LEESWIJZER
Terug naar de homepage
 

Maak uw keuze uit de hieronder getoonde alfabetische lijst

Boeken gezocht!

 

VAN ATJEH TOT URUZGAN - TON BIESEMAAT

titel

Van Atjeh tot Uruzgan

auteur

Ton Biesemaat

ISBN

9789461530820

jaar

2012

pagina's

292

uitgeverij

Aspekt

 

 

 

Terug naar Boven

 

VAN BABYLON TOT BAGDAD - ANTON VERHEY

titel

Van Babylon tot Bagdad. De infanterist door de eeuwen heen.

auteur

Anton Verhey

ISBN

9789059117426

jaar

2008

pagina’s

127

uitgeverij

Aspekt

 

Een beetje googelen leidt ertoe dat de oorsprong van het woord ‘infanterie’ ligt in het woord ‘infante’, wat in het Spaans zoveel betekent als “een kind dat nog niet kan praten”. Het is de vraag of Anton Verhey gelijk heeft met zijn aanname (?) dat ‘infanterie’ is ontstaan bij de Spaanse veldheer Consalvo van Cardova in 1485. Het is zeer aannemelijk dat hij zijn soldaten kinderen noemde. Maar wanneer het om een Spaans veldheer gaat, is zijn naam verhispaniseert tot Gonzalo de Córdoba. Córdoba is hierbij een verwijzing naar zijn geboorteplaats. Feitelijk was dit overigens Montilla, zuidelijk van Córdoba in het Zuid-Spaanse Andalusië. Dat zuidelijke is belangrijk, want Gonzalo de Córdoba – bijgenaamd El Gran Capitán – speelde een rol bij het herveroveren van het koninkrijkje Granada op de Moren (moslims). De alcaide (commandant) behaalde daar zijn grootste overwinning. Tot zover de oorsprong der infanterie.

Dit is de grondslag voor het boek ‘Van Babylon tot Bagdad’ van de schilder Anton Verhey uit het Friese Oldeholtpade. Het boekwerkje is rijk geïllustreerd, wat ook mag worden verwacht van een schilder. De kunstenaar is blijkbaar na zijn dienstplicht bij het Regiment Infanterie Chassé, in 1994 opgeheven, teruggegaan naar zijn wortels. Niet vreemd ook dat de Fries zijn boek begint met de Slag bij Warns in 1345, waarin de Friezen dapper de binnentrekkende ridders van graaf Willem IV van Holland hebben verslagen. Het boek besluit met de Amerikanen – surrogaat Rambo-lookalikes – die in 2003 betrokken waren bij de inval in Bagdad.

De afbeeldingen van Verhey zijn mooi. Zo’n tekening zou je maar al te graag in posterformaat boven je bed hebben hangen. Helaas komen de teksten die deze prachtige illustraties vergezellen beduidend minder goed uit de verf: zelfs de verduidelijkende tekst bij de Slag bij Warns is niet correct. Dat is jammer en misschien een beetje voorspelbaar: laat een schilder zich bij z'n leest (schildersezel) houden en een schrijver schrijven.

Terug naar Boven

 

VAN BAKFIETS TOT BRANDHAARD - INGE VAN DER VORST & ESTHER HORSTEN

titel

Van bakfiets tot brandhaard. Een jong Nederlands gezin tussen Amerikaanse elitemilitairen

auteurs

Inge van der Vorst & Esther Horsten

ISBN

9789492435026

jaar

2016

pagina's

292

uitgeverij

QV

 

 

 

Terug naar Boven

 

VAN BRABANT NAAR AFGHANISTAN... EN TERUG - JULES CALIS

titel

Van Brabant naar Afghanistan... en terug

auteur

Jules Calis

ISBN

9789460322006

jaar

2015

pagina's

130

uitgeverij

Pix4Profs

 

 

Van Brabant naar Afghanistan... en terug - Jules Calis (blog)

Terug naar Boven

 

VAN HOOGKARSPEL NAAR URUZGAN - GABY DEIJS

titel

Van Hoogkarspel naar Uruzgan. Dagboek van een veteraan

auteur

Gaby Deijs

ISBN

9789460689475

jaar

2012

pagina's

176

uitgeverij

Marmer

 

 

 

Terug naar Boven

 

VAN MARKETENTSTER TOT LOGISTIEK NETWERK - PROF. DR. HUGO B. ROOS

titel

Van marketentster tot logistiek netwerk. De militaire logistiek door de eeuwen heen

auteur

Prof. dr. Hugo B. Roos

ISBN

9789053527757

jaar

2002

pagina's

408

uitgeverij

Boom

 

 

 

Terug naar Boven

 

VAN TELEGRAAF TOT SATELLIET - MARTIN ELANDS

titel

Van telegraaf tot satelliet. 125 jaar telecommunicatie in de Koninklijke Landmacht 1874-1999

auteur

Martin Elands

ISBN

9789012086943

jaar

1999

pagina's

312

uitgeverij

Sdu Uitgevers

 

 

 

Terug naar Boven

 

VAN ZADAR TOT DUBROVNIK - HANS VAN DE BEEK

titel

Van Zadar tot Dubrovnik. Het relaas van een vredesmissie

auteur

Hans van de Beek

ISBN

In eigen beheer

jaar

2012

pagina's

268

uitgeverij

In eigen beheer (e-mail)

 

 

 

Terug naar Boven

 

VECHTEN VOOR VREDE - STEVE VAN BAEL & JAN KRAGT

titel

Vechten voor vrede

auteurs

Steve van Bael & Jan Kragt

ISBN

9789491447150

jaar

2014

pagina's

48

uitgeverij

Stichting Eureducation

 

'Vechten voor vrede' is een educatief stripalbum, uitgegeven ter gelegenheid van 200 jaar Koninklijke Landmacht - met dank aan de KL en het Nederlands Instituut voor Militaire Historie (NIMH). Hierbij is ook een gratis lespakket ontwikkeld dat kan worden gedownload op de website van de uitgever (externe link).

