Maak uw keuze uit de hieronder getoonde lijst M-109 HOUWITSER 155 MM Voluit: gemechaniseerde, gepantserde vuurmond M-109 A2/90. In de volksmond wordt de M-109 gemakshalve een houwitser genoemd. Ondanks het feit dat de U.S. Army als interim-oplossing de M-109 ingrijpend heeft gemodificeerd tot M-109/A6 Paladin (waarbij onder andere de schietbuis is vervangen), heeft Nederland ervoor gekozen de in 1968 in dienst getreden M-109’s bij de parate afdelingen veldartillerie medio 2006/2007 te vervangen door de Panzerhaubitze 2000 – aangekocht door de Koninklijke Landmacht op 1 mei 2002. 
M-109 | De M-109 is ook in gebruik in België, Duitsland, Groot-Brittannië, Israël en de Verenigde Staten. Zowel 14 Afdeling Veldartillerie als 11 Afdeling Rijdende Artillerie, beiden gelegerd op de Luitenant-Kolonel Tonnetkazerne in ’t Harde, waren uitgerust met de M-109 en zullen worden toegerust met de Panzerhaubitze 2000 (PzH 2000). De PzH 2000 kan sneller vuurgereed gemaakt worden, heeft een automatische laadinrichting en wordt met minder personeel bediend. Precisie, schootsbereik en vuursnelheid van de veldartillerie zijn op deze wijze aanzienlijk verbeterd. |

Een M-109-A2 wordt van een dieplader gereden. De M-109 behoort tot de vuursteunmiddelen van de gevechtsondersteunende eenheden. De M-109 met High Explosive (HE) granaten heeft een dracht heeft van 18,5 km. Van achter de frontlinie geeft de M-109 op verzoek van infanterie of cavalerie vuursteun in de eerste linie om vijandelijke artillerie en mortieren uit te schakelen. Met de zgn. ‘rocketpropelled’ DPICM (Dual Purpose Improved Conventional Munitions) granaten is de dracht van de M-109 zelfs 25 à 30 km. De te verschieten munitie kan worden onderverdeeld in brisantgranaten, clusterbommen met 88 subgranaten, fosfor- of brandgranaten, lichtkogels en rookgranaten (wit of gekleurd). Twee van de 6 stuksbedienden (kanonniers) van de M-109 verplaatsen zich in een YA-4442, waarmee tevens een deel van de uitrusting en 42 extra granaten worden vervoerd. Specificaties: aanvullende bewapening | .50 mitrailleur | actieradius | 350 km | bemensing | 8 (commandant, chauffeur en 6 x stuksbediende) | bewapening | 155 mm vuurmond | breedte | 3 meter 30 | effectieve dracht | 18 km | gevechtsgewicht | 27 ton | hoogte | 2 meter 80 | lengte met schietbuis | 9 meter 13 | lengte zonder schietbuis | 6 meter 21 | maximumsnelheid | 55 km per uur | motor | 8 cilinder diesel V8 Detroit | motorvermogen | 300 kW (405 Pk) | munitievoorraad | 34 granaten | vuursnelheid | maximaal 4 schoten per minuut |
Terug naar Boven M113 c&v | Voluit: M113 Commando & Verkenning. Volledig amfibisch pantserrupsvoertuig dat in 1963 is ontworpen door Ford, Kaiser Aluminium and Chemical Co. en vanaf 1960 in San Jose (Californië, VS) geproduceerd door FMC (Food Machinery Co.) naar een concept uit de Vietnamoorlog. De M113 was/is bij ± 50 landen in gebruik, waaronder sinds 1966 in Nederland. In totaal zijn ± 80.000 M113’s van de band gerold, waarmee de M113 de meest gebruikte en geproduceerde Armoured Personnel Carrier (APC) ter wereld is. |
In Nederland is de M113 C&V als eerste verkenningsvoertuig met rupsbanden ingevoerd voor commandovoerings-, verkennings-, beveiligings- en bewakingstaken bij de cavalerie. De M113 verving de Franse AMX-13, eveneens een pantserrupsvoertuig. Tot 1989 werden er bijna 2.100 stuks afgeleverd of in licentie in Nederland geproduceerd door DAF, waarvan 218 in de C&V-uitvoering. In 1977 werd van de M113 C&V bij de voormalige Wilton Feijnoord scheepswerf (RSV) te Schiedam het oorspronkelijke boordwapen, de .50 inch mitrailleur op voertuigaffuit, vervangen door een geschutskoepel met een 25 mm Oerlikon KBA 25x137 snelvuurkanon (effectieve dracht 2.000 meter tegen gronddoelen én laagvliegende helikopters en vliegtuigen, vuursnelheid 50 schoten per minuut). De toren met Oerlikon-snelvuurkanon werd mechanisch bediend. In de toren zat naast de nachtzichtapparatuur (helderheidsversterker) een coaxiaal MAG 7.62-machinegeweer. Bij de M113 zat de turboloze motor achterin; het voertuig bood plaats aan 3 personen; zowel links- als rechtsvoor op het voertuig bevonden zich drie rookbuslanceerinrichtingen met een bereik van ± 50 meter. Aan het begin van de jaren ’90 bestond een verkenningseskadron uit een verkenningspeloton met 8 stuks M113 C&V, een tankpeloton met 4 Leopard-tanks en een tirailleurpeloton met 4 YPR-765’s. 
De M113 Commando & Verkenning, bedoeld voor het uitvoeren van verkenningen door lichte cavalerie-eenheden en het verschaffen van tactische beweeglijkheid aan commandanten. In 1994 werd de M113 C&V geleidelijk aan vervangen door de YPR-765, een jaar later waren alle voertuigen uitgefaseerd. De M113 werd vervangen door Fennek, Boxer en CV-9035. In 2003 zijn torens van de M113 C&V via een Duits bedrijf verkocht aan de Chileense krijgsmacht. Specificaties: actieradius | 550 km | bemanning | 3 personen | bodemvrijheid | 41 cm | breedte | 2 meter 27 | breedte rupstrack | 38 cm | brugclassificatie | 10 ton | gebruikt | van 1966 tot 1999 | gewicht | 9 ton | hoogte | 2 meter 73 | lengte | 4 meter 80 | motor | Detroit GMC V6 Allison 6 cilinder tweetakt | motorvermogen | 215 pk (160 kW) | snelheid | 70 km per uur (waadvermogen 7 km per uur) | tankinhoud | 300 liter |
Terug naar Boven M49-observatietelescoop Van origine Amerikaanse prismakijker die onder daglichtomstandigheden 20 maal vergroot en primair wordt gebruikt voor grondobservatie. Werd in de Tweede Wereldoorlog al gebruikt door snipers van de U.S. Army en het U.S. Marine Corps. De kijker, die niet is voorzien van een dradenkruisvizier (crosshair) en daarmee niet direct geschikt is voor afstandschatten e.d., is 34,3 cm lang en weegt 1,25 kg. De M49 snipertelescoop behoort tot de standaarduitrusting van snipers, sniperteams en voorwaartse waarnemers overal ter wereld, inclusief die van het Korps Commandotroepen. | |
De spotter (waarnemer) van het team kan hiermee zeer gericht waarnemen, bijvoorbeeld om windrichting en –snelheid te bepalen en het inschot van de schutter te observeren. De kijker is voorzien van een beschermdop en kan ook worden gebruikt vanaf een M15-driepoot. Terug naar Boven M577 Bijnaam: bakkerskar. Volledig amfibisch pantserrupsvoertuig, ingevoerd in de jaren ’60, dat is gebaseerd op de M113. Sinds de introductie van de M577 in 1963 (in Nederlands in 1967) zijn ruim 4.000 stuks in de Verenigde Staten gebouwd. Binnen de Nederlandse artillerie is de M577, in de versies M577A1 en M577A2, jarenlang gebruikt als rijdend commando- en vuurleidingcentrum. In 2001 telde de Koninklijke Landmacht nog 105 stuks M577. | |
Het voertuig kenmerkt zich door een verheven dakcompartiment achter het bestuurderscompartiment, die ervoor zorgt dat er binnenin voldoende werkruimte is. In het voertuig bevond zich vaak een kaartwand en communicatiemiddelen. De voeding van het geheel vond plaats door een generatoraggregaat op het dakcompartiment, dat met behulp van een handtakel op de grond kon worden gezet. In een tactische opstelling konden meerdere M577’s worden gekoppeld om een gesloten werkruimte te creëren. Terug naar Boven MAAIVELD Van origine: de oppervlakte van het terrein in de nabijheid van enig aarde- of ander kunstwerk; bodemoppervlak van een bouwterrein. Daarnaast typisch militaire term voor het aardoppervlak. Zo worden landmijnen boven, op of onder het maaiveld geplaatst en horizontaal-effect-wapens op of boven het maaiveld. Special Forces, zoals leden van het Korps Commandotroepen, komen tijdens verkenningsacties achter de vijandelijke linies in de regel slechts incidenteel boven het maaiveld, d.w.z. uit een ondergronds onderkomen. Spreekwoordelijk is het maaiveld in Nederland “toch vooral een dodelijke grens” (de Volkskrant, Encyclopedie van Nederland, deel 37, 29 januari 2011): “Steek hier je kop boven het maaiveld uit, en hij wordt zonder pardon afgehakt. Tenminste dat wordt beweerd, vaak door sporters, artiesten en tv-persoonlijkheden die zijn getroffen door de gesel der kritiek. Kop boven het maaiveld uitgestoken (d.w.z.: geniaal talent getoond) en meteen afgestraft door de grauwe middelmaat daaronder: kop afgehakt.” Terug naar Boven MAAIVUUR Engels: raking fire. Parallel aan het maaiveld afgegeven vuur door snelvuurwapens, zoals mitrailleurs en mitrailleuses. Effectief bereik van de kogelbaan of –bundel (bestreken ruimte) is noodzakelijk. Terug naar Boven MAATSCHAPPELIJKE DIENST DEFENSIE Afgekort: MDD. De MDD levert bedrijfsmaatschappelijk werk voor alle personeelsleden van Defensie, militairen zowel als burgers, maar ook voor hun gezinsleden. In binnen- en buitenland is de MDD 24 uur per dag bereikbaar voor het Defensiepersoneel en het thuisfront. Commandanten, op alle niveaus, worden door de MDD van advies voorzien. Taakstelling van de MDD: - 24-uurs-bereikbaarheid van de hulpverlening
- Advisering
- Berichtgeving aan relaties
- Concrete hulp
- Nazorg van uitgezonden militairen en hun gezinsleden
- Onderzoek en rapportage
- Opvang en ondersteuning aan het thuisfront
- Preventie
- Psychosociale hulpverlening
- Signalering
- Voorlichting
- Zorg voor veteranen, personeel en thuisfront
De MDD ressorteert onder het Commando Diensten Centra (CDC) van het Ministerie van Defensie. De MDD levert haar facilitaire diensten voor alle krijgsmachtdelen, maar ook voor het personeel van de Centrale Organisatie en het Defensie Interservice Commando (DICO). Behalve een regio in het Caribisch gebied, kent de MDD regio’s in Duitsland (m.n. gericht op de Legerplaats Seedorf, NASAG e.d.) en Noord, Noordwest, Oost, West en Zuid in Nederland. De MDD bevordert door haar taakstelling de motivatie en inzetbaarheid van het Defensiepersoneel. Tegenwoordig heet de MDD het DC BMW (DienstenCentrum BedrijfsMaatschappelijk Werk). Terug naar Boven MAG Mitrailleuse à gaz. Engels: General Purpose Machine Gun (GPMG, uitgesproken als "Gimpy"). Volautomatische lichte mitrailleur die werkt volgens het principe van gasdruk, met een munitietoevoer die plaatsheeft met behulp van een patroonband. Het wapen is onder andere bij de Koninklijke Landmacht in gebruik en wordt geproduceerd bij Fabrique National Herstal in België. Technische gegevens: | |
effectieve dracht | 1.000 m (vanaf voorsteunen) of 1.500 m (vanaf affuit) | dracht | tot 2.000 m | vuursnelheid | 700 tot 1.000 patronen per minuut | lengte wapen | 126 cm | lengte loop | 63 cm | gewicht wapen | 10,8 kg | gewicht patroontrommel (230 patronen) | 8 kg | gewicht loop | 3 kg | koeling | luchtgekoeld | kaliber | .308 (7.62 mm NATO x 51 mm) |

Animatie van de MAG: op uitgeklapte driepootaffuit en met HV-kijker. Geplaatst op de affuit – dat ingeklapt door één persoon kan worden meegenomen – kan de MAG nog nauwkeurig vuur over grote afstanden afgeven. De HV-kijker is een helderheidversterker. Een juistere benaming is ‘restlichtversterker’: het restlicht wordt versterkt zodat bij duisternis kan worden waargenomen. Er moet enig licht aanwezig zijn om te kunnen versterken. |

MAG-koppel aan het werk in Afghanistan Terug naar Boven MAIN BATTLE TANK Afgekort: MBT. Tank ontworpen ten behoeve van gemechaniseerde oorlogvoering door de cavalerie, al dan niet in het gevecht van de verbonden wapens. Kenmerken van de main battle tank: hoog niveau van vuurkracht, zeer manoeuvreerbaar, zwaar pantser. De MBT kan oneffen terrein met relatief hoge snelheid berijden, maar is veeleisend als het gaat om brandstof- en munitieverbruik én onderhoud. Ondanks de zware bepantsering zijn de gevaren voor MBT’s op het moderne slagveld talrijk, met name van lichtere tanks, artillerie, antitankwapens en antitankmijnen. De kwetsbare plaatsen van de MBT zijn bovendek, bodem en tracks. Enkele voorbeelden van moderne MBT’s: China | Type 98/99 | Duitsland | Leopard 2A6 | Frankrijk | Leclerc Mk 2 | Groot-Brittannië | Challanger 2 | Israël | Merkava Mk 4 | Italië | C1 Ariete | Japan | Type 74 | Rusland | T-90 | Verenigde Staten | M1A2 Abrams | Zuid-Afrika | Olifant M k 1B | Zuid-Korea | K1/A1 |
