FALKLANDOORLOG - FALKLANDS WAR - GUERRA DE LAS MALVINAS
Terug naar de homepage
 

 

 

INTRODUCTIE

In 1982 werd generaal Leopoldo Galtieri president van ArgentiniŽ. Vertrouwend op de afzijdigheid van de Verenigde Staten vanwege zijn goede persoonlijke contacten met het Pentagon en omdat de Amerikaanse president Ronald Reagan zijn regime beschouwde als een bolwerk tegen het communisme, gaf Galtieri het sein voor een al voorbereide invasie van de Falklandeilanden (Malvinas).

Al sinds 1833 maakte ArgentiniŽ aanspraak op dit door Groot-BrittanniŽ bestuurde overzeese territorium in het zuiden van de Atlantische Oceaan.

De Falklandeilanden zijn op 14 augustus 1592 ontdekt door de Britse zeevaarder John Davis aan boord van zijn schip 'HMS Desire'. Zijn bemanning moest duizenden pinguins doden om niet van de honger om te komen.

Sommige historici menen dat de Falklandeilanden al in 1522 zouden zijn ontdekt door Amerigo Vespucci; anderen denken dat Patagonische Indianen de eersten waren.

Ook een Nederlander wordt aangewezen als ontdekker van de Falklands. De in Antwerpen geboren zeeman Sebald de Weerdt nam rond 1600 de eilandenreeks waar.

De eilandengroep ter grootte van 12.000 km² ligt Ī 650 km ten noordoosten van Kaap Hoorn, het zuidelijkste puntje van Zuid-Amerika. Het telt twee grote eilanden, West Falkland en East Falkland, en 778 kleinere.

Op East Falkland ligt de hoofdstad van de Falklands, Stanley. De afstand van de hoofdstad, in het uiterste oosten, naar het uiterste westen (New Island) is Ī 240 km.

Op de archipel woonden in 1982 zo'n 1.900 mensen. Nu zijn dat er Ī 4.500, inclusief een Brits garnizoen. Daarnaast leven er vele honderdduizenden schapen - het exportproduct van de Falklands.

Hoewel Galtieri's actie binnen het Pentagon inderdaad op sympathisanten kon rekenen, kozen de VS toch de zijde van de Britten, hun belangrijkste Europese bondgenoot. Hierop had men in Buenos Aires niet gerekend.

Na vergeefse diplomatieke druk en vruchteloze 'shuttle diplomacy' tussen Londen en Buenos Aires door de voormalige Amerikaanse Minister van Buitenlandse Zaken Alexander Haig zond de Britse premier Margaret 'Iron Lady' Thatcher een armada van dertig oorlogsbodems en 6.000 militairen uit om de eilandengroep te heroveren.

De Argentijnen probeerden zich nog te beroepen op het Inter-American Treaty of Reciprocal Assistance uit 1947, omdat het werd aangevallen door een mogendheid buiten Zuid-Amerika. Maar de Verenigde Staten, die dit verdrag indertijd hadden ontworpen en gepropageerd (gericht tegen de Sovjet-Unie), wezen de Argentijnen aan als agressor en hielpen de Britten onder andere met militaire bevoorrading en inlichtingen.

Op 1 mei bombardeerde de eerste Avro Vulcan B2 van de Royal Air Force het vliegveld van Port Stanley; op 2 mei kelderde de Argentijnse kruiser ARA General Belgrano door toedoen van enkele torpedo's. Hierbij vielen 323 doden.

Na 74 dagen strijd dwongen de Britse militairen de Argentijnse bevelhebber op de Falklands tot capitulatie. De Argentijnse strijdmacht had gehoopt via een succesvolle herovering van de eilanden een einde te maken aan de groeiende ontevredenheid met hun regime onder de bevolking.

Na afloop van de Falklandoorlog kreeg de Argentijnse junta de rekening gepresenteerd. Galtieri moest vrijwel onmiddellijk aftreden; tezelfdertijd eiste de oppositie dat de militairen verantwoording aflegden voor de tienduizenden personen die als gevolg van de strijd tegen de stadsguerrilla uit de weg waren geruimd en als vermist waren opgegeven. De militaire nederlaag tegen de Britten bezegelde het lot van ArgentiniŽ.

Het daaropvolgende jaar moest het Argentijnse militaire bewind het bestuur overdragen aan een gekozen burgerregering. De Argentijnse verbittering over het handelen van de Verenigde Staten was groot. De Falklandoorlog legde premier Thatcher daarentegen geen windeieren. Het land verkeerde in een opperste patriottische stemming, die in juni 1983 leidde tot de meest belissende verkiezingsoverwinning voor haar Conservatieve Partij sinds die van Labour in 1945.

In 1983, een jaar na afloop van de Falklandoorlog, greep Reagan voor het eerst sinds bijna twintig jaar militair in Zuid-Amerika in: Amerikaanse troepen vielen de eilandrepubliek Grenada in de Caribische Zee binnen, waar het regime van Maurice Bishop al jaren een doorn in het oog was. Typisch is dat deze invasie onder andere werd bekritiseerd door... Groot-BrittanniŽ.

De Falklandeilanden zijn tot op de dag van vandaag betwist gebied.

Terug naar Boven

 

TIJDBALK

 

17 januari 1982

De alom gerespecteerde Argentijnse politiek commentator Jesús Iglesias Rouco van het in Buenos Aires verschijnende dagblad La Prensa schrijft vanaf 17 januari 1982 artikelen in zijn krant die, in retrospect, kunnen worden gelezen als waarschuwingen dat de Argentijnse junta onder leiding van generaal Leopoldo Galtieri militaire plannen heeft om de Falklands te veroveren.

Iglesias Rouco heeft goede banden met het militaire regime,

De bewuste artikelen van Rouco verschijnen in La Prensa van 17 en 24 januari, 7 en 8 februari en 3 maart 1982.

In The Times van 4 en 6 april wordt gerefereerd aan de artikelen van Rouco: Argentinië zou Groot-Brittannië een ultimatum hebben gesteld. Argentinië wenst een resoluut tijdpad om de Falklandeilanden overgedragen te krijgen. Rouco geeft de hint dat Argentinië de inzet van militaire middelen overweegt als de onderhandelingen falen.

 

27 januari 1982

Het Argentijnse Ministerie van Buitenlandse Zaken overhandigt een schrijven aan de Britse ambassadeur in Buenos Aires.

Hierin wordt opgeroepen de onderhandelingen over de Falklandeilanden te hervatten, "binnen een redelijke periode en zonder uitstel", en daarmee de Argentijnse soevereiniteit te erkennen.

 

6 maart 1982

Op het vliegveld van Port Stanley landt een Hercules van de Argentijnse maatschappij Líneas Aéreas del Estado (LADE), die wekelijks vluchten uitvoert tussen Comodoro Rivadavia in Argentijns Patagonië en Port Stanley.

Het toestel, zogenaamd bezig met een postvlucht naar Antarctica, claimt ten onrechte een brandstoflekkage.

Aan boord zijn Argentijnse officieren, die van de lokale LADE-commandant een rondrit krijgen door en rond de hoofdstad. (Al in 1972 legde LADE een tijdelijke airstrip op Stanley aan en opende een kantoor in Cartmell Cottage.)

 

19 maart

De Argentijnse schroothandelaar Constantino Davidoff komt met zo'n veertig Argentijnen met het schip Bahia Buen Suceso aan op South Georgia, 1.400 km ten oosten van de Falklands.

Onder de Argentijnen bevindt zich een kikvorsteam (Los Lagartos) in burger, geleid door luitenant Alfredo Astiz.

De zogenaamde werklieden gaan verlaten walvisstations ontmantelen in Grytviken, Leith Harbour en Stromness Bay - een opdracht die overigens al dateert uit 1979. De mannen vragen geen toestemming aan de British Antarctic Survey-basis in Grytviken en hijsen na aankomst duidelijk in het zicht van alles en iedereen de Argentijnse vlag.

De eerste provocatie is een feit.

De eilandbewoners sturen een formeel protest naar Londen, waarop de Britten de HMS Endurance sturen. De Argentijnen reageren met het militair transportschip Bahia Parasio.

 

20 maart

Premier Thatcher zendt de HMS Endurance en 24 Royal Marines vanuit Stanley naar South Georgia.

 

24 maart

HMS Endurance komt aan in Grytviken. Eerdere instructies om de Argentijnen te verjagen worden herroepen.

Het Argentijnse militair transportschip Bahia Paraiso brengt een grote hoeveelheid goederen aan land in Leith.

 

26 maart

De Argentijnse regering zegt toe de werklieden op South Georgia alle noodzakelijke bescherming te geven.

Britse inlichtingenbronnen in Buenos Aires waarschuwen dat een Argentijnse invasie van de Falklandeilanden op handen is, maar Londen negeert de waarschuwing.

 

27 maart

De Argentijnse korvetten ARA Drummons en ARA Granville varen zuidwaarts om zich bij de Bahia Paraiso te voegen.

 

28 maart

Argentinië herhaalt zijn claim op de Falklandeilanden en geeft Londen aan dat er over South Georgia niet te onderhandelen valt.

De Argentijnen annuleren de verloven van militair en diplomatiek personeel, zenden goederen naar de marinebases Puerto Belgrano en Comodoro Rivadavia en beginnen rondvluchten boven Stanley.

Vijf Argentijnse oorlogsbodems worden waargenomen in de buurt van South Georgia.

De UK plant het sturen van een Task Force naar de eilandengroep.

 

29 maart

Ook het Britse Joint Intelligence Committee rapporteert dat een Argentijnse invasie op handen is.

Premier Thatcher geeft opdracht aan drie nucleaire onderzeeërs om richting de Falklands te varen; de HMS Spartan vertrekt vanaf Gibraltar.

 

30 maart

Ongewoon voor de tijd van het jaar constateert de Defence Operations Executive dat een Argentijnse marine taskforce - bestaande uit een vliegdekschip, vier destroyers en een amfibisch landingsschip - oefent op 1.400 km ten noorden van de Falklandeilanden.

 

31 maart

De Argentijnse junta onder leiding van generaal Leopoldo Galtieri beslist om 2 april aan te vangen met operatie ROSARIO: de invasie van de Falklands.

In crisisoverleg met premier Thatcher adviseert Chief of Navy Staff admiraal Sir Henry Leach dat Groot-Brittannië een Task Force moet sturen.

 

1 april

Vanuit Faslane vertrekt de Britse onderzeeër HMS Splendid naar de Falklands.

Gouverneur Rex Hunt wordt om 15.30 uur lokale tijd door Londen geïnformeerd dat een invasie op handen is; om 19.15 uur waarschuwt hij de eilandbewoners in een radio-uitzending en mobiliseert hij de Royal Marines en Falkland Islands Defence Force (FIDF).

Chief of Navy Staff admiraal Sir Henry Leach roept de negen schepen die meedoen aan de oefening SPRING TRAIN in de Middellandse Zee op alvast richting de Falklands op te stomen, onder andere HMS Arrow, HMS Battleaxe, HMS Euryalus en HMS Yarmouth.

Het bevel van het flottielje is in handen van vice-admiraal John Woodward.

 

2 april

Om 03.25 uur kondigt gouverneur Rex Hunt de State of Emergency af voor de naar schatting 1.900 Falkland Islanders.

Operatie ROSARIO begint: rond 04.30 uur komen de eerste 150 troepen aan land bij Mullet Creek: géén Buzo Tactico maar een compagnie van de Agrupacion Comandos Anfibios, mariniers van het Comando de la Infantería de Marina van de Argentijnse marine.

Moody Brook Barracks, de kazerne drie kilometer westelijk van Port Stanley, wordt vernietigd.

Om 05.30 uur komen nog meer Argentijnse troepen aan land, ditmaal bij Yorke Bay, die binnen een half uur met de Royal Marines in gevecht zijn. Hierbij sneuvelen drie Argentijnen.

Bij zonsopkomst staan er al zo'n 600 Argentijnen tegenover het huis van gouverneur Rex Hunt.

Majoor Mike Norman van de Royal Marines krijgt het commando over de Falklands-strijdkrachten, die uit slechts 68 militairen en 20 vrijwilligers (FIDF) bestaan.

Om 08.00 uur hebben de Argentijnen de airstrip van Stanley in handen. Met zeven C-130 Hercules en tien Fokker F-27's worden meer versterkingen ingevlogen. De toestellen bevatten de hoofdmootvan Regimiento nº 25 de Infantería, de eenheid die de verdediging van het eiland op zich neemt.

De op 31 maart teruggekeerde lokale LADE-commandant, vice-commodore Hector Gilobert (covert inlichtingenofficier van de luchtmacht), veinst niets te weten van de Argentijnse invasie(plannen) en doet als liaison een duit in het zakje om bij de Brits-Argentijnse onderhandelingen tussen de Argentijnse admiraal Carlos Busser en gouverneur Hunt te bepleiten dat de burgers van de Falklands ongedeerd blijven. Gilobert en zijn handlanger, vice-commodore Roberto Manuel Gamen, brengen getooid met een witte vlag de boodschap - de Britse overgave - over aan het Argentijnse hoofdkwartier. Om 09.25 uur ontmoet Hunt Busser, die aangeeft dat er op dat moment al 2.800 Argentijnen op het eiland zijn. Hunt geeft zich over en wordt samen met de gevangen genomen mariniers geëvacueerd naar Montevideo.

In Groot-Brittannië worden 3 Commando Brigade en D Squadron 22 SAS op een Notice To Move gezet. (Later zal 3 Commando Brigade met 5 Infantry Brigade de eilanden heroveren.)

De Britse VN-ambassadeur Sir Anthony Parsons maakt een ontwerpresolutie waarin hij de vijandelijkheden veroordeelt en om de onmiddellijke Argentijnse terugtrekking vraagt. De VN-Veiligheidsraad zal resolutie 502 aannemen. Argentinië wordt opgedragen zich terug te trekken. Pas daarna mogen onderhandelingen worden gestart. China, Polen, Rusland en Spanje onthouden zich van stemming.

Brigadegeneraal Mario Menendez wordt aangewezen als de militaire gouverneur van de Islas Malvinas en Stanley wordt omgedoopt tot Puerto Argentino.

Het Britse parlement wordt bijeengeroepen voor een speciale zaterdagbijeenkomst in het House of Commons; dit is voor het eerst sinds de Suez-crisis.

 

3 april

De VN-Veiligheidsraad neemt met tien stemmen vóór, één tegen en vier onthoudingen resolutie 502 aan: Argentinië moet zijn troepen terugtrekken.

Resolutie 502 van de VN-Veiligheidsraad, gedateerd 3 april 1982.

Argentinië bezet South Georgia en de South Sandwich Islands.

Premier Thatcher maakt in het House of Commons bekend dat Argentijnse strijdkrachten de vorige dag de Falklandeilanden hebben aangevallen en militaire controle uitoefenen over de eilanden. Groot-Brittannië verbreekt haar diplomatieke betrekkingen met Argentinië.

De Britse Tweede Kamer (House of Commons) houdt opnieuw spoedberaad over de Falklands. Premier Thatcher verklaart dat er een Task Force is samengesteld.

Samen met nog 21 Royal Marines probeert luitenant Keith Mills (Mill's Marauders) in Grytviken op South Georgia de Argentijnse invasie te weerstaan: met kleinkaliberwapens worden zelfs twee helikopters, een Puma en een Allouette, neergehaald.

52 schoolkinderen worden vanuit Stanley geëvacueerd in een konvooi dat bestaat uit achttien Land Rovers.

 

 

4 april

De Argentijnen hebben South Georgia, Darwin en Goose Green bezet.

3 Commando Brigade wordt versterkt met 3rd Battalion The Parachute Regiment (3 Para) en andere landmachteenheden.

De Britse onderzeeŽr HMS Conqueror vertrekt vanuit Faslane.

De vuurtorenwachter van Cape Pembroke, op het meest oostelijke puntje van East Falkland, radioamateur Reg Silvey (roepnaam: 'VP8') maakt radiocontact met Bob North, in Rotherham, Yorkshire. Tijdens de Argentijnse bezetting zal Silvey doorgaan met clandestien uitzenden, onder andere over vitale Argentijnse troepen- en wapenverplaatsingen.

 

5 april

De eerste schepen van de Task Force verlaten Portsmouth: de vliegdekschepen HMS Hermes en HMS Invincible.

Onaangekondigd verlaten de tankschepen RFA Olmeda en RFA Pearleaf en het munitiebevoorradingsschip RFA Resource hun thuishavens.

Het eerste maritieme patrouillevliegtuig Nimrod arriveert op Wideawake Airfield op Ascension, dat halverwege de route naar de Falklands ligt.

