Inhoudsopgave J
Terug naar de homepage
 

Maak uw keuze uit de hieronder getoonde lijst

 

J-STRUCTUUR

In dit verband staat 'J' voor joint. Bij de oprichting van het permanent, gezamenlijk operationeel hoofdkwartier (Joint Operations Center, JOC) van de krijgsmachtdelen, zoals de Adviescommissie Opperbevelhebberschap(‘Van wankel evenwicht naar versterkte Defensieorganisatie’) d.d. 19 april 1992 dat voorstaat, zal het hoofdkwartier een J-structuur krijgen. De J-structuur - vergelijkbaar met secties op bataljons- en brigadeniveau - omvat functionaliteiten zoals die in internationaal (NAVO-)verband gehanteerd worden op staven.

De J-structuur vergroot de herkenbaarheid en vergemakkelijkt de aansluiting in internationaal verband:

J1

Personeel

Personnel and Admin

J2

Inlichtingen & Veiligheid

Operational Intelligence

J3

Operatiën

Current Operations

J4

Logistiek

Logistics / Medical

J5

Plannen

Plans

J6

Verbindingen

Communication and Information Systems

J7

Training & Oefeningen

Joint Training

J8

Financiën

Finance and Human Resources

J9

Beleid & Juridisch

Policy, Legal and Presentation

Voorheen was J9 toebedeeld aan civiel-militaire samenwerking (CIMIC).

Vanuit het JOC worden alle Peace Support Operations en andere missie van de krijgsmachtdelen centraal gepland, voorbereid en aangestuurd. Het JOC dient binnen afzienbare tijd deoperationele centra bij de krijgsmachtdelen overbodig te maken.

Terug naar Boven

JACKPOT

Codewoord voor ‘hoofdverdachte’, dat met name gebruikt wordt door Special Forces en overige infanteristen. De hoofdverdachte – die moet worden aangehouden – wordt terecht gezien als de hoofdprijs van een stealth (niet zichtbare) operatie, die militair en vaak ook politiek van belang is. Een dergelijke hoofdverdachte kan bijvoorbeeld een P.I.F.W.C. zijn.

Terug naar Boven

 

JAN KAAS

Samentrekking van de Nederlandse namen Jan en Kaas. Betekenis: man uit het kaasland bij uitnemendheid, Hollander, Nederlander.

Vernederlandst leenwoord uit het Engels, dat als ‘yankee’ waarschijnlijk een scheldnaam was die de Britse kolonisten van New England vanaf de 17de eeuw gaven aan de inwoners van de Nederlandse kolonie Nieuw-Nederland (Nova Belgica). Dit was de naam van het voormalig Nederlands gebied aan de oostkust van de Verenigde Staten, gesticht in 1625. Het omvat het huidige New York (vroeger: Nieuw Amsterdam).

Later werd ‘yankee’ een geuzennaam voor de Nederlanders. Ten tijde van de Amerikaanse Civil War (1861–1865) werden de Noordelijken eveneens ‘Yankees’ genoemd; tot op de dag van vandaag is ‘yankee’ de benaming voor alle inwoners van de staat New England.

ISAF-funpatch 'Jan Kaas op safari'.

Een andere theorie – eveneens met een negatieve connotatie – luidt dat in Zuid-Nederland – het huidige België – Jan Kaas de spotnaam was voor Koning Willem I (1772-1843), de ‘koopmankoning’, vergelijkbaar met ‘kaaskop’. In dezelfde tijd (1831) liet de luitenant ter zee Jan van Speijk een kanonneerboot op de Schelde voor Antwerpen exploderen om zo een Pyrrusoverwinning te boeken op de oproerige Belgen; zo werd ‘Jan Kaas’ de veralgemeende scheldnaam voor marinier(s).