In de strip kun je lezen hoe en wanneer de KL is ontstaan en vooral wat ze in het verleden allemaal hebben uitgericht. De geschiedenisdocent begint zijn verhaal over de landmacht met de Slag bij Heiligerlee in 1568, veel langer dan 200 jaar geleden. Het Staatse leger van de Republiek der Verenigde Nederlanden behoort dan ook zeker tot de geschiedenis van de landstrijdkrachten.

Het stripboek opent met de familie Veen, waarvan de heer des huizes verhaalt over de Koreaoorlog, zijn eigen dienstplicht. Op school, bij docent Van der Eem, komt de krijgsgeschiedenis pas echt tot leven. Met Johan Frans Ketting Olivier, Johannes Anemaet en de Militaire Willems-Orde.

Het vervolg laat zich in dit zeer educatieve boek raden: via de Explosieven Opruimingsdienst Defensie (EOD), de koppige en plichtsgetrouwe kolonel Maufroy (die zelfs na Napoleons verbanning naar Elba trouw bleef en er daarmee voor zorgde dat Delfzijl tot eind mei 1814 de laatste vesting in Franse handen bleef), het Koninklijk Tehuis voor Oud-Militairen en Museum Bronbeek, de mobilisatie in de Eerste Wereldoorlog, stay-behind en nog veel meer, eindigt 'Vechten voor vrede' met een profielwerkstuk dat hoog scoort.




Terug naar Boven

 

VECHTEN VOOR VREDE - INGO PIEPERS

Omslag van 'Vechten voor vrede'

titel

Vechten voor vrede

auteur

Ingo Piepers

ISBN

0990157565

jaar

2002

pagina’s

188

uitgeverij

Tower Projects

 

Ingo Piepers was in 1995 als majoor van het Korps Mariniers commandant van de Nederlandse bijdrage aan de Brits-Franse Rapid Reaction Force (RRF) van de opeenvolgende operaties ‘Deliberate Force’ en ‘Joint Endeavour’ in Bosnië, de 1ste Mortiercompagnie. Naar aanleiding hiervan publiceerde hij ‘Vechten voor vrede’.

Piepers was aanvankelijk zo trots als een pauw dat zijn eenheid voor de eerste maal sinds 1953 (Korea) werd uitgezonden met het geplande doel geweld aan te wenden, maar al snel ondervond zijn compagnie last van de politisering van de militaire besluitvorming en de verzuiling van de krijgsmachtdelen. Dat laatste, de “stammenstrijd”, was onder andere het gevolg van het meesturen van een mortieropsporingsradarbatterij van de Koninklijke Landmacht (met twee radars van het type AN/TPQ 36) met zijn eenheid. De bevelsrelatie was van meet af aan onduidelijk. Resteerde irritatie over een andere mindset: “En dat waren dus de militairen van de Koninklijke Landmacht: korte broek, VN-petje op, “ge-je” en “ge-jou” ongeacht rangen en standen” (p. 41), “Jan Kaas op safari” (p. 46) en “de nodige culturele complicaties” (p. 53).

Misschien had Piepers frustratie over het feit dat zijn 1ste Mortiercompagnie Dutchbat als UNPROFOR Reinforcement niet hoefde versterken of simpelweg het geïsoleerde Srebrenica van bevoorrading mocht voorzien. Wél mochten vanaf de strategische Mount Igman de kastanjes uit het vuur worden gehaald tijdens de misdadige beschietingen van het Bosnisch-Servische leger (BSA) op Sarajevo, maar dat was dan ook de opdracht. En tóch, de mariniers zouden dat varkentje in de moslimenclave wél gewassen hebben. Er moest tenslotte een politiek-militaire doorbraak worden geforceerd en Piepers wilde dolgraag deel uitmaken van de geschiedschrijving om de moeizame samenwerking tussen VN en NAVO te breken ten gunste van de Bosnische bevolking.

Helaas, zijn ergernis groeide, evenals de frustratie: chauvinistische Fransen die er eigen, niet-NAVO-procedures op nahielden; close air support (CAS) die op zich liet wachten; en hij vond natuurlijk dat Dutchbat het gevecht met de BSA in Srebrenica had moeten aangaan (p. 116).

