LEESWIJZER
Terug naar de homepage
 

Maak uw keuze uit de hieronder getoonde alfabetische lijst

Boeken gezocht!

IK BEKEN - ELISE G. LENGKEEK

titel

Ik beken

auteur

Elise G. Lengkeek

ISBN

9789049951092

jaar

2009

pagina's

384

uitgeverij

Mistral

Binnenkort op deze plek een recensie van bovenstaand boek! De enige nu afgebeelde ster zegt dan ook niets over een aan het boek toe te kennen waardering.

Terug naar Boven

 

IK BESCHULDIG - WIM D. JAGTENBERG

titel

ik beschuldig. Vijftien jaar strijd tegen het Ministerie van Defensie over haar boek 'Mei 1940. De strijd op Nederlands grondgebied'

auteur

Wim D. Jagtenberg

ISBN

9789059119093

jaar

2010

pagina’s

224

uitgeverij

Aspekt

Als zijn niet aflatende pennenstrijd met de historici van het Ministerie van Defensie niet zo’n schrijnende geschiedenis was, zou het verhaal van de klokkenluider-veteraan Wim Jagtenberg in al zijn tragiek briljant genoemd mogen worden. De in alle opzichten verschrikkelijk historie voorkomt dit echter ten enenmale, maar daarmee verheft ‘Ik beschuldig’ zich wat mij betreft tezelfdertijd tot verplicht leesvoer voor (toekomstige) militairen.

Jagtenberg was in mei 1940 als dienstplichtige ingedeeld bij het 8ste Regiment Infanterie (8 R.I.), werd krijgsgevangen gemaakt en door het SS Regiment ‘Der Führer’ bij de Slag om de Grebbeberg als levend schild gebruikt. Een flagrante schending van het oorlogsrecht. Toch beweren de auteurs van 'Mei 1940, De strijd op Nederlands grondgebied', de historici Herman Amersfoort en Piet Kamphuis van de toenmalige Sectie Militaire Geschiedenis (SMG), weinig subtiel iets anders. Zo wekken ze in hun officiële geschiedschrijving meer dan de schijn dat de Nederlanders het oorlogsrecht vrijwel “in gelijke mate” hebben geschonden als hun opponenten – de SS’ers.

Behalve schandalige geschiedvervalsing is dit een staaltje niet-wetenschappelijke duimzuigerij en een dolksteek in de rug van alle overleden en nog in leven zijnde veteranen. Dergelijke stellingnamen – bijvoorbeeld om goede verkoopcijfers te genereren of ‘hogere’ prestige die op het spel zou kunnen staan– lijken in het geval van de heren Amersfoort & Kamphuis louter gebaseerd op bedenksels en verzinsels. Deze vorm van geschiedschrijving wordt door Jagtenberg en vele anderen de ‘ontmythologiserende’ genoemd. Die houdt in dat aan nationale sentimenten in de geschiedschrijving een kleinere of totaal geen rol dient te worden toegekend.

De geschiedenis moet worden ontdaan van nationalistische stemmingen – zoals de anti-Duitse stemming na W.O. II. Terwijl het voor iedereen zonneklaar is dat na mei 1940 alles wat naar Duits neigde negatief was!

De ontmythologisering houdt in dat het verleden daardoor (waarschijnlijk?) een andere betekenis heeft gehad dan die welke er nu aan wordt toegekend. Ik denk echter dat wanneer, volgens het liberale gedachtegoed, aan ieder mens zelf het oordeel wordt vergund over wat goed of fout is – Holocaust, Untermensch, Grebbeberg e.v.a. – de mensheid gedoemd is te mislukken. Die vrijheid kan het leeuwendeel van de mensen niet aan, te meer omdat het de meeste mensen ontbreekt aan kunde, tijd en zin om alle informatie dienaangaande zelf te analyseren en in het juiste perspectief te plaatsen. Daarom mogen in het geval van ‘Mei 1940’ veteranen ervan uitgaan dat een boekwerk over zo’n ‘belaste’ periode alles tegen elkaar afweegt om tot zo objectief mogelijke geschiedschrijving te komen.

