LEESWIJZER
Terug naar de homepage
 

Maak uw keuze uit de hieronder getoonde alfabetische lijst

Boeken gezocht!

 

MAJOOR-ARTS TIDDO REDDINGIUS IN ALBANESE KRIJGSDIENST - JOHN VAN M‹HLEN

titel

Majoor-arts Tiddo Reddingius in Albanese krijgsdienst. Maart-augustus 1914 als deelnemers aan Nederlandse vredesmissie

auteur

John van MŁhlen

ISBN

9789089546180

jaar

2014

pagina's

146

uitgeverij

Elikser

Na lezing van dit boek van oud-marineman en -diplomaat John van MŁhlen blijkt de Balkan eens te meer al tenminste een ruime eeuw het kruitvat en afvoerputje van Europa. Na twee Balkanoorlogen aan het begin van de 20ste eeuw sticht de internationale gemeenschap in AlbaniŽ een onafhankelijke staat. Althans, in naam. In 1914, aan de vooravond van een alom gevreesde Europese oorlog, staat AlbaniŽ onder internationale supervisie, geleid door de 'neutrale' Duitse prins Wilhelm zu Wied.

Hoewel de voortekenen alleszins pessimistisch zijn, stuurt de internationale gemeenschap, met Nederland voorop, militairen naar de Balkanstaat om er een gendarmerie op te richten en zo'n vijfduizend gendarmes te rekruteren en op te leiden. Het doel is de binnenlandse orde te herstellen en de openbare orde te waarborgen. Nederland stuurt een contingent onder leiding van generaal-majoor De Veer en kolonel Lodewijk Thomson naar de eerste Nederlandse vredesmissie in de geschiedenis: de Mission Nťerlandaise en Albanie (NMA).

In de kunstmatig gecreŽerde staat is vrede een waar vloekwoord; al snel blijkt het een opbouw- in plaats van een vredesmissie, en dan nog een zťťr moeizame. Bij bosjes deserteren de eenmaal gerekruteerde gendarmes, vijandige buren als Griekenland, Montenegro en ServiŽ hebben er baat bij het vredesproces te traineren en binnenslands lopen moslimopstandelingen - teleurgesteld door de val van het Ottomaanse Rijk - te hoop tegen regeringsgezinden, buitenlandse vrijwilligers uit vooral Duitsland, Oostenrijk en RoemeniŽ en stammen uit het noorden van het land.

Als de Nederlandse officier van gezondheid 2de klasse majoor Tiddo Reddingius voet aan Albanese wal zet, is het nieuwbakken koninkrijkje feitelijk al op sterven na dood. Ook een militair arts kan dit proces in z'n eentje niet stoppen. De maximaal drie jaar die de NMA van Koningin Wilhelmina in Albanese krijgsdienst mag zwoegen, wordt bij lange niet gehaald. Zelfs opbouw blijkt te veel eer voor het fragiele land.

Toch zet Reddingius zijn beste beentje voor: geassisteerd door onder meer zijn sergeant-verpleger Jan van Vliet moderniseert hij eerst in Valona (VlorŽ) en vanaf mei 1914 in Durazzo (DurrŽs) het lokale hospitaal. Zelfs als de opstandelingen massaal uit de loopgraven buiten de stad komen en de buitenlanders direct aangrijpen, staat Reddingius kalm, onvermoeid en zelfopofferend zijn mannetje, als een ware held.

Nadat kolonel Thomson op 15 juni door de opstandelingen is gedood, nemen de schermutselingen almaar toe. Prins Zu Wied wil koste wat kost het koninkrijkje blijven besturen, maar het moreel van de NMA is dan al zoek. AlbaniŽ heeft geen enkel zicht op ťchte vrede en de NMA is verworden tot een vechtmissie.

Een illusie armer vertrekken de Nederlanders. Door tegenwerking van de internationale gemeenschap - met een irreŽel Balkanbeleid dat is gericht op een onmogelijke Europese machtsbalans en de allesbehalve eensgezinde grote Europese mogendheden - en het vroegtijdig afhaken van teveel Albanese gendarmes, was de eerste Nederlandse vredesmissie, met de kennis van nu, tevens de eerste onuitvoerbare missie. Overigens steeds met grote waardering voor onze militairen.

Het is diezelfde waardering die ook de schrijver van dit boek ten deel valt. Met behulp van een veertigtal brieven die Reddingius aan zijn vrouw Annette schreef, slaagt Van MŁhlen erin de militair arts Tiddo Reddingius definitief aan het genadeloze afvoerputje van de Nederlandse krijgsgeschiedenis te onttrekken. Een alleszins waardig eerbetoon.

