LEESWIJZER
Terug naar de homepage
 

Maak uw keuze uit de hieronder getoonde alfabetische lijst

Boeken gezocht!

 

HANDBOEK VOOR DE DIENSTPLICHTIG SOLDAAT B.D. - MICHIEL HEGENER & FRANK OOSTERBOER

titel

Handboek voor de dienstplichtig soldaat b.d.

auteurs

Michiel Hegener en Frank Oosterboer

ISBN

9789068686104

jaar

2012

pagina's

272

uitgeverij

Thoth

 

 

 

Terug naar Boven

 

HARD TEGEN HART - JOOP LODDERS

titel

Hard tegen hart. Een terugblik op militair leiderschap

auteur

kolonel b.d. Joop Lodders

ISBN

9789491197475

jaar

2016

pagina's

172

uitgeverij

Triggertree / Heel Nederland Leest

 

 

Op 29 maart 2016 nam generaal-majoor Nico Geerts, commandant Nederlandse Defensie Academie, het eerste exemplaar van het boek van de kolonel b.d. Joop Lodders in ontvangst.

Joop Lodders (1933) beŽindigde zijn opleiding tot officier aan de KMA in 1956.

Hij was onder andere commandant van 41 Pantserinfanteriebataljon Regiment Stoottroepen (1981-'85) in Ermelo en commandant van het Opleidingscentrum Infanterie (OCI) in Harderwijk.

Na problemen tussen commandanten en dienstplichtigen in kazernes in Oirschot en Amersfoort - waar dienstplichtigen waren gedwongen door de urine van hun leidinggevenden te kruipen, extreem lang in de houding moesten staan en in hun privťspullen was gerommeld - bedacht de Bevelhebber der Landstrijdkrachten, luitenant-generaal Rien Wilmink, in 1989 dat 1990 het jaar van 'leiderschap bij de landmacht' moest worden.

Lodders werd projectofficier leiderschap en concludeerde dat bij de KL "matig" leiding werd gegeven. Hij keek bijvoorbeeld bij het IsraŽlische leger naar hun Follow Me-principe ("Volg mij!" in plaats van "Voorwaarts mars!") en verwoordde dat leiderschap op 'zelfstandig handelen' en 'wederzijds vertrouwen' moest zijn gebaseerd.

In 1991 publiceerde de BLS het 'Beleidsconcept leidinggeven in de Koninklijke Landmacht' (BCL/KL) met inzichten in het moderne leidinggeven en schreef Lodders het artikel Leiding geven in de Koninklijke Landmacht (externe link) in Militaire Spectator (160e jaargang, nr. 10, pagina 442-447).

Na zijn pensioen was Joop Lodders gastdocent 'militair leiderschap en militaire ethiek' aan de Koninklijke Militaire Academie (1995-2000).

Voor zijn werk in de KL werd hij Koninklijk onderscheiden, geŽerd met de Legpenning in Goud van de BLS en door de infanterie benoemd tot Infanterist van Verdienste.

Terug naar Boven

 

HELLEHONDEN EN ANDER DIERENLEED, 1914-1945 - PERRY PIERIK & GERBRAND KIP

titel

Hellehonden en ander dierenleed, 1914-1945. Een ode aan het dier in oorlogstijd

auteurs

Perry Pierik en Gerbrand Kip

ISBN

9789059118379

jaar

2014

pagina's

374

uitgeverij

Aspekt

 

 

 

Terug naar Boven

 

HET BESTE LEGER - CASPER VAN DEN BROEK

titel

Het beste leger. Verplicht soldaat in de jaren 80

auteur

Casper van den Broek

ISBN

9789461533005

jaar

2013

pagina's

320

uitgeverij

Aspekt BV

 

De Koude Oorlog is een periode uit de recente geschiedenis die niet aansluit bij het wezen van de militair: er werd niet echt aangevallen en er hoefde niet echt verdedigd te worden. Toch wisten horden Nederlandse militairen tot op de vierkante meter nauwkeurig waar ze op de Noord-Duitse laagvlakte hun posities moesten innemen om een mogelijk oprukkend Rode Leger op te wachten. In die, veelal, statische opstellingen zou het voor gevechtseenheden een kwestie van minuten zijn voordat ze door de Russische Beer verpulverd werden.

Ook na de vermaatschappelijkingsjaren van de krijgsmacht kwamen jaarlijks duizenden dienstplichtigen met frisse tegenzin op. Het dragen van de wapenrok is nooit echt populair geweest en ons land is feitelijk een "non-militaristisch" land, aldus Casper van den Broek, schrijver van 'Het beste leger' en met registratienummer 61.04.28.349 zelf dienstplichtige in 1983/'84.

Van den Broeks dienstperiode vindt plaats als er al een einde is gekomen aan de verplichte haardracht, groetplicht, draagplicht van het uniform in woon-werkverkeer en het vereiste ochtendreveille. Allemaal afgeschaft om de dienstplichtige meer ruimte te geven, meer vrijheid. Vermaatschappelijking was de mode en iedereen moest het gevoel hebben erbij te horen. Zo deed ook operatie Stofwolk zijn intrede, onder meer een gevolg van de stillere militaire hiŽrarchie die van kazernes minder gesloten bolwerken maakten.