Lord Carrington, vanaf 1979 minister van Buitenlandse Zaken (Foreign Secretary) van Groot-BrittanniŽ, biedt zijn ontslag aan omdat hij de Argentijnse invasie van de Falklandeilanden niet heeft zien aankomen. In zijn ontslagbrief schrijft hij: "The fact remains that the invasion of the Falkland Islands has been a humiliating affront to this country." Carrington wordt vervangen door Francis Pym. Twee jaar later, in 1984, zal Carrington worden benoemd tot Secretaris-Generaal van de NAVO.

 

6 april

De Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, Alexander Haig, begint 'shuttle diplomacy' tussen Buenos Aires, Londen en Washington.

Het aanvalsschip HMS Fearless verlaat Portsmouth, de landingsschepen RFA Sir Galahad en RFA Sir Geraint verlaten Plymouth, het logistieke landingsschip RFA Sir Tristram vertrekt uit Canada en de HMS Antelope gaat buitengaats in Devonport.

250.000 mensen stromen samen op het Plaza de Mayo tegenover het presidentieel paleis om de Argentijnse president Galtieri steun te betuigen voort de bezetting van de Falklandeilanden.

 

7 april

De UK verklaart vanaf 12 april een 200 mijl exclusiezone (320 km) rondom de Falklandeilanden.

Het P&O-cruiseschip SS Canberra arriveert in Southampton voor modificaties, waarna troepen en voorraden worden ingescheept.

Groot-BrittanniŽ bevriest 1,4 miljard dollar aan Argentijnse activa op Britse banken.

De Amerikaanse president Ronald Reagan geeft zijn fiat aan vredesonderhandelingen door zijn minister van Buitenlandse Zaken Alexander Haig. Haig zal intensief overleg voeren met de regeringen van mevrouw Thatcher in Londen en generaal Galtieri in Buenos Aires.

 

8 april

Het fregat HMS Broadsword en HMS Yarmouth vertrekken vanuit Gibraltar.

Luitenant-kolonel Nick Vaux, commandant van 42 Commando (een onderdeel van 3 Commando Brigade van de Royal Marines) houdt op haar thuisbasis, Bickleigh Barracks in Devon, een parade, geeft het bevel "To the South Atlantic, quick, march!" en vertrekt naar Southhampton om in te schepen aan boord van de SS Canberra. M Company, 42 Commando wordt in isolatie gehouden. Het betreft de 110 mannen van majoor Guy Sheridan.

 

9 april

Vanuit Southampton vertrekken de SS Canberra (ingescheept met 2.400 man: 40 en 42 Commando Royal Marines en 3 Para) en het roll-on-roll-off-schip MV Elk, met aan boord rantsoenen, voertuigen, voorraden en 2.000 ton munitie.

 

10 april

De destroyer HMS Antrim arriveert op Ascension om te verkennen op de Falklands. De ‘Antrim Group’ bestaat uit M Company, D Squadron 22 SAS en SBS.

 

11 april

De HMS Antrim vertrekt vanaf Ascension naar de Falklands. Later is de destroyer het vlaggenschip van Operation Paraquet, de herovering van South Georgia.

Vice-admiraal Woodward bereikt met zijn flottielje Ascension; het tankschip RFA Appleleaf voegt zich bij hen.

 

12 april

De 200 mijl exclusiezone (Maritime Exclusion Zone) rondom de Falklands wordt operationeel.

De nucleaire aanvalsonderzeeër HMS Spartan is, buiten het patrouilleschip HMS Endurance, het eerste oorlogsschip dat in de Maritime Exclusion Zone (MEZ) aankomt.

 

14 april

Britse inlichtingen schatten het aantal Argentijnen op de Falklands op 7.000.

Vanuit Ascension vertrekken HMS Alacrity (type 21-fregat), HMS Arrow (type 21-fregat), HMS Brilliant (type 22-fregat), HMS Broadsword (type 22-fregat), HMS Glamorgan (destroyer) en HMS Yarmouth (fregat) o.l.v. Rear Admiral John Woodward (‘Brilliant Group’), aangevuld met de type 42-destroyers HMS Coventry, HMS Glasgow en HMS Sheffield. De Task Force is onderweg, in eerste instantie voor een ontmoeting met de HMS Endurance.

De HMS Endurance gaat met de HMS Antrim naar South Georgia.

Een Argentijns vlootdeel vertrekt vanuit Puerto Belgrano.

 

15 april

Argentinië stuurt 40 man naar South Georgia in de onderzeeër ARA Santa Fe.

 

16 april

De vliegdekschepen HMS Hermes en HMS Invincible komen op Ascension aan.

Vice-admiraal Woodword vliegt naar het landing platform dock HMS Fearless voor besprekingen met commodore Michael Clapp (C- Amphibious Task Group) en brigadegeneraal Julian Thompson (C-3 Cdo Bde).

De HMS Spartan neemt waar dat het Argentijnse landingsschip ARA Cabo San Antonio mijnen legt in de haven van Stanley. Het Britse War Cabinet besloot dat het schip – hoewel binnen de Maritime Exclusion Zone (MEZ)- niet tot zinken mocht worden gebracht om de aanwezigheid van de onderzeeër niet te compromitteren. Daarop ontscheepte ze twintig amfibische aanvalsvoertuigen (LVTP7) in Yorke Bay.

Het Forward Repair Ship MSV Stenna Seaspread vertrekt vanuit Portsmouth.

 

17 april

Opperbevelhebber van de Britse vloot, tevens commandant van de Task Force 317, admiraal John Fieldhouse, en generaal-majoor Jeremy Moore (C-Britse landstrijdkrachten) vliegen naar Ascension om Woodward, Clapp en Thompson te briefen.

 

18 april

HMS Hermes vertrekt vanaf Ascension.

Zes RAF Handley Page Victor-tankervliegtuigen arriveren op Ascension.

Het Argentijnse vliegdekschip ARA Veinticenco de Mayo keert met motorproblemen terug naar haar thuishaven.

 

19 april

Het (daarvoor aangepaste) hospitaalschip SS Uganda vertrekt vanuit Gibraltar. Het krijgt de roepnaam “Mother Hen”.

De Amerikaanse Minister van Buitenlandse Zaken Alexander Haig staakt zijn 'peace shuttles’ tussen Londen en Buenos Aires - de dag dat de Britse oorlogsvloot op volle sterkte is. Veel later zal Haig aangeven dat de onderhandelingen waren mislukt omdat Galtieri niet de steun van zijn strijdkrachten kreeg voor de tenuitvoerlegging van zijn vredesplan.

 

20 april

SS Canberra komt op Ascension aan.

Het Britse War Cabinet beveelt de Falklandeilanden opnieuw in handen te krijgen.

Het hospitaalschip HM Hecla en de oceaanvaardige sleper Salvageman vertrekken vanuit Gibraltar.

 

21 april

HMS Antrim komt op South Georgia aan en begint verkenningen.

 

22 april

Twee Westland Wessex-helikopters crashen bij het afbreken van een landing in whiteout-condities bij het oppikken van SAS’ers van Fortuna Glacier op South Georgia.

Alle Special Forces worden in helse weersomstandigheden gered door Westland Wessex 3-helipiloot Ian Stanley van de HMS Antrim (later onderscheiden met de Distinguished Service Order voor zijn bijdrage aan de herovering van South Georgia).

Londen roept alle Britse ingezetenen op om Argentinië te verlaten.

De Britse Task Force komt in de wateren rond de Falklands aan.

De Argentijnse president Galtieri bezoekt de Falklands.

 

23 april

Een Sea King HC4-helikopter van het vlaggenschip HMS Hermes crasht in zee bij een riskante, nachtelijke bevoorradingsprocedure; Petty Officer (sergeant-majoor) Kevin Casey van 846 Naval Air Squadron is het eerste Britse slachtoffer uit de Falklandoorlog.

De Britten waarschuwen de Argentijnen dat elk militair schip of vliegtuig dat een bedreiging voor de Task Force is, dienovereenkomstig zal worden gehandeld.

 

24 april

Het RORO-schip SS Atlantic Conveyor ligt gereed in Devonport, o.a. om op het dek helikopters te vervoeren.

De HMS Brilliant voegt zich bij de HMS Antrim voor South Georgia.

De Argentijnse onderzeeër ARA Santa Fe komt bij South Georgia aan.

De hospitaalschepen Herald en Hydra verlaten Portsmouth.

 

25 april

Grytviken op South Georgia wordt heroverd door Royal Marines en Special Air Service. Premier Thatcher reageert opgetogen vanuit Downing Street 10: “Just rejoice, rejoice, rejoice.”

De Argentijnse onderzeeër ARA Santa Fe wordt vernield door helikopteraanvallen vanuit South Georgia.

Op 25 april 1982 wordt de Argentijnse onderzeeër ARA Santa Fe – een voormalige Amerikaanse onderzeeër, in 1944 gebouwd en in 1960 in Argentijnse handen gekomen – vernield door aanvallen met helikopters van de Royal Navy. De duikboot wordt gedwongen aan te leggen bij Grytviken, South Georgia.

In de Falklandoorlog is de ‘Armada de la República Argentina Santa Fe’ de enige Argentijnse onderzeeër  naast de ARA San Luis.

Na de Falklandoorlog werd de ARA Santa Fe door de Britten gezien als een waardeloze oorlogsbuit. Het schip was in onbruik geraakt, zwaar beschadigd en te duur om te repareren. In 1985 is de ARA Santa Fe naar diep water gesleept en afgezonken.

HMS Intrepid, SS Atlantic Conveyor en het bevoorradingsschip Europic Ferry vertrekken naar het zuiden van de Atlantische Oceaan. De Europic Ferry zal later ladingen ontschepen in San Carlos, waar de Britten hun initiële landingen uitvoeren.

 

26 april

Premier Thatcher verklaart dat de tijd van diplomatie opraakt.

Ongeveer 1.000 Argentijnen bezetten Port Howard, de grootste nederzetting op West Falkland.

Op 26 april ’82 bezetten ± 1.000 Argentijnen – voor het grootste deel afkomstig uit het 5th Motorized Infantry Regiment – de grootste nederzetting op West Falkland: Port Howard.

Op 10 juni werd op Packes Ridge, in de nabijheid van Port Howard, de covert verkennings- en observatiepost van SAS-Captain Gavin John Hamilton onder vuur genomen door de Argentijnen. Vanuit deze post, op slechts 2.500 meter van de vijand, verstuurde hij met zijn verbindelaar gedetailleerde rapportages over de vijand. Hamilton, die eerder tijdens de campagne in de Falklands twee helikoptercrashes overleefde, kwam hierbij om het leven. Hij is postuum geëerd met het Military Cross.

Op 15 juni gaf het Argentijnse garnizoen in Port Howard zich over aan 40 Commando Royal Marines.

 

27 april

Het RORO-schip SS Norland, met ingescheept 2 Para, en het logistieke landingsschip RFA Sir Bedivere vertrekken vanuit Groot-Brittannië.

De chefs van staven presenteren voorstellen voor landingen op San Carlos (Operation Sutton) aan het War Cabinet.

14 inwoners van Stanley, die door de Argentijnen worden gezien als potentiele herrieschoppers, worden naar Fox Bay – de op één na grootste nederzetting op West Falkland – gestuurd; ze staan onder huisarrest.

 

28 april

De Organisatie van Amerikaanse Staten (OAS) steunt de Argentijnse soevereiniteitsclaim op de Falklandeilanden maar roept op tot vredesonderhandelingen.

 

29 april

General-majoor Jeremy Moore vliegt naar Ascension om Clapp en Thompson te briefen.

Het hospitaalschip HM Uganda vertrekt vanaf Ascension.

Het Forward Repair Ship Stena Seaspread komt op Ascension aan, samen met HMS Ardent, HMS Argonaut, RFA Plumleaf en RFA Regent.

 

30 april

Generaal Sir Jeremy Moore vliegt naar Ascension voor overleg met brigadegeneraal Thompson.

 

1 mei

Elf RAF Avro Vulcan-bommenwerpers en twaalf Royal Navy Sea Harriers vallen de vliegvelden en Argentijnse installaties van Stanley en Goose Green aan; vanaf zee begint tegelijkertijd een artilleriebombardement op Stanley.

De ‘shuffle diplomacy’ van Haig faalt, maar president Reagan geeft  Amerikaanse steun aan de Britten en voert sancties uit tegen de Argentijnen.

SAS en SBS komen aan op de Falklands.

De eerste air-to-air gevechten: drie Argentijnse toestellen worden neergehaald, twee beschadigd. Geen Britse verliezen.

De HMS Arrow raakt beschadigd.

Britse Royal Navy Sea Harriers droppen clusterbommen op de geïmproviseerde grasstrip van Goose Green, waarbij drie Pucara’s van de Grupo 3 de Ataque worden vernield. Als vergelding zetten de Argentijnen de 114 inwoners van het gehucht gevangen in het dorpshuis.

De HMS Invincible lanceert de eerste Combat Air Patrol (CAP) met Sea Harriers.

 

2 mei

De Argentijnse kruiser ARA General Belgrano wordt buiten de Maritime Exclusion Zone (MEZ) getorpedeerd door de nucleaire onderzeeër HMS Conqueror en zinkt: 323 opvarenden komen om het leven. De overige Argentijnse schepen blijven voortaan uit de buurt, met uitzondering van de Argentijnse onderzeeërs.

Op 2 mei 1982 wordt de Argentijnse kruiser ARA General Belgrano buiten de Maritime Exclusion Zone (MEZ) getorpedeerd door de Britse nucleaire onderzeeër HMS Conqueror (S-48).

Twee van de drie op het schip afgevuurde 21-inchtorpedo’s treffen doel, waarna het schip zinkt: 323 opvarenden komen om het leven (meer dan de helft van alle Argentijnse doden tijdens de Falklandoorlog), ruim 700 mannen worden gered.

In de wateren rond Ascension wordt een spionerende Russische trawler gesignaleerd.
De Argentijnse vlootcommandant, vice-admiraal  J.J. Lombardo, creëert vier taskgroups om opeenvolgende aanvallen vanuit verschillende richtingen te kunnen uitvoeren.

 

3 mei

Twee Westland Lynx-helikopters van de HMS Coventry en HMS Glasgow vallen twee patrouilleboten aan en beschadigen de brug van de ARA Alferez Sobral, die door de Argentijnen uit de vaart wordt genomen.

 

4 mei

De HMS Sheffield wordt midscheeps zwaar beschadigd na een treffer door een Exocet air-to-sea raket die wordt gelanceerd vanaf een Argentijns Super Etendard-jachtvliegtuig. Er vallen 20 Britse slachtoffers.

De eerste Royal Navy Sea Harrier wordt neergeschoten bij een aanval op het vliegveld van Goose Green; de piloot, luitenant Nick Taylor, komt om het leven.

Britse troepen bestoken de Argentijnse stellingen rond Stanley.

 

5 mei

Acht RAF Harriers van No. 1 (F) Squadron komen op Ascension aan. De toestellen zullen later opereren vanaf de HMS Hermes en grondaanvallen uitvoeren op Argentijnse doelen.

 

6 mei

Twee Royal Navy Sea Harriers storten ‘s nachts in slecht weer in de oceaan. Beide piloten komen om het leven.

 

7 mei

Een nieuw vredesinitiatief wordt gelanceerd door de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties, Javier Perez de Cuellar.

Groot-Brittannie breidt de Total Exclusion Zone uit tot 12 zeemijlen voor de Argentijnse kust.

De MV Norland (met 2 Para) komt op Ascension aan om zich bij de Amphibious Task Group te voegen.

 

8 mei

In het zuiden van de Atlantische Oceaan vinden de eerste ‘long-range air supply drops’ voor de Task Force plaats.

 

9 mei

De Narwal, een spionerende Argentijnse trawler, wordt door twee Royal Navy Sea Harriers tot zinken gebracht.

Militaire posities rond Stanley worden gebombardeerd vanaf Britse oorlogsschepen. Daarbij wordt een Argentijnse Puma-helikopter met een Sea Dart-raket neergehaald.

De RFA Sir Bedivere vertrekt vanaf Ascension.

HMS Broadsword and HMS Coventry bestoken Argentijnse posities rond Stanley; ‘s avonds laat worden de schepen afgelost door HMS Brilliant en HMS Glasgow.

 

10 mei

Tijdens het afslepen naar een veilige ankerplaats in South Georgia zinkt de HMS Sheffield; haar bestemming is een oorlogsgraf op 53°04'S, 56°56' W.

De Task Force wordt gebriefd over de landingsplannen op San Carlos.

Argentinie verklaart het gehele zuiden van de Atlantische Oceaan tot oorlogsgebied.

