LEESWIJZER
Terug naar de homepage
 

Maak uw keuze uit de hieronder getoonde alfabetische lijst

Boeken gezocht!

 

KAARTLEZEN - W.J. (JOHN) ANGENENT

titel

Kaartlezen. Handleiding voor kaart- en kompasgebruik

auteur

W.J. (John) Angenent

ISBN

9789061940463

jaar

1987

pagina's

128

uitgeverij

HES Uitgevers BV

 

 

 

Terug naar Boven

 

KABUL & KAMP HOLLAND - PETER TER VELDE

titel

Kabul & Kamp Holland. Over de stad en de oorlog

auteur

Peter ter Velde

ISBN

9789054292739

jaar

2008

pagina's

200

uitgeverij

Conserve

 

Kabul ademt oorlog. Dat deed het al in 2003, toen ik daar m'n eerste Afghanistan-missie doorbracht, dat doet het nu nog. De provincie Uruzgan is niet te vergelijken met Kabul.

Met een geschat inwonertal van vier miljoen is Kabul een wereldstad, hoewel ‘wereldstad’ te positief klinkt. Er is niks tot zeer weinig. Betrouwbare, goede hotels voor westerlingen zijn er letterlijk maar een paar: Intercontinental aan Baghe Bala Road en Serena aan Froshgah Street. Die betrouwbaarheid kan even wisselvallig zijn als het weer in Nederland. Vverder bepalen kalasjnikovs, geelwitte taxi’s, stof en uitlaatgassen het chaotische straatbeeld.

NOS-verslaggever Peter ter Velde heeft beide uitersten prachtig verbeeld in ‘Kabul & Kamp Holland. Over de stad en de oorlog’. Hij bezocht Kabul, samen met zijn onafscheidelijke cameraman Eric Feijten, voor het eerst in 2004.

Zijn boek verhaalt over de mensen achter de oorlog, over de stad Kabul ná de Taliban maar in de wurggreep van de oude Noordelijke Alliantie of mujahedien – die net zo schuldig zijn en even grote oorlogsmisdadiger als de Taliban – en de volgelingen van Hamid Karzai (voor wie de waarden van de stammen, volgens Ter Velde, belangrijker zijn dan een nieuw politiek systeem), over een provincie die in wankel evenwicht is.

De opkomst van de Taliban in 1994 voorspelde weinig goeds, maar het lukt Ter Velde in zijn boek om duidelijker te maken wie tot de Taliban behoren en wie niet. Hoewel het onderscheid in de praktijk van counter-insurgency weinig uitmaakt, want militaire uniformen in Afghanistan behoren enkel toe aan de Afghan National Army (ANA) en westerse troepenmachten.

Ter Velde was vanaf het begin van de Nederlandse missie in Uruzgan. Op 27 november 2008 werd zijn boek gepresenteerd in aanwezigheid van de Commandant der Strijdkrachten, generaal Peter van Uhm, die het eerste exemplaar in ontvangst nam. Over Ter Velde zegt Van Uhm: “Peter heeft zich echt ingevreten in de materie. Hij opereert embedded, maar gaat ook zelf op pad. Ik heb bewondering voor de wijze waarop hij de complexiteit van de missie weet over te brengen.” Punt gescoord!

Peter ter Velde heeft geen sensatieboek geschreven en dat is maar goed ook. Uruzgan werd aan het Nederlandse parlement verkocht als een wederopbouwmissie, maar van (weder)opbouw komt relatief weinig terecht. Het dilemma is misschien wel dat elke journalist het nu eenmaal spannender vindt om over troops in contact te schrijven en minder spannend om te berichten over (weder)opbouw en diplomatie. Daar komt bij dat Afghanistan altijd al een slagveld is geweest (hoewel het in beide wereldoorlogen juist neutraal was). In de 19de en 20ste eeuw kwamen de Britten en de Russen nog eens langszij, waardoor de van origine sterk verdeelde Afghanen zich één voelden: the enemy of my enemy is my friend. Het verwachtingspatroon lijkt gericht op geweld…

Doordat Ter Velde de complexheid van de missie in Uruzgan goed weet over te brengen, is ‘Kabul & Kamp Holland’ verplichte kost voor elke Uruzgan-ganger. Peter ter Velde – onder meer van ‘96 tot 2001 corespondent in Israël voor het Radio 1 Journaal – geeft een glashelder beeld van Afghanistan, Kabul en Uruzgan dat gemakkelijk leesbaar is en niet in het minst simpel overkomt.

