INHOUDSOPGAVE C
Terug naar de homepage
 

Maak uw keuze uit de hieronder getoonde lijst

 

C79 elcan optisch vizier

Het C79 ELCAN optisch vizier.

Engels: Elcan C79 3.4 x Optical Scope.

Het optisch vizier is bedoeld voor bijvoorbeeld het Diemaco C7A1-geweer en de FN Minimi-mitrailleur. Het beeld in het vizier vergroot 3,5 maal.

ELCAN staat voor Ernst Leitz Canada, een producent die onderdeel is van het Raytheon-concern.

Het optisch vizier wordt gerekend tot de snelrichtmiddelen (SRIM), evenals de red-dot.

Toepassing van SRIM zal zowel effectiviteit als letaliteit op korte afstand vergroten omdat de wapens eenvoudiger en sneller inzetbaar zijn.

Terug naar Boven

 

C'S, 4

De 4 C’s zijn een niet serieus te nemen ezelsbruggetje dat wordt gehanteerd door onderofficieren, met name door sergeanten (der eerste klasse).

Feitelijk wordt ermee aangegeven dat de onderofficier via allerlei omwegen en kanalen datgene kan regelen en ritselen wat noodzakelijk is om zich als onderofficier te handhaven tussen enerzijds de manschappen en anderzijds de officieren.

Vergelijk een en ander met de uitleg die wordt gegeven aan het 'elfde gebod': “Gij zult niet gesnaaid worden”. Nagenoeg alles is geoorloofd, mits het ten dienste staat van betere prestaties van de Defensieorganisatie, haar personeel en haar materieel.

Uiteraard is collegialiteit het voornaamste:

C
Chantage
C
Corruptie
C
Connecties
C
Collegialiteit

Terug naar Boven

 

CADET

Duits: Kadett. Engels: cadet. Frans: cadet. Van origine is het woord ontleend aan het Frans, in de betekenis van “aanvoerder”. De huidige betekenis is die van leerling van een militaire academie welke in de toekomst als officier binnen de krijgsmacht werkzaam zal zijn.

Binnen de Koninklijke Landmacht: een leerling van de Koninklijke Militaire Academie te Breda.

De titel “jonker” voor de cadet is sinds de jaren ’90 van de 20ste eeuw in onbruik geraakt. Maar de aanspreektitel geldt vandaag de dag nog steeds: na de inauguratie tot het Cadettencorps is het dragen van de titel op én buiten de KMA toegestaan. Historisch gezien is de betekenis van jonker overigens die van “adellijke jongeman zonder verdere titel”.

Terug naar Boven

 

CADETTENLIED

Naar de eerste regels ook genaamd: “Komt wapenbroeders, Neêrlands zonen”. In 1887 geschreven door de cadet P.D. van Essen op muziek van de cadet J.L. Abell. Het Cadettenlied wordt heden ten dage nog altijd door cadetten van het corps als eerste lied aangeheven tijdens corpsvergaderingen, (gala)diners en andere feesten op de Koninklijke Militaire Academie.

Waar het Cadettenlied de aanvang markeert, geeft het Bon Soir het einde aan. Beide liederen worden, evenals het Wilhelmus, in de houding ten gehore gebracht. Alleen het eerste couplet wordt meegezongen.

Het eerste couplet luidt:

“Komt wapenbroeders, Neêrlands zonen
Door 't zelfde levensdoel verwant!
Met heilig vuur bezield voor ’t ene,
Verknocht aan 't zelfde vaderland!
Verheft, verheft den zang, ontbloot, ontbloot uw hoofden
En zweert met ons denzelfden eed, en zweert met ons denzelfden eed
Dien eenmaal onze vaad'ren zwoeren,
Toen vreemd geweld hen zuchten deed.”

Zie ook: Bon Soir.

Terug naar Boven

 

C.A.L.L.

Ezelsbruggetje, afgeleid van de afkorting voor het Amerikaanse Center for Army Lessons Learned (CALL). Het kan worden gebruikt voor het toevoegen van de aanbevelingen en conclusies aan een evaluatie, Final Exercise Report (FER), First Impression Report (FIR) of After Action Report (AAR):

C

Conclusies

A

Aanbevelingen

L

Lessons

L

Learned

Zie ook: lessons learned.

Terug naar Boven

 

CAM

Voluit: Chemical Agent Monitor (NSN 6665-17-106-2038).

Chemische restbesmettingsmeter waarmee de aanwezigheid van aerosol en/of damp van blaartrekkende (lewisiet, mosterdgas) of zenuwblokkerende (sarin, soman, tabun) strijdmiddelen kan worden aangetoond.

De te onderzoeken onbekende substantie wordt ‘gesnuffeld’ door het apparaat, waarna de verkregen gassen met behulp van een hittepuls via Ionen Mobiliteits Spectrometrie (IMS) worden geïoniseerd. De beweeglijkheid van de ionen geldt als bepalingskenmerk van het gas.

Chemical Agent Monitor (CAM).

De restbesmetting – vuil of schoon – kan worden bepaald op mensen, uitrustingsstukken, voertuigen, voorraden en zelfs wonden; ‘schoon’ wil zeggen dat de dreiging is verstreken, dat de ontsmetting effectief is geweest en de omgeving vrij van blaartrekkende of zenuwblokkerende strijdmiddelen is. Zo niet, kan de decontaminatie (ontsmetting) worden herhaald, eventueel met R.S.D.L. (niet op open wonden).

Specificaties:

gewicht met batterij

1,9 kg

krachtbron

6 Volt-batterij

lengte

38 cm

temperatuurbereik

-30° C tot +55° C

De CAM heeft een aantal beperkingen:

  • In een dampbesmette omgeving is het gebruik van de CAM voor controle op restbesmetting niet mogelijk.
  • Onder lage omgevingstemperaturen kunnen chemische strijdmiddelen niet volledig verdampen, waardoor de concentratie te laag is om detectie mogelijk te maken.
  • Wanneer géén contact kan worden gemaakt met aërosol en/of damp van een chemisch strijdmiddel, zal de aanwezigheid niet worden gedetecteerd; daarom werkt het apparaat het best in kalme, stabiele lucht.

Zie ook: C.B.R.N.-middelen en R.S.D.L.

Terug naar Boven

 

CAMBRIAN PATROL

Evenement van de Britse landmacht, dat jaarlijks in de herfst in het nationaal park Brecon Beacons in Centraal-Wales (Cambrian Mountains, Sennybridge Training Area) wordt georganiseerd. De Cambrian Patrol wordt gezien als één van de meest prestigieuze patrouillecompetities op groepsniveau binnen de NAVO.

Het doel van de Cambrian Patrol is een patrouilleoefening om de operationele capaciteit te testen van individuen en patrouilleteams.

Patrouilleteams moeten onder extreme omstandigheden militaire basisvaardigheden uitvoeren, zoals eerstehulpverlening (o.a. CASEVAC), ex- en infiltratie, (rivier)hindernissen oversteken, materieelherkenning, navigeren (overdag en bij nacht), object- en routeverkenning, omgang met krijgsgevangenen, radio- en tactische verbindingen, vuren met persoonlijke wapens en drills in het kader van CBRN, helikopters en ontmijnen. De duur van de patrouille is 48 uur, de afstand 50 à 100 km, onder andere afhankelijk van het in één keer de goede route vinden.

De Cambrian Patrol start met een materiaalinspectie, die onder andere checkt welke minimale middelen worden meegenomen (horloge, kompas, poncho, purificatietabletten t.b.v. drinkwater). Er moet worden gewerkt met Britse uitrustingsstukken en wapens, zoals het geweer SA 80 en het Light Support Weapon (LSW).

De samenstelling van de patrouille is acht militairen: commandant, plaatsvervangend commandant en zes onderhebbenden. Met alle acht deelnemers moet worden gefinisht. De persoonlijke bagage varieert tussen 25 en 45 kg. In de rugzak zit tenminste reservekleding, voor 24 uur Operational Ration Packs (ORP’s) / Meals Ready to Eat (MRE’s), grabbag, slaapzak, complete NBC-uitrusting en een poncho. Verboden items zijn mobiele telefoons en GPS.

Patrouilleteams kunnen medailles (goud, zilver of brons) of een certificaat behalen: het certificaat is voor groepen die binnen de beschikbare tijd de patrouille voltooien of minder dan 55% van de punten behalen. De C-Tijgercompagnie van 11 Infanteriebataljon Luchtmobiel Air Assault Garderegiment Grenadiers en Jagers behaalde in 2009 als eerste Nederlandse eenheid de gouden medaille.

De grootste struikelblokken voor de deelnemers zijn de onbekendheid met het Britse materieel, de lange verplaatsingen te voet door het ruige terrein, het navigeren met alleen kaart en kompas en de altijd onvoorspelbare, extreem wisselvallige weersomstandigheden (koud, regenachtig en winderig).

Met dank aan: Warrant Officer 1st Class Brian Pratt (hoofd wedstrijdleiding).

Terug naar Boven

 

CAMELBAK

Drinksysteem, warme en koude vloeistoffen, woodland NL, inhoud 3 liter. NSN: 8465-17-116-4338.

Rugzaksysteem voor tijdelijke wateropslag en –voorziening van fabrikant CamelBak® (“Hydrate or Die”) dat handsfree kan worden gebruikt.

Het draagsysteem – een aanvulling op dan wel vervanging van (veld)flessen water – kan afzonderlijk worden gedragen of worden opgeborgen in een rugzak.

Het water wordt door een gemakkelijk afsluitbaar mondstuk (Big Bite Valve met Big Bite Cover) opgezogen uit een geïsoleerd drinkslangetje dat rechtstreeks uit de waterzak komt.

De isolatie probeert te voorkomen dat water onder warmweeromstandigheden snel verhit en onder koudweeromstandigheden snel bevriest.

De waterzak kan tegen een stootje, is onder normaal gebruik lekbestendig en gemakkelijk schoon te maken met bijgeleverd schoonmaaksetje.

Schoonmaken van zowel waterzak als drinkslangetje kan evengoed met een Steradent® bruistablet, met name ter voorkoming van schimmel door stilstaand water.

Periodiek gebruik van de organieke CamelBak® reinigingstabletten (natriumchloriet) houdt de waterzak vrij van geurtjes, schimmel en bijsmaak; vul hiertoe de CamelBak® met 1 liter warm water, voeg 1 tablet toe, sluit de dop, schudt de waterzak, laat het geheel 5 minuten inwerken, laat de zak leeglopen en spoel de zak goed schoon.

Het niet correct reinigen van de CamelBak® kan braken, buikpijn, diarree, hoesten en/of een zere keel veroorzaken.

Water kan ten hoogste 72 uur in de waterzak worden opgeslagen. Zorg ervoor dat zowel waterzak als drinkslangetje droog in opslag gaan.

Het drinkslangetje kan met een klem (tube trap) aan de schouderbanden van CamelBak® of rugzak worden vastgemaakt. De waterzak zelf heeft enkel een borstband, géén heupband.

Vullen en bijvullen van de waterzak kan via de grote vuldop met schroefsluiting aan de bovenzijde, welke ook aan de buitenkant van de ompakte CamelBak® gemakkelijk bereikbaar is.

Het verdient aanbeveling steeds twee volledig opgetopte waterzakken mee te nemen (een in rugzak, een in grabbag als noodvoorraad water).

Download hier de gebruikershandleiding van de CamelBak® - draagwijze, vullen en gebruik, reinigen en desinfecteren (1,27 MB)

Zie ook: water.

Terug naar Boven

 

CAMISADE

Van het Franse “camise” (hemd, kiel). Verrassingsoverval in de nacht of in de vroege ochtend, wanneer de vijand geacht wordt te slapen. Hiervoor trekken de militairen witte hemden (of anderszins, in elk geval zonder herkenbare insignia of kleding) over hun uniform aan. Hierdoor kunnen ze elkaar in de duisternis herkennen.

Zie ook: night ops.

Terug naar Boven

 

CAMMAERT, PATRICK

Generaal-majoor Patrick Cammaert op archief- en recente foto's.

Nederlandse generaal-majoor van het Korps Mariniers. Volgens Paul Rosenmöller, in een speciaal aan Cammaert in Afrika gewijd portret op 20 mei 2006: “Hij weet heel veel van vredesoperaties, misschien wel het meest in Nederland”.

Cammaert is wellicht tot zijn imposante CV kunnen komen dankzij zijn directe, niet altijd even subtiel-tactvolle en daarom zeker ook keiharde aanpak. In zijn optimisme staat hij het tonen van emoties niet toe.

Zijn emoties verwerkt de generaal bij voorkeur ’s avonds en alleen, onder het genot van een sigaar. Curriculum vitae van de generaal-majoor Patrick Cammaert:

11 april 1950

Geboren te Alkmaar

1968

Lid Korps Mariniers

1971

Officier Korps Mariniers

1979-1981

Uitwisselingsofficier bij de Royal Marines in Groot-Brittannië

1984-1986

Commandant van de oorspronkelijk koudweergetrainde Whisky-Compagnie Korps Mariniers – geïntegreerd met 45 Commando Group Royal Marines in Arbroath, Schotland

1986-1988

2IC en commandant van Marinierskazerne Savaneta op Aruba (Nederlandse Antillen)

1989

Promotie tot luitenant-kolonel

1990-1991

Commandant 2de Mariniersbataljon – geïntegreerd in de Allied Command Europe Mobile Force (Land) (AMF(L)

1992-1993

Commandant 1ste Mariniersbataljon

1992-1993

Commandant ‘Cambo-II’ (1ste Mariniersbataljon) tijdens UNTAC in Cambodja

1995

Adjunct Chief of Staff van de Multi-National Brigade van de UNPROFOR Rapid Reaction Forces; opereert vanuit een vooruitgeschoven commandopost op Mount Igman (Sarajevo)

1995-1998

Promotie tot kolonel; commandant van de Groep Operationele Eenheden Mariniers (GOEM)

1998-1999

Chef-staf Korps Mariniers

1999

Promotie tot brigade-generaal; commandant Multi National Stand-by Forces High Readiness Brigade (SHIRBRIG) in Kopenhagen

2000-2002

Promotie tot generaal-majoor; Force Commander van UNMEE in Ethiopië/Eritrea

2002-2004

United Nations Military Adviser van het Department of Peacekeeping Operations in New York; eerste militair adviseur van Secretaris-Generaal Kofi Annan

2005-februari 2007

Divisiecommandant Eastern Division MONUC-troepen in Congo (16.000 militairen)

Sinds 22 maart 2007 is Patrick Cammaert generaal-majoor b.d.

Terug naar Boven

 

CAMOUFLAGE

Camouflage in de praktijk; de rode baret onderscheidt in dit geval de instructeur van het Schoolbataljon Luchtmobiel van de rekruten.

Camoufleren is jezelf en/of je materieel zodanig onzichtbaar of althans onopvallend maken dat je een voordeelsituatie creëert waarbij je ziet zonder gezien te worden en moeilijk door de vijand ontdekt kunt worden.

De basisprincipes van camouflage zijn S5:

Shape

Shine

Shadow

Silhouette

Spacing

Daarnaast zijn geluids-, licht- en sporendiscipline van belang om een correct uitgevoerde camouflage in de praktijk werkzaam te houden.

Basiskennis met betrekking tot camouflage is onder andere te vinden in het Handboek KL-militair (VS 2-1352) én in het eerste deel van de BBC-televisieserie 'SAS Survival Secrets' (2003/2004).

SHAPE (Vorm)

  • vermijd onnodige bewegingen
  • indien toch moet worden bewogen: beweeg langzaam, ook in hoog gras en struikgewas
  • maak geen rook- en/of stofwolken
  • breek de vorm van je gezicht, handen, hals en nek door het aanbrengen van een grillig camouflagepatroon

SHINE (Glans & Schittering)

  • vermijd dat schittering afgevende voorwerpen, zoals wapens, ballistische bril, kompas, aansteker, horloge e.d., je positie verraden
  • oogwit is zeer opvallend, ook 's nachts

Hagedis in het gras: een voorbeeld van natuurlijke camouflage.

Download hier de Power Point-presentatie over natuurlijke camouflage (1,26 MB)

SHADOW (Schaduw)

  • fel zonlicht vermijden
  • verplaats altijd in de schaduw, dus bijvoorbeeld in randen van bossen en verstedelijkte gebieden
  • vermijd de zichtbaarheid van je eigen schaduw en die van je uitrustingsstukken

SILHOUETTE (Aftekening tegen de achtergrond)

  • let op je gezicht, handen, hals en nek; trek bijvoorbeeld handschoenen aan
  • mouwen te allen tijde naar beneden
  • breek de vorm van alle uitrustingsstukken, ook helm, rugzak en wapen
  • probeer zoveel mogelijk een te worden met (achtergrond van) de omgeving
  • pas de camouflagetinten bij optreden in bossen aan het jaargetijde aan

SPACING (Tussenruimte)

  • houd tussenruimte aan, bijvoorbeeld bij een patrouillegang
  • loop in elkaars sporen
  • vermijd open terrein; verplaats zoveel mogelijk door bebost gebied

Geluidsdiscipline

  • praat te allen tijde met gedempte stem; dit is onopvallender dan fluisteren
  • doe, voordat je met draagharnas, rugzak en andere uitrustingsstukken gaat verplaatsen, eerst de rammeltest: rammelen er spullen bij het opspringen en/of neerkomen, verbeter dan eerst de uitrusting
  • geef een gewonde zo nodig pijnstillers om de geluidsdiscipline hoog te houden

Lichtdiscipline

  • maak nooit gebruik van wit licht, ook niet in behuizing of tent, of onder een poncho
  • gebruik als je per se licht nodig hebt, filters op je zaklamp en filters voor de voertuigverlichting
  • zorg dat je voor zonsopkomst uit een schuilbivak opbreekt
  • zorg dat je pas na zonsondergang een schuilbivak inricht; dit is minder opvallend en trekt zo min mogelijk de aandacht

Sporendiscipline

  • loop zoveel mogelijk in elkaars sporen
  • laat geen afval achter; neem alles mee
  • neem ook 'body waist' (eigen uitwerpselen en urine) zelf mee
  • laat de natuur intact; de gemakkelijkste sporen worden gemaakt door afgebroken takken e.d.

Verschillende soorten camouflage van NAVO-bondgenoten:

Amerikaanse camouflage

Belgische camouflage

 

Britse camouflage

Duitse camouflage

 

Franse camouflage

Nederlandse camouflage

  

CAM-Desert (boven) en CAM-Tropical.

De nieuwste gezichtscamouflages binnen de KL zijn:

  • CAM-Desert (NSN 6850-99-160-4210) met de kleuren zandkleurig, bruin en donkergroen
  • CAM-Tropical (NSN 6850-99-924-7383) met de kleuren lichtgroen, bruin en donkergroen

Deze “paint, face, camouflage” is van Amerikaanse makelij, wordt vervaardigd door de firma Caplock en heeft een Sun Protection Factor (SPF) van 15+, d.w.z. dat deze meer dan 92% van de ultraviolette B-straling van de zon afvangt. Andere gezichtscamouflages van Caplock zijn CAM-Centre Europe (NSN 6850-99-305-7050) en CAM-Snow (NSN 6850-99-853-2949).

 

De camouflagekleuren van het Nederlandse Disruptive Pattern Material (DPM) zijn:

Nederlands

Engels

RAL

RGB (HTML)

Olijfgroen

Olive Drab

6014

#333025

De drie kleuren van het vlekkenpatroon Dutch DPM:

Bronsgroen

Forest Green

6031

#495746

Lederbruin

leather

8027

#504937

Teerzwart

Flat Black

9021

#01050E

Het nieuwe camouflagepatroon dat hierboven wordt getoond heet NFP-Green: Netherlands Fractal Pattern Green. De combinatie van woodland en urban is een prototype. De aride variant, bedoeld voor optreden onder woestijnomstandigheden, heet NFP-Tan en is bruinkleurig.

De fractals in de camouflage laten het tenue ‘pixalated’ lijken, bestaande uit pixels. Hoe meer pixels, hoe meer detail. Het is een trend in camouflage die is gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek.

Uit in 2009 afgerond onderzoek van TNO Human Factors is gebleken dat het combineren van de effecten van disruptive patterns – zoals de huidige camouflage, die goed werkt op afstanden groter dan 100 meter – en gefragmenteerde digitale patronen – zoals de nieuwe NFP-Green/Tan – het best werken. Hiermee is een technisch geavanceerd patroon gemaakt, dat tot acht kleuren bevat, terwijl de huidige disruptive patterns drie of vier kleuren hebben.

NFP zal niet per se het nieuwe camouflagepatroon voor de landmacht (en mariniers) zal worden, maar medio 2014 kan een nieuw camouflagetenue in het getoonde camouflagepatroon als eerste worden ingevoerd bij de gevechtseenheden: Korps Mariniers, luchtmobiele infanterie, pantserinfanterie en verkenningseenheden.

Het getoonde textiel is vervaardigd door TenCate Defender™M. Deze stof heeft de traditionele infrarood-reflecterende eigenschap en is daarnaast in hoge mate vlamwerend. Het is afhankelijk van de aanbestedingen of TenCate Defender™M de nieuwe stof zal leveren.

Het nieuwe camouflagepatroon is voor de eerste maal publiekelijk gepresenteerd tijdens de jaarlijkse infanteriepelotontest- en schietcompetitie (Bartelsbeker) op 17 juni 2011.

Zie ook: disruptive pattern material (DPM), F.O.M.E.C.B.L.O.T., radiostilte en tenuen.

Terug naar Boven

 

CANE

Op de foto: sergeant-majoor instructeur b.d. Piet de Groot met cane.

Van 1980 tot zijn functioneel leeftijdsontslag in 1994 was hij onderofficier bij het Regiment Geneeskundige Troepen. Tegenwoordig geeft hij leiding aan het exercitiepeloton van de Stichting Ouwestomp.

Een dunne eiken stok van ± 90 cm lang die wordt gedragen bij het uitoefenen van bepaalde functies.

Binnen de Koninklijke Landmacht zijn de CSM (compagnies sergeant-majoor), batterij- of eskadronsopperwachtmeester én compagnies-, bataljons-, brigade-, regiments-, korps-, Landmacht- en krijgsmachtadjudant bevoegd tot het dragen van een cane.

De cane van een stafadjudant is voorzien van een goudkleurige metalen knop; overige functionarissen dragen een cane die is voorzien van een zilverkleurige metalen knop.

De cane, van oorsprong een wandelstok uit de tijd van de Britse koning Henry VIII (1491-1547), is in de gelederen van de krijgsmacht geïntroduceerd als hulpmiddel om lijfelijk te kunnen straffen tijdens het drillen en weer later als statussymbool tijdens het exerceren van de troep.

De cane is tegenwoordig verworden tot een symbool van aanzien en autoriteit voor onderofficieren op de meest begeerde functie.

Terug naar Boven

 

CANNERBERG

Strategisch gelegen mergelgrotten, tot 50 meter onder de grond, met een oppervlakte van in totaal ± 6.750 hectare en acht km aan gangen. De groeves, gelegen achter het Château Neercanne ten zuiden van en deels onder Maastricht, bevinden zich in het grensgebied met België en Duitsland. Pas in het Belgische weekblad Vox. een uitgave van de Belgische strijdkrachten, van 20 november 1980, werd het bestaan onthuld van een ondergronds NAVO-hoofdkwartier op deze locatie, "ergens in de streek van Maastricht".

In 1954 ving het Ministerie van Defensie voor een periode van vijftig jaar aan met de huur van de ‘groeve Boschberg’, ook wel Cannerberg genaamd. Op 15 april 1954 sloten Defensie, stichting Limburgs Landschap, freule Louise E.M. Poswick (tot ’47 eigenaresse van het Château Neercanne) en de paters Jezuïeten uit Maastricht de overeenkomst dat de Cannerberg in het vervolg kon worden gebruikt door de krijgsmacht.

In 1955 werd de in de mergelberg uitgehakte en met beton verstevigde Cannerberg-bunker, door de NAVO een interim-oorlogshoofdkwartier gevestigd, “a temporary site to be used only in war”. Bij KB van 17 februari 1956 werd de Cannerberg geplaatst onder de Wet op de Staatsgeheimen. Hiermee had het hoofdkwartier onmiddellijk de status ‘ultrageheim’.

Na de bouw van het IJzeren Gordijn werd de bunker vanaf 1 juli 1963 ook in vredestijd gebruikt, met een permanente militaire bezetting van 3 à 400 militairen. In geval van oorlog kon het regionale hoofdkwartier van de 2nd Allied Tactical Air Force (2ATAF) direct verplaatst kan worden van de vredeslocatie in het Duitse Rheindahlen (Mönchen-Gladbach) naar deze oorlogslocatie. Ook het commando van de Northern Army Group (Noordelijke Legergroep, NORTHAG), over de Amerikaanse, Belgische, Britse, Duitse en Nederlandse landstrijdkrachten in het noorden van West-Duitsland, was er gevestigd. Het commandocentrum werd 24/7, 365 dagen per jaar, operationeel gehouden.

Officieel luidde de benaming van de Cannerberg-bunker: Joint Operations Centre (JOC). De commandant van het JOC was afwisselend een Belgische of Nederlandse generaal. Het onderaardse commandocentrum deed hierbij dienst voor de NAVO-troepen in het noordelijk deel van mid-Europa, een sector die zich uitstrekte van Noorwegen tot Italië.

Via het JOC in de Cannerberg en via het communicatiesysteem van het NATO Air Defence Ground Environment (NADGE), zou het commandocentrum in voorkomend geval met vooruitgeschoven commandoposten en hun eenheden in verbinding staan.

Via een verwarmingssysteem werd een constante temperatuur van 18 graden Celsius gehandhaafd, terwijl airconditioning zorgde voor de juiste temperatuur en luchtvochtigheid in de computerruimten.

De keuken van het zelfbedieningsrestaurant had een capaciteit van 600 maaltijden. Het commandocentrum had een onafhankelijke watervoorziening; scheepsdieselmotoren stonden klaar om elektriciteit te leveren als de energielevering van Maastricht zou uitvallen. De toegangsdeuren waren bestand tegen de gevolgen van explosies, gas en fall-out.

In 1991 deed  TNO in opdracht van het Ministerie van Defensie onderzoek in de Cannerberg, met als resultaat het rapport ‘Asbestmeting in de Cannerberg’  (3 december 1991): "Op diverse plafonds werden vlokken blauw asbest waargenomen. [...] Drie van de tien luchtmonsters bevatten te veel asbestvezels. [...] Het stof in de luchtleidingen is ernstig verontreinigd." Grote hoeveelheden asbest waren gebruikt als isolatiemateriaal.

De TNO-onderzoekers concludeerden dat "het ernstige gezondheidsrisico, dat met blootstelling aan asbestvezels gepaard gaat, ingrijpen zeer urgent maakt." Hoewel de Cannerberg "op korte termijn" moest worden gesloten, besloten NAVO en Ministerie van Defensie dat de bunker tot aan de geplande sluiting eind 1994 in gebruik zou blijven. Uiteindelijk sloot de bunker toch in '92 haar deuren: met de val van de Berlijnse Muur was de Koude Oorlog voorbij.

Sinds 2003 heeft Defensie, in één van de grootste saneringsoperaties uit de geschiedenis, gewerkt om het complex vrij van kankerverwekkende asbestvezels te krijgen. Naast asbest had de Cannerberg nog een fors milieuprobleem: tientallen jaren lang werd al het afval, uit oogpunt van antispionage, in de berg opgeslagen. Op zestien stortlocaties lag in totaal 10 à 14.000 kubieke meter afval. Hieronder bevond zich onder andere afgewerkte olie, die diep in de mergellagen was doorgedrongen. De verontreinigde mergel werd ontgraven.

Terug naar Boven

 

CAPILLAIRE REFILL

Hervulling van de haarvaten. De haarvaten (capillairen) zijn de kleinste bloedvaten; ze vormen de verbinding tussen slagaders en aders. In de haarvaten vindt onder andere afgifte van zuurstof aan het weefsel plaats. Vanwege de al dan niet verminderde zuurstofafgifte kunnen de haarvaten functioneren als parameter voor het beoordelen van de circulatie.

Vijf seconden achtereen wordt het nagelbed van een vinger ingedrukt. Hierdoor worden de haarvaten tijdelijk bloedleeg gemaakt, waardoor het nagelbed bleek kleurt. Na het loslaten zal het nagelbed bij een goede doorbloeding binnen 1½ à 2 seconden weer roze kleuren.

Als er sprake is van zuurstofgebrek (hypoxie) in de weefsels, zal het hervullen van de haarvaten langer dan 2 seconden duren: de capillaire refill is dan “traag” of “vertraagd”. Hiermee is de perifere weerstand (doorbloeding van en zuurstofafgifte door de haarvaten in de huid) gemeten.

Mede met behulp van de capillaire refill kan een oordeel worden gegeven over het al dan niet optreden van een bedreigde circulatie. Een vertraagde capillaire refill is dan ook één van de specifieke verschijnselen bij shock, naast een tachycardie (snelle hartslag), klamme/koude bleke huid, hypotensie (lage bloeddruk) en sterk verminderde diurese (urinevorming door de nieren).

Terug naar Boven

 

CAPITULATIE

Duits: Kapitulation. Engels: capitulation. Frans: capitulation. Ook genaamd: overgave (aan de vijand) in oorlogstijd. Term dateert uit 16de eeuw.

Volgens het oorlogsrecht een overeenkomst tussen de bevelhebbers van strijdende partijen waarbij, in de regel onder bepaalde voorwaarden, wordt aangegeven dat één van de partijen de gewapende strijd van zijn land of strijdmacht staakt. Artikel 35 van de Haagse Conventie uit 1899 bepaalt dat capitulatie moet plaatsvinden in overeenstemming met de regels van de militaire eer.

Hoewel een capitulatie niet per se het einde van een oorlog hoeft te betekenen, moet een (on)voorwaardelijke capitulatie bepalingen bevatten over zowel het tijdstip van inwerkingtreding en als het gebied en de eenheden waarvoor zij geldt.

Capituleren kan verder inhouden dat, indien geen vrije aftocht voor de betreffende eenheden is overeengekomen, ze door de overwinnaar worden ontwapend en krijgsgevangen gemaakt. Militaire voorraden, munitie, uitrusting en wapens(ystemen) vallen onder het buitrecht, waarbij volgens het jus in bello de buit toekomt aan de overwinnaars.

Capitulatie wordt onderscheiden van overgave en wapenstilstand. Overgave is een enkelzijdige handeling, waarbij militairen bijvoorbeeld door het opsteken van beide handen of het laten zien van een witte vlag, te kennen geven dat ze de strijd staken. Wapenstilstand betekent dat troepen gewapend in hun stellingen blijven gedurende een periode van status quo.

Geschreven regels op het gebied van het capituleren staan in het Landoorlogreglement, onderdeel van de Haagse Conventie (1899, herzien in 1907), en de Conventie van Genève.

Voorbeelden met betrekking tot Nederland:

Vijf dagen na de Duitse inval capituleerde Nederland. Om – na het bombardement op Rotterdam en de dreiging dat Utrecht eenzelfde lot zou ondergaan – onnodig bloedvergieten te voorkomen tekende de Opperbevelhebber van Land- en Zeemacht, generaal Henri Winkelman, op 15 mei 1940 in een schoolgebouw in Rijsoord de capitulatie. Namens de bezettende Duitse troepen was hierbij generaal Georg von Küchler aanwezig, de commandant van de 18. Armee (18de Leger) die de succesvolle aanval op Nederland had geleid. De Nederlandse capitulatie gold niet voor de provincie Zeeland, waar met behulp van hoofdzakelijk Franse troepen tot 19 mei 1940 de strijd werd voortgezet.

