LEESWIJZER
Terug naar de homepage
 

Maak uw keuze uit de hieronder getoonde alfabetische lijst

Boeken gezocht!

 

TACTIEK OM TE BEGRIJPEN - VAN WIGGEN, POLLAERT & JELLEMA

Titel

Tactiek om te begrijpen

Auteurs

brigadegeneraal Otto van Wiggen, luitenant-kolonel b.d. Theo Pollaert en luitenant-kolonel Erik Jellema

ISBN

9789081159920

Jaar

2009

Pagina’s

64

Uitgeverij

Te bestellen via: tactiek-om-te-begrijpen@hotmail.com

 

Je kunt zo een aantal groepen in de maatschappij opnoemen die er mee werken: managers, schakers, voetbaltrainers... en natuurlijk militairen: tactiek. In het voetballen draait het daarbij om het krijgen en behouden van balbezit om goals te kunnen maken; bij schaken om het vooruitdenken om de tegenspeler mat te zetten; bij management om het behalen van bedrijfsresultaten.

Binnen de krijgsmacht ligt dat wellicht iets anders: de complexiteit van het gevecht lijkt grenzeloos en militaire plannen kunnen door oneindig veel factoren in de war worden gestuurd. Het Clausewitziaanse "Tactiek is simpel, maar simpele tactiek is moeilijk" is het understatement van oorlogvoering.

Het gaat niet enkel om wat je doet of juist nalaat om specifieke militaire einddoelen tegen een bepaalde opponent te bereiken, het gaat erom hoe je dat denkt te doen. Tactisch optreden wordt voorafgegaan door een strategisch denkwijze. Hoe je die strategische denktrant omzet in tactisch handelen is uiteindelijk de clou: hoe breng je ter plaatse - te velde, in het operatiegebied - militair optreden ten uitvoer?

In Uruzgan is dat militair optreden 24/7 maximaal in de praktijk gebracht. Daar vielen de puzzelstukjes van opleiding en training, individuele talenten en vaardigheden, niet-toevallige ervaring en plotseling ontluikende heldhaftigheid allemaal op hun plek.

Om de grondbeginselen van dat tactisch plaatje beter te begrijpen, is er 'Tactiek om te begrijpen'.Het boek is door niet de minsten geschreven: brigadegeneraal Otto van Wiggen, luitenant-kolonel b.d. Theo Pollaert en luitenant-kolonel Erik Jellema

Van Wiggen werd bekend als commandant van het Korps Commandotroepen, Jellema als de compagniescommandant van de Bravo 'Stieren' Compagnie van 11 Infanteriebataljon Luchtmobiel in Srebrenica in 1995, waarover hij het boek First-in schreef.

Woorden wekken, maar voorbeelden trekken. Dat bewijzen de vele voorbeelden in dit boek.

De Engelstalige versie, 'Tactics Made Easy', is verkrijgbaar onder ISBN 9789081159937.

De tactische beginselen 'sterker zijn dan de tegenstander', vuuroverwicht, 'vuur en beweging' en vrijheid van handelen verduidelijken de kennis over tactiek. Irak, Afghanistan en de Falklandoorlog (1982) worden er bij gehaald, maar nooit op een irritante of opdringerige manier.

De beschrijvingen over 'vuur en beweging' in de slag om Mount Tumbledown en de vrijheid van handelen in de veldslag om Mount Harriet, beiden uit de Falklandoorlog, spreken boekdelen. Na die gevechtsacties, waarbij op sommige plaatsen de opponent zelfs met de bajonet moest worden verdreven, gaven de Argentijnen zich gewonnen.

De krijgshistorische voorbeelden worden verduidelijkt met prachtige kleurentekeningen, gemaakt door Wim Rietkerk en Emile Post.

Een van de prachtige tekeningen, gemaakt door Wim Rietkerk en Emile Post.

'Tactiek om te begrijpen' is een aanvulling op de voorschriften, leidraden en handboeken. Waar in die laatsten vooral de nadruk ligt op procedures en formele gevechtsexercities, worden in dit boek de complexe beginselen van "waarom hoe te handelen" in acht hoofdstukken in klare taal uitgelegd.

En ja: tactiek valt wel degelijk te leren. Althans dat is wat de auteurs in het laatste hoofdstuk aangeven. Al is dit niet-academische boek in de eerste plaats bedoeld om het tactisch denken van commandanten te stimuleren.

Dit is - ik spreek voor mezelf - gelukt. Al op de eerste bladzijde van het eerste hoofdstuk word ik getriggerd door Aleksandr Svechin en zijn boek Strategie.

Strategie (1927) van de Russische generaal-majoor der artillerie Aleksandr A. Svechin.

◄ De Russische artillerie-officier Aleksandr A. Svechin (1878-1938), bijgenaamd "Sovjet Clausewitz", schrijft: "Tactics form the steps, from which operational leaps are assembled. Strategy points out the path."

In 'Strategie' wordt, volgens Van Wiggen, Pollaert en Jellema, "waarschijnlijk het beste" de samenhang tussen de drie niveaus van militair optreden samengevat.

Svechin, een van de leidende Rode Leger-theoretici in het interbellum, leidde de generatie militairen op die meehielp aan de Russische overwinning in WO II en bracht het zelf tot generaal-majoor.

Als professor aan de Nikolaevskaya Akademiya (van de Generale Staf van de Russische krijgsmacht) bedacht Svechin in 1923/'24 in een serie lezingen over strategie de term Operativnoye Iskusstvo (operationele kunst).

Daarmee verwees hij als eerste naar de laag tussen strategie en tactiek.

De mening van de schrijvers van 'Tactiek om te begrijpen' is dat alles draait om de samenhang, het verband, de interactie tussen de niveaus strategie, operationeel en tactiek/techniek.

Volgens hen valt tactiek, zo niet te leren, dan toch in ieder geval te begrijpen. Dat klopt, zeker als je gebruikt maakt van dit uitdagende boek dat gemakkelijk wegleest en tot het einde weet te boeien.

Terug naar Boven

 

TAFERELEN UIT DE GESCHIEDENIS - ANTON VERHEY

Titel

Taferelen uit de geschiedenis

Auteur

Anton Verhey

ISBN

9789059118652

Jaar

2011

Pagina’s

172

Uitgeverij

Aspekt

 

 

Terug naar Boven

 

TANGO TWEE - MARCEL VAN HEMERT

titel

Tango Twee. Si vis pacem, para bellum

auteur

Marcel van Hemert

ISBN

Volgt

jaar

Tweede kwartaal 2014

pagina's

Volgt

uitgeverij

Eigen beheer (publishing on demand)

 

 

Terug naar Boven

 

TASK FORCE URUZGAN - DIVERSE AUTEURS

titel

Task Force Uruzgan. Waargebeurde verhalen van onze soldaten

auteur

diverse auteurs, Arnon Grunberg en Noël van Bemmel

ISBN

9789029085472

jaar

2009

pagina’s

224

uitgeverij

Meulenhoff & de Volkskrant

 

Recensies zijn kritische beoordelingen van boeken. Kritisch wil zeggen dat het object dat gerecenseerd wordt, niet diepgaand en uitvoerig wordt geanalyseerd of te kort wordt gedaan door alleen fouten aan te wijzen. Beiden zijn ook onmogelijk voor ‘Task Force Uruzgan. Waargebeurde verhalen van onze soldaten’, tenzij je het over die ondertitel wil hebben. Die “soldaten” moeten natuurlijk “militairen” heten (er is geen enkele soldaat die een bijdrage aan de bundel heeft geleverd) en “waargebeurd” duidt er soms op dat iets juist niet werkelijk is gebeurd, maar dan is het in elk geval wel een goede, antipsychologische marketingtactiek.

