteld bij de eenheid waartoe betrokkene behoort.

3] De militair die, door te noemen omstandigheden, géén functie bekleedt, kan voor een periode van in beginsel maximaal zes maanden BAS-code 3 worden geplaatst. In principe volgt zo'n plaatsing boven de organieke sterkte bij de eenheid waar de omstandigheden zijn ontstaan. De omstandigheden zijn:

  • de militair komt dwingend beschikbaar na voltooiing van een opleiding en heeft nog geen functie
  • de militair komt dwingend beschikbaar aan het einde van een vooraf afgesproken functievervullingstermijn en heeft nog geen andere functie
  • de militair komt dwingend beschikbaar nadat betrokkene gedurende enige tijd BAS-code 2 geplaatst is geweest en weer genezen is verklaard.

4] De militair is een nog niet geformaliseerde functie dan wel een opleiding op afzienbare termijn toegewezen, waartoe een periode van enige maanden moet worden overbrugd. De omstandigheden zijn:

  • een functie is toegewezen, maar de OTAS is nog niet van kracht
  • een functie is toegewezen, maar machtiging tot plaatsing boven de organieke sterkte is nog niet afgegeven
  • een opleidingsplaats is toegewezen, maar het begin van de opleiding sluit niet aan op de beëindiging van de laatst vervulde functie

6] De militair vervult op grond van organisatie- en/of persoonlijk belang een functie waaraan een lagere rang is verbonden volgens artikel 30 van het Algemeen Militair Ambtenaren Reglement (AMAR). In beginsel is hierbij een functieduur van toepassing. Een militair kan ook als herplaatsingskandidaat 'neergeschud' gaan functioneren, d.w.z. betrokkene wordt geplaatst op een functie waaraan een lagere rang is gekoppeld met behoud van de huidige rang alsmede het daaraan gekoppelde salaris.

7] De militair heeft géén functie en is, volgens het gestelde in het Sociaal Plan Koninklijke Landmacht (SPKL), herplaatsingskandidaat. (De laatste versie van het SPKL, d.d. 30 juni 1998, had een looptijd tot 1 januari 2004.)

Terug naar Boven

 

BASIC LOAD

Afgekort: BL. Duits: Grundbeladung (GdBel). Frans: dotation initiale (DI). Nederlands: organieke uitrusting. In België wordt gesproken van een "basisdotatie". Ook genaamd: Unit Basic Load (UBL) of Truppenbeladung (TrBeldg).

De geautoriseerde, elementaire hoeveelheid gebruiksartikelen (durable supplies) en verbruiksartikelen (expendable supplies) van de klassen I tot en met V én VIII die een gebruikende eenheid nodig heeft om voor een bepaalde tijd aan haar eis van (logistieke) zelfstandigheid te kunnen voldoen en onder gevechtsomstandigheden de haar opgedragen taken te kunnen vervullen.

Zodoende omvat de basic load onder andere zowel eten, water en munitie als brandstof, gereedschappen en medische goederen. De totale voorraad van een eenheid bestaat uit de Basic Load en standaarddagvoorraden (Day of Supply).

Kenmerken van de basic load:

►dient in één beweging te kunnen worden verplaatst met de organieke vervoerscapaciteit van de eenheid; de vervoerscapaciteit van de gebruikende eenheid is gebaseerd op de omvang van de basic load.

►dient te worden gehandhaafd op het geautoriseerde niveau.

►goederen die kunnen bederven (bederfelijke waar) of anderszins niet lang goed blijven (geneeskundige verbruiksartikelen, munitie) dienen tijdig te worden vervangen.

►wordt opgeslagen en gecontroleerd door de (naasthogere) eenheid.

Zie ook: bevostraat, Day of Supply (DOS), deltapunt en klasse I tot en met X.

Terug naar Boven

 

BASIS HELIKOPTER TRAINING

Afgekort: BHT. Opleiding van een week die wordt verzorgd door de School Grond Lucht Samenwerking (SGLS) te Schaarsbergen.

In de opleidingsweek - die deel uitmaakt van zowel de (Algemene Militaire Opleiding Luchtmobiel (AMOL) als de Voortgezette Algemene Kader Opleiding Luchtmobiel (VAKOL) - wordt de cursist bekendgemaakt met het helikopteroptreden en alle daarbij behorende drills, verschillende in- en uitstijgprocedures (hooverjump, huddle) en veiligheidsprocedures voor de Chinook CH-47D, de Cougar Mk-II en eventueel ook de transporthelikopters van NAVO-lidstaten waarmee wordt gevlogen.

Daarnaast wordt er metterdaad met helikopters gevlogen om de theorie van leslokaal en mock-up in praktijk te brengen.

Terug naar Boven

 

BASji-bozoek

Internationale spelling meestal: bashi-bouzouk. Letterlijk: “Iemand van wie het hoofd slecht is” (Turks). Ottomaanse soldaat die in de 19de eeuw berucht was vanwege zijn brutaliteit, ongedisciplineerdheid, wreedheden èn gebrek aan leiderschap. De basji-bozoeks waren ruiters die zich, tijdens campagnes van het Ottomaanse leger, zonder betaling als huurling lieten rekruteren voor de cavalerie van de sultan: zij plaveiden brandstichtend en plunderend de weg voor de reguliere troepen.

Steeds wanneer gevaar voor de sultan te duchten was, stelde hij een legioen van basji-bozoeks samen om het gevaar af te wenden of de kop in te drukken. Vaak waren de basji-bozoeks gevaarlijker voor de sultan zelf dan voor diegenen die zij moesten bestrijden; daartoe uitgedaagd waren zij bijvoorbeeld gaarne bereid het reguliere Ottomaanse leger te bevechten.

Tijdens de Krimoorlog (1853-1856) onderscheidden 40.000 basji-bozoeks zich bijzonder negatief aan geallieerde zijde (samen met de Engelsen en Fransen), waaraan zelfs betaling van soldij niets veranderde. Naar het front gestuurd om tegen de Russen in Dobruca te vechten, overleed het merendeel aan de cholera. Tijdens de Bulgaarse opstand van 1876 richtten de basji-bozoeks opnieuw onnodige bloedbaden aan. De bloedige repressie van de plattelandsbevolking deed Rusland besluiten tussenbeide te komen; zij versloeg de Ottomaanse agressor.

Terug naar Boven

 

BASTOS-G

Ezelsbruggetje – of zo de Belgen zeggen: “memotechnisch middel” – om gemakkelijker de basisprincipes van een goede camouflage te kunnen onthouden, opdat de militair kruipie-sluipie kan toepassen. Bastos is overigens eveneens een sigarettenmerk:

Bbeweging
Aachtergrond
Sschaduw
Ttint
Oomgeving
Sschittering
Ggeluid

Vergelijkbaar met BVWAKS.

Terug naar Boven

 

BATALJONSTAAKGROEP

Afgekort: BTG. Engels: battalion task force (BTF). Kan worden verkort tot Battle Group (BG), bijvoorbeeld tijdens de missie in de Afghaanse provincie Uruzgan (2006-2010), waar de BG deel uitmaakte van de Task Force Uruzgan.

Tijdelijke organisatie met de omvang van een bataljon, in de regel onder eenhoofdige leiding van een bataljonsstaf, die wordt geformeerd om een bepaalde operatie of opdracht uit te voeren.

Waar bataljons – de grootste eenheden van één functie dan wel een wapen of dienstvak – in brigadeverband worden ingezet, kan een bataljonstaakgroep zelfstandig optreden buiten het brigadeverband.

Het grootteteken van een bataljonstaakgroep dat boven het eenheidsteken wordt geplaatst.

Bij een zelfstandig optredende BTG is de organieke samenstelling van een infanteriebataljon tijdelijk omgevormd tot een gevechtsorganisatie waarvan in de regel in elk geval de vier organieke subeenheden van compagniesgrootte deel uitmaken.

In een BTG worden daarnaast altijd (specialistische) pelotons in het kader van gevechts(verzorgings)steun vanuit dezelfde of een andere brigade onder bevel gesteld (attached).

Wanneer meer subeenheden onder bevel zijn gesteld, wordt gesproken van een versterkte bataljonstaakgroep; bij minder dan vier subeenheden van een bataljonstaakgroep minus. Wanneer aan de organieke eenheid zowel subeenheden worden onttrokken als toegevoegd wordt het een gemengde bataljonstaakgroep.

Terug naar Boven of naar Homepage

 

BATON

Duits: Bandschnalle. Engels: ribbon. Frans: ruban. Ook genaamd: bintang. De baton is een strook van het draaglint van de bijbehorende modeldecoratie, ter grootte van 27 mm breed en 11 mm hoog, die door een metalen kern is verstevigd. De enige uitzonderingen op de breedte van de baton zijn het Ereteken voor Orde en Vrede en het Oorlogsherinneringkruis, indien hierop meer dan twee sterren worden gedragen (dan 39 mm breed).

Ter vervanging van modeldecoraties (draagmedailles) worden volgens de draaginstructie één of meerdere batons op de linkerborst dan wel boven de linkerborstzak van bepaalde uniformen gedragen. Deze locatie geldt ook voor de modeldecoraties.

Het aantal batons dat mag worden gedragen is beperkt en dient in overeenstemming te zijn met de rangorde in het Besluit draagvolgorde onderscheidingen. De Militaire Willems-Ordeheeft de hoogste rangorde. Bij meerdere batons geldt een speciale opmaak, waar bij de Koninklijke Landmacht de batons in aaneengesloten rijen van maximaal vier batons zonder onderlinge tussenruimte zijn aangebracht.

Batons kunnen voorzien zijn van cijfers, kronen, palmen, sterren of andere tekenen. Een cijfer geeft het aantal keer aan dat aan dezelfde missie is deelgenomen. Gespen van modeldecoraties komen niet op de baton tot uitdrukking.

◄Meer informatie over de baton is te vinden in 'Tenuen voor militairen van de Koninklijke Landmacht' (VS 2-1593) en 'Tenuen, onderscheidingstekens en emblemen van de Koninklijke Landmacht' (ISBN 9789070793197).

Gelegenheden waarbij de militair van de Koninklijke Landmacht het Dagelijks Tenue (DT) met batons draagt:

►Aan- en afmelden bij de commandant.

►Aankomst en vertrek van burger en militaire autoriteiten, wanneer deze niet zijn gekleed in Ceremonieel Tenue (CT), nationaal kostuum, ambtskleding of jacquet.

►Begrafenis of crematie zonder militair eerbetoon, waarbij men officieel in de stoet of als lid van een deputatie aanwezig is dan wel bij individuele aanwezigheid.

►Cocktail.

►Dienstreis

►Huwelijksplechtigheid, zonder in de stoet of deputatie tegenwoordig te zijn, maar waarbij men toch in uniform aanwezig wil zijn.

►Opwachting maken bij een bevordering tot opperofficier (brigadegeneraal en hoger)

►Opwachtingbezoek bij Z.M. de Koning, ministers, bewindslieden bij bevordering tot opperofficier en bij benoeming van een opperofficier in een hoge functie, waarbij deze rechtstreeks onder de minister is gesteld.

►Receptie.

►Uitreiking van baretten, certificaten, diploma's, getuigschriften e.d.

►Verschijnen bij een civiele autoriteit.

►Verschijnen voor een militair rechtscollege of militair justitiële autoriteiten (militaire rechtbank).

►Werkbezoek.

Zijne Koninklijke Hoogheid Prins Bernhard droeg op zijn uniform van het Garderegiment der Grenadiers acht rijen van elk ten minste 9 en ten hoogste 12 batons.

De prins negeerde met het op deze wijze dragen van in totaal 84 (!) batons de draaginstructie, die stelt dat niet meer dan vier batons naast elkaar mogen worden gedragen.

(Met dank aan de website In dienst van Oranje)

Zie ook: Dagelijks Tenue (DT)

Terug naar Boven

 

BATTERIJ

Afgekort: bt. Van het Franse “battre” (“slaan”). Een batterij is een samenvoeging van enige bij elkaar behorende stukken geschut van gelijk kaliber èn een onderling vuurverband die binnen het wapen der artillerie een eenheid vormt. Verouderde benaming: beukerij.

De batterij is de kleinste tactische eenheid, welke overeenkomt met een compagnie bij de infanterie. Een artillerie-eenheid van bataljonsgrootte (afdeling) bestaat uit meerdere batterijen.

Terug naar Boven

 

BATTLE DAMAGE ASSESSMENT

Afgekort: BDA. Op een bepaald tijdstip een schatting doen van de gevechtsschade tijdens of na een militaire operatie, liefst afgezet tegen een vooraf bepaald doel. BDA is bijvoorbeeld onder te verdelen in gematigd, ernstig of compleet.

BDA verschaft, indien “real time”, direct informatie over het succes van een aanval, de aangerichte gevechtsschade – en eventuele collateral damage - én voorkomt dat doelen onnodig nogmaals worden aangevallen. BDA als resultaat van foto- en/of luchtverkenning door onbemande vliegtuigen als de U.A.V. Sperwer heeft grote toegevoegde waarde voor het inlichtingenapparaat van een krijgsmacht.

Na de Kosovo-oorlog (1999) presenteerde de Amerikaanse tv-zender CNN een BDA. In dit geval was de Battle Damage Assessment onderverdeeld in “Yugoslav Targets Destroyed” (onder andere bruggen, commandoposten en militaire voertuigen), “Death Toll” (verwonde en gedode burgers en militairen) en “Refugees” (vergelijkbaar met D.P.R.E.'s).

Terug naar Boven

 

BATTLE DAMAGE REPAIR

Afgekort: BDR. Het uitvoeren van essentiële maar met name kleine herstelwerkzaamheden met behulp van geïmproviseerd materialen en technieken. Het uitvoeren van BDR vindt plaats door een Sergeant-Majoor Onderhouds Diagnosticus (SMOD) of hersteleenheid vanwege tijdsdruk, beperkte reservedelen en beperkte capaciteit tijdens een inzetoptie.

Doel van BDR is om het materieel, met name rollend materieel, zo snel mogelijk weer inzetgereed te maken.

In veel gevallen maakt BDR gebruik van snel en gemakkelijk toepasbare materialen. Zo kan een lekkend koelvloeistofreservoir provisorisch worden gedicht door er een rauw ei in te deponeren, hoewel een rauw ei natuurlijk niet tot de standaarduitrusting van een SMOD behoort..

Terug naar Boven

 

BATTLE FATIGUE

Nederlands: oorlogs(ver)moe(id)heid.

Militairen die voor langere tijd worden ingezet in aanhoudende gevechtssituaties kunnen op het gevechtsveld psychische symptomen als gevolg van schokkende krijgservaringen ontwikkelen, maar ook achteraf, als veteraan. Bij de moderne Peace Support Operation is battle fatigue bijvoorbeeld verklaarbaar door een gebrek aan transparante doelstellingen dan wel het ontbreken van een helder mandaat.

De symptomen van battle fatigue zijn onder veel verschillende benamingen bekend (onder andere battle neurosis, combat exhaustion, combat fatigue, combat neurosis, combat stress reaction en soldiers heart), zorgen ervoor dat militairen niet meer kunnen worden ingezet en vormen dus een probleem voor de voortzetting van de strijd.

Voorbeelden van battle fatigue?

De symptomen van battle fatigue omvatten afgestomptheid, depressies, flashbacks, geïrriteerdheid, nachtmerries, paniek bij plotseling hevig lawaai en schuldgevoelens.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog was de term ‘shell shock' in gebruik, tijdens de Tweede Wereldoorlog kwam ‘battle fatigue' in zwang. Al snel bleek dat het met name voor militairen die in de eerste slag aan het front vochten risicovol was om battle fatigue op te lopen; vaak keerden zij in ernstige geestelijke nood terug van het front. Daarom gaven artsen in de Amerikaanse, Duitse en Japanse krijgsmachten tijdens de Tweede Wereldoorlog amfetamine aan de militairen om battle fatigue tegen te gaan.

Tijdens de Korea-oorlog keerde 85% van de Amerikaanse slachtoffers van battle fatigue binnen drie dagen terug naar de werkplek (return to duty, RTD).

Vandaag de dag wordt meestal gesproken over post-traumatische stress-syndroom (PTSS).

Terug naar Boven

 

BATTLEFIELD TOUR

Führerreise.

Afgekort: BFT.

Tijdens een battlefield tour trekken de deelnemers ter gelegenheid van een oefening of in het kader van vorming naar een locatie van militair-historisch belang, zoals het Hürtgenwald in Duitsland, Ieper in België of de Grebbeberg bij Rhenen.

Sinds 1991 organiseert de Koninklijke Militaire School battlefield tours.

Een militair historicus van de Sectie Militaire Geschiedenis KL, voorloper van het Nederlands Instituut voor Militaire Historie (NIMH), geeft op locatie ten zuidoosten van Aken in Duitsland aan aspirant onderofficieren uitleg over facetten van de Slag om het Hürtgenwald.

Ter plaatse kan het gevechtsverloop van destijds worden besproken, waarbij behalve tactische vraagstukken ook kwesties als ethiek en leiderschap aan bod kunnen komen. Als leermiddel wordt vaak de link gelegd met het hedendaagse optreden.

Het Nederlands Instituut voor Militaire Historie (NIMH) ondersteunt commandanten en eenheden bij het bezoeken van krijgshistorische voorbeelden en militair-historisch erfgoed.

Terug naar Boven

 

BATTLE GROUP

Afgekort: BG. Duits: gemischter Gefechtsverband (in Bataillonsstärke); Kampfgruppe (alleen WO II). Frans: groupement de combat; groupement tactique; Groupement Tactique Inter Armes (GTIA). Nederlands: bataljonstaakgroep; gevechtsgroep. In de VS ook: Combined Arms Task Force of Battalion Landing Team (US Marine Corps).

Aanduiding voor een modulaire opgebouwde eenheid.

De Battle Group is een eenheid van verbonden wapens (Combined Arms), gebaseerd op een bestaand hoofdkwartier, meestal van een (pantser)infanteriebataljon. De formatie is ter grootte van het niveau bataljon (niveau V) en, afhankelijk van de tactische behoefte, tailor-made (task-tailored) samengesteld uit en geïntegreerd met gevechts-, gevechtssteun-, gevechtslogistieke en commandovoeringssteuneenheden om een specifieke missie, operatie of taak uit te voeren.

In de regel is een Battle Group een versterkt bataljon (bataljon+), gewoonlijk op basis van twee ongelijksoortige manoeuvrebataljons - zoals een infanterie- of tankbataljon, artillerie- of verkenningseenheid - en met tenminste elementen van gevechts(verzorgings)steuneenheden.

Voorbeeld

Een pantserinfanteriegevechtsgroep kan bestaan uit twee infanteriecompagnieën en een tankeskadron, onder bevel van de staf van het infanteriebataljon dat de infanteriecompagnieën bijdraagt.

Meerdere gemengde manoeuvrebataljons (Battle Groups) kunnen gezamenlijk een Task Force vormen.

Battle Group van de Task Force Uruzgan

1 (NLD/AUS) Task Force Uruzgan (TFU) van de International Security Assistance Force (ISAF) in de Afghaanse provincie Uruzgan bestond van 2006 tot 2010 uit het samenwerkingsverband tussen de Battle Group, het Provincial Reconstruction Team (PRT) en een detachement van de Koninklijke Luchtmacht.

Hoofddoel van de Battle Group was de Force Protection van de PRT.

De Battle Group, het grootste gedeelte van de TFU, bestond uit ± 500 à 700 militairen, zo'n veertig gepantserde voertuigen en een wapenpark met softtop voertuigen zoals de Mercedes-Benz.

De Battle Group was samengesteld uit zowel gemechaniseerde als luchtmobiele infanterie-eenheden. Buiten de poorten van de bases Tarin Kowt en Deh Rawod werd de BG ondersteund door een geniecompagnie (inclusief de Explosieven Opruimingsdienst Defensie), luchtsteun op aanvraag, een peloton pantserhouwitsers (Panzerhaubitze 2000) en tolken.

De Area of Responsibility (AOR) bedroeg ongeveer 800 km², achtmaal de grootte van de stad Utrecht.

Andere formaties met de naamgeving Battle Group zijn:

► Carrier Battle Group

Een vliegdekschip met geëmbarkeerde gevechtsvliegtuigen en/of -helikopters. In een ander verband kennen de zeestrijdkrachten de Amphibious Task Force.

►European Union Battle Groups (EUBG's)

De EU heeft permanent twee EUBG's ter beschikking. De kern van een EUBG bestaat uit een gevechtselement van bataljonsgrootte. De samenstelling van EUBG's wordt bepaald door aanbiedingen van EU-lidstaten.

Multinational Battle Group (MNBG)

 

Zie ook: European Union Battle Group (EUBG), functionele indeling van eenheden, grootte van eenheden, Task Force (TF), Uruzgan en verbonden wapens.

Terug naar Boven

 

BATTLEMIND

Letterlijk: gevechtsgeest.

Neuropsychologie is de wetenschap die zich bezighoudt met het (dis)functioneren van de hersenen in relatie tot gedrag. Het (cognitieve en emotionele) functioneren van de hersenen brengt onder andere bewustzijn, emotie, kennis, taal en waarneming voort.

Wie uitgezonden is geweest, heeft meer moeite om zich te concentreren en zaken te onthouden. Ook zijn uitgezonden militairen meer gespannen en voelen ze zich vaak verward. Tegelijkertijd reageren ze alerter en sneller. Kortom: het neuropsychologisch functioneren van uitgezonden militairen is slechter dan van militairen die in het vaderland zijn gebleven.

Amerikaanse en Britse militaire experts van het Walter Reed Army Medical Center in Washington D.C. en het King's Centre for Military Health Research in London, denken dat de hersenen van militairen na een uitzending als het ware in de fight-flight-frightstand blijven staan, zodat ze blijvend kunnen omgaan met levensbedreigende situaties: acute stresssituaties.

Battlemind is de innerlijke kracht van de militair om angst en tegenslag in het gevecht onder ogen te kunnen zien. Battlemind heeft de militair weliswaar geholpen om angst en tegenslag in het gevecht onder ogen te zien en daardoor te overleven in het gevecht, maar kan substantiële problemen opleveren als die niet door het parasympathisch systeem wordt aangepast bij terugkomst in het vaderland.

De reactie fight-flight-fright (vechten-vluchten-bang zijn) is de eerste aanpassing van het lichaam die optreedt bij een mogelijk gevaar: bij acute stress.

Het lichaam wordt in een staat van paraatheid gebracht met als gevolg een toename van onder andere ademhaling, bloeddruk, hartslag en spierspanning, maar ook een verhoogde prikkelbaarheid van het zenuwstelsel.

Het sympathisch systeem (fight-flight-fright) is een van de systemen van het autonome zenuwstelsel. De andere component is het parasympathisch systeem, dat kalmte, rust en vertering doet plaatsvinden. Beide systemen wisselen elkaar in natuurlijk evenwicht af, althans onder normale omstandigheden. Onder invloed van stress zal al na enkele seconden het sympathisch systeem in actie komen, waarna de parasympathische activiteiten afnemen.

Activering van het sympathisch systeem is het gevolg van de neurotransmitter noradrenaline die de hoeveelheid adrenaline laat toenemen. Andere neurotransmitters, zoals acetylcholine, verhogen juist de parasympathische activiteit.

Als het zenuwstelsel extreem en/of langdurig is geprikkeld, is het denkbaar dat de reactie fight-flight-fright zich niet meer voldoende kan aanpassen aan omstandigheden zonder acute stress.

De belangrijkste bestanddelen van battlemind zijn mentale hardheid en zelfvertrouwen:

Mentale hardheid

Hindernissen en tegenslagen overwinnen

Positieve blijven denken tijdens tegenslagen en uitdagingen

Zelfvertrouwen

Gecalculeerde risico's nemen

 

Uitdagingen aankunnen

"Onconventionele oorlogvoering [asymmetrische oorlogvoering en irregulier optreden, BP vereist een nieuw soort mentale hardheid van politiek, volk en bondgenoten. Een langdurige operatie waarin grote aantallen slachtoffers kunnen vallen, moet worden geaccepteerd en onvoorwaardelijke politieke steun voor de ingezette militairen is cruciaal, ook al worden fouten gemaakt en vallen er slachtoffers onder de burgerbevolking. Kan die mentale hardheid niet worden opgebracht, dan is de strijd gedoemd te mislukken." ('Nieuw soort mentale hardheid gevraagd', Rob de Wijk, NRC Handelsblad, 2 oktober 2001).

Met dank aan:

► 'Irak-ganger heeft bij terugkeer gevechtsgeest', Hester van Santen, NRC Handelsblad, 5 augustus 2006.

Neuropsychological Outcomes of Army Personnel Following Deployment to the Iraq War’, Journal of the American Medical Association, 2 augustus 2006.

Terug naar Boven

 

BATTLE RHYTHM

Rhythmus des Krieges.
rythme de bataille.

Afgekort: BR.

De dagelijkse routine (van de staf) van een eenheid. De terugkerende orde van de dag (en week) geeft richting aan de werkzaamheden van een staf.

Een routinematige, gesynchroniseerde gang van zaken onder een constant tempo maakt het mogelijk dat een eenheid zich in snel evoluerende situaties op een opdracht blijft concentreren. In het bijzonder de behoefte aan coördinatie en onderlinge afhankelijkheid (interdependentie) binnen en buiten een staf bepaalt het dagelijks ritme.

Het battle rhythm wordt grotendeels ook bepaald door events (tijd- en ruimtefactoren) en injects (introductie van nieuwe aspecten of elementen in het gevecht). Een succesvol battle rhythm betekent synergie van procedures, processen, technologieën en zowel collectieve als individuele acties op alle niveaus om het militair optreden te vergemakkelijken.

Een positief battle rhythm kan worden gerealiseerd door:

■ (de)briefings houden

■ goede werkafspraken maken

■ hanteren van formats en procedures (SOP's en SOI's)

logistiek en tijdbalken synchroniseren

■ rapportages vastleggen

■ stafoverleg structureel voeren

■ werk- en rusttijden op elkaar afstemmen

Zie ook: logistiek, militair optreden, Standing Operation Procedure (SOP) en tijdbalk.

Terug naar Boven

 

BAZOOKA

Officiële benaming: M1 Rocket Launcher, M1A1 en M9A1. Ook genaamd: A.T. Rocket Launcher (Bazooka). Vader aller anti-tankraketten.

De Bazooka is een Amerikaanse raketwerper voor pantserbestrijding (tanks en opstellingen op korte afstand) die tijdens de Tweede Wereldoorlog door de U.S. Army in gebruik is genomen.

Het wapen, dat vanaf de schouder kan worden afgevuurd, is feitelijk een holle buis met daarin een raket. De buis is aan beide kanten open. Het wapen is uitgevoerd met een handgreep, schouderstuk, afvuurmechanisme en vizier.

Het af te vuren projectiel is een raket met holle lading die in staat is pantserplaat met een dikte tot 5 inch te doorboren. De Bazooka geeft bij het afvuren geen terugstoot van betekenis. Door de achteropening komt echter een kleine, felle steekvlam die gevaarlijk kan zijn voor personeel dat zich achter het wapen bevindt.

De uitvinders van de bazooka zijn Colonel Leslie A. Skinner en First Lieutenant Edward Uhl. Het ontwerp van Skinner en Uhl was precies waarnaar het leger op zoek was. Het kreeg zijn bijnaam 'bazooka' vanwege de gelijkenis op een trombone-achtig muziekinstrument van de komiek Bob Burns.

Tijdens beproevingen op de Aberdeen Proving Ground (Harford County, Maryland) blies de bazooka de koepel van een tank weg en penetreerde de raket pantserplaat met een dikte van meer dan 10 cm. Vanaf 1942 stroomde de bazooka bij de eenheden binnen.

Specificaties:

diameter raket

6 cm

effectieve dracht

120 à 160 meter

gewicht

6,8 kg

holle lading

1,6 kg

lading raket

225 gram pentoliet (50% PETN en 50% TNT)

lengte lanceerbuis

137 cm

lengte raket

48,3 cm

penetratievermogen120 mm

De Duitsers maakten de Bazooka na, eerst met de Raketenpanzerbüchse (RPzB) Panzerschreck, later met de eerste versies van de Panzerfaust, de eerste raketaangedreven versie van een antitankwapen.

Terug naar Boven

 

BBS

Voluit: Bedrijfsbesturingssysteem.

Computersysteem ten behoeve van de bedrijfsvoering van de Koninklijke Landmacht, dat het onderhoud en de bevoorrading daarvan ondersteunt en onder verantwoordelijkheid van Staf CLAS in stand wordt gehouden.

Het BBS bevat toepassingen voor de aanwezigheid van voorraden (administratief beheer), de aanvragen voor klanten, het voortbrengen van bruikleenbewijzen, de uitvoering en bewaking van onderhoudswerkzaamheden én onderdelen- en munitievoorraden.

Onder andere bevoorrading (bevo), bevoorrading geneeskundigedienstgoederen (bevognk), herstelpeloton (hrstpel), materieelbeheer (matbeh) en materieellogistiek peloton (matlogpel) maken gebruik van het BBS voor beheer en bewaking van uitrustingsstukken, klasse I, II, III, IV en V-goederen e.d.

In het kader van periodieke controles en tellingen maken eenheden gebruik van de tel- dan wel overzichtlijsten uit het BBS:

Informatielijst voorraden

Geautoriseerde (toegekende) en daadwerkelijk fysiek aanwezige aantallen uitrustingsstukken.

Tellijst fysieke voorraad

Uitrustingsstukken die geautoriseerd (toegekend) zijn, maar zonder aantallen.

Controlelijst kenmerken

Serienummers, wapennummers, kenmerken e.d. van uitrustingsstukken worden genoemd.

Terug naar Boven

 

B.D.

Voluit: buiten dienst.

Betekent dat de militair zijn functioneel leeftijdsontslag (FLO) heeft bereikt dan wel dat zijn contract ten einde is gelopen, bijvoorbeeld als toenmalig Beroepsmilitair Bepaalde Tijd (BBT'er).

Onder de FLO'ers bevindt zich overigens de meest bekende categorie: die van de gewezen militairen die in de media commentaar en kritiek geven op het huidige Defensiebeleid en/of vanaf de zijlijn de gevolgde strategie in een oorlog becommentariëren (criticasters).

Het is opvallend dat nogal eens gewezen militairen aanmerkelijk minder 'mediageil' en zelfverzekerd waren toen zij nog in werkelijke dienst zaten. Uiteraard geldt dat niet allen.

Meest bekende, (zeer) positieve voorbeelden van "buitengewoon deskundige" b.d.'ers zijn de generaals buiten dienst Gé Berkhof, Kees Homan, Pieter Huysman, Joost Schaberg, Peter van Uhm en Adriaan J. van Vuren.

Generaal-majoor b.d. Van Vuren schreef in 2007 B.D., met als hoofdpersonage brigadegeneraal Sjoerd van Dalem.

Voorbeeld van een b.d.'er: kolonel buiten dienst Menno Scheurleer, alias Wim de Bie

Met voorsprong is de meest geminachte categorie b.d.'ers die van de salon- of leunstoelgeneraals (armchair generals), die zich te pas en te onpas in de media profileren maar geen flauwe notie hebben van wat er allemaal te velde gebeurt. Deze b.d.'ers staan vooral te boek als muggenzifters, pietlutten en zeurpieten.