Waren de jaren '70 soft en sociaal, dit trok medio 1979-'80 abrupt aan. 'Peace through strength' werd de nieuwe trend, aangewakkerd door de haviken Reagan en Thatcher. De door hen ingezette harde lijn katalyseerde door de Russische invasie van Afghanistan, de tweede oliecrisis (met massale werkloosheid onder jongeren) en het NAVO-dubbelbesluit in reactie op de Russische stationering van de nucleaire SS-20 met een bereik van zo'n 5.500 km.

Met de kennis van nu was die verharding vreemd: het Rijk van de Sovjets vertoonde reeds zijn eerste haarscheurtjes. Maar de nadagen van de Koude Oorlog waren nu eenmaal heet. Zo plaatste de Falklandoorlog de machtsblokken lijnrecht tegenover elkaar en veroorzaakte zelfs animositeit in het NAVO-bondgenootschap. En, zo memoreert Van den Broek, in de herfst van 1983 brak tot tweemaal toe bijna een kernoorlog uit, omdat de Russen de NAVO-oefening ABLE ARCHER verkeerd interpreteerde. Heet dus, gloeiend heet.

En toch. Ondanks die verplichting om in dienst te gaan, de 'leegloop' die ook heerste, het dreigende gevaar uit het Oosten - ondanks alles was bijna niemand van de door de auteur geÔnterviewden "echt volledig negatief" over de dienstplicht. Het smeedde banden die voor anderen verborgen bleven en de kameraadschap vierde hoogtij. In elk geval achteraf, was de eerste oefening voor elke lichting vervuld van superlatieven. Daar deed een eventuele verrassingsaanval uit het Oosten niets aan af.

Wellicht kwam dit omdat je als dienstplichtige vooral ook (belangrijke) dingen leerde: dat het collectief belangrijker is dan het individu; dat discipline geen vies woord is. Om maar niet te zwijgen over de mogelijkheden die de dipli had binnen het grootste opleidingsinstituut van ons land. Tijgeren, de hindernisbaan, exercitie en de schietbaan waren slechts middelen om dat ene doel te bereiken: dat hij aan het einde van het verplicht soldaat-zijn inzetgereed was voor een benijdenswaardige rol in de algemene verdedigingstaak.

"In de Koude Oorlog was het militaire bedrijf vooral zakelijk en efficiŽnt", schrijft Van den Broek (p. 175). EfficiŽnt?

De nastrevenswaardige doelmatigheid, ooit ingezet onder Prins Maurits, is discutabel. Na de ontspanning die na de val van de Muur inzette en het vijandbeeld ogenschijnlijk knakte, was ons dienstplichtleger mijns inziens niet altijd even daadkrachtig. De lichtingen werden, zo goed en zo kwaad als dat kon, in godvergeten verlaten kazernes bezig gehouden met het mesbreed inpakken van PSU-kasten en het verven, afkrabben en opnieuw verven van materieel.

De vraag "Pap, wat deed jij tijdens je dienstplicht?" kan op feestjes gemakkelijk beantwoord worden. Maar of het altijd even zinvol was? Het deed er blijkbaar niet toe - en dat is zo'n beetje de rode lijn van 'Het beste leger'. De militaire dienst was bovenal "een overzichtelijke wereld" (p. 330), waar je anders werd: socialer, opruimeriger, gedisciplineerd. Een realiteit die, bijna geruisloos, verdween met het opschorten van de militaire opkomst in 1996.

Alleen al daarom is het goed dat een boek als 'Het beste leger' is verschenen. Het paart prachtige inside information van een oud-dienstplichtige aan de noodzakelijke achtergrondkennis over dit tijdsgewricht. Daarmee beschouwt dit boek, zeker ook uit sociologisch oogpunt, een belangwekkende episode in de recente geschiedenis. Maar of dŠt leger nu het beste was, mag de lezer zelf beoordelen.

Terug naar Boven

 

HET CIRCUS KRULS - DICK SCHOONOORD

titel

Het circus Kruls. Militair Gezag in Nederland, 1944-1946

auteur

Dick (D.C.L.) Schoonoord

ISBN

N.v.t.

jaar

2011

pagina's

890

uitgeverij

NIOD

 

Terug naar Boven

 

HET FALEN VAN DE NEDERLANDSE GEWAPENDE NEUTRALITEIT - TOBIAS VAN GENT

titel

Het falen van de Nederlandse gewapende neutraliteit, september 1939 Ė mei 1940

auteur

Tobias van Gent

ISBN

9789067076456

jaar

2009

pagina's

400

uitgeverij

De Bataafsche Leeuw

 

 

 

Terug naar Boven

 

HET GROTE S.A.S. SURVIVAL HANDBOEK - JOHN 'LOFTY' WISEMAN

titel

Het grote SAS survival handboek. Extreme omstandigheden, onmisbare technieken

auteur

John ĎLoftyí Wiseman

ISBN

9789021569093

jaar

2010

pagina’s

400

uitgeverij

Kosmos

 

 

 

Terug naar Boven

 

HET LAAT JE NIET LOS - REÜNIEVERBAND 5-RS

titel

Het laat je niet los. Zestig jaar reunieverband 5-RS 1950-2010

auteur

Reunieverband 5-RS

ISBN

n.v.t.