Terug naar Boven

 

KAMPONG HOSPIK - HENK EEKHOF E.A.

titel

Kampong Hospik. Van het Stroesezand naar het Kaimanese strand

auteur

Henk Eekhof e.a.

ISBN

n.v.t.

jaar

2006

pagina’s

136

uitgeverij

Stichting Kampong Hospik (Culemborg)

 

Wat Kaimana is voor Nieuw-Guinea is Santici voor BosniŽ, Ar Rumaythah voor Irak of Chora voor Afghanistan. Plaatsen in den vreemde waar Nederlandse militairen hebben gediend, maar die de meeste burgers in de regel slechts kennen als ze er zelf zijn geweest.

Heeft het nut om op deze plaats een boek te bespreken dat wellicht enkel interessant is voor de mensen die in Kaimana zijn geweest en die weten waar dat oord ligt? Een boek dat bovendien in een beperkte oplage van 250 exemplaren is verschenen?

Volmondig zeg ik hierop “ja”. ‘Kampong Hospik’ is typisch zo’n boek waarvan iedereen moet weten hoe een uitzending van een anders-dan-andere eenheid in een anders-dan-ander land in elkaar zit. Omdat het over de inzet van een veldhospitaal op Nieuw-Guinea gaat, waarvan – met een beetje pech – over jaren niemand meer weet dat de Nederlandse krijgsmacht daar überhaupt ooit een geneeskundige installatie ontplooid heeft.

Met misschien iets minder pech kennen mensen over 25 jaar nog de helden van toen en daar, zoals sergeant Mauritz Christiaan Kokkelink of Vic de Bruyne (Jungle Pimpernel). Zeer weinigen kennen nu nog de namen Sorong, Seroei, Merauke, Manokwari, Hollandia, Fak-Fak, Biak en Kaimana, laat staan de omstandigheden tijdens de ‘militaire exploratie’ die er, zacht gezegd, niet om loog.

Kaimana ligt aan de voet van het schiereiland De Vogelkop in het Fak-Fak-district aan de zuidwestkust van Nieuw-Guinea. Aan het einde van de Tweede Wereldoorlog is het nagenoeg geheel platgebombardeerd, omdat er Japanse marineonderdelen zaten. Ook in de nadagen van de Nederlandse militaire aanwezigheid zat er geneeskundig personeel, want het was reŽel dat "de maten" in de jungle gewond konden raken:  een aantal compagnieën van 41 Infanteriebataljon Regiment Stoottroepen (A-Cie beveiligde het vliegveld, B-Cie zat als bataljonsreserve in een bosbivak en Ost-Cie beveiligde de kuststrook tussen Kaimana en het vliegveld), de B-Cie van 6 Infanteriebataljon Regiment Infanterie Oranje Gelderland en een detachement van het Korps Mariniers.

Ligging van Kaimana.

In de jungle, tussen Kaimana en het vliegveld Utarom, was een compleet Nederlands tentenkamp ingericht. In dit veldhospitaal in Kaimana, "Kampong Hospik", zaten de Nederlanders van het 1ste Peloton Verzamelcompagnie van 11 Geneeskundig Bataljon in de periode april tot oktober 1962. In datzelfde zogenaamd rustige Kaimana vonden nog datzelfde jaar (april, mei, juli en augustus) infiltraties met vijandelijke luchtlandingstroepen plaats.

In het hospitaal heersten ongehoorde toestanden. Geen elektra of stromend water, wťl opereren: met een etherkapje en per operatiekamer twee vliegenverjagers (één boven de operatiewond, één boven het steriele instrumentarium). Dat was het 1e Peloton Verzamelcompagnie.