Op 4 november 2012 werd het eerste exemplaar van het Handboek voor de dienstplichtig soldaat b.d.door de auteurs aangeboden aan luitenant-generaal b.d. Hans Couzy, van 1992 tot '96 Bevelhebber der Landstrijdkrachten.

Zie ook: boek B.D. (2007, generaal-majoor b.d. Adriaan J. van Vuren), boek Handboek voor de dienstplichtig soldaat b.d. (2012, Michiel Hegener en Frank Oosterboer) en leunstoelstrateeg.

Terug naar Boven

 

BEAUFORT

Schaalaanduiding voor windkracht (windsnelheid).

In 1806 ingevoerd door de Britse admiraal Sir Francis Beaufort (1774-1857).

Beaufort nam waar hoe zijn met alle zeilen getuigde schip ("a full-rigged man of war") zich gedroeg als gevolg van verschillen in de wind. Zijn waarnemingen waren niet zozeer gericht op de wind zelf.

De Beaufort-windkrachtschaal is in 1874 overgenomen door het International Meteorological Committee.

De Beaufort-schaal is een basaal stafgegeven dat een van de vele factoren van het weer weergeeft, maar ook in de praktijk te gebruiken bij het schatten van de windsnelheid bij gebrek aan windmeetapparatuur (anemometer).

In onderstaande Beaufort-windkrachtschaal zijn achtereenvolgens vermeld:

► windkracht
► benaming door het KNMI
► windsnelheid in kilometers per uur
► waarneembare karakteristieken van de wind

    
0Windstil0-1Rookpluim stijgt recht omhoog
1Zwakke wind2-5Takken bewegen nog niet
2Zwakke wind6-11Bladeren ritselen; wind merkbaar in het gezicht
3Matige wind12-19Bladeren en twijgen bewegen voortdurend; vlaggen gestrekt
4Matige wind20-28Stof en papier dwarrelen op; kleine takken bewegen
5Vrij krachtige wind29-38Kleine bebladerde takken maken zwaaiende bewegingen; golven op het water
6Krachtige wind39-49Grote takken bewegen; wind fluit door hoogspanningsdraden
7Harde wind50-61Bomen bewegen; wind is hinderlijk bij lopende verplaatsingen
8Stormachtige wind62-74Twijgen breken af; lopen wordt belemmerd
9Storm75-88Takken breken; dakpannen vallen; lichte schade aan gebouwen
10Zware storm89-102Bomen worden ontworteld; aanzienlijke schade aan gebouwen
11Zeer zware storm103-117Uitgebreide schade aan gebouwen
12Orkaan> 117 

Wind is een zeer belangrijke factor voor helikopteroptreden.

De in- en uitvliegrichting van een helikopter is tegen de wind, omdat die aan de voorkant (headwind) meer wind kan verdragen dan aan de achterkant (tailwind) of zijkant (crosswind). De maximale tailwind voor een in- of uitvliegende helikopter is 5 knopen (windkracht 2), de maximale crosswind 9 knopen (windkracht 3).

Zie ook: EWABM-methode en weer.

Terug naar Boven

 

BEFEHL IST BEFEHL

Letterlijk: bevel is bevel. Passieve gehoorzaamheid. Tijdens de Processen van Neurenberg beriepen de gedaagden – de leiders van de nationaalsocialistische dictatuur onder Adolf Hitler – zich er steevast op dat alleen bevelen van meerderen waren opgevolgd en zij daarom niet verantwoordelijk konden worden gesteld voor oorlogsmisdaden.

Wanneer de redenering van Befehl ist Befehl tot in het eindige wordt doorgevoerd, zou de ondergeschikte te allen tijde onschuldig zijn en ten laatste één persoon verantwoordelijk kunnen en moeten worden gehouden voor alles wat zijn troepen deden en nalieten te doen. In dit geval was dat Hitler, Oberbefehlshaber van de Wehrmacht.

Het London Charter of the International Military Tribunal, verantwoordelijk voor de uitvoering van de Processen van Neurenberg, verklaarde echter in Principle IV, dat het een onacceptabel excuus is om te zeggen dat iemand slechts bevelen van meerdere opvolgt. Elk mens heeft zijn eigen verantwoordelijkheid en kan altijd een morele keuze maken. Hierdoor mag de (blinde) gehoorzaamheid aan een meerdere nooit een verweer tegen rechtsvervolging zijn. De rechters in Neurenberg hebben het tegenargument Befehl ist Befehl dan ook ten principale als strafuitsluitingsgrond verworpen.

Befehl ist Befehl is gebaseerd op wat in juridisch jargon respondeat superior heet – command responsibility, waarbij de werkgever (bevelhebber) verantwoordelijk is voor het doen en laten van zijn werknemer (soldaat).

Hoewel in het bijzonder de juristen Lassa Oppenheim en Hersch Lauterpacht het begrip in het internationaal recht introduceerden en plachten te verdedigen, wordt Befehl ist Befehl sinds het Tribunaal van Neurenberg niet meer aanvaard en is dit in 1950 integraal overgenomen door de Verenigde Naties.

In het boek Het Oostfront. Hoe het Duizendjarige rijk zijn einde op de steppen vond (2006) komt militair analist Jaap Jan Brouwer tot de verrassende conclusie dat de Duitse commandant, ondanks Befehl ist Befehl, was opgeleid om elke situatie kritisch te beoordelen en om, wanneer dat nodig was, desnoods af te wijken van de gegeven opdracht. Ondanks de kadaverdiscipline waren de verantwoordelijkheden laag in de organisatie gelegd en er werd veel overgelaten aan het eigen initiatief van commandanten en manschappen.

Het Oostfront. Hoe het Duizendjarige rijk zijn einde op de steppen vond - Jaap Jan Brouwer

Terug naar Boven

 

BEEN

Gedeelte van een te volgen route dat bij voorkeur loopt van het ene naar het volgende markante terreinkenmerk. Op een routekaart zijn voor ieder been de afzonderlijke gegevens vermeldt:

beennummerte voren toegekend nummer aan het been
coördinaten APT en EPT8-cijfer-coördinaten van het aanvangs- en eindpunt
magnetische koerskompasstand
magnetische tegenkoerskruis- of retourpeiling
afstand van APT naar EPTin meters
routebeschrijvingin klare taal
tijdin minuten

De tijd die nodig is voor het afleggen van een been, wordt berekend m.b.v. de volgende parameters:

1.000 meter afleggen duurt 20 minuten (regel: 50 meter per minuut)

100 meter dalen of stijgen

d.w.z. 10 minuten extra bij de tijd optellen 

60 minuten verplaatsen

d.w.z. 10 minuten extra bij de tijd optellen

Terug naar Boven

 

BEHANDELGERICHT

De inrichting van een geneeskundig systeem is erop gericht de patiënt, gelet op zijn verwondingen, zo snel mogelijk naar het niveau van de eindbehandeling af te voeren. Behandelingen op de tussengelegen niveaus worden vermeden, tenzij die noodzakelijk zijn om de patiënt in een optimale conditie het niveau van eindbehandeling te laten bereiken.

Zowel afvoer- als behandelgerichtheid zijn van grote invloed op de te hanteren normeringen.

Behandelgerichtheid vindt plaats in vredestijd en bij Peace Support Operations.

Voor de behandeling van gewonden geldt bij behandelgerichtheid als normen de volgende kritieke tijdslimieten:

► Gewondenafvoermiddel met geneeskundig personeel binnen 15 minuten ter plaatse

► Slachtoffer moet binnen 40 minuten in een role-3 geneeskundige inrichting arriveren.

► Aantal chirurgische ingrepen per operatiekamerteam per etmaal is acht (8).

► Aantal ligdagen op de verpleegafdeling is gemiddeld drie (3) per patiënt.

De tegenhanger is afvoergericht.

Terug naar Boven

 

BEHEERD EN BEHEERST (BEHANDELEN)

De kreet werd voor het eerst geformuleerd in de commander’s intent voor de inrotaties van de Battle Group 2 / Task Force Uruzgan 2 door Rob Hendriks, indertijd Hoofd Sectie 4.

Later overgenomen door de Redeployment Task Force (RDTF) Uruzgan, bestaande uit het Operationeel Ondersteuningscommando Land (OOCL) onder leiding van brigadegeneraal Jan Broeks. De RDTF werd per 1 augustus 2010 operationeel.

De leus "Beheerd en beheerst" betreft vooral de materieellogistiek en geeft aan dat het leidend principe bij het in- dan wel uitroteren van personele en materiële middelen zorgvuldigheid is in plaats van snelheid.

Concreet houdt "Beheerd en beheerst" in dat teams in het missiegebied precies registreren wat weggaat (beheren) en, van het materiaal dat onderweg is, voortdurend in de gaten houden waar het zich bevindt (beheersen).

Het einddoel van dit proces was het materieel volledig gebruiksgereed opnieuw te kunnen aanbieden aan de eenheden.

Voor inroteren kan evengoed worden gelezen deployment / RSOMI voor uitroteren redeployment / reverse-RSOMI.

Terug naar Boven

 

BELABBEREN

Het omsingelen van een vijandelijk huis of kampong – omheind erf; kleine verzameling van inlandse woningen die zijn omgeven door paalwerk of heggen – met als doel de inwoners te overrompelen en te tuchtigen (bestraffen).

De aanval op huis of kampong vond in de regel plaats vóór of bij zonsopgang (BNMS). Door de omsingeling en de daaropvolgende inval waren de inwoners niet in staat te ontsnappen.

Belabberen vond plaats ten tijde van het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger (KNIL), met name op Atjeh.

Terug naar Boven

 

BELEGERING

Belagerung.
siege; beleaguerment.
siège.

Synoniem: beleg. Werkwoord: belegeren.

Zijn strijdmacht opslaan rond een oord met de bedoeling haar door middel van een aanval, of in ieder geval gevechtshandelingen, in te nemen, in tegenstelling tot een operatie in open terrein.

Met een belegering wordt die plaats, zo mogelijk, volledig omsingeld en langdurig afgesloten van de buitenwereld.

Het gevolg is dat na verloop van tijd de situatie voor de belegerden verslechtert, het dagelijks leven in die plaats ondraaglijk wordt en de burgerbevolking aan alles gebrek heeft. De bevoorrading is afgesneden (onder andere brandstof, medicijnen, munitie en voedsel raken uitgeput) en de afvoer van zieken en gewonden stagneert. Hierdoor kunnen de belegerden uiteindelijk gedwongen worden in onderhandeling te treden of het beleg op te geven.

In de regel begint een beleg wanneer de aanvallende partij een verdedigde locatie wil bezetten, omdat die zich weigert over te geven en niet zonder meer met een frontale aanval kan worden ingenomen. Vaak leidt een belegering van een goed verdedigde locatie tot een uitputtingsoorlog (attritie) die maanden of zelfs jaren kan duren.

De kille logica achter een belegering - Marno de Boer & Ghassan Dahhan.De kille logica achter een belegering - Marno de Boer & Ghassan Dahhan.

Terug naar Boven

 

BEMIDDELINGSGESPREK

Gesprek met als doel door tussenkomst van een derde partij twee andere partijen tot overeenstemming of verzoening te brengen dan wel een conflictsituatie te minimaliseren.

Wordt bijvoorbeeld gevoerd door een compagnies sergeant-majoor/compagniesadjudant bij conflictsituaties binnen een compagnie of haar staffunctionarissen.

Tips en tools:

Spreken

► Spreekt verstaanbaar en articuleert duidelijk
► Gebruikt een levendige toon
► Niet van de hak op de tak (structuur)
► Stemt taalgebruik af op de gesprekspartner
► Benadrukt essenties door stemverheffing of het laten vallen van stiltes
► Voorkomt gebruik van stopwoorden
► Controleert regelmatig of de ontvanger begrijpt waar het om gaat

Luisteren

► Toont een open luisterhouding
► Laat zich niet afleiden door (reeds) bij zichzelf aanwezige vooroordelen (blijft dus luisteren)
► Onderbreekt niet onnodig; laat de gesprekspartner uitspreken
► Begeeft zich niet op een zijspoor doordat bijvoorbeeld zijn gedachten afdwalen
► Laat niet merken dat hij wellicht geïrriteerd raakt
► Laat merken dat hij actief luistert door knikken, stiltes laten vallen, hummen e.d.

Waarnemen & Non-verbale communicatie

► Let op non-verbale signalen die de gesprekspartner uitzendt (zowel lichaamstaal als stemgebruik) en reageert hier adequaat op
► Zendt zelf geen ongewenste signalen uit, zoals gapen, op papier krabbelen, nagels schoonmaken, op het horloge kijken e.d.

Gespreksmodel bemiddelingsgesprek (OFGA):

Opening

► Creëert een oplossingsgerichte sfeer
► Geeft de aanleiding en het doel van het gespreks aan
► Verduidelijkt zijn/haar rol als neutrale derde
► Geeft de gespreksregels aan

Feitelijke situatie

► Beschrijft eigen waarneming
► Laat de situatie door beide partijen verwoorden
► Bewaakt gespreksregels
► Vat neutraal samen

Gewenste situatie

► Bespreekt de gevolgen van het vertoonde gedrag
► Laat voorstellen ter verbetering doen
► Vat regelmatig samen
► Laat partijen oplossingen kiezen

Afronding

► Vat oplossing(en) samen
► Maakt (vervolg)afspraken
► Spreekt vertrouwen uit in de oplossing en de nabije toekomst
► Sluit het gesprek af

Zie ook: OFGA.

Terug naar Boven

 

BENEDENWINDS

mit dem Wind.
downwind.
sous le vent.

Benedenwinds is de zijde waar de wind niet op staat en het dus windstil is.

Militaire voorbeelden:

► bij geneeskundige inrichtingen worden gasziekenveld, generatoraggregaat, helikopterlandingsplaats, latrine en verzamelplaats overledenen, zo mogelijk, benedenwinds hiervan ontplooid.
► de verplaatsingsrichting bij nucleaire activiteiten is in benedenwindse richting.
► personeel dat de maskeroefenruimte (MOR) ingaat wordt bovenwinds van de MOR opgesteld; personeel verlaat de MOR benedenwinds van de faciliteit.

Zie ook: gebied met benedenwinds dampgevaar.

Terug naar Boven

 

BEOORDELINGSLIJST BEROEPSPERSONEEL KL

Legerformulier 16405. Lijst die voorheen werd gebruikt om het beroepspersoneel van de Koninklijke Landmacht te beoordelen aan de hand van een aantal relevante gezichtspunten.

Er wordt door zowel de eerste (meestal de pelotonscommandant) als de tweede beoordelaar (meestal de compagniescommandant) gekeken naar een totaaloordeel over de 20 gezichtspunten wat betreft de functievervulling van de te beoordelen militair:

1. Gedrag

De mate waarin beoordeelde gedrag bijdroeg tot een juiste vervulling van de functie en aan een gunstig werk- en leefklimaat in de eenheid.

2. Plichtsbetrachting en dienstijver

De mate waarin beoordeelde inzet en ijver aan de dag legde bij het vervullen van de functie en waarin de overige dienstverplichtingen werden nagekomen.

3. Gezagsuitoefening

De mate waarin en de wijze waarop de beoordeelde inhoud wist te geven aan het aan zijn/haar functie toekomende gezag.

4. Vakkennis

De mate waarin beoordeelde blijk gaf te beschikken over de kennis van feiten, gegevens en procedures die voor de functie nodig is.

5. Kwaliteit van het geleverde werk

De mate waarin beoordeelde binnen de vereiste tijd werk afleverde dat voldeed aan de gestelde eisen.

6. Fysiek uithoudingsvermogen

De mate waarin beoordeelde opgewassen was tegen de lichamelijke inspanningen die de functie met zich meebrengt.

7. Uiterlijk voorkomen

De mate waarin beoordeelde er steeds verzorgd uitzag, de omstandigheden in aanmerking genomen.

8. Zelfstandigheid

De mate waarin beoordeelde in staat bleek de functie zonder speciale aanwijzingen of toezicht te kunnen uitvoeren.

9. Samenwerking

De mate waarin beoordeelde blijk gaf zowel met collega’s als met meerderen en ondergeschikten/onderhebbenden gezamenlijk aan taken te kunnen werken.

10. Verantwoordelijkheidsbesef

De mate waarin beoordeelde blijk gaf zich bewust te zijn en te blijven van (de gevolgen van) zijn/haar handelen.

11. Zorg voor materiele middelen

De mate waarin beoordeelde blijk gaf de hem/haar toevertrouwde materiele middelen doelmatig te gebruiken en in goede staat te houden.

12. Overdracht van kennis en vaardigheden

De mate waarin beoordeelde in staat bleek de nodige kennis en vaardigheden aan anderen over te dragen.

13. Organisatievermogen

De mate waarin beoordeelde blijk gaf eigen werkzaamheden en die van medewerkers zodanig in te delen en voor te bereiden, dat de gewenste resultaten op een zo efficiënt mogelijke wijze werden bereikt.

14. Doorzettingsvermogen

De volharding waarmee beoordeelde aan het vervullen van de functie werkte, ook onder moeilijke omstandigheden.

15a. Mondelinge uitdrukkingsvaardigheid

De mate waarin beoordeelde blijk gaf te beschikken over de mondelinge uitdrukkingsvaardigheid, nodig voor het vervullen van de functie; hieronder wordt mede begrepen uitdrukkingsvaardigheid in vreemde talen, voor zover de functievervulling dit met zich meebrengt.

15b. Schriftelijke uitdrukkingsvaardigheid

De mate waarin beoordeelde blijk gaf te beschikken over de schriftelijke uitdrukkingsvaardigheid, nodig voor het vervullen van de functie; hieronder wordt mede begrepen uitdrukkingsvaardigheid in vreemde talen, voor zover de functievervulling dit met zich meebrengt.

16. Flexibiliteit

De mate waarin beoordeelde in staat was in te spelen op gewijzigde omstandigheden en open stond voor suggesties en nieuwe ideeën.

17. Besluitvaardigheid

De mate waarin beoordeelde blijk gaf doeltreffend en – waar de omstandigheden dit vergden – snel besluiten te nemen.

18. Initiatief

De mate waarin beoordeelde uit eigen beweging doelgerichte activiteiten ontplooide dan wel voorstellen daartoe deed.

19. Zorg voor het personeel

De mate waarin beoordeelde blijk gaf aandacht te hebben voor medewerkers, en hun belangen behartigde, voor zover dat binnen zijn/haar vermogen lag.

De aan elk gezichtspunt van het totaaloordeel gekoppelde waarderingsschaal is:

A
beoordeelde vertoonde op dit gezichtspunt tekortkomingen en functioneert en daardoor ver beneden de eisen die de vervulling van de functie stelt
AB
tussen A en B
B
beoordeelde vertoonde op dit gezichtspunt tekortkomingen, echter zonder dat de vervulling van de functie onaanvaardbaar werd geschaad
BC
tussen B en C
C
beoordeelde voldeed op dit gezichtspunt geheel aan de eisen die de vervulling van de functie stelt
CD
tussen C en D
D
beoordeelde vertoonde op dit gezichtspunt kwaliteiten die duidelijk uitgingen boven de eisen die de vervulling van de functie stelt
DE
tussen D en E
E
beoordeelde vertoonde op dit gezichtspunt kwaliteiten die ver uitgingen boven de eisen die de vervulling van de functie stelt
NTB
beoordeelde is op dit gezichtspunt, gezien de aard van de functie die beoordeelde vervult, dan wel om andere redenen, niet te beoordelen

Terug naar Boven

 

BEOORDELING VAN de TOESTAND

Werkwoord: BVT’en. Engels: running estimate. Bij voortduring analyseren van de eigen en vijandelijke situatie die – via een vaste volgorde waarin de verschillende fasen worden doorlopen – wordt beoordeeld volgens het NAVO-5-paragrafenbevel.

Het nalopen van alle opgedragen taken en werkzaamheden volgens het NAVO-5-paragrafenbevel leidt ertoe dat op logische en systematische wijze een opdracht (van de naasthogere commandant) wordt omgezet in een besluit door de commandant en zijn staf. Hierbij mag de bedoeling van de opdrachtgever (commander’s intent) niet uit het oog worden verloren, net zoals de deeltaken en tijd- en ruimtefactoren.

BVT’en leidt uiteindelijk tot een beargumenteerd plan voor de meest effectieve en efficiënte militaire inzet (aard en omvang).

Zie ook: NAVO-5-paragrafenbevel, operationeel besluitvormingsproces (OBP) en O.T.V.O.E.M.

Terug naar Boven

 

BEPROEVEN

Verrichten van complexe handelingen waarbij functies, materieel en/of procedures worden onderzocht. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in beproevingen, keuringen en periodiek onderzoek.

Bij beproevingen worden bekende eigenschappen aan vooraf gestelde normen getoetst en onderzocht, worden onbekende eigenschappen bestudeerd om na te gaan of deze eigenschappen aan bepaalde eisen moeten voldoen, en wordt reeds ingevoerd materieel naar aanleiding van klachten van gebruikers of periodiek onderzoek beproefd.

Bij keuringen wordt het materieel naar aanleiding van te voren afgesproken keuringseisen gecontroleerd. Hierin zijn opgenomen de keuringscriteria, -methodiek en –techniek.

Bij periodiek onderzoek, bijvoorbeeld van munitie, wordt nagegaan of het materieel sinds de afnamekeuring (bij ingebruikname van het materieel) in dezelfde staat is gebleven.

Terug naar Boven

 

BEPROEVINGEN WAPENSYSTEMEN EN MUNITIE, AFDELING

Afgekort: ABWM. De ABWM is een onderdeel van he t Munitiebedrijf van het Landelijk Bevoorradingsbedrijf Koninklijke Landmacht (LBBKL). De ABWM is gevestigd op het Artillerie Schietkamp (ASK) van de Legerplaats bij Oldebroek (’t Harde), waar een infrastructuur is die bestaat uit twee schiettunnels tot 300 meter en moderne testfaciliteiten (klimaatkasten en trilmachines).

De ABWM vindt zijn oorsprong in de Commissie van Proefneming (CVP), opgericht op 15 december 1866. De CVP heeft haar bestaansrecht gevonden in het beproeven van nieuw Defensiematerieel, het keuren van munitie én het vervaardigen van schootstafels. De eerste naoorlogse metingen ten behoeve van de ballistiek (theorie van de werking van vuurwapens) hervonden plaats in 1949, maar pas op 15 december 1951 kon de Commissie van Proefneming (CVP) pas op 15 december 1951 haar organieke taken geheel hervatten. Op 1 augustus 1998 werd de ABWM in zijn huidige vorm opgericht op de Legerplaats bij Oldebroek.

Projectieleigenschappen waarop munitie wordt getest zijn onder andere:

Begin-, eind- en gemiddelde snelheid van munitie

Doeltrefkans

Hoogte van de ballistische baan

Snelheidsafname

Stabiliteit in de vlucht

Vluchttijd (tijd tussen schot en treffer)

Werking van de tijdbuis

De taken van de ABWM richten zich met name op:

►periodiek onderzoek van de kwaliteit van munitie (opleg en voorraadbeheer)

►beproevingen van prototypes van wapensystemen

►beproevingen van wapensystemen en munitie i.h.k.v. aankopen van nieuw materieel

►nabootsing van munitietransport door blootstelling aan schokken en trillingen

►technisch onderzoek bij ongevallen met munitie

►testen van munitie onder extreme omstandigheden (maximaal -70 graden Celsius)

►typeclassificatie van munitie

Voor het beproeven maakt de ABWM tevens gebruik van schietinrichtingen in Petten en Breezanddijk:

SCHIETINRICHTING

LOCATIE

DOELENGEBIED

 

Petten KL

Westelijk van Sint Maartenszee bij de Noordzeekust naast de kernreactor van het Energieonderzoek Centrum Nederland (ECN)

 

Doelen op 300, 450 en 900 meter

Zuiderhaven Breezanddijk

Zuidoostelijk vanaf het midden van de Afsluitdijk (autosnelweg A7 / E22)

Doelengebied in zuidelijke richting over het IJsselmeer

Terug naar Boven

 

BEREDEN

Synoniem: niet uitgestegen. Optreden, bij de uitvoering van een gevechtsactie, waarbij het personeel zich in voertuigen bevindt en het gevecht met het boordkanon en antitankwapens wordt gevoerd.

Voorheen met name uitgeoefend door ruiters te paard, de voorlopers van de cavalerie.

Zie ook: à cheval.

Terug naar Boven

 

BERENLUL

Typisch militair taalgebruik.

Dekenrol - later: slaapzak - met tenthelft.

In de jaren '60 tot en met '80 van de 20ste eeuw bestond de berenlul uit de in de lengterichting opgerolde (paarden)dekens - later: slaapzak - die was gewikkeld in één van de tenthelften van de puptent, met inbegrip van één tentstok.

Eenmaal opgerold en gebruiksgereed, werd de berenlul bovenop de gevechtstas (pukkel) gedragen op de rug. Onder de gevechtstas hing dan nog de ransel.

Het opgerolde, ineengewikkelde geheel werd met drie of vijf mantel- of kruisriemen vastgegespt en hing af aan de zijkanten van de gevechtstas met ransel. Hierdoor leek de berenlul op een levensgroot hoefijzer.

Indertijd betekende 'met volle / volledige bepakking' dat met de berenlul moest worden verplaatst; in de regel gebeurde dit bij verplaatsingen te voet in het geval van meerdaagse oefeningen.

Zie ook: puptent.

Terug naar Boven

 

BERGHAUS

Terug naar Boven

 

BERGINGS- EN IDENTIFICATIEDIENST KL

Afgekort: BIDKL. Dienst van de Koninklijke Landmacht met als taak het bergen en het identificeren van stoffelijke overschotten van personen die een niet-natuurlijke dood zijn gestorven.

De BIDKL is voortgekomen uit de Gravendienst KL, opgericht in 1970, met als doel om gevallen militairen uit de Tweede Wereldoorlog op verantwoorde wijze te kunnen opgraven en identificeren.

De BIDKL houdt zich met nadruk niet bezig met lijkschouwing (sectie): het geneeskundig onderzoek van een stoffelijk overschot om de oorzaak van de dood vast te stellen.

De juridische grondslag van de BIDKL/Gravendienst is het eerste Conventie van Genève. Op basis van de artikelen 15 t/m 17 uit de Geneva Convention for the Amelioration of the Condition of the Wounded and Sick in Armed Forces in the Field (12 augustus 1949) wordt de partijen onder andere opgedragen:

Logo van de Bergings- en Identificatie Dienst Koninklijke Landmacht

► onverwijld alle mogelijke maatregelen te nemen om de doden op te zoeken en te voorkomen dat deze worden beroofd;

► alle gegevens registreren welke van nut kunnen zijn om de in haar handen gevallen doden van de tegenpartij te identificeren;

► zorg dragen, dat de doden op eerbiedige wijze, zo mogelijk volgens het ceremonieel van de godsdienst welke zij beleden, worden begraven, dat hun graven worden ontzien en zo mogelijk bijeengebracht volgens de nationaliteit der overledenen, behoorlijk worden onderhouden en zodanig aangeduid, dat zij te allen tijde kunnen worden teruggevonden.

Om het gestelde in de Conventies van Genève te kunnen bereiken dient bij aanvang van de vijandelijkheden van overheidswege een Gravendienst te worden ingesteld om de locatie van de graven, latere opgravingen, identificatie van de lijken en het overbrengen van de stoffelijke overschotten naar het land van herkomst mogelijk te maken.

Oorlogsgraven van Nederlandse militairen op de begraafplaats 'Het Lange Duin' in Wassenaar, die al snel na de Duitse inval werd aangelegd op het terrein van de buitenplaats Ter Veken van de familie Van Schelle.

Voor zover bekend sneuvelden in de meidagen van 1940 alleen al in Wassenaar veertien burgers en 44 Nederlandse militairen; van hen werden er twaalf direct op 'Het Lange Duin' begraven.

Links op de voorgrond het graf van een op 10 mei 1940 gesneuvelde Nederlandse militair. Op de grafsteen staat: "Hier rust onze zeer geliefde eenige zoon Marinus. Hij gaf op den droeven 10den mei zijn mooie veelbelovende jonge leven voor ons dierbaar vaderland. Rust in vrede Marinus, Lisse mei 1940, P. Warmerdam, H. Warmerdam, Baak."

 

Harry 'De Neus' Jongen.

Resten van stoffelijke overschotten worden meegenomen naar het BIDKL-hoofdkwartier op het Kamp Soesterberg (voorheen de Kolonel Palmkazerne in Bussum), waar - zelfs bij de meest onsamenhangende botfragmenten - wordt geprobeerd de overledene zijn naam terug te geven.

Een vermiste persoon is voor de nabestaanden erger dan een overleden persoon.

Ruime bekendheid verwierf de BIDKL met zijn voormalige commandant, kapitein Harry 'De Neus' Jongen, die afzwaaide in 2000.

Over Harry Jongen schreef journalist Hans van der Beek van Het Parool het boek De Neus, Het macabere vak van Harry Jongen.

 

MAART 2013: BIDKL OPTIMAAL GELAUWERD

Op 7 maart 2013 ontvingen drie onderofficieren/identificatiespecialisten van de BIDKL op de DuMoulinkazerne de Draagspeld Commandant Landstrijdkrachten uit handen van de C-LAS, luitenant-generaal Mart de Kruif.

Het drietal - adjudant Geert Jonker, sergeant-majoor Patric van Aalderen en sergeant der eerste klasse Els Schiltmans - is "zeer betrokken, gedreven, daadkrachtig en professioneel. In combinatie met een ongekend vakmanschap, een niet aflatende inzet en initiatief maakt dat de BIDKL zowel voor de krijgsmacht, maar ook maatschappelijk, van zeer groot belang is."

De met eremetaal onderscheiden BIDKL'ers hebben eigenhandig gezorgd voor vernieuwing in hun werk. Zonder hun persoonlijke inzet had de BIDKL nog geen gebruik gemaakt van DNA-identificatie. Dit leidt ertoe dat de identiteit van onbekende oorlogsslachtoffers gemakkelijker valt vast te stellen.

De BIDKL oogst zowel nationaal als internationaal veel waardering voor haar werkzaamheden. De militair attachés van Canada, Groot-Brittannië, Polen en de Verenigde Staten woonden de uitreiking bij.

Op 20 maart 2013 werd hetzelfde drietal nogmaals geëerd, nu op de Duitse ambassade in Den Haag. Defensieattaché luitenant-kolonel Joachim Schmidt reikte het Ehrenkreuz der Bundeswehr in Bronze (Erekruis van de Bundeswehr in brons) uit aan adjudant Jonker. Aan sergeant-majoor Van Aalderen en sergeant der eerste klasse Schiltmans werd de Ehrenmedaille der Bundeswehr (Eremedaille van de Bundeswehr) toegekend.

Schmidt gaf aan dat BIDKL'ers er in grote mate aan hebben bijgedragen omgekomen Duitse militairen uit de Tweede Wereldoorlog te identificeren. "Het lukt u steeds weer om familieleden na vele jaren van onzekerheid duidelijkheid te geven over het lot van hun vader, broer of grootvader."

In het Volkskrant Magazine van 26 april 2014 interviewde Linda Samplonius BIDKL-medewerkster Els Schiltmans.

Het artikel Vermist is erger dan dood kan hier worden gedownload.

Het artikel Vermist is erger dan dood. Identificeren oorlogsslachtoffers als dagtaak uit het vakblad De Onderofficier (november 2013) kan hier worden gedownload.

