LEESWIJZER D
Terug naar de homepage
 

Maak uw keuze uit de hieronder getoonde alfabetische lijst

Boeken gezocht!

 

DANGER CLOSE - MARCO KROON

titel

Danger Close. Het succes van een Nederlands Special Forces peloton in Afghanistan
auteurMarco Kroon
ISBN

9789082003611

jaar

2013

pagina's

216

uitgeverij

Uphill Battle (UHB)

 

Matthew Locke, lid van de Austraklische Special Air Service, kwam in oktober 2007 om het leven tijdens operatie Spin Ghar in de Baluchi-vallei in Uruzgan. Marco Kroon schreef: 'Danger Close'. In herinnering aan Locke, ter ere van zijn commando-maten en in een poging mensen hun mening te doen bijstellen over de in de media al veroordeelde commando.

Ik had dit boek niet nodig om mijn mening over Mike Kilo bij te stellen. Misschien wel juist omdat de Ridder Militaire Willems-Orde al door de publieksjury was veroordeeld, kon ik niet geloven dat de media zo klakkeloos alle opgediste aannames en ingebrachte insinuaties publiceerde. Geen groter vermaak dan leedvermaak.

Gelukkig, en in het volste vertrouwen dat dit zou gebeuren, had Kroon het gelijk van Vrouwe Justitia aan zijn kant. Als je het Kroon niet gunt dat hij de Ridderslag krijgt, laat hem dan thuis op zijn minst de slag verliezen op basis van feiten. Wat niet het geval was.

Eerste luitenant Kroon, pelotonscommandant van het 2de peloton (Nassau 20) van 108 Commandotroepencompganie, voerde met zijn maten zestien meerdaagse missies uit in een gebied waar tout Nederland keihard met een grote boog omheen zou hebben gerend. Levensgevaarlijke enemy territory, waar 24/7 het recht van de sterkste geldt, met een constante dreiging van troops in contact met de Taliban, IED’s en misleiding waar de honden geen brood van lusten.

De Taliban mogen zich dan, in de ogen van Kroon, hebben laten kennen als een gedreven, toegewijde en zelfopofferingsgezinde opponent, diezelfde geestdrift en loyaliteit kan ook worden toegekend aan de “witte geesten met baarden” – Kroon en zijn pelotonsgenoten. Steeds met gevaar voor eigen leven bevochten ze door de Taliban beheerst terrein. En wonnen ze alle thuiswedstrijden tegen de sneuvelbereide talibs snel, stil en dodelijk, onder andere in Baluchi, Chora, Kala Kala, Khurma, Kuchkin en Surkh Murgab.

Dit verhaal van de Special Forces in Uruzgan laat zich lezen als een Łberspannend jongensboek. Met ťťn verschil: dit was ťcht!

Alle respect voor alle Nederlandse militairen die in dit ondenkbare oorlogsomstandigheden deden wat je onder andere in 'Danger Close' zo beeldend en dicht op de huid kunt lezen. Omstandigheden waar Tony Montana bij kaarslicht tegen een paar motten zou aanjanken of zijn pis spontaan zou laten lopen.

Doe mij dan maar deze “kerels met bloed en ballen vol adrenaline”!

Terug naar Boven

 

DAT WAS JIJ, MARINIER! - WIM DUSSEL

titel

Dat was jij marinier! De geschiedenis van de Mariniersbrigade, 1945-1949
auteurWim Dussel
ISBN

9065230521

jaar

1990 (eerste druk: 1950)

pagina’s

336

uitgeverij

Stubeg (eerste druk: C. de Boer Jr.)

 

Ben je de biografie van generaal S.H. Spoor aan het lezen, kom je op de boekenmarkt eindelijk dit boek van Wim Dussel tegen. Wat mij betreft is dit de mooiste manier van boeken kopen. Een tweedehands boek, goedkoper dan nieuw, dat zijn leeswaarde al heeft bewezen. Dit exemplaar was, volgens het voorblad, ooit in het bezit van de korporaal der mariniers D. ten Hoeve (1949 tot ‘52) en dat maakt het nog authentieker.

Toen Ten Hoeve marinier was, verkeerde de Mariniersbrigade waar Wim Dussel over schrijft, al in zijn nadagen. De brigade werd na de bevrijding van Nederland klaargestoomd in de Amerikaanse kampementen Lejeune en Davis, beiden in North Carolina.

Na de bevrijding had hij zich aangemeld bij de Mariniersbrigade, opgericht om tegen Japan te strijden. De brigade belandde in november 1945 in Soerabaja op Oost-Java, waar Dussels journalistieke talenten snel werden snel opgemerkt. Behalve dat hij schreef voor bladen als Wapenbroeders en Ik zal handhaven. Weekblad van de Mariniersbrigade, maakte hij ook uitvoerig notities en fotografeerde hij. Hij noemde zichzelf “de man van de vrolijke stukjes”, aldus Arnold Karskens in Pleisters op de ogen (2001, p. 113) en ontwikkelde zich gaandeweg tot een “Nederlandse Ernie Pyle”, de beroemde Amerikaanse oorlogscorrespondent uit WO II.

Dussel was als correspondent ingedeeld bij de Mariniersvoorlichtingsdienst (Marvo) van de Mariniersbrigade. “Een goede voorlichting van de troep zelve is een der machtigste stimulansen voor het op peil houden, het opvoeren van het moreel”, aldus generaal-majoor der mariniers De Bruyne in het voorwoord. Het ging evengoed om interne als externe communicatie. Volgens De Bruyne begreep de tijdelijk sergeant oorlogsvrijwilliger Dussel “de juiste begrenzing tussen de noodzaak tot strikste geheimhouding enerzijds om hen […] zo goed en zo ruim mogelijk in te lichten en voor te lichten anderzijds.”

Hij was geen bureauklerk maar een marinier die met de maten meeging, vooraan, in de strijd, embedded avant-la-lettre: niet onder de hoede van de mariniers, maar als marinier hiervan deel uitmakend. Dussel vergezelde niet de mariniers, hij ‘was’ marinier. Het ultieme van wat men tegenwoordig zegt: every soldier a spokesperson.

Alleen al hierdoor is zijn boek een voorbeeld van voortreffelijke herinneringsliteratuur geworden. Human interest van binnenuit, zoals Anton P. de Graaff dat ook zo mooi kon. De ontberingen en alledaagse onbelangrijkheden uit het leven van Nederlandse mariniers in oorlogsgebied komen treffend van zijn notitieblok en uit zijn typemachine.

‘Dat was jij, marinier!’ sluit af met een opsomming van alle gesneuvelden van de Mariniersbrigade. Dit is een indrukwekkende lijst - om stil van te worden. Voor hen, de veteranen en alle belangstellenden is dit een uniek stuk historie van het oudste korps van de Nederlandse krijgsmacht.

De Mariniersbrigade legde het bijltje er nooit bij neer, liep bijvoorbeeld de door Dussel beschreven 78 km van Tjepoe naar Madioen in onbeschrijflijk hondenweer, liet zich niet van de wijs brengen door de pemoeda’s, bestreed de vuurhaard met alles wat ze had, heeft een demarcatielijn, een perimeter en tot slot een status-quolijn meegemaakt, ervoer geen vrijheidsdrang en zeker geen gevoel van onderdrukking bij de bevolking, terwijl de vijand zich nooit iets heeft aangetrokken van wat er aan afspraken werd gemaakt.

In januari 1949, net na de 2de Politionele Actie, raakte Dussel gewond, vlakbij Madioen. Op een smalle weg, voor een opgeblazen brug, keerde de chauffeur van de truck waar hij in zat en reed op een mijn. De chauffeur overleed, Dussel raakte ernstig gewond aan zijn benen en moest noodgedwongen repatriëren.

De Mariniersbrigade, die officieel alleen tussen 1943 en ’48 heeft bestaan, werd overigens feitelijk opgericht omdat “in het Verre Oosten ‘amphibious warfare’ op de voorgrond stond”. De taak van de brigade werd het bevrijden van Nederlands-Indië. Het werd geen bevrijding noch amfibische oorlogvoering, de landingen tijdens de Politionele Acties daargelaten. Aanvankelijk alleen de verdediging van buitenlinie van Soerabaja, maar na het bestand van Linggadjati (1946) vooral patrouillegang langs de demarcatielijn en het tegengaan van vijandelijke infiltraties vanuit kampongs buiten de frontlinie. Tijdens beide Politionele Acties was er voor de Mariniersbrigade op Oost-Java een belangrijke rol weggelegd.

Als je dit soort boeken leest, kun je niet anders dan grenzeloos respect opbrengen voor wat deze mannen hebben gedaan. Gelukkig heeft Wim Dussel dit alles op prachtige wijze aan het papier kunnen toevertrouwen. Een heel lang, doorgaans vrolijk stuk ondanks talloze niet zo vrolijke – belangrijke en minder belangrijke – wapenfeiten, één lange voorgeschiedenis van het voor Nederland onvermijdelijke en o zo pijnlijke dekolonisatieproces.

Terug naar Boven

 

DE AFGHANISTAN MISSIE - ANDY McNAB & KYM JORDAN

titel

De Afghanistan missie (origineel: 'War Torn')
auteurAndy McNab & Kym Jordan (Liz Rigbey)
ISBN

9789022997598

jaar

2010

pagina’s

448

uitgeverij

A.W. Bruna Uitgevers BV

 

Zijn naam, daden en echte naam snelde hem vooruit: Andy McNab. Van 1984 tot ’93 diende hij bij B Squadron (7 Troop) Special Air Service. Hij werd wereldberoemd dankzij de Golfoorlogbestseller Bravo Two Zero. Voor zijn aandeel in Operation Granby kreeg McNab in 1991 de Distinguished Conduct Medal.

Of dit verhaal de waarheid is, maakt niet uit. Oorlog draait niet om de waarheid: oorlog draait om winnen in plaats van verliezen. Pas de winnaar spreekt, achteraf, een waarheid.

Samen met Kym Jordan – echte naam Liz Rigbey: romanschrijfster en scenarist voor de BBC – schreef McNab ‘War Torn’. En je kon er bijna op wachten dat een prachtig te vertalen titel – “Verscheurd door oorlog” – in het Nederlands werd vernacheld tot ‘De Afghanistan Missie’.

Wat voor Nederland in Afghanistan Uruzgan is, is voor de Britten Helmand. De gelijkenis is treffend, rauw, realistisch. En dodelijk trefzeker als je dagelijks ten prooi kunt liggen aan 'de vijand'.

In Helmand krijgt het peloton van sergeant Dave Henley (1ste peloton, R-compagnie) het flink voor z'n kiezen op de vooruitgeschoven post Senzhiri. Dankzij die onzichtbare en ongrijpbare vijand die de druk langzaam opvoert, vallen er vanaf het begin van de missie gewonden en doden. Mede hierdoor wordt voor Dave en zijn maten een waarheid van oorlogvoering dat zelfs, of misschien: juist, onder druk onervaren groentjes in een paar maanden tijd gemakkelijk uitgroeien tot een hecht peloton.

Hoewel het verhaal van Dave - en van het thuisfront, waar zijn vrouw op het punt van bevallen staat - wordt geserveerd als fictie, lezen de belevenissen in deze Afghaanse uitzending geloofwaardig genoeg om dť waarheid honderden pagina's achtereen heftig te kietelen.

Terug naar Boven

 

DE BEVRIJDER - ALEX KERSHAW

titel

De bevrijder. Een tocht van ruim 500 dagen - van de landing op SiciliŽ tot de bevrijding van Dachau (origineel: The Linerator: One World War II Soldier's 500-Day Odyssey from the Beaches of Sicily to the Gates of Dachau)
auteurAlex Kershaw
ISBN

9789045314105

jaar

2012 (origineel: 2012)

pagina's

430

uitgeverij

BBNC

 

 

Terug naar Boven

 

DE BEZUINIGINGSGENERAAL - FRANS MATSER

titel

De bezuinigingsgeneraal en 24 andere verhalen over de krijgsmacht
auteurFrans Matser
ISBN

9789048418183

jaar

2011

pagina's

126

uitgeverij

Free Musketeers

 

Als je aanneemt dat gemiddeld vier personen een van de exemplaren uit de oplage van de Militaire Spectator lezen, zal deze uitgave van de Koninklijke Vereniging ter Beoefening van de Krijgswetenschap  elke keer door ± 50.000 lezers worden gespeld.

De vraag is of alle lezers álles lezen of – net als ik – behoorlijk selectief te werk gaan. Door mij worden in elk geval de verpolitiekte beschouwingen en Engelstalige artikelen die bol staan van onbekend jargon overgeslagen; gelezen worden de hoofdredactionele inleiding, de overige stukken en de columns.

‘Tegenwicht’ van Frans Matser was zo'n column, van 2004 tot 2010.

Matser, sinds begin 2012 kolonel b.d., schreef stukjes geÔnspireerd door ware gebeurtenissen. In zijn verzamelbundel staan vijfentwintig van die toppertjes.

Mooi voorbeeld is de kolom ‘Effect based operations en andere onzin’, die prima weergeeft hoe de “oude reactionaire kolonel” (p. 29) Matser over nieuwe modewoorden denkt. Of ‘Requiem voor drie reuzen’ dat onder andere “de Haagsche bureaucratische saneermachine” (p. 40) aanhaalt; ‘Bye bye, Afghanistan’, waarin het vertrek van de missie uit Uruzgan de volgende analyse oplevert: “De missie had ook iets van een Eerstedivisieteam dat meevoetbalde in de Eredivisie” (p. 49); ‘Feestdag’ over de gevoeligheid van het beleggen van eenn bijeenkomst met Bosniacs, Kroaten en ServiŽrs in Sarajevo, waarbij het onduidelijk is of men een dubbele agenda heeft.

Zo kun je bij Matser nog wel even doorgaan.

Een van zijn pareltjes in deze bundel is ‘Mandaat’, over de niet eens zo heel erg fictieve werkelijkheid van het eerst moeten consulteren van het Openbaar Ministerie. Toestemming om in een missiegebied te mogen terugschieten moet hierin worden ‘afgedwongen’ aan de hand van de gele instructiekaart: “De NSB-kaart noemden de onderofficieren de kaart onderling: ‘Niet Schieten maar Bellen!’” (p. 73). Toekomstmuziek?

Totaal onleesbaar, wat mij betreft, is zijn column ‘Mean & Lean’. Niet aan mij besteed!

En, tot slot: als absolute meesterwerkjes gelden de delen ťťn en twee van ‘Het geheim van goed stafwerk’. Hierin wordt het taalgebruik van de stafofficier onverbiddelijk gereduceerd tot "het overzichtelijker en kleiner maken" van de Defensieorganisatie. Gaat het daarom?

Helaas is slechts een klein deel van het kolommenoeuvre van Frans Matser is te lezen op zijn gelijknamige blog.

Terug naar Boven

 

DE BLIKSEM SLOEG IN - POL VAN OIJEN

titel

De bliksem sloeg in

auteurluitenant-kolonel der infanterie b.d. Pol van Oijen
ISBN9069490226

jaar

2005

pagina’s

150

uitgeverij

PDP Peeters Druk & Print (Waalre)

 

Pol van Oijen is oud-paracommando officier, is 40 jaar (1946-1986) beroepsmilitair geweest en heeft 4 combat jumps op zijn naam. Uit de verhalen van de Indië-, Korea- en Nieuw-Guineaveteraan blijkt dat hij een scherp oog heeft voor schijnbaar kleine details, dat hij lol in het leven heeft en dat er zelfs op de allerbelabberdste momenten altijd een moment is waarop lachen overheerst.

In zijn diensttijd is veel gebeurd. In zijn boek doemt een hele rits mannen en vrouwen op die hij heeft gekend, vanaf de Stormschool Bloemendaal, via Nederlands-Indië, NDVN in Korea, Nieuw-Guinea tot en met de vele oefeningen bij het Korps Commandotroepen en in het Franse La Courtine. Verhalen en anekdotes te over. Om die reden is zijn boekproductie hoog:

De auteur van 'De bliksem sloeg in', luitenant-kolonel der infanterie b.d. Pol van Oijen

‘Alle stations bedankt! ...uit’

‘Er stond een skelet op wacht’

‘Het is waar, maar je moet het niet geloven’

‘Met de maan in de rug’

‘Met de para's in Indië en andere verhalen’

‘Vrouwen schuwen het gevaar niet’

Terug naar Boven

 

DE BLOEDIGSTE OORLOG - ROBERT STIPHOUT

titel

De bloedigste oorlog. Het vergeten bataljon Nederlandse militairen in Korea

auteur

Robert Stiphout

ISBN

9789020407204

jaar

2009

pagina’s

253

uitgeverij

L.J. Veen

 

Hoewel er al veel geschreven is over de eerste VN-vredesmissie waaraan Nederland ooit deelnam – de Koreaoorlog – heeft het tot 2009 geduurd voordat er een lijvig boekwerk uitkwam dat de oorlog opnieuw op de kaart zette.

De oogst Korea-boeken beperkte zich tot nu toe tot de human interest van de oorlogscorrespondenten Wim Dussel (‘Tjot. Nederlanders in Korea’) en Wim Hornman (‘Ik wil leven. De onmenselijke strijd in Korea’), de gedetailleerde stafstudie ‘Het Nederlands Detachement Verenigde Naties in Korea 1950-1954’ (1960, heruitgegeven door de Vereniging Oud Korea-strijders in 2000) van luitenant-kolonel M.D. Schaafsma, tussen 1985 en ’87 de 20-delige serie van de adjudant b.d. R.K. Meijer in het vakblad De Onderofficier en, in 2000, het herinneringsboek ‘Focus op Korea’ van drie auteurs van de Sectie Militaire Geschiedenis van de Koninklijke Landmacht.

Historicus en Elsevier-redacteur Robert Stiphout vulde die leemte op. De Koreaoorlog mag niet in de vergetelheid raken. Een oorlog waarin meer dan 3.600 militairen van het Nederlands Detachement Verenigde Naties (NDVN) aan de kant van de Amerikaanse 2nd U.S. Infantry Division tegen de Noord-Koreanen en Chinezen vochten; 124 Nederlanders kwamen hierbij om het leven. Met weinig enthousiasme maar met gevoel voor de mondiale verhoudingen op één van de eerste hoogtepunten van de Koude Oorlog, voelde Nederland zich aan de Amerikanen verplicht het NDVN te leveren.

Het werd een bloedige oorlog. Of het ‘de bloedigste oorlog’ aller tijden was, is de vraag. Feit is wel dat van de eerste lichting Korea-gangers ťťn op de drie militairen gewond raakte of sneuvelde. Hoengsong en Heuvel 325 werden legendarisch, evenals overigens Heartbreak Ridge, de IJzeren Driehoek, Heuvel 347, Nudae en Heuvel 340. De militairen werden ondergedompeld in de ellende van het helse, winterkoude Koreaanse weer en de, aanvankelijk, zwaar onderschatte en gezichtsloze Chinese en Noord-Koreaanse opponent, die almaar bleef oprukken en doorvechten.

Cohortsgewijs stootte de tegenstander door in het zwaar geaccidenteerde landschap, waarbij de boventallige vijand ervoor zorgde dat het eerder regel dan uitzondering was dat de VN-eenheden letterlijk werden overlopen.

Polygoon Wereldnieuws. Van het front in Korea.

Dat leidde herhaaldelijk tot man-tot-mangevechten, tot en met gebruikmaking van de geplaatste bajonet. Uiteindelijk verzandde de zware strijd in een stellingenoorlog die tot de wapenstilstand voortduurde. Triest genoeg was het halfbakken eindresultaat dat de grens tussen de beide Korea’s, rond de 38ste breedtegraad, werd gerehabiliteerd.

Robert Stiphout is erin geslaagd uit deze belligerente poel des verderfs – toen het ‘Land van de Morgenstilte’ de hel op aarde werd waarin de Nederlanders jarenlang moesten vertoeven – een leesbaar, jongensboekachtig requiem te schrijven. De lotgevallen van de eerste lichting Korea-gangers worden knap gereconstrueerd, waarbij het persoonlijke relaas integraal deel uitmaakt van het krijgsverloop. Daarbij mag niet worden vergeten dat de Nederlanders aan de frontlinie vaak de rottigste klussen moesten opknappen: als er een bres in de Amerikaanse linies viel, werd het NDVN linea recta voorwaarts gestuurd.

Terug naar Boven

 

DE BRANDENDE KAMPONGS VAN GENERAAL SPOOR - R…MY LIMPACH

titel

De brandende kampongs van generaal Spoor
auteurRťmy Limpach
ISBN

9789089539502

jaar

2016

pagina's

900

uitgeverij

Boom Geschiedenis

 

Zie ook: De brandende kampongs van generaal Spoor verschenen (28 september 2016).

