Maak uw keuze uit de hieronder getoonde lijst F.A.C.E.S. De uitvoerbaarheid van een zelf ontwikkelde eigen mogelijkheid (EM) kan worden uitgesloten of bevestigd aan de hand van de criteria uit het ezelsbruggetje FACES. De eigen mogelijkheid (course of action, COA) volgt (onder andere) uit de consequenties van de analyse van de opdracht, zoals opgelegde beperkingen en mogelijkheden; de oogmerken van de twee naasthogere commandanten (1UP en 2UP) ; en zelf vastgestelde keuzecriteria, waarbij gebruik is gemaakt van eigen kennis en ervaring en die van de eenheid. Altijd wordt rekening gehouden met: ► ethische aspecten (EBM); ► functies van militair optreden (bescherming, commandovoering, inlichtingen, logistiek, manoeuvre, vuursteun); ► grondbeginselen van militair optreden (behoud van moreel, bewegingsvrijheid, concentratie, doelgerichtheid, eenheid van inspanning, eenvoud, flexibiliteit, initiatief, legitimiteit, veiligheid, verrassing en voortzettingsvermogen) ► juridische aspecten (SOFA, MOU, mandaat, ROE, aide-mémoire, geweldsinstructie); ► kerntaken van het gevecht (find, fix, strike, exploit); ► operationeel raamwerk bij irregulier/asymmetrisch optreden (shaping, decisive, sustain) of bij regulier/symmetrisch optreden (deep, close, rear); De eigen mogelijkheid moet zijn: F | Feasible | Uitvoerbaar | Heeft de EM, binnen de vastgestelde tijd- en ruimtefactoren en beschikbare middelen, enige kans van slagen. Onder welke voorwaarden zal de EM moeten worden gestaakt? | A | Acceptable | Acceptabel | Weegt het resultaat op tegen de te leveren inspanningen (inzet van middelen, risico’s); kosten-batenanalyse. | C | Complete | Compleet | De EM moet antwoord geven op de vragen W5H: wie doet, wat, waarom, waar, wanneer en waarmee. | E | Exclusive | Onderscheidend | VS: Distinguishable. Onderscheidt de EM zich van de andere EM’n? Een EM verschilt in één of meer van de volgende aspecten: formatie, groepering, manoeuvrevorm, zwaartepunt of fasering. Bij een andere fase vindt een verandering binnen de groepering of formatie, aanvals- of verplaatsingsrichting of in het zwaartepunt plaats, dan wel wordt overgegaan op een andere manoeuvrevorm. | S | Suitable | Geschikt | Leidt de EM tot het oplossen van het gestelde probleem en/of het realiseren van het opgedragen doel. |
Zie ook: eigen mogelijkheid (EM). |
Terug naar Boven FACT-FINDING MISSION Afgekort: FFM. Letterlijk: feitenonderzoeksmissie. Missie bedoeld om feitenmateriaal te verzamelen en te onderzoeken. Een FFM wordt met name uitgevoerd wanneer rampen hebben plaatsgevonden óf wanneer de locaties in het gebied van een (mogelijke) missie worden verkend. Een kleine stafgroep van militairen reist vooruit om lokale/regionale problematiek en situational awareness zo objectief mogelijk in kaart te brengen én eventueel de missie in gang te zetten. De te velde verkregen feiten van de FFM zijn bepalend voor het al dan niet uitvoeren van een (humanitaire) hulpverleningsmissie dan wel aanvullende behoeften en benodigdheden voor een missie. Zie ook: medical fact-finding mission. Terug naar Boven FAL Voluit: Fusil Automatique Leger. Het licht automatisch geweer FAL - in de jaren 1947-’53 ontworpen door Dieudonne Saive en Ernest Vervier en beproefd in de koude van Alaska en de moerassen van Panama - werd vanaf 1953 geproduceerd door de Fabrique National (FN) de Herstal in België. Bij de Koninklijke Landmacht stroomde het wapen vanaf 1961 binnen, evenals in ruim zeventig andere landen, waaronder Australië, Brazilië, Groot-Brittannië, Israël en Zuid-Afrika; in zeker tien landen is het wapen in licentie gefabriceerd. 
Op de FAL konden een infraroodkijker en een bajonet worden geplaatst en er konden geweergranaten mee worden verschoten. Het wapen is eind 20ste eeuw binnen de KL vervangen door de Diemaco, die een hogere vuursnelheid en minder terugslag heeft en beter hanteerbaar is en gemakkelijker schoon te maken. capaciteit patroonmagazijn | 20 of 30 patronen | dracht, maximaal effectieve | 500 meter | gewicht patroonmagazijn | 250 gram | gewicht zonder patroonmagazijn | 4,45 kg | kaliber | 7.62 x 51 mm NATO | lengte | 110 cm | lengte loop | 53 cm | vuursnelheid | 650 patronen per minuut (20 schoten in 9 seconden) | werkingsmechanisme | gasdruk |

Wapenoefening met de FAL op de KMS in Weert. Zie ook: Armalite infanteriegeweer kaliber 7.62 NATO AR-10. Terug naar Boven FALL-OUT Radioactieve neerslag. Het terugvallen van radioactieve deeltjes uit de explosiewolk van een atoom- of kernbom door verspreiding vanuit de hogere luchtlagen naar het aardoppervlak, die met name optreedt bij explosies waarbij de vuurbol het maaiveld raakt. Daarbij worden grote hoeveelheden bodemmateriaal met de vuurbol omhoog gezogen, waardoor de voor een maaiveldexplosie typerende donkere paddenstoelvormige wolk met stam ontstaat. In die wolk en stam wordt het bodemmateriaal radioactief. De fall-out bestaat uit splijtingsproducten van de explosie zelf, radioactief geworden stof dat door de explosie omhoog is gezogen en niet-verspleten radioactief materiaal. De hoeveelheid fall-out hangt af van de hoogte van de explosie, de samenstelling van de aarde, het wapenvermogen en de weersomstandigheden. Luchtexplosies, herkenbaar aan de witte paddenstoelvormige wolk, veroorzaken veel minder fall-out dan een maaiveldexplosie. Hoe hoger het explosiepunt, des te minder materiaal omhoog wordt gezogen en hoe verder de radioactieve deeltjes worden verspreid. Het gevaar van de fall-out is dan veel minder dan bij een explosie op het aardoppervlak, waarbij een zeer ernstige besmetting met fall-out optreedt. De terugval vindt plaats in de minuten tot dagen na een kernexplosie: vroege fall-out bereikt binnen 24 uur na de explosie het maaiveld, late fall-out hierna. Vroege fall-out van lage lucht-, maaiveld- of ondergrondse explosies kan een groot gebied met radioactief materiaal besmetten en een direct biologisch gevaar inhouden. Late fall-out bestaat uit zeer fijne stofdeeltjes die in lage concentraties over een groot deel van het aardoppervlak worden verspreid; late fall-out zorgt met name voor een risico op lange termijn. Door fall-out ontstaat besmetting van personeel, materieel en terreindelen. In met fall-out besmette gebieden (fall-out gebied) komt daarom nablijvende kernstraling voor, die direct stralingsgevaar oplevert. is Vaststelling van de hoeveelheid stralingsbelasting is een vereiste bij wie is blootgesteld aan en besmet door straling, zeker wanneer in die gebieden werkzaamheden moeten worden verricht. De belangrijkste besmettingsvormen zijn: drinkwaterbesmetting | | luchtbesmetting | radioactieve gassen of deeltjes | oppervlaktebesmetting | huid, kleding, materieel, omgeving |
Omdat stralingsziekte de slachtofferbehandeling bemoeilijkt, zijn maatregelen ter beperking van de stralingsbelasting van het personeel én in het kader van de besmettingsbeheersing noodzakelijk. Het risico als gevolg van het opereren in een met fall-out besmet gebied, is afhankelijk van het door fall-out veroorzaakte dosistempo, de stralingssoort en de wijze van besmetting – die uiteindelijk de opgelopen dosis per individu bepalen. Het beperken van de stralingsbelasting wordt bereikt door gebruik te maken van afscherming of door het verblijf in een fall-outgebied tot een minimum terug te brengen. Een dosisregistratiesysteem met persoonlijke dosismeters geeft inzicht met betrekking tot de toestand van de eigen troepen. Na een kernwapenexplosie maakt de CBRN-kern van de eenheid een fall-out voorspelling en laat radiologische verkenningen uitvoeren ter onderkenning van fall-out. Zo ja, dan wordt gealarmeerd door het roepen van “Fall-out, fall-out, fall-out”. In een fall-out-gebied wordt het binnendringen van fall-out in het lichaam – en dus stralingsziekte - voorkomen door het nemen van de persoonlijke beschermingsmaatregelen: ►zoveel mogelijk gebruik maken van aanwezige dekkingen met een goede afscherming | ►voorkomen van stofontwikkeling | ►voorkomen van onnodig contact met besmette grond, begroeiing en materieel | ►verbinden van open verwondingen (ZHKH) | ►stofdicht afsluiten van CBRN-kleding, capuchon op en handschoenen aan | ►niet eten en drinken zonder toestemming | ►aanbrengen van ademwegbescherming, bij voorkeur een stofmasker en in opdracht het CBRN-masker |
In het geval besmetting met fall-out is vastgesteld, moet de persoonlijke ontsmetting ter hand worden genomen. Bij fall-out staat ontsmetten gelijk aan verplaatsen: zodra de fall-out nauwgezet van het besmette object is verwijderd, is het object stralingsvrij. De persoonlijke ontsmetting bestaat uit: ►wassen of afvegen van besmette lichaamsdelen (haren, huidplooien, nagels, oorschelpen) | ►voorkomen van het inademen van fall-out (afschermen ademhalingsweg: stofmasker of CBRN-masker) | ►verwijderen van fall-out uit de onmiddellijke omgeving (afgraven, wegvegen) | ►uitkloppen, afvegen of afborstelen van besmette kleding en uitrusting (natte kleding en uitrusting eerst laten drogen) | ►afwassen van natte uitrustingsstukken met een glad oppervlak |
|
Terug naar Boven FASCINES Van het Latijn “fascis” (“bundel”). In de 17de eeuw ontstaan fenomeen, oorspronkelijk als een bundel takken of rijshout ter bekleding én versteviging van aarden verdedigingswerken. Later werden fascines ook toegepast voor het opvullen van geulen of sloten. 
Fascines gebundeld op een aanhangwagen Sinds de Eerste Wereldoorlog is de term ‘fascine' vooral geassocieerd met fascine-tanks. Deze tanks legden een cilindrische bundel van rondhout om loopgraven op te vullen, opdat er met andere voertuigen overheen gereden kon worden dan wel om op bepaalde plaatsen een aanval tegen te houden door het opwerpen van een kunstmatige hindernis. Dezelfde bundels werden ook gebruikt voor het creëren van verschansingen of revêtements (bekledingen) voor rivierbanken of vestingwerken, en in het aanleggen van matten voor dammen, pieren e.d. 
Lancering van fascines door een daartoe op geïmproviseerde wijze aangepaste Leopard-genietank Met de fascines die de pantsergenie-eenheden heden ten dage binnen de Koninklijke Landmacht ter beschikking hebben, kunnen overspanningen met een maximale diepte van 3 meter en een maximale breedte van 10½ meter worden gemaakt. Feitelijk is het gebruik van fascines nog hetzelfde als in de voorbijgaande eeuwen. In moderne oorlogvoering worden fascines met name gebruikt om tankgrachten - bijvoorbeeld zoals hindernis 10 op de hindernisbaan - te dempen en kleine terreininsnijdingen te passeren, opdat er met andere voertuigen overheen gereden kan worden. Terug naar Boven FASTROPING Afdaaltechniek uit een helikopter, die sneller is dan abseiling (heli-rappèl). Via een swarming-rope (speciaal touw met een dikte van 40 mm), dat uit één of meerdere van de reguliere uitgang(en) van de helikopter wordt geworpen, daalt het personeel af een hoverende helikopter. De techniek van fast roping kan worden toegepast op plaatsen waar een helikopter niet kan landen, bijvoorbeeld in de jungle, bij Optreden in Verstedelijkte Gebieden of ten behoeve van het boarden van schepen. 
Fast roping Fast roping van Nederlandse eenheden, Special Forces en overige (luchtmobiele) infanteristen, gaat vanaf een maximale hoogte van 20 meter ( 65 voet). De afdalende militair houdt bij fast roping de swarming-rope op borsthoogte, juist onder de kin, gedraaid in zijn handen; de klemkracht van beide handen bepaalt de snelheid waarmee wordt afgedaald. Samen met de iets gebogen knieën – die de schok van de landing opvangen – dienen de voeten bij fast roping als rem. Meerdere militairen kunnen tegelijkertijd afdalen aan een swarming-rope, mits er voldoende tussenruimte is. Het is gebruik om hierbij speciaal hiertoe ontworpen handschoenen te dragen, gemaakt van aramide en kevlar. Voordeel van fast roping is de snelheid waarmee personeel, evt. met lichte uitrusting en kleinkaliberwapens, kan uitstijgen; nadeel is de blessuregevoeligheid van benen, enkels, knieën, rug en voeten. De Koninklijke Landmacht kent de Helicopter Abseil & Roping Course (HARC), waar onder andere fast roping wordt aangeleerd. Zie ook: abseiling. Terug naar Boven FAULT LINE CONFLICT Engelse term. Letterlijk: ondubbelzinnig conflict. Conflict tussen staten en groepen van verschillende beschavingen in een multipolaire wereld, d.w.z. een wereld waarin verschillende grootmachten van vergelijkbare sterkte met elkaar samenwerken én concurreren. | De term is afkomstig uit het boek ‘The Clash of Civilizations and Remaking of World Order’ (1996) van Samuel P. Huntington. De visie van Harvard-professor en politiek wetenschapper Huntington doet een poging om na het einde van de Koude Oorlog nieuwe vijanden te vinden. Zijn theorie gaat ervan uit dat culturele en religieuze identiteiten de primaire bron van conflicten in de wereld na de Koude Oorlog zijn. Huntington, die met name China en de islamitische wereld – “Fault line conflicts are particularly prevalent between Muslims and non-Muslims” – als nieuwe vijanden ziet, voorspelt in zijn boek bloedige botsingen tussen de islamitische en westerse wereld. |
Zie ook: Koude Oorlog. Terug naar Boven FENNEK LVB Letterlijk: woestijnvos die als nachtdier leeft in de woestijngebieden van Noord-Afrika en het aangrenzende gebied van het Midden-Oosten. Het Licht Verkennings- en Bewakingsvoertuig (LVB) is een verkenningsvoertuig van de nieuwste generatie, ter vervanging van de M113 C&V én het Landrover-verkenningsvoertuig. De YPR-765 is alle tussenliggende jaren, louter en alleen uit kostenoverwegingen, een tussenoplossing geweest. 
De Fennek LVB, zoals gefotografeerd tijdens de Landmachtdagen 2006. | De Fennek is aangekocht ten behoeve van de verkenningseenheden, die in algemene zin lichter bewapend zijn dan de reguliere gevechtseenheden. De Fennek is géén troepentransportmiddel in de zin van een Battle Field Taxi. De hoofdtaak van verkenningseenheden is het onzichtbaar verzamelen van gevechtsinlichtingen in de voorste linies zonder daarbij zelf ontdekt te worden door vijandelijke eenheden. De Fennek is een multifunctioneel en ultramodern licht verkenningsvoertuig, voorzien van hightech-middelen, dat geschikt is voor inzet tijdens alle soorten operaties. Dankzij het lage silhouet, de goede terreineigenschappen en het geringe geluidsniveau kan met de Fennek onder vrijwel alle omstandigheden ongehoord en ongezien worden geopereerd. De verkenningseenheden zijn de Brigade Verkennings Eskadrons (BVE's) én de Tactical Air Control Parties van de gemechaniseerde brigades. De bemanning bestaat uit drie personen te weten: één commandant, één chauffeur en één schutter / verkenner. Het is de bedoeling dat de eenheden met twee voertuigen paarsgewijs zullen optreden. Met de komst van de Fennek is het verkennen weer terug bij af: daadwerkelijk niet-voertuigafhankelijk optreden. | 
De Fennek zoals die rondreed in Uruzgan. | Een verkenningseenheid uitgerust met de Fennek is in staat zijn om zelfstandig en onafhankelijk over een tijdsspanne van vijf dagen te kunnen optreden. Het compartiment van de bemanning biedt de inzittenden bescherming tegen AP-mijnen. Verder is in airconditioning voorzien met een geïntegreerd NBC beschermingssysteem. Het pantser biedt bescherming tegen 7,62 mm antipersoneels-munitie; indien nodig kan aanvullend pantser worden toegepast. Het infraroodsignatuur van het voertuig is verlaagd door de uitlaatgassen gekoeld en verspreid af te voeren.