Terug naar Boven

MATTERHORN - KARL MARLANTES

titel

Matterhorn. Roman over de oorlog in Vietnam

auteur

Karl Marlantes (vertaling: Otto Biersma)

ISBN

9789029087292

jaar

2011 (origineel: 2010)

pagina’s

576

uitgeverij

Meulenhoff

 

 

 

Terug naar Boven

 

MAURITS, PRINS VAN ORANJE - J.J.G. BEELAERTS VAN BLOKLAND

Omslag van 'Maurits, Prins van Oranje'

titel

Maurits, Prins van Oranje, Graaf van Nassau, Redder van de Republiek, 1567-1625

auteur

Jonkheer J.J.G. Beelaerts van Blokland

ISBN

9090125574

jaar

1999

pagina’s

210

uitgeverij

eigen beheer

 

Prins Maurits is de "founding father" van de Nederlandse krijgsmacht. Alleen al daarom is een boekwerk over deze leger-vernieuwer voer voor iedere hedendaagse militair.

Brigade-generaal titulair b.d. jonkheer Jan Jacob Gerard Beelaerts van Blokland, zelf gezegend met een uitmuntende staat van dienst - Engelandvaarder, daarna in Londen gestationeerd, strijdmakker en vriend van Z.K.H. Prins Bernhard en in de Tweede Wereldoorlog pelotonscommandant van de Prinses Irene Brigade - schreef een prachtig boek over ťťn van de hoofdpersonen uit de Nederlandse krijgsgeschiedenis.

Prins Maurits redde Nederland uit een penibele militaire toestand; uiteindelijk versloeg Nederland grootmacht Spanje dankzij het gevoerde beleid van Maurits en de zijnen.

Jonkheer Beelaerts van Blokland is op 14 november 2005 overleden.

Terug naar Boven

 

MEDIC - JOHN NICHOL & TONY RENNELL

Omslag van 'Medic. Saving Lives - from Dunkirk to Afghanistan'

titel

Medic. Saving Lives - from Dunkirk to Afghanistan

auteurs

John Nichol & Tony Rennell

ISBN

9780141024202

jaar

2009 (Viking)

pagina's

422

uitgeverij

Penguin Books (2010)

 

 

 

Terug naar Boven

 

MEMOIRES VAN EEN INFANTERIEOFFICIER - SIEGFRIED SASSOON

Omslag van 'Memoires van een infanterieofficier' - Siegfried Sassoon

titel

Memoires van een infanterieofficier (origineel: 'Memoirs of an Infantry Officer')

auteur

Siegfried Sassoon

ISBN

9789074328609

jaar

2003 (origineel: 1937)

pagina's

442

uitgeverij

IJzer

 

 

 

Terug naar Boven

 

MET STILLE TROM - MARLEEN TEUGELS

Omslag van 'Met stille trom'

titel

Met stille trom. De naweeën van de nieuwe oorlog

auteur

Marleen Teugels

ISBN

9038874278

jaar

2002

pagina’s

348

uitgeverij

Nijgh & van Ditmar

 

Toevalligerwijs komt de Vlaamse freelance-onderzoeksjournaliste Marleen Teugels - die onder meer werkt voor de Belgische bladen De Morgen en Knack - in aanraking met het leed van zieke Belgische Balkan-veteranen. En... met de Duitse arts Siegwart-Horst Günther, die in 1996 het boek ‘Uran-Geschosse, Schwergeschädigte Soldaten, mißgebildete Neugeborene, sterbende Kinder’ schreef over het gebruik van verarmd uranium (depleted uranium, DU) in Irak.

Ook in de oorlogen in voormalig JoegoslaviŽ, Kosovo en MacedoniŽ is DU gebruikt. Overigens komen niet alleen de gevolgen van DU in Teugels’ boek aan bod, ook bijvoorbeeld de (psycho)somatische en (somato)psychische consequenties van stress op het slagveld.

In anderhalf jaar onderzoek over de medische gevolgen van moderne oorlogvoering, heeft Teugels de ziektebeelden van de blauwhelmen op de Balkan geprojecteerd op het klachtenbeeld van militairen die in de Golfregio hebben gediend. Opmerkelijk veel militairen hebben gelijkluidende klachten: concentratiestoornissen, lichamelijke pijnen en chronische vermoeidheidsklachten.

Terug naar Boven

 

MICHIEL ADRIAENSZ. DE RUYTER. BESTEVAER 1607-1676 - J.G. KIKKERT

titel

Michiel Adriaensz. De Ruyter. Bestevaer 1607-1676

auteur

J.G. Kikkert

ISBN

9789059115293

jaar

2007

pagina's

128

uitgeverij

Uitgeverij Aspekt

 

 

 

Terug naar Boven

 

mijn jaren als bevelhebber - hans couzy

Omslag van 'Mijn jaren als bevelhebber'

titel

Mijn jaren als bevelhebber

auteur

H.A. Couzy

ISBN

9025408397

jaar

1996

pagina’s

184

uitgeverij

L.J. Veen

 

Geen lastpak, geen dwarsligger. Naar mijn mening was luitenant-generaal Hans Couzy juist zo'n generaal die het voor zijn mensen opnam. Maar in Nederland geldt: als je hoofd boven het maaiveld uitsteekt, moet je op het hakblok. In zijn autobiografie ‘Mijn jaren als bevelhebber’ komt Couzy er, in zijn algemeenheid, vanaf als een loyale officier met fair play. Het feit dat hij in discussies buiten het Haagse Plein en de Tweede Kamer “op de militaire praktijk gestoelde” interpretaties had, bracht hem wel eens in conflict met zijn superieuren.

