Nostalgisch Protestants Militair Tehuis (PMT) in Bergen (Duitsland), geopend in 1964 en herbouwd in 2005. Het PMT ligt in de buurt van het voormalige concentratiekamp Bergen-Belsen, aan de rand van de Lüneburger Heide.
In het najaar van 1961 werd 121 Lichte Brigade in verband met de Berlijn-crisis aan de Panzerringstrasse van het NATO Truppenübungsplatz Bergen-Hohne gelegerd; onmiddellijk bereikten de Koninklijke Nederlandse Militaire Bond Pro Rege de eerste verzoeken om een PMT te bouwen. In de zomer van 1964 is dit uiteindelijk gebeurd, waarna het tehuis is geopend door de Commandant Nederlandse Troepen.
De naamgeving van Baan 41 is hieraan te danken dat de in Hohne gelegerde onderdelen waren voorzien van nummer 41: 41 Herstelcompagnie, 41 Pantsergeniecompagnie en 41 Tankbataljon Regiment Huzaren Prins Alexander.
Op 1 september 2005 is ‘Baan 41’ heropend door brigadegeneraal P.L.E.M. Everts, directeur Directie Operatiën van het Ministerie van Defensie. Voor de herbouw van Baan 41 – eerst van steen, nu van hout – zijn de voormalige ECHOS Homes uit Sipovo (Bosnië-Hercegovina, ‘The Beacon’) en Split (Kroatië, ‘The Haven’) hergebruikt.
Baan 41 telt nu een grote huiskamer met restaurant en spelfaciliteiten, een stiltecentrum en de Dutch Army Shop (DAS), die in 2007 en 2008 alleen geopend is tijdens oefeningen en schietseries van de Nederlandse krijgsmacht.
Voor precieze openingstijden en veel meer informatie, kijk op de website van Pro Rege.
Het maken van een prognose van de beschikbare tijd voor een gehele operatie. In het besluitvormingsproces wordt begonnen met het einddoel, van waaruit systematisch wordt teruggerekend in tijd om van elk essentieel deelaspect de gewenste start- en eindtijd dan wel –datum te verkrijgen.
Zo wordt bij air manoeuvre-operaties teruggeredeneerd vanaf het (begin van het) grondtactisch optreden; bij amfibische operaties vanaf de landing. In deze voorbeelden geven het grondtactisch optreden én de landing richting aan de (overige) deelaspecten van de operatie.
In het Duits: MKS-Formel. Ook genaamd: BAM-formule (breedte, afstand, mils). De B.A.D.-formule luidt:
Met behulp van bovenstaande formule kan een variabele worden berekend als de twee andere gegevens bekend zijn. Zo zal een gebouw, dat op 2 km afstand wordt waargenomen en op het richtmerk van een kijker een breedte van 40 mils telt, in werkelijkheid 80 meter breed zijn.
Hieruit kan de regel worden berekend dat wanneer de afstand tussen twee punten op het richtmerk van een kijker 1 mil bedraagt, dit op 1 km afstand gelijk is aan 1 meter.
In 1941 werd de Baileybrug officieel als Standard Military Bridge in dienst gesteld bij het Corps of Royal Engineers waarna deze voor het eerst werd gebruikt in 1943 op Sicilië en daarna op het Italiaanse vasteland.
Vrachtauto’s brengen de onderdelen zo dicht mogelijk bij de oever op de plaats waar de brug wordt gelegd. Daarna wordt de Baileybrug in elkaar gezet door de genie: direct vanaf de oever of op rollende elementen.
De Baileybrug is een tijdelijk bedoelde vakwerkbrug die onder noodomstandigheden kan worden geconstrueerd uit geprefabriceerde elementen. De brug kan, afhankelijk van de grootte, in enkele uren tot dagen in elkaar worden gezet. Sommigen menen dat de Baileybrug één van de grootste uitvindingen van de Tweede Wereldoorlog was. In elk geval heeft de Baileybrug een hoofdrol voor zich opgeëist in de opmars van de geallieerden: van Normandië tot Berlijn werden méér dan 1.000 Baileybruggen gelegd.
Na artillerie-beschietingen en het leggen van rookgordijnen op de landingsplaats startte op 11 april 1945 de bouw van de Baileybrug; zes dagen later verplaatsten de eerste troepen zich westwaarts over het IJssel-bruggenhoofd.
Tijdens Peace Support Operations leggen landen meer dan eens Baileybruggen. Zo schonk Nederland tijdens UNMEE in 2001 een Baileybrug over de rivier Mereb op de grens van Eritrea en Ethiopië. Tijdens SFIR (2004) schonk Nederland een Baileybrug over het kanaal langs Al Warka in Irak.
In het Duits: Bajonett. In het Engels: bayonet. In het Frans: baïonnette. Vroeger ook banjonet genaamd. De naam is afgeleid van Bayonne, een stad in Frankrijk.
De bajonet, op het geweer geplaatst, heeft de piek en daarmee ook de piekenier vervangen. Het werd een verdedigend wapen tegen de cavalerie en een aanvallend wapen tegen de infanterie. Een aanval van een eenheid met geplaatste of opgestoken (“gevelde”) bajonetten, wordt een bajonetaanval genoemd. Zo’n aanval vindt in de regel in het laatste stadium van zowel aanval als verdediging plaats, wanneer man-tot-mangevechten (hand-to-hand combat) worden gevoerd. Zelden raakten de partijen met gevelde bajonetten slaags: het was veel meer de acute dreiging gespietst te worden door een bajonet die een gedemoraliseerde vijand deed vluchten. De bajonetaanval werd niet voor niets als laatste toevlucht voor de aanvallende infanterie gezien. Menigeen betreurt het dat bajonetschermen of –vechten geen deel meer uitmaken van de hedendaagse infanterieopleidingen.
De bajonet zelf – een zgn. blank wapen – is een puntig toelopend stalen mes, van origine over de gehele lengte voorzien van doorlopende uithollingen (“bloedgeulen”). Wanneer de bajonet niet is geplaatst, kan zij worden gedragen in een (lederen) bajonethouder of –schede aan de koppel.
Vooral tijdens de Eerste Wereldoorlogwas de bajonet van nut bij gevechten in én vanuit de loopgraaf; er werden zelfs grootschalige charges mee uitgevoerd. Tegenwoordig behoort de bajonet nog steeds tot de standaarduitrusting van een militair, maar wordt zij slechts zelden geplaatst en dan meestal ceremonieel. Het gebruik van bajonetten met weerhaken en/of zaagsnede mag niet meer worden toegepast.
Een strak, wollen kledingstuk dat zowel hoofd als nek bedekt, met uitzondering van delen van het gezicht: ogen, neus en/of mond.
De Britse commandant was Lord Raglan, de Franse Jacques Leroy de Saint Arnaud.
Tijdens de Krimoorlog droegen de Britse militairen gebreide wollen kledingsstukken over het hoofd die beschermden tegen de bittere kou. De organieke balaclava kan worden opgerold tot een muts. Vooral infanteristen dragen tijdens koudweeromstandigheden een balaclava; om de identiteit geheim te houden dragen scherpschutters en sluipschutters ook een balaclava.
Behalve door militairen wordt de balaclava onder andere ook gedragen door autocoureurs, bergbeklimmers, motorrijders en skiërs.
Behalve van wol worden balaclava’s tegenwoordig gemaakt van vele soorten stof, zoals fleece, katoen of zijde en vaak bedekt met een coating van Kevlar, neopreen, Nomex of polypropyleen. Behalve als ideale bescherming onder koudweeromstandigheden, zijn veel hedendaagse balaclava’s ook geschikt als protectie tegen messteken en/of vuur.
Volgens taalkundige Ewoud Sanders (NRC Handelsblad, 15 februari 2002) dateert de Nederlandse tongval van ‘balkan’ al van 1882: “Een slechts gedurende het Cadetten-Kamp op de Teteringsche Heide gebruikelijke uitdrukking voor ‘latrine’. Waarschijnlijk heeft dit woord zijn oorsprong te danken aan den vorm: zijnde een aardrug en aan de smalle ingangen die aan passen doen denken: balkannen dit is het gebruik maken dier latrine.”
Roepnaam: Arnold. Geboren op 10 juni 1914 te Duisburg-Hochfeld, gesneuveld op 3 januari 1951 in de buurt van Chakyonni, Korea. Van Balkom wordt sinds 1987 op het Instituut Defensie Geneeskundige Opleidingen (IDGO) te Hilversum geëerd doordat het bureelgebouw (71) naar de sergeant-majoor ziekenverpleger is vernoemd.
Arnold van Balkom wordt opgeroepen voor militaire dienst en meldt zich in 1934 aan bij het Koninklijk Nederlands Indisch Leger. Eenmaal in Nederlands-Indië wordt hij geplaatst bij de Militaire Geneeskundige Dienst en hij ontpopt zich als een zeer getalenteerde verpleger. Zijn ‘Handgrepenboekje’ uit die jaren toont een brede ervaring met de verzorging van allerlei zieken en gewonden.
Het noodlot treft Van Balkom als hij zich in zijn professionele gedrevenheid laat indelen bij de Stafcompagnie van het Regiment Van Heutsz. Hij komt als tweede militair tijdens de eerste inzet van het Nederlands Detachement Verenigde Naties (NDVN) in Korea om het leven.
Vanaf het oord Pondongni werd laat in de ochtend een verplaatsing te voet voortgezet langs een aan de rechteroever van de rivier Chonchon liggende bochtige weg langs vrij steile heuvels. Bij het bereiken van het oord Sangdongpyong wezen verse sporen in de sneeuw op vijandelijke aanwezigheid. Ten westen van Choyonni ontwaarden verkenners al een aantal mannen dat bezig was met het leggen van mijnen: mitrailleurvuur verraste de mijnenleggers volkomen.
In het oord Choyonni waren toen al drie gewonden: een groepscommandant en twee anderen. Waar de vijand precies zit is onduidelijk. De soldaat P.K. Smit, die aanbood om polshoogte te nemen, werd getroffen door een schot onder het hart; hij werd daarmee de eerste gesneuvelde van het NDVN. Omdat het Nederlandse bataljon was omsingeld, kroop de sergeant-majoor ziekenverpleger Van Balkom, ingedeeld bij de patrouille, met drie vrijwilligers naar het oord om de gewonden te helpen en op te halen. Ter plekke constateerde Van Balkom dat geneeskundige hulpverlening de zwaargewonde soldaat Smit niet meer zou baten. Nu moest de gewonde echter nog worden geborgen – zonder draagbaar of gewondentransportzeil. Op één van de dijkjes tussen de rijstvelden die hij onder zwaar en gericht vijandelijk vuur doorschreed, richtte de sergeant-majoor verpleger zich even op, waarna een schot in het hoofd hem bij het helpen van de derde gewonde fataal werd.
Van Balkom’s moedige optreden heeft ertoe bijgedragen dat de gewonden daarna alsnog in veiligheid konden worden gebracht. Hoewel geneeskundige hulp pas 8 uur later kon worden verleend bleven de nadelige gevolgen van de verwondingen beperkt dankzij zijn eerstehulpverlening. Zijn heldhaftig gedrag was een inspiratie voor zijn kameraden om moedig vol te houden en te voorkomen dat zij in handen van de vijand zouden vallen.
Bij de actie raakten verder sergeant K. Stoevelaar, sergeant G. van de Biggelaar, sergeant C.J. de Jong, sergeant D.A. Jansen en soldaat W.C. Spamer gewond, die allen na herstel in de gelederen van het Nederlandse bataljon terugkeerden. De naar Nederland gerepatrieerde gewonden waren soldaat J.H. van Oort, soldaat L.J van 't Zand en soldaat A.G. de Groot. Sergeant-majoor Van Balkom en soldaat Smit werden door de lokale bevolking begraven. Op 2 april 1951 zijn de stoffelijke resten van de twee Nederlanders door een Amerikaans-Nederlandse patrouille opgegraven en verplaatst naar het ereveld bij Pusan.
Voor zijn optreden bij deze eerste gevechtsactie van het NDVN werd de sergeant-majoor onder andere postuum onderscheiden met het Bronzen Kruis (Koninklijk Besluit nr. 23 d.d. 8 mei 1951) en de Amerikaanse Silver Star.
Ceremoniële handeling die is voorgeschreven wanneer een plechtige handeling in naam van de Koning(in) voor het front van de troepen plaatsheeft. Concreet vindt de ban plaats bij de beëdiging van officieren boven de rang van tweede luitenant én het uitreiken van standaarden en vaandels, beiden Koninklijk Besluiten die als eerste zijn ondertekend door de Koning(in).
De handeling wordt zowel geopend als gesloten door een signaal op klaroen, trom of trompet, respectievelijk het “openen van de ban” en het “sluiten van de ban”. Openen en sluiten samen wordt het “slaan van de ban” genoemd. Tussen het openen en sluiten van de ban mogen géén andere dan Koninklijke Besluiten worden voorgelezen en blijft het spelen van muziek achterwege. Tot slot van het ceremoniële protocol van de ban wordt het Wilhelmus gespeeld.
In vroeger tijden riep een leenheer zijn leenmannen op ten oorlog te trekken met behulp van een ban (bekendmaking); hetzelfde gold voor de dienstplichtigen van een schutterij.
BandVagn 206 (BV 206). Uitgesproken als "BieVie". Militair personeels- en vrachtvoertuig op rupsbanden dat bestaat uit twee geschakelde cabines. Het wordt geproduceerd door AB Hagglunds & Soner in Övik (Zweden).
De opvolger van de BandVagn 206, eveneens voor het Korps Marinier, is de Armoured All Terrain Vehicle Protected BSV10 Viking van de Zweedse fabrikant BAE Systems Hägglunds AB. Vanaf 2006 zijn 74 exemplaren van de BSV10 Viking ingestroomd bij het marine-korps.
De ± 11.000 kg wegende opvolger van de Bandvagen Hägglund met een lengte van 7 meter 60 en een breedte van 2 meter 20 , heeft te land een maximumsnelheid van 80 km per uur, kan zich uitstekend voortbewegen over alle soorten ondergrond en kan zelfs varen met een maximale vaarsnelheid van 5 km per uur. De BSV10 kan in totaal 12 militairen vervoeren.
De bangalore is in 1912 uitgevonden door de Britse officier Robert Lyle McClintock (1876-1943) van de Bengal, Bombay and Madras Sappers and Miners (Royal Engineers) in de stad Bangalore in India.
De ondergrond van het baretembleem van de Geneeskundige Dienst wordt, net als bij de overige Nederlandse baretemblemen, gevormd door de gothische letter “W". Deze letter “W” duidt op de naam van wijlen Koningin Wilhelmina. Ook de kroon, bovenop het baretembleem, geeft de verbondenheid aan met het Koninklijk Huis.
De staf op het baretembleem van de Geneeskundige Dienst, die van linksboven naar rechtsonder wordt afgebeeld, verwijst naar de bijbelse figuur van de barmhartige Samaritaan. De barmhartige Samaritaan komt voor in het Evangelie van Lucas (10:30-37) in het Nieuwe Testament. De Samaritaan ontfermt zich over een medemens zonder daartoe meer dan anderen geroepen te zijn. Het helpen van een medemens wordt binnen deze bijbelse context dan ook gezien als een gebod van God. Het helpen van een medemens, in casu van een collega binnen de krijgsmacht, heeft eerder te maken met de burger- en militaire plicht in het kader van de eerstehulpverlening die elke militair in zijn militaire opleiding krijgt aangeleerd.
De slang, die om de staf is gekronkeld, is het symbool van de geneeskunde. De slang, die om de staf is gekronkeld, is het symbool van de geneeskunde en v erwijst naar de Griekse god van de geneeskunde Asklèpios. De oude Griekse geneeskunde had geen ander oogmerk dan de patiënt met de god Asklèpios in contact en daarna in het reine te brengen. Het esculaapteken – een staf met daaromheen een kronkelende slang – geldt internationaal tot op de dag van vandaag als het embleem van de medische beroepsgroep en wordt ook binnen de krijgsmacht met de Geneeskundige Dienst geassocieerd. Asklèpios heeft een belangrijke rol gespeeld in de geschiedenis van de geneeskunde en de medische ethiek. De beroemde Eed van Hippocrates (uit Kos), die dateert uit ± 400 voor Christus, begint met de woorden: “Ik zweer bij Apollo de genezer, bij Asklèpios, Hygieia en Panakeia en neem alle goden en godinnen tot getuige […].” Hoewel wordt aangenomen dat de eed niet van Hippocrates zelf was, komt de eed goed overeen met de uitspraken over goed medisch handelen in teksten van Hippocrates.
\Een afgeleide van de Eed van Hippocrates is de Nederlandse artseneed, gepubliceerd in het Staatsblad op 25 december 1878. De artseneed was vastgelegd in de Wet op de Uitoefening van de Geneeskunst uit 1865, die in 1997 is vervangen door de Wet Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg (Wet BIG). Sinds 27 augustus 2003 is de artseneed gemoderniseerd. Met het uitspreken van de artseneed, aan het einde van de studie geneeskunde, wordt toewijding beloofd aan de normen en waarden van het beroep van arts. De eed heeft echter géén juridische betekenis. Het uitspreken van de artseneed wordt gezien als een belangrijk moment van reflectie.
Op de linker- en rechterpoten van de letter “W” het devies van de Geneeskundige Dienst. Op de linker- en rechterpoten van de letter “W” staat het Latijnse devies van de Geneeskundige Dienst, dat luidt: “Eripiendo victoriae prosum”. Het betekent zoveel als “Door (de strijder aan de dood) te ontrukken, draag ik bij aan de overwinning.” Minder gekunsteld komt de wapenspreuk van de Geneeskundige Dienst vertaald neer op “Al helpende dien ik de overwinning”. De geneeskundig militair dient de overwinning van zijn krijgsmacht door de gewonden en de zieken die in de strijd zijn gevallen zo goed als mogelijk te helpen.
Tot slot is op het onderste deel van het baretembleem een krans aangebracht van lauwer- en eiketakken. De lauwertak symboliseert de overwinning; de eiketak het gezonde lichaam dat nodig is om de overwinning te behalen.
De ondergrond van het door Frans Smits sr. ontworpen baretembleem, het patje, is sinds de onderbrenging van de militairen van het Regiment Geneeskundige Troepen in het Dienstvak der Logistiek, okergeel. Voorheen was dit groen. In vroeger tijden was het ondergrondje bij officieren zelfs van fluweel, terwijl dit bij onderofficieren en manschappen 'gewoon' van vilt was. Tegenwoordig heeft iedereen een vilten patje onder het baretembleem van de Geneeskundige Dienst. Uitzondering op deze regel zijn hospikken die zijn ingedeeld bij 11 Luchtmobiele Brigade, die het baretembleem sec - dus zonder okergeel patje - op de rode baret dragen.
Het baretembleem is ingevoerd bij Ministeriële Beschikking van 30 januari 1951, nummer 1034. Met de invoering van het nieuwe baretembleem is het in 1946 geïntroduceerde baretembleem met een rood kruis op een wit veld vervallen.
De Boven Autorisatie Sterkte (BAS)-code is een status waarin een Kl-militair geplaatst kan worden, mits er aan de voorwaarden wordt voldaan. BAS-code 1 t/m 4, 6 en 7 zijn gangbaar:
1] Alleen wie de functie overneemt kan BAS-code 1 worden geplaatst. Als regel geldt hiervoor een periode van twee weken.
2] De militair die, uit organisatie-oogpunt, voor een onaanvaardbare periode een medische dan wel sociale indicatie heeft, wordt van zijn functie ontheven en BAS-code 2 gesteld bij de eenheid waartoe betrokkene behoort.
3] De militair die, door te noemen omstandigheden, géén functie bekleedt, kan voor een periode van in beginsel maximaal zes maanden BAS-code 3 worden geplaatst. In principe volgt zo'n plaatsing boven de organieke sterkte bij de eenheid waar de omstandigheden zijn ontstaan. De omstandigheden zijn:
4] De militair is een nog niet geformaliseerde functie dan wel een opleiding op afzienbare termijn toegewezen, waartoe een periode van enige maanden moet worden overbrugd. De omstandigheden zijn:
6] De militair vervult op grond van organisatie- en/of persoonlijk belang een functie waaraan een lagere rang is verbonden volgens artikel 30 van het Algemeen Militair Ambtenaren Reglement (AMAR). In beginsel is hierbij een functieduur van toepassing. Een militair kan ook als herplaatsingskandidaat 'neergeschud' gaan functioneren, d.w.z. betrokkene wordt geplaatst op een functie waaraan een lagere rang is gekoppeld met behoud van de huidige rang alsmede het daaraan gekoppelde salaris.
7] De militair heeft géén functie en is, volgens het gestelde in het Sociaal Plan Koninklijke Landmacht (SPKL), herplaatsingskandidaat. (De laatste versie van het SPKL, d.d. 30 juni 1998, had een looptijd tot 1 januari 2004.)
Afgekort: BHT. Opleiding van één week die wordt verzorgd door de School Grond Lucht Samenwerking (SGLS) te Schaarsbergen.
In de opleidingsweek – die deel uitmaakt van zowel de (Algemene Militaire Opleiding Luchtmobiel (AMOL) als de Voortgezette Algemene Kader Opleiding Luchtmobiel (VAKOL) – wordt de cursist bekend gemaakt met helikopteroptreden en alle daarbij behorende drills, verschillende in- en uitstijgprocedures (hooverjump, huddle) en veiligheidsprocedures voor de Chinook CH-47D, de Cougar Mk-II en eventueel ook de transporthelikopters van NAVO-lidstaten waarmee wordt gevlogen.
Daarnaast wordt er metterdaad met helikopters gevlogen om de theorie van leslokaal en mock-up in praktijk te brengen.
Internationale spelling meestal: bashi-bouzouk. Letterlijk: “Iemand van wie het hoofd slecht is” (Turks). Ottomaanse soldaat die in de 19de eeuw berucht was vanwege zijn brutaliteit, ongedisciplineerdheid, wreedheden èn gebrek aan leiderschap. De basji-bozoeks waren ruiters die zich, tijdens campagnes van het Ottomaanse leger, zonder betaling als huurling lieten rekruteren voor de cavalerie van de sultan: zij plaveiden brandstichtend en plunderend de weg voor de reguliere troepen.
Steeds wanneer gevaar voor de sultan te duchten was, stelde hij een legioen van basji-bozoeks samen om het gevaar af te wenden of de kop in te drukken. Vaak waren de basji-bozoeks gevaarlijker voor de sultan zelf dan voor diegenen die zij moesten bestrijden; daartoe uitgedaagd waren zij bijvoorbeeld gaarne bereid het reguliere Ottomaanse leger te bevechten.
Tijdens de Krimoorlog (1853-1856) onderscheidden 40.000 basji-bozoeks zich bijzonder negatief aan geallieerde zijde (samen met de Engelsen en Fransen), waaraan zelfs betaling van soldij niets veranderde. Naar het front gestuurd om tegen de Russen in Dobruca te vechten, overleed het merendeel aan de cholera. Tijdens de Bulgaarse opstand van 1876 richtten de basji-bozoeks opnieuw onnodige bloedbaden aan. De bloedige repressie van de plattelandsbevolking deed Rusland besluiten tussenbeide te komen; zij versloeg de Ottomaanse agressor.
| B | beweging |
| A | achtergrond |
| S | schaduw |
| T | tint |
| O | omgeving |
| S | schittering |
| G | geluid |
Vergelijkbaar met BVWAKS.
Terug naar Boven
BATON
Ook genaamd: bintang. Het bandje van een militaire onderscheiding zoals die in zijn meest eenvoudige uitvoering wordt gedragen. Het lint van een decoratie in de vorm van een baton wordt gedragen op de linkerborst. Meerdere batons worden, althans bij de Koninklijke Landmacht, in aaneengesloten rijen van maximaal vier batons zonder onderlinge tussenruimte aangebracht, in de rangorde zoals die is omschreven in een limitatieve opsomming van decoraties en batons. De Militaire Willems-Orde heeft de hoogste rangorde.
| De KL-baton heeft een gestandaardiseerde maat van 27 mm breed bij 11 mm hoog. Meer informatie over de baton is te vinden in VS 2-1593, pagina 7-30 en 7-31, of in 'Tenuen, onderscheidingstekens en emblemen van de Koninklijke Landmacht' (ISBN 9070793199). |
Terug naar Boven
BATTERIJ
Afgekort: bt. Van het Franse “battre” (“slaan”). Een batterij is een samenvoeging van enige bij elkaar behorende stukken geschut van gelijk kaliber èn een onderling vuurverband die binnen het wapen der artillerie een eenheid vormt.
De batterij is de kleinste tactische eenheid, welke overeenkomt met een compagnie bij de infanterie. Een artillerie-eenheid van bataljonsgrootte (afdeling) bestaat uit meerdere batterijen.
Terug naar Boven
BATTLE DAMAGE ASSESSMENT
Afgekort: BDA. Op een bepaald tijdstip een schatting doen van de gevechtsschade tijdens of na een militaire operatie, liefst afgezet tegen een vooraf bepaald doel. BDA is bijvoorbeeld onder te verdelen in gematigd, ernstig of compleet.
BDA verschaft, indien “real time”, direct informatie over het succes van een aanval, de aangerichte gevechtsschade – en eventuele collateral damage - én voorkomt dat doelen onnodig nogmaals worden aangevallen. BDA als resultaat van foto- en/of luchtverkenning door onbemande vliegtuigen als de U.A.V. Sperwer heeft grote toegevoegde waarde voor het inlichtingenapparaat van een krijgsmacht.
Na de Kosovo-oorlog (1999) presenteerde de Amerikaanse tv-zender CNN een BDA. In dit geval was de Battle Damage Assessment onderverdeeld in “Yugoslav Targets Destroyed” (onder andere bruggen, commandoposten en militaire voertuigen), “Death Toll” (verwonde en gedode burgers en militairen) en “Refugees” (vergelijkbaar met D.P.R.E.'s).
Terug naar Boven
BATTLE DAMAGE REPAIR
Afgekort: BDR. Het uitvoeren van essentiële maar met name kleine herstelwerkzaamheden met behulp van geïmproviseerd materialen en technieken. Het uitvoeren van BDR vindt plaats door een Sergeant-Majoor Onderhouds Diagnosticus (SMOD) of hersteleenheid vanwege tijdsdruk, beperkte reservedelen en beperkte capaciteit tijdens een inzetoptie.
Doel van BDR is om het materieel, met name rollend materieel, zo snel mogelijk weer inzetgereed te maken.
In veel gevallen maakt BDR gebruik van snel en gemakkelijk toepasbare materialen. Zo kan een lekkend koelvloeistofreservoir provisorisch worden gedicht door er een rauw ei in te deponeren, hoewel een rauw ei natuurlijk niet tot de standaarduitrusting van een SMOD behoort......
Terug naar Boven
BATTLE FATIGUE
Nederlands: oorlogsvermoeidheid. Militairen die voor langere tijd worden ingezet in aanhoudende gevechtssituaties kunnen op het gevechtsveld psychische symptomen als gevolg van schokkende krijgservaringen ontwikkelen, maar ook achteraf, als veteraan. Bij de moderne Peace Support Operation is battle fatigue bijvoorbeeld verklaarbaar door een gebrek aan transparante doelstellingen dan wel het ontbreken van een helder mandaat. De symptomen van battle fatigue zijn onder veel verschillende benamingen bekend (onder andere battle neurosis, combat exhaustion, combat fatigue, combat neurosis, combat stress reaction en soldiers heart), zorgen ervoor dat militairen niet meer kunnen worden ingezet en vormen dus een probleem voor de voortzetting van de strijd. | 
Voorbeelden van battle fatigue? |
De symptomen van battle fatigue omvatten:
afgestomptheid |
depressies |
flashbacks |
geïrriteerdheid |
nachtmerries |
onvermogen zich aan het normale leven in vredestijd in de burgermaatschappij aan te passen |
paniek bij plotseling hevig lawaai |
schuldgevoelens |
Tijdens de Eerste Wereldoorlog was de term ‘shell shock' in gebruik, tijdens de Tweede Wereldoorlog kwam ‘battle fatigue' in zwang. Al snel bleek dat het met name voor militairen die in de eerste slag aan het front vochten risicovol was om battle fatigue op te lopen; vaak keerden zij in ernstige geestelijke nood terug van het front. Daarom gaven artsen in de Amerikaanse, Duitse en Japanse krijgsmachten tijdens de Tweede Wereldoorlog amfetamine aan de militairen om battle fatigue tegen te gaan.
Tijdens de Korea-oorlog keerde 85% van de Amerikaanse slachtoffers van battle fatigue binnen drie dagen terug naar de werkplek (return to duty, RTD).
Vandaag de dag wordt meestal gesproken over post-traumatische stress-syndroom (PTSS).
Terug naar Boven
BATTLE GROUP
Afgekort: BG. In het Nederlands vertaald als: bataljonstaakgroep; gevechtsgroep. In het Duits: gemischter Gefechtsverband. In het Frans: groupement tactique inter armes (GTIA); groupement tactique.
Ad hoc of tijdelijke troepensamenstelling op basis van het bataljonsechelon voor de uitvoering van een welomschreven taak. Meestal is een Battle Group een versterkt bataljon (bataljon+), terwijl meerdere ongelijksoortige manoeuvrebataljons of Battle Groups gezamenlijk een Task Force kunnen vormen.
Een voorbeeld hiervan is de 1(NLD/AUS) Task Force Uruzgan (TFU) van de International Security Assistance Force (ISAF), die bestaat uit een samenwerkingsverband van Battle Group, Provincial Reconstruction Team (PRT) en een detachement van de Koninklijke Luchtmacht.
Een ander model van de naamgeving ‘Battle Group’ zijn de EU Battle Groups (EUBG’s).
Zie ook: eenheden.
Terug naar Boven
BAttlemind
Letterlijk: gevechtsgeest. Neuropsychologie is de wetenschap die zich bezighoudt met het (dis)functioneren van de hersenen in relatie tot het gedrag. Het (cognitieve en emotionele) functioneren van de hersenen brengt onder andere bewustzijn, emotie, kennis, taal en waarneming voort. Wie uitgezonden is geweest, heeft meer moeite om zich te concentreren en zaken te onthouden. Ook zijn uitgezonden militairen meer gespannen en voelen zij zich vaak verward. Tegelijkertijd reageren zij sneller. Kortom: het neuropsychologisch functioneren van uitgezonden militairen is slechter dan van militairen die in het vaderland zijn gebleven. Amerikaanse én Britse militaire experts van respectievelijk het Walter Reed Army Medical Center in Washington D.C. én het King's Centre for Military Health Research in London, denken dat de hersenen van militairen ná een uitzending als het ware in de fight / flight / fright -stand blijven staan om blijvend te kunnen omgaan met levensbedreigende situaties: acute stress-situaties. Battlemind is de innerlijke kracht van de militair om angst en tegenslag in het gevecht onder ogen te kunnen zien. Battlemind heeft de militair weliswaar geholpen om angst en tegenslag in het gevecht onder ogen te zien en daardoor te overleven in het gevecht, maar kan substantiële problemen opleveren als die niet door het parasympathisch systeem wordt aangepast bij terugkomst in het vaderland. | De reactie fight / flight / fright (vechten / vluchten / bang zijn) is de eerste aanpassing van het lichaam die optreedt bij een mogelijk gevaar, bij acute stress. Het lichaam wordt in een staat van paraatheid gebracht met als gevolg een toename van onder andere ademhaling, bloeddruk, hartslag en spierspanning én een verhoogde prikkelbaarheid van het zenuwstelsel. Het sympathisch systeem (fight / flight / fright) is één van de systemen van het autonome zenuwstelsel. De andere component is het parasympathisch systeem (kalmte / rust / vertering). Beide systemen wisselen elkaar af in een natuurlijk evenwicht. Onder invloed van stress zal al na enkele seconden het sympathisch systeem in actie komen. De parasympathische activiteiten nemen vervolgens af. Activering van het sympathisch systeem is het gevolg van de neurotransmitter noradrenaline die de hoeveelheid adrenaline laat toenemen. Andere neurotransmitters, zoals acetylcholine, verhogen juist weer de parasympathische activiteit. Als het zenuwstelsel extreem en/of langdurig is geprikkeld, is het denkelijk dat de reactie fight / flight / fright (vechten / vluchten / bang zijn) zich niet meer voldoende kan aanpassen aan omstandigheden zonder acute stress. |
|
De belangrijkste bestanddelen van battlemind zijn mentale hardheid en zelfvertrouwen:
| Mentale hardheid | Hindernissen en tegenslagen overwinnen |
| Positieve blijven denken tijdens tegenslagen en uitdagingen |
| Zelfvertrouwen | Gecalculeerde risico’s nemen |
| Uitdagingen aankunnen |
“Onconventionele oorlogvoering [asymmetrische oorlogvoering en irregulier optreden, webbeheerder] vereist een nieuw soort mentale hardheid van politiek, volk en bondgenoten. Een langdurige operatie waarin grote aantallen slachtoffers kunnen vallen, moet worden geaccepteerd en onvoorwaardelijke politieke steun voor de ingezette militairen is cruciaal, ook al worden fouten gemaakt en vallen er slachtoffers onder de burgerbevolking. Kan die mentale hardheid niet worden opgebracht, dan is de strijd gedoemd te mislukken.” (artikel ‘Nieuw soort mentale hardheid gevraagd’, Rob de Wijk, NRC Handelsblad, 2 oktober 2001).
(Met dank aan de artikelen ‘Irak-ganger heeft bij terugkeer gevechtsgeest’, Hester van Santen, NRC Handelsblad, 5 augustus 2006, én ‘ Neuropsychological Outcomes of Army Personnel Following Deployment to the Iraq War ’, Journal of the American Medical Association, 2 augustus 2006)
Zie ook: website van het Walter Reed Army Institute of Research - Psychiatry and Neuroscience (WRAIR-PN) over 'battlemind training'.
Terug naar Boven
BATTLE RHYTHM
Term uit de Amerikaanse JP 3-33 ('Joint Task Force Headquarters'). Afgekort: BR. In het Duits: Rhythmus des Krieges. In het Frans: rythme de bataille.
De terugkerende orde van de dag en week die aan de werkzaamheden van een staf richting geeft. Een dergelijke routinematige en gesynchroniseerde gang van zaken onder een constant tempo maakt het mogelijk dat een eenheid zich in snel evoluerende situaties op een opdracht kan blijven concentreren. In het bijzonder de behoefte aan coördinatie en interdependentie (onderlinge afhankelijkheid) binnen én buiten een staf bepaalt het dagelijks ritme.
Het battle rhythm wordt grotendeels ook bepaald door events (tijd- en ruimtefactoren die plaatshebben) en injects (introductie van nieuwe aspecten of elementen in het gevecht). Een succesvol battle rhythm betekent synergie van procedures, processen, technologieën en zowel collectieve als individuele acties op alle niveaus om militair optreden te vergemakkelijken.
Een positief battle rhythm wordt gecreëerd door:
creëren van afgestemde werk- en rusttijden |
hanteren van formats en procedures (SOI's en SOP's) |
houden van (de)briefings |
maken van goede werkafspraken |
|
vastleggen van rapportages |
voeren van structureel stafoverleg |
Terug naar Boven
BAzooka
| Officiële benaming: Officiële benaming: M1 Rocket Launcher, M1A1 en M9A1. Vader aller anti-tankraketten. De Bazooka is een Amerikaanse raketwerper voor pantserbestrijding (tanks en opstellingen op korte afstand) die tijdens de Tweede Wereldoorlog door de U.S. Army in gebruik is genomen. Het wapen, dat vanaf de schouder kan worden afgevuurd, is feitelijk een holle buis met daarin een raket. De buis is aan beide kanten open. Het wapen is uitgevoerd met een handgreep, schouderstuk, afvuurmechanisme en vizier. |
Het af te vuren projectiel is een raket met holle lading die in staat is pantserplaat met een dikte tot 5 inch te doorboren. De Bazooka geeft bij het afvuren geen terugstoot van betekenis. Door de achteropening komt echter een kleine, felle steekvlam die gevaarlijk kan zijn voor personeel dat zich achter het wapen bevindt.
De uitvinders van de bazooka zijn Colonel Leslie A. Skinner en First Lieutenant Edward Uhl. Het ontwerp van Skinner en Uhl was precies waarnaar het leger op zoek was. Het kreeg zijn bijnaam ‘bazooka’ vanwege de gelijkenis op een trombone-achtig muziekinstrument van de komiek Bob Burns. Tijdens beproevingen op de Aberdeen Proving Ground (Harford County, Maryland) blies de bazooka de koepel van een tank weg en penetreerde de raket pantserplaat met een dikte van ruim 4 inch (meer dan 10 cm). Vanaf 1942 stroomde de bazooka bij de eenheden binnen.

