Inhoudsopgave E
Terug naar de homepage
 

Maak uw keuze uit de hieronder getoonde lijst

 

E = k X a

Wet van Maier. Genoemd naar de Amerikaanse psycholoog Norman Maier (1900-1977).

De formule geeft aan dat het effect (E) het product is van de kwaliteit (K) en de acceptatie (A). De kwaliteit van een advies (afspraak, besluit, inzicht, maatregel, plan, presentatie, procedure, programma e.d.) zegt op zich nog niets.

Wat kwalitatief-inhoudelijk hoogstaand is, sorteert geen enkel effect wanneer de kwaliteit niet wordt herkend door de ontvanger

Wat wordt geaccepteerd door de ontvanger, maar kwalitatief-inhoudelijk weinig of niet hoogstaand is, sorteert eveneens geen enkel effect. Zowel de acceptatie door de ontvanger als de inhoudelijke kwaliteit van de zender zijn derhalve belangrijk.

Terug naar Boven

 

E.A.R.S.

Voluit: Engineering Advanced Reconnaissance and Search. Eenheid van pelotonsgrootte met als hoofdtaken Advanced Search en genieverkenningen.

Logo van het EARS-peloton van 41 Pantsergeniebataljon van 13 Gemechaniseerde Brigade.

Organisatorisch zijn de EARS-pelotons ondergebracht bij:

11 Geniecompagnie Luchtmobiel
(11 Luchtmobiele Brigade)

11 Pantsergeniebataljon
(43 Gemechaniseerde Brigade)

41 Pantsergeniebataljon
(13 Gemechaniseerde Brigade)

Het EARS-peloton, dat onder andere bestaat uit onderwaterverkenners, heeft een andere taakstelling dan de constructieduikers van 105 Geniecompagnie Waterbouw. De genieverkenners uit het EARS-peloton zorgen dat brigade- en bataljonsstaven de juiste informatie krijgen om:

►potentiële doelen te beschermen
►de opponent middelen en mogelijkheden te ontzeggen
►bewijsmateriaal veilig te stellen
►inlichtingen te verzamelen

Vanwege de taakstellingen Advanced Search en genieverkenning is binnen het EARS-peloton een tweedeling aangebracht in genieverkenningsgroepen en Advanced Search Teams (AST). De genieverkenningsgroepen bestaan elk uit twee ploegen die tevoren de noodzakelijke inlichtingen voor een Search-operatie verzamelen. De genieverkenningsgroepen zijn Intermediate Search (IS)-opgeleid en kunnen routes searchen en beveiligen.

Overdag en bij nacht kunnen de duikers covert verkenningen uitvoeren, onder water (subsurface) en op het oppervlaktewater (surface).

De duikcapaciteit kan niet alleen worden ingebracht om Diver Search uit te voeren, maar evengoed voor Hazardous Environmental Search (HES) en Working in Confined Spaces (WICS). De duikers zijn opgenomen in de AST's.

Zie ook: covert en 105 Geniecompagnie Waterbouw (105 Gncie WB).

Terug naar Boven

 

ECOD

Voluit: Expertise Centrum Opleidingskunde Defensie.

Onderdeel van het Land Warfare Centre (LWC), dat in single service management (SSM) is ondergebracht bij het CLAS. Samen met het Land Training Centre (LTC) is het LWC een herinrichting van het onderwijsveld binnen Defensie zoals dit is voortgekomen uit het Opleidings- en Trainingscentrum Operatiën (OTCOpn) dat tegelijkertijd is opgeheven.

Het ECOD is een samenvoeging van de School voor Leidinggeven en Opleidingskunde (SLO) van de KMS (CLAS), de School voor Maritieme Vorming, Bedrijfsvoering en Opleidingskunde (CZSK) en het Didactiek, Militair Leiderschap en Opleidingen Squadron (CLSK).

Het kenniscentrum voor opleidingskunde en didactiek staat onder leiding van een luitenant-kolonel.

Het ECOD ondersteunt Defensiebreed beleidsontwikkeling ten aanzien van Opleiding & Training en het operationaliseren van dit beleid naar producten en diensten. Daarnaast stelt het ECOD, eveneens Defensiebreed, producten en diensten beschikbaar om te voldoen aan de vraag naar O&T-personeel in het kader van evalueren en leren, onder andere instructeurs.

Het aantal contactmomenten met het ECOD is minimaal, waardoor de netto opleidingstijd relatief kort is.

Het ECOD biedt (2013) dertien opleidingen in vier verschillende leerlijnen aan:

► Verzorgen van opleidingen

► Begeleiden van lerenden

► Ontwerpen en ontwikkelen van O&T

► Managen van O&T

De aangeboden opleidingen staan omschreven in kwalificatieprofielen, zijn beroepsgericht en min of meer duaal. Omdat de werkplek de beste leerplek is, is een combinatie van werken en leren ideaal.

Voorwaarden voor het volgen van een leerlijn:

► De leerling heeft de beschikking over een werkplek en krijgt taken die afgestemd zijn op het bereikte niveau.

► Tijdens het leren op de werkplek kan de leerling voor begeleiding terugvallen op een ervaren collega in de rol van praktijkleermeester.

En voorbeeld is de leerlijn 'Verzorgen van opleidingen' met de cursussen 'Praktijkopleider', 'Opleider', 'Senior Opleider' en 'Assessor'. Hierin hebben de twee eerste cursussen dezelfde status als het verouderde praktijkexamen Aanvullende Instructie Bekwaamheid (AIB): onderofficieren aan opleidings- en trainingscentra (OTC'en) dan wel schoolbatajons die beide cursussen met goed gevolg afleggen, zijn gerechtigd tot het dragen van de 'kroon van zilverdraad' (instructeurskroon) als toevoeging op het rangonderscheidingsteken.

Zie ook: instructiebekwaamheid, Koninklijke Militaire School (KMS), Land Training Centre, Land Warfare Centre en Opleiding & Training.

Terug naar Boven

 

EED

Verklaring bij de ceremoniële eedaflegging, waarbij God de Almachtige als getuige wordt aangeroepen.

Het afleggen van de eed vindt plaats conform artikel 126a (Afleggen eed of belofte) van het Algemeen Militair Ambtenaren Reglement (AMAR). De militair, beneden de rang van tweede luitenant, legt zo spoedig mogelijk na aanstelling dan wel voltooiing van de initiële opleiding de eed (of belofte) af:
"Ik zweer (beloof) trouw aan de Koning(in), gehoorzaamheid aan de wetten en onderwerping aan de krijgstucht. Zo waarlijk helpe mij God Almachtig."

Het afleggen van de eed geschiedt bij eenheden die deel uitmaken van een regiment waaraan een vaandel of standaard is toegekend - bijvoorbeeld het Regiment Geneeskundige Troepen - door het vasthouden van vaandel of standaard.

Als nieuw geïntroduceerde beëdigingsformule - voor het eerst beproefd op 3 september 1994 in Seedorf bij 42 Pantserinfanteriebataljon Regiment Limburgse Jagers - geldt dat de beëdigingsautoriteit (commandant van de te beëdigen militairen) eenmaal de formule uitspreekt, waarna de militairen één voor één de bekrachtigingsformule ("Zo waarlijk helpe mij God Almachtig" of "Dat beloof ik") uitspreken.

Bij de eed wordt het vaandel met de linkerhand vastgehouden en van de rechterhand de wijs- en middelvinger opgestoken.

Voor militairen in de rang van tweede luitenant of hoger geldt het ceremonieel na het openen van de ban.

Begin 2008 kwam het afleggen van de eed voor islamitisch personeel in het nieuws. Binnen Defensie mag personeel sinds 1916 de islamitische eed afleggen. Dat heeft te maken met het Koninklijk Nederlands Indisch Leger (KNIL), dat voor een deel uit Indische moslims bestond.

Bij de islamitische variant spreken moslims met de rechterhand op de koran de zin "In naam van Allah, de Barmhartige Erbarmer" uit.

In de film 'Kicks' (Albert ter Heerdt, 2006) legt de Marokkaan Marouan el Karoudi, gespeeld door acteur Mohammed Chaara, de islamitische eed af.

Zie ook: ban.

Terug naar Boven

 

EENHEDEN, FUNCTIONELE INDELING VAN

 

gevechtseenheid

► gemechaniseerde infanterie
► gevechtshelikopters
lichte infanterie
tanks

 

combat unit

unité de combat

gevechtssteuneenheid
(gevechtsondersteunende eenheid

► (luchtdoel)artillerie
CIMIC
elektronische oorlogvoering
genie op het gebied van (contra-)mobiliteit en bescherming
► intelligence, surveillance, target acquisition and reconnaissance (ISTAR)
psychologische operaties
verkenningseenheden

 

combat support (CS) unit

unité d’appui (tactique)

 

gevechtsverzorgingssteuneenheid
(logistieke eenheid)

► administratie
► bevoorrading & transport
► geneeskundige ondersteuning
genie op het gebied van onderhoud/herstel van infrastructuur en nutsvoorzieningen
► onderhoud & herstel

 

combat service support (CSS) unit

unité de soutien au combat

commandovoeringssteuneenheid

► communicatie
► informatiesystemen
inlichtingen
► staf en stafelementen

command support unit

unité de soutien au commandement

Zie ook: logistiek.

Terug naar Boven

 

EENHEDEN, GROOTTE VAN

De Koninklijke Landmacht bestaat uit tal van eenheden van verschillende grootte. Een eenheid is een militair verband dat, wat de administratieve of tactische organisatie betreft, een min of meer afgerond en samenhangend geheel vormt.

In oplopende grootte staan hieronder de belangrijkste eenheden, met daarachter een indicatie van het aantal militairen in zo'n eenheid en de meest voorkomende rang van de commandant van zo'n eenheid:

De groep is de aanduiding voor de kleinste militaire eenheid. Groepscommandant is meestal een onderofficier, vaak in de rang van sergeant of wachtmeester. De leden van een groep vervullen samen een taak. Soms hebben groepen een afwijkende benaming, zoals 'stuksbediening' bij de artillerie. Zie ook escouade en sectie.

Het peloton is de basiseenheid van de Koninklijke Landmacht. De commandant van een peloton (pelotonscommandant of PC) is een (tweede of eerste) luitenant. De Opvolgend Pelotonscommandant is een onderofficier in de rang van sergeant der eerste klasse of sergeant-majoor. Bij opleidingscentra, zoals de KMS, kan de functie van PC ook worden vervuld door een adjudant.

De compagnie is de standaardaanduiding voor een eenheid van 100 tot 250 militairen, die in de regel bestaat uit drie pelotons. De commandant van een compagnie (compagniescommandant of CC) is een kapitein of majoor, maar bijvoorbeeld bij een geneeskundige compagnie een luitenant-kolonel (overste). Andere benamingen voor de compagnie zijn batterij (artillerie) en eskadron (cavalerie).

Het bataljon is de grootste eenheid waarin militairen van één wapen of dienstvak, zoals de infanterie of cavalarie, samenwerken. De commandant van een bataljon (bataljonscommandant of BC) is een luitenant-kolonel (overste). Een andere benaming voor bataljon is afdeling (artillerie). Een bataljon bestaat in de regel uit vier compagnieën, waarvan er één een ondersteuningscompagnie voor de overige compagnieën en bataljonsstaf is. Het bataljon is de laagst geëchelonneerde eenheid die het gevecht van de verbonden wapens kan voeren.

De brigade is de kleinste eenheid die zelfstandig een gevecht kan voeren en daarvoor alle benodigde middelen heeft (vuurkracht, gevechtskracht en logistiek). De Koninklijke Landmacht telt sinds 2006 drie brigades: twee gemechaniseerde (13 en 43) en een Air Manoeuvre Brigade Air Assault. De brigade, die bestaat uit bataljons en zelfstandige compagnieën, heeft voldoende logistiek vermogen (gevechtssteunverzorgingseenheden) om enige tijd zelfstandig te kunnen opereren. 13 Gemechaniseerde Brigade is eind 2014 omgevormd naar 13 Lichte Brigade.

De divisie is een militaire eenheid van 10.000 tot 15.000 man. Nederland had één divisie, 1 Divisie "7 December", die in naamgeving overging in het Operationeel Commando (OPCO) "7 December". Het hoofdkwartier van het OPCO is in Apeldoorn.

Het legerkorps is de aanduiding voor een zeer grote militaire eenheid, in de regel ± 45.000 militairen. Nederland, dat geen zelfstandig legerkorps meer voert sinds de opheffing van het 1ste Legerkorps (1 LK), runt samen met Duitsland 1 GNC: 1ste German-Netherlands Corps. Het hoofdkwartier van 1 GNC is gevestigd in het Duitse Münster.

Groep4 à 10sergeant
Peloton20 à 40luitenant
Compagnie100 à 250kapitein, majoor of luitenant-kolonel
Bataljon400 à 800luitenant-kolonel
Brigade2.500 à 3.500brigade-generaal
Divisie10.000 à 15.000generaal-majoor
Legerkorps40.000 à 60.000luitenant-generaal

Terug naar Boven

 

EENHEIDSTEKENS

Tekens die het soort militaire eenheid weergeven:

Genie

Geneeskundig

Infanterie

Luchtmobiel

Pantsergenie

Pantserinfanterie

Tankeenheid

Veldartillerie

Verbindingen

Verkenningseenheid

In combinatie met groottetekens kunnen eenheidsaanduidingen worden gemaakt, zoals:

Dit is de eenheidsaanduiding van 12 Infanteriebataljon Luchtmobiel uit Nederland.

Terug naar Boven

 

EENHEID VAN INSPANNING

Einheitlichkeit des Handelns; gemeinsames Handeln.
unity of effort.
unité d'effort.

Een van de grondbeginselen van militaire operaties. Deze grondbeginselen bepalen onder andere de conceptuele component van militair vermogen:

behoud van moreel

beveiliging

concentratie

doelgerichtheid

economisch gebruik van middelen

eenheid van inspanning

eenvoud

flexibiliteit

initiatief

offensief handelen

verrassing

voortzettingsvermogen

Alle middelen en inspanningen die nodig zijn worden op elkaar afgesteld om hetzelfde doel te bereiken (synergie). Een­heid van inspanning geeft controle over de situatie: om een goede afloop van een militaire operatie af te dwingen is eenheid van inspanning voorwaardelijk. Eenheid van inspanning vergemakkelijkt de coördinatie, en vice versa.

Door eenheid van inspanning is de commandant in staat alle beschikbare militaire capaciteit (gevechtskracht) efficiënt in te zetten om zijn doel te bereiken en tegelijkertijd zijn kwetsbaarheid te verminderen. Daarnaast beïnvloedt samenhangend optreden positief het moreel en de geloofwaardigheid van eigen troepen en daarmee, negatief, de wil van de opponent om de strijd voort te zetten.

Eenheid van inspanning wordt steeds belangrijker, omdat steeds frequenter – ook niet-militaire – actoren (combined, interagency, joint) en effectbrengers het militair vermogen en dus het militair optreden beïnvloeden.

Een goede invulling van opdrachtgerichte commandovoering – waarbij de oogmerken van twee niveaus hoger dan het eigen niveau (1 UP en 2 UP) als uitgangspunt worden genomen – garandeert de eenheid van inspanning en maximaliseert de vrijheid van handelen van ondercommandanten.

Evenwicht tussen eenheid van opvatting en vrijheid van handelen is vereist. Om dit te bereiken zijn onder andere noodzakelijk:

►afbakening van taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden

►afstemming en integratie met andere actoren en effectbrengers (synchronisatie)

►correct op elkaar afgestemde procedures, skills en drills

►eenheid van opvatting (doelbepaling, denken in effecten)

►zo goed mogelijke planning en voorbereiding, zodat onbekende factoren en risico’s worden geminimaliseerd en – na intelligente aanpassing - worden uitgevoerd

►zorgvuldige communicatie

Terug naar Boven

 

EENHEID VAN OPVATTING

unity of thought.

Doctrine leidt tot eenheid van opvatting, effectieve communicatie door gebruikmaking van een eenduidige terminologie (onder andere: begrippenkader) en een hoog niveau van training.

Zie ook: doctrine.

Terug naar Boven

 

EERSTE OEFENING

De zgn. "inlijving voor eerste oefening" betekende dat alle dienstplichtigen die niet waren uitgesloten, voorgoed ongeschikt verklaard of waren ontslagen van dienstplicht, in de krijgsmacht werden ingelijfd.

