LEESWIJZER
Terug naar de homepage
 

Boeken gezocht!

 

GEEF DIE KENNIS EVEN DOOR - SUSANNE WINNUBST

titel

Geef die kennis even door! Passie voor het leraarsvak

auteur

Susanne Winnubst

ISBN

9789401404884

jaar

2012

pagina's

128

uitgeverij

Lannoo Campus

 

Terug naar Boven

 

GEEN OORLOG, GEEN MUNITIE - HEINZ NÄGELE & DICK SCHAAP

titel

Geen oorlog, geen munitie. De geschiedenis van 300 jaar militaire produktie

auteurs

Heinz Nägele & Dick Schaap

ISBN

9789022838778

jaar

1979

pagina’s

112

uitgeverij

Fibula-Van Dishoeck (ter gelegenheid van het 300-jarig bestaan van Eurometaal NV, het voormalige staatsbedrijf Artillerie-Inrichtingen in Zaandam)

Binnenkort op deze plek een recensie van bovenstaand boek! De enige nu afgebeelde ster zegt dan ook niets over een aan dit boek toe te kennen waardering.

Terug naar Boven

 

GEEN MANNEN, MAAR DUIVELS! - RENDE VAN DE KAMP

titel

Geen mannen, maar duivels! Nederlanders in het Franse Vreemdelingenlegioen

auteur

Rende van de Kamp

ISBN

9789082080032

jaar

2014

pagina's

326

uitgeverij

QV

In 2014 moet het Légion Étrangère nog steeds opboksen tegen opgeklopte indianenverhalen, mythische proporties en onzin die erover wordt doorverteld. Vlak voordat ik deze recensie ga schrijven, lees ik in de Volkskrant van 8 november 2014 een ingezonden brief van een oud-maatschappelijk werker van Defensie.

De brief, over getraumatiseerde veteranen, eindigt met: "Een advies aan betrokkenen: als je dom bent ga je naar het Vreemdelingenlegioen. Als je slim bent: probeer wat minder macho te zijn en luister eens naar je moeder en vriendin."

De legionair een domme macho? Zonder verstand en een haantje? Ik gok erop dat de briefschrijver een gefrustreerde b.d.'er is zonder krijgsgeschiedkundige kennis van zaken.

Na lezing van 'Geen mannen, maar duivels!' weet ook hij zeker dat de legionair een elitesoldaat is, uit het beste hout gesneden, allesbehalve dom en geen Rambo. En wat net zo belangrijk is: na bijna twee eeuwen is het Vreemdelingenlegioen nog altijd een noodzaak in de geopolitiek van Frankrijk. Zo waren legionairs in 2013 nog betrokken bij de inval in Mali. Oud-kolonisator Frankrijk heeft nog altijd grote belangen in Afrika, die het best kunnen worden 'verdedigd' door de crème de la crème van de Franse Armée de Terre.

In 'Geen mannen, maar duivels!' speelt Rende van de Kamp niet alleen de geschiedenis van het Legioen af, hij rekent af met de mythes en laat talloze Nederlanders aan het woord die bij de elite-eenheid hebben gediend. Behalve dat Wim Dikkers, Piet de Wit, Lou Custers, Wil van Hooff, Ruud Arensen, Rob van Bezouwen, Frans Veltien en Marco Paans worden geïnterviewd, worden her en der in zijn boek Nederlanders opgevoerd die in het Vreemdelingenlegioen hebben gediend. Sinds 1831 naar schatting ruim 4.000 Nederlanders.

Zo verschijnt de Amsterdammer Hartog de Vries ten tonele, de enige Nederlander die aan de legendarische Slag bij Camerone in 1863 deelnam. Hierin kreeg hij een sabelhouw op zijn hoofd, raakte zwaar gewond, werd door gevangen genomen en keerde pas na drie maanden krijgsgevangenschap terug bij zijn eenheid.

Camerone markeert de onsterfelijk geworden woorden van de Mexicaanse kolonel Francisco de Paula-Milán: "Pero no son hombres, son demonios!", waaraan Van de Kamp zijn boektitel ontleent. Paula-Miláns woorden illustreren nog altijd de opofferingsgezindheid en volharding van legionairs, die alleen met opgeheven hoofd en desnoods met slachtoffers het strijdtoneel verlaten.

Tweeënzestig legionairs onder leiding van kapitein Danjou tegen 1.200 Mexicanen. Niet vreemd dat de Camerone wordt gekoesterd: "De tradities, het vieren van zijn nederlagen als overwinningen van kracht en betrouwbaarheid, scheppen voor de buitenstaander een beeld van het Legioen dat tot de verbeelding spreekt." (p. 129) Camerone markeert niet alleen de officiële feestdag van het Legioen, 'faire Camerone' haalde het woordenboek en staat daarin gelijk aan 'vechten tot de laatste man'.

