Inhoudsopgave D
Terug naar de homepage
 

Maak uw keuze uit de hieronder getoonde lijst

 

DAD'S ARMY

Arthur Lowe (1915-1982), de acteur die kapitein George Mainwaring speelt in Dad’s Army, heeft vlak voor de Tweede Wereldoorlog dienst genomen in de Britse versie van de NATRES, de Territorial Army (TA). Hij diende als soldaat bij D Squadron, Duke Of Lancasters Own Yeomanry (DLOY), Royal Mercian and Lancastrian Yeomanry (RMLY) – een cavalerieregiment gelegerd in het noordwesten van Engeland.

Aan het begin van de oorlog verdreef hij de verveling van zijn collega's door theatervoorstellingen op te voeren. Tijdens de oorlog zette hij theatergezelschappen op voor de 8th Army in Noord-Afrika en het Midden-Oosten. Aan het einde van de oorlog verliet hij de krijgsmacht in de rang van sergeant-majoor.

In Nederland: ‘Daar komen de schutters’.

Helaas was Dad's Army voorheen nog wel eens de bijnaam voor de Nationale Reserve; de NATRES heeft niets van doen met de acteurs uit of de naamgeving van Dad's Army. Het korps is een alom gewaardeerd onderdeel van de Koninklijke Landmacht met gemotiveerde en hardwerkende reservisten.

Legendarische Britse comedyserie (sitcom). De serie is geschreven door Jimmy Perry en David Croft. Dad's Army gaat over de kolderieke escapades van een peloton van de Walmington-on-Sea Local Defence Volunteers, later de Home Guard genoemd.

In de Tweede Wereldoorlog was het peloton geloceerd in het fictieve oord Walmington-on-Sea aan de Engelse zuidkust. In werkelijkheid werden de opnamen voor de serie gemaakt in Thetford, Norfolk, Engeland.

Pelotonscommandant is de nogal dikdoenerige kapitein George Mainwaring, in het dagelijkse leven de lokale bankdirecteur. Zijn peloton bestaat uit doldwaze, voornamelijk oudere militairen, wat an sich al garant staat voor de nodige hilariteit.

De serie werd van 1968 tot 1977 gedurende 9 seizoenen door de BBC uitgezonden in 83 afleveringen van een ½ uur. De laatste aflevering werd opgenomen in 1976, onder andere op locaties in Norfolk en Suffolk. In Nederland zond de VARA ‘Dad’s Army’ vanaf 1972 uit; daarna is de serie nog vaak – maar nooit tot vervelens toe – op tv herhaald.

Terug naar Boven

 

DAGELIJKS TENUE

Afgekort: DT.

Links het jasje van het Dagelijks Tenue dat kapitein Marco Kroon droeg toen Hare Majesteit Koningin Beatrix hem op 29 mei 2009 de ridderslag gaf behorende bij de uitreiking van de Militaire Willems-Orde.

Bron: Collectie Legermuseum (externe link).

Tenue dat, met uitzondering van oefening en uitzending, te allen tijde op vredeslocatie gedragen kan worden.

Vanaf Prinjesdag 2003 is begonnen met de invoering van het nieuwe, door couturier Frans Molenaar ontworpen DT bij de KL.

Het oude DT dateert van 1961 en bleek intussen oncomfortabel, te dik van stof (daardoor te warm en te zweterig), oudmodisch, met te wijde broekspijpen en deed daardoor geen recht meer aan de KL van tegenwoordig.

Het nieuwe DT - tot stand gekomen met behulp van de adviezen van de in 1998 opgerichte Klankbordgroep met representanten van de KL-populatie en van de Traditie- en de Uniformcommissie van de KL - verschilt van het oude model op de volgende hoofdpunten:

ťťnkleurig donkergroen

gemaakt van bi-elastisch garen (ademend, soepel, licht, vochtbestendig en vormvast), 45% wol en 55% polyester

gemÍleerde stof die vlekken minder snel zichtbaar maakt

moderne taillering

smalle, zwarte bies op de zijkant van de broek

stof blijft beter in de plooi en kreukt minder

Bijzonder aan het nieuwe DT is dat het in een handomdraai is te veranderen in het Gelegenheidstenue (GLT). Alle militairen ontvangen dan ook het gecombineerde DT/GLT-pakket.

Voor mannelijke militairen:

baret/kwartiermuts

jas DT

overhemd, lange/korte mouw, groen, DT

stropdas, groen, DT (*1)

broek DT

broekriem, zwart leder met geelmetalen gesp, DT

sokken, zwart, DT

schoenen, zwart, DT

Voor vrouwelijke militairen:

baret/kwartiermuts

jas DT

overhemd, lange/korte mouw, groen, DT

stropdas, groen, DT (*1)

rok/broek/broekrok DT (*2)

nylonkousen/panty's, huidkleurig

sokken, zwart, DT

schoenen, pumpmodel/mocassins, zwart, DT

*1: voor militairen beŽdigd bij dan wel behorend tot het Regiment Van Heutsz een zwarte stropdas
*2: roklengte is tot op het midden van de knie

Het Dagelijks Tenue wordt onderscheiden in de varianten DT 1 (met batons) en DT 2 (met modeldecoraties). In principe wordt, volgens Defensiepublicatie (DP) 20-10, hoofdstuk 6, sub 2, 'Tenueoverzicht per gelegenheid', het Dagelijks Tenue gedragen tijdens de volgende gelegenheden:

DT 1:

  • Aan- en afmelden bij de commandant
  • Aankomst en vertrek van burger- en militaire autoriteiten
  • Begrafenissen zonder militair eerbetoon, niet in de stoet of deputatie tegenwoordig
  • Cocktails
  • Dienstreizen warbij het uniform moet worden gedragen
  • Huwelijksplechtigheden, niet in de stoet of deputatie tegenwoordig, waarbij aanwezigheid in het militair uniform wordt verwacht
  • Individuele aanwezigheid tijdens begrafenissen zonder militair eerbetoon
  • Opwachtingbezoeken bij Hare Majesteit de Koningin, ministers, bewindslieden, bij bevordering tot opperofficier en bij benoeming van een opperofficier in een hoge functie, waarbij deze rechtstreeks onder de minister is gesteld
  • Recepties
  • Uitreiking diploma's, getuigschriften, certificaten, baretten, onthullingen e.d.
  • Verschijnen voor een militair rechtscollege of militaire justitiŽle autoriteiten
  • Werkbezoeken waarbij het uniform moet worden gedragen

 

DT 2:

  • (Militaire) dodenherdenkingen
  • BeŽdigingen
  • Uitreiking van onderscheidingen

Door de BLS is de draagplicht voor het nieuwe DT/GLT afgekondigd met ingang van 1 januari 2005.

Zie ook: pettenceremonie.

Terug naar Boven

 

DAGORDER

Duits: Tagesbefehl. Engels: order of the day. Frans: ordre du jour. Bekendmaking van het militaire gezag of ťťn dan wel meerdere bevelhebbers of hogere commandanten aan de troepen van (een deel van de) strijdkrachten. Een dagorder, meestal met betrekking tot een opmerkelijke gebeurtenis, kan onder andere bevatten:

betuiging van eervolle vermelding, lof of waardering

bevelen

commander's intent voorafgaand aan een missie, operatie of veldslag

eervolle vermelding

De Order of the Day van 3 oktober 1944 van generaal Dwight D. Eisenhower van het Supreme Headquarters Allied Expeditionary Force (SHAEF) "aan alle officieren en manschappen van de Belgische verzetsorganisaties".
Behalve woorden van dank en waardering, staat in de dagorder ook dat wie niet langer aan de strijd deelneemt de wapens moet inleveren.

De Dagorder van de Bevelhebber der Nederlandsche Strijdkrachten, Zijne Koninklijke Hoogheid luitenant-generaal Prins Bernhard, aan de Binnenlandse Strijdkrachten (BS) in het zojuist bevrijde Nederland. Hoewel de dagorder niet is gedateerd, wordt uitgegaan van 5 of 6 mei 1945.

Op 8 augustus 1945 werden de Binnenlandse Strijdkrachten opgeheven. Ook bij deze gelegenheid gaf Prins Bernhard als BNS een dagorder uit. Hierin stond onder meer: "Aan hen die blijven, vraag ik den geest, waarin het verzet werd geboden, levend te houden. Iedere strijdmacht heeft behoefte aan een traditie, welke haren grond vindt in gevechtshandelingen. Welnu, de roemrijke bladzijde die in het boek onzer geschiedenis met het bloed uwer gevallenen is geschreven, kan daartoe het uitgangspunt vormen. Laten we dat nooit vergeten."

Dagorder nr. 2012/03 van de Commandant Landstrijdkrachten, d.d. 28 augustus 2012, waarin de reorganisatie van de bataljons van de Nationale Reserve formeel wordt bevestigd.

Terug naar Boven

 

DAGR

Voluit: AN/PSN-13 Defense Advanced GPS Receiver.

Uitgesproken als “dagger”.

Deze handheld GPS-ontvanger is een tweefrequentie-ontvanger die de militaire P(Y)-code gebruikt. De DAGR, de vervanger van de Precision Lightweight GPS Receiver (PLGR), die in 1994 op de markt kwam, wordt evenals zijn voorganger geproduceerd door Rockwell Collins en is in productie sinds 2004.

De DAGR beschikt over een nieuwe beveiliging van het gecodeerde GPS-signaal: Selective Availability Anti-Spoofing Module (SAASM). Ook kan met een cryptosleutel beveiligde data in de DAGR worden geladen, wat het risico om gecompromitteerd te worden verkleind.

Verder heeft de DAGR een ingebouwde antenne, wat de kwetsbaarheid verlaagt en zowel anti-spoofing als anti-jamming, respectievelijk ter voorkoming van valse data en interferentie door andere communicatiemiddelen. De DAGR kan de bron van een jammend signaal lokaliseren. Met deze informatie kan de bron met behulp van vuursteun of close air support worden uitgeschakeld.

Er zijn twee versies van de DAGR: de AN/PSN-13 (NSN 5825-01-516-8038) en de AN/PSN-13A (NSN 5825-01-526-4783).

Specificaties:

batterijen4 x penlight (AA 1½ Volt)

batterijlevensduur

ruim 14 uur

breedte

8,8 cm

coördinatensystemen

30 geprogrammeerd; 6 door gebruiker te programmeren

dikte

4 cm

gewicht zonder batterijen

450 gram

lengte

16,1 cm

opslagcapaciteit

999 waypoints

positieaccuratesse

kleiner dan 2,28 meter

tijdaccuratesse

52 nanoseconden (éénmiljardste van een seconde)

Zie ook: Global Positioning System (GPS) en terreinoriëntatie.

Terug naar Boven

 

DAISY CHAIN

Letterlijk: keten van madeliefjes. Aaneenschakeling van munitie die met een onderlinge tussenruimte – aaneengelust via een ontploffingskoord – doorgaans in de (midden)berm van de weg ligt en daardoor nagenoeg gelijktijdig tot detonatie kan worden gebracht. Door het creëren van de lus ontstaat een groot gebied van collateral damage; de detonatie wordt in de regel op afstand gerealiseerd door middel van een radiografisch of bedraad commando.

Op deze wijze ontstaat een langgerekte dodelijke zone, die fataal kan zijn voor passerende konvooien.

Als explosieven kunnen alle mogelijke soorten projectielen worden gebruikt, van improvised explosive devices (IED’s) tot onontplofte artillerie-, mortier- of tankgranaten.

Zie ook: improvised explosive device (IED).

Terug naar Boven

 

DALTAPPEN

Een van de vele zelfverzonnen kretologieŽn binnen Defensie.

Mocht iemand zich helemaal de pleuris vervelen en/of landurig zonder reden thuis zitten, heet zoiets al snel DALTAP: "Denken aan liefde, trekken aan p**mel". Het werkwoord is dan "daltappen".

Echte klaplopers, nietsnutten en slampampers horen denkelijk niet in de krijgsmacht thuis.

Terug naar Boven

 

DAMAGE CONTROL

Afkorting: DAMCON. Duits: Schadenskontrolle; Schadensbegrenzung; Schiffssicherung. Frans: organisation sťcuritť; contrôle des dégâts. Nederlands: schadebeheersing; schadebeperking.

Voor het eerst gebruikt in 1943. Alle inspanningen, alsmede alle pogingen daartoe, om schade of verlies - aan geloofwaardigheid, imago of reputatie - op te sporen, tot een minimum te beperken en zoveel mogelijk te repareren na een al dan niet ondoordachte actie. Damage control kan bijvoorbeeld plaatsvinden door het beperken van verliezen, compensatie, correctie, rectificatie of het tegengaan van controverse of ongunstige publiciteit.

Oorspronkelijk betekende damage control: alle noodmaatregelen die het zinken van een schip tegengaan, zoals essentiŽle reparaties en brandbestrijding. Nog steeds geldt regelgeving voor damage control aan boord van varende marineschepen. Ook wel D-organisatie genoemd; een onderdeel hiervan is de lekdienst, die verantwoordelijk is voor de stabiliteit van het schip tijdens het gevecht. De scheepsveiligheidsdienst is verantwoordelijk voor CBRN en damage control.

De term Damage Control Operation duidt in de regel op pogingen tot een cover-up, waarbij zoveel mogelijk bewijsstukken, gÍnante informatie en onwelgevallige details worden verborgen. Hierbij kan zelfs misleiding worden aangewend. Zo'n operatie an sich resulteert echter vaak in imagoschade.

Area Damage Control (ADC, Frans: organisation de sťcuritť d'une zone) behelst alle maatregelen die de voor een operatie benodigde infrastructuur behouden, waarbij de kans op schade wordt verminderd en de effecten worden geminimaliseerd.

Zie ook: collateral damage (nevenschade), damage control surgery (DCS), foreign object damage (FOD) en misleiding.

Terug naar Boven

 

DAMAGE CONTROL SURGERY

Synoniem: Life- and Limb-Saving; ledemaat- en levenreddend. DCS is de core business van elke militaire chirurg: het beperken van fysieke schade door het adequaat toepassen van de meest directe acute chirurgie, d.w.z. ledemaat- en levensreddende ingrepen.

DCS is de eerste, strikt noodzakelijke chirurgische ingreep om fysieke schade bij acute en ernstige traumagewonden te beheersen, in het bijzonder door het stoppen van bloedingen en het uitvoeren van wondexcisie. Aansluitend wordt de gestabiliseerde gewonde transportgereed gemaakt en zo snel mogelijk doorgestuurd naar een volgende Role. Hier bevindt zich de specialistische chirurgie en kan, idealiter ťťn dag later, de definitieve chirurgie (Primary Surgery) plaatsvinden.

Damage Control Surgery richt zich feitelijk op aangezichts-, nek- en oogtrauma, abdominaal- en bekkentrauma, hoofd- en wervelkolomtrauma, orthopedisch trauma, thoraxtrauma, vaattrauma en wekedelen-trauma en verbrandingen.

Voorbeeld van Damage Control Surgery, in dit geval in een Amerikaanse setting.

In de geneeskundige behandel- en afvoerketen wordt DCS uitgevoerd wanneer het niet mogelijk is om binnen de kritieke tijdslimiet Primary Surgery uit te voeren. DCS wordt in beginsel dan ook gepland als vooruitgeschoven (Forward) of aanvullende (Co-located) chirurgische capaciteit in gebieden van waaruit directe afvoer naar de Role 3 geneeskundige inrichting niet binnen de tijdslimiet haalbaar is.

Bronnen:

► Aanwijzing SG V/26, Grondslagen, hoofdlijnen en systeemeisen militaire gezondheidszorg.

► MC 326/2, NATO Principles and Policies of Operational Medical Support.

► 'Emergency War Surgery', Chapter 12: Damage Control Surgery. Department of the U.S. Army, Office of The Surgeon General.

► 'Trainingsmechanismen voor de opleiding tot militaire chirurg', reserve kolonel-arts prof. dr. Olaf Penn (Nederlands Militair Geneeskundig Tijdschrift, 65e jaargang, januari 2012, nr. 1).

Zie ook: 400 Geneeskundig bataljon, gewondennest, marsgewondenverzamelpunt, Primary Surgery, MOGOS, Role, Role 2 (verbandplaats) en Role 3 (hospitaal).

Terug naar Boven

 

DANGER CLOSE

Betekenis: gevaar nabij.

Eigen troepen die zich zo in de nabijheid van de vijandelijke posities ophouden, dat de fragmenten van munitie die door de inzet van vuursteun van de artillerie of Close Air Support tegen de vijand ook eigen troepen kunnen verwonden of zelfs doden.

In de regel geldt dat bij danger close dat de afstand van de target (doel) tot de eigen troepen kleiner is dan 600 meter.

In het geval van de kapitein Marco Kroon, op 29 mei 2009 onderscheiden met de Militaire Willemsorde, gold in het specifieke geval een zeer riskante danger close van 50 meter bij luchtsteun door een Hercules AC-130 Gunship bij operatie CHITAG (Afghanistan, 13 en 14 juli 2006).

De Close Air Support had fataal kunnen aflopen: tijdens het bombardement liep Kroon door de explosies en de drukverplaatsing veel risico door half overeind te blijven om te controleren of de 105 mm-projectielen van de Hercules op de juiste plaats waren neergekomen.

Zie ook: artillerie, asymmetrische oorlogvoering, close air support (CAS), collateral damage, danger close, deconflictie, friendly fire, irregulier optreden, lineair gevechtsveld, proportionaliteit, regulier optreden, ricochet, rules of engagement, symmetrische oorlogvoering, trefferbeeld en vuursteun.

Terug naar Boven

 

D.A.R.T.

Disaster Assistance Response Team. Nederlands: Noodhulp Verkenningsteam (NHVT).

Joint noodhulpverkenningsteam binnen de krijgsmacht, dat heeft bestaan van oktober 1996 tot 2005.

Het DART kon met een zeer korte reactietijd (Notice To Move 24 uur) worden ingezet om een operationele verkenning uit te voeren in opdracht van de Commandant der Strijdkrachten (CDS). Namens de CDS werd ter plaatse geÔnventariseerd of het vereist/wenselijk was Nederlandse militaire noodhulpoperatie te genereren voor een natuur- of humanitaire noodsituatie, zoals een aardbeving, orkaan of overstroming.

Het DART beschikt niet over de kennis om een operationele verkenning uit te voeren in het geval van een andere vorm van vredesoperatie.

Verzoeken tot inzet in het kader van Disaster & Relief kwamen van de NAVO, de Verenigde Naties of het getroffen land zelf.

DART rapporteerde vervolgens binnen 24 uur na aankomst in het rampgebied aan het Defensie Crisisbeheersingscentrum (tegenwoordig: Defensie Operatie Centrum).

Op basis van de conclusies van de situatieschets en behoeftestelling van het DART konden de ministers van Defensie en Buitenlandse Zaken, namens de regering, besluiten of Nederland een noodhulpoperatie startte en welke (militaire) middelen beschikbaar werden gesteld.

Inzet van een tailor-made follow-on-force (Militair-Humanitaire Noodhulp Eenheid, MNHE) zou binnen 72 uur kunnen plaatsvinden. De MHNE was geformeerd uit eenheden die de krijgsmachtdelen voor dat doel gereedhielden. Het ging daarbij vooral om eenheden met capaciteit op het gebied van geniesteun, bevoorrading en transport, geneeskundige verzorging en beveiliging.

De eerste operationele inzet van DART was naar aanleiding van de orkaan Georges, die op 20 en 21 september 1998 over Saba, Sint Eustatius en Sint Maarten trok.

Tussen 1998 en 2000 is het DART vijfmaal ingezet bij orkanen op de Nederlandse Antillen. Sinds de oprichting kwam het team gemiddeld iets meer dan eenmaal per jaar in actie.

Voorbeelden van de inzet van het DART:

augustus 1997

Grote wateroverlast in Polen.

november 1998

Orkaan Mitch, Honduras.

november 1999

Orkaan Lenny, Bovenwindse Eilanden.

februari 2000

Overstromingen in Mozambique.

Na aankomst in een rampgebied richtte DART zich op de volgende taken:

DART tijdens uitrukkende dienst.

 
► inventariseren van de situatie
► coŲrdineren met de lokale overheid en/of hulpverleningsinstanties (NGO's)
► eventueel werken in/met een VN-organisatie
► inventariseren van de totale behoefte aan noodhulp
► inventariseren van een mogelijke Nederlandse bijdrage
► coŲrdineren en aansturen komst Nederlandse militaire hulpeenheden

De DART-MB's op het mobilisatiecomplex.

DART kon zeven (7) dagen volledig zelfstandig en onder primitieve omstandigheden werken en maximaal zes (6) weken in het rampgebied blijven.

Het DART beschikte onder andere over geavanceerde communicatieapparatuur, voertuigen, eigen stroomvoorziening (generatoraggregaat), verlichting, onderkomens, voeding en water. Alle materieel stond opgeslagen in het mobilisatiecomplex Maaldrift in Wassenaar.

Medewerkers waren vrijwillig lid van een team en deden dat naast een normale functie. Om de 24-uurs garantie te waarborgen, waren alle functies in drievoud bezet.

Een DART-team bestond uit maximaal tien (10) specialisten, onder andere op het gebied van beveiliging, infrastructuur (genie), juridische zaken, (lucht)transport, medische zaken, verbindingen en voorlichting. De samenstelling van het team was afhankelijk van de aard, omvang en de locatie van een ramp. De commandant van het team was verantwoordelijk voor de rapportage aan het ministerie van Defensie.

Na het opheffen van het DART in 2005 heeft Nederland nog steeds militaire capaciteit die het ter beschikking kan stellen in het kader van internationale rampenbestrijding. Daarnaast kan in bondgenootschappelijk verband (NAVO) en bijvoorbeeld dankzij het Urban Search And Rescue team (USAR, externe link) snel en effectief Disaster & Relief-capaciteit worden gegenereerd.

Een goed voorbeeld hiervan was in oktober 2005 de inzet van zowel de NATO Response Force (NRF) als USAR na de aardbeving in Pakistan. Dit resulteerde onder andere in het 1 (NLD) NATO Military Relief Hospital in de Pakistaanse stad Bagh.

Terug naar Boven

 

DATA & TIJDEN

Als wordt verwezen naar tijden, hanteert de NAVO de 24-uurs-klok. Dit wil bijvoorbeeld zeggen dat kwart over acht 's avonds (20.15 uur) wordt uitgesproken als "twee nul ťťn vijf uur".

Normaliter vermijden militairen het tijdstip van exact middernacht (00.00 uur) en verwijzen zo mogelijk naar 23.59 of 00.01 uur. Voor de middag is ante meridiem (AM), na de middag post meridiem (PM).

Tijdzones kunnen tot verwarring leiden. In principe worden operationele tijden uitgedrukt in Greenwich Mean Time (GMT), de internationale basis van tijdrekening die ook wel wordt aangeduid als Universal Time Coordinated (UTC). GMT/UTC is de lokale tijd op de nulmeridiaan, zoals die over de gemeente Greenwich ten zuidoosten van Londen loopt. GMT/UTC is de op de nulmeridiaan geregistreerde tijd: het moment dat in Greenwich de zon op haar hoogste punt in de hemel staat (in het zuiden), heet 12.00 uur GMT.

In Nederland is de tijd altijd ťťn (1) uur later dan GMT/UTC; tijdens de zomertijd wordt dat verschil vergroot tot twee (2) uur.

Zulu is GMT/UTC, A is wintertijd (Z + 1 uur) en B is zomertijd (Z + 2 uur).

GMT/UTC verschilt dus van lokale tijden elders ter wereld.

Omdat in de praktijk de landsgrenzen de tijdzones bepalen, wordt het oostelijk van de nulmeridiaan per gemiddeld 15 graden een uur later en westelijk van de nulmeridiaan per gemiddeld 15 graden een uur vroeger.

In Washington DC is het derhalve altijd vroeger dan GMT/UTC, in Bagdad altijd later dan GMT/UTC.

Ook zomer- en wintertijd worden binnen Defensie gebruikt. Zomertijd - als de klok gedurende de zomerperiode één uur wordt vooruitgezet - geldt gedurende de zeven maanden tussen de laatste zondag in maart en de laatste zondag in oktober. Zomertijd wordt aangeduid met B (Bravo), wintertijd met A (Alfa). Zulu-tijd is de aanduiding voor GMT/UTC.

Anders gezegd: Zulu-tijd is wereldtijd.

Als uren, dagen en data aan manoeuvres en operatiŽn worden gekoppeld, wordt het volgende systeem gehanteerd:
D-dag D-day Dag waarop een manoeuvre of operatie van start gaat
H-uur H-hour Precieze tijdstip waarop een manoeuvre of operatie van start gaat

Dagen en uren worden voorgesteld als getallen plus (+) of min (-) D-dag of H-uur. Dus D-dag, de dag van de geallieerde invasie in NormandiŽ (6 juni 1944), betekent dat 4 juni 1944 in dat operatieplan gelijkstond aan D - 2, 9 juni 1944 aan D + 3.

Als U-uur 06.00 uur is, dan is U + 3 gelijk aan 09.00 uur.

Zie ook: datumtijdgroep, hour (G-, L-, Y-, M- en H-Hour) en Zulu.

Terug naar Boven

 

DATUMTIJDGROEP

Datum/Zeit-Gruppe date-time group groupe date-heure.

Afgekort: dtg.

Binnen de NAVO worden in het kader van oefeningen en operaties data, tijden, tijdzone, maand en jaar gecombineerd in datumtijdgroepen. De combinatie is niet afhankelijk van de locatie.

De datumtijdgroep bestaat uit acht cijfers en vier letters in een bepaalde, staftechnisch omschreven volgorde.

Volgens de datumtijdgroep wordt 11.30 uur GMT op 18 juli 2008 (zomertijd) geschreven als: 181130B jul 08:

 

 

VOORBEELD

Datum

twee cijfers

(zonder spatie gevolgd door)

18

Tijd

vier cijfers (in uren en minuten volgens het 24-uursysteem)

(zonder spatie gevolgd door)

1130

Tijdzone

ťťn letter (in de regel A, B of Z; optioneel, tenzij verwarring mogelijk is)

(na spatie gevolgd door)

B

Maand

drie letters (afgekort tot de eerste drie letters van de naam van de maand,
uitgezonderd de maand maart: mrt)

(na spatie gevolgd door)

jul

Jaar

twee cijfers

08

Omdat de tijden wereldwijd zijn gebaseerd op Greenwich Mean Time (GMT)/Universal Time Coordinated (UTC), geldt dit ook voor de tijdverschillen.

De wereldbol is verdeeld in vierentwintig meridianen en derhalve in vierentwintig tijdzones van elk 15 graden. Aan elke tijdzone is een letter van het NATO-spelalfabet gekoppeld, met uitzondering van de letters I (India) en O (Oscar).

In Nederland en de overige landen binnen de Europese Unie geldt standaard Central European Time (CET), onder militairen beter bekend als de A(lfa)-tijd.

Het hanteren van verschillende tijden naast elkaar is in de (militaire) praktijk onwerkbaar, omdat dan slechts uiterst moeizaam coŲrdinatie en synchronisatie kan plaatsvinden. In dit geval kan de Z(ulu)-tijd worden gebruikt.

Datumtijdgroepen worden bijvoorbeeld gebruikt bij het uitgeven van schriftelijke bevelen, in de radiotelefonieprocedure en bij vijandmeldingen. In de regel geeft een datumtijdgroep het begin of einde van een actie aan. Een oleaat, routebeschrijving en routeschets dienen te worden voorzien van de datumtijdgroep van opmaak. De datumtijdgroep komt onder meer ook voor op aanvraag- en berichtenformulieren en rijopdrachten.

Wanneer vergissing mogelijk is, moet altijd de tijdzone worden vermeld. Dit gebeurt bij rompbevelen in de regel standaard.

Het gebruik van A(lfa), B(ravo)- en Z(ulu)-tijd schematisch:

Z

Zulu

GMT/UTC

Militaire tijdsaanduiding

A

Alfa

Wintertijd
(standaardtijd)

Z + 1 uur

B

Bravo

Zomertijd
(klok 1 uur vooruit op standaardtijd)

Z + 2 uur

In de landen van de Europese Unie duurt de zomertijd van de laatste zondag in maart tot de laatste zondag in oktober.

Zie ook: data & tijden, hour (G-, L-, Y-, M- en H-Hour), NATO-spelalfabet en Zulu.

Bron: onder andere Doctrine Publicatie (DP) Staftechniek (3.2.2.4)

Terug naar Boven

 

DAY OF SUPPLY (D.O.S.)

Afgekort: DOS. Duits: Tagessatz. Frans: jour d'approvisionnement. Nederlands: dagvoorraad.

Op operationeel niveau is DOS gelijk aan het verwachte gemiddelde dagverbruik van goederen om de troepen één dag te ondersteunen in een specifieke operatie. Het gepland verbruik van een eenheid (om de consumptie, het verbruik of het verlies te dekken) is onder andere afhankelijk van het operatietoneel.

Het verbruik in DOS kan worden in specifieke items, klassen of het verbruik per man per dag. DOS klasse V wordt uitgedrukt in de hoeveelheid patronen per wapen per dag; één dag klasse I voor een eenheid levert voor elke militair van die eenheid één gevechtsrantsoen per dag op.

Op beleidsniveau kan DOS worden berekend door de totale (lands)voorraad te delen door het verwachte gemiddelde dagverbruik. Op basis van operationele, klimatologische, geografische en politieke factoren, wordt DOS gebruikt voor de planning van logistiek (transportbehoeften, voorraadniveaus).

Gebruikende eenheden beschikken over een Standard Day of Supply (SDOS) of standaarddagvoorraad. Deze voorraad is gelijk aan het verwachte dagverbruik (vdv) van een goederensoort onder standaardomstandigheden (om de consumptie, het verbruik of het verlies te dekken). De hoeveelheid is vastgelegd aan de hand van stafgegevens van de Standing Group NATO (SGN) of Nederlandse normering. SDOS dient als basis voor het berekenen van CDOS.

In dit voorbeeld is 1 SDOS bedoeld voor interne verzorging en eigen voorziening; logistieke subeenheden van diezelfde eenheid beschikken dan bijvoorbeeld over 2 SDOS (48 uur).

Voor verbruik onder gevechtsomstandigheden is er de Combat Day of Supply (CDOS) of gevechtsdagvoorraad. Deze voorraad is gelijk aan het verwachte dagverbruik (vdv) van een goederensoort onder gevechtsomstandigheden. De berekening hiervan vindt plaats door SDOS te vermenigvuldigen met een intensiteitfactor. Deze factor schat de voorspelbare intensiteit van een specifieke operatie in een bepaald operatietoneel gedurende een bepaalde tijd.

In dit voorbeeld kan een brigade 3 CDOS (72 uur) in voorraad houden; de brigadecommandant maakt vervolgens de keuze dat zich hiervan 1 CDOS logistiek zelfstandig bij de eenheden bevindt (interne verzorging) en 2 CDOS bij de logistieke ondereenheden van de brigade.

 

CDOS

SDOS

 

Combat Day of Supply

Standard Day of Supply

Duits

Kampf-Tagessatz

Standard-Tagessatz; Versorgungsrate

Frans

Jour d'approvisionnement de combat

Jour standard d’approvisionnement

Nederlands

Gevechtsdagvoorraad

Standaarddagvoorraad

Terug naar Boven

 

D.C.T.O.M.P.-FACTOREN

Factoren waarmee op een logische en systematische manier alle voorkomende operationele aspecten worden aangehaald ten behoeve van evaluaties en Lessons Learned. Deze lijst van factoren wordt binnen het Commando Landstrijdkrachten (CLAS), naar voorbeeld van de VS, gehanteerd om alle aandachtsgebieden in kaart te brengen. Ook kunnen de DCTOMP-factoren worden gebruikt bij het opmaken van een Final Exercise Report (FER) of First Impression Report (FIR).

D

Doctrine

Hoe verhoudt het optreden zich aan doctrines, procedures en technieken?

C

Command & Control (C2)

Hoe was de commandovorming (leidinggeven, besluitvorming en bevelvoering)?

T

Training & Opleiding

Hebben de training en opleiding voldaan?

O

Organisatie

Waren de eenheden op de juiste wijze samengesteld (middelen, structuur, taakstelling)?

M

Materieel

Voldeed het materieel? Bestond behoefte aan nieuwe of andere middelen?

P

Personeel

Voldeed het personeel?

Zie ook: Final Exercise Report, First Impression Report en Lessons Learned.

Terug naar Boven

 

DEAD GROUND

Letterlijk: dode grond. Ook genaamd: defilade. Terreindelen die met een normaal gezichtsvermogen, inclusief het gebruik van veldkijkers, nachtkijkers (helderheidsversterkers) e.d. – niet (voldoende) kunnen worden waargenomen vanuit de eigen positie, maar eventueel wél kunnen worden bestreken, bijvoorbeeld met antitankwapens, artillerie of mortieren.

De terreindelen omvatten de geografische ruimte die verder reikt dan wat het menselijk oog menselijkerwijs kan waarnemen cq. wat verborgen is voor elke waarneming. Voorbeelden van dead ground zijn:

bochtige weg

gedekte opstelling van de vijand

geul

heuvel

natuurlijke of kunstmatige hindernis

lager of hoger gelegen terreindeel

ravijn

De gezichtsveldproblematiek van dead ground kan worden verminderd door het flankeren van de eigen posities met waarnemingsposten – om in elk geval dode hoeken op te heffen – en/of het gebruik van luchtwaarnemingsmiddelen.

Terug naar Boven

 

DEBOUCHEREN

Van het Frans: “déboucher”. Letterlijke betekenissen: “ontkurken” of “open maken”.

Uit een stelling of vesting(werk) komen dan wel het verlaten van een défilé om troepen een (tegen)aanval te laten uitvoeren. Volgens de 19de-eeuwse woordenboekmaker H.M.F. Landolt “eene der moeijelijkste handelingen van den oorlog” in het zicht van de vijand.

Terug naar Boven

 

DEBRIEFINGSGESPREK

Ondervragen na voltooiing van een opdracht.

In het kader van de nazorg voor uitgezonden militairen heeft een psycholoog een debriefingsgesprek (psychologische einddebriefing) met elke individuele militair vóór terugkeer naar Nederland. Circa t wee maanden na de uitzending volgt vervolgens een reïntegratiegesprek met personeel van de Maatschappelijke Dienst Defensie (MDD) of het Sociaal-Medisch Team (SMT). Circa zes maanden na de uitzending wordt een psychologische nazorgvragenlijst voor de Afdeling Individuele Hulpverlening (AIH) ingevuld.

Ook kan een debriefingsgesprek met de psycholoog plaatsvinden na een ernstig incident (b.v. aanslag, calamiteit, ongeval). In zo'n geval worden militairen standaard gedebriefed volgens een zgn. 'critical incident stress debriefing' (CISD). Tijdens een CISD wordt informatie verstrekt en een inschatting gemaakt van eventueel aanwezige psychische problemen. Het doel van een CISD is het op gang brengen van een verwerkingsproces, zodat op langere termijn klachten worden voorkomen.

Terug naar Boven

 

DECISIVE OPERATION

Beslissende operatie. Extern gerichte operatie waarin alle activiteiten direct leiden tot – en zodoende de beslissing wordt afgedwongen naar – het verwezenlijken van de opgedragen opdracht, missie of taak.

Binnen het functioneel operationeel raamwerk (binnen de context van asymmetrische oorlogvoering en irregulier optreden) worden operaties ingedeeld naar doelstelling. De decisive operation is vergelijkbaar met de close (nabij) operation in het regulier/grootschalig conflict, zoals de algemene verdedigingstaak (AVT).

Shaping, decisive en sustaining operations omvatten zowel letale (kinetische) als niet-letale (non-kinetische) effecten.

Zie ook: shaping operation en sustaining operation.

Terug naar Boven

 

DECLINATIE

Het verschil tussen het geografische noorden (noorden van de aarde) en het magnetische noorden (noorden dat het kompas aanwijst). Omdat de verschillende magnetische krachtenvelden op aarde steeds in beweging zijn, verandert jaarlijks de declinatie. De jaarlijkse verandering staat op een stafkaart altijd aangegeven bij een tekening van de declinatie.

Declinatie is overal op aarde anders. In Nederland bedraagt de declinatie momenteel enkele graden, maar er zijn plaatsen op aarde waar de delinatie tientallen graden is.

Omdat de declinatie een zijdelingse afwijking van de kompasnaald veroorzaakt, hebben goede kompassen de mogelijkheid om de declinatie op te heffen door de gradenring aan te passen aan de grootte van de declinatie. Dit is de zgn. declinatiecorrectie. Als géén rekening word gehouden met de declinatie, treedt onherroepelijk een koersverschil bij het navigeren op.

Voor het werken met kaart en kompas is inclinatie veel minder belangrijk dan declinatie.

