Inhoudsopgave CIJFERS
Terug naar de homepage
 

Maak uw keuze uit de hieronder getoonde lijst

 

1 CMI COMMANDO

Op 17 oktober 2013, op de eerste dag van de jaarlijkse oefening Borculo, vond de oprichtingsceremonie plaats van 1 Civiel-Militair Interactie Commando (1 CMI Co), de opvolger van 1 CIMIC Bataljon.

Naast CIMIC-capaciteit is hierin ook PsyOps-capaciteit ondergebracht. De eenheid is gevestigd op de Koning Willem III/Jan van Beijnenkazerne in Apeldoorn en in Single Service Management ondergebracht bij het Commando Landstrijdkrachten. Alle krijgsmachtdelen zijn in 1 CMI Co vertegenwoordigd.

Het commando levert voor alle krijgsmachtdelen de CIMIC-capaciteit en is overal ter wereld inzetbaar.

1 CMI Co heeft zich gespecialiseerd in de interactie met civiele partijen. Interactie - "Wederzijdse invloed die zaken, individuen of groepen van personen, stromingen op elkaar uitoefenen" - is gericht op het ondersteunen van de operationele commandant bij het besluitvormingsproces in zijn operatiegebied om, anders dan met kinetische middelen, zijn doelstellingen te behalen. Het maken en onderhouden van contacten met de burgerbevolking creŽert aan beide kanten positieve afhankelijkheid die kan worden gezien als een force multiplier.

Met zijn specifieke civiele specialismen vervult 1 CMI Co een sturende rol in de geÔntegreerde communicatie met relevante doelgroepen voor, tijdens en na militaire operaties.

De eenheid draagt bij aan de veiligheid in de samenleving, maar ook aan de bescherming van cultuurrijkdommen en de ontwikkeling van economie, infrastructuur en openbaar bestuur in conflictgebieden. 1 CMI Co herbergt onder andere deskundigen op het gebied van civiele infrastructuur, cultuur, gezondheidszorg, openbaar bestuur en psychologische oorlogsvoering. Voorbeelden hiervan zijn bedrijfs- en bestuurskundigen, civiel ingenieurs, communicatiespecialisten, juristen en tolken.

Omdat het advies van de specialisten van 1 CMI Co is gebaseerd op zowel civiele als militaire invalshoeken, wordt de slagkracht in operaties vergroot.

Daarnaast versterkt juist de inzet van reservisten met specifieke civiele deskundigheid het innovatief vermogen van de Defensieorganisatie en zorgt het tevens voor een zichtbare verankering in de burgermaatschappij.

Zie ook: CIMIC en Integrated Development of Entrepreneurial Activities (IDEA).

Terug naar Boven

 

1E C.T.

Voluit: 1e commandantenterugkoppeling. Verouderd begrip.

De eerste CT werd Ī 10 minuten na de bevelsuitgifte gehouden op de locatie van de bevelsuitgifte.

Doel van de 1e commandantenterugkoppeling was de ondercommandanten, al dan niet aan de hand van te stellen vragen door de commandant, te laten vertellen hoe ze hun rol in het grotere verband zagen en de richting van de eindsituatie.

Het ging er hierbij om dat de ondercommandant zich door de commandant liet 'controleren' ("Vertrouwen is goed, controleren is beter") of hij zijn opdracht had begrepen.

De hamvraag was: "Wat wil de commandant eigenlijk van mij?"

Voorbeeld van een format voor de 1e CT:

1e CT

► Mijn opdracht is om...

► Met het oog op... (commander's intent)

► Ik zie de volgende deeltaken... (in tijd/ruimte)

► Ik heb de volgende verplichtingen...

► Ik vermoed de volgende beperkingen...

► Ik heb behoefte aan de volgende inlichtingen...

► Ik wil met ??? coŲrdineren over...

► Ik heb de volgende vragen...

In plaats van de 1e en 2e CT zijn de Confirmation Brief, Initial Commanders Backbrief (ICBB) en Final Commanders Backbrief (FCBB) gekomen.

Zie ook: 2e CT, Confirmation Brief, Final Commanders Backbrief (FCBB), Initial Commanders Backbrief (ICBB) en zachte steen.

Terug naar Boven

 

1 LEGERKORPS

Afgekort: 1 LK.

Feitelijk bestaat het legerkorps al sinds de oprichting van de NAVO in 1949; in januari 1949 ging de ministerraad akkoord met de vorming van een legerkorps met drie divisies. Formeel bestaat 1 LK pas vanaf 15 november 1952.

In 1951 keerden de laatste Nederlandse troepen terug uit IndonesiŽ, waarna de strijdkrachten werden gereorganiseerd.

Vůůr eind 1952 waren de landstrijdkrachten georganiseerd in het Commando Strijdkrachten te Velde, opgericht op 1 september 1951. Vanaf september '52 zou het nieuwbakken legerkorps gaan oefenen in Duitsland, maar de staf werd pas op 15 november 1952 ingesteld. De staf van 1 Legerkorps (1 LK) - die aanvankelijk slechts bestond uit de commandant, bureau chef-staf en secties 1 t/m 4 - was gehuisvest in de Koning Willem III-kazerne in Apeldoorn.

C-1LK stond onder direct bevel van de Chef van de Generale Staf, maar viel in oorlogstijd onder de Supreme Allied Commander Europe (SACEUR).

Vanaf juni 1963 droegen alle militairen van Staf 1 LK en de Legerkorpstroepen - waaronder artillerie-, verbindings- en verkenningseenheden, maar ook tank- en infanteriebataljons, niet zijnde eenheden van 1, 4 en 5 Divisie - als mouwembleem een schild, rechts ponceaurood en links Nassaublauw, in het midden bedekt door een witte ruit.

Al tijdens de eerste NAVO-oefening in Duitsland, HOLD FAST, waaraan 1 LK in september 1952 deelnam als onderdeel van de British Army of the Rhine (BAOR), bewees de Nederlandse militair "flink vindingrijk en goed gedisciplineerd" te zijn, aldus de Amerikaanse generaal die de oefening controleerde. In HOLD FAST testten Belgische, Britse, Canadese en Nederlandse troepen de mobiele verdediging tegen een massale aanval over land.

Oorspronkelijk was het de bedoeling ťťn parate divisie te formeren en vier mobilisabele, maar dat bleek te hoog gegrepen. Onder druk van de politieke omstandigheden werd 1 Divisie, die van 1949 tot '57 mobilisabel was geweest, op 1 november 1957 opnieuw paraat gesteld. De naam luidde nu 1 Divisie '7 December' en de letters 'EM' - voorheen: "Expeditionaire Macht" - stonden nu voor "Elke man, elk moment". Zo ontstond in de loop van de jaren '60 een legerkorps met twee parate gemechaniseerde divisies (1 en 4 Divisie) en ťťn mobilisabele (5 Divisie). Met betrekking tot de gevechtseenheden was de opbouw van 1 Legerkorps primair als volgt:

1 Divisie

4 Divisie

5 Divisie

13 Pabrig

41 Pabrig

51 Pabrig

   2 x tkbat + 1 x painfbat

   2 x tkbat + 1 x painfbat

   2 x tkbat + 1 x painfbat

11 Painfbrig

42 Painfbrig

52 Painfbrig

   2 x painfbat + 1 x tkbat

   2 x painfbat + 1 x tkbat

   2 x painfbat + 1 x tkbat

12 Painfbrig

43 Painfbrig

53 Painfbrig

   2 x painfbat + 1 x tkbat

   2 x painfbat + 1 x tkbat

   2 x painfbat + 1 x tkbat

(pabrig = pantserbrigade; painfbat = pantserinfanteriebataljon; painfbrig = pantserinfanteriebrigade; tkbat = tankbataljon)

5 Divisie ('Kastanjeblad'), gelegerd in Kamp Stroe, moest na mobilisatie en een korte oefening in staat zijn als derde divisie van het legerkorps op te treden. 5 Divisie kreeg daartoe, evenals 1 en 4 Divisie, de brigadestructuur maar niet het moderne gemechaniseerde materieel. Pas vanaf 1979 was 5 Divisie volledig gemechaniseerd. Haar brigades konden nu sneller mobiliseren en kreeg hiermee een meer prominente plaats in de verdedigingsoperaties van 1 LK. (In 1993 hield 5 Divisie op te bestaan.)

De mouwemblemen van (de divisies van) 1 Legerkorps (bron: 'Uniformen en emblemen van de Koninklijke Landmacht vanaf 1912', Martien Talens).

In 1955, na toetreding van de Bondsrepubliek Duitsland tot de NAVO, werd 1 LK aangewezen om in de BRD de verdediging in het kader van de algemene verdedigingstaak (AVT) van de NAVO op zich te nemen. (Als reactie op het toetreden van de Bondsrepubliek Duitsland regisseerde de Sovjet-Unie nog hetzelfde jaar de oprichting van het Warschaupact.) Door de toegenomen atoomdreiging was de strategie van de NAVO gebaseerd op een verdediging met ver op het grondgebied van de Bondsrepubliek Duitsland gestationeerde parate conventionele strijdkrachten, de strategie van de Forward Defence (voorwaartse verdediging).

De NAVO-strategie van de voorwaartse verdediging diende zo dicht mogelijk tegen de Inner-Deutsche Grenze (Duits-Duitse grens) en de rest van het IJzeren Gordijn (de grens van de BRD met Oost-Duitsland en Tsjecho-Slowakije) plaats te vinden. Hierdoor waren de zwakke punten:

  • de Lines of Communication waren lang en zorgden onvermijdelijk voor problemen op het gebied van de herbevoorrading.
  • het leeuwendeel van de troepen van 1 Legerkorps moest in tijden van crisis en oorlog naar hun 350 kilometer voorwaarts gelegen inzetgebied tussen de rivieren Weser en Elbe worden verplaatst.

Als gevolg van deze minpunten waren zowel de reactietijd als de parate gevechtskracht van 1 Legerkorps bij wijlen betwistbaar. Echter, maldeployment (ver van de vredeslocaties) gold ook voor de Belgische troepen en belangrijke versterkingen uit Groot-Brittannië en de Verenigde Staten die bij aanvang van een oorlog ook gereed moesten staan.

Nederland slaagde er niet in deze maldeployment te corrigeren en had op zijn best slechts 7% van de parate troepen van 1 LK in de BRD gestationeerd. Van alle NAVO-strijdkrachten in Noord-Duitsland waren juist de in Nederland achtergebleven eenheden van 1 LK het meest van hun operatiegebied gedisloceerd.

Maldeployment was overigens niet het enige probleem waar NORTHAG, en dus ook 1 LK, mee te maken had. Het Warschaupact zou zeker de afwezigheid van een gecoŲrdineerde tactische opmars in het vak van de Noord-Duitse legergroep, de gebreken in de besluitvormingsstructuren van de NAVO, de slechte integratie van de luchtstrijdkrachten in het optreden van de landstrijdkrachten en de ongunstige Lines of Communication (LoC) uitbuiten - zo was althans de verwachting.

Om dergelijke uitdagingen voor te zijn, hield de NAVO in Noord-Duitsland vijfjaarlijks een legerkorpsoefening. In 1973 vond, voor het eerst sinds 1954, een grote legerkorpsoefening plaats: BIG FERRO. Een legerkorpsoefening bood de brigades de mogelijkheid gezamenlijk verschillende manoeuvres en taken te beoefenen, zoals de inzet als aflossing, doorschrijding en reserve. Bovendien konden de staven van 1 LK, de divisies en de brigades, alsook de legerkorpstroepen hun organieke oorlogstaken onder realistische tijd- en ruimtefactoren en op grote schaal in de praktijk beoefenen. Na BIG FERRO volgden SAXON DRIVE (1978), ATLANTIC LION (1983) en, als laatste autonome legerkorpsoefening uit de geschiedenis van de KL - FREE LION (1988).

Vanwege het toegewezen legerkorpsvak op de Noord-Duitse laagvlakte was 1 LK in oorlogstijd onder commando gesteld van de Northern Army Group (NORTHAG), ťťn van de toenmalige regionale hoofdkwartieren van de NAVO met zijn staf in MŲnchengladbach.

Van noord naar zuid waren er vier legerkorpsen ontplooid: 1 (NL) Corps, 1 (GE) Corps, 1 (UK) Corps en 1 (BE) Corps. De legergroep NORTHAG maakte deel uit van de Allied Forces Central Europe (AFCENT) dat tot taak had het grondgebied in Centraal-Europa te verdedigen. Het hoofdkwartier van AFCENT was vanaf 1967 gevestigd in Nederland, op het complex van de buiten gebruik gestelde staatsmijn Hendrik in het Limburgse Brunssum.

In het NAVO-verdedigingsplan kreeg NORTHAG het gebied toegewezen dat werd begrensd door Hamburg in het noorden, de Duits-Nederlandse landsgrens in het westen, Kassel in het zuiden en de Inner-Deutsche Grenze in het oosten. Zowel de kazernelocaties als de forward areas lagen in dit gebied. Het gebied van NORTHAG, de voormalige Britse bezettingszone na de Tweede Wereldoorlog, werd beschouwd als het meest kwetsbaar: het was de meest waarschijnlijke aanvalsas in de richting van het Ruhrgebied na een verrassingsaanval van Warschaupacttroepen.

Omdat de Britse troepen onmogelijk het gehele gebied konden afdekken, zoals de Amerikanen het CENTAG-gebied wťl konden behappen, was destijds een beroep gedaan op twee legerkorpsen van BelgiŽ en Nederland. Van het begin af aan was er een kwantitatieve disbalans tussen CENTAG en NORTHAG, bijvoorbeeld in aantallen nucleaire korteafstandsraketten, zoals de Honest John en MGM-29 Sergeant.

Overigens had de voorwaartse verdediging ook grote gevolgen voor de Nationale Sector, die vanaf 1963 geheel Nederland omvatte. Hierbij werd de verdedigende taak ingewisseld voor een beveiligende.

In de Defensienota 1964 onder Minister van Defensie Piet de Jong werden de drie nieuwe NAVO-strategieŽn voor het eerst aan het Nederlandse publiek gepresenteerd: Flexible Response, Getrapte Deterrent en Forward Defence. GedrieŽn betekenden die dat de NAVO in het geval van een grootscheepse aanval van het Warschaupact met een bij de aard van de aanval passend antwoord (getrapt) zou reageren, met als laatste reddingsmiddel het gebruik van nucleaire wapens. De taken van de Nederlandse krijgsmacht waren direct uit de geldende NAVO-verplichtingen afgeleid: het vertragend gevecht voeren alvorens terug te trekken achter de IJssel-Rijnlinie. 1 Legerkorps kreeg hiertoe een vak op de Noord-Duitse laagvlakte.

Het toetreden van de Bondsrepubliek Duitsland tot de NAVO ťn de invoering van tactische nucleaire wapens in de geallieerde defensie, maakten het mogelijk in 1958 de hoofdverdedigingslinie voorwaarts - meer naar het oosten - te verplaatsen, dat wil zeggen: naar de rivieren Weser en Fulda.

Vanaf 1963 werden troepen van de Koninklijke Landmacht permanent op de Noord-Duitse laagvlakte gelegerd. Nederland had hoofdzakelijk te maken met de bezettingszone waar de British Army of the Rhine (BAOR) was gestationeerd en maakten nu evenzo gebruik van de oefenterreinen Hameln, Hohne-MŁnster (Bergen en MŁnster-SŁd) en Sennelager.

Door de bouw van de Berlijnse Muur, waarmee werd begonnen in augustus 1961, bereikten de verhoudingen tussen Oost en West een dieptepunt. Door de gespannen situatie raakte de kwestie van de permanente legering in de Bondsrepubliek Duitsland in een stroomversnelling. In reactie op de crisis reageerde Nederland in eerste instantie met de vooruitgeschoven stationering van 121 Lichte Brigade - opgericht op 15 december 1960 - in Bergen-Hohne, Celle, Fallingbostel (Lager Oerbke) en Langemannshof.

De belangrijkste (ad hoc-)eenheden van 121 Lichte Brigade waren 102 en 103 Verkenningsbataljon; 104, 105 en 108 Commandotroepencompagnie en 425 Compagnie Van Heutsz. De opdracht was om zich in geval van een conflict naar de rivier Weser te verplaatsen, daar de taak van de Duitse 3. Panzerdivision over te nemen en zowel opmars als ontplooiing van 1 LK te beveiligen. (De staf van 3. Panzerdivision was gelegerd in Buxtehude en telde een Panzerbrigade, Panzergrenadierbrigade en Panzerleichtbrigade.)

Gesprekken over een permanente legering duurden voort, zodat later 41 Pantserbrigade (41 Pabrig) van 4 Divisie ('Klaverblad') permanent op de Legerplaats Seedorf kon worden gehuisvest. 41 Pabrig werd versterkt met 41 Geniebataljon en 103 Verkenningsbataljon, die beiden behoorden tot de Divisietroepen.

De permanente legering werd mogelijk doordat de verdedigingslinie in het kader van de voorwaartse verdediging van de rivier Weser werd verplaatst naar de rivier Elbe en het Seitenkanal. De oostelijk van de rivier Weser gelegen Legerplaats Seedorf, op 40 km ten noordoosten van Bremen, kwam nu midden in het nieuwe vak van 1 Legerkorps te liggen. (Het Elbe-Seitenkanal, dat van de Elbe ten oosten van Hamburg naar het Mitellandkanal ten westen van Wolfsburg loopt, was een typisch product van de Koude Oorlog.)

De Legerplaats Seedorf was onderdeel van het Budel-Seedorf-Abkommens, getekend op 17 januari 1963. Saillant detail is dat twee weken na deze overeenkomst 121 Lichte Brigade formeel werd opgeheven. Met de legering van Duitse troepen in het Brabantse Budel was Nederland de eerste NAVO-lidstaat die permanent stationering van Duitse eenheden op zijn grondgebied toestond. Bij de Legerplaats Seedorf was inbegrepen het medegebruik van het oefenterrein Garlstedt.

In 1967 kwamen de Duitse en Nederlandse regeringen overeen dat de eenheden die ten oosten van de Weser zouden worden ingezet, in een zeer vroegtijdig stadium - bij Military Vigilance (alert condition 4) in plaats van bij Simple Alert (alert condition 3) - automatisch de Nederlands-Duitse grens mochten passeren.

Vanaf 1969 zouden de eenheden van 1 Legerkorps in het geval van vijandelijke agressie direct naar de oorlogsopstellingen gaan en niet meer eerst in het oosten van Nederland verzamelen in concentratiegebieden.

NATO Alert Plan:

Alert condition 5

Peacetime readiness

Alert condition 4

Military vigilance

Alert condition 3

Simple alert

Alert condition 2

Reinforced alert

Alert condition 1

General alert

Op 1 oktober 1982 werd het 75-jarig bestaan vna 1 LK gevierd - met als uitgangspunt de oprichting, op 1 oktober 1907, van het permanente Hoofdkwartier van het Veldleger.

In oorlogstijd bestond het voertuigenpark van 1 LK uit Ī 9.500 wiel- en 1.200 rupsvoertuigen.

In 1989 betrof 1 Legerkorps de volgende gevechtseenheden:

1 Divisie '7 December'

11 Mechbrig (Schaarsbergen)

12 Mechbrig (Nunspeet)

13 Mechbrig (Oirschot)

102 Verkbat (Hoogland)

25 Luverdbt

4 Divisie (Harderwijk)

41 Mechbrig (Seedorf, BRD)

42 Mechbrig (Assen)

43 Mechbrig (Steenwijk)

103 Verkbat (Seedorf, BRD)

15 Luverdbt

5 Divisie (Apeldoorn)

51 Pabrig (Harderwijk)

52 Mechbrig (Arnhem)

53 Mechbrig (Garderen)

104 Verkbat (Apeldoorn)

35 Luverdbt

Het operatiegebied van 1 Legerkorps was 130 kilometer breed en 170 kilometer diep en bestreek de rechtstreekse nadering tot het Nederlandse grondgebied.

Regelmatig werden, al dan niet in NAVO-verband, oefeningen gehouden.

Voor de verdediging van het Nederlandse vak waren in vredestijd zes brigades gedeeltelijk paraat in het vak gelegerd. Hierbij ging het in vredestijd om 35.000 - meest dienstplichtige - militairen, van wie ruim 5.000 permanent in West-Duitsland waren gelegerd. In oorlogstijd zou het vak door tenminste tien brigades met de daarbij behorende Legerkorpstroepen - gevechts(verzorgings)steuneenheden - worden verdedigd.

De resterende 45.000, van de 80.000, militairen waren hoofdzakelijk grootverlofgangers op herhaling. De reservisten konden binnen 48 uur worden gemobiliseerd.