Mijn klus is op het dek gevallen bij het lezen van Piepers’ boek – marinetaal voor “extreme verbazing”. In landmachtjargon: mijn broek is er behoorlijk door afgezakt. Het was onnodig Dutchbat zo af te zeiken… Blijkbaar kwam de majoor-auteur zelf ook tot die conclusie, zij het via een omweg. Bij terugkomst in Nederland diende hij zijn ontslag in, omdat hij zich niet langer wilde conformeren aan het establishment binnen Defensie. Over Bosnië zei hij: “Op de verkeerde momenten zijn wij roomser dan de paus, echte moraalridders” (p. 171). Dé moraalridder pur sang was echter Piepers zelf…

De teleurstelling was blijkbaar zó groot dat Piepers zich op 20 februari 2001 in het NRC Handelsblad-artikel ‘Apaches hadden beter thuis kunnen blijven’ mengt in de discussie over de uitzending van zijn voormalige collega’s naar Eritrea/Ethiopië. Hierin zegt hij onder meer: “Een goede beslissing bezit een aantal kenmerken: er wordt een realistisch resultaat mee nagestreefd, doel en middel zijn in balans, de kosten staan in verhouding tot de opbrengsten, en dan bestaat er nog zoiets als tijdigheid.” De ontplooiing van de attaquerende steilbaanwapenbedienaars, van juli 1995 t/m januari 1996, kwam voor de inwoners van Srebrenica en Sarajevo jaren te laat. Dus niet tijdig. Het professionalisme van zijn eenheid én zijn onderbouwde laksheid aan opdrachten van de hogere legerleiding, zorgen er op zijn minst zijdelings voor dat ‘Vechten voor vrede’ een leesbaar boek is geworden met betrekking tot de gevechtsveldgewenning anno 1995. Onmisbaar in de geschiedschrijving over de troebelen op de Balkan.

Terug naar Boven

 

VECHTMISSIE - EDWIN RUIS

titel

Vechtmissie. Nederlandse militairen in AlbaniŽ 1913-1914

auteur

Edwin Ruis

ISBN

9789089752819

jaar

2014

pagina's

256

uitgeverij

Just Publishers

 

 

 

Terug naar Boven

 

VERBORGEN VUUR - CHRIS VAN ESTERIK

titel

Verborgen vuur. Wim Tensen, verzetsstrijder en bruggenbouwer

auteur

Chris van Esterik

ISBN

9789461055217

jaar

2013

pagina's

248

uitgeverij

Boom

 

 

 

Terug naar Boven

 

VERGETEN RAMP - HANS MATHEEUWSEN

titel

Vergeten ramp. De noodlottige crash van de Hercules vlucht BAF 610

auteur

Hans Matheeuwsen

ISBN

9789077740453

jaar

2009

pagina’s

392

uitgeverij

De Boekenmakers

 

 

 

Terug naar Boven

 

VERGET ONS NIET - CASPER VAN BRUGGEN

titel

Verget ons niet. Het Papoea Vrijwilligers Korps (1961-1963)

auteur

Casper van Bruggen

ISBN

9789461530042

jaar

2011

pagina’s

316

uitgeverij

Aspekt

 

De gemiddelde Nederlander kent de Papoea’s als de kroesharige (“papuwah”) inheemse die, nauwelijks ontstegen aan het Stenen Tijdperk, rondloopt in lendendoeken en met ellenlange peniskokers, bewapend met pijl en boog en behangen met vreemdsoortige beenderen en sieraden. De Papoea is voor hen een primitieveling, kannibaal, koppensneller. Bij doorvragen zal de oudere Nederlander weten dat Papoea’s onder andere in Nieuw-Guinea wonen. De even oude veteraan die nog in Nederlands Nieuw-Guinea heeft gediend, weet te melden dat we onvoldoende kennis van de Papoeacultuur hadden en dat de Papoea vooral een trouwe kameraad was.

Vanaf de tweede helft van de 19de eeuw predikten missionarissen en zendelingen in Nieuw-Guinea het geloof, brachten de Bijbel aan de man. Ze kerstenden de Papoea’s in het oerbos. De eerste twee decennia van de 20ste eeuw was de tijd van de ‘militaire exploratie’, waarbij expedities vanuit alle windrichtingen het land doorkruisten en de inlanders ‘vertrouwd’ raakten met Nederlandse militairen. Vooral in het Wisselmerengebied. Geleidelijk infiltreerden ook Nederlands bestuur, gezondheidszorg, krijgsmacht en onderwijs het eiland.

In de Tweede Wereldoorlog bewezen KNIL-kapitein Willemsz Geeroms en sergeant Kokkelink dat met de Papoea’s prima kon worden samengewerkt tegen de vijandige Jap. In de woorden van kapitein Lapré: “[…]dat legeronderdelen in de binnenlanden van Nieuw-Guinea, zonder aanvoer van buiten en zonder hulp van de Papoea's, gedoemd zijn, na enige tijd, in die groene genadeloze hel ten onder te gaan.” (Militaire Spectator, ‘Nederlands guerrillakrijg in Nieuw-Guinea tegen Japan’, 1957). In ‘59, toen “van regeringswege nog geen gedachten over deze materie” waren geformuleerd, had kapitein der infanterie J.J.M. Antonietti in de Militaire Spectator al een wervend stuk geschreven over de noodzaak ťn mogelijkheid van het oprichten van een Papoea-eenheid: ‘Ook Papoea’s voor de defensie van Nieuw-Guinea!’ Niet alleen zag hij het formeren van een Papoea-eenheid als een onontbeerlijke stap tot zelfstandigheid, Papoea-eenheden konden een belangrijke bijdrage leveren tot een doelmatige beveiliging van Nieuw-Guinea en positief bijdragen aan de beschaving en ontwikkeling.

