Inhoudsopgave J
Terug naar de homepage
 

Maak uw keuze uit de hieronder getoonde lijst

 

J-STRUCTUUR

In dit verband staat 'J' voor joint. Bij de oprichting van het permanent, gezamenlijk operationeel hoofdkwartier (Joint Operations Center, JOC) van de krijgsmachtdelen, zoals de Adviescommissie Opperbevelhebberschap(ĎVan wankel evenwicht naar versterkte Defensieorganisatieí) d.d. 19 april 1992 dat voorstaat, zal het hoofdkwartier een J-structuur krijgen. De J-structuur - vergelijkbaar met secties op bataljons- en brigadeniveau - omvat functionaliteiten zoals die in internationaal (NAVO-)verband gehanteerd worden op staven.

De J-structuur vergroot de herkenbaarheid en vergemakkelijkt de aansluiting in internationaal verband:

J1

Personeel

Personnel and Admin

J2

Inlichtingen & Veiligheid

Operational Intelligence

J3

Operatiën

Current Operations

J4

Logistiek

Logistics / Medical

J5

Plannen

Plans

J6

Verbindingen

Communication and Information Systems

J7

Training & Oefeningen

Joint Training

J8

Financiën

Finance and Human Resources

J9

Beleid & Juridisch

Policy, Legal and Presentation

Voorheen was J9 toebedeeld aan civiel-militaire samenwerking (CIMIC).

Vanuit het JOC worden alle Peace Support Operations en andere missie van de krijgsmachtdelen centraal gepland, voorbereid en aangestuurd. Het JOC dient binnen afzienbare tijd deoperationele centra bij de krijgsmachtdelen overbodig te maken.

Terug naar Boven

JACKPOT

Codewoord voor ‘hoofdverdachte’, dat met name gebruikt wordt door Special Forces en overige infanteristen. De hoofdverdachte – die moet worden aangehouden – wordt terecht gezien als de hoofdprijs van een stealth (niet zichtbare) operatie, die militair en vaak ook politiek van belang is. Een dergelijke hoofdverdachte kan bijvoorbeeld een P.I.F.W.C. zijn.

Terug naar Boven

 

JAN KAAS

Samentrekking van de Nederlandse namen Jan en Kaas. Betekenis: man uit het kaasland bij uitnemendheid, Hollander, Nederlander.

Vernederlandst leenwoord uit het Engels, dat als ‘yankee’ waarschijnlijk een scheldnaam was die de Britse kolonisten van New England vanaf de 17de eeuw gaven aan de inwoners van de Nederlandse kolonie Nieuw-Nederland (Nova Belgica). Dit was de naam van het voormalig Nederlands gebied aan de oostkust van de Verenigde Staten, gesticht in 1625. Het omvat het huidige New York (vroeger: Nieuw Amsterdam).

Later werd ‘yankee’ een geuzennaam voor de Nederlanders. Ten tijde van de Amerikaanse Civil War (1861–1865) werden de Noordelijken eveneens ‘Yankees’ genoemd; tot op de dag van vandaag is ‘yankee’ de benaming voor alle inwoners van de staat New England.

ISAF-funpatch 'Jan Kaas op safari'.

Een andere theorie – eveneens met een negatieve connotatie – luidt dat in Zuid-Nederland – het huidige België – Jan Kaas de spotnaam was voor Koning Willem I (1772-1843), de ‘koopmankoning’, vergelijkbaar met ‘kaaskop’. In dezelfde tijd (1831) liet de luitenant ter zee Jan van Speijk een kanonneerboot op de Schelde voor Antwerpen exploderen om zo een Pyrrusoverwinning te boeken op de oproerige Belgen; zo werd ‘Jan Kaas’ de veralgemeende scheldnaam voor marinier(s).

De naam Jan Kaas leeft intussen voort in de populaire uitdrukking “Jan Kaas op safari”, onder andere gebruikt door Ingo Piepers in Vechten voor vrede en aangehaald van Thom Karremans, commandant van Dutchbat-III in Srebrenica, die in Srebrenica, een veilig gebied van het NIOD de opmerking maakt dat sociale patrouilles, ondanks hun naam, in beginsel militaire patrouilles bleven, “dat wil zeggen dat de Dutchbatters die hieraan deelnamen volledig bewapend waren, en dus niet als Jan Kaas op safari.”

De uitdrukking “Jan Kaas op safari” leeft intussen voort in vele varianten, zoals op reis, uitzending of vakantie.

Terug naar Boven

 

JAN VAN SCHAFFELAERKAZERNE

Deze kazerne, gelegen aan de Leuvenumseweg in Ermelo, staat anno 2012 goeddeels leeg. Er is een dependance van de Koninklijke Militaire School (KMS) gevestigd: de Opleiding tot Leidinggevend Korporaal (OLK).

De kazerne, ontworpen door de kapitein der genie A.G. Boost, is gebouwd in 1939. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was de Duitse Luftwaffe op de kazerne gelegerd. Na de oorlog kreeg de School Reserve Officieren en Kader Infanterie (SROKI) haar intrek op de Jan van Schaffelaerkazerne.

Eind 1994, na het opschorten van de dienstplicht kwam de kazerne in het bezit van het Schoolbataljon Centraal, dat deel uitmaakte van het Opleidingscentrum voor InitiŽle Opleidingen (OCIO), onderdeel van het Opleidings- & Trainingscommando (OTCO).

Sinds 27 juni 2007 was het Schoolbataljon Centraal niet langer één van de opleidingscentra voor de Algemene Militaire Opleiding (AMO) bij de Koninklijke Landmacht.

Luitenant-kolonel Hans van den Brink was de laatste commandant van het Schoolbataljon Centraal.

De Jan van Schaffelaerkazerne werd in 1951-’53 gecoloceerd met de naastgebouwde Generaal Spoorkazerne. De naamgeving van beide kazernes tezamen is sinds medio 21ste eeuw Legerplaats Ermelo.

Na de bezuinigingsreorganisatie die op 8 april 2011 werd aangekondigd, zal op termijn de Koninklijke Militaire School (KMS), nu nog gevestigd in Weert, haar intrek nemen in de leegstaande infrastructuur van de Jan van Schaffelaerkazerne.

In 1939 was de Jan van Schaffelaerkazerne bijna gereed.

Op het kenmerkende poortgebouw, op de achtergrond zichtbaar, verscheen later het citaat "Wat sterk is uit innerlijke overtuiging, faalt nooit" van Frank van Bijnen - reserve-officier bij het wapen der infanterie en tijdens de Tweede Wereldoorlog een bekend verzetsstrijder.

Terug naar Boven

 

JAW-THRUST

Uitvoering van de jaw-thrust

Letterlijk: kaakduw.