Ik geef het je ook te doen: afschaffing van de (opkomstplicht van de) dienstplicht, Prioriteitennota, Task Force Doelmatigheid, Couzy-test, Srebrenica. Dit allemaal gaat je niet in de koude kleren zitten. Het is intussen gesneden koek voor Defensie-watchers, maar Couzy heeft er tijdens zijn aanzitten als Bevelhebber der Landstrijdkrachten onder andere voor gezorgd dat de beleidsmatige en uitvoerende taken in het vervolg strikt werden gescheiden. De Koninklijke Landmacht kreeg een sturingsconcept met dito managementtools dat was gebaseerd op een door hem georganiseerde brainstormsessie tussen topmilitairen en captains of industry. Zo stond de BV Nederland mede aan de wieg van de gedaantewisseling van de KL.

Zijn interpretatieverschillen met Gmelich Meijling, Ter Beek en Voorhoeve waren niet talrijk, maar haalden wél consequent de media. Hierin werd de ambtelijk-militaire bonje altijd afgedaan als een communicatiestoornis, geheel in de lijn van het nieuwe sturingsconcept. Maar er was écht een haat-liefdeverhouding tussen de Defensietop en de topambtenarij van het departement. Misschien was het onderliggende probleem dat Couzy van zijn hart geen moordkuil maakte als hem in de praktijk werd ‘gedwongen’ zijn stem te verheffen als buitengewoon deskundige.

Gelukkig voor hem zijn de oprichting van het 1ste Duits-Nederlandse legerkorps én de overgang naar het huidige beroepsleger wél van een leien dakje gegaan. Helaas voor Couzy heeft hij tijdens zijn periode als oppercommandant van de KL moeten afsluiten met het debacle-Srebrenica. Waar hij oordeelde dat de 25 mm-snelvuurkanonnen moesten worden vervangen door .50-mitrailleurs, ging één aspect van de benodigde robuustheid van Dutchbat overboord. Ook was tenminste één bataljon van de inderhaast opgebouwde Luchtmobiele Brigade bij lange na niet in zijn geheel inzetbaar was voor de, zo is achteraf gebleken, kans- en vruchteloze ‘verdediging’ van Srebrenica. Het is lariekoek te veronderstellen dat zelfs mét Oerlikons, helikopters en 120 mm-mortieren Dutchbat-III enige kans had gemaakt, gegeven het toenmalige mandaat.

Het personeel van de landmacht in het geheel én Dutchbat in het bijzonder is dan ook, voorzover ik dat kán bezien, goed af geweest met een bevelhebber als Couzy. Wat communicatie en timing betrof, kon het bevelhebberschap van Hans Couzy niet gelukkiger – zeker bekeken door de bril van nu én absoluut als afsluiting van een 38-jarige carrière als artillerist.

Terug naar Boven

 

mijn MEMOIRES - KAPITEIN RAYMOND WESTERLING

titel

Mijn mémoires

auteur

kapitein Raymond Paul Pierre Westerling

ISBN

 

jaar

1952

pagina’s

308

uitgeverij

P. Vink (Antwerpen-Amsterdam)

 

‘Mijn memoires’ is geen gemakkelijk boek. Wèl om te lezen, niet om uit te leggen in relatie tot wat wij NU van Westerling (denken te) weten. Weliswaar geldt elk egodocument als een privaat domein, maar voor memoires geldt bovendien dat zij gericht is op gebeurtenissen waarvan iemand getuige is geweest. Dat maakt Westerling’s memoires natuurlijk zéér interessant. Hoe subjectief zijn boek ook wordt geïnterpreteerd, de voorvallen waaraan hij heeft deelgenomen blijven tot op de dag van vandaag belangwekkend voor de geschiedschrijving van het nog altijd verafgode of juist verguisde leven van ‘De Turk’.

Westerling blijkt in alles een geboren commando.

Het beeld dat uit zijn memoires opwalmt draagt bij tot de legendevorming, maar of die altijd berust op de waarheid blijft de vraag. In ‘Mijn memoires’ verdedigt hij de zuiveringsoperaties op Zuid-Celebes: terreur bestrijden met contraterreur. Die verdediging is niet vreemd: als rechtgeaard commando met een bijzondere opdracht, in opdracht van generaal Simon H. Spoor, verwacht je niet dat je tijdens die opdracht wordt geconfronteerd met landgenoten of medekrijgers die daar anders over denken.

Wat wij NU van Raymond Westerling weten is voor het grootste deel afkomstig uit zijn schrijverij en de overlevering. De weinig milde kritiek uit linkse kringen over 40.000 door hem op Zuid-Celebes over de kling gejaagde inlanders is in elk geval apert onjuist (zie kader). Volgens ‘Mijn mémoires’ was Westerling even ongecompliceerd als pretentieloos.

Luitenant-kolonel dr. Muhammad Natzir Saïd, die aan de Selayang Pandang Universitas Hasanuddin te Ujung Pandang geschiedkundig onderzoek verricht naar de Indonesische strijdkrachten, heeft onderzocht dat het genoemde getal van 40.000 slachtoffers op Zuid-Celebes destijds door Indonesië is gebruikt als propagandamaatregel tegen de Nederlanders.

