LEESWIJZER
Terug naar de homepage
 

Maak uw keuze uit de hieronder getoonde alfabetische lijst

Boeken gezocht!

LAND DOCTRINE PUBLICATIe

titel

Land Doctrine Publicatie. Militaire Doctrine voor het Landoptreden (LDP-1)

auteur

Opleidings- en Trainingscentrum Operatiën

ISBN

n.v.t.

jaar

2009

pagina’s

148

uitgeverij

Commandant der Strijdkrachten

 

Doctrine – van het Latijn “doctrina” (instructie, kennis, leren) – is “de formele uitdrukking van het militaire denken, geldig voor een bepaalde tijd”. Dat zegt de Land Doctrine Publicatie, de militaire doctrine voor het landoptreden die in 2009 het licht zag. Het is de standaard waar alle tactisch optreden aan kan worden opgehangen. De tijdelijke geldigheidsduur van de landdoctrine blijkt: zij is de vervanging van de Landmacht Doctrine Publicatie deel I, zoals die in 1996 verscheen.

In 1982 vond de laatste grote conventionele oorlog plaats (Falklandoorlog) en in ’89 viel de Berlijnse Muur. Daarmee kon het Koude Oorlog-denken op de vuilnisbelt. Met de uitzendingen van 1 (NL) VN-bataljons, waaronder Dutchbat, in voormalig Joegoslavië was het denken over de inzet van de krijgsmacht al finaal omgeslagen: vredesmissies en al een beetje out-of-area, op de zuidflank van het NAVO-verdragsterritoir. De omgeving, de manieren van optreden en de krijgsmacht veranderden, terwijl de hoofdtaken, het juridisch kader waarbinnen Nederland opereert en de niveaus van optreden (politiek-strategisch tot en met technisch) hetzelfde bleven.

Wat die laatste betreft: door de komst van televisiezenders als CNN en het internet, konden acties en uitspraken van individuele militairen voortaan direct strategische gevolgen hebben. In het inzetgebied, maar ook bij de VN en de politiek in Nederland. In de Three Block War deed de metafoor van de ‘strategic corporal’ zijn intrede, in 1999 voor het eerst gebruikt door generaal Charles C. Krulak, commandant van het U.S. Marine Corps (p. 32 en 51).

Tot aan het einde van de Koude Oorlog was de Nederlandse krijgsmacht gepositioneerd op comfortabele afstand van de innerdeutsche Grenze op de Noord-Duitse laagvlakte, in tot op de vierkante meter nauwkeurig ingetekende opstellingen. Enkel de weersomstandigheden zouden het verschil maken; de opdracht, het terrein, de vijand, de overige tijd- en ruimteaspecten en de eigen middelen bleven tot in de kleinste details gelijk. Dat alles werd decennia lang op min of meer dezelfde leest onderwezen binnen een kadermilitieleger: beroeps(onder)officieren en dienstplichtige manschappen en korporaals.

De militairen werd aangeleerd wat volgens de vergaarde inlichtingen met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid zou gaan gebeuren als het Warschaupact het op zijn heupen kreeg: een grootscheepse, alles en iedereen overrompelende tankaanval. Zo ging dat met de reguliere vijand in het symmetrisch conflict.

Intussen zijn de wereld en het vijandbeeld sinds het laatste decennium van de 20ste eeuw drastisch veranderd. Het zwaartepunt van die veranderingen had plaats toen religieusgeïnspireerden op 11 september 2001 terroristische aanslagen pleegden in de VS. Het wereldbeeld veranderde ingrijpend.

Doctrinair is de vijand een ‘opponent’ geworden. De boeven waren niet langer de Hutu’s en Tutsi’s, de Serven en Kroaten of krijgsheer Mohamed Farrah Aidid, maar Al Qaida en de Taliban. Het operatietoneel verschoof van Rwanda, voormalig Joegoslavië en Somalië naar Irak en Afghanistan. En Afrika.

De tegenstander bevindt zich tegenwoordig 360 graden rondom, waarmee frontlijnoorlogvoering even vorm- als waardeloos is geworden. Dat vergde aanpassingen in denken en doen, liefst in die volgorde.

De aard van de conflicten schenkt echter oude wijn in nieuwe zakken. Zo werd onder meer de Britse doctrine van de Malayan Emergency, in de jaren ’50 en ’60 van de twintigste eeuw, van stal gehaald. Die had tot doel het opzetten van een vrij, democratisch maar vooral niet communistisch Maleisië – het enige conflict dat het westen zou winnen tegen het communisme. Ook het Nederlandse Voorschrift voor de Politiek-Politionele Taak van het Leger (VPTL) werd gereanimeerd: een beknopte en tactische contraguerrilla-instructie die vanaf de Atjeh-oorlog tot en met beide Politionele Acties in Nederlands-Indië de standaard is geweest. Een beetje oppoetsen en aanpassen aan de tijdgeest en ziedaar!