Specificaties:
diameter raket | 6 cm |
effectieve dracht | 120 meter |
gewicht | 6,8 kg |
holle lading | 1,6 kg |
lading raket | 225 gram pentoliet (50% PETN en 50% TNT) |
lengte buis | 137 cm |
lengte raket | 48,3 cm |

De Duitsers maakten de Bazooka na, eerst met de Raketenpanzerbüchse (RPzB) Panzerschreck, later met de eerste versies van de Panzerfaust – de eerste raketaangedreven versie van een antitankwapen.
Terug naar Boven
BBS
Voluit: Bedrijfsbesturingssysteem.
Computersysteem ten behoeve van de bedrijfsvoering van de Koninklijke Landmacht, dat het onderhoud – en de bevoorrading daarvan – ondersteunt en onder verantwoordelijkheid van Staf CLAS / Directie Operationele Ondersteuning / Materieellogistiek in stand wordt gehouden.
Het BBS bevat toepassingen voor de aanwezigheid van voorraden (administratief beheer), de aanvragen voor klanten, het voortbrengen van bruikleenbewijzen, de uitvoering en bewaking van onderhoudswerkzaamheden én onderdelen- en munitievoorraden.
Onder andere bevo (bevoorrading), bevognk (bevoorrading geneeskundigedienstgoederen), hrstpel (herstelpeloton), matbeh (materieelbeheer) en matlogpel (materieellogistiek peloton) maken gebruik van het BBS voor beheer en bewaking van uitrustingsstukken, klasse I, II, III, V en VIII-goederen e.d.
Voor eenheden geldt dat zij in het kader van periodieke controles en tellingen gebruik moeten maken van de telling overzichtlijsten uit het BBS, zoals:
Informatielijst voorraden | Geautoriseerde (toegekende) en daadwerkelijk fysiek aanwezige aantallen uitrustingsstukken. |
Tellijst fysieke voorraad | Uitrustingsstukken die geautoriseerd (toegekend) zijn, maar zonder aantallen. |
Controlelijst kenmerken | Serienummers, wapennummers, kenmerken e.d. van uitrustingsstukken worden genoemd. |
Terug naar Boven
B.D.
Afkorting voor: Buiten Dienst. Betekent dat betrokkene zijn functioneel leeftijdsontslag (FLO) heeft behaald dan wel dat zijn contract ten einde is gelopen, bijvoorbeeld als Beroepsmilitair Bepaalde Tijd (BBT'er). Onder de FLO'ers bevindt zich overigens de meest bekende en lepe categorie: die van de gewezen militairen die in de media commentaar en kritiek geven bij het huidige Defensiebeleid, vanaf de zijlijn de gevolgde strategie in een oorlog becommentariëren e.d. Het is opvallend dat nogal eens gewezen militairen aanmerkelijk minder mediageil en zelfverzekerd waren toen zij nog in werkelijke dienst zaten. Uiteraard geldt dat niet allen. Meest bekende, positieve voorbeelden van “buitengewoon deskundige” b.d.'ers zijn de generaals buiten dienst A.J. van Vuren, G. Berkhof, K. Homan, J. Schaberg en P. Huysman. | 
Prototype van een b.d.'er: kolonel buiten dienst Menno Scheurleer, alias Wim de Bie |
Met voorsprong is de meest bekende én geminachte categorie echter die van de salon- of leunstoelgeneraals (armchair generals), die zich te pas en vooral te onpas in de media profileren maar geen flauwe notie hebben van wat er allemaal te velde gebeurt. Deze b.d.'ers staan te boek als muggenzifters, pietlutten en zeurpieten.
Zie ook: leunstoelstrateeg.
Terug naar Boven
BEAUFORT
Schaalaanduiding voor windsnelheid. In 1808 ingevoerd door een allang vergeten Britse admiraal, Sir Francis Beaufort (1774-1857), die bij zijn metingen uitging van het effect van de wind op een volgetuigd schip ("a full-rigged man of war"). De Beaufort-schaal is met name praktisch in het gebruik bij het schatten van de windsnelheid bij gebrek aan windmeetapparatuur (anemometer).
Achtereenvolgens worden vermeld: windkracht, benaming door het KNMI en windsnelheid in km per uur:
| 0 | windstil | 0-1 | rookpluim stijgt recht omhoog |
| 1 | zwakke wind | 2-5 | takken bewegen nog niet |
| 2 | zwakke wind | 6-11 | bladeren ritselen; wind merkbaar in het gezicht |
| 3 | matige wind | 12-19 | bladeren en twijgen bewegen voortdurend; vlaggen gestrekt |
| 4 | matige wind | 20-28 | stof en papier dwarrelen op; kleine takken bewegen |
| 5 | vrij krachtige wind | 29-38 | kleine bebladerde takken maken zwaaiende bewegingen; golven op het water |
| 6 | krachtige wind | 39-49 | grote takken bewegen; wind fluit door hoogspanningsdraden |
| 7 | harde wind | 50-61 | bomen bewegen; wind is hinderlijk bij lopende verplaatsingen |
| 8 | stormachtige wind | 62-74 | twijgen breken af; lopen wordt belemmerd |
| 9 | storm | 75-88 | takken breken; dakpannen vallen; lichte schade aan gebouwen |
| 10 | zware storm | 89-102 | bomen worden ontworteld; aanzienlijke schade aan gebouwen |
| 11 | zeer zware storm | 103-117 | uitgebreide schade aan gebouwen |
| 12 | orkaan | > 117 | |
Terug naar Boven
BEFEHL IST BEFEHL
Letterlijk: bevel is bevel. Passieve gehoorzaamheid.
Tijdens de Processen van Neurenberg beriepen de gedaagden – de leiders van de nationaalsocialistische dictatuur onder Adolf Hitler – zich er steevast op dat alleen bevelen van meerderen waren opgevolgd en zij daarom niet verantwoordelijk konden worden gesteld voor oorlogsmisdaden. Als de redenering van Befehl ist Befehl tot in het eindige wordt doorgevoerd, zou in deze visie de ondergeschikte te allen tijde onschuldig zijn en ten laatste één persoon verantwoordelijk kunnen en moeten worden gehouden voor alles wat zijn troepen deden en nalieten te doen. In dit geval was dat Hitler, Oberbefehlshaber van de Wehrmacht.
Het London Charter of the International Military Tribunal, verantwoordelijk voor de uitvoering van de Processen van Neurenberg, verklaarde echter in Principle IV, dat het een onacceptabel excuus is om te zeggen dat iemand slechts bevelen van meerdere opvolgt. Elk mens heeft zijn eigen verantwoordelijkheid en kan altijd een morele keuze maken. Hierdoor mag de (blinde) gehoorzaamheid aan een meerdere nooit een verweer tegen rechtsvervolging zijn. De rechters in Neurenberg hebben het tegenargument Befehl ist Befehl dan ook ten principale als strafuitsluitingsgrond verworpen.
Befehl ist Befehl is gebaseerd op wat in juridisch jargon respondeat superior heet – command responsibility, waarbij de werkgever (bevelhebber) verantwoordelijk is voor het doen en laten van zijn werknemer (soldaat).
Hoewel in het bijzonder de juristen Lassa Oppenheim en Hersch Lauterpacht het begrip in het internationaal recht introduceerden en plachten te verdedigen, wordt Befehl ist Befehl sinds het Tribunaal van Neurenberg niet meer aanvaard en is dit in 1950 integraal overgenomen door de Verenigde Naties. In het boek Het Oostfront. Hoe het Duizendjarige rijk zijn einde op de steppen vond (2006) komt militair analist Jaap Jan Brouwer tot de verrassende conclusie dat de Duitse commandant, ondanks Befehl ist Befehl, was opgeleid om elke situatie kritisch te beoordelen en om, wanneer dat nodig was, desnoods af te wijken van de gegeven opdracht. Ondanks de kadaverdiscipline waren de verantwoordelijkheden laag in de organisatie gelegd en er werd veel overgelaten aan het eigen initiatief van commandanten en manschappen. | |
Terug naar Boven
BEEN
Gedeelte van een te volgen route dat bij voorkeur loopt van het ene naar het volgende markante terreinkenmerk. Op een routekaart zijn voor ieder been de afzonderlijke gegevens vermeldt:
| beennummer | te voren toegekend nummer aan het been |
| coördinaten APT en EPT | 8-cijfer-coördinaten van het aanvangs- en eindpunt |
| magnetische koers | kompasstand |
| magnetische tegenkoers | kruis- of retourpeiling |
| afstand van APT naar EPT | in meters |
| routebeschrijving | in klare taal |
| tijd | in minuten |
De tijd die nodig is voor het afleggen van een been, wordt berekend m.b.v. de volgende parameters:
1.000 meter afleggen duurt 20 minuten (regel: 50 meter per minuut) |
100 meter dalen of stijgen | d.w.z. 10 minuten extra bij de tijd optellen |
60 minuten verplaatsen | d.w.z. 10 minuten extra bij de tijd optellen |
Terug naar Boven
BEHANDELGERICHT
De inrichting van een geneeskundig systeem is erop gericht de patiënt, gelet op zijn verwondingen, zo snel mogelijk naar het eindbehandelingsniveau af te voeren. Behandelingen op de tussengelegen niveaus worden maximaal vermeden, tenzij die noodzakelijk zijn om de patiënt in een optimale conditie het niveau van eindbehandeling te doen bereiken.