Zie ook: Leopard 2A6 en tank. Terug naar Boven MAIN SUPPLY ROUTE Afgekort: MSR. Nederlands: hoofdaanvoerweg (HAW). Route die wordt aangewezen binnen een operatiegebied; over deze route wordt het belangrijkste deel van de militaire verkeersstroom geleid die (in)directe steun levert aan alle eiegn militaire operaties. De MSR, een route die in de regel wordt gecleared op mijnen, valstrikken e.d., is de voornaamste bevoorradingsroute. Normaal gesproken is de MSR tenminste een verharde (geasfalteerde) weg waar ook het zwaardere militaire verkeer goed uit de voeten kan. Als op de MSR (door blokkades, filevorming, konvooien, ongevallen e.d.) de verkeersstroom ophoopt of dreigt op te hopen, dan wel om welke andere reden dan ook beperkt is, wordt het militaire verkeer gederouteerd over de zgn. Alternate Supply Route (ASR). De bekendste MSR is wellicht ‘Jackson', gelegen tussen Al Khidr en As Samawah in Irak, waar sergeant-majoor Eric O. van het Korps Mariniers op 27 december 2003 zijn waarschuwingsschoten afvuurde op plunderende Irakezen – met alle gevolgen van dien. Zie ook: Convoy Support Center (CSC), konvooi, Movement Control (MOVCON) en Rest / Remain Over Night (RON). Terug naar Boven MAIZEROY, PAUL gÉDÉON JOLY DE Frans militair en schrijver. Geboren: Metz, 1719. Gestorven: 1780. Joly de Maizeroy, net voor zijn dood nog benoemd tot brigadegeneraal, begon als 15-jarige in het leger. Hij vocht in campagnes in Bohemen en Vlaanderen onder het bevel van Comte Hermann Maurice de Saxe – een Franse maarschalk die zich onderscheidde in de Oostenrijkse Successieoorlog (1696-1750). In die laatste oorlog onderscheidde ook Maizeroy zich in de veldslagen bij Roncoux en Lauffeld (Lafelt) en de belegering van Namen, zodat hij al op zeer jonge leeftijd – in 1756, aan het begin van de Zevenjarige Oorlog – werd bevorderd tot luitenant-kolonel (Lieutenant-Colonel d’Infanterie) en werd benoemd tot Ridder (Chevalier) in de Ordre Royal et Militaire de Saint-Louis. Na de Zevenjarige Oorlog wijdde hij zich volledig aan de militaire wetenschap. Als gevolg van zijn onstuitbare roem en studie van de Griekse Oudheid – hij vertaalde onder andere Xenophon en, in 1771, ‘Tactika’ van de Romeinse keizer Leo VI (‘De Wijze’, 866-912), een verhandeling over militaire operaties – werd hij op 9 juli 1775 als lid toegelaten tot de prestigieuze Académie des inscriptions et belles-lettres. Hij werd onder andere beïnvloed door Niccolò Machiavelli, correspondeerde met vele onderscheiden mannen van Europa, met inbegrip van koning Frederik II van Pruisen (Frederik de Grote), en zijn tegenwoordig bijna vergeten werken werden buitengewoon gewaardeerd. Al in het pre-Napoleontische tijdperk gaven zowel François-Jean de Mesnil-Durand als Joly de Maizeroy aan dat de infanterie voortaan in colonnes moest vechten. Maizeroy was de eerste die, in 1771, het eerste herkenbare moderne gebruik van het woord ‘strategie’ introduceerde: “Oorlogvoering is de wetenschap van de generaal, welke de Grieken ‘strategie’ noemen, volkomen wetenschap, subliem, die vele andere takken van de wetenschap in zich herbergt, maar is gebaseerd op tactiek… om te kunnen plannen combineert de strateeg tijd, middelen en een aantal belangen (les temps, les lieux, les moyens).” In ‘Théories de la Guerre’ (1777) voegde hij daaraan toe: “tactiek onderwerpt zich gemakkelijker aan vaste regels, omdat zij, evenals een fortificatie, volledig geometrisch is.” In 1779 volgde Jacques-Antoine Hippolyte Comte de Guibert hem na in het gebruik van dit neologisme, maar het was Dietrich von Bülow die tussen 1800 en 1806 de term ‘strategie’ perfectioneerde. Naast het al genoemde zijn Joly de Maizeroy’s beroemdste werken: ‘Essais militaires’ (1763) | ‘Cours de tactique théorique, pratique et historique’ (1766-’67, vier delen) | ‘Traité des armes défensives’ (1767) | ‘Traité de tactique pour servir de supplément’ (1767) | ‘Mémoire sur les opinions qui partagent les militaires: suivi du Traité des armes défensives’ (1773) | ‘Traité sur l’art des sièges et les machines des anciens’ (1778) |
Terug naar Boven MANDAAT Term die onder andere wordt gebruikt door de Verenigde Naties (VN): een opdracht verstrekt namens het VN-Handvest dan wel verstrekt aan de hand van een resolutie van de VN-Veiligheidsraad. In een mandaat zijn taken, bevoegdheden en beperkingen van een vredesmacht vastgelegd. 
Het mandaat voor militaire operaties namens de VN wordt in de regel gebaseerd op hoofdstuk VI of VII van het VN-Handvest. Hoofdstuk VI handelt over 'Vreedzame regeling van geschillen', terwijl hoofdstuk VII bepaalt wanneer het gebruik van gewapend geweld gemachtigd is om “besluiten ten uitvoer te brengen bij bedreiging van de vrede, verbreking van de vrede of daad van agressie”. Hoofdstuk VI betreft de vredeshandhavende operaties, hoofdstuk VII de vredesafdwingende operaties. Uit een mandaat vloeien Rules of Engagement (ROE) voort. 
Ook andere volkenrechtelijke organisaties, zoals de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE), kunnen een mandaat verstrekken ten behoeve van een militaire operatie. VN-operaties vinden normaliter plaats door militairen die een blauwe baret en/of helm dragen.Terug naar Boven MANOEUVRE-EENHEID Eenheid die geschikt is voor het uitvoeren van manoeuvres (gevechtsoefeningen), wat inhoudt dat de eenheid in staat is om terrein(delen) te beheersen, bezet te houden of te vermeesteren (veroveren). Het gaat hierbij om tanks, pantserinfanterie, lichte infanterie, verkenningseenheden en gevechtshelikopters. Vanaf brigadeniveau kunnen binnen de Koninklijke Landmacht de volgende manoeuvre-eenheden worden onderscheiden: Terug naar Boven MANOEUVRE-OORLOGVOERING Duits: Manöverkrieg. Engels: maneuver warfare. Frans: guerre de manoeuvre. Strategisch concept van oorlogvoering waarbij door het beweeglijk optreden van de verbonden wapens de vijand op zwakke plekken wordt aangegrepen. Een structurele ontregeling van de vijand wordt gerealiseerd door het verbreken van de samenhang van het vijandelijk optreden én het breken van het vijandelijke moreel. De manoeuvreoorlog is in veel opzichten het tegenovergestelde van de uitputtingsoorlog. De manoeuvreoorlog gaat uit van een systematische aanpak: - commandovoering top-down én bottom-up (‘recon pull’)
| | - snel en verrassend optreden (zelf het operationeel tempo bepalen)
| - succes wordt met name afgemeten aan kwaliteit
| - veel creativiteit en initiatief op uitvoerend niveau
| - vermijden van reactief handelen
| - verstoren van de vijandelijke besluitvorming
| - vijand binden door consequent alle mogelijkheden voor beweeglijk optreden uit te buiten
|
Het planmatige karakter van de manoeuvreoorlog leidt al snel tot een chaotische, verwarrende en uiteindelijk onbeheersbare situatie waaraan de vijand niet of slechts zeer moeizaam het hoofd kan bieden. In wezen gaat de aanvaller cq. het aanvallend gevecht altijd uit van de manoeuvreoorlogvoering. Alle moderne oorlogen zijn voorbeelden van in hoofdzaak manoeuvreoorlogvoering: Tweede Wereldoorlog | 1940-1945 | Falklandoorlog | 1982 | Eerste Golfoorlog | 1990-1991 | Tweede Golfoorlog | 2003 |
Ondanks het bovenstaande kan gesteld worden dat elk militair optreden – van gevecht tot operatie en oorlog – een mix is van manoeuvre- en uitputtingsoorlogvoering. Zij vullen elkaar aan. In moderne oorlogvoering – ruwweg vanaf het einde van de Koude Oorlog – worden kleinere krijgsmachten geconfronteerd met het optreden over een breed front. In de praktijk betekent dit dat zij met minder troepen over een groot gebied moeten optreden. Het is tot slot onvermijdelijk dat zij vanuit de manoeuvreoorlogvoering zullen overgaan tot – elementen van de – uitputtingsoorlogvoering. (Bron voor het bovenstaande is onder andere het artikel ‘De manoeuvreoorlog in perspectief’ van kolonel Ton de Munnik, gepubliceerd in het tijdschrift Militaire Spectator en ook te vinden in ‘Jaarboek 2000- 2001’, pagina 5 t/m 16, van de Koninklijke Vereniging ter Beoefening van de Krijgswetenschap) Zie ook: uitputtingsoorlogvoering. Terug naar Boven MANPACKED Persoonlijke uitrusting en bewapening worden te voet, bij uitgestegen optreden, meegenomen om een missie voor langere tijd te kunnen uitvoeren. Hierbij wordt in de regel geen gebruik gemaakt van voertuigen. Vaak luidt de opdracht: "living of the land". Manpacked opereren betekent dat de uitrusting en verbindingsmiddelen – zoals Extreme High Frequency-satcom, HF 7000, New Integrated Marines Communication and Information System (NIMCIS) en RT9200 – op de rug worden meegedragen. Het manpacked optreden betreft in hoofdzaak de lichte infanterie: 11 Luchtmobiele Brigade, Korps Commandotroepen en Korps Mariniers. Terug naar Boven MAQUETTE Duits: Modell. Engels: maquette; bird's eye view. Frans: maquette. Ook genaamd: zandbak. 
Een driedimensionaal model dat te velde of ten burelen op schaal wordt vervaardigd ten behoeve van kaart- en/of terreinoriëntatie, doorgaans in het kader van een geplande actie. Een maquette – die een goede indruk geeft van de nagemaakte werkelijkheid – laat details tot zijn recht komen. De kenmerken van een maquette zijn: juist georiënteerd (ware noorden) | duidelijk afgebakende sector | duidelijk zichtbaar voor ieder deelnemer | op schaal | met voorstelling van begroeiing, reliëf, waterlopen, wegennet en overige markante terreinkenmerken |
Daarnaast worden in een maquette de verschillende coördinatiepunten uitgebeeld, zoals: Maquettes worden, als tijd en middelen het toelaten, hoe dan ook gemaakt in het kader van een operationele analyse ná een verkenning, bijvoorbeeld een close target recce. In het terrein maakt de maquettebouwer – behalve van natuurlijke gelegengheidsmiddelen (bladeren, gras, mos, schelpen, stenen, takken e.d.) – gebruik van eventueel meegenomen artikelen (flessendoppen, karton, kurken). In een bevelsuitgifte of een chinese parliament kan een maquette van pas komen om een geplande opdracht met ondercommandanten of groepsleden te repeteren (rehearsal), waarbij het gedachte verloop van de actie wordt doorgesproken. De maquette vervangt dan schetsen of stafkaarten, al dan niet met oleaten. 
Een maquette, op 17 juni 2012 gemaakt door infanteristen van de Bravo-compagnie van 11 Infanteriebataljon Luchtmobiel Air Assault ter voorbereiding op een compagniesactie tijdens de oefening SEROLANE. De FTX vond plaats van 2 tot 24 juni 2012 in de Kalahari woestijn van Zuid-Afrika. Aan de oefening namen, behalve de luchtmobiele infanteristen en militairen van 240 Dienstencompagnie en 421 Hospitaalcompagnie uit Nederland, ook de infanteristen van 44 Parachute Regiment van de South African National Defence Force (SANDF) deel. Plaats van handeling was het South African Army Combat Training Centre in Lohatla, Northern Cape, Zuid-Afrika: met 1.580 km² de grootste militaire trainingsfaciliteit op het zuidelijk halfrond. © foto: Ruud Mol (AVDD).
|
Zie ook: terreinoriëntatie. Terug naar Boven M.A.R.C.H. Het acroniem M.A.R.C.H. wordt gehanteerd in het protocol van Tactical Combat Casualty Care (TCCC). Op individueel niveau geldt het ezelsbruggetje als leidraad voor het handelen binnen het TCCC-protocol: M | Massive bleeding | - Niet zoeken naar maar vaststellen van grote slagaderlijke bloedingen.
