LEESWIJZER
Terug naar de homepage
 

Maak uw keuze uit de hieronder getoonde alfabetische lijst

Boeken gezocht!

SABOTEUR, PARTIZAAN, STOOTTROEPER - HANS W. KORSTEN

titel

Saboteur, partizaan, stootroeper

auteur

Hans W. Korsten

ISBN

9075311818

jaar

2008

pagina’s

256

uitgeverij

Gigaboek

 

Een boek met een enorme aanloop. Het begin is taai en zelfs een beetje vervelend te noemen, maar wie de moeite neemt kan zich daar doorheen worstelen. Hans W. Korsten heeft aan de hand van ware gebeurtenissen, brieven en getuigenissen het levensverhaal verteld van zijn op 15 augustus 1947, tijdens de Eerste Politionele Actie bij Soemowono in de sector Ambarawa op Java, gesneuvelde 21-jarige broer Bart P. Korsten.

Korsten is uitgegaan van de nog door zijn broer zelf vertelde belevenissen. Bart zond uit IndonesiŽ brieven en gedichten waarin hij ook teruggreep op zijn oorlogsjaren in Nederland. Bart hoorde vlak vůůr het uitbreken van de oorlog op de padvinderij het verslag van een akela, die aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog haar joodse ouders in Duitsland had bezocht. Dat verhaal greep hem erg aan. Na de Duitse inval weigerde hij op te komen voor de Arbeidsdienst en dook hij onder in Noord-Limburg.

Een bezoek aan zijn zieke vader werd hem bijna noodlottig. Met het doorknippen van telefoonkabels en het in brand steken van goederentreinen met stro werd hij saboteur en opgenomen in een kleine partizanengroep. Bij een vuurgevecht met een Duitse patrouille raakte hij zwaargewond en werd opgenomen in het Sint Annaziekenhuis in Geldrop. De bevrijding van Noord-Nederland stelde hem in staat als vrijwilliger met het Stoottroepen Commando-West deel te nemen aan del aatste gevechten met de Duitsers aan de Waal en in het Reichswald bij het Duitse Kleef.

Terug naar Boven

 

SCHADUWEN OVER DE WOESTIJN - JAAP JAN BROUWER

titel

Schaduwen over de woestijn. Strategie, management en organisatie van het Duitse en Engelse leger van Versailles tot El Alamein: theorie en praktijk

auteur

mr. drs. Jaap Jan Brouwer

ISBN

9789080810921

jaar

2003 (2006)

pagina's

402

uitgeverij

Van Gruting

 

Terug naar Boven

 

SCHEEPSPRAET - LEGERVOORLICHTINGSDIENST DEN HAAG

titel

Scheepspraet

auteur

Ph. J. te Winkel & H.E. Janssen

ISBN

9789068829778 (facsimile)

jaar

1947 (2009)

pagina’s

64

uitgeverij

Legervoorlichtingsdienst Den Haag (facsimile Elsevier/Reed Business)

 

In 1947 gaf de Legervoorlichtingsdienst (LVD) in Den Haag het boekje ‘Scheepspraet. Zijnde een reisbeschrijving met tal van wetenswaardigheden en nuttige wenken ten profijte van de Nederlandsche militairen die naar Indië scheep gaan’ uit. De titel dankte het aan het gelijknamige gedicht van Constantijn Huygens (1596-1687). Huygens maakte dit gedicht toen in 1625 Prins Maurits "te kooi gekropen", dus overleden was:

“Mouringh was te koy ekropen,
En den endelose slaep
Had sijn wacker oogh beslopen
En hem, Leeuw, gemaeckt tot Schaep.”

Alle militairen die voor de Politionele Acties naar Nederlands-Indië voeren, kregen het boekje van de LVD, ter voorbereiding op de lange reis per schip naar de kolonie en op het zware verblijf in de tropen. Alles bij elkaar gingen zo’n 130.000 Nederlandse militairen scheep naar de Oost. Niet overbodig dus dat in ‘Scheepspraet’ het schipperslatijn werd uitgelegd: het verschil tussen bak- en stuurboord, waar je wel en niet mocht komen aan boord, het Reglement van Orde op een troepentransportschip (mailboten en grote vrachtschepen), de dagindeling aan boord (reveille om zes uur) en de oefening ‘sloepenrol’, die even belangrijk is als het voorkomen van brand. Een stichtelijke poging om de eerste stappen op het pad van het Maleis te zetten is echter niet terug te vinden in deze stoomcursus “zeeman voor de landrot” die oorspronkelijk ‘Tips voor Indië-vaarders’ heette.

‘Scheepspraet’ werd samengesteld door reserve-majoor Ph.J. te Winkel en reserve-kapitein H.E. Janssen, maar de tekst werd geschreven door Piet Bakker en de illustraties komen uit de pen van 'Eppo' Doeve. Het reisgidsje voor militairen, dat in 1947 verscheen (een jaar na de publicatie van ‘Ciske de Man’ van Bakker), bevatte informatie over de zeereis (die een kleine maand duurde) en allerhande tips voor het verblijf in de tropen.

In het scheepswijs maken van de pleunen wordt niets vergeten: “Een troepentransportschip vaart droog! Voor slechte verstaanders willen wij dit even verduidelijken: er is aan boord geen borrel of biertje te krijgen.” (p. 10). Ontsnappen aan het duizenden zeemijlen en enkele weken varen over ’s werelds zeeën en oceanen is er niet bij, dus dan kun je je maar beter houden aan de tips waar rijkelijk mee wordt gestrooid. Zo kun je beter niet kleding tegen de scheepswand hangen en moet je kleding binnenstebuiten laten drogen, etensblikken onder water bewaren en je tanden liever met thee dan onbetrouwbaar water poetsen.

Waarom? Zodat je niet de durfal (Maleis: brani) uithangt en denkt dat je het beter weet dan de ervaren tropenbewoner. Hoewel het boekje doordrenkt is met het plechtstatige ondertoontje van de fatsoensrakker uit de naoorlogse jaren, is het een absoluut collector’s item dat meer inzicht geeft in de wondere wereld van de Indië-gangers.

