LEESWIJZER
Terug naar de homepage
 

Maak uw keuze uit de hieronder getoonde alfabetische lijst

Boeken gezocht!

 

OFFICIEREN AAN HET WOORD - BEN SCHOENMAKER & FLORIBERT BAUDET

titel

Officieren aan het woord. De geschiedenis van de Militaire Spectator 1832-2007

auteur

Ben Schoenmaker & Floribert Baudet

ISBN

9789085065050

jaar

2007

pagina’s

270

uitgeverij

Boom

 

De Militaire Spectator (MS) is het oudste nog bestaande tijdschrift van Nederland, en tevens het oudste nog bestaande militaire tijdschrift ter wereld. Op zondag 29 januari 1832 verscheen het eerste nummer in een oplage van 250 exemplaren. Vanaf het eerste nummer geleidde de MS de krijgservaring die het leger tijdens de Tiendaagse Veldtocht e.d. had opgedaan; het blad werd de tolk van de militaire stand, kweekte “esprit militaire”, bekwaamde de officier zich in de pennenvruchten van het militaire beroep en probeerde de op de loer liggende verwaarlozing van de krijgsmacht in vredestijd tegen te gaan. Ook werd de MS al gauw een blad dat de verkeerde meningen van leken en oningewijden fel bekritiseerde.

Hoewel de Nederlandse geest van oudsher was gericht op handeldrijven en in mindere mate op oorlogvoeren – hoewel dat laatste vaak nodig was om het eerste veilig te stellen – begrepen de parlementariërs al te goed dat een krachtige staat een krachtige militaire macht nodig had. MS hielp daarin mee door in krachtige bewoordingen voor te bereiden op de oorlogstaak; ook begin 19de eeuw had men al door dat de pen machtiger was dan het zwaard.

Sleur en vredesroutine moesten worden tenietgedaan door ‘brood en spelen’. Die spelen waren de oefeningen waarin de militairen zich voorbereidden op tijden van oorlog. In de begintijd van de MS kwamen de vier wapens van de landmacht (artillerie, cavalerie, genie en infanterie) min of meer naar evenredigheid aan bod. Later kwam er meer verscheidenheid, met wetenschappelijk doorwrochte artikelen over de veldtochten van Napoleon, de betekenis van Prins Maurits of uitvindingen die voor het krijgswezen van belang waren. Veel inkt werd gespendeerd aan het op een hoger peil brengen van de officier in vredestijd, waardoor de geesten werden rijp gemaakt en de blik werd gericht op het oosten.

Toen G.T.W. Vijgh in 1861 het hoofdredacteurschap overdeed aan de eerste luitenant Heinrich Mathias Friedrich Landolt, had de MS in een vlotter vaarwater kunnen komen. Landolt zou zijn naam vestigen met het 2-delige ‘Militair woordenboek’ (1861), maar moest al na drie jaar met zijn hoofdredacteurschap de pijp aan Maarten geven vanwege een zwakke gezondheid.

De onkunde en onverschilligheid van het parlement werden intussen te vuur en te zwaard bestreden door de MS: linietactiek, paradecultuur, het Pruisische versus het Franse legermodel, de Nieuwe Hollandse Waterlinie, dumdumkogels, de ‘eingelebte Disziplin’ van Von Moltke (de roep om krijgstucht) en “de militaire doodzonde om gehalte aan getal te willen offeren” (pagina 93) werden beschreven. En ook toen al waren er schrijvende officieren die door hun artikelen het gevaar liepen hun superieuren te ontrieven en hun carrièrekansen te verknallen. Anonimiteit was soms broodnodig…

Wat opvalt is dat door de jaren heen steeds weer blijkt dat het parlement moeilijk in staat was om hervormingen van het defensieapparaat door te voeren cq. die juist halsoverkop (en daardoor volkomen ondoordacht) implementeerde. Ook trekt het de aandacht dat de redactie van MS soms zaken bewust wel of niet voor het voetlicht haalde. Het oproer van oktober 1918 op de Legerplaats Harskamp werd niet besproken, evenmin als gevechten waarin de Duitsers het oorlogsrecht hadden geschonden, zoals de mislukte overval op de spoorbrug over de Maas bij het Limburgse Buggenum in WO II. In de jaren 1943/'44 werd de MS door de Duitse bezetter verboden, maar meteen na WO II waren de drie bloedgroepen van het naoorlogse officierskorps in de redactie vertegenwoordigd: “de Engelandvaarders, de oud-verzetsstrijders en de officieren die de oorlog grotendeels in Duitse krijgsgevangenschap hadden doorgebracht”. Ook de officieren van het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger werden betrokken in en bij het blad. Niet zo vreemd, want tot en met 1949 richtte alle inspanningen van de KL zich op de strijd tegen de Indonesische republiek, die volgens de officiële richtlijnen niet als oorlog werd aangeduid.

Steeds vaker zouden schrijvers echter de hachelijke scheidslijn tussen het politieke en militaire domein overschrijden. Hoewel politiek getinte uitspraken zoveel mogelijk werden vermeden, kwamen ze wel degelijk voor, ook toen de Koude Oorlog in alle hevigheid losbarstte. Vaderlandsliefde was niet langer de belangrijkste bron voor het militaire moreel: gevoed door de verslagen uit WO II drukte Korea een even zwaar stempel op de inhoud van de MS als het verdedigingsvak achter de Elbe op de Noord-Duitse laagvlakte. Er moest uit den treuren worden geoefend, want zodra er géén gevaar meer was, werd Jan Soldaat geminacht en lagen bezuinigingen op Defensie op de loer.

Echte officieren wensen zich daarmee niet te identificeren, dus ontstond een nieuwe bijrol voor de MS. Hoewel de officier van tegenwoordig het uit zijn hoofd laat om openhartig de zwakke plekken in de Nederlandse krijgsmacht aan te wijzen of zijn opdrachtgevers – de politici – af te schilderen als “schriele, kruimelende burgermannetjes”, heeft hij in elk geval een groots podium voor het debat over militaire vraagstukken uit heden en verleden.

Terug naar Boven

 

OFFICIER IN AFGHANISTAN - ESMERALDA KLEINREESINK

titel

Officier in Afghanistan. Achter de schermen van onze militaire missie

auteur

Esmeralda Kleinreesink

ISBN

9789029088459

jaar

2012

pagina's

222

uitgeverij

Meulenhoff

 

‘Officier in Afghanistan’ is niet het eerste en zal ook niet het laatste boek zijn dat voortkomt uit de Nederlandse missies in Afghanistan: Kabul, Uruzgan en Kunduz.

Het is ook niet het eerste boek dat zeer gemakkelijk wegleest en veel humor kent, sterker nog: bij tijden hilarisch is. Uiteindelijk gaat het dus om het onderscheid dat de schrijfster, overste Esmeralda Kleinreesink, met dit boek kan maken ten opzichte van de boeken die al verschenen zijn.

Kleinreesink was hoofd van het bureau Luchttransportplanning van de NAVO op het HQ ISAF in Kabul. Daar is ze proceseigenaar – zo’n mooie managementterm – van het Intra Theatre Airlift System (ITAS) dat de binnen het operatiegebied van ISAF de vluchten van fixed wings coördineert.