Terug naar Boven

 

DECONFLICTIE

Maatregelen ter voorkoming van vuur op eigen troepen (friendly fire), in de praktiijk gericht op het afstemmen op elkaar en daardoor gescheiden houden van de inzet van eigen luchtsteun (helikopters, vliegtuigen en UAV’s),  grondgebonden vuursteun (artillerie, luchtverdedigingsmiddelen), manoeuvre (korte en middellange dracht anti-tankwapens, mortieren) en eventueel andere wapensystemen.

De coördinatiemaatregelen vergen een scheiding in projectielbanen en vliegroutes, maar ook in tijd, ruimte en/ of hoogte. Deconflictie maakt het plannen van operaties gecompliceerd en vraagt om een grote onderlinge informatiebehoefte en nauwgezette coördinatie en synchronisatie.

Voor het integreren van deconflictie in de derde dimensie, bijvoorbeeld tijdens konvooioperaties, kunnen de volgende functionarissen een rol spelen bij het aanvragen van close air support (CAS) dan wel close combat attack (CCA):

Air Liaison Officer (ALO)

Forward Air Controller (FAC)

Tactical Air Control Party (TACP)

VuursteuncoŲrdinator (VSCC)

Adequate deconflictiemaatregelen zijn:

► afbakenen van de ops box, inclusief patrouilleposten en vooruitgeschoven bases

► combat ID toepassen

► faseren van een operatie

► gebiedsdekkende verbindingen uitbrengen

► herkenningstekens eigen troepen (flashcard, infrarode breaklights en strobelights, marker panel, rookgranaat) voeren

► maatregelen op het gebied van airspace control en/of airspace management nemen

► prioriteiten stellen

► situational awareness van het optreden van verkenningseenheden en Special Forces kennen

► veiligheidsmaatregelen van wapens en wapensystemen uitvoeren

Zie ook: asymmetrische oorlogvoering, collateral damage, danger close, friendly fire, irregulier optreden, lineair gevechtsveld, proportionaliteit, regulier optreden, ricochet, rules of engagement, symmetrische oorlogvoering en trefferbeeld.

Terug naar Boven

 

DEFENSIE

Verzamelnaam van een organisatie die, aangestuurd door een regering, in het landsbelang én – in Nederland - ter bevordering van de ontwikkeling van de internationale rechtsorde (artikel 90 van de Grondwet) aanvallen verhinderd, verzet pleegt bij een aanval óf schade ten gevolge van een aanval minimaliseert, bijvoorbeeld door een vijand te verhinderen het eigen grondgebied te veroveren.

Het Ministerie van Defensie draagt verantwoordelijkheid voor:

1. de bescherming van de integriteit van het eigen en bondgenootschappelijk grondgebied, inclusief de Nederlandse Antillen en Aruba

2. de bevordering van de internationale rechtsorde en stabiliteit

3. de ondersteuning van de civiele autoriteiten bij rechtshandhaving, rampenbestrijding en humanitaire hulp, zowel nationaal als internationaal

Primair staat dan ook bescherming van én zelfverdediging tegen een aanval op het eigen grondgebied tegen potentiële vijanden centraal.

De structuur van de defensieorganisatie wordt in Nederland gerealiseerd door het Ministerie van Defensie. Vanuit het ministerie worden operaties aangestuurd in onder andere NAVO- en VN-verband. Ook wordt vanaf het Plein 4 in Den Haag het beleid ontwikkeld, gecoördineerd en uitgevoerd ten aanzien van alle personeel en materieel van zowel de krijgsmachtdelen als Bestuursstaf, Centrale Organisatie, Commando Diensten Centra (CDC) en Defensie Materieel Organisatie (DMO).

Het Ministerie van Defensie heeft anno 2006 een personele omvang van ± 69.000 FTE’s. Een FTE – fulltime equivalent - is de rekeneenheid waarmee bijvoorbeeld de personeelssterkte kan worden uitgedrukt. Eén FTE is één volledige werkweek van 38 uur. Bij de ± 69.000 FTE’s gaat het om 50.500 militairen en 18.500 burgers:

ONDERDEEL

AFKORTING

PERSONEEL

%

Koninklijke Landmacht

KL

25.700

38

Koninklijke Marine

KM

11.100

16

Koninklijke Luchtmacht

KLU

9.400

13

Koninklijke Marechaussee

KMAR

6.600

9

Defensie Materieel Organisatie

DMO

6.100

9

Commando Diensten Centra

CDC

4.400

6

Defensie Telematica Organisatie

DTO

2.100

3

Bestuursstaf

2.000

3

Paresto

1.500

2

Dienst Gebouwen, Werken & Terreinen

DGW&T

1.000

1

KL = Koninklijke Landmacht, KM = Koninklijke Marine (inclusief Korps Mariniers), KLU = Koninklijke Luchtmacht, KMAR = Koninklijke Marechaussee, DMO = Defensie Materieel Organisatie, CDC = Commando Diensten Centra, DTO = Defensie Telematica Organisatie, Paresto (catering defensielocaties binnen- en buitenland), DGW&T = Dienst Vastgoed Defensie

Zie ook: Minister van Defensie en Staatssecretaris van Defensie.

Terug naar Boven

 

DEFENSIEBEGROTING

Hoofdstuk 10 (X) van de Rijksbegroting.

Terug naar Boven

 

DEFENSIE HELIKOPTER COMMANDO

Afgekort: DHO. Opgericht op 4 juli 2008 op de Vliegbasis Gilze-Rijen in de provincie Noord-Brabant.

Tijdens de oprichtingsceremonie, in het bijzijn van de Staatssecretaris van Defensie Jack de Vries en de Commandant der Strijdkrachten generaal Peter van Uhm, is commodore Theo ten Haaf geÔstalleerd als de eerste commandant van het DHO. Ten Haaf is voormalig vlieger van de Apache AH-64D en was commandant van de Air Task Force in Afghanistan. De oprichtingsceremonie werd afgesloten met een fly-by van 22 helikopters, waaronder een NH-90.

Toenmalig Minister van Defensie Henk Kamp stuurde de Tweede Kamer op 20 september 2004 de studie ‘Integrale Helikoptercapaciteit’, waarna al in 2005 is besloten tot de oprichting van ťťn geÔntegreerde helikopterorganisatie voor de gehele krijgsmacht.

Het logo van het Defensie Helikopter Commando.

De vraag naar – even schaarse als onmisbare – helikopters is toegenomen, onder andere door de deelname aan (inter)nationale missies. Zo valt of staat de inzet in Uruzgan met helikopters en komt de International Security Assistance Force (ISAF) nog dagelijks gevechtskracht en transportcapaciteit in de lucht tekort.

Omdat Defensie uit oogpunt van effectiviteit krijgsmachtbreed haar militaire helikopters heeft geconcentreerd, onder meer ten behoeve van de luchtmobiele (voorheen: Tactische Helikoptergroep) en maritieme (Marine Luchtvaartdienst) transportbehoefte, wordt de slagkracht van de gehele helikoptervloot vergroot. “Uitgangspunt is straks de juiste heli op het juiste moment op de juiste plaats”, aldus commodore Ten Haaf, die de ambitie heeft om samen met Groot-BrittanniŽ en de Verenigde Staten de wereldwijde top drie in helikopteroperaties te blijven vormen.

Het DHC is onder verantwoordelijkheid van de Commandant der Strijdkrachten voor de dagelijkse aansturing ondergebracht bij het Commando Luchtstrijdkrachten. Het DHC heeft ruim 2.200 arbeidsplaatsen en 85 helikopters op 4 verschillende locaties:

Maritiem Vliegkamp De Kooy (Den Helder)7 SquadronWestland Lynx SH14D

 

860 Squadron Marine Luchtvaartdienst

Westland Lynx SH14D

Militair Luchtvaartterrein Deelen

11 Air Manoeuvre Brigade

Vliegbasis Gilze-Rijen

301 en 302 Squadron

Apache AH-64D

 

298 Squadron

Chinook CH-47D

 

300 Squadron

Alouette III + Cougar MKII

Vliegbasis Leeuwarden

303 Search And Rescue (SAR) Squadron

Agusta AB 412SP

Tot eind 2008 blijft de 5de locatie, Vliegbasis Soesterberg, deel uitmaken van het DHC, waarna de basis wordt gesloten. De transportheli’s van Soesterberg verhuizen na sluiting van deze basis naar Gilze-Rijen. Uiteindelijk zal de SAR-taak vanaf de Vliegbasis Leeuwraden verhuizen naar De Kooy, waarbij de heli’s worden vervangen door NH-90’s. De Lynx-helikopter van de Koninklijke Marine wordt vervangen door 12 fregattenhelikopters NH-90 ‘NATO Frigate Helicopter’ (NFH) en 8 maritieme transporthelikopters ‘Marinised Tactical Transport Helicopters’ (MTTH).

Zie ook: Apache AH-64D, Chinook CH-47D en Cougar MKII.

Terug naar Boven

 

DEFENSIE INLICHTINGEN EN VEILIGHEIDS INSTITUUT

Afgekort: DIVI.

Joint kennis- en opleidingscentrum op het gebied van inlichtingen en veiligheid dat een bijdrage levert aan de operationele taken van de krijgsmacht in het kader van:

Het DIVI is, na een krijgsmachtbrede reorganisatie, (her)opgericht door luitenant-generaal Hans Sonneveld (PCDS); als zodanig is zij direct voortgekomen uit de School Militaire Inlichtingendienst (SMID) van de Koninklijke Landmacht (opgericht in de jaren ’40). Het DIVI heeft als motto een vuist met een fakkel en de Latijnse spreuk ‘In Tenebris Lucens’ (“De duisternis verlichtend”). De eerste commandant was kolonel Louwe Hakvoort. Tot 2007 was het DIVI gevestigd op de Simon Stevinkazerne in Ede, daarna op de Luitenant-kolonel Tonnetkazerne in ’t Harde.

Zie ook: ISTAR-bataljon en Militaire Inlichtingen- en Veiligheids Dienst (MIVD).

Zie ook: Defensie Veiligheids- en Inlichtingen Dienst (DIVI) en grondgebonden verkenningseenheid (103 en 104 GGVE).

Terug naar Boven

 

DEFENSIE OPERATIE CENTRUM

Afgekort: DOC. Voluit: Defensie Operatie Centrum van het Ministerie van Defensie. Voorheen: Defensie Crisis Beheersings Centrum (DCBC).

B-gebouw van het Ministerie van Defensie in Den Haag, van waaruit op het niveau van de Commandant der Strijdkrachten (CDS) alle missies en oefeningen van de Nederlandse krijgsmacht wereldwijd 24/7 beheerst (gecoŲrdineerd en gevolgd) en bestuurd (aan- en bijgestuurd).

In het DOC bevinden zich onder andere een controlekamer (waar de missies in de gaten worden gehouden), briefingruimte, verschillende sleutelfunctionarissen en stafsecties op J-niveau. Het DOC coŲrdineert tijdens de planningsvoorbereiding en aansturing joint ingezette eenheden.

Briefingruimte van het Defensie Operatie Centrum.

Alle informatiestromen komen hier samen: er zijn directe, beveiligde communicatiemogelijkheden met alle uithoeken van de wereld.

Volgens planning zal vanaf medio 2011 het Joint Operatiecentrum Defensie (JOD) gereed zijn. Het JOD zal, veel minder dan het DOC, afhankelijk zijn van de Operationele Commando's van de krijgsmachtdelen.

Terug naar Boven

 

DEFENSie PARA SCHOOL

Afgekort: DPS. Opgericht op 2 maart 2009 op de Seeligkazerne in Breda door kolonel Rob Querido, commandant van het Korps Commandotroepen (KCT).

Logo van de Defensie Para School.

De nieuwe school verzorgt joint alle parachuteopleidingen binnen Defensie, niet alleen van het KCT maar ook van het Korps Mariniers en 11 Luchtmobiele Brigade, met name de gebrevetteerde parachutisten in de volledig para-inzetbare compagnieŽn (A-Cie 11 Infbat, C-Cie 12 Infbat en C-Cie 13 Infbat).

De school is een samenvoeging van het Mariniers Trainings Commando (MTC) van het Korps Mariniers en het Instructiepeloton Para (IPP) van het KCT. Door de samenvoeging en samenwerking van verschillende krijgsmachtonderdelen kunnen de opleidingen worden verbeterd.

De DPS kan jaarlijks 800 tot 1.000 mensen opleiden. Bij Defensie wordt beroepsmatig door 1.200 militairen van het Korps Mariniers, Korps Commando Troepen en de Luchtmobiele Brigade het parachutespringen beoefend als training voor operationele inzet. Zo werden in 2006 door het IPP/KCT 10.287 parachutesprongen gemaakt, waarvan het merendeel (91%) vrije val (2007: 7.580, 2008: 9.394).

De school is vernoemd naar ex-commando en kapitein b.d. Cees Sisselaar. Sisselaar, die twee maanden voor het einde van de Tweede Wereldoorlog voor een spionagemissie per parachute werd gedropt achter de vijandelijke linies in de jungle van Sumatra en de gevangenen van twee interneringskampen wist te bevrijden, was als (91-jarige) eregast aanwezig bij de oprichtingsceremonie van de DPS, die werd voorafgegaan door een parachutedemonstratie met de deelnemende krijgsmachtdelen.

Historisch gezien is de DPS de voortzetting van de School voor opleiding van Parachutisten (SOP), zoals die in oktober 1946 in Hollandia, de hoofdstad van het voormalig Nederlands Nieuw-Guinea (nu: Djajapura), werd opgericht door Sisselaar. Op 1 mei 1947 volgde de oprichting van de 1e Parachutistencompagnie (Paracie) onder leiding van kapitein Sisselaar; op 1 september 1947 verhuisde de SOP naar Tjimahi bij Bandung, Java, Nederlands-IndiŽ.

In Breda wordt alleen het gronddeel van de opleiding onderwezen. De DPS is onder bevel gesteld van de Opleidings- en Trainingscompagnie Speciale Operaties (OTCSO) van het KCT en verzorgt vele opleidingen. Het daadwerkelijke springen blijft plaatsvinden in onder meer Frankrijk en de Verenigde Staten.

Militaire parachutist met squarevormig valscherm ('matras'). Bron: Parachutespringen bij Defensie, themastudie, april 2010, Onderzoeksraad voor Veiligheid onder voorzitterschap van prof. mr. Pieter van Vollenhoven).

Bij het static line-springen (automatische opening) met de koepelvormige parachute ("bolletje") leren militairen afspringen op een hoogte van 400 meter: de parachute wordt geopend door middel van een lijn die aan het vliegtuig is verbonden. Zodra de parachutist uit het vliegtuig springt, trekt de static line het valscherm uit de container. De static-line heeft een breekkoord dat breekt op het moment het valscherm uit de container is getrokken. Eenheden lichte infanterie van het Korps Mariniers en 11 Luchtmobiele Brigade kunnen door middel van de static-line koepelvormige parachute grootschalig worden ingezet. Hierbij wordt het borstvalscherm als reserveparachute gebruikt.

In de basisopleiding vrije val (BOVV) wordt commando's en mariniers geÔnstrueerd vanaf 4,5 km hoogte te springen, waarna gedurende 40 ŗ 60 seconden een vrije val wordt gemaakt: de parachutist valt vrij omlaag zonder dat de parachute geopend is. Bij de vrije val wordt het valscherm niet automatisch geopend, zoals bij de static line, maar moet de parachutist zelf zijn valscherm activeren.

De DPS verzorgt daarnaast onder andere ook de volgende opleidingen:

High Altitude Low Opening (HALO; in Nederland maximaal 12.000 feet/3.650 meter)
High Altitude High Opening (HAHO)
► Inzet per tandem (t.b.v. artsen of specialisten)
► Opleiding para-instructeur
► Opleiding vrijevalinstructeur
► Oxygen master opleiding (t.b.v. instructeurs)
► Parachutehersteller
► Parachutepakker ("parapakker")
► Voortgezette Opleiding Vrije Val (VOVV)
► Zuurstofopleiding (vanaf 10 km hoogte met zuurstofmasker; met geopende parachute 40 ŗ 60 km afleggen)
► Zware-lastopleiding (springen met 80 tot 120 kg)

Terug naar Boven

 

DEFENSIE PIJPLEIDING ORGANISATIE

 

Terug naar Boven

 

DÉFILÉ

1

Duits: Enge. Engels: defile. Frans: étroit. Synoniemen: corridor; passage.

Elke nauwe doorgang in verder begaanbaar terrein, die onvoldoende ruimte laat aan de volledige ontplooiing van een (verplaatsende) eenheid.

Voorbeelden zijn:

  • bergpassen
  • bruggen
  • dichte bebossing
  • dijken
  • doorwaadbare plaatsen
  • knooppunten van wegen
  • oeververbindingen
  • wegen in bergachtig terrein
  • wegen in moeilijk begaanbaar terrein
  • wegen in oorden

Zie ook: deboucheren.

 

2

Duits: Vorbeimarsch. Engels: march-past. Frans: dťfilť; procession de militaires. Synoniem: parade.

In optocht aan een podium met een parade-inspecteur, overige hoogwaardigheidsbekleders en publiek voorbijtrekken van troepen, met name als eerbetoon. Een dťfilť wordt afgenomen door een parade-commandant of -inspecteur, waarlangs de eenheden marcheren en de eregroet brengen.

Bekende défilés in Nederland zijn die op 5 mei in Wageningen en op 29 juni (Veteranendag), waaraan vele (oud-)militairen deelnemen. In het buitenland, zoals in BelgiŽ en Frankrijk, wordt op de nationale feestdagen traditioneel een militair défilé gehouden.

Terug naar Boven

 

DEFILEERMARS 'DE ONDEROFFICIER'

In 1999 componeerde adjudant Leo van der Laak de Defileermars 'De Onderofficier'. De mars werd voor de eerste maal officieel ten gehore gebracht tijdens de de militaire ceremonie van de uitreiking van het onderofficiersdiploma (Passing-Out) van 16 april 1999. In datzelfde jaar werd de Defileermars 'De Onderofficier' samen met twintig signalen, het Wilhelmus en de Dodenmars door de Koninklijke Militaire School (KMS) op CD opgenomen en uitgegeven.

Bij (in)formele gelegenheden waar leden van het onderofficierenkorps betrokken zijn - zoals een beŽdiging, medaille-uitreiking, jubileum, KMS-jaardag, diploma-uitreiking, commando-overdracht en tijdens bijeenkomsten van wapen- en dienstvakken - kan de Defileermars 'De Onderofficier' ten gehore worden gebracht.

Tijdens de Passing-Out van de KMS treedt een nieuwe lichting onderofficieren symbolisch uit tijdens het zingen van de Defileermars 'De Onderofficier'.

Download hier de Defileermars 'De Onderofficier'

Refrein:

Terug naar Boven

 

DEFORGER

Volledig: DEFORGER 90. Voluit: Departure of forces from Germany.

Amerikaans-Nederlandse verplaatsingsoperatie in de opbouwfase (operatie DESERT SHIELD) naar de Golfoorlog van 1990-'91 tegen Irak (operatie DESERT STORM), waarbij (delen) van de Amerikaanse 2nd, 5th en - vooral - 7th Corpses vanuit het zuiden van Duitsland naar Saoedi-ArabiŽ werden overgebracht. De primaire Points of Embarkation (POE's) waren Aschaffenburg (Beieren) en Mannheim (Baden-WŁrttemberg).

Voor Nederland was DEFORGER de grootste militaire verplaatsing op eigen grondgebied sinds de Tweede Wereldoorlog. Bij de transit (transport en inscheping) van het materieel leverde Nederland gastlandsteun (Host Nation Support). Hierbij waren 700 militairen van de Koninklijke Landmacht betrokken.

In de periode november 1990 tot januari 1991 brachten de Verenigde Staten en Groot-BrittanniŽ grote hoeveelheden zwaar Amerikaans materieel - zoals Abrams gevechtstanks, Bradley infanteriegevechtsvoertuigen, Apache gevechtshelikopters en munitie - en troepen van Europa naar het gebied van de Perzische Golf.

Voor een deel was dit materieel afkomstig uit Nederlandse depots. In ongeveer zeven weken verhuisde de U.S. Army vanuit Europa meer dan 122.000 militairen en burgers en 50.500 (delen) van uitrustingsstukken van Duitsland naar Saudi-ArabiŽ, waarvan ruim 15.000 uitrustingsstukken via Nederlands grondgebied.

De verantwoordelijkheid voor en coŲrdinatie van de planning en uitvoering van de KL lagen bij het Nationaal Territoriaal Commando (NTC) in Gouda.

De inscheping van het materieel gebeurde deels via de Nederlandse havens Rotterdam, Amsterdam en Eemshaven (Delfzijl), gedeeltelijk ook via havens in BelgiŽ (Antwerpen) en Duitsland (Bremerhaven).

De Koninklijke Marechaussee (KMar) beveiligde de transporten over het spoorwegnet en de konvooien over de auto(snel)wegen vanuit Duitsland. In samenwerking met de Amerikaanse Military Police en patrouilleschepen van de KMar zorgden pelotons van een zevental Infanterie Beveiligings CompagnieŽn (IBC'n) op de haventerreinen voor de bewaking.

In het kader van de operatie DEFORGER werden Ī 400 helikopters van de U.S. Army op het Marine Vliegkamp Valkenburg ingevlogen, vandaar overgevlogen naar de Rotterdamse haven en tot slot verscheept naar de Perzische Golf.

In Rotterdam stond daarnaast een bijstandspeloton gereed voor calamiteiten. In de havens controleerden duikers van de KL en de Duik- en Demonteergroep van de Koninklijke Marine onder de waterlijn de rompen van de transportschepen op de mogelijke aanwezigheid van explosieven.

Door de U.S. Army werden Ī 400 helikopters ingevlogen op het Marine Vliegkamp Valkenburg (MVKV). Van hieruit werden de toestellen overgevlogen naar de Rotterdamse haven en verscheept naar de Perzische Golf. Op de vliegbasis Ypenburg richtte de KL voor zo'n 500 Amerikanen die DEFORGER regelden en begeleiden en voor havenarbeiders en Amerikaanse helikopterpiloten een tentenkamp in voor de legering.

Operatie DEFORGER toonde het belang aan van zowel een goede infrastructuur als van bestaande procedures die in NAVO-verband zijn ontwikkeld met het oog op Host Nation Support.

Zie ook: Host Nation Support (gastlandsteun), Koninklijke Marechaussee (KMar), Lines of Communication (LOC), REFORGER en Reforger '87. Een crisis die geen crisis werd (boek, 1988).

Terug naar Boven

DE HUISHOUDSTER

Ezelsbruggetje dat, bijvoorbeeld binnen de Geneeskundige Dienst, wordt gebruikt bij het ontsmetten (decontaminatie).

Het ontsmetten van geneeskundige ge- en verbruiksartikelen, zoals instrumentarium, moet in onderstaande volgorde worden uitgevoerd:

DE

Desinfecteren

Verlagen van de besmettingskans

HUISHOUD

Huishoudelijk reinigen

Verwijderen van voor het oog waarneembaar vuil

STER

Steriliseren

Doden van alle levende micro-organismen, waardoor geen afvalstoffen, kiemen of sporen meer aanwezig zijn (pyrogeenvrij)

Terug naar Boven

 

DEHYDRATIE

Synoniem: waterdepletie.

Ontwatering van het lichaam met, als gevolg van het watertekort in de weefsels, uitdroging. Als gevolg van dehydratie wordt méér van het anti-diuretisch hormoon (ADH of vasopressine) afgescheiden, waardoor de niertubuli of –buisjes het water dat zij eerder uitscheidden opnieuw opnemen. Hierdoor wordt overtollig vocht vastgehouden (vochtretentie), minder urine geproduceerd en de bloeddruk verhoogd (hypertensie).

Behalve dat er meestal meer vocht wordt afgescheiden dan er wordt ingenomen, met name bij fysieke inspanning en/of koud- en warmweeromstandigheden, kan dehydratie worden veroorzaakt door stoornissen in:

huid

bevriezing; verbranding

maagdarmkanaal

braken; diarree

nieren

nierfalen

De eerste symptomen van dehydratie zijn:

► dorst

► droge keel, mond, slijmvliezen en tong

► droge oksels

► ingevallen, traanloze ogen

► minder elastische huid (verminderde turgor)

► minder en donkergele urineproductie

Omdat dehydraytie een levensgevaarlijke stoornis kan zijn, dient te allen tijde een Algemeen Militair Verpleegkundige te worden geraadpleegd. Bij een dehydratie van meer dan 10% van het lichaamsgewicht zal iemand in shock raken.

Een beproefd zelf te maken middel tegen dehydratie is zelfgemaakte ORS: 1 liter schoon (fles)water, ½ theelepel (2½ ml) zout en 8 theelepels (40 ml) suiker. Daarnaast geldt cola zonder prik als een ideale ORS.

Een zgn. dehydratieklok geeft aan wat de symptomen van dehydratie zijn als met het toenemen van de tijd de dehydratie verergert:

Na 1 uur

Dorst

Na 2 uur

Ongemak

Na 3 uur

Verminderd hongergevoel

Na 4 uur

Braken

Na 5 uur

Hoofdpijn

Na 6 uur

Duizeligheid

Na 7 uur

Praatproblemen

Na 8 uur

Ademproblemen

Na 9 uur

Loopproblemen

Na 10 uur

Verminderd zintuiglijk vermogen

Na 11 uur

Slikproblemen

Na 12 uur

Flauwvallen

Zie ook: Oral Rehydration Salts (ORS).

Terug naar Boven

 

DELTAPUNT

Al dan niet gedekte locatie waar de sergeant distributie (roepnaam D) zijn eenheid bevoorraadt (“brengplicht”). Het deltapunt is vergelijkbaar met de gevechtstrein (bataljons-deltapunt) op bataljonsniveau.

De compagnies-/pelotonscommandant verkent en bepaalt het deltapunt; de second/opvolgend pelotonscommandant (OPC) coördineert de bevoorrading.

In de regel bevindt het deltapunt zich in de nabijheid van de compagnies-CP (CCP). Bij eenheden die organiek of in een specifieke situatie in pelotons-/groepsverband optreden, kan ook een pelotons-/groeps-deltapunt worden ingericht.

De bevoorrading betreft klasse I t/m V, waarbij de volgorde in prioriteit klasse V, wapens, reservedelen, medische voorraden en klasse I is. Het deltapunt wordt bemand door de ontvangende eenheid (“haalplicht”). Vanuit het deltapunt wordt het verdere uitdelen geregeld door de groepscommandant, die de volgorde van bevoorraden binnen de groep bepaalt.

Het deltapunt is tevens gesneuveldenverzamelpunt: hier worden de gesneuvelden verzameld, niet in het gewondennest. De locatie kan wel – fysiek gescheiden dan wel uit het zicht, in verband met het moreelaspect – worden gecoloceerd met het gewondennest.

Bij luchtmobiel optreden ligt het deltapunt in de regel op of in de buurt van een landingpoint/landingsite liggen, waardoor een helidump mogelijk is.

Terug naar Boven

 

DEMARCATIELIJN

Linie der Abgrenzung line of demarcation ligne de délimitation.

Synoniem: bestandslijn.

De demarcatielijn tussen de Moslim-Kroatische Federatie (MKF) en de Republika Srpska van Bosnië-Hercegovina. Hier ter hoogte van Mahala, tussen Kalesija und Zvornik.

De overeengekomen, al dan niet voorlopige, grensscheiding die door oorlogvoerende partijen, of door een intermediaire partij, wordt afgekondigd na een wapenstilstand, terugtrekking van troepen of sluiten van een vredesakkoord. Een demarcatielijn, die een specifiek gebied of land verdeeld, wordt vaak afgekondigd tijdens of na een Peace Support Operation.

De meest bekende demarcatielijn is die welke over de 38ste breedtegraad is getrokken tussen het communistische Noord- en het kapitalistische Zuid-Korea. Deze is afgekondigd na de Koreaanse oorlog van 1953.

Overige bekende demarcatielijnen zijn:

1949

Demarcatielijn tussen Jammu (India) en Kasjmir (Pakistan)

1954

Demarcatielijn tussen communistisch Noord-Vietnam en westers Zuid-Vietnam

1963

Green Line tussen Grieks-Cyprus en Turks-Cyprus

1995

IEBL (Inter-Entity Border Line) tussen de Moslim-Kroatische Federatie (MKF) en de Republika Srpska van Bosnië-Hercegovina

Zie ook: DMZ.

Terug naar Boven

 

DEM KIT 480

Uitrusting voor de (nood)vernietiging van landmijnen en Unexploded Ordnances (UXO's) in missiegebieden.

De DEM KIT 480 is alleen bedoeld voor het gebruik door de explosievenverkenner in de pantsergeniegroep en geniegroep luchtmobiel.

De vernielingsladingen (charge demolition) 20 mm (nr 481) en 33 mm (nr 482) werken volgens het principe van de holle lading. De gerichte kracht die hierdoor vrijkomt op de springstof in de mijn of UXO, zorgt voor de detonatie.

De ladingen zijn ook geschikt voor het vernietigen van munitie onder water.

De losse ladingen zijn zowel bedoeld voor het aanvullen van een set DEM KIT 480 als voor O&T-doeleinden.

Zie ook: genie, holle lading, landmijn, Opleiding & Training (O&T) en Unexploded Ordnance (UXO).

Terug naar Boven

 

DEMOLITIESPECIALIST

Demolitie betekent: "sloop, vernieling, met de grond gelijk maken".

Demolition.
demolition.
dťmolition.

Afgekort: DemSpec.

Individuele specialisatie binnen een ploeg bij het Korps Commandotroepen.

De DemSpec is specialist op het gebied van werken met springmiddelen en explosieven die nodig zijn voor het binnendringen van gebouwen en voor het (tijdelijk) uitschakelen van strategische objecten. Hiertoe werkt hij onder andere met geÔmproviseerde vernielingen en is hij in staat valstrikken te herkennen en te maken.

De uitrusting van de DemSpec is de springmiddelenuitrusting nr. 5C3. Hierin zitten onder andere de volgende items:

4 kg kneedspringstof nr.8

Springstof trotyl (TNT).

Bekend om zijn grote explosieve kracht en schokbestendigheid

30 meter slagsnoer op rol

Springstof pentriet.

Slagsnoer bestaat uit 12 gram per meter pentriet met een kunststof vezel eromheen voor de waterdichtheid. Gebruikt als overdrachtslading of zelfstandig.

12 verbindingspluggen nr.24

Springstof tetryl.

Verbindingsplug bestaat uit een kunststof omhulsel met 18,4 gram tetryl.

5 vertragingsinleiders

Samenstel van trekkoord, vuurkoord en een slagpijpje met Ī 1 gram gevoelige springstof.

Gebruikt om kneedspringstof tot detonatie te brengen.

Zie ook: Korps Commandotroepen (KCT).

Terug naar Boven

 

DEN BRIEL

Den Briel (nu: Brielle) ligt strategisch op het eiland Voorne aan de monding van de Maas. Op 1 april 1572 wordt de stad door de Watergeuzen ingenomen en bevrijd van het Spaanse garnizoen.

De gevluchte Prins Willem van Oranje heeft steun gezocht bij de Watergeuzen, protestanten die naar Engeland en Frankrijk zijn gevlucht.

Zoals zoveel steden weigert Den Briel zich vooralsnog aan te sluiten bij de opstand tegen het bewind van de Spaanse koning Filips II en de hertog van Alva - zijn gezant met de bijnamen "Bloedhond" en "IJzeren Hertog".

Op dat moment is slechts een klein groepje van het Spaanse garnizoen in de stad.

De Watergeuzen - aangevoerd door Lumey (Willem van der Marck, heer van Lummen), Willem Bloys van Treslong en Jacob Cabeliau (heer van Mullem) - dringen Den Briel binnen en eisen de stad op voor de prins.

Met het ontzet van Den Briel heeft de prins een vast steunpunt in de Nederlanden en begint de opstand in Holland en Zeeland: veel steden kiezen de kant van de prins.

Vanaf 1 april 1572 wordt de 'Prinsengeus', de vlag van de Watergeuzen, gevoerd op de toren van Den Briel.

Dit is het begin van het einde van het schrikbewind van de hertog van Alva.

'Den Briel door de water geusen in genomen'. Prent uit 1971 van Antonio Ossorio, markies van Astorga.

Terug naar Boven

 

DENKEN IN EFFECTEN

wirkungsorientierten Ansatz.
Effect-Based Operations (EBO).
opťrations basťes sur les effets.

Om opdrachtgerichte commandovoering (OGC) succesvol toe te passen, zijn onder andere eenheid van opvatting en eenhoofdige leiding randvoorwaardelijk.

Kennis hebben van het oogmerk van de commandant (commander’s intent) tot minimaal twee niveaus hoger (1UP en 2UP), geeft inzicht in de hiŽrarchische structuur van militaire doelstellingen.

De militair organisatie neemt als uitgangspunt welk effect moet worden bereikt en waarom: denken in effecten.

Het te bereiken effect moet logisch, pragmatisch en mentaal worden benaderd.

Als uitgangspunt worden niet de beschikbare capaciteit (assets) genomen, maar het te bereiken effect (en pas daarna welke middelen nodig zijn om het effect te bereiken).

Denken in effecten staat gelijk aan denken in invloed.

EFFECT

Denken in effecten gaat over de mate waarin het gewenste effect wordt gebracht (beoogde doel wordt bereikt, de goede dingen worden gedaan).

Het gaat om het resultaat, de output, van militaire inzet. Synoniemen voor denken in effecten zijn resultaatgericht denken en outputgericht denken.

Het gewenste effect is:

■ gesynchroniseerd;
■ in verhouding;
■ op maat.

Resultaatgericht is effectief: het resultaat van de militaire inzet telt.

Tegenover effectief staat efficiŽnt: de militaire inzet zelf telt, zonder tijd of middelen te verliezen.

Alle mogelijke actoren en informatiestromen beÔnvloeden de voortdurend complexer wordende operationele omgeving: in- en externe ontwikkelingen als Networking Enabled Capabilities (NEC), Comprehensive Approach, strijd om schaarse grondstoffen (olie en water), fundamentalisme en terrorisme.

Onderling worden de militaire instrumenten met die van andere actoren afgestemd. Voor het operatieconcept (ConOps) worden op die manier de effecten gecreŽerd die noodzakelijk zijn voor het behalen van zowel de militaire doelstelling (objective) als, uiteindelijk, de politieke eindsituatie (end-state). Bij het maken van het operatieconcept wordt vanaf het begin nagedacht over te behalen effecten.

Het doel van militair optreden wordt breed geanalyseerd, waardoor niet direct aannames worden gedaan over de manier waarop dat doel kan worden bereikt. Een brede discussie voorkomt dat zaken over het hoofd worden gezien; de afwezigheid van aannames kan leiden tot innovatieve oplossingen.

Denken in effecten gaat dan ook niet primair over het uitschakelen van vijandelijke capaciteit, al kan het behalen van een objective wel vereisen dat de opponent wordt uitgeschakeld.

Het denken in effecten vindt plaats volgens de vraagstellingen:

► Wat verwacht uw commandant (1UP, 2UP) van zijn te bereiken effecten?

► Welk effect moet worden bereikt en waarom?

Het denken in effecten is van levensbelang: elke handeling, in het operatiegebied maar ook op vredeslocatie in eigen land, heeft (in)directe en onvoorziene gevolgen. Binnen de operationele omgeving is het handelen van elke militair (strategic corporal) vervlochten met vele politieke, militaire, economische, sociale, infrastructurele en informatie factoren (PMESII).

In de regel is het te bereiken effect de algemene opvatting van alle actoren over het plan van aanpak voor een (veiligheids)probleem. Alle betrokken PMESII-actoren:

► gaan uit van dezelfde doelstellingen (understanding);

► gaan in samenhang te werk (cohesion);

► zijn bereid (will) hun gedrag en attitude te laten beÔnvloeden door de andere actoren om acceptatie (E=K x A) te krijgen over de gewenste end-state.

Door de activiteiten van eigen troepen en die van de overige actoren onderling goed op elkaar afstemmen, op basis van understanding, cohesion en will van alle actoren - wordt invulling gegeven aan het denken in effecten, de manoeuvrebenadering en opdrachtgerichte commandovoering (OGC).

De effecten - niet of de dingen goed worden gedaan maar of de goede dingen worden gedaan - staan centraal. Effecten zijn altijd gerelateerd aan het gedrag van actoren, de veranderingen in eigen en vijandelijke capabilities (inzetbaarheid van middelen) en alle mogelijke overige veranderingen (PMESSII).

Op zijn vakgebied beziet elke actor hoe een effect kan worden behaald dan wel ondersteund, waarmee actief wordt bijgedragen aan het behalen van objective en end-state. Er vindt daarnaast een betere coŲrdinatie en synchronisatie tussen alle actoren plaats en, bijvoorbeeld, contraproductief of dubbel uitgevoerd optreden (van afzonderlijke actoren) wordt voorkomen.

In alle fasen moeten de omstandigheden worden bijgesteld: van ongunstig (weaknesses, threats) naar gunstig (strengths, opportunities); de SWOT-analyse is een bruikbaar instrument om operationele mogelijkheden en beperkingen inzichtelijker te maken.