Ademwegmanoeuvre om de mond van een slachtoffer te openen zonder dat het hoofd maximaal achterwaarts wordt gekanteld bij het vermoeden van halswervel- of nekletsel (CWK-letsel). De jaw-thrust is een begrip uit de Advanced Trauma Life Support (ATLS), waarbij bij een goede uitvoering hyperstrekking wordt voorkomen en aldus de kans op het toebrengen van nekletsel wordt verminderd.

Bij het horen van bijgeluiden (stridor, snurk, rochel of heesheid) bij het beoordelen van de ademweg (airway) moet de chin-lift of jaw-thrust worden uitgevoerd. Is hierna de ademweg nog altijd niet vrij – m.a.w. zijn nog altijd bijgeluiden hoorbaar – dan moet de chin-lift of jaw-thrust opnieuw worden uitgevoerd. Denk hierbij altijd aan het reinigen van mond en keelholte.

Bij het uitvoeren van de jaw-thrust moet als volgt worden gehandeld:

Laat de helper op de knieën in de lengterichting achter het hoofd van het slachtoffer knielen

Laat de helper 2 of 3 vingers van beide handen net onder de oorlellen in de kaakhoeken plaatsen en zijn duimen op de kin

Laat de helper zijn duimen van beide handen op de kin plaatsen

Laat de helper de onderkaak met een tillende beweging naar voren duwen en gelijktijdig de mond open

Laat de helper met één of beide duimen de onderlip van het slachtoffer naar beneden duwen wanneer de mond gesloten blijft

Laat de helper met zijn handpalmen het voorhoofd van het slachtoffer vasthouden, opdat de nek onbeweeglijk is gemaakt

Zie ook: airway.

Terug naar Boven

JCB BACKHOE LOADER GRAAFLAADCOMBINATIE 4CX-M

Sinds 2008 is de JCB Backhoe Loader graaflaadcombinatie 4CX-M van fabrikant JCB de nieuwe graaflaadcombinatie voor de Geniecompagnie Luchtmobiel ter vervanging van de minibouwmachine Peljob.

Zes voertuigen, afgeleid van de civiele 4CX, zijn bestemd voor 11 Gncie Lumbl en twee voor het OTC Genie ten behoeve van opleidingen; vier van de zes krijgen een hijsarm bijgeleverd, zodat ook 11 Gncie Lumbl in beperkte mate beschikt over hijscapaciteit.

De JCB Backhoe Loader graaflaadcombinatie 4CX-M GLC is een multifunctionele machine met vierwielbesturing. De machine, met sturing op alle wielen, is standaard uitgerust met een puinbak voor en een graafemmer aan de achterzijde. Daarnaast kan de graaflaadcombinatie worden uitgerust met extra hydraulische opties, zoals een betonbreker (hamerboor), grondboor, hijsboom en palletvork.

De graaflaadcombinatie kan worden gebruikt voor het bouwen van bruggen, opslaglocaties voor klasse III en V, schuilonderkomens (shelters) en waarnemingsposten; het graven van loopgraven, mortier- en voertuigopstellingen en observatieposten; het opvullen van bomkraters en het verwijderen of opwerpen van hindernissen.

Technische gegevens:

breedte

2 meter 45

capaciteit puinbak

1,3 m3 / 3.400 kg op maximale hoogte

gewicht

9.300 kg

hefcapaciteit

4,3 kN

hoogte met graafarm in transportstand 

3 meter 52

maximale graafdiepte

4 meter 60

maximale overlaadhoogte

3 meter 80

motor

JCB 1004-40T 4-cilinder turbo diesel 

motorvermogen

100 pk (74 kW)

tilhoogte palletvork

3 meter 46

topsnelheid

40 km per uur

totale lengte

7 meter 25

wielbasis

2 meter 22

De JCB graaflaadcombinatie 4CX-M Backhoe Loader is luchttransportabel met zowel Chinook CH-47D transporthelikopter als Hercules C-130.

Terug naar Boven

 

JE MAINTIENDRAI

Franse spreuk. Vertaling: "Ik zal handhaven".

Sinds 1813 is "Je maintiendrai" de wapenspreuk van het Koninkrijk der Nederlanden. Overal waar het Rijkswapen is afgebeeld komt de wapenspreuk voor, zoals bijvoorbeeld op de (oude) dienstvoorschriften van het Ministerie van Defensie.

In 1544 erfde de jonge graaf Willem van Nassau (1533-1584) de bezittingen van zijn achterneef Renť van Chalons (1519-1544), waaronder het prinsdom Orange (Oranje) in Zuid-Frankrijk. Het geslacht Chalons voerde als wapenspreuk "Je Maintiendrai Chalons".

Prins Willem van Oranje, zoals Willem de Zwijger zich na de erfenis mocht noemen, nam het devies over van zijn neef. Omdat het Frans in die tijd de lingua franca (voertaal) van de adel was, verving Prins Willem van Oranje "Chalons" door Nassau: "Je Maintiendrai Nassau": "Ik zal mijn huis Nassau handhaven, ik zal opkomen voor de rechten van mijn geslacht."

Het voetstuk van de wapenspreuk onder het Rijkswapen is een azuurblauw lint, waarop in gouden Latijnse letters het devies "Je Maintiendrai" staat.

In de laatste jaren van zijn leven gebruikte Prins Willem van Oranje de uitdrukking met een toevoeging: "Je maintiendrai l'honneur, la foy, la loi de Dieu, du Roy, de mes amis et moy" ("Ik zal de eer, het geloof en de wet van God, van de Koning, van mijn vrienden en mij handhaven".)

In ruimere zin geven de woorden "Je Maintiendrai" ook vandaag de dag nog steeds inhoud aan de Nederlandse identiteit. De wapenspreuk van het Koninkrijk der Nederlanden betekent ook integriteit: doen wat wordt verwacht (bij het onderhouden van de grondwet) en het bewaren en verdedigen van de onafhankelijkheid en het grondgebied van Nederland.

Cartoon uit Trouw (© Tom Janssen).

Op de linkerbovenmouw van de jas van het Dagelijks Tenue is de leeuw gestikt met de wapenspreuk van het Koninkrijk der Nederlanden: "Je Maintiendrai". De mouwleeuw werd ingevoerd bij MinisteriŽle Beschikking van 9 november 1946 (Legerorder 57/1947).

Verzetsstrijdster mevrouw Jos Gemmeke-Mulder (1922-2010), in de oorlog beter bekend als Els van Dalen en de Sphinx, verspreidde samen met Cock van Paaschen in Den Haag de door hen opgerichte illegale krant Je Maintiendrai.

De krant werd opgemaakt en gestencild in het Vredespaleis, waartoe het tweetal zich het gehele weekend opsloot.