Voor ‘Task Force Uruzgan’ schreven talloze Nederlandse militairen hun persoonlijke ervaringen op. Hierbij werden ze tijdens verschillende workshops gecoacht door Arnon Grunberg, die zelf in 2006 Onder de soldaten schreef (een collectors' item voor Defensiepersoneel), en Noël van Bemmel, defensieredacteur van de Volkskrant.

Op 22 december 2007 werd een eerste selectie verhalen van de uitgezonden militairen gepubliceerd in de zaterdageditie van de Volkskrant. Het door Defensie gesteunde initiatief bundelde uiteindelijk de verhalen in boekvorm, analoog aan het Amerikaanse Operation Homecoming. Iraq, Afghanistan and the Home Front in the Words of U.S. Troops and Their Families.

Waar het Amerikaanse boek bestond uit het complete amalgaam aan literaire producten – poëzie, fictie, memoires, brieven, dagboeken en essays – bestaat ‘TFU’ alleen uit verhalen… en één gedicht (van Henk Fonteyn, p. 172). En wij hebben natuurlijk Grunberg in plaats van Tom Clancy, Mark Bowden e.d.

Pas op 24 november 2009 is het boek gepresenteerd, gevolgd door een optreden van de schrijvers bij het tv-programma Pauw & Witteman. Om een blaartrekkend verhaal kort te houden: dit boek zal zichzelf verkopen. Iedereen die nooit in Afghanistan zal komen, wil dolgraag weten hoe het toegaat buiten de poort van de bases daar…

Alle verhalen zijn organiek – militair jargon voor “authentiek en onvervalst”. Origineel kortom, niet eerder in krant of tijdschrift verschenen – tenzij in de Volkskrant zelf. Het zijn niet al te rauwe ooggetuigenverslagen of herinneringen uit de eerste hand, opgeschreven aan de hand van opgedane ervaringen in het oorlogsgebied dat Afghanistan heet. Allen plezierig leesbaar, bijna allemaal boeiend, in elk geval één grote bonk ervaringsdeskundigheid.

Verhalen die eruit springen zijn wat mij betreft die rond de Slag om Chora waar 's lands journaille niet welkom kon zijn. Verhalen die met een niet-jongensboekachtig realiteitsgehalte min of meer avontuurlijk zijn neergepend door Larry Hamers, compagniescommandant van de luchtmobiele infanterie in het oord Chora, en Hans van Griensven, in 2007 commandant van de TFU.

Daarnaast springen de prachtige, comicbook-achtige tekeningen van Erik Kriek in het oog. Wat tenslotte opvalt is dat er in de verhalen zelden sprake is van een hoger doel. Binnen het wel en wee van de uitgezonden militairen is het hoogste – en persoonlijk liefst haalbare – uitzenddoel van de meesten om te overleven op de Taliban. Het doel van de missie is echter een heel andere: vrede en veiligheid in de provincie Uruzgan. Hiermee is al een beetje duidelijk dat met Uruzgan, in tegenstelling tot Srebrenica, een oorlogscultuur is gevormd.

Terug naar Boven

 

TASK FORCE URUZGAN 2006-2010 - JOS GROEN

Titel

Task Force Uruzgan 2006-2010. Getuigenissen van een missie

Auteur

Jos Groen

ISBN

N.v.t.

Jaar

2012

Pagina’s

512

Uitgeverij

Eigen beheer. Verkrijgbaar via taskforceuruzgan@veteraneninstituut.nl of de website www.uruzgan.veteranen.nl

Majoor drs. Jos Groen, senior onderzoeker van het Kennis- en Onderzoekcentrum van het Veteraneninstituut, schreef een boek dat de transcripties van interviews bevat met drieëntwintig veteranen – volgens de nieuwe definitie.

Die veteranen zijn allen officier en hebben als pelotonscommandant in Uruzgan opgetreden. Bovendien waren de PC en zijn OPC in Afghanistan voor het eerst écht de hoekstenen van iets wat voorheen – in Nederland, geleerd in de VTO, in praktijk gebracht in oefeningen – ‘slechts’ een peloton was.

In Uruzgan kwamen de SUA en de CAT in beeld: een eenheid van pelotonsgrootte aangevuld met enablers. Die ebablers zijn de broodnodige specialisten. De veelal jonge PC werd hiermee gedwongen out of the box te denken, maximaal gebruik te maken van de kwaliteiten van die specialisten en uiteindelijk tóch zelf de beslissing te nemen.

Out of the box was in Uruzgan regelmatig "in de killzone". Vaak kwamen de militairen in heikele situaties terecht: hinderlagen, gevechtscontact, IED-strikes. Vooral in het begin van de missie Is in Uruzgan hard gevochten. En omdat de Opposing Militant Forces niet bestand waren tegen de hightech van operatie Enduring Freedom en ISAF, ging ze over op de tactiek van zelfmoordaanslagen, improvised explosive devices (IED’s) en green on blue.

Dat was de harde realiteit. Ervaringen werden opgedaan die in de krijgshistorische verte deden denken aan die in Nederlands-Indië. Niet alleen wat de counter-insurgency betreft, getuige deze opmerking van Erik van Battle Group-3: “Ik weet zeker dat je alleen maar verliest wanneer je je uitsluitend op vechten focust.” (p. 69)

Niet alleen de acties worden nauwgezet beschreven, ook de planning, voorbereiding, hot debriefs en wat al niet! De PC’n vertellen vanuit hun perspectief – de eerste persoon enkelvoud – onomwonden over hun angst, (ethische) dilemma's, frustraties, kameraadschap en schuldgevoelens.

Uit het boek spreekt één rode lijn: de snelle ontwikkeling van jonge officieren in oorlogsgebied. Want dat was het. En dus moesten in een split second beslissingen op de waterscheiding van leven en dood worden genomen. Beslissingen onder dwang van slachtoffers aan eigen zijde, detonerende granaten, inslaande kogels en oversuizende RPG's. Die spanning, die aan de orde van de dag was, is onderhuids goed voelbaar in alle verhalen.

De kracht is dat de interviews zijn uitgeschreven zonder de toevoeging van (waarde)oordelen van de auteur. Dat bevalt prima, maar ik ben helaas bevooroordeeld: het hoge ‘ik-gehalte’ vind ik simpelweg niet lekker lezen. Hoewel anderen zich juist hierdoor prima zullen kunnen verplaatsten in de PC’n, overheerste bij mij aanvankelijk een egocentrisch, narcistisch gevoel. Een kwestie van smaak, maar ze bleek allesbehalve terecht!

Sterker nog: ik heb het boek met veel interesse gelezen en ben absoluut overtuigd van de waarde van dit document. De gebundelde interviews met de officieren leveren stuk voor stuk een belangrijke bijdrage aan de lessons learned van de missie in Uruzgan.

Jos Groen, zelf in 2010 naar Uruzgan uitgezonden, is erin geslaagd zijn gesprekken met deze collega’s in een prachtig vormgegeven en inhoudelijk nuttig en belangrijk boek voor het voetlicht te brengen. Als kers op de taart bevat het boek een slotbijlage met onder andere de kaarten van het inzetgebied.

