HET LEGER BOEK
Terug naar de homepage
 

titel

Het leger boek

auteur

Okke Groot & Ben Schoenmaker

ISBN

9789040077890

jaar

2011

pagina’s

382

uitgeverij

Waanders & Nederlands Instituut voor Militaire Historie

Pagina 51: Madurokazerne

Op 2 juli 1952 werd het miniatuurstadje Madurodam in de Scheveningse Bosjes van Den Haag geopend, gebouwd ter nagedachtenis aan de joods-Antilliaanse verzetsstrijder George John Lionel Maduro.

Maduro, geboren op Curaçao op 15 juli 1916, was in 1936 opgeleid tot cavalerist en nam als reserve tweede luitenant deel aan de meidagen van WO II. Hij oogstte grote bewondering toen hij op 10 mei 1940 met twee groepen (een wachtmeester en veertien huzaren) onder vijandelijk mitrailleurvuur een stormaanval leidde op een versterkt Duits steunpunt bij de Villa Leeuwenburg (nu: Dorrepaal) bij Rijswijk.

Voor deze daad, waarbij tien Duitse parachutisten gevangen werden genomen, zou hij later  postuum worden onderscheiden met de Militaire Willems-Orde (Ridder 4de Klasse), waarmee Maduro de enige Nederlander van Antilliaanse afkomst is die deze onderscheiding heeft ontvangen.

Hij overleed op 9 februari 1945 in het concentratiekamp Dachau; hij kwam daar terecht na zijn derde arrestatie door de Duitsers, ditmaal na de hulp aan geallieerde piloten.

De Madurokazerne is een replica op schaal 1 : 25 van de Koning Willem I-kazerne in ’s-Hertogenbosch – waarvan het origineel overigens in 1992 door Defensie werd afgestoten. Het laatste onderdeel dat op het Bossche kampement resideerde was 48 Pantserinfanteriebataljon Regiment Van Heutsz. Vervolgens herbergde de voormalige kazerne een asielzoekerscentrum en een school.

Het voertuig op de voorgrond is een schaalmodel van de AMX-PRI (pantserrups infanterie). Het Franse gepantserde terreinvoertuig op rupsbanden stroomde vanaf 1963 in de Koninklijke Landmacht binnen en vormde de pantserinfanterie deels om naar gemechaniseerd optreden.

Tot 2004 vond het onderhoud van de Madurokazerne plaats op kosten van het Ministerie van Defensie. Hoewel die kosten per jaar slechts € 5.200 bedroegen, werd te te verwaarlozen bijdrage geschrapt omdat Defensie in Madurodam ook al vertegenwoordigd was “met soldaatjes van de Luchtmobiele Brigade bij een Chinook-helikopter van de luchtmacht”.

De foto dateert van 11 september 1972.

Terug naar Boven

Pagina 55: Forward Storage Site

Staatssecretaris van Defensie dr. Wim van Eekelen opende op 17 april 1980 in Sehlingen, bij Bremen, de eerste forward storage site (FSTS) voor het 1ste Legerkorps (1LK).

De FSTS (in het Duits: Korpsdepot; Munitions- und Treibstoffdepot, in het Frans: dépôt avancé) is in de voorwaartse zone gelegen vooruitgeschoven opslagplaats, in eigendom van de Amerikaanse strijdkrachten. Voorwaarts wil zeggen: buiten het organieke bevoorradings- en dienstengebied.

Het doel van een FSTS was (en is) het aanhouden van initiële voorraden brandstof en munitie voor de aanvullingsplaatsen en, in incidentele gevallen, herbevoorrading, om de omloop- en reactietijden tussen aanvullingsplaats en verdeelplaats te verkorten.

De FSTS’n, die van groot belang waren voor de logistieke ondersteuning van 1LK, werden door Nederland geëxploiteerd en bewaakt.

In het FSTS in Sehlingen was klasse V (munitie) opgeslagen. Dankzij dergelijke opslagplaatsen voor munitie en brandstof (klasse III) – 1LK had een tweede FSTS in Töppingen en een derde in Ramelsloh – kon de reactietijd van het legerkorps bij een mogelijke aanval door het Warschaupact flink worden bekort.

In totaal wilde de KL in de Bondsrepubliek Duitsland 9 FTST’n bouwen; hiermee zou voldoende opslagcapaciteit voor zeven (sic!) dagen gevechtskracht worden gerealiseerd. Door vertraging in zowel besluitvorming als uitvoering werd dit aantal niet gehaald. Het einde van de Koude Oorlog maakte de forward storage sites overbodig.

Terug naar Boven

Pagina 77: Ehrhardt pantserwagen

De eerste Nederlandse pantserwagen was de Ehrhardt E-V/4, van oorsprong een Duitse (Straβenpanzerkraftwagen). Naar verluidt was die in 1918 in het grensgebied in Zuid-Limburg aangetroffen, d.w.z. na de Eerste Wereldoorlog.

Omstreeks 1920 werd dit voertuig door de (latere?) Hollandsche Industrie en Handelsmaatschappij (HIH) Siderius NV in Rotterdam ten behoeve van de Koninklijke Landmacht van een nieuwe bovenbouw voorzien: een koepel met een 37 mm-kanon, dat uit de achterzijde van de koepel stak. Hierdoor werd de bijnaam van het voertuig “Potkachel”.