jaar

2010

pagina's

120

uitgeverij

Drukkerij Van Eden

 

 

 

Terug naar Boven

 

HET LEGER BOEK - OKKE GROOT & BEN SCHOENMAKER

Het Leger Boek - Okke Groot

titel

Het leger boek

auteur

Okke Groot & Ben Schoenmaker

ISBN

9789040077890

jaar

2011

pagina’s

382

uitgeverij

Waanders & Nederlands Instituut voor Militaire Historie (NIMH)

 

Okke Groot heeft een alleraardigst boek over het Nederlandse dienstplichttijdperk gemaakt. Het is een boek met 370 foto's geworden, ingedeeld naar thematiek (militaire infrastructuur, materieel, opleiding, operationele inzet, het optreden in de voormalige overzeese gebiedsdelen, militair ceremonieel en soldatenleven) en een bruisend feest der herkenning – en vast niet alleen voor mij als militair in werkelijke dienst!

Op 23 maart 2011 overhandigde de Commandant Landstrijdkrachten, luitenant-generaal Rob Bertholee, in de Utrechtse Kromhoutkazerne het eerste exemplaar aan voormalig reserve-eerste luitenant Paul van Vliet. De conferencier speelde in ťťn van zijn onemanshows de onvergetelijke Majoor Kees. In zijn dienstplicht in de jaren '50 was Van Vliet officier bij de Welzijnszorg op de Westenbergkazerne in Schalkhaar.

De Westenbergkazerne is sinds de jaren ’90 in gebruik als asielzoekerscentrum. Daarmee is deze kazerne één van de vele relicten uit de geschiedenis van de dienstplicht.

‘Het Leger Boek’ begint in 1898, als Nederland de persoonlijke dienstplicht invoert en het systeem van de remplaçant afschaft. In die tijd heet de dienstplichtige nog milicien en staan de kazernes nog in een kwade reuk.

De laatste foto in het A5-formaat boek dateert van 22 augustus 1996: de laatste afzwaaiers vieren de opschorting van de opkomstplicht. Daarna is de KL verdergegaan als een beroepsleger. Jongemannen werden voortaan niet meer structureel onder de wapenen geroepen.

 Terug naar Boven

 

HET LEGER ONDER VUUR - CORELINE BOOT

titel

Het leger onder vuur. De Koninklijke Landmacht en haar critici 1945-1989

auteur

Coreline Boot

ISBN

9789089536341

jaar

2015

pagina's

312

uitgeverij

Uitgeverij Boom

 

 

 

Terug naar Boven

 

HET MIJNENVELD VAN EEN VREDESMACHT - KAROLIEN BAIS

Omslag van 'Het mijnenveld van een vredesmacht'

titel

Het mijnenveld van een vredesmacht. Nederlandse blauwhelmen in Cambodja

auteur

Karolien Bais

ISBN

9012067138

jaar

1994

pagina’s

143

uitgeverij

Sdu Uitgeverij Koninginnegracht

 

In 1994 publiceerde journalist Karolien Bais (1951), gespecialiseerd in internationale betrekkingen, een boek waarin de presentie van de Nederlandse blauwhelmen in Cambodja wordt nabesproken. In 1992 en '93 verliep deze missie, de United Nations Transitional Authority in Cambodia (UNTAC), voor de drie achtereenvolgens deelnemende bataljons van het Korps Mariniers schijnbaar kalm. Maar schijn bedroog.

Nadat de strijdende partijen in april 1991 een staakt-het-vuren waren overeengekomen, lagen de risico's overal op de loer. Behalve de aanwezigheid van naar schatting 6 miljoen landmijnen, moesten honderdduizenden vluchtelingen in staat worden gesteld vanuit de kampen in Thailand terug te keren naar Cambodja. In het Thais-Cambodjaanse grensgebied was de Rode Khmer echter heer en meester, dus de uitzending liep regelmatig uit op vuurcontact. Belangrijke taken voor UNTAC waren het mijnenvrij maken van vitale gebieden én het kantonneren, ontwapenen en demobiliseren van de militairen van de vier Cambodjaanse partijen.

De mariniersbataljons Cambo-I, -II en -III stonden onder leiding van respectievelijk Herman Dukers, Patrick Cammaert en Frederik Hoogeland, allen toenmalig luitenant-kolonel der mariniers.

Met bases in Phum Bavel, Phum Nimit, Sisophon en Sok San raakten de mariniers, vooral die van Cambo-II, betrokken bij het voorbereiden, begeleiden en monitoren van de vrije verkiezingen eind mei 1993. Cambo-III had in de Nederlandse pers een ietwat negatiever gesternte: dit werd het “sprokkelbataljon” genoemd, omdat het een tekort zou hebben aan operationele mariniers. Ondanks het risicovolle karakter van UNTAC, kostte de operatie slechts aan twee Nederlanders het leven. Ook vielen er talrijke gewonden. In totaal hebben bijna 2.700 Nederlandse militairen deelgenomen aan UNTAC. Karolien Bais is erin geslaagd een waardevolle kroniek neer te pennen over het alledaagse uitzendleven van mariniers in den vreemde.