Uitgaande van die (staf)locatie verwacht je niet veel vuurwerk, althans in relatie tot wat aan de frontlijn in Uruzgan is beleefd. Wie hiermee op voorhand de indruk krijgt dat haar boek saai zou zijn, komt prettig bedrogen uit.

In de almaar aanwassende reeks human interest non-fictie van collega’s die in Afghanistan op uitzending zijn geweest, komt bij Kleinreesink eens een andere militaire  wereld voor het voetlicht. Die van een staf. Waar het multinationale al zover is doorgevoerd dat het soms bizarre tot karikaturale trekjes aanneemt – niet alleen met betrekking tot de Babylonische spraakverwarring waarin, in dit geval, de Italiaanse officieren grossieren.

Op de staf, zo wordt de stafofficier ingepeperd, is “de computer en de informatie die erop staat” (p. 106) het belangrijkste wapen. Een hoofdkwartier hoeft geen gevaarlijke omgeving te zijn, hoewel dit in een stad als Kabul zeer relatief is.

In deze operationele omgeving schittert een vrouwelijke overste eerst als stoere Lara Croft met beenholster om vervolgens door haar jeugdheld Crockett uit de serie Miami Vice te worden bevestigd in haar ‘rol’ als schouderholsterdragend stafofficier. De Italianen om haar heen maken zich druk om haar militaire carrière op het moment dat ze haar nek uitsteekt voor haar missie en onderhebbenden.

Niets mis mee, denken wij dropetende Nederlanders, maar elke gek (cultuur) nu eenmaal zijn gebrek. Direct zaken doen met de Italiaanse en Griekse collega’s werkt blijkbaar van geen kanten, de Amerikanen blijken halsstarriger dan verwacht in het delen van vliegtuigcapaciteit, de Engelse kolonel die Kleinreesinks laatste weken op het HQ ISAF probeert te verpesten werkt het best als botterik achter een clean desk en – al met al – blijkt aan het einde van het boek haar “Wet van Militaire Discipline” niet zozeer lachwekkend als een waarheid als een koe. Zomaar wat dingen die opvallen in dit boek.

Wat ook de aandacht trekt is de ‘durf’ (ook weer relatief) van Kleinreesink om te strooien met die waardeoordelen waarvan haar Italiaanse collega’s op het hoofdkwartier meteen zouden zeggen dat ze promotie in de weg staan. Niets is minder waar in een krijgsmacht als de Nederlandse, waar communicatie- en voorlichtingsdeskundigen haar boek tevoren hebben ingezien en gescand. Bovendien weet ze duidelijk hoe het hoort, want het is “een doodzonde voor een ambtenaar in functie” (p. 126) om je persoonlijke mening uit te dragen. Denk maar terug aan de privémening van de toenmalige C-KCT toen hij het had over katjes uit de bomen halen in Afghanistan.

Maar toch, en met een knipoog: Kleinreesink noemt beleefde generaals “een unicum” (p. 163), vindt het typisch Nederlands dat Defensie goed materieel heeft dat als gevolg van de bezuinigingen “van elke luxe is ontdaan” (p. 100), en schrijft dat “voor ons (de luchtmacht, MvH) wat mensen kunnen veel belangrijker [is] dan wat hun rang is” (p. 46).

Ze pent het neer, de meeste lezers lezen er klakkeloos overheen en niemand zal er een halszaak van maken. Eens te meer blijkt de vrijheid van meningsuiting onder militairen een groter goed dat velen denken – denk ik.

Behalve de gezelligheid die een uitzending ontegenzeggelijk ook met zich meebrengt, is het een exercitie in acceptatie. Accepteer wat je niet kunt veranderen, verander wat je niet kan accepteren. Voor zover de hiërarchie op een staf hieraan bijdraagt.

Wat ‘Officier in Afghanistan’ vooral zo’n heerlijk boek maakt om te lezen, is de dienstbaarheid die uit elk hoofdstuk opwalmt. Kleinreesink – het mag gezegd worden – is een échte militair die is voorbereid, alles dubbel checkt en rekening houdt met het onmogelijke en onvermijdelijke. Haar probleemoplossende en nooit risicomijdende gedrag is wat de can do-mentaliteit wordt genoemd.

Wat mij betreft heeft Esmeralda Kleinreesink met haar boek een meesterproef in het schrijven van een non-fictie ‘roman’ afgeleverd. Haar boek past niet in de groep eerder verschenen boeken over Afghanistan. En de internationale staven zijn met dit boek definitief op de kaart gezet. Ik kan alleen maar herkennen en onderschrijven wat generaal Ludwig Beck in de film ‘Valkyrie’ zegt: “Remember, this is a military operation. Nothing ever goes according to plan”. Zo niet niets, dan toch heel weinig. Dat maakt militair-zijn zo mooi, die omgang met onzekerheid. En daar heeft de overste zich handig doorheen geschreven…

Terug naar Boven

 

OFFICIER VAN ORANJE - RIK SENTROP

titel

Officier van Oranje. Het bewogen leven van Jan Wynekes

auteur

Rik Sentrop

ISBN

9789057307553

jaar

2011

pagina's

192

uitgeverij

Walburg Pers

 

“Wachten is een terugkerend onderdeel van de oorlog. Sterker nog, oorlog voeren bestaat voor negentig procent uit wachten. En in die tien procent actie heb je negentig procent kans de dood te ontmoeten!” (p.154)

Oorlogvoeren is door de eeuwen heen eigenlijk alleen steeds moderner geworden. De waanzin is gebleven. De militaire moraal ook, of het nu gaat om de Grebbelinie en Normandië of Uruzgan: uiteindelijk geldt dat als jij sneller bent dan hij, hij eerder dood is. Oorlog is de wurggreep der waanzin.” (p. 162)

De man die dit heeft laten opschrijven, landde in augustus 1944 in Corneville (niet: Cornville!), Normandië, voor zijn aandeel in het bevrijden van én zelf volop meedoen aan diezelfde waanzin: Jan Wynekes. Via Caen, Parijs en Brussel doet hij als artillerist (artillery observer) mee aan de bevrijding van Nederland. Die episode vult het laatste deel van dit boek, dat wegleest als een superspannend jongensboek.

Wynekes werd in 1937 beroepsmilitair, vocht in de meidagen van '40 als gemobiliseerd cadet tegen de Duitse invasie aan de zijde van III-8 R.A. in de Grebbelinie, en ontvluchtte Nederland via Zwitserland, Barcelona en Gibraltar. In Engeland leerde hij Koningin Wilhelmina, generaal Kruls en Prins Bernhard kennen. Al tijdens de oorlog ontving hij het Kruis van Verdienste, in ’51 het Oorlogsherinneringkruis, enzovoorts.

Wynekes laat zich gelden als een durfal, een praatjesmaker. In 1965, op 47-jarige leeftijd, laat hij in de rang van kolonel het commando van 41 Pantserbrigade in Ermelo voor wat het is en gaat geneeskunde studeren. Dat noem ik lef hebben!