 

'Door bergingsdienst krijgen stoffelijke resten na vele jaren een naam' (YouTube, 13 mei 2013).

Zie ook: Conventies van Genève.

Terug naar Boven

 

BERISPING

Duits: Verweis. Engels: rebuke; reprimande. Frans: réprimande.

Volgens de Wet Militair Tuchtrecht (WMT) een van de vier tuchtrechtelijke straffen die inhoudt dat er een schriftelijke terechtwijzing volgt.

Bij de Koninklijke Landmacht (WMT, artikelen 4 en 49) komt de bevoegdheid tot het opleggen van straffen aan onder zijn bevel staande militairen in de regel toe aan de bevelvoerende militair van een compagnie (CC), eskadron of batterij. In deze is de CC of vergelijkbare eenheidscommandant de Tot Straffen Bevoegd Meerdere (TSBM).

De overige tuchtrechtelijke straffen (WMT, artikel 41) zijn: geldboete, strafdienst en uitgaansverbod. Uitgaansverbod kan slechts worden opgelegd voor het niet opvolgen van een dienstbevel en ongeoorloofde afwezigheid.

De straffen in het tuchtrecht zijn op alle militairen, ongeacht hun rang of stand, gelijk van toepassing. Tuchtvergrijpen kunnen worden opgelegd bij gedragingen die te maken hebben met de interne orde en discipline, wrijvingen tussen personen of een eenheid die niet soepel draait.

Na de uitspraak wordt de opgelegde straf - in dit geval berisping - schriftelijk vastgelegd op het deel 'uitspraak' van het straffenformulier KM/KL/KLu/KMAR (defensieformulier 1102001) dat is bestemd voor de vastlegging van gegevens die betrekking hebben op het tuchtproces in eerste aanleg.

Zie ook: geldboete en tuchtrecht.

Terug naar Boven

 

BESCHERMING

Geheel van maatregelen gericht op het behoud van het eigen militair vermogen. Bestaat uit de deelmaatregelen beveiligen en bewaken.

In bredere zin bestaat beschermen - in toenemende intensiteit - uit beveiligen, bewaken en patrouilleren.

Terug naar Boven

 

BESLUITVORMING

Duits: Führungsvorgang; Entscheidung. Engels: decision-making. Frans: prise de décision. Besluitvorming maakt, met bevelvoering en leidinggeven, deel uit van de commandovoering. De drie elementen zijn met elkaar geïntegreerd. De besluitvorming is gebaseerd op opdrachtgerichte commandovoering en manoeuvre-oorlogvoering.

Besluitvorming wordt wel omschreven als het proces van het kiezen uit verschillende, relevante mogelijkheden, waarbij één bepaalde gemotiveerde mogelijkheid wordt gekozen. Er wordt gestreefd naar de best mogelijke, meest bevredigende oplossing (satisficing) in plaats van naar de beste oplossing (optimizing) binnen een gegeven situatie.

Bij besluitvorming wordt een conclusie getrokken op basis van alle aangedragen argumenten, zowel voor als tegen. Argumenten die niet worden aangedragen, zijn derhalve niet van invloed op de besluitvorming.

Het besluitvormingsproces onderzoekt het geheel van actoren en factoren én analyseert de mogelijkheden om tot een besluit te komen waarmee eenhoofdig kan worden vastgesteld welke wijze van optreden de meeste kans op succes heeft.

Uiteindelijk is het nemen van een beslissing belangrijker dan of de genomen beslissing de juiste is: het is belangrijker OM te beslissen dan WANNEER en WAT te beslissen.

In de Amerikaanse Field Manual 101-5 (Staff Officers' Field Manual) wordt met betrekking tot de beschikbare tijd voor het besluitvormingsproces, verschil gemaakt tussen:

Deliberate Decision Making

Er is veel tijd beschikbaar is

Combat Decision Making

Er is weinig tijd beschikbaar met een goede staf

Quick Decision Making

Er is weinig tijd beschikbaar zonder (goede) staf

Terug naar Boven

 

BESTREKEN RUIMTE

Engels: beaten zone. Een terreindeel waarop maximaal kan worden waargenomen en, wanneer de reikwijdte van een wapen dat toestaat, een doel maximaal kan worden bereikt met effectief vuur.Waarneming en effectief bereik van een wapen worden niet gehinderd door tussengelegen obstakels.

Zowel de bestreken als de onbestreken ruimte in beeld gebracht.

Zie ook: maaivuuur en onbestreken ruimte.

Terug naar Boven

 

BESTUURSSTAF

Afgekort: BS. Synoniem: Departement van Defensie.

Defensieonderdeel, geen krijgsmachtdeel. Het Ministerie van Defensie bestaat uit de vier Operationele Commando's (OpCo's) - Commando Landstrijdkrachten (CLAS), Commando Luchtstrijdkrachten (CLSK), Commando Zeestrijdkrachten (CZSK) en Koninklijke Marechaussee (KMar) - en de ondersteunende Defensieonderdelen: het Commando Diensten Centra (CDC) en de Defensie Materieel Organisatie (DMO). De OpCo's worden de krijgsmachtdelen genoemd en vormen gezamenlijk de krijgsmacht.

De ambtelijke leiding van de Bestuursstaf is in handen van de Secretaris-generaal (SG), de politieke van de Minister van Defensie en de militaire van de Commandant der Strijdkrachten (CDS).

De Bestuursstaf bestaat uit de SG, zijn plaatsvervanger, de CDS als hoofd van de Defensiestaf en een aantal (hoofd)directoraten en ondersteunende diensten, zoals de hoofddirectie Personeel (HDP) en de directie Juridische Zaken (DJZ). Daarnaast maken van de Audit Dienst Defensie (ADD), Beveiligingsautoriteit (BA), Militaire Inlichtingen en Veiligheidsdienst (MIVD) en Militaire Luchtvaartautoriteit (MLA) deel uit van de Bestuursstaf.

De Defensiestaf ondersteunt de CDS bij het realiseren van een optimale inzet van het militaire vermogen in zijn rollen als hoogste militaire adviseur van de minister, krijgsmachtbrede (corporate) planner, behoeftesteller en corporate operator.

De Bestuursstaf is verantwoordelijk voor:

► Aansturen van de Koninklijke Marechaussee, die direct onder het bewind van de SG valt (valt onder de Politiewet 2012 en dient voldoende onafhankelijk te zijn).

► Aansturen van de OpCo's, in overeenstemming met de politieke richtijnen.

► Ondersteunen, informeren en adviseren van de politieke leiding.

► Vormt de beleidskaders voor de krijgsmacht en de ondersteunende Defensieonderdelen.

De Bestuursstaf is gevestigd aan Plein 4 in Den Haag.

Bij de Bestuursstaf werkten tot 2011 ± 2.000 burgers en militairen; als gevolg van de bezuinigingen die werden opgelegd in de beleidsbrief 'Een kleinere krijgsmacht in een onrustige wereld' onder Minister van Defensie Hans Hillen, d.d. 8 april 2011, verdween bij de Bestuurs- en Defensiestaf uiteindelijk 30% van de functies.

Zie ook: Commandant der Strijdkrachten (CDS) en Minister van Defensie.

Terug naar Boven

 

BETEUGELEN VAN WOELINGEN

In bedwang houden van onenigheid, onlusten, oproer, rellen. In de regel gericht tegen het wettig gezag, met name onrustige stemming onder het volk in politiek en religieus opzicht. Vaak gerealiseerd door politionele of (para)militaire eenheden.

Nog in 1932 verscheen aan de Koninklijke Militaire Academie de 'Handleiding voor het beteugelen van woelingen' (nummer 39). De leidraad telt 79 pagina's op zakboekformaat en is vastgesteld bij beschikking van de Minister van Defensie van 18 juli 1932, met instemming van de Ministers van Binnenlandse Zaken en van Justitie. In het boekje werd aan militairen uiteengezet hoe op te treden bij relletjes en volksopstanden.

Historisch gezien speelt deze vorm van bijstand niet alleen een rol bij het Aansprekersoproer (1696), woelingen in de jaren 1848 en '49, Palingoproer (1886), Aardappeloproer (1917), woelingen in de jaren 1926 en '27 en Jordaanoproer (1934), maar ook in de KNIL-periode in Nederlands-Indië. In laatstgenoemde periode waren er revolutionaire woelingen op de belangrijkste eilanden Java en Sumatra. Tijdens het interbellum had het uit beroepsmilitairen bestaande Korps Politietroepen in dit kader een taak als (militair) bijstandskorps om woelingen te beteugelen; het korps, opgericht in 1919 en in 1940 opgegaan in de Koninklijke Marechaussee, verrichtte dan ook politiediensten ten behoeve van de krijgsmacht.

Tegenwoordig zijn op Aruba en Curaçao de daar gestationeerde Nederlandse militairen onder andere ook beschikbaar voor het beteugelen van woelingen in het kader van militaire bijstand als de openbare orde in gevaar is of dreigt te komen. Opleiding en training hierin geschiedt onder verantwoordelijkheid van de Koninklijke Marechaussee.

Ook bij ernstinzet (uitzendingen) moeten militairen er permanent rekening mee houden dat tegenover hen de zwaarste vormen van geweld worden gebruikt of dat zij zelf geweld moeten toepassen. Dat kan onder meer het gevolg zijn van gewapend verzet (verzamelnaam voor bevrijdingsoorlog, guerrilla, ondergronds verzet, opstand, revolutie, terrorisme en… woelingen). Dat gebeurde onder andere tijdens de missies in Libanon en voormalig Joegoslavië.

Het beteugelen van woelingen kan het best worden gezien als een variant van Crowd and Riot Control (CRC). Hierbij is de militair of politieagent toegerust met helm, schild en wapenstok (knuppel), en kunnen bijvoorbeeld ook nies- en traangassen worden ingezet. Zodra een situatie – een demonstratie, samenscholing of rellen, zoals door relschoppende hooligans onder de voetbalsupporters – uit de hand loopt, kan in opdracht van het bevoegd gezag worden opgetreden, doorgaans in gesloten verband (formatie) onder leiding van een meerdere.

In 2011 als term in het nieuws omdat het beteugelen van woelingen één van de vakken is die voor de politietrainingsmissie in de Afghaanse provincie Kunduz wordt geïnstrueerd. Op 24 januari 2011 publiceerde NRC Handelsblad het vakkenpakket van de aanstaande Afghaanse politieagent. Volgens de krant kreeg de cursist in zes weken zes van de 266 uur onderricht in het beteugelen van woelingen.

Zie ook: Crowd and Riot Control (CRC).

Terug naar Boven

 

BEVEILIGEN

Het nemen van maatregelen ter bescherming van een andere eenheid, gebied, object of dienst. Beveiligen – als opschaling van bewaken – houdt actief rekening met de inzet van zwaardere geweldmiddelen. Bij beveiligen wordt er in beginsel vanuit gegaan dat fysiek handelend optreden noodzakelijk is of zal zijn om ernstige strafbare feiten te voorkomen, te beëindigen of om dreigende situaties of aanslagen af te wenden.

Ook wel aangeduid als "bijten", in tegenstelling tot bewaken ("blaffen").

Het doel van beveiligen is:

►de commandant tijd en ruimte te verschaffen voor het voorbereiden en uitvoeren van zijn al dan niet geplande tegenmaatregelen;

►de eenheid, het gebied of het object te vrijwaren van (verrassend) vijandelijk optreden of de effecten daarvan, spionage, sabotage, subversieve activiteiten en terrorisme.

Als adagium geldt: “Wie alles beveiligt, beveiligt niets”. Beveiligen omvat zowel detectie- als reactiemaatregelen. Beveiligingsmaatregelen zijn actief of passief:

Actieve beveiligingsmaatregelen

Passieve beveiligingsmaatregelen

Maatregelen waarvoor tijdens de uitvoering personeel actief benodigd is.

Maatregelen waarvoor geen personeel nodig is tijdens de uitvoering, maar die worden gevormd door apparaten, objecten en uitrusting welke bijdragen aan de veiligheid.

Voorbeelden: lopen van rondes, maken van een beveiligingsplan, schildwacht.

Voorbeelden: gepantserd voertuig, goede camouflage, scherfwerend vest.

Bronnen: Einde oefening. Infanterist tijdens de koude oorlog, kolonel b.d. Gerard J. Felius (pagina 340) en Begrippenkader Defensie 2002. Niet te verwarren met bewaken. Zie ook: visiteren.

Terug naar Boven

 

BEVEILIGINGSLIJN

Afgekort: bevln. Duits: Sicherungslinie. Engels: outpost line; screen/security line. Frans: ligne de garantie. Lijn in front van de voorste rand van het weerstandsgebied (VRW) van het bataljon, waar elementen - zoals een verkenningseenheid - worden ingezet ter beveiliging en dus ter vroegtijdige waarschuwing van een eenheid, gebied of object.

Een beveiligingslijn geeft de commandant tijd en ruimte om tegenmaatregelen te nemen, voornamelijk als niet op een andere manier in de beveiliging kan worden voorzien – zoals wanneer het uitbrengen van vooruitgeschoven opstellingen niet mogelijk of wenselijk is.

Bij het verdedigend gevecht ligt de beveiligingslijn op een dusdanige plaats dat de vijand wordt gedwongen het gevecht aan te gaan. De eenheden in een beveiligingslijn worden gesteund vanuit de VRW.

Terug naar Boven

 

BEVEL

Binnen de NAVO een gestandaardiseerde structuur in vijf paragrafen: NAVO-5-paragrafenbevel.

Het NAVO-5-paragrafenbevel is met name bedoeld voor bataljonsniveau en lager, mondeling uit te geven (bevelsuitgifte) in het terrein en/of aan de hand van het operatieoleaat, een schets of een maquette.

Het NAVO-5-paragrafenbevel is opgezet volgens NATO Joint Publication 1-02, NATO Standard Agreement (STANAG) 2014 ('Warning Orders, Operation Orders and Administrative/Service Support Orders') en de Instructiekaart 2-17 (IK 2-17).

Het NAVO-5-paragrafenbevel staat onder andere ruimschoots beschreven in de Leidraad Commandovoering (LD 1):

 

1

Toestand

Lage

Situation

Situation

2

Opdracht

Auftrag

Mission

Mission

3

Uitvoering

Durchführung

Execution

Exécution

4

Logistiek

Einsatzunterstützung

Logistics

Soutien logistique

5

Bevelvoering & Verbindingen

Führungsunterstützung

Command & Signals

Commandement & Transmission

De Belgische variant op het NAVO-5-paragrafenbevel is het ezelsbruggetje O.S.M.E.A.L.Q.

Download hier het concept van de nieuwe Instructiekaart 2-17 (IK 2-17), zoals die op 10 maart 2010 is vastgesteld.

De vermelde niveaus 2, 3 en 4 hebben betrekking op respectievelijk de groepscommandant (Gpc), pelotonscommandant (PC) en compagniescommandant (CC).

Zie ook: Fragmentation Order (FRAGO), K.V.O. (kennisgeving van ontvangst) en terreinoriëntatie.

Terug naar Boven

 

BEVELHEBBER DER LANDSTRIJDKRACHTEN

Zie: Commandant Landstrijdkrachten (CLAS).

Terug naar Boven

 

BEVELSVERHOUDINGEN

Duits: Befehlsverhältnis. Engels: command relationship. Frans: rapport de commandement.

De (hiërarchische) verhouding die bestaat tussen een militair meerdere en zijn onderhebbenden dan wel de relatie die bestaat tussen een commandant en zijn ondercommandant respectievelijk onderbevelgestelde eenheid.

Terug naar Boven

 

BEVOEGDHEDEN & VERANTWOORDELIJKHEDEN

De begrippen 'bevoegdheid' en 'verantwoordelijkheid' zijn onlosmakelijk verbonden met zowel commandovoering als hiërarchische verhouding zoals die binnen de krijgsmacht gelden.

Bevoegdheid is het “recht tot het mogen uitoefenen van bepaalde handelingen”. Bevoegdheid is gekoppeld aan rechten. Bevoegdheden zijn deelbaar.

Verantwoordelijkheid is de "verplichting om te moeten zorgen dat iets goed functioneert, verloopt en om daar rekenschap van te geven.". Verantwoordelijkheid is gekoppeld aan plichten. Uit het hebben van verantwoordelijkheid volgt steevast het afleggen van verantwoording. Verantwoordelijkheden zijn ondeelbaar.

Zonder bevoegdheid kan er geen verantwoordelijkheid zijn, maar bevoegdheid en verantwoordelijkheid gaan hand-in-hand. Verantwoordelijkheid is niet delegeerbaar, bevoegdheid wel. Zo hebben plaatsvervangers en opvolgers zgn. 'gedelegeerde bevoegdheden', maar iedereen heeft zijn eigen verantwoordelijkheid.

Op pelotonsniveau is een mogelijke systematiek van bevoegd- en verantwoordelijkheden weergegeven in onderstaand schema:

CC = Compagniescommandant, PC = Pelotonscommandant, OPC = Opvolgend Pelotonscommandant, GPC = Groepscommandant, PGPC = Plaatsvervangend Groepscommandant, Kpls = Korporaals en Sldn = Soldaten.

Terug naar Boven

 

BEVOORRADING & TRANSPORT COMMANDO

Afgekort: B&T Co.

Tijdbalk:

Begin 1995

100 en 200 Bevoorradings- en Transportbataljon bataljon worden geformeerd uit eenheden van het op 1 juli 1994 opgeheven 102 Aanvullingsplaatsbataljon (102 Avplbat), 103 Aanvullingsplaatsbataljon (103 Avplbat) en 105 Transportbataljon (105 Tbat).

Hoewel bevoorrading en transport al lange tijd als complementair worden beschouwd, zijn eerst vanaf nu eenheden van de Intendance en de Aan- en Afvoertroepen naast elkaar opgenomen in beide bataljons.

Beide bataljons zijn verantwoordelijk voor alle logistieke ondersteuning van de Koninklijke Landmacht en, waar nodig, van de andere krijgsmachtdelen: overal ter wereld en onder de meest uiteenlopende omstandigheden.

De nieuwe B&Tbats moeten gaan bestaan uit:

► Stafcompagnie
► 2 x Transportcompagnieën (110 en 120 resp. 210 en 220)
► 1 x Clustercompagnie (130 resp. 230)
► Zware transportcompagnie (140 Zwtcie) cq. Dienstencompagnie (240 Dncie)

 

Beiden Bevoorradings- en Transportbataljons medio 2006.
 

20 oktober 2000

De Regimenten Intendance en Aan- en Afvoertroepen (AAT) worden opgeheven; tegelijkertijd wordt het nieuwe Regiment Bevoorradings- en Transporttroepen officieel opgericht.

 

3 oktober 2001

Op de Generaal-majoor Kootkazerne/Majoor Mulderkazerne in Stroe/Garderen vindt een commando-overdracht plaats, waarbij 350 Zware Afvoercompagnie (350 Zwafvcie) en 360 Materieelbevoorradingscompagnie (360 Matbevocie) worden ondergebracht bij respectievelijk 100 en 200 B&Tbat.

 

2005-2006

Gebaseerd op ontwikkelingen in de civiele logistiek worden 100 en 200 B&T bataljon in het kader van het Fysieke Distributie-concept (FD-concept) in twee fasen gereorganiseerd.

De gebruikende, operationele eenheden - met uitzondering van 11 Bevoorradingscompagnie Luchtmobiel - hebben in het FD-concept voortaan geen herbevoorradingsmiddelen meer.

Niet alleen moet de aanpassing van de logistieke organisatie leiden tot efficiëntere technieken, zoals door de logistieke innovatie van de Fysieke Distributie en de toepassing van tracking & tracing, ook tot een betere aansluiting op systemen van bondgenoten en de civiele sector (containerisering en wissellaadsystemen).

Dit alles leidt tot een aanpassing van de logistieke keten en van de wijze van herbevoorraden. Vanuit een vooruitgeschoven voorraadcentrum (VC) in het inzetgebied voorzien de FD-eenheden op aanvraag van de gebruikende, operationele eenheden direct van klasse I, III en V.

Herbevoorrading vindt voortaan plaats op basis van drie opties:

► Verwacht gebruik (push)
► Op afroep om het daadwerkelijk verbruik te compenseren (pull)
► Om specifieke goederen te leveren, zoals bijvoorbeeld helikopteronderdelen

 

7 maart 2005

140 Zware Transportcompagnie (140 Zwtcie) wordt opgericht als onderdeel van 100 B&Tbat.

 

Oktober 2005

De eerste wissellaadsystemen Scania vrachtauto 165 KN 8 x 8 WLS stromen in bij de Koninklijke Landmacht.

 

5 februari 2009

100 en 200 B&Tbat vallen voortaan onder het Operationeel Ondersteunings Commando Land (OOCL).

Het OOCL geeft leiding aan de gevechtssteun- en gevechtsverzorgingssteuneenheden (logistieke eenheden) ten behoeve van de gevechtseenheden van de Koninklijke Landmacht.

 

8 april 2011

Minister van Defensie Hans Hillen publiceert de beleidsbrief Defensie na de kredietcrisis: een kleinere krijgsmacht in een onrustige wereld.

De krijgsmacht dient opnieuw te bezuinigingen.

 

9 juli 2013

Commandant Landstrijdkrachten, luitenant-generaal Mart de Kruif, maakt in Garderen bekend dat de 100 en 200 B&T-bataljon worden geclusterd in één B&T Commando. Dat zal zeven compagnieën tellen.

11 Bevoorradingscompagnie Luchtmobiel zal zelfstandig blijven.

De herschikking van de bevoorradings- en transportcapaciteit betekent helaas een planmatige reductie van 244 arbeidsplaatsen.

De Koninklijke Landmacht blijft onder normale omstandigheden in staat haar missie-ambities te realiseren en de vredesbedrijfsvoering te blijven uitvoeren. Bij piekbelasting moet de oplossing worden gezocht in inhuur, internationale steun of reservisten.

De hervorming tot het B&T Commando is een van de vele projecten in het Masterplan Atlanta, waarin de reorganisatie van de Koninklijke Landmacht in detail is uitgewerkt.

 

15 januari 2015

In Garderen vindt de commando-overdracht van 100 en 200 Bevoorradings- en Transportbataljon plaats.

De luitenant-kolonels Marc Huiskes (100 B&Tbat) en Peter van der Tuin (200 B&Tbat) dragen het commando over aan luitenant-kolonel Paul Elverding, die hiermee waarnemend commandant van zowel 100 als 200 B&TBat is geworden.

 

12 maart 2015

Commandant OOCL, brigadegeneraal Ivo de Jong, verwelkomt het B&T Commando.

Daarmee is het B&T Commando het vijfde commando van het OOCL, naast:

1 Civiel en Militair Interactiecommando (1 CMI-Co)
► Defensie Cyber Commando
JISTARC
► Vuursteuncommando (VustCo)

Met 1.300 medewerkers is het B&T Commando het grootste commando binnen de Koninklijke Landmacht; eerste commandant is kolonel Paul Elverding.

In het B&T Commando is alle transport- en bevoorradingscapaciteit en een deel van de verplaatsingscapaciteit van de KL gebundeld.

 

14 april 2015

Oprichtingsceremonie van het B&T Commando in Garderen.

Het commando ontstaat uit de samenvoeging van:

► Defensie Verkeers- en Vervoersorganisatie compagnie (DVVO-Cie)
► 100 B&Tbat
► 200 B&Tbat
► grootste deel van de Sectie Verplaatsingen van het OOCL

Logo van het Bevoorrading en Transport Commando.

Zie ook: 11 Bevoorradingscompagnie Luchtmobiel, Aan- en Afvoertroepen, Fysieke Distributie, boek In dienst van de troep (2008, Herman Roozenbeek), Intendance, klasse I t/m X, Operationeel Ondersteunings Commando Land (OOCL), pull, push, Regiment Bevoorradings- en Transporttroepen, voorraadcentrum (VC) en wissellaadsysteem.

Terug naar Boven

 

BEVOSTRAAT

Voluit: bevoorradingsstraat. De bevostraat is een afleverpunt dat wordt uitgebracht voor niveau IV (compagnie), V (bataljon) of het team, waar een gebruikende eenheid zo snel en efficiënt mogelijk wordt herbevoorraad. Andere voorbeelden van afleverpunten zijn het deltapunt op niveau III (peloton), dump of gevechtstrein.

De samenstelling van de bevostraat is onder andere afhankelijk van de vraag van de gebruikende eenheid (klant), tactische situatie en tijd- en ruimtefactoren. Een eenheid kan voor, tijdens of na een actie de opdracht krijgen zich in een bevostraat te laten herbevoorraden. In de regel gebeurt dit ter voorbereiding op het betrekken van een verzamelgebied, een grote(re) verplaatsing of de uitvoering van een volgende opdracht.

De locatie van de bevostraat is tevoren verkend en vanaf het verspreidingspunt bewegwijzerd. In de bevostraat rijdt een lange rij (gevechts)voertuigen langs de diverse stations. Door zorg van personeel van het Regiment Bevoorrading & Transport wordt tenminste klasse I, III en V opgetopt. De goederen kunnen bijvoorbeeld de Basic Load aanvullen of de standaarddagvoorraad (Day of Supply) zijn. Ook herbevoorrading met primaire klasse II/IV is mogelijk: CBRN-middelen, essentiële PGU, batterijen e.d.

Tussen de verschillende stations dient met een lage snelheid te worden verplaatst. Onder ideale omstandigheden heeft een manoeuvrebataljon zo'n 6 uur nodig om zich in de bevostraat te laten herbevoorraden.

De combinatie van logistieke en gebruikende eenheden maakt de bevostraat een zeer kwetsbaar high value target. Hierdoor zijn nabijbeveiliging en luchtnabijbeveiliging voor de bevostraat cruciaal.

In de ideale situatie bestaat de bevostraat uit een eerste uitgangsgebied (1ste uggeb), de eigenlijke bevostraat en het tweede uitgangsgebied (2de uggeb):

1e UGGEB

►gebruikende eenheid (klant) wordt opgevangen door personeel van de bevostraat (Bevoorrading & Transport) en stelt zich op;
►klant zet radio's op RX (ontvangst);
FUCO1 wordt uitgevoerd;
►klant wordt geïnformeerd over te volgen circuit, te treffen voorbereidingen, volgorde in de bevostraat, volgorde van oprijden, tussentijd tussen de subeenheden en beveiliging van de bevostraat;
► aan de hand van de FUCO1 geeft de klant de bevostraat een logistiek situatierapport (logsitrap), waarna de bevostraat zich voorbereidt op de specifieke klantvraag;
►klant maakt tankdoppen vrij en open.

 

BEVOSTRAAT

►klant wordt voorzien van tenminste klassen I, III en V;
►klant draagt zorg voor (lucht)nabijbeveiliging, evt. samen met personeel van de B&T.

 

2e UGGEB

►klant herverdeelt goederen over haar subeenheden;
►klant hergroepeert;
►klant laat kleine herstellingen aan de voertuigen uitvoeren;
►klant laat gewonden verzorgen.

Een bevostraat op een maquette schaal 1 : 500. De verschillende stations van de Bevoorrading & Transport verstrekken klasse I (rechtsboven), klasse III (rechtsonder) en klasse V (links).

Extra's ten behoeve van de bevostraat:

►Uitvoeren van onderhoudsdiagnose en herstelwerkzaamheden (Battle Damage Repair), controleren van de banden- en/of trackspanning van de voertuigen en bergen van voertuigen door hersteleenheden.

►Verzorgen van gewonden door geneeskundige eenheden.

►Verzamelen van buit, gesneuvelden, krijgsgevangenen, overtollige goederen en retourgoederen.

Nadat alle stations van de bevostraat zijn gepasseerd, gaat de gebruikende eenheid verder met de vervolgopdracht.

Zie ook: Basic Load, Day of Supply, deltapunt en klasse I tot en met X.

Terug naar Boven

 

BEVOWAARDE

00Bevo-artikel is vervallen. Aanvragen worden afgewezen met de toelichting: "Mutatie niet verwerkt, NATO Stock Number onbekend in CVBKL".
01Vervallen in CVBKL. Uitsluitend mogelijk in CDOS-2.
02Oorlogsbevoorradingsartikel. Géén bevoorrading in vredestijd.
10Het artikel is een normaal bevoorradingsartikel.
15Het artikel is geen KL-bevoorradingsartikel, maar bestemd voor de Koninklijke Luchtmacht of de Koninklijke Marine.
53Het artikel is een bevoorradingsartikel van aflopende aard, waarvoor echter een eenzijdig vervangend artikel is aangewezen.
57Het artikel is een bevoorradingsartikel van aflopende aard. Er is géén vervangend artikel aangewezen.
91Het artikel mag niet meer worden gebruikt. Het als vervangend artikel vermelde NATO Stock Number wordt bij aanvraag automatisch verstrekt.
95Het artikel is identiek aan het artikel waardoor het wordt vervangen.
96Het artikel wordt niet meer onder dit artikelnummer gevoerd, maar onder het vervangend artikelnummer, waarvan het gebruiksdoel gelijk is.
98Het artikel is géén bevoorradingsartikel meer en moet worden afgevoerd; het heeft geen vervangend artikel meer.
99Het artikel is geen afzonderlijk bevoorradingsartikel meer, maar is deel geworden van een samengesteld artikel, waarvan het artikelnummer is aangegeven.

Terug naar Boven

 

BEVRIJDINGSDAG

5 Mei 1945. Datum waarop Nederland van de Duitse bezetter werd bevrijd.

De Canadese Lieutenant-General Charles Foulkes ontbiedt om 11.00 uur de Duitse Generaloberst Johannes Blaskowitz in het Wageningse Hotel 'De Wereld' voor de overgave van de Duitse bezettingsmacht. Aanvankelijk stuurt vijfsterrengeneraal Blaskowitz zijn stafchef, Leutnant General Paul Reichelt.

Later komt Blaskowitz alsnog en accepteert hij de voorwaarden voor de capitulatie met een kort "Jawohl". Feitelijk was een dag eerder echter de capitulatie reeds onvoorwaardelijk getekend ten overstaan van de Britse Field Marshal Bernard Montgomery op de Lüneburger Heide.

Zie ook: De mythe van Wageningen (externe link) en 4, 5 of 6 mei? (externe link), de Volkskrant, respectievelijk 30 april en 3 mei 2005, door Hans Wansink.

De artikelen gaan in op de bevindingen van historicus Coen Pepplinkhuizen in relatie tot de capitulatiedatum.

Behalve in het bijzijn van twee tolken - een Canadees en een Duitse sergeant - werd de capitulatie in de gelagkamer van het hotel getekend in aanwezigheid van:

Lieutenant-General Charles FoulkesCommander 1st Canadian Corps
Z.K.H. Prins BernhardBevelhebber der Nederlandse Strijdkrachten
Brigadier William Preston GilbrideDeputy Adjutant & Quartermaster-General, 1st Canadian Corps
Brigadier George KitchingChief of Staff 1st Canadian Corps
Generaloberst Johannes BlaskowitzOberbefehlshaber 25. Armee in de 'Festung Holland'
Leutnant General Paul ReicheltGeneralstab Oberbefehlshaber Blaskowitz 25. Armee

Om 16.30 uur ondertekenden de Canadese Lieutenant-General Foulkes en de Duitse Generaloberst Blaskowitz in Hotel 'De Wereld in Wageningen het resultaat van - feitelijk onnodige - capitulatieonderhandelingen.