Het begin van het einde van 1 Legerkorps werd in maart 1991 ingeluid met de Defensienota 1991 ('Herstructurering en verkleining'), de eerste na afloop van de Koude Oorlog. Verantwoordelijk voor de Defensienota '91, die volgde op de ondergang van het Warschaupact als militaire organisatie en de terugtrekking van troepen van de Sovjet-Unie uit de satellietstaten in Oost-Europa, was Minister van Defensie Relus ter Beek.

In de notitie werd voorgesteld de KL fors in te krimpen en 1 Legerkorps geheel te reorganiseren. Al in januari 1993 werd de beleidsnotitie aangepast door de Prioriteitennota 1993 ('Een andere wereld, een andere Defensie'), eveneens onder Ter Beek. In plaats van twee divisies had alleen 1 Divisie '7 December' nog bestaansrecht, terwijl de staf van 1 Legerkorps op termijn zou opgaan in een Duits-Nederlandse (legerkorps)staf.

De Prioriteitennota '93 is, gezien de ingrijpende besluiten die werden gepresenteerd, zonder twijfel de Moeder aller Defensienota's sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog.

Al op 30 maart 1993 tekenden de ministers van Defensie van Duitsland en Nederland een Joint Statement over de vorming van een bi-nationaal legerkorps, waarin 1 (NL) Legerkorps en I. (GE) Korps zouden opgaan.

Vanaf 1992 werd 41 Pabrig omgevormd tot 41 Lichte Brigade (41 Ltbrig); in '98 werd 41 Ltbrig omgevormd tot 41 Mechbrig, geheel analoog aan de gemechaniseerde brigades op Nederlands grondgebied. In 2003 viel het besluit 41 Gemechaniseerde brigade op te heffen. Dit had in mei 2006 plaats. In dat jaar sloot ook de Legerplaats Seedorf, waarmee een einde kwam aan een periode van 43 jaar aanwezigheid van Nederlandse landstrijdkrachten in Noord-Duitsland. Vanaf 5 juni 2009 draagt de kazerne in Seedorf, hoofdlocatie van de 31. Luftlandebrigade, de naam Fallschirmjšger-Kaserne.

Aan de vorming van het bi-nationaal legerkorps lagen bezuinigingen ten grondslag: Nederland kon het eigen 1 Legerkorps niet op sterkte houden. Door het opschorten van de dienstplicht bleek de instandhouding van het enige Nederlandse legerkorps, met inbegrip van een volledige staf en legerkorpstroepen niet langer mogelijk. Daarnaast werkten de Duitsland en Nederland al langer in NAVO-verband samen en vergemakkelijkten de materiaalstandaardisatie en het naar elkaar toe groeien van beide organisatiestructuren en -procedures de keuze. Tot slot dwong een kleiner wordende Koninklijke Landmacht met de ambitie om internationaal te blijven opereren tot grensoverschrijdende samenwerking.

Op 21 februari 1995 ratificeerden de Duitse en Nederlandse legerkorpscommandant, respectievelijk Generalmajor Hannsjörn Boes en luitenant-generaal Ruurd Reitsma, een Technical Agreement. Hierin zijn de taken en verantwoordelijkheden van ťn bevelsverhoudingen in 1 GE/NL Corps vastgelegd.

Op 30 augustus 1995 werd 1 (GE/NL) Corps (I. Deutsch/Niederlšndische Korps) officieel operationeel gesteld in aanwezigheid van de Nederlandse Minister van Defensie Joris Voorhoeve en zijn Duitse ambtgenoot Volker RŁhe. Het hoofdkwartier van 1 (GE/NL) Corps werd gevestigd in MŁnster in de Duitse deelstaat Nordrhein-Westfalen.

Zie ook: 4 'Klaver' Divisie, algemene verdedigingstaak (AVT), Bergen verzetten (column december 2003), concentratiegebied, dienstplicht, doorschrijding, Duits-Nederlandse legerkorps (1 GNC), FREE LION (laatste legerkorpsoefening 1988), Fulda Gap (o.a. Weser-Fuldalinie), Legerplaats Seedorf, Lines of Communication (LoC), NAVO, operatiegebied en tijd- en ruimtefactoren.

Terug naar Boven

 

1 LOGISTIEKE BRIGADE

Opdracht

1 Logistieke brigade bestaat uit drie bataljons en drie compagnieën, telt bij elkaar ± 4.000 militairen en biedt operationele logistieke ondersteuning aan alle onderdelen van de Koninklijke Landmacht en bij alle grondgebonden operaties voor de gehele krijgsmacht.

Het motto van 1 Logistieke Brigade is: ‘Wij zijn er altijd van’. Het motto slaat op het gegeven dat iedere missie en oefening logistieke ondersteuning vereist.

Commandant

De huidige commandant van 1 Logbrig is, sinds oktober 2004, brigadegeneraal Rob Knol. Hij nam indertijd het commando over van brigadegeneraal Marinus van Ulden. Van Ulden, sinds januari 2002 commandant, was de eerste die in de rang van generaal het commando op zich mocht nemen van het toenmalige Divisie Logistiek Commando (DLC).

De laatste kolonel als commandant, Henk de Koff, was tot januari 2002 DLC-commandant.

Het mouwembleem van 1 Logistieke brigade (1 Logbrig).

Geschiedenis

Na grootscheepse reorganisaties binnen de Koninklijke Landmacht kreeg het voormalig Divisie Logistiek Commando (DLC) van de Divisietroepen in 2005 een nieuwe naam: 1 Logbrig. De eenheden van DLC waren 100 en 200 Bevoorrading- en Transportbataljon (100 en 200 B&T-bat), 300 Materieeldienstbataljon (300 Matdbat), 400 Geneeskundig bataljon (400 Gnkbat) en de kernstaf van het mobilisabele 500 Geneeskundig bataljon.

Verreiker, ťťn van de vele overslagmiddelen binnen 1 Logbrig.

Mouwembleem van de voorganger van 1 Logbrig, het Divisie Logistiek Commando (DLC).

De parate eenheden van de beide B&T-bats kenden samen een interne driedeling. Daarmee was, samen met de bevoorradingscompagnieën van de gemechaniseerde brigades, de ondersteuning (National Support Element) ten behoeve van maximaal drie bataljons over twee assen mogelijk.

Het parate deel van 400 Gnkbat kent een soortgelijke interne driedeling. Daarmee was, samen met de geneeskundige compagnieën van de gemechaniseerde brigades, dienovereenkomstig de ondersteuning ten behoeve van maximaal 3 bataljons over 2 assen mogelijk. Zo goed als al het logistieke werk binnen de Koninklijke Landmacht kwam voor rekening van het DLC.

Twee uitzonderingen op de regel waren de gemechaniseerde brigades, die over een eigen logistieke eenheid beschikten, en het Landelijk Bevoorradingsbedrijf Koninklijke Landmacht (LBBKL), dat alles wat de krijgsmacht nodig heeft, inkoopt.

1 Logbrig heeft dezelfde taakstelling, maar die is wél uitgebreid sinds zich een aantal omvangrijke veranderingen hebben voorgedaan:

 

Ten tijde van én na de naamswijziging naar 1 Logbrig zijn de eenheden zich meer gaan concentreren. De verspreiding over kazernes in onder nadere ’t Harde, Amersfoort, Ede, Ermelo, Garderen, Nieuw-Milligen en Nunspeet is goeddeels samengebundeld in Garderen en Ermelo.

 

De invoering van het concept van Fysieke Distributie (FD) met de daaraan gekoppelde instroom van nieuw materieel: de introductie van de Scania vrachtauto, inclusief aanhangwagens, interoperabele containers, flatracks (container roll in and out platforms), overslagmiddelen en wissellaadsystemen.

 

De bevoorradingscompagnieŽn van de gemechaniseerde brigades zijn opgeheven.

 

FD heeft ervoor gezorgd dat de ‘haalplicht' van de brigade-eenheden is veranderd in een ‘brengplicht' van 1 Logbrig.

Terwijl voorheen de brigades hun voorraden moesten ophalen bij de verzamelplaatsen, regisseert 1 Logbrig de gehele goederenstroom (ondere andere dankzij het T racking & Tracing -informatiesysteem voor het ‘tracken’ (volgen) en ‘tracen’ (opsporen) van goederenzendingen ) én alle voorraadbeheer om ervoor te zorgen dat eenheden op het juiste moment het juiste aantal middelen hebben.

Daartoe worden 100 en 200 Bevoorrading- en Transportbataljon omgevormd tot 100 en 200 Fysieke Distributie-bataljons.

Voertuig dat de spil is in het concept van de Fysieke Distributie: de Scania vrachtauto

Reorganisaties

De organisatie van het logistieke commando binnen de KL is veelvuldig bijgesteld. Sinds 1994, toen het logistiek onderdeel van het 1 ste Legerkorps (1 LK) – het Legerkorps Logistiek Commando (LLC) – ophield te bestaan, vonden de volgende reorganisaties plaats:

Mouwembleem voor het gevechtstenue.

  • Het LLC werd opgedeeld in de Divisietroepen en het Staff Support Command; de laatste was bedoeld om de logistiek van 11 Luchtmobiele Brigade te regelen.
  • De Divisietroepen werden in januari 2000 gesplitst in het Divisie Gevechtssteun Commando (DGC) en het Divisie Logistiek Commando (DLC). Het Staff Support Command werd ingedeeld bij het DLC.
  • De verzorgingsdependances van het Nationaal Verzorgings Commando (NVC) werd toegevoegd aan het DLC om het te kunnen integreren in het 1ste Duits-Nederlandse Legerkorps. De materieellogistieke pelotons van de herstelcompagnieën zijn de voormalige verzorgingslocaties van het NVC.
  • 300 Materieeldienstbataljon (300 Matdbat) uit Nieuw-Milligen wordt opgedeeld in drie herstelcompagnieën: 310, 320 en 330.
  • De naam van het DLC werd in maart 2005 gewijzigd in 1 Logistieke brigade. 1 Logbrig maakt deel uit van het Operationeel Commando (OPCO) van de KL.

Eenheden

EENHEID

TAAKSTELLING

100 B&T-bat
(100 FD-bat)

► bevoorraden van eenheden met brandstof, munitie, voedsel, water e.v.a.
► verlenen van algemene vervoerssteun, met name transport van (middel)groot materieel

 

200 B&T-bat
(200 FD-bat)

► bevoorraden van eenheden met brandstof, munitie, voedsel, water e.v.a.
► verlenen van algemene vervoerssteun, met name transport van (middel)groot materieel

 

310, 320 en 330 Hrstcie

► onderhoud en herstel van alle typen materieel, uitrustingsstukken en voertuigen

 

400 Gnkbat

► leveren van militaire gezondheidszorg
► uitvoeren van urgente chirurgische ingrepen

Zie ook: Bevoorrading en Transport Commando en Operationeel Ondersteunings Commando Land (OOCL).

Terug naar Boven

 

1 UP

Één niveau hoger. Engels: one echelon up.

Missie, commander's intent en te bereiken end-state van de commandant die zich ťťn eenheidsniveau hoger bevindt en hoe hij dit van plan is te bereiken.

Te vinden in de paragraaf 'Uitvoering' (3) van het NAVO 5-paragrafenbevel van 1 UP. Voor een compagnie geldt 1 UP als bataljonsniveau.

Terug naar Boven

 

101 CBRN VERDEDIGINGSCOMPAGNIE

Afgekort: 101 CBRNVerdcie.

Opgericht in 2003.

Gespecialiseerde operationele CBRN-eenheid die het operationeel optreden van Defensie ondersteunt met verkennings-, detectie- en ontsmettingscapaciteit bij een CBRN-dreiging, eerst bij 101 Geniebataljon, vervolgens bij 11 Pantsergeniebataljon.

In 2011 verdween 101 CBRN Verdedigingscompagnie uit de slagkracht van 101 Geniebataljon.

101 CBRNVerdcie is sindsdien gevestigd op de Prinses Margrietkazerne in Wezep als onderdeel van 11 Pantsergeniebataljon van 43 Gemechaniseerde Brigade.

Lees verder bij: 414 CBRN Verdedigingscompagnie.

Terug naar Boven

 

101 GENIEBATALJON

Afgekort: 101 Gnbat.

Eenheid van de genie die is gehuisvest op de Prinses Margrietkazerne in Wezep en het Engelense Gat in 's-Hertogenbosch.

101 Gnbat valt onder het Operationeel Ondersteuningscommando Land (OOCL) en levert ten behoeve van de hoofdtaken van de krijgsmacht zgn. Force Support Engineering.

Primair kan het bataljon de volgende werkzaamheden uitvoeren:

► Constructiewerkzaamheden, zoals het bouwen, herstellen en instandhouden van compounds voor eenheden op missie en vluchtelingenkampen (zowel infrastructuur als benodigde nutsvoorzieningen);

► Aanleggen van bruggen;

► Bouwen van noodconstructies;

► Bouwen van water(regulerende)- en grondkerende constructies;

► Voorzien in water.

In het kader van de Intensivering Civiel Militaire Samenwerking (ICMS) levert het bataljon gegarandeerde constructie- en brugslagcapaciteit met een Notice To Move van 48 uur.

De unieke capaciteiten en specialistische kennis binnen 101 Geniebataljon liggen op het gebied van (weg- en water)bouwkunde, elektro- en installatietechniek.

In 2011 verdwenen twee compagnieŽn uit de slagkracht van het bataljon: 104 Constructiecompagnie is opgeheven en 101 CBRN Verdedigingscompagnie is ondergebracht bij 11 Pantsergeniebataljon (43 Gemechaniseerde Brigade).

101 Gnbat bestaat sindsdien uit:

BRONZEN SCHILD

Op 24 juni 2015 reikte de Commandant Landstrijdkrachten, luitenant-generaal Mart de Kruif, het Bronzen Schild uit aan 101 Geniebataljon.

De in 2001 opgerichte eenheid kreeg de hoogste groepswaardering "Voor buitengewone toewijding en bijzonder loffelijk optreden tijdens nationale en internationale inzet in de jaren 2000-2015".

De genisten zijn het afgelopen anderhalf decennium onder andere ingezet voor de bouw van de compounds in Irak (Camp Smitty in As Samawah), Afghanistan (Kamp Holland in Tarin Kowt, Camp Hadrian in Deh Rawod en de Forward Operating Bases Poentjak en Volendam) en Mali (Kamp Castor).

Zie ook: genie.

Terug naar Boven

 

101 GEVECHTSSTEUNBRIGADE

101 Gevechtssteunbrigade is de opvolger van het Combat Support Command (CSC). De staf van de eenheid bevindt zich in Apeldoorn. 101 Gevechtssteunbrigade valt rechtstreeks onder het Commando Landstrijdkrachten (CLAS) en levert gevechtsondersteuning: artillerie, genie, gevechtsinlichtingen, luchtverdediging en verbindingen.

De eenheden die hieronder vallen zijn:

EENHEID

TAAK

LOCATIE

101 Geniebataljon

Genie

Prinses Margrietkazerne in Wezep

101 CIS-bataljon

Command & Information Systems

Generaal-majoor Kootkazerne in Garderen

103 ISTAR-bataljon

Intelligence, Surveillance, Target-Acquisition & Reconnaissance

Luitenant-kolonel Tonnetkazerne in 't Harde

Commando Luchtdoelartillerie

Luchtverdediging

Luchtmachtbasis Peel in Vredepeel

101 Geniebataljon telt 101 NBC-compagnie, drie constructiecompagnieën (genummerd 102, 103 en 104) en 105 Brugcompagnie.

101 CIS-bataljon telt een stafcompagnie en een A-, B- en C-compagnie.

103 ISTAR-bataljon telt 101 Artillerieondersteuningsbataljon, 101 Remotely Piloted Vehicle-compagnie (RPV), 102 Elektronische Oorlogsvoering-compagnie (EOV), 103 Verkenningsbataljon (vanaf 2006) en 104 Verkenningsbataljon (vanaf 2007).

Het Commando Luchtdoelartillerie is de nieuwste loot aan de stam. De eenheden die hieronder vallen zijn:

11 Pantserluchtdoelartilleriebatterij

41 Gemechaniseerde Brigade

12 Pantserluchtdoelartilleriebatterij

43 Gemechaniseerde Brigade

13 Pantserluchtdoelartilleriebatterij

13 Gemechaniseerde Brigade

Organogram van 101 Gevechtssteunbrigade, met als ondereenheden van links naar rechts: 101 Geniebataljon, 101 Command & Information Systems-bataljon, 101 Intelligence, Surveillance, Target-Acquisition & Reconnaissance-bataljon en het Commando Luchtdoelartillerie.

Zie ook: 101 Geniebataljon, Bevoorrading en Transport Commando en Operationeel Ondersteunings Commando Land (OOCL).

Terug naar Boven

 

101 MILITAIRE INLICHTINGEN DIENST

Opgericht op 1 maart 1954. Aanvankelijk was 101 MID van compagniesgrootte (101 MIDcie), sinds 1995 een peloton (101 MIDpel).

Organisatorisch viel 101 MID onder het 1 Legerkorps, maar operationeel onder de Landmacht Inlichtingen Dienst (LAMID).

In 2003 werd 101 Militaire Inlichtingenpeloton (101 MIpel) opgenomen in 103 ISTAR-bataljon om tijdig relevante en bevestigde inlichtingen te leveren ter ondersteuning van zowel de Command & Control als het targeting proces (doelinformatie) vanaf brigadeniveau.

In 2011 werd 103 ISTAR-bataljon omgevormd tot het JISTARC en ontstond uit 101 MIpel 105 Field Humint Eskadron.

Aanvankelijk was 101 MID gevestigd in 't Harde en Nunspeet, later in Apeldoorn (Van Haaftenkazerne) en Ede (Simon Stevinkazerne).

Vanaf de Koude Oorlog was 101 MID bezig met het verwerken van tactische gegevens.

Dit vond in hoofdzaak plaats door personeel dat de Russische taal beheerste: zowel vertalers als ondervragers. Ondervraging vond plaats bij krijgsgevangenen of geÔnterneerde burgers.

Daarnaast bevonden zich bij 101 MID bijvoorbeeld ook documentonderzoekers en tolken.

Het devies van 101MID - en van andere inlichtingenorganen als het Defensie Inlichtingen en Veiligheidinstituut (DIVI), de Landmacht Inlichtingen Dienst (LAMID) en de School Militaire Inlichtingen Dienst (SMID) - was/is: "In Tenebris Lucens".

Vrij vertaald als: "Licht brengen in de duisternis".

Van 1960 tot '64 telde 101 MID ook een peloton Lange Afstands Verkenners (LAV's), die hierna werden ingedeeld bij de nieuw op te richten 104 Waarnemings- en Verkenningsccompagnie van het Korps Commandotroepen.

Overige specialismen van 101 MID (en later: 101 MIpel en 105 FHE):

► Field Support

► militaire analisten

► technische inlichtingen

► terreinanalisten (militaire geografie)


Het ondervragen van krijgsgevangenen, geÔnterneerde burgers en - tegenwoordig - detainees, was een van de taken van 101 MID.

Zie ook: 1 Legerkorps, 103 ISTAR-bataljon, 105 Field HUMINT Eskadron, Command & Control, inlichtingen, Korps Commandotroepen, Koude Oorlog en krijgsgevangene.

Terug naar Boven

 

102 CONSTRUCTIECOMPAGNIE

Afgekort: 102 Constrcie. Onderdeel van 101 Geniebataljon, gelegerd op de Prinses Margrietkazerne aan de Kolonel D.J. Teesweg 1 in Wezep.

Constructiegenisten zorgen onder andere voor de realisatie en instandhouding van de complete militaire infrastructuur met nutsvoorzieningen (elektriciteit, gas en water), zoals bruggen, bouw- en verdedigingswerken (bunkers en hesco's) en wegen.

102 Constrcie kan optreden tijdens Nationale Operaties - bij (ir)reguliere steunverleningen, specialistische hulpverlening en rampen, en (joint) operaties in missiegebieden.

102 Constrcie bestaat sinds 1953: eerst als 102 Mechanische Uitrusting Compagnie (102 MU Compagnie), vanaf 1975 als 102 Bouwmachine Compagnie.

De uitzending naar Noord-Irak, operatie PROVIDE COMFORT (1991-'92), maakte duidelijk dat de genie behoefte had aan meer constructiecapaciteit. In 1993 veranderde 102 Bouwmachine Compagnie in 115 Constructiecompagnie.

115 Constructiecompagnie werd uitgezonden naar zowel voormalig Joegoslavië (UNPROFOR, 1994) als Albanië (operatie ALLIED HARBOUR, KFOR, 1999).

n voormalig Joegoslavië bouwden de constructiecompagnie ten behoeve van Dutchbat compounds, observatieposten en verrichtte herstelwerkzaamheden aan de wegen in de enclave Srebrenica. In Albanië waren de constructiegenisten verantwoordelijk voor de opbouw van het compound van het Nederlandse detachement en het herstel van infrastructuur in de omgeving, zoals een overslagterrein in het havengebied, de uitvalswegen van de compound en de opbouw van een Noors vluchtelingenkamp.

