Maak uw keuze uit de hieronder getoonde lijst
KAART & KOMPAS De meest gebruikte militaire topografische kaart is de stafkaart. De schaal 1:50.000 van de stafkaart, d.w.z. de verhouding tot de werkelijkheid, is gestandaardiseerd: 1 cm op de stafkaart is in werkelijkheid 50.000 cm, dus 500 meter. De vakken – kaartvierkanten – op de stafkaart meten 2 x 2 cm, wat dus in werkelijkheid neerkomt op 1 x 1 km. De lijnen van het kaartvierkant worden aangegeven met getallen, te vinden aan de rand van de stafkaart. Om een nauwkeurig bepaalde plaats op de stafkaart – een coördinaat – te kunnen aangeven, wordt het kaartvierkant met een denkbeeldige hulplijn in 10 gelijke delen verdeeld. Een 6-cijfer-coördinaat geeft een nauwkeurigheid op 100 meter, een 8-cijfer-coördinaat op 10 meter nauwkeurig en een 10-cijfer-coördinaat, zoals aangegeven op een GPS, zelfs op 1 meter. Elk kaartvierkant kan op deze manier worden onderverdeeld in tien gelijke delen. Het verdelen van een kaartvierkant kan zowel visueel als met behulp van een kaarthoekmeter. | |
Als voorbeeld het coördinaat 32 V LD 0716.8864. Om de juiste manier van het opzoeken van een coördinaat te onthouden, wordt het ezelsbruggetje "huisje in, trapje op" gebruikt. Bij het noteren van een coördinaat moeten dus eerst de getallen van de X-as en Y-as worden genoteerd; daarna de nauwkeurige plaats binnen het aangegeven kaartvierkant op de kaart. zoek de verticaal op (Y-as) | | zoek de horizontaal op (X-as) | in het kaartvierkant rechts van de verticaal en boven de horizontaal bevindt zich het coördinaat | bepaal de afstand vanaf de verticaal (Y-as) | ga opzij naar rechts | huisje in | bepaal de afstand vanaf de horizontaal (X-as) | ga omhoog | trapje op |
Als voorbeeld nogmaals het coördinaat 32 V LD 0716.8864: De X-as is 07, de Y-as 88. Om het kaartcoördinaat – in dit geval een 8-cijfer-coördinaat – te kunnen vinden, moet het snijpunt van de X-as en de Y-as van de kaarthoekmeter op het kruispunt van de lijnen 07 en 88 worden gelegd. Ga nu vanaf de X-as 16/100 ste opzij naar rechts en 64/100 ste omhoog; het gevonden punt is de locatie van het 8-cijfer-coördinaat.Zie ook: K.A.K.O. / K.O.K.A., kruispeiling en terreinoriëntatie. Terug naar Boven KAARTHOEKMETER | Een doorschijnend plastic met zwarte opdruk, waarmee afstanden, coördinaten, hoeken en posities op een stafkaart kunnen worden bepaald. De kaarthoekmeter die binnen de Koninklijke Landmacht wordt gehanteerd heeft een onderverdeling in mils (duizendsten) in plaats van in graden. De omrekeningstabel hiervoor is: 360 graden | = | 6.400 mils | 0,05625 graden | = | 1 mils | 1 graad | = | 17,78 mils | De kaarthoekmeter bestaat uit een aantal onderdelen: | In het midden staat een noordpijl; deze moet gelijk liggen met de (denkbeeldige hulplijnen van) de verticale Y-as op de stafkaart. | In het midden staat een X/Y-assenstelsel ter grootte van de kaartvierkanten op de stafkaart. Linksonder het midden van het X/Y-assenstelsel is een opening, opdat met naald of potlood een coördinaat kan worden geschoten. | Links van het midden staat een lineaal. De schaalverdeling is 8 cm (4 km). De lineaal heeft een opening, opdat met potlood een lijn kan worden getrokken. | Rondom staat een gradenboog in mils, met in het noorden het getal 64 (6400 mils), in het oosten 18 (1800 mils), in het zuiden 32 (3200 mils) en in het westen 48 (48 mils). | Vanuit het midden loopt een metaalgaren ter lengte van ± 100 cm; deze moet bij het schieten van een hoek op de gradenboog rondom worden gelegd; op deze wijze kan een hoek in mils worden gemeten. Het metaalgaren kan ook worden gebruikt om lengtes op te meten in het kader van KAKO/KOKA. |
Zie ook: B.A.D.-formule, kaart & kompas, K.A.K.O./K.O.K.A., kompas ‘Wilkie' MK 9657, kruispeiling, mil (duizendste) en windroos. Terug naar Boven K.A.K.O. / K.O.K.A. | Het is een gegeven dat in Nederland het magnetische noorden (MN) iets ten westen van het kaartnoorden (KN) ligt. Het verschil tussen beiden, declinatie , is niet met het blote oog waarneembaar. De jaarlijkse verandering (miswijzing) in Nederland bedraagt 2 tot 3 mils (duizendsten). Voor het rekengemak ga ik uit van 2½ mils. Op de stafkaarten van de Nederlandse Topografische Dienst staat de jaarlijkse verandering aangegeven bij de magnetische gegevens in de legenda van het kaartblad. De rekenformule KAKO/KOKA heeft betrekking op het omrekenen van kaarthoeken naar kompashoeken en vice versa. |
Omdat een kaarthoek uitgaat van het kaartnoorden en een kompashoek van het magnetische noorden, dient er - gezien de jaarlijkse declinatie - een omrekening plaats te vinden voor een correcte navigatie en oriëntatie in het werken met kaart- respectievelijk kompashoeken. Gegevens in dit voorbeeld: - Stafkaart uit: 1990
- Jaartal nu: 2007
- Verschil in jaren: 17
- Jaarlijkse declinatie: 2½ mils
Overigens: - 360 graden = 6.400 mils
- 0.05625 graden = 1 mils
- 1 graad = 17,78 mils
Rekenformule van kaarthoek naar kompashoek (KAKO) KAKO eindigt op de "O" van optellen. De kaarthoek op een stafkaart uit 1990 onder welke ik ga verplaatsen bedraagt 1.670 mils (94 graden); voor navigatie met behulp van een kompas dien ik de kaarthoek om te rekenen naar een kompashoek. De jaarlijkse declinatie bedraagt 2½ mils. In de omrekening moet het aantal jaren worden vermenigvuldigd met de jaarlijkse declinatie; om de juiste kompashoek te verkrijgen moet de uitkomst worden opgeteld bij de kaarthoek. In dit voorbeeld: | 17 x 2½ = 42½ | | kaarthoek + 42 mils = kompashoek | | kompashoek: 1.670 mils + 42 mils = 1.712 mils |
Rekenformule van kompashoek naar kaarthoek (KOKA) KOKA eindigt op de "A" van aftrekken. De kompashoek onder welke ik ga verplaatsen bedraagt 1.705 mils (96 graden); voor navigatie met behulp van een stafkaart dien ik de kompashoek om te rekenen naar een kaarthoek. De jaarlijkse declinatie bedraagt 2½ mils. In de omrekening moet het aantal jaren worden vermenigvuldigd met de jaarlijkse declinatie; om de juiste kaarthoek te verkrijgen moet de uitkomst worden afgetrokken van de kaarthoek. In dit voorbeeld: | 17 x 2½ = 42½ | | kompashoek - 42 mils = kaarthoek | | kompashoek: 1.705 mils - 35 mils = 1.663 mils |
Ten overvloede: bovenstaande rekenformule geldt alleen in Nederland! Zie ook: kruispeiling. Terug naar Boven KALASJNIKOV Afgekort: A.K. (Avtomat Kalasjnikov). Russisch (semi-)automatisch wapen met kaliber 7,62 millimeter, op 6 juli 1947 in de stad Izhevsk (hoofdstad van de republiek Oedmoertië) in produktie genomen en genaamd naar sgt¹ Michail Timofeyevitsj Kalasjnikov, geboren op 10 november 1919 als zeventiende kind in het gezin. Vandaar dat het meest bekende en meest geproduceerde model de AK-47 wordt genoemd. 
Kalasjnikov kwam in 1938 in dienst van het Rode Leger; in oktober 1941 raakte de toenmalige tankcommandant op een T-34, tijdens een gevecht in de Slag om Brjansk aan het Oostfront zwaar gewond door een Duitse granaat. In het ziekenhuis overdacht hij de onvolkomenheden van de Russische enkelschots karabijnen. In 1943 viel zijn oog daarbij op een buitgemaakt Duits Sturmgewehr MP-44 (een verbetering van de Schmeisser-pistoolmitrailleur), dat gebruik maakte van lichte patroonhulzen met weinig kruit, waardoor er 30 patronen pasten in een (banaanvormig) magazijn. Bovendien was de terugslag niet al te hinderlijk en liep de mondingssnelheid van de kogel niet terug. Kalasjnikov’s uitvinding moest de prestaties van de Britse Stengun en de Amerikaanse Thompson overtreffen. Pas in 1950 nam het leger van de Sowjet-Unie de kalasjnikov zelf ook in gebruik. Na een periode van ballingschap in Siberië werd Kalasjnikov begin jaren ‘60 gerehabiliteerd, per direct tot kolonel bevorderd (later vervolgens tot generaal-majoor) en ereburger van Izhvesk. Het vuurrepeteermechanisme van de AK-47 is voor destijds revolutionair: iedere keer dat een kogel het wapen verlaat, wordt een gedeelte van de voortstuwings- en verbrandingsgassen (door een buis bovenop de loop) teruggevoerd, opdat zuigerstang en afsluiter terug naar achteren worden gevoerd (waardoor de volgende patroon voor de slagpin komt te liggen) én, door de drukgolf in de loop, de hamer opnieuw wordt gespannen. Er zijn intussen naar schatting 55 à 70 miljoen Kalasjnikovs vervaardigd. In de jaren ’60 en ’70 was het wapen het symbool van linkse guerrilla- en bevrijdingsbewegingen, het siert onder andere de nationale vlag van Mozambique en het visumstempel van Burkina Fasso, en het is het populairste wapen in 55 krijgsmachten wereldwijd. Nagenoeg alle voormalige Warschaupact-landen produceerden een eigen versie van de AK. De meest geprefereerde versie is de korte Chinese versie. Wapens die zijn afgeleid van de Kalasjnikov zijn onder andere de Tsjechische Samopal en de Israëlische Galil. | 
Michail Timofeyevitsj Kalasjnikov; links aan de muur een portret van Vladimir Iljitsj Lenin. |
Specificaties: lengte | 87 cm | loop | intern verchroomd | vizier | verstelbaar en V-vormig | kolf | metaal en opklapbaar | leeggewicht | 4,3 kg | magazijn | metalen of kunststoffen Banana-clip | magazijninhoud | 30 patronen | kaliber | 7.62 mm X 39 mm | mondingssnelheid | 710 meter per seconde | vuurkracht | 10 patronen per seconde | effectief bereik repeteerstand | 300 meter | effectief bereik automatisch | 200 meter |
(Bron onder andere: de Onderofficier, serie ‘Wapens Wereldwijd’, aflevering 1, november 1993) Zie ook: heupvuur. Terug naar Boven KALIBER Aanduiding voor de diameter van de loop van het wapen en dus ook van de patronen die met dat wapen worden verschoten. Het kaliber (Verenigde Staten: “caliber” , Groot-Brittannië: “calibre” ) kan worden weergegeven in millimeters of inch. Bij de weergave in inch gaat het om honderdsten of duizendsten van 1 inch (25,4 mm), waarbij 0,22 inch uitgeschreven hetzelfde is als .22. De kaliberaanduiding .223 is gelijk aan 5,56 mm, die van .308 gelijk aan 7,62 mm. De tweede cijferreeks bij het uitdrukken van een NAVO-standaardkaliber geeft de lengte van de patroon aan. Binnen de Koninklijke Landmacht zijn en waren de gebruikelijke kalibers de NAVO-standaardkalibers: | 5.56 x 45 mm | 7.62 x 51 mm | kogelgewicht in grains | 61 | 150 | kogelgewicht in gram | 3,95 gram | 9.33 gram | militaire aanpassing van | Remington .223 | Winchester .308 | snelheid kogel | 930 meter per seconde | 838 meter per seconde | vrijkomende energie | 1.700 Joules | 3.275 Joules | voorbeeld | Diemaco Minimi | FN FAL MAG |
Kleinkaliberwapens (afgekort: KKW) zijn wapens die patronen verschieten met een kaliber gelijk aan of kleiner dan 20 mm. Zie ook: kogel- en scherfwerend vest en ops-vest. Terug naar Boven KARDOES | In het Duits: Kartusche. In het Frans: cartouche. In het Engels: cartouche; propelling charge bag. Afgekort: kard. Voortdrijvende lading die omhuld is in een katoenen, papieren of linnen koker of zak. Hierin zit een lading buskruit. Met behulp van de koker of zak kan een granaat worden afgevuurd voor geschut, houwitsers, kanonnen en overige vuurmonden. Hoe groter de kardoes, des te groter de schootsafstand bij gebruik van gelijke granaten. Afhankelijk van de afstand die dient te worden bevuurd, worden één of meerdere delen van de kardoes verwijderd. Moderne kardoezen kunnen in willekeurige volgorde tot de vereiste afvuurlading worden gestapeld. |
Terug naar Boven Kazemat In het Duits: Kasematte. In het Engels: casemate. In het Frans: casemate. Het woord kazemat komt van het Spaanse “casa armata” (“bewapend huis”). Geheel of deels onder het maaiveld gelegen permanente militaire gevechtsdekking, met name van gewapend beton of stenen of anders van hout met een stevige gronddekking, die een zekere mate van bescherming bood tegen vijandelijk vuur. De kazemat is het schoolvoorbeeld van een afwachtingsdekking (slechts dienend ter verdediging) met een perfecte vuur- en zichtdekking. 
