nhoudsopgave H
Terug naar de homepage
 

Maak uw keuze uit de hieronder getoonde lijst

 

H.A.C.C.P.

Afkorting van: Hazard Analysis & Critical Control Point.

Een kwaliteitssysteem om de voedsel- en productveiligheid te waarborgen, waartoe de wet ook Defensie verplicht.

HACCP komt voort uit de warenwetregeling hygiëne van levensmiddelen. Dit is een Algemene Maatregel van Bestuur (AMVB) die voortvloeit uit de Warenwet. De AMVB stelt eisen aan iedereen die eet- of drinkwaren (klasse I) bereidt, verwerkt, behandelt, verpakt, vervoert of verhandelt. Een van deze eisen geeft aan dat dient te worden gewerkt volgens de principes van HACCP.

De eisen van HACCP zijn door Defensie onder andere vertaald in een werkinstructie voor het vervoer van bederfelijke waren.

Overigens kan de combinatie van wet- en regelgeving tot strijdige situaties leiden. Zo past bij het gebruik van de mobiele veldkeuken de toepassing van Arbowet, Warenwet en HACCP de commandant soms voor de nodige problemen.

Zie ook: klasse en mobiele veldkeuken.

Terug naar Boven

 

H.A.H.O. & H.A.L.O.

Specialistische technieken die in gebruik zijn bij Special Forces, zoals het Korps Commandotroepen, om vanaf grote hoogte – tot 8 à 10 km – met behulp van een operationele inzet per parachute (diep en) op een niet voor radar zichtbare manier, in vijandelijk gebied te kunnen infiltreren (air infiltration).

Deze snelle en relatief veilige inzetmethode begint met een vrije val, gevolgd door de opening van een valscherm (ram-air parachute of 'matras') op hoge cq. lage hoogte. De parachute is min of meer bestuurbaar.

Met deze inzetmethode kunnen grote afstanden worden afgelegd, die theoretisch kunnen oplopen tot + 120 km. Feitelijk zijn de enige beperkingen:

  • hoeveelheid mee te nemen uitrusting
  • weersomstandigheden, met name luchtstroom (jet-stream), turbulentie, windkracht (Beaufort) en windrichting (windroos)

Sinds 1998 beschikt het Korps Commandotroepen over tenminste 2 operationele HAHO/HALO-ploegen.Tijdens de sprong houden de commando's hun instrumentarium (GPS, gyroscoop, hoogtemeter en kompas) nauwlettend in het oog. Op de foto's een KCT'er van de HAHO/HALO-ploeg in vol ornaat, d.w.z. met helm, thermohandschoenen, zuurstofmasker, volle bepakking en persoonlijk wapen (© foto's: Nederlands Militair Geneeskundig Tijdschrift, september 2007)

Door de draagkracht van de parachute en de luchtstroom (jet-stream) volledig uit te buiten kan, afhankelijk van de afspringhoogte, de omstandigheden en de morfologie van het terrein, een afstand van 50 à 70 km worden overbrugd:

HAHO

High

Altitude

High

Opening

 

Springen én openen op grote hoogte om naar een ver gelegen doel te zweven. Afhankelijk van windkracht en -richting kan op deze manier 50 à 70 km boven vijandelijk terrein worden afgelegd. Meest gebruikte methode is die van de ‘verticale trein’ (stack-spong), waarbij met 4 à 6 commando’s vanaf 4 km hoogte wordt gesprongen.

 

HALO

High

Altitude

Low

Opening

Op grote hoogte – tot maximaal 32.000 voet (± 10 km) – springen (‘exit’) en zo laat mogelijk, d.w.z. op lage hoogte (tot zelfs 2.500 voet), openen. Het doel is zo laat mogelijk door de vijand te worden opgemerkt. Afhankelijk van de dreiging kan op deze manier bij nacht ± 30 km worden afgelegd. De restafstand van de infiltratie moet te voet worden afgelegd.

HAHO en HALO worden uitgeoefend met de nodige aanvullende uitrusting en instrumenten, zoals:

helm

hoogtemeter (altimeter)

kompas / GPS

persoonlijk wapen

thermohandschoenen

volle bepakking

zuurstofmasker (boven 4.000 meter)

Het HAHO/HALO-brevet D is voorbehouden aan leden van de Instructiegroep Para en de leden van de ploegen van het Korps Commandotroepen die gespecialiseerd zijn in deze inzetmethode. Per compagnie is slechts één ploeg gespecialiseerd op de inzet per valscherm middels de HAHO/HALO-methode. Sinds 1987 heeft een selecte groep para-instructeurs van het KCT zich hiermee beziggehouden, maar pas vanaf 1997 is alle materieel ingevoerd.

Er wordt onder andere gesprongen in Lapalisse (Frankrijk) en Vadum (Denemarken).

 

Zie ook: Korps Commandotroepen.

Terug naar Boven

 

HALSKRAAG

In het Duits: Cervikalstütze. In het Engels: extrication collar. In het Frans: collier cervical.

Binnen het eerste onderzoek van het ABCD-protocol – en als eerste handeling binnen het SOSA-protocol – wordt een slachtoffer met (vermeend) nekletsel onmiddellijk geïmmobiliseerd door middel van manuele fixatie van het halsgebied. Hierbij wordt verergering van het (vermeende) CWK-letsel voorkomen. In het tweede onderzoek wordt de ‘halskraag universeel voor volwassenen’ (NSN 6515-25-150-3047) aangelegd, aangevuld met tape, zandzakjes en/of foamkussentjes.

De halskraag maakt het mogelijk de (rotatie)bewegingen van het hoofd ten opzichte van de schouders te minimaliseren, waardoor eventueel letsel aan de wervelkolom kan worden beperkt.

De volgorde voor het aanleggen van de halskraag is:

  • Slachtoffer stil laten liggen: hoofd, hals en rug in neutrale positie houden d.m.v. tweehandige fixatie (controleren door vanaf voeteinde te kijken of neus en navel in één lijn liggen; evt. iets onder hoofd leggen)
  • Halsgebied op verwondingen controleren
  • Maat opnemen voor halskraag: van bovenkant schouder tot onderkant kin (te groot > onvoldoende steun; te klein > overstrekking)
  • Instellen van de correcte maat halskraag: no-neck, small, regular of large (kliksluitingen aan beide kanten vastzetten)
  • In situ plaatsen van de halskraag

Bij nekletsel zijn één of meer cervicale wervels (mogelijk) beschadigd, d.w.z. traumatische oorzaken als breuken (fracturen) of verschuivingen (dislocaties). De oorzaak is stomp of scherp letsel: een klap, samendrukking van de wervels of een penetrerende verwonding (schot- of steekwond). Hierbij kan het ruggenmerg beschadigd zijn. De kleinste beschadiging aan het ruggenmerg kan ervoor zorgen dat de hersenen minder of in het geheel niet meer met de rest van het lichaam communiceren. Hierdoor ontstaan stoornissen in zowel motorische respons (beweging) als sensorische feedback (gevoel). Als regel geldt: hoe hoger en uitgebreider het ruggenmergletsel, des te ernstiger de gevolgen.

De eerste prioriteit van de hulpverlening ter plaatse is het onderkennen van indicaties voor de stabilisatie van het ruggenmerg bij een slachtoffer. Deze indicaties zijn onder andere:

  • Slachtoffer is buiten bewustzijn (onderkend na aanspreken)

 

  • Zichtbare verwondingen boven het sleutelbeen
  • Acceleratie-deceleratie (kop-staartongeval)
  • Hoog energetisch ongeval (high energy trauma)
  • Ongevalmechanisme (“lezen” van het ongeval)
  • Slachtoffer geeft pijn in nek of rug aan
    • ademhalingsproblemen

 

    • gevoelloosheid of tintelend gevoel in ledematen
    • onmogelijkheid tot bewegen
    • ontlasting en/of urine laten lopen
    • spierzwakte
    • verlamming (t.g.v. beknelling of doorsnijding van een zenuw)

De halskraag, die  dient te worden bewaard in opengevouwen in plaats van dichtgevouwen toestand, mag alleen worden aangelegd door daartoe bekwaamd personeel.

De halskraag mag pas worden verwijderd als daartoe bekwaamd personeel de nek (ruggengraat) neurologisch heeft onderzocht in een geneeskundige inrichting en tenminste röntgenfoto’s (X-CWK) zijn beoordeeld waarop géén afwijkingen zijn te zien. De Laerdal Stifneck® Select, in gebruik bij de krijgsmacht, is transparant om röntgen, CT en MRI mogelijk te maken.

Download hier de handleiding voor de halskraag Laerdal Stifneck® Select (135 kB) © Laerdal

Terug naar Boven

 

HALVE KNOOP

De halve (of gewone) knoop wordt gebruikt als veiligheidsknoop:

  • maak een oog op ± 20 cm van het einde van de lijn;
  • steek de tamp door het oog en trek de knoop strak.

Terug naar Boven

 

HAMIL

Afkorting voor Handboek KL-militair. Dit is voorschrift 2-1352, dat als uitgangspunt in kennis geldt voor elke individuele militair binnen de Koninklijke Landmacht en behoort tot de Persoonsgebonden uitrusting (PGU). Als zodanig is VS 2-1352 het vervolg op de voorschriften 2-1350 (Handboek voor de soldaat) en 2-1351 (Handboek voor het kader).

Het Handboek KL-militair bevat sinds de 7de Opgave van Wijziging de volgende onderwerpen:

Hoofdstuk Onderwerp
1 Inleiding
2 Organisatie Koninklijke Landmacht
3 Militaire ethiek
4 Bedrijfsvorming
5 Inwendige dienst
6 Militaire vormen en gebruiken
7 Militair recht
8 Vredesoperaties
9 Inlichtingen en militaire veiligheid
10 Vredesbewaking
11 Hygiëne en preventieve gezondheidszorg (HPG)
12 Zelfhulp en kameradenhulp (ZHKH)
13 Lichamelijke oefening, fysieke training en sport
14 AT-4 en LAW
15 Handgranaten
16
17 Mitrailleur MAG
18 Mitrailleur Minimi
19 Geweer Diemaco
20 Hindernissen
21 Ammunition awareness (Munitieveiligheid)
22 Gevechtsdekkingen
23 Verbindingen
24 Elektronische oorlogvoering (EOV)
25 Persoonlijke bescherming tegen NBC-strijdmiddelen en ROTA
26 Luchtnabijbeveiliging
27 Gevechtsopleiding buddysysteem (GOBS)
28 Overleven
29 Pistool Glock
30 Materieelherkenning
31 Wegverplaatsingen
32 Persoonsgebonden uitrusting (PGU)

Het HAMIL is onbruikbaar indien niet op gezette tijden de Opgaven van Wijziging (OvW) worden aangebracht. Tot en met 2003 kent het HAMIL zeven van dergelijke OvW's:

OvW Datum
1onbekend
2onbekend
327 februari 1998
41 oktober 1999
55 oktober 2000
61 juli 2002
73 oktober 2003

Terug naar Boven

 

HAMMER-AND-ANVIL

In het Nederlands: hamer en aambeeld (smidsgereedschap, géén gehoorbeentjes)

Klassieke krijgsmethode die een blokkade inhoudt aan één of meerdere kanten van een omcirkeld gebied. De methode is bruikbaar bij het vernietigen van rebellen (counter-insurgency). Hierbij wordt het grootste deel van de eigen troepen in beweeglijk optreden ontplooid met als doel de vijandelijke strijdmacht te omcirkelen, te overvallen, los te weken van contact met de burgerbevolking en daarna (eventueel) gevangen te nemen en/of te doden. De overblijvende vijandelijke strijdmacht kan met behulp van air power in één richting wordt opgejaagd (hamer) in de richting van de onbeweeglijke, wachtende grondtroepen. Het meest eenvoudig kan een blokkade worden gecreëerd met behulp van een natuurlijke hindernis, zoals een gebergte of rivier.

Vervolgens worden de ontsnappingsroutes van de vijandelijke strijdmacht door de stationaire, wachtende grondtroepen geblokkeerd en geïsoleerd (aambeeld), met name Special Forces, parachutisten (airborne), air manoeuvre-eenheden (heliborne) en overige infanterie.

Terug naar Boven

 

HANDGRANAAT

Projectiel gevuld met een springlading dat is bedoeld om met de hand naar een doel te werpen. Op werpafstand kan met een handgranaat een vijand buiten gevecht worden gesteld of gehinderd. Daarnaast kan, afhankelijk van het soort, met een handgranaat brand worden gesticht, een rookgordijn worden gelegd of worden geseind. Meestal bevat een handgranaat naast een explosieve lading een tijdontsteker, die het projectiele een aantal seconden na het werpen laten afgaan.

Onder van links naar rechts: fragmentatiehandgranaat M72, scherfhandgranaat NR20 en scherfhandgranaat NR20C1

De belangrijkste onderdelen van een handgranaat zijn mantel, ontsteker, ontstekingsmechanisme, springlading, veiligheidspin en vertragingselement. De veiligheidspin houdt een hefboom op z'n plaats. Bij het verwijderen van de veiligheidspin moet de hefboom met de werphand op z'n plaats worden gehouden.

Bij het werpen – dus loslaten – van de handgranaat wordt de hefboom niet meer op z'n plaats gehouden, waarna op een slaghoedje wordt geslagen. Door het slaan wordt het ontstekingsmechanisme (sasbuis) met een langzaam verbrandend ontstekingsmiddel (sas) ontstoken. Als de sas is opgebrand, detoneert de springlading.

Scherfhandgranaat NR20, een detonerende handgranaat die tot 2002 werd geproduceerd door Eurometaal Zaandam

De volgende soorten handgranaten worden onderkend:

Detonerende handgranaten

Aanvalshandgranaten

geven een geweldig detonatie, maar hebben géén sterke scherfwerking; voordeel hiervan is dat zij kunnen worden geworpen zonder dat de werper in dekking hoeft. Aanvalshandgranaten worden met name gebruikt om de vijand te desoriënteren en/of te verwarren.

 

Scherfhandgranaten

laten bij de detonatie vele metalen fragmenten (kartets) uiteenspatten, vergelijkbaar met kleine kogels. Het resultaat van de detonatie van een scherfhandgranaat is dodelijk.

 

Chemische handgranaten

Rook(hand)granaten

Brand(hand)granaten

Traangas(hand)granaten

Oefenhandgranaten

 

Instructieve handgranaten

Exercitiehandgranaten

Werpgewichten

 

De scherfhandgranaat nr. 330 is voorzien van de ontsteker nr. 331. De handgranaat is dodelijk tot op 15 meter, maar het onveilige gebied is 200 meter.

De bolvormige scherfhandgranaat is olijfgroen met gele merken, weegt 465 gram en heeft een vertragingstijd van tussen 3 en 5 seconden. De dikwandige handgranaat wordt hoofdzakelijk gebruikt in de verdediging tegen vijandelijk personeel. Nadat de veiligheidsring uit de veiligheidspin is getrokken én de vertragingstijd is verstreken, explodeert de granaat met veel kracht en barst het lichaam van de granaat open. Door de drukgolf vliegen hierbij vele honderden scherpe metalen bolletjes in het rond, welke zo goed als zeker zwaar lichamelijk tot dodelijk letsel veroorzaken.

Ook handgraten gaan met hun tijd mee. Een voorbeeld van een non-lethal weapon is de zgn. Sting grenade (stinger, rubber ball grenade). De ‘rubberbalgranaat’ is gebaseerd op het ontwerp van een fragmentatiegranaat, maar in plaats van metalen balletjes die shrapnel (kartets) veroorzaken bij detonatie, bevat de stinger een grote lading harde rubberen balletjes. Hierdoor raakt een tegenstander bij de ontploffing tijdelijk handelingsonbekwaam (incapaciterend) of gewond.

Gezien de verhouding tussen de werpafstand en het scherfbereik van de scherfhandgranaat is het zaak dat deze vanuit een dekking wordt geworpen terwijl een besloten ruimte (bunker, gebouw, loopgraaf) het ideale doelgebied vormt.

Een bijzondere handgranaat is de molotov-cocktail.

Terug naar Boven

 

HANDGREEP VAN RAUTEK

Handgreep van Rautek

Noodtransport van slachtoffers wordt uitgevoerd met de zgn. handgreep van Rautek. Immers, in een gevaarlijke situatie, bijvoorbeeld een brandend huis of een auto die dreigt te exploderen, moet het slachtoffer ondanks zijn verwondingen toch worden verplaatst.

Kniel achter het slachtoffer. Til hem bij de oksels omhoog en laat hem op je knie rusten. Breng een van de onderarmen van het slachtoffer horizontaal voor de borst en pak deze met je beide handen bovenhands vast. Zorg er dus voor dat de duimen van je beide handen naar beneden wijzen. Sleep het slachtoffer vervolgens achteruitlopend weg.

De handgreep van Rautek is prima toepasbaar voor bewusteloze of onbekwame slachtoffers.

Zie ook P.A.M.A.N.

Afgekort: HOTO. In het Nederlands: overgave/overname. Werkwoord: HOTO’en.

Het proces van het overgeven respectievelijk overnemen én zich eigen maken van administratieve zaken, (hoofd)uitrustingsstukken, inventaris, projecten en taakstellingen van de ene verantwoordelijke functionaris aan de andere bij het in- en uitroteren van eenheden.

De overgave en -name vindt niet alleen plaats op een (statische) locatie, maar tevens in de directe werk- en woonomgeving. Voorbeelden zijn het uitvoeren van een patrouille door zowel uit- als inroterend personeel om gezamenlijk inzicht te delen in de area of respnsibility; de kennismaking met belangrijke gesprekspartner; wegwijs maken op een compound. Een HOTO kan ook deel uitmaken van een directe aflossing (van rotaties) van troepen te velde.

De HOTO maakt in de regel deel uit van een programma dat is samengesteld voor de in- en uitroterende militairen, met inbegrip van een volledige briefing, commando-overdracht en verder alles wat belangrijk is om te weten.