115 Constructiecompagnie, voorloper van 102 Constructiecompagnie, bezig met de bouw van een Baileybrug over de Amstel. De brug maakt het terrein van de jaarlijkse Uitmarkt in Amsterdam beter toegankelijk voor het publiek.

Zowel 102, 103 als 104 Constructiecompagnie leverden een bijdrage aan de International Security Assistance Force (ISAF) in Afghanistan.

Zie ook: 101 Geniebataljon, 103 Constructiecompagnie, 105 Geniecompagnie Waterbouw, genie en Prinses Margrietkazerne.

Terug naar Boven

 

103 CONSTRUCTIECOMPAGNIE

Afgekort: 103 Constrcie. Onderdeel van 101 Geniebataljon, gelegerd op de Prinses Margrietkazerne aan de Kolonel D.J. Teesweg 1 in Wezep.

De aannemers en bouwvakkers van 103 Constructiecompagnie bouwen en onderhouden wereldwijd operationele infrastructuur, zoals compounds, helikopterlandingsplaatsen, landingsbanen voor vliegtuigen, vluchtelingenkampen, wegen en dergelijke.

103 Constrcie werd uitgezonden naar Irak (SFIR) en Afghanistan (ISAF).

104 CONSTRUCTIECOMPAGNIE

Bij de herziening van de parate genie-eenheden, verdween 104 Constructiecompagnie in 2011 uit de slagkracht van 101 Geniebataljon en werd de constructiecapaciteit van de genie herverdeeld.

In 2005, tijdens de NATO Response Force-oefening IRON SWORD in Noorwegen, is 104 Constrcie direct vanuit de oefening ontplooid naar Afghanistan.

In Mazar-e Sharif in het Regional Command North van de International Security Assistance Force (ISAF) bouwde de eenheid in zes weken de Main Operating Base (MOB) voor 1 NLDSRFBN (1st Netherlands Strategic Response Force Battalion). Het kampement van het 2de Mariniersbataljon, dat verrees langs Mazar-e Sharif Airfield, droeg de naam Kamp Oostplein.

In 2006 werd 104 Constrcie ingezet in Afghanistan, met name om in Tarin Kowt het bestaande Amerikaanse kamp om te bouwen naar een Main Operating Base die 1.000 Nederlandse militairen kon herbergen.

ISAF-inzet:

102 Constrcie

► Volgtijdelijk derde constructie-eenheid.
► Bouwde Camp Hadrian in Deh Rawod (Ī 400 militairen) in Uruzgan af.

103 Constrcie

► Volgtijdelijk eerste constructie-eenheid.
► Bouwde voor het Nederlands contingent op Kandahar Airfield (KAF), in Tarin Kowt in Uruzgan ten behoeve van de Special Forces en deed ontmantelingswerkzaamheden in het noorden van Afghanistan.

104 Constrcie

► Volgtijdelijk tweede constructie-eenheid.
► Bouwde Kamp Holland in Tarin Kowt (Ī 1.000 militairen), deed beschermingswerkzaamheden voor FOB Martello in Kandahar en begon met de aanleg van Camp Hadrian in het open terrein bij Deh Rahwod.

Zie ook: 101 Geniebataljon, 102 Constructiecompagnie, 105 Geniecompagnie Waterbouw, Bridge Adapter Pallet (BAP), genie en Prinses Margrietkazerne.

Terug naar Boven

 

103 VERKENNINGSBATALJON

103. Aufklärungsbataillon.
103 Reconnaissance Battalion.

Afgekort: 103 Verkbat.

121 Lichte Brigade (121 Ltbrig) werd op 15 december 1960 opgericht. In eerste instantie bestond 121 Ltbrig voor het grootste deel uit 102 Verkenningsbataljon Regiment Huzaren van Boreel, 104, 105 en 108 Compagnie Commandotroepen en 425 Mobiele Compagnie Van Heutsz (later: 425 Infanterie Beveiligings Compagnie Van Heutsz).

De opdracht van 121 Ltbrig was om in geval van een conflict naar de rivier Weser te verplaatsen en de taak van 3. (GE) Panzerdivision - met haar hoofdkwartier in Buxtehude - over te nemen.

Die taak bestond in het beveiligen van de opmars en de ontplooiing van 1 Legerkorps (door de belangrijkste overgangen van de rivier Elbe te bewaken) en het vernietigen van de vijand oostelijk van de Weser.

Uit 102 Verkenningsbataljon is op 15 juni 1961 103 Verkenningsbataljon Regiment Huzaren van Boreel opgericht.

TANKS BINNEN 103

Vanaf 1961 waren Britse Centurion Mk5 tanks ingedeeld bij de eskadrons van 102 en 103 Verkenningbataljon.

De Centurion verving de versleten en voor de taak van de voorwaartse verdediging ongeschikt geachte M24 - een lichte Amerikaanse tank.

Al in 1963, toen 121 Ltbrig al was opgeheven en opgevolgd door 41 Pabrig, kwam aan de Centurion een einde met de levering van de AMX 13.

De AMX 13 - een lichte Franse tank - zat tot 1974 in de bewapening van de verkenningseskadrons.

Later was 103 Verkbat ook uitgerust met de Leopard 1 V(erbeterd) en de Leopard 2 (sinds 1983).

Het verkenningsbataljon bestond uit een staf- en stafverzorgingseskadron (SSV-eskadron) en drie verkenningseskadrons, elk bestaande uit een eskadronsstaf en onder andere drie verkenningspelotons.

Een verkenningspeloton was samengesteld uit:

■ commandogroep

1 x M113 Commando & Verkenning (M113 C&V)

■ verkenningsgroep
(3 x verkenningsploeg)

3 x (2 x M113 C&V, allen voorzien van een 25 mm-kanon)

■ tankgroep

2 x Leopard I Verbeterd tank met 105 mm-kanon of
2 x Leopard 2 tank met 120 mm-kanon

■ tirailleurgroep
(pantserinfanterie bij verkenners)

1 x M113 A1 met mitrailleur .50

■ ondersteuningsgroep

1 x M106 mortierbak met mortier 4.2 inch

Aan het begin van de jaren '90 was een verkenningseskadron binnen de organisatie van het verkenningsbataljon opgebouwd uit een verkenningspeloton [8 stuks M113 C&V), een tankpeloton (4 Leopard-tanks) en een tirailleurpeloton (4 YPR-765's).

Het verkenningsbataljon verschafte informatie over vijand en terrein, of beveiligde de flank van een in vijandelijk gebied binnengedrongen eenheid. Bij verkenningsopdrachten was de gevechtskracht met name nodig om lichte weerstanden op te ruimen, zodat de voorwaartse beweging werd gehandhaafd en beslissende gevechten werden voorkomen.

Vanaf 18 oktober 1961 was de versterkte 121 Lichte Brigade gelegerd in het Duitse Hohne en Fallingbostel.

Op 17 januari 1963 tekenden Duitsland en Nederland de Budel-Seedorf-overeenkomst (Budel-Seedorf-Abkommens).

Twee weken later werd 121 Lichte Brigade opgeheven en nam 41 Pantserbrigade (41 Pabrig) met enkele aanvullende eenheden - de Divisietroepen van de 4e Divisie - haar posities in Duitsland in.

De belangrijkste van die aanvullende eenheden waren 103 Verkenningsbataljon en 41 Geniebataljon, evenals 41 Pabrig onder rechtstreeks bevel van de commandant van de 4e 'Klaver' Divisie gestationeerd in Duitsland.

In augustus 1963 betrok 103 Verkenningsbataljon als eerste Nederlandse eenheid de Legerplaats Seedorf.

De bijnaam van de eenheid werd Trakehner, het embleem van een beroemd rijpaardenras uit Oost-Pruisen. HauptgestŁt Trakehnen brandde traditioneel een half, zeventakkig elandgewei op de rechter bil van haar paarden.De Trakehner symboliseert de deugden bescheidenheid, eenvoud en trouw.

In 1988 nam onder meer ook 103 Verkenningsbataljon deel aan de laatste legerkorpsoefening van de KL: FREE LION.

In 1999 verhuisde 103 Verkenningsbataljon naar de DuMoulinkazerne in Soesterberg.

Met ingang van 16 oktober 2001 kreeg 103 Verkenningsbataljon een reservestatus, waarna de onderliggende parate capaciteit van de eskadrons werd toegewezen aan de gemechaniseerde brigades in de vorm van een eigen brigadeverkenningseskadron:

41 BVE

C-Eskadron 103 Verkenningsbataljon

41 Gemechaniseerde Brigade
(Seedorf)

42 BVE

A-Eskadron 103 Verkenningsbataljon

13 Gemechaniseerde Brigade
(Oirschot)

43 BVE

B-Eskadron 103 Verkenningsbataljon

43 Gemechaniseerde Brigade
(Havelte)

Met de sluiting van de Legerplaats Seedorf op 6 mei 2006 en de opheffing van de daar gelegerde 41 Lichte Brigade is ook 41 BVE opgeheven.

Na de opheffing van 103 Verkenningsbataljon zijn, sinds 2003, verkenners van de beide nieuw opgerichte Grondgebonden Verkenningseskadrons (GGVE'n) gestationeerd op de Luitenant-kolonel Tonnetkazerne in 't Harde.

103 en 104 GGVE maken deel uit van 103 ISTAR-bataljon (later: JISTARC), de eenheid die de tradities overnam van het ontbonden 103 Verkbat. Om deze reden draagt personeel van 103 ISTAR-bataljon in de regel de zwarte baret.

Terug naar Boven

 

105 FIELD HUMINT ESKADRON

Motto van 105 FHE: "Audi et alteram pastem" ("Hoor ook de tegenpartij").

105 Field HUMINT Eskadron (105 FHE) komt voort uit 101 Militaire Inlichtingen Dienst Compagnie (MIDcie), opgericht in 1954.

105 FHE valt onder het Joint ISTAR Commando (JISTARC).

 

◄ In het logo van 105 FHE staat niet alleen de vlammende toorts, die 101 MIDcie ook al voerde. Ook Huginn en Muninn staan erin afgebeeld, raven uit de Noorse mythologie die respectievelijk de gedachte en het geheugen vertegenwoordigen.

Odin, god van wijdheid en kracht, stuurde de raven de wereld over. Dagelijks zochten ze naar nieuws en informatie. Na hun reizen fluisterden ze op Odins schouders hem alles in wat ze hadden gehoord en gezien.

 

Informatie die wordt verkregen uit vaste, speciaal geselecteerde bronnen worden Source Operations genoemd. De operators van 105 FHE voeren dit soort operaties op operationeel niveau uit.

 

SOURCE OPERATIONS VERSUS NON-SOURCE OPERATIONS

Field HUMINT Teams zijn verantwoordelijk voor het uitvoeren van Source Operations.

Bij een Source Operation gaat het om het contact tussen de HUMINT-operator en de bron.

Bronnen zijn personen die zijn gerekruteerd of voor de gelegeheid geselecteerd om te bevragen dan wel ondervragen. Het kan gaan om oppervlakkig contact met personen die over bruikbare informatie beschikken tot en met personen met uiterst gevoelige informatie.

Hierbij kan worden gedacht aan contact handling (informatieverzameling in een risicovolle omgeving), debriefing, gericht vragen stellen aan de lokale bevolking tijdens een sociale patrouille en ondervraging. Covert Source Operations vinden uitsluitend plaats door de MIVD.

Bij Non-Source Operations gaat het om observatie- en verkenningsactiviteiten (surveillance).

Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan Close Target Recce of Special Reconaissance (SR, Eyes On Target), bedoeld om een pattern of life van een of meer bronnen vast te stellen.

Het eskadron bestaat, behalve uit een staf en ondersteuningsgroep, uit vijf Field HUMINT Teams (FHT). Elk team bestaat uit 10 personen, maar kan per operatie tailor-made worden aangepast.

De operator is onder andere communicatief zeer sterk, heeft de opleiding Contact Handling Course (CHC) gevolgd en is tenminste eenmaal op missie geweest.

De operators van 105 FHE leveren de informatie aan als integraal deel van de inlichtingencyclus, met als doel om tijdige, geÔntegreerde en gevalideerde inlichtingen te genereren ten behoeve van het plannings- en besluitvormingsproces van de te steunen commandant.

In hun werkveld zoekt het Field HUMINT Team naar de juiste contactpersonen om vragen te kunnen beantwoorden. Aan de hand van gesprekken met - of in het uiterste geval: ondervraging van - deze contactpersonen wordt de benodigde informatie verzameld en verspreid.

De taakstelling 105 FHE bestaat uit het:

■ uitbrengen van inlichtingenliaison

■ uitvoeren van debriefingsgesprekken tijdens operationele inzet

■ uitvoeren van ondervragingen (operationeel ondervragers)

■ uitvoeren van Source Operations

Zie ook: Close Target Recce, Covert Operation, Eyes On Target, Human Intelligence (HUMINT), inlichtingen en JISTARC.

Terug naar Boven

 

105 GENIECOMPAGNIE WATERBOUW

Afgekort: 105 Gncie WB. Onderdeel van 101 Geniebataljon dat in 2012 is voortgekomen uit 105 Brugcompagnie (105 Brcie, voorheen 105 Vouwbrugcompagnie).

In 2011 verhuisde de eenheid van de Prinses Margrietkazerne in Wezep naar het complex Engelense Gat aan de Treurenburg 3 in 's-Hertogenbosch.

De taakstelling van 105 Geniecompagnie Waterbouw concentreert zich op constructietaken op, in en rond het water, zoals het bouwen van Baileybruggen over water en land en drijvende pontons en vouwbruggen over water.

De compagnie beschikt over brugconstructiemiddelen, kranen, wegenmatten en constructieduikers, waarmee constructies in, op, aan en boven water kunnen worden gebouwd.

Zo ondersteunt de eenheid - zoals ook haar voorgangers - sinds 1935 de Vierdaagse van Nijmegen door bij Cuijk een vouwbrug over de Maas te leggen. Ook de eendaagse Rode Kruis Bloesemtocht door de Betuwe wordt door de genisten ondersteund.

105 Geniecompagnie Waterbouw, onder meer ingezet in Kosovo (1999), voormalig JoegoslaviŽ (2005), Pakistan (2005) en Afghanistan (2006), is een belangrijke eenheid op het vlak van Nationale Operaties en ICMS-taken.

105 Gncie BW telt twee waterbouwpelotons, gespecialiseerd in militaire bruggenbouw:

Baileybruggen

► geÔmproviseerde bruggen; bruggen niet-standaard (BNS)

► houten bruggen

► Mabey & Johnson-bruggen *

Medium Girder Bridges (MGB's)

► ponton- of vouwbruggen (drijvende bruggen)

► overige vaste oeververbindingen

 

*De Mabey & Johnson-brug, ook genaamd: Mabey Logistic Support Bridge (LSB), is het grote broertje van de Baileybrug en kan alleen met een kraan worden gebouwd.

Dit is onder andere gebeurd in Kosovo in 2000 (KFOR) en de Afghaanse provincie Uruzgan in 2008 (ISAF).

De laatste was de 74 meter lange en 104 ton zware Chutu-brug over de rivier Helmand.

De beide brugpelotons beschikken over in totaal 48 Scania vrachtauto's met wissellaadsysteme, onder andere ten behoeve van de Bridge Adapter Pallets).

Een deel van het personeel heeft klein vaarbewijs I en II, kent de regels op de Nederlandse binnenwateren en is bevoegd om met een bruggenbouwboot te varen op de Nederlandse binnenwateren en schlaugboten en andere rubberboten te bedienen.

De 'boot, bruggenbouw' (BBB, bruggenbouwboot of duwboot) is gebouwd door Damen Shipyards in Gorinchem.

Het geniematerieel is 6 meter 70 lang, 2 meter 90 breed en heeft een diepgang van 75 cm.

De stalen boot is voorzien van twee schottels (roerpropellors), waarvan de schroef 360 graden kan draaien. Hierdoor is de boot zeer wendbaar.

De bruggenbouwboot kan drie gekoppelde pontonplaatbruggen (synoniemen: pontons, vouwbruggen) stroomopwaarts een rivier opduwen, op zijn plaats brengen en houden.

Ook kan een aan de bruggenbouwboot gekoppelde pontonplaatbrug fungeren als veer; deze wordt gevaren door de schipper van de bruggenbouwboot.

De bruggenbouwboten van de huidige generatie zijn vanaf 1986 ingestroomd bij de genie en genummerd RV (Rijksvaartuig) 0401 tot en met 0458.

Voorheen werd de bruggenbouwboot vervoerd op de DAF YGZ-2300, een 6 x 6 aangedreven vrachtauto 100 kN voor brug- en bootvervoer voor de genie. Ook die is vervangen door de Scania.

De Scania WLS met Bridge Adapter Pallet en bruggenbouwboot op de snelweg.

Het Constructiepeloton onderwater (commandogroep en twee groepen) van 105 Geniecompagnie Waterbouw herbergt de constructieduikers van de genie, niet te verwarren met de onderwaterverkenners uit de EARS-pelotons.

De constructieduikers zijn de enige binnen Defensie die zijn opgeleid en getraind in het bouwen van onderwaterconstructies (bouw of sloop van constructies onder water).

Overige taakstellingen zijn:

► genie- en onderwaterverkenningen uitvoeren

► gezamenlijk actie ondernemen met politie en/of justitie in het kader van Nationale Operaties, zoals het zoeken naar vermiste personen of voorwerpen en het bergen van objecten

► met speciale hefballons verplaatsen of heffen (oplichten) van zware objecten onder water

► optreden in waterrijke gebieden

► vernielingen met explosieven uitvoeren onder water ("constructief springen")

De uitrusting van de constructieduiker bestaat uit de SCUBA (Self-Contained Underwater Breathing Apparatus) en de SSE (Surface Supplied Equipment), waarmee duikopdrachten tot een diepte van 60 meter kunnen worden uitgevoerd.

De gereedschapsuitrusting van de constructieduiker, zowel voor gebruik boven als onder water, bestaat onder andere uit breekhamers, elektrische lasuitrusting, hydraulische (kern)boren, kettingzagen, slijptollen en snijbranders.

De onderwaterverkenners van de EARS-pelotons van:

11 Pantsergeniebataljon

Geniebataljon van 43 Gemechaniseerde Brigade, gelegerd in Wezep

41 Pantsergeniebataljon

Geniebataljon van 13 Gemechaniseerde Brigade, gelegerd in Oirschot

11 Geniecompagnie Luchtmobiel

Geniecompagnie van 11 Luchtmobiele Brigade, gelegerd in Schaarsbergen

EARS staat voor: Engineering Advanced Reconnaissance and Search.

Zie ook: 101 Geniebataljon, 102 Constructiecompagnie, 103 Constructiecompagnie, EARS en genie.

Terug naar Boven

 

11 BEVOORRADINGSCOMPAGNIE LUCHTMOBIEL

 

Zie ook: Bevoorrading en Transport Commando (B&T Co).

Terug naar Boven

 

11 GENEESKUNDIGE COMPAGNIE LUCHTMOBIEL

Voorheen: 11 Brigadegeneeskundigecompagnie.

Zelfstandige geneeskundige compagnie waar de eenheden van 11 Luchtmobiele Brigade (LMB) op kunnen terugvallen voor de algemeen-medische en specifiek-verpleegkundige zorg, zowel spoedeisend, curatief als preventief. Daarnaast levert de eenheid steun aan andere eenheden die hierom verzoeken.

De eenheid vormt samen met 11 Bevoorradingscompagnie en 11 Herstelcompagnie de logistieke enablers van 11 LMB.

Door zowel gewicht als volume van hun materieel en voorraden en de noodzaak om over grondmobiliteit in het inzetgebied te beschikken, zijn de logistieke eenheden uitgerust met lichte voertuigen en uitrustingsstukken.

Hoewel een groot deel van het materiaal van de compagnie, inclusief de voertuigen, luchtmobiel transportabel is (in of onder een transporthelikopter), vormt de logistieke steun bij verplaatsing door de lucht (luchtmobiliteit) een grote belasting voor de transporthelikoptercapaciteit van 11 AMB.

TAAKSTELLING

► Gereedstellen (Inzetgereed, IG, en Operationeel gereed, OG) van de aan 11 Luchtmobiele Brigade toebedeelde geneeskundige middelen en het organiseren van de geneeskundige keten;

► Leveren van de bijdrage aan de MEDCELL van het brigadehoofdkwartier met MEDOPS en MEDPLANS capaciteit;

► Leveren van Role 1 geneeskundige steunverlening ten behoeve van O&T-activiteiten.