Al op 4 mei hadden alle Duitse legers in Noordwest-Duitsland, Schleswig-Holstein, Nederland en Denemarken zich op de Lüneburger Heide onvoorwaardelijk overgegeven aan de Britse Field Marshal Montgomery. Onder de Duitse capitulanten waren onder meer Generaladmiral Hans-Georg von Friedeburg en General der Infanterie Eberhard Kinzel.

Alle vijandelijkheden, te land, ter zee en in de lucht, moesten op zaterdag 5 mei om 08.00 uur zijn beëindigd.

Generaloberst Blaskowitz, de Oberbefehlshaber van het ten westen van de Grebbelinie ingesloten 25. Armee in de 'Festung Holland', stelde zijn troepen daarvan anderhalf uur later dezelfde dag op de hoogte.

Prins Bernhard, de Bevelhebber der Nederlandse Strijdkrachten (BNS), is zojuist in zijn zwarte Mercedes Benz 770K W150 Offener Tourenwagen gearriveerd bij Hotel 'De Wereld' voor het bijwonen van de capitulatiebesprekingen.

De auto werd indertijd door het verzet in bevrijd Zutphen geconfisqueerd van Reichs Kommissar Arthur Seyss-Inquart, vandaar het kenteken RK-1.

Op de zijkant van de auto is leesbaar: CNF-2 (Commander Netherlands Forces-2).

Bron foto: '70 jaar bevrijding. De meidagen van 1945' (NOS, 5 mei 1945).

Bevrijdingsdag wordt in Nederland gevierd als een nationale feestdag.

In Wageningen vindt jaarlijks een defilé plaats door oud-(verzets-)strijders, veteranen die hebben deelgenomen aan vredesmissies en militairen van operationele eenheden; op vele plaatsen in het land vinden Bevrijdingsfestivals plaats.

Na de bevrijding was overal geallieerde bewegwijzering te zien.

Zie ook: capitulatie, Dodenherdenking en Prins Bernhard.

Externe link: Nationaal Comité 4 en 5 mei.

Terug naar Boven

 

BEWAKEN

Het systematisch en onafgebroken toezicht houden op en waarnemen van een gebied, object, personeel, materieel of diensten om gegevens te verkrijgen met als doel om bij het signaleren van onregelmatigheden zo spoedig mogelijk in te grijpen (alarmeren, waarschuwen) of assistentie in te roepen.

Ook wel aangeduid als "blaffen", in tegenstelling tot beveiligen ("bijten").

Bewaken omvat uitsluitend het treffen van detectie- en (preventieve) veiligheidsmaatregelen. Zelf worden geen reactiemaatregelen genomen.

Bronnen: Einde oefening. Infanterist tijdens de koude oorlog, kolonel b.d. Gerard J. Felius (pagina 340) en Begrippenkader Defensie 2002. Niet te verwarren met beveiligen. Zie ook: visiteren.

Terug naar Boven

 

BEWEGWIJZERING

Afgekort: bww. Duits: Kennzeichnung von Marschstrassen; Hinweisschild. Engels: route-marking. Frans: panneau de signalisation routière.

Borden, zoals richtings-, route-, omleidings- en algemene bewegwijzeringsborden, die locaties van CP's, eenheden of installaties, routes, afstanden, richtingen e.d. op eenvoudige, uniforme wijze aangeven.

Het algemene bewegwijzeringsbord ten behoeve van de externe bewegwijzering van en naar het onderdeel is rechthoekig met een witte punt. Op het zwarte rechthoekige deel zijn het eenheidsteken en -nummer aangebracht.

Voorbeeld van een algemeen bewegwijzeringsbord.

De bewegwijzering van wegen die in een verkeerscirculatieplan van een bepaald gebied voorkomen, vindt in principe plaats door zorg van de gebiedscommandant.

Op de toegewezen routes of binnen het toegewezen gebied wordt de bewegwijzering aangebracht, gecontroleerd en in stand gehouden door de verkeersleidingsorganisatie (gevechtsverkeersleiding) of het verkeerscontroledetachement, bijvoorbeeld de Koninklijke Marechaussee.

Wanneer een commandant locaties en verplaatsingsroutes verkent, plaatst hij waar dat nodig is ook bewegwijzering. Op deze manier draagt bijvoorbeeld een geneeskundige eenheid zelf zorg voor het aanbrengen, controleren en instandhouden van de bewegwijzering van de geneeskundige aan- en afvoerroutes.

Bij het voorbereiden van een afwachtingsgebied of een verzamelgebied voorziet de eenheid de eigen aanlooproutes tot het aanvangspunt en de eigen uitlooproute(s) vanaf het verspreidingspunt tijdelijk van de eigen onderdeelsbewegwijzering (algemene bewegwijzeringsborden). De bewegwijzering moet tenminste tweemaal per etmaal door de eenheid zelf worden gecontroleerd.

Ronde, witte borden met zwarte pijlen en eventueel belettering ten behoeve van het interne circuit.

Het interne circuit van de eigen CP, eenheid of installatie in het afwachtingsgebied of het verzamelgebied of op de toegewezen locatie, wordt door de eenheid zelf bewegwijzerd met ronde, witte circuitborden met zwarte belettering; bij het verlaten van het afwachtings- of verzamelgebied of de toegewezen locatie wordt de bewegwijzering weer ingehaald.

Bewegwijzering:

►Commandoposten worden vanaf de vlaglocatie bewegwijzerd, die is bekend gesteld in het operatiebevel.

►Logistieke installaties worden vanaf de hoofdaanvoerweg (haw)/Main Supply Route (MSR) bewegwijzerd. De haw/MSR is bewegwijzerd met route aanduidingsborden; de bataljons- of brigade logistieke route worden alleen bekend gesteld door middel van een oleaat (overlay).

De bewegwijzeringsborden worden aan een metalen standaard gehangen (die in de grond is geplaatst) of met tape, tie-wraps of touw bevestigd aan lantaarnpalen, vangrails, verkeersborden e.d. Het belangrijkst is dat de bewegwijzeringsborden duidelijk zichtbaar zijn aangebracht, zodat chauffeurs voldoende reactietijd hebben.

Bewegwijzering naar de locatie van het Schoolbataljon Luchtmobiel.

De beginselen van het bewegwijzeren zijn:

►minimaal op 50 meter vóór het punt waarvoor zij gelden (waarschuwingsteken);

►op het punt zelf (uitvoeringsteken);

►op ongeveer 150 meter voorbij het punt (bevestigingsteken);

►bevestigingsteken herhalen:
+ als verwarring mogelijk is
+ op ± 50 meter voor verharde zijwegen
+ op afstanden van om de ± 2 km op wegen met weinig of geen verharde zijwegen

Zie ook: Bevrijdingsdag.

Terug naar Boven

 

BEZUGSPUNKT

Afgekort: BP ("Bravo Papa"). Engels: reference point; markpoint. Frans: point de référence. Nederlands: referentiepunt.

Binnen de Koninklijke Landmacht wordt onder andere gebruik gemaakt van tevoren vastgestelde Bezugspunkte voor plaatsbepaling op de stafkaart; zouden Bezugspunkte niet tevoren zijn bepaald, dan is het werken met een BP nutteloos.

Met een versluierd referentiepunt - aangegeven met een cijfer of letter - kunnen op 100 meter nauwkeurig locaties worden aangegeven. Hierbij is het uitgangspunt een assenkruis met een X- en Y-as, van waaruit met behulp van een plus- en minsysteem een berekening wordt gemaakt naar een positie. De afstanden naar de posities zijn in honderdtallen (bijvoorbeeld 24 staat gelijk aan 2.400 meter).

Met een plastic sjabloon kunnen de posities snel, nauwkeurig en zonder gebruikmaking van coördinaten worden gevonden, waarna de Bezugspunkte door middel van een oleaat (overlay) op een stafkaart worden gemarkeerd met een letter uit het NATO-spelalfabet en de posities in het terrein (geografisch) kunnen worden gevonden.

Bezugspunkte worden aangegeven onder punt 5 (Bevelvoering & Verbindingen) van het NAVO-5-paragrafenbevel.

Hoe werken Bezugspunkte?

  • Op het referentiepunt (Delta) komt een assenkruis te liggen; voor het meten vanaf het referentiepunt kan de kaarthoekmeter worden gebruikt.
  • De positieaanduiding links van de verticale lijn begint altijd met -, terwijl de positieaanduidingen rechts van de verticale lijn begint met + (+6).
  • Ligt de positie boven de horizontaal, begint de positieaanduiding altijd met +, terwijl een positie onder de horizontaal altijd begint met – (-7).
  • In het voorbeeld is de locatie D + 6 -7 vanaf referentiepunt Delta 600 meter naar rechts en 700 meter naar beneden.

Op onderstaande stafkaart (45 West) worden de punten A tot en met D aangeduid als Bezugspunkte, gevolgd door de positie op 100 meter nauwkeurig:

BP 11

-8

-2

Punt A

BP 11

-7

+7

Punt B

BP 11

+3

+5

Punt C

BP 11

-2

-2

Punt D

Terug naar Boven

 

BIJNAMEN

Aalmoezenier

Aal; Hemelpiloot; Hemelprediker

Adjudant

Deurbel; Stip

Administrateur

Admeur; Lid van de roze maffia

AMV'er

Billenwasser

Burger

Klebu (kleffe burger); Nukubu (nutteloze kutburger)

Cavalerist

Paard

Commando

Graspol

CSM

Moeder van de compagnie

Dominee

Doom

Eerste luitenant

Tweepitter

Foerier

Sokkenteller

Gele rijder

Kip

Genezerik

Hospik; Pleisterplakker; Verbandpakje

GenistSpijker

Infanterist

Heihaas; Infantroos; Zandhaas

Jongste officier cavalerie

Veulen

Kapitein

Afgekeurde koelkast

Korporaal

Kuko (kutkorporaal)

Landmachter

Pleun

Limburgse Jager

Lompe jongen

Luchtmobieler

Aardbei; Bloedblaar

Marechaussee

Kalkemmer

Marinier

Tor; Visstick

NATRES'er

Nastresser; Weekendsoldaat

Opperwachtmeester

Dubbele

Rekruut

Bolle; Verse

Sappeur

Spijker

Sergeant-majoor

Dubbele

Soldaat der eerste klasse

Corveestreep

Sportinstructeur

Sportspier

TD'er

Fietsenmaker

Tweede luitenant

Eenpitter

Verbindelaar

Pluggenneuker; Vonkentrekker

Het is geenszins de bedoeling collega's te choqueren en/of kwetsen met bovenstaande bijnamen. Het is een opsomming van zgn. soldatentaal, die ingeburgerd is dan wel te pas en te onpas wordt gebruikt

Terug naar Boven

 

BIJSTAND EN ONDERSTEUNING, MILITAIRE

Voor verschillende vormen van operationele militaire bijstand en ondersteuning kan het Landelijk Operationeel Coördinatie Centrum (LOCC) worden benaderd:

► Bijstand aan een veiligheidsregio

► Bijstand aan de politie

► Bijstand aan de Koninklijke Marechaussee

► Militaire steunverlening in het openbare belang

► Andere vormen van bijstand

Voorafgaand aan een compleet lemma over dit onderwerp, verwijzen wij naar de webpagina Crisisbeheersing. Bijstand en Ondersteuning van de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid van het Ministerie van Veiligheid en Justitie (externe link).

Terug naar Boven

 

BIJZONDERE CRISISTOESTAND (BCT)

Specific Crisis Situation.

Afgekort: BCT. Voorheen: Bijzondere Oorlogstoestand (BOT).

De BCT is de verbijzonderde informatie aan de hand waarvan de deelnemers aan de oefening weten wat de stand van informatie is bij aanvang van de oefening (startex).

Volgens Marco Kroon:"De directe omstandigheid die in scène wordt gezet. De fictieve wereld wordt daarbij tot leven gebracht; hoe sterker vervolgens de inleving, hoe effectiever de oefening." (Leiderschap onder vuur, 2012, pagina 88).

Vanuit een generiek scenario kunnen, aan de hand van het ontvangen ACT/BCT, bevelen worden geschreven.

Voorbeeld van een ACT/BCT.Voorbeeld van een ACT/BCT.

Zie ook: Algemene Crisistoestand (ACT).

Terug naar Boven

 

BINNENLANDSE STRIJDKRACHTEN (BS)

Mei 1945: een compagnie van de Binnenlandse Strijdkrachten staat aangetreden.

Leden van de BS marcheren in mei 1945 in Gouda door de straten. De man die voor de troep loopt draagt een Stengun.

Afscheidsparade van de Prinses Irene Brigade op 13 juli 1945 in Den Haag. Zijne Koninklijke Hoogheid Prins Bernhard staat naast de commandant van de Koninklijke Nederlandse Brigade 'Prinses Irene', de enige Nederlandse eenheid die deelnam aan de bevrijding van Nederland: kolonel Albert Cornelis de Ruyter van Steveninck.

Zie ook: Prins Bernhard, Prinses Irene Brigade en Stengun.

Terug naar Boven

 

BIRD-TABLE

Letterlijk: vogelhuisje. Kleine voederplaats voor vogels in de tuin, die op een paal staat en daarom (quasi-)onbereikbaar is voor onder andere katten. In militaire zin: tafel met stafkaart. Hierop kan in vogelvlucht (bird's eye view) het operatiegebied worden bekeken.

De bird-table als C2-middel is van origine een Brits concept: een tafel in het midden van de Ops-room van een commandopost (CP) of hoofdkwartier (HQ) waar de commandant, staf-/sectiehoofden en overige sleutelfunctionarissen (en evt. backbenchers) aanzitten.

Op de tafel, waaraan de commandant zijn briefing houdt dan wel richting geeft aan het commandovoeringsproces (C2), liggen (blow-ups van) kaarten die het operatiegebied uitbeelden, evt. voorzien van schaalmodellen van objecten en voertuigen dan wel eenheids- en groottetekens. Op kaartoleaten en -overlays worden de actuele en verwachte operationele situaties geschetst met behulp van non-permanente stiften. Iedereen rond de kaart heeft dezelfde bird’s eye view, dezelfde Common Operational Picture; voordat de commandant een besluit neemt, is in gezamenlijkheid de beslissing ‘gemaakt’.

Varianten zijn de plotting-table (voor het metterdaad volgen van het gevecht of het beoefenen van wargames) en de sand-table (maquette op het maaiveld). Opkomende elektronische varianten maken gebruik van de nieuwste visualisatie- en displaytechnologie.

Tijdens de parallel gehouden oefeningen FALCON AUTUMN (11 Luchtmobiele Brigade) en PURPLE NECTAR (101 CIS-Bataljon) in 2011, konden de eenheden van de Koninklijke Landmacht voor het eerst real time worden gevolgd op grote schermen in het commandocentrum, het Joint Operations Centre (JOC). Dit is een voorbeeld van een gedigitaliseerde bird-table: een projectiescherm van één meter bij een halve meter.

De bird-table wordt onder andere gebruikt bij Tactische Oefeningen Op de Kaart (TOOK, MAPEX) of door de oefenleiding bij grootschalige oefeningen (EXCON).

Met een digitale camera kunnen tijdens briefings en sessies snapshots van het verloop van het gevecht op de bird-table worden gemaakt, die naderhand kunnen worden gebruikt bij evaluaties.

Terug naar Boven

 

BIVAK

Biwak; Biwakraum.
bivouac; tent camp.
bivouac.

Ook genaamd: tentenkamp. De Fransen voerden in 1848, tijdens de omwentelingsoorlog, het bivakkeren (Oudnederlands: bivouacqueren) in.

Iedere militaire plaats te velde die in de regel bestaat uit een geïmproviseerd of provisorisch kampement van tenten dan wel vervaardigd is van ter plaatse gevonden organisch materiaal.

In een bivak wordt doorgaans uitgerust, de nacht doorgebracht na een verplaatsing of in de nabijheid van de vijand of zij dient eenvoudigweg als uitvalsbasis voor een oefenende of operationele eenheid. Bekend is bijvoorbeeld het eerste bivak dat de nieuwe rekruut tijdens zijn opleiding dient te ondergaan.

Voordeel van een bivak is dat de troepen dicht bij elkaar gelegerd zijn, onder het oog van de commandant, én min of meer paraat zijn. Nadeel is dat bij slechte weersomstandigheden (regen, vrieskou, wind) de gezondheid van het personeel kan verslechteren; daarnaast wordt de plaats van een bivak meer dan eens te snel en daardoor niet met uiterste zorg uitgekozen.

1941: een bivak van de geallieerden in de brandende zon in de woestijn in Noord-Afrika.

Zie ook: schuilbivak.

Terug naar Boven

 

BIVAKZAK ENKELBOOGS

De bivakzak enkelboogs, uitgevoerd in woodland camouflage (Disruptive Pattern Material), is een combinatie van een compressiezak (foedraal), modulaire slaapzak en lichtgewicht tent, die wordt gecompleteerd door een aluminium boog.

De bivakzak van de Oostenrijkse fabrikant Carinthia is gemaakt van Gore-Tex® (ademend, maar wind- en waterdicht, beschermend tegen regen, sneeuw en wind), snel en eenvoudig op te zetten en heeft een grote opening voor zowel een gemakkelijke instap als een snelle ontsnapping.

Maatgevingen L en XL:

Maat

L

XL

Afmetingen

75 cm (voeteneind) x
90 cm (torso) x
220 cm (lengte)

75 cm (voeteneind) x
90 cm (torso) x
270 cm (lengte)

De modulaire slaapzak die deel uitmaakt van de bivakzak enkelboogs.

De modulaire slaapzak, gemaakt voor gebruik onder nagenoeg alle (weers)omstandigheden, bestaat uit vier delen:

Compressiezak

Foedraal om de complete slaapzak, met een zo klein mogelijk pakvolume, op te bergen.

Drieseizoenenslaapzak

1.900 gram, pakvolume 32 x 27 cm, comfort tot -40° graden Celsius. De rits zit midvoor. De zomerslaapzak geplaatst in de drieseizoenenslaapzak vormt samen de winterslaapzak (totale pakvolume 45 x 27 cm).

Lakenzak

Binnenzak ten behoeve van beide slaapzakken, voorzien van een rits. Vastgemaakt door middel van linten die door de lussen in de slaapzak worden gehaald.

Zomerslaapzak

1.000 gram, pakvolume 25 x 19 cm, comfort tot +50 graden Celsius. De rits zit rechts. De capuchon kan worden afgesloten door een vliegennet met rits.

Terug naar Boven

 

BIZON

Personeelsblad van 43 Gemechaniseerde Brigade. Het blad, en zijn voorgangers, verschenen in hardcopy, van april 1973 tot en met december 2011.

In april 1973 presenteerde brigadegeneraal W.A.F.A. Clumpkens van 43 Pantserbrigade (Pabrig) het blad 'Pantser Praet'. Het blad met haar felgele omslag en zwart-witte stencils geldt als de eerste voorloper van Bizon. 'Pantser Praet' en zijn opvolgers, die informatie verschaften over wat er in de brigade voorviel, fungeerden ook als bindmiddel tussen de eenheden van de brigade.

Het blad krijgt nog een naamsverandering: eerst Bison Magazine, later Bizon Magazine. Als gevolg van de herstructureringen bij de KL verandert de eenheid per 1 juli 1992 van 43 Pantserinfanteriebrigade (Painfbrig) in haar huidige naam; de Sectie Voorlichting, die de redactie van het blad herbergt, wordt een Sectie Communicatie. Van 1994 tot '98 is de brigade mobilisabel gesteld.

In 2001 wordt Bizon ingelijfd in de huisstijl van de KL en in oktober 2010 geïncorporeerd in de rijksbrede huisstijl.

In december 2011 presenteerde brigadegeneraal J.A. van der Louw van 43 Gemechaniseerde Brigade het laatste hardcopy-nummer (10) van Bizon.

Terug naar Boven

 

BLACK HOLE

Letterlijk: zwart gat. Procedure die wordt opgestart direct na het afkondigen van Plan Alfa of enig ander alarm of alarmeringsplan.

Wanneer de commandant van een uitgezonden of oefenende eenheid een 'black hole' instelt, is voorgeschreven dat er geen uitgaande berichten naar het thuisfront en derden in Nederland (meer) mogen worden verzonden.

Afkondiging van een 'black hole' vindt plaats overeenkomstig de operationele veiligheid in het algemeen en het naleven van de veiligheidsvoorschriften in het bijzonder. Bij (verkeers)ongevallen, schietincidenten, (zelfmoord)aanslagen en overige calamiteiten zal door de operationele commandant het communiceren met Nederland, via e-mail, internet, (mobiele, welfare) telefoon, tijdelijk wordt geblokkeerd.

Zodoende kunnen de medewerkers van het Dienstencentrum Bedrijfsmaatschappelijk Werk (DC BMW) van het Ministerie van Defensie als eerste correct de nabestaanden van slachtoffers en de thuisfrontafdeling op de hoogte brengen, voordat de feiten de media halen.

De communicatiestop is van kracht totdat alle betrokkenen op de hoogte zijn gebracht. In de regel respecteren de media zich aan de communicatiestop.

Terug naar Boven

 

BLACK OPERATION

Letterlijk: donkere operatie.

Zie: covert operation.

Terug naar Boven

 

BLACK OUT-VERLICHTING

Tarnlicht.
black out lights.
lumière de camouflage.

Synoniem: oorlogsverlichting.

Verduisterde, tactisch gevoerde voertuigverlichting (voor- en achterlichten) - d.w.z. aan de voorzijde van het voertuig in kleine pitten en aan de achterzijde in het midden van het kruislicht - dat wordt ingeschakeld om bij duisternis onopgemerkt voor de vijand maar zichtbaar voor medeweggebruikers te blijven.

De verlichtingsgraad is zodanig beperkt dat de uitstraling van elk zichtbaar licht tot een minimum is beperkt en alleen met lage snelheden (lager dan 20 km per uur) kan en mag worden gereden.

Wanneer de black out-verlichting is aangezet, is alle overige verlichting van het voertuig automatisch uitgeschakeld.

Black out-verlichting, in dit geval een remlicht, aan de achterzijde van een Leopard-tank.

Dankzij het kruislicht kan de bestuurder van een motorvoertuig ondanks het zeer beperkte zicht in een colonne de afstand schatten tot zijn voorganger. In oorlogstijd vinden nachtelijke verplaatsingen in de regel onder verduisteringsomstandigheden plaats, waarbij de marssnelheid niet meer dan 20 km per uur is.

Zie ook: colonne en kruislicht.

Terug naar Boven

 

BLACK SPOT

Letterlijk: zwarte plek. Er zijn meerdere betekenissen:

► Locatie waar geen verbindingen mogelijk zijn dan wel mogen worden gemaakt, met name tussen Opsroom en eenheden buiten de compound. Verbindingen geldt hier in de breedste zin van het woord, van radioverbindingen tot GPS-signalen.

Bij een verbindingsblackspot dient rekening te worden gehouden met een relayeerstation om de dekking van de verbindingen te kunnen blijven garanderen.

Zie ook: relayeren.

► Risicovolle locatie waar veel aanrijdingen met lichamelijk letsel als gevolg hebben plaatsgevonden.

► Zwarte vlek die op de startbaan van een vliegveld wordt geschilderd om de indruk te wekken dat de baan na een bombardement nog steeds onbruikbaar is.

Zie ook: Opsroom en relayeren.

Terug naar Boven

 

BLANCOËN

Ook geschreven: blenco of blenko. Het werkwoord kent 3 betekenissen:

(1)

Blanco. Net opgekomen rekruut, die dus nog niet is opgeleid, getraind en gevormd; ook wel “bolle” of “verse” genoemd.

 

(2)

Blanco. Drager van de normale landmachtbaret, d.i. vóór de invoering van de petrolkleurige KL-baret op 1 september 2005. Uitzonderingen zijn bijvoorbeeld militairen die gerechtigd zijn tot het dragen van de groene baret (Korps Commandotroepen), rode baret (landmachtcomponent van 11 Air Manoeuvre Brigade) en donkerblauwe baret (1ste Duits-Nederlandse legerkorps).

 

(3)

Ook genaamd: webbing pasta of web cleaner.

Groene schoensmeerachtige pasta (of strooipoeder) die ertoe diende om de webbing, die van een soort canvas was gemaakt, ruim in te vetten en zo te beschermen en met name waterproof te maken. Blancoën was al even essentieel als schoen- en wapenonderhoud. Blanco dateert uit het tempo doeloe van de Persoonlijke Standaard Uitrusting (PSU) die geschikt was voor het statisch gevecht op de Noord-Duitse laagvlakte ten tijde van de Koude Oorlog.

Het originele nostalgische smeersel werd gemaakt door de firma Joseph Pickering & Sons uit Sheffield, Engeland (sinds 1824), die ook het patent had op de kreet “Web Equipment Renovator”. Blanco stonk behoorlijk, zeker als het noodgedwongen werd verwarmd om het inpoetsen wat smeerbaarheid betreft te vergemakkelijken.

Webbing die in elk geval moest worden behandeld met blanco waren het bokkentuig (voorloper van het huidige draagsysteem gevechtsbepakking), dekkleden (tegen koude en vocht), koppels (koppelriemen), puttees (beenwindsels) en rugzakken (pukkels en ransels).

Tegenwoordig beschikt de KL-militair over de Persoonlijke Gevechts Uitrusting (PGU) met uitrustingsstukken als modulair ops-vest, chest-rig of chest-webbing, opdat hij zijn eten, munitie, onderhoudsmiddelen, patroonmagazijnen, veldfles e.d. gemakkelijker kan meenemen in het beweeglijk gevecht (manoeuvre warfare).

Er waren overigens verschillende kleuren – onder meer wit en blauwgrijs - maar binnen landmachteenheden was de meest voorkomende kleur uiteraard khaki donkergroen.

Rechts de pukkel, links de ransel. Rugzakken uit de tijd van de Persoonlijke Standaard Uitrusting die regelmatig moesten worden ingesmeerd met blenko

Bron: onder andere artikel ‘Blenko' in de serie ‘Klein erfgoed'door Gerrit Kolthof in NRC Handelsblad d.d. 19 december 2000, in 2002 gebundeld in gelijknamig boek, ISBN 9070037475, € 14,00.

Terug naar Boven

 

BLAUWE HAP

Blauwe hap

De kleur "blauw” werd van oorsprong gebruikt voor alles wat Nederlands-Indisch was. Eigenlijk was het een scheldwoord of in elk geval denigrerend bedoeld. Zo werd een autochtone inwoner van Nederlands-Indië door de Nederlanders een “blauwe” genoemd, zoals de Nederlander door de autochtonen in het Maleis “belanda” werd genoemd.

De term is in zwang geraakt in de periode 1945-1950 dat de Nederlandse krijgsmacht in Nederlands-Indië present was, voor Indisch eten, met name nasi goreng.

Het eigengemaakte nasigerecht – met bijbehorende banaan, gebakken omelet, kroepoek en sateetje – werd en wordt van oudsher op woensdag geserveerd bij eenheden van de Koninklijke Marine, later ook bij de andere krijgsmachtdelen. Tegenwoordig wordt de blauwe hap op reünies en veteranendagen gratis geserveerd.

Het recept voor blauwe hap bestaat uit gekookte rijst, die in een wok (wadjan) wordt gemengd met ham, prei, spek en uien. Uiteraard ontbreken knoflook, sambal en trassi niet.

Terug naar Boven

 

BLITZKRIEG

Engels: lightening war. Frans: foudre de guerre. Letterlijk : zeer snel verlopende en beweeglijke verrassingsoorlog.

Op 1 september 1939 viel het Duitse leger met een nieuwe tactiek Polen binnen. De tactiek, gebaseerd op zowel verrassing als snelheid – principes van moderne oorlogvoering – was ontwikkeld door de Duitse officier Heinz Guderian (1888-1954) in zijn militaire pamflet ‘Achtung Panzer' (1937). Om Adolf Hitler te overtuigen beschreef hij hierin hoe een moderne mobiele oorlog gevoerd zou moeten worden. Binnen een maand na de invasie was Polen geheel veroverd. Amper een jaar later was de verovering van een groot deel van West-Europa een feit.

Het verrassingseffect van de Blitzkrieg bestond uit een zeer nauw op elkaar afgestemde samenwerking tussen infanterie, luchtlandingsstrijdkrachten (parachutisten), lichte tankeenheden en vliegtuigen.

Zie ook: schemeroorlog (Sitzkrieg).

Terug naar Boven

 

BLOCKING POSITION

Duits: Auffangstellung. Nederlands: grendelstelling. Positie achter de eerste linie, gelegen in de tweede linie, die moet worden gezien als een verdedigende opstelling die in één vijandelijke richting is opgericht.

De verdedigingsopstelling is zo geplaatst dat:

mogelijke vijandelijke doorbraak / toegang tot een bepaald gebied wordt belet

de flanken bij voorkeur grenzen aan hindernissen of eigen troepen
wanneer de flanken niet aan hindernissen of eigen troepen, verwisselopstellingen worden voorbereid om weerstand te bieden aan een flankdreiging

een tegenaanval (tegenstoot) kan worden uitgevoerd om de eigen positie dan wel frontlijn te herstellen

de voortgang van een vijandelijke opmars in een bepaalde richting wordt verhinderd

De meest besproken blocking position in de Nederlandse krijgsgeschiedenis is zonder twijfel die tijdens Dutchbat-III:

In de avond van 9 juli 1995 richtte Dutchbat-III op bevel van de Force Commander van UNPROFOR, de Franse generaal Bernard Janvier in Zagreb (met als rechterhand zijn Hoofd Operatiën, de Nederlandse kolonel Harm de Jonge), enkele kilometers buiten de stad Srebrenica op de toegangsweg aan de zuidrand met zes witte YPR-pantserrupsvoertuigen en een bemanning van ± 50 infanteristen een opzichtige blocking position in. De actie vond plaats onder leiding van de toenmalige kapitein Jelte Groen (commandant van de Bravo-compagnie), maar zijn plaatsvervanger - eerste luitenant Leen van Duijn (pelotonscommandant van de Charlie-compagnie) - was aangewezen als commander on scene van de blocking positions.

De commandant van Dutchbat-III, luitenant-kolonel Thom Karremans, had overigens eerder aan brigadegeneraal Cees Nicolai (chef-staf in Sarajevo) laten weten dat de opdracht van de blocking position niet uitvoerbaar was.

Doel was het stoppen van de ingezette aanval van de Bosnian Serb Army (BSA) – overigens gecombineerd met eventuele close air support (CAS). Vandaar dat ook een forward air controller mee was, die de piloten over de radio naar de doelen moest gidsen.

Hoewel de ‘groene’ gevechtsopdracht niet paste bij het 'blauwe' karakter van de Dutchbat-uitzending, was de missie zeker op een ramp uitgelopen als Dutchbat-III niets had gedaan. Vandaar dat de blocking position terecht ook wordt gezien als één van de argumenten dat Dutchbat-III al het mogelijk heeft gedaan om de val van de enclave Srebrenica te voorkomen.

Een dag later, omstreeks 18.00 uur deden ± 80 militairen van de infanterie van de BSA een poging de blocking position te overmeesteren. De daar gepositioneerde Nederlanders beantwoordden de aanval met ‘overhead’ (over de hoofden heen) vuur uit persoonlijke en groepswapens (mitrailleurs); de aanval stopte, maar er kwam nog altijd géén CAS.