In 2009 verscheen een gebonden facsimileuitgave met stofomslag bij Elsevier/Reed Business, samengesteld door Piet Bakker en Arendo Joustra.

Terug naar Boven

 

SEAL TEAM SIX - HOWARD WASDIN & STEPHEN TEMPLIN

Titel

Seal Team Six. Het inside verhaal van het Navy SEAL's eliteteam dat Osama bin Laden uitschakelde

Auteurs

Howard Wasdin & Stephen Templin

ISBN

9789022561089

Jaar

2011

Pagina's

320

Uitgeverij

Boekerij

 

 

 

Terug naar Boven

 

SHAKE HANDS WITH THE DEVIL - ROM…O DALLAIRE

Titel

Shake Hands with the Devil. The Failure of Humanity in Rwanda

Auteurs

Romťo Dallaire (co-auteur Brent Beardsley; voorwoord Samantha Power)

ISBN

9780679311713

Jaar

2003

Pagina's

592

Uitgeverij

Random House

 

 

 

Terug naar Boven

 

SIMS, GET ME A PRISONER - EVERT VAN DE WEERD

titel

Sims, get me a prisoner. Screaming Eagles van de 101 US Airborne Division met hun 'incredible Patrol' op de Veluwe en fragmenten van gevechten in Noord-Brabant en de Betuwe

auteur

Evert van de Weerd

ISBN

9789079623174

jaar

2013

pagina's

76

uitgeverij

Gemeente Ede, Gemeentearchief

 

 

Terug naar Boven

 

SI VIS PACEM - DR. ANTONIE C.A. DAKE

Titel

Si vis pacem. Het Nederlands Defensiebeleid op lange termijn

Auteur

Dr. Antonie C.A. Dake

ISBN

9023234278

Jaar

1998

Pagina's

102

Uitgeverij

Van Gorcum

 

 

 

Terug naar Boven

 

SOLDAAT IN DE WOESTIJN - PETER DICKER & WIM VAAL

Omslag van 'Soldaat in de woestijn'

titel

Soldaat in de woestijn

auteur

Peter Dicker & Wim Vaal

ISBN

9054291365

jaar

2000

pagina’s

316

uitgeverij

Conserve

 

Op 26 juli 1956, als de Egyptische president Nasser het Suez-kanaal nationaliseert, is het 1er Régiment Étranger de Parachutistes (1 REP) van het Vreemdelingenlegioen gestationeerd in Port Fouad, op de linkerlandtong van het kanaal. Port Saïd ligt aan de overkant. Drie maanden later vallen Israël, Engeland en Frankrijk de havenstad vanaf vliegdekschepen en luchthavens op Cyprus en Malta aan. De internationale status van het Suez-kanaal moet gehandhaafd blijven.

Onder de militairen van 1 REP bevindt zich de Amsterdammer Wilhelmus Adrianus Hermanus Vaal, geboren op 20 maart 1932, Wim Vaal dus. Later bekend geworden als “le sergent Baraka” – de geluksvogel, de onkwetsbare. Het is 5 november 1956 als de dropping wordt uitgevoerd, waarna er wordt opgetrokken naar El Cap en Blida. Vaal blijkt niet onkwetsbaar: hij raakt gewond, later nog tweemaal.

In 1957 gaan Vaal en zijn kameraden stakingen breken in de Franse kolonie Algerije. In Algiers voeren ze politietaken uit tegen het Front Libération National (FLN), houden ze alleszins een ‘schoonmaak’.

Een pacificatie, waarbij bescherming en hulp wordt geboden aan de bevolking, de Franse wel-te-verstaan… Algiers wordt het centrum van de onafhankelijkheidsoorlog, de Bataille d’Alger, waar Frankrijk met alle macht haar belangen en die van de pieds noirs verdedigt tegen de rebellen van het FLN.

Arrestaties en ondervragingen zijn aan de orde van de dag, ook door een officier die alleen maar geïnteresseerd is in het martelen van de rebellen: Jean-Marie Le Pen.

Over hem schrijft Vaal: “Le Pen is gewelddadig vanuit een racistisch principe. De rotzooi die je hebt op te ruimen als Jean-Marie bezig is geweest is onbeschrijfelijk.” Vaal voelt zich “tachtig kilo vlees met een geweer” - een mitraillette MAS38.

Onder de rauwdouwers, avonturiers en halve criminelen van het legioen is er geen weg meer terug. Allang niet meer. Als hij al had willen deserteren, zou hij worden doorgestuurd naar het strafkamp in de alles en iedereen verzengende woestijnhitte van Colomb Béchar (op 1.000 km van Algiers).

De enige manier, zegt Vaal, om in het Vreemdelingenlegioen te overleven is om zo weinig mogelijk na te denken. Anders draai je door (cafard): “Het besef dat je een fiks deel van je overlevingskansen niet in eigen hand hebt, kan te zwaar gaan wegen.” Het legioen was nu eenmaal de plaats waar ze hem nodig hadden, de 1 meter 90 lange Nederlander. Hij wist ook: “Het ego van de rekruten moet worden gebroken. Voornaamste ingrediënten: eindeloze vernederingen en afmattend corvee.” Om het ongeoefende, dikke, luie lichaam tot vernederens toe te trainen (dégraissage of ontvetting). Een leuke klus voor de instructeurs, waarvan in die tijd de meerderheid Duitser is en sommige oud-SS'er.

Uit Vaal’s boek dampt vanaf elke bladzijde de kameraadschap uit het legioen: “Camaraderie is onontbeerlijk om tot resultaten te komen, om te overleven”. Vriendschappen voor het leven, om de marche forcées altijd te kunnen uitlopen, samen ‘Le boudin’ (over de witte bloedworst) te zingen, gezamenlijk “het belang van discipline, van hygiëne, van presentatie” in te zien.

Peter Dicker en Wim Vaal hebben een prachtboek geschreven over de belevenissen van een legionair. Ik heb ontdekt dat ik een heel klein beetje op Wim Vaal lijk: “Ik vind elke koffie even lekker, koud, lauw, opgewarmd: het ritueel is haast nog belangrijker dan de smaak.”