Was de Tweede Wereldoorlog de ultieme waanzin waarin hij geen keuzes had, niet anders kon dan levens nemen voordat anderen hem om het leven brachten, nu had hij die keuze wél. Ondanks “Een militair zonder uniform is een nobody” (p. 54), zette hij “knetterknotsgek” (?) de angst voor de sprong in een totaal andere wereld – leven geven in plaats van nemen – opzij en schopte het tot dirigerend geneesheer van verpleeghuis Weezenlanden in Zwolle. Misschien toch “teveel hersens om oorlogje te spelen op de hei”? (p. 35)

Jan Wynekes kon dit allemaal meemaken en handelde altijd vol vuur, tot op het opschepperige en streberige af. Uiteindelijk is dit de beste leerschool gebleken. Het levensverhaal van Wynekes, opgetekend door Rik Sentrop, is adembenemend, uitbundig en verdient alle respect. “Godsnakende” Janneman, wat een bewonderenswaardig leven, wat een bewonderenswaardig boek!

Terug naar Boven

 

ONDER DE SOLDATEN - ARNON GRUNBERG

titel

Onder de soldaten

auteur

Arnon Grunberg

ISBN

9038827350

jaar

2006

pagina’s

64

uitgeverij

Nijgh & Van Ditmar

 

De war diarist is in Nederland een relatief onbekend fenomeen: iemand die een operationeel dagboek schrijft door als schaduw van de commandant een missie bij te wonen. Niet alleen wegens de politieke verantwoording achteraf, ook om er lessen uit te trekken. In Nederland worden militairen in de rang van kapitein of majoor in de functie van Operationeel Dagboekschrijvers (War Diarist) meegezonden met militaire missies.

Als je ‘Onder de soldaten’ leest snap je al snel dat schrijver Arnon Grunberg niet zo’n war diarist is. Als je zijn eerste zin leest, “De oorlog als stormachtige prelude tot het geluk”, snap je onmiddellijk dat hier geen ingewijde van de krijgsmacht maar van de muzen aan het woord is. Veel te romantisch, te uitvoerig ook. Een beetje militair werkt met afkortingen (afko’s) en staccato neergeschreven ervaringsdeskundigheid. Niets van dat alles bij artistiek inspirator Grunberg, die in augustus 2006 voor NRC Handelsblad embedded naar Kabul en Kandahar reisde. Over die ervaring schreef hij een 3-delige serie in het Cultureel Supplement van die krant, verschenen op 4, 11 en 18 augustus. Als dank kregen de eerste lichtingen Uruzgan-gangers de geboekstaafde versie van de Directie Voorlichting en Communicatie van het Ministerie van Defensie als relatiegeschenk.

Grunberg is een goed waarnemer, die dingen optekent die de journalisten die naar Uruzgan afreizen niet zien. Bijvoorbeeld over de ‘doodgewone’ kaasschaaf, die een van de militairen meeneemt, in Uruzgan een collectors’ item omdat de collega’s anders enorme hompen kaas afsnijden: "Ben je al eens eerder in Afghanistan geweest?' informeerde ik. 'Al twee keer', zei de sergeant, 'maar dit keer heb ik een kaasschaaf bij me.' En er verscheen en triomfantelijke lach op zijn gezicht. (...) Ik voelde genegenheid voor sergeant Jordy, die Afghanistan niet onvoorbereid zou betreden."

‘Onder de soldaten’ is voor alles hilarisch. Een verraste Grunberg probeert de eigenaardigheden van de Nederlandse krijgsmacht in Uruzgan te doorgronden: "Zelden heb ik zo veel afkortingen geleerd als gedurende mijn korte tijd in Afghanistan. Lupa lunchpakket, kobro korte broek, detco detachement commandant. De tijdwinst die dat oplevert ontroert. Vanaf nu heet geluk ge."

Gelukkig is ‘Onder de soldaten’ ronduit positief over de militairen: een verslag van lang wachten, zoals bekend een vast onderdeel van iedere oorlog. Deelgenoot zijn van een raketaanval in Kandahar vervult Grunberg met genoegen: “Ze willen me doden, dus ik besta.” Over een andere raketaanval schrijft hij: “Vorige week landde een raket in de slabak in de andere eettent. Eigenlijk zou je daar nu moeten gaan eten. En als het luchtalarm gaat tijdens het eten, staat iedereen op en rent naar de bunker, maar tegen de tijd dat je dan weer terug bent, bestaat de kans dat het warme eten voorbij is. Daarom eten Roemenen eerst hun warme eten op als het luchtalarm gaat.”

Op andere momenten is Afghanistan net een grote camping, bijvoorbeeld als Grunberg zich gekleed in thermo-ondergoed op slippers zich naar de douche begeeft. En in de gehele linie geeft Grunberg’s verslaglegging vooral goed het gevoel weer hoe het daar is en waar een militair (niet) over denkt. Zijn messcherpe observatievermogen spreekt boekdelen.

Terug naar Boven

 

ONDER TALIBAN EN KRIJGSHEREN – EMIEL DE BONT

titel

Onder Taliban en krijgsheren. Nederland en de oorlog in Afghanistan

auteur

Emiel de Bont

ISBN

9789046808801

jaar

2011

pagina’s

256

uitgeverij

Nieuw Amsterdam

 

Na het verzilveren van het dividend van het einde van de Koude Oorlog, werd Afghanistan - “Misschien wel het meest onbarmhartige stuk grond op aarde” (p. 136) – de lakmoesproef voor de NAVO.

Zonder de aanslagen van 9/11 hadden nu nog weinig mensen geweten dat Tarin Kowt de hoofdstad van Uruzgan is en de familie Khan &ndash Popolzai-krijgsheer Jan Mohammed Khan (JMK) en Matiullah Khan – de feitelijke machthebbers in die provincie.

Voor de missie in Afghanistan zijn de ligging van het land en het voortzettingsvermogen bij een counter-insurgency de grootste problemen. Daaraan gekoppeld de moeilijkheid om de logistiek van dit alles te kunnen voortzetten.

Operationeel zijn de Taliban en het gebrek aan lokaal bestuur de flessenhals van alles. Als volgens De Bont strategie uiteindelijk draait om het benutten van de beschikbare ruimte én tijd (p. 262), is die ruimte in Afghanistan gedisloceerd en onpraktisch ingedeeld en de tijd voor de internationale gemeenschap veel te kort. Voeg daaraan de haast en de zelfopgelegde druk van diezelfde internationale gemeenschap en het kaartenhuis Afghanistan zal in elk geval niet worden opgebouwd langs de lijnen van de westerse democratie.

De Afghaan wil zijn democratie dicht bij huis, liefst in het oord waar hij woont, ingebed in zijn eigen clan of stam. Dan kan hij de leider recht in de ogen kijken; zien of hij de waarheid vertelt of liegt. Tribale politiek staat dus haaks op westers regeren.

Toch hebben we het geprobeerd. We, de Nederlanders, in Baghlan, Kabul, Kandahar, Uruzgan en nu weer Kunduz. Het waren en zijn geen bangelijke pogingen. Ten koste van mensenlevens en vele manjaren. In een land gezonde weerzin heeft tegen buitenlandse inmenging, dubbele bodems kent, veel leugens en evenveel geruchten.

