Inhoudsopgave E
Terug naar de homepage
 

Maak uw keuze uit de hieronder getoonde lijst

 

E = k X a

Formule:

Effectiviteit
=
Kwaliteit
x
Acceptatie

Volgens deze formule zegt kwaliteit van een advies (afspraak, besluit, inzicht, maatregel, plan, procedure, programma e.v.a.) op zichzelf nog niets. Het gaat erom dat iets wordt geaccepteerd door betrokkenen. Pas als betrokkenen zich voor iets verantwoordelijk voelen, sorteert iets effect.

Terug naar Boven

 

EED

De ceremoniële beëdigingsplechtigheid volgens artikel 12a van het Algemeen Militair Ambtenaren Reglement (AMAR), zoals die voortvloeit uit de akte van aanstelling, welke is geregeld in AMAR-artikel 12.

Zo spoedig mogelijk na aanstelling legt de militair beneden de rang van tweede luitenant de volgende eed (of belofte) af:

"Ik zweer (beloof) trouw aan de Koning(in), gehoorzaamheid aan de wetten en onderwerping aan de krijgstucht. Zo waarlijk helpe mij God Almachtig."

Het afleggen van de eed geschiedt bij eenheden die deel uitmaken van een regiment waaraan een vaandel of standaard is toegekend - bijvoorbeeld het Regiment Geneeskundige Troepen - door het vasthouden van vaandel of standaard.

Als nieuw geïntroduceerde beëdigingsformule - voor het eerst beproefd op 3 september 1994 in Seedorf bij 42 Pantserinfanteriebataljon Regiment Limburgse Jagers - geldt dat de beëdigingsautoriteit (commandant van de te beëdigen militairen) éénmaal de formule uitspreekt, waarna de militairen één voor één de bekrachtigingsformule ( "Zo waarlijk helpe mij God Almachtig" of "Dat beloof ik" ) uitspreken.

Bij de eed wordt het vaandel met de linkerhand vastgehouden, terwijl van de rechterhand wijs- en middelvinger worden opgestoken.

Voor militairen in de rang van tweede luitenant of hoger geldt het ceremonieel met het openen cq. sluiten van de ban.

Begin 2008 kwam het afleggen van de eed voor islamitisch personeel in het nieuws. Binnen Defensie mag personeel sinds 1916 de islamitische eed afleggen. Dat heeft te maken met het Koninklijk Nederlands Indisch Leger (KNIL), dat voor een deel uit Indische moslims bestond.

Bij de islamitische variant spreken moslims met de rechterhand op de koran de zin “In naam van Allah, de Barmhartige Erbarmer” uit.

In de film ‘Kicks’ (Albert ter Heerdt, 2006) legt de Marokkaan Marouan el Karoudi (acteur Mohammed Chaara) de islamitische eed af (© foto: Victor Arnolds).

Zie ook: ban.

Terug naar Boven

 

EENHEDEN

De Koninklijke Landmacht bestaat uit tal van eenheden van verschillende grootte. In oplopende grootte staan hieronder de belangrijkste eenheden, met daarachter een indicatie van het aantal militairen in zo'n eenheid én de meest voorkomende rang van de commandant van zo'n eenheid:

De GROEP is de aanduiding voor de kleinste militaire eenheid. Groepscommandant is meestal een onderofficier, vaak in de rang van sergeant of wachtmeester. De leden van een groep vervullen samen een taak. Soms hebben groepen een afwijkende benaming, zoals 'stuksbediening' bij de artillerie.

Het PELOTON is de basiseenheid van de Koninklijke Landmacht. De commandant van een peloton (pelotonscommandant of PC) is meestal een tweede of eerste luitenant. De Opvolgend Pelotonscommandant is een onderofficier in de rang van sergeant der eerste klasse of sergeant-majoor.

De COMPAGNIE is de standaardaanduiding voor een eenheid van 100 tot 250 militairen. De commandant van een compagnie (compagniescommandant of CC) is een kapitein of majoor, maar bijvoorbeeld bij een geneeskundige compagnie een luitenant-kolonel (overste). Andere benamingen voor de compagnie zijn BATTERIJ (artillerie) en ESKADRON (cavalerie).

Het BATALJON is de grootste eenheid waarin militairen van één wapen of dienstvak, zoals de infanterie of cavalarie, samenwerken. De commandant van een bataljon (bataljonscommandant of BC) is een luitenant-kolonel (overste). Een andere benaming voor bataljon is AFDELING (artillerie).

De BRIGADE is een eenheid die zelfstandig een gevecht kan voeren en daarvoor alle benodigde middelen heeft (vuurkracht, gevechtskracht en logistiek). De Koninklijke Landmacht telt tot 2006 vier brigades: drie gemechaniseerde (13, 41 en 43) en een Air Manoeuvre Brigade Air Assault.

De DIVISIE is een militaire eenheid van 10.000 tot 15.000 man. Nederland heeft slechts één divisie: 1 Divisie "7 December", die wat naamgeving betreft is overgegaan tot Operationeel Commando (OPCO) "7 December". Het hoofdkwartier van het OPCO is in Apeldoorn.

Het LEGERKORPS is de aanduiding voor een zeer grote militaire eenheid. Nederland runt samen met Duitsland 1 GNC: 1ste German-Netherlands Corps. Het hoofdkwartier van 1 GNC is gevestigd in het Duitse Münster.

groep4 à 10sergeant
peloton20 à 40luitenant
compagnie100 à 250kapitein, majoor of luitenant-kolonel
bataljon400 à 800luitenant-kolonel
brigade2.500 à 3.500brigade-generaal
divisie10.000 à 15.000generaal-majoor
legerkorps40.000 à 60.000luitenant-generaal

Terug naar Boven

 

EENHEIDSTEKENS

Tekens die het soort militaire eenheid weergeven:

genie

 

geneeskundig

 

infanterie

 

luchtmobiel

 

pantsergenie

 

pantserinfanterie

 

tankeenheid

 

veldartillerie

 

verbindingen

verkenningseenheid

In combinatie met groottetekens kunnen eenheidsaanduidingen worden gemaakt, zoals:

Dit is de eenheidsaanduiding van 12 Infanteriebataljon Luchtmobiel uit Nederland

Terug naar Boven

 

EFFECTS-BASED OPERATION

Afgekort: EBO.

De synergie van het volledige scala aan militaire (kinetische) en niet-militaire (non-kinetische) middelen om een doelstelling te bereiken. Alle beschikbare middelen – van diplomatie, informatie en economische middelen tot militaire middelen – worden in samenhang (geïntegreerd en flexibel) ingezet voor het beoogde, maximaal gewenste effect.

Onafgebroken moeten de gevolgen van acties en bereikte effecten worden gemeten, zowel in de voorbereidings-, uitvoerings- als evaluatiefase.

Wanneer wordt geconstateerd dat het beoogde effect niet wordt gerealiseerd of dat het gerealiseerde effect niet leidt tot het bereiken van de uiteindelijk doelstelling, dan is bijstelling van de oorspronkelijke plannen noodzakelijk.

EBO is onderdeel van de transformatie van strijdkrachten in de westerse wereld, van traditionele platformcentrische operaties naar netwerkcentrische operaties.

Maatschappij en politiek wensen steeds meer dat militaire inzet in zo kort mogelijke tijd positieve effecten sorteert. De steeds nauwere relatie tussen de factoren tijd en succes onderstreept het toenemende belang om de beoogde effecten van een operatie centraal te stellen. Tezelfdertijd wordt almaar meer waarde gehecht aan het vermijden van slachtoffers aan eigen zijde én onder de burgerbevolking en van schade (collateral damage) aan de maatschappelijke voorzieningen in het operatiegebied.

Zie ook: Zie ook: 3D-doctrine, comprehensive approach en Effects Based Operations (EBO en three block war.

Terug naar Boven

 

EGELSTELLING

Egelstelling in de tijd van generaal J.B. van Heutsz in Nederlands-Indië

Ook genaamd: rondomverdediging.

Rondom door de vijand ingesloten stelling die in alle richtingen kan worden verdedigd.

De benaming dateert uit de Middeleeuwen. Als militairen te voet door militairen te paard werden aangevallen, ging de infanterie in een egelstelling staan. Iedereen stond bij elkaar in een rondomverdediging met het gezicht naar de buitenzijde, met steek- of werpwapens in de aanslag. De wapens priemden naar alle kanten uit, evenals de stekels van de egel.