Wanneer een kazemat een gevechtsfunctie had, was zij voorzien van één of meerdere schietgaten voor eigen geschut, kleinkaliberwapens of mitrailleurs. De schietgaten waren vaak gericht naar één zijde. Kazematten maakten veelvuldig deel uit van een verdedigingslinie (Atlantikwall, Grebbelinie, Maginotlinie), meestal strategisch gegroepeerd in een denkbeeldige lijn in het terrein. Een dergelijke lijnopstelling maakte in de regel deel uit van een geordend geheel van forten, inundatiewerken en kazematten. Functioneel dienden zij tevens als langdurige slaap- en/of verblijfplaats voor de militairen. Daarnaast werden kazematten gebruikt voor de opslag van voorraden levensmiddelen, munitie en wapens. Zie ook: ligsleuf, loopgraaf en schuttersput. Terug naar Boven K.e.k. Betekenis: Keuken, Eetzaal en Kantine. Geheel van bij elkaar behorende ruimten op een vredeslocatie, waarin het personeel van Paresto – wat dienstverlening betreft – de spreekwoordelijke scepter zwaait. In de keuken worden de maaltijden bereid, in de eetzaal wordt gegeten en in de kantine gerelaxt. Terug naar Boven KERNGEDRAGINGEN INSTRUCTEUR | Lijst van 67 concrete gedragingen waaraan de instructeur tijdens het geven van instructie aandacht dient te schenken. De kerngedragingen - afkomstig uit het zgn. Blauwe Boekje (Handleiding Instructeur) én uit de Lijst kerngedragingen instructeur KMS - zijn gegroepeerd rond de fasen tijdens het geven van instructie én de didactische werkvormen: - Gedurende de gehele les
- Tijdens het begin van de les
- Gedurende de kern van de les
- Bij het einde van de les
Gedurende de kern van de les kan vervolgens een onderverdeling worden gemaakt: |
- bij alle didactische werkvormen
| - voornamelijk bij overdrachtsvormen
| - voornamelijk bij gespreksvormen
| - voornamelijk bij opdrachtvormen
|
KERNGEDRAGINGEN TIJDENS DE GEHELE LES 1 | Bouw de les op volgens instructieaanwijzing en lesplan | 2 | Geef hoofdzaken en bijzaken aan | 3 | Leg vaktermen uit | 4 | Spreek duidelijk en goed gearticuleerd in de richting van de leerlingen | 5 | Gebruik woorden en zinnen overeenkomstig het niveau van de leerlingen | 6 | Geef gelegenheid tot het stellen van vragen | 7 | Demonstreer voorbeeldgedrag | 8 | Plaats positieve opmerkingen in plaats van negatieve | 9 | Reageer onopvallend op kleine ordeverstoringen | 10 | Reageer op de juiste wijze op ernstige ordeverstoringen | 11 | Kies een zodanige opstelling bij alle werkvormen dat die duidelijk zicht- en hoorbaar is voor alle leerlingen | 12 | Toon alle werkvormen op het juiste moment en niet langer dan noodzakelijk | 13 | Geef aan waarop moet worden gelet voorafgaande aan, tijdens en na afloop van het getoonde | 14 | Zorg dat verstrekte informatie duidelijk leesbaar en hoorbaar is | 15 | Hanteer een medium overeenkomstig de gebruiksaanwijzing | 16 | Toon alleen wat van wezenlijk belang is voor het te behandelen onderwerp (need-to-know versus nice-to-know) |
KERNGEDRAGINGEN AAN HET BEGIN VAN DE LES 17 | Begin na binnenkomst met een praatje (Praatje Pot) | 18 | Begin de les met een herhaling, overhoring of inleiding (HOI) | 19 | Maak de leerdoelen van de les bekend en verklaar de leerdoelen | 20 | Geef het nut/belang van de les aan | 21 | Leg een relatie met vorige en/of toekomstige leerdoelen | 22 | Geef de structuur en werkwijze van de les aan | 23 | Controleer of het begin van de les duidelijk is |
KERNGEDRAGINGEN IN DE KERN BIJ ALLE WERKVORMEN 24 | Erken ideeën | 25 | Gebruik ideeën | 26 | Accepteer gedrag | 27 | Accepteer gevoelens | 28 | Prijs zonder argument | 29 | Prijs met zakelijk argument | 30 | Verwerp zonder argument | 31 | Verwerp met zakelijk argument | 32 | Geef een bijsturende reactie | 33 | Baken stappen herkenbaar af en leg een relatie tussen de verschillende stappen | 34 | Vat regelmatig samen voor zoveel mogelijk leerlingen | 35 | Varieer in presentatie m.b.t. school- of whiteboardbord, overheadprojector, Power Point, andere onderwijsleermiddelen/media, standplaats, blikrichting en stemgebruik |
KERNGEDRAGINGEN IN DE KERN BIJ DE VOORDRACHTSVORM 36 | Motiveer leerlingen d.m.v. uitspraken | 37 | Beschrijf feiten op zakelijke wijze | 38 | Verklaar feiten op zakelijke wijze | 39 | Geef een persoonlijke mening | 40 | Wissel de voordrachtsvorm regelmatig af met de andere werkvormen |
KERNGEDRAGINGEN IN DE KERN BIJ DE GESPREKSVORM 41 | Stel geheugenvragen | 42 | Stel begripsvragen | 43 | Stel creatieve vragen | 44 | Stel persoonlijke meningsvragen | 45 | Stel de vraag technisch juist:- vraag stellen
- pauze in acht nemen
- naam van antwoordgever noemen
| 46 | Verdeel de beurten over de klas | 47 | Vraag oplettendheid | 48 | Stel juist geformuleerde vragen | 49 | Speel dezelfde vraag door aan andere leerlingen | 50 | Vat antwoorden van leerlingen samen | 51 | Vraag door aan cq. spits toe bij dezelfde leerlingen | 52 | Speel de vraag van een leerling terug naar andere leerlingen |
KERNGEDRAGINGEN IN DE KERN BIJ DE OPDRACHTSVORM 53 | Geef een reproduktie-opdracht | 54 | Geef een toepassingsopdracht | 55 | Geef een creatieve opdracht | 56 | Geef een persoonlijke meningopdracht | 57 | Kijk naar vorderingen tijdens het werk | 58 | Stel vragen over vorderingen tijdens het werk | 59 | Kijk naar het resultaat van het werk | 60 | Betrek leerlingen bij elkaars werk | 61 | Handel bij (deel)opdrachten op de juiste wijze |
KERNGEDRAGINGEN AAN HET EINDE VAN DE LES 62 | Vat de leerstof samen | 63 | Verwijs naar de leerdoelen | 64 | Ga naar of de leerdoelen zijn gehaald ( produkt-evaluatie ) | 65 | Bespreek de resultaten | 66 | Leg een relatie met het doel of de toekomst | 67 | Stel het lesverloop aan de orde ( proces-evaluatie ) |
Zie ook: Lead By Example en leidinggeven. Terug naar Boven K.I.A. Engelse afkorting: Killed In Action. De term wordt gebruikt voor militairen die zijn gesneuveld in een (militair) gevecht. Houdt dus in dat de betrokken militairen nooit meer deelnemen aan het gevecht. Volgens de maatstaf van de Algemene Verdedigingstaak zal een minderheid van het gevechtsverlies bestaan uit gesneuvelden, die normaal gesproken te allen tijde worden afgevoerd via het militaire gezondheidszorgsysteem. Volgens de BATLS UK zijn de belangrijkste oorzaken van KIA: 46 % | | Catastrofale bloedingen | 21 % | | Penetrerend hersenletsel | 4 % | | Letsel aan de ademweg | 9 % | | Combinaties van bovengenoemde letsels | 10 % | | Verminkend blastletsel | 90 % | | TOTAAL |
Zie ook: Died Of Wounds (DOW) en gevechtsverlies. Terug naar Boven KIKADEWADO Betekenis: “Kind kan de was doen”. Deze ontzettend stoere (uhum…) afkorting die met name wordt gebezigd om de kinderlijke eenvoud van iets aan te geven. Hoe gemakkelijk iets gaat dan wel hoe eenvoudig iets is om te doen, kan het best worden nagestreefd door middel van het ezelsbruggetje KISS (Keep It Stupidly Simple).Terug naar Boven KILLING HOUSE Gebouw dat wordt gebruikt om het bevrijden van gegijzelden én het zuiveren van gebouwen te beoefenen, al dan niet met gebruikmaking van scherpe munitie. De methodiek maakt deel uit van het trainen van Special Forces in antiterreur-technieken en Direct Action (offensief optreden). Het oefenprogramma vindt in de regel plaats in een speciaal daartoe geprepareerd gebouw dat is voorzien van de nodige apparatuur voor een optimale training. Tijdens de training kunnen collega’s worden gebruikt als de te bevrijden gegijzelden. Het bekendste killing house is ongetwijfeld van de Special Air Service (SAS), maar ook het Korps Commandotroepen (KCT) gebruikt een killing house op de voormalige Koningin Wilhelminakazerne te Ossendrecht (gemeente Woensdrecht). Terug naar Boven KILROY WAS HERE De Amerikaan James J. Kilroy was in de Tweede Wereldoorlog een scheepsinspecteur op de Fore River Shipyard in Quincy, Massachusetts. Met zijn in geel krijt gekrabbelde "Kilroy was here" gaf hij aan dat een vaartuig zeevaardig was bevonden. Militairen die op een schip Kilroy's slogan ontdekten, ervoeren dat Kilroy steeds als eerste ergens was geweest en verspreidden de kreet vervolgens bij wijze van grap op de muren van oorden waar strijd werd geleverd, dus met name in Europa en Zuidoost-Azië. Doordat Kilroy iedere keer ergens als eerste bleek te zijn geweest, kreeg hij in de Amerikaanse krijgsmacht de mythisch-legendarische proporties van een Super-G.I. Naar verluidt is de kreet "Kilroy was here" zelfs te vinden op de top van de Mount Everest en het Newyorkse Statue of Liberty, aan de onderkant van de Parijse Arc de Triomphe en bovendien op de maan. Het ware verhaal achter Kilroy is te vinden op de BBC-website h2g2 . Terug naar Boven KINETISCHE OORLOGVOERING Zie verder: non-kinetische oorlogvoering. Terug naar Boven K.I.S.S. Ezelsbruggetje over de eenvoud zelve: In het Nederlands: Houd het zo simpel mogelijk. Terug naar Boven KLAPMOK Ook genaamd: aasgiermokje; vouwmok. 
In het Duits: Klappbecher. In het Engels: fold-a-cup. In het Frans: tasse en plastique. Gemakkelijk mee te nemen (broekzak, rugzak of smockjas) invouwbaar plastic mok met een doorsnede van 9 cm en een inhoud van 200 ml. Het ruimtebesparende en lichtgewicht (28 gram) mokje dat nooit lekt is in het begin van de jaren ’90 in de Zweedse krijgsmacht geïntroduceerd en is verkrijgbaar in alle mogelijke kleuren, inclusief olijfgroen. Terug naar Boven KLASSE i t/m X | 
| 
| | Voeding (eten en drinken), inclusief gevechtsrantsoenen | Subsistence (food, rations and water) | | PGU, persoonlijke wapens, reservedelen en gereedschappen | Clothing & Individual equipment | | Brandstof, oliën, smeermiddelen, chemicaliën en onderhoudsmiddelen (BOSCO) | Petroleum, oils and lubricants (POL) | | Goederen niet behorend tot de eenheid, zoals: bouwmaterialen, bulkmateriaal, gereedschappen en instrumenten, kantoorartikelen, kazerneringsgoederen, legeringsgoederen, LO/Sport-artikelen, onderwijsleermiddelen en veldversterkingsmiddelen (incl. draadhindernissen en mijnen) | Barrier materials, construction materials and fortification materials | | Munitie, inclusief nucleaire, biologische, chemische en specialistische strijdmiddelen (explosieven en chemicaliën) | Ammunition (Ammo) | | Paresto- en Dutch Army Shop-artikelen, incl. bier en sterke drank | Personal convenience/demand items | | Rollend, varend en vliegend materieel, incl. brugleggers, raketlanceerinrichtingen, administratieve en tactische voertuigen, raketten en (speciale) wapens | Major end items (trucks, tanks, buses) | | Geneeskundige gebruiks- en verbruiksartikelen | Medical supplies | | Reserveonderdelen m.b.t. materieel | Repair parts and components | | Niet-militaire ondersteuningsmaterialen m.b.t. landbouw en economische opbouwactiviteiten t.b.v. CIMIC | Non-military materials & Miscellaneous supplies |
Klasse I-, III- en V-goederen zijn verbruiksgoederen; klasse II- en IV-goederen zijn gebruiksgoederen. Het onderscheid tussen verbruiks- en gebruiksgoederen is de basis voor de verdeling van de logistieke activiteiten in twee afzonderlijke taakgebieden. De bevoorradingsdienst voorziet te troepen van verbruiksgoederen; de materieeldienst voorziet deze van gebruiksgoederen. Zie ook: H.A.C.C.P. Terug naar Boven KLEINE BEER
Locatie Kleine Beer ten opzichte van Grote Beer en Poolster | In het Latijn: Ursa Minor. Sterrenbeeld dat, evenals de Grote Beer (Ursa Major), de vorm van een steelpan heeft. Kleine Beer bestaat uit 7 sterren: twee grote en vijf kleine. De staartster aan het einde van de steel - de helderste ster van de Kleine Beer - is de Poolster (Stella Polaris). |

De beeldspraak van de grote en de kleine beer gevisualiseerd Zie ook Casseiopeia, Grote Beer en Poolster. Terug naar Boven KLEINKALIBERWAPENS Afgekort: KKW. Zie verder: kaliber. Zie ook: double-tap. Terug naar Boven KLEWANG In het Duits: Klewang. In het Engels: klewang; cutlass. In het Frans: kléban. De gliwang is van oorsprong een verzamelnaam voor houw- en slagzwaarden uit Atjeh, die in gebruik waren als gereedschap en pas in de strijd werden gebruikt om koppen te snellen: 
Klewang | “Hunne wapenen bestonden in bogen en pijlen, schichten en een groot mes, klewang geheeten, dat hun dient om het hoofd van hunnen overwonnen vijand af te houwen, hetgeen zij nimmer missen in éénen slag te doen. Zij leggen dezen klewang nooit af, zelfs niet wanneer zij gaan wandelen, en daar zij geene schede hebben om denzelven in te bewaren, dragen zij dien altijd bloot in de hand, zoodat zij steeds het voorkomen hebben van lieden die gaan vechten” [*1]. |
De Nederlandse militaire klewang is een licht gekromde sabel van 40 à 75 cm lengte, waarvan de kling naar de punt toe steeds breder uiteenloopt. Hierdoor ligt het zwaartepunt ver naar voren. Aan het uiteinde is de kling schuin afgesneden, terwijl handgreep en kling eenzelfde gekromde lijn vormen. De Nederlanders hebben de klewang gekopieerd van soortgelijke wapens die bij verschillende Indische volksstammen in gebruik zijn; daar worden zij voornamelijk gedragen en gebruikt als hak- of slagwerktuig. 
De klewang is alleen woordtechnisch afgeleid van de Atjehse gliwang [*2]; mogelijk hebben daarentegen andere blanke wapens als de sikin en de peudeung wél als voorbeeld voor de Nederlandse militaire klewang gediend. De klewang is slechts een van de vele Indonesische blanke wapens, naast goloks, mandaus, pendangs en rentjongs, maar de klewang was denkelijk het meest berucht: “In de schijnbaar rustige remboe, daar voor u, lag de Atjeher rnet de gewette klewang klaar, om zich in het stille nachtelijk uur, begunstigd door een duisternis, die ons het voordeel der betere vuurwapens ontnam, als een tijger op zijn prooi op de door den slaap overweldigde arme bezetting te werpen” [*3]. Nadat in ± 1832 als eerste militair blank wapen een klewang werd ingevoerd voor de sappeurs van het KNIL, werd pas in 1898 de klewang één van de kenmerkendste uitrustingsstukken van het expeditionaire Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger (KNIL). Dit is de zgn. Marechausseesabel, waarmee uiteindelijk iedereen van het op 26 mei 1890 opgerichte Korps Marechaussee te velde werd voorzien. Werden de eerste Nederlandse klewangs gefabriceerd in de smederijen van Tjikeroeh en Tjibatoe in het westen van Java, daarna week de productie uit naar achtereenvolgens Duitsland (Solingen), Nederland (Artillerie Inrichtingen Hembrug) en de VS (Milsco en Vince). Nadat de Atjeh-oorlogen de Nederlanders kennis lieten maken met de gliwang-aanvallen van de inlanders (die daarnaast gebruik maakten van krissen, lansen, pentongs (korte, dikke stokken), peudeungs, pieken, rentongs (dolkmessen) en sikins) bracht de vervanging van het lang geweer met bajonet door de klewang en de 3½ kg lichte karabijn het gewenste resultaat. De klewang was eerste keus, vooral om het gewelddadige karakter van het optreden te verminderen en ongewilde verliezen onder non-combattanten en eigen personeel te vermijden. Het niet onder het KNIL ressorterende ‘Korps Marechaussee in Atjeh en Onderhoorigheden’ bestreed de vijand met een contraguerrilla. Het korps, onderverdeeld in infanteriegroepen (onder de naam brigades) van 16 man, was mobiel, gespecialiseerd in patrouillegang in de jungle en kon de vijand daardoor op eigen terrein aangrijpen. Hierdoor werden de Atjehers eindelijk geconfronteerd met een gevreesde tegenstander, die de bentengs verlieten en de klewang hanteerde zoals de Atjehers dat zelf ook deden. Uiteindelijk stond het optreden van het Korps Marechaussee model voor de gehele KNIL-infanterie, eerst op Atjeh en daarna bij de verdere pacificatie in de rest van de archipel. | 
Het Korps Marechaussee in Atjeh en Onderhoorigheden met getrokken klewangs in een egelstelling |
Juist ook in de zwaar beboste en bijna ondoordringbare jungle bleek de Marechausseesabel daarnaast een ideaal werktuig voor het doden van slangen, banen van paden, kappen van rond- en brandhout, graven van kuilen, vormen van taluds e.v.a. Ook zijn er gevallen bekend van ‘ondervragingen’ met een gloeiende klewang. Al met al werd de klewang gaandeweg een legendarisch wapen. Tot en met de Tweede Wereldoorlog hebben officieren binnen de landstrijdkrachten naast het pistool vaak een klewang als persoonlijk wapen gedragen; zeer effectief wapen in de jungle van Nederlands-Indië, was het ongeschikt voor de moderne oorlogvoering en veeleer een statussymbool. | Overigens maakt de klewang – samen met bamboehoed en karabijn M95 Hembrug.30 inch – nog altijd deel uit van het traditietenue van het Regiment Van Heutsz (12 Infanteriebataljon Luchtmobiel Air Assault), dat de tradities van het KNIL voortzet. De regimentscommandant, zijn dienstdoende adjudant, vaandelwacht en onderofficier van compagniesdienst zijn gerechtigd een klewang te dragen. Ook binnen het korps adelborsten maakt de klewang deel uit van het ceremoniële tenue: de adelborsten ingedeeld als pelotons-, compagnies- of paradecommandant dragen een klewang in plaats van een FAL bij gewapende ceremonies. |
Het naslagwerk over klewangs is: ‘Klewang. Catalogus van het Legermuseum. KNIL, Landmacht, Zeemacht, Marechaussee en Politie’ van Jan Piet Puype en Rob J. de Stürler Boekweit (2001, 344 pagina’s, ISBN 9051668368, Uitgeverij Eburon). *1] ‘Het oorlogsleven in 1827 op Java’ door L.H.W. baron van Aylva Rengers (1795-1866), in 1845 opgetekend in de Militaire Spectator. *2] Deze wetenschap is de verdienste van K.B.C. Görlitz en H.J. Janse die de tot dan toe heersende opvatting, als zou de militaire klewang zijn ontwikkeld uit de Atjehse gliwang, overtuigend hebben ontkracht in het artikel Het ontstaan van de militaire klewang: in vage legende gehuld, in dodelijke strijd geboren (Armamentaria 9, 1947, pagina 67-77). *3] Aldus ene Sprokkelaar in de Militaire Spectator. Terug naar Boven KLIK Van het Engels: “click”. - 1 kilometer (0,62 mijl, 1.094 yard, 3.280 feet): “Het aanvalsdoel ligt op 14 klikken”.