Tegen de Irakese en Afghaanse opstandelingen moest de krijgsmacht ineens niet alleen maar geïntegreerd optreden met andere krijgsmachtdelen (joint) en krijgsmachten (combined, multinational), maar ook met niet-militaire actoren (interagency), bijvoorbeeld om de broodnodige hearts and minds te winnen door scholen te restaureren en waterputten te slaan.

Civiele, diplomatieke en economische (f)actoren beïnvloeden van nu af aan planmatig het politiek-militaire proces door vanuit een gewenste eindsituatie (end state) terug te denken naar de effecten die moeten worden bereikt. De comprehensive approach – in goed Nederlands: 3D (Defence, Diplomacy and Development) – is geboren. Eenheden moeten in staat zijn verschillende militairen activiteiten gelijktijdig uit te voeren en soms lijken al die acties wellicht in strijd met elkaar – maar zijn het niet.

Zo werd de Nederlandse wederopbouwmissie in Uruzgan (ISAF, Phase III) een erg harde counter-insurgency (COIN). Ineens moesten de militairen soep leren eten met een mes: quasi-onmogelijk en een cultuuromslag van jewelste ten opzichte van de Koude Oorlog.

Het binden, vinden en slaan uit de ‘oude’ doctrines van de frontale oorlogvoering is intussen contemplair gemaakt aan shaping, decisive and sustaining operations in een veel complexere omgeving: eerst worden de voorwaarden voor succes gecreŽerd, daarna wordt de beslissing 'geforceerd' en tot slot wordt ervoor gezorgd dat de geproduceerde gevechtskracht kan worden voortgezet. Dit alles in een brede context, gebruikmakend van alle (f)actoren die zich in én buiten de operationele omgeving ophouden.

Zoals na de operaties Product en Kraai counter-insurgency in Nederlandse ernstmissies door menigeen wellicht niet meer voor mogelijk werd gehouden, zo is het in het algemeen eveneens ondoenlijk om – vanuit opgedane ervaringen tot daaruit getrokken lessen voor de toekomst - doctrinematig vooruit te lopen op de aard van de toekomstige conflicten. Wie nu kan vertellen hoe de doctrine landoptreden er in, pak ‘m beet, 2025 uitziet, kan zich meten met een kruising tussen Von Clausewitz en Nostradamus. Nieuwe conflicten worden uitgevochten volgens de doctrine van de laatstgevoerde oorlog…

Terug naar Boven of naar Startpagina Leeswijzer of naar Homepage

 

LÉGION d'honneur - Harry Luyckx

titel

Légion d’Honneur. Sergeant Malicien, matricule 107.954, vocht in het vreemdelingenlegioen.

auteur

Harry Luyckx

ISBN

9789044321609

jaar

2008

pagina’s

240

uitgeverij

The House of Books

 

In het begin van de jaren ’50 zat hij in het Belgisch leger. Na de diefstal van een brommer en een dreigende krijgsraad, vluchtte hij als 17-jarige naar Frankrijk.

Omdat er in 1954 niet direct een baan op een vrachtschip opengevallen was, schreef Antwerpenaar Harry Luyckx (1937) zich in Marseille in bij het Vreemdelingenlegioen. Een keuze waar hij bijna onmiddellijk spijt van had, en het eerste dat hij probeerde was... te deserteren.

Toch werd hij opnieuw ingelijfd en naar Oran in Algerije gezonden, een land in oorlog met de Fransen. Zo vocht hij tussen 1954 en zijn ontslag in 1959 voor het Vreemdelingenlegioen en waren Algerijnse rebellen de vijand. Die werden allemaal gedood, tot de laatste man. Iemand gevangen nemen was er niet bij. Geen erecode. Aldus Luyckx.

In Légion d'Honneur volgen we het leven van Lucky: zijn opleiding in het Légion Etrangère, de confrontaties met de rebellen, de onmenselijkheid van de oorlog, de drang om alleen nog maar te overleven. Het is een schokkend en onthutsend verhaal van Harry Luyckx die de legionair Lucky Malicien werd – zijn zelfverkozen nieuwe naam. Even slim als boosaardig – althans zo lijkt het.

