LAWRENCE OF ARABIA (T.E. LAWRENCE)
Terug naar de homepage
 


Uit de inleiding van 'Seven Pillars of Wisdom: A Triumph'.

 

HET LEVEN VAN T.E. LAWRENCE

Op de geboortedag van Napoleon, 16 augustus, werd in 1888 in Tremadog, in de county Caernarfonshire in het noordwesten van Wales, Thomas Edward Lawrence geboren. Afgekort T.E. Lawrence of T.E.L., roepnaam ‘Ned’.

T.E. Lawrence was één van de vijf onwettige kinderen – en de op één na oudste – uit de relatie van landeigenaar Sir Thomas Chapman, 7th Baronet, en zijn voormalige gouvernante Sarah Lawrence: Montagu Robert (1885), Thomas Edward zelf in 1888, William George (1889), Frank Helier (1893) en Arnold Walter (1900).

Twee van Lawrence’s broers zouden in 1915, aan het Western Front in de Eerste Wereldoorlog, sneuvelen: Frank en William.

Zelf zou hij wereldberoemd worden als militair, geleerde, avonturier, schrijver en archeoloog. Behalve dat hij gefascineerd was door geschiedenis en klassieke talen – later zou hij zelfs Homerus’ Odyssee vertalen – wordt hij door velen beschouwd als de grondlegger van de moderne guerrillaoorlogvoering.

Al die kwaliteiten kwamen voor het voetlicht doordat hij ook op het propagandistische en retorische vlak in Egypte, Mesopotamië (Irak) en Palestina zijn mannetje stond.

Thomas Edward Lawrence.

Terug naar Boven

 

Boven alles was T.E. Lawrence mysterieus, intrigerend en charismatisch.

Vier jaar jong las hij al kranten en boeken en op z’n zesde begon hij aan een studie Latijn.

In 1905, 17 jaar oud, loopt hij van huis weg en gaat in dienst bij de Royal Garrison Artillery in Saint Mawes Castle, Cornwall... totdat zijn vader hem opspoort, zijn dienstverband onmiddellijk laat beëindigen en meeneemt naar huis.

Het avontuur blijft trekken en in de zomervakanties van 1907 en ’08 fietst hij door Frankrijk, op zoek naar foto’s en tekeningen van middeleeuwse kastelen voor zijn verzameling.

Later studeerde hij aan de University of Oxford. In de zomer van 1909 bezocht hij Syrië en Palestina, een jaar later nam hij deel aan archeologische opgravingen in Syrië. Tussen Palestina en Syrië liep hij zo’n 1.500 km om de kastelen uit de tijd van de Kruistochten te bezichtigen.

In 1911 verliet hij Jesus College in Oxford om tot 1914 in het Midden-Oosten te blijven.

Hij leerde vloeiend Arabisch spreken en ontwikkelde een grote sympathie voor de Arabieren – die al eeuwenlang onder Ottomaanse (Turkse) overheersing leefden. Bovenal leerde hij hun cultuur, landschap en taal begrijpen.

Van 1912 tot ’14 werkte hij onder leiding van de beroemde archeoloog Leonard Woolley bij de Hittieten-opgravingen voor het British Museum in Carchemish in het noorden van Syrië (en Irak).

Daar werd hij gerekruteerd door de British Army en van hieruit voerde undercover zijn eerste verkenning uit: een fact-finding mission naar de Hedjaz (een onafhankelijk koninkrijk in het westen van het huidige Saoedie-Arabië, grenzend aan de Rode Zee), waar Sherif Hussein rebelleerde tegen het Turks-imperialistische bestuur.

Lawrence had nauwelijks militaire ervaring toen hij tijdens de Eerste Wereldoorlog, in 1916, als verbindingsofficier naar de Hedjaz werd gezonden.

Als inlichtingenofficier van de British Intelligence Service werd hij gestationneerd op het Arab Bureau van het hoofdkwartier van de Egypt Expeditionary Force in de Egyptische hoofdstad Cairo.

Zijn taak was het zoeken van een leider onder de Arabische opstandelingen en met hen een alliantie met de Britten aangaan. Zijn superieur was kolonel Gilbert Clayton. Lawrence en Clayton waren de kern van een kliek van de intelligence.