Voor gewoon dienstplichtigen viel dit tijdstip samen met de opkomst in werkelijke dienst, m.a.w. de parate diensttijd.

In bepaalde gevallen kon uitstel van eerste oefening worden verleend, in de regel wegens studie; in geval van principiële bezwaren was er de mogelijkheid tot vervangende dienstplicht.

Gewoon dienstplichtigen moesten ook opkomen voor herhalingsoefeningen en in geval van oorlog, oorlogsgevaar of andere buitengewone omstandigheden.

In de jaren 1946-'49 werden dienstplichtigen, bestemd voor 1 Divisie, tijdens hun eerste oefening verplicht uitgezonden naar Nederlands-Indië.

Na de eerste oefening werd aan de dienstplichtigen eerst Klein Verlof verleend: een periode van enkele maanden dat ze nog onder het gezag van de eenheid stonden waar ze waren afgezwaaid.

Vervolgens werd aan hen Groot Verlof verleend en waren ze, nog tot de leeftijd die in de Dienstplichtwet voor hun rang was bepaald, verplicht reservist. Afhankelijk van de rang was dit 35, 40 of 45 jaar.

De dienstplichtigen met zowel Klein als Groot Verlof waren mobilisabel en zouden in tijd van crisis en oorlog worden opgeroepen en aan de sterkte van de Koninklijke Landmacht worden toegevoegd.

Zie ook: dienstplicht.

Terug naar Boven

 

EFFECT

outcome.

Denken in effecten gaat over de mate waarin het gewenste effect wordt gebracht (beoogde doel wordt bereikt, de goede dingen worden gedaan).

Bij elke militaire operatie gaat het om het te bereiken effect: het resultaat. Een synoniem voor denken in effecten is: resultaatgericht denken.

Effectief

Efficiënt

Doeltreffend

Doelmatig

Het eindproduct telt, ongeacht de manier waarop het doel wordt bereikt.

Het gehele proces telt, liefst op een manier die weinig middelen of inspanningen vergt.

Het gewenste effect is:

■ gesynchroniseerd
■ in verhouding
■ op maat

Het maximale effect wordt behaald door het beïnvloeden van vijandelijke targets (doelen). Een vijandelijke target kan worden beïnvloed door het inzetten van eigen middelen en instrumenten (capaciteit).

In het doelbestrijdingsproces (targeting) wordt bepaald welke targets met prioriteit moeten worden aangegrepen en welke in het operatiegebied aanwezige capaciteit hiervoor kan worden ingezet.
 
De capaciteit wordt onderverdeeld in:

DENKEN IN EFFECTEN

EBAO*

effectenmeters

sensors

effectenbrengers

shooters**

effectenondersteuners

enablers

 

 

* Effects-Based Approach to Operations.

** Shooters zijn alle elementen die een effect kunnen sorteren, niet alleen munitieverschietende - lethale - uitrustingsstukken.

Deze effectenmeters, -brengers en -ondersteuners worden gecoördineerd, gesynchroniseerd en geïntegreerd ingezet; vervolgens wordt de inzet van de effectenmeters, -brengers en -ondersteuners gevolgd en, indien nodig, bijgestuurd.

Sensor

Shooters

Enabler

Effectenmeter

Effectenbrenger

Effectenondersteuner

Vinden

Binden
Slaan
Uitbuiten

Vinden
Binden
Slaan
Uitbuiten

Inlichtingenproces.

Orgaan dat waarneemt om aan een operationele informatie- of inlichtingenbehoefte te voldoen.

Onderscheiden in:

passieve sensoren, zoals akoestische sensoren, camera's, nachtzichtapparatuur, portable sensoren, radarsystemen en Unmanned Aerial Systems.

actieve sensoren: militairen van verkenningseenheden,
Special Forces e.d.

Doelbestrijdingsproces.

Lethale of non-lethale slagkracht om met succes een gewenst effect tot stand te brengen met het doel een dreiging te neutraliseren (slaan).

Hierbij is het van belang toe te slaan waar de effectenbrenger het grootste effect heeft: het meest kwetsbare punt.

Onderscheiden in:

lethale slagkracht, zoals
vuurkracht en vuursteun.

non-lethale slagkracht: mogelijkheden om de perceptie - denkproces, gedachtegoed, gedragspatroon, houding e.d. - te beïnvloeden.

Vaak proberen meerdere effectenbrengers eenzelfde dreiging te neutraliseren.

Voorbeelden:

■ bemenste wapens (schepen, tanks, vliegtuigen)
■ bewapende mensen (militairen, eenheden)
■ onbemande systemen met wapens

Ondersteunende capaciteit die
tijdelijk en plaatselijk
noodzakelijk is voor de uitvoering van een opdracht om een bepaald effect te bereiken.

Voorbeelden:

■ genisten
■ logistiek personeel (o.a. geneeskundig personeel)
■ technisch personeel

In uitgebreidere zin:
nichecapaciteit.

Terug naar Boven

 

EFFECTS-BASED OPERATION

Afgekort: EBO.

Actueler: Effects-Based Approach to Operations (EBAO).

Nederlands: effectgebaseerde aanpak; denken in effecten.

De NAVO-definitie van EBAO luidt:

"A coherent and comprehensive application of the various instruments of the Allied Command and co-operation with all involved non-NATO actors, in order to create the effects."

"Een samenhangende en uitgebreide toepassing van de verschillende instrumenten van het Allied Command en de samenwerking met alle betrokken niet-NAVO-spelers om effecten te creëren."

De effectgebaseerde aanpak betekent dat álle diplomatieke, informatieve, militaire en economische (DIME) capaciteiten op alle niveaus en op verschillende gebieden gecoördineerd kunnen worden ingezet om het beoogde effect in het operatiegebied te bereiken.

In alle fases - voorbereiding, uitvoering en evaluatie - moeten onafgebroken de gevolgen van acties en bereikte effecten worden gemeten.

Wanneer wordt geconstateerd dat het gewenste effect niet is of kan worden gerealiseerd dan wel dat het gerealiseerde effect niet leidt tot het bereiken van de uiteindelijk doelstelling, dan moet het oorspronkelijke plan worden bijgesteld.

Maatschappij en politiek wensen steeds meer dat militaire inzet in een zo kort mogelijke tijd een positief effect sorteert. De steeds nauwere relatie tussen de factoren tijd en succes onderstreept het toenemende belang om het beoogde effect van een operatie centraal te stellen. Tezelfdertijd wordt almaar meer waarde gehecht aan het vermijden van slachtoffers aan eigen zijde en onder de burgerbevolking en van schade (collateral damage) aan de maatschappelijke voorzieningen in het operatiegebied.

Zie ook: 3D-doctrine, comprehensive approac, denken in effecten, DIME, effect en three block war.

Terug naar Boven

 

EGELSTELLING

Igelstellung.
hedgehog position.
défense en hérisson.

Synoniem: rondomverdediging.

Stelling die geheel door de vijand is ingesloten, maar naar alle open zijden wordt verdedigd.

De benaming dateert uit de Middeleeuwen (14e en 15e eeuw): als militairen te voet door militairen te paard werden aangevallen, gingen de infanteristen in een egelstelling staan. Iedereen stond in een rondomverdediging bijeen, met het gezicht naar de buitenzijde en de hellebaarden, pieken en speren in de aanslag. De wapens staken naar alle kanten uit, zoals de stekels van de egel.

Een egelstelling die is ingenomen door militairen van het Korps Marechaussee te voet in Atjeh op het eiland Sumatra. Dit geheel met autochtonen - Ambonezen en Javanen - gevulde elitekorps onder Europese leiding vertegenwoordigde in de tijd van generaal J.B. van Heutsz in Nederlands-Indië de offensieve contraguerrilla.

Omdat de egelstelling een statische positie is, bepaalt de gekozen locatie grotendeels de goede afloop van de verdediging. Een op een berg- of heuveltop ingegraven egelstelling is uit tactisch oogpunt wellicht het meest logisch.

De mogelijkheden in een egelstelling zijn beperkt:

■ standhouden tegen de vijand en wachten op ontzetting door eigen troepen

■ standhouden tegen de vijand en op het meest geschikte momentum een tegenaanval uitvoeren

Egelstellingen op geregelde afstand van elkaar kunnen een relatief groot gebied bestrijken, zonder dat de beveiligde en verschanste troepen direct gevaar lopen, mits die door de lucht kunnen worden herbevoorraad.

Terug naar Boven

 

EIGEN MOGELIJKHEID

Möglichkeit eigenen Handelns; eigene Handlungsmöglichkeit; eigene Absicht.
own course of action (OCOA).
mode d'action ami.

Afgekort: EM.

Voorheen: (eigen) mogelijke wijze van optreden (EMWO).

De meest wenselijke manier waarop de eigen troepen in staat zijn een opgedragen taak uit te voeren, zodanig dat invloed wordt uitgeoefend op het optreden van de vijand.

Een EM wordt bepaald aan de hand van:

► alle mogelijkheden en beperkingen op het gebied van terrein, tijd- en ruimtefactoren en weer

► de (eigen en vijandelijke) gevechtskracht

► de analyse van de opdracht

► de taakstelling

► de toestand (eigen troepen en vijand)

Het maken van een EM komt voort uit het Operationeel Besluitvormingsproces (OBP).

Bij het ontwikkelen van EM'n is het belangrijk conflicten tot een minimum te beperken. Hierdoor is de kans het grootst dat de aanwezige kennis ook wordt benut.

Een EM moet voldoen aan twee eisen:

► Volledigheid

Elke EM moet volledig zijn, zodat een compleet beeld ontstaat. Daartoe moet een EM bevatten:

► een oogmerk;
► een operatieconcept met een plan voor de manoeuvre (belangrijkste manoeuvres van de eenheden, evt. weergegeven in diepe, nabij en achtergebiedsoperaties);
► een zwaartepunt

 

► Effectiviteit

Een EM moet realiseerbaar en uitvoerbaar zijn (realistisch).

Een EM moet in lijn zijn met de Commander's Intent en de opdracht van de eenheid (doelgericht).

Daarnaast moet bij iedere te ontwikkelen EM worden gekeken naar het effect op eigen en vijandelijke troepen (ongewenste neveneffecten en risico`s) en de toetsing aan het Ethisch Bewustwordingsmodel (juridische wet- en regelgeving en ethische codes).

Een eenmaal gekozen EM is de basis voor het operatiebevel, inclusief coördinatiemaatregelen, gevechts- en logistieke organisatie, synchronisatiematrix e.d.

Zie ook: Commander's Intent, Ethisch Bewustwordingsmodel (EBM), gevechtskracht, Operationeel Besluitvormingsproces (OBP), tijd- en ruimtefactoren, weer en zwaartepunt.

Terug naar Boven

 

EISENHOWER MATRIX

Principe dat werd gebruikt door Dwight D. Eisenhower en is gebaseerd op zijn uitspraak:

"What is urgent is seldom important and what is important is seldom urgent"

("Wat belangrijk is, is zelden urgent en wat urgent is, is zelden belangrijk")

Eisenhower (1890-1969) was achtereenvolgens opperbevelhebber van de Allied Expeditionary Force (geallieerde troepen) in Noordwest-Europa aan het einde van de Tweede Wereldoorlog en de 34e president van de Verenigde Staten.

Belangrijke en urgente thema's hebben prioriteit boven onbelangrijke en niet-urgente, wat het stellen van prioriteiten mogelijk maakt:

Zie ook: militair-industrieel complex.

Terug naar Boven

 

ELEKTRONISCHE OORLOGSVOERING

elektronische Kampfführung (EloKa).
Electronic Warfare (EW).
guerre électronique.

Afgekort: EOV.

Alle activiteiten op het gebied van elektromagnetische uitzendingen (radio, radar) voor militaire doeleinden. Daarbij worden elektronische middelen gebruikt met als doel de opponent het gebruik van zijn elektromagnetische uitzendingen te ontzeggen, het effect van deze elektromagnetische uitzendingen te verminderen of elektronische middelen tot eigen nut aan te wenden, maar ook acties die het effectieve en efficiënte gebruik van de eigen uitzendingen verzekeren.

De EOV kent twee hoofdgroepen:

Offensieve ECM

Electronic Counter Measures

(Elektronische Contra-Maatregelen)

 

Actief gebruik van het elektromagnetisch spectrum om tegengebruik door de opponent te voorkomen.

Meest voorkomende vormen van ECM zijn jamming en elektromagnetische deceptie.

Defensieve EPM

Electronic Protective Measures

(Elektronische Protectie Maatregelen)

Alle activiteiten die erop gericht zijn ECM door de opponent minder succesvol te maken:

► actief door technische modificaties aan verbindingsmiddelen, zoals frequency-hopping

► passief door instructie aan gebruikers van verbindingsmiddelen in een strikte radiotelefonieprocedure

EOV bestaat onder andere uit interceptie van verbindingen, interceptie van andere typen uitzendingen, afluisteren, peilen en analyseren van vijandelijke radioverbindingen.

102 ELEKTRONISCHE OORLOGVOERING COMPAGNIE

Het onderdeel binnen de Koninklijke Landmacht dat zich bezighoudt met EOV is 102 EOVCie.

102 EOVCie is opgericht in 1988 en werd in eerste instantie ondergebracht bij 898 Verbindingsbataljon (898 Vbdbat) op Kamp Holterhoek in Eibergen. 898 Vbdbat legde zich toe op het afluisteren van het radioverkeer uit het Oostblok, waarvoor een peilnetwerk werd ingericht.

In 1998 hield 898 Vbdbat op te bestaan en stond 102 EOVCie op eigen benen.

Tot 2001 was de eenheid gevestigd op Kamp Holterhoek, daarna verhuisde ze naar Garderen.

In 2004 werd ze opgenomen in het nieuw opgerichte 103 Intelligence, Surveillance, Target Acquisation & Reconnaissance-bataljon (103 ISTAR-bataljon).

Sinds 2007 is ze gehuisvest op de Luitenant-kolonel Tonnetkazerne in 't Harde, waar ze sinds 2010 valt onder het Joint Intelligence, Surveillance, Target Acquisition & Reconnaissance Commando (JISTARC) - de opvolger van 103 ISTAR-bataljon.

Fuchs pantserwielvoertuig dat binnen 102 EOV-Compagnie fungeert als peilstation.

Varianten op deze Fuchs zijn de stoorzendervoertuigen Fuchs Hummel en Fuchs Hornisse.

De krijgsmacht die het best gebruik maakt van de voordelen van EOV, heeft overwicht in de asymmetrische oorlogvoering of cyber oorlogvoering van de 21e eeuw.

Het inbreken in een computer om gegevens te achterhalen of wijzigen (hacken) dient te worden beschouwd als een ICT-manier van EOV.

Zie ook: afluisteren, emission control (EMCON), Fuchs peilstation EOV, Fuchs stoorstation EOV en radiostilte.

Terug naar Boven

 

ELEMENTAIRE DIDACTISCHE VAARDIGHEDEN (EDV)

Afgekort: EDV.

Aan de Koninklijke Militaire School, en daarna in de vaktechnische opleiding (VTO), stellen de EDV de aspirant onderofficier (AO) in staat om instructie te verzorgen, leerprocessen te begeleiden en het leerproces te toetsen en evalueren.

De EDV zijn op de KMS geïntegreerd in alle delen van de Initiële Vorming Onderofficieren (IVO) aan de School Initiële Vorming Onderofficieren (SIVO) van de KMS.

Deze eerste opleiding binnen de doorlopende leerlijn (DLL) - de leerlijn Verzorgen van opleidingen (ECOD) - is gericht op het beïnvloeden van kennis en vaardigheden (skills en drills). Dit vindt niet alleen plaats middels de voordrachtsvorm, de opdrachtsvorm, het onderwijsleergesprek (OLG) en de samengestelde les (met meerdere didactische werkvormen), maar ook met de herhalingsles, presentatie, voorlichting, demonstratie e.d.

Na het met goed gevolg afsluiten van de EDV staat de startende groepscommandant wat didactische competenties betreft gelijk aan de 'basisinstructeur'.

Vervolgens ontwikkelt de onderofficier gedurende zijn loopbaan, Just In Time, Just Enough (JITJE), zijn didactische vaardigheden door ervaring, didactische vervolgopleidingen en loopbaancursussen aan de School Verdere Vorming Onderofficieren (SVVO) van de KMS.