De Fennek beschikt over een goede terreinvaardigheid. Met bijschakeling van de voorwielaandrijving is het voertuig een prima Four Wheel Drive; voor een nog betere terreinvaardigheid in zwaar terrein, beschikt de Fennek over een automatische bandendrukregelinstallatie. Ook beschikt de Fennek over een laserafstandsmeter, CCD-camera, warmtebeeldkijker en een Battlefield Management System (BMS): een landnavigatiesysteem met Global Positioning System (GPS) en lange-afstandsverbindingsmiddelen. Specificaties: bemanning | 3 personen (commandant, bestuurder, systeembedienaar) | bereik in het terrein | 400 km | bereik op de weg | ± 850 km | bewapening | mitrailleur .50 M2 QCB | breedte | 2 meter 55 | waaddiepte | 1 meter | draaicirkel | 12 meter 60 | gewicht gevechtsklaar | 10.350 kg | lengte | 5 meter 58 | maximale hoogte | 2 meter 29 | maximumsnelheid achteruit | 23 km per uur | maximumsnelheid vooruit | 115 km per uur | |
minimale hoogte | 1 meter 79 | motor | 5,7 cilinder diesel | motorvermogen | 177 kW (240 pk) |
In 1993-’94 kwamen Nederland en Duitsland gezamenlijk tot een voertuigconcept. Op 21 december 2001 is het seriecontract getekend met het industriële samenwerkingsverband (ARGE) het Duitse Krauss-Maffei Wegmann (KMW) en het Nederlandse SP Aerospace & Vehicle Systems, waarna de Fennek uiteindelijk is geproduceerd door Dutch Defence Vehicles (DDVS), een dochteronderneming van het Duitse Kraus-Maffei-Wegman (KMW). De roll out van de Fennek vond plaats op 2 juli 2003. De verdeling van de Fenneks voor de Koninklijke Landmacht is als volgt: 130 stuks | Medium Range Anti-Tank | 202 stuks | Verkenning en bewaking | 78 stuks | Algemene Dienst (AD) |
BAA-module BAA staat voor "Beobachtungs- und Aufklärungs Ausstattung": Dit is de waarnemings- en verkenningsuitrusting van de woestijnvos. De uitschuifbare mast fungeert als een periscoop met een warmtebeeldcamera en een laserafstandsmeter (LAM). Hiermee kunnen doelen op grote afstand worden opgespoord. Inactief bevindt de BAA-module zich ‘onder pantser’. Elektronisch kan de module via een mast worden opgericht tot maximaal 1½ meter boven het voertuig, d.w.z. bijna 4 meter boven het maaiveld. Bij uitgestegen optreden kan de BAA worden uitgebouwd en geplaatst op een driepootstatief. | 
Duitse Fennek met BAA-module |
Zie ook: brigadeverkenningseskadron, grondgebonden verkenningseenheid en ISTAR. 
De Ford Lynx Scout Car was een lichtgewicht verkenningsvoertuig van Canadese makelij dat als opvolger van de Britse Daimler Dingo na de Tweede Wereldoorlog óók in Nederlandse dienst is geweest en onder meer is ingezet in Nederlands-Indië van 1945 tot 1950. In Nederland is deze 5-tonner onder andere te bewonderen in de collectie van het Cavaleriemuseum in Amersfoort. Feitelijk is deze Ford Lynx Scout Car een verre voorouder van de in 2003 ingevoerde Fennek (© foto: ACOM Journaal, nummer 9, september 2006) Een speciale uitvoering van de Fennek is het Stinger Weapon Platform-Medium (SWP-M), dat medio 2007 gefaseerd is ingestroomd bij 11 Luchtverdedigingsbatterij ‘Kaimana’ en 13 Luchtverdedigingsbatterij ‘Ypenburg’, beiden ingedeeld bij het Commando Luchtdoelartillerie (CoLua). De Stinger-eenheden krijgen doelinformatie van de Telefunken Radar Mobil Luftraumüberwachung (TRML) van 12 Luchtverdedigingsbatterij. Het SWP-M is ontwikkeld om luchtverdedigingsopdrachten uit te voeren ter bescherming van manoeuvre-eenheden en statische objecten. De Stinger-launchers aan beide zijden van de toren zijn vrijwel gelijktijdig te bedienen. In totaal voert elke Fennek acht Stinger-raketten mee. Twee bemanningen van drie personen (commandant, schutter en chauffeur) maken 24/7 optreden mogelijk. |
| 
Het Stinger Weapon Platform-Medium (SWP-M) op de Fennek LVB. |

De luchtverdedigingsversie van de Fennek, met volledig geïntegreerd Stinger Launching System (SLS), is met name geschikt voor de (zeer) lage luchtlagen. |

Terug naar Boven FH70 | Voluit: Feldhaubitze 70. De FH70 is een gezamenlijk Duits-Brits-Itialiaans ontwerp (Vickers Ltd., Rheinmetall en OTO Melara - in het kader van het Eurosched-project). Het is een getrokken houwitser, kaliber 155 mm, met een kleine benzinemotor voor het afleggen van korte afstanden om zelfstandig in stelling te komen en in noodgevallen. |
De FH-70 is in 1978 in de bewapening van de Bundeswehr gekomen (126 stukken). In 1990 nam Nederland vijftien overtollige exemplaren van Duitsland over om het personeel van de artillerie de Koninklijke Landmacht op getrokken vuurmonden geoefend te houden. De stuksbemanning bestond uit acht militairen. Voor feitelijke inzet zou niet de FH70 maar de M114 worden gebruikt; beiden zijn intussen uitgefaseerd. In Duitsland werd de FH-70 getrokken door een Lastkraftwagen (LKW) 7-ton, in Nederland door de artillerietrekker DAF YHZ-2300. Specificaties: breedte | 2 meter 58 | elevatie | -100 to +1,250 mils | gewicht gevechtsgereed | 9.600 kg | hoogte | 2 meter 45 | lengte | 12 meter 43 | lengte in transporttoestand | 9 meter 80 | lengte schietbuis | 6 meter 02 | maximale dracht | 24 à 30 km, afhankelijk van de munitie (Rocket Assisted Projectiles, RAP) | maximale vuursnelheid | 12 schoten per minuut | maximumsnelheid op eigen motor | 15 km per uur | mondingsnelheid | 827 meter per seconde | motor | Volkswagen M127, 4-cilinder, 1.795 cc, benzine | motorvermogen | 53 kW (72 pk) |
Terug naar Boven FIELD TRAINING EXERCISE Afgekort: FTX. Duits: Gefechtsübung. Übung mit Volltruppe. Frans: exercice réel de la force. In de volksmond foutief “manoeuvre” genoemd. De FTX is een geleide oefening te velde waarbij de troepen worden geoefend. Hierbij voeren twee of meer eenheden, waarvan één van tenminste bataljonsgrootte en in de regel een Opposing Force (OPFOR), onder nagebootste operationele gevechtsomstandigheden tactische verrichtingen uitvoeren. Hoewel een FTX zich doorgaans concentreert op verbeteringen op alle fronten, zowel skills en drills als commandovoering, wordt de bataljonsstaf vaak gelijktijdig getraind – eveneens door het naasthogere echelon (brigade) – in een CPX. De tactische verrichtingen kunnen worden uitgevoerd met grond- en luchtgebonden wapens, zoals artillerie, infanterie, mortieren en tanks. In een FTX kunnen alle elementen van gevechts-, gevechtssteun- en gevechtsverzorgingssteuneenheden worden geoefend, maar dit is meestal eerst dan het geval wanneer een brigade als geheel van verbonden wapens “de mat opgaat”; aard en omvang van de oefening vereisen dan een andere afstemming van middelen. Onderscheiden worden verder: CAX | computer-assisted exercise | oefening die is bedoeld om de staf in een computeromgeving te trainen | CPX | command post exercise | simulatieoefening zonder troepen voor commandopost (CP) of hoofdkwartier (HQ) elementen | LFX | life firing exercise | mobiele en/of statische schietoefening (artillerie, mortieren en/of overige vuursteunelementen) | MAPEX | map exercise | oefening op de kaart (niet te verwarren met kaartleesoefening) | | velddienst | oefening op compagniesniveau of lager waarbij de elementaire training te velde plaatsvindt onder nagebootste operationele omstandigheden |
Zie ook: T.O.O.K. en T.O.Z.T. Terug naar Boven FILLER Uit het Engels: “Iemand die vult”. Jonge, onervaren militair; bolle; groentje. Nieuw opgeleide rekruut die de positie inneemt van de afgezwaaide, oude lichting. Engels: crow. Ten tijde van de dienstplicht gold in Nederland van 1953 tot 1963 voor het rekruteren het Individuele Aanvullingssysteem (INDAS). Dit systeem heette ook wel het ‘filler-systeem’. De nieuw opgeleide rekruten vulden de gaten die ontstonden door het afzwaaien van een oude lichting dienstplichtigen; zo kwam iedere twee of drie maanden een nieuwe lichting vers opgeleide dienstplichtigen op. Om de twee of drie maanden wisselde op deze wijze een vastgesteld percentage dienstplichtigen van functie. Het gevolg van het INDAS was dat het teamverband van de eenheden niet erg hecht was. Echter, mede omdat binnen de eenheden voortdurend een gelijk niveau van kennis en ervaring aanwezig was, kenden deze een constante graad van geoefendheid. Zie ook: rekruut. |
Terug naar Boven FILLGUN Codenaam: KY-9724. Synoniem: codeersleutel. Extern cryptografisch apparaat dat wordt gebruikt om frequenties en overeenkomstige datagegevens te laden en verspreiden op meerdere radiotoestellen van de FM9000-serie (Combat Net Radio). Voor het laden zijn een abonneenummer en een pincode nodig, die worden verstrekt door de Sectie 6. In de regel kunnen alle radiostations (gebruikers) op één radionet, die dus onder hetzelfde netcontrolestation (NCS) vallen, met één fillgun worden geladen. Na het laden (programmeren) van het radiotoestel kunnen de frequenties worden geactiveerd. Een met de fillgun geladen radiotoestel maakt het mogelijk met vercijferde gegevens op gedigitaliseerde frequenties te werken; een niet met fillgun geladen radiotoestel kan alleen op analoge frequenties zenden en ontvangen. Na afloop van een opdracht kunnen de met de fillgun geladen interne gegevens met één druk op de knop worden gewist. Omdat de fillgun een Controlled Cryptographic Item (CCI) is, dient deze buiten het gebruik te worden opgeslagen in een kluis of wapenkamer. Terug naar Boven FINAL EXERCISE REPORT Afgekort: FER. Frans: compte rendu final d'exercice. Laatste en volledige evaluatie van een oefening of manoeuvre. Niet te verwarren met een First Impression Report. Zie ook: After Action Report (AAR), C.A.L.L., D.C.T.O.M.P.-factoren, First Impression Report, Lessons Learned en war diarist. Terug naar Boven FINAL FIRING POSITION Afgekort: FFP. De laatste vuurpositie vanwaar een sluipschutter (sniper) heimelijk zijn doel onder vuur neemt als hij daarheen is gestalkt. De stalk, die vele uren in beslag kan nemen, en het lossen van het schot worden uitgevoerd in een ghillie suit. De terugtrekking vanuit de FFP wordt uitgevoerd als een exfiltratie. Terug naar Boven FINAL RENDEZ-VOUS Afgekort: FRV. Frans: lieu de RV final. Nederlands: laatste gedekte opstelling (lgo). Langs of op de route waar een patrouille verplaatst aangegeven laatste gedekte opstelling. In de regel bevindt de FRV/lgo zich aan het einde van een route die een uur voor zonsopkomst / Begin Nautische Morgen Schemering moet worden bereikt. In het algemeen wordt een herkenbare en verdedigbare rendez-vous pas gebruikt als een patrouille wordt uiteengeslagen, bijvoorbeeld wanneer noodgedwongen moet worden teruggetrokken bij een hinderlaag, of bij het uitvoeren van een opdracht om bijvoorbeeld een waarnemings- en luisterpost (WLP) te betrekken. Op de FRV/lgo, waar na het uiteenslaan van een patrouille wordt gehergroepeerd, kan eventueel een FRV-party voor de ‘rear protection’ en/of een dumppunt met wapens en klasse V als back-up worden achtergehouden. Zie ook: contactdrill, emergency rendez-vous (ERV), patrouille te voet, rendez-vous en verkenningspatrouille. Terug naar Boven FIND Een van de drie kerntaken van het gevecht. Find - het vinden van de vijand - is een voorwaardescheppende kerntaak met als doel zoveel mogelijk informatie over de vijand te verzamelen. De middelen die worden aangewend om het vinden van de vijand te doen slagen zijn onder andere: doelopsporing | | gevechtshelikopters | verkenningseenheden | In de Koninklijke Landmacht zijn deze eenheden verenigd in 103 ISTAR-bataljon , met uitzondering van de gevechtshelikopters. De twee andere kerntaken zijn fix en strike. Zie ook: as, backward planning en exploit. Terug naar Boven FIRING CLOSE REPORT Rapport dat vanaf een positie dient te worden opgemaakt bij vuur van kleinkaliberwapens binnen 25 meter en/of artillerie- en/of mortiervuur binnen 100 meter. Een firing-close report wordt doorgegeven via de radio aan de OPS-Room op een compound. Op de OPS-Room komen alle rapporten met meldingen vanuit verschillende posities binnen, meest bij Peace Support Operations. A | Tijd aanvang schieten; tijd eerste waarneming schieten | B | Tijd einde schieten; tijd eerste waarneming schieten | C | Aantal schoten + Kaliber | D | Vanaf welke locatie is geschoten | E | Naar welke locatie is geschoten; aantal meters van inslag | F | Groepering; sterkte; bewapening | H | Gewonde(n); schade | |
M | Bijzonderheden; genomen maatregelen |
Terug naar Boven FIRST IMPRESSION REPORT Afgekort: FIR. Frans: compte rendu de première impression. Eerste en niet per se volledige evaluatie van een oefening of manoeuvre.Een format voor het invullen van een FIR is: Constatering | Beschouwing | Aanbeveling | Actie | Beeldgedrag. Vermeldt hier zaken die zelf zijn waargenomen en dus daadwerkelijk zijn geconstateerd. | Vermeldt hier waarom de constatering als aandachtspunt is opgenomen in de FIR. Geef evt. de norm en omstandigheden aan die van invloed waren op het geconstateerde. Geef ook de gevolgen aan van het geconstateerde voor uw optreden. | Vermeldt hier wat gedaan kan worden om verbeteringen te bereiken: concrete actiepunten waar actiegeadresseerden mee kunnen werken. Vergelijkbaar met CALL (conclusies, aanbevelingen & lessons learned). | Vermeldt hier de actiegeadresseerde (actiehouder: functionaris of eenheid) die actie moet voeren om een oplossing (verbetering) te bereiken. |
CALL (conclusies, aanbevelingen en lessons learned) is tevens de afkorting voor het Center for Army Lessons Learned van de Amerikaanse landmacht. Dit is de tegenhanger van het Bureau Lessons Learned van de Koninklijke Landmacht, dat het collectieve geheugen van alle landmachtoperaties en -oefeningen opslaat onder het motto "Een wijs man leert van zijn ervaringen, maar een wijzer man leert ook van andersmans ervaringen" (van de Chinese filosoof Confucius. Niet te verwarren met een Final Exercise Report. Zie ook: After Action Report (AAR), C.A.L.L., D.C.T.O.M.P.-factoren, Final Exercise Report, Lessons Learned en war diarist. Terug naar Boven FIX Een van de drie kerntaken van het gevecht. Fix - het binden van de vijand - is een voorwaardescheppende kerntaak met als doel het binden van vijandelijke elementen om de vijand de vrijheid van handelen te ontnemen. Daartoe wordt de vijand misleid, verleid of verrast. De twee andere kerntaken zijn find en strike. Zie ook: achtervolging, as, backward planning en exploit. Terug naar Boven FLANK Duits: Flanke. Engels: flank. Frans: flanc. Het laterale deel van het gevechtsveld. Dit is het gedeelte dat aan de buitenzijde is gelegen, d.w.z. in de diepte aan de linker- en rechterzijde van het front. In het algemeen worden de flanken als zeer kwetsbaar beschouwd voor een aanval (met name bij verminderd zicht), omdat: - de aandacht van de commandant zich in de regel op het front richt, waar hij in actie wil komen of juist de vijandelijke aanval verwacht
| - de aanval het best slaagt wanneer een plaatselijke overmacht aan middelen op de meest kwetsbare plekken van de vijand wordt gericht
| - de flanken in afstand minder lang zijn dan het front, zodat daarop numeriek minder strijdkrachten kunnen worden ontplooid
| - voor een flankaanval een beperkte hoeveelheid gevechtskracht al effectief is
|
De opstelling van eenheden op de flanken is onontbeerlijk: in defensief opzicht om verrassing door de vijand op de eigen flanken te voorkomen. | Zie verder: flankbeveiliging | in offensief opzicht om flankerende bewegingen (haaks op het front dan wel vol op de flank) te kunnen uitvoeren. | Zie verder: flankaanval |
Het deel van een slagorde dat aan de buitenzijde optreedt wordt eveneens “flank” genoemd. Zie ook: vak. Duits: Flankenangriff. Engels: flanking attack. Frans: attaque de flanc. De beste flankaanval is de omvatting, waarbij het zwaartepunt wordt gericht op de flank van de vijand. De vijand kan geen kant op, behalve naar achteren als het terugtrekken tenminste al niet bij de omvatting is afgesneden. Flankaanvallen zijn zelden een mislukking. Vijandelijke diepe en/of nabijoperaties kunnen nu eenmaal via de flanken of in de rug worden verwacht. Zo'n flankaanval bevordert zowel snelheid als verrassing. Bovendien wordt de aanvallende eenheid geconfronteerd met eigen open flanken en langere aanvoerlijnen naarmate de aanval vordert. Terug naar Boven Flankbeveiliging Duits: Flankensicherung. Engels: flank guard. Frans: flanc-garde. Flankbeveiliging wordt in de regel gerealiseerd door verkenningseenheden, eventueel geholpen door antitankeenheden, gevechtshelikopters en vuursteuneenheden, die de flanken op grote(re) afstand dekken. Flankbeveiliging vermindert de risico’s van open flanken en onbezette terreindelen. Terug naar Boven FlankEERVUUR Ook genaamd: flankerend vuur. Zie verder onder vuur. Terug naar Boven FlaRES Afgekort: fl. Pyrotechnische misleidingmunitie die door een helikopter of vliegtuig kan worden afgeworpen om vijandelijke hittezoekende raketten af te leiden van het soort air-to-air missile (AAM) of surface-to-air missile (SAM). De munitie bestaat uit magnesiumfakkels. Het preventief afwerpen misleidt dergelijke raketten, omdat de hitte van de flares gelijk of groter is dan die van de motoruitlaat. Het doel is de IR-raket te misleiden opdat eerder de gloed van de flares wordt gezocht dan de fixed of rotary wing. 