Hoewel de HOTO extra werkbelasting vraagt, vinden de normal framework operations (NFO) en overige operationele werkzaamheden gewoonlijk doorgang.

Van belang tijdens de HOTO zijn:

  • Coördinatie met overige in- en uitroterende eenheden (werklastverdeling)
  • Gebruik maken van checklists
  • Gerepareerde en te repareren (hoofd)uitrustingsstukken
  • Rekening houden met de opgedragen voorwaarden (coördinerende bepalingen) van de logistieke (onder)commandanten
  • Rekening houden met overige afwijkingen en beperkingen
  • Timing vanwege NFO en overige operationele werkzaamheden
  • Evaluatie van de HOTO

Terug naar Boven

 

HARD KNOCK

Op niet-vriendelijke, agressieve manier een huis binnengaan. Hierbij wordt de bewoners, na de overtreffende trap van een “knock on the door”, hardhandig gevraagd naar de handel en wandel bij hen en in hun omgeving.

Een hard knock – met name uitgevoerd door Special Forces en lichte infanterie – wordt in zijn algemeenheid niet gewaardeerd door de locals. Omdat verdachten (jackpot) niet in staat mogen zijn tegenstand te bieden, wordt bij een hard knock op een uiterst onvriendelijke manier snel vuuroverwicht gecreëerd: de deur wordt ingetrapt of opgeblazen, geluids- en/of rookgranaten gegooid en naar binnen gestormd. Hard knocks worden dan ook liefst ’s nachts uitgevoerd: verdachten worden hierbij van bed gelicht en geboeid (tie-rips) en geblinddoekt afgevoerd. Hier worden mannen, vrouwen en kinderen gescheiden én naar buiten gestuurd, waarna het huis wordt doorzocht.

Omdat hard knocks allesbehalve routine zijn, vergen dergelijke operaties zéér betrouwbare inlichtingen, ruime voorbereidingstijd en een fase van isolatie. Omdat de gevolgen van een hard knock ongunstig kunnen zijn voor de voortgang van een operatie – te denken valt aan het gewenste positieve effect van hearts & minds – geldt onverminderd het statement van luitenant-kolonel Omer Lavoie (commandant 1 Royal Canadian Regiment Battle Group, 2006-2007): “Soft knock by preference, a hard knock as needed.”

Zie ook: soft knock.

Terug naar Boven

 

HARD TARGET

Een evenement, object of persoon dat door zijn ontoegankelijkheid of onbenaderbaarheid moeilijk te treffen is. Hard targets zijn militaire en/of industriële doelen.

Militaire en/of industriële doelen zijn met name grond- of oppervlaktedoelen, zoals brandstofopslagplaatsen, zich verplaatsende manoeuvreeenheden, verbindingscentra, verzamelgebieden van militair materieel en eenheden en vliegvelden.

Kenmerken van hard targets:

militair doel

minder kwetsbaar doel

collateral damage wordt vermeden

hoge veiligheidsvoorzieningen: beveiligen en bewaken

slecht benaderbaar

slecht toegankelijk

Het tegenovergestelde van hard targets zijn soft targets.

Terug naar Boven

 

HARRIS HF7000

Tactische korte golf-radio die gebruik maakt van een laptop-computer voor het verzenden van informatie. De HF7000 – een station met een radio van 20, 125, 400 of 1000 Watt – is niet alleen ontwikkeld als alternatief communicatiesystemen (met name voor de KL-VSAT), maar ook als primair verbindingsmiddel voor het overbruggen van grotere afstanden dan met de FM9000.

Voor de lange afstandsverbindingen zijn vanaf 1998 de 125, 400 en 1.000 watt-versies van de HF-7000 serie van Harris ingevoerd bij KCT, 11 LMB, THG, 11 Verbindingsbataljon en de gemechaniseerde brigades.

De Harris manpack radio 20 Watt is bovenstaande KL/PRC-7110.

De KL/PRC-7110 is goed voor tactische data- en spraakverbindingen over afstanden van maximaal 400 km en 20 Watt.

De HF7000 maakt zelfs wereldwijde verbindingen mogelijk. Het frequentiebereik is 1,6 MHz - 29,9999 MHz. Maximaal 5 radionetten per station zijn mogelijk, evenals Battle Scene Of Action (noodoproep) en beveiligd data- en spraakverkeer, onder meer dankzij frequency hopping. De Harris HF7000 is interoperabel met andere High Frequency- (korte golf) en enkelzijband (EZB)-systemen.

Initieel zijn de Harris HF7000’s in 1994 bij de KL ingestroomd ten behoeve van de commandovoering met behulp van ‘rearlinks’ en verbindingen binnen het 1ste Duits-Nederlandse legerkorps en 11 Air Manoeuvre Brigade. De radio’s worden gefabriceerd door het Amerikaanse Harris (Rochester, New York). HF7000 is de vernederlandsing van de RF-5000 Falcon Series van Harris.

Zie ook: FM9000, KL-VSAT, Multitel en radiotelefonieprocedure.

Terug naar Boven

 

HARSKAMP, MUITERIJ IN DE

Opstand die plaatsvond op zaterdag 26 oktober 1918 (aan het einde van de Eerste Wereldoorlog) onder soldaten van het 2de en 3de bataljon van het 1ste Regiment Infanterie (1 RI) die waren ingekwartierd op het legerkamp in Harskamp.

Een soldaat op wacht bij de afgebrande barakken na afloop van de muiterij in de Harskamp (© foto: Nederlands Instituut voor Militaire Historie, NIMH).

Op 23 oktober had de Opperbevelhebber van Land- en Zeemacht (OLZ), generaal C.J. Snijders, alle verloven ingetrokken omdat de zich terugtrekkende Duitsers zich door Limburg dreigden te verplaatsen. Nadat op 25 oktober de onrust onder de manschappen al was toegenomen door de te geringe hoeveelheid voedsel die werd uitgegeven èn enkele ruiten van bureaus en de officierskantine waren ingegooid, weigerden op die bewuste dag steeds meer soldaten dienst. Rond 15.00 à 16.00 uur heerste in het legerkamp totale anarchie, waarbij de muitelingen onder invloed van uit de kantine geplunderde sterke drank met scherp schoten, officieren met stenen bekogelden, barakken en de officierskantine in brand staken en de telefoondraden wilden doorknippen.

Door heldhaftig en kordaat optreden van de eerste luitenant Vonk, de tweede luitenant Evers, de vaandrigs Reienga en Thijssen en 20 manschappen van de voortgezette opleidingsschool die in de lucht schoten, was het gezag op de legerplaats rond 21.30 uur hersteld. Het legerkamp in Harskamp was gezuiverd van de muitelingen zonder dat er slachtoffers te betreuren waren.

De NRC schreef hierover: “De wondeplek in ons leger is door het gebeurde schril aan den dag gekomen”, terwijl Het Volk zich afvroeg bij wie de schuldvraag voor deze muiterij lag: “[…] bij hen, die de barakken verbrandden, of bij hen, die dit niet wisten te voorkomen.”

De situatie in Harskamp was het gevolg van gedemoraliseerde troepen na 4 jaar mobilisatie. Door het intrekken van de verloven was de latente tuchteloosheid tot uitbarsting gekomen. Voeg daarbij de al heersende grieven (geringe en slechte voeding, de kantines, de ouderwetse mentaliteit van het officierskorps, de plaatsingen ver van huis, het gebrek aan democratisering en modernisering in het leger, het tuchtrecht en zowel machtsvertoon als willekeur van de legerleiding) en het was een verrassing dat de muiterij zo lang was uitgebleven. Ook in tientallen andere legerplaatsen was het dan ook verre van rustig, maar met het naderende einde van de Eerste Wereldoorlog was dat spoedig voorbij…

Menigeen was in die dagen bang voor een revolutie in Nederland. SDAP-leider P.J. Troelstra trachtte de door de muiterij in Harskamp veroorzaakte onvrede en verwarring te benutten. Op 5 november vroeg hij in een debat in de Tweede Kamer om het vertrek van de OLZ. Een dag later kon de Minister van Oorlog, jonkheer George A.A. Alting von Geusau, weinig anders dan generaal Snijders te verzoeken zijn ontslag in te dienen. Terwijl de regering op 8 november een begin maakte met de demobilisatie van de land- en zeemacht, werd generaal Snijders een dag later eervol ontslag verleend. Op 11 november, de dag waarop de wapenstilstand van de Eerste Wereldoorlog werd getekend, werd luitenant-generaal W.F. Pop (sous-chef van de Generale Staf) benoemd tot waarnemend OLZ.
Troelstra had zich intussen jammerlijk vergist in de gedachte massale hang naar revolutie van de Nederlanders. Toen begin 1919 de demobilisatie was voltooid en de muiterij in de Harskamp allang bijgeschreven in de annalen, was de vermeende revolutionaire golf Nederland gepasseerd.

Bronnen:

  • ‘De vergissing van Troelstra’, Johan S. Wijne, 1999, Uitgeverij Verloren
  • ‘Niet van God en niet voor het Vaderland’, Ron Blom & Theunis Stelling, 2004, Uitgeverij Aspekt
  • ‘Of geweld zal worden gebruikt!’, Ronald van der Wal, 2003, Uitgeverij Verloren
  • Inventaris van het archief van de Koninklijke Landmacht: Generale Staf en daarbij gedeponeerde archieven, (1906) 1914-1940 (1941), H.E.M. Mettes, J.M.M. Cuypers, R. van Velden en E.A. van Heugten, 1997, Nationaal Archief

Zie ook: gevechtsbaan, Infanterie Schiet Kamp (ISK) en insubordinatie.

Terug naar Boven

 

HARTKEK

In het Duits: Hartkek; Panzerkekse; Dauerbackware. In het Engels: hard tack (“soft tack” is vers brood); biscuit; cracker. In het Frans: biscotte; biscuit de campagne.

Luchtdicht verpakte legerbiscuit dat deel uitmaakt van het gevechtsrantsoen en al sinds de Romeinse tijd (panis militaris mundus, dat toentertijd met name geweekt in water door officieren werd gegeten) geldt als broodvervanger.

De harde, droge hartkeks drogen niet uit, omdat ze worden gebakken van tarwebloem en water, in de regel zonder zout, in een verhouding van 10 : 1.

Vanwege de tarwebloem (zetmeel) bestaat 85% van de biscuit uit koolhydraten en vetten. Daarom zijn de hartkeks zeer voedzaam: één gram koolhydraten levert 4 kilocalorieën (17 kilojoule) energie, één gram vet 9 kilocalorieën (38 kilojoule).

Naast het gegeven dat hartkeks een hoge voedingswaarde hebben, zijn ze hongerstillend. Door de neutrale smaak is de hartkek ideaal te combineren met zowel hartig als zoet beleg. Van hartkeks kan ook pap worden gemaakt.

Terug naar Boven

 

H.A.V.E.R.S.A.C.K.S.

Ezelsbruggetje dat in gebruik is ten behoeve van het niet vergeten van essentiële zaken wanneer wordt verplaatst in groepsverband (> 4 personen). Vertaling van het acroniem uit het Engels: "haverzakken". Van origine in gebruik bij het Korps Mariniers, maar steeds vaker gesignaleerd bij de Koninklijke Landmacht:

Heb altijd kaart, kompas, potlood, lamp, fluit, reccoblokjes, visibilitycard, aansteker en/of windlucifers en lawinekoord op de man

Altijd de juiste kleding dragen

Voor noodgevallen noodrantsoenen

Er zeker van zijn de juiste persoonlijke en groepsuitrusting bij je te hebben

Routeplanning en een routekaart achterlaten

Steeds in groepen van 4 of meer personen verplaatsen

Altijd op de hoogte zijn van de dichtst bijzijnde mountain rescue post, ziekenhuis en belangrijke telefoonnummers

Controleer het gebruik van energie en keer op tijd terug

Ken de internationale noodseinen

Speciale aandacht voor locale informatie over weer en terrein

(Met dank aan: sm-vplk P.H., IDGO)

Terug naar Boven

 

HAVIK

In tegenstelling tot de duif is de havik begerig, oorlogszuchtig, roofzuchtig en wreedaardig. De havik, normaliter afgestompt, korzelig en ruw, wil liever vandaag dan morgen ten strijde trekken, ook zonder dat er sprake is van een duidelijke en directe dreiging.

Een havik wacht zijn kans schoon om te bedreigen en bestormen.

“De baaierd aan adviezen die staatshoofden in tijden van spanningen en conflicten krijgen, valt meestal in twee categorieën uiteen. Aan de ene kant staan de haviken: zij geven doorgaans de voorkeur aan krachtdadig optreden, zijn meer geneigd strijdkrachten in te zetten, en zullen eerder betwijfelen of het een goed idee is om concessies te doen. Zij ontwaren in het verre buitenland veelal onwrikbaar vijandige regimes, die maar één taal verstaan: geweld. Aan de andere kant staan de duiven, sceptisch over het gebruik van geweld, en meer geneigd om naar politieke oplossingen te zoeken. Waar haviken bij hun tegenstanders vrijwel uitsluitend vijandigheid waarnemen, wijzen duiven dikwijls op aanknopingspunten voor een dialoog.”

(Psycholoog Daniel Kahneman (Nobelprijswinnaar voor Economie in 2002) en psycholoog Jonathan Renshon (onder andere auteur van ' Why Leaders Choose War. The Psychology of Prevention’ uit 2006) in ‘Over oorlog en vrede wordt niet rationeel beslist: waarom haviken vaak winnen van duiven’, NRC Handelsblad, 3 februari 2007, overgenomen uit Foreign Policy (Why Hawks Win’, januari/februari 2007).

Terug naar Boven

 

HAZMATID PORTABLE CHEMICAL IDENTIFIER

De HazMatId, geproduceerd door het Franse bedrijf Smiths Detection, is een hightech draagbaar meettoestel voor de identificatie van onbekende vloeistoffen en poeders en gassen.

Het toestel kan ruim 32.000 stoffen identificeren, waaronder zenuwblokkerende en blaartrekkende strijdmiddelen, (toxische industriële) chemicaliën, explosieven, drugs en pesticiden.

Het apparaat, waarvan er één is ingedeeld bij de HPG-groep op brigadeniveau (Operationeel Ondersteuningscommando Land: twee stuks), herkent stoffen aan de hand van infrarood spectroscopie. Binnen 20 à 120 seconden kan het apparaat uit de aangetroffen, onbewerkte stof een vergelijking maken met de stoffenlijst in het eigen databestand. Hierdoor is het mogelijk de commandant in een vroeg stadium te informeren over aangetroffen stoffen in het inzetgebied.

De koffer van de HazMatID is waterdicht; het toestel heeft een touchscreen en is via muis en toetsenbord te benaderen.

afmetingen

44,4 x 30,5 x 19 cm

decontaminatie

ontsmetting mogelijk met water (alleen indien werkend op batterijen)

vochtigheid

0-100%

temperatuur

7-50° Celsius

gebruikte technologie

FTIR-spectroscopie (Fourier-Transform Infrarood Spectroscopie)

gewicht toestel zonder koffer

10,4 kg

oplaadtijd batterijen

3 uur

prijs

€ 55.000

spanning

220 Volt, verwisselbare batterijen, sigarettenaansteker 12-24 Volt DC (gelijkstroom)

toebehoren

batterijen, batterijlader, batterijoplader via sigarettenaansteker voertuig (12-24 V DC), elektrisch snoer voor aansluiting op netspanning, handleiding, oprolbaar toetsenbord, muis, transportkoffer, USB-sleutel van 512 MB

werktijd op batterijen

2 uur

Terug naar Boven

 

HEARTS & MINDS

Letterlijk: "harten en zielen" . De "battle for the hearts and minds" is een serieuze opgave voor moderne krijgsmachten. Immers: wie de harten van de lokale bevolking wint, wint hun mening en dus gemakkelijker hun steun. Door middel van hearts and minds-projecten zal moeten worden geïnvesteerd in een goede verstandhouding met de lokale bevolking, die tevens een waardevolle bron van informatie is wat betreft activiteiten die de eigen troepen kan benadelen.

Uiteindelijk geldt: "To fight the battle for hearts and minds is to to win the hearts and minds of the local population."

Ten behoeve van de (tactische) Force Protection is - naast goede inlichtingen, materieel en moreel van de troepen - ook de bevordering van de steun aan de bevolking door middel van hearts and minds-projecten belangrijk. Dat weten de Britten als gevolg van hun campagnes van de Special Air Service (SAS) in Borneo, Maleisië en Oman en leerden de Amerikanen in de Vietnamoorlog.

Bij de SAS ontfermden de medics zich over de gezondheid van de lokale bevolking, peuterden intussen informatie uit hen los, leerden hun taal en gebruiken en gaven hen brandstof e.d. Een erfenis uit de Vietnamoorlog is PsyOps (psychologische operaties). In een poging om de hearts and minds van de Zuid-Vietnamezen voor zich te winnen, hielpen de Amerikanen oorden die zich afkeerden van de Vietcong. Maar PsyOps had een schaduwzijde: oorden die niet met de Amerikanen wilden samenwerken werden gestraft.

Bij hearts and minds draait alles om de acceptatie van de aanwezigheid van een vreemde mogendheid op andermans grondgebied. Hearts and minds is dan ook, niet vreemd, een combinatie tussen CIMIC (Civiel-Militaire Samenwerking) en PsyOps.

Hearts and minds-projecten zijn meestal kleinschalig en worden uitgevoerd door of onder leiding van CIMIC. Defensiematerieel of aangekocht civiel (bouw)materieel wordt aangewend ten bate van de lokale economie: bijvoorbeeld verbindingen, openbare voorzieningen, scholen en water- en energievoorzieningen worden verbeterd (door de genie) en medische hulp wordt geboden (door de geneeskundige dienst). Vaak raken hearts and minds-projecten het werkgebied van de ontwikkelingssamenwerking.

Zie ook: inktvlekstrategie en W.H.A.M.

Terug naar Boven

 

HECHTEN

In de film ‘First Blood’ (1992) hecht John Rambo zelf met naald en draad, zonder verdoving, zijn gapende armwond nadat hij is gewond geraakt.