Omdat de egelstelling een door de vijand omsloten statische positie is, zal – indien mogelijk – een juist gekozen locatie bepalend zijn voor een goede afloop. Tactisch het meest logisch is een egelstelling die is ingegraven op een berg- of heuveltop. Als de tijd gunstig gezind is kunnen bijvoorbeeld bunkers, mitrailleursnesten, tankgrachten en wachtposten worden gecreëerd. De mogelijkheden in een egelstelling blijven overigens beperkt:

standhouden tegen de vijand en wachten op ontzetting door eigen troepen

standhouden tegen de vijand en op het meest geschikte momentum een tegenaanval uitvoeren

Egelstellingen op geregelde afstand van elkaar kunnen een relatief groot gebied bestrijken, zonder dat de beveiligde en verschanste troepen direct gevaar lopen, mits zij door de lucht herbevoorraad kunnen worden.

Terug naar Boven

 

ELEKTRONISCHE OORLOGSVOERING

Afgekort: EOV.

Onder EOV wordt verstaan alle activiteiten op het gebied van elektromagnetische uitzendingen (radio, radar) voor militaire doeleinden. Daarbij worden elektronische middelen gebruikt met als doel de tegenstander het gebruik van zijn elektromagnetische uitzendingen te ontzeggen, het effect van deze elektromagnetische uitzendingen te verminderen of elektronische middelen tot eigen nut aan te wenden, maar ook acties die het effectieve en efficiënte gebruik van de eigen uitzendingen verzekeren.

De EOV kent twee hoofdgroepen:

Offensieve

ECM

Electronic Counter Measures

Elektronische Contra-Maatregelen

Actief gebruik van het elektromagnetisch spectrum om tegengebruik door de vijand te voorkomen. Meest voorkomende vormen van ECM zijn jamming en elektromagnetische deceptie.

Defensieve

EPM

Electronic Protective Measures

Elektronische Protectie Maatregelen

Alle activiteiten die erop gericht zijn ECM door de vijand minder succesvol te maken:

•  actief door technische modificaties aan verbindingsmiddelen, zoals frequency-hopping

•  passief door instructie aan gebruikers van verbindingsmiddelen in een strikte radiotelefonieprocedure

EOV bestaat onder andere uit interceptie van verbindingen, interceptie van andere typen uitzendingen, afluisteren, peilen en analyseren van vijandelijke radioverbindingen.

Het onderdeel binnen de Koninklijke Landmacht dat zich bezighoudt met EOV is 102 EOV-Compagnie in Eibergen. In 1952 wrd in Gorinchem 105 Verbindingsverkenningscompagnie opgericht, later gelegerd in het Eibergse Kamp Holterhoek als 898 Verbindingsbataljon. In 1988 werd 102 EOV-Cie opgericht en ondergebracht bij 898 Vbdbat in Eibergen.

Fuchs pantserwielvoertuig dat binnen 102 EOV-Compagnie fungeert als peilstation. Varianten op deze Fuchs zijn de stoorzendervoertuigen Fuchs Hummel en Fuchs Hornisse

De krijgsmacht die het best gebruik maakt van de voordelen van EOV, heeft overwicht in de asymmetrische oorlogvoering of ‘cyber war' van de 21ste eeuw.

Welbeschouwd moet het inbreken in een computer om gegevens te achterhalen of te wijzigen (hacken) worden beschouwd als een ICT-manier van EOV.

Zie ook: afluisteren, emission control (EMCON), Fuchs peilstation EOV, Fuchs stoorstation EOV en radiostilte.

Terug naar Boven

 

EMBEDDED JOURNALISM

Vertaling: “Ingebedde / Ingepakte journalistiek”.

De combinatie Defensie en journalistiek is vaak ongemakkelijk. Het operationeel noodzakelijke verschuilen van de militair botst vaak met de vrijheden van meningsuiting en nieuwsgaring. Vanaf de Korea- en Vietnam-oorlogen werd de journalist beduidend kritischer tegenover het Amerikaanse krijgsbeleid. In de Vietnam-oorlog (1965-'75) zetten de VS de eerste stap op het pad van embedded journalism met "to win a war abroad, one first has to win it at home". Oorlogvoering wordt aan het thuisfront gemaakt of gebroken; is de publieke opinie contra, heeft de oorlogvoering daar zwaar onder te lijden.

Zo heeft de Amerikaanse regering kort vóór de operatie Just Cause - de invasie van Panama (december 1989 en januari 1990) - enkele uitverkoren journalisten verzameld en ingelicht over zijn plannen. De journalisten mochten de invasie onder begeleiding van speciale eenheden van de krijgsmacht verslaan, maar mochten absoluut niet op eigen houtje werken. Pas met ingang van de Tweede Golfoorlog (1991) begon het concept 'embedded journalism' bij de Amerikanen aan te slaan.

Amerikaanse cartoon over embedded journalism

Omdat bij embedded journalism de bewegingsvrijheid door de commandant van de eenheid wordt bepaald, worden journalisten min of meer tot onderdeel van de krijgsmacht gemaakt. Dat kan ten koste gaan van objectiviteit en onafhankelijkheid. De mogelijkheid bestaat dat deze journalisten de oorlog van de aanvallende partij verdedigen en rechtvaardigen, en vice versa. De toegelaten journalisten hebben weliswaar de garantie van voedsel, onderdak en bescherming, zij zijn wél afhankelijk geworden van strak geregisseerde persconferenties van voorlichters en woordvoerders van de krijgsmacht. Daarnaast worden zij onderworpen aan strikte beperkingen en mogen geen verslag doen over tactiek en plaatsbepaling van de eenheid.

Feitelijk levert embedded journalism een soort propaganda op, krijgen de militairen greep op de berichtgeving en levert zij eenzijdige berichtgeving op (zie scriptie ‘Embedded journalism levert eenzijdige berichtgeving op', Maaike Homan, School voor Journalistiek Utrecht, 2004).

Tijdens de Golfoorlogen (1999 en 2003) was de gehele Amerikaanse media-strategie gebaseerd op embedded journalism, waar de journalisten meereisden met de Amerikaanse troepen. Journalisten die embedded journalism weigerden, kregen nauwelijks toegang tot slagveld of front, of werden simpelweg niet geaccrediteerd.

Zie ook: oorlogscorrespondent, omgaan met media, operational security en psychological operations.

Terug naar Boven

 

EMCON

Betekenis: Emission Control. In het Nederlands: controle over uitzendingen.

Het gecontroleerde en selectieve gebruik van akoestische en elektromagnetische uitzendingen in het kader van operational security (OPSEC), met als primair doel de detectie, identificatie en/of plaatsbepaling van eigen troepen door de vijand te voorkomen.

Redenen voor EMCON naar eigen troepen:

  • optimaliseren van eigen bevel- en commandovoeringscapaciteiten
  • minimaliseren van elektromagnetische interferentie onder bondgenootschappelijke en vriendschappelijke systemen

Redenen voor EMCON naar vijandelijke troepen:

  • detectie, identificatie en/of plaatsbepaling door vijandelijke sensoren onmogelijk maken
  • uitvoeren van misleiding

De bekendste voorbeelden van EMCON zijn elektronische stilte en radiostilte.

Zie ook: radiostilte.

Terug naar Boven

 

EMERGENCY RENDEZ-VOUS

Afgekort: ERV. Ook wel genaamd: Crash Rendezvous. In het Nederlands: verzamelplaats bij noodgevallen.

Een locatie die gesitueerd is buiten het gebied waar daadwerkelijk gevechtscontact te verwachten valt. Militairen verplaatsen individueel of in groepsverband naar een ERV indien onverwacht én ongewenst het gevecht met de vijand dient te worden aangegaan en onderling het contact wordt verloren. Een voorbeeld hiervan is een patrouille die wordt onderkend door de vijand of in een hinderlaag terechtkomt.

De ERV is een tevoren op de stafkaart geselecteerde én door alle aan de patrouille deelnemende militairen uit het hoofd geleerde locatie. Een ERV zal in elk geval aan de volgende voorwaarden moeten voldoen:

  • Gemakkelijk om zich te verbergen voor de vijand
  • Indien nodig te verdedigen tegen de vijand
  • Verschaft vuur- en zichtdekking

Zie ook: patrouille te voet, rendez-vous en verkenningspatrouille.

Terug naar Boven

 

E.N.A.S.

Afkorting voor: Einde Nautische Avond Schemering.

Zie: Nautische avondschemering.

Terug naar Boven

 

ENDORFINE

Letterlijke samenstelling van “endo” (inwendig) en “morfine”. Endorfine is de lichaamseigen morfine die als neurotransmitter fungeert: een molecuul dat wordt gebruikt voor de signaaloverdracht tussen zenuwcellen.