Terug naar Boven

 

HET MISPLAATSTE ORANJE BOVEN-GEVOEL - MAARTEN C. HOFF

Omslag van 'Het misplaatste Oranje Boven-gevoel'

titel

Het misplaatste Oranje Boven-gevoel. Het falen van het politiek-militaire systeem in Nederland en Nederlands-Indië: 1825-1995

auteur

Maarten C. Hoff

ISBN

9067897515

jaar

1998

pagina’s

312

uitgeverij

Addison Wesley Longman Nederland BV

 

Hoff was voorheen officier (luitenant-kolonel) bij de artillerie, studeerde bedrijfskunde en promoveerde in 1995 aan de Rijksuniversiteit Groningen op strategische besluitvorming: 'Militaire misstappen van de Nederlandse Leeuw: een vergelijkende analyse van oorlogsplannen en oorlogvoering in Nederland en Nederlands-IndiŽ, 1825-1950 (377 pagina's, ISBN B0000EB7SP).

In 'Het misplaatste Oranje Boven-gevoel' analyseert Hoff een achttal strijdtonelen waarop de Nederlandse krijgsmacht van de partij is geweest: de diverse oorlogen op Atjeh, Bali, Java en Lombok, de Belgische opstand in 1830, de Duitse inval in 1940, de Politionele Acties in 1947 en '48 en de val van Srebrenica in 1995. Toetsstenen in zijn analyses zijn leiderschap, organisatie en strategie.

Zo past volgens Hoff het debacle van Dutchbat-III in Srebrenica in de Nederlandse traditie van militaire wanprestaties. Het besluit aan de oorlog deel te nemen, noemt hij een schoolvoorbeeld van hoe het niet moet. Deze deelname toont een politiek falen in plaats van een krijgsluwe houding van de Nederlandse militairen.

Terug naar Boven

 

HET OOSTFRONT - JAAP JAN BROUWER

titel

Het Oostfront. Hoe het Duizendjarige rijk zijn einde op de steppen vond

auteur

Jaap Jan Brouwer

ISBN

9789085710318

jaar

2006

pagina’s

446

uitgeverij

Veen Magazines

 

Mr. drs. Jaap Jan Brouwer is schrijver van boeken over de architect van de Blitzkrieg, Heinz Guderian, 'Met Rommel in Noord-Afrika', 'Schaduwen over de woestijn' en 'Militaire uitvindingen voor dagelijks gebruik. Made by the army'. In het dagelijks leven is hij manager bij een consultantsbureau dat organisaties adviseert op het terrein van strategie, organisatieontwikkeling en implementatievraagstukken.

Zijn raadgevende capaciteiten komen goed tot zijn recht bij het schrijven van boeken over militaire historie. Zo is 'Het Oostfront' de ongewone analyse van de strijd tussen nazi-Duitsland en de Sovjet-Unie die haar hoogtepunt bereikte tijdens Operatie Barbarossa. Op 22 juni 1941 ging deze megaoperatie van start, waarbij meer dan drie miljoen Duitse militairen naar het oosten trokken, opgewacht door 4,7 miljoen Sovjetmilitairen. De invasie vond plaats over een front ter breedte van bijna 3.000 km (!), westelijk van de lijn Archangelsk (aan de Witte Zee)-Astrachan (aan de Wolga-delta).

Hitler zette bijna honderdvijftig divisies in, waarmee Barbarossa de grootste invasie in de krijgsgeschiedenis zou worden. Hij ging ervan uit dat zijn troepen voor eind-’41 aan de Wolga zouden staan en dat steden als Moskou en Leningrad bezet. Maar de strijd liep anders. Hoewel de Duitsers aanvankelijk glorieus terreinwinst boekten, werden zij uiteindelijk vernietigend verslagen.

Wat voor het tijdperk-Barbarossa frappant mag worden genoemd, is het destijds al opvallende 'lerend vermogen' van beide strijdmachten: elke actie werd uit en te na geanalyseerd. En, hoewel de Russische tanks op alle fronten superieur waren aan die van de Duitsers – grondleggers van Blitzkrieg en Panzerkrieg – leidde de kracht van de Sovjets tot misplaatste superioriteit. Zo werden de gevreesde Sovjet-tankdivisies klakkeloos gecoloceerd bij infanteriedivisies, waarmee zij onmiddellijk broodnodige slagkracht kwijtraakten.

Terug naar Boven

 

HET RAADSEL VAN DE PIRAMIDE - AREND VAN DAM

titel

Het raadsel van de piramide

auteur

Arend van Dam

ISBN

9789025857660

jaar

2011

pagina's

166

uitgeverij

Leopold

 

 

Terug naar Boven

 

HET TWEEDE SCHOT - GEERT-JAN ALEXANDER KNOOPS

Omslag van 'Het tweede schot'

titel

Het tweede schot. Het ware verhaal over Eric O.

auteur

Geert-Jan Alexander Knoops

ISBN

9022992411

jaar

2006

pagina’s

212

uitgeverij

A.W. Bruna Uitgevers BV

 

Vechten zou niet passen bij de aard van Nederlandse militairen. Koeltjes kopte HP/De Tijd in de week van 4 augustus 1995: 'Te lief voor oorlog. De weinig krijgshaftige geschiedenis van het Nederlandse leger'. Wel of niet reŽel?