Terug naar Boven

 

DE CRISISKRAVAAN - LINDA POLMAN

titel

De crisiskaravaan. Achter de schermen van de noodhulpindustrie

auteur

Linda Polman

ISBN

9789050189736

jaar

2008

pagina’s

230

uitgeverij

Balans

 

De mooiste karavaan die ik ken is zonder twijfel de reclamekaravaan uit de Tour de France, het commerciŽle circus dat voor de renners uitrijdt. Sinds ik dit boek heb gelezen is de crisiskaravaan met stip de slechtste.

De crisiskaravaan, die in een onuitputtelijke ratrace achter 's werelds ellende aanracet, vindt plaats aan de rand van het optreden van blauwhelmen en is alomtegenwoordig, ook bij natuurrampen, crises, hongersnoden of combinaties hiervan. NGO's crossen jaar in jaar uit achter die ellende aan, als vliegen op een pot stroop. De vraag is alleen of ze het doen uit onpartijdigheid, neutraliteit en onafhankelijkheid, of uit pure menslievendheid?

De twee eerste internationale humanitaire hulpverleners uit de geschiedenis, Florence Nightingale en Henri Dunant, worstelden hier al mee. Nightingale was ervan overtuigd dat hulp het doel voorbijschiet als oorlogvoerende partijen er hun voordeel mee doen, Dunant niet.

NGO's zijn in de 21e eeuw nog zelden alleen met humaniteit en ethiek bezig.

Eerder draait het hulpverleningscircus om cash, al dan niet dirty: hulpverleningsgeld dat koste wat kost dient te worden uitgegeven. Vooral om het eigen geweten af te kopen, te zorgen dat ze bij de volgende ellende opnieuw voor een dubbeltje op de eerste rang mogen zitten.

Een onder NGO's en zelfs onder My Own NGO's (MONGO's) gevoerde harde strijd om lucratieve donorcontracten is vaak het trieste gevolg.

Met als resultaat een beleid van 'verdeel en heers' en zakelijke rivaliteit op het scherpst van de snede. Let wel: met als inzet hongerende mensen.

Niet opdraven bij ellende betekent het ontberen van donorfondsen. Wanneer dit het geval is, gaan de NGO's zich zorgen maken over hun eigen financiŽle positie. Die houding is onzeker, niet in de laatste plaats omdat hulpverleners zich in de vluchtelingenkampen ook financieel een plekje moeten bevechten: ze schudden voor de camera zelfs handen met leden van strijdende partijen om Łberhaupt hulp te mogen verlenen.

De camera is vaak CNN, het 16e lid van de VN-Veiligheidsraad.

Op de juiste plaats en tijd gecoverde internationale media-aandacht voor ellende wekt letterlijk de broodnodige belangstelling van donoren. Is de interesse eenmaal gewekt, kan het gulgevige doneren beginnen. Daarna reist in het gunstigste geval het hele circus door naar de volgende ellende.

Sommige hulporganisaties gaan zelfs zover om journalisten embedded mee te nemen om de ellende naar eigen genoegdoening en uiteraard zo mediageniek mogelijk te verslaan.

Overdrijving is in de hulpverleningsindustrie een tweede natuur geworden.

Voor een aardbeving met minder dan duizend slachtoffers of een genocide zonder ranzige details komt geen enkele ontwikkelingswerker nog zijn bed uit.

Hierdoor rijzen de MONGO's de pan uit: hedendaagse missionarissen en zendelingen die wanneer het wapengekletter is verstomd, het vulkaangeweld uitgedoofd of de tsunami tot rust gekomen bij welke partij dan ook hearts & minds proberen te winnen.

Een van de uitdagingen van de 21e eeuw is dat internationale hulpverlening in de Derde Wereld een goedlopende, fulltime industrie is geworden; een onderneming waarbij de regels van het Rode Kruis niet afdwingbaar en even vaak niet uitvoerbaar zijn.

De "survival of the fittest" is de eerste prioriteit van NGO's en hun humanitaire hulpverlening houdt soms juist crises in stand. De hulpverleningsindustrie zorgt er soms zelfs voor dat refugee warriors in vluchtelingenkampen op adem kunnen komen en dankzij diezelfde NGO's wapentuig en munitie aankopen. Pecunia non olet.

Het boek van Linda Polman inspireerde regisseur Boris Paval Conen tot de gelijknamige pseudo-documentaire.

Deze voert de kijker mee in het leven van een particuliere hulpverlener die niet langer passief toekijkt bij de zoveelste humanitaire ramp, het beter denkt te kunnen en zelf het heft in handen neemt.

Met zijn eigen NGO, 'A Helping Hand', rijdt hij een truck vol hulpgoederen naar een vluchtelingenkamp in een vergeten stukje, al decennia door burgeroorlogen geteisterd Afrika.

Evenals Polmans boek laat zijn docu zien dat humanitaire hulp de ellende voor slachtoffers in oorlogsgebieden dikwijls alleen maar vergroot en noodhulp door geweld en corruptie vaak in verkeerde handen valt.

Juist de kleine particuliere hulporganisaties, MONGO's, komen vaak koste wat kost met oplossingen voordat ze weten wat het probleem is.

In haar boek 'Chasing Chaos. My Decade In and Out of Humanitarian Aid' (2013) schrijft Jessica Alexander:

"We komen met hamers dus gaan we op zoek naar spijkers. Het maakt niet uit of er alleen maar schroeven zijn, we komen voor spijkers en vinden zullen we ze."

Dit boek bewaarheid mijn ergste vermoeden: hoeveel goedgeefs gedoneerd hulpverleningsgeld er aan de strijkstok blijft hangen bij het op winst belust doorspelen van al die miljoenen. Waarbij de grote NGO's zelfs te laf zijn om zelf in de ellende te gaan zitten en lokale onderaannemers de poep van de ventilator laten poetsen, zonder gevaar voor hun eigen levens. Als iets bewijst dat hulp het doel voorbijschiet als oorlogvoerende partijen er hun voordeel mee doen en het merkbare effect van ontwikkelingshulp op veel fronten faalt, is het 'De crisiskaravaan' van Linda Polman.

Wat nou ethiek?

Terug naar Boven

 

DE DAG VAN MORGEN - NICKY DE WIT

titel

De dag van morgen
auteurNicky de Wit (pseudoniem van Gilles Faas)
ISBN

9789077490108

jaar

2005

pagina’s

192

uitgeverij

Lemmens

 

 

 

Terug naar Boven

 

DE DOOFPOTGENERAAL - EDWIN GILTAY

titel

De doofpotgeneraal. Overheidsspionage op de bedrijfsvloer
auteurEdwin Giltay
ISBN

9789492146007

jaar

2015

pagina's

198

uitgeverij

SpeakEasy; geactualiseerde, 2e druk e.v. De Blauwe Tijger

 

Wat is een doofpotgeneraal? Dat kan niet anders zijn dan een generaal die ervoor zorgt dat zaken die het daglicht niet kunnen verdragen niet in de openbaarheid komen.

De generaal in de boektitel is, zo blijkt uit de inhoud (maar wordt nergens expliciet benoemd), generaal Ad van Baal, plaatsvervangend baas van de landmacht ten tijde van de val van de moslimenclave Srebrenica in 1995, in 2001-'02 Bevelhebber der Landstrijdkrachten en van 2003 tot 2007 Inspecteur-Generaal der Krijgsmacht.

'De doofpotgeneraal' is helaas geen fictie. Helaas, omdat het boek gaat over doofpotten die koste wat kost dicht moesten blijven, ondanks alle (vermeende?) democratische controle.

Bij het lezen, analyseren en recenseren van dit boek bekruipt me ťťn allesoverheersend gevoel: waarvan wilde generaal Van Baal niet dat dit bekend werd? Wat was zijn motief?

Van Baal is sinds begin 2007 b.d.'er. Wordt hij in dit boek geslachtofferd of is het juist de auteur die het mikpunt is?

In 2001 mocht Van Baal eindelijk Bevelhebber der Landstrijdkrachten worden. In NRC Handelsblad van 26 maart 2001 noemen Steven Derix en Floris van Straaten Van Baal: "Een generaal die graag de lakens uitdeelt". En: "Critici noemen hem impulsief, eigenwijs, overhaast en tactloos."

In 'De doofpotgeneraal' lijkt niets wat het is. Het is bijna verstikkend om te lezen hoe de inlichtingendiensten - of was het de generaal zelf? - te hoop lopen om onschuldige burgers het leven zuur te maken. En hoe er binnen de inlichtingendiensten stammenstrijden plaatsvinden.

Als het waar is wat Giltay schrijft, en heel veel wijst erop dat dit het geval is, dan is het niet alleen met de inlichtingendiensten amateuristisch gesteld maar is ook de rechtsstaat een farce. Niet in de laatste plaats betreft die scherts het intussen wereldberoemde fotorolletje van Dutchbat. Wat is daarmee gebeurd? Moeten we nog 'tig' jaar wachten voordat de archieven ontsloten worden en 'de waarheid' aan het licht komt?

Zoals Hans Laroes in het nawoord schrijft: "Zijn centrale thesis is: het is Van Baal, het gaat om het rolletje, [kabelexploitant, BP] Casema is de plek waar Nederlandse veiligheidsdiensten een conflict uitvochten. En de schrijver is collateral damage."

De vraag of datgene wat Giltay schrijft verdedigbaar of bewezen is, laat ik aan de lezer. In elk geval heeft de rechter er, ten gunste van de auteur, over gesproken.

De inhoud van de 'De doofpotgeneraal' is akelig angstaanjagend, zeker wanneer het besef doordringt dat een generaal er blijkbaar voor kon zorgen dat zaken uit de openbaarheid bleven; die ontwikkelde fotorolletjes uit Srebrenica ergens bij de MIVD vergelen omdat ze schadelijk zouden zijn voor Defensie; de Nederlandse veiligheidsdiensten een competentiestrijd uitvochten bij een provider van kabeltelevisie, telefoon en internet; en Giltay van al deze zaken onbedoeld (?) het slachtoffer werd.

Zo'n doofpot moet gesmoord worden.

Terug naar Boven

 

DE DUIVELJAGER - RON SLUIK & REINIER KURPERSHOEK

Omslag van 'De duiveljager'

titel

De duiveljager

auteur

Ron Sluik & Reinier Kurpershoek

ISBN

9066172444

jaar

2000

pagina’s

62

uitgeverij

De Balie

 

Het kunstenaarsduo Ron Sluik en Reinier Kurpershoek publiceerde in 2000 'De Duiveljager' en dit is geen spannend jongensboek.

Het onderwerp is de 40-daagse gevangenschap van de Nederlandse huurling Johan Tilder (1963-1994), meer specifiek de uitvoerige militaire ondervragingen hierin. Een van deze verhoren is indertijd op VHS-videotape vastgelegd en via-via kwam die band bij de kunstenaars terecht die integraal de vertaling van ťťn band in dit boekwerkje hebben opgeschreven.

Nobel en broodnodig, want er zijn maar weinig mensen die ooit een militaire verhoorsessie hebben ondergaan, laat staan dat ze er beeld en geluid bij hebben.

'De Duiveljager' is in de eerste plaats gebaseerd op de reportage 'Het bloedbad van Medak' van journalist Rob Siebelink, zoals die op 16 januari 1997 over vier volle pagina's is verschenen in de Drents-Groningse dagbladen.

"Tilder jaagt niet alleen op de duivel, hij is ook een verzoeker van diezelfde duivel: de duivel van de etnische haat", aldus de achterflap.

Johan Tilder werd onder meer door minder briljante privťomstandigheden verleid tot het oorlogvoeren in KroatiŽ. Hij nam dienst in de 9e Gardijska Brigada ('Vukovi' of 'Wolven') van het Kroatische leger. Zijn operatiegebied was het door de Verenigde Naties gecontroleerde niemandsland in de door de ServiŽrs geproclameerde Republiek Servisch Krajina (Knin).

De hamvraag die uit het boekje naar voren komt is: had hij als pelotonscommandant een rol in de etnische zuiveringen in de Medak-enclave? (De enclave, een saillant rond het oord Medak, ligt ingesloten tussen de berg Velebit in het zuiden en de noordelijker gelegen stad Mostar.)

In elk geval wordt Tilder over de acties in de zuidwesthoek van KroatiŽ ondervraagd door de ServiŽrs, omdat ook zijn eenheid er met name in september 1993 tijdens operatie SPRŽEN ZEMLJA (VERSCHROEIDE AARDE) huishield. In totaal zijn bij de zuiveringen in de Medak-enclave 29 Servische inwoners vermoord en elf oorden met de grond gelijkgemaakt.

Hoewel de door het International Criminal Tribunal for the former Yugoslavia veroordeelde Kroatische generaal Rahim Ademi als het brein achter de operaties dient te worden beschouwd, is de rol van de 'Wolven' blijkbaar onweerlegbaar.

Het snelle leven van de vakidioot Tilder - huurling tegen wil en dank? - eindigde na veertig ondervragingsdagen met zijn nog altijd onopgehelderde dood. Bij mijn weten werpt het boek als enige in zijn soort een licht op het soort vragen dat wordt gesteld tijdens militaire ondervragingen, maar ook op het volhardingsvermogen van de ondervragers en op de consequentie van de antwoorden van Tilder.

Terug naar Boven

 

DE FRIESE WATERLINIE - MEINDERT SCHROOR

titel

De Friese waterlinie. Toneel des oorlogs rond Lende en Kuunder

auteur

Meindert Schroor

ISBN

9789064661426

jaar

2008

pagina’s

84

uitgeverij

Stichting Stellingwarver Schrieversronte

In dit fraai uitgegeven boek beschrijft historicus Meindert Schroor een belangrijke periode uit de geschiedenis van het noorden van ons land. Schroor verrichtte in 2007 in opdracht van de provincie Friesland onderzoek naar de historie van de Friese Waterlinie. Op basis hiervan schreef de historicus een lezenswaardig boek met, behalve veel foto’s, ook een aantal nog niet eerder gepubliceerde kaarten.

Lende en Kuunder, in de ondertitel, zijn de rivieren Linde en Tjonger (Kuunder) in het zuiden van Friesland. De Friese Waterlinie moest Leeuwarden in en rond het rampjaar 1672 uit de greep houden van het invasieleger van de bisschop van Münster. Deze bisschop is dan al berucht en gevreesd onder de naam 'Bommen Berend'. Het boek vertelt het verhaal van de aanval door de troepen van de bisschop en van de verdediging door graaf Johan Maurits van Nassau en zijn mannen. De dappere strijders op de schansen in de Stellingwarven, het water over de landerijen en de woeste gronden vormden het toneel van een bittere oorlog.

Terug naar Boven

 

DE GEEST IN DE FLES - HERMAN ROOZENBEEK & JEOFFREY VAN WOENSEL

titel

De geest in de fles. De omgang van de Nederlandse defensie­organisatie met chemische strijdmiddelen 1915-1997

auteur

Herman Roozenbeek & Jeoffrey van Woensel (Nederlands Instituut voor Militaire Historie)

ISBN

9789461051028

jaar

2010

pagina’s

438

uitgeverij

Boom

 

 

Terug naar Boven

 

DE GELE VOGELS - KEVIN C. POWERS

titel

De gele vogels (vertaling van 'The Yellow Birds')

auteur

Kevin C. Powers (vertaling: Peter Abelsen)

ISBN

9789044624687

jaar

2012

pagina's

238

uitgeverij

Prometheus

 

 

Terug naar Boven

 

DE GIJZELING - JOS GELISSEN

titel

De gijzeling. En de gevolgen...

auteur

Jos Gelissen

ISBN

9789461933454

jaar

2012

pagina's

174

uitgeverij

Mijn Bestseller

 

Op mijn tweede missie – mijn eerste als onderofficier – was de eerste gewonde die ik mocht behandelen een UNMO: United Nations Military Observer. Die dag noteerde ik in m’n dagboek: “[…] een collega behandeld die uit een airconditioned four-wheel drive terreinwagen was geslingerd.”

Dat mag dan mijn waarheid in '98 zijn geweest, toen majoor Jos Gelissen drie jaar eerder als UNMO naar Sarajevo werd uitgezonden, was het allesbehalve airco dat de klok sloeg. Mijn voorstelling van zaken is drastisch bijgesteld.

Als ongewapend waarnemer zat Gelissen in UNMO Team Grbavica SG1 in het Bosnisch-Servische deel van de zwaar belegerde Bosnische hoofdstad. Formeel als “ogen en oren van de VN-Veiligheidsraad”, in werkelijkheid als speelbal van een organisatie die gebrek aan initiatief paarde aan wantrouwen bij de lokale bevolking, de strijdgroepen en wie allemaal niet.

De aanwezigheid van de VN in voormalig JoegoslaviŽ was, zeker in die tijd, een klucht in vele bedrijven. Zo waren de VN de vredeshandhavingsmissie UNPROFOR gestart in een gebied waar nog geen greintje vrede viel te handhaven: iedereen werd maximaal gevoed door pure haat en absolute desinteresse voor welk vredesinitiatief dan ook.

Zonder wapen liepen of reden de UNMO's in hetzelfde gebied waar de oorlog “op de vierkante centimeter” (p. 56) plaatsvond – zo nodig de-escalerend met baret in plaats van helm. Als het ‘vredesinitiatief’ onder generaal Rupert Smith de eindfase ingaat, wordt de oorlogsrealiteit ook voor Gelissen plotsklaps zeer onaangenaam. Zijn team wordt door de Bosnische ServiŽrs in gijzeling genomen en als levend schild gebruikt om af te dwingen dat de NAVO zou stoppen met airstrikes.

De UNMO's werden vastgeketend aan strategische objecten, zoals radarposten, munitiebunkers en kazernes, en door Pale TV, de propagandamachine van Karadžić en Mladi, keihard op hun plaats gezet als de uitvoerders van de VN.

Van 26 mei tot en met 22 juni 1995 was Jos Gelissen gegijzeld. In die periode krijgt hij – bijna ironisch – de bijnaam ‘Iron Major’ vanwege zijn emotieloze, stoÔcijnse houding. In werkelijkheid wisselen doodsangst en bezorgdheid over het thuisfront elkaar af. Door de gegijzelden wordt als teamleider gekozen, wat een heel klein beetje de dodelijke onzekerheid van het wachten-op-wat-komen-gaat goedmaakt. Zijn collega-UNMO's en hij doden de tijd met brieven schrijven, roken, “body at work, mind at ease” en soms zelfs met het smeden van ontsnappingsplannen. Het helpt om wat structuur en rust aan het monotone dagritme te geven.

Het gevoel iets aan de oorlog in voormalig JoegoslaviŽ te kunnen veranderen, is allang vervlogen. Pale TV nut de gegijzelden uit als trofeeŽn en eist schreeuwerig dat de NAVO stopt met bombarderen. “…De stilte die volgde was oorverdovend” (p. 86)

Van links naar rechts: kapitein Mark Helgers, die vastzat bij een radarinstallatie op Mount Jahorina, majoor Jos Gelissen (met snor) en kapitein Wilco Ramakers, die gevangen zat in een bos bij ťn op het lokale vliegveld van Banja Luka.

De drie Nederlandse UNMO's die door Bosnische ServiŽrs waren gegijzeld, werden op Zagreb Airport/Camp Pleso ontvangen door de Franse generaal Bernard Janvier, de Force Commander van de United Nations Protection Force (UNPROFOR), en de Speciale VN-vertegenwoordiger voor voormalig JoegoslaviŽ, de Japanner Yasushi Akashi.

Het drietal behoorde tot de laatste 26 van de ruim 370 peacekeepers dat werd vrijgelaten. De gijzelnemingen begonnen na NAVO-luchtaanvallen op 25 en 26 mei 1995 op Bosnisch-Servische munitievoorraden in de nabijheid van Pale.

Na zijn vrijlating als krijgsgevangene van de Bosnische ServiŽrs, de tien dagen ‘bijkomen’ in Nederland en de terugkeer naar de veel rustiger, vakantieachtige Vitez Pocket, is Gelissen UNMO af. Hoewel hij fysiek thuis is, blijft het in zijn hoofd bonken en rommelen. Het is verre van stil.

Hij stort zich – o zo herkenbaar – op zijn werk, gooit er en passant in 1999 een tweede uitzending naar BosniŽ tegenaan (SFOR-6) en staat aan de wieg van de Leidraad Air Manoeuvre. “Ik moet dingen doen. En dat ‘moeten’ werd een obsessie” (p. 161) Zijn werkvlucht, om maar niet te hoeven denken aan..., werpt uiteindelijk rotte vruchten af. Een obsessie die even herkenbaar was bij de VN, zeker in de jaren ’90 van de 20ste eeuw, die koste wat kost vrede wilde handhaven zonder dat er ook maar ťťn patroon minder het voorterrein in werd geknald. “Fighting for peace, is like fucking for virginity” is zů waar!

‘De gijzeling’ van Jos Gelissen is, mede door zijn openheid, een kanjer van een boek. Mijn beperkte blik op het werk van de ongewapende UNMO is definitief van tafel geveegd. Wat rest is de waarneming van een insider van een missie waar steeds maar niet werd ingegrepen. En toen het zover was... Observaties die heel vaak treffen en herinneringen oproepen. Een boek dat keihard gelezen můet worden.