Op 11 juli 1995 zette de BSA met infanterie en tanks andermaal de aanval in. Het vuurtrekkende karakter van de blocking position had hét alibi moeten zijn ter vergemakkelijking van de luchtsteunprocedures (CAS), maar de blocking position ten zuiden van de stad moest worden losgelaten; onder pantser keerden de YPR-bemanningen terug naar de stad, die vervolgens onder de voet werd gelopen door de BSA.

Terug naar Boven

 

BLOEDGROEPFOUT

Verkeerde eigenschap dan wel gebrek aan correcte eigenschappen die binnen bepaalde groepen militairen onmiddellijk negatief opvallen. Zo zijn in slaap vallen tijdens de wacht of tijdens een opdracht liften en daar vervolgens over liegen absoluut bloedgroepfouten.

Bloedgroepfouten komen doorgaans moeiteloos aan het licht (tijdens de opleiding voor een functie) bij het Korps Commandotroepen of 11 Air Manoeuvre Brigade. Daar zijn bloedgroepfouten, samen met “kramp tussen de oren” (zelf te kennen geven de opleiding niet te willen voltooien) en blessures de voornaamste redenen voor het voortijdig beëindigen van respectievelijk de Elementaire Commando Opleiding (ECO) en de opleiding aan het Schoolbataljon Luchtmobiel.

Terug naar Boven

 

BLOEDZUIGERS

Bloedzuigers zijn, evenals teken, ectoparasieten: parasieten die op de buitenkant van onder andere de mens kunnen leven. Het zijn gesegmenteerde waterwormen met een lengte van 2 à 5 cm met een afgeplat lichaam dat naar voren kegelvormig toeloopt. Sommige soorten zijn uitgerust met zuignappen die zich hard aan de huid vastzuigen om (menselijk) bloed tot zich te nemen. Het speeksel van deze bloedzuigers bevat de stof hirudine die de bloedstolling vertraagt (anticoagulans).

Enkele daadwerkelijk pathogene bloedzuigende soorten van de ± 300 kunnen een ernstige plaag vormen door de eigenschap dat zij rode bloedcellen opnemen; ze laten vanzelf los als ze volledig zijn opgezwollen door de opname van bloed.

Bloedzuigers komen vnl. voor in (sub)tropische jungles en andere vochtige gebieden, waar zij in draadachtige vorm op planten in of nabij het water (aquatisch) wachten voordat zij zich hechten aan de mens. In Nederland en België komen 18 soorten bloedzuigers voor. De Hirudo medicinalis werd vroeger in de geneeskunde gebruikt voor aderlatingen: het kunstmatig openen van aderen.

Verwijderen van bloedzuigers: trek de bloedzuiger niet van het lichaam, maar verwijder ze met vuur of een snufje zout. Bloedzuigers dragen vaak infecties.

Terug naar Boven

 

BLUE FLIGHT

Letterlijk: blauwe vlucht. Term die aanduidt dat een militair omwille van dwingende disciplinaire maatregelen naar huis wordt gestuurd.

De term is volslagen onbekend binnen de Nederlandse krijgsmacht, maar de terugzending uit operatiegebieden bij wijze van ordemaatregel - genaamd: blue flight - wordt in de Belgische krijgsmacht geregeld volgens een nota van 12 februari 2004. Binnen de Nederlandse krijgsmacht wordt gesproken over een repat(riëring), maar dat begrip omvat ook militairen die worden teruggestuurd met een verwonding e.d.

Het Belgische begrip omvat militairen die worden teruggezonden voor wangedrag als drankmisbruik, het niet respecteren van de consignes, vechten, bedreigingen met een wapen of drugs.

Zie ook: repat.

Terug naar Boven

 

B.M.W.

Ezelsbruggetje dat wordt gehanteerd in het kader van Ammunition Awareness (AAW). Behalve dat BMW ( Bayerische Motoren Werke) een Duits automerk is, is de kreet onder andere terug te vinden op de Instructiekaart 5-137 (IK 5-137), 5de druk:

B

Blijf eraf

Denk aan valstrikken
M

Markeer de vindplaats

Zorg dat anderen eraf blijven

W

Waarschuw uw commandant

Verkorte melding

Door het gebruik van een gemakkelijk ezelsbruggetje als BMW in het kader van Ammunition Awareness (Munitieveiligheid) wordt de individuele militair zich bewust gemaakt van de gevaren van munitie en het herkennen van munitie in de breedste zin van het woord, zoals kleinkaliber-munitie, mijnen, UXO's en IED's. Munitie is een reele bedreiging bij de inzet van militair personeel wereldwijd, zodat de handelingen in het ezelsbruggetje BMW van levensbelang zijn in de omgang met munitie.

De verkorte melding ('W') is:

W

Uw naam, registratienummer, eenheid en verblijfplaats

W

Hoofdgroep van het soort munitie dat u heeft gevonden (zie IK 5-137)

W

Waar is de munitie aangetroffen (minimaal 8-cijfer-coördinaat)

W

Datumtijdgroep

H

Naderingsweg; soort van markering; contactpersoon ter plaatse

AAW is een vast programmapunt van de Algemene Militaire Opleiding ( AMO ) voor militairen in spe. De instructie daartoe wordt gegeven op de schoolbataljons van de Koninklijke Landmacht, op de Mineursschool van het Opleidings- en Trainingscentrum Genie (OTCGenie) van de KL in Reek (in de buurt van Grave) en bij de parate eenheden.

Op de Mineursschool bekwamen genisten zich op het gebied van mijnen, springmiddelen, valstrikken, camouflage en misleiding. Daarnaast zijn de militairen van het Explosieven Opruimings Commando Koninklijke Landmacht (EOCKL) getraind in ruimen van oorlogstuig en (vermoedelijke) conventionele explosieven, het ruimen van (vermoedelijke) geïmproviseerde explosieven en het adviseren van de politie en locale, provinciale en rijksoverheid met betrekking tot de bovengenoemde taken. De AAW maakt daarnaast verplicht deel uit van de Missie Gerichte Instructie (MGI), ook al is de militair al meerdere malen uitgezonden geweest.

Terug naar Boven

 

B.N.M.S.

Afkorting voor: Begin Nautische Morgen Schemering. Engels: Beginning Morning Nautical Twilight (BMNT).

Zie: Nautische avondschemering.

Terug naar Boven

 

B.O.B.

Beeldvorming, Oordeelsvorming, Besluitvorming. Denkproces om tot besluitvorming te komen. Het proces heeft een cyclisch karakter.

B

Beeldvorming

De opdracht wordt geanalyseerd. Daarna wordt informatie verzameld om de actoren en factoren van invloed te analyseren. Dit levert kansen en bedreigingen op, die nauwkeurig worden gedefinieerd. Het beeld is nu bepaald.

O

Oordeelsvorming

Om te bepalen of het beeld juist is, worden opties (eigen mogelijkheden, EM'n) ontwikkeld, met elkaar vergeleken en getoetst. Alle EM'n worden uitgewerkt.

B

Besluitvorming

Uit de goedgekeurde EM'n wordt voor één oplossing gekozen, inclusief één alternatief. Dit besluit wordt uitgevoerd. De uitvoering wordt kritisch gevolgd, waarna een evaluatie volgt. Daarna kan het proces nogmaals beginnen.

Het BOB-proces kan worden versneld door Networked Enabled Capabiliteit (NEC, netcentrisch werken). Met behulp van genetwerkte informatiesystemen is beeldvorming een continu proces dat weinig tijd kost. Door de snelle en tijdige verspreiding van informatie ontstaat bij iedereen hetzelfde begrip van een situatie. Ook lager in de organisatie verbetert de informatiehuishouding, wat leidt tot een gedecentraliseerde, snelle besluitvorming en – daarom – in snelle en vooral flexibele actie. Hiermee wordt het BOB-proces dynamischer.

Terug naar Boven

 

BOCAGE

Uit het Frans. Coulisse- heggen- of wallenlandschap. Engels: hedgerows.

Dichtbegroeid, onoverzichtelijk, door de mens gecreëerd landschap op het dunbevolkte platteland.

De bocage bestaat uit bossen, velden en weilanden, doorsneden en omzoomd door legio hagen houtwallen, muurtjes en sloten, al dan niet op brede aarden wallen; verzonken lopen hier wegen tussendoor. Vooral de hagen zorgen ervoor dat het terrein – dat met name karakteristiek is in het westen van Frankrijk: Bretagne, Normandië, Pays de la Loire en Vendéé – wordt verdeeld in compartimenten.

In Normandië verwierf de bocage een hoofdrol tijdens de gevechten na D-Day. De wirwar van hagen en houtwallen bemoeilijkte de doorgang voor tanks en pantservoertuigen. Het effect van de bocage op infanterietactieken was groot, alleen al omdat het terrein ongekende mogelijkheden bood voor vuur- en zichtdekking, met grote onbestreken ruimten. Het terrein was geschikter voor de verdediging dan voor de aanval.

Aan geallieerde zijde werd de opmars in de centrale aanval sterk vertraagd door Duitse tegenstand rondom Caen en in de bocage. Dat dwarsboomde overigens ook de Duitse verdediging. Weliswaar bood de bocage veel dekking, maar door de grote hinderniswaarde van het landschap leed bijvoorbeeld de Duitse Panzer Lehr Division, die haar vuurdoop in de Normandische bocage onderging, zware verliezen.

Omdat zowel het aanvallen als verdedigen in de bocage onevenredig veel mankracht en materieel opslokte, speelde het landschap een sleutelrol in de eerste twee maanden na de geallieerde invasie (D-Day).

Terug naar Boven

 

BODYBAG-SYNDROME

Sinds de Vietnamoorlog zijn de Verenigde Staten in de ban van de bodybag, of beter gezegd: van het bodybag-syndrome: er is minder draagvlak voor een oorlog in den vreemde naarmate er meer eigen militairen sneuvelen en in lijkzakken naar het thuisland gerepatrieerd worden.

Op 14 november 2001 noemde columnist Max Boot in de Wall Street Journal het bodybag-syndrome "onze grootste strategische zwakte".

De vrees voor incidenten met de lokale bevolking, gewonden en doden - en de daarop volgende crises in de media en de publieke opinie - zorgen ervoor dat in ieder geval de Amerikanen sterk geneigd zijn in het kader van Force Protection in 'splendid isolation' te opereren: een Amerikaanse militair in Irak heeft statistisch gezien minder kans op verwondingen als een militair op de thuisbasis in de Verenigde Staten.

Het post-Vietnam-bodybag-syndrome lijkt herboren met de aanslagen door Hezbollah op Amerikaanse doelen in Beiroet in april (Amerikaanse ambassade, 64 doden) en oktober 1983 (hoofdkwartier Amerikaanse mariniers, 241 doden) en is herbevestigd met de dood van achttien Amerikaanse militairen in de Somalische hoofdstad Mogadishu in oktober 1983.

Somaliërs sleepten bij wijze van trofee het stoffelijk overschot van een Amerikaanse militair door de straten van Mogadishu, wat bij het thuisfront tot woedende reacties leidde.

In beide gevallen roerde de publieke opinie zich over de Amerikaanse aanwezigheid in den vreemde. Uit angst voor nog meer slachtoffers capituleerden de Amerikanen in Beiroet en Mogadishu.

In de moderne oorlogvoering spitst het bodybag-syndrome zich toe op de media en de publieke opinie: wanneer de regering weet dat iedere bodybag gezichts- en dus populariteitsverlies oplevert, op welke manier kan dan een oorlog worden gewonnen zonder lijkzakken op CNN te hoeven laten zien?

Mueller-hypothese

Overeenkomst met het bodybag-syndroom vertoont de Mueller- of slachtofferhypothese.

Deze is vernoemd naar de Amerikaanse politiek wetenschapper prof. dr. John E. Mueller (1937) van de University of Rochester, New York.

In 1973 publiceert hij 'War, Presidents and Public Opinion', waarin hij een analyse maakt van de steun van de Amerikaanse bevolking aan de oorlogen in Korea (1950-'53) en Vietnam (1961-'75).

Behalve dat Mueller aantoont dat de resultaten van opiniepeilingen vaak verkeerd worden gehanteerd, stelt hij vast dat er een onlosmakelijk verband bestaat tussen de steun van de publieke opinie en het incasseren van gevechtsverliezen.

Dat hierbij de hoeveelheid slachtoffers niet bepalend is, kan worden geconcludeerd uit het beëindigen van haar militaire acties door de Verenigde Staten in Libanon (1983) en Somalië (1993).

Factoren die wel bepalend lijken, zijn de duur, het (uitblijven van) succes van de operatie en de mate van dreiging.

In oktober 1996 presenteerde docent internationale betrekkingen en buitenlands beleid Philip Everts de verhandeling 'The bodybag hypothesis as alibi. Public support for military UN-operations in the Netherlands: The case of Bosnia-Hercegovina' op een internationale conferentie over Public Opinion, Democracy and Security Policy in Siena, Italië.

Het bodybag-syndrome heeft raakvlakken met de Mueller- of slachtofferhypothese, die onder andere beweert dat het draagvlak van de bevolking van westerse samenlevingen wegvalt zodra er slachtoffers vallen onder de eigen militairen. Proefondervindelijk is echter aangetoond dat de slachtofferhypothese dient te worden verworpen.

Zie ook: body count, gevechtsverlies en sneuvelbereidheid.

Terug naar Boven

 

BODY COUNT

Opferzahl.
décompte du nombre de corps.

Totaal aantal gedode (om het leven gekomen, gesneuvelde) personen in een bepaalde gebeurtenis of periode. In een oorlogssituatie is een body count vaak gebaseerd op het aantal 'confirmed kills' (daadwerkelijk getelde en geregistreerde doden), maar vaak gaat het slechts om een schatting.

Het aantal gedode eigen militairen wordt Killed in Action (KIA) genoemd.

Met name de Amerikanen hanteren de body count vooral voor het aantal vijandelijke doden (Enemy Killed in Action, EKIA).

De term kwam - negatief - in zwang tijdens de Vietnamoorlog. Vóór de Vietnamoorlog maten de Verenigde Staten hun oorlogssucces af aan de vooruitgang op het slagveld, vooral gemeten in de grootte van op de vijand veroverde gebied. In Vietnam vochten de militairen steeds om dezelfde grond; als bewijs van militair succes telde voortaan de body count.

Op enig moment was de body count-benadering van de Vietnamoorlog niet meer uit te leggen aan de militairen ter plaatse noch aan het thuisfront in de Verenigde Staten. Door het exact bijhouden van Vietnamese lijken werd de Amerikaanse legerleiding onder andere een gebrek aan realisme verweten.

Ook bleek het gebruik van vijandelijke body counts als input voor de bepaling van de operationele strategie, achteraf gezien, onjuist ('History of Operations Research in the United States Army, Volume II: 1961-1973', Center of Military History, U.S. Army, Charles R. Shrader, 2009).

Daarnaast zegt het aantal gedode vijandelijke militairen niets als de grootte van de vijand onbekend is en leidt het benoemen van gedode vijandelijke militairen alleen maar af van de slachtoffers die aan eigen zijde vallen.

Na de Vietnamoorlog zworen de Amerikanen het bijhouden van een body count onder vijandelijke troepen af.

Tijdens de Golfoorlog van 1990-'91, operatie DESERT STORM, bracht de Amerikaanse regering de body counts niet ter sprake. Het Pentagon focuste op een grote technologische overmacht die werd ingezet zonder veel burgerslachtoffers te maken.

In de Vietnamoorlog was het aantal gedode Vietcong de enige maat voor succes.

Bron: 'The Palgrave Concise Historical Atlas of The Cold War', John Swift, 2003.

Een anonieme Amerikaanse militair vertelt zijn verhaal in 'Nam: The Vietnam War in the Words of the Men and Women Who Fought There', Mark Baker, 1981.

Geciteerd in de masterscriptie 'Ontmenselijking in de Vietnamoorlog. Een analyse van de Amerikaanse bevelsketen', Lennart Westeneng, 2010.

Zie ook: hightech, Killed in Action (KIA) en krijgsgeschiedenis.

Terug naar Boven

 

BOEKJE PIENTER

Een Boekje Pienter is een klein, door de militair zelf aangelegd notitieboekje.

De militair die zijn loopbaan of carrière bij de Koninklijke Landmacht begint, schrijft traditiegetrouw alle geleerde aspecten uit de opleiding op. Aspecten die 'gewoon' handig zijn om te bewaren en te hergebruiken, tijdens oefeningen en ernstinzet, op de kazerne in de vredesbedrijfsvoering, op de schietbaan e.d.

Kortom: een boekje vol tips en tools om altijd binnen handbereik te hebben. Liefst op linkerbovenzak (liboza)-of broekzakformaat.

Een Boekje Pienter zoals dit in gebruik was bij de Opleidingscompagnie Reserve Officieren en Kader (ROEK) aan het toenmalige Opleidingscentrum Militair Geneeskundige Diensten (OCMGD) in Hilversum.

Op de Koninklijke Militaire School krijgen deelnemers aan een voorlichtings- of open dag een rood boekje, waarin informatie staat over de gedragcode, over vakman/leider/instructeur, over het vakkenpakket op de KMS

In maart 2004 startte de website Boekje Pienter. Dit bleek al snel een gouden greep, want veel relevante informatie bleek verre van toegankelijk voor militairen (in spé). Sindsdien staat de website niet voor niets gelinkt op vele sites.

De term 'Buka pintu!' betekent zoveel als "Open de deur!".

Een 'Buka pintu' staat in de Indonesische taal (Bahasa Indonesia) gelijk aan 'agenda'. Het bijhouden van zo'n agenda of notitieboekje, waarin dagelijkse bezigheden e.d. genoteerd werden, vond al plaats door de militairen van het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger.

Daarmee voert de term dus tenminste terug naar de 19de eeuw. Ook toen al, in het pre-digitale tijdperk, waren er militairen die pen en papier op de man hielden om gebruik te kunnen maken van een 'extern geheugen' gevuld met afkortingen, definities, ezelsbruggetjes en terminologieën.

Het 'Buka pintu' fungeerde in het Nederlands-Indië van twee eeuwen geleden voor velen als richtlijn van militaire werkzaamheden. Op deze manier konden gemakkelijk wijzigingen in procedures, processen en technieken worden bijgehouden.

In Einde oefening. Infanterist tijdens de koude oorlog (2002) wijdt kolonel der infanterie b.d. Gerard J. Felius op de pagina's 183 en 184 een korte bespiegeling aan de ontstaansgeschiedenis van het Boekje Pienter:

"Bij diverse eenheden beschikten sommige pelotons- en groepscommandanten over het Boekje Pienter.

Voorzover ik weet, zijn deze Boekjes Pienter ontstaan in de periode dat de Koninklijke Landmacht werd ingezet in het voormalig Nederlands-Indië tijdens de Politionele Acties.

Niet verstrekt door de landmacht of KNIL, maar zelf gemaakt door bij hun werk betrokken officieren en onderofficieren uit gemis aan een voorschrift waarin het optreden van het peloton en de groep stond beschreven.

De Boekjes Pienter waren zeer gewild bij de pelotons- en groepscommandanten."

Zelfs in de hoogste militaire kringen wordt de website Boekje Pienter geraadpleegd.

Zo had, volgens de webstatistieken op 22 augustus 2005, het Supreme Headquarters Allied Powers Europe (SHAPE) van de NAVO in Brussel de primeur als bezoeker.

In 2006 was de website Boekje Pienter de 'Link van de week' op de site van de Nederlandse Defensie Academie (NLDA, externe link).

Het logo van de website zoals die in 2004 startte.

Zie ook: Matrozen-ABC.

Terug naar Boven

 

BOFORS 40L70G-SNELVUURKANON

Voluit: snelvuurkanon Bofors 40L70G tegen luchtdoelen. Engels: rapid fire canon Bofors 40L70G anti-aircraft.

Producent is het Zweedse BAE Systems Bofors; in de luchtverdedigingsversie van het Zweedse pantserwielvoertuig CV 90 is een patroongevoede, automatische versie van het L70-kanon geïnstalleerd.

De 40L70G was sinds 1990 als aangepaste, G-versie in gebruik bij de luchtdoelartillerie van de Koninklijke Landmacht in het kader van de grondgebonden luchtverdediging, met name voor objectbewaking. De Bofors is uitermate geschikt ter verdediging van grondobjecten tegen laagvliegende helikopters en vliegtuigen.

De G-versie betrof onder meer heen modificatie door de plaatsing van een eigen stroomvoorziening en het verhogen van de vuursnelheid. Ook werd het mogelijk gemaakt om met PFHE-munitie (Proximity Fused High Explosive) te schieten. Bij gebruik van PFHE-munitie is het vanwege de radarontsteking af doende als de granaat zich binnen een afstand van ± 8 meter van het doel bevindt; daarna zal het projectiel uiteenspatten in ± 1.100 fragmenten. In principe wordt met de vuurmond radargeleid vuur afgegeven. Dit is mogelijk door aan twee 40L70G’s aan bijvoorbeeld een Flycatcher-radarvuurleidingssysteem te koppelen. Handmatige vuurleiding is eveneens mogelijk, maar uiteraard veel minder nauwkeurig.

Het Bofors 40L70G-snelvuurkanon tegen luchtdoelen, dat van 1990 tot 2003 in gebruik was bij de luchtdoelartillerie als uiterst effectief wapen tegen laagvliegende helikopters en vliegtuigen

Specificaties:

aantal in bewapening KL

60 stuks

bemensing

3 militairen

effectief bereik

± 3.650 meter

gewicht

± 5.730 kg

inhoud magazijn

22 patronen

inhoud munitierekken

96 patronen

kaliber

40 mm ( 1,57 inch)

lengte 40L70G

6 meter 32

mondingssnelheid (Vo-) meting projectielen

Vo-radar

sectorbegrenzing

zowel in het horizontale als het verticale vlak kan niet worden gevuurd in ingestelde veiligheidssectoren

stroomvoorziening

generatoraggregaat 220 Volt

vuursnelheid

5 schoten per seconde

Tot de opheffing in 2003 had elk luchtafweerpeloton (luapel) 3 vuureenheden met elk één Flycatcher-radarvuurleidingssysteem, 2 maal 40L70G en een Stingergroep. Elk luapel telde dus 6 Bofors-snelvuurkanonnen. Vanaf 2003 verdween het snelvuurkanon uit de bewapening van de KL en werden de luchtafweerbatterijen – 105 Luabt paraat én zowel 115 Luabt als 125 Luabt mobilisabel – opgeheven.

Terug naar Boven

 

BÖLKOW BO-105

Pilot Press-silhouet van de Bölkow BO-105.

Voluit: Messerschmitt-Bölkow-Blohm BO-105. Lichte tweemotorige Light Utility Helicopter (LUH), geproduceerd door het Duitse Messerschmitt-Bölkow-Blohm (MBB), die van 1976 tot 2003 in actieve dienst is geweest van achtereenvolgens de Groep Lichte Vliegtuigen (GPLV) en, haar opvolger, de Tactische Helikopter Groep (THG).

Voor zowel de GPLV als de THG gold dat de helikopters werden aangeschaft door en ten dienste stonden van de Koninklijke Landmacht, maar werden gevlogen en onderhouden door de Koninklijke Luchtmacht (KLu).

De THG stond onder het commando van de commandant 11 Luchtmobiele Brigade.

De speciale antitankversie met zes HOT- of acht TOW-raketten is niet besteld noch in dienst geweest van de KLu.



Specificaties:

aantal personen

2 bemanning

actieradius (vliegbereik)

660 km

gewicht, leeg-

1.275 kg

gewicht, maximaal start-

2.500 kg

hoogte

3 meter

lengte met rotor

11 meter 84

motortype

2 x Allison 250-C20B

motorvermogen per motor

313 kW (426 pk)

rotordiameter

9 meter 84

rotortype

vaste rotor

snelheid, kruis-

210 km per uur

snelheid, maximum-

270 km per uur

vliegplafond

5.180 meter (17.000 voet)

In 1975 kocht Defensie 30 Bölkow BO-105 helikopters voor de GPLV. De keuze was vergemakkelijkt door de aanschaf van dezelfde helikopter door de Duitse Heeresflieger en de mogelijkheid tot standaardisatie binnen de NAVO.

De eerste Bölkow werd uitgeleverd op 11 augustus 1975, de laatste op 5 augustus 1976. De helikopter kwam in dienst ter vervanging van de Piper Super Club, een klein lichtgewicht tweepersoons vliegtuig ten behoeve van verkennings- en verbindingsopdrachten.

De toestellen kwamen in dienst bij 298 Squadron op Vliegbasis Soesterberg en 299 Squadron op Vliegbasis Deelen. Om logistieke redenen worden in 1979 alle Bölkows ondergebracht op Deelen. Uiteindelijk verhuisden het 299 Bölkow-squadron naar de Vliegbasis Gilze-Rijen.

De Bölkow was het eerste type van de Nederlandse krijgsmacht dat werd uitgerust met nachtzichtapparatuur. Na modificatie in het midden van de jaren '80 staan de Bölkows te boek als Bölkow 105-CB en -DB. Modificaties en moderniseringen betroffen onder andere een Global Positioning System (GPS), nachtzichtapparatuur (Night Vision Goggles), licht kogelwerend kevlarpantser en flare-dispensers voor zelfbescherming.

De helikopters werden in de jaren '90 van de 20ste eeuw ingezet bij operaties op de Balkan. Zo werden ter ondersteuning van Dutchbat I t/m IV vanaf 1994 vier toestellen in voormalig Joegoslavië gedetacheerd. De laatste vredesmissie met de helikopters vond in 2000 in Kosovo (KFOR) plaats.

In de Defensienota 2000 werd besloten het squadron Bölkow-helikopters weg te bezuinigen, in totaal 27 à 29 stuks.

Deze helikopters hadden geen gevechtskracht en waren met name bedoeld voor bewaking, commandovoeringsdoeleinden, observatie- en verkenningstaken, liaison, luchtfotografie, lichte transporttaken, personenvervoer en non-dedicated gewondentransport. De taken, vergelijkbaar met die van de Alouette III, konden laagvliegend boven het maaiveld worden uitgevoerd met het zgn. sluip- of silhouetvliegen.

Terug naar Boven

 

BOMKRATER

Synoniem: granaattrechter. Duits: Einschlagtrichter. Engels: impact crater; shell hole. Frans: cratère; cratère d'impact.

Diep gat of kom- of trechtervormige kuil in de grond, die is ontstaan als gevolg van de inslag van een explosief projectiel.

Een krater met een doorsnede van 60 à 100 cm geeft al vuur- en zichtdekking. Door de binnenkant aan vijandzijde af te steken, kan een gevechtsdekking worden gemaakt.

Een bomkrater in gebruik als gevechtsdekking. Eerste Wereldoorlog, Westfront, september 1917.

Bij het openhouden van routes is er een taak weggelegd voor de genie om bomkraters op te vullen, te overbruggen of leeg te pompen.

Zie ook: kratering.

Terug naar Boven

 

BON SOIR

Vertaald uit het Frans: “Goede avond.” Lied dat is gearrangeerd door Gert Buitenhuis.

Waar het Cadettenlied de aanvang markeert van corpsvergaderingen, (gala)diners en andere feesten op de Koninklijke Militaire Academie, geeft het Bon Soir het einde aan. Beide liederen worden, evenals het Wilhelmus, in de houding ten gehore gebracht. Alleen het eerste couplet wordt meegezongen.

Het eerste couplet luidt:

“Bon soir, bon soir mes amis, bon soir
Bon soir mes amis, bon soir
Quand on est si bien ensemble
Quand on est si bien ensemble
Devrait on, devrait on, devrait on
Jamais se… quitter.”

Zie ook: Cadettenlied.

Terug naar Boven

 

BOOBYTRAP

Zie ook: hinderlaag, Improvised Explosive Device, pionier,punji en valstrik.

Terug naar Boven

 

BOOGTENT

arch tent.

Voluit: tent, Algemene Dienst, M75.

Tent, geïntroduceerd in de jaren '70 in de 20e eeuw, die is bestemd voor algemeen gebruik, met name op het gebied van wonen en werken te velde.

De boogtent bestaat uit een (demontabel, zelfdragend) aluminium frame, een los tentdoek en een bijbehorende tentkachel GHS F-65. De boogtent is aan beide rechte zijden voorzien van twee lappen, deels over elkaar vallend, tentzeil (die kunnen dienst doen als in- dan wel uitgang) en aan beide gebogen zijden van twee ramen met hor en verduisteringsflap. Aan de bovenzijde bevindt zich een gat voor de kachelpijp van de tentkachel.

De boogtent wordt onder andere gebruikt bij de opbouw van geneeskundige inrichtingen.


Benodigdheden voor de boogtent zijn:

1

tentdoek met foedraal

1

zak toebehoren met grote en kleine houten tentharingen

1

kist toebehoren, met de volgende inhoud:

3

spanriemen met bevestigingsmusketon

6
grondplaten voor de staanders

12

koppelstukken voor de liggers en staanders

2

plastic grondzeilen 3 x 6 meter

2

nokliggers met klauwen (klauwpalen, nokbalken)

12

(rechte) liggers

15

(gebogen) staanders

Het opbouwen dan wel afbreken van de boogtent kan worden uitgegedaan aan de hand van de 'Instructie opbouwen/afbreken boogtent'.

Specificaties:

breedte5 meter 35
gewicht tentdoek in foedraal75 kg
grondzeil3 x 6 meter (2 benodigd per tent)
hoogte in- dan wel uitgang2 meter 10
hoogte nok2 meter 75
inhoud

60 m³

lengte5 meter 80
oppervlakte31 m²
tentdoekbrandvertragend, waterafstotend canvas

De boogtent kan door vier (ervaren) personen in 15 minuten worden opgezet. Een boogtent kan plaats bieden aan 8 of 12 slaapplaatsen, respectievelijk bij gebruikmaking van een veldbedden of self-inflating (zelfopblaasbare) matrassen.

De boogtent kan worden gekoppeld aan de kruistent en de vestibule. Op bovenstaande tekening staat de kruistent in het midden van de configuratie.

Drie gekoppelde boogtenten op een vliegbasis.

De boogtent, zoals deze uit 1978, gaat al tientallen jaren mee.

Ervaringen tonen aan dat deze tenten, aangekocht in de Koude Oorlog voor gebruik op de Noord-Duitse laagvlakte, vooral tijdens het gebruik in de huidige uitzendgebieden met extreme klimatologische omstandigheden - zoals hitte, koude en stof - niet meer voldoen en minder geschikt zijn om personeel voor langere duur enigszins comfortabel onder te brengen.

Op termijn vervangen de zgn. Polyvalente Onderkomens (POON) de boogtenten. Vooralsnog is de boogtent bij veel eenheden in gebruik, zoals eenheden waar personeel in opleiding en training is of ten behoeve van legering.

Zie ook: kruistent, tentkachel GHS F-65, veldbed en vestibule.

Terug naar Boven

 

BOOSTKAZERNE

Type kazerne volgens het paviljoensysteem en in zakelijk-expressionistische stijl, ontworpen door de kapitein der genie August Gerard Marie Boost (1900-1985) in de jaren '30 van de 20e eeuw. De kazernes werden allemaal gebouwd in de periode 1938-‘39.

Ook genaamd: grens(bataljon)kazerne.