Nog in augustus 1992 weigerden de onderofficieren Hermens en Hoppenbrouwer terug te keren naar de Maarschalk Titokazerne in Sarajevo. Een dienstbevel was geweigerd. Oneervol ontslag volgde en, gegeven het plichtsverzuim, werden beide militairen veroordeeld tot vier maanden cel in Militair Penitentiair Centrum Nieuwersluis.

Geert-Jan Knoops - topadvocaat, hoogleraar internationaal- en militair strafrecht ťn reserveofficier bij het Korps Mariniers - heeft zijn eerste niet-wetenschappelijke boek gewijd aan het lawaaierige proces rond sergeant-majoor Eric O. van het Korps Mariniers, die vanuit Irak op verdenking van moord, doodslag dan wel dood door schuld in een Nederlandse rechtszaal belandde. 'Het tweede schot' is een prettig leesbare en op de realiteit gebaseerde roman.

Op 27 december 2003 zou Eric O., marinier sinds 1979, de geweldsinstructie hebben overtreden door een waarschuwingsschot in de grond te lossen. Er zou geen sprake zijn geweest van een dreigende situatie met alibaba’s, maar door de gericocheerde (afgeketste) kogel zou een Irakese plunderaar zijn omgekomen. Eric O. werd aangeklaagd.

Het werd een uiterst discutabele zaak, die aan alle kanten rammelde. Het Openbaar Ministerie wilde koste wat kost een veroordeling, waardoor de hele gang van zaken bar weinig meer met waarheidsvinding had te maken. Er was geen lijk, de Koninklijke Marechaussee beging stommiteiten, getuigen werden door de Officier van Justitie onder druk gezet, ontlastend bewijsmateriaal bleek op raadselachtige wijze onvindbaar en Eric O. was ťn is allesbehalve trigger happy. Door juridische vooringenomenheid werd Eric O., na een veel te lange procesgang, door zowel rechtbank als hof in Arnhem op alle punten vrijgesproken.

De affaire-Eric O. is in elk geval voor alle militairen in Nederland historisch én rijp voor de (krijgs)geschiedschrijving: het kan nu alleen maar duidelijker worden wat exact de richtlijnen zijn voor Nederlandse militairen in uitzendgebieden. Knoops concludeert aan het einde van zijn boek dat het militaire strafrecht in Nederland – dat dateert van 1928 – zal moeten worden aangepast aan het karakter van moderne crisisbeheersingsoperaties. Dit is een absolute vereiste, nu op Peace Support Operations allang is gebleken dat vechten wel degelijk deel kan uitmaken van de aard van Nederlandse militairen. Nederlanders zijn niet te lief en als het moet krijgshaftig.

De testcase tegen Eric O. was alleen “bedoeld om een principe-uitspraak uit te lokken over de juridische status van geweldsinstructies en geweldsoptreden door Nederlandse militairen in het buitenland.” (blz. 117). Justitie wilde kost wat kost een veroordeling om zijn gezicht te redden (blz. 124). Oliedom van het Openbaar Ministerie.Het befaamde tweede schot uit de titel van Knoops’ boek was uiteraard alleen maar bedoeld om plunderen (‘looting’) door alibaba’s te voorkomen én om eigen mensen te beschermen. Een militair commandant, dus ook een commandant van een Quick Reaction Force als Eric O., moet een zekere 'discretionaire vrijheid' hebben om een operationele situatie zelf te beoordelen en ernaar te handelen. M.a.w. zelfstandig mogen oordelen dat wij niet ‘lief’ hoeven te worden gevonden bij het werken in oorlogsgebieden.

Op 31 augustus 2006 verscheen de ‘Evaluatie toepassing militair strafprocesrecht bij uitzendingen’ van een commissie onder voorzitterschap van mr. Harry Borghouts, Commissaris van de Koningin in de provincie Noord-Holland. Zonder hierover een oordeel te vellen, wordt in het voorwoord aangegeven: "Uit de commotie rond de rechtszaak tegen Eric O. is onder meer gebleken dat er bij sommigen onduidelijkheid bestond over de vraag welke regels er gelden en op welke wijze zij dienen te worden toegepast."

Bij sommigen. Bij wie niet...

Terug naar Boven

 

HIER EN DAAR EEN CRISIS - TINEKE CEELEN

titel

Hier en daar een crisis. Achter de schermen van de internationale hulpverlening

auteur

Tineke Ceelen

ISBN

9789057598999

jaar

2009

pagina’s

156

uitgeverij

Podium & campagnebureau BKB

 

Zomer in Nederland: het is 17 augustus 2010. Het regent pijpenstelen. Dochter kleit met neonkleuren en kijkt intussen op HDTV naar Pippi Langkous. Zoon, benauwd door het aanhoudende prutweer, is met mams naar de dokter en krijgt een pufje voorgeschreven.