 

Uit angst voor een bombardement op de stad Bandoeng én omdat de Japanners met minder dan een algemene capitulatie géén genoegen zouden nemen, capituleerde op 9 maart 1942 – een week na de Japanse landingen op Java – het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger (KNIL) onvoorwaardelijk. Het capitulatieprotocol werd door luitenant-generaal Hein ter Poorten, commandant van het KNIL en hoofd van het Departement van Oorlog in Nederlandsch-Indië, getekend ten overstaan van de Japanse luitenant-generaal Hitoshi Imamura, commandant van het 16de Japanse leger. Plaats van handeling was het militair vliegveld Kalidjati op West-Java.

Terug naar Boven

 

CASEVAC

Acroniem voor Casualty Evacuation. Duits: CASEVAC; Verletztenbergung; Verwundetenevakuierung. Frans: EVASAN (évacuation sanitaire par voie aérienne); évacuation des blessés; évacuation des pertes. Officieuze NAVO-term voor geïmproviseerd gewondentransport met een helikopter die niet voor gewondentransport is ingericht. In uitgebreidere zin: vervoer van een gewonde vanaf de locatie van gewond raken binnen de gevechtszone (combat zone) naar een geneeskundige inrichting met een niet daartoe ingericht (non-dedicated) transportmiddel waarop de voorgeschreven markering (Rode Kruis) ontbreekt.

Vaak vindt CASEVAC plaats door niet-geneeskundig personeel of geneeskundig hulppersoneel dat organiek is ingedeeld bij gevechtseenheden – bijvoorbeeld bij het afbreken van het gevecht. Gewondenafvoer is daarom één van de zwakheden van het optreden van lichte infanterie, die voor de initiële verzorging van gewonden zeer afhankelijk is van luchtsteun ten behoeve van CASEVAC (en MEDEVAC).

Bij CASEVAC zal de gewonde onderweg in de regel géén additionele geneeskundige behandeling kunnen ontvangen; indien de status van de gewonde en route verslechtert zal dat een ongunstig effect hebben op de prognose van zijn gezondheidstoestand.

Verschilt dus van de MEDEVAC.

Terug naar Boven

 

CASSEIOPEIA

Vorm van het sterrenbeeld Casseiopeia wanneer die zich boven de Poolster bevindt.

Zeer opvallend, M- of W-vormig sterrenbeeld dat op heldere avonden het gehele jaar boven de noordelijke horizon kan worden waargenomen. Wanneer het sterrenbeeld Casseiopeia zich boven de Poolster (Stella Polaris) bevindt, heeft het sterrenbeeld de vorm van de letter M; wanneer het onder de Poolster staat de vorm van de letter W. Casseiopeia is een circumpolair sterrenbeeld (staat altijd boven de horizon).

Casseiopeia bestaat uit vijf heldere sterren en ligt noordoostelijk van de Poolster, waar de Grote Beer (Ursa Major) zuidwestelijk van de Poolster staat. De Poolster staat dus tussen beide constellaties. De helderste ster is Shedar, Arabisch voor “borst”.

  

Het sterrenbeeld wordt omringd door Camelopardalis, Cepheus, Lacerta, Andromeda en Perseus.

Wanneer vanaf de ster onderin de eerste punt van Casseiopeia een lijn wordt getrokken naar de Grote Beer, snijdt die lijn de Poolster. Op deze manier kan relatief exact het ware noorden worden bepaald.

Casseiopeia bevat de resten van een supernova, die in 1572 door Tycho Brahe werd waargenomen. Het sterrenbeeld Casseiopeia ontleent zijn naam aan de vrouw van Cepheus, koning van Joppa (Ethiopië). Casseiopeia’s dochter Andromeda werd door de held Perseus gered van het zeemonster Cetus.

De positie van het sterrenbeeld Casseiopeia aan de noordelijke horizon ten opzichte van de Grote Beer en de Poolster.

Zie ook Grote Beer, Kleine Beer en Poolster.

Terug naar Boven

 

CATCH-22

Naar de roman ‘Catch-22' (1961) van de Amerikaanse schrijver Joseph Heller (1923-1999). De antioorlogsroman ‘Catch-22' is gebaseerd op Hellers ervaringen als 20-jarige vlieger van een B-25 Mitchell bommenwerper van 488th Bombardment Squadron in 1944 (WO II). Vanuit Corsica vloog hij toen zestig missies naar het Italiaanse front.

‘Catch-22' is het verhaal van Heller's alter ego kapitein John Yossarian, die vanaf het eiland Pianosa voortdurend wordt gedwongen om extra missies te vliegen. Alleen als hij zich gek kan laten verklaren, zal hij niet meer hoeven vliegen.

Artikel 22 van het luchtmachtreglement schrijft echter voor: wie géén missies wil vliegen, kan niet echt gek zijn. De situatie is voor Yossarian onoplosbaar, elke mogelijke vluchtpoging - door regelgeving dan wel door zijn eigen paradoxale en onweerlegbare drogredenering - is gedoemd te mislukken: "Wie vliegt, is gek. Wie gek is, wordt afgekeurd. En wie afgekeurd wordt, vliegt niet meer. Maar wie niet meer vliegt, is normaal. En wie normaal is, moet weer vliegen."

Ontsnappen is onmogelijk, maar Yossarian is vastbesloten de oorlog hoe dan ook te overleven en elk middel aan te grijpen om dat voor elkaar te krijgen. Kapitein Yossarian neemt zich voor “to live forever or die in the attempt”.

Alleen zijn superieuren schijnen beter te worden van het oorlogsvoeren, maar Yossarian weigert zich als individu te laten mangelen door de autoriteiten en het militair-industrieel complex.

Het boek bereikte tijdens de Vietnamoorlog een cult-status en werd pas daarna, door de jaren heen, een bestseller. ‘Catch-22’, het ultieme boek over de waanzin van oorlog, beschrijft op even humoristische als satirische wijze de absurditeit van de Tweede Wereldoorlog.

Heden ten dage leeft ‘catch-22' in het algemeen spraakgebruik voort als een no-win situatie, paradoxale situatie zonder uitweg of uitzichtloze kringlogica - terechtgekomen in een vicieuze cirkel. Een ‘catch-22' wordt gezien als een raadselachtige vraagstelling waarop het antwoord zéér complex is en misschien zelfs nooit te geven. Wie de vraag wordt gesteld lijkt weliswaar keuzes te hebben, maar geen enkele van de keuzes leidt tot een oplossing. Uit zo'n situatie komt in de regel alleen een verliezer naar voren.

‘Catch-22’ verscheen in 1970 in de verfilming van regisseur Mike Nichols. Van deze film moest Heller niets hebben. In de rolprent vertolkt Alan Arkin de rol van Yossarian. De film mislukte, ook al omdat een paar maanden eerder de kaskraker ‘M.A.S.H.’ werd uitgebracht.

Op 23 november 2008 vond de wereldpremière van ‘Catch-22’ op toneel plaats. Opgevoerd door de Aquila Theatre Company in het Lucille Lortel Theatre in New York, met in de hoofdrol John Lavelle als Yossarian, geregisseerd door Peter Meineck.

Zie ook: sneuvelbereidheid.

Terug naar Boven

 

CAVALERIE ERE-ESCORTE

Vóór de Tweede Wereldoorlog was de cavalerie ere-escorte verantwoordelijk voor de beveiliging van Hare Majesteit de Koningin.

Terug naar Boven

 

CAVALERIE SCHIETKAMP

Afgekort: CSK. Het (voormalig) CSK is gelegen op de Vliehors ("de Hors"), het westelijke deel (zijde van de Waddenzee, Koninklijke Landmacht) van Waddeneiland Vlieland.

Op het CSK werden tot 15 april 2004 schietoefeningen gehouden met Leopard-tanks (tankkanonnen) én vanuit pantservoertuigen (mitrailleurs).

Op laatstgenoemde datum heeft een tank het laatste schot gelost op het CSK, waarmee na 48 jaar een einde kwam aan de opleidingsactiviteiten van de Koninklijke Landmacht op het Waddeneiland.

Het CSK is ten prooi gevallen aan milieuwetgeving (oppervlaktewaterverontreiniging en geluidsoverlast) en bezuinigingen; op de Vliehors rusten en fourageren tienduizenden brand- en rotganzen, dwergsterns, lepelaars en rose grutto's.

In 1953 is het oefenterrein op de Vliehors gevestigd, zowel omdat het terrein ruim van opzet diende te zijn als vanwege de onveilige sector: de zone rond het schietterrein waar de verschoten munitie terecht zou kunnen komen. Sinds 1956 sloten alle tankschutters hun eerste opleiding op het CSK af met een eerste schot scherpe munitie.

Naast het CSK kent Vlieland de Cornfield Range (zijde van de Noordzee, Koninklijke Luchtmacht), bedoeld voor schietoefeningen en bombardementen vanuit militaire vliegtuigen.

Het schietseizoen had plaats van 1 september tot 15 april. Op de Vliehors stonden karkassen van afgeschoten tanks, waarop door tankbemanningen geschoten diende te worden. Buiten de schietperiode werden er andere oefeningen gehouden en werd er munitie geraapt.

Terug naar Boven

 

CAVEAT

Uitgesproken als “kav-ee-at”. Latijn voor “oppassen”. Uitzondering op de regel. Formeel verzet tegen een gedeelte van de Rules of Engagement (ROE) voor het eigen nationale contingent, deel uitmakend van een multinationale operatie. De caveat komt ook aan de orde in de Nederlandse Defensie Doctrine, waar in artikel 236 uitdrukkelijk staat aangegeven dat de Commandant der Strijdkrachten (CDS) verantwoordelijk is voor de aansturing van de operationele eenheden van land-, lucht- en zeestrijdkrachten.

Omdat militair optreden in overeenstemming met de ROE op sommige onderdelen in strijd kan zijn met nationaal beleid of recht, kan een land binnen de ROE een operationeel voorbehoud maken.

Het verschijnsel van de caveats deed zich voor het eerst negatief gelden als gevolg van etnisch geweld in Kosovo op 16 en 17 maart 2004. Caveats binnen de Kosovo Force (KFOR) waren er de oorzaak van dat KFOR de burgerlijke onrust onvoldoende kon beperken.

Vervolgens hielden de caveats ook tijdens de International Security Assistance Force (ISAF) in Afghanistan. Op 24 oktober 2006 schatte de SACEUR, de Amerikaanse general James L. Jones, het aantal nationale caveats binnen ISAF op 102, “waarvan er 50 de operaties aanzienlijk belemmerde”. Hiervoor waren 20 van de 26 NAVO-lidstaten binnen ISAF verantwoordelijk.

Voorbeelden hiervan waren:

  • bannen van eigen troepen uit riot control-operaties
  • consulteren van de eigen regering voorafgaand aan inzet
  • geografisch gebonden inzet (niet in oosten en zuiden Afghanistan)
  • helpen van de Afghaanse overheid bij het uitroeien van de opiumoogst
  • niet vechten in koudweeromstandigheden (Zuid-Europese landen)
  • uitvoeren van patrouillegang uitsluitend bij daglicht (Duitsland)
  • vervoeren van Afghanen  met militaire helikopters

Zowel langs ambtelijke als militaire weg is én wordt voortdurend aangedrongen op het verminderen van (de reikwijdte en strekking van) dergelijke caveats. Aangezien zij operationele commandanten beperken in de mogelijkheid tot het uitvoeren van een opdracht, zou de afwezigheid van caveats de inzet van troepen in steeds complexere missiegebieden alleen maar vergemakkelijken.

Zie ook: Rules of Engagement (ROE).

Terug naar Boven

 

C.B.R.N.

Nieuw gehanteerde verzamelnaam in plaats van NBC (Nucleair, Biologisch en Chemisch), in Nederland geformaliseerd vanaf 1 januari 2012. Betekenis: Chemisch, Biologisch, Radiologisch en Nucleair. Frans: nucléaire, radiologique, bactériologique et chimique. CBRN omvat alle preventieve én defensieve maatregelen tegen chemische, biologische, radiologische en nucleaire aanvallen.

In 2003 zijn het Joint Kenniscentrum NBC en de Joint NBC School opgericht.

In 2004 is, teneinde uitgezonden Nederlandse eenheden te kunnen beschermen tegen CBRN-wapens, 101 NBC Verdedigingscompagnie paraatgesteld.

De NAVO beschikt sinds 2004 over het multinationaal-operationele 31st CBRN Defence Battalion, dat op roulatiebasis door de lidstaten wordt gevuld en waarvan delen in 2004 zijn ingezet tijdens de Olympische Spelen in Griekenland. Het is gestationeerd in het Tsjechische Liberec.

 

Zie ook:COLPRO, FM-12 (CBRN-masker), massavernietigingswapens, maskeroefenruimte, NBC-pak en R.O.T.A.

Terug naar Boven

 

C.B.R.N.-MIDDELEN

22 april 1915: Ieper

Tijdens de Krimoorlog (1853-1856) stelde de Britse admiraal Lord Dundonald voor om Sebastopol met behulp van gifgas op de Russen te heroveren. Zijn ‘secret war plan’ hield in om schepen met brandend zwavel naar de fortificaties van de havenstad te varen. De verstikkende rookwolken zouden het beleg van Sebastopol binnen een paar uur opheffen. Zijn plan werd door het Britse kabinet afgewezen: een eervol leger zou een dergelijk afschuwelijk wapen niet gebruiken. In plaats daarvan kozen de Britten voor een klassieke charge van de cavalerie, waarbij duizenden Britten om het leven kwamen.

Hierdoor begon pas zestig jaar later, wat strijdgassen betreft, de moderne krijgsgeschiedenis. Op 22 april 1915, aan het begin van de Tweede Slag om Ieper, lieten de Duitsers bij Ieper (Ypres), in de Vlaamse Westhoek, op grote schaal chloorgas los. Doel van de aanval waren de onbeschermde 87e Division Territoriale Bretagne-Normandie en de 45e Division Algérienne. De aanval op Bixschoote, Langemark en Steenstrate trachtte een doorbraak in de vastgelopen loopgravenoorlog te forceren.

Een groep daartoe opgeleide geniesoldaten draaide 5.730 gascilinders open: 168.000 liter chloorgas dreef langs een front van zes kilometer breed met de gunstige wind mee naar de Fransen en Algerijnen. Officieel was nooit eerder bij oorlogshandelingen gas gebruikt: bij de aanval stierven zeker 5.000 soldaten en nog eens 15.000 werden door het gas buiten gevecht gesteld.

Bij geringe besmetting met het chloorgas ontstond direct branden en pijn in de ogen, heesheid, misselijkheid en braken. Bij ernstiger besmetting kwamen benauwdheid, pijn op de borst, een blauwrode gelaatskleur en een snelle pols voor. Longoedeem zorgde vervolgens voor een sterk bemoeilijkte ademhaling, hevige benauwdheid en uiteindelijk trad de dood in.

Het geelgroene en bijtende chloorgas is zwaarder dan lucht en gemakkelijk te verdichten tot vloeistof. Het daalde daardoor gemakkelijk neer in de loopgraven, stellingen en door regenval omgewoelde modderpoelen op het slagveld. Door het verrassingseffect (niet zozeer door de aantallen slachtoffers) was de aanval weliswaar een tactisch succes, maar de Duitsers waren zo overweldigd door de chaotische geallieerde terugtocht dat ze dit niet benutten. Bovendien waren hun reserves te gering.

Het idee voor de chloorgasaanval was afkomstig van de Duitse chemicus Dr. Fritz Haber, hoofd van de afdeling voor het onderzoek van strijdvoering met gifgassen. Eind 1914 benaderde Haber zijn militaire superieuren met het idee om door het gebruik van chloorgas de soldaten uit hun loopgraven te verjagen.

De keuze viel op Ieper omdat de Oberbefehlshaber van de 4. Armee, Albrecht Herzog von Württemberg, als één der weinigen de inzet van chloorgas onderschreef.

Duitsland verdedigde zich tegen de internationale verontwaardiging voor de chloorgasaanval door te verkondigen dat bij de legerleiding door spionage bekend was dat de Franse generaal Joseph Joffre al eind 1914 beschikte over projectielen met broom- en chlooraceton en deze in maart 1915 tegen de Duitsers zou hebben gebruikt. Dit is feitelijk onjuist: de Fransen gebruikten de traangassen (Weißkreuz) al in 1914! Maar in tegenstelling tot chloorgas waren ze niet dodelijk.

Met de chloorgasaanval begon een wedrace van chemische strijdmiddelen dat steeds dodelijker vormen aannam. Waar de dodelijke dosis chloor nog ‘slechts’ 19 gram per minuut per 1.000 liter was, was dit bij mosterdgas nog maar 1½ gram en bij het zenuwblokkerende strijdmiddel VX een absurde 0,035 gram...

Ook genaamd: gif-, NBC-, oorlogs- of strijdgassen. CBRN-middelen zijn geschikt om te worden gebruikt in militaire operaties. Doel van CBRN-middelen is de tegenstander buiten gevecht te stellen en/of gebruik van installaties, terrein of materieel te bemoeilijken dan wel te verhinderen. Als begindatum van de moderne chemische oorlogvoering wordt genoemd de chloorgasaanval door de Duitsers bij het Belgische Ieper op 22 april 1915 (Eerste Wereldoorlog).

BIOLOGISCH

Biologische strijdmiddelen zijn bacterieen, schimmels, virussen e.d. die met behulp van een sproei-, spuit- of vernevelsysteem bij de vijand worden verspreid, maar ook door het afschieten van granaten of raketten die het strijdmiddel bevatten en zelfs te voren geïnfecteerde insekten of ratten die in vijandelijk gebied worden losgelaten. Zo kunnen relatief eenvoudig grote gebieden worden besmet met een onzichtbare wolk van aërosol, die derhalve ongemerkt wordt ingeademd en geabsorbeerd door de huid. Ook drinkwater- en voedselvoorraden kunnen worden besmet. Primair is het doel het verzwakken van de vijand, niet het doden.

De bekendste zijn cholera, miltvuur (anthrax) en pokken, geschikt gemaakt voor biologische oorlogvoering, maar ook ebola, gele koorts, influenza, marburg, mijtenkoorts, tyfus en West-Nijlkoorts zijn berucht.

CHEMISCH

Chemische strijdmiddelen – die inwerken op het menselijk lichaam en militairen buiten gevechtstellen - kunnen voorkomen in de vorm van aërosol, damp, nevel, rook of een vaste dan wel vloeibare vorm. Vooral de verspreiding in vloeibare vorm is gevaarlijk: benedenwinds van het aangevallen gebied ontstaat een gebied met dampgevaar, waarvan de diepte kan variëren van enkele tot tientallen kilometers. Chemische strijdmiddelen kunnen op velerlei wijzen worden verspreid met behulp van nagenoeg alle bekende wapensystemen: bommen vanuit vliegtuigen, (on)geleide projectielen, landmijnen, (meervoudige) raketwerpers, raketten, sproeitanks en vuurmonden (houwitsers, kanonnen en mortieren).

Door het tijdig nemen van beschermende maatregelen kan het aantal slachtoffers aanzienlijk worden beperkt.

429: Plataea

Volgens Adrienne Mayor – in ‘Greek Fire, Poison Arrows & Scorpion Bombs: Biological and Chemical Warfare in the Ancient World’ (2003) – waren het de Spartanen die al in 429 voor Christus strijdgassen gebruikten in de Slag om Plataea.

Dus niet de verstikkende rook van brandend pek (teer) en zwavel was het eerste strijdgas dat de Sassaniden (Perzen) gebruikten tijdens het beleg van het Romeinse Dura-Europos, aan de Eufraat, in 256 – aldus Simon James van de University of Leicester.

En ook niet de Duitsers bij Ieper, op 22 april 1915.

In 429 werd Plataea belegerd door Boeotië en Sparta. Tijdens de gevechten slaagden de Spartanen erin de stad in brand te steken door takkenbossen met zwavel en pek te doordrenken en die in brand te steken. De inwoners van Plataea beschermden zich door de houten omwalling van de stad te bedekken met dierenhuiden die waren gedrenkt in azijn of pekel.

De indeling van de chemische strijdmiddelen:

Zenuwblokkerende strijdmiddelen

(Nerve agents)

Ook genaamd: organofosfaten of zenuwgassen.

 

Sarin (GB)

Soman (GD)

Tabun (GA)

VX

 

Dodelijke giftigheid; werking wordt veroorzaakt door remming van het enzym acetylcholinesterase; prikkeloverdracht van zenuwen op elkaar, spieren en klieren raakt ontregeld.

Celvergiftigende strijdmiddelen

(Blood agents)

Ook genaamd: intoxicantia.

 

Blauwzuur (AC)

Chloorcyaan (CK)

 

Dodelijke giftigheid; werking wordt veroorzaakt door stoffen die enzymen in de cellen remmen.

Blaartrekkende strijdmiddelen

(Blister agents)

Ook genaamd: vesicantia of blaargassen.

 

Fosgeenoxim (CX)

Lewisiet (L)

Mosterdgas (H)

Mosterdgaslewisiet (HL)

Stikstofmosterdgas (HN)

 

Zonder afdoende bescherming dodelijk ; bij inademing worden de longen beschadigd; bij huidcontact treedt blaarvorming op.

Verstikkende strijdmiddelen

(Choking agents)

Ook genaamd: suffocantia of stikgassen.

 

Chloorpicrine (PS)

Difosgeen (DP)

Fosgeen (PG)

Zonder afdoende bescherming dodelijk; bij inademing worden de longen beschadigd; dit is zeer moeilijk te behandelen.

Incapaciterende strijdmiddelen

(Incapacitating agents)

Ook genaamd: incapacitantia of functieverstorende strijdmiddelen.

BZ

LSD

Psylocibine

Werking belemmert het functioneren zonder te doden.

Zie ook: adamsiet, auto-injector, Chemical Agent Monitor (CAM), fosgeen, gifgassen, Golfoorlogsyndroom, lewisiet en mosterdgas.

Terug naar Boven

 

C.B.R.N.-VERDEDIGING

Definitie volgens Joint Doctrine Publicatie 3.8 (CBRN-verdediging):

"Het geheel van plannen, capaciteiten en activiteiten bedoeld om de schadelijke effecten op materieel en personeel tijdens operaties, als resultaat van het gebruik of de dreiging van gebruik van CBRN-strijdmiddelen, te voorkomen, beperken of te neutraliseren. Daarnaast behelst CBRN-verdediging het beperken of neutraliseren van secundair CBRN-gevaar, dat optreedt als gevolg van eigen of vijandelijke offensieve operaties of het (risico op het) abusievelijk vrijkomen van CBRN-strijdmiddelen en TIM's in het milieu."

Terug naar Boven

 

CENTRAAL MILITAIR HOSPITAAL

Afkorting: CMH. Het CMH maakt deel uit van het Militair Geneeskundig Facilitair Bedrijf (MGFB) van het Commando Diensten Centra (CDC) van het Ministerie van Defensie. Het is de opvolger van het MHAM (Militair Hospitaal Dr. Anton Mathijsen), dat van 1942 tot 1991 heeft bestaan.

Op 24 oktober 1988 sloeg Staatssecretaris van Defensie Jan van Houwelingen de eerste paal voor de bouw van het nieuwe CMH.

Overzichtsfoto van het Centraal Militair Hospitaal (CMH), genomen vanaf de parkeerplaats

Het CMH is een klein ziekenhuis dat tweedelijnszorg levert aan de gehele krijgsmacht, dus aan personeel van alle vier de krijgsmachtdelen. Het telt ± 300 civiele en militaie medewerkers en werkt nauw samen met het naastgelegen Universitair Medisch Centrum (UMC) Utrecht.

De nadruk binnen het CMH ligt op de poliklinische activiteiten, dagbehandelingen en kortdurende opnames.

Gegevens:

BezoekadresHeidelberglaan 100
3584 CX Utrecht
Telefoonnummer030 – 2502000
Emailcmh.utrecht@dico.dnet.mindef.nl
PostadresMPC 55 O
Postbus 90.000
3509 AA Utrecht

Zie ook: Militaire Geestelijke Gezondheidszorg (MGGZ).

Terug naar Boven

 

CERNEREN

Insluiten, omsingelen. Van het Frans: cerner (“cerne” is “ring”). In onbruik geraakt begrip dat in zwang was tijdens de vestingoorlogen vóór het begin van de 20ste eeuw. Tijdens de Falklandoorlog (1982) werd het nog gebruikt.

Volgens H.M.F. Landolt legerde de aanvaller zich in de omtrek van de vesting. In de omgeving was een goed geordend stelsel van voorposten, die de gehele gemeenschap afsloten. Bij een gebrek aan voorraden, moest de verdediger in de vesting nu vanzelf in onderhandeling treden om nieuwe voorraden te krijgen of zich – kansloos – een weg naar buiten vechten.

Terug naar Boven

 

C.E.T./F.I.T.

Betekenis: Combat Enhancement Training / Force Integration Training. Samen met de ontplooiing de voorbereidingsfase op het “echte werk” tijdens een oefening. Deze fase bestaat uit acclimatiseren aan de weersomstandigheden én kennismaken met internationale partners

Vaak is in deze fase een speciaal oefenprogramma samengesteld, opdat alle eenheden hun skills en drills nog kunnen vooroefenen onder hun normaal gesproken onbekende weersomstandigheden.

Terug naar Boven

 

CHAFF

Duits: Düppel. Engels (UK): window. Frans: paillettes; leurre. Nederlands: antiradarsneeuw. Misleidingmaatregel tegen vijandelijke radarwaarneming door luchtafweereenheden met behulp van misleidingmunitie (evenals flares).

Hierbij wordt door militaire helikopters en vliegtuigen een kunstmatige wolk gecreëerd door het uitstrooien of -werpen van stroken aluminiumfolie (zilverpapier) of bundels met haarfijne, gemetalliseerde draad- of fiberglasvezels, al dan niet met een aluminium of tinnen coating.

Het gebruik van chaff en flares, in dit geval door transporthelikopters

De lengte van de strook aluminiumfolie is bepalend voor het verstoren van een bepaalde radarfrequentie. Het gevolg hiervan is dat de uitgezonden radarenergie door de stroken aluminiumfolie wordt weerkaatst, waardoor een maximale reflectie wordt verkregen. De reflectie van de op deze manier onnatuurlijk gecreëerde wolk, die gedurende lange tijd in de lucht kan blijven hangen, projecteert met behulp van de elektromagnetische energie van het uitgestrooide radardetecterende materiaal, een misleidend beeld op het radarscherm van de vijand. Omdat de vijandelijke radarstraling niet door de chaff-wolk kan heenkijken, wordt een juiste positiebepaling van de helikopter of het vliegtuig ernstig bemoeilijkt of onmogelijk gemaakt. Hierdoor kunnen eigen troepen een veilig heenkomen zoeken.

Hoewel chaff dateert uit de Tweede Wereldoorlog – waarbij de Britse Royal Air Force de primeur had om tijdens het massabombardement op Hamburg dat duurde van 24 juli t/m 3 augustus 1943 (Operation Gomorrah) voor het eerst chaff te gebruiken – is het principe hetzelfde gebleven. Moderne radarsystemen, die gebruik maken van het Dopplereffect, zijn veel moeilijk te misleiden met chaff, maar nog altijd wordt het gebruikt als actief verdedigingsmiddel (zelfbeschermingsmiddel) tegen geleide raketten.

In het bijzonder transportvliegtuigen zijn slechts beperkt te verdedigen en daardoor kwetsbaar. Een redelijke mate van zelfbescherming wordt gerealiseerd door boordwapens en zelfbeschermingsmaatregelen als chaff en flares, waarmee dan ook verplicht dient te worden gevlogen op gevaarlijke bestemmingen.

Vaak worden chaff en flares tegelijkertijd ingezet met behulp van chaff / flare-dispensers: chaff tegen de radargeleide raketten, flares tegen de infraroodgeleide raketten.

Terug naar Boven

 

CHALK

Militair personeel en/of materieel (inclusief persoons-, groeps-, sectie- of pelotonsgebonden uitrustingsstukken) dat met één helikopter tegelijkertijd kan worden verplaatst. Gewoonlijk bestaat een chalk uit ± 10 à 15 militairen.

De chalk wordt verdeeld in groepen die gekoppeld zijn aan het aantal zitplaatsen in de helikopter. De chalk stijgt in een vast patroon, in een colonne met enen ter linker- en rechterzijde in de helikopter. De twee groepen per chalk worden sticks genoemd. Ook het aantal (luchtmobiele) parachutisten dat tijdens één vlucht boven de dropzone het vliegtuig dient te verlaten aan één zijde via een deur of opening, wordt stick genoemd.

Iedere chalk heeft een eigen chalknummer, dat is gekoppeld aan één helikopter.

Vervolgens wordt één enkele militair met uitrusting pax genoemd. Het soort uitrusting van de militairen bepaalt het aantal pax dat op één vlucht kan worden meegenomen. Het totaal aan pax wordt troops genoemd. Er wordt een verschil gemaakt tussen troops met rugzak en persoonlijk wapen en troops met volledige bepakking, maar beiden worden combat ready troops genoemd. De hoeveelheid pax is helikoptergebonden:

Chinook CH-47D

33 combat ready troops

Cougar MK II

16 combat ready troops

Foto-impressie van pax, stick en chalk.

1 = Chalkverzamelpunt
2 = Afwachtingspunt
3 = Chalkverspreidingspunt
4 = Pelotonsverzamelpunt
PUP = Pick-Up-Point
DOP = Drop-Off-Point

Inzichtelijk gemaakt: chalkverzamelpunt, afwachtingspunt, PUP, DOP, chalkverspreidingspunt en pelotonsverzamelpunt.

Een landing point voor personeel heet touch down point (TDP). Op het TDP stijgt de chalk in de helikopter (emplane) of stijgt de chalk uit (deplane). Een landing point voor materiel wordt cargo touch down point genoemd.

De commandant van één chalk heet chalkcommandant (kan iedere militair zijn die Basis Helikopter Training heeft gehad). Kort vóór de landing stelt de gezagvoerder van de helikopter de chalkcommandant op de hoogte van de laatste ontwikkelingen, zoals de actuele situatie op het landing point dan wel een gewijzigd coördinaat van het landing point. De gegevens worden kort vóór het uitstijgen door de helikoptergezagvoerder aan de chalkcommandant overhandigd.

Een (gedekte) locatie waar de chalk wordt geformeerd voorafgaand aan de verplaatsing door de lucht, heet chalkverzamelpunt. Op het chalkverzamelpunt worden door de chalk én onder leiding van de chalkcommandant handelingen verricht volgens een vaste procedure vóór het instijgen in de helikopter.

Een (gedekte) locatie nabij het landing point, waar de chalk wacht tot de helikopter is geland én het personeel kan instijgen, wordt chalkafwachtingspunt genoemd. Deze locatie kan gemarkeerd zijn.

Een (gedekte) locatie nabij het landing point waar de chalk na het uitstijgen wordt ontbonden, wordt chalkverspreidingspunt genoemd.

Zie ook: flashcard en landing point.