Door het voorkomen van ziekten en het snel kunnen bieden van eerstelijns zorg- en evacuatiecapaciteit voor gewonden draagt de compagnie bij aan de Force Protection en het moreel.

BIJZONDER KARAKTER

11 Gnkcie onderscheidt zich in taakuitvoering en samenstelling van de andere zelfstandige geneeskundige compagnieŽn binnen de Koninklijke Landmacht: 13 Geneeskundige Compagnie Lichte Brigade en 43 Geneeskundige Compagnie Gemechaniseerde Brigade. Dit heeft te maken met de specifieke eisen die air manoeuvre-optreden stelt.

Als onderdeel van 11 LMB is er een nauwe samenwerking met het Defensie Helikopter Commando (DHC). Daarnaast zijn luchtmobiele eenheden als 11 Gnkcie, afhankelijk van de wijze van inzet, maximaal 48 uur (parachutistenoptreden) tot 72 uur (air assault-optreden) volledig selfsupporting (zelfvoorzienend).

MEDCELL & G MED

De sectie G MED van de brigadestaf moet de brigade kunnen versterken met capaciteit op het gebied van Medical Intelligence (MEDINT), Medical Operations (MEDOPS) en Medical Plans (MEDPLANS).

Onder operationele omstandigheden wordt de MEDCELL naar behoefte aangevuld met personeel uit 11 Gnkcie.

De MEDCELL doorloopt het geneeskundig stafproces voor de planning en uitvoering. Tot de taak van de MEDCELL behoren onder andere de uitvoering van Medical Risk Assessments, adviseren op het gebied van HygiŽne en Preventieve Gezondheidszorg (HPG) en de coŲrdinatie van MEDEVACs.

MIDDELEN

De compagnie beschikt over:

9 x Role 1 Medical Treatment Facilities
(hulpposten)

Geneeskundige inrichtingen voor levensreddende handelingen waar tenminste 1 arts en diverse AMV'ers werkzaam zijn

51 x geneeskundige afvoermiddelen

Voertuigen om gewonden snel van het gevechtsveld naar de Role 1 MTF te verplaatsen

ORGANOGRAM

In het logo zijn het Rode Kruis, de valk als symbool voor 11 LMB en de paarse achtergrond voor het joint karakter met het DHC gecombineerd.

De compagnie telt Ī 165 militairen en beschikt over een compagniesstaf, logistiek peloton en drie geneeskundige pelotons.

De compagniesstaf heeft Command & Control. De compagniesstaf draagt zorg voor de planning en besluitvorming over de inzet van haar geneeskundige personeel en materieel.

Het bureau Trainen & Gereedstellen (TGS) draagt er zorg voor dat het personeel voldoende kennis heeft en getraind is om onder de meest uiteenlopende omstandigheden hun geneeskundige taken te vervullen. In deze taak ondersteunen zij tevens het personeel van de overige eenheden van de brigade. Hiervoor heeft de eenheid trainingsfaciliteiten ter beschikking in Assen en Schaarsbergen.

Het logistieke peloton zorg voor vele logistieke faciliteiten en randvoorwaarden van de eenheid en de bevoorrading van de geneeskundige middelen voor de gehele brigade.

De eenheid is gevestigd op de Johan Willem Frisokazerne in Assen; twee van de geneeskundige pelotons (1e en 2e) zijn permanent gelegerd op de Oranjekazerne in Schaarsbergen:

► Het 1e Geneeskundige peloton van 11 Gnkcie AASLT ondersteunt 11 Infanteriebataljon Luchtmobiel AASLT Garderegiment Grenadiers en Jagers op de Oranjekazerne in Schaarsbergen;

► Het 2e Geneeskundig peloton van 11 Gnkcie AASLT ondersteunt 12 Infanteriebataljon Luchtmobiel AASLT Regiment Van Heutsz op de Oranjekazerne in Schaarsbergen;

► Het 3e Geneeskundig peloton van 11 Gnkcie AASLT ondersteunt 13 Infanteriebataljon Luchtmobiel AASLT Regiment Stoottroepen Prins Bernhard op de Johan Willem Frisokazerne in Assen.

Zie ook: 11 Bevoorradingscompagnie Luchtmobiel, air assault (luchtlandingsstorm), Air Manoeuvre Brigade, Command & Control, Defensie Helikopter Commando (DHC), geneeskundige compagnie, Johan Willem Frisokazerne, Oranjekazerne en Role 1 Medical Treatment Facilities.

Externe link: 11 Geneeskundige Compagnie.

Terug naar Boven

 

11 BRIGADE VERKENNINGS ESKADRON

De indiaan, het logo van 11 BVE, voorheen van 103 Verkenningseskadron.

Afgekort: 11 BVE.

Eenheid binnen 11 Luchtmobiele Brigade die in 2015 is voortgekomen uit een reorganisatie binnen het Joint Intelligence Surveillance Target Acquisition Reconnaissance Commando (JISTARC).

De verkenners van 11 BVE dragen de rode baret met daarop het cavalerie-embleem.

Omdat het Pathfinderpeloton 'Madju' (AASLT) niet kon voldoen aan de inlichtingenbehoefte van de gehele brigade, had ook 11 Luchtmobiele Brigade een eigen BVE nodig.

Met de reorganisatie hebben alle brigades een eigen BVE: 13 Lichte Brigade 42 BVE en 43 Gemechaniseerde Brigade 43 BVE.

Twee verkenningspelotons van 103 Verkenningseskadron van de Luitenant-kolonel Tonnetkazerne in 't Harde zijn overgegaan naar 11 Luchtmobiele Brigade en vormen daar, samen met het Pathfinderpeloton 11 BVE.

Naast twee verkenningspelotons telt 11 BVE een commandogroep, Fire Support Team, Pathfinderpeloton en logistiek peloton.

Het derde verkenningspeloton van 103 Verkenningseskadron is overgedragen aan zustereenheid 104 Verkenningseskadron (104 Verkesk).

104 Verkesk blijft onder bevel van het JISTARC en wordt omgedoopt tot Inlichtingenverkenningseskadron (Inlnverkesk).

11 BVE creŽert de randvoorwaarden voor inzet van het 11 Luchtmobiele Brigade.

De verkenners binnen 11 BVE zijn verantwoordelijk voor:

► aangrijpen van High Payoff Targets in de diepte

► optreden als early warning

► optreden als gelegenheidswaarnemer voor grondgebonden vuur- en luchtsteun en om Close Combat Attack uit te voeren.

► uitvoeren van Battle Damage Assesment

► verzamelen van informatie in de diepte (verkennen en bewaken)

De pathfinders binnen 11 BVE zijn verantwoordelijk voor:

► doorstroom van personeel en materieel naar het gevechtsveld middels helidrop of air drop

► optreden als gelegenheidswaarnemer voor grondgebonden vuur- en luchtsteun en om Close Combat Attack (CCA) uit te voeren.

► verkennen, markeren, bemannen en beveiligen van Helicopter Landing Sites (HLS), Drop Zones (DZ) en Air Landing Zones (ALZ).

Zie ook: 103 Verkenningsbataljon, air drop, Air Manoeuvre Brigade, brigadeverkenningseskadron (BVE), grondgebonden verkenningseskadron (GGVE), High Payoff Target, JISTARC en pathfinder.

Terug naar Boven

 

11 INFANTERIEBATALJON AIR ASSAULT

Voluit: 11 Infanteriebataljon (Air Assault), Garderegiment Grenadiers en Jagers.

Gevechtseenheid van 11 Luchtmobiele Brigade, de grondcomponent van 11 Air Manoeuvre Brigade. De eenheid is gevestigd op de Oranjekazerne in Schaarsbergen.

De eenheid levert hoofdzakelijk luchtmobiele, lichte infanterie: een snel inzetbare eenheid die zich met transporthelikopters door de lucht laat verplaatsen en na de landing de opdracht te voet voortzet dan wel zich te voet of met lichte voertuigen verplaatst.

Een luchtmobiel infanteriebataljon kan in organiek verband, dan wel door zelfstandige inzet van één of meer van haar compagnieën, onder andere aanvallende en verdedigende gevechtsacties uitvoeren.

De samenstelling in ondereenheden van de A-, B- en C-compagnie is identiek.

Zie ook:11 Air Manoeuvre Brigade, 12 Infanteriebataljon Air Assault, 13 Infanteriebataljon Air Assault en air assault.

Terug naar Boven

 

11 LUCHTVERDEDIGINGSCOMPAGNIE LUCHTMOBIEL

Afgekort: 11 Luverdcie. De eenheid heeft van 5 december 2000 tot 10 mei 2011 deel uitgemaakt van de slagkracht van 11 Luchtmobiele Brigade. De eerste compagniescommandant was majoor Pieter Mink.

11 Luverdcie 'Samarinda' was de jongste luchtdoelartillerie-eenheid van de Koninklijke Landmacht. 11 Luchtverdedigingscompagnie Luchtmobiel viel niet onder het Commando Luchtdoelartillerie (CoLua) en was daarmee een compagnie - geen batterij. In 2011 hield de compagnie op te bestaan en werd de onderdeelsvlag overgedragen aan de commandant van het Regiment Van Heutsz; tegelijkertijd werd ook het T(egen) L(uchtdoelen)-peloton van het Korps Mariniers opgeheven.

Delen van 11 Luverdcie en het TL-peloton Korps Mariniers kwamen terug in de herschikte luchtdoelcapaciteit die werd geconcentreerd in het nieuwgevormde Defensie Grondgebonden Luchtverdediging Commando (DGLC) op de Luitenant-generaal Piet Bestkazerne (De Peel). Het eerste peloton van 11 Luverdcie bleef tot 1 juli 2011 in de bewapening vanwege haar standby-taak voor de EU Battle Group.

Taakstelling

11 Luverdcie was de luchtverdedigingseenheid van 11 Luchtmobiele Brigade en bood bescherming tegen vijandelijke vliegtuigen en helikopters. De eenheid was uitgerust met de Stinger. De Stinger is een Man Portable Air Defence (MANPAD): een infraroodgeleide luchtdoelraket die door ťťn persoon kan worden afgevuurd en, met een gewicht van 70 kg, in een draagtas wordt vervoerd.

In het kader van gebieds- of puntverdediging beschermde 11 Luverdcie gebieden, objecten of eenheden tegen vijandelijke vliegtuig- of helikopteraanvallen. Hierbij valt te denken aan de beveiliging van essentiële delen van de brigade, zoals een commandopost, FARP, helikopterlandingsplaats, logistieke opslagplaats, Staging Area e.d.

Het radarsysteem WALS (WAarschuwingsradar Luchtmobiele Stinger), onderscheidde op 18 ŗ 20 km afstand, dus vroegtijdig, het verschil tussen een vriendschappelijke of vijandelijke helikopter of vliegtuig.

De combinatie WALS en Stinger was dodelijk effectief, zeker in samenspel met de nachtzichtapparatuur AN/PAS-18 Stinger Night Sight (SNS). Hiermee kunnen onder alle weersomstandigheden, ook bij duisternis of verminderd zicht, luchtdoelen worden bestreden.

Onder operationele omstandigheden kon 11 Luverdcie worden versterkt met Stingerpelotons van de Koninklijke Luchtmacht, die weliswaar niet luchtmobiel inzetbaar waren maar wel in staat waren om langere tijd op een statische lokatie op te treden.

Organisatie

11 Luverdcie bestond uit een compagniestaf, drie Stingerpelotons en een radarsectie WALS. De Stingerpelotons waren een bundeling uit 11, 12 en 13 Infanteriebataljon Luchtmobiel. Gezien het vakgebied van de compagnie - optreden als luchtverdediger, infanterist of doorgunner - kende de Stingerpelotons een mix van infanteristen en luchtdoelartilleristen. Elk Stingerpeloton telde drie Stingergroepen, elke Stingergroep bestond dan weer uit drie Stingerploegen met elk twee Stingers.

Behalve de Stingerpelotons en radarsectie, telde de compagniesstaf een commandogroep, administratieve groep, geneeskundige afvoergroep, distributiegroep en onderhoudsdiagnosegroep.

Bijnaam

'Samarinda' is afkomstig van de vliegvelden Samarinda I en Samarinda II op Oost-Borneo. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden beide vliegvelden door de luchtdoelartilleristen van het Koninklijk Nederlandsch Indisch Leger (KNIL) fanatiek en niet zonder resultaat werden verdedigd tegen Japanse luchtaanvallen. Naar deze traditie behoorde 11 Luverdcie, evenals 12 Infanteriebataljon Luchtmobiel, tot het Regiment Van Heutsz.

Wapenspreuk

"Untuk keamanan saya yang atur" ("Wij staan voor veiligheid").

Embleem

Twee gekruiste mandau's (of parangs). De mandau (letterlijk: "koppensneller) is het zware brede hak- en kapmes van de Dayak dat van generatie op generatie overgaat bij deze oorspronkelijke bewoners van Borneo. Aan de mandau worden bovennatuurlijke krachten toegekend. De maroonrode ondergrond verwijst naar luchtmobiel; rood en zwart naar de luchtdoelartillerie; en oranje en zwart naar het Regiment Van Heutsz.

Kazerne

Oranjekazerne, Schaarsbergen. Hier konden de Stinger-schutters in een moderne trainingssimulator, in een virtueel gesimuleerde omgeving, het bestrijden van luchtdoelen bestendigen en verbeteren.

Tradities

► Op 3 maart 2009 ontving 11 Luverdcie twee uitzendlinten met inscriptie (SFIR en ISAF).

► De compagniesborrel heette 'oorlam,, genaamd naar het Maleis "orang lama datang" (oudgediende, man met ervaring). De oorlam was een borrel, met name jenever, die vroeger van regeringswege overvloedig werd verstrekt en behoorde decennialang tot het rantsoen van de militair.

Terug naar Boven

 

111 PANTSERGENIECOMPAGNIE

Eenheid van de genie die in 1992 ontstond uit een reorganisatie van 11 Pantsergeniecompagnie.

Evenals 112 Pantsergeniecompagnie en 101 CBRN Verdedigingscompagnie, valt 111 Pantsergeniecompagnie onder 11 Pantsergeniebataljon.

De gevechtsondersteunende (Combat Support) genie-eenheid, gelegerd op de Prinses Margrietkazerne in Wezep, telt zo'n 140 militairen en heeft als taken:

 

► bouwen van beschermingsconstructies en bruggen

► creŽren van tijdelijke wegen en landingsplaatsen voor helikopters

► doorbreken van hindernissen

► doorzoeken van gebouwen of terreinen

► helpen bestrijden van calamiteiten (doorzoeking, duinbrand, watersnood)

► herstellen van wegen

► instandhouden van militaire basiskampen

► oversteken van rivieren met aanvalsboten

► routes vrijwaren van IED's en landmijnen

 

Sergeant der eerste klasse Martijn Rosier, die op 26 augustus 2007 in Uruzgan om het leven kwam, was groepscommandant bij 111 Pantsergeniecompagnie.

Rosier stapte bij de Chutu-brug, noordelijk van de Nederlandse basis in Deh Rawood, op een IED en was op slag dood.

Ter nagedachtenis aan de gesneuvelde genist is op 10 februari 2011 op het oefenterrein tussen Budel en Weert de 'Sergeant 1 Martijn Rosier Brug' - een baileybrug - in gebruik genomen.

Zie ook: 101 CBRN Verdedigingscompagnie, baileybrug, genie, Improvised Explosive Device (IED), landmijn en Prinses Margrietkazerne.

Terug naar Boven

 

12 INFANTERIEBATALJON AIR ASSAULT

Voluit: 12 Infanteriebataljon (Air Assault), Regiment Van Heutsz.

Gevechtseenheid van 11 Luchtmobiele Brigade, de grondcomponent van 11 Air Manoeuvre Brigade. De eenheid is gevestigd op de Oranjekazerne in Schaarsbergen.

De eenheid levert hoofdzakelijk luchtmobiele, lichte infanterie: een snel inzetbare eenheid die zich met transporthelikopters door de lucht laat verplaatsen en na de landing de opdracht te voet voortzet dan wel zich te voet of met lichte voertuigen verplaatst.

Een luchtmobiel infanteriebataljon kan in organiek verband, dan wel door zelfstandige inzet van één of meer van haar compagnieën, onder andere aanvallende en verdedigende gevechtsacties uitvoeren.

De samenstelling in ondereenheden van de A-, B- en C-compagnie is identiek.

Zie ook:11 Air Manoeuvre Brigade, 11 Infanteriebataljon Air Assault, 13 Infanteriebataljon Air Assault en air assault.

Terug naar Boven

 

121 LICHTE BRIGADE

 

Zie ook: 1 Legerkorps en Baan 41.

Terug naar Boven

 

13 GENEESKUNDIGE COMPAGNIE (LICHTE BRIGADE)

 

Zie ook: 11 Geneeskundige Compagnie Luchtmobiel en 43 Geneeskundige Compagnie (Gemechaniseerde Brigade).

Terug naar Boven

 

13 INFANTERIEBATALJON AIR ASSAULT

Voluit: 13 Infanteriebataljon (Air Assault), Regiment Stoottroepen Prins Bernhard.

Gevechtseenheid van 11 Luchtmobiele Brigade, de grondcomponent van 11 Air Manoeuvre Brigade. De eenheid is gevestigd op de Johan Willem Frisokazerne in Assen.

De eenheid levert hoofdzakelijk luchtmobiele, lichte infanterie: een snel inzetbare eenheid die zich met transporthelikopters door de lucht laat verplaatsen en na de landing de opdracht te voet voortzet dan wel zich te voet of met lichte voertuigen verplaatst.

Een luchtmobiel infanteriebataljon kan in organiek verband, dan wel door zelfstandige inzet van één of meer van haar compagnieën, onder andere aanvallende en verdedigende gevechtsacties uitvoeren.

De samenstelling in ondereenheden van de A-, B- en C-compagnie is identiek.

Zie ook:11 Air Manoeuvre Brigade, 11 Infanteriebataljon Air Assault, 12 Infanteriebataljon Air Assault en air assault.

Terug naar Boven

 

13 LICHTE BRIGADE

Afgekort: 13 Ltbrig.

Tot 2014: 13 Gemechaniseerde Brigade (13 Mechbrig).

Brigade van de Koninklijke Landmacht die hoofdzakelijk is gelegerd op de Generaal-majoor De Ruyter-Van Steveninckkazerne in Oirschot.

De eenheden van 13 Lichte Brigade zijn:

► 13 Staf en stafcompagnie

13 Geneeskundige Compagnie
(Combat Service Support)

► 13 Herstelcompagnie
(Combat Service Support)

17 Pantserinfanteriebataljon Garderegiment Fuseliers Prinses Irene
(Combat)

► 30 Natresbataljon Korps Nationale Reserve

► 41 Pantsergeniebataljon
(Combat Support)

42 Brigade Verkennings Eskadron Regiment Huzaren van Boreel
(Combat)

42 Pantserinfanteriebataljon Regiment Limburgse Jagers
(Combat)

Het logo van de brigade is de rinoceros (neushoorn), het motto "Vigilans et Paratus" ("Waakzaam en Paraat").

3e INFANTERIE BRIGADE GROEP

De vroegste voorloper van 13 Lichte Brigade is de 3e Infanterie Brigade Groep, opgericht op 1 september 1946.

De eenheid, bedoeld voor inzet in Nederlands-IndiŽ, maakte deel uit van de C(harlie) Divisie '7 December', die op zijn beurt was toegevoegd aan het Territoriaal Troepen Commando (TTC) West-Java.

Zie ook: Generaal-majoor De Ruyter-Van Steveninckkazerne.

Terug naar Boven

 

13 PANTSERGENIECOMPAGNIE

Afgekort: 13 Pagncie.

Terug naar Boven

 

17 PANTSERINFANTERIEBATALJON

Met de oprichting van de Koninklijke Nederlandsche Brigade begint de geschiedenis van zowel het Garderegiment Fuseliers Prinses Irene (GFPI) als 17 Pantserinfanterienbataljon (17 Painfbat).

Het huidige GFPI zet niet alleen de tradities voort van de Prinses Irene Brigade, ook van de bataljons die tussen 1946 en '51 in Nederlands-IndiŽ zijn ingezet:

IndiŽbataljon

Onderdeel van

3e Bataljon Garde Regiment Prinses Irene (3 GRPI)

C-Divisie "7 December"

4e Bataljon Garde Regiment Prinses Irene (4 GRPI)

D-Divisie "Palmboom"

5e Bataljon Garde Regiment Prinses Irene (5 GRPI)

E-Divisie "Drietand"

6e Bataljon Garde Regiment Prinses Irene (6 GRPI)

F-Brigade
(41e Zelfstandige Infanteriebrigade)

7e Bataljon Garde Regiment Prinses Irene (7 GRPI)

H-Brigade
(43e Zelfstandige Infanteriebrigade)

Oorspronkelijk behoorde 17 Pantserinfanteriebataljon (17 Painfbat), opgericht in 1957, tot het Regiment Chassť. Vanaf 1987 werd dit regiment verwisseld voor het Regiment Limburgse Jagers.