Het hogere niveau beperkt zich idealiter tot het stellen van doelen en geeft aan welk effect het lagere niveau moet bereiken. Het lagere, uitvoerende niveau beslist zelf hoe dat effect te bereiken: wat competenties en middelen betreft, is het uitvoerende niveau hiertoe het beste toegerust.

Omdat op alle niveaus kennis en vaardigheden worden uitgebuit, wordt de belasting van de organisatie in zijn geheel lager, het operationeel tempo hoger en de kans op succes groter.

Uiteindelijk leidt denken in effecten tot meer eigen successen en meer aan de opponent toegebrachte verliezen op het gevechtsveld.

Zie ook: 1UP, 2UP, commander's intent, commandovoering, E=K x A, opdrachtgerichte commandovoering (OGC), operatieconcept (ConOps), PMESII en SWOT-analyse.

Terug naar Boven of naar Homepage

 

DENKRAAM, ORGANISATORISCH

Terug naar Boven of naar Homepage

 

DEPOT CEREMONIËLE TENUEN EN SABELS

Afgekort: DCT.

In Soesterberg, bij het KPU-bedrijf, gevestigd onderdeel van Defensie dat ruim 1.000 uniformen van allerhande wapens, dienstvakken, regimenten en korpsen in een grote diversiteit herbergt.

Daarnaast bezit het depot een rijke gevarieerdheid aan helmen, petten, rozetten, sabels, sjerpen en tressen, plus vele andere accessoires.

Links van boven naar beneden de ceremoniŽle tenuene van het Garderegiment der Jagers, 11 Afdeling Rijdende Artillerie en Fuseliers Prinses Irene. Rechts nogmaals een fuselier in CT

Indien nodig wordt uit de collectie uniformen het Ceremonieel Tenue (CT) in bruikleen verstrekt aan eenheden of individuele militairen, bijvoorbeeld ten behoeve van een huwelijk. Als de bruid of bruidegom een militair is kan worden getrouwd in CT. Voorwaarden voor verstrekking in bruikleen aan een individuele militair is dat hij/zij (onder)officier is ťn dat het betreffende wapen of dienstvak überhaupt een Ceremonieel Tenue heeft.

Militairen van het Korps Commandotroepen ťn alle militairen van het Dienstvak der Logistiek kunnen zich niet verlaten op een CT en moeten noodgedwongen terugvallen op het Gelegenheidstenue (GLT).

Grenadiers in het karakteristieke CeremoniŽle Tenue met berenmuts (kolbak).

Ten behoeve van de operationele eenheden is het DCT gespecialiseerd in de eenheidsgewijze uitleen in het kader van koninklijke aangelegenheden (huwelijken en begrafenissen), staatsbezoeken e.d. Hiertoe kunnen de tenuen ter plekke worden gepast en aangemeten. Van de CeremoniŽle Tenuen worden die van de Koninklijke Marechaussee het meest gebruikt.

Terug naar Boven

 

DEPRIVATIE

Van het Latijn "deprivatio" dat "beroven" betekent.

Gemis, met name aan bepaalde zintuiglijke ervaringen, aan slaap of aan voedsel. Het consequent onthouden van lichamelijke behoeften als drinken, eten en slaap kán, wanneer daar onverantwoord mee wordt omgegaan, leiden tot ziekteverschijnselen. Deze primaire behoeften komen overeen met de onderste laag van de piramide van Maslow, genaamd naar de Amerikaanse psycholoog Abraham H. Maslow (1908-1970).

Het ontzeggen van eten/drinken en slaap kan leiden tot verklaarbaar, ongezond psychisch functioneren. Zo heeft slaapdeprivatie een grote invloed op de werking van de psychische hersenfuncties. Daarom moet het beletten van slaap tijdens opleiding en training worden begeleid door een arts.

Slaapdeprivatie zorgt in meer of mindere mate voor een vermindering van:

concentratie

korte-termijn-geheugen (vergeetachtigheid)

motivatie

pijndrempel (meer pijn)

prestaties (zowel cognitief als fysiek)

stemming (prikkelbaarheid)

visus (dubbelzien)

waakzaamheid

Uiteindelijk vermindert door slaapdeprivatie de battlefield awareness en kan de militair zelfs gaan hallucineren (guppen en wuppen). Slaapgebrek hoeft er niet voor te zorgen dat de militair niet meer kan schieten, maar het onderscheid tussen vriend en vijand wordt moeilijker.

Langdurige slaaponthouding leidt, behalve tot grote vermoeidheid, slaperigheid en episodisch zeer kwellende slaapdrang, maximaal na 2½ dag aaneengesloten, tot een zodanig onsamenhangend psychisch functioneren, dat er symptomen kunnen optreden die vergelijkbaar zijn met die van een psychose.

Vooral de geforceerde onthouding van slaapperioden waarin wordt gedroomd, werkt verstorend op het psychisch functioneren; bij het inhalen van de weer tot herstel leidende slaap wordt vooral het ontstane tekort aan dromen ingehaald.

Indertijd heeft Defensie TNO opdracht gegeven onderzoek te doen naar het management van slaap en alertheid tijdens militaire operaties. Het onderzoek richtte zich op het gebruik van medicamenten, waaronder modafinil (Modiodal® of Provigil®) waarmee de prestaties en inzetbaarheid van militairen tijdens militaire operaties konden worden verbeterd.

Het eventuele gebruik van dergelijke ergogenische middelen (die het concentratievermogen bevorderen, lichamelijke vermoeidheid onderdrukken en beweeglijkheid stimuleren, vergelijkbaar met cafeÔne) geldt enkel voor zeer bijzondere omstandigheden wanneer de overleving van het individu of de groep op het spel staat.

CafeÔne lijkt een wondermiddel tegen slaapdeprivatie, maar is dit zeker niet; het stimulantium bevordert slechts enigszins de waakzaamheid.

Voorbeeld van een gevangene die sensorisch (zintuigelijk) wordt gedepriveerd.

Daarnaast heeft Defensie een procedure vastgesteld die artsen in staat stelt in zeer ernstige operationele omstandigheden dexamfetamine voor te schrijven om de alertheid van militairen te bevorderen. Dexamfetamine (dexedrine, d-amfetamine) is een stimulerend middel dat de werking van dopamine nabootst.

Ideaal bezien dient slaapmanagement - een plan voor een zo goed mogelijke, praktische verdeling van werk, rust en slaap (werk-rustregeling) - situaties te vermijden waarbij alle personeel op hetzelfde moment uitgeput is. Tegenmaatregelen in het kader van slaapmanagement zijn:

Evenwicht tussen werk- en rusttijden

Personeel op posten (FOB, OP) tijdig roteren

Routinematig gedrag van personeel veranderen

Slapen als daar gelegenheid en tijd voor is (hazenslaapje, power-nap)

Zintuiglijke (sensorische) deprivatie is het wegnemen van het besef van tijd en ruimte. Hierin wordt de zintuiglijke waarneming bemoeilijkt of beperkt:

Zintuig

Wat wordt bemoeilijkt of beperkt?

Hoe?

Huid

Voelen

Dikke handschoenen; wanten

Neus

Ruiken

Neusmasker

Ogen

Zien

Blinddoek; geblindeerde skibril

Oren

Horen

Gehoorbescherming

Tong

Proeven (smaak)

Mondmasker

Zie ook: Pantserstorm en white noise.

Terug naar Boven

 

DESERTIE

Desertion; Fahnenflucht.
desertion; defection.
dťsertion.

Zich onttrekken aan de militaire dien(st)verplichtingen bij een eenheid:

zonder de intentie om terug te keren; en

zonder toestemming van superieuren; en

zonder verlof op te nemen

Ook genaamd: drossen (met name marine) en vaandelvlucht (germanisme). Vandaar: drosser.

Militair-strafrechtelijk betekent desertie in Nederland een ongeoorloofde afwezigheid (OA) die langer duurt dan dertig (30) dagen, in oorlogstijd langer dan zeven (7) dagen.

Het Wetboek van Militair Strafrecht kent voor allerhande delicten, zo ook voor desertie, strengere straffen toe in tijd van oorlog. Zo geldt voor desertie in vredestijd een maximale gevangenisstraf van twee (2) jaar, in oorlogstijd van 7Ĺ jaar (Wetboek van Militair Strafrecht, artikel 100, respectievelijk 2de en 3de lid).

Desertie naar de vijand (overlopen) wordt nog zwaarder gestraft. Desertie wordt in de regel strenger gestraft naarmate zij meer (direct) gevaar voor de eenheid en/of de operatie veroorzaakt.

Nederlands meest bekende deserteur/overloper was wellicht Jan 'Poncke' Princen (1925-2002): ten tijde van het conflict in Nederlands-IndiŽ liep Poncke Princen op 13 september 1947 over naar de Tentara Nasional Indonesia (TNI) om de wapens op te nemen tegen zijn voormalige maten. Daardoor bleef hij ook na zijn dood zeer omstreden onder oud-strijders.

Uit onderzoek van het Belgische Ministerie van Landsverdediging blijkt dat de afschaffing van de dienstplicht, gevolgen heeft voor het aantal deserteurs; de vermindering van het aantal gevallen van desertie zou te wijten zijn aan de opschorten van de dienstplicht.

Zie ook: dienstweigering, ongeoorloofd afwezig en wuppen.

Terug naar Boven

 

DETACHEMENT

Abteilung, Detachement, Truppenabteilung.
detachment.
dťtachement.

Soms ook genaamd: afdeling. Afgekort: det.

Deel van een eenheid dat afgesneden of gescheiden van zijn organieke onderdeel een bepaalde opdracht van tijdelijke aard vervult, waarbij hereniging met de hoofdmacht niet mogelijk of te verwachten is. Een detachement, in de regel van aanzienlijke omvang, kan samengesteld worden uit een tactische eenheid of uit een samenvoeging van manschappen die uit diverse tactische eenheden zijn getrokken. Geleid door een detachementscommandant. Vroeger gezegd van troepenafdelingen die tijdelijk in een garnizoen werden gelegd (gelegerd).

H.M.F. Landolt schreef in zijn 'Militair Woordenboek' (1861): "In den oorlog vormt men detachementen om requisitiŽn op te halen, tot dekking van konvooien, tot bezetting van enkele punten, tot verzekering van de operatielijn of de flanken van het leger, tot waarneming van den vijand op zulke punten, waar men niet beslissend te werk wil gaan, tot het tegenhouden van dien vijand, indien hij tot het offensieve overging."

Volgens Thomas Wilhelm in 'A Military Dictionary and Gazetteer' (1881) bestaat een detachement uit "[...] an uncertain number of men drawn out from several regiments or camps equally, to march or be employed as the general may think proper, whether on an attack, at a siege, or in parties to scour the country."

Analoog aan detachementen zijn er voor- en nadetachementen: delen van eenheden die vůůr de aankomst van de hoofdmacht dan wel na het vertrek van de hoofdmacht in een missiegebied aanwezig zijn.

Een voorbeeld van een detachement was het Nederlands Detachement Verenigde Naties (NDVN) dat van december 1950 tot oktober 1954 in de Koreaoorlog meevocht.

Terug naar Boven

 

DETAINEE

Gevangene. In de Franse taal is een "dťtenu" per definitie schuldig, terwijl een "prisonnier" niet noodzakelijk schuldig hoeft te zijn (zoals een krijgsgevangene). In het Engels ook genaamd: "unlawful combattant".

Iedere persoon die wordt gevangengenomen of anderszins gedetineerd, d.w.z. in bewaring/hechtenis wordt gesteld, door een krijgsmacht. In het Engels ook genaamd: arrestee; captive; detainee; inmate; prisoner.

Onderstaande situatie met betrekking tot detainees is gebaseerd op de missie in Uruzgan (ISAF Stage III):

De detainee wordt met tie-wraps om de polsen aan de voorzijde van het lichaam vastgemaakt en een geblindeerde ballistische bril en gehoorbescherming opgezet (onder andere om te zorgen dat hij niet kan communiceren met andere detainees). Zijn reden van detentie wordt bekendgemaakt, daarna wordt hij gefouilleerd. Vervolgens kleedt hij zich uit voor een onderzoek door een arts en wordt hij ondervraagd door specialisten van een eenheid van de Koninklijke Landmacht. Tijdens het verhoor houden een militair jurist en een Supervisor Detainees - een officier die moet toezien op het welzijn van de detainee - toezicht. Van de verhoren wordt een logboek bijgehouden. Na maximaal 96 uur wordt een detainee vanuit de Detainee Facility overgedragen aan de Afghaanse autoriteiten, in de praktijk het National Directorate of Security (NDS) van de Afghaanse autoriteiten, of vrijgelaten.

Zie ook: krijgsgevangene (POW) en Person Under Control (PUC).

Terug naar Boven

 

DETECTIEPAPIER

Papier, SpŁr, chemische Agenzen; ABC SpŁrpapier.
chemical agent detector paper.
ruban (adhesive) rťactif trois modes.

Voluit: detectiestickers voor vloeibare chemische strijdmiddelen.

Al dan niet zelfklevend detectiepapier waarmee door kleurverandering visueel kan worden gedetecteerd of een vloeibaar chemisch (zenuwblokkerend of blaartrekkend) strijdmiddel ter plaatse aanwezig is. Er is in dit geval lokaal sprake van een vloeistofbesmetting.


Vloeibare chemische strijdmiddelen zijn zowel vluchtige (non-persistente) als niet-vluchtige (persistente) zenuwblokkerende strijdmiddelen en blaartrekkende strijdmiddelen.

Detectiepapier is lakmoespapier dat van kleur verandert wanneer een vloeibaar chemisch strijdmiddel in contact komt met ťťn van de drie kleurstoffen in het papier. Door verstoring van het zuur/base-evenwicht - verandering van de zuurgraad (pH) - verkleurt het detectiepapier.

De test is kwalitatief: geeft slechts een indicatie van de stof, zegt nog niets over de concentratie (kwaliteit) van het strijdmiddel.

De specifieke reactietijden en kleurveranderingen van het detectiepapier zijn:

Reactietijd

Kleurverandering

Chemisch Strijdmiddel

Onmiddellijk

Rood

Blaartrekkend strijdmiddelen mosterdgas (H) of lewisiet (L)

Binnen enkele seconden

Blauwgroen tot zwart

Zenuwblokkerend strijdmiddel VX
(of het ontsmettingsmiddel DS-2)

Binnen 1 minuut

Geeloker

Zenuwblokkerend strijdmiddelen tabun (GA), sarin (GB) en soman (GD)

Schematisch:

De kleurveranderingen treden niet alleen op bij besmetting met een chemisch strijdmiddel, ook als gevolg van aanraking met organische oplosmiddelen, zoals aceton of tetrachloorkoolstof.

Het detectiepapier wordt aangebracht op de CBRN-kleding (onderbeen, onderarm, laarzen), op voertuigen of uitrustingsstukken dan wel op een prikker om bij een CBRN-patrouille in lage begroeiing en struikgewas de aanwezigheid van een vloeistofbesmetting te kunnen vaststellen.

Zodra visueel kleurverandering wordt waargenomen, wordt eerst het CBRN-masker in beschermstelling geplaatst, daarna onmiddellijk de omgeving en de commandant geÔnformeerd en tot slot de persoonlijke CBRN-beschermingsmaatregelen genomen.

Zie ook: DS-2, lewisiet, mosterdgas, sarin en soman.

Terug naar Boven

 

DETENTE

Dťtente.
detente.
dťtente.

Russisch: razryadka. Synoniem: dooi.

Periode van verminderde gespannen politieke verhoudingen in een bestaand conflict tussen twee staten of volkeren die elkaar normaliter in woord en/of daad bestrijden. In de regel wordt 'detente' gebruikt voor de periode van geopolitieke ontspanning in de Koude Oorlog tussen de Sovjet-Unie en de Verenigde Staten, van 1969 tot 1979.

Al na de Cubacrisis in 1962, het dieptepunt van de Koude Oorlog, kwamen de twee grootmachten overeen een directe hotline te tussen Washington D.C. en Moskou te installeren. De 'red telephone' stelde beide wereldleiders in staat onmiddellijk met elkaar te kunnen communiceren in geval van een urgente situatie om de kans op escalatie te verminderen.

De eigenkijke detente begon echter pas vanaf 1969, toen de Amerikaanse presidenten Richard Nixon en Gerald Ford detente een "thawing out" (ontdooien) of "un-freezing" (ontvriezen) noemden.

Waarschijnlijk is dat de detente achter de schermen, in telefoongesprekken, diplomatiek is voorbereid - en tussen 1969 en 1977 in stand is gehouden - door de Amerikaanse National Security Adviser en latere minister van Buitenlandse Zaken Henry Kissinger en de Sovjet-ambassadeur in de VS, Anatoly Dobrynin. De relatie tussen de twee leidde tot het inlevingsvermogen - en onderhandelingen op het tweede plan - die benodigd waren om de ideologische verschillen tussen beide landen te overbruggen.

De Koude Oorlog-ontspanning manifesteerde zich vooral in de totstandkoming van verdragen tussen beide landen, zoals:

Non-Proliferatieverdrag (NPV)

Op 1 juli 1968 ondertekend door 189 landen.

Strategic Arms Limitation Talks (SALT)

► SALT I op 26 mei 1972 ondertekend door de Amerikaanse president Richard Nixon en Sovjet-leider Leonid Brezhnev.

► SALT II op 18 juni 1979 ondertekend door de Amerikaanse president Jimmy Carter en Sovjet-leider Leonid Brezhnev.

Helsinki-akkoorden (slotverklaring van de Conferentie over Veiligheid en Samenwerking in Europa (later: Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa)

Op 1 augustus 1975 ondertekend door onder andere de Amerikaanse president Gerard Ford, Sovjet-leider Leonid Brezhnev, Bondskanselier Helmut Schmidt en de Oostduitse leider Erich Honecker.

De inval van de Sovjet-Unie in Afghanistan op 24 december 1979 wordt wel beschouwd als het feitelijke einde van de detente.

Zie ook: Koude Oorlog.

Terug naar Boven

 

DEZI

Betekenis: DEtectiemiddel Zenuwblokkerende strijdmiddelen In damp- en aërosolvorm.

Individueel verstrekt chemisch detectiemiddel dat wordt gebruikt om lokaal in de lucht de aanwezigheid van een zenuwblokkerend strijdmiddel vast te stellen. Bij de controledetectie moet de DEZI tegen de inlaatopening van de filterbus van het CBRN-masker worden gehouden.

Om na een aanval met (mogelijk) zenuwblokkerende strijdmiddelen over voldoende informatie te beschikken voor het bepalen van het tijdstip einde gasalarm, zal de commandant bij de mogelijke aanwezigheid van een concentratie van een zenuwblokkerend strijdmiddel in de lucht, aan de NBC-kern opdracht geven om op een aantal locaties een controledetectie met de DEZI uit te voeren.

Bij de afwezigheid van een zenuwblokkerend strijdmiddel, moet op de locaties onder leiding van de groepscommandant de snuffelproef worden uitgevoerd. Als deze proef geen detectie van chemische strijdmiddelen oplevert, kan de commandant het moment bepalen waarop het CBRN-masker wordt afgezet.

Bij operationele inzet bevindt de DEZI zich in het kleine vak aan de smalle zijkant van de CBRN-draagtas. Er wordt een kunststof zakje met twee DEZI's verstrekt. In de verpakking zit ook de gebruiksaanwijzing.

De DEZI bevat een reagenspapier dat is geÔmpregneerd met cholinesterase.

De te bemonsteren lucht wordt door het reagenspapier opgezogen via de inlaatopening van de filterbus van het CBRN-masker. Na het afvangen van het (mogelijk) zenuwblokkerend strijdmiddel wordt het reagenspapier bevochtigd met water dat in een vloeistofkussentje aanwezig is. Vervolgens vindt de voor zenuwblokkerende strijdmiddelen specifieke detectiereactie (enzymatisch) plaats door het reagenspapier samen te drukken met een met substraat geïmpregneerd papiertje.

Verkleuringen:

Blauw

Afwezigheid van zenuwblokkerende strijdmiddelen

Roze

Aanwezigheid van zenuwblokkerende strijdmiddelen

De DEZI wordt thans niet meer gebruikt.

Terug naar Boven

 

D.G.L.C.

Voluit: Defensie Grondgebonden Luchtverdediging Commando.

Eenheid gelegerd op de Luitenant-generaal Bestkazerne in Vredepeel.

Het DGLC is een fusie van het Commando Luchtdoelartillerie (CoLua) van de Koninklijke Landmacht met de Groep Geleide Wapens (GGW) van de Koninklijke Luchtmacht.

Het CoLua verdedigde het luchtruim op de korte afstand om eigen troepen te beschermen tegen aanvallen door vijandelijke vliegtuigen, terwijl de GGW het luchtruim verdedigde om steden en grotere gebieden te beschermen.

De drie operationele eenheden van het DGLC beveiligen nu samen vanaf de grond vitale objecten, eenheden en gebieden tegen luchtdoelen (helikopters, vliegtuigen, ballistische raketten en kruisvluchtwapens) met behulp van Patriot-, AMRAAM- en Stinger-wapensystemen, dan wel ondersteunen de grond-luchtbeveiliging.

De samengevoegde wapen- en sensorsystemen heffen elkaars zwakke punten op en vormen gezamenlijk een ondoordringbare luchtverdediging:

  

800 Ondersteuningssquadron

► communicatieapparatuur
► logistieke ondersteuning

 

802 Squadron

Patriot

 

13 Luchtverdedigingsbatterij

► NASAMS (Norwegian Advanced Surface to Air Missile System) met AMRAAM
(Advanced Medium Range Air-to-Air Missile)
Fennek Licht Verkennings- en Bewakingsvoertuig met Stinger Weapon Platform
Stinger MANPADS
(Man Portable Air-Defense Systems)
► Weapon Locating Radar AN/MPQ-64 Sentinel
► Telefunken Radar Mobil LuftraumŁberwachung¹ (TRML) 3D/32
► DISCUS²
(Demonstration of Integrated Sensors for Compound Security)

 

¹ luchtruimbewakingsradar
² alles-in-ťťn camerasensorsysteem

De Stinger-capaciteit is afkomstig van het opgeheven 11 Luchtverdedigingscompagnie Luchtmobiel en het Korps Mariniers.

Onderzocht wordt hoe het DGLC een rol kan vervullen bij de detectie van en bescherming tegen raket-, artillerie- en mortierdreiging: Counter Rockets, Artillery and Missiles (CRAM).

Vanaf 1 januari 2012 is het DGLC onder het Single Service Management van het Commando Landstrijdkrachten (CLAS) geplaatst; op 29 maart 2012 vond de oprichtingsceremonie van het DGLC plaats in Vredepeel.

Daarnaast startte het DGLC in 2012 met het opwerken voor de Ballistic Missile Defence Taskforce (BMDTF) in Turkije.

Van 2013 tot 2015 beschermde 1 (NLD) Ballistic Missile Defence Taskforce met het Patriot-systeem de stad Adana in het zuiden van Turkije. Voor het optreden tijdens die missie ontving het DGLC op 26 februari 2015 het Bronzen Schild.

Zie ook: Ballistic Missile Defence Taskforce (BMDTF), Fennek, Luitenant-generaal Bestkazerne, Patriot, Single Service Management en Stinger.

Terug naar Boven

 

DIARREE

Durchfall.
diarrhea.
diarrhťe.

Synoniem: buikloop.

Diarree is een plotseling afwijkende ontlasting, waarbij de frequentie en de hoeveelheid toenemen en de vastigheid afneemt. Vaak is diarree een symptoom van darminfecties en daarmee een zelflimiterend mechanisme om de darmen te reinigen van schadelijke stoffen.

Uitbraken van diarree komen frequent voor bij militaire populaties; diarree wordt een groot gezondheidsrisico zodra een epdidemie uitbreekt.

De onwillekeurige doorstroom van snel opeenvolgende, dunne tot waterige ontlasting heeft acute toiletgang tot gevolg. Vaak gaat diarree gepaard met buikkrampen, buikpijn en soms ook braken - waardoor het verlies aan vocht en elektrolyten verder toeneemt. Meestal gaat diarree binnen 1 ŗ 2 weken vanzelf over.

In de regel is diarree een oro-fecale of watergerelateerde infectie, waarbij de aanwezigheid van bacteriŽn, parasieten, protozoŽn of virussen de darmen heeft geÔnfecteerd. In ontwikkelingslanden (sub-Sahara Afrika en Zuid-AziŽ) zijn de bacteriŽn Escherichia coli en Shigella, de parasiet Cryptosporidium en rotavirussen de meest voorkomende oorzaken van diarree.

In 4% van alle sterfgevallen wereldwijd is diarree de oorzaak; 17% van alle kindersterfte wordt veroorzaakt door diarree.

Vooral bij zuigelingen en kinderen komt diarree veel voor. De combinatie uitdroging (dehydratie) en koorts vermindert bij kinderen de hoeveelheid lichaamsvocht nog sneller dan bij volwassenen, vooral omdat de natuurlijke weerstand door ondervoeding (malnutritie) bij kinderen lager is. De vicieuze cirkel van ondervoeding/diarree moet worden doorbroken.

Om uitdroging te voorkomen moet worden gedronken (rehydratie), liefst gekeurd drinkwater, vruchtensappen, ontvette bouillon of een mengsel van water, suiker en zout - zoals Oral Rehydration Salts (ORS). Uitdroging kan onder normale omstandigheden worden voorkomen door minimaal 2 ŗ 3 liter per dag te drinken.

Preventiemaatregelen tegen diarree:

► eet geen vette voedingsmiddelen of rauwe groenten

► gebruik alleen gekeurd drinkwater (fleswater)

► gebruik eigen bestek

► handhaaf de persoonlijke hygiŽne, zoals handen wassen voor de maaltijd en na toiletbezoek

► neem maatregelen tegen vliegen en ander ongedierte

► verwijder afval uit de directe omgeving, vooral ontlasting en urine

Antidiarreemiddelen, zoals actieve kool (Norit®), diphenoxylate-atropine (Lomotil®) en loperamide (Imodium®) laten weliswaar de vastigheid van de diarree toe- en de frequentie afnemen, maar de oorzaak en de uitdrogingsverschijnselen verdwijnen niet.

'The Care of a Person with Acute Diarrhea' ('Where there is no doctor. A village health care handbook' van David Werner, Carol Thuman en Jane Maxwell.'The Care of a Person with Acute Diarrhea' ('Where There Is No Doctor. A Village Health Care Handbook' van David Werner, Carol Thuman en Jane Maxwell.

Zie ook: hygiene en preventieve gezondheidszorg (HPG), Oral Rehydration Salts (ORS) en water.

Terug naar Boven

 

DIDACTISCHE KERNVRAGEN

De acht didactische kernvragen zijn een hulpmiddel voor de instructeur om zo optimaal mogelijk een les voor te bereiden.

De instructeur stelt zich de kernvragen in de voorbereidings-, uitvoerings- en evaluatiefase van het onderwijsleerproces. Uiteindelijk verbetert het kunnen beantwoorden van de didactisch kernvragen de structuur van de les, de leeractiviteiten van de leerlingen en het gedrag en de instructiebekwaamheid van de instructeur.

In de acht didactische kernvragen zitten alle elementen waar bij het geven van instructie aan dient te worden gedacht.

Omdat er een direct en onlosmakelijk verband is tussen de activiteiten van de instructeur en die van de leerlingen, geven de antwoorden op de acht didactische kernvragen de optimale kapstok voor de onderwijsleersituatie.

Tijdens het voorbereiden van de les analyseert de instructeur met behulp van de acht didactische kernvragen de Learning Support Package (LSP, voorheen syllabus). De acht didactische kernvragen staan in de Handleiding voor de Instructeur en het Handboek Onderofficier (HB 2-07/A).

De didactische kernvragen zijn afgeleid uit het Model Didactische Analyse, ook genaamd: Didactisch Model van Van Gelder. Dit model, vernoemd naar prof. dr. Leon van Gelder (1913-1981), hoogleraar didactiek en een van de belangrijkste grondleggers van de onderwijskunde in Nederland, is in 1968 gepresenteerd.

De antwoorden op de acht didactische kernvragen hebben een gewenste onderwijsleersituatie tot gevolg, die wordt gebruikt als input voor het lesplan. Op deze manier kunnen de doelstellingen van de instructeur op een effectieve en efficiŽnte wijze worden gehaald.

Op basis van het lesplan richt de instructeur de leeromgeving voor zijn les in. De leeromgeving kan bestaan uit een leslokaal, een gesimuleerde omgeving, geavanceerde onderwijsleermiddelen (GOLM) of een praktijkomgeving.

De acht didactische kernvragen zijn:

1

Wat moet de leerling in deze les bereiken?

► Waarom deze les op dit moment?
► Leer- en vormingdoelen (doelstellingen): cognitieve (kennis), vaardigheids- (motorische) en/of vormingsdoelen (attitude, wil, bereidheid).

2

Met welke gegevens moet rekening worden gehouden? *

► Aanvangsniveau (vereist en feitelijk)
►Aan de hand van persoonlijke, sociale, situationele en materiŽle aspecten: instructeur, leerlingen en omgeving.

3

Hoe kan ik de leerstof het beste ordenen?

► Keuze leerstof.
► Ordening leerstof (kop-romp-staart).
► Volgorde leer- en vormingdoelen.
► Indeling tijd.
► Uitvoerbaarheid (relatie tijd-inhoud).

4

Welke leeractiviteiten moeten de leerlingen verrichten? *

► Hoe gaan de leerlingen leren?
► Wijze waarop de leerlingen zich de leerstof eigen maken.

5

Welke werkvormen moeten worden gehanteerd? *

► Didactische werkvormen.
► Afwisseling in wijze van instructie: voordracht, onderwijsleergesprek (OLG), opdracht.

6

Hoe moeten de leerlingen gegroepeerd worden?

► Groepering leerlingen.

7

Welke onderwijsleermiddelen kunnen of moeten worden gebruikt?

► Visueel, auditief, audiovisueel.
► Computer, DVD, fantoom, flip-over, PowerPoint, Prezi, Serious Gaming, simulator, televisie e.v.a.

8

Welk resultaat heeft het onderwijs gehad en hoe is het onderwijs verlopen?

► Zijn mijn doelstellingen bereikt (productevaluatie)?
► Is de invulling van mijn les doeltreffend geweest (procesevaluatie)?
► Zelfreflectie.
► Leerbehoefte.

* Met betrekking tot de didactische kernvragen 2,4 en 5:

De achtereenvolgende componenten van Opleiding & Training zijn voorwaardelijk om tot een succesvol O&T-resultaat van de leerlingen te komen:

Aanbrengen noodzakelijke kennis

Tactisch; technisch.

Beoefenen noodzakelijke vaardigheden

Kunnen uitvoeren; kunnen toepassen.

Onderkennen en laten vertonen vereiste houdingsaspecten

Wil; bereidheid.

Opwerken naar noodzakelijke fysieke eisen

Kracht; uithoudingsvermogen.

Benodigde mentale componenten tot uitdrukking laten komen

Doorzettingsvermogen; stressbestendigheid.

Een of meer van de bovenstaande componenten is vereist om een O&T doel met goed gevolg cognitief, motorisch en/of in attitude te laten beheersen.

Zie ook: ECOD, instructiebekwaamheid, Lead By Example, leidinggeven, onderofficier, opleiding & training (O&T) en praatje-plaatje-daadje (tevens: DOA/DOMA/DOZA).

Terug naar Boven

 

DIDO

Voluit: Defensie Intranettoepassing Dienstreis Opdrachten.

Toepassing van het intranet van het Ministerie van Defensie die de aanvragen, goedkeuringen en vergoedingen van dienstreizen in binnen- en buitenland realiseert. Het nieuwe systeem maakt - evenals PeopleSoft - gebruik van PeoplePoint. Eind april 2005 is DIDO bij de Koninklijke Landmacht ingevoerd.

Het principe van DIDO is dat Defensiepersoneel de aanvraag voor een dienstreis vastlegt, voordat deze wordt gemaakt. Na de registratie worden door DIDO controles uitgevoerd en wordt het vergoedingsbedrag berekend. Het Defensie-personeel stuurt vervolgens de dienstreisaanvraag naar de manager: de pelotonscommandant (PC). De PC keurt de dienstreisaanvraag goed, waarna het vergoedingsbedrag van de dienstreis binnen drie werkdagen wordt uitbetaald op het bank- of girorekeningnummer van het Defensiepersoneel.

In plaats van een registratienummer wordt binnen DIDO gewerkt met een werknemernummer. Het Centraal Betaalkantoor Defensie (CBD) zorgt voor de uitbetaling van de dienstreis via de Geïntegreerde Verplichtingen Kas- en Kostenadministratie (GVKKA).

Defensiepersoneel dat geen toegang heeft tot het intranet, kan gebruik blijven maken van de papieren, verouderde werkwijze met interservice reisdeclaratieformulieren DF 3302002 (Reisdeclaratie Nederland) en/of DF 3302003 (Reisdeclaratie buiten Nederland).

Terug naar Boven

 

DIEMACO

De Canadese Diemaco is een kleinkaliberwapen 5.56 x 45 mm NATO waarmee zowel semi-automatisch als drieschots-automatisch gevuurd kan worden door het omzetten van de vuurregelaar. Het wapen is voorzien van een op 300 meter ingeschoten gevechtsvizier; het patroonmagazijn kan 30 patronen bevatten.

De Diemaco kan worden voorzien van de underbarrel granaatwerper 40 mm Heckler & Koch AG36.

Verdere specificaties:

gewicht met gevuld patroonmagazijn

3,92 kg

gewicht zonder patroonmagazijn

3,34 kg

lengte

100 cm

lengte loop

50 cm

maximale dracht

2.600 meter

maximale effectieve dracht

400 meter

patroonmagazijn

elk M16-compatibel patroonmagazijn

trekken en velden

rechtsom 6 groeven

vuursnelheid bij drieschots-automatisch

700-940 schoten per minuut

De verschillende uitvoeringen van de Diemaco zijn:

Versies

Specificaties

Diemaco C7

 

► enkelschots of burst-control (salvo van maximaal 3 patronen)
► leeggewicht 3,4 kg
► lengte 100 cm
► looplengte 50 cm
► mogelijkheid voor blauwe insteekloop voor verschieten van verfpatronen
► mogelijkheid voor underbarrel granaatwerper HK-AG36
► vuursnelheid 800 schoten/min

 

Diemaco C7A1

 

► half- of volautomatisch
► leeggewicht 3,4 kg
► lengte 100 cm
► looplengte 50 cm
► mogelijkheid voor blauwe insteekloop voor verschieten van verfpatronen
► mogelijkheid voor underbarrel granaatwerper HK-AG36
► voorzien van picatinny-rails t.b.v. 3Ĺ maal vergrotende Elcan-richtkijker, andere (HV-)kijkers, licht- en lasermodules en snelrichtmiddelen (SRIM)
► vuursnelheid 800 schoten/min

 

Diemaco C8

 

► enkelschots of burst-control (salvo van maximaal 3 patronen)
► inschuifbare kolf
► karabijnversie
► kortere loop
► leeggewicht 2,7 kg
► lengte 76 cm
► looplengte 37 cm
► mogelijkheid voor blauwe insteekloop voor verschieten van verfpatronen
► mogelijkheid voor underbarrel granaatwerper HK-AG36
► vuursnelheid 850 schoten/min

 

Diemaco C8A1

 

► half- of volautomatisch
► inschuifbare kolf
► kortere loop
► leeggewicht 2,7 kg
► lengte 76 cm
► looplengte 37 cm
► mogelijkheid voor blauwe insteekloop voor verschieten van verfpatronen
► mogelijkheid voor underbarrel granaatwerper HK-AG36
► voorzien van picatinny-rails t.b.v. 3,5 maal vergrotende Elcan-richtkijker, andere (HV-)kijkers, licht- en lasermodules en snelrichtmiddelen (SRIM)
► vuursnelheid 850 schoten/min

 

Diemaco C7LOAW

 

► licht ondersteunend automatisch wapen (Light Support Weapon, LSW)
► in gebruik bij Korps Mariniers
► inklapbare tweepoot-affuit
► leeggewicht 5,8 kg
► lengte 100 cm
► looplengte 50 cm
► volautomatisch
► voorzien van picatinny-rails t.b.v. 3Ĺ maal vergrotende Elcan-richtkijker, andere (HV-)kijkers, licht- en lasermodules en snelrichtmiddelen (SRIM)
► vuursnelheid 650 schoten/min
► zwaardere loop

1 Rail Interface Systeem (RIS); geÔntegreerd railsysteem dat de handbeschermers rondom de loop vervangt; is de basis voor toevoegingen aan het wapen, zoals een granaatwerper, laserdoelaanwijzer, nachtzichtapparatuur, tactische lamp, vertical foregrip (voorste handgreep) of vizier.
2 Laserdoelaanwijzer (laser target designator) voorop de RIS; straalt een onzichtbare infrarood lichtbundel aan die alleen met een optisch nachtrichtmiddel kan worden gezien; hiermee kunnen doelen exact worden gemarkeerd; kan alleen 's avonds en 's nachts worden gebruikt.
3 Snelrichtmiddel (SRIM, aimpoint) met vergrotingsoptieken; maakt het mogelijk doelen op grote afstand waar te nemen, te detecteren en te herkennen; heeft een holographic red dot sight, die bij dag of in een verlichte omgeving op het doel wordt gericht waarna snel kan worden gevuurd; hiernaast kunnen andere optische dag- en nachtrichtmiddelen op elke gewenste positie op de rail worden geplaatst.
4 Kolf met in zes posities verstelbare lengte (adjustable stock); speelt in op de uitrusting en persoonlijke voorkeur van de schutter, vergroot de beweeglijkheid en komt de schiethouding ten goede.
5 Lichtmodule (torch white light); wit licht dat bestemd is voor optreden in een slecht verlichte en/of bebouwde omgeving.
6 Voorste handgreep met tweepoot (forward handgrip with bipot); deze ‘vertical foregrip’ kan worden gebruikt als monopod en vergemakkelijkt zowel draag- als schiethouding; hierdoor kan sneller en nauwkeuriger worden gericht en gevuurd.

