'The MAD PIPER' BILL MILLIN 1922-2010
Terug naar de homepage
 

De Schot William "Bill" Millin werd op 14 juli 1922, als zoon van een politieagent, geboren in het district Sandyhills in de Schotse stad Glasgow.

Op 17 augustus 2010 overleed hij in het Torbay Hospital in Devon, South West England – intussen wereldberoemd geworden onder de bijnaam Piper Bill, a.k.a. 'The Mad Piper'.

Dit is een eerbewijs aan een uitzonderlijk man die één van de ikonen van D-Day werd.

Terug naar Boven

De dan 21-jarige Bill was tijdens de geallieerde landingen in de sector Queen op Sword Beach – het meest oostelijke invasiestrand – in Normandië de legendarische doedelzakspeler uit de eenheid van Brigadier Lord Lovat die ook onder vijandelijk vuur onverstoord bleef spelen.

Sword Beach, van west naar oost verdeeld in de sectoren Oboe, Peter, Queen en Roger, strekte zich over 13 km uit van de monding van de Orne in Ouistreham in het oosten tot Saint-Aubin-sur-Mer – waar het aansloot op Juno Beach.

Terug naar Boven

Het meest oostelijke invasiestrand: Sword Beach (© Encyclopaedia Britannica).

 

Lord Lovat, commandant van de 1st Special Service Brigade.

De aristocratische Lord Lovat was Simon Christopher John Fraser, de 17th Lord Fraser of Lovat, commandant van de 1st Special Service Brigade. Lovat was een excentrieke maar zeer inspirerende persoonlijkheid die op D-Day al een respectabele staat van dienst als militair had. Onder hem deden zijn mannen meer dan ze ooit voor mogelijk hadden gehouden en waren ze moediger dan ze zelf wisten.

Als Lieutenant Colonel, commandant van No. 4 Commando, had hij zich al bewezen tijdens de raid op Dieppe op 19 augustus 1942 (Operation Jubilee). Hoewel de aanval vanwege grote verliezen voortijdig werd afgebroken (de Canadezen verloren 3.500 man!), diende ze als voorbeeld voor de latere landingen op Noord-Afrika, Sicilië en Normandië.

De enige eenheid die in Dieppe een wapenfeit scoorde was Lovat’s No. 4 Commando, met hun aanval op en complete vernietiging van de Hess-batterij met zes 150mm-kanonnen in Vasterival. Toch omschreef Churchill Lovat in een citaat van Byron als “the mildest mannered man that ever scuttled a ship or cut a throat” (“het zachtste welgemanierd mens dat ooit een schip tot zinken bracht of een keel doorsneed”).

Terug naar Boven

Millin en zijn maten scheepten bij het Engelse eiland Wight in voor de overtocht naar Frankrijk. Met 21 anderen zat hij in het landingsvaartuig dat met vele honderden andere boten de aanval zou openen op de Duitsers die zich hadden ingegraven langs de Franse kust.

Lovat en zijn 1.200 man moesten vanaf het Normandische strand naar de rivier Orne optrekken om 6th Airborne Division, de eenheid van generaal Richard Gale die ’s nachts was geparachuteerd, te ontlasten. De afstand bedroeg zo’n 5 km.

Rond 08.40 uur landden Lovat en Piper Bill in de eerste landingsboot van de tweede wave in sector Queen op Sword Beach, een strand bij de plaats Colleville-Montgomery.

De tweede wave werd geleid door No. 4 Commando met de twee Franse Troops eerst – waartoe commandant Philippe Kieffer zelf besloten had.

De Britten en Fransen van No. 4 Commando hadden afzonderlijke doelen in Ouistreham: de Fransen onder andere het casino, de Britten twee Duitse artilleriebatterijen die het strand bestreken.

Ongewapend en gekleed in de traditionele kilt – nog gedragen door zijn vader in de loopgraven van de Vlaamse Westhoek in de Eerste Wereldoorlog – sprong Lord Lovat’s doedelzakblazer uit de landingsboot, plonsde tot zijn oksels in het water en waadde door de koude branding.

Terug naar Boven

Terug naar Boven

Terwijl Millin met de doedelzak boven zijn hoofd door de golven het strand bereikte, schreeuwde Lovat hem toe wat voor hen te spelen: "Would you mind giving us a tune?".

Tot zijn middel in het water, begon Millin ‘Highland Laddie’ te spelen. Zonder zich om de om hem heen ontploffende mortiergranaten en het machinegeweervuur te bekommeren, liep hij krachtig blazend viermaal over het strand heen en weer. Daarna zette Private Millin ‘The Road to the Isles’ in…

Het moraal van zijn maten kreeg hierdoor een enorme boost.

