Inhoudsopgave C
Terug naar de homepage
 

Maak uw keuze uit de hieronder getoonde lijst

C79 elcan optisch vizier

Het C79 ELCAN optisch vizier

In het Engels: Elcan C79 3.5X Optical Scope.

Het optisch vizier is bedoeld voor bijvoorbeeld het Diemaco C7A1-geweer en de FN Minimi-mitrailleur. Het beeld in het vizier vergroot 3,5 maal.

ELCAN staat voor Ernst Leitz Canada, een producent die onderdeel is van het Raytheon-concern.

Het optisch vizier wordt gerekend tot de snelrichtmiddelen (SRIM), evenals de red-dot. Toepassing van SRIM zal zowel effectiviteit als letaliteit op korte afstand vergroten omdat de wapens eenvoudiger en sneller inzetbaar zijn.

Terug naar Boven

 

C's, 4

De 4 C’s zijn een ludiek bedoeld ezelsbruggetje dat wordt gehanteerd door onderofficieren, met name sergeanten (der eerste klasse).

Feitelijk wordt ermee aangegeven dat de onderofficier via allerlei omwegen en kanalen datgene kan regelen en ritselen wat noodzakelijk is om zich als onderofficier te handhaven tussen enerzijds de manschappen en anderzijds de officieren.

Vergelijk een en ander met de uitleg die wordt gegeven aan het Elfde Gebod: “Gij zult niet gesnaaid worden”. Nagenoeg alles is geoorloofd, mits het ten dienste staat van betere prestaties van de Defensieorganisatie, haar personeel en haar materieel.

Uiteraard is collegialiteit het voornaamste:

C
Chantage
C
Corruptie
C
Connecties
C
Collegialiteit

Terug naar Boven

 

CADET

In het Duits: Kadett. In het Engels: cadet. In het Frans: cadet. Van origine is het woord ontleend aan het Frans, in de betekenis van “aanvoerder”.

De huidige betekenis is leerling van een militaire academie die in de toekomst als officier binnen de krijgsmacht werkzaam zal zijn. Binnen de Koninklijke Landmacht: een leerling van de Koninklijke Militaire Academie te Breda.

De titel “jonker” voor de cadet is sinds de jaren ’90 van de 20ste eeuw in onbruik geraakt. Maar de aanspreektitel geldt vandaag de dag nog steeds: na de inauguratie tot het Cadettencorps is het dragen van de titel op én buiten de KMA toegestaan. Historisch gezien is de betekenis van jonker overigens die van “adellijke jongeman zonder verdere titel”.

Terug naar Boven

 

CADETTENLIED

Naar de eerste regels ook genaamd: “Komt wapenbroeders, Neêrlands zonen”.

In 1887 geschreven door de cadet P.D. van Essen op muziek van de cadet J.L. Abell. Het Cadettenlied wordt heden ten dage nog altijd door cadetten van het corps als eerste lied aangeheven tijdens corpsvergaderingen, (gala)diners en andere feesten op de Koninklijke Militaire Academie.

Waar het Cadettenlied de aanvang markeert, geeft het Bon Soir het einde aan. Beide liederen worden, evenals het Wilhelmus, in de houding ten gehore gebracht. Alleen het eerste couplet wordt meegezongen.

Het eerste couplet luidt:

“Komt wapenbroeders, Neêrlands zonen
Door 't zelfde levensdoel verwant!
Met heilig vuur bezield voor ’t ene,
Verknocht aan 't zelfde vaderland!
Verheft, verheft den zang, ontbloot, ontbloot uw hoofden
En zweert met ons denzelfden eed, en zweert met ons denzelfden eed
Dien eenmaal onze vaad'ren zwoeren,
Toen vreemd geweld hen zuchten deed.”

Zie ook: Bon Soir.

Terug naar Boven

 

C.A.L.L.

Ezelsbruggetje, afgeleid van de afkorting voor het Amerikaanse Center for Army Lessons Learned (CALL). Het kan worden gebruikt voor het toevoegen van de aanbevelingen en conclusies aan een evaluatie, Final Exercise Report (FER), First Impression Report (FIR) of After Action Report (AAR):

C

Conclusies

A

Aanbevelingen

L

Lessons

L

Learned

Zie ook: lessons learned.

Terug naar Boven

 

CAM

Voluit: Chemical Agent Monitor (NSN 6665-17-106-2038).

Chemische restbesmettingsmeter waarmee de aanwezigheid van aerosol en/of damp van blaartrekkende (lewisiet, mosterdgas) of zenuwblokkerende (sarin, soman, tabun) strijdmiddelen kan worden aangetoond. De te onderzoeken onbekende substantie wordt ‘gesnuffeld’ door het apparaat, waarna de verkregen gassen met behulp van een hittepuls via Ionen Mobiliteits Spectrometrie (IMS) worden geïoniseerd; de beweeglijkheid van de ionen geldt als bepalingskenmerk van het gas.

Chemical Agent Monitor (CAM)

De restbesmetting – vuil of schoon – kan worden bepaald op mensen, uitrustingsstukken, voertuigen, voorraden en zelfs wonden; ‘schoon’ wil zeggen dat de dreiging is verstreken, dat de ontsmetting effectief is geweest en de omgeving vrij van blaartrekkende of zenuwblokkerende strijdmiddelen is. Zo niet, kan de ontsmetting (decontaminatie) worden herhaald, eventueel met R.S.D.L. (niet op open wonden).

Specificaties:

gewicht met batterij

1,9 kg

krachtbron

6 Volt-batterij

lengte

38 cm

temperatuurbereik

-30° C tot +55° C

De CAM heeft een aantal beperkingen:

  • In een dampbesmette omgeving is het gebruik van de CAM voor controle op restbesmetting niet mogelijk.
  • Onder lage omgevingstemperaturen kunnen chemische strijdmiddelen niet volledig verdampen, waardoor de concentratie te laag is om detectie mogelijk te maken.
  • Wanneer géén contact kan worden gemaakt met aerosol en/of damp van een chemisch strijdmiddel, zal de aanwezigheid niet worden gedetecteerd; daarom werkt het apparaat het best in kalme, stabiele lucht.

Zie ook: C.B.R.N.-middelen en R.S.D.L.

Terug naar Boven

 

CAMBRIAN PATROL

Belangrijkste evenement van de Britse landmacht, dat jaarlijks in de herfst in Brecon Beacons, Centraal-Wales (Cambrian Mountains, Sennybridge Training Area) wordt georganiseerd. De Cambrian Patrol wordt gezien als één van de meest prestigieuze patrouillecompetities binnen de NAVO.

Het doel van de Cambrian Patrol is een patrouilleoefening om de operationele capaciteit te testen van individuen en patrouilleteams.

Patrouilleteams moeten onder extreme omstandigheden militaire basisvaardigheden uitvoeren, zoals eerstehulpverlening (o.a. CASEVAC), ex- en infiltratie, (rivier)hindernissen oversteken, materieelherkenning, navigeren (overdag en bij nacht), object- en routeverkenning, omgang met krijgsgevangenen, radio- en tactische verbindingen, vuren met persoonlijke wapens en drills in het kader van CBRN, helikopters en ontmijnen. De duur van de patrouille is 48 uur, de afstand 50 tot 100 km.

De Cambrian Patrol start met een materiaalinspectie, die onder andere checkt welke minimale middelen worden meegenomen (horloge, kompas, poncho, purificatietabletten t.b.v. drinkwater). Er dient te worden gewerkt met Brits materieel, zoals het geweer SA 80 en het Light Support Weapon (LSW).

De samenstelling van de patrouille is 8 militairen: commandant, plaatsvervangend commandant en zes onderhebbenden. Met alle acht deelnemers moet worden gefinisht. De persoonlijke bagage varieert tussen 25 en 45 kg. In de rugzak zit tenminste reservekleding, voor 24 uur Operational Ration Packs (ORP’s)/Meals Ready to Eat (MRE’s), grabbag, slaapzak, complete NBC-uitrusting en een poncho. Verboden items zijn mobiele telefoons en GPS.

Patrouilleteams kunnen medailles (goud, zilver of brons) of een certificaat behalen: het certificaat is voor groepen die binnen de beschikbare tijd de patrouille voltooien of minder dan 55% van de punten behalen.

De grootste struikelblokken voor niet-Britse deelnemers zijn de onbekendheid met het Britse materiaal en de terrein- en weersomstandigheden (heuvelachtig, koud, nat en winderig).

Met dank aan: Warrant Officer 1st Class Brian Pratt.

Terug naar Boven

 

CAMELBAK

In Nederlandse Defensietaal: drinksysteem, warme en koude vloeistoffen, woodland NL, inhoud 3 liter. NSN: 8465-17-116-4338.

Rugzaksysteem voor tijdelijke wateropslag en –voorziening van fabrikant CamelBak® (“Hydrate or Die”) dat handsfree kan worden gebruikt.

Het draagsysteem – een aanvulling op dan wel vervanging van (veld)flessen water – kan afzonderlijk worden gedragen of worden opgeborgen in een rugzak.

Het water wordt door een gemakkelijk afsluitbaar mondstuk (Big Bite Valve met Big Bite Cover) opgezogen uit een geïsoleerd drinkslangetje dat rechtstreeks uit de waterzak komt. De isolatie probeert te voorkomen dat water onder warmweeromstandigheden snel verhit en onder koudweeromstandigheden snel bevriest.

De waterzak kan tegen een stootje, is onder normaal gebruik lekbestendig en gemakkelijk schoon te maken met bijgeleverd schoonmaaksetje.

Schoonmaken van zowel waterzak als drinkslangetje kan evengoed met een Steradent® bruistablet, met name ter voorkoming van schimmel door stilstaand water.

Periodiek gebruik van de organieke CamelBak® reinigingstabletten (natriumchloriet) houdt de waterzak vrij van geurtjes, schimmel en bijsmaak; vul hiertoe de CamelBak® met 1 liter warm water, voeg 1 tablet toe, sluit de dop, schudt de waterzak, laat het geheel 5 minuten inwerken, laat de zak leeglopen en spoel de zak goed schoon. Het niet correct reinigen van de CamelBak® kan braken, buikpijn, diarree, hoesten en/of een zere keel veroorzaken.

Water kan ten hoogste 72 uur in de waterzak worden opgeslagen. Zorg ervoor dat zowel waterzak als drinkslangetje droog in opslag gaan.

Het drinkslangetje kan met een klem (tube trap) aan de schouderbanden van CamelBak® of rugzak worden vastgemaakt. De waterzak zelf heeft enkel een borstband, géén heupband. Vullen en bijvullen van de waterzak kan via de grote vuldop met schroefsluiting aan de bovenzijde, welke ook aan de buitenkant van de ompakte CamelBak® gemakkelijk bereikbaar is.

Het verdient aanbeveling steeds twee volledig opgetopte waterzakken mee te nemen (een in rugzak, een in grabbag als noodvoorraad water).

Download hier de gebruikershandleiding van de CamelBak® - draagwijze, vullen en gebruik, reinigen en desinfecteren (1,27 MB)

Zie ook: water.

Terug naar Boven

 

CAMISADE

Van het Franse “camise” (hemd, kiel).

Verrassingsoverval in de nacht of in de vroege ochtend, wanneer de vijand geacht wordt te slapen. Hiervoor trekken de militairen witte hemden (of anderszins herkenbare insignia of kleding) over hun uniform aan. Hierdoor kunnen ze elkaar in de duisternis herkennen.

Zie ook: night ops.

Terug naar Boven

 

CAMMAERT, PATRICK

Generaal-majoor Patrick Cammaert op archief- en recente foto's

Nederlandse generaal-majoor van het Korps Mariniers. Volgens Paul Rosenmöller, in een speciaal aan Cammaert in Afrika gewijd portret op 20 mei 2006: “Hij weet heel veel van vredesoperaties, misschien wel het meest in Nederland”.

Cammaert is wellicht tot zijn imposante CV kunnen komen dankzij zijn directe, niet altijd even subtiel-tactvolle en daarom zeker ook keiharde aanpak. In zijn optimisme staat hij het tonen van emoties niet toe. Zijn emoties verwerkt de generaal bij voorkeur ’s avonds en alleen, onder het genot van een sigaar.

Curriculum vitae van de generaal-majoor Patrick Cammaert:

11 april 1950

Geboren te Alkmaar

1968

Lid Korps Mariniers

1971

Officier Korps Mariniers

1979-1981

Uitwisselingsofficier bij de Royal Marines in Groot-Brittannië

1984-1986

Commandant van de oorspronkelijk koudweergetrainde Whisky-Compagnie Korps Mariniers – geïntegreerd met 45 Commando Group Royal Marines in Arbroath, Schotland

1986-1988

2IC en commandant van Marinierskazerne Savaneta op Aruba (Nederlandse Antillen)

1989

Promotie tot luitenant-kolonel

1990-1991

Commandant 2de Mariniersbataljon – geïntegreerd in de Allied Command Europe Mobile Force (Land) (AMF(L)

1992-1993

Commandant 1ste Mariniersbataljon

1992-1993

Commandant ‘Cambo-II’ (1ste Mariniersbataljon) tijdens UNTAC in Cambodja

1995

Adjunct Chief of Staff van de Multi-National Brigade van de UNPROFOR Rapid Reaction Forces; opereert vanuit een vooruitgeschoven commandopost op Mount Igman (Sarajevo)

1995-1998

Promotie tot kolonel; commandant van de Groep Operationele Eenheden Mariniers (GOEM)

1998-1999

Chef-staf Korps Mariniers

1999

Promotie tot brigade-generaal; commandant Multi National Stand-by Forces High Readiness Brigade (SHIRBRIG) in Kopenhagen

2000-2002

Promotie tot generaal-majoor; Force Commander van UNMEE in Ethiopië/Eritrea

2002-2004

United Nations Military Adviser van het Department of Peacekeeping Operations in New York; eerste militair adviseur van Secretaris-Generaal Kofi Annan

2005-februari 2007

Divisiecommandant Eastern Division MONUC-troepen in Congo (16.000 militairen)

Sinds 22 maart 2007 is Patrick Cammaert generaal-majoor b.d.

 

Terug naar Boven

 

CAMOUFLAGE

Camoufleren is jezelf en/of je materieel zodanig onzichtbaar of althans onopvallend maken dat je een voordeelsituatie creëert waarbij je ziet zonder gezien te worden en moeilijk door de vijand ontdekt kunt worden.

Camouflage in de praktijk; de rode baret onderscheidt in dit geval de instructeur van het Schoolbataljon Luchtmobiel van de rekruten

De basisprincipes van camouflage zijn S5:

> Shape

> Shine

> Shadow

> Silhouette

> Spacing

Daarnaast zijn geluids-, licht- en sporendiscipline van eminent belang om een correct uitgevoerde camouflage in de praktijk werkzaam te houden.

Basiskennis met betrekking tot camouflage is te vinden in het hoofdstuk 'Gevechtsopleiding Buddysysteem' (hoofdstuk 27: GOBS) in het Handboek KL-militair (VS 2-1352) én in het eerste deel van de BBC-televisieserie 'SAS Survival Secrets' (2003/2004).

SHAPE (Vorm)

  • vermijd onnodige bewegingen
  • indien toch moet worden bewogen: beweeg langzaam, ook in hoog gras en struikgewas
  • maak geen rook- en/of stofwolken
  • breek de vorm van je gezicht, handen, hals en nek door het aanbrengen van een grillig camouflagepatroon

SHINE (Glans & Schittering)

  • vermijd dat schittering afgevende voorwerpen, zoals wapens, ballistische bril, kompas, aansteker, horloge e.d., je positie verraden
  • oogwit is zeer opvallend, ook 's nachts

Hagedis in het gras: een voorbeeld van natuurlijke camouflage

Download hier de Power Point-presentatie over natuurlijke camouflage (1,26 MB)

SHADOW (Schaduw)

  • fel zonlicht vermijden
  • verplaats altijd in de schaduw, dus bijvoorbeeld in randen van bossen en verstedelijkte gebieden
  • vermijd de zichtbaarheid van je eigen schaduw en die van je uitrustingsstukken

SILHOUETTE (Aftekening tegen de achtergrond)

  • let op je gezicht, handen, hals en nek; trek bijvoorbeeld handschoenen aan
  • mouwen te allen tijde naar beneden
  • breek de vorm van alle uitrustingsstukken, ook helm, rugzak en wapen
  • probeer zoveel mogelijk een te worden met (achtergrond van) de omgeving
  • pas de camouflagetinten bij optreden in bossen aan het jaargetijde aan

SPACING (Tussenruimte)

  • houd tussenruimte aan, bijvoorbeeld bij een patrouillegang
  • loop in elkaars sporen
  • vermijd open terrein; verplaats zoveel mogelijk door bebost gebied

Geluidsdiscipline

  • praat te allen tijde met gedempte stem; dit is onopvallender dan fluisteren
  • doe, voordat je met draagharnas, rugzak en andere uitrustingsstukken gaat verplaatsen, eerst de rammeltest: rammelen er spullen bij het opspringen en/of neerkomen, verbeter dan eerst de uitrusting
  • geef een gewonde zo nodig pijnstillers om de geluidsdiscipline hoog te houden

Lichtdiscipline

  • maak nooit gebruik van wit licht, ook niet in behuizing of tent, of onder een poncho
  • gebruik als je per se licht nodig hebt, filters op je zaklamp en filters voor de voertuigverlichting
  • zorg dat je voor zonsopkomst uit een schuilbivak opbreekt
  • zorg dat je pas na zonsondergang een schuilbivak inricht; dit is minder opvallend en trekt zo min mogelijk de aandacht

Sporendiscipline

  • loop zoveel mogelijk in elkaars sporen
  • laat geen afval achter; neem alles mee
  • neem ook 'body waist' (eigen uitwerpselen en urine) zelf mee
  • laat de natuur intact; de gemakkelijkste sporen worden gemaakt door afgebroken takken e.d.

Verschillende soorten camouflage van NAVO-bondgenoten:

Amerikaanse camouflage

Belgische camouflage

 

Britse camouflage

Duitse camouflage

 

Franse camouflage

Nederlandse camouflage

Zie ook: disruptive pattern material (DPM), F.O.M.E.C.B.L.O.T., radiostilte en tenuen.

Terug naar Boven

 

CANE

Op de foto: sergeant-majoor instructeur b.d. Piet de Groot met cane.

Van 1980 tot zijn functioneel leeftijdsontslag in 1994 was hij onderofficier bij het Regiment Geneeskundige Troepen. Tegenwoordig geeft hij leiding aan het exercitiepeloton van de Stichting Ouwestomp.

Een dunne eiken stok van ± 90 cm lang die wordt gedragen bij het uitoefenen van bepaalde functies. Binnen de Koninklijke Landmacht zijn de CSM (compagnies sergeant-majoor), batterij- of eskadronsopperwachtmeester én compagnies-, bataljons-, brigade-, regiments-, korps-, Landmacht- en krijgsmachtadjudant bevoegd tot het dragen van een cane.

De cane van een stafadjudant is voorzien van een goudkleurige metalen knop; overige functionarissen dragen een cane die is voorzien van een zilverkleurige metalen knop.

De cane, van oorsprong een wandelstok uit de tijd van de Britse koning Henry VIII (1491-1547), is in de gelederen van de krijgsmacht geïntroduceerd als hulpmiddel om lijfelijk te kunnen straffen tijdens het drillen en weer later tijdens het exerceren van de troep.

De cane is tegenwoordig verworden tot een symbool van aanzien en autoriteit voor onderofficieren op de meest begeerde functies.

Terug naar Boven

 

CAPILLAIRE REFILL

Letterlijk: hervulling van de haarvaten.

De haarvaten (capillairen) zijn de kleinste bloedvaten; ze vormen de verbinding tussen slagaders en aders. In de haarvaten vindt onder andere afgifte van zuurstof aan het weefsel plaats. Vanwege de al dan niet verminderde zuurstofafgifte kunnen de haarvaten functioneren als parameter voor het beoordelen van de circulatie.

Vijf seconden achtereen wordt het nagelbed van een vinger ingedrukt. Hierdoor worden de haarvaten tijdelijk bloedleeg gemaakt, waardoor het nagelbed bleek kleurt. Na het loslaten zal het nagelbed bij een goede doorbloeding binnen 1½ à 2 seconden weer roze kleuren.

Als er sprake is van zuurstofgebrek (hypoxie) in de weefsels, zal het hervullen van de haarvaten langer dan 2 seconden duren: de capillaire refill is dan “traag” of “vertraagd”. Hiermee is de perifere weerstand (doorbloeding van en zuurstofafgifte door de haarvaten in de huid) gemeten.

Mede met behulp van de capillaire refill kan een oordeel worden gegeven over het al dan niet optreden van een bedreigde circulatie. Een vertraagde capillaire refill is dan ook één van de specifieke verschijnselen bij shock, naast een tachycardie (snelle hartslag), klamme/koude bleke huid, hypotensie (lage bloeddruk) en sterk verminderde diurese (urinevorming door de nieren).

Terug naar Boven

 

CAPITULATIE

In het Duits: Kapitulation. In het Engels: capitulation. In het Frans: capitulation. Ook genaamd: overgave (aan de vijand) in oorlogstijd. Term dateert uit 16de eeuw.

Volgens het oorlogsrecht een overeenkomst tussen de bevelhebbers van strijdende partijen waarbij, in de regel onder bepaalde voorwaarden, wordt aangegeven dat één van de partijen de gewapende strijd van zijn land of strijdmacht staakt. Artikel 35 van de Haagse Conventie uit 1899 bepaalt dat capitulatie moet plaatsvinden in overeenstemming met de regels van de militaire eer.

Hoewel een capitulatie niet per se het einde van een oorlog hoeft te betekenen, moet een (on)voorwaardelijke capitulatie bepalingen bevatten over zowel het tijdstip van inwerkingtreding en als het gebied en de eenheden waarvoor zij geldt.

Capituleren kan verder inhouden dat, indien geen vrije aftocht voor de betreffende eenheden is overeengekomen, ze door de overwinnaar worden ontwapend en krijgsgevangen gemaakt. Militaire voorraden, munitie, uitrusting en wapens(ystemen) vallen onder het buitrecht, waarbij volgens het jus in bello de buit toekomt aan de overwinnaars.

Capitulatie wordt onderscheiden van overgave en wapenstilstand. Overgave is een enkelzijdige handeling, waarbij militairen bijvoorbeeld door het opsteken van beide handen of het laten zien van een witte vlag, te kennen geven dat ze de strijd staken. Wapenstilstand betekent dat troepen gewapend in hun stellingen blijven gedurende een periode van status quo.

Geschreven regels op het gebied van het capituleren staan in het Landoorlogreglement, onderdeel van de Haagse Conventie (1899, herzien in 1907), en de Conventie van Genève.

Voorbeelden met betrekking tot Nederland:

Vijf dagen na de Duitse inval capituleerde Nederland. Om – na het bombardement op Rotterdam en de dreiging dat Utrecht eenzelfde lot zou ondergaan – onnodig bloedvergieten te voorkomen tekende de Opperbevelhebber van Land- en Zeemacht, generaal Henri Winkelman, op 15 mei 1940 in een schoolgebouw in Rijsoord de capitulatie. Namens de bezettende Duitse troepen was hierbij generaal Georg von Küchler aanwezig, de commandant van de 18. Armee (18de Leger) die de succesvolle aanval op Nederland had geleid. De Nederlandse capitulatie gold niet voor de provincie Zeeland, waar met behulp van hoofdzakelijk Franse troepen tot 19 mei 1940 de strijd werd voortgezet.

 

Uit angst voor een bombardement op de stad Bandoeng én omdat de Japanners met minder dan een algemene capitulatie géén genoegen zouden nemen, capituleerde op 9 maart 1942 – een week na de Japanse landingen op Java – het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger (KNIL) onvoorwaardelijk. Het capitulatieprotocol werd door luitenant-generaal Hein ter Poorten, commandant van het KNIL en hoofd van het Departement van Oorlog in Nederlandsch-Indië, getekend ten overstaan van de Japanse luitenant-generaal Hitoshi Imamura, commandant van het 16de Japanse leger. Plaats van handeling was het militair vliegveld Kalidjati op West-Java.

Terug naar Boven

 

CASEVAC

Acroniem voor Casualty Evacuation. In het Duits: CASEVAC; Verletztenbergung; Verwundetenevakuierung. In het Frans: EVASAN (évacuation sanitaire par voie aérienne); évacuation des blessés; évacuation des pertes.

Officieuze NAVO-term voor geïmproviseerd gewondentransport met een helikopter die niet voor gewondentransport is ingericht. In uitgebreidere zin: vervoer van een gewonde vanaf de locatie van gewond raken binnen de gevechtszone (combat zone) naar een geneeskundige inrichting met een niet daartoe ingericht (non-dedicated) transportmiddel waarop de voorgeschreven markering (Rode Kruis) ontbreekt.