- Door de ontvanger tweemaal achter elkaar klikken op de microfoon van een radio om aan te geven dat de vraag van de zender wordt “bevestigd”.
Terug naar Boven KLIMAATBEHEERSINGSSYSTEEM Volledige benaming: klimaatbeheersingssysteem ZKB15/10 MFA. Het klimaatbeheersingsysteem, zoals dat binnen de Koninklijke Landmacht is ingevoerd bij onder andere de geneeskundige eenheden die deelnemen aan de NATO Response Force, is ontwikkeld door de firma Weiss Technik GmbH uit Duitsland en bestaat uit drie elementen die tezamen het complete systeem vormen. Het systeem is ontwikkeld om de volgende taken te kunnen uitvoeren: koelen, verwarmen, luchten en filteren van de lucht in tenten. In dit geval met name de Schall-tenten. 
Foto-compilatie van het klimaatbeheersingssysteem ZKB15/10 MFA, zoals dat onder andere is ingevoerd bij de hulppostgroepen van 43 Geneeskundige Compagnie in Havelte Een compleet systeem is afdoende om één tent op temperatuur te kunnen houden onder bijna elke omstandigheid, en één tent onder Collective Protection (ColPro) te zetten bij inzet onder NBC-omstandigheden. Het complete systeem bestaat uit: airco/kachelelement | 135 kg | brandstofkachelelement | 100 kg | verdampingselement | 100 kg |
Het systeem is zelfdenkend door middel van een thermostaat die in de tent wordt gehangen en waarop de verschillende functies kunnen worden gekozen. Technische gegevens: breedte per element | 92 cm | hoogte per element | 75 cm | lengte per element | 90 cm | inzetbereik | tussen de 55 graden Celsius en de –32 graden Celsius | spanning | 380 Volt, 3 fasen, 50 Hertz | vermogen brandstof | 20 kiloWatt | vermogen elektrisch | 7,2 kiloWatt |
Terug naar Boven KL-VSAT Betekenis VSAT: Very Small Aperture Terminal. 
Links AIR-VSAT, rechts KL-VSAT op infrastructuur Militair satellietcommunicatiesysteem (MILSATCOM) met grote capaciteit dat via de satelliet de operationele verbindingen onderhoudt met diverse missiegebieden. De diameter van de antenneschotel is niet groter dan 2 meter (in de regel 1,2 tot 1,8 meter). Een terminal van de KL-VSAT bestaat verder uit een Outdoor Unit (ODU) en een Indoor Unit (IDU). KL-VSAT is voor zowel bevelvoering (“Zonder verbindingen geen bevelvoering”) als berichtgeving van groot belang, zeker als het operatiegebied in oorlogssituatie verkeert of de commandopost in onherbergzaam terrein is opgesteld. Het grondstation maakt via de satelliet contact met andere stations. Door de productie van een gebundelde straal verbindt KL-VSAT alle locaties en zorgt zij voor datatransport tussen deze locaties. Uitlopers van KL-VSAT worden door middel van een straalverbinding gekoppeld. KL-VSAT wordt met name gebruikt in gebieden waar géén infrastructuur beschikbaar is, zoals Bosnië-Hercegovina (UNPROFOR, IFOR en SFOR), Irak (SFIR) en Afghanistan (ISAF). De systemen KL-VSAT en AIR-VSAT zijn in 1995 aangekocht bij Xantic (Stratos). AIR-VSAT heeft met name dienst gedaan bij de Multi-National Division (Central) in Duitsland. 
Nogmaals de AIR-VSAT (© 'Van telegraaf tot satelliet') Met KL-VSAT kan ook direct op het Militair Dienst Telefonie Netwerk (MDTN) worden ingebeld (*06) én wordt de welfare-telefonie naar het thuisfront gerealiseerd. Als back-up om bij uitval van de KL-VSAT nog beveiligd data te kunnen uitwisselen zijn locaties in de regel voorzien van een tactische korte golf-radio Harris HF7000. Terug naar Boven KNOCK - TALK - SEARCH Afgekort: KTS. Gerichte operaties. Een van de wijzen van optreden van westerse krijgsmachten, die als de ‘core business' van de dagelijkse gang van zaken van een Peace Support Operation worden gezien. De andere wijzen van optreden zijn CIMIC, IO en NFO: Gerichte operaties worden uitgevoerd door eenheden die worden vrijgemaakt van NFO. Dergelijke operaties houden – zwart / wit - in dat bij verdachten wordt aangeklopt, een praatje aan de voordeur gemaakt, gevraagd of het huis doorzocht mag worden en betrokkenen indien nodig worden aangehouden. Gewone eenheden treden in het kader van KTS meestal op compagnies- of bataljonsniveau op. Doel van KTS door gewone eenheden is bijvoorbeeld actie: om inlichtingen op specifieke terreinen verder aan te vullen | tegen criminele en illegale activiteiten | tegen high value targets (HVT): hoge functionarissen van een voormalig regime | KTS draagt bij aan een gunstige beeldvorming in het kader van hearts & minds. Zie ook: Normal Framework Operations (NFO). Terug naar Boven KOGEL- EN SCHERFWEREND VEST In het Duits: Flak(feuer)jacke. In het Engels: flak jacket. In het Frans: gilet pare-balles. Het kogel- en scherfwerend vest zijn de moderne varianten van de kuras. Het kuras, bestaande uit een borst- en een rugplaat (vaak aaneengemaakt tot harnas), werd al door de Grieken en Romeinen gebruikt en is daarmee één van de oudste militaire uitrustingstukken. Verwondingen waarbij het torso wordt geraakt, hebben dikwijls een dodelijke afloop, terwijl verwondingen aan de extremiteiten zijn te genezen. Kogel- en scherfwerende vesten zijn maatgebonden persoonlijke uitrustingsstukken in het kader van de ballistische bescherming. | |
De huidige kogel- en scherfwerende vesten werken dankzij kunstvezels: het vest kan zowel aan voor- als achterzijde worden voorzien van keramische (Kevlar®) of polyethylene (Dyneema®) pantserplaten. Het scherfwerend vest, zonder pantserplaten, is logischerwijs lichter dan het kogelwerend vest, biedt meer comfort maar ook minder ballistische bescherming. Ook de kraag van het vest biedt enige bescherming. Daarnaast is het vest voorzien van een uitklapbare kruisbescherming. Het vest beschermt in zijn algemeenheid tegen de uitwerking van kleinkaliberwapens. Een kogelwerend vest weert nadrukkelijk géén kogels af. In plaats daarvan vangen verschillende lagen van het materiaal de kogel op en verspreiden de kracht over een groter deel van het lichaam. Daardoor wordt de energie sneller geabsorbeerd, in de hoop dat de kogel wordt gestopt. Het werende effect veroorzaakt wél interne bloedingen, al dan niet zichtbaar door bloeduitstortingen. Normaliter wordt het vest gedragen in combinatie met scherfwerende bril, helm en persoonlijk wapen. Over het vest wordt het draagharnas niet gedragen, wél een ops-vest. Zie ook: kleinkaliberwapens en ops-vest. Terug naar Boven KOKEN TE VELDE Het gegeven dat de landmacht vroeger ("Vroegah was alles beter!" ) een heus Voorschrift 'Koken te velde' had (VS 10-104), bewijst A] dat vroeger sommige dingen zo niet beter dan wel uitgebreider waren en B] dat de summiere aandacht die in hoofdstuk 28 ( "Overleven" ) van het Handboek KL-militair aan het onderwerp wordt besteed ietwat aan de korte kant is. 
Voordat wordt begonnen aan zoiets delicaats als het bereiden van eetbaars uit klasse I verdient het aanbeveling de bak- en braadkunst van topkoks als Pierre Wind te raadplegen. Daarnaast, en zeker in droge perioden, moet voordat met koken te velde wordt begonnen contact worden opgenomen met boswachter of terreinopzichter.De meest beoefende kookstelling binnen de KL is de veldoven (hoofdstuk 28, bladzijde 28-9, 5de Opgave van Wijziging). 
Terug naar Boven KOmpas 'wilkie' mk 9657 Het vloeistofkompas ‘Wilkie’ MK 9657 wordt binnen de KL gebruikt als hulpmiddel bij de vuurleiding van artillerie en mortieren, maar ook bij basale kaartleesoefeningen en tijdens operationele inzet. 
Kompas 'Wilkie'MK 9657, zoals afgebeeld in het Handboek KL-militair (VS 2-1351) De toegestane afwijking is ± 5 mils (duizendste). Kompaslezen vindt plaats met een toegestane afwijking van 20 mils. Om te kunnen kompaslezen moeten het te “schieten” object, de haarlijn in het transparante kompasdeksel én de verdeling op de kompasroos in één lijn zichtbaar zijn. Op 1.000 meter afstand geldt dat 1 mils gelijk is aan 1 meter. Het kompas moet niet worden gebruikt in de buurt van metalen voorwerpen, dit in verband met de magnetische afwijking: VEILIGE AFSTAND | OBJECT | 1 meter | geweren en helmen | 3 meter | mtrailleurs | 10 meter | telefoondraden | 20 meter | geschut, pantservoertuigen en tanks | 50 meter | hoogspanningsleidingen |
Voor het opmeten van een kompashoek moet het kompas op ± 20 à 30 cm van het oog worden gebracht en gericht op het te “schieten” object. Draai vervolgens het glas totdat de noordpijl en de ‘N’ van het noorden samenvallen. Lees tot slot de kompashoek af onder de afleesnaald. Voor het verplaatsen op een opgegeven kompashoek moet het glas worden gedraaid totdat de te lopen kompashoek zich onder de afleesnaald bevindt. Omdat het Wilkiekompas een prisma heeft, moet het vlak tegen het oog worden aangehouden, als het ware tegen het gezicht aangedrukt. Draai nu uw lichaam zo dat de noordpijl en de ‘N’ van het noorden samenvallen. Zoek daarna in de looprichting een markant terreinkenmerk. Houd in het geval van duisternis of slecht zicht de neonlichtgevende punt tussen de twee stippen. Terug naar Boven KONIJN Het werkwoord “konijniseren” (dat zoveel betekent als “kopiëren”) geeft al aan wat de kracht van het konijn is: zich vermenigvuldigen. 
Het konijn – Latijnse benaming Oryctolagus cuniculus - behoort tot de haasachtigen en is van oorsprong een wild beest dat leefde op het Iberisch Schiereiland; het waren de Romeinen die in de gaten hadden dat konijnenvlees voedzaam en lekker was. De Romeinen brachten het konijn naar andere oorden in Europa. In moderner tijden wordt het konijn, ook door militairen, gezien als een smakelijke maaltijd in het kader van overleven (op het gevechtsveld) en koken te velde. Om het konijn te kunnen verorberen, moet het met behulp van een knuppel snel en zonder leed een zware slag in de nek worden toegebracht; van het bewusteloze konijn moet vervolgens de halsslagader (arteria carotis) worden doorgesneden, zodat het doodbloedt. Daarna kan het konijn worden geslacht, gevild, gekookt en opgegeten. Traditiegetrouw wordt tijdens de opleiding cq. gevechtscursus bij het Korps Commandotroepen geleerd hoe een kip of konijn moet worden geslacht.Terug naar Boven KONINKLIJKE MILITAIRE ACADEMIE De KMA bestaat sinds 29 mei 1826 bij Koninklijk Besluit nummer 27, toen koning Willem I de opheffing gelastte van de Artillerie- en Genieschool in Delft én de oprichting van de KMA. Hiermee was de KMA de eerste militaire inrichting in Europa waar de krijgskunst in haar gehele omvang en op wetenschappelijke grondslagen door de toekomstige officieren van alle wapens werd bestudeerd. Van oktober 1830 tot november 1836 werden, in verband met de Belgische omwenteling, de lessen geschorst, maar vervolgens volgde een periode waarin de KMA zelfs internationale faam verwierf. Ondanks het feit dat de lessen in 1870 (Frans-Duitse oorlog) en in de periode 1914-1918 (Eerste Wereldoorlog) eveneens tijdelijk werden geschorst, heeft de KMA tot eind 1939 een ononderbroken bestaan geleid. Onder druk van het begin van de Tweede Wereldoorlog werd de KMA opgeheven. Op 1 mei 1948 werd de KMA opnieuw geformeerd. In 2003 bestond de KMA dus 175 jaar. Pas in 2001 werd officieel erkend dat het onderwijs aan de KMA van universitair-wetenschappelijk niveau is. 