Hét Vreemdelingenlegioen is - anders dan bijvoorbeeld het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger in de tijd van Nederlands-Indië voor Nederland was - een huurlingenleger met een status aparte. Moederland Frankrijk gebruikt de legionairs overal waar het zijn belangen wenst te dienen: "De legionairs [...] fungeerden als militaire barometer van wat er in de wereld gebeurde. Bij elke crisis, revolutie of oorlog stroomden er weer nieuwe rekruten toe."

De status aparte komt tot uitdrukking in vele facetten die door Van de Kamp kundig aan elkaar worden geschreven: de huurling in dienst van Frankrijk om daarbuiten dienst te doen, vecht altijd à titre étranger, met als gevolg: "Mannen die niets hadden dan hun leven en dat riskeerden in dienst van Frankrijk." (p. 108)

Zo voorkomt het Vreemdelingenlegioen dat massa's Fransen uit de reguliere eenheden in de lastigste klussen worden geslachtofferd. Als hij wordt ingezet, sneuvelt de legionair waar het Legioen dit goeddunkt, steeds in het besef van de woorden van generaal De Négrier: "Vous autres légionnaires, vous êtes soldats pour mourir et je vous envoie où l’on meurt!"

Ook geldt voor de legionair te allen tijde dat de opdracht heilig is. Nu duurt het wel een tijdje voor het heilige der heilige zelf is bereikt. In de woorden van Wim Dikkers: "Je bent pas écht iets als je de kepie hebt." Als je dan de képi blanc draagt, word je opgenomen in een familie die bol staat van de tradities én meegaat met zijn tijd: in 1992 droegen legionairs in de begintijd van de VN-missie UNPROFOR in voormalig Joegoslavië voor het eerst in hun geschiedenis een blauwe baret (in plaats van hun groene).

Uit verschillende interviews in het boek komt naar voren dat áls er oorlogen door het Legioen werden verloren, dit altijd de schuld van de politiek was. Uit militair oogpunt waren de legionairs altijd quasi-onverslaanbaar, behalve dan misschien in Indochina. Dat geldt al vanaf hun grote vuurdoop in 1832, in de Slag om Sibi-Chabel. Hier was het ene Abd al-Kader die zich tegen de Franse aanwezigheid in Algerije verzette, een guerrillaleger opzette om de confrontatie aan te gaan en het Legioen ontmoette. Na afloop ontving het Legioen zijn eerste vaandel. Feitelijk was dit meteen ook het begin van de militair afgedwongen Franse kolonisatie op het Afrikaanse continent.

Sterk bewust van hun imago, stuurt Frankrijk nog steeds legionairs naar vooruitgeschoven posten wereldwijd, eer en trouw hoog in het vaandel. De vele faits divers en de verspreid weergegeven tijdlijn van het Vreemdelingenlegioen, maken van 'Geen mannen, maar duivels!' een erg mooi en gemakkelijk leesbaar boek. Daarnaast is het boek eersteklas uitgegeven in hardcover.

Rende van de Kamp heeft na Soldaat voor een ander 1 en 2 en Onder vreemde vlag een jongensboek met sterallures geschreven, waarin de mythes, sterke verhalen en onzin die de ronde doen over het Légion Étrangère resoluut naar de prullenbak worden verwezen. In drie woorden: très très bien!

Terug naar Boven

 

GEHEIME OORLOGEN - GORDON THOMAS

titel

Geheime oorlogen. Een onthullend beeld van honderd jaar Britse geheime dienst (origineel: Secret Wars)

auteur

Gordon Thomas

ISBN

9789027466709

jaar

2009

pagina’s

494

uitgeverij

Spectrum

Binnenkort op deze plek een recensie van bovenstaand boek! De enige nu afgebeelde ster zegt dan ook niets over een aan het boek toe te kennen waardering.

Terug naar Boven

 

GENERAAL H.G. WINKELMAN - TEO VAN MIDDELDORP

titel

Generaal H.G. Winkelman. Standvastig strijder, 1876-1952

auteur

Teo van Middelkoop

ISBN

9789059941038

jaar

2006

pagina’s

416

uitgeverij

Aprilis Zaltbommel

 

Binnenkort op deze plek een recensie van bovenstaand boek! De enige nu afgebeelde ster zegt dan ook niets over een aan het boek toe te kennen waardering.

Terug naar Boven

 

GENERAAL REYNDERS - E.H. BRONGERS

titel

Generaal Reynders. Een miskend bevelhebber, 1939-1940

auteur

Luitenant-kolonel b.d. E.H. Brongers

ISBN

9789059116030

jaar

2007

pagina’s

166

uitgeverij

Aspekt

 

Binnenkort op deze plek een recensie van bovenstaand boek! De enige nu afgebeelde ster zegt dan ook niets over een aan dit boek toe te kennen waardering.

Terug naar Boven

 

GENERAAL SPOOR - JAAP DE MOOR

titel

Generaal Spoor. Triomf en tragiek van een legercommandant

auteur

Jaap de Moor

ISBN

9789085067092

jaar

2011

pagina’s

488

uitgeverij

Boom

 

Op 9 mei 2011 is de biografie van generaal Spoor verschenen. Binnenkort op deze plek een recensie van bovenstaand boek! De enige nu afgebeelde ster zegt dan ook niets over een aan het boek toe te kennen waardering.