Op internetfora is menigmaal de indruk gewekt dat zijn boek aan elkaar zou hangen van nonsens en flauw gezanik. Wie geïnteresseerd is in het Vreemdelingenlegioen in Algerije zou beter ‘La Guerre Cruelle’ (‘De wrede oorlog. Legioensoldaten in Algerije') van Paul Bonnecarrère kunnen lezen: een gewezen Franse para van het 1er Régiment de Chasseurs Parachutistes en oorlogscorrespondent die overal was waar Frankrijk vocht.

Terug naar Boven of naar Startpagina Leeswijzer of naar Homepage

 

LEIDERSCHAP ONDER VUUR - MARCO KROON

titel

Leiderschap onder vuur

auteur

Marco Kroon

ISBN

9789082003604

jaar

2012

pagina's

160

uitgeverij

UHB (Uphill Battle)

 

In het uiterste geval vuurcontact met leidinggevende capaciteiten moeten combineren, is voor velen de gewenste - niet de gehoopte - vuurproef je jezelf ultiem gesteld wil zien. Op het moment suprŤme in staat zijn dŠt te doen wat jarenlang trainen heeft mogelijk gemaakt.

Op dat ene moment komen basisgevechtstechnieken, drills en talloze andere zaken niet alleen samen in elke patroon die de loop van je wapen verlaat, ook in elke beweging, alle omgevingsbewustzijn, iedere vezel van je lichaam. Alles staat op scherp; overdrachtelijk spuit de adrenaline uit je oren.

Dit gebeurde bij Kroon onder meer tijdens zijn acties als operator in de Task Force Viper. Één van die acties was operatie Chitag in Afghanistan. In zijn langste nacht werd zijn peloton werd 's nachts omsingeld door een vijandelijke overmacht. De Taliban zat op spuugafstand, een lang en zwaar gevecht volgde. Toen de nood het hoogste was, vroeg Kroons FAC’er de bommenlast dichtbij de eigen posities af te werpen. Het gevecht stokte, de vijand droop af.

De rode draad in dit boek zijn Kroons lessen in leiderschap gedurende deze operatie, maar niet uitsluitend! Zijn loopbaan begon immers als marinier en onderofficier. In 1998 stapte hij over naar het Korps Commandotroepen.

‘Leiderschap onder vuur’ draait om wat je goed doet, fout doet en wat simpelweg beter moet. KISS. Niet dat halfzachte, om de brij heen draaiende geitenwollensokkenjargon. Niet “minder goed” maar kwalitatief uitermate teleurstellend. Goed is goed, fout is opnieuw. Kroon is duidelijk: “Ik wil […] de beste zijn in wat ik doe. Want zodra ik niet de beste ben, breng ik de veiligheid van anderen in gevaar." (p. 27).

Hij en zijn kameraden bleken de besten. In 2009 ontving Kroon van Hare Majesteit Koningin Beatrix de Militaire Willems-Orde. De motivering voor deze hoogste dapperheidsonderscheiding lag in zijn deelname aan operaties van de special forces in Afghanistan, “[…] niet voor ťťn enkele actie, maar voor zijn optreden als leider, als militair en als mens tijdens de hele missie.” Waarom?

Onder andere omdat hij zich in al zijn doen en laten richt op mensen, op resultaten die beÔnvloed kunnen worden. Je militaire medemens, hťt ‘wapenplatform’ van de landmacht, 24/7 laten zien welke kant jij op wil gaan. Want: “Leidinggeven is het bewust richting geven aan het gedrag en het inspireren van anderen om gezamenlijk het gestelde doel te bereiken.”

Kroon blijkt een inspirator. Blijkbaar is hij door de jaren heen gegroeid tot een goed leider – hoe subjectief en dus relatief “goed” ook is. Bij hem is dit “goede” soms op het griezelige af verkleefd met innerlijke discipline. Alles vanuit de discipline, in plaats van je laten verslaan door het duiveltje van de altijd op de loer liggende gemakzucht en luiheid. Die grondhouding sterkte zijn karakter, ťťn van de bases van de cirkel van Kroon (p. 34/35).

Voor Kroon en zijn peloton in Afghanistan geen “kansloze eindstrijd tot aan de pioschop”. Het kon op die manier gedaan worden; dat het op die manier werd gedaan is geen toevalstreffer maar het gevolg van een solide basis. Aanleg en militaire opvoeding, nature en nurture.

Als je na al die jaren trainen voor het echie dingen moet doen, is het herkennen of creŽren van een kans “een kwestie van gut feeling.” Zie je een kans: bind, sla en buit dan uit. En als je jezelf hoge disciplinaire waarden oplegt, ben je blijkbaar in staat om het credo “Nooit een vent achterlaten in het veld” tot je hoogste principe te maken.