- Bij bovenarm of bovenbeen eerste keus: tourniquet.
- Indien tourniquet niet toepasbaar: Israëlisch drukverband én Kerlex directe druk (torso, onderarm en onderbeen).
- Tijdstip noteren op voorhoofd: T + datumtijdgroep.
| A | Airway | - Ademweg beoordelen: look / listen / feel (kijken / luisteren / voelen).
- Ademwegobstructie door bewusteloosheid en/of verwonding aan aangezicht/kaak.
- Indien bij bewustzijn zonder uitgebreide aangezichtstraumata: “A” overslaan.
- Indien uitgebreid aangezichtstrauma met geblokkeerde ademweg: ademweg vrijmaken (chin lift + finger sweep) én stabiele zijligging.
- Indien bewusteloos: stabiele zijligging.
| R | Breathing | - Inspecteren borstkas voor/achter én onder oksels.
- Bij penetrerend thoraxletsel: sucking wound (blazend/zuigend) dichtplakken met fixatiefolie (Opsite).
- Zoeken uitgangswond.
- Halfzittende houding: kleding en broeksriem losmaken.
- Bij verslechtering algehele toestand: Opsite verwijderen.
| C | Circulation | - Uitwendige bloedingen opsporen door systematisch manueel onderzoek en stoppen van de bloeding.
- Visualiseren bloedingen door openknippen kleding.
- Hoogleggen aangedane lichaamsdeel.
- Woundpacking met directe druk door Israëlisch drukverband.
- Indirecte druk uitbrengen.
| H | Hypothermia | - Hypothermie en pijn: uitlokkende factoren van shock.
- Beschermen tegen weersomstandigheden.
- Comfort van het slachtoffer verbeteren.
- Houding van het slachtoffer bepalen: liefst stabiele zijligging, m.u.v. een bewusteloos slachtoffer met thoraxtrauma.
|
Zie ook: contactdrill en Tactical Combat Casualty Care (TCCC). Terug naar Boven MARCHE-LES-DAMES  | Deelgemeente van Namen (Namur) in België, gelegen aan de linkeroever van de Maas (Meuse). Na Freyr – eveneens aan de Maas ter hoogte van Dinant – is Marche-les-Dames het grootste klimgebied van België. De hoogtepistes tot ± 80 meter, kalksteenrotsen en massieven creëren – samen met de rivieren Maas en Gelbressée – de ideale oefenomgeving voor het hier sinds 1947 gevestigde Trainingscentrum voor Commando's (TrgC Cdo) van de Belgische paracommando's. Uitvalsbasis van de para’s is het Quartier Lieutenant-général Pierre Roman in het Chateau d’Arenberg, gelegen in de Maasvallei aan de voet van de rotsen aan de provinciale weg N959. Op het plateau bevindt zich het Camp de Wartet, waar de schoolcompagnie van de paracommando’s is gevestigd. |
Op deze locatie wordt sinds jaar en dag rotsklimmen geïnstrueerd, met inbegrip van onder meer bergredding, klettersteigen en rivercrossing, en theoretische instructie gegeven over onder andere bergveiligheid, preventie en behandeling van koudeletsels en navigatie in bergachtig terrein. Voor zover de rotspartijen niet door de Belgische krijgsmacht worden geëxploiteerd, zijn zij in beheer van Climbing & Mountaineering Belgium (CMBEL), voorheen Club Alpin Belge - Belgische Alpenclub (CAB-BAC). | |

Links de rotsen van Marche-les-Dames, rechts koning Albert I van België die hier in 1934 verongelukte Marche-les-Dames kreeg bekendheid door de tragische dood van de Belgische koning Albert I. Op 17 februari 1934 stortte de derde koning van de Belgen bij een ongeval van de rotsen; hij overleed ter plekke. Over de ware doodsoorzaak wordt sinds jaar en dag gespeculeerd, omdat Albert I een getraind alpinist was die in 1930 nota bene de Mont Blanc wist te bedwingen. Tijdens de Eerste Wereldoorlog verzette koning Albert I zich lang genoeg tegen de opmars van de Duitsers om Groot-Brittannië en Frankrijk de gelegenheid te geven zich te mobiliseren voor de Slag bij de Marne, verbleef hij bij zijn soldaten in de loopgraven aan de IJzer in West-Vlaanderen en verwierf zo de bijnaam ‘Koning-Soldaat’. | |
Gegevens: Trainingscentrum voor Commando's / Centre d' Entrainement de Commandos | adresgegevens | Rue de Roi Chevalier 13, 2024 Marche-les-Dames | telefoon | 00-32-81-586105 | e-mail | cecdosrt@army.mil.be | route | E411 autosnelweg Bruxelles-Namur-Arlon-Luxembourg, afrit 14 (Bouge-Namur), bewegwijzering volgen naar Rochers Roi Albert |
Terug naar Boven MARECHAUSSEE, KONINKLIJKE Afgekort: KMar. De marechaussee is opgericht op 26 oktober 1814. Op 29 oktober 1931 reikte H.M. Koningin Wilhelmina aan het wapen der marechaussee de standaard uit. Vanaf 1969 is zij direct onder de Minister van Defensie gesteld en sinds 1992 wordt zij als zelfstandig dienstonderdeel beschouwd. Op 25 maart 1998, onder Minister van Defensie Joris Voorhoeve, is de KMar per dagorder officieel het vierde krijgsmachtdeel van Nederland geworden. | 
Behalve in situaties waarin de KMar de krijgsmachtdeeldoctrines volgt, betekent gezamenlijk optreden voor de KMar concreet uitvoering geven aan haar politietaken zoals die voortvloeien uit artikel 6 van de Politiewet: |
| | ►Beveiligen van waardetransporten van De Nederlandsche Bank N.V. | ►Bewaken van de landsgrenzen. | ►Bijzondere Bijstandseenheden. | ►Brigade Speciale Beveiligingsopdrachten. | ►Politietaak op de nationale luchthaven Schiphol en andere (burger)luchthavens. | ►Taken die voortvloeien uit de Vreemdelingenwet 2000, onder andere Mobiel Toezicht Vreemdelingen. | ►Verlening van bijstand en samenwerking met de politie, o.a. Mobiele Eenheid. | ►Waken voor de veiligheid van de leden van het Koninklijk Huis. |

Bij werkzaamheden conform de Politiewet gelden niet de doctrines van Defensie, maar de bevoegdheden vanuit het Wetboek van Strafvordering. De Nederlandse systematiek is dan ook anders dan die van de Military Police (MP) van zowel Groot-Brittannië als de Verenigde Staten. De Koninklijke Marechaussee heeft een eigen embleem. Het stelt een springende granaat met een gesloten vlam voor. De granaat is uitgevoerd in wit metaal, in tegenstelling tot de meeste emblemen van de overige wapens en dienstvakken die koperkleurig zijn. Het devies van de KMar luidt: “Zonder vrees en zonder blaam” Het is in vertaling afkomstig uit het boek ‘Soldat’ van Général baron Joachim Ambert. In dit boek uit 1854 schrijft hij dat de bijzondere verdiensten van de gendarmerie te danken zijn aan het militaire karakter ervan. |
Zie ook: close protection. Terug naar Boven MARKEREN Het door middel van Rode Kruis-tekens kenbaar maken van geneeskundige afvoermiddelen en inrichtingen. Dit biedt bescherming volgens de vier Conventies van Genève (1949) en de twee Additionele Protocollen (1977). De beslissing tot markeren, maskeren of camoufleren wordt gemaakt door de operationele commandant: de brigadecommandant of hoger. Role 1 geneeskundige inrichtingen (hulpposten) zullen in beginsel niet worden gemarkeerd; role 2 en role 3 geneeskundige inrichtingen worden in beginsel pas gemarkeerd na het uitbreken van de vijandelijkheden. Gedurende gewondentransport wordt altijd gemarkeerd, ook voor gewondentransportmiddelen die zijn ingedeeld bij role 1 geneeskundige inrichtingen. In beginsel geldt dat zodra er gewonden er dient te worden gemarkeerd. Terug naar Boven MARKER PANEL 
Het marker panel of gronddoek (VS-17/GVX) | Nederlands: gronddoek. Officiële benaming: VS-17/GVX. Doek dat wordt gebruikt als herkenninsteken eigen troepen vanuit de lucht. Het marker panel staat ook bekend als één van de binnen de NAVO gevoerde beschermingsmaatregelen tegen friendly fire, vergelijkbaar met de omgekeerde V op voertuigen. De marker panel wordt vastgemaakt op het dak van een voertuig of de bovenzijde van een rugzak, meet 50 cm bij 180 cm en is tweezijdig gekleurd: de ene zijde is fluorescerend oranje (‘internationaal oranje’), de andere zijde reflecterend roze, rood of paars. |
Het gronddoek heeft drukknopen en bevestigingskoorden, waardoor meerdere gronddoeken gekoppeld kunnen worden om een groter oppervlak te verkrijgen. De kleur die wordt gebruikt is meestal die welke het best contrasteert met de omgeving, dan wel die welke in bevelen is afgesproken. Het marker panel kan in nood ook worden gebruikt om een Pick-Up Point (PUP, zie: nine-liner) te markeren om de positie aan te geven voor bondgenoot- of vriendschappelijke (geallieerde) helikopters. Ook kan het marker panel worden gebruikt voor voertuigidentificatie ten behoeve van vliegers, wanneer bij verplaatsingen (colonnes, konvooien, patrouilles) helikopters of vliegtuigen worden ingezet. Voor het onderscheid van voertuigen in een marsserie worden normaal gesproken gele, rode en witte gronddoeken gebruikt, maar in noodgevallen kan ook de VS-17/GVX worden gebruikt. Hetzelfde geldt voor het visueel herkenbaar maken voor luchtstrijdkrachten dat een bericht op de grond dient te worden opgepikt. Zie ook: omgekeerde V. Terug naar Boven MARKET GARDEN 
| Plan bedacht door de Britse veldmaarschalk Bernard Montgomery en als zodanig goedgekeurd door de geallieerde opperbevelhebber Dwight D. Eisenhower: via een grootse luchtlandingsoperatie – operatie ‘Market’, waarin 40.000 man luchtlandingstroepen deelnamen, verdeeld over 35.000 parachutisten en 5.000 militairen in zweefvliegtuigen (gliders) - zou een aantal vitale bruggen over de rivieren Maas, Waal en Rijn veroverd worden. De acht te veroveren bruggen bevonden zich bij Son, Sint Oedenrode, Veghel en Grave (over de Maas), Heumen en Nijmegen (over de Waal) en Arnhem (over de Rijn) in een corridor die vanaf de frontlijn aan de Belgische grens (Neerpelt en omgeving) over een frontbreedte van ± 100 km lag. |
Door de corridor zouden vervolgens de grondtroepen van het oprukkende 2 (UK) Army en 30 (UK) Corps – operatie ‘Garden’, waarin 150.000 militairen participeerden - bij Arnhem de Rijn kunnen oversteken, doorstoten naar het Ruhrgebied, daar het industriële hart innemen, en tot slot met Kerst 1944 Berlijn heroveren. Operatie ‘Market Garden’ verliep echter verre van vlekkeloos. Omdat een luchtlanding nabij de Rijnbrug als te risicovol werd beschouwd, werden de parachutisten gedropt boven de Edese, Ginkelse en Renkumse heide én boven Wolfheze, 10 tot 12 km van de brug. Daardoor was het verrassingseffect weg. Bovendien hebben de Britten niets gedaan met Nederlandse inlichtingen van het verzet uit de stad. Ook ontstaan er problemen met de herbevoorrading van de troepen, omdat door de snelle geallieerde opmars na de landingen in Normandië (afstand tot de frontlijn ± 650 km) én het gegeven dat bijna alle Kanaalhavens nog in Duitse handen zijn (weliswaar was de Antwerpse haven op 4 september 1944 bevrijd, maar de Scheldemonding nog niet). Tot slot zijn er niet voldoende vliegtuigen om alle troepen in één sortie over te vliegen naar het inzetgebied.De deelnemende luchtlandingseenheden aan de operatie 'Market Garden' waren: | EENHEID | COMMANDANT | OPERATIEDOEL | | 1 (PO) Independent Parachute Brigade | Stanislaw Sosabowski | Arnhem | | 1 (UK) Airborne Division | Roy Urquhart | Arnhem | | 101 (US) Airborne Division (‘The Screaming Eagle’) | Maxwell Taylor | Eindhoven | | 82 (US) Airborne Division (‘All American’) | James Gavin | Nijmegen | | 30 (UK) Corps | Brian Horrocks | Limburg & Brabant |