‘Kampong Hospik’ bewijst in alle toonaarden dat de herinneringen aan Nieuw-Guinea nog levend en vol humor zijn. Het is het schoolvoorbeeld van een herinneringsboek dat het verdient om onder de aandacht van een groot publiek te komen. En wie na de lezing van het boek geïnteresseerd is geraakt in de kamponghospikken, kan in het archief van het Legermuseum ± 1.300 foto’s bekijken die gerelateerd zijn aan dit boek.

Terug naar Boven

 

KERNWAPENOPSLAG IN DARP EN 'T HARDE - FRANK OOSTERBOER

titel

Kernwapenopslag in Darp en 't Harde. Het geheim in de achtertuin

auteur

Frank Oosterboer

ISBN

9789461537300

jaar

2015

pagina's

196

uitgeverij

Aspekt

 

 

Het is nooit officieel bevestigd noch ontkend dat op de zwaar beveiligde magazijncomplexen ('sites') in Darp en 't Harde de tactische kernwapens waren opgeslagen.

Deze kernwapens zou de Nederlandse artillerie verschieten als een inval door de Sovjet-Unie en haar bondgenoten niet met conventionele wapens kon worden gestopt.

De wapens lagen er - of niet? - vanaf de jaren '60 tot en met 1992. In ieder geval waren beide Koude Oorlog-locaties al die jaren in geheimzinnigheid gehuld.

Het beheer van de kernwapens was een verantwoordelijkheid van de U.S. Army, de beveiliging in de buitenring een schone taak voor de dienstplichtigen bij de Koninklijke Landmacht.

In het boek wordt onder meer aandacht besteed aan de roemruchte sitewacht (in die tijd vooral geleverd door al even roemruchte infanteriebeveiligingscompagnieŽn Van Heutsz), de protesten, militair-politieke achtergronden (zoals het NAVO-beleid voor nucleaire wapens), de geheime aankomst van de Amerikaanse kernwapens, de bouw van de sites, de in ringen opgebouwde beveiliging en de aanwezigheid van Amerikaanse militairen.

Terug naar Boven

 

KILLED IN ACTION, MARK SCHOUWINK - GERARD EN GISELA SCHOUWINK

titel

Killed in action, Mark Schouwink

auteurs

Gerard en Gisela Schouwink

ISBN

9789491061394

jaar

2013

pagina's

168

uitgeverij

Kaft Media

 

 

 

Terug naar Boven

 

KILL ZONE - CLIFFORD CREMER

titel

Killzone. Een Nederlandse security contractor in the War on Terror

auteur

Clifford Cremer

ISBN

9789461532060

jaar

2012

pagina's

278

uitgeverij

Aspekt

 

Het schimmige schaduwwereldje van niet-militairen die militaire dingen doen, vraagt om uitleg. De actualiteits- en amusementswaarde van dit werk blijven blijkbaar hoog, maar tot op heden was er geen goed boek te vinden dat de spanningsvelden en adrenalinerushes beschreef.

Anderhalve maand na de publicatie van ‘Kill Zone’ besteedde 1Vandaag er op 13 december 2012 aandacht aan. De door Clifford C. Cremer geïnterviewde security contractor in het boek, kwam uitgebreid aan het woord. Zijn naam: ‘Tom Dekker’.

Tweede Kamerlid Harry van Bommel was er als de kippen bij om het werk van huurlingen te veroordelen, evident zonder ook maar één letter in het boek te hebben gelezen: “Een huurling wordt betaald om te vechten, een security contractor wordt betaald om te beveiligen. Huurlingen zijn offensief, contractors zijn defensief.” (p. 55)

Niets is weerbarstiger dan de realiteit, maar het door Cremer gemaakte verschil is toch helder? Het is duidelijk dat voor beide categorieën de clientèle voor het grootste deel wordt bepaald door oud-militairen.

‘Tom Dekker’, oud-marinier, is één van de weinige Nederlanders die dit werk deden of doen. Op dit moment zit hij waarschijnlijk in Libië, Syrië of Mali, om dát te doen waarvoor mensen die dit werk niet als een kick zien, te schijterig zijn.

Zijn verhaal is door Cremer levendig opgetekend. Onze hoofdpersoon (Nijmegen, 1976) diende bijna elf jaar bij het Korps Mariniers en draaide uitzendingen in Bosnië (SFOR) en Irak (SFIR). Maar het onalledaagse, avontuurlijke en kameraadschappelijke bij de zee-infanteristen gaf blijkbaar niet de totale voldoening; wellicht was de rechtlijnigheid bij Defensie te groot en het gevoel van individuele vrijheid net even te klein.