Zowel afvoer- als behandelgerichtheid zijn van grote invloed op de te hanteren normeringen. Behandelgerichtheid heeft in zijn algemeenheid plaats in vredestijd en bij Peace Support Operations. Voor de behandeling van gewonden gelden bij behandelgerichtheid als norm de volgende kritieke tijdslimieten:
gewondenafvoermiddel met geneeskundig personeel ter plaatse binnen 15 minuten |
slachtoffer dient te arriveren in een role-3 geneeskundige inrichting binnen 40 minuten |
aantal chirurgische ingrepen per operatiekamer-team per etmaal: 8 |
aantal ligdagen op de verpleegafdeling: gemiddeld 3 per patiënt |
De tegenhanger is afvoergericht.
Terug naar Boven
BEOORDELINGSLIJST BEROEPSPERSONEEL KL
Legerformulier 16405, 4 de druk.
Lijst die voorheen werd gebruikt om het beroepspersoneel van de Koninklijke Landmacht te beoordelen aan de hand van een aantal relevante gezichtspunten.
Er wordt door zowel de eerste (meestal de pelotonscommandant) als de tweede beoordelaar (meestal de compagniescommandant) gekeken naar een totaaloordeel over de 20 gezichtspunten wat betreft de functievervulling van de te beoordelen militair:
1. Gedrag
De mate waarin beoordeelde gedrag bijdroeg tot een juiste vervulling van de functie en aan een gunstig werk- en leefklimaat in de eenheid.
2. Plichtsbetrachting en dienstijver
De mate waarin beoordeelde inzet en ijver aan de dag legde bij het vervullen van de functie en waarin de overige dienstverplichtingen werden nagekomen.
3. Gezagsuitoefening
De mate waarin en de wijze waarop de beoordeelde inhoud wist te geven aan het aan zijn/haar functie toekomende gezag.
4. Vakkennis
De mate waarin beoordeelde blijk gaf te beschikken over de kennis van feiten, gegevens en procedures die voor de functie nodig is.
5. Kwaliteit van het geleverde werk
De mate waarin beoordeelde binnen de vereiste tijd werk afleverde dat voldeed aan de gestelde eisen.
6. Fysiek uithoudingsvermogen
De mate waarin beoordeelde opgewassen was tegen de lichamelijke inspanningen die de functie met zich meebrengt.
7. Uiterlijk voorkomen
De mate waarin beoordeelde er steeds verzorgd uitzag, de omstandigheden in aanmerking genomen.
8. Zelfstandigheid
De mate waarin beoordeelde in staat bleek de functie zonder speciale aanwijzingen of toezicht te kunnen uitvoeren.
9. Samenwerking
De mate waarin beoordeelde blijk gaf zowel met collega’s als met meerderen en ondergeschikten/onderhebbenden gezamenlijk aan taken te kunnen werken.
10. Verantwoordelijkheidsbesef
De mate waarin beoordeelde blijk gaf zich bewust te zijn en te blijven van (de gevolgen van) zijn/haar handelen.
11. Zorg voor materiele middelen
De mate waarin beoordeelde blijk gaf de hem/haar toevertrouwde materiele middelen doelmatig te gebruiken en in goede staat te houden.
12. Overdracht van kennis en vaardigheden
De mate waarin beoordeelde in staat bleek de nodige kennis en vaardigheden aan anderen over te dragen.
13. Organisatievermogen
De mate waarin beoordeelde blijk gaf eigen werkzaamheden en die van medewerkers zodanig in te delen en voor te bereiden, dat de gewenste resultaten op een zo efficiënt mogelijke wijze werden bereikt.
14. Doorzettingsvermogen
De volharding waarmee beoordeelde aan het vervullen van de functie werkte, ook onder moeilijke omstandigheden.
15a. Mondelinge uitdrukkingsvaardigheid
De mate waarin beoordeelde blijk gaf te beschikken over de mondelinge uitdrukkingsvaardigheid, nodig voor het vervullen van de functie; hieronder wordt mede begrepen uitdrukkingsvaardigheid in vreemde talen, voor zover de functievervulling dit met zich meebrengt.
15b. Schriftelijke uitdrukkingsvaardigheid
De mate waarin beoordeelde blijk gaf te beschikken over de schriftelijke uitdrukkingsvaardigheid, nodig voor het vervullen van de functie; hieronder wordt mede begrepen uitdrukkingsvaardigheid in vreemde talen, voor zover de functievervulling dit met zich meebrengt.
16. Flexibiliteit
De mate waarin beoordeelde in staat was in te spelen op gewijzigde omstandigheden en open stond voor suggesties en nieuwe ideeën.
17. Besluitvaardigheid
De mate waarin beoordeelde blijk gaf doeltreffend en – waar de omstandigheden dit vergden – snel besluiten te nemen.
18. Initiatief
De mate waarin beoordeelde uit eigen beweging doelgerichte activiteiten ontplooide dan wel voorstellen daartoe deed.
19. Zorg voor het personeel
De mate waarin beoordeelde blijk gaf aandacht te hebben voor medewerkers, en hun belangen behartigde, voor zover dat binnen zijn/haar vermogen lag.
De aan elk gezichtspunt van het totaaloordeel gekoppelde waarderingsschaal is:
A | beoordeelde vertoonde op dit gezichtspunt tekortkomingen en functioneert en daardoor ver beneden de eisen die de vervulling van de functie stelt |
AB | tussen A en B |
B | beoordeelde vertoonde op dit gezichtspunt tekortkomingen, echter zonder dat de vervulling van de functie onaanvaardbaar werd geschaad |
BC | tussen B en C |
C | beoordeelde voldeed op dit gezichtspunt geheel aan de eisen die de vervulling van de functie stelt |
CD | tussen C en D |
D | beoordeelde vertoonde op dit gezichtspunt kwaliteiten die duidelijk uitgingen boven de eisen die de vervulling van de functie stelt |
DE | tussen D en E |
E | beoordeelde vertoonde op dit gezichtspunt kwaliteiten die ver uitgingen boven de eisen die de vervulling van de functie stelt |
NTB | beoordeelde is op dit gezichtspunt, gezien de aard van de functie die beoordeelde vervult, dan wel om andere redenen, niet te beoordelen |
Terug naar Boven
BEOORDELING VAN de TOESTAND
Werkwoord: BVT’en.
Bij voortduring analyseren van de eigen en vijandelijke situatie die – via een vaste volgorde waarin de verschillende fasen worden doorlopen – wordt beoordeeld volgens het NAVO-5-paragrafenbevel.
Het nalopen van alle opgedragen taken en werkzaamheden volgens het NAVO-5-paragrafenbevel leidt ertoe dat op logische en systematische wijze een opdracht (van de naasthogere commandant) wordt omgezet in een besluit door de commandant en zijn staf. Hierbij mag de bedoeling van de opdrachtgever (commander’s intent) niet uit het oog worden verloren, evenzeer als deeltaken en tijd- en ruimtefactoren.
BVT’en leidt uiteindelijk tot een beargumenteerd plan voor de meest effectieve militaire inzet (aard en omvang).
Zie ook: NAVO-5-paragrafenbevel, operationeel besluitvormingsproces (OBP) en O.T.V.O.E.M.
Terug naar Boven
BEPROEVINGEN WAPENSYSTEMEN EN MUNITIE, AFDELING
Afgekort: ABWM.
De ABWM is een onderdeel van he t Munitiebedrijf van het Landelijk Bevoorradingsbedrijf Koninklijke Landmacht (LBBKL). De ABWM is gevestigd op het Artillerie Schietkamp (ASK) van de Legerplaats bij Oldebroek (’t Harde), waar een infrastructuur is die bestaat uit twee schiettunnels tot 300 meter en moderne testfaciliteiten (klimaatkasten en trilmachines).
De ABWM vindt zijn oorsprong in de Commissie van Proefneming (CVP), opgericht op 15 december 1866. De CVP heeft haar bestaansrecht gevonden in het beproeven van nieuw Defensiematerieel, het keuren van munitie én het vervaardigen van schootstafels. De eerste naoorlogse metingen ten behoeve van de ballistiek (theorie van de werking van vuurwapens) hervonden plaats in 1949, maar pas op 15 december 1951 kon de Commissie van Proefneming (CVP) pas op 15 december 1951 haar organieke taken geheel hervatten. Op 1 augustus 1998 werd de ABWM in zijn huidige vorm opgericht op de Legerplaats bij Oldebroek.
Projectieleigenschappen waarop munitie wordt getest zijn onder andere:
Begin-, eind- en gemiddelde snelheid van munitie |
Doeltrefkans |
Hoogte van de ballistische baan |
Snelheidsafname |
Stabiliteit in de vlucht |
Vluchttijd (tijd tussen schot en treffer) |
Werking van de tijdbuis |
De taken van de ABWM richten zich met name op:
periodiek onderzoek van de kwaliteit van munitie (opleg en voorraadbeheer) |
beproevingen van prototypes van wapensystemen |
beproevingen van wapensystemen en munitie i.h.k.v. aankopen van nieuw materieel |
nabootsing van munitietransport door blootstelling aan schokken en trillingen |
technisch onderzoek bij ongevallen met munitie |
testen van munitie onder extreme omstandigheden (maximaal -70 graden Celsius) |
typeclassificatie van munitie |
Voor het beproeven maakt de ABWM tevens gebruik van schietinrichtingen in Petten en Breezanddijk:
SCHIETINRICHTING | LOCATIE | DOELENGEBIED |
Petten KL | Westelijk van Sint Maartenszee bij de Noordzeekust naast de kernreactor van het Energieonderzoek Centrum Nederland (ECN) | Doelen op 300, 450 en 900 meter |
Zuiderhaven Breezanddijk | Zuidoostelijk vanaf het midden van de Afsluitdijk (autosnelweg A7 / E22) | Doelengebied in zuidelijke richting over het IJsselmeer |
Terug naar Boven
BEREDEN
Soort optreden (bij de uitvoering van een gevechtsactie) waarbij het personeel zich in de voertuigen bevindt en het gevecht met het boordkanon en antitankwapens wordt gevoerd.
Terug naar Boven
BERGINGS- EN IDENTIFICATIEDIENST KL
Afgekort: BIDKL. Dienst van de Koninklijke Landmacht met als taak het bergen en het identificeren van stoffelijke overschotten van personen die een niet-natuurlijke dood zijn gestorven. De BIDKL is v oortgekomen uit de Gravendienst KL, opgericht in 1970, met als doel om gevallen militairen uit de Tweede Wereldoorlog op verantwoorde wijze te kunnen opgraven en identificeren. De BIDKL houdt zich met nadruk niet bezig met lijkschouwing (sectie): geneeskundig onderzoek van een stoffelijk overschot om de oorzaak van de dood vast te stellen. | 
Logo van de Bergings- en Identificatie Dienst Koninklijke Landmacht |

Harry Jongen | Resten van stoffelijke overschotten worden meegenomen naar het BIDKL-hoofdkwartier op de Kolonel Palmkazerne te Bussum, waar geprobeerd zal worden – zelfs bij de meest onsamenhangende botfragmenten - de overledene zijn naam terug te geven. Want een vermiste persoon is voor de nabestaanden erger dan een overleden persoon. Ruime bekendheid verwierf de BIDKL met zijn voormalige commandant, kapitein Harry ‘De Neus’ Jongen, afgezwaaid in 2000. Over Harry Jongen schreef journalist Hans van der Beek (Het Parool) het boek ‘De Neus, Het macabere vak van Harry Jongen’ (2000, Uitgeverij Prometheus, ISBN 9053339590). |
Terug naar Boven
BESCHERMING
Geheel van maatregelen gericht op het behoud van het eigen militair vermogen.
Terug naar Boven
BESTREKEN RUIMTE
In het Engels: beaten zone.
Een terreindeel waarop maximaal kan worden waargenomen én, indien de reikwijdte van een wapen dat toestaat, een doel maximaal kan worden bereikt met effectief vuur. Waarneming en effectief bereik van een wapen worden hier niet gehinderd door tussengelegen obstakels.

Zowel de bestreken als de onbestreken ruimte in beeld gebracht
Zie ook: maaivuuur en onbestreken ruimte.
Terug naar Boven
BEVEILIGEN
Het nemen van maatregelen ter bescherming van een andere eenheid, gebied of object, met als doel:
de eenheid, het gebied of het object te vrijwaren van (verrassend) vijandelijk optreden of de effecten daarvan, spionage, sabotage, subversieve activiteiten en terrorisme |
de commandant tijd en ruimte te verschaffen voor het voorbereiden en uitvoeren van zijn al dan niet geplande tegenmaatregelen |
Als adagium binnen de infanterie geldt: “Wie alles beveiligt, beveiligt niets”.
Beveiligen omvat zowel detectiemaatregelen als reactieve maatregelen.
Bronnen: ‘Einde oefening. Infanterist tijdens de koude oorlog’, kolonel b.d. Gerard J. Felius (pagina 340) en Begrippenkader Defensie 2002.
Niet te verwarren met bewaken. Zie ook: visiteren.
Terug naar Boven
BEVEILIGINGSLIJN
Afgekort: bevln. In het Duits: Sicherungslinie. In het Engels: outpost line; screen/security line. In het Frans: ligne de garantie.
Lijn in front van de voorste rand van het weerstandsgebied (VRW) van het bataljon, waar elementen (bijvoorbeeld een verkenningseenheid) worden ingezet ter beveiliging – en dus ter vroegtijdige waarschuwing – van een eenheid, gebied of object.
Een beveiligingslijn geeft de bataljonscommandant tijd en ruimte om tegenmaatregelen te nemen, voornamelijk als niet op een andere manier in de beveiliging kan worden voorzien – zoals wanneer het uitbrengen van vooruitgeschoven opstellingen niet mogelijk of wenselijk is.
Bij het verdedigend gevecht ligt de beveiligingslijn op een dusdanige plaats dat de vijand wordt gedwongen het gevecht aan te gaan. De eenheden in een beveiligingslijn worden gesteund vanuit de VRW.
Terug naar Boven
BEVEL
Binnen de NAVO een gestandaardiseerde structuur in vijf paragrafen. Vandaar: NAVO-5-paragrafenbevel.
Het NAVO-5-paragrafenbevel is met name bedoeld voor bataljonsniveau en lager, mondeling uit te geven (bevelsuitgifte) in het terrein en/of aan de hand van het operatieoleaat, een schets of een maquette.
Het NAVO-5-paragrafenbevel is opgezet volgens NATO Joint Publication 1-02, NATO Standard Agreement (STANAG) 2014 ('Warning Orders, Operation Orders and Administrative/Service Support Orders') en de Instructiekaart 2-17 (IK 2-17), 7de druk, 8 juli 2003.
Het NAVO-5-paragrafenbevel staat onder andere ruimschoots beschreven in de Leidraad Commandovoering (LD 1):
| 
| 
| 
| 
|
1 | Toestand | Lage | Situation | Situation |
2 | Opdracht | Auftrag | Mission | Mission |
3 | Uitvoering | Durchführung | Execution | Exécution |
4 | Logistiek | Einsatzunterstützung | Logistics | Soutien logistique |
5 | Bevelvoering & Verbindingen | Führungsunterstützung | Command & Signals | Comandement & Transmission |
De Belgische variant op het NAVO-5-paragrafenbevel is het ezelsbruggetje O.S.M.E.A.L.Q.
Zie ook: K.V.O. (kennisgeving van ontvangst) en terreinoriëntatie.
Terug naar Boven
BEVELHEBBER DER LANDSTRIJDKRACHTEN
Zie: Commandant Landstrijdkrachten (CLAS).
Terug naar Boven
BEVOEGDHEDEN & VERANTWOORDELIJKHEDEN
De begrippen ‘bevoegdheid’ en ‘verantwoordelijkheid’ zijn onlosmakelijk verbonden met zowel commandovoering als hiërarchische verhouding zoals die bijvoorbeeld binnen de krijgsmacht gelden.
Bevoegdheid is het “recht tot het mogen uitoefenen van bepaalde handelingen”. Bevoegdheid is gekoppeld aan rechten.
Verantwoordelijkheid is de “verplichting om te moeten zorgen dat iets goed functioneert, verloopt en om daar rekenschap van te geven”. Verantwoordelijkheid is gekoppeld aan plichten. Uit het hebben van verantwoordelijkheid volgt steevast het afleggen van verantwoording.
Zonder bevoegdheid kan er geen verantwoordelijkheid zijn, maar bevoegdheid en verantwoordelijkheid gaan hand-in-hand. Verantwoordelijkheid is niet delegeerbaar, bevoegdheid wel. Zo hebben plaatsvervangers en opvolgers zgn. ‘gedelegeerde bevoegdheden’, maar iedereen heeft zijn/haar eigen verantwoordelijkheid.
Op pelotonsniveau is de systematiek van bevoegd- en verantwoordelijkheden weergegeven in onderstaand schema:

CC = Compagniescommandant, PC = Pelotonscommandant, OPC = Opvolgend Pelotonscommandant, GPC = Groepscommandant, PGPC = Plaatsvervangend Groepscommandant
Terug naar Boven
BEVOWAARDE
| 00 | Bevo-artikel is vervallen. Aanvragen worden afgewezen met de toelichting: "Mutatie niet verwerkt, NATO Stock Number onbekend in CVBKL". |
| 01 | Vervallen in CVBKL. Uitsluitend mogelijk in CDOS-2. |
| 02 | Oorlogsbevoorradingsartikel. Géén bevoorrading in vredestijd. |
| 10 | Het artikel is een normaal bevoorradingsartikel. |
| 15 | Het artikel is geen KL-bevoorradingsartikel, maar bestemd voor de Koninklijke Luchtmacht of de Koninklijke Marine. |
| 53 | Het artikel is een bevoorradingsartikel van aflopende aard, waarvoor echter een eenzijdig vervangend artikel is aangewezen. |
| 57 | Het artikel is een bevoorradingsartikel van aflopende aard. Er is géén vervangend artikel aangewezen. |
| 91 | Het artikel mag niet meer worden gebruikt. Het als vervangend artikel vermelde NATO Stock Number wordt bij aanvraag automatisch verstrekt. |
| 95 | Het artikel is identiek aan het artikel waardoor het wordt vervangen. |
| 96 | Het artikel wordt niet meer onder dit artikelnummer gevoerd, maar onder het vervangend artikelnummer, waarvan het gebruiksdoel gelijk is. |
| 98 | Het artikel is géén bevoorradingsartikel meer en moet worden afgevoerd; het heeft geen vervangend artikel meer. |
| 99 | Het artikel is geen afzonderlijk bevoorradingsartikel meer, maar is deel geworden van een samengesteld artikel, waarvan het artikelnummer is aangegeven. |
Terug naar Boven
BEVRIJDINGSDAG
5 Mei 1945. Datum waarop Nederland van de Duitse bezetter werd bevrijd. Het was de dag waarop de Duitse generaal Blaskowitz de overgave van de Duitse bezettingsmacht kwam aanbieden aan de Canadese generaal Foulkes in het Wageningse Hotel De Wereld. Blaskowitz accepteerde er de voorwaarden voor capitulatie met een kort “Jawohl”, waarmee – althans voor Nederland – een einde kwam aan de Tweede Wereldoorlog.
Behalve in het bijzijn van twee tolken - een Canadees en een Duitse sergeant - werd de capitulatie in de gelagkamer van Hotel De Wereld getekend in aanwezigheid van:
| Lieutenant-General Charles Foulkes | Commander 1st Canadian Corps |
| Z.K.H. Prins Bernhard | Bevelhebber der Nederlandse Strijdkrachten |
| Brigadier William Preston Gilbride | Deputy Adjutant & Quartermaster-General, 1st Canadian Corps |
| Brigadier George Kitching | Chief of Staff 1st Canadian Corps |
| Generaloberst Johannes Blaskowitz | Oberbefehlshaber 25. Deutsche Armee |
| Leutnant General Paul Reichelt | Generalstab Oberbefehlshaber Blaskowitz 25. Deutsche Armee |

Bevrijdingsdag wordt in Nederland gevierd als een nationale feestdag, waarop het jaarlijkse defilé door oud-(verzets-)strijders, vredesmissies en parate eenheden plaatsheeft in Wageningen en op vele plaatsen in het land Bevrijdingsfestivals plaatsvinden.
Terug naar Boven
BEWAKEN
Het systematisch en onafgebroken toezicht houden op én waarnemen van een gebied, object, personeel of materieel om gegevens te verkrijgen, te waarschuwen of te alarmeren.
Bewaken omvat uitsluitend detectiemaatregelen, géén reactieve maatregelen.
Bronnen: ‘Einde oefening. Infanterist tijdens de koude oorlog’, kolonel b.d. Gerard J. Felius (pagina 340) en Begrippenkader Defensie 2002.
Niet te verwarren met beveiligen. Zie ook: visiteren.
Terug naar Boven
BEZUGSPUNKT
Afgekort: BP (“Bravo Papa”). In het Engels: reference point; markpoint. In het Frans: point de référence. In het Nederlands: referentiepunt.
Binnen de Koninklijke Landmacht wordt onder andere gebruik gemaakt van tevoren benoemde Bezugspunkte ten behoeve van plaatsbepaling op de stafkaart; zouden Bezugspunkte niet tevoren worden vastgesteld, dan is het werken met een BP zonder nut en belang.
Vanuit een versluierd referentiepunt – aangegeven met een cijfer of letter – worden op 100 meter nauwkeurig locaties aangegeven. Hierbij is het uitgangspunt een assenkruis met een X- en een Y-as, van waaruit met behulp van een plus- en minsysteem een berekening wordt gemaakt naar een positie. De afstanden naar de posities zijn in honderdtallen (zo staat 24 gelijk aan 2.400 meter). Met een plastic sjabloon kunnen de posities snel, nauwkeurig en zonder gebruikmaking van coördinaten worden gevonden, waarna de Bezugspunkte door middel van een oleaat op een stafkaart worden gemarkeerd met een letter uit het NATO-spelalfabet en de posities in het terrein (geografisch) kunnen worden gevonden.
Als gezegd is het werken met Bezugspunkte enkel mogelijk wanneer dat te voren aan iedereen is bekendgemaakt (SOP). Bezugspunkte worden aangegeven onder punt 5 (Bevelvoering & Verbindingen) van het NAVO-5-paragrafenbevel.
Hoe werken Bezugspunkte?
- Op het referentiepunt (Delta) komt een assenkruis te liggen; voor het meten vanaf het referentiepunt kan de kaarthoekmeter worden gebruikt.
|
- De positieaanduiding links van de verticale lijn begint altijd met -, terwijl de positieaanduidingen rechts van de verticale lijn begint met + (+6).
|
- Ligt de positie boven de horizontaal, begint de positieaanduiding altijd met +, terwijl een positie onder de horizontaal altijd begint met – (-7).
|
- In het voorbeeld is de locatie D + 6 -7 vanaf referentiepunt Delta 600 meter naar rechts en 700 meter naar beneden.
|
Op onderstaande stafkaart (45 West) worden de punten A tot en met D aangeduid als Bezugspunkte, gevolgd door de positie op 100 meter nauwkeurig:

BP 11 | -8 | -2 | Punt A |
BP 11 | -7 | +7 | Punt B |
BP 11 | +3 | +5 | Punt C |
BP 11 | -2 | -2 | Punt D |
Terug naar Boven
BIJNAMEN
Aalmoezenier | Aal; Hemelpiloot; Hemelprediker |
Adjudant | Deurbel; Stip |
Administrateur | Admeur; Lid van de roze maffia |
AMV'er | Billenwasser |
Burger | Klebu (kleffe burger); Nukubu (nutteloze kutburger) |
Cavalerist | Paard |
Commando | Graspol |
CSM | Moeder van de compagnie |
Dominee | Doom |
Eerste luitenant | Tweepitter |
Foerier | Sokkenteller |
Gele rijder | Kip |
Genezerik | Hospik; Pleisterplakker; Verbandpakje |
| Genist | Spijker |
Infanterist | Heihaas; Infantroos; Zandhaas |
Jongste officier cavalerie | Veulen |
Kapitein | Afgekeurde koelkast |
Korporaal | Kuko (kutkorporaal) |
Landmachter | Pleun |
Limburgse Jager | Lompe jongen |
Luchtmobieler | Aardbei; Bloedblaar |
Marechaussee | Kalkemmer |
Marinier | Tor; Visstick |
NATRES'er | Nastresser; Weekendsoldaat |
Opperwachtmeester | Dubbele |
Rekruut | Bolle; Verse |
Sappeur | Spijker |
Sergeant-majoor | Dubbele |
Soldaat der eerste klasse | Corveestreep |
Sportinstructeur | Sportspier |
TD'er | Fietsenmaker |
Tweede luitenant | Eenpitter |
Verbindelaar | Pluggenneuker; Vonkentrekker |
Het is geenszins de bedoeling collega's te choqueren en/of kwetsen met bovenstaande bijnamen. Het is een opsomming van zgn. soldatentaal, die ingeburgerd is cq. door collega's te pas en vooral te onpas wordt gebruikt
Terug naar Boven
BIVAK
In het Duits: Biwak; Biwakraum. In het Engels: bivouac; tent camp. In het Frans: bivouac. Ook genaamd: tentenkamp. De Fransen voerden in 1848, tijdens de omwentelingsoorlog, het bivakkeren (Oudnederlands: bivouacqueren) in.
Iedere militaire plaats te velde die in de regel bestaat uit een geïmproviseerd of provisorisch kampement van tenten dan wel vervaardigd is van ter plaatse gevonden organisch materiaal.
In een bivak wordt doorgaans uitgerust, de nacht doorgebracht na een verplaatsing of in de nabijheid van de vijand of zij dient eenvoudigweg als uitvalsbasis voor een oefenende of operationele eenheid. Bekend is bijvoorbeeld het eerste bivak dat de nieuwe rekruut tijdens zijn opleiding dient te ondergaan.
Voordeel van een bivak is dat de troepen dicht bij elkaar gelegerd zijn, onder het oog van de commandant, én min of meer paraat zijn. Nadeel is dat bij slechte weersomstandigheden (regen, vrieskou, wind) de gezondheid van het personeel kan verslechteren; daarnaast wordt de plaats van een bivak meer dan eens te snel en daardoor niet met uiterste zorg uitgekozen.
Zie ook: schuilbivak.
Terug naar Boven
BLACK HOLE
Letterlijk: zwart gat.
Procedure die wordt opgestart direct na het afkondigen van Plan Alpha of enig ander alarm.
Wanneer de commandant van een uitgezonden of oefenende eenheid een 'black hole' instelt, is het voorschrift dat er géén uitgaande berichten naar het thuisfront en derden in Nederland (meer) kunnen én mogen worden verzonden.
Afkondiging van 'black hole' vindt plaats overeenkomstig de operationele veiligheid in het algemeen en het naleven van de veiligheidsvoorschriften in het bijzonder. Bij (verkeers)ongevallen, schietincidenten, (zelfmoord)aanslagen en overige calamiteiten zal door de operationele commandant het communiceren met Nederland – via e-mail, internet, (mobiele) telefoon en welfare telefoon – tijdelijk wordt geblokkeerd.
Zodoende kunnen de medewerkers van het Dienstencentrum Bedrijfsmaatschappelijk Werk (DC BMW) van het Ministerie van Defensie als eerste correct de nabestaanden van de slachtoffers en de thuisfrontafdeling op de hoogte brengen, voordat de feiten de media halen.
De communicatiestop is van kracht totdat alle betrokkenen op de hoogte zijn gebracht. In de regel houden de media zich aan de communicatiestop.
Terug naar Boven
BLACK OPERATION
Letterlijk: donkere operatie.
Zie: covert operation.
Terug naar Boven
BLACK OUT-VERLICHTING
Ook genaamd: oorlogsverlichting. In het Duits: Tarnlicht. In het Engels: black out lights. In het Frans: lumière de camouflage.
| Zeer verduisterde, tactisch gevoerde voertuigverlichting (voor- én achterlampen) – d.w.z. aan de voorzijde van het voertuig in kleine pitten en aan de achterzijde in het midden van het kruislicht – dat wordt ingeschakeld om bij duisternis onopgemerkt voor de vijand maar zichtbaar voor medeweggebruikers te blijven. De verlichtingsgraad is hierdoor zodanig beperkt dat de uitstraling van elk zichtbaar licht tot een minimum is beperkt en alleen met lage snelheden (< 20 km per uur) kan en mag worden gereden. Wanneer de black out-verlichting is aangezet, is alle overige verlichting van het voertuig automatisch uitgeschakeld. | 
Black out-verlichting, in dit geval een remlicht, aan de achterzijde van een Leopard-tank |
Dankzij het kruislicht kan de bestuurder van een motorvoertuig ondanks het zeer beperkte zicht in een colonne de afstand schatten tot zijn voorganger. In oorlogstijd vinden nachtelijke verplaatsingen in de regel onder verduisteringsomstandigheden plaats, waarbij de marssnelheid niet meer dan 20 km per uur is.
Zie ook: kruislicht.
Terug naar Boven
BLACK SPOT
Letterlijk: zwarte plek. Er zijn meerdere betekenissen:
Locatie waar géén verbindingen mogelijk zijn, met name tussen opsroom en eenheden buiten de compound. Verbindingen geldt hier in de breedste zin van het woord, van radioverbindingen tot GPS-signalen. Bij een verbindingsblackspot dient rekening te worden gehouden met een relayeerstation om de dekking van de verbindingen te kunnen blijven garanderen. Zie ook: relayeren. |
Risicovolle locatie waar veel aanrijdingen met lichamelijk letsel als gevolg hebben plaatsgevonden. |
Zwarte vlek die op de startbaan van een vliegveld wordt geschilderd om de indruk te wekken dat de baan na een bombardement nog steeds onbruikbaar is. |
Terug naar Boven
BLANCOËN
Ook geschreven: blenco of blenko. Het werkwoord kent 3 betekenissen:
(1) | Blanco. Net opgekomen rekruut, die dus nog niet is opgeleid, getraind en gevormd; ook wel “bolle” of “verse” genoemd. |
(2) | Blanco. Drager van de normale landmachtbaret, d.i. vóór de invoering van de petrolkleurige KL-baret op 1 september 2005. Uitzonderingen zijn bijvoorbeeld militairen die gerechtigd zijn tot het dragen van de groene baret (Korps Commandotroepen), rode baret (landmachtcomponent van 11 Air Manoeuvre Brigade) en donkerblauwe baret (1ste Duits-Nederlandse legerkorps). |
(3) | Ook genaamd: webbing pasta of web cleaner. Groene schoensmeerachtige pasta (of strooipoeder) die ertoe diende om de webbing, die van een soort canvas was gemaakt, ruim in te vetten en zo te beschermen en met name waterproof te maken. Blancoën was al even essentieel als schoen- en wapenonderhoud. Blanco dateert uit het tempo doeloe van de Persoonlijke Standaard Uitrusting (PSU) die geschikt was voor het statisch gevecht op de Noord-Duitse laagvlakte ten tijde van de Koude Oorlog. Het originele nostalgische smeersel werd gemaakt door de firma Joseph Pickering & Sons uit Sheffield, Engeland (sinds 1824), die ook het patent had op de kreet “Web Equipment Renovator”. Blanco stonk behoorlijk, zeker als het noodgedwongen werd verwarmd om het inpoetsen wat smeerbaarheid betreft te vergemakkelijken. Webbing die in elk geval moest worden behandeld met blanco waren het bokkentuig (voorloper van het huidige draagsysteem gevechtsbepakking), dekkleden (tegen koude en vocht), koppels (koppelriemen), puttees (beenwindsels) en rugzakken (pukkels en ransels). Tegenwoordig beschikt de KL-militair over de Persoonlijke Gevechts Uitrusting (PGU) met uitrustingsstukken als modulair ops-vest, chest-rig of chest-webbing, opdat hij zijn eten, munitie, onderhoudsmiddelen, patroonmagazijnen, veldfles e.d. gemakkelijker kan meenemen in het beweeglijk gevecht (manoeuvre warfare). Er waren overigens verschillende kleuren – onder meer wit en blauwgrijs - maar binnen landmachteenheden was de meest voorkomende kleur uiteraard khaki donkergroen. |

Rechts de pukkel, links de ransel. Rugzakken uit de tijd van de Persoonlijke Standaard Uitrusting die regelmatig moesten worden ingesmeerd met blenko
Bron: onder andere artikel ‘Blenko' in de serie ‘Klein erfgoed'door Gerrit Kolthof in NRC Handelsblad d.d. 19 december 2000, in 2002 gebundeld in gelijknamig boek, ISBN 9070037475, € 14,00.
Terug naar Boven
BLAUWE HAP

Blauwe hap | De kleur "blauw” werd van oorsprong gebruikt voor alles wat Nederlands-Indisch was. Eigenlijk was het een scheldwoord of in elk geval denigrerend bedoeld. Zo werd een autochtone inwoner van Nederlands-Indië door de Nederlanders een “blauwe” genoemd, zoals de Nederlander door de autochtonen in het Maleis “belanda” werd genoemd. De term is in zwang geraakt in de periode 1945-1950 dat de Nederlandse krijgsmacht in Nederlands-Indië present was, voor Indisch eten, met name nasi goreng. |
Het eigengemaakte nasigerecht – met bijbehorende banaan, gebakken omelet, kroepoek en sateetje – werd en wordt van oudsher op woensdag geserveerd bij eenheden van de Koninklijke Marine, later ook bij de andere krijgsmachtdelen. Tegenwoordig wordt de blauwe hap op reünies en veteranendagen gratis geserveerd.
Het recept voor blauwe hap bestaat uit gekookte rijst, die in een wok (wadjan) wordt gemengd met ham, prei, spek en uien. Uiteraard ontbreken knoflook, sambal en trassi niet.
Terug naar Boven
BLITZKRIEG
In het Engels: lightening war. In het Frans: foudre de guerre.
Letterlijk : zeer snel verlopende en beweeglijke verrassingsoorlog.
Op 1 september 1939 viel het Duitse leger met een nieuwe tactiek Polen binnen. De tactiek, gebaseerd op zowel verrassing als snelheid – principes van moderne oorlogvoering – was ontwikkeld door de Duitse officier Heinz Guderian (1888-1954) in zijn militaire pamflet ‘Achtung Panzer' (1937). Om Adolf Hitler te overtuigen beschreef hij hierin hoe een moderne mobiele oorlog gevoerd zou moeten worden. Binnen een maand na het binnenvallen werd Polen veroverd. Amper een jaar later was de verovering van een groot deel van West-Europa een feit.
Het verrassingseffect van de Blitzkrieg bestond uit een zeer nauw op elkaar afgestemde samenwerking tussen infanterie, luchtlandingsstrijdkrachten (parachutisten), lichte tankeenheden en vliegtuigen.
Terug naar Boven
BLOCKING POSITION
In het Duits: Auffangstellung.
Engelse term die overeenkomt met het Nederlands ‘grendelstelling’: een positie achter de eerste linie, gelegen in de tweede linie, die moet worden gezien als een verdedigende opstelling. De verdedigingsopstelling is zo geplaatst dat:
een mogelijke vijandelijke doorbraak / toegang tot een bepaald gebied wordt voorkomen |
een tegenaanval (tegenstoot) kan worden uitgevoerd om de eigen positie dan wel frontlijn te herstellen |
de voortgang van een vijandelijke opmars in een bepaalde richting wordt verhinderd |
De meest besproken blocking position in de Nederlandse krijgsgeschiedenis is zonder twijfel die tijdens Dutchbat-III:
In de avond van 9 juli 1995 richtte Dutchbat-III op bevel van de Force Commander van UNPROFOR, de Franse generaal Bernard Janvier in Zagreb (met als rechterhand zijn Hoofd Operatiën, de Nederlandse kolonel Harm de Jonge), enkele kilometers buiten de stad Srebrenica op de toegangsweg aan de zuidrand met zes witte YPR-pantserrupsvoertuigen en een bemanning van ± 50 infanteristen een opzichtige blocking position in. De actie vond plaats onder leiding van de toenmalige kapitein Jelte Groen (commandant van de Bravo-compagnie), maar zijn plaatsvervanger - eerste luitenant Leen van Duijn (pelotonscommandant van de Charlie-compagnie) - was aangewezen als commander on scene van de blocking positions. De commandant van Dutchbat-III, luitenant-kolonel Thom Karremans, had overigens eerder aan brigadegeneraal Cees Nicolai (Chef Staf in Sarajevo) laten weten dat de opdracht van de blocking position niet uitvoerbaar was… Doel was het stoppen van de ingezette aanval van de Bosnian Serb Army (BSA) – overigens gecombineerd met eventuele close air support (CAS). Vandaar dat ook een forward air controller mee was, die de piloten over de radio naar de doelen moest gidsen. Hoewel de ‘groene’ gevechtsopdracht niet paste bij het 'blauwe' karakter van de Dutchbat-uitzending, was de missie zeker op een ramp uitgelopen als Dutchbat-III niets had gedaan. Vandaar dat de blocking position terecht ook wordt gezien als één van de argumenten dat Dutchbat-III al het mogelijk heeft gedaan om de val van de enclave Srebrenica te voorkomen. Een dag later, omstreeks 18.00 uur deden ± 80 militairen van de infanterie van de BSA een poging de blocking position te overmeesteren. De daar gepositioneerde Nederlanders beantwoordden de aanval met ‘overhead’ (over de hoofden heen) vuur uit persoonlijke en groepswapens (mitrailleurs); de aanval stopte, maar er kwam nog altijd géén CAS. Op 11 juli 1995 zette de BSA met infanterie en tanks andermaal de aanval in. Het vuurtrekkende karakter van de blocking position had hét alibi moeten zijn ter vergemakkelijking van de luchtsteunprocedures (CAS), maar de blocking position ten zuiden van de stad moest worden losgelaten; onder pantser keerden de YPR-bemanningen terug naar de stad, die vervolgens onder de voet werd gelopen door de BSA. |
Terug naar Boven
BLOEDGROEPFOUT
Verkeerde eigenschap dan wel gebrek aan correcte eigenschappen die binnen bepaalde groepen militairen onmiddellijk negatief opvallen. Zo zijn in slaap vallen tijdens de wacht of tijdens een opdracht liften en daar vervolgens over liegen absoluut bloedgroepfouten.
Bloedgroepfouten komen doorgaans moeiteloos aan het licht (tijdens de opleiding voor een functie) bij het Korps Commandotroepen of 11 Air Manoeuvre Brigade. Daar zijn bloedgroepfouten, samen met “kramp tussen de oren” (zelf te kennen geven de opleiding niet te willen voltooien) en blessures de voornaamste redenen voor het voortijdig beëindigen van respectievelijk de Elementaire Commando Opleiding (ECO) en de opleiding aan het Schoolbataljon Luchtmobiel.
Terug naar Boven
BLOEDZUIGERS
Bloedzuigers zijn, evenals teken, ectoparasieten: parasieten die op de buitenkant van onder andere de mens kunnen leven. Het zijn gesegmenteerde waterwormen met een lengte van 2 à 5 cm met een afgeplat lichaam dat naar voren kegelvormig toeloopt. Sommige soorten zijn uitgerust met zuignappen die zich hard aan de huid vastzuigen om (menselijk) bloed tot zich te nemen. Het speeksel van deze bloedzuigers bevat de stof hirudine die de bloedstolling vertraagt (anticoagulans).
Enkele daadwerkelijk pathogene bloedzuigende soorten van de ± 300 kunnen een ernstige plaag vormen door de eigenschap dat zij rode bloedcellen opnemen; ze laten vanzelf los als ze volledig zijn opgezwollen door de opname van bloed.
Bloedzuigers komen vnl. voor in (sub)tropische jungles en andere vochtige gebieden, waar zij in draadachtige vorm op planten in of nabij het water (aquatisch) wachten voordat zij zich hechten aan de mens. In Nederland en België komen 18 soorten bloedzuigers voor. De Hirudo medicinalis werd vroeger in de geneeskunde gebruikt voor aderlatingen: het kunstmatig openen van aderen.
Verwijderen van bloedzuigers: trek de bloedzuiger niet van het lichaam, maar verwijder ze met vuur of een snufje zout. Bloedzuigers dragen vaak infecties.
Terug naar Boven
BLUE FLIGHT
Letterlijk: blauwe vlucht.
Term die aanduidt dat een militair omwille van dwingende disciplinaire maatregelen naar huis wordt gestuurd. De term is volslagen onbekend binnen de Nederlandse krijgsmacht, maar de terugzending uit operatiegebieden bij wijze van ordemaatregel - genaamd: blue flight - wordt in de Belgische krijgsmacht geregeld volgens een nota van 12 februari 2004. Binnen de Nederlandse krijgsmacht wordt gesproken over een repat(riëring), maar dat begrip omvat ook militairen die worden teruggestuurd met een verwonding e.d.
Het Belgische begrip omvat militairen die worden teruggezonden voor wangedrag als drankmisbruik, het niet respecteren van de consignes, vechten, bedreigingen met een wapen of drugs.
Zie ook: repat.
Terug naar Boven
B.M.W.
Ezelsbruggetje dat wordt gehanteerd in het kader van Ammunition Awareness (AAW). Behalve dat BMW ( Bayerische Motoren Werke) een Duits automerk is, is de kreet onder andere terug te vinden op de Instructiekaart 5-137 (IK 5-137), 5de druk:
| | Denk aan valstrikken |
|---|
| | Zorg dat anderen eraf blijven |
| | Verkorte melding |