Terug naar Boven

 

CHATHAM HOUSE RULE

De regel, wereldwijd onder andere gebruikt in commerciële, Defensie-, diplomatieke, regerings- en wetenschappelijke kringen, luidt:

“Wanneer een vergadering, of een deel daarvan, wordt gehouden onder de Chatham House Rule zijn de deelnemers vrij om de ontvangen informatie te gebruiken, maar noch de identiteit noch de connectie van de spreker(s), noch die van een andere deelnemer, mag worden onthuld.”

De regel is in juni 1927 ontstaan aan de denktank Royal Institute of International Affairs (RIIA), die in Chatham House, 10 St. James’s Square in Londen is gevestigd. De regel, in 1992 en 2002 verfijnd, wordt internationaal gehanteerd als hulpmiddel bij het voeren van de vrije discussie.

De Chatham House Rule stelt alle aanwezigen in staat openhartig én vertrouwelijk van gedachten te wisselen. Het individu hoeft er niet voor te waken dat zijn mening niet dezelfde is als die van zijn werkgever en/of die welke behoort tot zijn officiële functie of taak.

De anonimiteit en persoonlijke reputaties van alle aanwezigen zijn gegarandeerd; er worden geen publieke notities gemaakt; aanwezigheid wordt niet verspreid buiten de deelnemers aan de vergadering.

De Chatham House Rule bevordert zowel de vrije discussie over standpunten als het delen van informatie. Het binnenskamers delen van informatie en ervaringen zal buitenskamers op geen enkele manier te herleiden zijn naar de eigen werkgever. Wanneer iets naar buiten wordt gebracht, zal dit niet aan één bepaalde spreker worden toegeschreven.

In diplomatiek gebruik wordt met Chatham House Rule een bijeenkomst bedoeld waarvan de besprekingen 'off the record' zijn: na afloop van de bijeenkomst worden geen uitlatingen aan derden gedaan over wat is besproken. Wat binnenskamers wordt gezegd, blijft binnenskamers.

Duits

"Bei Veranstaltungen (oder Teilen von Veranstaltungen), die unter die Chatham-House-Regel fallen, ist den Teilnehmern die freie Verwendung der erhaltenen Informationen unter der Bedingung gestattet, dass weder die Identität noch die Zugehörigkeit von Rednern oder anderen Teilnehmern preisgegeben werden dürfen."

Engels

"When a meeting, or part thereof, is held under the Chatham House Rule, participants are free to use the information received, but neither the identity nor the affiliation of the speaker(s), nor that of any other participant, may be revealed."

Frans

"Quand une réunion, ou l'une de ses parties, se déroule sous la règle de Chatham House, les participants sont libres d'utiliser les informations collectées à cette occasion, mais ils ne doivent révéler ni l'identité, ni l'affiliation des personnes à l'origine de ces informations, de même qu'ils ne doivent pas révéler l'identité des autres participants."

Hoewel het gebruikelijk is alle deelnemers aan een vergadering (workshop, seminar, sessie) er tevoren op te wijzen, wordt de Chatham House Rule gewoonlijk stilzwijgend overeengekomen. Het welslagen van de regel hangt af van de mate waarin de regel als moreel bindend wordt aanvaard door alle aanwezigen, met name in omstandigheden waarin het niet naleven van de regel niet zal leiden tot enige sanctie.

De naam is afkomstig van het gelijknamige huis aan St. James Square in Londen, in 1736 ontworpen door de architect Henry Flitcroft (1697-1769) en gebouwd onder leiding van aannemer Benjamin Timbrell (1683–1754).

Chatham House het verblijf van drie Britse premiers: William Pitt the Elder, 1st Earl of Chatham (van juni 1757 tot oktober 1761), Lord Edward Smith-Stanley, 14th Earl of Derby (van 1837 tot mei 1854) en William Ewart Gladstone (tussen 1889 en 1890).

In 2004 publiceerden Edward Carrington Cabell en Mary Bone het boek ‘Chatham House. Its history and inhabitants’ (Royal Institute of International Affairs, ISBN 9781862031548).

Terug naar Boven

 

CHAUFFEURSSPELD

Formeel: Uitmuntend Voertuigbestuurder. De bijbehorende draagspeld is ingesteld bij Ministeriële Beschikking van 21 juli 1949.

De chauffeursspeld is het vaardigheidsembleem voor chauffeurs en motorrijders die hun motorvoertuig op uitmuntende wijze besturen en onderhouden, evenals de hun opgedragen rijdiensten zeer goed verrichten.

Het embleem van 40 bij 25 mm, uitgevoerd in gebrand zilver, wordt gevormd door een autostuurwiel met drie spaken waardoor een lauwertak is gevlochten. Het autostuurwiel is omgeven door een gestileerde koppelriem (Orde van de Kousenband) met gesp. De koppelriem is voorzien van het opschrift “Voor plichtsbetrachting”. Het geheel is gedekt door de Koninklijke kroon.

Bij het embleem hoort een certificaat. In 1986 is ingevoerd een in zwart geborduurd embleem voor het gevechtstenue (GVT) en een in wit (zilver) geborduurd embleem voor de trui van het dagelijks tenue (DT).

Terug naar Boven

 

CHECKPOINT

Letterlijk: controlepost. Duits: Kontrollpunkt. Frans: point de contrôle. Voorbeeld van een perimeter defence.

Een (semi-)permanente hindernis waar passerende personen en voertuigen worden tegengehouden opdat een controle kan worden uitgevoerd op het:

doorzoeken van voertuigen

fouilleren van personen

vaststellen van de identiteit van personen

Vaak is een checkpoint aanwezig op een grens, demarcatielijn e.d., maar – met name in geval van een mobiele checkpoint (MCP) – bevindt de meest doeltreffende zich op een onaangekondigde locatie: brug, wegversmalling, ná een scherpe bocht in de weg of ná een heuveltop.

Om een checkpoint klokrond te kunnen bemensen met de organieke vijf ploegen – aanhoud-, controle-, doorzoekings-, dekkings- en reserveploeg – is normaliter een eenheid van pelotonsgrootte nodig. Alle personen en voertuigen die passeren worden geregistreerd.

Eisen van een checkpoint:

►Herkenbaar en zichtbaar als checkpoint

►Indien gewenst (verrassing?): bekendgesteld aan de lokale bevolking

►Niet te omtrekken

►Snel af te sluiten (concertina’s, Friese ruiter, prikkeldraad)

►Te beveiligen en te verdedigen

►Verkeer dient te kunnen doorgaan

Zie ook: hindernis, perimeter defences en roadblock.

Terug naar Boven

 

CHEETAH

Luchtverdedigingsvoertuig met als officiële naam: PRTL (Pantser Rups Tegen Luchtdoelen) Gepard CA1. Gepard is Duits voor Cheetah. PRTL wordt uitgesproken als “pruttel” .

Pantser Rups Tegen Luchtdoelen Gepard CA1, bijgenaamd: Cheetah

De Cheetah is ontworpen voor het neerhalen van laagvliegende objecten zoals kleine spionagevliegtuigjes of helikopters. De brigadepantserluchtafweerbatterijen (brigpaluabt), waar de Cheetah is ingedeeld, hebben als taak de luchtverdediging voor de gemechaniseerde brigades (mechbrig):

11 brigpaluabt

41 mechbrig

12 brigpaluabt

43 mechbrig

13 brigpaluabt

13 mechbrig

Het radarsysteem van de Cheetah, zowel rondzoek- als doelvolgradar, is van Holland Signaal. Het onderstel is van een Leopard 1A5, de toren kan 360 graden draaien binnen vier seconden. De Cheetah is een upgrade van de PRTL, die is in gevoerd in 1978 en in 2000 is gemoderniseerd tot Cheetah. In plaats van de Cheetah een gevechtswaardeverbetering te laten ondergaan, zal het luchtverdedigingsvoertuig vanaf medio 2005 worden afgestoten ten faveure van het Stingerplatform.

Specificaties:

afvuursnelheid

1.400 meter per seconde

bemanning

wachtmeester-stukscommandant, korporaal-bedienaar, korporaal-chauffeur

bewapening

2 x Oerlikon snelvuurkanon kaliber 35 mm

breedte

3 meter 39

brugclassificatie

52 ton

doelvolgradar

volgt een eenmaal door de rondzoekradar gevonden doel

gewicht

47 ton

lengte

8 meter 15

maximum schootsbereik

4.800 meter (FAPDS-munitie)

3.850 meter (HE-munitie)

maximumsnelheid

80 km per uur (weg)

motor

10 cilinder dieselmotor

motorvermogen

845 pk

rondzoekradar

bereik maximaal 15 km

Op 5 oktober 2006 om 20.30 uur heeft de Pantser Rups Tegen Luchtdoel (PRTL) Cheetah in het Noord-Duitse Todendorf zijn laatste vuurstoot afgegeven door de commandant van het Commando Luchtdoelartillerie, kolonel Leo Beulen. Todendorf in Schleswig-Holstein, ± 35 km ten noordoosten van Kiel en gelegen aan de Oostzee, wordt sinds 2005 als schietlocatie door de KL gebruikt.

Het laatste schot van de Cheetah, afgevuurd vanaf Todendorf over de Oostzee (© foto: David Otten, 2005)

In 1978 kwamen 95 PRTL's in dienst bij de Koninklijke Landmacht. In de jaren ‘90 werden 60 systemen gewijzigd én omgenaamd om de luchtdoelartillerie van nog meer vuurkracht te voorzien. Met het schot van de kolonel Beulen verlaten de laatste PRTL’s na 28 jaar dienst de bewapening. Hierdoor beschikt de luchtverdediging voor het eerst sinds 1917 niet meer over een kanonsysteem.

Het opdoeken van de Cheetah’s is het gevolg van een herstructurering van de luchtverdedigingseenheden die samensmelten op de locatie van de Groep Geleide Wapens in de Peel en zullen beschikken over drie systemen: Stingerplatforms op Mercedes-Benz (18 maal) en Fennek LVB (eveneens 18 maal), het Short Range Air Defence-raketsysteem (SHORAD) en de Patriot. De MB’s stromen begin 2007 in, de Fenneks in 2008. De raketten zijn gepland voor 2009.

Terug naar Boven

 

CHEF DEFENSIE STAF

Sinds december 1976 kent de Nederlandse krijgsmacht de Chef Defensie Staf (CDS), vóór die tijd Chef Generale Staf (CGS) geheten. De Chef Defensiestaf, dé militaire adviseur van de Minister van Defensie (MINDEF) en Staatssecretaris van Defensie (STAS), is het hoofd van de Defensiestaf, die belast is met zaken die alle krijgsmachtdelen - Koninklijke Landmacht, Koninklijke Luchtmacht, Koninklijke Marechaussee en Koninklijke Marine - aangaan én met internationale aspecten van het veiligheidsbeleid.

In het zgn. Politiek Beraad - het hoogste overlegorgaan én belangrijkste adviescollege van Defensie waarin de uiteindelijke beleidsbeslissingen worden genomen - legt de CDS wekelijks verantwoordelijkheid af over de uitvoering van zijn beleid.

Feitelijk valt de hoofdtaak van de CDS uiteen in drieën:

■ De CDS is primair verantwoordelijk voor het Integraal Defensie Plannings Proces (IDPP), waarin hij de 'corporate planner' is. Het IDPP gaat uit van centrale sturing op hoofdlijnen en decentrale planning en uitvoering door de krijgsmachtdelen.

■ De CDS is sinds oktober 1995 belast met de leiding van alle CVH-operaties (crisisbeheersings-, vredes- en humanitaire operaties), waarbij rekening zal worden gehouden met de internationale context waarin deze operaties worden uitgevoerd. Over deze operaties geeft de Defensiestaf militair advies. Ten behoeve van deze operaties worden vertegenwoordigers van de CDS aangesteld, Contingentscommandant (C-Contco) of Senior National Representative (SNR) geheten, die in het operatiegebied de "oren en ogen" van de CDS zijn.

■ De CDS adviseert over de Nederlandse bijdrage aan organisaties als de NAVO, OVSE, VN en WEU.

Sinds december 1976 heeft de Nederlandse krijgsmacht de volgende CDS gekend:

Tijdvak

Naam

Krijgsmachtdeel

vanaf juni 2012

generaal Tom Middendorp

Landmacht

april 2008 - juni 2012

generaal Peter van Uhm

Landmacht

juni 2004 - april 2008

generaal Dick Berlijn

Luchtmacht

juni 1998 - juni 2004 

luitenant-admiraal Luuk Kroon

Marine

augustus 1994 - juni 1998 

generaal Henk van den Breemen

Marine

mei 1992 - augustus 1994 

generaal Arie van der Vlis 

Landmacht

december 1988 - mei 1992 

generaal Peter Graaff 

Landmacht

juli 1983 - december 1988 

generaal Govert Huyser

Landmacht

november 1980 - juni 1983 

generaal Cor de Jager

Landmacht

december 1976 – oktober 1980 

luitenant-generaal Rob Wijting

Luchtmacht

In het kader van het veranderingsproces bij Defensie zijn maatregelen genomen om de positie van de CDS in de bevelsstructuur te versterken. Deze versterking werd in de Defensienota 2000 onderstreept. Naar aanleiding van geconstateerde tekortkomingen in de voorbereiding van de UNMEE-operatie werd in mei 2000 besloten tot een verdere versterking. Het onder verantwoordelijkheid van de CDS vallende planningsproces voor vredesoperaties werd aangescherpt.

Op 20 augustus 2001 stelde Minister van Defensie Frank de Grave een adviescommissie in die zich moest beraden over de positie van de CDS. De commissie werd met name geacht een advies uit te brengen over het vraagstuk van een eventueel opperbevelhebberschap. Op 19 april 2002 verscheen het eindrapport van deze Adviescommissie Opperbevelhebberschap, 'Van wankel evenwicht naar versterkte defensieorganisatie'. De commissie, onder voorzitterschap van de VVD'er Jan Franssen, bepleit een versterking van de positie van de CDS, opdat die feitelijk wordt gelijkgetrokken met die van de Secretaris-Generaal (SG). Aldus ontstaat een organisatorische driehoek:

politieke leiding
ambtelijke leiding
Secretaris-Generaal
militair-adviserende leiding
Chef Defensie Staf

De CDS wordt zowel wat betreft de operationele inzet als het planingsproces hiërarchisch boven de bevelhebbers van de krijgsmachtdelen geplaatst. De CDS gaat dus zowel een beleidsadviserende en als een uitvoerende positie innemen. De vraag is hoe de gewenste scheiding tussen uitvoering en beleid zich verhoudt. In het planningsproces betekent de versterkte positie van de CDS ten opzichte van de bevelhebbers dat hij prioriteiten kan stellen en richtlijnen kan geven.

Terug naar Boven

 

CHEF-STAF

Meervoud: chefs van staven. In België: stafchef. Duits: Chef des Stabes; Generalstabsoffizier. Engels: chief of staff (COS); director of staff (DOS). Frans: chef d'état-major.

Hoofd van de staf van een onderdeel van de landmacht. De chef-staf is een hoofdofficier die het bindend element vormt tussen de diverse secties van een staf, het middelpunt is van de commandogroep en het steunpunt is voor alle stafpersoneel. De staf is de planningscapaciteit van de commandant, bestaande uit stafofficieren en (toegevoegde) stafonderofficieren. De staf geeft geen leiding maar ondersteunt de commandant. De staf bestaat uit secties, die worden aangeduid met de letters S (bataljon en brigade) of G (divisie en legerkorps), CG (NAVO-combined) of (C)J (NAVO-combined joint).

De chef-staf neemt, als ondercommandant met de hoogste rang, in de regel de honneurs waar (als waarnemend commandant) bij afwezigheid van de commandant en de plaatsvervangend commandant van het onderdeel.

De chef-staf leidt bevelsuitgiften (of de commandant), operationele analyses (of de plaatsvervangend commandant), het operationeel besluitvormingsproces (OBP), stafplanningen (of de S3) en overige stafbesprekingen. Zo opent de chef-staf een operatieanalyse met de te volgen procedure en eindigt hij met de richtlijnen voor de coördinatie na de bevelsuitgifte.

Een chef-staf leidt uiteindelijk de operatie, stelt prioriteiten in het optreden vast en neemt beslissingen over de werkzaamheden van de staf.

Een bevelsuitgifte op stafniveau vangt aan met een korte weergave door de S2 van vijand, terrein en weer; de S3 gaat in op de opdracht, de mogelijkheden van eigen troepen en leidt daaruit een beargumenteerd plan af; de S1 geeft de laatste informatie over het personeelsbestand; en de S4 geeft de laatste informatie over de operationele logistieke voorzieningen. Het stafoverleg leidt tot een advies aan de chef-staf, die uiteindelijk beslist wat er gebeurt en een verdeling vaststelt van de operationele middelen over de verschillende ondercommandanten. Tot slot worden de verschillende bevelen opgesteld en verzonden.

Terug naar Boven

 

CHestwebbing

Ook genaamd: assault vest, battle vest, chestrig of gevechtsvest.

Draagstel met meerdere tassen dat op de borst wordt gedragen door middel van twee banden over de schouder en een band om de taille. De chestwebbing kan, gemakkelijker dan een opsvest, in combinatie met een rugzak worden gedragen en is daardoor in het bijzonder geschikt voor Optreden in Verstedelijkte Gebieden (OVG) en voertuiggerelateerde operaties.

Met de chestwebbing kunnen essentiële uitrustingsstukken op de man meedragen om een gevechtssituatie van 24 à 48 uur te kunnen overleven: gevechtsrantsoenen (MRE’s), GPS, handgranaten, kompas, patroonhouders met munitie, pionierschop, pistool, stafkaarten en veldfles.

In de regel zijn de tassen waterproof. Zowel in Nederland als in België beschikken de gespecialiseerde eenheden lichte infanterie, al dan niet door eigen aanschaf, over de chestwebbing.

Terug naar Boven

 

CHINESE MUUR

Hindernis die ten onrechte doorgaat voor onoverkomelijk, zoals die bijvoorbeeld is te vinden op de Engelbrecht van Nassaukazerne van het Korps Commandotroepen (KCT) in Roosendaal òf als object tijdens een survivalrun.

De hindernis is een steile betonnen, houten of stenen wand waar met behulp van een touw op én over moet worden geklommen.

De naamgeving is afgeleid van de echte Chinese muur: een vele duizenden kilometers lang verdedigingswerk tegen de Mongolen in het noorden van China. Aangezien omlopen niet mogelijk is, kan de hindernis enkel door te beklimmen worden genomen.

Terug naar Boven

 

CHINESE PARLIAMENT

Operationele briefing, gewoonlijk beperkt tot Special Forces (zoals het Korps Commandotroepen), die plaatsvindt zodra een opdracht is toegewezen. Het Chinese parliament is oorspronkelijk bekend van de Special Air Service (SAS).

Het principe van het Chinese parliament is een open gedachtewisseling waarin alle leden van een team – ongeacht ervaringsopbouw of rang – democratisch en vrijuit kunnen spreken in de voorbereiding op een actie. Ieder lid van het team komt aan het woord. Er wordt niet of nauwelijks gediscussieerd om de besluitvorming te bespoedigen. In deze briefingsvorm komen alle gezichtspunten van alle specialismen binnen een team aan bod.

De leidinggevende beraadt zich ter plekke én in het bijzijn van alle teamleden over alle ingebrachte input en neemt onmiddellijk een beslissing.

De naamgeving Chinese Parliament is afkomstig van de vergaderingen van het Chinees parlement, het Nationaal Volkscongres, in de Volksrepubliek China die bekend stonden als een interne discussieclub waar geen beslissingen werden genomen.

Terug naar Boven

 

CHINOOK CH-47D

De naam is afkomstig van het indianenvolk van de Chinooks in het noordwesten van de Verenigde Staten. De Chinook CH-47D is, dankzij een tandem hoofdrotoren met elk drie rotorbladen, een zeer herkenbare zware transporthelikopter met veel hefvermogen.

Foto-impressie van de Chinook CH-47D transporthelikopter

De taak van de Chinook is – al dan niet als ‘underslung load’ (grotere en zwaardere vracht onder de helikopter vasthaken) – vervoeren van artilleriestukken, bambi-bucket (flexibele waterzak van 10.000 liter), brandstof (klasse III), containers (20-voet én 40-voet), grondtroepen (33 combat ready troops), militaire voertuigen, munitie (klasse V), mortieren, uitrustingsstukken, veldversterkingsmiddelen, voorraden en water (klasse I). Ook wordt de Chinook gebruikt voor brandbestrijding, medical evacuation (MEDEVAC), parachuteren van troepen en uitvoeren van reddingsoperaties.

Specificaties:

breedte

3 meter 80

hoogte

5 meter 75

lading extern

12,5 à 17 ton

lading intern

11 ton

lading totaal

25 ton

lengte

> 30 meter (inclusief rotorbladen)

topsnelheid

260 km per/uur (140 knots)

vliegbereik

1100 kilometer ( 700 mijl)

Profielcontouren van de Chinook CH-47D

Bij de Koninklijke Luchtmacht zijn tussen 1996 en ’99 dertien Chinook CH-47D’s in bedrijf gesteld bij 298 Squadron van de Tactische Helikopter Groep, welke integraal deel uitmaakt van 11 Air Manoeuvre Brigade.

Op 27 juli en op 31 oktober 2005 hebben zich tijdens operationele inzet in Afghanistan ongevallen voorgedaan met Chinook-transporthelikopters. Beide toestellen zijn bij de ongevallen verloren gegaan. Het eerste toestel is na een brown out-landing geheel uitgebrand, de tweede kon na een crash op een bergplateau van de Hindu Kush als verloren worden beschouwd.

Bestaat de huidige vloot uit Chinooks van het type CH-47D, medio 2008 zullen naar verwachting vier nieuwe Chinooks van het type CH-47F in gebruik worden genomen. De oudere Delta's krijgen een update-standaardisatie tot Foxtrot en tegelijkertijd een modernisering van de cockpit.

Zie ook: bambi-bucket, Defensie Helikopter Commando (DHC) en under slung load.

Terug naar Boven

 

CHOKE POINT

Letterlijk: versperringspunt. Geografisch punt op een route dat een zich verplaatsende strijdmacht kan noodzaken om in een gewijzigde formatie verder te verplaatsen. Dit is denkbaar omdat het punt de route versmalt, de doorgang op enig andere wijze beperkt of anderszins de snelheid van de verplaatsing naar beneden haalt en de strijdmacht door vijandelijke activiteiten op het punt kwetsbaar maakt.

De vijand zal choke points – zoals een brug, kruising, T-splitsing, vallei of verstedelijkt gebied – benutten voor hinderlagen, sluipschutteractiviteiten, valstrikken en andere voor de strijdmacht levensbedreigende obstakels.

De passage van een choke point door konvooien en patrouilles heeft strategische, tactische én logistieke waarde vanwege de noodzakelijke aanvoer van versterkingen en voorraden.

Zie ook: coup-de-main.

Terug naar Boven

 

CIMIC

Action Civilo-Militaire (ACM), Civiel Militaire Samenwerking , Civil-Military Co-operation en Zivil-Militärische Zusammenarbeit (ZMZ) hebben, resp. in het Frans, Nederlands, Engels en Duits, allemaal dezelfde betekenis: CIMIC.

CIMIC is de coördinatie van én samenwerking tussen het geheel van personeel, middelen, procedures en akkoorden waarmee de militaire commandant ter plaatse relaties kan onderhouden met de burgerbevolking. Dit is inbegrepen de (inter)nationale en lokale autoriteiten, Non-Gouvernementele Organisaties (NGO's), Internationale Organisaties (IO's) en overige instanties die de militaire opdracht kunnen ondersteunen.

Het principe bij CIMIC is "Zo civiel als mogelijk, zo militair als noodzakelijk" . Waar militairen in de regel een groot vertrouwen stellen in de principes van Command & Control en communicatie, worden de civiel-militaire relaties eerder geschraagd door een geest van coöperatie, coördinatie en consensus.

CIMIC-aandachtsgebieden zijn onder andere bestuurlijke aangelegenheden, civiele infrastructuur, culturele en religieuze zaken, commerciële en economische zaken en humanitaire hulpverlening.

De doelstelling van CIMIC is militaire commandanten en eenheden te ondersteunen in de uitvoering van een operatie door het onderhouden van contacten met civiele organisaties en daarmee bij te dragen aan de reconstructie en het herstel van de stabiliteit in de regio. CIMIC kan dan ook worden beschouwd als een onderdeel van het Nederlandse buitenlandbeleid in het inzetgebied van de operatie, dat is gericht op het herstel van de autonome wederopbouw van de desbetreffende regio.

Ook draagt CIMIC bij aan het draagvlak (hearts & minds) voor de internationale militaire aanwezigheid bij de burgerbevolking, de nationale en plaatselijke autoriteiten en de internationale, nationale en non-gouvernementele organisaties en instellingen. Hiermee wordt de uitvoering van de militaire operatie vergemakkelijkt.

Pas na het einde van de Koude Oorlog werd veel belang gehecht aan CIMIC. Als gevolg van de post-Koude Oorlog-conflicten veranderde de taak van een op de verdediging van het bondgenootschappelijke grondgebied ingestelde krijgsmacht in de deelname aan crisisbeheersingsoperaties. Sinds de eerste vredesoperaties op de Balkan in de jaren '90 heeft CIMIC zich ontwikkeld tot een volwaardige militaire activiteit.

In de commandolijn is er vanaf het niveau van bataljon/brigade sprake van een Sectie 9 (G9), die contacten in de burgermaatschappij onderhoudt om de commandant en zijn staf te kunnen voorzien van assessments.

Buiten de commandolijn bestaat sinds 3 september 2001 de multinationale CIMIC Group North , bestaande uit Denemarken, Duitsland, Nederland, Noorwegen, Polen en Tsjechië. De CIMIC Group North is ingedeeld bij de Koninklijke Landmacht en gehuisvest op de Nassau Dietz-kazerne in Budel.

De CIMIC-eenheden bij vredesoperaties - zoals het Cimic Support Element (CSE) van 42 (NL) Battle Group SFIR-III in de Stabilisation Force Iraq (SFIR) - zijn ingebed in de internationale commandostructuur onder het commando van de Force Commander, waarbij géén directe aansturing plaatsheeft door de (Chef) Defensiestaf. Ook kan de CIMIC-eenheid op verzoek van de Minister voor Ontwikkelingssamenwerking worden ingezet. Een voorbeeld hiervan is de inzet van het Nederlands gemechaniseerd bataljon binnen de Stabilisation Force (SFOR) in Bosnië-Hercegovina bij het uitvoeren van kleinschalige hulpprojecten van de zgn. 'Pronk-gelden'. Voorbeelden hiervan zijn de verbouwing van het gemeentehuis in Bugojno en de infrastructurele verbetering van het ziekenhuis in Travnik.

Binnen de NAVO is CIMIC onder andere gebaseerd op de volgende brondocumenten:

Allied Joint Publication CIMIC-doctrine (AJP-9)
Joint Doctrine for Civil-Military Operations (CMO) (JP 3-57)
Military Committee-decision 411/1: NATO Military Policy on Civil-Military Co-operation (MC 411/1)

Zie ook: 1 CIMIC-bataljon, Force Acceptance, Force Protection, Integrated Development of Entrepreneurial Activities (IDEA) en Quick Impact Projects.

Terug naar Boven

 

CIRCULATION

Derde deel van het eerste onderzoek (Primary Survey) volgens het stroomschema van het ABCD-protocol. De handelingen en beslissingen binnen de circulation houden het controleren en veiligstellen van de circulatie van de zorgvrager (patiënt, slachtoffer) in.

Het ABCD-protocol is de afgeleide van het Advanced Trauma Life Support (ATLS) zoals dat door alle geledingen van het geneeskundig (hulp)personeel van de Koninklijke Landmacht wordt toegepast.

In de flowchart van het ABCD-protocol volgen vóór de circulation de airway (controleren en veiligstellen van de ademweg) en breathing (controleren en veiligstellen van de ademweg); daarna volgt de disability (controleren van de bewustzijnsgraad).

Stroomschema van de CIRCULATION

Zie ook: capillaire refill en H.O.L.K.-bloedingen.

Terug naar Boven

 

CIS-BATALJON

Afgekort : 101 CISbat.

Het binationale, sinds 1 februari 2004 (deels) operationele CIS-bataljon (Command & Information Systems) is ontstaan door samenvoeging van het inmiddels opgeheven cq. nog op te heffen:

  • 11 (NL) Verbindingsbataljon MND(C)
  • 106 (NL) Verbindingsbataljon
  • 108 (NL) Verbindingsbataljon
  • 110 (GE) Fernmeldebataillon

Logo van 101 CIS-bataljon

101 CIS-bataljon, gestationeerd in Garderen, is een bataljon met drie verbindingscompagnieën (A, B en C) en een Staf- en Stafverzorgingscompagnie. 101 CIS-bataljon valt onder het OOCL en daarmee onder CLAS. Elke compagnie telt drie identieke communicatiepelotons (Commspels) - waarin alle WAN-middelen zijn ondergebracht - en één CIS-peloton - waarin de LAN-basismodules zijn ingedeeld. Een communicatiepeloton bestaat op zijn beurt uit:

  • commandogroep
  • HF-groep (tweemaal)
  • SATCOM-groep
  • straalzendergroep (tweemaal)

De SSV-Compagnie - bataljonsstaf en logistieke ondersteuningsmiddelen, zoals distributie-, keuken-, klasse III-, onderhoudsdiagnose- en transportgroep - ondersteunt uitsluitend de logistiek én interne opleiding en training op de vredeslocaties in Garderen; bij operationele inzet wordt het CIS-bataljon (of delen van het CIS-bataljon) immers onder bevel gesteld bij de te steunen eenheden.

101 CIS-bataljon kan gemakkelijk worden verward met het CIS-bataljon van het Duits-Nederlandse legerkorps. Dit is een binationale eenheid van bataljonsgrootte met twee compagnieën (één in Eibergen en één in Garderen): 1 CIS-Coy in Eibergen is volledig binationaal, evenals de bataljonsstaf. 2 CIS-Coy in Garderen is zo goed als volledig Nederlands. Het CIS-bataljon van 1 GNC maakt integraal deel uit van het Duits-Nederlands High Readiness Forces Head Quarters ( HRF HQ) in Münster. Binnen HRF HQ ondersteunt het CIS-bataljon de commandovoering en informatievoorziening van de Koninklijke Landmacht door het uitbrengen van een deel van de operationele, flexibele en geïntegreerde Command & Information Systems voor het operationele domein. Tijdens een operatie stelt de commandant van het CIS-bataljon alle CIS-middelen onder bevel bij één of meerdere commandanten.

Het CIS-bataljon is als eerste (verbindings)eenheid overgeschakeld op het nieuwe verbindingssysteem TITAAN: Theatre Independent Tactical Army and Airforce Network.

Met de invoering van het TITAAN is binnen de binationale Duits-Nederlandse samenwerking een einde gekomen aan zowel het Nederlandse ZODIAC- als het Duitse AUTOKO- verbindingssysteem.

Indien bataljonsstaven en staven van zelfstandige eenheden kleiner dan een bataljon met een Local Area Network (LAN) - basismodule met bijbehorende eindapparatuur - onderling moeten worden verbonden, is de hulp benodigd van 101 CIS -bataljon. In voorkomend geval steekt 101 CIS-bataljon een helpende hand toe met zgn. WAN-middelen (Wide Area Network):

  • satellietcommunicatieapparatuur
  • straalzenders
  • High Frequency-installaties

De WAN-middelen dragen er zorg voor dat grote afstanden tussen de diverse eenheden van bataljonsgrootte kunnen worden overbrugd.