Tante Pos gooide vanochtend het boek van Tineke Ceelen op de deurmat. Vanmiddag kreeg ik op de smartphone een e-mail van de Volkskrant: "Twintig miljoen Pakistani wachten op hulp". Het noodweer en de daarmee gepaard gaande overstromingen in Pakistan hebben voor een humanitaire tragedie gezorgd. Nog geen week geleden heeft het bestuur van de Samenwerkende Hulporganisaties giro 555 geopend voor Pakistan, vandaag is er Ä 1 miljoen binnen. Er is vooral behoefte aan schoon drinkwater, onderdak, eten en medische zorg. Cholera en dysenterie liggen op de loer.

Terwijl in Pakistan miljoenen mensen noodhulp nodig hebben, lees ik in dit boek over de subtiele verschillen tussen noodhulp, ontwikkelingshulp en wederopbouw. Ik zal proberen een kritisch geluid te laten horen, want mijn centrale vraag is niet of hulp helpt. Daar zie ik het belang absoluut van in. Zolang wij het hier in het überrijke westen goed hebben, kan er structureel worden bijgedragen aan het verminderen van het leed van minderbedeelden.

Maar het mag niet alleen ‘palliatieve zorg’ zijn, geen symptoombestrijding. Hulp moet helpen. Niet zomaar geld geven, maar de mensen daar vragen welke middelen ze echt nodig hebben om lokaal geld te verdienen. Geen vis geven, maar hengels. En als die hengels zijn uitgedeeld, ook zorgen dat de bevolking kan blijven vissen: “Water uit een kraan is niet genoeg, je moet het ergens in kunnen vervoeren. Rijst zonder water of een pan is nutteloos, en zelfs rijst met water en een pan is niet eetbaar als er geen hout is om mee te koken.” (p. 149) En natuurlijk zorgen dat er hulpwerkers zijn die structureel aandacht voor de zaak houden. Daar ligt een mogelijke oplossing. Zoals Ceelen opmerkt: "Kapiteins horen op het schip, niet op het kantoor van de rederij." (p. 88)

Erg leuk al die rederijen, maar het echte communiceren moeten de kapiteins op volle zee doen, onder invloed van weer en ontij. Op die manier blijft het draagvlak voor ontwikkelingssamenwerking en humanitaire hulp behouden. Pakistan augustus 2010 is een en al noodkreet om noodhulp. Terwijl ik dit boek lees, denk ik regelmatig terug aan De Crisiskaravaan van Linda Polman, het boek waarin de hulpindustrie nauwkeurig onder het vergrootglas wordt gelegd – voor sommigen misschien op het onaangename af.

Polman en Ceelen hebben allebei hart voor de zaak én oog voor de realiteit, alleen is de benadering anders – de toehoorder versus de insider. Ik ben er van overtuigd dat de meeste hulporganisaties meer goed dan kwaad doen, maar die discussie moet hier en nu niet worden gevoerd. Zeker niet nu het tijd is voor actie in Pakistan, voor noodhulp.

Ik vind het dan ook indrukwekkend hoe Ceelen dat allemaal gedaan heeft: met haar piepjonge dochtertje wonen in Kameroen; voor het eerst met Memisa naar een oorlogsgebied (Somalië) om de zorg in dorpjes weer werkend te krijgen; voor het eerst met de Stichting Vluchteling naar Liberia; veiligheidstraining moeten volgen als gevolg van de dood van een Nederlands hulpverlenersgezin in Sierra Leone in ’94 met onder andere de gedachte “dat het handiger is om elke ochtend op een ander tijdstip en via wisselende routes naar ons werk te gaan in landen waar hulpverleners het risico lopen ontvoerd te worden”. Soms heb je blijkbaar toch wel wat aan die militairen. Ze lopen niet alleen voor de voeten, hoewel het neutraliteitsbeginsel juist voor militairen een heel moeilijke blijft.

De hulpverlening is niet alleen gericht op medische zorg, schoon drinkwater en verbetering van de hygiŽne, ook op veiligheid. En dan kunnen militairen best handig zijn, of... nog steeds een duivels dilemma: “Ook ik heb grote twijfels bij vervoer onder gewapende escortes. We zijn hulpverleners, geen partij in de conflicten. Een gewapend escorte kan een overval voorkomen, maar kan ook juist het probleem verergeren: een overval zal veel sneller eindigen in een bloedbad als beide partijen gewapend zijn.” (p. 122) In mijn ogen is het overigens een redeneerfout dat hulpverleners geen partij zouden zijn. Door hulp te verlenen, hoe noodzakelijk ook, meng je je in de aangelegenheden van een land, volk et cetera... Dat heet politiek.

En dan deze: journalisten, gecamoufleerd als mediaconsultants, blijken ineens welkom in bananenrepublieken. In Soedan worden ze ondanks die vermomming aangehouden, omdat ze vluchtelingen zouden trainen in het vertellen van leugens over de situatie in Darfur. Hoe verzint een regime het.

Juist het hulpverleningscircuit en de media hebben elkaar hard nodig, getuige de eerlijkheid van Ceelen: “Omroepen willen hoge kijkcijfers, en dat kun je met een verhaal uit Soedan of Tsjaad vergeten. Tenzij je een Bekende Nederlander een rol laat spelen in de documentaire. Kijkcijfers schieten omhoog, en wij hulporganisaties bereiken een publiek dat we normaliter nog met geen kanon wakker zouden kunnen krijgen.” (p. 99) Als ellende voor Nederlanders interessant kan worden gemaakt – ondanks dat het ver van je bed is, Nederland er geen directe belangen hebt (olie, zaken) en je niet al te direct met al die ellende wordt geconfronteerd – dan kan het verlenen van hulp werken. Zonder onmiddellijk tot de orde van de dag over te gaan.