Terug naar Boven

 

TASKFORCE URUZGAN. OP ZOEK NAAR HET RECHT - GIJS SCHOLTENS

titel

Taskforce Uruzgan. Op zoek naar het recht

auteur

Mr. Gijs Scholtens

ISBN

9789059116214

jaar

2007

pagina's

306

uitgeverij

Uitgeverij Aspekt

 

In 2007 ging de man met de “grijze haardos, dito baardje en klassieke bril”, zoals de Defensiekrant hem noemde, voor precies 100 dagen als Functional Specialist Juridicial naar Uruzgan. “Zonder baard tel je in Uruzgan niet mee.”

Alles heeft jaren in die richting gewezen: de man die ruim 35 jaar als arbeidsrechtadvocaat werkte bij advocatenkantoor Nauta Dutilh, tinnen soldaatjes verzamelt, voorzitter is van de Stichting Vrienden van het Legermuseum en Sun Tzu's ‘De kunst van het oorlogvoeren’ tot een gids voor advocaten bewerkte, trad als reservist toe tot 1 CIMIC-bataljon. Een man van de omgekeerde wereld: dochterlief ging haar vader vóór met een uitzending tijdens SFOR-6. Terwijl iedereen op zijn leeftijd op zijn lauweren zou rusten, niet mr. Gijs Scholtens.

Van februari tot en met mei 2007 ging hij voor de eerste keer naar Uruzgan, waarover hij dit boek schreef. Het is gelardeerd met honderden – helaas – merendeels zwart-witte foto’s. Voor het Provincial Reconstruction Team (PRT) was hem gevraagd een bijdrage te leveren aan het herstel van het Afghaanse rechtssysteem (“the rule of law”) in Uruzgan. Immers, zonder rechtstaat zijn vrede en veiligheid onmogelijk. Het rechtssysteem in Afghanistan zit gecompliceerder in elkaar dan in Nederland: een combinatie van statelijk recht, islamitisch recht (Sharia) en gewoonterecht (Pashtunwali), via conflictoplossing door de stam- en dorpshoofden.

Met het rechtsgevoel en –bewustzijn van de Afghanen moet allereerst worden omgaan volgens de hedendaagse normen en waarden van Afghanistan, niet volgens die van het westen. Behalve uitdagingen in het kader van deze “law-abiding”, kunnen eenvoudige problemen worden opgelost in het kader van werving, training, uitrusting, salaris (!), monitoring en “incentives” (prikkels), zoals het schouderklopje voor het personeel. Dit rechtsgevoel herstellen is misschien wel het moeilijkste karwei, na de noodzakelijke salarisverhogingen: “Een regelmatig gehoorde uitspraak was dat onder het Taliban regime het allemaal zeer streng was, maar iedereen wist waar hij aan toe was, terwijl er nu democratie en rechteloosheid is.” (p. 286).

Scholtens was de “kampoudste”, zo zegt hij zelf; ik zeg liever ‘éminence grise’. Hij legt uit hoe het voelt om in Uruzgan te zijn en alles over zich heen te laten komen; hij zet uiteen waarom de krijgsmacht het wederopbouwwwerk van NGO’s en IO’s aanvult, hoewel de bewegingsvrijheid beperkt is en de communicatie traag. In het begin van zijn boek geeft hij al aan dat de missie, naar nu blijkt, terecht is verlengd, dat ‘Uruzgan’ niet het trekken aan een dood paard is. Uruzgan is niet tot mislukken gedoemd als het aan de militair specialist juridische zaken ligt. Met recht, denk ik!

Het mag een dooddoener zijn “dat verschillen zorgen voor verdeeldheid tussen mensen en dat belangrijker zijn de overeenkomsten die mensen juist binden” (p. 110), maar Scholtens slaat voor de interactie in Uruzgan de spijker op zijn kop. Als Allah het wil (“Insh’allah”) zorgt die gelijkheid tussen Uruzgani ervoor dat Nederland veel verder kan opereren dan het verste punt van de inktvlek (Chenartu, ± 40 km ten oosten van Tarin Kowt) ten tijde van Scholtens’ eerste uitzending.

‘Qazi Gijs Jan’ praat niet overdreven over zijn vak, maar laat precies de ruimte die je als lezer nodig hebt. De shoptalk van Gijs Scholtens verveelt nergens en de boodschap (“Zonder rule of law geen stability of security”) komt goed over. Een knap staaltje werk van deze gemilitariseerde oud-advocaat.

Terug naar Boven

 

TEAMS DOOR HET VUUR - ROB EVERS

Titel

Teams door het vuur. 9 krijgsmachtslessen voor managers

Auteur

Rob Evers

ISBN

9789024400966

Jaar

2011

Pagina's

200

Uitgeverij

Boom/Nelissen

 

Behalve actief reserveofficier van de KL, begeleidt de auteur van ‘Teams door het vuur’, Rob Evers, bedrijven bij het versterken van teams. Hierbij is de kwaliteit van leiderschap“bijna altijd”, aldus voormalig CDS Dick Berlijn, “dé doorslaggevende factor”. Leiderschap ontstaat niet zomaar: de Defensieorganisatie is constant in opleiding en training, van soldaat tot generaal. Hiermee wordt de no-nonsense cultuur van de krijgsmacht almaar gepusht. Voeg daaraan het doelgerichte en saamhorige toe, die het Defensiepersoneel de can do-mentaliteit geven, en een recept voor managers in de burgermaatschappij ligt panklaar gereed.

In ‘Teams door het vuur’ lanceert Evers het vuurwiel “als model voor teamvorming, teamverbetering en optimale teamprestatie”. Dat vuurwiel wordt gevormd door drie vuren: strijd, smid en kampvuur. Respectievelijk actie, reflectie en teamgeest. Zijn die in balans, dan kan het team een rechte koers varen. Heldere taken, een gevoel van saamhorigheid, samenwerken.

Het teambelang prevaleert boven het individu. Dat laten bloed, zweet en tranen de rekruut al inzien. Of zoals Evers zegt: “Eén soldaat is geen soldaat”. In Evers’ verhaal komen veel verwijzingen naar de KL voor, onder andere het wederzijdse vertrouwen en begrip en het buddysysteem. Met steeds het uitstapje naar civiel: ‘company’ in plaats van compagnie.

Bedrijven en militaire eenheden worden geleid. In de krijgsmacht is dit leidinggeven, samen met besluit- en bevelvoering, ingebed in commandovoering. Hierbij moet, aldus Evers, ego van stratego worden gescheiden (p. 59). Zo wordt een realistische commandovoering bewerkstelligd, met structurele checks en feedback. Resultante is een hoge operationele betrokkenheid van iedereen, tenminste als alles volgens plan loopt. Dat is zelden het geval, zeker niet als eenmaal de startlijn van een operatie is gepasseerd.

Plannen worden verstoord door negatieve stressoren, inadequate leiding, een los-vast teamverband. Zo veroorzaakt een veelheid van (f)actoren frictie: in militair optreden zelden goed voor de eindoverwinning, in het bedrijfsleven slecht voor de winstcijfers.

Veel van deze ellende kan door een hecht team worden voorkomen, aldus Evers. Als leidinggevende moet je dan wel volledige inzet tonen, zelfkritisch blijven, jezelf en je personeel goed kennen, dicht bij datzelfde personeel staan. Kortom: een voorbeeld zijn. Voorbeeldig leiderschap is niet gemakkelijk, zeker niet als de situatie chaotisch is. Want juist op het gevechtsveld gaat het erom de goede dingen goed te blijven doen, in de wanorde te blijven inspireren. Dat wordt steeds weer getraind: herhaling – heilig om drills te laten inslijten – is de kracht van de KL!