Terug naar Boven

 

DE GROENE BARET - PHILIPPE KIEFFER

titel

De groene baret. Franse commando's in de Tweede Wereldoorlog

auteur

Philippe Kieffer (Commadant Kieffer); met een voorwoord van Cornelius Ryan, schrijver van ‘The Longest Day’

ISBN

n.v.t.

jaar

1969

pagina’s

144

uitgeverij

Het Spectrum/Prisma (Prisma-pocket 1214)

 

Ik ben niet snel onder de indruk van de boeken die ik lees, maar soms word je blij verrast. Een juweeltje van eenvoud – enkel door de omvang – is het verhaal van Commandant Kieffer. Het origineel van zijn memoires heet ‘Béret Vert. Le Héros Francais du Jour le Plus Long’, verscheen in 1948 en geldt als een klassieker. De vertaling dateert uit 1969.

Op de originele omslag uit ’48 zie je – zo stel ik me voor – enkele van de 177 Fransen onder leiding van Kieffer, getooid met de bijna mythische “béret vert”, onder spervuur vanuit een landingsvaartuig en gewapend met Lee Enfield of Bren landen op het strand van Colleville-Montgomerry (‘Sword Beach’). Alleen het omslag al! Hierin moest wel een heldhaftig verhaal schuilen.

De mariniercommando’s grijpen Riva-Ouistreham, Bénouville (Pegasus Bridge), Amfréville, het door mijnen verpeste Bois de Bavent en alle daartussen gelegen oorden aan om verbinding te maken met de 6th Airborne Division om de bruggen over de rivier Orne in handen te krijgen: “Zo zou de vijand [...] geen enkele mogelijkheid meer zien, versterkingen ten westen van de Orne te zenden, waar het gros van de landing zou plaatshebben.” (p. 61)

Kieffer is de legendarische Philippe Kieffer, commandant van de Franse Troops in het Frans-Britse No. 4 Commando onder leiding van Colonel Robert Dawson. De eerlijkheid gebiedt dat ik van Kieffer nog nooit had gehoord. Schandalig natuurlijk.

In 1939 nam Kieffer dienst bij de Franse marine; in juni 1940 wist hij naar Engeland te ontkomen, waar hij de Franse commandotroepen oprichtte, het 1er Bataillon de Fusiliers Marins Commandos. Kieffer, de man die in maart ’41 nog in de krant las over de eerste commandoraid op de Lofoten-eilanden en daarvan zeer onder de indruk was (zie kader), werd zelf commando.

“In de brigade worden die nachtelijke patrouilles een soort competitie voor de commando. Daar hij gespecialiseerd is in het nachtelijk gevecht worden al zijn zintuigen, zodra het begint te schemeren, buitengewoon verscherpt. De Duitser daarentegen vreest de nacht en verafschuwt de strijd tegen deze mannen, die met hun zwart gezicht altijd ergens opduiken, waar je ze niet verwacht. Dit soort expedities herinnert de commando ook aan zijn reden van bestaan. Hij is bang als een doodgewone infanterist beschouwd te worden.” (p. 78)

Het succes van de commando’s in het verloop van W.O. II was klip en klaar en Hitler had schoon genoeg van de covert acties van hen: in september 1942, na de raids op Dieppe en Sark, verordonneerde hij in zijn beruchte ‘Kommandobefehl’ dat iedere gevangen genomen commando onmiddellijk moest worden gefusilleerd.

Hitler ’s order ten spijt, was Kieffer na een helse commando-opleiding van tien weken in het Schotse Achnacarry één van de Fransen (iets meer dan 0,1% van alle geallieerden) die vanaf de stranden van Normandië het nazi-juk bevochten. Nog aan de vooravond, op 5 juni ’44, hield Lord Lovat, de commandant van alle commando’s, in Bexhill een korte toespraak voor No. 3, 4 en 6 Commando en 45 Royal Marine. Lovat, gekend francofiel, eindigde onder luid applaus in het Frans: “Demain, on les aura!” (“Morgen, zullen we ze krijgen!”). De volgende dag vertrok No. 4 Commando vanuit Warsash: D-Day (Jour-J) was eindelijk daar!

Uren later gingen Kieffer’s Troops 1 en 8 – compagnieën ter sterkte van ongeveer 75 man – en een sectie met voor het eerst bij deze landing gebruikte K-guns duchtig tekeer op het strand, zij aan zij met hun Britse brothers in arms. “Snelheid werd de voornaamste factor” (p. 64), maar de gevolgen waren immens: aan het einde van de landingsdag was 45% van de Franse Troops gewond!

Zelf raakte hij tot tweemaal toe gewond (granaatsplinter in bovenbeen en verwonding aan onderarm); op de vierde dag moest Lord Lovat zelf het bevel geven dat Kieffer zich met een ernstig geïnfecteerde beenwond in Engeland liet opereren, maar op 13 juni was hij alweer terug bij zijn bataljon en op de 15de kreeg hij uit handen van Montgomery himself het Military Cross.

Kieffer is dan ook alles, behalve een “doodgewone infanterist. Hij is een edelmansoldaat, een troepencommandant die altijd voorgaat en zijn troepen nooit in de steek laat. De imposante biografie van Kieffer, overleden in 1962, spreekt boekdelen.

Zoals de hoofdinstructeur in Achnacarry het zei: “Iedereen kan commando worden mits hij de spierkracht en vooral de wilskracht heeft om de vreselijke, dagelijkse training vol te houden.” (p. 23) Een training, die een pagina eerder nog wordt beschreven als eentje “waarbij een paard nog zou creperen”. Je bent een sufferd als je dat met een emmer zout neemt.

Uithoudingsvermogen heb je nodig, niet alleen fysiek maar zeker ook tegen honger, kou en slaap; een mars van 32 km door geaccidenteerd terrein in de Schotse Hooglanden moet je in vijf uur kunnen afleggen met volle bepakking en persoonlijk wapen; je moet het doorzettingsvermogen van een jonge puber kunnen combineren met de energie van een atleet en de wil dit alles vol te houden. Daarna waren ze in staat verkenningsraids op de Europese kusten uit te voeren: Scheveningen, Biville, Jersey. Met als motto “je vastbijten, blijven of sterven” (p. 59).

Dat uithoudingsvermogen is bij iedereen zwaar op de proef gesteld, niet alleen op D-Day. Ook op de daaropvolgende dagen, zoals tijdens de stormaanval op de haven van Vlissingen, die na een zeven uur durende strijd is heroverd op de Duitsers, of de nachtelijke raids op Schouwen. Bij beide acties was Kieffer ook Kieffer van de partij.

‘De groene baret’ is schitterend leesvoer. Een must voor iedereen die van heroïsche verhalen houdt, voor (oud-)militairen en iedereen die de commando’s een warm hart toedraagt. Bovendien draagt het zijn steentje bij aan de geschiedschrijving van die commando’s, onder welke No. 2 Dutch Troop. En het allermooiste van dit waargebeurde verhaal is dat Kieffer, zijn mannen en nog 130.000 andere, in Normandië gelande geallieerden de Duitsers eronder hebben gekregen. Eind goed, al goed.

OPERATIE CLAYMORE

ging de geschiedenis in als de eerste commandoraid. Op 4 maart 1941 vond de raid plaats op de Noorse Lofoten-eilanden. De eilandengroep ligt ongeveer 150 km ten noorden van de Poolcirkel.

De ‘Lofotraidet’ werd uitgevoerd door het Operational HQ 1st Special Service Brigade, bestaande uit 250 commando's van No. 3 Commando (geleid door Major John Durnford-Slater, geëmbarkeerd in het troepentransportschip HMS Princess Beatrix en bestemd voor de havenplaatsen Henningsvaer en Stamsund), 250 commando's van No. 4 Commando (geleid door Lieutenant Colonel Dudley Lister, ingescheept in HMS Queen Emma en bestemd voor de havenplaatsen Brettesnes en Svolvaer), 55 Field Squadron Royal Engineers (een sectie demolitieteams geleid door Second Lieutenant H.M. Turner) en 52 man van de Noorse strijdkrachten onder leiding van kapitein Martin Linge.

Ondersteuning werd geboden door het Royal Navy 6th Destroyer Flotilla – bestaande uit HMS Tartar, Somali, Legion, Eskimo en Bedouin – en beide troepentransportschepen.

De doelen waren visoliefabrieken die glycerine produceerden voor de verwerking in munitie; elf fabrieken werden vernietigd. Ook vijf schepen werden verwoest, waaronder de Duitse trawler Krebs. Vlak voordat de commandant van de sleepnetboot werd gedood, gooide hij de Enigma-codeermachine overboord. Toch slaagden de commando’s erin enkele onderdelen van de Enigma en een codeboek in handen te krijgen. De Duitse marinecodes werden ontcijferd door codebrekers in Bletchley Park, waarna de geallieerde scheepvaart de Duitse U-boten kon omzeilen.

Na de succesvolle aanval gingen 314 Noren mee naar Groot-Brittannië om vrijwillig deel te nemen in de oorlog. De raid versterkte de moraal van de commando’s.

De wederwaardigheden over de eerste commandoraid zijn onder andere te bezichtigen in het Lofoten Krigsminnemuseum in Svolvaer.

Terug naar Boven

 

DE GROTE OORLOG VOOR KLEINE KINDEREN - ANTHONY & NICKY LANGLEY

Omslag van 'De Grote Oorlog voor kleine kinderen. Heldenmoed in beeld'

titel

De Grote Oorlog voor kleine kinderen. Heldenmoed in beeld

auteurs

Anthony & Nicky Langley

ISBN

9789058268723

jaar

2012

pagina's

152

uitgeverij

Davidsfonds

 

 

 

Terug naar Boven

 

DE GROTE TAZELAAR, RIDDER EN REBEL - VICTOR LAURENTIUS

titel

De grote Tazelaar, ridder en rebel

auteur

Victor Laurentius

ISBN

9789081397216

jaar

2009

pagina’s

224

uitgeverij

Stichting Peter Tazelaar

 

Op 5 mei 2009 verscheen 'De grote Tazelaar, ridder en rebel'. De markante, tegendraadse en eigenzinnige Peter Tazelaar werd op die dag, precies 89 jaar geleden, als zoon van een hoge ambtenaar in Nederlands-Indie geboren. In tegenstelling tot Hazellhoff Roelfzema is hij behoorlijk in de vergetelheid geraakt, terwijl ook hij de hoogste militaire onderscheiding, de Militaire Willemsorde, ontving en ook hij werd ‘gespeeld’ in de beroemde Nederlandse speelfilm ‘Soldaat van Oranje’ (1977), waarin Jeroen Krabbé de rol van Tazelaar vervulde.

In de Tweede Wereldoorlog was Tazelaar’s opdracht om voor Koningin Wilhelmina en de Britse militaire inlichtingendienst MI6 in contact te treden met verzetslieden in bezet gebied. Dat gebeurde in het kader van ‘Contact Holland’ (officieus: ‘The Mews’), een organisatie van Hazelhoff Roelfzema die met de officiële van kolonel der mariniers Mattheus de Bruyne ‘concurreerde’ en er tegelijkertijd deel van uitmaakte.

In de periode september 1941 tot mei 1942 werden geheim agenten afgezet op dan wel opgepikt van de Nederlandse kust, onder wie Peter Tazelaar… als eerste. Na het uitvoeren van zijn opdracht keerde hij via België en Frankrijk terug naar Engeland. Daarna is hij, opnieuw als geheim agent en na interventie van Prins Bernhard, gedropt in Friesland, waar hij op de hielen werd gezeten door de Sicherheitsdienst (SD) Groningen en Heerenveen.

Beroemd werd Peter Tazelaar onder andere door deze foto waarin hij (omcirkeld) als Adjudant van Koningin Wilhelmina wacht aan de vliegtuigtrap van de Douglas DC-3 (Dakota) op vliegveld Gilze-Rijen op 2 mei 1945. Hare Majesteit wordt gevolgd door Prinses Juliana (vóór de vliegtuigtrap) en half verborgen achter Wilhelmina staat collega-Engelandvaarder Erik Hazellhoff Roelfzema.

Beroemd werd Peter Tazelaar onder andere door deze foto waarin hij (omcirkeld) als Adjudant van Koningin Wilhelmina wacht aan de vliegtuigtrap van de Douglas DC-3 (Dakota) op vliegveld Gilze-Rijen op 2 mei 1945. Hare Majesteit wordt gevolgd door Prinses Juliana (vóór de vliegtuigtrap) en half verborgen achter Wilhelmina staat collega-Engelandvaarder Erik Hazellhoff Roelfzema.

In de biografie wordt “de mens Tazelaar” neergezet. De man die, al in zijn Londense jaren, veel kon drinken en dankzij zijn donkere ogen en zwarte haar goed lag bij de vrouwen; op wie Koningin Wilhelmina bijzonder gesteld was. Peter Tazelaar werd, behalve als Ridder 4de klasse der Militaire Willemsorde, onderscheiden met de Bronzen Leeuw, het Onderscheidingsteken voor Langdurige Dienst als officier, het Oorlogsherinneringskruis, het Verzetsherdenkingskruis en de Britse King's Medal for Courage in the Cause of Freedom.

Terug naar Boven

 

DE HONGERTOCHT 1911-2011 - GEERTS, NUTTERS & VAN ARKEL

Omslag van 'De hongertocht 1911-2011. Het verhaal van een verloren gewaande patrouille'

titel

De Hongertocht
1911-2011. Het verhaal van een verloren gewaande patrouille

auteurs

Gerard Geerts, Max Nutters en Richard van Arkel

ISBN

N.v.t.

jaar

2011

pagina's

80

uitgeverij

Aeroprint

 

 

 

Terug naar Boven

 

DE JACHT OP BIN LADEN - PETER L. BERGEN

Omslag van 'De jacht op Bin Laden' van Peter L. Bergen

titel

De jacht op Bin Laden. Een reconstructie (origineel: Manhunt. The Ten-Year Search for Bin Laden, from 9/11 to Abbottabad)

auteur

Peter L. Bergen

ISBN

9789044333473

jaar

2012 (origineel: 2012)

pagina's

320

uitgeverij

The House of Books

 

“We sleep soundly in our beds because rough men stand ready in the night to visit violence on those who would do us harm.”

(“Wij kunnen vredig slapen omdat koene mannen 's nachts klaarstaan om met geweld op te treden tegen diegenen die ons kwaad willen berokkenen.”)

Winston Churchill

Peter Bergen is geen groentje op het kennisgebied van Osama bin Laden en Al Qaida. Vůůr ‘De jacht op Bin Laden’ schreef hij over de meest gezochte terrorist ter wereld al drie andere boeken. Bij het Amerikaanse CNN is Bergen daarnaast National Security Analyst en een gekend expert op het gebied van drones.

Niet vreemd dus dat vanuit die competenties uit zijn pen ťťn van de vele pennenvruchten uit het tijdperk nŠ Bin Laden is verschenen. Dit boek beschrijft de jacht zoals die een decennium lang heeft geduurd, die doctrinair keurig werd onderbouwd met de War on Terror en waaraan de Amerikaanse inlichtingendiensten maar liefst vijfhonderd miljard dollar spendeerden.

De oorlog werd gevoerd tegen het jihadistische terrorisme, met als belangrijkste exponenten Al Qaida en de Taliban. Al Qaida-voorman Osama bin Laden koesterde niets anders dan wraak. Hij koesterde hartgrondige haatgevoelens tegen alles wat Westers (kapitalistisch en zionistisch) was.

Een maand na de aanslagen van 9/11 bleven de Verenigde Staten niet op hun handen zitten en zetten $ 25 miljoen op zijn hoofd – “dead or alive”. Hoewel “gevangenneming van Bin Laden nooit echt een serieuze optie is geweest” (p. 97), volgens Robert Dannenberg van de CIA.

Een aanvankelijk kleinschalige campagne leidde tot een pakkans van Osama in Tora Bora, in het oosten van Afghanistan. De VS lieten zich echter in de luren leggen en als een dief in de nacht ontsnapte Osama naar Pakistan, waar de grenzen onbewaakt waren. Het kostte de VS ruim drie weken (sic!) om er zeker van te zijn dat Osama niet in Tora Bora was.

Osama deed alles om te overleven, communiceerde zo weinig mogelijk op moderne wijzen en leek dan ook van de aardbodem verdwenen. De VS bleven doorzoeken naar de spreekwoordelijke speld in de hooiberg. Waar bevond zich de Redder van de Ware Islam, die zijn ascetische leven inrichtte naar het voorbeeld van de Profeet en dankzij 9/11 was uitgegroeid tot een mythe?

Terwijl de CIA haar “detainees” – geen prisoners of war – uit de War on Terror onderwierp aan martelpraktijken als slaapdeprivatie, naaktheid, isolatie, in een pijnlijke houding laten staan of zitten, blootstelling aan koude en vele andere inhumane varianten - om dat ene ontbrekende puzzelstukje te kunnen vinden - zochten de analisten koortsachtig verder en verfijnde langzaamaan het zoekplaatje. Er volgde een werkhypothese en door eliminatie verdween de ene na de andere mogelijkheid verdween. Uiteindelijk focuste de speurtocht zich op vier pijlers: zijn netwerk van koeriers; Osama’s broers, vrouwen en kinderen; de communicatie met de senior leaders binnen Al Qaida; en de benadering van de media, voorop natuurlijk Al Jazeera.

Een belangrijke steunpilaar voor de instandhouding van Osama’s propagandamachine bleek Abu Ahmed al-Kuwaiti. Dankzij een vasthoudende CIA-agente in Pakistan werd Osama’s vertakte netwerk van boodschappers onderkend en deze koerier der koeriers met veel opgespoord. De koeriers zorgden er onder andere ook voor de communicatie met de senior leaders van Al Qaida en het laten landen van videoboodschappen bij Al Jazeera.

Na 9/11 – de wraak voor de langdurige vernedering van de moslimwereld door het Westen – landden ± 400 Green Berets en andere Special Forces in Afghanistan. Met in het achterhoofd het debacle van de Russen in Afghanistan in 1989.

Waar de meeste HUMINT in de strijd om informatie onvoldoende betrouwbaar bleek, tot en met de ‘dead drop email’, was het ouderwetse satellietspionage die bevestigde dat Osama zich in Abbottabad bevond.

In zijn boek ‘Spec Ops: Case Studies in Special Operations Warfare: Theory and Practice’ had Navy SEAL-commandant William H. McRaven al in 1996 gewezen op de zes principes die speciale operaties tot een succes maken: simplicity, security, repetition, surprise, speed en purpose. De vastberadenheid om de liquidatie van Osama te bewerkstelligen, werd gedetailleerd uitgewerkt in verschillende courses of action: een bombardement met B2-bommenwerpers, een aanval met drones, een inval met Pakistaanse partners.

Nadat alle showstoppers waren geŽlimineerd, nam president Obama in de ochtend van 29 april 2011 het besluit tot de inval in de ommuurde veste van Osama met Navy SEAL Team 6. Toen over de communicatiemiddelen "Affirmative: Geronimo, Enemy Killed In Action" klonk, was er grote opluchting.

Osama, die geen gevangene van zijn grootste vijand wilde worden, hield nu eenmaal van de dood, zoals de Amerikanen van het leven houden...

Terug naar Boven

 

DE JONGE SOLDAAT - ANDY McNAB

titel

De jonge soldaat (origineel: 'Boy Soldier')

auteurs

Andy McNab & Robert Rigby

ISBN

9789044315749

jaar

2006 (Engels origineel 2005)

pagina's

286

uitgeverij

The House of Books

 

 

Dankzij zijn poging in dienst van het Britse leger te treden, komt de 17-jarige Danny Watts erachter dat zijn grootvader de directe reden is van zijn afwijzing.

Danny, die altijd al militair wilde worden, is zwaar teleurgesteld, niet alleen in zijn afwijzing maar vooral ook dat zijn opa - naar het schijnt - van een held van de Special Air Service (SAS) een verrader kon worden.

Het nieuws dat hij bij zijn afwijzing te horen krijgt is dat opa Fergus Watts zijn land, zijn regiment en zijn kameraden voor geld van de Colombiaanse drugskartels verraadde.

Menigeen vermoedt intussen dat Fergus is overleden; weggekwijnd in de gevangenis is hij zeker niet. Uit een Colombiaanse gevangenis wist hij immers te ontsnappen, waarna hij in de media onmiddellijk werd geduid als het brein achter die uitbraak.

Danny heeft het donkerbruine vermoeden dat zijn opa allang weer in Engeland is en hij is vastbesloten hem te vinden ook.

De hamvraag is echter: hoe spoor je je opa op als die als SAS-oudgediende juist is getraind om uit handen van de opponent te blijven? Daarnaast is opa Fergus ook nog eens een specialist in bewakingstaken en het uitvoeren van geheime operaties (black of covert operations).