Uit onderzoek van Natzir Saïd is gebleken dat op Zuid-Celebes in de periode december 1946 - februari 1947 in totaal 256 Indonesische doden te betreuren waren. Dit is dus tijdens de acties van kapitein Westerling en het Korps Speciale Troepen.

De officiële verklaring is op 13 april 1977 door Natzir Saïd gestuurd aan Raymond Westerling zelf.

Download hier de verklaring van luitenant-kolonel Muhammad Natzir Saïd aan kapitein Raymond Westerling (1,67 MB)

(Met dank aan Gerard de Boer)

Vooruit, beroepsdeformatie en vakidiotie kunnen hem niet ontzegd worden, maar hij was “een rechtvaardige wreker” (p. 95), geleid door “opwinding, activiteit en gevaar” (p. 39). Een man die geen geheim maakte van de beste militaire tactieken:

  • “[…] boven alles: om zich nooit te laten omsingelen” (p. 118)
  • “[…] geen expeditie ondernemen zonder grondige voorbereiding” (p. 137)
  • “[…] mijn stelregel om steeds het terrein te verkennen, alvorens me erop te wagen” (p. 126)
  • “De executie van één misdadiger zou de redding kunnen betekenen van honderden onschuldige mensenlevens” (p. 130)
  • “Ik meende, dat de beste verdediging tegen een aanval bestond in te trachten niet te worden aangevallen.” (p. 64)

Mede hierdoor gebeurde het, in Westerling’s woorden, zelden “dat méér dan drie of vier van de bendeleiders […] ter dood veroordeeld werden.” (p. 141) Tijdens de eigenlijke zuiveringen op Zuid-Celebes, voltooid in precies 2 maanden, leidde Westerling 11 operaties, “waarbij nog geen 600 terroristen tijdens de gevechten sneuvelden of werden geëxecuteerd. Van mijn eigen 123 mannen, verloor ik er 3.” (p. 152). Of het zo gegaan is en niemand door zijn toedoen “nodeloos of ten onrechte” (p. 155) is gestorven, laat ik in het midden. Ik was er niet bij.

Westerling was volgens zijn lezing bepaald niet een “bloeddorstig monster”, destijds beschuldigd van de slachting op 42.000 (sic!) onschuldige burgers. Het is geen vreemde gedachte dat Westerling, zowel door de internationale gemeenschap als Nederland, is misbruikt… voor het ontbreken van gedurfde actie aan gene zijde. De toepassing van contraterreur door het Korps Speciale Troepen (KST) was zowel van hoger hand gevraagd als broodnodig om het machtsvacuüm in “een soort niemandsland” (p. 70) op te vullen.

Die afwezigheid van gezag ontstond na de Tweede Wereldoorlog, toen de (voormalige) Japanse bezetter de terroristen heimelijk bewapende, de Britten daaraan weinig konden doen, Soekarno onder die terroristen soldaten rekruteerde voor zijn republikeinse leger en de Nederlandse KNIL daar eerst niets aan MOCHT doen en later niets aan KON doen.

Dat je dan in Polonia commando’s opleidt, die vervolgens – gebruikmakend van het psychologisch voordeel op de inlander, die bang is voor het duister – ’s nachts bij verrassing terroristen overrompelt en zo de ‘gewone’ inlander, de tani, voor je kunt winnen, omdat deze eindelijk bevrijd is van de terreur – is zeer begrijpelijk. Dat Westerling met deze acties politiek vuur trok is even vanzelfsprekend.

Zijn latere acties met de APRA, waarin hij niet meer dan een aangeprate ‘Rechtvaardige Vorst’ was, moeten in ditzelfde licht worden gezien. Westerling, die aan Spoor kenbaar maakte genoeg te hebben “van de nutteloze opdrachten om militaire successen te behalen, die door politieke mislukkingen weer ongedaan werden gemaakt” (p. 189), daarom niet deelnam aan de 2de Politionele Actie en zijn ontslag indiende, pleegde vervolgens met 500 APRA-mannen en een paar secties KNIL op 23 januari 1950 een coup op de stad Bandoeng. Door gebrek aan wapens – omdat het wapenarsenaal van het KNIL niet konden worden bemachtigd – liep de hele actie spaak…

Diezelfde Spoor zou Westerling eind 1948, althans volgens de auteur, voor de vierde maal hebben voorgedragen “voor de hoogste Nederlandse onderscheiding”; en diezelfde Spoor zou – volgens kwade tongen – de APRA de totstandkoming van de eenheidsstaat Indonesië hebben laten dwarsbomen. Waarom schrijft Westerling anders dat Spoor zich realiseerde dat APRA “een leidende rol zou kunnen spelen bij de toekomstige vormgeving van dit deel van de wereld” (p. 217)?