Vaak vindt CASEVAC plaats door niet-geneeskundig personeel of geneeskundig hulppersoneel dat organiek is ingedeeld bij gevechtseenheden – bijvoorbeeld bij het afbreken van het gevecht. Gewondenafvoer is daarom één van de zwakheden van het optreden van lichte infanterie, die voor de initiële verzorging van gewonden zeer afhankelijk is van luchtsteun ten behoeve van CASEVAC (en MEDEVAC).

Bij CASEVAC zal de gewonde onderweg in de regel géén additionele geneeskundige behandeling kunnen ontvangen; indien de status van de gewonde en route verslechtert zal dat een ongunstig effect hebben op de prognose van zijn gezondheidstoestand.

Verschilt dus van de MEDEVAC.

Terug naar Boven

 

CASSEIOPEIA

W-vormig sterrenbeeld dat op een heldere avond al gauw aan het firmament is te herkennen. Casseiopeia ligt precies aan de andere kant van de Poolster (Stella Polaris) als de Grote Beer (Ursa Major). Een rechte lijn - getrokken vanaf de ster onderin de eerste V van de W-vorm - en doorgetrokken naar de Grote Beer wijst precies naar de Poolster, die op het noordelijk halfrond altijd in het noorden staat en het gehele jaar te zien is. Op deze manier kan vrij exact het ware noorden worden bepaald.

Vorm van Casseiopeia

Casseiopeia bevat de resten van een supernova, die in 1572 door Tycho Brahe werd waargenomen.

Het sterrenbeeld Casseiopeia ontleent zijn naam aan de vrouw van Cepheus, koning van Joppa, en de moeder van Andromeda, die door Perseus wordt gered van het zeemonster Cetus.

Zie ook Grote Beer, Kleine Beer en Poolster.

Terug naar Boven

 

CATCH-22

Naar de roman ‘Catch-22' (1961) van de Amerikaanse schrijver Joseph Heller (1923-1999).

De anti-oorlogsroman ‘Catch-22' is gebaseerd op Hellers ervaringen als vlieger in de Tweede Wereldoorlog, toen hij 60 missies van Corsica naar het Italiaanse front vloog.

‘Catch-22' is het verhaal van Hellers alter ego kapitein John Yossarian, die voortdurend gedwongen wordt om extra missies te vliegen. Alleen als hij zich gek kan laten verklaren, zal hij niet meer hoeven vliegen. Dan is er artikel 22 van het luchtmacht-reglement: wie géén missies wil vliegen, kan niet echt gek zijn. Ontsnapping is dus onmogelijk, maar Yossarian is vastbesloten de oorlog te overleven en elk middel aan te grijpen om dat voor elkaar te krijgen. Kapitein Yossarian neemt zich voor “to live forever or die in the attempt” .

‘Alleen zijn superieuren schijnen beter te worden van het oorlogsvoeren, maar Yossarian weigert zich (als individu) te laten vermangelen door de autoriteiten en het militair-industrieel complex.

Catch-22' is door de jaren heen, naast een bestseller, een heus cultboek geworden. Het beschrijft humoristisch de absurditeit van de Tweede Wereldoorlog.

Heden ten dage leeft ‘catch-22' in het algemeen spraakgebruik voort als een no-win situatie, paradoxale situatie zonder uitweg of uitzichtloze kringlogica. Een ‘catch-22' wordt gezien als een raadselachtige vraagstelling waarop het antwoord zéér complex is en misschien zelfs nooit te geven. Wie de vraag wordt gesteld lijkt weliswaar keuzes te hebben, maar geen enkele van de keuzes leidt tot een oplossing. Sterker nog: uit zo'n situatie komt in de regel alleen een verliezer naar voren.

Zie ook: sneuvelbereidheid.

Terug naar Boven

 

CAVALERIE SCHIETKAMP

Afgekort: CSK.

Het CSK is gelegen op de Vliehors, het westelijke deel (zijde van de Waddenzee, Koninklijke Landmacht) van Waddeneiland Vlieland.

Op het CSK werden tot 15 april 2004 schietoefeningen gehouden met Leopard-tanks (tankkanonnen) én vanuit pantservoertuigen (mitrailleurs); op laatstgenoemde datum heeft een tank het laatste schot gelost op het CSK, waarmee na 48 jaar een einde kwam aan de opleidingsactiviteiten van de Koninklijke Landmacht op het Waddeneiland.

Het CSK is ten prooi gevallen aan milieuwetgeving (oppervlaktewaterverontreiniging en geluidsoverlast) en bezuinigingen; op de Vliehors rusten en fourageren tienduizenden brand- en rotganzen, dwergsterns, lepelaars en rose grutto's.

In 1953 is het oefenterrein op de Vliehors gevestigd, zowel omdat het terrein ruim van opzet diende te zijn als vanwege de onveilige sector: de zone rond het schietterrein waar de verschoten munitie terecht zou kunnen komen. Sinds 1956 sloten alle tankschutters hun eerste opleiding op het CSK af met een eerste schot scherpe munitie.

Naast het CSK kent Vlieland de Cornfield Range (zijde van de Noordzee, Koninklijke Luchtmacht), bedoeld voor schietoefeningen en bombardementen vanuit militaire vliegtuigen.

Het schietseizoen had plaats van 1 september tot 15 april. Op de Vliehors stonden karkassen van afgeschoten tanks, waarop door tankbemanningen geschoten diende te worden. Buiten de schietperiode werden er andere oefeningen gehouden en werd er munitie geraapt.

Terug naar Boven

 

CAVEAT

Uitgesproken als kav-ee-at”. Latijn voor “oppassen”.

Uitzondering op de regel. Formeel verzet tegen een gedeelte van de Rules of Engagement (ROE) voor het eigen nationale contingent, deel uitmakend van een multinationale operatie. De caveat komt ook aan de orde in de Nederlandse Defensie Doctrine, waar in artikel 236 uitdrukkelijk staat aangegeven dat de Commandant der Strijdkrachten (CDS) verantwoordelijk is voor de aansturing van de operationele eenheden van land-, lucht- en zeestrijdkrachten.

Omdat militair optreden in overeenstemming met de ROE op sommige onderdelen in strijd kan zijn met nationaal beleid of recht, kan een land binnen de ROE een operationeel voorbehoud maken.

Het verschijnsel van de caveats deed zich voor het eerst negatief gelden als gevolg van etnisch geweld in Kosovo op 16 en 17 maart 2004. Caveats binnen de Kosovo Force (KFOR) waren er de oorzaak van dat KFOR de burgerlijke onrust onvoldoende kon beperken.

Vervolgens hielden de caveats ook tijdens de International Security Assistance Force (ISAF) in Afghanistan. Op 24 oktober 2006 schatte de SACEUR, de Amerikaanse general James L. Jones, het aantal nationale caveats binnen ISAF op 102, waarvan er 50 de operaties aanzienlijk belemmerde”. Hiervoor waren 20 van de 26 NAVO-lidstaten binnen ISAF verantwoordelijk.

Voorbeelden hiervan waren:

  • bannen van eigen troepen uit riot control-operaties
  • consulteren van de eigen regering voorafgaand aan inzet
  • geografisch gebonden inzet (niet in oosten en zuiden Afghanistan)
  • helpen van de Afghaanse overheid bij het uitroeien van de opiumoogst
  • niet vechten in koudweeromstandigheden (Zuid-Europese landen)
  • uitvoeren van patrouillegang uitsluitend bij daglicht (Duitsland)
  • vervoeren van Afghanen  met militaire helikopters

Zowel langs ambtelijke als militaire weg is én wordt voortdurend aangedrongen op het verminderen van (de reikwijdte en strekking van) dergelijke caveats. Aangezien zij operationele commandanten beperken in de mogelijkheid tot het uitvoeren van een opdracht, zou de afwezigheid van caveats de inzet van troepen in steeds complexere missiegebieden alleen maar vergemakkelijken.

Zie ook: Rules of Engagement (ROE).

Terug naar Boven

 

C.B.R.N.

Nieuw gehanteerde verzamelnaam in plaats van NBC (Nucleair, Biologisch en Chemisch). Betekenis: Chemisch, Biologisch, Radiologisch en Nucleair. In het Frans: nucléaire, radiologique, bactériologique et chimique. CBRN omvat alle preventieve én defensieve maatregelen tegen chemische, biologische, radiologische en nucleaire aanvallen.

In 2003 zijn het Joint Kenniscentrum NBC en de Joint NBC School opgericht. In 2004 is, teneinde uitgezonden Nederlandse eenheden te kunnen beschermen tegen CBRN-wapens, 101 NBC Verdedigingscompagnie paraatgesteld.

De NAVO beschikt sinds 2004 over het multinationaal-operationele 31st CBRN Defence Battalion, dat op roulatiebasis door de lidstaten wordt gevuld en waarvan delen in 2004 zijn ingezet tijdens de Olympische Spelen in Griekenland. Het is gestationeerd in het Tsjechische Liberec.

Zie ook:COLPRO, FM-12 (CBRN-masker), massavernietigingswapens, maskeroefenruimte, NBC-pak en R.O.T.A.

Terug naar Boven

 

C.B.R.N.-MIDDELEN

22 april 1915

Tijdens de Krimoorlog (1853-1856) stelde de Britse admiraal Lord Dundonald voor om Sebastopol met behulp van gifgas op de Russen te heroveren. Zijn ‘secret war plan’ hield in om schepen met brandend zwavel naar de fortificaties van de havenstad te varen. De verstikkende rookwolken zouden het beleg van Sebastopol binnen een paar uur opheffen. Zijn plan werd door het Britse kabinet afgewezen: een eervol leger zou een dergelijk afschuwelijk wapen niet gebruiken. In plaats daarvan kozen de Britten voor een klassieke charge van de cavalerie, waarbij duizenden Britten om het leven kwamen.

Hierdoor begon pas zestig jaar later, wat strijdgassen betreft, de moderne krijgsgeschiedenis. Op 22 april 1915, aan het begin van de Tweede Slag om Ieper, lieten de Duitsers bij Ieper (Ypres), in de Vlaamse Westhoek, op grote schaal chloorgas los. Doel van de aanval waren de onbeschermde 87e Division Territoriale Bretagne-Normandie en de 45e Division Algérienne. De aanval op Bixschoote, Langemark en Steenstrate trachtte een doorbraak in de vastgelopen loopgravenoorlog te forceren.

Een groep daartoe opgeleide geniesoldaten draaide 5.730 gascilinders open: 168.000 liter chloorgas dreef langs een front van zes kilometer breed met de gunstige wind mee naar de Fransen en Algerijnen. Officieel was nooit eerder bij oorlogshandelingen gas gebruikt: bij de aanval stierven zeker 5.000 soldaten en nog eens 15.000 werden door het gas buiten gevecht gesteld.

Bij geringe besmetting met het chloorgas ontstond direct branden en pijn in de ogen, heesheid, misselijkheid en braken. Bij ernstiger besmetting kwamen benauwdheid, pijn op de borst, een blauwrode gelaatskleur en een snelle pols voor. Longoedeem zorgde vervolgens voor een sterk bemoeilijkte ademhaling, hevige benauwdheid en uiteindelijk trad de dood in.

Het geelgroene en bijtende chloorgas is zwaarder dan lucht en gemakkelijk te verdichten tot vloeistof. Het daalde daardoor gemakkelijk neer in de loopgraven, stellingen en door regenval omgewoelde modderpoelen op het slagveld. Door het verrassingseffect (niet zozeer door de aantallen slachtoffers) was de aanval weliswaar een tactisch succes, maar de Duitsers waren zo overweldigd door de chaotische geallieerde terugtocht dat ze dit niet benutten. Bovendien waren hun reserves te gering.

Het idee voor de chloorgasaanval was afkomstig van de Duitse chemicus Dr. Fritz Haber, hoofd van de afdeling voor het onderzoek van strijdvoering met gifgassen. Eind 1914 benaderde Haber zijn militaire superieuren met het idee om door het gebruik van chloorgas de soldaten uit hun loopgraven te verjagen. De keuze viel op Ieper omdat de Oberbefehlshaber van de 4. Armee, Albrecht Herzog von Württemberg, als één der weinigen de inzet van chloorgas onderschreef.

Duitsland verdedigde zich tegen de internationale verontwaardiging voor de chloorgasaanval door te verkondigen dat bij de legerleiding door spionage bekend was dat de Franse generaal Joseph Joffre al eind 1914 beschikte over projectielen met broom- en chlooraceton en deze in maart 1915 tegen de Duitsers zou hebben gebruikt. Dit is feitelijk onjuist: de Fransen gebruikten de traangassen (Weißkreuz) al in 1914! Maar in tegenstelling tot chloorgas waren ze niet dodelijk.

Met de chloorgasaanval begon een wedrace van chemische strijdmiddelen dat steeds dodelijker vormen aannam. Waar de dodelijke dosis chloor nog ‘slechts’ 19 gram per minuut per 1.000 liter was, was dit bij mosterdgas nog maar 1½ gram en bij het zenuwblokkerende strijdmiddel VX een absurde 0,035 gram...

Ook genaamd: gif-, NBC-, oorlogs- of strijdgassen. CBRN-middelen zijn geschikt om te worden gebruikt in militaire operaties. Doel van CBRN-middelen is de tegenstander buiten gevecht te stellen en/of gebruik van installaties, terrein of materieel te bemoeilijken dan wel te verhinderen. Als begindatum van de moderne chemische oorlogvoering wordt genoemd de chloorgasaanval door de Duitsers bij het Belgische Ieper op 22 april 1915 (Eerste Wereldoorlog).

BIOLOGISCH

Biologische strijdmiddelen zijn bacterieen, schimmels, virussen e.d. die met behulp van een sproei-, spuit- of vernevelsysteem bij de vijand worden verspreid, maar ook door het afschieten van granaten of raketten die het strijdmiddel bevatten en zelfs te voren geïnfecteerde insekten of ratten die in vijandelijk gebied worden losgelaten. Zo kunnen relatief eenvoudig grote gebieden worden besmet met een onzichtbare wolk van aërosol, die derhalve ongemerkt wordt ingeademd en geabsorbeerd door de huid. Ook drinkwater- en voedselvoorraden kunnen worden besmet. Primair is het doel het verzwakken van de vijand, niet het doden.

De bekendste zijn cholera, miltvuur (anthrax) en pokken, geschikt gemaakt voor biologische oorlogvoering, maar ook ebola, gele koorts, influenza, marburg, mijtenkoorts, tyfus en West-Nijlkoorts zijn berucht.

CHEMISCH

Chemische strijdmiddelen – die inwerken op het menselijk lichaam en militairen buiten gevechtstellen - kunnen voorkomen in de vorm van aërosol, damp, nevel, rook of een vaste dan wel vloeibare vorm. Vooral de verspreiding in vloeibare vorm is gevaarlijk: benedenwinds van het aangevallen gebied ontstaat een gebied met dampgevaar, waarvan de diepte kan variëren van enkele tot tientallen kilometers. Chemische strijdmiddelen kunnen op velerlei wijzen worden verspreid met behulp van nagenoeg alle bekende wapensystemen: bommen vanuit vliegtuigen, (on)geleide projectielen, landmijnen, (meervoudige) raketwerpers, raketten, sproeitanks en vuurmonden (houwitsers, kanonnen en mortieren).

Door het tijdig nemen van beschermende maatregelen kan het aantal slachtoffers aanzienlijk worden beperkt.

De indeling van de chemische strijdmiddelen:

Zenuwblokkerende strijdmiddelen

(Nerve agents)

Ook genaamd: organofosfaten of zenuwgassen.

 

Sarin (GB)

Soman (GD)

Tabun (GA)

VX

 

Dodelijke giftigheid; werking wordt veroorzaakt door remming van het enzym acetylcholinesterase; prikkeloverdracht van zenuwen op elkaar, spieren en klieren raakt ontregeld.

Celvergiftigende strijdmiddelen

(Blood agents)

Ook genaamd: intoxicantia.

 

Blauwzuur (AC)

Chloorcyaan (CK)

 

Dodelijke giftigheid; werking wordt veroorzaakt door stoffen die enzymen in de cellen remmen.

Blaartrekkende strijdmiddelen

(Blister agents)

Ook genaamd: vesicantia of blaargassen.

 

Fosgeenoxim (CX)

Lewisiet (L)

Mosterdgas (H)

Mosterdgaslewisiet (HL)

Stikstofmosterdgas (HN)

 

Zonder afdoende bescherming dodelijk ; bij inademing worden de longen beschadigd; bij huidcontact treedt blaarvorming op.

Verstikkende strijdmiddelen

(Choking agents)

Ook genaamd: suffocantia of stikgassen.

 

Chloorpicrine (PS)

Difosgeen (DP)

Fosgeen (PG)

Zonder afdoende bescherming dodelijk; bij inademing worden de longen beschadigd; dit is zeer moeilijk te behandelen.

Incapaciterende strijdmiddelen

(Incapacitating agents)

Ook genaamd: incapacitantia of functieverstorende strijdmiddelen.

BZ

LSD

Psylocibine

Werking belemmert het functioneren zonder te doden.

Zie ook: adamsiet, auto-injector, Chemical Agent Monitor (CAM), fosgeen, gifgassen, Golfoorlogsyndroom, lewisiet en mosterdgas.

Terug naar Boven

 

CENTRAAL MILITAIR HOSPITAAL

Afkorting: CMH

Het CMH maakt deel uit van het Militair Geneeskundig Facilitair Bedrijf (MGFB) van het Commando Diensten Centra (CDC) van het Ministerie van Defensie. Het is de opvolger van het MHAM (Militair Hospitaal Dr. Anton Mathijsen), dat van 1942 tot 1991 heeft bestaan.

Overzichtsfoto van het Centraal Militair Hospitaal (CMH), genomen vanaf de parkeerplaats

Het CMH is een klein ziekenhuis dat tweedelijnszorg levert aan de gehele krijgsmacht, dus aan personeel van alle vier de krijgsmachtdelen. Het telt ± 300 civiele en militaie medewerkers en werkt nauw samen met het naastgelegen Universitair Medisch Centrum (UMC) Utrecht.

De nadruk binnen het CMH ligt op de poliklinische activiteiten, dagbehandelingen en kortdurende opnames.

Gegevens:

BezoekadresHeidelberglaan 100
3584 CX Utrecht
Telefoonnummer030 – 2502000
Emailcmh.utrecht@dico.dnet.mindef.nl
PostadresMPC 55 O
Postbus 90.000
3509 AA Utrecht

Zie ook: militaire geestelijke gezondheidszorg.

Terug naar Boven

 

C.E.T./F.I.T.

Betekenis: Combat Enhancement Training/Force Integration Training.

Samen met de ontplooiing de voorbereidingsfase op het “echte werk” tijdens een oefening. Deze fase bestaat uit acclimatiseren aan de weersomstandigheden én kennismaken met internationale partners

Vaak is in deze fase een speciaal oefenprogramma samengesteld, opdat alle eenheden hun skills en drills nog kunnen vooroefenen onder hun normaal gesproken onbekende weersomstandigheden.

Terug naar Boven

 

CHAFF

In het Duits: Düppel. In het Frans: paillettes; leurre. In het Nederlands: antiradarsneeuw.

Misleidingmaatregel tegen vijandelijke radarwaarneming door luchtafweereenheden met behulp van misleidingmunitie (evenals flares). Hierbij wordt door militaire helikopters en vliegtuigen een kunstmatige wolk gecreëerd door het uitstrooien of -werpen van stroken aluminiumfolie (zilverpapier) of bundels met haarfijne, gemetalliseerde draad- of fiberglasvezels, al dan niet met een aluminium of tinnen coating. De lengte van de strook is bepalend voor het verstoren van een bepaalde radarfrequentie.

Het gebruik van chaff en flares, in dit geval door transporthelikopters

De reflectie van de op deze manier onnatuurlijk gecreëerde wolk, die gedurende lange tijd in de lucht kan blijven hangen, projecteert met behulp van de elektromagnetische energie van het uitgestrooide radardetecterende materiaal, een misleidend beeld op het radarscherm van de vijand. Omdat de vijandelijke radarstraling niet door de chaff-wolk kan heenkijken, wordt een juiste positiebepaling van de helikopter of het vliegtuig ernstig bemoeilijkt. Hierdoor kunnen eigen troepen een veilig heenkomen zoeken.

Hoewel chaff dateert uit de Tweede Wereldoorlog – waarbij de Britse Royal Air Force de primeur had om tijdens het massabombardement op Hamburg dat duurde van 24 juli t/m 3 augustus 1943 (Operation Gomorrah) voor het eerst chaff te gebruiken – is het principe hetzelfde gebleven. Moderne radarsystemen, die gebruik maken van het Dopplereffect, zijn veel moeilijk te misleiden met chaff, maar nog altijd wordt het gebruikt als actief verdedigingsmiddel (zelfbeschermingsmiddel) tegen geleide raketten.

In het bijzonder transportvliegtuigen zijn slechts beperkt te verdedigen en daardoor kwetsbaar. Een redelijke mate van zelfbescherming wordt gerealiseerd door boordwapens en zelfbeschermingsmaatregelen als chaff en flares, waarmee dan ook verplicht dient te worden gevlogen op gevaarlijke bestemmingen.

Vaak worden chaff en flares tegelijkertijd ingezet met behulp van chaff/flare-dispensers: chaff tegen de radargeleide raketten, flares tegen de infraroodgeleide raketten.

Terug naar Boven

 

CHALK

Militair personeel en/of materieel (inclusief persoons-, groeps-, sectie- of pelotonsgebonden uitrustingsstukken) dat met één helikopter tegelijkertijd kan worden verplaatst. Gewoonlijk bestaat een chalk ruwweg uit 10 à 15 militairen.

De chalk wordt verdeeld in groepen die gekoppeld zijn aan het aantal zitplaatsen in de helikopter. De chalk stijgt in een vast patroon, in een colonne met enen ter linker- en rechterzijde in de helikopter. De twee groepen per chalk worden sticks genoemd. Ook het aantal (luchtmobiele) parachutisten dat tijdens één vlucht boven de dropzone het vliegtuig dient te verlaten aan één zijde via een deur of opening, wordt stick genoemd.

Iedere chalk heeft een eigen chalknummer, dat is gekoppeld aan één helikopter.

Vervolgens wordt één enkele militair met uitrusting pax genoemd. Het soort uitrusting van de militairen bepaalt het aantal pax dat op één vlucht kan worden meegenomen. Het totaal aan pax wordt troops genoemd. Er wordt een verschil gemaakt tussen troops met rugzak en persoonlijk wapen en troops met volledige bepakking, maar beiden worden combat ready troops genoemd. De hoeveelheid pax is helikoptergebonden:

Chinook CH-47D

33 combat ready troops

Cougar MK II

16 combat ready troops

Foto-impressie van chalk / stick / pax én chalkverzamelpunt / chalkafwachtingspunt / landing point / chalkverspreidingspunt

Een landing point voor personeel heet touch down point. Op het touch down point stijgt de chalk in de helikopter (emplane) of stijgt de chalk uit (deplane). Een landing point voor materiel wordt cargo touch down point genoemd.

De commandant van één chalk heet chalkcommandant. Kort vóór de landing stelt een helikopterpiloot de chalk commandant in de helikopter op de hoogte van de laatste ontwikkelingen, zoals de actuele situatie op het landing point of doel dan wel een gewijzigd coördinaat van het landing point. De gegevens worden kort vóór het uitstijgen door de helikopterpiloot overhandigt aan de chalkcommandant.

Een (gedekte) locatie waar de chalk de verplaatsing door de lucht wordt geformeerd wordt chalkverzamelpunt genoemd. Op het chalkverzamelpunt worden handelingen verricht door de chalk en onder leiding van de chalkcommandant volgens een vaste procedure vóór het instijgen in de helikopter.

Een (gedekte) locatie nabij het landing point, waar de chalk wacht tot de helikopter is geland én het personeel kan instijgen, wordt chalkafwachtingspunt genoemd.

Een (gedekte) locatie nabij het landing point waar de chalk na het uitstijgen wordt ontbonden, wordt chalkverspreidingspunt genoemd.

Zie ook: flashcard en landing point.

Terug naar Boven

 

CHAUFFEURSSPELD

Formeel: uitmuntend motorvoertuigbestuurder.

Vaardigheidsembleem voor bestuurders van motorvoertuigen dat is ingesteld bij Ministeriële Beschikking van 14 januari 1956.

Het vaardigheidsembleem wordt uitgereikt aan militaire bestuurders van motorvoertuigen, die uitmunten in zowel het besturen als het onderhouden van een militair voertuig.

Het embleem bestaat uit een autostuurwiel waar een lauwertak doorheen is gevlochten, omgeven door een gestileerde koppelriem met gesp - met daarop de tekst "Voor plichtsbetrachting" - en gedekt door de Koninklijke kroon.

Terug naar Boven

 

CHECKPOINT

Letterlijk: controlepost. In het Duits: Kontrollpunkt. In het Frans: point de contrôle. Voorbeeld van een zgn. perimeter defence.