Gehoorzaam en loyaal dienen, eerst de plichten, dan de rechten. Daarna, vanuit diezelfde grondhouding, leiden. Verantwoordelijkheidsbesef tot op het bot, alleen bevoegdheden overdragen.

Dit alternatieve handboek leidinggeven is te veel om te citeren. Waar ik bij elk ander boek slechts enkele kanttekeningen zet, wordt Kroons boek gesierd door veel bruikbare potloodaantekeningen. One-liners, oude-maar-bruikbare-koeien, het meeste is bruikbaar en in de praktijk beproefd, tot en met de anekdote over een instructeur/entertainer op de Koninklijke Militaire School (p. 82).

“Opstaan, voorwaarts”, hoorde Kroon zichzelf zeggen tijdens de danger close in operatie Chitag. En iedereen stond op, als één man. Z’n kameraden luisterden, dus had Kroon al gewonnen. Dat zou niet het geval zijn geweest als zijn peloton verstijfd van angst was blijven liggen. Nut en belang én de capaciteiten van de leidinggevende waren op dit nachtelijke uur kraakhelder en lagen continue in elkaars verlengde.

Dit was discipline van binnen uit. Gewild in plaats van gewenst gedrag. Hierin zit het essentiële verschil: geïnformeerde commando’s die altijd übergemotiveerd zijn om de opdracht als hun eerste natuur te aanvaarden.

Aan alles in zijn boek voel je het verantwoordelijkheidsbesef in zijn vingertoppen tintelen, de leider die delegeert en controleert, niets aan het toeval overlaat. Is die leider dan feilloos, zonder militaire zonden?

Kroons “persoonlijke zwakheden”, zo schrijft hij zelf, zijn ongeduld, impulsiviteit, ‘te goed van vertrouwen’ en… onzekerheid. Die komt voor een groot deel voort “uit de kloof tussen wat ik weet dat ik kan en wat ik denk wat anderen van mij verwachten”(p. 112)

Niets van dit alles is uiterlijk merkbaar. Zijn grootste fout? Anderen mentaal en fysiek gelijkstellen aan zichzelf. Ook niets van te merken.

Mijn eerste, impulsieve gedachte toen ik Kroons boek uit had, was die van de manager uit een reclame van instant-soepjes: “Ik ben geen manager, ik ben een inspirator”. Kroon én zijn boek stimuleren. Om eerst te denken, daarna pas te doen, soms elkaar ‘in a split second’ opvolgend. Plannen maken, kansen grijpen, initiatief tonen.

Voor mij is het een uitgemaakte zaak: ‘Leiderschap onder vuur’ is een lust om te lezen en met stip het meest inspirerende sinds Naar eer en geweten van wijlen Bert Schüssler – ook drager van de Militaire Willems-Orde. In de militaire organisatie mag je je nooit laten leiden door toeval en aannames…

Terug naar Boven of naar Startpagina Leeswijzer of naar Homepage

 

LEIDRAAD MARITIEM OPTREDEN - COMMANDO ZEESTRIJDKRACHTEN

Omslag van 'Leidraad maritiem optreden'

titel

Leidraad Maritiem Optreden. De Bijdrage van het Commando Zeestrijdkrachten aan de Nederlandse Krijgsmacht

auteur

Commando Zeestrijdkrachten (CZSK)

ISBN

9077815023

jaar

2005

pagina’s

224

uitgeverij

CZSK

 

Waar de Koninklijke Landmacht zes (sic!) boeken nodig heeft om de LDP’s te completeren, overhandigde de Commandant Zeestrijdkrachten - vice-admiraal Jan Willem Kelder - op 9 januari 2006 het eerste exemplaar van de Leidraad Maritiem Optreden (LMO) aan de Commandant der Strijdkrachten.

In de begeleidende brief bij het verschijnen van de LMO schrijft Kelder te hopen dat het boek voor de lezer die weinig of niet bekend is met de Zeestrijdkrachten “bijdraagt aan een positieve beeldvorming rond de KM”.

De LMO is in elk geval géén luxe-artikel. Dit is klip en klaar wanneer wordt gerealiseerd dat ruim 70% van de wereld uit zee bestaat, ruim 75% van de landen aan zeeën grenst en de Nederlandse marine sinds de gedenkwaardige Tocht naar Chatham (1667) maritiem een hoofdrol op het wereldtoneel speelt. Maar waarom een maritiem boek bespreken op een landmachtwebsite?