Westerling als drager van de Militaire Willemsorde gaat menigeen NU misschien te ver, niet ontkend kan worden dat zijn verrichtingen indertijd, in dat tijdsgewicht, in dat perspectief, altijd in het oog hebben gelopen (je wordt nu eenmaal geen kapitein op je 27ste); dat hij als één der weinigen erin slaagde om de diepgewortelde afkeer van de inlanders van alles wat vreemd is – met op de eerste plaats de Europeaan – te doorbreken; en dat hij met zijn ‘oog om oog, tand om tand’ uiteindelijk meer mensenlevens heeft gespaard dan verwoest.

Kapitein Raymond Westerling op pagina 90 van 'Mijn mémoires'

Terug naar Boven

 

MIJN OPA WAS EEN DUITSER - ALEX DEKKER

titel

Mijn opa was een Duitser. Een Hollands-Duits familiegeheim

auteur

Alex Dekker

ISBN

9789089751584

jaar

2011

pagina's

206

uitgeverij

Just Publishers

 

 

 

Terug naar Boven

 

MIJN RUITERS - MARIEN DE JONGE

titel

Mijn Ruiters. Ervaringen als commandant van het 4e Eskadron Pantserwagens, Huzaren van Boreel, tijdens de Politionele Acties (1947-1949) in toenmalig Nederlands-Indië

auteur

Jhr. Mr. M.W.C. (Marien) de Jonge, kolonel der cavalerie b.d.

ISBN

9789081354219

jaar

2008

pagina’s

338

uitgeverij

Stichting Cultureel Erfgoed De Jonge (Zierikzee)

  

Laat ik met de deur in huis vallen: ‘Mijn Ruiters’ is in vele opzichten steengoed. Goed geschreven in een soms ietwat archaïsche en formele stijl en mooi hardcover uitgegeven. Boven alles bevat dit boek een uitermate boeiend stuk krijgsgeschiedenis dat op deze manier niet de kans zal krijgen in de vergetelheid te raken.

De standaard van het Regiment Huzaren van Boreel is dankzij de in dit boek beschreven operationele periode aangevuld met het opschrift ‘Java en Sumatra 1946-1949’, wegens het deelnemen van twee verkenningsregimenten en dertien zelfstandige eskadrons aan krijgsverrichtingen in het voormalige Nederlands-IndiŽ. In en rond Bandoeng, Bentokan, Karangpandan, Solo, Tjisoeroe en Wonogiri op Midden-Java opereerde het 4e Eskadron Pantserwagens (4 EskPaw) van de toenmalige reserve-officier, ritmeester De Jonge.

Er zijn overigens meer onderbouwingen waarom dit boek zeer lezenswaardig genoemd mag worden – het wordt niet voor niets aanbevolen door professor Cees Fasseur en Commandant der Strijdkrachten, generaal Peter van Uhm – en verplicht leesvoer voor collega's moet zijn.

De auteur van 'Mijn Ruiters': jonkheer mr. Marien de Jonge, kolonel der cavalerie buiten dienst.

  

Zo worden de belevenissen van Jhr. Mr. De Jonge afgewisseld met de onvermijdelijk aan Nederland gekoppelde geschiedenis die van de VOC-archipel in Zuidoost-AziŽ achtereenvolgens Nederlands-IndiŽ en IndonesiŽ maakte. Variaties in de verteltrant vloeien naadloos in elkaar over; alleen de politiek getinte analyses die in het verhaal zijn verweven worden op het einde van het boek opdringerig en storen het zeer interessante verhaal. Maar meestal verduidelijken ook deze passages eens te meer het bizarre vacuüm waarin Nederland laveerde in de periode tussen de Japanse capitulatie en de ‘op eigen doft’ door Soekarno uitgeroepen onafhankelijkheid.

Zo beschrijft De Jonge het falende optreden van de Britse generaal Sir Christison –  als ondercommandant van het South East Asia Command van Lord Mountbatten opperbevelhebber van de Allied Forces Netherlands East Indies (AFNEI) te Singapore. In een berucht geworden radiorede op 29 september 1945 stelde hij dat de Britse troepen alleen bepaalde gebieden zouden bezetten, dat aan Nederland was geŽist dat met de nationalistische leiders moest worden overlegd en dat in de tussentijd de Nederlandse troepen werden geconsigneerd in Singapore (Oorlogsvrijwilligers en Mariniersbrigade), zodat zij op Java en Sumatra geen 'orde en rust' konden herstellen.

Het logo van de eenheid waar het allemaal om draait in 'Mijn Ruiters': 4e Eskadron Pantserwagens.

De facto erkende Christison hiermee de Republiek, ontsloeg hij het Japanse leger van alle verdere verantwoordelijkheden en waren de Nederlanders – en niet alleen zij – vogelvrij…

Dat dit bijdroeg aan een alleszins onzeker leefklimaat is heel zacht uitgedrukt. In dit ongewisse gaf eskadronscommandant De Jonge de leiding – en dus relatieve zekerheid – waar de overzeese dienstplichtigen om ‘vroegen’: omdat de Oorlogsvrijwilligers intussen bijna allen waren ingedeeld, bestond het 4e Eskadron Pantserwagens “voor 90%” uit dienstplichtige huzaren. In hun pantserwagens, scoutcars en driekwarttonners stelden ze bruggen veilig en sneden ze de vijand de pas af. De Jonge wees de contraterreur af. Zijn eskadron deed wat alle lichte cavalerie-eenheden in vergelijkbare omstandigheden doen, zoals het uitvoeren van langeafstandsverkenningen. Daarnaast werden nagenoeg dagelijks niet-organieke maar evenzeer broodnodige taken uitgevoerd, zoals konvooibegeleiding en patrouillegang.