Welke methodiek de historicus ook hanteert, hij moet maatschappelijk draagvlak hebben voor zijn reflecties. Daarbij kan hij bijvoorbeeld niet, tegen de feiten in, staande houden dat de Nederlandse militairen in de meidagen van 1940 enige kans van slagen hebben gehad! Dat maakt je ongeloofwaardig. Zeker als je, zoals Jagtenberg afdoende aantoont, je stellingnamen baseert op Multatuliaanse ‘spinazieredeneringen’: “Ik houd niet van spinazie, en ik ben er blij om. Want als ik van spinazie hield, zou ik ze eten, en dat deed ik niet graag, want ik houd er niet van.”

Het heeft er alle schijn van dat Amersfoort & Kamphuis zich van dergelijke redeneringen bedienen om hun eigen – gesuggereerde en veronderstelde – beeld van zowel de SS’ers als de Nederlandse militairen kunstmatig in elkaar te flansen. Een prestatie van formaat, ware het niet dat beide historici daarmee ook, zonder gebruikmaking van enig geannoteerd ooggetuigenverslag, ronduit beledigende uitspraken aan het adres van de Grebbeberg-veteranen doen, of althans in sterke mate die suggestie wekken.

De misdaden van de SS worden gebagatelliseerd of ontkend en de Nederlanders bezondigden zich “in gelijke mate” aan schendingen van het oorlogsrecht. De Nederlanders zouden de misdaden van de SS’ers zelfs hebben uitgelokt...

De Defensiehistorici hebben zich hiermee wat mij betreft schuldig gemaakt aan hineininterpretieren: de lezer een interpretatie aansmeren die niets met de historische werkelijkheid te maken heeft. Nu recht praten wat vroeger krom was – of omgekeerd. Des te schandaliger dat de SMG stelselmatig heeft geweigerd, op twee halfslachtige ontmoetingen na, in te gaan op rectificatie of rehabilitatie van de gewraakte passages in ‘Mei 1940’.

De hoogbejaarde veteraan Jagtenberg vuurde jarenlang zijn zelfde vragen op de SMG-geschiedschrijvers af, maar die werden systematisch onbeantwoord gelaten. Opnieuw een onmiskenbare schending – ditmaal van het respect voor hen die in die meidagen, onder de moeilijkst denkbare omstandigheden, hun steen(tje) hebben bijgedragen aan de verdediging van het vaderland én het vrijheidsstreven waar wij nu van profiteren.

Waar Amersfoort & Kamphuis er niet in slagen hun beweringen te staven, maakt Wim D. Jagtenberg moeiteloos – onder meer met de ‘Getuigenverklaringen over de Duitse schendingen van het oorlogsrecht’ (hoofdstuk 2) – duidelijk dat zijn strijd tegen de geschiedschrijvers van het Ministerie van Defensie geen hetze is noch onderdeel van een complottheorie. ‘Ik beschuldig’ “toont in het beste geval hun grote onkunde over hetgeen er werkelijk gebeurde en toont hun rijkdom aan fantasie” (pagina 177). Daarnaast legt dit boek pijnlijk de onoverbrugbare kloof tussen de frontsoldaat en de historici, tussen een gerespecteerde oud-strijder en angstig zwijgende, eigenwijze deskundologen, en tussen gelijk hebben en krijgen bloot.

Op 16 maart 2011 is Grebbeberg-veteraan ingenieur Willem David (‘Wim’) Jagtenberg op 95-jarige leeftijd in zijn woonplaats Doorn overleden.

Jagtenberg, drager van het Verzetsherdenkingskruis, gold als de bekendste strijder van de Grebbeberg. Op 13 oktober 1915 geboren, was hij in de meidagen van 1940 gemobiliseerd bij 8 Regiment Infanterie.

Op de Grebbeberg raakte hij oorlogsinvalide: als krijgsgevangene werd hij gedwongen een stuk artillerie in de richting van de Grebbeberg voort te trekken, waarbij de nazi’s hem en zijn kameraden als levend schild gebruikten.

Ver na de oorlog ging hij de strijd aan met de historici van Defensie. Die stelden in 1990 in hun boek 'Mei 1940 - strijd op Nederlands grondgebied', in 1990 uitgebracht door de Sectie Militaire Geschiedenis (nu NIMH), dat het Nederlandse leger zich op de Grebbeberg, evenals de SS, schuldig zou hebben gemaakt aan schending van het oorlogsrecht.