In die allesbehalve ‘smile-and-wave’ omgeving introduceerde ook Nederland de inzet van politieke adviseurs (polads), adviseurs ontwikkelingssamenwerking (osads) en, last but not least, een Civilian Representative (CivRep) naast de militaire commandant. Feitelijk zelfs daarboven, want het PRT was de core-business van de Battle Group.

In tegenstelling tot de Britten in de 19de eeuw (op afstand), wilde het westen het onregeerbare Afghanistan nu van binnenuit repareren. Kansloos natuurlijk: de Afghaanse politiek draait om gunsten. Terwijl de internationale gemeenschap juist Stinger-politiek met Afghanistan (en Irak) bedreef: ze richtte haar pijlen op het land, schoot haar legers erop af, haalde de boel overhoop en vergat het initiële doel van haar stormachtige optreden.

Op 7 oktober 2001 openden de Amerikanen een offensief met 316 Special Forces en 110 CIA-agenten. Hierbij keerde de CIA ± $ 70 miljoen uit aan lokale commandanten en clanleiders. Een van de teams was Special Forces Team 574. De Taliban verloren de Slag om Tarin Kowt van dit team, geleid door Captain Jason Amerine. Tarin Kowt, hoofdstad van Uruzgan, geboorteplaats van Mullah Omar en het erfland van de Popolzai. Nederland zou in het dynamische proces dat volgde de fout maken het aftreden van gouverneur JMK te eisen in het kader van “voor wat, hoort wat” en daarmee totaal geen rekening te houden met de Afghaanse manier van politiek voeren (p. 85). Loyaliteiten om te overleven in Afghanistan wisselen, evenals loop en slagpin. Maar de Lee-Enfield uit 1915 was gebleven…

Met de grote veldslag in het zuiden was de Taliban niet van het strijdtoneel verdwenen. En hoewel het bekend was dat het de Taliban slechts om uiterlijk vertoon ging en niets te maken had met de ware islam, voerde ze wél de strategie van de verschroeide aarde (p. 79). Feitelijk was de oude grondwet uit 1964, geherintroduceerd in Bonn, de bron van alle ellende. De Taliban werden hierin ronduit vergeten, irrelevant gemaakt. En dat waren ze allesbehalve, zelfs na de overgave van de Taliban op 7 december 2001 in Kandahar.

Daarom kon het niet anders dan dat voor de Amerikanen de Pottery Barn-rule in werking trad: If You Break It, You Own It. Afghanistan was het probleem geworden van de VS (en haar bondgenoten). Hierbij kon het marionettenregime van Karzai in Kabul enkel overeind blijven door de verdeelpolitiek van Karzai én door Amerikaanse steun.

Van toepassing op de omgang van het westen met Afghanistan is een citaat uit “een banale film met Kevin Costner”, dat De Bont op p. 225 aanhaalt: You Either Define The Moment Or You Let The Moment Define You.

In het momentum hadden ISAF, de NAVO en Nederland enkel aandacht voor het veroveren van gebied op de vijand, zonder zich af te vragen hoe ze dat gebied in de toekomst konden behouden. Waarbij de volgorde van de stappen die de internationale coalitie nam om haar bereik over Afghanistan uit te breiden, werd gedicteerd door de ontspoorde politieke verhoudingen binnen diezelfde NAVO - dixit Emiel de Bont. Afghanistan is een schoolvoorbeeld van een staat die “vorm kreeg in een rommelig proces van coöptatie van de elites die beschikten over het geld en de wapens” (p. 253)

De Bont’s boek is een mengeling van serieus-diplomatieke beschouwingen en alledaagse observaties.

Pakkend in dit laatste verband is de Amerikaanse groene baret Curtis. Een beer van een vent met een Desert Eagle .50 op zijn heup, getraind om je nek met z’n blote handen op veertien verschillende manieren te breken (p. 245). Een man met een bizar gevoel voor humor, getuige het t-shirt dat hij draagt met de tekst “Knights Templar: Killing Muslims Since 1119”. Spotten met cultural awareness of voelen de Amerikanen zich in Afghanistan echt Kruisvaarders?

Terug naar Boven

 

ONDER VREEMDE VLAG - RENDE VAN DE KAMP

Omslag van 'Onder vreemde vlag'

titel

Onder vreemde vlag

auteur

Rende van de Kamp

ISBN

9059112741

jaar

2006

pagina’s

242

uitgeverij

Aspekt

 

Voor velen is het leven van een geharde huurling in écht oorlogsgebied een droom. Die droom wordt het hele leven met enthousiasme nagejaagd; aan het einde van een arbeidzaam bestaan kijk je terug op wat je had kunnen doen. “Happy are those who dream dreams and are willing to pay the price to see them come true.”

Dromen bewaardheid zien worden deed Rende van de Kamp. Waar menigeen blijft steken in een abonnement op het blad Soldier of Fortune voegt Van de Kamp de daad bij het woord. Sinds 1978, toen hij als dienstplichtige opkwam om tankschutter bij 103 Verkenningsbataljon te worden, diende hij maar liefst in vier verschillende krijgsmachten. Eerst ging hij naar Libanon, waar hij op post 7.7 bij Zibqine diende voor UNIFIL.

Eenmaal terug in Nederland wilde hij commando worden, maar dat pakte niet goed uit. Daarom ging Van der Kamp terug naar Libanon om huurling in de pro-Israëlische militie van majoor Saad Haddad te worden. Vervolgens ging hij in ’82 voor de Multinational Force (MFO) naar de Sinaï, maar al na een paar maanden keerde hij terug: ontslagen na een vechtpartij.

Vervolgens was hij als "engagé volontaire" (vrijwillig aangemelde) onderofficier bij de para’s in het Franse Vreemdelingenlegioen. Hij zat in de 4de compagnie – scherpschutters en sabotagespecialisten – van het 2ème Régiment étranger de parachutistes (2ème Rep), onder andere in Djibouti en Tsjaad. In het Legioen ontmoette hij een aantal Balkenlegionairs die het later tot hoge rangen zouden brengen in de oorlogen in voormalig Joegoslavië. Na 7 jaar de ‘képi blanc’ te hebben gedragen vetrok hij in ’92 naar Joegoslavië om dienst te nemen bij de Kroatische HOS-militie.

Rende van de Kamp als legionair

In Kroatische dienst vochten veel meer huurlingen: niet alleen oud-legionairs maar ook een groepje Nederlandse vrijwilligers. Tot slot diende hij als kapitein bij de Special Forces in Kroatië. Overigens passeren in ‘Onder vreemde vlag’ legio Nederlanders de revue, zoals Nico Boontjes, Max Kroes, Erwin van der Mast, Johan Tilder en Woody Woortmans. Ook zij zagen hun dromen bewaarheid, ofschoon sommigen dat met de dood hebben moeten bekopen. Als alles anders was gelopen, had Van de Kamp zelfs (ook nog?) in Angola, Suriname of Zuid-Afrika kunnen knokken. Als, want hij heeft hoe dan ook nooit afgewacht maar bewust écht meegedaan aan vele conflicten. De geschiedschrijving van zijn droom is een boeiend boek dat in één ruk uitleest, vergelijkbaar met ‘Bomberjack’, ‘Naar eer en geweten’ en ‘Soldaat in de woestijn’.