Het waardevolle van het groeidocument dat als opmaat van een doctrine van de Koninklijke Marine (KM) wordt gezien, is dat de KM er nu blijkbaar voor kiest om onderdeel van een groter geheel te zijn (de synergie van schakel en ketting). De leidraad is het begin van een in- en externe gedachtewisseling over de toekomst van de marine. Ondanks het schilderen van haar operationele koers (inzicht in de rol, de taken en de samenstelling van de Zeestrijdkrachten plus de middelen en de wijze waarop de middelen worden ingezet), laat de KM daarnaast vooral zien wat haar bijdrage is aan én intensieve samenwerking met de andere krijgsmachtdelen.

Het boek is helder en bondig geschreven, is “academisch robuust […] zonder wetenschappelijk te zijn” (pagina 215) en is daarmee juist ook buiten de haven van Den Helder het aanbevelen waard. Met name de stukken over het Korps Mariniers, speciale operaties e.d. maken het boek een must voor het nachtkastje van de doorgewinterde pleun die nog niet doorheeft dat de marine je wereld vergroot.

De LMO draagt voor ondergetekende absoluut bij aan een positieve beeldvorming rond de Koninklijke Marine. Het boek is doorspekt met historische voorbeelden (evenals de LDP’s), maar opent voornamelijk de ogen wat betreft esprit de corps (breed uitgemeten bij het Korps Mariniers, dat doorheeft dat de mens op het gevechtsveld de bepalende factor is), blauwwater- versus bruinwater-operaties, expeditionair optreden en Effects Based Operations (pagina 41 t/m 45). En zelfs op het gebied van ogenschijnlijk onbenullige vaktermen (operationele omgeving, Ship-To-Objective-Manoeuvre e.v.a.) is de LMO zéér bruikbaar.

Terug naar Boven of naar Startpagina Leeswijzer of naar Homepage

 

LEREN LEIDEN -FRITS CONIJN

titel

Leren leiden. Korps Mariniers: 350 jaar een bron van talent

auteur

Frits Conijn

ISBN

9789082411805

jaar

2015

pagina's

214

uitgeverij

De Vrije Uitgevers

 

 

 

Terug naar Boven of naar Startpagina Leeswijzer of naar Homepage

 

LESSEN IN WAANZIN - IVAN VAN CANT

titel

Lessen in waanzin. De belevenissen van een Belgisch waarnemer in ex-JoegoslaviŽ

auteur

Ivan van Cant

ISBN

9789072547248

jaar

1995

pagina's

224

uitgeverij

De Krijger

 

 

Tijdens het Belgische voorzitterschap van de Europese Unie in de tweede helft van 1993 werkt Ivan van Cant als persverantwoordelijke in de diplomatieke staf van de European Community Monitor Mission (ECMM) in voormalig JoegoslaviŽ.

Hij reist vooral met internationale journalisten rond in BosniŽ en KroatiŽ.

Na zijn terugkomst schrijft hij in 1994 tijdens zijn vrije uren aan een manuscript over de belevenissen van twee Belgische kapiteins op de Balkan.

Terug naar Boven of naar Startpagina Leeswijzer of naar Homepage

 

LEVEN MET PTSS - ROY KOLMER

titel

Leven met PTSS. Het ware verhaal van een BosniŽ-veteraan

auteur

Roy Kolmer

ISBN

9789048428830

jaar

2013

pagina's

162

uitgeverij

Free Musketeers

 

 

Roy Kolmer is een BosniŽ-veteraan die in 1996 uitgezonden is geweest naar voormalig JoegoslaviŽ.

Dit boek is gebaseerd op feiten en gebeurtenissen zoals die hebben plaatsgevonden tijdens de oorlog in dit prachtige, maar verscheurde land. Al snel blijkt dat Kolmer PTSS heeft opgelopen door de oorlog waarin hijzelf voor vrede en veiligheid gevochten heeft.

Bij thuiskomst is de veiligheid ver te zoeken en barst de oorlog in hemzelf los. In 'Leven met PTSS' valt te lezen hoe hij samen met zijn gezin voor een zo normaal mogelijk bestaan knokt.

Terug naar Boven of naar Startpagina Leeswijzer of naar Homepage

 

LEVEN NA URUZGAN - NIELS ROELEN

titel

Leven na Uruzgan

auteur

Niels Roelen

ISBN

9789048816392

jaar

2013

pagina's

272

uitgeverij

Carrera

 

Gewaagd! Dat is 'Leven na Uruzgam'.

