Inhoudsopgave I
Terug naar de homepage
 

Maak uw keuze uit de hieronder getoonde lijst

INTEGRATED DEVELOPMENT OF ENTREPRENEURIAL ACTIVITIES

 

Ezelsbruggetje, waarbij zowel het gehele woord als elke letter afzonderlijk een betekenis heeft. Het is de standaardprocedure voor eerstehulpverlening bij acute letsels aan de onderhuidse weefsels, zoals kneuzing, peesscheuren, spierscheuren, verrekking, verstuiking en verzwikking.

ICE
KoelenMet zachtstromend koud water of met ijs of met een coldpack gedurende tenminste 10 minuten. Leg daarbij een theedoek/mitella tussen huid en ijs/coldpack. Herhaal het koelen de eerste twee dagen enkele keren per dag.

I
ImmobiliserenZorg dat het getroffen lichaamsdeel onbeweeglijk wordt gemaakt.

C
CompressieLeg een drukverband aan.

E
ElevatieZorg dat het getroffen deel wordt hooggelegd. Geldt met name enkel en onderbeen.

Zie ook: marsvoet.

Terug naar Boven

 

ICOM

Communicatie met behulp van verbindingsmiddelen. In het bijzonder het radioverkeer dat in Afghanistan (Uruzgan) plaatsvindt door Opposing Militant Forces (OMF) / Anti Coalition Militia (ACM) – lees: Taliban.

Afgeleid van ICOM, de naam van een Amerikaans-Japanse firma van verbindingsapparatuur. Vandaar bijvoorbeeld ICOM-chat ("gepraat") en ICOM-comms (communicatie).

De Taliban maken, evenals de coalitietroepen van Operation Enduring Freedom (OEF) of de International Security Assistance Force (ISAF), gebruik van radio’s en walkie-talkies. Het is een publiek geheim dat het radioverkeer door beide partijen wordt af- en uitgeluisterd. Hieruit is gebleken dat de Taliban beschikken over een behoorlijk perfecte inlichtingendienst die alle relevante gegevens uit openbare bronnen verzamelt.

Uit het af- en uitluisteren van ICOM en het vertalen van radioverkeer kan bijvoorbeeld blijken dat de Taliban een hinderlaag hebben gelegd, maar dat zij niets zullen doen als zij niet worden aangegrepen. Ook andere informatie die van belang is kan worden af- en uitgeluisterd, zoals geplande aanvallen op coalitietroepen, de verplaatsing van troepen of het plaatsen van improvised explosive devices (IED's). Zodra de Taliban in actie komen of zijn, neemt in de regel de ICOM toe.

Terug naar Boven

 

IJSSELLINIE

 

Terug naar Boven

 

IJZEREN VOORRAAD

Logistiek-tactisch in plaats van economisch begrip. In dit verband met name een minimale voorraad genees- en verbandmiddelen die gereserveerd moet blijven voor geneeskundige hulpverlening aan eigen militairen bij mogelijke calamiteiten. Formeel bestaat het begrip, dat dateert uit de jaren ’50, niet meer bij de Koninklijke Landmacht.

Desondanks bleek tijdens de missie van Dutchbat-III in Bosnië in 1995 de politieke gevoeligheid van het begrip, dat – hoewel het ook werd gehanteerd voor de minimumvoorraad aan diesel of munitie – met name discussie opriep bij genees- en verbandmiddelen. De ijzeren munitievoorraad mag alleen worden verschoten met toestemming van de hogere / tactische commandant. De discussie bij de ijzeren geneesmiddelenvoorraad bij Dutchbat-III draaide om het ethische dilemma dat militaire artsen primair verantwoordelijk zijn voor de hulp aan gewonde en zieke militairen, niet aan de noodlijdende burgerbevolking.

Tijdens Dutchbat-III mocht de ijzeren voorraad van de verbandplaats op de compound in Potocari op enig moment niet meer worden gebruikt voor de hulp aan gewonde burgers; het verlenen van humanitaire hulp aan de burgerbevolking diende te worden onthouden dan wel tot het uiterste te worden beperkt (waarbij slechts beperkt en selectief van de aanwezige middelen gebruik mocht worden gemaakt).

In Srebrenica had kolonel-chirurg G.D. Kremer van het team van de Krijgsmacht Hospitaal Organisatie-5 (KHO-5) een meningsverschil met chirurg en kapitein-ter-zee-arts H.G.J. Hegge van KHO-6 én met de leiding van Dutchbat-III over het al dan niet aanbreken van deze ijzeren voorraad. De voorraden waren door de hulp aan burgers door KHO-5 sterk geslonken.

Voor de duidelijkheid dient vermeld dat de discussie over de ijzeren voorraad weliswaar een (medisch-ethisch) dilemma was, maar dat deze niets te maken had met het medisch handelen an sich ten tijde van Dutchbat-III.

(Bron onder andere: ‘Dutchbat III en de bevolking: medische aangelegenheden’, deelstudie van het Srebrenica-rapport van het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie, DCL Schoonoord, ISBN 9053527907, 2002, hoofdstuk 5, pagina 22 t/m 33)

Terug naar Boven

 

IMPROVISED EXPLOSIVE DEVICE

Afgekort: IED. Geïmproviseerd explosief; knutselbom; provisorische springlading; zelfgemaakt springtuig. Sinds de Amerikaanse invasie van Irak (2003) wordt in de media ook wel gesproken over een “roadside bomb” in plaats van een IED. In het Duits: Sprengsatz. In het Frans: dispositif explosif de circonstance (DEC).

Zelf in elkaar gezet onconventioneel explosief, vervaardigd uit lokaal beschikbare civiel-commerciële en/of militaire componenten, dat tot doel heeft mensen te doden, te verminken, economische schade te veroorzaken of een politieke voorkeur kenbaar te maken.

In de regel is een IED een valstrik (booby-trap), maar evengoed kan zij bestaan uit gemodificeerde standaardmunitie, een geïmproviseerde inrichting voor het afvuren van (mortier)granaten of op afstand tot detonatie te brengen explosieven. Op afstand tot detonatie gebrachte IED’s worden RCIED's genoemd: Remote of Radio Controlled Improvised Explosive Devices. Daarnaast zijn er onder andere IED’s met een tijdvertraging (Time Operated IED’s), Command Wire IED’s en IED’s in voertuigen die worden gebruikt bij zelfmoordaanslagen (Vehicle Borne IED’s).

Doorgaans worden IED’s vervaardigd uit (ver)oude(rde) ongesprongen projectielen die met een draadloze ontsteking, mobiele telefoon, lont of tijdklok tot detonatie worden gebracht. Om ontdekking te voorkomen worden zij verborgen in vuilnisbakken, kuilen in de (midden)berm van wegen, in de kofferbak van een voertuig, onder afvalbergen, kadavers en lijken.

De grote nadelen van IED’s:

  • uiterst effectief
  • tegen zeer lage kosten te vervaardigen
  • moeilijk herkenbaar, ook wat betreft inhoud en ontstekingswijze
  • meestal van een technisch hoogwaardig niveau
  • detonatie resulteert in blast-, brand- en scherfverwondingen

De wijdverspreide dreiging van IED's is sterk in opmars voor het plegen van aanslagen op troepen die deelnemen aan vredesmissies, zoals ISAF (Afghanistan) en SFIR (Irak). Door de toegenomen inzet van militairen in gebieden met een hoog geweldsspectrum zijn daarmee de risico’s toegenomen dat zij verwondingen oplopen als gevolg van de effecten van IED’s.

Daarom is ook in Nederland de personele en materiële capaciteit om IED’s te detecteren en te neutraliseren uitgebreid. Zo werd in 2006 bij het Opleidings- en Trainingscentrum Operatiën een Taskforce Counter-IED opgericht, die zich bezighoudt met het opstellen van doctrines en procedures die de bewapening tegen IED’s mogelijk maakt. Operationele concepten worden aangepast en militaire kampementen versterkt. Het inlichtingenwerk en de opleiding en training van militairen besteden aandacht aan de dreiging van aanslagen. Op wielvoertuigen is aanvullende bescherming aangebracht dan wel worden beter beschermde voertuigen geïntroduceerd. Intussen is een heuse wedloop gaande: steeds wanneer coalitietroepen een nieuwe oplossing invoeren om zich te weren tegen een bepaald type IED, lijkt de insurgent juist een nieuw type te introduceren.

Naast lessen in ammunition-awareness, worden ook jammers gebruikt om IED-strikes tegen te gaan. Actie van EOD’ers en genisten is in de eerste plaats gericht op het detecteren, onschadelijk maken en minimaliseren van de effecten van IED’s. In het grotere plaatje wordt alles in het werk gesteld om IED-strikes (én de exploitatie van geïmproviseerde explosieven door netwerken van insurgents/terroristen) te voorspellen en te voorkomen.

Nederlandse genisten in Uruzgan gaan hun zoektocht naar bermbommen vanaf medio april 2009 onder meer uitvoeren op luchtschoenen: rubberen veiligheidsschoenen met een lengte van 70 cm, breedte van 35 cm, dikte van 14 cm en een gewicht van 2,6 kg per schoen ten behoeve van het searchen en de-minen. De zolen van de schoenen, genaamd Matramine, zijn geschikt voor elke ondergrond en kunnen worden opgepompt met 25 liter lucht. Daardoor wordt de druk van het lichaamsgewicht over een groot en flexibel oppervlak verspreid.

Deze drukspreiding verkleint de kans dat een niet ontdekte IED detoneert als de militair erop gaat staan. Wanneer er iets misgaat, hebben de schoenen een licht beschermende werking. Defensie heeft 40 paar van de Matramine aangekocht bij de Franse firma Elastomères de Bigorre S.A. De schoenen zijn geen nieuwe vinding, maar worden door de Nederlandse ISAF-troepen wel voor het eerst gebruikt als bescherming bij het zoeken naar bermbommen.

In de buitenring van Kamp Holland (Tarin Kowt, Uruzgan) is op 11 juni 2009 het Counter Improvised Explosive Devices (C-IED) oefengebied in gebruik genomen, een zgn. IED-lane. Hier leren nieuwe, naar Uruzgan uitgezonden, eenheden hoe zij geïmproviseerde explosieven tijdig kunnen herkennen en onschadelijk maken. Doel is om de nieuwkomers in de eerste weken in Uruzgan de IED-awareness aan te scherpen.

Het oefengebied – opgebouwd door de Nederlandse en Australische genie – bestaat onder andere uit een nagebouwde weg, waar de simulatie-explosieven ingegraven worden door de instructeurs. De nieuwe IED-lane geeft een goed beeld van de werkelijkheid. Een instructeur loopt het hele circuit af met de militairen, die zelf de IED’s met het blote oog moeten opsporen; na het aantreffen van de (onschadelijke) bom kijken ze naar het soort IED en hoe het in elkaar is gezet. Op die manier krijgen de militairen een goed beeld van de echte explosieven, zoals bermbommen, buiten de poort. De IED’s die ingegraven worden, zijn nagemaakte of onschadelijke gemaakte bommen die aangetroffen worden in Uruzgan. “Maar we gebruiken ook IED’s uit andere gebieden, want ook die kunnen hier worden gevonden”. Op 15 oktober 2009 is deze IED-lane vernoemd naar de op 7 september 2009 gesneuvelde sergeant-majoor Mark Leijsen. De ‘Mark Leijsen C-IED Trainingslane’ draagt de naam van de sergeant-majoor omdat hij een expert was in het opsporen van geïmproviseerde explosieven.

IED's moeten niet worden verward met UXO's en zgn. ontplofbare oorlogsresten (Explosive Remnants of War, ERW's).