Zie ook: Expertise Centrum Opleidingskunde Defensie (ECOD), Koninklijke Militaire School (KMS - SIVO en SVVO) en onderofficier.

Terug naar Boven

 

EMBEDDED JOURNALISM

Vertaling: "Ingebedde journalistiek".

'Embedded' deed zijn intrede in de journalistiek vanaf de start van de Amerikaanse invasie van Irak in 2003 (operatie IRAQI FREEDOM). De Amerikaanse krijgsmacht reageerde hiermee op de druk vanuit de media, die teleurgesteld waren over de toegang die de journalisten hadden tijdens de Golfoorlog in 1990-'91 (operaties DESERT SHIELD, DESERT STORM en DESERT SABRE) en de Amerikaanse invasie van Afghanistan in 2001 (operatie ENDURING FREEDOM).

Vóór 2003 was de Amerikaanse mediastrategie: het weigeren van embeddedness betekende dat de journalist niet of nauwelijks toegang tot het gevechtsveld (laat staan: het front) kreeg of, erger nog, geen accreditatie kreeg.

Aan het begin van operatie IRAQI FREEDOM reisden daarentegen maar liefst 775 journalisten en fotografen embedded mee met de Amerikaanse krijgsmacht.

De combinatie krijgsmacht en journalistiek is soms dan ook begrijpelijkerwijs ongemakkelijk. De operational security (OpSec) van de militair botst nu eenmaal soms met de vrijheden van meningsuiting en nieuwsgaring.

Vanaf de Korea- en Vietnam-oorlogen werd de journalist beduidend kritischer tegenover het Amerikaanse krijgsbeleid. In de Vietnam-oorlog (1965-'75) zetten de VS de eerste stap op het pad van embedded journalism met "to win a war abroad, one first has to win it at home". Oorlogvoering wordt aan het thuisfront gemaakt of gebroken; is de publieke opinie contra, heeft de oorlogvoering daar onder te lijden.

Amerikaanse cartoon over embedded journalism.

Kort vóór operatie JUST CAUSE, de invasie van Panama (december 1989 en januari 1990), verzamelde de Amerikaanse krijgsmacht enkele uitverkoren journalisten en lichtte hen in over de plannen. Onder begeleiding van speciale eenheden mochten deze journalisten weliswaar de invasie verslaan, maar nooit op eigen houtje.

Omdat bij embedded journalism de bewegingsvrijheid door de commandant van de eenheid wordt bepaald, worden journalisten min of meer tot onderdeel van de krijgsmacht gemaakt. Dat kan ten koste gaan van objectiviteit en onafhankelijkheid.

De mogelijkheid bestaat dat deze journalisten de oorlog van de aanvallende partij verdedigen en rechtvaardigen, of vice versa.

De toegelaten journalisten hebben weliswaar de garantie van eten en drinken, onderdak en bescherming, ze zijn wél afhankelijk geworden van strak geregisseerde persconferenties van voorlichters en woordvoerders van de krijgsmacht. Daarnaast worden ze onderworpen aan vaak stringente beperkingen en mogen ze geen verslag doen over de tactiek noch de locatie van de eenheid.

Wanneer de greep op de berichtgeving te sterk is dan wel te eenzijdig wordt, kan embedded journalism gemakkelijk lijken op verhulde propaganda.

Arnold Karskens (1954), schrijver van het standaardwerk over oorlogsjournalistiek Pleisters op de ogen (2001), is een principieel tegenstander van embedded journalistiek.

Tijdens de missie van de Nederlandse krijgsmacht in Uruzgan reisde hij verschillende malen unembedded in de Afghaanse provincie.

Zie ook: oorlogscorrespondent, omgaan met media, Operational Security (OpSec), propaganda en psychological operations.

Zie vervolgens ook: scriptie ‘Embedded journalism levert eenzijdige berichtgeving op', Maaike Homan (School voor Journalistiek Utrecht, 2004) en master scriptie Embedded journalism in Afghanistan. Een onderzoek naar de discussie omtrent embedded journalism gedurende de Nederlandse ISAF-missie van 2006 tot 2010 (externe link, Desiree van der Wal, Universiteit van Amsterdam, 2011).

Terug naar Boven

 

EMCON

Betekenis: Emission Control. Nederlands: controle over uitzendingen. Het gecontroleerde en selectieve gebruik van akoestische en elektromagnetische uitzendingen in het kader van operational security (OPSEC), met als doel de detectie, identificatie en/of plaatsbepaling van eigen troepen door de vijand te voorkomen.

Redenen voor EMCON naar eigen troepen:

  • optimaliseren van eigen bevel- en commandovoeringscapaciteiten
  • minimaliseren van elektromagnetische interferentie onder bondgenootschappelijke en vriendschappelijke systemen

Redenen voor EMCON naar vijandelijke troepen:

  • detectie, identificatie en/of plaatsbepaling door vijandelijke sensoren onmogelijk maken
  • uitvoeren van misleiding

Bekende voorbeelden van EMCON zijn: elektronische stilte en radiostilte.

Zie ook: radiostilte.

Terug naar Boven

 

EMERGENCY RENDEZ-VOUS

Afgekort: ERV. Ook wel genaamd: crash rendez-vous. Nederlands: verzamelplaats bij noodgevallen.

Een locatie die gesitueerd is buiten het gebied waar daadwerkelijk gevechtscontact te verwachten valt. Militairen verplaatsen individueel of in groepsverband naar een ERV wanneer onverwacht en ongewenst het gevecht met de vijand moet worden aangegaan en onderling het contact wordt verloren.

Een voorbeeld hiervan is een patrouille die die door de opponent wordt onderkend of in een hinderlaag terechtkomt.

De ERV is een tevoren, in elk geval op de stafkaart, geselecteerde en door alle aan de patrouille deelnemende militairen uit het hoofd geleerde locatie. Een ERV dient in elk geval aan de volgende voorwaarden te voldoen:

► Zich gemakkelijk kunnen verbergen voor de opponent.
► Zich, indien nodig, kunnen verdedigen tegen de opponent.
Vuur- en zichtdekking verschaffen.

Zie ook: contactdrill, final rendez-vous (FRV), patrouille te voet, rendez-vous en verkenningspatrouille en vuur- en zichtdekking.

Terug naar Boven

 

ENABLER

Ondersteunend element.

Militaire ondersteunende capaciteit die noodzakelijk is voor de uitvoering van een (specifieke) opdracht, zoals de capaciteit (in het kader) van:

Close Air Support (CAS)

Elektronische Oorlogvoering (EOV)

Explosieven Opruimingsdienst Defensie (EOD)

Genie

Helikopters

Indirecte vuursteun (mortieren)

Medische evacuatie (MEDEVAC)

Terug naar Boven

 

E.N.A.S.

Afkorting voor: Einde Nautische Avond Schemering. Engels: End Evening Nautical Twilight (EENT).

Zie: Nautische avondschemering.

Terug naar Boven

 

ENCADREREN

Van het Franse “encadrer”: insluiten; inlijsten; omkaderen; omvatten; omlijsten.

Soldaten, niet per se rekruten, en korporaals indelen onder de kaderleden, d.w.z. de leidinggevende (onder)officieren.

Terug naar Boven

 

ENDORFINE

Letterlijke samenstelling van “endo” (inwendig) en “morfine”. Endorfine is de lichaamseigen morfine die als neurotransmitter fungeert: een molecuul dat wordt gebruikt voor de signaaloverdracht tussen zenuwcellen.

Endorfine werkt:

euforiserend

pijnonderdrukkend

prestatieverhogend (i.t.t. morfine)

verslavend

De geestestoestand die ontstaat na een fysieke inspanning wordt ten dele verklaard door het vrijkomen van endorfine. Endorfine verklaart ten dele militaire kretologiën als “Pijn is fijn, jeuk is leuk, bloed is goed”.

De evolutionaire verklaring voor het vrijkomen van endorfine is gelinkt aan de werking van het bijnierhormoon adrenaline, het zgn. FFF-hormoon (fright, fight, flight). In stress-situaties activeert onder invloed van adrenaline het sympathische zenuwstelsel en maakt energie vrij. Het in staat van paraatheid gebrachte lichaam reageert direct door een verhoogde spierspanning, verhoogde bloeddruk e.d. Dit is een snelle en afdoende reactie als de stress daarom vraagt, die resulteert in verkrampen, vechten of vluchten. In de prehistorie waren de mensen die een fysieke inspanning konden leveren de mensen die overleefden (surival of the fittest). Omdat normaliter endorfine inactief is – omdat het lichaam anders immuun voor pijn zou worden – moet de prehistorisch-fitte mens verslaafd geweest zijn aan endorfine om te overleven; dit is vergelijkbaar met de endorfine-kick van topsporters.

De hoeveelheid endorfine wordt ook verhoogd door verliefdheid en liefde.

In zijn boek ‘Valse start’ (Uitgeverij Thomas Rap, ISBN 9060052803, € 10,00) legt voormalig profwielrenner Peter Winnen de werking van endorfine als volgt uit: “Wie er ooit van geproefd heeft kan niet meer zonder. De leverancier van het goedje is niet een louche dealer, maar het eigen lichaam. Hoe meer pijn men lijdt, hoe meer endorfine het lichaam naar zichzelf en zijn bewoner toeschuift. Het lichaam presenteert zichzelf een sigaar uit eigen doos.”

Terug naar Boven

 

END-STATE

Beoogde resultaat van een actie. Kan zowel betrekking hebben op vriendschappelijke als vijandelijke eenheden. Een end-state is concreet waarneembaar.

Voorbeelden zijn het vastleggen van de voorste lijn eigen troepen (VLET) voor eigen troepen dan wel het omsingelen of vernietigen van bepaalde vijandelijke troepen.

Terug naar Boven

 

ENFILEERVUUR

Ook genaamd: enfilerend vuur. Zie verder onder vuur.

Terug naar Boven

 

ENGAGEMENT AREA

Duits: Bekämpfungszone. Frans: zone d’engagement. Nederland: bestrijdingsgebied (bestrgeb).

Gebied in de aanvalsrichting van de vijandelijke opmars of nadering waarin, in het kader van het gevechtsplan van de tactische commandant, vijandelijke doelen moeten worden opgespoord en met geconcentreerd direct en indirect vuur moeten worden bestreden. Het doel hiervan is de vijand tot staan te brengen, buiten gevecht te stellen of van richting te laten veranderen.

In dit gebied, op het maaiveld en/of in de derde dimensie, wordt naar verwachting het beslissend gevecht gevoerd.

De grootte en vorm van de EA worden bepaald door de onbelemmerde schootsrichting en de maximale dracht van wapensystemen. In de EA worden in de regel vuursectoren (No Fire Line, Restricted Fire Line) toegewezen om friendly fire te voorkomen.

De vuurkracht voor het beste aanvalsmoment op de beste aanvalsplaats komt in de regel van het gezamenlijk optreden van antitankwapens, grondgebonden vuursteunmiddelen (met name artillerie) en gevechtshelikopters.

Terug naar Boven

 

ENGELBRECHT VAN NASSAUKAZERNE

Naamgever van de kazerne: Engelbrecht II, graaf van Nassau, heer van Breda.

Boost-kazerne, genaamd naar de Stadhouder der Nederlanden Engelbrecht II, graaf van Nassau, heer van Breda (1451-1504). In naam van Philips de Schone, vorst van de Bourgondische Nederlanden, was hij tot 1486 regent.

De kazerne bevindt zich aan de Parabaan in Roosendaal. De bouw van de (oude) kazerne begon eind 1937; op 30 maart 1939 werd de sluitsteen gelegd door de toenmalige burgemeester van Roosendaal, Claudius Prinsen. De eerste eenheid op de kazerne was het 3e Grensbataljon van het 3e Regiment Infanterie.

In 1949 verhuisde de Stormschool Bloemendaal naar de Engelbrecht van Nassaukazerne en per 1 juli 1950 veranderde de eenheid van naam in Korps Commandotroepen.

In 1996 sprak staatssecretaris van Defensie Jan Gmelich Meijling het verlossende woord dat het KCT in Roosendaal zou blijven: er was sprake van dat het korps naar elders moest verhuizen omdat de huidige huisvesting een bouwkundige aanpassing van 42 miljoen gulden (€ 19 miljoen) vergde.

De nieuwe Engelbrecht van Nassaukazerne in aanbouw.

In 1997 werd een begin gemaakt met de sloop van de oude Engelbrecht van Nassaukazerne.

Daarnaast was de technische en functionele kwaliteit van de gebouwen in veel gevallen matig of zelfs slecht te noemen.

Er werd een nieuwe kazerne met dezelfde naam gebouwd, die in februari 2002 opnieuw in gebruik werd genomen en op 25 mei 2002 officieel werd geopend door demissionair Minister van Defensie Frank de Grave.

In de tussentijd waren de eenheden van het KCT gelegerd op de Cort Heyligerskazerne in Bergen op Zoom.

De kazerne wordt gebruikt door de Opleidings- en Trainingscompagnie Speciale Operaties (OTCSO) en de vier parate Commandotroepencompagnieën van het Korps Commandotroepen (KCT): 103, 104, 105 en 108 Cotrcie.

Omdat de Engelbrecht van Nassaukazerne de bakermat van de commando's is, is het niet verwonderlijk dat de kazerne in de volksmond "Commandokazerne" wordt genoemd.

In het KEK-gebouw op de kazerne bevindt zich tevens het Commandomuseum, dat alleen op afspraak (gratis) kan worden bezocht.

Terug naar Boven

 

ENHANCED FORWARD PRESENCE

verstärkte vorgeschobene Präsenz.
présence avancée.

Nederlands: vooruitgeschoven aanwezigheid.

Afgekort: EFP.

De aanwezigheid van vooruitgeschoven eenheden van battlegroups ter grootte van elk zo'n 1.000 militairen door en voor de NAVO-lidstaten in het oostelijk deel van het NAVO-verdragsgebied: de Baltische staten (Estland, Letland en Litouwen) en Polen.

De presentie vindt plaats vanaf 2017 en betreft multinationale battlegroups met eigen (gevechts)ondersteuning.

Het besluit hiertoe is genomen op de NAVO-topconferentie in Warschau op 8 en 9 juli 2016. De persverklaring na afloop van de top geeft aan: "We have decided to establish an enhanced forward presence in Estonia, Latvia, Lithuania and Poland to unambiguously demonstrate, as part of our overall posture, Allies' solidarity, determination, and ability to act by triggering an immediate Allied response to any aggression."

De maatregelen in het kader van de EFP zijn bedoeld als defensief en afschrikking op conventioneel niveau om schending van de bondgenootschappelijke integriteit te voorkomen. Hiermee speelt de NAVO in op de veranderde veiligheidssituatie aan de oostgrens van het verdragsgebied.

De EFP werkt in nauw overleg met de nationale (Estse, Letse, Litouwse en Poolse) strijdkrachten en wordt ondersteund door een strategie om de aanwezige troepen te kunnen versterken.

De lead nations (framework nations) van de multinationale battlegroups zijn Canada, Duitsland, Groot-Brittannië en de Verenigde Staten. De lead nations, die het leeuwendeel van de troepen leveren, worden aangevuld met contributing nations.

Land

Locatie

Lead nation

Estland

Tapa

Groot-Brittannië

Letland

Ādaži

Canada

Litouwen

Rukla

Duitsland

Polen

Orzysz

Verenigde Staten

Ook Nederland levert een bijdrage, van compagniesgrootte, aan de vooruitgeschoven aanwezigheid. Nederlandse troepen maken deel uit van de multinationale Duitse battlegroup in Rukla, Litouwen. De werknaam voor de roterende aandeel van Nederland is 'Compagnie in de Oost', analoog aan de Compagnie in de West op Curaçao.

Terug naar Boven

 

EPINATO

Acroniem voor Epidemiology NATO.

De EPINATO of DNBI (Disease and Non-Battle Injury) is een periodieke (bijvoorbeeld wekelijkse) verslaglegging wat betreft de niet-gevechtsverliezen en gevechtsverliezen van alle commandanten van Medical Treatment Facilities (MTF), zowel role 1 als 2 en 3, in een Area of Responsibility (AOR) aan de Senior Medical Officer - de hoogste geneeskundige autoriteit, die bijvoorbeeld ressorteert binnen de Medical Operations (MedOps) - in een gegeven operatie.