Wat mij betreft een hoogtepunt in de geschiedschrijving van dit eskadron was, in oktober 1948, de operationele gereedstelling van een zgn. (experimenteel) jeeppeloton, bestaande uit zes jeeps en per voertuig drie huzaren. Elke jeep was onder andere toegerust met draadvanger, mitrailleur op affuit, rookhandgranaten, Thompson pistoolmitrailleur en jaloeziebepantsering voor de radiateur. Allemaal zeer modern voor die tijd. Met dit peloton kon op de smalle inlandse wegen worden gepatrouilleerd, zonder verlies aan mobiliteit, snelheid en verrassing voor eskadron en brigade. Het jeeppeloton, onder leiding van luitenant Onno Blaisse, vervulde zo binnen het eskadron een voortrekkersrol.

Vlak daarbij het optreden van de bij hen onder bevel gestelde infanteristen en stormpioniers niet uit. Ook zij hadden een cruciale rol bij het ontzetten, ontmijnen en beveiligen van gestelde bruggen, wegen e.d. Op deze manier vervulde het gehele pantserwageneskadron niet alleen de rol van aanvalsspits binnen de V-Brigade, bij wie zij op Midden-Java was ingedeeld, maar was zij zoals dat tegenwoordig heet opvallend ‘swing-role’: voor meerdere taken inzetbaar, waarbij het wisselen van taak zo snel mogelijk werd uitgevoerd. (Saillant detail is dat anno 2010 bij de D-Compagnieën van de luchtmobiele infanteriebataljons opnieuw wordt geëxperimenteerd met ‘patrouillepelotons’ met MB’s toegerust met zware, meervoudige bewapening.)

Wie dit knap geschreven schrijversdebuut van de hoogbejaarde De Jonge leest – wiens eenheid met tien Koninklijke onderscheidingen waarschijnlijk de meest gedecoreerde eenheid in Nederlands-Indië was – hoeft zich niet meer af te vragen hoe het ook alweer zat. Doorspekt met de objectiverende politieke analyses, is het boek daarmee ook een anker voor hen die het ‘Nederlands-Indonesisch’ conflict niet van nabij hebben meegemaakt… de meeste lezers van nu dus…

Ook is dit boek een exemplarisch historisch vergelijk tussen de uitvoering van de olievlekstrategie onder generaal Spoor, de toenmalige Legercommandant, en het huidige grondgebonden optreden in Afghanistan. Blijkbaar is counter-insurgency zo gek nog niet; het is in elk geval niet zonder precedent, maar dat wist ik al. Als ik dit lees, kan ik daarnaast bezwaarlijk anders denken dan dat de verliezen in de strijd met de guerrilla van de Tentara Nasional Indonesia (TNI), hoe pijnlijk ook, bij de veteranen uiteindelijk minder gevoelig liggen dan de weifelachtige, slappe politiek die leidde tot het stopzetten van beide Politionele Acties.

Ik geef het je te doen: drie jaar achtereen onder oorlogsomstandigheden in de tropen, tientallen maten geslachtofferd zien worden, in vele acties verwikkeld raken. De kolonel b.d. Marien de Jonge is erin geslaagd een zeer lezenswaardig boek af te leveren dat absoluut wordt tekortgedaan met de omschrijving ‘herinneringsboek’. Het is de totale onderdompeling in de grootste naoorlogse troepenontplooiing om Nederlands-IndiŽ te behouden, die mij steeds liet doorlezen. Levensecht beschreven en een vlotte verteltrant: een knappe prestatie!

Terug naar Boven

 

MIJN VOORBIJE OORLOG, IK MIS HEM ZO - ANTHONY LLOYD

titel

Mijn voorbije oorlog, ik mis hem zo

auteur

Anthony Lloyd (vertaling: Ton Heuvelmans)

ISBN

9029527722

jaar

1999

pagina’s

320

uitgeverij

De Arbeiderspers

 

 

Zie verder: My War Gone By, I Miss It So.

Terug naar Boven

 

MILITAIRE HOSPITALEN IN NEDERLAND - JAN WINGELAAR

titel

Militaire hospitalen in Nederland. Twee eeuwen militaire ziekenzorg in alle delen van het Koninkrijk

auteur

Jan Wingelaar

ISBN

9789402126297

jaar

2014

pagina's

206

uitgeverij

Brave New Books

 

 

Militaire hospitalen zijn een mix van medische zorg op hoog niveau en een bedrijfsgeneeskundige dienst. Anno 2014 zijn er nog één Centraal Militair Hospitaal en één Militair Revalidatie Centrum. In de loop van de twee eeuwen waren er in Nederland ruim 70 hospitalen, in de Zuidelijke Nederlanden ongeveer 10 en in de overzeese gebiedsdelen zeker 150. Het ministerie van Oorlog had een eigen Kweekschool voor militaire artsen in Utrecht en het niveau van de militaire artsen was zeker tot 1880 beter dan van de civiele artsen.