Bron: Kijk, 2012.

Zie ook: daisy chain, explosively formed penetrator (EFP) en trekbom.

Terug naar Boven

 

IMPROVISE, ADAPT, OVERCOME

One-liner van United States Marine Corps gunnery sergeant Tom 'Gunny' Highway in de speelfilm 'Heartbreak Ridge' uit 1986. Highway wordt gespeeld door Clint Eastwood , tevens regisseur van de film:

Improvise

In een onvoorziene situatie iets nieuws bedenken

Adapt

Zich aanpassen aan de nieuwe situatie

Overcome

De nieuwe situatie overwinnen en eigen maken

Clint Eastwood, a.k.a. sergeant Tom 'Gunny' Highway

Korea- en Vietnam-veteraan Tom Highway nadert de pensioengerechtigde leeftijd maar heeft als laatste taak de opdracht een zootje ongeregeld om te smeden tot een zichzelf respecterende eenheid. Allerlei omgevingsfactoren doen een lafhartige poging roet in het eten te gooien, zoals door hem op te leiden officieren die alleen maar volgens de theorie kunnen werken, zijn ex-vrouw tot wie hij zich nog altijd aangetrokken voelt, zijn eigen drinkgedrag en de hogere legerleiding die hem liever kwijt dan rijk is.

Het is geen toeval dat de kreet ook binnen de krijgsmacht regelmatig wordt waargenomen, onder andere bij het Korps Mariniers . Meest recente vermelding van het citaat is in het boek 'Durf te springen! Persoonlijke ervaringen van een Nederlandse marinier' van Kees Amsterdam (april 2004, Uitgeverij BZZTôH , 144 pagina's, ISBN 904530385X, € 14,50) .

"Improvise, Adapt, Overcome" is feitelijk de enig mogelijke oplossing om te kunnen overleven in een onvoorziene situatie.

Terug naar Boven

 

INBRAAK

Duits: Einbruch; Eindringen. Engels: breaking-in; penetration. Frans: attaque de rupture.

Fase in de aanval, waarin een vijandelijk opstelling (voorste vijandelijke verdedigingsopstelling, strook) wordt binnengedrongen. Het aanvallend gevecht kent in principe de volgende in elkaar overgaande fasen: naderingsmars (advance-to-contact), inbraak en voortzetting van de aanval.

De inbraak kan worden voorafgegaan door een inleidende gevechtsactie (voorbereidende beschieting met behulp van vuursteunmiddelen en/of gevechtshelikopters op de locatie van de inbraak dan wel het zwaartepunt van de aanval) om de inbraak in het vijandelijk weerstandsgebied gemakkelijker te maken. Rookvuren kunnen de inbraak maskeren.

Tijdens de inbraak zijn er een piekverbruik van klasse V en een piekaanbod van gewonden; luchtgewondentransport is in de regel niet mogelijk. Wanneer de voorste eenheid de inbraak heeft voltooid, haar flanken beveiligt en zich voldoende diepte heeft bevochten, kunnen opvolgende eenheden worden ingezet voor de voortzetting van de aanval.

Zie ook: aanvallend gevecht, advance to contact en zwaartepunt.

Terug naar Boven

 

INCIDENT REPORT

Rapport dat vanaf een positie dient te worden opgemaakt bij het plaatshebben van een incident. Een incident kan in een militaire setting worden gedefinieerd als een voorval dat stoort, van voorbijgaande aard is en niet inhoudt dat er vijandelijkheden worden voortgezet.

Een incident report wordt doorgegeven via de radio aan de OPS-Room op een compound. Op de OPS-ROOM komen alle rapporten met meldingen vanuit verschillende posities binnen, meest bij Peace Support Operations.

A

Tijdstip van de waarneming

D

Locatie

F

Groepering; sterkte; bewapening

L

Omschrijving incident

Terug naar Boven

 

INCLINATIE

De aarde heeft een magnetische noord- en zuidpool. De magnetische noordpool valt echter niet samen met de geografische noordpool. Het verschil heet declinatie . Echter, ook de magnetische velden op aarde lopen niet keurig horizontaal: de sterkte van deze magnetische velden die uitwerken op de magneetnaald in het kompashuis heet inclinatie.

Vanwege de inclinatie blijft de magneetnaald nooit helemaal liggen: de naald kan door de magnetische schommelingen niet vrij ronddraaien in het kompashuis en wordt daardoor belemmerd in het correct aanwijzen van het noorden. De inclinatie hangt, evenals de declinatie, af van de plaats waar je je op aarde bevindt. Als je een kompas gebruikt op het zuidelijk halfrond - of specifieker: in A frika of in Australië - is het mogelijk dat het kompas onbruikbaar is. In Nederland en nagenoeg het leeuwendeel van Europa heeft de inclinatie nauwelijks effect op het uitzetten van kompasstanden.

Feitelijk is de inclinatie de hoek die de magneetnaald in het kompashuis maakt met het horizontale vlak (aardoppervlak).

Voor het werken met kaart en kompas is inclinatie veel minder belangrijk dan declinatie .

 

INDAS

Betekent: Individueel Aanvullingssysteem. Ook genoemd: filler-systeem (uit het Engels: “Iemand die vult”).

Personeelsaanvullingssysteem waarbij individuen als nieuw op te leiden of al opgeleide beroeps- of dienstplichtige militairen in gedeelten opkomen bij én instromen in een eenheid.

In het dienstplichttijdperk was het INDAS in het bijzonder van toepassing op staf- én gevechtsverzorgings- of logistieke eenheden, terwijl de manoeuvre-eenheden vooral pelotons- en compagniesgewijs werden gevuld.

Zie ook: ONDAS en rekruut.

Terug naar Boven

 

INDIANENBRUG

Dubbele touwbrug, waarbij twee horizontale touwen parallel boven elkaar zijn gespannen. Het bovenste touw geeft steun aan de handen, het onderste is het looptouw. De indianenbrug is een hulpmiddel om een hindernis (ravijn, rivier) over te steken en wordt vaak gebruikt bij grensverleggende activiteiten.

De hindernis kan het beste zijwaarts schuifelend worden overbrugd: de voeten zijn daarbij loodrecht op het touw geplaatst, de overgang tussen hak en zool van de gevechtslaarzen is in het touw geplaatst. Steeds dient met beide touwen contact te worden gehouden: de armen ietwat gestrekt en gespreid, het bovenlichaam een beetje naar voren hangend.

Terug naar Boven

 

INDISCH INSTRUCTIE BATALJON

Terug naar Boven

 

INDIVIDUELE HULPVERLENING

De Afdeling Individuele Hulpverlening (AIH; gevestigd in Amersfoort) van de Koninklijke Landmacht (KL) is regionaal georganiseerd in Eindhoven, Utrecht, Zwolle en Seedorf; deze regio’s worden Sectie Individuele Hulpverlening (SIH) genoemd.

De SIH’s werken ten behoeve van de in de regio geplaatste KL- en KMAR-militairen, maar ook partners, gezinsleden en veteranen kunnen er terecht voor een hulpvraag.

AIH/SIH zijn tweedelijns hulpverleners, die specialistische zorg leveren bij psychische en psycho-sociale problemen. Bij AIH/SIH werken psychologen, psychotherapeuten, gespecialiseerde maatschappelijk werkers en psychiaters. Wie zich aanmeldt bij AIH/SIH heeft hoofdzakelijk psychische of psycho-sociale problemen die het tijdelijk en plaatselijk onmogelijk maken een leven te leiden dat bevredigend mag worden genoemd. Lichamelijke en/of psychische klachten, relatie- en/of werkgerelateerde problemen liggen hieraan ten grondslag.

Lichamelijke klachten

hoofdpijn

hyperventilatie

lage rugpijnklachten

oververmoeidheid

slaapklachten

Psychische klachten

angstgedachten

angstgevoelens

concentratieproblemen

futloosheid

gespannenheid

geen uitkomst meer weten

neerslachtigheid

nervositeit

Relatieproblemen

eenzaamheid

geen vrienden kunnen maken

geen vrienden kunnen vasthouden

problemen met kinderen

zich onbegrepen voelen in een privérelatie

Werkgerelateerde problemen

niet (meer) aankunnen van de opgedragen werkzaamheden

ruzie met collega’s

ruzie met superieuren

ruzie met onderhebbenden

zich onbegrepen voelen in een werkrelatie

Het ontstaan van psychische en psycho-sociale problemen is dikwijls niet direct duidelijk. Er kunnen zich in iemands leven ingrijpende gebeurtenissen (‘life events’) hebben voorgedaan. Ook bij uitzendingen kunnen situaties tot problemen leiden.

Adressen en telefoonnummers van de SIH's zijn:

SIH Eindhoven

’t Hooghuis
Keizersgracht 5
5611 GB Eindhoven
Telefoon 040-2433008

SIH Utrecht

Luitenant-generaal Knoopkazerne
Mineurslaan 500
3521 AG Utrecht
Telefoon 030-2366700

SIH Zwolle

Meppelerstraatweg 21
8022 AE Zwolle
Telefoon 038-4545444

Terug naar Boven

 

INFANTERIE

Militair van het wapen (“groot en sterk”) der infanterie; dit is een gevechtseenheid die de directe strijd in bossen, te velde en in oorden voert. Ook wel "Koningin van het Slagveld" genoemd. Van oudsher zijn infanteristen voetvolk; vandaag de dag wordt binnen de Nederlandse krijgsmacht een onderscheid gemaakt in commando's, pantserinfanteristen, luchtmobiele infanteristen en mariniers; beide laatsten worden gerekend tot de lichte infanterie.

Commando (bij het Korps Commandotroepen):

103 Commandotroepencompagnie

 Roosendaal

104 Commandotroepencompagnie

105 Commandotroepencompagnie

108 Commandotroepencompagnie

Luchtmobiele infanterist (bij 11 Air Manoeuvre Brigade Air Assault):

11 Infanteriebataljon Luchtmobiel Air Assault 

Schaarsbergen

12 Infanteriebataljon Luchtmobiel Air Assault 

Schaarsbergen

13 Infanteriebataljon Luchtmobiel Air Assault 

Assen

Panterinfanterist (bij een Pantserinfanteriebataljon):

17 Pantserinfanteriebataljon

Oirschot

42 Pantserinfanteriebataljon

Oirschot

44 Pantserinfanteriebataljon

Havelte

45 Pantserinfanteriebataljon

Ermelo

Bijnamen van de infanterist: infantroos, heihaas, zandhaas en zandhapper.

Militairen in de Initiële Militaire Opleiding (IMO) worden primair opgeleid als infanterist. De infanterie levert direct een bijdrage aan de hoofdtaak van de Koninklijke Landmacht: het leveren van gevechtskracht en/of crisisbeheersingsvermogen. De kern van elke krijgsmacht wordt gevormd door de militairen die het grond(nabij)gevecht voeren.

De militairen worden met gevechtsvoertuigen (pantserinfanterie) of helikopters (luchtmobiele infanterie) naar de plaats van inzet gebracht. De infanterist maakt gebruik van (semi-)automatische kleinkaliberwapens (kkw), mortieren en antitankwapens. Ook beschikt de infanterie over geavanceerde communicatiemiddelen, laserapparatuur en verschillende soorten nachtzichtapparatuur.

Aan de Otterloseweg in Harskamp bevindt zich het Infanterie Museum. Het is geopend van maandag tot en met vrijdag van 13.00 tot 16.00 uur; de toegang is gratis. De collecties in het Infanterie Museum geven van alle opgeheven en bestaande infanterieregimenten een goed historisch beeld.