Endorfine werkt:

euforiserend

pijnonderdrukkend

prestatieverhogend (i.t.t. morfine)

verslavend

De geestestoestand die ontstaat na een fysieke inspanning wordt ten dele verklaard door het vrijkomen van endorfine. Endorfine verklaart ten dele militaire kretologiën als “Pijn is fijn, jeuk is leuk, bloed is goed”.

De evolutionaire verklaring voor het vrijkomen van endorfine is gelinkt aan de werking van het bijnierhormoon adrenaline, het zgn. FFF-hormoon (fright, fight, flight). In stress-situaties activeert onder invloed van adrenaline het sympathische zenuwstelsel en maakt energie vrij. Het in staat van paraatheid gebrachte lichaam reageert direct door een verhoogde spierspanning, verhoogde bloeddruk e.d. Dit is een snelle en afdoende reactie als de stress daarom vraagt, die resulteert in verkrampen, vechten of vluchten. In de prehistorie waren de mensen die een fysieke inspanning konden leveren de mensen die overleefden (surival of the fittest). Omdat normaliter endorfine inactief is – omdat het lichaam anders immuun voor pijn zou worden – moet de prehistorisch-fitte mens verslaafd geweest zijn aan endorfine om te overleven; dit is vergelijkbaar met de endorfine-kick van topsporters.

De hoeveelheid endorfine wordt ook verhoogd door verliefdheid en liefde.

In zijn boek ‘Valse start’ (Uitgeverij Thomas Rap, ISBN 9060052803, € 10,00) legt voormalig profwielrenner Peter Winnen de werking van endorfine als volgt uit: “Wie er ooit van geproefd heeft kan niet meer zonder. De leverancier van het goedje is niet een louche dealer, maar het eigen lichaam. Hoe meer pijn men lijdt, hoe meer endorfine het lichaam naar zichzelf en zijn bewoner toeschuift. Het lichaam presenteert zichzelf een sigaar uit eigen doos.”

Terug naar Boven

 

END-STATE

Beoogde resultaat van een actie. Kan zowel betrekking hebben op vriendschappelijke als vijandelijke eenheden. Een end-state is concreet waarneembaar.

Voorbeelden zijn het vastleggen van de voorste lijn eigen troepen (VLET) voor eigen troepen dan wel het omsingelen of vernietigen van bepaalde vijandelijke troepen.

Terug naar Boven

 

ENFILEERVUUR

Ook genaamd: enfilerend vuur. Zie verder onder vuur.

Terug naar Boven

 

ENGELBRECHT VAN NASSAUKAZERNE

Naamgever van de kazerne: Engelbrecht II, graaf van Nassau, heer van Breda (1451-1504).

Boost-kazerne, genaamd naar de Stadhouder der Nederlanden Engelbrecht II, graaf van Nassau, heer van Breda (1451-1504). In naam van Philips de Schone, vorst van de Bourgondische Nederlanden, was hij tot 1486 regent.

De kazerne bevindt zich aan de Parabaan in Roosendaal. De bouw van de (oude) kazerne begon eind 1937; op 30 maart 1939 werd de sluitsteen gelegd door de toenmalige burgemeester van Roosendaal, Claudius Prinsen. De eerste eenheid op de kazerne was het 3de Grensbataljon van het 3de Regiment Infanterie.

In 1949 verhuisde de Stormschool Bloemendaal naar de Engelbrecht van Nassaukazerne en per 1 juli 1950 veranderde de eenheid van naam in Korps Commandotroepen.

In 1996 sprak Staatssecretaris van Defensie Jan Gmelich Meijling het verlossende woord dat het KCT in Roosendaal zou blijven: er was sprake van dat het korps naar elders moest verhuizen omdat de huidige huisvesting een bouwkundige aanpassing van 42 miljoen gulden (€ 19 miljoen) vergde.

In 1997 werd vervolgens een begin gemaakt met de sloop van de oude Engelbrecht van Nassaukazerne. De voornaamste redenen van de sloop waren:

veelal waren de gebouwen niet kosteneffectief aan te passen voor een nieuw gebruik;

er was voor de bestaande bebouwing geen passend gebruik meer bij de herstructurering;

een aantal gebouwen had geen functie meer en kreeg die in de toekomst ook niet.

 

De nieuwe Engelbrecht van Nassaukazerne in aanbouw.

Daarnaast was de technische en functionele kwaliteit van de gebouwen in veel gevallen matig of zelfs slecht te noemen.

Er werd een nieuwe kazerne met dezelfde naam gebouwd, die in februari 2002 opnieuw in gebruik werd genomen en op 25 mei 2002 officieel werd geopend door demissionair Minister van Defensie Frank de Grave.

In de tussentijd waren de eenheden van het KCT gelegerd op de Cort Heyligerskazerne in Bergen op Zoom.

De kazerne wordt gebruikt door de Opleidings- en Trainingscompagnie Speciale Operaties (OTCSO) en de vier parate Commandotroepencompagnieën van het Korps Commandotroepen (KCT): 103, 104, 105 en 108 Cotrcie.

Omdat de Engelbrecht van Nassaukazerne de bakermat van de commando’s is, is het niet verwonderlijk dat de kazerne in de volksmond "Commandokazerne" wordt genoemd.

In het KEK-gebouw op de kazerne bevindt zich tevens het Commandomuseum, dat alleen op afspraak (gratis) kan worden bezocht.

Terug naar Boven

 

EPINATO

Acroniem voor Epidemiology NATO.

De EPINATO of DNBI (Disease and Non-Battle Injury) is een periodieke (bijvoorbeeld wekelijkse) verslaglegging wat betreft de niet-gevechtsverliezen en gevechtsverliezen van alle commandanten van Medical Treatment Facilities (MTF), zowel role 1 als 2 en 3, in een Area of Responsibility (AOR) aan de Senior Medical Officer (SMO) - de hoogste geneeskundige autoriteit, die bijvoorbeeld ressorteert binnen de Medical Operations (MedOps) - in een gegeven operatie.

De ziektecategorieën die in de EPINATO worden gerapporteerd zijn gebaseerd op de International Classification of Diseases (ICD). De EPINATO bevat 29 rapporteerbare ziekten en verwondingen bevat conform de ICD-definities.

De EPINATO-verslaglegging is gebaseerd op een drietal principes:

  • Telt de ziektebeelden, niet het aantal patiënten.
  • Dient als waarschuwing als zich een kwantiteitsprobleem voordoet in enig ziektebeeld.
  • Geeft de hoogste prioriteit aan de oorzaak van een trauma, niet aan het gevolg.

De 29 rapporteerbare ziekten en verwondingen volgens de EPINATO zijn:

1 Intestinal infection
2 Sexually Transmitted Diseases (STD)
3 Other infectious and parasitic diseases
3.1 Other infectious and parasitic diseases, if fever present
4 Alcohol and drug abuse, and dependencies
5 Mental disorders
5.1 Combat and operational stress
6 Eye disorders and problems
7 Upper respiratory
8 Lower respiratory
9 Dental and oral disease
10

Non-existing category

11 Digestive diseases
12 Gynecological diseases
13 Dermatological diseases
14 Knee problems
15 Dorsopathies
16 Other musculo-skeletal diseases
17 Iatrogenic diseases
18 Other diseases
18.1 Well visit, no disease
19 Injury due to road or traffic accidents (RTA)
20 Injury due to (military) training
21 Injury due to sport
22 Injury due to military operation or war
23 All other trauma
24.1 Heat injury
24.2 Cold injury
25 NBC-casualty
26 Animal bite

Bovenstaande informatie is afkomstig uit de missies SFOR (Bosnië) en ISAF (Afghanistan).

Zie ook: D.N.B.I., gevechtsverlies en verliesverwachting.

Terug naar Boven

 

ESBIT

Acroniem voor ‘Erich Schumms Brennstoff In Tablettenform’. In de jaren ’30 van de 20ste eeuw uitgevonden door de Duitser Erich Schumm. Nederlandse militaire benaming: brandstof, gecomprimeerd.

Brandbare vaste stof in tabletvorm, in de regel witgekleurd. Chemische namen: hexamine, methenamine of urotropine (C6H12N4). Gecompliceerde organische verbinding. De originele Esbit® bestaat voor ± 90% uit hexamine.

Esbit® heeft een hoge verbrandingswarmte/brandwaarde van 31,3 kilojoule (7,5 calorie) per gram. Een tablet Esbit® van 14 gram laat een ½ liter water in 7 minuten koken.

In geen geval mag Esbit® worden ontstoken in gesloten ruimten, omdat bij de verbranding een kleine hoeveelheid van het zeer giftige blauwzuurgas (hydrogencyanide, HCN) vrijkomt.