In 1992 werd het Garderegiment Fuseliers Prinses Irene overgenomen van het toenmalige 13 Pantserinfanteriebataljon Garde Fuseliers Prinses Irene (Westenbergkazerne, Schalkhaar), dat deel uitmaakte van 12 Pantserinfanteriebrigade. Sindsdien is de eenheid bekend als 17 Painfbat GFPI.

Op 6 september 1948 wordt Juliana gekroond tot Koningin.

Op de Dam in Amsterdam staan drie Garderegimenten: op de voorgrond het Garderegiment Fuseliers Prinses Irene. Ook de Garderegimenten der Grenadiers en der Jagers staan aangetreden.

Tot dan kende Nederland geen Garderegimenten. Bij Koninklijk Besluit nr. 5 van 20 mei 1948 had Juliana de drie regimenten de status van Garderegiment verleend, ten uitvoer gebracht op 1 juni.

17 Painfbat maakt deel uit van 13 Lichte Brigade en is gelegerd op de Generaal-majoor De Ruyter van Steveninckkazerne in Oirschot.
 
De eenheid levert een belangrijk deel van de vuurkracht en 'boots on the ground' voor 13 Ltbrig.

Uitgerust met gepantserde rupsvoertuigen (voorheen de YPR-765, tegenwoordig de CV-90) antitankwapens, mitrailleurs, mortieren en snelvuurkanonnen kunnen de pantserinfanteristen - zelfstandig of met andere onderdelen - doelen uitschakelen, zuiveren en vermeesteren in vele soorten terreinen, zoals bosrijke en verstedelijkte gebieden.

Op 37-jarige leeftijd sneuvelde de wachtmeester van de medische dienst Piet Lammers als eerste van de Prinses Irene Brigade.

Op 14 augustus 1944 werd hij dodelijk getroffen door een rondvliegende scherf van een vijandelijke mortiergranaat.

In Engeland componeerde Lammers in 1943 de 'Mars van de Prinses Irenebrigade' - de huidige Irenemars - die tijdens ceremonies van het Garderegiment Fuseliers Prinses Irene ten gehore wordt gebracht.

In 1992 schreef Hans Choinowski, de eerste Regimentsadjudant na de traditieoverdracht naar 17 Pantserinfanteriebataljon, een tekst bij de Irenemars die nu dienst doet als Regimentslied ►


CALVADOS

Regimentsdrank van het Regiment Prinses Irene.

Calvados is appelbrandewijn op basis van tweemaal gedestilleerde appelcider (appelwijn).

De drank wordt lokaal gestookt in het gelijknamige departement in NormandiŽ.

Een glaasje calvados wordt ad fundum ("tot op de bodem") leeggedronken na de benoeming tot onderofficier bij het Regiment Prinses Irene, indrinken van nieuwe fuseliers of uitreiken van het invasiekoord.

Volgens kolonel b.d. drs G.A. Zonnenberg werd calvados "door de Nederlanders in NormandiŽ aangeduid als antivries met bessensap" (De beŽdiging van fuseliers in een klein dorp, Carrť, Nederlandse Officieren Vereniging, september 2013).

Zie ook: 13 Lichte Brigade, Generaal-majoor De Ruyter van Steveninckkazerne, pantserinfanterie en Prinses Irene Brigade.

Terug naar Boven

 

2% REGEL (NAVO)

Officieel: NATO's 2% Guideline, NATO's 2% Rule.

Op de NAVO-topconferentie van 21 en 22 november 2002 in de Tsjechische hoofdstad Praag hebben de regeringsleiders van de NAVO-lidstaten besloten dat 2% het criterium zou moeten zijn voor militaire uitgaven: 2% van het Bruto Nationaal Product (BNP) dient aan Defensie te worden besteed.

Dit overeengekomen ijkpunt is echter een gentleman's agreement met betrekking tot de ondergrens van de nationale Defensiebegrotingen; het is gťťn bindende afspraak.

Op de NAVO-topconferentie in de Letse hoofdstad Riga, op 28 en 29 november 2006, is de afspraak herbevestigd.

Volgens gegevens van de NAVO voldeden in 2012 slechts vier NAVO-lidstaten aan de minimumnorm: Estland, Griekenland, Groot-BrittanniŽ en de Verenigde Staten.

Op de NAVO-topconferentie in Wales, op 4 en 5 september 2014, zijn de gezamenlijke lidstaten overeengekomen dat zij die minder dan 2% van het BNP aan Defensie besteden de daling van de Defensieuitgaven een halt toeroepen en streven naar een groei van de Defensieuitgaven. In de slotverklaring hebben zij daarnaast de wens uitgesproken om binnen 10 jaar aan de 2% te voldoen.


De Defensie-uitgaven van de NAVO-lidstaten in een percentage van het Bruto Binnenlands Product (BBP) in 1990 en 2015. De oranje verticale lijn geeft de afgesproken minimum bijdrage van 2% van het BBP aan. Slechts een kwart van de lidstaten - Estland, Frankrijk, Griekenland, Groot-BrittanniŽ (VK), Polen, Turkije en de Verenigde Staten - voldoet aan de norm.

De cijfers zijn afkomstig van het Stockholm International Peace Research Institute (SIPRI, externe link).

Bron: artikel 'Dalende defensiebudgetten', Gaby de Groot & Ramses Reijerman, Het Financieele Dagblad (externe link), 28 april 2016.

Zie ook: Minister wil Ä 2 miljard voor Defensie (19 maart 2016) en NAVO.

Terug naar Boven

 

2E C.T.

Voluit: 2e commandantenterugkoppeling. Verouderd begrip.

De tweede CT werd gehouden, wanneer dat gewenst was, nadat de ondercommandanten hun plan gereed hadden. De 2e CT kon plaatsvinden vůůr of na hun bevelsuitgifte, vaak in combinatie met een rendez-vous. Hierin vertelden de ondercommandanten hoe ze hun taak gingen uitvoeren.

Voorbeeld van een format voor de 2e CT:

2e CT

► Mijn opdracht is om...

► Met het oog op... (commander's intent)

► Wat ik als volgt ga uitvoeren... (eigen optreden/hindernissen e.d.)

► Hierbij heb ik de volgende (essentiŽle) verplichtingen...

► En vermoed ik de volgende beperkingen...

► Ik heb de volgende coŲrdinatiebehoefte...

► Ik heb de volgende verzoeken...

In plaats van de 1e en 2e CT zijn de Confirmation Brief, Initial Commanders Backbrief (ICBB) en Final Commanders Backbrief (FCBB) gekomen.

Zie ook: 1e CT, Confirmation Brief, Final Commanders Backbrief (FCBB), Initial Commanders Backbrief (ICBB) en zachte steen.

Terug naar Boven

 

2 UP

Twee niveaus hoger. Engels: two echelons up. Missie, commander's intent en te bereiken end-state van de commandant die zich twee eenheidsniveaus hoger bevindt en hoe hij van plan is dit te bereiken.

Te vinden in de paragraaf ‘Toestand’, subparagraaf ‘Eigen troepen’ van het NAVO 5-paragrafenbevel van 2 UP. Voor een compagnie geldt 2 UP als brigadeniveau.

Terug naar Boven

 

230 CLUSTERCOMPAGNIE

230 Clustercompagnie wordt ook wel de Obelix-compagnie genoemd.

Afgekort: 230 Clcie.

Sinds 2015 geven twee dezelfde ClustercompagnieŽn invulling aan het concept Fysieke Distributie:130 Clustercompagnie (130 Clcie) bij 100 Bevoorradings- en Transportbataljon (100 B&Tbat) en 230 Clustercompagnie (230 Clcie) bij 200 B&Tbat.

Beide Bevoorradings- en Transportbataljons behoren tot het Operationeel Ondersteunings Commando Land (OOCL).

Beide Combat Service Support (gevechtsverzorgingssteun)-eenheden zijn gevestigd op de Generaal-majoor Kootkazerne in Garderen.

De Clustercompagnie heeft in de vredesbedrijfsvoering als taken het ondersteunen van de bevoorradingsbedrijven, opleiden en trainen van het eigen personeel en plannen en uitvoeren van personeelsvervoer.

Bij operationele inzet - ook bij (re)deployment-operaties - levert de Clustercompagnie Command & Control- (Compagniesstaf) en uitvoerende elementen (Clusterpelotons) voor zowel de planning als de uitvoering van de processen inslag, opslag en uitslag van de goederenklassen I t/m V in Voorraadcentrum (VC). De VC'n worden ingericht en draaiend gehouden en operationele eenheden worden voorzien van logistieke ondersteuning.

Het merendeel van de inslag-, opslag- en uitslagwerkzaamheden wordt in (de onmiddellijke nabijheid van) de VC uitgevoerd:

Inslag

Aankomst en controle van de goederen in het VC.

Opslag

Bewaren van de ontvangen goederen in het VC.

Uitslag

Groeperen, samenstellen en voor transport gereedmaken van de goederen naar de wens van de operationele eenheid.

Ieder Clusterpeloton is in (de nabijheid van) de logistieke installatie zelf verantwoordelijk voor:

► beheren van de voorraad goederen, inclusief de vooraf aangevraagde bulkgoederen

 

► gereedmaken voor uitgifte van de goederen

 

► tijdig leveren van de juiste aangevraagde goederen

► juiste artikel

 

► in de juiste aantallen

 ► onder de juiste condities (adressering, etikettering, houdbaarheid, verpakkingsvorm e.d.)

 

 

De vele verschillende soorten goederen - ook retourgoederen, waarbij eveneens met de afvalstroom rekening wordt gehouden - hebben allemaal specifieke eigenschappen en behandelingsmethodieken.

In dit VC bevindt zich de vooruitgeschoven voorraad. De bevoorradingstaken van de ClustercompagnieŽn zijn tijdens alle inzetopties mogelijk.

Voor het vervoer van de voorraden naar de operationele eenheden werken beide ClustercompagnieŽn nauw samen met de TransportcompagnieŽn van de Bevoorradings- en Transportbataljons: 110, 120, 210 en 220 Transportcompagnie en 140 Zwaar Transportcompagnie.

Beiden ClustercompagnieŽn tellen elk zo'n 170 militairen en zijn als volgt ingedeeld:

Compagniesstaf

Richt, aangevuld met het Bureau Planning & Control (P&C) van de bataljonsstaf, het stafelement (C2) van een VC in.

Logistiek peloton

Houdt zich bezig met de interne logistiek, onder andere met een Administratie-, Distributie-, Onderhoudsdiagnose- en Bergings- (ODB) en Verbindingsgroep.

Clusterpeloton
klasse I / II / IV

Slaat in, op en uit: gevechtsrantsoenen, klasse I voorbereid voedsel, maaltijden voor de Mobiele Satelliet Keuken (MSK), CaDi-artikelen, water in bulk, drinkflessen water, AS-84*, reservedelen en overige klasse II/IV-goederen, zoals PGU en veldversterkingsmateriaal.

Opslag van klasse I-goederen moet onder meer voldoen aan de regelgeving Hazard Analysis Critical Control Points (HACCP), die vraagt om geconditioneerde opslag met temperatuurregistratie.

Clusterpeloton
klasse III / V

Slaat in, op en uit: bulk klasse III, jerrycans en munitie.

Opslag van klasse III- en V-goederen moet onder andere voldoen aan brandpreventiemaatregelen, milieuwetgeving en kwaliteitsbewaking.

Clusterpeloton
Middelen & Afval (M/A)

Beheert en onderhoudt alle niet ingedeelde FD-middelen, zoals containers, flatracks, hefmiddelen, koelvriescontainers, Luna containerheftrucks, tanktainers (brandstofcontainers) en verreikers.

Verzamelt en scheidt afval en controleert het afval, indien nodig, op milieu-aspecten.

Clusterpeloton
Deployment (Depl)

Slaat goederen uit Nederland in, op en uit op een Point of Debarkation (POD), in de regel een vliegveld of zeehaven.

De goederen worden geregistreerd, tijdelijk opgeslagen en, indien nodig, overgezet op een andere transportmodaliteit om de zending goederen af te leveren in het inzetgebied.

het Diploiment Peleton voor tracking en tracing die zorgt dat alles op de goede plaats komt.

Het Clpel Depl kan overal in de logistieke keten worden ingezet waar van transportmodaliteit wordt gewisseld.

* Binnen de ClustercompagnieŽn (en de materieelbevoorradingsgroepen van de Herstelpelotons) is gegarandeerd dat het VC door middel van directe bevoorrading de AS-32 aanvult.

Hoewel de vier Clusterpelotons ieder hun eigen specialismen hebben, zijn zij wat opbouw betreft ongeveer gelijk: een Commandogroep, Werkaansturing (WA), Overslaggroep en twee of meer Clustergroepen.

De WA plant de personele en materiŽle capaciteiten voor de in- en uitslagactiviteiten van het cluster en beheert de goederen in de computer.

Zie ook: 130 Clustercompagnie, Bevoorrading en Transport Commando (B&T Co), Fysieke Distributie, klassen I t/m X en Voorraadcentrum (VC).

Terug naar Boven

 

240 DIENSTENCOMPAGNIE

Afgekort: 240 DnCie. Opgericht op 4 oktober 2005.

240 Dienstencompagnie was reeds binnen 1 Logistieke Brigade de opvolger van 360 Materieelbevoorradingscompagnie (360 Matbevocie) in het voormalige Divisie Logistiek Commando (DLC).

240 Dienstencompagnie maakt deel uit van 200 Bevoorradings- en Transportbataljon (200 B&Tbataljon) en is gelegerd op de Generaal-majoor Kootkazerne in Garderen. Alleen 200 B&Tbataljon beschikt over een Dienstencompagnie.

240 Dienstencompagnie, uniek in zijn soort binnen de Koninklijke Landmacht, verzorgt de operationele diensten-, voedings- en waterketen vanuit een Voorraadcentrum. Waar nodig levert de compagnie ondersteuning voor de overige krijgsmachtdelen en civiele organisaties.

De compagnie levert wereldwijd:

Mobiele Satellietkeuken (MSK)Stoommaaltijden (regenereren van voedsel)
► Bad/WasinstallatieDouchegelegenheid (ook voor militairen die in aanraking zijn gekomen met CBRN-middelen), zodat per uur 50 personen zich met verwarmd water kunnen douchen uit 10 douchekoppen tegelijk
► Mobiele Drinkwater Installatie (MDI) Douche- en/of drinkwater vervaardigd uit oppervlaktewater

In het logo van 240 DnCie is de vlijtige bever gesitueerd binnen een windroos. De windroos verwijst naar haar voorganger 360 Matbevocie.

Een aantal groepen van 240 Dienstencompagnie is alleen in bijzondere situaties benodigd en wordt daarom pas samengesteld bij inzet, zoals de Kassier- en Veldpostgroepen en het Gravendienstpeloton.

In 2013 is 240 DnCie intern gereorganiseerd, waarbij de Mobiel Satellietkeukenpelotons zijn omgevormd tot Operationele Cateringpelotons (OPCATpelotons). De taakstelling van de OPCATpelotons is uitgebreid naar Single Service Management (SSM) voor de gehele krijgsmacht. Een van de drie OPCAT-pelotons is gecoloceerd op de Oranjekazerne in Schaarsbergen. In dit peloton zijn de koks van 11 Bevoorradingscompagnie Luchtmobiel, de MSK-bedienaars van 240 DnCie en de koks van de Koninklijke Marine ondergebracht.

Zie ook: 11 Bevoorradingscompagnie Luchtmobiel, Bevoorrading en Transport Commando (B&T Co), Mobiele Satellietkeuken (MSK), Single Service Management (SSM) en Voorraadcentrum (VC).

Terug naar Boven

 

3MDR

Voluit: Military Motion-assisted Movement Desensitization and Reprocessing.

Combinatietherapie die onder leiding van kolonel-arts/psychiater prof. dr. Eric Vermetten is ontwikkeld door het Militair Revalidatie Centrum Aardenburg (MRC), de Militaire Geestelijke Gezondheidszorg (MGGZ) en de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht (HKU).

Vorm van therapie voor militairen die met PTSS terugkeren uit een oorlogsgebied - zgn. combat-related PTSD (cr-PTSD) of uitzendingsgerelateerde PTSS (ug-PTSS - omdat deze met name is bedoeld om complexe, moeilijk op gang te krijgen processen te doorbreken.

De militaire context, een oorlogsgebied of in ieder geval een inzetgebied, voorspelt dat de patiŽnt herhaald en langdurig blootgesteld kan zijn aan potentieel traumatische gebeurtenissen.

Bij 3MDR gaat de patiŽnt door middel van beweging (motion) en een videoprojectiescherm met Virtual Reality Exposure (VRE) de strijd aan met zijn PTSS.

De patiŽnt staat op een loopband voor het scherm; wanneer de patiŽnt loopt beweegt het beeld mee. In de meebewegende virtuele wereld ziet de patiŽnt beelden die hij persoonlijk heeft geselecteerd en betrekking hebben op zijn trauma.

Het bewegen is een aanpassing aan/uitbreiding op de organieke Eye Movement Desensitization and Reprocessing (EMDR)-therapie.

De desensibilisatie vindt plaats door te lopen: hierdoor wordt de patiŽnt minder gevoelig of zelfs ongevoelig voor prikkels als angst, boosheid, machteloosheid of onrust - allemaal gerelateerd aan PTSS.

Volgens kolonel-arts Vermetten heeft het lopen (wat militairen graag doen) een positieve invloed op neuronale netwerken en metabole processen.

Kolonel-arts, psychiater en sinds 1 september 2013 bijzonder hoogleraar 'Medisch-biologische en psychiatrische aspecten van psychotrauma's' aan de universiteit van Leiden/Leids Universitair Medisch Centrum.

De leerstoel is ingesteld door Stichting Arq Psychotrauma Onderzoek (ondere andere: Centrum '45 in Oegstgeest) en het Ministerie van Defensie.

Als de patiŽnt zijn eigen beelden op het scherm ziet, vraagt de therapeut welke bijbehorende emoties de patiŽnt ervaart. Vervolgens verschijnt het antwoord van de patiŽnt op het scherm en aansluitend ook een rode stip die van links naar rechts heen en weer over het scherm beweegt (het equivalent van de bewegende vinger of piepjes op de hoofdtelefoon bij reguliere EMDR). Evenals bij EMDR vraagt de therapeut de emotie een scoringscijfer te geven.

De sessies worden herhaald totdat het scoringscijfer van de patiŽnt tot het laagst haalbare is gedaald. Daarna krijgt de patiŽnt opnieuw zijn virtuele wereld te zien, ditmaal vergezeld van positief-stimulerende muziek die eveneens uitzendingsgerelateerd is. De muziek dient het gevoel te geven dat de patiŽnt iets heeft bereikt.

Op deze manier loopt de patiŽnt (letterlijk) een zich herhalende cyclus door.

Wanneer de patiŽnt bij het doorlopen van de cyclus (sessies) overmatig geprikkeld raakt, volgt steeds contact met de therapeut. De therapeut vraagt welke bijbehorende emoties de patiŽnt ervaart.

De Virtual Reality Exposure (VRE) in de Computer Assisted Rehabilitation Environment (CAREN) van het MRC zorgt voor positieve gevoeligheid (exposure) aan de uitzendingsgerelateerde beelden die veel impact (emotie) op de patiŽnt hebben.

CAREN, een product van Motek Medical, helpt functioneel gedrag te trainen. De CAREN-versie in het MRC is de CAREN Extended.

Het revalidatiesysteem maakt gebruik van een virtuele omgeving. De patiŽnt neemt plaats op een rond platform dat in zes richtingen kan bewegen en kijkt naar het videoprojectiescherm.

Op het lichaam kunnen markers worden aangebracht die licht van verschillende lichtbronnen reflecteren, dat door sensoren wordt opgepikt en naar de CAREN-computer wordt gestuurd. Het computersysteem zet dit om in een zgn. motion capture (weergave van het bewegend lichaam). De bewegende patiŽnt kan op het videoprojectiescherm worden nagebootst als een personage.

Het (autonome en adrenerge) sympathisch zenuwstelsel werkt stimulerend op activiteit en prestatie:

■ de hart- en longcapaciteit nemen toe
■ de stofwisseling versnelt
■ de bloedsuikerspiegel verhoogt
■ de hersenactiviteit neemt toe.