Mevrouw Gemmeke-Mulder ontving op 22 juli 1955 de Militaire Willems-Orde voor haar verzetswerk. Naast Koningin Wilhelmina was mevrouw Gemmeke-Mulder de enige vrouw die ooit met de hoogste militaire onderscheiding is geŽerd.

In 1985 verscheen 'Je Maintiendrai. A concise history of the Dutch Army. 1568-1940' van Herman Amersfoort en Piet Kamphuis ►

Zie ook: Dagelijks Tenue (DT) en Militaire Willems-Orde.

Terug naar Boven

 

JENEVERKRUIS

Formele benaming: Onderscheidingsteken voor eervolle langdurige Nederlandse effectieve dienst als officier.

Ook genaamd: Officierskruis. Het onderscheidingsteken is ingesteld bij Koninklijk Besluit nummer 46 van 19 november 1844.

Het KB zegt onder andere:

"Overwegende, dat bij Ons leger vele officieren zich door eenen eervollen, langdurigen diensttijd, in den rang van officier, hebben onderscheiden; In aanmerking nemende, dat, ten gevolge van de weinige vooruitzigten op bevordering, de officieren van mindere rang, doch bovenal de 1e en 2e luitenants van de verschillende wapens en diensten, een groot aantal jaren in die mindere rangen, waaraan in het algemeen slechts zeer geringe tractementen zijn verbonden moeten doorbrengen: Hebben goedgevonden en verstaan: Er zal een onderscheidingsteeken worden ingesteld, bepaaldelijk bestemd tot het beloonen van eenen eervollen, langdurigen Nederlandse hen effectieven diensttijd van officieren en daarmede gelijkgestelde personen behoorende tot het leger, te rekenen van 6 december 1813.”

6 december 1813 was een historische datum: op deze dag vaardigde Koning Willem I (1772-1843) zijn proclamatie uit tot aanmoediging van vrijwillige dienstneming.

Om de officieren een blijk van waardering te kunnen geven stelde de minister van Oorlog, luitenant-generaal Frederic Carel List (1784-1844), in 1844 voor om een kruis voor trouwe dienst in te stellen; voor onderofficieren bestond al sinds 1825 een medaille.

Koning Willem II wees het idee van een kruis af en koos, naar Russisch voorbeeld, voor een gesp. Het eerste ontwerp van het onderscheidingsteken bestond uit een gouden gesp, waarop het cijfer dat het aantal dienstjaren aangaf, midden in een krans van olijf- en eikenloof, zich slingerend om en verheffend boven twee kruiselings liggende zwaarden. De Russische invloed was verklaarbaar: Koning Willem II was gehuwd met Anna Paulowna, dochter van Tsaar Alexander. Zodoende had hij kennis van de gewoonten en gebruiken in het Russische Rijk.

Bij het instellen van het Officierskruis, lag de nadruk niet alleen op de aanmoediging die het voor de onderscheiden persoon betekende, maar besteedde het door een traktementsverhoging ook aandacht aan de niet altijd even rooskleurige financiŽle situatie van vooral de eerste en tweede luitenants.

Het Officierskruis wordt uitgereikt op of rond 6 december, de geboortedag van Koning Willem II in 1792.

Officieren met een aantoonbare diensttijd als officier van tenminste 15 jaar (baton XV) komen hiervoor in aanmerking.

Voor elk daaropvolgende vijf jaar (lustrum) wordt een hoger jaarcijfer in Romeinse cijfers toegekend en dus een cijferwisseling uitgevoerd: XX, XXV, XXX, XXXV en XL.

Tot 30 december 1866 was het onderscheidingsteken een verguld zilveren gesp die op een oranje, wit en blauw gestreept zijden lint werd gedragen.

Het Officierskruis met jaartal 15 (XV).

Bij Koninklijk Besluit nummer 33 van die datum is het onderscheidingsteken een vierarmig, verguld zilveren kruis dat aan een lint hangt met gelijke banen oranje, wit en blauw.

De horizontale armen van het Officierskruis zijn 28 mm, de verticale 30 mm lang.

De grond van het kruis is gedeeltelijk mat, omgeven door een gegroefde rand. In het midden van het kruis bevindt zich een krans van olijf- en eikenloof, die zich slingert om en verheft boven twee kruiselings liggende zwaarden.

In de krans staat in Romeinse cijfers het aantal dienstjaren vermeld.

Pas sinds 1951 wordt op de baton van het Officierskruis het geldende Romeinse cijfer gedragen.

Omdat het uitreiken van het Officierskruis in de regel gepaard gaat met het nuttigen van een glas jenever, wordt het kruis ook wel 'Jeneverkruis' genoemd.

Dit verwijst direct naar de geboortedag van Koning Willem II van Oranje Nassau op 6 december, waarop steeds een extra borrel - vaak een oorlam (zie kader) - werd geschonken.

OORLAM (JENEVER)

De keuze voor het oorlam verwijst direct naar de Nederlandse thuisvaarders die, vanaf de 17e eeuw per schip via Kaap de Goede Hoop, vanuit Nederlands-IndiŽ naar het moederland terugkeerde.

In het Maleis werden de Nederlanders "orang lama datang" genoemd, letterlijk "mens die lang geleden is aangekomen" (oudgediende). Via het verkorte "orang lama" verbasterde dit tot oorlam.

De oudgediende marinematrozen uit de Oost stonden erom bekend stevig te drinken, zodat het oorlam ook de naam werd voor de sterke drank (jenever, maar ook gin, rum e.d.) die, weliswaar verdund met water, op vaste tijden werd verstrekt. Pas in 1905 maakte de Nederlandse marine aan deze traditie een einde.

Van links naar rechts: minister van Oorlog, luitenant-generaal F.C. List, het Officierenkruis voor XV jaar eervolle, langdurige diensttijd en kapitein C.F.A. Adank, de eerste vrouw die - in 1960 - het Officierskruis kreeg.

Op 6 december 1960 werd het Officierskruis voor het eerst aan een vrouwelijke officier uitgereikt: kapitein C.F.A. Adank van de Militaire Vrouwen Afdeling (MILVA). Zij was werkzaam als secretaresse van de voorzitter van het Comitť Verenigde Chefs van Staven, luitenant-admiraal H.H.L. PrŲpper. Mevrouw Adank zwaaide uiteindelijk af in de rang van luitenant-kolonel.