Terug naar Boven

 

CItaten & kreten

“There are three types of intelligence: human, animal and military. In that order.”

Aldous Huxley (1894-1963), Brits schrijver.

“Ik verafschuw wat u zegt, maar ik zal uw recht om het te zeggen met mijn leven verdedigen.”Voltaire (1694-1778), Frans schrijver.

“Le mieux est l'ennemi du bien.” (“Het beste is de vijand van het goede.”)

Voltaire

“Pain is weakness leaving the body.”

United States Marines Corps.

"Of all manifestations of power, restraint impresses men most.”

Thucydides (4de eeuw v. Chr.), Grieks historicus.

"War makes rattling good history, but peace is poor reading.”

Thomas Hardy (1840-1928), Brits schrijver.

"Though we have heard of stupid haste in war, cleverness has never been seen associated with long delays."Sun Tzu (6de eeuw v. Chr.), Chinees strateeg.

"Strategie zonder tactiek is de langzaamste route naar de overwinning. Tactiek zonder strategie is het geluid voor de nederlaag."

Sun Tzu

“Leaders aren’t good because they are right. They are good because they are willing to learn, and to trust.”

Stanley A. McChrystal (1954-), Amerikaans generaal

"I like pigs. Dogs look up to us. Cats look down on us. Pigs treat us as equals."

Sir Winston Churchill (1874 – 1965), Brits staatsman.

“Oorlog is het enige spel waarbij beide partijen verliezen.”

Sir Walter Scott (1771-1822), Brits schrijver.

"Het gaat om de mens... vechten betekent het gebruik van een wapen en het is alleen de geest van de man achter het wapen die telt."Samuel L.A. Marshall (1900-1977), Amerikaans militair historicus

“The only certain result of your plan will be casualties - mainly the enemy if it is a good plan, yours if it’s not. Either way, foremost in your supporting plans must be the medical plan.”

Rupert Smith, Brits generaal-majoor, commandant 1 (UK) Armoured Division tijdens Operation Desert Storm in 1991

“Een wijs man is ook bevreesd voor een zwakke vijand.”

Publius Sirius, Romeins dichter.

“Only the dead have seen the end of war.”

Plato (427 - 347 v. Chr.), Grieks filosoof.

"Er is maar een plek waar je onmisbaar bent en dat is thuis."

Peter van Uhm (1955), van 2008 tot 2012 Commandant der Strijdkrachten

“Als je niets vertelt, dan lieg je ook niet.”

Oliver North (1943), Amerikaans marinier,  middelpunt tijdens de Iran/Contra-schandaal.

“Pas nadat u hebt opgegeven, bent u overwonnen.”

Prinses Juliana (1909-2004), van 1948 tot 1980 Koningin der Nederlanden.

"The truth of the matter is that you always know the right thing to do. The hard part is doing it."

Norman Schwarzkopf (1934), Amerikaans generaal.

"The battlefield is a scene of constant chaos. The winner will be the one who controls that chaos, both his own and the enemies.”

Napoleon Bonaparte (1769-1821), Frans legeraanvoerder.

"Mannen houden van vechten en vrouwen houden van mannen die vechten. Dat is een van de meest fundamentele redenen waarom oorlog bestaat."

Martin van Creveld (1946), Nederlands-Israëlisch militair historicus.

"Life's most persistent and urgent question is: what are you doing for others?" 

Martin Luther King, Jr., (1929-1968), Amerikaans dominee

"Je kunt 26 uur per dag werken door een uur eerder op te staan en een uur later naar bed te gaan.”

Marc van Uhm & Peter van Uhm, Nederlandse generaals, geciteerd uit Reformatorisch Dagblad (13 december 2003).

''Wars begin where you will, but they do not end where you please.''

Niccolò Machiavelli (1469-1527), Italiaans filosoof en historicus; statement aan het einde van de speelfilm ‘Home of the Brave’ (2007)

"You may not be interested in war, but war is interested in you."Leon Trotski (1879-1940), Russisch politicus.

“After thousands of years of fighting, there is no excuse for not fighting well."

T.E. Lawrence (1888-1935), Brits officier, bijnaam: Lawrence of Arabia

“The musket made the infantryman and the infantryman made the democrat.”

John F.C. Fuller (1878-1966), Brits generaal.

"Wat sterk is uit overtuiging, faalt nooit"Johannes Arnoldus ('Frank') van Bijnen (1910-1944), Nederlands verzetsstrijder.

“Elke slag die de generaal in een oorlog verliest, wint hij alsnog in zijn memoires.”

Jan Romein (1893-1962), Nederlands historicus.

“He either fears his fate too much, or his deserts are small, who dare not put it to the touch, to win or lose it all”

James Graham Markies van Montrose (1612-1650), Schots commandant tijdens de English Civil War (1642–1651).

"Zij die zich het verleden niet herinneren, zijn gedoemd het opnieuw te beleven"George Santayana (1863-1952), Amerikaans filosoof
"A good plan violently executed now is better than a perfect plan executed next week."George S. Patton (1885-1945), Amerikaans generaal.

"I am a soldier. I fight where I am told, and I win where I fight."

George S. Patton

“A pint of sweat, saves a gallon of blood.”

George S. Patton

“The quickest way to end a war, is to lose it.”

George Orwell (1903-1950), Brits schrijver.

"Fear is a weapon of mass destruction".Faithless (Britse band), nummer van het album 'No Roots' (2004)

“Ten good soldiers, wisely led, will beat a hundred without a head.”

Euripides (480-406 BC), Grieks tragediedichter; motto uit The Only Thing Worth Dying For (2010) van Eric Blehm.

“De kwaliteit van je leven hangt niet af van wat er met je gebeurt, maar hoe je reageert op wat er met je gebeurt. Aan het eerste kun je toch niet veel doen, aan het tweede alles.”

Erik Hazelhoff Roelfzema, verzetsstrijder (Soldaat van Oranje en ridder Militaire Willemsorde)

"Leiderschap is in staat zijn te beslissen wat er gedaan moet worden en vervolgens anderen te vinden die het doen."

Dwight D. Eisenhower (1890-1969), Amerikaans generaal, later 34ste president van de Verenigde Staten.

“It's fatal to enter any war without the will to win it.”

Douglas MacArthur.

“Old soldiers never die, they just fade away.”

Douglas MacArthur (1880-1964), Amerikaans generaal, afscheidstoespraak voor het Amerikaanse Congres op 19 april 1951.

“I hear and I forget. I see and I believe. I do and I understand.”

Confucius (551-479 v. Chr.), Chinees filosoof.

"Het Nederlandse leger was en is in de eerste en voornaamste plaats een oefenleger. Een leger vol losse-flodder-helden. Een leger vol vakbonden, geestelijke verzorgers en belangenorganisaties. Het zijn - op de commando's en de mariniers na - geen soldaten maar militaire ambtenaren.”

Clifford C. Cremer, Nederlands oud-marinier en schrijver, citaat uit ‘Bomberjack'.

"Alles is zeer simpel in de oorlog, maar het simpele is moeilijk.”

Carl von Clausewitz (1780-1831), Pruisisch generaal; auteur van ‘Vom Kriege’.

"Der Krieg ist nichts als eine Fortsetzung des politischen Verkehrs mit Einmischung anderer Mittel."

Carl von Clausewitz

‘’Oorlog is het domein van het ongewisse, driekwart van de factoren waarop in een oorlog het handelen wordt gebaseerd, ligt gehuld in de nevelen van een min of meer grote onzekerheid.’

Carl von Clausewitz

"War does not decide who is right, war decides who is left."

Bertrand Russell (1872-1970), Brits filosoof.

“By failing to prepare you are preparing to fail.”

Benjamin Franklin (1706-1790), Amerikaans politicus.

"Dead battles like dead generals hold the military mind in their dead grip."Barbara Tuchman (1912-1989), Amerikaans schrijfster en historica

“Als je weet hoe je een hindernis moet overwinnen is het geen hindernis meer”

Bart de Haas (1946), woudloper in Canada en schrijver van ‘Reis door de Grote Leegte’)

Terug naar Boven

 

CIVIEL MEDISCH PERSONEEL

Afgekort: CMP. Personeel dat werkt in één van de relatieziekenhuizen van het Ministerie van Defensie. Dit is een algemeen of academisch ziekenhuis dat de beschikbaarheid van chirurgische teams (bestaande uit medisch specialisten) ten behoeve van missies, oefeningen e.d. garandeert. Een chirurgisch team bestaat uit:

1 x

anesthesioloog

1 x

chirurg traumatologie

1 x

anesthesieassistent

2 x

operatiekamerassistent

Het personeel is geplaatst bij het Project Implementatie Samenwerking Defensie en Relatieziekenhuizen (IDR), dat op zijn beurt is ingedeeld bij het Militair Geneeskundig Facilitair Bedrijf (MGFB). CMP’ers behoren tot de actieve reservisten, evenals militairen van Nationale Reserve (NATRES), Nationaal Commando (in het kader van militaire bijstand), CIMIC Group North / IDEA (Integrated Development of Entrepreneurial Activities) en de Cavalerie Ere-escorte.

CMP’ers krijgen opleidingen aan de Koninklijke Militaire Academie én in Advanced Trauma Life Support en, afhankelijk van de missie, een Missie Gerichte Instructie.

Terug naar Boven

 

C-LAS (COMMANDANT LANDSTRIJDKRACHTEN)

Sinds 25 oktober 2011 Commandant Landstrijdkrachten: luitenant-generaal Mart de Kruif.

 

Mouwembleem van de staf van de Commandant Landstrijdkrachten.

Voluit: Commandant Landstrijdkrachten. Voorheen: Bevelhebber der Landstrijdkrachten (BLS).

De CLAS is, evenzeer als de BLS dat was, de hoogst gegradueerde bevelvoerend militair van het krijgsmachtdeel Koninklijke Landmacht (KL), de landcomponent van de Nederlandse krijgsmacht.

De nieuw naamgegeven operationeel commandant van de KL legt direct verantwoordelijkheid af aan de Chef Defensiestaf (CDS).

De CDS heeft – naar aanleiding van de conclusies van het Advies van de Adviescommissie Opperbevelhebberschap (‘Van wankel evenwicht naar versterkte Defensieorganisatie', 19 april 2002) – sinds 5 september 2005 als hoogste militaire autoriteit de eenhoofdige leiding over de voorbereiding en uitvoering van de operationele inzet én heeft het initiatief in het planproces op het Ministerie van Defensie.

De CLAS krijgt zijn opdrachten dan ook in directe lijn van de CDS én is verantwoordelijk voor beheer, gereedstelling, instandhouding en nazorg van het personeel dat betrokken is bij deze operationele inzet.

De afkorting CLAS werd ook gebruikt van 1976 tot 1992, toen in de betekenis van Chef Landmachtstaf.

De laatste BLS was, van 30 augustus 2002 tot 5 september 2005, luitenant-generaal Marcel Urlings.

De eerste CLAS was vanaf 5 september 2005 luitenant-generaal Peter van Uhm.

Links de laatste BLS, luitenant-generaal Marcel Urlings, rechts de eerste CLAS, luitenant-generaal Peter van Uhm.

Van 2008 tot 2011 C-LAS: luitenant-generaal Rob Bertholee.

In september 2005 verscheen in het blad Landmacht de special 'Bevelhebbers door de jaren heen', waarin vier oud-Bevelhebbers der Landstrijdkrachten terugblikken: Han Roos, Rien Wilmink, Maarten Schouten en Marcel Urlings.

Op 13 maart 2008 droeg luitenant-generaal Peter van Uhm op de Generaal-majoor De Ruyter Van Steveninckkazerne in Oirschot het commando over aan luitenant-generaal R.A.C. (Rob) Bertholee. Bij zijn afscheid kende Bertholee aan Van Uhm de Bronzen Soldaat toe wegens zijn buitengewone verdiensten.

Luitenant-generaal Mart de Kruif nam op 25 oktober 2011 op de Legerplaats bij Oldebroek het commando over van luitenant-generaal Rob Bertholee.

In november 2011 heeft generaal De Kruif zijn nieuwe Visie C-LAS gepresenteerd.

Voorgangers van de huidige Commandant Landstrijdkrachten zijn:

   

VAN

TOT

WIE

1954

1957

generaal Ben Hasselman

1957

1962

luitenant-generaal G.J. Le Fèvre de Montigny

1962

1963

luitenant-generaal A.V. van den Wall Bake

1964

1968

luitenant-generaal Frans van der Veen

1968

1971

luitenant-generaal Willem van Rijn

1972

1973

luitenant-generaal Gerrit IJsselstein

1973

1977

luitenant-generaal Jan van der Slikke

1977

1980

luitenant-generaal Cor de Jager

1980

1985

luitenant-generaal Han Roos

1985

1988

luitenant-generaal Peter Graaff

1988

1992

luitenant-generaal Rien Wilmink

1992

1996

luitenant-generaal Hans Couzy

1996

2001

luitenant-generaal Maarten Schouten

2001

2002

luitenant-generaal Ad van Baal

2002

2005

luitenant-generaal Marcel Urlings

2005

2008

luitenant-generaal Peter van Uhm

20082011luitenant-generaal Rob Bertholee

2011

heden

luitenant-generaal Mart de Kruif

In 2008 vond de commando-overdracht plaats van de ‘oude’ Commandant Landstrijdkrachten, luitenant-generaal Peter van Uhm, aan de nieuwe, luitenant-generaal Rob Berholee, op de Generaal-majoor De Ruyter Van Steveninckkazerne in Oirschot.

Zie ook: Every soldier a rifleman.

Terug naar Boven

 

CLAS-LEGPENNING

Legpenning in zilver of goud voor personeel dat ressorteert onder het Commando Landstrijdkrachten. De legpenning is een bijzondere onderscheiding voor bijzondere verdiensten.

Op de voorzijde van de legpenning staat het opschrift “Commando Landstrijdkrachten”, op de achterzijde “Aedificator excellens” – wat “Voortreffelijk bouwer” betekent.

De legpenning is tot op heden (2011) aan ruim twintig mensen toegekend, onder wie:

2008

Adjudant Jo Hugens (Persco-adjudant)

2010

Luitenant-kolonel Detlev Simons (Hoofd Landmachtvoorlichting)

2010

Korporaal der eerste klasse Johan Pols (Nationale Reserve)

2010

Adjudant Ad van Gog (hoofdredacteur De Onderofficier)

2011

Kolonel Tjeerd de Vries

Terug naar Boven

 

CLASSIFICEREN

Duits: klassifizieren. Engels: classify. Frans: classifier. Rangschikken van documenten en materieel in bepaalde groepen met het doel passende maatregelen te kunnen nemen om militaire gegevens te beveiligen tegen kennisneming door onbevoegden.

Terug naar Boven

 

CLAUSEWITZ, CARL VON

Zie ook: citaten & kreten, fog of war, frictie, friendly fire, oorlogsrecht, planningsfactor, Tactiek om te begrijpen (Otto van Wiggen, Theo Pollaert en Erik Jellema), tijd- en ruimtefactoren, Vom Kriege van Clausewitz (Hew Strachan) en zwaartepunt.

Terug naar Boven

 

CLAYMORE

Codenaam: M18(A1). Spreek uit: “Kleemoor”. Een op het maaiveld geplaatste richtingfragmentatiemijn met een gerond, holrond oppervlak, waarvan het effect van de detonatie is geconcentreerd in de richting van vijandelijk personeel. De claymore vuurt bij detonatie 700 stalen kogellagertjes af.

Feitelijk is de claymore een speciaal soort AP-mijn, maar volgens het Verdrag van Ottawa (1997) - dat export, gebruik, opslag en productie van landmijnen verbiedt - voldoet de claymore niet aan de definitie van een landmijn (omdat deze bijvoorbeeld niet wordt ingegraven). Toch mogen claymore's voortaan alleen op commando, d.w.z. bediend door militairen, tot detonatie worden worden gebracht

Links een op het maaiveld geplaatste claymore, rechts de claymore met toebehoren, o.a. het detonatiekoord

Naar aanleiding van de massale Chinese aanvallen tijdens de Korea-oorlog (1950-1953) ontwikkelde de U.S. Army in 1956 de claymore die honderden stalen kogellagertjes in één schot kon afvuren. Als het explosief detoneert wordt de kracht naar voren (vijandzijde) gericht, waardoor met hoge snelheid de kogellagertjes worden gelanceerd. De claymore staat boven het maaiveld gericht naar de waarschijnlijke plaats van de vijand . Tijdens de Vietnam-oorlog werd de claymore voor het eerst op grote schaal toegepast als antipersoneelsmijn (AP-mijn), waartoe maandelijks 80.000 claymores werden gefabriceerd.

De claymore heeft een olijfkleurige plastic omhulsel met daarop de tekst "Front Toward Enemy" (“Voorzijde naar vijand”).

Het afgaan van de claymore is eenvoudig op afstand te bedienen door middel van een detonatiekoord, struikeldraad of handgranaat. De claymore is zeer effectief tegen infanterie. Als er een infanterist voorlangs loopt gaat het explosief af, maar mocht de infanterist niet afdoende dichtbij komen, kan de claymore ook handmatig van een afstand gedetoneerd worden. De claymore kan ook prima worden gebruikt als hindernis, hinderlaag of nabijbescherming voor eigen troepen (verdedigingswapen tegen infiltratie e.d.).

Specificaties:

detonatiehoek

60 graden

dodelijk bereik

40 tot 100 meter

explosiefgewicht

0,7 kg explosief C3 of C4

mijngewicht

1,6 kg

zelfvernietigingsmechanisme

nee

Zie ook: horizontaaleffectwapen.

Terug naar Boven

 

CLEAR, HOLD, BUILD

Afgekort: CHB. Wijze om de werkzaamheden in het kader van counter-insurgency (COIN) te omschrijven: verdrijf de insurgents (opstandelingen) uit het gebied; houdt het gebied met voldoende troepen en middelen onder controle; begin met wederopbouw doordat het vertrouwen van de bevolking is gewonnen.

CHB-operaties vinden gelijktijdig plaats, niet opeenvolgend, én te allen tijde ten behoeve van en in samenwerking met de host nation.

De aanwezigheid van voldoende grondtroepen is hierbij cruciaal om een veilige omgeving te realiseren. Als er te weinig grondtroepen zijn zal het proces van wederopbouw slechts langzaam op gang kunnen komen. Bij te weinig grondtroepen zal ook de afhankelijkheid van close air support (CAS) dikwijls groot zijn, wat de kans op collateral damage en burgerslachtoffers vergroot – wat het draagvlak onder de lokale bevolking ten faveure van de internationale troepenmacht ondergraaft.

Ook is de aanwezigheid van voldoende inlichtingencapaciteit noodzakelijk, om steeds op de hoogte te zijn van de troepenomvang en –sterkte van de vijand.

Het onder controle houden van een dergelijk gebied kan onder meer met behulp van cordons, roadblocks, checkpoints e.d. Troepen kunnen (ook) huis voor huis ontruimen of zuiveren, op zoek naar wapens, munitie en illegale activiteiten. In de eindfase, als alle gebouwen zijn gezuiverd/ontruimd, kunnen alle openbare diensten en nutsvoorzieningen worden hersteld: riolering, water, elektriciteit en afvalverwijdering. Eigen troepen blijven in het gebied totdat de strijdmacht van de host nation in staat is het gebied over te nemen en te behouden.

De term ‘Clear, Hold, Build’ is voor het eerst toegepast door de Amerikaanse kolonel Herbert R. McMaster. In september 2005 leidde Operation Restoring Rights in de Iraakse provincie Ninawa en stad Tal Afar ertoe dat de lokale insurgents werden verslagen en strongholds werden opgeruimd. Behalve in Irak (Operation Iraqi Freedom, onder andere tijdens de surge in Bagdad in 2007) ook toegepast in Afghanistan (Operation Enduring Freedom).

Zie ook: counter-insurgency (COIN) en 3D-doctrine (Defence, Development, Diplomacy).

Terug naar Boven

 

CLINOMETER

Instrument waarmee de helling van hoeken in het vrije veld ten opzichte van de horizon kan worden gemeten en afgelezen. De gemeten helling kan worden weergegeven in zowel graden als procenten. Een vizier van de clinometer wordt gericht op een punt in het vrije veld. Doordat een gradenboog meedraait en met behulp van een prisma wordt geprojecteerd, kan de helling worden afgelezen.

Voorbeelden van het gebruik van de clinometer binnen de Koninklijke Landmacht zijn het meten van de horizontale en/of verticale declinatie, de hellingshoek (slope) bij het bepalen van een landing point en de invlieghoek (shoot) bij het bepalen van een landing point. In de laatste twee gevallen maakt de clinometer deel uit van de helikopterlandingsplaatsuitrusting.

Terug naar Boven

 

CLOSE AIR SUPPORT

Afgekort: CAS. Duits: Luftnahunterstützung. Frans: appui aérien rapproché. Luchtsteun door helikopters (rotary wings) of vliegtuigen (fixed wings) die zich richt tegen vijandelijke doelen die zich in de nabijheid bevinden van eigen landstrijdkrachten. CAS is dus nauw verbonden met het gevecht op de grond. In het uiterste geval kunnen hierbij luchtaanvallen worden uitgevoerd op al dan niet tevoren verkende doelen die meestal dichtbij de locatie van eigen eenheden zijn gesitueerd.

CAS vereist nauwkeurige coördinatie tussen de luchtacties, grondgebonden vuursteun, luchtverdediging en manoeuvre, de luchtverdediging en de vereisen. Daarnaast worden de volgende termen gehanteerd:

Emergency CAS

ECAS

Immediate CAS

ICAS

Pre-planned CAS

XCAS

Een toestel met een CAS-taak – met behulp van gevechtshelikopters zoals de Apache AH-64 en de Cobra AH-1 en gevechtsstraaljagers als de F-16 en de A-10 Thunderbolt – is dan ook een verlengstuk van de landstrijdkrachten. De piloot wordt geleid door een Forward Air Controller (FAC) van de grondtroepen, die het aan te vallen doel beschrijft en aanduidt. De FAC'er is een functie binnen de Koninklijke Landmacht.

CAS is ook belangwekkend binnen het Optreden in Verstedelijkte Gebieden (OVG). Daarnaast kunnen toestellen met een CAS-missie de commandant van de grondtroepen voorzien van meer informatie en situational awareness.

Close Air Support mag niet worden verward airstrikes. Zie ook: AN/PRC-117F, danger close en vuuraanvraag.

Terug naar Boven

 

CLOSE COMBAT ATTACK

Afgekort: CCA. Gevechtshelikopters die het grondgebonden optreden van landstrijdkrachten in de directe nabijheid ondersteunen en luchtaanvallen uitvoeren. De landstrijdkrachten zijn in direct contact – TIC – met de vijand, dan wel anticiperen hierop.

Gevechtshelikopters schieten na of tijdens een tactische vlucht (on)geleide raketten af. Daarmee kunnen allerhande objecten, zowel statische als mobiele, onder vuur worden genomen. Ook doorgunners kunnen vuur uitbrengen.

De zwakke plekken van (gevechts)helikopters zijn de momenten dat zij aan de grond staan (opstijgen en landen) én Triple A (AAA): Anti-Aircraft Artillery. Luchtafweer, zoals luchtdoelartillerie en als luchtverdediging gebruikte antitankwapens - zoals de Rocket Propelled Grenade (RPG) – kunnen het ondersteunend optreden van gevechtshelikopters tijdens een CCA danig in de war gooien of zelfs geheel tenietdoen.

Terug naar Boven

 

CLOSE PROTECTION

Persoonsbeveiliging door lijfwachten. Het nemen van specialistische voorzorgs- en beschermingsmaatregelen ter protectie van door aanzien of status onderscheiden Very Important Persons (VIP’s) om hen te behoeden voor vijandelijk optreden of de effecten daarvan. Aan hen wordt een persoonsbeveiliger toegewezen van een Private Military Company (PMC, in het Nederlands: particulier militair en beveiligingsbedrijf, PMB) of van een daartoe gespecialiseerde militaire eenheid. Het meest bekende voorbeelden daarvan in Nederland is de Brigade Speciale Beveiliging (BSB) van de Koninklijke Marechaussee.

In close protection wordt voorzien op basis van een dreigingsanalyse voor een als bedreigend of vijandig aangemerkte omgeving. Indien nodig zullen gevechtshandelingen niet uitblijven.

Voorbeelden van VIP’s zijn:

  • militaire personaliteiten
  • staats- of regeringsleiders

Zie ook: huurling.

Terug naar Boven

 

CLOSE QUARTER BATTLE

Afgekort: CQB. Duits: Nahkampf. Frans: combat rapproché. Vrije vertaling: man-tot-man gevecht of "gevecht op de vierkante meter".

Behalve de titel van een boek van Special Air Service-auteur Mike Curtis – ‘Close Quarter Battle. The explosive true story of 15 years under fire’ (vertaald als ‘Onder vuur’) – is CQB niets anders dan wat voorheen het man-tot-man gevecht werd genoemd.

Man-tot-man kan zowel gewapend als ongewapend plaatsvinden, maar vanwege de nabijheid van de tegenstander is de ongewapende variant van deze gevechtstechniek het meest waarschijnlijk. Het gevecht wordt dan immers op een zodanige afstand van de tegenstander gevoerd dat traditionele militaire wapens niet (meer) doeltreffend zijn.

CQB'en is een methode van tactische beweeglijkheid, met name in het geval van:

►doorschrijden van de vijand (exfiltratie)

►vijand in front

►plegen van een overval(ling)

Vond het man-tot-man gevecht voorheen vaak plaats door op het wapen een bajonet te plaatsen en stormvurend voorwaarts te gaan, tegenwoordig wordt de CQB hoofdzakelijk uitgevochten met de blote handen, slag- of steekwapens beoefend. De technieken die bij CQB’en worden aangeleerd – binnen de Koninklijke Landmacht hoofdzakelijk bij het Korps Commandotroepen en zowel pantser- als luchtmobiele infanteristen – zijn veelal een combinatie van diverse vechtkunsten. Deze vechtkunsten zijn eenvoudig aan te leren en zeer effectief.

CQB’en is ontstaan in de jaren’60. Met name Special Forces hebben vanaf toen, vanwege de noodzaak van Close Combat met de vijand tijdens conventionele oorlogvoering, een opleidings- en trainingsprogramma ontwikkeld. In de jaren’70 zijn die programma’s verfijnd door de opkomst van het internationaal terrorisme, ingeluid met de Palestijnse aanslag tijdens de Olympische Spelen van 1972 in München.

Zie ook: double-tap.

Terug naar Boven

 

CLOSE TARGET RECCE

Afgekort: CTR. Door infanteristen en Special Forces, zoals Korps Commandotroepen en Special Air Service, uitgevoerde verkenningsopdracht om achtereenvolgens de plaats van een vijandelijk (beveiligd) object te bepalen én essentiële informatie te verzamelen in de gelokaliseerde vijandelijke omgeving. De te verzamelen informatie kan uiteenlopen van posities tot strekten, bevoorradingsroutes e.d.

Bij CTR gaat het erom zo dicht mogelijk op het object te komen om alle benodigde informatie te kunnen vergaren; alle leden van de verkenning zijn dan ook precies op de hoogte van de verkenningsopdracht. De verkenners kunnen op alle mogelijke manieren het object benaderen, zoals afgezet door een helikopter (drop-off point), per parachute of te voet.

Met behulp van de informatie kan vervolgens een aanval worden gepland. Het meest praktisch is om het resultaat van een CTR om te zetten in een maquette, waarmee de overigen worden geïnformeerd over het verkenningsresultaat. Idealiter vindt de CTR plaats gedurende avond of nacht. Als alle benodigde informatie bekend is, kan extractie van de missie plaatsvinden.

Terug naar Boven

 

CLOSURE RATE

De snelheid waarmee militair vermogen beslissend kan ingrijpen in een conflict nadat het de opdracht daartoe heeft ontvangen (is getasked).

Het criterium ‘closure rate’ is uiterst belangrijk, vooral in het eerste stadium van een nieuwe ontwikkeling. Dit is met name het geval bij initiële opdrachten met een expeditionair karakter.

Terug naar Boven

 

CLUSTERBOM

Een door een helikopter of vliegtuig afgeworpen bom die honderden kleine granaten verspreidt. De clusterbom spat in de lucht uiteen, wordt vaak gestabiliseerd met een kleine parachute en vervolgens verspreid over het maaiveld. De clusterbom explodeert bij grondcontact dan wel na een bepaalde periode. De clusterbom kan gemakkelijk de oppervlakte van ruwweg een voetbalveld vernielen, d.i. 5.000 m². De kans op collateral damage is daardoor relatief groot.

Compilatiefoto van clusterbommen

Clusterbommen zijn gericht op het uitschakelen van grond- of oppervlaktedoelen zoals vliegvelden, elektronische installaties, verzamelgebieden van militair materieel en militaire eenheden, gepantserde eenheden en brandstofopslagplaatsen en worden gerekend tot submunitie (munitie in munitie). De submunitie van een clusterbom heeft dezelfde vernietigende werking als een antipersoonsmijn (AP-mijn).

De submunitie gaat niet allemaal af. Schattingen over het percentage submunitie dat niet explodeert, lopen uiteen van 4 tot 12%. Deze blindgangers of UXO's zijn nog lang na het beëindigen van een conflict een gevaar voor de burgerbevolking.

Clusterbommen zijn volgens internationale conventies niet verboden. Het gebruik ervan is echter dubieus, met name sinds op 3 december 1997 meer dan 100 landen het Verdrag van Ottawa ondertekenden, dat wél het gebruik van AP-mijnen verbiedt maar niet dat van clusterbommen.

Opengewerkte tekening van een clusterbom die submunitie herbergt en laat ontploffen

Voorbeelden van clusterbommen binnen de Nederlandse krijgsmacht zijn:

SOORT

AANTALLEN SUBMUNITIE

munitie M-109 houwitsers

88

munitie MLRS

644

CBU-87 Combined Effects Munitions van de F-16

202

Van 19 t/m 30 mei 2008 is de Dublin Conference on Cluster Munitions gehouden, een bijeenkomst om clustermunitie wereldwijd in de ban te doen. Hier werden diplomaten uit 111 landen het eens over een totaalverbod op het gebruik van clusterbommen - een belangrijke uitbreiding van het humanitair oorlogsrecht. Een van de ondertekenaars was Nederland.

Afgesproken is ook dat binnen 8 jaar de voorraden clustermunitie moeten zijn vernietigd en dat de slagvelden waar de bommen zijn ingezet worden opgeruimd. De niet-ontplofte kleine bommetjes waarin clusterbommen uiteenvallen veroorzaken nog dagelijks doden. Het verdrag zal niet worden ondertekend door China, India, Israël, Pakistan, Rusland en de Verenigde Staten, allen niet toevallig hoofdproducenten van clustermunitie.

Op 3 en 4 december 2008 is in Oslo (Signing Conference Oslo) de Convention on Cluster Munitions (CCM) gesloten door 94 landen. Voor Nederland tekende de Minister van Buitenlandse Zaken, mr. Maxime Verhagen, het verdrag.