Een (semi-)permanente hindernis waar passerende personen en voertuigen worden tegengehouden opdat een controle kan worden uitgevoerd op het:

doorzoeken van voertuigen

fouilleren van personen

vaststellen van de identiteit van personen

Vaak is een checkpoint aanwezig op een grens, demarcatielijn e.d., maar – met name in geval van een mobiele checkpoint (MCP) – bevindt de meest doeltreffende zich op een onaangekondigde locatie: brug, wegversmalling, ná een scherpe bocht in de weg of ná een heuveltop.

Om een checkpoint klokrond te kunnen bemensen met de organieke vijf ploegen – aanhoud-, controle-, doorzoekings-, dekkings- en reserveploeg – is normaliter een eenheid van pelotonsgrootte nodig. Alle personen en voertuigen die passeren worden geregistreerd.

Eisen van een checkpoint:

Herkenbaar en zichtbaar als checkpoint

Indien gewenst (verrassingseffect?): bekendgesteld aan de lokale bevolking

Niet te omtrekken

Snel af te sluiten (concertina’s, Friese ruiter, prikkeldraad)

Te beveiligen en te verdedigen

Verkeer dient te kunnen doorgaan

Zie ook: hindernis, perimeter defences en roadblock.

Terug naar Boven

 

CHEETAH

Luchtverdedigingsvoertuig met als officiële naam: PRTL (Pantser Rups Tegen Luchtdoelen) Gepard CA1. Gepard is Duits voor Cheetah. PRTL wordt uitgesproken als “Pruttel” .

Pantser Rups Tegen Luchtdoelen Gepard CA1, bijgenaamd: Cheetah

De Cheetah is ontworpen voor het neerhalen van laagvliegende objecten zoals kleine spionagevliegtuigjes of helikopters. De brigadepantserluchtafweerbatterijen (brigpaluabt), waar de Cheetah is ingedeeld, hebben als taak de luchtverdediging voor de gemechaniseerde brigades (mechbrig):

11 brigpaluabt

41 mechbrig

12 brigpaluabt

43 mechbrig

13 brigpaluabt

13 mechbrig

Het radarsysteem van de Cheetah, zowel rondzoek- als doelvolgradar, is van Holland Signaal. Het onderstel is van een Leopard 1A5, de toren kan 360 graden draaien binnen vier seconden. De Cheetah is een upgrade van de PRTL, die is in gevoerd in 1978 en in 2000 is gemoderniseerd tot Cheetah. In plaats van de Cheetah een gevechtswaardeverbetering te laten ondergaan, zal het luchtverdedigingsvoertuig vanaf medio 2005 worden afgestoten ten faveure van het Stingerplatform.

Specificaties:

afvuursnelheid

1.400 meter per seconde

bemanning

wachtmeester-stukscommandant, korporaal-bedienaar, korporaal-chauffeur

bewapening

2 x Oerlikon snelvuurkanon kaliber 35 mm

breedte

3 meter 39

brugclassificatie

52 ton

doelvolgradar

volgt een eenmaal door de rondzoekradar gevonden doel

gewicht

47 ton

lengte

8 meter 15

maximum schootsbereik

4.800 meter (FAPDS-munitie)

3.850 meter (HE-munitie)

maximumsnelheid

80 km per uur (weg)

motor

10 cilinder dieselmotor

motorvermogen

845 pk

rondzoekradar

bereik maximaal 15 km

Op 5 oktober 2006 om 20.30 uur heeft de Pantser Rups Tegen Luchtdoel (PRTL) Cheetah in het Noord-Duitse Todendorf zijn laatste vuurstoot afgegeven door de commandant van het Commando Luchtdoelartillerie, kolonel Leo Beulen. Todendorf in Schleswig-Holstein, ± 35 km ten noordoosten van Kiel en gelegen aan de Oostzee, wordt sinds 2005 als schietlocatie door de KL gebruikt.

Het laatste schot van de Cheetah, afgevuurd vanaf Todendorf over de Oostzee (© foto: David Otten, 2005)

In 1978 kwamen 95 PRTL's in dienst bij de Koninklijke Landmacht. In de jaren ‘90 werden 60 systemen gewijzigd én omgenaamd om de luchtdoelartillerie van nog meer vuurkracht te voorzien. Met het schot van de kolonel Beulen verlaten de laatste PRTL’s na 28 jaar dienst de bewapening. Hierdoor beschikt de luchtverdediging voor het eerst sinds 1917 niet meer over een kanonsysteem.

Het opdoeken van de Cheetah’s is het gevolg van een herstructurering van de luchtverdedigingseenheden die samensmelten op de locatie van de Groep Geleide Wapens in de Peel en zullen beschikken over drie systemen: Stingerplatforms op Mercedes-Benz (18 maal) en Fennek LVB (eveneens 18 maal), het Short Range Air Defence-raketsysteem (SHORAD) en de Patriot. De MB’s stromen begin 2007 in, de Fenneks in 2008. De raketten zijn gepland voor 2009.

Terug naar Boven

 

CHEF DEFENSIE STAF

Sinds december 1976 kent de Nederlandse krijgsmacht de Chef Defensie Staf (CDS), vóór die tijd Chef Generale Staf (CGS) geheten. De Chef Defensiestaf, dé militaire adviseur van de Minister van Defensie (MINDEF) en Staatssecretaris van Defensie (STAS), is het hoofd van de Defensiestaf, die belast is met zaken die alle krijgsmachtdelen - Koninklijke Landmacht, Koninklijke Luchtmacht, Koninklijke Marechaussee en Koninklijke Marine - aangaan én met internationale aspecten van het veiligheidsbeleid.

In het zgn. Politiek Beraad - het hoogste overlegorgaan én belangrijkste adviescollege van Defensie waarin de uiteindelijke beleidsbeslissingen worden genomen - legt de CDS wekelijks verantwoordelijkheid af over de uitvoering van zijn beleid.

Feitelijk valt de hoofdtaak van de CDS uiteen in drieën:

  • De CDS is primair verantwoordelijk voor het Integraal Defensie Plannings Proces (IDPP), waarin hij de zgn. 'corporate planner' is. Het IDPP gaat uit van centrale sturing op hoofdlijnen en decentrale planning en uitvoering door de krijgsmachtdelen.

  • De CDS is sinds oktober 1995 belast met de leiding van alle CVH-operaties (crisisbeheersings-, vredes- en humanitaire operaties), waarbij rekening zal worden gehouden met de internationale context waarin deze operaties worden uitgevoerd. Over deze operaties geeft de Defensiestaf militair advies. Ten behoeve van deze operaties worden vertegenwoordigers van de CDS aangesteld, Contingentscommandant (C-Contco) of Senior National Representative (SNR) geheten, die in het operatiegebied de "oren en ogen" van de CDS zijn.
  • De CDS adviseert over de Nederlandse bijdrage aan organisaties als de NAVO, OVSE, VN en WEU.

Sinds december 1976 heeft de Nederlandse krijgsmacht de volgende Chefs Defensie Staf gekend:

december 1976-oktober 1980  Luitenant-generaal R. Wijting
november 1980-juni 1983  Generaal C. de Jager
juli 1983-december 1988  Generaal G. Huyser
december 1988-mei 1992  Generaal P. Graaff 
mei 1992-augustus 1994  Generaal A. van der Vlis 
augustus 1994-juni 1998  Generaal H. van den Breemen
juni 1998-juni 2004  Luitenant-admiraal L. Kroon
vanaf juni 2004 Generaal D. Berlijn

In het kader van het veranderingsproces bij Defensie zijn maatregelen genomen om de positie van de CDS in de bevelsstructuur te versterken. Deze versterking werd in de Defensienota 2000 onderstreept. Naar aanleiding van geconstateerde tekortkomingen in de voorbereiding van de UNMEE-operatie werd in mei 2000 besloten tot een verdere versterking. Het onder verantwoordelijkheid van de CDS vallende planningsproces voor vredesoperaties werd aangescherpt.

Op 20 augustus 2001 stelde Minister van Defensie Frank de Grave een adviescommissie in die zich moest beraden over de positie van de CDS. De commissie werd met name geacht een advies uit te brengen over het vraagstuk van een eventueel opperbevelhebberschap. Op 19 april 2002 verscheen het eindrapport van deze Adviescommissie Opperbevelhebberschap, 'Van wankel evenwicht naar versterkte defensieorganisatie'. De commissie, onder voorzitterschap van de VVD'er Jan Franssen, bepleit een versterking van de positie van de CDS, opdat die feitelijk wordt gelijkgetrokken met die van de Secretaris-Generaal (SG). Aldus ontstaat een organisatorische driehoek:

politieke leiding
Minister van Defensie & Staatssecretaris van Defensie
ambtelijke leiding
Secretaris-Generaal
militair-adviserende leiding
Chef Defensie Staf

De CDS wordt zowel wat betreft de operationele inzet als het planingsproces hiërarchisch boven de bevelhebbers van de krijgsmachtdelen geplaatst. De CDS gaat dus zowel een beleidsadviserende en als een uitvoerende positie innemen. De vraag is hoe de gewenste scheiding tussen uitvoering en beleid zich verhoudt. In het planningsproces betekent de versterkte positie van de CDS ten opzichte van de bevelhebbers dat hij prioriteiten kan stellen en richtlijnen kan geven.

Terug naar Boven

 

CHEF-STAF

Meervoud: chefs van staven. In België: stafchef. In het Duits: Chef des Stabes; Generalstabsoffizier. In het Engels: chief of staff (COS); director of staff (DOS). In het Frans: chef d'état-major.

Hoofd van de staf van een onderdeel van de landmacht. De chef-staf is een hoofdofficier die het bindend element vormt tussen de diverse secties van een staf, het middelpunt is van de commandogroep en het steunpunt is voor alle stafpersoneel. De staf is de planningscapaciteit van de commandant, bestaande uit stafofficieren en (toegevoegde) stafonderofficieren. De staf geeft geen leiding maar ondersteunt de commandant. De staf bestaat uit secties, die worden aangeduid met de letters S (bataljon en brigade) of G (divisie en legerkorps), CG (NAVO-combined) of (C)J (NAVO-combined joint).

De chef-staf neemt, als ondercommandant met de hoogste rang, in de regel de honneurs waar (als waarnemend commandant) bij afwezigheid van de commandant en de plaatsvervangend commandant van het onderdeel.

De chef-staf leidt bevelsuitgiften (of de commandant), operationele analyses (of de plaatsvervangend commandant), het operationeel besluitvormingsproces (OBP), stafplanningen (of de S3) en overige stafbesprekingen. Zo opent de chef-staf een operatieanalyse met de te volgen procedure en eindigt hij met de richtlijnen voor de coördinatie na de bevelsuitgifte.

Een chef-staf leidt uiteindelijk de operatie, stelt prioriteiten in het optreden vast en neemt beslissingen over de werkzaamheden van de staf.

Een bevelsuitgifte op stafniveau vangt aan met een korte weergave door de S2 van vijand, terrein en weer; de S3 gaat in op de opdracht, de mogelijkheden van eigen troepen en leidt daaruit een beargumenteerd plan af; de S1 geeft de laatste informatie over het personeelsbestand; en de S4 geeft de laatste informatie over de operationele logistieke voorzieningen. Het stafoverleg leidt tot een advies aan de chef-staf, die uiteindelijk beslist wat er gebeurt en een verdeling vaststelt van de operationele middelen over de verschillende ondercommandanten. Tot slot worden de verschillende bevelen opgesteld en verzonden.

Terug naar Boven

 

CHestwebbing

Ook genaamd: assault vest, battle vest, chestrig of gevechtsvest.

Draagstel met meerdere tassen dat op de borst wordt gedragen door middel van twee banden over de schouder en een band om de taille. De chestwebbing kan, gemakkelijker dan een opsvest, in combinatie met een rugzak worden gedragen en is daardoor in het bijzonder geschikt voor Optreden in Verstedelijkte Gebieden (OVG) en voertuiggerelateerde operaties.

Met de chestwebbing kunnen essentiële uitrustingsstukken op de man meedragen om een gevechtssituatie van 24 à 48 uur te kunnen overleven: gevechtsrantsoenen (MRE’s), GPS, handgranaten, kompas, patroonhouders met munitie, pionierschop, pistool, stafkaarten en veldfles.

In de regel zijn de tassen waterproof. Zowel in Nederland als in België beschikken de gespecialiseerde eenheden lichte infanterie, al dan niet door eigen aanschaf, over de chestwebbing.

Terug naar Boven

 

CHINESE MUUR

Hindernis die ten onrechte doorgaat voor onoverkomelijk, zoals die bijvoorbeeld is te vinden op de Engelbrecht van Nassaukazerne van het Korps Commandotroepen (KCT) in Roosendaal òf als object tijdens een survivalrun.

De hindernis is een steile betonnen, houten of stenen wand waar met behulp van een touw op én over moet worden geklommen.

De naamgeving is uiteraard afgeleid van de èchte Chinese muur: een vele duizenden kilometers lang verdedigingswerk tegen de Mongolen in het noorden van China. Aangezien omlopen niet mogelijk is, kan de hindernis enkel door te beklimmen worden genomen.

Terug naar Boven

 

CHINESE PARLIAMENT

Operationele briefing, gewoonlijk beperkt tot Special Forces (zoals het Korps Commandotroepen), die plaatsvindt zodra een opdracht is toegewezen. Het Chinese parliament is oorspronkelijk bekend van de Special Air Service (SAS).

Het principe van het Chinese parliament is een open gedachtewisseling waarin alle leden van een team – ongeacht ervaringsopbouw of rang – democratisch en vrijuit kunnen spreken in de voorbereiding op een actie. Ieder lid van het team komt aan het woord. Er wordt niet of nauwelijks gediscussieerd om de besluitvorming te bespoedigen. In deze briefingsvorm komen alle gezichtspunten van alle specialismen binnen een team aan bod.

De leidinggevende beraadt zich ter plekke én in het bijzijn van alle teamleden over alle ingebrachte input en neemt onmiddellijk een beslissing.

De naamgeving Chinese Parliament is afkomstig van de vergaderingen van het Chinees parlement, het Nationaal Volkscongres, in de Volksrepubliek China die bekend stonden als een interne discussieclub waar geen beslissingen werden genomen.

Terug naar Boven

 

CHINOOK CH-47D

De naam is afkomstig van het indianenvolk der Chinooks in het noordwesten van de Verenigde Staten. De Chinook CH-47D is, dankzij een tandem hoofdrotoren met elk drie rotorbladen, een zeer herkenbare zware transporthelikopter met veel hefvermogen.

Foto-impressie van de Chinook CH-47D transporthelikopter

De taak van de Chinook is – al dan niet als ‘underslung load’ (grotere en zwaardere vracht onder de helikopter vasthaken) – vervoeren van artilleriestukken, bambi-bucket (flexibele waterzak van 10.000 liter), brandstof (klasse III), containers (20-voet én 40-voet), grondtroepen (33 combat ready troops), militaire voertuigen, munitie (klasse V), mortieren, uitrustingsstukken, veldversterkingsmiddelen, voorraden en water (klasse I). Ook wordt de Chinook gebruikt voor brandbestrijding, medical evacuation (MEDEVAC), parachuteren van troepen en uitvoeren van reddingsoperaties.

Specificaties:

breedte

3 meter 80

hoogte

5 meter 75

lading extern

12,5 à 17 ton

lading intern

11 ton

lading totaal

25 ton

lengte

> 30 meter (inclusief rotorbladen)

topsnelheid

260 km per/uur (140 knots)

vliegbereik

1100 kilometer ( 700 mijl)

Profielcontouren van de Chinook CH-47D

Bij de Koninklijke Luchtmacht zijn tussen 1996 en ’99 dertien Chinook CH-47D’s in bedrijf gesteld bij 298 Squadron van de Tactische Helikopter Groep, welke integraal deel uitmaakt van 11 Air Manoeuvre Brigade.

Op 27 juli en op 31 oktober 2005 hebben zich tijdens operationele inzet in Afghanistan ongevallen voorgedaan met Chinook-transporthelikopters. Beide toestellen zijn bij de ongevallen verloren gegaan. Het eerste toestel is na een brown out-landing geheel uitgebrand, de tweede diende na een crash op een bergplateau van het Hindu Kush-gebergte als verloren te worden beschouwd.

Bestaat de huidige vloot uit Chinooks van het type CH-47D, medio 2008 zullen naar verwachting vier nieuwe Chinooks van het type CH-47F in gebruik worden genomen. De oudere Delta's krijgen een update-standaardisatie tot Foxtrot en tegelijkertijd een modernisering van de cockpit.

Zie ook: bambi-bucket, Defensie Helikopter Commando (DHC) en under slung load.

Terug naar Boven

 

CHOKE POINT

Letterlijk: versperringspunt.

Geografisch punt op een route dat een zich verplaatsende strijdmacht kan noodzaken om in een gewijzigde formatie verder te verplaatsen. Dit is denkbaar omdat het punt de route versmalt, de doorgang op enig andere wijze beperkt of anderszins de snelheid van de verplaatsing naar beneden haalt en de strijdmacht door vijandelijke activiteiten op het punt kwetsbaar maakt.

De vijand zal choke points – zoals een brug, kruising, T-splitsing, vallei of verstedelijkt gebied – benutten voor hinderlagen, sluipschutteractiviteiten, valstrikken en andere voor de strijdmacht levensbedreigende obstakels.

De passage van een choke point door konvooien en patrouilles heeft strategische, tactische én logistieke waarde vanwege de noodzakelijke aanvoer van versterkingen en voorraden.

Zie ook: coup-de-main.

Terug naar Boven

 

CIMIC

Action Civilo-Militaire (ACM), Civiel Militaire Samenwerking , Civil-Military Co-operation en Zivil-Militärische Zusammenarbeit (ZMZ) hebben, resp. in het Frans, Nederlands, Engels en Duits, allemaal dezelfde betekenis: CIMIC.

CIMIC is de coördinatie van én samenwerking tussen het geheel van personeel, middelen, procedures en akkoorden waarmee de militaire commandant ter plaatse relaties kan onderhouden met de burgerbevolking. Dit is inbegrepen de (inter)nationale en lokale autoriteiten, Non-Gouvernementele Organisaties (NGO's), Internationale Organisaties (IO's) en overige instanties die de militaire opdracht kunnen ondersteunen.

Het principe bij CIMIC is "zo civiel als mogelijk, zo militair als noodzakelijk" . Waar militairen vaak zweren bij de principes van commando, controle en communicaties, worden de civiel-militaire relaties eerder geschraagd door een geest van coöperatie, coördinatie en consensus.

De CIMIC-aandachtsgebieden zijn:

bestuurlijke aangelegenheden
civiele infrastructuur
culturele en religieuze zaken
economische en commerciële zaken
humanitaire hulpverlening

De doelstelling van CIMIC is militaire commandanten en eenheden te ondersteunen in de uitvoering van een vredesoperatie door het onderhouden van contacten met civiele organisaties en daarmee bij te dragen aan de reconstructie en het herstel van de stabiliteit in de regio. CIMIC kan dan ook worden beschouwd als een onderdeel van het Nederlandse buitenlandse beleid in het inzetgebied van de vredesoperatie, dat is gericht op het herstel van de autonome wederopbouw van de desbetreffende regio. Ook draagt CIMIC bij aan het draagvlak ( hearts & minds ) voor de internationale militaire aanwezigheid bij de burgerbevolking, de nationale en plaatselijke autoriteiten en de internationale, nationale en non-gouvernementele organisaties en instellingen. Hiermee wordt de uitvoering van de militaire operatie vergemakkelijkt.

Pas na het einde van de Koude Oorlog werd veel belang gehecht aan CIMIC. Als gevolg van de post-Koude Oorlog-conflicten veranderde de taak van een op de verdediging van het bondgenootschappelijke grondgebied ingestelde krijgsmacht in de deelname aan crisisbeheersingsoperaties. Sinds de eerste vredesoperaties op de Balkan in de jaren '90 heeft CIMIC zich ontwikkeld tot een volwaardige militaire activiteit.

In de commandolijn is er vanaf het niveau van elk bataljon en elke brigade sprake van een Sectie 9 (G9), die contacten in de burgermaatschappij onderhoudt teneinde de commandant en zijn staf te kunnen voorzien van assessments.

Buiten de commandolijn bestaat sinds 3 september 2001 de multinationale CIMIC Group North , bestaande uit Denemarken, Duitsland, Nederland, Noorwegen, Polen en Tsjechië. De CIMIC Group North is ingedeeld bij de Koninklijke Landmacht en gehuisvest op de Nassau Dietz-kazerne in Budel.

De CIMIC-eenheden bij vredesoperaties - zoals het Cimic Support Element (CSE) van 42 (NL) Battle Group SFIR-III in de Stabilisation Force Iraq (SFIR) - zijn ingebed in de internationale commandostructuur onder het commando van de Force Commander, waarbij géén directe aansturing plaatsheeft door de (Chef) Defensiestaf. Ook kan de CIMIC-eenheid op verzoek van de Minister voor Ontwikkelingssamenwerking worden ingezet. Een voorbeeld hiervan is de inzet van het Nederlands gemechaniseerd bataljon binnen de Stabilisation Force (SFOR) in Bosnië-Hercegovina bij het uitvoeren van kleinschalige hulpprojecten van de zgn. 'Pronk-gelden'. Voorbeelden hiervan zijn de verbouwing van het gemeentehuis in Bugojno en de infrastructurele verbetering van het ziekenhuis in Travnik.

Binnen de NAVO is CIMIC gebaseerd op de volgende brondocumenten:

Allied Joint Publication CIMIC-doctrine (AJP-9)
Joint Doctrine for Civil-Military Operations (CMO) (JP 3-57)
Military Committee-decision 411/1: NATO Military Policy on Civil-Military Co-operation (MC 411/1)

Zie ook: Force Acceptance, Force Protection, Integrated Development of Entrepreneurial Activities (IDEA) en Quick Impact Projects.

Terug naar Boven

 

CIRCULATION

Derde deel van het eerste onderzoek (Primary Survey) volgens het stroomschema van het ABCD-protocol. De handelingen en beslissingen binnen de circulation houden het controleren en veiligstellen van de circulatie van de zorgvrager (patiënt, slachtoffer) in.

Het ABCD-protocol is de afgeleide van het Advanced Trauma Life Support (ATLS) zoals dat door alle geledingen van het geneeskundig (hulp)personeel van de Koninklijke Landmacht wordt toegepast.

In de flowchart van het ABCD-protocol volgen vóór de circulation de airway (controleren en veiligstellen van de ademweg) en breathing (controleren en veiligstellen van de ademweg); daarna volgt de disability (controleren van de bewustzijnsgraad).

Stroomschema van de CIRCULATION

Zie ook: capillaire refill en H.O.L.K.-bloedingen.

Terug naar Boven

 

CIS-BATALJON

Afgekort : 101 CISbat.

Het binationale, sinds 1 februari 2004 (deels) operationele CIS-bataljon (Command & Information Systems) is ontstaan door samenvoeging van het inmiddels opgeheven cq. nog op te heffen:

  • 11 (NL) Verbindingsbataljon MND(C)
  • 106 (NL) Verbindingsbataljon
  • 108 (NL) Verbindingsbataljon
  • 110 (GE) Fernmeldebataillon

Logo van 101 CIS-bataljon

101 CIS-bataljon, gestationeerd in Garderen, is een bataljon met drie verbindingscompagnieën (A, B en C) en een Staf- en Stafverzorgingscompagnie. 101 CIS-bataljon valt onder het OOCL en daarmee onder CLAS. Elke compagnie telt drie identieke communicatiepelotons (Commspels) - waarin alle WAN-middelen zijn ondergebracht - en één CIS-peloton - waarin de LAN-basismodules zijn ingedeeld. Een communicatiepeloton bestaat op zijn beurt uit:

  • commandogroep
  • HF-groep (tweemaal)
  • SATCOM-groep
  • straalzendergroep (tweemaal)

De SSV-Compagnie - bataljonsstaf en logistieke ondersteuningsmiddelen, zoals distributie-, keuken-, klasse III-, onderhoudsdiagnose- en transportgroep - ondersteunt uitsluitend de logistiek én interne opleiding en training op de vredeslocaties in Garderen; bij operationele inzet wordt het CIS-bataljon (of delen van het CIS-bataljon) immers onder bevel gesteld bij de te steunen eenheden.

101 CIS-bataljon kan gemakkelijk worden verward met het CIS-bataljon van het Duits-Nederlandse legerkorps. Dit is een binationale eenheid van bataljonsgrootte met twee compagnieën (één in Eibergen en één in Garderen): 1 CIS-Coy in Eibergen is volledig binationaal, evenals de bataljonsstaf. 2 CIS-Coy in Garderen is zo goed als volledig Nederlands. Het CIS-bataljon van 1 GNC maakt integraal deel uit van het Duits-Nederlands High Readiness Forces Head Quarters ( HRF HQ) in Münster. Binnen HRF HQ ondersteunt het CIS-bataljon de commandovoering en informatievoorziening van de Koninklijke Landmacht door het uitbrengen van een deel van de operationele, flexibele en geïntegreerde Command & Information Systems voor het operationele domein. Tijdens een operatie stelt de commandant van het CIS-bataljon alle CIS-middelen onder bevel bij één of meerdere commandanten.