Operatie 'Market Garden' begon op 17 september 1944. De Amerikanen slaagden in de uitvoering, maar de Britten kwam op de eerste dag niet verder dan de lijn Eindhoven-Valkenswaard. Daarnaast bleek de Duitse tegenstand - restanten van het uit Normandië teruggetrokken 2de SS Pantserkorps - onder leiding van veldmaarschalk Walter Model sterker dan verwacht; in september waren deze nu recupererende troepen aangekomen. Model was op dat moment oppperbevelhebber van alle Duitse troepen tussen Zeeland en de Eifel. Toen operatie ‘Market Garden’ aanving, was het hoofdkwartier van Model in Oosterbeek; Model vluchtte naar Doetinchem en leidde van daaruit het tegenoffensief. Model bepaalde dat de bruggen bij Arnhem en Nijmegen pertinent niet mochten worden opgeblazen, waardoor de Britten de verkeersbrug van Arnhem veroverden en de Amerikanen de spoorbrug van Nijmegen. Toch wist Model, onder andere door zwaardere bewapening, het geallieerde offensief tot staan te brengen. Op 25 september 1944 waren de lichtbewapende Britse luchtlandingseenheden genoodzaakt zich terug te trekken vanaf de noordzijde van de Arnhemse Rijnbrug. De Duitsers wonnen de Slag om Arnhem, maar verloren de oorlog. Door het mislukken van operatie ‘Market Garden’ heeft de Tweede Wereldoorlog in Europa naar alle waarschijnlijkheid een half jaar langer geduurd.In 2004 vond de 60ste herdenking van operatie 'Market Garden' plaats, onder andere met de Memorial Jump Market Garden op de Ginkelse Heide. Zie ook: rode baret en zweefvliegtuig. Terug naar Boven MARKETENTSTER Afgeleid van 'markentare', dat "verkopen" of "onderhandelen" betekent. Ook wel genaamd: cantinière, kleinhandelaar, zoetelaar(ster). Van oorsprong een dame die in de 16de en 17de eeuw met de schutterijen en legers te velde meetrok om de recupererende militairen tijdens en na een veldtocht te voorzien van voedsel en drank (klasse I), ook van alcoholische dranken en tabakswaren. Het was voor de marketentster een ideale mogelijkheid om in de buurt van de echtgenoot te zijn; meestal was die echtgenoot de wasbaas van de troepen (een oudere militair beneden de rang van onderofficier), vandaar dat zij vanzelfsprekend meteen ook de wasdame werd. De rats, kuch en bonen moesten de huursoldaten indertijd namelijk veelal zelf zien te regelen. De vrouw van de wasbaas maakte van de nood een deugd en bood ook anderen dan haar eigen echtgenoot voedsel en drank als koopwaar aan. Sterker nog: niet alleen de benodigdheden voor de maaltijden werden geleverd, deze werden vaak ook klaargemaakt. Op de kazerne verzorgde de marketentster de cantinedienst en het was- en naaiwerk aan de kleding van de militairen. Van lieverlede kreeg de marketentster een eigen uniform, dat overeenkwam met het uniform van haar legeronderdeel. Koning Willem I bepaalde dat er per compagnie één gehuwde vrouw (K.B. 15 april 1831) toegelaten mocht worden als wasvrouw; zij vervulde daarnaast meestal de functie van marketentster. Onder koning Willem I kreeg de marketentster daarnaast een legpenning, waaruit kon worden afgelezen uit welk legeronderdeel zij kwam. De laatste marketentster in de Nederlandse krijgsmacht, in de laatste decennia van de 19de eeuw, heette Goeie Louisa: zij voorzag de troepen van oude klare én verwende de troepen in de breedste zin des woords. Feitelijk was zij een prostituée, zoals dat in de Napoleontische tijd de gewoonte was. De traditie van de marketentster is als symboolfunctie sinds jaar en dag gekoppeld aan het Regiment Intendancetroepen - tegenwoordig Regiment Bevoorrading & Transport geheten. Maar ook binnen de genie wordt aan het optreden van de marketentster erg veel waarde gehecht. De marketentster is aldus de voorloper van de cantinedienst (cadi) als de wegbereider van het fenomeen logistiek. Zie ook: aalmoezenier. Terug naar Boven MARS Een beweging van troepen buiten het gevechtsveld, die alleen een verplaatsing tot doel heeft. | | (Mars)colonne | Een aantal zich achter elkaar bevindende voertuigen, eventueel onderverdeeld in twee of meer marsseries, die zich onder eenhoofdig bevel langs dezelfde route in dezelfde richting verplaatst. Verplaatsingen van minder dan tien voertuigen worden in beginsel niet in colonneverband uitgevoerd. | | Marsserie | Een deel van een marscolonne, samengesteld uit een of meer marseenheden met bij voorkeur dezelfde marseigenschappen. | | Marseenheid | Een van de samenstellende delen van een marsserie, bestaande uit niet meer dan vijfentwintig voertuigen, maar ten minste tien voertuigen, met bij voorkeur dezelfde mars- eigenschappen. |
Terug naar Boven MARSGEWONDENVERZAMELPUNT Punt dat vergelijkbaar is met een gewondennest, maar dan plaatsvindt bij een achterwaartse doorschrijding door het gevechtsveld. De achterwaartse doorschrijding is het tactisch van de vijand af verplaatsen van een eigen eenheid in het vertragend gevecht of verdedigend gevecht door het gebied van andere eigen troepen, waarbij het gevechtscontact wordt overdragen. Als een eigen eenheid het gevecht verlaat en terugkeert naar een (afwachtings)gebied, gebeurt dat na een link-up (aansluiting) met óf aflossing door andere eigen troepen. Zodra de eenheid die het gevecht verlaat het doorschrijdingspunt is gepasseerd, moeten pal langs de marsroute terug naar het (afwachtings)gebied marsgewondenverzamelpunten gereed zijn. Alle achterwaarts verplaatsende voertuigen kunnen bij de marsgewondenverzamelpunten halt houden om gewonden en zieken over te dragen, opdat zij de achterwaartse verplaatsing – die onder tijdsdruk plaatsvindt - zonder verder oponthoud kunnen voltooien. Achterwaarts verplaatsende gevechts(steun)eenheden kunnen de ontplooide marsgewondenverzamelpunten op de toegewezen routes beveiligen, maar dit is een lastige taak. De toegewezen route kan een hoofdaanvoerweg (main supply route) zijn, de marsgewondenverzamelpunten zijn idealiter hulpposten. De hulpposten zijn veelal onder bevel gesteld van de vooreenheden (voorbataljons) die het gevecht voeren. Zie ook: doorschrijding en gewondennest. Terug naar Boven MARSHALLER Ook genaamd: helikoptergids. In het Duits: Einwinker. In het Engels: aircraft marshaller. In het Frans: signaleur ; guide d’aéronef. Militair, in de regel voorzien van speciale neonkleurige sleeves (mouwen), die gerechtigd is met behulp van gidssignalen (arm-, hand- en visuele signalen) een helikopterpiloot aanwijzingen te geven ten behoeve van het landen, hoveren (standvlucht) of opstijgen. De marshaller geeft hierbij alleen maar de landingsplaats aan, terwijl de loadmaster – die zich in de helikopter bevindt – het toestel daadwerkelijk aan de grond gidst. Binnen 11 Air Manoeuvre Brigade is de functie van marshaller geïntegreerd met die van rigger. De rigger/marshaller (R/M) wordt gecontroleerd door de Landing Point Commander (LPC), de functionaris die verantwoordelijk is op een landing point of pick-up point (PUP). De rigger/marshaller is ook gerechtigd zelfstandig een lading voor in- en extern luchttransport – de zgn. under slung load (USL) – voor een helikopter voor te bereiden én de LPC of Helicopter Handling Instructor (HHI) te assisteren bij het uitzetten van landing points. Tot slot kan de rigger/marshaller optreden als staticprobe-man en hook on/off-man. De rigger/marshaller is bevoegd tot het dragen van het bijbehorende vaardigheidsembleem onder de klep van de linker- of rechterborstzak van de jas DT. Zie ook: chalk, hot LZ, landing point, pathfinder en riggen. Terug naar Boven MARSHALLING AREA Nederlands: opstel- of parkeerplaats; rangeerterrein; terminal. Locatie in de nabijheid van of gecoloceerd met een APOD, RPOD en/of SPOD. In de ontvangstfase in het inzetgebied (reception i.h.k.v. RSOMI) wordt hier het arriverende personeel weer samengevoegd met haar geloste voertuigen, uitrusting, materieel en bijbehorende voorraden. Bovendien krijgt de organieke eenheidscommandant het bevel over zijn gereassembleerde eenheid terug en wordt deze voorbereid op de onward movement (OM). 
De commandant van de marshalling area – feitelijk de tussenlocatie tussen de POD’s en de staging area (SA) – coördineert met andere geallieerde commando’s en de host nation (gastland) het gebruik van de faciliteiten zoals die zijn ingericht voor het verplaatsen en opstellen van voertuigen en materieel. Ook draagt de commandant ter plaatse zorg voor geneeskundige ondersteuning aan de eenheden die zich in zijn gebied bevinden. Bij de entree in het gastland zijn snelle inklaring en inprocessing – uitvoering van alle noodzakelijke formaliteiten met bijbehorende documentatie – cruciaal voor de efficiëntie en het welslagen van het logistiek systeem van de gehele operatie in het inzetgebied. Congestie van de zich verplaatsende voertuigen dient te worden voorkomen. Terug naar Boven MARSVOET Ook genaamd: marsfractuur, soldatenvoet, vermoeidheidsfractuur. Stressfractuur in de voet. De banden in de middenvoet en, meer specifiek, de banden tussen de middenvoetsbeentjes (ossa metatarsalia) zijn zeer gevoelig voor intensieve en langdurige belasting. Deze banden zijn stroken bindweefsel die – bijvoorbeeld bij een lange mars – de schokken op de middenvoetsbeentjes behoren te dempen. Door overbelasting gaan de middenvoetsbeentjes echter ontsteken en toont (een deel van) de middenvoet de lokale ontstekingsverschijnselen: functieverlies, pijn, roodheid, warmte en zwelling. Uiteindelijk kunnen de klachten, als gevolg van de verminderde dempingsmogelijkheid, leiden tot een scheurtje (ruptuur) in één van de vijf middenvoetsbeentjes. | |
De voorvoet is gezwollen en belasten is pijnlijk. Bij het lichamelijk onderzoek van de voorvoet is ter hoogte van de fractuur (as)drukpijn voelbaar. Röntgenfoto's van de voet kunnen de ruptuur aantonen. Zo’n scheurtje staat gelijk aan een breuk (fractuur). Meestal zal het 2de of 3de middenvoetsbeentje breken; dit heeft waarschijnlijk te maken met de natuurlijke afwikkeling van de voet, die verloopt vanuit de hiel, via de buitenste voetrand en de kleine teen naar de grote teen. De beste therapie voor een marsvoet is I.C.E. of RICE: rust, ijs (koelen), compressie (drukverband) en elevatie (hoogleggen). De vervolgbehandeling bestaat uit een steunende bandage of, met name bij een ruptuur of fractuur, (onderbeenloop)gips en relatieve rust. De duur van de genezing is ± 4 tot 6 weken. Terug naar Boven MARTELING Ook genaamd: foltering. Duits: Folterung. Engels: torture. Frans: torture. Iedere behandeling waardoor opzettelijk hevige pijn, hevig ander fysiek en/of psychisch leed aan een ander persoon wordt toegebracht met de bedoeling te dwingen, intimideren, laten bekennen (verkrijgen van inlichtingen) of straffen. In de regel vindt marteling plaats door of met instemming van een functionaris tegenover een persoon die zich onder zijn bewaking of controle bevindt dan wel door irreguliere strijdgroepen, bijvoorbeeld in Afghanistan en Irak. Uit nationalistische en/of religieuze motieven misbruikt de laatste groep martelingen als terreurmiddel tegen medeburgers en coalitietroepen. Behalve onmenselijk, vernederend en wreed wordt marteling binnen het oorlogsrecht gezien als zowel een oorlogsmisdaad (war crime) als een misdaad tegen de menselijkheid (crime against humanity). Voorbeelden hiervan zijn artikel 7 van het International Criminal Court, dat marteling beschrijft als één van de misdaden tegen de menselijkheid, en de Convention against Torture and Other Cruel, Inhuman or Degrading Treatment or Punishment, aangenomen door de VN in 1984. Non-gouvernementele organisaties (NGO’s) als Amnesty International, Human Rights Watch en World Organisation Against Torture (OMCT) verzetten zich hardnekkig tegen marteling. Beproefde martelmethoden zijn de amputatie van lichaamsdelen, gebruikmaking van elektriciteit of water, messteken, schoppen, slaapdeprivatie en stok- of zweepslagen. Bij het ondervragen van krijgsgevangenen (en detainees) mag geen marteling of enig andere vorm van dwang worden toegepast. Geen enkele omstandigheid mag aanleiding zijn voor het martelen van krijgsgevangenen. Algemeen geldt dat krijgsgevangenen menselijk dienen te worden behandeld. Na de aanslagen op het World Trade Center en het Pentagon van 11 september 2001 en de daaropvolgende oorlogen in Afghanistan en Irak, nam de internationale druk op de Amerikanen toe om niet te martelen. Terug naar Boven MASKEREN Het door bedekking van Rode Kruis-tekens onherkenbaar maken van geneeskundige afvoermiddelen en inrichtingen. Dit biedt géén bescherming volgens de vier Conventies van Genève (1949) en de twee Additionele Protocollen (1977). Daarnaast is het risico van niet (tijdige) onderkenning door de tegenstander natuurlijk zeer groot. De beslissing tot markeren, maskeren of camoufleren wordt gemaakt door de operationele commandant: de brigadecommandant of hoger. Role 2 en role 3 geneeskundige inrichtingen worden in beginsel gemaskeerd en daarna, in elk geval na het uitbreken van de vijandelijkheden, gemarkeerd. Terug naar Boven MASKEROEFENRUIMTE Afgekort: MOR. Voorheen: Gasmaskercontrolekamer. In de MOR worden oefeningen gehouden om het dragen van én werken met het NBC-masker FM-12 aan te leren dan wel te verbeteren. Doel van de oefeningen is: - controleren of het bandenstel van het NBC-masker correct is afgesteld