Hoe zat het nu eigenlijk met de ideeën van Spoor over politiek en militair leiderschap? Wat is waar van de geruchten over zijn niet-natuurlijke dood? Deze biografie vertelt het verhaal van een intellectueel begaafde, artistiek aangelegde en toegewijde militair, die zich vóór alles heeft ingezet voor de belangen van zijn vaderland.

Generaal Spoor was tot zijn plotselinge dood in 1949 bevelhebber van de Nederlandse troepen in Nederlands-Indië. Voor de een was hij een conservatieve houwdegen, voor de ander een inspirerende aanvoerder, maar hij was hoe dan ook een uitzonderlijk legerofficier.

De rol van generaal Simon H. Spoor tijdens de dekolonisatie van Nederlands-Indië, 1945-1949, is omstreden. Hij probeerde de besluitvorming in kabinet en parlement naar zijn hand te zetten, waartoe hij als militair niet gerechtigd was. Veteranen herdenken deze echte 'troepengeneraal' daarentegen nog altijd met bewondering.

Hoe zat het nu eigenlijk met de ideeën van Spoor over politiek en militair leiderschap? En wat is er waar van de geruchten over zijn niet-natuurlijke dood? Deze biografie vertelt het verhaal van een intellectueel begaafde, artistiek aangelegde en toegewijde militair, die zich vóór alles heeft ingezet voor de belangen van zijn vaderland.

 Terug naar Boven

 

GERONIMO - LEON DE WINTER

titel

Geronimo

auteur

Leon de Winter

ISBN

9789023493860

jaar

2015

pagina's

362

uitgeverij

De Bezige Bij

 

 

Terug naar Boven

 

GESCHIEDENIS VAN DE PARACOMMANDO-EENHEDEN - EMILE GENOT

titel

Geschiedenis van de paracommando-eenheden van hun oorsprong tot heden

auteur

Luitenant-kolonel honorair Emile Genot

ISBN

geen

jaar

geen

pagina’s

102

uitgeverij

Amicale Nationale Para Commando Vriendenkring (ANPCV)

 

Dit is geen Belgenmop: in 2004 is de Brigade Paracommando opgeheven. Sindsdien gaan de zuiderburen mee in de vaart der Engelstalige volkeren en is de brigade omgedoopt tot een Immediate Reaction Capability Command (ICRR). Oude wijn in nieuwe zakken. Over de Belgen echter geen kwaad woord, ook niet over hun militaire capaciteit.

Julius Caesar schreef in 'Commentarii de bello Gallico' niet voor niets: "Horum omnium fortissimi sunt Belgae." Vrij vertaald: "De dappersten onder de Galliërs zijn de Belgen." Verkijk je niet op de zelfbewuste Belgen. Dapper of niet, de (ontstaans)geschiedenis van de paracommando's is uitgebreid en kan gemakkelijk verkeerd worden uitgelegd.

Honorair luitenant-kolonel Emile Genot brengt de geschiedenis van de elite-eenheden van de Belgische krijgsmacht. In de Tweede Wereldoorlog werden Belgische militairen in Engeland getraind, waarbij onder andere parachutisten waren die hun opleiding kregen van de Special Air Service (SAS).

Het kenteken van de SAS en de maroonrode baret van de para's worden nog altijd gedragen door de leden van 1 Para. Een andere Belgische eenheid werd getraind als commando en verkreeg logischerwijs de groene baret: 2 Commando (2 Cdo). Na de Koreaanse oorlog kwam er een derde bataljon bij: 3 Para.

Resumerend: 1 Para, gelegerd in Diest, is tweetalig en draagt de rode baret; 2 Bataillon de Commando (2 Cdo) uit Flawinne (Namen) is Franstalig en draagt de groene baret en 3 Para, gehuisvest in Tielen, is Nederlandstalig en draagt eveneens een rode baret.

Terug naar de schrijver, Emile Genot, die behalve 'Geschiedenis van de Para-Commando eenheden van hun oorsprong tot heden' meer boeken op zijn naam heeft staan: 'Bérets rouges, bérets verts... 50.000 Paracommandos' (1986), 'Le piège humanitaire? Un an d'opérations militaires belges en Somalie' (1996) en 'Chesty George..., Captain Blunt..., deux personnages hors du commun!' (2000).

Gepokt en gemazeld in het regiment zorgt ereluitenant-kolonel Emile Genot ervoor dat dit boek een heldere uiteenzetting is van feitelijkheden over de paracommando's, zoals de oprichting, de talloze operaties in (post-)koloniaal Afrika, het dieptepunt tijdens de missie UNAMIR met tien doden in 1994 en de naamsverandering in 2004. Alle jaartallen, feitjes en opsommingen maken het boek niet zozeer super lezenswaardig maar wel uitermate geschikt als introductie tot en naslagwerk over de paracommando's.