De KMA, gelegen in het 14de-eeuwse Kasteel (Italiaanse architect Thomasso Vincidor da Bologna e.a.) aan het Kasteelplein in Breda, leidt officieren op voor de Nederlandse krijgsmacht, met name alle basale officiersopleidingen voor de Koninklijke Landmacht en Koninklijke Luchtmacht. Officieren in opleiding - cadetten genaamd - volgen hun opleiding dus niet bij een opleidingscentrum van het Opleidings- en Trainingscommando (OTCO). Wel krijgen officieren hun specialistische wapen- of dienstvaktechnische kennis aangereikt bij de opleidingscentra van het OTCO. Behalve een militaire training - Algemene Militaire Opleiding (AMO) waarin de militaire basisvaardigheden zoals schieten, exercitie en kaartlezen worden aangeleerd - zijn er vandaag de dag vijf bachelor-programma's (studierichtingen) aan de KMA: - Bedrijfs- en Bestuurswetenschappen
- Krijgswetenschappen
- Technische wetenschappen
- Civiele techniek
- Commandovoeringsystemen, Informatie en Communicatie (CICS)
Met een HAVO-diploma kies je voor het ‘korte model’: 1-jarige basisoffciersopleiding, gevolgd door ½ jaar vaktechnische opleiding. Met een VWO-diploma kies je voor het ‘lange model’: 4 jaar wetenschappelijke bachelor-programma’s. De opleiding duurt dus maximaal 4 jaar. Naast de bovengenoemde basisopleidingen, verzorgt de KMA ook opleidingen voor onderofficieren die officier worden, en diverse cursussen. Enkele van deze cursussen zijn: - Civiel Medisch Personeel
- Fundamentele Voorlichting
- Defensie Controllers Opleiding
Een officier is als vakman, leider en manager direct verantwoordelijk voor een groep militairen van ± 30 personen. Commandovoeringprocedures en bevelvoering staan centraal. Het devies van het Cadettencorps van de Koninklijke Militaire Academie is overigens hetzelfde als dat van het U.S. Marine Corps: “Semper Fidelis” (“Altijd Trouw”). Zie ook: Bon Soir, cadet, Cadettenlied, pettenceremonie en Ulterior Sit Iter. Terug naar Boven KONINKLIJKE MILITAIRE SCHOOL Afgekort: KMS. Walhalla van de onderofficier in het Noord-Limburgse Weert. In 1949 startte in Wezep een onderofficiersopleiding; in 1950 een in Ede. In 1952 zijn beide onderofficiersopleidingen gebundeld in én ondergebracht op de Van Hornekazerne in Weert: gedurende de eerste jaren stond de school bekend als de Onderofficiers School (OOS). Als officiële oprichtingsdatum wordt 1 september 1951 aangehouden. Op 1 september 1961 werd door Z.K.H. Prins Bernhard het predikaat 'Koninklijk' uitgereikt aan de OOS; vanaf dan gaat de onderofficiersopleiding als Koninklijke Militaire School door het leven. Bij Koninklijk Besluit heeft de KMS sinds 5 september 1973 een eigen vaandel verkregen. | 
Ingang van de Koninklijke Militaire School | 
Bareteembleem voor leerlingen van de Koninklijke Militaire School | Op 31 augustus 2001, onder het commando van luitenant-kolonel Ruud Vermeulen, vierde de KMS haar 50-jarig jubileum. Op 13 november 2003 is op de KMS aan het Korps Onderofficieren de Prins Mauritsmedaille van de Koninklijke Nederlandse Vereniging 'Ons Leger' uitgereikt. De school leidt dus onderofficieren op, waarbij de nadruk ligt op kader- en militaire vorming. Aspirant-onderofficieren worden voorbereid op leidinggeven op de (uitvoerende) niveaus I en II: militaire basisvaardigheden (skills & drills), zoals basisgevechtstechnieken , exercitie, fysieke vaardigheden, kaartlezen en schieten . Niveau I en II betreffen dan ook de instructie aan het individu en de groep. Onderofficier betekent per definitie leiding geven aan acht man of meer. |
De aspirant-onderofficier volgt achtereenvolgens: AMO | Algemene Militaire Opleiding | 3 maanden vorming in de militaire basisvaardigheden (skills & drills) | AKO | Algemene Kader Opleiding | 5½ maand vorming in het domein van de onderofficier (leider, vakman en instructeur) én nadruk op de leidinggevende aspecten | VTO | Vaktechnische Opleiding | afhankelijk van het wapen of dienstvak |
| 
Het vaandel van de KMS. |
| | Het sportcomplex op de KMS is vernoemd naar sergeant der eerste klasse Pieter van Wesel. Op 25 november 1999 opende de toenmalige Bevelhebber der Landstrijdkrachten, luitenant-generaal Maarten Schouten, de nieuwe sporthal. Pieter van Wesel werd op 3 juni 1995 in Bosnië (Dutchbat-IV Griffin) zwaar gewond toen zijn YPR-pantserrupsvoertuig door een antitankgranaat werd getroffen. Ook soldaat Gaby van Loon raakte hierbij zwaar gewond. Door de moed en wilskracht die hij toonde tijdens zijn revalidatieproces en de manier waarop hij daarna zijn leven weer vorm wist te geven, werd hij een voorbeeld voor velen. |
Behalve over een sportcomplex, beschikt de KMS over een zwembad, hindernisbaan, touwbaan, sintelbaan, klimtoren en kleinkaliberwapen-schietsimulator. |
In de nabije omgeving bevinden zich schietbanen en oefenterreinen, zoals de Kruispeel (met zijn door generaties aspirant-onderofficieren tijdelijk bemande Kruispeelloods), Weerter- en Budelerbergen en Weerterheide. Tot slot kent de KMS de Historische Verzameling KMS, gevestigd in 'De Bastion' en heropend op 22 november 2003. De KMS is gevestigd op de Van Hornekazerne aan de Kazernelaan 101, 6006 SP te Weert. In 2001 verscheen het boek 'De onderofficier in het Nederlandse leger 1568-2001' van Willem Bevaart en de Sectie Militaire Geschiedenis (Sdu Uitgevers, ISBN 9012092868). | |
Terug naar Boven KONINKLIJK HUIS Het Koninklijk Huis heeft van oudsher een nauwe verbondenheid met de krijgsmacht. Deze band komt onder andere tot uiting in de volgende zaken: De eed / belofte die militairen afleggen: “Ik zweer (beloof) trouw aan de Koningin”. De trouw aan het Huis van Oranje komt eveneens tot uitdrukking door de aanstelling bij Koninklijk Besluit van militairen in officiersrangen. | De beveiliging en bewaking van de leden van het Koninklijk Huis door zorg van de – Brigade Speciale Beveiligingsopdrachten (BSB) van de – Koninklijke Marechaussee, in nauwe samenwerking met de Divisie Koninklijke en Diplomatieke Beveiliging van het Korps Landelijke Politie Diensten. Dat is onder andere het geval bij De Eikenhorst in Wassenaar (Prins van Oranje en Prinses Máxima), paleis Huis ten Bosch en paleis Noordeinde in Den Haag, het Koninklijk Paleis in Amsterdam en het landgoed Huis Het Loo in Apeldoorn (Prinses Margriet en Mr. Pieter van Vollenhoven). De paleisbeveiliging werd in 1908 aan de hoede van de KMar toevertrouwd: op verzoek van Koningin Wilhelmina werd toen de zgn. Klompenwacht bij paleis ‘t Loo overgenomen door de KMar. In 1956 werd Koningin Beatrix, toen nog prinses, ´Schutsvrouwe´ van het Wapen der Koninklijke Marechaussee. | De Garderegimenten. In 1829 richtte Koning Willem I bij Koninklijk Besluit het gezamenlijke Garderegiment Grenadiers en Jagers op: een afdeling Grenadiers om "onder het oog des Konings" te dienen en twee bataljons Jagers. | |
Beide regimenten waren tijdens de Tweede Wereldoorlog actief in de regio Den Haag; vanaf 1995 dienen zij samen in één Garderegiment. De traditie en geschiedenis van beide regimenten wordt gehandhaafd door 11 Infanteriebataljon Luchtmobiel. Een derde Garderegiment is het Garderegiment Fuseliers Prinses Irene (vernoemd naar de tweede dochter van Koningin Juliana en Prins Bernhard, opgericht in 1946), waarvan de tradities en geschiedenis worden gehandhaafd door 17 Pantserinfanteriebataljon. Het predicaat 'Garde' betekent in Nederland dat de parate militairen vaker dan militairen van andere eenheden belast zijn met de uitvoering van ceremoniële diensten. | De naoorlogse baretemblemen van de Koninklijke Landmacht, ontworpen door de militair stilist Frans Smits Sr. (1915-2006). Hij was decennia achtereen het meest prominente lid van de Uniformcommissie van de Koninklijke Landmacht. De basis voor het baretembleem is een gesp in de vorm van een gestileerde, gotische ‘W’. Op de gesp bevindt zich het embleem van het betrokken dienstvak, korps, regiment of wapen. De ‘W’ is het lettervignet van Wilhelmina, Koningin der Nederlanden van 1898 -1948. De baretemblemen werden ontworpen in de jaren 1945-’46 en vanaf begin 1947 ingevoerd. | Het Korps Commandotroepen (KCT). Deze eenheid van Special Forces heeft een sterke band met het Koningshuis. Z.K.H. Prins Bernard maakte tijdens de Tweede Wereldoorlog de oprichting van de Nederlandse commando-eenheid No. 2 Dutch Troop op 29 juni 1942 mede mogelijk. De eenheid werd ingedeeld bij No. 10 Interallied Commando onder leiding van Colonel Dudley Lister. Op 6 december 1943 schonk Bernhard in Portmadoc (Wales) een rood-wit-blauwe fanion met oranje rand aan de Troop. De prins bleef sindsdien betrokkenheid tonen met de commando’s. Bij het vijftigjarig jubileum van het KCT in 1992 werd de prins benoemd tot erecommando en kreeg hij de groene baret uitgereikt. | Het militair ceremonieel. Hierbij gaat het om incidentele en vaste plechtigheden, zoals Prinsjesdag, bezoeken van buitenlandse staatshoofden aan Nederland, huwelijken en begrafenissen van leden van het Koninklijk Huis. Dat wordt onder andere bekleedt door een erecompagnie, erecouloirs langs routes, ere-escortes te voet en te paard en saluutbatterijen. Een vaste rol in dit protocol hebben 11 Afdeling Rijdende Artillerie (Gele Rijders), cavalerie, Garderegimenten, Koninklijke Marechaussee en militaire kapellen. | | Zijne Koninklijke Hoogheid Prins Bernhard, die tijdens de Tweede Wereldoorlog werd benoemd tot Opperbevelhebber van Land- en Zeemacht en na W.O. II de eerste Bevelhebber der Nederlandse Strijdkrachten werd. Dankzij het inspirerend leiderschap van Prins Bernhard ontstond er een nauwe relatie met (oud-)militairen, in het begin vooral de militairen die tijdens W.O. II of in Nederlands-Indië hadden gediend. Om dezelfde reden werd Prins Bernhard op 15 juni 1946 benoemd tot Commandeur in de Militaire Willemsorde. | |
De verjaardagen van de leden van het Koninklijk Huis zijn: DATUM | WIE | RELATIE & BIJZONDERHEDEN | 19 januari (1943) | Prinses Margriet | Derde dochter van Koningin Juliana en Prins Bernhard. | 31 januari (1938) | Koningin Beatrix | Koningin der Nederlanden sinds 30 april 1980. Was getrouwd met Prins Claus. Drie zonen: Prins Willem-Alexander, Prins Friso en Prins Constantijn. Haar oudste zoon, Prins Willem-Alexander, is haar troonopvolger. | 4 februari (1970) | Prinses Marilène | Getrouwd met Prins Maurits, de oudste zoon van Prinses Margriet en Mr. Pieter van Vollenhoven. Drie kinderen: Anna, Lucas en Felicia. | 18 februari (1947) | Prinses Christina | Jongste dochter van Koningin Juliana en Prins Bernhard. | 22 maart (1972) | Prins Pieter-Christiaan | Derde zoon van Prinses Margriet en Mr. Pieter van Vollenhoven. | 10 april (1975) | Prins Floris | Vierde zoon van Prinses Margriet en Mr. Pieter van Vollenhoven. | 10 april(2007) | Prinses Ariane | Derde en jongste dochter van Prins Willem-Alexander en Prinses Máxima. | 17 april (1968) | Prins Maurits | Oudste zoon van Prinses Margriet en Mr. Pieter van Vollenhoven. Getrouwd met Prinses Marilène. Drie kinderen: Anna, Lucas en Felicia. | 18 april (1972) | Prinses Annette | Getrouwd met Prins Bernhard jr., de tweede zoon van Prinses Margriet en Mr. Pieter van Vollenhoven. Drie kinderen: Isabella, Samuel en Benjamin. | 27 april (1967) | Prins Willem-Alexander | Sinds 30 april 1980 Prins van Oranje. Oudste zoon van Koningin Beatrix. Eerste troonopvolger. Getrouwd met Prinses Máxima. Drie dochters: Prinses Catharina-Amalia, Prinses Alexia en Prinses Ariane. | 30 april (1939) | Mr. Pieter van Vollenhoven | Echtgenoot van Prinses Margriet, één van de drie zusters van Koningin Beatrix. Vier zonen: Prins Maurits, Prins Bernhard, Prins Pieter-Christiaan en Prins Floris. | 17 mei (1971) | Prinses Máxima | Getrouwd met Prins Willem-Alexander. Drie dochters: Prinses Catharina-Amalia, Prinses Alexia en Prinses Ariane. | 25 mei (1966) | Prinses Laurentien | Echtgenote van Prins Constantijn, de derde en jongste zoon van Koningin Beatrix. Drie kinderen: Eloise, Claus-Casimir en Leonore. | 26 juni (2005) | Prinses Alexia | Tweede dochter van de Prins van Oranje en Prinses Máxima. | 5 augustus (1939) | Prinses Irene | Tweede dochter van Koningin Juliana en Prins Bernhard. | 11 augustus (1968) | Prinses Mabel | Echtgenote van Prins Johan Friso. | 25 september (1968) | Prins Johan Friso | Tweede zoon van Koningin Beatrix en Prins Claus. | 11 oktober (1969) | Prins Constantijn | Derde en jongste zoon van Koningin Beatrix en Prins Claus. Getrouwd met Prinses Laurentien. Drie kinderen: Eloise, Claus-Casimir en Leonore. | 18 oktober (1977) | Prinses Aimée | Getrouwd met Prins Floris, de jongste zoon van Prinses Margriet en Mr. Pieter van Vollenhoven. | 27 oktober (1969) | Prinses Anita | Getrouwd met Prins Pieter-Christiaan, de derde zoon van Prinses Margriet en Mr. Pieter van Vollenhoven. | 7 december (2003) | Prinses Catharina-Amalia | Oudste dochter van de Prins van Oranje en Prinses Máxima. Tweede in de lijn van troonopvolging na haar vader, de Prins van Oranje. | 25 december (1969) | Prins Bernhard jr. | Tweede zoon van Prinses Margriet en Mr. Pieter van Vollenhoven. Getrouwd met Prinses Annette. Drie kinderen: Isabella, Samuel en Benjamin. | | Wijlen Koningin Juliana | Geboren 30 april 1909, overleden 20 maart 2004. Koningin der Nederlanden van 1948 tot 1980. | | Wijlen Prins Bernhard | Geboren 29 juni 1911, overleden 1 december 2004. Echtgenote van Koningin Juliana. Van 1937 tot 1980 officieel Zijne Koninklijke Hoogheid de Prins der Nederlanden. |
Terug naar Boven KONINKLIJK NEDERLANDSCH-INDISCH LEGER Afgekort: KNIL. Nederlands koloniaal leger dat officieel werd verzelfstandigd werd op 30 maart 1830 in Nederlands-Indië. Hoewel Koning Willem I het predicaat ‘Koninklijk’ al in 1836 aan het leger toekende, werd de benaming pas in 1933 op initiatief van Minister van Koloniën dr. Hendrik Colijn, zelf oud-KNIL-officier, definitief ingevoerd. In tegenstelling tot de Koninklijke Landmacht, die behoorde tot het Ministerie van Oorlog, viel het KNIL onder het Ministerie van Koloniën. Het bestond van meet af aan alleen uit beroepsmilitairen. In 1936 was grofweg driekwart van de KNIL’ers afkomstig van de Archipel (Ambon, Java, Menado, Soenda, Timor). De KNIL-militair woonde met zijn gezin op een tangsi (kazerne).Zes maanden na de soevereiniteitsoverdracht aan Indonesië, op 26 juli 1950, wordt het KNIL opgeheven. 
Aan het begin van de 19de eeuw waren de Engelsen korte tijd de baas in Nederlands-Indië. Toen zij in 1814 de archipel teruggaven aan Nederland was het in het bijzonder de Javaanse prins Dipo Negoro van het gebied Djokjakarta op het eiland Java (zoon van de sultan die zijn vader niet mocht opvolgen) die in opstand kwam. Op Java schitterde Nederland door wanbestuur, maar toen de Nederlanders zonder zijn toestemming een weg op zijn grondgebied aanlegden, liep de emmer helemaal over. De resident, A.H. Smissaert, dacht het brandje te kunnen blussen door Negoro gevangen te nemen, maar vanwege diens charisma en populariteit kon hij een groot leger op de been brengen. Daarmee trok hij in 1825 ten oorlog tegen de Nederlanders. De Java-oorlog duurde tot 1830, omdat Negoro’s manschappen toen de uitputting nabij waren. In de oorlog verloren tienduizenden Javanen het leven. Nu moest de prins onderhandelen. Na drie uur onderhandelen over wapenstilstand – in het residentshuis te Magelang op Java op 28 maart 1830 – nam luitenant-generaal H.M. Baron De Kock, commandant van het leger, Negoro gevangen, samen met zijn schoonzoon, majoor F.V.H.A. de Stuers. Negoro werd via Batavia van Java verbannen. Gedurende de Java-oorlog was gebleken dat de organisatiestructuur van het leger ongeschikt was voor de omstandigheden in Nederlands-Indië: er was geen sprake van onderlinge verbanden, laat staan van verbonden wapens. Een reorganisatie bood soelaas. Volgens het besluit ‘Algemene Orders voor het Nederlandsch-Oost-Indisch leger’ d.d. 4 december 1830 werd het leger in de Oost losgeweekt van het leger in Nederland. Het besluit kwam van gouverneur-generaal Johannes van den Bosch, bekend vanwege het Cultuurstelsel en zijn fortenstelsel op Java. De zelfstandige formatie van het Nederlandsch-Oost-Indisch leger bestond uit 8 mobiele korpsen, elk met een bataljon infanterie (genummerd 19 t/m 26), een compagnie cavalerie en vier stukken bergartillerie, in totaal ± 13.500 militairen. Van den Bosch’ gouvernementsbesluit werd bij Koninklijk Besluit van 10 maart 1832, nummers 93 en 94, bekrachtigd door koning Willem I. De eerste echte gevechtshandelingen waren echter pas anderhalf decennium later de expedities naar Bali. Volgens de Defensiegrondslagen 1927 had het KNIL twee taken. In dit document – dat concludeerde dat Nederlands-Indië in wezen niet te verdedigen was als de verdediging alleen afhing van (troepen uit) Nederland – waren de uitgangspunten voor de krijgsmacht in Nederlands-Indië tot in detail vastgelegd. De nota spitste zich voornamelijk toe op de bijdrage van de marine, een weinig op die van de landmacht en helemaal niet op de luchtmacht. De twee taken waren: “Handhaving van het Nederlandsch gezag in de Archipel tegen onrust of verzet binnen de grenzen”; optreden tegen een interne vijand. | “Vervulling van de militaire plicht als lid van de volkengemeenschap tegenover andere volken”; optreden tegen een externe vijand; de taak van het leger beperkte zich tot handhaving van een strikte neutraliteit in conflicten tussen andere mogendheden |
De marine zou de Buitengewesten verdedigen, op Java en in enkele havens geholpen door het KNIL. Pas in 1910 voltooide het KNIL haar taak om de Buitengewesten, vaak met harde hand, onder Nederlands gezag te brengen. Terug naar Boven KONVOOI Aantal voertuigen dat zich georganiseerd over grotere afstanden verplaatst om goederen (cargo) en/of personeel (pax) te vervoeren van A naar B. Samenvoeging van de voertuigen vindt plaats om redenen van een gecoördineerde leiding én uitvoering van eenzelfde opdracht, maar ook uit veiligheidsoverwegingen. Vaak wordt een konvooi, afhankelijk van dreiging en beschikbaarheid, door een bewapend escorte beveiligd. De gebruikelijke formatieplaatsen voor zo'n escorte zijn vóór, in het midden en achter het konvooi. 