Het driemaandelijks verschijnende vakblad van de infanterist, uitgegeven door de Vereniging Infanterie Officieren (VIO), heet 'De Infanterist'. In december 2005 is het 40ste nummer van ‘De Infanterie' verschenen.

De huidige bakermat van de infanterist is de Infanterieschool op het Opleidings- en Trainingscentrum Manoeuvre (OTCMAN) op de Bernhardkazerne te Amersfoort.

Op 17 december 2004 heeft de kolonel b.d. Joop Lodders het eerste exemplaar van 1.500 exemplaren van het boek 'Het Wapen der Infanterie. Geschiedenis en tradities van de Nederlandse infanterie' aan de voorzitter van de Wapentraditieraad Infanterie uitgereikt, generaal-majoor Peter van Uhm. Het boek is bedoeld voor cadetten van de KMA en aspirant-onderofficieren van de KMS.

Omslag 'Het Wapen der Infanterie'.

Zie ook: bloedgroepfout, ersatz, lichte infanterie, pantserinfanterie en rode baret.

Terug naar Boven

 

INFANTERIE, LICHTE

Organisatorisch heeft de lichte infanterie wapens die wat gewicht betreft licht te noemen zijn. De vuurkracht van de wapens en wapensystemen is allesbehalve gering; de wapens hebben in de loop der jaren slechts een miniaturisering doorgemaakt. Behalve kleinkaliberwapens gebruikt de lichte infanterie accurate antitankwapens met grote vuurkracht, zoals Dragon, Gill en TOW. Daarnaast bezit de lichte infanterie bijvoorbeeld geëigende geneeskundige, genie-, luchtverdedigings- en vuursteunmiddelen.

De lichtgewichte bewapening bepaalt in grote mate de draagwijdte van het optreden van de lichte infanterie, in Nederland vertegenwoordigd door 11 Luchtmobiele Brigade (11 LMB) van het Commando Landstrijdkrachten (CLAS), dat door de lucht verplaatsbaar is, en het Korps Mariniers (Kmarns) van het Commando Zeestrijdkrachten (CZSK), dat amfibisch verplaatsbaar is. Het gewicht van bewapening en uitrusting is hierbij van cruciaal belang. Beide eenheden lichte infanterie, met vergelijkbare en onderling uitwisselbare taakstellingen, kenmerken zich door:

  • organiek opererend zonder pantser(voertuigen); geen beperkingen door (zware) pantser- en wielvoertuigen
  • relatief geringe logistieke footprint; relatief langdurig autarkisch (zelfvoorzienend) in eigen behoeften
  • snelle inzetbaarheid
  • strategische mobiliteit (relatief eenvoudig te verplaatsen); geschiktheid voor optreden in moeilijk begaanbaar terrein, zoals bergen en jungle

Terug naar Boven

 

INFANTERIELIED

Geschreven in de jaren ’40 van de 20ste eeuw:

"Wij zijn van d'infanterie, het wapen groot en sterk.
Door alle eeuwen heen was zij de draagster van het gewin.
Voorwaarts granaat gereed, op de vijand in.
Volhard door alles heen, grijpt hem aan, slaat hem neer en overwin."

De originele tekst met de overige coupletten hangt in de hal van de Infanterieschool op het OTCMan in Amersfoort:

Terug naar Boven

 

INFANTERIESCHIETKAMP

Afgekort: ISK. Het ISK (sinds 2010 ook Defensie Schietkamp - DSK - genoemd) maakt deel uit van de Legerplaats Harskamp. Het is gelegen ten noordwesten van het Nationaal Park De Hoge Veluwe in Harskamp in de gemeente Ede.

Foto-impressie van het Infanterie Schietkamp in Harskamp, gemeente Ede.

De historie van het ISK gaat terug naar 1 september 1899, toen het eerste schot werd afgevuurd op een schietterrein dat tegenwoordig het schietkamp wordt genoemd. Het Veluwse landschap van 3.000 hectare was door de toenmalige landmacht aangekocht vanwege de invoering van een nieuw geweer, de Oostenrijks-Hongaarse Steyr Mannlicher M95, een kleinkaliberwapen met een dracht van meer dan 1.000 meter.

Het ISK valt onder het Opleidings- en Trainingscentrum Manoeuvre (OTCMAN) in Amersfoort. Vandaag de dag wordt het ISK gerund door ± 70 mensen, onder wie ± 25 militairen die zorgen voor onderhoud, planning van de schietactiviteiten, terreinbeheer en veiligheid. Met uitzondering van tanks, artillerie en anti-tank lange dracht, kan op het ISK met alle wapens worden geschoten. Het ISK beschikt over banen met een lengte van 100, 300 en 500 meter voor kleinkaliberwapens en daarnaast over de gevechtsbaan én schietbanen voor draagbare anti-tankwapens en mitrailleurs.

De schietbanen zijn gelegen aan een rondweg met de doelen en de onveilige gebieden naar binnen gericht; de onveilige gebieden overlappen elkaar.

Op jaarbasis maken ± 125.000 schutters gebruik van de faciliteiten op het ISK.

Na aanpassingen kunnen in de nabije toekomst in het gehele terrein gevechtsoefeningen met scherpe munitie (live-firing) plaatsvinden. De noodzaak tot het schieten met scherpe munitie is groot, uitgaande van het principe ‘train as you fight’.

Militair oefen- en schietterrein omgeving Harskamp.

Op 15 mei 2007 heeft de Legerplaats Harskamp officieel de toevoeging ‘Generaal Winkelmankazerne’ gekregen. Commandant Landstrijdkrachten luitenant-generaal Peter van Uhm doopte de kazerne om door een monument te onthullen dat zich naast de ingang bevindt.

De naam was tot 2004 verbonden aan de gelijknamige kazerne aan de Elspeterweg in Nunspeet, waar tot dan toe 200 Bevoorradings- en Transportbataljon gelegerd was. In dat jaar werd met de sloop begonnen.

Zie ook: gevechtsbaan en muiterij in de Harskamp.

Terug naar Boven

 

INFILTRATIE

Afgekort: infil. Duits: Einsickern. Engels: infiltration. Frans: infiltration. Techniek waarbij zo onopgemerkt mogelijk – liefst tijdens verminderd zicht – wordt binnengedrongen in én verplaatst door, langs, in of om vijandelijk weerstandsgebied met als oogmerk offensief op te treden tegen vijandelijke activiteiten. Daarbij worden (vuur)contact met én onderkenning (waarneming) door de vijand in eerste instantie vermeden. Bij een infiltratie worden zowel de vijandelijke gebieds- als objectbeveiliging misleid. De infiltratie kan vervolgens worden aangewend:

om belangrijke gebieden ter ondersteuning van de hoofdaanval te vermeesteren
om een vijandelijke achtergebiedsoperatie te verstoren
om inlichtingen te verkrijgen
om vijandelijke opstellingen in flank of rug aan te grijpen
om vijandelijke terugtochtwegen af te snijden

Soms is na uitvoering van de opdracht een exfiltratie nodig om naar eigen gebied terug te keren. De exfiltratie (terugverplaatsing) kan op dezelfde manieren worden uitgevoerd als de infiltratie (heenverplaatsing).

Infiltratie kan worden toegepast in elke manoeuvrevorm, maar vindt in de regel plaats door kleine ploegen, groepen of individuen, met name door Special Forces en overige infanterie. Infiltranten komen vervolgens in de diepte van het vijandelijk weerstandsgebied bij elkaar om een aanval of raid (overvalling) uit te voeren.

Vooral het optreden in verstedelijkte gebieden biedt goede mogelijkheden voor infiltratie door infanterie. De bebouwing met zijn ruime dekking en beperkte waarnemingsmogelijkheden leent zich uitstekend voor infiltraties te voet, vooral bij verminderd zicht.

Offensieve activiteiten die tezelfdertijd kunnen plaatsvinden zijn bijvoorbeeld een flankerende (tegen)aanval, inleidende gevechtsactie, omtrekking, ontplooiing van stay behind forces of verkenning.

Terug naar Boven

 

INITIATIEF

Duits: Initiative. Engels: initiative. Frans: initiative. De beoordeling van de toestand, besluitvorming en uitvoering in het gevecht van kortere duur laten zijn dan die bij de vijand. Dit is mogelijk door een hoog operationeel tempo, op zijn minst plaatselijk en tijdelijk, liefst continu. Hiertoe kan onder andere worden bijgedragen door informatiesuperioriteit in de beslissingscyclus (O.O.D.A.-loop).

Door een hoog operationeel tempo (snelheid) – gerealiseerd door inzet, doorzettings- en improvisatievermogen – én vrijheid van handelen wordt de verrassing in het optreden bevorderd cq. worden de voorwaarden van het gevecht gunstig beïnvloed.

Initiatief is daarnaast zowel een doel als een middel om vrijheid van handelen te verkrijgen en te behouden. Het initiatief aan de vijand laten is ongunstig; de volharding en de wil van de vijand moeten worden doorbroken door in te breken in de besluitvormings- en uitvoeringscycli van de vijand.

De gebeurtenissen moeten worden beheerst in plaats van te reageren op de gebeurtenissen (proactief i.p.v. reactief). Proactiviteit sluit niet uit dat in bepaalde gevallen – bijvoorbeeld in Peace Support Operations (PSO) – berusting of geduld vereist is. Een methode om proactiviteit te realiseren in PSO is de andere partij(en) haalbare maar strikte doelstellingen en tijdslimieten op te dragen. Door pressie op de andere partij(en) te houden cq. op te voeren, zal het initiatief behouden blijven of wordt zij juist verkregen. Op het politiek-strategische operationele niveau blijft het momentum gehandhaafd.

Initiatief is één van de universele grondbeginselen van oorlogvoering, naast beveiliging, concentratie, doelgerichtheid, economisch gebruik van middelen, eenheid van inspanning, eenvoud, flexibiliteit, geloofwaardigheid, informatie en legitimiteit.

Terug naar Boven

 

INFRASTRUCTUUR

Letterlijk: onderbouw. Duits: Infrastruktur. Engels: infrastructure. Frans: infrastructure. Het geheel van onroerende voorzieningen dat in of op de bodem is aangebracht en van blijvende en statische aard is. Tot de infrastructuur behoren onder andere (spoor- en water)wegen, vliegvelden, rioleringen, pijpleidingen, opslagplaatsen, openbare nutsvoorzieningen zoals telecommunicatie en (water)krachtcentrales, omheiningen, industrieterreinen, havens, bruggen en bekabeling.

Alle infrastructuur geldt als potentieel doel voor een vijand.

Volgens ‘Krijgsmacht: studies over de organisatie en het optreden’ (2004, pagina 517) is “minder dan één procent van het Nederlandse grondgebied” militaire infrastructuur, d.w.z. in gebruik bij het Ministerie van Defensie. Tot het direct ruimtebeslag behoren  oefen- en schietterreinen, kazernes, vliegkampen en -bases, een vlootbasis en logistieke inrichtingen zoals kantoren, werkplaatsen, munitie- en magazijncomplexen, spoorwegemplacementen (raccordementen), zendstations, forten en oorlogskerkhoven.

In relatie tot het optreden in verstedelijkte gebieden is infrastructuur een element om in de besluitvorming en commandovoering rekening mee te houden. Zo kan de genie de infrastructuur aanpassen (herstel, uitbreiding of verbetering) of juist in stand houden. Dat zal in het inzetgebied vaker nodig zijn, aangezien militair optreden aan de periferie van het verdragsgebied van de NAVO en elders eerder regel dan uitzondering is geworden. Niet alleen deze capaciteit kan door de genie worden gegenereerd: zij kunnen infrastructuur eveneens vernietiging of het gebruik ervan ontzeggen.