Zelf maakte hij handig gebruik van zijn kennis van de Arabische taal om gevangen Turken te ondervragen, waardoor hij snel achter de locaties en troepensterkten van het Turkse leger kwam. Als vanzelf werd hij een expert in Arabisch-nationalistische bewegingen.

T.E. Lawrence was een vurig bewonderaar van Karl Baedeker's ‘Palestine and Syria: handbook for travellers’ (eerste druk 1876, zijn Engelstalige editie uit 1906). Hij gebruikte het kloeke boekwerk onder andere op zijn reizen in 1909 en '11. Het bevatte onder meer de belangrijkste routes in MesopotamiŽ (nu voor een groot deel Irak).

Tijdens de Eerste Wereldoorlog produceerde het Britse War Office een ongeautoriseerde herdruk, ''based upon the well-known enemy publication Baedeker's 'Palestine and Syria’” en gaf die aan officieren in het Midden-Oosten.

Nadat de onverschrokken avonturier met zijn Arabische bondgenoten van 1916 tot ‘18 tegen de Turken de Arabische revolte had geleid, stuurde het War Office aan het einde van WO I twee exemplaren naar de firma Baedeker in Leipzig, met het advies de rest te vernietigen!

In juni 1916 begon de Arabische Opstand tegen de Ottomanen, die bondgenoten van de Duitsers waren. De Arabische Opstand was een guerilla onder leiding van de emirs Abdullah en Faisal, zonen van Sharif Hussein. De eerste ontmoeting van kapitein T.E. Lawrence met de invloedrijke emir Faisal vond plaats op 23 oktober 1916 in Hamra in de Wadi Safra (in het huidige Jordanië); Lawrence was alleen gereisd om hem te ontmoeten.

Terug naar Boven

 

Ondanks enkele initiële successen, waaronder de verovering van de Rode Zee-haven Wejh (Al Wajh) in januari 1917, verliep de Arabische Opstand verre van volgens plan.

Vanuit Yanbu was Emir Faisal opgetrokken naar Wejh. De 300 km lange opmars zou de militaire kaarten in de Hejaz – het westen van het huidige Saoedi-Arabië – definitief veranderen.

Met de strategische spoorlijn van Damascus naar Medina door de Hejaz in handen, waren de aanvoerlijnen van de Ottomanen naar Medina immers afgesneden.

Faisal's leger op op 3 januari 1917: de eerste dag van de opmars van Yenbo naar Wejh.

Lawrence, die een eigen kijk op een onafhankelijke, naoorloogse Arabische staat had, wist dat het van groot belang was om de juiste man te vinden om de Arabische troepen te leiden. Dankzij Lawrence koos Faisal, de derde zoon van Hussein, de kant van het Britse leger. En later zou Faisal, met hulp van de Britten, Medina veroveren op Fakhri Pasha – de gouverneur van de Turken.

Faisals vader Hussein was niet alleen een gerespecteerd vorst, hij gold als directe afstammeling van de profeet Mohammed en was de opzichter van de heilige plaatsen Medina en Mekka. Hussein was al in 1915 een alliantie met de Britten aangegaan om de Turken uit de Hedjaz te verdrijven, naar het noorden op te rukken en zo Egypte en Palestina van het Ottomaanse juk te bevrijden.

De eerste fase van de Arabische Opstand werd uitgevochten door de vier zonen van Hussein: Ali, Abdullah, Faisal en Zeid. Het overkoepelende leiderschap was in handen van Hussein. Hoewel de eerste fase goed verliep – Mekka en Jeddah werden veroverd – slaagden de Arabieren er niet in Medina te veroveren. De alliantie met de Britten kwam dan ook op het juiste moment(um) en Faisal was de uitverkoren leider om de klus te klaren.

De Britten zouden, zo was het plan, Hussein belonen door van het gehele bevrijde gebied één groot verenigd Arabisch koninkrijk te maken, met Hussein op de troon en Damascus als hoofdstad. Lawrence’s persoonlijke doel was de Arabische opstandelingen aan een militair succes te helpen. Dat zelfbestuur na de oorlog zat wel goed...
Maar de beloften zouden nooit worden ingelost.