Juist toen Nederland, na de teruggave van Nederlands-Indië aan Indonesië in 1949 zo ver gevorderd leek dat dit plaatshad met uitsluiting van Nederlands Nieuw-Guinea – en de Papoea’s letterlijk op de drempel van zelfbeschikking stonden – werden ze alsnog opgeslokt. Nu konden ze niet langer door Nederland worden beschermd.

In die woelige koloniale jaren onder de Nederlanders hebben de Papoea’s in de strijd tegen de Indonesiërs een rol van betekenis gespeeld. Speciale vermelding hierin verdient het Papoea Vrijwilligers Korps (PVK), opgericht in 1961. Zonder hun hulp en waakzaamheid hadden de Nederlandse strijdkrachten nooit zo effectief kunnen optreden in de verdediging van “ons” Nieuw-Guinea.

De invasie van Indonesië was weliswaar onheilspellend, de voornaamste strijd werd gevoerd tegen slangen, bloedzuigers en die enkele Indonesische infiltrant. Zonder hulp van de Papoea’s was Nederland in die groene genadeloze hel gedoemd ten onder te gaan. Vandaar het PVK, het gedacht toekomstige leger van een onafhankelijk West-Papua. Nederland wilde een rol spelen in dit achtergebleven gebied, maar het Tienjarenplan van het kabinet-De Quay kon natuurlijk niet alleen uitgaan van de bevolking in de oorden: Teminaboean, Tanah Merah, Sorong, Merauke, Manokwari, Kokas, Kaimana en Fak-Fak.

De Papoea’s waren zeer bruikbaar. Militair waren ze meesterlijk goed in verkennen, spoorzoeken, overvallen, leggen van hinderlagen, infiltraties, bivakbouw. Hun natuurlijke specialismen waren guerrilla- en jungleoorlogvoering, waaraan de meeste westerlingen een puntje konden zuigen.

Nieuw-Guinea moest in de perceptie van Den Haag – dat, omwille van de wereldopinie, de koloniale banden moest loslaten– verdedigd kunnen worden door een eigen leger: in een dergelijk terrein en klimaat konden Europese troepen beduidend minder goed hun gang gaan. Het werd met de dag aannemelijker dat de Nederlanders westelijk Nieuw-Guinea zouden verlaten…

Na het afstaan van Indonesië in 1949 bleef Nieuw-Guinea als Overzees Rijksdeel in Nederlands bezit. Maar Indonesië, met Soekarno aan het hoofd, eiste Nieuw-Guinea op, een eis die gaandeweg de jaren ’50 steeds luider werd. Ook deden de Indonesiërs verwoede pogingen de Papoea’s tegen de Nederlanders op te zetten. Om de Indonesische dreiging af te wenden, stuurde Nederland in 1960 dienstplichtige militairen naar Nieuw-Guinea. Onder druk van de Amerikaanse president John F. Kennedy moest worden onderhandeld tussen Indonesië en Nederland.

Ondanks de naïeve beloften aan de Papoea’s, kon Nederland onvoldoende ontkrachten dat het geen koloniale bedoelingen (meer) had en werd Nieuw-Guinea van 1 oktober 1962 tot 1 mei 1963 onder interim-bestuur van de VN geplaatst. In 1963 droegen de VN Nieuw-Guinea over aan het voorlopig Indonesisch bestuur. Pas in 1969, nadat duizenden kiesmannen zogenaamd een “daad van vrije keuze” hadden gedaan, werden de Papoea’s definitief en tegen hun wil bij Indonesië ingelijfd. In de daaropvolgende jaren zijn plundering van delfstoffen, roofbouw van het oerbos, schendingen van de mensenrechten en verdrijving van de Papoea’s van hun geboortegrond aan de orde van de dag.

Zo werd het PVK het vijfde krijgsmachtdeel, geleid door kolonel der mariniers W.A. van Heuven. Ze werden maximaal ingezet, met name voor langdurige patrouilles in zwaar terrein en gevechten in de jungle. Precies daartoe was het PVK in no-time uit de grond gestampt, compleet met een nieuwe kazerne: Arfai in Manokwari. Gestoken in een veldtenue met de kleuren rood en zwart, een eigen symbool (de casuaris), een devies (‘Persevero’ of “Ik zet door”) en karabijn Mauser, pistoolmitrailleur Uzi en Eichhorn-kapmes in de bewapening. Die blanke wapens gingen overigens niet door, omdat het productieproces langer duurde dan de bestaansgeschiedenis van het PVK. Dat was ruim anderhalf jaar, van november 1961 tot 1 mei 1963. In ieder geval was die periode goed geweest voor de nationale trots en het zelfbewustzijn van de Papoea's. Bovendien hadden de jonge PVK-soldaten hun bruikbaarheid in de dicht begroeide, moeilijk begaanbare moerassen en vloedbossen maximaal bewezen. En langzaamaan hadden de Papoea’s het vertrouwen gewonnen van hun Nederlandse wapenbroeders, juist ook in de periode dat acties werden ondernomen om infiltrerende Indonesische para’s op te sporen en te vernietigen.

Toen onder druk van de internationale gemeenschap het PVK werd overgedragen aan UNTEA en vervolgens Indonesië, was dat het begin van het einde. Alle lof voor Casper van Bruggen, sinds 2010 conservator bij het Legermuseum, voor het ontsluiten van de archieven over het ‘Papoea Legioen’, eens het vijfde krijgsmachtdeel in een paarse krijgsmacht avant-la-lettre.