Een introductie tot zijn boek verscheen in juli en september 2013 in het Nederlands Militair Geneeskundig Tijdschrift (NMGT, 66ste jaargang, nummer 4 en 5) onder de titel Militaire hospitalen in het Koninkrijk der Nederlanden (1813 tot heden).

Terug naar Boven

 

MILITAIREN OP DE VELUWE - INGRID VAN DER VLIS

titel

Militairen op de Veluwe. Een geschiedenis van landschap en bewoners

auteur

Ingrid van der Vlis

ISBN

9789461052735

jaar

2012

pagina's

342

uitgeverij

Boom

 

De Veluwe is een bosrijk stukje ‘woeste gronden’, globaal ingeklemd tussen Zwolle in het noorden, Deventer en Zutphen in het oosten, Arnhem en Wageningen in het zuiden en Amersfoort en Harderwijk in het westen. Het grootste deel van de zandverstuivingen, heiden, graslanden en bossen ligt in de provincie Gelderland.

De bossen, maar niet alleen die, maakten de Veluwe van oudsher aantrekkelijk voor het uitvoeren van militaire activiteiten. Vanaf de negentiende eeuw, toen aan optreden in oorden nog totaal niet werd gedacht, speelden militaire oefenlocaties zich goeddeels af in boscomplexen.

Nu was ťn is de Veluwe zeker niet alleen bedoeld om militaire activiteiten te ontplooien. Natuur- en waterbeheer, het leefklimaat en niet in de laatste plaats recreatie bepalen voor een groot deel het doen en laten op de Veluwe.

De eerste kazerne op de Veluwe was die in Nieuw-Milligen, “op het kruispunt van de doorgaande wegen van Amersfoort naar Apeldoorn en van Harderwijk naar Arnhem” (p. 70). Al in 1860 werd in de nabijheid van het kamp de eerste grote oefening gehouden, met maar liefst 6.400 militairen. De aantrekkingskracht waar de Veluwe prat op ging - rust en stilte - werd hierdoor gelukkig niet drastisch verstoord.

De komst van het leger in het natuurrijke landschap zorgde zelfs voor talrijke gunstige neveneffecten, zoals extra werkgelegenheid, “de komst van een aantal kapitaalkrachtige officieren” (p. 36) en een versnelling voor de economie.

Niet alleen de kerkelijke gezindten op de Veluwe, de vrije tijd van de militairen en de boost voor de economie hadden een grote impact op de krijgsinrichting van de Veluwe. Ook de wet- en regelgeving had, zij het indirect, invloed op het dagelijkse leven, al was het maar door de toename van het aantal dienstplichtigen. Genoemd kunnen worden de Vestingwet 1874, waarbij de concentratie van de verdediging van Nederland in het westen plaatsvond, de Militiewet 1901, de Legerwet 1912 en de Dienstplichtwet 1922 met haar wijziging in 1939. In dit laatste geval werd, onder druk van de dreigende politieke situatie, het lotingsysteem afgeschaft.

Nu is de Veluwe niet meer weg te denken als locatie voor militaire werkgelegenheid, ondanks de bezuinigingsreorganisatie die in 2011 is aangekondigd. Bijlagen achter in het boek maken duidelijk dat de militaire aanwezigheid in dit stukje Nederland groot was en nog steeds is. Ronduit on-Nederlands was de massale aanwezigheid van militairen in Ede, waar tot 2010/’11 maar liefst zeven kazernes een groot deel van de infrastructuur bepaalden. Weetje: in de garnizoensstad Ede werd in 1978 de eerste open dag van de KL gehouden.

Het boek wemelt van dit soort weetjes en aantrekkelijke faits divers, naast overigens gedegen verhalen over bijvoorbeeld de verschillen als gevolg van de tijdsgeest en de interactie tussen burgers en militairen. Wat te denken van het militair hospitaal ‘Onder de Linden’ in Arnhem, dat tot 1966 dienst deed. Of het, terloops aangehaalde maar niet minder oninteressante verhaaldeel over legeradventieven: planten die, in dit geval waarschijnlijk dankzij jarenlang oefenen in La Courtine, onbedoeld naar Nederland zijn verplaatst.

Ook de in de Koude Oorlog ruim aanwezige mobilisatiecomplexen komen aan bod; kazernes in Stroe, Schaarsbergen, Oldebroek, Nunspeet (in 2007 teruggegeven aan moeder natuur) en Ermelo die vanaf de jaren ’50 en later werden gebouwd in het kader van de Nieuwe Bouwen-architectuur van het Centraal Bouwbureau der Genie, onder leiding van kolonel-ingenieur Stumphius en luitenant-kolonel Hoogendoorn; oefendorp Oostdorp en de gevechtsbaan; de korte geschiedenis van de raccordementen van Defensie; in 1970 een actie 143 dienstplichtige soldaten op de Generaal Spoorkazerne die aangaven “niet zonder meer ter beschikking te zijn” om oorlog te voeren in Vietnam (p. 47); ruime aandacht voor het vliegveld Deelen; enzovoorts enzovoorts.