Hierin geholpen door een vriendin en een SAS-veteraan besluit Danny tot een zoektocht om, koste wat kost, Fergus te vinden. Wat hij echter niet weet is dat anderen ook naar zijn opa en naar hem op zoek zijn.

'De jonge soldaat' is een intrigerend, ietwat voorspelbaar verhaal, op het absoluut verrassende einde na. Een van de vele lekker weglezende verhalen in de Andy McNab-traditie.

Terug naar Boven

 

DE KAALSLAG BIJ DEFENSIE - KRIJN SCHRAMADE

Omslag van 'De kaalslag bij Defensie'

titel

De kaalslag bij Defensie

auteur

Krijn Schramade

ISBN

9789462981249

jaar

2016

pagina's

178

uitgeverij

Amsterdam University Press (AUP)

 

 

'De kaalslag bij Defensie' van freelance journalist Krijn Schramade laat overtuigend zien dat de Nederlandse krijgsmacht op papier zowel kwalitatief hoogstaand als multifunctioneel is, maar dat ze ook amper inzetbaar is. De Nederlandse Defensie piept en kraakt, hangt en wurgt.

De inzetbaarheid is laag, het voortzettingsvermogen minimaal: beiden kunnen uiteindelijk schadelijk zijn voor het kunnen vervullen van grondwettelijke taken en verdragsrechtelijke verplichtingen, zoals binnen de NAVO.

Die kaalslag is het gevolg van twee zaken.


Allereerst is de krijgsmacht, al sinds het einde van de Koude Oorlog, steeds weer het kind van de rekening van 's Rijks begroting. Het Defensiebudget is decennia achter elkaar steeds weer verlaagd, met alle gevolgen van dien.

Is die constante bezuinigingsdrift al een molensteen om de nek van de krijgsmacht gebleken, naast de financiŽle destructie is er een stuitend gebrek aan politieke visie.

Visieloosheid regeert als het om onze krijgsmacht gaat, fundamentele keuzes worden nauwelijks gemaakt en opportunisme heeft de overhand. De discussie die het meest wordt gevoerd is die van de taken (ambitie) versus de middelen (budget), terwijl Defensie juist almaar wordt geregeerd door de afwezigheid van geld. De Defensiepolitiek is budget-driven, niet policy-driven, de basis van onze krijgsmacht is capacity-based in plaats van threat-based.

Dit is absoluut laakbaar, en dat laat Krijn Schramade de revue passeren, met een kritische blik richting het Ministerie van Defensie.

Het enige wat er op dit moment nog een beetje voor zorgt dat Defensie in crisistijd kan overleven, is de veelgeprezen can do-mentaliteit van het personeel. Die vergoelijkt steevast, bijvoorbeeld, het tekort aan (verouderd) materieel, het achterstallig onderhoud en te weinig reservedelen en schaars personeel.

De ambitie van Nederland blijft voorop lopen in de vaart der volkeren - en feitelijk is dat maar goed ook - maar ze strookt totaal niet met de toegewezen financiŽn.

Terwijl de grens tussen oorlog en vrede in de 21e eeuw alleen maar is vervaagd en de militaire druk ook in Europa de afgelopen jaren behoorlijk is opgevoerd, mede dankzij de Russische strapatsen op de Krim en in OekraÔne.

Kan dit proces van onttakeling nog een halt worden toegeroepen? Jawel, want er wordt immers weer zwaar materieel geprepositioneerd voor-het-geval-dŠt, NAVO-troepen worden gestationeerd aan de grens met Rusland en de NAVO heeft zelfs een Very High Readiness Joint Task Force in het leven geroepen om snel te kunnen reageren op dreiging (uit het oosten).

Toch lijkt de politiek ziende blind en horende doof.

De ambities van Defensie mogen, niet alleen in dit licht, huizenhoog blijven, het budget moet echt veel hoger. Op basis van alle geopolitieke dreigingen en de bijbehorende onzekerheid zal de politiek zo snel mogelijk de Defensiebegroting moeten bijplussen. Niet door zichzelf rijk te rekenen door - ok dan - te willen streven naar een Europees gemiddelde in Defensie-uitgaven als percentage van het Bruto Binnenlands Product (1,6%), maar door eindelijk eens te doen wat de NAVO aan alle lidstaten vraagt: de norm van 2% van het BBP halen.

Krijn Schramade haalt in 'De kaalslag bij Defensie' het schrikbeeld van onze onttakelde krijgsmacht voor het voetlicht. Hoogste tijd dat de BV Nederland wakker wordt en ervoor zorg draagt dat de krijgsmacht ook daadwerkelijk kwalitatief hoogstaand en multifunctioneel inzetbaar is.

Terug naar Boven

 

DE KLAS DE BAAS - MENNO DE VREE & MAARTEN SCHOUTEN

Omslag van 'De klas de baas' van Menno de Vree & Maarten Schouten'

titel

De klas de baas. De kunst van het aanvoeren

auteur

Menno de Vree & Maarten Schouten

ISBN

9789090265964

jaar

2012

pagina's

42

uitgeverij

Menno de Vree

 

Menno de Vree heeft samen met voormalig Bevelhebber der Landstrijdkrachten Maarten Schouten een boek geschreven over de kunst van het aanvoeren. Dan mogen de verwachtingen hooggespannen zijn.

De combinatie van De Vree – van “lastige leerling” tot docent in het Voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs (VMBO) – en Schouten – van 1996 tot 2001 de hoogste baas van de Koninklijke Landmacht (KL) – maakte mij zeer nieuwsgierig.

Wat in het boekje staat over hoe je de klas de baas kunt zijn of worden, is volgens mij allemaal waar. Maar de afwerking van het boekje is niet goed. En dat is jammer, want de boodschap verdient het om in ruime kring gelezen te worden.

Ook vliegen de gemeenplaatsen om de oren, zoals “Als u de leiding heeft, bent u een autoriteit zonder autoritair te zijn” en dat een goede leidinggevende zou passen in het kwadrant rechtsboven van de Roos van Leary. Ik geloof het klakkeloos, omdat ik uit de praktijk weet dat helpend leiden werkt.

Waarom staat het stokstaartje op de omslag? Heeft dat te maken met het sociale en waakzame, wat een leraar/instructeur moet zijn – kenmerken van dit dier?

Waar het boekje in slaagt, is om leiderschapsverering terug te brengen tot bruikbare, bondige adviezen, maar het lukt ‘De klas de baas’ niet mij te vertellen hoe tot die adviezen is gekomen.

Er wordt verwezen naar de sociaal pedagoge Veronica Weusten (schrijfster van ‘De geliefde leraar’), Timothy Leary (ook bij leidinggevende militairen bekend van 'de Roos'), de Chinese strateeg Sun Tzu, de Koninklijke Landmacht en Eric Berne (transactionele analyse), maar het komt mij voor dat al die theorieŽn haastig in een blender zijn gestopt en de mix dit boekje is geworden.

Graag had ik meer diepgang gelezen. Zoals een kennismaking met de toch al aangehaalde Weusten, die de vijftien vuistregels 'Orde en Sfeer' blijkbaar tot een handzaam kaartje voor docenten heeft gemaakt.

Daarmee zeg ik niet dat de praktische richtlijnen in dit boekje niet waardevol zijn. Wťl dat hieraan meer inhoud en vorm had moeten worden gegeven. De praktische richtlijnen kunnen 1-op-1 worden overgenomen op een instructiekaart (IK) voor de KL, die voor het domein van de onderofficier meteen bruikbaar zou zijn geweest.

Twee tips voor een herdruk. De definitie leidinggeven bij de KL (p. 16) is aangepast van “bewust beÔnvloeden van” naar “bewust richting geven aan”. Daarnaast zou ik nadenken over “De sergeant weet het altijd” (p. 39), zoals dat – wellicht in de dienstplichttijd van De Vree? – aan de onderofficiersopleiding werd geroepen. Als een sergeant iets niet weet – geen schande, zolang je daar maar eerlijk voor uitkomt – zoekt hij het op of vraagt het na bij zijn collega's en komt er zo snel mogelijk op terug.

Terug naar Boven

 

DE KONING VAN TUZLA - ARNOLD JANSEN OP DE HAAR

Omslag van 'De koning van Tuzla'

titel

De koning van Tuzla

auteur

Arnold Jansen op de Haar

ISBN

9029522852

jaar

1999

pagina’s

209

uitgeverij

De Arbeiderspers

 

De koning van Tuzla heeft nooit bestaan, behalve dan in het hoofd van Arnold Jansen op de Haar. Het is door zijn boek aanlokkelijk om werkelijkheid en fictie met elkaar te vermengen, te meer omdat zijn alter ego Tijmen ook compagniescommandant van de Alfa ‘Konings’-compagnie van 11 Infanteriebataljon Luchtmobiel Garderegiment Grenadiers is. Tijmen noemde zichzelf ‘koning’, maar was koning éénoog onder de blinden. Hij werd niet gehoord, er werd niet naar hem geluisterd, verblind door de in zijn ogen beperkte, verkokerde en in zichzelf gekeerde wereld van Simin Han, Luchtmobiele Brigade en Koninklijke Landmacht.

Zijn passie voor het beeldende en realistische wordt in een prachtig vertelde innerlijke tweestrijd uitgevochten, die resulteert in het opstappen van Tijmen-alias-Arnold bij Defensie. Het duel met zichzelf is eigenlijk al aan het begin verloren: “Niemand wist wie hij was. Hij wist het zelf niet eens” (p. 25). De dromende en literair verslingerde Tijmen weet in de oorlog in Bosnië dé vluchtpoging uit een verstikkend militair milieu.

De algemene herkenbaarheid voor insiders is groot: “Midden in dit Ardennen-achtige landschap lag het nieuwe kamp, in het lage deel van het dorp, aan de weg van Tuzla naar Zvornik. Daar, aan de rand van de Sapna Duim op een paar kilometer afstand van Tuzla, was de Alfa-compagnie nu gevestigd.” (p. 198). Niet alleen in de landschapsbeschrijving, ook in alledaags militair realisme - “Zijn slaapzak rook nog muf van oude oefeningen” (p. 55) – of de verbasterde namen van bataljons- en brigadecommandant, resp. Verbeek en Brokkel.

Nu eens een boek dat gaat over Tuzla en omgeving in plaats van Srebrenica, over Dutchbat-I in plaats van Dutchbat-III. De waarheid die boven water komt in ‘De koning van Tuzla’ is niet het soort waarheidsvinding dat we kennen uit parlementaire enquêtes, maar het soort dat er géén belang in stelt om uitgezonden militairen als oud vuil te behandelen.

Wat mij betreft heeft oud-Dutchbatter Arnold Jansen op de Haar een realistisch boek het licht laten zien. Het is echter de vraag of de meerderheid van ’s lands militairen brood ziet in zijn romandebuut, dat niet voor niets “een levendig testament op de grens tussen fictie en werkelijkheid” (Dubbel Accent, juli 1999) is genoemd. Hopelijk een vooroordeel.

Terug naar Boven

 

DE KRIMOORLOG Ė ORLANDO FIGES

titel

De Krimoorlog. Of de vernedering van Rusland.

auteur

Orlando Figes

ISBN

9789046810248

jaar

2011

pagina’s

672

uitgeverij

Nieuw Amsterdam

 

 

 

Terug naar Boven

 

DE LAATSTE MAN - HANS GOEDKOOP

titel

De laatste man. Een herinnering

auteur

Hans Goedkoop

ISBN

9789045705743

jaar

2012

pagina's

92

uitgeverij

Augustus

 

‘De laatste man’ gaat over de laatste grote man die aan Nederlands-IndiŽ zijn militaire loopbaan dankte en de opheffing van het KNIL in 1950 van zeer nabij meemaakte: generaal-majoor der infanterie Rein van Langen. Auteur Hans Goedkoop is zijn kleinzoon.

Het boek is ook de onthulling van een geschiedenis die binnen zijn familie decennia achtereen ongeschreven is gebleven. Goedkoop traceerde de gangen van zijn opa en ontdekte een schemerwereld aan geheime acties en conflicten.

In Jakarta liet kolonel Van Langen in december 1948 - hij was toen commandant van de T(ijger)-Brigade - opstandelingenleider Soekarno arresteren. Deze heldhaftige rol oogstte in legerkringen veel waardering, waardoor hij razendsnel carriŤre mocht maken en het als generaal-majoor tot Chef van de Generale Staf (CGS) van het Koninklijk Nederlandsch-indisch Leger (KNIL) bracht.

Haaks hierop staat de ondankbare taak 'zijn' leger te helpen ontmantelen. Van Langen verdroeg het niet dat de politieke en militaire leiding de teloorgang van het KNIL als een “zuiver logistieke operatie” beschouwde. Niet vreemd dat hij allesbehalve een hoge dunk had van de politici die vanaf het pluche beslisten over oorlog en vrede, leven en dood in Nederlands-IndiŽ, zonder ooit persoonlijk risico te lopen.

In 1950 was hij bij de ontbindingsceremonie van het KNIL in de ambtswoning van de Nederlandse Hoge Commissaris, dr. Hans Hirschfeld, in Jakarta, waar hij (om de ineenstorting te rechtvaardigen?) werd onderscheiden met de Bronzen Leeuw. Na de Indonesische onafhankelijkheid repatrieerde hij.

Het is aannemelijk dat hij bij terugkomst in eigen land op een zijspoor is gezet omdat hij tijdens het dekolonisatieproces onaangename zaken durfde te benoemen en het na de opheffing van het KNIL, in weerwil van de politiek, opnam voor 'zijn' inlandse personeel. Het zure gevolg was dat hij zijn verdere werkzame leven uitzat als Hoofdinspecteur van het Brandweerwezen in Den Haag.

Goedkoop heeft in ‘De laatste man’ niet alleen een familieraadsel uitgezocht maar ook wat zich in de nadagen van IndiŽ werkelijk heeft afgespeeld.

Generaal-majoor Van Langen zou hebben gewild dat het KNIL, waar hij zijn (militaire) leven aan had gewijd en opgeofferd, niet in de la van vergetelheid werd weggestopt. Helaas is dit wel gebeurd: het KNIL is diep weggezakt in de annalen van de krijgsgeschiedenis en leeft alleen nog voort op Bronbeek en bij kenners. Met 'De laatste man' is dit postuum een klein beetje hersteld, waarmee Goedkoops boek zeer de moeite waard is om door een groot publiek gelezen te worden.

Terug naar Boven

 

DE LAATSTE PRINS VAN KAFIRISTAN - DAWUD PIRZAD

titel

De laatste prins van Kafiristan. Russische spionage in Afghanistan.

auteur

Dawud Pirzad

ISBN

9789462060234

jaar

2012

pagina's

240

uitgeverij

Boekscout

 

Dawud Pirzad (1973) groeide op in Kabul, kent Afghanistan dus van binnenuit en kwam in 2000 naar Nederland.

In zijn op historische feiten gebaseerde roman voert hij het doen en laten op van Umied, opgegroeid in Afghanistan. Hij verliest zijn ouders, komt in een weeshuis terecht en wordt uiteindelijk geholpen door een Russische arts. Ze verhuizen naar Moskou, waar hij als student de val van het communisme meemaakt en kennismaakt met de corruptie, het geweld en het verval van Rusland tot een rijk geregeerd door maffiosi.

Terug in Kabul blijkt al snel dat hijzelf ťťn van de vele slachtoffers van het politieke geweld en de oorlog is. Op zijn sterfbed onthult zijn oudoom hem bepaalde zaken over zijn moeder en vraagt hij Umied om zijn stoffelijk overschot naar het afgelegen en onafhankelijke Nuristan te brengen – een bergachtig gebied in het noordoosten van Afghanistan. Vroeger stond dit bekend als “het land van de kaffers” (niet-islamieten); Kafiristan, waarvan de inwoners laat tot de islam werden bekeerd en tot de dag van vandaag volharden in hun onafhankelijkheid.

Vanuit Umied’s invalshoek zien we de Russische inval en bezetting van Afghanistan, het verzet van de moedjahedien, het verjagen van de Russen, de komst van de Taliban. De gevolgen voor Umied en de - vanuit Pirzad’s perspectief - totaal onzinnige internationale bemoeienis met de toekomst van zijn land, worden gemakkelijk verweven met Umied’s ontdekkingsreis naar de waarheid over zijn moeder.

Ook in 2012, het jaar waarin zijn debuut uitkwam, is de Afghaanse samenleving nog lang niet ook maar herstellende van alle in- en externe troebelen en verlammingen. ‘De laatste prins van Kafiristan. Russische spionage in Afghanistan’ is ťťn van de aanraders die je moet hebben gelezen om het gecompliceerde Afghanistan een heel klein beetje te kunnen begrijpen.

Terug naar Boven

 

DE LEVENSROMAN VAN JOHANNES POST - ANNE DE VRIES

titel

De levensroman van Johannes Post

auteur

Anne de Vries

ISBN

9789059779372

jaar

2013 (14de druk; oorspronkelijk uitgegeven in 1948)

pagina's

368

uitgeverij

Omniboek (uitgave 1948 door J.H. Kok)

 

 

Als in mei 1940 Nederland wordt bezet, voegt Drentenaar Johannes Post (1906) zich al snel bij het verzet.

In Rijnsburg vormt Post de knokploeg (KP) ‘Johannes’, die overvallen uitvoert om bonkaarten en identiteitsbewijzen te stelen uit gemeentehuizen en distributiecentra in Brabant en Zuid-Holland. Al snel klimt Post op in de hiërarchie van de Landelijke Knokploegen (LKP).

Nog in februari ’44 pleegde de KP ‘Johannes’ een overval waarbij 56 pistolen werden buitgemaakt, maar in de nacht van 14 op 15 juli 1944 gaat het mis. Bij een mislukte, want verraden bevrijdingsactie van onder meer Post’ boezemvriend Jan Wildschut uit het Huis van Bewaring aan de Weteringschans in Amsterdam, wordt Johannes Post gearresteerd. Op 16 juli 1944 wordt Johannes Post in de duinen van Overveen door de Duitsers gefusilleerd.

Anne de Vries publiceerde de voorloper van zijn biografie over Johannes Post als ‘Johannes Post. Een historisch feuilleton’ in het geïllustreerd weeblad Ons Vrije Nederland (OVN) – de voortzetting van Geïllustreerd Vrij Nederland. Van 3 november 1945 tot 27 juli 1946 verschenen in totaal achtendertig (38) afleveringen.

Uiteindelijk is ‘De levensroman van Johannes Post’ een historische roman geworden, waarbij de hoofdpersoon een gereformeerde boer in Nieuwlande was die in de zomer van 1943 een KP oprichtte.

In zijn boek beschrijft De Vries nagenoeg blindelings het levenspad van de verzetsman die hij goed had gekend. Elke faux pas wordt keurig toegedekt met de mantel van godsvrucht en vriendschap. Het is dan ook verklaarbaar dat hij Post in zijn levensroman heeft neergezet als een mythe. Hierdoor is helaas veeleer sprake van een kritiekloze heiligenbeschrijving dan van een zo objectief mogelijke biografie.

Omdat dit, in mindere mate, ook speelt bij ‘Johannes Post, exponent van het verzet’ (1995) van Geert C. Hovingh, zou er idealiter in de toekomst nog een geobjectiveerde biografie moeten verschijnen over Johannes Post en het verzet.

Terug naar Boven

 

DE MANNEN VAN PEGASUS - JIM VAN GEELKERKEN

titel

De mannen van Pegasus. Waargebeurde verhalen

auteur

Jim van Geelkerken

ISBN

n.v.t.

jaar

2010

pagina’s

160

uitgeverij

DM Impressions

 

Iemand die het over “Pegasus” heeft, moet haast militair zijn: het gevleugelde paard uit de Griekse mythologie, leeft immers voort in de krijgsgeschiedenis. Zo vond in oktober 1944 de operatie Pegasus plaats na de mislukte Slag om Arnhem: het was de bedoeling ondergedoken militairen van de 1st British Airborne Division tijdens operatie Market-Garden, evenals piloten en verzetsstrijders, door bezet gebied naar de overkant van de Rijn te brengen. De eerste poging werd een groot succes, de tweede en laatste een jammerlijke mislukking.

In Uruzgan geen Rijn maar een Tiri Rud en een Helmand, die in Deh Rawod samenkomen.

Ook kent de Luchtmobiele Brigade haar eigen Pegasus-eenheid: de Bravo-Compagnie (Bcie) van 13 Infanteriebataljon Luchtmobiel uit Assen draagt de (bij)naam ‘Pegasus’. De compagnie was in 2007 als Bravo-team uitgezonden naar de Zuid-Afghaanse provincie Uruzgan.

Het boek van opperwachtmeester der artillerie b.d. Jim van Geelkerken, die in 2009 de actieve dienst verliet, beschrijft de missie van het team onder leiding van toenmalig kapitein Brakert. Het Bravo-team diende tussen augustus en december 2007 in Deh Rawod als deel van de ISAF Battle Group-4. Het boek is geschreven met medewerking van leden van diezelfde Bravo-Compagnie.