‘Tom’ ging vanaf eind 2004 als security contractor aan de slag in Irak. Eerst als high profile konvooibegeleider, later als low profile persoonsbeveiliger. Die personen zijn VIP’s, klanten die altijd koning zijn.

Achtereenvolgens werkt hij voor Private Security Companies (PSC’s) als Hart Security, USC, Sabre en Blue Hackle. Mooie namen waarachter een wereld schuilgaat die voor de deelnemers slechts overlevingsdrang en/of avontuur betekent, afhankelijk van de opdracht. Tegen een schappelijke dagvergoeding, dat wel.

Dat mag ook wel, als je vrijwillig de War on Terror opzoekt om andermans goederen, of VIP’s, langs IED’s, hinderlagen, ontvoeringen, mortieraanvallen en wat al niet meer te loodsen, in gepantserde voertuigen of soft skins.

‘Tom’ begon zijn werk in Irak in 2004; er waren toen 94 aanslagen per dag. Terwijl de Amerikanen en hun bondgenoten de insurgents afschoten, leverde onze hoofdpersoon gedisciplineerd de goederen van zijn opdrachtgevers af.

Vele konvooiverplaatsingen over Highway 1 volgden – de snelweg tussen Bagdad en Mosul die door de coalitie was omgedoopt in Route Tampa. Regelmatig kwam het tot incidenten, soms zelfs tot ‘field contact’ – dat wat wij een TIC noemen. Riskante exercities dus, want zowel bij de trigger-happy Amerikanen als de meeste ingehuurde Iraki’s.

Terwijl het juist bij het begeleiden van konvooien draait om discipline, beheerste rij- en schietvaardigheid én een goede onderlinge communicatie.

Tijdens die verplaatsingen komen ook de cowboys en scheurneuzen onder de PSC’s, zoals DynCorp en Blackwater, hen tegemoet rijden of ze worden met de gebruikelijke hoge snelheid door hen ingehaald.

Het werk in Irak is zwaar, zoveel is wel duidelijk. Is ‘Tom’ weer eens voor korte tijd in Nederland, verpoost hij zich met het uitsmijten bij horecagelegenheden. Dient zich weer een opdracht aan, gaat hij rap terug. Alles beter dan “de verstikkende burgermaatschappij” (p. 233)

Uit ‘Kill Zone’ kun je opmaken dat de adrenalinerush en de dollars het werk van de security contractors vergemakkelijken. Feitelijk is het werk dat ‘Tom’ en duizenden anderen uitvoeren enigszins vergelijkbaar met het schoonmaakwerk door allochtonen in eigen land: de coalitiemacht heeft er het personeel niet voor (over), dus wordt de almaar stijgende vraag naar directe en afgeleide taken als beveiliging en logistiek uitgevoerd door de PSC’s. Simpelweg outsourcing in oorlogsgebied.

Het verhaal van Clifford en ‘Tom’ is bloedstollende non-fictie. Rauw, uit de eerste hand, beklemmend en omstreden. De security contractor staat aan dezelfde, zo niet: hogere, gevaren bloot als de gemiddelde frontsoldaat in de War on Terror. En dan te weten dat het ‘gewoon’ werk is dat gedaan móet worden.

‘Tom’ heeft het geluk gehad om als alternatieve ‘soldier of fortune’, met de juiste mindset en de juiste dosis engeltjes op zijn schouder, dit werk te overleven. Velen van zijn collega’s deden dat niet.

Aan freelance journalist en schrijver Clifford C. Cremer de eer om op papier te zetten hoe deze security contractor zijn eigen weg ging en bleef doorgaan met het dienen van het internationale belang in de oorlog tegen het terrorisme.

Een supergoed boek!