Door het gebruik van een gemakkelijk ezelsbruggetje als BMW in het kader van Ammunition Awareness (Munitieveiligheid) wordt de individuele militair zich bewust gemaakt van de gevaren van munitie en het herkennen van munitie in de breedste zin van het woord, zoals kleinkaliber-munitie, mijnen, UXO's en IED's. Munitie is een reele bedreiging bij de inzet van militair personeel wereldwijd, zodat de handelingen in het ezelsbruggetje BMW van levensbelang zijn in de omgang met munitie.
De verkorte melding ('W') is:
| W | Uw naam, registratienummer, eenheid en verblijfplaats |
|---|
W | Hoofdgroep van het soort munitie dat u heeft gevonden (zie IK 5-137) |
W | Waar is de munitie aangetroffen (minimaal 8-cijfer-coördinaat) |
W | |
H | Naderingsweg; soort van markering; contactpersoon ter plaatse |
AAW is een vast programmapunt van de Algemene Militaire Opleiding ( AMO ) voor militairen in spe. De instructie daartoe wordt gegeven op de schoolbataljons van de Koninklijke Landmacht, op de Mineursschool van het Opleidings- en Trainingscentrum Genie (OTCGenie) van de KL in Reek (in de buurt van Grave) en bij de parate eenheden.
Op de Mineursschool bekwamen genisten zich op het gebied van mijnen, springmiddelen, valstrikken, camouflage en misleiding. Daarnaast zijn de militairen van het Explosieven Opruimings Commando Koninklijke Landmacht (EOCKL) getraind in ruimen van oorlogstuig en (vermoedelijke) conventionele explosieven, het ruimen van (vermoedelijke) geïmproviseerde explosieven en het adviseren van de politie en locale, provinciale en rijksoverheid met betrekking tot de bovengenoemde taken.
AAW maakt daarnaast verplicht deel uit van de Missie Gerichte Instructie (MGI), ook al is de militair al meerdere malen uitgezonden geweest.
Terug naar Boven
B.N.M.S.
Afkorting voor: Begin Nautische Morgen Schemering.
Zie: Nautische avondschemering.
Terug naar Boven
BODYBAG-SYNDROME
Vooropgesteld: elke bodybag – lijkzak van plastic of rubber – is er één teveel. Elke militair weet dat sneuvelen als gevolg van handelingen op het slagveld tot de beroepsrisico’s behoort. Daarbij stilstaan is een ander verhaal. Weinigen zijn bereid voor God en vaderland te sneuvelen, zoals weinigen überhaupt van plan zijn dood te gaan. Derhalve is sneuvelbereidheid niet zomaar een beladen term maar een eufemisme. Daarbij is er nog een duidelijk verschil tussen laf gedood worden als gevolg van een aanslag en in het harnas sterven.
Sinds de Vietnam-oorlog zijn de Verenigde Staten in de ban van de bodybag, of beter gezegd: van het bodybag-syndrome. Vanwege het lijkzakkensyndroom is er minder draagvlak voor een overzeese oorlog naarmate er meer eigen militairen sneuvelen en in lijkzakken naar het thuisland gerepatrieerd worden.
Op 14 november 2001 noemde columnist Max Boot in de Wall Street Journal het bodybag-syndrome “onze grootste strategische zwakte”. De vrees voor incidenten met de lokale bevolking, gewonden en doden – en de daarop volgende crises in media en publieke opinie – maken dat in elk geval de Amerikanen sterk geneigd zijn in het kader van Force Protection in ‘splendid isolation’ te opereren: een Amerikaanse militair in Irak heeft statistisch gezien minder kans op verwondingen als een militair op de thuisbasis in de VS.
Het post-Vietnam-bodybag-syndrome lijkt herboren met de Hezbollah-aanslagen op Amerikaanse doelen in Beiroet in april en oktober 1983 (resp. Amerikaanse ambassade met 64 doden en hoofdkwartier Amerikaanse mariniers met 241 doden) en is herbevestigd met de dood van 18 Amerikaanse militairen in de Somalische hoofdstad Mogadishu in oktober 1983: toen Somaliërs het lijk van een Amerikaanse militair door de straten van Mogadishu sleepten, leidde dat bij het thuisfront tot woedende reacties en tot een discussie over de Amerikaanse aanwezigheid in Somalië. Uit angst voor nog meer slachtoffers capituleerden de Amerikanen, zowel in Beiroet als in Mogadishu. In de moderne oorlogvoering spitst het bodybag-syndrome zich toe op media en publieke opinie: hoe kan een oorlog worden gewonnen zonder lijkzakken op CNN te laten zien? Elke bodybag is immers gezichts- en dus populariteitsverlies. Omdat de politiek Nederlandse militairen naar ’s werelds brandhaarden en slangenkuilen stuurt, staat zij allesbehalve te juichen als er manschappen in een bodybag huiswaarts keren. | Overeenkomst met het bodybag-syndroom vertoont de Mueller-of slachtofferhypothese. Deze veronderstelling is vernoemd naar de Amerikaanse politiek wetenschapper prof. dr. John E. Mueller (1937) van de University of Rochester in Rochester, New York. In 1973 publiceerde hij het boek War, Presidents and Public Opinion, waarin hij een analyse maakte van de steun van de Amerikaanse bevolking aan de oorlogen in Korea (1950-1953) en Vietnam (1961-1975). Behalve dat Mueller aantoonde dat de resultaten van opiniepeilingen vaak verkeerd werden gehanteerd, stelde hij vast dat er een onlosmakelijk verband bestaat tussen de steun van de publieke opinie en het incasseren van gevechtsverliezen. Dat hierbij de hoeveelheid slachtoffers niet bepalend is, kan worden geconcludeerd uit het beëindigen van militaire acties door de Verenigde Staten in Libanon (1983) en Somalië (1993), waarbij relatief weinig slachtoffers vielen. Factoren die wel bepalend lijken, zijn duur en succes van de operatie en de mate van dreiging. |
|
Omdat de politiek Nederlandse militairen naar ’s werelds brandhaarden en slangenkuilen stuurt, staat zij allesbehalve te juichen als er manschappen in een bodybag huiswaarts keren. Na UNPROFOR slaagde Nederland erin, tot 10 mei 2004, de gevreesde beelden van bodybag, rouwstoet, over een kist gedrapeerde driekleur, laatste saluut en eresalvo bespaard te blijven. Toen werd sergeant der eerste klasse Dave Steensma bij een laffe aanslag in Irak gedood.
In oktober 1996 presenteerde docent internationale betrekkingen en buitenlands beleid Philip Everts de verhandeling ‘The ‘bodybag hypothesis’ as alibi. Public support for military UN-operations in the Netherlands: The case of Bosnia-Hercegovina’ op een internationale conferentie over ‘Public Opinion, Democracy and Security Policy’ in Siena (Italië).
Het bodybag-syndrome heeft raakvlakken met de zgn. slachtofferhypothese, welke zegt dat het draagvlak van de bevolking van westerse samenlevingen wegvalt zodra er slachtoffers vallen onder de eigen militairen. Proefondervindelijk is echter allang aangetoond dat de slachtofferhypothese dient te worden verworpen.
Terug naar Boven
BOEKJE PIENTER
Een Boekje Pienter is een klein, zelfgemaakt notitieboekje waarin iemand die begint bij de Koninklijke Landmacht van oudsher alle aspecten uit de opleiding opschrijft die hij/zij handig vindt om op oefening of op de kazerne te gebruiken. Kortom, een boekje vol tips en tools om snel bij de hand te hebben. Liefst op linkerbovenzak (liboza)-of broekzakformaat.
| 
Het eerste logo op de initiële website |
In zijn boek Einde oefening. Infanterist tijdens de koude oorlog (2002) wijdt kolonel b.d. Gerard J. Felius op de pagina’s 183 en 184 een korte bespiegeling aan de ontstaansgeschiedenis van het Boekje Pienter:
 | “Bij diverse eenheden beschikten sommige pelotons- en groepscommandanten over het Boekje Pienter.Voorzover ik weet, zijn deze Boekjes Pienter ontstaan in de periode dat de Koninklijke Landmacht werd ingezet in het voormalig Nederlands-Indië tidjens de politionele acties. Niet verstrekt door de landmacht of KNIL, maar zelf gemaakt door bij hun werk betrokken officieren en onderofficieren uit gemis aan een voorschrift waarin het optreden van het peloton en de groep stond beschreven. De Boekjes Pienter waren zeer gewild bij de pelotons- en groepscommandanten.” |
De kreet “Buka pintu!” betekent zoveel als “Open de deur!”, maar een ‘buka pintu’ staat in de Indonesische taal (Maleis / Bahasa Indonesia) ook gelijk aan ‘agenda’. Het bijhouden van zo’n agenda – lees: notitieboekje waarin per dag de bezigheden e.d. genoteerd kunnen worden – vond blijkbaar al plaats door de troepen van het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger (1830-1949). Daarmee voert de term waarschijnlijk terug naar de 19de eeuw! Ook toen al, in het pre-digitale tijdperk, waren er militairen die pen en papier op de man hielden om zo gebruik te kunnen maken van een ‘extern geheugen’ vol definities en terminologieën. Het ‘buka pintu’ fungeerde in het Nederlandsch-Indië van twee eeuwen geleden voor velen als richtlijn van militaire werkzaamheden. Op deze manier konden én kunnen gemakkelijk wijzigingen in procedures en processen worden bijgehouden.
Zelfs op het hoogste niveau wordt WWW.Boekje-Pienter.NL geraadpleegd.
| Zo was volgens Netstatbasic – de voorloper van Webstats4U – op 22 augustus 2005 de primeur voor het Supreme Headquarters Allied Powers Europe (SHAPE). |
In week 39 van 2006 was deze website de LINK VAN DE WEEK op de website van de Nederlandse Defensie Academie. Op 12 april 2010 besteedde de krant De Gelderlander aandacht aan de website:

Zie ook: Matrozen-ABC.
Terug naar Boven
BOFORS 40L70G-SNELVUURKANON
Voluit: snelvuurkanon Bofors 40L70G tegen luchtdoelen. In het Engels: rapid fire canon Bofors 40L70G anti-aircraft.
Producent is het Zweedse BAE Systems Bofors; in de luchtverdedigingsversie van het Zweedse pantserwielvoertuig CV 90 is een patroongevoede, automatische versie van het L70-kanon geïnstalleerd.
De 40L70G was sinds 1990 als aangepaste, G-versie in gebruik bij de luchtdoelartillerie van de Koninklijke Landmacht in het kader van de grondgebonden luchtverdediging, met name voor objectbewaking. De Bofors is uitermate geschikt ter verdediging van grondobjecten tegen laagvliegende helikopters en vliegtuigen. De G-versie betrof onder meer heen modificatie door de plaatsing van een eigen stroomvoorziening en het verhogen van de vuursnelheid. Ook werd het mogelijk gemaakt om met PFHE-munitie (Proximity Fused High Explosive) te schieten. Bij gebruik van PFHE-munitie is het vanwege de radarontsteking af doende als de granaat zich binnen een afstand van ± 8 meter van het doel bevindt; daarna zal het projectiel uiteenspatten in ± 1.100 fragmenten. In principe wordt met de vuurmond radargeleid vuur afgegeven. Dit is mogelijk door aan twee 40L70G’s aan bijvoorbeeld een Flycatcher-radarvuurleidingssysteem te koppelen. Handmatige vuurleiding is eveneens mogelijk, maar uiteraard veel minder nauwkeurig. | 
Het Bofors 40L70G-snelvuurkanon tegen luchtdoelen, dat van 1990 tot 2003 in gebruik was bij de luchtdoelartillerie als uiterst effectief wapen tegen laagvliegende helikopters en vliegtuigen |
Specificaties:
aantal in bewapening KL | 60 stuks |
bemensing | 3 militairen |
effectief bereik | ± 3.650 meter |
gewicht | ± 5.730 kg |
inhoud magazijn | 22 patronen |
inhoud munitierekken | 96 patronen |
kaliber | 40 mm ( 1,57 inch) |
lengte 40L70G | 6 meter 32 |
mondingssnelheid (Vo-) meting projectielen | Vo-radar |
sectorbegrenzing | zowel in het horizontale als het verticale vlak kan niet worden gevuurd in ingestelde veiligheidssectoren |
stroomvoorziening | generatoraggregaat 220 Volt |
vuursnelheid | 5 schoten per seconde |
Tot de opheffing in 2003 had elk luchtafweerpeloton (luapel) 3 vuureenheden met elk één Flycatcher-radarvuurleidingssysteem, 2 maal 40L70G en een Stingergroep. Elk luapel telde dus 6 Bofors-snelvuurkanonnen. Vanaf 2003 verdween het snelvuurkanon uit de bewapening van de KL en werden de luchtafweerbatterijen – 105 Luabt paraat én zowel 115 Luabt als 125 Luabt mobilisabel – opgeheven.
Terug naar Boven
BON SOIR
Vertaald uit het Frans: “Goede avond.” Lied dat is gearrangeerd door Gert Buitenhuis.
Waar het Cadettenlied de aanvang markeert van corpsvergaderingen, (gala)diners en andere feesten op de Koninklijke Militaire Academie, geeft het Bon Soir het einde aan. Beide liederen worden, evenals het Wilhelmus, in de houding ten gehore gebracht. Alleen het eerste couplet wordt meegezongen.
Het eerste couplet luidt:
“Bon soir, bon soir mes amis, bon soir
Bon soir mes amis, bon soir
Quand on est si bien ensemble
Quand on est si bien ensemble
Devrait on, devrait on, devrait on
Jamais se… quitter.”
Zie ook: Cadettenlied.
Terug naar Boven
BOOBYTRAP
Zie ook: hinderlaag, Improvised Explosive Device, pionier,punji en valstrik.
Terug naar Boven
BOOGTENT
Tent die onder andere wordt gebruikt bij de opbouw van geneeskundige inrichtingen. De boogtent (NSN: 8340-17-047-2303) meet 5,80 x 5,35 meter en heeft een grondoppervlakte van 31 m².

Benodigdheden voor de boogtent zijn:
- 1 x tentdoek met foedraal
- 1 x zak toebehoren met grote en kleine tentharingen
- 1 x kist toebehoren met 6 grondplaten voor de staanders, 12 koppelstukken voor de liggers en staanders en 3 spanriemen
- 2 x grondzeil 3 x 6 meter
- 2 x nokligger met klauwen
- 12 x rechte ligger
- 15 x gebogen staander
De specificaties van de boogtent zijn:
| lengte | 580 cm |
| breedte | 535 cm |
| oppervlakte | 31 m² |
| gewicht tentdoek in foedraal | 75 kg |
| opzetten boogtent | door 4 personen in 15 minuten |
De boogtent kan worden gekoppeld aan de kruistent, die op zijn beurt kan worden gekoppeld aan de vestibule.

Boogtent in vol ornaat
Met dank aan de website van de Stichting Bravo Compagnie (13 november 2002).
Terug naar Boven
BOOST-KAZERNE
Type kazerne volgens het paviljoensysteem en in zakelijk-expressionistische stijl, ontworpen door de kapitein der genie August Gerard Marie Boost (geboren 7 september 1900 in Breda en overleden 25 januari 1985 in Den Haag) in de jaren ’30 van de 20ste eeuw. Ook genaamd: grens(bataljon)kazerne. De kazernes werden allemaal gebouwd in de periode 1938-‘39.
Op 15 augustus 1937 werd Boost door de Minister van Oorlog/Marine Jannes van Dijk belast met het ontwerp voor de 16 kazernes. Hoewel het ontwerp van Boost nog werd beoordeeld door de gerenommeerde architecten prof. ir. Richard Schoemaker en prof. Nico Landsdorp, werd slechts een klein aantal aanpassingen doorgevoerd.