Terug naar Boven

 

HECKLER & KOCH HK 416

Wapen ten behoeve van de leden van het Korps Commandotroepen dat medio 2010 haar intrede deed ter vervanging van de Diemaco-karabijn C8A1GD (met geluiddemper of suppressor). De HK 426 is de kleinkalibervariant van de HK 417 (7.62 mm). Het wapen heeft een zgn. Quad Rail (gepantenteerd railsysteem van Heckler & Koch: Free Floating Handguard System), waarop alle accessories gemakkelijk aan het wapen worden gemonteerd (helderheidsversterker, infrarood, laser, richtmiddel, witlicht e.d.). Na onderhoud aan het wapen hoeft de Quad Rail met zijn accessoires niet steeds opnieuw te worden ingesteld.

De HK416 beschikt over een verbeterde kolf met verschillende stelmogelijkheden, een bolle en holle schouderpad en opbergmogelijkheden voor bijvoorbeeld batterijen, inbussleutels, wapentoebehoren e.d.

Vanuit het water kan het wapen onmiddellijk worden gebruikt, zonder het eerst droog te maken en te onderhouden. Daarnaast heeft het wapen allerhande ultramoderne noviteiten, zoals het gebruikmaking van alle gangbare types geluiddempers en de bevestiging van vertical foregrips. Voor het verschieten van brisante munitie op middellange afstanden kan de binnen de KL gebruikte granaatwerper van Heckler & Koch onder het wapen worden gemonteerd.

Ook beschikt het wapen over een verbeterde kolf met zes verschillende stelmogelijkheden, een holle en bolle schouderpad en opbergmogelijkheden voor bijvoorbeeld een inbussleutel, batterijen of wapentoebehoren.

Specificaties:

effectieve dracht

365 meter

gewicht met 10,4 inch loop en gevuld 30-schotsmagazijn

3,64 kg

gewicht met 14,5 inch loop en gevuld 30-schotsmagazijn

4,11 kg

kaliber

5.56 x 45 mm

loop

eenvoudig te wisselen van standaard 14,5 inch naar 10,4 inch

mondingssnelheid 10,4 inch loop

774 meter per seconde

mondingssnelheid 14,5 inch loop

850 meter per seconde

patroonmagazijn

stalen magazijn voor 20 of 30 patronen

vuursnelheid700 à 900 schoten per minuut

vuurregeling

semi- of volautomatisch

Terug naar Boven

 

HEILDRONK

Synoniemen: feestdronk, toost. Duits: einen Toast auf jemands Wohl aussprechen. Engels: drink a toast to somebody. Frans: porter un toast à quelqu'un.

Vorm van ceremonieel dat binnen de krijgsmacht met het nodige decorum wordt gehouden. Traditiegetrouw wordt door het bijeengekomen personeel op een militaire locatie gezamenlijk een dronk uitgebracht op iemands welzijn. In het bijzonder geldt dit de verjaardagen van de Koning(in) of andere leden van het Koninklijk Huis.

Hierbij wordt staande een glas oranjebitter geheven en geproost op Hare Majesteit Koningin Beatrix dan wel een ander lid van het Koninklijk Huis. Nadat in koor de heilwens “Dat zij leve!” is uitgesproken (wat zoveel betekent als “Dat zij nog lang mag leven!”), wordt het glas ad fundum leeggedronken.

Voorafgaand aan de heildronk wordt in front van de troep door de oudste officier in rang kort het woord gericht over op wie zal worden getoost.

Het heffen van het glas moet met gebogen in plaats van gestrekte armen plaatsvinden, uit eerbied voor en gepaste nederigheid naar het Koninklijk Huis. Bij het uitbrengen van de heildronk wordt het glas vastgehouden bij de steel. Bij een heildronk op leden van de Koninklijke familie blijft het narichten achterwege en wordt vóór het drinken alleen op de uitbrenger van de toost gericht. Na de heildronk wordt het Wilhelmus ten gehore gebracht; hierbij staat iedereen in de houding (uiteraard zonder glas in zijn hand).

Terug naar Boven

 

HEIMLICH-MANOEUVRE

In het Duits: Heimlich-Manöver; Heimlich-Handgriff. In het Engels: Heimlich maneuver. In het Frans: manoeuvre de Heimlich; méthode de Heimlich.

Genaamd naar de Amerikaanse arts dr. Henry J. Heimlich (1920), die de methode als eerste beschreef in 1974. De Heimlich-manoeuvre is een methode om een blokkade van de luchtwegen te verhelpen en aldus verstikking te voorkomen.

Wanneer bij een acute verstikking de luchtwegen niet kunnen worden vrijgemaakt, zit de obstructie meestal in de buurt van het strottenhoofd. Als de luchtwegen boven de splitsing in de twee hoofdbronchiën (bifurcatie of carina) zijn verstopt met een zgn. 'vreemd lichaam', waardoor er geen zuurstofuitwisseling meer plaatsvindt, moet onmiddellijk de Heimlich-manoeuvre worden toegepast.

Hierbij wordt met kracht de in de longen aanwezige lucht naar buiten geperst, waarmee wordt geprobeerd de obstructie te verhelpen en het materiaal naar buiten te werken.

De Heimlichmanoeuvre kan op twee manieren worden uitgevoerd:

KLOPPEN OP DE RUG:


>>> houd het slachtoffer met de borstkas rechtop;

>>> laat het hoofd van het slachtoffer zover mogelijk voorover zakken om de zwaartekracht te benutten;

>>> geef een serie van 3 tot 5 stompen met de vuist op de rug van het slachtoffer tussen de schouderbladen.

DUWEN OP DE BUIK:


>>> ga achter het slachtoffer staan;

>>> sla de armen om zijn middel;

>>> grijp met de ene hand de vuist van de andere hand;

>>> plaats de handen tegen de buik van het slachtoffer tussen de navel en de onderzijde van het borstbeen;

>>> druk krachtig en snel de vuist in de buik en omhoog;

>>> bij géén resultaat: handeling tot 5 maal herhalen.

Terug naar Boven

 

HELICOPTER HANDLING INSTRUCTOR

Afgekort: HHI. Eindverantwoordelijke voor alle helicopter-handling op de grond: alle handelingen die nodig zijn om het optreden met helikopters uit zowel binnen- als buitenland, militair en/of civiel, zowel bij dag als bij nacht, voor alle betrokken partijen op een zo veilig mogelijke wijze te laten verlopen.

De functie van HHI is gericht op de organisatie én alle helikoptertechnisch gerelateerde handelingen op een landing point.

Onder deze handelingen vallen alternatief in- en uitstijgen van een helikopter, cargo-nets, dangerous air cargo (DAC), Helicopter Underslung and Loading Equipment (HUSLE), interne en externe ladingen, paradroppingen, troop-drills conform Basis Helikopter Training (BHT) en Under Slung Loads (USL).

De HHI, die in een cursus bij de School Grond Lucht Samenwerking (SGLS) wordt opgeleid en gecertificeerd, is bevoegd om:

  • air loading table (helikopterbeladingstabel) voor verplaatsingen door de lucht samen te stellen; dit is de tabel waarop de verdeling van pax en interne/externe cargo over de beschikbare helikopters staat vermeld
  • air movement table (luchtvervoerschema) voor verplaatsingen door de lucht samen te stellen; dit is het brondocument
  • eenheden te adviseren over welk materiaal een bepaald helikoptertype kan vervoeren
  • landingsterreinen te verkennen
  • luchttransportabel materieel gereed te (laten) maken voor vervoer per helikopter
  • mogelijke landingsterreinen te vrijwaren van vijand of landmijnen
  • personeel verplicht te briefen in het kader van de veiligheid bij luchtverplaatsingen door helikopters (o.a. brown out, downwash, white out)

De HHI kan bij ernstinzet met helikopters deel uitmaken van een Mobile Air Operations Team (MAOT), dat vooraf landingsplaatsen verkend.

Terug naar Boven

 

HELIKOPTERLANDINGSPLAATSUITRUSTING

Uitrusting die nodig is bij het aan de grond zetten en/of laten wegvliegen van helikopters.

De uitrusting bestaat uit:

anemometer (windsnelheidsmeter)

ballistische (scherfwerende) bril

clinometer (hellingshoekmeter)

firefly (stroboscooplamp)

kompas Recta DP-6

markeerlint

marker panel (gronddoek)

noodseinspiegel

sleeves (reflecterende mouwstukken)

static probe (antistatisch elektrisch draadsamenstel om de statische elektriciteit van de helikopter af te voeren alvorens een landing aan- of af te haken)

zaklantaarns

Terug naar Boven

 

HELM

Formeel: gevechtshelm, composiet, para. Duits: Gefechtshelm. Engels: helmet. Frans: casque.

De gevechtshelm, composiet, para (M95)

De huidige Nederlandse helm - sinds de 15de eeuw één der oudste militaire beschermingsmiddelen - voor alle reguliere eenheden is de M95 (krijgsmachtbreed ingevoerd in 1995), die door de fabrikant het model Schuberth B826 wordt genoemd. Dit is een van origine Duitse helm, die wordt geproduceerd door Industrias y Confecciones (Induyco) in Spanje. De helm is de opvolger van de Amerikaanse M53, die in Nederland ruim 4 decennia dienst heeft gedaan; sinds de Eerste Wereldoorlog volgde Nederland achtereenvolgens de Duitse (Stahlhelm M16), Franse, Britse en Amerikaanse helmdracht.

De M95 - een Personnel Armour System Ground Troop-helmet (PASGT-helm) - weegt, afhankelijk van de maatvoering, 1.350 tot 1.500 gram, is verkrijgbaar in de maten XS, S, M, L en XL en wordt geperst uit 16 lagen van de hoogwaardige kunststof aramide-fenol (Kevlar® ) en hars. De helmrand is verstevigd met twee ringen aramide-fenol. De M95 biedt hierdoor een optimale bescherming.

De M95 met camouflagepatroon desert

De RBH 303 AU-helm zoals die wordt gedragen door het Korps Commandotroepen

De helm bestaat uit de helmschaal, het noppenbinnenwerk met draagnet, een instelbare lederen hoofdband en een driepunts kinriem die is voorzien van zowel snel- als veiligheidssluiting.

Binnen de Nederlandse Special Forces wordt sinds 2004 de RBH 303 AU (Australian) van Rabintex Industries uit Israël gedragen. Deze helm, ook bekend als de Enhanced Combat Helmet (ECH), is niet door Defensie aangekocht maar door het Korps Commandotroepen. De helm weegt 1.300 gram en is verkrijgbaar in de maten S, M, L en XL. Redenen voor de aanschaf waren onder andere de integratie van communicatieapparatuur die met de reguliere helm onmogelijk bleek, het lichtere gewicht in verband met langdurig en veelvuldig optreden te voet en het feit dat de voorzijde (rand) van de helm de liggende schiethouding negatief beïnvloedt.

De Kevlar® legerhelmen fungeren, behalve als ballistisch beschermingsmiddel, ook als geluidsversterker, zonneklep, oorbeschermer en bescherming tegen koude, regen en zon. Beide helmen voldoen aan de normen zoals die zijn vastgelegd in de STANAG 2902 (‘Criteria for a NATO combat helmet’).

Medio 2011 zal binnen de krijgsmacht een (draag)comfortabele, lichtere helm instromen zoals die momenteel door de Nederlandse Organisatie voor toegepast-natuurwetenschappelijk onderzoek (TNO Integrated Head Protection van het Soldier Modernisation Programme) wordt ontwikkeld. Het beschermingsniveau hiervan kan worden opgeschaald met beschermingsstukken voor kin, nek en oren die op de nieuwe helm worden geplaatst. Daarnaast zal de helm geheel zijn aangepast aan het meenemen van nu nog losse onderdelen, zoals ballistische stof- of zonnebril, driedimensionaal kompas, earplug voor communicatie en nachtkijker.

In maart/april 2008 werd er nog hevig discussie gevoerd door vakbonden en sommige politici, omdat sommige militairen ten behoeve van de missie in Uruzgan zelf een helm kochten. De huidige, uit de jaren '90 stammende uitrusting zou niet berekend zijn op uitzending naar extreme gebieden als Irak en Afghanistan.

De Commandant der Strijdkrachten, generaal Dick Berlijn, reageerde op 4 april 2008: “Ik zie veel mensen lopen met “non-government issued” zaken. Niet alleen laarzen, maar ook helmen, magazijnen, jassen en zelfs richtmiddelen worden zelf aangeschaft. En wat nog bijzonderder is, worden getolereerd.” […] “Het gras van de buurman is altijd groener”, luidt een bekend gezegde. Het feit dat anderen met andere spullen rondlopen, wil niet zeggen dat de eigen spullen slecht zijn. Een eenheid die er uitziet als een allegaartje, geen eenheid van tenue laat zien, boezemt geen gezag in.” […] “Als Defensie spullen voert die niet goed zijn, hebben we procedures om ervoor te zorgen dat er betere spullen komen. Het zelfstandig uitrusting aanschaffen en dat als commandant bovendien tolereren is niet goed. Help mij de goede zaken aanschaffen en handhaaf eenheid van tenue.”

Terug naar Boven

 

HERCULES C-130

Het meest gebruikte transportvliegtuig ná de Tweede Wereldoorlog is sinds 1994 ook in gebruik is bij de Koninklijke Luchtmacht. In de Verenigde Staten vloog de eerste Hercules al op 23 augustus 1954.

Nederland heeft de H-30-uitvoering, d.w.z. de verlengde versie. De toestellen, uitgevoerd in het grijs, hebben de namen ‘Ben Swagerman’ (G-273) en ‘Joop Mulder’ (G-275).

Beide toestellen zijn ingedeeld bij 336 Squadron op de Vliegbasis Eindhoven.

Foto-impressie van het Lockheed Hercules C-130 middelzwaar transportvliegtuig

336 Hercules Squadron, gestationeerd op de Vliegbasis Eindhoven, is opgericht op 23 oktober 2007.

Feitelijk gaat het om de heroprichting van 336 Squadron, dat voor het eerst het levenslicht zag in 1961 in toenmalig Nederlands Nieuw-Guinea, waar het vanaf de vliegbasis Mokmer (Biak) met zes Douglas C-47 Dakota’s het militaire luchttransport in Nieuw-Guinea verzorgde. In 1962 ging dit squadron ter ziele.

Het tweede 336 Squadron zag in 1981 in Soesterberg het levenslicht. Het voerde vanaf de luchthaven Hato bij Willemstad (Curaçao) met Fokker F-27 Maritime's taken uit boven de Nederlandse Antillen. De inzet – voornamelijk kustwachtpatrouille, Search and Rescue (SAR), surveillance en transport – werd in 2000 beëindigd en overgenomen door Lockheed Orions; de toestellen werden afgestoten.

De wapenspreuk van 336 Squadron is ‘Sudore Ac Pulvere’ (‘Zweet en Stof’).

Het squadron bestaat uit 2 al aanwezige Herculessen en 2 van de U.S. Navy overgenomen Herculessen van het type EC-130-Q; zij worden aangepast aan de Nederlandse standaard. 336 Squadron is een afsplitsing van 334 Squadron. In 334 Squadron blijven een DC-10, twee Fokker-50’s, een Gulfstream en twee KDC-10’s ingedeeld. Het aantal medewerkers wordt uitgebreid naar ± 140, onder wie 72 vliegende bemanningsleden. Er komen in totaal 16 bemanningen, zodat de toestellen optimaal inzetbaar zijn.

Het toestel is door de grote achterlaadklep (ramp) niet afhankelijk van speciale be- en ontladingsfaciliteiten op luchthavens. Omdat de C-130 Hercules beschikt over een zeer ruime actieradius, een nuttige laadcapaciteit en prima Short Take Off & Landing (STOL-) eigenschappen, is het toestel bij uitstek geschikt voor de meest gevarieerde strategische luchtopdrachten.

Specificaties:

actieradius

7.200 km (4.475 mijl)

bemanning

4 (2 piloten, 1 flight-engineer, 1 loadmaster)

hoogte

11 meter 66

lengte

29 meter 79

maximale lading

44 ton

maximumsnelheid

602,5 km per uur

motoren

4 x Allison T56-A-15 turboprop

motorvermogen

4 x 4.910 pk (3.610 kW)

plafond

13.075 meter (bijna 43.000 voet)

spanwijdte

40 meter 41

vleugeloppervlak

162,11 m²

zelfbeschermingsmiddelen

tegen infrarood- en radargeleide raketten (chaff en flares)

Op 22 november 2005 heeft het Ministerie van Defensie het contract getekend voor de aanschaf van twee extra C-130 Hercules vliegtuigen. Het betreft de uitbreiding van de Hercules-vloot met een derde en vierde toestel.

Zie ook: V.L.A.G.E.S.

Terug naar Boven

 

HERKENNINGSPLAATJE

Afgekort: hepla. Duits: Erkennungsmarke. Engels: dog tag; identity disc; identification tag. Frans: plaque d'identité militaire. Ook genoemd: hondenpenning; identiteitsplaatje; val-dood-plaatje.

Metalen plaatje dat door de militair wordt gedragen met als doel identificatie wanneer hij om het leven is gekomen. Wordt aan een ketting om de hals gedragen. Het herkenningsplaatje kan in twee delen worden gebroken; op elk deel staat dezelfde informatie.

Naast het herkenningsplaatje kan een opgemaakte gebitsstatus eveneens dienen als identificatiemiddel. Als de militair gewond raakt, kan de informatie op het herkenningsplaatje worden gebruikt bij bloedtransfusies van militaire en civiele donors.

Het eerste Nederlandse herkenningsplaatje is ontwikkeld door de Nederlandse bio- en geoloog prof. dr. Gustaaf Adolf Frederik Molengraaff (1860-1942).

Nederlands herkenningsplaatje

In 1900 raakte hij in Transvaal verzeild in de Boerenoorlog: hij werd aangesteld als organisator van het Identiteitsbureau van het Rode Kruis, dat gegevens uitwisselde over gevangenen, gewonden en gesneuvelden van beide oorlogvoerende partijen. Sindsdien is het identiteitsplaatje algemeen in gebruik geraakt.