De naam Jan Kaas leeft intussen voort in de populaire uitdrukking “Jan Kaas op safari”, onder andere gebruikt door Ingo Piepers in Vechten voor vrede en aangehaald van Thom Karremans, commandant van Dutchbat-III in Srebrenica, die in Srebrenica, een veilig gebied van het NIOD de opmerking maakt dat sociale patrouilles, ondanks hun naam, in beginsel militaire patrouilles bleven, “dat wil zeggen dat de Dutchbatters die hieraan deelnamen volledig bewapend waren, en dus niet als Jan Kaas op safari.”

De uitdrukking “Jan Kaas op safari” leeft intussen voort in vele varianten, zoals op reis, uitzending of vakantie.

Terug naar Boven

 

JAW-THRUST

Uitvoering van de jaw-thrust

Letterlijk: kaakduw.

Ademwegmanoeuvre om de mond van een slachtoffer te openen zonder dat het hoofd maximaal achterwaarts wordt gekanteld bij het vermoeden van halswervel- of nekletsel (CWK-letsel). De jaw-thrust is een begrip uit de Advanced Trauma Life Support (ATLS), waarbij bij een goede uitvoering hyperstrekking wordt voorkomen en aldus de kans op het toebrengen van nekletsel wordt verminderd.

Bij het horen van bijgeluiden (stridor, snurk, rochel of heesheid) bij het beoordelen van de ademweg (airway) moet de chin-lift of jaw-thrust worden uitgevoerd. Is hierna de ademweg nog altijd niet vrij – m.a.w. zijn nog altijd bijgeluiden hoorbaar – dan moet de chin-lift of jaw-thrust opnieuw worden uitgevoerd. Denk hierbij altijd aan het reinigen van mond en keelholte.

Bij het uitvoeren van de jaw-thrust moet als volgt worden gehandeld:

Laat de helper op de knieën in de lengterichting achter het hoofd van het slachtoffer knielen

Laat de helper 2 of 3 vingers van beide handen net onder de oorlellen in de kaakhoeken plaatsen en zijn duimen op de kin

Laat de helper zijn duimen van beide handen op de kin plaatsen

Laat de helper de onderkaak met een tillende beweging naar voren duwen en gelijktijdig de mond open

Laat de helper met één of beide duimen de onderlip van het slachtoffer naar beneden duwen wanneer de mond gesloten blijft

Laat de helper met zijn handpalmen het voorhoofd van het slachtoffer vasthouden, opdat de nek onbeweeglijk is gemaakt

Zie ook: airway.

Terug naar Boven

JCB BACKHOE LOADER GRAAFLAADCOMBINATIE 4CX-M

Sinds 2008 is de JCB Backhoe Loader graaflaadcombinatie 4CX-M van fabrikant JCB de nieuwe graaflaadcombinatie voor de Geniecompagnie Luchtmobiel ter vervanging van de minibouwmachine Peljob.

Zes voertuigen, afgeleid van de civiele 4CX, zijn bestemd voor 11 Gncie Lumbl en twee voor het OTC Genie ten behoeve van opleidingen; vier van de zes krijgen een hijsarm bijgeleverd, zodat ook 11 Gncie Lumbl in beperkte mate beschikt over hijscapaciteit.

De JCB Backhoe Loader graaflaadcombinatie 4CX-M GLC is een multifunctionele machine met vierwielbesturing. De machine, met sturing op alle wielen, is standaard uitgerust met een puinbak voor en een graafemmer aan de achterzijde. Daarnaast kan de graaflaadcombinatie worden uitgerust met extra hydraulische opties, zoals een betonbreker (hamerboor), grondboor, hijsboom en palletvork.

De graaflaadcombinatie kan worden gebruikt voor het bouwen van bruggen, opslaglocaties voor klasse III en V, schuilonderkomens (shelters) en waarnemingsposten; het graven van loopgraven, mortier- en voertuigopstellingen en observatieposten; het opvullen van bomkraters en het verwijderen of opwerpen van hindernissen.