Terug naar Boven

 

SOLDAAT IN URUZGAN - NIELS ROELEN

titel

Soldaat in Uruzgan

auteur

Niels Roelen

ISBN

9789048802319

jaar

2009

pagina’s

272

uitgeverij

Carrera

 

 

“Gefährlich ist wer Schmerzen kennt
Vom Feuer das den Geist verbrennt”

Rammstein – ‘Feuer Frei!’ (2002)

Gefictionaliseerde non-fictie is een weinig gebruikte term: de schrijver vertaalt de werkelijkheid tot fictie. Gebeurtenissen, karakters, dialogen worden (samengebald) verzonnen, waardoor een werkelijkheid kan ontstaan die niet helemaal zo was maar zo in elkaar is gezet. Dit lijkt in ‘Soldaat in Uruzgan’ niet het geval: alleen hebben de karakters een andere naam gekregen, met uitzondering van geestelijk verzorgster Ank en de journalisten Hans en Joeri. Hierdoor heb je weinig verbeeldingskracht nodig om het realisme van een militaire missie als die in Uruzgan te begrijpen.

Toch is het fictief maken van de alledaagse werkelijkheid in Uruzgan pure noodzaak als je bij Defensie werkt, zoals Niels Roelen. De operationele veiligheid van zowel missie als deelnemend personeel mag niet in gevaar komen, noch die van Blossum, Muppet en Binkie – zijn thuisfront.

Kapitein Vik de Wildt vertrekt in juli 2007 voor viereneenhalve maand naar Afghanistan, naar Uruzgan, Tarin Kowt, Kamp Holland. Land van ‘dust devils’, mullahs, maliks, Taliban en bermbommen, om er te werken als plaatsvervangend commandant van een infanteriecompagnie van de Battle Group van de Task Force Uruzgan was.

Als je de ‘exotische’ namen van de karakteristieke terreinkenmerken in Uruzgan leest – o.a. Cemetary Hill, de kruispunten Cheese, Chutu, Irish, Kottwall of Spinketcha, De Twee Tieten, East- en Westbank, Karna Hill en Road, Patria Ditch, Roller Coaster Hill, Wanov Bridge over de rivier Teri Rud, White Compound en de Wrat van Shah Mansur – ziet de kenner de overeenkomst met vroegere conflictgebieden als Nederlands-Indië, Korea en Libanon. Daar deden ze dat ook altijd, overal namen aan geven, voor het tactische gemak, hier ook omdat de namen in het Dari of Pashto onuitspreekbaar zijn. Tot slot worden de quala’s in Uruzgan genummerd in plaats van omschreven: “de vijfde quala links als je vanaf de hoofdweg naar Chora voorbij de White Compound bent gereden”. Eenvoud siert de militaire mens: keep it stupidly simple. De militaire situatie in Uruzgan leer je behoorlijk goed kennen door het bewonderenswaardige observatievermogen van Roelen; hij ‘sponst’ voortdurend. Ritmeester Niels en zijn alter ego Vik zijn niet voor niets verkenners.

De militairen hebben het niet gemakkelijk. Ze hebben in meer of mindere mate last van de zweetdoordrenkende hitte van de dasht, het primitieve op de gepimpte patrouilleposten, soms ook van camel spiders en schorpioen, IED’s, suïciders, onbetrouwbare Afghaanse agenten die hun post verlaten om even naar de bazaar te gaan en/of onder invloed van drugs zijn, maar ook van vuur moeten uitlokken om zo de benodigde luchtsteun te kunnen inzetten, de Taliban die er 2.500 dollar voor over heeft om een tolk te doden, af en toe tactical freezes als zich een incident voordoet, de frustratie als het tijdens een operatie lijkt of iemand ze tipt over de plannen, maar ze weten niet wie en hoe…

“Haast is hier levensgevaarlijk”. Rustig aan, dan breekt het lijntje niet, wat je ook niet wilt bij die temperaturen. Tijd speelt geen rol, mensenlevens des te meer. Daarom worden operaties soms ook op het laatste moment ‘gerolext’ (afgebroken, uitgesteld).

In de maandenlange uitzending voelt De Wildt zich “een soort jehova voor vrijheid van meningsuiting en democratie” (p. 125). Zo’n bovenmenselijk streven heb je wel nodig bij een expeditionaire opdracht als deze, waarin de werkelijkheid bestaat uit hostile intents en hostile acts. Hiertussen is het verschil flinterdun: “Bij een hostile act (vijandige actie) mag je direct terugschieten. Hostile intent (vijandig voornemen) geeft aan dat ze een bom of zo maken.” (Uruzgan: militair, mens, missie, Riekelt Pasterkamp, p. 79)

Dat een missie – zoals die opdoemt uit ‘Soldaat in Uruzgan’: vechten, vechten en nog eens vechten – onervaren jongens als bij toverslag verandert  in wereldwijze volwassenen, wordt duidelijk. Dat velen zelfs verlangen naar gevaar, omdat ze willen weten hoe ze reageren. Vik’s ontlading na een TIC is kenmerkend: “Eigenlijk heb ik me nog nooit zo springlevend gevoeld als op het moment dat ik dacht dat ik doodging”. Toch zijn het geen adrenalinejunkies of thrill-seekers.

Ik vind zijn boek een succes, zeker voor een debuut: zonder literaire pretenties of tierelantijntjes, zonder schoolmeesterachtige voors en tegens geeft Niels Roelen een supersnel te lezen, meeslepende en vooral open kijk op het dagelijks leven van Onze Militairen in Uruzgan. Dat hij dit voor elkaar heeft gekregen binnen de hectiek van zijn functie en met gebruikmaking van de speelruimte die het communicatiebeleid van Defensie biedt, slaat bij mij in als een Bunkerfaust. Chapeau!

Terug naar Boven

 

SOLDAAT VAN ORANJE - ERIK HAZELHOFF ROELFZEMA

  

titel

Soldaat van Oranje

auteur

Erik Hazelhoff Roelfzema (met een voorwoord van Prins Bernhard)

ISBN

9789049104306

jaar

2010 (10de druk)

pagina's

292

uitgeverij

Unieboek/Het Spectrum

 

In 1970 verscheen 'Soldaat van Oranje' voor het eerst, toen nog onder de titel 'Het hol van de ratelslang'. De nieuwste druk, in het oranje omslag, verscheen ter gelegenheid van de gelijknamige musical, die op 30 oktober 2010 in premiŤre ging in aanwezigheid van Hare Majesteit Koningin Beatrix.