Veel te veel om op te noemen. Dit boek is dan ook een absoluut een aanrader voor hen die op ťťn van de Veluwse kazernes gelegerd zijn of waren, dan wel hoe dan ook geïnteresseerd zijn in de geschiedenis van de landmacht in haar breedst mogelijke opzet.

Een topboek dat gelezen moet worden en ook nog eens prachtig is vormgegeven.

Terug naar Boven

 

MILITAIR OPERATIONEEL RECHT - JOOP VOETELINK

titel

Militair operationeel recht

auteur

Joop Voetelink

ISBN

9789058509840

jaar

2013

pagina's

368

uitgeverij

Wolf Legal Publishers

 

 

 

Terug naar Boven

 

MISSIE AFGHANISTAN - SIMON VAN WELL

titel

Missie Afghanistan

auteur

Simon van Well

ISBN

9789402126846

jaar

2015

pagina's

270

uitgeverij

Brave New Books

 

 

 

Terug naar Boven

 

MISSIE IN AL MUTHANNA - THIJS BROCADES ZAALBERG & ARTHUR TEN CATE

titel

Missie in Al Muthanna. De Nederlandse krijgsmacht in Irak, 2003-2005

auteur

Thijs Brocades Zaalberg & Arthur ten Cate

ISBN

9789461053596

jaar

2010

pagina’s

390

uitgeverij

Boom

 

 

Terug naar Boven

 

MISSION URUZGAN - BEERES, VAN DER MEULEN, SOETERS & VOGELAAR

titel

Mission Uruzgan. Collaborating in Multiple Coalitions for Afghanistan

auteurs

Robert Beeres, Jan van der Meulen, Joseph Soeters en Ad Vogelaar

ISBN

9789085550501

jaar

2012

pagina's

340

uitgeverij

Pallas Publications/Amsterdam University Press (AUP)

 

 

Terug naar Boven

 

MOEDIGE MENSEN - JAAP COHEN & HINKE PIERSMA

titel

Moedige mensen. Helden in oorlogstijd

auteurs

Jaap Cohen & Hinke Piersma

ISBN

9789089533791

jaar

2014

pagina's

180

uitgeverij

Uitgeverij Boom

 

 

 

Terug naar Boven

 

MOED MOET - DAVID VRIESENDORP & FRED HOOGELAND

titel

Moed moet. Verslagen van Nederlandse veteranen, van Nederlands-IndiŽ tot Uruzgan

auteurs

David Vriesendorp & Fred Hoogeland

ISBN

9789000316632

jaar

2012

pagina's

176

uitgeverij

Unieboek | Het Spectrum

 

 

Terug naar Boven

 

MY WAR GONE BY, I MISS IT SO - ANTHONY LOYD

titel

My War Gone By, I Miss It So

auteur

Anthony Loyd

ISBN

9780802122322

jaar

1999

pagina's

322

uitgeverij

Transworld Publishers

 

 

Bij Singel Uitgeverijen (externe link) verscheen de Nederlandse vertaling van dit boek: Mijn voorbije oorlog, ik mis hem zo.

Anthony Loyd, geboren in 1966, was commandant van een bataljon in Noord-Ierland en tijdens de Golfoorlog, maar is inmiddels oorlogscorrespondent van de Britse krant The Times.

Als hij midden-20 is en werkeloos geeft hij eindelijk toe aan een lang gekoesterde wens: een oorlog aan den lijve ervaren. Loyd komt uit gegoede familie van militairen. Angst en gevaar trekken hem. Hij zoekt doodsdreiging, wanhopig zelfs, want hij verslaafd aan harddrugs.

In 1993 reist Loyd als freelance (foto)journalist naar Sarajevo. Hij trekt er op met een Kroatische militie. Drie jaar later heeft hij het beste ťn het slechtste van de mens gezien.

Ook slaat hij de goede raad om uit TsjetsjeniŽ weg te blijven in de wind en treft daar in 1995 dezelfde combinatie van afkeer van en fascinatie voor oorlogsgeweld aan.

'My War Gone By, I Miss It So' is niet het zoveelste frontlijnverslag: het toont het ware gezicht van oorlog. Loyd beschrijft indringend de waanzin van oorlog en presenteert zijn zelfervaren beeld van moderne oorlogvoering en de verleidingskracht van geweld.

Terug naar Boven

 

MY JOURNEY AS A COMBAT MEDIC - PATRICK THIBEAULT

titel

My Journey as a Combat Medic. From Desert Storm to Operation Enduring Freedom

auteur

Patrick Thibeault

ISBN

9781782000907 (PDF); 9781780965956 (E-PUB)

jaar

2012

pagina's

152

uitgeverij

Osprey Publishing

 

 

Terug naar Boven

 

WAT ZEGGEN DE STERREN?
Absoluut lezen
Een aanrader
Redelijk goed
Niet eerste keus
Beter nooit lezen*

(* troep, tinnef, rommel, bagger)

Terug naar Boven