Bij Ministeriële Beschikking van 10 mei 1905 neemt het Nederlandse leger het herkenningsplaatje in gebruik, uit overweging dat het “wenschelijk is dat de identiteit van in den oorlog gesneuvelde militairen beter vastgesteld kan worden.”

Het huidige Nederlandse herkenningsplaatje is medio 1953 in gebruik genomen. Het is van chirurgisch staal, blijft daardoor onder alle weersomstandigheden degelijk, meet 57 mm (lengte) bij 50 mm (breedte) en is voorzien van voorletters, achternaam, registratienummer, nationaliteit (NL), geloofsovertuiging (ten behoeve van de Geestelijke Verzorging), bloedgroep en rhesusfactor.

De informatie is in het metaal gestanst, terwijl de hoeken van het herkenningsplaatje zijn gerond. Het wordt gedragen aan een ±70 cm lange ketting die bij overbelasting op de schakels breekt. Het Gezondheidscentrum bestelt met een formulier voor bloedgroepbepaling (DF 3508002) het herkenningsplaatje bij de Militaire Bloedbank (MBB) en verstrekt het plaatje vervolgens door aan de drager.

De draagplicht van het herkenningsplaatje is vastgelegd in de Landmachtorder (LAO) 53/15A: “Al het personeel in werkelijke dienst dient in het bezit te zijn van een herkenningsplaatje en dit op de voorgeschreven wijze (om de hals en op de blote borst) te dragen. Uitzonderingsbepalingen in vredestijd: indien het militaire uniform niet wordt gedragen is de verplichting niet van kracht. Voor personeel werkzaam aan machines of motoren met onvoldoende afgeschermde draaiende delen dient door werkplaats cq. eenheidscommandanten voor duur van die werkzaamheden een draagwijze te worden voorgeschreven die de bedrijfsveiligheid niet in gevaar brengt.”

In Landmachtorder 15/3A van 29 juni 1998 is in punt 2B weergegeven: “Indien het dragen van het herkenningsplaatje om de hals risico’s met zich mee brengt, dient het te worden meegedragen in de linker borstzak.” Beide Landmachtorders zijn terug te vinden in VS 2-1100. Ook in hoofdstuk 5 (Inwendige dienst) van het HAMIL is de bepaling terug te vinden.

Op de man wordt de ketting van het herkenningsplaatje dikwijls in een schoenveter geregen, wat het draagcomfort verbetert.

In artikel 16 van het eerste Verdrag van Genève (1929) is bepaald dat de “bij een conflict betrokken partijen binnen de kortst mogelijke tijd alle gegevens moeten registreren welke van nut kunnen zijn om de in haar handen gevallen gewonden, zieken en doden van de tegenpartij te identificeren.” In artikel 17 van de tweede Conventie van Genève (1949) staat onder andere dat “de bij het conflict betrokken partijen er zorg voor dragen dat het begraven of verbranden der doden wordt voorafgegaan door een nauwkeurig onderzoek teneinde de dood en identiteit vast te stellen en een verslag mogelijk te maken. De helft van het tweedelige identiteitsplaatje, of het enkelvoudige plaatje in zijn geheel, zal daarbij aan het lijk bevestigd blijven.”

Artikel 17 gaat uit van cremeren of begraven der doden. Hetzelfde geldt voor VS 10-12 (Gravendienst), dat spreekt van de Tijdelijke Militaire Begraafplaats (TMB); in hoofdstuk 6, punt 25D, staat dat de TMB “de ene helft van het herkenningsplaatje door zorg van het Gravendienstpersoneel wordt bevestigd aan een voorgenummerd grafteken en de andere helft om de hals van de dode blijft.”

STANAG 2070 (Emergency War Burial Procedures) standaardiseert de procedures voor een noodbegrafenis (veldgraf) van een andere NAVO-lidstaat, de vijand en non-combattanten. Het geeft onder meeer aan dat, in geval van een noodbegrafenis, de ene helft van het plaatje op het lichaam blijft en de andere helft wordt afgevoerd met de persoonlijke bezittingen. Nederland wijkt hier echter vanaf: bij Nederlandse doden blijft het herkenningsplaatje tweedelig om de hals. Na identificatie volgt zo spoedig mogelijk repatriëring van het stoffelijk overschot naar Nederland.

Het herkenningsplaatje blijft te allen tijde om de hals van de overledene. Pas indien de Gravendienst de zorg voor de overledene overneemt kan het scheiden van beide delen van het herkenningsplaatje plaatsvinden met behulp van de breekrand. Vervolgens kan het aan een grafmarkeringsteken (bijvoorbeeld een kruis) op een TMB worden vastgemaakt, die alleen geldt bij een noodbegrafenis:

  • bij NBC-/CBRN-besmette patiënten
  • wanneer geen afvoercapaciteit voor de overledene beschikbaar is
  • wanneer iemand is overleden aan de gevolgen van een besmettelijke ziekte

Zonder herkenningsplaatje wordt de kans op identificatie aanzienlijk gereduceerd; ook patiënten moeten daarom altijd het herkenningsplaatje dragen. Tevens behoort, indien wordt gevlogen, de controle op aanwezigheid van het herkenningsplaatje tot de handelingen op afwachtings- en chalkverzamelpunt. Ook moet de baancommandant van een schietdag al vóór vertrek uit de vredeslocatie hebben gecontroleerd of iedereen het herkenningsplaatje draagt.

(Met dank aan: sergeant majoor G.B.K. Jonker, Bergings- en Identificatie Dienst.)

Zie ook: Militaire Bloedbank en meat tag.

Terug naar Boven

 

HERSTELTIJDGRENZEN

Grenzen die worden toegekend aan de maximaal te benutten hersteltijd van defect materieel óf defecte maar herstelbare reservedelen per eenheid.

De hersteltijdgrens voor de Sergeant-Majoor Onderhouds Diagnosticus (SMOD) bij de compagnie bedraagt 2 uur – de zgn. Battle Damage Repair (BDR).

Binnen het bataljon – d.w.z. het herstelpeloton van de herstelcompagnie – bedraagt de hersteltijdgrens 6 uur. In het brigadegebied bij de herstelcompagnie is die hersteltijdgrens dezelfde.

In het divisieachtergebied, bij de directe steun-eenheden van de divisie, is de hersteltijdgrens 12 uur.

De hersteltijdgrenzen van 2, 6 of 12 uur maken het ideaal gesproken mogelijk om zo veel als mogelijk de goederenstroom in de richting van de voorste lijn eigen troepen (VLET) te kunnen continueren, juist ook wanneer het gevecht wordt gevoerd.

Terug naar Boven

 

HESCO'S

Voluit: HESCO Concertainer®. Vierkante, gegalvaniseerd stalen omhulsel met een stoffen bekleding van 2 mm dik geotextiel (ongeweven polypropyleen, vergelijkbaar met jute) die wordt volgestort met grind, puin of zand om een defence-wall (verdedigingsmuur) te bouwen ter bescherming tegen detonaties en blast. Het gepatenteerde ontwerp van de HESCO Concertainer® is voor het eerst gebruikt tijdens de Golfoorlog van 1990/’91.

De defence-wall is bestand tegen de impact van projectielen van kleinkaliberwapens, mitrailleurs en mortieren, maar in de regel niet (tenzij extra verstevigd, eventueel met zandzakken) tegen de impact van projectielen van artillerie en tanks.

In missiegebieden met een hoog dreigingsniveau worden 20-voet-containers ommuurd met HESCO’s om bunkers en andere schuilplaatsen voor personeel en materieel te creëren. Door een bovendekking aan te brengen van hetzelfde materiaal, eventueel aangevuld met zandzakken, is sprake van een redelijke bescherming tegen artillerie- en tankvuur. Om een 20-voet-container te ommuren tot bunker is 170 kubieke meter (in VS en UK: 222 kubieke yard) vullingsmateriaal - grind, puin of zand - nodig.

HESCO’s kunnen daarnaast onder meer worden gebruikt voor het construeren van:

checkpoints

gescheiden woon- en werkgedeelten op een compound

observatieposten (OP’s)

omheiningen van een compound

opslagplaatsen voor klasse V (munitie) en overig materieel

parkeerplaatsen

wachtposten

De firma HESCO claimt dat het aantal manuren bij gebruik van de zeer snel te bouwen HESCO’s ruim zesmaal lager is dan bij het gebruik van zandzakken, zoals te zien in onderstaand schema:

muur bouwen van ± 1.500 zandzakken

vergelijkbare muur bouwen van HESCO’s

10 militairen doen er 7 uur (420 minuten) over

3 militairen doen er 20 minuten over

X 3

X 10

30 militairen doen er 1.260 minuten over

30 militairen doen er 200 minuten over

Zie ook: prefab en vuurpositie.

Terug naar Boven

 

HET NIEUWE WERKEN

Afgekort: HNW. Bij de Hoofddirectie Informatievoorziening & Organisatie (HDIO) van de Bestuurstaf van het Ministerie van Defensie is gewerkt aan een beleidsdocument over deze nieuwe werkvorm, die voorlopig de titel ‘Genetwerkt samen werken’ (GSW) heeft meegekregen.

 

Terug naar Boven

 

HEUPVUUR

Afgekort: hpvu. Ook genaamd: sproeivuur. Het afgeven van vuur tegen plotselinge doelen op korte afstand, waarbij snel vuur afgeven de voorkeur heeft boven gericht vuur afgeven.

Met heupvuur kunnen al rennend 2 à 3 schoten worden afgevuurd, waarna in dekking dient te worden gegaan. Ideale wapens voor het afgeven van heupvuur zijn handzame (semi-)automatische kleinkaliberwapens, zoals de pistoolmitrailleur UZI en de Kalasjnikov AK-47.

Terug naar Boven

 

HEUTSZ, JOHANNES BENEDICTUS VAN

Nederlands officier, geboren te Coevorden in 1851 en overleden te Montreux in 1924. In 1873 meldt Van Heutsz zich aan bij het Koninklijk Nederlands Indisch Leger (KNIL); zijn eerste optreden in Atjeh leverde hem in 1876 als eerste luitenant de Militaire Willemsorde op.

Vanaf 1896 slaagde hij erin - eerst als militair commandant en later als civiel en militair gouverneur - de slepende Atjeh-oorlog na harde strijd ten goede van het Nederlandse gouvernement te keren. In september 1897 werd hij chef van de generale staf in Batavia (Jakarta). Het veroveren én vestigen van het Nederlandse gezag in de Indonesische archipel - toentertijd pacificatie genoemd - kreeg aan het begin van de 20ste eeuw dankzij Van Heutsz een stevige impuls.

Generaal J.B. van Heutsz.

In 1900 werd Van Heutsz bevorderd tot generaal. Nadat Atjeh geheel was gepacificeerd werd hij in 1904 (tot 1909) zelfs gouverneur-generaal van Nederland-Indië. Hij kreeg de bijnaam 'Pacificator van Atjeh'.

Van Heutsz was bij leven controversieel: hij was géén meeloper en bekritiseerde alles en iedereen. Bekend is zijn opmerking tegen pas gearriveerde KMA-officieren in Nederlands-Indië: ‘Kom je van de academie? Dan ken je natuurlijk niets’ (‘J.B. van Heutz, leven en legende’ door J.C. Witte, 1976, pagina 63).

Toch heeft hij door daadkrachtig uitvoering te geven aan de buitenlandpolitiek het koloniaal prestige van Nederland weten te herstellen. Ook beijverde hij zich serieus voor de ontwikkeling van de plaatselijke economie en organiseerde volksonderwijs.

Helaas werd tegen het einde van zijn ambtstermijn zijn positie ondermijnd door de kritiek op de geweldsexcessen bij het breken van het verzet in Atjeh.

Toch heeft Van Heutsz voor de erkenning en vestiging van het Nederlands gezag in Nederlands-Indië zeer veel gedaan.Onder zijn onderhebbenden was Van Heutsz daarnaast zeer gezien, omdat hij zich altijd temidden van de troepen bevond.

Op 1 juli 1950 werd het Regiment Van Heutsz opgericht, in eerste instantie als een opleidingseenheid die de traditie van het KNIL moest voortzetten. Het eerste wapenfeit voor het nieuwbakken regiment was de deelname aan de Korea-oorlog in het Nederlands Detachement Verenigde Naties.

Vervolgens leidde het regiment de Suriname-compagnieën voor de Troepenmacht in Suriname (TRIS) op. Daarna maakte het regiment naam met de Infanterie Beveiligings Compagnieën (IBC), 48 Pantserinfanteriebataljon op de Koning Willem I-kazerne te 's-Hertogenbosch en 12 Infanteriebataljon Luchtmobiel Air Assault (AASLT) op de Oranjekazerne te Schaarsbergen.

De meest verspreide foto van luitenant-generaal J.B. Van Heutsz werd op 3 februari 1901, de vijftigste verjaardag van de bevelhebber, gemaakt door Christiaan Benjamin Nieuwenhuis (1863-1922).

De fotograaf was op uitnodiging van Van Heutsz met de militaire expeditie vanuit Kota  Radja meegegaan naar Samalanga, waar hij de krijgsverrichtingen volgde.

In de regio Samalanga, aan de noordoostkust van Atjeh, lag de benteng (fort) Batoe IIiq, een belangrijk geestelijk centrum van waaruit de rekrutering van guerrillastrijders werd geleid. Een felle verzetshaard die zelfs Generaal  Eenoog had weten te trotseren.

Onder dekking van een afdeling infanterie, sloeg Van Heutsz op die bewuste dag de bestorming  van de benteng Batoe IIiq gade. Achter hem op de heuvel stond zijn staf opgesteld, uitkijkend over het slagveld. V.l.n.r. kolonel J.G.H. van der Dussen (chef-staf), kapitein van de Generale Staf R.G. Doorman, kapitein P.J. Spruyt (Van Heutsz’ adjudant), luitenant S.H. Schutstal van Woudenberg (adjunct) en controleur der tweede klasse (inlandse bestuurder) W. Frijling.

Van 31 januari tot en met 2 februari werd de sterk bezette heuvelstelling Batoe IIiq onder vuur genomen met het geschut van de zware artillerie; op 3 februari werd het bevel gegeven om Batoe Iliq te  vermeesteren. Dat was gemakkelijker gezegd dan gedaan: het 12e  Bataljon Infanterie moest eerst een bijna ondoordringbare versperring van bamboe doeri (doornbamboe) slechten.

Door de doornachtige bamboescheuten werd de klim naar boven ernstig bemoeilijkt. Er moesten doorgangen worden gekapt op de beplante hellingen van de glé (berg), waaraan de militairen zich openhaalden en zo tropenzweren opliepen. Eenmaal op de borstwering van de benteng, plantte de dardenel (manusje-van-alles en lijfwacht) van onderluitenant van het Korps Marechaussee A.H.C.F.E. Freiherr Von Und Zu Egloffstein de Nederlandse driekleur. (In 1902 werd Von Und Zu Egloffstein Ridder Militaire Willems-Orde 4e Klasse.)

Na de succesvolle bestorming door het 12e  Bataljon  Infanterie onder leiding van majoor A.B.J. Prakken, was het fort Nederlands. In de benteng werden de lijken geteld van 71 Atjehers. Aan Nederlandse kant waren er slechts drie gesneuvelden en 41 gewonden, van wie er drie overigens nog diezelfde dag overleden. Na het ontruimen van de benteng, werd die in brand gestoken.

De ervaringen van Nieuwenhuis in de Slag om Batoe IIiq resulteerden in het 36 pagina's tellende fotoboek ‘De Expeditie naar Samalanga. Dagverhaal van een fotograaf te velde’. Dit schreef hij samen met Bintang Djaoeh ("Verre Ster"), pseudoniem van Jan François Leopold de Balbian Verster, redacteur van het Nieuws van den Dag. Het boek verscheen in 1901.

Zie ook: egelstelling en Voorschrift voor de uitoefening van de Politiek-Politionele Taak van het Leger (VPTL).

Terug naar Boven

 

HIGH PAY-OFF TARGET

Afgekort: HPT. Ook genaamd: lucrative target; remunerative target. In het Duits: lohnendes Ziel. In het Frans: objectif à haut rendement. In het Nederlands: lonend doel.

Een HPT is een High Value Target (HVT) dat succesvol zal moeten worden aangegrepen om de eigen opdracht tot een goed einde te brengen. Verlies van het doel door de vijand zal in belangrijk mate bijdragen aan het succes van de eigen wijze van optreden.

HPT’s zijn doelen uit de lijst van High Value Targets die met prioriteit moeten worden opgespoord en bestreden, omdat er te weinig middelen zijn om alle geïdentificeerde High Value Targets te bestrijden.

Terug naar Boven

 

HIGH READINESS FORCES

Afgekort: HRF. De HRF bestaan uit een beperkt, militair essentieel gedeelte van de verschillende land-, lucht- en zeestrijdkrachten van de NAVO-lidstaten.

Zij zijn in elk geval geschikt om binnen 90 dagen voor grootschalige operaties in het kader van artikel 5 van het Handvest van de NAVO (Collective Defense Operations) cq. non-artikel 5-operaties (Crisis Response Operations) te worden ingezet.

De indeling van de gereedheidstermijnen binnen de NAVO is:

Notice To Move

HRF

High Readiness Forces

< 90 dagen

FLR

Forces of Lower Readiness

90 tot 180 dagen

LTBF

Long Term Build-up Forces

> 365 dagen

Zie ook: Forces of Lower Readiness (FLR) en Long Term Build-up Forces (LTBF).

Terug naar Boven

 

HIGH READINESS FORCES (LAND) HQ 1 GNC

Afgekort: HRF (L) HQ 1 GNC.