Terug naar Boven

 

GEVAARLIJKE VROUWEN - BEATRICE DE GRAAF

titel

Gevaarlijke vrouwen. Tien militante vrouwen in het vizier

auteur

Beatrice de Graaf

ISBN

9789461054715

jaar

2012

pagina's

382

uitgeverij

Boom

 

 

 

Terug naar Boven

 

GEWETEN ONDER SCHOT - DÉSIRÉE VERWEIJ

titel

Geweten onder schot. Ethiek en de militaire praktijk

auteur

Désirée Verweij

ISBN

9789085068327

jaar

2010

pagina’s

232

uitgeverij

Boom

 

My Lai, Halabja en Abu Ghraib hebben aangetoond dat de grens tussen goed en kwaad gemakkelijk kan worden overschreden. De geconditioneerd-gederailleerde mens is blijkbaar relatief eenvoudig bereid tot en in staat om andere mensen pijn te doen en zelfs te doden. Hiermee verdwijnt het gevoel voor wat goed en kwaad is - tijdelijk en plaatselijk – ver naar de achtergrond en regeert de belligerente gemoedstoestand.

Had de Romeinse dichter Plautus gelijk toen hij stelde “De ene mens is voor de andere mens een wolf, zijn grootste vijand” (“Homo homini lupus”)? Of mag (of moet?) je uitgaan van positievere definities over de mens, zoals die van  Aristoteles: “Het dier dat kan spreken en denken”. Als denk- en spraakvermogen de mens werkelijk onderscheiden van het dier, zou consciëntieus handelen meer regel dan uitzondering moeten zijn. De praktijk is echter weerbarstig en herhaalt zichzelf. Hoewel de mens er meestal in slaagt om kwade driften in toom te houden of zelfs geheel uit te bannen, komt het onder bepaalde omstandigheden voor dat het geweten danig wordt getergd.

Dat gegeven moet selectie- en keuringscentra van krijgsmachten zorgen baren. Hoe neem je immers een gewetensvolle rekruut aan? Wie is het minst tot het kwaad geneigd in de ‘survival of the fittest? En hoe leer je ze later, als ze op het gevechtsveld “dingen doen”, om in een fractie van een seconde, uit innerlijk normen- en waardenbesef, de juiste keuzes te maken?

Het gaat er natuurlijk niet om dat een krijgsmacht engeltjes binnenhaalt. De infanterist moet een can do-mentaliteit hebben, een vechter zijn, waarbij het moreel beoordelingsvermogen (en daarnaar handelen) secundair is en in beginsel zo is aangelegd dat hij niet als een gewetenloze Rambo zijn eigen oorlogje gaat uitvechten. De militair, kortom, moet onbewust bekwaam gemaakt worden in militair optreden waarbij hij het geweten probeert te volgen.

Door de eeuwen heen droegen militairen altijd al een gewetensvolle verantwoordelijkheid in vaak dubbelzinnige situaties, maar aan de professionaliteit van de moderne militair worden anno 2010 zo mogelijk nog hogere eisen gesteld. De moderne militair opereert op een zeer gecompliceerd gevechtsveld, dat niet uitsluitend meer bestaat uit het aanwenden van geweld maar evenzeer uit diplomatie, humanitaire hulpverlening, wederopbouwwerkzaamheden e.d. Een gevechtsveld waar militairen en burgers door elkaar lopen.

Zoals luitenant-kolonel-arts Gert-Jan Gort in 1999 in Carré schreef: "Enkele specifieke kenmerken van de militaire organisatie zijn de geweldsuitoefening die deel uitmaakt van de primaire taak en het groepsbelang dat boven het individuele belang gaat: in de operationele setting bestaat een grote mate van afhankelijkheid van de militair ten opzichte van zijn collega's. Het niet goed functioneren van één militair kan leiden tot gevaar voor het gehele systeem." Dit is precies het wezenskenmerk van het militaire métier dat tegen de achtergrond van het militaire ethos in 'Geweten onder schot' onder de loep wordt genomen.

Complicerende factor in deze is de scheidslijn tussen leven en dood. Die kan flinterdun zijn, zeker in situaties waarin het geweer populairder is dan het woord. Hoewel van een wapen een fascinatie voor macht uitgaat, is ze ook onbetrouwbaar: de trekker wordt overgehaald door de mens die het wapen hanteert. Een handeling die onomkeerbaar is...

Voor militairen is daarom een hulpmiddel ontwikkeld om, op grond van eigen waarden en normen, keuzes te maken. Dat middel is het Ethisch Besluitvormingsmodel, op grond waarvan een militair in een ethisch dilemma kan handelen. Het model staat natuurlijk niet op een instructiekaartje dat de militair in een prangende situatie uit z'n borstzakje trekt! Het handelt rond klassieke militaire deugden (zingevingsproblemen?) als verantwoordelijkheidsgevoel, moed, kameraadschap, integriteit en gehoorzaamheid. Deugden die ethische en filosofische vragen oproepen over wanneer je oorlog mag voeren (ius ad bellum) en hoe je je vervolgens in zo'n oorlog moet gedragen (ius in bello).