Intussen stimuleerden de Britten de revolte, terwijl Lawrence de opstandelingen mobiliseerde: Lawrence werd de persoonlijke liaisonofficier tussen generaal Edward Allenby en de Arabieren die ten oosten van zijn troepen waren gelegerd en adviseerde Faisal. Op zeker moment gaf Lawrence maandelijks 200.000 Britse ponden uit om de inwoners van Palestina aan te moedigen de wapens tegen de Turken op te nemen...

Lawrence bleek een uitstekend tacticus en zou uitgroeien tot een invloedrijk theoreticus van de guerrillaoorlogvoering. Zijn theorieën werken tot op de dag van vandaag door in de counter-insurgency (COIN) en ‘coalition warfare’.

Lawrence’s kleine maar zeer effectieve irreguliere Arabische strijders vielen Turkse verbindingscentra en bevoorradingsroutes aan, maar vermeden als het maar enigszins mogelijk was de directe confrontatie. Hierbij werden duizenden Turken gedood, wat voorkwam dat ze de wapens opnamen tegen de reguliere troepen van de British Army onder leiding van generaal Allenby.

In juni 1917 behaalden de Arabische opstandelingen hun eerste grote succes met de verovering van het Turks fort in de strategische haven Aqaba, in het noorden van de Rode Zee. De Slag om Aqaba werd geleid door Lawrence en de Arabische strijders van Hussein bin Ali zelf én Auda abu Tayi. Op 6 juli is de stad eindelijk in handen. Vervolgens werd het gebied ten zuiden van Aqaba, met uitzondering  van Medina, onder Arabisch-Britse controle gebracht. Ook de doorgang Wadi Itm werd veroverd, want zonder deze ‘wadi’ was de verovering van Aqaba waardeloos.

De heimelijke schaduwstrijd van T.E. Lawrence en zijn Arabische strijders - "It was an Arab war waged and led by Arabs for an Arab aim in Arabia" - werd door Londen goed geheimgehouden, zodat hij – met of zonder bevelen – zijn gang kon gaan. Als goede vriend van Faisal kreeg Lawrence veel respect van de Arabische bevolking voor zijn bereidheid zich aan te passen aan hun gewoonten. Voor zijn inspanningen tijdens de Arabische Opstand, werd Lawrence verheven tot Commander in the Order of the Bath en onderscheiden met de Distinguished Service Order en de Franse Légion d’Honneur. Hij weigerde de Order of Knight Commander.

Terug naar Boven

 

 

Wadi Rum.

 

Wadi Rum, de grootste wadi in Jordanië, is een legendarisch rivierbedding. De naam ‘Rum’ (volgens spelkunstenaars is het ‘Ramm’, wat ook het dichtst bij de Arabische uitspraak komt) is afkomstig uit het Aramees – ooit dé taal van het Midden-Oosten – en betekent “hoog” of “verheven”.

In het zuiden grenst Wadi Rum aan de Saoedische grens, in het oosten aan de Wadi Araba en in het noorden aan Râs al-Naqab. Wadi Rum, 50 km noordoostelijk van de Jordaanse havenstad Aqaba, bestaat uit vele granieten en zandstenen monolieten en rotsformaties én zandduinen.

T.E. Lawrence vond Wadi Rum “vast, echoing and god-like” (“enorm, weergalmend en goddelijk”).

Het verblijf bij de Howeitat-bedoeïenen én de logistiek van de woestij maakten het noodzakelijk dat Lawrence in de verlatenheid van Wadi Rum zijn troepen voorbereidde op de verovering van het strategisch belangrijke Aqaba – indertijd de enige haven aan de Golf van Aqaba en uit oogpunt van de Britten een potentiële bedreiging van het Suezkanaal – op de Osmanen (Turken).

Op 6 juli 1917 slaagde hij erin om met Faisal, de zoon van Hoessein Ibn Ali (de Sjarif van Mekka), en diens guerrilla-eenheden Aqaba na een verrassingsaanval over land te bezetten. Dat was het begin van de Arab Revolt van 1917-’18, de opstand tegen het Ottomaanse Rijk tijdens de Eerste Wereldoorlog.