Terug naar Boven

 

IK KIES VOOR DE MENSHEID - ANNE WATTS

titel

Ik kies voor de mensheid. Een verpleegkundige in oorlogstijd (origineel: Always The Children. A Nurse's Story of Home and War)

auteur

Anne Watts (vertaling: Titia Ram)

ISBN

9789047509981

jaar

2010

pagina’s

351

uitgeverij

Unieboek/Het Spectrum

 

 

Terug naar Boven

 

IK WIJK VOOR NIETS - WAPENTRADITIERAAD INFANTERIE

titel

Ik wijk voor niets. Geschiedenis en tradities van het Wapen der Infanterie

auteur

Wapentraditieraad Infanterie

ISBN

9789051944297

jaar

2011

pagina's

216

uitgeverij

Van Wijnen

 

 

 

Terug naar Boven

 

IK VAL AAN, VOLG MIJ - SAUL DAVID & MENNO STEKETEE

Omslag van 'Ik val aan, volg mij'

titel

Ik val aan, volg mij

auteur

Saul David & Menno Steketee

ISBN

9035120612

jaar

2001

pagina’s

226

uitgeverij

Bert Bakker/Prometheus

 

 

 

Terug naar Boven

 

IN DIENST - JETTE JANSSEN

titel

In dienst. Persoonlijke verhalen over het militaire leven in Gelderland

auteur

Jette Janssen (samenstelling en redactie), Stichting Gelders Erfgoed, Stichting Landschapsbeheer Gelderland en Erfgoedfestival Gelegerd in Gelderland

ISBN

N.v.t.

jaar

2012

pagina's

94

uitgeverij

Weevers Grafimedia

 

 

Terug naar Boven

 

IN DIENST VAN DE TROEP - HERMAN ROOZENBEEK

titel

In dienst van de troep. Bevoorrading en transport bij de Koninklijke Landmacht

auteur

Herman Roozenbeek

ISBN

9789085064558

jaar

2008

pagina's

388

uitgeverij

Boom

 

 

 

Terug naar Boven

 

IN DIENST VAN DE VREDE - J.C.L. BOLDERMAN

titel

In dienst van de vrede. Het Nederlandse VN-bataljon in Libanon

auteur

J.C.L. Bolderman

ISBN

9051940866

jaar

1992

pagina’s

196

uitgeverij

Van Wijnen

 

Van maart tot september 1982 zat de toenmalige ritmeester Kees Bolderman (1951) in dienst van de vrede in Libanon. De broze kunstmatige ‘vrede’ in de bufferzone tussen Israël en Libanon moest worden gehandhaafd door UNIFIL.

De United Nations Interim Force in Lebanon was én is niet bepaald een missie zonder risico’s. De aanwezigheid van het Nederlandse bataljon werd vaak als “zeer gelegen” ervaren. Zo leverde Dutchbatt – met dubbel T – altijd een bijdrage aan de reserve-eenheid van de Force Commander, de Force Main Reserve (FMR) die bij grotere conflicten en infiltraties in actie kwam. Dat levert in het geval van de ritmeester Bolderman de deelname aan een confrontatie op die nog groter had kunnen uitpakken en heel wat politieke implicaties zou hebben gekend.

Voor Bolderman en zijn mannen géén optredens van de "Dutch Blondie" Hansje van Ravesteijn, maar de inzet als FMR in de laatste twee weken van april 1982. Dat levert een spannend verhaal op, dat even vlot wegleest als een roman: patrouilles door een gebied met exotische namen van oorden als Abbasiyah, Bidyas, Burj Rahhal, Dayr Qanun, Jinnata, Marakah, Tayr Dibbah en Tura, het bemannen van roadblocks, veel beschietingen, lokale gedragingen met en zonder vraagtekens enzovoorts. Dat alles in een vak dat werd omsloten door VN-bataljons uit Fiji, Senegal, Ghana en Ierland.

Het verhaal is zeer gedetailleerd, schuwt het operationele vlak niet en beschrijft van binnenuit helder de do’s en dont’s binnen een militaire missie. Helaas is pas na UNIFIL het lessons learned-denken goed op gang gekomen, alsmede een betere veteranenzorg. Tientallen jaren na de inzet in de bufferzone dragen tal van UNIFIL-veteranen nog dagelijks de last van het indertijd misschien wel ietwat gekleineerde missie. UNIFIL stond toch gelijk aan vakantievieren in het Midden-Oosten? Aan terugkeren met een supergebruind kleurtje?