De directe aanleiding was een wijziging van de Dienstplichtwet in 1938: vanwege de verlenging van de dienstplicht van 5,5 naar 11 maanden werd de behoefte aan nieuwe kazernegebouwen bijna verdubbeld. In verband met de internationale ontwikkelingen moesten met name langs de grenzen kazernes worden gebouwd.

Op 15 augustus 1937 werd Boost door de minister van Oorlog en Marine Jannes van Dijk belast met het ontwerp voor de zestien kazernes. Hoewel het ontwerp van Boost nog werd beoordeeld door de gerenommeerde architecten prof. ir. Richard Schoemaker en prof. Nico Landsdorp, werd slechts een klein aantal aanpassingen doorgevoerd.

Voorbeeld van een Boost-kazerne: Johan van den Korputkazerne in Steenwijk.

Boost ontwierp een gestandaardiseerde kazerne, modern en volgens een vaste opzet, bedoeld voor één bataljon infanterie dan wel één regiment infanterie (regimentsstaf en twee bataljons). De twee standaardtypen die Boost ontwierp waren de Johan van den Korputkazerne in Steenwijk en de Saksen Weimarkazerne in Arnhem.

Naar het standaardontwerp werden twaalf kazernes voor één bataljon gerealiseerd. Een dergelijke, kleine kazerne bestond uit een poortgebouw met een typerend middendeel. Hierin bevindt zich de ingang tot de kazerne, tevens doorgang naar het exercitieterrein. In een U-vorm rond de appèlplaats bevinden zich drie legeringgebouwen en een keukengebouw, allemaal min of meer spiegelbaar.

Ook de Van Hornekazerne in Weert is van het Boost-type...

Het poortgebouw huisvestte onder andere (officiers-, onderofficiers- en manschappen-)kantine, sportzaal, stafbureaus en een wacht met celruimten. Het concept voor de vier grotere kazernes werd afgeleid uit het standaardontwerp. Hierin werden de legeringgebouwen gehandhaafd, maar in plaats van het poortgebouw kwamen er aparte gebouwen.

De zestien kazernes lagen grotendeels langs de oost- en zuidgrens van Nederland, met uitzondering van de kazernes in Ede, Ermelo en Bussum.

De bouw van de kazernes was onder meer een gevolg van de expansiedrift en oorlogsdreiging van Adolf Hitler in Duitsland. Het toegenomen aantal dienstplichtig militairen maakte het noodzakelijk legeringplaatsen te creëren.

Lijst van Boostkazernes:

Adolf van Nassaukazerne

Zuidlaren

Constant Rebequekazerne

Eindhoven

Cort Heyligerskazerne

Bergen op Zoom

DetmerskazerneEefde

Elias Beeckmankazerne

Ede

Engelbrecht van Nassaukazerne

Roosendaal

Ernst Casimirkazerne

Roermond

Generaal de Bonskazerne

Grave

Jan van Schaffelaarkazerne

Ermelo

Johan van den Korputkazerne

Steenwijk

Kolonel Palmkazerne

Bussum

Koning Willem II-kazerneTilburg

Saksen Weimarkazerne

Arnhem

Van HornekazerneWeert

Westenbergkazerne

Schalkhaar

Willem de Zwijgerkazerne

Wezep

De Koning Willem I-kazerne in 's-Hertogenbosch, Seeligkazerne in Breda en Willem III-kazerne in Apeldoorn hadden een andere ontwerper; eerder werden deze kazernes in bovenstaande opsomming abusievelijk tot de Boostkazernes gerekend.

Zie ook: dienstplicht, Engelbrecht van Nassaukazerne, Jan van Schaffelaerkazerne en Van Hornekazerne.

Met dank aan: Frank Oosterboer.

Terug naar Boven

 

BORDER CROSSING POINT

Grenzübergang.
point de franchissement de frontière.

Afgekort: BCP of BXP (Engels). Nederlands: grensdoorlaatpost; grensovergang.

Border crossing point Merdare in het oosten van Kosovo.
Hazir Reka (Reuters News Agency).

Punt waar colonnes de grens overgaan.

Op deze locatie zijn in de regel verplaatsingsfunctionarissen van het Movement Control (MovCon) of Verkeers- en Vervoersdetachement (VV Det) aanwezig, die er op toezien dat dat de juiste colonnesignalering wordt aangebracht voordat de grens wordt gepasseerd.

Ook regelt het verplaatsingspersoneel hier alle overige zaken die te maken hebben met grensoverschrijding, zoals het faciliteren van de douaneafhandeling (grensoverschrijdingsdcumenten), om het passeren van de grens zo ononderbroken mogelijk te laten verlopen.

Zie ook: colonne, colonnesignalering en Movement Control (MovCon).

Terug naar Boven

 

B.O.S.C.O.

B
BrandstoffenBenzine, diesel, kerosine.
O
OlieënMotorolie, cardanolie, hydraulische olie.
S
SmeermiddelenVetten.
C
ChemicaliënOntsmettingsmiddelen, industriële chemicaliën.
O
OnderhoudsmiddelenVerfsystemen, lijmen, kitten, reinigingsmiddelen.

Terug naar Boven

 

B.O.S.-LAADSTATION

Locatie op militaire complexen waar benzine, olie en smeermiddelen kunnen worden geladen. In de regel beperkt dit laden zich tot het tanken van voertuigen met benzine of diesel (high speed en low speed).

Terug naar Boven

 

B.O.T. / B.C.T.

Afkortingen voor respectievelijk Bijzondere Oorlogstoestand en Bijzondere Crisis Toestand.

Wat bij aanvang van een oefening, binnen het AOT/ACT, de militaire situatie is. Deze militaire situatie is toegespitst op de eenheid waar u deel van uitmaakt.

Zie ook A.O.T. / A.C.T.

Terug naar Boven

 

BOUNCING BETTY

Letterlijk: "Springende Betty".

Bijnaam: castratiemijn.

Bijnaam die de geallieerden in de Tweede Wereldoorlog gaven aan de Schrapnellmine (S-mine) 35: een Duitse antipersoneelsmijn (AP-mijn) die bestaat uit een stalen cilindrische huls met daarin zowel explosief als verschervend materieel.

"Betty" is de Amerikaanse tekenfilm- en stripfiguur Betty Boop.

De Bouncing Betty lijkt wat haar vorm betreft op de Valmara 69, een Italiaanse AP-mijn.

De Bouncing Betty is de oorzaak van de mythe dat een landmijn pas zou exploderen als de voet van het slachtoffer van de mijn stapt, een mythe die tot op de dag van vandaag dankzij oorlogsfilms en -literatuur in stand wordt aangenomen.

De mijn dateert uit 1935, maar verwierf zijn slechte reputatie pas tijdens de Tweede Wereldoorlog: de AP-mijn kan zowel door de druk van 3 à 5½ kg als door een struikeldraad worden geactiveerd.

Boven een Amerikaanse G.I. met een Bouncing Betty, onder de mijn ook in dwarsdoorsnede.

De mijn springt vervolgens 70 cm tot 1½ meter boven het maaiveld uit zijn huls, zaait in een straal van 10 à 20 meter dood en verderf en was in een straal tot 100 meter nog in staat slachtoffers te maken.

Na de Tweede Wereldoorlog had onder andere de Vietcong in de Vietnam-oorlog de beschikking over de Bouncing Betty. Amerikaanse chirurgen in veldhospitalen zagen als gevolg van de Bouncing Betty veel weke delen-letsel, met name aan dij-, kuit- en scheenbeen en enkels.

Gegevens:

hoogte

12,7 cm

diameter

10,2 cm

gewicht

4 kg

explosief

190 gram TNT (Tri-Nitro-Tolueen) of amatol (mengsel van ammoniumnitraat en TNT)

Terug naar Boven

 

BOXER PWV

Voluit: Boxer Pantserwielvoertuig (PWV).

Boxer PWV.

Groot pantserwielvoertuig voor diverse taken. De Boxer PWV, die wordt ontwikkeld samen met Duitsland (oorspronkelijk een Brits-Duits-Frans-Nederlands samenwerkingsverband), zal te zijner tijd worden ingevoerd ter gefaseerde vervanging van de YPR-765 en de M-577.

In de Defensiebegroting voor 2004 is het budget voor de ontwikkeling en de productie van 359 voertuigen vastgesteld op € 841,1 miljoen. Nederland heeft de ordergrootte eerst bijgesteld naar 257 voertuigen en in 2006 nogmaals naar 200 stuks.

De verschillende types zijn:

Boxer AMB (Ambulance)

52

Boxer Cargo (t.b.v. sergeant distributie)

27

Boxer CP (CommandoPost)

60

Boxer DTV (Driver Training Vehicle, lesvoertuig)

8

Boxer Gngp (Geniegroep)

53

TOTAAL

200

De Boxer Driver Training Vehicle.

Het voertuig voor Battle Damage Repair-taken is uiteindelijk afgevoerd van de typenlijst.

Boxer PWV in gewondentransport-uitvoering.

Specificaties:

actieradius

1.050 km (verharde weg)

airconditioning

ja

beladingsgewicht

7,8 ton

bemanning

maximaal 9

bodemvrijheid

50 cm

breedte

3 meter

brugclassificatie

34

CBRN-bescherming

ja

dwarshelling

30%

hoogte

2 meter 40 (afhankelijk van module)

klimvermogen

60%

kostprijs

€ 2,5 miljoen (incl. ontwikkelkosten)

lengte

7 meter 93

maximaal totaalgewicht

33 ton (afhankelijk van module)

maximumsnelheid

103 km per uur

motorvermogen

530 kW (720 pk)

versnellingsbak

7-traps automaat

voertuiggewicht

25,2 ton

waden

1 meter 50

In april 2009 heeft Variass een megaorder binnengehaald voor het leveren van elektronische bedieningssystemen voor de Boxer. Het bedrijf uit Veendam gaat commando- en controlesystemen voor 472 pantserwielvoertuigen leveren. De order kwam mede tot stand via het Ministerie van Economische Zaken en de Investerings- en Ontwikkelingsmaatschappij voor Noord-Nederland (NOM).

Variass Systems BV, dat zich steeds meer toelegt op defensieorders (onder andere uit Duitsland, Frankrijk en Zweden) maakt onderdeel uit van de Variass Holding en heeft vestigingen in Veendam en Leeuwarden.

Het productieproces van het pantserwielvoertuig Boxer.

De Boxer wordt vanaf medio 2010 geleverd aan de Duitse landmacht en vanaf 2011 aan de Koninklijke Landmacht. De overeenkomst betreft een compensatieorder verspreid over een periode van zeven jaar, met een totale omzet van ruim € 5 miljoen.

De Boxer zal worden ingezet voor (gewonden)transporttoepassingen. De ontwikkeling van het voertuig kwam tot stand door een samenwerking tussen Duitse bedrijven als Krauss-Maffei Wegmann en Rheinmetall Landsysteme en diverse Nederlandse bedrijven.

Vanaf 2014 stroomt de Boxer-gewondentransport bij de zelfstandige geneeskundige compagnieën in.

Blik in de gewondentransportversie van de Boxer, de Ambulance (AMB). Deze kan onder andere maximaal drie liggende gewonden vervoeren.

Promo van de Boxer, geproduceerd door de firma Rheinmetall MAN Military Vehicles Nederland B.V. (externe link) in Ede.

 

INSTROOM BOXER CP

In januari 2016 stroomden de eerste Boxer Commandopost-missiemodules binnen bij de Alfa-, Bravo- en Charliecompagnie van 17 Pantserinfanteriebataljon Garderegiment Prinses Irene, onderdeel van 13 Lichte Brigade.

De Boxer CP's waren de eerste van in totaal 36 stuks voor de KL.

De vervanger van de YPR PRCO (Pantserrups Commando) biedt ruimte aan acht militairen, onder wie vier werkplekken voor staf(onder)officieren.

In het gevechtsterrein gaat de Boxer CP functioneren als het centrum voor Command & Control, met maximale bescherming van het pantservoertuig.

Terug naar Boven

 

BOZENA-4 M.M.C.S.

M.M.C.S. staat voor Mini Mine Clearing System.

Vanaf 2005 beschikt de Koninklijke Landmacht over de Bozena-4. Dit is een licht mechanisch ruimmiddel (LMR) ten behoeve van area clearance dat wordt gefabriceerd door Way Industry in Zvolen (Slowakije).

Hiermee is de Bozena-4, die is afgeleid van een commerciële mini-graafmachine die doet denken aan de Amerikaanse Bobcat, het eerste voertuig dat de KL in het voormalige Oostblok heeft gekocht. Elektronica, hydraulica en motor zijn overigens van Duitse makelij en worden in Slowakije geassembleerd.

Het systeem is van de Britse krijgsmacht gekopieerd: in de periode 1944-‘45 was 79th Armoured Division, gecommandeerd door generaal-majoor Sir Percy Hobart, de enige Britse eenheid die Sherman-tanks had uitgerust met eenzelfde vlegelconstructie. De Royal Engineers maakten gebruik van de Sherman Crab, één van de zgn. ‘Hobart’s Funnies’, de ongewoon gemodificeerde pantservoertuigen van de Britse pantserdivisie.

Het licht mechanisch ruimmiddel kan tot op een afstand van 2 km door twee genisten worden bediend , één stuurman en één gids. Beiden zijn gekleed in bommenpak en lopen achter de machine aan in een ‘safe lane’ óf hebben plaatsgenomen in een mijnresistent voertuig. De hamers aan de vlegelkettingen slaan maximaal 25 cm in de grond. De as draait tijdens ruimwerkzaamheden met 350 tot 500 toeren per minuut in voorwaartse richting. Na een mechanische ruiming wordt het maaiveld nog gecontroleerd met metaaldetectors.

Met de Bozena-4 kunnen kleine oppervlakten worden ontdaan van landmijnen, met als specialisatie het vernietigen van anti-personeelsmijnen. Afhankelijk van het aantal mijnen, bedienaar, gekozen ruimmethode, terreinsoort, aan- of afwezigheid van vegetatie, weersomstandigheden en zicht kan de Bozena-4 per uur oppervlaktes van 300 strekkende meter (breedte: 2 meter 22) tot ¼ hectare zuiveren.

Zowel 111 Pantsergeniecompagnie als 411 Pantsergeniecompagnie worden toegerust met elk drie Bozena’s en één Scanjack 3500.

Ten behoeve van het transport kan de Bozena-4 worden gescheiden in de vlegel en het onderstel.

Specificaties:

aantal vlegelkettingen met hamer

40

breedte

2 meter 70

diameter van de vlegel

1 meter 40

gewicht

± 6 ton

gewicht van één vlegelketting met hamer

1.335 gram

hoogte

2 meter 15

lengte

5 meter 28

lengte van de vlegelunit

2 meter 10

lengte van ketting plus hamer

46½ cm

Na aankomst bij het vermoedelijke mijnenveld is de Bozena-4 binnen 10 minuten inzetbaar.

Zie ook: Scanjack 3500.

Terug naar Boven

 

BRANDSTOF

De juiste benaming voor brandstof binnen de krijgsmacht is klasse III.

Binnen de NAVO wordt gewerkt met brandstofcodes, allen beginnend met de letter F (Fuel). De onderverdeling van brandstofsoorten bij de krijgsmacht is:

Code

Engelse benaming

Nederlandse benaming

F-34

Aviation Turbine Fuel

Kerosine turbinebrandstof voor militaire vliegtuigen en helikopters

F-35

Aviation Turbine Fuel

Kerosine turbinebrandstof

F-44

Diesel Fuel

Diesel

F-54

Diesel Fuel

Diesel, civiele kwaliteit

F-57

Leaded Gasoline

Gelode benzine

F-58

Kerosene

Kerosine (50/50 met F-54 of F-75)

F-63

Diesel Fuel

Diesel type kerosine die niet geschikt is voor vliegtuigen en helikopters

F-65

Low Temperature Diesel Fuel Blend

Winterdiesel; dieselbrandstof gemengd met kerosine, die geschikt is voor lage temperaturen (mengsel van F-54 en F-34 of F-44)

F-67

Unleaded Gasoline

Ongelode benzine (benzine, euro loodvrij 95)

  

Flatrack voor het bulktransport van 10.000 liter brandstof; de flatrack is voorzien van een pompsysteem.

Het vervoer van deze brandstofsoorten heeft plaats per:

Brandstof Distributie Middel (BDM)
(overslagtank op DAF YF-4442)

4.000 liter

Flatrack met bulktank op containerdragend voertuig

10.000 liter

DAF YFZ-2300 6x6 met overslagtank

12.000 liter

Brandstof Transport Middel (BTM)
(oplegger achter DAF YTV-2300 trekker)

21.000 liter

Een Brandstof Distributie Middel (BDM), te weten een DAF YF-4442. Dit is één van de vele varianten van de YA-4442.

Wat het transport en de opslag van het bulkgoed brandstof betreft is de Scania vrachtauto 165 kN 8x8 Wissellaadsysteem (WLS) de opvolger van de DAF YFZ-2300. De flatrack met brandstoftank ('tanktainer') is voorzien van een pompsysteem en heeft een capaciteit van 10.000 liter brandstof.

De veldopslag in bulkhoeveelheid van brandstof kan daarnaast plaatshebben in:

Brandstofdistributie-installatie

Laadvermogen

Brandstof Voorzienings Installatie (BRAVIN)

± 37.500 liter

Bulk Fuel Installation (BFI)

± 1980.000 liter

Zie ook: brandstofvoorzieningsinstallatie (Bravin).

Terug naar Boven

 

BRANDWEERGREEP

Illustratie uit 'Het Grote SAS Survival Handboek' van de brandweergreep, afgedrukt in de Volkskrant d.d. 4 december 2010.

De brandweergreep wordt gebruikt om patiënten die geen beenbreuken of inwendige kneuzingen hebben te vervoeren. Het is een methode van gedragen gewondenvervoer die sneller gaat dan bijvoorbeeld verslepen.

Vanuit de staande houding wordt de patiënt als volgt in de brandweergreep gebracht:

► Ga voor de patiënt staan.

► Laat de patiënt zijn voeten ± 30 à 40 cm uit elkaar plaatsen.

► Plaats de rechterschouder zover mogelijk tussen de bovenbenen van de patiënt.

► Pak met de linkerhand de rechterhand van de patiënt vast.

► Trek de patiënt voorover, totdat die op uw rug en rechterschouder rust.

► Neem de rechterhand van de patiënt over in uw rechterhand en kom overeind.

► Loop in deze houding zoveel mogelijk rechtop.

► Zorg ervoor dat de patiënt niet van de rug/schouder afglijdt.

Bron: VS 8-112 (Gedragen en geïmproviseerd gewondenvervoer).

Terug naar Boven

 

BRAVIN

Brandstofvoorzieningsinstallatie. De BRAVIN is een mobiele bulkbrandstofopslag- en distributieplaats voor gebruik te velde die gebruikmaakt van brandstofzakken met een inhoud van ± 37.500 liter. De Bravin wordt beheerd door 110 Brandstof, Olie en Smeermiddelencompagnie (110 BOS-compagnie) en ver achter de vijandelijke linies, idealiter in (de nabijheid van) de aanvullingsplaats, al dan niet in een gegraven gat neergelegd.

Toen de bevoorrading nog uitsluitend per jerrycan plaatsvond, werden de lege cans bij de BRAVIN omgewisseld tegen volle. Vanuit de BRAVIN werd de branstof overgepompt in de cans.

Tijdens de oefening Iron Sword in Noorwegen - de eindoefening van de NATO Response Force 4 in 2005 - is voor het eerst de opvolger getest, de Amerikaanse Bulk Fuel Installation (BFI) of U.S. Bladder 50.000 gallon. De BFI heeft een capaciteit van 190.000 liter. Tijdens de Falklandoorlog, waar de mogelijkheden voor de opslag van brandstof en het gebruik van pijpleidingen beperkt waren, werden BFI's ingevlogen die door de Britse genie bij het vliegveld van Port Stanley werden geïnstalleerd.

Met brandstoftransportmiddelen - zoals BTM, DAF YFZ-2300 6x6 met overslagtank of brandstoftank op flatrack op een containerdragend voertuig - wordt de brandstof vanuit een Point of Debarkation getransporteerd naar de BRAVIN of BFI. Van hieruit wordt de brandstof verder naar de eenheden gedistribueerd door BDM's.

Zie ook: brandstof.

Terug naar Boven

 

BREAKLIGHT

Nederlands: breeklicht.

Een breaklight is een ideaal hulpmiddel om instant, tijdelijk en 360 graden rondom licht te maken. Door het breken en schudden van de breaklight vindt een natuurkundige reactie plaats waardoor de gebruiker ± 12 uur achter elkaar licht heeft.

De breaklight is 6 inch (15,2 cm) lang, heeft een hexagonale vorm en een bevestigingshaakje of -gaatje. De 10 ml inhoud van de breaklight is niet toxisch, niet brandbaar en weerbestendig.

Het elektrische alternatief voor een breaklight is de Krill Lightstick, die verkrijgbaar is onder NATO Stock Number (beginnend met 6230-01). Dit is een door een batterij gestuurde breaklight van Krill Lighting Products.

Breaklights kunnen onder andere worden gebruikt:

► om te kunnen kaartlezen bij duisternis
► om te seinen
► voor gebruik in eerstehulpverlenings- of nooduitrustingen
► voor herkenning van eigen troepen bij duisternis (afgetapet wit breaklight)
► voor het gidsen van voertuigen bij duisternis
► voor markering en rangschikking van gewonden op volgorde van belangrijkheid door gebruik te maken van verschillende kleuren
► voor markering van een gewondennest met één infrarood zichtbare breaklight op ± 2 meter boven het maaiveld
► voor markering van een landing point
► voor markering van een rendez-vous
► voor markering van gevaren (concertina's, gaten, latrine, prikkeldraad) om ongevallen te voorkomen
► voor optreden bij nacht (rood breaklight)

Zie ook: licht en zaklamp MX-991/U.

Terug naar Boven

 

BREATHING

Tweede deel van het eerste onderzoek (Primary Survey) volgens het stroomschema van het ABCD-protocol.

De handelingen en beslissingen binnen de breathing houden het controleren en veiligstellen van de ademhaling van de zorgvrager (patiënt, slachtoffer) in.

Het ABCD-protocol is de afgeleide van het Advanced Trauma Life Support (ATLS) zoals dat door alle geledingen van het geneeskundig (hulp)personeel van de Koninklijke Landmacht wordt toegepast.

In de flowchart van het ABCD-protocol volgt vóór de breathing de airway (controleren en veiligstellen van de ademweg); daarna volgen circulation (controleren en veiligstellen van de circulatie) en disability (controleren van de bewustzijnsgraad).

Stroomschema van de BREATHING

Terug naar Boven

 

BREEZANDDIJK, SCHIETTERREIN

Schietgebied ten behoeve van de Afdeling Beproevingen, Wapensystemen en Munitie van de Koninklijke Landmacht. Het is gelegen midden op de Afsluitdijk, aan de Zuiderhaven.

Vanaf het schietterrein wordt in zuidelijke richting over het IJsselmeer geschoten, in de richting van het Wieringermeer. De onveilige zone ligt boven het IJsselmeer, zodat zich daar tijdens de beproevingen geen scheepvaart mag bevinden.

Het indirecte ruimtebeslag bedraagt maximaal 109 km², de lengte van de onveilige zone is 14 à 24 km. Het gebied mag alleen worden gebruikt voor proefnemingen, niet voor schietoefeningen.

De Koninklijke Landmacht en de Koninklijke Marine hebben het in gebruik om wapensystemen en munitie ballistisch te beproeven in het kader van de kwaliteitshandhaving onder verschillende omstandigheden. Hierbij worden houwitsers, mortieren en/of kanonnen gebruikt, dus in de regel krombaanwapens van de (luchtdoel)artillerie. Het schietterrein is op jaarbasis slechts enkele dagen tot weken in gebruik.

Terug naar Boven

 

BREN

Britse lichte mitrailleur die werkt volgens het principe van gasdruk en luchtkoeling, met een munitietoevoer met behulp van een gebogen patroonhouder van (organiek) 20 patronen. Het wapen heeft een vuursnelheid van 500 à 520 patronen per minuut en weegt, met inbegrip van de uitklapbare tweepootaffuit, ± 14 kg. De laatste versie is de Mk 4.

Links reinigt een Nederlandse militair zijn Bren in de omgeving van Soerabaja tijdens de Eerste Politionele Actie; rechts een Engelse mitrailleurgroep in actie met hun Bren.

 

De Bren is in 1937 ontwikkeld in Tsjecho-Slowakije als ZB vz.26, maar werd voornamelijk – in gewijzigde vorm, vooral aan loop en patroonhouder – gebruikt door de Britse krijgsmacht, bijvoorbeeld in Korea, de Falklandoorlog en beide Golfoorlogen.

De naam ‘Bren’ is een samentrekking van “BRno” – stad van het ontwerp – en “ENfield”, de Britse locatie van de wapenfabriek.

De patroonhouder was speciaal gebogen voor de .303 (0,77 cm) patroon, dezelfde munitie die ook al als standaard werd gebruikt voor de Britse Lee Enfield en Vickers.

De Bren kon door één militair worden gebruikt, maar een tweede militair was nodig om de reserveloop, de reserveonderdelen, het onderhoudsmateriaal en de extra munitie te dragen.

Specificaties:

effectief bereik

550 meter

kaliber

.303 (0,77 cm)

lengte (Mk 4)

1 meter 09 cm

maximaal bereik

1.650 meter

munitietoevoer

Banana-clip-magazijn met 30 patronen

vuursnelheid

740 meter per seconde

vuurstanden

automatisch of enkelschots

werking

luchtgekoeld, op gas, gevoed door magazijn

Terug naar Boven

 

BRIDGE ADAPTER PALLET (BAP)

Afgekort: BAP. Ten behoeve van 105 Geniecompagnie Waterbouw (105 Gnciewb) is de Scania vrachtauto 165 kN 8 x 8 Wissellaadsysteem (WLS) uitgerust met een Bridge Adapter Pallet. Met dit platform kunnen pontons en bruggenbouwboten worden vervoerd en in het water worden gelaten. Eenmaal te water gelaten ontvouwd de ponton door open te klappen.

Bij het ontmantelen van een vouwbrug, kan de Scania de bruggenbouwboot of ponton weer op het voertuig trekken. Over het platform van de vrachtauto zorgt het haakmast- en liersysteem ervoor dat de ponton of bruggenbouwboot op het voertuig schuift.

Achter de cabine van de Scania is een zgn. BAP Operating Platform, waar de chauffeur van het voertuig de BAP kan bedienen.

De genie heeft in totaal 48 BAP's ter beschikking.

De 'bouw, bruggenbouw' of duwboot getransporteerd op de Scania WLS.

Zie ook: 105 Geniecompagnie Waterbouw (105 Gnciewb), genie en Scania vrachtauto 165 kN 8 x 8 Wissellaadsysteem (WLS).

Terug naar Boven

 

BRIGADE RECCE DETACHMENT

Afgekort: BRD.

Nederlands: (brigade)verkenningsdetachement.

Tailor-made samengestelde, missiegerichte eenheid van lange afstandsverkenners binnen het Brigade Recce Detachment (BRD) van 11 Air Manoeuvre Brigade (11 AMB) die airborne (parachute) en heliborne (fastroping) kunnen worden ingezet om als Recce Party operaties van 11 AMB voor te bereiden en te ondersteunen.

Mogelijke taken van de BDR:

► acties mogelijk maken voor en bataljon of bataljonstaakgroep (Battalion Task Force)

Close Target Recce (CTR) op een of meer opgedragen doelen

► complete Situational Awareness (SA) van het inzetgebied krijgen

► initiële locaties en routes verkennen tot en met de locatie van de inbraak

► uitvoeren van een gebiedsverkenning in de Area of Operations (AO)

► verkennen van landingpoints of Landing Zones (LZ) om de landingen van de eerste waves veilig te stellen

► vroegtijdig uitschakelen van vijandelijke artillerie, luchtverdedigingsmiddelen en mortieren

Het BRD vertrekt dan ook, voorafgaand aan de hoofdmacht, op L-Hour.

De verkenners van het BRD staan onder direct bevel van de commandant van 11 AMB.

De informatie die het BRD vergaart is essentieel om het Operationeel Besluitvormingsproces (OBP) binnen de brigadecommandopost of Joint Command Post (JCP) positief te beïnvloeden.

Omdat 11 AMB - in tegenstelling tot 13 Lichte Brigade en 43 Gemechaniseerde Brigade - geen verkenningscapaciteit op brigadeniveau heeft, wordt het BDR samengesteld uit het pathfinderpeloton van de brigade en (delen van) elementen van een of meer verkenningspelotons van de Staf- en Antitank (STAT)-compagnieën (nu: Delta- of zware wapens-compagnieën) van de luchtmobiele infanteriebataljons.

Enablers kunnen worden toegevoegd, zoals Forward Air Controllers (FAC'ers), luchtmobiele genieverkenners (pioniers), infanteriegroepen of -pelotons en schutters-lange-afstand (SLA's), maar ook eenheden die het bataljon dat in het zwaartepunt optreedt vroegtijdig aan de grond wil hebben ter voorbereiding op een bataljonsactie.

Pathfinder ‘Madju’ peloton, Leo van Westerhoven, Dutch Defence Press (12, 18 en 24 februari 2010).

Pathfinder 'Madju' peloton, Leo van Westerhoven, Dutch Defence Press (12, 18 en 24 februari 2010).

© Dutch Defence Press (externe link)/Leo van Westerhoven.

Zie ook: 11 Air Manoeuvre Brigade (11 AMB), airborne, Close Target Recce (CTR), fastroping, hour (L-Hour), Landing Zone (landingpoint), pathfinder, verkenning, wave en zware wapenscompagnie (Delta-compagnie).

Terug naar Boven

 

BRIGADETAAKGROEP

Tijdelijke groepering van eenheden onder eenhoofdige leiding, die - in tegenstelling tot een organieke eenheid met een vaste basissamenstelling - is geformeerd om een bepaalde operatie of opdracht uit te voeren.

De brigadetaakgroep is een samengestelde eenheid op het (verantwoordelijkheids)niveau brigade.

Equivalenten van de brigadetaakgroep zijn de maritieme taakgroep met drie fregatten bij de Koninklijke Marine (CZSK) en twee squadrons jachtvliegtuigen bij de Koninklijke Luchtmacht (CLSK).

Het 'Eindrapport Verkenningen. Houvast voor de krijgsmacht van de toekomst' (2010) geeft in de beleidsoptie 'Kort en krachtig' - waarbij het hoofdaccent op interveniëren ligt - aan dat de krijgsmacht in voorkomend geval in staat is om gedurende maximaal één jaar aan een interventieoperatie deel te nemen met:

"een brigadetaakgroep bestaande uit maximaal vier manoeuvrebataljons, samengesteld uit gemechaniseerde infanterie-, lichte infanterie- en tankeenheden, aangevuld met de noodzakelijke gevechtssteun en logistieke gevechtsondersteuning."

Met de nota 'In het belang van Nederland' (IHBVN, 17 september 2013) is het ambitieniveau beperkt aangepast bij het scenario "twee bataljonstaakgroepen op verschillende assen." De tweede as zal in de toekomst slechts in een lichtere vorm uitvoerbaar zijn (omvang of tijd).