Terug naar Boven

 

KILO TWO - JOHAN GOYVAERTS

Omslag van 'Kilo Two'

titel

Kilo Two. Belgische troepen infiltreren in burgeroorlogen Somalië

auteur

Kapitein Johan Goyvaerts

ISBN

9072547934

jaar

2000

pagina’s

302

uitgeverij

Boekhandel & Uitgeverij De Krijger (Erpe, België)

 

‘Kilo Two’ is het verhaal van de kapitein Johan Goyvaerts, die als commandant van een 4-koppige GVP (Gespecialiseerde Verkenningsploeg) naar de burgeroorlog in Somalië wordt gezonden om als ogen en oren van de commandant op te treden. Een GVP – daarna Longe Range Recce Patrol (LRRP) geheten en tegenwoordig samengebald in de Special Forces Group van de Belgische krijgsmacht – heeft tijdens gevechtsoperaties als voornaamste opdracht het observeren én verkennen achter de vijandelijke linies.

Hoewel de Verenigde Naties in april 1992 besloten tot de United Nations Operation in Somalia (UNOSOM) om toe te zien op de regelmatig geschonden bestanden tussen de vechtende fracties, krijgt de groep, met als call-sign ‘Kilo Two' (K2), in maart 1993 als vooruitgeschoven post (QTH, in radiotelegrafie: positie in breedtegraad en geografische lengte) een opdracht die het midden houdt tussen CIMIC, HUMINT, hearts & minds en missionariswerk.

In het dorpje Afmadow in de Somalische middle-of-nowhere houden zij vier maanden achtereen stand tussen rebellen die een burgeroorlog willen blijven uitvechten, schrijnende hongersnood, ongecoördineerde Westerse hulpverlening, meest goedwillende dorpelingen en allesverzengende droogte. Ondanks de rivaliserende clans bouwt het viertal, dankzij robuust en doordacht optreden, een goede band op met de lokale bevolking. Totdat Goyvaerts van zijn superieur hoort dat een bende van acht man hem wil liquideren, een Amerikaanse helikopterarmada de opgebouwde rust in het oord verziekt en hijzelf aan het einde van de missie zwaargewond raakt in een hinderlaag. Door het langdurige herstel was het hem pas na 4 jaar vergund ‘Kilo Two’ te schrijven.

Terug naar Boven

 

KLOKKENLUIDER IN BOSNIň - KATHRYN BOLKOVAC

titel

Klokkenluider in BosniŽ. Vrouwenhandel en machtsmisbruik bij de VN (origineel: The Whistleblower)

auteur

Kathryn Bolkovac & Cari Lynn (vertaling: Linda Schouwstra)

ISBN

9789043519342

jaar

2011 (origineel: 2011)

pagina’s

252

uitgeverij

Kok

 

Terug naar Boven

 

KOLONIALE OORLOG 1945-1949 - REN… KOK, ERIK SOMERS & LOUIS ZWEERS

titel

Koloniale oorlog 1945-1949. Van IndiŽ naar IndonesiŽ.

auteur

Renť Kok, Erik Somers en Louis Zweers

ISBN

9789048803200

jaar

2009

pagina’s

224

uitgeverij

Uitgeverij Carrera

 

Vier strekkende meters tellen de leggers en mappen van de Legervoorlichtingsdienst (LVD) in het Nationaal Archief. Dat is behoorlijk, omdat het 'maar' een periode van zeven jaar beslaat (van 1945 tot '51), terwijl de Legervoorlichtingsdienst pas in 1973 ophield te bestaan en opging in de Directie Voorlichting, afdeling Legervoorlichting (1973-1993).

In die tijd was de intentie van het communicatiebeleid van Defensie al klip en klaar. Eerste luitenant N.D. van Goethem, het eerste hoofd van de LVD, was hier althans helder in. Het doel moest zijn om Nederlanders "military-minded" te maken. In november 1945 creŽerde Van Goethem zijn eigen baan door er bij Prins Bernhard op aan te dringen een centrale voorlichtingsdienst van het leger op te richten. Tot de Tweede Wereldoorlog deden Nederlandse ministeries amper aan voorlichtingsbeleid.