| - uitvoeren van de drinkprocedure in een gasomgeving
| - herstellen van de gasdichtheid
| - opzetten van het NBC-masker vanuit de NBC-beschermingsgraad 'chemisch matig' én het sluiten van de kleding
| - opzetten van het NBC-masker vanuit de NBC-beschermingsgraad 'chemisch hoog' én het sluiten van de kleding
| - ontsmetten na besmetting met chemische strijdmiddelen, gevolgd door het opzetten van het NBC-masker én het sluiten van de kleding ('chemisch matig')
|
| 
NBC-masker FM-12 |
Ook MOR-oefeningen zijn "nabootsingen van de werkelijkheid". Het is dus niet de bedoeling dat leerlingen angst aangekweekt krijgen voor de MOR, maar juist dat zij het zelfvertrouwen ontwikkelen om in een gasomgeving te werken. Tips vóór het draaien van een MOR-oefening: 
Het NBC-masker FM-12 in beschermstelling | - controleer vooraf met amylacetaat de gasdichtheid van het NBC-masker
| - zorg dat alle NBC-maskers passend zijn en het bandenstel correct is afgesteld
| - laat het personeel vooraf de MOR zien (plus ontsnappingsmogelijkheid in geval van nood)
| - stel het personeel op gemak (geen stoere verhalen, maar de werkelijkheid)
| - vertel het personeel wat te doen bij lekkage van het NBC-masker of andere problemen (hand opsteken, niet naar instructeur toekomen)
| - controleer de heersende windrichting; stel het de MOR binnengaande personeel bovenwinds (=aan de kant waar de wind vandaan komt) op én het de MOR uitkomende personeel benedenwinds (=aan de kant waar de wind naartoe waait)
| - gebruik als instructeur altijd NBC-beschermende kleding
| - beoefen een MOR-oefening vooraf 'droog'
| - klop na afloop, met het NBC-masker nog in beschermstelling, de kleding af
| - zorg dat het personeel na afloop niet in de ogen wrijft ter voorkoming van onnodig lange irritatie
|
|
In de MOR wordt het personeel blootgesteld aan CS-gas: een prikkelende maar onschadelijke stof die tijdelijk de plaats inneemt van zuurstof. CS-gas - gecreëerd door een met een windlucifer aangestoken CS-tablet - veroorzaakt een brandend gevoel in de ademhalingswegen en tranende ogen, maar het effect verdwijnt na 5 à 10 minuten in de buitenlucht. Alle informatie met betrekking tot de MOR kan worden nagelezen in VS 3-250 (NBC-masker). Zie ook: CBRN, COLPRO, FM-12 (CBRN-masker) en NBC-pak. Terug naar Boven MASSAVERIETIGINGSWAPENS Engels: Weapons of Mass Destruction (WMD). Ook genaamd: non-conventionele wapens. WMD zijn wapens die zijn ontworpen met als enige doel in één keer én in zo kort mogelijke tijd zo veel mogelijk mensen te doden dan wel uit te schakelen. Binnen de Nederlandse krijgsmacht staan WMD beter bekend als NBC-wapens (nucleaire, biologische en chemische) of CBRN-wapens ( chemische, biologische, radiologische en nucleaire). Hoewel na de Eerste en Tweede Wereldoorlog zowel de proliferatie (verspreiding) als het gebruik van WMD door legio internationale verdragen nagenoeg aan banden zijn gelegd, zijn er landen en terroristen die naar het bezit van dergelijke middelen streven. Gelukkig zijn WMD veeleer dreigwapens dan feitelijke wapens. Helaas kwam de term ‘WMD’ algemeen in gebruik na de terroristische aanslagen van 11 september 2001 in de Verenigde Staten. | |
Tijdens de Koude Oorlog kwam het daarentegen – ondanks een wapenwedloop met WMD - nooit tot een directe confrontatie tussen de Verenigde Staten en de Sowjet-Unie, juist om reden dat de dreiging van een nucleaire oorlog véél te groot was. Zie ook: terrorisme. Terug naar Boven MASS CASUALTy Afgekort: MASCAL. Om het even welk groot aantal slachtoffers dat in een relatief korte periode wordt veroorzaakt. Gewoonlijk als resultaat van één enkel incident, zoals een (militair) vliegtuigongeval, natuurgeweld of offensief / defensief militair geweld. Per definitie overweldigt de massaliteit van het aantal slachtoffers van een dergelijk incident de lokale logistieke middelen van de geneeskundige inrichtingen; het is zelfs mogelijk dat de massaliteit de middelen van een volledig gezondheidszorgsysteem overweldigt. De benadering van slachtoffers bij een mass casualty is volgens de T-classificatie. Terug naar Boven MATA HARI Legendarische Nederlandse spionne ten tijde van de Eerste Wereldoorlog. De op 7 augustus 1876 als Margaretha Geertruida Zelle in Leeuwarden geboren Friezin, bleek via een liefdesrelatie met een hoge Franse militair te spioneren voor de Duitsers. Haar exotische gewaden en haar optredens zonder gewaden konden niet verhinderen dat zij in 1917 voor hoogverraad moest sterven. Ongewild werd zij de meest bekende Nederlandse spionne aller tijden maar ze was niet de enige Nederlandse onderdaan die in het buitenland werd geëxecuteerd. In Parijs presenteerde Zelle zich liefst als een oosterse danseres, waar zij voor die tijd gedurfde dansen opvoerde, zoals de ‘danse indienne’. Mede hierdoor werd zij al snel een femme fatale. Dankzij haar huwelijk met bijna twintig jaar ouder Rudolph MacLeod op 11 juli 1895, een beroepsmilitair uit het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger, kon zij verkeren in kringen van hoge militairen. Het gezin kreeg een zoon en dochter, maar het huwelijk was van meet af aan slecht omdat haar onafhankelijke gedrag door Rudolph werd gezien als overspel. Van 1897 tot 1902 woonden ze samen op Java en Sumatra. Ook paste zij niet in het keurslijf van officiersvrouw in Nederlands-Indië. Toen het gezin in 1902 terugkeerde naar Nederland, scheidden zij. In 1904 maakte ze in Parijs haar succesvol debuut als de oosterse danseres 'Lady MacLeod' in de salon van de Russische zangeres Madame Kiréevsky. | Twee Nederlandse actrices staan bekend om hun vertolkingen van Mata Hari, beiden in de jaren ’80. Josine van Dalsum speelde de Friezin in de vierdelige televisieserie ‘Ik Mata Hari’ (voor het eerst uitgezonden op 1, 8, 15 en 22 oktober 1981), geregisseerd door haar echtgenoot John van de Rest; Sylvia Kristel speelde de spionne in de rolprent ‘Mata Hari’ (in Nederland uitgebracht op 6 juni 1985), geregiseerd door Curtis Harrington. |
Op 13 maart 1905 treedt ze op in het Parijse Musée Guimet, een museum voor Aziatische kunsten, voor het eerst onder de naam ‘Mata Hari’ – Maleis voor “zon”. Ze danst in niets anders dan een sarong als een zeer schaars geklede bajadère en dat maakt grote indruk. In de zomer van 1906 is Alfred Kiepert haar minnaar – luitenant bij het 11de Regiment Huzaren van Westfalen. In Berlijn huurt hij voor Mata Hari een appartement. Via omwegen – in het seizoen 1911-’12 danste ze in La Scala van Milaan – ontmoette ze Kiepert in februari 1914 weer; vier weken voor een optreden in het Berlijnse Metropol Theater breekt W.O. I uit en wordt haar contract beëindigd. |
Mata Hari reist terug naar Nederland, waar ze zich in Den Haag vestigt bij haar getrouwde minnaar Edouard Willem baron Van der Capellen, kolonel der cavalerie (huzaren). In de lente van 1916 heeft ze contact met de Duitse inlichtingendienst. Ze verblijft onder meer in Köln en Frankfurt, waar ze wordt geïnstrueerd in het gebruik van onzichtbare inkt. Van de Duitsers krijgt ze de codenaam H21. Opnieuw reist ze naar Parijs, waar de Russische kapitein Vadime de Massloff haar vriend wordt. Bij toeval komt ze in contact met kapitein Georges Ladoux, chef van de Franse contraspionage, die haar vraagt als spionne voor Frankrijk te gaan werken. Op 13 februari 1917 werd ze op haar kamer in het Elysées Palace Hôtel gearresteerd, opgesloten in de Prison Saint-Lazare in het 10de arrondissement en in de daaropvolgende vier maanden veertien maal verhoord. Alleen bij het 1ste en 14de verhoor, op 21 juni 1917, is haar advocaat Edouard Clunet aanwezig; de overige verhoren zit Mata Hari alleen tegenover kapitein Pierre Bouchardon. Op 24 en 25 juli vindt achter gesloten deuren het proces voor de Franse krijgsraad plaats, met André Mornet als openbaar aanklager. Aan de hand van het rapport van Bouchardon beoordeelt een zevenkoppige jury unaniem dat ze schuldig is aan pro-Duitse spionageactiviteiten. In het vonnis wordt gesteld dat ze zich schuldig heeft gemaakt aan hoogverraad vanwege spionage voor de Duitsers. Mata Hari wordt ter dood veroordeeld. Hoger beroep helpt niets. Vruchteloos probeert het Nederlandse Ministerie van Buitenlandse Zaken gratie voor Mata Hari te regelen, maar Koningin Wilhelmina wijst het gratieverzoek af omdat ze “niets te maken te willen hebben met de buitenechtelijke escapades van haar man, prins-gemaal Hendrik”. Op 15 oktober 1917 om 06.15 uur wordt Mata Hari, 41 jaar oud, door een vuurpeloton in het bos bij het Château de Vincennes in de nabijheid van Parijs ter dood gebracht. Haar laatste woorden waren: “Dood is niets, leven trouwens ook niet. Sterven, slapen, overgaan in niets, wat maakt het uit? Alles is een illusie." De beeldvorming rond haar persoon (ze cultiveerde talloze minaars, van wie velen officier), haar grote populariteit als beeldschone, erotische danseres en het feit dat ze waarschijnlijk slechts gedateerde informatie aan een Duitse geheim agent zou hebben doorgespeeld, maken het aannemelijk dat Mata Hari niet zozeer werd aangeklaagd vanwege spionage maar omdat ze zeer aantrekkelijk was en nu eenmaal veel frequenteerde in kringen van hoge officieren. Courtisane of prostituee lag veel meer voor de hand. Over officieren zei ze: “Mannen die niet tot het leger behoorden, hebben mij nooit geïnteresseerd. De officier is in mijn ogen een hoger wezen, een held, steeds bereid tot het trotseren van alle gevaren, tot het beleven van alle avonturen.” Uit op 26 januari 1999 in Londen openbaar gemaakte dossiers van de Britse geheime dienst MI5 bleek dat haar effectiviteit als spionne voor de Duitsers zeer gering is geweest. In 2017, 100 jaar na haar dood, zullen de archieven van de Franse autoriteiten worden geopenbaard. Pas dan zal duidelijk worden of Mata Hari het slachtoffer is geworden van een complot dat behendig achter de schermen van de Eerste Wereldoorlog is uitgespeeld. Terug naar Boven MASTWORP Ook genaamd: mastworpknoop. De mastworp wordt gebruikt om een lijn vast te zetten die niet kan ontslippen of losgaan. In het bijzonder wordt de mastworp bevestigd aan de handvatten van een draagbaar wanneer deze wordt gebruikt in het kader van basisreddingstechnieken: - sla de tamp om het handvat
- leg de tamp kruislings over de lijn
- houd de lijn die kruist vast en stop de tamp er onderdoor;
- trek beide einden stevig aan;
- eindig de knoop met een veiligheidsknoop (halve knoop).