Het CIS-bataljon is als eerste (verbindings)eenheid overgeschakeld op het nieuwe verbindingssysteem TITAAN: Theatre Independent Tactical Army and Airforce Network.

Met de invoering van het TITAAN is binnen de binationale Duits-Nederlandse samenwerking een einde gekomen aan zowel het Nederlandse ZODIAC- als het Duitse AUTOKO- verbindingssysteem.

Indien bataljonsstaven en staven van zelfstandige eenheden kleiner dan een bataljon met een Local Area Network (LAN) - basismodule met bijbehorende eindapparatuur - onderling moeten worden verbonden, is de hulp benodigd van 101 CIS -bataljon. In voorkomend geval steekt 101 CIS-bataljon een helpende hand toe met zgn. WAN-middelen (Wide Area Network):

  • satellietcommunicatieapparatuur
  • straalzenders
  • High Frequency-installaties

De WAN-middelen dragen er zorg voor dat grote afstanden tussen de diverse eenheden van bataljonsgrootte kunnen worden overbrugd.

Terug naar Boven

 

CItaten & kreten

“There are three types of intelligence: human, animal and military. In that order.”

Aldous Huxley (1894-1963), Brits schrijver.

"Alles is zeer simpel in de oorlog, maar het simpele is moeilijk.”

Carl von Clausewitz (1780-1831), Pruisisch generaal; auteur van ‘Vom Kriege’.

" Der Krieg ist nichts als eine Fortsetzung des politischen Verkehrs mit Einmischung anderer Mittel."

Carl von Clausewitz

"Het Nederlandse leger was en is in de eerste en voornaamste plaats een oefenleger. Een leger vol losse-flodder-helden. Een leger vol vakbonden, geestelijke verzorgers en belangenorganisaties. Het zijn - op de commando's en de mariniers na - geen soldaten maar militaire ambtenaren.”

Clifford C. Cremer, Nederlands oud-marinier en schrijver, citaat uit ‘Bomberjack'.

“I hear and I forget. I see and I believe. I do and I understand.”

Confucius (551-479 v. Chr.), Chinees filosoof.

“Old soldiers never die, they just fade away.”

Douglas MacArthur (1880-1964), Amerikaans generaal, afscheidstoespraak voor het Amerikaanse Congres op 19 april 1951.

“It's fatal to enter any war without the will to win it.”

Douglas MacArthur.

"Leiderschap is in staat zijn te beslissen wat er gedaan moet worden en vervolgens anderen te vinden die het doen."

Dwight D. Eisenhower (1890-1969), Amerikaans generaal, later 34ste president van de Verenigde Staten.

“Als je weet hoe je een hindernis moet overwinnen is het geen hindernis meer”

Bart de Haas (woudloper in Canada, schrijver van ‘Reis door de Grote Leegte’)

“De kwaliteit van je leven hangt niet af van wat er met je gebeurt, maar hoe je reageert op wat er met je gebeurt. Aan het eerste kun je toch niet veel doen, aan het tweede alles.”

Erik Hazelhoff Roelfzema, verzetsstrijder (Soldaat van Oranje en ridder Militaire Willemsorde)

"Life's most persistent and urgent question is: what are you doing for others?" 

Martin Luther King, Jr., (1929-1968), Amerikaans dominee

"Fear is a weapon of mass destruction". Faithless (Britse band), nummer van het album 'No Roots' (2004)

“The quickest way to end a war, is to lose it.”

George Orwell (1903-1950), Brits schrijver.

“A pint of sweat, saves a gallon of blood.”

George Patton (1885-1945), Amerikaans generaal.

“Elke slag die de generaal in een oorlog verliest, wint hij alsnog in zijn memoires.”

Jan Romein (1893-1962), Nederlands historicus.

“The musket made the infantryman and the infantryman made the democrat.”

John F.C. Fuller (1878-1966), Brits generaal.

"Je kunt 26 uur per dag werken door een uur eerder op te staan en een uur later naar bed te gaan.”

Marc van Uhm & Peter van Uhm, Nederlandse generaals, geciteerd uit Reformatorisch Dagblad (13 december 2003).

"Mannen houden van vechten en vrouwen houden van mannen die vechten. Dat is een van de meest fundamentele redenen waarom oorlog bestaat."

Martin van Creveld (1946), Nederlands-Israëlisch militair historicus.

"The battlefield is a scene of constant chaos. The winner will be the one who controls that chaos, both his own and the enemies.”

Napoleon Bonaparte (1769-1821), Frans legeraanvoerder.

“Als je niets vertelt, dan lieg je ook niet.”

Oliver North (1943), Amerikaans marinier,  middelpunt tijdens de Iran/Contra-schandaal.

“Only the dead have seen the end of war.”

Plato (427 - 347 v. Chr.), Grieks filosoof.

“Een wijs man is ook bevreesd voor een zwakke vijand.”

Publius Sirius, Romeins dichter.

“Oorlog is het enige spel waarbij beide partijen verliezen.”

Sir Walter Scott (1771-1822), Brits schrijver.

"You may not be interested in war, but war is interested in you."Leon Trotski (1879-1940), Russisch politicus.

"Strategie zonder tactiek is de langzaamste route naar de overwinning. Tactiek zonder strategie is het geluid voor de nederlaag."

Sun Tzu (6de eeuw v. Chr.), Chinees strateeg.

"Though we have heard of stupid haste in war, cleverness has never been seen associated with long delays."Sun Tzu (6de eeuw v. Chr.), Chinees strateeg.

"War makes rattling good history, but peace is poor reading.”

Thomas Hardy (1840-1928), Brits schrijver.

"Of all manifestations of power, restraint impresses men most.”

Thucydides (4de eeuw v. Chr.), Grieks historicus.

“Pain is weakness leaving the body.”

United States Marines Corps.

“Ik verafschuw wat u zegt, maar ik zal uw recht om het te zeggen met mijn leven verdedigen.”Voltaire (1694-1778), Frans schrijver.

"I like pigs. Dogs look up to us. Cats look down on us. Pigs treat us as equals."

Sir Winston Churchill (1874 – 1965), Brits staatsman.

Terug naar Boven

 

CIVIEL MEDISCH PERSONEEL

Afgekort: CMP. Personeel dat werkt in één van de relatieziekenhuizen van het Ministerie van Defensie. Dit is een algemeen of academisch ziekenhuis dat de beschikbaarheid van chirurgische teams (bestaande uit medisch specialisten) ten behoeve van missies, oefeningen e.d. garandeert. Een chirurgisch team bestaat uit:

1 x

anesthesioloog

1 x

chirurg traumatologie

1 x

anesthesieassistent

2 x

operatiekamerassistent

Het personeel is geplaatst bij het Project Implementatie Samenwerking Defensie en Relatieziekenhuizen (IDR), dat op zijn beurt is ingedeeld bij het Militair Geneeskundig Facilitair Bedrijf (MGFB). CMP’ers behoren tot de actieve reservisten, evenals militairen van Nationale Reserve (NATRES), Nationaal Commando (in het kader van militaire bijstand), CIMIC Group North / IDEA (Integrated Development of Entrepreneurial Activities) en de Cavalerie Ere-escorte.

CMP’ers krijgen opleidingen aan de Koninklijke Militaire Academie én in Advanced Trauma Life Support en, afhankelijk van de missie, een Missie Gerichte Instructie.

Terug naar Boven

CLAS

Mouwembleem van de staf van de Commandant Landstrijdkrachten

Voluit: Commandant Landstrijdkrachten. Voorheen: Bevelhebber der Landstrijdkrachten (BLS).

De CLAS is, evenzeer als de BLS dat was, de hoogste bevelvoerend militair van het krijgsmachtdeel Koninklijke Landmacht (KL), de landcomponent van de Nederlandse krijgsmacht.

De nieuw naamgegeven operationeel commandant van de KL legt direct verantwoordelijkheid af aan de Chef Defensiestaf (CDS).

De CDS heeft – naar aanleiding van de conclusies van het Advies van de Adviescommissie Opperbevelhebberschap (‘Van wankel evenwicht naar versterkte Defensieorganisatie', 19 april 2002) – sinds 5 september 2005 als hoogste militaire autoriteit de eenhoofdige leiding over de voorbereiding en uitvoering van de operationele inzet én heeft het initiatief in het planproces op het Ministerie van Defensie.

De CLAS krijgt zijn opdrachten dan ook in directe lijn van de CDS én is verantwoordelijk voor beheer, gereedstelling, instandhouding en nazorg van het personeel dat betrokken is bij deze operationele inzet.

De afkorting CLAS werd ook gebruikt van 1976 tot 1992, toen in de betekenis van Chef Landmachtstaf.

De laatste BLS was, van 30 augustus 2002 tot 5 september 2005, luitenant-generaal Marcel Urlings . De eerste CLAS was vanaf 5 september 2005 luitenant-generaal Peter van Uhm.

Links de laatste BLS, luitenant-generaal Marcel Urlings, rechts de eerste CLAS, luitenant-generaal Peter van Uhm

In september 2005 verscheen in het blad Landmacht de special 'Bevelhebbers door de jaren heen', waarin vier oud-Bevelhebbers der Landstrijdkrachten terugblikken: Han Roos, Rien Wilmink, Maarten Schouten en Marcel Urlings.

Op 13 maart 2008 droeg luitenant-generaal Peter van Uhm op de Generaal-majoor De Ruyter Van Steveninckkazerne in Oirschot het commando over aan luitenant-generaal R.A.C. (Rob) Bertholee.

Bij zijn afscheid kende Bertholee aan Van Uhm de Bronzen Soldaat toe wegens zijn buitengewone verdiensten.

 

Sinds 13 maart 2008 de nieuwe Commandant Landstrijdkrachten, luitenant-generaal Rob Bertholee

Voorgangers van de huidige Commandant-CLAS zijn:

VAN

TOT

WIE

1954

1957

generaal Ben Hasselman

1957

1962

luitenant-generaal generaal G.J. Le Fèvre de Montigny

1962

1963

luitenant-generaal A.V. van den Wall Bake

1964

1968

luitenant-generaal Frans van der Veen

1968

1971

luitenant-generaal Willem van Rijn

1972

1973

luitenant-generaal Gerrit IJsselstein

1973

1977

luitenant-generaal Jan van der Slikke

1977

1980

luitenant-generaal Cor de Jager

1980

1985

luitenant-generaal Han Roos

1985

1988

luitenant-generaal Peter Graaff

1988

1992

luitenant-generaal Rien Wilmink

1992

1996

luitenant-generaal Hans Couzy

1996

2001

luitenant-generaal Maarten Schouten

2001

2002

luitenant-generaal Ad van Baal

2002

2005

luitenant-generaal Marcel Urlings

2005

2008

luitenant-generaal Peter van Uhm

2008

heden

luitenant-generaal Rob Bertholee

Zie ook: "Every soldier a rifleman".

Terug naar Boven

 

CLAUSEWITZ, CARL VON

Zie ook: citaten & kreten, fog of war, frictie, oorlogsrecht, 'Tactiek om te begrijpen', tijd- en ruimtefactoren en zwaartepunt.

Terug naar Boven

 

CLAYMORE

Codenaam: M18(A1). Spreek uit: “Kleemoor”. Een op het maaiveld geplaatste richtingfragmentatiemijn met een gerond, holrond oppervlak, waarvan het effect van de detonatie is geconcentreerd in de richting van vijandelijk personeel. De claymore vuurt bij detonatie 700 stalen kogellagertjes af.

Feitelijk is de claymore een speciaal soort AP-mijn, maar volgens het Verdrag van Ottawa (1997) - dat export, gebruik, opslag en productie van landmijnen verbiedt - voldoet de claymore niet aan de definitie van een landmijn (omdat deze bijvoorbeeld niet wordt ingegraven).

Links een op het maaiveld geplaatste claymore, rechts de claymore met toebehoren, o.a. het detonatiekoord

Naar aanleiding van de massale Chinese aanvallen tijdens de Korea-oorlog (1950-1953) ontwikkelde de U.S. Army in 1956 de claymore die honderden stalen kogellagertjes in één schot kon afvuren. Als het explosief detoneert wordt de kracht naar voren (vijandzijde) gericht, waardoor met hoge snelheid de kogellagertjes worden gelanceerd. De claymore staat boven het maaiveld gericht naar de waarschijnlijke plaats van de vijand . Tijdens de Vietnam-oorlog werd de claymore voor het eerst op grote schaal toegepast als antipersoneelsmijn (AP-mijn), waartoe maandelijks 80.000 claymores werden gefabriceerd.

De claymore heeft een olijfkleurige plastic omhulsel met daarop de tekst "Front Toward Enemy" (“Voorzijde naar vijand”).

Het afgaan van de claymore is eenvoudig op afstand te bedienen door middel van een detonatiekoord, struikeldraad of handgranaat. De claymore is zeer effectief tegen infanterie. Als er een infanterist voorlangs loopt gaat het explosief af, maar mocht de infanterist niet afdoende dichtbij komen, kan de claymore ook handmatig van een afstand gedetoneerd worden. De claymore kan ook prima worden gebruikt als hindernis, hinderlaag of nabijbescherming voor eigen troepen (verdedigingswapen tegen infiltratie e.d.).

Specificaties:

detonatiehoek

60 graden

dodelijk bereik

40 tot 100 meter

explosiefgewicht

0,7 kg explosief C3 of C4

mijngewicht

1,6 kg

zelfvernietigingsmechanisme

nee

Zie ook: horizontaaleffectwapen.

Terug naar Boven

 

CLEAR, HOLD, BUILD

Afgekort: CHB. Wijze om de werkzaamheden in het kader van counter-insurgency (COIN) te omschrijven: verdrijf de insurgents (opstandelingen) uit het gebied; houdt het gebied met voldoende troepen en middelen onder controle; begin met wederopbouw doordat het vertrouwen van de bevolking is gewonnen.

CHB-operaties vinden gelijktijdig plaats, niet opeenvolgend, én te allen tijde ten behoeve van en in samenwerking met de host nation.

De aanwezigheid van voldoende grondtroepen is hierbij cruciaal om een veilige omgeving te realiseren. Als er te weinig grondtroepen zijn zal het proces van wederopbouw slechts langzaam op gang kunnen komen. Bij te weinig grondtroepen zal ook de afhankelijkheid van close air support (CAS) dikwijls groot zijn, wat de kans op collateral damage en burgerslachtoffers vergroot – wat het draagvlak onder de lokale bevolking ten faveure van de internationale troepenmacht ondergraaft.

Ook is de aanwezigheid van voldoende inlichtingencapaciteit noodzakelijk, om steeds op de hoogte te zijn van de troepenomvang en –sterkte van de vijand.

Het onder controle houden van een dergelijk gebied kan onder meer met behulp van cordons, roadblocks, checkpoints e.d. Troepen kunnen (ook) huis voor huis ontruimen of zuiveren, op zoek naar wapens, munitie en illegale activiteiten. In de eindfase, als alle gebouwen zijn gezuiverd/ontruimd, kunnen alle openbare diensten en nutsvoorzieningen worden hersteld: riolering, water, elektriciteit en afvalverwijdering. Eigen troepen blijven in het gebied totdat de strijdmacht van de host nation in staat is het gebied over te nemen en te behouden.

De term ‘Clear, Hold, Build’ is voor het eerst toegepast door de Amerikaanse kolonel Herbert R. McMaster. In september 2005 leidde Operation Restoring Rights in de Iraakse provincie Ninawa en stad Tal Afar ertoe dat de lokale insurgents werden verslagen en strongholds werden opgeruimd. Behalve in Irak (Operation Iraqi Freedom, onder andere tijdens de surge in Bagdad in 2007) ook toegepast in Afghanistan (Operation Enduring Freedom).

Zie ook: counter-insurgency (COIN) en 3D-doctrine (Defence, Development, Diplomacy).

Terug naar Boven

 

CLINOMETER

Instrument waarmee de helling van hoeken in het vrije veld ten opzichte van de horizon kan worden gemeten en afgelezen. De gemeten helling kan worden weergegeven in zowel graden als procenten. Een vizier van de clinometer wordt gericht op een punt in het vrije veld. Doordat een gradenboog meedraait en met behulp van een prisma wordt geprojecteerd, kan de helling worden afgelezen.

Voorbeelden van het gebruik van de clinometer binnen de Koninklijke Landmacht zijn het meten van de horizontale en/of verticale declinatie, de hellingshoek (slope) bij het bepalen van een landing point en de invlieghoek (shoot) bij het bepalen van een landing point. In de laatste twee gevallen maakt de clinometer deel uit van de helikopterlandingsplaatsuitrusting.

Terug naar Boven

 

CLOSE AIR SUPPORT

Afgekort: CAS. In het Duits: Luftnahunterstützung. In het Frans: appui aérien rapproché. Luchtsteun door helikopters (rotary wings) of vliegtuigen (fixed wings) die zich richt tegen vijandelijke doelen die zich in de nabijheid bevinden van eigen landstrijdkrachten. CAS is dus nauw verbonden met het gevecht op de grond. In het uiterste geval kunnen hierbij luchtaanvallen worden uitgevoerd op al dan niet tevoren verkende doelen die meestal dichtbij de locatie van eigen eenheden zijn gesitueerd.

CAS vereist nauwkeurige coördinatie tussen de luchtacties, grondgebonden vuursteun, luchtverdediging en manoeuvre, de luchtverdediging en de vereisen. Daarnaast worden de volgende termen gehanteerd:

Emergency CAS

ECAS

Immediate CAS

ICAS

Pre-planned CAS

XCAS

Een toestel met een CAS-taak – met behulp van gevechtshelikopters zoals de Apache AH-64 en de Cobra AH-1 en gevechtsstraaljagers als de F-16 en de A-10 Thunderbolt – is dan ook een verlengstuk van de landstrijdkrachten. De piloot wordt geleid door een Forward Air Controller (FAC) van de grondtroepen, die het aan te vallen doel beschrijft en aanduidt. De FAC'er is een functie binnen de Koninklijke Landmacht.

CAS is ook belangwekkend binnen het Optreden in Verstedelijkte Gebieden (OVG). Daarnaast kunnen toestellen met een CAS-missie de commandant van de grondtroepen voorzien van meer informatie en situational awareness.

Close Air Support mag niet worden verward airstrikes. Zie ook: AN/PRC-117F, danger close en vuuraanvraag.

Terug naar Boven

 

CLOSE COMBAT ATTACK

Afgekort: CCA. Gevechtshelikopters die het grondgebonden optreden van landstrijdkrachten in de directe nabijheid ondersteunen en luchtaanvallen uitvoeren. De landstrijdkrachten zijn in direct contact – TIC – met de vijand, dan wel anticiperen hierop.

Gevechtshelikopters schieten na of tijdens een tactische vlucht (on)geleide raketten af. Daarmee kunnen allerhande objecten, zowel statische als mobiele, onder vuur worden genomen. Ook doorgunners kunnen vuur uitbrengen.

De zwakke plekken van (gevechts)helikopters zijn de momenten dat zij aan de grond staan (opstijgen en landen) én Triple A (AAA): Anti-Aircraft Artillery. Luchtafweer, zoals luchtdoelartillerie en als luchtverdediging gebruikte antitankwapens - zoals de Rocket Propelled Grenade (RPG) – kunnen het ondersteunend optreden van gevechtshelikopters tijdens een CCA danig in de war gooien of zelfs geheel tenietdoen.

Terug naar Boven

 

CLOSE PROTECTION

Persoonsbeveiliging door lijfwachten. Het nemen van specialistische voorzorgs- en beschermingsmaatregelen ter protectie van door aanzien of status onderscheiden Very Important Persons (VIP’s) om hen te behoeden voor vijandelijk optreden of de effecten daarvan. Aan hen wordt een persoonsbeveiliger toegewezen van een Private Military Company (PMC, in het Nederlands: particulier militair en beveiligingsbedrijf, PMB) of van een daartoe gespecialiseerde militaire eenheid. Het meest bekende voorbeelden daarvan in Nederland is de Brigade Speciale Beveiliging (BSB) van de Koninklijke Marechaussee.

In close protection wordt voorzien op basis van een dreigingsanalyse voor een als bedreigend of vijandig aangemerkte omgeving. Indien nodig zullen gevechtshandelingen niet uitblijven.

Voorbeelden van VIP’s zijn:

  • leden van het Koninklijk Huis
  • militaire personaliteiten
  • staats- of regeringsleiders

Zie ook: huurling.

Terug naar Boven

 

CLOSE QUARTER BATTLE

Afgekort: CQB. In het Duits: (Militärischer) Nahkampf. In het Frans: combat rapproché. Vrije vertaling: man-tot-man gevecht of "gevecht op de vierkante meter".

Behalve de titel van een boek van Special Air Service-auteur Mike Curtis – ‘Close Quarter Battle. The explosive true story of 15 years under fire’ (vertaald als ‘Onder vuur’) – is CQB niets anders dan wat voorheen het man-tot-man gevecht werd genoemd.

Man-tot-man kan zowel gewapend als ongewapend plaatsvinden, maar vanwege de nabijheid van de tegenstander is de ongewapende variant van deze gevechtstechniek het meest waarschijnlijk. Het gevecht wordt dan immers op een zodanige afstand van de tegenstander gevoerd dat traditionele militaire wapens niet (meer) doeltreffend zijn.

CQB'en is een methode van tactische beweeglijkheid, met name in het geval van:

doorschrijden van de vijand (exfiltratie)
vijand in front
plegen van een overval

Vond het man-tot-man gevecht voorheen vaak plaats door op het wapen een bajonet te plaatsen en stormvurend voorwaarts te gaan, tegenwoordig wordt de CQB hoofdzakelijk uitgevochten met de blote handen, slag- of steekwapens beoefend. De technieken die bij CQB’en worden aangeleerd – binnen de Koninklijke Landmacht hoofdzakelijk bij het Korps Commandotroepen en zowel pantser- als luchtmobiele infanteristen – zijn veelal een combinatie van diverse vechtkunsten. Deze vechtkunsten zijn eenvoudig aan te leren en zeer effectief.

CQB’en is ontstaan in de jaren’60. Met name Special Forces hebben vanaf toen, vanwege de noodzaak van Close Combat met de vijand tijdens conventionele oorlogvoering, een opleidings- en trainingsprogramma ontwikkeld. In de jaren’70 zijn die programma’s verfijnd door de opkomst van het internationaal terrorisme, ingeluid met de Palestijnse aanslag tijdens de Olympische Spelen van 1972 in München.

Zie ook: double-tap.

Terug naar Boven

 

CLOSE TARGET RECCE

Afgekort: CTR. Door infanteristen en Special Forces, zoals Korps Commandotroepen en Special Air Service, uitgevoerde verkenningsopdracht om achtereenvolgens de plaats van een vijandelijk (beveiligd) object te bepalen én essentiële informatie te verzamelen in de gelokaliseerde vijandelijke omgeving. De te verzamelen informatie kan uiteenlopen van posities tot strekten, bevoorradingsroutes e.d.

Bij CTR gaat het erom zo dicht mogelijk op het object te komen om alle benodigde informatie te kunnen vergaren; alle leden van de verkenning zijn dan ook precies op de hoogte van de verkenningsopdracht. De verkenners kunnen op alle mogelijke manieren het object benaderen, zoals afgezet door een helikopter (drop-off point), per parachute of te voet.

Met behulp van de informatie kan vervolgens een aanval worden gepland. Het meest praktisch is om het resultaat van een CTR om te zetten in een maquette, waarmee de overigen worden geïnformeerd over het verkenningsresultaat. Idealiter vindt de CTR plaats gedurende avond of nacht. Als alle benodigde informatie bekend is, kan extractie van de missie plaatsvinden.

Terug naar Boven

 

CLUSTERBOM

Een clusterbom is een door een helikopter of vliegtuig afgeworpen bom die honderden kleine granaten uitspuugt. De clusterbom spat in de lucht uiteen, wordt vaak gestabiliseerd met een kleine parachute en vervolgens verspreid over het maaiveld. De clusterbom explodeert bij grondcontact dan wel na een bepaalde periode. De clusterbom kan gemakkelijk de oppervlakte van ruwweg een voetbalveld vernielen, d.i. 5.000 m². De kans op collateral damage is daardoor relatief groot.

Compilatiefoto van clusterbommen

Clusterbommen zijn gericht op het uitschakelen van grond- of oppervlaktedoelen zoals vliegvelden, elektronische installaties, verzamelgebieden van militair materieel en militaire eenheden, gepantserde eenheden en brandstofopslagplaatsen en worden gerekend tot submunitie (munitie in munitie). De submunitie van een clusterbom heeft dezelfde vernietigende werking als een antipersoonsmijn (AP-mijn).