Terug naar Boven

 

ONE BULLET AWAY - NATHANIEL FICK

titel

One bullet away. The making of a marine officer

auteur

Nathaniel Fick

ISBN

9780618773435

jaar

2006

pagina’s

372

uitgeverij

Mariner Books

 

De carrière van Nathaniel Fick begint met een martelende zomer op de Marine Corps Base Quantico in Virginia, VS, de wereld van “Honor, Courage, Commitment”. Vervolgens leidt hij, in de nadagen van 11 september een peloton tijdens de invasie van Afghanistan. Maar het hoogtepunt van de apenrots van het U.S. Marine Corps is terechtkomen bij een Recon Battalion, wat Fick en zijn peloton aan de vooravond van de Tweede Golfoorlog overkomt. Zijn peloton is de voorste eenheid van een Task Force, maar hij belooft om zijn mensen heelhuids thuis te brengen. Een belofte die hij waarmaakt: alle 65 mannen keren behouden terug naar de VS.

Fick komt hardhandig achter de discrepantie tussen militaire idealen en de (op het opleidingscentrum geleerde) militaire praktijk, die deze idealen soms bespottelijk maakt. Waardoor het doden van de vijand tot steeds minder vragen leidt. Het wordt min of meer als een vanzelfsprekendheid ervaren, terwijl “split-second decisions” toch echt (inter)nationale gevolgen kunnen hebben. Volgens Fick verschilt Irak van de Tweede Wereldoorlog: “In World War Two, when Marines hit the beaches, a surprisingly high percentage of them didn’t fire their weapons. (...) Not these guys. (...) These guys have no problem with killing.”

Fick’s peloton is voortdurend in oorlog, levert steeds weer gevechten, en komt uiteindelijk terecht in Bagdad. De pretenties van heldendom zijn weggeëbt, maar blijven onderhuids sluimeren: “I’d never been hunting and had no desire to go. Now, shooting grenades at strangers in an unnamed town, I was kind of enjoying myself.”

Terug naar Boven

 

ON KILLING - DAVE GROSSMAN

titel

On Killing. The Psychological Cost of Learning to Kill in War and Society

auteur

Lieutenant Colonel Dave Grossman

ISBN

9780316040938

jaar

1995 (gelezen editie: 2009)

pagina's

378

uitgeverij

Back Bay Books/Little Brown and Company (Hachette Book Group)

 

 

 

Terug naar Boven

 

OORLOG EN VRIENDSCHAP - DOLF VERROEN

titel

Oorlog en vriendschap

auteur

Dolf Verroen

ISBN

9789059653818

jaar

2016

pagina's

96

uitgeverij

Stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek (CPNB)

 

 

Kinderboekenweekgeschenk 2016.

Terug naar Boven

 

OORLOG IN DE 20STE EEUW - DUNCAN HILL

titel

Oorlog in de 20ste eeuw (vertaling van 'Chronicle Of War: 1914 To The Present Day')

auteur

Duncan Hill

ISBN

9789044728460

jaar

2010

pagina’s

288

uitgeverij

Deltas

 

 

 

Terug naar Boven

 

OORLOG IN MIJN KOP. ERFENIS UIT URUZGAN - NIELS VELDHUIZEN

titel

Oorlog in mijn kop. Erfenis uit Uruzgan

auteur

Niels Veldhuizen

ISBN

9789046816844

jaar

2013

pagina's

208

uitgeverij

Nieuw Amsterdam

 

 

 

Terug naar Boven

 

OORLOG ONDER DE MENSEN - MARTIJN KITZEN

titel

Oorlog onder de mensen. Militaire inzichten uit Atjeh en Uruzgan

auteur

Martijn Kitzen

ISBN

9789026326295

jaar

2014

pagina's

Nog niet bekend: verwacht januari 2016

uitgeverij

Ambo

 

 

In 'Oorlog onder de mensen' betoogt politicoloog en voormalig militair Martijn Kitzen dat moderne oorlogen wezenlijk verschillen van de grootschalige conflicten in de vorige eeuw. In Irak en Afghanistan gaat het niet langer om het overmeesteren van een alom bekende vijand, maar verschuilt de tegenstander zich onder de lokale bevolking. Kitzen vergelijkt de missie in Uruzgan (2006-2010) met de Atjeh-oorlog (1873-1913) en komt in 'Oorlog onder de mensen' tot vernieuwende inzichten over de rol van militairen in de huidige samenleving.

Martijn Kitzen deed militaire ervaring op tijdens uitzendingen voor de VN en de NAVO, onder meer in Uruzgan. Hij is als promovendus verbonden aan het Ministerie van Defensie en de Universiteit van Amsterdam.

NRC Handelsblad noemde Martijn Kitzen al in 2011 "de Nederlandse John Nagl". Talloos zijn dan ook de overeenkomsten tussen Nagl en Kitzen. Beiden waren militair - Nagl in de operaties DESERT STORM en IRAQI FREEDOM, Kitzen tot 2006 als pelotonscommandant en inlichtingenofficier - en allebei schreven ze een boek over hoe je opstanden de kop indrukt: counter-insurgency (COIN).

Is COIN alleen vechten of komt er meer bij kijken?

De omschrijving van COIN in de Dictionary of Military and Associated Terms van het Amerikaanse Ministerie van Defensie geeft het antwoord: "Those military, paramilitary, political, economic, psychological, and civic actions taken by a government to defeat insurgency." Bij COIN ligt de sleutel tot succes bij de leiders van de bevolking, niet bij de 'onbekende' opponent.

In 2005 publiceerde Nagl 'Learning to Eat Soup with a Knife. Counterinsurgency Lessons from Malaya and Vietnam', waarin hij de praktijk en ontwikkelingen van de counter-insurgency in Maleisië in de jaren '50 en '60 en de Vietnamoorlog beschreef. Nagl is ervan overtuigd dat iedere opponent de Verenigde Staten alleen nog zal bevechten volgens guerrilla- of terrorismetactieken.

De titel van het proefschrift van John A. Nagl uit 2002 is ontleend aan een andere Brit: T.E. Lawrence. Deze kenner van Arabische wereld leidde tijdens de Eerste Wereldoorlog de Arabische opstand tegen de Turken en kreeg zo de bijnaam 'Lawrence of Arabia'. In 1926 schreef hij: "Making war upon insurgents is messy and slow, like eating soup with a knife." ("Oorlog voeren tegen opstandelingen is als soep eten met een mes; het wordt een knoeiboel en het schiet niet op.")

Nagl onderzocht hoe krijgsmachten in de loop van conflicten dát leerden waar ze aanvankelijk niet op waren voorbereid: organisatorisch, in training en op het gebied van de juiste instelling.

Door de ontwikkeling van counter-insurgency in de Malayan Emergency en de Vietnamoorlog met elkaar te vergelijken, stelt Nagl dat juist organisatiecultuur de belangrijkste variabele is bij het bepalen van het succes of falen in pogingen van krijgsmachten zich aan te passen aan veranderende omstandigheden.

John A. Nagl wekte met zijn boek de belangstelling van de Pentagon-beleidsmakers en werd militair assistent Deputy Secretary of Defense Paul Wolfowitz.