Esbit® kan worden bewaard en opgebrand in een kocher(tje); beiden tenminste op de man bij deelname aan gevechtsacties (grabbag, opsvest). Niet gebruiken bij verblijf in opstellingen in verband met vijandelijke onderkenning door de sterke geur.

Terug naar Boven

 

ESCALATIEDOMINANTIE

Militair jargon voor het vermogen om (snel) te kunnen opschalen in (het dreigen met) geweldsuitoefening. Dit is het escalatievermogen.

Opschalen kan in een conflictsituatie noodzakelijk zijn om, desnoods tijdelijk en plaatselijk, de tegenstander te overheersen. Hiertoe moeten militairen de middelen hebben om met iedere te voorziene dreiging te kunnen opschalen, indien de situatie daar om vraagt. Met escalatiedominantie kan de situatie worden beheerst, worden vijandelijke tegenacties ontmoedigd en kan, indien nodig, effectief worden opgetreden.

In de praktijk zal tot en met een worst case-scenario steeds meer de nadruk worden gelegd op de geïntegreerde inzet van een steeds breder scala aan militaire middelen.

Een militaire operatie verkrijgt escalatiedominantie door de combinatie van (een zekere reserve aan) voldoende gevechtskracht en voldoende voortzettingsvermogen. Deze draagt bij aan een veilige en succesvolle uitvoering van opgedragen taken.

Escalatiedominantie is een randvoorwaarde, ook tijdens operaties in lagere delen van het geweldsspectrum – bijvoorbeeld post-conflict operaties. Zo worden snel inzetbare eenheden van de Verenigde Naties in principe licht uitgerust. Niettemin moeten deze eenheden escalatiedominantie bezitten voor operaties in hogere delen van het geweldsspectrum cq. op korte termijn kunnen worden versterkt. De escalatiedominantie die nodig is dient ten behoeve van elke operatie specifiek te worden vastgesteld: anders worden de inzetmogelijkheden en inzetduur (te veel) beperkt.

Voorbeelden van het vermogen tot daadkrachtig optreden met zware wapens in het kader van escalatiedominantie zijn de (ondersteunende of voorwaardenscheppende) inzet van:

kruisraketten

luchtstrijdkrachten

tanks

veldartillerie

zeestrijdkrachten

Illustratief in dezen is de opmerking “You can't fight war from white painted vehicles” van de Britse generaal Sir Michael Rose, die in 1994 commandant was van UNPROFOR’s Bosnia Hercegovina Command.

Zie ook: three block war.

Terug naar Boven

 

ESCAPE & EVASION

De procedures en operaties waarbij militair personeel en/of andere geselecteerde individuen in staat worden gesteld om te ontsnappen uit vijandelijk gebied naar territorium dat onder vriendschappelijke controle is.

De bedoeling is dat je nauwkeurig het terrein observeert (rivierbeddingen, hoogtelijnen) en aansluitend naar een rendez-vouspunt verplaatst om je vriendschappelijke contact te ontmoeten. Vanaf dat moment zul je kunnen terugkeren naar eigen troepen.

E & E is typisch onconventionele oorlogvoering. Wat je hiervoor nodig hebt zijn technieken met betrekking tot survival, navigeren, verplaatsen, camouflage en verschuilen.

Bekendste voorbeeld van een geslaagde E & E is de Amerikaanse kapitein Scott O'Grady (U.S. Air Force), die zich in 1995, na met zijn F-16 te zijn neergehaald in Bosnisch-Servisch gebied, zes dagen lang verborg en probeerde te over leven tot de redding volgde. Daarbij verplaatste hij zich nooit meer dan in een straal van drie kilometer van het punt waar hij met zijn schietstoel terechtkwam. O'Grady overleefde door gras en mieren te eten; toen zijn noodrantsoen water op was, wrong hij zijn doorweekte sokken uit om aan water te komen. O'Grady werd niet gered door een Combat Search and Rescue (CSAR)-team, dat het redden van neergeschoten vliegers achter vijandelijke linies vooropstelt, maar door een Tactical Recovery of Aircraft and Personnel (TRAP)-eenheid, die bruikbaar materieel uit vijandelijk gebied haalt.

In de Verenigde Staten geldt de synonieme term S.E.R.E., wat staat voor Survive, Evade, Resist and Escape:

survive

overleven

overleven bij gescheiden worden van eigen troepen

evade

vermijden

voorkomen van gevangenneming

resist

verzetten

zich verzetten tegen gevangenschap

escape

ontsnappen

ontsnappen naar eigen troepen

De drieweekse Amerikaanse training – gegeven op het U.S. Army John F. Kennedy Special Warfare Center op Fort Bragg, North Carolina – is gebaseerd op de lessons learned uit de tijd dat de Amerikaanse krijgsmacht vocht in Korea en Vietnam.

Majoor Phil Ashby QGM publiceerde na zijn hachelijke ontsnappingsactie in Sierra Leone de boeken‘Unscathed. Escape from Sierra Leone’ (2002) en ‘Against all odds. Escape from Sierra Leone’ (2003)

Een klassiek voorbeeld van E & E is het relaas van majoor Phil Ashby in mei 2000. Als VN-peacekeeper was hij uitgezonden naar Sierra Leone, waar hij en 500 anderen vier dagen lang door rebellen in een kamp in Makeni gevangen werden gehouden. Op de vijfde dag, ’s nachts om 02.45 uur, is hij samen met drie andere westerlingen – twee Britten en een Nieuw-Zeelander – ontsnapt.

Ashby, Royal Marine Commando én Jungle Warfare-instructeur, begon aan een tocht van 80 km door de jungle van Sierra Leone. Na vijf dagen was het einddoel een VN-kampement in Magburaka. Grootste problemen onderweg waren onderkenning door de rebellen, gebrek aan water, hallucinaties door dehydratie en tropische parasieten. In Magburaka zorgden Britse troepen voor luchttransport naar de hoofdstad Freetown.

Voor zijn ontsnappingsactie werd Ashby onderscheiden met de Queen’s Gallantry Medal (QGM). Naar aanleiding van zijn avontuur publiceerde hij ‘Unscathed. Escape from Sierra Leone’ (2002) en ‘Against all odds. Escape from Sierra Leone’ (2003).

Terug naar Boven

 

ESSENTiËle operationele capaciteiten

In het Engels: Essential Operational Capabilities.

Zie: militair vermogen.

Terug naar Boven

 

ETHISCH BEWUSTWORDINGSMODEL

Afgekort: EBM. Model dat militair leidinggevenden, in opleidings- en operationele situaties, hanteren als middel om naar voren gebrachte argumenten met betrekking tot goed en kwaad te analyseren, te verhelderen en te rechtvaardigen. In de bewustwording wordt (inter)nationale civiele en militaire wet- en regelgeving, zoals de gedragscode (militaire bedrijfsethiek), betrokken, in het bijzonder in situaties waarin zich morele dilemma’s voordoen. Het ethisch bewustwordingsmodel maakt dan ook integraal deel uit van de commandovoeringprocedure.

EMB dient zich aan bij dilemma’s (situaties waarin een conflict van meerdere waarden speelt), waarin een overwogen besluit moet worden genomen. Bij dilemma’s is het EBM bedoeld als hulpmiddel om tot een ethisch verantwoord besluit te kunnen komen: is wat ik nu wil doen of van mijn personeel vraag ethisch toelaatbaar?

De eindverantwoordelijkheid voor het gedrag van onderhebbend personeel ligt immers te allen tijde bij de leidinggevende. In voorkomend geval zal de leidinggevende het gewenste gedrag op een verantwoorde manier moeten afdwingen. Kennis van én inzicht in het EBM is daarom onmisbaar.

Bij het ethisch bewustwordingsmodel, dat dateert van het einde van de 20ste eeuw, gaat het overigens niet per se om de feitelijke vaststelling of iets als goed of slecht moet worden beschouwd, maar veeleer om de gevolgde redeneertrant om tot een overdachte ethische benaderingswijze en oordeelsvorming te komen.

Ethiek – ook genoemd: leer der deugden, moraalwetenschap, praktische filosofie of zedenleer – denkt kritisch na over wat het goede, verantwoorde en toelaatbare handelen van de mens is.

Terug naar Boven

 

E.U. BATTLE GROUP

Afgekort: EUBG.

Sinds 1 januari 2007 staan Nederlandse troepen op een notice-to-move in het kader van de EUBG. Het gaat om ± 750 Nederlandse militairen die een ½ jaar stand-by staan voor EU-geleide crisisbeheersingsoperaties (Rapid Reaction) in Afrika. Zij zijn onderdeel van de Battle Group-107 van de Europese Unie.