HMS Glasgow bestookt Argentijnse posities in Moody Brook.

 

11 mei

Hospitaalschip HM Uganda arriveert voor de Falklands en creeert een Rode Kruis-verzamelgebied met haar Argentijnse tegenpool, de ijsbreker Bahia Paraiso.

De HMS Alacrity brengt het bevoorradingsschip ARA Isla de Los Estados bij Swan Islands tot zinken met enkele voltreffers van haar 4,5 inch kanon; daarna gaat ze door met mijnenvegen in de Falkland Sound.

Een Argentijnse Puma-helikopter wordt neergeschoten.

 

12 mei

5 Infantry Brigade vertrekt vanuit Southampton aan boord van het cruiseschip RMS Queen Elizabeth 2 (QE2). De brigade zal als follow-on-force fungeren voor 3 Commando Brigade met als subeeenheden 1st  Battalion, 7th Duke of Edinburgh’s Own Gurkha Rifles, 1st Battalion Welsh Guards en 2nd Battalion Scots Guards.

Vier Argentijnse Douglas A-4C Skyhawk-bommenwerpers worden neergeschoten.

Een patrouillerende Nimrod krijgt een Argentijnse Boeing 707 in het vizier.

3 Commando Brigade ontvangt haar Operation Order voor de landing op de Falklands.

Hospitaalschip Uganda ontvangt haar eerste slachtoffers van een neergestorte Sea King-helikopter, de HMS Glasgow die wordt beschadigd door een niet-geëxplodeerde bom en de HMS Sheffield.

Eindelijk verbetert het weer: de HMS Hermes zendt de eerste Combat Air Patrol uit sinds 9 mei.

De destroyer HMS Cardiff, op patrouille in de Perzische Golf, verlaat Gibraltar richting de Falklands.

 

13 mei

Vijf mijnenvegers vertrekken vanaf Ascension naar South Georgia.

 

14 mei

Acht man van D Squadron 22 SAS vernietigen – geholpen door artillerie vanaf zee – elf Argentijnse vliegtuigen op Pebble Island: zes Pucara-gevechtsvliegtuigen, vier TMC Mentor-verkenningsvliegtuigen en een Sky Van-transportvliegtuig. De airstrip is de thuisbasis van de Argentijnse luchtmacht in het noordelijkste puntje van West Falkland. Ook brandstof- en munitievoorraden en radarinstallaties worden opgeblazen.

Sir Anthony Parsons en Sir Nicholas Henderson, respectievelijk de Britse gezant bij de VN en ambassadeur in de VS, vliegen naar Londen voor overleg met premier Thatcher over vredesonderhandelingen.

Drie Argentijnse Skyhawks worden neergehaald door Royal Navy Sea Harriers.

Tien 1.000 ponders worden op het vliegveld van Stanley gedropt.

 

15 mei

SBS komt in Grantham Sound – de baai die uitmondt in de Falkland Sound – aan land.
De Argentijnse marine verliest haar laatste Neptune-vliegtuig voor langeafstandsverkenningen.

 

16 mei

De Britse diplomaten Parsons en Henderson keren terug naar de VS.

Twee Argentijnse bevoorradingsschepen in de Falkland Sound worden beschadigd door Sea Harriers; een derde schip, de vrachtvaarder ARA Rio Carcarana, wordt half tot zinken gebracht in Port King Bay.

De HMS Glamorgan vuurt 130 granaten af op doelen rond Stanley, Darwin en Fitzroy om de Argentijnen te laten geloven dat ten zuiden van Stanley Britse kustlandingen bezig zijn.

 

17 mei

De Argentijnse luchtmachtcommandant brigadegeneraal Lami Dozo waarschuwt dat de Britse task force een “massive attack” krijgt als ze binnen bereik van Argentijnse wapens vaart.

Een van de Sea King 5-helikopters van de HMS Hermes stort neer door problemen met het instrumentenpaneel.

Een helikopter van de HMS Invincible brengt ’s nachts een SAS-team in Argentinie aan land; ze slagen er niet in militaire vliegtuigen te vernielen op het vliegveld van Rio Grande omdat drie bataljons mariniers het vliegveld beveiligen.

 

19 mei

Het War Cabinet keurt de landingen op de Falklands goed.

Bij een nachtelijke landingspoging op de HMS Fearless stort een Sea King-helikopter in zee: 22 doden, van wie 18 SAS.

Bombardementen van militaire doelen ten zuiden van Stanley.

 

20 mei

Premier Thatcher kondigt aan dat het vredesproces wat haar betreft is mislukt.

Een Royal Navy Sea King-helikopter van de HMS Invincible crasht op het strand bij Punta Arenas in Chili. De drie man sterke crew vernietigt het toestel.

Premier Thatcher beschuldigt Argentinie van “obduracy and delay, deception and bad faith”.

 

21 mei

D-Day: vanaf 02.00 uur beginnen de amfibische landingen met duizenden militairen in de omgeving van ‘beachhead’ Port San Carlos (Operation Sutton): 40 Commando bij San Carlos, 45 Commando bij Ajax Bay, 2 Para in de Sussex Mountains, 3 Para bij Port San Carlos en 42 Commando in reserve. Tegelijkertijd vinden misleidingsaanvallen plaats op Goose Green.

De schepen HMS Ardent en HMS Argonaut worden gebombardeerd, resp. 22 en 2 doden. HMS Ardent zinkt.

Twee Royal Marine Gazelles worden neergeschoten door vuur van kleinkaliberwapens bij Port San Carlos: drie man komen om het leven.

Een RAF Harrier wordt neergeschoten door een surface-to-air raket; de piloot wordt krijgsgevangen gemaakt.

De Argentijnse luchtmacht lijdt zware verliezen: 17 vliegtuigen en 4 helikopters.

 

22 mei

In een verlaten koelkastfabriek in Ajax Bay (San Carlos) word teen veldhospitaal gevestigd. Commandant is kapitein-chirurg Rick Jolly, die 90 mariniers en medics en 30 chirurgische specialisten tot zijn beschikking heeft – velen van Haslar Royal Naval Navy Hospital in Portsmouth. In 20 dagen ontvangen ze ± 550 gewonden, van wie er slechts drie overlijden.

Zie verder: The Red and Green Life Machine.

 

23 mei

Bruggenhoofd geconsolideerd: 5.000 man zijn ingegraven.

HMS Antelope raakt zwaar beschadigd tijdens een luchtaanval in Falkland Sound (1 bemanningslid wordt gedood) door een weigeraar. Het schip zinkt de volgende dag.

Een Royal Navy Sea Harrier crasht in zee na een nachtelijke take-off vanaf het vliegdekschip HMS Hermes.

Tien Argentijnse vliegtuigen worden neergehaald.

 

24 mei

Nog eens negen Argentijnse vliegtuigen neergeschoten.

 

25 mei

Argentinië viert Onafhankelijkheidsdag.

De destroyer HMS Coventry wordt gebombardeerd en zinkt.

Het containerschip Atlantic Conveyor - met belangrijke voorraden en materieel - wordt geraakt door een Exocet-raket. De Atlantic Conveyor wordt verlaten met drie Chinook- en zes Wessex-transporthelikopters aan boord en brandt geheel uit.

Op 25 mei 1982 wordt het Roll-On / Roll-Off schip Atlantic Conveyor bij een aanval door twee Exocet-raketten geraakt, waarbij 12 opvarenden worden gedood. De Atlantic Conveyor is hiermee het eerste Britse koopvaardijschip dat in oorlogstijd verloren gaat sinds W.O. II.

De essentiële lading - onder andere 3 Chinook- en 6 Wessex-transporthelikopters, een compleet veldhospitaal in tenten, ondersteuningsvoertuigen en zwaar geneeskundig materieel - gaat verloren.

Als gevolg hiervan moeten de gedebarkeerde mariniers en para’s te voet manpacked het eiland over om Port Stanley te herovereren.

Acht Argentijnse toestellen worden neergehaald.

Een SAS-eenheid verkent Mount Kent.

 

26 mei

De VN-Veiligheidsraad neemt resolutie 505 met vijftien stemmen vóór aan. Het besluit dringt er bij Argentinie en Groot-Brittannie op aan samen te werken met de Secretaris-Generaal om de vijandelijkheden rond de Falklands te beëindigen.

2 Para start de opmars naar Goose Green.

 

27 mei

De 263 overlevenden van de HMS Sheffield komen in de UK aan.

Voor het eerst worden de kustfaciliteiten bij het bruggenhoofd in San Carlos aangevallen; twee niet-geëxplodeerde bommen belanden in Ajax Bay’s veldhospitaal.

Twee Argentijnse vliegtuigen neergehaald.

Acht Royal Marines sneuvelen.

Opmars Britse troepen: 45 Cdo en 3 Para naar Douglas en Teal Inlet, SAS naar Mount Kent.

 

28 mei

De slag om Goose Green begint: 2 Para, 600 man sterk, valt de airstrip op Goose Green aan en de settlement Port Darwin.

Een Scout-verkenningshelikopter van de Royal Marines, ten dienste van 2 Para, wordt door twee Pucara’s neergeschoten.

 

29 mei

De Argentijnen in Goose Green geven zich massaal over. Er worden ruim 1.300 krijgsgevangenen gemaakt. Hoewel de opmars naar Goose Green met minder dan 700 man wordt gedekt door drie 105 mm Light Guns, vallen er 67 gewonden: allen overleven en worden via Ajax Bay Field Hospital uitgevlogen naar het hospitaalschip Uganda. Ook vallen er 17 doden, onder wie de commandant van 2 Para, luitenant-kolonel Herbert ‘H’ Jones (die later postuum het Victoria Cross zal krijgen). Jones sneuvelde in een regen van machinegeweervuur bij een persoonlijke aanval op een vijandelijke loopgraaf en werd hiermee de hoogste militair die in de Falklandoorlog om het leven kwam.

Een Argentijnse Hercules C-130 dropt bommen op het tankerschip MV British Wye, ruim 600 km ten noorden van South Georgia: geen schade.

3 Para bereikt de nederzetting Teal Inlet aan de zuidkust van Salvator Water.

45 Cdo vertrekt naar de nederzetting Douglas aan de westkust van Salvator Water.

De Organisatie van Amerikaanse Staten (OAS) veroordeelt de Britse militaire actie en roept de VS op zich te onthouden van hulp aan de Britten; de VS, Chili, Colombia en Trinidad & Tobago onthouden zich van stemming.

Om 11.35 uur dringen twee Argentijnse vliegtuigen San Carlos Water binnen; ze worden aangegrepen door het Rapier-luchtverdedigingssysteem. Een Argentijnse Dagger A wordt neergehaald, de piloot komt om het leven.

 

30 mei

Begrafenis van de doden van de slag om Goose Green en de bevrijding van Port Darwin op een heuvel boven Ajax Bay Field Hospital.

45 Cdo, dat Stanley nadert, neemt de nederzetting Douglas in; 3 Para neemt Teal Inlet in; 42 Cdo rukt op naar Mount Kent en Mount Challenger.

Generaal-majoor Jeremy Moore komt op San Carlos aan.

De Argentijnse luchtaanvallen op de Task Force gaan verder; een RAF Harrier wordt bij een aanval op Stanley door luchtafweer neergehaald en stort 50 km van de HMS Hermes in zee; de piloot wordt gered door een helikopter.

 

31 mei

19 Royal Marines o.l.v. kapitein Rod Bell van het Arctic Warfare Cadre vallen 17 Argentijnse Special Forces (602 Commando Company) bij daglicht aan in een boerderij op Top Malo House, 8 km ten zuiden van Teal Inlet.

Mount Kent – op 20 km ten W van Stanley – wordt ingenomen door K Coy, 42 Cdo; ze trekken oostwaarts en omsingelen Stanley.

MV Atlantic Conveyor, op sleep na een verwoestende Exocet op 25 mei, zinkt.
Twee Skyhawk-vliegtuigen worden neergehaald.

 

1 juni

3 Cdo Bde vestigt een vooruitgeschoven post in Teal Inlet.

Twee RAF Harriers vliegen direct vanaf Ascension naar de HMS Hermes bij de Falklands.

Royal Navy Sea Harrier neergeschoten bij Stanley; piloot gered door een Sea King-helikopter van de Royal Navy.

 

2 juni

2 Para bereikt Fitzroy settlement en (via een airlift) Bluff Cove.

Friendly fire-incident tussen SBS- en SAS-patrouilles; één SBS’er killed in action.

Leaflets die oproepen tot overgave worden gedropt boven Stanley.

Premier Thatcher biedt Argentinië een laatste kans om terug te trekken.

SS Canberra komt in San Carlos Water aan, met het merendeel van de troepen van 5 Infantry Brigade; ontscheping in San Carlos.

 

3 juni

Bij de opening van de top van Versailles (Parijs) geeft Reagan aan de Britten een vijfpuntenplan.

Bluff Cove en Fitzroy Settlement ingenomen door Britse troepen.

Een RAF Avro Vulcan-bommenwerper wijkt uit naar Brazilië met brandstofproblemen na een raid op Stanley airfield.

 

5 juni

42 Cdo neemt Mount Challenger in.

Friendly fire-incident: een Gazelle-helikopter van 656 Sqn AAC wordt neergeschoten: 4 doden.

Het hospitaalschip HMS Hydra bezoekt Montevideo (Uruguay): 51 gewonden worden met RAF VC10’s teruggevlogen naar de UK.

 

6 juni

2nd Battalion Scots Guards gaan ’s morgens vroeg bij Fitzroy aan land en vestigen een vooruitgeschoven post voor 5 Inf Bde.

De kustlandingen bij San Carlos zijn voltooid: de Britten hebben nu 8.000 man op East Falkland.

De Welsh Guards vertrekken ’s nachts uit San Carlos en schepen in aan boord van de HMS Fearless voor een verplaatsing naar Fitzroy.

 

7 juni

Aan boord van de Sir Galahad gaan troepen voor Fitzroy Cove.

Boven San Carlos wordt een Argentijnse 2-motorige Learjet 35 (fotoverkenner) neergehaald door de HMS Exeter.

 

8 juni

Gevolgen van de Argentijnse luchtaanvallen bij Bluff Cove, East Falkland. In werkelijkheid lag het te debarkeren landingsschip RFA Sir Galahad voor anker in Port Pleasant bij Fitzroy.

De Welsh Guards aan boord - één van de infanteriebataljons ter beschikking van Brigadier Tony Wilson, commandant van 5 Infantry Brigade - moesten in Bluff Cove aan land gaan.

Een tergende, irrelevante discussie had zich echter ontsponnen over veiligheid op zee versus een lange mars (!) naar Bluff Cove. Op dat moment verschenen 4 Argentijnse Sky Hawks ten tonele...

Terwijl de Welsh Guards bij Fitzroy wachten om van boord te kunnen bij Bluff Cove van de Sir Galahad, worden Sir Galahad en Sir Tristram gebombardeerd door Argentijnse Skyhawks: er vallen 51 doden, onder wie 38 man van 1st Battalion Welsh Guards, en 150 (!) gewonden, van wie 55 ernstig. Het War Cabinet vraagt om het aantal slachtoffers niet openbaar te maken.

In Falkland Sound wordt de HMS Plymouth geraakt door vier Argentijnse bommen die niet exploderen en zwaar beschadigd.

Vier Argentijnse Skyhawks vallen de landing craft Foxtrot 4 van de HMS Fearless aan in Choiseul Sound – een zee-engte die parallel loopt aan Eagle Passage. De landing craft zinkt en er vallen 6 Britse doden. Drie Argentijnse toestellen worden neergehaald door patrouillerende Sea Harriers.

Generaal-majoor Jeremy Moore vervolmaakt zijn gevechtsplan voor Stanley.

 

9 juni

De niet-gewonde overlevenden van de twee compagnieën Welsh Guards worden teruggevlogen naar San Carlos; de ernstige brandwonden krijgen specialistische zorg op het hospitaalschip Uganda.

 

10 juni

Door de Sea Harriers worden in één etmaal 44 CAP-sorties gevlogen.
Het fregat HMS Yarmouth bombardeert met haar 4,5 inch kanonnen Moody Brook (ten NW van Stanley), Mount Harriet, Mount William, Sapper Hill (ten zuiden van Stanley) en Two Sisters.

Peru stuurt Argentinië tien Mirage-gevechtsvliegtuigen om de verliezen aan te vullen.

Verkenningsparty (22 SAS) op West Falkland wordt aangevallen door Argentijnse troepen (1 dode). Het is de enige militaire actie op het westelijk eiland.