Naslagwerken:

► 'Het officierskruis: voor lotsverbetering en ter aanmoediging ingesteld in 1844' - drs. P.J.M. de Bruijn (1981, Sectie Militaire Geschiedenis, Landmachtstaf)

► 'Voor langdurige eervolle dienst: het ontstaan en de geschiedenis van het officierskruis' - Ben Schoenmaker (1989 (Sectie Militaire Geschiedenis, Landmachtstaf), Brochurereeks SMG, nummer 5 (herdrukken in 1994 en 1997)

► 'Het officierskruis: voor eervolle langdurige dienst' - Anita M.C. van Dissel & Ben Schoenmaker (2006, Nederlands Instituut voor Militaire Historie & uitgeverij Boom)

Terug naar Boven

 

JERRYCAN

Kanister; Kraftstoffkanister.
cannister.
nourrice.

Afgekort: jrc.

Draagbaar reservoir, met opvallende platte zijkanten en inkepingen, voor de opslag en het transport van vloeistoffen als brandstof en water. Met behulp van een schenktuit kan uit de jerrycan brandstof worden geleegd in brandstoftanks van generatoraggregaten en voertuigen, dan wel water met behulp van een tapkraan.

De standaardcapaciteit van een jerrycan is 20 liter; in Engelstalige landen wordt gerekend in 5 gallons.

De naam is een samenvoegsel van "Jerry" (al in de Eerste Wereldoorlog een scheldnaam voor Duitser) en "can" (plat blik met handvat en tuit) - dus letterlijk vertaald: "moffenblik".

Al vůůr de Tweede Wereldoorlog voerden de Duitsers de jerrycan in hun leger in onder de naam "Wehrmachtkanister" - een vinding van de Duitser Vinzenz GrŁnvogel in 1937.

De Britse 8th Army maakten in 1942 in Noord-Afrika blikken buit op het Afrika Korps van generaal Erwin Rommel en vonden de jerrycan meteen zeer bruikbaar. Ook omdat de Britse generaal Claude Auchinleck de brandstoflekkage en -verspilling door verplaatsingen in het ruige terrein op ruim 30% schatte. Uiteindelijk produceerden de Britten meer dan 2 miljoen jerrycans.

De sluiting van de jerrycan heeft een hefboommechanisme met twee nokken, dat ook nog eens extra verzegeld kan worden met een kunststoffen of loden draad.

Al decennialang is de jerrycan aanvaard als U.N. Military Standard voor brandstof. De metalen jerrycan kan daarnaast ook gebruikt worden voor spoel- en waswater; idealiter wordt de kunststof jerrycan gebruikt voor drinkwater - juist ook om het onderscheid te bewaren.

Aan de achter- of zijkant van veel voertuigen is een houder gemonteerd voor een of meer jerrycans. Jerrycanhouders zijn onder andere aanwezig op het YPR-pansterrupsvoertuig en het Mercedes Benz-terreinvoertuig.

De jerrycanvulinstallatie (JVI) is ingedeeld bij het Klasse III/V-peloton van 230 Clustercompagnie van het B&T Commando.

De JVI kan worden bevestigd op een 20-voet-container.

Vanuit een tankflatrack 12 m³ vult de JVI de lege cans met brandstof. De jerrycans worden voor het vullen gespoeld met zgn. spoelkerosine. Met de JVI kunnen 120 jerrycans per uur worden gevuld (na legen ťn spoelen) of 160 jerrycans per uur (alleen vullen).

De JVI, in 1998 ontwikkeld door het Deense leger, kan ook worden gebruikt als uitgiftepunt voor het aftanken van klasse III of om een Intermediate Bulk Container (IBC) te legen of vullen.

Door het sterk toegenomen brandstofverbruik ging het systeem van grootschalige bevoorrading van brandstof in kleinverpakking (jerrycans) uiteindelijk op de schop. Ze werd vervangen door het aanvoeren en tijdelijk opslaan van klasse III in bulk. Bijkomend voordeel van deze manier van brandstofbevoorrading is dat ze minder arbeidsintensief en minder milieubelastend is.

De distributie van brandstof door middel van jerrycans tijdens de oefening TORENVALK in de omgeving van Bergen-Hohne, Duitsland, in 1969.

De afmetingen van een jerrycan zijn 23,4 x 16,5 x 46,6 cm.

Voortaan droegen tankauto's zorg voor het distribueren van brandstof:

► Brandstof Transport Middel (BTM)
► Brandstof Depot Mobiel / Brandstof Distributie Middel (BDM)

Tot dan toe kende de Nederlandse krijgsmacht de jerrycanauto's. Deze auto's werden be- en ontladen door zogenoemde "jerrycanboys" dan wel "jerrycansjouwers".

De kleinere BDM's kunnen bijvoorbeeld gemakkelijk dagelijks een ronde doen langs de verschillende aftank- en bijvulpunten van generatoraggregaten, voertuigen en dergelijke.

Grote hoeveelheden jerrycans met brandstof worden over het spoor vervoerd ten behoeve van de oefening GRAND REPULSE. De herfstmanoeuvre van de NAVO vond plaats in het najaar van 1953 in de omgeving van Cloppenburg in Duitsland.

Onder bevel van de luitenant-generaal A.T.C. Opsomer nam het net opgerichte 1 Legerkorps (1 LK) voor het eerst deel met een eigen divisie: de in het voorjaar paraat gestelde 4e Infanteriedivisie.

Daarnaast was het de eerste keer in haar bestaan dat 1 LK, versterkt met de Britse 7th Armoured Division (Desert Rats), beweeglijk optrad met grote gemechaniseerde eenheden om de opmars en het aanvallende gevecht te beoefenen.

Zie ook: BOSCO, brandstof en klasse III.

Terug naar Boven

 

JISTARC

Voluit: Joint ISTAR Commando.

Deze joint eenheid bundelt de middelen en het personeel van het Tactical Air Reconnaissance Centre (TARC, gericht op het verkennen door middel van luchtfoto's en de interpretatie van beeldmateriaal) en het personeel van het Commando Luchtstrijdkrachten (CLSK) en personeel van CZSK en KMAR.

JISTARC, de opvolger van 103 ISTAR-bataljon, is de tweede joint eenheid van het Operationeel Ondersteunings Commando Land (OOCL), na 1 CIMIC Bataljon.

De eenheid is op 19 oktober 2011 op de Legerplaats bij Oldebroek opgericht met als eerste commandant luitenant-kolonel Harold de Jong.

Op 19 oktober 2011 reikte de toenmalige Commandant Landstrijdkrachten, luitenant-generaal Rob Bertholee, op de Legerplaats bij Oldebroek het vaandel van het JISTARC uit aan de eerste commandant, luitenant-kolonel Harold de Jong.

De taak van JISTARC bestaat uit operationele inlichtingenondersteuning: het verzamelen, analyseren en verspreiden van informatie, inlichtingen en doelgegevens ter ondersteuning van het commandovoeringproces van de commandant tijdens militaire operaties.