Voor gevechtseenheden bepaalt de hoeveelheid en het soort infrastructuur bijvoorbeeld hoeveel mankracht voorwaarts te sturen, al dan niet af te zien van voertuigbewegingen in oorden, het beschikken over locaties voor eigen troepen en het behoud dan wel verkrijgen van freedom of movement (FOM).

Zie ook: H.N.B.I.W.V.

Terug naar Boven

 

INITIËLE MILITAIRE OPLEIDING

Afgekort: IMO. Voorheen Algemene Militair Opleiding genoemd. Opleiding die in principe aan iedere rekruut wordt gegeven, of die nu tot de manschappen (soldaat of korporaal), onderofficieren of officieren zal behoren. Rekruten die door de werving en selectie zijn gekomen krijgen bij het met goed gevolg volbrengen van de IMO de stand van soldaat der tweede klasse. Na de IMO volgt de Functie Opleiding (FO). De FO's zijn zeer verschillend; bij de manschappen is er keuze uit ± 200 verschillende soorten functies. Na het met goed gevolg volbrengen van de FO worden de soldaten der tweede klasse bij de operationele eenheid gepromoveerd tot de stand van soldaat der eerste klasse.

De IMO leidt op in de militaire basisvaardigheden (skills en drills). Voor de manschappen wordt de IMO verzorgt door één van de vier (sinds 2007: drie) schoolbataljons:

SCHOOLBATALJON KAZERNE LOCATIE
Noord Johan Willem Frisokazerne Assen
Centraal Jan van SchaffelaerkazerneErmelo***
Zuid Generaal-majoor De Ruijter Van Steveninckkazerne Oirschot
Luchtmobiel Oranjekazerne Schaarsbergen

*** Opgeheven in 2007.

Logo Schoolbataljon Luchtmobiele Brigade (11 Air Manoeuvre Brigade Air Assault).

In de keuze van onderwerpen wordt tijdens de IMO/AMO de nadruk gelegd op:

Algemene crisisbeheersing (ACB)

Ammunition awareness (AAW)

Camoufleren

Exercitie

Gevechtsopleiding buddysysteem (GOBS)

Grensverleggende activiteiten (GVA)

Hygiëne en preventieve gezondheidszorg (HPG)

Inwendige dienst

Kaartlezen

Koken te velde

Materieelherkenning

Militair recht

Militaire ethiek

NATO-spelalfabet

Organisatie

Persoonlijke bescherming tegen CBRN-middelen

Verplaatsingen te voet

Wapen- en schietopleidingDiemaco

Zelfhulp en Kameradenhulp (ZHKH)

De IMO wordt verzorgd door het Opleidingscentrum voor Initiële Opleidingen (OCIO) in Ermelo, dat ressorteert onder het Opleidings- en Trainingscommando (OTCO) - sinds juni 2003 de opvolger van het Commando Opleidingen Koninklijke Landmacht (COKL).

Vandaag de dag is het mogelijk dat een gedeelte van de IMO wordt verzorgd door de operationele eenheid waar de instromende militair wordt geplaatst, met name onder de noemer Voortgezette Militaire Opleiding (VMO).

Terug naar Boven

 

INITIAL ENTRY CAPABILITY

Afgekort: IEC. De beginfase in de ontplooiing van een eenheid in een crisisbeheersingsoperatie gericht op het zonodig gewapenderhand verkrijgen van toegang tot het gebied. Feitelijk gaat het er dus om dat eenheden binnen no-time de deur intrappen om zich een toegang tot het gebied te verschaffen. De Initial Entry onderscheidt zich van de Follow On, waarin de overige, niet-Rapid Deployable eenheden de taken van de Initial Entry overnemen.

De Nederlandse Initial Entry Forces behoren tot het Korps Mariniers en 11 Air Manoeuvre Brigade; hierbij gaat het om respectievelijk twee mariniersbataljons die ressorteren onder de Groep Operationele Eenheden Mariniers (GOEM; 1 MARNSBAT en 2 MARNSBAT, beide gestationneerd op de Van Braam Houckgeestkazerne in Doorn) en drie infanteriebataljons luchtmobiel, t.w. 11, 12 en 13 INFBAT LUMBL.

De vijf genoemde gespecialiseerde bataljons zijn snel beschikbaar voor bijzondere gevechts- en crisisbeheersingstaken, terwijl de eenheden van de Gemechaniseerde Brigades van de Koninklijke Landmacht, naast een taakstelling binnen bijvoorbeeld de NATO Response Force (NRF), zijn voorbehouden voor Peace Support Operations. Het Korps Mariniers (grondgebonden optreden in combinatie met amfibische operaties) levert eenheden aan de Supreme Allied Commander Atlantic (SACLANT) en de Supreme Allied Commander Europe (SACEUR), 11 Air Manoeuvre Brigade (grondgebonden optreden in combinatie met gevechts- en transporthelikopters) enkel aan de SACEUR.

Omdat crisisbeheersingsoperaties een steeds 'harder' karakter krijgen - veroorzaakt door zowel de risico's verbonden aan het ingrijpen in intrastatelijke conflicten (Bosnië, Afghanistan, Irak) als de opkomst van het internationaal terrorisme - is er binnen de NAVO een groeiende behoefte gebleken aan escalatievermogen in de vorm van flexibel inzetbare en hoogwaardige Rapid Deployable-eenheden plus een groter belang van Force Protection.

Binnen het snel inzetbare High Readiness Forces (Land) Headquarters 1 GE/NL Corps is 11 Air Manoeuvre Brigade voorbestemd om deel uit te maken van de Initial Entry Capability van de NAVO-landstrijdkrachten. Binnen enkele jaren zal de Duitse Division Lüftbewegliche Operationen hier in een samenwerkingsverband eveneens deel van uitmaken. Vooralsnog heeft de IEC van 11 Air Manoeuvre Brigade een uniek (en daarom schaars) karakter binnen de Europese NAVO-strijdkrachten. In oktober 2003 heeft in Polen de legerkorpsoefening GAINFUL SWORD plaatsgehad; deze oefening, waarin 11 Air Manoeuvre Brigade haar Operationele Gereedheids Status (OGS) heeft behaald, heeft aangetoond dat de brigade als Initial Entry Force kan worden ingezet.

Operaties in het kader van Initial Entry kunnen ook worden uitgevoerd door de NATO Response Force; de NATO Response Force zal zich richten op snelle inzet binnen het gehele geweldsspectrum, inclusief artikel-5-operaties en Peace Enforcement.

Zie ook: follow-on force.

Terug naar Boven

 

INKTVLEKSTRATEGIE

Engels: inkspot strategy; fortified hamlet-strategy. Strategie die is gericht op het winnen van hearts & minds. De uitvoering ervan begint in oord X en breidt zich vervolgens langzaamaan circulair naar alle kanten uit – net als bij een inktvlek.

In oord X wordt met name aandacht besteed aan vraagstukken op het gebied van ondersteuning van het civiel bestuur, infrastructuur, (weder)opbouw en veiligheid. Zodra oord X door de eigen eenheden controleerbaar is, zal de actieradius van de eigen eenheden worden vergroot, waarna het (relatief) rustige, gecontroleerde en (uit)ontwikkelde oord X bijvoorbeeld gevoeglijk kan worden overgedragen aan lokale en/of geallieerde troepen.

Voorbeeld van de inktvlekmethode.

De binnenste, groene inktvlek is de wederopbouwzone (build). De daaromheen gelegen, gele inktvlek is de veiligheids- en beïnvloedingszone (clear & hold) en de buitenste, rode inktvlek is de ontwrichtingszone (shape).

 

Build

 

Dit is de initiële focus van de operatie, in de regel een gebied waar de bevolking de coalitietroepen het meest steunt. Belangrijkste gebied voor civiel-gerichte activiteiten. Permanent bezet door coalitietroepen om de bevolking 24/7 te beschermen. Géén kinetische operaties in deze inktvlek zonder toestemming van de civiele commandant. De inktvlek wordt pas uitgebreid als die volledig veilig is.

 

Clear & Hold

 

Hier ligt de focus op bescherming en beïnvloeding van de bevolking. Lokale leiders zullen moeten worden overtuigd om mee te doen. Als de juiste voorwaarden zijn geschapen, kan de inktvlek uitbreiden.

 

ShapeHier ligt de focus op het verzamelen van inlichtingen en special forces. Doel is de opponent te ontwrichten, de balans te verstoren en de volgende inktvlek te selecteren. Wanneer de voorwaarden geschapen zijn en voldoende troepen beschikbaar zijn, kunnen de 'shaping operations' van start gaan.

De inktvlek zal zich in eerste instantie verspreiden door vanuit de compound (sociale) patrouilles uit te voeren naar én in de nog niet gecontroleerde oorden in het gebied. Daar wordt met de lokale bevolking kennisgemaakt én er wordt gekeken naar overeenkomsten en verschillen in machtsstructuren én naar de al bekende inlichtingenstatus over de oorden.

De strategie werkte al tijdens de Britse campagnes in Maleisië in de jaren ’50 en ’60 en, zij het in mindere mate, bij de Amerikaanse militairen in de Vietnamoorlog.

Vanaf ISAF Stage-III (2006) in Afghanistan is de inktvlekstrategie door de Britse luitenant-generaal David J. Richards heringevoerd. Hier is de beleid vooral gericht op het indammen van counter-insurgency (COIN).

Terug naar Boven

 

INLICHTINGEN

Inlichtingen zijn de einduitkomst van kennis van en begrip over de activiteiten, mogelijkheden en intenties van alle relevante actoren en factoren; ze leveren een zo volledig en actueel mogelijk beeld van de situatie in de operatieomgeving zijn één van de randvoorwaarden voor het goed functioneren van een militaire eenheid.

Het proces van het inwinnen en kunnen gebruiken van militaire inlichtingen kent vier stadia:

INITIËREN

Vindt plaats op basis van de inlichtingenbehoefte van de commandant

 

VERZAMELEN

Vindt plaats aan de hand van het inlichtingenverzamelplan ter voorkoming van duplicering van opdrachten: wie verzamelt wat, waar en wanneer.

 

VERWERKEN & ANALYSEREN

Is de informatie militair relevant, uit betrouwbare bron, waarschijnlijk en tijdig beschikbaar.

 

VERSPREIDEN & GEBRUIKEN

Vindt plaats door schriftelijke rapportages (INTSUM = Intelligence Summary), briefings, bevelen, opdrachten en mondelinge mededelingen.

Er worden verschillende soorten inlichtingen onderkend, waar eenheden als het I.S.T.A.R.-bataljon mee en voor werken:

OSINT (Open Source Intelligence)

HUMINT (Human Intelligence)

IMINT (Imagery Intelligence)

SIGINT (Signal Intelligence)

OSINT (Open Source Intelligence)

Via

Media (onder andere CNN en BBC World Service), internet, overige open nieuwsbronnen.

 

Voordeel

Veel informatie over veel onderwerpen snel ter beschikking.

 

Nadeel

Vaak niet militair relevant en/of niet betrouwbaar.

 

Niveau

1 GNC, OPCO en brigades.

SIGINT (Signal Intelligence)

Via

Interceptie van uitzendingen in het elektromagnetisch spectrum d.m.v. telecommunicatiemiddelen. radaremissies, navigatiesystemen en telemetriesystemen.

 

Niveau

Verbindingsbataljons en 102 Elektronische Oorlogvoerings (EOV-)compagnie

IMINT (Imagery Intelligence)

Via

Maken en interpreteren van luchtfotografie door Remotedly Piloted Vehicles (RPV’s).