De ziektecategorieën die in de EPINATO worden gerapporteerd zijn gebaseerd op de International Classification of Diseases (ICD). De EPINATO bevat 29 rapporteerbare ziekten en verwondingen bevat conform de ICD-definities.

De EPINATO-verslaglegging is gebaseerd op een drietal principes:

► Telt het aantal ziektebeelden, niet het aantal patiënten.

► Waarschuwt als zich een kwantiteitsprobleem voordoet in enig ziektebeeld.

► Geeft de hoogste prioriteit aan de oorzaak van een ziektebeeld, niet aan het gevolg.

De 29 rapporteerbare ziekten en verwondingen volgens de EPINATO zijn:

1
Intestinal infection
2
Sexually Transmitted Diseases (STD)
3
Other infectious and parasitic diseases
3.1
Other infectious and parasitic diseases, if fever present
4
Alcohol and drug abuse, and dependencies
5
Mental disorders
5.1
Combat and operational stress
6
Eye disorders and problems
7
Upper respiratory
8
Lower respiratory
9
Dental and oral disease
10

Non-existing category

11
Digestive diseases
12
Gynecological diseases
13
Dermatological diseases
14
Knee problems
15
Dorsopathies
16
Other musculo-skeletal diseases
17
Iatrogenic diseases
18
Other diseases
18.1
Well visit, no disease
19
Injury due to road or traffic accidents (RTA)
20
Injury due to (military) training
21
Injury due to sport
22
Injury due to military operation or war
23
All other trauma
24.1
Heat injury
24.2
Cold injury
25
NBC-casualty
26
Animal bite

Bovenstaande informatie is afkomstig uit de missies SFOR (Bosnië-Hercegovina) en ISAF (Afghanistan).

Zie ook: D.N.B.I., gevechtsverlies en verliesverwachting.

Terug naar Boven

 

EREGROET

Groet die wordt gebracht aan een lid van het Koninklijk Huis, andere hooggeplaatste personen en bij bijzondere gebeurtenissen, zoals het uitvoeren van het Wilhelmus.

De eregroet is wat uitvoering betreft hetzelfde als de groet – het zinnebeeld van de saamhorigheid die bestaat tussen iedereen die deel uitmaakt van de krijgsmacht – maar wordt uitsluitend gebracht als militair eerbewijs. Op acht passen afstand wordt halt en front gemaakt, de houding aangenomen en de eregroet gebracht.

Alle militairen brengen de eregroet:

► aan Hare/Zijne Majesteit de Koning(in) en leden van het Koninklijk Huis
► aan buitenlandse staatshoofden en vorstelijke personen
► aan ontplooide, door of vanwege Hare/Zijne Majesteit de Koning(in) uitgereikte of met Koninklijke toestemming gevoerde vaandels en/of standaarden
► bij het voorbijgaan van het stoffelijk overschot van personen die met militair eerbetoon ter aarde zullen worden besteld
► bij het neerdalen in het graf van het stoffelijk overschot van personen die met militair eerbetoon ter aarde worden besteld
► bij het defileren langs de kist of het graf van het stoffelijk overschot van personen die met militair eerbetoon ter aarde zijn besteld
► bij het ten gehore brengen van de volgende eresignalen: het Wilhelmus, de vaandelmars of het openen dan wel sluiten van de ban
► tijdens één of twee minuten stilte
► tijdens het hijsen of strijken van de Nederlandse vlag

Onder andere ereschoten met geschut ter begroeting of ten afscheid, minuutschoten ter herdenking of ter gelegenheid van belangrijke gebeurtenissen (afgevuurd door het Korps Rijdende Artillerie), saluutschoten met het geweer ten afscheid bij een militaire begrafenis en tromgeroffel hebben dezelfde status als de eregroet.

De eregroet wordt gebracht vanuit de houding, zowel door militairen met als zonder hoofddeksel na het waarschuwingscommando "Brengt" en het uitvoeringscommando "Eregroet". Na het militair eerbewijs volgt het waarschuwingscommando "In de houding", gevolgd door het uitvoeringscommando "Staat".

De militair die een kleinkaliberwapen, niet zijnde een pistool, aan de schouder of voor de borst draagt, laat de beweging met zijn rechterhand achterwege en brengt de eregroet door zijn rechterhand op het wapen te leggen. Een met pistool bewapende militair brengt wél de eregroet.

In het verleden bestond de groetplicht: het eerst moest de groet worden gebracht door de lager gegradueerde militair aan de in rang boven hem gestelde militair. Dat gebeurde om de krijgstuchtelijke verhoudingen in de krijgsmacht "juist en naar behoren" te laten uitkomen. Iedere meerdere was verplicht op de voorgeschreven wijze de hem door een lager gegradueerde militair gebrachte groet te beantwoorden.

Tegenover buitenlandse militairen is de militaire groet een verplichte beleefdheidsvorm gebleven.

Wanneer een detachement volledig is uitgerust met kleinkaliberwapens (geweer en/of karabijn), wordt de eregroet gebracht na het waarschuwingscommando "Presenteert" of "In den arm", gevolgd door het uitvoeringscommando "Geweer". Na het militair eerbewijs volgt het waarschuwingscommando "Zet af", gevolgd door het uitvoeringscommando "Geweer".

Wanneer de eregroet moet worden gebracht naar passerende leden van het Koninklijke Huis, een meegevoerde standaard, een stoffelijk overschot of een meegevoerd vaandel, begint de eregroet op acht passen afstand vóórdat de stoet is genaderd en eindigt ze twee passen nadat ze zijn gepasseerd.

Zie ook: groet.

Terug naar Boven

 

ERSATZ

reinforcement; replacement; substitute.

Duits. Letterlijk: "vervanging" ("ersetzen" is "vervangen").

Medio 1870-'75 ontstaan in de Duitse Reichswehr. Ersatz hield destijds in dat complete lichtingen dienstplichtige rekruten (miliciens) werden ingedeeld om opengevallen functies door geleden personeelsverliezen te compenseren.

Personeel dat tijdelijk en plaatselijk taken opvangt vanwege het niet beschikbaar zijn van het organieke personeel, is in de regel minder goed opgeleid en daardoor minder effectief.

In eerste instantie werd met ersatz mobilisabele eenheden op sterkte gebracht, daarna werden zelfs complete aanvullingseenheden voor het staande leger geformeerd. Op deze manier ontstonden in beide wereldoorlogen eenheden die hoofd- en reserve-eenheden op het moment suprême aanvulden.

Tegenwoordig is de betekenis van 'ersatz' het aanvullen dan wel vervangen van de reguliere strijdkrachten, in het bijzonder de infanterie, in het kader van het systeem van personeelsaanvulling (onderdeel van het personeelsbeheer van de personeelslogistiek).
 
Ersatzinfanterie wordt toegepast bij 11 Luchtmobiele Brigade. Vanwege het specifieke karakter van 11 Lumblbrig heeft alle personeel dezelfde opleiding en training genoten en kan daarom worden ingezet als ersatzinfanterist.

Het leidend principe bij ersatzinfanterie, zoals bij 11 Lumblbrig, is dat het personeel met een functie in gevechtssteun(verzorgings)eenheden (Combat Support- en Combat Service Support-eenheden) - zoals bevoorradings-, geneeskundig, herstel-, keuken-, verbindingspersoneel en anderen - indien nodig de infanterie aanvult of, bij grote verliezen van de infanterie, haar organieke taken tijdelijk en plaatselijk overneemt als ersatzinfanterist. Administratieve functies binnen 11 Luchtmobiele Brigade zijn van deze regel uitgezonderd.

Om die reden wordt het personeel van de gevechts(verzorgings)steuneenheden geoefend in, bijvoorbeeld, gevechts- en contactdrills en het zuiveren van huizen (OVG-taken).

Zie ook: Air Manoeuvre Brigade, Every soldier a rifleman, functionele indeling van eenheden, infanterie, lichte infanterie, Overige Operationele Taken (OOT), pantserinfanterie, personeelslogistiek en rode baret.

Terug naar Boven

 

ESBIT

Acroniem voor 'Erich Schumms Brennstoff In Tablettenform'. In de jaren '30 van de 20e eeuw uitgevonden door de Duitser Erich Schumm.

Nederlandse benaming: brandstof, gecomprimeerd.

Brandbare vaste stof in tabletvorm, in de regel witgekleurd. Chemische namen: hexamine, methenamine of urotropine (C6H12N4). Gecompliceerde organische verbinding.

De originele Esbit® bestaat voor ± 90% uit hexamine.

Esbit® heeft een hoge verbrandingswarmte/brandwaarde van 31,3 kilojoule (7,5 calorie) per gram. De brandduur van een tablet Esbit® is 8 tot 12 minuten.

Een tablet Esbit® van 14 gram laat 500 ml water in 7 à 8 minuten koken.

Esbit® mag niet worden ontstoken in gesloten ruimten, omdat bij de verbranding een kleine hoeveelheid van het zeer giftige blauwzuurgas (hydrogencyanide, HCN) vrijkomt.

Omdat Esbit® een sterke geur verspreid, mag het daarnaast niet worden gebruikt bij het verblijf in opstellingen (vijandelijke onderkenning).

Esbit® kan worden bewaard en opgebrand in een esbitbrander, dat op de man is bij het deelnemen aan gevechtsacties (grabbag, opsvest). Een nadeel bij het bewaren van Esbit® is dat de tabletten vocht aantrekken (hygroscopisch).

Zie ook: esbitbrander.

Terug naar Boven

 

ESBITBRANDER

Esbit Taschenkocher; Esbit Klappkocher.
pocket stove; hexamine cooker.
réchaud de poche Esbit.

Synoniem: kochertje.

Metaal-alumnium miniatuurkooktoestel waarop met behulp van vaste brandstof, zoals tabletten Esbit® (hexamine), te velde (water) kan worden gekookt.

De esbitbrander is uitklapbaar.

Uitgeklapt, met de zijkanten naar boven gezet, kan er een blik van een gevechtsrantsoen, messtin of pannetje op gezet worden.

Met de esbitbrander kan in 7 à 8 minuten 500 ml water worden gekookt.

De esbitbrander is licht en sterk, maar lastig schoon te maken.

Specificaties:

afmetingen, ingeklapt (L x B x H)

100 x 75 x 20 mm

gewicht, excl. esbit

105 gram

gewicht, incl. 6 esbitblokjes

190 gram

Zie ook: Esbit.

Terug naar Boven

 

ESCALATIEDOMINANTIE

Eskalations-dominanz.
escalation dominance.
maîtrise de l'escalade.

Vermogen om in een verslechterende veiligheidssituatie (trapsgewijs) met de inzet van voldoende eigen middelen te kunnen opschalen in geweldsuitoefening of de dreiging hiermee.

Op deze manier kan een mate van geweld worden toegepast die de situatie onder controle brengt of houdt.

Escalatiedominantie is gericht op de uitvoering van de opgedragen missie, niet alleen om te voorzien in adequate zelfbescherming (force protection); daarentegen behoort de force protection zelf ook over voldoende escalatiedominantie te beschikken.

Omdat conflicten niet voorspelbaar zijn, moet tevoren rekening worden gehouden met de mogelijkheid van escalatie en dus ook met het eigen vermogen tot escalatiedominantie. Het aanwenden van geweld in conflictsituaties varieert van een minimum aan zelfverdediging tot een noodzakelijk niveau van escalatiedominantie (in het geval de gewelddadigheden oplaaien). Bij toenemend geweld is daadkrachtig, of zelfs: beslissend, kunnen optreden cruciaal.

Het vermogen tot escalatiedominantie betekent dat de eigen troepen (tijdelijk en plaatselijk) duidelijk zichtbaar beschikken over middelen die haar in staat stellen om, flexibel en met minimale voorbereiding, haar optreden aan de dreiging aan te passen en sneller en verder te escaleren dan de in het conflict betrokken partijen.

Strijdende partijen moet worden ontmoedigd dat agressief gedrag tegen de eigen troepen een averechtse uitwerking heeft.

Escalatiedominantie mag niet in strijd zijn met het proportionaliteitsbeginsel en de voor het conflict geldende Rules of Engagement (ROE).

Aldus kolonel Mart de Kruif, indertijd plaatsvervanger bij de Directie Operaties van de Landmachtstaf.

Bron: Landmacht, 4e jaargang, nummer 1, februari 2006.

Overwicht in gevechtskracht of militaire macht, kan de horizontale of verticale escalatie van een conflict tegengegaan:

► Horizontale escalatie *

Geografische uitbreiding van een conflict, waarbij het conflict zich uitbreidt over de grenzen of naar een groter deel van de bevolking.

Steeds meer actoren / partijen raken betrokken bij het conflict.

Kwantitatieve toename van het geweld.

 

► Verticale escalatie

Stijging van de geweldsintensiteit; waarbij diepere vormen van geweld worden aangewend die voordien nog niet werden toegepast.

Het risico op verticale escalatie is groot in gebieden waar groot militair potentieel aanwezig is (inzet van meer troepen, wapens en materieel), maar ook wanneer de Rules of Engagement worden aangepast of door eigen troepen zwaardere wapens worden ingezet.

Kwalitatieve toename van het geweld.

* De preventieve ontplooiing van de United Nations Preventive Deployment Force (UNPREDEP) in de Former Yugoslav Republic of Macedonia, van 1993 tot '99, in het grensgebied met Albanië en Joegoslavië, voorkwam een horizontale escalatie van het conflict in voormalig Joegoslavië naar FYROM.

Zie ook: three block war.

Terug naar Boven

 

ESCAPE & EVASION

De procedures en operaties waarbij militair personeel en/of andere geselecteerde individuen in staat worden gesteld te ontsnappen uit vijandelijk gebied naar territorium dat onder vriendschappelijke controle is.

De bedoeling is dat hierbij nauwkeurig het terrein wordt geobserveerd en aansluitend naar een rendez-vous wordt verplaatst om een vriendschappelijk contact te ontmoeten.

E & E is een voorbeeld van onconventionele oorlogvoering, waarvoor technieken nodig zijn als overleven, navigatie, verplaatsen, camouflage en schuilhouden.

Een geslaagd voorbeeld van een Escape & Evasion is dat van kapitein Scott O'Grady van de U.S. Air Force.

Op 2 juni 1995 wordt O'Grady - callsign "Basher 52" - met zijn F-16 boven Bosnisch-Servisch gebied neergehaald door een SA-6, een luchtdoelraket van Sovjetmakelij. Hij redt zich met zijn schietstoel en komt in het heuvelachtige, door de Serviërs gecontroleerde gebied bij Banja Luka terecht.

Zes dagen lang verbergt hij zich voor de Vojska Republike Srpske, het Bosnisch-Servische leger dat fanatiek op hem jaagt. Daarbij verplaatst hij zich nooit meer dan drie kilometer van de locatie waar hij met zijn schietstoel terechtgekomen is.

O'Grady overleeft op chocoladerepen en suiker uit zijn survivalkit en eet verder bladeren, gras en mieren. Als zijn noodrantsoen water op is, wringt hij zijn doorweekte sokken uit om aan drinkwater te komen.

Op 8 juni '95 wordt O'Grady gered door een Tactical Recovery of Aircraft and Personnel (TRAP)-eenheid van het U.S. Marine Corps, afkomstig van de oorlogsbodem USS Kearsarge in de Adriatische Zee.

In de Verenigde Staten geldt de synonieme term SERE: Survive, Evade, Resist and Escape:

Survive

overleven

overleven bij gescheiden worden van eigen troepen

Evade

vermijden

voorkomen van gevangenneming

Resist

verzetten

zich verzetten tegen gevangenschap

Escape

ontsnappen

ontsnappen naar eigen troepen

De SERE-training, gegeven op het U.S. Army John F. Kennedy Special Warfare Center op Fort Bragg, North Carolina, is gebaseerd op de lessons learned uit de tijd dat de Amerikaanse krijgsmacht vocht in Korea en Vietnam.

Een klassiek voorbeeld van E & E is het relaas van majoor Phil Ashby in mei 2000.

Als VN-peacekeeper is hij uitgezonden naar Sierra Leone, waar hij en 500 anderen vier dagen lang door rebellen in een kamp in Makeni gevangen worden gehouden. Op de vijfde dag, 's nachts om 02.45 uur, ontsnapt hij samen met drie andere westerlingen: twee Britten en een Nieuw-Zeelander.