Bij PTSS-klachten is het sympathisch zenuwstelsel echter hyperreactief en reageert de patiŽnt overmatig heftig op prikkels als onrust, machteloosheid, boosheid of angst. Deze verhoogde prikkelbaarheid wordt high arousal genoemd en veroorzaakt door hyperstimulatie van de zgn. catecholaminen, toch al stimulerende hormonen als adrenaline, noradrenaline en dopamine.

De catecholaminen bereiden het lichaam voor om te vechten (fight), vluchten (flight) of verstijven (freeze).

Omdat bij PTSS het catecholaminenniveau standaard verhoogd is, reageert de patiŽnt overmatig geprikkeld.

Korte versie uitleg 3MDR.

Zie ook: Militair Revalidatie Centrum (MRC), Militaire Geestelijke Gezondheidszorg (MGGZ) en posttraumatisch stresssyndroom (PTSS).

Terug naar Boven

 

3, REGEL VAN

Duits: Dreierregel. Engels: rule of three. Frans: rŤgle des trois. Ezelsbruggetje dat de volgorde van belangrijkheid van overlevingsbehoeften laat onthouden. De regel wordt onder andere toegepast door militairen en survivallers.

In extreme omstandigheden, zoals extreme hitte of koude, kan de mens gemiddeld niet langer dan:

3 seconden

zonder beslissingen te nemen (psychologisch)

3 minuten

zonder zuurstof

3 uur

zonder bescherming (onderdak, shelter)

3 dagen

zonder drinken

3 weken

zonder eten

3 maanden

zonder gezelschap (pyschologisch)

Bovenstaande regel is veralgemeniseerd. De overlevingskans hangt bijvoorbeeld ook af van de algehele gezondheidstoestand, hulpmiddelen die kunnen worden gebruikt en de juiste overlevingsmentaliteit.

Terug naar Boven

 

3D-BENADERING

Benadering die bestaat uit de integratie van de elementen Defence, Development en Diplomacy. De militair van tegenwoordig is óók ontwikkelingswerker en diplomaat. 3D combineert het goede uit militaire inzet die gepaard gaat met ontwikkelingshulp en diplomatie. De tactische counterpart van de 3D-doctrine is het principe van de three block war. De doctrine gaat uit van het beleid van één of meerdere Ministeries van Buitenlandse Zaken in samenspraak met Defensie en spitst zich toe op het verkrijgen van controle van het civiele over het militaire.

Naar verluidt is de doctrine uitgedokterd door Jean Chrťtien, van 1993 tot 2003 premier van Canada, om fragiele staten te kunnen stabiliseren, en vervolgens overgenomen door zijn opvolgers.

Defence

Peace Support Operations in plaats van een schadelijke aanval

Development

Ontwikkelingssamenwerking, zoals training van krijgsmacht en politie ťn demining-activiteiten

Diplomacy

Diplomatie

Een schoolvoorbeeld van de integratie van de drie elementen uit de 3D-doctrine is de werking van Provincial Reconstructions Teams (PRT’s) in Afghanistan. Niet toevallig is de intrede van Stage-III van de International Security Assistance Force (ISAF) in Afghanistan in 2006 een test-case voor de implementatie van de 3D-doctrine.

Het model van de 'eerste generatie' Comprehensive Approach, zoals dat werd toegepast in bijvoorbeeld Irak.
Het model van de 'tweede generatie' comprehensive approach, zoals dat onder andere is toegepast in Uruzgan (ISAF Stage III): Defense is indigenous forces building (opbouw van lokale krachten i.h.k.v. SSR), Diplomacy institutional capacity building (opbouw van instituties) en Development sustainable development (duurzame ontwikkeling).

Bron: Militaire Spectator, jaargang 177, nummer 9.

In het artikel 'Van 3D naar geÔntegreerde benadering. Een beeld van de ontwikkelingen sinds Uruzgan' * behandelt kolonel C.J. Matthijssen, Militair Adviseur bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken, onder andere de 3D-terminologieŽn en de ontwikkelingen die de 3D-benadering in de jaren 2006-2013 heeft doorgemaakt.

3D - de geÔntegreerde benadering - is "een instrument dat een leidraad vormt voor missies in alle fases: de strategische besluitvorming, de missievoorbereiding en de uitvoering."

De geÔntegreerde benadering "beoogt samenhang aan te brengen in de organisatie en het optreden van de overheid in conflictsituaties en fragiele staten. Het doel is te streven naar de meest effectieve en efficiŽnte inzet van beleidsinstrumenten op een zo geÔntegreerd mogelijke wijze.

Er moet een mindset aan ten grondslag liggen [...] vanuit het besef dat onderliggende oorzaken [...] verschillende dimensies hebben, met elkaar samenhangen, elkaar beÔnvloeden en niet op zichzelf beschouwd kunnen worden.

Daardoor zijn situaties complex, zijn er geen enkelvoudige oplossingen en daarom moeten meerdere disciplines gecoŲrdineerd en geÔntegreerd samenwerken aan het herstel van vrede, veiligheid en rechtsorde."

De geÔntegreerde benadering draait om samenhang in beleidsinstrumenten om doeltreffend en doelmatig te kunnen optreden in conflictsituaties en fragiele staten. Die beleidsinstrumenten, zoals wet- en regelgeving, voorlichting, subsidies e.d., worden in samenhang ingezet en versterken hiermee elkaars werking (synergie).

De geÔntegreerde benadering wordt ook aangeduid als Comprehensive Approach, Defence, Diplomacy & Development (3D, Nederlandse variant), Security, Governance & Development (International Security Assistance Force, Afghanistan) of Whole of Government Approach.

In Nederland is de basis voor de beleidsmatige verankering van de geÔntegreerde benadering in 2005 gelegd met de notitie 'Wederopbouw na gewapend conflict' van Ontwikkelingssamenwerking, Buitenlandse Zaken, Defensie en Economische Zaken. Het is van belang dat doelstellingen en activiteiten in de verschillende sectoren nauw op elkaar aansluiten. Sinds het verschijnen van de Internationale Veiligheidsstrategie (IVS) in 2013 geldt de geÔntegreerde benadering als ťťn van de zes beleidsaccenten: "Voor een effectieve aanpak is het van belang dat Nederland van geval tot geval de optimale mix van diplomatieke, militaire en ontwikkelingsinstrumenten vindt."

In het artikel geeft kolonel Matthijssen ook aan dat de laatste hand wordt gelegd aan de Leidraad GeÔntegreerde Benadering. Dit is een interdepartementaal document dat een beleidsvisie en belangrijke handleiding biedt voor beleidsmakers en uitvoerders.

* Militaire Spectator, jaargang 183, nummer 5, 2014, pagina 228 t/m 239.

1 (GE/NL) Corps organiseert jaarlijks een oefening waarbij de comprehensive approach centraal staat. Van links naar rechts: in 2012 PEREGRINE SWORD, in 2013 QUICK SWORD en in 2014 RELIABLE SWORD.

Zie ook: Comprehensive Approach, Effects Based Operations (EBO) en three block war.

Terug naar Boven

 

4 DIVISIE

Afgekort: 4 Div.

Divisie die tussen 1953 en 1994 deel uitmaakte van 1 Legerkorps.

In 1953 werd de parate 4e Divisie opgericht, waarvan de staf zich vestigde op de Willem George Frederikkazerne (WGF-kazerne) in Harderwijk.

Door de bezuinigingen in de jaren '90 van de 20e eeuw en de verdergaande internationale samenwerking werd in 1994 de 4e Divisie opgeheven en de WGF-kazerne gesloten.

De laatst overgebleven divisie, 1 Divisie '7 december', ging in '95 op in het nieuw te formeren 1(GE/NL) Corps.

Het logo van de 4e Divisie: een groen, vierbladige klaverblad op een zwart schild.
Dit is vastgesteld bij Ministerieel Besluit op 6 januari 1953 ►

 

Samenstelling

De 4e Divisie bestond uit ťťn pantserbrigade (41 Pabrig) en twee pantserinfanteriebrigades (42 en 43 Painfbrig).

41 Pabrig was tankzwaar: twee tankbataljons en ťťn pantserinfanteriebataljon - te weten: 42 Pantserinfanteriebataljon.

Zowel 42 als 43 Pabrig waren juist pantserinfanteriezwaar: twee pantserinfanteriebataljons en ťťn tankbataljon.

De voornaamste Divisietroepen van de 4e Divisie waren 103 Verkenningsbataljon en 41 Geniebataljon.

Achtergrond en taakstelling

De NAVO ging uit van zeer korte waarschuwingstijden: het Warschau Pact zou immers na zeer korte voorbereidingen ten aanval kunnen trekken. Weinig subtiel wees de Berlijncrisis in 1961 de NAVO op haar zwakte met betrekking tot de in Duitsland gestationeerde conventionele strijdkrachten.

In dit verband kwam, ook voor Nederland, de Koude Oorlog-problematiek van de maldeployment opnieuw naar voren.

Hoewel een mogelijke strijd tegen het Warschau Pact in het legerkorpsvak in het oosten van Duitsland moest worden gevoerd, bevond het overgrote deel van de troepen zich in Nederland.

1 Legerkorps had haar vak in het noordoosten van Duitsland, waar het samen met legerkorpsen van BelgiŽ en Groot-BrittanniŽ deel uitmaakte van de Northern Army Group (NORTHAG) van de Allied Forces Central Europe (AFCENT).

De dislocatie van de eenheden van 1 Legerkorps ten opzichte van hun oorlogsbestemming was immens. De NAVO drong er bij Nederland op aan grote eenheden permanent in het legerkorpsvak te stationeren, liefst een complete divisie.

In 1994 verscheen Harderwijk als militaire stad en de geschiedenis van de 4 Divisie, deel 13 in de brochurereeks van de Sectie Militaire Geschiedenis Koninklijke Landmacht, geschreven door Martin Elands.

Voor het uitvoeren van een diepe operatie als bij een acute dreiging van het Warschau Pact, had een complete divisie een voorbereidingstijd (Notice To Move) van 48 uur, vooropgesteld dat de divisie in zijn geheel operationeel gereed was.

Daarna moesten 1 en 4 Divisie nog een strategische verplaatsing van 300 tot 400 km uitvoeren naar het voorziene operatiegebied in het gebied tussen de rivieren Weser en Elbe.

Zo'n verplaatsing over honderden kilometers nam voor deze parate divisies al zeer veel tijd in beslag, laat staan voor de mobilisabele eenheden.

MALDEPLOYMENT

Cruciale vragen bij het ontplooien van eenheden van 1 Legerkorps op de Noord-Duitse Laagvlakte waren:

► Bereiken de Nederlandse troepen op tijd hun posities in het legerkorpsvak?

► Kan de mobilisatie in zijn geheel ononderbroken ten uitvoer worden gebracht?

De maldeployment gold niet exclusief voor Nederlandse eenheden, maar ook voor troepen uit BelgiŽ en aan te voeren versterkingen uit Groot-BrittanniŽ en de Verenigde Staten.

NAVO-breed werd de uitdaging van de maldeployment slechts voor een klein deel ondervangen door bijvoorbeeld:

► de aanschaf van platte spoorwagons voor het (snellere) treinvervoer richting de innerdeutsche Grenze (Duitsland);

► de vooruitgeschoven opslag van materieel in het operatiegebied (Verenigde Staten);

► de omvorming van mobilisabele in parate eenheden (BelgiŽ en Groot-BrittanniŽ).

In 1968 voltooiden zowel 1 als 4 Divisie hun transformatie tot een zgn. LANDCENT-divisie (Land Forces Central Europe).

Dit had als gevolg:

» Iedere divisie telde voortaan drie zelfstandige gemechaniseerde brigades;

» De divisietroepen (artillerie, genie, logistiek en verbindingen) werden opgeheven en herverdeeld over de legerkorpstroepen en de brigades;

» Alle brigades werden niet alleen op wiel en gepantserd op rups werden gezet - respectievelijk gemotoriseerd en gemechaniseerd - maar transformeerden (daarmee) ook naar pantserinfanteriezwaar.

De staf en stafcompagnie van de 4e Divisie was registratief ingedeeld bij het Regiment Stoottroepen, vandaar het hertengewei in dit logo.

Zie ook: 1 Legerkorps, 103 Verkenningsbataljon, 42 Pantserinfanteriebataljon, Brochurereeks Sectie Militaire Geschiedenis (SMG), diepe operatie, grootte van eenheden, Het leger boek (2011, Okke Groot & Ben Schoenmaker), Koude Oorlog, mechanisatie & motorisatie, mobilisatie, NAVO, Notice To Move (NTM), operatiegebied en Warschau Pact.

Terug naar Boven

 

400 GENEESKUNDIG BATALJON

Op 30 juni 2005 is op de Generaal Spoorkazerne te Ermelo het 10-jarig bestaan gevierd van het enige operationele geneeskundige bataljon van de Koninklijke Landmacht: 400 Geneeskundig bataljon. De eenheid kwam in 1995, als ťťn van de eerste beroepseenheden van de KL, voort uit 103 Geneeskundig Bataljon.

103 Geneeskundig Bataljon (103 Gnkbat) werd op 1 juli 1954 opgericht bij 1 Divisie ‘7 December’ en nam de tradities over van het opgeheven 111 Geneeskundig Bataljon.

Aanvankelijk was 103 Gnkbat gelegerd in Nunspeet. In eerste samenstelling bestond het bataljon onder meer uit een verbandplaats- en draagbaarcompagnie en drie ziekenautocompagnieŽn. De draagbaarcompagnie werd in 1960 mobilisabel gesteld.

In april 1964 verhuisde 103 Gnkbat naar de Generaal Spoorkazerne in Ermelo. De parate ondereenheden van 103 Gnkbat waren: 163 Verbandplaatscompagnie, 176 Ziekenautocompagnie en 177 Ziekenautocompagnie. Vanaf 1969 viel ook 143 Geneeskundige Aanvullingsplaatscompagnie (143 Gnkavplcie) onder bevel van 103 Gnkbat.

143 Gnkavplcie, gehuisvest op de Koning Willem III kazerne in Apeldoorn in plaats van Ermelo, werd in 1981 mobilisabel gesteld.

In 1979, ter gelegenheid van het 25-jarig bestaan van 103 Gnkbat - toen geleid door luitenant-kolonel P.A.H. Engel - werd bovenstaande geglazuurde herinneringstegel uitgegeven.

In 1995 maakte 103 Gnkbat een doorstart als 400 Geneeskundig Bataljon, ťťn van de eerste beroepseenheden van de Koninklijke Landmacht.

Sinds 2005 is 400 Geneeskundig Bataljon voor de zoveelste maal verwikkeld in een reorganisatieproces: zo komen er twee Opvang- en AfvoercompagnieŽn in plaats van 430 Ziekenautocompagnie en het in Seedorf opgeheven 41 Geneeskundige compagnie, van de drie hospitaalcompagnieen verdwijnt 422 Hospitaalcompagnie en worden de drie MOGOS-pelotons organisatorisch ingericht op compagniesgrootte.

De voltallige eenheid bestaat uit negen compagnieŽn: stafcompagnie (bataljonsstaf), Gezondheidscentrumcompagnie (Gzhccie), twee hopitaalcompagnieŽn (420 en 421), drie MOGOS-compagnieŽn (470, 471 en 472) en twee Geneeskundige Opvang- en Afvoercompagnieën (410 en 411).

Het bataljon kan de overige eenheden van de Koninklijke Landmacht ondersteunen met in totaal 18 SEH-behandelpunten, 14 operatiekamers, 64 IC-bedden, 240 verpleegbedden, 76 ziekenauto's en een groot aantal verschillende functionarissen en specialisten, onder andere Reservisten Specifieke Deskundigheid en IDR-personeel.

De bataljonscommandanten door de jaren heen zijn:

Tijdvak

Bataljonscommandant

1995-1997

Luitenant-kolonel Evers

1997-1999

Luitenant-kolonel Ad de Rooij

1999-2001

Luitenant-kolonel Frits Hakkenes

2001-2004

Luitenant-kolonel Johan de Graaf

2004-2007Luitenant-kolonel Tony Bek
2007-2010Luitenant-kolonel Dick Sinnige
2010-2012Luitenant-kolonel Peter Maarse
2012-2015Luitenant-kolonel Jaco Brosky

2015-heden

Luitenant-kolonel Peter Meijer

  
PowerPoint-presentatie over 400 Geneeskundig Bataljon

Sinds 22 mei 1997 heeft 400 Geneeskundig Bataljon een Patenschaft (vriendschapsverdrag) met Lazaretregiment 11 (LazRgt 11), gelegerd op de Pommern-Kaserne in FŁrstenau, Duitsland.

Tegenwoordig heet LazRgt 11 Sanitštsregiment 11 en ressorteert onder het Sanitštskommando I (Nord) in Kiel.

Van eind januari tot april 2008 droeg een eenheid van 400 Gnkbat, 472 MOGOS-compagnie, op de parkeerplaats bij het ziekenhuis Medisch Spectrum Twente (MST) in Enschede zorg voor een noodafdeling voor de Intensive Care. Op 28 januari werden de eerste patiŽnten ontvangen.

Op de Intensive Care van het MST bleken twee van de veertien patiŽnten besmet met de resistente ziekenhuisbacterie Multiresistente Acinetobacter Baumannii (MRAB).

In het kader van militaire bijstand bouwde zo'n vijftig militairen van 472 MOGOS-compagnie een operatiekamer en twee units met elk zes bedden voor IC-geindiceerde patiŽnten.

Op 3 april 2008 was de IC van het MST weer open.

Impressiefoto van een oefening van 400 Geneeskundig Bataljon op verschillende locaties in Culemborg (december 2010).

Staf-stafcompagnie 400 Gnkbat

 

410 Geneeskundige Opvang- en Afvoercompagnie

 

411 Geneeskundige Opvang- en Afvoercompagnie

 

420 Hospitaalcompagnie

 

421 Hospitaalcompagnie

 

470 MOGOS Compagnie

 

471 MOGOS Compagnie

472 MOGOS Compagnie

Als gevolg van het Landmacht Reorganisatieplan (LRP) 1609, 'Inrichting Role 2-capaciteit (Single Service Management) CLAS', worden de Role 2-capaciteiten van de landmacht en marine samengevoegd in ťťn SSM-eenheid bij de KL.

De inzet van de krijgsmacht, zowel te land, ter zee als amfibisch, zal voortaan worden ondersteund door kleine, snel inzetbare, voorwaarts te ontplooien hospitaalelementen (Role 2 Basic), die kunnen worden onttrokken aan de zwaardere, volledig te ontplooien veldhospitalen (Role 2 Enhanced).

Als gevolg van LRP 1609 is de Role 1-capaciteit bij 400 Gnkbat geheel verdwenen. Op 19 november 2013 zijn 410 en 411 Geneeskundige Opvang- en Afvoercompagnie (Gnkopvafvcie) ceremonieel opgeheven.

Op de Generaal Spoorkazerne in Ermelo leverden de twee laatste compagniescommandanten, respectievelijk majoor Stam en majoor Den Hartog, hun richtvlaggen in bij de commandant van 400 Geneeskundig bataljon, luitenant-kolonel Brosky. Aansluitend kregen beiden CC'n de dagorder uitgereikt waarin de opheffing van hun eenheden genoemd staat en traden de compagnieŽn uit.

Beide Opvang- en AfvoercompagnieŽn telden onder andere twee Opvang- en Afvoerpelotons met Role 1-capaciteit:

410 Gnkopvafvcie411 GnkopvafvcieRole 1-capaciteit 
2 x 2 x 4 xGwvrvgp

2 x

2 x

4 x

Hpgp (Role 1 MTF)

2 x

2 x

4 x

Gnkafvgp

1 x

1 x

2 x

Opvgp (Casualty Staging Unit)

Iedere militair moet na gewond-raken of ziek-worden zo snel mogelijk worden behandeld en afgevoerd naar de meest geschikte geneeskundige inrichting.

Daarom is het noodzakelijk regelmatig de geneeskundige (behandel- en afvoer)keten te trainen.

Hier een gewonde in een Pre-/Post-shelter van het MOGOS tijdens een ketenoefening van 400 Geneeskundig Bataljon in Ermelo in 2012.

Zie ook: 1 Logistieke brigade, Bevoorrading en Transport Commando (B&T Co), Reservisten Specifieke Deskundigheid 400 Geneeskundig bataljon, Role 1 (hulppost), Role 2 (verbandplaats) en Role 3 (hospitaal).

Terug naar Boven

 

41 AFDELING VELDARTILLERIE

Afgekort: 41 Afdva.