Dat niets minder waar is, bewijst de inside story van een zeer begaan militair als Bolderman. Absoluut verplicht leesvoer voor oud-Libanon-gangers – naast ‘Blauw baretten tussen twee vuren in Libanon’ en ‘Vredemacht in Libanon: de Nederlandse deelname aan UNIFIL 1979-1985’ - maar niet in de laatste plaats zeker ook voor iedereen deelneemt aan missies bij de Koninklijke Landmacht.

Terug naar Boven

 

IN HANDEN VAN DE TALIBAN - joanie de rijke

titel

In handen van de Taliban. Het onthullende verhaal van een gegijzelde journalist

auteur

Joanie de Rijke

ISBN

9789044514964

jaar

2009

pagina’s

248

uitgeverij

De Geus

 

Op 14 mei 2009 verscheen ‘In handen van de Taliban’ van de Nederlandse freelance journaliste Joanie de Rijke. Volgens de in België woonachtige Nederlandse is ze tijdens haar ontvoering in november 2008 verkracht door Taliban-commandant Ghazi Gul. Na zes dagen werd ze vrijgelaten tegen een losgeld van 137.000 dollar dat werd betaald door haar werkgever. Volgens haar uitgever is ‘In handen van de Taliban’ “het boek waar niemand omheen kan”.

De Rijke was – alweer voor de vierde keer – in Afghanistan voor een reportage voor het Belgische weekblad P-Magazine.

Ze wilde in contact komen met de Taliban-strijders die op 19 augustus 2008 verantwoordelijk waren voor de dood van tien, in een hinderlaag gelokte Franse paracommando’s. Toen ze in contact kwam met de groep van Ghazi Gul werden zij en haar tolk echter ontvoerd. Ghazi Gul beschuldigde haar en haar tolk ervan Franse spionnen te zijn. Vervolgens leefde ze zes dagen lang, hoog in de bergen, steeds op verschillende plaatsen in het Afghaanse district Sairobi, zo’n 50 km van Kabul.

In ‘In handen van de Taliban’ vertelt Joanie de Rijke over haar ervaringen, het 'respect' van de kidnappers, cultuurkloven, de kwetsbaarheid van alle betrokkenen, haar vrijlating en de rol van de Belgische en Nederlandse regering hierbij.

Terug naar Boven

 

IN HET MIJNENVELD - EEF HAAR

Omslag van 'In het mijnenveld'

titel

In het mijnenveld. Nederlandse VN-militairen in Mozambique

auteur

Eef Haar

ISBN

9062654762

jaar

2000

pagina’s

208

uitgeverij

In de Knipscheer

 

 ‘In het mijnenveld’ is niet het eerste en enige én vermoedelijk niet het laatste boek dat de Verenigde Naties verwijten maakt. Bureaucratisch, niet vooruitdenkend, op het grove af ondeskundig, “logistieke VN-procedures van vóór Christus” (p. 61), “zonder verstand van de materie” (p. 91) en log. Zomaar wat kwalificaties die auteur Eef Haar de VN toeschrijft. En niet ten onrechte.

Haar en zijn tien detachementsleden zetten tussen februari en augustus 1994, met eigen geld, en meer als bouwvakkers dan als instructeurs, een opleidingsschool voor deminers op in het kader van de missie United Nations Operation in Mozambique (UNOMOZ). Eerst in Beira, de tweede stad van het land, daarna in Tete. De VN werkt echt niet constructief mee om 2 à 7 miljoen landmijnen in het armste Afrikaanse land onschadelijk te laten maken. Met slechte wil kan de VN tegenwerking worden verweten.

Zo komen pas in juni 1994 de spullen aan die het elftal Nederlandse militairen nodig heeft om de Mozambiquaanse mijnenruimers klaar te stomen. Met slechts tien mijndetectoren 1.500 deminers opleiden is vechten tegen de bierkaai. Ook is de kwalijke rol van de VN onmiskenbaar. Vanwege de positieve instelling én bijdragen van de bewoners van deze Portugese oud-kolonie noemt Haar UNOMOZ ondanks alles “één van de weinig geslaagde VN-operaties”.