Omdat Kitzen, evenals Nagl, niet alleen theoreticus is maar COIN ook aan den lijve heeft ervaren, maakt dit Kitzens promotieonderzoek bij voorbaat de moeite waard.

Terug naar Boven

 

OORLOGSCULTUUR - MARTIN VAN CREVELD

titel

Oorlogscultuur (vertaling van 'The Culture of War')

auteur

Martin van Creveld

ISBN

9789049100919

jaar

2008

pagina’s

608

uitgeverij

Spectrum

 

 

 

Terug naar Boven

 

OORLOG VOEREN - KARL MARLANTES

titel

Oorlog voeren (vertaling van 'What It Is Like To Go To War')

auteur

Karl Marlantes

ISBN

9789029088558

jaar

2012 (origineel: 2011)

pagina's

272

uitgeverij

Meulenhoff

 

 

 

Terug naar Boven

 

OPERATIE AMHERST - ROGER FLAMAND & JAAP H. JANSEN

titel

Operatie Amherst. Franse para’s vochten in Drenthe, april 1945

auteur

Roger Flamand & luitenant-kolonel b.d. der infanterie Jaap H. Jansen

ISBN

9053527702

jaar

2002 (Frans origineel: 1998)

pagina’s

256

uitgeverij

Boom

 

Wat heel veel mensen niet weten is dat na de bevrijding van het zuiden van Nederland nog een luchtlandingsoperatie plaatsvond in het noorden onder de codenaam Amherst. Het zou de laatste luchtlandingsoperatie van W.O. II worden. Het is de verdienst van luitenant-kolonel b.d. der infanterie Jaap H. Jansen dat deze operatie in 2002 ruimere bekend kreeg in Nederland, dankzij zijn vertaling uit het Frans van ‘Amherst. Les parachutistes de la France Libre 3e et 4e SAS Hollande 1945’ (1998) van oud-para Roger Flamand.

De operatie startte op 7 april ’45 vanaf de luchtmachtbases Dunmow, Shepgrove en Rivenhall in Engeland: 702 tot de Britse SAS-Brigade behorende Franse para’s werden boven Noord-Nederland gedropt. Bij de daaropvolgende gevechtsacties verloren 33 van hen het leven.

Operatie Amherst werd uitgevoerd door de Fransen van het 2ième (4 SAS) en 3ième (3 SAS) Régiment de Chasseurs Parachutistes onder commando van respectievelijk majoor Pierre Puech-Samson en luitenant-kolonel Jacques Pâris de Bollardière. De Franse SAS-bataljons bestonden elk uit drie gevechtscompagnieën en een stafcompagnie. 4 SAS werd gedropt ten oosten van de spoorlijn Assen-Hoogeveen en het verlengde daarvan in noordelijke en zuidelijke richting, 3 SAS ten westen daarvan. De operatiesector lag tussen Assen, Emmen en Meppel. De acties van de geparachuteerde rode baretten van weleer worden jaarlijks herdacht, onder andere in Assen in aanwezigheid van de militairen van 13 Infanteriebataljon Luchtmobiel (Air Assault).

De primaire opdracht van de twee bataljons was chaos scheppen in de Duitse gelederen en de voorhoedes van de oprukkende eenheden gidsen én van informatie voorzien. Als afgeleide nevenopdracht gold de verovering van de vliegvelden bij Eelde en Steenwijk en het veiligstellen en vasthouden tot de komst van de grondtroepen van achttien al dan niet vernielde of ondermijnde (spoor)bruggen op de opmarsroute. Besloten werd het Nederlandse verzet pas twaalf uur na het begin van de operatie te informeren door middel van de boodschap “De boot is omgeslagen” (p. 212), omdat men bang was voor infiltratie door de Duitsers.

Een zware taak voor twee bataljons lichte infanterie, verdeeld over tientallen teams van vijftien man (de maximale capaciteit van de vliegtuigen) in een ongewis vijandelijk achtergebied waar de Duitsers zich veilig waanden. Hoewel de kracht “is gelegen in verspreid optreden en gezamenlijke inspanning van kleine groepen over een groot gebied” (p. 211), kwamen veel van de uit de – voor troepentransport geschikt gemaakte – viermotorige Stirling-bommenwerpers neergelaten sticks zeer verspreid neer en konden elkaar in de bos- en kanaalrijke omgeving met verspreid bewoonde gebieden moeizaam terugvinden.

Enkele teams waren wél succesvol. Zo raakte in Westerbork, overigens min of meer bij toeval, de opperbevelhebber van de Feldgendarmerie in Nederland – generaal-majoor Karl Böttger – in zijn hoofdkwartier gewond bij een bestorming door Franse parachutisten.

Operatie Amherst was zeer bijzonder. In slechts zes dagen tijd opgezet door generaal Calvert, commandant van de SAS-Brigade, “met instemming” (p. 138) van het 2de Canadese Legerkorps – de subeenheid van de 1st Canadian Army  onder leiding van generaal Henri Crerar die intussen tot Coevorden was opgerukt: “Uit de beschikbare inlichtingen blijkt dat de Duitse troepen die het noorden van Nederland bezet houden, gering in aantal zijn en men vermoedt dat ze niet al te strijdlustig zijn. Het inzetten van de para’s in dit gebied zou hen zodanig moeten binden dat ze zouden afzien van een actie op de geallieerde flank; en hun wellicht de gelegenheid bieden zich zonder al te veel strijd over te geven.“ (p. 28). Het was de eerste maal in de krijgsgeschiedenis dat op deze manier de weg werd vrijgemaakt voor naderende grondtroepen.

Hoewel de luchtoverval gepaard ging met een aantal misleidingsmaatregelen (ruchtbaarheid geven aan de operatie, afwerpen van paradummy's), resulteerde de geboden snelheid van handelen er onder meer in dat de geplande inzet van jeeps aanvankelijk niet doorging, zoals werd bepaald door de Deputy Commander van generaal Mike Calvert, kolonel Guy L. Prendergast. Hij liet de jeeps niet afwerpen omdat er vooraf geen verkenningen waren uitgevoerd voor goede dropzones. Generaal Calvert, pas ruim een maand commandant van de SAS’ers, was ziedend van woede: de jeeps waren één van de fundamenten voor de operatie. Pas drie dagen later kwamen de voor de mobiliteit broodnodige jeeps alsnog in Coevorden aan.

Ook de nieuwe kleinkaliberwapens – Stenguns – zorgden voor problemen, maar gelukkig had het leeuwendeel van de manschappen gekozen voor de Thompson. Tot slot werd tevoren aangegeven dat het Canadese leger hun sector 48 uur na aankomst hoopte te bereiken; uiteindelijk zouden vooruitgesnelde Canadese troepen van 8th  Reconnaissance Regiment weken later de geïsoleerde Fransen bevrijden.