Als ik dit schrijf is het zomer 2010: de missie in Uruzgan is 24 doden en 140 gewonden verder, van wie ruim veertig zwaargewond. De missie is bijna ten einde. Eind 2007 kreeg de Bcie de opdracht naar Camp Hadrian in Deh Rawod in het zuidwesten van Uruzgan te gaan. Rustig gebied, vreedzaam, geen troebelen... “Rust roest”, moet de Taliban hebben gedacht. Al snel kwamen de Nederlanders erachter dat rust in elk geval relatief is. Bijna dagelijks werden ze geconfronteerd met hinderlagen en improvised explosive devices. En eind oktober 2007, toen het sneuvelen van Martijn Rosier en Tim Hoogland al diepe wonden had geslagen, was bijna de gehele inktvlek om Deh Rawod in handen van de Taliban. “Een [...] nadeel van de inktvlekmethode is dat je wel over voldoende inkt dient te beschikken. Wanneer je alleen maar inkt hebt om lijntjes te trekken en niet voldoende om het vlak in te kleuren dan kun je jezelf afvragen wat de kracht van de tekening is.” (p. 12)

Toch blijft het één voor allen, allen voor één, niet alleen uit het inzicht dat de Bcie op enig moment moest terugslaan. Ook door het afscheid van Martijn en Tim ontstond voor altijd en eeuwig een band. De waarheidsgetrouwe verhalen (“Niets in dit boek zal overdreven worden”, p. 6) inspireren, omdat ‘De mannen van Pegasus’ niet het zoveelste human interest-verhaal uit Uruzgan is, maar eentje dat vanuit het kloppend hart van de militaire actie de missie het ware gezicht geeft. Dat gezicht is vaak getekend door het klimaat en van pijn vertrokken vanwege doden of gewonden, maar er zijn zeker ook momenten “[...] dat er ook prachtige dingen kunnen gebeuren, misschien wel juist in deze moeilijke omstandigheden.” (p. 80) – aldus aalmoezenier Tako na de herdenkingsbijeenkomst voor Tim.

Het aanzien van de missie in Uruzgan wordt, in elk geval eind 2007,bepaald door de aanwezigheid van helikopters en vliegtuigen die lowpasses uitvoeren en 500-ponders droppen om de grondtroepen te ondersteunen; vanaf een overwatch dekkingsvuur geven om een gedekte locatie te bereiken; indirect vuur op de vooruitgeschoven post Volendam krijgen, die blijkbaar ook ongezien kan worden genaderd door de gecoördineerd werkende Taliban; maïs- en wietvelden en quala’s die bescherming bieden aan de Opposing Military Forces; het soms ondoorzichtige handelen van het hoger niveau en ontwikkelingen die in het voorterrein die “veel sneller gaan” (p. 61) dan aan het hoger niveau kan worden duidelijk gemaakt; almaar problemen met de veiligheid die mede ontstaan door de lokale bevolking en een gebrek aan samenwerking tussen de verschillende stammen; al dan niet toestemming krijgen om met de pantserhouwitser (PZH) met brisantgranaten te mogen schieten. Ziehier in een miniscule notendop ‘De mannen van Pegasus’...

Baret af voor Jim van Geelkerken en zijn collega’s, die dit verhaal niet alleen voor zichzelf hebben opgeschreven: “Thuis kunnen ze niets zeggen en als ze een collega tegenkomen hoeven ze niets te zeggen. Het is dit isolement dat in mijn optiek voor problemen kan zorgen.” (p. 6)

Terug naar Boven

 

DE MILITAIRE OPERATIES VAN DE TWEEDE WERELDOORLOG Ė G.J.M. KELLNER

titel

De militaire operaties van de Tweede Wereldoorlog. Van Anzio tot Zitadelle

auteur

G.J.M. Kellner

ISBN

9789059114975

jaar

2009

pagina’s

640

uitgeverij

Aspekt

 

 

 

Terug naar Boven

 

DE NEDERLANDSE INFANTERIE Ė HENK RINGOIR SR.

titel

De Nederlandse Infanterie (Uit de reeks 'De geschiedenis van de Nederlandse armee')

auteur

Henk Ringoir Sr.

ISBN

N.v.t.

jaar

1968

pagina's

120

uitgeverij

C.A.J. van Dishoeck

 

 

 

Terug naar Boven

 

DE NEDERLANDSE KRIJGSMACHT IN EEN NOTENDOP - JAN SCHULTEN

Omslag van 'De Nederlandse krijgsmacht in een notendop'

titel

De Nederlandse krijgsmacht in een notendop

auteur

Jan Schulten

ISBN

9035130324

jaar

2006

pagina's

160

uitgeverij

Bert Bakker

 

 

 

Terug naar Boven

 

DE NEDERLANDSE RODE BARETTEN - LAURENS VAN AGGELEN

Omslag van 'De Nederlandse rode baretten. 11 Luchtmobiele Brigade (Air Assault) '7 December' (1992-2012)'

titel

De Nederlandse rode baretten. 11 Luchtmobiele Brigade (Air Assault) '7 December' (1992-2012)

auteur

Laurens van Aggelen

ISBN

9789079763009

jaar

2012

pagina's

216

uitgeverij

White Elephant

Na de Koude Oorlog dicteerden de Defensienota 1991 en de Prioriteitennota 1993 onder meer dat de Nederlandse krijgsmacht behoefte had aan een lichte infanterie-eenheid die binnen twintig dagen wereldwijd kon worden ingezet. Het was het logisch antwoord op de uitdagingen waar de Koninklijke Landmacht na de Koude Oorlog voor stond. De Defensienota vermeldde het oprichtingsvoornemen van 11 Luchtmobiele Brigade, terwijl de Prioriteitennota de brigade-in-de-steigers al noemde als mogelijke eenheid voor crisisbeheersingsoperaties, waaronder vredesoperaties.

Defensie was er eigenlijk geen voorstander van om 11 LMB voor vredesoperaties in te zetten: dit zou het hele concept van een luchtmobiele eenheid weleens kunnen schaden. De CDS en BLS waren van mening “dat de beoogde inzet van de Luchtmobiele Brigade met pantserwagens niet voldoende overeenkomt met de opzet van de Luchtmobiele Brigade” en vooral bevreesd voor de negatieve uitstraling die dit kon hebben op de wervingskracht van de Koninklijke Landmacht op de arbeidsmarkt. Toch bood Minister van Defensie Relus ter Beek in september 1993 de Luchtmobiele Brigade aan VN Secretaris-generaal Boutros-Ghali aan voor het handhaven van een niet bestaande vrede in BosniŽ. De rest is bekend.

11 LMB werd, zeker in de beginjaren, geprofileerd als het paradepaardje, de mogelijke landmachtequivalent van het Korps Mariniers. Van Aggelen schrijft niet over deze politieke achtergronden. Wťl over militairen die er bewust voor kiezen ergens voor te staan, hun grenzen durven verleggen, verder kunnen gaan dan anderen. Het esprit de corps is bij deze eenheid ťcht anders.

In dit boek treffen mij vooral de verhalen van ‘vroeger’, toen ook ik in ťťn van de eerste lichtingen van het tweede bataljon van de brigade mocht opkomen. Binnen 11 LMB was ik pelotonsgewondenverzorger, plaatsvervangend commandant van de geneeskundige afvoergroep en Senior AMV'er.

Van Aggelens boek beschrijft de brigade die van luchtmobiel verwerd tot specialist in luchtlandingen (air assault). Van het ontstaan in 1992, de opkomst van de eerste aangestelde militairen in september ’92, het instromen van de helikopters, de eerste operationele gereedheidstatus (OGS) in Polen in 2003 - GAINFUL SWORD - tot en met in 2012 de tweede OGS tijdens de oefening PEREGRINE SWORD in Duitsland.

11 Luchtmobiele Brigade werd een prominent landmachtinstrument, dat vaak werd ingezet voor missies. Zo was de brigade in 2002-’04 als eerste actief in Afghanistan. Het concept Air Manoeuvre bleek succesvol, evenals het verbrede operationeel concept waarin bijvoorbeeld de Delta zware wapenscompagnieŽn geruisloos de plek innamen van de Staf- en Antitank-compagnieŽn.

Er staan een paar 'foutjes' in het boek. Het geheugen laat oud-brigadecommandant Karssing in de steek (p. 125) als hij eraan terugdenkt dat zijn adjudant, Arend Brinkman, later “de eerste krijgsmachtadjudant” zou worden. In werkelijkheid was Brinkman van 2001-’05 de tweede landmachtadjudant. Evenzo dankt het boek van Van Aggelen aan oud-commandant Van Vels (p. 127) een ‘slip of the memory’. Van Vels denkt dat Fridolin von Senger und Etterlin in de jaren ’50 met het idee kwam dat “alles vanonder rotors in plaats van op rupsbanden” kon vechten. Dit was echter zijn zoon Ferdinand M. von Senger und Etterlin, de latere commandant Allied Forces Central Europe (1979-'83). Von Senger und Etterlin was, samen met Sovjet-maarschalk Tukhachevsky en de Britse generaal Simpkin, de ‘founding father’ van het luchtgemechaniseerd optreden.

Ondanks de gememoreerde schoonheidsfoutjes is het boek van Laurens van Aggelen absoluut een must voor hen die bij de Luchtmobiele Brigade hebben gediend of nog steeds dienen. Uit de vele tientallen interviews wordt de toon van de ‘superinfanteristen’ prima neergezet. En terwijl ik deze recensie schrijf gaat 11 LMB gewoon door in de vaart der militaire eenheden: per 01-01-2014 wordt de mooiste brigade van de KL onder bevel gesteld van de Duitse Division Schnelle Kršfte.

Meemaken hoe die luchtmobiele sfeer is? Lees ‘De Nederlandse rode baretten’ en meld je aan: the proof of the pudding surely is in the eating…

Terug naar Boven

 

DE NEUS - HANS VAN DER BEEK

titel

De neus. Het macabere vak van Harry Jongen

auteur

Hans van der Beek

ISBN

9789053339590

jaar

2000

pagina’s

156

uitgeverij

Prometheus

 

 

Zie ook: Bergings- en Identificatiedienst Koninklijke Landmacht (BIDKL).

Terug naar Boven

 

DE NIEUWE KRIJGSELITE - ALVIN & HEIDE TOFFLER

titel

De nieuwe krijgselite. Strategie, tactiek en de Derde Golf (origineel: War and Ati-War. Survival at the Dawn of the 21st Century)

auteurs

Alvin & Heide Toffler

ISBN

9789025406639

jaar

1994 (origineel: 1994)

pagina's

344

uitgeverij

Contact (origineel: Warner Books)

 

 

Operatie DESERT STORM, de Golfoorlog van 1990-'91, diende de oorlog van de toekomst aan. Met permanent beschikbare satellietbeelden van het gevechtsveld, rondcirkelende AWACS-vliegtuigen, nachtkijkers, sensoren, radar, elektronische afluisterapparatuur en drones. Alle hightech bracht de oorlog niet alleen direct in de hoofdkwartieren van de oorlog maar, dankzij CNN's Peter Arnett en zijn live verslaggeving vanuit Bagdad, ook in de huiskamer. Afgewisseld met conventionele tapijtbombardementen met B-52's en frontale aanvallen op vijandelijke woestijnstellingen.

Maar het was niet alles goud wat er blonk: nog nooit waren zoveel ondersteunende militairen nodig geweest om het optimale resultaat uit een oorlog te halen. De tooth-to-tail-ratio was nog nooit zo buiten proporties: 1 : 7. Voor iedere gevechtssoldaat waren maar liefst zeven anderen nodig om zijn gevecht op enige manier mogelijk te maken.

Met gevoel voor overdrijving stelde de Franse generaal Pierre Marie Gallois (1911-2010) na afloop van DESERT STORM: "De Verenigde Staten stuurden een leger van 500.000 man naar de Golf, waarvan tussen de 200.000 en 300.000 man ondersteunend personeel voor de logistiek. Feitelijk werd de oorlog gewonnen door niet meer dan tweeduizend militairen."

Alvin en Heide Toffler gaan in dit boek uit van de stelling dat de verschijningsvorm van oorlog en vrede nauw verbonden is met de heersende technologische ontwikkeling. Menselijke innovatie, de opkomst van de informatiemaatschappij en hiermee gepaard gaande explosie van kennis die dit teweeg brengt hebben ingrijpende gevolgen voor de toekomstige oorlogvoering.

Een voorsprong op het gebied van communicatie is beslissend in de strijd. In essentie was DESERT STORM een campagne waarin het Amerikaanse kennis- en informatieoverwicht die doorslag gaf.

Massale zogenaamde Tweede Golf-oorlogen die voortkwamen uit de industriŽle revolutie, zoals bijvoorbeeld uiteindelijk ook de Vietnamoorlog, hebben intussen plaatsgemaakt voor snelle maar zeer doeltreffende aanvallen met een minimum aan slachtoffers en nauwelijks collateral damage. Althans dat is de bedoeling.

Het echtpaar Toffler is futuroloog en probeert de mogelijkheden voor de toekomst vorm te geven, in dit geval met betrekking tot oorlog (en vrede). Toekomstige oorlogvoering, zo stellen ze, wordt vergemakkelijk dankzij informatisering, robotisering, economische schaalverkleining en de toepassing van revolutionaire communicatiestrategieŽn.

President Dwight Eisenhower zei eens: "Plans are worthless, but planning is everything." Hoewel het onmogelijk is om de toekomst te voorspellen, na te denken over de toekomst is essentieel om concepten en strategieŽn te bedenken die wellicht het verschil kunnen maken.

Terug naar Boven

 

DENKEN ALS EEN GENERAAL - MICHIEL JANZEN

titel

Denken als een generaal. Twaalf slimme strategieën van het slagveld

auteur

Michiel Janzen

ISBN

9789461260277

jaar

2012

pagina's

256

uitgeverij

Haystack

 

 

Terug naar Boven

 

DE OORLOG VAN 3 BILJOEN- JOSEPH STIGLITZ & linda bilmes

titel

De oorlog van $ 3 biljoen

auteur

Joseph Stiglitz & Linda Bilmes

ISBN

9789027479693

jaar

2008 (Nederlandse vertaling)

pagina's

285

uitgeverij

Uitgeverij Het Spectrum B.V.

 

Volgens de flaptekst is ‘De oorlog van 3 biljoen’ “een boek dat het internationale debat over Irak en oorlog voorgoed verandert”. Dit is een aanname die ik niet deel, alleen al omdat het eerst dat sneuvelt in een oorlog de waarheid is! De oorlog in Irak lijdt, anno 2008, tot imagoschade voor de Verenigde Staten en het einde is nog niet in zicht. Blaast de VS de aftocht uit Irak, zal het land gebukt gaan onder chaos en nog meer gepolariseerd geweld; blijft de VS, dan vallen er nog meer Amerikaanse slachtoffers en lijkt het Vietnamsyndroom een selffulfilling prophecy te worden.

De vooruitzichten zijn zodoende niet mals. De twee economisch auteurs becijferen de schade als gevolg van de Irakoorlog op 3 biljoen dollar: een 3 met 12 nullen. En zelfs dat astronomische bedrag lijkt aan de magere kant, hoewel de schrijvers in hun soms ellenlange en gortdroge uiteenzettingen uit een statistische cijferbrij één groot punt tegen hebben: zij manifesteren zich als fervente tegenstanders van de Irakoorlog. Dat maakt een objectieve lezing moeilijk en kleurt bij voorbaat de gepresenteerde cijfertjes en feitjes. Bovendien, maar dat is persoonlijk, heb ik weinig met de wetenschap die het menselijk streven naar welvaart tot voorwerp heeft (economie). Daarom kies ik een andere insteek: de gezondheidszorgaspecten als gevolg van de Irakoorlog. Overigens is de Irakoorlog nu al duurder dan die in Vietnam (die 12 jaar duurde) en ruim tweemaal zo duur als de oorlog in Korea.

Ergens in het boek halen Joseph Stiglitz en Linda Bilmes aan dat meer dan de helft van de Amerikaanse troepen in Irak jonger is dan 24 jaar. Onmiddellijk rinkelde het belletje van ‘19’, de jaren ’80-hit van Paul Hardcastle, met samples van een televisiedocumentaire over veteranen uit de Vietnamoorlog die lijden aan het posttraumatische stresssyndroom: “In World War II the average age of the combat soldier was 26 / In Vietnam he was 19.” Ligt het moeras van de Vietnamoorlog opnieuw op de loer?

De Amerikanen hebben veel problemen. De oorlog kost klauwen vol met geld, de regering van George Bush jr. lijkt de Irakoorlog geheel op de pof te hebben gefinancierd, de Iraki’s hebben intussen nagenoeg alle sympathie voor de VS verloren en in de VS is de Irakoorlog impopulairder dan ooit tevoren. Hoewel… het is niet de oorlogvoering an sich die verre van populair is, maar de grote aantallen Amerikaanse slachtoffers die vallen. Vallen er géén slachtoffers door oorloggerelateerde verwondingen (11% van de militairen - 1 op de 9 – raakt in Irak gewond), dan steken min of meer voorspelbare ziekten de kop op: buikloop, luchtweginfecties, leishmaniasis, brucellosis, waterpokken, meningitis, Q-koorts, cholera. Kommer en kwel. De geneeskundige dienst heeft hier zijn handen vol aan, evenals aan de meest kenmerkende verwondingen van de Irakoorlog: traumatisch hersenletsel, PTSS, amputaties en verwondingen aan de rugwervels. Hierbij is PTSS met stip koploper, plus zowel controversieel als kostbaar. Dat is niet zo vreemd: de militairen zijn vaak betrokken bij gevechten, er vinden veel aanslagen met improvised explosive devices plaats, een duidelijke frontlijn is er niet en strijders vermommen zich als burgers (en vrienden zijn niet van vijanden te onderscheiden). De nazorg in het kader van PTSS kan wel eens de druppel zijn die de dollaremmer doet overlopen.

De ratio gewonden-staat-tot-doden – anders gezegd: de verhouding draagbaren-bodybags – in Irak is tot nu toe 7 : 1… aan de kant van de Amerikanen. Dat is bijna onvoorstelbaar en maakt de oorlog ‘at home’ alleen maar minder populair. Hierdoor kent elk Amerikaans dorpje zijn ‘helden’ van het slagveld. Een slagveld dat wordt gekenmerkt door rare ziekten, zand, hitte, moeizaam terrein, een ongrijpbare tegenstander en het onzichtbare (lands)belang waarvoor wordt gevochten.
Of toch niet?

Tot dusver zijn de enige winnaars die uit de Irakoorlog naar voren komen de zich verrijkende oliemaatschappijen (die de controle over de Irakese olievelden hebben) en de private military contractors. Die laatsten leveren alleen al in Irak 100.000 man op het gevechtsveld, de grootste troepenmacht na de reguliere troepen van de VS. Firma’s als Blackwater, Kellogg Brown & Root (KBR) e.d. hebben door dat een leger alleen op een gevulde maag en met een gevulde benzinetank kan marcheren…

Schrale troost is dat de VS niet failliet gaat als gevolg van de schrikbarend hoge uitgaven van de Irakoorlog, ondanks de drastisch gestegen olieprijzen sinds de inval in Irak in maart 2003. Het angstwekkende zit ‘m hierin dat de Amerikanen de oorlog volledig op krediet hebben gefinancierd. Als wordt uitgegaan van de conservatieve ramingen van Nobelprijswinnaar Stiglitz (economie 2001) en mevrouw Bilmes in 'The three trillion dollar war: the true cost of the Iraq conflict', bedraagt de kostenberekening van de Irakoorlog nu al éénderde van de huidige staatsschuld van de VS (een ander éénderde is uitstaande leningen bij China en Japan).

Zo'n duizelingwekkend begrotingstekort is nog niet alles. Ook de al dan niet verborgen gezondheidsvooruitzichten van legio Amerikaanse Irak-veteranen is er niet beter op geworden. Vergelijk het hiermee: “All those who remember the war / They won't forget what they've seen / Destruction of men in their prime / whose average was 19”

Terug naar Boven

 

DE OORLOG ZIT ME OP DE HIELEN - ARNO BORNEBROEK

titel

De oorlog zit me op de hielen. Hans Teengs Gerritsen, 1907-1990
auteurArno Bornebroek
ISBN

9789085068075

jaar

2011

pagina's

222

uitgeverij

Boom

 

Hans Teengs Gerritsen, met achter zich Prins Bernhard. Dat is het beeld wat beklijft na het lezen van dit boek.

De man die voor geheel naoorlogs Nederland decennia achtereen één van de meest gerespecteerde voormannen van het verzet was, had zelf een marginale rol in dat verzet gespeeld: van 1942 tot ’45 was hij gedetineerd, achtereenvolgens in Scheveningen, Haaren, Amersfoort, Natzweiler en Dachau. Dat hij die jaren overleefde, had hij te danken aan zijn prima fysieke en mentale gesteldheid (niet gek als ijshockeyer en vijfkamper), zijn vrienden in de kampen (die ook later de juiste connecties bleken) en de onontbeerlijke factor geluk.