Ashby, Royal Marine Commando en Jungle Warfare-instructeur, begint aan een tocht van 80 km door de jungle van Sierra Leone. Na vijf dagen bereikt hij een VN-kampement in Magburaka.

De grootste problemen onderweg zijn onderkenning door de rebellen, watergebrek en hallucinaties door dehydratie en tropische parasieten. In Magburaka zorgen Britse troepen voor luchttransport naar de hoofdstad Freetown.

Voor zijn ontsnappingsactie wordt Ashby onderscheiden met de Queen's Gallantry Medal (QGM).

Naar aanleiding van zijn avontuur publiceert hij 'Unscathed. Escape from Sierra Leone' (2002) en 'Against All Odds. Escape from Sierra Leone' (2003).

Majoor Phil Ashby QGM publiceerde na zijn hachelijke ontsnappingsactie in Sierra Leone 'Unscathed. Escape from Sierra Leone' en 'Against All Odds. Escape from Sierra Leone'..

Zie ook: camouflage, lessons learned, overleven, peacekeeping en rendez-vous.

Terug naar Boven

 

ESCOUADE

Korporalschaft sub-section; squad escouade.

Ontleend aan het Frans. De term is niet meer als zodanig in gebruik. In de term valt de vergelijking op met bijvoorbeeld eskader, eskadron en squadron.

Groep soldaten die onder het commando van een korporaal stond. De korporaal was de escouadecommandant. De escouade was een deel - in de regel de helft - van een sectie.

De escouades ontstonden uit kameraardschappen, die in de 16e eeuw het eerst bij de Spaanse legers werden gevormd (overigens ook bij onderofficieren en officieren). Rond 1900 bestond een peloton in het Nederlandse leger in de regel uit twee secties, waarbij elke sectie twee escouades van 25 man telde. Zodoende gaf de pelotonscommandant leiding aan honderd man. Bestond een peloton uit drie secties, dan telde de sectie, afhankelijk van de sterkte van het peloton, uit 8 à 14 man.

Escouade wordt binnen de Koninklijke Landmacht nog steeds gebruikt binnen de Cavalerie Ere-Escorte. Hier bestaan de escorte- en depotpelotons uit escouades, die elk acht ruiters tellen in de rang van officier.

Zie ook: eenheden (groep).

Terug naar Boven

 

ESPRIT DE CORPS

Innungsgeist (Clausewitz); Korpsgeist; Körperschaft.
corporate spirit; esprit de corps.
esprit de corps.

Uitgesproken als "eh-spree duh cor". Nederlands: korpsgeest.

Psychologisch en sociologisch fenomeen dat het gevoel van toewijding aan en trots in een eenheid uitdrukt. Waar, ondanks hightech en anderen, de mentale component (menselijke factor) op het gevechtsveld de beslissing kan brengen, is esprit de corps absoluut een force multiplier. Esprit de corps is, samen met leidinggeven, taakstelling en vorming, essentieel voor het versterken van het vereiste operationele product: gevechtskracht.

Het begrip is nauw verwant aan cohesie, groepsattitude en –moraal, organisatiecultuur, teamgeest en het wij-gevoel van een organisatie.

Esprit de corps kan worden samengevat als een hecht en sterk gemeenschappelijk eergevoel, collegialiteit, eendracht, inspirerend enthousiasme, kameraadschap, solidariteit, toewijding en trots om deel uit te maken van dezelfde groep die de wil heeft om zich positief van anderen te onderscheiden, verantwoordelijkheid te dragen, te slagen, met elkaar beter te worden en initiatief te tonen.

Traditiegetrouw domineert esprit de corps in masculiene organisatievormen, zoals onder geestelijken, militairen en studenten. Bekende militaire eenheden met een hoog esprit de corps zijn keurkorpsen als het Korps Commandotroepen, Korps Mariniers en Vreemdelingenlegioen.

Bij een hoog esprit de corps zijn de beschikbare human resources – het personeel – op een bijzondere manier met elkaar verbonden. In de hechte eenheid die ontstaat, zijn de rollen voor iedereen duidelijk. De individuele militair zet zich, onder andere door het wederzijds respect en vertrouwen dat hij binnen de eenheid geniet, zelfstandig in voor het hogere, collectieve belang of doel. Zo zal iedereen in de groep bij gemeenschappelijk gevaar dat zich voordoet, het lot van de anderen positief proberen te beïnvloeden. Ellende en tegenslag zullen de groep - waar iedereen een onwankelbaar vertrouwen in het eigen kunnen heeft en voor elkaar door het vuur gaat - eerder bezielen en inspireren tot tegenactie dan demoraliseren.

Esprit de corps staat niet alleen. Het esprit de corps wordt vaak op bataljons- of regimentsniveau aangekweekt en uitgedragen, onder meer door middel van emblemen (insignia), naamgeving en tradities. Hiermee onderscheidt een eenheid zich van andere eenheden en dicht zich een zekere mate van exclusiviteit en status toe.

Het esprit de corps kan, wanneer het proces voldoende is ontwikkeld en met bekwaamheid wordt geleid, vertrouwen, uiterlijk voorkomen, offerbereidheid (sneuvelbereidheid), inzet en discipline verbeteren; wanneer zij verkeerd wordt ontwikkeld, kan het ook leiden tot eigenrichting, een gesloten gemeenschap en vriendjespolitiek (favoritisme).

Terug naar Boven

 

ESSENTIËLE OPERATIONELE CAPACITEITEN

erstmalig operative Fähigkeiten (niet officieel).
Essential Operational Capabilities.
capacités opérationnelles essentielles.

Zie: militair vermogen.

Terug naar Boven

 

ETENSBLIKKEN

Kochgeschirre.
messtins.
gamelles individuelles.

Lichtgewichte etensblikken die deel uitmaken van de persoonsgebonden uitrusting (PGU), evenals de clip met lepel, mes en vork en de drinkbeker.

Etensblikken zijn tegelijkertijd eet- en kookgerei. De organieke messtins waren van vertind roestvrijstaal (RVS), het huidige paar messtins is van aluminium en weegt samen ± 420 gram.

Messtins worden per paar verstrekt. De twee rechthoekige etensblikken met afgeronde hoeken hebben buitenmaten van 18½ x 14 x 6½ cm (grote messtin) en 16½ x 12½ x 5 cm (kleine messtin). Vanwege het maatverschil en omdat de handvatten - aan de korte zijde - opklapbaar zijn, kunnen ze in elkaar worden opgeborgen.

Om goed uit de ‘rammeltest’ (FUCO) te komen – laat bij duisternis een speld in een messtin vallen om te horen dat geluid in het donker tot op grote afstand kan worden gehoord – en voortijdige onderkenning door de vijand te voorkomen, kan volgens voorschrift in de omgekeerd in elkaar passende messtins ondergoed, een paar sokken en/of zakdoeken worden bewaard.

Ook zijn messtins geschikt voor het transport van kwetsbare artikelen tijdens velddienst e.d.

Behalve dat het messtin ideaal is om koffie of thee in te zetten of een ei in te bakken, kan er ook in worden gekookt. Dit is mogelijk op een open vuur (Peak One-brander, miniatuur kooktoestel/kochertje met vaste brandstof, zoals esbit/hexamine) of op een zelf gegraven veldoven.

Gebruik hierbij het kleine messtin als het kookgerei en de grote als het deksel, zodat de kookwarmte binnen en het ongewenst vuil buiten blijft.

Het schoonmaken van een aangekoekt, ingebrand of -gekookt etensblik gaat prima met het schuurmiddel 'zand'. Door de messtins te omwikkelen met aluminiumfolie wordt inbranden of -koken voorkomen.

Onder andere omdat het water in het drievatensysteem te velde onvoldoende kan worden verhit, reinigen in het bijzonder de aluminium messtins volgens de Hazard Analysis and Critical Control Points (HACCP) ontoereikend en heeft het de voorkeur uit een eigen (koeken)pannetje te eten.

Zeker onder warmweersomstandigheden en in de tropen, wanneer bacteriën zich sneller dan normaal vermenigvuldigen, is hygiëne bij het bereiden van voedsel en het reinigen van etensblikken noodzakelijk om (verschijnselen van) voedselvergiftiging te voorkomen.

In het hoofdstuk 'Hygiëne in de Tropen' in Scheepspraet staan nog twee tips:

►“Laat uw etensblikken, mok, vork, lepel en mes nooit onbedekt op uw kamer staan, maar berg al uw eetgerei op, zoodat er geen vliegen en muskieten bij kunnen komen. Deze lieve insectjes zijn een gevaar voor besmetting.”

►“Wilt gij uw eten bewaren, plaats dan uw etensblik in een ton met water, mieren zijn slechte zeevaarders en komen er niet bij.”

Tegenwoordig wordt met behulp van disposable plastic eetgerei gegeten. Naast het door de KL verstrekte veldbestek (bestekeenheid lepel, mes en vork met clip) is het meest gebruikte bestek de spork, een combinatiegereedschap van lepel, mes en vork.

In het kader van de persoonlijke CBRN-bescherming geldt ook het "slaan van metaal op metaal" - bijvoorbeeld met behulp van messtins - als CBRN-alarm.

Etensblikken die met een chemisch strijdmiddel zijn besmet moeten als volgt worden ontsmet:

► Onderdompelen in kokend zeepsop gedurende 30 minuten en afspoelen;

DS-2 en afspoelen;

► Wassen in heet zeepsop, afspoelen en luchten.

Terug naar Boven

 

ETHIEK, MILITAIRE

Ethiek is nadenken over moraal; moraal zijn waarden en normen. Normen zijn (gedrags)regels die gelden als (persoonlijke) richtsnoer voor het handelen. Waarden zijn een ideaal, iets dat wordt geprobeerd te realiseren, omdat het de moeite waard is of waardevol wordt gevonden.

  
Militaire ethiek is grijs - Peter van Maurik (Militaire Spectator, 2010)Militaire ethiek is grijs - Peter van Maurik (Militaire Spectator, 2010)
  

Militaire ethiek. Morele dilemma's van militairen in theorie en praktijk

prof. dr. Fred van Iersel & dr. Ted van Baarda (redactie)
Uitgeverij Damon
ISBN 9789055733105
2002

Praktijkboek militaire ethiek. Ethiek en integriteit bij de krijgsmacht, morele vorming, dilemmatraining

dr. Ted van Baarda & prof. dr. Désirée Verweij (redactie)
Uitgeverij Damon
ISBN 9789055739905
2010

Zie ook: dilemma.

Terug naar Boven

 

ETHISCH BEWUSTWORDINGSMODEL

Afgekort: EBM.

Model dat militair leidinggevenden, in opleidings- en operationele situaties, hanteren als middel om naar voren gebrachte argumenten met betrekking tot goed en kwaad te analyseren, te verhelderen en te rechtvaardigen.

In de bewustwording wordt (inter)nationale civiele en militaire wet- en regelgeving, zoals de gedragscode (militaire bedrijfsethiek), betrokken, in het bijzonder in situaties waarin zich morele dilemma's voordoen. Het ethisch bewustwordingsmodel maakt integraal deel uit van de commandovoeringprocedure.

EMB dient zich aan bij dilemma's (situaties waarin een conflict van meerdere waarden speelt), waarin een overwogen besluit moet worden genomen. Bij dilemma's is het EBM bedoeld als hulpmiddel om tot een ethisch verantwoord besluit te kunnen komen: is wat ik nu wil doen of van mijn personeel vraag ethisch toelaatbaar?

De eindverantwoordelijkheid voor het gedrag van onderhebbend personeel ligt immers te allen tijde bij de leidinggevende. In voorkomend geval zal de leidinggevende het gewenste gedrag op een verantwoorde manier moeten afdwingen. Kennis van én inzicht in het EBM is daarom onmisbaar.

Bij het ethisch bewustwordingsmodel, dat dateert van het einde van de 20ste eeuw, gaat het overigens niet per se om de feitelijke vaststelling of iets als goed of slecht moet worden beschouwd, maar veeleer om de gevolgde redeneertrant om tot een overdachte ethische benaderingswijze en oordeelsvorming te komen.

Ethiek - ook genoemd: leer der deugden, moraalwetenschap, praktische filosofie of zedenleer - denkt kritisch na over wat het goede, verantwoorde en toelaatbare handelen van de mens is.

'Over lastig gesproken. Sie haben mir das Leben gerettet'. Het medisch dilemma van dr. Cornelis van Staveren op 14 mei 1940.

'Over lastig gesproken. Sie haben mir das Leben gerettet'.
Het medisch dilemma van dr. Cornelis van Staveren op 14 mei 1940.

Terug naar Boven

 

ETIQUETTE

Ontleend aan het Frans "étiquette" (van "inkerving in een stok of paal" naar "lijst met hofhiërarchie, protocol").

Synoniemen: beleefdheidsgebruiken, -regels, -vormen; decorum; gedragsregels; kunst der welgemanierdheid; manieren; wellevendheid.

Etiquette is het geheel van overgeleverde en, soms ook ongeschreven, regels die betrekking hebben op een beleefde, beschaafde sociaal-maatschappelijke omgang. De regels gelden zeker niet alleen in de meer deftige of hogere kringen, zoals aan het hof (dat per definitie is gekenmerkt door een strikte etiquette), en etiquette heeft te maken met opvoeding.

Pas in het midden van de 18e eeuw kregen de aan het hof reeds eeuwenlang geldende regels der etiquette ingang in de burgermaatschappij.

Oorsprong

De hertog van Bourgondië, Filips de Goede (1396-1467), speelde een belangrijke rol in de geschiedenis van de Lage Landen. Hoewel zijn positie alom werd erkend, vreesde de Duitse keizer zijn macht en weigerde in te gaan op zijn verzoek om hem de meer welluidende titel 'koning' toe te kennen.

Daarom compenseerde Filips de Goede zijn frustratie van het niet bekomen van de koningstitel met een nooit eerder geziene grandeur en plechtstatigheid aan zijn hof, die absoluut de allure van een koning hadden. Het Bourgondische hof was daardoor veruit het minst ingetogen in Europa.

Bezoekers aan het hof van Filips de Goede kregen de hofregels op een kaartje (etiquette) uitgereikt, zodat ze geen fouten zouden maken. Via "kaartje met gedragsregels" verwerd 'etiquette' uiteindelijk de benaming voor gedragsregels in het algemeen.

Terug naar Boven

 

E.U. BATTLE GROUP

Voluit: European Union Battle Group. In 2007 door de Europese Unie opgerichte flexibele gevechtseenheid die in een crisissituatie snel tussenbeiden kan komen.

Afgekort: EUBG. In januari 2005 is de EUBG Initial Operational Capable (IOC) gesteld: gereed om kleine evacuatiemissies uit te voeren. Twee jaar later wordt het concept van de EUBG gecertificeerd als Full Operational Capable (FOC).

Sinds 1 januari 2007 stonden Nederlandse troepen voor de eerste maal op een notice to move voor de EUBG.

Hierbij ging het om ± 750 Nederlandse militairen die een half jaar stand-by stonden voor een eventuele door de EU te leiden crisisbeheersingsoperaties (Rapid Reaction) in Afrika.

Battle Group 2007-I van de EU bestond uit Duitse, Finse en Nederlandse militairen.

De snelle reactiemacht van de Europese Unie kan worden ingezet:

► binnen 15 dagen (notice to move) buiten de EU;

► in een straal van maximaal 6.000 kilometer rond Brussel;

► voor een inzet van maximaal 4 maanden, waarna een follow-on force de EUBG aflost;

► voor humanitaire- en reddingsacties, natuurrampen, conflictpreventie (voorkomen van gewapende conflicten) en vredesbewarende opdrachten, crisismanagement en ontwapeningsopdrachten.

Afhankelijk van de taakstelling is een EUBG 1.500 tot 3.500 militairen groot. De EUBG is sinds haar oprichting nog niet ingezet.

Voor de BG 2007-I had Nederland de volgende eenheden aangeboden:

► infanteriecompagnie

► ISTAR-eenheid

► medische taakgroep

► personele bijdrage aan het uitzendbaar hoofdkwartier (Force Headquarters)

► substantiële bijdrage aan het logistiek bataljon (waaronder een genie-eenheid)

De toewijzing van Nederlandse militairen aan de EUBG’s is op zichzelf niet onderworpen aan het Toetsingskader: een besluit tot inzet is immers nog niet aan de orde.