Dat de Fransen toch succesvol waren, heeft zeker te maken met de stoutmoedigheid van de para’s met het devies ‘Qui Ose Gagne’ (‘Who Dares Wins’). De instelling van de Franse frontsoldaten was bij voorbaat ronduit groots, getuige een citaat op p. 214: “Zodra bekend was geworden, en niemand weet hoe, dat de operatie voor de deur stond, zag men herstellende patiënten, zieken en mannen die in het ziekenhuis lagen en hun gipsverbanden kapotmaakten, die stilletjes de sticks binnenglipten en ook sommigen die nog nooit een parachutesprong hadden gemaakt.” Ook hieruit blijkt al dat wie moed toont zal winnen.

Terug naar Boven

 

OPERATIE GESLAAGD - ERIK KRIKKE

titel

Operatie geslaagd. Afghanistan: van oorlogschirurgie naar PTSS

auteur

Erik Krikke

ISBN

9789402225334

jaar

2016

pagina's

250

uitgeverij

Boekscout

 

Ik schaam me. Plaatsvervangende schaamte, maar toch: ik schaam me.

p>In het verleden heb ik de gedachte gehad dat je als rechtgeaarde genezerik pas meetelde, pas dingen kon doen die er écht toe doen, als je je in het voorterrein bij de troepen bevond en daar je werk deed. Werken in een geneeskundige inrichting klonk in mijn oren als tweederangs. Gelukkig ben ik die schaamte voorbij, maar het knaagde opnieuw behoorlijk toen ik 'Operatie Geslaagd' van Erik Krikke las.

Geachte lezers: als er iets is dat absoluut niet op het tweede plan staat, is dat het werken in een geneeskundige installatie.

Erik deed dit in de Role 3 Multinational Medical Unit (R3MMU), het NAVO-hospitaal op het vliegveld van Kandahar in het zuiden van Afghanistan, en ik ben diep onder de indruk.

Zijn boek doet me weer eens beseffen hoe ongelooflijk mooi het werk van oorlogschirurgen en hun assistenten in de chirurgische (medische) teams is, maar tegelijkertijd ook hoe groot de bak van menselijke ellende is die neerdaalt over die geneeskrachtige tijgers in de Role 1 tot en met 4. Die Role 1 t/m 4 beschrijft Erik ook nog eens helder, bijna als in een bijzin.

Erik's boek is wat mij betreft vóór alles het kippenvel bezorgende verhaal van een keihard werkende collega in een inzetgebied, van een collega die knakt en breekt door alle ellende, ethische dilemma's die hij onder ogen krijgt. Zijn zelfgekozen stilzwijgen richting het thuisfront doet misschien wel de rest: van zich af praten met thuis is er niet bij - en op dat moment begrijpelijk.

Je leest hoe zijn boog wordt gespannen, maar helaas ook hoe die spanning hem uiteindelijk teveel wordt.

Het is niet niks wat hij allemaal voor zijn kiezen heeft gekregen en ik kan niet genoeg benadrukken hoeveel respect ik voor hem en zijn verhaal heb. En voor al die collega's die in geneeskundige installaties in missiegebieden die meest spectaculaire dingen zien, horen, voelen...

Erik verbluft me, en niet alleen in het verhaal wat hem en de patiënten in de Role 3 aangaat.

Zo is zijn uitleg over de verschillen in behandeling - van locals die geen vervolgbehandeling kunnen krijgen (intramedullaire pen) en ISAF-militairen die zo'n behandeling wél krijgen (fixateur externe) - er eentje die voor de insider ogenschijnlijk logisch lijkt, maar voor de leek wellicht allesbehalve.......

Erik heeft zijn werk zonder enige twijfel goed gedaan: het zijn zelden of nooit de mensen die de kantjes ervan aflopen die met PTSS en/of Mental Injuries in de lappenmand terechtkomen. Hij beschrijft zijn verdriet en dat van de vele zwaargewonden in het meest beschoten kamp van Afghanistan: "Het beeld dat zich voor mij voltrekt, heeft iets weg van een televisieserie. Het enige grote verschil is dat de gebeurtenis hier niet gedramatiseerd is."

Het redden van mensenlevens in een MASH-achtige omgeving, zoals in Kandahar, steekt schril af bij de schone schijn die hij - zo vindt hij zelf, en op dat moment misschien begrijpelijk - ophoudt voor de buitenwereld. Maar Erik veranderde van "de grote, goedlachse, bij tijd en wijle ronduit lompe grappenmaker" in een afgestompte professional: alleen nog maar bezig met zelf overleven te midden van alle ellende, verdwaasd, met de blik op zo-snel-mogelijk-naar-huis.

Hij verandert snel en de lezers mogen zijn veranderingen van binnenuit meemaken. Het ergert me dat te mogen lezen, omdat het me heel bekend voorkomt: ik voel zijn pijn. Erik heeft het allemaal heel knap op papier gezet. Niet in deftige schrijftaal, maar in goudeerlijk gesproken woord waaruit de pijn van ellende zo'n beetje vanaf elke bladzijde rauw opstijgt.

Erik Krikke heeft voor mij hét boek geschreven dat ik had willen schrijven en ik bedank hem hiervoor. Ik heb heel vaak met een brok in m'n keel zitten lezen, heb zijn boek vaak dagen achter elkaar moeten wegleggen omdat het me naar de strot greep. 'Operatie Geslaagd' is wat mij betreft hét boek dat alle genezerikken, jong en oud, alle beginnend militair verpleegkundigen en verder iedereen die op uitzending gaat MOET gaan lezen.

Erik... een diepe buiging voor een heel, heel mooi boek. Ik ben geraakt en ik hoop dat het je na alle ellende die je hebt meegemaakt nu goed gaat.

'Operatie Geslaagd' is voor mij het eerste boek dat ik ooit gelezen én gerecenseerd heb dat de "onmogelijke" zes-sterrenstatus met stip verdiend!

Terug naar Boven

 

OPERATIE JEDBURGH - JELLE HOOIVELD

titel

Operatie Jedburgh. Geheime geallieerde missies in Nederland 1944-1945

auteur

Jelle Hooiveld

ISBN

9789089532565

jaar

2013

pagina's

288

uitgeverij

Boom

 

 

 

Terug naar Boven

 

OPERATIE LEUNSTOEL - MAURITS MARTIJN & CEES WIEBES

titel

Operatie Leunstoel. Hoe een klein Nederlands bedrijf de CIA hielp om de Russen af te luisteren

auteurs

Maurits Martijn & Cees Wiebes

ISBN

9789082256376

jaar

2015

pagina's

74

uitgeverij

De Correspondent BV (download e-book)

Eind 2014 verscheen De Doofpotgeneraal van Edwin Giltay, over spionagepraktijken die je niet in Nederland zou verwachten maar die wel degelijk hebben plaatsgevonden.

Met Operatie Leunstoel staat spionage in Nederland opnieuw in de belangstelling, nu in een periode waarvan nog niet bekend was dat ons land hierin een sleutelrol heeft gespeeld: de Koude Oorlog.

Operatie Leunstoel (Easy Chair) is non-fictie met thrillerachtige proporties.

Aan de basis van dit boekje staan twee zaken: de ontdekking van het zeer geavanceerde batterij- en draadloze afluistermiddel The Thing in de Amerikaanse ambassade in Moskou in 1952 en het overlijden van Nico Schimmel in 1991 - de latere (tweede) directeur van een experimenteel lab in Nederland.