Het mystieke is, dat op het Normandische strand Bill Millin een regen van kogels overleefde, terwijl veel kameraden om hem heen één voor één werden neergemaaid en zwaargewond of dood bleven liggen. Op die eerste dag sneuvelden 280 man van zijn brigade.

Later begreep hij – uit de woorden van twee gevangengenomen Duitse sluipschutters – dat ze niet op hem schoten omdat ze dachten dat hij gek was - vandaar zijn bijnaam ‘The Mad Piper’.

Terug naar Boven

Terug naar Boven

In elk geval moedigde de moed van Private Millin de Britse invasiemacht afdoende aan: zo stormde de 3rd British Division van de 8th Brigade Group met 28 van de veertig tanks succesvol het strand op en wist ze de Duitse verdediging uit te schakelen.

Hoewel de Britse legerleiding tevoren terecht bang was geweest dat de doedelzakmuziek ‘sniper fire’ zou aantrekken, zei Millin zelf in een BBC-interview in 2006: “When you're young, you do things you wouldn't dream of doing when you're older. I enjoyed playing the pipes, but I didn't notice I was being shot at.”

Terug naar Boven

Millin ontmoette Lord Lovat toen hij zijn commandotraining in het Schotse Achnacarry, ten noorden van Fort William, onderging.

Lovat bood Millin een baan aan als zijn batman (persoonlijk bediende). Hij weigerde.

In plaats daarvan nam Lovat - zelf een liefhebber van doedelzakmuziek - Millin aan als zijn persoonlijke ‘piper’ om met diens klanken de moed van de collega’s te bevorderen.

Daarmee werd Millin de enige doedelzakblazer onder de ruim 130.000 geallieerden die landden tijdens D-Day.

Al waren doedelzakspelers door de Britse strijdkrachten bij veldslagen verboden omdat er al zoveel waren omgekomen omdat ze het vuur van sluipschutters aantrokken, Lovat negeerde dat verbod simpelweg...

Terug naar Boven

Later begeleidde hij met het snerpende geluid van de doedelzak ook de troepen toen ze over de brug tussen Ranville en Bénouville marcheerden.

Twee minuten en dertig seconden na de geschatte aankomsttijd van 12.00 uur, staken Lord Lovat en Piper Bill Millin onder vijandelijk vuur de brug over.

Lovat excuseerde zich bij Major John Howard, commandant van D Company 2nd (Airborne) Battalion, Oxfordshire and Buckinghamshire (Ox and Bucks) Light Infantry, voor zijn verlate komst: “Sorry, we are two and a half minutes late."(D Company was de coup-de-main voor het innemen van de bruggen over de Orne en het Caen Canal.)

Het Mémorial Pegasus (Pegasus-museum) in het Franse Ranville herbergt - naar verluidt - de organieke doedelzak van Bill Millin...

Achter een tank lopend, aan het hoofd van Lovat’s voetcolonne, speelde Millin ‘Blue Bonnets over the Border’.

Aan beide zijden hield het vuren ineens op; iedereen keek naar het ongewone schouwspel. Toen de troepen over de brug liepen, waren de Duitsers al bekomen van hun verbazing en openden het vuur.

Enkele commando’s – getooid met hun groene baret in plaats van een helm – werden gedood door vijandelijke sluipschutters, maar bijna alle geluiden werden door de doedelzak overstemd.

Halverwege de brug draaide Millin zich om naar Lord Lovat, die liep te wandelen alsof hij een rondje over zijn Schotse landgoed maakte.

Na D-Day werd de brug omgedoopt tot Pegasus Bridge.

Terug naar Boven

Terug naar Boven

Onsterfelijk werd Millin pas dankzij één van de klassiekers over de bevrijding van Europa, de rolprent ‘The Longest Day’ (1962).

Deze film, die overigens slechts twee Oscars (cinematografie en special effects) won, werd geproduceerd door Darryl F. Zanuck naar het boek van Cornelius Ryan uit 1959.

Terug naar Boven

De actie van Millin werd hierin dunnetjes overgedaan Pipe-Major Leslie de Laspee – op dat moment de officiële piper van de Queen Mother.

Nog in 1995 speelde Millin op de begrafenis van zijn voormalige commandant, Lord Lovat, maar begin 21ste eeuw werd hij getroffen door een beroerte.

Sinds jaren woonde Millin in een verzorgingshuis in Dawlish, Devon. Bill Millin overleed op 88-jarige leeftijd.

Terug naar Boven

Typerend is dat Bill Millin in Frankrijk meer loftuitingen krijgt toebedeeld dan in Groot-Brittannië zelf.

Zo verscheen in 1994 van zijn hand in het Frans ‘La Cornemuse du D-Day’ bij Editions Heimdal (224 pagina’s, ISBN 9782840480310).

Het boek is bij de uitgever niet meer te krijgen maar wordt sporadisch nog wel op internet aangeboden.

Terug naar Boven

Terug naar Boven

-