De submunitie gaat niet allemaal af. Schattingen over het percentage submunitie dat niet explodeert, lopen uiteen van 4 tot 12%. Deze blindgangers of UXO's zijn nog lang na het beëindigen van een conflict een gevaar voor de burgerbevolking.

Clusterbommen zijn volgens internationale conventies niet verboden. Het gebruik ervan is echter dubieus, met name sinds op 3 december 1997 meer dan 100 landen het Verdrag van Ottawa ondertekenden, dat wél het gebruik van AP-mijnen verbiedt maar niet dat van clusterbommen.

Opengewerkte tekening van een clusterbom die submunitie herbergt en laat ontploffen

Voorbeelden van clusterbommen binnen de Nederlandse krijgsmacht zijn:

SOORT

AANTALLEN SUBMUNITIE

munitie M-109 houwitsers

88

munitie MLRS

644

CBU-87 Combined Effects Munitions van de F-16

202

Van 19 t/m 30 mei 2008 is de Dublin Conference on Cluster Munitions gehouden, de laatste bijeenkomst in het verbannen van clustermunitie. Diplomaten uit 111 landen zijn het eens geworden over een totaalverbod op het gebruik van clusterbommen. Het is een belangrijke uitbreiding van het humanitair oorlogsrecht. Een van de ondertekenaars is Nederland.

Afgesproken is ook dat binnen 8 jaar de voorraden clustermunitie moeten zijn vernietigd en dat de slagvelden waar de bommen zijn ingezet worden opgeruimd. De niet-ontplofte kleine bommetjes waarin clusterbommen uiteenvallen veroorzaken nog dagelijks doden.
Het verdrag zal niet worden ondertekend door China, India, Israël, Pakistan, Rusland en de Verenigde Staten, allen niet toevallig hoofdproducenten van clustermunitie.

Op 3 en 4 december 2008 is in Oslo (Signing Conference Oslo) de Convention on Cluster Munitions (CCM) gesloten door 94 landen. Voor Nederland tekende de Minister van Buitenlandse Zaken, mr. Maxime Verhagen, het verdrag.

Terug naar Boven

 

CODE RED

Disciplinaire militaire maatregel die officieel verboden is maar wel degelijk ten uitvoer wordt gebracht. De ongeschreven code houdt in: wie het verpest, die heeft een lesje nodig. De opdracht hiertoe kan van een militaire meerdere komen, maar de militairen zélf houden elkaar ook in de gaten. Groepsgedrag staat in zeer hoog aanzien.

De code red komt met name naar voren in de Amerikaanse speelfilm ‘A Few Good Men’ (1992).

Hierin moet het advocatenduo Kaffee (Tom Cruise) en Galloway (Demi Moore) bewijzen dat de commandant van de U.S. Naval Base in Guantanamo Bay, Cuba, kolonel Nathan Jessup (Jack Nicholson) een code red heeft bevolen aan twee onderhebbenden om een derde militair een lesje te leren.

Die derde heet Santiago. Hij maakt er een bende van en valt zeer slecht binnen de groep. Zulke lui worden niet getolereerd.

Uiteindelijk legt Jessup, die er alles voor over heeft om zijn eer te redden en ervan overtuigd is dat Kaffee de waarheid niet aankan (“You can’t handle the truth!”), in de rechtbank een bekentenis af: “I have neither the time nor the inclination to explain myself to a man who rises and sleeps under the blanket of the very freedom I provide, then questions the manner in which I provide it!” (“Ik heb niet de tijd noch de lust om aan iemand verantwoording af te leggen die nota bene slaapt onder de deken van precies die vrijheid waar ik voor zorg in plaats van te twijfelen aan de manier hoe ik daarvoor heb gezorgd!”)

Terug naar Boven

 

CODEWOORD

Een of meerdere woorden die moeten zorgen voor een relatief veilige dekmantel voor een militaire operatie. Veelal worden de codewoorden na het begin van een operatie bekendgesteld.

Bekende codewoorden uit de militaire geschiedenis zijn bijvoorbeeld:

Corporate

Bevrijding van de Falkland-eilanden door Groot-Brittannië op Argentinië in 1982

 

Desert Shield/Desert Storm

Ontplooiing van Amerikaanse troepen in de Golf-regio in 1990 en de herovering van Koeweit in 1991

 

Eagle Claw

Mislukte Amerikaanse bevrijding van ambassadepersoneel in de Iraanse hoofdstad Teheran in 1980

 

Litani

In 1978 het begin van de aanwezigheid van U.N.I.F.I.L. in Libanon

 

Musketeer

Operatie van Frankrijk, Groot-Brittannië en Israël tegen Egypte in de Suez-crisis in 1956

 

Overlord

Geallieerde invasie van Normandië in 1944

 

Provide Comfort

In 1991 een humanitaire hulpverleningsactie in het noorden van Irak volgens OPPLAN 15

 

Urgent Fury

Amerikaanse invasie op Grenada in 1983

Terug naar Boven

 

C.O.L.D. F.E.E.T.

Ezelsbruggetje om warm te blijven onder koude weersomstandigheden, evenals L.O.R.D.

Het is niet alleen een verantwoordelijkheid van commandanten maar te allen tijde juist ook een individuele verantwoordelijkheid om onder koudweersomstandigheden warm te blijven en niet ten prooi te vallen aan één van de vormen van koudeletsels (cold weather injuries). Alle koudeletsels kunnen worden voorkomen!

Onderkoeling (hypothermie) kan goeddeels worden voorkomen wanneer zoveel als mogelijk de hand wordt gehouden aan het acroniem C.O.L.D.

 

C

CLEAN

Houd je kleding schoon

O

OVERHEATING

Voorkom oververhitting

L

LOOSE LAYERS

Kleed volgens het meerlagensysteem

D
DRY
Houd je kleding droog
 
F
FIT YOUR CLOTHES
Kleding moet goed passen en intact zijn
E
EXERCISE EXTREMITIES
Houd je vingers en tenen in beweging. Houd ook rekening met je neus en oren
E
EAT YOUR RATION
Eet goed en zorg voor een snackpack. Als hongergevoel optreedt, ben je te laat
T
TIGHT BOOTS ARE TERRIBLE
Zorg voor goed passende schoenen, die goed zijn ingelopen en regelmatig worden onderhouden

Verdere persoonlijke aandachtspunten ter voorkoming van koudeletsels:

  • ben bekend met de eerstehulpverlening bij koudeletsels
  • drink voldoende (warme) dranken
  • vermijd contact met de blote hand aan zowel metaal als benzine, olie, smeermiddelen, chemicaliën en onderhoudsmiddelen (BOSCO, klasse III)
  • voorkom moeheid
  • zorg voor een positieve instelling

Zie ook: koudeletsels en L.O.R.D. en meerlagensysteem.

Terug naar Boven

 

COLLATERAL DAMAGE

In het Nederlands: nevenschade. In het Duits: Nebenschaden. In het Frans: dommages collatéraux; dommages indirectes. Onbedoelde en onnodig geachte burgerslachtoffers en/of schade aan civiele doelen bij een aanval op een militair doel.

Ondanks de huidige stand van de hightech in de ontwikkeling van militaire wapentechnologie zijn menselijke fouten onvermijdelijk bij een aanval op een militair doel. De term ‘collateral damage’ heeft behalve een militaire dan ook een politieke lading. Vaak is collateral damage het gevolg van afzwaaiers.

Zie ook: ricochet.

Terug naar Boven

 

COLONNE

Voorbeelden van colonnes, in beide gevallen zonder colonnesignalering

In het Duits: Marschkolonne. In het Engels: column. In het Frans: colonne de marche; formation en ligne de file.

Definitie: “Een aantal zich achter elkaar bevindende militaire dan wel bij een onderdeel van de rampenbestrijdingsorganisatie in gebruik zijnde motorvoertuigen, onder één commandant, die de door Onze Minister van Verkeer en Waterstaat in overeenstemming met Onze Minister van Defensie vastgestelde herkenningstekens voeren.”

De Bevelhebber der Landstrijdkrachten (BLS) heeft verder bepaald dat een militaire colonne moet bestaan uit minimaal vijf motorvoertuigen op méér dan twee wielen dan wel speciale transporten van minimaal drie motorvoertuigen.

Normaliter worden verplaatsingen van eenheden uitgevoerd in colonneverband, waarbij de onderdelen in een door de commandant te bepalen volgorde worden gegroepeerd. Een colonne van enige omvang wordt verdeeld in een aantal colonne-elementen:

Colonne
Aantal zich achter elkaar bevindende voertuigen, dat zich onder eenhoofdige leiding langs dezelfde route in dezelfde richting verplaatst
Marscolonne
Colonne die is onderverdeeld in twee of meer marsseries
Marsserie
Deel van een marscolonne, dat is samengesteld uit één of meer marseenheden met – bij voorkeur – dezelfde eigenschappen (b.v. soort voertuig)
Marseenheid
Deel van een marsserie, dat bestaat uit niet meer dan 20 voertuigen met - bij voorkeur - dezelfde eigenschappen

Verplaatsingen van minder dan 20 voertuigen worden normaal gesproken niet uitgevoerd als colonne, maar zullen infiltratiegewijs verplaatsen. Colonnes kunnen zich verplaatsen in een regelmatige resp. onregelmatige colonnevorm:

Colonnevorm

Definitie

Doel & Toepassing

Regelmatig

afstand tussen de onderlinge voertuigen én marseenheden doet zich voor als een regelmatig patroon (dichtheid normaliter 20 voertuigen)

Gering gevaar voor luchtaanvallen

Capaciteit van de marsroute optimaal benut

Kans op aanvallen van subversieve elementen

Door gecompliceerde marsroute bestaat kans op verbreken van het colonneverband

 

Onregelmatig

voertuigen verplaatsen zich afzonderlijk of in marseenheden van niet meer dan 7 voertuigen, zonder regelmaat in de afstanden tussen de voertuigen en de marseenheden.

 

Bij subversieve elementen de indruk wekken dat er géén bijzondere verplaatsingen plaatsvinden, maar dat er slechts spraken is van routineverkeer

Verplaatsingen bij daglicht

De verkeersintensiteit op de marsroute is zo groot, dat het overige verkeer op de route wordt gehinderd

In Nederland verplaatsen colonnes zich met de volgende snelheden:

rupsvoertuigen alle wegen

40 km per uur ( 25 mijl per uur)

wielvoertuigen overige wegen

45 km per uur ( 30 mijl per uur)

wielvoertuigen autosnelwegen

55 km per uur ( 35 mijl per uur)

Daarnaast heeft een colonne zich te houden aan de dichtheid: het aantal voertuigen per km. In de regel is de dichtheid 10 voertuigen per km op autosnelwegen en 20 voertuigen per km op overige wegen.

Niet te verwarren met een konvooi. Zie ook: border crossing point (BCP) en verspreidingspunt.

Terug naar Boven

 

COLONNEFUNCTIONARISSEN

Colonnecommandant

Belast met het bevel over de gehele colonne

Is verplicht het personeel dat deelneemt aan de colonne te briefen

Linksvoor op het voertuig wordt een wit/zwarte vlag gevoerd (witte zijde boven)

Voert op voor- en achterzijde voertuig een bord waarop de functie wordt aangegeven

 

Officier-melder

Meldt zich namens de colonnecommandant 10 minuten vóór het passeren van de verkeerscontroleposten om colonnegegevens door te geven (LF 15860)

Belast met de controle op het uitzetten van waarschuwingsposten bij rusten aan de kop van de colonne

Rijdt buiten de colonne om (individueel weggebruiker)

Voert op voor- en achterzijde voertuig een bord waarop de functie wordt aangegeven

 

Snelheidsregelaar

Bevindt zich in het eerste voertuig

Belast met het houden van de juiste route volgens routetijdtabel én snelheid

Verantwoordelijk voor het uitzetten van waarschuwingsposten aan de kop van de van de colonne bij halthouden

 

Opsluiter

Bevindt zich in het laatste voertuig

Belast met regelen van het vertrek van de voertuigen; vaststellen van de locatie van de achtergebleven voertuigen; uitzetten van waarschuwingsposten aan de staart van de colonne bij halthouden; oplossen van problemen aan de staart

 

Officier-opsluiter

Bevindt zich tijdens de verplaatsing direct achter het laatste voertuig

Rijdt buiten de colonne om (individueel weggebruiker)

Belast met afmelden (namens de commandant) bij verkeerscontroleposten; bijzonderheden doorgeven aan verkeerscontroleposten (b.v. uitgevallen voertuigen); controle op uitzetten van waarschuwingsposten aan de staart van de colonne; dirigeren van achtergebleven voertuigen bij terugkeer bij de colonne

 

Herstelploeg

Bevindt zich achter de colonne

Rijdt buiten de colonne om (individueel weggebruiker)

Voertuigen voeren géén colonnesignalering, wel colonnenummers

Voert herstellingen uit overeenkomstig de ontvangen instructies (b.v. tijdslimietreparatie, battle damage repair, afvoer onherstelbare voertuigen)

Gerepareerde voertuigen blijven bij de herstelploeg totdat zij op aanwijzingen van de officier-opsluiter naar de organieke plaats in de colonne worden gedirigeerd

Terug naar Boven

 

COLONNENUMMER

Een colonnenummer op een militair voertuig kan bestaan uit de volgende elementen:

Prioriteitsnummer (indien van toepassing)

Datum van de dag van de lopende maand waarop de wegverplaatsing begint

Drie of meer letters die nationaliteit van de verkeersleidingorganisatie aangeven

Volgnummer van de toestemming tot verplaatsen over de weg op de aangegeven datum

Letter om de verschillende marseenheden aan te duiden

Als voorbeeld: 3/02 NLGNC 15 B

3

Derde prioriteit

02

Tweede dag van de lopende maand

NL

Nationaliteit is Nederland

GNC

Commandant die toestemming verleend is 1 GNC

15

Datum waarop verplaatst mag worden

B

Letter van de marseenheid

Terug naar Boven

 

COLONNESIGNALERING

Voor wat betreft het aangeven van de juiste zijde voor het aanbrengen van de signalering bij het rijden van een colonne, geldt dat “rechtsvoor” aan het voertuig bij Nederlandse militaire voertuigen altijd de zijde van de chauffeur is, dus altijd de voertuigzijde gezien vanuit de cabine van het voertuig.

De te voeren herkenningstekens in vredes- en oorlogstijd zijn bij Ministeriële Beschikking vastgelegd. In vredestijd geldt:

VOORSTE VOERTUIG

Blauwe vlag links- en rechtsvoor

Blauwe kap over rechterkoplamp

 

VOLGVOERTUIG

Blauwe vlag rechtsvoor

Blauwe kap over rechterkoplamp

 

ACHTERSTE VOERTUIG

Groene vlag rechtsvoor

Groene kap over rechterkoplamp

Afbeelding uit 'November Romeo' (Korpsblad voor de Nationale Reserve), nummer 4, november 2007, 13de jaargang

Alle voertuigen voeren ontstoken groot licht cq. dimlicht. Het laatste voertuig voert knipperende waarschuwings- of alarmlichten in de navolgende gevallen:

indien het zicht minder dan 100 meter bedraagt

op autosnelwegen

van een half uur NA zonsONDERGANG tot een half uur VOOR zonsOPGANG

Overige weggebruikers mogen militaire colonnes niet doorsnijden, met uitzondering van motorvoertuigen van hulpverleningsdiensten indien zij optische en akoestische signalen voeren. Bij driekleurige verkeerslichten geldt dat militaire colonnes die het teken bij groen licht zijn begonnen te passeren, mogen blijven doorrijden, ook nadat het verkeerslicht op oranje of rood is gesprongen.

In oorlogstijd geldt dat alleen het voorste en het achterste voertuig van een colonne-element een colonnesignalering krijgen: het voorste voertuig rechtsvoor zowel een blauwe vlag als kap, het achterste voertuig rechtsvoor zowel een groene vlag als kap.

Zie ook: border crossing point (BCP) en verspreidingspunt.

Terug naar Boven

 

COLPRO

Betekenis: Collective Protection. In het Nederlands: collectieve bescherming.

COLPRO is de fysieke bescherming tegen CBRN door gebruikmaking van collectieve beschermingsmiddelen. Het meest bekend zijn de zgn. COLPRO-systemen: opblaasbare tenten waarin militairen in (potentieel) besmet gebied kunnen werken en rusten zonder zelf besmet te raken. In de NBC-beschermde ruimte behoeven dan ook géén persoonlijke beschermingsmaatregelen tegen CBRN – zoals NBC-masker en NBC-pak – te worden uitgevoerd. Onder NBC-omstandigheden vergroot COLPRO de inzetbaarheid én het voortzettingsvermogen.

Ook bijvoorbeeld een hulppost – geneeskundige inrichting role-1 – kan optreden als Contamination Control Area (CCA). De CCA is het gebied waar ontsmetting plaatsheeft van personeel en materieel, inbegrepen gewonden en zieken:

LHA

Liquid Hazard Area

Gebied waar vloeistofbesmetting nog mogelijk is

VHA

Vapour Hazard Area

Gebied waar dampbesmetting van de LHA nog mogelijk is

TFA

Toxic Free Area

Gebied waar besmetting door vloeistof of damp niet (meer) mogelijk is

De CCA kent in het optreden een driedeling als:

POS

Personen Ontsmettings Station

GOS

Gewonden Ontsmettings Station

MOS

Materieel Ontsmettings Station

In elk geval moet binnen de CCA aan de volgende zaken aandacht worden besteed:

Besmette kleding moet in plastic zakken worden opgeborgen dan wel begraven, inbegrepen PGU en uitrustingsstukken

CCA moet bovenwinds worden opgebouwd en duidelijk worden gemarkeerd (niet alleen met rood-wit-lint)

NBC-pak moet worden uitgetrokken

Zie ook: CBRN, FM-12 (CBRN-masker), maskeroefenruimte en NBC-pak.

Terug naar Boven

 

COMBAT APPLICATION TOURNIQUET

Afgekort: CAT. NSN 6515-01-521-7976.

Animatie van het enkelhandig aanleggen van het Combat Application Tourniquet.

Met behulp van de 60 gram lichte CAT is het mogelijk om zelf met één of twee handen – of de hulp van een collega – een tourniquet aan te leggen wanneer er sprake is van een grote slagaderlijke bloeding. Het tourniquet is een efficiënt middel gebleken om levensbedreigende bloedingen aan ledematen te stoppen: uit onderzoek blijkt dat maar liefst 60% van de te voorkomen oorzaken van overlijden (“preventable causes of death”) het gevolg is van het doodbloeden door letsel aan de ledematen.

De CAT bestaat uit een sluitband, klittenbandriem, tourniquetstaaf en borgclip. Bij een slagaderlijke bloeding aan bovenarm of bovenbeen wordt het getroffen ledemaat door de lus van de klittenbandriem gehaald en ± 10 cm boven de bloeding geplaatst. Hierna wordt de klittenbandriem strakgetrokken en de tourniquetstaaf aangedraaid totdat de bloeding stopt.

De tourniquetstaaf wordt in de borgclip geplaatst, zodat deze niet kan losschieten, en de klittenbandriem over de staaf geplaatst. Tot slot worden zowel tourniquetstaaf als klittenbandriem vastgemaakt door de sluitband strak te trekken en aan de tegenoverliggende haak van de borgclip te bevestigen.

Volgens het nieuwe TCCC-protocol vindt het aanleggen van de CAT plaats in de fase Care Under Fire, waarin het creëren van vuuroverwicht één van de eerste prioriteiten is. TCCC is geïnspireerd op geneeskundig handelen in een hoger geweldsspectrum.

Zie ook: Tactical Combat Casualty Care (TCCC).

Terug naar Boven

 

COmbat cocktail

In het Nederlands: gevechtscocktail.

In de film Basic (2003, regie John McTiernan, hoofdrollen John Travolta, Connie Nielsen en Samuel L. Jackson) wordt een combat cocktail per injectie gepresenteerd.

Dit is een combinatie van de snel werkende en zwaar verslavende pijnstiller Demerol® (pethidine) en anabole steroïden. De gevechtscocktail wordt geleverd door arts Pete Vilmer (Harry Connick Jr.), onder andere om de oefening ‘Green Hell’ in de Panamese jungle te kunnen overleven.

De informatie in dit lemma geeft u beter ‘beeld en geluid’, maar vervangt nooit de diensten of informatie van professionals binnen de gezondheidszorg. Voor diagnoses en medische vragen dient u zich te allen tijde te wenden tot professionele zorgverleners.

Terug naar Boven

 

COMBAT LIFE SAVER

Afgekort: CLS’er. Nederlandse benaming: gewondenhelper. Combattant met geneeskundige neventaak (CGN), evenals de Medic.

Op het Instittut Defensie Geneeskundige Opleidingen (IDGO) in Hollandsche Rading wordt door de Vakgroep Militair Geneeskundige Opleidingen (MILGO) onder andere de opleiding verzorgd voor militair geneeskundige neventakers, zoals:

Medic Speciale Operaties (Specops) van het Korps Commandotroepen
EHBO'ers voor de Bedrijfs Hulp Verlening (BHV)
Combat Life Savers (CLS'ers)

De opleiding tot CLS'er neemt vier weken in beslag. De CLS'er - of gewondenhelper - behoort niet tot het geneeskundig personeel en is dus géén non-combattant. Binnen zijn groep of ploeg heeft hij een zgn. dubbelfunctie. Enerzijds is hij bijvoorbeeld Minimi-mitrailleurschutter, aan de andere kant gewondenhelper. Binnen zijn groep of ploeg kan hij organiek optreden, maar ook in een groter (peloton, compagnie) of specialistisch (geneeskundige afvoergroep, geneeskundig peloton) verband. De CLS'er wordt organisatorisch met name ingedeeld bij de manoeuvre, zoals bij 11 Air Manoeuvre Brigade Air Assault en de pantserinfanteriebataljons (17, 42, 44 en 45).

De functie van CLS'er is de noodzakelijke overbrugging tussen de Zelfhulp en Kameradenhulp (ZHKH) zoals die voor elke individuele militair geldt én de handelingen zoals die door het gekwalificeerd geneeskundig personeel mogen worden uitgevoerd, zoals verzorgenden, Algemeen Militair Verpleegkundigen (AMV’ers) en artsen. Noodzakelijk, omdat de CLS’er in uitzendgebieden zelfstandig opereert in een bepaald gebied van verantwoordelijkheid, waarbij hij in de meeste gevallen niet direct kan teruggevallen op militaire gezondheidszorg, laat staan op civiele gezondheidszorg.

De CLS'er heeft na het doorlopen van en slagen voor de opleiding een hogere basiskennis dan elke andere militair die alleen de ZHKH beheerst. De geldigheidsduur van het CLS-certificaat is twee jaar. Omdat er vooralsnog géén retentie- of herhalingscursussen plaatsvinden, dient personeel waarvan het CLS-certificaat is verlopen opnieuw aan de cursus deel te nemen.

De CLS’er kan en mag op en rond de plaats van het ongeval de eerste hulp organiseren en gewonden behandelen met de geleerde kennis en vaardigheden én deze gewonden volgens het ABCD-protocol overdragen aan deskundig geneeskundig personeel.

De geleerde kennis en vaardigheden betreffen:

ademhalingsstoornissen

ademwegstoornissen

behandelen met behulp van immobiliserende verbanden

herkennen en behandelen van crush- en blastletsels

herkennen van (fosfor)brandwonden, voorkomen van complicaties bij brandwonden en behandelen van brandwonden

herkennen van bot- en gewrichtsletsels

herkennen van pijnen en het toedienen van onder andere een intramusculaire injectie

herkennen van schedel-, gelaats- en oogletsels, hersenschudding, verhoogde hersendruk en schedelbasisfractuur

herkennen, behandelen en voorkomen van warmte- en koudeletsels

vaststellen van de bewustzijnsgraad

voorkomen van én tegengaan van shock

Zie ook: F.R.O.S.T.

Terug naar Boven

 

COMBAT SEARCH & RESCUE

Afgekort: CSAR.

De inzet van gespecialiseerde reddingsteams onder gevechtsomstandigheden, om personeel dat tijdens een militaire operatie in moeilijkheden is geraakt, te redden. CSAR komt in de praktijk neer op h et redden van gewonde militairen, neergeschoten vliegers én in een isolement geraakte militairen achter vijandelijke linies.

Bekende voorbeelden van CSAR in de recente krijgsgeschiedenis zijn:

VLIEGTUIG

DATUM

LOCATIE

WIE

CONFLICT

F-16

2 juni 1995

ten zuiden van Banja Luka in Bosnië-Hercegovina

kapitein Scott O’Grady

oorlog Bosnië-Hercegovina

F-117A Stealth

27 maart 1999

Budjenovci, 40 km van de Servische hoofdstad Belgrado

onbekend

oorlog Kosovo

Tot voor deze acties was CSAR het domein van de U.S. Air Force, maar als gevolg van de conflicten in voormalig Joegoslavië hebben ook Europese luchtmachten SCAR-capaciteit gecreëerd.