Terug naar Boven

 

VERMIST IS ERGER DAN DOOD! - ELS SCHILTMANS & PIET IJNTEMA

titel

Vermist is erger dan dood! Een inkijk in de geschiedenis van de Bergings- en Identificatiedienst Koninklijke Landmacht

auteurs

Els Schiltmans & Piet IJntema

ISBN

9789082179705

jaar

2014

pagina's

144

uitgeverij

Jomini Militair-historische boeken

In 1992 schreef Tom Nierop in Elsevier dat de Gravendienst, de tegenwoordige Bergings- en Identificatie Dienst Koninklijke Landmacht (BIDKL), "het enige legeronderdeel [is] dat bezig is met zijn oorlogstaak in vredestijd". Hiermee is een deel van het unieke van de BIDKL gekarakteriseerd, maar er zijn veel meer typeringen. Els Schiltmans en Piet IJntema hebben die in hun boek samengebracht.

Dit boek vult in ieder geval de leemte die ontstond met het verschijnen van In dienst van de troep (2008) onder redactie van Herman Roozenbeek. Bevoorrading en transport gaan immers, behalve om levensmiddelen, brandstof en munitie, ook - tijdens de Koude Oorlog - om het inpakken van eigen gevallenen in hun eigen tenthelft om ze met lege munitievoertuigen af te voeren naar zgn. 'verzamelplaatsen gesneuvelden' en eventuele teraardebestelling op tijdelijke militaire begraafplaatsen. Daarnaast maken deze drie zeer gemotiveerde collega's van de BIDKL deel uit van het Regiment Bevoorrading en Transport.

Feitelijk zijn het bestaansrecht en de eigenlijke taakuitvoering van de Gravendienst, zoals die in Nederland vanaf 1952 een verantwoordelijkheid voor Defensie werd, een directe afgeleide van de gruwelen van de Tweede Wereldoorlog en haar vele gesneuvelden.

De totstandkoming van een Gravendienst voor de krijgsmacht kan in een notendop worden verklaard uit de initiatieven van Henri Dunant, ťťn van de oprichters van het Rode Kruis; het ontstaan van de Geneefse Conventies; het uiteindelijke initiatief van de toenmalige minister van Defensie Jannes van Dijk in 1938; en allerhande particuliere initiatieven na WO II.

Het belangrijkste initiatief was zonder twijfel dat van dr. Anton van Anrooy, toenmalig bedrijfsarts van Philips en later tevens oprichter van de Oorlogsgravenstichting. In augustus 1945 werd Van Anrooy het eerste hoofd van de Dienst voor Identificatie en Berging (DIB) van het ministerie van Oorlog, een directe voorloper van de BIDKL.

Onder zware omstandigheden vroegen vele gesneuvelden - en vragen die nog steeds - om een laatste individuele rustplaats, met inbegrip van de hierbij behorende eerbied en ceremonieel.

Zeventig jaar na het einde van de laatste wereldoorlog staan nog altijd vele militairen - op en van eigen, bondgenootschappelijke en vijandelijke bodem - te boek als Missing In Action. Door het toeval of werkzaamheden duiken nog altijd stoffelijke resten op, onder andere in oude oorlogsopstellingen of voorheen niet geÔdentificeerde veldgraven.

De positieve identificatie van deze stoffelijke resten houdt in dat de nabestaanden, vaak van een generatie later, alsnog een lange periode van vermissing kunnen afsluiten met een herbegrafenis. En in de 21ste eeuw houdt de BIDKL zich nog steeds bezig met die ene kerntaak: het bergen, identificeren en begraven van gesneuvelde militairen uit WO II.

De goede verstaander kan in hoofdstuk 7 een onvriendelijke opmerking naar het toenmalige hoofd van de Gravendienst, Harry 'De Neus' Jongen, lezen, als de auteurs schrijven dat het bestaansrecht en de eigenlijke taakuitvoering van hun dienst in de periode 1990-2000 buiten beeld dreigde te raken "ten gevolge van de drang om vooral in de kijker te staan".

'De aanhouder wint', hoofdstuk 9, is de aangrijpende human interest-story van de identificatie van de stoffelijke resten van Private Lewis James Curtis. De Engelse soldaat werd op 2 oktober 1944, 19 jaar jong, gedood in operatie Market Garden. In 2003 werden zijn stoffelijke resten in Arnhem opgegraven; pas na ruim negen jaar zorgvuldig en nauwgezet onderzoek van de BIDKL kon zijn herbegrafenis met volledige militaire eer plaatsvinden.

Dit is wat mij betreft hťt hoofdstuk dat bij de beleidsmakers zou moeten bewijzen dat juist de BIDKL van onschatbare betekenis is, een emotievolle betekenis die mijlenver over de grenzen van haar bestaansgrond reikt. Ook de schrijvers moeten echter constateren dat al vanaf de jaren '50 van de vorige eeuw de logistieke organisatie wordt "gezien als de organisatie bij uitstek waar het beste en zonder al te veel pijn kan worden bezuinigd" (p. 96)

Is dit voor de gehele logistiek natuurlijk een drogreden van jewelste, dit geldt met stip ťn in het kwadraat voor deze collega's, die hun oorlogstaak in vredestijd met zoveel piŽteit uitvoeren.