Technische gegevens:

breedte

2 meter 45

capaciteit puinbak

1,3 m3 / 3.400 kg op maximale hoogte

gewicht

9.300 kg

hefcapaciteit

4,3 kN

hoogte met graafarm in transportstand 

3 meter 52

maximale graafdiepte

4 meter 60

maximale overlaadhoogte

3 meter 80

motor

JCB 1004-40T 4-cilinder turbo diesel 

motorvermogen

100 pk (74 kW)

tilhoogte palletvork

3 meter 46

topsnelheid

40 km per uur

totale lengte

7 meter 25

wielbasis

2 meter 22

De JCB graaflaadcombinatie 4CX-M Backhoe Loader is luchttransportabel met zowel Chinook CH-47D transporthelikopter als Hercules C-130.

Terug naar Boven

 

JE MAINTIENDRAI

Franse spreuk. Vertaling: “Ik zal handhaven”

Sinds 1813 is ‘Je maintiendrai’ de wapenspreuk van het Koninkrijk der Nederlanden. Zij komt overal voor waar het Rijkswapen is afgebeeld, zoals bijvoorbeeld op de (oude) dienstvoorschriften van het Ministerie van Defensie.

In 1544 erfde de jonge graaf Willem van Nassau (1533-1584) de bezittingen van zijn achterneef René van Chalons (1519-1544), waaronder het prinsdom Orange (Oranje) in Zuid-Frankrijk. Het geslacht Chalons voerde als wapenspreuk “Je maintiendrai Chalons”.

Rijkswapen met op azuurblauw lint in gouden Latijnse letters het devies ‘Je maintiendrai’

Prins Willem van Oranje, zoals Willem de Zwijger zich na de erfenis mocht noemen, nam het devies over van zijn neef. Omdat het Frans in die tijd de lingua franca (voertaal) van de adel was, verving Prins Willem van Oranje “Chalons” door Nassau: “Je maintiendrai Nassau”: “Ik zal mijn huis Nassau handhaven, ik zal opkomen voor de rechten van mijn geslacht.”

In de laatste jaren van zijn leven gebruikte Prins Willem van Oranje de uitdrukking met een toevoeging: “Je maintiendrai l'honneur, la foy, la loi de Dieu, du Roy, de mes amis et moy” (“Ik zal de eer, het geloof en de wet van God, van de Koning, van mijn vrienden en mij handhaven”.)

In ruimere zin geven de woorden ‘Je maintiendrai’ heden ten dage nog altijd vorm en inhoud aan de nationale Nederlandse identiteit met verworven groot goed als de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van godsdienst.

Cartoon uit Trouw ( © Tom Janssen)

De blazoenering (voetstuk) van de wapenspreuk onder het Rijkswapen met de twee fiere leeuwen is een azuurblauw lint, waarop in gouden Latijnse letters het devies ‘Je maintiendrai’ staat.

Terug naar Boven

 

JENEVERKRUIS

Formeel: Officierskruis.

Onderscheidingsteken voor eervolle langdurige Nederlandse effectieve dienst als officier, ingesteld bij Koninklijk Besluit nummer 46 van 19 november 1844.

Het wordt uitgereikt op 6 december, de geboortedag van Koning Willem II in 1792, aan officieren met een aantoonbare diensttijd als officier van tenminste 15 jaar (baton XV). Elk daaropvolgend lustrum (5 jaar) kan het 'jaarcijfer' in Romeinse cijfers worden vervangen.

Omdat het uitreiken van het Officierskruis meestal gepaard gaan met het nuttigen van een glas jenever in de officierskantine wordt het kruis ironisch ook wel ‘Jeneverkruis’  genoemd.

Dit is te danken aan het feit dat op de geboortedag van koning Willem II van Oranje Nassau op 6 december een extra borrel – vaak een oorlam (jenever) – werd geschonken; de keuze voor deze borrel heeft er waarschijnlijk mee te maken dat de Nederlander die in die dagen uit Nederlands-Indië naar het moederland was teruggekeerd naar het schijnt graag een oorlam lustte.