Terug naar Boven

 

Na de val van Damascus in oktober 1918 - onder andere bewerkstelligd door de deelname van de Arabische strijders - vertrok Lawrence naar Londen. Daar zorgde hij ervoor dat, medio december 1918, dat Emir Faisal en dr. Chaim Weizmann, de leider van de Zionisten, in het Carlton Hotel een overeenkomst sloten. Hierbij trad Lawrence als tolk op.

Op 3 januari 1919 ontmoetten Faisal en Weizmann elkaar nog een keertje in Londen, ditmaal ter ondertekening van de ‘Agreement between the King of the Hedjaz and the Zionists’ – beter bekend als de Faisal-Weizmann Agreement. De Arabisch-joodse overeenkomst – over de ontwikkeling  van een joods thuisland in Palestina en een Arabische natie in een groot deel van het Midden-Oosten – zou van korte duur blijken...

Van januari tot mei dat jaar was Lawrence als lid van Faisal’s delegatie aanwezig op de Vredesconferentie in Parijs om voor Arabische onafhankelijkheid te lobbyen. Echter, nog voordat de conferentie in Versailles goed en wel was aangevangen, hadden de Britten en Fransen over de Arabische bezette gebieden van Turkije een beslissing genomen.

Handjeklap tussen de Britse premier David L. George en zijn Franse ambtgenoot Georges Clemenceau zorgde ervoor dat de voorheen door de Arabieren bezette gebieden van de Turken (Palestina en Irak) voortaan met een mandaat van de Volkenbond mochten worden bestuurd door Groot-BrittanniŽ, terwijl Frankrijk zichzelf SyriŽ had toegeŽigend. De Arabieren hadden het nakijken, ondanks alle lobbyisme van T.E. Lawrence.

Van links naar rechts: verslaggever Lowell J. Thomas, zijn boek 'With Lawrence in Arabia' (1924) en cameraman Harry A. Chase.

Lowell J. Thomas, die begon als verslaggever voor de Chicago Evening Journal, maakte Lawrence of Arabia wereldberoemd. In 1924 publiceerde hij 'With Lawrence in Arabia'. Het boek bevat onder meer foto's van zijn cameraman Harry A. Chase.

Uiteindelijk vond Lawrence dat Thomas zijn imago – van de ongekroonde koning van het Heilige Land tot romantisch mysticus – uitbuitte. Wat Thomas geen windeieren legde......

In David Lean’s film werd hij filmkarakter Jackson Bentley, gespeeld door Arthur Kennedy. Bentley kwam uit New York om van de avonturen van de woestijnkrijger verslag te doen.

Lawrence was gedesillusioneerd door zijn falen om Arabisch zelfbestuur te realiseren, maar was vanaf dat moment een beroemdheid en nationale held. Daarin werd hij geholpen door de publiciteit van de Amerikaanse journalist Lowell J. Thomas en diens camaraman Harry A. Chase.

Als geaccrediteerd oorlogscorrespondent had Thomas, na Allenby’s verovering van Jeruzalem, in deze stad T.E. Lawrence ontmoet. De filmbeelden die hij toen schoot, waren een half jaar lang onder de titel ‘The Uncrowned King of Arabia’ in Londen te zien. Later zou Thomas over Lawrence zeggen: “He had a genius for backing into the limelight."

In 1921 benoemde Colonial Secretary Winston Churchill Lawrence tot adviseur in aangelegenheden over het Midden-Oosten... om al in juli 1922 ontslag te nemen.

Onder het pseudoniem John Hume Ross nam hij dienst bij de Royal Air Force, daarna onder het alias T.E. Shaw van maart 1923 tot augustus '25 bij het Tank Corps, gestationeerd in Bovington Camp. In een zoveelste poging tot anonimiteit begon hij op 12 maart 1923 in Bovington Camp aan zijn achttien weken basistraining bij de landmacht. Maar hij was een levende legende geworden en de pers bleef hem achtervolgen.