De rol van de VN wordt het best verbeeld in Haar’s citaat: “Als iemand niets doet kan dat meerdere oorzaken hebben: hij voelt zich niet betrokken of hij wordt niet betrokken”. Voor de auteur is evident dat de VN niet of in elk geval te weinig betrokken zijn bij de opbouw van een land dat achtereenvolgens is geplaagd door oorlog, orkaan en sprinkhanenplaag. Voor mij toont ‘In het mijnenveld’ eens te meer de pennelikkerachtige mentaliteit van de Verenigde Naties aan. Niet per se daarom is dit boek een absolute aanrader, ook vanwege het predikaat ‘vergeten missie’.

Terug naar Boven

 

IN HET SPOOR VAN BERNHARD - HERMAN SPINHOF & MARCO VAN DOELAND

Omslag van 'In het spoor van Bernhard. Het verhaal van lijfwacht Pieter Wondergem' van Herman Spinhof & Marco van Doeland

titel

In het spoor van Bernhard. Het verhaal van lijfwacht Pieter Wondergem

auteurs

Herman Spinhof & Marco van Doeland

ISBN

9789087881900

jaar

2013

pagina's

128

uitgeverij

Regioboek/BDU Boeken

 

De mooiste verhalen uit tijden van oorlog zijn wat mij betreft die welke door overlevering tot ons komen. En dan zo goed mogelijk gereconstrueerd naar de tijd van toen. Die verhalen behoren tot de kapstok 'human interest', zoals dagboeken, gevechtsverslagen, interviews en oral history.

Oral history is het gebruik van mondelinge bronnen en het vastleggen van de herinnering van een persoon, zodat die als historische bron kan dienen. De herinnering geeft toegang tot informatie die anders verloren gaat. Oral history is een voorbeeld van een intussen geaccepteerde vorm van onderzoek in wetenschappelijke disciplines als de sociologie en (krijgs)geschiedenis.

Aan de oral history, die achterhaalt hoe iemand iets heeft ervaren en beleefd, schuilt ťťn groot gevaar: de tand des tijds. Het gevaar bestaat dat de herinnering van de verteller door de jaren heen is ingekleurd door wat hij op het moment dat hij er deel van uitmaakte, niet wist of kan hebben geweten.

Het levensverhaal van Pieter Wondergem (1923-2012) is zo'n voorbeeld van oral history. Zijn verhaal is spannend als een jongensboek, omdat de Eindhovenaar allesbehalve het oorlogsfront meed, een rol speelde in het verzet in het zuiden, lijfwacht/chauffeur van Prins Bernhard was en zelfs deelnam aan de weinig geboekstaafde 'geheime' missie met als doel de prins "de onderkoning van Nederlands-IndiŽ" te maken. Alle ingrediŽnten voor spanning zijn aanwezig.

Wondergem dook onder bij de nonnen in het Sint Trudo Klooster om aan de gedwongen arbeid in de Duitse oorlogseconomie te ontkomen; hij liet zijn Ausweis vervalsen als grossier in groente en fruit.

In 1943 meldde hij zich bij het verzet in de Lichtstad, gepersonifieerd door Johannes Borghouts, beter bekend als 'Peter Zuid'. Hoewel de Duitsers met razzia's volhardden in hun jacht op de onderduikers, bleef Wondergem uit hun handen en maakte in september 1944 de bevrijding van zijn stad aan den lijve mee.

Maar daarmee was de oorlog zeker nog niet afgelopen, de plicht bleef roepen. Eind september meldde hij zich als vrijwilliger bij de Stoottroepen in Eindhoven en werd als korporaal ingedeeld bij de Militaire Politie. Als MP - lid van de Task Troops of the Netherlands Interim Forces (TTNIF) - begeleidde hij hoge officieren op hun vaak hachelijke tochten door nog niet bevrijd gebied, zoals generaal-majoor Kruls van het Militair Gezag, majoor Crasborn, dť verzetsman in Zuid-Limburg en 'Peter Zuid' zelf.