Nadat ik het boek uit had, was het eerste waaraan ik dacht Hans Teeuwens 'De Jostiband': "Maar ik hou van mooie muziek. Met gevoel gespeeld, door musici die hun instrument meester zijn en bereidt zijn daar moeite voor te doen. Daar hou ik van." Vervang muziek door literatuur en dit gaat absoluut op voor Roelens nieuwste pennenvrucht.

Vooral dat “met gevoel geschreven” hakt erin. Voor mij is dit boek een flash-back, soms een déjà vu, waarin de herkenbaarheden elkaar razendsnel opvolgen. Been there, done that, got the t-shirts.

‘Leven na Uruzgan’ is het leerproces van kapitein Vik de Wildt, waarin privé en professie gehusseld worden en langzaamaan ontvlecht raken. Vik komt terug in november 2007 – dezelfde maand waarin de korporaal Ronald Groen in de Afghaanse provincie door een bermbom om het leven kwam. Hoewel het boek een roman is, fictie, lijkt ze in veel gebaseerd op de werkelijkheid van de auteur na Uruzgan. Bildung en Weiterbildung matten met elkaar.

Het is gemakkelijk om in Vik de Wildt het alter ego van Niels Roelen te zien. Als je dit gevaar negeert, lees je de lotgevallen, de naakte waarheden, van landmachtofficier Vik, zijn Fleur, Daan en Lot. Terug uit Uruzgan is Vik, zwak uitgedrukt, mentaal gesloopt. Hijzelf, Lot en de rest van zijn omgeving voelen dit. (Vrouwen voelen, mannen geven dat gevoel beredeneerd een plekje.) Er lijkt hier geen tijd en ruimte voor leugens.

Vik is Nederland en zijn gezin niet meer gewend, ontgroeid misschien, en toch is dat niet dé uitdaging. Dat is dat hij zijn collega’s - op wie hij onder de grootste shit-omstandigheden kon bouwen - niet ontwent. En de spanning maar niet afbouwt. Zijn maten in Afghanistan zijn hechter dan zijn gezin geworden. Thuis stapt hij weer binnen in de ongoing daily business van zijn gezin-1 – dat ook zijn leven was en weer zou kunnen zijn. Een gezin dat met hem meeleefde én niet stopte met zelf te leven.

De verwarring is groot, omdat hij thuis stilstaat, zijn plekje moet ‘heroveren’. In de aandacht voor de missie – die niet dezelfde is als de aandacht voor zijn gevoelens – deelt hij alleen minieme puzzelstukjes, zoals de feiten in het filmpje dat hij bij thuiskomst laat zien. Te dichtbij komen mag niemand, ook Lot niet, die haar best doet te begrijpen wat hij allemaal heeft meegemaakt. Waar hij begrip verwacht, krijgt hij gezeur. Als lezer voel je al snel dat een huwelijk van tien jaar aan een zijden draadje hangt.

De voorspelbare, goedbedoelde, op den duur irriterende vragen over de missie beantwoordt hij oppervlakkig. Afghanistan was warm en stoffig, bijzonder. “Heb je weleens iemand doodgeschoten?”

Door de rush van adrenaline en endorfinen heeft Vik geen rust. Zelfs als Lot goedbedoeld een weekje op een vakantiepark heeft geboekt, druipt het enthousiasme er bij hem niet af. In rusteloosheid telt hij de dagen af. Thuiszitten maakt hem gek: het vertrouwen is niet (meer) hetzelfde als in Uruzgan. In de vertrouwdheid van de groep soldaten voelde hij zich “een belangrijk onderdeel van een groter geheel”.

Hij had geleefd in Sorkh Morghab, op de post in Poentjak en achter het muurtje in Sjingola. Belandde zijn leven vóór Uruzgan al op een dood spoor? “Misschien verlangde hij daarom wel terug naar Afghanistan. Waar meer dood is, is het leven schaarser en dus ook meer waard.” (p. 46)

Zin om over zichzelf te praten heeft hij niet. Hij heeft al moeite genoeg om in de ruststand te overleven. En iedere wielrenner weet: van topsnelheid naar surplace is niet goed voor de derailleur.

Lot en hij twijfelen aan hun relatie, Vik is zoekende of hij “in dit leger” nog wel officier wil blijven. Hun therapie voor beter wederzijds begrip na de missie, breekt hij af. Maar hij blijft militair. Intussen zorgt zijn verslaving aan hormonale verlangens – “Dopamine, adrenaline, endorfinen en testosteron bepalen het doen en laten van de mens. Toegeven dat onze hormonen sterker zijn dan ons brein betekent toegeven dat we in feite niet veel intelligenter zijn dan een hond of kat.” – voor een verlangen naar een spanning die hier niet is. Wat er niet is, is een probleem. Wat een probleem is, los je op.