Terug naar Boven MATAK FONTEIN-PENNING Penning, vernoemd naar de officier van gezondheid der tweede klasse Dirk Matak Fontein, die in 1869 en '70 een strafexpeditie van de eerste luitenant der mariniers Floris Adriaan van Braam Houckgeest - wiens naam is verbonden aan de kazerne van het Korps Mariniers in Doorn - op de West-Afrikaanse kust (Guinea - het huidige Ghana, dat in die tijd nog deels Nederlands Oost-Indië heette) ondersteunde. Voor de expeditie werd aan beiden – en aan nog een derde deelnemer – de Militaire Willems-Orde (MWO) toegekend. Dirk Matak Fontein ontving de MWO voor zijn hulp aan gewonden onder vijandelijk vuur, wegens “uitgemunt in de behandeling der gekwetsten, deze in het vuur met bedaardheid en kalmte verbonden. Tijdens en na de togt naar Kwassi Krom, was hij onvermoeid in de verpleging der talrijke gekwetsten hoewel hij zelf onderweg tengevolge van de vermoeienissen en de koorts was aangetast.” Nadat op 11 november 1869 het fort Commenda na een scheepsbeschieting was ingenomen en na hevige schermutselingen op 9 december 1869 het oord Anoema-Atjirm was veroverd en platgebrand, voerden landingsdivisies van de schroefstoomschepen Zr. Ms. 'Vice-Admiraal Koopman' en Zr. Ms. 'Amstel' in januari 1870 een bestorming uit op de versterkte nederzetting Kwassie-Krom van Nederlands Oost-Indië. Aan de tocht naar de uren binnenwaarts gelegen vestiging namen in totaal 47 officieren, onderofficieren en manschappen van het Korps Mariniers deel, onder wie Dirk Matak Fontein. Hij was, zoals zovelen, ziek door koorts. Met overredings- en overtuigingskracht was Matak Fontein erin geslaagd de commandanten van beide schepen nut en belang bij te brengen over zaken als drinkwater en voeding, hittebelasting, kleding, malariaprofylaxe, preventieve hygiënische maatregelen en werk- en rusttijden. Zijn adviezen zijn opgevolgd en hebben zonder twijfel bijgedragen aan het resultaat van de strafexpeditie.
De bevolking van Kwassie-Krom, van geweren voorzien en in de bossen een geduchte tegenstander, bood aanvankelijk veel tegenstand, maar werd toch veroverd en door de aan Nederlandse zijde vechtende negers in brand gestoken. Drie Europeanen lieten het leven, 15 raakten gewond. Bij de bosnegers was het aantal doden, vermisten en gewonden tenminste 250. Met de verovering van Kwassie-Krom op 9 januari 1870 werd het wettig gezag hersteld en een einde gemaakt aan de onregelmatigheden tegen Nederlandse onderdanen.
 | De penning is in 2007 ingesteld door de Inspectie Militaire Gezondheidszorg (IMG). Sindsdien wordt de penning jaarlijks uitgereikt aan militaire artsen, verpleegkundigen en andere medici die zich gedurende een operationele inzet hebben onderscheiden op één van de volgende gebieden: acute hulp aan oorlogsslachtoffers, het preventief geneeskundig optreden, adviesvaardigheden ten opzichte van bevelvoerende officieren en een zorgzame houding ten opzichte van patiënten. De penning is bedoeld om de waardering te kunnen uiten ten opzichte van de medische professionals die binnen Defensie hun werk onder soms moeilijke tot zeer moeilijke omstandigheden doen. Het is de grootste penning die de Koninklijke Landmacht uitgeeft: ruim 10 cm in doorsnede. De penning, gemaakt van puur zilver, heeft aan de ene zijde de tekst "De Amstel, de vice-admiraal Koopman" en aan de andere "Het wettig gezag hersteld 1869 - 1870 Commenda, Getuchtigd XI nov. Anoema-Atjirm, Verbrand IX Decem. Kwassie -Krom veroverd XI Jan." |
In december 2007 vond voor de eerste maal de uitreiking van de Matak Fontein-penning plaats. Hierbij werden vier militaire artsen en drie militaire verpleegkundigen gelauwerd: sgt¹ Raymond Akkermans (in maart 2008 pas ontvangen) | sgt¹ Robert den Dekker (KLU) | sgt¹ Hans Ultzen | kapitein-luitenant ter zee arts b.d. Nico Kruijer | kapitein-luitenant ter zee arts Antoinette van de Ven | majoor-arts Johannes Gort | majoor-vliegerarts Francoise Belonje |
De uitreiking vindt plaats door de Inspecteur Militaire Gezondheidszorg tijdens een officieel diner, waarbij in ieder geval de leden van het comité van aanbeveling en de inspecteurs van de Inspectie Militaire Gezondheidszorg aanzitten, naast de ontvangers van de penning (met oorkonde) en andere genodigden. De audiëntie vindt plaats op de Zwaluwenberg in Hollansche Rading, de voormalige werklocatie van Z.K.H. Prins Bernard. De avond wordt afgesloten in de Herenkamer, de voormalige werkkamer van de prins. 
In 2009 ontvingen onder meer de drie bovenstaande collega's de Matak Fontein-penning: van links naar rechts sergeant-majoor Edo de Bakker, majoor-arts Albert van der Krabbe en sergeant-majoor Hans Cornelissen. Op 18 juni 2009 ontvingen het drietal het kleinood met oorkonde en laudatio (reden van toekenning met lofrede) uit handen van de Inspecteur Militaire Gezondheidszorg, commandeur-arts A.P.C.C. Hopperus-Buma. Al op 11 september 2008 had kapitein-ter-zee arts (KTZAR) anesthesioloog Chris Bleeker de penning in ontvangst mogen nemen. |
Terug naar Boven MATROZEN-ABC Boeken van Joep Hanssen. Beide delen bevatten de vertrouwde terminologie en vocabulaire die in gebruik zijn én waren in de maritieme en nautische wereld in zijn algemeenheid en bij de Koninklijke Marine en het Korps Mariniers in het bijzonder. Deel 1 van ‘Het Matrozen-ABC' verscheen in 2001, deel 2 in 2002. Feitelijk zijn beide boeken het maritiem-nautische equivalent van het bekende Boekje Pienter dat binnen de Koninklijke Landmacht regeert. 
Boekomslagen van 'Het Matrozen-ABC', delen 1 en 2 | Het veteranenperiodiek Checkpoint wijdde aan het eerste deel een boekrecensie in haar uitgave van januari / februari 2002 en aan het tweede deel in haar uitgave van januari / februari 2003. Hanssen schreef onder het pseudoniem N.A. Vorscher het boek 19-toen… 19-nu, een selectie uit de artikelen die hij in de loop van tien jaar schreef voor Trivizier, het periodiek van de Vakbond voor Defensiepersoneel VBM/NOV. |
De boeken tellen beiden 80 pagina's, kosten elk € 11,00 en zijn uitgebracht door Uitgeverij Ceharo in Den Helder. ISBN van deel 1 is 9080623458, ISBN van deel 2 is 9080623466. Terug naar Boven MAYDAY Signaal voor noodgevallen in de radiotelefonie, vergelijkbaar met de internationale morsecode S.O.S. (in punten en strepen weergegeven: ··· −−− ···) in de radiotelegrafie. De term is een verhaspeling van het Franse “M’aidez!” (“Help mij!”). Bij het radiotelefonische verzoek om onmiddellijke assistentie bij een dreigende levensgevaarlijke noodsituatie, worden ontvangers van het signaal in eerste instantie verzocht enkel te luisteren, niet te antwoorden en radiostilte in acht te nemen. Het signaal wordt gebruikt in lucht- en scheepvaart en militaire kringen. Terug naar Boven MB G280 CDI 12 KN 4X4 In 2008 zijn binnen Defensie 127 open terreinvoertuigen van Mercedes-Benz van het type G280 CDI binnengestroomd. De introductie van de voertuigen, die worden geassembleerd door DaimlerChrysler Nederland BV en € 132.000 per stuk kosten, is feitelijk een reactie op de modificaties bij MB's die in gebruik zijn bij het KCT en 11 Luchtmobiele Brigade; naar aanleiding van operationele evaluaties werden hierbij de achterassen, het chassis, de remmen en de vering verbeterd. De MB 280 CDI heeft een 185 pk (136 kW) sterke 3-liter (2.987 cm3) V6 Common-rail Diesel Injection (CDI)-motor en beschikt over een volautomatische 5-traps transmissie (versnellingsbak) met permanente vierwielaandrijving (4x4). Het motorvermogen is een verdubbeling ten opzichte van de oude MB, wat bijvoorbeeld in bergachtig terrein en met optrekken voordeel oplevert. In het terrein wordt de ABS uitgeschakeld (die daar tegenwerkt). Drie elektrisch geschakelde sperren - voor, centraal en achter - zorgen voor een evenredige verdeling van kracht over de wielen, waardoor rijden in zwaar terrein wordt vergemakkelijkt. De elektrisch geschakelde hoge en lage gearing kan tijdens het rijden worden in- of uitgeschakeld. 
De 700 kg geïntegreerde carrosseriebepantsering aan de bodem en de zijkanten, inclusief een verzwaard onderstel, biedt bescherming tegen mijnen. Daarnaast zijn er diverse voorzieningen voor militaire uitrusting en wapens, zoals een ringaffuit voor een automatische granaatwerper (AGW), MAG, Minimi, mitrailleur .50 inch en in de toekomst het Gill MRAT-antitankwapen. Het gewicht is hiermee toegenomen tot 4.800 kg. De variant voor de KL is toegerust met een groot bagagerek aan de achterzijde en bezit daardoor een netto laadvermogen van 1.200 kg. Dankzij het versterkt chassis kunnen de terreinwagens met underslung onder een helikopter worden vervoerd. De MB G280 CDI 12 kN 4x4 voldoet in alle opzichten aan de AQAP-2110 (NATO Quality Assurance Requirements for Design, Development and Production). In de AQAP (Allied Quality Assurance Publications) worden de eisen beschreven voor het ontwerp, ontwikkeling en productie van Defensiematerieel). De MB voldeed als enige van de gekandideerde voertuigen volledig aan het programma van eisen. Chauffeurs moeten in het bezit zijn van een C-rijbewijs, omdat het gewicht van de MB G280 CDI 12 kN 4x4 ± 4.800 kg is. Onderhoudstechnisch is het voertuig een verbetering: door elektrosensoren kan de voertuigcomputer onder andere uitlezen wat het oliepeil is en waar zich eventuele defecten bevinden. Overige specificaties: accu’s | 5 (radio kan minder gemakkelijk voertuigaccu’s leegtrekken) | | actieradius | 600 à 800 km | banden | 225/75 R 16 | capaciteit brandstoftank | 96 liter | | lier | afneembaar; zelfberging voortaan mogelijk | | maximumsnelheid | 160 km p/u (verhard) / 70 km p/u (onverhard) | rookbuislanceerinrichting | optioneel op rek op motorkap |
Terug naar Boven M.B.I.T.R. | Voluit: Multi-Band Intra Team Radio (AN/PRC-148). Tactische radio, geproduceerd door Thales (VS), voor onderlinge communicatie binnen een klein team die aan het begin van de 21ste eeuw in het kader van het moderniseren van de communicatie binnen de krijgsmacht is ingevoerd. Het is een multifunctionele Special Forces-radio, die door de teams wordt gebruikt binnen zowel het Korps Commandotroepen als het Korps Mariniers. De MBITR heeft een frequentiebereik van 30 tot 512 MHz, is geschikt voor AM/FM, data(encryptie) en spraak, en weegt 870 gram. Zie ook: Korps Commandotroepen. Terug naar Boven |
MEAL READY TO EAT Acroniem: MRE. Het MRE is het Amerikaanse gevechtsrantsoen. De gemiddelde Amerikaanse militair noemt het cynisch een "Meal Rejected by Ethiopians", maar het zijn hoe dan ook ware overlevingspakketten voor 24 uur. Elke Amerikaanse militair die een operatie in gaat heeft een MRE-voorraad voor driemaal 24 uur bij zich. Daarbij is er keus uit 24 menu's. In een MRE-pakket zit bijvoorbeeld appelmoes, cappuccinokoffie, chocoladekoekjes, hartkeks, kaas en oplosdrankjes. De favoriet van menigeen is een waar collector's item: een glazen Tabasco-miniatuurflesje met 1/8 ste ounce rode pepersaus. | 
Meal Ready to Eat |
Het MRE kan worden verhit met een zgn. 'flameless heater', een chemische reactie die plaatsheeft door in een zak - waarin een aluminium zak met rantsoen is geplaatst - water (H2O) toe te voegen aan de daarin aanwezige ongebluste kalk/calciumoxyde (CaO). De exotherme reactie zorgt voor het zelfverwarmen van het voedsel. Een MRE is met de grootst mogelijke zorg ontwikkeld door het U.S. Army Soldier Systems Center, gevestigd in Natick, Massachusetts. Het MRE kan drie jaar worden bewaard bij een temperatuur van 26,5 graden Celsius. Terug naar Boven MEAT TAG Binnen de Nederlandse krijgsmacht, voor zover bekend, nog een onbekend fenomeen. Een meat tag is een tatoeage die met name door Amerikaanse militairen van het U.S. Marine Corps wordt aangebracht in de oksellijn van één van de armen of net onder het bekken. Op de tatoeage – al dan niet een getatoeëerde kopie van de dog tag (herkenningsplaatje) – staan naam, SSN (Social Security Number of sofi-nummer), religie en bloedgroep. 