Terug naar Boven

 

COBRA 148 BOORBREEKHAMER

De Cobra 148 boorbreekhamer behoort tot de geniegereedschappen, evenals onder andere grondboor, motorkettingzaag, schiethamer en trilplaat.

Met de bijgeleverde beitels (24, 29, 33, 34 en 45 mm) kan de boorbreekhamer in alle standen boren (stand laag) of breken (stand hoog).

De Cobra 148 boorbreekhamer is een ééncilinder luchtgekoelde tweetaktmotor die werkt op mengsmering 1:20 (diesel:benzine).

Starten gebeurt door middel van een startkoord, waarna de boorbreekhamer 2 à 3 minuten moet warmdraaien. Een ingebouwde compressor zorgt voor perslucht om tijdens het boren het boorgat leeg te blazen.

Tijdens het werken met de Cobra 148 boorbreekhamer mag geen loshangende kleding worden gedragen en moeten oordoppen, veiligheidsschoenen en werkhandschoenen worden gedragen.

Bij gebruik van de Cobra 148 boorbreekhamer in afgesloten ruimten, moet rekening worden gehouden met opeenhoping van koolmonoxide.

Bij het aftanken wordt gebruik gemaakt van een trechter of flexibele tuit; een absorptiedoek wordt gereed gehouden om gemorste brandstof op te vangen of op te deppen.

Werkinstructies voor de boorbreekhamer zijn te vinden in de IK 001190.

Terug naar Boven

 

CODE RED

Disciplinaire militaire maatregel die officieel verboden is maar wel degelijk ten uitvoer wordt gebracht. De ongeschreven code houdt in: wie het verpest, die heeft een lesje nodig. De opdracht hiertoe kan van een militaire meerdere komen, maar de militairen zélf houden elkaar ook in de gaten. Groepsgedrag staat in zeer hoog aanzien.

De code red komt met name naar voren in de Amerikaanse speelfilm ‘A Few Good Men’ (1992).

Hierin moet het advocatenduo Kaffee (Tom Cruise) en Galloway (Demi Moore) bewijzen dat de commandant van de U.S. Naval Base in Guantanamo Bay, Cuba, kolonel Nathan Jessup (Jack Nicholson) een code red heeft bevolen aan twee onderhebbenden om een derde militair een lesje te leren.

Die derde heet Santiago. Hij maakt er een bende van en valt zeer slecht binnen de groep. Zulke lui worden niet getolereerd.

Uiteindelijk legt Jessup, die er alles voor over heeft om zijn eer te redden en ervan overtuigd is dat Kaffee de waarheid niet aankan (“You can’t handle the truth!”), in de rechtbank een bekentenis af: “I have neither the time nor the inclination to explain myself to a man who rises and sleeps under the blanket of the very freedom I provide, then questions the manner in which I provide it!” (“Ik heb niet de tijd noch de lust om aan iemand verantwoording af te leggen die nota bene slaapt onder de deken van precies die vrijheid waar ik voor zorg in plaats van te twijfelen aan de manier hoe ik daarvoor heb gezorgd!”)

Terug naar Boven

 

CODEWOORD

Duits: Codewort; Deckwort. Engels: code word. Frans: mot-code. Geheim(e), vooraf afgesproken woord(en), met een andere dan de letterlijke betekenis. Codewoorden worden door militairen gebruikt als teken dat iets een aanvang kan nemen.

Een codewoord vergroot de veiligheid van een militaire actie, alleen al doordat alleen eigen troepen bekend zijn met de geheime betekenis van het codewoord. Daarmee is het gebruik van een codewoord een relatief veilige dekmantel om de uitvoering van zaken te laten aanvangen: afkondigen van radiostilte of wisselen van frequenties op de radio, contact maken met eigen troepen (aanroep- en wederwoordprocedure), gevecht afbreken of vuur uitbrengen.

Voorbeelden van codewoorden en hun betekenis:

Corporate

Britse Bevrijding van de Falkland-eilanden op Argentijnse troepen in 1982.

Desert Shield

Ontplooiing van geallieerde troepen in de Golfregio in 1991.

Desert Storm

Terugverovering van Koeweit in 1992; vervolg op Desert Shield.

Eagle Claw

Amerikaanse operatie op 24 april 1980 om gegijzeld Amerikaans ambassadepersoneel in Teheran te bevrijden.

Litani

Israelische invasie in Libanon in 1978, tot aan de rivier Litani, die het begin was van de aanwezigheid van UNIFIL.

Musketeer

Militaire operatie van Frankrijk, Groot-Brittannië en Israël tegen Egypte in de Suez-crisis in 1956.

Overlord

Invasie van Normandië op 6 juni 1944.

Provide Comfort

Humanitaire hulpverleningsoperatie voor de Koerden in het noorden van Irak in 1991.

Storm

Terugverovering door Kroatië van de Krajina in 1995 (Kroatische gebieden die in 1991 waren veroverd door de Serviërs).

Urgent Fury

Amerikaanse invasie op Grenada in 1983.

Terug naar Boven

 

COEHOORNMORTIER

Synoniemen: kattekop; kwispeldoor; mariam kodok (Nederlands-Indië); steenmortier (op stoel).

De tijdens de oorlog met Frankrijk, tussen 1672 en ’78, door veldheer en vestingbouwkundige Menno van Coehoorn (1641-1704) uitgevonden en naar hem vernoemde mortier.

Het Coehoornmortier is voor het eerst gebruikt bij het Beleg van Grave, toen 30.000 Staatse troepen onder generaal Carl von Rabenhaupt en stadhouder Willem III er op 26 oktober 1674 in slaagden de vesting te heroveren op de Franse troepen. Willem III was onder de indruk van het draagbaar stuk geschut. Als gevolg van de sterk gekromde baan en zeer steile invalshoek – gevolg van de lage aanvangssnelheid van de granaat – kon bij een belegering direct achter de stadswallen en –muren worden geschoten. Dit had in Grave bijgedragen aan de vuurkracht van de infanterie.

Van Coehoorn, die bij de belegering snel, robuust en met grof geschut te werk was gegaan, kreeg als vervolgopdracht de modernisering van de vestingwerken.

Toch kwamen pas in 1701 tweehonderd Coehoornmortieren officieel in de bewapening van het Staatse leger.

De 35 kg zware, met handkracht door twee tot vier man te verplaatsen kleine mortier had een zeer korte loop. Het kaliber bedroeg 13 duim (≈ 34 cm, omdat Van Coehoorn de Rijnlandse duim van 2,61 cm hanteerde). Het uit brons of koper gegoten mortier was onder een hoek van 45 graden op een eikenhouten, 30 kg zware slede (blok tot Coehoornmortier) gemonteerd: de stootplaat die de terugslag opving.

Het Coehoornmortier – een zgn. gladde voorlaadmortier – was een grote pot met onderin een kruitkamer. De bolvormige granaten, aanvankelijk van mortel (steen) en gevuld met zwartkruit, werden erin gerold en wogen ± 40 à 50 kg. De granaten vielen na een maximale schootsafstand van 200 meter neer en spatten met een oorverdovend lawaai uiteen.

Wanneer het Coehoornmortier massaal werd ingezet en het slagveld verzadigd was met exploderende granaten, kon de vijand onmogelijk in de loopgraven verblijven. Daarnaast was de uitwerking van de mortiergranaten op vijandelijke secties die aaneengesloten ten aanval gingen. Hiermee stond het wapen onmiddellijk te boek als effectief anti- personeelwapen.

Tot ver in de 20ste eeuw is het Coehoornmortier door de marine gebruikt als middel om bevoorradingskabels van het ene naar het andere schip te schieten (Coehoorn lijnwerpmortier) en voor het afschieten van lichtkogels. Dit laatste gebruik is in 1921 beëindigd. Onder diverse modificaties bleef het Coehoornmortier eeuwenlang ingezet, zoals tijdens het Beleg van Antwerpen tijdens de Belgische opstand in 1832 en - in de 19de eeuw - door de artillerie in Nederlands-Indië.

De Nederlandse marine voerde vanaf 1849 een verbeterd model Coehoornmortier in de bewapening ten behoeve van de landingsdivisies. Tot vlak voor de 20ste eeuw was dit mortier, dat het bijna tweeënhalve eeuw in de krijgsmacht uithield, nog opgenomen in de leerboeken van de artillerie.

Zie ook: Menno van Coehoorn.

Terug naar Boven

 

C.O.L.D. F.E.E.T.

Ezelsbruggetje om warm te blijven onder koude weersomstandigheden, evenals L.O.R.D. Het is niet alleen een verantwoordelijkheid van commandanten maar te allen tijde juist ook een individuele verantwoordelijkheid om onder koudweersomstandigheden warm te blijven en niet ten prooi te vallen aan één van de vormen van koudeletsels (cold weather injuries).

Onderkoeling (hypothermie) kan goeddeels worden voorkomen wanneer zoveel mogelijk het acroniem C.O.L.D. wordt aangehouden.

 

C

CLEAN

Houd je kleding schoon

O

OVERHEATING

Voorkom oververhitting

L

LOOSE LAYERS

Kleed volgens het meerlagensysteem

D
DRY
Houd je kleding droog
 
F
FIT YOUR CLOTHES
Kleding moet goed passen en intact zijn
E
EXERCISE EXTREMITIES
Houd je vingers en tenen in beweging. Houd ook rekening met je neus en oren
E
EAT YOUR RATION
Eet goed en zorg voor een snackpack. Als hongergevoel optreedt, ben je te laat
T
TIGHT BOOTS ARE TERRIBLE
Zorg voor goed passende schoenen, die goed zijn ingelopen en regelmatig worden onderhouden

Verdere persoonlijke aandachtspunten ter voorkoming van koudeletsels:

  • ben bekend met de eerstehulpverlening bij koudeletsels
  • drink voldoende (warme) dranken
  • vermijd contact met de blote hand aan zowel metaal als benzine, olie, smeermiddelen, chemicaliën en onderhoudsmiddelen (BOSCO, klasse III)
  • voorkom moeheid
  • zorg voor een positieve instelling

Zie ook: koudeletsels en L.O.R.D. en meerlagensysteem.

Terug naar Boven

 

COLLATERAL DAMAGE

Duits: Begeleitschäden, Kollateralschäden, Nebenschäden, Sekundärschäden. Engels: secondary effects. Frans: dommages collatéraux, dommages indirectes. Nederlands: bijkomende schade, collaterale schade, nevenschade, omgevingsschade, secundaire uitwerking, zijdelingse schade. De term is gerelateerd aan de Laws of Armed Conflict (LOAC).

Door militaire operaties veroorzaakte letsel of schade aan personen, zoals slachtoffers onder de burgerbevolking, of infrastructuur, zoals bruggen, elektriciteitscentrales, gebouwenobjecten, wegen en overige schade aan civiele objecten. Deze schade, veroorzaakt door het effect van eigen wapens en wapensystemen, is in beginsel onbedoeld en ongewenst.

Onder meer als gevolg van operatie Allied Force in Kosovo (1999) is het belang van het trachten te vermijden van collateral damage toegenomen. Mede hierdoor is de inzet van vuursteun (artillerie, mortieren), luchtbombardementen (airstrikes) en anti-tankwapens – vanwege de extreme penetratiekracht – niet langer een automatisme; onder andere de rules of engagement en de collateral damage estimate (CDE) bepalen welke wapensystemen al dan niet kunnen worden aangewend. Zo is bij optreden in verstedelijkte gebieden collateral damage nauwelijks onvermijdbaar. Vaak is collateral damage het gevolg van afketsers of -zwaaiers van ricocheterende munitie.

Bij CDE wordt eerst gekeken naar proportionaliteit: het toepassen van geweld moet worden beperkt tot het minimaal noodzakelijke om het gestelde doel te bereiken. Van een aanval op een militair doel moet worden afgezien wanneer het te verwachten militaire voordeel en de te verwachten collateral damage niet in verhouding tot elkaar staan. Naast proportionaliteit (middelen), moet het tijdstip van een aanval zorgvuldig worden gekozen ter beperking van collateral damage.

Collateral damage heeft behalve een militaire ook een politieke lading. Wanneer wapeninzet leidt tot veel slachtoffers en schade, kan daardoor het draagvlak, zowel in het operatiegebied (steun van de bevolking) als in eigen land, snel afnemen. Het effect van collateral damage op media en publieke opinie is groot, maar ondanks hightech in militaire wapentechnologie blijven menselijke fouten onontkoombaar bij een aanval op een militair doel.

Bij het toepassen van de CDE – het uitvoeren van de risicoanalyse voorafgaand aan de wapeninzet – wordt gekeken naar collateral damage objects. Wanneer de afstand tussen doel en collateral damage objects klein is, beperkt dit de mogelijkheden om wapens in te zetten. In de regel zal toepassing van de CDE ertoe leiden dat tegen doelen waar een grote kans op collateral damage bestaat, gebruik wordt gemaakt van precisiewapens en –munitie.

De inzet van een bepaald wapen(systeem) wordt ook bepaald door de gevaren van inzet van een wapensysteem in de nabijheid van eigen troepen (danger close). Hierbij stelt combat identification eigen troepen in staat om deconflictie toe te passen tot op het laagste niveau. Om zich een juist besluit over wapeninzet te vormen, moet een strijdmacht ook beschikken over voldoende near real-time (recent) en real-time (heden) inlichtingen.

Naast operatie Allied Force heeft operatie Enduring Freedom (Afghanistan, vanaf 2011) aangetoond dat het gebruik van precisiewapens en -munitie toeneemt. Dit wil niet zeggen dat het afwerpen van lasergeleide munitie – die met name effectief is bij de aanval op punt- en bewegende doelen – geen collateral damage kan veroorzaken: hoe zwaarder de bom, hoe groter de kans op collateral damage.

Door minimalisering van het gevechtsveld in asymmetrische oorlogvoering (360° rondom) neemt niet alleen de kans op friendly fire blue-on-blue (fratricide) sterk toe, ook het aantal interacties met de burgerbevolking. Hierbij hoort ook de toenemende kans op collateral damage en de onophoudelijke dreiging van improvised explosive devices en aanslagen door scherpschutters of zelfmoordenaars. Wanneer de lokale bevolking het gebied ontvlucht, is de kans op collateral damage kleiner.

Zie ook: asymmetrische oorlogvoering, danger close, deconflictie, friendly fire, proportionaliteit, ricochet, rules of engagement en trefferbeeld.

Terug naar Boven

 

COLOCATIE

Ook: co-locatie. Werkwoord: coloceren. Van het Engelse "to co-locate" (een locatie of faciliteit delen met...).

Het ontplooien of toewijzen van een militaire installatie naast een andere militaire installatie, in de regel om tijdelijk en plaatselijk als force multiplier voor eenzelfde doel te gebruiken. Dit gebeurt bijvoorbeeld bij een onderkend zwaartepunt in de operatie. Colocatie bevordert de integratie, het efficiënt gecentraliseerd gebruik en een nauwere samenwerking. Met colocatie verbetert het product of de dienst dat in/met de installatie tot stand wordt gebracht.

Zo kan bij de colocatie van twee geneeskundige installaties – role 1 met role 1; role 1 met role 2; role 2 basic met role 2 enhanced – de kwaliteit van zorg toenemen door versnelling van de doorstroom van patiënten als gevolg van afname van de gemiddelde ligduur van patiënten.

Zie ook: allocatie.

Terug naar Boven

 

COLONNE

Duits: Marschkolonne. Engels: column. Frans: colonne de marche; formation en ligne de file.

Definitie: “Een aantal zich achter elkaar bevindende militaire dan wel bij een onderdeel van de rampenbestrijdingsorganisatie in gebruik zijnde motorvoertuigen, onder één commandant, die de door Onze Minister van Verkeer en Waterstaat in overeenstemming met Onze Minister van Defensie vastgestelde herkenningstekens voeren.”

Voorbeelden van colonnes, in beide gevallen zonder colonnesignalering.

De Bevelhebber der Landstrijdkrachten (BLS) heeft verder bepaald dat een militaire colonne moet bestaan uit minimaal vijf motorvoertuigen op méér dan twee wielen dan wel speciale transporten van minimaal drie motorvoertuigen.

Normaliter worden verplaatsingen van eenheden uitgevoerd in colonneverband, waarbij de onderdelen in een door de commandant te bepalen volgorde worden gegroepeerd. Een colonne van enige omvang wordt verdeeld in een aantal colonne-elementen:

Colonne
Aantal zich achter elkaar bevindende voertuigen, dat zich onder eenhoofdige leiding langs dezelfde route in dezelfde richting verplaatst
Marscolonne
Colonne die is onderverdeeld in twee of meer marsseries
Marsserie
Deel van een marscolonne, dat is samengesteld uit één of meer marseenheden met – bij voorkeur – dezelfde eigenschappen (b.v. soort voertuig)
Marseenheid
Deel van een marsserie, dat bestaat uit niet meer dan 20 voertuigen met - bij voorkeur - dezelfde eigenschappen

Verplaatsingen van minder dan 20 voertuigen worden normaal gesproken niet uitgevoerd als colonne, maar zullen infiltratiegewijs verplaatsen. Colonnes kunnen zich verplaatsen in een regelmatige resp. onregelmatige colonnevorm:

Colonnevorm

Definitie

Doel & Toepassing

Regelmatig

afstand tussen de onderlinge voertuigen én marseenheden doet zich voor als een regelmatig patroon (dichtheid normaliter twintig voertuigen)

Gering gevaar voor luchtaanvallen

Capaciteit van de marsroute optimaal benut

Kans op aanvallen van subversieve elementen

Door gecompliceerde marsroute bestaat kans op verbreken van het colonneverband

 

Onregelmatig

voertuigen verplaatsen zich afzonderlijk of in marseenheden van niet meer dan negen voertuigen, zonder regelmaat in de afstanden tussen de voertuigen en de marseenheden.

 

Bij subversieve elementen de indruk wekken dat er géén bijzondere verplaatsingen plaatsvinden, maar dat er slechts spraken is van routineverkeer

Verplaatsingen bij daglicht

De verkeersintensiteit op de marsroute is zo groot, dat het overige verkeer op de route wordt gehinderd

In Nederland verplaatsen colonnes zich met de volgende snelheden:

rupsvoertuigen alle wegen

40 km per uur (25 mijl per uur)

wielvoertuigen overige wegen

45 km per uur (30 mijl per uur)

wielvoertuigen autosnelwegen

55 km per uur (35 mijl per uur)

Daarnaast heeft een colonne zich te houden aan de dichtheid: het aantal voertuigen per km. In de regel is de dichtheid tien voertuigen per kilometer op autosnelwegen en twintig voertuigen per kilometer op overige wegen.

Niet te verwarren met een konvooi. Zie ook: border crossing point (BCP) en verspreidingspunt.

Terug naar Boven

 

COLONNEFUNCTIONARISSEN

Colonnecommandant

Belast met het bevel over de gehele colonne

Is verplicht het personeel dat deelneemt aan de colonne te briefen

Linksvoor op het voertuig wordt een wit/zwarte vlag gevoerd (witte zijde boven)

Voert op voor- en achterzijde voertuig een bord waarop de functie wordt aangegeven

 

Officier-melder

Meldt zich namens de colonnecommandant 10 minuten vóór het passeren van de verkeerscontroleposten om colonnegegevens door te geven (LF 15860)

Belast met de controle op het uitzetten van waarschuwingsposten bij rusten aan de kop van de colonne

Rijdt buiten de colonne om (individueel weggebruiker)

Voert op voor- en achterzijde voertuig een bord waarop de functie wordt aangegeven

 

Snelheidsregelaar

Bevindt zich in het eerste voertuig

Belast met het houden van de juiste route volgens routetijdtabel én snelheid

Verantwoordelijk voor het uitzetten van waarschuwingsposten aan de kop van de van de colonne bij halthouden

 

Opsluiter

Bevindt zich in het laatste voertuig

Belast met regelen van het vertrek van de voertuigen; vaststellen van de locatie van de achtergebleven voertuigen; uitzetten van waarschuwingsposten aan de staart van de colonne bij halthouden; oplossen van problemen aan de staart

 

Officier-opsluiter

Bevindt zich tijdens de verplaatsing direct achter het laatste voertuig

Rijdt buiten de colonne om (individueel weggebruiker)

Belast met afmelden (namens de commandant) bij verkeerscontroleposten; bijzonderheden doorgeven aan verkeerscontroleposten (b.v. uitgevallen voertuigen); controle op uitzetten van waarschuwingsposten aan de staart van de colonne; dirigeren van achtergebleven voertuigen bij terugkeer bij de colonne

 

Herstelploeg

Bevindt zich achter de colonne

Rijdt buiten de colonne om (individueel weggebruiker)

Voertuigen voeren géén colonnesignalering, wel colonnenummers

Voert herstellingen uit overeenkomstig de ontvangen instructies (b.v. tijdslimietreparatie, battle damage repair, afvoer onherstelbare voertuigen)

Gerepareerde voertuigen blijven bij de herstelploeg totdat zij op aanwijzingen van de officier-opsluiter naar de organieke plaats in de colonne worden gedirigeerd

Terug naar Boven

 

COLONNENUMMER

Een colonnenummer op een militair voertuig kan bestaan uit de volgende elementen:

Prioriteitsnummer (indien van toepassing)

Datum van de dag van de lopende maand waarop de wegverplaatsing begint

Drie of meer letters die nationaliteit van de verkeersleidingorganisatie aangeven

Volgnummer van de toestemming tot verplaatsen over de weg op de aangegeven datum

Letter om de verschillende marseenheden aan te duiden

Als voorbeeld: 3/02 NLDGNC 15 B

3

Derde prioriteit

02

Tweede dag van de lopende maand

NLD

Nationaliteit is Nederland

GNC

Commandant die toestemming verleend is 1 GNC

15

Datum waarop verplaatst mag worden

B

Letter van de marseenheid

Terug naar Boven

 

COLONNESIGNALERING

Voor wat betreft het aangeven van de juiste zijde voor het aanbrengen van de signalering bij het rijden van een colonne, geldt dat “rechtsvoor” aan het voertuig bij Nederlandse militaire voertuigen altijd de zijde van de chauffeur is, dus altijd de voertuigzijde gezien vanuit de cabine van het voertuig.

De te voeren herkenningstekens in vredes- en oorlogstijd zijn bij Ministeriële Beschikking vastgelegd. In vredestijd geldt:

VOORSTE VOERTUIG

Blauwe vlag links- en rechtsvoor

Blauwe kap over rechterkoplamp

 

VOLGVOERTUIG

Blauwe vlag rechtsvoor

Blauwe kap over rechterkoplamp

 

ACHTERSTE VOERTUIG

Groene vlag rechtsvoor

Groene kap over rechterkoplamp

Afbeelding uit 'November Romeo' (Korpsblad voor de Nationale Reserve), nummer 4, november 2007, 13de jaargang

Alle voertuigen voeren ontstoken groot licht cq. dimlicht. Het laatste voertuig voert knipperende waarschuwings- of alarmlichten in de navolgende gevallen:

indien het zicht minder dan 100 meter bedraagt

op autosnelwegen

van een half uur NA zonsONDERGANG tot een half uur VOOR zonsOPGANG

Overige weggebruikers mogen militaire colonnes niet doorsnijden, met uitzondering van motorvoertuigen van hulpverleningsdiensten indien zij optische en akoestische signalen voeren. Bij driekleurige verkeerslichten geldt dat militaire colonnes die het teken bij groen licht zijn begonnen te passeren, mogen blijven doorrijden, ook nadat het verkeerslicht op oranje of rood is gesprongen.

In oorlogstijd geldt dat alleen het voorste en het achterste voertuig van een colonne-element een colonnesignalering krijgen: het voorste voertuig rechtsvoor zowel een blauwe vlag als kap, het achterste voertuig rechtsvoor zowel een groene vlag als kap.

Zie ook: border crossing point (BCP) en verspreidingspunt.

Terug naar Boven

 

COLONNETEKENS

Ook genaamd: gidstekens. Onderstaande veertien colonnetekens voor het gebruik bij daglicht en goed zicht: arm- en handgebaren om aanwijzingen te geven aan de chauffeur van een verplaatsend voertuig:

"Alle voertuigen tegelijk keren."

"Halt."

"Instijgen."

"Langzaam rijden om te stoppen."

"Motoren afzetten."

"Motoren starten."

"Onderlinge afstand vergroten."

"Onderlinge afstand verkleinen."

"Snelheid verhogen."

"Snelheid vertragen."

"Uitstijgen."

"Verzamelen."

"Voorwaarts in de aangegeven rijrichting."

"Waarschuwingsteken."

Terug naar Boven

 

COLPRO

Betekenis: Collective Protection. Nederlands: collectieve bescherming. COLPRO is de fysieke bescherming tegen CBRN door gebruikmaking van collectieve beschermingsmiddelen. Het meest bekend zijn de zgn. COLPRO-systemen: opblaasbare tenten waarin militairen in (potentieel) besmet gebied kunnen werken en rusten zonder zelf besmet te raken. In de NBC-beschermde ruimte behoeven dan ook géén persoonlijke beschermingsmaatregelen tegen CBRN – zoals NBC-masker en NBC-pak – te worden uitgevoerd. Onder NBC-omstandigheden vergroot COLPRO de inzetbaarheid én het voortzettingsvermogen.

Ook bijvoorbeeld een hulppost – geneeskundige inrichting role-1 – kan optreden als Contamination Control Area (CCA). De CCA is het gebied waar ontsmetting plaatsheeft van personeel en materieel, inbegrepen gewonden en zieken:

LHA

Liquid Hazard Area

Gebied waar vloeistofbesmetting nog mogelijk is

VHA

Vapour Hazard Area

Gebied waar dampbesmetting van de LHA nog mogelijk is

TFA

Toxic Free Area

Gebied waar besmetting door vloeistof of damp niet (meer) mogelijk is

De CCA kent in het optreden een driedeling als:

POS

Personen Ontsmettings Station

GOS

Gewonden Ontsmettings Station

MOS

Materieel Ontsmettings Station

In elk geval moet binnen de CCA aan de volgende zaken aandacht worden besteed:

Besmette kleding moet in plastic zakken worden opgeborgen dan wel begraven, inbegrepen PGU en uitrustingsstukken

CCA moet bovenwinds worden opgebouwd en duidelijk worden gemarkeerd (niet alleen met rood-wit-lint)

NBC-pak moet worden uitgetrokken

Zie ook: CBRN, FM-12 (CBRN-masker), maskeroefenruimte en NBC-pak.

Terug naar Boven

 

COMBAT APPLICATION TOURNIQUET

Afgekort: CAT. NSN 6515-01-521-7976.

Animatie van het enkelhandig aanleggen van het Combat Application Tourniquet.

Met behulp van de 60 gram lichte CAT is het mogelijk om zelf met één of twee handen – of de hulp van een collega – een tourniquet aan te leggen wanneer er sprake is van een grote slagaderlijke bloeding. Het tourniquet is een efficiënt middel gebleken om levensbedreigende bloedingen aan ledematen te stoppen: uit onderzoek blijkt dat maar liefst 60% van de te voorkomen oorzaken van overlijden (“preventable causes of death”) het gevolg is van het doodbloeden door letsel aan de ledematen.

De CAT bestaat uit een sluitband, klittenbandriem, tourniquetstaaf en borgclip. Bij een slagaderlijke bloeding aan bovenarm of bovenbeen wordt het getroffen ledemaat door de lus van de klittenbandriem gehaald en ± 10 cm boven de bloeding geplaatst. Hierna wordt de klittenbandriem strakgetrokken en de tourniquetstaaf aangedraaid totdat de bloeding stopt.

De tourniquetstaaf wordt in de borgclip geplaatst, zodat deze niet kan losschieten, en de klittenbandriem over de staaf geplaatst. Tot slot worden zowel tourniquetstaaf als klittenbandriem vastgemaakt door de sluitband strak te trekken en aan de tegenoverliggende haak van de borgclip te bevestigen.

Volgens het nieuwe TCCC-protocol vindt het aanleggen van de CAT plaats in de fase Care Under Fire, waarin het creëren van vuuroverwicht één van de eerste prioriteiten is. TCCC is geïnspireerd op geneeskundig handelen in een hoger geweldsspectrum.

Zie ook: Tactical Combat Casualty Care (TCCC).

Terug naar Boven

 

COmbat cocktail

Nederlands: gevechtscocktail.

In de film Basic (2003, regie John McTiernan, hoofdrollen John Travolta, Connie Nielsen en Samuel L. Jackson) wordt een combat cocktail per injectie gepresenteerd.

Dit is een combinatie van de snel werkende en zwaar verslavende pijnstiller Demerol® (pethidine) en anabole steroïden.

De gevechtscocktail wordt geleverd door arts Pete Vilmer (Harry Connick Jr.), onder andere om de oefening ‘Green Hell’ in de Panamese jungle te kunnen overleven.

De informatie in dit lemma geeft u beter ‘beeld en geluid’, maar vervangt nooit de diensten of informatie van professionals binnen de gezondheidszorg.

Voor diagnoses en medische vragen dient u zich te allen tijde te wenden tot professionele zorgverleners.

Terug naar Boven

 

COMBAT LIFE SAVER

Afgekort: CLS’er. Nederlandse benaming: gewondenhelper. Combattant met geneeskundige neventaak (CGN), evenals de Medic.

Op het Instittut Defensie Geneeskundige Opleidingen (IDGO) in Hollandsche Rading wordt door de Vakgroep Militair Geneeskundige Opleidingen (MILGO) onder andere de opleiding verzorgd voor militair geneeskundige neventakers, zoals:

Medic Speciale Operaties (Specops) van het Korps Commandotroepen
EHBO'ers voor de Bedrijfs Hulp Verlening (BHV)
Combat Life Savers (CLS'ers)

De opleiding tot CLS'er neemt vier weken in beslag. De CLS'er - of gewondenhelper - behoort niet tot het geneeskundig personeel en is dus géén non-combattant. Binnen zijn groep of ploeg heeft hij een zgn. dubbelfunctie. Enerzijds is hij bijvoorbeeld Minimi-mitrailleurschutter, aan de andere kant gewondenhelper. Binnen zijn groep of ploeg kan hij organiek optreden, maar ook in een groter (peloton, compagnie) of specialistisch (geneeskundige afvoergroep, geneeskundig peloton) verband. De CLS'er wordt organisatorisch met name ingedeeld bij de manoeuvre, zoals bij 11 Air Manoeuvre Brigade Air Assault en de pantserinfanteriebataljons (17, 42, 44 en 45).

De functie van CLS'er is de noodzakelijke overbrugging tussen de Zelfhulp en Kameradenhulp (ZHKH) zoals die voor elke individuele militair geldt én de handelingen zoals die door het gekwalificeerd geneeskundig personeel mogen worden uitgevoerd, zoals verzorgenden, Algemeen Militair Verpleegkundigen (AMV’ers) en artsen.

Noodzakelijk, omdat de CLS’er in uitzendgebieden zelfstandig opereert in een bepaald gebied van verantwoordelijkheid, waarbij hij in de meeste gevallen niet direct kan teruggevallen op militaire gezondheidszorg, laat staan op civiele gezondheidszorg.

De CLS'er heeft na het doorlopen van en slagen voor de opleiding een hogere basiskennis dan elke andere militair die alleen de ZHKH beheerst. De geldigheidsduur van het CLS-certificaat is twee jaar. Omdat er vooralsnog géén retentie- of herhalingscursussen plaatsvinden, dient personeel waarvan het CLS-certificaat is verlopen opnieuw aan de cursus deel te nemen.