Het gebruik van chaff en flares, in dit geval door transporthelikopters Als bekendste SAM geldt de Stinger anti-luchtdoelraket; op haar moderne versie heeft het afwerpen van flares géén invloed meer, omdat deze niet alleen op de infrarode (IR) maar ook op de ultraviolette (UV) informatie van het luchtdoel reageert. Behalve de hierboven genoemde betekenis kunnen met flares ook licht- of seinpatronen worden bedoeld dan wel een verandering in de route van een vliegtuig teneinde de daalsnelheid ten behoeve van de landing te vertragen. Terug naar Boven FLASH-BALL 
De 40 mm-patronen flash-ball. | Nonlethaal wapen dat kogels van soepel rubber met een kaliber van 40 mm afvuurt die in elkaar worden gedrukt als zij iemand of iets raken. De krachtige impact met de rubberen ballen, die door de kleding heen penetreren, komt overeen met een technisch knock-out. Flash-ball-kogels kunnen ernstig en zelfs dodelijk letsel veroorzaken indien zij van (te) dichtbij worden afgevuurd. Het flash-ball-wapen wordt op grote schaal gebruikt door Franse politionele eenheden als Brigades Anti-Criminilatité (BAC), Groupes d'Intervention de la Police Nationale (GIPN) en Recherche Assistance Intervention Dissuasion (RAID). Eind oktober en begin november 2005 vonden in de voorsteden van de Franse hoofdstad Parijs ernstige rellen plaats, nadat op 27 oktober 2005 twee jongens in een elektriciteitshuisje in Clichy-sous-Bois in het departement Seine-Saint-Denis waren geëlektrocuteerd. Naar verluidt zette de politie ook toen op grote schaal flash-ball-wapens in.Terug naar Boven FLASH-BANG Afgekort: FB. Ook wel knal- en/of lichtgranaat genoemd. Akoestische handgranaat. 
Links de uitwerking van een flash-bang, rechts de XM-84 Newstun flash-bang Flash-bangs zijn speciale, non-letale maar extreem krachtig handgranaten die een combinatie van een verblindende flits en een oorverdovende knal leveren. Door de combinatie van knal en flits raken mensen tijdelijk afgeleid, gedesoriënteerd of verward. Een flash-bang zal de gevechtsbereidheid ± 1 minuut ernstig verminderen. De flits wordt veroorzaakt door ± 1.000.000 candela's, de knal door ± 140 à 180 decibel. EENHEID | AFKORTING | BETEKENIS | | candela | cd | eenheid van lichtsterkte | 1 candela komt overeen met de lichtsterkte die een gewone kaars uitzendt | decibel | dB | eenheid van intensiteit van geluid | 1 decibel is het zachtste geluid dat mensen kunnen horen; 140 decibel is de pijngrens voor het menselijk gehoororgaan |
Flash-bangs zijn in eerste instantie ontworpen voor de Britse Special Air Service. | De combinatie van geluid en licht - waarbij de flash het extra effect op de bang is – blijkt vooral effectief tegen een onvoldoende voorbereide tegenstander, die wordt afgeleid. Daardoor realiseert de gebruiker extra tijd van maximaal 5 à 6 seconden om de situatie naar zijn hand te zetten. De Nederlandse krijgsmacht maakt op beperkte schaal gebruik van flash-bangs, met name Special Forces als het Korps Commandotroepen en reguliere infanteristen. De meeste flash-bangs bestaan uit een mengsel van pyrotechnische middelen en een explosief dat met een ontsteker tot detonatie wordt gebracht. Doordat de explosie in het stalen omkleedsel van de flash-bang plaatsvindt, ontstaat er een kortstondige drukgolf. Binnen de Koninklijke Landmacht is (voorlopig) tijdelijk de "handgranaat knal en flits, 1 knal, nummer 357" in gebruik. Deze vervangt de aanvalshandgranaat nummer 17 en is met name interessant in het gebruik tijdens het optreden in verstedelijkt gebied bij het zuiveren van huizen. Nummer 357 heeft een knal van 170 decibel, een flits van 7.000.000 candela, een vertragingstijd van 1½ seconde en weegt 300 gram. |
Terug naar Boven FLASHCARD 
Fluorescerende kleuren zoals die voor een flashcard worden gebruikt | Fluorescerende en geplastificeerde kaart. In eerste instantie wordt de flashcard door een marshaller gehanteerd om de aandacht van de piloot van een helikopter te trekken en aan te geven dat een bepaalde locatie geschikt is als landing point. |
Daarnaast wordt de flashcard gebruikt om gegevens die betrekking hebben op een chalk of under slung load van een transporthelikopter op te noteren; de flashcard wordt door de chalkcommandant aan de helikopterbemanning gegeven ter verificatie van de (vlucht)gegevens van cargo en pax. Om friendly force identicification te versnellen tijdens het gevecht en blue on blue te voorkomen werd gebruik gemaakt van de flashcard. Waar de marinier eerder zijn geweergroepscommandant moest vragen (en deze vervolgens eventueel de PC) of er vriendelijke troepen in een bepaald gebouw aanwezig waren, maakte men nu gebruik van de flashcard. Deze techniek bleek uitstekend te werken […]. Inmiddels is het een standaard drill en draagt iedereen zijn flashcard in zijn broekzak om er snel bij te kunnen.” (Bron: ‘Qua Patet Orbis’, jaargang 2007 nummer 1, uitgave van het Korps Mariniers) |
Zie ook: pax. Terug naar Boven FLATRACK Ook genaamd: A-frame; container roll in and out platforms; demountable load carrying platform (Nederlands: demonteerbaar ladingdragend platform). Binnen het Onafhankelijke Lastdrager Concept (OLC) is de flatrack een vlakke, versterkte laadvloer, gebaseerd op de maatvoering van een ISO-container (8 x 20 voet; 343 x 610 cm), die is bestemd voor het vervoer van munitie, veldversterking en groot materieel zoals boten, brugdelen en wegenmatten. Op een flatrack kan een container of meerdere pallets geplaatst worden zodat deze door een WLS kunnen worden meegenomen. 
De flatrack bestaat minimaal uit vier bestanddelen: blokkeringssysteem, dubbele geleidingsrails, een haakbeugel en een vlakke bodem. Op de vlakke bodem is de haakbeugel bevestigd. Onder de vlakke bodem liggen de dubbele geleidingsrails met daaraan bevestigd het blokkeringssysteem. Aan de hoekpunten bevinden zich de cornerfittings, die zijn geplaatst op de maatvoering van de ISO-container. Vaak bevindt zich op flatrack een opbouw, maar dit is afhankelijk van het gebruikersdoel. Er zijn flatracks voor geconditioneerd vervoer, ongeconditioneerd vervoer en het vervoer van vloeitstoffen (gesloten opbouw, bijvoorbeeld een brandstofvoorraadtank van 12.000 liter klasse III met een pompunit). Een haakarm trekt de flatracks op de achterkant van het voertuig. 
Met de klok mee vanaf rechtsboven: flatrack algemene dienst met huif, flatrack water met pompsysteem, flatrack brandstof met pompsysteem en container (© Landmacht, november 2005). |
Binnen de KL is de Scania vrachtauto 165 kN 8 x 8 Wissel Laad Systeem (WLS) speciaal bestemd voor het vervoer van onder andere flatracks, die er met behulp van de hydraulische Multilift TSH 230 -haaklift kunnen worden op- en afgezet. De ladingdragende flatracks zijn op deze manier niet langer gekoppeld aan het voertuig, maar kunnen onafhankelijk van het voertuig worden ingezet. In het nieuwe Fysieke Distributie-concept leveren de chauffeurs de verschillende klassen (I t/m V) bij de (gevechts)eenheden af, ook aan het front, in plaats van bij verdeelplaatsen. 
Voorbeelden van de flatrack in de militaire praktijk. Bij de manoeuvre-eenheden gebeurt dit in principe tot op teamniveau, bij de artillerie tot op pelotonsniveau. Door het nieuwe concept is een snelle distributie mogelijk, zodat het voertuig bij het (ont)laden slechts een zeer korte periode stilstaat. Op deze manier kan in hetzelfde tijdsbestek met dezelfde hoeveelheid voertuigen een grotere hoeveelheid materieel worden verplaatst. Terug naar Boven FLIGHT In de Verenigde Staten: serial. Al dan niet ad hoc samengestelde eenheid van de luchtmacht van twee of meer fixed of rotray wing (vliegtuig of helikopter) die zich door de lucht verplaatst onder leiding van een flight-commander – de bevelvoerder van de flight (luitenant of kapitein). Doorgaans overstijgt de flight niet het aantal van zes helikopters. In de regel verplaatst de flight zich in formatie en bestaat ze, bij air manoeuvre-operaties, uit helikopters van hetzelfde type. In een groter verband kan de flight deel uitmaken van een wave. Zie ook: wave. Terug naar Boven FLIGHT NURSE Gespecialiseerd verpleegkundige die zijn werkzaamheden op het gebied van luchtgewondentransport uitvoert aan boord van een al dan niet daartoe ingerichte (‘dedicated’) Cougar MK II- of Chinook CH-47D transporthelikopter van de Koninklijke Luchtmacht. Hoewel het specialisme uitgaat van het niveau verpleegkundige, strekt het deskundigheidsniveau Intensive Care (IC) of Spoedeisende Hulpverlening (SEH) tot de aanbeveling. In het geval van 'dedicated' wordt een gestabiliseerd slachtoffer getransporteerd in een helikopter die is toegerust met geneeskundige apparatuur, zoals beademings-, uitzuig- en zuurstofapparatuur, defibrillator, patiëntenmonitor en spuitpompen. 
© foto's: 'Vliegende Hollander (Maandblad voor de Koninklijke Luchtmacht), nummer 5, 60ste jaargang, mei 2004. De Amerikaanse Flight Medic Course die opleidt tot flight nurse wordt gevolgd aan de U.S. Army School of Aviation Medicine (USASAM) in Fort Rucker, Alabama. Het is een 4 weken durende cursus om personeel op te leiden tot Flight Medical Aidman. De cursist wordt onder meer gecertificeerd in Basic Trauma Life Support - Advance (BTLS-A), Advanced Cardiac Life Support (ACLS) en Pediatric Education for Prehospital Professionals (PEPP). Daarnaast krijgt de militaire student les in specifieke onderwerpen op het gebied van luchtgewondentransport, zoals fysiologie, desoriëntatie, geluid en trillingen, G-krachten, stress en moeheid, toxicologie en speciale uitrusting. In de Nederlandse situatie zal de flight nurse zowel zelfstandig als samen met een flight surgeon (vlieger-arts) optreden, met name ten behoeve van medische evacuaties (MEDEVAC). Tijdens missies zullen hiertoe zgn. Quick Reaction Alert-diensten worden gedraaid. 
Binnen de Amerikaanse krijgsmacht bestaat het fenomeen van de flight nurse al sinds 1944, toen de eerste U .S. Army Flight Medic is ingezet in Birma. Zie ook: Algemeen Militair Verpleegkundige, doorgunner, loadmaster en MEDEVAC. Terug naar Boven FM-12 (cbrn-masker) | Het FM-12 masker, gemaakt van chlorobutyl-rubber, beschermt gezicht, ogen en maagdarmkanaal van de drager tegen het binnendringen van biologische en chemische strijdmiddelen in aërosol-, damp- of vloeibare vorm. Het CBRN-volgelaatsmasker, organiek geproduceerd door het Britse Avon Protection, heeft een standaard NAVO-filterbusaansluiting (40 mm). Het is een maatartikel (afhankelijk van de grootte van het hoofd van de drager), weegt ± 270 gram, is voorzien van een ingebouwd drinksysteem met slangetje (dat op de veldfles kan worden aangesloten), en is verkrijgbaar voor zowel links- als rechtshandigen. De FM-12 is onder andere in gebruik in België, Denemarken, Groot-Brittannië (Avon S10 S10 NBC Respirator), Nederland en CBRN-specialisten van de Verenigde Staten. |
In de maskeroefenruimte (MOR) worden oefeningen gehouden om het dragen van én werken in beschermstelling met het CBRN-volgelaatsmasker aan te leren dan wel te verbeteren. 
Doorsnede van de filterbus van de FM-12 Bronnen: | - instructiekaart NBC-masker FM-12 (IK 010059)
| - NBC-instructiekaart (DF 3508004)
| - voorschrift NBC-masker FM-12 (VS 3-250)
|
Zie ook: CBRN, COLPRO, FM-12 (CBRN-masker) en maskeroefenruimte. Terug naar Boven FM9000 Van 1994 tot 2001 binnen de Koninklijke Landmacht ingestroomde Combat Net Radio (CNR, gevechtsveldradio) voor tactisch gebruik op de ultrakorte golf (Very High Frequency, 30 tot 88 megahertz). De FM9000 is geschikt voor draadloze voice- (spraak) en datatransmissie én voor relayeeractiviteiten. De zender-ontvanger is ook op afstand te bedienen door middel van het afstandsbedieningapparaat (ABA of TDT KY9710). 
Links de RT9500 (voertuigversie), rechts de draagbare manpack radio RT9200, beiden uit de FM9000-serie De radio – opvolger van de verouderde FM- 3600 in een aluminium behuizing – is de vernederlandste versie van de Franse PR4G (Poste de Radio de 4eme Génération) die was ontwikkeld door Thomson-CSF (vervolgens Thales Communications, Philips Telecommunicatie Industrie en Signaal Communications). De totale contractomvang bedroeg ruim 400 miljoen gulden (ruim € 180 miljoen), waarvan 70% is geproduceerd in Nederland. Nederland was het eerste land dat de PR4G kocht, gevolgd ruim 20 andere landen. 