Twee factoren waren volgens Van Goethem van belang:"Ten eerste de troepen van de Koninklijke Landmacht in IndiŽ. Hiervan is bij het publiek niets bekend. De berichtgeving over IndiŽ is schaars, verward en tendentieus. Er staat onnoemlijk veel op het spel [...] Ten tweede is er de opbouw der KL in Nederland. Bij het publiek bestaat een honger naar nieuws hierover, zowel ten aanzien van de grote lijn als van de details. Het leger heeft een goodwill zoals het nog nooit heeft gehad. Het is aan de voorlichting om van deze goodwill te profiteren en de Nederlanders voor het eerst in 25 jaar weer military-minded te maken." Communicatief scoren om het optreden van de krijgsmacht in een goed daglicht te plaatsen.

Een goede voorlichting aan het eigen personeel en de buitenwereld - die we tegenwoordig "achterban" en "thuisfront" noemen - was noodzakelijk. Want een goed getraind en verzorgd leger begint weinig zonder steun en daadwerkelijke interesse van de bevolking. De LVD moest dus wel zaken doen in Nederlands-IndiŽ, dat oorlog voerde tegen de Republiek IndonesiŽ. De oorlog-die-geen-oorlog-kon-heten moest goed gecommuniceerd worden met de buitenwereld.

Tijdens die Indonesische onafhankelijkheidsoorlog (1945-'49) of Agressi Militer Belanda - zoals de IndonesiŽrs haar noemen - vielen aan beide kanten duizenden doden. Gedurende de bedoelde ontknoping van die oorlog in beide Politionele Acties, werd de media gecensureerd. Om de publiekelijke verspreiding te voorkomen, speelde de LVD in Batavia een actieve rol in het manipuleren van de (foto)berichtgeving over en uit Nederlands-IndiŽ. Daarnaast volgden niet bepaald kritische fotografen en journalisten zonder morren de richtlijnen van de censor en op deze manier beheerste de LVD de tekst- en beeldproductie uit de Gordel van Smaragd bijna volledig.

Een prachtige foto uit hoofdstuk 3 ('In actie 1946-1947', pagina 74) van het boek: Nederlandse mariniers trekken in 1947 in Surabaya op Oost-Java door een afgelegen kampong (dorp). De dagen worden gevuld met eindeloos patrouilleren. Dit soort neutrale foto's werden wel vrijgegeven voor publicatie. De foto is destijds gemaakt door Hugo Wilmar.

Het leeuwendeel van de foto's in Nederlands-IndiŽ werd gemaakt door Alfred van Sprang ('Wij werden geroepen. De geschiedenis van de 7 December Divisie, met zweten en zwoegen geschreven door twintigduizend Nederlandse mannen'), Hugo Wilmar (Katholieke Illustratie en Panorama), Jan Stevens (Panorama), Willem van de Poll (staffotograaf van Prins Bernhard, daarna Pen & Gun. Weekblad voor de Nederlandsche Strijdkrachten) en Wim Dussel (Mariniersvoorlichtingsdienst). Voor zover krijgsverrichtingen al werden vastgelegd of, onaangenamer, er gewonden en/of doden te betreuren waren, werden in 99 van de 100 gevallen de foto's door de censor simpelweg terzijde geschoven.

Dussel zei hierover:"Als fotograaf koos je voor een opbouwende benadering van de politionele acties. Foto's die veel onheil voor de familie van de betrokkenen konden aanrichten, zoals die van eigen mensen afgeslacht door de Indonesische guerrilla's of republikeinse tegenstanders die door onze mortieraanvallen waren omgekomen, werden niet gemaakt. De verwarrende situatie in IndiŽ werd nog op menselijke wijze in beeld gebracht. Foto's van oorlogsslachtoffers die we nu dagelijks in de media zien, waren toen nog niet gebruikelijk."

In de vier strekkende meters van de LVD is gelukkig een groot aantal indertijd niet vrijgegeven foto's van krijgsverrichtingen in Nederlands-IndiŽ bewaard gebleven. Een groot aantal van die afbeeldingen is in dit fotoboek bijeengebracht.