In 2006 begon Defensie met het project ´Operationele Aanpassingen Diemaco´. Dat resulteerde erin dat in 2009 is begonnen met een algemene aanpassing voor alle 25.000 Diemaco’s die bij de krijgsmacht in gebruik zijn (zie hierboven). Door deze verschuiving van de End Life of Type kunnen de wapens die in 1994 zijn ingestroomd minimaal tot 2016 mee. De aanpassingen hebben een relatie met het project Verbeterd Operationeel Soldaat Systeem (VOSS). Het ombouwen wordt verricht bij de Unit Klein Kaliber Wapens van het Marinebedrijf in Den Helder.

Zie ook: Armalite infanteriegeweer kaliber 7.62 NATO AR-10, bajonet, granaatwerper HK-AG36, HV-richtkijker MUNOS WS-4 en vechtmes Eickhorn (Bayonet System 2005).

Terug naar Boven

 

DIENSTBEVEL

Befehl; Dienstbefehl.
order.
ordre.

De definitie van het dienstbevel is volgens het Wetboek van Militair Strafrecht, artikel 125:

"Onder een dienstbevel wordt verstaan een bevel dat enig militair dienstbelang betreft en gegeven is door een meerdere aan een mindere."

De Wet Militair Tuchtrecht, artikel 15, zegt:

"In strijd met de militaire tucht gedraagt zich de militair die een dienstbevel niet opvolgt."

Het dienstbevel mag niet in strijd zijn met enige wet- of regelgeving; artikel 16 van de Wet Militair Tuchtrecht geeft aan dat het dienstbevel niet toepasselijk is wanneer de bevolen gedraging onrechtmatig is of door de militair te goeder trouw als onrechtmatig kan worden beschouwd. Iemand is militair meerdere:

► door hogere militaire rang;
naar anciŽnniteit (ouderdom van dienst; plaats tussen gelijken in rang, zoals die wordt bepaald door de in deze rang doorgebrachte diensttijd);
► als functioneel meerdere (onafhankelijk van rang of stand, wanneer de ene de andere onder zijn bevel heeft, bijvoorbeeld wacht- of patrouilledienst, maar slechts met betrekking tot dienstbevelen tijdens deze diensten).

De vorm van een dienstbevel kan schriftelijk (dienstvoorschrift), mondeling of op een teken (uitvoeringscommando, velddienstteken, stopteken e.d.) zijn.

Een dienstbevel dient te allen tijde stipt en onmiddellijk te worden uitgevoerd, ongeacht of de bevelsontvanger het er mee eens is of niet.

Het niet opvolgen van een dienstbevel levert niet in alle gevallen een strafbaar feit op. Wanneer de gevolgen gering zijn, is slechts sprake van een tuchtvergrijp. Dit is afhankelijk van het zgn. criterium: ontstaat wel of niet directe en onmiddellijke schade voor een operatie of oefening dan wel gevaar voor personen of goederen.

Er is geen sprake van handelen in strijd met een dienstbevel:

► wanneer de bevolen gedraging onrechtmatig is (wanneer het opvolgen een strafbaar feit of tuchtvergrijp zou opleveren). Het geven van een onrechtmatig bevel is in artikel 28 WMT tuchtrechtelijk strafbaar gesteld.
► wanneer de opdracht door de militair te goeder trouw als onrechtmatig werd beschouwd en mocht worden beschouwd.

Specifiek militaire misdrijven zijn strafbaar gesteld in het Wetboek van Militair Strafrecht. In het bijzonder gelden hier de schending van het dienstbevel volgens de artikelen 125 t/m 131 en de niet-naleving van het dienstvoorschrift volgens de artikelen 135 t/m 138.

De regels waaraan een dienstbevel moet voldoen, beschermen de ondergeschikten tegen mogelijke willekeur en misbruik door meerderen. Ook moet de militair erop kunnen vertrouwen dat wanneer hij zich houdt aan de dienstvoorschriften, dienstbevelen en geweldsinstructies hij in beginsel niet strafrechtelijk zal worden vervolgd.

Een interessant boekwerkje is 'Beschouwingen over het militaire dienstbevel' van prof. jhr. mr. Theodoor Willem van den Bosch (1913-1995).

Van den Bosch sprak deze inaugurele rede uit op 3 mei 1976 bij het aanvaarden van het ambt van bijzonder hoogleraar in het militair recht aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit van Amsterdam. Dit ambt aan de leerstoel namens de Koninklijke Vereniging ter Beoefening van de Krijgswetenschap (KVBK) vervulde hij tien jaar (1974-1984).

Het 70 pagina's tellende boekje verscheen in 1976 bij De Walburg Pers onder ISBN 9789060112236.

Terug naar Boven

 

DIENSTENCENTRUM HUMAN RESOURCES

Afgekort: DCHR. In het kader van de projectorganisatie SAMSON werd in het kader van bestuursvernieuwing maatregel A2A ingesteld. Het doel hiervan was het herinrichten van het Personele Functiegebied Defensie, wat neerkomt op het concentreren van de administratieve, registratieve en ondersteunende P&O-taken. De concentratie vond plaats bij het Commando Diensten Centra (CDC).

Het kantoor van DCHR te Enschede is officieel geopend op 14 september 2006 door Staatssecretaris van Defensie Cees van der Knaap. De vestiging van het dienstencentrum voor alle ondersteunende personeelsdiensten van Defensie op deze locatie is ingegeven door compensatie voor de sluiting van de Vliegbasis Twente op 1 januari 2008.

Het krijgsmachtbreed centraliseren van alle P&O-activiteiten - voorheen verspreid over de verschillende krijgsmachtdelen - maakt deel uit van de totale reorganisatie van de personeelsdienst van Defensie in het kader van de operatie 'Nieuw Evenwicht'.

Taken van DCHR:

► Aanspreekpunt voor advies en ondersteuning bij personeelsaangelegenheden, zoals mutatiestellingen, pensioenregelingen, procedures, rechtspositie, regelgeving op het gebied van P(ersoneel) & O(rganisatie), sociale zekerheid e.d.

► Adviseren van het lijnmanagement van alle Defensieonderdelen.

► Verzorgen van in-, door- en uitstroomprocessen van personeel.

► Verzorgen van selfservice (zelfbediening) op P&O-gebied voor personeel.

► Voeren van krijgsmachtbrede personeels- en salarisadministratie.

Contactgegevens van DCHR:

bezoekadres

Forum 2, 7512 PM Enschede (Business & Science Park)

postadres

Postbus 295, MPC 39R, 7500 AG Enschede

Terug naar Boven

 

DIENSTONGESCHIKT

Status voor een militair die niet meer kan voldoen aan de eisen gesteld in het MKR en fysiek en/of mentaal niet meer in staat is om de taken – ook uitzendingen – die bij het militaire vak horen uit te voeren. Mogelijke consequentie van de bijzondere positie van de militair.

Van oudsher beschrijft het MKR de grondslag voor de aanstellingskeuring van militairen. Hiertoe behoort ook een lijst van aandoeningen en gebreken.

Als de militair wegens ziekte of gebreken langdurig of blijvend dienstongeschikt wordt verklaard, is functioneren als militair niet (meer) mogelijk en zal in de regel eervol ontslag als militair worden verleend.

Ontslag wordt echter pas verleend nadat de militair met betrekking tot het ontstaan, de aard en de gevolgen van zijn ziekte of gebrek is onderworpen aan twee geneeskundige onderzoeken: het IGO en het MGO (AMAR, artikelen 44 en 103).

In het kader van de MAW kan een IGO plaatsvinden. Leidraad voor het IGO zijn het MKR en de medische eisen die volgen uit de militaire basiseisen.

Na een langdurig arbeidsverzuim (± 5 maanden) vanwege medische problemen, moet de commandant van de militair het IGO aanvragen. Het IGO bepaalt de re-integratiemogelijkheden van de militair en maakt een inschatting van eventuele dienstaanspraken.

Mogelijke uitslagen van het IGO:

► vermoeden van dienstgeschiktheid

► vermoeden van tijdelijk dienstongeschikt

► vermoeden van langdurige of blijvende dienstongeschiktheid

Bij tijdelijke dienstongeschiktheid volgt herkeuring door een arts. Bestaat het vermoeden van langdurige of blijvende dienstongeschiktheid, dan volgt een afspraak met een arbeidsdeskundige van het bedrijf voor BMB.

BMB voert vervolgens een MGO uit en adviseert op basis van artikel 12h, lid 4a of 4b van de MAW.

Naast het vaststellen van langdurige/blijvende dienstongeschiktheid, stelt het MGO eventueel ook vast of er sprake is van ‘invaliditeit met dienstverband’. Met ‘dienstverband’ wordt bedoeld dat eventuele arbeidsongeschiktheid in overwegende mate haar oorzaak vindt in de aard van de aan de Defensiemedewerker opgedragen arbeid of in de bijzondere omstandigheden waaronder die moesten worden verricht, en niet aan zijn schuld of onvoorzichtigheid is te wijten. Bij uitzending is altijd sprake van dienstverband: een oorzakelijke relatie met de uitoefening van de dienst.

Wanneer de keuringsluitslag van het MGO het vermoeden van langdurige of blijvende dienstongeschiktheid bevestigt, adviseert BMB of overplaatsing van de militair naar het DCR zinvol is en hoe de militair het best kan re-integreren in de burgermaatschappij.

Wanneer het MGO niet leidt tot een definitieve uitslag, kan een HMGO plaatsvinden. Het HMGO moet bepalen of de militair langdurig/blijvend dienstongeschikt is, maar ook of er sprake is van dienstverband en of er sprake is van invaliditeit met dienstverband en het invaliditeitspercentage.

In beide gevallen, zodra het (eerste) MGO dan wel het HMGO dienstongeschiktheid vaststelt omdat er geen verbetering meer te verwachten is, volgt (eervol) ontslag op grond van blijvende ongeschiktheid voor het vervullen van de dienst.

Militairen met langdurige of blijvende dienstongeschiktheid die niet in een militaire functie kunnen terugkeren, moeten zoveel mogelijk worden gere-integreerd in een burgerfunctie bij Defensie.

Bijzonderheden

► Een militair die dienstongeschikt is, is niet automatisch ook arbeidsongeschikt. Wanneer de militair niet meer aan de medische en psychische eisen voldoet, wordt hij dienstongeschikt verklaard en als militair ontslagen, ook al is van arbeidsongeschiktheid in maatschappelijke zin geen sprake.

► Arbeidsongeschiktheid is een begrip uit de WAO en de WIA. Het geeft de inkomensderving aan die iemand lijdt door de beperkingen bij het uitoefenen van de eigenlijke functie.

► Een dienstongeschikte militair die in de burgermaatschappij een functie kan uitoefenen die een gelijkwaardig loonniveau heeft, is niet arbeidsongeschikt.

► Na ontslag heeft de militair, afhankelijk van de omstandigheden en de eventuele mate van arbeidsongeschiktheid, mogelijk recht op een uitkering op grond van de WIA en een mogelijke bovenwettelijke voorziening.

► In het WIA-akkoord d.d. 7 juni 2006 is de mogelijkheid gecreŽerd om dienstongeschikte militairen van 50 jaar en ouder met geringe inzetbaarheidsbeperkingen binnen de kaders van het levensfasebewust personeelsbeleid in de Defensieorganisatie te handhaven.

Wanneer komt de militair, naast de gebruikelijke uitkeringen, in aanmerking voor een MIP?

1

de militair ontslag is verleend wegens blijvende dienstongeschiktheid; en

2

de invaliditeit (aandoening of gebrek) verband houdt met de uitoefening van de militaire dienst onder buitengewone of daarmee vergelijkbare omstandigheden, zoals tijdens oefeningen en uitzendingen; en

3

de mate van invaliditeit (met dienstverband of bijzonder dienstverband) 10% of meer bedraagt.

Het MIP kan 100% van het laatstverdiende inkomen bedragen, afhankelijk van de mate van invaliditeit. De invaliditeitsgraad wordt vastgesteld aan de hand van de War Pensions Committee Scale (WPC-schaal). Het MIP geldt levenslang.

Daarnaast kan de militair die aanspraak maakt op het MIP ook recht hebben op een bijzondere verhoging van het invaliditeitspensioen. Ook deze verhoging, die eveneens afhankelijk is van de mate van invaliditeit, geldt levenslang. De bijzondere verhoging varieert van 5 tot 40%. In totaal kan een gewezen militair vanwege blijvende dienstongeschiktheid die verband houdt met de uitoefening van militaire dienst en invaliditeit, een invaliditeitspensioen ontvangen van 140% van het laatstverdiende inkomen.

Afkortingen

BMB

Bijzondere Medische Beoordelingen (BMB). Onderdeel van de Defensie Gezondheidszorg Organisatie (DGO).

DCR

DienstenCentrum Re-integratie. Onderdeel van de Divisie Personeel & Organisatie Defensie.

HMGO

Herhaald Militair Geneeskundig Onderzoek.

IGO

Incidenteel Geneeskundig Onderzoek.

MAW

Militaire Ambtenarenwet (19 december 1931).

MGO

Militair Geneeskundig Onderzoek.

MIP

Militair Invaliditeits Pensioen.

MKR

Militair Keurings Reglement (16 augustus 1960).

WAO

Wet op de Arbeidsongeschiktheidsverzekering (18 februari 1966).

WIA

Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (10 november 2005).

Zie ook: militaire basiseisen en War Pensions Committee.

Terug naar Boven

 

DIENST SPECIALE INTERVENTIES

Afgekort: DSI.

Devies: "Praeparatus esto" ("Wees voorbereid").

Op 1 juli 2006 opgerichte eenheid die overal in Nederland, onder alle omstandigheden, in opdracht van de Minister van Justitie verdachten van terroristische misdrijven, zware misdaad of grof geweld kan aanhouden, tegenhouden of in het uiterste geval uitschakelen.

De DSI valt onder het Korps Landelijke Politie Diensten (KLPD, externe link).

In de loop van de jaren '70 van de 20e eeuw werden de speciale eenheden in de krijgsmacht en bij de politie opgericht voor het verlenen van bijstand bij de bestrijding van zeer ernstige misdrijven.

Deze eenheden opereerden gescheiden; de DSI is de eerste gecombineerde militair-politionele eenheid die deel uitmaakt van het herziene stelsel van speciale eenheden, evenals de Unit Interventies Mariniers en de Arrestatie en Ondersteuningseenheden (AOE'en) van de politie en de Koninklijke Marechaussee.

Directe aanleiding voor de oprichting van de DSI is de veertien uur durende belegering van twee terrorismeverdachten op 10 november 2004 in het Laakkwartier in Den Haag; het duurde hier uren voordat de voorloper van de DSI, de Bijzondere Bijstands Eenheid (BBE), ter plaatse was.

De zwaarbewapende DSI kan gebruik maken van hightech, onderhandelaars en/of scherpschutters.

Het aantal mensen binnen de eenheid is niet bekend.

Op 3 oktober 2007 vond in en rond de Rotterdamse haven de multidisciplinaire crisisoefening VOYAGER plaats. Hieraan nam, samen met Ī 2.000 bestuurders, hulpverleners en ambtenaren, personeel van de DSI deel.

De oefening, vergelijkbaar met de terreuroefening BONFIRE die op 6 april 2005 in en rond de Amsterdamse Arena werd gehouden, begon met een geŽnsceneerde aanvaring tussen een containerchip en een rondvaartboot en bevatte elementen van lekkende chemische stoffen en terreurdreiging.

Zie ook: Koninklijke Marechaussee.

Terug naar Boven

 

DIENSTPLICHT

Periode waarin een militair door de Minister van Defensie – op grond van de Dienstplichtwet (versie 1962) en vůůr de opschorting van de opkomstplicht – was ingelijfd voor de eerste oefening of herhalingsoefening.

Spotprent over de dienstplichtige van weleer.

Voorafgaand aan deze periode kwamen mannelijke Nederlanders in aanmerking, van 18 jaar of ouder ťn goedgekeurd dan wel niet erkend als gewetensbezwaarde volgens de Wet Gewetensbezwaren Militaire Dienst.

De militair die zijn dienstplicht vervulde werd conscript, dienstplichtige of weerplichtige genoemd. Uiteindelijk gold dat de dienstplichtige vanaf de opkomst voor eerste oefening tot en met het einde van zijn dienstplicht werd opgeleid en getraind voor operationele inzet.

Dankzij Lazare Carnot kende Frankrijk sinds 1793 de "levťe en masse", de oproep tot massale mobilisatie. Deze kwam voort uit de Franse revolutie van 1789 ťn de dreiging van buitenlandse invasiestrijdmachten.

De revolutie was niets minder dan de oproep voor een opstand die de opmaat vormde van militaire hervormingen waarbij jonge mannen tot 25 jaar naar het front werden gestuurd en getrouwde mannen tot 40 jaar zorgden voor het smeden van de wapens en bevoorrading. In 1793 telde de Franse krijgsmacht 650.000 man.

De eerste Grondwet van 1814, verschenen onder Koning Willem I, wijdde ook een hoofdstuk aan de defensie van het Koninkrijk. Op 27 februari 1815 verscheen als vervolg de eerste Militiewet, die de artikelen 123, 124 en 126 van de Grondwet activeerde. Behalve de Staande Armťe bestond de Nederlandse krijgsmacht daarmee voortaan uit een korps Nationale Militie met vrijwilligers, dat kon worden aangevuld met "door de staat aan te wijzen vrijgezellen van 18 tot 23 jaar".

Zo legde Koning Willem I de basis voor het systeem van de dienstplicht.

Een boek over de dienstplicht is het 'Nieuw handboek soldaat' van Kees Beemsterboer en Boudewijn Poelmann.

Het verscheen in 1976 bij uitgeverij Agathon.

Op 14 december 1921 loodste Minister van Oorlog dr. Jannes van Dijk de Dienstplichtwet door de Tweede Kamer. Pas op 4 februari 1922 (Staatsblad nummer 43) werd de nieuwe wet bekrachtigd, om op 1 maart van dat jaar te worden ingevoerd.

Daarmee vervielen de landstorm, landweer, nationale militie en schutterijen. Omdat toentertijd oorlog in Europa onmogelijk leek, werd op Defensie zonder aarzelen bezuinigd (gebroken geweertje).

De ingevoerde Dienstplichtwet maakte de instandhouding van een omvangrijke vredesorganisatie onvermijdelijk, juist omdat een nieuw mobilisatiesysteem ontstond. Niet de kwantiteit van de krijgsmacht maar de bewapening en uitrusting vielen ten prooi aan de bezuinigingen.

De gevechtskracht liep drastisch achteruit. Bij de transformatie tot oorlogsorganisatie - in geval van een mobilisatie - zou kostbare tijd verloren gaan.

Dienstplichtige militairen waren, in tegenstelling tot de beroepsmilitairen, geen ambtenaren; de Dienstplichtwet die de toegang tot de dienstplicht regelt, spreekt in artikel 23 van "inlijving".

Een reclamebord op de Legertentoonstelling 1948 gaf aan:

 

"Uit 83.000 Nederlandse jongelieden worden er per jaar 40.000 aangewezen om hun vaderland in tijden van gevaar te kunnen dienen."

 

De Legertentoonstelling, in opdracht van de Legervoorlichtingsdienst en onder auspiciŽn van de Koninklijke Nederlandse Vereniging 'Ons Leger', werd achtereenvolgens gehouden in Utrecht, Amsterdam, Den Haag, Rotterdam, Eindhoven, Enschede en Groningen ►

Op de Westenbergkazerne in Schalkhaar (Deventer) krijgen, in 1983, deze jonge dienstplichtigen op de eerste dag hun uitrusting aangemeten en uitgereikt.

Fotograaf: Maya Pejić ©
Bron: Geheugen van Nederland (externe link).

Met busladingen tegelijk kwamen de dienstplichtigen aan bij het keurings- en selectiecentrum van de Koninklijke Landmacht op het Marine Opleidingskamp - later: Korporaal Van Oudheusdenkazerne - in Hollandsche Rading.

Sommigen wrongen zich in de vreemdste bochten om uit dienst te blijven: omdat ze de dienstplicht zagen als een hinderlijke onderbreking van hun maatschappelijke carriŤre of simpelweg omdat ze sowieso geen offer wilde brengen voor God, Koning en vaderland.

◄ Sommige dienstplichtigen keerden zich in de jaren '60 en '70 van de 20e eeuw steeds radicaler tegen militaire tradities en omgangsvormen, zoals de verplichte korte haardracht en de groetplicht.

Uiteindelijk trad op 8 juli 1971 de Regeling Haardracht 1971 in werking.

In het besluit van de minister van Defensie, nr. 232.131/10H, zijn regels gesteld over de haardracht van militairen.

Voortaan was de militair vrij in de keuze van zijn coiffure, uiteraard met inachtneming van eisen op het gebied van persoonlijke- en bedrijfsveiligheid, (groeps)hygiŽne en operationele omstandigheden.

De Regeling Haardracht 1971 kwam feitelijk voort uit de zaak van dienstplichtig soldaat Rinus Wehrmann, die door de Krijgsraad tot twee jaar gevangenisstraf was veroordeeld omdat hij had geweigerd zijn haar te laten knippen.

Sommige leidinggevenden bij Defensie vonden de door minister van Defensie Willem den Toom ingestelde vrije haardracht helemaal niets. Het besluit ontlokte prof. jhr. mr. Theodoor Willem van den Bosch, president van het Hoog Militair Gerechtshof, de opmerking dat de Nederlandse soldaat "de soldaat is met de langste haren, de vuilste schoenen, de grootste mond, het mildste strafrecht en de slapste discipline. En ik zou daar ook geen bezwaar tegen hebben als ik maar zeker wist dat de gevechtsbereidheid en de geoefendheid voldoende waren."

In 1938 werd de Dienstplichtwet gewijzigd. Het aantal op te roepen dienstplichtigen verdubbelde haast per jaar en het lotingsysteem werd afgeschaft.

De algemene herziening van de Dienstplichtwet in 1948, onder minister van Oorlog Alexander Fiťvez, maakte met de opbouw van een groter staand leger een actievere Nederlandse deelname op het internationale toneel (NAVO) mogelijk.

De dienstplicht liep voortaan van het 18e tot 25e jaar, waarbij in principe iedereen dienstplichtig was. De duur van de eerste oefening was 12 tot 24 maanden, afhankelijk van de rang en het wapen/dienstvak.

In 1966 en '72 werden respectievelijk de Vereniging van Dienstplichtige Militairen (VVDM) en de Algemene Vereniging Nederlandse Militairen (AVNM) opgericht.

In 1988 zorgde mr. drs. Frits Bolkestein voor een wijziging van de Dienstplichtwet waarna de de Staten-Generaal meer invloed hadden op het uitzenden van dienstplichtigen in het kader van vredesoperaties.

Ondanks het opschorten van de opkomstplicht bestaat de dienstplicht nog steeds: artikel 98 van de Grondwet is ongewijzigd en vermeldt dat de krijgsmacht mede kan bestaan uit dienstplichtigen.

Sergeant P.W.M. Hendriks werd symbolisch gepresenteerd als de laatste dienstplichtige. Dit gebeurde tijdens een ceremonie op de Trip van Zoutlandtkazerne in Breda, op 22 augustus 1996.

De Bevelhebber der Landstrijdkrachten, luitenant-generaal Maarten Schouten, liet de sergeant verzorging uit de lichtingsploeg 95-12 tijdens het appŤl uittreden.

In september 1991 stelde de minister van Defensie de Commissie Dienstplicht in, ook genaamd Commissie Meijer (naar haar voorzitter Wim Meijer). De commissie moest advies uitbrengen over de toekomst van de dienstplicht en de duur van de eerste oefening. In de eerste plaats richtte de commissie zich op het onderzoek naar de vraag of het wenselijk of noodzakelijk was de dienstplicht te handhaven dan wel af te schaffen.

Leden van de commissie waren onder andere generaal der infanterie b.d. Govert Huijser en de latere minister van Defensie prof. dr. ir. Joris Voorhoeve.

In september 1992 werd het eindrapport 'Naar dienstplicht nieuwe stijl' van de Commissie Meijer aangeboden aan minister van Defensie Relus ter Beek. De commissie ontraadde het kabinet de opkomstplicht op te schorten (lees: de dienstplicht af te schaffen). Het rapport schreef onder meer dat "vanwege een aantal ontwikkelingen de kans op een grootschalig conflict niet geheel mag worden uitgesloten. De risico's voor West-Europa zijn niet verdwenen maar veranderd. Daarom blijft een behoorlijk mobilisabel bestand nodig".

Toch koos de regering er begin 1993 voor de opkomstplicht vanaf 1 januari 1997 op te schorten.

De hervormingen binnen de krijgsmacht verliepen zodanig voorspoedig dat al vanaf 1 september 1996 geen dienstplichtkeuringen meer werden uitgevoerd en dienstplichtigen niet meer werden opgeroepen voor de eerste oefening.

De laatste lichting dienstplichtigen van de Koninklijke Landmacht zwaaiden op 22 augustus 1996 af. Gasten tijdens de ceremoniŽle afzwaaihappening op de Trip van Zoudtlandtkazerne in Breda waren onder meer Loebas Oosterbeek, oprichter van de VVDM, en de 101-jarige J. van den Berg: "Zijn aanwezigheid gaf aan dat de landmacht met enige weemoed afscheid nam van een oud en vertrouwd instituut."

Vanaf dat moment bestond de Nederlandse krijgsmacht louter uit beroepsmilitairen. De regering behoudt zich het recht de dienstplicht te reactiveren, bijvoorbeeld als gevolg van een noodtoestand.


Dienstplicht voor vrouwen

Op 2 februari 2016 liet minister van Defensie Jeanine Hennis-Plasschaert de Tweede Kamer weten een wetsvoorstel voor te bereiden om te regelen dat ook vrouwen voortaan onder de Kaderwet dienstplicht vallen. Dit vanwege het beginsel van gelijke behandeling van mannen en vrouwen.

Deze wet en de Wet gewetensbezwaren militaire dienst zullen worden aangepast.

Vanwege de de opschorting van de opkomstplicht sinds 1 mei 1997 is het enige praktische gevolg dat in de toekomst ook meisjes van 17 jaar een brief ontvangen dat ze zijn ingeschreven voor de dienstplicht.

Het wetsvoorstel is naar verwachting in het najaar van 2016 gereed.

Zie ook: 1 Legerkorps (1LK), boek Het leger boek (Okke Groot & Ben Schoenmaker, 2011), boek Het leger onder vuur. De Koninklijke Landmacht en haar critici 1945-1989 (Coreline Boot, 2015), gebroken geweertje, gevechtskracht, S5, Tilanuskeuring, totaalweigeraar, weigeryup en Meerderheid Nederlanders voor herinvoering dienstplicht (11 juli 2016).

Terug naar Boven

 

DIENSTVOORSCHRIFT

Artikel 135 van het Wetboek van Militair Strafrecht (WMS) omschrijft een dienstvoorschrift als volgt:

“Onder dienstvoorschrift wordt verstaan een bij of krachtens algemene maatregel van rijksbestuur of van bestuur dan wel een bij of krachtens landsverordening onderscheidenlijk landsbesluit gegeven schriftelijk besluit van algemene strekking dat enig militair dienstbelang betreft en een tot de militair gericht ge- of verbod bevat.”

De vereisten om een instructie, bijvoorbeeld een geweldsinstructie of Aide-Memoire, als dienstvoorschrift aan te merken zijn:

► het is een schriftelijk besluit;

► het heeft een algemene strekking, bijvoorbeeld voor een specifieke missie;

► het is bevoegd gegeven (*);

► het bevat enig militair dienstbelang;

► het bevat gerichte geboden en verboden, bijvoorbeeld met betrekking tot de militair in een specifieke missie.

 

* De bevoegdheid tot het geven van dienstvoorschriften als bedoeld in artikel 9, tweede lid, van het 'Rijksbesluit uitvoeringsbepalingen militair straf- en tuchtrecht' (1999), artikel 49 van de 'Wet Militair Tuchtrecht' (1990, herzien) en artikel 4 van de 'Uitvoeringsregeling militair straf- en tuchtrecht 2000'.

Zie ook: Aide-Memoire, geweldsinstructie en Rules of Engagement.

Terug naar Boven

 

DIENSTWEIGERING

PrincipiŽle weigering om deel te nemen aan de verplichte militaire dienstplicht, met name op morele, politieke, religieuze of anderszins levensbeschouwelijke gronden.

Een groep consequent dienstweigeraars waren de Jehova's Getuigen; de weigeryup weigerde uit puur economische, financiŽle of carriŤre-motieven; de totaalweigeraar wees zowel de militaire dienstplicht als de vervangende dienstplicht principieel af.

Veel totaalweigeraars namen deel aan de anti-militaristische en pacifistische actiecultuur. Oorspronkelijk werden totaalweigeraars veroordeeld tot 18 maanden gevangenisstraf, sinds 1983 tot 12 maanden. Met het opschorten van de opkomstplicht voor de militaire dienstplicht op 1 februari 1996, kwam de facto een einde aan zowel dienst- als totaalweigeren. De straf voor dienst- en totaalweigeraars is geregeld in artikel 139 van het Wetboek van Militair Strafrecht: maximaal 2 jaar gevangenisstraf in vredestijd tegen maximaal 5 jaar in tijd van oorlog.

Sinds 1923 gold met de Dienstweigerwet in Nederland een wettelijk kader om nee te zeggen tegen de militaire dienstplicht, maar daartoe behoorde nog niet het weigeren op politieke gronden.

Vanaf 1 december 1964 ging deze de Wet Gewetensbezwaren Militaire Dienst (WGMD) heten. Bij erkenning op grond van de WGMD kregen op deze wijze erkende gewetensbezwaarden een vervangende dienstplicht opgelegd, die in principe even lang duurde als de organieke militaire dienstplicht. Vervangende dienstplicht werd uitgevoerd ten nutte van het algemeen belang (welzijnswerk, zorg).

Zie ook: desertie en dienstplicht.

Terug naar Boven

 

DIEPE OPERATIE

Operationen in der Tiefe.
deep battle.
opťration en profondeur.

Term die met name van toepassing is op het gevecht tijdens de Algemene Verdedigingstaak (AVT). Operatie diep in vijandelijk gebied met als doel:

bewegingen van de vijand te vertragen
middelen te vernietigen
vijandelijke commandovoeringscapaciteit te beperken
vijandelijke voortzettingsvermogen te beperken

Oogmerk van de diepe operatie is het scheppen van voorwaarden voor de eigen nabijoperaties door het vinden (find), binden (fix) en zo mogelijk slaan (strike) van de vijand; deze voorwaardescheppende handelingen ontnemen de vijand zijn vrijheid van handelen en dus zijn initiatief.

Gevechtsvoerder van de diepe operatie is de brigadecommandant. In Nederland zijn dit de commandanten van:

11 Air Manoeuvre Brigade Air Assault
13 Lichte Brigade (voorheen: 13 Gemechaniseerde Brigade)
43 Gemechaniseerde Brigade

Traditioneel is de diepe operatie gericht tegen vijandelijke eenheden die juist NIET in direct in gevechtscontact staan, zoals commandocentra, infrastructuur, logistieke installlaties, reserves, verbindingscentra en volgende aanvalsechelons.

De brigade voert de diepe operatie in een strook van 25 ŗ 75 km voorbij de VLET. De belangrijkste activiteiten in de diepe operatie zijn:

doelopsporing

elektronische oorlogsvoering

Inlichtingenverwerving

interdictie (afsnijden van de vijandelijke toevoer van personeel en materieel naar de VLET)

Bovenstaande activiteiten worden hoofdzakelijk uitgevoerd door het I.S.T.A.R.-bataljon, het C.I.S.-bataljon en Special Forces (Korps Commandotroepen).

De diepe operatie onderscheidt zich van de nabijoperatie en de achtergebiedsoperatie.

Terug naar Boven

 

DIFFERENTIAALDIAGNOSE

Eigenlijk: differentiŽle diagnose. Afgekort: DD.

Principe in de civiele en militaire gezondheidszorg, dat derhalve ook wordt toegepast door artsen en Algemeen Militair Verpleegkundigen (AMV'ers) binnen de Koninklijke Landmacht.

Het stellen van een (voorlopige of waarschijnlijkheids-)diagnose door twee of meer ziektebeelden die kenmerken met elkaar gemeen hebben te vergelijken. Ná het afnemen van een anamnese en vůůr het stellen van een diagnose kunnen op grond van waarneembare symptomen bij een zorgvrager (patiŽnt, slachtoffer) dezelfde kenmerken worden onderkend. De verschillende kenmerken worden vervolgens naast elkaar gelegd om door middel van deduceren het geldende, meest specifieke ziektebeeld eruit te pikken.

Een differentiaaldiagnose kŠn een 'high index of suspicion' geven, d.w.z. een lijst van aantoonbaar 'verdachte' symptomen. De symptomen die het vermoeden wekken van een ziektebeeld dat 'verdacht' of 'niet-pluis' is, zijn in de regel afwijkend en/of onbekend.

Bij een verdenking op 'niet-pluis', geldt binnen de acute eerstehulpverlening het principe van "stay and play" (eerst stabiliseren, dan vervoeren). Bij 'pluis' geldt het principe van "scoop and run" (onmiddellijk vervoeren).

Terug naar Boven

 

D.I.M.E.

Amerikaans acroniem.

De vier instrumenten van macht van een staat: Diplomacy (het diplomatieke machtsmiddel), Information (informatie als machtsmiddel), Military (inzet van de krijgsmacht als machtsmiddel) en Economy (het economische machtsmiddel).

De machtsmiddelen die een staat of verdragsorganisatie (Instruments of Alliance Strategy) op alle niveaus in stelling kan brengen om de beoogde effecten tot stand te brengen voor een verandering in het gedrag van de opponent en/of de toestand in het operatiegebied.

In de eerste plaats kan een effectieve integratie van deze machtsmiddelen duurzame vrede bewerkstelligen (gunstigste geval) of oorlog voorkomen (uiterste geval).

De opponent kan zowel een statelijke als niet-statelijke actor zijn; de tot stand gebrachte verandering kan bijvoorbeeld betrekking hebben op de lokale bestuurlijke capaciteiten, de perceptie van de bevolking of de veiligheidssituatie.

Meest effectief is het gezamenlijk, en gecoŲrdineerd, inzetten van alle machtsmiddelen om ten opzichte van de belangrijkste structuren van de opponent (PMESII) effecten te bereiken. Daarmee wordt synergie bereikt.

Zie ook: 3D-benadering (Defense, Diplomacy, Development), Effects-Based Approach to Operations (EBAO, effect gebaseerde aanpak) en PMESII.

Terug naar Boven

 

DIMENSIES VAN MILITAIR OPTREDEN

Ook genaamd: domeinen van militair optreden.

De traditionele vijf dimensies van militair optreden zijn:

DIMENSIE

BETEKENIS

cyber (digitale informatie)

in het informatiedomein (cyberspace)

land

op het land en onder het maaiveld

lucht

in de lucht (derde dimensie)

ruimte

in de ruimte

zee

ter zee en onder de zeespiegel

Militaire operaties worden steeds vaker combined en joint uitgevoerd waarvan de dimensies zich uitstrekken tot buiten het operatiegebied. Ook is het accent in het militair optreden sinds het einde van de Koude Oorlog verschoven naar landoperaties én, dientengevolge, naar het bestrijden van landdoelen. Het afvuren van Tomahawk-kruisraketten vanaf open zee naar gronddoelen is hiervan een treffend voorbeeld. De capaciteiten in alle dimensies dragen hieraan bij.

Omdat de vijf dimensies van militair optreden met name op de tactisch en technische operationele niveaus fundamenteel verschillen, hebben land-, lucht- en zeestrijdkrachten mede hierdoor onderling verschillende, krijgsmachtdeelspecifieke karakteristieken.