In ’45 leerde hij de prins kennen, maar de klik tussenbeiden groeide snel uit tot een bijzonder hechte vriendschap. Twee gelijkgestemden, die zich na de oorlog vonden in hun gemeenschappelijke ideaal: zich inzetten voor het oud-verzet en de oorlogsslachtoffers.

Hans T. Gerritsen ademde oorlog. En na die oorlog was er regelmatig de schijn van overdrijving, van het niet kunnen of willen relativeren van de rol die hij (niet?) in het verzet had gespeeld. Fantast? Dat is te veel gezegd. Eerder waren zijn herinneringen gekleurd door wat hij als zijn waarheid zag.

Hans was de idealist die er altijd voor ging, het initiatief nam, actief in Koninklijke kringen, vliegtuig- en wapenhandel, inlichtingendiensten. Een man die van zijn gaven – werk en privé mixen zonder gebruuskeerd te raken én politiek en zakendoen scheiden, althans in beginsel (p. 78) – tot zijn werk maakte. Als goedbetaald consultant, onopvallend lobbyist, zakenman, prominent woordvoerder. Vaak invloedrijk in beslissingen die door de regering werden genomen met betrekking tot naoorlogse kwesties.

Hans bewoog zich losjes en vrijgevochten. De omslagfoto van dit boek voedt de legende van ‘de waakhond van de prins’: altijd weer Hans om de prins uit de wind te houden. Die rol werd hem bijna mythisch, tot aan Bernhards knieval als gevolg van de Lockheed-affaire.

Bornebroeks boek loopt op rolletjes, maar uit de aard van Hans’ levensloop resten bij mij vragen. Zo had de auteur uitgebreider mogen ingaan op Hans’ rol in de dood van Christiaan Lindemans (King Kong), zijn werkzaamheden bij de Inlichtingen Dienst en het Bureau Nationale Veiligheid, op journalist Oscar Mohr (die andere in het rapport over Hans’ verzetsactiviteiten, p. 37), de introductie van de F-104 Starfighter van Lockheed in Nederland, de Special Forces Club in Londen en de – kort aangetipte – rol in de nasleep in het Engelandspiel.

Van alles wat voor het voetlicht komt, is Hans’ idealisme het meest helder. “Ik ga liever dood aan mijn idealen dan aan de griep”  was niet voor niets een gevleugeld gezegde van hem. Zijn idealisme kwam in de praktijk tot wasdom. Zo was hij één van de founding fathers van Centrum ’45 in Oegstgeest, oprichter van het invloedrijke Centraal Orgaan Voormalig Verzet en Slachtoffers (COVVS) en één van de initiators achter zowel het militair defilé (vanaf 1988) als de opknapbeurt van hotel De Wereld in Wageningen.

Maar zijn weerbaarheid had te lijden, met name toen in zijn rol achter de vrijlating van de Twee van Breda en de ophef rond het staatspensioen van de Zwarte Weduwe. Toen dat gedoe allemaal achter de rug was, waren zowel WO II als hijzelf plotsklaps oud geworden. Wat dan nog rest is het allesbehalve transparante leven van een Oranjegezinde patriot die met een dosis geluk, de overleving van concentratiekampen en de juiste connecties het gezicht van het oud-verzet was. Uiteindelijk hebben de herinneringen aan datzelfde verzet zelfs Hans Teengs Gerritsen overleefd.

Terug naar Boven

 

DE ORANJES IN DE TWEEDE WERELDOORLOG - CAREL BRENDEL

titel

De Oranjes in de Tweede Wereldoorlog. Het dagelijkse leven, de verhalen en anekdotes (inclusief DVD met uniek beeldmateriaal)
auteurCarel Brendel
ISBN

9789021549842

jaar

2011

pagina’s

160

uitgeverij

Kosmos

 

‘De Oranjes in de Tweede Wereldoorlog’ bevat geen nieuwe inzichten of opvattingen. Dat is ook nauwelijks mogelijk, gezien de werkwijze van de auteur. Brendel heeft zijn boek gebloemlezen uit talloze boeken over het Koninklijk Huis en dan in het bijzonder over Z.K.H. Prins Bernhard. In het verleden waagden onder andere Alden Hatch, Gerard Aalders, Harry van Wijnen, Sefton Delmer en Wim Klinkenberg zich van overdreven criticaster tot idolaat vereerder aan de Koninklijke hoofdpersoon.

Dit resumé van die biografieën maakt dit boek, onder meer, interessant als leesvoer voor militair geïnteresseerden, daar de Prins zich in de oorlogsjaren uiteindelijk als militair liet gelden. Maar eerst naar het begin…

Brendel’s boek staat vol prachtige zwart/wit en sepia foto’s van de Koninklijke familie. Gekiekt in Huis ten Bosch, Londen, Ottawa. Verspreid over de vrije wereld. Koningin Wilhelmina verbleef in totaal 1.765 dagen in Londen, waar ze met het kabinet – eerst onder leiding van De Geer, later onder Gerbrandy – de regering vormde. Een regering zonder parlementaire controle, omdat de Tweede Kamer in Nederland was achtergebleven. Die controle kwam, na de oorlog, in de vorm van de Parlementaire enquête regeringsbeleid 1940-1945.

Het beeld dat in die jaren van Wilhelmina ontstaat, is dat ze zoekt naar vernieuwers die ze, voor het grootste deel, niet kan vinden in de meegevluchte kabinetsleden. Wel, deels, in de door haar bijna aanbeden Engelandvaarders. Die kwamen haar, opportunistisch gezien, ook het best van pas. Zij brachten informatie uit het vaderland en slechts weinigen onder hen gedroegen zich als ‘ongeleide projectielen’. Dit, zonder dat Wilhelmina dat wist, in tegenstelling tot haar ‘modelschoonzoon’ Bernhard. Die zocht naar een deugdzame invulling van een te verwerven overzeese positie, niet per se met de statuur van prins-gemaal.

Niet zo deugdzaam echter waren de (al dan niet vermeende) buitenechtelijke zijsprongetjes met zijn vriendinnen Ann Lady Orr-Lewis en Penelope Aitken. Die werden later keurig weggemasseerd of onvermeld gelaten door de geautoriseerde biografen Delmer en Hatch.

Ook waren zowel Bernhard als Wilhelmina in het begin van de oorlog het onderwerp van hoon en spot, vanwege hun als verraderlijk geÔnterpreteerde vlucht naar Londen. Maar na een bezoek aan Parijs was Bernhard’s Nederlandliefde gewonnen; nu beschouwde zijn vaderland hem als ‘vuile verrader’.

In die Londense jaren was Bernhard nauwelijks in te tomen. Zeker niet door Wilhelmina, die door permanente onenigheid met diverse kabinetsleden, dwangmatige schoonmaakneurose (smetvrees) en naar het einde van de oorlog toe zwaar onder de medicatie vanwege reuma, al meer dan genoeg met zichzelf te stellen had om onwankelbaar te blijven. Deels naïef had Wilhelmina het volste vertrouwen in Bernhard, die het - wellicht dankzij zijn schoonmoeder - voor elkaar kreeg om al in november 1940 als hoofdliaison tussen de Britse en Nederlandse strijdkrachten te worden aangesteld. Daarna behaalde hij zijn RAF-vliegbrevet en vloog onder andere bombardementssorties boven bezet Europa, waarna de prins bij de Britten niet meer stuk kon.

Niet bij alle Britten overigens, want Bernard Montgomery had ronduit een hekel aan Bernhard. Niet getreurd: Dwight D. Eisenhower – als opperbevelhebber uiteindelijk ook Monty’s baas en niet zijn beste vriend – keurde op 3 september 1944 goed dat de prins als bevelhebber der Binnenlandse Strijdkrachten werd geÔnstalleerd. Let wel: naar het door Wilhelmina geopperde voorbeeld van generaal Marie Pierre Kœnig, commandant van de Maquis. Hierdoor hadden de Nederlandse strijdmakkers voortaan, net als alle andere geallieerden, de status van combattant in plaats van franc-tireur of partizaan. Bernhard – “mijn kleine pasja” (p. 69), volgens echtgenote Juliana – had zijn koosnaampje waargemaakt en kon nu ‘uit het zadel’ slagvaardig het verzet organiseren.

Met deze onverwachte climax in het Huis van Oranje konden Bernhard’s lidmaatschap van het SS-motorkorps (niet van de NSDAP), zijn vermeende (?) belangenbehartiging van chemiegigant I.G. Farben en een al spookachtige stadhoudersbrief worden verstopt in het rariteitenkabinet van de (voor)oorlogse geschiedenis van het Koninklijk huis. De regie lag nu bij de Prins, die zich na de terugkeer van Juliana uit Canada, kon wijden aan wat belangrijker was: zijn gezin. Hoewel hij allesbehalve een modelechtgenoot was geweest. Dat heeft Juliana, ogenschijnlijk zonder één moment te wanhopen, niet anders dan kunnen accepteren zonder een schandaal te veroorzaken.

Carel Brendel heeft met zijn gebloemleesde snipperbiografie over de Oranjes in de laatste wereldoorlog een vermakelijk en vlot leesbaar boek afgeleverd. Gezien de hoeveelheid citaten, waarvan het uitvlooien niet mijn hobby is, ga ik uit van het waarheidsgetrouwe. Daarmee is dit boek een aantrekkelijke opmaat, niet meer dan dat, voor wie geïnteresseerd is in het wel en wee van het Koninklijk huis in de oorlog. Aanvullende kennis over het toegespitste deelonderwerp, Prins Bernhard, vergt uit de aard hiervan veel meer literatuur.

Terug naar Boven

 

DE POEP BEREIKT DE VENTILATOR -
HELEEN LOEF-ZANDVLIET & MONIQUE HARTOGSVELD-BOEKEL

titel

De poep bereikt de ventilator
auteursHeleen Loef-Zandvliet & Monique Hartogsveld-Boekel
ISBN

9789402214710

jaar

2015

pagina's

252

uitgeverij

Boekscout

 

Heleen en Monique zijn de zeer gewaardeerde collega's van de LOTUS-kring Gort Trauma Groep (GTG).

Het doel van de beide dames en hun collega's van de LOTUS (Landelijke Opleiding Tot Uitbeelding van Slachtoffers) is het uitdenken en initiŽren van ongevalsituaties, waarin ze als civiel of militair slachtoffer fungeren.

In deze ongevalssituaties zijn ze op geneeskundig verantwoorde wijze gegrimeerd; daarnaast vertonen ze zoveel mogelijk reacties om de hulpverleners op het goede pad te helpen... of op het verkeerde been te zetten.

Terug naar Boven

 

DE ROK VAN HARE MAJESTEIT - MARGIT WILLEMS

titel

De rok van Hare Majesteit. Vrouwelijke veteranen vroeger en nu

auteur

Margit Willems

ISBN

9789045701943

jaar

2008

pagina's

320

uitgeverij

Atlas - Contact

 

 

 

Terug naar Boven

 

DE RUSSEN KOMEN! - MARK TRAA

titel

De Russen komen! Nederland in de Koude Oorlog

auteur

Mark Traa

ISBN

9789025366995

jaar

2009

pagina’s

250

uitgeverij

Athenaeum - Polak & Van Gennep

 

 

 

Terug naar Boven

 

DE SEALS ELITE - DICK COUCH

titel

De SEALs elite (vertaling van 'The Warrior Elite')

auteur

Dick Couch

ISBN

9789022562314

jaar

2012 (oorspronkelijk: 2001)

pagina's

368

uitgeverij

De Boekerij

 

 

 

Terug naar Boven

 

DESERTEURS - CHARLES GLASS

titel

Deserteurs. Een verborgen geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog (origineel: Deserter. The Last Untold Story of the Second World War)
auteurCharles Glass
ISBN

9789045315737

jaar

2014 (origineel: 2013)

pagina's

390

uitgeverij

BBNC

 

 

Terug naar Boven

 

DE SLAG OM DE GINKELSE HEIDE - CAREL VERHOEF

titel

De slag om de Ginkelse heide (bij Ede). 17 en 18 september 1944

auteur

Carel (C.E.H.J.) Verhoef

ISBN

9789461531667

jaar

2012

pagina's

128

uitgeverij

Aspekt

 

Ingeklemd tussen de “rijksweg” N224 (Verlengde Arnhemseweg) en de snelweg A12 ligt de Ginkelse Heide. Een open maaiveld ter grootte van ruim drie km², vol eenzaam gegroepeerde dwergstruikjes en plaggen die het terrein ongelijk maakten en smalle greppels, door de Duitsers gegraven om het landen van zweefvliegtuigen te voorkomen. Hier lag in september 1944 Drop Zone Yankee, het landingsgebied van een deel van de 1st (UK) Airborne Division.

De luchtarmada dropte de divisie in zijn geheel in de nabijheid van Arnhem, bedoeld om de Rijnbrug in Arnhem te veroveren, twee etmalen bezet te houden en de weg vrij te maken voor het grondoffensief van operatie Market Garden van het Britse XXX Corps o.l.v. generaal Horrocks.

De dropzone ten oosten van Ede werd door 7th (Galloway) Battalion King's Own Scottish Borderers (7 KOSB), onder bevel van luitenant-kolonel Reid en het 3th Platoon, 21st Independent Company the Parachute Regiment (pathfinders), bezet en verdedigd ten behoeve van de ontplooiing door de lucht van de hoofdmacht: 4th Parachute Brigade.

Op 18 september 1944 landden binnen negen minuten ruim 1.900 Britse para’s op deze DZ.

De conclusie van Verhoef dat de DZ “te dicht bij de garnzioensplaats Ede en te ver van de Arnhemse verkeersbrug” (p. 104) lag, deel ik ten dele, maar DZ Yankee was geografisch gezien de enige optie. De dichterbij gelegen landingsterreinen bij de oorden Wolfheze en Oosterbeek waren door andere eenheden in gebruik.

Volgens mij waren de werkelijke problemen het negeren of onjuist interpreteren van luchtfoto's, het verlies van het element van verrassing, het landingstijdstip van de beveiligende eenheid [17 september aan het begin van de middag, veel te ver voorafgaand aan de nautische avondschemering en zodoende acuut onderkend] en de afwezigheid van werkende verbindingen.

Met goede communicatiemiddelen had de voorhoede van 4th Parachute Brigade de opmars van 12 km (!) hemelsbreed naar de brug, zelfs tactisch afgelegd, gecoördineerd kunnen voltooien binnen een halve dag. In plaats van op bevelvoering, waren de (onder)commandanten nu aangewezen op de factoren toeval en geluk. Dit bleek onvoldoende om de brigade, dankzij haar relatieve traagheid en ondanks de kortst mogelijk gekozen route, te laten slagen in haar opdracht te assisteren bij de bezetting van de brug.

Geluk had ook de beveiligende eenheid van DZ Yankee bepaald niet. Op de Ginkelse heide werd het etmaal voorafgaand aan de komst van de para’s, hevig strijd geleverd tussen voornamelijk 7 KSOB en de ongeveer zeshonderd man in Ede gestationeerde Duitse troepen en het SS-Wachtbataljon uit Amersfoort.

De weerstand was, met name in de bosrand in het noordoosten van de heide, groot. De gealarmeerde Duitsers, die numeriek in de meerderheid waren en beschikten over zwaardere wapens, probeerden bij D-Coy 7th KSOB te infiltreren. In het noordwesten (B-Coy) en de zuidelijke boszoom (C-Coy) van de heide was veel minder tegenstand. A-Coy zat gedisloceerd in Planken Wambuis op een compagnies-strongpoint (defensieve opstelling) die diende als voorpost ter afsluiting van de weg Ede-Arnhem.

Ter illustratie van de verliescijfers: toen een week na de luchtlandingen, op 25 september, 7th KSOB zich overgaf, was het bataljon gereduceerd tot vier officieren en 72 man – tien procent van het totaal.

Op 17 september 1944 om 13.30 uur landde het 7 KOSB, veertig officieren en 725 manschappen sterk, op DZ Y, met als taak de dropzone bezet te houden tot de landing van 4th Parachute Brigade op de tweede dag van de operatie.

Krijgsgeschiedenis, zo blijkt eens te meer uit dit boek, gedijt het best bij een zo objectief mogelijke weergave, voorzien van na te snuffelen voetnoten. Verhoef streeft die objectiviteit prima na. Het enige dat ik me onder en na het lezen afvroeg: in hoeverre heeft Verhoef gebruik gemaakt van ‘De slag bij Arnhem. De mythe van het verraad weerlegd’ (1963) van luitenant kolonel b.d. Theodoor A. Boeree.

Terug naar Boven

 

DE SOLDAAT ACHTERNA - CAREL ERASMUS

titel

De Soldaat achterna. Op avontuur met Soldaat van Oranje Erik Hazelhoff Roelfzema

auteur

Carel Erasmus

ISBN

9789048411320

jaar

2010

pagina’s

206

uitgeverij

Free Musketeers

 

“Ook in een zuivere democratie is de waarheid lang niet altijd de waarheid.”
(‘De Soldaat achterna’, pagina 177)

De strijd van het Molukse volk duurt nu al 60 jaar. Een strijd die wordt (of werd?) gevoerd met de leus “Door de eeuwen trouw”, omdat de Molukkers de reputatie hadden altijd loyaal en trouw te zijn aan het Koninkrijk en het Koninklijk Huis.

Aanvankelijk leek het er inderdaad op dat de Molukken, na de Indonesische onafhankelijkheid, hun eigen identiteit en zelfbestuur mochten houden. Dat was schijn, want op 17 augustus 1950 riep Indonesië de eenheidsstaat uit en begon, na onderhandelingen en een blokkade, ruim een maand later met de invasie van Ambon. Langs officiële weg, via Nederlands Nieuw-Guinea, zochten de Ambezen militaire steun bij Nederland. Vergeefs, want Nederland was in de Molukse kwestie van het zelfbeschikkingsrecht doodsbenauwd dat haar opstelling de belangen in het nabijgelegen Nieuw-Guinea zou schaden en, erger nog, dat de Verenigde Staten de Marshallhulp tot herstel van de naoorlogse economie aan Nederland zou stoppen.

Er was echter ook een officieuze weg, een verhaal dat begon na de proclamatie voor onafhankelijkheid van de Republik Maluku Selatan (RMS). Met in de hoofdrol: de Soldaat van Oranje, met een optreden à la Secret Agent 007. Het was Erik’s geheime missie om de Molukken te hulp te schieten in hun strijd voor onafhankelijkheid. Weliswaar heeft hij die acties in zijn latere boeken beschreven, maar ze blijken veel gelaagder  en grootschaliger dan Erik ooit wilde toegeven, inclusief infiltratie door de BVD (en officieren die ook wapens naar Ambon wilde smokkelen), verbazingwekkende ontsnappingen en internationale wapensmokkel. Zoals zijn grootvader al zei: “Als je in iets gelooft, dan moet je ervoor vechten. Altijd.”

Carel Erasmus komt de eer toe dat hij als één der laatsten Erik Hazelhoff Roelfzema en zijn vechtmentaliteit mocht interviewen. Erik, fanatiek tegenstander van Soekarno, was zeer begaan met de Molukse zaak. In opdracht van en met 17.000 dollar van  de RMS en de Stichting  ‘Door De Eeuwen Heen’ begon hij, in juni 1950, “met het aanbieden van het gebruik van de zee- en luchthavens in RMS-gebied aan de Verenigde Staten. [...] De VS gingen echter niet verder in op het aanbod.” (p. 80).

Langs semi-officiele weg schoot het ook al niet op, reden waarom hij zelf die kant op ging. Solo vloog hij met een Republic Seabee-watervliegtuig vanuit Manilla naar het door de Indonesische marine – met door Nederland gedoneerde schepen! - omsingelde Ambon, 2.500 km verderop, slechts toegerust met kompas en kaart.

De ook in het boek van Erasmus niet objectief beantwoorde hamvraag blijft vervolgens: heeft Erik Hazelhoff Roelfzema op Ceram dr. Chris Soumokil, de leider van het Zuidmolukse verzet, ontmoet of ging hij er inderdaad ‘slechts’ heen om bewijsmateriaal (foto’s van Indonesische landingen, ooggetuigenverslagen) van de invasie op de Molukken te verzamelen die Karel Vigeleyn Nikijuluw vervolgens moest aanbieden aan de Verenigde Naties?

Een door Erasmus opgevoerde vertrouwelijke nota van Hoge Commissaris Lamping aan Minister van Overzeese Rijksdelen J.H. van Maarseveen d.d. 29 september 1950 suggereert dat hij Somoukil in veiligheid moest brengen: “Men hoopt op mogelijkheid van Somoukils uitwijken naar het buitenland.” Terwijl Erik in een e-mail op 14 november 2006 aan Erasmus juist schrijft: “Van niemand die ik daar [op Ceram] ontmoet heb weet ik de naam, of heb ik die ooit geweten.” Vraagteken?