De CLS’er kan en mag op en rond de plaats van het ongeval de eerste hulp organiseren en gewonden behandelen met de geleerde kennis en vaardigheden én deze gewonden volgens het ABCD-protocol overdragen aan deskundig geneeskundig personeel.

De geleerde kennis en vaardigheden betreffen:

ademhalingsstoornissen

ademwegstoornissen

behandelen met behulp van immobiliserende verbanden

herkennen en behandelen van crush- en blastletsels

herkennen van (fosfor)brandwonden, voorkomen van complicaties bij brandwonden en behandelen van brandwonden

herkennen van bot- en gewrichtsletsels

herkennen van pijnen en het toedienen van onder andere een intramusculaire injectie

herkennen van schedel-, gelaats- en oogletsels, hersenschudding, verhoogde hersendruk en schedelbasisfractuur

herkennen, behandelen en voorkomen van warmte- en koudeletsels

vaststellen van de bewustzijnsgraad

voorkomen van én tegengaan van shock

Zie ook: F.R.O.S.T.

Terug naar Boven

 

COMBAT SEARCH & RESCUE

Afgekort: CSAR. De inzet van gespecialiseerde reddingsteams onder gevechtsomstandigheden, om personeel dat tijdens een militaire operatie in moeilijkheden is geraakt, te redden. CSAR komt in de praktijk neer op h et redden van gewonde militairen, neergeschoten vliegers én in een isolement geraakte militairen achter vijandelijke linies.

Bekende voorbeelden van CSAR in de recente krijgsgeschiedenis zijn:

VLIEGTUIG

DATUM

LOCATIE

WIE

CONFLICT

F-16

2 juni 1995

ten zuiden van Banja Luka in Bosnië-Hercegovina

kapitein Scott O’Grady

oorlog Bosnië-Hercegovina

F-117A Stealth

27 maart 1999

Budjenovci, 40 km van de Servische hoofdstad Belgrado

onbekend

oorlog Kosovo

Tot voor deze acties was CSAR het domein van de U.S. Air Force, maar als gevolg van de conflicten in voormalig Joegoslavië hebben ook Europese luchtmachten SCAR-capaciteit gecreëerd.

CSAR is linke soep: de vijand zal er alles aan doen om bijvoorbeeld een neergestorte en voortvluchtige piloot krijgsgevangen te maken én reddingshelikopters neer te halen. Z waar bewapende transporthelikopters zullen daarom bij nacht en ontij het noodsignaal van de gestrande piloot uitpeilen en pikken deze zo snel mogelijk uit vijandelijk gebied op. Bij gewapende tegenstand zullen de helikopters vuursteun krijgen van gevechtshelikopters en/of jachtbommenwerpers.

In Nederland heeft onder andere het Korps Commandotroepen de CSAR-taak.

Terug naar Boven

 

COMBATTANT

Vertaling uit het Frans: strijder. Leden van strijdkrachten én leden van georganiseerde verzets- en vrijheidsbewegingen (o.a. facties, milities en vrijwilligerskorpsen) die gerechtigd zijn om rechtstreeks aan vijandelijkheden deel te nemen en dan ook niet mogen worden gestraft voor deelname aan de strijd.

In het kader van de Conventies van Genève moeten combattanten aan een aantal kenmerken voldoen om bescherming volgens deze wetten te mogen genieten:

In uniform

Kleding dragen die betrokkene vanaf een afstand herkenbaar maakt als militair

Onder officieren

Gehoorzaam zijn aan een bevelsketen die eindigt bij een politiek leider of regering

Openlijk wapens dragen

Kleinkaliberwapens dragen en gebruiken

Volgens het oorlogsrecht

Geen wreedheden of misdaden begaan, niet doelbewust burgers aanvallen en niet deelnemen aan terrorisme

Non-combattanten – letterlijk: niet-strijders – zijn onder meer:

burgers in de macht van de vijand op vijandelijk gebied

burgers in de macht van de vijand op door de vijand bezet gebied

geestelijk verzorgers (social workers)

geneeskundig personeel

medewerkers van het Rode Kruis / International Committee of the Red Cross (ICRC)

militairen die "hors de combat" zijn (zoals neergestorte piloten e.d.)

oorlogscorrespondenten

Iedere combattant die in handen van een tegenpartij valt wordt als krijgsgevangene beschouwd. Huurlingen en spionnen zijn onwettige strijders en hebben dan ook géén recht op de status van combattant noch op de status van krijgsgevangene.

Voor de Nederlandse krijgsmacht geldt dat de aspirant-militair, aangesteld vóór de 18 de verjaardag, niet als combattant zullen worden ingezet. De groep van 17-jarigen kan en mag in geen enkele vorm van militair conflict worden ingezet.

Zie ook: Rode Kruis-armband.

Terug naar Boven

 

COMBINED

In coalitieverband; multinationaal. Het optreden betreft delen of eenheden van twee of meer bondgenoten. Definitie staat omschreven in de NATO Glossary of Terms and Definitions (AAP-15). In beginsel worden alle operaties van de KL in een 'combined' (EU, NAVO, OVSE, VN) omgeving uitgevoerd.

Schoolvoorbeeld van combined optreden. Van links naar rechts een Australische, Amerikaanse en Nederlandse militair tijdens een missie in Afghanistan

Zie ook: interagency en joint.

Terug naar Boven

 

COMBINED ARMS TEAM

Afgekort: CAT. De volledige integratie en toepassing van twee of meer verschillende wapens/wapensystemen in een militaire operatie. Deze benadering heeft tot doel het creëren van synergie: het geheel is meer dan de optelsom van de verschillende eenheden, vergelijkbaar met de taakstelling van verbonden wapens.

Een CAT wordt ad hoc samengesteld en kan bestaan uit een mengeling van eenheden, zoals artillerie, pantsergenie, (luchtmobiele of pantser)infanterie, tanks, verkenners en zelfs gevechtshelikopters. Ook een patrouille in Uruzgan (ISAF Stage III) bestaat te allen tijde uit een minimale samenstelling aan eenheden en voertuigen: een CAT.

Zie ook: smallest unit of action (SUA) en verbonden wapens.

Terug naar Boven

 

COMCEN

Afkorting voor: Communication Center. Nederlands: communicatiecentrum. Spil van alle telefoon- en dataverkeer in, naar en vanuit een operatiegebied. Het personeel bedient en onderhoudt verschillende soorten data-, satelliet- en telecommunicatieverbindingen. Ook leggen zij computer- en internetnetwerken aan, zoals een Local Area Network (LAN). Het Comcen kan ook dienstdoen als relayeerstation. Het Comcen is een restricted area, omdat daar behalve ‘normaal’ berichtenverkeer in klare taal ook geclassificeerd - al dan niet versleuteld (crypto) - berichtenverkeer in- en uitgaat.

Dankzij het Comcen  zijn eenheden in een operatiegebied in staat om met elkaar te kunnen communiceren. Omdat het gezegde “Zonder verbindingen geen bevelvoering” dient te worden gehandhaafd, gaan de verbindelaren in de regel als eerste het inzetgebied in om er als laatste uit te komen.

Het hoofd van een Comcen is meestal een sergeant-majoor van het wapen der verbindingsdienst, maar de operationele eindverantwoordelijkheid ligt bij het hoofd van de Sectie 6. Het personeel draait 24 / 7 in shifts om de operationele verbindingen te allen tijde te kunnen garanderen, vaak ook op de ops-room.

Zie ook: ops-room.

Terug naar Boven

 

COMEDS

Voluit: Comité van de Medische Stafchefs van de NAVO. Engels: Committee of the Chiefs of Military Medical Services in NATO. Frans: Comité des Chefs des Services de Santé Militaires au sein de l’OTAN.

Overlegorgaan van hoogste militaire artsen van de militairgeneeskundige diensten van de NAVO-lidstaten, opgericht op 22 oktober 1993. België levert vanaf de oprichting zowel voorzitter als secretaris en neemt alle kosten op zich. COMEDS, dat tweemaal per jaar vergadert, adviseert en rapporteert weliswaar over medische zaken aan het Militair Comité, maar wordt niet direct betrokken in het operationele werkveld.

COMEDS is verantwoordelijk voor de coördinatie van militairgeneeskundige samenwerkingsverbanden in NAVO-lidstaten. Het doel is standaardisatie en interoperabiliteit op medisch gebied te bevorderen. Het comité treedt op als liaison met relevante organisaties, treedt op als facilitator (scheppen en onderhouden van randvoorwaarden) en streeft consensus na tussen nationale geneeskundige instituties. Leidraden voor het militairgeneeskundig optreden zijn:

  • AJP-4.10 (Allied Joint Medical Support Doctrine
  • MC 326/1 (NATO Medical Support Principles and Policies)
  • MC 326/2 (NATO Principles and Policies of Operational Medical Support)
  • STANAG’s (Standardization Agreements)
  • AMedP’s (Allied Medical Publications)

De nadruk binnen het optreden van de NAVO ligt op:

  • de coördinatie van medische ondersteuning in vredeshandhaving, rampbestrijding en humanitaire operaties
  • de ontwikkeling van gestandaardiseerde procedures
  • de ontwikkeling van protocollen die jointness promoten
  • joint medische training

Om COMEDS bij te staan in de taakuitvoering, zijn er werkgroepen die elkaar tenminste éénmaal per jaar ontmoeten, zoals:

NEDERLANDS

ENGELS

Medisch Materiaal en Militaire Farmacie

Medical Material and Military Pharmacy

Medische Opleiding

Medical Training

Militaire Medische Structuren, Operaties en Procedures

Military Medical Structures, Operations and Procedures

Militaire Preventieve Geneeskunde

Military Preventive Medicine

Militaire Psychiatrie

Military Psychiatry

Noodgeneeskunde

Emergency Medicine

Stuurgroep voor massavernietigingswapens

Ad Hoc Steering Group for WMD matters

Tandheelkunde

Dental Services

Voedselhygiëne, Voedseltechnologie en Diergeneeskunde

Food Hygiene Technology and Veterinary Services

Terug naar Boven

 

COMMANDANT DER STRIJDKRACHTEN

Van 2004 tot 2008 was generaal-vlieger Dick Berlijn Chef Defensiestaf en Commandant der Strijdkrachten (CDS).

Per 5 september 2005 is de naamgeving van de Chef Defensiestaf veranderd in Commandant der Strijdkrachten.

De afkorting CDS voor de hoogste militaire autoriteit van Nederland én hoogste militaire adviseur van de Minister van Defensie bleef dezelfde.

De CDS-nieuwe-stijl is in zijn nieuwe rol verantwoordelijk voor:

operationele planning van de krijgsmacht

aansturing van de krijgsmacht

inzet van de krijgsmacht

Op 5 september 2005 hebben de bevelhebbers van de Koninklijke Landmacht, Koninklijke Luchtmacht en Koninklijke Marine het bevel neergelegd en zijn in plaats daarvan Operationele Commandanten voor de krijgsmachtdelen benoemd.

Voortaan staan binnen de topstructuur van de krijgsmacht de Operationele Commandanten, zoals de Commandant Landstrijdkrachten (CLAS), rechtstreeks onder de eenhoofdige leiding van de CDS-nieuwe-stijl.

Dit is het gevolg van een scheiding tussen beleid en uitvoering. De Operationele Commandanten zijn verantwoordelijk voor de uitvoering van de gereedstelling voor militaire inzet in binnen- en buitenland.

Tijdens een militaire ceremonie op het Binnenhof in Den Haag op 17 april 2008 nam generaal Peter van Uhm van de Koninklijke Landmacht het commando van Commandant der Strijdkrachten (CDS) overgenomen van generaal Dick Berlijn.

Op dezelfde plaats nam generaal Tom Middendorp op 28 juni 2012 het commando over de Nederlandse strijdkrachten over van generaal Peter van Uhm, waarna Van Uhm met functioneel leeftijdsontslag ging.

Van 17 april 2008 tot 28 juni 2012 was generaal Peter van Uhm de Commandant der Strijdkrachten.

Sinds 28 juni 2012 is generaal Tom Middendorp de Commandant der Strijdkrachten.

De Commandant der Strijdkrachten, die in de Bestuurstaf ressorteert onder de Secretaris-generaal, heeft de militaire leiding van het Ministerie van Defensie.

Vanuit de Bestuursstaf stuurt de CDS  - de belangrijkste militaire adviseur van de Minister van Defensie – de commandanten van de land-, lucht- en zeestrijdkrachten (krijgsmachtdelen) direct aan, respectievelijk CLAS, CLSK en CZSK.

De Secretaris-Generaal (SG) - de hoogste ambtenaar van het Ministerie van Defensie, die leiding geeft aan de Bestuursstaf - stuurt het vierde krijgsmachtdeel, de Koninklijke Marechaussee (KMar), aan op de beheersaspecten. Dit houdt verband met de bijzondere positie van de KMar, die weliswaar onderdeel van Defensie is maar ook werkzaamheden verricht voor de Ministeries van Justitie en Binnenlandse Zaken.

De CDS stuurt niet de commandanten van de Defensie Materieel Organisatie (DMO) en het Commando Diensten Centra (CDC) aan.

De Defensiestaf is gevestigd aan in het Plein Kalvermarkt Complex aan het Plein 4 in Den Haag.

Zie ook: Chef Defensiestaf.

Terug naar Boven

 

COMMAND RESPONSIBILITY

Letterlijk: bevelsverantwoordelijkheid. Beginsel dat de bevelsmeerdere (superieur, leidinggevende in het algemeen) te allen tijde strafrechtelijk aansprakelijk is voor datgene wat hij doet én wat hij nalaat te doen. Binnen het internationaal recht wordt - uiteraard - het zwaarst aangerekend alles dat te maken heeft met het schenden van de gebruiken, regels, mores en wetten van de oorlog (oorlogsrecht).

De bevelsmeerdere is aansprakelijk voor de oorlogsmisdaden die worden gepleegd door zijn onderhebbende, m.a.w. de bevelsmeerdere is verantwoordelijk voor de daden van anderen. Command responsibility, door de Nederlandse juriste Elies van Sliedregt "strafbaar leidinggeven" genoemd, is gebaseerd op drie peilers:

  • functioneel: de bevelsmeerdere had in zijn functie de oorlogsmisdaden kunnen voorkomen
  • cognitief: de bevelsmeerdere had in zijn functie van de oorlogsmisdaden op de hoogte moeten zijn
  • operationeel: de bevelsmeerdere heeft nagelaten de oorlogsmisdaden te voorkomen

Overigens geldt deze strafrechtelijke verantwoordelijkheid van bevelsmeerdere zowel militairen als burgers. Command responsibility staat onder andere omschreven in:

Sinds de Processen van Neurenberg - begonnen op 20 november 1945 tegen Duitslands belangrijkste oorlogsmisdadigers als Bormann, Doenitz, Göring, Hess, Jodl, Kaltenbrunner, Keitel, Seyss-Inquart, Speer, Von Papen en Von Ribbentrop - geeft het binnen en buiten het oorlogsrecht géén pas meer zich te verschuilen achter "Befehl ist Befehl" : als onderhebbende heb je de plicht bevelen en voorschriften niet te gehoorzamen als die in strijd zijn met algemene rechtsprincipes. Als je - bevelsmeerdere of onderhebbende - jezelf onttrekt aan de eigen verantwoordelijkheid en een keuze maakt ten nadele van de menselijke waardigheid, zullen je oorlogsmisdaden worden getoetst aan het (militaire) strafrecht. De Processen van Neurenberg hebben geleerd dat "Ordnung muss sein" en "Wir haben es nicht gewüsst" het mensdom verlagen tot slaaf van de dictatuur.

Voorbeelden van al dan niet discutabele command responsibility  zijn:

  • de Israëlische Minister van Defensie Ariel Sharon die in 1982 die command responsibility (?) had voor tot de invasie in Libanon, waarbij een bloedbad is aangericht in de vluchtelingenkampen Sabra en Shatila
  • de Amerikaanse president Richard Nixon die command responsibility (?) had voor de oorlogsmisdaden van G.I.'s in Vietnam, onder andere in My Lai
  • de Joegoslavische president Slobodan Milosevic die command responsibility (?) had voor de oorlogsmisdaden van facties en milities in Bosnië, Kroatië en Kosovo

Terug naar Boven

 

COMMANDER'S CRITICAL INFORMATION REQUIREMENTS

Afgekort: CCIR. Onderdeel van de missie-analyse van het besluitvormingsproces. De CCIR is een lijst van informatievereisten die door een commandant zijn vastgesteld als kritisch (belangrijk of dringend) voor het welslagen van zowel het informatiemanagement als het besluitvormingsproces.

De CCIR zijn:

  • alleen geschikt voor de commandant die de CCIR omschrijft
  • direct gekoppeld aan de huidige en toekomstige tactische situatie
  • situationeel afhankelijk
  • gebeurtenissen die voorspelbaar zijn
  • omschreven door de commandant voor elke operatie (binnen zijn Commander's Intent)
  • tijdgevoelig (time-sensitive)
  • moeten onmiddellijk worden gerapporteerd aan de commandant, staf en ondercommandanten
  • altijd opgenomen in een operatiebevel of -plan
  • verspreid door een communicatiesysteem dat is omschreven in de SOP

Idealiter telt een CCIR tien of minder punten, om het sturen op uit te voeren activiteiten te vergemakkelijken. Uiteindelijk bepaalt de commandant zelf welke informatie hij kritisch (belangrijk of dringend) vindt, gebaseerd op zijn ervaring, de operatie, de input van zijn staf en de de commander's intent van zijn naasthogere commandant

De informatie die de commandant over de vijand wil weten behelst de vragen:

  1. Wat wil de vijand?
  2. Waarom wil de vijand dit?
  3. Wanneer wil de vijand het uitvoeren?
  4. Hoe wil de vijand dit uitvoeren?

De CCIR helpt de voor de commandant beschikbare informatie te filteren. Omdat één van de grootste commandantenproblemen informatie-overbelasting is, gaat het erom een besluit te kunnen nemen op wat belangrijk én wat dringend is. De CCIR bepaalt immers direct succes of falen van de operatie. Conform de OODA-loop vindt de CCIR plaats tussen de Observe- en Orient-fasen binnen het (rationele) besluitvormingsproces; hiermee worden irrationele zaken (emotie, intuïtie en psychologie) uitgesloten van het te nemen besluit.

Terug naar Boven

 

COMMANDER'S INTENT

Duits: Eigene Absicht; Absicht des Truppenführers, Frans: intention, Nederlands: oogmerk van de commandant. Bijgenaamd: "boekje bedoelingen".

Door de commandant zelf helder en beknopt geformuleerde omschrijving van het hogere doel van de operatie, daaruit voortvloeiend, welke gewenste eindsituatie (desired end-state) hij met zijn opdracht wil bereiken (behalve de te bereiken resultaten ook het effect van deze resultaten en de manier waarop deze resultaten bijdragen aan het bereiken van de gewenste eindsituatie) en de daaraan gekoppelde voorwaarden met betrekking tot tegenstander, terrein en civiele aspecten.

Leidinggevenden op lagere echelons worden op de hoogte gehouden van de bedoelingen van de hogere commandant. De richtlijn van de militaire doctrine geeft aan dat twee niveaus hoger dient te worden gedacht (1UP en 2UP). Zo is de pelotonscommandant niet alleen op de hoogte zijn van de commander’s intent van zijn compagniescommandant maar ook van die van zijn bataljonscommandant. Bij een zelfstandige compagnie van bijvoorbeeld de gemechaniseerde brigade, moet de pelotonscommandant van een brigadeverkenningseskadron, herstelcompagnie en geneeskundige compagnie óók op de hoogte zijn van de commander’s intent van de brigadecommandant.

Op bovenstaande manier houden lagere commandanten te allen tijde rekening met het grotere verband, waarbij alle energie op dezelfde doelen wordt gericht. Er wordt dan gesproken van ‘eenheid van inspanning’.

Zie ook: concept of operations (ConOps).

Terug naar Boven

 

COMMANDO

Een “commando” – het woord is afgeleid van het Portugese “comandar” – was, tot het einde van de Transvaalse of Tweede Boerenoorlog (1899-1902), “een groep burgers opgeroepen voor dienst”. Het Boer-Commando was geen individu maar een militie, afkomstig uit de twee Boer-republieken Oranje Vrijstaat en Transvaal. De dienstneming was aanvankelijk niet strikt militair: de commando’s werden samengesteld om (zwarte) Zulu's, Kaffers, Hottentotten en Bosjesmannen te achtervolgen en uit te roeien, wanneer ze vee, de boerderij en de familie van de (blanke) Boer bedreigden.

Vervolgens hadden de Boer-Commando’s alleen nog oog voor het leggen van hinderlagen om Britse militairen te doden. De Boerenoorlog tegen de Britse kolonisten maakte de Boer-Commando’s tot een gevreesde vijand die er in Zuid-Afrika in slaagde om 250.000 (!) Britse militairen te binden. De Boer-Commando’s deden de Britten zoveel mogelijk afbreuk: eerst lokten ze haar uit om haar tijdens verplaatsingen onverwacht aan te vallen en vooral haar achterwaartse verbindingen te treffen. Haar ruggengraat kon slechts door de in opdracht van generaal Horatio Kitchener uitgevoerde wreedheden worden gebroken.

Lieutenant Winston Churchill, de latere Britse premier, leerde de commando’s kennen toen hij in dienst van het Britse leger, als oorlogscorrespondent voor de Londense krant The Morning Post, verslag van de Tweede Boerenoorlog deed. Hij leerde ze nog beter kennen toen hij op 15 november 1899 in een hinderlaag van het Boksburg Commando werd gevangengenomen en pas na bijna twee maanden wist te ontsnappen.

Een andere Brit, Lieutenant Colonel Dudley W. Clarke, diende in de jaren ‘40 in Palestina onder Sir Archibald P. Wavell. Daar zag hij hoe kleine guerrilla-eenheden met hit-and-run acties een heel leger konden binden, grote schade toebrachten en de troepen demoraliseerden. Op 15 juni 1940 schreef hij een memo aan Sir John Dill, Chief of the Imperial General Staff, waarin hij het concept uiteenzette om kleine, mobiele eenheden met offensieve gevechtskracht te trainen voor guerrilla-operaties tegen de Duitsers. Het concept was gebaseerd op zijn ervaringen in Palestina, maar ook op de Boer-Commando’s.

Premier Winston Churchill, bekend met de Boer-Commando’s, keurde Clarke’s idee goed. Vanaf medio juni ’40 werden vrijwilligers uit bestaande eenheden gerekruteerd en uitgerust met de nieuwste wapens. Alle eenheden werd verzocht vrijwilligers aan te bieden voor een nog nader te definiëren eenheid voor raids op de Europese kusten.

Toen op 4 juni 1940 de evacuatie van de British Expeditionary Force – 222.000 Britse en 109.000 Franse militairen – compleet was (inderhaast waren ze een Duitse omsingeling bij de Noord-Franse stad ontvlucht en geëvacueerd), was Churchill Hitler helemaal zat: op 8 juni gelastte hij het bureau Combined Operations van zijn War Office met de oprichting van de commando’s. Churchill wilde een ‘butcher and bolt’ invasiemacht van tenminste 20.000 commando’s, “ready to spring at the throats of any small landings or descents."

Al een dag later stelde Clarke de eerste twee commando-officieren aan, onder wie Major Ronnie Tod. Onder zijn leiding voerde de inderhaast opgerichte testeenheid, No.11 Independent Company, al op 23 juni 1940 zijn eerste raid uit: Operation Collar. Formeel was dit geen commandoraid, omdat de de commando’s nog moesten worden opgericht. Vanuit het Engelse Ramsgate voerden 120 man een offensieve verkenning uit op de Franse kust, te beginnen met een landing 6 km ten zuiden van Boulogne-sur-Mer. Dudley ging mee als observer. De operatie, vooral uitgevoerd uit propagandistische overwegingen, was slechts een gedeeltelijk succes: zonder vergaarde inlichtingen noch aangerichte schade en met achterlating van slechts twee gedode Duitsers, keerde de eenheid terug. De enige gewonde was Dudley zelf. Na de actie keurde Churchill de formatie van gelijksoortige commando-eenheden goed.

Bovenstaand lemma gaat over de herkomst van de naam ‘commando’  en het ontstaan van de commando’s in de Tweede Wereldoorlog. Voor informatie over de Nederlandse commando, drager van de groene baret, zie onder andere Korps Commandotroepen en No. 2 (Dutch) Troop.

Terug naar Boven

 

COMMANDOVOERING

Afgekort: covo. Duits: Führung. Engels: Command & Control (C2). Frans: commande. Commandovoering is het (onder operationele omstandigheden) effectief leiden van een militaire organisatie om haar opgedragen doelstellingen te realiseren, met als doel op een beslissend moment in tijd en plaats gevechtskracht te kunnen concentreren.

Het omvat personeel, materieel en procedures – onder andere inlichtingen en verbindingen – die de commandant in staat stellen besluitvorming en bevelvoering te realiseren én dus zijn opdracht uit te voeren.

Het proces commandovoering bestaat uit gedeeltelijk samenvallende deelprocessen:

Besluitvorming

Hoe wordt de opdracht (wijze van optreden) voorbereid (verdeling van taken en verantwoordelijkheden). Ter ondersteuning gelden O.T.V.O.E.M. of Operationeel Besluitvormingsproces (OBP). Het oogmerk van de hogere commandant is richtinggevend.

Bevelvoering

Hoe wordt de opdracht uitgevoerd (directe gevechtsleiding). De commandant voert, met zijn staf, de troepen aan en coördineert waar nodig.

Leidinggeven

Dit is het bewust beïnvloeden van het gedrag van anderen om, met volledige eigen inzet, gezamenlijk het gestelde doel te bereiken. Leidinggeven is cruciaal bij zowel voorbereiding op als uitvoering van de opdracht.

Commandovoering kent een opdracht- en uitvoeringsgerichte variant:

Opdrachtgericht

De opdracht uitvoeren; ‘hoe’ is naar eigen inzicht maar in de lijn van de commandant (volgens de commander’s intent) als ‘wat’ maar wordt gehaald.

Uitvoeringsgericht

De opdracht precies volbrengen zoals is opgedragen;  zowel ‘wat’ (omschrijving in het bevel) als ‘hoe’ (gebruikte middelen, gehanteerde tactiek e.d.).

Commandovoering is - naast inlichtingen, manoeuvre, vuursteun, bescherming en logistiek - één van de functies van militair optreden.

 

COMMUNICATIEVE VAARDIGHEDEN

Een van de vijf vaardigheden zoals die worden beschreven op en gehanteerd vanaf de Instructiekaart 2-1250 (IK 2-1250), bijgenaamd “de witte kaart”.

Deze IK is een uitreikstuk in het kader van de leiderschapstraining en –vorming (LTV) ten behoeve van de leidinggevende, zowel in opleiding op de Koninklijke Militaire School als daarna.

Terug naar Boven

 

COMPAGNIES SERGEANT-MAJOOR (CSM)

Afgekort: CSM. Duits: Spiess. Engels: company sergeant-major. Frans: sergent-major de compagnie.

De CSM is de hoogst gegradueerde onderofficier van de compagnie. Hij is onder andere verantwoordelijk voor de tradities van de compagnie, stuurt de onderofficieren aan (leider, vakman, instructeur) en is een vraagbaak voor iedereen, van soldaat tot compasgniescommandant. De CSM wordt daarom vleiend de “Moeder van de Compagnie” genoemd.

Tevens adviseert hij de compagniescommandant (on)gevraagd over de dagelijkse gang van zaken binnen de compagnie, maar ook beleidstechnisch. Daarnaast bemiddelt de CSM in conflicten, bewaakt hij de kwaliteit van het geleverde werk, is hij mentor van zijn jongere collega-onderofficieren, plant hij voor één van de twee compagnies-CP's en vertegenwoordigt hij de eenheid bij afwezigheid van de (plaatsvervangend commandant).

Als gevolg van rangdeflatie is de CSM tegenwoordig vaak een CA (Compagnies Adjudant). De CSM maakt, samen met de compagniescommandant en zijn plaatsvervanger (Second), deel uit van de compagniesstaf, de (rubberen) driehoek.

Vanwege zijn functie, onder meer als vertrouwensfunctionaris, is hij direct naast de commandant gepositioneerd - de enige aan wie hij verantwoording aflegt.

Evenals bataljons- en brigade-adjudanten draagt de CSM bij gelegenheid een stok; de knop van de stok bestaat uit zilverkleurig metaal, reden waarom deze vaak "pronkstok" wordt genoemd. De commando-overdracht van een CSM wordt dan ook wel stokoverdracht genoemd.

De CSM draagt, indien hij zichzelf sergeant-majoor instructeur mag noemen, op zijn rangonderscheidingstekens een kroon van zilverdraad met groene lauwerkrans.

De kroon van zilverdraad met groene lauwerkrans, die onder andere de CSM op zijn rangonderscheidingstekens draagt (© Tenuen voor militairen, VS 2-1593)

◄ De CSM-stok of cane (© Defensie Publicatie 20-20, Exercitie voor de krijgsmacht).

Te velde kan de CSM plaatsvervangend leiding geven aan de compagnie bij afwezigheid van de commandant (onder andere bij bevelsuitgiftes).

De CSM controleert het personeel en materieel van de eenheid op orde en netheid (inclusief arbo- en milieuzaken), normen en discipline (b.v. correct tenue), eerlijkheid (“Zeg wat je doet en doe wat je zegt”), saamhorigheid en respect.

Onder andere ten behoeve van zijn ceremoniële taak, beschikt de CSM idealiter over goede sociale en communicatieve vaardigheden: hij kan goed luisteren naar ál zijn personeel. Daarnaast moet hij diplomatiek zijn, het lef hebben om pro-actief en reactief op te treden en (in)formeel overwicht hebben: gebaseerd op ervaring en kennis, niet op véél geschreeuw en weinig wol. Tot slot is het zonder twijfel dat de CSM een militair in hart en nieren dient te zijn: kennis van de Koninklijke Landmacht en de benodigde ervaringsopbouw zijn hierbij bittere noodzaak.

Op de HOOV (Hogere Onderofficiers Vorming, ook genaamd: Secundaire Vorming) wordt de onderofficier opgeleid voor de functies die hij als sergeant-majoor gaat vervullen, inclusief het CSM-schap.

In het takenpakket van de CSM vallen onder meer:

aansturen van de inwendige dienst van de compagnie (o.a. diensten, zoals corvee, wachtregeling e.d., sleutelbeheer, opslaan van briefwisseling en orders)

controleren en, zo nodig, corrigeren van exercitie en instructie binnen de compagnie

deel uitmaken van de kwartiermakersgroep voor een nieuwe locatie

is mentor van de onderofficieren

is NBC-functionaris.

is veiligheidsonderofficier van de compagnie (o.a. wapenkamer)

opvangen van het personeel op een nieuwe locatie

regelen van het compagniesonderkomen van de commandant

toezicht houden op de distributie van klasse I

toezicht houden op de evacuatie van gewonden van de compagnie

toezicht houden op door de compagnie ingezamelde krijgsgevangenen

toezicht houden op én inspecteren van compagnies- en legeringgebouw, specifiek gericht op discipline en veiligheid

zorgen dat de compagnie tijdens het gevecht voldoende munitie (klasse V) heeft

zorgen dat de nabijbeveiliging én de wacht van de compagnie geregeld zijn

Omschrijving van de compagnies sergeant-majoor volgens Rob Evers. Uit een interview met de auteur van Teams door het vuur, door Erik de Vries (Managementboek) d.d. 12 december 2011.

ie ook: cane en onderofficier.

