LEESWIJZER A
Terug naar de homepage
 

Maak uw keuze uit de hieronder getoonde alfabetische lijst

Boeken gezocht!

AAN DE POORTEN VAN DE RWANDESE HEL - LUC MARCHAL

Omslag van 'Aan de poorten van de Rwandese hel'

titel

Aan de poorten van de Rwandese hel. Getuigenis van een peacekeeper

auteur

kolonel Luc Marchal

ISBN

9056173642

jaar

2001

pagina’s

263

uitgeverij

Van Halewyck

 

Vijf jaar na zijn vrijspraak van nalatigheid bij de moord op tien Belgische collega’s in Rwanda, heeft kolonel Luc Marchal met ‘Aan de poorten van de Rwandese hel. Getuigenis van een peacekeeper’ een memorabel en ontnuchterend boek het licht laten zien. Het zeer koeltjes, bijna zakelijk, geschreven boek gaat over de tekortkomingen van de United Nations Assistance Mission in Rwanda (UNAMIR), haar zeer beperkende regels voor het gebruik van wapens en haar volledige falen na de moord op tien Belgische paracommando’s.

De tien para’s van het mortierpeloton onder leiding van luitenant Thierry Lotin slaagden er niet in premier Agathe Uwilingyimana op 7 april 1994 – één dag na de moord op de presidenten van Rwanda en Burundi – in een escorte naar haar huis te beschermen en werden gelyncht.

In de drie maanden na deze aanslag liep de situatie in Rwanda volledig uit de klauwen en kwamen 800.000 Tutsi's en Hutu’s om het leven in een genocide die alleen vergeleken kan worden met de holocaust.

Marchal – commandant van de Belgische VN-troepen, second-in-command van de Force Commander, de Canadese generaal Romeo Dallaire (die in 2004 ‘ Shake hands with the devil: the failure of humanity in Rwanda’ publiceerde) én sector-commandant voor de hoofdstad Kigali – rapporteerde vaak aan het Belgische operatiecentrum in Evere, maar kreeg zelden instructies om iets aan de problemen ter plaatse te mogen doen. Er gebeurde dus niets. Volgens weekblad De Groene Amsterdammer van 15 januari 1997: "Een Belgisch Srebrenica".

Terug naar Boven of naar Homepage

 

ACHTUNG MINEN - DANGER MINES - ANTOON MEIJERS

titel

Achtung Minen - Danger Mines. Het ruimen van landmijnen in Nederland 1940-1947

auteur

Antoon Meijers

ISBN

9789461533647

jaar

2013

pagina's

240

uitgeverij

Aspekt BV

 

 

 

Terug naar Boven of naar Homepage

 

ADMIRAL DOORMAN AND THE BATTLESHIP DE RUYTER - SIMON SOANES & PETER VAN OS

Omslag van 'Admiral Doorman and the Battleship De Ruyter'

titel

Admiral Doorman and the Battleship De Ruyter

auteurs

Simon Soanes & Peter van Os

ISBN

9789402202496

jaar

2013

pagina's

148

uitgeverij

Boekscout

 

 

 

Terug naar Boven of naar Homepage

 

AFGHANISTAN 2001 - 2011 - ALLARD WAGEMAKER

titel

Afghanistan 2001 - 2011. Gewapende interventie en staatsvorming in een fragiele staat

auteur

Allard Wagemaker

9789088920523

jaar

2012

pagina's

398

uitgeverij

FBD Breda

 

 

Terug naar Boven of naar Homepage

 

AFGHANISTAN. TUSSEN OORLOG EN WEDEROPBOUW - RANDY NOORMAN

titel

Afghanistan. Tussen oorlog en wederopbouw

auteur

Randy Noorman

ISBN

9789461532329

jaar

2012

pagina's

212

uitgeverij

Aspekt

 

 

Terug naar Boven of naar Homepage

 

AH, DIE HEERLIJKE DIENSTTIJD! VOORWAARTS, MARS! - BERT WITTE

titel

Ah, die heerlijke diensttijd! Voorwaarts, mars!

auteur

Bert Witte

ISBN

9065554084

jaar

1989

pagina's

60

uitgeverij

Mondria Uitgevers Hazerswoude

Het boekje van Bert Witte staat vol humoristische, ja zelfs hilarische cartoons en teksten over de tijd van de dienstplicht. Het is een bewerking van zijn 'Handboek Soldaat-Generaal' uit 1984:

Terug naar Boven of naar Homepage

 