“De gebruikelijke hulpkaravaan” (p. 116) met journalisten en hulpverleners reist intussen in fourwheeldrives alle gebieden af waar gewapende conflicten en natuurgeweld mensen laten verworden tot een mediagenieke kwantiteit, omdat pas bij (media-)aandacht hulp en een oplossing kunnen beginnen. Dankzij 24/7-nieuwszenders als CNN krijgt humanitaire ellende de uitstraling die het nodig heeft om mensen tot donaties aan te zetten: “Als we geen beelden van de gevolgen van een oorlog op de Nederlandse tv zien, komt er ook nauwelijks of geen geld beschikbaar voor de hulpverlening.” (p. 136).

Omdat dat de harde realiteit is, is het goed dat iemand uit het veld een kijkje achter de schermen biedt. Die laat zien dat bedoelingen altijd tot resultaat leiden; dat het niet anders kan dat hulporganisaties professioneel bedelen; dat als overstromingen enorme verwoestingen en humanitaire ellende veroorzaken in Pakistan – dat je dan het beste kan doneren op giro 555. Of zelf die kant uitgaan en daar later een mooi boek over schrijven.

Terug naar Boven

 

HIER ROMEO, WE GAAN RIJDEN! - ARCO SOLKESZ

Omslag van 'Hier Romeo, we gaan rijden'

titel

Hier romeo, we gaan rijden! Een reisverslag van de laatste konvooien naar Srebrenica.

auteur

Arco Solkesz

ISBN

9080234885

jaar

1998

pagina’s

196

uitgeverij

Début

 

Kapitein Arco Solkesz schreef één van de vele boeken over de periode dat de United Nations Protection Force (UNPROFOR) als VN-macht aanwezig was in voormalig Joegoslavië. Zijn boek gaat over de periode kort vóór, tijdens en vlak na de val van de moslimenclave Srebrenica, maar dan vanuit een logistiek gezichtspunt: dat van het enerverende bestaan van de logistieke eenheden die de troepen in Srebrenica met voorraden ondersteunden.

In zijn boek beschrijft hij drie konvooien die hij als Romeo (konvooicommandant) mocht leiden, compleet met alle fuck-ups en hick-ups. Zoals het eindeloos moeten wachten op toestemming om uit en te na gedocumenteerde en van driedubbele stempels voorziene lading te mogen vervoeren, het frustrerende wachten bij ongedefinieerde grensovergangen - waar stomdronken lokale strijders met een doorgeladen kalasjnikov en ad fundum geleegde flessen zelfgestookte slivovitsj de dienst uitmaken - onderhandelen met naast(naast)hogere niveaus, Murphy's wetmatige pech onderweg, en route omgang met de lokale bevolking.

De afwegingen en dilemma’s in zijn boek zijn allemaal in de praktijk ondervonden en misstaan zeker niet in een les ‘militaire ethiek’. Het grote pluspunt van dit boek is dat de lezer, gevaarloos achteraf, vanuit zijn comfortabele leunstoel met de konvooien kan meerijden. Maar hiermee krijgt hij wel veel meer begrip voor het zware werk van de logistieke back-up achter de gevechtseenheden én inzicht in de voorbereiding, uitvoering, gereden konvooiroutes, samenwerking met Dutchbat en vele andere aardige kanten van een verhaal dat anders in BosniŽ-Hercegovina was blijven liggen. Daarmee heeft Arco Solkesz voor een prettig leesbaar en belangrijk boek gezorgd!

Terug naar Boven

 

H.J. KRULS. EEN POLITIEKE GENERAAL - JAAP HOOGENBOEZEM

titel

H.J. Kruls. Een politieke generaal

auteur

Jaap Hoogenboezem

ISBN

9789085066415

jaar

2009

pagina’s

± 300

uitgeverij

Boom

 

In 2009 verscheen de lang verwachte biografie van dr. Jaap A. Hoogenboezem, universitair docent Politieke Wetenschap, Faculteit der Cultuur- en Maatschappijwetenschappen aan de Universiteit Maastricht.

Zijn belangrijkste onderzoeksonderwerp is politiek leiderschap; hierover publiceerde hij studies over voormalig premier Louis Beel en de Amerikaanse president Franklin D. Roosevelt. Hierin past ook een (politieke) biografie over generaal H.J. Kruls (1902-1975), die van 1944-'46 Chef Staf van het Militair Gezag (de overgangsorganisatie die direct na de bevrijding civiel gezag zou voorbereiden), en van 1945-'51 Chef Staf van de Generale Staf van de Koninklijke Landmacht was.