Bij het besluit of de EUBG - dan wel de NATO Response Force (NRF) - wordt ingezet, heeft Nederland altijd een vinger in de pap. Nederland maakt immers deel uit van de Noord-Atlantische Raad (NAR) van de NAVO, welke hierover beslist.

Ook zit Nederland in de EU-Raad voor Algemene Zaken en Externe Betrekkingen die een besluit neemt over de Battle Group. Als ook één lidstaat in EU of NAVO bezwaren aantekent, zal niet worden besloten tot inzet van de EUBG.

In 2010 was Nederland opnieuw voor een half jaar aan de beurt, nu in een EUBG onder Britse leiding.

In 2011 was het voor het eerst dat Nederland de halfjaarlijkse Battle Group leidde: in deze EUBG deden ook Duitsland, Finland, Litouwen en Oostenrijk mee.

In het kader van de EU Battle Group 2014-2, die wordt geleid door België, bestaat de Nederlandse bijdrage onder andere uit:

► een compagnie van 44 Pantserinfanteriebataljon met CV-90's
► een compagnie van 12 Infanteriebataljon Luchtmobiel Air Assault met Bushmasters
► twee Chinook transporthelikopters

Commandant van de EUBG-2014-2 is de Belgische kolonel Philippe Boucké, commandant van de Medium Brigade bij de Belgische Landcomponent. Behalve uit België en Nederland komen de militairen uit Duitsland, Former Yugoslav Republic of Macedonia (FYROM), Luxemburg en Spanje.

Zie ook: force generation, NATO Response Force (NRF) en Voorzitter Europese Commissie wil Europees leger (8 maart 2015).

Terug naar Boven

 

EUROCORPS

Logo van het Eurocorps.

Eenheid ter grootte van een legerkorps.

Het Eurocorps is de verwezenlijking van een Frans-Duits initiatief met als doel de militaire samenwerking tussen beide landen te intensiveren.

Aan het eind van de jaren '80 spanden de Franse president Francois Mitterand en de Duitse bondskanselier Helmut Kohl zich hiervoor in.

Op 22 mei 1992 namen Frankrijk en Duitsland het zgn. La Rochelle Réport aan, een verklaring die sindsdien geldt als de oprichtingsdatum van het Eurocorps.

Aanvankelijk zag de NAVO het Eurocorps als concurrentie, maar het wantrouwen verdween met de ondertekening van het zgn. SACEUR-akkoord op 21 januari 1993.

Hierin hebben de Franse en Duitse chefs van staven, samen met de Supreme Allied Commander Europe (SACEUR), vastgelegd:

 
► de mogelijkheden van het Eurocorps om onder NAVO-bevel te opereren
► de opdrachten van het Eurocorps in de NAVO
► de verantwoordelijkheden en relaties tussen de SACEUR en de staf van het Eurocorps in vredestijd
► de verantwoordelijkheden bij geplande inzet

Op 19 mei 1993 beslisten de Eurocorps-partners vervolgens het legerkorps ter beschikking te stellen van de West-Europese Unie (WEU). Drie verschillende inzetmogelijkheden worden voorzien:

  • het Eurocorps moet klaar zijn om humanitaire hulpopdrachten uit te voeren en hulp aan de bevolking te leveren bij natuur- of technische rampen
  • het Eurocorps kan ter beschikking worden gesteld voor vredesafdwingende operaties en vredeshandhavende operaties, bijvoorbeeld in het kader van de Verenigde Naties (VN) of de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE)
  • het Eurocorps kan worden ingezet als een gemechaniseerd legerkorps in gevechtsoperaties hoog in het geweldsspectrum, in het ader van de algemene verdedigingstaak (AVT) binnen het NAVO- of WEU-verdrag

Op 1 oktober 1993 werd de Duitse luitenant-generaal Helmut Willmann de eerste commandant van het Eurocorps. Achtereenvolgens in 1993, '94 en '96 traden België, Spanje en Luxemburg tot het Eurocorps toe.

De staf van het Eurocorps is geloceerd op het Quartier Aubert de Vincelles in Straatsburg, Frankrijk. De voertaal is Engels, maar ook Frans en Duits worden gesproken. Sinds 4 september 2003 voert de Franse luitenant-generaal Jean-Louis Py het bevel over het Eurocorps.

Eind 1999 hebben de vijf Eurocorps-partners beslist dat het leger zou moeten worden geherstructureerd naar een snelle interventiemacht; in 2001 slaagde het Eurocorps tijdens een oefening in het Duitse Wildflecken in het verkrijgen van de status van snel ontplooibaar legerkorpshoofdkwartier (NATO Rapid Deployable Corps HQ) van de NAVO.

Van april tot oktober 2002 had het Eurocorps de leiding over de KFOR-vredesmacht in Kosovo, met hoofdkwartieren in Pristina en Skopje; aar bevestigde het legerkorps haar leidinggevende capaciteiten in een internationale context. Op voorstel van de Franse president Jacques Chirac in februari 2004 heeft vanaf augustus 2004 het Eurocorps de leiding over de International Security Assistance Force (ISAF) in Afghanistan.

De ter beschikking staande eenheden van het Eurocorps zijn:

  • Frans-Duitse brigade (Müllheim, Duitsland)
  • L'Etat-Major de Force 2 (Nantes, Frankrijk)
  • 10 (DEU) Pantserdivisie (Sigmaringen, Duitsland)
  • 1 (BEL) Gemechaniseerde Divisie (Evere, België)
  • LUX Verkenningscompagnie (Diekirch, Luxemburg)
  • 1 (ESP) Gemechaniseerde Divisie (Burgos, Spanje)
Boek over het Eurocorps.

Op 1 april 2009 is in Straatsburg het boek 'L'Eurocorps et l'Europe de la Défense’ (Editions Hirle, ISBN 9782914729741, € 30,00) gepresenteerd. Het boek van 200 pagina’s is geschreven door de Franse journalist Raymond Couraud, werkzaam bij de krant L’Alsace. In 1994 publiceerde Couraud ook al het boek 'Le Corps européen. Une force pour l'Europe'.

Het voorwoord is geschreven door Javier Solana, de hoogste vertegenwoordiger voor de Gemeenschappelijke Buitenlandse en Veiligheidspolitiek en Secretaris Generaal van de Raad van de Europese Unie.

Terug naar Boven

 

EVALUATIEVE VAARDIGHEDEN

Een van de vijf vaardigheden zoals die worden beschreven op en gehanteerd vanaf de Instructiekaart 2-1250 (IK 2-1250), bijgenaamd "de witte kaart".

Deze IK is een uitreikstuk in het kader van de leiderschapstraining en –vorming (LTV) ten behoeve van de leidinggevende, zowel in opleiding op de Koninklijke Militaire School als daarna.

Een evaluatie houd je onmiddellijk of enige tijd na een actie. Een evaluatie moet je alleen houden als je met de resultaten van de evaluatie iets wil bestendigen of verbeteren in het kader van lessons identified. Evalueren om het evalueren dient geen enkel nut en belang.

Evalueren doe je om het proces (aard en volgorde van de gang van zaken) cq. het product (resultaat van de gang van zaken) te beoordelen, reden waarom deze respectievelijk proces- en productevaluatie worden genoemd.

De bekendste vormen van evalueren binnen de Koninklijke Landmacht zijn die na een instructie dan wel na een (gevechts)actie.

Evalueren houdt in:

► Laat de ander vertellen hoe het ging.

► Vraag wat effectief was (Waarom was dit het geval?)

► Vraag wat de volgende keer anders zal worden gedaan (Waarom?)

► Wat is de leerwinst uit deze evaluatie?

► Geef beperkt aan wat verbeterd en bestendigd kan worden.

Evalueren vergt een degelijke voorbereiding.

Geef tevoren aan wat je wil bespreken. De evaluatie zelf moet eenhoofdig geleid worden en iedereen moet zijn/haar mening durven en kunnen geven, ook de zgn. 'grijze muizen'. Iedereen is er bij gebaat dat er eerlijke in plaats van diplomatieke antwoorden worden gegeven. Baken tevoren duidelijke doelen én evt. een einddoel af en vat na afloop de evaluatie kort en bondig samen. Tot slot kunnen, indien nodig, goede afpraken worden gemaakt.

Zie ook: communicatieve vaardigheden, sociale vaardigheden, uitvoeringsvaardigheden en voorbereidingsvaardigheden.

Terug naar Boven

`

EVASIE

Duits: Evasion. Engels: evasion. Frans: évasion.

Ontsnapping; bevrijding; vlucht; aftocht.

Komt in de regel voor in de Engelstalige combinatie 'Evasion & Escape' (E & E), min of meer synoniem met exfiltratie. Omvat de procedures en handelingen waarmee militairen, bijvoorbeeld neergehaalde piloten, in staat worden gesteld om vanuit door een opponent gecontroleerd gebied te ontsnappen naar en contact te maken met eigen troepen.

Een tweede combinatie is die in Survival, Evasion, Resistance and Escape (SERE). Dit is een Amerikaanse opleiding in het overleven in een vijandige omgeving, weerstaan van en ontsnappen aan vijandelijke troepen. De opleiding is berucht vanwege het realistische gehalte waarin de cursisten worden opgejaagd, ondervraagd en vernederd.

Terug naar Boven

 

EVERDINGEN, FORT

Militair-historisch object in het verlengde van de Diefdijk in Everdingen richting de Lek met een oppervlakte van 12 hectare. Fort Everdingen werd gebouwd om dienst te doen als fortificatie van de Nieuwe Hollandse Waterlinie.

De Nieuwe Hollandse Waterlinie was in de 19e eeuw een uitgebreid militair verdedigingswerk dat zich uitstrekte van de Biesbosch tot de Zuiderzee. Vooral de inundatie van uitgebreide gebieden voor de linie van verdedigingswerken moest vijandelijke legers buiten de vesting Holland houden.

De forten Honswijk en Everdingen maakten beiden deel uit van het zgn. Lekacces. De noordelijke oever van de Lek werd onder andere verdedigd door Fort Honswijk, de zuidelijke oever door Fort Everdingen. Beide forten zijn in de loop der jaren aangevuld met een uitgebreid stelsel van groepsschuilplaatsen, kazematten, opstelplaatsen voor batterijen en overige verdedigingswerken, allemaal inspelend op de voortschrijdende ontwikkeling van het militair geschut.

Fort Everdingen is tussen 1842 en '49 gebouwd als aardwerk met vier bastions. Het herbergt een ronde bomvrije geschutstoren van 19 meter hoog, is aan de westzijde omgeven door een 30 meter brede fortgracht met ophaalbrug en kent aan de oostzijde de (restanten van de) loopgraven/infanteriestellingen.

Het fort moest voorkomen dat de oprukkende vijand over de hooggelegen doorgangen van de dijken langs de Lek (accessen) het gebied binnenkwam. Samen met Fort Honswijk, aan de overkant van de Lek, kon daarnaast met kruisvuur worden voorkomen dat varend de naastgelegen kanalen, sluizen en de Lek werden bereikt. Tot slot verzorgde de fortificatie de inundatie van de polder tussen de Diefdijk en Culemborg.

Het fort bood ruimte aan zo'n 300 militairen.

Tweemaal is Fort Everdingen gemobiliseerd: tijdens de Eerste Wereldoorlog (1914-'18) en aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog (1939-'40). In het laatste geval telde het fort zes groepsschuilplaatsen type P van zwaar gewapend beton en bedoeld als schuilplaats voor een infanteriegroep. Ook was er 500 meter noordelijk van het fort een mitrailleurkazemat.

In 1952 is de Nieuwe Hollandse Waterlinie buiten gebruik gesteld en vanaf de jaren '60 van de 20e eeuw maakte de Explosieven Opruimings Dienst (EOD) gebruik van het complex, onder andere voor de (opleiding tot) het ontmantelen van explosieven.

In 1962 kwam Fort Everdingen in gebruik bij 580 Munitie Depot Compagnie van de Technische Dienst en de Inspectie Technische Dienst, om vier jaar later definitief plaat te maken voor de EOD.

In 1970 kreeg het fort de status van Rijksmonument; in 1973 kwam het gehele complex in handen van de EOD. Tenslotte in 2011 is de EOD verhuisd naar de Sergeant-majoor Scheickkazerne in Soesterberg.

Op 24 mei 2014 stootte Defensie na 172 jaar het verdedigingswerk Fort Everdingen af.

Zie ook: acces, Explosieven Opruimings Dienst (EOD), inundatie, loopgraaf en Sergeant-majoor Scheickkazerne.

Terug naar Boven

 

EVERY SOLDIER A RIFLEMAN

Afgekort: ESAR.

Betekenis: iedere militair geweerschutter.

Door de Koninklijke Landmacht gehuldigd motto.

In ESAR komt tot uitdrukking dat elke militair, ongeacht of hij/zij van een gevechts-, gevechtssteun- of gevechtsverzorgingssteuneenheid deel uitmaakt, zijn basale infanteriedrills en -skills moet beheersen (vaardigheid) en fit moet zijn.

Het 'groene' aspect betekent immers dat, ondanks of juist dankzij de toename van Peace Support Operations, elke militair zijn militaire basisvaardigheden en overige individuele skills en drills dient te kennen en kunnen om in een inzetgebied zichzelf en zijn eenheid te kunnen verdedigen "als de poep de ventilator raakt" ("when the shit hits the fan").

Dit is ook van levensbelang op compagnies- en bataljonsniveau bij gevechts(verzorgings)steuneenheden, omdat iedereen tijdens inzet met de risico's van directe gevechtsacties (vuurcontact) te maken kan krijgen.

Het credo is van origine van het U.S. Marine Corps: "Every marine a rifleman". In 2003 is de slogan overgenomen door generaal Peter Schoomaker, toentertijd de Chief of Staff van de U.S. Army. In Nederland is de uitdrukking geïntroduceerd door generaal Peter van Uhm, de toenmalige Commandant Landstrijdkrachten (CLAS).

In moderne krijgsmachten is de verhouding tussen de inzetgerede gevechtseenheden en het ondersteunend personeel almaar groter geworden: de tooth-to-tail-ratio. De laatste decennia lijkt in Nederland het omgekeerde in gang gezet. Omdat ondersteunende processen steeds minder tijd, energie en dus personeel vergen, wordt het verhoudingsgetal kleiner. Het gevolg hiervan is dat meer personeel daadwerkelijk aan het gevecht kan deelnemen - de uiterste consequentie van Every Soldier A Rifleman.

Zie ook: Air Manoeuvre Brigade, Als de poep de ventilator raakt, lichte infanterie, Overige Operationele Taken (OOT), pantserinfanterie, rode baret en tooth-to-tail-ratio.

Terug naar Boven

 

EVERY SOLDIER A SPOKESPERSON

Betekenis: Iedere militair woordvoerder.

Als vertegenwoordiger van de krijgsmacht, moet iedere professionele militair de media en de publieke opinie kunnen verduidelijken waarom de werkzaamheden van Defensie belangrijk zijn.

Het overbrengen van de boodschap kan aan de hand van onderstaande vijf punten (overgenomen uit 'Bizon. Personeelsblad van de 43e Gemechaniseerde Brigade, februari 2011, nummer 1):

1

Militairen zijn er voor de veiligheid van Nederland. In ons eigenland, maar ook als we ergens anders waar ook ter wereld nodig zijn.

2

Militairen zetten zich in Nederland dagelijks actief in voor de veiligheid. De Koninklijke Landmacht heeft zich hierbij al vele malen bewezen als volwaardige partner van civiele hulpdiensten. Denk bijvoorbeeld aan de Explosieven Opruimings Dienst (EOD).

3

Tijdens een missie beperken we ons, als dat kan, tot het houden van toezicht en hulpverlening. Maar als het moet, dan zijn Nederlandse militairen goed getraind om op een verantwoordelijke manier te vechten.

4

Wanneer er vanuit de politiek wordt besloten dat Nederlandse militairen worden ingezet in een crisisgebied en er eventueel moet worden gevochten, dan is het belangrijk om over de juiste middelen te beschikken.

