LEESWIJZER
Terug naar de homepage
 

Maak uw keuze uit de hieronder getoonde alfabetische lijst

Boeken gezocht!

 

UNIFORMEN EN EMBLEMEN - MARTIEN TALENS

titel

Uniformen en emblemen. Van de Koninklijke Landmacht vanaf 1912

auteur

Martien Talens

ISBN

9069490080

jaar

1985

pagina's

286

uitgeverij

Brabantia Nostra

 

Voormalig beroepsmilitair Martien Talens (Den Helder, 1929) begon in 1977 met het onderzoek naar emblemen en uniformen voor dit eerste boek van zijn hand.

Hierna schreef hij nog 'De ransel op de rug. De uitrustingsstukken van de Nederlandse soldaat. Sinds 1813. Deel 1' (1994), 'De ransel op de rug. De uitrustingsstukken van de Nederlandse soldaat. Sinds 1813. Deel 2' (2001) en 'Van grijsgroen naar camouflage. De (gevechts-)kleding van de Koninklijke Landmacht 1912-2000' (2011).

Als militair maakte Talens drie oorlogen mee: de Tweede Wereldoorlog, Nederlands-IndiŽ en Korea; in 1948 vertrok hij als negentienjarige geweermaker bij de Koninklijke Landmacht naar Nederlands-IndiŽ.

Het grootste deel van dit boek beslaat (mouw)emblemen, een uit de hand gelopen hobby waarmee hij is begonnen toen hij, eenmaal terug van de Korea-oorlog, lid was geworden van de Nederlandse Vereniging 'De Verzamelaar'.

'Uniformen en emblemen. Van de Koninklijke Landmacht vanaf 1912' verraadt een enorme toewijding voor emblemen en uniformen van het leger, uniformkunde in het algemeen, het werkveld van de militaria, militaire traditie en... een ongebreidelde verzamelwoede.

Kennis die voorheen overal en nergens te vinden was, in archieven, bibliotheken en al dan niet verouderde (kleding)voorschriften, is door Martien Talens nauwgezet verzameld en in dit boek samenhangend geordend.

In dit boek komen vele armbanden, borstzak- en onderdeelsemblemen, functie- en (rang)onderscheidingstekens, hoofddeksels, nestels, schouderkoorden en uniformen aan bod, zodat de liefhebbers hiervan zich eraan kunnen laven.

Zie ook: Martien Talens.

Terug naar Boven

 

URUZGAN - CHRIST KLEP

titel

Uruzgan. Nederlandse militairen op missie, 2005-2010

auteur

Christ Klep

ISBN

9789461052773

jaar

2011

pagina’s

250

uitgeverij

Boom

 

Uruzgan was een missie met haken en ogen. Feitelijk was binnen de Task Force Uruzgan het Provincial Reconstruction Team leidend en de Battle Group ondersteunend, dat allemaal om de hearts en minds van de Afghanen te winnen. Dit alles weer binnen een brede context van politiek-strategische doelstellingen. De hearts zijn zonder twijfel plaatselijk (en tijdelijk) gewonnen, maar de mind van de Afghaan-in-de-straat bleef zoals hij was: de mindset gericht op overleven, niet opportunistisch maar realistisch.

De gemiddelde inwoner van Uruzgan heeft niets aan de kortdurende aanwezigheid van een vreemd land dat met een 3D-methode de provincie beter probeert te maken. Geen vis geven maar een hengel, niet een hengel als er niets te vissen valt. Alleen in de inktvlekken rond Tarin Kowt, Deh Rawod en later Chora is dat enigszins gelukt. Zodra de Amerikanen en Australiërs eind 2010 het stokje van de ‘Lucky Dutch’ overnamen, prevaleerde de veelgehoorde ‘eerst slaan, dan praten’-mentaliteit van de Yankees. De counterinsurgency tégen de Taliban en vóór de lokale, goedwillende Afghaan vergt een veel-langere-termijn-visie.

Een visie die nauwelijks overeenkomst vertoont met de werkelijkheid van de gevechtssoldaat in Uruzgan, die met de regelmaat van de klok is geconfronteerd met hinderlagen, IED’s, suïciders en TIC’s. In een feitelijke vecht- in plaats van wederopbouwmissie. De opstandeling kon maar deels in het korset van OEF en ISAF worden gedwongen, de lokale bevolking nauwelijks structureel overtuigd van ‘nut en belang’ van al die vreemde mogendheden.

Toch was Uruzgan, uit macro-oogpunt, voor de krijgsmacht een geslaagde missie.

Nederland zette zich, in het bijzonder door de acties in de Baluchi-vallei en rondom Chora, martialer dan ooit op de kaart, deed voor het eerst sinds de Koreaoorlog werkelijk gevechtservaring op en maakte kennis met de comprehensive approach (3D), die van een korporaal een ‘strategic corporal’ maakte. Voor het eerst werden korporaals (als plaatsvervangend groepscommandanten) en (onder)officieren op het laagste niveau geconfronteerd met split-second besluitvorming op leven en dood.

Helaas brachten vierentwintig collega’s het hoogste offer. Deze slachtoffers zorgden er mede voor dat de dynamiek van de missie een eigen leven ging leiden. Zozeer zelfs dat zowel het verlengings- als vertrekbesluit mede werden ‘medegeregeerd’ door de argumentatie dat deze slachtoffers toch niet voor niets gevallen mochten zijn.

Nederland wilde meedoen aan in de vaart der krijgshaftige (en aan de G20 deelnemende?) volkeren, en daar hoort iets tegenover te staan. Dat ‘iets’ was uiteindelijk een missie in wier fuik Nederland zich na Nine-Eleven niet anders dan kon laten meezuigen door de Verenigde Staten.