Daarnaast behoorde de oorlam decennia lang tot het rantsoen van de militair. “Men zorge steeds”, aldus een militair boekwerk uit 1863, “dat de troepen vóór den afmarsch, hoe vroeg dit ook moge zijn, hebben gegeten en ook daarna hunnen geliefkoosden borrel hebben ontvangen; hebbende de nieuwste ondervinding geleerd, dat de toediening eener zekere hoeveelheid sterken drank den doorgang der spijzen in het darmkanaal vertraagt en dus de man langer verzadigd blijft, hetwelk van belang is op lange marschen, waar de man lang zonder voedsel moet blijven.”

Terug naar Boven

 

JERRYCAN

In het Duits: Kanister. In het Engels: cannister. In het Frans: nourrice.

Draagbaar reservoir, met opvallende platte zijkanten en inkepingen, voor opslag en transport van vloeistoffen als brandstof en water. Met behulp van een schenktuit kan uit de jerrycan brandstof worden geleegd in brandstoftanks van generatoraggregaten en voertuigen, dan wel water met behulp van een tapkraan.

De standaardcapaciteit van een jerrycan is 20 liter; in Engelstalige landen wordt gerekend met 5 gallon (± 19 liter).

 

De jerrycan is door de Italianen in Afrika geïntroduceerd en vóór de Tweede Wereldoorlog geadopteerd door het Duitse leger. Tijdens de strijd in Noord-Afrika haperde de (logistieke) opmars van het Britse 8ste Leger; de Britten zagen de blikken reservoirs van het Duitse Afrika Korps en gingen het gemakkelijke artikel zelf ook fabriceren. Zo werden de blikken reservoirs van de “Jerries” (oorlogsjargon voor Duitsers), overgenomen door de Britten, voortaan ‘jerrycans’ genoemd.

De sluiting van de jerrycan heeft een hefboommechanisme met twee nokken, dat ook nog eens extra verzegeld kan worden met een kunststoffen of loden draad.

Al decennialang is de jerrycan aanvaard als U.N. Military Standard voor brandstof. De metalen jerrycan kan daarnaast ook gebruikt worden voor spoel- en waswater; idealiter wordt de kunststof variant gebruikt voor drinkwater.

Zie ook: B.O.S.C.O. en klasse.

Terug naar Boven

 

JOHANNES POSTKAZERNE

Deze kazerne, gelegen aan de Johannes Postweg in Havelte (gemeente Westerveld) in de provincie Drenthe, is de thuisbasis van 43 Gemechaniseerde Brigade. De kazerne is vernoemd naar verzetsman Johannes Post (1906-1944).

Ingang van de Johannes Postkazerne in Havelte

Verzetsman Johannes Post

Post zorgde ervoor dat in het dorp Nieuwlande veel joden uit West-Nederland konden onderduiken; na de oorlog kreeg het plaatje de Yad Vashem-onderscheiding van Israël als dank en erkenning voor zijn hulp. Post was daarnaast betrokken bij legio overvallen, sabotage en vervalsingen en werkte bij het illegale blad Trouw. Na de april-meistakingen van 1943 begon zijn verzetsperiode, aanvankelijk onder de pseudoniemen Hemke van der Zwaag en Johannes van Setten.

Post en zijn verzetsgroep overvielen onder andere registratiekantoren. Op 16 juli 1943 werd hij in Ugchelen door de Sicherheitspolizei gearresteerd en ingesloten op het politiebureau in Apeldoorn; op 18 juli ontsnapte hij met behulp van een agent en zocht hij een veilig heenkomen in Rijnsburg.

Luchtfoto van de Johannes Postkazerne.

Een van Posts opmerkelijkste acties is de overval op 19 februari 1944 op het politiebureau in de Archimedesstraat in Den Haag. De buit bestond uit ± 60 pistolen, patroonhouders en munitie.