De Soldaat van Oranje is de auteur, Erik Hazelhoff Roelfzema (1917-2007), ťťn van Nederlands meest beroemde verzetshelden. In de Tweede Wereldoorlog vlucht hij naar Engeland. Van daaruit smokkelt hij zendapparatuur naar Nederland en is hij als piloot van de Royal Air Force betrokken bij bombardementen op Duitsland. Aan het einde van de oorlog is hij adjudant van Koningin Wilhelmina. Voor zijn verzetswerk ontvangt hij de Militaire Willems-Orde.

In 1977 werd het boek verfilmd door Paul Verhoeven met in de hoofdrol Rutger Hauer als Erik Lanshof (Erik Hazelhoff Roelfzema).

Terug naar Boven

 

SOLDAAT VOOR EEN ANDER (DEEL 1 & 2) - RENDE VAN DE KAMP

titel

Soldaat voor een ander. Nederlanders in vreemde krijgsdienst. Deel 1 en 2

auteur

Rende van de Kamp

ISBN

9789059118447

jaar

2009

pagina’s

283

uitgeverij

Aspekt

 

Het kriebelt... maar je verantwoordelijkheden vandaag houden je tegen.

Je ziet een kruising van de geflipte kolonel Walter E. Kurtz in de film 'Apocalypse Now', een heel veel dollars incasserende huurling voor een Private Military Company ergens in donker Afrika en het verhaal van Johan Tilder in KroatiŽ. Dat is zo'n beetje het beeld dat ik had van de 'romantiek' van mensen die er vrijwillig voor kiezen om oorlog te voeren.

Duidelijk een overdreven beeld, maar m'n blik is nieuwsgierig: oorlog spreekt tot de verbeelding. Reizen, avontuur en sensatie beeldde ik me in, jongens met een gedegen militaire opleiding die het zat zijn om in een benauwend keurslijf geperst te blijven.

Niet alles heb ik goed gezien, maar Rende van de Kamp was zo'n vrijwilliger. Hij deed waar ik toen, en nu nog steeds, niet het lef voor had. Nu kan het niet meer. Des te beter dat je over vrijwilligers in vreemde krijgsdienst weg kunt dromen in de twee delen van 'Soldaat voor een ander'.

In de inleiding bekruipt me al het gevoel dat er in huurlingenland nog veel terrein braakligt. Van de Zoeaven had ik weleens gehoord, net als van Jef Last en Poncke Princen. Maar voor het overige zijn die twee delen een behoorlijke eye-opener.

Neem de Batavier Soranus in Romeinse dienst, of Frans Veltien, die van 1981 tot '87 als legionair diende in het 2ème Rťgiment Étranger de Parachutistes.

Zonder twijfel zijn al die huurlingen allemaal even krijgshaftig. Bij de pauselijke Zoeaven zie ik Pieter Janszoon Jong knokken. Bij Henri Slegtkamp denk ik aan de Slag bij Elandslaagte, de veldslag in de Boerenoorlog waar het Hollanderkorps in de pan werd gehakt. Bij Poncke Princen krijg ik braakneigingen.

Jan Hagen, de Amsterdammer die vanuit Nieuw-Zeeland de krijg opzocht, zegt: "Oorlog is meer psychologie dan schieten." Achter de wereld van het vechten in vreemde krijgsdienst ligt blijkbaar ook nog het filosofische vraagstuk.

Bij de oud-commando Daan Ketting Olivier vraag ik me af of er een familieband is met Johan Frans Ketting Olivier, de soldaat van het Nederlands Detachement Verenigde Naties die in 1951 sneuvelde en postuum werd onderscheiden tot Ridder der 4e klasse Militaire Willems-Orde.

Wat mij betreft zijn veruit de meest interessante hoofdstukken gewijd aan Douwe van der Bos, initiator van de 1st Dutch Volunteer Unit, en een van haar leden, Joost van Dijk.

De periode waar het hier om gaat is de oorlog in voormalig JoegoslaviŽ, bekend terrein voor de oudere jongere. Bijna alles over de vrijwilligers in Kroatische dienst leest als een spannend jongensboek, maar er zijn absoluut minder charmante kanten. Dan bedoel ik niet het schillen van aardappels met een bajonet.

Joost van Dijk.

Vooral het verhaal van Van Dijk is rauw. Ook hij vocht in de jaren '90 voor de Kroaten tegen de Serviërs in Platoon 118 van de 1st Dutch Volunteer Unit.

Zijn verhaal bevestigt eens te meer dat gewone mensen op ongewone tijdstippen door het lot 'geroepen' kunnen worden.

Een x-aantal verhalen in het tweedelige 'Soldaat voor een ander' kleurt het beeld bij dat bij vreemde krijgdienst niet alleen mag worden gedacht aan huurlingen en andere Rambo-like ijzervreters.

Een mooi voorbeeld is het relaas van Jeske van Rijthoven, de eerste Nederlandse in het Belgische leger sinds dat in 2004 haar deuren openden voor andere onderdanen van de EU.

Om tť overmoedige lezers het gras voor de voeten weg te maaien: bezin voordat je begint. Meedoen aan het voeren van oorlog is allesbehalve romantisch.

Jeske van Rijthoven.

Deze boeken van Rende van de Kamp moet je gelezen hebben als je geÔnteresseerd bent in de militaire avonturen van parachutespringers die niet aarzelden, maar lef hadden en in het diepe sprongen: "Happy are those, who dream dreams and are willing to pay the price to see them come true."

Als je die prijs niet wilt betalen, kun je altijd nog wereldwijde problemen elders mee helpen oplossen.