Vik ontdekt de ‘oplossing’ in een nieuwe 3D: drank, drugs en dj’s. Inclusief vreemdgaan. Dat raakt wél aan de spanningsbehoefte die is veroorzaakt door Uruzgan en door de 'oppervlakkigheid' thuis. Ideale uitvluchten om niet meer over gevoelens te kúnnen praten.

‘Leven na Uruzgan’ hakt erin: Niels Roelen is met Vik de Wildt heel erg dichtbij mij gekomen, zo close dat ik er koppijn van kreeg. (Let wel: Vik kan niet liegen over Uruzgan omdat Vik een creatie is die leeft in het hoofd van de schrijver en zijn lezers.) Misschien verklaart ook mijn allergie voor onzin die pijn. Alle lof dus voor Niels Roelen, die opnieuw een must-read heeft geschreven zonder de angst om voor die gedachte, die vrijheid, gestraft te worden. Probeer dat maar eens in Uruzgan.

Terug naar Boven of naar Startpagina Leeswijzer of naar Homepage

 

LIEFDE ONDER VUUR - PATRICIA VAN DEN BROEK

titel

Liefde onder vuur

auteur

Patricia van den Broek

ISBN

9789086450282

jaar

2008

pagina’s

150

uitgeverij

Nieuwland

 

De interviewbundel 'Liefde onder vuur' brengt voor het eerst interviews van uitgezonden militairen met hun partners.

In 13 portretten komen onder meer Jaaike Brandsma uit Almere, de eerste vrouwelijke militair die bij een zelfmoordaanslag in Uruzgan ernstig gewond raakte, Mans Spoor, de weduwe van generaal Spoor die overleed tijdens de politionele acties in Nederlands-Indië ("De meeste kerels vervelen snel. Simon niet"), Claire Rosier, de vrouw van de in Afghanistan gesneuvelde Martijn Rosier (“Iedereen vindt één keer in zijn leven de ware liefde. Ik heb de mijne gehad.”) en marinier Teus Bosch – de man die zijn huis zijn bunker noemt omdat hij daar bescherming tegen de buitenwereld vindt – aan bod.

Zowel de militairen als hun geliefden vertellen op welke manier een uitzending hun leven heeft beïnvloed. Sommigen worstelen met de gevolgen van een posttraumatisch stresssyndroom, bij anderen bloeide de liefde op.

Het zijn, in elk geval voor mij, even herkenbare als indrukwekkende emoties, want het prachtige beroep van militair is hoe dan ook sterk van invloed op een relatie. De pijn bij het vertrek, het verlangen tijdens de missie en de tranen bij het weerzien zijn gebleven.

Zelf schreef ik eerder over ‘Liefde onder vuur’ onder andere het volgende:

“De realiteit heeft het idealisme ingehaald: door die emoties uit te schakelen, raakte ik afgestompt, opvliegerig en onverdraagzaam. Dat afgestompte sla je er niet meer uit, de opvliegerigheid en onverdraagzaamheid komen nog wel eens bovendrijven. Wat vooral overblijft zijn cynisme, hardheid en boosheid.

Ik kan zomaar boos worden op de nonsens waarmee sommige mensen – mensen die het simpelweg erg goed hebben en geen enkele reden tot klagen – zich nodeloos druk maken over futiliteiten. In het kalme Nederland aard ik lang niet meer zo goed als voorheen. Ik kan getriggerd worden door de vreemdste dingen, zoals een baby wordt geprikkeld door kleurtjes en geluidjes, waardoor mijn stemming kan omslaan als het weer in de bergen…”

Terug naar Boven of naar Startpagina Leeswijzer of naar Homepage

 

LIST OF BEDROG - JAN SCHULTEN

titel

List of bedrog. Strategemen uit de krijgskunde en het zakenleven

auteur

Jan Schulten

ISBN

9789026962769

jaar

1992

pagina's

160

uitgeverij

De Haan (Unieboek/Spectrum)

 

 

 

Terug naar Boven of naar Startpagina Leeswijzer of naar Homepage

 

LOGISTIEK ONDER DE TROPENZON - BOB CATS & HENK VAN DEN BERG

titel

Logistiek onder de tropenzon. De verzorgende diensten van KNIL en KL in Nederlands-IndiŽ 1946-1950

auteur

Bob Cats & Henk van den Berg

ISBN

9067075531

jaar

2003

pagina’s

208

uitgeverij

De Bataafsche Leeuw

 

Logistiek is hard werken: de ruggengraat zonder welke een krijgsmacht niet kan functioneren. Het is de ‘tail’ die de operationele inzetbaarheid van de ‘teeth’ bepaalt. In Nederlands-Indië bedroeg de Nederlandse krijgsmacht – landmacht, KNIL en marine – op het hoogtepunt van haar inzet 175.000 (!) militairen.