Daarentegen onderscheidt de gezaghebbende Britse militair-historicus en voormalig legerofficier Michael Howard (1922) in de oorlogvoering vier dimensies van militair optreden: logistieke, operationele, sociale en technologische. Howard heeft zijn dimensies van militair optreden gepubliceerd in het artikel 'The Forgotten Dimensions of Strategy' in het blad Foreign Affairs in 1979 (pagina's 975 t/m 986).

Het cyberdomein is het vijfde domein voor militair optreden. Cyber en de toepassing van digitale middelen als wapen of inlichtingenmiddel zijn sterk in ontwikkeling. Digitale middelen zullen in toenemende mate integraal deel uitmaken van het militaire optreden. De afhankelijkheid van digitale middelen leidt daarentegen ook tot kwetsbaarheden die urgente aandacht behoeven. Om de inzetbaarheid van de krijgsmacht te waarborgen en haar effectiviteit te verhogen ontwikkelt ook de Nederlandse krijgsmacht het vermogen om cyber operations uit te voeren.

Terug naar Boven

 

DIRECT ACTION

Afgekort: DA. Voorbeeld van een speciale operatie.

Offensieve actie, uitgevoerd in de vorm van korte aanvallen, overvallen en andere kleinschalige offensieve acties. DA is gericht op het uitzetten van geselecteerde, hoogwaardige doelen door middel van hinderlagen, overvallen, sabotage, vernielingen, vuurleiding van lasergestuurde munitie en/of het gevangen nemen of overmeesteren van specifiek personeel en materiaal.

Voorbeelden zijn:

► aanvallen op hoogwaardige doelen
► bevrijden, buitmaken, gevangennemen of lokaliseren van personen of materieel
► neutraliseren, vernietigen of veroveren van belangrijke voorzieningen of uitrusting
saboteren van belangrijke verbindingen

Zie ook: speciale operaties.

Terug naar Boven

 

DISABILITY

Vierde en laatste deel van het eerste onderzoek (Primary Survey) volgens het stroomschema van het ABCD-protocol. De handelingen en beslissingen binnen de disability houden het controleren van de bewustzijnsgraad van het slachtoffer in.

Het ABCD-protocol is de afgeleide van het Advanced Trauma Life Support (ATLS) zoals dat door alle geledingen van het geneeskundig (hulp)personeel van de Koninklijke Landmacht wordt toegepast.

In de flowchart van het ABCD-protocol volgen vůůr de disability de airway (controleren en veiligstellen van de ademweg), breathing (controleren en veiligstellen van de ademweg) en circulation (controleren en veiligstellen van de circulatie).

Stroomschema van de disability.

Terug naar Boven

 

D.I.S.C.

DISC-persoonlijkheidsmodel.

Hulpmiddel om het eigen gedrag en dat van een ander in de praktijk van alledag (beter) te begrijpen, waardoor hier beter op kan worden gereageerd. DISC brengt eigen voorkeursgedrag en -communicatie in kaart. Daardoor leer je wat anderen motiveert, waarom keuzes worden gemaakt en waarom er voorkeuren zijn.

Door het invullen van een vragenlijst - waaruit bijvoorbeeld blijkt of iemand groepsgericht, minutieus, rustig of welwillend is - wordt een persoonlijkheidsprofiel opgebouwd. Door het profiel te vergelijken met dat van anderen ontstaat een beeld van de eigen persoon in relatie tot anderen.

DISC staat voor:

D
Dominantie

I

Invloed

S

Stabiliteit

C

ConsciŽntieus (nauwgezet)

 

De vier persoonlijkheidsdimensies zijn in iedere persoon aanwezig, maar altijd in een verschillende intensiteit: ieder mens is immers uniek.

Het opstellen van een DISC kan bijvoorbeeld deel uitmaken van teambuildingssessies. DISC bevordert de open communicatie, versterkt de onderlinge relaties en vergroot de persoonlijke effectiviteit. Door het toepassen van de uitkomsten van DISC zullen zelf- en mensenkennis worden vergroot.

Terug naar Boven

 

DISCIPLINE

Discipline is het zich houden aan vastgestelde gedragsregels. De gedragsregels zijn, bijvoorbeeld in de krijgsmacht, noodzakelijk om een ordelijke gang van zaken te garanderen.

Discipline moet niet worden verward met kadaverdiscipline, waarbij willoze gehoorzaamheid wordt verlangd. Deze vorm van 'discipline' is bekend van (mensonwaardige) dictaturen en regimes.

Discipline is een middel om een groep mensen zo goed mogelijk:

organisatiedoelen te laten halen

te laten functioneren

te laten samenwerken

Discipline is noodzakelijk in het kader van het organisatie- en individuele belang, met name van grote organisaties met een hiŽrarchieke structuur. Door middel van het bijbrengen cq. handhaven van discipline kan menselijk gedrag worden gestuurd.

Discipline kan worden gesplitst in:

Innerlijke (of functionele of zelf-) discipline
Uiterlijke (of opgelegde) discipline

De verhouding tussen de groepscommandant/instructeur en de groepsleden/manschappen is bepalend voor de discipline.

Innerlijke (of functionele of zelf-) discipline:

Men houdt zich aan de gedragsregels omdat 'nut en belang' van de (gedrags)regel worden ingezien. Onbewust goed gedrag leidt tot innerlijke discipline (en intrinsieke motivatie): dit is de motor waarop een hiŽrarchische organisatie als de krijgsmacht dient te draaien.

Innerlijke discipline komt automatisch en van binnenuit, wordt niet gedwongen door anderen, heeft vaak te maken met de opvoeding die men genoten heeft en heeft altijd te maken met de overtuiging dat de gedragsregel moeilijk anders kan worden geÔnterpreteerd. Innerlijke discipline is gericht op de trefwoorden collegialiteit, inzet, vakkenis en zelfstandigheid.

GROEPSCOMMANDANT

GROEPSLEDEN

GROEP

Veel tijd en effort nodig

► Gemotiveerd
► Nut en belang worden gezien
► Vertrouwen in groepscommandant
► Wederzijds vertrouwen

► Ontspannen sfeer
► Functioneert

Uiterlijke (of opgelegde) discipline:

Men houdt zich ten volle aan de gedragsregels omdat de gedragsregels gecontroleerd worden en/of uit angst voor sancties, zoals krijgstuchtelijke of strafrechtelijke bestraffing.

GROEPSCOMMANDANT

GROEPSLEDEN

GROEP

Weinig tijd en effort nodig

► Gedemotiveerd
► Nut en belang worden pas ingezien als er sancties tegenover staan
► Wederzijds wantrouwen
► Wantrouwen in groepscommandant

► Gespannen sfeer
► Disfunctioneert

Discipline betekent verhoging van de kwaliteit voor zowel de organisatie als het individu. Wie zich niet gedraagt volgens de gedragsregels die door de organisatie worden gesteld, zal in eerste instantie worden gecorrigeerd door zijn buddy/kameraad. Gedragscorrectie kan de eerste stap zijn naar innerlijke discipline.

Terug naar Boven

 

DISCUS

Voluit: Demonstration of Integrated Sensors for Compound Security.

Compoundbeveiligingssysteem in het kader van het project Defence Against Mortar Attacks (DAMA) dat de onmiddellijke omgeving van een compound met radars en camera's in de gaten kan houden als bijdrage aan de beveiliging van deze compound.

DISCUS bestaat uit de draagbare Squire gevechtsveldcontroleradar (battlefield surveillance radar), een elektro-optisch systeem (observatiecamera's) en visualisatiesoftware die het operationele beeld weergeeft. Door verschillende Squire-radars aan elkaar te koppelen, met een glasvezelkabel of draadloos, kan de hele omgeving in de gaten worden gehouden.

Het systeem werkt bij daglicht, verminderd zicht en via infrarood- en radardetectie. Bewegende gronddoelen worden gedetecteerd en geclassificeerd: personen tot op 10 km, kleine voertuigen tot op 20 km afstand.

Defensie heeft het systeem in 2006 aangekocht bij Thales Nederland, Land & Joint Systems Division, gericht op de non-permissive environment tijdens de missie in de Zuid-Afghaanse provincie Uruzgan. Het verhoogt het niveau van veiligheid en bescherming voor personeel en materieel door een verbetering van de situational awareness.

Na een demonstratie in februari 2006 op het Fort Honswijk aan de rivier Lek in de gemeente Houten was de conclusie dat het systeem potentieel een grote bijdrage aan de veiligheid van compounds kan bieden.

Hiervoor werden drie Squire-radars gekoppeld aan een Albatross-warmtebeeldcamera, samen met het beeldverbeteringssysteem van TNO.

Het bereik van de proefopstelling van DISCUS en Squire vanuit het Fort Honsdijk.

Terug naar Boven

 

DISPATCHER

Ook: despatcher.

Functionaris aan boord van een helikopter of vliegtuig die belast is met het droppen parachutisten en/of materieel dan wel het laten afdalen van abseilers / fastropers. De functionaris staat in voor de algehele veiligheid.

Wanneer aan boord het rode lampje gaat branden, moet de parachutist zich gereedmaken voor de exit (sprong) "Red on - Ready!"; wanneer het groene lampje gaat branden dient hij te springen – “Green on – go!”

In een helikopter is de dispatcher verantwoordelijk voor het op juiste wijze bevestigen van het afdaalmateriaal aan en in de helikopter en de bevestiging daaraan van het af te dalen personeel; in dit verband gaat het over het infitten ten behoeve van abseilen en fastropen.

Ook is de dispatcher verantwoordelijk voor het op een goede manier afzetten van het personeel uit de helikopter (tot op de grond) en het losmaken of binnenhalen van de afdaallijnen. In noodgevallen kunnen de afdaallijnen worden doorgesneden met een hook- of J-knife.

Terug naar Boven

 

DISPERSED

dispersed operation.
opťration dispersť.

Het Dispersed Battlefield houdt in dat eenheden verspreid ontplooid in het operatiegebied of de Area of Responsibility (AOR) optreden. Het optreden vindt plaats over grote afstanden en dieptes. Grote aantallen kleine eenheden treden in verschillende windrichtingen verspreid en dan geÔsoleerd van de rest op.

Het Dispersed Battlefield heeft vele niet-lineaire aspecten in zich.

Er zijn geen logistieke achtergebieden meer: lines of communication en logistieke installaties en zijn daardoor kwetsbaarder en een interessant doelwit. Logistieke activiteiten worden hierdoor steeds complexer. In verhouding worden de risico's groter, waardoor spreiding relevant wordt. Daardoor zijn een betere informatievoorziening, C2-structuren en fysieke bescherming voor Combat Service Support (CSS, gevechtsverzorgingssteun) vereist.

Kenmerken van het Dispersed Battlefield:

► gewenste effecten worden bereikt op basis van superieure Situational Awareness, dankzij genetwerkte informatiestromen en onderlinge zelfsynchronisatie

► grote tactische mobiliteit

► hoog operationeel tempo; dynamisch

► leidinggevenden zijn zelfstandiger; verantwoordelijkheden wordt vaker gedelegeerd aan junior leiders, die in principe autonoom in besluitvorming zijn

► meest geschikt voor lichte eenheden

► moeilijk te ondersteunen en te beveiligen

non-lineair gevechtsveld; geen definieerbaar gevechtsveld of front

► onderscheid tussen zowel oorlog en vrede als civiel en militair onduidelijker

► opponent is grotendeels onzichtbaar en onvoorspelbaar

► relatief grote (logistieke) zelfstandigheid

► uitgedund gevechtsveld (grotere tijd- en ruimtefactoren); spreiding over grote gebieden zonder direct contact met andere eenheden of het hoger echelon

Onmisbaar voor dispersed optreden zijn lange-afstandscommunicatiemiddelen, zoals satellietcommunicatie (SATCOM) en High Frequency (HF).

Zie ook: ACDC.

Terug naar Boven

 

DISPOSITIE

Aufstellung, Dislozierung, Disposition.
disposition.
disposition.

Soms ook: dispositief. Meervoud: disposities of dispositiŽn.

Het schriftelijk of mondeling medegedeelde plan, bevel of order voor een opdracht tot) de opstelling, zowel (mogelijke) locaties als verplaatsingen, van eenheden en installaties die gereed zijn om het gevecht aan te gaan. De dispositie is de manier waarop alle militaire middelen fysiek in ruimte zijn geordend.

In de regel betreft dispositie het ontplooien van de ondereenheden (van een eenheid) in een bepaald gebied. De verdeling van middelen in een gebied wordt aangegeven door de exacte locatie van de naastlagere commandopost(en) en de ontplooiing van de eenheden onder bevel van de naastlagere eenheden.

Tactisch is het de kunst om de zwakke plek in het vijandelijk dispositief te vinden. Die kan onder andere worden afgeleid uit gevechtsinlichtingen.

Dispositie is een van de slagordefactoren, naast samenstelling en groepering, gevechtskracht, activiteiten, eigenaardigheden en beperkingen. Als essentiŽle tijd- en ruimtefactoren oefenen de bevolking, het terrein en het weer invloed uit. Vanwege de operationele veiligheid moet de opponent informatie over de eigen disposities, mogelijkheden en intenties worden ontzegd.

Over dispositiŽn merkt H.M.F. Landolt (1861) op: "Alle dispositiŽn moeten kort en duidelijk zijn; men moet vermijden te veel te bepalen; vooral moet men niet te diep ingrijpen in den gang van het gevecht, maar daarin den invloed der aanvoering en der verschillende omstandigheden, die zich gedurende het gevecht zelf voordoen vrij laten."

Terug naar Boven

 

DISRUPT OPERATION

Verstorende operatie; verstoringsoperatie.

Uitschakelen van het sterkste wapen(systeem) of zwaartepunt van de opponent in een non-permissieve omgeving (hostile environment).

Het elimineren van de opponent kan bijvoorbeeld worden gerealiseerd door beslag te leggen op hun financiŽle middelen, hergroepering onmogelijk te maken, (her)bevoorradings- en infiltratieroutes af te snijden, extremisten (onder andere terroristen) en hun besluitvormings- en commandovoeringsnetwerk op te sporen en te storen en geÔmproviseerde wapenproductie onmogelijk te maken.

Voorbeeld:

In dienst van de Task Force Uruzgan bracht de Special Forces Task Group VIPER in Uruzgan de Afghaanse provincie in kaart.

VIPER verkende het gebied en verstoorde het optreden van de opponent. Overal waar de vijandelijke activiteit toenam, namen de Special Forces poolshoogte en traden op.

Op 8 september 2007 was VIPER [...] bezig met een disrupt-operatie (verstoringsoperatie) in het Mirabad-gebied, oost van Tarin Kowt." (De Onderofficier, nummer 6, juni 2009).

Zie ook: terrorisme, Uruzgan, vakblad De Onderofficier en zwaartepunt.

Terug naar Boven

 

DIVISION SCHNELLE KRńFTE

Afgekort: DSK.

Het motto van het DSK is "Einsatzbereit - Jederzeit - Weltweit" ("Altijd wereldwijd gereed").

Divisie van de Bundeswehr.

Sinds 12 juni 2014 is 11 Luchtmobiele Brigade hierin geÔntegreerd. Tijdens het ceremonieel integratieappŤl in Stadtallendorf sprak de Nederlandse minister van Defensie Jeanine Hennis-Plasschaert van een historisch moment: "Hiermee wordt de Duits-Nederlandse samenwerking naar een nieuw niveau getild. Hiermee versterken we onze slagkracht. Hiermee vergroten we ons handelingsvermogen."

De staf van de DSK is gevestigd in Stadtallendorf, deelstaat Hessen. De eenheid telt Ī 9.700 Duitsers en Ī 2.100 Nederlanders, verdeeld over elf ondereenheden.

De hoofdtaken van de DSK zijn:

► bewapende repatriŽring: de evacuatie van en bescherming bieden aan Duitse staatsburgers en, in voorkomend geval, de burgers van andere landen, alsook het redden van acuut bedreigde Duitse militairen;

► realiseren van snelle initiŽle en exit-operaties: omvat de snelle controle over en bewaking van belangrijke infrastructuur alsook de dekking van eigen strijdkrachten in het kader van een ordelijke terugkeer na inzet;

► uitvoeren van diepe operaties, waaronder verkenningen en vuursteun in de diepte, alsook de eliminatie van operationele doelen;

► vechten tegen irreguliere strijdkrachten en de bescherming van troepen en materieel tegen irreguliere strijdkrachten.

De DSK bestaat uit divisietroepen, het Kommando Spezialkršfte (KSK), Luftlandebrigade 1 en 11 (NLD) Luchtmobiele Brigade.

Luftlandebrigade 1 telt tweemaal een Fallschirmjšgerregiment (para's), tweemaal een Luftlandeaufklšrungskompanie (verkenners) en tweemaal een Luftlandepionierkompanie (pioniers).

Zie ook: 11 Luchtmobiele Brigade.

Terug naar Boven

 

DIXI

Chemie-Klo.
portaloo.
cabine sanitaire.

Ook genaamd: ecotoilet; Toi-Toi.

Mobiel toilet. Wordt vaak tijdens oefeningen gesignaleerd op militaire oefenterreinen. Op de dixi, een chemisch toilet, kan worden geurineerd en gedefaeceerd.

Standaard wordt gerekend dat tot 80 personen 3 à 4 dixi's per 24 uur benodigd zijn.

Specificaties van de dixi's zoals die worden geleverd door DIXI Sanitary Services:

afmeting

1 meter 21 bij 1 meter 11

gewicht

85 kg

hoogte

2 meter 23

tankinhoud

250 liter

Terug naar Boven

 

D.K.W.V.V.

Ezelsbruggetje dat wordt gebruikt indien, al dan niet bij het sprongsgewijs verplaatsen in de richting van de vijand, in het heetst van de strijd vuur moet worden uitgebracht vanuit een niet voorbereide vuurpositie (vupo):

D

Dekken

K

Kruipen

W

Waarnemen in het voorterrein

V

Vuurpositie kiezen

V

Vuur uitbrengen

Zie ook: vuurpositie.

Terug naar Boven

 

D.M.Z.

entmilitarisierte Zone (EMZ).
zone dťmilitarisťe.

Voluit: demilitarized zone. Nederlands: gedemilitariseerde zone.

Bufferzone, vaak tussen twee (delen van) landen, die kan worden aangegeven als een demarcatielijn. Een gedemilitariseerde zone wordt doorgaans ingesteld om bepaalde gebieden van militaire bezetting en activiteit te vrijwaren. In zo'n gebied is de stationering of een concentratie van militairen of militaire installaties niet toegestaan.

Ook tijdens Peace Support Operations kan een DMZ bestaan.

Bekendste voorbeeld is de bijna 250 km lange en vier km brede DMZ tussen Noord- en Zuid-Korea. Aan weerszijden van de grens staan de Noord- en Zuid-Koreaanse krijgsmachten gereed om zich tegen elkaar te verdedigen.

Zie ook: demarcatielijn.

Terug naar Boven

 

D.N.B.I.

Krankheit und Non Battle Verletzungen.
pertes dues ŗ des maladies et des blessures non liťes aux combats.

Voluit: Diseases and Non-Battle Injuries. Nederlands: ziekten en niet-gevechtsverliezen.

Een DNBI kan worden gedefinieerd als een militair die ziek of gewond is, maar niet als gevolg van gevechtshandelingen.

Ongevallen en ziekten die zijn gerelateerd aan onvoldoende Hygiëne en Preventieve Gezondheidszorg zijn de meest voorkomende DNBI. In gewapende conflicten (oorlogen, uitzendingen) is slechts 20% van alle opnamen in geneeskundige inrichtingen en evacuaties (repats) het gevolg van gevechtsverwondingen; de overige 80% zijn DNBI.

Door de individuele militair gezond, fit en productief te houden, blijft zijn inzetbaarheid intact. Het voorkomen van ziekten en vroegtijdig stellen van diagnoses levert een bijdrage aan de gevechtskracht van de eenheid. Voorbeelden hiervan zijn preventie van ziekten als dengue (knokkelkoorts) en malaria door gebruikmaking van insectenwerende middelen in kleding.

Primair is HPG erop gericht gezondheidsrisico's te voorkomen met als doel DNBI te voorkomen. Beheersing van en toezicht op het voorkomen van DNBI zijn een verantwoordelijkheid van de individuele militair, zijn commandant, de geneeskundige dienst en HPG-specialisten.

Zie ook: EPINATO, gevechtsverlies, HPG (Hygiëne en Preventieve Gezondheidszorg), repat en verliesverwachting.

Terug naar Boven

 

DOCTRINE

De formele uitdrukking van het militaire denken, geldig voor een bepaalde tijd. Doctrine maakt deel uit van de conceptuele component van het militair vermogen, die verder bestaat uit grondbeginselen (skills en drills) en procedures.

Naast de conceptuele component kent militair vermogen de fysieke component in de vorm van operationele componenten (personeel en materieel) en de mentale component (leiderschap, motivatie en verantwoord organiseren van inzet).

Doctrine beschrijft de aard en kenmerken van het huidige en toekomstige militair optreden, soms gekarakteriseerd aan de hand van voorbeelden uit het verleden. Deze lichten toe op welke manier een doctrine in militaire operaties wordt toegepast.

De voormalig commandant van de United States Air Force, generaal Curtis E. LeMay (1906-1990), zei in 1968 over doctrine:

"At the very heart of warfare lies doctrine. It represents the central beliefs for waging war in order to achieve victory. Doctrine is of the mind, a network of faith and knowledge reinforced by experience which lays the pattern for utilization of men, equipment and tactics. It is the building material for strategy. It is fundamental to sound judgment."

("Doctrine is het hart van oorlogvoering. Het vertegenwoordigt de centrale overtuigingen voor het voeren van oorlog teneinde de overwinning te behalen. Doctrine is van de geest, een netwerk van geloof en kennis dat wordt versterkt door ervaring, die de vorm legt voor het gebruik van mensen, middelen en tactiek. Het is de grondstof voor strategie. Het is fundamenteel voor gezond verstand.")

Sinds de 18de eeuw (Verlichting) groeide in Europa het besef dat de aard en wijze van oorlogvoering konden worden doorgrond door studie en analyse. Eind 18de en begin 19de eeuw verschenen vele militaire publicaties, waarin (militaire) auteurs een eerste aanzet gaven tot de beschrijving van de regels en wetten van oorlogvoering en lessen trokken uit militaire operaties. De bekendste van deze auteurs waren de Zwitser Antoine-Henri baron Jomini (1779-1869) en de Pruis Carl von Clausewitz (1780-1831).

Vanaf de Franse Revolutie aan het einde van de 18de eeuw maakten professionalisering en ontwikkelingen richting - pre-industriŽle - massaoorlogvoering (totale oorlog) het eveneens nodig dat krijgsmachten zelf hun toekomstige optreden gingen vastleggen in doctrines. In doctrines beschreven de krijgsmachten de functies van (onder)delen van hun krijgsmacht tijdens een conflict en de manier waarop (grote) formaties doelen konden realiseren.

Al vanaf de eerste doctrines verschaften doctrinaire omschrijvingen eenheid van opvatting en leiden het militaire denken op de verschillende niveaus in de organisatie.

De Nederlandse Defensiedoctrine (NDD) is in 2005 voor het eerst uitgegeven.

De NDD geldt voor alle krijgsmachtdelen, omdat de verschillende onderdelen van de krijgsmacht goed moeten kunnen samenwerken: doctrine zorgt voor eenheid van opvatting.

Nevenstaande herziene uitgave, samengesteld onder verantwoordelijkheid van de Defensiestaf, verscheen in 2013 ►

De wijze van planning, voorbereiding, uitvoering en afronding van het huidige militair optreden in gevechts-, vredes- en nationale operaties (vrede, gewapend conflict en oorlog) wordt beschreven.

Binnen de Koninklijke Landmacht is de militaire doctrine beschreven in de Landmacht Doctrine Publikaties (LDP).

Zie ook: eenheid van opvatting.

Terug naar Boven of naar Homepage

 

DODE BRIEVENBUS

toter Briefkasten.
dead letter box.
boîte aux lettres morte.

Een eenvoudige bergplaats, vaak op een voor de hand liggende publieke plaats, waar geheime berichten, brieven en/of pakketten worden achtergelaten om anoniem door iemand anders te worden opgehaald. De locatie van de bergplaats is slechts in zeer kleine kring bekend, eenvoudig te omschrijven (schets), gemakkelijk toegankelijk en snel te vinden.

Ook is er een eenvoudige manier om aan te geven dat op deze locatie iets kan worden opgehaald. Nadeel is dat deze vorm van communicatie kwetsbaar is voor onderkenning door de vijand.

Wanneer militairen snel moeten verplaatsen, bijvoorbeeld bij een crash move, 'springen' van een geneeskundige inrichting of verhuizen naar een ander ingemeten lanceerpunt voor deartillerie, kan wellicht een deel van het eigen personeel niet tijdig worden ingelicht over de volgende locatie. In dit geval biedt een dode brievenbus uitkomst: op de bergplaats worden de gegevens van de volgende locatie opgeborgen.

Voorbeelden van bergplaatsen zijn de spoelbak van een toilet, het telefoonboek van een openbare telefooncel of onder een steen in een waterloop.

Terug naar Boven of naar Homepage

 

DODENHERDENKING

Totenfeier; Totenehrung.
commemoration of the dead; Remembrance Dag.
commťmoration des morts.
commemoration of the dead; Memorial Day.

Herdenking van de gevallenen die jaarlijk als landelijk evenement plaatsvindt op 4 mei bij het Nationaal Monument op de Dam in Amsterdam: de Nationale Dodenherdenking.

Op de Nationale Dodenherdenking wordt iedereen herdacht:

"[...] die sedert 10 mei 1940 bij de verdediging van de belangen van het koninkrijk, waar ook ter wereld zijn gevallen, of tijdens vredesmissies van internationale organisaties zijn gevallen dan wel door oorlogshandelingen en terreur zijn omgekomen."
 

Bron: Defensiepublicatie 20-10, 'Ceremonieel en protocol bij de krijgsmacht', hoofdstuk 23, punt 5, sub b.

Koningin Beatrix en kroonprins Willem-Alexander herdenken de (militaire) gevallenen tijdens de Nationale Dodenherdenking op de Dam.

Het definitieve Nationaal Monument op de Dam in Amsterdam werd onthuld op 4 mei 1956.

De Nationale Dodenherdenking op de Dam in Amsterdam wordt georganiseerd door het Nationaal Comitť 4 en 5 mei (externe link); het militair protocol wordt geregeld door het Bureau Ceremonieel en Protocol Koninklijke Landmacht.

Deze officiŽle herdenking van regeringswege wordt omgeven door gepast ceremonieel.

Na een herdenkingsbijeenkomst voor de direct betrokkenen en nabestaanden in de Nieuwe Kerk, verschijnen de Koning en Koningin op de Dam.

Na een toespraak door de voorzitter van het Nationaal Comitť 4 en 5 mei leggen als eerste de Koning en Koningin een krans, waarna om precies 20.00 uur twee minuten stilte in acht wordt genomen.

Na de twee minuten stilte volgen de overige kransleggingen, (indien aanwezig) namens het kabinet door de minister-president en de minister van Defensie, namens de strijdkrachten door de Commandant der Strijdkrachten en de commandanten van Land-, Lucht- en Zeestrijdkrachten alsmede de commandant van de Koninklijke Marechaussee.

Daarna leggen de gemeente Amsterdam en tal van vertegenwoordigers van organisaties, veteranengenootschappen en overlevenden van de concentratie- en vernietigingskampen in WO II kransen.

De eerste Nationale Dodenherdenking vond plaats op 4 mei 1946.

De Nationale Dodenherdenking had oorspronkelijk alleen betrekking op de Nederlandse slachtoffers (van de Duitse bezetting) tijdens WO II.

Sinds 1961 wordt officieel een ruimere definitie gehanteerd die alle oorlogsslachtoffers of gevallenen sinds het uitbreken van WO II omvat, onder andere ook de gevallenen in andere militaire conflicten en vredesmmissies.

Op 4 mei staan ook andere dodenherdenkingen die een eerste relatie met de Tweede Wereldoorlog en/of de Nederlandse krijgsmacht hebben, in de belangstelling, in de regel op andere tijdstippen (met uitzondering van de dodenherdenking op de Waalsdorpervlakte):

NATIONALE INDIň HERDENKING

In september vindt jaarlijks de Nationale IndiŽ Herdenking plaats voor de ruim 6.200 Nederlandse militairen die tussen 1945 en 1962 in de toenmalige overzeese Rijksdelen Nederlands-IndiŽ of Nieuw-Guinea zijn gesneuveld.

De herdenking vindt plaats bij het Nationaal IndiŽ Monument 1945-1962 (externe link) in stadspark Hattem in Roermond - in 1988 onthuld door Prins Bernhard.

Sinds 2010 vindt de herdenking op de eerste zaterdag van september plaats.

Op het monument staat de tekst: "Palmam Qui Meruit Ferat" ("Ere wie ere toekomt").

  
Amsterdam

Nationale Dodenherdenking op de Dam
(Nationaal Comitť 4 en 5 mei)

Den Helder

Dodenherdenking gevallenen ter zee

Dronten

Dodenherdenking Vliegersmonument

Hilversum

Dodenherdenking bij het verzetsmonument

Loenen

Nederlands Ereveld Loenen
(Oorlogsgravenstichting)

Rhenen

Militair Ereveld Grebbeberg
(Koninklijke Landmacht)

Soesterberg

Dodenherdenking gevallenen bij oorlogshandelingen van de militaire luchtvaart

Vught

Fusilladeplaats WO II, Nationaal Monument Kamp Vught

Waalsdorpervlakte

Fusilladeplaats WO II, duingebied Meijendel, Den Haag *
* Tot 1988 werd de Nationale Dodenherdenking op televisie uitgezonden vanaf de Waalsdorpervlakte.

Daarnaast organiseren vele plaatselijke comitťs eigen dodenherdenkingen. Traditiegetrouw levert de krijgsmacht op 4 mei op vele tientallen plaatsen een bijdrage aan de dodenherdenking.

Op Bevrijdingsdag (5 mei) worden voorafgaand aan het defilť in Wageningen de Nederlandse slachtoffers uit de Tweede Wereldoorlog alsnog speciaal herdacht.

Bijzonderheden Dodenherdenking 4 mei

► De vlag wordt halfstok gehesen ten teken van rouw.

► Van alle Rijksgebouwen wordt gevlagd (uitgebreid vlaggen).

► Van 18.00 uur tot zonsondergang (Ī 21.15 uur) mogen de vlaggen hangen.

► Het voorgeschreven tenue voor militairen is Dagelijks Tenue 2 (DT 2) met modeldecoraties.

► Waar een dodenherdenking wordt gehouden, gaat de vlag na de twee minuten stilte in top (op de Dam in Amsterdam dus om 20.02 uur).

► Tijdens het bijwonen van een dodenherdenking wordt het hoofddeksel door niet-militairen afgezet.

Bron: onder andere Defensiepublicatie 20-10, 'Ceremonieel en protocol bij de krijgsmacht'.

Zie ook: Bevrijdingsdag, Dagelijks Tenue (DT), modeldecoratie, Nationaal Comitť 4 en 5 mei (externe link) en Nationaal Indië Monument 1945-1962 (externe link).

Terug naar Boven of naar Homepage

 

DOEL (STRATEGIE EN TACTIEK)

Zie verder: target.

Terug naar Boven of naar Homepage

 

DOEL, LONEND

Doel dat essentieel is voor:

► eigen optreden

high pay-off target

HPT

► vijandelijk optreden

high value target

HVT

Doel(groep)en die in aanmerking komen om aan te grijpen zijn bijvoorbeeld communicatie- en inlichtingennetwerken, eenheden, geografische locaties, strijdgroepen, installaties die voor de (oorlogs)economie van belang zijn, personen en wapensystemen zijn.

Hulpverleners (NGO's en IO's) en media die met een strijdmacht samenwerken zijn geen doelen.

Beide begrippen komen uit de ATP-35A Land Force Tactical Doctrine (STANAG 2868).

Terug naar Boven of naar Homepage

 

DOEL, MILITAIR (OORLOGSRECHT)

militšrisches Ziel.
military objective.
objectif militaire.

Oorlogsrechtelijk begrip. Onderscheidend en geÔdentificeerd doel waartegen legitiem geweld mag worden gebruikt en dat derhalve mag worden aangevallen. Militairen mogen alleen militair geweld gebruiken tegen, dan wel aanvallen uitvoeren op, strikt legitieme en duidelijk gespecificeerde militaire doelen.

Von Clausewitz onderscheidde politieke en militaire doelen, respectievelijk “Zweck” en “Ziel”.

Een militair doel mag alleen worden aangevallen in overeenstemming met de verdragsregels van het internationaal recht (volkenrecht) en de gewoonterechtregels van het humanitair oorlogsrecht (customary international humanitarian law) ťn na een bevel hiertoe.

Ten aanzien van objecten (bezittingen, goederen) heeft een doel pas militaire noodzaak (Eerste Aanvullende Protocol van 8 juni 1977, artikel 52, lid 2; supplement van de Conventies van GenŤve van 12 augustus 1949):

► indien het door zijn aard, ligging, bestemming of gebruik (NLPU) feitelijk bijdraagt of kan bijdragen ("effective contribution") aan de krijgsverrichtingen;
► indien de gehele of gedeeltelijke vernietiging, verovering of onbruikbaarmaking (neutralisatie) onder de gegeven omstandigheden duidelijk militair voordeel ("definite military advantage") oplevert.

Drie elementen uit de definitie dienen onder de gegeven omstandigheden cumulatief van toepassing te zijn: 1) aard, ligging, bestemming of gebruik (NLPU), 2) “effective contribution” en 3) “definite military advantage”.

Onder toepassing van de beginselen van humaniteit, militaire noodzaak, proportionaliteit en subsidiariteit mogen doelen niet worden aangevallen wanneer het verwachte militaire voordeel redelijkerwijs niet opweegt tegen de (mogelijke) verliezen onder de burgerbevolking of tegen de collateral damage (nevenschade) aan burgerobjecten en -bezittingen.

Wanneer het te verwachten militaire voordeel de geschatte verliezen en schade overtreft, is de aanvallende partij verplicht alle praktisch uitvoerbare voorzorgsmaatregelen te nemen om vast te stellen dat het aan te vallen doel werkelijk een militair doel betreft.

Bij het afstemmen van militaire middelen en methodes op een militair doel, wordt een object in geval van twijfel als burgerobject beschouwd. Een burgerobject is geen militair doel en mag niet worden aangevallen. Hetzelfde geldt voor objecten die een bijzondere bescherming genieten, zoals geneeskundige installaties en cultuurgoederen.

Of van militaire activiteiten sprake is, dient altijd te worden vastgesteld in het licht van de omstandigheden op dat moment. Zo is een ziekenauto van waaruit militairen worden beschoten, anders dan uit zelfverdediging of verdediging van de patiŽnt, een militair doel.

Nature

Aard

Object met inherente kenmerken, d.w.z. van algemeen erkend militair belang: communicatiemiddelen, gevechtsvliegtuigen, hoofdkwartieren, munitiedepots, opslagplaatsen, tanks, transportmiddelen, wapens e.d.

Location

Ligging

Geografische ruimte, ook met betrekking tot een burgerobject dat een militair doel kan worden omdat het in een gebied ligt dat als militair doel is aangemerkt: bergpas, brug over een rivier, gebouw of kruispunt van wegen. Een aanval op een brug over een rivier kan een beperkt militair doel dienen en gelijktijdig de bevolking van het achterliggende gebied de toegang tot de rest van het land ontzeggen (disproportioneel).

Purpose

Bestemming  

Beoogd toekomstige gebruik van het doel: civiele vrachtwagens voor brandstofvervoer waarvan redelijkerwijs kan worden verwacht dat die bij een vijandelijke oorlogsinspanning worden gebruikt.

Use

Gebruik

Huidige functie van het doel, d.w.z. objecten die gewoonlijk burgerdoeleinden dienen maar nu voor militaire doeleinden worden gebruikt: watertoren als observatiepost, school als commandopost of quala als hoofdkwartier.

Bij doelopsporing en –bestrijding is het van belang dat een object niet steeds een militair doel hoeft te zijn: door wijziging van de bestemming of het gebruik kan de status van het militaire doel vervallen. Of een (potentieel) doel een legitiem militair doel is, hangt met name af van beide criteria.

Zie ook: collateral damage, combattant, doel, hard target, humaniteit, militaire noodzaak, oorlogsrecht, proportionaliteit, rechtstreekse deelname aan vijandelijkheden (RDAV), soft target en subsidiariteit.

Terug naar Boven of naar Homepage

 

DOELOPSPORING

Zielfindung.
target acquisition.

Afgekort: dlops.

Al dan niet met behulp van doelinlichtingen detecteren (opsporen), herkennen, identificeren en bepalen van de locatie van vijandelijke doelen, met voldoende nauwkeurigheid, zodat adequate en effectieve doelbestrijding met dodelijke en/of niet-dodelijke middelen mogelijk is.