Uiteraard moet je hierbij “het bevel houden over jezelf”. Fouten maken is niet erg, tenzij dit in het heetst van de strijd gebeurt. Elke schaduwzijde heeft als zonnige kant dat zwakheden aan het licht komen. Die zwakheden kunnen, onder andere door ‘learning by doing’, worden verbeterd.

Getob bij leiderschap en teamgedrag komt omdat een commandant (of manager) geen lijstje met do’s en don’ts heeft dat hij kan afvinken om het goede goed te doen. (Vooropgesteld dat ‘goed’ al veel kasten vol boeken heeft opgeleverd, waarvan de inhoud door een commandant te velde in een fractie van een seconde moeten worden gewogen.) Goede leiders leiden teams ook in hels weer, onder abominabele omstandigheden, tijdens het gevecht.

Evers’ boek is verhelderend en, voor een managementboek, knap eenvoudig geschreven. Hij maakt duidelijk hoe interactie in de praktijk in een team kan werken. Is de krijgsmacht in vredestijd al moeilijk te leiden, onder de altijd dynamische, fluïde en ongewisse omstandigheden op het gevechtsveld eens te meer! Zoals generaal b.d. Dick Berlijn schrijft: “Lees het goed, maak het u eigen en handel ernaar.” En lees daarna meteen door in Teamleren bij de Nederlandse krijgsmacht, het proefschrift van Tom Bijlsma uit 2009.

Terug naar Boven

 

TED MEINES - LAURENS VAN AGGELEN

titel

Ted Meines. Erevoorzitter Veteranen Platform

auteur

Laurens van Aggelen

ISBN

9789079763009

jaar

2013

pagina's

40

uitgeverij

White Elephant

 

 

Op 13 december 2013 werd in Doorn de bronzen buste onthuld van luitenant-generaal b.d. Ted Meines. Een eerbetoon aan de grondlegger van de naoorlogse veteranenbeweging. Bij deze gelegenheid werd ook dit herinneringsboekje gepresenteerd.

Ted Meines is niet alleen de medeoprichter van het Veteranen Legioen Nederland - de voorloper van de Bond van Wapenbroeders - en het Veteranen Platform: in de Tweede Wereldoorlog bood hij onderdak aan joodse onderduikers, daarna werd hij als veldartillerist uitgezonden naar Nederlands-Indië en tot 1974 doorliep hij een glansrijke carrière binnen de Koninklijke Landmacht.

Zijn absolute meerwaarde is erin gelegen dat hij altijd zichzelf is gebleven en zijn vele talenten inzet om erkenning en waardering vanuit de samenleving voor alle veteranen te genereren.

Rechterfoto met dank aan: Rick Smulders.

Het was uiteindelijk ook Ted Meines die de noodzaak onderkende van het bundelen van alle mogelijke krachten in veteranenland. Nog wekelijks is de hoogbejaarde 'veteranengeneraal' in het land te vinden om 'zijn veteranen' te eren en welgemeende woorden van bewondering en dank tot hen te richten.

Icoon Ted Meines kent zijn gelijke in Nederland niet.

Terug naar Boven

 

THEE MET DE TALIBAN - DEEDEE DERKSEN

titel

Thee met de Taliban. Oorlogsverslaggeving voor beginners

auteur

Deedee Derksen

ISBN

9789044516722

jaar

2010

pagina’s

223

uitgeverij

De Geus

 

Deedee leeft in de wereld van Deedee (p. 140): ze leeft en werkt in het Kabul waar NGO’s, militairen, journalisten en diplomaten denken de dienst uit te maken. Haar wereld is een grote vicieuze cirkel waaraan je als westers journalist, zelfs met een fixer, zeer moeilijk aan kunt ontsnappen, zelfs al probeer je unembedded je werk te doen.

In ‘Thee met de Taliban’ is Afghanistan niet het werkterrein van Ernie Pyle of David Rohde. Nee, mevrouw Derksen van de Volkskrant – indertijd de enige in Kabul woonachtige correspondent die het Nederlands smaldeel ter plaatse vertegenwoordigde, afgestudeerd in internationale betrekkingen – is de hoofdrolspeelster in een megaspektakel onder de titel ‘Oorlog aan de kant van de verkeerde mensen tegen de verkeerde mensen’.

Afghanistan mag dan “als heroïne voor journalisten” (p. 19) gelden, veel meer dan drugs is thee – chai – het alles en iedereen aan de praat slingerende nationale product. Daar, tussen bebaarde mannen in kleermakerszit, kun je tijdelijk en plaatselijk het idee hebben dat je met shoptalk nog een eindje op weg kunt komen in de doolhof van decennia lang oorlog en ellende die Afghanistan is. Daar kun je eventjes begrijpen dat de erecode van bloedwraak, eer, gastvrijheid en onderdak (Pashtunwali) veel meer impact heeft dan een bermbom van de Taliban. Daar ook kom je erachter dat de westerse journalistiek Afghaanse mythes in stand houdt – omdat ze lukraak het meeste van elkaar overschrijven. Eenzijdige berichtgeving is het gevolg, en dat is jammer.

Afghanistan is een prachtig land met een heleboel prachtige mensen. Soms wordt het die mensen onderling echter te veel en dan krijgen ze onenigheid, waardoor “veel van het geweld in Uruzgan simpelweg uit de hand gelopen burenruzies betreft” (p. 108). Burenruzies gedomineerd door drugs, wraak en stammenstrijd. En zodra je in Afghanistan over stammen en substammen begint, raakt iedereen – behalve misschien Bette Dam – volledig de weg kwijt. Het perpetuum mobile van de stammenstrijd is dé permanente lont in het kruitvat die de onvoorspelbaarheid van het geweld bepaalt. Niet ideologische motieven maar het pragmatisme van feitelijk heel ordinaire plattelandsherrie over vrouwen, goud en land (‘zan, zar, zameen’) bepaalt de strijd van de überhaupt antiwesterse Afghaan tegen de zogenaamde Taliban – die in het grootste deel van de gevallen een keuterboertje is met de verkeerde vrienden die de verkeerde exploderende dingen maken. Die keuterboer vult zijn onzalig lage inkomsten aan met antiwesterse gedragingen van het receptuur IED’s/hinderlagen/zelfmoordaanslagen. Zo wordt het boertje in een handomdraai een insurgent: “Een corrupt lokaal bestuur, dat is verbonden met de opiumhandel, heeft de weg geplaveid voor de opstandelingen.”

Deedee Derksen’s analyse is van een verbluffende eenvoud… en daarom gemakkelijk te lezen. Geen moeilijke woorden of diepgaand gereutel, gewoon de constatering dat Matiullah Khan – die van de Nederlanders geen politiecommandant van heel Uruzgan mocht worden – diezelfde Nederlanders uiteraard niet ging helpen met de verdediging van Chora. Deedee die in de letterlijk levensgevaarlijke Korengal-vallei Amerikaanse GI’s MRE’s ziet eten en gezamenlijk liedjes zingt; die inzicht probeert te verschaffen in de dieper liggende oorzaken van het conflict; die complottheorieën aanhaalt als dat de Britten het Taliban-regime zelf hebben gecreëerd.

De ellende van Deedee’s boek is dat ook zij er niet aan ontkomt om de oorlog in Afghanistan te beschrijven zoals zij denkt dat die eruit moet zien (wishful thinking). Omdat je zeer zelden het basale journalistieke principe van ‘hoor en wederhoor’  kunt toepassen. Simpelweg te gevaarlijk, niet alleen in de Baluchi-vallei of Mirabad. De democratie van de krijgsheren reikt tot aan de voordeur van Hamid Karzai’s paleis in Kabul; zonder Amerikaanse kleerkasten was de president allang gone with the wind… Even vluchtig als de insurgents die de ISAF-troepen dag in dag uit terroriseren, als "dukhi’s" (spoken) die als een duveltje uit een doosje aanvallen en pijlsnel verdwijnen in de Afghaanse woestenij.