5

De Nederlandse krijgsmacht is een 'ultiem middel' voor veiligheid in binnen- en buitenland. Als wij een crisis niet aankunnen, dan lukt niemand dat in Nederland. De krijgsmacht is daarom ook een soort van verzekering: niet leuk om voor te betalen, tot je het nodig hebt!

In het kader van 'Every soldier a spokesperson' geldt te allen tijde dat in contacten met de media en overige externe actoren de regels gelden zoals die zijn verwoord in de Instructiekaart Omgaan met media (IK 2-1251).

Zie ook: embedded journalism, omgaan met media, oorlogscorrespondent, operational security en psychological operations.

Terug naar Boven

 

E.W.A.B.M.-METHODE

Met name scherpschutters en sluipschutters werken volgens de E.W.A.B.M.-methode:

E

Elevatie

Afstand tot het doel

In meters

W

Windcorrectie

In klikken naar links of rechts

Met breedte-instelling

A

Aanduiden

Aanduiden van het doel door de waarnemer

In klare taal

B

Bevestigen

Bevestigen van het aangeduide doel door de schutter

Volgens klokmethode

M

Moment van vuren

Moment van vuren bepalen door de waarnemer

Vuren indien gereed

Zie ook: scherpschutter en sluipschutter.

Terug naar Boven

 

EXCHANGE OFFICER

Austauschoffizier officier d'échange.

Afgekort: XO (soms ook: EXO). Uitwisselingsofficier.

Militair, in de regel in de rang van officier, die voor een langere periode bij de strijdkrachten van een bevriende mogendheid wordt ingezet en daar zijn generieke diensten aanbiedt.

De XO is een contactpersoon, evenals de Defensie Attaché (Defat) en de liaisonofficier (LSO), die een basis vormt voor het begeleiden en ontwikkelen van gezamenlijke activiteiten, het inventariseren van elkaars mogelijkheden en daarmee binationale samenwerking mogelijk maakt.

Behalve dat het noodzakelijk is dat de XO de sterke punten en tactieken van buitenlandse collega’s op waarde weet te schatten, is zijn doel in het algemeen:

►bevorderen van internationale samenwerking

►delen van de laatste stand van tactieken (doctrine), technieken (wapens) en procedures (SOP’s)

►mogelijkheden bezien voor het gezamenlijk ondernemen van operaties en samen opleiden en trainen

►uitwisselen van ervaring en kennis opdoen van elkaars organisaties en middelen

►verzamelen van inlichtingen, bijvoorbeeld over de voorbereiding of voortgang van operaties die voor de eigen nationale staven van belang zijn

Het is gangbaar dat XO's in het gastland operationele functies bekleden en volledig geïntegreerd deel uitmaken van de staf of eenheid. De uitwisseling is in de regel één-op-één: wanneer een Nederlandse officier wordt geplaatst bij een Britse eenheid, zal een Britse officier worden gedetacheerd bij een Nederlandse eenheid.

Nederland heeft met name XO’s in Groot-Brittannië en de Verenigde Staten, waarmee het intensieve betrekkingen op militair gebied onderhoudt.

Zie ook: liaisonofficier.

Terug naar Boven

 

EXERCITIE

Meervoud: exercities, exercitiën. Afgeleid van het Latijnse woord "exercitio" (oefening).

Oefening, met of zonder wapen (geweer, karabijn, pistool of sabel), waarbij op geleide van waarschuwings- en uitvoeringscommando's door alle leden van een eenheid gelijktijdig bewegingen worden gemaakt.

De voorschriften over de bewegingen, handgrepen, posities e.d. zijn vervat in exercitiereglementen. Het doel van exercitie is de militair, zowel individueel als collectief, ordelijk, op gelijke wijze en op hetzelfde moment oefeningen te laten uitvoeren. Hiermee wordt een zo groot mogelijke uniformiteit verkregen en kunnen, ook tijdens het gevecht, de juiste handelingen direct drillmatig worden uitgevoerd.

Exerceren was al gemeen in gebruik bij de Griekse en Romeinse legerscharen, maar sinds de 17e eeuw maakt exercitie een vast deel uit van het militaire leven. In 1590 haalde Maurits van Nassau de exercitie voor de infanterie van het Staatse leger uit de vergetelheid (specifiek uit het boek 'De Re Militari' van de Romein Publius Flavius Vegetius Renatus), waarmee een einde kwam aan zowel het opstellen in veel te grote formaties als aan een stagnatie van de infanterietactiek.

Afbeelding uit de 'Wapenhandelinghe' van Jacob de Gheyn (1607).

Door snelle wisselingen van vooral kleinere en daardoor zeer beweeglijke formaties – zowel naast elkaar (gelid) als achter elkaar (rot) – werd een betere controle over het afgeven van vuursalvo’s verkregen, waardoor de vuurkracht werd gemaximaliseerd.

De ingevoerde exercitieoefeningen en het daarover opgestelde reglement (Exercitio Mauritiana) komen allemaaal aan bod in het boek Wapenhandelinghe van roers, musquetten ende siessen. Achtervolgende de ordre van Syn Excellentie Maurits, Prince van Orangie, Grave van Nassau etc. Gouverneur ende Capiteyn Generael over Gelderlandt, Hollandt, Zeelandt, Utrecht, Overyssel etc. van Jacob de Gheyn (1607).

De exerceerkunst nam een hoge vlucht met de instelling van de staande legers.

Vanaf het einde van de 17e eeuw werd zij niet meer alleen als een voorbereiding tot de oorlog beschouwd maar ook als een middel om de vorstelijke macht bij vreedzame tonelen in haar meest schitterende glans te tonen (aldus H.M.F. Landolt).

De verbeterde discipline van en controle over de soldaten wordt heden ten dage nog tot uitvoering gebracht in vele vormen van militair ceremonieel tijdens demonstraties, evenementen en manifestaties, zoals het appèl, ereafzetting, -couloir en -escorte, defilé, (ere)groet, marcheren, de parade, present melden en de vaandelwacht.

Voorbeeld van exercitie: aangetreden troepen van het Regiment Grenadiers en Jagers, gehuisvest in de Oranjekazerne in Den Haag bij een bezoek van Z.K.H. Prins Hendrik der Nederlanden in 1903.

Door te exerceren raakt de militair eraan gewend onmiddellijk te doen wat wordt bevolen. Exercitie wordt niet voor niets van oudsher gezien als een tuchtmiddel bij uitnemendheid dat het gevoel voor ondergeschiktheid en saamhorigheid voedt. Exercitie is een beproefd (psychologisch) middel om militaire gehoorzaamheid en tucht te verdiepen.

Voorheen stond de exercitie beschreven in het Exercitiereglement (Voorschrift 2-1592), sinds 2005 is er een krijgsmachtbrede exercitie die wordt vermeld in de ‘Exercitie voor de krijgsmacht (Defensie Publicatie 20-20). Hierop is sinds 1 februari 2007 een herziene versie van kracht.

Te doen gebruikelijk wordt exercitie geoefend op het exercitieterrein van de kazerne, in de regel de appèlplaats.

Download hier de herziene versie van de exercitie zoals die sinds 1 februari 2007 van kracht is.

Bron: Landmacht, mei 2007.

Terug naar Boven

 

EXFILTRatie

Afkorting: exfil.

Exfiltreren betekent niets anders dan dat personeel of eenheden, zonder te voren gemaakte planning, uit een gebied proberen te verdwijnen dat wordt gecontroleerd door de vijand.

Bedoeling is dat personeel of eenheden heelhuids terugkeren vanuit een zgn. 'point of exit' naar de voorste lijn eigen troepen van het door eigen troepen of eenheden gecontroleerd gebied (Area of Operations). Exfiltreren betekent op jezelf aangewezen zijn en dat je in staat moet zijn om te overleven, want natuurlijk moet primair onderkenning door de vijand (vijandcontact) worden voorkomen!

Fasen van de exfiltratie:

►vaststellen afgesneden van eigen troepen

►voorbereiden exfiltratie

►verplaatsing richting eigen troepen

►verblijven in schuilbivak (overdag)

►contact maken met eigen troepen

Het vaststellen van het gegeven afgesneden te zijn van eigen troepen, kan doordat personeel krijgsgevangen is gemaakt, door (afwezigheid van) radioverkeer, door visuele vaststelling of na infiltratie.

Ter voorbereiding van een exfiltratie wordt het essentieel materieel dat moet achterblijven - voertuigen, verbindingsmiddelen, wapens en munitie, optiek, documenten en bevelen, niet voor exfiltratie geselecteerde uitrusting - onbruikbaar gemaakt.

Selecteren van voor exfiltratie benodigde uitrusting:

►eten en drinken

►GPS, kaart en kompas

►persoonlijk wapen en munitie

►PGU

►verbindingsmiddelen

Na het verplaatsen naar een gedekte locatie, wordt deze locatie rondom betrokken (rondombeveiliging). Vervolgens wordt een exfiltratieplan gemaakt - zie OTVOEM - waarbij in elk geval de volgende punten in aanmerking moeten worden genomen:

►contingency plan (what if-scenario)

►hoe te handelen als de groep uit elkaar valt

►hoe te handelen bij vijandcontact

►hoe te handelen indien er gewonden vallen

►hoe te handelen op het verzamelpunt (codewoord, rondombeveiliging)

►locaties schuilbivak

►taakverdeling van de groepsleden

►verplaatsingsroute (richting en globale route) en uitwijkroute

►wijze van verplaatsen

►(laatste) verzamelpunt en Emergency Rendez-Vous (ERV)

Na het OTVOEM'en kan de route gepland worden, waarbij rekening gehouden moet worden met:

►vermijd bebouwing en oorden; vermijd militaire installaties en andere lonende doelen of vuurtrekkende objecten; open terrein; vee; verharde of goed begaanbare wegen

►teken geen routes en locaties op de kaart in

►plan een aanvangspunt (APT) en eindpunt (EPT); een alternatieve route; zo veel mogelijk verzamelpunten die parallel liggen aan de verplaatsingsroute

►maak zo min mogelijk sporen (sporendiscipline, geluids-, licht- en sporendiscipline)

►maak bij gebruik van oriëntatiepunten (waterlopen, hoogspanningsmasten, spoorlijnen e.d.), met name markante terreinkenmerken

Iedereen in de groep moet minimaal op de hoogte zijn van de globale verplaatsingsroute (richting en markante terreinkenmerken), het eerste verzamelpunt en het eindpunt.

Factoren waarmee rekening moet worden gehouden bij het verplaatsen:

►afhankelijk van de 'omgevingsdrukte'

►bij duisternis of dichte mist

►gemiddelde verplaatsingssnelheid: ± 60 meter per minuut; in dicht terrein langzaam verplaatsen (2 km per uur); in open terrein snel verplaatsen (5 km per uur)

►houd regelmatig luisterstops (rondom betrekken, terreinoriëntatie uitvoeren, vijandelijke bewegingen spotten, rust houden)

►in enkele colonne/colonne met enen

►maak, ook in een beboste gebieden, zo min mogelijk gebruik van paden en lanen

►voorkom spoorvorming

Bij het verplaatsen moet vijandcontact worden vermeden. Ben zeer terughoudend; indien vijandcontact onvermijdelijk is (houd het doel van de exfiltratie - terugkeer naar eigen troepen - voor ogen) agressief optreden en wegwezen.

Overdag, in elk geval indien het licht is, wordt een schuilbivak betrokken. Een schuilbivak is een gedekte locatie waar de groep zich schuilhoudt om ontdekking door de vijand te voorkomen. De eisen van het schuilbivak zijn tenminste:

►comfort is geen eis

►niet in de directe omgeving van open terrein, bebouwing en oorden, vee, militaire installaties en andere lonende doelen dan wel vuurtrekkende objecten

►plan minimaal één uitwijkmogelijkheid

►zichtdekking en gedekt tegen luchtwaarneming

►zo veel mogelijk in de buurt van (drink- en/of was)water

Het verkennen van een schuilbivak gebeurt als volgt:

►locatie schuilbivak en minimaal één uitwijkmogelijkheid verkennen

►verkennen door commandant + 1

►minimaal 1 uur voor aanbreken ochtendgloren (ENAS)

►contingency plan (what if-scenario)

►op locatie schuilbivak blijft extra man achter

►commandant haalt rest van de groep op

►verplaatsen naar locatie schuilbivak volgens vishaak

Het betrekken van én verblijven in een schuilbivak gebeurt als volgt:

►wacht met inrichten van het schuilbivak tot het ochtendgloren

►rondom betrekken vanuit de beweging

►houd rekening met nabijbeveiliging, sporendiscipline en camoufleren

►commandant geeft bevel met daarin terreinoriëntatie, uitwijkpunt, wachtregeling, wat te doen bij vijandcontact, eten en rust (alle actie gedekt)

Alles gebeurt in het schuilbivak, zelfs urineren en defaeceren. Maak daarom zo min mogelijk beweging, zorg voor geluids-, licht- en sporendiscipline, maak geen vuur en rook niet. 

Op enig moment wordt het schuilbivak verlaten:

►vóór het verlaten geeft de commandant het bevel voor de komende verplaatsing

►verplaatsingsgereed maken

►sporen wissen (geen afval achterlaten)

►verlaten bij duisternis volgens dog-leg

Het contact maken met de eigen troepen kan zowel gepland als spontaan plaatsvinden:

►maak evt. gebruik van de gevechtsveldnoodfrequentie

►bij aanvang ochtendgloren (ENAS)

►liefst op afgesproken locatie en volgens vaste procedure

►neem een passieve houding aan (gebruik een witte vlag)

►werk mee; zo niet, dan kan een behandeling als krijgsgevangene het gevolg zijn

De tips en tools met betrekking tot exfiltreren:

►beschouw iedereen als vijand, ook burgers en kinderen

►blijf te allen tijde onopgemerkt

►houd bij elke operationele inzet rekening met het afgesneden raken van eigen troepen

►houd je altijd aan de procedures

►verplaats alleen bij duisternis

Zorg ervoor dat je in verband met het afgesneden raken van eigen troepen altijd tenminste een kaart van het operatiegebied (Area of Operations), klasse I (met name water), een kompas, wapens en munitie, een zaklamp en een zakmes in bezit hebt. Neem daarentegen nooit informatie mee over privé-gegevens en militaire gegevens waarvan het niet noodzakelijk is dat die op de man zijn.

Zie ook: infiltratie en parcours militair.

Terug naar Boven

 

EXIT-STRATEGIE

Synoniem: evacuatiestrategie.

Strategie die in voorkomend geval zal worden gehanteerd indien het land(sdeel) waar een militaire missie wordt uitgevoerd dient te worden verlaten. Het verlaten van zo'n missiegebied kan in geval van calamiteiten noodzakelijk zijn, bijvoorbeeld omdat de aanwezige militairen:

► een te lichte bewapening hebben om geweld tegen lokale/regionale strijdkrachten te weerstaan

► een mandaat hebben dat geen rekening houdt met het robuust aanwenden van geweld

In het Nederlandse geval maakt de exit-strategy deel uit van het herziene Toetsingskader 2001, een puntenlijst voor de besluitvorming over missies die onder andere de veiligheidsrisico behandeld welke met een missie gemoeid zijn. Daarbij worden op grond van een risicoanalyse in detail plannen voorbereid - nationaal of in multinationaal verband, bijvoorbeeld met de Amerikanen of Britten - voor het geval zich calamiteiten voordoen (contingency planning) en, afhankelijk van de aard van de operatie, om eenheden en individuele militairen te ontzetten (extraction).

Het verlaten van een missiegebied in het kader van een exit-strategy zal plaatshebben via een of meerdere zgn. Points of Exit, meestal vliegvelden en havens.

In het algemeen behoort een exit-strategy tot de Active Defence (actieve verdediging) van de Force Protection van de eigen troepen in een missiegebied.

Overigens bestaat er, parallel aan een exit-strategy, niet zoiets als een entry-strategie. Toch wordt de kreet "No entry, without exit" tegenwoordig alom geaccepteerd als maatgevend.

Terug naar Boven

 

EXPEDITIONAIR

Expeditionsarmee.
expeditionary force.
expéditionnaire.

Van het Frans "expédition" (verzending, expeditie).

Met betrekking tot of behorend tot (het ondernemen van) een expeditie. In het bijzonder geldt dit het zenden van militairen naar het buitenland voor, zoals vroeger, een veldtocht of, zoals tegenwoordig, een missie.