In augustus 1943 werden de vele knokploegen in de illegaliteit samengebracht in één organisatie: de Landelijke Knokploegen (LKP). Voor de LKP gaf Post voortaan leiding in de provincies Friesland, Groningen en Drenthe.

Na een mislukte bevrijdingsactie van een vriend uit het Huis van Bewaring aan de Weteringschans in Amsterdam werden Post en twaalf anderen gearresteerd en op 16 juli gefusilleerd in de duinen bij Overveen. Na de bevrijding is het stoffelijk overschot van Post herbegraven op de Erebegraafplaats Overveen te Bloemendaal, naast zijn broer Marinus Post en Hilbert van Dijk.

 

Locatie van de Johannes Postkazerne in Havelte zoals die is aangegeven op de stafkaart 16 Oost Steenwijk

Terug naar Boven

 

JOHAN WILLEM FRISO-KAZERNE

Deze kazerne uit 1892, gelegen aan de Balkenweg in Assen, is de thuisbasis van 13 Infanteriebataljon Luchtmobiel Air Assault Regiment Stoottroepen Prins Bernhard en het Schoolbataljon Noord.

Entree van de Johan Willem Frisokazerne

De kazerne is vernoemd naar Johan Willem Friso van Nassau-Dietz (1687-1711). De oudste zoon van Hendrik Casimir II van Nassau-Dietz en Amalia van Anhalt-Dessau was Prins van Oranje, Graaf van Nassau en stadhouder van Groningen en Friesland. Johan Willem Friso wordt gezien als stamvader van het Huis van Oranje; Hare Majesteit Koningin Beatrix stamt in rechte lijn van de prins af.

Johan Willem Friso dankt zijn faam aan het feit dat hij zich al op zeer jonge leeftijd als een militair van formaat ontpopte. Vanaf 1703 nam hij deel aan de Spaanse Successieoorlog, waarbij hij zich zowel in de Slag bij Oudenaarde (1708) als tijdens het Beleg van Rijssel (1708) wist te onderscheiden. In de zeven uur durende Slag bij Malplaquet (1709) voerde hij het bevel over de Staatse troepen, werden de Fransen verslagen en werd hij met krijgslauweren overdekt.

Terug naar Boven

 

JOINT

Gezamenlijk; intrakrijgsmachtelijk; met andere krijgsmachtdelen. Het optreden waaraan delen van meer dan één krijgsmachtdeel van hetzelfde land bijdragen. Definitie staat omschreven in de NATO Glossary of Terms and Definitions (AAP-15). Een voorbeeld van 'joint' optreden is het ontplooid gezondheidszorgsysteem van de Koninklijke Landmacht en Koninklijke Marine tijdens de operatie UNMEE in Eritrea/Ethiopië.

Zie ook: combined en interagency.

Terug naar Boven

 

JOINT MILITARY AFFAIRS

Afgekort: JMA. Het doel van JMA is het onderhouden van contacten en coördineren van activiteiten met andere krijgsmachten in de Area of Responsibility (AOR) waarin de Nederlandse krijgsmacht optreedt. Zo heeft de JMA-organisatie in de Nederlandse AOR van de missie Stabilisation Force (SFOR) in Bosnië-Hercegovina tot 16 januari 2004 (SFOR-15) contacten onderhouden met de Vojska Federacije - het federale deel van het Bosnische leger.

Concreet betekent JMA:

  • onderhouden van contacten met ondercommandanten en liaisson-officieren (LSO's)
  • coördineren en uitvoeren van inspecties van opslagplaatsen (sites) van wapens en munitie
  • monitoren van trainingen van de andere krijgsmachten
  • monitoren van verplaatsingen van materieel en personeel van de andere krijgsmachten

Terug naar Boven

JOMINI, BARON ANTOINE-HENRI DE

Geboren: 6 maart 1779, Payerne, Zwitserland, uit Italiaanse ouders. Gestorven: 22 maart 1869, Passy, op 90-jarige leeftijd. Zwitsers militair, militair theoreticus en historicusr, wiens werken maatgevend waren in Groot-Brittannië en de VS.