41 Afdeling Veldartillerie wordt opgericht op 1 november 1952 op de Prinses Margrietkazerne in Wezep. De afdeling heeft dan de beschikking over de 25-ponder veldgeschut (9-veld of Quick Firing 25-pounder), een Engelse getrokken vuurmond uit de Tweede Wereldoorlog met kaliber 88 mm en een maximale dracht van 12,3 km.

De aanwezigheid van de 25-ponders heeft alles te maken met de artillerie vůůr de geplande invoering van gemechaniseerd geschut en nog aanwezige en anders overtollige munitievoorraden.

Vanaf 1953 valt 41 Afdva onder de zojuist opgerichte 4e Divisie.

De eerste commandant is A.W. Tresling. In 1956 verhuist 41 Afdva naar 't Harde, de huidige Luitenant-kolonel Tonnetkazerne.

In 1965 krijgt 41 Afdva de beschikking over de Franse gemechaniseerde houwitser 105 mm AMX-PRA L30 (PRA staat voor PantserRups Artillerie, L30 voor de lengte van de loop, d.w.z. 30 kalibers x 105 mm, in totaal 3 meter 15).

Met de AMX-PRA L30 - met een dracht van 15 km en een vuursnelheid van 10 schoten per minuut - krijgt de mechanisatie van de veldartillerie gestalte. De overgang van het 25-ponder veldgeschut (getrokken) naar de AMX-PRA L30 (gemechaniseerd) is noodzakelijk om de gewenste beweeglijkheid, spreiding en bescherming te realiseren.

In 1966 wordt 41 Afdva toegevoegd aan de in 1963 opgerichte, reeds in Duitsland gelegerde 41 Pantserbrigade (41 Pabrig). In maart en april van dat jaar meldt 41 Afdva zich op de Legerplaats Seedorf in de slagorde van 41 Pabrig, op dat moment onder bevel van brigadegeneraal Cornelis Knulst RMWO.

In 1969 wordt de AMX-PRA L30 opgevolgd door de M109 houwitser 155 mm. Hiermee is de AMX-PRA dus slechts in de periode 1963-1969 in de slagorde van 41 Afdva opgenomen geweest.

155 mm projectielen in opslag.

41 Afdva wordt in 1991 gereorganiseerd naar twee parate vuurmondbatterijen, de Alfa- en Bravo-batterij; de Charlie-batterij wordt opgeheven.

Op 25 juni 1999 wordt 41 Pabrig officieel gemechaniseerd en voortaan 41 Gemechaniseerde Brigade (41 Mechbrig) genoemd. Daarmee krijgt de brigade er tankcapaciteit bij, terwijl ze verkenningscapaciteit inlevert. Vanaf 1 juli 1999 maakt 41 Afdva deel uit van 41 Mechbrig.


Het instromen van de crème de la crème van de artillerie, de PzH 2000 - hier tijdens inzet in de Afghaanse provincie Uruzgan - ging voorbij aan 41 Afdeling Veldartillerie.

In 2002 bestelt de Koninklijke Landmacht de PzH 2000 (Panzerhaubitze) ter vervanging van de oude vuurmonden M109 en M114 voor de parate afdelingen veldartillerie van de gemechaniseerde brigades. De PzH 2000, met een dracht van maximaal 40 km en een vuursnelheid van 8 schoten per minuut, gaat echter voorbij aan 41 Afdeling Veldartillerie: alleen 11 Afdeling Rijdende Artillerie (13 Gemechaniseerde Brigade) en 14 Afdeling Veldartillerie (43 Gemechaniseerde Brigade) worden ermee uitgerust.

Op 19 mei 2005 lost 41 Afdeling Veldartillerie haar laatste schot, met de M109. Plaats van handeling is stelling 33 in MŁnster-SŁd. De ceremonie, waarbij de laatste gesigneerde granaat wordt afgevuurd, wordt bijgewoond door vele oud-commandanten en afdelingsadjudanten. Waarnemend commandant 41 Afdva is majoor Renť Daalman.

Halverwege 2005 gaan de twee vuurmondbatterijen (A- en B-batterij) van 41 Afdva over naar respectievelijk 11 Afdra (13 Gemechaniseerde Brigade) en 14 Afdva (43 Gemechaniseerde Brigade) op de Luitenant-kolonel Tonnetkazerne in 't Harde. De Stafstafverzorgingsbatterij (Ststbt) wordt opgeheven. Alle vuursteuneenheden van de Koninklijke landmacht zijn nu gereorganiseerd en omgevormd tot volledig parate onderdelen.

KFOR-2 (1999-2000)

41 Afdeling Veldartillerie, onder bevel van luitenant-kolonel J.J.M.G. Maenen, neemt formeel vanaf 7 december 1999 met tien stukken M109 deel aan de NAVO-vredesmacht Kosovo Force (KFOR). De afdeling lost 11 Afdeling Rijdende Artillerie (Gele Rijders) van luitenant-kolonel Ton van Loon af.

41 Afdva bestaat, evenals 11 Afdra, uit een staf, staf- en verzorgingsbatterij, twee artilleriebatterijen en de mortieropsporingsradarbatterij. Evenals de Gele Rijders heeft 41 een Duits eskadron en een Turkse compagnie onder bevel.

De uitzending is een belangrijk wapenfeit om de terugkeer van Albanese Kosovaren te begeleiden en de wederopbouw mogelijk te maken.

In Kosovo, dan nog een provincie in het oosten van voormalig JoegoslaviŽ, is een burgeroorlog aan de gang. Servische troepen keren zich tegen de in Kosovo woonachtige Albanezen.

Op 31 april 2000 zit de uitzending van 41 Afdva erop.

  

Op 1 juli 2005 levert majoor Renť Daalman als laatste commandant 41 Afdva het commando over in aan de Bevelhebber der Landstrijdkrachten.

De ceremonie - het gevolg van de zoveelste reorganisatie bij de Koninklijke Landmacht - vindt plaats op de Legerplaats bij Oldebroek.

Met de opheffing van 41 Afdva kent de Nederlandse artillerie nog slechts twee afdelingen: 14 Afdva en 11 Afdra (Gele Rijders).

Als op 6 mei 2006 de Legerplaats Seedorf wordt opgeheven, verricht de commandant 41 Gemechaniseerde Brigade, brigadegeneraal jhr. Harm de Jonge, op het bijzonder sluitingsappŤl de formele opheffing.

Bij wijze van eerbetoon overhandigt de Duitse minister van Defensie, Franz Josef Jung, een Fahnenband aan 101 Tankbataljon, 41 Afdeling Veldartillerie en 42 Pantserinfanteriebataljon.

41 Afdva heeft een band opgebouwd met Duitse eenheden: tijdens haar legeringsperiode in Duitsland heeft de afdeling een Patenschaft met achtereenvolgens Panzerartillerielehrbatallion 95 (PzArtLehrBtl 95) uit Munster (1986-2002) en Panzerartillerielehrbatallion 325 (PzArtLehrBtl 325) uit Schwanewede.

Ter gelegenheid van de opheffing van 41 Afdva wordt in 2005 het herdenkingsboek '41 Afdeling Veldartillerie 1952-2005' uitgegeven.

Zie ook: 11 Afdeling Rijdende Artillerie (Gele Rijders), boek Vuur geŽindigd! Artillerie-officier tijdens de Koude Oorlog (Leo J.J. Dorrestijn, 2006), gemechaniseerd, M109 houwitser 155 mm, M114, mechanisatie en motorisatie en PzH 2000 (Panzerhaubitze).

Terug naar Boven

 

410 DIVISIE GENEESKUNDIGE COMPAGNIE

Afgekort: 410 DivGnkCie.

Terug naar Boven

 

412 PANTSERGENIECOMPAGNIE

Afgekort: 412 Pagncie.

Samen met 411 Pagncie een van de twee pantsergeniecompagnieŽn van 41 Pantsergeniebataljon (41 Pagnbat), dat deel uitmaakt van 13 Lichte Brigade.

De eenheid is gelegerd op de Generaal-majoor De Ruyter-Van Steveninckkazerne in Oirschot.

Terug naar Boven

 

414 CBRN VERDEDIGINGSCOMPAGNIE

Afgekort: 414 CBRNVerdcie.

Opgericht op 8 november 2011.

Gespecialiseerde operationele CBRN-eenheid die het operationeel optreden van Defensie ondersteunt met verkennings-, detectie- en ontsmettingscapaciteit bij een CBRN-dreiging.

414 CBRNVerdcie is gevestigd op de Generaal-majoor De Ruyter Van Steveninckkazerne in Oirschot als onderdeel van 41 Pantsergeniebataljon van 13 Lichte Brigade.

414 CBRNVerdcie en het identieke 101 CBRN Verdedingscompagnie - 11 Pantsergeniebataljon, 43 Gemechaniseerde Brigade, Prinses Margrietkazerne Wezep - garanderen onafgebroken nationale ondersteuning (NatOps) bij een CBRN-dreiging, binnen de afgesproken reactietijd: binnen zes uur zijn (delen van) beide compagnieŽn in heel Nederland inzetbaar om civiele (hulp)diensten te ondersteunen.

Organigram van 414 CBRN Verdedigingscompagnie, identiek aan dat van 101 CBRN Verdedigingscompagnie.

414 en 101 CBRN Verdedigingscompagnie bestaan elk onder andere uit:

3 x ontsmettingspeloton

► Elk peloton bestaat uit 2 ontsmettingsgroepen.
► Elke ontsmettingsgroep is in staat een ontsmettingsstraat in te richten, die in Ī 20 ŗ 30 minuten zo dicht mogelijk bij een besmet gebied kan worden ingericht.
► In de ontsmettingsstraat kan met CBRN-strijdmiddelen besmet groot en klein materieel, personeel, voertuigen, (voertuig)interieurs worden ontsmet.

 

1 x DIM-peloton
(Detectie, Identificatie & Monitoring)

► Het (verkennings)peloton beschikt over 3 x Nucleair/Chemisch (N/C) Fuchs.
► De N/C Fuchs kan mogelijke besmettingen verkennen en is daartoe voorzien van een overdrukcabine met filters, waardoor het personeel zonder persoonlijke beschermingsmiddelen in het voertuig kan werken.
► De N/C Fuchs kan lucht-, grond- en vloeistofmonsters nemen om te bepalen of er sprake is van besmettingen (vrijgekomen giftige stoffen); de meetgegevens worden digitaal verstuurd worden naar CBRN-specialisten die deze analyseren, evalueren en commandanten voorzien van advies.

Terug naar Boven

 

42 PANTSERINFANTERIEBATALJON

De bijnamen van de compagnieŽn van 42 BLJ zijn:

Alfa

Ganzen

Bravo

Bulldog

Charlie

Eagles

Delta

Zwarte Panters

Zie ook: Geen stuk Limburg in Brabant voor monument Limburgse Jagers (5 augustus 2016).

Terug naar Boven

 

420 HOSPITAALCOMPAGNIE

Afgekort: 420 Hospcie.

Logo van 420 Hospcie.

De wereldbol symboliseert het wereldwijd kunnen optreden, de aesculaap de Griekse god Asklepios, de slang genezing, de laurier kracht en wijsheid, het eikenloof kracht en de hand het aanreiken van hulp.

Het devies van de eenheid, "Omnes omnibus", betekent: "Alles omvattend".

In 1994 en de eerste helft van 1995 wordt 131 Zwaar Chirurgische Veldhospitaalcompagnie (131 ZCVHcie) omgevormd tot 420 Hospitaalcompagnie, dat dan deel uitmaakte van 103 Geneeskundig bataljon (103 Gnkbat).

Het zwaar chirurgische veldhospitaal, met aanvullende chirurgische capaciteit ten behoeve van de 6-uursgewonden, treedt op in het divisieachtergebied.

De gewonde doorloopt in de geneeskundige keten zoals die op dat moment is vormgegeven de volgende geneeskundige inrichtingen:

► hulppost
► verbandplaats
► licht chirurgisch veldhospitaal
► zwaar chirurgisch veldhospitaal
► doorvoerhospitaal

Op 1 mei 1995 wordt 400 Geneeskundig bataljon (400 Gnkbat), samen met de stafcompagnie, 410 Divisie geneeskundige compagnie en 420 Hospitaalcompagnie, gereedgesteld; in 1995 staat de reorganisatie van alle compagnieŽn van 400 Gnkbat centraal.

Op 1 september 1995 wordt 420 Hospitaalcompagnie operationeel gesteld. Zeker in de beginjaren was de eenheid van 400 Gnkbat, gelegerd op de Generaal Spoorkazerne in Ermelo, een voorbeeld voor de andere compagnieŽn van het bataljon.

420 Hospitaalcompagnie is de eerste met beroepsmilitairen bepaalde tijd (BBT'ers) gevulde eenheid van 400 Geneeskundig bataljon.

420 Hospitaalcompagnie bestaat uit een staf, logistiek peloton (Logpel), verpleegpeloton (Vplpel) en chirurgisch peloton (Chirpel). Haar hoofdtaak is het leveren van kwalitatief hoogwaardige zorg in een veldhospitaal. Het verpleeg- en chirurgisch peloton leveren de zorg in het veldhospitaal, waarbij het logistiek peloton ondersteunende taken uitvoert. Daarbij brengt de compagniestaf met zijn personeel een compagniescommandopost (CCP) uit die de infrastructuur van en om het veldhospitaal waarborgt.

In 2001 neemt onder andere de sterilisatiemodule van 420 Hospitaalcompagnie deel aan de oefening SAIF SAREEA-II in Oman.

Zie ook: 400 Geneeskundig bataljon (400 Gnkbat).

Terug naar Boven

 

43 GENEESKUNDIGE COMPAGNIE (GEMECHANISEERDE BRIGADE)

Opgericht op 1 april 1966.

Gevechtsverzorgingssteuneenheid (Combat Service Support, CSS) die behoort tot de slagorde van 43 Gemechaniseerde Brigade en is gelegerd op de Johannes Postkazerne in Havelte.

Zie ook: 11 Geneeskundige Compagnie Luchtmobiel en 13 Geneeskundige Compagnie (Lichte Brigade).

Terug naar Boven

 

44 PANTSERINFANTERIEBATALJON

 

De laatste schoten met de YPR's van 44 Pantserinfanteriebataljon.

Van 1960 tot haar (tijdelijke) opheffing in 1992 was 44 Pantserinfanteriebataljon gelegerd op de Adolf van Nassaukazerne in het Drentse Zuidlaren ►

Terug naar Boven

 

45 PANTSERINFANTERIEBATALJON

Het stafgebouw van 45 Painfbat Regiment Infanterie Oranje Gelderland draagt sinds 14 februari 2008 de naam van de sergeant der eerste klasse Cees Geelhoed.

Geelhoed, commandant van het tweede pelotont in Merauke, aan de zuidkust van Nieuw-Guinea, onderschepte in juni 1962 met zijn eenheid een groep van twaalf vijandelijke parachutisten en maakte hen onschadelijk.

Hiervoor werd hij een jaar later onderscheiden met de Bronzen Leeuw, de hoogste Nederlandse dapperheidsonderscheiding na de Militaire Willems-Orde.

Cees Geelhoed overleed in 1967 op 40-jarige leeftijd.

Terug naar Boven

 

4 C's

Ezelsbruggetje dat wordt gebruikt bij de awareness van en de reactie op een incident, zoals het aantreffen van een mogelijke IED of landmijn.

De 4 C's zorgen ervoor dat een commandant geen essentiŽle zaken vergeet, daarmee de veiligheid van zijn eenheid vergroot en (verdere) slachtoffers worden voorkomen:

Confirm

Bevestigen

► Bevestig de situatie.

► Beoordeel de toestand (BVT): is de aangetroffen situatie verdacht of levert die gevaar op.

► Doe een melding aan opsroom of hoger echelon.

► Richt een ICP (Incident Control Point) in, van waaruit de gehele situatie onder controle kan worden gehouden.

► Bij een mogelijke IED / landmijn handelen alsof die elk moment kan afgaan (BMW).

► Gebruik zo weinig mogelijk mensen.

► Troepen laten uitkijken naar veelbetekende signalen: afwezigheid kinderen, draden, zichtbare materialen, vluchtende mensen.

 

Clear

Ontruimen

► Ontruim de gevarenzone, van binnen naar buiten.

► Iedereen zonder bezigheden 'on scene' moet zich buiten de gevarenzone (cordon) begeven (m.u.v. EOD / genie e.d.).

► Veilige afstand laten bepalen door tactische situatie, onvoorspelbaarheid van de situatie en bewegingen in het voorterrein.

► Vermijd tijdens het ruimen clichťmatig eigen gedrag en kijk uit voor andere IED's en/of mijnen.

► Berging of noodvernietiging van vitale uitrustingsstukken.

 

Cordon

Afzetten

► Zet alle toegangswegen af aan de hand van een oleaat/overlay met kordonafstanden.

► Handhaaf eigen posities rond de volledige perimeter; benut daarbij alle mogelijke dekkingsmogelijkheden.

► Verhinder lopend / rijdend verkeer met tijdelijke blokkades. Houd rekening met mogelijke ontstekingspunten.

► Controleer willekeurig mensen die de perimeter verlaten.

 

Control (Consolidate)

Controleren (Handhaven)

► Maak gebruik van een contingency plan (eventualiteitenplan).

► Zorg dat iedereen kennisneemt van de inhoud van het contingency plan.

► Richt een strongpoint / stronghold in tegen mogelijk (in)direct vuur

► Niemand het gebied laten verlaten totdat EOD/genie teken "alles veilig" geeft.

Zie ook: Explosieven Opruimings Dienst (EOD), genie, Improvised Explosive Device (IED), landmijn en strongpoint.

Terug naar Boven

 

4TH GENERATION WARFARE

Krieg(sfŁhrung) der 4. Generation.
Frans: guerre de 4Ťme gťnťration.

Nederlands: vierde generatie oorlogvoering. Afgekort: 4GW.

Militaire operaties waarbij (stateloze), belligerente en propagandistische opstandelingen (insurgents) de strijd aangaan met de strijdmacht van een of meer staten. Voor de strijd tegen (de dreiging van) 4GW lijkt vooralsnog geen zuiver militaire oplossing voorhanden.

De term '4th Generation Warfare' verscheen voor het eerst in het blad van het U.S. Marine Corps (Marine Corps Gazette) in oktober 1989, in het artikel: 'The Changing Face of War: Into the Fourth Generation'. De schrijvers waren William S. Lind, Colonel Joseph W. Sutton, Colonel Keith Nightengale, Lieutenant Colonel Gary I. Wilson en Captain John F. Schmitt:

"In broad terms, fourth generation warfare seems likely to be widely dispersed and largely undefined; the distinction between war and peace will be blurred to the vanishing point. It will be nonlinear, possibly to the point of having no definable battlefields or fronts. The distinction between 'civilian' and 'military' may disappear. Actions will occur concurrently throughout all participants; depth, including their society as a cultural, not just physical, entity."

4GW is de enige vorm van oorlogvoering die de Verenigde Staten ooit hebben verloren - en niet slechts in Vietnam.

In Libanon pleegde Hezbollah op 23 oktober 1983 een aanslag op het hoofdkwartier van de Amerikanen, waarbij 241 mariniers om het leven kwamen. Hierop verlieten de Amerikanen in aller ijl Libanon. In de Somalische hoofdstad Mogadishu leverden Amerikaanse Rangers en Delta Force op 3/4 oktober 1993 na de crash van twee helikopters urenlang straatgevechten met Somalische krijgsheren en rebellen. Nadat gedode Amerikanen triomfantelijk achter pick-ups door de straten van Mogadishu waren gesleept, trokken de VS zich terug. Zowel het optreden in Libanon als SomaliŽ werd door de publieke opinie als zeer vernederend ervaren.

Na de Golfoorlog van 2003, onder leiding van de Verenigde Staten en Groot-BrittanniŽ en de aanslagen op de VS van 11 september 2001, is het tijdvak aangebroken van de zgn. non-state opponents waar internationale coalities mee te maken hebben gekregen in Irak en Afghanistan, respectievelijk tijdens de operaties IRAQI FREEDOM en ENDURING FREEDOM.

4GW, asymmetrisch en non-lineair en met een sterke verwantschap aan guerrilla, insurgency en terrorisme, kent vele dilemma's, waaronder:

► gebruik van alle mogelijke (pressie)middelen, behalve militaire ook economische, politieke en sociale;

► onveilig voor wielvoertuigen en gepantserde voertuigen zonder enige modificatie tegen geÔmproviseerde explosieven e.d.;

► opgaan (verdwijnen) van strijdgroepen in de burgerbevolking (waardoor de aanwezigheid van non-combattanten tot tactische besluiteloosheid kan leiden);

psychologische oorlogvoering door manipulatie van de media.