Dit is een snel inzetbaar hoofdkwartier binnen het NAVO-concept van de High Readiness Forces (Land) Headquarters. Vroeger was 1 HRF (L) 1 GNC het hoofdkwartier van 1 (GE/NL) Corps, het 1ste Duits-Nederlandse legerkorps, en is dan ook gevestigd op dezelfde locatie in Münster, Westfalen, Duitsland.

HRF (L) 1 GNC stuurt snel inzetbare eenheden als onderdeel van de zgn. Initial Entry Capability aan, waaronder 11 Air Manoeuvre Brigade Air Assault.

Deze aansturing vindt, normaal gesproken binnen 20 à 30 dagen Notice To Move, plaats in het kader van Crisis Response Operations (CRO) van de Europese Unie of de NAVO.

Onderdelen van HRF (L) 1 GNC:

ONDERDEEL

UITGESCHREVEN

LOCATIE

PERSONEEL

Staff HRF (L) 1 GNC

Münster (DEU)

450

CIS Battalion

Communication and Information Systems Battalion

Eibergen (NLD) en Garderen (NLD)

300 (vredestijd) 850 (inzet)

StSptBn

Staff Support Battalion

Münster (DEU)

450

Terug naar Boven

 

HIGHTECH

Hoogwaardige en uiterst moderne technologische middelen. Binnen de moderne krijgsmachten neemt de behoefte aan hightech toe. Elke krijgsmacht wil graag een (hightech)oorlog kunnen voeren om door de hoogst mogelijke precisie zowel de lengte van het oorlogvoeren als de aangerichte nevenschade (collateral damage) zoveel mogelijk te beperken.

Het militair-industrieel complex van de westerse landen is er dan ook veel aan gelegen om met steeds weer met verbeterde noviteiten op de markt te komen. Hightech kost dan ook veel geld, terwijl overheden liever bezuinigen op het defensiebudget, tenzij zich een nieuwe vijanddreiging aandient.

Met name hightechwapens met een steeds betere trefzekerheid en een steeds hogere vuurkracht – zoals precisiemunitie en smart bombs (infrarode, GPS-geleide en lasergeleide bommen) – leveren op het gevechtsveld een belangrijke meerwaarde, maar in Peace Support Operations en zeker ook in irregulier optreden kunnen conventionele en traditionele middelen nog altijd een beslissende factor kunnen zijn. Met gezond verstand en logisch nadenken over lokale denkwijzen, kan wel degelijk militair succes worden geboekt.

Voorbeelden hiervan zijn:

De Somalische krijgsheer Mohammed Farah Aideed frustreerde in 1993 de pogingen van de Amerikaanse krijgsmacht om zijn (GSM-)verbindingen te storen, door over te schakelen op verbindingen door middel van drums.

 

De Amerikaanse krijgsmacht maakte in Panama in 1988 een einde aan het bewind van Manuel Noriega, die zijn toevlucht had gezocht in de pauselijke nuntiatuur, door de dictator met psychologische oorlogvoering tot overgave te dwingen door het keihard spelen van muziek als ‘Somebody’s Watching Me’ (Rckwell) en ‘Voodoo Chile’ (Jimi Hendrix).

Zie ook: psychological operations.

Terug naar Boven

 

HIGH VALUE TARGET

Afgekort: HVT. Vertaald: lonend doel. Duits: lohnendes Ziel, Schlüsselziel, Vorrangziel.

Volgens STANAG 2484 (NATO Field Artillery Tactical Doctrine) een doel dat voor de vijand essentieel is voor het welslagen van zijn operatie en daarom van grote waarde.

In de regel zijn HVT’s belangrijke, kostbare, kwetsbare of schaarse middelen, die door de vijand zijn ge-earmarked om te vernietigen of veroveren. Het verlies van HVT’s zal het functioneren van de vijand ernstig benadelen, in zowel aanvallende als verdedigende operaties.

HVT’s worden bepaald in de inlichtingenvoorbereiding door de Sectie 2; zij leggen de methode van opsporing en bestrijding vast in een zgn. High Value Target List (HVTL), waarna het doelbestrijdingsproces van de HVT’s kan aanvangen.

In het kader van de commandovoeringoperatie worden ook air manoeuvre-, inlichtingen- en verkennings-eenheden, commandoposten, verbindingscentra en verkeerscentra aangemerkt als High Value Targets.

Terug naar Boven

 

HILLEBERG KERON 4GT VIERPERSOONSTENT

Tent van Zweedse makelij die in arctisch en bergachtig terrein bescherming biedt aan de ploegen van het Korps Commandotroepen. Voor het Optreden in Bergachtig Terrein (OBT) zijn per ploeg twee tenten aangeschaft; elke tent biedt ruimte aan vier personen.

De Hilleberg Keron 4GT is een lichtgewicht all-seasons trekkerstent die binnen 8 minuten kan worden opgezet en afgebroken. Diverse Scandinavische krijgsmacht(del)en maken gebruik van deze tent.

Specificaties:

accessoires

4 bogen en 22 haringen

bijzonderheden

twee in- en uitgangen; twee ventilatieopeningen; vestibule om te koken dan wel verbindingen te onderhouden; ruimte voor uitrustingsstukken

binnenafmetingen (l x b x h)

240 cm x 220 cm x 120 cm

buitenafmetingen (l x b x h)

465 cm x 250 cm x 125 cm

gewicht

4,8 kg

Terug naar Boven

HINDERLAAG

Van het Arabische “amboosh” . Duits: Hinterhalt. Engels: ambush. Frans: embuscade. Militaire tactiek waarbij opzettelijk vanuit een verdekte opstelling – bijvoorbeeld vanuit dichte begroeiing of vanachter een heuveltop - verplaatsende vijandelijke troepen op korte afstand bij verrassing onder vuur worden genomen.

Een hinderlaag wordt met name toegepast om een beweeglijke vijand (colonne, konvooi), dan wel een vijandelijke beweging die een moment stilstaat, te treffen. Hinderlagen worden uitgevoerd om inlichtingen over de vijand te verzamelen en/of de controle te verkrijgen over een bepaald gebied. Het uitvoeren van een hinderlaag komt vaak voor tijdens guerrilla's.

Vaak toepast is de methode waarbij het eerste voertuig door middel van munitie in de hinderlaag loopt; daardoor worden de overige voertuigen automatisch tot stoppen gedwongen, waarna de inzittenden van alle voertuigen worden beschoten. Een andere veelgebruikte manier is het door een sluipschutter laten uitschakelen van de bestuurder van het eerste voertuig (“one shot stop”).

Zie ook: choke point en coup-de-main.

Terug naar Boven

 

HINDERNIS

Duits: Hindernis. Engels: obstacle. Frans: obstacle. Een uitgebreide of gewijzigde terreingesteldheid dan wel constructie, waardoor vijandelijke troepenbewegingen worden gestopt, belemmerd, vertraagd of van richting veranderd. Een hindernis is natuurlijk of kunstmatig.

Overzicht van natuurlijke en kunstmatige hindernissen die moeten worden doorbroken, doorschreden of overschreden:

waterhindernissen

grote(re) wateroppervlakten

kanalen

meren

rivieren

 

landhindernissen

bossen

mijnenvelden

oorden

vernielingen van bruggen, viaducten, wegen e.d.

 

overige hindernissen

(draad)versperringen

geaccidenteerd terrein

geulen

hellingen

inundaties

kraters

moerassen

NBC-besmet gebied

tankgrachten

verticale wanden

Het gebruik van hindernissen bereikt pas een maximaal effect als de hindernissen:

(in)direct onder vuur liggen (gedekt door vuur)

een onderlinge samenhang hebben (hindernissenplan)

permanent onder waarneming liggen

 

Voorbeeld van een kunstmatige hindernis: mijnenveld

Binnen de krijgsmacht draagt de genie zorg voor verbetering van de mobiliteit voor de eigen troepen en contra-mobiliteit van de vijandelijke troepen.

Tijdens het verdedigend gevecht verstoort het opwerpen van eigen hindernissen de vijandelijke verplaatsingen op het gevechtsveld.

Tijdens het aanvallend gevecht bevordert het doorbreken, doorschrijden of overschrijden van vijandelijke hindernissen juist het eigen optreden op het gevechtsveld.

Een hindernis maakt vaak deel uit van een hindernisgordel. Tactisch samenhangende hindernisgordels vormen een hindernissenstelsel.

Alle hindernissen zijn afgestemd op het optreden van de gevechtseenheden, maar tijdens gevechtsoperaties zal het overwinnen van hindernissen alleen plaatshebben als het noodzakelijk is.

Zo komt het optreden van tank-eenheden optimaal tot zijn recht in relatief open terrein met weinig hindernissen: hindernissen zijn dan immers pantserremmend of -stoppend. Daarentegen zijn luchtmobiele eenheden juist zeer geschikt voor het overwinnen van hindernissen.

Bossen hebben als nadeel dat ontplooid bereden optreden niet of slechts beperkt mogelijk is. Voor zowel luchtmobiele als (pantser)infanterie is bosrijk en sterk geaccidenteerd terrein min of meer gunstig. Oorden hebben als nadeel dat uitgestegen optreden een hindernis an sich is.

Hindernissen kunnen het vijandelijk optreden kanaliseren: de vijand dwingen naar een voor het eigen optreden gunstig terreindeel.

Zo is een nabijoperatie gericht op het aangrijpen van de vijand met - behalve beweging en vuur - hindernissen. Ook dragen hindernissen door een concentratie van middelen bij aan het vormen van een zwaartepunt.

Tot slot kunnen schijnhindernissen in het kader van misleiding opzettelijk een verkeerd beeld creëren voor de aanvallende vijand.

Voorbeeld van een kunstmatige hindernis: draadversperring in de vorm van concertina's

Een hindernis kan remmend of stoppend zijn:

BETEKENIS

GEVOLGEN VOOR EENHEID / FORMATIE

remmend

hulpmiddelen zijn vereist of tijd is nodig voor het overwinnen van de hindernis

de remmende hindernis kan wél doorbroken, doorschreden of overschreden worden, maar het levert een aanzienlijk tijdsverlies op

stoppend

een enkel voertuig kan de hindernis niet op eigen kracht overwinnen

de stoppende hindernis kan met organieke middelen niet doorbroken, doorschreden of overschreden worden

In principe kan iedere hindernis worden overwonnen, afhankelijk van de factor tijd en de aanwezigheid van (organiek cq. specifiek) personeel en materieel. Indien een hindernis niet te omtrekken is, zal naar locaties worden gezocht waar de vijand het doorbreken, doorschrijden of overschrijden niet verwacht.

Zie verder: Leidraad Geniesteun (LD 3). Zie ook: checkpoint, drakentandversperring, genie, Friese ruiter, H.N.B.W.V., obstacle belt, pantserremmend, pantserstoppend, parcours militair, roadblock, terreinoriëntatie.en verbonden wapens.

Terug naar Boven

 

HINDERNISBAAN

Officieuze afkorting: hiba. Duits: Hindernisbahn. Engels: obstacle course. Frans: piste d’obstacles. De hindernisbaan komt voor in de variaties 'standaard', die vijftien hindernissen telt, en 'internationaal', die twintig hindernissen telt.

Voor de hindernisbaan gelden, onderverdeeld per functiecluster, de volgende maximale tijdseisen in het kader van de Militaire Lichamelijke Vaardigheid:

Functiecluster 1 & 2 3 4
Tenue GVT zonder wapen GVT zonder wapen BGU met wapen
Standaard hindernisbaan maximaal 6'00''  maximaal 5'00''  maximaal 6'15''
Internationale hindernisbaan maximaal 6'55'' maximaal 6'00''  maximaal 7'15''

De hindernisbaan is de vredeslocatie-uitvoering van het verplaatsen door het terrein en het optreden in verstedelijkt gebied. Veelvuldig voorkomende functionele activiteiten als klimmen, klauteren, kruipen en verschillende vormen van springen komen aan bod in de hindernisbaan.

De hindernissen moeten op de voorgeschreven wijze worden genomen, d.w.z. conform het Reglement ZMV 1998. Omdat de accenten bij het nemen van de hindernissen liggen op zowel techniek als veiligheid, wordt het afspringen tot een minimum beperkt en zo veel mogelijk gebruik gemaakt van de uithangtechnieken.

Als de hindernisbaan met wapen wordt genomen, volgt het wapen dezelfde weg als de deelnemer. De hindernis moet opnieuw worden genomen als het wapen valt tijdens het nemen van de hindernis. Vrouwelijke militairen mogen gebruik maken van de opstapjes.

Onderstaand de volgorde en officiële benaming van de hindernissen op de Johannes Postkazerne in Havelte:


hindernis 1: kettingladder

naar boven en beneden klimmen, afspringen in de looprichting


hindernis 2: dubbele balk

over de twee hoge balken heen, onder de twee lage balken door



hindernis 3: kruipdraden

tijgeren onder de draden naar de andere zijde



hindernis 4: loopdraden

springen over de draden naar de overzijde



hindernis 5: evenwichtsbalken

lopen naar de andere zijde, daarbij het evenwicht bewarend



hindernis 6: doorwaadbare plaats

lopend naar de andere zijde, daarbij gebruikmakend van de waadplekken 



hindernis 7: kruipgangen (rioolbuizen)

kruipen, zo min mogelijk op de knieën, naar de andere zijde



hindernis 8: schuin/horizontaal rek

lopen naar de andere zijde, uithangen aan het einde van het rek



hindernis 9: Ierse tafel

jezelf op de tafel slingeren, afspringen aan de andere zijde



hindernis 10: springkuil (tankgracht)

aan de ene zijde doorsteken en afspringen, aan de andere zijde jezelf opduwen of -trekken



hindernis 11: springbord met sloot

over de sloot springen, via touw naar boven lopen, uithangen en afspringen



hindernis 12: klimraam

naar boven en beneden klimmen, afspringen in de looprichting



hindernis 13: stormmuur

jezelf opduwen of -trekken, afflanken in de looprichting



hindernis 14: muur met ramen

in een raam springen, doorsteken, afflanken



hindernis 15: springsloten

in en uit drie opeenvolgende sloten springen, evt. met gebruikmaking van de handen

Terug naar Boven

 

HIPPOCRATES, EED VAN

De legendarische Griekse arts en filosoof Hippocrates (± 460 - 375/370 voor Christus), die leefde op het eiland Kos, wordt beschouwd als de Vader van de Geneeskunde.

In zijn verzameld werk over verscheidene medische problemen, 'Corpus Hippocraticum', wordt de nadruk gelegd op de waarneming en de rationele verwerking ervan in relatie tot de natuurlijke invloeden op de menselijke lichaam en geest. Zijn werk geeft blijk van een wetenschappelijke en tevens praktische geest en bevat onder meer aanwijzingen voor de chirurgie van breuken en hygiënische voorschriften. In elk geval stelde Hippocrates de patiënt centraal en zocht hij de oorzaak van ziekten niet in bovennatuurlijke krachten, zoals in de Oudheid gebruikelijk was.

De Eed van Hippocrates, die hij zijn leerlingen al liet afleggen en die ook nu nog altijd door artsen wordt afgelegd, kan worden beschouwd als de grondslag van de moderne ambtseed: hierin zijn de ethische en morele principes voor het uitoefenen van de geneeskunde vastgelegd. In de Eed van Hippocrate wordt de nadruk gelegd op:
  • de geheimhoudingsplicht
  • de absolute eerbied voor het menselijk leven vanaf de bevruchting
  • het zo goed mogelijk uitoefenen van het beroep van arts

De oorspronkelijke Eed van Hippocrates dateert van 1878 (vastgelegd in de Wet op de Uitoefening van de Geneeskunst uit 1865; in 1997 vervangen door de Wet Beroepen Individuele Gezondheidszorg) en is in 2003 vervangen door een moderne versie. In de nieuwe versie is toegevoegd dat de arts zijn medische kennis niet zal misbruiken, ook niet onder druk, welke toevoeging is gebaseerd op de Declaration of Geneva van de World Medical Association uit 1948 met als doel om misbruik van medische kennis, zoals dat tijdens de Tweede Wereldoorlog plaatshad, te voorkomen.

De Eed van Hippocrates heeft strikt gezien géén juridische betekenis, maar het uitspreken van de belofte aan het einde van de universitaire artsopleiding wordt alom gezien als een belangrijk moment van reflectie.

De nieuwe Nederlandse artseneed uit 2003 is nog altijd gebaseerd op de Eed van Hippocrates en luidt:

"Ik zweer dat ik de geneeskunst zo goed als ik kan zal uitoefenen ten dienste van mijn medemens.

Ik zal zorgen voor zieken, gezondheid bevorderen en lijden verlichten.

Ik stel het belang van de patiënt voorop en eerbiedig zijn opvattingen.

Ik zal aan de patiënt geen schade doen.

Ik luister en zal hem goed inlichten.

Ik zal geheim houden wat mij is toevertrouwd.

Ik zal de geneeskundige kennis van mijzelf en anderen bevorderen.

Ik erken de grenzen van mijn mogelijkheden.

Ik zal mij open en toetsbaar opstellen, en ik ken mijn verantwoordelijkheid voor de samenleving.

Ik zal de beschikbaarheid en toegankelijkheid van de gezondheidszorg bevorderen.

Ik maak geen misbruik van mijn medische kennis, ook niet onder druk.

Ik zal zo het beroep van arts in ere houden.

Zo waarlijk helpe mij God almachtig."

Terug naar Boven

 

HIT-AND-RUN

Letterlijk vertaald: “slaan en rennen” .

Soort tactiek die behoort de asymmetrische oorlogvoering en met name wordt toegepast door - maar evengoed tegen - guerrillero's, etnische zuiveraars, leden van militante afscheidings- en verzetsbewegingen en terroristen.

Hit-and-run houdt in dat een (zeer) kortdurende aanval wordt gevolgd door een even snel terugtrekken om personeels- en materiële verliezen zo klein mogelijk te houden én vijandelijke represailles te vermijden.

Hit-and-run?

Het doel van deze verrassingstactiek is niet om controle te verkrijgen over het grondgebied van een getalsmatig grotere en/of kwalitatief sterkere krijgsmacht, maar om schade aan te richten aan een specifiek doel.