CSAR is linke soep: de vijand zal er alles aan doen om bijvoorbeeld een neergestorte en voortvluchtige piloot krijgsgevangen te maken én reddingshelikopters neer te halen. Z waar bewapende transporthelikopters zullen daarom bij nacht en ontij het noodsignaal van de gestrande piloot uitpeilen en pikken deze zo snel mogelijk uit vijandelijk gebied op. Bij gewapende tegenstand zullen de helikopters vuursteun krijgen van gevechtshelikopters en/of jachtbommenwerpers.

In Nederland heeft onder andere het Korps Commandotroepen de CSAR-taak.

Terug naar Boven

 

COMBATTANT

Vertaling uit het Frans: Strijder.

Leden van strijdkrachten én leden van georganiseerde verzets- en vrijheidsbewegingen (o.a. facties, milities en vrijwilligerskorpsen) die gerechtigd zijn om rechtstreeks aan vijandelijkheden deel te nemen en dan ook niet mogen worden gestraft voor deelname aan de strijd.

In het kader van de Conventies van Genève moeten combattanten aan een aantal kenmerken voldoen om bescherming volgens deze wetten te mogen genieten:

In uniform

Kleding dragen die betrokkene vanaf een afstand herkenbaar maakt als militair

Onder officieren

Gehoorzaam zijn aan een bevelsketen die eindigt bij een politiek leider of regering

Openlijk wapens dragen

Kleinkaliberwapens dragen en gebruiken

Volgens het oorlogsrecht

Geen wreedheden of misdaden begaan, niet doelbewust burgers aanvallen en niet deelnemen aan terrorisme

Non-combattanten – letterlijk: niet-strijders – zijn onder meer:

burgers in de macht van de vijand op vijandelijk gebied

burgers in de macht van de vijand op door de vijand bezet gebied

geestelijk verzorgers (social workers)

geneeskundig personeel

medewerkers van het Rode Kruis / International Committee of the Red Cross (ICRC)

militairen die "hors de combat" zijn (zoals neergestorte piloten e.d.)

oorlogscorrespondenten

Iedere combattant die in handen van een tegenpartij valt wordt als krijgsgevangene beschouwd. Huurlingen en spionnen zijn onwettige strijders en hebben dan ook géén recht op de status van combattant noch op de status van krijgsgevangene.

Voor de Nederlandse krijgsmacht geldt dat de aspirant-militair, aangesteld vóór de 18 de verjaardag, niet als combattant zullen worden ingezet. De groep van 17-jarigen kan en mag in geen enkele vorm van militair conflict worden ingezet.

Zie ook: Rode Kruis-armband.

Terug naar Boven

 

COMBINED

Multinationaal.

Het optreden betreft delen of eenheden van twee of meer bondgenoten. Definitie staat omschreven in de NATO Glossary of Terms and Definitions (AAP-15). In beginsel worden alle operaties van de KL in een 'combined' (EU, NAVO, OVSE, VN) omgeving uitgevoerd.

Schoolvoorbeeld van combined optreden. Van links naar rechts een Australische, Amerikaanse en Nederlandse militair tijdens een missie in Afghanistan

Wordt in het kader van multinationaal optreden vaak in één adem gebruikt met joint.

Terug naar Boven

 

COMBINED ARMS TEAM

Afgekort: CAT.

De volledige integratie en toepassing van twee of meer verschillende wapens/wapensystemen in een militaire operatie. Deze benadering heeft tot doel het creëren van synergie: het geheel is meer dan de optelsom van de verschillende eenheden, vergelijkbaar met de taakstelling van verbonden wapens.

Een CAT wordt ad hoc samengesteld en kan bestaan uit een mengeling van eenheden, zoals artillerie, pantsergenie, (luchtmobiele of pantser)infanterie, tanks, verkenners en zelfs gevechtshelikopters. Ook een patrouille in Uruzgan (ISAF Stage III) bestaat te allen tijde uit een minimale samenstelling aan eenheden en voertuigen: een CAT.

Zie ook: smallest unit of action (SUA) en verbonden wapens.

Terug naar Boven

 

COMCEN

Afkorting voor: Communication Center. In het Nederlands: communicatiecentrum.

Spil van alle telefoon- en dataverkeer in, naar en vanuit een operatiegebied. Het personeel bedient en onderhoudt verschillende soorten data-, satelliet- en telecommunicatieverbindingen. Ook leggen zij computer- en internetnetwerken aan, zoals een Local Area Network. Het Comcen kan ook dienstdoen als relayeerstation. Het Comcen is een restricted area, omdat daar behalve ‘normaal’ berichtenverkeer in klare taal ook geclassificeerd - al dan niet versleuteld (crypto) - berichtenverkeer in- en uitgaat.

Dankzij het Comcen  zijn eenheden in een operatiegebied in staat om met elkaar te kunnen communiceren. Omdat het gezegde “Zonder verbindingen geen bevelvoering” dient te worden gehandhaafd, gaan de verbindelaren in de regel als eerste het inzetgebied in om er als laatste uit te komen.

Het hoofd van een Comcen is meestal een sergeant-majoor van het wapen der verbindingsdienst, maar de operationele eindverantwoordelijkheid ligt bij het Hoofd Sectie 6. Het personeel draait 24 / 7 in shifts om de operationele verbindingen te allen tijde te kunnen garanderen, vaak ook op de Ops-room.

Zie ook: Ops-room.

Terug naar Boven

 

COMEDS

Voluit: Comité van de Medische Stafchefs van de NAVO. In het Engels: Committee of the Chiefs of Military Medical Services in NATO. In het Frans: Comité des Chefs des Services de Santé Militaires au sein de l’OTAN.

Overlegorgaan van hoogste militaire artsen van de militairgeneeskundige diensten van de NAVO-lidstaten, opgericht op 22 oktober 1993. België levert vanaf de oprichting zowel voorzitter als secretaris en neemt alle kosten op zich. COMEDS, dat tweemaal per jaar vergadert, adviseert en rapporteert weliswaar over medische zaken aan het Militair Comité, maar wordt niet direct betrokken in het operationele werkveld.

COMEDS is verantwoordelijk voor de coördinatie van militairgeneeskundige samenwerkingsverbanden in NAVO-lidstaten. Het doel is standaardisatie en interoperabiliteit op medisch gebied te bevorderen. Het comité treedt op als liaison met relevante organisaties, treedt op als facilitator (scheppen en onderhouden van randvoorwaarden) en streeft consensus na tussen nationale geneeskundige instituties. Leidraden voor het militairgeneeskundig optreden zijn:

  • AJP-4.10 (Allied Joint Medical Support Doctrine
  • MC 326/1 (NATO Medical Support Principles and Policies)
  • MC 326/2 (NATO Principles and Policies of Operational Medical Support)
  • STANAG’s (Standardization Agreements)
  • AMedP’s (Allied Medical Publications)

De nadruk binnen het optreden van de NAVO ligt op:

  • de coördinatie van medische ondersteuning in vredeshandhaving, rampbestrijding en humanitaire operaties
  • de ontwikkeling van gestandaardiseerde procedures
  • de ontwikkeling van protocollen die jointness/intrakrijgsmachtelijkheid promoten
  • joint/intrakrijgsmachtelijke medische training

Om COMEDS bij te staan in de taakuitvoering, zijn er werkgroepen die elkaar tenminste éénmaal per jaar ontmoeten, zoals:

NEDERLANDS

ENGELS

Medisch Materiaal en Militaire Farmacie

Medical Material and Military Pharmacy

Medische Opleiding

Medical Training

Militaire Medische Structuren, Operaties en Procedures

Military Medical Structures, Operations and Procedures

Militaire Preventieve Geneeskunde

Military Preventive Medicine

Militaire Psychiatrie

Military Psychiatry

Noodgeneeskunde

Emergency Medicine

Stuurgroep voor massavernietigingswapens

Ad Hoc Steering Group for WMD matters

Tandheelkunde

Dental Services

Voedselhygiëne, Voedseltechnologie en Diergeneeskunde

Food Hygiene Technology and Veterinary Services

Terug naar Boven

 

COMMANDANT DER STRIJDKRACHTEN

Generaal Dick Berlijn, de vorige Commandant der Strijdkrachten (CDS)

Per 5 september 2005 is de naamgeving van de Chef Defensiestaf veranderd in Commandant der Strijdkrachten.

De afkorting CDS voor de hoogste militaire autoriteit van Nederland én hoogste militaire adviseur van de Minister van Defensie bleef dezelfde. De CDS-nieuwe-stijl is in zijn nieuwe rol verantwoordelijk voor:

operationele planning van de krijgsmacht

aansturing van de krijgsmacht

inzet van de krijgsmacht

Op 5 september 2005 hebben de bevelhebbers van de Koninklijke Landmacht, Koninklijke Luchtmacht en Koninklijke Marine het bevel neergelegd en zijn in plaats daarvan Operationele Commandanten voor de krijgsmachtdelen benoemd.

Voortaan staan binnen de topstructuur van de krijgsmacht de Operationele Commandanten, zoals de Commandant Landstrijdkrachten (CLAS), rechtstreeks onder de eenhoofdige leiding van de CDS-nieuwe-stijl. Dit is het gevolg van een scheiding tussen beleid en uitvoering. De Operationele Commandanten zijn verantwoordelijk voor de uitvoering van de gereedstelling voor militaire inzet in binnen- en buitenland.

Tijdens een militaire ceremonie op het Binnenhof in Den Haag op 17 april 2008 heeft de 52-jarige generaal Peter van Uhm van de Koninklijke Landmacht het commando van Commandant der Strijdkrachten (CDS) overgenomen van generaal Dick Berlijn.

Van Uhm, geboren in Nijmegen in 1955, ging in ’72 naar de Koninklijke Militaire Academie. In 1983 was hij compagniescommandant bij U.N.I.F.I.L., in ’94 bataljonscommandant bij 11 Luchtmobiele Brigade, in 2000 en 2001 werkte hij als brigadegeneraal op het hoofdkwartier van de Stabilisation Force (SFOR) in Sarajevo, in 2003 was hij commandant van 11 Luchtmobiele Brigade en in 2005 volgde het Operationeel Commando (OPCO).

Peter van Uhm staat bekend als een troepenman met natuurlijk gezag die direct, d.i. duidelijk, communiceert. Hij houdt niet van franje en poespas en zijn eigen richtlijnen zijn in al die dienstjaren onveranderd: Ik ben altijd duidelijk. Mijn deur staat altijd open. Ik ben altijd aanspreekbaar”.

Sinds 17 april 2008 de Commandant der Strijdkrachten: generaal Peter van Uhm

Generaal Van Uhm op de persconferentie op 10 juli 2008

Voor het eerst sinds zijn aantreden als Commandant der Strijdkrachten, in april 2008, heeft generaal Van Uhm zich op 10 juli 2008 uitgelaten over de situatie in Afghanistan.

De Nederlandse militairen in Uruzgan hebben in twee jaar veel bereikt “in een land waar verder niemand naar omkeek”, zegt Van Uhm. Volgens hem kunnen Nederlandse militairen een groot deel van de bevolking in Uruzgan wel degelijk veiligheid bieden. Ook zei hij dat de troepen veel inzicht hebben gekregen in de tribale en sociale dynamiek. Juist in Uruzgan maken lokale stammen elkaar soms langdurig het leven zuur.

Van Uhm vindt het onterecht als mensen beweren dat van wederopbouw weinig terechtkomt: “Als je ziet hoeveel scholen er zijn gebouwd en wat er is gedaan aan aanleg van bruggen en wegen, betekent dat veel voor de mensen”, aldus Van Uhm. Naast het bouwen van scholen en bruggen en het aanleggen van wegen en kanalen zijn de militairen vooral bezig met de opbouw van het Afghaanse leger, de ANA.

De meeste slachtoffers sneuvelen door bermbommen, zegt generaal Van Uhm, die zelf zijn zoon verloor door een improvised explosive device (IED). De Taliban grijpen steeds vaker naar de bermbom in de strijd tegen de NAVO. Voor de opsporing van bermbommen gaan in september 40 extra militairen naar Uruzgan; zij blijven 6 maanden. De extra militairen zijn nodig voor het besturen van de Sperwer, die kan helpen bij het opsporen van de IED’s.

De komende twee jaar krijgen de Nederlandse militairen steun van Australië, Frankrijk, Hongarije, Singapore, Slowakije en Tsjechië.

Zie ook: Chef Defensiestaf.

Terug naar Boven

 

COMMAND RESPONSIBILITY

Letterlijk: bevelsverantwoordelijkheid.

Beginsel dat de bevelsmeerdere (superieur, leidinggevende in het algemeen) te allen tijde strafrechtelijk aansprakelijk is voor datgene wat hij doet én wat hij nalaat te doen. Binnen het internationaal recht wordt - uiteraard - het zwaarst aangerekend alles dat te maken heeft met het schenden van de gebruiken, regels, mores en wetten van de oorlog (oorlogsrecht).

De bevelsmeerdere is aansprakelijk voor de oorlogsmisdaden die worden gepleegd door zijn onderhebbende, m.a.w. de bevelsmeerdere is verantwoordelijk voor de daden van anderen. Command responsibility, door de Nederlandse juriste Elies van Sliedregt "strafbaar leidinggeven" genoemd, is gebaseerd op drie peilers:

  • functioneel: de bevelsmeerdere had in zijn functie de oorlogsmisdaden kunnen voorkomen
  • cognitief: de bevelsmeerdere had in zijn functie van de oorlogsmisdaden op de hoogte moeten zijn
  • operationeel: de bevelsmeerdere heeft nagelaten de oorlogsmisdaden te voorkomen

Overigens geldt deze strafrechtelijke verantwoordelijkheid van bevelsmeerdere zowel militairen als burgers. Command responsibility staat onder andere omschreven in:

Sinds de Processen van Neurenberg - begonnen op 20 november 1945 tegen Duitslands belangrijkste oorlogsmisdadigers als Bormann, Doenitz, Göring, Hess, Jodl, Kaltenbrunner, Keitel, Seyss-Inquart, Speer, Von Papen en Von Ribbentrop - geeft het binnen en buiten het oorlogsrecht géén pas meer zich te verschuilen achter "Befehl ist Befehl" : als onderhebbende heb je de plicht bevelen en voorschriften niet te gehoorzamen als die in strijd zijn met algemene rechtsprincipes. Als je - bevelsmeerdere of onderhebbende - jezelf onttrekt aan de eigen verantwoordelijkheid en een keuze maakt ten nadele van de menselijke waardigheid, zullen je oorlogsmisdaden worden getoetst aan het (militaire) strafrecht. De Processen van Neurenberg hebben geleerd dat "Ordnung muss sein" en "Wir haben es nicht gewüsst" het mensdom verlagen tot slaaf van de dictatuur.

Voorbeelden van al dan niet discutabele command responsibility  zijn:

  • de Israëlische Minister van Defensie Ariel Sharon die in 1982 die command responsibility (?) had voor tot de invasie in Libanon, waarbij een bloedbad is aangericht in de vluchtelingenkampen Sabra en Shatila
  • de Amerikaanse president Richard Nixon die command responsibility (?) had voor de oorlogsmisdaden van G.I.'s in Vietnam, onder andere in My Lai
  • de Joegoslavische president Slobodan Milosevic die command responsibility (?) had voor de oorlogsmisdaden van facties en milities in Bosnië, Kroatië en Kosovo

Terug naar Boven

 

COMMANDER'S CRITICAL INFORMATION REQUIREMENTS

Afgekort: CCIR.

Onderdeel van de missie-analyse van het besluitvormingsproces. De CCIR is een lijst van informatievereisten die door een commandant zijn vastgesteld als kritisch (belangrijk of dringend) voor het welslagen van zowel het informatiemanagement als het besluitvormingsproces.

De CCIR zijn:

  • alleen geschikt voor de commandant die de CCIR omschrijft
  • direct gekoppeld aan de huidige en toekomstige tactische situatie
  • situationeel afhankelijk
  • gebeurtenissen die voorspelbaar zijn
  • omschreven door de commandant voor elke operatie (binnen zijn Commander's Intent)
  • tijdgevoelig (time-sensitive)
  • moeten onmiddellijk worden gerapporteerd aan de commandant, staf en ondercommandanten
  • altijd opgenomen in een operatiebevel of -plan
  • verspreid door een communicatiesysteem dat is omschreven in de SOP (Standard Operations Procedure)

Idealiter telt een CCIR 10 of minder punten, teneinde het sturen op te nemen inspanningen te vergemakkelijken.

Alleen de commandant bepaalt welke informatie hij kritisch (belangrijk of dringend) vindt, zulks gebaseerd op:

  • zijn ervaring
  • de operatie
  • de input van zijn staf
  • de Commander's Intent van zijn naasthogere commandant

De informatie die de commandant over de vijand wil weten behelst de volgende vragen:

  1. Wat wil de vijand?
  2. Waarom wil de vijand dit?
  3. Wanneer wil de vijand het uitvoeren?
  4. Hoe wil de vijand dit uitvoeren?

De CCIR helpt de voor de commandant beschikbare informatie te filteren. Omdat één van de grootste commandantenproblemen informatie-overbelasting is, gaat het erom een besluit te kunnen nemen op wat belangrijk én wat dringend is. De CCIR bepaalt immers direct succes of falen van de operatie. Conform de OODA-loop vindt de CCIR plaats tussen de Observe- en Orient-fasen binnen het (rationele) besluitvormingsproces; hiermee worden irrationele zaken (emotie, intuïtie en psychologie) uitgesloten van het te nemen besluit.

Terug naar Boven

 

COMMANDER'S INTENT

In het Duits: Eigene Absicht; Absicht des Truppenführers. In het Nederlands: oogmerk van de commandant. Bijgenaamd: "Boekje Bedoelingen".

Een door de commandant zelf omschreven hoger doel van een operatie, de te bereiken resultaten, het effect van deze resultaten én de manier waarop deze resultaten bijdragen aan het bereiken van de gewenste eindsituatie. Kortom: waarom?

Leidinggevenden op lagere echelons worden op de hoogte gehouden van de bedoelingen van de hogere commandant. De richtlijn van de militaire doctrine geeft aan dat 2 niveaus hoger dient te worden gedacht. Zo is de pelotonscommandant niet alleen op de hoogte zijn van de commander’s intent van zijn compagniescommandant maar ook van die van zijn bataljonscommandant. Bij een zelfstandige compagnie van bijvoorbeeld de gemechaniseerde brigade, moet de pelotonscommandant van een brigadeverkenningseskadron, herstelcompagnie en geneeskundige compagnie óók op de hoogte zijn van de commander’s intent van de brigadecommandant.

Op bovenstaande manier houden lagere commandanten te allen tijde rekening met het grotere verband, waarbij alle energie op dezelfde doelen wordt gericht. Er wordt dan gesproken van ‘eenheid van inspanning’.

Terug naar Boven

 

COMMANDOVOERING

Afgekort: covo.

In het Duits: Führung. In het Engels: Command & Control (C2). In het Frans: commande. Ook genoemd: Command, Control, Communications, Computers & Intelligence.

Commandovoering is het (onder operationele omstandigheden) effectief leiden van een militaire organisatie om haar opgedragen doelstellingen te realiseren, met als doel op een beslissend moment in tijd en plaats gevechtskracht te kunnen concentreren. Het omvat personeel, materieel en procedures – onder andere inlichtingen en verbindingen – die de commandant in staat stellen besluitvorming en bevelvoering te realiseren én dus zijn opdracht uit te voeren.

Het proces commandovoering bestaat uit gedeeltelijk samenvallende deelprocessen:

Besluitvorming

Hoe wordt de opdracht (wijze van optreden) voorbereid (verdeling van taken en verantwoordelijkheden). Ter ondersteuning gelden O.T.V.O.E.M. of Operationeel Besluitvormingsproces (OBP). Het oogmerk van de hogere commandant is richtinggevend.

 

Bevelvoering

Hoe wordt de opdracht uitgevoerd (directe gevechtsleiding). De commandant voert, met zijn staf, de troepen aan en coördineert waar nodig.

 

Leidinggeven

Dit is het bewust beïnvloeden van het gedrag van anderen om, met volledige eigen inzet, gezamenlijk het gestelde doel te bereiken. Leidinggeven is cruciaal bij zowel voorbereiding op als uitvoeren van de opdracht.

 

Commandovoering is - naast inlichtingen, manoeuvre, vuursteun, bescherming en logistiek - één van de functies van militair optreden.

 

COMMUNICATIEVE VAARDIGHEDEN

Een van de vijf vaardigheden zoals die worden beschreven op en gehanteerd vanaf de Instructiekaart 2-1250 (IK 2-1250), bijgenaamd “de witte kaart”.

Deze IK is een uitreikstuk in het kader van de leiderschapstraining en –vorming (LTV) ten behoeve van de leidinggevende, zowel in opleiding op de Koninklijke Militaire School als daarna.

Terug naar Boven

 

COMPAGNIES SERGEANT-MAJOOR (CSM)

Afgekort: CSM. In het Duits: Spiess. In het Engels: Company Sergeant Major. In het Frans: sergent-major de compagnie.

De CSM is de hoogst gegradueerde onderofficier van de compagnie. Hij is onder andere verantwoordelijk voor de tradities van de compagnie, stuurt de onderofficieren aan (leider, vakman, instructeur) en is een vraagbaak voor iedereen, van soldaat tot compasgniescommandant. De CSM wordt daarom vleiend de “Moeder van de Compagnie” genoemd. Tevens adviseert hij de compagniescommandant (on)gevraagd over de dagelijkse gang van zaken binnen de compagnie, maar ook beleidstechnisch. Als gevolg van rangdeflatie is de CSM tegenwoordig vaak een CA (Compagnies Adjudant). De CSM maakt, samen met de compagniescommandant en zijn plaatsvervanger (Second), deel uit van de compagniesstaf, de (rubberen) driehoek.

Vanwege zijn functie, onder meer als vertrouwensfunctionaris, is hij direct naast de commandant gepositioneerd - de enige aan wie hij verantwoording aflegt.

Evenals bataljons- en brigade-adjudanten draagt de CSM bij gelegenheid een stok; de knop van de stok bestaat uit zilverkleurig metaal, reden waarom deze vaak "pronkstok" wordt genoemd. De commando-overdracht van een CSM wordt dan ook wel stokoverdracht genoemd.

De CSM draagt, indien hij zichzelf sergeant-majoor instructeur mag noemen, op zijn rangonderscheidingstekens een kroon van zilverdraad met groene lauwerkrans.

 

De kroon van zilverdraad met groene lauwerkrans, die onder andere de CSM op zijn rangonderscheidingstekens draagt (© Tenuen voor militairen, VS 2-1593)

De CSM-stok (© Defensie Publicatie 20-20, Exercitie voor de krijgsmacht)

Te velde kan de CSM plaatsvervangend leiding geven aan de compagnie bij afwezigheid van de commandant (onder andere bij bevelsuitgiftes).

De CSM controleert het personeel en materieel van de eenheid op orde en netheid (inclusief arbo- en milieuzaken), normen en discipline (b.v. correct tenue), eerlijkheid (“Zeg wat je doet en doe wat je zegt”), saamhorigheid en respect.

Onder andere ten behoeve van zijn ceremoniële taak, beschikt de CSM idealiter over goede sociale en communicatieve vaardigheden: hij kan goed luisteren naar ál zijn personeel. Daarnaast moet hij diplomatiek zijn, het lef hebben om pro-actief en reactief op te treden en (in)formeel overwicht hebben: gebaseerd op ervaring en kennis, niet op véél geschreeuw en weinig wol. Tot slot is het zonder twijfel dat de CSM een militair in hart en nieren dient te zijn: kennis van de Koninklijke Landmacht en de benodigde ervaringsopbouw zijn hierbij bittere noodzaak.

Op de HOOV (Hogere Onderofficiers Vorming, ook genaamd: Secundaire Vorming) wordt de onderofficier opgeleid voor de functies die hij als sergeant-majoor gaat vervullen, inclusief het CSM-schap.

In het takenpakket van de CSM vallen onder meer:

aansturen van de inwendige dienst van de compagnie (o.a. diensten, zoals corvee, wachtregeling e.d., sleutelbeheer, opslaan van briefwisseling en orders)

controleren en, zo nodig, corrigeren van exercitie en instructie binnen de compagnie

deel uitmaken van de kwartiermakersgroep voor een nieuwe locatie

is mentor van de onderofficieren

is NBC-functionaris.

is veiligheidsonderofficier van de compagnie (o.a. wapenkamer)

opvangen van het personeel op een nieuwe locatie

regelen van het compagniesonderkomen van de commandant

toezicht houden op de distributie van klasse I

toezicht houden op de evacuatie van gewonden van de compagnie

toezicht houden op door de compagnie ingezamelde krijgsgevangenen

toezicht houden op én inspecteren van compagnies- en legeringgebouw, specifiek gericht op discipline en veiligheid

zorgen dat de compagnie tijdens het gevecht voldoende munitie (klasse V) heeft

zorgen dat de nabijbeveiliging én de wacht van de compagnie geregeld zijn

Zie ook: cane en onderofficier.