Hoogenboezem's biografie is interessant vanuit het oogpunt van het onderzoeksgebied politiek-militaire verhoudingen, een in de Europese (maar niet in de Amerikaanse) politieke wetenschap onderbelicht veld van onderzoek. Generaal Kruls heeft als militair in de Militair Gezag periode het civiel gezag over Nederland uitgevoerd, en in zijn periode als Chef Staf van de Generale Staf heeft hij meerdere malen druk uitgeoefend op de civiele leiding van de Nederlandse Defensie. In die zin is de biografie op te vatten als een case-study naar politiek-militaire verhoudingen in Nederland, ook al omdat Kruls de eerste naoorlogse Chef Staf was, en zijn stijl van optreden bepalend geweest lijkt te zijn voor de gehele naoorlogse geschiedenis van de politiek-militaire verhoudingen in Nederland.

Deze biografie werpt wellicht een andere blik op Kruls' mémoires uit 1975 (uitgegeven door Fibula-van Dishoeck).

Terug naar Boven

 

HUISARTS IN URUZGAN - MARTIEN VAN DER HEIJDEN

titel

Huisarts in Uruzgan

auteur

Martien van der Heijden

ISBN

9789057860980

jaar

2010

pagina’s

132

uitgeverij

Servo

 

De hausse aan boeken over Uruzgan is niet te stoppen en dat is een prettig gegeven. In die overweldigende hoeveelheid aan boeken is er nu eens een verschenen in een geheel andere categorie: de huisarts.

Martien van der Heijden, in het dagelijks leven huisarts op het Gezondheidscentrum op de Johannes Postkazerne in Havelte, was van november 2007 tot april 2008 werkzaam in het Uruzgan Medical Center (UMC) op Kamp Holland in Tarin Kowt – de role 2-geneeskundige inrichting. Voor Van der Heijden was het – na MacedoniŽ (Task Force Fox) en Kosovo (KFOR) – zijn derde uitzending.

Behalve als huisarts voor een kampbezetting van ± 2.000 militairen en burgers, draaide hij in het UMC mee op de spoedeisende hulp (SEH). Als er via de poorten van de compound of via een MEDEVAC een gewonde werd binnengebracht, ging de portofoon en spoedde hij zich naar de SEH om medische hulp te verlenen.

De wekelijkse verslagen die hij tijdens zijn uitzending naar het thuisfront stuurde zijn gebundeld in dit boek.

Terug naar Boven

 

HUNTER KILLER - MARK McCURLEY

titel

Hunter Killer. Geluidloos en dodelijk. De geheime strijd met drones Ė een insiderverhaal

auteur

Luitenant-kolonel Mark McCurley

ISBN

9789022576830

jaar

2016 (Nederlandse vertaling; Engels origineel 2015)

pagina's

350

uitgeverij

Boekerij (Meulenhoff)

 

Voormalig drone operator luitenant-kolonel Mark McCurley laat in 'Hunter Killer' de voorbereidingen op en de uitvoering en evaluatie van de non-stop dodelijke jacht op de kopstukken van de Taliban en Al Qaida in het Midden-Oosten zien. Dit is op dit moment zonder twijfel het belangrijkste en meest effectieve instrument tegen het terrorisme; de drones worden onder andere bestuurd vanuit Djibouti en Qatar, al gaat het daar met name om het opstijgen en landen. De rest van elke dronevlucht wordt satellietmatig vanuit de Verenigde Staten overgenomen.

Er wordt klokrond gejaagd met de MQ-1 Predator en de MQ-9 Reaper (Predator-B), hun haarscherpe observatiebeelden en dodelijk precieze Hellfire-raketten.

Met de Remotely Piloted Vehicles maakt het Amerikaanse Central Command het verschil in die oorlog en korte metten met de belangrijkste leden van dť opponent van de 21e eeuw.

Het insiderverslag van McCurley laat de lezer, als ben je er zelf bij, de maandenlange hunt op de leiders Al-Zarqawi en Al-Awlaki vanaf de eerste rang meebeleven. Te midden van het sektarische geweld en het jihadistische terrorisme in het Midden-Oosten passeren vele best- en worstcase scenario's de revue. Uiteindelijk resulteren ze erin dat de High Value Individuals worden gedood en de wereld (mogelijk?) een stuk veiliger is geworden.

De Predators worden intussen gevreesd door Al Qaida, die ze de bijnaam "White Devils" geeft. En terecht. Je weet pas dat ze er zijn als de onbemande bestuurde toestellen hun ongekende navigatie- en vuurkunsten hebben tentoongespreid tegen de terreurbazen die zich veilig wanen in vaak onherbergzame woestijnoorden.

Mark McCurley laat overtuigend zien dat met de drone de oorlogvoering te land, ter zee en in de lucht een nieuwe fase is binnengegaan, waarbij het morele vraagstuk - dat ze worden gebruikt om te doden - door hem geloofwaardig wordt weggeargumenteerd. De drone operator is immers gewoon een piloot (iets anders dan "een gewone piloot"): de menselijke factor blijft dus het al dan niet doden van targets bepalen, ingebed in een hele reeks veiligheidsprocedures en Rules of Engagement.

'Hunter Killer' is een absolute mustread over de hedendaagse drone-oorlogvoering, waarbij de spanning van bijna continu van elke bladzijde opstijgt.

Terug naar Boven

 

 

WAT ZEGGEN DE STERREN?
Absoluut lezen
Een aanrader
Redelijk goed
Niet eerste keus
Beter nooit lezen*

(* troep, tinnef, rommel, bagger)

Terug naar Boven