Op de foto: de meat tag van U.S. Navy-paramedic Paul “Doc” Errico uit Groveland, Massachusetts De meat tag is niet alleen een statussymbool van diep gevoelde loyaliteit, het is door de min of meer beschermde plaats onder een kogel- of scherfwerend vest vaak de enige manier om het menselijk lichaam nog te kunnen identificeren na de inwerking van geweld (aanslag, mijnincident). In dit opzicht kan de meat tag worden beschouwd als een veiligheidsmaatregel (“prep for combat”). De meat tag wordt bijvoorbeeld genoemd in het boek ‘My War. Killing Time In Iraq’ (2005) van Colby Buzzell. Zie ook: herkenningsplaatje. Terug naar Boven MEDCAP Betekenis: Medical Civil Action Project. Spreekuur voor de burgerbevolking, al dan niet aangekondigd. In enkele uren of een dagdeel behandelen artsen, Algemeen Militair Verpleegkundigen en geneeskundig hulppersoneel van de strijdmacht die ter plaatse op missie is de lokale bevolking (“locals”) in hun eigen omgeving, soms in afgelegen gebieden en eventueel ondersteund door lokaal geneeskundig personeel. Het concept van het aanbieden van hoogstaande poliklinische patiëntenzorg kan deel uitmaken van de Civil-Military Co-operation (CIMIC), waarbij militaire betrokkenheid bij de burgerbevolking de Force Acceptance vergroot. Een belangrijk nevendoel is dan ook te proberen wederzijds respect en samenwerking tussen de strijdmacht en de burgerbevolking te intensiveren. Een variant van de MEDCAP is de DENCAP (Dental Civil Action Project). Terug naar Boven MEDEVAC Acroniem voor Medical Evacuation.
| Snel transport van ernstig gewonden, met name traumapatiënten, vanaf de plaats van het ongeval (calamiteit, eventualiteit, ramp) naar een geneeskundige inrichting door een speciaal daartoe ingerichte helikopter, waarin levensreddende handelingen kunnen worden verricht, met aan boord specialistisch opgeleid medisch personeel (b.v. flight nurse). Volgens de Leidraad Air Manoeuvre is de helikopter - conform de regels van het humanitair oorlogsrecht - voorzien van het voorgeschreven kenteken (rode kruis op wit veld) en gebruikt de voorgeschreven herkenningsseinen (licht en elektronisch). De Amerikaanse krijgsmacht pionierde met deze vorm van 'air-lifted' gewondentransport tijdens de Korea-oorlog (1950-1953). |
Voorbeeld van een MEDEVAC-helikopter is het verzorgen van een Incident Response Team vanuit Sipovo, Bosnië-Hercegovina, dat medische evacuatievluchten verzorgt binnen het inzetgebied van de Stabilisation Force (SFOR), Multinational Division Southwest (MND-SW). Binnen de Nederlandse krijgsmacht houdt 334 Squadron van de Koninklijke Luchtmacht zich bezig met het strategisch MEDEVAC-luchtgewondentransport. Daartoe beschikt de eenheid over transportvliegtuigen van het type C-130 Hercules en Fokker-60 Utility. Ten behoeve van tactische MEDEVAC, d.w.z. in het operatiegebied, maakt de Koninklijke Luchtmacht gebruik van de middelzware transporthelikopter Cougar MK II , die twee liggende patiënten op draagbaar kan vervoeren. In Nederland wordt het patientenvervoer door de Search and Rescue (SAR) 303 Squadron van de Koninklijke Luchtmacht vanaf de Waddeneilanden (Vlieland) naar de Vliegbasis Leeuwarden ook wel, maar ten onrechte, gezien als MEDEVAC. Verschilt derhalve van de CASEVAC. Zie ook: flight nurse. Terug naar Boven MEDEVAC COMPANY De coördinatie van gewondentransportmiddelen van de Medical Task Force van de NATO Response Force (NRF-5), en dus ook van de Medevac Company, heeft plaatsgehad middels de militaire variant van de Centrale Post Ambulance (CPA): het Rescue Coordination Center (RCC). Het RCC vraagt aan de diverse compagnies-commandoposten de gewenste kwaliteit en kwantiteit (hoeveelheid) van geneeskundig personeel en materieel. Elke commandopost, dus ook die van de Medevac Company, geeft de opdrachten aan de desbetreffende inzetmiddelen ('task') en draagt de coördinatie van deze inzetmiddelen vervolgens over aan het RCC. Voor deze constructie is gekozen omdat het anders ondoenlijk is de inzetbaarheid van de diverse gewondentransportmiddelen overzichtelijk te houden. De Medevac Company beschikt over grondgebonden middelen in de vorm van M-voertuigen (ambulances met verpleegkundige of arts) en A-voertuigen (zonder arts of verpleegkundige), al dan niet gepantserd. | 
Logo van de Medevac Company van de Medical Task Force van NRF-5. |
De helikopters van het type Bell Huey UH-1 ten behoeve van MEDEVAC zitten niet in de Medical Task Force. De gewondentransportmiddelen worden beheerd door de role 1-geneeskundige installaties (GE en NL) en eerst dan na een gewondenmelding aangestuurd met behulp van FM-radio, Satcom en Iridium-telefonie. Patiënten met prioriteit 1 kunnen hierbij in aanmerking komen voor afvoer door middel van het luchtgebonden transportmiddel. Specifiek in het geval van een Mass Casualty (MASCAL) is het inzetten van het juiste gewondentransportmiddel van levensbelang. Na overdracht van de patiënt aan een geneeskundige installatie wordt het beheer van het gewondentransportmiddel weer overgedragen aan de commandopost van de Medevac Company. Binnen de MEDEVAC Company, geleid door een Nederlandse kapitein, opereren drie pelotons: - Belgisch peloton (BE)
- Duits peloton (GE)
- Nederlands peloton (NL)
Elk peloton wordt aangevoerd door een luitenant; de Duitse PC is tevens 2IC (plaatsvervangend commandant) van de compagnie; de Duitse OPC tevens sergeant-majoor operatiën op de Commandopost (CP). Nederland levert de CSM. Het Belgische peloton telt vijf gepantserde en vijf niet-gepantserde gewondentransportmidddelen, respectievelijk het pantserwielvoertuig Pandur 6X6 (bemanning: 3) en de Unimog Ambulance 4X4 (bemanning: 2). | 
De drie nationale geneeskundige baretemblemen van de Medevac Coy, van links naar rechts: Belgisch, Duits en Nederlands. |
Het Duitse peloton telt twee mobiele role-1 geneeskundige installaties, te weten twee teams Leichter Bewegliche Arzttruppe (LBAT) - elk bestaande uit twee Mercedes-Benz 270-CDI-gewondentransportmiddelen (ten behoeve van één patiënt), vier Unimog-Krankenkraftwagen (KRKW) en twee wielgepantserde Fuchs-gewondentransportmiddelen. Het Nederlandse peloton telt twee statische role-1 geneeskundige installaties met elk zes tenten, zes Mercedes-Benz 10Kn-gewondentransportmiddelen (maximaal twee liggende gewonden) en twee wielgepantserde Patria-gewondentransportmiddelen. Terug naar Boven MEDIC Ook genaamd: SF Medic of Medic S(pecial) F(orces). Combattant met geneeskundige neventaak (CGN), evenals de Combat Life Saver (CLS'er). Gewondenhelper bij het Korps Commandotroepen, die een uitgebreider opleiding heeft genoten dan de reguliere gewondenhelper (Combat Life Saver) bij de gevechts- en gevechtssteunende eenheden. De medic is, evenals de CLS’er, géén geneeskundig personeel maar neventaker (en dus combattant). Per ploeg (van acht militairen) beschikt het KCT over twee medics, demspecs (demolitiespecialisten), snipers (sluipschutters) en commspecs (verbindingsspecialisten). | |
De medic moet, gezien het optreden van de special operations ploeg (specopsplg), een gewonde door het uitvoeren van levensreddende en stabiliserende geneeskundige handelingen (voorbehouden handelingen) tenminste 72 uur in leven kunnen houden. Vanwege de risicovolle omgeving, in door de vijand beheerst gebied, èn het zelfstandige karakter van de inzet van Special Forces kan het immers dagen duren voordat de commando’s weer kunnen terugvallen op een civiel of militair gezondheidszorgsysteem. De medic wordt gedurende 13 weken opgeleid aan het Instituut Defensie Geneeskundige Opleidingen (IDGO), met name in traumazorg (Tactical Combat Casualty Care). Terug naar Boven MEDICAL FACT-FINDING MISSION Missie bedoeld om feitenmateriaal te verzamelen en te onderzoeken, waarbij specifieke aandacht uitgaat naar de gezondheidsrisico’s die Nederlandse militairen lopen tijdens een militaire operatie én de geneeskundige aspecten die van belang zijn tijdens een operatie. Hierbij kan worden gedacht aan: aanwezigheid van hulpverleners (Non Governmental Organizations) | accomodatie | afval | asbest | bewassing van kleding van eigen personeel | bruikbaarheid van lokale wegen voor patiëntenvervoer | drinkwatervoorziening | geneeskundige inrichtingen en overige voorzieningen bij de lokale bevolking | medevac-(on)mogelijkheden | normen en gebruiken bij de lokale bevolking | vaccinaties benodigd bij eigen personeel | voedselveiligheid en -voorziening | voorzieningen voor rust en recreatie |
Zie ook: fact-finding mission. Terug naar Boven MEDICAL PICK-UP POINT Afgekort: MEDPUP. Landing point dat specifiek is ingericht voor het oppikken van gewonden en zieken. Behalve een gedekte helilandingplaats van 100 bij 100 meter is de MEDPUP een hulppost(groep) van het hulppostpeloton van de geneeskundige compagnie van de gemechaniseerde brigade. De MEDPUP treedt op bij de voorbataljons (en het Brigade Verkennings Eskadron) en/of de hulpposten ten behoeve van de zo snel mogelijke afvoer van P1-gewonden. De voorbataljons komen de P1-gewonde met eigen gewondentransportmiddelen afvoeren naar de MEDPUP, die idealiter behalve behandel- ook verpleegcapaciteit (holding area) heeft (die nodig is in afwachting van de dedicated helikopter voor MEDEVAC). De MEDPUP ligt idealiter 1 à 1½ km gecentraliseerd achter de hulpposten die de voorbataljons ondersteunen, omdat het gevecht van de voorbataljons te ver vooruit wordt gevoerd om probleemloos de geneeskundige afvoerketen in stand te kunnen houden. Terug naar Boven MEDICAL TASK FORCE NRF-4
| Afgekort: MedTF. De MedTF, een combined geneeskundige eenheid ter grootte van een bataljon, maakt deel uit van NRF-4, de vierde rotatie binnen de NATO Response Force waaraan invulling zal worden gegeven door de lead nations Duitsland (GE) en Nederland (NL). De MedTF zal bestaan uit de volgende onderdelen: - Bataljonsstaf (GE/NL)
- Stafondersteuningscompagnie (GE/NL)
- MEDEVAC-compagnie (GE/NL)
- Role 2-compagnie (GE)
- Role 2-compagnie (NL)
|
Hoofdleveranciers voor de Nederlandse eenheden binnen de MedTF zijn: - 43 Geneeskundige Compagnie van 43 Gemechaniseerde Brigade (Johannes Postkazerne, Havelte)
- 422 Hospitaalcompagnie van 400 Geneeskundig Bataljon (Generaal Spoorkazerne, Ermelo)
Samen met Duitse en Belgische zustereenheden zullen deze eenheden deze nieuwe eenheid vormen en deel uitmaken van NRF-4. 43 Geneeskundige Compagnie wordt binnen de MedTF herverdeeld: - Compagniesstaf naar Stafondersteuningscompagnie
- Logistiek peloton naar Stafondersteuningscompagnie
- Verbandplaatspeloton (via Hulppostpeloton) naar MEDEVAC-compagnie
- Hulppostpeloton naar MEDEVAC-compagnie
- Ziekenautopeloton naar MEDEVAC-compagnie
422 Hospitaalcompagnie levert het leeuwendeel van de Nederlandse role 2-compagnie, die feitelijk bestaat uit een samengaan van 422 Hospitaalcompagnie met 570 MOGOS-peloton; hierbij wordt MOGOS leading. Terug naar Boven MEDISCH INSTRUMENTATIE TECHNICUS Afgekort: MIT. Onderofficier die werkt ten behoeve van de geneeskundige eenheden van de KL en als taak heeft het primaire zorgproces op het gebied van de medische techniek te ondersteunen. De MIT – voorheen: Geneeskundig Instrumentarium Technicus (GIT) – is verantwoordelijk voor het onderhoud, herstel, ijken en kalibreren van medische apparatuur en materieel. De MIT/GIT is een technicus op het niveau MBO-4 (elektronica, energietechniek, fijnmechanische techniek of werktuigbouw) en is een genie op het gebied van natuur-, schei- en wiskunde en elektronica. Na de opleiding tot onderofficier aan de KMS doorloopt de MIT/GIT het Opleidings- en Trainingscentrum Logistiek in Soesterberg (School Techniek en Onderhoud). Terug naar Boven MEDIUM GIRDER BRIDGE Afgekort: MGB. Letterlijk: middelmaat draagbalkbrug. De MGB is in 1971 ontwikkeld door de Britse firma WFEL Ltd. (Stockport) voor de Britse krijgsmacht. Evenals de Baileybrug is de MGB een vaste oeverbrug, die met name wordt gebruikt als de vijand zich op grote afstand voorwaarts bevindt. Deze vaste oeverbrug kan zonder gebruikmaking van bouwmachines door ± 20 militairen worden gebouwd in maximaal 3½ uur. De brug bestaat uit twee hoofdliggers waartussen een dek is aangebracht. De breedte van het rijdek is 4 meter. | 