Terug naar Boven

 

SOLDATEN - S÷NKE NEITZEL & HARALD WELZER

titel

Soldaten. Over vechten, doden en sterven (origineel: 'Soldaten. Protokolle vom Kämpfen, Töten und Sterben')

auteurs

SŲnke Neitzel & Harald Welzer (vertaald uit het Duits door Renť van Veen, Marten de Vries en Marcel Misset)

ISBN

9789026324567

jaar

2012 (Duits origineel: 2011)

pagina's

488

uitgeverij

Ambo

 

 

Terug naar Boven

 

SOLDIERS WIELDING SWORDS AND PLOUGHSHARES - WENDY A. BROESDER

titel

Soldiers wielding Swords and Ploughshares. The significance of military role identity

auteur

Wendy A. Broesder

ISBN

9789088920479

jaar

2011

pagina's

114

uitgeverij

Nederlandse Defensie Academie

 

 

 

Terug naar Boven

 

SomaliË, rwanda, srebrenica - christ klep

titel

Somalië, Rwanda, Srebrenica. De nasleep van drie ontspoorde vredesmissies

auteur

Christ Klep

ISBN

9789085066682

jaar

2009

pagina’s

404

uitgeverij

Boom

 

Download hier 'Somalië, Rwanda, Srebrenica. De nasleep van drie ontspoorde vredesmissies' van Chist Klep.

Een vredesoperatie loopt ernstig mis: wie is dan verantwoordelijk? In 1993 stierven jonge SomaliŽrs door toedoen van Canadese militairen. Belgische en Nederlandse VN-blauwhelmen konden in respectievelijk Rwanda (1994) en Srebrenica (1995) een genocide niet voorkomen. Op papier zijn de verantwoordelijkheidsregels van politiek en krijgsmacht sluitend. De praktijk is echter weerbarstig. De inzet is hoog: leven en dood, moed en lafheid. Vooral de slachtoffers riepen om harde sanctionering van de verantwoordelijken.

Onderzoekscommissies bogen zich keer op keer over de gevoelige materie. Journalisten zagen in de drie ontspoorde vredesmissies - SomaliŽ, Rwanda en Srebrenica - een aanleiding om de machinaties van politici en militairen bloot te leggen.

Deze studie analyseert de processen van verantwoording in Canada, BelgiŽ en Nederland. Welke tactieken gebruikten de betrokkenen om verantwoordelijkheid te ontwijken, door te schuiven of - erger nog - af te schuiven? De complexiteit van de gebeurtenissen en de organisaties (het many hands-fenomeen) boden genoeg argumenten en de ruimte om het spel van verantwoordelijkheidstoedeling jarenlang vol te houden, met een weinig bevredigende afloop.

Terug naar Boven

 

SPOOR, ONZE GENERAAL - TON SCHILLING

titel

Spoor, Onze Generaal. Door zijn vrienden en soldaten. (Met een ten geleide van mevrouw Mans Spoor-Dijkema)

auteur

Ton Schilling (luitenant OVW b.d.)

ISBN

n.v.t.

jaar

1953

pagina’s

190

uitgeverij

H. Meulenhoff (Meulenhoffís Flamingo-reeks)

“Misschien [...] zal later een geschiedschrijver daartoe komen [tot een gedocumenteerde biografie, MvH], opdat de grootheid van Generaal Spoor als lichtend voorbeeld van onwankelbare trouw, eerbesef en vaderlanderschap bewaard zal worden voor de komende generaties.” (p. 15). Medio 2010/’11 zal van de hand van Jaap de Moor een biografie over generaal Spoor verschijnen; dan zullen we het weten!

Het was de luitenant-ter-zee der eerste klasse Coenraad J. M. Kretschmer de Wilde die aan de IndiŽ-veteranen een oproep deed om met elkaar de herinneringen aan generaal Spoor te boek te stellen. Het was ook Kretschmer de Wilde die Spoor tekende als “Staatsman-Soldaat Spoor” (p. 131). Het werk in de verre kolonie vereiste boven alles beheersing en bedachtzaamheid, eigenschappen die de "politieke generaal" (door de omstandigheden gedwongen aan het politieke steekspel deel te nemen) tekenden. Zo verscheen in 1953 dit boek, samengesteld door oud-luitenant oorlogsvrijwilliger Ton Schilling.

Zoals Confucius al zei (p. 29): “Er is een aambeeld nodig, waarop het ruwe ijzer geslagen kan worden tot een zwaard”. Voor Simon Hendrik (Siem) Spoor was Nederlands-IndiŽ dat aambeeld. Jammer dat het smeden en hameren zo lang moest duren: hij werd Legercommandant van een stal van Augias: welke rivieren moest je in 's hemelsnaam door Nederlands-IndiŽ leiden om de rotzooi op te ruimen? Aan de ene kant moest hij een eigen leger opbouwen uit de puinhopen van de Tweede Wereldoorlog in Zuidoost-AziŽ; anderzijds diende hij zijn allerwegen miskende leger te beschermen tegen de grondig toegepaste tactiek der verschroeide aarde (“boemi angoes”) die de tegenpartij er tegen zijn troepen en de vermeend collaborerende eigen bevolking op nahield.

Van 31 januari 1946 tot zijn plotselinge dood op 25 mei 1949 voerde generaal Spoor als Legercommandant (en in die functie opvolger van luitenant-generaal L. H. van Oyen) de scepter over het leger in Nederlands-IndiŽ. In augustus ’45, toen Japan door de knieën ging, kwam de kolonel Spoor – toen directeur van de Netherlands Forces Intelligence Service (NEFIS) – uit AustraliŽ terug in zijn geliefde Batavia (nu Jakarta).

Vanuit zijn commandantwoning aan het Koningsplein 13 in Batavia bestierde generaal Spoor, samen met zijn echtgenote, de troepen. ‘Siem’ Spoor had een bliksemcarriŤre gemaakt, analoog aan zijn snelheid van denken, handelen en leven. Dat kostte hem overigens zijn gezondheid, daar zijn zijn vrienden in dit boek het allen over eens. Behalve het kwijtraken van een nier eind 1934 en amoebendysenterie in ’47, ging Spoor zich te buiten aan zijn werk, sliep hooguit zes uurtjes per dag en bond daarmee de kat op het spek van zijn toch al frêle gezondheid. Onder de zware tropenomstandigheden sloopte het slaaptekort en de constante vermoeidheid zijn gestel, alles als gevolg van zijn nooit aflatende gedrevenheid voor de Nederlands-Indische zaak.