 

Niveau

101 RPV-compagnie (later omgedoopt tot 107 Aerial Systems-batterij)

HUMINT (Human Intelligence)

Via

Verzameld door mensen door 42 en 43 BVE en Korps Commandotroepen (diep in vijandelijk gebied informatie verzamelen), 101 Militaire Inlichtingen-peloton en artilleriedoelopsporing.

 

Niveau

42 Brigadeverkenningseskadron Huzaren van Boreel (13 Mechbrig), 43 Brigadeverkenningseskadron Huzaren van Boreel (43 Mechbrig), Korps Commandotroepen, 101 Militaire Inlichtingen-peloton (later omgedoopt tot 106 Inlichtingeneskadron) en artilleriedoelopsporing (101 Doelopsporingsbatterij)

Zie ook: intell.

Terug naar Boven

 

INSCHEPINGSVERLOF

Verlofvoorziening voor militairen volgens artikel 83, ‘Aanspraak op inschepingsverlof’, van het Algemeen Militair Ambtenaren Reglement (AMAR, MP-bundel 31-101 / 1210), die inhoudt dat bij een verwachte uitzendduur van minimaal 6 maanden het recht op inschepingsverlof van maximaal 5 werkdagen geldt.

Bij een kortere verwachte uitzendduur bestaat géén recht op inschepingsverlof. De verlofdagen van het inschepingsverlof vervallen als zij niet voorafgaand aan de uitzending worden genoten. Niet opgenomen inschepingsverlof wordt niet in geld vergoed.

Zie ook: ontschepingsverlof, recuperatieverlof en Ter Beek-verlof.

Terug naar Boven

 

INSERTIE

Duits: Ansatz; Insertion. Engels: insertion. Frans: insertion. Tegengestelde van extractie. Het infiltratieproces in een door de tegenpartij beheerst inzetgebied ten behoeve van het uitvoeren van observatie, patrouilles, raid, verkenning e.d., in de regel per transporthelikopter (airmobile), parachute (airborne), vliegtuig of voertuig (bereden, gemotoriseerd).

De keuze voor de wijze van insertie hangt af van het aanvalsdoel, het benodigd materieel, de beschikbare (verplaatsings)tijd, het gedacht optreden van de vijand en de terrein- en weerfactoren.

Zie ook: exfiltratie, extractie en infiltratie.

Terug naar Boven

 

INSPECTEUR-GENERAAL DER KRIJGSMACHT

Terug naar Boven

 

INSTAP

Het moment van geforceerd binnendringen in (een ruimte van) een object, zoals toegepast bij het zuiveren van objecten tijdens Close Quarter Battle (CQB), zoals optreden in verstedelijkte gebieden (OVG), al dan niet met gebruikmaking van speciaal gereedschap (bonkey, hooligan tool of ander breach-materiaal) en/of explosieven (flash-bang of handgranaat).

Te doen gebruikelijk vindt het binnendringen plaats door een stick militairen: achter elkaar opgesteld, met tussenafstanden van enkele centimeters en de loop van het wapen over schouder van de voorganger geplaatst.

Op het instappunt kan een vlag (licht) of breaklight (donker) worden aangebracht die de situatie in het object verduidelijkt: blauw (valstrik in object), geel (gewonde in object), groen (object veilig) of rood (object niet veilig).

Bij de instap moet zo snel mogelijk het meest kritieke punt (‘fatal tunnel’) worden gepasseerd. In de regel is dit een deur of raam waarop de verdediger van het object zich, liefst vanuit de (onzichtbare) dode hoek, met kleinkaliberwapens focust.

Terug naar Boven

 

INSTITUUT DEFENSIE GENEESKUNDIGE OPLEIDINGEN

Afgekort: IDGO. Sinds 1 maart 2006 de benaming voor wat voorheen door het leven ging als Opleidingscentrum Militair Geneeskundige Diensten (OCMGD). Het IDGO is het enige joint Opleidings- en Trainings Centrum (OTC) van de Koninklijke Landmacht.

Ingang van de Korporaal van Oudheusdenkazerne te Hilversum.

Het IDGO is één van de organisatie-onderdelen van de Bedrijfsgroep Gezondheidszorg (BGGZ) van het Commando Diensten Centra (CDC) van het Ministerie van Defensie.

Naast het IDGO telt de BGGZ de volgende organisatie-onderdelen:

Centraal Militair Hospitaal (CMH)

Utrecht

Coördinatiecentrum Expertise Militaire Gezondheidszorg (CEMG)

Den Haag

Instituut samenwerking Defensie en Relatieziekenhuizen (IDR)

Den Haag

Militair Geneeskundig Logistiek Centrum (MGLC)

Heerenveen

Militair Revalidatie Centrum (MRC)

Doorn

Militaire Bloedbank (MBB)

Leiden

Op het IDGO wordt het geneeskundig (hulp)personeel van de krijgsmachtdelen opgeleid. Tot de te volgen opleidingen op het IDGO behoren:

Algemeen Militair Verpleegkundige (AMV’er)

Algemeen Militair Verzorgende Individuele Gezondheidszorg (AMVIG’er)

Basis Geneeskundige Verzorgende (BGV’er)

Battlefield Advanced Trauma Life Support (NL)

Combat Life Saver (CLS’er)

Kerninstructeur HPG en ZHKH

Medic Special Forces

Primary Trauma Life Support (PTLS’er)

Terug naar Boven

 

INSTRUCTEURSCODE

De instructeurscode is in het kader van Opleiding & Training de code die onder instructeurs - hoofdzakelijk onderofficieren - aangeeft welke houdingen en gedragingen van een instructeur worden verwacht. Deze houdingen en gedragingen moeten worden gezien in het licht van een verklaring waarin iedere instructeur of docent een gedragsintentie uitspreekt. De code bestaat uit richtlijnen.

De doelstelling van de code is niet om instructeurs te straffen voor gedrag dat strijdig is met de code (omdat daar wet- en regelgeving voor is), maar om het gedrag van instructeurs bespreekbaar te maken en elkaar als opleiders en trainers (OT’ers) een spiegel voor te kunnen houden.

De instructeurscode luidt als volgt:

  1. Ik draag zorg voor een veilig en stimulerend onderwijsleerklimaat, en stel daarbij mijn leerlingen centraal.
  2. Ik zorg voor een goede voorbereiding, uitvoering en evaluatie van mijn lessen.
  3. Ik houd mijn vakkundigheid op peil, blijf op de hoogte van de recente ontwikkelingen op mijn vakgebied en ben bereid om deze vakkundigheid met anderen te delen.
  4. Ik ben eerlijk en open in mijn relatie met leerlingen en behandel hen gelijkwaardig en met respect, en benader hen als volwassenen.
  5. Ik maak geen misbruik van mijn deskundigheid of machtspositie.
  6. Ik ben in mijn houding en gedrag een voorbeeld voor mijn leerlingen.
  7. Ik ga zorgvuldig om met het stimuleren en corrigeren van mijn leerlingen.
  8. Ik begeleid mijn leerlingen maximaal tijdens de leer- , vormings- en aanpassingsprocessen.
  9. Ik ga zorgvuldig om met vertrouwelijke gegevens van mijn leerlingen.
  10. Ik ben mede verantwoordelijk voor het welbevinden van mijn leerlingen, daarbij ben ik mij bewust van het feit dat leerlingen van mij afhankelijk kunnen zijn.

Terug naar Boven

 

INSTRUCTIEBEKWAAMHEID

Geschikt- en deskundigheid om instructie te geven in enige vaardigheid. Om de onderofficieren, die het domein van de instructie beheren en beheersen, op te leiden en te trainen in de geschikt- en deskundigheid om les te geven, worden de volgende cursussen gegeven:

E.I.B.

Elementaire

Instructie

Bekwaamheid

 

Initiële opleiding KMS

A.I.B.

Aanvullende

Instructie

Bekwaamheid

 

Delta-Compagnie KMS

(voorheen ILMO*)

H.I.B.

Hogere

Instructie

Bekwaamheid

Delta-Compagnie KMS

(voorheen ILMO*)

[* ILMO staat voor Instituut voor Leiderschap, Media en Opleidingskunde, opgeheven op 1 april 2002]

Rangonderscheidingsteken van de sergeant der eerste klasse met de 'Kroon van zilverdraad' die de geschooldheid in AIB aangeeft ►

Het met goed gevolg voltooien van de KMS staat gelijk aan een MBO-opleiding niveau-3 (vakopleiding); daarmee heeft de onderofficier die de KMS heeft voltooid de cursus Elementaire Instructie Bekwaamheid (EIB) behaald. Met de EIB-aantekening is de zojuist opgeleide onderofficier in staat de militaire basisvaardigheden van zijn personeel op peil te brengen dan wel te houden.

De onderofficier die feitelijk instructie geeft aan opleidings- en trainingscentra (OTC’en) dan wel schoolbatajons wordt in de gelegenheid gesteld de cursus Aanvullende Instructie Bekwaamheid (AIB) te volgen.

De elementen van de cursus Aanvullende Instructie Bekwaamheid zijn:

►Afnemen van theorie- en praktijktoetsen

►Bedrijfsethische vorming

►Begeleiden van leerlingen met leer- en aanpassingsproblemen

►Begeleiden van leerlingen waarbij de nadruk ligt op (gedrags)vorming

►Begeleiden van vormingsprocessen onder verzwarende omstandigheden

►Houden van functionerings- en beoordelingsgesprekken met leerlingen.

►Opmaken van een leerlingbeoordeling aan de hand van een leerlingbeoordelingsformulier

►Uitwerken van lessen aan de hand van door de opleidingsontwikkelaar aangeleverde leer- en vormingsdoelen

►Voorbereiden, uitvoeren en evalueren van lessen

Rangonderscheidingsteken voor het Dagelijks Tenue van de sergeant der eerste klasse met de 'Kroon van zilverdraad'.

Indien de cursus AIB met goed gevolg wordt afgesloten, krijgt de onderofficier het certificaat ‘Militair Instructeur’. De theoretische en praktische AIB-cursus wordt afgesloten met een toets: het geven van instructie en het houden van een begeleidingsgesprek. Het certificaat AIB geeft aan dat de onderofficier aanvullend is opgeleid en getraind in didactische vaardigheden én vorming en begeleiding.

Een aantal onderofficieren met het certificaat ‘Militair Instructeur’ wordt daarna in de gelegenheid gesteld de cursus Hogere Instructiebekwaamheid (HIB) te volgen. De elementen van de cursus Hogere Instructie Bekwaamheid (HIB) zijn:

bedrijfsethiek instructeur

begeleidingsvaardigheden instructeur

case-methode / simulatiespel

leiderschapstraining en vorming

Daarnaast is het meest recente fenomeen de Senior Instructor. Dit is letterlijk weliswaar de “oudste instructeur”, maar niet noodzakelijk de oudste in leeftijd of hoogste in rang maar eerder de instructeur met de meest passende ervaringsopbouw.

Zie ook: onderofficier.

Terug naar Boven

 

INSTRUMENTEN VAN MACHT

Desired end-state (gewenste eindsituatie)

Politiek-strategisch (internationale gemeenschap + ministeries van Buitenlandse Zaken, Ontwikkelingssamenwerking en Defensie) ► beleidsdocumenten

Objectives (doelen)

Militair-strategisch > Commandant der Strijdkrachten ► militaire beleidsdocumenten (Nederlandse Defensie Doctrine)

Effects (effecten)

Strategisch en operationeel niveau ► doctrinepublicaties

Actions (acties)

Tactisch niveau ► handboeken en leidraden

Zie ook: operationele niveaus.