Moraal van Verweij’s verhaal is dat een militair nooit een gewetenloze machine mag zijn die dankzij kadaverdiscipline commando’s uitvoert à la Befehl ist Befehl, maar die in de uitvoering van zijn taken in elk geval probeert om steeds een afweging te maken tussen goed en fout – meestal onbewust, soms heel bewust. De militaire ethiek is een van de meest complexe vormen van toegepaste ethiek. Wanneer je eennmaal met je ogen hebt geknipperd, moet je een beslissing hebben genomen.

Anders gezegd: "De aandacht voor militaire ethiek is cruciaal omdat de uitoefening van geweld zelden onomstreden is en omdat een democratische samenleving eist van haar krijgsmacht dat zij op moreel verantwoorde wijze omgaat met het geweldsmonopolie dat de krijgsmacht van haar samenleving heeft gekregen." (Désirée Verweij in 'Het belang van militaire ethiek voor de krijgsmacht').

Terug naar Boven

 

GIOVANNI HAKKENBERG -JEANETTE BOSMAN & ROB ESCHER

titel

Giovanni Hakkenberg. Mens en marinier

auteur

Jeanette Bosman & Rob Escher

ISBN

n.v.t.

jaar

2010

pagina’s

236

uitgeverij

JouwBoek

 

Jammer, dat is mijn eerste reactie.

Een "zeer bijzondere levensloop" als die van de Ridder Militaire Willems-Orde Giovanni Hakkenberg verdient een degelijke biografie zonder allerhande irrelevante uitweidingen en encyclopedisch opzoekbare weetjes. Dit boek is hier echter van vergeven en doet mede daardoor geen recht aan de mens en marinier Hakkenberg. Daarnaast is de schrijfstijl er eentje van dertien in een dozijn. Moed, beleid en trouw van een heroïsche krijgsman als Hakkenberg vragen ongevraagd om een gedegen, mooi uitgegeven boek. Ook hiervan is helaas geen sprake.

Giovanni Hakkenberg, "Geo" voor intimi, zag op 6 december 1923 het levenslicht in Soerabaja, Nederlands-Indië. Zijn memorabele loopbaan ving aan als 17-jarige lichtmatroos bij de marine (marinekazerne Goebeng in zijn geboorteplaats), in het kielzog van zijn broer en acht neven.

Het hoogtepunt was dat hij in 1951, in de rang van korporaal der mariniers, tot Ridder 4e klasse der Militaire Willems-Orde werd geslagen. Hij had zich in de strijd door uitstekende daden van moed, beleid en trouw onderscheiden als commandant van een detachement van de VDMB (Veiligheidsdienst Mariniersbrigade) van september 1947 tot mei 1949 bij de bestrijding van terroristische benden op Oost-Java. Een jaar eerder had hij ook al, uit handen van Z.K.H. Prins Bernhard, de Bronzen Leeuw mogen ontvangen - een andere dapperheidonderscheiding.

Als jongste matroos vond Hakkenbergs eerste wapenfeit plaats aan boord van de torpedobootjager Hr. Ms. Kortenaer, die met in totaal achttien schepen was opgestoomd om de Japanse oorlogsvloot tegen te houden. Tijdens de Slag in de Javazee werd het schip getroffen door een Japanse torpedo, brak midscheeps in twee stukken en zonk binnen twee minuten. Hakkenberg, die gewond raakte aan zijn been, was een van de 104 overlevenden.

Dat was het begin van omzwervingen via de beruchte Birma-Siam Spoorweg, waaraan hij negen maanden onder barre omstandigheden als krijgsgevangene werd tewerkgesteld vanuit een kamp in Thailand. Vervolgens volgde vierhonderd meter onder de grond arbeidsinzet in een Japanse steenkoolmijn. Na zijn vrijlating, na de Japanse capitulatie, zag hij op doorreis in Nagasaki onderweg naar zijn geboorteland, de onbeschrijflijke gevolgen van de atoombom.

In Nederlands-Indië bleef het na de oorlog onrustig: sommige Indonesiërs kwamen in verzet tegen de Nederlanders en wilden niet dat Nederland de macht weer zou overnemen. Het land was veranderd, hoewel het merendeel van de Indonesiërs blij was met de aanwezigheid van de Nederlanders. Nederland stuurde meer dan 135.000 Nederlandse militairen om samen met 70.000 militairen van het Koninklijk Nederlands-Indische Leger (KNIL) de orde te herstellen.

Want orde was er niet: de bevolking werd geterroriseerd door lokale bendeleiders. Hakkenberg arresteerde als tolk (Javaans, Madoerees en Maleis), tevens lid van de veiligheidsdienst van de Mariniersbrigade, in nachtelijke operaties diverse leiders. Gekleed in traditionele kledij, veelal ongewapend en dus met gevaar voor eigen leven. Bij deze stoutmoedige acties, soms in kleine groepjes, soms alleen, leed Hakkenberg geen verliezen. Hij bond een bijna persoonlijke strijd aan met de zichzelf verrijkende bendes en zag erop toe dat de Nederlandse militairen de bevolking goed bleven behandelen. Bescheiden en zelfverzekerd was hij, nooit onbezonnen. Dat hoefde ook niet, want hij begreep de gebruiken en gevoelens van de kampongbewoners.