De specifieke inlichtingenondersteuning staat ten dienste van de Operationele Commando's (OpCo's), ook in het kader van de Intensivering Civiel-Militaire Samenwerking (ICMS).

Evenals 103 ISTARbataljon, treedt JISTARC volgens een modulair systeem op. De eenheden van het JISTARC zijn:

Ststesk

Staf- en stafeskadron

101 Dlopsbt

101 Doelopsporingsbatterij

102 EOVcompagnie

103 Elektronische Oorlogvoeringscompagnie

103 GGVE

103 Grondgebonden Verkenningseskadron

104 GGVE

104 Grondgebonden Verkenningseskadron

105 FH-esk

105 Field Humint-eskadron

106 Inlnesk

106 Inlichtingeneskadron

107 AS-bt

107 Aerial Systems-batterij

De JISTARC-eenheden zijn in staat als verzamelorgaan of analist op te treden. Een verzamelorgaan is een organisatie die betrokken is bij het verzamelen van informatie en moet hiertoe beschikken over de juiste sensor (voeler - kunstmatige uitvoering van een zintuig), een platform, verzamelgelegenheid en verwerkingscapaciteit.

De ISTAR-module richt zich op het waarnemen - horen en zien - zonder waargenomen (gehoord en/of gezien) te worden. Sensoren - elektrisch, mechanisch, softwarematig of virtueel uitgevoerd - nemen de omgeving waar of kunnen informatie verzamelen waarmee (commandovoerings)processen worden bestuurd.

In het JISTARC-concept vormt de ISTAR-module het Centre of Friendly Gravity, niet een staande eenheid. De organisatie van de ISTAR-module bestaat uit:

Cogp

Commandogroep

OPS

Operations Cell

ASIC

All Source Intelligence Cell

CCIRM-gp

Collection Coordination and Information Requirement Management

Onder leiding van de commandant stuurt de commandogroep het inlichtingenproces en het daaraan ten dienste staande operationele proces aan, met als doel het uitvoeren van een inlichtingenoperatie.

De inlichtingenoperatie is een samenhangend geheel van gerichte tactische militaire activiteiten die aan de verzamelorganen van de Operations Cell worden toegewezen om, binnen bepaalde tijd- en ruimtefactoren, tijdige en relevante informatie, inlichtingen en doelgegevens te verzamelen waarmee de All Source Intelligence Cell – door het analyseren hiervan – inlichtingen kan produceren over de dynamiek in de operatieomgeving.

Het gewenste effect is het creëren van kennis over en begrip van de dynamiek, waardoor de ISTAR-module militaire middelen kan inzetten om de opgedragen gewenste effecten te bereiken. Tot de gewenste effecten behoort te allen tijde een gewaarborgde veiligheid en paraatheid van militaire eenheden (force protection).

De generieke ISTAR-module, die in staat is zelfstandig inlichtingenproducten voort te brengen om in de informatiebehoefte van de operationele commandant te voorzien, kan op twee manieren worden ingezet:

Attached (primair)

Integrated (secundair)

Operational Control (OPCON)

Full Command (FULLCOM)

Primaire wijze van steunverlening

Vermengt lijn- en stafbevoegdheden; kan noodzakelijk zijn op grond van (politiek-strategische) operationele afwegingen

ISTAR-module onder bevel bij de te steunen commandant. Modulecommandant blijft zelf verantwoordelijk voor zijn personele en materiŽle ondersteuning en inrichting m.b.v. eigen OPS, ASIC en logistiek element. Module levert inlichtingenproducten.

Element van de ISTAR-module, b.v. ASIC, wordt geÔntegreerd in de staf van de te ondersteunen commandant, die hierbij verantwoordelijk wordt voor ondersteuning, inrichting en Command & Control-structuur.

Zie ook: Geospatial Analist, Human Dimension en Human Terrain Analist.

Terug naar Boven

 

JOHANNES POSTKAZERNE

Deze kazerne, gelegen aan de Johannes Postweg in Havelte (gemeente Westerveld) in de provincie Drenthe, is de thuisbasis van 43 Gemechaniseerde Brigade. De kazerne is vernoemd naar verzetsman Johannes Post (1906-1944).

Ingang van de Johannes Postkazerne in Havelte

Verzetsman Johannes Post

Post zorgde ervoor dat in het dorp Nieuwlande veel joden uit West-Nederland konden onderduiken; na de oorlog kreeg het plaatje de Yad Vashem-onderscheiding van Israël als dank en erkenning voor zijn hulp. Post was daarnaast betrokken bij legio overvallen, sabotage en vervalsingen en werkte bij het illegale blad Trouw. Na de april-meistakingen van 1943 begon zijn verzetsperiode, aanvankelijk onder de pseudoniemen Hemke van der Zwaag en Johannes van Setten.

Post en zijn verzetsgroep overvielen onder andere registratiekantoren. Op 16 juli 1943 werd hij in Ugchelen door de Sicherheitspolizei gearresteerd en ingesloten op het politiebureau in Apeldoorn; op 18 juli ontsnapte hij met behulp van een agent en zocht hij een veilig heenkomen in Rijnsburg.

Luchtfoto van de Johannes Postkazerne.

Een van Posts opmerkelijkste acties is de overval op 19 februari 1944 op het politiebureau in de Archimedesstraat in Den Haag. De buit bestond uit ± 60 pistolen, patroonhouders en munitie.

In augustus 1943 werden de vele knokploegen in de illegaliteit samengebracht in ťťn organisatie: de Landelijke Knokploegen (LKP). Voor de LKP gaf Post voortaan leiding in de provincies Friesland, Groningen en Drenthe.

Na een mislukte bevrijdingsactie van een vriend uit het Huis van Bewaring aan de Weteringschans in Amsterdam werden Post en twaalf anderen gearresteerd en op 16 juli gefusilleerd in de duinen bij Overveen. Na de bevrijding is het stoffelijk overschot van Post herbegraven op de Erebegraafplaats Overveen te Bloemendaal, naast zijn broer Marinus Post en Hilbert van Dijk.

Locatie van de Johannes Postkazerne in Havelte zoals die is aangegeven op de stafkaart 16 Oost Steenwijk

Terug naar Boven

 

JOHAN WILLEM FRISO-KAZERNE

Deze kazerne uit 1892, gelegen aan de Balkenweg in Assen, is de thuisbasis van 13 Infanteriebataljon Luchtmobiel Air Assault Regiment Stoottroepen Prins Bernhard en het Schoolbataljon Noord.

De Johan Willem Frisokazerne bestond van oorsprong uit drie afzonderlijke kazernes: de Wilhelminakazerne, de Emmakazerne en de Hendrikkazerne. In de loop der jaren veranderde het aanzien van het complex ingrijpend door zowel nieuwbouw als sloop, maar de drie originele kazernegebouwen uit de begintijd staan er nog steeds.