AIRBORNE FOREVER - LAURENS VAN AGGELEN

titel

Airborne Forever. The life story of an Arnhem veteran

auteur

Laurens van Aggelen

ISBN

9789079763061

jaar

2013

pagina's

208

uitgeverij

White Elephant

 

 

Terug naar Boven of naar Homepage

 

ALLEEN KINDEREN HUILEN - RON DE VOS

Omslag van 'Alleen kinderen huilen'

titel

Alleen kinderen huilen

auteur

Ron de Vos

9789077490198

jaar

2007

pagina's

294

uitgeverij

Début

 

Het boek ‘Alleen kinderen huilen’ verhaalt de belevenissen van de bemanning van post 7-12 in de periode juni 1980 tot en met januari 1981, gezien door de ogen van de dienstplichtige Ron de Vos. Hij was de postcommandant.

Tijdens de missie United Nations Interim Force in Lebanon (UNIFIL) worden angst, humor en kameraadschap met elkaar gedeeld. Velen raakten na terugkomst in Nederland in conflict met zichzelf en de rest van de maatschappij.

De  Vos beschrijft de opleiding in Nederland, de geuren en kleuren van het  thuisfornt, de patrouilles door de wadi’s, de omgang met de lokale bevolking, de  beschietingen. In Libanon, in het bergachtige gebied aan de noordgrens met Israël,  stelden de Verenigde  Naties een bufferzone in tussen de strijdende partijen.

Terug naar Boven of naar Homepage

 

ALS EEN NACHT MET DUIZEND STERREN - JOERI BOOM

titel

Als een nacht met duizend sterren. Oorlogsjournalistiek in Uruzgan.

auteur

Joeri Boom

ISBN

9789057593710

jaar

2010

pagina’s

352

uitgeverij

Podium

 

  

Neil McCauley (Robert de Niro) speelt in ‘Heat’ (1995) een gangster die jaren achter de tralies heeft gezeten en nu de kost verdient met bankovervallen. Na zo’n overval wordt de übercrimineel met zijn maten op heterdaad betrapt door de politie. In de straten van Los Angeles breekt een onvergelijkelijk, spectaculair vuurgevecht uit. Dat is de sfeer die kapitein Larry beschrijft in het boek van Joeri Boom. Plaats van handeling is dan echter Chora, een ogenschijnlijk onbetekenend oord in de Afghaanse provincie Uruzgan: “Ik moest me schietend een weg door het dorp banen. Knallend door de straten, net als in Heat.” (p. 114)

Anno 2010 heeft Nederland zich formeel teruggetrokken uit Uruzgan. De Slag om Chora is encyclopedisch geworden: compagniescommandant Larry was met zestig Stoters in de White Compound in Ali Shirzai (Chora), waar de zwaarste strijd sinds Wonju (Korea, 1951) werd gevoerd. Nederland kon het hoogste geweldsspectrum aan: ruim 500 Nederlandse ISAF-militairen, ondersteund door Afghanen met rood-witte linten om hun arm en de loop van hun geweer, dreven de Taliban terug nadat die politieposten onder de voet hadden gelopen en de White Compound hadden omsingeld. Het was diezelfde Larry die Joeri de titel aanreikte voor zijn boek, naar hoe het er ’s nachts tijdens de gevechten uitzag in de vallei van Chora (p. 113).

Chora is één van de namen die in Uruzgan nu net zo gewoon zijn als Aalsmeer of Zwolle. Politieposten, oorden en inktvlekken waar de Nederlanders jaren achtereen patrouilleerden en vochten. Maar officieel voerde Nederland in Uruzgan lange tijd geen ‘oorlog’ omdat de communicatiestrategie van Defensie – uitvoerder van de politiek – niet toestond dat de missie anders werd verkocht dan in de zin van opbouw, harten winnen, waterputten slaan, daken van moskeeën repareren.

Een public relations-oorlog in de marge van een echte oorlog (die geen “vechtmissie” mocht heten omdat de Nederlandse regering hardnekkig de term "oorlog" probeerde de vermijden). Iedereen kende Arnold Karskens al, de éminence grise die principieel nooit embedded wil gaan en niet met mij naar de vergeten oorlog in Kashmir wilde afreizen (De Pers, oktober 2009). Maar slechts weinigen kenden Joeri Boom, in dienst van het kleinste opinieweekblad van Nederland, De Groene Amsterdammer, en beheerder van Web(oor)log.

Tijdens een patrouille in de Chora-vallei is journalist Joeri Boom van De Groene Amsterdammer aan het werk.