Amerikaans konvooi Een konvooi, waarvan zowel grootte als samenstelling per opdracht kunnen variëren, kent behalve een grote verscheidenheid aan soorten lading ook een variatie aan terreinen waarover verplaatst kan worden: te velde (terrein), over het (civiel) wegennet of via een (deels) door de genie aangelegd provisorisch wegennet. Omdat konvooirijden bij de uitvoering meestal onzekere ruimte- en tijdfactoren kent, vermoeiend is voor het personeel én sterk afhankelijk is van de weersomstandigheden, vergt het een stringente discipline: zo heeft het rollend materieel het zwaar te verduren, wat onderhoud vóór, tijdens en na het rijden van het konvooi betekent. Niet te verwarren met een colonne. Zie ook: Convoy Support Center (CSC), Movement Control (MOVCON), Main Supply Route (MSR), Personal Role Radio (PRR) en Rest / Remain Over Night (RON). Terug naar Boven KOOI AAP Meeneemvorkheftruck, geproduceerd door (voorheen Kooi B.V. en nu) Moffett-Kooi in Oude Leije (Friesland), die voor militair gebruik zeer geschikt is als overslagmiddel in ruw terrein. 
Deze vorkheftruck is in 1968 bedacht door de tulpenkweker Kooi. Hij bedacht de vorkheftruck die aan de achterzijde van een vrachtwagen kan worden meegenomen, doordat de vorken van de heftruck in kokerbalken van de vrachtwagen worden gestoken. De vorkheftruck tilt zichzelf omhoog. Ook kan de Kooi Aap op een flatrack of aanhangwagen worden vervoerd. Omdat de Kooi Aap niet, zoals gangbaar bij vorkheftrucks, beschikt over een contragewicht is deze lichter en kan beter worden gebruikt in ruw terrein. Terug naar Boven KOOKPUNTBENZINE Merknaam: Coleman Fuel®. In het Duits: Kocherbenzin; Reinbenzin; Spezialbenzin. In het Engels: bollingpoint petrol. In het Frans: mélange d'essence pour réchaud. Relatief zuiver mengsel van butaan en propaan dat kan worden gebruikt voor benzinebranders (kooktoestellen), zoals die ook door militairen worden gebruikt. De heldere, kleurloze vloeistof bevat minder dan 0,001% benzeen en heeft een octaangehalte van 50 tot 55. Voordelen van kookpuntbenzine zijn dat deze gemakkelijk ontbrandt (licht ontvlambaar) en verbrandt (nauwelijks roetvorming), ook bij lagere temperaturen (beneden vriespunt) goed functioneert en een zeer hoog kookpunt heeft: op zeeniveau zal 1 liter water in ± 3½ minuut koken. | |
Bovendien laat kookpuntbenzine een minimum aan verontreiniging achter in de brander. Bij gebruik in een brander kan met 1 liter kookpuntbenzine ± 1½ uur worden gekookt. Kookpuntbenzine (Coleman Fuel®) is irriterend voor de huid; de dampen kunnen slaperigheid en duizeligheid veroorzaken. Terug naar Boven KORNET Van het Spaanse “corneta” (ruitervaan, standaard). In het Duits: Fähnrich. In het Engels: cornet; color-sergeant; ensign. In het Frans: cornette. In de regel jonge aspirant-officier die tijdelijk in de hoogste onderofficiersrang verkeert. Een kornet is een vaandrig bij artillerie, cavalerie, luchtdoelartillerie (bereden wapens) en Koninklijke Marechaussee. De kornet/vaandrig is hiermee gelijkgesteld aan de rang van adjudant-onderofficier en heeft als rangonderscheidingsteken een gebombeerd knoopje (“stip”). Traditiegetrouw is de kornet/vaandrig de drager van de aan een lans bevestigde ruitervaan dan wel het vaandel van een compagnie/batterij. In vroeger tijden, toen de vaandrig nog te paard ging, was hij de traditionele drager van de regimentsstandaard bij de cavalerie. Terug naar Boven KORNWERDERZAND Kornwerderzand ligt in de huidige gemeente Wûnseradiel in de provincie Friesland. Na veel tegenstand van het toenmalige Departement van Oorlog, werd in 1921 besloten tot de aanleg van de Afsluitdijk. Omdat het te gemakkelijk zou zijn om via de nieuwe dijk de Vesting Holland binnen te trekken, werd besloten om ter hoogte van Kornwerderzand en Den Oever verdedigingswerken te bouwen. Van 1931-‘34 werd aan de noordzijde van de Afsluitdijk, ± 4 km van de Friese kust, de stelling Kornwerderzand gebouwd. Het kazematten (of –bunker)complex, grotendeels gelegen onder de grond, bestaat uit 17 bunkers met een muurdikte van 2 tot 3 meter gewapend beton en staat via loopgraven in verbinding met het bunkercomplex bij Den Oever. In september en oktober 1938 gaf het Nederlandse leger voor het eerst het bevel tot verhoogde waakzaamheid: de belangrijkste posten op de stelling Kornwerderzand werden bemand. Maar op het moment van de mobilisatie op 29 augustus 1939 was in Kornwerderzand alleen een bewakingseenheid aanwezig. Na een week was de gehele stelling alsnog bezet met ± 220 militairen. In mei 1940 bewezen de kazematten hun waarde; terwijl in andere delen van Nederland de Duitsers doorstootten, werden zij bij Kornwerderzand tegengehouden. Veel Nederlandse troepen konden niet anders dan terugtrekken over de Afsluitdijk. Het overige deel werd door de Duitsers gevangengenomen. De stelling Kornwerderzand kwam nu in de frontlijn te liggen. De aanwezige militairen van het 1ste Bataljon van het 33ste Regiment Infanterie (33 R.I.)onder leiding van kapitein Christiaan Boers bewezen onder meer met behulp van eenentwintig 50 mm-mitrailleurs dat Kornwerderzand nut had. Onder bevel van generaal-majoor Kurt Feldt rukte de 15.000 man sterke 1 (GE) Kavallerie Division op naar de kop van de Afsluitdijk. Op 12 mei werden de eerste Duitse luchtaanvallen afgeslagen door efficiënt mitrailleursnelvuur. Vervolgens werden op 13 mei de kazematten voor het eerst vanaf de Friese kust met artilleriegranaten bestookt, maar de Duitsers lieten een directe aanval op de stelling vooralsnog achterwege. Op 14 mei assisteerde de kanonneerboot Johan Maurits de stelling succesvol met het bestoken van de Duitse artillerie en een dag later gingen Duitse JU-88 bommenwerpers in de aanval: de kazematten werden nu zwaar getroffen, maar gaven geen krimp. Generaal Henri Winkelman besloot op 15 mei tot de capitulatie. De succesvolle verdediging van Kornwerderzand – de enige plaats waar het Nederlandse verzet niet was gebroken - moest worden opgegeven. Echter, geen enkele Nederlandse militair is bij de gevechtshandelingen rondom Kornwerderzand gesneuveld. Kapitein Christiaan Boers, die zeer inspirerend voor zijn troepen was, werd vanwege spionage en verzet op 3 mei 1942 gefusilleerd in het concentratiekamp Sachsenhausen. Op 9 mei 1946 werd de commandant van de kazematten Kornwerderzand postuum begiftigd met het Bronzen Kruis. Terug naar Boven KORPORAAL Van het Italiaanse “caporale”, afgeleid van “capo” (dat op zijn beurt is afgeleid van het Latijn “caput”, dat “hoofd” betekent). Bij de Koninklijke Landmacht de laagste graad (rang) boven de stand van soldaat der eerste klasse. De korporaal kan het gedelegeerde bevel voeren over een kleine afdeling soldaten, meestal een (deel van een) groep. Zo staat de korporaal zijn onderofficier bij in het leidinggeven, vervangt deze bij afwezigheid en houdt toezicht op de soldaten. Bij de Koninklijke Landmacht is een korporaal géén onderofficier. Bij de Koninklijke Marine (Korps Mariniers) daarentegen is het korporaalschap (of kwartiermeester) de laagste onderofficiersrang, direct onder de sergeant (bootsman). Korporaals hebben dan dezelfde bevoegdheden en verantwoordelijkheden als onderofficieren. Korporaals werden voorheen, evenals onderofficieren, ingedeeld in weekdiensten op de compagnie dan wel wachtdiensten, respectievelijk als ‘korporaal van de week’ en ‘korporaal van de wacht’ of ‘korporaal van aflossing’. Er is onderscheid in korporaals en korporaals der eerste klasse: | | | | Korporaal | Korporaal bij administratie, (rijdende) artillerie en cavalerie | Korporaal der eerste klasse | Korporaal der eerste klasse bij administratie, (rijdende) artillerie en cavalerie |
Vaak telt het aantal dienstjaren voor een bevordering van soldaat der tweede klasse naar korporaal of van korporaal naar korporaal der eerste klasse. In de tijd van het Staatse leger en de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) was de “lanspassaat” (“lanspezaat”, “lantspesaet” of “onderkorporaal”) – vergelijkbaar met de huidige Engelse lance corporal – een ervaren soldaat met een hoger soldij dan de soldaat. De lanspassaat stond in plaats van de korporaal tussen de manschappen en onderofficieren. Korporaal en korporaal der eerste klasse worden binnen de NAVO ingedeeld in de NATO rank codes 03 en 04 (STANAG 2116): | NATO rank code OR-3 | NATO rank code OR-4 | BEL | korporaal | korporaal-chef & eerste korporaal-Chef | DEU | Hauptgefreiter & Obergefreiter | Oberstabsgefreiter & Stabsgefreiter | FRA | caporal | caporal-chef | GBR | lance corporal | corporal | NLD | korporaal | korporaal der eerste klasse | USA | private 1st class | corporal |
Zie ook: officier,onderofficier en Opleiding voor Leidinggevende Korporaals. Terug naar Boven KORPS Afgeleid van het Latijn “corpus” (“lichaam”). In het Duits: Korps. In het Engels: corps. In het Frans: corps. | 1. Verkorting van legerkorps, een subeenheid van een leger. Een legerkorps telt in theorie 40 à 60.000 militairen en wordt gecommandeerd door een luitenant-generaal. Twee of meer legerkorpsen vormen samen een leger; twee of meer legers een legergroep. Bekendste voorbeeld: Duits-Nederlandse Legerkorps. | | 2. Elk zelfstandige troepenafdeling die, ongeacht de numerieke sterkte, door haar aard niet geschikt is om als regiment of brigade te worden georganiseerd, een bijzondere bestemming ontvangt en/of te klein is. Historische voorbeelden in Nederland zijn Korps Ingenieurs, Mineurs en Sappeurs, Korps Mobiele Colonnes, Korps Pontonniers en Korps Speciale Troepen; hedendaagse voorbeelden zijn Korps Commandotroepen, Korps Luchtdoelartillerie, Korps Mariniers, Korps Militaire Administratie, Korps Nationale Reserve, Korps Rijdende Artillerie en Korps Veldartillerie. |
Terug naar Boven KORPS COMMANDOTROEPEN Afgekort: KCT. Het KCT heeft als de Special Forces-eenheid van de Koninklijke Landmacht (KL) de taak speciale operaties in het kader van bondgenootschappelijke verdedigings- en crisisbeheersingstaken voor te bereiden en uit te voeren. Een lid van het Korps Commandotroepen wordt in modern militair jargon Special Forces Operator genoemd. 
Links erecommando Zijne Koninklijke Hoogheid Prins Bernhard, in het midden de kraagspiegel van het KCT, rechts een commando in vol ornaat De elite-infanterist die zich na een zware opleiding commando mag noemen draagt de groene baret - niet te verwarren met de nieuwe KL-baret. Het baretembleem van het KCT bestaat uit een Gotische W van Koningin Wilhelmina, waar een dolk doorheen loopt. De handgranaat met de uiteenspattende vlam geeft de agressiviteit en het doorzettingsvermogen weer die een commando dient te hebben. De wapenspreuk is "Nunc aut Nunquam" ("Nu of Nooit"). De hoofdtaak van het KCT is veelzijdig. Speciale operaties worden uitgevoerd door kleine eenheden die met speciale uitrusting worden ingezet in vijandelijk gebied, bijvoorbeeld om: doelwit te saboteren |
|---|
gegijzelde burgers en militairen te bevrijden | hinderlagen te leggen | informatie te verzamelen in vijandelijk gebied | overvallen te plegen | terrorisme te bestrijden | Speciale operaties worden onderverdeeld in: Speciale Verkenningen (Special Reconnaissance) |
|---|
Offensieve Acties (Direct Action) | Militaire Steunverlening (Military Assistance) | Afgeleide Taken (Collateral Activities) | Een commando moet bij de uitvoering van de taken volledig op zichzelf kunnen staan. Ook verzorgt het KCT opleidingen voor het 1ste Duits-Nederlandse legerkorps (1GNC) en verlenen bijzondere militaire steun aan bondgenoten of aan eenheden van de Nederlandse landmacht, luchtmacht of marine. 
Commando's aan het werk in Afghanistan   
Elke commando heeft zijn specialisatie zoals: Communicatie |
|---|
Demolition (explosieven) | Duiken | Medic (gewondenverzorger) | Para | Rotsklimmen | Sniper (sluipschutter) |
De commando-opleiding bestaat uit: Algemene Militaire Opleiding (AMO) |
|---|
Vooropleiding (VO) | Elementaire Commando Opleiding (ECO) | Voortgezette Commando Opleiding (VCO) |
Het aantal weken opleiding in de ECO is 8. 
| Het Korps Commandotroepen heeft een rol gespeeld tijdens de laatste uren in Srebrenica. Op 11 juli 1995 hebben commando-verkenners het initiatief en de moed opgebracht om onder vijandelijk vuur de luchtsteunaanvragen voor twee F-16’s waar te nemen van de organieke Forward Air Controllers. Collega’s van 13 Infanteriebataljon Luchtmobiel waren daartoe op dat moment om hen moverende redenen niet meer in staat. Luitenant-kolonel Otto van Wiggen, van 1998 tot 2002 commandant van het KCT, heeft de drie commando’s in kwestie in 2000 voorgedragen voor een dapperheidsonderscheiding (Bronzen Leeuw), omdat zij op dat moment méér deden dan van hen mocht worden verwacht. Zij waren immers niet ‘blauw’ maar ‘groen’ bezig. Van het drietal zou één commando op 23 januari 2002 door toenmalig Minister van Defensie Frank de Grave worden onderscheiden, maar hij weigerde uit loyaliteit tegenover zijn twee collega-commando’s. Drie bij dezelfde acties als de groene baretten aanwezige Britten – van de Special Air Service en de Royal Air Force – kregen het Military Cross (MC) uitgereikt. SAS-sergeant ‘Nick Cameron’ vertelde in The Sunday Times dat hij na een lange dag van zware gevechten, zij aan zij met Nederlandse commando’s en tegen de Bosnische Serviërs, de opmars van generaal Ratko Mladic urenlang wist te vertragen. Op deze manier hebben zij vluchtelingen in veiligheid kunnen brengen. Bronnen: De Opmaat (februari 1999), De Telegraaf (25 juni 2005) en The Sunday Times (21 juli 2002). |
| 
Download hier de advertorial over het Korps Commandotroepen (957 kB) 
Download hier 'De uitrusting van Lars' door Casper van Bruggen en Alfred Staarman (Armamentaria 2006-2007) (177 kB) 
Legermuseum, tentoonstelling 'Special Forces' over het Korps Commandotroepen en de SF Korps Mariniers 

Zie ook: AN/PRC-117F, Barrett M82-A1 snipergeweer, bloedgroepfout, Chinese parliament, Engelbrecht van Nassaukazerne, H.A.H.O. & H.A.L.O., killing house, long range reconnaissance patrol (LRRP), MBITR, medic, M49-observatietelescoop, Rigid Hull Inflatable Boat (RHIB), Special Forces, stormdolk, Vaarschool en wing. Terug naar Boven KORPS MARINIERS | Oudste onderdeel van de Nederlandse krijgsmacht. Het woord ‘marinier’ is afgeleid van het middeleeuwse “marinarius”, afkomstig van het Latijn “marinus” (“tot de zee behorend”). De voormalige scheeps- of zeesoldaten zijn in de loop der eeuwen verworden tot een keurkorps elitetroepen. Sinds 10 december 1665 mogen de Nederlandse zeesoldaten zich een korps noemen: de Staten van Holland namen een resolutie aan waarbij de oprichting van het "Regiment de Marine" werd vastgesteld. Raadspensionaris Johan de Witt en luitenant-admiraal Michiel Adriaanszoon de Ruyter waren hierachter de drijvende krachten. De eerste commandant was kolonel Willem Joseph Baron van Ghent. |
De mariniers namen deel aan grote zeeslagen in de strijd met Engeland en Frankrijk, zoals Solebay (1672), Kijkduin (1673) en Chatham (1667), maar werden ook toen al te land ingezet. Dat gebeurde onder meer in de strijd tegen de Franse Koning Lodewijk XIV met de mariniersregimenten van de kolonels François Palm en George van Weede, die de keurtroepen van het Staatse leger vormden. Bij Seneffe (België) kwam het op 11 augustus 1674 tot een veldslag met het Franse leger. Elk jaar op 10 december herdenkt het Korps Mariniers bij het Mariniersmonument op het Oostplein in Rotterdam de oprichtingsdatum. Op 16 september 1929 kreeg het Korps Mariniers haar vaandel, waarop de volgende wapenfeiten vermeld staan: Spanje, Algiers, Kijkduin, Doggersbank, West-Indië, Atjeh, Bali, Seneffe en Chatham. | |
Op 10 december 1946 verwierf het Korps Mariniers haar wapenspreuk Qua Patet Orbis van Koningin Wilhelmina. Dat was de lijfspreuk van opperbevelhebber Johan Maurits van Nassau, onder andere tijdens zijn campagnes naar Engeland. Pas op 2 december 1817 werd de naam Korps Mariniers officieel in Nederland ingevoerd. Oorspronkelijk was de marinier bedoeld voor het verrichten van dienst aan boord van schepen: het kostte simpelweg te veel tijd en moeite om steeds landsoldaten in te schepen die geen idee hadden van het werk aan boord en almaar zeeziek waren. Later kreeg de marinier een specialistische taakstelling bij amfibische operaties en andere krijgsverrichtingen op de grens van land en water en zeer zeker ook aan de wal. Modern amfibisch optreden betreft niet alleen het bevechten van een landingsplaats of het vanuit zee uitschakelen van één doel, maar ook beweeglijk optreden waarbij capaciteiten te land, ter zee en in de lucht in samenhang worden ingezet, bijvoorbeeld om een gebied binnen te dringen en tijdelijk te bezetten. Amfibische eenheden zijn weliswaar ‘licht’, maar moeten voldoende zelfbescherming (onder meer op het gebied van CBRN), vuurkracht en mobiliteit hebben. De hedendaagse marinier vervult een veelheid aan taken, in maritiem verband, combined, joint of zelfstandig. 