Terug naar Boven

Pagina 91: M59 Long Tom

De M59, bijgenaamd “Long Tom”, met de complete stuksbediening van 12 militairen.

Dit getrokken kanon werd voortgetrokken door een artillerietrekker 18 ton volrups: de M4 High Speed Tractor 18 ton met rupsbanden met vier loopwielen. De M59 is van Amerikaanse origine (U.S. Ordnance Department, 1938) en werd ingezet in zowel de Tweede Wereldoorlog als de Koreaoorlog.

De Long Tom verschoot 43 kg wegende projectielen met een kaliber van 155 mm over maximaal 25 km.

In 1952 werd het kanon in de bewapening van de KL opgenomen bij 106 Afdeling Veldartillerie. In 1959 faseerde het wapen alweer deels uit, om in 1966 door het gemechaniseerde kanon M107 met een kaliber van 175 mm te worden vervangen.

Een exemplaar van de M59 is te zien in het Artilleriemuseum op 'De Knobbel' op de Legerplaats bij Oldebroek (’t Harde); een exemplaar van de M4 High Speed Tractor 18 ton is te zien in het Liberty Park in Overloon.

Terug naar Boven

Pagina 139: Indisch Instructie Bataljon

De oprichting van het Indisch Instructie Bataljon, afgekort IIB, is op 11 december 1945 bevolen door de Chef van de Generale Staf. In de Ministeriële Beschikking van 13 mei 1946 wordt als oprichtingsdatum 1 april 1946 aangehouden.

Doel van het IIB was onderdelen van de Koninklijke Landmacht, die voor de uitzending overzee zijn aangewezen, reeds voor hun vertrek een speciale op hun taak in het Verre Oosten gerichte training te geven. Verder verzorgde het IIB demonstraties bij KL-onderdelen die bestemd waren om te worden uitgezonden naar Nederlands-Indië, onder andere de troepen die bij de beide Politionele Acties zijn ingezet.

Het IIB werd gelegerd in het Juliana Kamp te Kijkduin, een barakkenkamp bij Den Haag. Daar kregen de rekruten instructie in onder andere de gevechtsmethoden van het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger (KNIL), Maleisische land- en volkenkunde, sport, terreinleer en tropenhygiëne. Alles ter voorbereiding door de KL voor de inzet van Nederlandse troepen in de tropen.

Het IIB was samengesteld uit een bataljonsstaf, stafcompagnie, instructiecompagnie en cursistencompagnie. Het hardnekkige gerucht gaat dat onder de instructeurs onderofficieren waren die lid zijn geweest van de NSB.

In 1947 is het IIB onder het bevel van de Directeur der Infanterie gesteld, in ’48 werd het IIB onderdeel van het KNIL in Nederland en op 26 april 1948 vond de verhuizing plaats naar de Prins Hendrikkazerne te Nijmegen; het barakkenkamp in Kijkduin kreeg daarna vooral bekendheid als kamp voor de Militaire Vrouwenafdeling (MILVA) van de KL.

Op 6 januari 1949 werd de benaming IIB gewijzigd in Instructie Bataljon voor Indonesië (IBVI). Op 1 december 1949 is het bataljon opgeheven.

Op de foto, uit de zomer van 1947, krijgen militairen van het IIB met behulp van een diorama (kijkkast) onderricht in de terreingesteldheid in Nederlands-Indië.

Terug naar Boven

Pagina 166: Oefening FREE LION

Wat de oudere dame op de fiets en de brugbewakende Nederlandse militairen op deze foto zich niet kunnen realiseren, is dat ruim een jaar later de Berlijnse Muur zou vallen en daarmee de Koude Oorlog ten einde was.

Van 13 tot en met 25 september 1988 vond ten zuiden van de Noordduitse stad Hannover een vijfjaarlijkse legerkorpsoefening vindt plaats, ditmaal genaamd Free Lion. Ten oosten en westen van de rivier Weser, op de lijn Braunschweig-Hildesheim-Hameln-Bielefeld.

Vanaf de jaren ’70 pakte de KL het houden van grote internationale militaire oefeningen weer op, te beginnen met Big Ferro (1973), Saxon Drive (1978) en Atlantic Lion (1983). Ook de vijf jaar later gehouden oefening Free Lion, waarbij Nederland gastheer was, trok massale belangstelling: 33.000 Nederlandse militairen oefenen samen met Amerikaanse, Britse en Duitse eenheden.

In totaal waren er 44.000 militairen te velde en maar liefst 12.500 wiel- en 1.700 rupsvoertuigen.

Dit grootschalige optreden moest dienen ter afschrikking van het Warschaupact. Bovendien bleek zo’n oefening waaraan het 1ste Legerkorps deelnam ideaal voor het beproeven van nieuwigheden, zoals indertijd de capaciteit aan eigen elektronische oorlogvoeringsmiddelen en een kersvers munitiebevoorradingssysteem.

De oefeningen hadden plaats buiten de oefenterreinen, in de realistische omgeving van de Noordduitse laagvlakte waar in voorkomend geval de oorlog tegen het Warschaupact zou moeten worden uitgevochten. Voor de deelnemende troepen waren ze het slotstuk van een reeks kortere oefeningen op compagnies-, bataljons-, brigade- en divisieniveau. Verplaatsen, opstelling innemen, rivieroversteek, doorschrijding van andere eenheden, alles in het concept van de voorwaartse verdediging van de NAVO.

Terug naar Boven