In het boek staat op pagina 61 een storende fout. De auteurs vertellen over de arrestatie van Christiaan Lindemans op 28 oktober 1944, door de Engelsen. Bij mijn weten is dit verifieerbaar onjuist: Lindemans, a.k.a. King Kong, werd gearresteerd door de Eindhovense commissaris van politie Feike Kooy.

De rode draad in het boek is de gesoigneerde vriendschap met Prins Bernhard. Wondergem ontmoette hem voor het eerst op Châteaux Wittouck bij Brussel, de eerste locatie voor zijn hoofdkwartier. Uiteindelijk verzocht de prins Wondergem om deel te nemen aan de eerder aangehaalde 'geheime' missie naar Nederlands-IndiŽ. Een hachelijk avontuur, dat als een nachtkaars uitdoofde...

Terug naar Boven

 

INLEIDING HUMANITAIR OORLOGSRECHT - PIETERS & VERMEER

Nederlandse Rode Kruis

titel

Inleiding humanitair oorlogsrecht

auteur

Boukje Pieters en Arjen Vermeer (m.m.v. P.J.C. Schimmelpenninck van der Oije)

ISBN

9789067043175

jaar

2010

pagina’s

226

uitgeverij

T.M.C. Asser Press & Nederlandse Rode Kruis

 

Humanitair oorlogsrecht. Letterlijk: de regels van het internationale oorlogsrecht die van overal ter wereld (zouden moeten) gelden tijdens gewapend conflicten met de bedoeling de schadelijke gevolgen voor de mens in te perken dan wel te voorkomen. Het recht geldt dus tijdens een oorlog (jus in bello) en de lichamelijke en geestelijke gezondheid van de mens staat voorop.

Dit geeft al aan dat er vaak de hand wordt gelicht met het humanitair oorlogsrecht. Dit heeft niet alleen te maken met gebrek aan kennis of pure onwetendheid, sommige landen nemen het simpelweg niet zo nauw met het navolgen van internationaal gestelde regels.

Zodra mensen ergens de wapens tegen elkaar opnemen, wordt het welzijn van grote groepen mensen ingrijpend aangetast, vaak voor lange tijd. In eerste instantie geldt dit de militairen die tegen elkaar ten strijde trekken. Vervolgens ook de burgerbevolking (non-combattanten) die, bedoeld of niet, evenzeer slachtoffer worden van het wapengekletter.

Al in 1859 werden de eerste stappen op het pad van het humanitair oorlogsrecht gezet: na een veldslag tussen Franse en Oostenrijkse legers kwam Henri Dunant terecht in het Italiaanse Solferino. Daar constateerde hij dat duizenden gewonde en gedode slachtoffers op het gevechtsveld aan hun lot waren overgelaten. Een inhumane toestand waar iets aan gedaan moest worden. Sindsdien is het HOR in een stroomversnelling gekomen, met name dankzij de oprichting van het neutrale en onafhankelijke Rode Kruis, de Conventies van Genève (1864, ’68 en vervolgens vier stuks in 1949, met Aanvullende Protocollen).

Mensen gingen steeds meer nadenken over de onethische kanten van oorlogvoering en hoe, zelfs in een belligerente krijg, menslievender met elkaar om te gaan. In de vaart der volkeren - de wereld is dankzij massacommunicatiemiddelen steeds meer een dorp geworden - bevinden zich in de frontlijn van hedendaagse gewapende conflicten, veel meer dan vroeger, ook hulpverleners van het Rode Kruis en NGO’s en journalisten, die steeds vaker zelf ook worden geconfronteerd met flagrante schendingen van het HOR.

Dagelijks zijn vele miljoenen mensen direct afhankelijk van een correcte naleving van de rechtsregels van het HOR en dus zijn ze in toenemende mate relevant. Deze regels worden in dit boek toegankelijk gemaakt.

Samenstellers Boukje Pieters en Arjen Vermeer geven inzicht in de toepassing van het HOR. Dit boek is niet alleen een aanrader voor studenten in het (humanitair) oorlogsrecht, maar zeker ook voor militairen die eigenlijk alleen tijdens een missiegerichte opleiding (tijdens het opwerken naar een missie) goed worden geïnstrueerd in deze materie. Eigenlijk draait humanitair oorlogsrecht maar om ťťn ding: het respecteren van elkaars lijf en leden, ongeacht ras, religie en politieke overtuiging.