Wat beiden verbindt zijn de ontwikkeling en het heimelijke gebruik van elektronische audiosurveillance apparatuur. Eerst door de Russen, daarna dankzij copy/paste evenzeer door de Amerikanen. Met tussenkomst van Nederlanders.

In het kopieerproces van The Thing, zo blijkt nu, speelden Nederlandse wetenschappers een zeer belangrijke rol. Wetenschappers van het experimentele Nederlandsch Radar Proefstation (NRP) in Noordwijk aan Zee.

Het NRP werd kort na de Tweede Wereldoorlog opgericht door Joop van Dijk in een poging Nederland op de hoogte te brengen van de ontwikkelingen op het gebied van radar in de oorlog. Van Dijk was in WO II de chef van de Corps Regeerings Berichten Dienst, dat de communicatie tussen het Nederlands verzet en de Nederlandse regering in ballingschap in Londen mogelijk maakte.

Het NRP hield zich in die naoorlogse jaren zeker niet alleen bezig met de luchtvaart- en maritieme toepassingen van radar. Dit gold met zekerheid in de periode nadat de CIA het NRP benaderde, niet lang na de ontdekking van The Thing. Zeven jaar lang had dat apparaatje ongezien meegeluisterd met de Amerikaanse ambassadeur. De Amerikanen snapte geen snars van de hypermoderne technologie en vroegen het NRP om hulp.

Waarschijnlijk zelfs tot in 1989 maakte het NRP afluisterapparatuur ('passieve elementen') voor de CIA. Hiermee werden in ieder geval de Russische en Chinese ambassade in Den Haag afgeluisterd.

'Operatie Leunstoel' is een prachtig Kafkaësk verhaal. De bizarre werkelijkheid van spionageperikelen na de Tweede Wereldoorlog wordt mooi uit de doeken gedaan in een explosief verhaal dat meesleept tot het einde.

Terug naar Boven

 

OP MISSIE - JAUS MÜLLER

titel

Op missie. De Uruzgan-veteranen: het avontuur, de angst en de thuiskomst

auteur

Jaus Müller

ISBN

9789079985043

jaar

2009

pagina’s

189

uitgeverij

NRC Boeken

 

Al meer dan 20.000 Nederlandse militairen zijn in Uruzgan geweest, meestal jonge mannen en vrouwen van begin twintig. Ze hebben er harder en meer gevochten dan in alle andere militaire missies van de afgelopen vijftig jaren. Wat ze in Afghanistan meemaakten, tekent hun levens.

In 'Op missie' interviewt Jaus Müller (1985), die zelf vijf keer naar Uruzgan reisde, zijn leeftijdsgenoten over de gevolgen van hun besluit om in het leger te gaan. De jonge veteranen zijn uit dienst, en kunnen daardoor openhartig vertellen over hoe zwaar de missie werkelijk is. Ze beschrijven hoe het voelt om op een bermbom te rijden of beschoten te worden door de Taliban, en in het heetst van de strijd een dodelijk gewonde collega te verzorgen. Ze uiten hun angsten en twijfels: was de doodgeschoten ‘vijand’ geen burger? Ze beschrijven de mooie momenten, als ze konden lachen met Afghaanse kinderen. Ook vertellen ze hoe het is om met al deze ervaringen thuis te komen bij familie en vrienden in Nederland.

Op missie is een opzienbarend boek, waarin jonge militairen antwoord geven op de vraag die ons allen intrigeert: waarom zetten zij hun eigen leven op het spel in het stoffige Uruzgan?

Terug naar Boven

 

OVER KEURINGEN - JOHN DE RAAD

titel

Over keuringen. Onderzoek naar de kwaliteit van keuringen voor militair personeel van de Koninklijke Landmacht

auteur

John de Raad

ISBN

9789052784795

jaar

2005

pagina's

188

uitgeverij

Datawyse/Universitaire Pers Maastricht

 

 

In 2005 promoveerde mr. John de Raad aan de Universiteit van Maastricht op dit onderzoek naar de kwaliteit van keuringen voor militair personeel van de Koninklijke Landmacht.

Recensie van 'Over keuringen' in Militaire Spectator (jaargang 175, nummer 12, 2006, pagina 586 en 587)

Terug naar Boven

 

OVERKILL - ESCOBER (ESTHER & BERRY VERHOEF)

titel

Overkill

auteurs

Escober (Esther & Berry Verhoef)

ISBN

9789041423245

jaar

2013

pagina's

304

uitgeverij

Literaire Thriller | Anthos

 

'Overkill' is de eerste thriller van Escober die ik las, en overbluft viel ik onmiddellijk met mijn neus in de boter. Een thriller over verraad, liefde en wraak, die eerst en vooral draait om de vriendschap tussen Reinier en Ronny.

Reinier is de good guy, zo word je op het verkeerde been gezet. Rechter-commissaris, ogenschijnlijk aan de goede kant. Met Reinier vergeleken zou Ronny een bad guy kunnen zijn.

Ronny is oud-commando, tegenwoordig werkzaam in de beveiliging en living on the edge. Is hij het soort ongeleid projectiel waar je doodsbang voor hoort te zijn?

Als in korte tijd een aantal moorden wordt gepleegd, staat de onderzoekend politierechercheur voor raadsels. En als bij hem eindelijk het kwartje valt, blijkt de overeenkomst het falen - of toch niet? - van het justitieapparaat.

Naar voormalig elitemilitair Ronny - intuïtief, afgemeten in woord en daad - gaat automatisch mijn aandacht. Niet omdat ik denk dat hij de dader is, wél omdat ik voel dat hij een tikkende tijdbom is waar zijn omgeving rekening mee zal moeten houden.

Maar wie heeft dan toch die moorden op zijn geweten? En hoe flinterdun kan de scheidslijn tussen goed en kwaad zijn?

Van het begin tot het einde is het boek ongemeen spannend. Aan het einde zou je zelfs kunnen denken dat je iets hebt gemist. Er is echter geen gemis, hooguit in je perceptie, in de wens van de lezer (die vader van zijn gedachten is geworden).

De hyperspannende verwikkelingen, zo weet je op de laatste bladzijde, hadden je zo in hun greep dat je de onderliggende verhaallijn niet zag. Maar hoe abrupt de ontknoping ook is, het klopt allemaal feilloos.

Het heerlijke van dit boek is dat je geen moment wordt meegezogen in vergezochte passages. Het verhaal loopt als een trein en de moordenaar is ontmaskerd when the bullet hits the bone. In het schemergebied tussen de onder- en bovenwereld, wie es sollte.

'Overkill' is zo beeldend geschreven dat ik zonder tussenpauzes het gevoel had als figurant mee te spelen. In een heel goede film, waarin ondeugd even relativerend blijkt als het stereotype.

Dus als dit steengoede boek niet wordt verfilmd, zou je tenminste willen dat een volgende Escober je meeneemt met de survivor als middelpunt, linksom of rechtsom.

Terug naar Boven

 

WAT ZEGGEN DE STERREN?
Absoluut lezen
Een aanrader
Redelijk goed
Niet eerste keus
Beter nooit lezen*

(* troep, tinnef, rommel, bagger)

Terug naar Boven