Voorbeeld van een Boost-kazerne.
Boost ontwierp een gestandaardiseerde kazerne, modern en volgens een vaste opzet, bedoeld voor één bataljon infanterie dan wel één regiment infanterie (regimentsstaf en twee bataljons).
Naar het standaardontwerp werden twaalf kazernes voor één bataljon gerealiseerd. Een dergelijke, kleine kazerne bestond uit een poortgebouw met een typerend middendeel. Hierin bevindt zich de ingang tot de kazerne, tevens doorgang naar het exercitieterrein. In een U-vorm rondom de appèlplaats bevinden zich drie legeringgebouwen en een keukengebouw, allemaal min of meer spiegelbaar. Het poortgebouw huisvestte onder andere kantine, sportzaal, stafbureaus en een wacht met cellen. Het concept voor de vier grotere kazernes werd afgeleid uit het standaardontwerp. Hierin werden de legeringgebouwen gehandhaafd, maar in plaats van het poortgebouw kwamen er aparte gebouwen.
De zestien kazernes lagen grotendeels langs de oost- en zuidgrens van Nederland, met uitzondering van de kazernes in Ede, Ermelo en Bussum.
De bouw van de kazernes was onder meer een gevolg van de expansiedrift en oorlogsdreiging van Adolf Hitler in Duitsland. Het toegenomen aantal dienstplichtig militairen maakte het noodzakelijk legeringplaatsen te creëren.
Lijst van Boostkazernes:
Koning Willem I-kazerne | ’s-Hertogenbosch |
Willem III-kazerne | Apeldoorn |
Saksen Weimarkazerne | Arnhem |
Cort Heyligerskazerne | Bergen op Zoom |
Seeligkazerne | Breda |
Kolonel Palmkazerne | Bussum |
Elias Beeckmankazerne | Ede |
Constant Rebequekazerne | Eindhoven |
Jan van Schaffelaarkazerne | Ermelo |
Generaal de Bonskazerne | Grave |
Ernst Casimirkazerne | Roermond |
Engelbrecht van Nassaukazerne | Roosendaal |
Westenbergkazerne | Schalkhaar |
Johan van den Korputkazerne | Steenwijk |
Willem de Zwijgerkazerne | Wezep |
Adolf van Nassaukazerne | Zuidlaren |
Terug naar Boven
BORDER CROSSING POINT
Afgekort: BCP.
Punt waar colonnes de grens overgaan. Op locatie is in de regel een functionaris van het Verkeers- en Vervoersdetachement (VVdet) aanwezig, die erop toeziet dat dat de juiste colonnesignalering wordt aangebracht voordat de grens wordt gepasseerd. Eventueel worden zaken geregeld die te maken hebben met grensoverschrijding, met name documentatie.
Terug naar Boven
B.O.S.C.O.
| B | Brandstof | benzine; diesel; kerosine |
| O | Olieën | motorolie; cardanolie; hydraulische olie |
| S | Smeermiddelen | vetten |
| C | Chemicaliën | ontsmettingsmiddelen; industriële chemicaliën |
| O | Onderhoudsmiddelen | verfsystemen; lijmen; kitten; reinigingsmiddelen |
Terug naar Boven
B.O.S.-LAADSTATION
Locatie op militaire complexen waar benzine, olie en smeermiddelen kunnen worden geladen. In de regel beperkt dit laden zich tot het tanken van voertuigen met benzine of diesel (high speed en low speed).

Terug naar Boven
BOSRANDMEDAILLE
Gekscherende benaming voor de Landmachtmedaille. Zo genoemd door brigade-generaal H.Th. Komen, tot begin 2004 commandant van 43 Gemechaniseerde Brigade in Havelte. De bijnaam dankt deze medaille, ingesteld op 1 september 2002, voor het feit dat die wordt toegekend aan militairen die langdurig operationele dienst hebben verricht. Het meest voorkomende voorbeeld is het minimaal 84 maanden operationele (parate) dienst verricht hebben bij het 1ste Duits-Nederlandse legerkorps of het voormalige 1ste Legerkorps (1LK). Daarnaast is de middelste en breedste (11 mm) van de vijf banen van het lint van de medaille weergegeven in groen, hetgeen de generaal Komen kan hebben geïnspireerd tot zijn verspreking. | 
Landmachtmedaille |
Terug naar Boven
B.O.T. / B.C.T.
Afkortingen voor respectievelijk Bijzondere Oorlogstoestand en Bijzondere Crisis Toestand.
Wat bij aanvang van een oefening, binnen het AOT/ACT, de militaire situatie is. Deze militaire situatie is toegespitst op de eenheid waar u deel van uitmaakt.
Zie ook A.O.T. / A.C.T.
Terug naar Boven
BOUNCING BETTY
Letterlijk: “Springende Betty”. Bijnaam die de geallieerden in de Tweede Wereldoorlog gaven aan de Schrapnellmine (S-mine) 35 (een Duitse anti-personeelsmijn die bestaat uit een cilindrische stalen huls met daarin zowel explosief als verschervend materieel. “Betty” is afkomstig van de Amerikaanse tekenfilm- en stripfiguur Betty Boop. De Bouncing Betty lijkt wat betreft vorm op de Valmara 69, een Italiaanse AP-mijn. De Bouncing Betty is de oorzaak van de mythe dat een landmijn pas zou exploderen als de voet van het slachtoffer van de mijn stapt, een mythe die tot op de dag van vandaag – in de hand gewerkt door oorlogsfilms en –literatuur - voor waar wordt aangenomen. De mijn dateert uit 1935, maar verwierf zijn slechte reputatie pas tijdens de Tweede Wereldoorlog: zowel door de druk van 3 à 5½ kg als door een struikeldraad kan de AP-mijn geactiveerd worden. | 
Boven een Amerikaanse G.I. met een Bouncing Betty, onder de mijn ook in dwarsdoorsnede |
De mijn springt vervolgens 70 cm tot 1½ meter boven het maaiveld uit zijn huls, zaait in een straal van 10 à 20 meter dood en verderf en was in een straal tot 100 meter nog in staat restslachtoffers te maken. Na de Tweede Wereldoorlog had onder andere de Vietcong in de Vietnam-oorlog de beschikking over de Bouncing Betty.
Gegevens:
hoogte | 12,7 cm |
diameter | 10,2 cm |
gewicht | 4 kg |
explosief | 190 gram TNT (Tri-Nitro-Tolueen) of amatol (mengsel van ammoniumnitraat en TNT) |
Terug naar Boven
BOXER PWV
Boxer PWV ( © Ministerie van Defensie) | Voluit: Boxer Pantserwielvoertuig. Nieuw groot pantserwielvoertuig voor Battle Damage Repair (BDR), commandovoering, genietaken, gewondentransport (GWT) en transport. De Boxer PWV, die wordt ontwikkeld samen met Duitsland (oorspronkelijk een Brits-Duits-Frans-Nederlands samenwerkingsverband), zal te zijner tijd worden ingevoerd ter gefaseerde vervanging van de YPR-765 en de M-577. |
In de Defensiebegroting voor 2004 is het budget voor de ontwikkeling en de productie van 359 voertuigen vastgesteld op € 841,1 miljoen. Nederland heeft de ordergrootte vervolgens naar 257 voertuigen bijgesteld. Op 21 juni 2006 is gebleken dat nu nog slechts 200 stuks van de Patria PWV benodigd zijn.

Boxer PWV in gewondentransport-uitvoering
Specificaties:
actieradius | 1.050 km |
airconditioning | ja |
beladingsgewicht | 7,8 ton |
bemanning | 11 |
bodemvrijheid | 50 cm |
breedte | 2 meter 99 |
hoogte | 2 meter 37 |
lengte | 7 meter 93 |
maximaal totaalgewicht | 33 ton |
maximumsnelheid | 103 km per uur |
motorvermogen | 530 kW |
NBC-bescherming | ja |
voertuiggewicht | 25,2 ton |
In april 2009 heeft Variass een megaorder binnengehaald voor het leveren van elektronische bedieningssystemen voor de Boxer. Het bedrijf uit Veendam gaat commando- en controlesystemen voor 472 pantserwielvoertuigen leveren. De order kwam mede tot stand via het Ministerie van Economische Zaken en de Investerings- en Ontwikkelingsmaatschappij voor Noord-Nederland (NOM).
Variass Systems B.V., dat zich steeds meer toelegt op defensieorders (onder andere uit Duitsland, Frankrijk en Zweden) maakt onderdeel uit van de Variass Holding en heeft vestigingen in Veendam en Leeuwarden.
De Boxer wordt vanaf medio 2010 geleverd aan de Duitse landmacht en vanaf 2011 aan de Koninklijke Landmacht. De overeenkomst betreft een compensatieorder verspreid over een periode van zeven jaar, met een totale omzet van ruim € 5 miljoen.
De Boxer zal worden ingezet voor (gewonden)transporttoepassingen. De ontwikkeling van het voertuig kwam tot stand door een samenwerking tussen Duitse bedrijven als Krauss-Maffei Wegmann en Rheinmetall Landsysteme en diverse Nederlandse bedrijven.
Terug naar Boven
BOZENA-4 M.M.C.S.
M.M.C.S. staat voor Mini Mine Clearing System.
| Vanaf 2005 beschikt de Koninklijke Landmacht over de Bozena-4. Dit is een licht mechanisch ruimmiddel (LMR) ten behoeve van area clearance dat wordt gefabriceerd door Way Industry in Zvolen (Slowakije). Hiermee is de Bozena-4, die is afgeleid van een commerciële mini-graafmachine die doet denken aan de Amerikaanse Bobcat, het eerste voertuig dat de KL in het voormalige Oostblok heeft gekocht. Elektronica, hydraulica en motor zijn overigens van Duitse makelij en worden in Slowakije geassembleerd. |
Het systeem is van de Britse krijgsmacht gekopieerd: in de periode 1944-‘45 was 79th Armoured Division, gecommandeerd door generaal-majoor Sir Percy Hobart, de enige Britse eenheid die Sherman-tanks had uitgerust met eenzelfde vlegelconstructie. De Royal Engineers maakten gebruik van de Sherman Crab, één van de zgn. ‘Hobart’s Funnies’, de ongewoon gemodificeerde pantservoertuigen van de Britse pantserdivisie.
Het licht mechanisch ruimmiddel kan tot op een afstand van 2 km door twee genisten worden bediend , één stuurman en één gids. Beiden zijn gekleed in bommenpak en lopen achter de machine aan in een ‘safe lane’ óf hebben plaatsgenomen in een mijnresistent voertuig. De hamers aan de vlegelkettingen slaan maximaal 25 cm in de grond. De as draait tijdens ruimwerkzaamheden met 350 tot 500 toeren per minuut in voorwaartse richting. Na een mechanische ruiming wordt het maaiveld nog gecontroleerd met metaaldetectors.

Met de Bozena-4 kunnen kleine oppervlakten worden ontdaan van landmijnen, met als specialisatie het vernietigen van anti-personeelsmijnen. Afhankelijk van het aantal mijnen, bedienaar, gekozen ruimmethode, terreinsoort, aan- of afwezigheid van vegetatie, weersomstandigheden en zicht kan de Bozena-4 per uur oppervlaktes van 300 strekkende meter (breedte: 2 meter 22) tot ¼ hectare zuiveren.
Zowel 111 Pantsergeniecompagnie als 411 Pantsergeniecompagnie worden toegerust met elk drie Bozena’s en één Scanjack 3500.
Ten behoeve van het transport kan de Bozena-4 worden gescheiden in de vlegel en het onderstel.
Specificaties:
aantal vlegelkettingen met hamer | 40 |
breedte | 2 meter 70 |
diameter van de vlegel | 1 meter 40 |
gewicht | ± 6 ton |
gewicht van één vlegelketting met hamer | 1.335 gram |
hoogte | 2 meter 15 |
lengte | 5 meter 28 |
lengte van de vlegelunit | 2 meter 10 |
lengte van ketting plus hamer | 46½ cm |
Na aankomst bij het vermoedelijke mijnenveld is de Bozena-4 binnen 10 minuten inzetbaar.
Zie ook: Scanjack 3500.
Terug naar Boven
BRANDSTOF
De juiste benaming voor brandstof binnen de krijgsmacht is klasse III.
Binnen de NAVO wordt gewerkt met brandstofcodes, allen beginnend met de letter "F" (fuel). Conform STANAG 7090 (Guide Specification for NATO Ground Fuels) is de onderverdeling van brandstofsoorten bij de landstrijdkrachten als volgt:
| CODE | ENGELSE BENAMING | NEDERLANDSE BENAMING |
| F-34 | Turbine Fuel (vliegtuigbrandstof) | Dieselkerosine (met additief S-1745) |
| F-54 | Diesel Fuel, Military | Diesel |
| F-57 | Gasoline Automotive Leaded | Gelode benzine |
| F-58 | Kerosene | Kerosine (50/50 met F-54 of F-75) |
| F-63 | Diesel Fuel | Diesel |
| F-65 | Low Temperature Diesel Fuel Blend | Winterdiesel |
| F-67 | Gasoline Automotive Unleaded | Ongelode benzine |
Het vervoer van deze brandstofsoorten heeft plaats per:
voertuig | brandstoflaadvermogen |
Brandstof Distributie Middel (BDM); overslagtank op DAF YF-4442 | ± 4.000 liter |
brandstoftank op flatrack in het kader van Fysieke Distributie (FD) op containerdragend voertuig | ± 10.000 liter |
DAF YFZ-2300 6x6 met overslagtank | ± 12.000 liter |
Brandstof Transport Middel (BTM)-oplegger achter DAF YTV-2300 trekker | ± 21.500 liter |

Een Brandstof Distributie Middel (BDM), te weten een DAF YF-4442. Dit is één van de vele varianten van de YA-4442
De veldopslag in bulkhoeveelheid van brandstof kan daarnaast plaatshebben in:
brandstofdistributie-installatie | laadvermogen |
Brandstof Voorzienings Installatie (BRAVIN) | ± 36.000 liter |
Bulk Fuel Installation (BFI) | ± 180.000 liter |
Zie ook: Brandstof Voorzienings Installatie (Bravin).
Terug naar Boven
BRAVIN
Voluit: Brandstof Voorzienings Installatie.
De Bravin is een mobiele bulkbrandstofopslag- en distributieplaats voor gebruik te velde die gebruikmaakt van brandstofzakken met een inhoud van ± 36.000 liter. De Bravin wordt beheerd door 110 Brandstof, Olie en Smeermiddelencompagnie (110 BOS-compagnie) en ver achter de vijandelijke linies, idealiter in (de nabijheid van) de aanvullingsplaats, al dan niet in een gegraven gat neergelegd.

Tijdens de Noorse oefening Iron Sword – de eindoefening van de NATO Response Force 4 in 2005 – is voor het eerst de opvolger getest, de Amerikaanse Bulk Fuel Installation (BFI) of U.S. Bladder. De BFI heeft een capaciteit van 180.000 liter.
Met brandstoftransportmiddelen – zoals BTM, DAF YFZ-2300 6x6 met overslagtank of brandstoftank op flatrack op een containerdragend voertuig – wordt de brandstof vanuit een Point of Debarkation getransporteerd naar Bravin of BFI. Van hieruit wordt de brandstof verder naar de eenheden gedistribueerd door BDM’s.
Zie ook: brandstof.
Terug naar Boven
BREAKLIGHT
| In het Nederlands: breeklicht. Een breaklight is een ideaal hulpmiddel om instant, tijdelijk en 360 graden rondom licht te maken. Door het breken en schudden van de breaklight vindt er een natuurkundige reactie plaats waardoor de gebruiker 8 à 12 uur achtereen licht heeft. Het elektrische alternatief voor een breaklight is de Krill Lightstick, die verkrijgbaar is onder NATO Stock Number (beginnend met 6230-01). Dit is een door een batterij gestuurde breaklight van Krill Lighting Products. Breaklights kunnen onder andere worden gebruikt: |
|
|
- Voor gebruik in eerstehulpverlenings- of nooduitrustingen
|
- Voor herkenning van eigen troepen bij duisternis (afgetaped wit breaklight)
|
- Voor het gidsen van voertuigen bij duisternis
|
- Voor markering en rangschikking van gewonden op volgorde van belangrijkheid door gebruik te maken van verschillende kleuren
|
- Voor markering van een gewondennest met één infrarood zichtbare breaklight op ± 2 meter boven het maaiveld
|
|
|
- Voor markering van gevaren (concertina’s, gaten, latrine, prikkeldraad) om ongevallen te voorkomen
|
- Voor optreden bij nacht (rood breaklight)
|

Zie ook: licht en zaklamp MX-991/U.
Terug naar Boven
BREATHING
Tweede deel van het eerste onderzoek (Primary Survey) volgens het stroomschema van het ABCD-protocol. De handelingen en beslissingen binnen de breathing houden het controleren en veiligstellen van de ademhaling van de zorgvrager (patiënt, slachtoffer) in. 
Het ABCD-protocol is de afgeleide van het Advanced Trauma Life Support (ATLS) zoals dat door alle geledingen van het geneeskundig (hulp)personeel van de Koninklijke Landmacht wordt toegepast. In de flowchart van het ABCD-protocol volgt vóór de breathing de airway (controleren en veiligstellen van de ademweg); daarna volgen circulation (controleren en veiligstellen van de circulatie) en disability (controleren van de bewustzijnsgraad). | 
Stroomschema van de BREATHING |
Terug naar Boven
BREEZANDDIJK, SCHIETTERREIN
| Schietgebied ten behoeve van de Afdeling Beproevingen, Wapensystemen en Munitie van de Koninklijke Landmacht. Het is gelegen midden op de Afsluitdijk, aan de Zuiderhaven. Vanaf het schietterrein wordt in zuidelijke richting over het IJsselmeer geschoten in de richting van het Wieringermeer. De onveilige zone ligt boven het IJsselmeer, zodat zich daar tijdens de beproevingen geen scheepvaart mag bevinden. Het indirecte ruimtebeslag bedraagt maximaal 109 km², de lengte van de onveilige zone is 14 à 24 km. Het gebied mag alleen worden gebruikt voor proefnemingen, niet voor schietoefeningen. |
De Koninklijke Landmacht en de Koninklijke Marine hebben het in gebruik om wapensystemen en munitie ballistisch te beproeven in het kader van de kwaliteitshandhaving onder verschillende omstandigheden. Hierbij worden houwitsers, mortieren en/of kanonnen gebruikt, dus in de regel krombaanwapens van de (luchtdoel)artillerie. Het schietterrein is op jaarbasis slechts enkele dagen tot weken in gebruik.
Terug naar Boven
BREN
Britse lichte mitrailleur die werkt volgens het principe van gasdruk en luchtkoeling, met een munitietoevoer met behulp van een gebogen patroonhouder van (organiek) 20 patronen. Het wapen heeft een vuursnelheid van 500 à 520 patronen per minuut en weegt, met inbegrip van de uitklapbare tweepootaffuit, ± 14 kg. De laatste versie is de Mk 4.