Met Clausewitz wordt hij beschouwd als de belangrijkste strateeg uit de moderne krijgsgeschiedenis. Waar Jomini te boek staat als pragmatisch en mechanistisch (en weinig aandacht schonk aan de vaak doorslaggevende invloed van de minder rationele aspecten van de menselijke factor), is Clausewitz vooral filosofisch en theoretisch. Jomini en Clausewitz verhieven de tweedeling van tactiek en strategie tot een vast ordeningsprincipe in het militaire denken, maar bewezen beiden ook dat het krijgsbedrijf zich niet in deze tweedeling laat vatten.

Jomini werd in 1798 secretaris van de Zwitserse Minister van Oorlog en in 1800 zijn adjudant in de rang van bataljonscommandant, maar hij stapte in 1801 op.

Hij begon zijn militaire carrière vrijwillig in het Franse leger. In zijn hoofdkwartier Camp de Boulogne benoemde Napoleon I hem in 1805 tot kolonel (Adjudant-commandant) en eerste aide-de-camp van maarschalk Michel Ney, de meest geliefde ondercommandant van Napoleon, tevens commandant van het 6de Korps. Ney had Jomini financiële steun verleend om ‘Traité des grandes opérations militaires’ te kunnen publiceren – zijn eerste belangrijke militairtheoretische publicatie. Toen Napoleon die boeken onder ogen kreeg, overwoog hij aanvankelijk de publicatie ervan te verbieden, omdat hij meende dat alle geheimen van zijn succes erin stonden.

Snel verwierf hij een reputatie door zijn militaire geschriften en Napoleon benoemde hem tot brigadegeneraal in zijn Grande Armée. Jomini nam vervolgens deel aan de campagnes in Pruisen in 1806 (Jena en Auerstedt), Polen in 1807 (Eylau) en Spanje in 1808. Na de deels mislukte Napoleontische actie in Spanje, verviel het land tot 1814 in een guerrillaoorlog. Hierover schreef Jomini later dat hij absoluut de voorkeur gaf aan wat hij de conventionele ‘gentlemanoorlog’ van de 18de eeuw noemde in tegenstelling tot “het wrede tijdperk waarin priesters, vrouwen en kinderen de moord op geïsoleerde soldaten binnen Spanje beraamden.”

Ook nam Jomini deel aan de campagnes in Rusland, tijdens welke hij in augustus 1812 werd benoemd tot gouverneur van Vilnius en drie maanden later van Smolensk. In november 1812 ontdekte Jomini bij Studianka een ondiepe plaats over de rivier Berezina; maarschalk Oudinot en generaal der genie Eblé slaagden erin hun eenheden hier in het geheim en in allerijl twee schraagbruggen te laten slaan, zodat de troepen van Napoleon van 25 tot en met 28 november over beide bruggen konden trekken. De Russische troepen vuurden nog wel op de ontsnappende Fransen, maar het leger van Napoleon slaagde erin te ontkomen aan de totale vernietiging door het overmachtige leger van veldmaarschalk Wittgenstein.

Hoewel ernstig ziek (pleuritis of bronchitis), slaagde Jomini erin terug te keren naar Frankrijk. Napoleon zegde hem dank voor bewezen diensten en verhief hem per 27 juli 1808 in de stand van Baron d'Empire. Ook werd Jomini chef-staf van het 6de Korps – ondanks tegenstand van maarschalk Berthier.

Al in 1810 begon Jomini met Rusland te onderhandelen over een dienstbetrekking – op dat moment Frankrijks vijand. Hij wilde aftreden, maar Napoleon I benoemde hem tot brigadegeneraal… en hij bleef.