Onderscheiden deelprocessen:

Detectie

Ontdekken van de aanwezigheid van een persoon, object of verschijnsel.

Herkenning

Bepalen van de algemene aard van gedetecteerde personen, objecten of verschijnselen (klasse of type).

Identificatie

Bepalen van de specifieke aard van gedetecteerde personen, objecten of verschijnselen (het individu binnen een klasse of type).

De locatie van een doel wordt vastgesteld met behulp van doelopsporingsmiddelen, welke integraal deel uitmaken van de keten van vuursteunmiddelen. Hiertoe behoren onder andere lanceerinrichtingen, mortieren en vuurmonden. Middelen die een doelopsporingstaak hebben, worden in de keten van vuursteunmiddelen direct gekoppeld aan doelbestrijdingsmiddelen.

Door de reactietijd tussen doelopsporing en -bestrijding zo kort mogelijk te houden, zal het verkrijgen en behouden van het initiatief worden gewaarborgd.

Doelopsporingsmiddelen zijn:

Grondwaarneming

waarnemers (forward observers) bij manoeuvre-eenheden

 

gelegenheidswaarnemers

 

103 en 104 grondgebonden verkenningseenheden, KCT

Luchtwaarneming

Drones voor verkenning, doelopsporing en doelaanwijzing.

 

Helikopters en vliegtuigen die speciaal zijn ingericht voor verkenning en doelopsporing: Apache gevechtshelikopter en F-16 gevechtsvliegtuig.

 

Remotely Piloted Vehicles (RPV’s) voor verkenning, doelopsporing en doelaanwijzing.

Radar
(waarmee grondwapensystemen
die vuur uitbrengen
worden opgespoord)

Gevechtsveldcontroleradar

 

Mortier- en artillerieopsporingsradars

 

Wapenlocatieradar

Niet-organieke doelopsporingsmiddelen

Geluidmeetsystemen

 

Krijgsgevangenenondervragingsploegen

 

Optronische doelopsporing

 

Weer- en terreinmetingen

De eenheid die zich richt op doelopsporing in de breedste zin van het woord is het JISTARC (Joint Intelligence, Surveillance, Target Acquisition and Reconnaisance Commando), voorheen 103 ISTAR-bataljon. Het commando verzamelt, analyseert en verspreidt inlichtingen. Ook adviseert JISTARC andere eenheden over de informatie-uitwisseling in het operatiegebied. JISTARC beheert het concept voor de geïntegreerde en gecoördineerde inzet van alle voornoemde middelen die voor een operatie beschikbaar zijn.

Ook bij patrouilles van manoeuvre-eenheden is traditioneel doelopsporingscapaciteit ingedeeld. Niet alleen met waarnemers en gelegenheidswaarnemers: voor, tijdens en na gevechtsacties heeft iedereen als oogmerk doelen te onderkennen.

Zie ook: target acquisition.

Terug naar Boven of naar Homepage

 

DOFT, OP EIGEN

De uitdrukking “Op eigen doft” wordt regelmatig gebezigd door militairen.

Een doft is een dwarsscheepse zitplank (bank) van een roeiboot of sloep is (roeibank). De zegswijze “Op eigen doft (roeien)” is dan ook maritiem van aard en stamt uit de tijd van de Vereenigde Oostindische Compagnie (VOC) in de 17e en 18e eeuw.

Van deze zegswijze afgeleid is “Op eigen doft iets doen”: “Naar eigen inzicht, zoals je zelf het beste vindt of zoals je op dat moment het beste voorkomt, handelen.”

Terug naar Boven of naar Homepage

 

DOG-LEG

Letterlijk: hondenpoot. Betekenis: scherpe bocht; haarspeldbocht. Bijvoeglijk naamwoord: dog-legged.

Misleidingmanoeuvre.

Een dog-leg is het abrupt uitvoeren van een scherpe bocht of zigzagbeweging “vanuit de beweging”, d.w.z. vanuit de marsrichting. Zo’n manoeuvre wordt bijvoorbeeld uitgevoerd wanneer een schuilbivak wordt verlaten of indien onvoorzien een omtrekkende beweging om vijandelijk gebied moet worden gemaakt. Overigens wordt het schuilbivak betrokken met de vishaak-methode.

Het opzettelijk afwijken van een geplande verplaatsingsrichting staat logischerwijs niet in bevelen omschreven.

Niet te verwarren met “dog’s legs”, de bijnaam voor de chevrons (rangonderscheidingsteken in de vorm van een visgraat), zoals die worden gedragen op het uniform van Amerikaanse onderofficieren.

Zie ook: exfiltratie, schuilbivak en vishaak-methode.

Terug naar Boven of naar Homepage

 

DOLLE DINSDAG

Allitererende uitdrukking. Duits: närrischer Dienstag. Engels: Mad Tuesday. Frans: Mardi Fou. Dinsdag 5 september 1944 (Tweede Wereldoorlog): in heel Nederland spelen zich euforische taferelen af. Achtereenvolgens melden Radio Oranje en BBC Home Service abusievelijk dat het land elk moment kan worden bevrijd van de Duitse bezetters, waardoor de Nederlanders denken dat de bevrijding op handen is.

Dolle Dinsdag: Duitse militairen,collaborateurs en NSB'ers vluchten massaal naar het oosten.

De geallieerden hebben in hoog tempo terrein gewonnen: op 25 augustus 1944 is Parijs bevrijd, op 3 september Brussel en op 4 september Antwerpen en Namen. De naderende bevrijding van Nederland ligt in de lijn der verwachtingen.

Laat in de avond van 4 september houdt minister-president Pieter S. Gerbrandy van de regering in ballingschap in Londen op Radio Oranje – de Regeringsvoorlichtingsdienst – een rede over het nieuws van het front Antwerpen-Aken. Hij maakt bekend dat de geallieerden de grens zijn gepasseerd: “Nu de geallieerde legers in hun onweerstaanbare opmars de Nederlandse grens hebben overschreden, wil ik, uit naam van u allen, onze bondgenoten een hartelijk welkom toeroepen op onze vaderlandse bodem... Het uur der bevrijding heeft geslagen.”

Gerbrandy’s suggestie dat Breda is bevrijd, leidt verspreid door de West-Brabantse stad tot talloze feestvierders op straat. Voorbarige bevrijdingsvreugde, zo blijkt al snel.

Minister-president Gerbrandy doet in zijn radiorede de premature suggestie van het passeren van de grens door de geallieerden.

Bergen op Zoom bijvoorbeeld, op slechts 25 km van Antwerpen, komt pas op 27 oktober in geallieerde handen en niet eerder dan op 29 oktober 1944 wordt Breda bevrijd door de 1ste Poolse Pantserdivisie van generaal Stanislaw Maczek. Noord- en West-Nederland moeten eerst nog de Hongerwinter doorstaan voordat op 5 mei 1945 het gehele land is bevrijd.

De massapsychose wordt extra gevoed door een foutief bericht van de BBC Home Service dat Breda is bevrijd: “This is BBC Home service. Another good news, the allies have just crossed the Dutch frontier…” Het effect van de Londense radioredes is groot: onder collaborateurs, Duitse militairen en NSB’ers breekt massaal paniek uit, omdat ze zoals iedereen, geloof hechten aan de geruchtenstroom. Daarnaast zijn ze bang voor een volksgericht. Alleen al bijna 35.000 NSB’ers vluchten bepakt en bezakt naar Duitsland.

De bezetter reageert nerveus: Reichskommissar Arthur Seyss-Inquart voert nog diezelfde 4de september de Ausnahmezustand in – een ‘uitzonderingstoestand’. De avondklok (spertijd) gaat van 22.00 naar 20.00 uur en “ieder verzet, iedere verstoring van de openbare orde, iedere benadeling van het arbeidsproces... wordt gestraft met de dood of zware vrijheidsstraffen”. Hanss Albin Rauter (Generalkommissar für das Sicherheitswesen en Höhere SS-und Polizeiführer) voegt daar weinig subtiel aan toe dat op samenscholingen van meer dan vijf personen zonder waarschuwing vooraf zal worden geschoten.

Het ‘kwaad’ is dan al geschiedt: massaal leggen de Nederlandse arbeiders het werk neer. Thuis wordt de Nederlandse driekleur opgehangen. Op de invalswegen van Den Haag en Amsterdam vormen zich langzaamaan menigten, vol verwachting over de komst van de bevrijders. Al op 6 september blijkt de misrekening van de aanstaande bevrijding en klapt de euforie als een zeepbel uit elkaar. Maar in de onzekerheid ontruimen de Duitsers hals over kop Konzentrationslager Herzogenbusch (Kamp Vught); de gevangenen worden naar Duitsland afgevoerd.

De term ‘Dolle Dinsdag’ is na afloop bedacht door de Bossche journalist en schrijver Willem van den Hout. In het 14de en laatste nummer van het tweewekelijks satirische nazipropagandablad ‘De Gil’, dat op 15 september 1944 (de dag dat Maastricht als eerste Nederlandse stad wordt bevrijd) verschijnt, schrijft hij op de voorpagina: ‘Generale repetitie. Dure les van dollen dinsdag’.

Terug naar Boven

 

DONDERSLAG, OEFENING

Mobilisatieopkomstoefening die sinds 1970 werd gehouden om het mobilisatiesysteem te testen. De oefeningen werden genummerd in de volgorde waarin ze jaarlijks plaatsvonden; zo was het in 1984, tijdens oefening DONDERSLAG 15, de beurt aan 52 Bevoorradingscompagnie (mobilisabel) en 52 Geneeskundige compagnie (RIM) van 5 Divisie (mobilisabel).

Doel van de mobilisatieoefening, ten tijde van de dienstplicht, was te, bezien of binnen de voorgeschreven reactietijd van 24 uur volledig inzetbaar kon worden gemobiliseerd. Het betrof hier:

► afgezwaaide lichtingen dienstplichtigen met Groot Verlof (Groot Verlof-gangers)

► reservisten voor een Rechtstreeks Instromende Mobilisabele eenheid (RIM)

► reservisten voor een Grotendeels Rechtstreeks Instromende Mobilisabele eenheid (GRIM)

"Als donderslag bij heldere hemel" kregen de oud-dienstplichtigen per post een expresbrief om zich bij hun mobilisatiecentrum te melden. Dezelfde onverwachte oproep werd ook via radio en televisie uitgezonden, in de regel direct na het (radio)journaal tussen 07:00 en 09:00 uur, en verscheen in de krant. Later vonden dergelijke oproepen ook plaats vanaf het middaguur.

In Kamp Crailo staan genisten van het mobilisabele 462 Geniebataljon gereed tijdens de oefening DONDERSLAG 1 in 1970.

462 Geniebataljon behoorde tot 101 Geniegevechtsgroep van 1 Legerkorps (1 Lk).

462 Geniebataljon was een zogeheten GRIM-bataljon: haar vulling bestond voor het grootste deel uit mobilisabele compagnieën en pelotons die hun dienstplicht tot maximaal twintig maanden voorafgaand aan de mobilisatie hadden vervuld in 11 Geniebataljon.

 

Oefening DONDERSLAG 17

Eind november 1986 geeft 96% van de 1.850 oud-dienstplichtigen van 43 Pantserinfanteriebrigade gehoor aan de oproep voor de mobilisatie-oefening DONDERSLAG 17.

Hiermee kan 43 Painfbrig, geleid door brigadegeneraal J.J.J.M.M. Vos en onderdeel van de 4e 'Klaver' Divisie, drie dagen lang op volle oorlogssterkte - met 4.500 militairen - de mat op.

Voor de eerste keer is DONDERSLAG op brigadeniveau georganiseerd. Hiermee is ze getalsmatig meteen de grootste mobilisatie-oefening die ooit in Nederland is gehouden.

De leider der oefening is het hoofd van de Afdeling Mobilisatie Voorbereiding van de staf Nationaal Territoriaal Commando en tevens stafofficier Mobilisatie Aangelegenheden van de Bevelhebber der Landstrijdkrachten, kolonel Johan Kosters.

De afgezwaaide dienstplichtigen komen op bij mobilisatiecomplexen in Ermelo, Havelte, Nunspeet, Oirschot en Oudemolen.

Het grootste deel van de hen komt op in Havelte, de thuisbasis van ondereenheden als 42 Pantsergeniecompagnie, 42 Tankbataljon, 43 Afdeling Veldartillerie en 47 Pantserinfanterie Bataljon Regiment Infanterie Menno van Coehoorn.

In Oudemolen brengen de reservisten van 42 Tankbataljon zo snel mogelijk zestig Leopards 2-tanks en honderd wielvoertuigen in gereedheid. Ze beladen de kale voertuigen met gereedschap en camouflagenetten, halen in colonne de munitie bij de munitiebunkers op en tanken de voertuigen af.

De activiteiten in het Drentse mobilisatiecomplex worden door talloze hoogwaardigheidsbekleders gadegeslagen.

Onder hen zijn de Britse generaal Sir Martin Farndale, commandant van de Northern Army Group (waar 1 Legerkorps onder ressorteert), Plaatsvervangend Bevelhebber Landstrijdkrachten generaal-majoor Ad Herweijer en Staatssecretaris van Defensie Jan van Houwelingen.

Een van de hoogtepunten van de mobilisatie-oefening is een oversteek per pontveer van de IJssel bij Welsum.

47 Pantserinfanteriebataljon heeft hier als opdracht om ten oosten van de IJssel vertragende acties uit te voeren tegen een naar het westen oprukkende 'vijand'.

De IJssel-oversteek wordt onder meer bekeken door de Duitse generaal Leopold Chalupa, commandant van de Allied Forces Central Europe (AFCENT).

In 1986 bezocht ook de commandant van de Northern Army Group, de Britse generaal Sir Martin Farndale, oefening DONDERSLAG 17.

De voormalig dienstplichtigen moesten per eerste openbare reisgelegenheid vertrekken en binnen 24 uur bepakt met hun plunjebaal op het mobilisatiecentrum aanwezig zijn voor vertrek naar het oefengebied. Alleen een huwelijk, sterfgeval in de familie, ziekenhuisopname of ziekte waren gegronde redenen niet te hoeven opkomen.

Om deze reden riep de Koninklijke Landmacht altijd 10% meer personeel op dan organiek noodzakelijk was om de plaatsen van niet-opgekomen reservisten te kunnen vullen (mobilisatieopkomstverloop).

Iedere opgeroepen reservist was in het bezit van een zgn. X-lastgeving. Op de X-lastgeving stond bij welk onderdeel hij was ingedeeld en bij welk mobilisatiecentrum/-complex en in welke mobilisatiefase hij moest opkomen.

Feitelijk ligt de oorsprong van de oefening DONDERSLAG op 7 maart 1967, toen in 't Harde de oefening SCHOOTSTAFEL begon.

De "donderslachtoffers" zijn aangekomen op station 't Harde voor de mobilisatieopkomstoefening SCHOOTSTAFEL

© foto's: Ge van der Werff, ANP.

In totaal 94 van de 98 man (96%) met Klein Verlof (reserve en dienstplichtig) van de Charlie-batterij van 44 Afdeling Veldartillerie zijn via de radio en per expresbrief opgeroepen zo spoedig mogelijk naar hun oude onderdeel op de Luitenant-kolonel Tonnetkazerne in 't Harde te komen.

Met de mini-mobilisatie wil de commandant van 1 Legerkorps, luitenant-generaal E.J.C. van Hootegem, uitvinden hoe lang het duurt voordat de Klein Verlof-gangers zich weer bij hun onderdeel melden en hoe het, na een periode van 2 ŗ 6 maanden verlof, staat met hun geoefendheid.

Na afloop stelt commandant 1 Lk vast dat de Charlie-batterij haar taak binnen 44 Afdva op juiste wijze heeft vervuld. De oefening SCHOOTSTAFEL is geslaagd; vanaf 1970 zal jaarlijks de mobilisatieopkomstoefening DONDERSLAG worden gehouden.

Met de oefening DONDERSLAG beoogde de Koninklijke Landmacht het gehele mobilisatieproces en de bijbehorende -procedures, zoals oproep, opkomst, materieeluitgifte en formatie van de eenheid, op een zo realistisch mogelijke wijze te testen.

Omdat indertijd het grootste deel van de KL mobilisabel was (slechts 25% van de KL was in vredestijd paraat, 75% mobilisabel) viel of stond het succesvol voorwaarts optreden van 1 Legerkorps met het snel onder de wapenen kunnen brengen van reservepersoneel. Die inspanningen waren berekend op een scenario waarin de internationale spanning zich langzaam opbouwde en de NAVO tijdig mobiliseerde.

Volgens het ministerie van Defensie kon het personeel ten behoeve van de mobilisabele eenheden binnen 24 uur afreizen naar zijn oorlogsbestemming.

De opgekomen militairen werden drie dagen beziggehouden:

Dag 1

Opkomstdag.
Registratie vindt plaats, personeel wordt evt. aangevuld met PSU, het uitgiftegerede materieel wordt uit het mobilisatiecomplex gehaald en het personeel stelt zich op voor afmars.

Dag 2

Opfrislessen, schiet- en tactische oefeningen en evt. bivak te velde.

Dag 3

Afwikkeldag.
Materieel wordt ingeleverd bij het mobilisatiecomplex en het personeel keert terug naar huis.

Zie ook: 1 Legerkorps, dienstplicht, mobilisatiecomplex, NAVO en X-lastgeving.

Terug naar Boven of naar Homepage

 

DON'T MENTION THE WAR!

Nederlands: "Praat niet over de oorlog!".

Gevleugeld gezegde van Basil Fawlty (John Cleese) uit de Britse tv-klassieker 'Fawlty Towers'.

In de scŤne uit de aflevering 'The Germans' - de 6e aflevering uit het 1e seizoen, voor het eerst op tv te zien op 24 oktober 1975 - drukt Basil Fawlty het personeel van zijn hotel in Torquay op het hart de oorlog niet te noemen tegenover Duitse gasten ("Don't mention the war!").

Dit doet hij tot gekwordens toe, maar tegelijkertijd laat hij niet na zich in de meest krankzinnige bochten te wringen om zijn Duitse hotelgasten voortdurend de Tweede Wereldoorlog in te peperen. Hij loopt zelfs in ganzenpas in een Adolf Hitler-imitatie door zijn hotel.

Het begint met de oude majoor die bij de balie klaagt over de Duitsers die zojuist hebben ingecheckt: in eerste instantie neemt Fawlty het op voor de nieuwe hotelgasten, maar daar gelooft hij niet echt in: "God knows how... the bastards".

Basil Fawlty: "Why not indeed, we're all friends now, eh?"

Duitse gast: "A prawn cocktail"

Basil Fawlty: "All in the market together, old differences forgotten, and no need at all to mention the war"

Duitse gast (boos NU): "A prawn cocktail!"

Basil Fawlty: "Oh prawn... that was it, when you said prawn, I thought you said war. Oh the war, oh yes.. completely slipped my mind, yes I'd forgotten all about it, Hitler, Himmler and all that lot. Oh yes, completely forgotten it, just like that"

Ook volgt op een gegeven moment nog een pittig humoresk gesprek tussen Basil Fawlty en de Duitse gast:

Basil Fawlty: "So that's two eggs mayonnaise, a prawn Goebbels, a Hermann Goering and four Colditz salads... no, wait a moment, I got a bit confused there, sorry... I got a bit confused because everyone keeps mentioning the War, so could you..."

Duitse gast: "Will you stop talking about the war!"

Basil Fawlty: "Me? You started it!"

Duitse gast: "we did not start it"

Basil Fawlty: "Yes you did, you invaded Poland..."

Zowel de scŤne als het gevleugelde gezegde herinneren aan gevoeligheden rond de Tweede Wereldoorlog.

Terug naar Boven

 

DOORBREKING

Zie verder: penetratie.

Terug naar Boven

 

DOORGUNNER

Duits: BordschŁtze; TŁrschŁtze. Frans: mitrailleur de porte. Nederlands: boordschutter. Crewlid dat als schutter handmatig een boordwapen bedient aan boord van een transporthelikopter. Binnen de Nederlandse krijgsmacht zijn dat de Chinook CH-47D en de Cougar MK II.

Het boordwapen is gemonteerd in de deuropening en/of op de ramp (achterklep) van de transporthelikopter, maar draai- en kantelbaar. De doorgunner zit - op de ramp vaak met zijn benen naar buiten - of knielt achter het wapen, in de regel een (middel)zware mitrailleur is. De doorgunner beschermt iedereen aan boord van de helikopter: crew en troops.

De loadmaster (loadie) kan samen met de doorgunner een koppel vormen, maar evengoed beide functies combineren als loadmaster/doorgunner.

De doorgunner ontstond in de Vietnamoorlog, toen helikopters voor het eerst in grote aantallen op het slagveld werden gebruikt. In Vietnam bedienden de doorgunners hun wapens oorspronkelijk aan boord van de Bell UH-1 Iroquois (beter bekend als 'Huey') en de Sikorsky UH-34.

Een Britse Royal Marines Commando als doorgunner in de deuropening van een Westland Sea King.

Analoog aan de doorgunner kent de Engelse taal ook de termen 'nose gunner' en 'tail gunner'.

Zie ook: close combat attack (CCA), flight nurse en loadmaster.

Terug naar Boven

 

DOORLOPENDE LEERLIJN

Afgekort: dll.

Aan het einde van de jaren '90 van de 20e eeuw ontwikkelden zich visies op zowel het functioneren als opleiding en training van de onderofficier in de Koninklijke Landmacht. Het resultaat is een opleidingshuis dat gedurende de gehele loopbaan werken en leren combineert.

Lange tijd was het eenmalig aanbrengen van competenties toereikend, maar in de voortdurend en in hoog tempo veranderende maatschappij van tegenwoordig veroudert eerder opgedane kennis snel en dient "een leven lang leren" mogelijk te worden gemaakt.

De ontwikkeling van een doorlopende leerlijn - waarin leren door training, onderwijs en ervaring zijn geÔntegreerd en de afzonderlijke delen logisch op elkaar aansluiten - is gericht op het vermogen in te spelen op veranderende situaties (adaptiviteit) en bereidt de onderofficier langs levens- en loopbaanfasen voor op zijn diverse rollen en taken. Ook dient de doorlopende leerlijn aan te zetten tot verder leren.

Juist het uitvoerende niveau van de onderofficier moet zich snel kunnen aanpassen, voortdurend kunnen inspelen op veranderingen en het vermogen bezitten om afhankelijk van de situatie op de juiste manier te handelen. Dit is mede van belang voor het goed (kunnen blijven) functioneren van de onderofficier binnen de Defensieorganisatie.

De doorlopende leerlijn is gericht op het aanleren van specifieke wapen- of dienstvakgerelateerde kennis, het ontwikkelen van vaardigheden als vakman, leider en instructeur (domein) en vorming. De nadruk ligt op:

► leidinggeven

► verder professionaliseren van zichzelf en de aan hem toevertrouwde groep militairen

Daarbij staan de kernwaarden van de Koninklijke Landmacht (moed, toewijding en veerkracht) centraal en ligt de focus op ervarend leren met:

feedback op resultaat

► reflectie op leiderschapsgedrag

De Koninklijke Militaire School ondersteunt de doorlopende leerlijn met (talent)ontwikkeling en training van leiderschap en leidinggeven van, voor en door onderofficieren. Om zich verder te ontwikkelen en vormen keert de onderofficier in de tijd regelmatig terug naar de KMS (algemeen deel) of een opleidingscentrum (vaktechnisch deel).

De initiŽle opleiding en de loopbaancursussen (Primaire, Secundaire en Tertiaire Vorming) borgen gezamenlijk een doorlopende leerlijn, waarin ruim aandacht wordt besteed aan het bewustwordingsproces met betrekking tot de korpsgeest (esprit de corps) van de onderofficieren en hun verantwoordelijkheid ten aanzien van hun domein (vakman, leider en instructeur).

De verdere ontwikkeling en vorming zijn voor een deel herhaling en verdieping, maar met name bedoeld om de onderofficier tijdig de benodigde kennis en vaardigheden aan te reiken ter voorbereiding op het volgende functioneringsniveau.

Het opleidingsbeleid (Just In Time, Just Enough) is gekoppeld aan de taakaspecten en kent een opbouw naar functioneringsniveau:

Rang

Taakaspecten

Functionerings-
niveau

Accenten

Sergeant
(der eerste klasse)

Toepassen

Groep

► Basisvaardigheden
► W5H
► OATDOEM
► Reflectie toepassen
► Zelfleiderschap
► Inspirerend leiderschap
► Opvattingen beÔnvloeden

Sergeant-majoor

Begeleiden

Peloton

► TBM
► Inspirerend leiderschap
► Waarden beÔnvloeden

Adjudant
&
Stafadjudant

Bewaken

Compagnie
Bataljon
Brigade
Staf

► TBM
► Zelfbeeld beÔnvloeden
► Hoger niveau beÔnvloeden

De cursussen, opleidingen en trainingen die de onderofficier doorloopt hebben een generiek (algemeen) en soms ook specifiek karakter:

GENERIEK

SPECIFIEK

MBO-opleidingsrichting Veiligheid en Vakmanschap (VeVa)

Beroepspraktijkvorming (BPV)

INSTROOM

InitiŽle opleiding

Functieopleiding (wapen- en dienstvakgerelateerde opleiding en training)

DOORSTROOM

Opleidingen i.h.k.v. persoonlijke ontwikkeling (didactische, leidinggevende en vakspecifieke cursussen en trainingen)

Primaire Vorming (PV)

Secundaire Vorming (SV)

Tertiaire Vorming (TV)

 

BA-cursus
(t.b.v. bataljonsadjudant)

 

Joint Tertiaire Vorming
(t.b.v. stafadjudant)

In 2010 voerde de Commandant Landstrijdkrachten daarnaast de doorlopende leerlijn leidinggeven in, met als doel de opleidingen goed op elkaar te laten aansluiten en te zorgen voor een actueel opleidingsprogramma in leiderschap.

De invoering van de doorlopende leerlijn leidinggeven vond plaats door het Expertisecentrum Leiderschap Koninklijke Landmacht, dat opging in het Expertise Centrum Opleidingskunde Defensie (ECOD).

Met de nota 'Implementatie leerlijnen ECOD voor het CLAS' (2014) zijn de vier leerlijnen vastgesteld:  

Leerlijn

Inhoud

1

Verzorgen van opleidingen

2

Begeleiden van lerenden

3

Ontwerpen en ontwikkelen van O & T

4

Managen van O & T-processen

Delen van de vier ECOD-leerlijnen zijn opgenomen in of gekoppeld aan de initiŽle opleiding en de loopbaancursussen.

Zie ook: competentie, Expertise Centrum Opleidingskunde Defensie (ECOD), esprit de corps, feedback, Flexibel Personeelssysteem (FPS), Koninklijke Militaire School, Moed / Toewijding / Veerkracht (kernwaarden KL), opleiding en training en Vakman / Leider / Instructeur (domein).

Terug naar Boven

 

DOORSCHRIJDING

Met een eenheid door het gebied van een andere eenheid verplaatsen in het kader van een tactische verplaatsing. Een doorschrijding kent twee varianten:

voorwaartse doorschrijding

tactische verplaatsing in de richting van de vijand

achterwaartse doorschrijding

tactische verplaatsing van de vijand af

Normaliter laat de commandant bij een doorschrijding het gevechtscontact overnemen vanaf de overnamelijn.

Zie ook: overnamelijn.

Terug naar Boven

 

DOORWAADBARE PLAATS

Duits: Furt. Engels: ford; Irish bridge. Frans: gué. Crossing, evenals een brug. Ondiepe plaats in een waterloop (beek, rivier e.d.) waar militairen – afhankelijk van de waterstand, de stroomsnelheid en het ter beschikking staand materieel – schuin of recht kunnen oversteken, maar die geldt als hindernis. Normaliter bevinden een doorwaadbare plaats zich in de rechte deel van een waterloop, logischerwijs vaak in het smalste stuk.

De bodemgesteldheid op een doorwaadbare plaats is idealiter hard (gravel, grind) en vrij van obstakels (geulen en onderstroom). Uit genieoogpunt geldt een waterloop van minder dan 0,6 meter diep als ideaal; de genie kan eventueel een doorwaadbare plaats tevoren verkennen met genieverkenners of duikers.

De flankbegrenzing van een doorwaadbare plaats kan met bakens of palen worden gemarkeerd, wat de veiligheid verhoogt ter voorkoming van ongevallen maar verlaagt door herkenbaarheid. Een doorwaadbare plaats is hoe dan ook strategisch: het is dikwijls een oversteekplaats voor vee en ligt in de regel in de nabijheid van een oord. Door de strategische ligging heeft de doorwaadbare plaats hinderniswaarde (hinderlaag), waarbij een vijandelijke troepenconcentratie vanaf de overzijde troepen onder vuur kan nemen. Om een tegenstander te vertragen, tegen te houden of in een bepaalde richting te dringen - en hierdoor de hinderniswaarde te vergroten - worden doorwaadbare plaatsen (bruggen en wegen) vaak vernield. Ook kan de doorwaadbare plaats bezaaid zijn met (resten van) munitie, waarvan een deel nog niet is afgegaan.

Zie ook: hindernisbaan.

Terug naar Boven

 

DORIEN-NORM

De Dorien-norm is het aantal vredesoperaties waaraan Nederland gelijktijdige maximaal zou moeten kunnen deelnemen. Het maximale aantal is gesteld op vier (4).

De norm is geformuleerd door Rob de Wijk ten behoeve van de Prioriteitennota 1993 (ĎEen andere wereld, een andere Defensie') van PvdA-Minister van Defensie Relus ter Beek. In de Prioriteitennota 1993 zijn vredesoperaties (Peace Support Operations) verheven tot één van de belangrijkste taken van de Nederlandse krijgsmacht, welke later is uitgewerkt in zowel brigade- als bataljonsoptie.

Toen Rob de Wijk, indertijd hoofd Conceptuele Zaken van de Defensiestaf van het Ministerie van Defensie, thuis aan de Prioriteitennota 1993 aan het werken was, vroeg hij aan zijn vriendin Dorien van Lent aan hoeveel vredesoperaties Nederland tegelijkertijd zou kunnen meedoen, waarop zij zei: ďVier is redelijkĒ . Rob de Wijk vond het een prima aantal en zodoende kwam het aantal van vier in de Prioriteitennota 1993. Dit is lange tijd staand beleid geweest.

Terug naar Boven

 

D.O.T.M.L.P.F.I.

De Amerikaanse krijgsmacht en de NAVO categoriseren capaciteiten volgens het acroniem DOTMLPFI.

DOTMLPFI is een samenstel van actoren en factoren dat gezamenlijk de gevechtskracht vormt en steeds in ontwikkeling is. Bijstelling van één van de (f)actoren vergt in de regel ook bijstellingen van de andere (f)actoren:

D

Doctrine

Doctrine

Tactieken, Technieken en Procedures (TTP's).

O

Organisatie

Organization

Samenstelling, taakstelling en structuur van eenheden.

T

Training
&
Opleiding

Training
&
Education

Theoretische en praktische voorbereiding op de inzet.

M

Materieel

Materiel

Uitrusting, zowel kwalitatief als kwantitatief.

L

Leiderschap

Leadership

Kwaliteit van de ontvangen leiding om de functie uit te voeren en zelf leiding te geven.

P

Personeel

Personnel

Beschikbaarheid en fysieke en psychische toestand in relatie tot de taak en omstandigheden.

F

Faciliteiten

Facilities

Ondersteunende processen, zoals legering, medische ondersteuning, voeding etc.

I

Interoperabiliteit

Interoperability

Mogelijkheden en beperkingen in samenwerking met andere krijgsmachtdelen (joint) en eenheden van andere naties (combined).

Terug naar Boven

 

DOUBLE-TAP

Vernederlandst tot "dubbel-tap". Eerste reactie bij gevechtscontact.

Drill waarbij met een handvuurwapen (kleinkaliberwapen) snel achter elkaar twee reactieschoten op eenzelfde doel worden afgevuurd door de trekker tweemaal snel achter elkaar af te drukken. Idealiter wordt het eerste schot afgevuurd met gebruikmaking van de richtmiddelen, het tweede onmiddellijk daarna. Daarnaast kennen sommige wapens het principe van twee afgevuurde patronen per trekkerbeweging.

Doel van de double-tap is het afgeven van vuur om de vijand laag in haar dekking te krijgen, waardoor die niet is staat is om gericht vuur op eigen troepen uit te brengen.

Het doel voor een double-tap bevindt zich op relatief korte afstand (± 25 meter), bijvoorbeeld wanneer een patrouille plotseling contact maakt met de vijand (Close Quarter Battle, CQB’en). 80% van de gevechten vindt plaats op afstanden tot 100 meter.

Tegen lichtgepantserde doelen is de uitvoering van de double-tap vaak de enige manier om de pantserbescherming te doorbreken.

Terug naar Boven

 

DOUW

Om het even welke volgens de krijgstucht opgelegde berisping of straf.

Terug naar Boven

 

D.O.W.

Engelse afkorting: Died Of Wouds (received in action). Er wordt onderscheid gemaakt tussen Killed In Action (KIA) en Died Of Wounds (DOW).

Bij KIA gaat het om iemand die (direct) als gevolg van gevechtshandelingen op het strijdtoneel overlijdt, d.w.z. iemand die doodgaat voordat hij / zij überhaupt in een geneeskundige inrichting aankomt.

Bij DOW gaat het om iemand die pas na aankomst in een geneeskundige inrichting aan zijn / haar verwondingen is bezweken.

Volgens de BATLS UK zijn de meest voorkomende oorzaken van DOW hersenletsel, hypovolemische shock en sepsis/multiple organ failure (MOF). Statistisch gaat het hierbij om 10% van het totale aantal traumaslachtoffers (DOW en KIA).

Zie ook: Killed In Action (KIA).

Terug naar Boven

 

DOWNWASH

Duits: Abwind. Frans: ťcoulement d’air d’intrados; souffle des rotors; vent rabattant. Een helikopter creëert opwaarts vermogen om in de lucht te kunnen komen (lift-off) of blijven door lucht naar beneden weg te blazen. Omdat lucht licht is en een helikopter zwaar (leeggewicht Cougar 7.300 kg; leeggewicht Chinook 11.150 kg), blazen de rotorbladen op hoge snelheid een zeer grote hoeveelheid lucht weg. Door de hoge draaisnelheid van de rotorbladen ontstaat een neerwaarts gerichte, wervelende luchtverplaatsing. Dat geldt zowel voor de hoofd- als de staartrotorbladen, maar in het bijzonder voor de bladen van de hoofdrotor bovenop de helikopter.

De downwash is één van de gevaarlijke punten in het werken met helikopters, naast antennes, bewapening, een geopende centerhatch, een gladde ramp, hoofd- en staartrotoren (met inbegrip van de rotorbladen), in- en uitlaat van de motor en pitohbuizen.
In de regel geldt hoe groter het gross weight (helikopter plus payload), des te groter de downwash. De door de helikopter veroorzaakte downwash is ± 7 Beaufort (harde wind), afhankelijk van het type helikopter.

Eenmaal in de lucht zal bij een voorwaartse snelheid groter dan 50 knopen (10 Beaufort) de downwash van de hoofdrotor als gevolg van de vliegwind naar achteren worden weggeblazen.

Downwash is de oorzaak van brown out of white out omstandigheden, waarbij respectievelijk opstuivend zand of sneeuw verminderd zicht veroorzaken. Om het personeel hiertegen enigszins te beschermen, wordt onder dergelijke omstandigheden het instijgen van een helikopter gedaan vanuit een huddle.

Om de negatieve effecten van downwash op de grond – bijvoorbeeld het opwaaien van losse onderdelen e.d. – tegen te gaan dient FOD-cleaning plaats te vinden. Ook markeringsmateriaal dient zeer goed te worden bevestigd. Houd er verder rekening mee dat bij het optreden met meerdere helikopters de grootste helikopter de landingsplaats krijgt die het meest benedenwinds ligt (zodat de overige helikopters geen of minder last van de downwash hebben).

Downwash zorgt verder voor een verhoging van de wind chill factor; personeel moet beschermd zijn tegen koudeletsels (o.a. mouwen naar beneden).

Zie ook: helicopter handling instructor (HHI) en surface.

Terug naar Boven

 

D.P.M.

Betekenis: Disruptive Pattern Material. Vertaling:camouflagemateriaal met een oncontroleerbaar patroon.

Dutch DPM.

Camouflageprints worden binnen de NAVO gedrukt in gestandaardiseerde Infra-Red Reflective kleuren (IRR-kleuren). Aan het einde van de jaren ’90 is bij de Koninklijke Landmacht, te beginnen bij 11 Luchtmobiele Brigade, het zgn. Dutch DPM ingevoerd, ook wel genoemd Dutch woodland of woodlandpatroon.

Dutch DPM is uitontwikkeld in de tijd dat de NAVO nog tegenover het Warschau Pact stond, d.w.z. tijdens de Koude Oorlog.