Entree van de Johan Willem Frisokazerne.

De kazerne is vernoemd naar Johan Willem Friso van Nassau-Dietz (1687-1711). De oudste zoon van Hendrik Casimir II van Nassau-Dietz en Amalia van Anhalt-Dessau was Prins van Oranje, Graaf van Nassau en stadhouder van Groningen en Friesland. Johan Willem Friso wordt gezien als stamvader van het Huis van Oranje; Hare Majesteit Koningin Beatrix stamt in rechte lijn van de prins af.

Johan Willem Friso dankt zijn faam aan het feit dat hij zich al op zeer jonge leeftijd als een militair van formaat ontpopte. Vanaf 1703 nam hij deel aan de Spaanse Successieoorlog, waarbij hij zich zowel in de Slag bij Oudenaarde (1708) als tijdens het Beleg van Rijssel (1708) wist te onderscheiden. In de zeven uur durende Slag bij Malplaquet (1709) voerde hij het bevel over de Staatse troepen, werden de Fransen verslagen en werd hij met krijgslauweren overdekt.

Terug naar Boven

 

JOINT

Gezamenlijk; intrakrijgsmachtelijk; met andere krijgsmachtdelen.

Het optreden waaraan delen van meer dan ťťn krijgsmachtdeel van hetzelfde land bijdragen. Definitie staat omschreven in de NATO Glossary of Terms and Definitions (AAP-15). Een voorbeeld van joint optreden is het ontplooid gezondheidszorgsysteem van de Koninklijke Landmacht en Koninklijke Marine tijdens de operatie UNMEE in Eritrea/EthiopiŽ.

De afkorting die alle raakvlakken weergeeft met de operationele omgeving van de krijgsmacht is JIMP: Joint, Interagency, Multinational and Public.

Zie ook: combined en interagency.

 

Terug naar Boven

 

JOINT LOGISTIC SUPPORT GROUP

Afgekort: JLSG. In 2008 door de NAVO ontwikkeld organisatieconcept om joint logistieke activiteiten te coördineren: bevoorrading & transport, onderhoud en geneeskundig. Het concept streeft logistieke ondersteuning van en samenwerking met hoofdkwartieren van troop contributing nations na, met inbegrip van de national support elements, Task Forces en Battle Groups.

Omdat het concept vooral is ingericht op processen, zoals current, plans en support – wat afwijkt van de stafstructuur – is het streven eenzelfde of zelfs betere logistieke ondersteuning door, gezamenlijk, minder uitgebrachte logistieke capaciteit (logistic footprints).

Het delen (pooling & sharing) van logistieke middelen in joint operaties levert schaalvoordeel, kostenbesparing en verbeterde efficiëntie van het logistiek (gevechtsverzorgingssteun-) vermogen op.

Binnen de NAVO valt het Core Staff Element (kernstaf) van de JLSG onder het Deployable Joint Staf Element (DJSE) – het ontplooibaar joint stafelement. Verder bestaat het DJSE bestaat uit het Joint Headquarters Forward Element (JHQ FE) en het Forward Support Element (FSE).

Een tailor-made HQ-JLSG functioneert als overkoepelend orgaan dat toezicht houdt, coördineert en zorgt voor samenwerking tussen de logistieke ketens, National Supply Elements, (NSE’s) van de verschillende landen tijdens een NAVO operatie. Hierbij zal het HQ-JLSG Tactical Control (TACON) hebben over de toegewezen eenheden en Logistical Control (LOGCON) over de National Support Elements (NSE’s) om RSOM te kunnen uitvoeren.

Nadat het concept vanaf 2006 was beproefd door de NATO Response Forse, vond tijdens de missie Kosovo Force (KFOR) de eerste operationele ontplooiing van de JLSG plaats.

De JLSG kan de toegewezen logistieke eenheden en/of middelen van de troop contributing nations herverdelen. Door het coördineren en synchroniseren van alle logistieke enablers in het operatiegebied kan een hogere flexibiliteit en reactiesnelheid worden gerealiseerd. Onder enablers worden alle multinationale logistici en contractanten verstaan.

Ook Reception, Staging en Onward Movement (RSOM) maakt deel uit van JLSG-concept en wordt uitgevoerd onder supervisie van HQ-JLSG. Dit is het proces waarin eenheden bij aankomst in het inzetgebied worden opgevangen in havens en op vliegvelden (Reception), waarna personeel en middelen in de Staging Area in organiek verband worden samengevoegd tot inzetbare eenheden.

Tot slot volgt de Onward Movement, de verplaatsing van de inzetgerede eenheden naar hun Area of Operations, waarna ze – al dan niet met aanvullende trainingen en oefeningen – gereed zijn om hun taak uit te voeren.

De werkwijze verbetert de logistiek in vergelijking tot het samenstellen van eenheden nadat ze eerst naar hun afzonderlijke internationale bases zijn getransporteerd.

Het concept-JLSG wordt door Nederland voor het eerst grootschalig beproefd in de oefening Peregrine Sword. Dit is een internationale oefening in september 2012 in de omgeving van Wildflecken in Zuid-Duitsland.

HQ-JLSG staat onder leiding van C-OOCL, brigadegeneraal Henk Jan Maijers, en diens chef-staf, de Duitse kolonel Jürgen Knobloch, C- Rear Support Command (RSC) Duits/Nederlands Legerkorps (1 GNC).

Knobloch gaf in november 2011 tijdens de oefening Odyssee Sword leiding gaf aan het JLSG-experiment waardoor de nodige kennis en ervaring wordt ingebracht in de nieuw samengestelde staf van het JLSG.

Download de scriptie ‘Joint Logistics Support Group. Een analyse naar de organisatieflexibiliteit van de JLSG. De JLSG als brug bij internationale samenwerking op het gebied van logistiek’ van Roxanne Klesman (NLDA, 2011).

Terug naar Boven

 

JOINT MILITARY AFFAIRS

Afgekort: JMA. Het doel van JMA is het onderhouden van contacten en coördineren van activiteiten met andere krijgsmachten in de Area of Responsibility (AOR) waarin de Nederlandse krijgsmacht optreedt. Zo heeft de JMA-organisatie in de Nederlandse AOR van de missie Stabilisation Force (SFOR) in Bosnië-Hercegovina tot 16 januari 2004 (SFOR-15) contacten onderhouden met de Vojska Federacije - het federale deel van het Bosnische leger.