Conform het ambitieniveau kan de Commandant Landstrijdkrachten, als aanbieder van militaire capaciteiten (Force Provider), een brigadetaakgroep voor beperkte duur of gelijktijdig twee bataljonstaakgroepen voor langere duur aan de Commandant der Strijdkrachten aanbieden voor inzet. Hierbij is te allen tijde air assault, gemechaniseerde en gemotoriseerde (lichte) capaciteit gereed en beschikbaar.

In IHBVN staat: "De krijgsmacht is vanaf 2014 inzetbaar voor: [...] Op land: Eenmalig een samengestelde taakgroep van brigadeomvang of langdurig een samengestelde taakgroep van bataljonsomvang. Naast de langdurige inzet van een bataljonstaakgroep kunnen gedurende kortere tijd een tweede bataljonstaakgroep en langere tijd kleinere bijdragen worden ingezet (inclusief de presentie in het Caribische gebied)."

Terug naar Boven

 

BRIGADEVERKENNINGSESKADRON

Afgekort: BVE.

Na de Herschikking Gevechtskracht (1999) zijn de gevechtseskadrons van 103 Verkenningsbataljon (103 Verkbat) verdeeld over de drie brigades:

Eenheid

Oud

Nieuw

41 BVE

C-Eskadron 103 Verkenningsbataljon

41 Gemechaniseerde Brigade (Seedorf)

42 BVE

A-Eskadron 103 Verkenningsbataljon

13 Lichte Brigade (Oirschot)
voorheen: 13 Gemechaniseerde Brigade

43 BVE

B-Eskadron 103 Verkenningsbataljon

43 Gemechaniseerde Brigade (Havelte)

Sinds 2005/'06 is 41 BVE uit de Legerplaats Seedorf opgeheven. Naast twee BVE's heeft de Koninklijke Landmacht, als uitvloeisel van de Herstructurering Koninklijke Landmacht, nu nóg twee verkenningseenheden: 103 en 104 Grondgebonden Verkenningseskadron (GGVE). Beiden GGVE's werden ingedeeld bij het ISTAR-bataljon (nu: JISTARC).

Een BVE bestaat uit een logistiek peloton, drie verkenningspelotons 25 mm à 21 personen en een MRAT-peloton - voorheen tirailleurpeloton (B-, E-, R- en A-groep, in totaal 38 personen).

De bewapening bestaat uit vier 25 mm snelvuurkanonnen Oerlikon, zes mitrailleurs MAG, twee geweren lange afstand Accuracy International.338 en vier antitankwapens Medium Range Anti-Tank Gill.

De verkenningseenheden van de brigades zijn bereden verkenners die in reguliere operaties als ogen en oren voor de brigadecommandant het voorterrein permament onder waarneming houden en hierover informatie verzamelen. De gegevens die de BVE verzamelt over terrein, vijand en weer gebruikt de brigadecommandant om beslissingen te nemen over de inzet van de brigade.

De BVE'ers verkennen diep in vijandelijk gebied in een strook op zo'n 50 à 80 km vóór de brigade.

Organiek treedt de BVE paarsgewijs met twee voertuigen op. Vanwege de grote afstanden zijn ze uitgerust met High Frequency-radio's. Indien nodig treden ze uitgestegen op met de Fennek LVB als patrouillebasis en de antitankwapens Gill afgebouwd.

Een verkenningseenheid met de Fennek LVB is in staat om zelfstandig en onafhankelijk gedurende vijf dagen achtereen op te treden. De eenheid beschikt over bewakings-, verkennings- en waarnemingscapaciteit, niet over gevechtskracht anders dan die welke nodig is voor het veiligstellen van de eigen opdracht. Normaal gesproken voert het eskadron zelf niet het gevecht.

In Uruzgan is de BVE deels of in zijn geheel ingezet als infanterie of verkenningspeloton voor de Battle Group.

Zie ook: 103 Verkenningsbataljon, grondgebonden verkenningseenheid, Fennek LVB, ISTAR, JISTARC en verkenning.

 

Terug naar Boven

 

BROCHUREREEKS S.M.G.

Aan de Brochurereeks van de SMG hebben nagenoeg alle (krijgs)historici van de SMG meegeschreven, zoals Herman Amersfoort, Willem Bevaart, Martin Elands, Joep P.C.M. van Hoof, Christ Klep, Wim Klinkert, Ben Schoenmaker en Herman Roozenbeek.

De Sectie Militaire Geschiedenis van de Koninklijke Landmacht is later opgegaan in het Nederlands Instituut voor Militaire Historie (NIMH).

De brochurereeks van de Sectie Militaire Geschiedenis van de Koninklijke Landmacht liep van 1986 tot 1999.

De reeks telt twintig delen, onder andere over de trouwe dienst-medailles voor (onder)officieren, afgestoten kazernes, regimenten en garnizoenssteden.

Animatie van de delen 3, 6, 8, 9, 12, 14, 15, 16 en 18 van de Brochurereeks van de Sectie Militaire Geschiedenis Koninklijke Landmacht.

   

1

 

De trouwe-dienstmedaille voor militairen beneden de rang van officier, ingesteld in 1825

2

 

Curatorium KMA 1961-1986: een kwart eeuw toezicht op de opleiding tot beroepsofficier KL en KLu aan de Koninklijke Militaire Academie te Breda

3

 

De Prinses Julianakazerne

4

 

Drukken voor Defensie: IUB en CDP 1948-1988

5

 

Voor langdurige eervolle dienst: het ontstaan en de geschiedenis van het officierskruis

6

 

Utrecht als militaire stad

7

 

H. J. Mulder en de strijd bij Mill: een episode uit de Nederlandse artilleriegeschiedenis

8

 

Willem Lodewijk van Nassau: noorderling en Nederlander

9

 

Tilburg als militaire stad

10

 

’s-Hertogenbosch en Vught: een militair verleden

11

 

Nederlandse militairen in Angola: de VN-vredesmissie UNAVEM II, 1991-1993

12

 

Van trompetters en tamboers: vier eeuwen militaire muziek in Nederland

13

 

Harderwijk als militaire stad en de geschiedenis van 4 Divisie

14

 

Alleen leverbaar in legergroen: 50 jaar materieelvoorziening in de KL 1944-1994

15

 

Breda als militaire stad

16

 

Bergen op Zoom als militaire stad

17

 

Steenwijk als militaire stad

18

 

Kort maar krachtig: een geschiedenis van het OCOSD en het OCO, 1974-1996

19

 

Grave als militaire stad

20

 

Het Regiment Infanterie Johan Willem Friso

Zie ook: Nederlands Instituut voor Militaire Historie (externe link).

Terug naar Boven

 

BRONBEEK

Het Koninklijk Tehuis voor Oud-Militairen en Museum (KTOMM) Bronbeek, gelegen aan de Velperweg in Arnhem, is opgericht door Koning Willem III en heeft een totale oppervlakte van 8,1 hectare.

Op 13 juni 1859 schreef de directeur van het kabinet van Koning Willem III, mr. Frits baron de Kock aan de minister van Koloniën: "Zijne Majesteit de Koning wenschende een bewijs van hooge belangstelling te geven aan het Leger in de Overzeesche bezittingen, heeft mij gelast Uwe Excellentie te schrijven, dat Zijne Majesteit het landgoed Bronbeek ten geschenke aanbiedt tot de oprigting van het Invalieden Huis."

De Koning besloot dit in samenspraak met de ministers van Oorlog en Koloniën, A.E.O. de Casembroot en J.J. Rochussen, onder voorwaarde dat "[...] aan het voorgeschreven onroerend goed nimmer eenige andere bestemming zal mogen worden gegeven, dan waartoe het geschonken is."

In de jaren 1860-'62 is het invalidenhuis onder leiding van de Rijksbouwmeester, architect Willem Nicolaas Rose, tevens drager van de Militaire Willems-Orde 4e klasse, gebouwd. Rose zorgde ervoor dat het gebouw niet te hoog was en positioneerde het achter de voormalige Koninklijke villa. Met de zichtbaarheid van de villa kwam tot uiting dat Bronbeek een geschenk van de Koning was.

Het invalidenhuis doorstond de vergelijking met het Hôtels des Invalides in Parijs, dat als onderkomen diende voor hulpbehoevende oud-militairen.

Op 19 februari 1863 opende het tehuis haar deuren om vanaf dan aan 200 bewoners onderdak te bieden. In eerste instantie kwamen alleen de al dan niet invalide, gepensioneerde koloniale oud-militairen van het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger (KNIL) voor toelating in aanmerking.

Sinds 1970 staat het tehuis open voor zowel mannelijke als vrouwelijke oud-militairen van alle krijgsmachtdelen, mits wordt voldaan aan de voorwaarden:

► 65 jaar of ouder

► bij voorkeur veteraan

► met minimaal 15 pensioenjaren

► onder de rang van officier

In 2007 liet de minister van Defensie de eis vallen van minimaal 15 pensioenjaren als militair voor oud-dienstplichtigen en Kort Verband Vrijwilligers uit de periode 1940-1962.

In het begin heerste op Bronbeek een streng, gedisciplineerd regime: om 06.00 uur reveille; de oud-militair droeg zijn uniform, verrichtte vier uur per dag corvee en liep wacht; dagelijks appèl; om 22.00 uur ging het gebouw dicht en het licht uit.

Door de jaren versoepelde dit regime en verdween de hiërarchische verhoudingen tussen de onderofficieren en overige militairen.

Bronbeek, waar toen nog 180 oud-militairen woonden, doorstond zonder schade WO II.

Vanaf 1 september 1959 valt het Militair Invalidenhuis voortaan onder het ministerie van Defensie - nadat het ministerie van Zaken Overzee (voorheen: ministerie van Koloniën) is opgeheven - en verdwijnt het woord 'Koloniaal' uit de naam.

Sinds 1970 heet het invalidenhuis Koninklijk Tehuis voor Oud-Militairen Bronbeek.

1975 komt de Algemene Rekenkamer met de overweging Bronbeek te sluiten; in 1979 probeert de staatssecretaris van Defensie, Cees van Lent (KVP), dit uit te voeren, geheel in tegenspraak met de door Koning Willem III gestelde voorwaarde. Dankzij een lobby van bewoners van Bronbeek steekt de Tweede Kamer er een stokje voor.

Sinds 1985 is het gebouw een Rijksmonument.

In 2013 bestaat het tehuis 150 jaar.

Een groepsportret van tien 90-plussers. Sinds 29 mei 2011 zijn tien bewoners van Bronbeek 90 jaar of ouder - 20% van de populatie van het tehuis. Het tiental heeft gediend bij verschillende krijgsmachtdelen en vocht onder andere in de Tweede Wereldoorlog, Nederlands-Indië of Korea.

© foto: Niek B. Ravensbergen.

Tegenwoordig biedt het tehuis verantwoorde ouderenzorg aan veteranen. Sinds de renovatie in 1998 kunnen in het tehuis vijftig inwonende veteranen worden gehuisvest.

Alle woonunits zijn voorzien van een zit- en slaapkamer en een halletje met een eigen douche- en toiletruimte.

Het KTOMM herbergt ook een museum. Dit is voortgekomen uit vele (particuliere) schenkingen. Daarnaast verzamelt, conserveert en exposeert het museum het erfgoed van het KNIL, waar in het museum de nadruk op ligt. De collectie telt ± 55.000 voorwerpen en 10.000 boeken en foto's. Het museum trekt jaarlijks zo'n 30.000 bezoekers.

Sinds 1992 telt Bronbeek ook het congres- en reüniecentrum Kumpulan (Indisch voor "bijeenkomst"). Dit gebouw herbergt een restaurant, ruimte voor exposities en vergaderingen, en Toko Kecil (Indisch voor "kleine winkel") met boeken en souvenirs. De Kumpulan wordt door veteranenverenigingen regelmatig gebruikt voor het houden van reünies. Bronbeek als geheel is inmiddels verworden tot een ontmoetingspunt voor veteranen, bewoners, actief dienende militairen en de Nederlandse bevolking.

In beginsel vinden alle ceremoniële activiteiten, zoals commando-overdrachten en beëdigingen, van 12 Infanteriebataljon Luchtmobiel Regiment Van Heutsz op het landgoed Bronbeek plaats. Dit bataljon zet de traditie voort van het KNIL, het Regiment Van Heutsz en de Korea-eenheden van het Nederlands Detachement Verenigde Naties (NDVN).

In 1998 verscheen 'Bronbeek. Tempo doeloe der liefdadigheid' van Willem Bevaart en het Nederlands Instituut voor Militaire Historie (ISBN 9789053452875).

In 2013, bij het 150-jarig bestaan van Bronbeek, verscheen '150 jaar Koninklijk Bronbeek' van Laurens van Aggelen (ISBN 9789079763054).

Zie ook:

Terug naar Boven

 

BRONZEN KRUIS

Koninklijke dapperheidonderscheiding. Op twee na (Militaire Willemsorde en Bronzen Leeuw) de hoogste militaire onderscheiding van Nederland.

De onderscheiding is ingesteld bij Koninklijk Besluit van 11 juni 1940 (Staatsblad nummer A 22) tijdens de Tweede Wereldoorlog door de regering in ballingschap in Londen (Hare Majesteit Koningin Wilhelmina) voor onderscheidend "moedig of beleidvol optreden tegenover de vijand".

De onderscheiding kan alleen aan het front of op een of andere wijze "oog in oog met de vijand" worden verdiend.

Het instellen van de nieuwe dapperheidonderscheiding was erin gelegen dat de Militaire Willems-Orde op grond van het strikte reglement van 1850 niet vaak meer kon worden uitgereikt.

Het Bronzen Kruis werd in 1940 ingesteld in twee gradaties: met of zonder eervolle vermelding. In 1944 kwam de Bronzen Leeuw in de plaats voor het Bronzen Kruis met eervolle vermelding.

Alle tot dan toe uitgereikte Bronzen Kruizen met eervolle vermelding werden vervangen door de Bronzen Leeuw.

De onderscheiding bestaat uit een vierarmig bronzen kruis pathé: een kruis waarvan de armen steeds breder worden. Dit is een veelgebruikte vorm voor onderscheidingen, die in Nederland onder andere is terug te vinden bij het Lombok Kruis en het Metalen Kruis (Hasselt Kruis).

Bronzen Kruis.

Het kruis is bevestigd op een oranje zijden lint ter breedte van 37 mm, in het midden voorzien van een 6 mm brede verticale streep van “Nassausch blauw”. De voorkant van het kruis vertoont in het midden een opgelegde, gekroonde ‘W’ (monogram naar Wilhelmina), die is omringd door twee halfcirkelvormige lauwertakken.

De achterkant van het kruis is glad en vertoont in reliëf in het midden het jaartal 1940 (jaar van instelling), omringd door opnieuw twee halfcirkelvormige lauwertakken. Op de bovenste arm en vervolgens de rechter-, onderste en linkerarm van het kruis zijn in reliëf de woorden “Trouw aan Koningin en Vaderland” aangebracht. Bij het Bronzen Kruis hoort een oorkonde.

Voordrachten voor het toekennen van een Bronzen Kruis kunnen worden gericht aan de Commissie Dapperheidonderscheidingen van het Ministerie van Defensie.

Sinds de invoering hebben ruim 3.500 mensen het Bronzen Kruis ontvangen. Voor acties op de Grebbeberg in de meidagen van 1940 werden 134 Bronzen Kruizen toegekend; naar aanleiding van de acties in Nederlands-Indië 365.

Het Bronzen Kruis leek voor het laatst te zijn uitgereikt bij Koninklijk Besluit van 3 april 1963 aan de inspecteur van politie der tweede klasse J. Dekker voor zijn “veelvuldig beleidvol optreden bij de opsporing en bestrijding van vijandelijke parachutisten" in Nederlands Nieuw-Guinea, totdat op 22 januari 2002 korporaal der mariniers Dirk Vonk de onderscheiding kreeg. Vonk had zich in mei 1993 tijdens de missie UNTAC in Cambodja onderscheiden door enkele gewonde kameraden en zichzelf in veiligheid te brengen nadat zij in een hinderlaag waren gelopen.

Op 7 oktober 2009 werd de onderscheiding nogmaals toegekend, nu aan drie militairen voor hun optreden in Uruzgan (Afghanistan): eerste luitenant Alex Spanhak, kapitein Arthur en sergeant-majoor Maurice (de laatste twee om veiligheidsredenen alleen genoemd met hun voornaam vanwege hun operationele status bij het Korps Commandotroepen). Zo formeerde luitenant Spanhak op eigen initiatief een QRF en trok erop uit om onder zwaar vuur van de Taliban de gesneuvelde soldaat der eerste klasse Tim Hoogland uit de vuurlinie te ontzetten.

Voor uitgebreide achtergrondinformatie: ‘Bronzen Leeuw/Bronzen Kruis. Militaire dapperheidsonderscheidingen’ – Henny Meijer (De Bataafsche Leeuw, 1990).

Terug naar Boven

 

BRONZEN LEEUW

Nederlandse Koninklijke dapperheidonderscheiding. Na de Militaire Willemsorde de hoogste militaire onderscheiding.

Ingesteld bij Koninklijk besluit van 30 maart 1944 (Staatsblad nummer E 21) door Hare Majesteit Koningin Wilhelmina en naderhand aangevuld bij Koninklijk besluit van 9 november 1944 (Staatsblad nummer E 147).

De Bronzen Leeuw is bedoeld voor militairen die voor de Nederlandse staat strijd hebben geleverd en daarbij “bijzondere daden van moed en beleid aan de dag hebben gelegd in de strijd tegenover de vijand, welke nog niet voor een beloning met een onderscheiding in de Militaire Willemsorde in aanmerking komen”.

In 1944 kwam de Bronzen Leeuw in de plaats voor het Bronzen Kruis met eervolle vermelding, het Vliegerkruis met eervolle vermelding en de tot dan toe verleende gesp op het Kruis van Verdienste.

Voorstellen voor de Bronzen Leeuw kunnen worden gericht aan de Commissie Dapperheidonderscheidingen van het Ministerie van Defensie, waarna de onderscheiding wordt toegekend via een Koninklijk Besluit.

Sinds 1944 hebben ruim 1.200 mensen de Bronzen Leeuw ontvangen.

Zo ontving in 1946 generaal-majoor Roy Urquhart, commandant van de 1st British Airborne Division die deelnam aan operatie Market Garden, de Bronzen Leeuw.

Andere decorandi zijn:

Bronzen Leeuw.

2e en 3e Régiment Chasseurs Parachutists

Operatie Amherst; tradities van beide regimenten voortgezet door het 1er Régiment de Parachutistes d'Infanterie de Marine (Régiment Forces Spéciales).

Ben Ubbink

verzetsman en Engelandvaarder.

Bob Celosse

eerste geheim agent na Englandspiel die in Nederland werd gedropt (31-3-1944); verzetsman Groep CS-6; verraden aan SD door Christiaan Lindemans (King Kong).

Bram van der Stok

meest succesvolle Nederlandse gevechtspiloot uit de Tweede Wereldoorlog.

Carel Steensma

jachtvlieger; Engelandvaarder; gevangene in Dachau.

Cor van Stam

verzetsman in de Haarlemmermeer.

Dignus Kragt

Engels geheim agent (MI9); op 22-6-1943 gedropt bij Epe; werkte vanuit Kootwijkerbroek aan ontsnappingsroute voor ondergedoken geallieerden via de Biesbosch.

generaal-majoor P.P. van Elsen

mei 1940; later commandant Korps Mobiele Colonnes.

generaal-majoor Stanislaw Sosabowski

1ste Zelfstandige Poolse Parachutistenbrigade, operatie Market Garden.

Gerben Sonderman

jachtvlieger; schoot in mei 1940 vanaf vliegveld Waalhaven drie Duitse toestellen neer; verzetsman; later adjudant Prins Bernhard.

Henriëtte (Jet) Roosenburg

koerierster van geheime rapporten uit België, Frankrijk en Zwitserland; als eerste vrouw geridderd met Bronzen Leeuw.

Jan Brasser

verzetsleider Zaanstreek.

Jan de Rooy

verzetsman Groep André.

Jos van Wijlen

verzetsman, leider Groep André; verzorgde onderduikadressen voor joden, neergeschoten piloten en studenten, pleegde overvallen op distributiekantoren, blies spoorwegknooppunten op en arresteerde NSB’ers.

kapitein der infanterie W.D.H. Eekhout

Paratroepen KNIL; tweede bataljonscommandant Nederlands Detachement Verenigde Naties in Korea.

kapitein-luitenant ter zee Albertus Samuel Pinke

commandant Hr. Ms. Van Galen; strijd in Rotterdam in mei 1940; later vice-admiraal.

kapitein-luitenant ter zee Jacques Houtsmuller

commandant torpedobootjager Hr. Ms. Isaac Sweers.

luitenant-kolonel G.H. Christan

derde bataljonscommandant Nederlands Detachement Verenigde Naties in Korea; later commandant 4de Divisie.

majoor der infanterie J.H.A. Jacometti

commandant II-8 RI; leidde 12-5-1940 persoonlijk de tegenaanval tegen de Duitsers bij Rhenen op Grebbeberg, waarbij hij sneuvelde.

Peter Tazelaar

Engelandvaarder, later adjudant van Koningin Wilhelmina.

Reinder Zwolsman

verzetsleider; agent Bureau Bijzondere Opdrachten in Londen.

reserve-eerste-luitenant-vlieger Hans Plesman

diverse luchtacties op Schiphol, vloog in mei 1940 tien missies in een Fokker D.21.

reserve-kapitein N.J. de Koning

No. 2 Dutch Troop; oktober 1944 als geheim agent geparachuteerd nabij Veenhuizen; later commandant Korps Commandotroepen.

reserve-ritmeester mr. A.L.F.J. de Vries

commandant 8ste Eskadron Pantserwagens, 1ste Regiment Huzaren; sneuvelde op 12-5-1940 in Achterveld bij een stormaanval.

ritmeester der cavalerie Marien de Jonge

commandant van het 4de Eskadron Pantserwagens tijdens Politionele Acties.

sergeant der eerste klasse Cees Geelhoed

pelotonscommandant op Nieuw-Guinea; maakte in juni 1962 met zijn peloton een groep van twaalf vijandelijke parachutisten onschadelijk.

sergeant-vlieger Jan Verboog

vlieger KNIL; eerste vlieger die de landingen op Java van de Japanners waarnam.

De Bronzen Leeuw is een vierarmig bronzen kruis met een medaillon in het midden. Aan de voorkant is een reliëf afgebeeld van de gekroonde Nederlandse Leeuw met zwaard en pijlenbundel uit het Rijkswapen; de achterkant van het bronzen kruis is vlak. Het 37 mm brede lint bestaat uit negen gelijke verticale banen, afwisselend oranje en Nassaus blauw, waarbij de banen aan de randen van het lint Nassaus blauw zijn.

Op 7 oktober 2009 zijn twee Bronzen Leeuwen toegekend aan Nederlandse militairen voor hun acties in Afghanistan: kapitein Gijs (alleen genoemd met zijn voornaam omdat deze vanwege zijn bijzondere taak bij het Korps Comandotroepen niet herkenbaar in de media mag verschijnen) en kapitein Björn Peterse (postuum).

Peterse kwam op 9 maart 2007 door een noodlottig ongeval tijdens een parachutesprong in Arizona (VS) om het leven; hij kwam in botsing met de Canadese parachutist Edward Petersen, die eveneens het leven liet. Als ploegcommandant van een Special Forces-detachement in Afghanistan heeft hij"Door zijn doortastende, moedige en beleidvolle optreden tijdens meerdere acties, en dat onder intens vijandelijk vuur, levens gered van eigen, coalitie- en Afghaanse troepen." Zijn eenheid raakte verwikkeld in een zwaar gevecht met een numeriek sterkere vijand, maar Peterse wist het initiatief te verkrijgen en het gevecht in zijn voordeel te beslechten.

Voor uitgebreide achtergrondinformatie: 'Bronzen Leeuw/Bronzen Kruis. Militaire dapperheidsonderscheidingen', Henny Meijer (De Bataafsche Leeuw, 1990).

Terug naar Boven

 

BRONZEN SCHILD

Hoogste groepswaardering die een eenheid van de Koninklijke Landmacht kan ontvangen. De onderscheiding wordt alleen bij hoge uitzondering toegekend.

De toekenning van het Bronzen Schild vindt plaats wanneer een eenheid zich heeft onderscheiden door buitengewone toewijding of bijzonder loffelijk optreden tijdens het uitvoeren van haar opdracht. Toekenning geschiedt met een Dagorder van de Commandant Landstrijdkrachten (C-LAS) met de motivering voor de groepswaardering. C-LAS – voorheen: de Bevelhebber der Landstrijdkrachten – reikt de groepsonderscheiding uit.

In bijlage van de Dagorder bevindt zich een overzicht van de militairen van de eenheid in kwestie die gerechtigd zijn tot het dragen van de bijbehorende individuele draagspeld. De militairen van de eenheid ontvangen tevens een op naam gestelde oorkonde met motivering. C-LAS kan ook besluiten de individuele draagspeld niet uit te reiken.

De Commandant Landstrijdkrachten kan besluiten om naast de uitreiking van het Bronzen Schild aan alle leden van de eenheid de bijbehorende individuele draagspeld en een op naam gestelde oorkonde met de motivering voor de toekenning uit te reiken.

Het Bronzen Schild is een in weerbestendig brons uitgevoerde plaquette van ongeveer 45 bij 60 cm, die bestaat uit een rechthoekige plaat, gevat in een eenvoudige, strakke lijst. Op de bovenkant is een ornament aangebracht: het hoofdmotief is de liggende leeuw op een voetstuk met daaronder een lauwerkrans. Datzelfde ornament is de top van de vaandelstok.

Op het schild worden de naam of aanduiding van de gewaardeerde eenheid of groep, de omschrijving van de waarderingsreden en de handtekening van de Commandant Landstrijdkrachten aangebracht.

Het Bronzen Schild dat in 2009 is toegekend aan 108 Commandotroepencompagnie.

Het Bronzen Schild is tot op heden slechts aan tien eenheden uitgereikt:

DATUM

DECORANDI EN MOTIVERING

 

24 juni 2015

101 Geniebataljon

"Voor buitengewone toewijding en bijzonder loffelijk optreden tijdens nationale en internationale inzet in de jaren 2000-2015."

 

26 februari 2015

Defensie Grondgebonden Luchtverdedigings Commando (DGLC)

"Voor buitengewone toewijding en bijzonder loffelijk optreden tijdens het verblijf in Turkije in de jaren 2013-2015."

Met 1 (NLD) BMDTF (Ballistic Missile Defence Task Force) beschermde DGLC van 2013 tot 2015 de bevolking en het grondgebied van Turkije tegen mogelijke raketaanvallen vanuit Syrië met twee Patriot-luchtverdedigingssystemen. De Patriots ondersteunden geen no-fly zone en verrichtten geen aanvallende taken, maar hadden een zuiver defensieve taak.

 

21 december 2012

6 Infanteriebataljon Regiment Infanterie Oranje Gelderland

"Voor buitengewone toewijding en bijzonder loffelijk optreden tijdens het verblijf in Nederlands Nieuw-Guinea in het jaar 1962."

6 Infanteriebataljon (6 IB) diende van 1960 tot en met 1962 in Nieuw-Guinea en werd direct na de terugkeer opgeheven. Op 26 november 1962, toen de toenmalige Bevelhebber der Landstrijdkrachten het Bronzen Schild toekende aan vier organieke landmachteenheden die in Nieuw-Guinea hadden gediend, ontbrak de eenheid daarom op het appèl.

Het Bronzen Schild heeft een plaats gekregen op de bataljonsappèlplaats op de Generaal Spoorkazerne in Ermelo, tot 2014 de thuisbasis van 45 Pantserinfanteriebataljon Regiment Infanterie Oranje Gelderland.

 

17 oktober 2011

Oorlogsgravenstichting (OGS)

"Voor buitengewone toewijding en bijzonder loffelijk optreden in de zorg voor het Nederlandse oorlogsgraf, 1946-2011."

De OGS (externe link) neemt de zorg op zich voor de Nederlandse oorlogsgraven overal ter wereld.

 

15 december 2009

108 Commandotroepencompagnie (108 Cotrcie) Korps Commandotroepen

"Voor buitengewone toewijding en bijzonder loffelijk optreden tijdens het verblijf in Uruzgan, Afghanistan in het jaar 2006."

108 Cotrcie trad op als 'voorwaarts-onderdeel' van de Nederlandse Deployment Task Force (DTF) van de Nederlandse bijdrage aan de International Security Assistance Force (ISAF).

Het Bronzen Schild heeft een plaats gekregen bij de vijver op de korpsappèlplaats op de Engelbrecht van Nassaukazerne in Roosendaal.

 

21 oktober 1983

44 Pantserinfanteriebataljon Regiment Johan Willem Friso

"Van 20 maart 1979 tot 20 oktober 1983, deel uitmakend van UNIFIL, onder zeer moeilijke en gevaarlijke omstandigheden, op voortreffelijke wijze een bijdrage geleverd aan de handhaving van vrede en veiligheid in Libanon."

De UNIFIL-veteranen in kwestie kregen niet de bijbehorende draagspeld. De toenmalige Bevelhebber der Landstrijdkrachten koos ervoor alleen de eenheid het blijk van waardering te geven. Bij de uitreiking zette luitenant-generaal Han Roos uiteen dat de militairen al een tastbare waardering hadden gekregen in vorm van de medaille voorzien van de gesp 'Libanon'.

 

29 oktober 1981

Sectie Explosieven Opruiming/Explosieven Opruimings Dienst (EOD)

"Vanwege meer dan 25 jaar op voortreffelijke wijze de taak vervuld ten behoeve van de krijgsmacht en de gehele Nederlandse samenleving."

 

26 november 1962

41 Infanteriebataljon Regiment Stoottroepen *

"Vrijwel onmiddellijk na aankomst in Nederlands Nieuw-Guinea ingezet in Kaimana en Fak-Fak. Noodgedwongen zonder eerst een redelijke tijd van voorbereiding te hebben gekregen voor Europees-opgeleide troepen vreemde legering in een bosbivak op zeer goede wijze georganiseerd, de zich op velerlei gebied voordoende problemen met enthousiasme en doorzettingsvermogen opgelost en bij verscheidene gelegenheden succesvol opgetreden tegen geïnfiltreerde Indonesische parachutisten."

In 1994 is 41 Infanteriebataljon Regiment Stoottroepen opgegaan in 13 Infanteriebataljon Regiment Stoottroepen van 11 Luchtmobiele Brigade.

 

26 november 1962

928 Afdeling Lichte Luchtdoelartillerie *

"Vrijwel onmiddellijk na aankomst in Nederlands Nieuw-Guinea ingezet in Biak en gedeeltelijk in Hollandia. Op doortastende wijze in zeer korte tijd haar taak in het luchtverdedigingssysteem opgenomen, waarbij de troepen in stelling bij de stukken werden gelegerd. De geboden waakzaamheid ten gevolge van de voortdurende spanning op zeer goede wijze gehandhaafd en daarbij blijk gegeven van een hoog moreel."

 

26 november 1962

940 Afdeling Lichte Luchtdoelartillerie *

“Vrijwel onmiddellijk na aankomst in Nederlands Nieuw-Guinea ingezet in Sorong. Op doortastende wijze in korte tijd de luchtverdediging aldaar georganiseerd, waarbij de troepen in stelling bij de stukken werden gelegerd. De geboden waakzaamheid ten gevolge van de voortdurende spanning op zeer goede wijze gehandhaafd en daarbij blijk gegeven van een hoog moreel."