Enkele set RT9500 (voertuigversie), met daarop het afstandsbedieningsapparaat (ABA of TDT KY9710) | De FM9000 is in staat zowel analoog als digitaal aangeboden informatie over te dragen. Een analoog signaal wordt eerst omgezet naar digitaal en daarna op dezelfde manier verwerkt als de digitale ingang. In alle gebruiksmogelijkheden kan daarnaast worden beschikt over de gewenste beveiligingstechnieken, zoals frequency hopping en cryptografische beveiliging (versleuteling van de informatie). Bij frequency hopping loopt de netwerkkaart van de radio per seconde meerdere malen een reeks frequenties af, waardoor onbevoegden niet kunnen inloggen. Per seconde wordt 3.000 maal van frequentie gewisseld. | FM9000 staat voor een complete serie radio’s en de daarbij behorende producten, zoals radio’s én intercomsystemen voor de installatie in pantservoertuigen, tanks en wielvoertuigen, manpack radio’s en portofoons. In totaal ruim 150.000 artikelen zijn op deze wijze geïntegreerd in wapen- en commandosystemen binnen de KL, waarvan de bekendste zijn: Naam | Soort | Verbindingsafstand | Watt | RT9100 | Handheld radio | 300 meter | 0,1 Watt (laag vermogen), 1 Watt (hoog vermogen) | RT9200 | Manpack radio | 3 km | 4 Watt | RT9500 | Voertuigradio | 30 km | 40 Watt |
De draagbare (op de rug gedragen) manpack radio staat bekend als RT (Receiver-Transmitter) 9200, de voertuigradio als RT9500. De zendfunctie van de radio’s wordt geactiveerd door de bediening van de Push To Talk (PTT) schakelaar op de hoofd- en handtelemicrofoon. Zie ook: Harris HF7000, KL-VSAT, Multitel, Personal Role Radio (PRR) en radiotelefonieprocedure. Terug naar Boven F.O.D. Betekenis: Foreign Object Damage. Ook genaamd: Foreign Objects and Debris. Beschadiging van helikopters en vliegtuigen door rondslingerende ‘vreemde lichamen’, te weten zwerfafval. Rondzwervend vuil is fataal voor de inlaat van helikopter- en vliegtuigmotoren. Door het aanzuigen van harde objecten leidt het tot motorstoringen en –uitval, wat levensbedreigende situaties veroorzaakt. FOD-cleaning is verplicht in het kader van de grondveiligheid (hangars, platformen, start- en landingsbanen, overige verhardingen). Daartoe wordt op vliegdekschepen en vliegvelden regelmatig een zgn. “FOD-walk” gehouden, waarbij rondslingerend zwerfafval – bijvoorbeeld gereedschap, karton, metaalstukken, onderdelen en papier) worden verwijderd. FOD kan ook bestaan uit niet stevig vastgemaakte kleding- en uitrustingsstukken die bij het in- en uitstijgen van transporthelikopters in motorinlaten en rotorbladen terechtkomt. Zie ook: brown out, downwash, huddle en white out. Terug naar Boven FOG OF WAR In ‘Vom Kriege’ (1ste Teil, 1ste Buch Über die Natur des Krieges, 8ste Kapitel Schlußbemerkungen zum ersten Buch, 1832, pagina 82-90) noemt de Pruisische strateeg Carl von Clausewitz het “Gesamtbegriff einer allgemeinen Friktion”. Hiermee vat hij de beperkte (fysieke) belastbaarheid van soldaten samen die onderworpen zijn aan vaak tegengestelde of foutieve gevechtsveldinformatie en niet te sturen externe invloeden. Het begrip wordt vertaald als frictie, in het Engels “fog of war” (“oorlogsmist”, in het Duits: Nebel des Krieges, in het Frans: brouillard de guerre). Deze formulering heeft Von Clausewitz echter nooit zelf gebruikt. Tegengestelde of foutieve gevechtsveldinformatie leidt tot gebrek aan kennis op het gebied van de vijandelijke capaciteiten en plannen, maar ook tot de chaos die onder eigen troepen ontstaat bij procedurele en technische fouten. Gevolgen hiervan kunnen zijn friendly fire, verkeerde interpretaties van een bevel of een konvooi dat een verkeerde afslag neemt en rechtsreeks in een hinderlaag rijdt. Computer- en satellietgestuurde informatietechnologie kan het probleem slechts gedeeltelijk oplossen. Zo is de vijandelijke omgeving pas echt duidelijk als de vijandelijke strijdkrachten door eyes on target worden waargenomen. Menselijke beperkingen, onzekere informatie en non-lineariteit (emergentie en inconsequentie) blijven hoe dan ook structurele eigenschappen van oorlogvoering. Bij gebrek aan informatie over de tegenstander, zal de commandant bijvoorbeeld kunnen aarzelen te handelen uit vrees voor een mislukking; hoewel iets moet worden gedaan om het initiatief te behouden, verlamt de onzekerheid de commandant en leidt zij tot inactiviteit. “[…] de fog of war, de chaos van de oorlog. Deze ontstaat tengevolge van combinaties van stress, herrie, vermoeidheid, onzekerheid, verwarring, beperkte, niet-accurate en tegenstrijdige informatie en misleiding, die eigen zijn aan oorlogvoering. Informatietechnologie kan dit probleem deels oplossen. Zo kunnen gecodeerde elektronische bakens en nummerborden een vriend-vijand-identificatie mogelijk maken. Maar het uitschakelen van de menselijke factor in een oorlog is onmogelijk.” Bron: ‘Doden door eigen vuur inherent aan oorlog’, generaal-majoor der mariniers b.d. Kees Homan, de Volkskrant, 16 januari 2008) |
Zie ook: frictie en friendly fire. Terug naar Boven FOLLOW-ON FORCE Letterlijk: opvolgende strijdmacht. Duits: nachfolgende Kräfte. Frans: deuxième echelon; force d’exploitation et de remplacement. Strijdmacht die bij een operatie niet direct nodig is om een aanval of inzet te initiëren, maar wel om de eerste troepen in een later stadium af te lossen teneinde voortzettingsvermogen van de operatie te garanderen. Een dergelijke strijdmacht opereert niet als initial entry force (IEF), maar faciliteert en ondersteunt de aanval of inzet in aansluiting op eenheden van de IEF. Indien de follow-on force de IEF – die de weg voor de overige troepen heeft geplaveid – heeft afgelost, kan bijvoorbeeld een doorbraak in de diepte worden voortgezet. Dit is noodzakelijk, aangezien een IEF in de regel een beperkte logistieke zelfstandigheid kent. Terug naar Boven FOLLOW-ON FORCES ATTACK Afgekort: FOFA. Duits: Angriff auf die nachfolgenden Streitkräfte. Frans: attaque des forces d'exploitation et de remplacement. In 1984 keurde het Defence Planning Committee van de NAVO de Long Term Planning Guideline van de FOFA goed. Deze was ontwikkeld op initiatief van de toenmalige SACEUR, de Amerikaanse generaal Bernard W. Rogers. FOFA was een Koude Oorlog-doctrine van de NAVO, welke tot 1990 is aangehouden. Zij omvatte het gedachte strijdverloop tegen het Warschau Pact na de initiële aanval. De follow-on forces (tweede en navolgende aanvalsechelons) in de opmars – zoals tankcolonnes, commandoposten en staging areas (doorgangsgebieden) – moesten worden aangegrepen tot 500 km in de diepte. Ook bruggen en verkeersknooppunten in het achtergebied moesten met luchtaanvallen worden vernield. Koste wat kost moest worden voorkomen dat na de initiële aanval de vijandelijke follow-on forces de frontlinie konden bereiken. Doel van de FOFA was het vertragen en verdunnen van het vijandelijke gevechtsveld in de diepte door de tweede aanvalsgolf uit te dunnen en te vertragen. De NAVO moest op deze wijze reageren op de numeriek superieure, conventionele Warschau Pact-strijdkrachten (tanks, artillerie en manschappen). De veronderstelling van de NAVO was dat haar conventionele voorste verdediging stand kon houden na een initiële aanval van het Warschau Pact in de Central Region: West-Duitsland werd begrensd door Oost-Duitsland en Tsjechoslowakije, waar in de Fulda Gap het zwaartepunt van de Warschau Pact-troepen zou samentrekken. Het was echter aannemelijk dat de NAVO-troepen vervolgens zouden worden overlopen door de snelle opeenvolging van versterkingen (follow-on forces) op het slagveld; het Warschau Pact zou proberen de verzwakkingen uit te buiten die zijn het gevolg waren van de initiële aanval. Terug naar Boven F.O.M.E.C.B.L.O.T. Franstalig ezelsbruggetje (mnemotechnisch woord) voor de basisprincipes van camouflage : F | Fond | Basis | Forme | Vorm | O | Ombre | Schaduw | M | Mouvement | Beweging | E | Éclat | Glans | C | Couleur | Kleur | B | Bruit | Geluid | L | Lumière | Licht | O | Odeur | Geur | T | Trace | Sporen |
Zie ook: camouflage, disruptive pattern material (DPM) en tenuen. Terug naar Boven Letterlijk: voetafdruk. De grootte van een te beschermen cq. te beveiligen gebied en, daaraan gerelateerd, de hoeveelheid personeel en materieel dat hiervoor benodigd is. De footprint is in de regel een deel van de Area of Responsibility (AOR). Terug naar Boven FORCE ACCEPTANCE Aanvaarding door de (lokale) bevolking van de aanwezigheid van de strijdmacht van een vreemde mogendheid. Er is een duidelijke relatie tussen force protection, Civil and Military Co-operation (CIMIC) en force acceptance. Force Acceptance maakt CIMIC mogelijk. Het geeft een signaalfunctie af van de burgerbevolking aan de internationale gemeenschap dat de voorwaarden geschapen zijn voor het proces van wederopbouw. Zie ook: CIMIC en force protection. Afgekort: FORGEN. Duits: Streitkräfteaufwuchs. Frans: constitution de forces; constitution d'une force. Nederlands: gereedstellingstaak; legervorming (verouderd). Voorgeschreven procesgang (Force Generation Process) voor het samenstellen, gereedstellen en leveren van de fysieke component (eenheden), waardoor bruikbare gevechtskracht voortgebracht en voortgezet kan worden. Force generation binnen de gestelde gereedstellings- en voorbereidingstijden kan pas worden gerealiseerd als de personele en materiële behoeften van de strijdmacht geheel zijn vervuld, zoals individuele en collectieve militaire opleiding en training (O&T) en de opbouw van reserves. Normaliter komen alleen eenheden die operationeel gereed (OG) zijn, voor het proces van force generation in aanmerking. Op basis van nationale overwegingen zullen landen in dit proces besluiten met bepaalde operationele capaciteiten deel te nemen aan een op handen zijnde militaire operatie van de EU, NAVO, VN of anderszins. In de regel worden eenheden na de force generation ten behoeve van een bepaalde operatie onder bevel gesteld van een inter- of multinationale strijdmacht. De beraadslagingen over de samenstelling van en de samenwerkingsverbanden binnen een coalitie verlopen gecoördineerd. Voor de inzet van de EU Battle Group en de NATO Response Force tijdens een crisis, kan het proces van force generation worden overgeslagen. Hierdoor kan het besluit eerder vallen, waarna de te leveren eenheden sneller kunnen worden ingezet. Terug naar Boven FORCE MULTIPLIER Letterlijk: gevechtskrachtverveelvoudiging. Militaire term die verwijst naar een factor die, wanneer die wordt toegevoegd aan én aangewend door een strijdmacht, beduidend de gevechtskracht van een strijdmacht kan verhogen en zo een succesvolle afwikkeling van een opdracht meer waarschijnlijk maakt. Vaak heeft een force multiplier te maken met synergie: het effect van twee of meerdere participerende of gecombineerde factoren is groter dan de som van de effecten die elk van de factoren in zijn eentje zou teweegbrengen. Een force multiplier verveelvoudigt dus in concrete of meer abstracte zin te allen tijde de gevechtskracht. De verveelvoudiging heeft betrekking op materieel en/of middelen binnen de strijdmacht dan wel op externe factoren, zoals media en w eer & terrein. Soms is een factor onder verschillende omstandigheden wél of juist niet van toepassing. Door de toegevoegde waarde, waardoor effectiever en efficiënter kan worden opgetreden met minder personeel, kunnen taken uit handen van de strijdmacht worden genomen (b.v. private military companies ), zodat die zich kunnen bezighouden met de core-business. Force multipliers zijn in hoge mate bepalend voor het moreel en daardoor de gevechtsbereidheid van de eigen troepen. Enkele force multipliers kunnen zijn: Terug naar Boven FORCE PROTECTION Afgekort: FP. Alle actieve en passieve beschermingsmaatregelen en middelen die nodig zijn om de kwetsbaarheid van eigen militair en burgerpersoneel, inclusief familieleden, faciliteiten, infrastructuur, installaties, kritieke informatie, materieel en operaties te verminderen en daarmee zowel de vrijheid van handelen (gevechtskracht, crisisbeheersingsvermogen) als de operationele effectiviteit van de eigen troepen te behouden. De beschermingsmaatregelen moeten gepland en geïntegreerd worden toegepast. De NAVO hanteert een Force Protection Directive (80-25), die uitgaat van een vierdeling in FP: Protective Security (beschermingsveiligheid; voorkomen dat de tegenpartij een aanval uitvoert) Active Defence (actieve verdediging, o.a. fysiek bewaken) - Aanwezigheid en zichtbaarheid in het inzetgebied
- Beveiliging van de eigen troepen (compounds, bunkers, dekkingen, waarnemingstorens)
- Evacuatie (exit-strategy)
- Persoonlijke beschermingsmaatregelen (wapens)
- Reactie op actie (provocaties e.a.) tegen de eigen troepen
- Verkrijgen en behouden van fysieke en mentale mobiliteit in het inzetgebied
Passive Defence (passieve verdediging, o.a. beschermen tegen CBRN/NBC-wapens) Recuperation (Herstel) - Beëindigen van de gevaren na een aanval, b.v. door de inzet van EOD, I.E.D. of mijnen
- Medical awareness, zowel militair als civiel (Host Nation Support , NGO)
Onder FP vallen niet de maatregelen om de tegenpartij te verslaan, noch de maatregelen die genomen moeten worden tegen ongevallen of ziekte. FP begint met het bevorderen van zelfvertrouwen en uitstraling bij de eigen troepen: de individuele militair van de eigen troepen bepaalt - of doet in elk geval voorkomen dat hij/zij bepaalt - wat er gebeurt, niet de tegenpartij. "We're your best friend, but your worst enemy". Luitenant-kolonel Richard van Harskamp, C-42 (NL) Battle Group SFIR-III in Irak zei hierover: "Als dat lukt, heb je driekwart van je zelfbescherming al binnen" . Force Protection: - is een zaak van iedereen, vierentwintig uur per dag, zeven dagen in de week (24/7)
- is dynamisch en flexibel van karakter
- dient ononderbroken te worden aangepast aan de omgeving waarin wordt opgetreden
- is van groot belang voor het welslagen van een missie
- mag vooral niet contraproductief zijn: een te hoge graad van FP (b.v. te defensief, teneinde personele verliezen en/of materiële schade bij de eigen troepen te voorkomen) kan gemakkelijk bijdragen aan een verslechtering van de FP
Het belang van FP wordt groter als in de commital area - waar het gevecht plaatsheeft - de dreiging en risico's groot zijn dan wel snel groter kunnen worden. Idealiter is FP, door middel van een stafofficier dan wel een cel, geïntegreerd in de Sectie 3 (Current Ops) én Sectie 5 (Future Ops). Terug naar Boven FORCES OF LOWER READINESS Afgekort: FLR. De FLR bestaan voor het grootste deel uit eenheden die geschikt zijn om binnen 90 tot 180 dagen de High Readiness Forces (HRF) te versterken bij grootschalige operaties in het kader van artikel 5 van het Handvest van de NAVO (Collective Defense Operations). Ook kunnen zij worden ingezet voor de rotatie van eenheden om zowel continuïteit als voortzettingsvermogen te garanderen bij de inzet in non-artikel 5-operaties (Crisis Response Operations). De indeling van de gereedheidstermijnen binnen de NAVO is: | | NOTICE TO MOVE | HRF | High Readiness Forces | < 90 dagen | FLR | Forces of Lower Readiness | 90 tot 180 dagen | LTBF | Long Term Build-up Forces | > 365 dagen | Zie ook: High Readiness Forces (HRF) en Long Term Build-up Forces (LTBF). Terug naar Boven FORMATIES In het kader van verplaatsingen te voet, bijvoorbeeld een gevechts- of verkenningspatrouille, kan een commandant afhankelijk van opdracht en omstandigheden, kiezen uit verschillende soorten in te nemen formaties: SOORT | GEBRUIK | VOORDEEL | NADEEL | Colonne met enen | Duisternis Slecht zicht Smalle paden Bossen | Eenvoudig leiding geven Eenvoudig overgaan in andere formaties | Geringe vuurkracht in front Kwetsbaar voor vuur op de lengte van de formatie | Colonne met tweeën | Aan beide zijden van de weg ter verbetering van de waarneming op de flanken | Eenvoudig leiding geven Goede waarneming Goede rondombeveiliging | Geringe vuurkracht in front | Ruitformatie | Zelfstandig optreden bij vijandelijk optreden vanuit alle richtingen | Waarneming naar alle flanken Vuuruitwerking naar alle flanken Uitwerking vijandelijk vuur gering | Moeilijker leiding geven Behouden van zowel formatie als richting moeilijk Doorgifte van informatie moeilijk | Verspreide formatie | Oversteken van wegen en open terrein(delen) | Maximale vuurkracht in front Uitbuiting terrein(delen) in de breedte | Moeilijker leiding geven Geringe vuurkracht op de flanken |
Terug naar Boven FORT VECHTEN Ook genaamd: Fort bij Vechten. Rond het jaar 5 na Christus ontstond ten noorden van het huidige oord Houten, op de locatie waar nu nog het Fort Vechten staat, de Romeinse legerplaats/vlootbasis Fectio. Fectio was deel van de noordgrens van het Romeinse Rijk, van oost naar west langs de Rijn bestaand uit Carvo (Kesteren), Mannaricium (Maurik), Levefanum (Rijswijk), Fectio (Vechten), Trajectum (Utrecht) en Laurum (Woerden). De Rijn stroomde ruwweg waar nu de snelweg Utrecht-Arnhem (A12) loopt. De Romeinen roeiden in galeien vanuit Fectio via de Utrechtse Vecht, het Flevomeer en de Friese meren naar de monding van de Eems. Fort dat tussen 1867 en 1870 ten zuidwesten van het oord Bunnik, provincie Utrecht, is gebouwd. Het fort had vrijwel dezelfde taak als het Fort Rijnauwen: het afgrendelen van de Houtense vlakte en het bestrijken van de spoorlijn Arnhem-Utrecht. Het terrein van het fort meet 17 hectare en is na Fort Rijnauwen het grootste fort van de roemruchte Nieuwe Hollandse Waterlinie: van Muiden tot de Biesbosch liep een gebied dat grotendeels onder water kon worden gezet bij het naderen van de vijand. De forten moesten de overgebleven wegen en hoger gelegen gebiedsdelen onder schot houden. In 1879-1881 werd het fort verbeterd met een bomvrije kazerne en remises. Sinds 1996 wordt het fort beheerd door Staatsbosbeheer, evenals andere delen van de verdedigingslinie tussen het IJsselmeer en Brabant. 