Terug naar Boven

 

COMPETENTIE

Ontleend aan het Latijn ‘competentia’. In het Duits: Kompetenz. In het Engels: competence. In het Frans: compétence. Een competentie is een unieke combinatie van gewenste kennis (en inzicht), vaardigheden en attitude (houding) die:

  1. nodig is om succesvol te kunnen zijn in een bepaalde functie, opdracht of taak (binnen de complexiteit en de dynamiek van de Defensieorganisatie);
  2. (verder) ontwikkelbaar is;
  3. tot uiting komt in observeerbaar, dus meetbaar gedrag.

Het ontwikkelingsniveau van de militair wordt niet alleen bepaald door competenties, ook door zaken als een goede fysieke en mentale conditie, motivatie en zelfvertrouwen. De individuele ontwikkeling wordt daarnaast bevorderd door bijvoorbeeld persoonlijke vorming, praktijkervaring en stabiele persoonskenmerken (zoals intelligentie en persoonlijkheid). Het totaal bepaalt de kwaliteit van mensen/militairen op de arbeidsmarkt en in het maatschappelijk leven: wat kan iemand, waar is iemand goed in.

De militair – cynisch aangeduid als “materieel dat ademt”, realistisch als het belangrijkste kapitaal van een organisatie of in jargon als ‘human resources’ – met competenties zal in de regel hoger op de (bedrijfs)maatschappelijke ladder komen te staan dan de militair die deze ontbeert. Leidinggevende militairen behoren te allen tijde competenties te laten zien.

Competenties (“iemands potentieel”) zijn door scholing, Opleiding & Training (O&T), training on the job (werkenderwijs) en praktijkervaring aan te leren en kunnen voortdurend verder in de gewenste/vereiste richting worden ontwikkeld: kennis-, vaardigheids- en attitudecompetenties. Opleiding & Training (O&T) binnen Defensie zijn om deze reden meer en meer competentiegericht: in de eindtermen van de leerstof in de syllabus worden concrete, taakgerichte leer- en oefendoelen geformuleerd, waarin ook vormingsaspecten zijn opgenomen (zoals creativiteit en zelfstandigheid).

Hoewel de competenties de voor het functioneren vereiste kennis-, vaardigheids-, fysieke en mentale houdingsaspecten inhouden, is soms niet geheel duidelijk welke competentie dient te worden geselecteerd, ontwikkeld en/of beoordeeld voor een bepaalde functie, opdracht of taak.

Niet alleen competentiegerichte O&T zorgt ervoor dat individuele compententies kunnen worden ingebed in de leer- en werkomgeving van de krijgsmacht. Ook de erkenning verworven competenties (EVC), functieomschrijvingen en –toewijzingen, begeleidings-, functionerings- en loopbaangesprekken, loopbaanbegeleiding, het persoonlijk ontwikkelplan (POP), portfolio, selectieprofielen en studiemogelijkheden dragen hiertoe bij. Hieruit blijkt al wel dat kennis en kunde royaal worden erkend en gewaardeerd: het doorontwikkelen van competenties vergroot de persoonlijke effectiviteit. Bovendien functioneert een eenheid pas als alle leden van die eenheid de individuele competenties ten goede van de eenheid kunnen laten komen (synergie).

In theorie kunnen competenties de in-, door- en uitstroom van personeel zo op elkaar afstemmen en met elkaar integreren, dat het personeelsbeleid en –management in het geheel effectiever en efficiënter worden. De ontwikkeling van individuele competenties (aanbod) zorgt voor de bedrijfsmatige benutting (vraag) hiervan.Zo moet bij een onderofficier – uit de aard van zijn werkzaamheden – worden geïnvestereerd in leidinggevende, vaktechnische en instructieve competenties, maar mogen ook zijn attitude (mentale weerbaarheid, opofferingsgezindheid, voorbeeldgedrag) en vaardigheden (op startfunctie: niveau I en II) niet worden verwaarloosd.

Het verwaarlozen van competenties leidt tot onbekwaamheid, onbevoegdheid en ongeschiktheid (incompetentie). Hierbij mag niet uit het oog worden verloren dat de aard van bepaalde functies, opdrachten of taken andere competenties en achtergronden vraagt dan de ‘klassiek’ militaire competentie, welke primair gericht is op het gebruik van geweld. Militairen in de 21ste eeuw moeten de in de basis aanwezige competenties verder kunnen ontwikkelen aan de hand van het snel veranderende omgevings- en organisatiebewustzijn.

Terug naar Boven

 

COMPREHENSIVE APPROACH

In het Nederlands: alomvattende aanpak. Afgekort: CA. Aanpak voor moderne conflicthantering waarvan de internationale gemeenschap zich bewust is geworden tijdens het ingrijpen ná de oorlogen in voormalig Joegoslavië. De idee is dat met name complexe militaire operaties met een hoog operationeel tempo niet kunnen slagen wanneer er niet tevens op het gebied van diplomatie/politiek, economie en sociaal wordt ingegrepen.

Binnen het optreden van de International Security Assistance Force (ISAF, Stage III) voert Nederland de CA uit zoals afgesproken op de NAVO-topconferentie in Riga (Letland) op 29 november 2006: “Today’s challenges for conflict prevention and crisis management require a Comprehensive Approach by the international community involving a wide spectrum of civil and military instruments”. CA gaat hand in hand met een campagnebeoordeling (aan de hand waarvan vooruitgang wordt gemeten) en een communicatiestrategie (die acceptatie door beide partijen garandeert). Om een succesvolle end-state in een operatiegebied te kunnen realiseren ziet de benaderingswijze er in Afghanistan als volgt uit:

Economisch

activiteiten voor wederopbouw

PRT

Diplomatie/Politiek

  • evenwichtig anti-drugsbeleid
  • goed bestuur
  • veiligheid

BG en PRT

Sociaal

intensief contact met de lokale bevolking

CIMIC, IDEA

Nederland noemt deze aanpak ook wel de 3D-doctrine: Defence, Diplomacy en Development. De Task Force Uruzgan (TFU) heeft hiertoe drie alomvattend opererende elementen: Battle Group (BG), Provincial Reconstruction Team (PRT) en een civiel element (CIMIC en IDEA).

Zie ook: 3D-doctrine en Effects Based Operations (EBO).

Terug naar Boven

 

COMPROMITTEREN

In het Duits: kompromittieren. In het Engels: compromise. In het Frans: compromettre.

Geheel of deels kennis (laten) nemen van gerubriceerde informatie zonder daartoe bevoegd (gemachtigd) te zijn, bijvoorbeeld wanneer die in vijandelijke handen valt. Compromittatie geldt zowel individuen als groepen, ook als slechts (het vermoeden) van een risico op ongeoorloofde kennisneming is geweest.

Informatie beperkt zich niet enkel tot codes, gegevensdragers of hardcopy. Kennisneming breidt zich uit tot de aanwezigheid van in het geheim opererende personen, ingezette apparatuur of andere middelen. Hieronder valt ook het kennis nemen of verspreiden van gegevens die de operationele veiligheid van leden van de krijgsmacht in een operatiegebied waarborgen, zoals locaties, uitrustingsstukken, tactieken en wijzen van optreden. De operationele veiligheid mag niet gecompromitteerd worden.

Terug naar Boven

 

COMSEC

Voluit: communications security. In het Duits: Kommunikationssicherheit; Fernmeldesicherheit. In het Frans: sécurité des communications. In het Nederlands: communicatieveiligheid.

Beveiliging die wordt gehanteerd bij het zenden, versleutelen en verspreiden van informatie via welk medium dan ook. De maatregelen betreffen ook computerbeveiliging (hardware), documentbeveiliging, fysieke beveiliging, personeelsgerelateerde beveiliging en procedurele beveiliging (regelgeving).

Het doel van COMSEC is voorkomen dat niet-geautoriseerde personen kennis nemen van of toegang krijgen tot welke relevante of waardevolle informatie dan ook, die kan worden afgeleid uit het bestuderen en/of observeren van door communicatiemiddelen gegenereerde gegevens. Door COMSEC kan de authenticiteit van communicatie worden gewaarborgd en de overlevingskans op het gevechtsveld toenemen.

Voorbeelden van COMSEC zijn cryptografie (encryptie), gebruikmaking van beveiligde communicatiemiddelen, codewoorden, radiostilte en misleidingmaatregelen, evenals het tijdig wisselen van radiofrequenties en roepnamen.

Terug naar Boven

 

CONCENTRATIEGEBIED

Afgekort: concgeb. Ook genoemd: formeringsgebied. In het Engels: Concentration Area (CA).

Tijdens de inzetfase een gebied of plaats in het operatietoneel, in de omgeving van het operatiegebied, waar verschillende eenheden tot één inzetgerede eenheid worden geformeerd. Hier eindigt ook, idealiter, de verplaatsing in het kader van strategische mobiliteit én vindt de overdracht van de operationele bevelsbevoegdheid (transfer of authority) plaats.

In de CA worden materieel (transportmiddelen, uitrusting en voorraden) én personeel met elkaar samengebracht. Daarna kunnen de geformeerde eenheden ontplooien dan wel verder verplaatsen.

De CA en de Staging Area (SA) kunnen samenvallen. Binnen het optreden van 11 Air Manoeuvre Brigade wordt de CA ook wel aangeduid als Committal Area.

Zie ook: 1 Legerkorps (1 LK).

Terug naar Boven

 

CONCERTINA

Draadhindernis in de vorm van prikkelband of –draad die in een cilindrische vorm in elkaar is gevouwen en, eenmaal ontplooid, dient om een kunstmatige hindernis te creëren.

Concertina geldt als een eenvoudige veldversterking ten behoeve van passieve beveiligingsmaatregelen, zoals de nabijbeveiliging van eenheden en opstellingen en het stoppen van personen en voertuigen.

In de regel worden concertina’s door de eigen eenheid gelegd. Nadeel is, zoals bij elke hindernis, dat deze pas effectief is wanneer deze onder waarneming en effectief vuur ligt.

De meest gebruikte vorm is de drierolsconcertina. Het leggen hiervan is arbeidsintensief: de aanleg van 100 meter kost ± 12 manuren. Hiervoor zijn tientallen lange en korte schroefpiketten, rollen prikkelband en –draad en grondpiketten benodigd.

Zie ook: Friese ruiter.

Terug naar Boven

 

CONDITIEPROEF

Ook genaamd: Couzy-test. Met ingang van 1 september 1993 ingevoerd door de toenmalige Bevelhebber der Landstrijdkrachten, luitenant-generaal H.A. Couzy. Iedere militair moet in staat zijn om aan een basisniveau van militaire fitheid te voldoen om uiteindelijk aan de consequentie van een veranderde taakstelling van de KL te kunnen voldoen ( "direct inzetgereed en uitzendbaar" ).

In de maand van, voorafgaand aan of na de verjaardag - een periode van drie maanden - moet de militair elk jaar opnieuw de conditieproef afleggen.Tot het afleggen van de conditieproef krijgt de militair géén oproep, want de fysieke conditie is een individuele verantwoordelijkheid.

In geval van het niet behalen van de conditieproef kan door het personeel van Lichamelijke Opvoeding/Sport een trainingsprogramma worden verstrekt, waarna herkansing in beginsel binnen 3 tot 12 maanden moet plaatsvinden. Militairen van 40 jaar of ouder moeten, voorafgaand aan het afleggen van de conditieproef, verplicht een bezoek aan de arts brengen, waarbij een elektrocardiogram (ECG) kan worden gemaakt. De militair die is teruggekeerd van een uitzending heeft één jaar uitstel tot het afleggen van de conditieproef.

De onderdelen van de conditieproef zijn:

PUSH-UPS
Meten van de fysieke kracht door zich vanuit de voorligsteun op te drukken (plaatsing van de armen is hierbij vrij)

SIT-UPS
Meten van de fysieke kracht door zich vanuit rugligging omhoog te bewegen, waarbij het bovenlichaam omhoog komt (knieën hoeven niet gesloten te zijn en armen hoeven niet achter het hoofd gevouwen mogen zijn)

COOPERTEST
Meten van het uithoudingsvermogen met de 12-minuten-loop, waarbij in dit tijdsbestek een zo lang mogelijke afstand moet worden hardgelopen

De gehele conditieproef moet binnen een tijdsbestek van 2 uur worden afgelegd.

De eisen voor mannen zijn:

De eisen voor vrouwen zijn:

De score van de conditieproef wordt vastgelegd op het 'Registratieformulier Conditieproefscores' (legerformulier 17237, 2de druk), waarvan het eerste exemplaar voor de commandant van de betrokken militair is, het tweede voor de militair zelf, de derde voor de onderdeelsarts en de vierde voor de LO/Sport.

Terug naar Boven

 

CONSIGNE

1

Instructie voor een bepaalde groep militairen die moet worden opgevat als een bevel, met name voor een schildwacht die zijn aflossing op een wachtdienst deze instructie – die hij verstrekt heeft gekregen van de wachtcommandant – mondeling en/of schriftelijk overgeeft.

Andere voorbeelden van consignes zijn:

  • pas het vuur openen wanneer de vijand daadwerkelijk schiet
  • post met NBC-consignes
  • vuren vrij

2

Tijdelijke (en plaatselijke) opdracht met betrekking tot een maatregel van orde, met name bekend als het bevel aan een bepaalde groep militairen om de kazerne voor een (on)bepaalde periode niet te verlaten. Deze lastgeving kan in uitzonderingssituaties door een (hogere) commandant worden gedeponeerd om personeel direct beschikbaar te hebben voor de uitvoering van diensten van algemeen belang.

Zie ook: luisterplicht.

Terug naar Boven

 

CONSOLIDATIE

In het Duits: sich in einer genommenen Stellung einrichten. In het Engels: consolidation of position. In het Frans: consolidation; organisation d’une position conquise.

Het behouden en versterken van een genomen aanvalsdoel (opstelling, positie) om die eigen te maken en te gebruiken tegen de vijand. Consolidatie vindt plaats na vermeestering en zuivering van een aanvalsdoel. Daarom moet consolidatie onmiddellijk worden begonnen en zo spoedig mogelijk worden beëindigd om er zeker van te zijn dat de eigen troepen in staat zijn om vijandelijke tegenaanvallen af te slaan.

Het meest kwetsbare moment tijdens de consolidatie is het inrichten van de tijdelijke verdediging; hierin dient de (nog aanwezige) vijand voortdurend onder waarneming en vuur te worden gehouden. De tijdelijke verdediging, die gevoelig is voor vijandelijke tegenaanvallen, wordt ingericht op een locatie die voorbij het genomen aanvalsdoel ligt (front vijand of in de verplaatsingsrichting): consolidatie mag nooit op het aanvalsdoel zelf plaatsvinden.

Tijdens de consolidatie bereidt de eenheid zich voor op een vervolgopdracht, waartoe in de regel reorganisatie van personeel en materieel dient plaats te vinden.

Acties tijdens de consolidatie:

  • battle damage assessment uitvoeren
  • battle damage repair uitvoeren
  • bijtrekken van achtergebleven eenheden en voertuigen
  • gewonden behandelen en afvoeren
  • hergroeperen personeel
  • materiaal inspecteren (functiecontrole)
  • munitiestatus en herverdelen (toegenomen munitieverbruik)
  • nabijbeveiliging uitvoeren
  • uitvoeren sitrep aan hogere commandant/gebiedscommandant
  • voortzetten opdracht
  • voortzetten verkenningen (toestand vijand)
  • vuursteun richten op verhinderen en bestrijden vijandelijke verrassingsaanvallen

Terug naar Boven

 

CONTACTDRILL

Bij de uitvoering van normal framework operations is het te doen gebruikelijk om wanneer op vijand wordt gestuit contact te proberen vermijden. Wanneer dat niet mogelijk is, dient onder (in)direct vijandelijk vuur de contactdrill te worden uitgevoerd. De contactdrill is niet alleen voorbehouden aan de infanterist bij de uitvoering van een (gevechts)patrouille, maar dient een militaire basisvaardigheid voor alle militairen te zijn.

Onderstaand voorbeeld beperkt zich tot een groepsdrill bij vijandcontact met kleinkaliberwapens en antitankwapens. De in rood gemarkeerde onderdelen moeten worden uitgevoerd bij vijandcontact waarbij één of meer militairen is gewond geraakt. Het doel van de contactdrill bij vijandcontact mèt gewonden, is veilig te kunnen terugtrekken naar een dekking om het tweede deel van de Tactical Combat Casualty Care (TCCC) te kunnen uitvoeren: Tactical Field Care. De eerstehulpverlening wordt daarom geïntegreerd in het gevecht.

De volgorde van handelen:

“Man down!”

Vijandcontact (gevechtscontact, vuurcontact)

“Man down!”

Onmiddellijk reageren: dekken, vuurpositie kiezen, vuur uitbrengen: 2 schoten (tab) afgeven óver de richtmiddelen

Aangeven waar vijandelijk vuur vandaan komt: ”Contact front / left / right / back!”

Vuuroverwicht (fire superiority) verkrijgen om de vijand te neutraliseren/onderdrukken; gericht vuur afgeven door de richtmiddelen, ook met groepswapens

Self aid (Care Under Fire)
Zelf vuur uitbrengen of, indien onmogelijk, dekking zoeken of, indien onmogelijk, self aid uitvoeren (M van M.A.R.C.H.); stilliggen (géén vuur trekken)

Buddy aid (Care Under Fire)
Op bevel groepscommandant: extractie door 2 collega’s (vastgrijpen, wapen gewonde veiligstellen, afvoer gewonde naar dekking); start Tactical Field Care

1) Extraction: afbreken van het gevecht onder dekkingsvuur door peel-off (afpeelen), afwikkelen of tunnelen

2) Vuurbasis innemen: baseline (achterste lijn) maken

3) Uitvoeren van een groepsaanval: snel met vuur en beweging over de vijand heengaan vergroot de overlevingskans

Verder uitvoeren van de opdracht

Evacuation gewonde

Zie ook: drill, M.A.R.C.H. en Tactical Combat Casualty Care (TCCC).

Terug naar Boven

 

CONTAINER, 20-VOET

De 20-voet-container (gebruikelijke schrijfwijze: 20’ft container) wordt het meest gebruikt voor het vervoer van normale AD (Algemene Dienst)-goederen die geen speciale behandeling nodig hebben tijdens het vervoer (zoals bederfelijke goederen).

Ook gevaarlijke stoffen zoals brandstof en munitie kunnen en mogen in de 20’ft container worden getransporteerd. De 20’ft container wordt met name gebruikt in de maritieme en militaire sector. De 20’ft container wordt ingezet in de keten van de Fysieke Distributie (FD).

 

20'ft container

Specificaties:

breedte in feet

8 ft

breedte in meters

2 m 44

hoogte in feet

8,6 ft

hoogte in meters

2 m 90

lengte in feet

20 ft

lengte in meters

6 m 10

inhoud

± 33 m³

tarra (gewicht van de container)

2.300 kg

payload (maximal toelaatbaar gewicht)

24.000 kg

gross weight (totaalgewicht container en lading)

26.300 kg

De 20’ft container is een civiele standaard volgens de ISO (International Organisation of Standarisation) en wordt binnen de NAVO algemeen gebruikt als standaardcontainer volgens STANAG (Standard NATO Agreement) 2828 ( Military pallets, packages and containers) en STANAG 2926 (Procedurs for the use and handling of freight containers for military supplies).

Foto-serie van zaken met betrekking tot container handling: het omgaan met 20-voet-containers (© sergeant logistiek Jeroen Hoeksel)

Opvallend is dat nagenoeg alle 20’ft containers per operatie worden ingehuurd en dus géén eigendom zijn van het Ministerie van Defensie. Is dit wél het geval, dan hebben de containers per krijgsmachtdeel een BIC (Bureau International de Container)-code:

DKL

Koninklijke Luchtmacht

KLA

Koninklijke Landmacht

KMA

Koninklijke Marine

Zie ook: prefab.

Terug naar Boven

 

CONTINGENCY PLAN 100

Eventualiteitenplan 100, afgekort CP 100, codenaam: Operatie 'Willem de Zwijger', naar de 'Vader des Vaderlands' Willem van Oranje, alias Willem de Zwijger (1533-1584).

Bij het overlijden van een lid van het Koninklijk Huis treedt in overleg met de Chef van het Militaire Huis van de Koning(in) onmiddellijk Contingency Plan 100 in werking; de laatste driemaal dat zulks voorkwam was bij het overlijden van:

Zijne Koninklijke Hoogheid Prins Clausoktober 2002
Hare Koninklijke Hoogheid Prinses Julianamaart 2004
Zijne Koninklijke Hoogheid Prins Bernharddecember 2004

Bedoeling achter CP 100 is om uitvaart en bijzetting zo waardig en stijlvol mogelijk te laten verlopen, ingebed in het door de overledene gewenste militair decorum. Zowel op 15 oktober 2002, 30 maart 2004 als 11 december 2004 brachten de gezamenlijke krijgsmachtdelen ± 9.000 militairen op de been, waarbij in Den Haag en Delft (Nieuwe Kerk) op elke twee meter een lid van de krijgsmacht langs de route van de uitvaart stond.

Terug naar Boven

 

Contingentscommando

Afgekort: Contco.

Ad hoc samengestelde, per definitie krijgsmachtbrede eenheid die voor elke missie boven een eenheid wordt geplaatst. In een missiegebied fungeert het Contco als de plaatselijke "ogen en oren" én directe, onafhankelijke vertegenwoordiger van de Commandant der Strijdkrachten (CDS).

De CDS én het coördinerend krijgsmachtdeel (krijgsmachtdeel dat leidend is voor een missie) onderhouden contact met zowel de Directeur Operaties (DOPS) als de Minister van Defensie. Het contact van de C – Contco verloopt op dagelijkse basis met het Defensie Operatie Centrum (DOC) - voorheen Defensie Crisis Beheersings Centrum (DCBC) - wat betreft beleidszaken en actuele ontwikkelingen (sitreps).

C - Contco staat weliswaar boven de operationele eenheidscommandant, maar houdt zich - behoudens eventualiteiten – niet bezig met de inwendige dienst van de operationele eenheidscommandant. De hoofdtaak van het Contco is het afstemmen op én vergemakkelijken van alle randvoorwaardelijke processen op het gebied van personeel, financiën, logistiek en juridische zaken. Bij het Contco zijn in logistieke zin ook Nederlandse militairen ondergebracht die elders voor eenheden van coalitietroepen of andere troop contributing nations in een missiegebied werkzaam zijn.

Taken van het Contingentscommando:

Bemiddelen bij conflicten tussen elementen van de verschillende krijgsmachtdelen.

 

Coördinerend autoriteit, in samenwerking met het coördinerend krijgsmachtdeel, voor personele en logistieke instandhoudingprocessen.

 

Regelen van ontvangst en begeleiding van bezoekers in het missiegebied.

 

Informatie inwinnen om een correcte situational awareness te krijgen, zowel top-down (naasthogere eenheid, internationale operationele commandant) als bottom-up (eigen eenheden).

 

Toetsen van de inzet van Nederlandse eenheden aan het Nederlandse mandaat, opdat een Force Commander de Nederlandse eenheden in het missiegebied géén taken laat uitvoeren die strijdig zijn met (inter)nationale afspraken.

 

Toezien op de naleving van aanwijzingen van de CDS én nationale richtlijnen, met name politieke en/of mediagevoelige zaken.

 

Toezien op zaken die te maken hebben met het welzijn van het personeel.

 

Verantwoording dragen voor de nationale informatievoorziening over het verloop van de operatie.

Het Contco bestaat normaliter uit een klein aantal stafofficieren, die taken vervullen die in het verlengde liggen van de taakstelling van secties. Hieronder bevinden zich enkele specialismen:

Controller (officier die over het financiële beleid adviseert)

Legal Advisor (juridisch adviseur)

Liaison Officer

officier die gebeurtenissen schriftelijk vastlegt

officier die contracten afsluit

persofficier / woordvoerder

Chef Staf

Senior Medical Officer (stafarts)

Chauffeurs, wachtdetachement, personeel van de verbindingsdienst en een detachement van de Koninklijke Marechaussee completeren het Contco.

Bij afwezigheid van een Contingentscommando in een missiegebied is vaak een Senior National Representative (SNR) aangesteld.

Terug naar Boven

 

CONVENTIES VAN GENEVE

De Conventies van Genève zijn een factor die van bijzondere invloed is op de uitvoering van het geneeskundige functiegebied.

Op 12 augustus 1949 werden in Genève vier conventies bekrachtigd over de behandeling van krijgsgevangenen, gewonden, zieken en burgers.