Concreet betekent JMA:

  • onderhouden van contacten met ondercommandanten en liaisson-officieren (LSO's)
  • coördineren en uitvoeren van inspecties van opslagplaatsen (sites) van wapens en munitie
  • monitoren van trainingen van de andere krijgsmachten
  • monitoren van verplaatsingen van materieel en personeel van de andere krijgsmachten

Terug naar Boven

JOMINI, BARON ANTOINE-HENRI DE

Geboren: 6 maart 1779, Payerne, Zwitserland, uit Italiaanse ouders. Gestorven: 22 maart 1869, Passy, op 90-jarige leeftijd. Zwitsers militair, militair theoreticus en historicusr, wiens werken maatgevend waren in Groot-Brittannië en de VS.

Met Clausewitz wordt hij beschouwd als de belangrijkste strateeg uit de moderne krijgsgeschiedenis. Waar Jomini te boek staat als pragmatisch en mechanistisch (en weinig aandacht schonk aan de vaak doorslaggevende invloed van de minder rationele aspecten van de menselijke factor), is Clausewitz vooral filosofisch en theoretisch. Jomini en Clausewitz verhieven de tweedeling van tactiek en strategie tot een vast ordeningsprincipe in het militaire denken, maar bewezen beiden ook dat het krijgsbedrijf zich niet in deze tweedeling laat vatten.

Jomini werd in 1798 secretaris van de Zwitserse Minister van Oorlog en in 1800 zijn adjudant in de rang van bataljonscommandant, maar hij stapte in 1801 op.

Hij begon zijn militaire carrière vrijwillig in het Franse leger. In zijn hoofdkwartier Camp de Boulogne benoemde Napoleon I hem in 1805 tot kolonel (Adjudant-commandant) en eerste aide-de-camp van maarschalk Michel Ney, de meest geliefde ondercommandant van Napoleon, tevens commandant van het 6de Korps. Ney had Jomini financiële steun verleend om ‘Traité des grandes opérations militaires’ te kunnen publiceren – zijn eerste belangrijke militairtheoretische publicatie. Toen Napoleon die boeken onder ogen kreeg, overwoog hij aanvankelijk de publicatie ervan te verbieden, omdat hij meende dat alle geheimen van zijn succes erin stonden.

Snel verwierf hij een reputatie door zijn militaire geschriften en Napoleon benoemde hem tot brigadegeneraal in zijn Grande Armée. Jomini nam vervolgens deel aan de campagnes in Pruisen in 1806 (Jena en Auerstedt), Polen in 1807 (Eylau) en Spanje in 1808. Na de deels mislukte Napoleontische actie in Spanje, verviel het land tot 1814 in een guerrillaoorlog. Hierover schreef Jomini later dat hij absoluut de voorkeur gaf aan wat hij de conventionele ‘gentlemanoorlog’ van de 18de eeuw noemde in tegenstelling tot “het wrede tijdperk waarin priesters, vrouwen en kinderen de moord op geïsoleerde soldaten binnen Spanje beraamden.”

Ook nam Jomini deel aan de campagnes in Rusland, tijdens welke hij in augustus 1812 werd benoemd tot gouverneur van Vilnius en drie maanden later van Smolensk. In november 1812 ontdekte Jomini bij Studianka een ondiepe plaats over de rivier Berezina; maarschalk Oudinot en generaal der genie Eblé slaagden erin hun eenheden hier in het geheim en in allerijl twee schraagbruggen te laten slaan, zodat de troepen van Napoleon van 25 tot en met 28 november over beide bruggen konden trekken. De Russische troepen vuurden nog wel op de ontsnappende Fransen, maar het leger van Napoleon slaagde erin te ontkomen aan de totale vernietiging door het overmachtige leger van veldmaarschalk Wittgenstein.

Hoewel ernstig ziek (pleuritis of bronchitis), slaagde Jomini erin terug te keren naar Frankrijk. Napoleon zegde hem dank voor bewezen diensten en verhief hem per 27 juli 1808 in de stand van Baron d'Empire. Ook werd Jomini chef-staf van het 6de Korps – ondanks tegenstand van maarschalk Berthier.

Al in 1810 begon Jomini met Rusland te onderhandelen over een dienstbetrekking – op dat moment Frankrijks vijand. Hij wilde aftreden, maar Napoleon I benoemde hem tot brigadegeneraal… en hij bleef.

In 1813 deed hij, opnieuw onder maarschalk Ney, mee aan de slagen om Lützen en Bautzen, beiden in mei 1813. Voor zijn bijdrage aan deze successen wilde Ney hem promoveren tot generaal-majoor (divisiecommandant). Om een onbeduidende reden wees maarschalk Berthier, die nooit Jomini’s vriend was geweest, het verzoek af. Jomini, die jarenlang een glansrijke carrière in het Franse leger was beloofd, ervoer de afwijzing als onheuse bejegening en wachtte een wapenstilstand af om zich op 14 augustus 1813 bij het Russische leger te voegen onder het bevel van generaal De Langeron.

In 1818 publiceerde hij ‘Traité des grandes opérations militaires’, dat zijn opus magnum zou worden.

In het Russische leger diende hij aanvankelijk als luitenant-generaal. Vanaf 1826 was hij aide-de-camp in het leger van tsaar Alexander I, vocht in 1828 tegen de Ottomanen (Turken) en richtte twee jaar later de militaire academie van Sint-Petersburg op. In datzelfde jaar leidde hij met tsaar Nicolaas I de belegering van Varna, waarbij het Ottomaanse leger door de Russen werd teruggedrongen. Tijdens de Krimoorlog was hij tactisch adviseur van Nicolas I (1854 -1855) en in 1859 adviseerde hij dan weer keizer Napoleon III op zijn Italiaanse expeditie.

Het was Jomini die de functie van de 'logistiek' voor het eerst systematisch behandelde. Daarmee wordt hij beschouwd als één van de grondleggers van het militairlogistieke denken. Zijn definitie van de logistiek was “De praktische kunst om legers te verplaatsen". Het woord zelf leidde hij af van de ‘maréchal de logis’ (kwartiermaker).

Jomini zag oorlog vooral als een exacte wetenschap met wet- en procesmatigheden en geometrische en mathematische principes. Zo gaf hij voorschriften hoe een slag kon worden gewonnen en schreef hij de ideale lijn van de artillerie voor. Hij probeerde de principes van oorlogvoering zo kwantificeerbaar en systematisch mogelijk te omschrijven. In ‘Précis de l'art de la Guerre’ (1838) gebruikte hij de metafoor: “Het operatietoneel: het gehele schaakbord van de oorlog.” Gebaseerd op uitputtend onderzoek onder dertig campagnes van Frederik de Grote en Napoleon, benoemde Jomini in dit standaardwerk vier universele beginselen:

1

Door strategische manoeuvres de hoofdmacht van een leger opeenvolgend in actie brengen, zowel op de beslissende punten van het slagveld als tegen de communicatielijnen van de vijand, en dat voor zover mogelijk zonder de eigen communicatielijnen in de waagschaal te stellen.