Één op de zeven van hen – in het najaar van 1947 zo’n 16.000 – zorgde ervoor dat voeding, kazernering, BOS en transport werden gerealiseerd. De overkoepelende organisatie die dit alles regelde, was de Kwartiermeester-generaal (KMG), zeg maar: het hoofd materiële voorziening van het Nederlandse leger, van 1947 tot 1950 verantwoordelijk voor aankoop en onderhoud van alle materieel.

De KMG was na de oorlog, in ’46, geschoeid op de leest van het Britse legersysteem. De KMG, onder leiding van generaal-majoor J.J. Mojet, was hiervan de logistieke zuil (beide anderen waren Operatiën en Personeel), en die had in de Oost de handen vol. De vele kilometers rijden over schier onbegaanbare wegen en door tropentranspiratie vaker dan normaal te bewassen kleding, zorgden bijvoorbeeld dat voertuigen en gevechtskleding stukken harder sleten dan onder ‘normale’ omstandigheden in Nederland.

De tropische omstandigheden maakten het werk van de vele duizenden logistici er dan ook niet gemakkelijker op. Zeker niet als ze het personeel moesten voorzien van zeildoekse schoenen of ‘Japanse sokken’, zachte biscuits en muffe sigaretten. Normaal herstel van voertuigen was er veelal niet bij: reservedelen als accu’s, banden en overige elementaire onderdelen kwamen niet of te laat aan, waardoor de techneuten niet anders konden dan het stilgevallen wagenpark te kannibaliseren.

Een hels karwei in een heksenketel, nog eens werd verhevigd door beide Politionele Acties, Product en Kraai. De KMG leverde de “grootste logistieke inspanning die het Koninkrijk ooit overzee ondernam” (p. 11). Zonder logistiek stond, juist onder de tropische omstandigheden in het overzeese gebiedsdeel, alles stil. Niet in het minst omdat de KNIL-militairen, die na het einde van W.O. II uit krijgsgevangenschap waren teruggekeerd, het leger opnieuw hadden moeten opbouwen, herscholen en reorganiseren.

Dat de logistieke organisatie zo essentieel was als water voor een zwerver in de woestijn, begrijpt iedereen. Zeker ook de auteurs, majoor titulair b.d. Bob Cats en reserve luitenant-kolonel b.d. Henk van den Berg. Hoewel beiden genoegzaam bekend zijn met de materieelvoorziening, instandhouding en verzorging (verpleging) van de Nederlandse strijdmacht in het tempo doeloe, en hun boek aan vele onderwerpen aandacht besteed, is het wat mij betreft toch te veel in fragmenten geschreven.

Dat beeld wordt met name veroorzaakt door de vele kadertjes die zaken uit de hoofdlijn uitlichten. Daarmee is het boek, ondanks de thematische hoofdstukindeling, niet overzichtelijk genoeg om in één ruk uit te lezen. De vele zijwegen kunnen het boek weliswaar interessant maken, maar helder voor de rode lijn van het boek is het niet. Bovendien ontbreekt jammer genoeg een index, waardoor iets snel opzoeken niet tot de mogelijkheden behoort.

Toch hoort dit boek in alle boekenkasten thuis van hen die geïnformeerd willen zijn over het wel en wee van de grootste expeditionaire operatie die de Nederlandse krijgsmacht ooit heeft uitgevoerd… en zal uitvoeren.

Terug naar Boven of naar Startpagina Leeswijzer of naar Homepage

 

LUCHTLANDINGSTROEPEN - CHARLES MacDONALD

titel

Luchtlandingstroepen (orgineel: Airborne)

auteur

Charles MacDonald

ISBN

9002136684

jaar

1977 (origineel: 1970)

pagina's

160

uitgeverij

Standaard Uitgeverij

 

Zie ook: airborne.

Terug naar Boven of naar Startpagina Leeswijzer of naar Homepage

 

WAT ZEGGEN DE STERREN?
Absoluut lezen
Een aanrader
Redelijk goed
Niet eerste keus
Beter nooit lezen*

(* troep, tinnef, rommel, bagger)

Terug naar Boven