De foto van combat-fotograaf Gerben van Es van de Audiovisuele Dienst Defensie (AVDD) is afkomstig uit de Militaire Spectator, jaargang 179, nummer 4, pagina 221.

Dat kan door dit boek als een donderslag bij heldere hemel veranderen, want Nederland heeft nog weinig notie van wie nu eigenlijk de vijand is in Uruzgan. Als je het embednieuws uit Uruzgan kort (door de bocht) samenvat, zijn de Taliban de ‘bad guys’, hoewel Defensie de term OMF prefereert. Terwijl die ‘militanten’ – strijders dus – in Uruzgan juist worden ingedeeld naar een onderliggende, zeer complexe stammenstrijd (zie ook: Expeditie Uruzgan van Bette Dam). Een keihard en al eeuwenlang voortkabbelend gevecht tussen de Popolzai-substam van de Pashtun (van president Karzai, ex-gouverneur Jan Mohammed Khan (JMK) en ‘Heer van de Weg’ Mathiullah Khan) en al die andere stammen die onderling met elkaar verstrikt zijn als vliegen, libellen en bijen in een spinnenweb.

Binnen al die onnavolgbare heisa over stamtwisten, welke zelden worden geduid in de media, ben je als journalist in de eerste plaats de waakhond van de democratie, “[...] in het bijzonder in tijden van oorlog, als de moraal gevaarlijk rekbaar is. Het is uiterst onverstandig de leiband van die waakhond willens en wetens uit handen te geven. Want dan ziet hij alleen wat het baasje wíl dat hij ziet” (p. 318). Zijn de (sub)stammen al een wirwar van ellende en een voedingsbodem voor de grip van de Taliban op Uruzgan, de falende - want incompetente, corrupte en analfabete - overheid staat zeker ook in de top drie. En al die westerlingen, hoe goed hun bedoelingen ook zijn, worden hooguit tijdelijk en plaatselijk door de Uruzgani’s gedoogd. Laat dat duidelijk zijn.

Die rekbaarheid blijkt in medialand ook niet zo elastisch, zeker als je embedded en dus gecontroleerd verslag moet doen, omdat het solo buiten de compound vaak te gevaarlijk is. Bovendien faciliteert Defensie je heen- en terugvlucht, huisvesting en voeding. Logisch toch dat de media zich inzetten voor haar bedrijfsbelang?

“De werkelijkheid is amper te vatten. Zwaar gewapende Nederlandse militairen in een ver land, die zeggen dat ze niet komen om te vechten maar om te helpen, ook al worden ze beschoten met raketten.” (p. 77 en 78). Een contradictio in terminis, evengoed als het bijstaan van de Afghanen bij veiligheidsvraagstukken (International Security Assistance Force) die feitelijk het bestrijden van een insurgency is. Vanwege de gevaren laat het grootste deel van de pers haar berichtgeving, ingebed door de veiligheid van de krijgsmacht, graag manipuleren door de regie van militaire voorlichters, de PIO's. Die zien echter, volgens Joeri Boom, overal een (OPSEC-)probleem in en belijden slechts met de mond openheid en transparantie.

Intussen zetten ze stelselmatig de zaken in een kader dat alleen rooskleurig is voor de ander (framing), verdraaien ze incidenten tot iets positiefs (spinning), doen ze een beroep op je gemoed en hanteren ze de tactieken van “nuancering, dosering en timing”. Beproefde communicatietrucs, waar je als journalist in Uruzgan blijkbaar constant op bedacht moet zijn. Het elastiekje van “de infanterie van de geschiedschrijving” past zich naadloos aan de wensen van Defensie aan, waardoor slechts één op de tien journalisten in Uruzgan non-embedded, zonder pleisters op de ogen, werkelijk heeft kunnen en willen waarnemen what was going on. Succes is het resultaat van willen en doen... En de haarscheurtjes in het elastiekje zijn zeer kwetsbaar gebleken.

Operational Security (OPSEC) of niet, je afvragen of de pantserfabs een overbodige aanschaf van 18 miljoen zijn… is en blijft journalistiek verantwoord, zeker als je dit afzet tegen het aantal raketbeschietingen op Kamp Holland in Tarin Kowt in relatie tot die op Kandahar Airfield. Zonder de dood van de dan 20-jarige soldaat der eerste klasse Azdin Chadli op 6 april 2008 te bagatelliseren.