Het verschil tussen het kunnen heengaan van politici en het niet kunnen heengaan van militairen, aldus generaal Simon H. Spoor (‘Spoor, Onze Generaal’, pagina 84).

“Gij treedt niet als vijand de bevolking tegemoet, doch als beschermer en als bevrijder van de terreur, waaronder zij nog steeds zucht.” Aldus “Onze Bapak” Generaal Spoor in zijn dagorder van 21 juli 1947, aan het begin van de Eerste Politionele Actie. De bevolking was in alles zijn uitgangspunt, niet de vijand. Dat maakte hem markanter dan welke andere generaal ook. Daarin waren zijn sterkte en zwakte tegelijk zijn vrienden, die hij nooit placht te vergeten. Alle soldaten waren zijn vrienden en ondanks zijn hoogste positie was hij altijd ‘gewoon’. Maar behalve ‘gewoon’ beschikte hij over een grote mate van zelfbeheersing, die hem in staat stelde zijn waardigheid onder de moeilijkste omstandigheden te bewaren; dwong hij groot respect af bij de TNI (die zelfs een order had verspreid dat niet mocht worden geschoten op de wagen die het standaardje van de Legercommandant voerde); had hij een scheermesscherp gevoel voor humor; bezat hij de moed om werk aan anderen over te laten en zelf alleen de grote lijnen vast te houden; nam hij nooit risico’s met mensenlevens; was hij streng op de houding en het optreden van de soldaten in het openbaar; begreep hij dat de strijdkrachten “het enige betrouwbare werktuig in de handen der politici” (p. 106) waren...

Na zes tot tien bestandsschendingen per dag aan de demarcatielijnen, volgde na anderhalf jaar wachten dan eindelijk de Eerste Politionele Actie... die precies veertien dagen (!) mocht duren. Geen wonder dat Spoor na die Tweede Politionele Actie en “de vreemdste, halfslachtigste opdracht” (p. 169) uit de Nederlandse krijgsgeschiedenis zo onuitspreekbaar veel moeite had met het opnieuw laten ontruimen van zojuiste veroverde steden en gebieden. Het is aan het charisma en de ‘gewoonheid’ van ‘Siem’ Spoor te danken dat de troepen dit ondanks alles toch gedisciplineerd en ordelijk deden. Bij generaal Spoor kwamen zulke opdrachten altijd in welsprekendheid tot de troepen: uit zijn hart gekomen en tot alle harten gesproken.

Zijn woorden bleven hangen: Wij wenden ons tot God en Jan Soldaat / Als hoge nood en bittere strijd ons wacht / De nood voorbij, het land in vredesstaat / Vergeten wordt de Heer en Jan Soldaat veracht.” (p. 64) of “Ik stel er nog steeds prijs op commandant van een leger te zijn, en geen directeur van een schiettent!” (p. 157). Als er één lichtend voorbeeld van onwankelbare trouw, eerbesef en vaderlanderschap is geweest, dan was dit generaal Simon H. Spoor.

Terug naar Boven

 

STAN STORIMANS. OOG OP DE WERELD - JOHAN VAN GRINSVEN

titel

Stan Storimans. Oog op de wereld. Cameraman van Goirle tot Georgië

auteur

Johan van Grinsven

ISBN

9789460320019

jaar

2009

pagina’s

224

uitgeverij

Pix 4 Profs

 

In 2003 nam cameraman Stan Storimans in Engeland deel aan een overlevingscursus die werd gegeven door leden van de Special Air Service: “Die SAS-instructeurs vertelden onder meer wat de vuistregel is voor een inkomende mortier: als je het geluid hoort, is het goed, want dan valt ie ergens anders. Als je het geluid niet hoort is het ook goed, want dan ben je op slag dood.” Vijf jaar later, op 12 augustus 2008, kwam hij in de verlaten Georgische stad Gori om het leven door een clusterbom van Russische makelij. Hij was op slag dood. Het deed er niets toe of je wel of geen geluid hoorde…

"De derde avond in het veld moest ik naar de latrine. Dat klinkt simpeler dan het was, omdat het pikdonker was. Daarom was een lampje bij de latrine opgehangen dat alleen met een nachtkijker te zien was. Die moest je dus eerst opzetten voordat je naar de wc ging. Maar voor ons journalisten was er nog een bijkomende 'handicap': we moesten als we móésten eerst onze persoonlijke beveiliger wekken. Die diende ons namelijk op elke stap te begeleiden, dus ook naar de plee. En hij moest dat gewapend doen. Dus schuifelden we met z'n tweeŽn door het zand, in het grote zwarte niets, langzaam richting het lichtje bij de latrine. Ik arriveerde bij die greppel, liet mijn broek zakken en hurkte. Op dat moment kreeg ik bijna een hartwip: ik belandde op twee harige benen. Bleek er al iemand op de latrine te zitten..."

STAN STORIMANS. OOG OP DE WERELD (pagina 70 en 71)

Stan was in Gori - de geboortestad van Stalin op zo'n 25 km van de frontlinie in de afvallige provincie Zuid-OssetiŽ - om met RTL-correspondent Jeroen Akkermans een rapportage over de geŽvacueerde stad te maken, maar werd de zevende Nederlandse journalist na de oorlog die tijdens zijn werk in een brandhaard om het leven kwamn.

Tilburger Storimans kwam in 1987, na het behalen van zijn mavo-diploma, in dienst van het lokale Persbureau Van Eijndhoven, waar hij het cameravak leerde. Via de NOS en RTL Nieuws begon hij in 2000 zijn eigen zaak in zijn woonplaats Goirle. Getuige het boek was Stan Storimans het prototype van een cameraman die leefde voor zijn vak. Werk dat hem stuurde naar de meest uiteenlopende gebieden ter wereld.

Met journalisten en militairen hebben cameramensen de overeenkomst dat ze in gebieden komen waar andere mensen nooit komen en worden blootgesteld aan gevaren waar anderen nooit aan blootgesteld worden. Tijdens het ‘schieten van beelden’ is geen tijd voor reflectie. Het overdenken van goed en kwaad doe je achteraf, als alle ellende en rampspoed achter de rug zijn.