Terug naar Boven

 

COMPETENTIE

Ontleend aan het Latijn ‘competentia’. Duits: Kompetenz. Engels: competence. Frans: compétence. Een competentie is een unieke combinatie van gewenste kennis (en inzicht), vaardigheden en attitude (houding) die:

  1. nodig is om succesvol te kunnen zijn in een bepaalde functie, opdracht of taak (binnen de complexiteit en de dynamiek van de Defensieorganisatie);
  2. (verder) ontwikkelbaar is;
  3. tot uiting komt in observeerbaar, dus meetbaar gedrag.

Het ontwikkelingsniveau van de militair wordt niet alleen bepaald door competenties, ook door zaken als een goede fysieke en mentale conditie, motivatie en zelfvertrouwen.

De individuele ontwikkeling wordt daarnaast bevorderd door bijvoorbeeld persoonlijke vorming, praktijkervaring en stabiele persoonskenmerken (zoals intelligentie en persoonlijkheid). Het totaal bepaalt de kwaliteit van mensen/militairen op de arbeidsmarkt en in het maatschappelijk leven: wat kan iemand, waar is iemand goed in.

De militair – cynisch aangeduid als “materieel dat ademt”, realistisch als het belangrijkste kapitaal van een organisatie of in jargon als ‘human resources’ – met competenties zal in de regel hoger op de (bedrijfs)maatschappelijke ladder komen te staan dan de militair die deze ontbeert. Leidinggevende militairen behoren te allen tijde competenties te laten zien.

Competenties (“iemands potentieel”) zijn door scholing, Opleiding & Training (O&T), training on the job (werkenderwijs) en praktijkervaring aan te leren en kunnen voortdurend verder in de gewenste/vereiste richting worden ontwikkeld: kennis-, vaardigheids- en attitudecompetenties. Opleiding & Training (O&T) binnen Defensie zijn om deze reden meer en meer competentiegericht: in de eindtermen van de leerstof in de syllabus worden concrete, taakgerichte leer- en oefendoelen geformuleerd, waarin ook vormingsaspecten zijn opgenomen (zoals creativiteit en zelfstandigheid).

Hoewel de competenties de voor het functioneren vereiste kennis-, vaardigheids-, fysieke en mentale houdingsaspecten inhouden, is soms niet geheel duidelijk welke competentie dient te worden geselecteerd, ontwikkeld en/of beoordeeld voor een bepaalde functie, opdracht of taak.

Niet alleen competentiegerichte O&T zorgt ervoor dat individuele compententies kunnen worden ingebed in de leer- en werkomgeving van de krijgsmacht. Ook de erkenning verworven competenties (EVC), functieomschrijvingen en –toewijzingen, begeleidings-, functionerings- en loopbaangesprekken, loopbaanbegeleiding, het persoonlijk ontwikkelplan (POP), portfolio, selectieprofielen en studiemogelijkheden dragen hiertoe bij. Hieruit blijkt al wel dat kennis en kunde royaal worden erkend en gewaardeerd: het doorontwikkelen van competenties vergroot de persoonlijke effectiviteit. Bovendien functioneert een eenheid pas als alle leden van die eenheid de individuele competenties ten goede van de eenheid kunnen laten komen (synergie).

In theorie kunnen competenties de in-, door- en uitstroom van personeel zo op elkaar afstemmen en met elkaar integreren, dat het personeelsbeleid en –management in het geheel effectiever en efficiënter worden. De ontwikkeling van individuele competenties (aanbod) zorgt voor de bedrijfsmatige benutting (vraag) hiervan.Zo moet bij een onderofficier – uit de aard van zijn werkzaamheden – worden geïnvestereerd in leidinggevende, vaktechnische en instructieve competenties, maar mogen ook zijn attitude (mentale weerbaarheid, opofferingsgezindheid, voorbeeldgedrag) en vaardigheden (op startfunctie: niveau I en II) niet worden verwaarloosd.

Het verwaarlozen van competenties leidt tot onbekwaamheid, onbevoegdheid en ongeschiktheid (incompetentie). Hierbij mag niet uit het oog worden verloren dat de aard van bepaalde functies, opdrachten of taken andere competenties en achtergronden vraagt dan de ‘klassiek’ militaire competentie, welke primair gericht is op het gebruik van geweld. Militairen in de 21ste eeuw moeten de in de basis aanwezige competenties verder kunnen ontwikkelen aan de hand van het snel veranderende omgevings- en organisatiebewustzijn.

De competenties van de onderofficier zijn:

Sergeant (der eerste klasse)Sergeant-majoorAdjudant

►durf

►initiatief

►integriteit

►communiceren

►verantwoordelijkheidsbesef

►leervermogen

►stressbestendig

►flexibiliteit

►creativiteit

►plannen & organiseren

►ontwikkelen medewerkers

►samenwerken

►oordeelsvorming

►analyseren

►omgevingsbewustzijn

►organisatiebewustzijn

Terug naar Boven

 

COMPREHENSIVE APPROACH

Nederlands: alomvattende aanpak. Afgekort: CA. Aanpak voor moderne conflicthantering waarvan de internationale gemeenschap zich bewust is geworden tijdens het ingrijpen ná de oorlogen in voormalig Joegoslavië. De idee is dat met name complexe militaire operaties met een hoog operationeel tempo niet kunnen slagen wanneer er niet tevens op het gebied van diplomatie/politiek, economie en sociaal wordt ingegrepen.

Binnen het optreden van de International Security Assistance Force (ISAF, Stage III) voert Nederland de CA uit zoals afgesproken op de NAVO-topconferentie in Riga (Letland) op 29 november 2006: “Today’s challenges for conflict prevention and crisis management require a Comprehensive Approach by the international community involving a wide spectrum of civil and military instruments”. CA gaat hand in hand met een campagnebeoordeling (aan de hand waarvan vooruitgang wordt gemeten) en een communicatiestrategie (die acceptatie door beide partijen garandeert). Om een succesvolle end-state in een operatiegebied te kunnen realiseren ziet de benaderingswijze er in Afghanistan als volgt uit:

Economisch

activiteiten voor wederopbouw

PRT

Diplomatiek/Politiek

  • evenwichtig anti-drugsbeleid
  • goed bestuur
  • veiligheid

BG en PRT

Sociaal

intensief contact met de lokale bevolking

CIMIC, IDEA

Nederland noemt deze aanpak ook wel de 3D-doctrine: Defence, Diplomacy en Development. De Task Force Uruzgan (TFU) heeft hiertoe drie alomvattend opererende elementen: Battle Group (BG), Provincial Reconstruction Team (PRT) en een civiel element (CIMIC en IDEA).

Zie ook: 3D-doctrine, Effects Based Operations (EBO) en grand strategy.

Terug naar Boven

 

COMPROMITTEREN

Duits: kompromittieren. Engels: compromise. Frans: compromettre. Geheel of deels kennis (laten) nemen van gerubriceerde informatie zonder daartoe bevoegd (gemachtigd) te zijn, bijvoorbeeld wanneer die in vijandelijke handen valt. Compromittatie geldt zowel individuen als groepen, ook als slechts (het vermoeden) van een risico op ongeoorloofde kennisneming is geweest.

Informatie beperkt zich niet enkel tot codes, gegevensdragers of hardcopy. Kennisneming breidt zich uit tot de aanwezigheid van in het geheim opererende personen, ingezette apparatuur of andere middelen. Hieronder valt ook het kennis nemen of verspreiden van gegevens die de operationele veiligheid van leden van de krijgsmacht in een operatiegebied waarborgen, zoals locaties, uitrustingsstukken, tactieken en wijzen van optreden. De operationele veiligheid mag niet gecompromitteerd worden.

Terug naar Boven

 

COMSEC

Voluit: communications security. Duits: Kommunikationssicherheit; Fernmeldesicherheit. Frans: sécurité des communications. Nederlands: communicatieveiligheid.

Beveiliging die wordt gehanteerd bij het zenden, versleutelen en verspreiden van informatie via welk medium dan ook. De maatregelen betreffen ook computerbeveiliging (hardware), documentbeveiliging, fysieke beveiliging, personeelsgerelateerde beveiliging en procedurele beveiliging (regelgeving).

Het doel van COMSEC is voorkomen dat niet-geautoriseerde personen kennis nemen van of toegang krijgen tot welke relevante of waardevolle informatie dan ook, die kan worden afgeleid uit het bestuderen en/of observeren van door communicatiemiddelen gegenereerde gegevens. Door COMSEC kan de authenticiteit van communicatie worden gewaarborgd en de overlevingskans op het gevechtsveld toenemen.

Voorbeelden van COMSEC zijn cryptografie (encryptie), gebruikmaking van beveiligde communicatiemiddelen, codewoorden, radiostilte en misleidingmaatregelen, evenals het tijdig wisselen van radiofrequenties en roepnamen.

Terug naar Boven

 

CONCENTRATIEGEBIED

Afgekort: concgeb. Ook genoemd: formeringsgebied. Engels: concentration area (CA). Tijdens de inzetfase een gebied of plaats in het operatietoneel, in de omgeving van het operatiegebied, waar verschillende eenheden tot één inzetgerede eenheid worden geformeerd. Hier eindigt ook, idealiter, de verplaatsing in het kader van strategische mobiliteit én vindt de overdracht van de operationele bevelsbevoegdheid (transfer of authority) plaats.

In de CA worden materieel (transportmiddelen, uitrusting en voorraden) én personeel met elkaar samengebracht. Daarna kunnen de geformeerde eenheden ontplooien dan wel verder verplaatsen.

De CA en de staging area (SA) kunnen samenvallen. Binnen het optreden van 11 Air Manoeuvre Brigade wordt de CA ook wel aangeduid als committal area.

Zie ook: 1 Legerkorps (1 LK).

Terug naar Boven

 

CONCEPT OF OPERATIONS

Afgekort: CONOPS. Operationeel concept; wijze van optreden. Beknopte opsomming van het oogmerk dat door een commandant is gekozen (commander’s intent) om zijn opdracht te verwezenlijken. De opsomming behelst voor een militaire eenheid tijdens een (ernst)missie:

de militaire doelstellingen

de te bereiken eindsituatie (end-state)

de taakstelling

de wijze van optreden

De opsomming is gerelateerd aan de vraag hoe lang een opdracht kan worden voortgezet met de middelen die een commandant ter beschikking heeft, zowel op strategisch/operationeel als operationeel/tactisch niveau.

Omdat Nederland zijn militaire eenheden altijd in internationaal verband inzet, zal altijd het concept of operations van het internationale samenwerkingsverband (combined) richtinggevend zijn. Het concept of operations maakt deel uit van het Toetsingskader 2009; hierin zal Nederland er alles aan doen ook de Nederlandse gezichtspunten, gevoeligheden en wensen in het definitieve militaire plan te krijgen.

Terug naar Boven

 

CONCERTINA

Draadhindernis in de vorm van prikkelband of –draad die in een cilindrische vorm in elkaar is gevouwen en, eenmaal ontplooid, dient om een kunstmatige hindernis te creëren.

Concertina geldt als een eenvoudige veldversterking ten behoeve van passieve beveiligingsmaatregelen, zoals de nabijbeveiliging van eenheden en opstellingen en het stoppen van personen en voertuigen.

In de regel worden concertina’s door de eigen eenheid gelegd. Nadeel is, zoals bij elke hindernis, dat deze pas effectief is wanneer deze onder waarneming en effectief vuur ligt.

De meest gebruikte vorm is de drierolsconcertina. Het leggen hiervan is arbeidsintensief: de aanleg van 100 meter kost ± 12 manuren. Hiervoor zijn tientallen lange en korte schroefpiketten, rollen prikkelband en –draad en grondpiketten benodigd.

Zie ook: Friese ruiter.

Terug naar Boven

 

CONDITIEPROEF

Ook genaamd: Couzy-test. Met ingang van 1 september 1993 ingevoerd door de toenmalige Bevelhebber der Landstrijdkrachten, luitenant-generaal H.A. Couzy. Iedere militair moet in staat zijn om aan een basisniveau van militaire fitheid te voldoen om uiteindelijk aan de consequentie van een veranderde taakstelling van de KL te kunnen voldoen ( "direct inzetgereed en uitzendbaar" ).

In de maand van, voorafgaand aan of na de verjaardag - een periode van drie maanden - moet de militair elk jaar opnieuw de conditieproef afleggen.Tot het afleggen van de conditieproef krijgt de militair géén oproep, want de fysieke conditie is een individuele verantwoordelijkheid.

In geval van het niet behalen van de conditieproef kan door het personeel van Lichamelijke Opvoeding/Sport een trainingsprogramma worden verstrekt, waarna herkansing in beginsel binnen 3 tot 12 maanden moet plaatsvinden. Militairen van 40 jaar of ouder moeten, voorafgaand aan het afleggen van de conditieproef, verplicht een bezoek aan de arts brengen, waarbij een elektrocardiogram (ECG) kan worden gemaakt. De militair die is teruggekeerd van een uitzending heeft één jaar uitstel tot het afleggen van de conditieproef.

De onderdelen van de conditieproef zijn:

PUSH-UPS
Meten van de fysieke kracht door zich vanuit de voorligsteun op te drukken (plaatsing van de armen is hierbij vrij)

SIT-UPS
Meten van de fysieke kracht door zich vanuit rugligging omhoog te bewegen, waarbij het bovenlichaam omhoog komt (knieën hoeven niet gesloten te zijn en armen hoeven niet achter het hoofd gevouwen mogen zijn)

COOPERTEST
Meten van het uithoudingsvermogen met de 12-minuten-loop, waarbij in dit tijdsbestek een zo lang mogelijke afstand moet worden hardgelopen

De gehele conditieproef moet binnen een tijdsbestek van 2 uur worden afgelegd.

De eisen voor mannen zijn:

De eisen voor vrouwen zijn:

De score van de conditieproef wordt vastgelegd op het 'Registratieformulier conditieproefscores' (legerformulier 17237, 2de druk), waarvan het eerste exemplaar voor de commandant van de betrokken militair is, het tweede voor de militair zelf, de derde voor de onderdeelsarts en de vierde voor de LO/Sport.

Terug naar Boven

 

CONFIRMATION BRIEF

Letterlijk: bekrachtigen; bevestigen van de opdracht. In het besluitvormingsproces hanteert de bevelsuitgevende commandant de confirmation brief om er zeker van te zijn dat zijn bevelsontvangende ondercommandanten allen de intentie(s) van zijn bevel (commander’s intent) begrijpen.

De confirmation brief vindt aansluitend op de bevelsuitgifte plaats. Iedere ondercommandant loopt hierbij onderstaande vragenrij af:

► Wat is mijn rol in het grotere plan (generiek/specifiek, 1UP en 2UP)?
► Wat denk ik dat de commandant van mij verwacht in de vorm van te bereiken effect(en)?
► Welke eindsituatie moet ik voor de commandant bereiken?

Hiervan afgeleid kunnen zijn:

► Wat is mijn specifieke taak en doelstelling?
► Wat is de relatie tussen mijn opdracht en die van andere eenheden in de operatie?
► Wat zijn mijn kritieke punten?

Tot slot stellen de ondercommandanten aan de commandant eventueel vragen ter verduidelijking en vragen ze of de commandant nog vragen aan hen heeft.

Terug naar Boven

 

CONSIGNE

1

Instructie voor een bepaalde groep militairen die moet worden opgevat als een bevel, met name voor een schildwacht die zijn aflossing op een wachtdienst deze instructie – die hij verstrekt heeft gekregen van de wachtcommandant – mondeling en/of schriftelijk overgeeft.

Andere voorbeelden van consignes zijn:

  • pas het vuur openen wanneer de vijand daadwerkelijk schiet
  • post met NBC-consignes
  • vuren vrij

2

Tijdelijke (en plaatselijke) opdracht met betrekking tot een maatregel van orde, met name bekend als het bevel aan een bepaalde groep militairen om de kazerne voor een (on)bepaalde periode niet te verlaten. Deze lastgeving kan in uitzonderingssituaties door een (hogere) commandant worden gedeponeerd om personeel direct beschikbaar te hebben voor de uitvoering van diensten van algemeen belang.

Zie ook: luisterplicht.

Terug naar Boven

 

CONSOLIDATIE

Duits: sich in einer genommenen Stellung einrichten. Engels: consolidation of position. Frans: consolidation; organisation d’une position conquise.

Organiseren, behouden en versterken van een genomen aanvalsdoel (opstelling, positie) om die eigen te maken en te gebruiken bij een vijandelijke (tegen)aanval. Consolidatie vindt plaats na vermeestering en zuivering van een aanvalsdoel. Daarom moet consolidatie onmiddellijk worden begonnen en zo spoedig mogelijk worden beëindigd om er zeker van te zijn dat de eigen troepen in staat zijn om vijandelijke tegenaanvallen af te slaan.

Het meest kwetsbare moment tijdens de consolidatie is het inrichten van de tijdelijke verdediging; hierin dient de (nog aanwezige) vijand voortdurend onder waarneming en vuur te worden gehouden. De tijdelijke verdediging, die gevoelig is voor vijandelijke tegenaanvallen, wordt ingericht op een locatie die voorbij het genomen aanvalsdoel ligt (front vijand of in de verplaatsingsrichting): consolidatie mag nooit op het aanvalsdoel zelf plaatsvinden.

Tijdens de consolidatie bereidt de eenheid zich voor op een vervolgopdracht, waartoe in de regel reorganisatie van personeel en materieel dient plaats te vinden.

Acties tijdens de consolidatie:

  • battle damage assessment uitvoeren
  • battle damage repair uitvoeren
  • bijtrekken van achtergebleven eenheden en voertuigen
  • gewonden behandelen en afvoeren
  • hergroeperen personeel
  • materiaal inspecteren (functiecontrole)
  • munitiestatus en herverdelen (toegenomen munitieverbruik)
  • nabijbeveiliging uitvoeren
  • uitvoeren sitrep aan hogere commandant/gebiedscommandant
  • voortzetten opdracht
  • voortzetten verkenningen (toestand vijand)
  • vuursteun richten op verhinderen en bestrijden vijandelijke verrassingsaanvallen

Terug naar Boven

 

CONTACTDRILL

Bij de uitvoering van normal framework operations is het te doen gebruikelijk om wanneer op vijand wordt gestuit contact te proberen vermijden. Wanneer dat niet mogelijk is, dient onder (in)direct vijandelijk vuur de contactdrill te worden uitgevoerd. De contactdrill is niet alleen voorbehouden aan de infanterist bij de uitvoering van een (gevechts)patrouille, maar dient een militaire basisvaardigheid voor alle militairen te zijn.

Onderstaand voorbeeld beperkt zich tot een groepsdrill bij vijandcontact met kleinkaliberwapens en antitankwapens. De in rood gemarkeerde onderdelen moeten worden uitgevoerd bij vijandcontact waarbij één of meer militairen is gewond geraakt. Het doel van de contactdrill bij vijandcontact mèt gewonden, is veilig te kunnen terugtrekken naar een dekking om het tweede deel van de Tactical Combat Casualty Care (TCCC) te kunnen uitvoeren: Tactical Field Care. De eerstehulpverlening wordt daarom geïntegreerd in het gevecht.

De volgorde van handelen:

“Man down!”

Vijandcontact (gevechtscontact, vuurcontact)

“Man down!”

Onmiddellijk reageren: dekken, vuurpositie kiezen, vuur uitbrengen: 2 schoten (tab) afgeven óver de richtmiddelen

Aangeven waar vijandelijk vuur vandaan komt: ”Contact front / left / right / back!”

Vuuroverwicht (fire superiority) verkrijgen om de vijand te neutraliseren/onderdrukken; gericht vuur afgeven door de richtmiddelen, ook met groepswapens

Self aid (Care Under Fire)
Zelf vuur uitbrengen of, indien onmogelijk, dekking zoeken of, indien onmogelijk, self aid uitvoeren (M van M.A.R.C.H.); stilliggen (géén vuur trekken)

Buddy aid (Care Under Fire)
Op bevel groepscommandant: extractie door 2 collega’s (vastgrijpen, wapen gewonde veiligstellen, afvoer gewonde naar dekking); start Tactical Field Care

1) Extraction: afbreken van het gevecht onder dekkingsvuur door peel-off (afpeelen), afwikkelen of tunnelen

2) Vuurbasis innemen: baseline (achterste lijn) maken

3) Uitvoeren van een groepsaanval: snel met vuur en beweging over de vijand heengaan vergroot de overlevingskans

Verder uitvoeren van de opdracht

Evacuation gewonde

Zie ook: drill, M.A.R.C.H. en Tactical Combat Casualty Care (TCCC).

Terug naar Boven

 

CONTAINER, 20-VOET

De 20-voet-container (gebruikelijke schrijfwijze: 20’ft container) wordt het meest gebruikt voor het vervoer van normale AD (Algemene Dienst)-goederen die geen speciale behandeling nodig hebben tijdens het vervoer (zoals bederfelijke goederen).

Ook gevaarlijke stoffen zoals brandstof en munitie kunnen en mogen in de 20’ft container worden getransporteerd. De 20’ft container wordt met name gebruikt in de maritieme en militaire sector. De 20’ft container wordt ingezet in de keten van de Fysieke Distributie (FD).

20'ft container

Specificaties:

breedte in feet

8 ft

breedte in meters

2 m 44

hoogte in feet

8,6 ft

hoogte in meters

2 m 90

lengte in feet

20 ft

lengte in meters

6 m 10

inhoud

± 33 m³

tarra (gewicht van de container)

2.300 kg

payload (maximal toelaatbaar gewicht)

24.000 kg

gross weight (totaalgewicht container en lading)

26.300 kg

De 20’ft container is een civiele standaard volgens de ISO (International Organisation of Standarisation) en wordt binnen de NAVO algemeen gebruikt als standaardcontainer volgens STANAG (Standard NATO Agreement) 2828 ( Military pallets, packages and containers) en STANAG 2926 (Procedurs for the use and handling of freight containers for military supplies).

Fotoserie met betrekking tot container handling: het omgaan met 20-voet-containers (© sergeant logistiek Jeroen Hoeksel)

Opvallend is dat nagenoeg alle 20’ft containers per operatie worden ingehuurd en dus geen eigendom zijn van het Ministerie van Defensie. Is dit wél het geval, dan hebben de containers per krijgsmachtdeel een BIC (Bureau International de Container)-code:

DKL

Koninklijke Luchtmacht

KLA

Koninklijke Landmacht

KMA

Koninklijke Marine

 

Zie ook: prefab.

Terug naar Boven

 

CONTINGENCY PLAN 100

Eventualiteitenplan 100, afgekort CP 100, codenaam: Operatie 'Willem de Zwijger', naar de 'Vader des Vaderlands' Willem van Oranje, alias Willem de Zwijger (1533-1584).

Bij het overlijden van een lid van het Koninklijk Huis treedt in overleg met de Chef van het Militaire Huis van de Koning(in) onmiddellijk Contingency Plan 100 in werking; de laatste driemaal dat zulks voorkwam was bij het overlijden van:

Zijne Koninklijke Hoogheid Prins Clausoktober 2002
Hare Koninklijke Hoogheid Prinses Julianamaart 2004
Zijne Koninklijke Hoogheid Prins Bernharddecember 2004

Bedoeling achter CP 100 is om uitvaart en bijzetting zo waardig en stijlvol mogelijk te laten verlopen, ingebed in het door de overledene gewenste militair decorum. Zowel op 15 oktober 2002, 30 maart 2004 als 11 december 2004 brachten de gezamenlijke krijgsmachtdelen ± 9.000 militairen op de been, waarbij in Den Haag en Delft (Nieuwe Kerk) op elke twee meter een lid van de krijgsmacht langs de route van de uitvaart stond.

Terug naar Boven

 

Contingentscommando

Afgekort: Contco. Ad hoc samengestelde, per definitie krijgsmachtbrede eenheid die voor elke missie boven een eenheid wordt geplaatst. In een missiegebied fungeert het Contco als de plaatselijke "ogen en oren" én directe, onafhankelijke vertegenwoordiger van de Commandant der Strijdkrachten (CDS).

De CDS én het coördinerend krijgsmachtdeel (krijgsmachtdeel dat leidend is voor een missie) onderhouden contact met zowel de Directeur Operaties (DOPS) als de Minister van Defensie. Het contact van de C – Contco verloopt op dagelijkse basis met het Defensie Operatie Centrum (DOC) - voorheen Defensie Crisis Beheersings Centrum (DCBC) - wat betreft beleidszaken en actuele ontwikkelingen (sitreps).

C - Contco staat weliswaar boven de operationele eenheidscommandant, maar houdt zich - behoudens eventualiteiten – niet bezig met de inwendige dienst van de operationele eenheidscommandant. De hoofdtaak van het Contco is het afstemmen op én vergemakkelijken van alle randvoorwaardelijke processen op het gebied van personeel, financiën, logistiek en juridische zaken. Bij het Contco zijn in logistieke zin ook Nederlandse militairen ondergebracht die elders voor eenheden van coalitietroepen of andere troop contributing nations in een missiegebied werkzaam zijn.

Taken van het Contingentscommando:

Bemiddelen bij conflicten tussen elementen van de verschillende krijgsmachtdelen.

 

Coördinerend autoriteit, in samenwerking met het coördinerend krijgsmachtdeel, voor personele en logistieke instandhoudingprocessen.

 

Regelen van ontvangst en begeleiding van bezoekers in het missiegebied.

 

Informatie inwinnen om een correcte situational awareness te krijgen, zowel top-down (naasthogere eenheid, internationale operationele commandant) als bottom-up (eigen eenheden).

 

Toetsen van de inzet van Nederlandse eenheden aan het Nederlandse mandaat, opdat een Force Commander de Nederlandse eenheden in het missiegebied géén taken laat uitvoeren die strijdig zijn met (inter)nationale afspraken.

 

Toezien op de naleving van aanwijzingen van de CDS én nationale richtlijnen, met name politieke en/of mediagevoelige zaken.

 

Toezien op zaken die te maken hebben met het welzijn van het personeel.

 

Verantwoording dragen voor de nationale informatievoorziening over het verloop van de operatie.

Het Contco bestaat normaliter uit een klein aantal stafofficieren, die taken vervullen die in het verlengde liggen van de taakstelling van secties. Hieronder bevinden zich enkele specialismen:

Controller (officier die over het financiële beleid adviseert)

Legal Advisor (juridisch adviseur)

Liaison Officer

officier die gebeurtenissen schriftelijk vastlegt

officier die contracten afsluit

persofficier / woordvoerder

Chef Staf

Senior Medical Officer (stafarts)

Chauffeurs, wachtdetachement, personeel van de verbindingsdienst en een detachement van de Koninklijke Marechaussee completeren het Contco.

Bij afwezigheid van een Contingentscommando in een missiegebied is vaak een Senior National Representative (SNR) aangesteld.

Terug naar Boven

 

CONVENTIES VAN GENÈVE

De Conventies van Genève zijn een factor die van bijzondere invloed is op de uitvoering van het geneeskundige functiegebied. Op 12 augustus 1949 werden in Genève vier conventies bekrachtigd over de behandeling van krijgsgevangenen, gewonden, zieken en burgers.

Als gevolg van deze verdragen heeft geneeskundig personeel dat als zodanig herkenbaar is – d.w.z. gemarkeerd – de status van non-combattant en is beschermd. In de verdragen is ook overeengekomen dat gewondentransportmiddelen en geneeskundige inrichtingen die als zodanig herkenbaar zijn dezelfde beschermde status genieten.

Eerste Conventie voor de verbetering van de toestand van gewonden en zieken in strijdkrachten te velde

 

Tweede Conventie voor de verbetering van de toestand van gewonden, zieken en schipbreuk lijdende leden van strijdkrachten ter zee

 

Derde Conventie toepasselijk op de behandeling van krijgsgevangenen

 

Vierde Conventie toepasselijk op de bescherming van burgers in oorlogstijd

Daarnaast zijn op 8 juni 1977 twee Additionele Protocolen aan deze conventies toegevoegd:

Eerste Additionele Protocol toepasselijk op de bescherming van slachtoffers van internationale gewapende conflicten

 

Tweede Additionele Protocol toepasselijk op de bescherming van slachtoffers van niet-internationale gewapende conflicten

Volgens de Conventies van Genève zijn onder andere verboden:

gedwongen prostitutie
gijzelneming
lijfstraffen
marteling
plundering
standrechtelijke executie
terrorisme
verkrachting
verminking

Zie ook: combattant, humanitair oorlogsrecht, huurling, krijgsgevangene, non-combattant, oorlogsrecht en Rode Kruis-armband.

Terug naar Boven

 

CONVOY SUPPorT CENTER

Afgekort: CSC. Gedurende (re)deployments een rustplaats en route waar personeel tijdens een konvooi of lange rit kan eten (klasse I) en klasse III (BOSCO) kan worden ingenomen. De rustplaats wordt ingericht door MOVCON of de Sectie Verplaatsingen van de eigen eenheid.

Het CSC kan op verschillende wijze worden ingericht, van geheel geoutilleerd – inclusief een rest over night (RON) – tot relatief eenvoudig. Afvallocaties, beveiliging, dixi's, mogelijkheden om de voertuigen te parkeren, af te tanken en kleine reparaties te verrichten (battle damage repair) zijn in de regel aanwezig.

Het CSC is gemakkelijk bereikbaar vanaf de Main Supply Route (MSR, hoofdaanvoerweg) en kan in een logistiek verzamelgebied liggen.

Zie ook: konvooi, Movement Control (MOVCON), Main Supply Route (MSR) en Rest / Remain Over Night (RON).

Terug naar Boven

 

COÖRDINERENDE BEPALINGEN

Lijst van alle gemeenschappelijke maatregelen en regels die betrekking hebben op de uitvoering van (delen van) een opdracht en:

  • voor meer dan één subeenheid (dus meer dan één ondercommandant), meerdere subeenheden dan wel steunende eenheden gelden
  • genoemd dienen te worden in het kader van de onderlinge afstemming tussen de verschillende subeenheden, met als gevolg noodzakelijke synchronisatie ten gunste van een correcte gevechtsorganisatie
  • niet worden vermeld in een andere paragraaf van het bevel

De coördinerende bepalingen zijn een subparagraaf van paragraaf 3 (Uitvoering) van het NAVO-5-paragrafenbevel. Van de coördinerende bepalingen kunnen bijvoorbeeld deel uitmaken (in alfabetische volgorde):

camouflage

CBRN-maatregelen: CBRN-beschermingsgraad/post met CBRN-consignes

deconflictiemaatregelen: herkenningstekens eigen troepen/markeringen

dress code: tenue en uitrusting

fasering

gegevens m.b.t. coördinaten/bezugspunkt/positiezoeker

geweldgebruik: ROE/SOI/SOP

graad van gereedheid

graad van gevechtsvaardigheid

maatregelen ter handhaving geluids-, licht- en sporendiscipline

maatregelen voor beveiliging: alert state/nabijbeveiliging/rondombeveiliging

maatregelen voor de nacht

maatregelen voor reorganisatie en consolidatie

overgave en overname (HOTO)

patrouillegang

prioriteiten: vuren

reactie op incidenten/ongevallen

reactietijd

rendez-vous met ondercommandanten

tijdstip 2de commandantenterugkoppeling (CT)

tijdstip oefenalarm/rehearsal

uur U

volgorde: verplaatsing/werkzaamheden

vuuropening: regels/lijn/signaal

waarnemings- en luisterpost (WLP)/post te velde

wachtwoorden

Terug naar Boven

 

COPING

Begrip uit de gedragswetenschap/psychologie. Gedrag en handelingen die zijn gericht op het omgaan met belastende omstandigheden en het hanteren van de daaruit voortkomende stress.