Als dat respect er niet is, is waar de mens in zijn handelen het beste in is gebleken – oorlog voeren – steeds weer gedoemd uit te lopen op een humanitaire tragedie. Met alle gevolgen van dien.

Terug naar Boven

 

INLEIDING KRIJGSWETENSCHAPPEN - DIVERSEN

Omslag van 'Ik val aan, volg mij'

titel

Inleiding krijgswetenschappen

auteurs

Onder redactie van drs. Sabine Mengelberg, dr. Michiel de Jong en kolonel Ton de Munnik

ISBN

9789058506238

jaar

2011

pagina’s

508

uitgeverij

Wolf Legal Publishers i.s.m. Nederlandse Defensie Academie

Zolang de mensheid oorlog voert, wordt oorlogvoering bestudeerd. Heel vroeger nog niet op wetenschappelijke basis, maar met de intrede van methodieken, systematieken, evoluties in personele en materiŽle zin en voortschrijdend inzicht in het oorlog voeren zelf, zijn militaire studenten wereldwijd bezig met het onderzoeken van alles wat op oorlog betrekking heeft. Daar gaat het functioneren van krijgsmachten aan vooraf.

Tijdens oorlogen “staan alle aspecten van het menselijk bestaan onder druk”, aldus dit boek. Niet zo vreemd dat het bestuderen van de oorzaken en gevolgen van oorlogvoering de hoogste prioriteit kent. Wie denkt dat adelborsten en cadetten zich enkel verlekkeren aan de fysiek-belligerente aspecten van het voeren van oorlog, komt dan ook bedrogen uit. In al haar destructie is oorlog wellicht enigszins attractief - en niet voor niets spelen spellen als Risk en Stratego in op de behoefte om te heersen en krijgsinzicht te tonen - maar "war makes sense"

Oorlog is niet enkel meer het solitaire domein van militairen en gaat al decennia niet meer alleen over de (dreiging van de) inzet van militaire macht. Ook buitenlandse betrekkingen, internationaal oorlogsrecht en het instituut krijgsmacht worden uit en te na onderzocht. Waar het (utopische?) ideaal het voorkomen van oorlog is, moet ze, als dit niet lukt, zo effectief en efficiŽnt mogelijk worden gevoerd. Toch is dit niet het doel van de krijgswetenschappen.

Onder andere met het vak krijgswetenschappen leert de toekomstige officier de Defensieorganisatie van binnen en van buiten kennen. In alle mogelijke disciplines: humanitair, diplomatiek, economisch, sociaal, industrieel, zelfs artistiek. Al deze disciplines samen zouden het antwoord moeten kunnen geven op de vraag aller vragen:
 “Waarom vinden oorlogen plaats?”

Ik doe een poging: volgens mij worden ruzies op macroniveau (oorlogen dus) beslecht omdat er sprake is van een niet langer houdbare conflictsituatie over bezit, geloof of machtsuitoefening.

Wanneer de ene partij het met de andere niet eens kan worden over het bezit van een bepaald stukje territorium, is Leiden in last; als men de geloofsovertuiging van de ander niet wenst te verkroppen, is de schijnbaar harmonische samenleving ineens totaal van God los; als een minderheid zich niet langer wenst te schikken naar de grillen van de alomtegenwoordige machthebber, slaan plots de stoppen door.

Om die ruzies op macroniveau na te bootsen, om krijgsmachten te laten oefenen, worden hele scenario’s geschreven op basis van bovenstaande aannames. Legers worden getraind in het onderkennen van ťn omgaan met conflictsituaties. Hiertoe bieden de krijgswetenschappen, als bron van lessons learned, gelegenheid.

Zo zal een ontplooide vredesmacht zichzelf moeten bedruipen: ENDS = WAYS + MEANS (p. 375). Ofwel: de gewenste eindsituatie van een fictieve vredesmacht is de optelsom van het hoe (methodes, tactieken en procedures, praktijken en strategieŽn om de doelstellingen te bereiken) en de middelen die nodig zijn om dit te bereiken.