Als er één moraal is die ik uit Derksen’s boek durf te trekken, is het dat Nederland met zijn gifdoordrenkte poldermentaliteit de situatie in Uruzgan van den beginne af verkeerd heeft ingeschat – vooral de onbeschrijfbare meerlagigheid van het gewapend conflict – en vervolgens op basis van die foute beoordeling(en) heeft geprobeerd toch consensus te creëren. Nederland heeft onderschat dat de dorpspolitieke consequenties van de eerste de beste lokalo een veel grotere invloed hebben op de bermbom- en zelfmoordaanslagen tegen de coalitietroepen dan welke ideologie dan ook. Erg goed om daar een counterinsurgency tegenover te stellen - i.c. het credo van generaal Petraeus' clear (gebied vrijmaken van Taliban), hold (troepen in het gebied houden) en build (opbouwen) - maar Afghanistan is veel te weerbarstig met haar "clash of civilizations".

Terug naar Boven

 

THE FIRST CASUALTY - PHILLIP KNIGHTLEY

titel

The first casualty. The war correspondent as hero and myth-maker from the Crimea to Iraq

auteur

Phillip Knightley

ISBN

0801880300

jaar

1975 (2004)

pagina’s

594

uitgeverij

The Johns Hopkins University Press

 

Het voeren van oorlog kent verschillende clichés. Zo bereiden generaals zich standaard voor op de vorige oorlog en is het eerste slachtoffer van oorlog de waarheid. De titel van het boek is afkomstig uit 1917 in een citaat van de Amerikaanse senator Hiram Johnson (1866-1945): “The first casualty when war comes is truth” (“Het eerste slachtoffer van de oorlog is de waarheid”).

‘The First Casualty. From the Crimea to Vietnam: The War Correspondent as Hero, Propagandist and Myth Maker’ (Quartet Books, London) wordt algemeen beschouwd als het standaardwerk over de geschiedenis van oorlogsverslaggeving en propaganda. Het is geschreven door de Australische historicus Phillip Knightley en voor het eerst gepubliceerd in 1975.

Knightley’s boek leert onder meer dat ook achter ‘objectieve’ oorlogsverslaggeving propaganda kan schuilgaan – niet alleen in dictaturen en niet enkel in propaganda. Ook (zelf)censuur, chantage, leugens, manipulatie en mythevorming liggen in de oorlogsjournalistiek constant op de loer. Overigens geldt dit niet exclusief voor oorlogsjournalistiek, maar haast alle informatie aan de frontlijn is gekleurd en propaganda is een hindernis die slechts moeizaam kan worden geslecht. Daarnaast heeft ze een negatieve – of op z’n minst: bedenkelijke – reputatie: in de regel is propaganda gecamoufleerd als ‘gewone’ informatie. Reden waarom oorlogsberichtgeving altijd met de nodige terughoudendheid moet worden worden betracht. Alle mogelijke feitenbedrog heeft tot doel het draagvlak voor oorlog bij de andere partij in stand te houden of te vergroten.

Tot en met de Eerste Wereldoorlog stelden het leeuwendeel van de journalisten zich ook al onder de hoede van krijgsmachten – embedded journalism avant la lettre dus. Dat bood voldoende bescherming, want de journalist werd (nog) niet gezien als een lastige pottenkijker of een bedreiging voor de oprukkende strijdmacht, laat staan als een doelwit. Oorlogsverslaggevers hoefden enkel rekening te houden met de risico’s van het gevecht: een hoog loodgehalte.

Het lijkt er soms op dat de oorlogsverslaggeving anno 21ste eeuw terug is op het niveau van de Napoleontische tijd, toen generaals de oorlogsberichten naar het achtergebied doorgaven en er geen vrije pers bestond. Die vrije pers is er nog wel, althans in de zich democratisch noemende wereld, maar in tijden van ‘hurry, hype and heave’ zijn het eerst de nuances en daarna de feiten die het loodje leggen. Vanwege de snelheid waarmee het nieuws moet worden gebracht, lijkt kwantiteit – behalve bij kwaliteitskranten als de Volkskrant en NRC Handelsblad – oneindig veel belangrijker dan kwaliteit: een snel op het internet gedropte tweet betekent al dat de wedkamp met een 24/7-televisiestation als CNN (“als het niet op televisie komt, is het niet gebeurd”) is gewonnen, hoe nietszeggend die nieuwsmededeling feitelijk ook kan zijn.

Zelfs het meest futiele nieuwsfeitje uit de gelederen van het Defensieapparaat wordt gereguleerd door eigen voorlichters en PR-mensen die de doelen van hun commandant dienen. Om twee ondubbelzinnige redenen: er is nu eenmaal informatie die de tegenpartij niet in zijn voordeel mag gebruiken en er is informatie die de eigen militairen zou kunnen demoraliseren.

Soms doen commandanten hun uiterste best om journalisten buiten de deur te houden, hun bewegingsvrijheid in te perken en berichtgeving met militair ongepaste of onwelgevallige informatie voor ‘de harde enter’ te zuiveren. Censuur ligt op de loer, ook onder embedded journalisten. Hier keurt de slager immers gemakkelijk zijn eigen vlees: hij kan zich laten meeslepen door vaderlandsliefde en/of zich te veel identificeren met de eigen troepen.

Knightley geeft de Defensievoorlichters het volgende advies (p. 484): “Doe je voor als transparant, open en hulpvaardig; probeer nooit direct controle uit te oefenen of [berichten] zonder meer tegen te houden; probeer onwenselijk nieuws eerder te neutraliseren dan te verbergen; probeer veeleer de nadruk te controleren dan de feiten zelf; probeer slecht nieuws te compenseren met goed nieuws; en lieg alleen rechtstreeks als zeker is dat dit niet meer tijdens de loop van de oorlog zelf zal uitkomen.”

In de herziene en bijgewerkte paperbackversie van zijn standaardwerk (Baltimore 2004) komen ook de Falkland-, Kosovo- en beide Golfoorlogen aan bod. En natuurlijk de geraffineerde manipulatie van de vrije media.

Hoe nieuwbakken is het fenomeen ‘oorlogsverslaggever’ eigenlijk?

Thucydides schreef weliswaar een indrukwekkend werk over de Peloponnesische oorlog (431-404 vóór Christus) tussen Athene en Sparta, maar dat maakte hem eerder een historicus dan een oorlogscorrespondent. De eerste – ook weer volgens Knightley – die er, tegen betaling, ter verslaglegging opuit werd gestuurd was Charles Lewis Gruneisen (1806-1879). Hij werd van maart 1837 tot januari 1838 door de in Londen gevestigde Morning Post naar Spanje gestuurd, waar een Brits Legioen, bestaande uit 10.000 man, gedurende de Eerste Carlistenoorlog enkele jaren vrijwillig aan de zijde van Koningin Isabella II van Spanje meevocht. Juist omdat Gruneisen aan de zijde van de rebellen schreef, bleek zijn pen gevaarlijker dan het zwaard.

Even leek het erop dat de missie van Gruneisen een incident was, maar in 1853 begon het grote werk. In dat jaar brak de Krimoorlog uit tussen Rusland aan de ene en Turkije en diens bondgenoten Engeland en Frankrijk aan de andere kant. Gruneisen, William "Billy" Howard Russell (The Times) en Edwin Lawrence Godkin (London Daily News) versloegen het oorlogsnieuws vanaf het front. Hoewel nog in 1874 de lezing ‘Sketches of Spain and the Spaniards during the Carlist civil war’ van Gruneisen’s hand verscheen, zou hij vooral bekendheid genieten dankzij muziekkritieken en operaboeken...