Bij conventionele, symmetrische oorlogvoering wordt dezelfde tactiek toegepast door Special Forces, zoals het Korps Commandotroepen, maar ook door luchtstrijdkrachten bij het uitvoeren van een air raid (luchtaanval of airstrike).

In deze vorm van guerrillaoorlogvoering duiken kleine groepen met kleinkaliberwapens en Improvised Explosive Devices vaak 's avonds, 's nachts of bij slechte weersomstandigheden op in stegen en tunnels om bijvoorbeeld, in of buiten een oord (zie ook: optreden in verstedelijkte gebieden), een hinderlaag te leggen voor een konvooi. Behalve dat het juist gebruikelijk is dat (delen van) de burgerbevolking meedoen aan de guerrillaoorlog, vallen er behalve militaire ook civiele slachtoffers.

Hoewel hit-and-run acties militairen van hightech-krijgsmachten provoceert tot reactie en op de proef stelt, weten zij er géén gepast antwoord op.

Zie ook: coup-de-main.

Terug naar Boven

 

H.N.B.I.W.V.

Ezelsbruggetje dat wordt gebruikt binnen het proces dat het beoordelen van de toestand (BVT'en) heet. Dit is een continue proces. BVT'en maakt deel uit van het OTVOEM'en.

De "T" van O.T.V.O.E.M. neemt een uit te lichten positie in en is het meest gemakkelijk te onthouden aan de hand van het ezelsbruggetje "Henk naait Bep watervlug":

H

Hindernissen, natuurlijke en kunstmatige

N

Naderings- en terugtochtmogelijkheden

B

Belangrijke en essentiële gebieden uit tactisch oogpunt

I
Infrastructuur

W

Waarnemingsmogelijkheden en schootsvelden

V

Vuur- en zichtdekking

Bij de invoering van het O.A.T.D.O.E.M. is de I toegevoegd aan HNBWV: "Henk naait Bep inderdaad watervlug".

Zie ook: hindernis, infrastructuur, O.C.A.K.A., O.A.T.D.O.E.M., O.T.V.O.E.M. en vuur- en zichtdekking.

Terug naar Boven

 

HOFMEESTER

Terug naar Boven

 

HOGERE MILITAIRE VORMING

Afgekort: HMV. Opleiding waarbij de beste excellerende officieren worden opgeleid tot opperofficier: officier in de rang hoger dan kolonel.

Militairen die slagen voor de opleiding, sinds 1992 gegeven aan het Instituut Defensie Leergangen (IDL) in Rijswijk en voorheen aan de Hogere Krijgsschool in Den Haag, ontvangen het brevet voor Hogere Militaire Vorming. Dienovereenkomstig wordt de HMV-gevormde militair "gebrevetteerd' genoemd.

De opleiding HMV is met name gericht op managementgebied, waar het potentieel hoger leidinggevend personeel voor zijn toekomstige taak wordt voorbereid.

Als de opleiding HMV met goed gevolg is afgesloten is de officier gerechtigd tot het dragen van de ‘Gouden Zon' (bijgenaamd: "Gouden Tiet"). Ook wel genoemd: “de aansluiting voor het hart”.

De geslaagde, gebrevetteerde militairen zijn gereed voor het uitoefenen van de belangrijkste functies in de rang van generaal binnen de Koninklijke Landmacht.

Luitenant-generaal Maarten Schouten, Bevelhebber der Landstrijdkrachten van 1996 tot 2001, met rechts op zijn tenue - boven batons en wing - het insigne van het brevet HMV.

Terug naar Boven

 

H.O.L.K.-BLOEDINGEN

Het acroniem H.O.L.K. voor bloedingen die zich voordoen aan slagaders die oppervlakkig en dus relatief onbeschermd liggen. H.O.L.K. staat voor hals, oksels, liezen en knieholten.

Zoals alle slagaderlijke bloedingen zijn H.O.L.K.-bloedingen levensgevaarlijk, pijnlijk en stroomt het arteriële bloed stootsgewijs uit de wond.

Zo’n ernstige H.O.L.K.-bloeding kan worden gestelpt met behulp van een drukpunt (halsslagader, ondersleutelbeenslagader, liesslagader). Handgrepen worden tegenwoordig NIET meer uitgevoerd; volstaan wordt met het aanleggen van een noodverband (snelverband) en/of wonddrukverband en drukpunten. Let wel: het uitvoeren van drukpunten is niet voorbehouden aan gespecialiseerd geneeskundig personeel.

Na het controleren van een patiënt op de aanwezigheid van H.O.L.K.-bloedingen, wordt gekeken naar overige ernstige bloedingen en de pols gecheckt.

SLAGADER

LATIJN

BLOEDING

dijbeenslagader

arteria femoralis

been & liesstreek

halsslagader

arteria carotis

halsstreek

knieholteslagader

arteria poplitea

onderbeen & knie

ondersleutelbeenslagader

arteria subclavia

oksel & bovenarm

Zie ook: Combat Application Tourniquet (CAT), circulation, drukpunten, snelverband en Tactical Combat Casualty Care (TCCC).

Terug naar Boven

 

HOLLE LADING

Animatie van de werking van een holle lading

Duits: Hohlladung. Engels: hollow (shaped) charge. Frans: charge creuse.

Bepaalde vorm die aan een springstoflading wordt gegeven.

Aan de voorzijde (d.w.z. aan de zijde van het doelwit) heeft de antitankpatroon een koperen cilindrische uitholling. Aan de tegenoverliggende zijde heeft de patroon een explosief als aandrijflading.

Wanneer de holle lading door de aandrijflading tot detonatie wordt gebracht, zal alle energie worden geconcentreerd op het midden van de cilindrische uitholling.

De energiebundeling creëert weliswaar een inschotopening met een relatief kleine diameter, de vernietigende uitwerking in het beschoten object (tank) is buiten proporties.

Na de inslag op het beschoten object smelt de koperen cilinder tot een speervormig projectiel en wordt zij met hoge snelheid door het pantser van de tank 'gedrukt'.

De holle lading wordt met name toegepast bij antitankwapens, zoals Gill M.R.A.T., Hellfire, Maverick, Milan, Panzerfaust-3 en RPG-7. Uitvinder van de holle lading is de Amerikaanse chemicus Charles Edward Munroe (1888).

De holle lading is voor het eerst militair gebruikt door Duitse para’s (Fallschirmjäger) bij de aanval op het Belgische Fort Eben-Emael op 10 mei 1940 (‘Fall Gelb’). De pantserkoepels van het verdedigingsfort ten zuiden van Maastricht, dat tussen de Eerste en Tweede Wereldoorlog werd gebouwd, waren géén partij voor de Duitse holle ladingen tot 50 kg.

Terug naar Boven

 

HONEST JOHN

Ongeleide tactische korteafstandsraket tegen gronddoelen, aanvankelijk met een bereik van 25 à 30 km. De schootsafstand is vrijwel gelijk aan die van het zware geschut van de veldartillerie.

De raket – die na het afvuren een tevoren ingestelde baan naar het doel vliegt en niet meer kan worden bijgericht/gecorrigeerd – was ‘dual capable’: te voorzien van zowel een conventionele brisantlading als een nucleaire lading. Van de nucleaire lading, die onder Amerikaans beheer bleef, werd de uitwerking eerst geheim gehouden.

De functie van de Honest John was het elimineren van troepenconcentraties, materiële doelen zoals veldartillerie en raketopstellingen, voertuigconcentraties, logistieke installaties en commandoposten.

De Honest John is duchtig beproefd door de Amerikaanse krijgsmacht: in mei 1950 begonnen de aerodynamicaonderzoekingen op de basis Redstone Arsenal in Alabama, VS; in augustus 1951 werd de eerste raket afgevuurd in White Sands, de woestijn in de Amerikaanse staat New Mexico; en in januari 1953 nam Douglas Aircraft Corporation op grote schaal de productie ter hand. Uiteindelijk zijn tot 1965 ruim 7.000 Honest John-raketten geproduceerd, waarvan het merendeel naar West-Europa ging.

De eerste versie van de Honest John was de M31. De compleet herziene versie, M50, werd vanaf 1960 geproduceerd. Nederland nam de Honest John in 1959 in gebruik (waarmee Nederland vanaf dat jaar meedeed aan de nucleaire wapenwedloop), in 1960 arriveerden de eerste Amerikaanse nucleaire raketkoppen in Nederland, in juli 1960 werd de eerste Honest John van de Nederlandse veldartillerie afgevuurd op het oefenterrein Grafenwöhr in Duitsland en op 1 september 1978 werd de Honest John buiten dienst gesteld.

De Nederlandse artillerie heeft tussen 1959 en 1978 beide typen in de bewapening gehad bij 19, 49, 109 en 119 Afdeling Veldartillerie. In Nederland werd de Honest John opgevolgd door de Lance, met een bereik van ± 125 km.

De lanceerinrichting M289 voor de raket 762 mm was gemonteerd op een vrachtauto, 5 ton, 6x6, M139D (International) gemonteerd.  Ten behoeve van het raketvervoer had de vrachtauto een aanhanger, 3 ton, M329A1. Een takelauto M62, 5 ton, 6x6 (International) takelde de raket op de lanceerinrichting. De M139D en M62 behoorden tot de M39-serie van de Amerikaanse fabrikant International, vrachtauto’s uit de jaren '50.

De eerste eenheid die de beschikking kreeg over de Honest John was 109 Afdeling Veldartillerie van het 1ste Legerkorps. 109 Afdva had de beschikking over vier lanceerinrichtingen met de bijbehorende voertuigen, meteo- en verbindingsapparatuur. De vier lanceergroepen vormen samen één lanceerbatterij. Met twee batterijen was 109 Afdva hiermee een kleinere artillerieafdeling dan organiek het geval was: alle andere artillerieafdelingen bestonden uit drie geschutsbatterijen met vier stukken. Elke lanceerbatterij bestond verder uit een assemblage- en transportpeloton.

De raketkoppen voor 19 en 49 Afdeling Veldartillerie in ’t Harde werd bewaard op de Special Ammunition Storage (SAS) in Doornspijk, die voor 109 en 119 Afdeling Veldartillerie in Havelte op SAS Darp. De raketkoppen waren en bleven onder beheer van de Amerikaanse strijdkrachten in Europa; terrein en gebouwen op het binnenterrein waren Amerikaans grondgebied en werden bewaakt door Amerikaanse militairen. De Nederlands militairen – op SAS Doornspijk 425 Infanteriebeveiligingscompagnie (IBC), op SAS Darp 434 IBC – beperkten zich tot het buitenterrein. Militairen van de IBC’n, beiden behorend tot het Regiment Van Heutsz, liepen hier wacht en patrouilles.

Naar verluidt duurde het 50 à 60 minuten alvorens een lancering kon plaatshebben. Dit is met inbegrip van het correct opstellen van de lanceerinrichting, het richten en scherpstellen van de raket en het uitvoeren van diverse correcties (barometer, kruittemperatuur, kracht van de grondwind, weersinvloeden e.d.). Het herladen van de afvuurinrichting duurde ± 80 minuten. De uitwerking van een nucleaire lading was echter zo groot, dat een afwijking in de koers van de raket niets zou uitmaken voor het te bereiken effect.

Aangezien mobiliteit een eerste vereiste was, werd de raket afgevuurd vanaf een speciale carrier die met grote snelheid door geaccidenteerd terrein kon rijden. Omdat het afvuren van de raket gepaard ging met een op kilometers afstand waarneembare rook- en vuurontwikkeling, moest de lanceerinrichting binnen enkele minuten na de lancering een gecamoufleerd heenkomen hebben gevonden. Daarnaast speelde een rol dat vanwege het geringe bereik van de raket, deze dichtbij de vijandelijke linies moest worden afgevuurd

Achter de lanceerinrichting stond een sector van 60 graden met een diepte van 600 meter aan vernietiging bloot; de lanceerinrichting en het voertuig liepen hierbij minimale schade op.

Een oefenraket kostte ± 40.000 gulden (ruim € 18.000).

Specificaties:

bediening

18 (1 commandant, 3 chauffeurs, 4 korporaals en 10 kanonniers)

diameter

76 cm

diameter HJ

76 cm

fabrikant

Douglas Aircraft Corporation, VS

gewicht M139D

9.035 kg

gewicht raket

2.640 kg (M31); 1.960 kg (M50)

in gebruik geweest bij

19 en 49 Afdeling Veldartillerie in ’t Harde (in 1960 aan beide parate divisies toegevoegd) en 109 en 119 Afdeling Veldartillerie (legerkorpstroepen in Havelte)

lengte HJ

8 meter 30 (M31); 7 meter 57 (M50)

maximale dracht

25 km (M31); 48 km (M50)

maximale vlieghoogte

ruim 9 km

motoren M139D en M62

benzinemotor Continental R6602

motorvermogen

196 pk (144 kW)

munitie

nucleaire kernkop (tot 40 kT) of 680 kg conventionele High-Explosive (HE)

nucleaire lading

5 tot 40 kT

raketversies

M31 en M50

snelheid

Mach 2,3

spanwijdte vinnen

2 meter 64 (M31); 1 meter 42 (M50)

startmassa HJ

2.040 kg

startsnelheid HJ

382 kiloNewton (kN)

Terug naar Boven

 

HORIZONTAAL-EFFECT-WAPEN

Scherflading nr. 269 met een niet-elektrisch slagsysteem nr. 270. De scherflading heeft een horizontale werking, vergelijkbaar met die van de claymore. Het HEW wordt op of boven het maaiveld geplaatst en kan dan tot op maximaal 300 meter worden bediend met behulp van het slagsysteem nr. 270; bijgevolg is het gebruik enkel mogelijk in door eigen troepen gecontroleerd gebied. Het slagsysteem nr. 270 reageert niet als iemand of iets het per ongeluk dan wel met opzet aanraakt.

Het HEW is binnen de Koninklijke Landmacht ingevoerd in 1997 en primair bedoeld voor het bestrijden van vijandig personeel én ter voorkoming van het ruimen van zelfgelegde landmijnen. Daarom is het HEW vergelijkbaar met een beschermend mijnenveld. Met een beetje sluwheid kan het HEW evengoed worden gebruikt als storend mijnenveld: met een speciale ontsteker en een struikeldraad (trip-wire) is het HEW te gebruiken als anti-personeelsmijn.

Zie ook: ammunition awareness, B.M.W., Bouncing Betty en Explosieven Opruimingscommando KL

Terug naar Boven

 

HORLOGEMETHODE

Vergelijkbaar met de klokmethode zoals die bekend is uit de ezelsbruggetjes R.A.D.U.S.A. en V.E.I.T.O.N.O.

Het analoge horloge – horloge met een wijzerplaat – kan dienen als hulpmiddel bij het bepalen van plaats en dus ook van richting. Voorheen werd met behulp van een zonnewijzer bepaald waar het zuiden lag; de wijzers van een zonnewijzer kunnen vergeleken worden met de kleine wijzer van het horloge.

Het navigeren met behulp van het horloge wordt ernstig beperkt als de zon niet zichtbaar is.

Als natuurkundige wetmatigheid geldt:

zon komt op

in het oosten

zon bereikt hoogste punt

in het zuiden

zon gaat onder

in het westen

zon bereikt laagste punt

in het noorden

Omdat de zon te allen tijde dezelfde cyclus heeft, kan met behulp van het horloge gemakkelijk worden bepaald waar zich het zuiden bevindt:

Leg het analoge horloge met het platte vlak voor je

Zorg ervoor dat de KLEINE wijzer naar de zon wijst

Exact in het midden van het cijfer 12 en de KLEINE wijzer bevindt zich het ZUIDEN

In geval van de zomertijd ga je uit van het cijfer 11, omdat er tijdens de zomertijd 1 uur in mindering dient te worden gebracht

Terug naar Boven

 

HOSPIK

Duits: Sanitäter. Engels: medic(al orderly). Frans: sanitaire.

In militair jargon de benaming voor een hospitaalsoldaat, d.w.z. een geneeskundig militair die in een veldhospitaal werkt. Dit is de samentrekking van "hospitaal" en "pik" (mannelijk geslachtsdeel). De hospik is volgens deze definitie primair een man.

Helaas heeft de naam hospik een gekscherende of minachtende gevoelswaarde voor de militair die behoort tot het Regiment Geneeskundige Troepen, dat bestaat sinds 1869.

Anderzijds heeft de hospik als geneeskundig krijger zich vanaf het begin bewezen als een onmisbare factor op het gevechtsveld, al is het alleen maar vanwege de toegevoegde morele waarde voor de manoeuvre-eenheden.

Terug naar Boven

 

HOST NATION SUPPORT

Afgekort: HNS. Nederlands: gastlandsteun. Gastlandsteun houdt in dat NAVO-bondgenoten en bevriende landen elkaar (logistieke) bijstand verlenen als één van de bondgenoten of bevriende landen zich op het nationaal grondgebied van een andere bondgenoot of bevriend land bevindt dan wel op doortocht is.

In vredestijd kan het een doortocht naar een manoeuvre betreffen, ten tijde van crises een doortocht naar een operatiegebied.

Gastlandsteun is ruwweg onder te verdelen in:

bewaking- en beveiligingstaken

faciliteren van vervoerstaken

regelen van het verkeer

Nederland faciliteert bijvoorbeeld in het kader van een HSN-overeenkomst met de Verenigde Staten regelmatig de doorvoer (transit) van Amerikaans militair materieel en personeel via zijn luchtruim, zijn luchthavens en zijn havens.

Vaak wordt de gastlandsteun uitgevoerd door reservisten (NATRES).

Terug naar Boven

 

HOT LZ

Landingpoint, landingsite of landing zone (LZ) die door de vijand wordt bezet, door de vijand met vuur wordt beheerst (onder vuur ligt) en/of niet wordt beveiligd door eigen troepen.