De LVD bracht communiquťs uit die de Nederlandse militairen erin sterkten dat ze tegen een "onmenselijke tegenstander" streden, die "barbaarse methoden" hanteerde. Als dit de enige taal was die de inlanders verstonden, kon fatsoenshalve van Nederlandse kant eveneens extreem geweld plaatsvinden. Ter onderbouwing een op 22 december 1949 uitgebracht communiquť van de LVD, waarin staat dat "uit de stuw bij Balahar in de Tjitaroem [...] 28 onthoofde lijken gevist [en] in vele kali's meer naar de kust werden eveneens talrijke onthoofde lijken aangetroffen." (doctoraalscriptie 'Rawahgedeh, 9 december 1947. Een nieuwe Nederlandse versie?' van Harm Scholtens, Groningen 2007, pagina 27).

Behalve dit soort stemmingmakerij deed de LVD het naar Onze Jongens toe overigens prima. Ze produceerden in de jaren 1946-'47 een hele reeks voorlichtingsboekjes met titels als 'IndiŽ: Waar wij naar toe gaan', 'IndiŽ: Waarom wij er heen gaan', 'Welkom mannen', 'Soldatengids voor Sumatra', 'Onze taak overzee' en niet te vergeten Scheepspraet.

In dit boek geen stemmingmakerij, maar een groot aantal indertijd niet vrijgegeven, ter plaatse gemaakte foto's. Als je een foto met mariniers ziet die juist vanuit de kampong de sawah ingetrokken zijn, plotseling van alle kanten onder vuur worden genomen en onmiddellijk in een greppel stellingen moeten innemen, begrijp je dat de strijd om Nederlands-IndiŽ een ongewone gewone oorlog was.

Terug naar Boven

 

KONINKLIJKE LANDMACHT. TWEE EEUWEN CRISISBEHEERSING - REFORMATORISCH DAGBLAD

titel

Koninklijke Landmacht. Twee eeuwen crisisbeheersing

auteur

Reformatorisch Dagblad (dr. R.P. de Graaf, Janita van Hoeven-ten Voorde, Reinald Molenaar, Bert Monster, Gerco Verdouw, Johannes Visscher, Evert van Vlastuin, L. Vogelaar, Gerard ten Voorde en Mark Wallet)

ISBN

Geen

jaar

2014

pagina's

54

uitgeverij

Reformatorisch Dagblad & Drukkerij Verloop Alblasserdam

 

 

 

Terug naar Boven

 

KORTE LONTJES - CHRIS BOS & NICOLE JONGMAN

titel

Korte lontjes

auteurs

Chris Bos & Nicole Jongman

ISBN

9789045111858

jaar

2011

pagina's

184

uitgeverij

Querido (Slash-reeks)

 

De opvliegendheid uit de titel van het boek heeft betrekking op zowel de ik-figuur Sabine als haar vader. Het boek wordt gepresenteerd als fictie, maar is zeker (auto)biografisch te noemen.

Sabine is geïnspireerd op het verhaal van Nicole Jongman, de jongste dochter van Peter Jongman. Hij is als militair in Bosnië op missie geweest, heeft de gebeurtenissen daar nooit goed kunnen verwerken en er chronische PTSS aan overgehouden.

Sabine heeft ADHD en is soms behoorlijk “onhandelbaar”. Ze doet aan schermen op het hoogste niveau. In dit boek vertelt ze vanuit haar perspectief het verhaal over haar vader en zichzelf. Met nadruk: haar verhaal. Volgens haar vader is ze stronteigenwijs en drijft ze altijd haar zin door.

Over haar hectische leventje, over hoe de bom thuis elke dag om het minste of geringste kan ploffen. De ADHD omschrijft ze treffend als: “Soms staat er ergens in mijn hoofd een wissel verkeerd, dan denderen mijn gedachten maar door, terwijl iedereen allang het spoor bijster is.”

Hoewel haar vader ogenschijnlijk om niets kwaad kan worden, houdt ze wel degelijk van hem. En grijpt zijn ziekte haar zeker ook aan: “Je ziet dat hij zijn best doet om zich te beheersen, maar dat hij het echt niet onder controle heeft.” Maar haar eigen impulsiviteit en drukte met van-alles-en-nog-wat maken dat niet echt gemakkelijk.

Wie of wat speelt de hoofdrol in Sabine’s verhaal, dat feitelijk Nicole’s boek is en vaardig opgeschreven door Chris Bos? De PTSS van haar vader! Her en der in het verhaal wordt teruggeblikt op de ervaringen van haar vader. En die vier ingebedde hoofdstukken zijn, zo geeft het nawoord aan, “nadrukkelijk gebaseerd op de ervaringen van Nicole’s vader”.