 

11 juni

Aanval 42 Cdo op Mount Harriet en Goat Ridge (‘Katrina’), aanval 45 Cdo op Two Sisters (North Sister en South Sister) en aanval 3 Para op Mount Longdon, 10 km westelijk v an Stanley. Alle doelen zijn de volgende ochtend in Britse handen.

Aanval op het politiebureau van Stanley dat als Argentijns HQ wordt gebruikt. Één van de twee AS.12 air-to-ground raketten die worden afgevuurd door een Westland Wessex-helikopter, treft doel en veroorzaakt veel Argentijnse slachtoffers.

De Slag om Stanley begint: huizen aan de rand van Stanley krijgen voltreffers van granaten afgevuurd door de HMS Avenger. De dames Doreen Bonner, Mary Goodwin en Susan Whitley zijn de enige burgerslachtoffers van de Falklandoorlog.

Queen Elisabeth 2 keert terug in Southampton met 700 overlevenden van de gezonken schepen Antelope, Ardent en Coventry.  Het schip krijgt een saluut van het fregat HMS Lowestoft in aanwezigheid van de Britse koningin Elizabeth in haar Koninklijke jacht Britannia.

RAF Harriers gooien clusterbommen op de Argentijnse posities op Moody Brook, Mount Harriet, Mount Longdon, Mount Tumbledown en Two Sisters.

 

11/12 juni

De aanval van 42 Cdo op Mount Harriet kost 2 man het leven. Er vallen 13 gewonden en meer dan 400 Argentijnen worden krijgsgevangen gemaakt.

Bij de aanval van 3 Para op Mount Longdon ligt de heuvel 48 uur onder hevig Argentijns artillerievuur (23 doden); sergeant Ian McKay verdient postuum het Victoria Cross. Onder de Argentijnen vallen 50 doden.

De aanval van 45 Cdo op Two Sisters resulteert in 8 doden bij eigen troepen.

 

12 juni

Terwijl de HMS Glamorgan zich terugtrekt naar volle zee, wordt het schip geraakt door een Exocet-raket: 13 doden.

De Norland levert 1.016 Argentijnse ´passagiers´ af in Montevideo.

 

13-14 juni

Fase II van de aanval op Stanley: de aanvalsdoelen zijn Wireless Ridge (2 Para), Tumbledown Mountain (Scots Guards) en Mount William (Gurkha’s).

 

13 juni

1st  Battalion, 7th Duke of Edinburgh’s Own Gurkha Rifles gaat voorwaarts en is gereed voor de aanval op Mount William.

Aanval 2 Para op Wireless Ridge: 3 doden.

Aanval 2nd Bn Scots Guards op Tumbledown Mountain: 9 doden.

Zware Argentijnse beschietingen op Britse posities: 1 dode van 1st Bn Welsh Guards.

 

13 & 14 juni

Mount William, Tumbledown Mountain en Wireless Ridge worden heroverd.

 

14 juni

Stanley wordt bevrijd; om 11.30 is 2 Para als eerste Britse eenheid in Stanley, vroeg in de middag is de voltallige 3 Cdo Bde in de hoofdstad. 40 Cdo neemt Stanley waar vanaf Sapper Hill, met strikte orders om alleen in geval van zelfverdediging vuur uit te brengen.

Na korte onderhandelingen volgt de onvoorwaardelijke overgave van de Argentijnse bezettingstroepen o.l.v.  brigadegeneraal Mario Menéndez aan de Britse heroveringstroepen o.l.v.  generaal-majoor Jeremy Moore. Hoewel de overgave al om 21.00 uur plaatsvindt, wordt het document getekend om 23.59 uur.

9.800 Argentijnen leggen hun wapens neer.

Het zijn niet de lokale BBC-correspondent Brian Hanrahan op de Falklands, niet premier Margaret Thatcher en niet de vaste Falklandsoorlog-woordvoerder Ian McDonald van het Ministry of Defence die het staakt-het-vuren bekendmaken. Het is sportcommentator David Coleman die vanuit Spanje – tijdens de wedstrijd Italië-Polen op de wereldkampioenschappen voetbal - als eerste het nieuws op BBC One bekendmaakt. Om 20.30 uur (Britse zomertijd; het is dan 15.30 uur op de Falklands) maakt Hanrahan bekend dat Britse troepen de opdracht hebben om hun wapens alleen nog in geval van zelfverdediging te gebruiken; pas om 22.15 uur informeert premier Thatcher het House of Commons dat de Argentijnen zich hebben overgegeven.

Het was niet de BBC-correspondent op de Falklands, Brian Hanrahan, die op 14 juni als eerste het staakt-het-vuren (cease-fire) tussen de Britten en Argentijnen bekendmaakte.

De dan 32-jarige Hanrahan werd bekend dankzij de quote “I'm not allowed to say how many planes joined the raid, but I counted them all out and I counted them all back”, waar hij de opstijgende en vervolgens de veilig teruggekeerde Harrier-vliegtuigen op het vliegdekschip HMS Hermes bekeek en telde.

Een gedenkwaardige journalistieke gebeurtenis waarin Hanrahan een loopje nam met de mediarestricties in het kader van de operationele veiligheid.

Al in augustus 1982 publiceerde hij met BBC-collega Robert Fox het boekje ‘I Counted Them All Out And I Counted Them All Back. The Battle for the Falklands’ (BBC Books, 144 pagina’s, ISBN 978-0563201472). Hierin haalde hij onder meer herinneringen op aan de landingen in San Carlos Bay, waar “it seemed like half the Argentine air force was trying to blow us up".

Van Robert Fox verscheen in november ‘82 ‘Eyewitness Falklands’ (Methuen Publishing, 192 pagina’s, ISBN 978-0413523006).

 

15 juni

In totaal 10.254 Argentijnse krijgsgevangenen worden verzameld.

 

16 juni

Land Forces HQ vestigt zich in het Government House in Stanley.

 

17 juni

Generaal Galtieri treedt af als president van Argentinië en opperbevelhebber van de strijdkrachten.

HMS Plymouth vaart als eerste Britse oorlogsbodem Stanley binnen.

HMS Yarmouth en RFA Olmeda pikken de mannen van M Coy, 42 Cdo op in South Georgia.

 

18 juni

Met meer dan 8.000 krijgsgevangenen vertrekken Canberra en Norland naar de Argentijnse haven Puerto Madryn.

 

19 juni

HMS Endurance arriveert in Southern Thule.

 

20 juni

Als de HMS Yarmouth met de overgebleven militairen van M Coy, 42 Cdo op Southern Thule aankomt, geven de Argentijnse troepen zich over. Hetzelfde geldt voor de Argentijnen op de South Sandwich Islands.

 

21 juni

De nieuwe Argentijnse president, generaal Reynaldo Bignone, kondigt aan dat alle Argentijnse troepen zich zullen houden aan de wapenstilstand.

 

22 juni

Canberra keert terug uit het Argentijnse Puerto Madryn en scheept 3 Commando Brigade in voor de terugreis naar de UK.

De Norland vertrekt naar Ascension met 2 Para en 3 Para van het Parachute Regiment ingescheept.

 

24 juni

Bij het zuiveren van de Argentijnse loopgraven in Goose Green komt een Gurkha om het leven.

 

25 juni

RFA Sir Galahad wordt met opzet afgezonken om te dienen als collectief zeemansgraf.

Gouverneur Rex Hunt keert terug in Stanley.

 

21 juli

Met een heldenontvangst keert het vlaggenschip van de Royal Navy, HMS Hermes, terug in Portsmouth.

 

26 juli

‘Ceremony of thanksgiving’ in Saint Paul’s Cathedral in Londen.

 

12 oktober

In Londen wordt de parade gehouden ter gelegenheid van de overwinning op de Falklands. Er worden ruim 28.000 South Atlantic Medals uitgereikt.

 

18 januari 1983

In de UK verschijnt het ‘Falkland Islands Review’, het onderzoeksresultaat naar de diplomatieke en politieke beslissingen die aan de vooravond van de Falklandoorlog werden genomen. Het rapport is beter bekend als het ‘Franks Report’, genaamd naar de voorzitter van het Falkland Islands Review Committee, Lord Oliver Shewell Franks.

 

Terug naar Boven

 

 

OPERATION PRELIM: raid op pebble island

Pebble Island, in het Spaans: Isla Borbón, is gelegen ten noordwesten van West-Falkland in het noordelijkste puntje van de eilandengroep. Het is een afgelegen, door de wind geteisterde strook land met een lengte, van oost naar west, van zo’n 35 km en een oppervlakte van ± 88 km². Er woont slechts een handjevol mensen.

Het oosten van het eiland is moerassig (niet geschikt voor optreden te voet), het westen heuvelachtig (enigszins geschikt). Op de oostelijke helft ligt de nederzetting Pebble Island Settlement. Het eiland is genaamd naar de kiezelstenen ("pebbles") waar het mee bezaaid ligt. Grillige rotskusten, zandstranden en de aanwezigheid van aalscholvers, pinguïns en zeeleeuwen verhullen het strategische belang van dit eilandje tijdens de Falklandoorlog.

Al aan het begin van de Falklandoorlog had de Argentijnse commandant, general de brigada Mario Benjamin Menendez, de routes van en naar Stanley afgesloten. De kust en hogere terreindelen lagen onder waarneming van OP’s, zodat troepenbewegingen onmiddellijk konden worden gerapporteerd. Nederzettingen als Fox Bay (West-Falkland) en ook Pebble Island Settlement kregen garnizoenen die zichzelf konden bedruipen.

De restanten van Operation Prelim (© foto: 'SAS. The Illustrated History' - Barry Davies, pagina 173).

Britse inlichtingen maakten duidelijk dat het garnizoen bij Pebble Island Settlement – door de Argentijnen omgedoopt tot Puerto Calderón – een reëel gevaar was. Er waren zo’n driehonderd Argentijnse militairen gestationeerd en zes IA-58 Pucará’s, vier Mentor T-34C-1’s en één tweemotorig Skyvan-transportvliegtuig. De Argentijnse troepen van het Batallón de Infantería de Marina N0. 3, Compañía Hotel, stonden onder leiding van teniente de navio (luitenant) Ricardo Daniel Marega.

De vliegstrip was omgenaamd tot Aeródromo Auxiliar Calderón. De Pucara’s van Grupo 3 de Ataque op de 700 meter lange grasbaan waren een doorn in het oog voor de door de Britten geplande amfibische landingen van de Task Force in San Carlos, East-Falkland. Pucara’s stonden in die tijd bekend als geduchte gevechtsvliegtuigen. Maar ook de mobiele radarinstallatie van de Argentijnen was een reële bedreiging. De vernietiging van de vliegtuigen was daarmee een ideale cover-up voor de zo goed als zeker automatische vernietiging van de radar; het zou niet onmiddellijk de verdenking op de aanstaande Britse troepenbewegingen werpen.

Om het Argentijnse gevaar te elimineren werd een operatie gepland met de codenaam ‘Prelim’: een raid op de door de Argentijnen beheerste airstrip op Pebble Island. Uitvoerend was 22 SAS Regiment; het hoogtepunt van de actie zou in de nacht van 14 op 15 mei 1982 vallen. De operatie riep herinneringen op aan de legendarische SAS-operaties in Noord-Afrika in de Tweede Wereldoorlog.

In de vroege uren van 15 mei was het zicht op z’n best 2 tot 5 km. Er stond een schrale aanwakkerende wind. De Britse aanval werd ingezet om 04.20 uur in de vroege morgen. Ondanks de aanwezigheid van de Argentijnse luchtmacht en de opgestelde luchtafweer, vlogen drie Westland Sea King MK4-helikopters van Royal Naval Air Squadron 846 tweeënveertig militairen van 22 SAS en enkele onderbevelgestelden vanaf de aircraft carrier HMS Hermes in. Ze landden ongeveer 6 km van het vliegveld en slaagden erin ongezien hun doel te bereiken.

Een nachtelijke infiltratie bracht de 42 SAS’ers in een link-up bij het verkenningselement dat al op locatie was.

Dat acht man tellende verkenningsteam van Boot Troop, D Squadron was al op 10 mei, met inbegrip van vier Klepper-kano’s, op Mare Rock gedropt door een helikopter.

Dit is precies tegenover de zuidelijke punt van Pebble Island op West-Falkland, hemelsbreed 8 km. Op Mare Rock moest nog een stuk worden verplaatst, kano’s en bergens (rugzakken) meetorsend.

Vanaf 11 mei nam het verkenningsteam waar op de overzijde van het water: Pebble Island. In de duisternis kanoden ze op 13 mei de acht kilometer naar de overkant. Daar verborgen ze de tweemanskano’s. Op First Mount, oostelijk van het doel, groeven ze zich in en keken uit op de vliegstrip en d nederzetting. Over de radio bevestigden ze aan HQ D Squadron 22 SAS, aan boord van HMS Hermes, wat Britse Harrier-piloten al hadden geobserveerd: dat er Pucara’s vanaf de vliegstrip opereerden.

Bovendien melden ze dat naderings- en terugtochtroutes tot het doel aan de aanvallers totaal geen bescherming boden; het aantal aanwezige Argentijnen (numerieke sterkte en dispositie) kon niet worden vastgesteld; dat door de aanwezigheid van burgers een luchtaanval niet tot de mogelijkheden behoorde; en ze stelden voor de raid die nacht te laten plaatsvinden.

De SAS op locatie moest de raid uitvoeren. Samen met Captain Chris Brown, de zgn. Naval Gunfire Support Forward Observer (NGSFO) van 148 Battery Royal Artillery, die het scheepsartillerievuur van HMS Glamorgan op de Argentijnse verdediging leidde om haar te onderdrukken; de mijnenjager lag slechts zeven mijl voor de kust van Pebble Island.

Één van de zes op Pebble Island gestationeerde en door de SAS vernietigde IA-58 Pucará’s.

Het verkenningsteam had een landingszone voor de helikopters gemarkeerd, waarna om 04.20 uur onder leiding van Captain Gavin John Hamilton twaalf man van Mountain Troop, D Squadron de vliegstrip konden aanvallen. Hamilton gaf persoonlijk leiding aan de vernietiging van zeven van de elf toestellen. (Hamilton werd op 10 juni tijdens een andere actie in de omgeving van Port Howard gedood en postuum onderscheiden met het Military Cross.)

Behalve met buitengaats scheepsartillerievuur van de 4,5 inch kanonnen van HMS Glamorgan, werd de aanval ondersteund met 81 mm-mortieren, underslung M203 granaatlanceerders onder de kleinkaliberwapens en M72 Light Antitank Weapons 66 mm (LAW’s). Automatisch vuur van de dekkingsploeg en door de NGSFO op het doel geprate artilleriegranaten, hielden de Argentijnen gedurende de SAS-aanval in hun loopgraven en barakken.

De SAS slaagde erin explosieve ladingen op de vliegtuigen te bevestigen. Bij elk toestel werd de lading aan de cockpit bevestigd om te voorkomen dat de Argentijnen met reservedelen toestellen zouden kannibaliseren. De ladingen werden allen binnen een half uur afgezet. Daarmee werd eensklaps de helft van alle Argentijnse Pucara’s op de Falklandeilanden weggevaagd. Pas tijdens de extractie werden de Britten door de Argentijnse verdedigers onder vuur genomen. Dat eindigde toen de officier die de Argies aanvoerde werd neergeschoten.

Ook de vier op Pebble Island gestationeerde Mentor T-34C-1’s werden door de SAS vernield.

Om vijandelijke luchtaanvallen voor te blijven trokken de Sea Kings zich rond 07.45 uur ’s morgens in aller ijl terug naar HMS Hermes. De helikopterexfiltratie verliep zonder problemen.

Niets was aan het toeval overgelaten, in planning, voorbereiding en uitvoering. Mede hierdoor was de raid een briljante amfibische, volgens het boekje: alle significante Argentijnse assets waren vernietigd, inclusief de brandstof- en munitievoorraden en de radarinstallatie. Slechts twee SAS’ers raakten lichtgewond.

Na het verlies van de jager HMS Sheffield op 4 mei had het Britse publiek ongeduldig op goed nieuws zitten wachten; ook had de Britse invasiemacht zelf behoefte aan een moraalboost gehad. Niet vreemd dus dat na afloop de vraag rees of de strategische aanval echt noodzakelijk was om de Argentijnse verdediging te verlammen.

In elk geval was het effect van de herovering van Pebble Island tweeledig: het creëerde bij de Argentijnen onrust over wat er aan Britse tegenstand mocht worden verwacht en gaf juist de Britten, al vroeg in het conflict, morele superioriteit over de Argentijnen.

De restanten van Operation Prelim (© foto: 'SAS. The World's Best' - Peter Darman, pagina 135).