Soms is dat werk behoorlijk slopend, maar dat houd je vol door de adrenaline die iedere dag weer door je lijf giert. Dat gebeurt op journalistieke trips naar crisisgebieden, dat gebeurt evengoed tijdens militaire uitzendingen. Weer zo’n overeenkomst. Bart Hettema zegt in het boek ergens: “Sommige mensen zeggen dat wij de ellende op gaan zoeken en daar hebben ze gelijk in. Dat is namelijk ons vak.” Dat opzoeken van de ellende is ook weer inherent aan het werk van militairen. Wij gaan niet naar Afghanistan om katjes uit een boom te halen.

Storimans zou in totaal negenmaal naar Afghanistan reizen. Hoewel dat land veel gevaarlijker was dan – pak ‘m beet – de binnenstad van Tilburg, is hem daar nooit iets overkomen. Hij maakte er onder andere een documentaire met de commando’s, samen met Bart Hettema en George Marlet van het dagblad Trouw. “Pas als je jezelf gaat ruiken, ben je een echte commando”, werd hem gezegd. In Afghanistan werkte hij embedded (dus min of meer in een spagaat), maar daar had hij geen problemen mee. Meer problemen had hij met mensen die op routine gaan varen, nonchalant worden en roekeloos: die overlijden. “Routine stompt af, leidt tot gemakzucht en tot draaien op de automatische piloot”.

In de aparte wereld van fixers (lokale assistenten), frames (beeldje ter grootte van 1/24ste van een seconde) e.d. stond Storimans zijn mannetje, met humor om te overleven, grof taalgebruik ook (“Ophoeren!”) en de stelregel: je komt altijd met een verhaal thuis. Hoe dan ook. Na Gori kwam de gehele wereldpers met het verhaal van Stan thuis. Een man die zijn pappenheimers kende binnen het soms gevaarlijke wereldje van shots maken van het wereldnieuws. Een man die het gemaakt had, ook volgens de Grieks-filosofische definitie van een man. Bart Hettema haalde op de uitvaartdienst van Stan aan, dat je pas een man bent als je vier dingen hebt gedaan: “bouw een huis, plant een boom, verwek een zoon en schrijf een boek.” Ter nagedachtenis aan leven en werk van een geëngageerde cameraman die altijd boven op het nieuws zat, is dit boek uitstekend geschreven.

Terug naar Boven

 

STRATEGIE EN TACTIEK - LUC DE VOS

titel

Strategie en tactiek.

auteur

Luc de Vos

ISBN

9789058264220

jaar

2006

pagina’s

277

uitgeverij

Davidsfonds Leuven

 

Zoals we in Nederland leunstoelstrategen, generaals buiten dienst en andere talking-heads hebben die zich in allerhande fora en gremia menen te moeten profileren met hun kennis en kunde op het gebied van oorlog, zo kent België professor Luc de Vos (1946). Deze autoriteit met relevante militaire achtergrondkennis (voormalig kolonel) geeft in ‘Strategie en tactiek. Inleiding tot de moderne krijgsgeschiedenis’ een proeve van bekwaamheid die, in elk geval wat leesbaarheid betreft, op punten wint van soortgelijke Nederlandse publicaties.

Strategisch denken is eigen aan de mens, dus vanzelfsprekend eigen aan de militaire mens. Bij de waarlijk militaire mens stroomt gecamoufleerd bloed als het ware door de aderen, hier en daar verstevigd met concertina’s. Gelukkig zijn de strategie en tactiek binnen oorlogvoering zowel deel van de evolutie als zelf aan evolutie onderhevig. Stel je eens voor dat de landingen op Grenada in 1983 – een klein deel van de rivaliteit tussen de VS en Cuba in het Ronald Reagan-tijdperk – op eenzelfde manier zouden zijn verlopen als de geallieerde landingen tijdens D-Day? Of dat de beide Golfoorlogen (1991 en 2003) even berucht om het gebruik van gifgas zouden zijn geworden als de Eerste Wereldoorlog?

Hoewel De Vos een nakomeling is van de Koude Oorlog, strekt zijn bekwaamheid zich uit op heel veel meer terreinen, van prehistorie tot en met hedendaagse krijgsgeschiedenis. De ontwikkelingen in tactisch en strategisch opzicht zijn kundig opgetekend. Termen, principes en regelgeving passeren de revue, doorslaggevende veldslagen, de dominante rol van de media, geraffineerde psychologische strategieën en de alles vernietigende hightech-oorlogvoering zoals die onder andere tijdens beide Golfoorlogen is toegepast. De brug naar de actualiteit is gemakkelijk te slaan. Denk aan Afghanistan, Kosovo, Libanon.

“Wie de geschiedenis niet kent, is gedoemd haar te herhalen” is een veelgehoord adagium. Een relatief onbekend krijgskundig voorbeeld is bijvoorbeeld de Slag bij Sint-Gotthard (1 augustus 1664), door De Vos consequent aangeduid als Szentgotthárd. Deze strijd werd geleverd ten tijde van de Habsburgs-Osmaanse oorlogen. De ene partij werd aangevoerd door de Italiaanse generaal in Oostenrijkse dienst Raimondo Montecuccoli, de andere door de Turkse grootvizier (premier) Ahmed Köprülü. Montecuccoli, wiens leger zegevierde, blijkt dan de man achter de krijgskundige verhandeling ‘Dell'arte militare’. Dat zijn interessante dingen om te weten.

Luc de Vos leert mij, onder veel meer andere dingen, dat geschiedenis interessant is en krijgsgeschiedenis aantrekkelijk. Eigenlijk is geschiedenis zonder enig krijgselement zelden van enig gewicht geweest voor het verloop van de gebeurtenissen op het wereldpodium.