Met 'Vermist is erger dan dood!' hebben Els Schiltmans en Piet IJntema een mooi uitgevoerd en gemakkelijk leesbaar boek geschreven dat absoluut een plek verdiend in de boekenkast van iedere militair en iedere geŽnteresseerde.

Terug naar Boven

 

VERWOESTING & VOORUITGANG - IAN MORRIS

titel

Verwoesting & vooruitgang. Hoe oorlog de menselijke beschaving heeft gevormd (origineel: War! What is it good for?)

auteur

Ian Morris

ISBN

9789000339402

jaar

2014

pagina's

622

uitgeverij

Unieboek/Het Spectrum

 

 

Terug naar Boven

 

VERZONKEN LICHT - GIEN JANZEN & LAURENS VAN AGGELEN

titel

Verzonken licht. Mijn zoon sneuvelde in Afghanistan

auteur

Gien Janzen & Laurens van Aggelen

ISBN

9789079763177

jaar

2016

pagina's

224

uitgeverij

White Elephant Publishing

 

 

Op 24 augustus 2016 verschijnt het boek 'Verzonken licht'.

Het verhaal over de 25-jarige korporaal der eerste klasse Luc Janzen van de Charlie Compagnie van 42 Pantserinfanteriebataljon Regiment Limburgse Jagers.

Op 22 mei 2010 sneuvelde hij in Deh Rawod, Uruzgan, bij een aanslag met een Improvised Explosive Device.

Zijn moeder Gien Janzen tekent in dit boek op wie hij was, waarom hij er bewust voor koos nog een keer op uitzending te gaan naar Afghanistan.

Een verhaal over het verdriet van ouders die hun enig kind nooit meer zagen thuiskomen ťn de schoonheid van de enorme verbondenheid en kameraadschap van militairen onderling. Een boek dat een monument is dat tot nadenken aanzet en Luc Janzen in de harten van velen laat voortleven.

Terug naar Boven

 

VETERANEN. INGEZET IN DIENST VAN DE VREDE - KLAAS KORNAAT

titel

Veteranen. Ingezet in dienst van de vrede

auteur

Klaas Kornaat

ISBN

n.v.t. (uitgave gebaseerd op gelijknamige tentoonstelling)

jaar

2006

pagina’s

96

uitgeverij

Comitť Nederlandse Veteranendag

 

 

Terug naar Boven

 

VOM KRIEGE VAN CLAUSEWITZ - HEW STRACHAN

titel

Vom Kriege van Clausewitz. Een biografie

auteur

Hew Strachan

ISBN

9789053306604

jaar

2009

pagina’s

200

uitgeverij

Mets & Schilt

 

Hew Strachan (1939) is hoogleraar in de History of War aan de University of Oxford; hij is een gekend deskundige van de militaire geschiedenis sinds de 18de eeuw, van de Great War (W.O. I) en van de geschiedenis van de British Army. In de negentiende eeuw, dus binnen het deskundigheidsgebied van Strachan, verscheen ‘Vom Kriege’ van Carl von Clausewitz – het magnum opus van de meester.

De Pruis Carl von Clausewitz diende in zowel het Pruisische als Russische leger als stafofficier en militair docent diende. Samen met onder meer Maurits, Jomini, Sun Tzu, Fuller en Mahan wordt hij beschouwd als één van de belangrijkste militaire strategen. ‘Vom Kriege’ is zijn belangrijkste werk. Twee van zijn belangrijkste aandachtspunten zijn de nauwe wisselwerking tussen oorlog en politiek en de grote invloed van onverwachte gebeurtenissen op geplande missies – frictie dus, “de nevelen en de onzekerheid waarin het slagveld was gehuld” (p. 10). “Oorlog heeft zijn eigen grammatica, maar niet zijn eigen logica”, aldus opnieuw Clausewitz. Voor hem trokken toeval, tegenslag, onvoorspelbaarheid en geluk een zware wissel op oorlogvoering.

De combinatie Clausewitz-Strachan biedt perspectief. Dit is een boek over de boeken die over ‘Vom Kriege’ zijn geschreven; een soort omgekeerd Droste-effect; een meta-analyse ook. Clausewitz en de Clausewitzianen worden door Strachan tot op het bot stukgeredeneerd, of op z’n Duits “hineininterpretiert“. Voor wie nooit iets van de grote Duitse theoreticus heeft gelezen, zowaar een opgave van formaat.

De groot(s)heid van Von Clausewitz is overigens gebaseerd op zijn filosofische krijgsverhandelingen, niet op zijn generaalschap. Nooit speelde hij een rol van betekenis in enige veldslag, laat staan dat hij ooit een beslissende overwinning kon behalen – waar een militaire reputatie aan wordt afgemeten. Na Waterloo oefende hij zelfs geen enkel commando te velde meer uit. Pas aan de Allgemeine Kriegsschule in Berlin kreeg hij de gelegenheid om een decennium lang na te denken en te schrijven over de aard en reikwijdte van oorlog(voering). En als hij kritiek kreeg op zijn schrijverij, citeerde hij alleen tijdgenoten met wie hij het hartgrondig oneens was – louter om zijn gelijk aan te tonen. Hij citeerde dus niet Von Berenhorst, Comte de Guibert of Von Lilienstern – met wie hij het altijd eens was. En dan nog: Clausewitz werd in Pruisen zelf pas ontdekt na de overwinningen van de Pruisen op Oostenrijk (1866) en op Frankrijk (1870-’71), die uitmondden in de eenwording van Duitsland.