BG-107 bestaat uit Duitse, Nederlandse en Finse militairen.

EUBG’s zijn, afhankelijk van de taak, ± 1.500 militairen groot, moeten binnen 1 à 2 weken naar hotspots kunnen uitrukken en dienen daar maximaal 4 maanden te kunnen blijven. Nederland heeft voor BG-107 de volgende eenheden aangeboden:

infanteriecompagnie

ISTAR-eenheid

medische taakgroep

personele bijdrage aan het uitzendbaar hoofdkwartier (‘force headquarters’)

substantiële bijdrage aan het logistiek bataljon (waaronder een genie-eenheid)

De toewijzing van Nederlandse militairen aan de EUBG’s is op zichzelf niet onderworpen aan het Toetsingskader; immers, een besluit tot inzet is nog niet aan de orde.Bij het besluit of de EUBG – of de NATO Response Force (NRF) – wordt ingezet, heeft Nederland altijd een vinger in de pap. Nederland maakt immers deel uit van de Noord-Atlantische Raad (NAR) van de NAVO, die hierover beslist. Ook zit Nederland in de EU-Raad voor Algemene Zaken en Externe Betrekkingen die een besluit neemt over de Battle Group. Als ook maar één lidstaat in EU of NAVO bezwaren heeft, kan er géén besluit komen.

In 2010 is Nederland opnieuw voor een ½ jaar aan de beurt, nu in een EUBG met de Britten.

Zie ook: NATO Response Force (NRF).

Terug naar Boven

 

EUROCORPS

Logo van het Eurocorps

Eenheid ter grootte van een legerkorps, d.i. ± 55.000 à 60.000 militairen.

Het Eurocorps is de verwezenlijking van een Frans-Duits initiatief met als doel de militaire samenwerking tussen beide landen te intensiveren. Aan het eind van de jaren '80 spanden de Franse president Francois Mitterand en de Duitse bondskanselier Helmut Kohl zich hiervoor in; op 22 mei 1992 namen Frankrijk en Duitsland het zgn. La Rochelle Réport aan, een verklaring die sindsdien geldt als de oprichtingsdatum van het Eurocorps.

Aanvankelijk ziet de NAVO het Eurocorps als concurrentie, maar het wantrouwen verdwijnt met de ondertekening van het zgn. SACEUR-akkoord op 21 januari 1993. In dit akkoord bepalen de Franse en Duitse stafchefs samen met de SACEUR de:

 

  • mogelijkheid voor het Eurocorps om onder NAVO-bevel te opereren
  • opdrachten van het Eurocorps in de NAVO
  • verantwoordelijkheden en relaties tussen de SACEUR en de Eurocorps-staf in vredestijd
  • verantwoordelijkheden voor de inzetplanning

Op 19 mei 1993 beslisten de Eurocorps-partners vervolgens het legerkorps ter beschikking te stellen van de West-Europese Unie (WEU). Drie verschillende inzetmogelijkheden worden voorzien:

  • het Eurocorps moet klaar zijn om humanitaire hulpopdrachten uit te voeren en hulp aan de bevolking te leveren bij natuur- of technische rampen
  • het Eurocorps kan ter beschikking worden gesteld voor vredesafdwingende operaties en vredeshandhavende operaties, bijvoorbeeld in het kader van de Verenigde Naties (VN) of de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE)
  • het Eurocorps kan worden ingezet als een gemechaniseerd legerkorps in gevechtsoperaties hoog in het geweldsspectrum, in het ader van de algemene verdedigingstaak (AVT) binnen het NAVO- of WEU-verdrag

Op 1 oktober 1993 werd de Duitse luitenant-generaal Helmut Willmann de eerste commandant van het Eurocorps.

Later traden België (1993), Spanje (1994) en Luxemburg (1996) ook toe.

De staf van het Eurocorps is geloceerd op het Quartier Aubert de Vincelles in Straatsburg, Frankrijk. De voertaal is Engels, maar ook Frans en Duits worden gesproken. Sinds 4 september 2003 voert de Franse luitenant-generaal Jean-Louis Py het bevel over het Eurocorps.

Eind 1999 hebben de vijf Eurocorps-partners beslist dat het leger zou moeten worden geherstructureerd naar een snelle interventiemacht; in 2001 slaagde het Eurocorps tijdens een oefening in het Duitse Wildflecken in het verkrijgen van de status van snel ontplooibaar legerkorpshoofdkwartier (NATO Rapid Deployable Corps HQ) van de NAVO.

Van april tot oktober 2002 had het Eurocorps de leiding over de KFOR-vredesmacht in Kosovo, met hoofdkwartieren in Pristina en Skopje; aar bevestigde het legerkorps haar leidinggevende capaciteiten in een internationale context. Op voorstel van de Franse president Jacques Chirac in februari 2004 heeft vanaf augustus 2004 het Eurocorps de leiding over de International Security Assistance Force (ISAF) in Afghanistan.

De ter beschikking staande eenheden van het Eurocorps zijn:

  • Frans-Duitse brigade (Müllheim, Duitsland)
  • L'Etat-Major de Force 2 (Nantes, Frankrijk)
  • 10 (GE) Pantserdivisie (Sigmaringen, Duitsland)
  • 1 (BE) Gemechaniseerde Divisie (Evere, België)
  • LU Verkenningscompagnie (Diekirch, Luxemburg)
  • 1 (SP) Gemechaniseerde Divisie (Burgos, Spanje)
Boek over het Eurocorps.

Op 1 april 2009 is in Straatsburg het boek ‘L'Eurocorps et l'Europe de la Défense’ (Editions Hirle, ISBN 9782914729741, € 30,00) gepresenteerd. Het boek van 200 pagina’s is geschreven door de Franse journalist Raymond Couraud, werkzaam bij de krant L’Alsace. In 1994 publiceerde Couraud ook al het boek ‘Le Corps européen. Une force pour l'Europe’.

Het voorwoord is geschreven door Javier Solana, de hoogste vertegenwoordiger voor de Gemeenschappelijke Buitenlandse en Veiligheidspolitiek en Secretaris Generaal van de Raad van de Europese Unie.

Terug naar Boven

 

EVALUATIEVE VAARDIGHEDEN

Een van de vijf vaardigheden zoals die worden beschreven op en gehanteerd vanaf de Instructiekaart 2-1250 (IK 2-1250), bijgenaamd “de witte kaart”.

Deze IK is een uitreikstuk in het kader van de leiderschapstraining en –vorming (LTV) ten behoeve van de leidinggevende, zowel in opleiding op de Koninklijke Militaire School als daarna.

Een evaluatie houd je onmiddellijk of enige tijd na een actie. Een evaluatie moet je alleen houden als je met de resultaten van de evaluatie iets wil doen (lessons learned). Evalueren om het evalueren heeft geen enkel nut en belang.

Evalueren doe je om het proces (aard en volgorde van de gang van zaken) cq. het product (resultaat van de gang van zaken) te beoordelen. Dit is de reden waarom deze respectievelijk procesevaluatie en productevaluatie worden genoemd.

De bekendste vormen van evalueren binnen de Koninklijke Landmacht zijn die na een instructie dan wel na een (gevechts)actie.

Evalueren betekent:

  • laat de ander vertellen hoe het ging
  • vraag wat effectief was (waarom?) 
  • vraag wat men de volgende keer anders zou doen (waarom?)
  • wat is de leerwinst uit deze evaluatie
  • geef – in beperkte mate – tips en tools

Evalueren vergt een degelijke voorbereiding. Geef tevoren aan wat je wil bespreken. De evaluatie zelf moet eenhoofdig geleid worden en iedereen moet zijn/haar mening durven en kunnen geven, ook de zgn. 'grijze muizen'. Iedereen is er bij gebaat dat er eerlijke in plaats van diplomatieke antwoorden worden gegeven. Baken tevoren duidelijke doelen én evt. een einddoel af en vat na afloop de evaluatie kort en bondig samen. Tot slot kunnen, indien nodig, goede afpraken worden gemaakt.

Terug naar Boven

 

EVERY SOLDIER A RIFLEMAN

Betekenis: “Iedere militair een geweerschutter”.

Ook door de Koninklijke Landmacht gehuldigde zegswijze, waarin overdrachtelijk tot uitdrukking komt dat elke militair, ongeacht of hij deel uitmaakt van een gevechts-, gevechtssteun- of gevechtsverzorgingssteuneenheid, het ‘groene’ vakgebied dient te beheersen.