Met zijn kennis van het gebied en de bevolking vond hij een juiste balans tussen het gebruik van de kracht van het woord en fysiek geweld. Zijn medemenselijkheid had tot gevolg dat hij het leven van de vijand in de eerste plaats spaarde en slechts uitschakelde in het geval van noodzakelijke zelfverdediging. Zijn mond was bijna altijd een doeltreffender wapen dan zijn karabijn.

Eind 1949 kwam er een einde aan een in alle opzichten bewogen periode; Hakkenberg vertrok naar Nederland, waar hij verder carrière maakte bij het Korps Mariniers. In de periode 1958-'62 verbleef hij nog in Manokwari op Nieuw-Guinea, waar hij als commandant van een Papoea-eenheid was belast met het inrekenen van infiltrerende Indonesische para’s op Nieuw-Guinea.

In 1974 verliet Giovanni Hakkenberg de dienst als luitenant ter zee van vakdiensten der tweede klasse oudste categorie; later werd hij bevorderd tot kapitein der mariniers. De laatste jaren woont hij samen met zijn vrouw Olga in een Indisch woonzorgcomplex in Wageningen, waar de echtelieden in 2011 hun diamanten huwelijk (65 jaar!) mochten vieren.

Ondanks de vele irrelevante uitweidingen en encyclopedisch opzoekbare weetjes, maakt de aaneenschakeling van verbazingwekkende feiten in het leven van Giovanni Hakkenberg dit boek - maar zeker niet dankzij de schrijvers - tot een stukje herinneringsliteratuur dat bewaard moet blijven.

De schrijvers zouden een voorbeeld kunnen nemen aan hoe Wim Dussel (Dat was jij, marinier!, p. 177) de mannen van de VDMB beschreef: "Men moet bewondering hebben voor deze veelal Indische jongens, die er in het holst van de nacht in pikdonker met slechts enkelen tegelijk - en soms wel alleen! - op uittrokken en die uit duizend-en-één onschuldige gezichten precies het schuldige wisten te halen!"

Terug naar Boven

 

GIRLPOWER IN DE TWEEDE WERELDOORLOG - ANNABEL JUNGE

titel

Girlpower in de Tweede Wereldoorlog

auteur

Annabel Junge

ISBN

9789461533975

jaar

2014

pagina's

218

uitgeverij

Uitgeverij Aspekt

 

 

 

Terug naar Boven

 

GOEDE SOLDATEN - DAVID FINKEL

titel

Goede soldaten (The good soldier)

auteur

David Finkel (vertaling: Anke ten Doeschate)

ISBN

9789023456933

jaar

2010

pagina’s

352

uitgeverij

De Bezige Bij

 

Het komt niet vaak voor dat ik een boek in een ruk uitlees. Als dat al gebeurt, is dit een gevolg van de spannende verhaallijn en/of het aansprekende onderwerp. In dit geval is het iets wat je - achteraf gezien - eigenlijk niet zou willen lezen, maar wat ik vanaf nu zal aanprijzen als hét boek dat je moet lezen als je wilt weten hoe het worst-case scenario voor militairen in een inzetgebied eruit ziet. Vergeleken bij dit boek moet de hel schitterend zijn...

The New Way Forward: op 10 januari 2007 besloot de Amerikaanse president George W. Bush het aantal Amerikaanse troepen in de straten van Bagdad en de onrustige provincie Al Anbar uit te breiden. Een tijdelijk offensief, zo was het controversiële vermoeden: "De strategie om een duurzame vrede tot stand te brengen had gefaald. De strategie om het terrorisme te verslaan had gefaald. De strategie om op zijn minst democratie in Irak te realiseren had gefaald." (p. 17).

Wat overbleef was Counterinsurgency FM 3-24 revisited onder leiding van generaal Petraeus, want de Iraakse veiligheidstroepen (leger en politie) waren en zijn nog steeds een lachertje.

"Deze oorlog vereist het drinken van chai, het schudden van handen en politiek denken." (p. 39). Onder andere thee drinken dus, maar aan de andere kant leerden de soldaten niet te lang stil te staan: "Blijf in beweging. Zorg ervoor dat je geen doelwit wordt." (p. 70). En natuurlijk de bekende militaire dooddoeners: verwacht het onverwachte; beweeg traag, hou je laag. Word, kortom, geen sitting duck.

De troepenvermeerdering kreeg de bijnaam surge, vrij vertaald als "de laatste stoot". Na 2007 zou het geweld inderdaad afnemen, maar de prijs - vooral die in levens - bleef onverminderd hoog. Er vielen en vallen nog steeds Amerikaanse doden en gewonden: sinds 2003 zijn er in Irak alleen al 4.412 Amerikanen om het leven gekomen volgens de teller van de Iraq Coalition Casualty Count - medio juli 2010.