De denker Clausewitz had sterk de behoefte in zijn gelijk gesterkt te worden. Dat gelijk heeft hij nagelaten in zijn beroemdste dictum “Der Krieg ist die Fortsetzung der Politik mit anderen Mitteln" (eerste boek, hoofdstuk 1, alinea 24) en zijn geschriften. Die gelijkhebberigheid ontbeert Strachan, maar hij legt – op een niet altijd even gemakkelijk te volgen manier – de (mis)interpretaties uit die in de loop der tijden over Clausewitz’ hoofdwerk zijn verschenen.

Voor het overige is zijn boek ogenschijnlijk simpel (maar wel degelijk briljant) om te lezen, bijvoorbeeld hoe de factoren tijd, ruimte en mankracht gemakkelijk kunnen worden omgezet in een veldtocht, het oorlogstoneel en een leger. Indien de politiek zijn keuze heeft gemaakt het oorlogstoneel te betreden, kan het leger zijn veldtocht beginnen. In ‘Vom Kriege' beschrijft Von Clausewitz hoe een militaire operatie kan alleen slagen als politieke overtuiging, de samenleving en de krijgsmacht de operatie ondersteunen. En dat de uitkomst van een oorlog dus (?) wordt bepaald door het al dan niet behalen van de politieke doelstellingen.

Bij de multi-interpretabele Clausewitz doet het er – en dat is tegelijkertijd zijn kracht én zwakte – niet toe of die politici bolsjewisten, Fransen, nazi’s of Pruisen zijn. Je zet de Clausewitziaanse theorieën gemakkelijk naar je hand. Een kwestie van naar believen interpretatiefouten negeren, of niet!

In sommige delen van hoofdstukken vervalt Strachan tot gortdroge, theoretische beschouwingen over woordbetekenissen en –keuzen én problemen bij het vertalen van ‘Vom Kriege’ naar het Engels. Met een notenapparaat vol name-dropping waar de gemiddelde lezer niets mee kan, kan ik niet anders dan tot de conclusie komen dat Clausewitz essentieel leesvoer is voor alle leidinggevenden, maar Strachan zeker niet...

Terug naar Boven

 

VÓÓR JOEGO WAS IK AL GRIJS - RENÉ W.F. VAN DER WOLF

titel

Vóór Joego was ik al grijs

auteur

René W.F. van der Wolf

ISBN

9789058500038

jaar

2000

pagina’s

172

uitgeverij

Wolf Legal Publishers

 

Ten dele als gevolg van de dramatische gebeurtenissen in Srebrenica in juli 1995 is er een stijging waarneembaar geweest van het aantal human interest-verhalen over vredesmissies. Een goed voorbeeld hiervan is dat van René van der Wolf, maatschappelijk werker binnen de krijgsmacht, die deelnam aan de missies UNIFIL (Libanon) in 1983 en UNPROFOR (Bosnië-Hercegovina) in 1994.

Door zijn functie werd hij tijdens zijn uitzendingen geconfronteerd met de psychologische gevolgen van het deelnemen aan vredesoperaties. Van der Wolf leed zelf ook aan het posttraumatisch stresssyndroom. Het bijhouden van een dagboek hielp hem de zware gebeurtenissen “uitdrijven”, omdat deze andere een te grote invloed op zijn leven behielden. ‘Vůůr Joego was ik al grijs’  is zeker voor uitgezonden militairen zeer herkenbaar.

Terug naar Boven

 

VOOR KONING(IN) EN VADERLAND - AAD JONGBLOED

titel

Voor Koning(in) en Vaderland. Dienstplicht door de jaren heen

auteur

Aad Jongbloed

ISBN

9789056580117

jaar

1996

pagina's

160

uitgeverij

Alpha

 

 

 

Terug naar Boven

 

VREDESMISSIE OF VECHTMISSIE - ESTHER TERSTEEG

titel

Vredesmissie of vechtmissie. Een fotoanalyse naar de wijze waarop de Nederlandse militaire missie in Uruzgan door de Nederlandse media en het Ministerie van Defensie worden gerepresenteerd

auteur

Esther Versteeg

ISBN

N.v.t.

jaar

2008

pagina's

256

uitgeverij

Erasmus University

 

 

Master Thesis van Esther Versteeg, die afstudeerde aan de Erasmus School of History, Culture and Communication, richting Media & Journalistiek. Haar begeleider en tweede lezer waren drs. Louis Zweers en dr. Bernadette Kester.

Op 18 december 2007 besloot het kabinet om de missie in Uruzgan te verlengen met nog eens twee jaar. In die periode waren vele kranten, forums en nieuwsuitzendingen gericht op dit onderwerp.

Volgens Dick Berlijn, in die tijd Commandant der Strijdkrachten, is de steun van het publiek erg afhankelijk van de manier waarop de missie in beelden wordt gepresenteerd in beelden. Berlijn stelt dat gewonden, gesneuvelden en vuurgevechten veel meer nieuwswaarde zijn dan wederopbouwprojecten. Daarom zou de Nederlandse bevolking een verkeerd beeld van de missie te krijgen.

Wat krijgt het Nederlandse publiek eigenlijk van de missie te zien? Om deze vraag te beantwoorden deed Tersteeg een kwantitatieve en kwalitatieve fotoanalyse van twee kranten, twee tijdschriften en de website van het Ministerie van Defensie. Verder interviewde ze journalist Arnold Karskens, de belangrijkste fotoredacteuren van De Telegraaf, de Volkskrant, Nieuwe Revu en Elsevier en de assistent-manager Informatie en Communicatie van het Ministerie van Defensie.