Een hot LZ hoeft niet per se een “no go” te zijn. Dit is ondergeschikt aan de mogelijkheden er iets aan kunnen of willen doen én de aanvaardbaarheid van de risico’s. Wanneer de risico’s als te hoog worden ingeschat, zal worden uitgeweken naar een reserve of alternate LZ. Maar ook het uitwijken naar een niet vooraf verkende en onvoorbereide LZ houdt risico’s in.

Indien mogelijk wordt een hot LZ wordt door eigen troepen gemarkeerd met een rode rookgranaat, terwijl een safe LZ kan worden aangeduid met gele rook.

Terug naar Boven

 

HOUR

Letterlijk: uur. Met ‘hour’ worden diverse aanvangstijdstippen van processen aangeduid die plaatsvinden in het kader van militair optreden:

Hour

Betekenis

Bijzonderheden

F-Hour

Tijdstip waarop de eerste helikopters in een air manoeuvre operatie de VLET passeren.

air manoeuvre operatie

F-Hour

Tijdstip waarop de Secretary of Defense (Minister van Defensie) zijn reserve-eenheden mobiliseert

Amerikaans

G-Hour.

Tijdstip waarop 1UP of 2UP opdracht geeft tot de inzet/ontplooiing van één of meer ondereenheden.

 

H-Hour (Uur-U)

Tijdstip waarop een operatie (of oefening) begint. Tevens het tijdstip, waarop de voorste elementen in een aanval de startlijn overschrijden. Aanvang van het grondtactisch plan.

 

 

L-Hour

Vertrek van de verkenningsparty (brigade recce detachment, pathfinders), verbindings- en verkenningsvoertuigen.

air manoeuvre operatie

L-Hour

Tijdstip van de stand-down van de eerste helikopter van de eerste lift of wave op een landing site (LS) of drop off point (DOP). Hierbij worden dus arriverende militairen afgezet. Gerelateerd aan en backwardplanned vanaf de duur van de verplaatsing en het tijdstip waarop de verplaatsing heeft aangevangen.

air manoeuvre operatie

M-Hour

Vertrek van de wegverplaatsing van de hoofdmacht. Soms schertsend “magical road move” genoemd.

 

N-Hour

Tijdstip waarop, niet op basis van een notice to move, een contingency operation begint. In de regel de periode vanaf de initiële kennisgeving aan de eenheid tot en met de debarkatie (POD, RSOMI).

 

P-Hour

Tijdstip waarop de eerste parachutisten landen in de drop zone.

air manoeuvre operatie

R-Hour
(Retaliation Hour)

Tijdstip waarop wedervergelding wordt geautoriseerd door middel van de inzet van nucleaire wapens.

AAP-15

T-Hour

Tijdstip waarop transfer of authority plaatsvindt.

 

X-Hour

Tijdstip waarop eenheden beginnen met planning en voorbereiding ter ondersteuning van een potentiële contingency operation.

 

Y-Hour

Tijdstip van de take-off van de eerste helikopter van de eerste lift of wave vanaf een landing site (LS) of pick up point (PUP). Hierbij zijn dus vertrekkende militairen opgepikt.

air manoeuvre operatie

Zie ook: data & tijden, datumtijdgroep en Zulu.

Terug naar Boven

 

HOUWITSER

Duits: Haubitze. Engels: howitzer. Frans: obusier. Term uit het Boheems “houfnice” (“steenwerper”), in Duitsland bekend geworden door de Hussietenoorlogen (1419-1436) op het grondgebied van wat nu Tsjechië is.

Getrokken of zelfbewegend artilleriewapen (kanon) met een relatief korte loop. Door de korte loop is de mondingsnelheid laag en de ballistische baan krom. Hierdoor kunnen houwitsers granaten verschieten die, in tegenstelling tot die van kanonnen (vlakbaangeschut dat projectielen bijna horizontaal afvuurt), ver weg gelegen doelen aangrijpen. Voordelen zijn dat doelen waarop géén direct zicht mogelijk is vanaf veilige afstand over de eigen troepen heen kunnen worden beschoten.

Anno 21ste eeuw kunnen de doelen verder dan 30 km in de diepte liggen en dient te worden gevuurd op aanwijzingen van een voorwaartse waarnemer. De houwitser wordt in de moderne variant gebruikt vanaf de Eerste Wereldoorlog. Een schoolvoorbeeld hiervan is het M-Gerät (bijgenaamd “Dikke Bertha”), een voor het eerst door de Duitsers ingezette houwitser bij de verovering van de forten rond Luik. Het kaliber was 42 cm, het bereik minimaal 9 km.

Dikke Bertha.

Ook de Nederlandse krijgsmacht maakt gebruik van houwitsers. De modernste is de zelfbewegende, gemechaniseerde 155 mm PZH2000-pantserhouwitser, die de M109 heeft vervangen en voor het eerst door Nederland is ingezet in Afghanistan in augustus 2006 ter ondersteuning van Operation Medusa.

In de Slag om Chora, in juni 2007 (Operatie Troy), is de PZH2000 ingezet vanaf Kamp Holland in Tarin Kowt: de beschietingen moesten verhinderen dat de Taliban in een grootschalig offensief naar het centrum van Chora zou oprukken. Doordat van het kamp 40 km ten zuidwesten 21 maal met de PZH2000 is geschoten terwijl geen sprake was van een waarnemer in de frontlinie, zijn bij deze artilleriesteun hoogst waarschijnlijk onschuldige burgers gedood. De vuurleidingofficieren van de PZH2000 hebben dan ook een sleutelrol gespeeld bij het ondersteunen van vuurcontacten door grondgebonden eenheden.

Terug naar Boven

 

HOVER-JUMP

Tactische uitstijgmethode. Het verlaten van een transporthelikopter door middel van een sprong terwijl het toestel een standvlucht maakt (laag boven de grond stil hangt). De troepen stijgen pas uit na toestemming van de loadmaster. Deze alternatieve manier van uitstijgen wordt uitgevoerd als de begaanbaarheid van het maaiveld landen onmogelijk maakt, omdat:

de helikopter niet met de wielen op het maaiveld kan landen
de hellingshoek (slope) van het maaiveld groter is dan 15%
het draagvermogen van het maaiveld onvoldoende is (surface)
op het landingpoint een hindernis aanwezig is

In geval van sneeuw (white out) of zand (brown out) zal zeer gereserveerd door middel van een hover jump worden uitgestegen, omdat de turbinemotoren sneeuw of fijn zand kunnen inzuigen en defect raken.

De maximale (spring)hoogte is 2 meter (6 feet). Bij abseiling is dit maximaal 60 meter, bij roping down maximaal 30 meter.

Zie ook: abseiling, brown out, roping down, white out.

Terug naar Boven

 

HR. MS. KAREL DOORMAN

Ter herinnering aan de schout-bij-nacht Karel Doorman (1889-1942) die in februari 1942 het bevel voerde over een geallieerde vloot ( Combined Striking Force) tijdens de Slag in de Javazee ("Ik val aan, volgt mij" ) werd na de Tweede Wereldoorlog het eerste en tot dusver enige Nederlandse vliegkampschip vernoemd. Overigens kwam Karel Doorman tijdens die zeeslag op 28 februari 1942 om het leven.

Vliegkampschip Hr. Ms. Karel Doorman.

De bouw van de Hr. Ms. Karel Doorman begon op 3 december 1942 bij Cammel Laird & Co. Ltd. In Birkenhead', Merseyside, Engeland ; op 17 januari 1945 werd de Hr. Ms. KD bij de Royal Navy in dienst gesteld als Her Majesty's Ship (HMS) Venerable.

De Venerable werd vervolgens in 1948 aangekocht door Nederland voor een bedrag van 27 miljoen gulden (€ 12,2 miljoen) en werd op 28 mei 1948 in Portsmouth door kapitein ter zee F.J. Kist omgedoopt tot Hr. Ms. KD. Op 2 juni 1948 kwam het schip voor het eerst in Nederland (Rotterdam) aan.

Het vliegkampschip, met een lengte van 212 meter en een waterverplaatsing van ± 17.000 ton, kon ongeveer 20 vliegtuigen meevoeren.

Het werd van halverwege 1955 tot halverwege 1958 bij de scheepswerf Wilton Feijenoord in Schiedam verbouwd om het geschikt te maken voor gebruik door straaljagers. Daarbij werd het vliegdek vervangen door een hoekdek met een helling van acht graden, en in plaats van de hydraulische katapult werd een stoomkatapult aangebracht.

Tot 1968 maakte de Hr. Ms. Karel Doorman deel uit van de Nederlandse vloot; op 8 oktober 1968 werd het schip van de sterkte afgevoerd om op 14 oktober 1968 voor 9,5 miljoen gulden (€ 4,3 miljoen) te worden verkocht aan de Argentijnse marine, die het omdoopte tot ARA Vientecinco de Mayo (25ste Mei).

Tijdens de Falklandoorlog speelde het schip géén rol van betekenis.

Het schip zou in 1999 of 2000 bij Alang, 's werelds grootste sloopwerf voor zeeschepen in India, op het strand zijn gesloopt.

Hr. Ms. Karel Doorman, geschilderd door oud-marineman Joop Henneveld.

Terug naar Boven

 

HUDDLE

Huddle zoals uitgevoerd door Britse militairen na het uitstijgen uit een Chinook-transporthelikopter

Vertaald uit het Engels: "wirwar".

Heli-drill, waarbij omwille van de veiligheid zo dicht mogelijk met het lichaam bij elkaar wordt gelegen of geknield.

Het uitstijgende personeel gaat in het geval van een brown-out of white-out direct in een ‘hoopje’ op de grond liggen dan wel op geknield op één knie in een zo klein mogelijk rondom.

n het laatste geval kan de rugzak temidden van het personeel op de grond liggen dan wel zich aan de niet-geknielde schouder bevinden. De militairen liggen op hun materiaal, met het gezicht naar beneden.

In het andere geval liggen de rugzakken en overige uitrustingsstukken in het midden van het ‘hoopje’.

Zie ook: brown out en white out.

Terug naar Boven

 

HULPPOST

Role-1 geneeskundige inrichting.

Dit is een geneeskundige installatie die, ter vergelijking in de burgermaatschappij, het meest wegheeft van een zeer mobiele en zeer uitgebreide EHBO-post.

Op een hulppost zijn zowel een arts als een Algemeen Militair Verpleegkundige (AMV’er) en een Algemeen Militair Verzorgende in de Gezondheidszorg (AMVIG’er) aanwezig.

De hulppost bevindt zich op compagnies- en bataljonsniveau:

Hulppost - of role-1-geneeskundige inrichting

  • bij de Geneeskundige Compagnie (steuneenheid van de brigade die geneeskundige verzorging kan leveren met onder andere een hulppostpeloton)

  • bij de manoeuvre-eeheden (geneeskundig peloton); zo beschikken afdelingen veldartillerie, luchtmobiele infanteriebataljons, pantserinfanteriebataljons en tankbataljons eveneens over hulpposten

In de Algemene Verdedigingstaak (AVT) richten de hulpposten op 3 tot 5 kilometer achter het front (voorste lijn eigen troepen) een locatie in. Vanuit de gewondennesten, die pal achter de frontlijn liggen, worden de gewonden en zieken met een geneeskundig afvoermiddel (YPR-765 GWT) afgevoerd op een hulppost. Ook kan een hulppost een andere hulppost, dan wel de verbandplaats (role-2 geneeskundige inrichting), ondersteunen door te coloceren.

Linksboven een generatoraggregaat 6 kW Kirsch, rechtsboven een aanhangwagen voor 1.200 liter water, linksonder een Mercedes-Benz terreinwagen en rechtsonder een DAF-vrachtwagen met sheltermodule YAS-4442

In vredestijd kan een hulppost hulp bieden bij calamiteiten en (NONEX-) geneeskundige ondersteuning bieden bij het draaien van oefeningen.

Een hulppost verleent zorg aan het begin van de geneeskundige behandel- en afvoerketen, gekenmerkt door:

  • niet-specialistische behandeling

  • primaire gericht op het behoud van leven en/of ledematen en/of gezichtsvermogen

  • verdere zorg t.b.v. directe terugkeer naar de eenheid of afvoer naar een hoger zorgniveau (echelon)

Normaal gesproken beschikt een hulppost over de volgende functionaliteiten:

  • routine ziekenrapport

  • verzamelen van gewonden vanaf het punt van gewondraken (gewondennest) door zorg van de gewondenafvoerploeg

  • behandelen van licht zieken en gewonden, gericht op terugzending naar de eigen eenheid

  • gereedmaken van gewonden voor evacuatie

Een hulppost voorziet dus in eerstehulpverlening, triage, resuscitatie en stabilisatie. De belangrijkste functies binnen een hulppostpeloton – dat in vredestijd 3, maar in oorlogstijd 5 hulppostgroepen kent, die elk een hulppost kunnen uitbrengen – zijn:

korporaals/soldaten gewondenverzorger/chauffeur

AMVIG’er / plaatsvervangend groepscommandant (PGPC)

AMV’er / groepscommandant (GPC)
Opvolgend Pelotonscommandant (OPC)
Pelotonscommandant (PC)

Zie ook: gewondennest en marsgewondenverzamelpunt.

Terug naar Boven

 

HUMAN INTELLIGENCE

Afgekort: HUMINT. Informatieverzameling door mensen vanuit mensen. Deze personen zijn niet alleen infiltranten, informanten of militairen in het algemeen. Ook vluchtelingen, medewerkers van NGO’s, koeriers, (oorlogs)journalisten, gevangenen, diplomaten et cetera kunnen zeer bruikbare informatie verschaffen.

Feitelijk is HUMINT de software onder de inlichtingenverzamelprocessen. Nadelen van HUMINT zijn dat mensen week- en zwakheden hebben die niet altijd zijn in te schatten én dat informatiebronnen na verloop van tijd 'opdrogen'. Daarnaast zijn bijvoorbeeld niet correct geworven informanten of infiltranten in de verkeerde organisaties juist een gevaar voor HUMINT.

Iedere militair in een inzetgebied heeft de plicht en verantwoordelijkheid om, vanuit inlichtingen- en veiligheidsbewustzijn, waargenomen bijzondere situaties door te geven aan de Sectie 2 van de eigen eenheid. De meest interessante bijzondere situaties zijn van culturele, demografische, infrastructurele, militaire en sociaal-economische aard.

HUMINT wordt steeds belangrijker. Het is in het kader van force protection van groot belang om tijdig de juiste operationele, tactische en strategische inlichtingen beschikbaar te hebben. Een grondige kennis van de situatie in het inzetgebied is immers van levensbelang.

Binnen de Koninklijke Landmacht is binnen 103 ISTAR-bataljon een Field HUMINT-peloton werkzaam. De NAVO splitst HUMINT op in:

Overt

Geüniformeerde activiteiten die openlijk en zonder noemenswaardig risico plaatsvinden. Elke individuele militair in een inzetgebied. Daarnaast kan een militair, vaak in opdracht van de Ops Room of de Sectie 2, optreden als sociale patrouille, Field Liaison Team (FLT) of Monitoring, Observation, Surveillance and Targeting (MOST) of Liaison Observation Team (LOT). De aard van de werkzaamheden richt zich in hoofdzaak op het onderhouden van contacten op lokaal niveau met lokale bevolking (locals), lokale autoriteiten en lokaal en regionaal optredende International Organisations (IO's) en Non-gouvernemental Organisations (NGO's).

Discreet

Geüniformeerde maar verhulde activiteiten die door daartoe geworven, geselecteerd, opgeleid en getraind specialistisch personeel worden uitgevoerd. Vaak gaat het hierbij om personeel dat binnen een Field HUMINT Team (FHT) gevoelige "low-profile" informatieverzameloperaties uitvoert ten behoeve van de operationele/strategische commandant. Het specialisme hierin is de zgn. Contact-Handling, die in een risicovollere omgeving wordt uitgevoerd binnen een per operatie vastgestelde werkwijze.

Covert

Operaties in burgerkleding of uniform die binnen het gegeven wettelijke kaders vallen van de Wet op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten. De operaties zijn uitsluitend voorbehouden aan de Afdelingen HUMINT of Contra-Inlichtingen & Veiligheid van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) of de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD). Het specialisme van de Afdeling HUMINT is de zgn. Agent-Handling. De informatie via Covert Operaties wordt verkregen is hoogwaardig, niet voor iedereen toegankelijk en dus uniek.

Gerelateerde werkgebieden van HUMINT zijn onder andere:

IMINT Imagery Intelligence Inlichtingen die worden verzameld door satellieten en luchtfotografie
OSINT Open Source Intelligence Inlichtingen die worden verzameld uit open bronnen, zoals dagbladen, tijdschriften, radio en televisie en internet
SIGINT Signals Intelligence Inlichtingen die worden verzameld door het onderscheppen van signalen (afluisteren, radio-interceptie of anderzijds)

TECHINT

Technical Intelligence Inlichtingen die worden verzameld over wapens, materieel en uitrustingen die door de krijgsmachten van buitenlandse naties worden gebruikt

Terug naar Boven

 

HUMANITAIR OORLOGSRECHT

Verzameling regels die mensen in oorlogstijd beschermen. Er zijn regels ter bescherming van mensen die niet meevechten, zoals burgers, gewonden, krijgsgevangenen en zieken. Daarnaast zijn er regels die beperkingen stellen aan het gebruik van wapens (i.e. chemische wapens) en aan manieren van oorlogvoering (i.e. het verbod op het direct aanvallen van burgers en burgerobjecten én het verbod op aanvallen die ernstige schade toebrengen aan het milieu).

De kern van de regels van het humanitair oorlogsrecht wordt gevormd door de vier Verdragen van Genève uit 1949 en de Aanvullende Protocollen uit 1979, die oorlogvoering in zowel inter- als intranationale (lees: interne) conflicten aan banden legt. Vrijwel alle landen ter wereld, de Verenigde Staten incluis, hebben deze verdragen ondertekend en het leeuwendeel van de Aanvullende Protocollen is inmiddels bindend gewoonterecht geworden.