Een Nederlandse militair reinigt zijn bren tijdens de Eerste Politionele Actie in de omgeving van Soerabaja
De Bren is in 1937 ontwikkeld in Tsjecho-Slowakije als ZB vz.26., maar werd voornamelijk – in gewijzigde vorm, vooral aan loop en patroonhouder – gebruikt door de Britse krijgsmacht, bijvoorbeeld in Korea, de Falklandoorlog en beide Golfoorlogen. De naam ‘Bren’ is een samentrekking van “BRno” – de stad van het ontwerp – en “ENfield”, de Britse locatie van de wapenfabriek. De patroonhouder was speciaal gebogen voor de .303 (0,77 cm) patroon, dezelfde munitie die ook al als standaard werd gebruikt voor de Britse Lee Enfield en Vickers. | |
De Bren kon door één militair worden gebruikt, maar het vereiste een tweede militair om reserveloop, reserveonderdelen en extra munitie te dragen.
Specificaties:
effectief bereik | 550 meter |
kaliber | .303 (0,77 cm) |
lengte (Mk 4) | 1 meter 09 cm |
maximaal bereik | 1.650 meter |
munitietoevoer | Banana-clip-magazijn met 30 patronen |
vuursnelheid | 740 meter per seconde |
vuurstanden | automatisch of enkelschots |
werking | luchtgekoeld, op gas, gevoed door magazijn |
Terug naar Boven
BRIGADE RECCE DETACHMENT
Voluit: Brigade Recce Detachment. In het Nederlands: brigadeverkenningsdetachement.
Ad hoc samengestelde, missiegerichte en tailor-made eenheid van lange afstandsverkenners binnen 11 Luchtmobiele Brigade AASLT die direct onder bevel staat van de brigadecommandant en wordt ingezet als recce party voordat de hoofdmacht wordt ingezet. De inlichtingen die de BDR vergaart zijn wezenlijk om het operationeel besluitvormingsproces (OBP) binnen de brigadecommandopost of Joint Command Post (JCP) positief te beïnvloeden.
Omdat 11 Luchtmobiele Brigade geen eigen verkenningscapaciteit heeft, wordt het BDR samengesteld uit het pathfinderpeloton van de brigade plus één van de verkenningspelotons van de STAT-compagnieën van de drie infanteriebataljons (11 t/m 13), tailor-made aangevuld met forward air controllers (FAC'ers), pioniers, infanteriegroepen of –pelotons en schutters-lange-afstand. Het BRD, dat zowel airborne (parachute) als heliborne (fast-roping) kan worden ingezet, vertrekt op L-Hour en heeft in deze een bijzondere verkenningstaak om luchtmobiele operaties te kunnen voorbereiden en ondersteunen.
Taken van de BDR zijn:
- acties mogelijk maken voor de Battalion Task Forces
|
- alle initiële locaties en routes verkennen tot en met de locatie van de inbraak
|
|
|
- landingsites voorbereiden om landingen van de eerste waves veilig te stellen
|
|
Zie ook: hour en pathfinder.
Terug naar Boven
BRIGADE VERKENNINGS ESKADRON
Na de Herschikking Gevechtskracht 1999 zijn de gevechtseskadrons van 103 Verkenningsbataljon (103 Verkbat) verdeeld over de drie Gemechaniseerde Brigades:
EENHEID | VOORHEEN | MOEDEREENHEID |
41 BVE | C-Eskadron 103 Verkenningsbataljon | 41 Gemechaniseerde Brigade (Seedorf) |
42 BVE | A-Eskadron 103 Verkenningsbataljon | 13 Gemechaniseerde Brigade (Oirschot) |
43 BVE | B-Eskadron 103 Verkenningsbataljon | 43 Gemechaniseerde Brigade (Havelte) |
Sinds 2005/’06 is 41 BVE uit de Legerplaats Seedorf opgeheven. Naast 2 BVE's kent de KL nu - als uitvloeisel van de Herstructurering Koninklijke Landmacht - nog twee verkenningsbataljons in het ISTAR-bataljon: 103 en 104 Grondgebonden Verkenningseskadrons (GGVE).
Een BVE bestaat uit een logistiek peloton, drie verkenningspelotons 25 mm à 21 personen en één MRAT-peloton, voorheen een tirailleurpeloton (B-, E-, R- en A-groep, totaal 38 personen). De bewapening bestaat uit vier 25 mm snelvuurkanonnen Oerlikon, zes mitrailleurs MAG, twee geweren lange afstand Accuracy International.338 en vier antitankwapens Medium Range Anti-Tank Gill.
De verkenningseenheden van de gemechaniseerde brigades zijn bereden verkenners die tijdens reguliere operaties als ogen en oren voor de brigadecommandant het voorterrein onder waarneming houden en informatie verzamelen. De gegevens die de BVE verzamelt over terrein, vijand en weer gebruikt de brigadecommandant om beslissingen te nemen over de inzet van de brigade.
Zij verkennen diep in vijandelijk gebied in een strook op ± 50 à 80 km vóór de brigade. Organiek treedt de BVE met twee voertuigen paarsgewijs op. Vanwege de grote afstanden zijn zij uitgerust met High Frequency-verbindingsmiddelen. Indien nodig wordt uitgestegen opgetreden met de Fennek LVB als patrouillebasis en met de antitankwapens Medium Range Anti-Tank Gill afgebouwd. Een verkenningseenheid met de Fennek moet in staat zijn om zelfstandig en onafhankelijk gedurende 5 dagen te kunnen optreden. Van huis uit beschikt de eenheid over bewakings-, verkennings- en waarnemingscapaciteit, niet over gevechtskracht anders dan die welke nodig is voor het veiligstellen van de eigen opdracht; normaliter voert het eskadron zelf dan ook niet het gevecht.
In Uruzgan wordt een BVE ingezet als infanteriecompagnie of – een deel van het eskadron – als verkenningspeloton voor de Battle Group.
Zie ook: grondgebonden verkenningseenheid, Fennek LVB en ISTAR.
Terug naar Boven
BROCHUREREEKS S.M.G.
Aan de Brochurereeks van de SMG hebben nagenoeg alle (krijgs)historici van de SMG meegeschreven, zoals Ben Schoenmaker, Christ Klep, Herman Amersfoort, Herman Roozenbeek, Joep P.C.M. van Hoof, Martin Elands, Willem Bevaart, Wim Klinkert en vele anderen. De Sectie Militaire Geschiedenis van de Koninklijke Landmacht is later opgegaan in het Nederlands Instituut voor Militaire Historie (NIMH). De brochurereeks van de Sectie Militaire Geschiedenis van de Koninklijke Landmacht is gestart in 1986 en beëindigd in 1999. De reeks telt 20 nummers, onder andere over de trouwe dienst-medailles voor (onder)offcieren, afgestoten kazernes, regimenten en militaire (garnizoens)steden: | 
Deel 10 van de Brochurereeks: ’s-Hertogenbosch en Vught: een militair verleden |
| | |
1 | De trouwe-dienstmedaille voor militairen beneden de rang van officier, ingesteld in 1825 |
2 | Curatorium KMA 1961-1986: een kwart eeuw toezicht op de opleiding tot beroepsofficier KL en KLu aan de Koninklijke Militaire Academie te Breda |
3 | De Prinses Julianakazerne |
4 | Drukken voor Defensie: IUB en CDP 1948-1988 |
5 | Voor langdurige eervolle dienst: het ontstaan en de geschiedenis van het officierskruis |
6 | Utrecht als militaire stad |
7 | H. J. Mulder en de strijd bij Mill: een episode uit de Nederlandse artilleriegeschiedenis |
8 | Willem Lodewijk van Nassau: noorderling en Nederlander |
9 | Tilburg als militaire stad |
10 | ’s-Hertogenbosch en Vught: een militair verleden |
11 | Nederlandse militairen in Angola: de VN-vredesmissie UNAVEM II, 1991-1993 |
12 | Van trompetters en tamboers: vier eeuwen militaire muziek in Nederland |
13 | Harderwijk als militaire stad en de geschiedenis van 4 Divisie |
14 | Alleen leverbaar in legergroen: 50 jaar materieelvoorziening in de KL 1944-1994 |
15 | Breda als militaire stad |
16 | Bergen op Zoom als militaire stad |
17 | Steenwijk als militaire stad |
18 | Kort maar krachtig: een geschiedenis van het OCOSD en het OCO, 1974-1996 |
19 | Grave als militaire stad |
20 | Het Regiment Infanterie Johan Willem Friso |
Terug naar Boven
BRONBEEK
Het Koninklijk Tehuis voor Oud-Militairen en Museum (KTOMM) Bronbeek, gelegen aan de Velperweg 147, 6824 MB te Arnhem, is opgericht door koning Willem III. In 1859 nam de koning het besluit zijn vorstelijk zomerpaleis aan te bieden aan de Staat der Nederlanden "tot daarstelling van een Koloniaal Militair Invalidenhuis". Een koloniaal bejaarden- en invalidentehuis dat de vergelijking met het Franse Hôtels des Invalides doorstond. Als voorwaarde stelde koning Willem III dat het tehuis nooit een andere bestemming zou krijgen. De opening vond plaats op 19 februari 1863. In eerste instantie kwamen alleen moegestreden en invalide oud-militairen van het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger (KNIL) in aanmerking, maar sinds 1970 staat het tehuis open voor zowel mannelijke als vrouwelijke oud-militairen van alle krijgsmachtdelen, tenzij wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: | |
- 65 jaar of ouder
- onder de rang van officier
- met minimaal 15 pensioenjaren
- bij voorkeur veteraan
(De Minister van Defensie heeft in november 2007 toestemming gegeven tot het laten vervallen van de eis van minimaal 15 pensioenjaren als militair voor oud-dienstplichtigen en Kort Verband Vrijwilligers uit de periode 1940-1962)
In het begin heerste op Bronbeek een strakke discipline en haast Spartaans regime: pas bij het bereiken van de 80-jarige leeftijd kon de bewoner écht van zijn oude dag gaan genieten. Voordien was de bewoner verplicht het uniform te dragen en gedurende vier uur daags corvee te verrichten.
| In 1979 wilde de toenmalige Staatssecretaris van Defensie, W.F. van Eekelen, het tehuis in tegenspraak met het verzoek van koning Willem III sluiten, waar de Tweede Kamer een stokje voor stak. Na de strijd om het voortbestaan, is het tehuis gerestaureerd. In 1998 verscheen na drie jaar renovatie van Bronbeek het boek Bronbeek, tempo doeloe der liefdadigheid van Willem Bevaart (ISBN 9053451188). De heropening van het tehuis werd verricht door mr. Pieter van Vollenhoven. Op het terrein van het KTOMM Bronbeek bevindt zich ook congres- en reüniecentrum Kumpulan Bronbeek en de Toko Kecil, een winkeltje met boeken en souvenirs. In het museum ligt de nadruk op het militaire aspect en de geschiedenis van het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger (KNIL). |
Terug naar Boven
BRONZEN kruis
Koninklijke dapperheidonderscheiding. Op twee na (Militaire Willemsorde en Bronzen Leeuw) de hoogste militaire onderscheiding van Nederland. De onderscheiding is ingesteld bij Koninklijk Besluit van 11 juni 1940 (Staatsblad nummer A 22) tijdens de Tweede Wereldoorlog door de regering in ballingschap in Londen (Hare Majesteit Koningin Wilhelmina) voor onderscheidend “moedig of beleidvol optreden tegenover de vijand”. De onderscheiding moet daarom aan het front of in een of andere wijze "oog in oog met de vijand" worden verdiend. Het instellen van de nieuwe dapperheidonderscheiding was erin gelegen dat de Militaire Willemsorde op grond van het strikte reglement van 1850 niet vaak meer kon worden uitgereikt. Het Bronzen Kruis werd in 1940 ingesteld in twee gradaties: met of zonder eervolle vermelding. In 1944 kwam de Bronzen Leeuw in de plaats voor het Bronzen Kruis met eervolle vermelding. Alle tot dan toe uitgereikte Bronzen Kruizen met eervolle vermelding werden vervangen door de Bronzen Leeuw. De onderscheiding bestaat uit een vierarmig bronzen kruis pathé, d.w.z. een kruis waarvan de armen steeds breder worden. Dit is een veelgebruikte vorm voor onderscheidingen, die in Nederland onder andere is terug te vinden bij het Lombok Kruis en het Metalen Kruis (Hasselt Kruis). | 
Bronzen Kruis. |
Het kruis is bevestigd op een oranje zijden lint ter breedte van 37 mm, in het midden voorzien van een 6 mm brede verticale streep van “Nassausch blauw”. De voorkant van het kruis vertoont in het midden een opgelegde, gekroonde ‘W’ (monogram naar Wilhelmina), die is omringd door twee halfcirkelvormige lauwertakken.
De achterkant van het kruis is glad en vertoont in reliëf in het midden het jaartal 1940 (jaar van instelling), omringd door opnieuw twee halfcirkelvormige lauwertakken. Op de bovenste arm en vervolgens de rechter-, onderste en linkerarm van het kruis zijn in reliëf de woorden “Trouw aan Koningin en Vaderland” aangebracht. Bij het Bronzen Kruis hoort een oorkonde.
Voordrachten voor het toekennen van een Bronzen Kruis kunnen worden gericht aan de Commissie Dapperheidonderscheidingen van het Ministerie van Defensie.
Sinds de invoering hebben ruim 3.500 mensen het Bronzen Kruis ontvangen. Voor acties op de Grebbeberg in de meidagen van 1940 werden 134 Bronzen Kruizen toegekend; naar aanleiding van de acties in Nederlands-Indië 365.
Het Bronzen Kruis leek voor het laatst te zijn uitgereikt bij Koninklijk Besluit van 3 april 1963 aan de inspecteur van politie der tweede klasse J. Dekker voor zijn “veelvuldig beleidvol optreden bij de opsporing en bestrijding van vijandelijke parachutisten" in Nederlands Nieuw-Guinea, totdat op 22 januari 2002 korporaal der mariniers Dirk Vonk de onderscheiding kreeg. Vonk had zich in mei 1993 tijdens de missie UNTAC in Cambodja onderscheiden door enkele gewonde kameraden en zichzelf in veiligheid te brengen nadat zij in een hinderlaag waren gelopen.
Op 7 oktober 2009 werd de onderscheiding nogmaals toegekend, nu aan drie militairen voor hun optreden in Uruzgan (Afghanistan): eerste luitenant Alex Spanhak, kapitein Arthur en sergeant-majoor Maurice (de laatste twee om veiligheidsredenen alleen genoemd met hun voornaam vanwege hun operationele status bij het Korps Commandotroepen). Zo formeerde luitenant Spanhak op eigen initiatief een QRF en trok erop uit om onder zwaar vuur van de Taliban de gesneuvelde soldaat der eerste klasse Tim Hoogland uit de vuurlinie te ontzetten.
Voor uitgebreide achtergrondinformatie: ‘Bronzen Leeuw/Bronzen Kruis. Militaire dapperheidsonderscheidingen’ – Henny Meijer (De Bataafsche Leeuw, 1990). |
Terug naar Boven
BRONZEN LEEUW
Nederlandse Koninklijke dapperheidonderscheiding. Na de Militaire Willemsorde de hoogste militaire onderscheiding. Ingesteld bij Koninklijk besluit van 30 maart 1944 (Staatsblad nummer E 21) door Hare Majesteit Koningin Wilhelmina en naderhand aangevuld bij Koninklijk besluit van 9 november 1944 (Staatsblad nummer E 147). De Bronzen Leeuw is bedoeld voor militairen die voor de Nederlandse staat strijd hebben geleverd en daarbij “bijzondere daden van moed en beleid aan de dag hebben gelegd in de strijd tegenover de vijand, welke nog niet voor een beloning met een onderscheiding in de Militaire Willemsorde in aanmerking komen”. In 1944 kwam de Bronzen Leeuw in de plaats voor het Bronzen Kruis met eervolle vermelding, het Vliegerkruis met eervolle vermelding en de tot dan toe verleende gesp op het Kruis van Verdienste. Voorstellen voor de Bronzen Leeuw kunnen worden gericht aan de Commissie Dapperheidonderscheidingen van het Ministerie van Defensie, waarna de onderscheiding wordt toegekend via een Koninklijk Besluit. Sinds 1944 hebben ruim 1.200 mensen de Bronzen Leeuw ontvangen. Zo ontving in 1946 generaal-majoor Roy Urquhart, commandant van de 1st British Airborne Division die deelnam aan operatie Market Garden, de Bronzen Leeuw. Andere decorati zijn: | 
Bronzen Leeuw. |
2e en 3e Régiment Chasseurs Parachutists | Operatie Amherst; tradities van beide regimenten voortgezet door het 1er Régiment de Parachutistes d'Infanterie de Marine (Régiment Forces Spéciales). |
Ben Ubbink | verzetsman en Engelandvaarder. |
Bob Celosse | eerste geheim agent na Englandspiel die in Nederland werd gedropt (31-3-1944); verzetsman Groep CS-6; verraden aan SD door Christiaan Lindemans (King Kong). |
Bram van der Stok | meest succesvolle Nederlandse gevechtspiloot uit de Tweede Wereldoorlog. |
Carel Steensma | jachtvlieger; Engelandvaarder; gevangene in Dachau. |
Cor van Stam | verzetsman in de Haarlemmermeer. |
Dignus Kragt | Engels geheim agent (MI9); op 22-6-1943 gedropt bij Epe; werkte vanuit Kootwijkerbroek aan ontsnappingsroute voor ondergedoken geallieerden via de Biesbosch. |
generaal-majoor P.P. van Elsen | mei 1940; later commandant Korps Mobiele Colonnes. |
generaal-majoor Stanislaw Sosabowski | 1ste Zelfstandige Poolse Parachutistenbrigade, operatie Market Garden. |
Gerben Sonderman | jachtvlieger; schoot in mei 1940 vanaf vliegveld Waalhaven drie Duitse toestellen neer; verzetsman; later adjudant Prins Bernhard. |
Henriëtte (Jet) Roosenburg | koerierster van geheime rapporten uit België, Frankrijk en Zwitserland; als eerste vrouw geridderd met Bronzen Leeuw. |
Jan Brasser | verzetsleider Zaanstreek. |
Jan de Rooy | verzetsman Groep André. |
Jos van Wijlen | verzetsman, leider Groep André; verzorgde onderduikadressen voor joden, neergeschoten piloten en studenten, pleegde overvallen op distributiekantoren, blies spoorwegknooppunten op en arresteerde NSB’ers. |
kapitein der infanterie W.D.H. Eekhout | Paratroepen KNIL; tweede bataljonscommandant Nederlands Detachement Verenigde Naties in Korea. |
kapitein-luitenant ter zee Albertus Samuel Pinke | commandant Hr. Ms. Van Galen; strijd in Rotterdam in mei 1940; later vice-admiraal. |
kapitein-luitenant ter zee Jacques Houtsmuller | commandant torpedobootjager Hr. Ms. Isaac Sweers. |
luitenant-kolonel G.H. Christan | derde bataljonscommandant Nederlands Detachement Verenigde Naties in Korea; later commandant 4de Divisie. |
majoor der infanterie J.H.A. Jacometti | commandant II-8 RI; leidde 12-5-1940 persoonlijk de tegenaanval tegen de Duitsers bij Rhenen op Grebbeberg, waarbij hij sneuvelde. |
Peter Tazelaar | Engelandvaarder, later adjudant van Koningin Wilhelmina. |
Reinder Zwolsman | verzetsleider; agent Bureau Bijzondere Opdrachten in Londen. |
reserve-eerste-luitenant-vlieger Hans Plesman | diverse luchtacties op Schiphol, vloog in mei 1940 tien missies in een Fokker D.21. |
reserve-kapitein N.J. de Koning | No. 2 Dutch Troop; oktober 1944 als geheim agent geparachuteerd nabij Veenhuizen; later commandant Korps Commandotroepen. |
reserve-ritmeester mr. A.L.F.J. de Vries | commandant 8ste Eskadron Pantserwagens, 1ste Regiment Huzaren; sneuvelde op 12-5-1940 in Achterveld bij een stormaanval. |
ritmeester der cavalerie Marien de Jonge | commandant van het 4de Eskadron Pantserwagens tijdens Politionele Acties. |
sergeant der eerste klasse Cees Geelhoed | pelotonscommandant op Nieuw-Guinea; maakte in juni 1962 met zijn peloton een groep van twaalf vijandelijke parachutisten onschadelijk. |
sergeant-vlieger Jan Verboog | vlieger KNIL; eerste vlieger die de landingen op Java van de Japanners waarnam. |
De Bronzen Leeuw is een vierarmig bronzen kruis met een medaillon in het midden. Aan de voorkant is een reliëf afgebeeld van de gekroonde Nederlandse Leeuw met zwaard en pijlenbundel uit het Rijkswapen; de achterkant van het bronzen kruis is vlak. Het 37 mm brede lint bestaat uit negen gelijke verticale banen, afwisselend oranje en Nassaus blauw, waarbij de banen aan de randen van het lint Nassaus blauw zijn.
Op 7 oktober 2009 zijn twee Bronzen Leeuwen toegekend aan Nederlandse militairen voor hun acties in Afghanistan: kapitein Gijs (alleen genoemd met zijn voornaam omdat deze vanwege zijn bijzondere taak bij het Korps Comandotroepen niet herkenbaar in de media mag verschijnen) en kapitein Björn Peterse (postuum).
Peterse kwam op 9 maart 2007 door een noodlottig ongeval tijdens een parachutesprong in Arizona (VS) om het leven; hij kwam in botsing met de Canadese parachutist Edward Petersen, die eveneens het leven liet. Als ploegcommandant van een Special Forces-detachement in Afghanistan heeft hij “door zijn doortastende, moedige en beleidvolle optreden tijdens meerdere acties, en dat onder intens vijandelijk vuur, levens gered van eigen, coalitie- en Afghaanse troepen.” Zijn eenheid raakte verwikkeld in een zwaar gevecht met een numeriek sterkere vijand, maar Peterse wist het initiatief te verkrijgen en het gevecht in zijn voordeel te beslechten.
Voor uitgebreide achtergrondinformatie: ‘Bronzen Leeuw/Bronzen Kruis. Militaire dapperheidsonderscheidingen’ – Henny Meijer (De Bataafsche Leeuw, 1990). |
Terug naar Boven
Bronzen soldaat
In 1961 bij beschikking van de Minister van Defensie ingestelde onderscheiding in de vorm van een uit brons gegoten beeldje van een Nederlandse soldaat. De soldaat beeldt een militair uit die te velde de wacht heeft betrokken en die, gealarmeerd door een gerucht of waargenomen beweging, uiterst waakzaam is en op elke gebeurtenis voorbereid, wetende dat van zijn waakzaamheid en optreden de veiligheid van velen afhankelijk is. De Bronzen Soldaat, de hoogste onderscheiding die door de Bevelhebber der Landstrijdkrachten – tegenwoordig: Commandant der Landstrijdkrachten – kan worden verleend, wordt toegekend aan personen die "bijzondere militaire verrichtingen hebben vertoond en zich al meerdere malen hebben onderscheiden". De Bronzen Soldaat is dus geen Koninklijke onderscheiding, maar een individuele waardering. De onderscheidene is gerechtigd tot het dragen van een waarderingsonderscheidingsteken in de vorm van een goud-ponceaurood erekoord over de linkerschouder. Er is geen baton of medaille aan de onderscheiding verbonden. Sinds de instelling zijn er enkele tientallen exemplaren uitgereikt, onder andere aan: | |
BROWN OUT
Vergelijkbare omstandigheden als bij white out, maar dan veroorzaakt door een stof- en/of zandstorm.