Na de Krimoorlog volgde de Amerikaanse Burgeroorlog, die woedde van 1861 tot 1865. Ook Howard Russell was weer ter plekke, die zo – althans volgens Knightley – de eer verwierf om de eerste echt gestructureerd werkende oorlogsverslaggever te worden. En zo volgde oorlog na oorlog na oorlog...

Oorlogsverslaggeving – goed voor de zakelijke kant van de journalistiek (ter vergroting van kijkcijfers en oplagen) – draagt sindsdien echter één grote last met zich mee: het kan melding maken van zaken die per se niet gemeld mogen worden. Een constant spanningsveld dat de intentie, het wezen van de oorlogsjournalist dag in dag uit raakt.

Na de Vietnamoorlog beschuldigde Knightley de media ervan direct verantwoordelijk te zijn voor de nederlaag van de Amerikanen in Vietnam. Het ‘Vietnam-syndroom’ was geboren. Een andere oorlog, die rondom de Falklandeilanden in 1982, bewees juist het omgekeerde. Hier accepteerden de media scherpe controle door het Britse Ministrie van Defensie. Het enige alternatief was immers helemaal geen berichtgeving. Het aantal uitsluitend Britse journalisten was volgens Knightley slechts zeventien! De rol van het Ministry of Defence tijdens de Falklandoorlog ging de geschiedenis in als het klassieke voorbeeld hoe met media in oorlogstijd moet worden omgegaan. Het mooie was dat de Britse journalisten niet wakker lagen van het strenge censuursysteem, wat – evenals tijdens de Tweede Wereldoorlog – goeddeels te danken was aan patriottisme en een totaal andere kijk op het Defensieapparaat dan de Amerikanen.

Het publiek verwacht van de media dat ze feiten en realiteit scheiden van aannames en verzinsels. Dat is de grote hick-up voor oorlogsverslaggevers die voor volledige coverage van een oorlog vaak afhankelijk zijn van de krijgsmacht. In het mediacircus rond oorlogvoering zullen de meesten de klaprozen op het slagveld nooit kunnen onderscheiden van de beerput en de doofpot – laat staan de journalisten zelf.

Het is Phillip Knightley’s grote verdienste dat hij inzichtelijk maakt hoe media, marketing en het product ‘oorlog’ nauw met elkaar verweven zijn en de kluit stelselmatig wordt belazerd. Wie het niet doorheeft, ziet in oorlogvoering in de 21ste eeuw het creëren van gevechtsverliezen als het hoogst haalbare.

Terug naar Boven

 

THE LONGEST DAY - CORNELIUS RYAN

titel

The Longest Day

auteur

Cornelius Ryan

ISBN

N.v.t.

jaar

1959

pagina's

256

uitgeverij

Simon & Schuster

 

 

 

Terug naar Boven

 

THE ONLY THING WORTH DYING FOR - ERIC BLEHM

titel

The Only Thing Worth Dying For. How Eleven Green Berets Forged a New Afghanistan

auteur

Eric Blehm

ISBN

9780061661228

jaar

2010

pagina's

376

uitgeverij

Harper Collins Publishers

 

 

 

Terug naar Boven

 

THE OXFORD HANDBOOK OF WAR - JULIAN LINDLEY-FRENCH & YVES BOYER

titel

The Oxford Handbook of War

redacteuren

Julian Lindley-French & Yves Boyer

ISBN

9780199562930

jaar

2012

pagina's

710

uitgeverij

Oxford University Press

 

 

Terug naar Boven

 

THE REAL HEROES OF TELEMARK - RAY MEARS

titel

The Real Heroes of Telemark. The True Story of the Secret Mission to Stop Hitler's Atomic Bomb

auteur

Ray Mears

ISBN

9780340830161

jaar

2003

pagina’s

274

uitgeverij

Coronet Books (Hodder & Stoughton)

 

 

Terug naar Boven

 

THE RED AND GREEN LIFE MACHINE - rick jolly

titel

The Red and Green Life Machine

auteur

Rick Jolly

ISBN

0712601589

jaar

1983

pagina’s

146

uitgeverij

Century Pub

 

In april 1983 verscheen het boek 'The Red and Green Life Machine. A Diary of the Falklands Field Hospital' van Rick Jolly . Op grond van zijn ervaringen in de Brits-Argentijnse Falklandoorlog, die van april tot juni 1982 plaatshad onder de codenaam Operation Corporate, publiceerde hij het waargebeurde en schokkende verhaal van oorlog en oorlogsslachtoffers.

In een voormalige diepvriesfabriek aan Ajax Bay maakte Surgeon Captain Dr Rick Jolly tijdens de Falkland-oorlog zijn functie als Surgeon Commander waar in het hospitaal dat de naam 'The Red and Green Life Machine' droeg. De 'Baai van Ajax' ligt tegenover het oord San Carlos aan San Carlos Water in East Falklands.

"Red" vanwege de dokters/medics van The Parachute Regiment 2nd Battalion (2 Para), die een rode baret dragen; "Green" vanwege de dokters/medics 3 Commando Brigade van de Royal Marines, die een groene baret dragen. Belangrijkste wapenfeit: niemand die hier levend werd binnengebracht - 580 Britse gewonden en 200 Argentijnse gewonden - is gestorven. Uiteindelijk blijken slechts vier gewonden te zijn overleden.

Rick Jolly, die in 1996 vanuit de Royal Navy met pensioen ging, maakte daarnaast tijdens de Falkland-oorlog onder andere naam door te blijven opereren terwijl twee niet-ontplofte bommen van 1.000 Engelse pond in het dak van het hospitaal zaten. In 1983 werd Rick Jolly door de Britse regering onderscheiden als Officer in the Order of the British Empire (OBE), in 1998 ontving hij van de Argentijnse regering de Orden de Mayo (ODM). Jolly is één van de weinigen uit de krijgsgeschiedenis die door beide partijen is gedecoreerd vanwege zijn zorg en toewijding.

Het boek 'The Red and Green Life Machine. A Diary of the Falklands Field Hospital' van dr. Rick Jolly is misschien wel het meest lezenswaardige oorlogsdagboek dat ooit is verschenen,

Eind 2003 en begin 2004 verscheen op BBC 2 de zevendelige televisieserie 'S.A.S. Survival Secrets'; in de aflevering over militaire eerstehulpverlening geeft Rick Jolly instructie.

Terug naar Boven

 

THE REGIMENT. 15 YEARS IN THE SAS - RUSTY FIRMIN

titel

The Regiment. 15 Years in the SAS

auteur

Rusty Firmin

ISBN

9781472811318

jaar

2015

pagina's

296

uitgeverij

Osprey Publishing

 

 

 

Terug naar Boven

 

THUISFRONT URUZGAN - EDITH VAN ZALINGE

titel

Thuisfront Uruzgan

auteur

Edith van Zalinge

ISBN

9789066115361

jaar

2007

pagina’s

104

uitgeverij

Inmerc

 

Als je ook boeken hebt geschreven met titels als ‘De asperge’, ‘De magie van de paddenstoel’, ‘Het fijne van olijfolie’ en ‘Sexy chocolade’, houd je dan aan culinaire schrijverij. Ga niet in het kader van een krampachtig l'écrire pour l'écrire ineens capituleren met een bundeling van dagboekfragmenten over de ervaringen van het thuisfront van Uruzgan-gangers. Kookkunst is iets heel anders dan krijgskunst, koken niet te vergelijken met oorlogvoeren. Juist de emoties die met het laatste gepaard gaan waren voor de achterban beter gevangen door de dagboekfragmenten integraal te plaatsen in plaats te laten bewerken.