Animatie van de 'aanval' op Fort Vechten, de eerste in ruim 140 jaar (© foto’s Aneo Koning) | Op 7 mei 2008 werd Fort Vechten voor het eerst in haar geschiedenis ‘aangevallen’, nadat de Nederlandse krijgsmacht er driemaal gemobiliseerd is geweest, de laatste keer in mei 1940. Het fort was het toneel van de oefening ‘Tbilisi Challenge’, waarin personeel van 11 Luchtmobiele Brigade is klaargestoomd voor de uitzending naar Uruzgan. In de ochtend dropten enkele helikopters ten zuiden van het fort ± 60 militairen. |
Onder zware beschietingen staken zij in rubberboten de fortgracht over. Op het terrein moesten zij een OPFOR van ± 15 militairen (verdacht persoon met handlangers) overmeesteren. Doel van de oefening was het aanhouden van verdachten en het opsporen van handlangers. Terug naar Boven FORWARD AIR CONTROLLER Afgekort: FAC’er. De FAC'er praat, tijdens zowel groen als blauw operationeel optreden, vanuit een positie waar hij overzicht heeft de vlieger van een gevechtsvliegtuig over de radio letterlijk op het doel (“talk on”). De FAC'er is voornamelijk bij lichtbewapende eenheden te vinden - 11 Air Manœuvre Brigade, Korps Commandotroepen en Korps Mariniers - maar sinds 2001 ook organiek ingedeeld bij de gemechaniseerde brigades. FAC’ers waren van oorsprong vaak officier-verkenners, maar tegenwoordig zijn FAC'ers juist ook onderofficieren van infanterie en cavalerie. 
Links een Britse, rechts een Amerikaanse Forward Air Controller Luchtsteun tijdens Close Air Support (CAS) kan het ontbreken van tanks en artillerie compenseren. Van origine fungeren de Forward Air Controllers als artilleriewaarnemers die vijandelijke stellingen observeren voor artillerie- en / of mortiervuurgeleiding. De Nederlandse FAC'er wordt opgeleid op het Opleidingscentrum Grond-Lucht Samenwerking (OCGLS) in Schaarsbergen - het opleidingscentrum voor de derde dimensie. Opleidingen tot FAC'er kunnen bijvoorbeeld eveneens worden gevolgd in Duitsland (Fürstenfeldbruck) op de Internationalle FAC-Ausbildung of in Finningley (Groot-Brittannië). Na een aantal geslaagde missies te hebben gedaan zijn de FAC’ers "limited combat ready". Daarna voert de FAC’er meer missies uit om volledig "combat ready" te worden. De FAC'er is normaliter op maximaal 1 à 2 km van de target (doel) verwijderd, waar hij de coördinaten en een beschrijving van de target doorgeeft aan de piloot van het gevechtsvliegtuig. Dit is echter geen Wet van Meden en Perzen: omdat het erom gaat dat de FAC'er een goed overzicht heeft van de situatie ter plaatse, kan het zeker ook vanaf een andere afstand. Het is van belang dat CAS zo nauwkeurig wordt gedirigeerd dat de eigen troepen (friendly fire) noch burgerdoelen (collateral damage) worden geraakt. Daarvoor staat hij in direct contact met de vliegers, die zich ver van het gebied ophouden in afwachting van de noodzaak tot CAS. Zie ook: vuuraanvraag. Terug naar Boven Forward arming and refuelling point Afgekort: FARP. Ook genaamd: helikopter-logistiekgebied. Duits: vorgeschobener Aufmunitionier- und Auftankpunkt. Geïmproviseerde, tijdelijke en zo klein mogelijke positie in de Area of Operations (AO) waar gevechts- en/of transporthelikopters van gevechtsverzorgingssteun – met name brandstof (klasse IIIA) en/of munitie (klasse V) – worden voorzien. Een FARP wordt ingericht onder de voorwaarde dat luchtgemechaniseerd (air mechanised) optreden niet vanuit een Staging Area kan worden ondersteund. 
Schematische weergave van de SA (Staging Area), met daarbij FARP (Forward (Arming and) Refuelling Point), FRP (idem, maar zonder herbewapening), FOB (Forward Operating Base), VLET (voorste lijn eigen troepen) en AO (Area of Operations) Op een FARP wordt de afhandelingstijd – de periode tussen aankomst en vertrek van de helikopters – zo kort mogelijk gehouden, aangezien een helikopter op de grond het meest kwetsbaar is. Het aanvullen van de boordmunitie, aftanken én be- en ontladen dient a.s.a.p. te gebeuren. Wanneer de afstand tussen Staging Area (SA) en AO méér is dan 150 km wordt in beginsel een FARP of FOB ingericht. Afhankelijk van de vijand- en terreinsituatie worden de ingezette eenheden in de AO over de grond (grondgebonden FARP) en/of door de lucht (luchtmobiele FARP) logistiek ondersteund. In beide gevallen is de FARP-commandant niet tevens commandant van een helikoptereenheid. Een forward refuelling point (FRP) wordt alleen voor transporthelikopters ingericht. De luchtmobiele grondcomponent (fysieke beveiliging door zorg van infanterie en draagbare luchtverdedigingssystemen) én transporthelikopters scheppen op een FARP de randvoorwaarden. Door het uitbrengen van een FARP wordt het bereik van de gevechtshelikopters vergroot. Bij een FARP is in principe een geneeskundige afvoerploeg met een Algemeen Militair Verpleegkundige ingedeeld. Zie ook: forward operating base (FOB), peljob (mini-bouwmachine) en Staging Area (SA). Terug naar Boven FORWARD OPERATING BASE Afgekort: FOB. | 1) | Nederlands: vooruitgeschoven post. Niet te verwarren met: vooruitgeschoven commandopost (VCP). Een FOB is een militair steunpunt cq. een min of meer decentraal gelegen militaire buitenpost om een deel van het operatiegebied of de Area of Responsibility (AOR) te kunnen bestrijken. Een FOB kan zowel voor korte als langere tijd worden gebruikt, vanaf pelotons- tot en met compagniesniveau. Een FOB kan worden ingericht om de tactisch-operationele inzet in het gehele inzetgebied te kunnen waarborgen, bijvoorbeeld omdat het inzetgebied te uitgestrekt is en daardoor de (logistieke) omloop- en reactietijden te groot worden. Een FOB kan ook gebruikt worden als uitvalsbasis, bijvoorbeeld om in zeer korte tijd parate troepen ter versterking te kunnen uitbrengen. Vaak wordt een FOB ingericht ten behoeve van Special Forces, bijvoorbeeld op een verlaten vliegveld of op een in onbruik geraakte landingsbaan. Een militair die op een dergelijke FOB is gestationeerd wordt in Amerikaans militair jargon ‘fobbit’ genoemd (tevens de benaming voor een militair die aarzelt of simpelweg bang is om een militaire basis te verlaten). | | 2) | In het kader van luchtgemechaniseerd (air mechanised) optreden een positie die kan worden samengesteld uit Forward Arming and Refuelling Points (FARP), FRP (zie: FARP), een geneeskundige inrichting en logistieke installaties voor extra voorraden en gereedstelling (technische onderhoud en herstel) van materieel. 
Schematische weergave van de SA (Staging Area), met daarbij FARP (Forward (Arming and) Refuelling Point), FRP (idem, maar zonder herbewapening), FOB (Forward Operating Base), VLET (voorste lijn eigen troepen) en AO (Area of Operations) De tijdelijke locatie fungeert als een vooruitgeschoven ‘springplank’ voor een gevechtshelikoptercomponent. |
Terug naar Boven FOsfor Afgekort: fg. Duits: Phosphor. Engels: phosphorus. Frans: phosphore. Fosfor is een pyrotechnisch mengsel dat voor militaire toepassingen wordt gebruikt in rookprojectielen: brandbommen, handgranaten, lichtkogels, lichtspoormunitie, rookgranaten en springrookgranaten. De verspreidingslading doet het rookprojectiel springen waardoor de fosforpartikels worden verspreid. De meest gebruikte verschijningsvorm van fosfor is witte fosfor (white phosphorus, WP). Dit is een kleurloze tot geelachtige substantie met een sterke geur van (knof)look. De belangrijkste eigenschap is dat WP spontaan zelf ontbrandt bij aanraking met zuurstof. Daarbij komt veel hitte en witte rook vrij. Zo kan WP drie à vier dagen in de sneeuw liggen en alsnog tot ontbranding komen. Een nadeel van fosfor is dan ook dat de fosforpartikels lang actief blijven en het eigen gebruik van het gebied beperkt. Militaire doelen van het gebruik van fosfor: | |
Brandstichten | Secundaire taak van rookprojectielen. Houd rekening met het ontstaan van bosbranden (gevaar voor eigen eenheden). | Markeren | Vuur bestaande uit een enkel schot of een laag schoten, bestaande uit (gekleurde) rook, fosfor of licht, waarmee een doel wordt aangegeven. Kan ook worden gebruikt voor vuurcorrectie (inschieten) of doelaanduiding (FAC’er). | Materiaal vernietigen | Zowel van de vijand als van eigen troepen (in geval van achterlating). | Rook op doel | Rookprojectielen die op een vijandelijke opstelling of verplaatsende eenheid worden afgevuurd om de coördinatie- en waarnemingsmogelijkheden te beperken. Indien de vijand beschikt over helderheidversterkers en/of infraroodapparatuur heeft fosfor prioriteit boven ‘conservatieve’ rookgranaten (HC). Vergt minder munitie en coördinatie dan een rookscherm. | Rookscherm (rookgordijn) leggen/optrekken | Een serie rookwolken op een bepaalde (onbewoonde) locatie leggen om eigen of vijandelijke opstellingen en bewegingen te maskeren. Vergt een grote hoeveelheid munitie. | Verblinden van optische/ optronische middelen | Vuur dat in de regel wordt afgegeven als oppervlaktevuur met fosfor in combinatie met overgetempeerde lichtgranaten. |
WP kan worden afgeschoten door kanonnen, houwitsers en mortieren; ook handgranaten kunnen fosfor bevatten. Vervoer en opslag van fosforgranaten moeten rechtopstaand plaatsvinden, beneden een temperatuur van 44° Celsius (smeltpunt witte fosfor). Indien fosforgranaten een temperatuur hebben die hoger is dan 40° Celsius mogen zij niet worden gevuurd. Fosforgranaten zijn lichtgroen gekleurd en hebben een lichtelijk rood opschrift Een fosforverbranding is een chemische verbranding waarbij optreden: - In het donker oplichtende fosforpartikels; fosfor brandt door kleding en huid heen
| | - Rookontwikkeling (rookpluimpjes)
|
Bij huidcontact reageert fosfor met het water in de huid, waardoor zeer diepe en ernstige 2de en 3de graads brandwonden ontstaan. De brandwonden veranderen in dood weefsel met daaromheen blaarvorming. Onder invloed van zuurstof licht fosfor op in het donker. Fosforbrandwonden kunnen niet met water worden geblust. Daarnaast is fosfor zeer giftig. | Witte fosfor | Rode fosfor | Brandstichtend | Zeer | Weinig | Rookontwikkelend | Weinig | Zeer | Toxiciteit | Zeer toxisch | Toxisch |
Zo kan bij chronische blootstelling aan witte fosfor kaaknecrose (“phossy-jaw”) ontstaan. Eerstehulpverlening bij fosforbrandwonden (altijd prioriteit 1): 1. Fosforpartikels verwijderen door wegspoelen of mechanisch verwijderen; fosforpartikels niet met de blote handen aanraken. 2. Koel de fosforbrandwond tenminste 10 minuten met bij voorkeur lauw water. 3. Dek de verbrande huid af met drijfnatte, waterdoordrenkte kompressen of noodverbanden. Tot 1999 bestond de behandeling van fosforbrandwonden uit kopersulfaatkompressen 1% (CuSO4); deze behandelwijze is niet langer toegestaan in verband met de kans op kopervergiftiging. Alleen Special Forces, die worden uitgezonden naar gebieden waar niet direct geneeskundige hulp in de buurt is, krijgen nog kopersulfaatkompressen mee in de uitrusting. Volgens het internationaal oorlogsrecht is het toegestaan fosfor te gebruiken, bijvoorbeeld om militaire operaties te verbergen, maar het mag niet worden gebruikt in bewoonde gebieden en (dus) ook niet tegen de burgerbevolking. Dit is vastgelegd in Protocol III (Protocol on prohibitions or restrictions on the use of incendiary weapons) van de Convention on Certain Conventional Weapons uit 1980 – Verdrag betreffende bepaalde Conventionele Wapens of CWW-verdrag. Gebruik van witte fosfor in bewoonde gebieden kan derhalve worden beschouwd als een schending van het internationaal humanitair recht. In november 2004 gebruikten de Amerikanen in zgn. “shake and bake” missies witte fosfor aan het einde van operatie Phantom Fury in de Irakese stad Fallujah, ten westen van Bagdad. Fallujah was een bolwerk van het soennitisch verzet waar zich volgens de Amerikaanse troepen Al Qaida-leider Abu Musab al-Zarqawi schuilhield. Hij werd verdreven ten koste van een onbekend aantal burgerslachtoffers. In juli/augustus 2006 gebruikte Israel in operatie Just Reward tegen Hezbollah in Libanon ook witte fosfor. Israel herhaalde het gebruik van witte fosfor in operatie Cast Lead in de Gazastrook in december 2008/januari 2009. Terug naar Boven FOSGEEN Duits: Phosgen. Engels: phosgene. Frans: phosgène. Systeemnaam: carbonyl-di-chloride. Militaire code: CG. Chemische benaming: COCl2. Verstikkend chemisch strijdmiddel, evenals chloorgas (CL), chloorpicrine (PS) en disfosgeen (DP). Verstikkende gassen zorgen ervoor dat het longweefsel zodanig wordt aangedaan, dat de ademhaling wordt bemoeilijkt en uiteindelijk verstikking optreedt. Inademing van en blootstelling aan de (gas)damp moeten dan ook worden vermeden. Fosgeen – met de karakteristieke geur van vers, broeiend hooi – is een snelwerkend, zeer vluchtig en kleurloos gas, dat in de Eerste Wereldoorlog (vanaf 1915 te Ieper) op uitgebreide schaal als strijdmiddel is gebruikt door Britten, Duitsers en Fransen. ± 80% van de slachtoffers als gevolg van chemische aanvallen is toe te schrijven aan de inzet van fosgeen – de opvolger van chloorgas op het slagveld. De meeste slachtoffers overleden binnen 48 uur. Omdat fosgeen zwaarder is dan lucht, kan de damp zich via het maaiveld (greppels, loopgraven en schuttersputten) verspreiden. Fosgeen is al bij kortstondige blootstelling irriterend voor huid, luchtwegen en ogen. De verschijnselen zijn: Contact | Verschijnselen | Behandeling | Inademing | Brandend gevoel in keel, neus en achter borstbeen. Hoesten, bloed ophoesten, niezen, braken, oprispen, verslikken. Dyspnoe door dysfunctie van de longen als gevolg van: - (uitgesteld) longemfyseem
- atelectase (longen bevatten geen lucht meer, worden slap, collaps volgt)
- longoedeem
- chemische pneumonitis (acute ontsteking van longweefsel)
- Adult Respirators Distress Syndrome (ARDS; verbindweefseling van de longen)
De effecten kunnen met vertraging optreden, maar blootstelling aan hoge doses is binnen 48 uur dodelijk. | Patiënt in frisse lucht brengen. Halfzittende houding. Kunstmatige ademhaling kan nodig zijn. Arts raadplegen. | Huid | Roodheid en pijn. Bij huidcontact met fosgeen in vloeistofvorm (lichtgeel van kleur) bevriezingsverschijnselen (blaren). Fosgeen wordt niet door de huid opgenomen. | Verwijder besmette kleding. Spoel de huid met veel water. |
Detectie van fosgeen is mogelijk met de gasverkenningsuitrusting en de Interim Gas Verkennings Uitrusting (IGVU). Terug naar Boven FRAGGING Van het Amerikaanse slang-werkwoord “to frag” . Volgens Webster's Dictionary: “Een fragmentatiegranaat gooien om doelbewust een officier te verwonden”. Eliminatie van (onder)officieren door liefst 's avonds of 's nachts een fragmentatiegranaat in de tent van betrokkene te gooien. Kwam met name voor onder Amerikaanse militairen tijdens de Vietnam-oorlog, vooral door toedoen van zwarte onderhebbenden, die zich vaak gediscrimineerd voelden door blanke (onder)officieren. De achterliggende gedachte was om met de granaataanval de vijand (Vietcong) de schuld te geven en dat door het gebrek aan competentie en/of populariteit van betrokken (onder)officier de zaak simpelweg in de doofpot zou worden gestopt. Fragging is zonder twijfel de meest weerzinwekkende vorm van fratricide (broedermoord) en als zodanig voorloper van friendly fire. Evengoed als dienstweigering, desertie en ongeoorloofde afwezigheid (AWOL: “Absence Without Leave” ), kwam fragging in de Vietnam-oorlog relatief vaak voor. Volgens officiële bronnen van de U.S. Army zijn tenminste 600 Amerikaanse officieren in Vietnam door fragging om het leven gekomen; nog eens 1.400 officieren zijn onder mysterieuze omstandigheden overleden. Terug naar Boven FRAGMENTATION ORDER (FRAGO) Afgekort: FRAGO. Duits: Einzelbefehl; Kurzbefehl. Engels: order to individual unit. Frans: ordre particulier. Nederlands: partieel bevel; aanvullend bevel (aanv bevel); aanvullende order. Een van de mogelijke bevelsvormen, naast een (volledig) operatiebevel, mondeling bevel en oleaatbevel. De gewijzigde toestand geeft aanleiding een aanvullend, zgn. partieel bevel uit te geven. Als gevolg van de veranderde omstandigheden – zoals wijzigingen in de gevechtsorganisatie (plaats van de commandant), commander's intent, prioriteit ten aanzien van de gevechts(verzorgings)steun, locaties e.d. – stuurt de uitgifte van een partieel bevel de uitvoering van een lopende operatie bij. Kenmerken van het partieel bevel: | ► volgt op een eerder, volledig operatiebevel | | ► stuurt aanwijzingen en opdrachten bij die van onmiddellijk belang zijn voor één of meer ondercommandanten | | ► beknopt | | ► opgesteld volgens het format NAVO-5-paragrafenbevel; onder elke paragraaf wordt vermeld “geen wijzigingen” of de nieuwe gegevens; verplicht zijn de paragrafen 1 (toestand), 2 (opdracht) en 3 sub a (operatieconcept), waarbij paragraaf 2 niet mag worden onderverdeeld in subparagrafen, noch samengevat in de vorm van “geen wijzigingen” of nihil (nil) | | ► niet vermeld worden gegevens uit het originele bevel die reeds bekend zijn en ongewijzigd van kracht blijven én gegevens die (nog) niet van toepassing zijn | | ► na ontvangst teruggekoppeld middels een confirmation brief |
|
Terug naar Boven FRANK VAN BIJNENKAZERNE
Kazerne aan de Sportlaan in Apeldoorn. Voorheen Koning Willem III-kazerne; op 31 augustus 1985 (Dag van het Verzet) omgedoopt tot Frank van Bijnenkazerne.