2

Zodanig manoeuvreren dat men in een positie komt dat men slechts een deel van het vijandelijke leger moet aanvallen met de hoofdmacht van de eigen strijdkrachten.

3

Op het slagveld zijn hoofdmacht in actie brengen op het beslissende punt: het meest cruciale deel van de linie van de vijand.

4

De meerderheid van zijn strijdkrachten niet alleen op tijd op het beslissende punt in actie brengen, maar er ook voor zorgen dat dit gebundeld met energie en met gecoördineerde inspanning wordt uitgevoerd.

Volgens Jomini kon de overwinning worden bereikt door het grondgebied of strategische punten van de vijand te bezetten in plaats van de wil van de vijand te breken: op het beslissende punt superieur zijn aan de vijand was volgens hem de sleutel tot de overwinning. Het offensief beval hij dan ook alleen aan voor zover dat uitmondde in de verovering van plaatsen.

Ook benadrukte Jomini het belang van stafkaarten, waarop eenheden en hun sterkte duidelijk waren gemarkeerd en troepenbewegingen met pijlen aangegeven. En tot slot legde hij de nadruk op de waarde van inlichtingen, gebaseerd op zijn ervaring met de goede inlichtingenvergaring in het Franse leger.

Terug naar Boven

 

JUNGLETRAINING

Als afwijkend klimaat in het kader van out-of-area optreden geldt, naast koud- en warmweeroptreden, de jungle (bush, oerwoud, regenwoud, rimboe).

Met jungle - wellicht de meest vijandige omgeving waarin de mens dient te kunnen overleven - is dichtbebost tropisch gebied met de volgende kenmerken:

■ zeer hoge en drukkende luchtvochtigheid

■ onveranderlijk hoge temperatuur

■ nagenoeg het gehele jaar zware regenval

■ (giftige) flora en fauna

Volgens een studie van het Pentagon uit 1999 heeft ruim 70% van alle conflicten sinds de jaren '70 van de 20e eeuw zich afgespeeld in tropische gebieden. Denk hierbij aan het optreden van eenheden van de Verenigde Naties in Congo, Ivoorkust, Liberia, Oost-Timor, Rwanda of Sierra Leone.

Dit gegeven onderstreept het belang om de individuele militair te trainen in vaardigheden als verplaatsen, vechten en overleven in de jungle (junglecraft).

De jungle kent een aantal specifieke kenmerken:

constant hoge temperaturen

nooit onder 18º Celsius, gemiddeld boven 30º Celsius

constant relatief hoge, drukkende luchtvochtigheid

tot 90%

aanwezigheid van bijt- en steekgrage fauna

met name (giftige) insecten en reptielen

afwezigheid van een bestaand wegennet

met uitzondering van waterwegen

afwezigheid van seizoenen

alleen droge en natte perioden

in beide perioden vallen grote hoeveelheden regen

moeilijk doordringbare, dicht begroeide flora

Jungle wordt vooral aangetroffen in Centraal- en Zuid-Amerika (met name Amazonegebied), rondom de evenaar in Afrika, het zuidoosten van AziŽ (inclusief de Indonesische archipel) en het noorden van AustraliŽ.

Hoewel Nederland een militaire traditie heeft in tropische gebieden als Indonesië (Nederlands-IndiŽ), Nieuw-Guinea en Suriname (TRIS), is de opbouw van de ervaringsdeskundigheid hierin, tenminste bij de Koninklijke Landmacht, pas vanaf 2002 weer opgepakt met jungletrainingen in Suriname.

Het Korps Speciale Troepen (KST) van het Surinaams Nationaal Leger (SNL) - opgeleid in BraziliŽ en met gevechtservaring tegen het junglecommando van Ronnie Brunswijk in de Surinaamse binnenlanden - traint de lichte infanterie van de Nederlandse krijgsmacht (Korps Commandotroepen, Korps Mariniers en 11 Air Manoeuvre Brigade) vanaf de Ayoko-kazerne nabij Paramaribo.

Het Korps Mariniers heeft overigens wel een ruimere ervaring in de jungle, onder andere in Belize, Brunei, Frans Guyana, MaleisiŽ en Suriname.

◄ De tropencamouflage van de Koninklijke Landmacht. Het jungle-kledingpakket.bevat onder andere ook een gelaatsklamboe, gevechtslaarzen voor in de jungle, een klamboe en waterdichte zakken.

Binnen krijgsmachten krijgt training in de jungle een steeds hogere prioriteit.

Zo moeten Britse eenheden lichte infanterie periodiek een vierweekse jungletraining ondergaan om te harden in de (snelle) aanpassing aan wisselende omstandigheden.

De Nederlandse jungletrainingen in Suriname, zowel de Jungle Warfare Course (JWC) als de Jungle Warfare Instructor Course (JWIC), richten zich primair op overleven, verplaatsen en vechten in de jungle.

Onderwerpen die hierin aan bod komen zijn bivakroutine, CASEVAC, geÔmproviseerde onderkomens, fauna en flora, hygiŽne en preventieve gezondheidszorg, rivieren oversteken, survival en valstrikken.

Optreden van Nederlandse lichte infanterie in de jungle.

Jungletraining is an sich al van toegevoegde waarde voor het all-round optreden van krijgsmachten, maar juist ook voor specialisten als Algemeen Militair Verpleegkundigen en genisten, die numeriek ondervertegenwoordigd zijn binnen de lichte infanterie.

In de regel moeten de militaire basisvaardigheden voordat aan de training in de jungle wordt begonnen al in hoge mate aanwezig zijn; de discipline is onafgebroken hoog.

Optreden in de jungle vereist hulpmiddelen zoals kapmes, motorzaag en springmiddelen om zich te voet een pad te kunnen banen. Gemechaniseerd en gemotoriseerd optreden zijn in de jungle nagenoeg uit den boze. Alternatieven voor het optreden te voet zijn per helikopter of slaughboot.

Foto: Gerben van Es.

Een Amerikaans junglebivak op het eiland Guadalcanal in de Stille Oceaan tijdens operatie WATCHTOWER in WO II. Naast de Japanners en jungleziekten zoals de zeer beruchte jungle rot, was de niet aflatende regen, dagelijks tot wel 25 mm, de grootste tegenstander.

Naslag:

Aide Memoire 'Overleven in de Jungle' - Kenniscentrum Militair Optreden onder Extreme Omstandigheden (2010).

Zie ook: parang.

Terug naar Boven

 

Laatste update:04.11.2016