De achterflap klopt alleen met het “openhartig en moedig verslag” dat wordt beschreven. Voor het overige zal de thuisgebleven relatie van met name de nog uit te zenden militair niet bijster vrolijk worden van ‘Thuisfront Uruzgan’. Al het tweede verhaal, dat over Estella en Jardy, eindigt ermee dat zij 2 maanden na terugkeer van manlief uit Afghanistan uit elkaar gaan. Waarschijnlijk PTSS.

En dan heb ik het nog niet eens gehad over het verhaal van de vader die zijn zoon onbezorgd hoort vertellen dat hij op een bermbom heeft gestaan, “maar die gaat alleen af als er een zwaarder gewicht op staat”; van een 7-jarig meisje dat opeens aan haar vader vraagt “of hij dood gaat in Uruzgan?”; de moeder van militair Vladimir, die zwaargewond raakt bij een zelfmoordaanslag en het steeds weer moeizame acclimatiseren aan de thuisgekomen militair.

Niet bepaald optimistisch dus. Het roept eerder ongerustheid op dan dat het de lezer met een warme deken geruststellend omwikkelt. Daarom is het wat mij betreft een absolute afrader voor het thuisfront van nog uit te zenden militairen…

Terug naar Boven

 

THUISFRONT URUZGAN - RIEKELT PASTERKAMP

titel

Thuisfront Uruzgan

auteur

Riekelt Pasterkamp

ISBN

9789043517713

jaar

2010

pagina’s

152

uitgeverij

Kok

 

 

Terug naar Boven

 

TRAGEDIE NA HET WONDER IN DE SNEEUW - KLAAS JOL

titel

Tragedie na het wonder in de sneeuw. Over het leven van Klaas Jol.

auteur

Luitenant-kolonel der mariniers b.d. Klaas Jol

ISBN

N.v.t.

jaar

2012

pagina's

446

uitgeverij

Jolimage (eigen beheer)

 

Sinds 2010 verblijft oud-marinier Klaas Jol in zelfopgelegd “politiek en medisch asiel” in een Heilklinik in het Duitse Nordhorn. Jol heeft er tabak van en dat is begrijpelijk na lezing van zijn autobiografie.

Na het doorlezen van ‘Tragedie na het wonder in de sneeuw’ kan gemakkelijk de conclusie worden getrokken dat op 14 december 1978 de kwaliteit van leven van Jol, tot dan toe excellerend officier van het Korps Mariniers, abrupt ophoudt – zowel privé als militair.

Aan het einde van de ochtend op die decemberdag wordt de majoor het slachtoffer van een bizar ongeval. Het vindt plaats op de mistige helling van de Nordfjord in het Noorse Utvikfjellet. De 95 cm van de skistok van een vóór hem gevallen collega doorboort hem van anus tot linkerschouder. Dankzij zijn uitnemende fysieke en mentale conditie en zijn collega-mariniers en ondanks 3½ liter bloedverlies en het gegeven dat hij tijdens het helikoptertransport naar het ziekenhuis vier minuten klinisch dood is geweest, overleeft de marinier op wonderbaarlijke wijze.

Klaas Jol is tot op die dag hét schoolvoorbeeld van een klasbak. Al op het Koninklijk Instituut voor de Marine blonk hij uit: hij was de beste adelborst van het jaar '62. Veel van zijn jaargenoten bereikten nadien de hoogste regionen in Defensieland of politiek – Spiekerman van Weezelenburg, Kroon, Van Kappen, Homan, Gmelich Meyling en Van den Breemen – en alles wees erop dat Jol vlagofficier kon worden.

Zijn staat van dienst stond op eenzame hoogte: hij behaalde de groene baret en werd onder andere Helicopter Abseil Dispatcher, instructeur koudweertraining, kikvorsman, Mountain Leader, Navy SEAL Demolition Expert en militair parachutist. In ’82 werd Jol met zijn 39 jaar, naar eigen zeggen, de jongste overste van het Korps Mariniers sinds de Tweede Wereldoorlog.

Zijn dit al de ingrediënten die hem maakte tot übergelijke onder zijn gelijken, hij was – niet in de laatste plaats vanwege zijn grote gevoel voor humor – één van de meest populaire officieren van zijn korps.

Die roem behield Jol, ook na die fatale winterdag in ’78. Na zijn operaties in Bergen (Noorwegen), Overveen en Leiden bleef hij volgens zijn artsen geschikt voor beroepsdienst bij de zeemacht. Ondanks de pijn, het chronisch gebrek aan slaap en alle ellende die hij ervoer in zijn kruistocht tegen voormalig werkgever Defensie. Het enige wat Jol wenste was ruimhartige genoegdoening vanwege het naar zijn mening on(oordeel)kundig handelen van de hem opererende artsen in het Marine Hospitaal Overveen.

Hij bleef optimistisch: eens moest de dag aanbreken waarop hij door Defensie zou worden gerehabiliteerd en financieel gecompenseerd.

De carrièreofficier die tijdelijk werd geknakt op een besneeuwde Noorse berghelling, bleef voor vele (oud-)mariniers een rolmodel. Voor zover ik dat kan en mag beoordelen – als pleun en relatieve buitenstaander – zeer terecht!

Op 1 september 1985 verliet Klaas Jol eervol zijn korps, vol van woede tegen zijn oud-broodheer. Vanwege de bejegening, het gebrek aan begeleiding...

De eenzame ‘klopjacht’ die de oud-marinier sindsdien voerde op zijn website, die later werd verboden, en nog steeds voert op Facebook, is het noemen waard. Jol schrijft hierover: “De pen werd mijn enige houvast aan het leven om de dood uit te stellen.” (p. 164)

Loyaal als hij was, heeft hij tot dan toe tot op zekere hoogte zijn mond gehouden over het onrecht dat hem z.i. is aangedaan. Dat is nu, 33 jaar na het skiongeval, verleden tijd. Zijn pennenvruchten moeten na al die decennia van oorlogvoeren een vredesakkoord opleveren. Vrede tussen hem en zijn oud-werkgever, voor zichzelf en zijn therapie, voor zijn zoon Robbert.

“Defensie heeft ten aanzien van mij een mortuariumbeleid gevoerd.” (p. 111) Dit schrijft een marinier van het kaliber-Jol niet zomaar. De pijn die hij door de skistok heeft opgelopen en de pijn die hij zichzelf jarenlang heeft getroost uit de overtuiging dat Defensie hem ooit in zijn recht zal moeten herstellen, moet afgelopen zijn. Voor zover dit, althans lichamelijk gezien, kan.

Intussen is hij volledig invalide en arbeidsongeschikt, door Platzbauch-complicaties, Wenckebach-, posttraumatische stress- en hyperventilatiesyndroom. Toch is de “uit bomschuitenhout gesneden” Jol naar mijn neming geen klokkenluider in de oorspronkelijke betekenis. Die klok heeft anno 2012 al heel lang en vaak geluid. Jol lijkt mij als rechtschapen marinier niet de werknemer die 'een misstand' van zijn werkgever per se voor het voetlicht wil brengen.