Die middelen zijn onder andere financiŽn, politieke wil, tijd, troepen en wapensystemen. Als in een comprehensive approach moet het geheel maximaal op elkaar zijn afgestemd. “Schaken op vier borden tegelijk”, zoals luitenant-kolonel Wilfred Rietdijk, commandant van het Provincial Reconstruction Team (PRT) in Uruzgan, dat noemde.

Bij de karakterisering van simultaan schaken op meerder borden denk ik aan een cartoon die ooit stond in een tijdschrift van de humanistische vorming. Zoals ik het me herinner, liet die de veelzijdigheid van de militair zien: topsporter, maatschappelijk werker, diplomaat, brandweerman etc. Daaraan kan gemakshalve de schaker worden toegevoegd. Maar zelfs voor de schakende militair is het ondoenlijk alle consequenties van mogelijke inzet te overzien. Inzicht, ervaring en moed blijken bepalend voor (strategische) inzet.

Elke inzet is anders. De krijgswetenschappen in de breedste zin bieden de gelegenheid kennis te maken met uiteenlopende onderwerpen, zoals het zwaartepunt, de Slag bij Moekden in de Russisch-Japanse oorlog, proportionaliteit, de OODA-loop, de factoren ruimte en tijd, het Department of Peacekeeping Operations van de VN, de Martens-clausule uit 1899, artikel 5 van het Handvest van de NAVO en nog veel, veel meer.

Met een natte vinger schat ik dat dit 0,000001 ‰ is van alle geleerdheid die je kunt opdoen in de krijgswetenschappen. Met zijn uitspraak “Hoe meer je weet, hoe minder je weet” had de oude meester Lao Tse gelijk…

Terug naar Boven

 

INVASIE VAN SURINAME - RALPH SINCLAIR-BERGES

titel

Invasie van Suriname

auteur

Ralph Sinclair-Berges

ISBN

9789071343582

jaar

2008

pagina's

248

uitgeverij

Calbona

 

In de binnenlandse oorlog in Suriname tussen het Nationale Leger van Desi Bouterse en het guerrillaleger van Ronnie Brunswijk, werd de laatste gesteund door de Raad voor de Bevrijding van Suriname. Deze zetelde in Nederland.

De Raad zette het plan voor een invasie op, waartoe huurlingen werden geronseld en militair materieel werd aangekocht. Als expert werd Ralph Sinclair-Berges (pseudoniem) ingeschakeld om enkele gekaapte vliegtuigjes te taxeren.

Sinclair-Berges heeft in dit boek zijn herinneringen geboekstaafd. Zo vertelt hij over zijn geheime missie naar het door Brunswijk gecontroleerde Oost-Suriname, hoe er over vliegtuigjes werd onderhandeld en hoe een invasie om Bouterse te verjagen op het allerlaatste moment werd afgeblazen.

Het is interessant om tot in detail te zien hoe de technische voorbereiding voor een minioorlog plaatsvond. ‘Invasie in Suriname’ leest als een spannend jongensboek.

Terug naar Boven

 

IN VREDESNAAM - DANIňLLE HERMANS

titel

In vredesnaam

auteur

DaniŽlle Hermans

ISBN

9789022998830

jaar

2012

pagina's

236

uitgeverij

A.W. Bruna

 

 

In de nok van de Utrechtse Domkerk hangt het levenloze lichaam van een vrouw. De moordzaak leidt terug naar een belangrijke maar geheime gebeurtenis tijdens de Vrede van Utrecht in 1713…

In ‘In vredesnaam’  verweeft Daniëlle Hermans (1963) de historische achtergrond van de Vrede van Utrecht met een spannend hedendaags verhaal over de macht van vrouwen.

Terug naar Boven

 

ISAF OPERATIES IN AFGHANISTAN - PAUL DUCHEINE & ERIC POUW

titel

ISAF operaties in Afghanistan. Oorlogsrecht, doelbestrijding in counterinsurgency, ROE, mensenrechten & ius ad bellum.

auteur

Paul Ducheine & Eric Pouw

ISBN

9789058505279

jaar

2010

pagina’s

163

uitgeverij

Wolf Legal Publishers

 

 

 

Terug naar Boven

WAT ZEGGEN DE STERREN?
Absoluut lezen
Een aanrader
Redelijk goed
Niet eerste keus
Beter nooit lezen*

(* troep, tinnef, rommel, bagger)

Terug naar Boven