In 1922 was hij begonnen met het schrijven van ‘The Seven Pillars of Wisdom’. Oorspronkelijk wilde hij schrijven over de zeven grote steden in het Midden-Oosten (Cairo, Smyrna, Constantinopel, Beiroet, Aleppo, Damascus en Mekka), maar uiteindelijk werd het een autobiografisch verslag van zijn herinneringen aan de Arabische Opstand. Al aan het begin schrijft hij hierin: “All men dream: but not equally. Those who dream by night in the dusty recesses of their minds wake in the day to find that it was vanity: but the dreamers of the day are dangerous men, for they may act their dream with open eyes, to make it possible. This I did.”

Terug naar Boven

 

De eerste, zeer kleinschalige editie van slechts acht exemplaren verscheen in 1922. Dit is de Oxford Times-editie, genaamd naar de persen waarop de gelijknamige krant werd gedrukt. De boeken - die werden verspreid onder vrienden met het verzoek de tekst te becommentariëren en te bekritiseren - zijn verluchtigd met prachtige tekeningen van Eric Kennington. Die was in 1921 nog enkele maanden in het Midden-Oosten, waar hij in opdracht een serie pasteltekeningen maakte welke als uitgangspunt zouden dienen voor de Oxford Times-editie.

In 1935 verliet Lawrence de Royal Air Force.

Op 13 mei had hij bij zijn woonplaats Clouds Hill - een afgelegen plattelandsdorpje dichtbij Wareham in het zuidwesten van Engeland - een ongeval met zijn chrome en zwartkleurige Brough Superior SS100 motorfiets, die hij drie jaar eerder had gekocht voor het luttele bedrag van £170.

De Brough Superior SS100 motorfiets van T.E. Lawrence.

Iets ten noordwesten van Bovington Camp ligt Clouds Hill.

Komend van het postkantoor in Bovington Camp, reed hij op zijn Brough Superior via King George V Road terug naar Clouds Hill. In het gehuchtje ontnam een oneffenheid in het wegdek hem eventjes het zicht op twee jongens op de fiets. Met een snelheid van ± 95 km per uur week hij uit, verloor daarbij de controle over zijn motor en de macht over het stuur en reed tegen een boom. Hierbij liep hij onder andere een schedelbreuk op en raakte hij in coma.

Een oneffenheid in het wegdek ontnam hem het zicht op twee jongens op de fiets. Hij week uit, verloor daarbij de controle over zijn motor, reed tegen een boom en vloog over het stuur. Hierbij liep hij onder andere een schedelbreuk op en raakte hij in coma.

Terug naar Boven

 

Op 19 mei 1935 overleed hij in Bovington Camp Military Hospital in Dorset op 47-jarige leeftijd.

In de middag van de 21ste mei 1935 vond in de kleine St Nicholas Church in het gehucht Moreton (Dorset, Engeland) de begrafenis van T.E. Lawrence plaats. Onder de aanwezigen waren talloze kunstenaars, militairen en politici, onder wie Lady Astor, het eerste vrouwelijke parlementslid van Engeland, generaal Archibald Wavell, de schrijvers Henry Williamson en Siegfried Sassoon, zijn jongste broer Arnold en Winston en Clementine Churchill.

“He was one of the greatest beings of our time. Whatever our need, we shall never see his like again”, aldus Churchill op zijn begrafenis.

Een steen aan de voet van zijn graf (niet zichtbaar op de foto) op St Nicholas Churchyard draagt de tekst “Dominus illuminatio Mea” – het motto van de University of Oxford (“De Heer is mijn licht”).

Onsterfelijk werd hij dankzij de film ‘Lawrence of Arabia’  (1962) van regisseur David Lean, waarin Peter O’Toole de gepopulariseerde rol van T.E. Lawrence speelt. De film kende een sterbezetting – met onder andere Alec Guinness, Anthony Quayle, Anthony Quinn en Omar Sharif – en won maar liefst zeven Oscars. Dankzij de film werd O’Toole een ster.

De eerste, en tot nu toe enige, Nederlandse vertaling van het monumentale boek verscheen in 2009 bij uitgeverij Athenaeum-Polak & Van Gennep, ‘Zeven zuilen van wijsheid’ (821 pagina’s, ISBN 9789025366940), is gemaakt door Sjaak Commandeur.