Frank van Bijnen, reserve-officier bij het wapen der infanterie, was tijdens de Tweede Wereldoorlog een bekende verzetsstrijder. Toen op 22 november 1944 een aantal bekende verzetsmensen in Utrecht door de Duitsers waren gearresteerd en opgesloten in de Koning Willem III-kazerne, ging hij in gezelschap van twee andere verzetsmensen naar Apeldoorn om te verkennen. De verkenningsparty werd verrast door een Duitse patrouille, waarbij een handgemeen ontstond en Van Bijnen gewond raakte; enkele dagen later overleed hij.
Zijn verzetsdaden werden in 1950 postuum geëerd met het ridderkruis der 4de klasse van de Militaire Willems-Orde.
Frank van Bijnen is bekend van bezielende spreuken als "Wat sterk is uit overtuiging faalt nooit" (te vinden op de poortboog van de Jan van Schaffelaerkazerne in Ermelo) en "Een volk dat niet bereid is tegen de verdrukker op te staan en voor zijn vrijheid te vechten, verdient slechts roemloos onder te gaan in de oceaan van vergetelheid" .
Terug naar Boven FREEDOM OF MOVEMENT Afgekort: FOM. Nederlands: bewegingsvrijheid. Duits: Bewegungsfreiheit. Frans: liberté de mouvements. Het recht om zich als collectieve strijdmacht en individuele militair onbeperkt en onbelemmerd fysiek in een operatiegebied te verplaatsen, zonder daarbij te worden bedreigd of gehinderd. Hierbij moeten tenminste alle voor de commandant noodzakelijke verplaatsingen kunnen worden uitgevoerd. Naast minimaal gebruik van geweld, onpartijdigheid, transparantie en wederzijds respect is dit één van de basisprincipes voor Peace Support Operations. Zo nodig zal de strijdmacht de FOM afdwingen: het is een essentiële voorwaarde voor de ontplooiing van activiteiten op een zelf te bepalen plaats en tijd. Vrijheid van handelen (freedom of action) - en het deelaspect vrijheid van beweging - zijn wezenlijk om doelgericht en flexibel te kunnen handelen en waar nodig het initiatief te nemen. Wie zich niet naar of in een operatiegebied kan bewegen, slaagt niet in de uitvoering van zijn taak. De FOM bepaalt – samen met afstand, terrein (al dan niet beschadigde wegeninfrastructuur), aantal en soorten mobiliteitsmiddelen en weer – de verplaatsingstijd en bijgevolg ook de planningsmogelijkheden voor verplaatsingen, reactietijd en al dan niet directe bevoorrading op eindgebruikers in het operatiegebied. Onder FOM valt ook het vrijmaken en -houden van routes (route clearance en route proofen) door de genie. Terug naar Boven FREE LION | Laatste autonome legerkorpsoefening (niveau VIII) uit de geschiedenis van de Koninklijke Landmacht. De oefening vond van 13 tot en met 25 september 1988 plaats ten zuiden van de Noordduitse stad Hannover, oost- en westelijk van de rivier Weser, op de lijn Braunschweig-Hildesheim-Hameln-Bielefeld. De tijdsspanne van de oefening viel juist vóór het einde van de Koude Oorlog. De (vijfjaarlijkse) legerkorpsoefening had plaats buiten de oefenterreinen, in de realistische omgeving van de Noordduitse laagvlakte, waar in voorkomend geval de oorlog tegen het Warschaupact zou moeten worden uitgevochten. |
| | | Voor de deelnemende troepen waren ze het slotstuk van een reeks kortere oefeningen op compagnies-, bataljons-, brigade- en divisieniveau. Verplaatsen, opstelling innemen, aflossen, rivieroversteek, doorschrijding van andere eenheden, reserve. Alles volgens het concept van de voorwaartse verdediging van de NAVO. Ook konden de staven van 1 Legerkorps, divisies en brigades en legerkorpstroepen hun organieke oorlogstaken onder realistische tijd- en ruimtefactoren én op grote schaal in de praktijk beoefenen. Na Big Ferro, de eerste legerkorpsoefening sinds 1954 die in 1973 plaatsvond, volgden Saxon Drive (1978), Atlantic Lion (1983) en Free Lion. Daarnaast moest het grootschalige optreden dienen ter afschrikking van het Warschaupact en bleek een dergelijke oefening ideaal voor het beproeven van nieuwigheden, zoals indertijd de capaciteit aan eigen elektronische oorlogvoeringsmiddelen en een nieuw munitiebevoorradingssysteem. | 
Ook Koningin Beatrix en Prins Claus brachten een bezoek aan de oefening FREE LION. |
Aan Free Lion namen 44.000 militairen deel, onder wie 33.000 Nederlandse. De Nederlanders oefenden met Amerikaanse, Britse en Duitse eenheden. In totaal reden er12.500 wiel- en 1.700 rupsvoertuigen rond. 
Terug naar Boven FRICTIE Letterlijk: wrijving. Duits: Friktion. Engels: fog of war. Frictie is het belangrijkste kenmerk van militaire operaties. In een notendop is frictie het essentiële verschil tussen operaties in werkelijkheid en de benadering ervan in planningen en oefeningen. In beginsel bestaan operaties uit een groot aantal verschillende, maar vaak relatief eenvoudige handelingen. Verspreid optredende militairen voeren deze handelingen uit, of zoals de Pruisische generaal en strateeg Carl von Clausewitz (1780-1831) zei: “Alles is zeer simpel in de oorlog, maar het simpele is moeilijk. Deze moeilijkheden hopen zich op en veroorzaken een frictie waarvan iemand die de oorlog zelf niet heeft meegemaakt zich geen juiste voorstelling kan maken.” | | Volgens Von Clausewitz is het een gevaarlijke illusie te denken dat gedetailleerde planning en minutieuze voorbereiding een operatie kunnen beschermen tegen frictie. Later heeft de - eveneens Pruisische - chef van de generale staf Helmuth van Moltke Sr. (1800-1891) beklemtoont: “Kein Operationsplan reicht mit einiger Sicherheit über das erste Zusammentreffen mit der feindlichen Hauptmacht hinaus.” (“Met enige zekerheid overleeft geen enkel operatieplan het eerste gevecht met een vijandelijke hoofdmacht.”) Bij omvangrijke krijgsmachten (zoals indertijd de Pruisische), meerdere bevelniveaus en een destructief karakter van oorlogvoeren, is het cumulatief effect van frictie groot. Decentrale, opdrachtgerichte commandovoering schept voor ondercommandanten een beter gevoel van betrokkenheid, bevordert de eenheid van opvatting tussen een commandant en zijn ondercommandanten en leidt tot snelheid in optreden. Bijkomend voordeel is dat alleen essentiële informatie de bevelslijn van boven naar beneden (top-down) en terug (bottom-up) hoeft te passeren. Frictie kan grotendeels beperkt of voorkomen worden door: | - het maken van een correcte eventualiteitenplanning (contingency planning).
| - het repeteren (rehearsal) van een komende actie, die tot doel heeft te komen tot een optimale afstemming.
| - personeel niet te afhankelijk maken van én niet te veel te laten gewennen aan moderne technologie, maar ook minder technische alternatieven blijven instrueren (kaartlezen in plaats van GPS)
| - personeel op te leiden dat zij een correct begrip ontwikkelen voor de mogelijke politieke en overige consequenties van eigen militair optreden.
|
Behalve met de beschikbare tijd- en ruimtefactoren moet dan ook voortdurend rekening worden gehouden met de factor frictie. Militair optreden wordt altijd beïnvloed door voor beide partijen deels onvoorspelbare elementen en invloeden die nu eenmaal eigen zijn aan oorlog en oorlogvoeren. Op deze elementen en invloeden – die worden versterkt en uitvergroot door de complexiteit en snelheid van het moderne militaire optreden – hebben strategen en bevelhebbers te velde géén grip. De verstoring door onvoorspelbare elementen en invloeden op de menselijke activiteiten in een normaal gesproken geoliede krijgsmacht, kan in tijden van oorlog chaos en verwarring op het gevechtsveld veroorzaken. Omdat oorlogvoering, ondanks alle hightech, in essentie mensenwerk is én blijft, kan structurele frictie het verloop van een operatie absoluut negatief beïnvloeden. Er zijn legio voorbeelden van menselijke factoren die tijdens oorlogsvoering onverwacht obstakels en onzekerheden (“De enige zekerheid is onzekerheid”) teweegbrengen: eenheden of personen die verdwalen | (interpretatie)fouten | fysieke inspanning | informatie die onjuist of onbetrouwbaar is | misverstanden | onverwachte gedragingen van de vijand | onvoorspelbare wisselwerking op de vijand | rivaliteit tussen commandanten | stress | vergissingen | verkeerd begrepen orders | vermoeidheid en uitputting | verrassing door de vijand |
Daarnaast zijn factoren als geluk en toeval, (levens)gevaar, plotseling verander(en)de terrein- en /of weersomstandigheden én het gestoord worden of uitvallen van technische apparatuur debet aan frictie. “Frictie is het verstorend effect op menselijke activiteiten dat optreedt als gevolg van toeval, vermoeidheid, vergissingen, fouten, onduidelijkheden en misverstanden. Naarmate sinds Clausewitz’ tijd de legers massaler werden, het aantal bevelsniveaus toenam en de oorlogen op zich een totaler en vernietigender karakter kregen, is het cumulatief effect van frictie alleen maar versterkt.” (Leidraad Commmandovoering, pagina 46) |
Zie ook: Carl von Clausewitz, fog of war, friendly fire en planningsfactor en Vom Kriege van Clausewitz (Hew Strachan). Terug naar Boven FRIENDLY FIRE Ook genaamd: blue on blue, fratricide, non-hostile fire. Nederlands: vriendschappelijk vuur. Volkomen foute term, want zoals generaal Norman Schwarzkopf (Eerste Golfoorlog) al zei: "No fire is friendly" . Het betreft een incident waarbij eigen eenheden of manschappen van bevriende strijdkrachten per abuis worden gedood of gewond. Term is afkomstig van militaire oefeningen waarbij Blueland (de blauwen) per definitie de “goede partij” zijn en Redland (de roden) de “foute partij”. Het begrip dateert van vóór de Eerste Golfoorlog, maar werd door de Britse historicus Geoffrey Regan, auteur van vele boekwerken over militaire blunders, pas in 1995 verwerkt in de boektitel 'Blue on Blue: A History of Friendly Fire'. Niet verwonderlijk dat situaties waarbij slachtoffers vallen als gevolg van het per ongeluk uitbrengen van vuur op eigen troepen liever worden aangeduid met het neutrale "blue on blue". De stijging van het aantal friendly fire-incidenten kan onder andere worden toegeschreven aan: gebruik van technologie op grotere hoogtes en afstanden waarvan de vijand onder vuur kan worden genomen | hoog operationeel tempo | vervagen van duidelijke frontlijnen |
Tijdens de Eerste Wereldoorlog en in de Vietnamoorlog lag het aantal slachtoffers door friendly fire nog op slechts 2%, tijdens de Eerste Golfoorlog (1991) was dat al opgelopen tot 17%. Feitelijk is friendly fire één van de vormen van collateral damage (nevenschade), die voortkomt uit vergissingen in de eigen of andermans positie dan wel vergissingen in andermans identificatie. Meest recente voorbeeld van friendly fire is wat de Britse cavalerist Christopher Finney overkwam. Hij redde op 28 maart 2003 ten noorden van Basra zijn boordschutter uit de toren van een Scimitar (gepantserd voertuig) dat in vlammen opging na een aanval van Amerikaanse A-10 Thunderbolt-vliegtuigen. Voor zijn heldhaftige acties bij deze aanval door coalitietroepen is Finney op 25 februari 2004 door koningin Elizabeth II onderscheiden met het George Cross voor betoonde moed onder vuur. Op 12 januari 2008 kwamen bij een vuurgevecht in de buurt van de Nederlandse basis Camp Hadrian in Deh Rawood (Uruzgan) soldaat Wesley Schol en korporaal Aldert Poortema om het leven door eigen vuur tijdens een langdurig vuurgevecht tussen eenheden van de Task Force Uruzgan en de Opposing Militant Forces. Beide militairen, afkomstig van 44 Pantserinfanteriebataljon Regiment Johan Willem Friso, waren de eerste Nederlanders sinds de Tweede Wereldoorlog die door eigen vuur om het leven kwamen. Zie ook: asymmetrische oorlogvoering, collateral damage, danger close, deconflictie, flashcard, fog of war, fragging, irregulier optreden, lineair gevechtsveld, mockingbird, proportionaliteit, regulier optreden, ricochet, rules of engagement, symmetrische oorlogvoering en trefferbeeld. Terug naar Boven FRIESE RUITER Ook genaamd: Spaanse ruiter (germanisme).