In 1813 deed hij, opnieuw onder maarschalk Ney, mee aan de slagen om Lützen en Bautzen, beiden in mei 1813. Voor zijn bijdrage aan deze successen wilde Ney hem promoveren tot generaal-majoor (divisiecommandant). Om een onbeduidende reden wees maarschalk Berthier, die nooit Jomini’s vriend was geweest, het verzoek af. Jomini, die jarenlang een glansrijke carrière in het Franse leger was beloofd, ervoer de afwijzing als onheuse bejegening en wachtte een wapenstilstand af om zich op 14 augustus 1813 bij het Russische leger te voegen onder het bevel van generaal De Langeron.

In 1818 publiceerde hij ‘Traité des grandes opérations militaires’, dat zijn opus magnum zou worden.

In het Russische leger diende hij aanvankelijk als luitenant-generaal. Vanaf 1826 was hij aide-de-camp in het leger van tsaar Alexander I, vocht in 1828 tegen de Ottomanen (Turken) en richtte twee jaar later de militaire academie van Sint-Petersburg op. In datzelfde jaar leidde hij met tsaar Nicolaas I de belegering van Varna, waarbij het Ottomaanse leger door de Russen werd teruggedrongen. Tijdens de Krimoorlog was hij tactisch adviseur van Nicolas I (1854 -1855) en in 1859 adviseerde hij dan weer keizer Napoleon III op zijn Italiaanse expeditie.

Het was Jomini die de functie van de 'logistiek' voor het eerst systematisch behandelde. Daarmee wordt hij beschouwd als één van de grondleggers van het militairlogistieke denken. Zijn definitie van de logistiek was “De praktische kunst om legers te verplaatsen". Het woord zelf leidde hij af van de ‘maréchal de logis’ (kwartiermaker).

Jomini zag oorlog vooral als een exacte wetenschap met wet- en procesmatigheden en geometrische en mathematische principes. Zo gaf hij voorschriften hoe een slag kon worden gewonnen en schreef hij de ideale lijn van de artillerie voor. Hij probeerde de principes van oorlogvoering zo kwantificeerbaar en systematisch mogelijk te omschrijven. In ‘Précis de l'art de la Guerre’ (1838) gebruikte hij de metafoor: “Het operatietoneel: het gehele schaakbord van de oorlog.” Gebaseerd op uitputtend onderzoek onder dertig campagnes van Frederik de Grote en Napoleon, benoemde Jomini in dit standaardwerk vier universele beginselen:

1

Door strategische manoeuvres de hoofdmacht van een leger opeenvolgend in actie brengen, zowel op de beslissende punten van het slagveld als tegen de communicatielijnen van de vijand, en dat voor zover mogelijk zonder de eigen communicatielijnen in de waagschaal te stellen.

2

Zodanig manoeuvreren dat men in een positie komt dat men slechts een deel van het vijandelijke leger moet aanvallen met de hoofdmacht van de eigen strijdkrachten.

3

Op het slagveld zijn hoofdmacht in actie brengen op het beslissende punt: het meest cruciale deel van de linie van de vijand.

4

De meerderheid van zijn strijdkrachten niet alleen op tijd op het beslissende punt in actie brengen, maar er ook voor zorgen dat dit gebundeld met energie en met gecoördineerde inspanning wordt uitgevoerd.

Volgens Jomini kon de overwinning worden bereikt door het grondgebied of strategische punten van de vijand te bezetten in plaats van de wil van de vijand te breken: op het beslissende punt superieur zijn aan de vijand was volgens hem de sleutel tot de overwinning. Het offensief beval hij dan ook alleen aan voor zover dat uitmondde in de verovering van plaatsen.

Ook benadrukte Jomini het belang van stafkaarten, waarop eenheden en hun sterkte duidelijk waren gemarkeerd en troepenbewegingen met pijlen aangegeven. En tot slot legde hij de nadruk op de waarde van inlichtingen, gebaseerd op zijn ervaring met de goede inlichtingenvergaring in het Franse leger.