Het Korps Mariniers is dus een eenheid lichte infanterie. Zoals haar wapenspreuk Qua Patet Orbis aangeeft, is zij overal ter wereld inzetbaar, in berg-, jungle-, koudweer- en woestijngebieden. Uiteraard nemen de amfibische operaties vandaag de dag nog steeds een prominente plaats in. Daartoe worden de mariniers met gespecialiseerde schepen (Landing Platform Docks) naar het landingsgebied vervoerd en met landingsvaartuigen (LCU of LCVP) en/of helikopters aan wal gezet. De troepentransportschepen Hr.Ms. Rotterdam en Hr.Ms. Johan de Witt kunnen een geëmbarkeerd bataljon mariniers (600 à 800 mariniers) op locatie brengen en landingsacties tot brigade- of divisieniveau coördineren. Hiermee is de snel inzetbare expeditionaire capaciteit afdoende gewaarborgd. 
Op de Nederlandse Antillen, Aruba en het Caribische gebied dragen de mariniers – d.w.z. het 3de Mariniersbataljon – zorg voor de territoriale verdediging en verzorgen zij de opleiding van de toekomstige Antilliaanse en Arubaanse krijgsmacht. Daarnaast hebben zij sinds 1973 een taak in de beveiliging van de noordflank van het NAVO-verdragsterritoir (in het noorden van Noorwegen) met de United Kingdom/Netherlands Amphibious Force (UK/NL AF). Het Korps Mariniers is géén krijgsmachtdeel, maar een volwaardig onderdeel van de Koninklijke Marine. In de organisatie van het Commando Zeestrijdkrachten (Netherlands Maritime Force) zijn de vloot en de mariniers verregaand geïntegreerd. Voor operaties van het Korps Mariniers is de Koninklijke Marine in principe verantwoordelijk, tenzij de operatie van langere duur is en meer vergt dan de organieke externe logistieke capaciteiten van het krijgsmachtdeel. Het Korps Mariniers telt ± 3.500 militairen: voornamelijk mariniers, maar voor de gevechts(verzorgings)steun ook vlootpersoneel van de Koninklijke Marine. De operationele eenheden zijn ondergebracht in het Mariniers Trainings Commando (MTC) – voorheen GOEM (Groep Operationele Eenheden Mariniers) op de Van Braam Houckgeestkazerne in Doorn. Hiertoe behoren het 1ste en 2de Mariniersbataljon, een Gevechtssteunbataljon en een Logistiek bataljon. 
Naast de reguliere militairen is in het Korps Mariniers ook een aanhoudings- en ondersteuningseenheid geïntegreerd: de Unit Interventie Mariniers (UIM) – voorheen Bijzondere Bijstand Eenheid (BBE). Deze Special Forces zijn bedoeld voor het aanhouden van vuurwapengevaarlijke verdachten, ongeacht eventuele banden met terroristische activiteiten, en onder meer gespecialiseerd in grootschalige, offensieve of complexe acties. Bij inzet valt de UIM onder aansturing van de Dienst Speciale Interventies (DSI). Afgekort: KMC. Motto: ‘Ad auxilium appellatus’. In 1952 werd in Nederland de Wet op de Bescherming Bevolking (BB) afgekondigd. Het ging hierbij om het geheel van niet-militaire maatregelen tot bescherming van de bevolking tegen oorlogsgeweld. Het was de bedoeling dat de BB geheel met vrijwilligers zou worden bemenst. Omdat dit niet goed uitviel, werd bij Koninklijk Besluit nummer 41 (Staatscourant 1955, 233) van 14 november 1955 – d.w.z. na de watersnoodramp van 1953 – het KMC opgericht. Als oprichtingsdatum wordt 1 augustus 1955 aangehouden. | |
Tot 1963 was het KMC onder de naam Rijks Mobiele Colonnes (RMC) een zelfstandig (vierde) krijgsmachtdeel naast Koninklijke Landmacht, Luchtmacht en Marine, dat in oorlogsomstandigheden of bij grote rampen, via de nationale commandant van de BB, aan lokale autoriteiten steun kon verlenen. Het Ministerie van Binnenlandse Zaken zorgde voor de financiering van het KMC. In de praktijk richtte een burgemeester een verzoek tot militaire steunverlening door het KMC aan de Commissaris van de Koningin in de betrokken provincie. Hieronder vielen brandbestrijding, redding, gewondentransport, geneeskundige hulpverlening, nooddrinkwater(leiding)voorzieningen en waterzuivering. Wanneer de Commissaris van de Koningin niet kon voldoen aan het burgemeestersverzoek, wendde hij zich tot de Minister van Binnenlandse Zaken. 
Mouwembleem van het KMC. | Bij Koninklijk Besluit van 1 februari 1963 werd het KMC opgenomen in de Koninklijke Landmacht, maar militairen uit andere krijgsmachtdelen bleven in de gelederen. Het KMC ressorteerde onder de Bevelhebber der Landstrijdkrachten (BLS). Alle personeel van het KMC was lid van de militair geneeskundige dienst en werd opgeleid in brandweer-, redding- en eerstehulpwerkzaamheden. In geval van een calamiteit of ramp konden tienduizenden dienstplichtigen en mobilisabele reservisten in vijftien mobiele colonnes – van bataljonsgrootte (± 800 man) – ontplooien. Hiertoe hadden zij de beschikking over honderden auto- en motoraanhangerspuiten (DAF en Magirus-Deutz), andere gereedschap- en reddingvoertuigen, verplaatsbare waterzuiveringsinstallaties, waterzakken (à 40 liter) en opvouwbare watertanks (à 3.000 liter). |
De brandweer-, redding- en drinkwatervoorzieningeenheden van het Korps Mobiele Colonnes (KMC) konden op deze manier op provinciale en nationale schaal militaire steunverlening in geval van oorlog, oorlogsgevaar of andere buitengewone omstandigheden verzorgen. Deze hulpverlening in het openbaar belang moest niet worden verward met militaire bijstand (hulpverlening door de krijgsmacht ter handhaving van de openbare orde, ten behoeve van de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde en ingeval van een ramp of van ernstige vrees voor het ontstaan daarvan) of bijzondere militaire bijstand (hulpverlening door de krijgsmacht aan justitiële autoriteiten in geval van terroristische acties of bijzondere militaire bijstand). In november/december 1966 deed zich een uitzonderlijke, buitenlandse inzet voor met Operatie Aqua Vita: vier waterzuiveringpelotons, onder andere afkomstig van het KMC, namen deel aan het lenigen van noden als gevolg van storm en zware regenval in de nabijheid van de Italiaanse stad Florence. Bij Ministeriele Beschikking van 5 februari 1967 kreeg het KMC een nieuw baretembleem, bestaande uit een staf van Asklepios (esculaap) op een gekruist zwaard en bijl. Het embleem symboliseert de geneeskundige- (Asklepiosstaf), opruiming- en redding- (bijl) en brandweercolonnes (vlam), welke colonnes deel uitmaken van het KMC. Door de inwerkingtreding van de Brandweerwet en de Rampenwet in 1985 vervielen de brandweertaken van het KMC aan de civiele brandweerkorpsen, waarna de KMC-brandweercolonnes werden afgestoten. 
Baretembleem van het Korps Mobiele Colonnes. | Op 11 juni 1986 werd de wet Bescherming Bevolking ingetrokken, waarna het KMC uiteindelijk alleen nog werd gevormd door de colonnes redding-/geneeskundige dienst, de ziekenautocompagnieën en de eenheid voor de nooddrinkwatervoorziening. In 1989 verscheen het ‘Besluit Korps Mobiele Colonnes’ met nieuwe regels voor het KMC in verband met de reorganisatie van de rampenbestrijding. De Minister van Binnenlandse Zaken bevorderde de deelname van het KMC aan oefeningen van bij de rampenbestrijding betrokken diensten en het KMC nam, samen met de civiele brandweerkorpsen en het Rode Kruis, de taken van de Bescherming Bevolking over. |
Het takenpakket en de werkwijze van het KMC werd tot de opheffing op 1 maart 1993 geregeld in de gemeenschappelijke beschikkingen van de ministers van Binnenlandse Zaken, Defensie en Volksgezondheid. In september 1991 werd beslist dat het Korps Mobiele Colonnes met ingang van 1 januari 1993 zou worden opgeheven. Redenen hiervoor waren het feit dat de taakstelling van het KMC niet meer aansloot bij de manier waarop de rampenbestrijding vanaf 1985 werd vormgegeven én de verminderde oorlogsdreiging uit het Oosten na het einde van de Koude Oorlog (incasseren van het vredesdividend). Na het stopzetten van het KMC bleef de behoefte aan militaire bijstand noodzakelijk in situaties waarbij de capaciteit van de civiele hulpverlening ontoereikend en/of noodzakelijk zou zijn voor de aanvulling of aflossing van de civiele eenheden. Het KMC werd opgevolgd door het Commando Rampbestrijding (CORAD), maar dat werd in 1995 ook opgeheven. Daarna werden de hulpverleningsketens van het CORAB organisatorisch ondergebracht bij de drie toenmalige Regionale Militaire Commando’s (RMC’s). Per RMC bleven er twee rampbestrijdingscompagnieën over bij de Nationale Reserve (NATRES) en één mobilisabel rampbestrijdingsbataljon. In totaal ging het dus om vijf rampenbestrijdingsbataljons met in totaal 4.000 redders en hospikken.  | Ondanks de intussen op 1 januari 1994 in werking getreden bestuursafspraak - die inhield dat Defensie naast haar bestaande capaciteit, in geval van een ramp bijstand zou verlenen ter aanvulling van het civiele geneeskundige potentieel – is nauwelijks om militaire steunverlening verzocht. Zowel het KMC als het CORAD waren gehuisvest op de Kolonel Palmkazerne in Crailo (Bussum). |
Het grote nadeel van grootschalige geneeskundige hulpverlening onder rijksverantwoordelijkheid, zoals die was geregeld bij de BB en het KMC, was dat het geen parate organisaties waren. Juist bij hulpverlening is direct optreden van levensbelang. Bronnen: onder andere Armamentaria 43 (2008), ‘Het Korps Mobiele Colonnes’ door Ph. M. Mes en de tentoonstelling ‘Rampenbestrijders uit de tijd van de Koude Oorlog’ ter ere van het 50-jarig bestaan van de Officieren Korps Mobiele Colonnes in het Museumpark Harskamp. |
Terug naar Boven K.O.S.S.O.K. De afkorting K.O.S.S.O.K. betekent: “Klop op de schouder, schop onder de kont”. Heeft te maken met het gegeven dat een commandant, onder gelijke omstandigheden, evengoed moet belonen als straffen – of omgekeerd. Generaal Patrick Cammaert herinnert zich – in het artikel ‘Goedschiks of kwaadschiks’ (de Volkskrant, 24 september 2005) – de woorden van een docent aan het Koninklijk Instituut voor de Marine: “Aanmoediging en beloning, terechtwijzing en bestraffing, prijs op luide en corrigeer op milde toon.” Terug naar Boven KOUDELETSELS Verzamelnaam voor letsels die kunnen optreden als gevolg van koude, zowel bij normale koudweeromstandigheden als in koudweergebieden. Koudeletsels kunnen worden onderverdeeld in: Letsels zonder bevriezing | Letsels met bevriezing | Andere koudweerproblemen | Letsels zonder bevriezing: Onderkoeling (hypothermie) | Uitputting | Loopgraafvoet (trenchfoot) | Onderdompelingsvoet (immersionfoot) |
Letsels met bevriezing: Lokale bevriezing: frostbite en frostnip |
Andere koudweerproblemen: Constipatie | Hoogteziekte | Koolmonoxidevergiftiging | Sneeuwblindheid | Tentogen |
Het probleem bij koudeletsel is dat vele factoren eraan debet zijn dat het menselijk lichaam warmte verliest, met name onder winderige en/of natte weersomstandigheden. Deze facoren zijn weergegeven in onderstaande tekening: 
| geleiding | conductie | Metalen zijn goede geleiders. Bij zitten op een ijzeren stoel in een koude kamer, onttrekt de stoel via geleiding warmte aan het lichaam. | | stroming | convectie | Langs het lichaam stromende lucht neemt warmte op. In een constante luchtstroom verliest het lichaam snel warmte, omdat ook de stralingswarmte die het lichaam omringt wordt afgevoerd. | | verdamping | evaporisatie | Op de huid vindt omzetting in waterdamp plaats met water. Bij warm weer past het lichaam deze methode van koelen toe door transpiratie af te scheiden, die vervolgens verdampt. | | straling | radiatie | Het lichaam straalt voortdurend warmte uit naar koude voorwerpen. Tegelijkertijd ontvangt het lichaam straling van warme objecten in de omgeving. | | ademhaling | respiratie | Het lichaam ademt lucht in, neemt daaruit de zuurstof op en ademt het restant uit. | Bij koude zorgt alcohol voor: vaatverwijding (vasodilatatie), m.n. van de aders | toename van de bloeddoorstroming (perfusie) van de huid | toename van de warmte-afgifte van de huid | afname van de kerntemperatuur | meer kans op algemene onderkoeling (hypothermie) |
Bij koude zorgt roken voor: vaatvernauwing (vasoconstrictie), m.n. van de (krans)slagaders | afname van de bloeddoorstroming, m.n. in extremiteiten en uitstekende lichaamsdelen (vingers, tenen, neus en oren) | afname van de warmte-aanvoer | meer kans op lokale bevriezing | Ter voorkoming van koudeletsels geldt dat goed moet worden gegeten, warme dranken moeten worden gedronken en oververhitting door transpiratie moet worden voorkomen. Verder geldt: Houd elkaar in de gaten (buddysysteem) | Pas de kleding aan (meerlagensysteem) | Pas het werk- en rusttijdenschema | Zorg voor een goede lichamelijke conditie | Beperk alcohol en roken |
Specifiek met betrekking tot de handen geldt: - Houd de handen zo veel mogelijk bedekt (handschoenen)
| - Draag geen handschoenen of wanten die te nauw zijn
| - Warm koude handen door die onder de bovenkleding in de okselholte of tegen de buik te houden
| - Bevorder de doorbloeding door afwisselend de vuisten te ballen en de hand te ontspannen
| - Raak niet met onbeschermde handen metaal aan
|
Specifiek met betrekking tot de voeten geldt: - Wissel elke 8 uur de sokken
| - Draag geen gevechtslaarzen of sokken die knellen
| - Blijf in beweging (kniebuigingen, lopen, tenen bewegen)
| - Draag altijd inlegzolen in de schoenen
| - Trek, bij natte voeten, de gevechtslaarzen en sokken uit, droog de voeten (vooral tussen de tenen) en masseer de voeten gedurende 5 minuten; tot slot droge sokken en gevechtslaarzen aantrekken
|
Zie ook: C.O.L.D. F.E.E.T., L.O.R.D., meerlagensysteem, poeroet en reddingsdeken. Terug naar Boven Koude oorlog Na de Tweede Wereldoorlog ontstonden er grote spanningen tussen de landen die bij het communistische Oostblok hoorden en die in het kapitalistische westen. De spanningen leidden onder andere tot een (atoom)wapenrace tussen de twee grootmachten, de Verenigde Staten en de Sowjet-Unie. Oost en west bekeken elkaar met argusogen; over en weer werd gespioneerd. 