De omgang met of het controleren van stressoren – negatieve prikkels/onaangename situaties, zoals echtscheiding, oorlog, pijn, werkloosheid – heeft invloed op de stressrespons (al dan niet ervaren van stress). Wie problemen aanpakt en niet uit de weg gaat, heeft een actieve copingstijl, in het algemeen minder last van stress en daarmee een betere geestelijke gezondheid.

Zie ook: stress.

Terug naar Boven

 

CORDON

Ook gespeld: kordon. Ook genaamd: soldatenbrug; troepenlinie. Duits: Kordon. Engels: cordon. Frans: cordon.

Keten van aangrenzende (militaire of andere) posten om een bepaald gebied van het aangrenzende gebied af te sluiten.

Door de al dan niet denkbeeldige verbindingslijn, die alle cordonpunten (posten) met elkaar verbindt en het  gebied geheel omsluit, wordt een (min of meer) afgesloten lijn van troepen gecreëerd. Het met behulp van het gevormde cordonsysteem afzetten van de omgeving verhindert dat personen het gebied betreden of verlaten, bevordert het behoud van het gebied en beperkt in het algemeen de bewegingen.

Het wegvallen van één enkele post uit het cordonsysteem is in de regel echter al funest voor de bewaking.

De Chinese Muur is het langste en best bewaarde cordon ter wereld.

Terug naar Boven

 

CORDON AND SEARCH

Frans: opération de bouclage et de ratissage. Nederlands: afsluitings- en opsporingsoperatie. Techniek waarbij alle kritieke faciliteiten in een oord, gebied of gebouw snel en verrassend, driedimensionaal en hermetisch wordt afgegrendeld door middel van vuur en/of hindernissen om systematische doorzoeking mogelijk te maken. Door de afgrendeling wordt aan een strijdende partij het gebruik van het gebied ontzegd, met inbegrip van bruggen, doorgangen, wegen e.d.

Tijdens de cordon and search wordt gericht gezocht naar de strijdende partij, met het doel deze fysiek uit te schakelen, (verdere) aanvallen op burgers te voorkomen en het militair potentieel (wapens, munitie, documenten en voorraden) van de strijdende partij in beslag te nemen. Hiertoe wordt de strijdende partij geïsoleerd, ontwapend en gedwongen zich over te geven.

Normaliter is een cordon and search een gezamenlijke activiteit van militairen (bij uitstek: Special Forces of air manoeuvre) en (lokale) politie, met name versterkt door CIMIC, PSYOPS en ondervragers/tolken.

Terug naar Boven

 

CORT HEYLIGERSKAZERNE

Voormalige kazerne aan de Van Heelulaan in Bergen op Zoom, die van 1939 tot 2002 bij Defensie in gebruik was. Het ontwerp is van de kapitein der genie A.G. Boost, vandaar de benaming Boost- of grensbataljonskazerne. Vanaf 1938 gebouwd onder de dreiging van de Tweede Wereldoorlog, werd de kazerne op 15 mei 1939 door het 14de Grensbataljon in gebruik genomen.

De kazerne is vernoemd naar generaal Gijsbertus Marinus Cort Heyligers (1770-1849), onder andere bekend van zijn optreden in de Tiendaagse Veldtocht van 1831 en als Commandeur in de Militaire Willems-Orde.

In WO II werd de kazerne door de Duitsers bezet (6. Schiffsstammabteilung van de Kriegsmarine). Na de oorlog deed de kazerne eerst kortstondig dienst voor de Canadese bevrijdingstroepen en delen van de Prinses Irene Brigade.

Vervolgens was het 3de Regiment Infanterie er gelegerd, dat de kazerne als opleidingsdepot (3de Infanterie Depot) gebruikte, het Regiment Zware Luchtdoelartillerie, het Regiment Lichte Luchtdoelartillerie en het Regiment Veldartillerie ‘Prins Frederik’. Ook werden er militairen opgeleid die met één van de bataljons naar Nederland-Indië zouden worden uitgezonden.

Van 1971 tot 1996 deed de kazerne dienst als militair rijopleidingscentrum – de Rijschool Bergen op Zoom (RSB). Vanwege de grondige verbouwing van de Engelbrecht van Nassaukazerne in Roosendaal, was de kazerne van eind 1997 tot begin 2002 het tijdelijk onderkomen van het Korps Commandotroepen.

Terug naar Boven

 

CORVEE

Corveedienst. Oudnederlands: “corweie”. Duits: Corvée. Engels: corvée. Frans: corvée. De originele betekenis is “bijdrage” of “contributie”, van het Latijn “corrogate” dat “oproepen” betekent. Verschijnsel sinds de 14de eeuw, waar corvee bestond uit het verrichten van onbetaald werk door een vazal in het feodale system. Vaak kwam het onbetaald werk in plaats van het betalen van belasting aan de landheer, als heren-, leen- of vroondienst: arbeid ten dienste van de landheer.

In 1669 formaliseerde de Franse koning Lodewijk XIV de corvee als een bijdrage aan de publieke werken ten behoeve van het leger (“corvée militaire”), zoals de aanleg van kanalen of wegen.

Sindsdien is corvee een verzamelnaam geworden voor het uitvoeren van alle regelmatig terugkerende onderhouds-, opruim- en schoonmaakwerkzaamheden (bij een eenheid) op de kazerne, in de regel huishoudelijke, die bij toerbeurt worden uitgevoerd. Al dan niet volgens een corveerooster worden de militairen van een eenheid – groep, peloton, compagnie – beurtelings aangewezen om de werkzaamheden uit te voeren, aangestuurd door respectievelijk groepscommandant, HID/OPC en compagnies sergeant-majoor (CSM)/compagniesadjudant. Zij zorgen voor de aanwezigheid van voldoende corveemateriaal in de corveekast.

In de regel worden gang, legeringkamer, natte groep (douches en toiletten), trap en gezamenlijk gebruikte ruimten gecorveed. Degene die de werkzaamheden verricht wordt corveeër genoemd.

Het hogere doel van het laten uitvoeren van corvee is het bijbrengen van discipline en het medeverantwoordelijk laten zijn voor de arbeidsomstandigheden: hygiëne, orde en veiligheid. Daarnaast legt corvee de normen in de groep vast en bespaart corvee op de uitgaven.

Corvee komt ook voor als strafcorvee, ten uitvoer gelegd in het kader van een strafdienst.

Zie ook: Bronbeek, compagnies sergeant-majoor (CSM) en gedragsregels.

Terug naar Boven

 

COUGAR MK II

Voluit: Eurocopter AS 532 Cougar Mk-II.

Foto-impressie van de Eurocopter AS 532 Cougar Mk-II

De Frans/Duitse Eurocopter AS 532 Cougar Mk-II is een middelzware transporthelikopter die in de burgermaatschappij bekend is als Super Puma. Vanaf 1996 vliegt deze helikopter bij de Franse Armée de Terre. Nederland is de eerste gebruiker van de Mk-II.

avionica

Night Vision Goggles

beladingsgewicht

12 pax met volledige bepakking of 4.990 kg cargo

bemanning

3 (2 x piloot, 1 x loadmaster)

compartiment

lengte: 7 meter 90

breedte: 1 meter 80

hoogte: 1 meter 50

diameter hoofdrotor

15 meter 60

diameter staartrotor

3 meter 05

hoogte

4 meter 60

lengte

16 meter 29

motoren

2 x Turbomeca Makila 1A2 turbo

motorvermogen

2 x 2.100 pk (1.566 kW)

snelheid, kruis-

260 km per uur

snelheid, maximum-

325 km per uur

speciale uitrusting

Moving Target Indicator radar (Thomson-CSF), die 20.000 km² in 10 seconden scant

take-off gewicht

9.300 kg

vliegbereik

796 km

vliegplafond

4.100 meter ( 13.450 voet)

zelfbescherming

chaff/flare dispensers: chaff (uitgestrooid aluminium) en flares (lichtpatronen)

Zie ook: bambi-bucket, Defensie Helikopter Commando (DHC) en under slung load.

Terug naar Boven

 

COUNTER-INSURGENCY

Afgekort: COIN. Duits: Bekämpfung von Aufständen. Frans: contre-rébellion (CREB); guerre anti-insurrectionnelle; guerre anti-subversive; guerre contre-insurrection. Vorm van irregulier optreden en asymmetrische oorlogsvoering.

Gedefinieerd als alle civiele, economische, (para)militaire, politieke en psychologische actie die wordt gevoerd om, al dan niet politieke, maar in elk geval gezagsondermijnende en veelal georganiseerde oproer of opstand te beteugelen, tegen te gaan of te verslaan. Veelal heeft de rebellie de intentie om het grondwettelijke / gevestigde gezag omver te werpen.

Opstandelingen gebruiken vaak, al dan niet vergezeld van een oorlogsverklaring, middelen als gijzelnemingen, guerrilla-activiteiten, improvised explosive devices (IED’s), kapingen en ontvoeringen om doelen te bereiken, en hebben géén of weinig respect voor burgerslachtoffers of collateral damage.

In de Verenigde Staten worden ‘Insurgency and Counter-Insurgency’ gezien als één van de vier vormen van het Low Intensity Conflict (LIC). In de VS is de term in 1960 geïntroduceerd in een, destijds geheim, handboek ‘Counter-Insurgency Operations’ van de U.S. Army Special Forces, voortkomend uit de Vietnam-oorlog. Het handboek combineerde de traditionele benadering van counter-insurgency, zoals die door koloniale mogendheden is toegepast, met guerrillatactieken. Sinds het begin van de 21ste eeuw hanteert de VS de terminologie ook voor operaties in Afghanistan en Irak.

Zie ook: asymmetrische oorlogvoering, hammer-and-anvil, inktvlekstrategie en irregulier optreden.

Terug naar Boven

 

COUP-DE-MAIN

Duits: Gewaltstreich; Handstreich. Engels: coup de force; hit and run; raid; storm attack; surprise attack. Plotselinge, kortdurende en snelle (verrassings)aanval of manoeuvre die in de regel bestaat uit een bestorming van of inval in een objectief van geringe afmetingen.

Voorbeelden van coups-de-main zijn:

choke point

hinderlaag

pre-emptive strike (een verrassingsaanval die wordt gelanceerd om te voorkomen dat de vijand zulks bij eigen troepen doet)

terroristische aanslag

De eerste luchtlandingaanval in Operatie Overlord (D-Day), die op Pegasus Bridge, is een schoolvoorbeeld van een coup-de-main. De aanval op de brug bij Bénouville over het Canal de Caen werd geleid door majoor John Howard, die in de nacht van 5 op 6 juni 1944 met drie Horsa-zweefvliegtuigen (gliders) landde op landingszone X ten zuidoosten van de brug. Het tweede objectief van deze coup-de-main was de brug bij Ranville over de Orne, 350 meter verderop, waar nog eens drie gliders landden op landingzone Y ten noordwesten van de brug.

De brug bij Bénouville over het Canal de Caen in Normandië, die later 'Pegasus Bridge' werd gedoopt ter herinnering aan de coup-de-main

In totaal 181 militairen van D-Company of the 2nd Oxfordshire and Buckinghamshire Light Infantry (Ox and Bucks Regiment) van de 6th Airborne Division (met Pegasus, het gevleugelde paard, als mouwembleem) namen eraan deel, 2 sneuvelden en 14 raakten er gewond.

De gewonden werden onder andere behandeld in Café Gondrée, aan de westzijde van de brug, dat tevens diende als tijdelijke, vooruitgeschoven commandopost. Het café aan 12 Avenue Commandant Kieffer in Bénouville bestaat nog steeds en wordt geleid door Arlette Gondrée-Pritchett, die zes jaar oud was toen de Britse airborne troepen op Pegasus Bridge landden. Op de gevel van het café prijkt de tekst: “This was the first house in France to be liberated during the last hour of 5th June 1944 by men of the Oxfordshire & Buckinghamshire Light Infantry in the British Airborne Division under the command of Major R. John Howard.”

Terug naar Boven

 

COVERT OPERATION

Ook genoemd: black operation. Letterlijk: geheime operatie. Operatie in een inlichtingen-, militaire en / of politieke context die zowel in planning als uitvoering geheim en officieus is en, idealiter, geheim blijft. Black of covert operations verschillen van clandestiene operaties dat bij de laatste de nadruk ligt op het geheimhouden van de operatie en bij de eerste de nadruk op het geheimhouden van de uitvoerenden.

Geheimhouding is met name belangrijk omdat de verrichtingen tijdens de operatie wat ethiek en legaliteit betreft dubieus genoemd mogen worden. Black of covert operations worden in de regel gepland en uitgevoerd door inlichtingen- en geheime diensten.

Door de gebruikte methodes vallen black of covert operations onder de onconventionele oorlogvoering; tijdens de gevaarlijke maar noodzakelijk geachte acties kan worden gebruikgemaakt van zaken als desinformatie, infiltratie, kidnapping, moord, propaganda, sabotage, plegen van een staatsgreep en steun aan verzetsbewegingen.

Voorbeelden van black of covert operations zijn:

Activiteiten tegen de verspreiding van massavernietigingswapens

 

Activiteiten tegen terrorisme buiten de eigen landsgrenzen, waarbij de specialismen van Special Forces of inlichtingendiensten weliswaar nodig zijn, maar de medewerking daarvan niet onthuld mag én altijd ontkend zal worden (zoals bij de bevrijding van gijzelaars of – preventief – bij acties tegen trainingsfaciliteiten van terroristen)

 

Activiteiten verbieden van cq. vermoorden van sympathisanten buiten de grenzen van een land waar oorlog wordt gevoerd of anderszins een operatie aan de gang is

 

Bewapenen van tegenkrachten in landen die zich proberen vrij te maken van onderdrukking, tirannie e.d., met name als de mensenrechten in het geding zijn

 

Financieel steunen van buitenlandse media of politieke partijen als medestander in (para)militaire operaties

 

Paramilitaire operaties, met name van civiele instanties (inlichtingendiensten) of gekleed en optredend als burger (Special Forces), buiten de officiële kanalen om

Terug naar Boven

 

CRASH MOVE

Letterlijk: nood- of spoedverplaatsing. Term is afkomstig van het Korps Mariniers en komt niet voor in het Handboek KL-militair (VS 2-1352). Een crash move is een plotselinge in plaats van een geplande verplaatsing vanuit een (schuil)bivak.

Zo snel mogelijk, binnen maximaal 2 minuten, worden alle essentiële spullen (SPEAR) en eerstelijns-bepakking ingepakt, wordt het bivak opgebroken en evacueren de militairen zich zo snel mogelijk, in de vorm van een snelmars of snelle ren, naar een tevoren afgesproken rendez-vous, in dit geval een Emergency Rendez-Vous (ERV).

Een crash move heeft plaats als de vijand op komst of al in de buurt, d.w.z. binnen effectief bereik van de persoonlijke wapens, is. In het eerste geval wordt een crash move stil afgekondigd, in het laatste luid.

Alleen de meest essentiële spullen worden meegenomen; later worden eventueel achtergelaten spullen alsnog opgehaald.

Terug naar Boven

 

CRAZY

De 1 uur en 37 minuten durende non-fictie documentaire ‘Crazy’, geregisseerd door Heddy Honigmann (1951), gaat over de herinneringen van negen voormalige Nederlandse VN-militairen: acht mannen en één vrouw.

‘Crazy’ won in 2000 een Gouden Kalf op het Nederlands Film Festival voor de beste lange documentaire.

De veteranen verhalen over hun optreden in recente crisisgebieden: Bosnië-Hercegovina, Cambodja, Libanon en Rwanda. Ze worstelen met hun uitzendervaringen en proberen, vaak mentaal gebroken, op te krabbelen uit hun traumatische ervaringen. Ze hebben allemaal gevoelens van onmacht, schaamte, verdriet en woede, evenals soms een post-traumatisch stress-syndroom.

De troostende werking van muziek komt naar voren, specifiek één enkel nummer dat geassocieerd wordt met één ervaring. ‘Crazy’ van de Britse zanger Seal is een dergelijk nummer.

Download hier 'Crazy' van Seal (5,49 MB)

In ‘Crazy’ draait een geïnterviewde marinier het nummer, met als zéér relevant refrein: “But we're never gonna survive, unless... we get a little crazy” (“We zullen nooit overleven, tenzij we een beetje gek worden”). Het nummer herinnert de marinier aan het gruwelijke bloedbad op de markt van Sarajevo. Daarmee is afdoende duidelijk gemaakt waarom Honigmann Seal’s ‘Crazy’ heeft uitgekozen als titelnummer. Niet voor niets zegt een andere geïnterviewde: “De oorlog heeft mij door een gehaktmolen gehaald. Daarna is er een ander mens van gekneed.”

Download hier 'Crazy' van Patsy Cline (2,49 MB)

‘Crazy’ van Heddy Honigmann eindigt met ‘Crazy’ van Patsy Cline, een kort nummer met een hevige impact. Bijna net zo hevig als de getuigenissen van de militairen die aan bod komen in Honigmann’s docudrama.

De hoogtepunten zijn de muziekkeuzes van UNIFIL-sergeant Ron de Vos, toenmalig kolonel Patrick Cammaert, humaniste Klazien van Brandwijk en soldaat Peter Jan Dullaert.

  

camera

Gregor Meerman

geluid

Piotr van Dijk en Rik Meier

muziek

Wouter van Bemmel

productie

Pieter van Huystee

regie

Heddy Honigmann

scenario

Ester Gould en Heddy Honigmann

verteller

Heddy Honigmann

Ooit kreeg ik van een collega-onderofficier een videoband van een BBC-documentaire die een Britse eenheid van de United Nations Protection Force (UNPROFOR) volgt in Centraal-Bosnië. In de documentaire – van slechte kwaliteit, zeer waarschijnlijk een gekopieerde kopie – komen vrouwen aan bod die gepantserde Britse konvooien proberen tegen te houden, evenals veel wapengekletter. De video is gedateerd Vitez, 11 mei 1993. In combinatie met de vaak hartverscheurende beelden is de muziek meesterlijk gekozen:

So Far Away

Dire Straits

Civil War

Guns’n’Roses

If Only I Could

Sydney Youngblood

Mad World

Tears For Fears

I Want To Break Free

Queen

Wouldn’t It Be Good

Nik Kershaw

Why?

Annie Lennox

With Or Without You

U2

Tot slot passeert ook ‘Crazy’ van Seal de revue. Louter toeval of namaak?

Terug naar Boven

 

CRISIS RESPONSE OPERATION

Zie: non-artikel 5-operatie.

Terug naar Boven

 

CROSS-FLOT-OPERATIE

Ook genaamd: X-FLOT. Operatie waarbij de FLOT (forward line of own troops) - of in het Nederlandse de VLET (voorste lijn eigen troepen) - wordt gepasseerd en dus in het gebied van de vijand wordt opgetreden in een per definitie vijandige (non-permissive) omgeving. Vaak vindt een dergelijke diepe aanvalsoperatie 100 tot 150 km dieper dan de VLET plaats, met name als air manoeuvre. Dit is een zeer risicovolle en complexe inzetoptie.

Een cross-flot-operatie is met name een aanval die diep in vijandelijk gebied wordt uitgevoerd (diepe operatie). Is de gevechtsvoerder een divisie dan kan een brigade zo’n operatie uitvoeren; bij een brigade als gevechtsvoerder neemt een (pantser)infanteriebataljon deze taak op zich.

Bij een cross-flot-operatie – bedoeld om bijvoorbeeld een corridor te openen of specifieke aanvalsdoelen te nemen – wordt gebruikgemaakt van vele beschermings- en geheimhoudingsmaatregelen, inclusief radiostilte. Eenheden die specifiek worden 'getasked' voor cross-flot-operaties zijn long range reconnaissance patrols (LRRP's).

Zie ook: long range reconnaissance patrol (LRRP) en voorste lijn eigen troepen (VLET).

Terug naar Boven

 

CROSSHAIR

Nederlands: richtkruis.

Crosshair vanuit een tank

Bestaat uit twee elkaar kruisende haarlijnen – één horizontale en één verticale. Een crosshair zorgt ervoor dat het richtpunt met een wapen ook het trefpunt kan zijn.

Zie ook: M49-observatietelescoop.

Terug naar Boven

 

CROSS SPECTRUM OPERATION

Zie onder: three block war.

Terug naar Boven

 

CROWD AND RIOT CONTROL

Afgekort: CRC. Duits: Krawallenbekämpfung. Nederlands: rellenbestrijding. Crowd and Riot Control is militair optreden in het lagere geweldsniveau, bijvoorbeeld tijdens een vredesoperatie, dat gericht is op het verlenen van assistentie aan de lokale autoriteiten bij het in bedwang houden van een roerige menigte. De bedoeling hierbij is de ongewapende burgers af te schrikken en/of de openbare orde te handhaven.

De menigte (demonstratie, samenscholing, rellen) kan georganiseerd dan wel opgehitst zijn door één van de partijen in het conflict en voor de ontplooide strijdmacht een oncontroleerbare situatie in de toekomst opleveren. Het beheersen dan wel bestrijden van ongeregeldheden en onlusten kan noodzakelijk worden gevonden wanneer zij een bedreiging vormen voor de force protection, vrijheid van beweging (freedom of movement) of vrijheid van handelen van de ontplooide strijdmacht. Menigten die de uitoefening van de militaire taak belemmeren vragen om proportioneel en de-escalerend optreden, zonder gebruikmaking van dodelijk geweld en onder de geldende principes van proportionaliteit en subsidiariteit.

Hoewel ordehandhaving in eerste instantie een taak is van de lokale autoriteiten, kunnen hiervoor speciaal opgeleide en getrainde militairen worden ingezet. Binnen Defensie is de Koninklijke Marechaussee verantwoordelijk voor de opleidingen op het gebied van crowd and riot control; normaliter behoort CRC tot de militaire politietaken van de KMAR. In principe worden voor CRC eenheden ter grootte van een peloton (30 à 50 militairen) aangewezen.

Op 8 mei 2001 vond tijdens de missie SFOR in Bosnië-Hercegovina een dodelijk ongeluk plaats met een Leopard 2 'Buffel' bergingstank bij de compound Bugojno, waarbij de 21-jarige kanonnier der eerste klasse Bas Alsemgeest om het leven kwam en drie collega’s gewond raakten. Het ongeval gebeurde toen een CRC-peloton van 14 Afdeling Veldartillerie het doorbreken van een barricade met behulp van een beoefende.

Zie ook: beteugelen van woelingen.

Terug naar Boven

 

CRYPTOGRAFIE

Duits: Kryptographie; Schlüsselwesen; Kryptowesen. Engels: cryptography. Frans: cryptographie. Letterlijk: geheimschrift.

Coderingsmethode waarbij geschreven informatie (plaintext) volgens een bepaald systeem wordt omgezet in een tekst die alleen leesbaar is (ciphertext) voor wie het, met gebruikmaking van de juiste sleutel, kan en mag lezen.

Het vercijferen of -sleutelen van tekst wordt encryptie genoemd, het ontcijferen of -sleutelen – terugbrengen naar klare tekst – decryptie .

De Romeinse keizers Caesar en Augustus stuurden bodes met versleutelde berichten op pad om te communiceren met hun veldheren; vielen die berichten in handen van de vijand, dan bleef de inhoud onbekend. De keizers vervingen in berichten elke letter van het alfabet door bijvoorbeeld de derde, cyclisch daaropvolgende letter; dan werd de A geconverteerd in een D, de K in een N en de Y in een B. Deze methode van verschuiving bestaat nog steeds en wordt ‘Caesar cipher’ (Caesarcijfer) genoemd.

Cryptografie is niet voor niets van oudsher een militair hulpmiddel ter bescherming van de staatsveiligheid. Zo was cryptografie in de Tweede Wereldoorlog en Koude Oorlog van groot belang. In WO II vond er zelfs een heuse wedloop plaats tussen codemakers en –krakers; vooral de codekrakers van de Britse Government Code and Cypher School (GC&CS) in Bletchley Park werden beroemd bij het ontcijferen van de legendarische Duitse Enigma-versleutelmachine van het Chiffriermaschinen Aktiengesellschaft (AG) in Berlijn. Veelbetekenend was het succes van de decryptie van de Enigmacode van de Duitse onderzeeërs (U-boot), waarna de Kriegsmarine haar gezag op zee definitief aan de geallieerden verloor.

Om te voorkomen dat niet-gemachtigde personen toegang krijgen tot gevoelige informatie is cryptografie een mogelijkheid. Door het toenemende belang in en gebruik van computers en telecommunicatie worden zowel Signals Intelligence (SIGINT) en Communication Security (COMSEC) als cryptografie steeds belangrijker.

Terug naar Boven

 

C.S.C.A.T.T.T.

Ezelsbruggetje van de leidende principes in de responsfase van een grootschalige incident (calamiteit, MASCAL, ramp).

Rondom een ongevallocatie met gewonden moeten zo gestructureerd en systematisch mogelijk maatregelen worden genomen voordat met de eerstehulpverlening kan worden begonnen. De wijze waarop is situationeel afhankelijk, de manier hoe is gestandaardiseerd in CSCATTT.

CSCATTT is toepasbaar bij incident management in zowel de prehospitale als hospitale fase.

Het acroniem is ontleend aan de Major Incident Medical Management and Support (MIMMS), komt onder andere voor in de U.K. Clinical Guidelines of Operations en het voorschrift 8-570 (Klinische richtlijnen BATLS-NLD2011 doctrine voor de geneeskundige verzorger en gewondenhelper) en wordt onder meer aangeleerd in de opleiding tot gewondenhelper (Combat Life Saver, CLS):

MEDISCH MANAGEMENT

C

Command & Control (C2)

Commandovoering

►eenhoofdige leiding: commander on scene (COS)
►zo snel mogelijk aanwijzen van triage-arts

S

Safety (Self, Scene, Survivors)

Veiligheid

►zorg voor eigen veiligheid van de hulpverleners (persoonlijke beschermingsmiddelen)
►zorg voor veiligheid op en rond de locatie van de gewonden (cordons, afzetlint)
►zorg voor veiligheid voor de overlevenden
►attendeer anderen op gevaarlijke situaties, zodat er niet nog meer gewonden vallen

C

Communication

Communicatie

►zet verbindingsmiddelen aan
►positioneer voertuigen rond het cordon
►meld bijzonderheden aan de COS

A

Assessment

Onderzoek

►houd onafgebroken situational awareness
►bepaal aantal gewonden/oorzaak van gewond raken
►bepaal een gunstige naderingsroute
►overleg met COS hoe de gewonden te evacueren
►markeer de locatie van de gewonden
►zorg voor initiële beoordeling van het incident aan de hand van een METHANE

MEDISCH INHOUDELIJK

T

Triage

Triage

►wie voert waar welke triage uit?
►deel gewonden in naar behandelprioriteit
►ga hiertoe over op triagesysteem (T-classificatie)

T

Treatment

Behandeling

►wie voert waar welke behandeling uit?
►na voltooiing triage aanvang met uitgebreide behandeling van de gewonden
►behandeling van de gewonden volgens het protocol <c>ABCDE

T

Transport

Vervoer

►gewonden in veiligheid brengen
►inventariseer de mogelijkheden, beschikbaarheid en ►geschiktheid van transportmiddelen
►welke patiënt gaat wanneer naar welke instelling?

Bron onder andere: artikel ‘MIMMS - Major Incident Medical Management System’ door luitenant-kolonel-arts Johan de Graaf (Nederlands Militair Geneeskundig Tijdschrift, september 2006) en VS 8-570 (Klinische richtlijnen BATLS-NLD2011 doctrine voor de geneeskundige verzorger en gewondenhelper).

Terug naar Boven

 

CURVIMETER

Ook genaamd: landkaartmeter. Praktisch apparaatje waarmee door middel van het rollen van een wieltje over een topografische kaart de afstand van een te plannen route relatief nauwkeurig kan worden gemeten. Het apparaatje meet de papieren afstand, waarna met behulp van een schaalverdeling de reële afstand in kilometers kan worden berekend.

Er zijn elektronische en mechanische curvimeters in de handel. Nadelen zijn dat het wieltje van de curvimeter elke trilling als afwijking op de reële afstand onnauwkeurig registreert. Bovendien houdt een curvimeter geen rekening met de hoogteverschillen (hoogtelijnen) op een kaart.

De curvimeter kan in de regel omrekenen vanuit elke willekeurige schaalverdeling naar diverse afstandsmaten (kilometer, mijl e.d.).

Terug naar Boven

 

CV-9035 MARK III

In het kader van het project infanteriegevechtsvoertuig (IGV) schaft de Koninklijke Landmacht 184 stuks van het Infantry Fighting Vehicle (IFV) CV-9035 Mark III aan.

Animatie van het uitstijgen en uitgestegen-zijn uit de CV-90.

Fabrikant is het Zweedse Land Systems Hägglunds AB. De CV-90 is de opvolger van de YPR-765. Met de aanschaf is € 988 miljoen gemoeid. De eerste voertuigen zijn in 2008 bij de KL ingestroomd.

Specificaties:

actieradius

600 km

bemanning

commandant, schutter, chauffeur, infanteriegroep (7 infanteristen)

bewapening

35 mm-kanon, 7.62 mm-mitrailleur

breedte

3 meter 20

gewicht

34 ton

hoogte

2 meter 80

klimvermogen60%

lengte

6 meter 80

motor

16 liter V8 diesel met turbo, 810 pk (604 kW), 2.150 tpm

snelheid

70 km per uur voorwaarts (40 km per uur achterwaarts)

transmissie automatisch, 4 voor- en 2 achterwaarts

zijwaartse helling

40%

In het eisenpakket dat de KL aan het nieuwe infanteriegevechtsvoertuig stond onder andere dat het voertuig zou moeten kunnen meedoen in het hoogste geweldsspectrum. De CV-90 haalt een topsnelheid van 70 km per uur, waarmee het een Leopard 2A6 gevechtstank kan bijhouden.

De bepantsering kan eenvoudig op het voertuig aangebracht en van het voertuig verwijderd worden. De CV-90 wordt uitgerust met een gestabiliseerd 35 mm-Bushmaster III-snelvuurkanon, waarmee doelen tot op 2.000 meter afstand kunnen worden uitgeschakeld met zowel pantser- als airburstpatronen. Van elk type patronen zijn 35 stuks direct gereed voor gebruik. Naast het snelvuurkanon beschikt de CV-90 over een mitrailleur 7.62 mm. Het voertuig heeft daarnaast een geautomatiseerd vuurleidingssysteem met een munitieprogrammeur, een roterende koepel met ‘hunter-killer’-vermogen en is voorzien van dag- en nachtzichtapparatuur met thermische camera's.

Animatie van de binnenzijde van het Infantry Fighting Vehicle CV-9035 Mark III

Terug naar Boven

Laatste update:22.05.2013