Het ‘groene’ houdt in dat, ondanks of juist dankzij de toename van Peace Support Operations, elke militair zijn militaire basisvaardigheden én overige individuele skills en drills dient te kennen en kunnen om in een inzetgebied zichzelf en zijn eenheid te kunnen verdedigen “als de poep de ventilator raakt” (“when the shit hits the fan”), juist ook op compagnies- en bataljonsniveau bij gevechts(verzorgings)steuneenheden.

Het credo is van origine van het U.S. Marine Corps: “Every marine a rifleman”. In 2003 is de slogan overgenomen door generaal Peter Schoomaker, toentertijd de Chief of Staff van de U.S. Army. In Nederland is de populaire uitdrukking geïntroduceerd door generaal Peter van Uhm, de Commandant Landstrijdkrachten (CLAS).

Zie ook: Als de poep de ventilator raakt en Overige Operationele Taken (OOT)

Terug naar Boven

 

E.W.A.B.M.-METHODE

Met name sluipschutters werken volgens de E.W.A.B.M.-methode:

E

Elevatie

Afstand tot het doel

In meters

W

Windcorrectie

In klikken naar links of rechts

Met breedte-instelling

A

Aanduiden

Aanduiden van het doel door de waarnemer

In klare taal

B

Bevestigen

Bevestigen van het aangeduide doel door de schutter

Volgens klokmethode

M

Moment van vuren

Moment van vuren bepalen door de waarnemer

Vuren indien gereed

Zie ook: sluipschutter.

Terug naar Boven

 

EXERCITIE

Meervoud: exercities, exercitiën. Afgeleid van het Latijnse woord “exercitio” (oefening).

Oefening, met of zonder wapen (geweer, karabijn, pistool of sabel), waarbij op geleide van waarschuwings- en uitvoeringscommando’s gelijktijdig bewegingen worden gemaakt.

De voorschriften over de bewegingen, handgrepen, posities e.d. zijn vervat in exercitiereglementen. Het doel van exercitie is de militair, zowel individueel als in een collectief, ordelijk, op gelijke wijze en op hetzelfde moment te leren uitvoeren van oefeningen om een zo groot mogelijke uniformiteit te verkrijgen. Hierdoor kunnen ook tijdens het gevecht de juiste handelingen direct worden uitgevoerd.

Exerceren was al gemeen in gebruik bij de Griekse en Romeinse legerscharen, maar sinds de 17de eeuw maakt exercitie een vast deel uit van het militaire leven. In 1590 haalde Maurits van Nassau de exercitie voor de infanterie van het Staatse leger uit de vergetelheid (specifiek uit het boek ‘De Re Militari’ van de Romein Publius Flavius Vegetius Renatus), waarmee een einde kwam aan zowel het opstellen in veel te grote formaties als aan een stagnatie van de infanterietactiek.

Afbeelding uit de 'Wapenhandelinghe' van Jacob de Gheyn (1607).

Door snelle wisselingen van vooral kleinere en daardoor zeer beweeglijke formaties – zowel naast elkaar (gelid) als achter elkaar (rot) – werd een betere controle over het afgeven van vuursalvo’s verkregen, waardoor de vuurkracht werd gemaximaliseerd.

De ingevoerde exercitieoefeningen en het daarover opgestelde reglement (Exercitio Mauritiana) komen allen aan bod in het boek Wapenhandelinghe van roers, musquetten ende siessen. Achtervolgende de ordre van Syn Excellentie Maurits, Prince van Orangie, Grave van Nassau etc. Gouverneur ende Capiteyn Generael over Gelderlandt, Hollandt, Zeelandt, Utrecht, Overyssel etc. van Jacob de Gheyn (1607).

De exerceerkunst nam een hoge vlucht met de instelling van de staande legers.

Vanaf het einde van de 17de eeuw werd zij niet meer alleen als een voorbereiding tot de oorlog beschouwd maar ook als een middel om de vorstelijke macht bij vreedzame tonelen in haar meest schitterende glans te tonen (aldus H.M.F. Landolt).

De verbeterde discipline van en controle over de soldaten wordt heden ten dage nog tot uitvoering gebracht in vele vormen van militair ceremonieel tijdens demonstraties, evenementen en manifestaties, zoals het appèl, ereafzetting, -couloir en -escorte, defilé, de (ere)groet, marcheren, de parade, present melden en de vaandelwacht.

Voorbeeld van exercitie: aangetreden troepen van het Regiment Grenadiers en Jagers, gehuisvest in de Oranjekazerne in Den Haag bij een bezoek van Z.K.H. Prins Bernhard in 1903.

Door te exerceren raakt de militair eraan gewend onmiddellijk te doen wat wordt bevolen. Exercitie wordt niet voor niets van oudsher gezien als een tuchtmiddel bij uitnemendheid dat het gevoel voor ondergeschiktheid en saamhorigheid voedt. Exercitie is een beproefd psychologisch middel om militaire gehoorzaamheid en tucht te verdiepen.

Voorheen stond de exercitie beschreven in het Exercitiereglement (Voorschrift 2-1592), sinds 2005 is er een krijgsmachtbrede exercitie die wordt vermeld in de ‘Exercitie voor de krijgsmacht (Defensie Publicatie 20-20). Hierop is sinds 1 februari 2007 een herziene versie van kracht. Te doen gebruikelijk wordt exercitie beoefend op het exercitieterrein van de kazerne, in de regel de appèlplaats.

Download hier de herziene versie van de exercitie zoals die sinds 1 februari 2007 van kracht is. Bron: Landmacht, mei 2007 (549 kB)

Terug naar Boven

 

EXFILTRatie

Afkorting: exfil. Exfiltreren betekent niets anders dan dat personeel of eenheden, zonder te voren gemaakte planning, uit een gebied proberen te verdwijnen dat wordt gecontroleerd door de vijand.

Bedoeling is dat personeel of eenheden heelhuids terugkeren vanuit een zgn. 'point of exit' naar de voorste lijn eigen troepen van het door eigen troepen of eenheden gecontroleerd gebied (Area of Operations). Exfiltreren betekent op jezelf aangewezen zijn en dat je in staat moet zijn om te overleven, want natuurlijk moet primair onderkenning door de vijand (vijandcontact) worden voorkomen!

Fasen van de exfiltratie:
  • vaststellen afgesneden van eigen troepen
  • voorbereiden exfiltratie
  • verplaatsing richting eigen troepen
  • verblijven in schuilbivak (overdag)
  • contact maken met eigen troepen

Het vaststellen van het gegeven afgesneden te zijn van eigen troepen, kan doordat personeel krijgsgevangen is gemaakt, door (afwezigheid van) radioverkeer, door visuele vaststelling of na infiltratie.

Voorbereiding exfiltratie:

  • onbruikbaar maken van essentieel materieel dat moet achterblijven (voertuigen, verbindingsmiddelen, wapens en munitie, optiek, documenten en bevelen, niet voor exfiltratie geselecteerde uitrusting)

Selecteren van voor exfiltratie benodigde uitrusting:

  • persoonlijk wapen en munitie
  • verbindigsmiddel
  • GPS, kaart en kompas
  • PGU
  • eten en drinken

Na het verplaatsen naar een gedekte locatie, wordt deze locatie rondom betrokken (rondombeveiliging). Vervolgens wordt een exfiltratieplan gemaakt - zie OTVOEM - waarbij in elk geval de volgende punten in aanmerking moeten worden genomen:

  • verplaatsingsroute (richting en globale route)
  • wijze van verplaatsen
  • locaties schuilbivak
  • (laatste) verzamelpunten
  • hoe te handelen bij vijandcontact
  • hoe te handelen als de groep uit elkaar valt
  • hoe te handelen op het verzamelpunt (codewoord, rondombeveiliging)
  • hoe te handelen indien er gewonden vallen
  • taakverdeling van de groepsleden
  • contingency plan (what if-scenario)

Na het OTVOEM'en kan de route gepland worden, waarbij rekening gehouden moet worden met:

  • plan een aanvangspunt (APT)
  • géén verplaatsing over verharde of goed begaanbare wegen
  • vermijd open terrein
  • vermijd bebouwing en oorden
  • vermijd vee
  • vermijd militaire installaties en andere lonende doelen dan wel vuurtrekkende objecten
  • maak zo min mogelijk sporen (sporendiscipline, geluids-, licht- en sporendiscipline)
  • plan zoveel mogelijk verzamelpunten, zo veel mogelijk parallel aan de verplaatsingsroute
  • plan een eindpunt (EPT)
  • maak bij het verplaatsen gebruik van oriëntatiepunten (waterlopen, hoogspanningsmasten, spoorlijnen e.d.), m.n. snijpunten van markante terreinkenmerken
  • plan een alternatieve route (plan B)
  • teken nooit routes en locaties op de kaart in

Iedereen in de groep moet minimaal op de hoogte zijn van de globale verplaatsingsroute (richting en markante terreinkenmerken), het eerste verzamelpunt en het eindpunt.