Koude Oorlog: reële dreiging en hoge paraatheid. In Berlijn werd zelfs een afscheidingsmuur gebouwd om te voorkomen dat inwoners van Oost-Duitsland (DDR) niet naar het westen konden overlopen. 
Zie ook: fault line conflict, Fulda Gap en propaganda. Terug naar Boven KoudWEERTRAINING Tijdens koudweertrainingen staan het overleven en uitvoeren van diverse skills en drills onder koudweeromstandigheden centraal. Het uitvoeren van operaties onder (extreme) koudweeromstandigheden is moeilijk en tijdrovend: het overleven van de eenheid is vaak een groter probleem dan het afrekenen met de vijand. Koude en wind chill factor vragen veel energie van het lichaam en kunnen uitputting, depressie en dorst veroorzaken. De koude heeft door bevriezing vaak een negatieve invloed op de werking van het materieel. 
Het voorkomen van de uitval van personeel als gevolg van niet-gevechtsverliezen (Diseases and Non-Battle Injuries) komt met name op het conto van het dragen en aanpassen van de juiste kleding (koudweerkledingpakket, thermische sokken en meerlagensysteem), hygiëne en preventieve gezondheidszorg (HPG) en (acclimatisatie tijdens) geografisch-klimatologische training. Dit laatste vindt voor de Nederlandse krijgsmacht met name plaats in Noorwegen, al dan niet boven de Poolcirkel, waarbij bijvoorbeeld wordt geoefend in navigeren, optreden en verplaatsen in sneeuwsituaties, overnachten te velde (iglo, sneeuwhol, tent), uitvoeren van schietoefeningen onder extreme kou, verplaatsten bij duisternis en voorkomen van en omgaan met koudeletsels. Specialisten op het gebied van optreden in koudweeromstandigheden zijn de Mountain Leaders (berg- en koudweerspecialisten) van het Korps Mariniers en de instructeurs Optreden Bergachtig Terrein (OBT) van het Korps Commandotroepen. Tips voor koudweertraining: - Adem niet in je slaapzak; het condensvocht kan bevriezen
| - Berg je schoenen op in de slaapzak ter voorkoming van bevriezing
| - Controleer je buddy op het oplopen van koudeletsels
| - Doe bij gebrek aan droge kleding bij nieuwe inspanning de natte kleding weer aan; zo heb je na afloop toch weer droge kleding
| - Doe je behoefte voor het slapen; anders moet je ’s nachts de kou weer in
| - Doe je muts op in de slaapzak om warmteverlies via onbedekt hoofd en hals (70%) te voorkomen
| - Consumeer warme dranken/soep voordat je gaat slapen; dat zorgt voor energie (warmte); neem evt. warme drank mee in een thermosfles
| - Ga warm je slaapzak in, anders word je niet meer warm
| | - Verwissel na inspanning natte kleding a.s.a.p. voor droge kleding ter voorkoming van koudeletsel of bevriezingsverschijnselen
| - Zorg dat je ventileert in plaats van transpireert
|
In het Duits: Krateren; Strassentrichtersprengung. In het Frans: cratères. In het Engels: cratering; road cratering obstacle. Evenals een brugvernieling, storend mijnenveld, valblok of verhakking: een in de regel situationele hindernis in het kader van één van de hoofdtaken van de genie: contramobiliteit (gereedmaken van het terrein ten nadele van het optreden van de vijand). | |
Dit is een (holle) lading die juist onder het maaiveld wordt geplaatst of in een met een grondboor gemaakt gat in een asfalt- of betonnen weg. Door het stellen van een kleine springlading (kraterlading, Trichtersprengladung, charge enterrée, cratering charge) zal een krater worden gevormd, waardoor de weg van binnenuit wordt vernield. Het aanbrengen van krateringen is uiterst effectief op (smalle) paden en wegen die dienen als vijandelijke naderingswegen. Daarbij geldt wel dat weerszijden van de krater hinderniswaarde hebben (steile helling, mijnenveld) én onder waarneming liggen. Krateringen op landingsbanen van vliegvelden kunnen gemakshalve worden gecreëerd door het afwerpen van bommen. Terug naar Boven KRIJGSGEVANGENE Volgens Van Dale Groot Woordenboek der Nederlandse Taal een militair die in de oorlog in handen van de vijand is gevallen. Artikel 4 van de '(Derde) Conventie van Genève met betrekking tot de behandeling van krijgsgevangenen', gedateerd 12 augustus 1949, is wat betreft de status van een krijsgevangene specifieker: ieder lid van de strijdkrachten van een partij in een gewapens conflict is een combattant en iedere combattant die wordt gevangengenomen door de tegenpartij is een krijgsgevangene. Onder een combattant wordt verstaan: iedereen die deel uitmaakt van de strijdkrachten van een partij in een gewapend conflict, en verder ongeorganiseerde strijdkrachten die: - hun wapens openlijk dragen
- een zekere bevelsstructuur hebben
- het oorlogsrecht respecteren
Onder bepaalde omstandigheden kunnen ook burgers krijgsgevangen worden gemaakt. Te denken valt hier aan burgers die de strijdkrachten volgen zonder daarvan deel uit te maken (geaccrediteerde oorlogsverslaggevers, leveranciers e.d.). Het begin van krijgsgevangenschap kan kenbaar gemaakt worden door bijvoorbeeld het laten zien van een witte vlag: militairen die zich op deze manier overgeven moeten worden gevangengenomen, omdat het humanitair oorlogsrecht het "weigeren van kwartier" (genade) verbiedt. De hoofdregel uit zowel het humanitair oorlogsrecht als het Derde Verdrag van Genève is dat krijgsgevangenen altijd humaan moeten worden behandeld. Opzettelijk doden, verwonden of op een andere manier hevig lijden veroorzaken, is verboden. Alle krijgsgevangenen moeten gelijkelijk worden behandeld, maar uitzonderingen zijn toegestaan op grond van: - leeftijd
- geslacht
- lichamelijke gesteldheid
- rang (officieren)
De Nederlandse militair moet zich houden aan de gedragsregels zoals die zijn omschreven in de ' Regeling gedragsregels voor de Nederlandse militair in krijgsgevangenschap'. Artikel 3 hierin geeft aan dat de krijgsgevangene bij ondervraging is gehouden de vijand en onderdanen van de gevangenhoudende mogendheid (ten behoeve van registratie over het krijgsgevangen maken) slechts mededeling te doen van naam, voornamen, geboortedatum, rang en registratienummer. Andere vragen mogen weliswaar worden gesteld, maar iedere vorm van druk, dwang of marteling om de krijgsgevangene te laten antwoorden is hierbij verboden. Artikel 5 hierin geeft aan dat, indien zich een geschikte gelegenheid voordoet, van de krijgsgevangene wordt verwacht dat deze zich aan de gevangenschap zal onttrekken om zich weer bij een eigen of bondgenootschappelijk krijgsmachtonderdeel te voegen. Ernstige inbreuken op zowel het humanitair oorlogsrecht als het Derde Verdrag van Genève zijn: - opzettelijk doden, martelen of onmenselijk behandelen
- doen van biologische experimenten op krijgsgevangenen
- opzettelijk veroorzaken van hevig lijden, ernstig lichamelijk letsel of ernstige schade aan de gezondheid
- krijgsgevangenen dwingen te dienen in de strijdkrachten van de tegenstander
- opzettelijk onthouden van een eerlijk proces in geval van berechting van een krijgsgevangene
Zie ook O.F.S.S.L.A. en paragraaf 4 (De behandeling van krijgsgevangenen), hoofdstuk 9 (Inlichtingen en militaire veiligheid) van het Handboek KL-militair (VS 2-1352). Zie ook: combattant, detainee, huurling en non-combattant. Terug naar Boven KRIJGSLIST In het Duits: Kriegslist. In het Engels: ruse of war. In het Frans: ruse de guerre. Elke handeling waardoor de vijand wordt misleid, die tevens zélf een militair voordeel oplevert. Een krijgslist tast de vijandelijke bereidheid tot vechten aan. Krijgslisten en misleiding zijn volgens het humanitair oorlogsrecht toegestaan, al is de scheidslijn tussenbeiden niet of nauwelijks te trekken. Voorbeelden van toegestane krijgslisten zijn: - Binnenvallen onder vermomming
| - Dragen van vijandelijke uniformen zolang niet daadwerkelijk wordt gevochten
| - Gebruikmaken van vijandelijke codes en wachtwoorden
| | | - Schijnaanvallen en overige –bewegingen
| | - Simulatie van inactiviteit
| - Verspreiden van geruchten
| - Verwijderen van eenheidsaanduidingen van uniformen
| - Verwijderen van oriëntatiepunten in het terrein
| - Verzenden van schijnberichten
|
Beroemde krijgslisten zijn die met het Paard van Troje en het Turfschip van Breda (4 maart 1590). Na deze laatste actie door Prins Maurits en de zijnen hebben de Spanjaarden tot tweemaal toe geprobeerd soortgelijke krijgslisten uit te halen: - in 1590 verborg een compagnie Spaansgezinden zich in een hooiwagen die het oord Lochem binnenreed
| - in 1595 verschansten Spaanse troepen zich in enkele wijnschepen met de bedoeling het strategische fort Schenkenschans bij Lobith – op de splitsing van Rijn en Waal – te heroveren
|
In beide gevallen werd de misleiding op tijd doorzien. Een ander schoolvoorbeeld van een krijgslist vond plaats op 10 mei 1940: een indrukwekkende armada van de Duitse Luftwaffe bombardeerde bij verrassing Vliegveld Bergen in Noord-Holland door noordelijk van Nederland boven de Noordzee te vliegen en daarna een zwaai van 180 graden te maken. Bij de listige aanval werden 11 van de 12 Fokker G-1 Mercury jachtkruisers in één klap uitgeschakeld. Zie ook: misleiding en Turfschip van Breda. Terug naar Boven KRIJGSRAAD In het Duits: Kriegsgericht; Militärgericht; Militärtribunal. In het Engels: court-martial; military tribunal. In het Frans: conseil de guerre; tribunal militaire; cour martiale. Een uit militaire rechters (officier-juristen) bestaande militaire rechtbank die wordt bijeengeroepen om recht te spreken over een aan de militaire jurisdictie onderworpen persoon – in de regel een militair in werkelijke dienst van de krijgsmacht – die in staat van beschuldiging is gesteld voor het plegen van een strafbaar feit. Rechters van een krijgsraad bestaan dus niet uit leden van de civiel-rechterlijke macht. Van 1814 tot 1991 kende Nederland de krijgsraad. De rechtspraak vond, en vindt nog steeds, plaats op grond van de Wet Militair Tuchtrecht en de Wet Militair Strafrecht. In oorlogs- en daarmee gelijkgestelde omstandigheden wordt ook recht gesproken op grond van het internationaal oorlogsrecht. Tot 1991 kon de militair in Nederland in hoger beroep terecht bij het Hoog Militair Gerechtshof (HMG) – het hoogste militaire rechtscollege in Den Haag. Op 1 januari 1991 trad de Wet militaire strafrechtspraak (WMSR) in werking; tot dan toe was het militair strafprocesrecht geregeld in de 'Rechtspleging bij de landmacht en luchtmacht' en de 'Rechtspleging bij de zeemacht'. Met de inwerkingtreding van de WMSR kwam een einde aan de afzonderlijke militair-rechterlijke organisatie en kende Nederland geen krijgsraad meer. Samen met het opheffen van het HMG werden alle militaire strafrechtfuncties afgestaan: militaire zaken worden sindsdien in eerste aanleg behandeld door de militaire kantonrechter in Arnhem of – in hoger beroep dan wel bij complexe strafzaken – door de enkel- of meervoudige militaire kamer van de arrondissementsrechtbank in Arnhem. Er wordt rechtgesproken door twee leden van de civiel-rechterlijke macht én een lid van het Ministerie van Defensie (jurist-officier). Sinds de veranderingen in 1991 valt soms de kritiek te beluisteren dat een deels civiele rechtbank – vanwege het gebrek aan specifiek militaire kennis en ervaring – minder gemakkelijk een even goed afgewogen besluit inzake operationeel optreden zou kunnen vormen dan sec een militaire rechtbank. Door de militaire deelname aan de Stabilisation Force in Iraq (SFIR) en de daaruit voortkomende rechtszaak tegen de sergeant-majoor van het Korps Mariniers Eric O. (2003) werd de verhouding tussen het Openbaar Ministerie (OM) en Defensie korte tijd op scherp gezet. Sindsdien is geprobeerd dat te veranderen en gaat het OM tijdens missies regelmatig op werkbezoek en is de samenwerking tussen de Koninklijke Marechaussee (KMar) en Defensie intensiever geworden. | Op 27 december 2003 lostte sergeant-majoor Eric O. van het Korps Mariniers twee waarschuwingsschoten op een groep Irakezen die mogelijk een container wilde plunderen, één in de lucht en één in de grond. Hij was ervan overtuigd dat het leven van zijn manschappen door de Irakezen in gevaar werd gebracht. Van één van beide schoten, afgevuurd van een afstand van 70 à 90 meter, werd gesuggereerd dat hierdoor een Iraakse man was getroffen en gedood. Omdat de marinier zich niet aan de geldende instructies ten aanzien van het gebruik van geweld zou hebben gehouden, werd hij door het OM vervolgd. Op 18 oktober 2004 werd hij door de militaire kamer van de rechtbank in Arnhem vrijgesproken; het gerechtshof in Arnhem bevestigde dat vonnis op 4 mei 2005 en sprak Eric O. vrij op basis van internationaal geldende geweldsvoorschriften. Sindsdien worden militairen bij een strafrechtelijk onderzoek naar een schietincident in eerste instantie als getuige in plaats van verdachte gezien. Eric O. werd in zijn rechtsgang bijgestaan door de advocaat Geert-Jan Knoops, die in 2006 het boek Het tweede schot: het ware verhaal over Eric O. publiceerde. Hetzelfde jaar werd Eric O. bevorderd tot adjudant. |
|
Tevens berust de verantwoordelijkheid voor het opsporings- en vervolgingsbeleid sindsdien bij het Openbaar Ministerie. Omdat de KMar voor haar opsporingstaak onder het gezag van de Minister van Justitie staat, heeft Defensie hier geen bemoeienis mee. Voorheen bepaalde Defensie zelf of een militair werd vervolgd, waardoor het risico bestond dat strafbare feiten in de doofpot werden gestopt. Een commandant die tegenwoordig een strafbaar feit constateert, is verplicht aangifte te doen bij de KMar of politie, die het procesverbaal rechtstreeks toestuurt aan de Officier van Justitie in Arnhem. Terug naar Boven KRITISCH PUNT In het Duits: taktisch wichtiger Geländeabschnitt; kritischer Punkt. In het Engels: critical point. In het Frans: point critique. Terreindeel dat de tegenstander bij verovering en de daaropvolgende beheersing beslist voordeel biedt. Terug naar Boven KROMBAANVUUR Ook genaamd: indirect vuur. Krombaangeschut is bedoeld voor het met een boog verschieten van projectielen. Indirect vuur wordt afgegeven op doelen die niet voor de schutter waarneembaar zijn óf door natuurlijke, kunstmatige of andersoortige hindernissen aan het zicht worden onttrokken. Zie ook: vlakbaanvuur. Terug naar Boven KROMHOUTKAZERNE Kazerne gelegen aan de Herculeslaan in Utrecht. Naamgever van de Kromhoutkazerne is officier van het wapen der genieJoachim Hendrik Kromhout (Latum, 1835 - Rheden, 1897). Op 17-jarige leeftijd ging hij naar de KMA; in 1856 werd hij benoemd tot tweede luitenant bij het Korps Ingenieurs, Mineurs en Sappeurs. Op 16 april 1873 volgde zijn bevordering tot majoor en was hij drie jaar lang commandant van het bataljon mineurs en sappeurs. 
De oude Kromhoutkazerne. In 1867 werd Kromhout geplaatst bij de Generale Staf in Den Haag en gedetacheerd bij het Ministerie van Oorlog. In 1872 volgde een afvaardiging naar Engeland, waar hij manoeuvres bijwoonde; hij bleek een modelofficier. Een jaar later promoveerde hij tot majoor en werd commandant van het Korps Mineurs en Sappeurs – later Genietroepen geheten. Uiteindelijk werd Kromhout op 4 mei 1886 bevorderd tot luitenant-generaal als Inspecteur van het Wapen der Genie; op 25 februari 1893 volgde de bevordering tot luitenant-generaal, in welke rang hij inspecteur bleef.