Terug naar Boven

 

JUNGLETRAINING

Als afwijkend klimaat in het kader van out-of-area optreden geldt, naast koud- en warmweeroptreden, de jungle (bush, regenwoud, rimboe). De jungle kent een aantal specifieke kenmerken:

constant hoge temperaturen

nooit onder 18º Celsius, gemiddeld boven 30º Celsius

constant relatief hoge en drukkende luchtvochtigheid

tot 90%

aanwezigheid van bijt- en steekgrage fauna

met name insecten en reptielen

afwezigheid van een bestaand wegennet

met uitzondering van waterwegen

afwezigheid van seizoenen

alleen droge en natte perioden

in beide perioden vallen grote hoeveelheden regen

moeilijk doordringbare, dicht begroeide flora

Jungle wordt vooral aangetroffen in Centraal- en Zuid-Amerika (met name Amazonegebied), rondom de evenaar in Afrika, Zuidoost-Azië (inclusief de Indonesische archipel) en het noorden van Australië.

Hoewel Nederland een militaire traditie heeft in tropische gebieden als Indonesië (Nederlands-Indië), Nieuw-Guinea en Suriname (TRIS), is de opbouw van de ervaringsdeskundigheid hierin, tenminste bij de Koninklijke Landmacht, pas vanaf 2002 weer opgepakt met jungletrainingen in Suriname. Het Korps Speciale Troepen (KST) van het Surinaams Nationaal Leger (SNL) - opgeleid in Brazilië en met gevechtservaring tegen het junglecommando van Ronnie Brunswijk in de Surinaamse binnenlanden - traint de lichte infanterie van de Nederlandse krijgsmacht (Korps Commandotroepen, Korps Mariniers en 11 Air Manoeuvre Brigade) vanaf de Ayoko-kazerne nabij Paramaribo.

Het Korps Mariniers heeft overigens wél een ruimere ervaring in de jungle, onder andere in Belize, Brunei, Frans Guyana, Maleisië en Suriname.

Aangezien een groot deel van de conflicten sinds het einde van de Koude Oorlog plaatsvindt in de jungle - onder meer gezien het optreden van de Verenigde Naties in de laatste decennia in Congo, Ivoorkust, Liberia, Oost-Timor, Rwanda en Sierra Leone - heeft jungletraining een steeds grotere noodzaak gekregen. In de Britse krijgsmacht moeten de eenheden van de lichte infanterie dan ook periodiek een 4-weekse jungletraining ondergaan om deze eenheden te harden in de (snelle) aanpassing aan wisselende omstandigheden.

De jungletrainingen in Suriname, zowel de Jungle Warfare Course (JWC) als de Jungle Warfare Instructor Course (JWIC), richten zich primair op overleven, verplaatsen en vechten in de jungle. Onderwerpen die hierin aan bod komen zijn bivakroutine, CASEVAC, geïmproviseerde onderkomens, fauna en flora, hygiëne en preventieve gezondheidszorg, rivieren oversteken, survival en valstrikken.

Optreden van Nederlandse lichte infanterie in de jungle

Jungletraining is an sich al van toegevoegde waarde voor het all-round optreden van krijgsmachten, maar juist ook voor specialisten als Algemeen Militair Verpleegkundigen en genisten, die numeriek ondervertegenwoordigd zijn binnen de lichte infanterie. In zijn algemeenheid moeten voor de training in de jungle de militaire basisvaardigheden kwalitatief in hoge mate aanwezig zijn; skills en drills dienen te allen tijde correct te worden uitgevoerd; discipline is onafgebroken hoog.

Optreden in de jungle vereist hulpmiddelen zoals kapmes, motorzaag en springmiddelen om zich te voet een pad te kunnen banen. Gemechaniseerd en gemotoriseerd optreden zijn in de jungle nagenoeg uit den boze. Alternatieven voor het optreden te voet zijn per helikopter of slaughboot.

Foto: Gerben van Es.

Zie ook: parang.

Terug naar Boven

 

Laatste update:10.01.2012