Dat er een afgeleide van de terroristenjagende operatie Enduring Freedom kwam, was voor Nederland alleen maar meegenomen. Met een opgeheven domineesvingertje de vermeende hardheid van de OEF bekritiseren, maar vervolgens wel deelnemen aan de stabilisatiemissie ISAF. Een logische ‘second entry’ zoals we die ook al met SFIR in Irak hadden ‘beproefd’. Uiteindelijk moet Afghanistan afghaniseren: politiek, bestuur en alles wat daar (in)direct aan vastzit, moeten door de Afghanen zelf worden gerealiseerd met een beetje hulp van derden. Ook leger en politie. Een heel lange weg, waar naar verwachting een heel lange adem voor nodig is. Het momentum is laag en de vooruitgang gaat tergend langzaam.

Het mag gezegd worden: ‘Uruzgan’, onze tijdelijke provincie, was militair gezien een succes. Politiek waren het voortraject en de tussentijdse bijsturingmomenten op zijn zachtst gezegd moeizaam. Uruzgan heeft in dit opzicht, naar nu blijkt, geen nut gehad, getuige een nagenoeg identieke, stroperige en omgekeerde besluitvorming in de daaropvolgende politietrainingsmissie in Kunduz.

Militair gezien heeft Uruzgan bijgedragen aan een verhoging van de can do-mentaliteit bij het in de praktijk brengen van dat jarenlang gecontinueerde nabootsen van de werkelijkheid op de Veluwe, schietseries en oefeningen in het buitenland. Velen zagen het daarom als de ultieme zelftest om de strijd met de opstandelingen aan te gaan. Het doet dan ook geen recht aan de prestaties van duizenden collega’s en het is naar mijn mening zelfs ronduit betreurenswaardig, dat juist na deze missie de politiek zo hard en harteloos inzette om ook bij Defensie te bezuinigen.

Christ Klep heeft met ‘Uruzgan’ een doortimmerd en goed gedocumenteerd boek geschreven dat een ‘inside look’ biedt in de keuken van politieke besluitvormingsprocedure en –proces én de missieachtergronden. Het is een must voor iedereen die zich wil verdiepen in de vooralsnog laatste grote missie van de krijgsmacht.

Terug naar Boven

 

URUZGAN. MILITAIR, MENS, MISSIE - RIEKELT PASTERKAMP

titel

Uruzgan. Militair, mens, missie

auteur

Riekelt Pasterkamp

ISBN

9789061409731

jaar

2007

pagina’s

176

uitgeverij

Kok

 

Op 5 september 2007 vond op de kazerne in Wezep de uitreiking van het eerste exemplaar van ‘Uruzgan. Militair, mens, missie’ aan minister Van Middelkoop plaats. Zijn boek verhaalt het wel en wee van een aantal – hooggegradueerde – militairen; de enige uitzondering hierop is de sergeant der eerste klasse én verpleegkundige Anna Boogaard. De meesten zijn vóór, tijdens en na de missie geïnterviewd. Rode draad is de vraagstelling wat een verblijf op één van de gevaarlijkste plaatsen ter wereld doet met een militair.

Voor wie de missie bijhoudt via de media is er weinig nieuws onder de hete Afghaanse zon. Het gepubliceerde is vooral een allegaartje van alles wat allang in de pers heeft gestaan. Op het oog nogal lui. Omdat Defensie inzag dat Uruzgan iets nieuws was, is er een goede media-coverage geregeld. Dat moet ook wel, want in de woorden van oud-Minister van Defensie Henk Kamp: “We beveiligen de Rotterdamse haven het beste in Afghanistan.” Dat geeft de waarde van de missie aan. Of het allemaal binnen de geplande twee jaar kan, is de hamvraag. Kolonel Vermeij treffend: “Wij hebben een horloge, Afghanen hebben de tijd.” (p. 81)

Alles wat wij nu weten, is in het nieuws gekomen. Soms met enige vertraging, soms in een gekuiste versie, maar uiteindelijk stond het staat wel degelijk in de krant. Een soort mini-CNN-effect, dankzij of ondanks de embedded journalistiek.

Pasterkamp is ook embedded in Uruzgan geweest, als Defensiecorrespondent van het Reformatorisch Dagblad. Eenmaal geland op de dirt strip van Tarin Kowt, schrijft hij over de sanctuaries (gebieden waar de Opposing Militant Forces veel steun hebben van de lokale bevolking) en militaire begrippen als three block war, amoebe-model en counter-insurgency. Des Pudels Kern is echter dat Nederlandse militairen huis en haard hebben achtergelaten om in een bijna middeleeuwse omgeving met hightech materieel de lokale bevolking proberen te overtuigen van de verdorvenheid van de Taliban. Daar is blijkbaar heel wat overtuigingskracht voor nodig. Meestal gebeurt dit in dialogen en rechtstreeks overleg, soms ook maken de slechteriken het de Nederlanders oneigenlijk moeilijk in hostile acts, hostile intents en imminent threats. Toch blijven de professionele Nederlanders overeind.

Helaas maakt het mini-CNN-effect dat het boek bijna evenveel nieuwswaarde heeft als de krant waarin aan het einde van de dag de aardappelschillen worden weggegooid. Bijna, want Pasterkamp's staaltjes van scherp opmerkingsvermogen en analyses-tussen-de-regels-door maken van het eerste boek over de missie naar Uruzgan toch een heuse page-turner.

Terug naar Boven

WAT ZEGGEN DE STERREN?
Absoluut lezen
Een aanrader
Redelijk goed
Niet eerste keus
Beter nooit lezen*

(* troep, tinnef, rommel, bagger)

Terug naar Boven