Maar niet alleen de achtentwintig pagina’s Bosnië-realiteit laten bij mij een diepe indruk achter. Sabine’s eigen verhaal is boeiend, fascinerend en vlot geschreven. Ook dat heeft me geraakt. Het zijn niet alleen de heftige ervaringen van haar vader, het is zeker ook het effect dat zijn onverwerkte ervaringen, zijn ‘PTSS-gedrag’ op zijn dochter hebben.

Dit raakt me zelfs privé, meer dan ik in de gaten had voordat ik begon te lezen. Ook mijn dochter heeft ADHD, ik ‘PTSS-gerelateerde klachten’. De snelle stemmingswisselingen herken ik vooral uit de periode van vóór m’n eigen therapie. Wat de breekbaarheid nog herkenbaarder maakt is dat Jongmans tijd in Bosnië samenvalt met die van mijn eerste uitzending, toen hij bij het Support Command in Lukavac zat en ik bij Dutchbat-2 in Simin Han.

Sabine weet niet precies wat haar vader in Bosnië heeft meegemaakt. Over de vreselijke dingen, die in de hoofdstukken over oktober 1994 naar voren komen, praat hij nooit. Maar dat de impact op thuis groot is, is kraakhelder. Het altijd maar dreigende ‘ontploffingsgevaar’ van haar vader, maakt leven met hem lastig, want “onderhuids is hij niet meer zo heel.” (p. 112)

Wat ‘Korte lontjes’ vooral ‘mooi’ maakt, zijn Sabine’s worstelingen met de topsport, haar vriendenkring en het volwassen-worden. En langzaamaan treedt ook een mentaliteitsverandering op in de richting van haar vader, die in Bosnië zo is teleurgesteld omdat hij niets heeft kunnen uitrichten.

Na het lezen van dit boek zat ik even niet al te best in m’n comfort zone. Sinds lange tijd zat ik in gedachten in het Bosnië van 1994-’95 en misschien was ik voor de buitenwereld ook wel een tijdje geprikkelder of stugger dan anders.

‘Korte lontjes’ is wat mij betreft een must-read voor alle (kinderen van) veteranen die aan hun missie(s) psychische problemen hebben overgehouden. En alle gezins- en familieleden, vrienden, kennissen en collega’s van die veteranen en hun kinderen. Baret af dat Nicole en Peter Jongman de durf konden opbrengen hun privacygevoelige verhaal te delen!

Terug naar Boven

 

'K ZAG TWEE BEREN - LINDA POLMAN

Omslag van 'K zag twee beren'

titel

‘k Zag twee beren. De achterkant van de VN-vredesmissies

auteur

Linda Polman

ISBN

9051708181

jaar

2002 (in 1997 bij Uitgeverij Atlas)

pagina’s

206

uitgeverij

Rozenberg Publishers

 

Linda Polman is het prototype van de geŽngageerde journalist die in de wijde wereld freelance de strijd beschrijft van wereldproblemen. Ze is in ieder geval ťťn van de weinige Nederlandse journalisten die succes heeft in het buitenland.

Haar geruchtmakende boek 'K zag twee beren' gaat over het falen van blauwhelmen van de Verenigde Naties. Uit nieuwsgierigheid reisde ze een kennis achterna die de catering ging verzorgen voor de VN-vredesmacht in SomaliŽ, met deze even feil- als peilloze beschrijving als resultaat.

In dit boek onder meer ook een verslag van een bezoek aan de VN-missie in Rwanda, waar ze in 1995 getuige was van de moord op duizenden vluchtelingen.

De beschreven missies in BosniŽ-Hercegovina, HaÔti, Rwanda en SomaliŽ typeren zich doordat de VN erbij stond en ernaar keek. Net twee beren dus.

Terug naar Boven

WAT ZEGGEN DE STERREN?
Absoluut lezen
Een aanrader
Redelijk goed
Niet eerste keus
Beter nooit lezen*

(* troep, tinnef, rommel, bagger)

Terug naar Boven