LEESWIJZER
Terug naar de homepage
 

Maak uw keuze uit de hieronder getoonde alfabetische lijst

Boeken gezocht!

RAPPORT COMMISSIE VAN ONDERZOEK BESLUITVORMING IRAK

Download hier het rapport van de Commissie van Onderzoek Besluitvorming Irak (Commissie Davids).

titel

Rapport Commissie van onderzoek besluitvorming Irak

auteur

onder voorzitterschap van mr. W.J.M. (Willibrord) Davids

ISBN

9789085069928

jaar

2010

pagina’s

551

uitgeverij

Boom

 

Op 3 maart 2009 begon de Commissie van onderzoek besluitvorming Irak aan haar werkzaamheden. Deze onafhankelijke commissie, ingesteld door premier Balkenende, deed onderzoek naar de voorbereiding en besluitvorming over de politieke steun van Nederland aan de inval in Irak in de periode 2002-’03. Op 12 januari 2010 presenteerde de voorzitter van de onderzoekscommissie, mr. Willibrord Davids, de resultaten.

Download hier het rapport van de Commissie van Onderzoek Besluitvorming Irak (Commissie Davids).

De Commissie-Davids. Tweede van links de voorzitter en naamgever van de onderzoekscommissie, mr. Willibrord Davids.

De belangrijkste conclusies van de Commissie-Davids zijn:

  • Er was geen adequaat volkenrechtelijk mandaat voor het Amerikaans-Britse ingrijpen in Irak. Anders dan de Nederlandse regering deed, had de tekst van VN-resolutie 1441 – op 8 november 2002 aangenomen – niet uitgelegd mogen worden als een vrijbrief voor individuele staten om zonder toestemming van de VN-Veiligheidsraad militair geweld af te dwingen. De Nederlandse stelling dat een tweede resolutie politiek zeer wenselijk was maar juridisch niet nodig noemt de commissie “niet goed te verdedigen”. In maart 2003 besloot het demissionaire kabinet-Balkenende I (CDA, VVD en LPF) een actie tegen Irak politiek te steunen.
  • Premier Jan Peter Balkenende heeft weinig tot geen leiding gegeven aan de debatten over de kwestie-Irak; tot januari 2003 liet hij het Irak-dossier geheel over aan Minister van Buitenlandse Zaken Jaap de Hoop Scheffer, die het beleid naar zich toetrok. Na januari 2003 ging Balkenende zich weliswaar met ‘Irak’ bemoeien, maar het regeringsstandpunt lag toen al vast – in augustus 2002 geformuleerd tijdens een brainstormsessie op het Ministerie van Buitenlandse Zaken die “niet langer dan drie kwartier” duurde. Naast De Hoop Scheffer bestond het ‘kitchen cabinet’ uit secretaris-generaal Frank Majoor, directeur-generaal politieke zaken Hugo Siblesz, zijn plaatsvervanger Herman Schaper en de Nederlandse ambassadeur in Washington, Boudewijn van Eenennaam. De kwestie of een oorlog tegen Irak legitiem zou zijn, alsmede nuanceringen die Nederlandse inlichtingendiensten maakten over de aanwezigheid van massavernietigingswapens in Irak, werden ondergeschikt gemaakt aan de eenmaal ingezette beleidslijn: hoe dan ook politieke steun verlenen aan een inval in Irak.
  • De twijfels van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) en Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD) bij de Amerikaanse bewering over massavernietigingswapens (weapons of mass destruction, WMD) in Irak werden door de politiek genegeerd. Hoewel beide diensten  nauwelijks eigen informatie inbrachten, waren hun rapporten genuanceerder dan de buitenlandse rapportages. De diensten baseerden zich vooral, doch selectief, op de rapporten van de wapeninspecteurs van de United Nations Monitoring, Verification and Inspection Commission (UNMOVIC) en inspecteurs van de International Atomic Energy Agency (IAEA) op berichten van buitenlandse inlichtingendiensten. Uit de rapporten werden echter slechts die uitspraken gehaald welke pasten in het reeds ingenomen standpunt.
  • De Tweede Kamer is niet altijd volledig en tijdig geïnformeerd. Dit was onder meer het geval toen de VS Nederland op 15 november ’92 verzocht mee te werken aan de planning en opbouw van een militaire macht. Daarnaast werd de Tweede Kamer pas op de dag dat de Host Nation Support feitelijk begon, op 17 februari 2003, hierover geïnformeerd. De HNS werd verleend in het kader van het beladen en verschepen van Amerikaans materiaal in de havens van Eemshaven en Rotterdam.
  • Hoewel er altijd geruchten zijn geweest dat de Nederlandse krijgsmacht actief was tijdens de oorlog, zijn er geen bewijzen gevonden dat Nederland de Amerikanen actief militair heeft gesteund. De aanwezigheid van luitenant-kolonel Jan Blom van de Koninklijke Luchtmacht bij een persconferentie van de Amerikaanse generaal Tommy Franks, bevelhebber van het U.S. Central Command (CENTCOM) op 22 maart 2003 - vlak na de inval in Irak - heeft deze geruchtenstroom over militaire steun gevoed. De oorzaak hiervan lag aan Nederlandse kant aan een (communicatie-)misverstand; aan Amerikaanse zijde werd het Nederlandse onderscheid tussen politieke en militaire steun aan de inval in Irak daarentegen niet zo strikt gevoeld.
  • Er werden door de commissie geen bewijzen gevonden van deelname van de onderzeeër Hr. Ms. Walrus, F-16 gevechtsvliegtuigen en/of leden van het Korps Commandotroepen (KCT). De commissie stelt echter vast dat het Nederlandse fregat Hr. Ms. Van Nes in enkele gevallen is ingezet voor escortediensten ten behoeve van vaartuigen die betrokken waren bij de opbouw van de Amerikaans-Britse invasiemacht (“Nederland wilde hiermee zijn reputatie als betrouwbare partner in internationale militaire operaties gestand doen”).
  • De commissie vindt het onderscheid dat de Nederlandse regering maakte tussen offensieve en defensieve wapens, waarbij de Patriots (luchtafweerraketten voor de middellange afstand) slechts als verdedigende, preventieve wapens werden gezien, aanvechtbaar. Drie Patriot-systemen werden op verzoek in Turkije gestationeerd ter bescherming van de Turkse bevolking tegen de Al Hussein-raketten van Saddam Hussein. De Al Hussein, een upgrade van de Scud, is een Iraakse ballistische raket met een langer bereik dan de Scud.
  • De eventuele benoeming van Jaap de Hoop Scheffer tot Secretaris-Generaal van de NAVO heeft geen invloed gehad op de politieke steun aan de VS. Op 5 januari 2004 begon de De Hoop Scheffer als SG van de NAVO.
  • Handelsbelangen hebben geen rol gespeeld bij de totstandkoming van het Nederlandse Irak-beleid.

Op 9 februari 2010 trok het kabinet Balkenende-IV bovenstaande conclusies uit de bevindingen van de Commissie van onderzoek besluitvorming Irak.

Terug naar Boven

 

REBELLEN MET EEN REDEN - ARNOLD KARSKENS

Rebellen met een reden. Idealistische Nederlanders vechtend onder vreemde vlag - Arnold Karskens

titel

Rebellen met een reden. Idealistische Nederlanders vechtend onder vreemde vlag

auteur

Arnold Karskens

ISBN

9789029085458

jaar

2009

pagina’s

240

uitgeverij

Meulenhoff

 

Ik heb een haat-liefdeverhouding met Arnold Karskens. Aan de ene kant schrijft hij prachtige boeken over oorlog(sverslaggeving) – zoals zijn geschiedenis van de Nederlandse oorlogsverslaggeving van Heiligerlee tot Kosovo – aan de andere wordt hij (naar mijn mening terecht) neergesabeld door Defensie omdat hij eenzijdig, zonder het toepassen van hoor en wederhoor, bericht uit Uruzgan. Karskens is intussen heilig gaan geloven in de alomtegenwoordige muilkorf van het Ministerie van Defensie en gaat alleen al daarom unembedded op pad in Afghanistan. Ondanks zijn jarenlange ervaring aan de frontlinies van het wereldwijde conflict, gelooft Karskens blijkbaar in het maakbare ideaalbeeld van een oorlog die verloopt in de geijkte sjablonen van goed versus fout – en dat is zijn goed recht.