Voorbeeld van een Friese ruiter | In het Duits: Spanische Reiter. In het Engels: knife rest. In het Frans: cheval-de-frise. Behalve een distelsoort met de Latijnse naam Cirsium dissectum, is de Spaanse ruiter een hindernis. De Friese (of Spaanse) ruiter is een mobiele, verplaatsbare versperring die bestaat uit een constructie van houten balken of palen van 3 à 5 meter lang. Aan de uiteinden zijn de balken of palen kruislings voorzien van (X-vormige) kruishouten (1 à 1½ meter lang). | Rondom én diagonaal is het geheel voorzien van concertina of prikkeldraad. Over de X-vorm van de kruishouten loopt in de lengterichting van de Friese ruiter opnieuw een balk of paal. Het gebruik van een organieke of geïmproviseerde Friese ruiter is van origine bedoeld voor het afsluiten van verdedigingswerken (bijvoorbeeld rondombeveiligingen) die moeten kunnen worden geopend en gesloten, zoals op wegen. De bekendste toepassing is dan ook bij een roadblock. Nog altijd geldt de Friese ruiter als een gemakkelijk toepasbare kunstmatige hindernis ter verdediging en/of versperring van doorgangen. Niet alleen zeer effectief tegen lichte voertuigen, maar juist ook tegen pantservoertuigen die daarin vastlopen met loopwielen en tracks. De Spaanse ruiter kwam al voor tijdens de Middeleeuwen maar is populair geworden ten tijde van de Tachtigjarige Oorlog: de Spanjaarden hadden de stad Groningen bezet en konden met hulp van Spaanse ruiters een belegering van de stad door de cavalerie afwenden. Op 22 juli 1594 is Groningen toch door Prins Maurits heroverd, waarna de stad en zijn ommelanden Staats (d.w.z. van de Staten-Generaal) werden en deel gingen uitmaken van de Republiek der Verenigde Nederlanden. Willem Lodewijk van Nassau werd de eerste stadhouder. Zie ook: hindernis en laplandversperring. Terug naar Boven FRONT Duits: Front; Linie der Feindberührung. Engels: front. Frans: front. Het eerste gelid van de opgestelde troepen wordt het front genoemd, het achterste gelid de rug, de gelederen aan de zijkanten de flanken. Dit is met name het geval sinds de Eerste Wereldoorlog, waar vanuit linies van loopgraven en stellingen werd gevochten. Bijgevolg is het front de voorste linie waar de gevechtshandelingen plaatshebben dan wel de voorste verdedigingslinie die door enige partij wordt ingenomen. De al dan niet denkbeeldige lijn waar beide oorlogvoerende partijen tegenover elkaar staan, wordt eveneens front genoemd. Ten derde kan het front een markante lijn in het terrein zijn, zoals een bergrug, dal of rivier. Aangezien een front in de regel een frontlijn inhoudt, is dit begrip in de regel van toepassing op symmetrische oorlogvoering en een lineair gevechtsveld. Bij manoeuvreoorlogvoering is veel minder of in het geheel niet sprake van een front; dit is het geval bij gemechaniseerd optreden, vaak tezamen met optreden te voet (uitgestegen) in moderne oorlogvoering. Zie ook: voorste lijn eigen troepen (VLET) en voorste rand weerstandsgebied (VRW). Terug naar Boven F.R.O.S.T. Het ezelsbruggetje FROST wordt door gewondenhelpers (Combat Life Savers, CLS’ers) gehanteerd om te bepalen of er al dan niet een borstonderzoek moet worden uitgevoerd: | FR | Frequentie van de ademhaling | Snelle (tachypneu) en oppervlakkige ademhaling. | O | Open wonden | In- en uitschotopeningen veroorzaken stoornissen van zowel ademhaling als circulatie. | S | Symmetrisch op- en neergaan van de borstwand | Beide borsthelften komen omhoog bij het ademhalen (kijken – voelen – luisteren). | T | Tekenen van benauwdheid | Bij problemen met in- en/of uitademing (dyspnoe) is de patiënt niet in staat in één ademteug door te zuchten dan wel tot 10 te tellen. |
Terug naar Boven F.U.B.A.R. Acroniem: "Fucked Up Beyond All Repair" of "Fucked Up Beyond All Recognition". Goede Nederlandse vertalingen: "Totaal verneukt" of "Totaal naar de klote". Term afkomstig uit de Tweede Wereldoorlog, geïntroduceerd als slang-taal. Uitgesproken als "Foobar". Gedacht wordt dat de Amerikanen de kreet "Furchtbar" (vreselijk, ontzettend, verschrikkelijk) van de Duitsers hadden gehoord, als negatieve tegenhanger van "Wunderbar". De term komt onder andere voor in de speelfilm 'Saving Private Ryan' uit 1998, over de landing op en nasleep van de geallieerde landing tijdens D-Day. Vergelijk FUBAR met SNAFU, "Situation Normal All Fucked Up" , een kreet die met name onder de Amerikanen in de Vietnamoorlog in gebruik was. Terug naar Boven FUCHS ALGEMEEN Het pantserwielvoertuig Fuchs 6 x 6 (Transportpanzer, PPz) – Duits voor “vos” – wordt sinds 1979 geproduceerd door Henschel Wehrtechnic GmbH en Rheinmetall AG in Duitsland. De transportversie, niet in gebruik bij de Koninklijke Landmacht, kan – naast de chauffeur en bijrijder – 10 militairen herbergen. Specificaties: actieradius | 400 km (terrein); 800 km (verharde weg) | aandrijving | 6 x 6 | brandstoftank | 390 liter | breedte | 2 meter 98 | draaicirkel | 17 meter | gewicht | 17 ton | hoogte | minimaal 2 meter 37 | lengte | 7 meter 33 | maximumsnelheid | 105 km per uur | motor | 8-cilinder 12,7 liter Daimler-Benz dieselmotor | motorvermogen | 235 kW (320 pk) |
Binnen de KL zijn drie versies in gebruik: Fuchs NBC-verkenningsvoertuig, Fuchs peilstation EOV en Fuchs stoorstation EOV. Terug naar Boven FUCHS NBC-VERKENNINGSVOERTUIG Ook genaamd: Nucleair/Chemisch (N/C) Fuchs; snuffel-Fuchs. Engels: NBC reconnaissance vehicle. Het Fuchs NBC-verkenningsvoertuig is de versie TPz 1A3, ofwel: Spürpanzer. Voor de Fuchs-NBC is binnen 101 NBC Verdedigingscompagnie (opgericht in 2003) een geheel nieuw peloton op poten gezet. In dit Verkennings- en Detectiepeloton bevindt zich sinds 2006 zesmaal een Fuchs-NBC; om de Fuchs-NBC te verkrijgen heeft Nederland zesmaal een Fuchs peilstation EOV laten ombouwen. | |
101 NBC Verdedigingscompagnie is gelegerd op de Prinses Margrietkazerne in Wezep. Behalve in Nederland rijdt het Fuchs NBC-verkenningsvoertuig rond in de krijgsmachten van Duitsland, Groot-Brittannië, Israel, Saudi-Arabië, Turkije, Venezuela en de Verenigde Staten. Tijdens de Golfoorlog hebben Groot-Brittannië, Israël en de Verenigde Staten het voertuig ingezet. Voorheen gingen alle verkenningen op het gebied van nucleaire, biologische en chemische oorlogvoering te voet; de uitgestegen verkenningen. Met de dankzij een overdruksysteem gasdichte Fuchs-NBC kunnen vanuit het voertuig bodem-, lucht- en watermonsters worden genomen. Speciale sensoren geven op de computer aan wat de staat van de buitenlucht (gasmengsel) is. De geïntegreerde database herkent daarbij ruim 30.000 stoffen.Met de interim gasverkenningsuitrusting (IGVU) kunnen de vijandelijke stoffen worden geanalyseerd. Wat de Fuchs-NBC tot een voortreffelijk exportproduct maakt, is de mobiele massaspectrometer MM-1 voor het analyseren van chemische strijdmiddelen. Ontwikkeld door Bruker-Franzen Analytik GmbH in Duitsland combineert de MM-1 massaspectrometrie en gaschromatografie. Routinematig kunnen vele tientallen schadelijke agentia worden gedetecteerd, waarna duidelijk is om welke hoofd- of subgroep strijdmiddelen het gaat. NBC-strijdmiddelen in concentraties lager dan één-miljardste gram zullen binnen 30 seconden worden ontdekt. Helaas is de Fuchs-NBC alleen geschikt voor het uitvoeren van chemische en nucleaire verkenningen én detecties. Routeverkenning geschiedt met 30 km per uur (voorheen stapvoets), zodat een commandant sneller zijn informatie heeft. De Fuchs-NBC kan gemakkelijk beoordelen of het al dan niet gaat om een aanval. De Fuchs-NBC is niet toegerust voor het detecteren van biologische strijdmiddelen (bacteriën, toxinen, virussen). Aan de hand van analyses van de steeksproefgewijs opgespoorde stoffen kunnen NBC-dreigingen en/of –aanvallen worden bevestigd. Tot slot verzamelt het voertuig locale meteorologische gegevens om correcte voorspellingen over NBC-gevarengebieden te kunnen doen. In zijn algemeenheid is de Fuchs-NBC een ideaal voertuig om achter de voorste linies en/of in besmet gebied te opereren. Bij een nucleaire aanval ligt dat anders, want dan kan de Fuchs-NBC slechts korte tijd in besmet gebied verblijven. Specificaties: bemanning | 4 (chauffeur, commandant en 2 x verkenner) | breedte | 2 meter 98 | eigen uitrusting | markeringsuitrusting, warmtebeeldkijker en weerstation | gewicht | 17 ton | hoogte met antenne | 4 meter 15 | lengte | 7 meter 33 | maximumsnelheid | 80 km per uur |
Nederland sluit wat opleiding en training betreft, aan bij Duitsland en Groot-Brittannië. De terminologie binnen het verkennen met de Fuchs-NBC is in de Duitse taal; op de Generaloberst Beck Kaserne in het Duitse Sonthofen im Oberallgäu (Beieren) zijn de internationale opleidingen gevestigd. Terug naar Boven FUCHS PEILSTATION EOV | Bijnaam: Eloka. Dit is de versie TPz 1A2, ofwel: Führungs- und Funkpanzer. Het Fuchs peilstation E.O.V. peilt vijandelijke radiouitzendingen in zowel HF- als VHF-bereik. Op het voertuigdak bevindt zich een automatisch opklapbare telescopische rondomantenne, alsook een aantal losse antennes voor het HF-bereik. Het voertuig heeft, evenals het Fuchs ‘Hummel’ stoorstation EOV, een geïntegreerde 15 kW-generatoraggregaat. Binnen de Koninklijke Landmacht is het voertuig werkzaam binnen 102 Elektronische Oorlogvoeringcompagnie (EOV-cie). |
Terug naar Boven FUCHS stoorstation eov Bijnaam: Hummel. Dit is de versie TPz 1A1, ofwel: Funkstörpanzer ‘Hummel’. | Het voertuig heeft een stoorcapaciteit van 2 kW. Frequenties van 20 tot 80 MHz, in alle modulaties, kunnen worden gestoord tot een maximum van zelfs 500 MHz. Het storen van spraak- en dataverbindingen vindt plaats in een hoek van 45 graden in voorwaartse richting. Het storen kan zowel stilstaand als bij verplaatsingen in slagorde. Op het voertuigdak staat een batterij antennes die fungeren als één antenne. Elke antenne heeft zijn eigen bereik: hoe kleiner het exemplaar, des te hoger de frequentie. | | Bij het storen wordt een buzzend geluid voortgebracht, waaraan het voertuig zijn bijnaam ‘Hummel’ (Nederlands: “hommel”) te danken heeft. |
De ‘Hummel’ stoort vijandelijke radio-uitzendingen in twee bereikgebieden: HF | High Frequency | korte golf | Frequentieband van 3 tot 30 MHz (bereik is niet beperkt tot zichtafstand) | VHF | Very High Frequency | ultrakorte golf | Frequentieband van 30 tot 300 MHz (bereik is beperkt tot zichtafstand) | | |

De stoorcapaciteit is het wapen van het Fuchs-stoorstation. Een stooraanval creëert een elektromagnetische puls (EMP), die zorgt voor een snel veranderend elektromagnetisch veld. Hierdoor ontstaan grote piekspanningen die elektronische apparatuur en bedrading beïnvloeden. De gevolgen van een stooraanval zijn verwoestend, ook voor de standaard combatnetradio’s. Het voertuig heeft, evenals het Fuchs peilstation EOV, een geïntegreerde 15 kW-generatoraggregaat. Binnen de Koninklijke Landmacht is het voertuig werkzaam binnen 102 Elektronische Oorlogvoeringcompagnie (EOV-cie). Terug naar Boven FUCO Voluit: functiecontrole. Omvat alle controle- en onderhoudshandelingen op het niveau van de gebruiker (1ste echelon), die moeten worden uitgevoerd om personeel en materieel voor het gevecht inzetbaar te maken cq. te houden. FUCO 1 (enkele man) is een controle van de gevechtskracht die automatisch, dus niet opgedragen door (O)PC, wordt uitgevoerd bij aankomst in een verzamelgebied cq. in opdracht van (O)PC tijdens een gevechtspauze. De individuele militair blijft tijdens de FUCO 1-controle permanent gereed voor actie. Na FUCO 1, die maximaal 15 minuten in beslag mag nemen, doet de groepscommandant een inzetbaarheidsmelding aan de (O)PC. Fuco 1 vóór actie | 1 | Inspectie persoonlijk wapen + (half) laden | | 2 | Inspectie NBC-masker (reinheid + controle werking) Inspectie NBC-draagtas (compleetheid + reinheid) | | 3 | Controle persoonlijke camouflage | | 4 | Controle persoonlijke gevechtsuitrusting door buddy (GOBS) | | 5 | Rapportage aan commandant (klasse I t/m V in procenten of kwarten) |
Fuco 1 na actie | 1 | Inspectie persoonlijk wapen + ontladen | | 2 | Inspectie NBC-masker | | 3 | Controle persoonlijke gevechtsuitrusting door buddy (GOBS) | | 4 | Rapportage aan commandant (klasse I t/m V in procenten of kwarten) | | 5 | 1ste echelons onderhoud |
Terug naar Boven FULDA GAP Gebied in Duitsland dat de meest waarschijnlijke aanvalsroute voor tanks van de Sowjet-Unie en het Warschau Pact bood ten tijde van de Koude Oorlog. Zie ook: follow-on forces attack (FOFA). Terug naar Boven FULLCOM Vertaald: integraal commando; volledige bevelsbevoegdheid. Duits: Unterstellung in jeder Hinsicht. Frans: commandement intégral. FULLCOM geeft de ruimste (hoogste) bevoegdheid aan een commandant die maar mogelijk is, bestaat slechts in nationale zin en kan niet worden overgedragen. In Nederland heeft de Commandant der Strijdkrachten (CDS), namens de regering / Minister van Defensie, FULLCOM over de strijdkrachten. Voor de duur van een operatie houdt FULLCOM de volledige militaire bevoegdheid en verantwoordelijkheid is om militaire eenheden (ondergeschikten) opdrachten en aanwijzingen te geven in. Weliswaar kan het nationale contingent strikt operationeel niet worden aangestuurd, FULLCOM geeft een commandant wel de onbeperkte autoriteit om de onder zijn bevel staande nationale eenheden te gebruiken voor elk doel. Op grond van het gestelde in de Grondwet behoudt de regering te allen tijde het oppergezag over de krijgsmacht. Het oppergezag wordt uitgevoerd onder de politieke verantwoordelijkheid van de Minister van Defensie. De terbeschikkingstelling van Nederlandse militairen aan een internationale commandant (force commander) beperkt nooit de ministeriële verantwoordelijkheid in staatsrechtelijke zin. Namens de regering draagt de Minister van Defensie verantwoordelijkheid voor de instemming met het operatieplan, de overdracht van de bevelsbevoegdheden (transfer of authority) en het oordeel dat een operatie binnen de gestelde voorwaarden wordt uitgevoerd. De beslissing tot Nederlandse deelname aan een operatie kan worden gekoppeld aan nationale beperkingen met betrekking tot inzet (caveats): regering en parlement kunnen voorwaarden aan de inzet van de krijgsmacht verbinden. De CDS verzekert dat de internationale troepencommandant rekening houdt met de aangegeven beperkingen. Daarnaast wordt via de contingentscommandant (Contco) in het missiegebied de CDS dagelijks op de hoogte gehouden over de militaire opdrachten aan de Nederlandse militairen en de relatie hiervan tot het mandaat. Op grond van FULLCOM heeft de CDS de bevoegdheid indien nodig de eenheden te onttrekken aan het bevel van de internationale commandant (en daarmee aan de operatie) of inzet in de operationele taakuitoefening van de eenheden (tijdelijk en plaatselijk) te blokkeren. Hierbij moet worden aangetekend dat zoiets om politieke én praktische redenen vaak niet eenvoudig is: zo zal het terugtrekken van eenheden vooraf in internationaal overleg moeten worden besproken. Omdat het voor een troepencommandant ondoenlijk is om voor alle operationele opdrachten eerst de nationale autoriteiten te moeten consulteren – wat tijdrovend is en afbreuk doet aan het beginsel van eenhoofdige leiding – krijgt de troepencommandant in beginsel Operational Control (OPCON) over de toegewezen eenheden. OPCON – het gezagsniveau onder FULLCOM – kan dus worden overgedragen aan Major NATO Commanders als SACEUR, SACLANT of aan lagere commandanten, zoals COMISAF (C-ISAF). Zie ook: Operational Command (operationele bevelsbevoegdheid) en Tactical Command (tactische bevelsbevoegdheid). Terug naar Boven FULLER, JOHN FREDERICK CHARLES | In de regel geciteerd als: J.F.C. Fuller. Geboren: 1 september 1878, Chichester, Sussex, Engeland. Overleden: 10 februari 1966, Falmouth, Cornwall, Engeland. Brits militair, militair theoreticus (strateeg) en militair historicus. Vader van de moderne tankoorlogvoering – één van de voorlopers van de manoeuvreoorlogvoering. De huidige Britse Army Doctrine Publication Operations stelt dat “the prophetic utterings of a few visionaries such as Liddell Hart and Fuller were ignored by the dinosaurs at the top of the Army. This led inexorably to the defeat in France in 1940.” Daarnaast was Fuller één van de twee Britten die door Adolf Hitler op 20 april 1939 op zijn 50ste verjaardag werden uitgenodigd, waar hij urenlang een parade van een gemechaniseerd en gemotoriseerd leger mocht aanschouwen. |