Voorbeeld van een brown-out, in dit geval bij de pick-up van militairen in de nabijheid van het oord Mushan in de Panjawayi-vallei in de Afghaanse provincie Kandahar
Rondstuivend stof en/of zand maakt van bijvoorbeeld een (te) droge heli landing site (HLS) één grote bruine tint. Brown out heeft vaak plaats als de HLS niet (voldoende) voorbereid is: door de helikopterrotors wordt zo veel stof en/of zand van de grond getild dat de helikopter onvoldoende ‘airlift’ zal krijgen om in de lucht te komen cq. te blijven.
Als brown out zich voordoet zijn het maaiveld en de derde dimensie niet meer van elkaar te onderscheiden. Brown out wordt, evenals white out, getraind door bemanningen die uit transporthelikopters moeten in- en uitstijgen.
Brown out wordt, evenals white out, getraind door bemanningen die uit transporthelikopters moeten in- en uitstijgen.
Zie ook: brown out, downwash, Foreign Object Damage (FOD) en huddle en white out.
Terug naar Boven
BRUGCLASSIFICATIE

Voorbeeld van een MLC-teken langs een Duitse weg. In dit voorbeeld mogen bijvoorbeeld twee wielvoertuigen tot een brugclassificatie van 30 elkaar op het bouwwerk passeren of bijvoorbeeld één rupsvoertuig met een brugclassificatie tot 70. |
| Engels: Military Load Class (MLC). Rangschikking van het draagvermogen in tonnage van zowel bruggen en gelijkaardige overgangen als van wiel- en rupsvoertuigen van NAVO-lidstaten. De getallen van een brugclassificatie zijn coëfficiënten die worden berekend uit de massa van het voertuig en zijn specifieke bodemdruk. De brugclassificatie van het voertuig geeft dus niet het maximale totaalgewicht van het voertuig aan, maar de militaire belasting volgens de MLC. De brugclassificatie bij bruggen en gelijkaardige overgangen, zoals die te vinden zijn langs Autobahnen en Bundesstrassen in de Bondsrepubliek Duitsland, geeft aan dat voertuigen met een bepaalde maximale brugclassificatie het bouwwerk mogen passeren. De borden zijn rond, geel van kleur en hebben een zwarte beschrijving. Op het bord staat een vrachtwagensymbool en/of tanksymbool, plus een aanwijzingen van enkele en/of tegenovergestelde richting (pijl). De pijlen wijzen op de maximale MLC indien een voertuig op een dergelijke plaats wil passeren. De maximale MLC geeft de brugclassificatie aan waarmee de plaats veilig kan worden gepasseerd zonder schade aan te richten aan het bouwwerk. Een enkele pijl geeft aan met welk tonnage aan maximaal MLC in enkele richting kan worden gepasseerd; twee pijlen in tegenovergestelde richting geven aan met welk tonnage aan maximaal MLC twee voertuigen elkaar op het bouwwerk kunnen passeren. |
NEDERLANDS | ENGELS | DUITS |
wielvoertuigen | wheeled vehicles | Radfahrzeugen |
rupsvoertuigen | tracked vehicles | Kettenfahrzeugen |
Brugclassificaties van Nederlandse militaire voertuigen zijn onder andere:
Terug naar Boven
BRUGGENHOOFD
In het Duits: Brückenkopf. In het Engels: bridgehead. In het Frans: tête du pont.
Letterlijk: voorgelegen stelling ter verdediging of dekking van de toegang tot een brug. In ruimere zin: een strategisch belangrijk, verdedigd gebied dat zich uitstrekt in vijandelijk gebied dan wel in door de vijand bedreigd gebied, met name aan de vijandzijde van een hindernis – bijvoorbeeld wateroppervlakten (rivieroever, kustlijn e.d.) – om van daaruit een aanvalsdoel te kunnen aangrijpen.
De positie wordt vermeesterd om een doorbraak, landing, overgang of oversteek te realiseren van eigen naar vijandelijk gebied. Bij het vermeesteren is luchtoverwicht onmisbaar.
Doorslaggevend is de rol die de Ludendorff-spoorbrug bij Remagen in de Tweede Wereldoorlog heeft gespeeld. Tot hun verbazing kregen Amerikaanse troepen onder leiding van luitenant Karl H. Timmermann (A Coy, 27th Armoured Infantry Battalion) op 7 maart 1945 om 16.00 uur de 325 meter lange brug intact maar ondermijnd in handen. | |
De Duitsers hadden nota bene een dag eerder 2 pogingen gedaan om de brug op te blazen met behulp van 300 kg springstof. Maar zelfs de Duitse Unteroffizier Anton Faust, die het lont vervolgens handmatig ontstak, en de kikvorsmannen van SS-officier Otto Skorzeny bleken niet in staat de brug te laten zwichten. Daarom konden vanaf Erpel, op de westoever van de Rijn, binnen 24 uur na de vestiging van het bruggenhoofd 8.000 militairen naar Remagen op de oostoever verplaatsen. Na één week was het aantal al opgelopen tot 25.000, waaronder de 1st Army van generaal Courtney Hodges en de 3rd Army van generaal George Patton. Bovendien was op 11 maart 200 meter stroomafwaarts van de Ludendorff Eisenbahnbrücke een pontonbrug gereedgekomen, waardoor de troepenversterkingen voor het Ruhrgebied onophoudelijk konden doorgaan. Op 17 maart bezweek de zwaar gehavende brug alsnog onder de zware beschadigingen; hierbij lieten 28 Amerikaanse genisten het leven, 93 raakten gewond. Uiteindelijk waren de pontonovergangen naast de brug op 23 maart voldoende uitgebreid om de opmars naar het oosten af te ronden. Het bruggenhoofd in Remagen was na de Battle of the Bulge (Ardennenoffensief) één van de versnellende factoren om de Tweede Wereldoorlog te doen beëindigen. |
In moderne oorlogvoering zal een bruggenhoofd het meest verrassend worden gevestigd door heliborne, luchtmobiele, luchtlandings- of para-eenheden. Een eenmaal gevestigd bruggenhoofd kan met vuursteun worden gedekt om het bruggenhoofd te ontdoen van vijandelijke elementen. Na een uitbraak van eigen troepen (stormovergang) volgt de uitbouw, waarin het gewenste gebied wordt uitgebreid tot bruggenhoofd. Tot slot vindt een consolidatie plaats, om een beveiligde uitgangspositie voor voortzetting van de operatie te creëren met communicatiemogelijkheden, ruimtelijke ordening en verkeersleiding.
Het bruggenhoofd voldoet in de regel aan de volgende voorwaarden:
- Een verdediging moet gevoerd kunnen worden
|
- Heeft een concentratie aan eigen middelen
|
- Heeft voldoende ruimte voor de aanvoer van herbevoorradingen en versterkingen
|
- Is benodigd én biedt voldoende manoeuvreerruimte voor voortzetting van de operatie
|
- Is min of meer blijvend (aantal dagen, maanden)
|
- Zonder vertraging moet uit een bruggenhoofd kunnen worden gebroken
|
Zie ook: invasie en raid.
Terug naar Boven
BRUGLEGGENDE TANK 'BIBER'
De brugslag of brugleggende tank 'Biber' is gebaseerd op het onderstel van de Leopard 1. De uitschuifbare en aaneenkoppelbare brug wordt boven op de Leopard 1-tank vervoerd in twee gelijke delen van 11 meter. Na uitschuiven en koppelen is de totale lengte van de brug 22 meter, waarbij de maximaal overbrugbare overspanning 20 meter bedraagt. De brugdelen bestaan uit twee onderling verbonden rijplaten met een afzonderlijke breedte van 1 meter 55.

Brugdelen van de brugleggende tank op een tropco
Voertuigen met een brugclassificatie tot 50, en met bijzondere maatregelen tot 60, mogen deze brug passeren. De gevechtswaardeverbeteringen die uiteindelijk hebben geresulteerd in de Leopard 2A6 (NL) Main Battle Tank hebben ook een gewichtstoename tot gevolg gehad. De brug van de brugleggende tank heeft onvoldoende draagvermogen voor de Leopard 2A6 met een brugclassificatie van 70.

Brugleggende tank
breedte met brug | 4 meter |
breedte zonder brug | 3 meter 30 |
| brugclassificatie | 50 ton |
gewicht met brug | 45.450 kg |
gewicht zonder brug | 35.100 kg |
lengte met brug | 11 meter 82 |
lengte zonder brug | 10 meter 56 |
motor | 10-cilinder diesel (830 pk) |
De brugleggende tanks zijn ingedeeld bij de pantsergeniecompagnieën van de gemechaniseerde brigades.
Terug naar Boven
BRUGVERNIELING
| In het Duits: Brücke Demolierung. In het Engels: bridge demolition. In het Frans: démolition du pont. Evenals een kratering, storend mijnenveld, valblok of verhakking: een in de regel situationele hindernis in het kader van één van de hoofdtaken van de genie: contramobiliteit. |
Bij het gedeeltelijk of volledig vernielen van bruggen, al dan niet beveiligd door een gevechtseenheid, wordt gebruik gemaakt van aanzetmiddelen, speciale ladingen en springstof. Voor het grootst mogelijke effect worden ladingen op verschillende plaatsen tot ontploffing gebracht: brugdek, overspanningen, pijlers en steunpunten. Overspanningen e.d kunnen ook met behulp van een explosieve put- of snijlading worden vernield. In de regel zal een gedeeltelijke brugvernieling plaatsvinden, zodat wederopbouw door eigen troepen eenvoudiger en sneller kan plaatsvinden.
Als gevolg van de vernieling kan een brug niet meer worden gepasseerd. Met name het vernielen van bruggen over rivieren en stromen die op geen enkele andere wijze te overbruggen zijn, is bijzonder effectief, zeker als de overblijfselen (débris) van de brug het oversteken geheel onmogelijk maken. Het vernielen van een brug dwingt de vijand te zoeken naar een déroutering (omleiding), een geschikte doorwaadbare plaats of het slaan van een noodbrug om het tempo te handhaven.
Om op de locatie van de vernielde brug later opnieuw de mobiliteit van de eigen troepen te bewerkstelligen, zal de genie een noodbrug slaan: Baileybrug, medium girder bridge of vouwbrug.
Terug naar Boven
BRUIKLEEN
Goederen worden in bruikleen verstrekt om tijdelijk of langdurig een ontvangende bruiklener de beschikking te geven over het betreffende goed.
De opmaak van een bruikleenbewijs vindt altijd in tweevoud plaats: het origineel is steeds voor de verstrekkende bruikleenfunctionaris, het duplicaat voor de ontvangende bruiklener. De verschillende bruikleenbewijzen zijn:
SOORT | DF | T.B.V. | VOORBEELD |
Tijdelijk bruikleenbewijs | 14605 | Voor goederen zonder vaste gebruiker, incidenteel, voor maximaal 30 kalenderdagen | Radio t.b.v. les verbindingen |
Langdurig bruikleenbewijs met blijvend karakter | 15541 | Voor niet-persoonlijke uitrusting van de militair | Voertuig op naam |
Persoonlijk bruikleenbewijs met blijvend karakter | 15543 | Voor persoonlijke uitrusting van de militair | Nachtleger, persoonlijk wapen, slaapzak |
Terug naar Boven
BUDDY
Synoniem: maat.
Dit is het tegenovergestelde van de “van rijkswege opgedrongen vriend” of “OTAS-vriend”.
Vanaf het begin van de Initiële Militaire Opleiding wordt aan elke militair een buddy toegewezen om het nut en belang van de militaire basiseisen via het werken in teamverband te instrueren. Met een buddy worden vervolgens alle opdrachten en overige werkzaamheden één-op-één uitgevoerd.
Door de intensieve samenwerking van buddy’s binnen de opleiding, wordt het karakter van de militairen gevormd: zodra het verantwoordelijkheidsbesef groeit, volgen het zelfvertrouwen en de discipline als vanzelf. Het buddysysteem, groepscohesie en grensverleggende activiteiten (GVA) zijn niet voor niets belangrijke aandachtspunten tijdens de opleiding. Het buddysysteem, dat onder de meest extreme omstandigheden gehanteerd zal moeten worden, heeft zich binnen de Koninklijke Landmacht bewezen als een betrouwbare en effectieve manier van werken.
Buddy’s zijn collega’s die uiteindelijk:
afwijkend gedrag (b.v. stress) bij elkaar kunnen herkennen én ermee kunnen omgaan |
buddy-checks bij elkaar uitvoeren (b.v. FUCO) |
elkaar blindelings kunnen vertrouwen |
elkaar moreel en praktisch steunen |
fysiek één-op-één kunnen samenwerken |
Daarnaast spreken buddy’s elkaar op van-alles-en-nog-wat aan: niet alleen op afwijkingen, fouten en verstoringen, ook op onverantwoord gedrag of onvoldoende hygiëne en preventieve gezondheidszorg (HPG).
Terug naar Boven
BUNKERFAUST
Voluit: Bunkerfaust HEAT-MP-RA (High Explosive Anti-Tank Multi Purpose Rocket Assist. Afgekort: Pzf-3 BKF.
Operationele munitiesoort die door beide afvuureenheden van de Panzerfaust-3 familie van de firma Dynamit Nobel Defence kan worden verschoten: Pzf-3 (Very Short Range Anti-Tank, VSRAT) en Pzf-3 Dynarange (Short Range Anti-Tank).
| SRAT | VSRAT |
Bestemd voor offensieve acties | Bestemd voor nabijbeveiliging en pantsernabijbestrijding. |
Vervanger van de Carl Gustav. | Vervangt de AT-4 (M-136). |
Uitschakelen bewegend en stilstaande doelen op 600 meter. | Uitschakelen bewegend doel op 300 meter en stilstaand doel op 400 meter. |
Deze eveneens vanaf de schouder af te vuren Panzerfaust-3 variant – toegespitst op het optreden in verstedelijkte gebieden – wordt gebruikt tegen versterkte opstellingen, (licht)gepantserde voertuigen en bunkers. De munitie heeft een penetratievermogen van 11 cm pantserstaal, 36 cm beton of 130 cm zandzakken.
Proefondervindelijk is gebleken dat de Bunkerfaust één van de weinige munitiesoorten is waarmee zowel de dikke muren rondom als de ruimte in quala’s in Afghanistan kan worden geslecht.
De bolkoppige munitie heeft een dubbele lading: de beperkte HEAT-capaciteit van de eerste lading is bedoeld om te penetreren, waarna de (tweede) fragmentatielading door de geforceerde penetratieopening naar binnen vliegt en detoneert.
Zie ook: AT-4 en Panzerfaust-3.
Terug naar Boven
BUSHMASTER IMV
Voluit: Bushmaster Infantry Mobility Vehicle.

De Bushmaster IMV, met Nederlands kenteken, gefotografeerd in de Australische woestijn (© Audiovisuele Dienst Defensie)
De Bushmaster IMV wordt geproduceerd in Australië door ADI Ltd.
Door zijn concave onderzijde heeft het voertuig een optimale anti-mijnprotectie (AT-mijnen, mortiergranaten en improvised explsoive devices), de beschikking over airconditioning, is bestand tegen vuur uit kleinkaliberwapens en kan gemakkelijk luchttransportabel vervoerd worden in de C-130 Hercules en de C-17 Globemaster III.
De Bushmaster kent 6 varianten, waaronder een gewondentransportmiddel. In juli 2006 kocht de Koninklijke Landmacht 25 Bushmasters, waarvan de eerste op 1 september 2006 is overgedragen; 12 van deze Bushmasters hebben de beschikking over een remote weapon station voor een onder pantser te bedienen mitrailleur MAG. Met het totale project is een bedrag gemoeid van € 24,9 miljoen. | |
De Bushmaster vergrootte in eerste instantie de inzetmogelijkheden in Afghanistan (Uruzgan, ISAF Stage-III, vanaf 2006), waar een robuust optreden vereist is.
Specificaties:
aandrijving | 4-wielaangedreven |
actieradius | > 1.000 km |
brandstofcapaciteit | 385 liter |
breedte | 2 meter 50 |
capaciteit | 10 (1 chauffeur + 9 passagiers) KL: 6 (1 chauffeur + 5 passagiers) |
gewicht | 12½ ton |
hoogte, incl. gunring | 2 meter 65 |
lengte, incl. reservewiel | 7 meter 09 |
maximaal gevechtsgewicht | 15 ton |
maximumsnelheid | 110 km per uur |
motor | Caterpillar 6-cilinder turbodiesel |
motorvermogen | 330 pk (240kW) |
rookleggers | 2 sets smoke discharge systems |
versnellingen | Automaat ( 8-speed) |
wielbasis | 3 meter 90 |

Defensie heeft begin 2009 negen exemplaren aangeschaft van de Bushmaster IMV met IED interrogation arm (robotgrijparm).
| Sinds eind maart 2009 zijn in de strijd tegen improvised explosive devices (IED’s) in Uruzgan robotgrijparmen aangeschaft voor het Bushmaster Protected Mobility Vehicle-pantserwielvoertuig. De van binnenuit bedienbare, 8 meter lange grijparm komt op negen Bushmasters van de zgn. Counter-IED variant. Met de negen grijparm-Bushmasters komt het totaal aan Nederland geleverde voertuigen op 58. |
De voertuigen zijn uitgerust met een robotgrijparm (grappler of IED interrogation arm) die van een paar meter afstand vanaf het voertuig de bodem kan onderzoeken op IED's. De militairen hoeven daarvoor dus niet meer het voertuig uit. Daarnaast heeft de robot een inzoomende camera, verlichting, sensors, een vork, die eventueel zand kan omwoelen, en kan als het moet over een muurtje heenkijken. Het Australische pantservoertuig kan door zijn V-vorm, die de explosie afbuigt, een IED redelijk doorstaan. De as en zijkasten worden vernield, maar de inzittenden hebben aanslagen tot nu toe steeds overleefd.
Op 18 augustus 2009 maakte Staatssecretaris van Defensie Jack de Vries in een brief aan de Tweede Kamer bekend dat het ministerie 14 nieuwe Bushmasters heeft aangeschaft. Door het huidige tekort is er een hogere kans op slachtoffers onder Nederlandse militairen en worden de inzetmogelijkheden in Afghanistan beperkt. Voor de aankoop wordt € 10,9 miljoen gehaald uit het Defensiebudget. De voertuigen worden volgens plan medio oktober/november geleverd.
In totaal heeft Defensie nu 62 Bushmasters én een lesvoertuig voor de missie in Afghanistan gekocht voor in totaal € 62,5 miljoen, waar nog eens € 8,7 miljoen aan transportkosten bijkomt. Daarnaast zijn negen extra Bushmasters verworven die voorzien zijn van een onderzoeksarm met sensoren.
Terug naar Boven
Terug naar Boven
BVS-10 VIKING
Gepantserd logistiek terreinvoertuig (armoured all-terrain vehicle protected) van de Zweedse firma BAE Systems Land Systems Alvis Hägglund.

Voor een deel hebben deze voertuigen de standaard van het Korps Mariniers – de ongepantserde Bandvagn-206 (“Bivi”) – vervangen, welke in gebruik zijn genomen in de jaren ’90. Beide voertuigen zijn in staat om amfibische landingen uit te voeren. De overige Bandvagn-206’s krijgen een midlife-update. In Nederland zijn vanaf 2006 in totaal 74 exemplaren ingestroomd: 46 stuks als personeelcarrier, 20 als commandovoertuig, 4 voor berging (repair & recovery) en 4 voor gewondentransport.
De Nederlandse uitvoering is identiek aan de versie die is uitgeleverd aan de Britse Royal Marine Commandos (108 stuks vanaf 2003). Nederland en Groot-Brittannië nemen gezamenlijk deel aan de UK/NL Landing Force van de NAVO.
De voorwagen is voorzien van een machinegeweer op affuit; het armoured all-terrain vehicle protected (dankzij een carrosseriedikte van 5,5 mm en keramische platen) is beschermd tegen ten minste 7.62 mm, artilleriescherfwerking en de uitwerking van AP-mijnen.
De BVS10 kan worden gelift (unders lung load) door een Chinook CH-47D, kan intern worden vervoerd in een Hercules C-130 en is in staat zelfstandig, met een maximumsnelheid van 5 km per uur, uit een Landing Craft Utility (LCU) te varen.
Specificaties:
actieradius | 200 km |
bewapening | machinegeweer op affuit |
brandstofverbruik | 1 : 1 |
breedte | 2 meter 56 |
gewicht (ledig + laadvermogen) | 13,3 ton |
gewicht achterwagen zonder lading | 3.620 kg |
gewicht voorwagen zonder lading | 5.200 kg |
hoogte voorwagen | 2 meter 69 |
laadvermogen achterwagen | 1.550 kg |
laadvermogen voorwagen | 450 kg |
lengte | 7 meter 60 (voor- en achterwagen) |
maximumsnelheid | 80 km per uur (verharde weg) |
vereiste minimale ijsdikte | 48 cm (18,9 inch) |
voertuigbezetting | 2 + 12 (inzittenden) |
Zie ook: Bandvagn.
Terug naar Boven
B.V.W.A.K.S.
Ezelsbruggetje – of zo de Belgen zeggen: “memotechnisch middel” – om gemakkelijker de basisprincipes van een goede camouflage te kunnen onthouden, opdat de militair kruipie-sluipie kan toepassen.
| B | beweging |
| V | vorm |
| W | weerkaatsing |
| A | achtergrond |
| K | kleur |
| S | schaduw |
Vergelijkbaar met BASTOS-G.
Terug naar Boven
Laatste update:08.06.2010