Jol wil, zo valt uit alles op te maken, waarheidsvinding. Nu zijn doopceel op straat ligt, inclusief officiële schrijvens van en naar uitkeringsinstanties, medisch specialisten, Defensie en advocatenbureaus, is Jol er helemaal klaar mee. Zijn verdraagzaamheid is over. De reden van dit boek is dan ook dat de luitenant-kolonel b.d. Klaas Jol het vechten moe is. Van de meest veelzijdig opgeleide militair tot een invalide Don Quichot is geen sinecure.

Na drieëndertig jaar vechten tegen Defensie heeft Jol met dit in eigen beheer uitgegeven boek eens te meer zijn boodschap duidelijk gemaakt. Die boodschap komt luid en duidelijk over. Ondanks de enigszins chaotische opzet van het boek, wordt die uit den treure herhaald.

“Ik accepteerde het noodlot als vanzelf omdat het bij mijn beroep hoorde”, aldus Jol (p. 91). Zoveel jaren na dit ongeval en ondanks een verbod om met een website zijn mening te verkondigen nog steeds moeten knokken om eerherstel, heeft naar mijn mening niets meer met noodlot te maken. Vanuit welk perspectief dan ook, alleen al uit menselijkheid is dit zinloos.

Vooral het eerste deel van zijn autobiografie, met name in beslag genomen door Jol’s carrièregang, leest als een buitengewoon verhaal. De tweede helft, die van de rechtszaken en de daarbij behorende documentatie, verzandt op een gegeven moment in een zichzelf herhalende klaagzang. Elke rechtgeaarde militair weet dat juist in die herhaling kracht schuilt.

Terug naar Boven

 

TRAGISCHE HELDEN - GEERT LAGEVEEN & LEOPOLD WITTE

titel

Tragische helden. Dagboek van twee acteurs in Kamp Holland

auteur

Geert Lageveen & Leopold Witte

ISBN

9789086902101

jaar

2008

pagina’s

168

uitgeverij

Veenman

 

De acteurs Geert Lageveen en Leopold Witte waren in mei 2008 twee weken te gast bij de Nederlandse militairen in Uruzgan voor hun nieuwste productie, ‘Kamp Holland’ van theatergroep Orkater. Op 6 november 2008 is hun voorstelling in première gegaan.

Tijdens hun verblijf in Kamp Holland in Tarin Kowt hielden zij een dagboek bij op een weblog van de Volkskrant.

Hun observaties in Uruzgan, van de militairen en over zichzelf, zijn beeldend geschreven en getuigen van oprechte interesse. Eerlijk en onbevooroordeeld geven zij hun kijk op de Nederlandse missie in Afghanistan. Voorbeeldje: "De groene vlag is in top. Het sein dat iedereen het vandaag wat rustiger aan mag doen vanwege de warmte (40 graden). Groen betekent meer drinken en extra rust. Zwart betekent een half uur in de schaduw werken en dan twee uur rust in de airco. Sommige militairen die in Irak op missie zijn geweest beweren dat ze bij 75 graden Celsius gewoon hebben doorgewerkt. "Alles went". Dat geldt ook voor ons. We lopen hier rond zonder op te vallen. We zijn erbij gaan horen". Daarnaast zijn er enkele teksten van het toneelstuk 'Kamp Holland' in dit boek opgenomen.

Terug naar Boven

 

TROPENJAREN. PLOPPERS EN PATROUILLES – JACQUES A.C. BARTELS

titel

Tropenjaren. Ploppers en patrouilles. Het dienstplichtig 2e Eskadron Huzaren van Boreel in Nederlands-Indië 1947-1950.

auteur

Jacques A.C. Bartels

ISBN

9789067076333

jaar

2008

pagina’s

470

uitgeverij

De Bataafsche Leeuw / Van Soeren & Co.

 

 

Terug naar Boven

 

TUSSEN ESKADRON EN SQUADRON - HEIN SCHMIDT CRANS

titel

Tussen eskadron en squadron. Beknopte autobiografie van een oorlogsvrijwilliger. Opdat de naam "oorlogsvrijwilliger" niet verloren gaat

auteur

P.H.A. (Hein) Schmidt Crans

ISBN

n.v.t.

jaar

2002

pagina’s

78

uitgeverij

Studio Vrijdag & in eigen beheer

Luchtvaartpionier Hein Schmidt Crans, die na de oorlog zijn ervaringen in ‘Tussen eskadron en squadron’ had beschreven, overleed in 1969.

Al vóór de Tweede Wereldoorlog kreeg hij bekendheid als marinevlieger bij de Militaire Luchtvaartafdeling en als eerste (chef-)instructeur van de Nationale Luchtvaartschool, die op 10 september 1927 werd geopend op het Rotterdamse vliegveld Waalhaven.

Eigenlijk was Hein ruimschoots vóór de Tweede Wereldoorlog een legende. Zo maakte hij in 1937, samen met de directeur-generaal van de Koninklijke, ir. Johan de Kok, in diens sportvliegtuig een retourvlucht naar Nederlands-Indië. Hierbij werd een record gevestigd: nooit eerder vloog een sportvliegtuig zo snel op en neer. Het tweetal vertrok op 3 februari en was op 7 maart terug in Nederland. De heenreis duurde tien dagen, het verblijf in de Oost zestien en de terugtocht werd in 7½ dag volbracht.

In de meidagen van 1940 voerde de kapitein-vlieger Schmidt Crans op het vliegveld De Kooy bij Den Helder het bevel over de 1ste Jachtvlieg Afdeling (1 JaVa). 1 JaVa had twaalf aftandse Fokker D-XXI jagers. Hoezeer dit ook moeten hebben geknaagd aan het moreel van de vliegers, op 10 mei stonden elf jagers gereed om het luchtgevecht aan te gaan.

In een telefoongesprek had Schmidt Crans opgevangen dat er in het gehele land vliegvelden werden gebombardeerd. Nadat hij zelf overvliegende toestellen had gehoord, vroeg hij zijn commandant om een patrouille de lucht in te mogen sturen. Hij kreeg geen toestemming. Hierop nam hij zelf het initiatief: zijn vliegers gaf hij opdracht de toestellen onmiddellijk te starten en op te stijgen. Zijn beslissing bleek de juiste: eenmaal in de lucht zagen zijn vliegers de oorden Bergen en De Vlijt op Texel al in lichterlaaie staan. Pas na deze bevestiging kwam de officiële opdracht dat zijn vliegtuigen de lucht in mochten.

Zes Duitse toestellen werden neergehaald. Het mitrailleurvuur van de Duitse toestellen bracht op het vliegveld De Kooy de vliegtuigen van Schmidt Crans’ 1 JaVa de meeste schade toe.

Hoewel 1 JaVa de enige jachtvliegafdeling was die op 10 mei ongehinderd door aanvallende vliegtuigen in haar geheel was opgestegen, hield ze aan het einde van de dag op te bestaan. Na de Tweede Wereldoorlog vestigde Engelandvaarder en drager van het Bronzen Kruis Schmidt Crans zich als tandarts in Den Haag.

Terug naar Boven

 

TUSSEN FRONT EN THUISFRONT - HENK FONTEYN & KEES VAN DER ZWAARD

titel

Tussen front en thuisfront. Verhalen van loyaliteit en loslaten, liefde en verlies.

auteurs

Henk Fonteyn & Kees van der Zwaard

ISBN

9789043516402

jaar

2009

pagina's

138

uitgeverij

Kok

 

 

Terug naar Boven

 

WAT ZEGGEN DE STERREN?
Absoluut lezen
Een aanrader
Redelijk goed
Niet eerste keus
Beter nooit lezen*

(* troep, tinnef, rommel, bagger)

Terug naar Boven