Gelukkig voor de lezer van ‘Rebellen met een reden’ is Karskens niet alleen de oorlogscorrespondent die op tv rondbazuint hoe slecht de Nederlandse militairen in Afghanistan bezig zijn. In dit boek schetst hij de die-hards, dwarsliggers, extremisten, revolutionairen en strijders voor een of andere na te streven vrijheid. Allen zijn bereid te doden uit idealisme, maar ach… uiteindelijk is iedereen van vlees en bloed geneigd tot het kwaad. Rebel zijn anno 2009 heeft niet altijd meer direct iets te maken met het niet erkennen van een wettige regering.

Het idealisme van rebelse personen ontstaat vaak na indringende confrontaties met de andere kant van de waarheid in oorlogssituaties, bijvoorbeeld na desertie (Poncke Princen), de avontuurlijke noodzaak om de onderdrukten der aarde te behoeden voor het kapitalisme (Tanja Nijmeijer) of vrijheidsidealen van volkeren die een steuntje in de rug nodig hebben (Johan Tilder en Rob van Veen). Vaak worden ze hierbij een handje geholpen door een relatie die op de klippen is gelopen, twaalf ambachten en dertien ongelukken en/of de idee dat alles beter is dan thuis werkeloos te blijven toezien.

De tien ‘rebellen’ die door Karskens zijn geboekstaafd vallen allen in deze categorieën. Voeg daarbij nog de romantische verering van het leven als rebel. In de verantwoording van zijn boek schrijft hij profetisch: “De kans dat u als lezer overigens ooit zelf de stoute schoenen aantrekt, de schepen achter u verbrandt en bewust kiest voor een gevaarlijk bestaan aan het front, valt alleen in promillen uit te drukken.” Als dat zo is – en éénduizendste deel van de Nederlandse bevolking tot deze niet al te lucide stap in staat moet worden gesteld – zullen nog altijd duizenden Nederlanders de oversteek naar de frontlijnen maken. Ik doe het ze niet na. Niet omdat ik niet zou durven, maar omdat het lot anders heeft bepaald. Mijn bestemming werd die van echtgenoot, papa en onderofficier. Nijmeijer, Tilder en Princen deden het wel...

Het ambitieuze reisdoel van Tanja Nijmeijer – “een meisje met grote tieten en een mooi snuitje” – werd Colombia, overigens zonder de persoonlijke noodzaak de wapens op te pakken. In gedachten iets te willen doen voor de ' verworpenen der aarde' werd de gesjeesde studente een gedreven pseudo-guerrillastrijdster bij de Fuerzas Armadas Revolucionarias de Colombia (FARC)… en werd tolk-vertaalster. Ze kwam erachter dat “de revolutionaire theorie vaak niet strookt met de praktijk” Dat had je ook in Nederland nog kunnen beseffen.

Johan Tilder werd in Kroatië één van de Dutch Dirty Dozen, zoals de Amerikaanse medestrijder Tom Chittum de Nederlandse vrijwilligers omschreef in Soldier of Fortune. Tilder (“Wild Bill”) ging helemaal op in zijn huurlingenbestaan, huwde een Kroatische schone, maar door verraad kon hij zijn avontuur niet overleven. Ook dat stond niet in de folder van het rebellenschap.

Zijn desertie kwam ook Poncke Princen duur te staan. Weliswaar werd hij niet meteen gedood en in een volgende levensfase zelfs een hartstochtelijk mensenrechtenactivist in Indonesië, het overlopen in oorlogstijd zal hem altijd kwalijk worden genomen door zijn kameraden van toen. In Nederland was hij persona non grata. Ook dat had hij kunnen weten.