Expeditieleger

Expeditionskorps
expeditionary force
corps expéditionnaire

Expeditielegers zijn van alle tijden.

Al onder Alexander de Grote en Hannibal trokken legers erop uit om op grote afstand van huis en haard in den vreemde ten strijde te trekken.

Ook de expeditionaire macht van de Vikingen en de Kruisvaarders is genoegzaam bekend.

Dergelijke expeditielegers waren, in ieder geval deels, voorlopers van de moderne Rapid Deployment/Reaction Forces en de toenemende, door de internationale gemeenschap gevoelde, noodzaak om snel agressie en dergelijke buiten de territoriale grenzen te kunnen beantwoorden.

Expeditielegers zijn van oudsher grotendeels zelfvoorzienend (selfsupporting), met een organieke logistieke capaciteit en met het volledige spectrum aan wapens(ystemen) om de strijdmacht te ondersteunen met (in)direct vuur - zwaarbewapend dus.

Canadese militairen plaatsen eind 1916 hun bajonetten voor een aanval op de Somme - de belangrijke veldslag in de Eerste Wereldoorlog. De Canadezen maken deel uit van de Canadian Expeditionary Force (CEF). Tussen 1914 en 1920 namen ruim 600.000 Canadezen dienst in deze expeditionaire strijdmacht.

De krijgsmacht anno nu opereert evenzeer onafhankelijk van haar landsgrenzen en is, net als de expeditielegers van vroeger, logistiek zo goed als geheel zelfstandig. Expeditionair optreden betekent ook dat wordt opgetreden in een Joint-Interagency-Multinational-Public (JIMP) omgeving.

Expeditionaire, snel inzetbare en robuuste eenheden van de krijgsmacht vormen één van de antwoorden op de internationale ontwikkelingen van tegenwoordig.

 

Een militair van het 8e Bataljon Nationale Militie tijdens de Slag bij Waterloo in 1815 ►

Het 8e Bataljon, onder leiding van luitenant-kolonel Wybrand Adriaan De Jongh, was ingedeeld bij de 1e Brigade van generaal-majoor Willem Frederik graaf van Bylandt, die weer ressorteerde onder de 2e Divisie (generaal Hendrik George graaf de Perponcher Sedlnitsky).

Alle Nederlandse troepen stonden onder bevel van de Prins van Oranje - de latere Willem II.

In de Slag bij Waterloo was het Brits-Nederlandse leger onder commando van de hertog van Wellington, multinationaler samengesteld dan de naam doet vermoeden. Er maakten ook veel Pruisische huurtroepen onder Gebhard Leberecht von Blücher deel van uit; deze kwamen bijvoorbeeld uit Braunschweig en Hannover.

Nederland

Na de Koude Oorlog is ook de Nederlandse krijgsmacht in rap tempo omgevormd tot een, weliswaar beperkte, expeditionaire krijgsmacht die in staat is op relatief grote afstand van de thuisbasis in het gehele geweldsspectrum te worden ingezet.

De aanzet hiertoe werd gegeven in de Defensienota 1991 ('Herstructurering en verkleining') en de Prioriteitennota 1993 ('De juiste koers?'). De regering herstructureerde de krijgsmacht drastisch om haar op die manier beter toe te rusten voor de verander(en)de omstandigheden.

Er werd echter tegelijkertijd zwaar bezuinigd op Defensie en, in 1996, werd de opkomst voor de dienstplicht opgeschort. Daarmee vond de transitie plaats van een gedeeltelijk mobilisabel kadermilitieleger met dienstplichtigen, dat is gericht op een algemene verdedigingstaak (AVT), naar een beroepsleger dat ook is gericht op militair optreden buiten het NAVO-verdragsgebied.

Niet alleen introdueerden deze ontwikkelingen een krijgsmacht die geschikt bleek voor internationaler optreden, door de geopolitieke situatie, zowel in Europa als mondiaal, werd ze hier feitelijk toe genoodzaakt. Meer en meer richtte ze zich op, en werd ze ingericht naar de eisen van, expeditionair optreden.

Voorbeelden van sindsdien in het leven geroepen expeditionaire grootheden zijn de EU Battle Group (EUBG) van de Europese Unie en de NATO Response Force (NRF) van de NAVO.

Hoewel op kleinere schaal heeft Nederland, evenals Frankrijk, Groot-Brittannië en de Verenigde Staten, de ommekeer gemaakt naar een expeditionaire krijgsmacht (out-of-area):

"In Nederland is dus sprake van een paradoxale situatie. Er is een krijgsmacht die feitelijk volledig expeditionair is, terwijl het politieke ambitieniveau laag tot gemiddeld is, gekoppeld met een lage tot gemiddelde risicobereidheid."

Prof. dr. Rob de Wijk, 'Dilemma's voor het toekomstige landoptreden', Atlantisch Perspectief, 2005, jaargang 29, nummer 2.

Wanneer expeditionair optreden wordt gebruikt om de eigen machtsmiddelen aan te wenden ten einde te reageren op crises, bij te dragen aan afschrikking en de regionale stabiliteit te vergroten, wordt wel gesproken van Power Projection.

Zie ook: algemene verdedigingstaak (AVT), EU Battle Group (EUBG), geweldsspectrum, Koude Oorlog, NATO Response Force (NRF) en out-of-area.

Terug naar Boven

 

EXPLOIT

Exploit is de vierde kerntaak van het gevecht, naast de klassieke drie:

Vinden
Binden
Slaan

De vier kerntaken vullen elkaar aan (complementair).

Exploit, het uitbuiten (uitnutten, geheel benutten) van de vijand, is een kerntaak die als doel heeft om op elk moment maximaal te profiteren van een ontstane situatie door daar zoveel mogelijk voordeel uit te halen. In iedere operatie doen zich immers mogelijkheden voor waardoor find, fix en strike aanmerkelijk kunnen worden vereenvoudigd.

Iedere gunstige mogelijkheid moet worden uitgebuit, zowel onvoorzien gunstige omstandigheden als kansen die ontstaan door de effecten van het eigen optreden.

Hierbij gaat het erom tijdig, op eigen initiatief (d.w.z met vrijheid van handelen voor ondercommandanten) en offensief (of op zijn minst agressief) de strijd aan te gaan, waarbij de vijand verliezen worden toegebracht. Voorbeelden hiervan zijn een doorbraak of het vermeesteren van een aanvalsdoel.

Zie ook: find (vinden), fix (binden) en strike (slaan).

Terug naar Boven

 

EXPLOSIEVEN OPRUIMINGSCOMMANDO KL

Afgekort: EOCKL.

Vanaf 2009 is het EOCKL opgegaan in een joint Explosieven Opruimingsdienst Defensie (EODD), onder andere als gevolg van de toegenomen vraag naar explosievenruiming, zowel expeditionair als in het kader van terrorismedreiging.

De EODD is de overkoepelende krijgsmachtorganisatie ten behoeve van het verkennen, opsporen (detecteren en lokaliseren) en ruimen (benaderen, veiligstellen, afvoeren of vernietigen) van explosieven.

Onder explosieven worden gerekend artilleriemunitie, (diepte)bommen, elektrische ontstekingsinrichtingen, (on)geleide projectielen, gevechtsladingen, inrichtingen in werking gesteld door patronen en stuwstoffen, mijnen, mortiermunitie, munitie voor kleinkaliberwapens, (niet-)pyrotechnische vuurwerken, torpedo's en vernielingsladingen.

De takken van de EODD zijn:

   

Explosieven Opruimings Dienst
(EOD-Koninklijke Landmacht)

Sergeant-majoor Scheickkazerne
Soesterberg

►rest van Nederland
►geïmproviseerde explosieven (IED's)
►op alle landmachtonderdelen

 

Explosieven Opruimings Dienst
(EOD-Koninklijke Luchtmacht)

Vliegbases
Gilze-Rijen en
Soesterberg

►Zeeland en Brabant
►op alle luchtmachtonderdelen

 

Duik- en Demonteergroep
(DDG-Koninklijke Marine)

Marinekazerne Erfprins Den Helder
(en Soesterberg)

►Waddeneilanden, Friesland en Noord-Holland
►munitie op zee of onder water
►op alle marineonderdelen

De EODD is belast met het:

Adviseren van de politie en overheid met betrekking tot zijn taken

Bergen van vliegtuigwrakken, vaak in samenwerking met de Bergings- en Identificatie Dienst van de Koninklijke Landmacht (BIDKL) i.v.m. de aanwezigheid van stoffelijke overschotten

Opruimen van (vermoedelijke) geïmproviseerde explosieven

Opruimen van oorlogstuig en (vermoedelijke) conventionele explosieven

De onderofficier bij de EODD volgt een munitietechniek-opleiding van 12 maanden aan de School Technische Dienst van het Opleidingscentrum Logistiek (OCLOG), draait vervolgens een startfunctie bij het Munitiebedrijf, volgt aanvullende EOD-opleiding – onder andere in wet- en regelgeving over opslag en vervoer van ontplofbare stoffen – en kan pas dan als assistent-opruimer explosieven bij de EODD worden ingezet.

Na ± 5 jaar is de assistent zover geschoold en getraind in de praktijk dat hij als ploegcommandant kan optreden. De EODD telt 24 EOD-ploegen, in totaal ± 70 mensen.

Het toenmalige EOCKL ontstond in 1944 doordat het (deels) bevrijde Nederland bezaaid lag met ongesprongen mijnen en bommen. Speciaal hiervoor werd de Mijn- en Munitie Opruimingsdienst opgericht, welke feitelijk een vervolg was op de Sectie Bom Opklaring.

In de jaren '70 werd Nederland opgeschrikt door gewelddadige acties van Zuid-Molukse jongeren en de extremistische Rode Jeugd (zelfgemaakte bommen).

Vanaf de jaren '90 van de 20e eeuw neemt het EOCKL deel aan vredesoperaties (mijnenruimoperaties) en in het begin van de 21e eeuw wordt het werkterrein verder uitgebreid, ditmaal naar de gevolgen van de strijd tegen het internationale terrorisme.

Links een berg reeds tot ontploffing gebrachte munitie, links het omslag van 'De geschiedenis van het EOCKL en zijn voorgangers, 1944-2004'.

Sinds 1998 is het opsporen van (ongesprongen) munitie(restanten) niet alleen meer voorbehouden aan de krijgsmacht, maar het EOCKL is als enige verantwoordelijkheid voor het ruimen. Ook commerciële ondernemingen speuren sindsdien de Nederlandse grond af. Tegenwoordig ligt het aantal meldingen op jaarbasis tussen 2.200 en 2.500.

In het kader van de Intensivering Civiel Militaire Samenwerking (ICMS) kan de EODD ploegen binnen maximaal drie uur op vier verschillende locaties ter plaatse hebben voor civiele werkzaamheden in opdracht van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, het Ministerie van Justitie of gemeenten. Civiele werkzaamheden betreffen zoekacties, het opsporen en ruimen van conventionele of geïmproviseerde explosieven en preventief onderzoek op locatie.

Zowel nationaal als internationaal (expeditionair) levert de Explosieven Opruimingsdienst Defensie capaciteit.

Op 5 november 2004 werd het 60-jarig bestaan van het EOCKL en zijn voorgangers gevierd. Ter gelegenheid hiervan verscheen 'De geschiedenis van het EOCKL en zijn voorgangers, 1944-2004' (ISBN 9789053529973).

Zie ook: Ammunition awareness, B.M.W. en Sergeant-majoor Scheickkazerne.

Terug naar Boven

 

EXPLOSIVELY FORMED PENETRATOR

Afgekort: EFP. Synoniem: Explosively Formed Projectile.

Speciaal type improvised explosive device (IED) dat door verzetsgroepen in met name Afghanistan en Irak, wordt gebruikt om gepantserde doelen te bestrijden.

De zeer krachtige EFP's werden voor het eerst ontwikkeld door de Britten in WO II. Het gevaar van een EFP is een holle lading die bij detonatie met een snelheid van vele malen Mach haar penetratievermogen behoudt of zelfs vergroot en dodelijke schade aanricht.

Het gebruik van deze wapens door het Iraakse verzet vormt een ernstige bedreiging voor de Amerikaanse militairen in Irak in de nasleep van de Tweede Golfoorlog (operatie IRAQI FREEDOM). In 2007 werd in de Afghaanse hoofdstad Kabul voor het eerst een EFP gevonden, die 16 kg explosief bevatte en van 1 km afstand kon worden bediend.

Zie ook: improvised explosive device (IED).

Terug naar Boven

 

EXPLOSIVE REMNANTS OF WAR

Afgekort: ERW. Niet-ontplofte oorlogsresten.

Explosieven die zijn geproduceerd met het doel te ontploffen, maar ondanks te zijn afgevuurd, gedropt, gelanceerd of gelegd niet zijn ontploft als gevolg van een defect, productiefout of om welke andere reden dan ook. Daarbij kan in de eerste plaats worden gedacht aan niet ontplofte artilleriegranaten, clustermunitie, handgranaten, mortieren, raketten en submunitie die op het slagveld en/of (voormalige) oefenterreinen achterblijven.

Het voortdurende gevaar van ERW’s voor de burgerbevolking, vredesmilitairen, NGO's en IO's berokkent tijdens én na militaire conflicten schade aan de woon- en werkomgeving, waardoor de economische wederopbouw en de politieke stabiliteit duurzaam worden gehinderd. Met name landen in het voormalig Warschau Pact, Midden-Oosten, Afrika en Zuidoost-Azië hebben socio-economische nadelen van de aanwezigheid van ERW's.

Hoewel zowel het 'Protocol on Explosive Remnants of War' (5e Protocol van de Conventie van Genève uit 1980) als de 'Treaty on Explosive Remnants of War' (2003) aanmoedigen tot het ruimen van ERW's, is dit gezien de enorme omvang feitelijk dweilen met de kraan open.

Zie ook: Improvised Explosive Device (IED) en UXO.

Terug naar Boven

 

EXTRACTIE

extraction extraction.

Tegengestelde van insertie.

Het exfiltratieproces vanuit een door de tegenpartij beheerst inzetgebied na het uitvoeren van observatie, patrouilles, raid, verkenning e.d., in de regel per transporthelikopter (airmobile), vliegtuig of voertuig (bereden, gemotoriseerd.

Een extractie wordt, gepland of in een noodsituatie, uitgevoerd vanaf een pick-up point (PUP). De extratie kan ook inhouden dat non-combattanten worden ontzet en geëvacueerd vanuit een vijandelijke omgeving; een dergelijke operatie wordt een Non-combattant Evacuation Operation (NEO) genoemd.

Zie ook: exfiltratie, infiltratie en insertie.

Terug naar Boven

 

EYES ON TARGET

Auge am Feind.

Afgekort: EOT.

Onder waarneming houden van een doel om situational awareness (SA) te krijgen of houden in vijandig gebied (door de opponent ontzegd), politiek gevoelig gebied of gebied van een komende actie.

In het laatste geval wordt het houden van eyes on target ook wel aangeduid als Close Target Recce (CTR).

Ontdekking door de opponent en direct vuurcontact worden vermeden.

Zonder eyes on target zijn er niet voldoende actuele (real-time) gevechtsinlichtingen beschikbaar; vroegtijdige verkenningen zijn dus van belang voor deze inlichtingen, zoals doelinformatie.

Eyes on target biedt bijvoorbeeld inzicht in vaste patronen, en de afwijkingen hierop, bij de opponent, zodat behalve zijn locatie en sterkte ook zijn gedragingen inzichtelijk worden gemaakt.

Verkenners, zoals de Fernspäher van de Bundeswehr, kunnen eyes on target houden.

Eyes on target is een vorm van human intelligence (HUMINT) die wordt uitgevoerd door individuen of kleine eenheden:

ISTAR-eenheden, zoals gevechtsveldcontroleradar of Unmanned Aerial Systems (drones)

Long Range Reconnaissance Patrols (LRRP's)

pathfinders

Special Forces (SF)

verkenningspatrouilles (Special Reconnaissance)

■ voorwaartse waarnemers, ten behoeve van Close Air Support of Close Combat Attack

Zie ook: Close Target Recce (CTR), drone, human intelligence (HUMINT), Long Range Reconnaissance Patrol (LRRP), pathfinder en situational awareness.(SA) en Special Forces (SF).

Terug naar Boven

 

Laatste update:27.10.2016