Na zijn opleiding aan de Royal Military Academy Sandhurst (1897-’98) trad Fuller toe tot het 1st Battallion Oxfordshire Light Infantery, dat werd ontplooid in de Tweede Boerenoorlog in Zuid-Afrika (1899-1902). Van 1903 tot ‘06 diende hij in Brits-Indië, in 1911 werd hij bevorderd tot kapitein en in januari 1914 startte hij aan het opleidingsinstituut van de Britse generale staf in Camberley (Staff College). Fuller was een onrustige geest, steeds bezig nieuwe dingen te bedenken of bestaande te verbeteren, in het bijzonder met betrekking tot de gemechaniseerde oorlogsvoering. Hierdoor kwam hij vaak in botsing met het conservatisme dat kenmerkend was voor de legerleiding in die tijd. Bij de uitbraak van WO I was Fuller als stafofficier belast met het organiseren van trainingen voor hogere officieren (Home Office), totdat hij in december 1916 werd benoemd tot chef-staf van het Machine-Gun Corps’ Heavy Branch, dat later zou omvormen tot Tank Corps. Fuller was ervan overtuigd dat de tank een einde kon maken aan de patstelling van de loopgravenoorlog. Als chef-staf van het Tank Corps plande hij de verrassingsaanval met 381 tanks van de Slag om Cambrai op 20 november 1917 – de eerste grootschalige tankslag in de krijgsgeschiedenis. Door het spectaculaire succes in de beginfase bij Cambrai, toen de oprukkende tanks erin slaagden door te dringen in de onneembaar geachte Siegfriedlinie, speelde Fuller een sleutelrol bij de totstandkoming van de Britse tankstrategie in WO I. Hoewel veel tanks bij Cambrai door Duits vuur werden uitgeschakeld of in het terrein vastliepen, was aangetoond dat de tank toekomst had. Ook het geslaagde herfstoffensief van 1918 werd door Fuller gepland. Na WO I lanceerde hij een campagne voor de mechanisering en modernisering van de Britse krijgsmacht. Na 1918 bekleedde hij talloze vooraanstaande functies, waaronder die van docent op Staff College Camberley, assistent van de chef generale staf en, in 1926, commandant van de experimentele brigade (Experimental Mechanized Force) in Aldershot. In 1930 werd Fuller bevorderd tot generaal-majoor; hij verliet in 1933 de dienst. Ambitieus beraamde Fuller ‘Plan 1919’: een volledig gemechaniseerd leger dat een massale, gecoördineerde aanval kon uitvoeren waarbij tanks en vliegtuigen de speerpunt vormden om een oorlog definitief te beslissen. Hierop vond hij in Groot-Brittannië geen gehoor, maar zij hadden veel invloed op de Duitse en Sowjet-doctrines, respectievelijk dankzij Heinz Guderian en maarschalk Mikhail Nikolayevich Tukhachevsky. Zijn nadruk op het pantseroffensief zou de voorloper blijken van de Duitse Blitzkrieg in WO II; Fuller had weer eens het gelijk aan zijn kant. Gedurende het verloop van WO II werden de principes van de Blitzkrieg overgenomen door de geallieerden; zij worden nog steeds op grote schaal toegepast in het moderne strategisch denken. Dat geldt ook voor ‘The Nine Principles’, in 1921 voor het eerst gepresenteerd in het Britse trainingshandboek ‘Field Service Regulations’ van de toenmalige kolonel Fuller: Direction | Richting | Offensive action | Aanvallende acties | Surprise | Verrassing | Concentration | Concentratie | Distribution | Verdeling | Security | Beveiliging | Mobility | Mobiliteit | Endurance | Uithoudingsvermogen | Determination | Vastberadenheid |
Fuller’s negen principes van oorlogvoering zijn afgeleid van zowel Napoleon als Clausewitz en worden, in het Engelse taalgebied, samengevat met het acroniem MOOSEMUSS: Maneuver, Objective, Offensive, Surprise, Economy of force, Mass, Unity of command, Simplicity en Security). Na zijn diensttijd begon Fuller een carrière als journalist, historicus en militair correspondent van de Daily Mail. Na zijn pensioen raakte hij steeds meer betrokken met Sir Oswald Mosley en de Britse fascistische beweging. Als lid van de British Union of Fascists was hij één van Mosley’s trouwste bondgenoten. Zijn boekwerken omvatten onder andere: ‘Tanks in the Great War’ (1920) | ‘Reformation of War’ (1923) | ‘British Light Infantry in the Eighteen Century’ (1925) | ‘The Foundations of the Science of War’(1926) | ‘The Army in My Time’ (1935) | ‘Machine Warfare’ (1942) | ‘A Military History of the Western World’ (1954-‘56) | ‘The Decisive Battles of the Western World’ (1956) |
Maar hij schreef ook boeken over krijgsheren, van Scipio Africanus tot veldmaarschalk Erwin Rommel. In ‘Generalship. Its Diseases and Their Cure: A Study of the Personal Factor of Command’ (1936) omschreef hij de neiging van een staf om een aparte entiteit te worden: “The staff becomes an all-controlling bureaucracy, a paper octopus squirting ink and wriggling its tentacles into every corner. Unless pruned with an axe it will grow like a fakir’s mango tree, and the more it grows the more it overshadows the General. It creates work, it creates offices, and above all, it creates the rear spirit.” Vaak wordt Fuller vergeleken met Sir Basil Liddell Hart, maar zijn praktische militaire routine was veel groter, zijn interesses waren, met name in latere jaren, vooral gericht op de tactische en technologische niveaus van oorlogvoering, en zijn kijk op Clausewitz was veel dynamischer dan die van Liddell Hart. In juli 1930 schreef Fuller in de Journal Royal Artillery het artikel ‘The Influence of the Constant Tactical Factor in the Development of War. Hierin lanceerde hij het idee van de ‘Constant Tactical Factor’, die bepaalt dat elke verbetering in oorlogvoering wordt gevolgd door een tegenverbetering, elk nieuw wapen door een nieuwer wapen of maatregelen om dat wapen te neutraliseren. Dit is het haasje-overeffect van de snelle technologische veranderingen, waardoor krijgsmacht(del)en almaar interne en externe omgevingsveranderingen moeten beantwoorden. Hierdoor verschuiven voortdurend de voor- en nadelen tussen de eigen troepen en de vijand. In WO I zag Fuller zo met eigen ogen een verschuiving van de defensieve kracht van het machinegeweer en de offensieve kracht van de tank. Terug naar Boven FUNCTIECLUSTER Samenbrengen van een aantal functies in fysieke belastbaarheid binnen een bepaald wapen- of dienstvak. De clustering heeft niets te maken met geslacht noch leeftijd, maar met de fysieke zwaarte van functies. Na het geneeskundig onderzoek - audiometrie (orentest), optometrie (ogentest), fysiotherapie en een test naar conditie, coördinatievermogen en spierkracht – wordt op grond van vijf taken (dragen, graven, klimmen en klauteren, lopen met/zonder bepakking en tillen) de fysieke belastbaarheid vastgesteld. De uitslag hiervan is(mede)bepalend of de kandidaat geschikt is voor een aanstelling als militair en, zo ja, voor welk functiecluster de kandidaat in aanmerking kan komen. De kandidaat solliciteert naar een functiecluster, bij gebleken dienstgeschiktheid adviseert het Instituut Keuring en Selectie (IKS) op de Marinekazerne in Amsterdam – aan de hand van opleiding, competenties, ervaring, eigen voorkeur en marktwerking – welke functie(s) binnen het opgegeven functiecluster kan / kunnen worden vervuld. Bij de Koninklijke Landmacht zijn op grond van richtlijnen van de Directie Personeel & Organisatie (DP&O) geneeskundige criteria opgesteld, die zijn onder te verdelen in vier functieclusters (1 t/m 4), waarbij 1 de laagste en 4 de hoogste is: * Tenzij hoger ingedeeld. Met gebruikmaking van het ‘Fysiek Profiel KL’ en informatie verstrekt door Marion Deighton, Koninklijke Landmacht, Afdeling Werving. Terug naar Boven FUNCTIETEKENS Op pelotons- en groepsniveau zijn er de volgende functietekens: 
Pelotonscommandant (PC) | 
Opvolgend pelotonscommandant (OPC) | 
Groepscommandant | 
Plaatsvervangend groepscommandant | 
Geweerschutter | 
Gewondenverzorger | 
Anti-tankschutter | 
Mitrailleurschutter | | | Terug naar Boven FUSILLEREN Uitgesproken als: “fuuziejeeren”. Van het Franse “fusiller”. Het voltrekken van de doodstraf bij een veroordeelde door een militaire rechtbank (krijgsraad) door gebruik te maken van vuurwapens. Hoewel fusilleren met name in oorlogstijd wordt toegepast, vindt de terechtstelling in beginsel niet standrechtelijk plaats. De feitelijke voltrekking van deze militaire strafoefening vindt plaats door een vuurpeloton, waarvan alle leden tezelfdertijd met een geweer op de (geblinddoekte) veroordeelde schieten met als doel deze ter dood te brengen. Terug naar Boven FX Simulatiemunitie Field Exercise; (oefen)markeerpatroon. Niet-lethale munitie waarin een combinatie van zeep en niet-toxische verf wordt verschoten. De patroon geeft een kleurmarkatie (rood vijand, groen eigen troepen) en slechts een lichte pijnsensatie. De handelingen aan het wapen zijn hetzelfde als bij het schieten met scherpe munitie. Hierdoor kan met FX-munitie realistisch worden geoefend. Een organiek kleinkaliberwapen (Diemaco 5.56 mm of Glock 9 mm) kan eenvoudigweg worden omgebouwd worden tot een wapen dat (semi-)automatisch met FX-munitie kan schieten. Hierdoor kan optimaal invulling worden gegeven aan het principe train as you fight. Met FX-munitie kunnen gevechtssituaties op (zeer) korte afstand (tot ± 15 meter) binnen en rondom ingerichte gebouwen en ruimtes worden beoefend. Hiertoe moet wel beschermende kleding (gezichts- en/of keelmasker) worden gedragen. Terug naar Boven FYSIEKE DISTRIBUTIE In 1998 is het nieuwe operationele vervoersconcept Fysieke Distributie (FD) van de Koninklijke Landmacht geïntroduceerd. Het FD-traject loopt vanaf het basisdepot in Nederland tot en met de logistieke basis (logbase) in het inzetgebied. Het traject kan worden onderverdeeld in: Schematisch: 
Keten van de Fysieke Distributie Het vervoersconcept voorziet in de operationele behoefte voor het vervoer van bulkgoederen (brandstof, munitie e.d.) én het vervoer van bij eenheden ingedeeld groot materieel (onderdeelsvervoer). Als gevolg van de introductie van FD zullen de aantallen bevoorradingspersoneel, chauffeurs en monteurs kleiner worden. 
Foto-serie van zaken met betrekking tot container handling: het omgaan met 20-voet-containers (© sergeant logistiek Jeroen Hoeksel) De verregaande herstructurering van de logistiek leidt tot een nieuwe logistieke organisatie binnen de Koninklijke Landmacht, bestaande uit 1 Logistieke Brigade (1 Logbrig), tweemaal een FD-bataljon, 400 Geneeskundig Bataljon en drie herstelcompagnieën. De nieuwe logistieke organisatie is geënt op het ondersteunen van maximaal één eenheid van brigadegrootte (X) in het kader van vredesafdwingende (Peace Enforcing) operaties en tegelijkertijd dient een Peace Support Operation van bataljonsgrootte (II) ondersteund kunnen worden. Uitgangspunt van het FD-concept is het realiseren van: minimale voorraden | voorraadbeheersing | gegarandeerde levering | brengplicht van de logistieke eenheid naar de gebruikende eenheid in plaats van de huidige haalplicht; brengplicht komt voort uit push- en pull-factoren; push is de herbevoorrading die door de FD-eenheid zelf wordt gerealiseerd op grond van planningsgetallen; pull is de herbevoorrading op grond van logistieke aanvraag van de vragende eenheid | aansluiting op civiele standaarden | 20-voet-container | ladingen opgeslagen in containers en flatracks (vlakke laadvloer die is gebaseerd op de maatvoering van de 20 ft’container) zijn niet langer gekoppeld aan een voertuig, maar worden onafhankelijk van het voertuig ingezet | met behulp van wissellaadsystemen; hiertoe wordt ingevoerd de Scania vrachtauto 165 kN/WLS (Wissel Laad Systeem) met een 8-wiel-aangedreven chassis, 420 pk 12-liter-motor en haaklift voor containers | standaardisatie leidt tot vergroting van de interoperabiliteit | zowel met civiele toeleveranciers als met andere NAVO-landen | Tracking & Tracing | lading kan in de gehele vervoersketen worden gevolgd, b.v. met behulp van GPS en GSM, zodat op elk moment bekend is welk materieel zich op welke plaats bevindt; hiertoe wordt elk artikel, elke container en elk voertuig voorzien van een sticker met barcode
|

Scania vrachtauto 165 kn 8x8 ten behoeve van wissellaadsysteem De twee Fysieke Distributie (FD)-bataljons, die voortkomen uit 100 en 200 Bevoorradings- en Transportbataljon, worden gestationeerd op de Generaal-majoor Kootkazerne te Garderen en de Majoor Mulderkazerne te Stroe. Zie ook: aanvulcentrum (AC), Point of Disembarkation (POD) en Point of Embarkation (POE). Terug naar Boven FYSIEKE INZETBAARHEIDS TEST | Afgekort: FIT. Een individuele test om te beoordelen of een militair beschikt over de specifieke fitheid vereist voor zijn/haar functie, de zgn. functiespecifieke fitheid. De FIT is dus niet leeftijds- noch geslachtsgebonden, maar gerelateerd aan de functiespecifieke fitheidseisen. De FIT-eisen zijn gekoppeld aan een indeling in zgn. functieclusters. Functies met vergelijkbare fysieke profielen zijn gegroepeerd in dergelijke functieclusters. De functies zijn ingedeeld in vier verschillende clusters op basis van fysieke functie-eisen voor de fysiek meest zware taken. Afstanden, lasten en tijden zijn afhankelijk van de functie die wordt vervuld. |
De FIT is een individuele test om te beoordelen of een militair beschikt over de specifieke fitheid vereist voor zijn/haar functie: eisen waaraan de functionaris moet voldoen om de functie naar behoren te kunnen uitvoeren en boven de Militaire Basis Eisen (MBE) - zoals die worden beproefd tijdens het meten van de algemene fitheid in de conditieproef of Couzy-test - te kunnen uitstijgen. Alle militairen werkzaam binnen de Koninklijke Landmacht moeten deelnemen aan de FIT. De commandant neemt minimaal éénmaal per kalenderjaar de FIT opnemen in zijn Opleidings- en Trainingsplan. Voor de organisatie, uitvoering en resultaatverwerking wordt medewerking verleend door LO/Sportpersoneel van de LO/Sportorganisatie. Onderstaand de vijf activiteiten van de FIT in de volgorde van afname: Verplaatsing van 5 km met bepakking | | Til- en draagtest van lasten | | Mars van 5, 10 of 15 kilometer (afhankelijk van functiecluster) |
Laatste update:09.03.2013 |