Bij het verplaatsen moet rekening worden gehouden met:

  • bij duisternis dan wel dichte mist
  • afhankelijk van de 'omgevingsdrukte'
  • in enkele colonne/colonne met enen
  • maak, ook in beboste gebieden, zo min mogelijk gebruik van paden en lanen
  • voorkom spoorvorming
  • in open terrein snel verplaatsen (5 km per uur)
  • in dicht terrein langzaam verplaatsen (2 km per uur)
  • gemiddelde verplaatsingssnelheid: ± 60 meter per minuut
  • houd regelmatig luisterstops (rondom betrekken, terreinoriëntatie uitvoeren, vijandelijke bewegingen spotten, rust houden)

Bij het verplaatsen moet vijandcontact worden vermeden. Ben zéér terughoudend, indien vijandcontact onvermijdelijk is (houd het doel van de exfiltratie - terugkeer naar eigen troepen - voor ogen) agressief optreden en wegwezen.

Overdag, in elk geval indien het licht is, wordt een schuilbivak betrokken. Een schuilbivak is een gedekte locatie waar de groep zich schuilhoudt om ontdekking door de vijand te voorkomen. De eisen van een schuilbivak zijn:

  • zichtdekking en gedekt tegen waarneming vanuit de lucht
  • comfort is géén eis
  • zo veel mogelijk in de buurt van (drink- en/of was)water
  • niet in de directe omgeving van open terrein, bebouwing en oorden, vee, militaire installaties en andere lonende doelen dan wel vuurtrekkende objecten
  • plan minimaal één uitwijkmogelijkheid

Het verkennen van een schuilbivak gebeurt als volgt:

  • locatie schuilbivak en minimaal één uitwijkmogelijkheid verkennen
  • verkennen door zorg van commandant + extra man
  • minimaal 1 uur voor aanbreken ochtendgloren (ENAS)
  • contingency plan (what if-scenario)
  • op locatie schuilbivak blijft extra man achter
  • commandant haalt groep op
  • ver plaatsen naar locatie schuilbivak volgens 'vishaak'-principe

Het betrekken van én verblijven in een schuilbivak gebeurt als volgt:

  • wacht met inrichten van het schuilbivak tot het ochtendgloren
  • rondom betrekken vanuit de beweging
  • houd rekening met nabijbeveiliging, sporendiscipline en camoufleren
  • commandant geeft bevel met daarin terreinoriëntatie, uitwijkpunt, wachtregeling, wat te doen bij vijandcontact, eten en rust (alle actie gedekt)

Alles gebeurt in het schuilbivak, zelfs plassen en poepen. Maak daarom zo min mogelijk beweging, zorg voor geluids-, licht- en sporendiscipline, maak géén vuur, rook niet. 

Op enig moment wordt het schuilbivak verlaten:

  • vóór het verlaten geeft de commandant het bevel voor de komende verplaatsing
  • verplaatsingsgereed maken
  • sporen wissen (géén afval laten liggen)
  • verlaten bij duisternis volgens 'dogleg'-principe (misleiding vijand)

Het contact maken met de eigen troepen kan niet gepland maar ook gepland plaatsvinden:

  • maak evt. gebruik van de gevechtsveldnoodfrequentie
  • bij aanvang ochtendgloren (ENAS)
  • evt. op afgesproken locatie
  • evt. volgens afgesproken procedure
  • neem een passieve houding aan (gebruik een witte vlag)
  • werk mee
  • gevolg is behandeling als krijgsgevangene

De tips en tools met betrekking tot exfiltreren:

  • houd je altijd aan de procedures
  • beschouw iedereen als vijand, ook burgers en kinderen
  • blijf te allen tijde onopgemerkt
  • verplaats alleen bij duisternis
  • houd bij elke operationele inzet rekening met het afgesneden raken van eigen troepen

Zorg ervoor dat je in verband met het afgesneden raken van eigen troepen altijd minimaal bij je hebt:

  • kaart van het operatiegebied (Area of Operations)
  • kompas
  • wapens en munitie
  • klasse I (m.n. water)
  • zaklamp
  • zakmes

Neem daarentegen nooit informatie mee over privé-gegevens en militaire gegevens waarvan het niet noodzakelijk is dat die op de man zijn.

Zie ook: infiltratie en parcours militair.

Terug naar Boven

 

EXIT-STRATEGIE

Ook genaamd: evacuatiestrategie.

Strategie die in voorkomend geval zal worden gehanteerd indien het land(sdeel) waar een militaire missie wordt uitgevoerd dient te worden verlaten. Het verlaten van zo'n missiegebied kan in geval van calamiteiten noodzakelijk zijn, bijvoorbeeld omdat de aanwezige militairen:

een te lichte bewapening hebben om geweld tegen lokale/regionale strijdkrachten te weerstaan

 

een mandaat hebben dat geen rekening houdt met het robuust aanwenden van geweld

In het Nederlandse geval maakt de exit-strategy deel uit van het herziene Toetsingskader 2001, een puntenlijst voor de besluitvorming over missies die onder andere de veiligheidsrisico behandeld welke met een missie gemoeid zijn. Daarbij worden op grond van een risicoanalyse in detail plannen voorbereid - nationaal of in multinationaal verband, bijvoorbeeld met de Amerikanen of Britten - voor het geval zich calamiteiten voordoen (contingency planning) en, afhankelijk van de aard van de operatie, om eenheden en individuele militairen te ontzetten (extraction).

Het verlaten van een missiegebied in het kader van een exit-strategy zal plaatshebben via een of meerdere zgn. Points of Exit, meestal vliegvelden en/of havens.

In zijn algemeenheid behoort de exit-strategy tot de Active Defence (actieve verdediging) van de Force Protection van de eigen troepen in een missiegebied.

Overigens bestaat er, parallel aan een exit-strategy, niet zoiets als een entry-strategie. Toch wordt de kreet "No entry, without exit" tegenwoordig alom geaccepteerd als maatgevend.

Terug naar Boven

 

EXPLOIT

De nieuwe, vierde kerntaak van het gevecht naast de klassieke drie: find (vinden), fix (binden) en strike (slaan). De vier kerntaken zijn concurrerend en complementair: zij zijn gelijkwaardig en vullen elkaar aan.

Exploit – het uitbuiten of uitnutten van de vijand - is een kerntaak die als doel heeft om op elk moment maximaal te profiteren van een ontstane situatie, m.a.w. uit een ontstane situatie zoveel mogelijk voordeel te halen. In elke operatie doen zich immers mogelijkheden voor waardoor find, fix en strike aanmerkelijk kunnen worden vereenvoudigd.

Elke gunstige mogelijkheid moet worden uitgebuit, zowel onvoorzien gunstige omstandigheden als kansen die ontstaan door de effecten van het eigen optreden. Hierbij gaat het erom tijdig, op eigen initiatief (d.w.z met vrijheid van handelen voor ondercommandanten) en offensief (of op zijn minst agressief) de strijd aan te gaan, waarbij de vijand verliezen worden toegebracht. Voorbeelden hiervan zijn een doorbraak of het vermeesteren van een aanvalsdoel.

Zie ook: find (vinden), fix (binden) en strike (slaan).

Terug naar Boven

 

EXPLOSIEVE OPRUIMINGSCOMMANDO KL

Logo van de Explosieven Opruimings Dienst (EOD) van de Koninklijke Landmacht

Afgekort: EOCKL.

Overkoepelende krijgsmachtorganisatie van het verkennen, opsporen (detecteren en lokaliseren) en ruimen (benaderen, veiligstellen, afvoeren of vernietigen) van explosieven.

Onder explosieven worden gerekend artilleriemunitie, (diepte)bommen, elektrische ontstekingsinrichtingen, (on)geleide projectielen, gevechtsladingen, inrichtingen in werking gesteld door patronen en stuwstoffen, mijnen, mortiermunitie, munitie voor kleinkaliberwapens, (niet-)pyrotechnische vuurwerken, torpedo's en vernielingsladingen.