Een van de eenheden die volgens de Amerikaanse Defensietop in Irak het verschil moest maken was het 2nd Battalion, 16th Infantry Regiment 'Rangers', afgekort 2-16 Rangers, afkomstig uit Fort Riley, Kansas. Het bataljon behoort tot het 4th Brigade Combat Team, op zijn beurt onderdeel van de 1st Infantry Division.

Door het lezen van 'Goede soldaten' kom je erachter of die ruim 4.400 gedode Amerikanen het verschil hebben gemaakt. Anderhalf jaar lang zitten de Rangers in Irak. De eenheid wordt embedded gevolgd door David Finkel, journalist van The Washington Post en in 2006 winnaar van de prestigieuze Pulitzer Prize voor een case-study over hoe de Amerikaanse regering democratie in Jemen probeert te brengen. Welk verschil kan dit bataljon maken als er, op het moment dat 2-16 wordt uitgezonden, al 3.000 Amerikanen zijn gesneuveld en 25.000 gewond geraakt?

In Irak doen de Rangers een poging - het is aan de lezer of die slaagt - om bepaalde wijken in het oosten van Bagdad veilig te maken door ze langzaamaan te proberen terug te winnen op het sektarisch terrorisme. Het zijn de wijken Rustamiyah, Mashtal, Kamaliyah, Fedaliyah, Al-Amin waar de militairen op zoek gaan naar verborgen wapenvoorraden, huiszoekingen doen, patrouilles lopen en rijden en improvised explosive devices (IED's) en explosively formed penetrators (EFP's) ontwijken, opsporen, onschadelijk maken en er slachtoffer van worden.

'Goede soldaten' is non-fictie. Een rapportage over het dagelijks leven van de militairen, hun angsten, confrontaties met de milities van de radicale Al-Sadr en twijfels over het "nut en belang" van deze oorlog. Aan het einde van hun missie hebben ze het vuile van oorlog leren kennen, "saffya daffya" (zon en warmte), alles en iedereen penetrerend stof, een almaar hoog dreigingniveau, het isolement van een maandenlange missie in oorlogsgebied en veertien maal het laatste appèl voor gedode collega's.

Commandant 'Muqaddam' Ralph Kauzlarich - "Hij had iets van een underdog, waardoor hij anderen meteen voor zich innam, en van een gedrevene, van wie de passie soms in golven afstraalde" (p. 15) - probeerde elke dag een reden te verzinnen om te zeggen: "It's all good." Zelfs vanaf 6 april lukte dat, ofschoon dan het eerste van veertien slachtoffers is gevallen: Jay Cajimat die onherkenbaar verbrand. Het magisch effect is weg, hoewel hij ze er steevast van blijft overtuigen dat ze goede soldaten zijn en vechten voor een goede zaak.

Aldus Kauzlarich, militair opgevoed met de idee van de Slag om Ia Drang, 'We Were Soldiers Once... And Young', Hal Moore, "[...] toen een bataljon vanuit de lucht werd gedropt te midden van tweeduizend Noord-Vietnamese soldaten. Terwijl ze zwaar in de minderheid waren, vochten ze van man tot man een strijd op leven en dood." (p. 45) Ruim veertig jaar na '65 vechten de Rangers voor hun leven in Irak.

Terwijl Petraeus' staf bijhoudt hoeveel Combat Outposts (COP's) er zijn, als zijn graadmeter van de effectiviteit van de troepenversterkingen, ziet Kauzlarich een onvolprezen contradictio in terminis: "We zijn aan de winnende hand. Anders zouden ze niet vechten, omdat ze er dan geen reden toe hadden." (p. 105) Dat blijft de bataljonscommandant tot het einde volhouden, want de missie is het creëren van een evenwichtige, veilige en zelfvoorzienende omgeving voor het Iraakse volk...

Die militaire retoriek is echter niet de focus van Finkel's boek. De journalist legt zich toe op de doden, gewonden, overlevingsdrang in de gevaarlijkste wijken van Bagdad, waar Amerikaanse Congresleden nooit zijn geweest en nooit zullen komen. Onveranderlijk krijgen de mannen van 2-16 Rangers van de hogere legerleiding te horen dat ze aan de winnende hand zijn, maar daarvan is in de explosieve waan van alledag niets te merken. Het ergste komt alsde militairen terugkeren in de Verenigde Staten. Formeel krijgen ze een heroïsch onthaal, maar de meerderheid van hun landgenoten heeft zich intussen fel tegen de oorlog gekeerd.