Terug naar Boven

 

VREEMDE EENDEN IN DE STRIJD - FRANK DECAT

titel

Vreemde eenden in de strijd. Ongewone vechters aan het front

auteur

Frank Decat

ISBN

9789058269379

jaar

2013

pagina's

360

uitgeverij

Davidsfonds

 

 

 

Terug naar Boven

 

VRIJ SPEL - CARLIJN VIS

titel

Vrij spel. Het verhaal van een verzetsvrouw: de laatste vrouwelijke Engelandvaarder die nog leeft

auteur

Carlijn Vis

ISBN

9789025437855

jaar

2012

pagina's

256

uitgeverij

Atlas Contact

 

 

 

Terug naar Boven

 

VUUR GEEINDIGD! - LEO J.J. DORRESTIJN

titel

Vuur geëindigd! Artillerie-officier tijdens de Koude Oorlog

auteur

Leo J.J. Dorrestijn

ISBN

geen

jaar

2006

pagina’s

248

uitgeverij

eigen beheer

 

Vuur geëindigd! Artillerie-officier tijdens de Koude Oorlog - Leo J.J. Dorrestijn.

In juni 2007 bewees de nieuwe Panzerhaubitze 2000 (PzH 2000) het nut van inzet bij vredesoperaties. Hoewel Uruzgan niet bepaald een vredesoperatie-oude-stijl is, sorteerden de inspanningen van de 155 mm-pantserhouwitsergranaten met een maximaal bereik van veertig km onmiddellijk effect. Zoveel effect dat de langeafstandsbeschietingen op het oord Chora de opmars van de Taliban stuitte.

De slag rond Chora was voor de grondtroepen de heftigste die Nederlandse militairen hebben meegemaakt sinds het begin van de missie in Uruzgan. Doel bereikt, vuur geŽindigd.

Zo heeft de artillerie de laatste 10 ŗ 15 jaar aanleiding gegeven tot veel gepraat. In 1993/'94 waren de aanhoudende Servische artillerie- (en sniper-)beschietingen op Sarajevo de oorzaak van grote internationale woede; uiteindelijk riep de NAVO een halt toe aan de genocide. De artillerie-eenheden vervulden intussen opdrachten waarvoor ze van huis uit niet of nauwelijks waren getraind. Zo werd 11 Afdeling Rijdende Artillerie (Gele Rijders) in plaats van een (pantser)infanteriebataljon en onder commando van luitenant-kolonel Ton van Loon naar Kosovo gezonden in het kader van de missie KFOR.

Traditionele beŽdiging van de auteur van 'Vuur geŽindigd!' op de Generaal Winkelmankazernete Nunspeet met de hand op de schabrak (zadelkleed) die over de schietbuis is gedrapeerd.

Houwitsers, kanonnen en raketten zijn onmisbaar. Niet alleen ter ondersteuning van een aanval, ook ter bescherming in de verdediging - zoals in Kosovo het geval was. Kolonel der artillerie b.d. Leo J.J. Dorrestijn heeft zijn persoonlijke egodocument opgehangen aan de Koude Oorlogsjaren van het wapen der artillerie, geboekstaafd aan de hand van schabrak, schietbuizen, Sinte Barbara, vuurmonden en nog veel meer.

Zijn zelf uitgegeven boek is het resultaat van "10% inspiratie en 90% transpiratie" en als pdf kan worden gedownload. Hierdoor gaat een essentieel stuk geschiedschrijving over het operationeel ooptreden van de artillerie niet verloren voor de grote massa.

Dorrestijn is een kennisvreter en militaire schrijver, wat niet zo verwonderlijk is. Hij is auteur van onder andere het onovertroffen Militair Woordenboek Koninklijke Landmacht (VS 2-7200), dat in 2001 in ruim 1.200 bladzijden zijn laatste conceptversie beleefde, en schrijft in 'Vuur geŽindigd!' met evenveel gemak over discipline, gevoelsarmoede, Stierenopstand en de lokale weersomstandigheden (de grootste niet-beheersbare fout in de ligging van artillerie- en mortiervuren). Weer zo'n lesson learned die wordt gepresenteerd als weetje - of omgekeerd...

Om in zijn sublieme schrijverijvaart de maximaal-toelaatbare (vijandelijke) penetratie (MTP) voor het voetlicht te halen, de ijzeren (munitie)voorraad, de noodzaak van ingewerkte onderofficieren en de FH70, een getrokken houwitser die Nederland ooit van Duitsland leende.

Dorrestijn schrijft en vertelt. Soms kan hij niet ontsnappen aan frustratie: "Het ondergeschikt maken van operationele belangen aan politieke overwegingen" is er zo een. 'Vuur geŽindigd!' heeft absoluut mijn interesse gewekt voor het wapen der artillerie. Hopelijk komt er nog een uitgever op zijn pad om het boek in hardcopy een terecht veel groter publiek te schenken.

Terug naar Boven

 
 

WAT ZEGGEN DE STERREN?
Absoluut lezen
Een aanrader
Redelijk goed
Niet eerste keus
Beter nooit lezen*

(* troep, tinnef, rommel, bagger)

Terug naar Boven