 

26 november 1962

17 Infanteriebataljon Regiment Infanterie Chassé *

"Vrijwel onmiddellijk na aankomst in Nederlands Nieuw-Guinea ingezet in Hollandia en Biak. De aan de zeer verspreide dislocatie verbonden moeilijkheden op zeer goede wijze opgevangen en de grondverdediging in voornoemde gebieden georganiseerd. Niettegenstaande de vele geestdodende wachtdiensten bleef het moreel onaangetast en gaf het bataljon blijk van een voortdurende paraatheid om ook agressief op te treden."

 

* 17 en 41 Infanteriebataljon en 928 en 940 Afdeling Lichte Luchtdoelartillerie werden in 1962 ter versterking van de Koninklijke Landmacht uitgezonden naar Nederlands Nieuw-Guinea. Naar aanleiding van een reeks infiltratiepogingen van de zijde van de Indonesirs en het afbreken van de al begonnen onderhandelingen, besloot de Nederlandse regering op 27 maart 1962 extra troepen uit te zenden onder de naam 'Operatie Zaltbommel'.

Op 26 februari 2015 reikte de Commandant Landstrijdkrachten, luitenant-generaal Mart de Kruif, het Bronzen Schild uit aan het Defensie Grondgebonden Luchtverdedigings Commando: "Voor buitengewone toewijding en bijzonder loffelijk optreden tijdens het verblijf in Turkije in de jaren 2013-2015."

© foto: BaSe Art and Photography (externe link).

Zie ook: NIeuw-Guinea en vaandel.

Terug naar Boven

 

BRONZEN SOLDAAT

In 1961 bij beschikking van de Minister van Defensie ingestelde onderscheiding in de vorm van een uit brons gegoten beeldje van een Nederlandse soldaat. De soldaat beeldt een militair uit die te velde de wacht heeft betrokken en die, gealarmeerd door een gerucht of waargenomen beweging, uiterst waakzaam is en op elke gebeurtenis voorbereid, wetende dat van zijn waakzaamheid en optreden de veiligheid van velen afhankelijk is.

De Bronzen Soldaat, de hoogste onderscheiding die door de Bevelhebber der Landstrijdkrachten – tegenwoordig: Commandant der Landstrijdkrachten – kan worden verleend, wordt toegekend aan personen die "bijzondere militaire verrichtingen hebben vertoond en zich al meerdere malen hebben onderscheiden". De Bronzen Soldaat is dus geen Koninklijke onderscheiding, maar een individuele waardering.

De onderscheidene is gerechtigd tot het dragen van een waarderingsonderscheidingsteken in de vorm van een goud-ponceaurood erekoord over de linkerschouder. Er is geen baton of medaille aan de onderscheiding verbonden.

Sinds de instelling zijn er enkele tientallen exemplaren uitgereikt, onder andere aan:

Z.K.H. Prins Bernhard (1965)

luitenant-generaal Maarten Schouten (2001)

luitenant-generaal Marcel Urlings (2005)

luitenant-generaal Peter van Uhm (2008)

brigadegeneraal Otto van Wiggen (2012)

Zie ook: rood koord en tevredenheidsbetuiging.

Bronzen Soldaat.

Terug naar Boven

 

BROWN BESS

Bijnaam voor de Britse Land Pattern Musket, een enkelschots voorlader met een gladde loop en een vuursteenslot (flintlock) waarvan diverse varianten zijn gemaakt.

Het geweer werd gebruikt tijdens de expansie van het British Empire in de 18e eeuw. Vanaf zijn ontwerp door State Arsenals in 1722 tot ± 1850 is de Brown Bess in gebruik geweest in de British Army. Uit die tijd dateert ook de uitdrukking "To hug Brown Bess": dienst nemen als vrijwilliger (in het leger).

Bij haar oprichting in 1814 werd het leger van het Koninkrijk der Nederlanden eveneens uitgerust met de Brown Bess. Nederland heeft dit wapen tot 1821 gebruikt, waarna het het standaardwapen van de infanterist werd vervangen door het infanteriegeweer M 1815.

Specificaties:

effectief bereik

50 à 90 meter

gewicht (loden) kogel

32 gram

gewicht wapen

4,8 kg

kaliber

.75 (19 mm)

lengte

1 meter 49

lengte loop

1 meter 10

vuursnelheid

enkele schoten per minuut (afhankelijk van de gebruiker)

Voordeel van de Brown Bess was dat het laden snel ging door de relatief kleine kogel, waardoor de vuursnelheid relatief hoog was; nadeel was dat de nauwkeurigheid minder was dan bij de Franse tegenhanger: model 1777 corrigé.

Weliswaar vochten de Nederlandse soldaten tijdens de veldslagen bij Quatre-Bras en Waterloo in 1815 met de Brown Bess, Koning Willem I was ontevreden over het wapen. Het geweer was indertijd ingevoerd vanwege de bestaande contacten met Groot-Brittannië en meteen leverbaar; de koning kende echter het kwalitatief betere Franse model 1777 corrigé.

De loden kogel, kaliber .75 (19 mm), van de Brown Bess.

De soldaten waren nauwelijks gewend aan de Brown Bess, toen bij Koninklijk Besluit van 23 augustus 1814 nr. 37 het Franse model 1777 corrigé werd aangenomen als nieuw Nederlands infanteriegeweer. In Nederland zou dit wapen M 1815 worden genoemd.

Bij Koninklijk Besluit van 30 april 1821 nr. 90 de Brown Bess definitief vervangen door het nieuwe Nederlandse infanteriegeweer model 1815. Ruim 62.000 Brown Bess-musketten werden vervangen bij de afdelingen infanterie en regimenten Zwitsers. Tijdens de Tiendaagse Veldtocht in 1831 werd dan ook de M 1815 gebruikt.

Terug naar Boven

 

BROWN OUT

Vergelijkbare omstandigheden als bij een white out, maar dan veroorzaakt door een stof- en/of zandstorm.

Voorbeeld van een brown out bij de landing van een Sikorsky HH-60 Pave Hawk op Bagram Airfield in Afghanistan.

Rondstuivend stof en/of zand maakt van bijvoorbeeld een (te) droge heli landing site (HLS) één grote bruine tint. Brown out heeft vaak plaats als de HLS niet (voldoende) voorbereid is: door de centrifugaalkracht van de ronddraaiende helikopterrotors wordt zo veel stof en/of zand van de grond getild dat de helikopter onvoldoende 'airlift' zal krijgen om in de lucht te komen cq. te blijven.

Als brown out zich voordoet zijn het maaiveld en de derde dimensie niet meer van elkaar te onderscheiden. Brown out wordt, evenals white out, getraind door bemanningen die uit transporthelikopters moeten in- en uitstijgen.

Brown out wordt, evenals white out, getraind door bemanningen die uit transporthelikopters moeten in- en uitstijgen.

Op 27 juli 2005 maakte een Nederlandse CH-47D Chinook, D-105 van 298 Squadron, in Spin Boldak in de Afghaanse provincie Kandahar een 'harde landing' als gevolg van brown out omstandigheden en de duisternis. De heli was een van de twee heli's die werden ingezet voor een nachtelijke, tactische vlucht in het kader van de herbevoorrading van een operatie van Special Forces aan de grens tussen Afghanistan en Pakistan.

De crew reageerde op meldingen van vijandelijke activiteiten en probeerde de zwaar beladen helikopter aan de grond te zetten. Als gevolg van de 'harde landing' brak brand uit, waardoor het toestel uiteindelijk verloren is gegaan en de flightrecorder onherstelbaar beschadigd raakte.

Zie ook: brown out, downwash, Foreign Object Damage (FOD) en huddle en white out.

Terug naar Boven

 

BRUGCLASSIFICATIE

Voorbeeld van een MLC-teken langs een Duitse weg. In dit voorbeeld mogen bijvoorbeeld twee wielvoertuigen tot een brugclassificatie van 30 elkaar op het bouwwerk passeren of bijvoorbeeld één rupsvoertuig met een brugclassificatie tot 70.

Duits: Militärische Lastenklasse. Engels: Military Load Class (MLC). Frans: classe MLC du véhicule.

Rangschikking van het draagvermogen in tonnage van zowel bruggen en gelijkaardige overgangen als van wiel- en rupsvoertuigen van NAVO-lidstaten, vastgesteld in STANAG 2010 ('Military Load Classification Markings') en STANAG 2021 ('Military Load Classification of Bridges, Ferries, Rafts and Vehicles').

De getallen van een brugclassificatie zijn coëfficiënten die worden berekend uit de massa van het voertuig en zijn specifieke bodemdruk. De brugclassificatie van het voertuig geeft dus niet het maximale totaalgewicht van het voertuig aan, maar de militaire belasting volgens de MLC.

De brugclassificatie bij bruggen en gelijkaardige overgangen, zoals die te vinden zijn langs Autobahnen en Bundesstrassen in de Bondsrepubliek Duitsland, geeft aan dat voertuigen met een bepaalde maximale brugclassificatie het bouwwerk mogen passeren.

De borden zijn rond, geel van kleur en hebben een zwarte beschrijving.

Op het bord staat een vrachtwagensymbool en/of tanksymbool, plus een aanwijzingen van enkele en/of tegenovergestelde richting (pijl). De pijlen wijzen op de maximale MLC indien een voertuig op een dergelijke plaats wil passeren.

De maximale MLC geeft de brugclassificatie aan waarmee de plaats veilig kan worden gepasseerd zonder schade aan te richten aan het bouwwerk.

Een enkele pijl geeft aan met welk tonnage aan maximaal MLC in enkele richting kan worden gepasseerd; twee pijlen in tegenovergestelde richting geven aan met welk tonnage aan maximaal MLC twee voertuigen elkaar op het bouwwerk kunnen passeren.

Brug of vlot voor éénrichtingsverkeer maximaal klasse 30.

Brug of vlot voor éénrichtingsverkeer, wielvoertuigen maximaal klasse 90, rupsvoertuigen maximaal klasse 70.

Tweerichtingsverkeer maximaal klasse 50, éénrichtingsverkeer maximaal klasse 70.

   

NEDERLANDS

ENGELS

DUITS

wielvoertuigen

wheeled vehicles

Radfahrzeugen

rupsvoertuigen

tracked vehicles

Kettenfahrzeugen

Brugclassificaties van Nederlandse militaire voertuigen zijn onder andere:

Terug naar Boven

 

BRUGGENHOOFD

Duits: Brückenkopf. Engels: bridgehead. Frans: tête du pont. Letterlijk: voorgelegen stelling ter verdediging of dekking van de toegang tot een brug. In ruimere zin: een strategisch belangrijk, verdedigd gebied dat zich uitstrekt in vijandelijk gebied dan wel in door de vijand bedreigd gebied, met name aan de vijandzijde van een hindernis – bijvoorbeeld wateroppervlakten (rivieroever, kustlijn e.d.) – om van daaruit een aanvalsdoel te kunnen aangrijpen.

De positie wordt vermeesterd om een doorbraak, landing, overgang of oversteek te realiseren van eigen naar vijandelijk gebied. Bij het vermeesteren is luchtoverwicht onmisbaar.

Doorslaggevend is de rol die de Ludendorff-spoorbrug bij Remagen in de Tweede Wereldoorlog heeft gespeeld. Tot hun verbazing kregen Amerikaanse troepen onder leiding van luitenant Karl H. Timmermann (A Coy, 27th Armoured Infantry Battalion) op 7 maart 1945 om 16.00 uur de 325 meter lange brug intact maar ondermijnd in handen.

De Duitsers hadden nota bene een dag eerder 2 pogingen gedaan om de brug op te blazen met behulp van 300 kg springstof. Maar zelfs de Duitse Unteroffizier Anton Faust, die het lont vervolgens handmatig ontstak, en de kikvorsmannen van SS-officier Otto Skorzeny bleken niet in staat de brug te laten zwichten.

Daarom konden vanaf Erpel, op de westoever van de Rijn, binnen 24 uur na de vestiging van het bruggenhoofd 8.000 militairen naar Remagen op de oostoever verplaatsen. Na één week was het aantal al opgelopen tot 25.000, waaronder de 1st Army van generaal Courtney Hodges en de 3rd Army van generaal George Patton.

Bovendien was op 11 maart 200 meter stroomafwaarts van de Ludendorff Eisenbahnbrücke een pontonbrug gereedgekomen, waardoor de troepenversterkingen voor het Ruhrgebied onophoudelijk konden doorgaan.

Op 17 maart bezweek de zwaar gehavende brug alsnog onder de zware beschadigingen; hierbij lieten 28 Amerikaanse genisten het leven, 93 raakten gewond.

Uiteindelijk waren de pontonovergangen naast de brug op 23 maart voldoende uitgebreid om de opmars naar het oosten af te ronden. Het bruggenhoofd in Remagen was na de Battle of the Bulge (Ardennenoffensief) één van de versnellende factoren om de Tweede Wereldoorlog te doen beëindigen.

In moderne oorlogvoering zal een bruggenhoofd het meest verrassend worden gevestigd door heliborne, luchtmobiele, luchtlandings- of para-eenheden. Een eenmaal gevestigd bruggenhoofd kan met vuursteun worden gedekt om het bruggenhoofd te ontdoen van vijandelijke elementen. Na een uitbraak van eigen troepen (stormovergang) volgt de uitbouw, waarin het gewenste gebied wordt uitgebreid tot bruggenhoofd. Tot slot vindt een consolidatie plaats, om een beveiligde uitgangspositie voor voortzetting van de operatie te creëren met communicatiemogelijkheden, ruimtelijke ordening en verkeersleiding.

Het bruggenhoofd voldoet in de regel aan de volgende voorwaarden:

  • Een verdediging moet gevoerd kunnen worden
  • Heeft een concentratie aan eigen middelen
  • Heeft voldoende ruimte voor de aanvoer van herbevoorradingen en versterkingen
  • Is benodigd én biedt voldoende manoeuvreerruimte voor voortzetting van de operatie
  • Is min of meer blijvend (aantal dagen, maanden)
  • Zonder vertraging moet uit een bruggenhoofd kunnen worden gebroken

Zie ook: airhead, invasie en raid.

Terug naar Boven

 

BRUGLEGGENDE TANK 'BIBER'

De brugslag of brugleggende tank 'Biber' is gebaseerd op het onderstel van de Leopard 1. De uitschuifbare en aaneenkoppelbare brug wordt boven op de Leopard 1-tank vervoerd in twee gelijke delen van 11 meter. Na uitschuiven en koppelen is de totale lengte van de brug 22 meter, waarbij de maximaal overbrugbare overspanning 20 meter bedraagt. De brugdelen bestaan uit twee onderling verbonden rijplaten met een afzonderlijke breedte van 1 meter 55.

Brugdelen van de brugleggende tank op een tropco.

Voertuigen met een brugclassificatie tot 50, en met bijzondere maatregelen tot 60, mogen deze brug passeren. De gevechtswaardeverbeteringen die uiteindelijk hebben geresulteerd in de Leopard 2A6 (NL) Main Battle Tank hebben ook een gewichtstoename tot gevolg gehad. De brug van de brugleggende tank heeft onvoldoende draagvermogen voor de Leopard 2A6 met een brugclassificatie van 70.

Brugleggende tank.

Een brugleggende tank van de genie versterkt een burg in Bosnië-Hercegovina, zodat het tankpeloton van 1 (NL) Mechbat zijn taak verder kan uitvoeren (Implementation Force, maart 1996).
 

breedte met brug

4 meter

breedte zonder brug

3 meter 30

brugclassificatie50 ton

gewicht met brug

45.450 kg

gewicht zonder brug

35.100 kg

lengte met brug

11 meter 82

lengte zonder brug

10 meter 56

motor

10-cilinder diesel (830 pk)

De brugleggende tanks zijn ingedeeld bij de pantsergeniecompagnieën van de gemechaniseerde brigades.

Terug naar Boven

 

BRUGVERNIELING

Duits: Brücke Demolierung. Engels: bridge demolition. Frans: démolition du pont.

Evenals een kratering, storend mijnenveld, valblok of verhakking: een in de regel situationele hindernis in het kader van één van de hoofdtaken van de genie: contramobiliteit.

Bij het gedeeltelijk of volledig vernielen van bruggen, al dan niet beveiligd door een gevechtseenheid, wordt gebruik gemaakt van aanzetmiddelen, speciale ladingen en springstof. Voor het grootst mogelijke effect worden ladingen op verschillende plaatsen tot ontploffing gebracht: brugdek, overspanningen, pijlers en steunpunten. Overspanningen e.d kunnen ook met behulp van een explosieve put- of snijlading worden vernield. In de regel zal een gedeeltelijke brugvernieling plaatsvinden, zodat wederopbouw door eigen troepen eenvoudiger en sneller kan plaatsvinden.

Als gevolg van de vernieling kan een brug niet meer worden gepasseerd. Met name het vernielen van bruggen over rivieren en stromen die op geen enkele andere wijze te overbruggen zijn, is bijzonder effectief, zeker als de overblijfselen (débris) van de brug het oversteken geheel onmogelijk maken. Het vernielen van een brug dwingt de vijand te zoeken naar een déroutering (omleiding), een geschikte doorwaadbare plaats of het slaan van een noodbrug om het tempo te handhaven.

Om op de locatie van de vernielde brug later opnieuw de mobiliteit van de eigen troepen te bewerkstelligen, zal de genie een noodbrug slaan: Baileybrug, medium girder bridge of vouwbrug.

Terug naar Boven

 

BRUIKLEEN

Goederen worden in bruikleen verstrekt om tijdelijk of langdurig een ontvangende bruiklener de beschikking te geven over het betreffende goed.

De opmaak van een bruikleenbewijs vindt altijd in tweevoud plaats: het origineel is steeds voor de verstrekkende bruikleenfunctionaris, het duplicaat voor de ontvangende bruiklener. De verschillende bruikleenbewijzen zijn:

SOORT

DF

T.B.V.

VOORBEELD

Tijdelijk bruikleenbewijs

14605

Voor goederen zonder vaste gebruiker, incidenteel, voor maximaal 30 kalenderdagen

Radio t.b.v. les verbindingen

Langdurig bruikleenbewijs met blijvend karakter

15541

Voor niet-persoonlijke uitrusting van de militair

Voertuig op naam

Persoonlijk bruikleenbewijs met blijvend karakter

15543

Voor persoonlijke uitrusting van de militair

Nachtleger, persoonlijk wapen, slaapzak

Terug naar Boven

 

BUDDY

Synoniem: maat. Dit is het tegenovergestelde van de “van rijkswege opgedrongen vriend” of “OTAS-vriend”.

Vanaf het begin van de Initiële Militaire Opleiding wordt aan elke militair een buddy toegewezen om het nut en belang van de militaire basiseisen via het werken in teamverband te instrueren. Met een buddy worden vervolgens alle opdrachten en overige werkzaamheden één-op-één uitgevoerd.

Door de intensieve samenwerking van buddy’s binnen de opleiding, wordt het karakter van de militairen gevormd: zodra het verantwoordelijkheidsbesef groeit, volgen het zelfvertrouwen en de discipline als vanzelf. Het buddysysteem, groepscohesie en grensverleggende activiteiten (GVA) zijn niet voor niets belangrijke aandachtspunten tijdens de opleiding. Het buddysysteem, dat onder de meest extreme omstandigheden gehanteerd zal moeten worden, heeft zich binnen de Koninklijke Landmacht bewezen als een betrouwbare en effectieve manier van werken.

Buddy’s zijn collega’s die uiteindelijk:

afwijkend gedrag (b.v. stress) bij elkaar kunnen herkennen én ermee kunnen omgaan

buddy-checks bij elkaar uitvoeren (b.v. FUCO)

elkaar blindelings kunnen vertrouwen

elkaar moreel en praktisch steunen

fysiek één-op-één kunnen samenwerken

Daarnaast spreken buddy’s elkaar op van-alles-en-nog-wat aan: niet alleen op afwijkingen, fouten en verstoringen, ook op onverantwoord gedrag of onvoldoende hygiëne en preventieve gezondheidszorg (HPG).

Terug naar Boven

 

BUMPPLAN

Met betrekking tot air manoeuvre optreden: eventualiteitenplan waarin is vastgesteld hoe bij het uitvallen van helikopters essentieel personeel (pax) en materieel (cargo) geprioriteerd met één helikopter (chalk) kan worden verplaatst.

Vanwege schaarste aan middelen (helikopters) wordt in dit alternatief aangegeven wie en wat het belangrijkst is (essentieel versus misbaar). Hierdoor kan het momentum van een operatie worden gehandhaafd.

Het bumpplan is het meest belangrijk wanneer wordt gevlogen met interne en externe (USL) beladingen, bij verschillende typen helikopters en bij meerdere sorties (flight, wave). In essentie komt het bumpplan er bijvoorbeeld op neer dat sticks (en chalks) aan andere helikopters worden toegewezen. De stick met de laagste prioriteit komt het eerst te vervallen (“bumped”); normaliter wordt de laatst geformeerde stick als eerste ontbonden.

Het bumpplan maakt deel uit van air movement table (AMT) en air loading table (ALT).

Terug naar Boven

 

BUNKERFAUST

Voluit: Bunkerfaust HEAT-MP-RA (High Explosive Anti-Tank Multi Purpose Rocket Assist. Afgekort: Pzf-3 BKF.

Operationele munitiesoort die door beide afvuureenheden van de Panzerfaust-3 familie van de firma Dynamit Nobel Defence kan worden verschoten: Pzf-3 (Very Short Range Anti-Tank, VSRAT) en Pzf-3 Dynarange (Short Range Anti-Tank).

SRATVSRAT

Bestemd voor offensieve acties

Bestemd voor nabijbeveiliging en pantsernabijbestrijding.

Vervanger van de Carl Gustav.

Vervangt de AT-4 (M-136).

Uitschakelen bewegend en stilstaande doelen op 600 meter.

Uitschakelen bewegend doel op 300 meter en stilstaand doel op 400 meter.

Deze eveneens vanaf de schouder af te vuren Panzerfaust-3 variant – toegespitst op het optreden in verstedelijkte gebieden – wordt gebruikt tegen versterkte opstellingen, (licht)gepantserde voertuigen en bunkers. De munitie heeft een penetratievermogen van 11 cm pantserstaal, 36 cm beton of 130 cm zandzakken.

Proefondervindelijk is gebleken dat de Bunkerfaust één van de weinige munitiesoorten is waarmee zowel de dikke muren rondom als de ruimte in quala’s in Afghanistan kan worden geslecht.

De bolkoppige munitie heeft een dubbele lading: de beperkte HEAT-capaciteit van de eerste lading is bedoeld om te penetreren, waarna de (tweede) fragmentatielading door de geforceerde penetratieopening naar binnen vliegt en detoneert.

Zie ook: AT-4 en Panzerfaust-3.

Terug naar Boven

 

BUSHMASTER IMV

Voluit: Bushmaster Infantry Mobility Vehicle.

De Bushmaster IMV, met Nederlands kenteken, gefotografeerd in de Australische woestijn (© Audiovisuele Dienst Defensie)

De Bushmaster IMV wordt geproduceerd in Australië door Australian Defence Industries (Thales Australia).

Door zijn concave (holle, naar binnen gerichte) onderzijde heeft het voertuig een optimale anti-mijnprotectie (AT-mijnen, mortiergranaten en improvised explsoive devices), de beschikking over airconditioning, is bestand tegen vuur uit kleinkaliberwapens en kan gemakkelijk luchttransportabel vervoerd worden in de C-130 Hercules en de C-17 Globemaster III. De Bushmaster kan hellingen tot 60% aan en over obstakels heenrijden met een hoogte van 45 cm.

De Bushmaster kent zes varianten, waaronder een gewondentransportmiddel (GWT).

In juli 2006 kocht de Koninklijke Landmacht 25 Bushmasters, waarvan de eerste op 1 september 2006 is overgedragen.

Twaalf van de deze Bushmasters hebben de beschikking over een Remote Weapon Station voor een onder pantser te bedienen mitrailleur MAG. Met het totale project is een bedrag gemoeid van € 24,9 miljoen.

De Bushmaster vergrootte in eerste instantie de inzetmogelijkheden in Afghanistan (Uruzgan, ISAF Stage-III, vanaf 2006), waar een robuust optreden vereist is.

Specificaties:

aandrijving

4-wielaangedreven

actieradius

800 à 1.000 km
bemanningchauffeur, commandant en 7 inzittenden

brandstofcapaciteit

319 liter in twee tanks (hoofdtank 300 liter + gepantserde tank 19 liter voor noodsituaties)

breedte

2 meter 48

capaciteit

10 (1 chauffeur + 9 passagiers)

KL: 6 (1 chauffeur + 5 passagiers)

doorwading1 meter 20
gewicht (beladen)15 ton

gewicht (onbeladen)

12,5 ton

hoogte, incl. gunring en excl. wire-cutter en wapensysteem

2 meter 65

lengte, incl. reservewiel

7 meter 12

maximaal gevechtsgewicht

15 ton

maximumsnelheid

100 km per uur

motor

Caterpillar 3126E ATAAC 6-cilinder turbodiesel

motorvermogen

330 pk (240kW)

rookleggers

2 sets smoke discharge systems

snelheid op de wegmax. 120 km per uur

versnellingen

automaat ( 8-speed)

wielbasis

3 meter 90

Defensie heeft begin 2009 negen exemplaren aangeschaft van de Bushmaster IMV met IED Interrogation Arm (robotgrijparm).

Sinds eind maart 2009 zijn in de strijd tegen Improvised Explosive Devices (IED's) in Uruzgan robotgrijparmen aangeschaft voor het Bushmaster Protected Mobility Vehicle-pantserwielvoertuig.

De van binnenuit bedienbare, 8 meter lange grijparm komt op negen Bushmasters van de zgn. Counter-IED variant. Met de negen grijparm-Bushmasters komt het totaal aan Nederland uitgeleverde voertuigen op 58.

De voertuigen zijn uitgerust met een robotgrijparm (grappler of IED Interrogation Arm) die van een paar meter afstand vanaf het voertuig de bodem kan onderzoeken op IED's. De militairen hoeven daarvoor dus niet meer het voertuig uit. Daarnaast heeft de robot een inzoomende camera, verlichting, sensors, een vork, die eventueel zand kan omwoelen, en kan als het moet over een muurtje heenkijken. Het Australische pantservoertuig kan door zijn V-vorm, die de explosie afbuigt, een IED redelijk doorstaan. De as en zijkasten worden vernield, maar de inzittenden hebben aanslagen tot nu toe steeds overleefd.


Op 18 augustus 2009 maakte Staatssecretaris van Defensie Jack de Vries in een brief aan de Tweede Kamer bekend dat het ministerie veertien (14) nieuwe Bushmasters heeft aangeschaft. Door het huidige tekort is er een hogere kans op slachtoffers onder Nederlandse militairen en worden de inzetmogelijkheden in Afghanistan beperkt.

Voor de aankoop is € 10,9 miljoen uit het Defensiebudget gehaald. De voertuigen zijn, volgens plan, medio oktober/november geleverd.

In totaal heeft Defensie nu 62 Bushmasters en een lesvoertuig voor de missie in Afghanistan aangeschaft. Kostprijs: € 62,5 miljoen. Daarnaast zijn negen extra Bushmasters verworven die zijn voorzien van een onderzoeksarm met sensoren.

Terug naar Boven

 

BVS-10S VIKING

Gepantserd logistiek terreinvoertuig (Armoured All-Terrain Vehicle Protected) van de Zweedse firma BAE Systems Land Systems Alvis Hägglund.

Voor een deel hebben deze voertuigen de standaard van het Korps Mariniers - de ongepantserde BV-206D ("Bifi") - vervangen, die in de jaren '90 van de 20e eeuw in gebruik zijn genomen. Met beide voertuigen kunnen amfibische landingen worden uitgevoerd.

De BV-206D's krijgen vanaf medio 2015 een Mid Life Update (MLU). In Nederland zijn vanaf 2006 in totaal 74 exemplaren van de BVS-10S Viking ingestroomd:

► 46 als personeelcarrier
► 20 als commandovoertuig
► 4 voor berging (Repair & Recovery)
► 4 voor gewondentransport

De Nederlandse uitvoering is identiek aan de versie die is uitgeleverd aan de Britse Royal Marine Commandos (108 stuks vanaf 2003). Nederland en Groot-Brittannië nemen gezamenlijk deel aan de UK/NL Landing Force van de NAVO.

De voorwagen is voorzien van een machinegeweer op affuit. Het Armoured All-Terrain Vehicle Protected is dankzij een carrosseriedikte van 5,5 mm en keramische platen beschermd tegen ten minste 7.62 mm, artilleriescherfwerking en de uitwerking van AP-mijnen.

De BVS-10S Viking kan worden gelift (underslung load) door een Chinook CH-47D, intern vervoerd worden in een Hercules C-130 en is in staat zelfstandig, met een maximumsnelheid van 5 km per uur, uit een Landing Craft Utility (LCU) te varen.

Specificaties:

actieradius

200 km

bemensing

2 + 12 (inzittenden)

bewapening

machinegeweer op affuit

brandstofverbruik

1 : 1

breedte

2 meter 56

gewicht, ledig8,8 ton

gewicht, ledig + laadvermogen

13,3 ton

gewicht achterwagen zonder lading

3.620 kg

gewicht voorwagen zonder lading

5.200 kg

hoogte voorwagen

2 meter 69

ijsdikte, vereiste minimale

48 cm

laadvermogen achterwagen

1.550 kg

laadvermogen voorwagen

450 kg

lengte

7 meter 60 (voor- en achterwagen)

snelheid, maximum-

± 80 km per uur (verharde weg)

Zie ook: Bandvagn (BV-206D).

Terug naar Boven

 

B.V.W.A.K.S.

Ezelsbruggetje - of zoals de Belgen zeggen: "memotechnisch middel" - om gemakkelijker de basisprincipes van goede camouflage te kunnen onthouden.

Het ezelsbruggetje BVWAKS is uitgebreid tot BVWAKS-EGGL:

 

Nederlands

Frans

Omschrijving

B

Beweging

Mouvement

Met beweging trek je de aandacht (ook van dieren). Verplaats alleen als dat moet. Blijf af en toe liggen en neem waar in het voorterrein.

V

Vorm

Forme

De menselijke vorm wordt door camouflage gebroken.

W

Weerkaatsing

Reflection

Blinkende en spiegelende voorwerpen werken als een lichtreclame. Afdekken of voorzien van camouflage of verf.

A

Achtergrond

Fond

Wanneer je afsteekt tegen de achtergrond, val je op. Ga op in de achtergrond.

K

Kleur

Couleur

De gebruikte kleuren moeten bij de omgeving passen. Ook 's nachts is compleet zwart niet correct. Ook je wapen dient gecamoufleerd te zijn.

S

Schaduw

Ombre

Wanneer dit mogelijk is, blijf je in de schaduw (natuurlijke camouflage). Vanuit het licht is het moeilijk om iets in het donker te zien.

E

Elektromagnetische stralen

 

 

G

Geur

 

 

G

Geluid

 

 

L

Licht

 

 

Zie ook: B.A.S.T.O.S.-G, camouflage, Disruptive Pattern Material (DPM), F.O.M.E.C.B.L.O.T. en tenuen.

Externe link: Ministerie van Defensie België.

Terug naar Boven

 

Laatste update:11.11.2016