Als gevolg van deze verdragen heeft geneeskundig personeel dat als zodanig herkenbaar is – d.w.z. gemarkeerd – de status van non-combattant en is beschermd. In de verdragen is ook overeengekomen dat gewondentransportmiddelen en geneeskundige inrichtingen die als zodanig herkenbaar zijn dezelfde beschermde status genieten.

Eerste Conventie voor de verbetering van de toestand van gewonden en zieken in strijdkrachten te velde

 

Tweede Conventie voor de verbetering van de toestand van gewonden, zieken en schipbreuk lijdende leden van strijdkrachten ter zee

 

Derde Conventie toepasselijk op de behandeling van krijgsgevangenen

 

Vierde Conventie toepasselijk op de bescherming van burgers in oorlogstijd

Daarnaast zijn op 8 juni 1977 twee Additionele Protocolen aan deze conventies toegevoegd:

Eerste Additionele Protocol toepasselijk op de bescherming van slachtoffers van internationale gewapende conflicten

 

Tweede Additionele Protocol toepasselijk op de bescherming van slachtoffers van niet-internationale gewapende conflicten

Volgens de Conventies van Genève zijn onder andere verboden:

gedwongen prostitutie
gijzelneming
lijfstraffen
marteling
plundering
standrechtelijke executie
terrorisme
verkrachting
verminking

Zie ook: combattant, humanitair oorlogsrecht, huurling, krijgsgevangene, non-combattant, oorlogsrecht en Rode Kruis-armband.

Terug naar Boven

 

CONVOY SUPPorT CENTER

Afgekort: CSC.

Gedurende (re)deployments een rustplaats en route waar personeel tijdens een konvooi of lange rit kan eten (klasse I) en klasse III (BOSCO) kan worden ingenomen. De rustplaats wordt ingericht door MOVCON of de Sectie Verplaatsingen van de eigen eenheid.

Het CSC kan op verschillende wijze worden ingericht, van geheel geoutilleerd – inclusief een Remain Over Night (RON) – tot relatief eenvoudig. Afvallocaties, beveiliging, dixi's, mogelijkheden om de voertuigen te parkeren, af te tanken en kleine reparaties te verrichten (Battle Damage Repair) zijn in de regel aanwezig.

Het CSC is gemakkelijk bereikbaar vanaf de Main Supply Route (MSR, hoofdaanvoerweg) en kan in een logistiek verzamelgebied liggen.

Zie ook: konvooi, Movement Control (MOVCON), Main Supply Route (MSR) en Rest / Remain Over Night (RON).

Terug naar Boven

 

COÖrdinerende bepalingen

Lijst van alle gemeenschappelijke maatregelen en regels die betrekking hebben op de uitvoering van (delen van) een opdracht en:

  • voor meer dan één subeenheid (dus meer dan één ondercommandant), meerdere subeenheden dan wel steunende eenheden gelden
  • genoemd dienen te worden in het kader van de onderlinge afstemming tussen de verschillende subeenheden, met als gevolg noodzakelijke synchronisatie ten gunste van een correcte gevechtsorganisatie
  • niet worden vermeld in een andere paragraaf van het bevel

De coördinerende bepalingen zijn een subparagraaf van paragraaf 3 (Uitvoering) van het NAVO-5-paragrafenbevel. Van de coördinerende bepalingen kunnen bijvoorbeeld deel uitmaken (in alfabetische volgorde):

camouflage

CBRN-maatregelen: CBRN-beschermingsgraad/post met CBRN-consignes

deconflictiemaatregelen: herkenningstekens eigen troepen/markeringen

dress code: tenue en uitrusting

fasering

gegevens m.b.t. coördinaten/bezugspunkt/positiezoeker

geweldgebruik: ROE/SOI/SOP

graad van gereedheid

graad van gevechtsvaardigheid

maatregelen ter handhaving geluids-, licht- en sporendiscipline

maatregelen voor beveiliging: alert state/nabijbeveiliging/rondombeveiliging

maatregelen voor de nacht

maatregelen voor reorganisatie en consolidatie

overgave en overname (HOTO)

patrouillegang

prioriteiten: vuren

reactie op incidenten/ongevallen

reactietijd

rendez-vous met ondercommandanten

tijdstip 2de commandantenterugkoppeling (CT)

tijdstip oefenalarm/rehearsal

uur U

volgorde: verplaatsing/werkzaamheden

vuuropening: regels/lijn/signaal

waarnemings- en luisterpost (WLP)/post te velde

wachtwoorden

Terug naar Boven

 

CORDON

Ook gespeld: kordon. Ook genaamd: soldatenbrug; troepenlinie. In het Duits: Kordon. In het Engels: cordon. In het Frans: cordon.

Keten van aangrenzende (militaire of andere) posten om een bepaald gebied van het aangrenzende gebied af te sluiten.

Door de al dan niet denkbeeldige verbindingslijn, die alle cordonpunten (posten) met elkaar verbindt en het  gebied geheel omsluit, wordt een (min of meer) afgesloten lijn van troepen gecreëerd. Het met behulp van het gevormde cordonsysteem afzetten van de omgeving verhindert dat personen het gebied betreden of verlaten, bevordert het behoud van het gebied en beperkt in het algemeen de bewegingen.

Het wegvallen van één enkele post uit het cordonsysteem is in de regel echter al funest voor de bewaking.

De Chinese Muur is het langste en best bewaarde cordon ter wereld.

Terug naar Boven

 

CORDON AND SEARCH

In het Frans: opération de bouclage et de ratissage. In het Nederlands: afsluitings- en opsporingsoperatie. Techniek waarbij alle kritieke faciliteiten in een oord, gebied of gebouw snel en verrassend, driedimensionaal en hermetisch wordt afgegrendeld door middel van vuur en/of hindernissen om systematische doorzoeking mogelijk te maken. Door de afgrendeling wordt aan een strijdende partij het gebruik van het gebied ontzegd, met inbegrip van bruggen, doorgangen, wegen e.d.

Tijdens de cordon and search wordt gericht gezocht naar de strijdende partij, met het doel deze fysiek uit te schakelen, (verdere) aanvallen op burgers te voorkomen en het militair potentieel (wapens, munitie, documenten en voorraden) van de strijdende partij in beslag te nemen. Hiertoe wordt de strijdende partij geïsoleerd, ontwapend en gedwongen zich over te geven.

Normaliter is een cordon and search een gezamenlijke activiteit van militairen (bij uitstek: Special Forces of air manoeuvre) en (lokale) politie, met name versterkt door CIMIC, PSYOPS en ondervragers/tolken.

Terug naar Boven

 

CougAR MK II

Voluit: Eurocopter AS 532 Cougar Mk-II.

Foto-impressie van de Eurocopter AS 532 Cougar Mk-II

De Frans/Duitse Eurocopter AS 532 Cougar Mk-II is een middelzware transporthelikopter die in de burgermaatschappij bekend is als Super Puma. Vanaf 1996 vliegt deze helikopter bij de Franse Armée de Terre. Nederland is de eerste gebruiker van de Mk-II.

avionica

Night Vision Goggles

beladingsgewicht

12 pax met volledige bepakking of 4.990 kg cargo

bemanning

3 (2 x piloot, 1 x loadmaster)

compartiment

lengte: 7 meter 90

breedte: 1 meter 80

hoogte: 1 meter 50

diameter hoofdrotor

15 meter 60

diameter staartrotor

3 meter 05

hoogte

4 meter 60

lengte

16 meter 29

motoren

2 x Turbomeca Makila 1A2 turbo

motorvermogen

2 x 2.100 pk (1.566 kW)

snelheid, kruis-

260 km per uur

snelheid, maximum-

325 km per uur

speciale uitrusting

Moving Target Indicator radar (Thomson-CSF), die 20.000 km² in 10 seconden scant

take-off gewicht

9.300 kg

vliegbereik

796 km

vliegplafond

4.100 meter ( 13.450 voet)

zelfbescherming

chaff/flare dispensers: chaff (uitgestrooid aluminium) en flares (lichtpatronen)

Zie ook: bambi-bucket, Defensie Helikopter Commando (DHC) en under slung load.

Terug naar Boven

 

COUNTER-INSURGENCY

Afgekort: COIN. In het Duits: Bekämpfung von Aufständen. In het Frans: guerre anti-insurrectionnelle; guerre anti-subversive; guerre contre-insurrection. Vorm van irregulier optreden en asymmetrische oorlogsvoering.

Gedefinieerd als alle civiele, economische, (para)militaire, politieke en psychologische actie die wordt gevoerd om, al dan niet politieke, maar in elk geval gezagsondermijnende en veelal georganiseerde oproer of opstand te beteugelen, tegen te gaan of te verslaan. Veelal heeft de rebellie de intentie om het grondwettelijke / gevestigde gezag omver te werpen.

Opstandelingen gebruiken vaak, al dan niet vergezeld van een oorlogsverklaring, middelen als gijzelnemingen, guerrilla-activiteiten, improvised explosive devices (IED’s), kapingen en ontvoeringen om doelen te bereiken, en hebben géén of weinig respect voor burgerslachtoffers of collateral damage.

In de Verenigde Staten worden ‘Insurgency and Counter-Insurgency’ gezien als één van de vier vormen van het Low Intensity Conflict (LIC). In de VS is de term in 1960 geïntroduceerd in een, destijds geheim, handboek ‘Counter-Insurgency Operations’ van de U.S. Army Special Forces, voortkomend uit de Vietnam-oorlog. Het handboek combineerde de traditionele benadering van counter-insurgency, zoals die door koloniale mogendheden is toegepast, met guerrillatactieken. Sinds het begin van de 21ste eeuw hanteert de VS de terminologie ook voor operaties in Afghanistan en Irak.

Zie ook: asymmetrische oorlogvoering, hammer-and-anvil, inktvlekstrategie en irregulier optreden.

Terug naar Boven

 

COUP-DE-MAIN

In het Duits: Gewaltstreich; Handstreich. In het Engels: coup de force; hit and run; raid; storm attack; surprise attack.

Plotselinge, kortdurende en snelle (verrassings)aanval of manoeuvre die in de regel bestaat uit een bestorming van of inval in een objectief van geringe afmetingen.

Voorbeelden van coups-de-main zijn:

choke point

hinderlaag

pre-emptive strike (een verrassingsaanval die wordt gelanceerd om te voorkomen dat de vijand zulks bij eigen troepen doet)

terroristische aanslag

De eerste luchtlandingaanval in Operatie Overlord (D-Day), die op Pegasus Bridge, is een schoolvoorbeeld van een coup-de-main. De aanval op de brug bij Bénouville over het Canal de Caen werd geleid door majoor John Howard, die in de nacht van 5 op 6 juni 1944 met drie Horsa-zweefvliegtuigen (gliders) landde op landingszone X ten zuidoosten van de brug. Het tweede objectief van deze coup-de-main was de brug bij Ranville over de Orne, 350 meter verderop, waar nog eens drie gliders landden op landingzone Y ten noordwesten van de brug.

De brug bij Bénouville over het Canal de Caen in Normandië, die later 'Pegasus Bridge' werd gedoopt ter herinnering aan de coup-de-main

In totaal 181 militairen van D-Company of the 2nd Oxfordshire and Buckinghamshire Light Infantry (Ox and Bucks Regiment) van de 6th Airborne Division (met Pegasus, het gevleugelde paard, als mouwembleem) namen eraan deel, 2 sneuvelden en 14 raakten er gewond.

De gewonden werden onder andere behandeld in Café Gondrée, aan de westzijde van de brug, dat tevens diende als tijdelijke, vooruitgeschoven commandopost. Het café aan 12 Avenue Commandant Kieffer in Bénouville bestaat nog steeds en wordt geleid door Arlette Gondrée-Pritchett, die zes jaar oud was toen de Britse airborne troepen op Pegasus Bridge landden. Op de gevel van het café prijkt de tekst: “This was the first house in France to be liberated during the last hour of 5th June 1944 by men of the Oxfordshire & Buckinghamshire Light Infantry in the British Airborne Division under the command of Major R. John Howard.”

Terug naar Boven

 

COVERT OPERATION

Ook genoemd: black operation. Letterlijk: geheime operatie.

Operatie in een inlichtingen-, militaire en / of politieke context die zowel in planning als uitvoering geheim en officieus is en, idealiter, geheim blijft. Black of covert operations verschillen van clandestiene operaties dat bij de laatste de nadruk ligt op het geheimhouden van de operatie en bij de eerste de nadruk op het geheimhouden van de uitvoerenden.

Geheimhouding is met name belangrijk omdat de verrichtingen tijdens de operatie wat ethiek en legaliteit betreft dubieus genoemd mogen worden. Black of covert operations worden in de regel gepland en uitgevoerd door inlichtingen- en geheime diensten.

Door de gebruikte methodes vallen black of covert operations onder de onconventionele oorlogvoering; tijdens de gevaarlijke maar noodzakelijk geachte acties kan worden gebruikgemaakt van zaken als desinformatie, infiltratie, kidnapping, moord, propaganda, sabotage, plegen van een staatsgreep en steun aan verzetsbewegingen.

Voorbeelden van black of covert operations zijn:

Activiteiten tegen de verspreiding van massavernietigingswapens

 

Activiteiten tegen terrorisme buiten de eigen landsgrenzen, waarbij de specialismen van Special Forces of inlichtingendiensten weliswaar nodig zijn, maar de medewerking daarvan niet onthuld mag én altijd ontkend zal worden (zoals bij de bevrijding van gijzelaars of – preventief – bij acties tegen trainingsfaciliteiten van terroristen)

 

Activiteiten verbieden van cq. vermoorden van sympathisanten buiten de grenzen van een land waar oorlog wordt gevoerd of anderszins een operatie aan de gang is

 

Bewapenen van tegenkrachten in landen die zich proberen vrij te maken van onderdrukking, tirannie e.d., met name als de mensenrechten in het geding zijn

 

Financieel steunen van buitenlandse media of politieke partijen als medestander in (para)militaire operaties

 

Paramilitaire operaties, met name van civiele instanties (inlichtingendiensten) of gekleed en optredend als burger (Special Forces), buiten de officiële kanalen om

Terug naar Boven

 

CRASH MOVE

Letterlijk: nood- of spoedverplaatsing.

Term is afkomstig van het Korps Mariniers en komt niet voor in het Handboek KL-militair (VS 2-1352). Een crash move is een plotselinge in plaats van een geplande verplaatsing vanuit een (schuil)bivak.

Zo snel mogelijk, binnen maximaal 2 minuten, worden alle essentiële spullen (SPEAR) en eerstelijns-bepakking ingepakt, wordt het bivak opgebroken en evacueren de militairen zich zo snel mogelijk, in de vorm van een snelmars of snelle ren, naar een tevoren afgesproken rendez-vous, in dit geval een Emergency Rendez-Vous (ERV).

Een crash move heeft plaats als de vijand op komst of al in de buurt, d.w.z. binnen effectief bereik van de persoonlijke wapens, is. In het eerste geval wordt een crash move stil afgekondigd, in het laatste luid.

Alleen de meest essentiële spullen worden meegenomen; later worden eventueel achtergelaten spullen alsnog opgehaald.

Terug naar Boven

 

CRAZY

De 1 uur en 37 minuten durende non-fictie documentaire ‘Crazy’, geregisseerd door Heddy Honigmann (1951), gaat over de herinneringen van negen voormalige Nederlandse VN-militairen: acht mannen en één vrouw.

‘Crazy’ won in 2000 een Gouden Kalf op het Nederlands Film Festival voor de beste lange documentaire.

De veteranen verhalen over hun optreden in recente crisisgebieden: Bosnië-Hercegovina, Cambodja, Libanon en Rwanda. Ze worstelen met hun uitzendervaringen en proberen, vaak mentaal gebroken, op te krabbelen uit hun traumatische ervaringen. Ze hebben allemaal gevoelens van onmacht, schaamte, verdriet en woede, evenals soms een post-traumatisch stress-syndroom.

De troostende werking van muziek komt naar voren, specifiek één enkel nummer dat geassocieerd wordt met één ervaring. ‘Crazy’ van de Britse zanger Seal is een dergelijk nummer.

Download hier 'Crazy' van Seal (5,49 MB)

In ‘Crazy’ draait een geïnterviewde marinier het nummer, met als zéér relevant refrein: “But we're never gonna survive, unless... we get a little crazy” (“We zullen nooit overleven, tenzij we een beetje gek worden”). Het nummer herinnert de marinier aan het gruwelijke bloedbad op de markt van Sarajevo. Daarmee is afdoende duidelijk gemaakt waarom Honigmann Seal’s ‘Crazy’ heeft uitgekozen als titelnummer. Niet voor niets zegt een andere geïnterviewde: “De oorlog heeft mij door een gehaktmolen gehaald. Daarna is er een ander mens van gekneed.”

Download hier 'Crazy' van Patsy Cline (2,49 MB)

‘Crazy’ van Heddy Honigmann eindigt met ‘Crazy’ van Patsy Cline, een kort nummer met een hevige impact. Bijna net zo hevig als de getuigenissen van de militairen die aan bod komen in Honigmann’s docudrama.

De hoogtepunten zijn de muziekkeuzes van UNIFIL-sergeant Ron de Vos, toenmalig kolonel Patrick Cammaert, humaniste Klazien van Brandwijk en soldaat Peter Jan Dullaert.

 

camera

Gregor Meerman

geluid

Piotr van Dijk en Rik Meier

muziek

Wouter van Bemmel

productie

Pieter van Huystee

regie

Heddy Honigmann

scenario

Ester Gould en Heddy Honigmann

verteller

Heddy Honigmann

Ooit kreeg ik van een collega-onderofficier een videoband van een BBC-documentaire die een Britse eenheid van de United Nations Protection Force (UNPROFOR) volgt in Centraal-Bosnië. In de documentaire – van slechte kwaliteit, zeer waarschijnlijk een gekopieerde kopie – komen vrouwen aan bod die gepantserde Britse konvooien proberen tegen te houden, evenals veel wapengekletter. De video is gedateerd Vitez, 11 mei 1993. In combinatie met de vaak hartverscheurende beelden is de muziek meesterlijk gekozen:

So Far Away

Dire Straits

Civil War

Guns’n’Roses

If Only I Could

Sydney Youngblood

Mad World

Tears For Fears

I Want To Break Free

Queen

Wouldn’t It Be Good

Nik Kershaw

Why?

Annie Lennox

With Or Without You

U2

Tot slot passeert ook ‘Crazy’ van Seal de revue. Louter toeval of namaak?

Terug naar Boven

 

CRISIS RESPONSE OPERATION

Zie: non-artikel 5-operatie.

Terug naar Boven

 

CROSS-FLOT-OPERATIE

Ook genaamd: X-FLOT.

Operatie waarbij de FLOT (forward line of own troops) - of in het Nederlandse de VLET (voorste lijn eigen troepen) - wordt gepasseerd en dus in het gebied van de vijand wordt opgetreden in een per definitie vijandige (non-permissive) omgeving. Vaak vindt een dergelijke diepe aanvalsoperatie 100 tot 150 km dieper dan de VLET plaats, met name als air manoeuvre. Dit is een zeer risicovolle en complexe inzetoptie.

Een cross-flot-operatie is met name een aanval die diep in vijandelijk gebied wordt uitgevoerd (diepe operatie). Is de gevechtsvoerder een divisie dan kan een brigade zo’n operatie uitvoeren; bij een brigade als gevechtsvoerder neemt een (pantser)infanteriebataljon deze taak op zich.

Bij een cross-flot-operatie – bedoeld om bijvoorbeeld een corridor te openen of specifieke aanvalsdoelen te nemen – wordt gebruikgemaakt van vele beschermings- en geheimhoudingsmaatregelen, inclusief radiostilte. Eenheden die specifiek worden 'getasked' voor cross-flot-operaties zijn long range reconnaissance patrols (LRRP's).

Zie ook: long range reconnaissance patrol (LRRP) en voorste lijn eigen troepen (VLET).

Terug naar Boven

 

CROSSHAIR

In het Nederlands: richtkruis.

Crosshair vanuit een tank

Bestaat uit twee elkaar kruisende haarlijnen – één horizontale en één verticale. Een crosshair zorgt ervoor dat het richtpunt met een wapen ook het trefpunt kan zijn.

Zie ook: M49-observatietelescoop.

Terug naar Boven

 

CROSS SPECTRUM OPERATION

Zie onder: three block war.

Terug naar Boven

 

CROWD AND RIOT CONTROL

Afgekort: CRC. In het Nederlands: rellenbestrijding. In het Duits: Krawallenbekämpfung.

Crowd and Riot Control is militair optreden in het lagere geweldsniveau tijdens een (vredes)operatie dat gericht is op het verlenen van assistentie aan de lokale autoriteiten bij het in bedwang houden van een menigte. De bedoeling hierbij is de ongewapende burgers af te schrikken of de openbare orde te handhaven. De menigte (demonstratie, samenscholing, rellen) kan georganiseerd dan wel opgehitst zijn door één van de partijen in het conflict en voor de ontplooide strijdmacht een oncontroleerbare situatie in de toekomst opleveren. Het beheersen dan wel bestrijden van ongeregeldheden en onlusten kan noodzakelijk worden gevonden wanneer zij een bedreiging vormen voor de force protection, vrijheid van beweging (freedom of movement) of vrijheid van handelen van de ontplooide strijdmacht. Menigten die de uitoefening van de militaire taak belemmeren vragen om proportioneel en de-escalerend optreden, zonder gebruikmaking van dodelijk geweld en onder de geldende principes van proportionaliteit en subsidiariteit.

Hoewel ordehandhaving in eerste instantie een taak is van de lokale autoriteiten, kunnen hiervoor speciaal opgeleide en getrainde militairen worden ingezet. Binnen Defensie is de Koninklijke Marechaussee verantwoordelijk voor de opleidingen op het gebied van crowd and riot control; normaliter behoort CRC tot de militaire politietaken van de KMAR. In principe worden voor CRC eenheden ter grootte van een peloton (30 à 50 militairen) aangewezen.

Op 8 mei 2001 vond tijdens de missie SFOR in Bosnië-Hercegovina een dodelijk ongeluk plaats met een Leopard 2 'Buffel' bergingstank bij de compound Bugojno, waarbij de 21-jarige kanonnier der eerste klasse Bas Alsemgeest om het leven kwam en drie collega’s gewond raakten. Het ongeval gebeurde toen een CRC-peloton van 14 Afdeling Veldartillerie het doorbreken van een barricade met behulp van een beoefende.

Terug naar Boven

 

CURVIMETER

Handzaam apparaatje waarmee door middel van het rollen over een topografische kaart de afstand van de geplande route nauwkeurig kan worden gemeten. Verkrijgbaar voor verschillende schalen, ook 1:50.000.

Curvimeter

Terug naar Boven

 

CV-9035 MARK III

In het kader van het project infanteriegevechtsvoertuig (IGV) schaft de Koninklijke Landmacht 184 stuks van het Infantry Fighting Vehicle (IFV) CV-9035 Mark III aan.

Fabrikant is het Zweedse Land Systems Hägglunds AB.

De CV-90 is de opvolger van de YPR-765. Met de aanschaf is € 988 miljoen gemoeid. De eerste voertuigen zullen naar verwachting in 2007 bij de KL instromen.

Specificaties:

actieradius

600 km

bemanning

commandant, schutter, chauffeur, infanteriegroep (7 infanteristen)

bewapening

35 mm-kanon, 7.62 mm-mitrailleur

breedte

3 meter 20

gewicht

34 ton

hoogte

2 meter 80

klimvermogen60%

lengte

6 meter 80

motor

16 liter V8 diesel met turbo, 810 pk (604 kW), 2.150 tpm

snelheid

70 km per uur voorwaarts (40 km per uur achterwaarts)

transmissie automatisch, 4 voor- en 2 achterwaarts

zijwaartse helling

40%

In het eisenpakket dat de KL aan het nieuwe infanteriegevechtsvoertuig stond onder andere dat het voertuig zou moeten kunnen meedoen in het hoogste geweldsspectrum. De CV-90 haalt een topsnelheid van 70 km per uur, waarmee het een Leopard 2A6 gevechtstank kan bijhouden.

De bepantsering kan eenvoudig op het voertuig aangebracht en van het voertuig verwijderd worden. De CV-90 wordt uitgerust met een gestabiliseerd 35 mm-Bushmaster III-snelvuurkanon, waarmee doelen tot op 2.000 meter afstand kunnen worden uitgeschakeld met zowel pantser- als airburstpatronen. Van elk type patronen zijn 35 stuks direct gereed voor gebruik. Naast het snelvuurkanon beschikt de CV-90 over een mitrailleur 7.62 mm. Het voertuig heeft daarnaast een geautomatiseerd vuurleidingssysteem met een munitieprogrammeur, een roterende koepel met ‘hunter-killer’-vermogen en is voorzien van dag- en nachtzichtapparatuur met thermische camera's.

Animatie van de binnenzijde van het Infantry Fighting Vehicle CV-9035 Mark III

Terug naar Boven

Laatste update:29.07.2010