Terug naar Boven

 

INSUBORDINATIE

Duits: Gehorsamsverweigerung. Engels: insubordination. Frans: insubordination. Volgens het Wetboek van Militair Strafrecht (artikelen 118 t/m 120) een strafbaar feit (misdrijf), dat erin bestaat dat een militair een militaire meerdere hindert in de uitoefening van zijn functie / taak. Insubordinatie wordt omschreven als een misdrijf tegen de veiligheid van de Staat.

Uit de aard van het misdrijf – een ernstig conflict met de beginselen van de krijgstucht – volgt dat insubordinatie primair een misdrijf tegen de militaire orde is.

De militair in kwestie weigert in algemene zin de krijgstucht te gehoorzamen, is weerspannig tegen zijn militaire meerdere(n) in het bijzonder en/of volhardt in het weigeren van dienst. Het tegenovergestelde van insubordinatie is ondergeschiktheid.

Volgens H.M.F. Landolt (in 1861) kan insubordinatie “als de oorzaak van het grootste gedeelte der militaire misdrijven en overtredingen” worden beschouwd.

Is het verzet tegen de krijgstucht van algemene aard, wordt gesproken van een opstand. In het geval dat de insubordinatie “met verenigde krachten” door twee of meer militairen wordt gepleegd (om collectief belang na te streven), is sprake van feitelijke insubordinatie of muiterij (in het Duits: Meuterei. In het Engels: mutiny. In het Frans: mutinerie). Muiterij bestaat in de regel uit het weigeren van werk of het zich toeëigenen van macht.

Zie ook: muiterij in de Harskamp.

Terug naar Boven

 

INTAKE ENGELS

Intake in de Engelse taal die werd gegeven aan de School Militaire Inlichtingendienst op de kazerne Ede-Oost.

De intake gaat uit van een listening test (10 minuten), grammar test (maximaal 50 minuten) en fluency test (maximaal 10 minuten). De eerste twee zijn de Oxford Placement Tests van Dave Allan, gepubliceerd door Oxford University Press: de listening test bestaat uit honderd multiple choice-vragen met twee mogelijkheden, de grammar test bestaat uit honderd multiple choice-vragen met drie mogelijkheden.

De uitgangspositie voor de taaltest is STANAG 6001, dat uitgaat van vier taalvaardigheden:

luisteren (listening, L)

spreken (speaking, S)

lezen (reading, R)

schrijven (writing, W)

De vier taalvaardigheden bepalen aan welk taalniveau betrokkene in een functie dient te voldoen. Deze niveaus zijn:

  1. elementair niveau (elementary)
  1. beperkt werkniveau (fair, limited working)
  1. minimum professioneel niveau (good, minimum professional)
  1. volledig professioneel niveau (very good, full professional)
  1. moedertaalsprekend/tweetalig (excellent, native/bilingual)

Zo kan in een bepaalde functie gevraagd worden dat betrokkene kennis dient te hebben van de Engelse taal conform een in de vier vaardigheden uitgedrukt Standardized Language Profile (SLP) van achtereenvolgens listening, speaking, reading en writing. Voor de functie van (Opvolgend) Pelotonscommandant in een multinationale omgeving dient betrokkene bijvoorbeeld kennis te hebben van de Engelse taal conform SLP 3333, STANAG 6001.

Aan de hand van de intake wordt bepaald of betrokkene al dan niet een cursus dient te volgen, in dit voorbeeld in de Engelse taal.

 

INTEGRATED development of entrepreneurial activities

Nederlands: Geïntegreerde ontwikkeling van ondernemersactiviteiten. Afgekort: IDEA.

Vrijwilligers van IDEA, dat wordt gefinancierd uit het Defensiebudget, worden ook wel ‘IDEA-listen’ genoemd. De achterliggende gedachte van IDEA is: “Waar gewerkt wordt, wordt niet gevochten”.

Deelnemende reserve-officieren en gemilitariseerde burgers zijn met name vrijwilligers uit het bedrijfsleven (accountants, bankiers, consultants en ondernemers) in dienst van een werkgever. De werkgever verleent buitengewoon verlof voor de duur van de uitzending of betaalt de helft van het verlof. Tijdens de uitzending verdienen de reservisten een salaris van Defensie, waarmee de kosten van het project voor het bedrijfsleven nihil zijn.

Logo van IDEA.

De vrijwilligers gaan mee met militairen op Peace Support Operations (in post-conflict-gebieden) om op kleine schaal hulp te bieden bij de wederopbouw in voormalige oorlogsgebieden. Dit is een onderdeel van Civil-Military Co-operation (CIMIC), waarbij het doel is de militaire operatie af te stemmen op de civiele omgeving én de veiligheid van de uitgezonden troepen te vergroten door sympathie op te wekken bij de plaatselijke bevolking (hearts & minds, W.H.A.M.). Het belang van IDEA ligt hierbij op de langere termijn: een gezonde (wereld)economie. De vrijwilligers adviseren én helpen het lokale bedrijfsleven bij het:

opzetten van de administratie van een bedrijf
opzetten van een bedrijf
schrijven van een bedrijfsplan
vinden van financiering
vormen van coöperaties

Website van IDEA.

IDEA is een initiatief van het Platform Defensie-Bedrijfsleven, een overlegorgaan dat in 2001 werd opgericht door de Staatssecretaris van Defensie en de werkgeversorganisatie VNO-NCW. In het platform vindt een permanente afstemming plaats over mogelijkheden tot samenwerking tussen Defensie en het bedrijfsleven.

Dé initiatiefnemer van IDEA is de bedrijfskundige drs. Dick Scherjon, reserve-kolonel bij de Koninklijke Landmacht, in de tijd dat Nederlandse militairen in Bosnië-Hercegovina zaten. Omdat indertijd voor Bosnië een negatief reisadvies gold – waardoor het voor burgers onmogelijk was zich te verzekeren – werden de IDEA-listen als ‘burgermilitairen’ uitgezonden. Hierdoor vielen zij bovendien onder de Conventies van Genève.

Van 2001 tot 2004 hebben ruim 125 IDEA-deelnemers vanaf Bugojno gewerkt; al in 2003 werd de 100 ste IDEA-list uitgezonden naar Bosnië. In 2005 kwam IDEA in actie in de provincie Baghlan (locatie: Pol-e-Khomri) in het noorden van Afghanistan en sinds 2006 zijn zij ook in de provincie Uruzgan actief.

In uitzendgebied worden de IDEA-vrijwilligers aangestuurd door de Sectie 9 (CIMIC) en – in Afghanistan – ondersteunen de werkzaamheden van IDEA de missie van het Provincial Reconstruction Team (PRT).

(Bron onder andere: NRC Handelsblad, artikel ‘Ondernemers in uniform. Vrijwilligers uit het bedrijfsleven op missie in Afghanistan’, door Tatiana Scheltema, 16 december 2006)

Zie ook: CIMIC.

Terug naar Boven

 

INTELL

Engelstalige afkorting van “intelligence”. Dit is het werkgebied van S2 en G2 tot en met de politiek-strategisch analist van de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD). Intell betekent het door én voor operationele omstandigheden verzamelen én analyseren van (gevechts) inlichtingen op de grond en in de lucht. Feiten en omstandigheden, bijvoorbeeld die uit de verslaglegging van een patrouille, worden aangeleverd bij de Intell Cell van de S2.

Doordat dagelijks patrouilleverslagen e.d. worden aangeleverd, kan – uiteindelijk – een analyse plaatsvinden op grond van de verwerkte gegevens. De Intell Cell wordt geacht vooruit te denken en een voorzichtige prognose te stellen: zij geven het “gedachte verloop” van een actie aan. Bij ‘hot intell’ is inlichtingeninformatie beschikbaar gekomen die onmiddellijk dient te worden aangewend. Hierbij komt het plannings- en voorbereidingsproces voor een gerichte operatie in een stroomversnelling. De Intell Cell zal het personeel zoveel mogelijk informeren over de stand van zaken in het inzetgebied aan de hand van een Intelligence Summary (INTSUM).

Intell - essentieel om ervoor te kunnen zorgdragen dat de beschikbare middelen zo effectief mogelijk tegen een dreiging worden ingezet en het verloop van een operatie zo gunstig mogelijk te beïnvloeden – is een gecompliceerd product dat voortkomt uit een gecompliceerd proces.

Daarom is intell-sharing (delen van inlichtingen) tussen verschillende deelnemende troop contributing nations (TCN) aan een operatie essentieel, evenals intell-gathering: inlichtingen verzameld door eenheden te velde, m.n. Special Forces, verkenners en I.S.T.A.R.-eenheden. Het komt steeds vaker voor dat internationaal georiënteerde operaties worden geïnitieerd én geleid door informatie uit (gevechts) inlichtingen. Hierbij is de Intell Cell dan wel S2 zowel initiator als evaluator van de operatie.

Zie ook: inlichtingen.

Terug naar Boven

 

INTENDANCE

Vroeger waren alleen proviand en munitie onderwerp van een speciale organisatie binnen de krijgsmacht. Als gevolg van motorisering en mechanisering moeten tegenwoordig, behalve levensmiddelen en munitie, ook brandstof, reserveonderdelen, medicijnen en vele andere artikelen voortdurend worden aangevoerd. Het is vanzelfsprekend dat de intendance nauw samenwerkt met het transportwezen.

Binnen de huidige Koninklijke Landmacht wordt de intendance gedefinieerd als het dienstvak – en sinds 2000 deel van een dienstvak – dat zich bezighoudt met het bestellen, beheren en bevoorraden van de troepen met zaken als brandstof, kleding, levensmiddelen, munitie en uitrusting. Een gezegde luidt niet voor niets: “Zonder de intendance heeft het leger geen kans”. Een militair van de intendance wordt "intendant" genoemd en denigrerend "sokkenteller".

Links het toenmalige baretembleem van de intendance, rechts het embleem van het Regiment Bevoorradings- en Transporttroepen

Het Regiment Intendancetroepen – opgericht in 1905 en, na de Tweede Wereldoorlog, heropgericht in 1950 – heeft sinds 14 oktober 1980 een door Hare Majesteit Koningin Beatrix uitgereikt vaandel.

In eerste instantie werden medio jaren ’90 zowel 100 als 200 Bevoorradings- en Transportbataljon opgericht. Daarna heeft, op 28 april 2000, de toenmalige Bevelhebber der Landstrijdkrachten, luitenant-generaal Maarten Schouten, ingestemd met de oprichting van het Dienstvak der Logistiek op of omstreeks 1 oktober 2000 én met de gefaseerde opname daarin van alle bestaande logistieke dienstvakken: Intendance en Aan- en Afvoertroepen (samen Bevoorrading en Transport geheten) op 20 oktober 2000, Militaire Administratie en Technische Dienst (medio oktober 2001) en Geneeskundige Dienst (medio oktober 2003).

Sinds 7 maart 2001 beschikt het Regiment Bevoorradings- en Transporttroepen ook over een eigen vaandel.

Terug naar Boven

 

INTERAGENCY

Van het Latijn 'inter' (tussen) en 'agens' (middel). Samen met en tussen regeringen en (maatschappelijke) internationale organisaties, die elkaar van dienst zijn en van elkaar gebruikmaken. De Amerikaanse politicoloog en socioloog James Q. Wilson definieert 'agencies' als “publieke organisaties die met meer of minder zelfstandigheid publieke taken uitvoeren”.

De term interagency komt onder andere voor in 'Beslissen in het gevecht, bouwen aan veiligheid. De ontwikkeling van het landoptreden', C-LAS, december 2008; 'Militaire Doctrine voor het Landoptreden (LDP-1), CDS, november 2009; en 'Militair Strategische Visie 2010', CDS, maart 2010.