Kromhout publiceerde tijdens zijn militaire loopbaan diverse boeken, onder andere over de vestingwerken in de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Ook was hij voorzitter van een commissie van advies over de manier waarop de Stelling Amsterdam in oorlogstijd voldoende van drinkwater kon worden voorzien. Voor dezelfde stelling ontwierp hij een reduitstelling met traditionele gebastioneerde forten en, in 1869, schreef hij ´De Stelling van Amsterdam, eene militaire studie´. Ook schreef hij onder meer het ´Zakboekje voor den Nederlandschen pionier’ (1875), ´De genietroepen bij de Engelsche expeditie naar Coomassie’ (1880; over de Engelse expeditie naar Coomassie in het Ashanti Rijk in 1874) en ‘Vademecum voor officieren voor alle wapens’ (1883). Begin september 1913 werd de (oude) Kromhoutkazerne in Utrecht geopend en naar hem vernoemd. Halverwege de jaren ’40 vertrok de genie naar Vught. Vervolgens werd de kazerne gebruikt als Centrale Werkplaats van het Regiment Technische Troepen. 
De nieuwe Kromhoutkazerne. Op 20 maart 2009 sloegen de Staatssecretaris van Defensie, Jack de Vries, en de Commandant Landstrijdkrachten, generaal Rob Bertholee, de eerste paal voor de nieuwbouw van de Kromhoutkazerne; op 1 oktober 2009 werd het hoogste punt van de nieuwe kazerne bereikt. Op de nieuwe Kromhoutkazerne worden vanaf medio 2010 onder andere de volgende eenheden geplaatst: (onderdelen van de) Defensie Materieel Organisatie (DMO) | (onderdelen van het) Commando Diensten Centra (CDC) | Bureau Evenementen Koninklijke Landmacht (BEKL) | Gezondheidscentrum Utrecht (Gzhc Utrecht) | Militaire Muziek Koninklijke Landmacht (MMKL) | Personeelscommando (Persco) | School voor Leidinggeven en Opleidingskunde (SLO) | Staf Commando Landstrijdkrachten (CLAS) | Staf Opleidings- en Trainingscommando (OTCO) | Staf Opleidingscentrum Initiële Opleidingen (OCIO) | Trainingsgeneeskunde en Trainingsfysiologie (TGTF) |
Terug naar Boven KRUIPIE-SLUIPIE 
Toepassen van kruipie-sluipie | Militaire taalverhaspeling van de werkwoorden ‘kruipen’ en ‘sluipen’, dat een beetje doet denken aan het spelletje ‘kruip -door- sluip-door’. Bij kruipie-sluipie geldt dat een militair zich, door het toepassen van de gangen bij dag / nacht, zo voorzichtig mogelijk te velde (door het terrein) voortbeweegt opdat hij niet wordt waargenomen door de vijand... of erger! Om ongezien op een positie te kunnen komen waar de militair – bijvoorbeeld een scherpschutter – zelf wél kan waarnemen, dient de militair daarnaast onder andere correct gecamoufleerd te zijn en zich te houden aan de regels van de geluid-, licht- en sporendiscipline. |
Zie ook: BASTOS-G en B.V.W.A.K.S. Terug naar Boven KRUISPEILING Plaatsbepaling van de eigen positie op de kaart door uit te gaan van twee herkenningspunten in het terrein. Door twee of meer waarnemingsrichtingen uit te zetten op de kaart kan het snijpunt van beide lijnen worden gevonden: de locatie waarop de waarnemer zich bevindt. Nauwkeurigheid bij het schieten van de kompasstanden, het omzetten van de kompas- naar kaarthoeken en het intekenen op de kaart is hierbij zeer belangrijk. De procedure voor het maken van een kruispeiling: | |
| | | - In de verte ziet u twee markante herkenningspunten in het terrein (A en B), die ook op de kaart zijn terug te vinden (hoogspanningsmast, kerktoren, zendmast).
| - U schiet kompasstanden (richtingshoeken) op de waargenomen herkenningspunten A en B
| - De kompasstanden worden op de kaart omgezet in kaarthoeken (KOKA: kompashoek - (aantal jaren x jaarlijkse declinatie) = kaarthoek)
| - Beide kaarthoeken worden op de kaart ingetekend.
| - Het kaartcoördinaat waarop u zich bevindt is het snijpunt van beide kaarthoeken: punt X
|
Terug naar Boven KRUISTENT Tent die onder andere wordt gebruikt bij de opbouw van geneeskundige inrichtingen. De kruistent (NSN: 8340-17-049-7195) meet 5,80 x 7,85 meter en heeft een grondoppervlakte van 45,5 m². 
Benodigdheden voor de kruistent zijn: - 1 x tentdoek met foedraal
- 1 x zak met toebehoren
- 2 x kist met grondplaten, koppelstukken en spanriemen
- 3 x grondzeil 3 x 6 meter
- 5 x nokligger met klauwen
- 18 x ligger (3 pakketten à 6 stuks)
- 30 x staander (6 pakketten à 5 stuks)
De specificaties van de kruistent zijn: | lengte | 785 cm | | breedte | 580 cm | | oppervlakte | 45,5 m² | | gewicht tentdoek in foedraal | 116 kg | | opzetten kruistent | door 5 personen in 15 minuten |
De kruistent kan worden gekoppeld aan de boogtent , die op zijn beurt kan worden gekoppeld aan de vestibule . Met dank aan de website van de Stichting Bravo Compagnie (13 november 2002). Terug naar Boven KRUIS van verdienste | Besluit tot instelling van het Kruis van Verdienste, Koninklijk Besluit nummer 1 d.d. 20 februari 1941, onder de Nederlandse Regering in ballingschap in Londen, Hare Majesteit Koningin Wilhelmina. Het kruis kan ook postuum worden uitgereikt. Het Kruis van Verdienste was/is bestemd voor Nederlanders en buitenlanders, “die zich in verband met vijandelijke actie door moedig en beleidvol optreden hebben onderscheiden en daarmede het belang van het Koninkrijk hebben gediend” (artikel 2). Hiervoor hoeven zij geen direct gevechtscontact met de vijand te hebben gehad. Elke voordracht tot decoratie met het Kruis van Verdienste wordt ingediend bij en beoordeeld door de Commissie Dapperheidonderscheidingen van het Ministerie van Defensie, waarin elk krijgsmachtdeel is vertegenwoordigd. |
Daarna doet de Minister van Defensie een voorstel aan het staatshoofd. De Koningin bekrachtigt de toekenning van de onderscheiding met een Koninklijk Besluit. Het Kruis van Verdienste is een verguld bronzen kruis met vier armen, in totaal 35 mm in de breedte, dat is bevestigd aan 37 mm breed Nassaublauw, zijden lint met in het midden een verticale oranje streep van zes mm. In het midden van het kruis is een gekroonde ‘W’ geplaatst en over de armen van het kruis ligt een lauwerkrans. De achterkant van het kruis heeft in reliëf de Nederlandse Leeuw en het opschrift ‘Voor verdienste’. Sinds 1941 is het Kruis van Verdienste toegekend aan 2.083 personen, vooral aan Engelandvaarders en leden van de Binnenlandse Strijdkrachten in de Tweede Wereldoorlog. De meest recente toekenningen zijn: Op 29 juni 2005, tijdens de eerste Nederlandse Veteranendag, reikte Zijne Koninklijke Hoogheid Prins Willem-Alexander als gevolg van hun optreden in mei 2004 in Irak het Kruis van Verdienste uit aan: | soldaat der eerste klasse Ralf Jongbloed | soldaat der eerste klasse Jeffrey Kloek | Op 16 februari 2007 onderscheidde Minister van Defensie Henk Kamp op het landgoed Bronbeek in Arnhem vijf militairen met het Kruis van Verdienste als gevolg van hun optreden in Uruzgan: | sergeant der eerste klasse Martijn Brian | sergeant Abram Beekman | korporaal Sebastiaan Schoonhoven | korporaal Jens van der Sman | soldaat der eerste klasse Erik van der Meijde | Op 16 oktober 2008 onderscheidde Minister van Defensie Eimert van Middelkoop op het landgoed Bronbeek in Arnhem zes militairen met het Kruis van Verdienste als gevolg van hun optreden in Uruzgan: | korporaal der eerste klasse Bernard Smits | korporaal der eerste klasse Mike van de Vondervoort | korporaal Derk-Jan Veneberg | korporaal Joeri Vijgen | soldaat der eerste klasse Wesley Schol (postuum) | soldaat der eerste klasse Alex van de Wege | Op 7 oktober 2009 onderscheidde Minister van Defensie Eimert van Middelkoop op de KMA in Breda zeven militairen met het Kruis van Verdienste als gevolg van hun optreden in Uruzgan: | sergeant-majoor Jacob van Velsen | opperwachtmeester Marc Hammink | wachtmeester Dayrohn Wiesken | sergeant Rene Neef | sergeant Maurice Vissers | korporaal der eerste klasse Martijn Nieuwenhuis | korporaal Mark Groen |
Terug naar Boven K.S.E.S. Afkorting staat voor: Kommando Schnelle Einsatzkräfte Sanitätsdienst. De KSES - zoals de naam al aangeeft een Duitse geneeskundige paraplu-eenheid - is gelegerd op de Von-Lettow-Vorbeckkaserne, Papenburger Strasse 82, 26789 Leer (Ostfriesland). Taakstelling KSES: - verzorgen van reddings- en evacuatieoperaties
- ondersteunen van zowel de Division Spezielle Operationen (DSO) als de Division Luftbewegliche Operationen (DLO)
- verzorgen van Initial Entry Capability voor de NATO Response Force (NRF)
- spoedinzet in het kader van humanitaire nood- en rampenhulpverlening
- leiden van de gezondheidszorginzet van het KSES
- transporteren van gewonden in het inzetgebied
- leiden van inzetopties in het kader van humanitaire nood- en rampenhulpverlening
- beschikbaar stellen van een mobiele commandopost voor de Zentraler Sanitätsdienst der Bundeswehr (ZSanDstBw)

Terug naar Boven KTM 400 LS-E Sinds 2004 gebruikt de Koninklijke Landmacht in plaats van de zwaar verouderde Moto Guzzi V50 de Oostenrijkse KTM 400 Low Seat (LS)-E / Militärisch. De ruim 1.200 in gebruik zijnde Moto Guzzi V50’s werden met name gebruikt voor het begeleiden van colonnes én voor assistentie bij verkeerscontroles. Met de vervanging was een investering gemoeid van ± € 800.000. In totaal 93 van de 115 motoren zijn in gebruik genomen door 11 Air Manoeuvre Brigade. De nieuwe 400 cc-motor wordt ingezet ten behoeve van tactisch optreden: verkenningen, ordonnansdiensten, bezoek aan verderop neergestreken eenheden en helikopter handling instructors (verantwoordelijk voor de controle op en rondom de helikopter pick up-sites). De nieuwe motorfiets kan zowel op de weg als op onverhard terrein uit de voeten. De militaire uitvoering van de enduro- en offroad- motoren onderscheidt zich van de civiele exemplaren door een grotere brandstoftank, gedimde oorlogsverlichting en koffers aan de zijkanten. | 
Enduro- en offroadmotor KTM 400 LS-E / Militärisch | Verder heeft de motor hoge spatborden en geprofileerde banden. Specificaties: aandrijving | watergekoelde 1-cilinder 4-takt Otto-Motor | actieradius | > 300 km | bodemvrijheid | 29 cm | brandstof | loodvrije benzine | cilinderinhoud | 398 cc | gewicht maximaal beladen | 380 kg | inhoud brandstoftank | 18 liter | leeggewicht | 173 kg (zonder koffer) | motorvermogen | 25 kW | ontsteking | elektrisch en kickstarter | topsnelheid | 130 km per uur | veeruitslag | voor 22 cm; achter 24 cm | zithoogte | 89 cm |
Terug naar Boven K.V.O. Betekenis: kennisgeving van ontvangst. In het Duits: Inhaltsbestätigung. In het Engels: acknowledgement (of receipt). In het Frans: confirmation de contenu. Controlewijze van een ontvangen bevel of radiotelefoniebericht. 1. | Onderaan een bevel een aanduiding dat het bevel door de ontvanger van het bevel is ontvangen en begrepen. De afkorting “KVO” volstaat, maar kan worden gecompleteerd met het verbindingsmiddel én het uiterlijk tijdstip waarop de kennisgeving van ontvangst van het bevel dient te worden doorgegeven. | 2. | In de radiotelefonieprocedure een bericht aan de zender van een bericht, waarmee de ontvanger te kennen geeft dat hij het bericht heeft ontvangen en de inhoud heeft begrepen. |
Terug naar Boven K.V.P.O.R. Na de analyse van de opdracht geeft de commandant het waarschuwingsbevel (wabvl) uit. Het wabev geeft een komende verandering van richting en/of beweging aan: K | Komende actie | - Wie, wat, waar, wanneer, hoe en met welke middelen
- Informatie over vijand/andere partijen/facties/milities
| V | Voorbereidingen & Verplaatsingen | - Tenue; controle wapen / NBC
- Uit te voeren deeltaken
- Trainen voor komende actie (trappen van voorbereiding)
- Gevechtsgereed maken (FUCO 1)
- Wijze van verplaatsen; over welke afstand verplaatsen; not earlier than; not later than
| P | Plaats en tijd bevelsuitgifte | Door zorg van (O)PC | O | Onderbevelstellingen | Ondersteunende eenheden | R | Reactietijd | Graad van gereedheid + Verplaatsingstijd + Ontplooiingstijd |
Zie ook: graad van gereedheid, graad van gevechtsvaardigheid en reactietijd. Terug naar Boven KWARTIERMAKERSDETACHEMENT Detachement dat in de voorbereiding van de daadwerkelijke missie in het operatiegebied – nadat inlichtingeneenheden een Fact Finding Mission hebben ondernomen en verkenningseenheden de mate van (militaire) dreiging hebben onderkend – op enige locatie een tijdelijke verblijfplaats kiest. De tijdelijke verblijfplaats kan bijvoorbeeld een afwachtingsgebied (Staging Area), bivak, compound, kampement of verzamelgebied (Assembly Area) zijn. Het is de eerste ontplooiing van eigen troepen na de inlichtingen- en verkenningseenheden, welke zorg draagt voor het (provisorisch) inrichten van één of meer locaties en ontwikkelen van logistieke lijnen. Het is de eerste ontplooiing van eigen troepen na de inlichtingen- en verkenningseenheden, welke zorg draagt voor het (provisorisch) inrichten van één of meer locaties en ontwikkelen van logistieke lijnen.Terug naar Boven KWATTA, ALLER OGEN ZIJN GERICHT OP... De uitdrukking ”Aller ogen zijn gericht op Kwatta”, die pas in 1999 is opgenomen in Van Dale, heeft in veel opzichten een link met de krijgsmacht. Tegenwoordig staat de uitdrukking voor iemand die of iets wat specifiek in het middelpunt van de belangstelling staat. 
Van oorsprong is de kwatta een slingeraapje (Ateles paniscus) dat onder meer in Suriname voorkomt; vervolgens ook een cacaoplantage in Suriname, gelegen tussen de rivieren Coppename en Suriname. De plantage was eind 19de eeuw gesticht door Joost G. van Emden. In 1893 werd in Breda, ook door Van Emden, de Cacao- en Chocoladefabriek Kwatta NV opgericht. Acht jaar later kwam in Nederland de eerste verpakte chocoladereep op de markt: de Kwatta-reep. | Al vóór de Eerste Wereldoorlog – toen de schepen nog van hout en de mannen van staal waren – waren de verpakte repen chocolade zeer populair bij de militairen. Sterker nog: de uitdrukking ”Aller ogen zijn gericht op Kwatta” zou op de kazernes zijn ontstaan. Al snel werd, zeker ook door de consumptie van Kwatta-repen in de kazernekantines in Breda zelf, onder andere op de Koninklijke Militaire Academie, de naam ‘Manoeuvre Chocolaad’ aan de repen gegeven. De Kwatta-reep werd dan ook enkel gemaakt van suiker, cacao en cacaoboter. Sinds 1911 lag die "manoeuvrereep" in de winkel, met een daaraan gekoppeld een spaarsysteem. Uit die tijd dateert ook de reclameslogan ”Aller ogen zijn gericht op Kwatta”. De afbeeldingen op de wikkel van de chocoladereep kregen ook een krijgshaftiger karakter: zowel een soldaatje op wacht (Rik Ransel) als een matroos aan een stuurwiel sierde de wikkel. Het Kwatta-soldaatje oogde in eerste instantie als een doorsnee Nederlandse militair en, mede hierdoor, werd Kwatta zo populair dat het van merknaam verwerd tot soortnaam. |
Met de Kwatta-soldaatjes kon de spaarlustige consument deelnemen aan een spaarzegelsysteem, in navolging van Verkade. Zo waren 10 soldaatjes afdoende voor een nieuwe chocoladereep en 100 soldaatjes voor een huishoudschaar. Met dank aan historicus Henk Muntjewerff (Breda). Terug naar Boven Laatste update:07.06.2010 |