Anders gezegd: is het denkbaar dat de Nederlandse regering, in het uiterste geheim – om, politiek correct, niet tegen Indonesische en Amerikaanse schenen te schoppen – Erik heeft verzocht deze klus te klaren, zoals Erik, mutatis mutandis, schijnbaar aan Charak heeft gevraagd om Westerling – die uitlevering aan Indonesië boven het hoofd hing, totdat het Singapore Supreme Court deze eis verwierp – vanuit Singapore in veiligheid te brengen? Het heeft niet mogen baten: Chris Somoukil werd in ’63 gearresteerd en drie jaar later geëxecuteerd.

Vragen, vragen en nog eens vragen. Velen worden in dit boek uit en te na beantwoord, anderen blijven irritant open. Één getuigenis is géén getuigenis. En dan nog: ontboezemingen worden zoveel jaren na dato overschaduwd door één van de onoverkomelijke ongerieven van ouderdom: geheugenverlies. En Erik? “Om begrijpelijke redenen heeft hij vele aspecten lang, zelfs een leven lang, geheim willen en kunnen houden. Gevoelige en vaak militaire feiten zoals wapensmokkel, landingen in bezet gebied, of betrokkenheid van bepaalde personen  bij illegale zaakjes.” (p.200), aldus Carel Erasmus.

Op mij maakt ‘De Soldaat achterna’ een betrouwbare onderzoeksjournalistieke indruk. Het heeft er alle schijn van dat Erik ‘Contact Holland’, dat de beroemde nachtelijke landingsexpedities op het strand van Scheveningen inleidde, opnieuw had willen laten slagen op de stranden van Ambon en Ceram. Wat onder meer ook duidelijk wordt uit Erasmus’ boek is dat het Nederlands verraad aan de Molukkers dus flauwekul is.

Nederland heeft zich zowel officieel (via de Binnenlandse Veiligheidsdienst als, kennelijk ook, geestelijk en financieel ondersteund door Z.K.H. Prins Bernhard) als officieus (Erik Hazelhoff Roelfzema e.a.) ingespannen om Ambon van wapens te voorzien teneinde de strijd tegen de Indonesische agressor op te nemen.

Opmerkelijker is wellicht dat de Stichting ‘Door De Eeuwen Heen’ (DDET) na de mislukte missie van Erik nogmaals met een vliegtuig de Indonesische blokkade van Ambon wilde doorbreken. Hiervoor werd Raymond Westerling benaderd – de oud-KNIL-kapitein die in 1950 met een militaire actie, gesteund door Molukse oud-commando’s (sic!), had geprobeerd de steden Bandoeng en Jakarta te bezetten, de regering omver te werpen en de leden daarvan te executeren om te voorkomen dat de deelstaat Pasundan onder gezag van de Republik Indonesia kwam. Vanaf augustus 1950, bij terugkomst uit Nederlands-Indië, verbleef Westerling in België. Politiek naïef en geldbehoevend als hij was, stemde hij in met het verzoek van DDET om op de Molukken de leiding van het gewapend verzet tegen Indonesië op zich te nemen. Het plan strandde omdat Westerling de ter beschikking gestelde financiën in het Brusselse uitgaansleven had verkwanseld en door de ontmaskering van een medestander van DDET als de bij verstek ter dood veroordeelde Belgische oud-SS’er Pierre Sweerts. Hoewel Erik Hazelhoff Roelfzema uiteraard geen enkele associatie met de SS wenste, lieerde hij zich volgens de toenmalige Amerikaanse geheim agent Allan P. Charak (p. 169) wél met Westerling. Erik zou Charak hebben gevraagd Westerling vanuit het Raffles Hotel Singapore naar Nederland te ontvoeren – wat ook is geschied. Bien étonnés de se trouver ensemble...

Veel blijft in mysterieën gehuld, maar het is Erasmus’ prestatie dat hij veel van de sleutelfiguren van toen heeft opgezocht en geconfronteerd met de ‘waarheid’ over Hazelhoff Roelfzema, zoals voormalig SAS-commando en geheim agent ‘Bob Zalm’, Charak, kapitein-ter-zee b.d. Zalmann, luitenant-ter-zee Kika Canters, geheim agent en Ridder MWO Pierre-Louis baron d’Aulnis de Bourouill en vele anderen. Door alle primeurs en wereldwijde naspeuringen is ‘De Soldaat achterna’ een zeer lezenswaardig jongensboek met sterallures geworden.

Terug naar Boven

 

DE SPRONG OP NORMANDIň - ANKE MANSCHOT

titel

De sprong op NormandiŽ

auteur

Anke Manschot

ISBN

9789492037213

jaar

2015

pagina's

350

uitgeverij

Brandt

 

 

Op 18 september 2015 presenteerde Anke Manschot haar boek in het Airborne Museum 'Hartenstein' (externe link) in Oosterbeek. Hiervoor werkte ze als arts bij de Rutgersstichting, freelance-journalist en redacteur van het maandblad Opzij.

'De sprong op NormandiŽ' is haar eerste roman en gebaseerd op de waargebeurde verhalen van Amerikaanse parachutisten in WO II. Twee jonge parachutisten, Dave en Joey, spelen de hoofdrol.

Terug naar Boven

 

DE SREBRENICA DAGBOEKEN - CHARLEF BRANTZ

titel

De Srebrenica-dagboeken. Ooggetuigenverslag van een hoofdrolspeler

auteur

kolonel b.d. Charlef Brantz

ISBN

9789045205175

jaar

2015

pagina's

328

uitgeverij

Karakter Uitgevers BV

 

 

Van achteren kijk je de koe in de kont: met de kennis van nu zou je in het verleden dingen anders hebben aangepakt. Logisch.

Dat geldt ook voor de verwikkelingen rond de val van de moslimenclave Srebrenica in 1995.

Kolonel buiten dienst Charlef Brantz schreef er twintig jaar na dato een boek over en hij noemt zich in de ondertitel van zijn boek een hoofdrolspeler. Hij was indertijd echter, zo blijkt juist uit zijn boek, vooral een miskende - of in elk geval: vaak niet in de feiten gekende - hoofdrolspeler.

De echte hoofdrolspelers waren Thom Karremans en zijn bataljon, Mladic en zijn troepen en natuurlijk in de eerste plaats de moslims uit de enclave.

Brantz' boek onthuld wellicht een paar zaken (wat vooral te maken heeft met zijn relatief hoge positie in de UNPROFOR-hiŽrarchie), maar wat mij vooral opvalt is de onverholen kritiek op Karremans en zijn bataljon. Dat komt twintig jaar na dato op z'n minst gratuit over en keihard binnen bij de direct betrokkenen.

Het heeft er alle schijn van dat de b.d.'er Brantz zijn miskenning op papier heeft afgereageerd. Dit in boekvorm gepresenteerde relaas moet bij de Dutchbatters aanvoelen als de genadeklap die een al knock-out gevloerde bokser krijgt uitgedeeld door een zich superieur wanende tegenstander.

'De Srebrenica-dagboeken' kan moeilijk anders worden geÔnterpreteerd dan als het geven van een flinke trap na, als het kleineren van al die militairen van Dutchbat III die op het moment suprÍme door de internationale gemeenschap - in de eerste plaats de hogere legerleiding binnen UNPROFOR en de NAVO - in de steek zijn gelaten. Want juist de jongens en meiden die in de dagen vůůr, tijdens en na de val van de enclave hebben gedaan wat ze konden en mochten, kunnen niet met de wetenschap leven dat Dutchbat toen niet anders kon dan tekortschieten in de ogen van henzelf en de rest van de wereld.

Dit maakt het alleen maar erger dat Charlef Brantz de zoveelste b.d.'er is die nu gepeperde statements durft neer te pennen. Dat had hij liever in '95 gedaan, toen hij als plaatsvervangend sectorcommandant Noordoost in Tuzla de direct leidinggevende van Karremans was. Als...... als hij de bataljonscommandant waarop hij nu zo gemakkelijk kritiek heeft toen wat dichter op de huid had gezeten, had het wellicht anders met Srebrenica en haar inwoners afgelopen.

Helaas is ook dit de koe in de kont kijken.

Terug naar Boven

 

DE VERBORGEN WAARHEID (OVER PTSS) - RAOUL JANSSEN

titel

De verborgen waarheid (over PTSS)

auteur

Raoul Janssen

ISBN

9789087591731

jaar

2011

pagina's

94

uitgeverij

U2pi

 

Raoul Janssen gaat in 1993 als wachtmeester bij de Koninklijke Marechaussee op uitzending naar voormalig JoegoslaviŽ. De missie heet UNPROFOR, zijn standplaats is het hoofdkwartier in Kiseljak, Centraal-BosniŽ. Van hieruit controleert hij de VN-militairen in het gebied, voert hij patrouilles uit en maakt hij kennis met het absurde van de mens.

Eťn dag voor zijn verlof worden hij en zijn collega's naar een tehuis voor kinderen met een geestelijke beperking in Fojnica gestuurd. In het kindertehuis bevinden zich honderden kwetsbare mensjes die in de steek zijn gelaten door hun verzorgers, want het huis staat ineens in de frontlijn.

Het verhaal dat hij tweemaal vertelt - eerst zoals hij het heeft beleefd, daarna in sessies Eye Movement Desensitization and Reprocessing (EMDR) aan zijn therapeut - is tegelijkertijd schokkend, kwetsbaar en luguber. Het toont de nagalm van het meest destructieve en misselijkmakende waartoe mensen in staat zijn. Janssens verhaal leest als een thriller ŗ la Escober... maar dan wel echt.

Janssen houdt dit verhaal jarenlang voor zichzelf. Het is te schokkend om te delen, het is zijn privťverhaal. Hoe zou je een werkelijkheid die zo surrealistisch en letterlijk on-ge-loof-lijk lijkt - maar het absoluut niet is - aan anderen kunnen vertellen?

In eerste instantie schrijft hij hierover 14 ŗ 15 jaar toneel te hebben gespeeld; ik denk dat het eerder een 'vereiste' was. Welke uitlaatklep is er voor dergelijke pijn?

Zeer deed het! Jarenlang was hij doodmoe, met knallende koppijn en omsingeld door twijfel, leeg, bij het minste geringste explosief. Janssen slaagt er met hulp van zijn omgeving en door eigen onverzettelijkheid in om met EMDR terug te keren in de tijd. Met professionele hulp is hij erachter gekomen dat hij in BosniŽ, in Fojnica, wťl een verschil heeft kunnen maken.

Alle complimenten aan Raoul Janssen die, door zijn genezing van binnenuit op te schrijven, een juweeltje heeft geschreven. Zijn boek maakt op mij diepe indruk. Absoluut een must-read voor iedereen die met PTSS te maken heeft.

Terug naar Boven

 

DE VERGETEN VERPLEEGSTER - MARTIN KING

titel

De vergeten verpleegster. De onbekende heldin van Band of Brothers

auteur

Martin King

ISBN

9789020998672

jaar

2011

pagina's

262

uitgeverij

Lannoo

 

Op 16 december 1944 openden drie Duitse legers met in totaal zeven divisies over een frontbreedte van 140 km een verrassingsoffensief op de geallieerden, waardoor Bastogne spoedig ťťn van de grootste ‘gekkenhuizen’ in WO II zou worden. De Duitsers omsingelden de stad, die met haar zeven toenaderingswegen van groot strategisch belang was voor de aanvoer van de geallieerden.

Generaal MacAuliffe weigerde zich over te geven, zodat de “kruispuntstad” ingesloten bleef en 101st Airborne Division – opgerukt vanuit Mourmelon – coûte que coûte moest standhouden om uiteindelijk door de 3th Army van Patton te worden ontzet. Netto uitkomst: zeer veel krijgsgevangenen, vermisten, doden en gewonden.

Die gewonden waren binnen de belegerde stad overgeleverd aan goede zorgen van Captain John 'Jack' Prior, Medical Corps. In een verlaten supermarkt met drie verdiepingen aan de Rue de Neufchâteau gaf de arts leiding aan het geÔmproviseerd noodhospitaal van het 20th Armored Infantry Battalion van de 10th Armored Division. Via via konden vanaf 21 december uiteindelijk twee lokale verpleegsters aan zijn team worden toegevoegd: Renée Lemaire en Augusta Chiwy.

Augusta was een Belgisch-Congolese verpleegster. Toen Renée – de “Engel van Bastogne” – bij het Luftwaffe-bombardement op kerstnacht 1944 om het leven kwam, vloog Chiwy door de keukenmuur en overleefde miraculeus.

Dit verhaal, 'De vergeten verpleegster', draait om Augusta, de donkergekleurde verpleegster die vergeten werd. Omdat men dacht dat ze allang dood was. Omdat Renée blank was. Omdat…

Van links naar rechts: verpleegster Augusta Chiwy, Rebecca Okot speelt Augusta (Anna) in 'Band of Brothers', kapitein-arts John “Jack” Prior en verpleegster Renée Lemaire.

Onder erbarmelijke omstandigheden, in de koudste winter sinds mensenheugenis (-25 tot -28 graden), rolde ‘Anna’  - zo heette Augusta, gespeeld door Rebecca Okot, in aflevering zes van ‘Band of Brothers’ – in een verhaal dat bolstaat van de duivelse hoofdstukken.

Voor de 1 meter 50 lange verpleegster begint dit relaas in Leuven. WO II is in volle gang, maar het tij in de Ardennen lijkt gekeerd. Lijkt, want de Duitse focus verplaatst toch opnieuw naar Noville, Marvie, Marche-Bastogne, Mageret, Longvilly, Champs, Barrière Hinck en Bastogne zelf. De stad is een chaos, waarin Augusta niet alleen de helse omstandigheden verduurt, ook haar demonische surrogaatvader, een bijna-verkrachting, ontluikende liefdes en alle denkbare en ondenkbare oorlogsellende.

De hel van Bastogne vlecht zich ineen met die van Augusta. De artilleriegranaten blijven op de stad vallen, waardoor die spookachtig aandoet, zeker in de zeer dichte, dagelijks tergende mist. Bastogne lijkt op Alamo en Verdun, Augusta op Renée – ware het niet dat op de achtergrond van de tragedie het raciale onderscheid een belangrijke bijrol speelt.

“Gewetensvol, professioneel, toegewijd” (p. 117), dat is Augusta, die zich evenals de 'Schreeuwende Engelen' van 101 en de niet gevluchte burgers staande houdt in een wereld die zich afspeelt tussen afgerukte ledematen en bloedverlies, horrorscenario’s en leven in ijskoude kelders.

‘De vergeten verpleegster’ is een terecht eerbetoon aan Augusta Chiwy. Dat nog specialer wordt doordat Martin King ervoor koos zijn boek eerst in het Nederlands en Frans en pas daarna in het Engels ('Talking to Augusta') uit te brengen. Een hommage aan één van de vele karaktervolle en temperamentvolle personen die door haar handelende, moedige optreden het helse van oorlogstijd verzachtte.

Terug naar Boven

 

DE VERREKIJKER - KEES VAN KOOTEN

titel

De verrekijker

auteur

Kees van Kooten

ISBN

9789059651913

jaar

2013

pagina's

96

uitgeverij

Stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek ter gelegenheid van de boekenweek 2013

 

 

 

Terug naar Boven

 

DE VETERAAN - JOHAN FABER

titel

De veteraan

auteur

Johan Faber

ISBN

9789038898612

jaar

2014

pagina's

348

uitgeverij

Nijgh & Van Ditmar

 

 

 

Terug naar Boven

 

DE VUILE BOM - AAD VAN DEN HEUVEL

titel

De vuile bom

auteur

Aad van den Heuvel

ISBN

9789044518375

jaar

2011

pagina's

414

uitgeverij

De Geus

 

 

 

Terug naar Boven

 

DE WEG NAAR ARNHEM - DONALD R. BURGETT

titel

De weg naar Arnhem (origineel: The road to Arnhem. A Screaming Eagle in Holland).

auteur

Donald R. Burgett (vertaald door Gerard Grasman).

ISBN

9022538222

jaar

2004 (orgineel 2001).

pagina's

208

uitgeverij

Uitgeverij M

 

 

 

Terug naar Boven

 

DE WONSSTELLING - JACOB TOPPER

titel

De Wonsstelling. Wanhoopslinie voor Kornwerderzand

auteur

Jacob Topper

ISBN

9789033009037

jaar

2010

pagina’s

192

uitgeverij

Friese Pers Boekerij

 

 

 

Terug naar Boven

 

DE ZAAK VAN SERGEANT MEIJER - JAN F.A. BOER

titel

De zaak van sergeant Meijer

auteur

Jan F.A. Boer

ISBN

niet van toepassing

jaar

1970

pagina’s

294

uitgeverij

N.V. Het Parool

 

Het verhaal is genoegzaam bekend… of toch niet?

In 1970, het jaar waarin Jan F.A. Boer zijn boek over de sergeant Meijer publiceerde, was bekend dat 2.067 militairen van de landmacht in de meidagen van 1940 waren gedood.

Één van die doden was de sergeant-capitulant Chris Meijer, sectiecommandant van twee stukken van de 19de Compagnie Pantserafweergeschut (PAG). De kanonnen 4,7 cm Böhler (anti-tank) van de Compagnie PAG werden getrokken door een ééntons Ford V-8 of Chevrolet, konden per minuut acht projectielen verschieten en hadden met brisantgranaten een bereik van maar liefst 5,7 km. Ideaal om de oprukkende Duitse vijand op relatief veilige afstand het vuur letterlijk aan de schenen te leggen. De granaten waren echter niet beschikbaar, niet voor de Compagnie PAG, niet voor de rest.

Volgens zijn mannen was Meijer “[…] een volbloed militair, niet huiverig om op eigen verantwoordelijkheid actief in te grijpen.” (p. 57), maar ook “de branieschopper met het kleine hart” (p. 9). Onverschrokken en impulsief?

De sectie van Meijer, bestaande uit twee Böhler-kanonnen, was onder bevel gesteld van II 8 RI: het tweede bataljon van het 8ste Regiment Infanterie. Commandant was de legendarische majoor Jacometti. Deze bataljonscommandant liet op dezelfde dag als Meijer het leven, maar dan bij een persoonlijk geleide tegenaanval op de Duitsers.

De twee kanonnen waren geplaatst in voorposten in de hoofdweerstandsstrook, op de noordelijke helling van de Grebbeberg: de Laarseberg in Rhenen. De opdracht voor de stuksbemanningen was om oprukkende vijandelijke tanks buiten gevecht te stellen. Hiervoor hadden ze pantserbrisantgranaten ter beschikking (die wel!), waarmee op duizend meter 3½ cm dik pantserstaal kon worden geslecht. Maar de tanks kwamen niet.

Nadat het eerste Duitse verontrustend vuur de stukken van Meijer had bereikt, werd hij, na verloop van tijd, “zwaar onder druk gezet om terug te gaan. Meijer is voor die druk bezweken.” (p. 109) Dat telde heel zwaar. Behalve zijn individuele verantwoordelijkheid had Meijer, als sectiecommandant, óók zijn commandantenverantwoordelijkheid. Daarvan heeft hij zich niet op voorgeschreven wijze gekweten. Iets na elven die ochtend gaf Meijer zijn mannen de opdracht: “Stuk eruit, achteruit.”

Ze verlieten de voorpost en namen de wijk richting de Vesting Holland. Daar zijn ze nooit aangekomen. Hoewel het 'im Frage' blijft of Meijer en de zijnen “in paniek aan de haal gegaan” (p. 129) zijn, de commandant van het IIde Legerkoprs – generaal-majoor Jacob Harberts – dacht er het zijne van. Hij benoemde terstond een krijgsraad te velde en stelde een voorbeeld: Meijer werd op 12 mei 1940 in Doorn gefusilleerd op grond van schending van krijgsplichten. Sergeant Chris Meijer had onnodig zijn post in de stoplijn ontruimd.

Jan F.A. Boer heeft over de voorgeschiedenis, de meidagen aan de Grebbelinie en de tijd daarna een keurig feitenrelaas te boek gesteld, met gebruikmaking van alle mogelijke, in die tijd beschikbare bronnen. Daarmee is dit boek meteen ook het standaardwerk over niet de enige, maar wel de meest bekende onbekende Nederlander die in de meidagen van 1940 niet in de strijd maar door doelgericht eigen vuur om het leven is gekomen.

Terug naar Boven

 

DE ZOMER VAN 1962 - ANDREAS SCHELFHOUT

titel

De zomer van 1962. De laatste gevechten om Nederlands Nieuw-Guinea, in het oerwoud en aan de conferentietafel

auteur

Andreas Schelfhout

ISBN

9789087591960

jaar

2010

pagina’s

218

uitgeverij

U2pi

 

1962 was me het jaartje wel: het ernstigste treinongeval uit de Nederlandse geschiedenis, de executie van Eichmann, Algerije’s onafhankelijkheid van Frankrijk, het overlijden van Koningin Wilhelmina, de eerste single van The Beatles, de inzameling ‘Open het Dorp’.