Interagency is de derde loot aan de stam van de geïntegreerde aanpak en samenwerking met anderen – naast combined (in coalitieverband, multinationaal) en joint (gezamenlijk; met andere krijgsmachtdelen) – die het mogelijk maken expeditionair vermogen te genereren. Het expeditionair vermogen van de Nederlandse krijgsmacht berust op drie pijlers:

kunnen uitvoeren van de drie hoofdtaken door joint, combined en interagency operaties (JCI);

waarbij de effects-based benadering wordt toegepast (denken in effecten);

binnen een genetwerkte omgeving (Networked Enabled Capabilities).

Daarom spelen andere actoren (die invloed uitoefenen op richting en functioneren van de krijgsmacht) en enablers (die de krijgsmacht metterdaad helpen iets te bereiken) een rol in het bereiken van een vastgestelde politieke doelstelling of de gewenste eindsituatie (end-state), zoals die wordt beschreven in het operatieconcept.

Interagency-partners zijn lokale, regionale en nationale overheden, International Organisations (IO's) en Non-Gouvernemental Organisations (NGO's).

De krijgsmacht zal meer en vaker benut worden voor alle mogelijke samenwerkingsverbanden met andere actoren en enablers. Omdat de krijgsmacht hierin meestal randvoorwaardenscheppend en zelden leidend is, wordt interagency-partners ruimte gelaten in besluitvormingsprocessen en procedures. Daarnaast zorgt de krijgsmacht voor interoperabiliteit met hun werkwijze(n). Hierom zal interagency de komende jaren, zoals in Groot-Brittannië en de Verenigde Staten reeds het geval is, worden ingebed in Opleiding & Training (O&T).

Voorbeelden van een geïntegreerde interagency-aanpak binnen de vredesbedrijfsvoering van de Nederlandse krijgsmacht zijn grensbewaking, kustwachttaken en luchtruimbewaking. In internationaal operationeel verband kan worden gedacht aan zaken als de-mining, locaties waar munitie is gebruikt tijdens militaire operaties, humanitaire activiteiten, militaire hulpactiviteiten (o.a. CIMIC), veiligheidsbriefings e.d.

Zie ook: combined en joint.

Terug naar Boven

 

INTEROPERABILITEIT

Duits: Interoperabilität. Engels: interoperability. Frans: interopérabilité. Het vermogen om onderling samen te werken en/of uitwisselbaar te zijn, met als doel effectief, veiliger en in synergie op te treden bij de uitvoering van opgedragen taken. Interoperabiliteit is één van de vijf pijlers waarop de KL sinds 1997 is gestoeld, naast flexibiliteit, mobiliteit, modulariteit en multifunctionaliteit.

Door het vergroten van de interoperabiliteit vergemakkelijkt het gezamenlijk (joint) en multinationaal (combined) optreden van (eenheden van) krijgsmachtdelen en strijdkrachten. Hiertoe dienen zo veel mogelijk middelen te worden gestandaardiseerd (STANAG’s), zoals (wapen)systemen, communicatie- en commandovoeringssystemen en uitrustingsstukken.

Daarnaast moeten doctrine, opleiding en training (O&T), organisatiestructuur, regelgeving en TTP (technieken, tactieken & procedures) onderling uitwisselbaar zijn om een hoge organisatiegraad te kunnen garanderen. Hoewel aan de interoperabiliteit binnen de Nederlandse krijgsmacht hoge eisen worden gesteld, zal deze toch nog vaak beperkt zijn. Alternatieven voor een gebrek aan interoperabiliteit zijn dan investeren in gezamenlijke opleidings- en trainingsprogramma’s, liaison, onderlinge aanpassing van gezamenlijke activiteiten, plannen en TTP én de uitwisseling van niet-gestandaardiseerde middelen.

Terug naar Boven

 

INTERSTATELIJK CONFLICT

Conflicten kunnen worden beslecht op interstatelijk, intrastatelijk of transnationaal niveau. Een interstatelijk conflict speelt zich af tussen twee of meerdere soevereine staten of allianties daarvan. Een staat kenmerkt zich als een gebied waarop een bepaalde bevolking woont, die onder het gezag valt van een wettig gezag, overheid of regering.

Een bekend voorbeeld is het conflict tussen Ethiopië en Eritrea, waar de United Nations Mission in Ethiopia and Eritrea (UNMEE) tussenbeiden kwam. De meeste conflicten zijn tegenwoordig echter intra- in plaats van interstatelijk.

Het jaarboek 2004 van het S.I.P.R.I. (Stockholm International Peace Research Institute) vermeldt dat van de 19 conflicten in 2003 waarbij in elk méér dan 1.000 doden vielen, er slechts twee interstatelijk waren: het conflict tussen India en Pakistan over Kashmir én het conflict tussen Irak en de Verenigde Staten en zijn coalitiepartners.

Terug naar Boven

 

INTRASTATELIJK CONFLICT

Conflicten kunnen worden beslecht op interstatelijk, intrastatelijk of transnationaal niveau. Bij een intrastatelijk conflict is de ene partij een soevereine staat, de andere juist niet. Een intrastatelijke conflict speelt zich af binnen de territoriale grenzen van één staat. Een gewapende groep / factie / militie verzet zich tegen het wettig gezag. Als twee of meerdere gewapende groepen / facties / milities, zonder tussenkomst van het wettig gezag, een intrastatelijk conflict beslechten, is sprake van een burgeroorlog. Een bekend voorbeeld hiervan waren de verschillende oorlogen in voormalig Joegoslavië aan het begin van de jaren ’90.

De ervaringen met vredesoperaties aan het einde van de 20ste eeuw in het algemeen – met traditiegetrouw licht bewapende blauwhelmen – én de VN-missie UNPROFOR (Dutchbat) in voormalig Joegoslavië in het bijzonder, hebben als lessons learned opgeleverd dat na de beeïndiging van een intrastatelijk conflict de partijen zich vaker niet dan wél aan een gesloten akkoord houden.

Niet alleen in een intrastatelijke postconflict-situatie, maar zeker ook in de huidige, begin-21 ste-eeuwse constellatie van intrastatelijke conflicten, is veeleer een zwaar bewapende vredesmacht nodig: als één of meerdere partijen een akkoord schenden kan dan onmiddellijk gewapenderhand worden opgetreden. Dit is de uitgangssituatie voor de partijen in voormalig Joegoslavië na het Dayton-akkoord in december 1995 en verklaart primair het veelbetekenende verschil tussen UNPROFOR aan de ene en IFOR, SFOR en EUFOR aan de andere kant.

Terug naar Boven

 

INUNDATIE

Verouderde waterhindernis. Bij oorlogsdreiging het onder water zetten van een terreingedeelte ter voorkoming van vijandelijke invallen. Zo mogelijk is deze strook land zowel onbegaanbaar als onbevaarbaar.

Al bij de oprichting van de Republiek der Zeven Verenigden Nederlanden was het water ontdekt als verdedigingsmiddel tegen vijandelijke invallen. In de 17de en 18de eeuw, ten tijde van de Hollandse Waterlinie, hebben de inundaties zich bewezen. Aan de westzijde waren de inundatievelden begrensd door de hoofdverdedigingslijn; ten westen hiervan – de latere Vesting Holland – werden terrein en troepenopstellingen verdedigd (ook met andere hindernissen, zoals grachten, mijnenvelden, prikkeldraadversperringen en tankhindernissen); ten oosten hiervan moest het uitzicht vrij blijven.

Dankzij een systeem van dammen, duikers, gemalen, inlaatpunten, (inundatie)sluizen en kanalen kon het rivierwater worden in- en uitgelaten. Hiermee konden alle inundatievelden in enkele dagen tijd onder water worden gezet. De toegangen via de grote rivieren en de kades en dijken (accessen) werden vanuit batterijen, forten, kazematten, koepels en andere versterkingen met vuur verdedigd.

Het stellen van inundaties behoorde tot de genie (fortificatiën).

Zie ook: hindernis.

Met dank aan de masterthesis ‘Postmoderne interpretaties van militaire cultuurhistorie. Historisch militaire invloed op hedendaagse ruimtelijke ordening’ van Johan Vos (2007, Rijksuniversiteit Groningen)

Terug naar Boven

 

INVASIE

Van het Latijn “invader” (binnengaan). Duits: Invasion. Engels: invasion. Frans: invasion. Strategisch offensief: via land-, lucht- en/of zeewegen met de strijdmacht van één of meer staten binnendringen op het grondgebied van een andere staat zonder toestemming van de regering van laatstgenoemde staat dan wel de bezettende macht van het grondgebied. Als gevolg van een invasie zal in de regel een bruggenhoofd worden gevestigd.

De doelstellingen van een invasie lopen uiteen:

Anticiperen op een vijandelijke aanval
Beëindigen van een langdurig destabiliserend conflict
Beschermen van bondgenoten of bondgenootschappelijke belangen
Bevrijden van het grondgebied of de regering om controle/gezag over het gebied te herstellen, over te nemen of te veranderen
Bezetten, heroveren, plunderen of veroveren van het grondgebied
Vervangen van het bewind/regime

De beroemdste invasie in de krijgsgeschiedenis vond plaats op D-Day, Operation Overlord, de invasie op 6 juni 1944 in Normandië die het einde van de Tweede Wereldoorlog inleidde.

Zie ook: raid.

Terug naar Boven

 

INVASIEKOORD

Ook: decoratiekoord ‘Brigade Prinses Irene’. Het decoratiekoord voor militairen die registratief zijn ingedeeld bij het Garderegiment Fuseliers Prinses Irene bestaat uit twee om elkaar gedraaide, gevlochten koorden met een doorsnede van 0,5 cm, respectievelijk Nassaus blauw en oranje (kleuren van het Koninklijk Huis), die beginnen en eindigen in een bolvormige schuifpassant en op die manier een lus vormen met een lengte van ± 70 cm. De schuifpassant, met een doorsnede van twee cm, is Nassaus blauw en gevat in een oranje netwerk. Aanvankelijk werd het decoratiekoord “invasie-fluitkoord” (Engels: lanyard) genoemd.

Het invasiekoord wordt gedragen ter herinnering aan de landing van de Brigade Prinses Irene – onder andere opgericht door de Engelandvaarders in de Tweede Wereldoorlog – in Normandië in de periode van 7 t/m 15 augustus 1944. Deze militairen ontvingen in maart 1945 uit handen van Koningin Wilhelmina het eerste invasiekoord, in dat jaar ontworpen door kolonel A.C. de Ruyter van Steveninck, oud-commandant van de Brigade Prinses Irene.

Het invasiekoord wordt gedragen aan de linkerschouder (met het lusvormige deel om het linker armsgat) van in het bijzonder DT, GVT (alleen bij speciale gelegenheden en in opdracht van de Regimentscommandant of bij uitzendingen om de saamhorigheid tussen fuseliers en de tijdelijk ingedeelde militairen van andere onderdelen te bevorderen), GLT en AT. Vrouwelijke militairen dragen het uiteinde van het koord door het bovenste knoopsgat van de jas DT of GLT. Bij het AT wordt het uiteinde van het koord onder de linker revers van de jas gedragen.

Bij Koninklijk Besluit van 30 januari 1954 werden de traditionele gouden koorden en kwasten aan het vaandel van het GFPI vervangen door het Nassausblauw-oranje invasiekoord en kwasten.

De wisseling vond plaats op 18 augustus 1954 op de Westenbergkazerne in Schalkhaar voor het front van het op de binnenplaats van de kazerne aangetreden 411 Gardebataljon Fuseliers Prinses Irene.