Joeri Boom heeft het in al die jaren Uruzgan allemaal meegemaakt en kent het dilemma van counter-insurgency: “jagen op de vijand, met het risico dat je de bevolking van je vervreemdt, of de vijand laten lopen en hopen dat het je lukt de bevolking voor je te winnen” (p. 93). Hij maakte de directe nasleep van de Slag om Chora mee; de openheid van Battle Group-commandant Rob Querido die als eerste hoge officier werkelijk zei waar het op stond; de burgerslachtoffers bij de gevechten rond Chora; de politieke onderbouwing van de missie die als sneeuw voor de zon verdween ten voordele van het vechten voor elkaar; het onophoudelijk patrouilleren (als les uit Nederlands-Indië) om nog enige kans te maken tegen een tegenstander die het terrein veel beter kent…

Wat mij betreft is Joeri Boom’s page-turner hiermee de ideale aanvulling voor ‘Pleisters op de ogen’, Karskens’  geschiedenis van de Nederlandse oorlogsverslaggeving. Het ideale hoofdstuk over Uruzgan.

Terug naar Boven of naar Homepage

 

ARNHEM SURGEON - NIALL CHERRY
Omslag van 'Arnhem Surgeon. The Story of Captain Michael James of 181 Airlanding Field Ambulance RAMC September'

titel

Arnhem Surgeon. The Story of Captain Michael James of 181 Airlanding Field Ambulance RAMC September

auteur

Niall Cherry

ISBN

9780953269419

jaar

2010

pagina's

28

uitgeverij

Brendon Publishing

 

 

Terug naar Boven of naar Homepage

 

ATJEH - ANTON STOLWIJK

titel

Atjeh. Het verhaal van de bloedigste strijd uit de Nederlandse koloniale geschiedenis

auteur

Anton Stolwijk

ISBN

9789035143760

jaar

2016

pagina's

312

uitgeverij

Prometheus

 

Eind 16e eeuw is het handelaar Cornelis de Houtman die met een expeditie op de noordpunt van Sumatra landt: in Atjeh. Evenals Bantam en Djohore blijkt Atjeh een ideale stek om foelie, kaneel, kruidnagel, nootmuskaat en vooral peper te kopen en aan de boord te halen voor de terugreis naar Nederland.

De handel in specerijen is zeer profijtelijk en dus goed voor 's Rijks schatkist. Hoewel kapitein De Houtman door de Atjehse sultan nog met alle egards wordt ontvangen, wordt hij later onder onduidelijke omstandigheden door Atjehse soldaten gedood.

Bijna drie eeuwen later breekt de Atjeh-oorlog uit, feitelijk omdat Engeland in 1871 het lot van Atjeh heeft bepaald. Als gevolg van het Sumatratraktaat neemt het de laatste Nederlandse bezittingen in Ghana over, waardoor het een oogje dichtknijpt als Nederland Atjeh inlijft. Dit beschamend diplomatieke spel is het begin van heel veel koloniale ellende.

Vanaf dat moment stapelen zich voor Nederland de problemen en nederlagen op en komt het met het sultanaat Atjeh niet meer goed. Na de eerste invasie van eind maart 1873, onder leiding van generaal Kohler, zijn de glorierijke dagen van de sultans geteld.

Het imperialistische Nederland gaat het alleen om de plantages en havens; de inlanders kan ze gestolen worden. Koste wat kost moet het sultanaat onderdeel van Nederlands-Indië worden.

KLOKKENLUIDER J.J.B. FANOY

In 1908 verschijnt in Semarang 'Het Atjeh-vraagstuk en hoe dat thans nog kan worden opgelost. Een woord ter waarschuwing en tot leering van het Nederlandsche Volk'.

De schrijver is kapitein der infanterie b.d. J. J. B. Fanoy.

1902. Kapitein Fanoy, een gelovig christen, wordt geplaagd door zijn geweten over het optreden van het Nederlands leger op Atjeh. Hij spreekt hierover met ranggenoot en medechristen Hendrikus Colijn - de latere premier. In hem treft hij geen medestander. Later schrijft hij over Colijn: "Hij wordt als een der ergste Atjehers-afmakers genoemd."

Volgens Colijn is de contraguerrilla van Nederland op Atjeh Gods wil. Nederland regeert nu eenmaal over Nederlands-Indië en het kan niet anders of het is zijn goddelijke wijsheid dat dorpen platgebrand, dwangarbeiders gemarteld en vrouwen en kinderen vermoord worden.

Ten einde raad schrijft Fanoy een 'Memorie van Rechtvaardiging' waarin hij de geweldsexcessen onder en met medeweten van gouverneur J.B. van Heutsz onder de aandacht brengt van Tweede Kamerlid Alexander de Savornin Lohman.