Kenmerken van de opponent zijn:

► (niet) overleven op het gevechtsveld (letterlijk; niet alleen de wil om te vechten en het geloof in de overwinning);

► gedecentraliseerd (numeriek overwicht op zich is niet het militaire antwoord);

► laagtechnologisch (hightech op zich is niet het militaire antwoord);

► non-nationaal;

zwaartepunt is nationalistisch, patriottisch, religieus-fundamentalistisch, rondom een clan of stam e.d. (strategie is moeilijk of haast onmogelijk te bepalen).

GeÔmproviseerde explosieven, lokale/regionale intimidatie en terreur, hinderlagen e.d. moeten de politieke besluitvorming van de vijand ervan overtuigen dat hun doelstellingen onbereikbaar zijn of te duur worden. Het oogmerk van 4GW is de vernietiging van het moreel van de vijand door de toename van angst. Naarmate het geweldsniveau stijgt, zal het belang van cohesie binnen en tussen eenheden ook toenemen, om te voorkomen dat deze gedemoraliseerd raken.

 

Kenmerk

Strijdmethode

Voorbeeld

1GW

Eerste generatie oorlogvoering (lineaire oorlogvoering)

Massalegers die gebaseerd zijn op mankracht. Hoe meer militairen te velde, des te groter de kans op de overwinning, want er is een gebrek aan strategieŽn en tactieken.

Man-tot-man in linie- en colonneformaties.

In den beginne met de musket, daarna het gedisciplineerd gebruik van vuurwapens die de beslissing forceren.

Veldslagen in de regel lokaal en van korte duur.

 

Campagnes van Napoleon (30-jarige oorlog).

Vrede van Westfalen (1648, na de Dertigjarige Oorlog) 'institutionaliseert' het staatsmonopolie op het legale gebruik van geweld.

2GW

Tweede generatie oorlogvoering (attritie- of uitputtingsoorlogsvoering).

Massalegers maken gebruik van de mogelijkheden van industriŽle vuurkracht.

Tactieken zijn gebaseerd op die van de frontlinies.

Wie de meeste granaten over de grootst mogelijke afstand en gedurende de langste periode naar de vijand kan schieten, wint de oorlog.

 

Massale, statische artillerie (indirect en lineair vuur) tegen mankracht.

Verdedigingsopstellingen (loopgraven) zijn in het voordeel.

Eerste Wereldoorlog (WO I), m.n. Westelijk Front.

3GW

Derde generatie oorlogvoering (bewegings- of manoeuvreoorlogvoering).

Blitzkrieg.

Air Land Battle.

Snelle opeenvolging van manoeuvres met relatief beweegbare eenheden.

 

Tanks en bommenwerpers tegen legers en steden.

Non-lineaire tactiek om de vijandelijke strijdkrachten te omtrekken, achter de vijandelijke linies te bewegen en/of te infiltreren.

Verdediging in de diepte.

Tweede Wereldoorlog (WO II), m.n. carpetbombing en tankslagen.

4GW

Vierde generatie oorlogvoering (full spectrum warfare; non-state warfare; unrestricted warfare).

De vijand de wil (moreel en mentaal) om te vechten ontnemen. De vijand weet dat ze militair inferieur is en probeert daarom de politieke wil om te vechten te ontnemen en te ontwettigen; ze zaaien willekeurig terreur onder burgers en de tegenpartij.

Conflicten worden steeds vaker uitgevochten (niet beslist) in het hartland van non-gouvernementele strijdgroepen.

Stateloze propagandisten die strijden tegen een staat.

Korea-oorlog; Vietnamoorlog.

Aanslagen van 11 september 2001.

Non-state opponents in Irak en Afghanistan, respectievelijk Operation Iraqi Freedom (OIF) en Operation Enduring Freedom (OEF).

Naslagwerken:

► 'Militant Tricks: Battlefield Ruses of the Islamic Insurgent' - H. John Poole (2005)
► 'NATO and Terrorism - On Scene: Emergency Management after a Major Terror Attack' - Frances L. Edwards (2007)
► 'Tactics of the Crescent Moon: Militant Muslim Combat Methods' - H. John Poole (2004)
► 'The Sling and the Stone. On War in the 21st Century' - Thomas X. Hammes (2004)

1e tot en met 4e Generation Warfare

Terug naar Boven

 

5C3

Explosieventas 5C3. NSN 1375-17-115-3158. Uitrustingsstuk van de demspec, genist of (infanterie)pionier ten behoeve van binnendringings- en organieke vernielingstechnieken.

De springmiddelenuitrusting nr. 5C3 – een houten kist nr. 69 – bestaat uit twee canvas explosieventassen met draagriem. De uitrusting wordt gebruikt voor het uitvoeren van kleine vernielingen. De samenstelling van de uitrusting is zo gekozen dat hiermee, zonder aanvullend gebruik te maken van andere middelen, een vernieling kan worden uitgevoerd. De kist met twee complete tassen weegt 26,7 kg. Een explosieventas bevat ± 4,5 kg aan explosieve stof (pentriet, tetryl en trotyl) en bestaat uit:

2 x

rol met 50 meter zelfklevend isolatieband (genietape)

Om slagsnoer vast te zetten en verbindingen verstevigen.

5 x

vertragingsinleider vernieling 90 seconden

Bestaat uit een trekkoord, vuurkoord en slagpijpje met ± 1 gram springstof. Wordt gebruikt om springstof tot detonatie te brengen. Door aan de losgedraaide knop aan het uiteinde te trekken wordt de inleider ontstoken en komt de explosieve lading na ± 90 seconden tot detonatie.

8 x

kneedspringblokje nr. 8 van 500 gram (trotyl)

Plastisch materiaal dat in elke vorm gekneed kan worden zodat doelen op maat kunnen worden vernield. Wordt tot detonatie gebracht door een ontstekingsmiddel of een combinatie van een ontstekingsmiddel met slagsnoer waarbij het slagsnoer in de kneedspringstof is aangebracht. 

12 x

verbindingsplug vernieling nr. 24

Overdrachtslading die wordt gebruikt bij demolitie (aftakkingen van slagsnoer maken) en explosief breaching. Kunststof omhulsel met 18,4 gram tetryl springstof. 

30 meter

slagsnoer

Wordt gebruikt als overdrachtslading of zelfstandige springstof (bij explosief breaching). Bestaat per meter uit 12 gram pentriet springstof met een kunststof vezel ten behoeve van de waterdichtheid.

Linksboven de houten kist waarin de twee canvas tassen met draagriem zitten zoals die rechtsboven is afgebeeld. Eronder uitgestald van links naar rechts de kneedspringstof ("kneed"), slagsnoer, verbindingspluggen, vertragingsinleiders en genietape.

Terug naar Boven

 

5 P'S

Ezelsbruggetje voor de controles die moeten worden uitgevoerd bij de verdenking op compartimentsyndroom, crushsyndroom, een fractuur of andere ledemaatbedreigende verwondingen.

In alle gevallen kan in meer of mindere mate sprake zijn van de afsluiting van één of meer slagaders, met als gevolg acute ischemie aan het ledemaat. Ischemie (zuurstoftekort) is het gevolg van onvoldoende bloedvoorziening.

Pain

Pijn

Volgens Visueel Analoge Schaal (VAS); soort pijn; lokaal of uitstralend; acuut of chronisch.

Palor

Bleekheid

Kleur van de extremiteit; nagelbed; capillaire refill (> 2 seconden). Gevolg van verminderde of afwezige circulatie.

Paralysis / Paresis

Volledige of onvolledige verlamming

Gevoelloosheid. Laat patiënt niet alleen vingers en tenen bewegen: ook pols en enkel. Gevolg van deformiteiten, dislocatie, pijn e.d.

Paresthesia

Brandend, doof, prikkelend of tintelend gevoel

Controleer sensatie met een steriele naald. Gevolg van oedeem dat de zenuwwerking tenietdoet.

Pulselessness

Geen pols

Distaal geen pols; anders pols aan beide extremiteiten (lateralisatie) gelijk in ritme.

Poikilothermia

Koudbloedigheid

Koude extremiteit. Gevolg van verminderde of afwezige circulatie.

De laatste P - die van poikilothermia (koudbloedigheid) - wordt soms vergeten. Indien alle P’s aanwezig zijn, moet het ledemaat onmiddellijk (onder tractie) worden geïmmobiliseerd.

Terug naar Boven

 

6 P'S

Ezelsbruggetje voor geneeskundig personeel:

Pijn bij het plassen

Brandende pijn tijdens het plassen (boven het schaambeen en/of onder in de rug)

Pus uit de penis

Afscheiding -al of niet met pus- aan uitgang van de penis (gonorroe of druiper) dan wel meer of andere afscheiding uit de vagina

Productieloos persen

Vaak aandrang tot urineren dan wel moeilijk kunnen urineren

Het geheel van verschijnselen van 6P kan wijzen op een urineweginfectie - blaasontsteking (cystitis) cq. plasbuisontsteking (urethritis) – of, indirect, op een seksueel overdraagbare aandoening (SOA). Bij vrouwen komen urineweginfecties vaker voor dan bij mannen: bacteriën kunnen via de kortere plasbuis gemakkelijker de blaas penetreren. De meest voorkomende verwekker van de plasbuisontsteking is de bacterie Chlamydia trachomatis. Chlamydia, de meest voorkomende SOA, is zeer besmettelijk en wordt overgedragen via de slijmvliezen van geslachtsorganen en/of anus.

De meest voorkomende verwekker van de blaasontstekingen is de bacterie Escherichia coli, die normaal in de ontlasting en rondom de anus voorkomt.

Een gonococ-infectie, met gonorroe, wordt veroorzaakt door de bacterie Neisseria gonorrhoea. De infectie kan bij vrouwen via de baarmoeder (endometritis) opstijgen naar de eileiders (salpingitis) en eierstokken, terwijl bij mannen de bijballen (epididymitis) en de prostaat (prostatitis) geÔnfecteerd kunnen raken.

Terug naar Boven

 

6 THEMA'S VAN DEFENSIE

Om sturing te geven aan het beleid van het Ministerie van Defensie zijn in 2013 door de Bestuursstaf zes thema's vastgesteld, die moeten bijdragen aan de verbetering van het primaire proces: de gereedstelling en inzet van de krijgsmacht.

De zes thema's zijn:

Draagvlak voor Defensie

We staan niet alleen

Eenvoud in besturing en bedrijfsvoering

Doelgericht en doelmatig

FinanciŽle duurzaamheid

Blijvend in balans

Personeel als belangrijkste kapitaal

Defensie is mensenwerk

Samenwerking op het gebied van capaciteitsontwikkeling

Bundeling van krachten

Vernieuwing van het operationele domein

Klaar voor dreigingen en risico's

Terug naar Boven

 

6-UURREGEL

Geneeskundig principe binnen de NAVO dat een spoedoperatie – operatie van direct levensbedreigende letsels – idealiter binnen het eerste uur na gewond raken moet plaatsvinden (golden hour). De regel is dat een chirurg vóór de kritische tijdslimiet van 6 uur moeten hebben ingegrepen.

Deze chirurgische ingrepen worden damage controle surgery (DCS) genoemd. DCS beschrijft een systematische benadering in drie fasen (veilig stellen van de vitale functies, head-to-toe onderzoek en revaluatie). Doel hiervan is het doorbreken van de elkaar opvolgende en versterkende pathofysiologische incidenten die uiteindelijk kunnen leiden tot de dood van de patiënt. Slechts het doorbreken van de neerwaartse spiraal geeft de polytraumapatiënt kans op overleven.

De 6-uur regel is een planningstool. Op grond van de 6-uur regel, area of operations, omlooptijden, volgtijdelijkheid in de geneeskundige behandel- en afvoerketen en het gegeven dat een role 2 geneeskundige inrichting wordt gekenmerkt door de aanwezigheid van chirurgische capaciteit, kan de dispositie van (role 1, 2 en 3) geneeskundige inrichtingen worden bepaald.

Het doel van damage control surgery op role 2 – de eerste locatie waar een chirurg kan ingrijpen – is het beperken van de schade aan de vitale levensfuncties, het maximaal behouden van de functionele organen en het verzekeren dat de patiënt is gestabiliseerd voor een medische evacuatie naar role 3.

Terug naar Boven

 

7 DECEMBER

Erenaam met veel tradities en een rijke historie. Op 7 december 1941 vielen de Japanners bij verrassing Pearl Harbor aan. De Amerikanen verklaarden Japan de oorlog, Nederland eveneens.

Koningin Wilhelmina voor de microfoon van Radio Oranje/BBC.

In maart 1942, toen Nederlands-Indië door de Japanners werd bezet, volgde een radicale ommekeer in het denken over de positie van de Nederlandse koloniën. Dit had alles te maken met de benoemingen van de minister van Koloniën H.J. van Mook, minister van Handel, Nijverheid & Scheepvaart Piet Kerstens en minister zonder portefeuille (toegevoegd aan Van Mook) Pangeran Adipati Soejono.

Een en ander mondde uit in een radiorede, geschreven door Van Mook.

Van Mook was een vertrouweling van Z.K.H. Prins Bernhard in diens besprekingen met Amerikaanse en Britse militairen.

Precies een jaar na de aanval op Pearl Harbour, op 7 december 1942, bereikte de stem van Hare Majesteit Koningin Wilhelmina Nederlands-Indië.

Hoewel de radiorede, uitgesproken voor de microfoon van Radio Oranje (ďDe stem van strijdend NederlandĒ), op 6 december 1942 de ether in werd geslingerd, was het tijdsverschil met Batavia zes uur later - dus 7 december.

Radio Oranje, dat uitzond via de zenders van de BBC, was de zender van de Nederlandse regering in ballingschap, gevestigd in het Londense Stratton Street.

In de uitgezonden regeringsverklaring gaf Koningin Wilhelmina aan dat na de oorlog de koloniale verhoudingen tussen Nederland en Nederlands-Indië zouden worden gewijzigd; de overzeese gebieden zouden voortaan in interne aangelegenheden zelf kunnen beslissen. In haar rede lagen de grondslagen voor een nieuwe verhouding tussen de Rijksdelen onderling. Deze grondslagen waren het herstel van recht en veiligheid én vernieuwing in vrij overleg. Uiteindelijk bleven de politieke en economische belangen voorop staan.

Ook kondigde zij de oprichting aan van de “7 December” Brigade. Deze brigade liet overigens nog even op zich wachten.

Openingstekst van Hare Majesteit Koningin Wilhelmina op Radio Oranje/BBC

Twee citaten uit de rede van Wilhelmina:

ďIk stel mij voor, zonder vooruit te lopen op de adviezen der rijksconferentie, dat zij zich richten zullen op een Rijksverband, waarin Nederland, Indonesië, Suriname en Curaçao tezamen deel zullen hebben, terwijl zij ieder op zichzelf, de eigen inwendige aangelegenheden in zelfstandigheid en steunend op eigen kracht, doch met den wil elkander bij te staan, zullen behartigen.Daarbij zal voor verschil van behandeling op grond van ras of landaard geen plaats zijn, doch zullen slechts de persoonlijke bekwaamheid der burgers en de behoeften van de verschillende bevolkingsgroepen den doorslag geven voor het beleid der Regering.Ē

 

ďZeven December zal de naam dezer divisie luiden, omdat in mijn rede van 7 december 1942 de grondslagen zijn neergelegd voor een nieuwe verhouding tussen de delen des Rijks onderling en binnen die delen zelve. Deze grondslagen zijn: herstel van recht en veiligheid en vernieuwing in vrij overleg."

Het uitroepen van de onafhankelijke 'Republik Indonesia', twee dagen na de Japanse capitulatie van 15 augustus 1945, doorkruiste de Nederlandse plannen om Nederlands-Indië langzaamaan een grotere zelfstandigheid te verlenen, zoals Wilhelmina in haar rede had laten doorschemeren.

Helaas kon het geweld op de archipel niet worden beteugeld door enkel het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger ( KNIL) en de inzet van Nederlandse oorlogsvrijwilligers, zodat vanaf 1 september 1946 de ď7 DecemberĒ Divisie Ė de eerste eenheid met dienstplichtigen ná de Tweede Wereldoorlog Ė naar Nederlands-Indië vertrok om te worden ingezet ter herstel van orde en rust, en later om de nationalisten te bestrijden in de Politionele Acties.

In overleg met de Britse krijgsmacht was inmiddels besloten tot het opzetten van één divisie van ± 20.000 militairen, die een maand na de bevrijding een opleiding zouden krijgen van ruim 1 jaar.

Vanaf het najaar van 1945 werden de dienstplichtigen opgeroepen. In december 1945 was de Bergansiuskazerne te Ede Ė tegenwoordig een deel van het kazernecomplex Ede-West - aangewezen als de thuisbasis (depot) van de nieuwe divisie. Generaal-majoor Henri Dürst-Britt was de eerste divisiecommandant.

De oorsprong voor de naamgeving ď7 DecemberĒ lag bij de kolonel M.R.H. Calmeyer. Er moest, volgens de Chef van het Militair Kabinet van de Minister van Oorlog, een zo treffend mogelijke motivering zijn om militairen naar Nederlands-Indië uit te zenden.

Minister van Overzeese Gebiedsdelen Jan Jonkman doopte de nieuwbakken eenheid in juli 1946 dan ook de ď7 DecemberĒ Divisie; niettemin was het Koningin Wilhelmina zélf die op 20 augustus 1946 tijdens een inspectie van de troepen in Assen aankondigde dat de eenheid de erenaam ď7 DecemberĒ mocht gaan dragen. De oprichtingsdatum werd vervolgens bij Ministeriële Beschikking gesteld op 1 september 1946.

In Nederlands-IndiŽ wordt “7 December” Divisie als C(harlie)-Divisie gestationeerd in West-Java. De militairen dienen ± 40 maanden overzee en keren eind 1949 / begin 1950 terug in Nederland.Bijna 700 militairen van de "7 December" Divisie komen tijdens de strijd om het leven en liggen begraven op de Indonesische erevelden.

Het embleem van de ď7 DecemberĒ Divisie herinnert nog altijd aan Nederlands-IndiŽ: op een ponceaurood schild staan de witte letters EM voor ĎExpeditionaire macht'.

Het embleem is afgeleid van het stadswapen van Batavia - tot 1942 de hoofdstad van Nederlands-IndiŽ. Batavia heet tegenwoordig Jakarta.

Het witte zwaard uit het wapen van Batavia wordt omringd door een groene lauwerkrans, die symbool staat voor onsterfelijkheid en overwinning. Het geheel van zwaard en lauwerkrans wordt door een oranje lint samengeknoopt. Het oranje is symbolisch voor de band met het Koninklijk Huis.

Het embleem wordt nog steeds op de rechtermouw van het militaire tenue gedragen.

Embleem van 1 Divisie "7 December".

Na de krijgsverrichtingen in voormalig Nederlands-Indië was de ď7 DecemberĒ Divisie tot 1 november 1957 mobilisabel gesteld: op deze datum werd de eenheid opnieuw paraat gesteld onder de naam 1ste Divisie ď7 DecemberĒ .

Vervolgens bleef de 1ste divisie als operationele moedereenheid binnen de slagorde van de Nederlandse landmacht, vanaf 30 augustus 1995 als gemechaniseerde divisie binnen het binationale Duits-Nederlandse legerkorps.

Op 1 januari 2004 is de naamgeving ď7 DecemberĒ , na het opheffen van de staf van de 1ste Divisie, overgedragen aan het Operationeel Commando (OpCo) ď7 DecemberĒ. Het OpCo zette tevens de traditie en historie van 1ste Divisie ď7 DecemberĒ voort.

Op 5 september 2005 heeft generaal-majoor b.d. P.H.M. Messerschmidt de traditie en historie van de 1ste Divisie ď7 DecemberĒ overgedragen aan 11 Luchtmobiele Brigade Air Assault.

Reden voor de traditieoverdracht was het opgaan van het Operationeel Commando in het nieuwe Commando Landstrijdkrachten (CLAS).

Omslag van FALCON, maandblad voor 11 Luchtmobiele Brigade en Tactische Helikopter Groep (nummer 7, september 2005, 12e jaargang) naar aanleiding van de traditie-overdracht

Bronnen:

ĎWij werden geroepen: de geschiedenis van de 7 December Divisie, met zweten en zwoegen geschreven door twintigduizend Nederlandse mannen, in inkt geboekstaafd' Ė Alfred van Sprang

 

Uitgeverij W. van Hoeve, 1949

ĎDe Geschiedenis van 1 Divisie '7 December', 1946-1996'- Martin Elands, Richard van Gils en Ben Schoenmaker (Sectie Militaire Geschiedenis)

Sdu Uitgevers, 1996

Zie ook: 1 Legerkorps (1 LK).

Terug naar Boven

 

9-11 (11 SEPTEMBER 2011)

Terug naar Boven

 

Laatste update:10.03.2017