Bronnen onder andere:

‘Special Forces Pilot. A Flying Memoir of the Falkland War’ – Colonel Richard Hutchings (Pen & Sword Aviation, 2008, ISBN 9781844158041)
‘Battle for the Falklands (1) Land Forces’ – Will Fowler (Osprey Publishing, 1982, ISBN 9780850454826)
‘Pebble Island. The Falklands War 1982’ – Jon Cooksey (Pen & Sword Books, 2007, ISBN 9781844155156)
artikel ‘Leidraad Amfibisch Optreden’ - luitenant-kolonel der mariniers dr. Marc Houben (Qua Patet Orbis, uitgave van het Korps Mariniers, jaargang 2009, nummer 3, pagina 17)

Terug naar Boven

 

OPERATION SUTTON

27 april

Chief of the Defence Staff Sir Terence Lewin presenteert de geplande landing op San Carlos Water aan zijn collega’s van het War Cabinet

 

10 mei

Publieke bevestiging dat San Carlos Water de belangrijkste locatie voor een Britse amfibische landing is.

 

12 mei

Commander-in-Chief Fleet (CINCFLEET), Admiral Sir John Fieldhouse, vaardigt Operation Order 3/82 uit voor Operation Sutton. Het doel is “To reposses the Falkland Islands as quickly as possible”

 

13 mei

Brigadier Julian Thompson, commandant van 3 Commando Brigade Royal Marines (RM), geeft zijn eerste (terrein)briefing over Operation Sutton. Thompson geeft het woord aan Major Ewen Southby-Tailyour, van 1977 tot ’79 commandant van Naval Party 8901 - het detachement Royal Marines op Falklands, gelegerd in Moody Brook Barracks. Tijdens zijn commandantschap heeft hij alle belangrijke inhammen van de kustlijn genoteerd in zijn 126 pagina’s tellende aantekenboekje.

Southby-Tailyour en Commodore Michael Clapp, commandant van de Amphibious Task Force, schrijven later ‘Amphibious Assault Falklands. The Battle of San Carlos Water’.

 

21 mei 

H-Hour is gepland in San Carlos Water om 03.30 uur lokale tijd. Operation Sutton start met 3 Commando Brigade Royal Marines (40 Cdo en 45 Cdo, 42 Cdo in reserve) en de onder bevel gestelde eenheden van het Parachute Regiment, 2 Para en 3 Para. Tegelijkertijd vinden misleidingaanvallen plaats op Goose Green.

De Britten, die de slechte weersomstandigheden en maar 8½ uur daglicht willen uitbuiten, zijn op meer fronten in het voordeel: de Argentijnse luchtmacht vliegt ’s nachts niet en de Britse mariniers en paracommando’s staan tegenover Argentijnse dienstplichtigen. Het weer verbetert snel in het nadeel van de Britten, waardoor de Argentijnse vliegtuigen aanvallen kunnen uitvoeren.

 

22 mei

Er worden geen Argentijnse sorties gevlogen boven Goose Green, Port Stanley of elders. 3 Commando Brigade buit dit uit door een logistiek steunpunt te vestigen met honderden tonnen munitie en voorraden; de troepenopbouw wordt voortgezet.

 

23 mei

Feitelijk het einde van Operation Sutton.

 

27 mei

San Carlos en omgeving zijn veiliggesteld als bruggenhoofd.

Operation Sutton maakte integraal deel uit van Operation Corporate, de Britse heroveringsoperatie van de Falklandeilanden. Hoofddoel van Operation Sutton was het vestigen van een bruggenhoofd (beachhead) voor de invasie, geloceerd aan San Carlos Water.

Langs de 1.300 km lange kustlijn was de natuurlijke waterweg van San Carlos Water op East Falkland de door Major Ewen Southby-Tailyour aangerade locatie voor een (amfibische) landing om de eilanden te heroveren. Vanaf de stranden van San Carlos Water moesten de militairen zich een weg vechten richting Port Stanley. De heuvels rond San Carlos Inlet – de inham – en San Carlos Water waren hierbij het (potentiele) gevaar, reden waarom voorafgaand aan de invasie intensief inlichtingen werden verzameld door SAS en SBS.

In de nacht van 20 op 21 mei 1982 kwam de landcomponent – bestaande uit 3 Commando Brigade Royal Marines met 40, 42 en 45 Cdo RM, en de onder bevel gestelde eenheden van het Parachute Regiment, 2 en 3 Para – aan land. Hiermee landden ± 5.000 militairen in San Carlos Water. Het merendeel van de militairen werd aan land gezet vanuit de SS Canberra en HMS Fearless.

Er was weinig Argentijnse tegenstand. De Britten maakten gebruik van drie Gazelle en Scout-verkenningshelikopters; bij Fanning Head schoten de Argentijnen twee Gazelle-helikopters neer (waarbij drie mariniers om het leven kwamen), voordat ze zelf op de vlucht sloegen naar het noorden. 's Ochtends op D-dag schoten de Argentijnen met een surface-to-air-missile (Blowpipe) ook een Harrier GR3 neer die solo aan een gewapende verkenningsmissie boven Port Howard bezig was. De piloot, Flight Lieutenant (Flt Lt) Jerry Glover, stelde zich met de schietstoel in veiligheid maar raakte gewond en werd krijgsgevangen gemaakt. Op 8 juli werd hij vrijgelaten.

Schematisch zagen de landingen er als volgt uit:

Codenaam

Locatie

Wie

“Blue Beach”

San Carlos, op de oostoever van San Carlos Water (‘Doctors Head’). Belangrijkste bruggenhoofd tijdens de Falklandoorlog.

HQ 3 Commando Brigade

2 Para (zuid van San Carlos, verplaatst naar de Sussex Mountains in het zuiden om het bruggenhoofd te beschermen)

40 Commando (noord van San Carlos)

 

“Green Beach”

Port San Carlos, ten noordoosten van San Carlos Water en ten oosten van Fanning Island. Eerste landingsplaats van de Britten.

Special Boat Service (SBS), Special Forces van de Britse marine, westelijk van Green Beach t.b.v. Fanning Head Mob

3 Para

 

“Red Beach”

Ajax Bay, op de westoever van San Carlos Water (‘Wreck Point’). Vestigingsplaats van militair hospital (2de/3de echelon).

45 Commando

Aansluitend aan de amfibische landingen kwam ook 5 Infantry Brigade aan land.

Operation Sutton kon ook het pleit beslechten voor de tot dan toe ongelijke wapenstrijd tussen de Britse Sea Wolf – luchtdoelraket van de Royal Navy die aanwezig was op de luchtverdedigingsfregatten HMS Brilliant en HMS Broasdsword – en de beruchte Exocet, van Franse makelij maar gebruikt door de Argentijnen. De Sea Wolf was ‘battle proven’: op 12 mei, ruim één week voor aanvang van Operation Sutton, raakte Sea Wolf raketten van HMS Briljant twee Argentijnse Skyhawk-vliegtuigen in San Carlos Water.

Hoewel de amfibische landingen in San Carlos Water voor de Argentijnen niet geheel als een verrassing kwamen, verliepen ze volgens het boekje. Het optreden van 3 Commando Brigade, 2 en 3 Para en 5 Infantry Brigade blonk uit door kwaliteit, moraal, motivatie en training.

Terug naar Boven

 

MAJOR EWEN SOUTHBY-TAILYOUR

Major Ewen Southby-Tailyour was in 1978 en begin ’79 commandant van het Royal Marines Falkland Islands Detachment (Naval Party 8901). Op eigen initiatief bracht hij in 12 à 13 maanden de kustlijn van de eilandengroep in kaart. De resultaten van deze ‘beachcombing’ noteerde hij in een 126 pagina’s tellend aantekenboekje: gegevens van havens, inhammen, landingsplaatsen e.d.

In december 1981 stuurde hij kopieën van zijn boekje naar verschillende uitgeverijen: er bleek geen interesse voor een boekje over “zeilen voor de kust van de Falklands”. Ook de hydrografische dienst stuurde hij een kopie, maar de Chief Hydrographer van de Royal Navy kon slechts een denigrerende opmerking over zijn boekje maken: “Amateur jottings of an itinerent yachtsman and of no value to this department".

De “amateurnotities van een rondreizende zeiler” werden door het Ministry of Defence echter onmiddellijk geclassificeerd als ‘top secret’.

Vanwege zijn hoogst bruikbare kennis van de Falklands werd Major Ewen Southby-Tailyour als Amphibious and Navigational Adviser en commandant van het speciaal geformeerde Task Force Landing Craft Squadron toegevoegd aan de staf van 3 Commando Brigade van Brigadier Julian Thompson. Hij leidde vervolgens alle belangrijke amfibische landingen, met inbegrip van die in San Carlos Water.

Als gevolg van miscommunicatie tussen de land- en zeestrijdkrachten ontstond levensgevaarlijke controverse bij de geplande landingen op Bluff Cove en/of Fitzroy vanuit Port Pleasant.

Southby-Tailyour had in de gaten aan welk reëel gevaar de Sir Galahad en Sir Tristram waren blootgesteld en adviseerde een snelle landing. Terwijl ondercommandanten in dubio bleven, veroorzaakte de Argentijnse luchtaanval veel slachtoffers.

Na de Falklandoorlog werd Ewen Southby-Tailyour benoemd tot Officer of the Order of the British Empire (OBE). Als direct reactie op de lessons learned uit de Falklandoorlog bedacht, formeerde en commandeerde hij vier jaar lang 539 Assault Squadron Royal Marines (539 ASRM), een nieuwe operationele eenheid met als primaire taak het amfibisch laten landen van verkenningscapaciteit van 3 Commando Brigade.

In 1992 ging Lieutenant Colonel Ewen Southby-Tailyour met pensioen, waarna hij zich toelegde op het schrijven van militair-historische boeken.

Het 126 pagina’s tellend aantekenboekje van Major Ewen Southby-Tailyour (© foto: Imperial War Museum, The Falklands, 25th Anniversary Exhibition).

Terug naar Boven

 

BLUFF COVE

In de Falklandoorlog was de relatie tussen Army en Navy koeltjes.

Velen waren ervan overtuigd dat de Army alleen maar aan de Falklandoorlog deelnam om haar aandeel in de belligerente “share of glory” op te eisen. De Army zou niet voorbereid zijn op amfibische operaties in het Zuid-Atlantische winterweer.

Achter de schermen ontaardde het Britse militaire aanzien in een ongekende competentiestrijd die ten koste kon gaan van de ernstinzet zelf. Missers in de samenwerking tussen de krijgsmachtdelen Navy – leidend – en Army, in omstandigheden die veel weg hadden van die in de Eerste Wereldoorlog, lagen ten grondslag aan het debacle dat bij Bluff Cove plaatsvond.

3 Commando Brigade, geleid door Brigadier Julian Thompson, zou over de noordelijke as Two Sisters en Mount Harriet aanvallen, waarbij 3 Para het offensief op Mount Longdon voor haar rekening nam.

5 Infantry Brigade, onder leiding van Brigadier Tony Wilson, zou als follow-on-force over de zuidelijke as de aanval inzetten op Mount Tumbledown, Mount William, Wireless Ridge en Sapper Hill. Het plan was om de Welsh Guards – effectief nog slechts twee compagnieën groot – in reserve te houden.

Brigadier Tony Wilson, commandant van 5 Infantry Brigade - de follow-on-force van 3 Commando Brigade.

 

5 Inf Bde speelde een door weinigen erkende sleutelrol in de Falklandoorlog. Inderhaast samengesteld – ontdaan van haar assets 2 en 3 Para om 3 Cdo Bde op sterkte te brengen en logistiek afhankelijk gemaakt van de Navy – bestond de gevechtskracht van de brigade uit drie bataljons: 1st Welsh Guards, 2nd Scots Guards en Gurkha’s (1st Battalion 7th Duke of Edinburgh's Own Gurkha Rifles).

Volgens sommigen waren de 3.000 militairen van de brigade onvoldoende getraind toen ze op 12 mei met het cruiseschip RMS Queen Elizabeth 2 (QE2) vanuit Southampton vertrokken. Maar ondanks de tragedie van Bluff Cove mag de hoofdrol van 5 Inf Bde in onder meer de Battle of Mount Tumbledown niet worden onderschat.

De beslissing van de actie bij Port Pleasant was genomen door brigadegeneraal Wilson. Hij ontdekte dat de nederzettingen Fitzroy en Bluff Cove verlaten waren door de Argentijnse bezettingstroepen. Bluff Cove lag hemelsbreed ± 25 km ten zuidwesten van de hoofdstad van de Falklands, globaal een uur verwijderd.

Hiermee waren beide oorden op East Falkland – na de landingen in San Carlos Water tijdens Operation Sutton – een ideale uitvalsbasis voor een tweede bruggenhoofd. Vanuit Bluff Cove en Fitzroy kon een tweede front worden geopend en een beslissende aanval worden uitgevoerd op de Argentijnen in de hoofdstad. Bijkomend voordeel was dat de omtrekkende beweging met bevoorradingsschepen en Landing Craft Utility (landingsvaartuigen) van San Carlos Water naar Port Pleasant een vermoeiende opmars door heuvelachtig, zompig terrein scheelde. Bovendien ging de gevechts(verzorgings)steun aan de andere troepen sneller dankzij een tweede front.

Port Pleasant is één van de vele inhammen die de Falklands rijk is. Het is Major Ewen Southby-Tailyour – die de kustlijn van de Falklands op zijn duimpje kent en als expert amfibische oorlogvoering is toegevoegd aan de brigadestaf van Thompson’s 3 Cdo Bde – die het advies geeft bij Fitzroy aan land te gaan. Maar zijn advies wordt genegeerd en op 8 juni 1982 debarkeren de twee compagnieën van Wilson’s 1st Battalion Welsh Guards op Bluff Cove. Feitelijk zijn ze geslachtofferd door de stompzinnigheid van Wilson en zijn compagniescommandanten om de deskundigheid van Southby-Tailyour in de wind te slaan en – in een groter verband – door de competentiestrijd tussen twee brigades die beiden graag succes boeken.

LSL RFA Sir Galahad staat in brand na luchtaanvallen van de Argentijnen...

Terwijl de eenheden gefaseerd aan land gaan, wordt het Landing Ship Logistic (LSL) Royal Fleet Auxiliary (RFA) Sir Galahad aangevallen. Aan boord bevinden zich nog delen van 1st Battalion Welsh Guards, 16 Field Ambulance met twee chirurgische team van 55 Field Surgical Team, Rapier Troop (luchtverdediging) en vele voertuigen.

Ook LSL RFA Sir Tristram en HMS Intrepid worden verrast door de aanval met Argentijnse Sky Hawks. De schepen liggen zonder eigen luchtoverwicht (luchtsteun noch luchtverdediging) voor anker in Port Pleasant; bovendien hebben de Argentijnse vliegtuigen de Britse radardetectie ontweken door zeer laag te vliegen. Hierdoor hebben de Britten geen enkele waarschuwing voordat de Sky Hawks de aanval inzetten.

... en LSL RFA Sir Tristram treft hetzelfde lot als zusterschip Sir Galahad.

De ‘inleidende beschieting’ vormt het aan land gaan van 2nd Battalion Scots Guards in de nacht van 5 op 6 juni. Ze waren ingescheept op Sir Tristram en op de Lively Islands – oostelijk van East Falkland – overgestapt op HMS Intrepid. Vanaf dat laatste schip zijn ze per landing craft op de kust van Bluff Cove afgezet. Al eerder, op 2 juni, zijn ook delen van 2 Para per Chinook geairlift naar Bluff Cove, waardoor in Bluff Cove twee incomplete bataljons wachten op vervolgactie.

Terwijl de Argentijnse luchtmacht aanvalt, moet het Rapier Field Standard ‘C’ luchtverdedigingssysteem nog aan land én in stelling worden gebracht – reden te meer voor de Argentijnen om het momentum uit te buiten. De Britse discussie over de te gebruiken landingsgebieden – met als gevolg een vertraging om personeel en materieel op de juiste locaties te krijgen – en de nauwelijks verdedigde Landing Ships Logistic die voor anker liggen in Port Pleasant, zijn voor de Argentijnen essentieel om door te pakken. Beide LSL’s kunnen niet dichter bij Fitzroy en Bluff Cove komen, omdat daar LCU’s voor nodig zijn.

Rond 17.00 uur lokale tijd wordt het schip aangevallen door Argentijnse Sky Hawk A4B-gevechtsvliegtuigen: de Sir Galahad staat onmiddellijk in brand. Het evacueren van de opvarenden van Sir Galahad vindt in een ongewone kalmte plaats. Groot respect verdienen de helikopterpiloten en –bemanningen (o.a. winchman) die in de dikke, verblindende rook van de scheepsbrand en munitie-explosies overboord gesprongen opvarenden uit zee redden.