Het EOCKL, dat valt onder het Nationaal Commando (NATCO) in Gouda, coördineert alle verzoeken tot ruiming, stelt prioriteiten vast en schakelt - afgestemd op de politieregio's – de meest in aanmerking komende uitvoerende tak in:

Explosieven Opruimings Dienst

(EOD-Koninklijke Landmacht)

Sergeant-majoor Scheickkazerne
Culemborg

rest van Nederland;

geïmproviseerde explosieven (I.E.D.'s);

op alle landmachtonderdelen

 

Explosieven Opruimings Dienst

(EOD-Koninklijke Luchtmacht)

Vliegbasis Gilze-Rijen

Zeeland en Brabant;

op alle luchtmachtonderdelen

 

Duik- en Demonteergroep

(DDG-Koninklijke Marine)

Marinekazerne Erfprins Den Helder

Waddeneilanden, Friesland en Noord-Holland;

munitie o p zee of onder water ;

op alle marineonderdelen

Het EOCKL is dus belast met het:

adviseren van de politie en overheid met betrekking tot zijn taken

bergen van vliegtuigwrakken, vaak i.s.m. de Bergings- en Identificatie Dienst van de Koninklijke Landmacht (BIDKL) i.v.m. de aanwezigheid van stoffelijke overschotten

opruimen van (vermoedelijke) geïmproviseerde explosieven

opruimen van oorlogstuig en (vermoedelijke) conventionele explosieven

De onderofficier bij het EOCKL volgt een munitietechniek-opleiding van 12 maanden aan de School Technische Dienst van het Opleidingscentrum Logistiek (OCLOG), draait vervolgens een startfunctie bij het Munitiebedrijf, volgt aanvullende EOD-opleiding – onder andere in wet- en regelgeving over opslag en vervoer van ontplofbare stoffen – en kan pas dan als assistent-opruimer explosieven bij het EOCKL worden ingezet. Na ± 5 jaar is de assistent zover geschoold en getraind in de praktijk dat hij als ploegcommandant kan optreden. Het EOCKL telt 24 EOD-ploegen, in totaal ± 70 mensen.

Het EOCKL ontstond in 1944 doordat het (deels) bevrijde Nederland bezaaid lag met ongesprongen mijnen en bommen. Speciaal hiervoor werd de Mijn- en Munitie Opruimingsdienst opgericht, welke feitelijk een vervolg was op de Sectie Bom Opklaring. In de jaren ‘70 werd Nederland opgeschrikt door gewelddadige acties van Zuid-Molukse jongeren en de extremistische Rode Jeugd (zelfgemaakte bommen). Vanaf de jaren '90 neemt het EOCKL deel aan vredesoperaties (mijnenruimoperaties) en in het begin van de 21 ste eeuw werd het werkterrein ook nog uitgebreid naar de gevolgen van de strijd tegen het internationale terrorisme.

Links een berg reeds tot ontploffing gebrachte munitie, links het omslag van ‘De geschiedenis van het EOCKL en zijn voorgangers, 1944-2004'

Sinds 1998 is het opsporen van (ongesprongen) munitie(restanten) niet alleen meer voorbehouden aan de krijgsmacht, maar het EOCKL is als enige verantwoordelijkheid voor het ruimen. Ook commerciële ondernemingen speuren sindsdien de Nederlandse grond af. Tegenwoordig ligt het aantal meldingen op jaarbasis tussen 2.200 en 2.500.

Op 5 november 2004 werd het 60-jarig bestaan van het EOCKL en zijn voorgangers gevierd, ter gelegenheid waarvan ‘De geschiedenis van het EOCKL en zijn voorgangers, 1944-2004' (ISBN 9053529977, € 37,50) verscheen.

Gegevens EOCKL:

Adresgegevens

Sergeant-majoor Scheickkazerne, Culemborg

Emaileod@army.dnet.mindef.nl
Meldingsbureau0800-0230494 (gratis en 24 uur per dag bereikbaar)

Let op!!!

In dit verband zal, volgens artikel 188 van het Wetboek van Strafrecht, het doen van een valse aangifte over de aanwezigheid van onontplofte munitie, leiden tot een gevangenisstraf van maximaal 1 jaar of een geldboete van € 4537,80. Daarnaast zullen bij een valse aangifte en een ten onrechte gestarte verkenning door het EOCKL de kosten op de dader worden verhaald.

Zie ook: Ammunition awareness, B.M.W. en Sergeant-majoor Scheickkazerne.

Terug naar Boven

 

EXPLOSIVELY FORMED PENETRATOR

Ook genaamd: Explosively Formed Projectile. Afgekort: EFP.

Speciaal type improvised explosive device (IED) dat door verzetsgroepen in met name Afghanistan en Irak, wordt gebruikt om gepantserde doelen te bestrijden.

De zeer krachtige EFP’s werden voor het eerst ontwikkeld door de Britten tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het gevaar van een EFP is een holle lading die bij detonatie met een snelheid van vele malen Mach haar penetratievermogen behoudt of zelfs vergroot en dodelijke schade aanricht.

Het gebruik van deze wapens door het Iraakse verzet vormt een ernstige bedreiging voor de Amerikaanse militairen in Irak in de nasleep van de Tweede Golfoorlog (Operation Iraqi Freedom). In 2007 werd in Kabul (Afghanistan) voor het eerst een EFP gevonden, die 16 kg explosief bevatte en van 1 km afstand kon worden bediend.

Zie ook: improvised explosive device (IED).

Terug naar Boven

 

EXPLOSIVE REMNANTS OF WAR

Afgekort: ERW.

In het Nederlands: Ontplofbare oorlogsresten.

Explosieven die zijn geproduceerd met het doel te ontploffen, maar ondanks te zijn afgevuurd, gedropt, gelanceerd of gelegd niet zijn ontploft als gevolg van een defect, productiefout of om welke andere reden dan ook. Daarbij kan in de eerste plaats worden gedacht aan niet ontplofte artilleriegranaten, clustermunitie, handgranaten, mortieren, raketten en submunitie die op het slagveld en/of (voormalige) oefenterreinen achterblijven.

Het voortdurende gevaar van ERW’s voor de burgerbevolking, vredesmilitairen, NGO’s en IO’s berokkent tijdens én na militaire conflicten schade aan de woon- en werkomgeving, waardoor de economische wederopbouw en de politieke stabiliteit duurzaam worden gehinderd. Met name landen in het voormalig Warschau Pact, Midden-Oosten, Afrika en Zuidoost-Azië hebben socio-economische nadelen van de aanwezigheid van ERW’s.

Hoewel zowel het ‘Protocol on Explosive Remnants of War’ (5de Protocol van de Conventie van Genève uit 1980) als de ‘Treaty on Explosive Remnants of War’ (2003) aanmoedigen tot het ruimen van ERW’s, is dit gezien de enorme omvang dweilen met de kraan open.

Niet te verwarren met Improvised Explosive Devices (IED's).

Zie ook: UXO.

Terug naar Boven

 

EXTRACTIE

In het Engels: extraction. In het Frans: extraction.

Tegengestelde van insertie. Het exfiltratieproces vanuit een door de tegenpartij beheerst inzetgebied na het uitvoeren van observatie, patrouilles, raid, verkenning e.d., in de regel per transporthelikopter (airmobile), vliegtuig of voertuig (bereden, gemotoriseerd.

Een extractie wordt, gepland of in een noodsituatie, uitgevoerd vanaf een pick-up point (PUP). De extratie kan ook inhouden dat non-combattanten worden ontzet en geëvacueerd vanuit een vijandelijke omgeving; een dergelijke operatie wordt een Non-combattant Evacuation Operation (NEO) genoemd.

Zie ook: exfiltratie, infiltratie en insertie.

Terug naar Boven

 

EYES ON TARGET

Afgekort: EOT.

Onder waarneming houden van een vijandelijk doel. Doelopsporingsmiddel waarmee actuele (real-time) tactische (gevechts)inlichtingen worden gewonnen. De voortgebrachte informatie geeft de hogere commandant het beste beeld van de situational awareness. Zodoende wordt bij daadwerkelijke inzet op het vijandelijk doel de meeste verrassing gegenereerd.

Ondanks hightech opsporingsmiddelen zoals gevechtsveldcontroleradar (Squire) en Unmanned Aerial Vehicles (Sperwer) wordt voor het beste tijdstip om een eenheid in te zetten tegen de vijand doorgaans een beroep gedaan op fysieke (menselijke) waarneming. Er is géén vervanging voor “ogen op het doel”. Eyes on target biedt bijvoorbeeld inzicht in vaste patronen én de afwijkingen daarop bij de vijand, opdat behalve locatie en sterkte van de vijand vooral óók zijn gedragingen inzichtelijk worden gemaakt.

Zie ook: long range reconnaissance patrol (LRRP), pathfinder en situational awareness.

Terug naar Boven

Laatste update:07.06.2010