Dutch DPM is bedoeld om zich in álle seizoenen zo ongezien mogelijk te kunnen ophouden in de gematigde heide-, loof- en naaldbosgebieden van Noordwest-Europa - vergelijkbaar met de Noordduitse laagvlakte - en tussen de hier voorkomende flora.

Het woodlandpatroon is een vierkleurencamouflage:

Bruin

Groen (‘olive’)

Kaki (grauwgeel)

Zwart

Dutch DPM is bijna identiek aan de camouflageprint die de Britten hanteren, alleen is het Nederlandse lichter van kleur.

Het Korps Mariniers maakt daarentegen gebruik van de Amerikaanse woodland-camouflageprint. In de loop der jaren heeft de Koninklijke Landmacht in het kader van vernieuwing de vijfkleurige Duitse Flecktarn-camouflageprint getest, die echter uiteindelijk is afgekeurd vanwege een “te agressieve” uitstraling.

Britse camouflageprint.

DPM wordt onder andere gebruikt door de krijgsmachten van Canada, Groot-BrittanniŽ, JordaniŽ, Nederland, Nieuw-Zeeland, Oman, Pakistan, Rusland, Saudi-ArabiŽ en de Verenigde Arabische Emiraten.

Zie ook: camouflage.

Terug naar Boven

 

D.P.R.E.

Voluit: Displaced Persons, Refugees and Evacuees. Nederlands: ontheemden, vluchtelingen en evacués. Genoemde personen zijn burgers, onderverdeeld in:

Displaced Persons

Individuen die huis en haard verlaten hebben, maar in hetzelfde land gebleven zijn.

Refugees

Individuen die het eigen land verlaten hebben.

Evacuees

individuen die om veiligheidsredenen tijdelijk huis en haard verlaten hebben.

In het kader van humanitaires operatie, dan wel in zowel de conflict- als postconflict fasen van een Peace Support Operation, is de opvang van deze burgers een uitdaging voor de sectie Civil Military Cooperation (G9).

Hoewel de terugkeer van DPRE's in de eerste plaats een verantwoordelijkheid is van International Organizations (IO's) en Non-Governmental Organizations (NGO's), beschikken deze niet altijd over het benodigde personeel of materieel, laat staan over de noodzakelijke inlichtingen. Vandaar dat het laten terugkeren van ontheemden, vluchtelingen en evacués in de postconflict-fase terdege inspanningen kan vergen voor CIMIC.

Het laten verdwijnen van illegale activiteiten, georganiseerde misdaad en corruptie ťn de groei van de economie hebben in de regel een positieve uitwerking op de terugkeer van DPRE's.

Terug naar Boven

 

DRAAGINSIGNE GEWONDEN

Afgekort: DIG. Bijzonder onderscheidingsteken dat kan worden toegekend aan wie lichamelijk gewond is geraakt dan wel psychisch letsel ondervindt of heeft ondervonden als gevolg van plichtsvervulling onder oorlogsomstandigheden of daarmee overeenkomende situaties. Het door veteranen hooglijk gewaardeerde Draaginsigne Gewonden is een belangrijke erkenning voor wat de (oud-)militair of veteraan heeft gedaan en voor het leed die de zichtbare en/of onzichtbare wonden met zich meebrengen.

Het insigne is vergelijkbaar met het Purple Heart, de in 1917 ingestelde Amerikaanse onderscheiding die wordt uitgereikt namens de opperbevelhebber van de Amerikaanse krijgsmacht (president), aan militairen die zijn gewond geraakt of - postuum - gesneuveld. In tegenstelling tot het Purple Heart kan het DIG ůůk worden toegekend aan veteranen en militairen die onder oorlogsomstandigheden psychisch gewond zijn geraakt.

Het DIG kan worden toegekend aan alle Nederlandse (gewezen) militairen die het Koninkrijk dienen of hebben gediend onder oorlogsomstandigheden, of daarmee overeenkomende situaties, inclusief internationale vredesmissies binnen en buiten het verband van de Verenigde Naties. Onder (gewezen) militairen wordt ook verstaan het Nederlands personeel van het voormalig Koninklijk Nederlandsch Indisch Leger (KNIL), ongeacht of betrokkenen zijn overgegaan naar de Koninklijke Landmacht. Het toekenningscriterium geldt ook voor alle Nederlandse vaarplichtige zeelieden in oorlogstijd.

Links het Amerikaanse Purple Heart, rechts het Draaginsigne Gewonden.

Het groot model mag zowel op het militair uniform als op de burgerkleding worden gedragen. Op het militair uniform wordt alleen het groot model-DIG - op de rechterborstzak - gedragen, op de burgerkleding alleen de miniatuur.

Bij het insigne wordt een op naam gestelde oorkonde uitgereikt, dat is ondertekend door de Minister van Defensie.

Op de horizontale balk van het Draaginsigne Gewonden staat de tekst "Vulneratus Nec Victus" ("Gewond maar niet overwonnen").

De vertikale balk stelt de door een lauwertak omgeven Gewondenstreep voor, die vůůr 1990 aan militairen werd toegekend. De vier liggende leeuwen die diagonaal, in de hoeken uit het kruis ontspringen, verbeelden de stoktoppen van de vaandels en standaarden van de vier krijgsmachtdelen. De lauwertak symboliseert vrede en overwinning; de eikentak moed en volharding.

In de eerste veteranenbeleidsnota 'Zorg voor veteranen in samenhang' (1990) kondigde Minister van Defensie Relus ter Beek de instelling van het Comitť Draaginsigne Gewonden (CODIG) aan. De wens tot een onderscheidingsteken naar analogie van het Purple Heart leidde tot de instelling hiervan.

Het Legermuseum heeft in 2012 het oudste Nederlandse draaginsigne voor gewonde soldaten en onderofficieren verworven.

Het embleem werd in 1801 ingesteld en werd verstrekt aan militairen die dusdanig gewond waren geraakt bij de Russisch-Engelse invasie van 1799 dat ze de dienst niet konden voortzetten.

Met het insigne, dat op de linkerborst werd gedragen, kreeg de soldaat onder meer recht op een financiële uitkering, gratis apothecaire zorg en een uitvaart met militaire eer.

Het insigne toont het vroegste voorbeeld van de staat die zorg biedt aan veteranen die door hun invaliditeit niet meer in staat waren om voort te dienen.

Het ovalen insigne is 7 cm hoog en toont in het midden een rood veld met twee gekruiste zilveren zwaarden. Eromheen staat de tekst "Verminkt in de verdediging van 't vaderland".

Op 11 oktober 1990 bracht Ter Beek dit beleidsvoornemen tot uitvoering met de instelling van het Draaginsigne Gewonden.

Veteranen die meenden aanspraak te kunnen maken op een Draaginsigne Gewonden konden zich aanmelden bij het CODIG, ingesteld op 30 januari 1991 onder voorzitterschap van oud-Tweede Kamerlid Durk van der Mei.

Het comitť - samengesteld uit vertegenwoordigers van de Bond van Nederlandse Militaire Oorlogsslachtoffers (BNMO), het Comitť ReŁnie Koopvaardijpersoneel 1940-1945, het Veteranen Platform en de Stichting Dienstverlening Veteranen - werd belast met het onderzoek naar de toekenning van het DIG aan iedere (gewezen) militair die na 9 mei 1940 in oorlogstijd of daarmee overeenkomende omstandigheden (inbegrepen internationale vredesmissies) verwond is, beoordeelde de aanvragen en adviseerde de minister over het al dan niet toekennen van het DIG. Eind 1994 beŽindigde het CODIG zijn werkzaamheden.

Het Draaginsigne Gewonden, ingesteld bij MinisteriŽle Beschikking nummer D90/251/24321 van 11 oktober 1990, wordt toegekend op voordracht van het Veteraneninstituut namens de Minister van Defensie. De toekenning kan slechts ťťnmaal en uitsluitend bij leven geschieden.

Op 29 april 2009 kondigde Defensie aan dat militairen die na een missie kampen met een posttraumatische stressstoornis (PTSS) er voortaan op kunnen rekenen dat Defensie actie onderneemt om hen een Draaginsigne Gewonden te verstrekken.

Dit was het resultaat van vragen van de Tweede Kamerleden Angelien Eijsink, JoŽl Voordewind en Remi Poppe. Hiermee kwam een einde aan het feit dat vooral veteranen met psychische aandoeningen niet werden voorgedragen: hulpverleners en veteranen waren niet bekend met de mogelijkheid om voor een DIG in aanmerking te komen.

Het DIG kan worden aangevraagd door de commandant, bekenden of de betrokkene zelf. Het aanmeldingsformulier is verkrijgbaar bij het Veteraneninstituut. De betrokken veteraan dient altijd een handtekening te zetten voor de aanvraag van de onderscheiding. De uitreiking kan worden verricht door de commandant van de militaire eenheid waartoe de veteraan behoorde, door de directeur van het Veteraneninstituut of door de burgemeester van de gemeente waar de veteraan woonachtig is.

Tot op heden is aan vele duizenden veteranen en (oud-)militairen het Draaginsigne Gewonden toegekend.

Zie ook: Gewondenstreep en Veteraneninstituut.

Terug naar Boven

 

DRAAGINSIGNE VETERANEN

Synoniem: veteranenspeld.

Het in 2003 ingevoerd draaginsigne veteranen heeft de opvallende V-vorm van een gestileerde zwaardschede.

De gestileerde 'V' staat symbool voor de begrippen veteraan, vrede en veiligheid.

Het draaginsigne symboliseert de waardering voor het risicovolle werk dat veteranen als militair in naam van de samenleving hebben verricht en heeft een belangrijke functie voor de onderlinge herkenbaarheid van veteranen.

Het draaginsigne veteranen, ter grootte van 14 mm breed en 23 mm lang, in opdracht van het Ministerie van Defensie ontworpen door Piet Bultsma en vervaardigd van verguld metaal.

Iedereen die als veteraan bij het Veteraneninstituut staat ingeschreven, krijgt het Draaginsigne Veteranen.

Het draaginsigne geeft de status van de drager/draagster weer in situaties dat hij/zij niet als uitgezonden (oud)-militair - veteraan - herkenbaar is.

Het draaginsigne veteranen behoort op burgerkleding aan de linkerzijde, ter hoogte van de revers of een dienovereenkomstige plaats, te worden gedragen.

Het insigne is een versiersel, géén onderscheiding: het is voor actief dienende militairen niet toegestaan haar op het Dagelijks Tenue (DT) te dragen.

Omdat de eerste draaginsignes veteranen op 20 januari 2003 zijn uitgereikt, is aan het Instellingsbesluit draaginsigne veteranen terugwerkende kracht gegeven tot en met deze datum.

Zie ook: Dagelijks Tenue (DT), veteraan en Veteraneninstituut.

Terug naar Boven

 

DRAGON

Voluit: Dragon M-47. De Dragon M-47 is een geleide antitankraket tegen statische en bewegende doelen op de middellange afstand, geproduceerd door het Amerikaanse McDonnell Douglas Astronautics en Raytheon. Het bereik is maximaal 1.100 meter. Het wapen is door één man te dragen en te bedienen. De Dragon wordt veelal ingezet bij het uitgestegen infanterieoptreden. Sinds 1979 is de Dragon in gebruik bij de Koninklijke Landmacht en sinds 1982 bij het Korps Mariniers.

De raket zelf is opgesloten in een glasfiber lanceerbuis met in de achterkant de voortstuwingslading. De schutter bevestigt de lanceerbuis aan de doelvolgapparatuur, bestaande uit telescoopvizier, infraroodsensor en elektronica.

Zodra de raket de lanceerbuis verlaat, ontvouwen zich drie vinnen waardoor de raket gaat ronddraaien. De schutter houdt het vizier op het doel gericht, waardoor de raket automatisch op het doel wordt gebracht. Na gebruik kan de lanceerbuis worden weggegooid. De Dragon kan worden toegerust met nachtvizier en lasergeleiding.

De Dragon en de TOW - antitankwapen met een bereik van ± 3.200 meter - zullen op bataljonsniveau worden vervangen door een nieuwe Medium Range Anti Tank (MRAT-)wapen, te weten de IsraŽlische Gill MRAT.

Specificaties:

lengte

74,4 cm

diameter

12,7 cm

spanwijdte

33 cm

bereik

600 tot 1.100 meter

gewicht raket

6,1 kg

gewicht wapensysteem

3,8 kg

holle gevechtslading

2,45 kg

mondingssnelheid

260 km per uur

penetratievermogen

60 cm

Terug naar Boven

 

DRAGUNOV

OfficiŽle naam: 7.62 mm Izhmash Snaiperskaya Vintovka Dragunova (SVD). Vrij vertaald: Dragunov precisievuurwapen.

Scherpschuttergeweer (sniper rifle) van Russische makelij. Het wapen wordt traditioneel gemaakt bij Izhmash JSC in Izhevsk, hoofdstad van de Russische republiek Udmurt.

Het wapen heeft het speciaal voor de Dragunov ontwikkelde kaliber van 7.62 x 54 R(immed), een lichtelijke modificatie van de originele M43-patroon (7.62 x 39 mm). De patroon wordt ook gebruikt voor Dragunov-kopieŽn, zoals de Chinese NDM-86, Type 79 en Type 85 en de Iraakse Al Kadesih, en Dragunov-lookalikes, zoals de Joegoslavische Zastava M76 en de Roemeense FPK, en het machinegeweer PKM.

De Dragunov werd tussen 1958 en 1963 door kapitein ontworpen door kapitein Yevgeny Fyodorovich Dragunov (1920-1991) ontwikkeld uit de Kalasjnikov. Het wapen werd ingevoerd in het Rode Leger en talrijke Warschau Pact-legers, zoals dat van Hongarije, Oost-Duitsland (DDR) en Polen; ook werd de Dragunov onder licentie in andere landen geproduceerd. De Dragunov was de opvolger voor scherpschuttergeweren als de Mosin-Nagant M1891/30 en de Tokarev SVT-40, in de bewapening sinds respectievelijk 1930 en 1940.

Oorspronkelijk was de Dragunov bedoeld om een infanteriegroep effectief vuur tot 600 meter te geven; elke infanteriegroep in het Rode Leger had oorspronkelijk ťťn Dragunov-schutter. Al snel zag de fabrikant in dat een precisievuurwapen was geboren, dat - in tegenstelling tot de Kalasjnikov - slechts ťťn vuurstand had: semi-automatisch enkelschots. De schiet- en veiligheidshefboom zitten aan de rechterzijde van het wapen, net als bij de Kalasjnikov.

De Dragunov is standaard uitgerust met een instelbaar vizier op het wapen zelf; als extern vizier wordt de PSO-1 gebruikt. De kijker PSO-1, met een vergroting 4 x 24, is eenvoudig te monteren op de zijkant van de aan het wapen geplaatste rail. In de lens zijn een richtmerk en afstandschaal geplaatst. De afstandschaal heeft een verdeling tot 1.300 meter.

Ook beschikt de PSO-1 over een infraroodfilter dat los te plaatsen is en ingebouwde verlichting voor het richtmerk bij schemer/duisternis. Het gezichtveld van de kijker is zes (6) graden. Bij het uitvallen van de PSO-1, heeft de schutter altijd nog het standaardvizier van het wapen.

Als bijzonderheden heeft de Dragunov een opengewerkte kolf, ruimte tussen het patroonmagazijn en de trekkerbeugel en magazijnribben in de lengterichting van het patroonmagazijn.

Na evaluaties met Russische parachutisten, werden voor de Dragunov een plooibare klapkolf verkorte loop (59 cm), versterkte kast en geavanceerde kortere vlamdemper (die verhindert dat de positie van de schutter wordt verraden) ontwikkeld. Deze speciale versie uit 1994 werd omgedoopt tot SVDS: Snayperskaya Vintovka Dragunova Skladnaya.

Specificaties:

dracht, effectieve

800 meter

dracht, maximale

3.800 meter

gewicht met kijker en vol patroonmagazijn

4,7 kg

gewicht met kijker en zonder munitie

4,3 kg

gewicht patroon 7.62 x 54R

9,6 gram

gewicht vizier

575 gram

kaliber

7.62 X 54R (R - rim of rimmed - betekent voorzien van hulsrand)

kenmerkenniet-geÔsoleerd bajonet dat kan worden gebruikt als draadkniptang, mes en zaag

lengte

1 meter 22

lengte loop

62 cm

loop

hard verchroomd

mondingssnelheid (Vo)

830 meter p/sec

optisch vizier PSO-1vergroting 4 maal, beeldhoek 6 graden, optisch bereik 1.300 meter

patroonmagazijn

10 patronen

trekken en velden

4/rechts

vuursnelheid tijdens duurvuur

30 schoten p/min

Nog in 2007 bestelde de Venezolaanse president Hugo ChŠvez bij de fabriek Izhmash JSC 5.000 Dragunovs.

Bron: onder andere de special 'Wapens Wereldwijd, aflevering 3, Dragunov', onderdeel van de maart-uitgave 1994 van het vakblad De Onderofficier.

Zie ook: Kalasjnikov en kleinkaliberwapens.

Terug naar Boven

 

DRAKENTANDVERSPERRING

Duits: HŲckerhindernisse. Frans: dents de dragon. Engels: dragon's teeth. Ook genaamd: tetraŽder.

De drakentandversperriing is een pantserstoppende hindernis die bestaat uit gedeeltelijk ingegraven blokken in de vorm van een piramide met een stompe bovenkant.

De blokken, van (gewapend) beton of (profiel)staal, waren in stroken geplaatst, veelal in vier of vijf rijen achter elkaar, om de door- en voortgang van een gemotoriseerde en gemechaniseerde strijdmacht te stoppen.

De drakentandversperringen werden ten behoeve van het plaatsen tijdelijk voorzien van een hijsoog. Soms waren de versperringen slechts tijdelijke, verplaatsbare afsluitingen van een acces (zoals de onderbreking bij een anti-tankmuur), maar veel vaker permanent. Voorbeelden hiervan zijn de positionering van drakentanden in de Atlantikwall, Siegfriedlinie (Westwall) of op stranden waar de geallieerde invasie werd verwacht.

De eerste versies dateren waarschijnlijk van 1939, de verbeterde van '42: doordat de eerste rijen drakentanden in hoogte opliepen, werd een aanstormende tank gelanceerd en kwam hulpeloos vast te zitten op de achterste, hoge rijen van de versperring.

Onderling kunnen de drakentanden verbonden zijn met concertina en prikkeldraad, terwijl achter de linies bunkers en mitrailleursnesten waren gesitueerd om de aanstormende infanterie uit te schakelen.

Zie ook; acces, concertina, hindernis en pantserstoppend.

erug naar Boven

 

DRAPERIE

Manier van camoufleren. Hierbij worden de camouflagenetten in losse plooien ruim om het te camoufleren object gehangen. Hierdoor wordt de vorm van het object gebroken en aan het zicht onttrokken.

Bij een halve draperie wordt één zijde van het object gecamoufleerd. Dit gaat als volgt in zijn werk:

Bepaal, koppel en ontvouw het benodigde aantal camouflagenetten
Leg de uitgevouwen netten rond het voertuig
Leg de sjorlijnen uit
Bevestig de sjorlijnen en hijs de camouflagenetten op
Zet de camouflagenetten in een hoek van 60 graden met piketten vast
Breek de vorm van de camouflagenetten met de ondersteuningspalen
De camouflagenetten moeten minimaal 50 cm vrij rondom het voertuig hangen

Bij een hele draperie wordt zichtdekking rondom het voertuig of (wapen)systeem gecreŽerd. Dit is min of meer een bolvormige constructie van aaneengekoppelde camouflagenetten.

Zie ook: afwachtingsgebied.

Terug naar Boven

 

DRIELETTERCODES

De drielettercode - officieel: "NATO (ISO) three letter code" - is de nieuwe lettercodering voor landen, zoals die wordt gebruikt in de internationale militaire communicatie (officiële documenten, benamingen, brieven, faxen e.d.). De drielettercode is geïmplementeerd per 1 april 2004, maar Nederland heeft de STANAG die hierover handelt, STANAG 1059 ('Letter Codes for Geographical Entities'), pas geratificeerd in oktober 2004. Hiermee is de landencode voor Nederland veranderd van NL in NLD.

Met ingang van januari 2005 maakt ook Nederland in haar landenafkortingen gebruik van deze drielettercode. De aanduiding van het hoofdkwartier van het 1ste Duits-Nederlandse legerkorps in Münster (DEU) blijft dezelfde: HRF (L) HQ 1 (GE/NL) Corps.

Van alle NAVO-lidstaten, en van Afghanistan en Irak, staan hieronder de drielettercodes:

AFG
Afghanistan
IRQ
Irak
BEL
België
ITA
Italië
BGR
Bulgarije
LTU
Litouwen
CAN
Canada
LUX
Luxemburg
CZE
Tsjechië
LVA
Letland
DEU
Duitsland
NLD
Nederland
DNK
Denemarken
NOR
Noorwegen
ESP
Spanje
POL
Polen
EST
Estland
PRT
Portugal
FRA
Frankrijk
ROU
Roemenië
GBR
Groot-Brittannië
SVK
Slowakije
GRC
Griekenland
SVN
Slovenië
HUN
Hongarije
TUR
Turkije
ISL
IJsland
USA
Verenigde Staten

Terug naar Boven

 

DRIEVATENSYSTEEM

Het drievatensysteem was in gebruik als uitrusting voor oefeningen te velde om etensblikken en bestek goed te kunnen reiningen in het kader van de hygiŽne en preventieve gezondheidszorg (HPG).

Sinds 2001 is dit systeem, juist uit hygiŽne-oogpunt, niet langer toegestaan. In plaats van uit mess tins (aluminium etensblikken) eten de militairen sindsdien van wegwerpborden en -bestek (disposables).

Het drievatensysteem bestaat uit vier onderdelen:

afvalton met plastic zak

 

etensresten deponeren

vat 1

64 liter

mess tins en bestek wassen in heet water met afwasmiddel

vat 2 met waterverhitter

96 liter

mess tins en bestek spoelen in kokend water

vat 3 met waterverhitter

138 liter

mess tins en bestek desinfecteren met kokend water of in koud chloorwater door minimaal 30 seconden onder te dompelen

Na het derde vat worden de waterdruppels van het eetgerei afgeslagen en aan de buitenlucht gedroogd. Mess tins en bestek dienen op een stofvrije plaats, die onbereikbaar is voor ongedierte, te worden opgeborgen.

In 2001 wees onderzoek uit dat het drievatensysteem niet voldeed aan de internationale hygiŽnische standaard voor de bereiding van voedsel, Hazard Analysis Critical Control Points (HACCP). Het roet uit de verwarmingspijp kwam in het afwaswater terecht en was het afwaswater al na enkele wasbeurten onhygiŽnisch smerig.

Terug naar Boven

 

DRIJFPAKKET

Pakket dat is bedoeld om waterhindernissen over te steken zonder dat de uitrusting nat wordt. Terwijl de militair zich opmaakt om in pendek en op sport- of waterschoenen het water over te steken, wordt de gevechtsuitrusting opgeborgen in het drijfpakket. In de regel kan de uitrusting van 2 militairen in één drijfpakket worden getransporteerd.

Binnen de huidige KL wordt een drijfpakket gemaakt met behulp van de goretex hoes slaapzak M90, rugzakhoes Berghaus/Lowe of poncho.

Onderstaand een mogelijke manier voor het creŽren van een drijfpakket met behulp van de poncho en gebruikmaking van de Berghaus/Lowe Alpine-rugzak:

  • Bind de capuchon van de poncho dicht met het koord; evt. verstevigen met 'postbode-elastiek' of spin
  • Spreid de poncho uit met de binnenkant naar boven
  • Leg daarop, in de lengterichting, het grondzeil
  • Leg daarop, in de lengterichting in het midden, het uitgerolde matje
  • Leg daarop, in de lengterichting, de rugzak
  • Bij Berghaus/Lowe Alpine: plaats de D-packs (zijtassen) aan de onder- en bovenkant van de rugzak
  • Plaats de gevechtslaarzen links en rechts van de rugzak
  • Leg de overige uitrustingsstukken verspreid op de rugzak
  • Stop alle te dragen kleding in het foedraal van het matje en leg deze bovenop de rugzak en overige uitrustingsstukken
  • Vouw eerst de lange zijden van het drijfpakket strak dicht
  • Vouw daarna de korte zijden van het drijfpakket strak dicht
  • Rol vervolgens de punten van het drijfpakket strak op
  • Zet het geheel met mantelriemen/spinnen/touw vast
  • Het wapen komt niet IN maar OP het drijfpakket: cordonbeugel en beugelkrop, indien mogelijk, vastzetten, zonder dat de bewegingsvrijheid van het wapen wordt benadeeld

Enkele tips en tools:

  • Het tenue voor de waterdoorsteek is - afhankelijk van de weersomstandigheden - goretex regenbroek, hemd lange mouw en sport- of waterschoenen.
  • Het drijfvermogen van het te water gelaten pakket wordt op de proef gesteld door de vaardigheid van de maker ervan.
  • Gebruik spinnen voor het opbinden van het drijfpakket; deze zijn verkijgbaar via de sergeant distributie.
  • Het drijfpakket kan gemakkelijk de inhoud van een Berghaus/Lowe-rugzak bevatten zonder enige neiging tot zinken.
  • Droge kleding én handdoek altijd waterdicht verpakken (vuilniszak).
  • Draag het drijfpakket te water; ondersteun de onderzijde bij het te water laten.
  • Voorkom bij het verlaten van het water, dat het pakket alsnog omslaat en volloopt met water.
  • Transport van een gewonde is mogelijk bij het met elkaar verbinden van drie of vier drijfpakketten, afhankelijk van de lengte van de gewonde.

Uitleg over het drijfpakket staat beschreven in het Handboek KL-militair (HB 2-1352).

Zie ook: Vaarschool en wateroversteek.

Terug naar Boven

 

DRILL

Het routinematig aanleren én uitvoeren van een strikt beschreven, eenduidige handeling (vaardigheid, skill) of werkwijze. De drill kent zijn oorsprong in de 16de-eeuwse krijgsmacht van Prins Maurits, aanvankelijk met name gericht op exercitie, marcheren, tactiek en wapenkennis.

De militaire drill brengt het "nut en belang" bij van een onmiddellijke reactie op bevelen én de noodzaak van teamwork. In een drill worden gecompliceerde of protocollaire handelingen in eerste instantie opgesplitst in eenvoudige repetities van delen van het geheel. Het doel van het kunnen uitvoeren van het geheel is het zich eigen maken van de handelingen door herhaling volgens het adagium "De kracht van de KL is de herhaling". De handelingen worden op deze manier langzaamaan geperfectioneerd en verdiept.

Door het herhalen van de handelingen wordt de drill een automatisme. Maar automatisch handelen is niet hetzelfde als het uitvoeren van een handeling zonder na te denken. Onnadenkendheid leidt immers tot een lichtzinnige, onbezonnen en roekeloze uitvoering.

Voorbeelden van drills zijn:

basisgevechtstechnieken (BGT’s)

colonneverplaatsing

contactdrill

exercitie

gevechtsdrills

NBC-alarm

radiotelefonieprocedure

storingsreactie

veiligheidsmaatregelen

Omdat de Koninklijke Landmacht een organisatie is die in hoge mate gericht is op handelen, zijn drills absolute noodzaak. Een hoge mate van geoefendheid en het drillmatig (voor)oefenen horen daarbij.

Zie ook: contactdrill.

Terug naar Boven

 

DRILL DOWN SLIDE

Afgekort: DDS. Nederlands: oleaatbevel(+).

De drill down slide is de verstrekte opdracht op één slide (dia, A4), die het operatieconcept grafisch verbeeldt. Posities, patrouilles en routes zijn hierop ingetekend.

De DDS wordt gehanteerd in de planningfase en maakt het plan van aanpak concreter. Zo bevat de DDS informatie over de opdracht, het oogmerk en het beoogd effect, het operatieconcept met een tijdsbalk en de fasering, vuursteun, logistieke ondersteuning en verbindingen (o.a. roepnamen).

Bron onder andere: ongerubriceerd TNO rapport ‘Analysing operational effects / Het analyseren van operationele effecten’ (TNO-DV 2007 A200), TNO Defence, Security and Safety, d.d. september 2007, pagina 35.

Terug naar Boven

 

DRILLKRUID

Kruidige likeur, 30% alcohol, in een stenen kruik van 70 cl.

De stenen kruid 'Drillkruid'

De kruik is eind 2004 door de commandant van het Opleidingscentrum Initiële Opleidingen (OCIO), kolonel David Lindenbergh, aangeboden als kerstcadeau aan alle collega’s voor het aanleren en trainen van de basics – de drills en skills van niveau 1 en 2 (groepsniveau) – gedurende het afgelopen jaar.

Op de kruik staat de volgende tekst: “Ten tijde van den groote oorlog werden uitblinkende soldaten door den beste onderrichters gedrilld in het loopgravengevecht en het treffen van man tot man. Eindeloosch duurden dees’ exercities van den stormsecties, vermoeiend was de dienst. Zij hielden het echter vol, wetende dat des avonds in den beslootenheid van de cantine dit ‘Drillkruid’ hen de krachten zou wedergeven."

Op de kruik staat tevens een andere weergave van de afkorting OCIO: “Ons Credo Is Opleiden”.

Terug naar Boven

 

DRONE

Duits: Drohne; unbemannter FlugkŲrper; unbemanntes Luftfahrzeug. Engels: Remotely Operated Vehicle; Remotely Piloted Vehicle (RPV); Uninhabited Aerial Vehicle; Unmanned Aerial Systems (UAS); Unmanned Aerial Vehicle (UAV). Frans: drone; vťhicule aťrien sans pilote; vťhicule tťlťcommandť; vťhicule tťlťguidť.

Het woord 'drone' dateert uit de jaren '50 van de 20ste eeuw en komt van het gelijknamige Engelse woord 'drone' dat "mannetjesbij" (dar) betekent. Het zoemende geluid van de drone doet aan dat van de dar denken. Oorspronkelijk was de drone in de militaire luchtvaart de benaming voor een onbemand vliegtuig dat diende als 'vliegend doel' om uit te schakelen bij (schiet)oefeningen.

Een drone wordt door de Federal Aviation Administration van het U.S. Department of Transportation gedefinieerd als een onbemand luchtvaartuig. Het onbemande vliegtuig wordt in de regel op afstand - op zichtafstand of duizenden kilometers verderop - bediend/bestuurd of het bestuurt zichzelf autonoom over een vliegroute die tevoren is geprogrammeerd. De drone kan meerdere malen achtereen worden ingezet.

In de luchtvaart wordt, volgens de regels van de International Civil Aviation Organization (ICAO), niet gesproken over drones of UAV's maar over Remotely Piloted Aircraft Systems (RPAS).

Drones zijn niet alleen geschikt voor (luchtruim)bewaking en transport- en verkenningstaken, maar ook voor het voeren van het gevecht en het verzamelen van inlichtingen. Drones zijn zeer geschikt voor het uitvoeren van drone-aanvallen: aanvallen op gronddoelen, voornamelijk met precisiebombardementen. Voor verkenningsdoeleinden worden ook drones ingezet die ook vaak grond- en luchtdoelen kunnen aanvallen of storen in het kader van Electronic Counter Measures (ECM). Zelfs troepen kunnen ermee worden (her)bevoorraad.

Vaak zijn drones voorzien van een of meer camera's voor het maken van film- of foto-opnamen, zoals nachtzichtapparatuur (infraroodcamera's) of het live doorzenden van foto- en videobeelden. Imagery Intelligence (IMINT) stelt de militairen in staat om de luchtfotografie te interpreteren.

Daarentegen zijn drones (nog) niet geschikt voor het verkrijgen van dominantie in het luchtruim (air supremacy); hiervoor blijven vooralsnog bemande vliegtuigen benodigd.

Voordelen van drones:

► (relatief) klein in vergelijking tot een vliegtuig.

► betere wendbaarheid en lagere kosten dan een vliegtuig.

► de aanwezigheid van een drone op geringe hoogte is al nauwelijks meer zichtbaar en nagenoeg onhoorbaar.

► de automatische piloot van een drone is in staat vluchten van tientallen uren achtereen te maken, in vergelijking tot slechts enkele uren bij een traditioneel (gevechts)vliegtuig.

► de drone kan worden gebruikt voor luchtoperaties normaal gesproken gevaar voor de bemanning van een vliegtuig zou opleveren. Zo worden in gebieden waar het te gevaarlijk is, mensenlevens gespaard. Daarnaast vindt de besturing van een drone plaats op veilige afstand.

► zonder piloot aan boord leveren het neerhalen en de crash van een drone slechts materiŽle schade op; er sneuvelt geen enkele militair.

De RQ-4 Global Hawk is een drone. Het type behoort tot de zgn. HALE (High Altitude Long Endurance) drones. HALE's kunnen vanaf een zeer hoog vliegplafond verkenningen en aanvallen uitvoeren.

De RQ-4 Global Hawk is voor verkenningsdoeleinden in gebruik bij de U.S. Air Force en U.S. Navy.

Producent is de Northrop Grumman Corporation. De RQ-4 maakte zijn maiden flight in 1998.

   

Vooral de Amerikaanse strijdkrachten maken frequent gebruik van drones, waarvan ze sinds de jaren '90 van de 20e eeuw de grootste vloot hebben. Het aantal Amerikaanse drones groeit nog altijd, evenals hun rol op het gevechtsveld. Het Joint Special Operations Command (JSOC) is in de VS verantwoordelijk voor de (on)gewapende militaire inzet van drones.

Al in de jaren '80 waren er bij de Defensietop in Nederland ook vergevorderde plannen om drones aan te schaffen om vijandelijke doelen te lokaliseren.

Uiteindelijk heeft dit, via 101 Remotedly Piloted Vehicle-batterij (101 RPVBt, met de Sperwer), geresulteerd in 107 Aerial Systems Battery (107 ASBt), een onderdeel van het Joint ISTAR Commando (JISTARC). Deze eenheid beschikt over ScanEagles en Raven mini-UAV's. Beiden kunnen worden uitgerust met een dagzichtcamera. Daarnaast is de Raven mini-UAV geschikt voor een nachtzichtcamera en de ScanEagle voor een infraroodcamera.

Defensie gebruikt de drones om informatie te verzamelen welke van grote waarde is voor de commandant te velde. Ook de Nederlandse krijgsmacht ziet drones, evenals cyber, als investeringen voor de langere termijn.

Daarom investeert Defensie in de nieuwste generatie tactische onbemande luchtsystemen. Hiermee beschikken operationele eenheden over betere en real time informatie.

Op 30 september 2011 schakelde een Amerikaanse drone strike in Jemen de Amerikaanse staatsburger Anwar al-Awlaki uit.

De geradicaliseerde sjeik Al-Awlaki was uitgegroeid tot een rekruteur van Al Qaida, pionier van het doe-het-zelfterrorisme van de jihad op het internet en een imminente dreiging van de VS. Hij werd gelinkt aan een hele serie (voorbereidingen op) aanslagen, van 9/11 tot Fort Hood in 2009.

De Amerikaanse president Obama autoriseerde de CIA om "Target No. 1" te doden.

De drone-aanval zette "de onbemande militaire luchtvaart op de kaart als een van de belangrijkste wapens van de Verenigde Staten in de strijd tegen het terrorisme" ('Hunter Killer', Mark McCurley, 2016, p. 19).

De vloot van 107 ASBt zal in 2016 worden uitgebreid met vier MQ-9 Reapers. De MQ-9 Reaper kan worden uitgerust met Hellfire-raketten of lasergeleide bommen.

Begin 2010 bedroeg het aantal drones in de Verenigde Staten al ruim 6.800, inclusief zo'n 200 grote HALE (High Altitude Long Endurance) drones. HALE's, zoals de MQ-1 Predator, MQ-4 Triton, MQ-9 Reaper, RQ-4 Global Hawk en RQ-4E Euro Hawk, kunnen vanaf een zeer hoog vliegplafond verkenningen en aanvallen uitvoeren.

Begin 21e eeuw leidde de U.S. Air Force al meer militairen op als dronepiloot/operator voor Unmanned Combat Aerial Vehicles (UCAV's, waarvan het draagvermogen het te gebruiken wapensysteem bepaalt) dan piloten voor vliegtuigen.

Het ontwikkelingsprogramma voor aanvalsdrones ten behoeve van de U.S. Air Force en U.S. Navy was aanvankelijk in handen van het Joint Unmanned Combat Air Systems Program van het Defense Advanced Research Projects Agency (DARPA) en draaide om de ontwikkeling van de Boeing X-45 en de Northrop Grumman X-47A Pegasus.

De RQ-4E Euro Hawk is ontwikkeld en geproduceerd door Euro Hawk GmbH, een samenwerkingsverband tussen het Amerikaanse Northrop Grumman en EADS Deutschland GmbH. De drone is een afgeleide van de RQ-4 Global Hawk van Northrop Grumman.