Even groot respect verdienen de collega’s die – op de wal bij Fitzroy te hulp schietend en volgend hoe het drama zich ontrolt – al het mogelijke doen om de LCU’s (landing crafts), lifeboats en inflatable rafts e.d. te laten ontschepen.

De aanval doodde 39 Welsh Guards, een lid van Field Ambulance, twee genisten en zeven bemanningsleden van de Sir Galahad en de Sir Tristram: in totaal 49.

Nog eens 115 militairen raakten gewond, van wie tenminste 40 zwaar. Veel slachtoffers hadden tweedegraads brandwonden of erger; de bekendste is Simon Weston van de Welsh Guards, die voor 46% verbrand raakte en een publieke rol opeiste voor zijn getraumatiseerde collega’s. Veel van de slachtoffers moesten eerst nog van Fitzroy naar Bluff Cove lopen voordat ze uitgebreide eerstehulp zouden krijgen.

Bij het drama in Bluff Cove viel ± 20% van de Britse slachtoffers uit de Falklandoorlog.

Terug naar Boven

 

GOOSE GREEN, 'KEIZERSLAG' VAN DE FALKLANDOORLOG

De heroveringen van de eilanden South Georgia en Pebble Island, op respectievelijk 25 april en 19 mei, sorteerden al enig effect en beschadigde het vermeende oppergezag van de Argentijnen. Maar de Britse politici wilden een eclatant succes. Ze wilden dat haar troepen, hoewel getalsmatig in de minderheid, krachtdadig superioriteit toonden ten opzichte van de Argentijnse bezetters. Daarom werd een overwinning in Goose Green (“Ganso Verde” volgens de Argentijnen), 80 km ten zuidwesten van de hoofdstad Port Stanley, dringend gewenst.

Uiteindelijk zou Goose Green als een klassiek infanteriegevecht worden bijgeschreven in de annalen van de Falklandoorlog: het eerste tegen een geduchte tegenstander sinds de Koreaoorlog, de eerste slag op het land, in tijd de langstdurende en hardst bevochten (14 uur vechten, soms van infanterist tot infanterist) en de meest controversiële. En achteraf weerspiegelde Goose Green ook de onderschatting van de vijand, veroorzaakt door de politieke invloed op operationele aangelegenheden op strategische afstand.

De Battle of Goose Green was een gecombineerde aanval op de nederzettingen Darwin en Goose Green. Darwin bestond uit zes, Goose Green uit vijftien huizen en een dorpshuis in een rotsig landschap. Huizen- en inwoneraantallen die ‘bewijzen’ dat de heroveringsplannen voor Darwin en Goose Green zijn ingegeven door politiek prestige.

De nederzettingen liggen op de smalle landengte die het noordelijke East Falkland met het zuidelijke Lafonia verbindt. Een stukje van 10 km lengte en, in het zuiden, zo’n 5 km breedte. Formeel was de landengte van geen enkel strategisch belang voor generaal Julian Thompson, die zich focuste op de hoofdstad Port Stanley. Maar zijn eenheid, 3 Commando Brigade, was nog niet gereed voor de opmars naar de hoofdstad. En, gezien de strategische irrelevantie, zou Goose Green volgens planning pas worden heroverd na Port Stanley.

De druk van het prestige nam alleen maar toe toen in de tussentijd drie Britse schepen zwaar werden beschadigd en/of tot zinken gebracht: op 23 mei het fregat HMS Antelope en op 25 mei de destroyer HMS Coventry en het containerschip Atlantic Conveyor. Na drie dagen onafgebroken slecht nieuws had Londen een tastbare overwinning nodig. Als er ooit een gevecht uit naam van politici moest worden gevoerd, dan was de tijd rijp. De Britse politiek wilde dat er militair hard wordt teruggeslagen.

Ondanks de beperkt beschikbare transporthelikopters die, ergo, te weinig artillerie konden verplaatsen, werd Thompson opgedragen om 2 Para toch Darwin en Goose Green te laten heroveren. Koste wat kost moest de begerenswaardige Britse overwinning worden gerealiseerd.

De opdracht voor Lieutenant-Colonel ‘H’ Jones en zijn bataljon, 2 Para, luidde:

Voer een raid uit op Darwin en Goose Green
Herover de nederzettingen Darwin en Goose Green
Trek terug
Word reserve van 3 Commando Brigade

Terwijl drie andere bataljons van 3 Cdo Bde werd opgedragen via de oostelijke route te verplaatsen richting Port Stanley en het vijfde-tevens-laatste bataljon achterbleef in het bruggenhoofd, verplaatste 2 Para zuidwaarts voor een raid op de twee nederzettingen.

Lieutenant-Colonel Herbert ‘H’ Jones, bataljonscommandant van 2 Para.

Met steun van slechts drie 105mm kanonnen van 8th Battery, 29th Commando Regiment Royal Artillery (dat met 800 ton (!) aan munitie overigens voldoende granaten had), voor het overige een povere logistieke ondersteuning en de min of meer toevallige close air support van drie Harriers bij het terugwinnen van het initiatief aan de Britten.

Omdat de Britten lucht- en zeesuperioriteit hadden, moest de Argentijnse ondercommandant in Goose Green, Piaggi, rekening houden met een Britse aanval uit alle windrichtingen:

A. Uit het oosten (vanuit Choiseul Sound) en/of westen (Brenton Loch) met een amfibische landing op de landengte
B. Uit het zuiden met luchtlandingen op Lafonia
C. Uit het noorden door een mars vanaf het bruggenhoofd aan San Carlos Water

Dus hield Piaggi alle aanvalsopties open: over land, door de lucht of over zee – via Choiseul Sound of Brenton Loch. Daarbij was hij onder andere afhankelijk van informatie van de Argentijnse inlichtingendienst. Die was karig vergeleken bij die van hun Britse collega’s. Hierdoor kon hij niet voorvoelen dat de Britten niet bij wijze van ‘verrassing’ op korte termijn een tweede amfibische landing zouden uitvoeren (optie A) en niet weten dat de Britten te weinig transportcapaciteit hadden (optie B).

Daarnaast speelden de terrein- en weersomstandigheden de Britten minder parten dan de Argentijnen, niet alleen vanwege de in Israël vervaardigde Argentijnse winterjassen die minder bestand waren tegen de kou dan de kleding van de Britse Task Force.

Het 12de Infanterie Regiment (A- en C-compagnie) van Piaggi, afkomstig uit de provincie Corrientes in het subtropische noordoosten van Argentinië, was niet gewend aan de vrieskou, nattigheid en permanente aanwezigheid van de wind op de Falklands en niet geacclimatiseerd. De geografische afkomst van de evenzo in Goose Green aanwezige C Coy 25 Inf Reg en C Coy 8 Inf Reg is onbekend, maar de grondcomponent van de Britse Task Force was bijna uitsluitend samengesteld uit troepen die wel ervaring hadden in koudweergebieden. Terwijl beide parabataljons, dus ook 2 Para, in Noord-Ierland of Duitsland oefenden, trainden de drie Royal Marine Commandos structureel in Noorwegen.

De drie geweer- en één patrouillecompagnie van 2 Para – A, B, C en D Coy, respectievelijk onder leiding van de majoors Charles Dair Farrar-Hockley, John Crosland, Roger Jenner en Philip Neame – leidden de aanval op Goose Green.

Second-in-command – plaatsvervanger –was majoor Chris Keeble, die na Jones’ dood het commando overnam. Hoewel 2 Para numeriek drie- tot viermaal werd overschaduwd door de Argentijnen (wat ze pas na de veldslag doorhadden), ze een tekort aan munitie had en zojuist haar commandant had verloren, forceerde Major Keeble een Argentijnse overgave.

De opmars naar Goose Green.

2 Para was opgerukt vanaf San Carlos Water, waar ze in de nacht van 20 op 21 mei op ‘Blue Beach’ aan land waren gekomen. Vervolgens verplaatste ze naar de Sussex Mountains – de zuidoostelijke rand van San Carlos Water – om het bruggenhoofd onder waarneming te houden.

Een eerste aanval op de Argentijnse troepen in Goose Green, gepland voor de avond van 24 mei, werd opgeschort vanwege een tekort aan helikopters. De troepen konden weliswaar lopend verplaatsen, maar het transport van artillerie en munitie maakten heli’s noodzakelijk. Er waren echter maar 11 Sea King (waarvan vier getasked voor Special Forces) en 5 Wessex heli’s, hoewel de Atlantic Conveyor onderweg was met 4 Chinook en nog eens 5 Wessex.

Op 25 mei echter zonk de Atlantic Conveyor: slechts één Chinook, die toevallig niet aan boord was, overleefde de Argentijnse aanval.

Na het drama van de verloren helikopters werd de opdracht voor Goose Green toch gegeven voor de avond van de 27ste – dezelfde avond waarop twee bataljons opdracht kregen om de 30 km naar Teal Inlet te verplaatsen (ook weer vanwege een tekort aan heli’s). Nadat 5 Infantry Brigade het bruggenhoofd aan San Carlos Water had overgenomen, trok 2 Para op 27 mei richting Camilla Creek House – qua ligging 13 km vanaf de Sussex Mountains en 5 km vóór Goose Green.

Na een nachtelijke tactische verplaatsing – door de Britten “tabbing” genoemd (Tactical Advance to Battle, TAB) – trok het bataljon rond 02.00 ’s nachts, dus vóór het begin nautische morgenschemering, verder via Burnside House (5 km van Goose Green) naar Darwin. In de ochtend van de 28ste werd Darwin ingenomen door de para’s. De 25 inwoners van de nederzetting waren weer vrij.

’s Middags volgde de 150 meter lange airstrip van Goose Green, door de Argentijnen ‘Condor Air Base’ gedoopt. De inname van de nederzetting zelf leek binnen handbereik, want de aanval was hét schoolvoorbeeld van een klassieke aanval van lichte infanterie op voorbereide opstellingen van een tegenstander die numeriek in het voordeel was.

Tijdens de gevechten bleken de 81mm mortieren van 2 Para het meest effectief tegen de vijandelijke posities, bijvoorbeeld machinegeweerposities met een 360° bereik. Hoewel de Argentijnse opstellingen vaak in lijn lagen, hadden hun loopgraven en schuttersputten prima waarnemingsmogelijkheden en waren ze dus nadelig voor de Britten. Gelukkig beschikte 2 Para over Milan antitankraketten met een bereik van 2 km, die hier dienst konden doen als draagbare artillerie voor de infanterie. Met overmacht viel D Coy 2 Para – de patrouillecompagnie – de flank aan van de al onder vuur liggende en zwaar onderdrukte Argentijnse verdedigingslijn.

Zowel overdag als ’s nachts vinden onafgebroken gevechten plaats. Bij het verslaan van de drie- tot viervoudige (!) Argentijnse overmacht vielen aan Britse zijde niet meer dan 17 doden. De grootste aderlating was de killed in action van Lieutenant-Colonel Herbert ‘H’ Jones, de bataljonscommandant van 2nd Battalion The Parachute Regiment. Voor de slag om Darwin en Goose Green had hij een plan gemaakt waarbij hij het gevechtsterrein had opgedeeld en de respectievelijke terreindelen, in fasen, als aanvalsdoelen aan zijn compagnieën had opgedragen.

Toen de opmars van A Coy 2 Para door de Argentijnse verdedigers bovenop Darwin Hill (met uitzicht op Darwin) werd versperd, nam Jones het initiatief en stormde in de beste traditie van The Parachute Regiment - “lead from the front” – met HQ Coy in een charge op een linie Argentijnse loopgraven af. De loopgraven werden overlopen, Jones werd gemitrailleerd door de Argentijnen.

De oorlogvoerende frustratie die leidde tot Jones’ heroïek weerspiegelde het feit dat zijn gevechtsplan geïmproviseerd was – wat vaak het geval is – maar ook te complex (onder andere in zes fasen). Eerst werd de aanval uitgesteld en toen ze uiteindelijk toch doorging, werd ze gecompromitteerd door een bericht op BBC World Service dat de aanval al met succes was afgerond!

De chaos ontstaan door de dood van Jones en het hiermee bewerkstelligde momentum waren lang genoeg om Darwin Hill te heroveren. Na de Falklandoorlog kreeg de overste Jones postuum het Victoria Cross, de hoogste Britse dapperheidonderscheiding.

Major Chris Keeble, die na de dood van de overste Jones commandant van het bataljon was geworden, wist bij het naderen van Goose Green dat verder vechten nutteloos was: 2 Para had op dat moment niet genoeg personeel noch munitie voor een aanval op het oord. Terwijl de Argentijnen juist over voldoende personeel en munitie beschikten, maar omsingeld waren. Zonder enige manoeuvreerruimte zouden ze zich uiteindelijk moeten overgeven of doodvechten.

Keeble wilde niet het gevecht in Goose Green aangaan, want de 114 inwoners die sinds 1 mei in het dorpshuis werden vastgehouden zouden om het leven kunnen komen. In een bijzonder staaltje diplomatie schreef Keeble – geholpen door Captain Rod Bell, één van de Spaanstalige tolken van 3 Commando Brigade, en BBC-journalist Robert Fox – een tactisch ultimatum.

Met een witte vlag stuurde Keeble twee krijgsgevangen Argentijnse onderofficieren naar Goose Green met een ‘onderhandelingsvoorstel’ voor Air Commodore Wilson Pedrozo. Pedrozo was de commandant van de Task Force Mercedes die Darwin en Goose Green moest behouden én, samen met de luchtverdediging van de Argentijnse luchtmacht, de airstrip ‘Condor Air Base’ iets ten noorden van Goose Green behoorde te verdedigen.

De oproep aan Pedrozo – tevens baas van luitenant-kolonel Italo A. Piaggi, die met zijn Regimiento de Infanteria 12 (12 Infantry Regiment) de hoofdmacht van de Task Force Mercedes vormde – hield simpelweg in: geef je over of draag de consequenties. Wel werd de katholieke Argentijnse commandant er even fijntjes op gewezen dat zijn geloof verlangde dat hij de levens van zijn mannen moest sparen.

Keeble eiste overgave van Piaggi’s troepen, zo niet dan zou Goose Green worden gebombardeerd. Daarmee speelde hij blufpoker, maar Piaggi zag de noodzaak tot overgave in. Aangezien de Argentijnse commandant in Port Stanley hem niet het bevel wilde geven zich aan de Britten over te geven, machtigde hij hem om de beslissing zelf te nemen.

Piaggi gaf zich over en de 114 burgers in het dorpshuis werden door de para’s bevrijd. Ten koste van 16 doden en 36 gewonden had 2 Para zijn doel bereikt, met nog eens zo’n dertig man met minimale verwondingen. De relatief lage slachtofferaantallen wekken ontzag: het gevecht leek van begin tot einde één grote improvisatie. Ook een Britse Scout-helikopterpiloot en een genist kwamen om het leven. Daarentegen telde Argentinië ± 250 doden en 150 gewonden – een factor acht hoger dan de Britten. Blijkbaar weerspiegelden de training en motivatie van 2 Para zich in de slachtofferaantallen.

Het “unrefusable offer” werkte. Keeble, Pedrozo en Piaggi ontmoetten elkaar rond 09.30 uur. Na een korte beraadslaging was de overgave in Goose Green een feit. Pedrozo, niet ongevoelig voor een Pyrrusoverwinning, kreeg de gelegenheid zijn mannen toe te spreken. Hiermee werd hem een militaire vernedering bespaard. Uiteindelijk waren beide partijen verrast: de Argentijnen dat ze zich hadden overgegeven aan zo weinig Britten, de Britten dat ze zo veel Argentijnen de baas waren gebleven: getalsmatig tenminste twee en misschien zelfs drie bataljons in totaal!

Padre David Cooper, van huis uit sniper binnen 2 Para (!), werd op 30 mei gefilmd bij de veldbegrafenis van de omgekomen para’s in de Battle of Goose Green. Cooper was toegevoegd aan de bataljonshulppost van Captain Steven Hughes, de Regimental Medical Officer van 2 Para.

Op 29 mei (de Argentijnse nationale dag van het leger) gaven 1.200 overlevenden van het 1.500 man sterke Argentijnse garnizoen van Task Force Mercedes zich over aan 2 Para. De foto’s van lange formaties Argentijnse krijgsgevangenen met her en der een paar Britse bewakers waren een enorme impuls voor het Britse moraal en een klap in het gezicht van de Argentijnen.

Later zei Keeble over de Battle of Goose Green: “I believe the Argentines lost the battle rather than the Paras winning it. In fact I suspect that is how most conflicts are resolved.”