Hierbij gold als overweging dat het invasiekoord – dat alle oud-strijders van de voormalige Koninklijke Nederlandse Brigade Prinses Irene mogen dragen als een herinneringsteken aan de landing van de brigade in de omgeving van Arromanches-les-Bains, Courseulles-sur-Mer en Graye-sur-Mer (Normandië) vanaf 8 augustus 1944 – binnen de Koninklijke Landmacht zal voortbestaan.

Op 1 september 1979 verliet adjudant M. van Lienden als laatste actief dienende militair die lid was van de Brigade Prinses Irene de militaire dienst. Als direct gevolg daarvan werd op 15 mei 1982 het invasiekoord door oud-strijders overgedragen aan het Garderegiment Fuseliers Prinses Irene. Hiermee zet 17 Pantserinfanteriebataljon GFPI de traditie voort van de Brigade Prinses Irene, wat zorgt voor verbondenheid tussen de parate onderdelen van het regiment (17 Painfbat GFPI en de stafstafcompagnie van 13 Gemechaniseerde Brigade) en de oud-strijders van de Vereniging van Oud Strijders van de Koninklijke Nederlandse Brigade "Prinses Irene" (KNBPI).

Vanaf 1992 is de traditie dat het invasiekoord door deze oud-strijders wordt uitgereikt op een voor het GFPI historische locatie.

Terug naar Boven

 

I.O.T.

Voluit: Initiële Oorlogs Traumatologie. Vlag die de lading niet dekt en nooit heeft gedekt, hoewel de onderofficier IOT - want daar gaat het hier over - meestal een uitgebreide geneeskundige kennis had. Een categorie onderofficieren van het Regiment Geneeskundige Troepen van het Dienstvak der Logistiek die behoorde tot het ondersteunend personeel binnen de militaire gezondheidszorg, maar waarvan achtergrond en status niet altijd helemaal duidelijk waren. Het enthousiasme was er niet minder om.

De Laatsten der Mohicanen uit deze categorie zijn uitgestroomd, stromen uit of gaan zich bekwamen in de managementtak der genezerikken (zgn. middenkader zorgmanagers). Na het opschorten van de opkomstplicht voor dienstplichtigen in 1996 is de militaire gezondheidszorg professioneler geworden en gereorganiseerd naar het civiele model.

De onderofficieren IOT vervulden hun geneeskundige functies weliswaar goed (juist ook tijdens uitzendingen), maar in vredessituaties - waar de meeste uitzendgebieden evenzeer onder vallen - waren ze niet bevoegd om bepaalde geneeskundige handelingen uit te voeren. Daarom is het proces in gang gezet om de functies van de onderofficieren IOT om te zetten in die van Algemeen Militair Verzorgenden in de Gezondheidszorg (AMVIG'ers) of Algemeen Militair Verpleegkundigen (AMV'ers).

Terug naar Boven

 

IRON SWORD

Gecombineerde Deployex (ontplooiingsoefening) en Field Training Exercise (FTX) die van 23 mei tot 17 juni 2005 in Noorwegen werd uitgevoerd door eenheden van het NATO Response Force (NRF-4) Land Component Command.

De oefening IRON SWORD was de laatste grote oefening in het kader van de NRF-4 en werd door 43 Gemechaniseerde Brigade uit Havelte - hoofdtroepenleverancier van het Nederlandse aandeel in de NRF-4 - gezien als een test-case voor de strategische verplaatsing van ± 5.000 militairen.

Logo IRON SWORD.

Oefengebied IRON SWORD.

De aansturing van de oefening vond plaats door het internationale NAVO-hoofdkwartier van 1 (GE/NL) Corps.

Het scenario van de oefening was ingebed in een mandaat van de Verenigde Naties, met out-of-area een troepenmacht die werd geleid door de NAVO in het kader van show of force in een Crisis Response Operation (CRO). Het scenario vond plaats met realistische tijd- en ruimtefactoren door gebruik te maken van de aanwezige infrastructuur in het oefengebied.

De oefening verliep in zes fasen:

Voorbereiding

In het kader van logistiek, planning en procedures (SOP’s en SOI’s).

Activering

Deployment (ontplooiing) van kwartiermakers (advance party) en verkenningseenheden (recce party).

Deployment

Ontplooiing van de hoofdeenheid (main body).

R.S.O.M.I.

Reception (ontvangst van personeel en materieel in het inzetgebied), Staging (tijdelijke huisvesting van eenheden in de Staging Area), Onward Movement (verplaatsing van personeel en materieel naar de Assembly Area) en Integration (beschikbaar stellen van inzetgerede eenheden aan de Force Commander).

Uitvoering NRF-missie

Show of force Crisis Response Operation.

Redeployment

Hergroepering en administratieve terugverplaatsing.

Het oefengebied bevond zich in het zuidoosten van Noorwegen, globaal rond de oorden Elverum, Fredrikstad, Gardermoen en Hamar. In totaal strekte het oefengebied zich uit over ± 5.000 km². In de havenstad Fredrikstad bevond zich het Sea Port of Debarkation (SPOD), in de stad Rygge het Aerial Port of Debarkation (APOD), Staging Area, Rear Support Command (RSC) en Initial Command Element (ICE).

In de Staging Area werden de voorbereidingen getroffen om de ‘onward movement’ van de RSOMI te kunnen uitvoeren. In de Assembly Area werd onderhoud gepleegd en werden de klassen I, III en V herbevoorraad.

Voor Nederland deden 12 Infanteriebataljon Luchtmobiel Air Assault Regiment Van Heutsz en 43 Gemechaniseerde Brigade mee aan de oefening; de laatstgenoemde brigade met als ondereenheden onder meer 43 Bevoorradingscompagnie, 43 Geneeskundige Compagnie, 43 Herstelcompagnie en 44 Pantserinfanteriebataljon Regiment Johan Willem Friso.

Terug naar Boven

 

IRREGULIER OPTREDEN

Guerrilla-achtig opereren met ongeregelde troepen, voorzien van beperkte bewapening en overige uitrusting.

Overigen kenmerken van irregulier optreden:

anarchie en chaos
burgerbevolking neemt deel aan de strijd
heimelijk optreden
hit-and-run en manoeuvre
individuele wapensystemen
kleine eenheden onder lokaal gezag
politiek en/of religieus fundamentalisme
veiligheid van de groep

Voorbeelden van irregulier optreden zijn:

OPERATIE

JAAR

WAAR

DOOR WIE

TEGEN

Restore Hope

1993

Somalië

VS

Mohammed Farah Aideed

Enduring Freedom

2001-heden

Afghanistan

VS

Al-Qaida (Osama bin Laden) en Taliban

Iraqi Freedom

2003-heden

Irak

VS

aanhangers van Saddam Hussein

De operaties in Afghanistan en Irak aan het begin van de 21ste eeuw kunnen gevoeglijk worden geschaard onder de noemer counter-insurgency (COIN).

Zie ook: asymmetrische oorlogvoering, regulier optreden en symmetrische oorlogvoering.

Terug naar Boven

 

ISOLATIE

Fase waarin een militaire opdracht systematisch en onophoudelijk wordt voorbereid. Hierbij gaat een groep militairen in afzondering, van enige minuten tot enkele dagen. In deze fase wordt de opdracht tot in de kleinste details uitgewerkt. Aan het einde van de isolatie is iedereen binnen de groep van al het (on)mogelijke op de hoogte.

De groep heeft Full Force Dress Rehearsals voorgeoefend in het kader van de trappen van voorbereiding. Aan het einde van de isolatie kan de groep onmiddellijk worden ingezet om de voorbereide actie uit te voeren.

De isolatie volgt op de bevelsuitgifte; na de isolatie volgen infiltratie, waarneming, verkenning, uitvoeren van de opdracht en exfiltratie.

Schematisch:

Bevelsuitgifte

Isolatie

Infiltratie

Waarneming

Verkenning

Uitvoering van de opdracht

Exfiltratie

Terug naar Boven

 

I.S.T.A.R.

Op 5 juni 2003 in 't Harde opgericht bataljon - voluit: 103 ISTAR-bataljon - met eenheden op het gebied van tactische verkenning, waarneming en inlichtingenvergaring. ISTAR staat voor Intelligence, Surveillance, Target Acquisition and Reconnaissance. De letterlijke vertaling luidt:

inlichtingen inwinnen
observeren
doelen opsporen en aangrijpen
verkennen

Het verkennen wordt, binnen 103 ISTAR-bataljon, uitgevoerd door twee verkenningseskadrons: 103 en 104 Verkenningseskadron. Behalve een aansturende bataljonsstaf bestaat 103 ISTAR-bataljon uit de volgende eenheden:

101 Artillerieondersteuningsbatterij

101 Militaire Inlichtingenpeloton

101 Remotely Piloted Vehicle-batterij

102 Elektronische Oorlogvoeringscompagnie

103 Verkenningsbataljon

104 Verkenningsbataljon

Mortieropsporingsbatterijen

In 2006 zal 103 ISTAR-bataljon de Fully Operational Capable-status behalen. Vooralsnog behoren de samenstellende delen van het bataljon tot het Divisie Gevechtssteun Commando (DGC). Subeenheden van het bataljon kunnen worden ingezet als module.

Zie ook: Defensie Veiligheids- en Inlichtingen Dienst (DIVI), grondgebonden verkenningseenheid (103 en 104 GGVE), Militaire Inlichtingen- en Veiligheids Dienst (MIVD) en target acquisition.

Zie ook: JISTARC.

Terug naar Boven

 

I.W.A.B.

Acroniem voor: "Ik Weet Alles Beter". In correct Nederlands: betweter. De I.W.A.B. is dus iemand die alles beter meent te weten dan anderen, maar het feitelijk helemaal niet weet. De houding van de I.W.A.B. is vasthoudend, tot op het irritante en onverbeterlijke af. Hoe hoger het I.W.A.B.-gehalte, des te groter de kans dat betrokkene niet (meer) wordt gehoord. De I.W.A.B. duikt op elke misstand die hij ziet, waarbij hij de belangen van de Defensie-organisatie en het Defensiepersoneel uit het oog verliest.

Een puur voorbeeld uit de militaire praktijk - waaruit in elk geval blijkt dat de term ‘I.W.A.B.' is doorgedrongen tot in de hoogste regionen van de Nederlandse krijgsmacht - is de discussie tussen brigade-generaal G.J.M. Bastiaans, commandant van de Luchtmobiele Brigade van 1994 tot 1996, en luitenant-kolonel Th. J. P. Karremans, commandant van Dutchbat-III van januari tot juli 1995.

Volgens hoofdstuk 5 het eindrapport van de parlementaire enquêtecommissie Srebrenica (pagina 306) kwam het in Zagreb tot een heftige botsing tussen beiden. Karremans: “ Gedurende de uitzending van Dutchbat III is Bastiaans commandant van de Luchtmobiele Brigade geworden, [hij] heeft nooit de moeite genomen om contact met mij in Potocari op te nemen, is er in mijn periode ook niet geweest en heeft derhalve in zijn verhoor een beeld geschapen over de bataljonsleiding en het optreden ervan welke uitsluitend berusten op de mening van derden; ongenuanceerd, typisch Bastiaans; hij heeft ongetwijfeld enige reservering t.a.v. mijn persoon omdat ik hem in Zagreb bijna heb willen vermoorden en omdat ik hem in het openbaar I.W.A.B. heb genoemd (“ik weet alles beter”).”

Het verhaal is ontleend aan een brief van de overste Karremans d.d. 22 november 2002 aan de enquêtecommissie inzake Srebrenica.

Zie ook: leunstoelstrateeg.

Terug naar Boven

 

Laatste update:01.04.2013