Gebruiker van het geplaagde toestel is het Bundesministerium der Verteidigung, het Duitse ministerie van Defensie. De invoering en ingebruikname van de drone worden geplaagd door de regelgeving van de International Civil Aviation Organization (ICAO) met betrekking tot het gebruik van het luchtruim.

De RQ-4E Euro Hawk - een voorbeeld van een HALE UAV: High Altitude Long Endurance Unmanned Aerial Vehicle - heeft een spanwijdte van bijna 40 meter (vergelijkbaar met die van een Boeing 737), kan op 60.000 voet hoog vliegen (ruim 18 km) en zeker dertig uur in de lucht blijven. Haar eerste vlucht vond plaats in 2010.

Zie ook: Raven mini-UAV, ScanEagle, Sperwer en Unmanned Aerial Vehicle (UAV).

Terug naar Boven

 

DRUKPUNTEN

In de ZHKH wordt een drukpunt bij een niet-levensbedreigende slagaderlijke bloeding EERST DAN aangelegd wanneer het aanleggen van een noodverband (snelverband, in combinatie met hoog- en stilleggen van het getroffen lichaamsdeel) en het aanleggen van een geïmproviseerd wonddrukverband (in combinatie met manuele druk) NIET helpen om de bloeding te stoppen. (Wanneer er brokstukken, scherven e.d. uit de wond steken wordt er géén wonddrukverband aangelegd; de wond wordt wèl steriel afgedekt.)

Drukpunten helpen ALLEEN op plaatsen waar de slagaders vlak onder de huid liggen: hals, oksels, liezen en knieholten (H.O.L.K.):

Bij ernstige slagaderlijke bloedingen aan bovenarm of oksel

Ondersleutelbeenslagader
arteria subclavia)

Bij ernstige slagaderlijke bloedingen aan onderarm of hand

Bovenarmslagader
(arteria brachialis)

Bij ernstige slagaderlijke bloedingen aan onder- of bovenbeen

Liesslagader
(arteria femoralis)

De harde ondergrond (bot) onder de slagader zorgt er – met uitzondering van de hals – voor dat een drukpunt effect heeft. Het drukpunt mag pas worden losgelaten als de bloeding gestopt is. Eenmaal dichtgedrukt, betekent dichtgedrukt houden!

Een drukpunt moet idealiter liggen (1) tussen de slagaderlijke bloeding en het hart, (2) boven een harde onderlaag (bot) en (3) op een plaats waar de slagader kan worden dichtgedrukt tegen het onderliggende bot.

Bloeding aan bovenarm of oksel

Drukpunt ondersleutelbeenslagader.

  • Hand op de schouder van het slachtoffer leggen
  • Duim achter het sleutelbeen aan de buitenkant van de schuine halsspier plaatsen
  • Buig met de andere hand het hoofd naar de zijde van de bloeding
  • Druk de slagader met de duim in de richting van de voeten tegen de bovenste rib

Bloeding aan onderarm of hand

Drukpunt bovenarmslagader.

  • Kniel naast het slachtoffer aan de zijde van de bloeding, met het gezicht naar het slachtoffer toe
  • Til de arm op en houdt deze bij de handpalm vast
  • Plaats de duim precies aan de binnenzijde onder de biceps, halverwege de bovenarm
  • Omvat met de overige vingers de onderarm in de ondergreep en houd met de andere hand de hand van het slachtoffer omhoog
  • Druk met de duim de bovenarmslagader tegen de bovenarm dicht

Bloeding aan onder- of bovenbeen

Drukpunt liesslagader.

  • Kniel naast het slachtoffer aan de zijde van de bloeding, met het gezicht naar het slachtoffer toe
  • Til het been in de knieholte iets op om de plaats van de liesplooi te vinden
  • Plaats een duim dwars, iets boven de liesplooi, op de liesslagader en de andere duim op de eerste duim
  • Houd de vingers van beide handen aan weerszijden van het gewonde been gestrekt
  • Strek beide armen en leun met het lichaam voorover zodat het lichaamsgewicht loodrecht boven de drukplaats komt en de liesslagader tegen het schaambeen wordt dichtgedrukt

Let op!!!

Waneer in de tweede fase van het Tactical Combat Casualty Care (TCCC) protocol - de fase Tactical Field Care (TFC) - een bloeding niet kan worden gestopt met een wonddrukverband of een drukpunt, dient het Combat Application Tourniquet te worden aangelegd. Daarna moet het slachtoffer snel worden vervoerd naar een chirurgische faciliteit.

Zie ook: Combat Application Tourniquet (CAT), circulation, H.O.L.K.-bloedingen, snelverband en Tactical Combat Casualty Care (TCCC).

Terug naar Boven

 

DS-2

Voluit: Decontamination Solution-2. Generieke naam: 2% NaOH, 70% di-ethyleen-etriamine, 28% ethyleen-glycol-mono-methy-lether. In de volksmond beter bekend als: chloorkalkwatermengsel.

In de jaren ’50 in de Verenigde Staten ontwikkeld. Veelgebruikt ontsmettingsmiddel (met dieptewerking) in het kader van de operationele chemische ontsmetting. Dient om (bulk)materiaal dat met chemische en biologische (met uitzondering van bacteriële sporen) strijdmiddelen in aanraking is geweest te ontsmetten. DS-2 is van 1972 tot 2007 in gebruik geweest bij de Koninklijke Landmacht en was standaard aanwezig in onder andere militaire voertuigen.

De oplossing DS-2 ontsmet zenuwblokkerende en blaartrekkende chemische strijdmiddelen: adamsiet, blaartrekkende strijdmiddelen (L en LH), blauwzuur, chloorcyaan, difosgeen, fosgeen(oxim), G-stoffen (sarin, tabun, soman), lewisiet, mosterdgas en V-stoffen (VX).

DS-2 is niet op waterbasis. Voor materieel is DS-2 extreem corrosief (zwarte verkleuring), voor personeel carcinogeen.Het DS-2 apparaat en de hervulbussen DS-2 (10 liter) worden na een chemische besmetting door de chauffeur bij het linkervoorwiel van het wielvoertuig dan wel aan de linkervoorzijde van het rupsvoertuig gelegd.

Chemische strijdmiddelen dringen nu eenmaal door in materialen. Voor de ontsmetting is dus een diep doordringend ontsmettingsmiddel nodig: DS-2. Restbesmetting, met een risico op zowel inhalatie als contact, moet worden voorkomen. Na een chemische aanval wordt het materieel - (on)geverfde metalen, geverfd hout, glas, plastic en rubber – op compagniesniveau en lager bespoten met DS-2 en ontsmet.

Vanaf 2007 is DS-2 vervangen door GDS2000: German Decontaminating Solution 2000 van de Duitse fabrikant Kärcher. Dit is een ontsmettingsmiddel dat bestaat uit de stoffen 1-butanol, di-ethyleen-triamine en 2-amino 1-butanol. Ook hiermee kan effectief een operationele ontsmetting tegen chemische strijdmiddelen worden uitgevoerd.

Terug naar Boven

 

DRUPPELSNELHEID

De druppelsnelheid is de snelheid waarmee het infuus haar druppels in het lichaam van de patiënt brengt. De formule hiertoe valt onder het kopje 'verpleegkundig rekenen':

aantal ml te druppelen infuusvloeistof X druppels per ml (=20)

_____________________________________________________

aantal uren X aantal minuten per uur (=60)

Uit deze formule volgt de druppelsnelheid per minuut voor het aantal milliliters infuusvloeistof voor het aantal uren waarin de druppels moeten worden toegediend.

Voorbeeld:

1.000 X 20

___________ = 41,67 druppels per minuut

8 X 60

n dit voorbeeld is de druppelsnelheid per minuut dus iets groter dan 2 milliliter per minuut.

Bij een uitgerekende druppelsnelheid die eindigt op 0,5 of meer moet naar boven worden afgerond; bij een druppelsnelheid van minder dan 0,5 moet naar beneden worden afgerond.

Terug naar Boven

 

DUBBELE SCHOOTSTEEK

De dubbele schootsteek is een knoop die wordt toegepast om twee lijnen van ongelijke dikte met elkaar te verbinden:

  • maak een lus in het einde van de dikste van de twee lijnen met de tamp van ± 50 cm, waarbij de tamp aan de buitenkant ligt;
  • leg de wijsvinger op de ontstane lus;
  • steek de tamp van de dunste van de twee lijnen onder in de lus en haal deze ± 50 cm omhoog;
  • leg deze tamp over de wijsvingeren haal deze tussen de twee lijnen door;
  • steek de tamp door het oog waar de wijsvinger zit en haal deze zo ver mogelijk door;
  • steek de tamp voor de tweede maal door het oog;
  • pak de dikste lijn in de ene hand en de dunste in de andere hand en trek de knoop strak;
  • eindig de knoop met aan elke kant een veiligheidsknoop (halve knoop).

Terug naar Boven

 

DUIF

In tegenstelling tot de havik is de duif een voorstander van een geweldloze verzoeningsgezinde politiek. De (vredes)duif is een schoolvoorbeeld van mak-, weerloos- en zachtheid.

Een duif is normaliter verfijnd, goed toegerust om zakelijk met mensen om te gaan en geeft de voorkeur aan diplomatiek gedrag om de mensheid te beheersen.

“De baaierd aan adviezen die staatshoofden in tijden van spanningen en conflicten krijgen, valt meestal in twee categorieën uiteen. Aan de ene kant staan de haviken: zij geven doorgaans de voorkeur aan krachtdadig optreden, zijn meer geneigd strijdkrachten in te zetten, en zullen eerder betwijfelen of het een goed idee is om concessies te doen. Zij ontwaren in het verre buitenland veelal onwrikbaar vijandige regimes, die maar één taal verstaan: geweld. Aan de andere kant staan de duiven, sceptisch over het gebruik van geweld, en meer geneigd om naar politieke oplossingen te zoeken. Waar haviken bij hun tegenstanders vrijwel uitsluitend vijandigheid waarnemen, wijzen duiven dikwijls op aanknopingspunten voor een dialoog.”

(Psycholoog Daniel Kahneman (Nobelprijswinnaar voor Economie in 2002) en psycholoog Jonathan Renshon (onder andere auteur van 'Why Leaders Choose War. The Psychology of Prevention' uit 2006) in 'Over oorlog en vrede wordt niet rationeel beslist: waarom haviken vaak winnen van duiven', NRC Handelsblad, 3 februari 2007, overgenomen uit Foreign Policy ('Why Hawks Win', januari/februari 2007).

Terug naar Boven

 

DUIMSPRONG

Het is mogelijk met je duim afstanden te bepalen. Strek een arm op ooghoogte, steek je duim op en kijk via het topje van de duim naar het object waarnaar de afstand geschat dient te worden. Sluit je linkeroog en kijk met je rechteroog. Het object wordt waargenomen op punt A. Sluit vervolgens je rechteroog en kijk met je linkeroog over de top van de duim.

Het lijkt nu - maar dit is optische verbeelding - dat het object is verplaatst naar punt B. Het is de bedoeling zo goed mogelijk de afstand tussen de punten A en B te schatten; hierbij kan - zoals te doen gebruikelijk bij afstandschatten - het best de vergelijkingsmethode gebruikt worden, bijvoorbeeld met behulp van een nabijgelegen boom of hoogspanningsmast.

De afstand tussen onze beide ogen is gemiddeld Ī 6,5 cm. De afstand tussen onze ogen en de opgestoken duim is Ī 65 cm. De verhouding is 1 staat tot 10 (1 : 10). Anders gezegd: als de afstand van punt A naar B met tien wordt vermenigvuldigd, dan is de uitkomst de afstand van de standplaats tot het object waarnaar de afstand is geschat.

Schematisch:

X = gezochte afstand

10 : 1 = X : afstand tussen A en B

X = 10 x (afstand tussen A en B)

Voorbeeld: stel dat de afstand tussen de punten A en B, haaks gelegen op de kijkrichting, wordt geschat op 45 meter. Dan is de afstand tot het object dus 10 x 45 = 450 meter. De duimsprong leent zich voor het afstandschatten tot 10 km; de afstand tussen de punten A en B is in dat geval dus niet groter dan 1 km (1.000 meter).

Terug naar Boven

 

DUITS-NEDERLANDSE LEGERKORPS

I. Deutsch-Niederlšndische Korps.

1 (German/Netherlands) Corps (1 GNC).

1er Corps Germano-Nťerlandais.

Het binationale Duits-Nederlandse legerkorps is opgericht op 30 augustus 1995 en bestaat uit een Nederlandse gemechaniseerde divisie, een Duitse pantserdivisie en gezamenlijke gevechts(verzorgings)steuneenheden.

Sinds 1 juli 2001 ressorteren onder het hoofdkwartier in MŁnster alleen nog het Communication and Information Systems Bataillon (CISbn, gelegerd in Eibergen en Garderen) en het Staff Support Bataillon (StSptbn, gelegerd in MŁnster).

De 1 GNC-staf telt zo'n 400 militairen en is gevestigd aan de Hindenburgplatz in het centrum van MŁnster (Duitse deelstaat Nordrhein-Westfalen).

1 GNC wordt beurtelings geleid door een Nederlandse of Duitse driesterrengeneraal.

Tot op heden hebben drie Nederlandse luitenant-generaals het commando over 1 GNC gevoerd: Ruurd Reitsema, Marcel Urlings en Ton van Loon.

1 GNC maakt deel uit van de Main Defense Forces van de NAVO en kan worden ingezet:

► ter verdediging van het NAVO-grondgebied

► tijdens crisisbeheersingsoperaties

► tijdens vredesoperaties

► voor humanitaire opdrachten

► voor opdrachten namens de Verenigde Naties

De gevechtskracht van 1 GNC telt in vredestijd 58.800 militairen, maar kan in crisistijd met ruim eenderde worden uitgebreid tot 81.000 militairen.

De 1 GNC-staf kan zowel in zijn organieke rol als legerkorpshoofdkwartier of als Land Component Command (LCC, Landstreitkršftekommando) onder een Joint Command (JC, TeilstreitkraftŁbergreifendes Kommando) opereren.

Het opereren als LCC - die volledig en autonoom verantwoordelijk is voor de landoperaties in een bepaalde zone, zoals bijvoorbeeld het voornamelijk Duits-Franse Eurocorps dat ook doet - is het gevolg van de ombouw tot een High Readiness Forces Headquarters (HRF HQ).

De inzet van het HRF HQ zal plaatsvinden in het kader van de NAVO of de WEU, in of buiten het NAVO-verdragsgebied. Het HRF HQ van 1 GNC is ingesteld op een inzetsduur van zes maanden.

Het devies van 1 GNC luidt "Communitate valemus" (Duits: "Gemeinsam sind wir stark" , Nederlands: "Samen zijn we sterk"). Op 30 augustus 2015 bestond 1 GNC twintig jaar.

In september 2012 vond in de omgeving van de Duitse TruppenŁbungsplatz Wildflecken de multinationale oefening PEREGRINE SWORD plaats. Onder leiding van 1 GNC werden ruim 5.000 militairen ontplooid. Het hoofdkwartier van de opgespeelde NATO Interim Multinational Force (NIMFOR) was gevestigd in Bad BrŁckenau.

Gedeeltelijk werd PEREGRINE SWORD uitgevoerd als een Field Training Exercise (FTX), deels als een Computer Assisted/Command Post Exercise (CAX/CPX). Om de Comprehensive Approach te trainen en SMART te maken, werden ook diverse civiele partners in de oefening geÔntegreerd.

De Nederlandse inbreng in de training audience bestond uit 11 Luchtmobiele Brigade, 43 Gemechaniseerde Brigade en het Operationeel Ondersteunings Commando Land (OOCL).

Externe website: http://www.1gnc.org/

Terug naar Boven

 

DUMPPUNT

Lager; Stapelplatz. dump; supply cache dťpôt temporaire.

Ook verkort tot "dump".

Tijdelijke opslaglocatie, in de regel te velde, voor munitie, uitrusting en/of voorraden. Een dump heeft tenminste Consultation, Command and Control (C3), beveiliging en verladingsmiddelen.

Een vooruitgeschoven locatie in of voorbij de voorste linies van het inzetgebied dan wel langs de route naar of in het inzetgebied, waar tijdelijk goederen worden gedumpt.

Op deze locatie - op of onder (ingegraven) het maaiveld gelegen, gecamoufleerd of gemaskeerd - kunnen tijdelijk munitie, rugzakken, uitrustingsstukken, veldversterkingsmateriaal, voorraden (klasse I en V, batterijen, eerstehulpuitrusting, water) en ander, normalerwijs meegevoerd materieel voor gebruik voor de voorziene duur van een actie in de nabije toekomst worden opgeslagen.

Dumppunt van munitie

Dumppunt van voorraden

Kenmerken van een dumppunt:

  • Bevat een logboek (waarin staat wie wanneer wat uit het dumppunt heeft gehaald)
  • Dumping wordt dichtbij een vooruitgeschoven eenheid uitgevoerd
  • Dumppunt kan worden gecompromitteerd door de vijand
  • Dumppunt vermindert bepakking en draaglast voor het personeel
  • Gebruiksvoorraden van de eenheid in het inzetgebied kunnen gemakkelijk worden aangevuld
  • Geen vorm van controle op goederen op het dumppunt
  • Goederen op het dumppunt zijn afgeschreven (gebruik rapporteren)
  • Versnellen de manoeuvre en verhogen de mobiliteit
  • Wordt voor een bepaalde opdracht gebruikt (LRRP)

Een dumppunt kan alleen dan worden gebruikt als men er absoluut zeker van is dat de locatie niet is gespot of anderszins onderkend door anderen.

Zie ook: long range reconnaissance patrol (LRRP).

Terug naar Boven

 

DUPUY'S ATTRITION

In zijn boek 'Attrition. Forecasting Battle Casualties and Equipment Losses in Modern War' (1990) leidt Trevor N. Dupuy coŽfficiŽnten over attritie en de daaraan gekoppelde verliesverwachting (casualty estimation) af uit factoren als terrein, weer, grootte van de eenheid en relatieve kwaliteit van de eenheid.

Kolonel der artillerie b.d. van de U.S. Army en militair historicus Dupuy (1916-1995) haalde zijn coŽfficiŽnten en statistieken uit krijgsverslagen van WO I en II en de Arabisch-IsraŽlische oorlogen.

Zelfs na de operaties DESERT STORM (Golfoorlog) en JUST CAUSE (invasie Panama) bleken Dupuy's coŽfficiŽnten nauwkeurig.

De beoordeling van Dupuy's werk toont aan dat er een samenhang van tenminste 90% is tussen de theoretische en daadwerkelijke verliesverwachtingen.

Zie ook: attritie en verliesverwachting.

Terug naar Boven

 

DUTCHBAT

Formeel: 1 (NL) VN Infanteriebataljon.

Gevechtseenheden die vielen onder de United Nations Protection Force (UNPROFOR). Hoewel Nederland al vanaf 1992 blauwhelmen in voormalig JoegoslaviŽ had ontplooid - zowel een verbindingsbataljon als een transporteenheid - dreigde UNPROFOR langzaamaan te verzanden in een stuurloos voortmodderscenario.

Vanaf het prille begin was de politieke wil om aan UNPROFOR deel te nemen groot geweest, alleen al vanwege het feit dat het conflictgebied op slechts 2 à 3 uur vliegen van Nederland lag.

Vooral de Partij van de Arbeid drong naast de - ondersteunende - verbindings- en transporteenheden aan op de inzet van gevechtseenheden; ťťn van de rechtvaardigingen voor de omschakeling naar een beroepsleger was de inzet van zo'n snel inzetbare krijgsmacht.

In april 1993 riepen de Verenigde Naties, met instemming van de strijdende partijen, zes gebieden in het voormalig JoegoslaviŽ uit tot Safe Area. Formeel waren dit gedemilitariseerde zones, maar in de praktijk bleken het al snel - met name door de moslims die zich niet lieten ontwapenen - permanente haarden van verzet tegen de Bosnische ServiŽrs. Toch was UNPROFOR belast met de ontwapening en demilitarisering van de strijdende partijen en zou de NAVO met Close Air Support (CAS) bijstand verlenen ten behoeve van het behoud van zo'n Safe Area.

In mei 1993 haalde de Tweede Kamer Minister van Defensie Relus ter Beek met de motie-Maarten van Traa over om zo snel mogelijk het eerste parate luchtmobiele bataljon uit te zenden naar voormalig JoegoslaviŽ.

Ter Beek bood Secretaris-Generaal Boutros Boutros-Ghali op 7 september 1993 het eerste luchtmobiele bataljon aan, waarmee Nederland de eerste VN-lidstaat was die een formele toezegging deed voor een gevechtseenheid in BosniŽ.

Hoewel de Luchtmobiele Brigade nog niet over helikopters beschikte, kon het uit te zenden luchtmobiele bataljon, in de woorden van de minister, "robuust" optreden.

Op verzoek van de toenmalige bevelhebber van het BH Command, de Belgische generaal Francois Briquemont, ging Ter Beek overstag en zette het luchtmobiele bataljon in Srebrenica in.

Briquemonts opvolger, de Britse generaal Sir Michael Rose, stelde altijd: "You can't fight war from white painted vehicles": een lichtbewapende troepenmacht die gedisloceerd op kwetsbare locaties zou worden ingezet, kon onmogelijk vredesafdwingend optreden, laat staan gevechtsoperaties uitvoeren.

In maart 1994 kwamen de eerste luchtmobielers in de Oost-Bosnische enclave Srebrenica terecht: 1 (NL) VN Infanteriebataljon (Dutchbat). De Nederlanders losten de Canadezen af. In de enclave Srebrenica waren 40.000 moslims omsingeld door de Bosnische ServiŽrs van generaal Ratko Mladic. De moslims waren intussen zowel op het slagveld als in de publieke opinie de underdog.

Dutchbat was geloceerd in Srebrenica-Stad, Potocari en Simin Han - in het laatste oord, onder de rook van Tuzla, gedisloceerd met een compagnie. Daarnaast had Dutchbat zijn eigen logistieke component, het Support Command, gelegerd in Lukavac. Dutchbat viel onder de Sector North-East, met haar hoofdkwartier in Tuzla, van het Bosnia-Herzegovina Command (BH Command) in Sarajevo. BH Command ressorteerde rechtstreeks onder de Force Commander van UNPROFOR in Zagreb. Als gevolg van deze keten van (onder)hoofdkwartieren ontstonden lange bevelslijnen.

De Nederlandse politieke besluitvorming tot de inzet was wellicht enigszins misleidend geweest: de politiek had geen duidelijke voorwaarden gesteld aan de inzet van de gevechtseenheid. Uiteindelijk heeft een verdeelde militaire leiding ingestemd met stationering van de Nederlandse troepen in de geÔsoleerde enclave Srebrenica in het oosten van BosniŽ.

De vredeshandhaving (peace-keeping) van UNPROFOR hield feitelijk in dat de blauwhelmen door neutrale aanwezigheid de Bosnisch-Servische agressor moesten afschrikken.

Naast peace-keeping behelsde UNPROFOR echter ook peace-enforcement en humanitaire hulpverlening, wat de missie complex en vaag maakte.

Tegen het einde van de inzetperiode van Dutchbat, toen in juli 1995 de enclave Srebrenica al in Bosnisch-Servische handen was gekomen, bleek nadrukkelijk dat de eenheid niet beschikte over voldoende militaire middelen en opereerde onder een grillig mandaat en nukkige Rules of Engagement. Als gevolg hiervan heeft Dutchbat - met name de rotatie Dutchbat-III in de enclave Srebrenica - zelfs in het handhaven van de status-quo weinig kunnen betekenen.

De respectievelijke Dutchbat-eenheden:

Dutchbat I
11 Infanteriebataljon Luchtmobiel
luitenant-kolonel Chris Vermeulen
Dutchbat II
12 Infanteriebataljon Luchtmobiel

luitenant-kolonel Peer Everts

Dutchbat III13 Infanteriebataljon Luchtmobielluitenant-kolonel Thom Karremans
Dutchbat IV (Griffin)
Alfa-Compagnie, 42 Pantserinfanteriebataljon
majoor Ries Engbersen

Het hoofdkwartier van Dutchbat in Potocari.

Het Weapon Collection Point van Dutchbat, gelegen tussen Potocari en Srebrenica.

Premier Wim Kok op 23 juli 1995 in gesprek met militairen van Dutchbat, die een dag eerder via Potocari uit Srebrenica waren teruggekeerd.

Download hier 'Het NIOD-rapport vanuit de compound verkend' van Jasper P. Ragetlie

Jasper P. Ragetlie was van 1992 tot '96 als officier (luitenant) werkzaam bij het Korps Commandotroepen. Van juli 1994 tot januari 1995 maakte hij als groepscommandant bij het verkenningspeloton deel uit van Dutchbat-II in Srebrenica.

De mooiste observatiepost (OP) van Noordoost-BosniŽ was Tango 2 (© ANP-foto, Peter van Bastelaar).

Op 29 juli 2009 heeft Radovan Karadzic, de toenmalige president van Republika Srpska die sinds 2008 voor genocide terechtstaat voor het International Criminal Tribunal for the former Yugoslavia (ICTY) in Den Haag, het in een schriftelijk interview met het persbureau ANP opgenomen voor Dutchbat. Volgens hem hebben de Nederlandse VN-militairen van Dutchbat in 1995 in Srebrenica hun best gedaan onder moeilijke omstandigheden, valt de Nederlandse militairen weinig te verwijten en hebben ze oneerlijke kritiek gekregen.

Santici in de buurt van Vitez: ťťn van de locaties van 1 (NL/BE) VN Transportbataljon, dat de logistiek voor Dutchbat verzorgde. De andere compounds waren geloceerd in Busovaca en Lukavac.

Volgens Karadzic was het "noodzakelijk"voor de Bosnian Serb Army (Bosnisch-Servische leger) om in actie te komen tegen de voortdurende aanvallen van Bosnische moslims vanuit de enclave Srebrenica op omliggende Servische dorpen: "Zij doodden honderden burgers en trokken zich dan terug naar de veiligheid van de 'veilige zone'.

Daar konden de Nederlandse VN-militairen niets tegen doen."Gezien de geringe omvang van de strijdkrachten was de missie gedoemd te mislukken. [...] Toen de Nederlanders naar Srebrenica werden gestuurd, was het bij de VN alom bekend dat het geen veilig, neutraal gebied was, maar een bolwerk van het Bosnische moslimleger, met een roekeloze crimineel aan het roer."Volgens Karadzic had Dutchbat "noch de mankracht noch het politieke mandaat om de problemen op te lossen. Ik hoop dat het Nederlandse publiek door mijn proces de waarheid over deze gebeurtenissen zal ontdekken en zal begrijpen dat hun jongens hun best deden in moeilijke omstandigheden."


Volgens Karadzic is ook goed gedocumenteerd dat Naser Oric en zijn mannen van buiten de enclave wapens kregen: "De Bosnische moslims waren de lievelingen van de Amerikanen, die samen met de IraniŽrs wapenleveranties bevorderden in weerwil van het VN-wapenembargo."

Oric leidde de 28ste divisie van de Armija BIH in de enclave. In 2006 werd hij door het ICTY veroordeeld tot twee jaar gevangenisstraf, omdat hij oorlogsmisdaden door zijn ondergeschikten niet had verhinderd. Door de lange duur van zijn voorarrest kwam hij echter onmiddellijk op vrije voeten. Volgens Karadzic viel Oric niet alleen omliggende Servische dorpen aan: de Bosnische moslimmilitairen "vergrootten ook het lijden van de eigen mensen in de enclave door woekerhandel en gesjacher" met humanitaire hulpgoederen.

Zie ook: Srebrenica, Dutchbat-III, 11 juli 1995 (Militaire Canon).

Terug naar Boven

 

DUTCH MILITARY PIPES & DRUMS

Afgekort: DMP&D. De oprichting van de Dutch Military Pipes & Drums 'The Blue Guards' vond op 21 januari 2006 plaats in de Regimentszaal van de Verbindingsdienst in Ede. De doedelzakband bestaat in zijn geheel uit actief dienende en postactieve militairen, afkomstig uit alle delen van de Defensieorganisatie. Momenteel bestaat het ledenbestand uit dertig pipers en drummers.

Naast het uitdragen van de doedelzakmuziek, wordt er ook veel aandacht gegeven aan militaire uitstraling en de daaraan verbonden exercitie. De Oranjekazerne in Schaarsbergen is de thuisbasis van de band, waar éénmaal per maand ('s zondags) de repetities plaatsvinden.

Op 12 januari 2007 maakte de band een begin met de traditie om toekomstige rode baretten van 11 Luchtmobiele Brigade na de eindoefening binnen te halen op de Oranjekazerne. Met deze traditie is een speciale band ontstaan met 11 Luchtmobiele Brigade.

Op 8 april 2011 is de DMP&D als gevolg hiervan, met het tekenen van een convenant tussen de commandant van 11 Luchtmobiele Brigade, brigadegeneraal Otto van Wiggen, en het bestuur, als speciaal onderdeel binnen de brigade opgenomen. Daarmee heeft de DMP&D binnen de defensieorganisatie een bijzondere status gekregen. De band richt zich op activiteiten binnen of namens de Defensieorganisatie, onder andere herdenkingen en medaille-uitreikingen, en wordt daarbij aangestuurd door de Inspecteur Militaire Muziek Krijgsmacht.

Het eerste lustrum van de Dutch Military Pipes & Drums vond op 22 januari 2011 plaats in het Legermuseum in Delft.

Externe link: Dutch Military Pipes & Drums 'The Blue Gards.

Terug naar Boven

 

DUURUITHOUDINGSPROEF

Afgekort: D.U.P. De duuruithoudingsproef was een fysieke eis om de Algemene Kader Opleiding (AKO) van de opleiding tot onderofficier aan de Koninklijke Militaire School (KMS) succesvol te kunnen afsluiten. Tegenwoordig wordt aan de KMS de Fysieke Inzetbaarheids Test (FIT)-A afgelegd.

De DUP bestaat in deze volgorde uit de volgende onderdelen:

ONDERDEEL

TENUE

AFSTAND

TIJD

zwemmen

Overall

200 meter

6 minuten

mars

BGU-1 met wapen

15 km

2½ uur

snelmars

BGU-1 met wapen

3 km

21 minuten

hindernisbaan

GVT-1 zonder wapen en zonder hoofddeksel

 

5 minuten

touwbaan

GVT-1 zonder wapen en zonder hoofddeksel

 

8 minuten

Terug naar Boven

 

DUURVUUR

Dauerfeuer; anhaltendes Feuer sustained fire; continuous fire.

Synoniemen: onderdrukkingsvuur (niet geheel identiek); salvovuur.

Lange vuurstoot; langdurig volgehouden vuur.

De afgifte van automatisch vuur, waarbij de vuurstoot zo lang mogelijk wordt gemaakt door bijvoorbeeld de trekker vast te houden. Het vuur wordt gedurende een onbepaalde tijd met een gecommandeerde duurvuursnelheid ¹ door een (semi-)automatisch kleinkaliberwapen (vlakbaanwapen, zoals bijvoorbeeld mitrailleurs als MAG en Minimi) of vuureenheid afgegeven.

Het vuur wordt pas beŽindigd in opdracht van de commandant of wanneer de munitie(band) op is.

Voorbeelden van het afgeven van duurvuur met artilleriestukken:

HouwitserTempo

Amerikaanse houwitser M1 (beter bekend als M114/23, vanwege de schietbuis met een lengte van 23 maal het kaliber)

Spervuur 4 schoten per minuut; duurvuur 40 schoten per uur.
Amerikaanse houwitser M2A1 (later omgedoopt tot M101), tussen 1951 en 1991 in de bewapening bij de Nederlandse artillerie. Spervuur 8 schoten per minuut; duurvuur 100 schoten per uur.
Panzerhaubitze 2000 (PzH 2000)Duurvuur: 10 ŗ 13 granaten per minuut.
 

¹ Duurvuursnelheid (aantal schoten per minuut, bij de artillerie ook tempo):

Feuergeschwindigkeit bei Dauerfeuer; Kadenz.

sustained rate of fire.

De Russische sniper rifle Dragunov, een zelfladend halfautomatisch wapen, heeft bij het uitbrengen van duurvuur een vuursnelheid van 30 schoten per minuut.

In uitzonderingsgevallen wordt duurvuur aangewend om tijdelijk en/of plaatselijk een vuuroverwicht te creŽren, bijvoorbeeld bij een hinderlaag of het oversteken van een bestreken ruimte die onder vijandelijk vuur ligt.

Zie ook: bestreken ruimte, Dragunov, hinderlaag, kleinkaliberwapens, MAG, Minimi, onderdrukkingsvuur, Panzerhaubitze 2000 (PzH 2000), spervuur en vuuroverwicht.

Terug naar Boven

 

DVVO

Voluit: Defensie Verkeers- en Vervoersorganisatie.

De DVVO verzorgt het transport van personen en goederen ťn de militaire post voor alle onderdelen van de krijgsmacht. De integrale verzorging van transport wordt verplaatsingsondersteuning (vervoers- en verkeersleiding) genoemd: alle transportvormen over de weg, door de lucht, over de binnenwateren en de zee of met de trein in binnen- en buitenland.

Hierbij heeft DVVO in het bijzonder aandacht voor de grote verplaatsingen, wanneer eenheden op oefening of uitzending gaan. Ook buitenlandse krijgsmachten die in Nederland te gast zijn worden in het kader van Host Nation Support bijgestaan door de DVVO.

Taakstelling van de DVVO:

► Aanvragen van toestemming weggebruik bij colonne-, grensoverschrijdende en/of buitenprofielverplaatsingen (zoals diepladertransporten met tanks en/of andere grote voertuigen) en verplaatsingen van gevaarlijke stoffen.

► Boeken van overtochten, overnachtingen en reizen, alsmede regelen van huurauto's, visa en reisverzekeringen bij dienstreizen naar het buitenland (Reisbureau Defensie).

► CoŲrdineren met civiele en militaire autoriteiten op het gebied van verkeer en vervoer, met inbegrip van het uitbrengen van een verkeersliaison naar deze autoriteiten.

► Formeren van verkeers- en vervoersdetachementen (vvdetn) die bij grensoverschrijdende verplaatsingen contact kunnen onderhouden met een Movement Control Centre (MCC) ter plaatse.

► Inhuren van of uitbesteden van vervoerscapaciteit aan civiele contractpartners.

► Inzetten van operationele vervoerscapaciteit met eigen middelen voor onder andere (on)geregeld wegvervoer, busvervoer, dienstpersonenautovervoer (met VIP-chauffeurs) en diepladervervoer.

► Kiezen van zowel vervoersmodaliteit als vervoerstechniek van alle vervoersaanvragen, met inbegrip van groepering en wijze van optreden.

► Toezicht houden bij de deployment naar het inzetgebied, bevoorrading tijdens de uitzendperiode en redeployment.

► Verplaatsen van eenheden voor oefening of ernstinzet, waarbij verplaatsingen welke onder oorlogsomstandigheden als strategisch worden aangeduid worden geregeld door het Verkeers- en Vervoers CoŲrdinatiecentrum (VVCC) binnen de DVVO. Eigen beschikbare militaire middelen zijn onder andere twee Landing Platform Docks van het CZSK (LPD's) en de McDonnell Douglas KDC-10 van het CLSK.

► Verstrekken van adviezen op verkeers- en vervoersgebied, met inbegrip van vervoer gevaarlijke stoffen, wet- en regelgeving en vervoersgerelateerde douanezaken, zoals op het gebied van de Allied Movement Publication 1 (AmovP-1), Defensie Publicatie 40-10 (Handleiding vervoer, verkeer en verplaatsingen), Handboek Verplaatsingen, Handleiding Verkeer, MinisteriŽle Publicatie 40-20 (bundels Vervoer gevaarlijke stoffen), NATO Reiswijzer (NATO Travel Order) en Producten- en Diensten Catalogus DVVO.

► Vervoeren en afhandelen van personeel, materieel en goederen in binnen- en buitenland, zoals de uitvoering van een Lijndienst tussen militaire logistieke complexen en kazernes.

► Voorbereiden, organiseren, coŲrdineren en controleren van verplaatsingen op Nederlands grondgebied.

 

DE DVVO IN DE PRAKTIJK

In 1997 namen ruim 4.000 Nederlandse militairen onder leiding van brigadegeneraal Peter Striek deel aan de oefening RHINO DRAWSKO op het oefenterrein Drawsko-Pomorowski in het noordwesten van Polen.

Voor de oefening moesten 1.200 wiel- en 250 rupsvoertuigen per schip of trein worden vervoerd. Ook hier was de verplaatsingsondersteuning in handen van de DVVO.

De Militaire Post Organisatie (MPO) van de DVVO verzorgt de interne post tussen Defensielocaties en -medewerkers, de post van en naar in het buitenland gestationeerde militairen en hun gezinnen en de post van en naar uitgezonden militairen naar het thuisfront.

Terug naar Boven

Laatste update:18.08.2016