2 Para behaalde niet slechts een fysieke maar vooral een morele overwinning op de Argentijnen. Niet alleen elimineerde de overwinning de op één na grootste concentratie van Argentijnse troepen op de Falklands, eenmaal in Goose Green kon gemakkelijk over de weg de route naar Port Stanley worden hervat.

Terwijl op de 29ste het Argentijnse garnizoen in Goose Green zich had overgegeven, bereikten 3 Para Teal Inlet en 45 Commando de nederzetting Douglas. Dit was het begin van het einde voor de Argentijnen, die nog niet wisten dat ze op 11 juni op Mount Longdon zouden worden verslagen, op 13/14 juni op Mount Tumbledown en uiteindelijk hun Waterloo zouden vinden in Port Stanley.

Van links naar rechts:

‘Ganso Verde’ – Italo A. Piaggi (voormalig Argentijns commandant in Goose Green)

‘Goose Green. A Battle Is Fought to Be Won’ – Mark Adkin

‘H Jones VC. The Life and Death of an Unusual Hero’ – Sir John Wilsey (met een voorwoord van John Keegan)

'Not Mentioned in Despatches. The History and Mythology of the Battle of Goose Green’ – Spencer Fitz-Gibbon

‘Spearhead Assault. Blood, Guts and Glory on the Falklands Frontlines’ – John Geddes

“The battalion has executed a feat of arms and gallantry probably unsurpassed in the glorious history of the British army” (“Het bataljon heeft een oorlogs- en dapperheidsprestatie uitgevoerd die vermoedelijk onovertroffen is in de roemrijke geschiedenis van het Britse leger”). Zo omschreef General Sir Edwin Bramall, de Chief of the General Staff tijdens de Falklandoorlog, het Britse succes in Goose Green.

En de gepensioneerde Britse infanterie-officier Mark Adkin schreef in ‘Goose Green: A Battle Is Fought to Be Won’ (1992): “2 Para’s victory was outstanding, even unique. It is difficult to find in modern military history a similar story of a single, isolated infantry battalion fighting its way forward over seven kilometres, against a series of in-depth defensive positions. This is precisely what 2 Para had to do…”

Terug naar Boven

 

SPENCER FITZ-GIBBON'S KRITIEK OP GOOSE GREEN

In 1995 verscheen het boek ‘Not Mentioned In Despatches. The History and Mythology of the Battle of Goose Green’ van Spencer Fitz-Gibbon. Een boek over de Slag om Goose Green en de dapperheidonderscheidingen waar 2 Para royaal mee werd bedeeld: de bataljonscommandant – Lieutenant-Colonel Herbert ‘H’ Jones – kreeg postuum het Victoria Cross (VC), de plaatsvervangend bataljonscommandant – Major Chris Keeble – verdiende de Distinguished Service Order (DSO) en twee compagniescommandanten – Major Charles Dair Farrar-Hockley (A Coy) en Major John Crosland (B Coy) werden onderscheiden met het Military Cross (MC).

Schrijver Fitz-Gibbon was geen onbekende van de para’s: hij zat negen jaar in de Territorial Army (Nationale Reserve), waarvan vijf als officier in het 4th (Volunteer) Battalion The Parachute Regiment. En hoewel er tussen het einde van de Falklandoorlog en het verschijnen van Fitz-Gibbon’s boek al heel veel over de Slag om Goose Green was geschreven, was het gevecht niet eerder zo grondig geanalyseerd. Voor sommigen was de uitkomst van de analyses controversieel… tot onthutsend.

Het boek van Spencer Fitz-Gibbon.

Theoreticus Fitz-Gibbon schuwde het niet de dapperheidonderscheiding van de bataljonscommandant zelf, Lieutenant-Colonel ‘H’ Jones, ter discussie te stellen:

Met zijn manier van leidinggeven zou Jones 2 Para meer hebben gehinderd dan geholpen.
Jones had geen ‘helikopterview’ van het gevecht
Jones stelde zijn ondercommandanten niet in staat te werken volgens de opdrachtgerichte commandovoering – (mission command of Auftragstaktik) die uitgaat van het decentraliseren van bevoegdheden (BC aan CC, CC aan PC enzovoorts), waarbij de ondeelbaarheid van verantwoordelijkheden te allen tijde gehandhaafd blijft
De aanval van 2 Para op Goose Green was amper een heroïsche, weldoordachte actie geweest en dat hoefde ook niet: slechts sporadisch verzetten de Argentijnen zich, hoewel het merendeel zich pardoes of na een stormaanval overgaf

Aan de hand van Jones’ daden – met als hoogtepunt de solistische en overmoedige stormaanval op een Argentijnse loopgraaf – ontrafelde Fitz-Gibbon de uitgangspunten van de Britse commandovoering.

Lieutenant-Colonel ‘H’ Jones was een charismatisch leidinggevende die de dingen zwart/wit zag en perfectionistisch was. Jones’ compagniescommandanten kregen niet (voldoende) vrijheid zelf te beslissen wat ze het beste konden doen in geval van frictie. Dat resulteerde in een zes-fasen-gevechtsplan met een tijdsbalk zonder enige ruimte voor eigen inbreng of frictie: de compagniescommandanten werd tot in detail opgedragen welke vijandelijke positie op welk moment in eigen handen moest zijn. Zijn persoonlijke en overheersende stijl van commandovoering (“Rank is right”) voorkwam dat de compagniescommandanten eigen initiatief namen toen de aanval van 2 Para dreigde vast te lopen.

Jones had niet (voldoende) door dat juist de lagere niveaus het beste inzicht hebben in wat er aan de hand is. Na fase I, de inbraak, liep het bataljon al zowat twee uur achter op zijn gedachte tijdsbalkje. Hij had de fasering ‘vanuit het zadel’ kunnen bijstellen, maar dat liet hij na.

De verbindingsofficier van 2 Para verklaarde later: “There is no doubt at all that some officers had not understood the orders, and I knew that afterwards the operations officer had to be briefed separately...”.

RESTRICTIVE CONTROL

Befehlstaktik. Gekscherend aangeduid als “Timetable Tactics”. Het gecentraliseerde commando- en besluitvormingsproces van Restrictive Control is gebaseerd op gestructureerde en gedetailleerde planning en strikte onderwerping aan orders – ongeacht de omstandigheden.

In de regel zal een commandant plaatselijk initiatief van ondercommandanten afkeuren, omdat dit het centrale plan ontregelt.

Restrictive Control, maximaal ten uitvoer gebracht tijdens de Eerste Wereldoorlog, loopt vaak spaak door het ontbreken van adequate verbindingsmiddelen. Communicatie zorgt ervoor dat de lagere niveaus in de pas blijven lopen van het gevechtsplan van de hogere legerleiding.

Fitz-Gibbon wijdde zijn gehele boek aan het ontkrachten van de idee dat de Britten succesvol waren omdat hun officieren "lead from the front". De commandant 'bewijst' met zijn bevelen wat hij werkelijk waard is: het was niet Jones' gedetailleerde planning die leidde tot het Britse succes.

De balans in het gevecht sloeg pas door ten gunste van 2 Para na de dood van Jones op Darwin Hill.

Zijn plaatsvervanger, Major Keeble, verlegde onmiddellijk het zwaartepunt van de aanval en delegeerde de verantwoordelijkheid hiervoor naar de compagniescommandanten. Keeble's 'mission command' bleek succesvol.

Het was, volgens Fitz-Gibbon, een gelukkig toeval dat Keeble twee jaar bij de Bundeswehr gedetacheerd was geweest en daar de opdrachtgerichte commandovoering in de praktijk had leren kennen. Deze aanpak hecht veel minder aan strakke commandovoering en positioneel (vaak statisch) denken dan aan taken, manoeuvre en wederzijds vertrouwen.

Volgens Fitz-Gibbon was Jones de verpersoonlijking van de bevelsgerichte commandovoering (Restrictive Control), die de Britse stafopleidingen tot aan het begin van de jaren '80 van de 20e eeuw domineerde en leidend was tijdens de Falklandoorlog.

PAMPHLET NO. 45

In 'Not Mentioned In Despatches' haalt Fitz-Gibbon ook 'Pamphlet No. 45. The Infantry Platoon' aan, de Bijbel voor de Britse infanterie.

Tijdens de Falklandoorlog werd nog de versie gehanteerd waarin de 'positional attack' als schoolvoorbeeld diende: een frontale aanval, agressief uitgevoerd, op een ingegraven vijand. De frontale aanval was een overblijfsel uit de Eerste (en Tweede) Wereldoorlog, toen legers nog de nadruk legden op behoud van eigen terrein en het voorkomen van vermeestering hiervan door de vijand.

De 'positional warfare' (statische oorlogvoering) hield in dat legers fortificaties aanvielen en elkaar langdurig vanuit loopgraven en stellingen onder vuur namen.

Na de Falklandoorlog verscheen 'Pamphlet No. 45. The Infantry Platoon' in een herziene versie. Na de lessons learned uit de Falklandoorlog had de frontale aanval niet langer de voorkeur: flankerend aanvallen en omtrekkende bewegingen waren het doctrinaire devies van de Britse infanterie geworden. Van nu af aan was het mogelijk dat een volledig peloton de vijand met onderdrukkingsvuur tegenhield, zodat een enkele man of buddypaar gemakkelijker voorwaarts kon gaan.

(Bron onder andere 'De slag om Darwin en Goose Green' door majoor Erik Jellema, in 'Infanterie' van de Vereniging Officieren Infanterie).

Terug naar Boven

 

OPERATION BLACK BUCK

Binnenkort hier het verhaal over de langst gevlogen missies uit de geschiedenis van de Royal Air Force: Operation BLACK BUCK tijdens de Falklandoorlog!

Terug naar Boven

 

BUZO TACTICO

Één van de meest mystieke verhalen uit de Falklandoorlog betreft die van de inzet van de Agrupación de Buzos Tácticos (APBT), populair afgekort tot Buzo Tactico. Deze Tactische Duikers Groep is een eenheid van de Argentijnse marine die behoort tot de Fuerzas Especiales (Special Forces) van de Argentijnse krijgsmacht.

Buzo Tactico, opgericht op 17 november 1952 en gevestigd in de Atlantische kustplaats Mar del Plata, is vergelijkbaar met de Amerikaanse Navy SEAL (Sea, Air and Land) en Britse Special Boat Service (SBS). De gevechtsduikers hebben zich gespecialiseerd in kust- en strandverkenningen en onderwatervernielingen.

Yorke Bay a.k.a. Playa Roja alias Red Beach, ten noordwesten van Port Stanley Airport maar ten noordoosten van de 4 km verderop gelegen hoofdstad Port Stanley.

Voorafgaand aan de invasie Operación Rosario landde op H-3 (03.30 uur) een sectie van twaalf Buzo Tactico onder leiding van capitán de corbeta (luitenant-commandant) Alfredo Raúl Cufré vanaf de onderzeeër ARA Santa Fe op Yorke Bay om de landingen voor de hoofdmacht voor te bereiden.

Sinds januari waren ze al in het diepste geheim intensief aan het trainen in de marinebasis Mar del Plata. In Operación Azul (Operatie Blauw) moesten ze ervoor zorgen dat de stranden van Yorke Bay – ten noordoosten van Port Stanley en in het kader van de Argentijnse invasie omgedoopt tot Playa Roja (Red Beach) – vrijgemaakt waren van vijandelijke troepen en obstakels, onder andere door middel van sabotage.

Tot slot markeerden de Argentijnse marinecommando’s het landingsstrand met navigatiebakens om de aanval van de hoofdmacht op 4 km van de hoofdstad Port Stanley (Puerto Argentino) te vergemakkelijken. Na het volbrengen van hun taak keerde ze binnen één dag terug naar Argentinië. In elk geval één van de duikers raakte in de strijd gewond: onderluitenant Diego García Quiroga.

Het is een journalistieke dwaling dat de Buzo Tactico verantwoordelijk zijn voor de landing bij Mullet Creek (Z van Stanley); de aanval op Moody Brook Barracks (W van Stanley), de gevangenneming van de Royal Marines (Naval Party 8901), het oprukken naar Sapper Hill (Z van Stanley) of de aanval op Government House in Stanley. De eenheid die verantwoordelijk was voor deze acties was een compagnie (compania) van de Agrupacion Comandos Anfibios (Ca Cdo Anf), mariniers van het Comando de la Infantería de Marina van de Argentijnse marine.

Terug naar Boven

 

JOURNALIStiek in de falklandoorlog

Journalistiek en oorlogsverslaggeving zijn twee verschillende dingen. De oorlog becommentariëren vanuit een leunstoel naast de open haard kan iedereen, er middenin zitten en verslag doen aan de rest van de wereld is "something completely different".

De journalistiek ten tijde van de Falklandoorlog was de plotselinge leerschool van premier Margaret 'The Iron Lady' Thatcher. Ze had haar lessen getrokken uit de verslaggeving van de Vietnamoorlog, waar de televisiebeelden van gewonde en getraumatiseerde militairen een ongekend negatieve propaganda in gang zetten: niet voor niets gaf de Amerikaanse krijgsmacht de media de schuld voor het verlies van de Vietnamoorlog.

Daarom stond ze alleen onder stringente regels journalisten toe aan boord van de oorlogsschepen van de expeditionaire strijdmacht, in totaal 29 (17 krantenverslaggevers, twee fotografen, twee radioreporters, drie televisieverslaggevers en vijf technici). Één van de grootste Britse oorlogsfotografen, Don McCullin – werkzaam bij Sunday Times Magazine – kreeg geen perspas omdat de Royal Navy klungelig haar quotum al had overschreden.

Uit 160 aanmeldingen was dus ongeveer 1 op de 5 geselecteerd door de Newspaper Publishers’ Association. Als gevolg van het haastig vertrek van de Britse Task Force waren niet alle antecedenten geverifieerd: twee journalisten aan boord van het vliegdekschip HMS Invincible bleken slechts geïnteresseerd in Prince Andrew, helikopterpiloot bij de Royal Navy maar vooral zoon van Queen Elizabeth II.

De regels aan boord van de schepen werden ingeperkt, de artikelen van de journalisten tweemaal gecontroleerd (onder andere op operationele informatie), aan boord en bij terugkomst in Groot-BrittanniŽ. Ook de transmissiesnelheid voor beeld en geluid aan boord van de schepen was laag (en dus vertragend), terwijl direct uitgezonden tv-beelden en uitzendingen vanaf de eilanden niet waren toegestaan.

Brian Hanrahan van de BBC en Michael Nicholson van Independent Television News (ITN) slingerden vanaf de koopvaardijschepen, zoals Julian Barnes het noemde, "radiovision" (of "phono packages") de ether in: gesproken woord begeleid door niet-bewegende beelden.

De eerste 54 (van de 74) dagen van de Falklandoorlog kwamen er geen foto's van de eilanden; de media vulde het beeldvacuŁm op met human interest en verhalen van het thuisfront.

Niet alleen werd elke onafhankelijke of buitenlandse journalist zonder meer uitgesloten van de reis naar de Falklands, de censuur kon gemakkelijk worden afgedwongen: de geografisch geÔsoleerde eilandengroep in het zuiden van de Atlantische Oceaan was fysieke ontoegankelijk en de enige communicatiemiddelen van en naar de Falklands waren in handen van de Britse militaire autoriteiten.

De media, staatsomroep BBC voorop, vonden dat ze alleen al hierdoor met hun handen gebonden waren, maar konden niet anders dan de mediaregels accepteren. Een andere keuze dan opgaan in de militaire regelgeving en momentums was een non-optie: geen berichtgeving vanaf de Falklands.

Het leidende Britse krijgsmachtdeel, de Royal Navy, verwachtte van de geaccrediteerde Britse pers een nieuwsstijl die parallel liep met die van de Tweede Wereldoorlog: positief nieuws brengen.

De meerderheid van de Britse media, vooral de BBC, deden echter overwegend op neutrale wijze verslag van de oorlogshandelingen. Juist het feit dat de BBC in de Falklandoorlog onpartijdig het nieuws bracht, maakte Thatcher furieus; ze heeft zelfs gezinspeeld op het verminderen dan wel beŽindigen van de licentierechten van de BBC. Dat de BBC met haar werkzaamheden mocht doorgaan (live uitzendingen vanaf de Task Force waren toch al uit den boze), heeft er zeker mee te maken dat Thatcher niet het verwijt wilde krijgen haar eigen oorlog categorisch te beÔnvloeden.