Commandeur is een gekend vertaler in het Engelse taalgebied. Behalve ‘The Seven Pillars of Wisdom’ van T.E. Lawrence vertaalde Commandeur onder andere Saul Bellow, Joseph Brodsky, Anthony Burgess, Vladimir Nabokov en W.B. Yeats.

Zeven zuilen van wijsheid - T.E. Lawrence

Terug naar Boven

 

DE FILM 'LAWRENCE OF ARABIA'

De speelfilm ‘Lawrence of Arabia’ (1962) werd geregisseerd door de Britse filmmaker David Lean en was een productie van producent Sam Spiegel van het Britse Horizon Pictures Ltd. Beiden waren ook verantwoordelijk voor het kassucces van 'The Bridge on the River Kwai', vijf jaar eerder.

De opnames voor 'Lawrence of Arabia' begonnen op 15 mei 1961 en duurden tot 20 oktober 1962. De film duurt ruim 3½ uur en ging in Nederland op 18 juli 1863 in première.

De hoofdrol in deze biografische avonturenfilm is voor Peter O’Toole als T.E. Lawrence. Andere belangrijke rollen zijn voor:

Alec Guinness

Prins Feisal, de derde van vier zonen van Sharif Hussein bin Ali.

Anthony Quayle

Kolonel Harry Brighton. Fictief karakter, samengesteld uit een mengeling van diverse officieren die aan Lawrence’s zijde dienden tijdens W.O. I. Creatie van scenarioschrijver Robert Bolt. Na zijn begrafenis zegt Brighton in de film: "He was the most extraordinary man I ever knew."

Anthony Quinn

Auda Abu Tayeh, door velen beschouwd als de echte held de Arabische opstand. T.E. Lawrence omschreef hem als de “greatest fighting man in northern Arabia”.

Jack Hawkins

Generaal Edmund Allenby, ťťn van de meest succesvolle Britse commandanten tijdens W.O. I. Opperbevelhebber van de Britse Egyptian Expeditionary Force.

Josť Ferrer

Turkse bei, in de Ottomaanse periode, gedurende W.O. I.

Omar Sharif

Sharif Hussein bin Ali, Groot-Sharif van Mekka en heerser van de Hejaz-Arabieren.

‘Lawrence of Arabia’ was de doorbraak voor David Lean, Peter O’Toole en Omar Sharif. Op 8 april 1963 kreeg de film tijdens de vijfendertigste uitreiking zeven Oscars van de The Academy of Motion Picture Arts and Sciences, onder andere voor de regie (David Lean) en de filmmuziek (componist Maurice Jarre).

Peter O'Toole als T.E. Lawrence.

‘Lawrence of Arabia’ werd opgenomen in Spanje (Almeria, Nijar en Sevilla), Londen en Ottershaw (Engeland) en Ait-Ben-Haddou (Marokko).

Van deze plaatsen is Ait-Ben-Haddou zonder twijfel de meest tot de verbeelding sprekende locatie: een gefortificeerd, middeleeuws ogend dorp in het zuiden van Marokko, langs de rivier Ounila aan de zuidelijke flanken van het Hoge Atlas-gebergte. David Lean koos het dorp, dat langs de vroegere karavaanroute van de Sahara naar Marrakech ligt, vanwege haar perfecte locatie.

Met zijn “ksar” (fort, kasteel) en op de heuvels gelegen, uit leem opgetrokken huizen, is Ait-Ben-Haddou een  voorbeeld van de pre-Sahara architectuur van de Berbers. Sinds 1987 staat de “ksar” van Ait-Ben-Haddou op de Werelderfgoedlijst van UNESCO.

De skyline van het dorp is niet alleen beroemd vanwege de verfilming van ‘Lawrence of Arabia’. Ook in andere films figureerde het dorp, vaak als vervanging voor Jeruzalem. Voorbeelden hiervan zijn ‘The Man Who Would Be King’  (1975), ‘Jesus of Nazareth’ (1977), ‘The Jewel of the Nile’ (1985), ‘The Living Daylights’ (1987), ‘The Last Temptation of Christ’ (1988), ‘Gladiator’ (2000) en ‘Alexander’  (2004).

 
 

 

 

Counter-Insurgency (COIN)

Laatste update:22.01.2012