En natuurlijk was er Nederlands Nieuw-Guinea. Meteen op 15 januari ging het goed mis. Bij Vlakke Hoek (de ‘Slag in de Etnabaai’ aan de zuidkust) brengt de Nederlandse marine een Indonesische torpedoboot tot zinken, waarmee een landing op Nieuw-Guinea wordt verijdeld. Precies zeven maanden later ‘valt’ de Nederlandse kolonie, Westelijk Nieuw-Guinea met het Akkoord van New York. Nederland zal zich terugtrekken en het bestuur wordt overgedragen aan de VN, hoewel formeel Indonesië het voor het zeggen krijgt. Op 1 januari ’63 wappert de Indonesische vlag op Nieuw-Guinea.

De ervaringen uit deze zomer zullen de schrijver van ‘De zomer van 1962’ niet loslaten. Zoals blijkt als hij ’s nachts in zijn tuin dekking zoekt bij onverwacht geluid. Of als hij naast of onder zijn bed wakker wordt, schuilend voor kanongebulder… dat vuurwerk voor de nieuwe Commissaris der Koningin is. Waarna zijn vrouw vraagt: “Was het weer oorlog? Je lag zo te trappen en te zweten.” Nederlands Nieuw-Guinea 1962 of Afghanistan 2010, what’s the difference?

Dit boek is niet Schelfhout’s eerste hernieuwde kennismaking met Nieuw-Guinea. Als lay-outredacteur bij regionale krant De Gelderlander maakte hij begin jaren ’90 reportages over een terugkeerreis naar Nederlands-Indië en Nieuw-Guinea. Die publicaties zijn geïntegreerd in dit boek, hoewel de gekozen vorm die van de roman is met Schelfhout in de hij-vorm. Hij hanteert zijn pen “zonder te struikelen over de morele oordelen van de huidige tijd”, aldus Eerste Kamerlid Hans Hillen in het voorwoord.

Andreas (‘Appie’) Schelfhout maakt de nadagen van de missie in Nederlands Nieuw-Guinea mee als sergeant-vuurregelaar van het mortierpeloton van de A-Cie van 41 Infanteriebataljon Stoottroepen (uit Ermelo). Hoofdzakelijk in Kaimana. Zijn eenheid wordt danig op de proef gesteld: “De mannen zwoegden zich zwetend door de wildernis in hun op het Europese klimaat afgestemde gevechtskleding (de tropenkleding werd op de terugweg verstrekt), moesten zonder specifieke opleiding luchtdoelgeschut bedienen, maar boekten desondanks tijdens hun jacht op Indonesische parachutisten opmerkelijke resultaten.” (p. 35)

Eenmaal ontplooid aan de zuidkust, bewijst het bataljon binnen enkele dagen zijn waarde door bij de eerste actie al 53 Indonesische infiltranten gevangen te nemen, een groep parachutisten waar de mariniers tot dan vergeefs op hebben gejaagd.

Schelfhout is erbij als tweede luitenant Charles Moreu tijdens een gevechtspatrouille tegen Indonesische infiltranten, op 16 augustus ondernomen vanuit de tangsi (kazerne) in Fak-Fak, zwaargewond raakt. Een dag later, precies één dag voor de wapenstilstand, overlijdt Moreu, 23 jaar oud, op de operatietafel. De onfortuinlijke Moreu krijgt postuum het Bronzen Kruis, maar volgens Schelfhout had hij een Militaire Willems-Orde verdiend. Hem komt de dubieuze eer toe als laatste in Nederlands Nieuw-Guinea te sneuvelen.

Nieuw-Guinea. Menigeen kan niet eens op de kaart aanwijzen waar het ligt; menigeen weet niet dat er ooit Nederlandse militairen door de vloedbossen van Nieuw-Guinea struinden, op jacht naar Indonesische infiltranten. Het is een periode uit de geschiedenis die aan elkaar hangt van Operatie Zaltbommel (toen de twee bataljons infanterie, twee eenheden luchtafweer en allerlei aanvullende onderdelen naar Nieuw-Guinea werden gestuurd), Operasi Jayawijaya (de grootste amfibische operatie uit de geschiedenis van IndonesiŽ), Anemoon Stuiver en Operasi Garuda Putih. Een periode die gemakkelijk helemaal wordt vergeten.

Allemaal in gang gezet om de “hobby van minister Luns” (p. 91) – de toenmalige Minister van Buitenlandse Zaken – te verdedigen, in het oerwoud en aan de conferentietafel. In de jungle lukte dat stukken beter dan in de vergaderzalen van de VN. Dankzij 'Appie' is het verwaarlozen van de geschiedenis van Onze Jongens in Nieuw-Guinea gelukkig opnieuw minder gemakkelijk geworden.

Terug naar Boven

 

DIE GOEIE OUWE DIENSTTIJD - JACK BOTERMANS & WIM VAN GRINSVEN

titel

Die goeie ouwe diensttijd. Hoe ze van vader een man maakten

auteurs

Jack Botermans en Wim van Grinsven

ISBN

9789089893321

jaar

2011

pagina’s

192

uitgeverij

Terra Lannoo

De militaire dienstplicht is, samen met het weer, het meest besproken onderwerp op feestjes en partijen. Mogelijk is de overeenkomst hiertussen de nostalgische klaagcultuur. Het weer is nooit goed, tenzij ze precies in je straatje van pas komt. Datzelfde gold die langdurige baalperiode die dienstplicht heette, die uiteindelijk in de meeste gevallen uitmondde in een langgerekt avontuur van HZB’en, kameraadschap en volwassenwording. “En met elke dagmars en stormbaan werd de groepsgeest verder gesmeed.” (p. 15)

Nu nog, jaren na het opschorten van de dienstplicht in 1997, is het verschil tussen jongens en mannen blijkbaar ‘de dienstplicht’. Bikkelen, kaarten, schieten, stekkeren, tijgeren. Wie dat nooit gedaan heeft, is geen man en kan o – niet meepraten over die unieke tijd van manwording.

Dit boek is een thematische reis over Memory Lane, met heel veel foto’s, (ludieke) teksten en soldatenjargon.

De dienstplichtige moest zijn bokkentuig, ransel, pukkel en koppelriem blancoŽn om die waterdicht te houden of maken, werd dag in dag uit sociaal gecontroleerd op persoonlijke hygiŽne en moest vooral zijn mond houden tegen zijn militaire meerdere.

Toch was de dienstplicht allesbehalve kommer en kwel. Hoewel binnen Defensie alles formeel werd geregeld door bureauhuzaren in het verre Den Haag, op het slagveld eerste hulp bij kogelgaten werd geboden, en de organisatie bol bleef staan van de veldzakboeken, kaarthoekmeters en pioschoppen, heeft menigeen er vrienden voor het leven aan overgehouden. En genoeg gespreksstof voor eindeloos veel verjaardagen…

Terug naar Boven

 

DISTINGUISHED - JAN JAAP VAN WEERING

titel

Distinguished. Look at... Zakelijke (Internationale) Etiquette & Omgangsvormen

auteur

Jan Jaap van Weering

ISBN

9789082017809

jaar

2013

pagina's

148

uitgeverij

Distinguished Etiquette & Protocol Consultancy

 

Jan Jaap van Weering is ook voor veel militairen geen onbekende. Hij is onder meer gastdocent in zakelijke (internationale) etiquette, protocol en omgangsvormen bij officiersopleidingen en meer Defensieorganisaties.

Ook verzorgt Van Weering, voormalig dienstplichtig marinier, regelmatig masterclasses over dit onderwerp.

De derde druk, waarvan het eerste exemplaar op 11 november 2014 in ontvangst werd genomen door de Commandant der Strijdkrachten, generaal Tom Middendorp, is met achtentwintig pagina's uitgebreid. Er staat nu ook een artikel in over de rangen en standen van de krijgsmacht en er wordt extra aandacht gegeven aan onderwerpen als de etiquette en omgangsvormen in Nederland en over de landsgrenzen, aanspreektitels, het NAVO-alfabet, vlagprotocol en Koninklijke onderscheidingen.

Terug naar Boven

 

DOKTER ALBERT DE MOOR - JACK DE MOOR

titel

Dokter Albert de Moor. Spoedarts in de Eerste Wereldoorlog

auteur

Jack de Moor

ISBN

9789491376054

jaar

2012

pagina's

272

uitgeverij

Hannibal Pulishers/Kannibaal

 

 

Terug naar Boven

 

DOKTER IN ARNHEM - STUART MAWSON

titel

Dokter in Arnhem. Vechten voor mensenlevens (origineel: Arnhem Doctor)

auteur

Stuart Mawson

ISBN

9789045312194

jaar

2011 (origineel: 1981)

pagina's

224

uitgeverij

BBNC

 

 

Terug naar Boven

 

DOOD VAN EEN SOLDAAT - JOHANNA SPAEY

titel

Dokter van een soldaat

auteur

Johanna Spaey

ISBN

9789044518474

jaar

2011 (eerder uitgegeven in 2005 bij Manteau, Antwerpen)

pagina's

314

uitgeverij

De Geus

 

 

Terug naar Boven

 

DO SOMETHING GENERAl - francis briquemont

Omslag van 'Do something general'

titel

Do something general. Kroniek van Bosnië-Herzegovina

auteur

Francis Briquemont

ISBN

9789002206788

jaar

1998

pagina’s

286

uitgeverij

Icarus / Standaard Uitgeverij

 

Van juli 1993 tot januari 1994 was Francis Briquemont commandant van het Bosnia Herzegovina (BH) Command van UNPROFOR, dat Ī 8.000 militairen aanstuurde. Evenals Philippe Morillon, Michael Rose en Rupert Smith, kampte hij met het probleem dat moderne grondtroepen blijkbaar niet voldoende zijn toegerust om conflicten aan te pakken – of wel degelijk goed zijn uitgerust, maar met een nietszeggend mandaat weinig kunnen uitrichten.

Op 4 augustus 1993 zei de Noor Thorvald Stoltenberg, speciaal vertegenwoordiger van VN Secretaris-generaal Boutros-Ghali voor voormalig JoegoslaviŽ, tegen Briquemont: “Do something, general”. Op dat moment leek de impasse in de onderhandelingen tussen moslims, Kroaten en ServiŽrs eindelijk doorbroken.

“Doe iets, generaal” kreeg Briquemont veel vaker te horen. De peace-keeping (sic!) missie moest dan ook met onvoldoende middelen en onduidelijke instructies worden uitgevoerd. Terwijl politici wereldwijd - uit schijnboosheid? - om het hardst riepen dat de VN meer haar tanden moest laten zien, werden op hetzelfde moment de militairen met de handen op de rug op missie gestuurd.

De Belgische luitenant-generaal worstelde voortdurend om zijn opdracht in BosniŽ te kunnen verwezenlijken. De politieke leiding van UNPROFOR, de Verenigde Naties, weigerde hem de middelen te verstrekken die hij nodig had. Al gauw besefte hij dat door vergaande aarzelingen van de politiek verantwoordelijken, het almaar voortdurende gebrek aan troepen (maximaal 12.000 op het hoogtepunt) en de inmenging van lidstaten in de operaties van hun nationale contingenten (caveats), hem de facto een onmogelijke opdracht was toevertrouwd. Zů kon het niet anders dan dat hij een weerloos slachtoffer werd van zowel de strijdende partijen als de VN, NAVO en afwezige EU.

In januari '94 werd het Briquemont te gortig: hij diende zijn ontslag in. Het mandaat van UNPROFOR kon in zijn ogen niet langer veilig worden uitgevoerd. Inmiddels is Briquemont “op rust” (buiten dienst). Zijn VN-periode wordt overschaduwd door afschuw, desillusie en machteloosheid.

Erger dan een dove die niet wil horen, zijn de Verenigde Naties die te onbekwaam zijn om een situatie te velde op waarde te schatten, praten zonder iets te zeggen en, vooral, consequent ineffectief optreden.

Generaal Briquemont maakt rake opmerkingen over de bereidwilligheid van de internationale gemeenschap in de crisis in voormalig JoegoslaviŽ “Hoe kleiner de risico's worden, des te meer is men bereid iets te doen.” (p. 144) En: “Er was geen beleid bij de Joegoslavische crisis; men heeft haar ondergaan. De politici hebben niet gehandeld, ze hebben zich beperkt tot het reageren naarmate zich min of meer dramatische gebeurtenissen voordeden!” (p. 225). Zijn gedesillusioneerdheid walmt op van elke pagina…

Uit de masterthesis Een verantwoord en aanvaard risico. Een vergelijking tussen de publieke verantwoordelijkheden van de Verenigde Naties en Nederland van Mirjam van Schalm (2006) blijkt dat Briquemont het spijtig heeft gevonden “dat het hem niet gelukt was Nederland over te halen zwaarder bewapend het gebied binnen te komen”. Hier doelde Briquemont op Dutchbat, de zoveelste desillusie van de VN.

Terug naar Boven

 

DRONE - BART-JAN KAZEMIER

titel

Drone

auteur

Bart-Jan Kazemier

ISBN

9789023490999

jaar

2016

pagina's

336

uitgeverij

Cargo

 

 

'Drone' is een thriller, laat daar geen misverstand over bestaan. Geen non-fictie, maar een verzonnen verhaal. Daarom fascineert de reactie van voormalig minister van Defensie Hans Hillen op de achterflap, die eindigt met: "Gelukkig dat het fictie is."

Dat is nog maar de vraag. Als het niet echt kŠn wat Bart-Jan Kazemier allemaal opvoert, volgens mij zou het wel degelijk al echt kunnen.
 
Binnen krijgsmachten hebben drones het oorlogvoeren in de 21e eeuw definitief veranderd. Niet onomstreden zijn de Unmanned Combat Aerial Vehicles (UCAV's of bewapende onbemande vliegtuigen) die op duizenden kilometers van het moederland doelgericht drone strikes uitvoeren in onder andere SomaliŽ, Pakistan, Jemen en Afghanistan.

Dit boek laat overtuigend zien - fictie of niet - hoe state of the art drone-technologie de humane rol in oorlogvoering blijvend lijkt te ontmenselijken. Zo trekt oorlogvoering met drones bij sommigen ethische aspecten in twijfel en zou het de grenzen van het oorlogsrecht kunnen oprekken.

In 'Drone' zet minister van Defensie Ava Rodenburg alles op alles om de Kamer akkoord te laten gaan met de miljardenaankoop van drones die alle andere gevechtstoestellen in de toekomst zullen vervangen en de laatste stap zijn naar volledige vechtautonomie. Het toestel dat dit moet waarmaken is de Predator van Lockheed Northrop.

Intussen speelt zich in het boek een tweede laag af, welke uiteindelijk verrassend samenkomt met de lijn van mevrouw Rodenburg: het verhaal van de oud-commando Eliot Koler. Moord, de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD), chantage, spionage en zoektochten volgen. Niet alleen naar de 'waarheid' die een harddrive met gevoelige informatie misschien aanboort, ook naar zijn eigen militaire verleden.

'Drone' voert de lezer mee van het Friese Dedgum naar Orta, een plaatsje in Afghanistan dat - sinds 2003? - niet meer bestaat. In Orta is een High Value Target geneutraliseerd, door Hermes, die wellicht de testfase was van de Predator. Maar ook naar Turkije en Kunduz.

De spanning in dit boek wordt tot op de laatste bladzijden vastgehouden met onder meer de schimmige machtspolitieke spelletjes die de bewindsvrouw in het kabinet-Stahlman II moet spelen om de oppositie te overtuigen van het nut en belang van de Predator. Maar ook met de MIVD in een overactieve hoofdrol, die uiteindelijk Koler tot staatsvijand verklaart.

Het (futuristische?) Land-Air-Sea-commando kan, als het aan Ava Rodenburg ligt, straks met zwermen Predators ICD-operaties (Identify-Classify-Destroy) uitvoeren: een "kantoorlog" voeren. Met heuse desktop warriors, zoals de Amerikanen al doen op duizenden kilometers van de Verenigde Staten.

De realiteit van de drone is allang geen fictie meer en 'Drone' benadert die werkelijkheid volgens mij heel goed. Angstaanjagend goed zelfs.

Terug naar Boven

 

DUIZEND DAGEN EXTREEM LEVEN - NATALIE RIGHTON

titel

Duizend dagen extreem leven. Dagboek van een oorlogsjournalist in Afghanistan

auteur

Natalie Righton

ISBN

9789047705505

jaar

2013

pagina's

408

uitgeverij

Lemniscaat

 

 

Terug naar Boven

 

DUTCHBAT III - FRISO KEURIS & AD VAN LIEMPT

titel

Dutchbat III. Getuigenissen na Srebrenica.

auteurs

Friso Keuris & Ad van Liempt

ISBN

9789089102686

jaar

2011

pagina’s

156 (inclusief DVD met video-opnamen door militairen in Srebrenica)

uitgeverij

DíJonge Hond

 

 

Naar de website van Friso Keuris

De door Friso Keuris gefotografeerde dames van Dutchbat III uit het boek ‘Dutchbat III. Getuigenissen na Srebrenica’ in een animatie: Stephanie, Petula, Liesbeth, Alice en Bianca.

Friso Keuris is portretfotograaf, gespecialiseerd in portretten van schrijvers, musici, acteurs en artiesten. Daarnaast werkt hij aan eigen projecten. Van 2006 tot en met 2010 portretteerde hij de voormalige militairen van Dutchbat III voor.

Terug naar Boven

 

DYNAMIEK EN ONZEKERHEID ALS KANS - JAN WILLEM BRINKMAN

Omslag van 'Dynamiek en onzekerheid als kans'

titel

Dynamiek en onzekerheid als kans

auteur

Jan Willem Brinkman

ISBN

9090208755

jaar

2006

pagina’s

457

uitgeverij

Universal Press

 

Soms komt uit onverwachte hoek een boek dat speciale aandacht behoeft. Zo'n boek is 'Dynamiek en onzekerheid als kans. Onderzoek naar de toepasbaarheid van (delen van) het moderne militaire besturingsmodel in het Nederlandse ziekenhuisstelsel' van Jan Willem Brinkman.

Brinkman werd in 1993 de eerste commandant van 11 Luchtmobiele Brigade. Ruurd Reitsma, hij en enkele anderen hadden deze eenheid mede op de kaart gezet. Hoewel de generaals in Den Haag tegen uitzending van de juist opgerichte eenheid waren, gingen zij uiteindelijk wel akkoord. Gevreesd werd dat de Tweede Kamer de aankoop van helikopters voor de brigade anders zou tegenhouden. De bezwaren van de top van de landmacht tegen uitzending werden door politici weggewuifd als "ongewenste inmenging in de politiek".

In april '93 kreeg brigadegeneraal Brinkman van de BLS, generaal Hans Couzy, het waarschuwingsbevel voor ontplooiing van het eerste gereedgestelde luchtmobiele bataljon in BosniŽ. In november '93 ging een verkenningsmissie onder leiding van Brinkman naar BosniŽ. Srebrenica bleek "een moeilijke, maar niet onmogelijke" opdracht (NIOD-rapport, pagina 1.073). Couzy wees Brinkman op de logistieke en geneeskundige problemen in de enclave. De rest van de geschiedenis is bekend, althans bijna.

Hoewel Brinkman intussen allang was gesouffleerd dat hij nooit BLS zou worden – omdat de landmachttop hem te slim en lastig zou vinden – werd hij in 1995 in de rang van generaal-majoor nog even snel commandant van de Multinational Division Central (Airmobile) in Rheindahlen, een luchtlandingseenheid van 20.000 militairen. Brinkman werd door voormalig Minister van Defensie Relus ter Beek een “veranderingsgezinde jonge Turk” genoemd. Zijn daadkracht en progressiviteit had Brinkman op meerdere vlakken getoond: ruim voordat de politiek besloot dat de dienstplicht werd afgeschaft, schreef hij er een notitie over. Hij wees daarin op de mogelijke gevolgen voor de samenstelling van de landmacht. Afschaffing zou volgens hem de opmars van de vrouw in de KL betekenen. De BLS, generaal Rien Wilmink, was woedend.

In 1996 stapte Brinkman over naar de burgermaatschappij, waar hij korpschef van de politieregio Rotterdam-Rijnmond werd. Na minder dan een jaar werd hij door burgemeester Bram Peper ontslagen, daartoe aangespoord door de politievakbonden en gemeentebureaucraten die hem geen eerlijke kans gunden. Tot op heden is Brinkman aan het werk als interim-manager in de gezondheidszorg, achtereenvolgens in de IJsselmeerziekenhuizen te Emmeloord en Lelystad en ziekenhuis Gelderse Vallei te Ede.

Terug naar Boven

 

WAT ZEGGEN DE STERREN?
Absoluut lezen
Een aanrader
Redelijk goed
Niet eerste keus
Beter nooit lezen

Terug naar Boven