De kracht van Finkel zit 'm in het onder woorden brengen van de bittere ongelijkheid tussen wat de Defensietop naar buiten brengt en wat de militairen op het slagveld meemaken. Bagdad is een slagveld. Finkel sympathiseert met de militairen onder wie hij zich bevindt: mannen met een gemiddelde leeftijd van negentien jaar die zijn terechtgekomen in Bagdad in het post-Saddam Hussein-tijdperk dat vooral een hel is. Of zoals een van de soldaten, Nate Showman, treffend zegt: "We hebben hier een slang bij zijn staart vast." (p. 226) De beeldspraak volgend: misschien is het beter te zorgen dat de slang geen bewegingsvrijheid in zijn staart heeft of dat hij zich in zijn eigen staart vastbijt. Dan zou het snel afgelopen zijn met de oorlog in Bagdad en hoeven er geen mensenlevens meer te worden geofferd.

Twee zaken zijn verweven met dit boek:

Op pagina 120 tot en met 130 in 'Goede soldaten' haalt Finkel een Apachebeschieting aan die op 12 juli 2007 in Bagdad, aan de oostkant van de wijk Al-Amin, plaatshad. In april 2010 duikt de footage van de Apache via Wikileaks op. De video-opname bleek te zijn gelekt door de inlichtingenanalist Private First Class Bradley E. Manning. Bij de beschieting kwamen twaalf Iraakse burgers om het leven, onder wie de journalisten Namir Noor-Eldeen en Saaed Chmagh (beiden van Reuters).

 

Het verhaal rond footballplayer Pat Tillman is verweven met de bataljonscommandant van 2-16. Tillman, die na de aanslagen van 9/11 een loopbaan in het leger verkoos boven een miljoenencontract in de sport, werd uitgezonden naar Afghanistan in het kader van Operation Enduring Freedom. Daar werd hij op 22 april 2004 gedood. Eerst beweerde Defensie op voorspraak van een onderzoek onder leiding van Ralph Kauzlarich, dat "Corporal Tillman's death was the result of fratricide during an extremely chaotic enemy ambush."

De echte oorzaak bleek friendly fire. Gevolg: drie schotwonden in het voorhoofd van de korporaal. Kauzlarich, Executive Officer van het 75th Ranger Regiment (de eenheid van Tillman), had een cover-up van Tillman's dood geprobeerd te maken en had hem zelfs "wormenstront" genoemd.

In 2008 verscheen 'Boots on the Ground by Dusk' van Tillman's moeder Mary; in 2009 publiceerde Jon Krakauer Tillman's levensverhaal onder de titel 'Where Men Win Glory. The Odyssey of Pat Tillman' (in het Nederlands vertaald als: 'De held').

Terug naar Boven

 

GROEN, BLAUW - PIO TULP

Omslag van 'Groen, blauw'

titel

Groen, blauw

auteur

Pio Tulp

ISBN

9076953694

jaar

2001

pagina’s

216

uitgeverij

Gopher

 

Pio Tulp, geboren in 1957 en woonachtig in Noordwijk aan Zee, is zelf dienstplichtige geweest bij het Staf- en Stafverzorgingseskadron van 103 Verkenningsbataljon Huzaren van Boreel, in 1988 en ’89 op de Legerplaats Seedorf.

Toch is niet de Noord-Duitse laagvlakte maar Apeldoorn het decor van zijn debuutroman 'Groen, blauw': de Koning Willem III-kazerne, het Protestants Militair Tehuis (PMT), de zandverstuivingen op de Veluwe. Allemaal locaties die als bekend verondersteld worden voor wie in Apeldoorn gelegerd is geweest. Of opgeleid als marechaussee.

'Groen, blauw' is het deels autobiografische verhaal over de dienstplichtig soldaat Peter van Houten, die zich meldt voor zijn dienstplicht. Peter trekt als een groentje met weinig levenservaring Hare Majesteit's wapenrok aan: de eerste twee maanden mag de lezer bij de gratie Tulp meebeleven. Hij komt in contact met zaken die hem zijn gehele leven zullen bijblijven. Niet uitsluitend ten behoeve van de smeuïge en stoere verhalen op feesten en partijen, ook voor de gevoelige en dromerige sfeer die gepaard gaat met het dipli-leven van weleer. Natuurlijk waren er de sportieve en winterse ontberingen, het afzien soms ook, maar zeker ook de kameraadschap en de gein.

De roman biedt een zeker niet uniek, maar wél humoristisch en zeer herkenbaar kijkje in de keuken van de dienstplicht. De vraag is niet of je een kerel wordt door in dienst te gaan, de vraag is of je als wanna-be-soldier niet simpelweg mocht - nee: moest - genieten van de gegarandeerde bestanddelen die een leven lang zouden meegaan.

De dienstplicht was niet altijd even spannend maar ook geen absolute rottijd; iedereen leefde immers toe naar zijn afzwaaidatum. De last van het plichtige leven werd in alle gezamenlijkheid vergemakkelijkt door lolbroeken, matennaaiers en even beschaafde als onbeschaafde types, maar leuk was het altijd... achteraf in elk geval.

Terug naar Boven

WAT ZEGGEN DE STERREN?
Absoluut lezen
Een aanrader
Redelijk goed
Niet eerste keus
Beter nooit lezen*

(* troep, tinnef, rommel, bagger)

Terug naar Boven