Ook in hem vindt hij echter geen gehoor: De Savornin Lohman stuurt de brieven van Fanoy retour naar de militaire autoriteiten in Batavia en geeft er verder geen bekendheid aan.

Van Heutsz ontkent alle beschuldigingen en voert nota bene Colijn op als getuige à décharge.

In een brief ontkracht Colijn Fanoy's beschuldigingen en voegt eraan toe dat er in een guerrillaoorlog geen alternatief is: "Het is onmogelijk elke uitspatting tegen te gaan."

Volgens Colijn is Fanoy een lasteraar. Colijn zuivert Van Heutsz van alle blaam en Fanoy wordt gedegradeerd tot een kantoorbaantje in de bibliotheek van het Departement van Oorlog in Batavia en neemt uiteindelijk ontslag.

In zijn ontslagbrief, die ook in de doofpot verdwijnt, schrijft hij opnieuw over de oorlogsmisdaden onder Van Heutsz: "In voorkomende gevallen doodt men zelf vrouwen en kinderen. Gevangenen worden gemarteld en zonder enige vorm van proces geëxecuteerd, allemaal met medeweten van Van Heutsz. Het is onverenigbaar met mijn geweten om nog mee te doen met zulke operaties." (pagina 193-194)

Onder leiding van generaal Van Swieten volgt al in december 1873 de tweede expeditie. Van Swieten verklaart het volgend jaar hoogmoedig dat Atjeh door het 'recht van overwinning' Nederlands is geworden.

Maar Nederland misrekent zich in de fanatische Atjehers die, zonder angst en zwerend op de Koran, manmoedig genoeg zijn om met klewangs en donderbussen over het open veld op de belanda af te stormen.

Minister James Loudon had al in 1861 profetische woorden gesproken: "Elke uitbreiding van ons gezag in de archipel beschouw ik als een schrede nader tot onze val."

Die val wordt ingeluid door onder meer arrogantie, de smorende hitte en moessonregens in de Oost, gebrek aan water, cholera en beri-beri, een inzakkend moreel, maar kan niettemin een halve eeuw voortduren.

Stolwijks boek over de Atjeh-oorlog en haar naweeën is wat mij betreft het best mogelijke vervolg op 'Beschrijving van den Atjeh-oorlog' (1883-'85) van majoor der genie Egbert Broer Kielstra en Paul van 't Veers overzichtswerk uit 1969, maar met het 21e-eeuwse voortschrijdend inzicht dat deze oorlog écht de bloedigste strijd uit de Nederlandse koloniale geschiedenis is - zoals ook de ondertitel van dit boek luidt.

Niet geheel onbelangrijk: mede dankzij het Nederlandse militair optreden in de Afghaanse provincie Uruzgan (2006-'10) zijn de Atjeh-oorlog en de daar gevoerde (contra)guerrilla voor krijgshistorici opnieuw op de kaart gezet.

Bladzijde na bladzijde ontstijgt de harde werkelijkheid Stolwijks boek: in Atjeh werd de moeder aller koloniale oorlogen uitgevochten. Een oorlog die enkel werd gevoerd om de economische belangen van het moederland veilig te stellen. De pacificatie van Atjeh onder generaal Van Heutsz was niets minder dan met grof geweld de Atjehers onder Nederlands gezag brengen, vrede opdringen langs de lijnen van de contraguerrilla.

Gedreven door koloniaal superioriteitsgevoel, nationalisme en politiek-militaire zelfoverschatting had de Atjeh-oorlog minstens een even hoog geweldsniveau als de latere Politionele Acties - hoewel iedere vergelijking tussenbeiden mank gaat. De Atjeh-oorlog was de op één na langste en duurste oorlog die Nederland ooit heeft gevoerd, de eerste grote strijd na de Tachtigjarige Oorlog en zeker ook de minst herinnerde en meest stilgehouden oorlog in Nederland.

In 'Atjeh' beschrijft Anton Stolwijk op meeslepende wijze de lange weg van de Nederlands-Atjehse oorlog. Hij schrijft in een aanstekelijk en gestileerd mengsel, vanuit het nu in het perspectief van toen, en dat geeft zijn boek de allure van een luchtig en meeslepend reisverhaal.

Terug naar Boven of naar Homepage

 

WAT ZEGGEN DE STERREN?
Absoluut lezen
Een aanrader
Redelijk goed
Niet eerste keus
Beter nooit lezen

Terug naar Boven