De naleving van het humanitair oorlogsrecht is dan ook een verplichting: zo moeten strijdende partijen hulpkonvooien toelaten. Staten zijn verplicht om schendingen van het (humanitair) oorlogsrecht te voorkomen en te bestraffen.

Elke individuele militair van een staat die de verdragen heeft ondertekend dient zich te houden aan de basisregels uit het humanitair oorlogsrecht.

Zie ook: combattant, Conventies van Genève, huurling, krijgsgevangene, non-combattant en oorlogsrecht.

Terug naar Boven

 

HUMAN PATIENT SIMULATOR

Afgekort: HPS. Computergestuurde simulatiepatiënt die een realistisch beeld geeft van de circulatie en respiratie van de (gewonde en/of zieke) mens. De HPS wordt geproduceerd door het Amerikaanse onderneming Medical Education Technologies Incorporated (METI), gevestigd in Sarasota, Florida, Verenigde Staten. De HPS kost € 135.000 per exemplaar.

De HPS wordt softwarematig aangestuurd door een computer die de fysiologische en metabolische toestand van een vooraf gekozen fictieve patiënt simuleert. De computer bevat een database met fictieve patiënten met een eigen medisch dossier. Met de HPS kunnen alle denkbare situaties realistisch worden nagebootst, uiteenlopend van een allergische reactie tot gecompliceerde ziektebeelden.

De computergestuurde simulatiepatiënt reageert op de – hopelijk alerte – interventies die het geneeskundige personeel naar gelang de situatie van de patiënt uitvoert.

Download hier de Amerikaanse fotopresentatie van de Human Patient Simulator (767 kB)

Computergestuurde simulatiepatiënt met de naam Human Patient Simulator

De levensgrote HPS haalt adem (borstkas gaat op en neer), heeft een zachte huid met een voel- en zichtbare ribstructuur, kan geluiden maken en spreken, knippert met de ogen en reageert op toegediende medicijnen. Daarnaast kunnen de halsaders opzetten, kan de luchtpijp verschuiven en is de pols voelbaar. Tenslotte kunnen de menselijke lichaamsfuncties worden nagebootst: ademhaling, bloeddruk, lichaamstemperatuur en pols.

Op het Opleidingscentrum Militair Geneeskundige Diensten (OCMGD) op de Korporaal Van Oudheusdenkazerne in Hilversum bevinden zich vijf exemplaren van de HPS.

De high-tech oefenpop dient als onderwijsleermiddel binnen de diverse geneeskundige opleidingen. Omdat bepaalde handelingen – zoals de Heimlich-methode, de reiniging van mond en keel, het dichtdrukken van slagaders, het inbrengen van catheters en drains en reanimatie – bij een L.O.T.U.S.-slachtoffer behalve onplezierig vooral gevaarlijk zijn, kunnen deze veilig worden toegepast op een fantoompatiënt als de Human Patient Simulator.

Terug naar Boven

 

HUURLING

In het Duits: Mietling, Söldner. In het Engels: mercenary, soldier of fortune, dog of war. In het Frans: mercenaire.

Foto-impressie huurlingen

 

Iemand die zich voor geldelijk gewin of andere zaken verhuurt als militair, normaliter zonder enige ontzag voor ideologische, nationale of politieke overwegingen.

Zichzelf verhuren is mogelijk om deel te nemen aan een gewapend conflict, om directe of gelieerde taken uit te voeren voor een krijgsmacht - meestal in de beveiliging (bodyguard), logistiek of techniek (bedienen hoogwaardige technologische apparatuur) - of om te helpen orde op zaken te stellen in politiek-economische geschillen.

Sinds het eind van de Koude Oorlog geldt als moderne variant de ‘private military contractor’ die deel uitmaakt van een ‘private military company’ (PMC). PMC’s inhuren voor deelname aan gewapende conflicten is in zijn algemeenheid sneller, goedkoper en effectiever dan er (inter)nationale krijgsmachten op afsturen. De bekendst geworden Nederlandse huurlingen uit de periode na de Koude Oorlog zijn Johan Tilder en Marco van Eekeren, respectievelijk in Bosnië en Kosovo.

Officieel behoort de huurling niet tot een gewapende macht en kan géén aanspraak maken op de status van combattant, zoals vastgelegd in artikel 47 van de Additionele Protocolen van de Connventies van Genève.

Op 4 december 1989 nam de Mensenrechtencommissie van de Verenigde Naties een verdrag aan tot bestrijding van de inzet van huurlingen, de ‘International Convention on Recruitment, Use, Financing and Training of Mercenaries’.

Tijdens de nasleep van de Tweede Golfoorlog (2003) waren er in Irak op enig moment 15 à 40.000 ‘contractors' aan het werk; daarmee was deze groep groter dan de Britse militaire aanwezigheid in Irak. Contractors zijn huurlingen die voor honderden dollars per dag niet alleen gebouwen, konvooien en personen beveiligen, maar ook elektriciteitscentrales en olie-installaties repareren en het nieuwe Iraakse leger trainen. Daarnaast wordt een groot deel van de logistiek van de Amerikaanse krijgsmacht gerealiseerd door contractors, met name die van de onderneming Kellog, Brown & Root (KBR).

De Egyptische farao Ramses II (1304-1237) zette in 1.274 vóór Christus ruim 10.000 huurlingen in bij de Slag bij Qadesh tegen een strijdmacht van de Hettitische koning Muwatalli II. Sindsdien zijn huursoldaten niet meer weg te denken uit conflicten. Ramses II zette zowel Libiërs als Shardana in als huurlingen, de laatsten emigranten uit Sardinië. De inzet van huurlingen was niet vreemd: buitenlandse expedities werden gevreesd vanwege de kans te sneuvelen in het buitenland en vervolgens niet de nodige begrafenisrites te krijgen. Daarom werden buitenlanders ingehuurd om te vechten buiten het rijk.

De Slag bij Qadesh was het hoogtepunt in de twisten tussen het Egyptische en het Hettitische rijk. Beide imperiums troffen elkaar in het grensgebied, het huidige Syrië. De Hettieten waren naar Syrië afgezakt om een overloper terug te plaatsen onder Hettitisch gezag, terwijl de Egyptenaren er juist alles aan deden om de deserteur te behouden. Vermoedelijk was de Slag bij Qadesh de grootste strijdwagenslag ooit: ± 5.000 voertuigen werden ingezet. Uiteindelijk behielden de Hittieten de controle over Qadesh.

Qadesh correspondeert met de ligging van het huidige Tell Nebi Mend in de Syrische Beka’a-vallei en ligt aan de rivier Orontes.

Blackwater, een Amerikaanse Private Military Company, werd in 1988 opgericht door voormalige Navy SEAL's. Hoewel het allemaal erg stoer lijkt om voor zo’n goed betalende PMC te werken, heeft het werk schaduwzijden.

Op 31 maart 2004 vonden 4 employees van Blackwater, door ronduit slechte voorbereiding, de dood in de Iraakse stad Fallujah bij het begeleiden van een konvooi… met keukenapparatuur. Het viertal werd gelyncht en door de straten gesleept. De verminkte en verkoolde lijken werden opgehangen aan een brug over de Eufraat. De schokkende beelden zorgden ervoor dat de Amerikaanse president George Bush mariniers opdroeg de stad aan te vallen. Grondgevechten en luchtaanvallen volgden.

Op 16 september 2007 openden bewakers van Blackwater op Al-Nusur Square in het westen van Bagdad het vuur: 17 burgers vonden de dood. Ooggetuigen claimden dat de burgers zonder enige voorafgaande beschieting of zelfs bedreiging waren vermoord. Velen werden doodgeschoten terwijl zij zich juist verwijderden van de plaats des onheils. Hoewel de Iraakse regering eiste dat Blackwater zich uit Irak terugtrok, bleef zij.

De Amerikaanse krijgsmacht maakt dankbaar gebruik van Blackwater. Het uitzenden van huurlingen behoeft nauwelijks politieke controle. Ook vallen zij niet onder Amerikaanse jurisdictie en dode huurlingen worden niet meegeteld in de oorlogsslachtoffers. Het schaduwleger van de VS heeft mogelijk een schaduwzijde, zoals verwoord door de Amerikaanse Democraat Dennis Kucinich: Als oorlog geprivatiseerd wordt, dan hebben particuliere contractpartijen er belang bij om de oorlog aan de gang te houden. Hoe langer de oorlog doorgaat, hoe meer geld zij verdienen.''

 

“Ik heb de nieuwe mens gezien. Hij is huurling. Anders dan Machiavelli meende, kunnen huurlingen effectief zijn. Ze weten maar één ding: dat het beter is om te doden dan om gedood te worden. Wie het verhaal van de nieuwe mens wil optekenen zou embedded moeten gaan bij de huurlingen. Of beter nog: zelf huurling worden.”

Artikel ‘Ik heb de nieuwe mens gezien’ van Arnon Grunberg (NRC Handelsblad, 20 juni 2008) die in Bagdad van checkpoint naar checkpoint reist door de Groene en Rode Zone.

 

Zie ook: close protection, combattant, Conventies van Genève, krijgsgevangene en non-combattant.

Terug naar Boven

 

HUZAAR

In het Duits: Husar. In het Engels: hussar. In het Frans: hussard.

Via de van origine Servische spelling “khazar” overgegaan naar het Hongaarse “huszár” (vrijbuiter). De Hongaarse naamgeving is waarschijnlijk afgeleid van het woord “husz” (20), omdat van elke twintig soldaten er één ruiter moest zijn. Binnen de Koninklijke Landmacht is een huzaar de benaming voor een soldaat bij de cavalerie, zoals er ook commando’s, fuseliers, grenadiers, jagers, kanonniers en rijders zijn.

Van oudsher was de huzaar lid van een eenheid lichte cavalerie, die opvielen vanwege hun sierlijke, bontgekleurde en nationale klederdracht. De huzaar draagt als hoofddeksel een kolbak, als jasje een dolman die rijkelijk is versierd met knopen en tressen (gevlochten band van goud- of zilverdraad), rijlaarzen, een sabel en een licht vuurwapen (karabijn of pistool). Aan de uniformen werd vanaf het begin veel aandacht besteed. Vaak was hun haardracht eveneens karakteristiek: grote hangende knevels en donkere lokken die voor hun ogen hingen.

Van oorsprong kwamen de huzaren uit Hongarije, later ook uit Kroatië, Polen en Slowakije. In de tweede helft van de 15de eeuw gaf Matthias Corvinus Hunyádi – koning van Hongarije (1458-1490) – de naam ‘huzaar’ aan zijn lichte ruiterij. Onder zijn leiding namen de huzaren, bekend om hun grote paardrijkunst, deel aan de oorlog tegen het Ottomaanse Rijk in 1485. De van oorsprong nogal ruwe, bandeloze soldaten werden door Hunyádi omgevormd tot sterke, goed getrainde en gemotiveerde huzaren die succesvol bleken tegen zowel de Turkse Sipahi’s (cavaleriekorps) als de Bohemen en Polen. Voor een aanval legden de huzaren zich zo plat mogelijk tegen de hals van hun paarden, zodat zij moeilijker te ontdekken waren; vervolgens was de infanterie vrijwel machteloos voor de maaiende sabels van de huzaren.

Na de dood van Hunyádi vluchtten veel huzaren naar andere Centraal- en West-Europese landen om daar de kern van gelijksoortige lichte cavalerieformaties te vormen. Zo werden in 1692 onder Lodewijk XIII huzaren in de Franse krijgsmacht geïntroduceerd. Oostenrijk huurde in de oorlogen tegen Lodewijk XIV op het einde van de 17de eeuw Hongaarse huzaren voor oorlogvoering tegen de Ottomanen. Toen de Pruisische cavalerieofficieren Von Seydlitz en Von Ziethen tot grote schrik van hun aartsvijanden hun huzareneenheden bleken te hebben geperfectioneerd, wilde iedere staat in Europa huzaren hebben. In de 18de en 19de eeuw werden zij dan ook ‘geïmiteerd’ in de rest van Europa, waarbij Frederik de Grote huzaren inzette tijdens de Oostenrijkse Successieoorlogen, Groot-Brittannië Duitse huzaren inhuurde voor de gewenste samensmelting met huurlingen uit Hesse en uiteindelijk zelfs huzaren in de Amerikaanse Onafhankelijkheidsoorlog vochten.

In het laatste decennium van de 18de eeuw deden de huzaren blijvend hun intrede in het Staatse leger, waar zij als verkenningsafdelingen werden ingedeeld bij de cavalerie. Naar hun dracht werden zij aanvankelijk onderscheiden in rode en blauwe huzaren. Tijdens de Oostenrijkse Successieoorlog waren er weliswaar tijdelijk een paar huzarenkorpsen in dienst van de Republiek geweest, maar deze huzaren waren grotendeels gevluchte Hongaren.

Tegenwoordig houden moderne militaire eenheden traditiegetrouw de benaming huzaar; de naam leeft met name voort in regimenten die zijn omgevormd tot pantsereenheden. Zowel de historische als de moderne huzaar worden organiek ingezet om vijandelijk gebied te verkennen. De lichte cavalerie onderscheidde zich al bij het ontstaan door snellere en lichtere paarden, maar ook door haar functies die – naast verkenning – gelegen waren en zijn in het afschermen van de eigen troepen, het hinderen van de verbindingen van de tegenstander en in het achtervolgen van en verliezen toebrengen aan vluchtende vijanden om de overwinning uit te buiten.

In Nederland zijn er tegenwoordig vier regimenten huzaren, die de bereden en getrokken tradities voortzetten:

Regiment

Regimentskleuren

Bijzonderheden

Regiment Huzaren Prins Alexander

ponceaurood

Opgeheven in 2007

Regiment Huzaren Prins van Oranje

oranje

Regiment Huzaren Van Boreel

Nassau-blauw

Grondgebonden verkenningseskadrons

Regiment Huzaren Van Sytzama

wit

Alle regimenten dragen een Nassau-blauwe halsdoek met het onderdeels- dan wel regimentsembleem. Ten behoeve van ceremonieel de bereden Cavalerie Ere-Escorte, die weliswaar is verbonden met het Regiment Huzaren Van Boreel, maar waarin ook cavaleristen van andere regimenten mogen deelnemen.

Terug naar Boven

 

HV-RICHTKIJKER munos ws-4

De helderheidsrichtkijker MUNOS WS-4

Helderheidsversterker (HV) voor de korte afstand.

MUNOS staat voor: Multiple Use Night Observation and Aiming Sight; WS staat voor: Weapon Sight.

Het principe van de helderheidsversterker is gebaseerd op het versterken van het restlicht van bijvoorbeeld maan en sterren. De HV-richtkijker MUNOS WS-4 is geschikt voor het Diemaco-geweer, de mitrailleur MAG en de FN Minimi-mitrailleur.

Eigenschappen:

afmetingen

210 x 95 x 78 mm

batterijen

2 x AA

gewicht, excl. Batterijen

850 gram

gewicht, incl. batterijen

900 gram

levensduur batterijen

150 uur (AA-alkaline)

oogvrijheid

28 mm

vergroting

4 maal

zichtgebied

10 graden

Producent is Delft Sensor Systems, onderdeel van Thales. De HV-Richtkijker MUNOS WS-4 is in 1998 aangekocht door de Koninklijke Landmacht.

Terug naar Boven

 

HYGIENE EN PREVENTIEVE GEZONDHEIDSZORG

Logo HPG

Binnen de KL is de HP gebaseerd op hoofdstuk 11 van het VS 2-1352 (Handboek KL-militair, HAMIL) en VS 8-120 (Hygiëne en Preventieve Gezondheidszorg).

Basaal is het werkwoord ‘HPG’en’ gericht op haren kammen, scheren, tanden poetsen en wassen; de primaire verzorging die van elke militair mag worden verwacht, zowel thuis als op vredeslocatie (kazerne) en te velde en tijdens uitzendingen.

Primair is HPG gericht op het voorkomen van gezondheidsrisico’s om zodoende "Disease and Non-Battle Injuries” (DNBI) te voorkomen: ziekten en niet-gevechtsverliezen. Beheersing van én toezicht op het voorkomen van DNBI zijn zowel een individuele als een commandantenverantwoordelijkheid. DNBI zijn veruit de grootste oorzaak van uitval onder militairen.

Regionale, levensbedreigende of voor het vervullen van de functie ongeschikt makende ziekten beperken de gevechtskracht. Iedereen, inclusief commandanten, is gebaat bij het naleven van de regels van de HPG. De HPG’er heeft dan ook een adviserende functie naar commandanten en artsen.

Bij het onderkennen van gezondheidsrisico’s tijdens een missie kan binnen het geneeskundig ondersteuningsplan een HPG-specialist een zeer nuttige rol vervullen. Daarom zal een HPG’er te allen tijde deel uitmaken van een verkenning (recce party) naar een missiegebied waardoor de gezondheidsrisico's nader kunnen worden gepreciseerd en aangevuld; daarbij neemt de HPG’er tevens alle aspecten van arbeidsomstandigheden en milieu onder de loep. De HPG’er doet onder andere metingen in de lucht, de bodem, het voedsel en het water. Als gevolg van de verkenning zal de HPG’er voor een missiegebied een toegesneden voorlichting kunnen geven waarin informatie wordt verstrekt over ziekten die in het missiegebied voorkomen en op welke manier dergelijke ziekten kunnen worden voorkomen. Het vakgebied van de HPG'er wordt niet voor niets meegenomen in de rapportages onder medische aspecten. Daarnaast kunnen zowel commandant als arts terugvallen op het specialisme HPG bij het onderkennen en beperken van besmettelijke aandoeningen als gevolg van HPG-aspecten.

Hoofdonderwerpen van de HPG zijn dan ook:

Persoonlijke hygiëne (genitaliën, haar, handen, huid, mond, oren en voeten)

Hygiëne te velde (afvalverwerking, gezonde voeding, omgaan met voedsel, veilig drinkwater)

Preventie van koudeletsels

Preventie van warmteletsels

Preventie van stress

Preventie, oorzaken en verspreiding van infectieziekten

Terug naar Boven

 

Laatste update:09.02.2013