Terug naar Boven

 

STUK TERUG - JAN VAN WEEREN

titel

Stuk terug. De aftocht van sergeant Meijer

auteur

Jan van Weeren

ISBN

9789461530431

jaar

2011

pagina’s

92

uitgeverij

Aspekt

 

De vuur- en ijzervreter generaal-majoor b.d. Jacob Harberts overleed in 1971, een jaar nadat hij negatief in het nieuws kwam rond de executie van sergeant Chris Meijer in de meidagen van 1940. In april van dat jaar verscheen Harberts in Avro’s Televizier om de achtergronden van de fusillade van Meijer in een gesprek te belichten. In dat gesprek noemde hij de Grebbeberg-strijders “lamlendig”, een kwalificatie die hij later, onder druk, zou terugnemen. Hij noemde de houding van het IIde Legerkorps ”over het algemeen laf”.

In zijn verdichting van de zaak-Meijer schrijft Jan van Weeren (p. 68): “Het is de wereld van de subjectieve beleving, de onvolledige herinnering, de geflatteerde voorstelling of de opzettelijke verdraaiing, maar niet die van de werkelijkheid.” Van Weeren stond “op de schouders van” J.F.A. Boer, maar diens feitenrelaas heeft hij verdicht. De journalist van Het Parool schreef in 1970 ‘De zaak van sergeant Meijer’. De protagonisten in de zaak-Meijer zijn niet meer: “De bronnen zijn uitgeput en losse eindjes kunnen niet meer aan elkaar worden geknoopt.” (p. 73)

Door de jaren heen bleef de zaak-Meijer voor commotie zorgen, laatst in 2010 toen de SP aandrong op rehabilitatie van de onderofficier. Ook drs. Leon Wecke beijverde zich in zijn column in Checkpoint voor eerherstel: “De vraag is, lijkt mij, niet of er nieuwe feiten aan het licht zijn gekomen, maar of een andere beoordeling van de zaak Meijer niet mogelijk en gewenst is, dit in het licht van de kennis van het proces die we nu hebben en die overigens ook toen aanwezig was.” In datzelfde jaar stelde mr. Stan Meuwese dat de executie onrechtmatig was omdat het vonnis te snel was geveld: na twee uur in plaats van twee dagen.

Op 19 februari 1940 was Harberts benoemd tot commandant van het IIde Legerkorps, als opvolger van generaal-majoor Sillevis. Het IIde Legerkorps bestond uit de IIde en IVde divisie, beiden ingezet aan de Grebbelinie. In 1949 stond de tweede ‘protagonist’ uit het boekje van Van Weeren, terecht voor het hoog militair gerechtshof. Negen jaar lang was hij beschuldigd van lafhartigheid te velde. Nota bene was hem ten laste gelegd in de meidagen van '40 bevelen van de Commandant Veldleger eigendunkelijk te hebben overschreden en door desertie zijn vechtende troepen in de steek te hebben gelaten.

Frappant tot en met. Een dag na de executie van Chris Meijer, op 13 mei 1940, verruilde Harberts de locatie van zijn commandopost van Doorn naar Jaarsveld en zou daarmee de terugtocht van zijn korps niet hebben geleid. Maar het hof sprak hem vrij. Publiek geheim is dat de generaal juist in die dagen, na vier dagen onafgebroken werken, instortte en zijn officieren hem niet meer konden bereiken.

In de rechtszaak noemde de advocaat-fiscaal Harberts’ vertrek uit Doorn zelfs “een voorbeeld van wijs beleid en vooruitziende blik”. Die vooruitziende blik had Meijer ook, maar “all animals are equal, but some animals are more equal than others.” Bij zijn aftocht uit de veldstelling aan de noordkant van de Greb wisten Meijer en zijn maten nog niet dat de Duitse tanks na een opmars door Brabant al voor Rotterdam stonden en de slag om de Grebbeberg voor de op handen zijnde capitulatie van Nederland geen rol speelde.
Zonder andermans informatie, enkel gebaseerd op eigen waarneming, nam hij de verantwoordelijkheid voor de terugtrekking op zich. Door zijn mannen te sparen, kwam hij als hoogst verantwoordelijke – commandant van een sectie pantserafweergeschut – voor het vuurpeloton. Zwaar onder invloed van Harberts kwam de krijgsraad tot het besluit dat tot op de dag van vandaag wordt aangevochten.

Het romaneske van de ‘werkelijkheid’, de ‘waarheid’, rond Meijer is magistraal geromantiseerd en gedramatiseerd door Van Weeren. Bijvoorbeeld Harberts’ psychische toestand, die - zijns ondanks - tussen de oorlogsbedrijven door per se zijn goedkeuring aan het doodvonnis wegens desertie wilde geven teneinde een voorbeeld stellen om de vluchtende troepen tot staan te brengen. Maar in plaats van ruchtbaarheid aan de dood van Meijer te schenken, hield hij dat geheim. Meijer's dood diende geen enkel doel, maar het landsbelang ging volgens de generaal boven alles en het was nu eenmaal zijn taak het front aan de Grebbeberg te behouden.

Al met al blijft niets anders over dan de stelligheid dat Meijer – niet alleen in deze historische roman maar ook in de werkelijkheid van mei 1940 – een  eigenzinnige hoofdpersoon was en is die logischerwijs te veel van zijn commandanten eiste (nl. dat ze zouden begrijpen dat hij niet was gedeserteerd maar teruggetrokken om elders het gevecht voort te zetten), daarin nooit zou slagen (als gevolg van militaire wet- en regelgeving) en daarmee uiteindelijk, op het moment dat het al te laat was, tot het besef kwam dat hij de enige schuldige is.

Terug naar Boven

 

SURREALISTISCH - BERNIE VAN DOORN

Titel

Surrealistisch

Auteurs

Bernie van Doorn

ISBN

9789460890765

Jaar

2009

Pagina’s

166

Uitgeverij

Boekscout

 

 

 

Terug naar Boven

 

SURVIVAL HANDBOOK I.A.W. THE ROYAL MARINES COMMANDOS - COLIN TOWELL

titel

Survival Handbook in association with the Royal Marines Commandos

auteur

Colin Towell

ISBN

9781405322362

jaar

2009

pagina’s

320

uitgeverij

Dorling Kindersley (DK)

 

 

 

Terug naar Boven

WAT ZEGGEN DE STERREN?
Absoluut lezen
Een aanrader
Redelijk goed
Niet eerste keus
Beter nooit lezen*

(* troep, tinnef, rommel, bagger)

Terug naar Boven