Uit bovenstaande drie voorbeelden blijkt wel dat het beeld van oorlogvoering door rebelse idealisten zéér realistisch is. Het wordt bepaald door en omgeven met leiders met dubbele agenda’s, warlords, terroristische motieven, ordinaire criminaliteit en pathologische leugens. Als klap op de vuurpijl raakten de rebellen uiteindelijk ‘gevangen’ in het web van hun eigen ideaalbeeld. Of ze kwamen erdoor om het leven. Hoe idyllisch, mythisch of romantisch ook, dat maakt het op rationele gronden verruilen van een alledaags huis-, tuin- en keukenbestaan voor het rebellenleven bij voorbaat redenloos. Helaas zagen de rebellen dat pas achteraf in … of in het geheel niet meer.

Terug naar Boven

 

REFORGER '87: EEN CRISIS DIE GEEN CRISIS WERD - C.O.T.

Reforger '87: Een crisis duie geen crisis werd - C.O.T.

titel

Reforger '87: Een crisis die geen crisis werd. Observatie en analyse van een civiel-militaire operatie

auteurs

Crisis Onderzoek Team (COT) Rijksuniversiteit Leiden & Erasmus Universiteit Rotterdam

ISBN

9060005678

jaar

1988

pagina's

56

uitgeverij

Gouda Quint BV Arnhem

 

 

Ook bij de mobilisatieoefening Reforger '87 verwachtten de civiele autoriteiten de mogelijkheid van demonstraties en pogingen tot blokkades door activisten. Activisten, in de regel vredesactivisten, konden voor onverwachte en ongewenste problemen zorgen, alleen al vanwege het feit dat Nederland steevast optrad als Host Nation voor de Amerikaanse troepen op doorreis naar Duitsland.

Het Crisis Onderzoek Team van twee universiteiten analyseerde Reforger '87, die gemnakshalve als één van de weinige grootschalige civiel-militaire oefeningen kan worden geduid.

Was het nodig dat de civiele autoriteiten rekening hielden met acties? Was er sprake van bbuitengewone omstandigheden?

Terug naar Boven

 

ROMEO DELTA - LEON VAN ZOMEREN

Titel

Romeo Delta

Auteur

Leon van Zomeren

ISBN

9789078905400

Jaar

2010

Pagina's

254

Uitgeverij

De Brouwerij

 

 

 

Terug naar Boven

 

ROOSEVELT VERSUS CHURCHILL - NIGEL HAMILTON

titel

Roosevelt versus Churchill. Bevelhebbers in oorlog - 1943

auteur

Nigel Hamilton

ISBN

9789085715092

jaar

2016

pagina's

400

uitgeverij

Veen Media

 

 

 

Terug naar Boven

 

ROSS KEMP ON AFGHANISTAN - ROSS KEMP

titel

Ross Kemp on Afghanistan

auteur

Ross Kemp

ISBN

9780141040882

jaar

2009

pagina’s

318

uitgeverij

Penguin

 

 

 

Terug naar Boven

 

ROTTERDAM 14 MEI 1940 - FRITS BAARDA

Titel

Rotterdam 14 mei 1940. De ooggetuigen. De foto’s

auteur

Frits Baarda

ISBN

9789068686760

jaar

2015

pagina's

160

uitgeverij

Thoth

 

 

 

Terug naar Boven

 

RULE OF LAW MAKES SENSE - anne-marij strikwerda-verbeek

titel

Rule of Law Makes Sense. A Way to Improve Your Mission

auteur

kapitein Anne-Marij Strikwerda-Verbeek

ISBN

9789081316552

jaar

2012

pagina's

72

uitgeverij

Civil-Military Centre of Excellence (CCOE)

 

 

 

Terug naar Boven

 

 

WAT ZEGGEN DE STERREN?
Absoluut lezen
Een aanrader
Redelijk goed
Niet eerste keus
Beter nooit lezen*

(* troep, tinnef, rommel, bagger)

Terug naar Boven