De twee grootste Britse tabloids, The Daily Mirror en The Sun, namen tegenovergestelde standpunten in. De stemming in The Daily Mirror was ronduit antioorlog, terwijl The Sun gerenommeerd werd dankzij haar chauvinistisch-patriottische ("jingoistic") en xenofobische krantenkoppen. Voorbeelden hiervan zijn de headline 'Stick It Up Your Junta! Britain's icy blast for new Argentine plan' op 20 april 1982, de dag dat het Britse War Cabinet opdracht gaf tot het opnieuw in bezit nemen van de Falklandeilanden, en de headline 'Gotcha!' na het torpederen en laten zinken van de Argentijnse kruiser ARA General Belgrano op 2 mei 1982.

Philip Knightley merkt in de geactualiseerde herdruk van 'The First Casualty. The war correspondent as a hero and myth-maker from Crimea to Kosovo' (2002, pagina 481) op dat in de Falklandoorlog voor veel ervaren Britse correspondenten patriottisme een sterker motief was dan professionalisme.

Uiteindelijk zorgde vooral deze laatste krantenkop – door overschrijding van het fatsoen het dieptepunt van de tabloidjournalistiek tijdens de Falklandoorlog – en de oorlogsretoriek van The Sun ook voor verhitte discussies in de Britse kwaliteitspers. Hierin werd olie op het vuur gegooid toen aartsrivaal The Daily Mirror concludeerde: “The Sun today is to journalism what Dr Joseph Goebbels was to truth.”

Al dan niet gepropageerd: het patriottisme in beide landen was niet van de lucht. Argentinië wilde met ‘Panem et Circenses’ de aandacht afleiden van de huizenhoge inflatie (600% in 1981) en de groeiende politieke en sociale onrust; in Groot-Brittannië wekte Thatcher de (imperialistische, neokoloniale) vaderlandsliefde, zoals dat zijn hoogtijdagen onder Winston Churchill had gekend, opnieuw tot leven.

Waar het plan de campagne van de Argentijnen jammerlijk mislukte, hervonden de Britten hun militaire roeping en elan op de Falklands. Met enthousiaste en zelfverzekerde militairen, ondanks de vele offers die op het slagveld waren gebracht.

Vanuit het Public Relations-oogpunt van de Britse regering – en de instandhouding van de voorname positie van de krijgsmacht en haar vertegenwoordigers in de Britse maatschappij – was de mediacontrole in de Falklandoorlog, in elk geval vanaf de Falklands zelf, succesvol.

Hoewel goed nieuws soms prematuur werd gebracht, zoals de herovering van Port Stanley nota bene een halve dag voordat de Argentijnen zich daadwerkelijk hadden overgegeven, en slecht nieuws weleens ten eigen faveure werd uitgesteld, is de relatie tussen de Britse strijdkrachten en Fleet Street nooit uitgelopen op een anticlimax.

Het is onzinnig om te stellen, zoals de Britse schrijver Julian Barnes twintig jaar na dato in The Guardian van 25 februari 2002 deed, dat de Falklandoorlog "the worst reported war since the Crimean" zou zijn: de slechtst verslagen oorlog sinds de Krimoorlog (1853-'56):

"While our armed forces defeated the Argentinians, the Ministry of Defence was putting to rout the British media. All the significant news, good or bad, was announced or leaked from London. Reporters in the south Atlantic had the sour experience of hearing 'their' news being broken for them on the World Service. Reports were censored, delayed, occasionally lost, and at best sent back by the swiftest carrier-turtle the Royal Navy could find."

"The fact that the rest of the world viewed the war as a bizarre and brainless squabble between nostalgic imperialism and nostalgic fascism was irrelevant; we didn't care what the rest of the world thought, except to imagine that it was impressed."

Een oorlog waar slecht verslag van is gedaan? Intussen is er door participerende militairen, voor- en tegenstanders, commentatoren, columnisten, historici en leunstoelstrategen zoveel over de Falklandoorlog geschreven, dat je je kunt afvragen of er over het geheel genomen nog iets niet is verteld? Waarmee het vermeende hiaat van Barnes naar het rijk der fabelen kan worden verwezen...

De Falklands waren een proeftuin voor mediacontrole door de krijgsmacht. Toen de Verenigde Staten in 1983 het eiland Grenada bestormden en haar regering afzette, liet de Amerikaanse krijgsmacht er een mediamanagement op los dat voortvloeide uit de lessons learned van de Falklandoorlog: sluit de media uit en creŽer een nieuwsstop.

Na Grenada volgde eenzelfde Amerikaans persbeleid, inclusief embeddedness, in Panama (1989) en de Eerste Golfoorlog (1990/'91). Uiteindelijk was de "wartime information control tactics" van pionier Thatcher gewoon gekopieerd: beter goed gejat dan slecht verzonnen.

Bronnen onder andere:

‘War and Peace News’
Glasgow University Media Group
1985 (Open University Press, 9780335105984)

‘The Media and the Falklands Campaign’
Valerie Adams
1986 (Palgrave Macmillan, 9780333409046)

‘The Fog of War. The Media on the Battlefield’
Derrik Mercer, Geoff Mungham & Kevin Williams
1987 (Heinemann, 9780434464005)

‘Journalists At War: The Dynamics of News Reporting During The Falklands Conflict’
David E. Morris & Howard Tumber
1988 (SAGE Publications, 9780803980587)

‘Gotcha! The Media, The Government, and The Falklands Crisis’
Robert Harris
1994 (Faber and Faber, 9780571172313)

Terug naar Boven

 

DIEPTEPUNTEN UIT DE FALKLANDOORLOG

HMS Sheffield

4 mei

20 doden

MV Atlantic Conveyor

25 mei

12 doden

HMS Coventry

25 mei

19 doden

Battle of Goose Green

28-29 mei 1982

17 doden

RFA Sir Galahad en RFA Sir Tristram

8 juni 1982

48 doden

Terug naar Boven

 

CARRINGTON-DOCTRINE

De 'Carrington-doctrine' is de vernederlandsing voor het beginsel dat een bewindspersoon eigener beweging hoort af te treden als hijzelf een grote fout heeft gemaakt of als er iets is gebeurd dat niet door de beugel kan en waarvoor hij politiek verantwoordelijk/schuldig is (bijvoorbeeld het aan hem ondergeschikte ambtelijke apparaat).

Concreet maakt het niet uit of zijn eigen doen en laten in de crisis direct verwijtbaar is.

In 1988, zes jaar na de Falklandoorlog en in de nadagen van de Parlementaire enquÍte bouwsubsidies, werd de term 'Carrington-doctrine' voor het eerst gebruikt door VVD-Tweede Kamerlid Frits Bolkestein. Hierbij stelde hij de opstelling van de vroegere minister Carrington ten voorbeeld. Bolkestein werd voor de verwijzing op het idee gebracht door het CDA-Tweede Kamerlid Joep de Boer, die tot de conclusie was gekomen dat de buitensporige budgetoverschrijding van 65 procent voor de bouw van twee Walrus-onderzeeërs de toenmalige bewindslieden van Defensie naar het voorbeeld van Carrington tot aftreden had moeten bewegen.

In Groot-BrittanniŽ wordt de benaming niet gebruikt, wat al aangeeft dat de Carrington-doctrine als doctrine (leer) onzin is. Daarnaast is ze een utopie: er is nog nooit een politicus uitsluitend vanwege het falen van het aan hem ondergeschikte ambtelijke apparaat opgestapt.

De ‘doctrine’ is genoemd naar de Britse Minister van Buitenlandse Zaken (Secretary of State for Foreign and Commonwealth Affairs) Lord Carrington, die in 1982 aftrad omdat de inlichtingendiensten de Argentijnse bezetting van de Falklandeilanden niet hadden weten te voorspellen. De inlichtingendienst faalde en had onvoldoende geanticipeerd op een op handen zijnde oorlog.

In de nacht van 1 op 2 april 1982 verraste een Argentijnse invasiemacht van 4.500 militairen de Falklandeilanden. Slechts 79 Britse mariniers van Naval Party 8901 werden door de aanval volkomen verrast en waren geen partij voor de numerieke overmacht.

Ondanks een onbesproken staat van dienst sinds zijn aantreden in 1979, trok de 'zwaargewicht' Lord Carrington op 5 april 1982 zijn conclusie. Terwijl de eerste schepen van de Britse Task Force vertrokken, nam hij als minister ontslag met de verklaring: "It seemed the honourable thing to do." Met hem legden ook Humphrey Atkins en Richard Luce, onderministers van het Foreign Office,; hun functie neer. (In de Britse politiek is "to do the honourable thing" sindsdien een ander woord voor "ontslag nemen".)

Dit is Carringtons ontslagbrief aan Thatcher:

“Dear Margaret,

The Argentine invasion of the Falkland Islands has led to strong criticism in Parliament and in the press of the Government's policy. In my view, much of the criticism is unfounded. But I have been responsible for the conduct of that policy and I think it right that I should resign. As you know, I have given long and careful thought to this. I warmly appreciate the kindness and support which you showed me when we discussed this matter on Saturday. But the fact remains that the invasion of the Falkland Islands has been a humiliating affront to this country.

We must now, as you said in the House of Commons, do everything we can to uphold the right of the Islanders to live in peace, to choose their own way of life and to determine their own allegiance. I am sure that this is the right course, and one which deserves the undivided support of Parliament and of the country. But I have concluded with regret that this support will more easily be maintained if the Foreign Office is entrusted to someone else.

I have been privileged to be a member of this Government and to be associated with its achievements over the past three years. I need hardly say that the Government will continue to have my active support. I am most grateful to you personally for the unfailing confidence you have shown in me.

"Yours ever, Peter."

Verder verklaarde Lord Carrington over het pijnlijke incident: "It was not a sense of culpability that led me to resign […] The nation feels that there has been a disgrace. Someone must have been to blame. The disgrace must be purged. The person to purge it should be the minister in charge. That was me." Aldus Carrington in zijn memoires (pagina's 370-371).

Opvallend is dat Carringtons aftreden niet gepaard ging met een debat in het House of Commons, de Britse Tweede Kamer, en hij dus geen verantwoording hoefde afleggen. Hiermee werd al aangegeven dat Carrington zich niet verantwoordelijk hoefde voelen voor de daden van de regering-Thatcher, met andere woorden dat zijn ministeriŽle verantwoordelijkheid van tafel was geveegd. Sommige critici spraken van een staatsrechtelijk vrij nutteloze zelfopoffering.

Uiteindelijk bleek Lord Carrington wel degelijk, en zelfs gedetailleerd, door de inlichtingendiensten te zijn geÔnformeerd over de op handen zijnde aanval door ArgentiniŽ. Hij en de rest van de regering-Thatcher hadden de adviezen van de ambtenaren eenvoudigweg in de wind geslagen. Bovendien wilde premier Margaret Thatcher hem kwijt: ze had een 'scapegoat' nodig voor de invasie van de Falklands. Daarom gaf ze Lord Carrington de kans de eer aan zichzelf te houden en ontslag te nemen.

Lord Carringtons aftreden legde hem geen windeieren. Op 25 juni 1984 volgde hij Joseph Luns op als Secretaris-Generaal van de NAVO, wat hij tot 1 juli 1988 bleef. Later dat jaar publiceerde hij zijn memoires, 'Reflecting on Things Past: The Memoirs of Peter Lord Carrington'. Op 7 september 1991 werd hij voorzitter van de Internationale Conferentie voor Voormalig JoegoslaviŽ, in het leven geroepen door de Europese Unie; halverwege 1992 werd hij hierin opgevolgd door zijn landgenoot Lord David Owen.

Terug naar Boven

 

AFSTANDEN IN KILOMETERS

12.500 km

Londen - Stanley

11.000 km

Londen - Buenos Aires

6.100 km

Stanley - Ascension

2.600 km

Buenos Aires - South Georgia

1.800 km

Buenos Aires - Stanley

Terug naar Boven

 

thatcher versus de junta

Bron: populairwetenschappelijk maandblad KIJK (december 2009), artikel 'Een zee vol eilandgedonder. Hoe kleine rotspunten voor grote onrust zorgen' door Menno Steketee.

Terug naar Boven

 

2010

3 februari 2010.

Terug naar Boven

 

GENEESKUNDIGE aspecten

In de Falklandoorlog waren er aan Britse zijde 255 doden te betreuren; de meerderheid van hen overleed vůůr aankomst in een chirurgische inrichting (role 2 of hoger). Slachtoffers die in een veldhospitaal aankwamen, hadden een overlevingskans van 99,5%.

Ajax Bay aan San Carlos Water.

Terug naar Boven

 

HET JUS AD BELLUM IN DE FALKLANDOORLOG VAN 1982

Roel van Engelen studeerde politieke wetenschappen aan de Universiteiten van Utrecht en Amsterdam. Zijn thesis heette 'Latin America's New Left: structural change or continued dependency? An analysis of the New Left's potential to challenge structural poverty and inequality'. In 2008 schreef hij onderstaande analyse:

Terug naar Boven

 

(OUD-)GENERAALS BEKRITISEREN BRITSE BEZUINIGINGEN

In een ingezonden brief in het Britse dagblad The Times van 10 november 2010 noemen vijf (voormalige) vlag- en opperofficieren van de Britse krijgsmacht de beslissing van Prime Minister David Cameron en Defence Secretary Liam Fox om het enige Britse vliegdekschip, het vlaggenschip HMS Ark Royal, en haar complete vloot van tachtig (Short Take Off and Vertical Landing) BAE Harrier II-vliegtuigen in het kader van The Strategic Defence and Security Review 2010 ('Securing Britain in an Age of Uncertainty') weg te bezuinigen "strategically and financially perverse", onbegrijpelijk en "dangerous".

Het vlaggenschip van de U.K. Navy: HMS Ark Royal.

In oktober 2010 kondigde Cameron een bezuiniging van 8 procent aan op het jaarlijkse budget voor het Britse Ministerie van Defensie, dat 37 miljard pond (ruim Ä 43 miljard) bedraagt. Hoewel de bezuiniging zal worden gespreid over de komende vier jaar, kan deze worden beschouwd als een uitnodiging aan ArgentiniŽ om de Falklandeilanden opnieuw aan te vallen.

De (oud-)commandanten zijn Lord Alan West (van 2002 tot 2006 hoofd van de Royal Navy, 1st Sea Lord), Major General Julian Thompson (tijdens de Falklandsoorlog commandant van 3 Commando Brigade), Sir Julian Oswald (van 1989 tot 1993 1st Sea Lord), Vice Admiral John McAnally en Vice Admiral Sir Jeremy Blackham (voormalig Deputy Chief of the Defence Staff).

Twee van de 80 STOVL BAE Harrier II-vliegtuigen.

Volgens Minister van Defensie Liam Fox zullen de Falklandeilanden ook in de toekomst beschikken over een goede verdediging: zo blijft de militaire luchtbasis op de eilandengroep in het zuiden van de Atlantische Oceaan functioneren. Deze telt echter slechts vier Eurofighter Typhoons en een kleine eenheid van de Royal Marines.

In 1982 vielen Argentijnse militairen de eilandengroep binnen. De Britse strijdkrachten wisten de aanval af te slaan. In 74 dagen kwamen 649 Argentijnse en 255 Britse militairen om het leven.

Aan de Falklandoorlog namen twee Britse vliegdekschepen deel.

Op 5 april 1982 vertrok vanuit Portsmouth de Carrier Battle Group, waar het vlaggenschip HMS Hermes en HMS Invincible deel van uitmaakten. De vliegdekschepen vormden de kern van een Brits eskader van in totaal 36 oorlogsschepen. Op beide schepen waren onder andere RAF Harriers en Royal Navy Sea Harriers gestationeerd – vliegtuigen die verticaal kunnen opstijgen en landen.

Zonder de luchtsteun vanaf deze aircraft carriers was de Britse herovering van de Falklands gedoemd te mislukken.

De Britse vliegdekschepen werden bewaakt door een destroyer (torpedojager), HMS Sheffield, die op 4 mei 1982 tot zinken werd gebracht na een voltreffer door een Exocet-raket die vanaf een Argentijns jachtvliegtuig was gelanceerd.

Twee andere fregatten, HMS Brilliant en HMS Yarmouth, en drie Sea King onderzeebootbestrijdingshelikopters vanaf HMS Hermes maakten jacht op de ARA San Luis - de enige Argentijnse onderzeeŽr.

Onder meer het fenomenale optreden van de Britse naval task force tijdens de Falklandoorlog zou direct van invloed zijn op de samenstelling van de Britse krijgsmacht na 1982.

De A(rmada de la) R(epublica) A(rgentina) San Luis, de enige Argentijnse onderzeeŽr. Haar commandant, Capitan de fragata Fernando Azcueta, slaagde er zelfs in om torpedo's op de HMS Invincible af te vuren.... die echter door technische problemen geen doel troffen.

Terug naar Boven