Voorbeeld van een medium girder bridge. |
Er zijn constructiemogelijkheden tot 22 velden (maximale overspanning 49 meter 70) tot een Military Load Classification van 60. De fundamentele bouwdelen bestaan uit 7 componenten die zijn vervaardigd van een speciale legering van zink, magnesium en aluminium. Op enkele na zijn alle MGB-delen lichter dan 200 kg. De meeste delen kunnen gemakkelijk door 4 militairen worden gedragen, sommige door 6 militairen. Vele configuraties van de MGB zijn mogelijk. Voordelen van de MGB zijn het lichtgewicht, de gemakkelijke assemblage en luchttransportabiliteit (zowel in pallets als deels geassembleerd). De MGB is onder andere in gebruik bij Groot-Brittannië, Nederland, Nieuw-Zeeland en de Verenigde Staten. Binnen 11 Air Manoeuvre Brigade wordt gestudeerd op een Air Portable en Air Droppable MGB. Zie ook: Baileybrug, genie, pontonnier en vouwbrug. Terug naar Boven MEDSITREP Afkorting van Medical Situation Report. Een dagelijkse verslag van de toestand van de (militaire) gezondheidszorg van één of meer geneeskundige inrichtingen en/of het militaire inzetgebied in zijn totaliteit. De MEDSITREP kan bijvoorbeeld informatie bevatten over: - aantal patiënten dat is gezien
- soort verwondingen en ziekten van de patiënten ( EPINATO )
- status van de klasse VIII-goederen (geneeskundige gebruiks- en verbruiksartikelen)
- status van de geneeskundige uitrusting
- status van de medische evacuaties ( MEDEVAC )
- capaciteit van de geneeskundige inrichtingen in de Area of Responsibility (AOR)
Terug naar Boven MEERLAGENSYSTEEM Het meerlagensysteem is opgebouwd conform het koudweertenue zoals dat is omschreven in het Handboek KL-militair (HB 2-1352). Welke kledinglagen worden aangetrokken, hangt af van de mate van koude, wind chill factor én aard/duur van de werkzaamheden die onder koude en/of natte weeromstandigheden moeten worden uitgevoerd. Van links naar rechts is in onderstaande fotoreeks de draagvolgorde in het meerlagensysteem te herkennen: 
ZICHTBAAR OP FOTO | NIET ZICHTBAAR OP FOTO | adamskostuum | | t-shirt | onderbroek | hemd lange mouw of Noors shirt | lange onderbroek | basisjas | basisbroek | bontvoering parka (fleece Helly Hansen) | | buitenjas (parka bilaminaat) | | koudweer-overall | |
Onder natte maar zeker ook onder koude weersomstandigheden (isolerende werking) kan daarnaast de regenbroek (“broek, natweer”) worden gedragen. Zie ook: C.O.L.D. F.E.E.T., koudeletsels en L.O.R.D. Terug naar Boven MEIJER, CHRIS Johan Christiaan (Chris) Meijer wordt op 21 juli 1917 geboren in Dieren. De sergeant capitulant ("bijtekenaar") sterft op 12 mei 1940 op 22-jarige leeftijd voor een vuurpeloton van vijf marechaussees op de pistoolbaan van het Korps Mariniers in de Kaapse bossen in Doorn. Voor zover bekend is Chris Meijer de enige Nederlandse militair die na de Duitse aanval op Nederland in 1940 is geëxecuteerd (vanwege desertie). Het is zowel de eerste executie in Nederland sinds 1860 – toen in Maastricht Johan Nathan op een schavot voor het stadhuis aan de galg werd gehangen – als de laatste keer dat de doodstraf door een krijgsraad is uitgesproken. | In mei 1940 is Chris Meijer commandant van twee, enkele honderden meters uiteengeplaatste stukken pantserafweergeschut (PAG) van 19 Regiment Infanterie (19 RI). De kleine vuurmonden zijn 47mm Böhler antitank-kanonnen van Oostenrijkse makelij. De kanonnen zijn geloceerd op de Laarschenberg, de noordelijke helling van de Grebbeberg. Met zijn 1ste sectie PAG zijn stellingen ingenomen in de stoplijn van de Grebbelinie – de achterste hoofdweerstandsstrook, op ± 750 meter ten westen van de frontlijn. Zijn beide stukken staan in het bataljonsvak van reserve-majoor Johan H.A. Jacometti, commandant van het 2de bataljon van 8 Regiment Infanterie. In de ochtend van 11 mei 1940, bij het uitbreken van de Slag om de Grebbeberg, komt het zuidelijke stuk, in aanwezigheid van Meijer, onder storend Duits artillerievuur. Meijer en zijn stukscommandanten hebben geen brisantgranaten om het Duitse vuur te beantwoorden. |
Omdat de beschietingen de bovengrondse verbindingslijnen hebben vernield, kan Meijer bataljonscommandant Jacometti niet meer bereiken. Wanneer een granaat vlakbij zijn opstelling detoneert, besluit Meijer tijdens een vuurpauze om 11.00 uur ’s ochtends, met de voltallige stuksbemanning de zuidelijke post te verlaten. Dat gebeurt zonder toestemming van zijn directe commandant, reserve-kapitein W. Labots. De bemanning van het noordelijke stuk verzuimd hij in te lichten. Als hij zich terugtrekt is de afstand tussen Meijer’s stuk en de aanvallende Duitse troepen hemelsbreed 3 km; zijn stelling heeft slechts lichte schade opgelopen en geen van zijn manschappen is gewond noch gesneuveld. 
Meijer rijdt op de motor voorop, gevolgd door de negen manschappen in een open PAG-trekker met pantserafweerkanon. Ze melden zich niet bij een nabijgelegen of naasthogere eenheid maar trekken naar het westen met het doel om in de Vesting Holland de strijd voort te zetten. Bij Loenen aan de Vecht, 45 km ten westen van het front, gaan Meijer en zijn mannen in een café een kop koffie drinken. Voor een lokale veldwachter loopt de groep in het oog; hij rapporteert de plaatselijke militaire autoriteiten en begeleidt de groep-Meijer goedwillig naar de Koning Willem III-kazerne in Nieuwersluis. Al op 12 mei wordt Meijer voor een inderhaast geformeerde krijgsraad te velde gebracht. De commandant van het 2de Legerkorps, generaal-majoor der artillerie Jacob Harberts heeft voor het instellen hiertoe de avond tevoren toestemming gekregen van de commandant van het Veldleger, J.J.G. baron Van Voorts tot Voorst jr. Generaal-majoor Harberts wenst een “afschrikwekkend voorbeeld” te stellen voor de door hem veronderstelde grote lafheid onder Nederlandse militairen. De verdediger van Meijer voor de krijgsraad is kapitein Van Erp. 
Artikel 84 van de Wet Militair Strafrecht (WMS). Na een rechtszitting van drie kwartier veroordeelt de krijgsraad Meijer ter dood. Hij wordt op alle punten schuldig bevonden aan het tenlastegelegde – desertie: “in tijd van oorlog opzettelijk buiten noodzaak eigendunkelijk ontruimen en verlaten van zijn post” – en veroordeeld volgens lid 2, artikel 84 Wet Militair Strafrecht (WMS). (Formeel was er in het geval van Meijer geen sprake van desertie, dat in de WMS strafbaar wordt gesteld conform de artikelen 98-100.) Onmiddellijk bekrachtigt generaal-majoor Harberts het vonnis met een fiat executio: hij staat toe dat het doodvonnis wordt tenuitvoergelegd. Enkele uren later, op Eerste Pinksterdag om 15.00 uur, wordt Chris Meijer in Doorn gefusilleerd. In zijn twee nagelaten brieven, aan zijn ouders en zijn verloofde, suggereert Meijer dat hij ernstig gewond is geraakt en spoedig zal sterven. Twee dagen na Meijer’s executie wordt Harberts van zijn commando ontheven, omdat hij de controle over de situatie en zichzelf kwijt is: hij reageerde onvakkundig, schatte de slagkracht van de Duitse troepen verkeerd in en nam zijn ondergeschikte officieren en manschappen laf en slap gedrag kwalijk. Hoewel het vonnis in 1940 is gepubliceerd in het Militair Rechterlijk Tijdschrift (MRT), wordt pas in 1967 door twee artikelen in het Nederlands Juristenblad in beperkte kring ruchtbaarheid gegeven aan de zaak-Meijer. Het meest in het oog springende artikel is ‘Generaal en Krijgsraad te velde in 1940 - een noodzakelijke verduidelijking’ door mr. Herman H.A. de Graaff. Eerst in 1970 wordt de ware toedracht van Meijer’s dood aan het grote publiek bekendgesteld, dankzij het tv-programma ‘De bezetting’ van Loe de Jong (in het kielzog van de publicatie van het derde deel van ‘Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog’), de monografie De zaak van sergeant Meijer van Jan F.A. Boer en, als klap op de vuurpijl, een tv-uitzending van AVRO’s Televizier. | |
Dankzij deze aflevering van AVRO’s Televizier krijgt generaal-majoor b.d. Harberts veel kritiek over zich heen. Nog altijd staat hij achter het vonnis van Meijer en beweert onder andere "dat Meijer zijn dood eerlijk had verdiend" en zelfs: “De houding van het 2de Legerkorps was over het algemeen laf geweest”. Binnen een paar uur na de uitzending wordt zijn huis in Haarlem door woedende oud-strijders belegerd, moet hij onder politie-escorte zijn huis verlaten en verruilt hij uiteindelijk Nederland voor Schotland. Op 28 december 1997 toont de VPRO-tv de door Hans Keller en Henk Hofland gemaakte dramadocumentaire ‘De zaak van de sergeant Meijer’ in de serie ‘Verhalen uit het land van de voldongen feiten’. Peter Blok speelt hierin sergeant Meijer, Helmert Woudenberg generaal Harberts. Opnieuw volgt een verzoek tot rehabilitatie uit de Tweede Kamer, nu door Jan Marijnissen van de Socialistische Partij, maar Minister van Defensie Joris Voorhoeve reageert afwijzend omdat “geen nieuwe feiten (waren) gepresenteerd die een ander onderzoek of rehabilitatie rechtvaardigen.” In mei 2010 dringt het SP-Tweede Kamerlid Remi Poppe nogmaals aan op eerherstel; volgens de jurist Stan Meuwese, die werkt aan een proefschrift over dienstweigering, is Meijer alleen maar doodgeschoten om als afschrikkend voorbeeld te dienen. | Hoe uitzonderlijk het doodvonnis van de Nederlandse sergeant Meijer was, blijkt uit het feit dat van alle dertien miljoen ingezette Amerikaanse militairen in de Tweede Wereldoorlog er slechts één wegens een militair misdrijf – desertie – is geëxecuteerd: Private Eddy Slovik van Company G, 109th Infantry Regiment, 28th Infantry Division. Gedurende W.O. II werden 21.049 Amerikaanse militairen veroordeeld om reden van desertie en 49 werden daadwerkelijk ter dood veroordeeld, maar Slovik was de eerste Amerikaanse militair sinds de Amerikaanse Burgeroorlog die werd geëxecuteerd. Slovik is op 31 januari 1945 door een vuurpeloton doodgeschoten in Sainte-Marie aux Mines in Frankrijk. |
|
Alle publicaties leiden tot beroering, onder andere omdat tussen het vonnis van de krijgsraad en de executie minimaal 48 uur had moeten worden gewacht. Dit is niet gebeurd omdat Harberts een “afschrikwekkend voorbeeld” wilde stellen. En dit is niet gelukt: het bericht over Meijer’s executie heeft de troepen op de Grebbeberg nooit bereikt. Bovenstaand lemma is geplaatst uit oogpunt van de uitzonderlijke feiten, niet om (de daden van) de militair Chris Meijer te romantiseren noch als rechtvaardiging voor desertie. Voor militairen is deserteren - “betoonde lafheid in het aangezicht van de vijand” – een doodzonde. Hoewel de procedure in de zaak-Meijer blijkbaar verre van nauwkeurig is geweest, is zij voorgelegd aan een militair strafrechtcollege en is het in deze zaak gewezen vonnis formeel-juridisch correct. Gemeten naar de toen geldende criteria was de tenuitvoergelegde straf overeenkomstig de wet. |

de Volkskrant, 21 mei 2010: de zaak-Chris Meijer wordt weer eens voor het voetlicht gebracht. Ditmaal dankzij Kamervragen van SP-Tweede Kamerlid Remi Poppe en een aanstaand proefschrift van de jurist Stan Meuwese. 
Download hier de column 'de Wereld volgens Wecke. Sergeant Meijer' uit Checkpoint, nummer 3, april 2010, van drs. Leon Wecke (351 kB) Terug naar Boven MEMORANDUM OF UNDERSTANDING Afgekort: MOU. Letterlijk: diplomatieke nota van overeenstemming. Document dat de samenwerking tussen partijen (eenheden), met name tussen de lead nation en troop contributing nation(s), regelt. De MOU beschrijft zaken van wederzijds belang, in een gezamenlijke bevoegdheid, in een bepaald gebied, gedurende een bepaalde looptijd en voor een bepaalde operatie. Hierin worden met name beleid, doel, onderlinge samenwerkingsstructuur, onduidelijkheden, procedures, taakverdeling, verantwoordelijkheden en voorwaarden van een operatie beschreven. Zie ook: lead nation en troop contributing nation. |
Terug naar Boven MEMORIAL JUMP MARKET GARDEN | Op zaterdag 18 september 2004 hebben elf veteranen - tien Britse en één Poolse - meegedaan aan de jaarlijkse Memorial Jump – herdenkingssprong - naar aanleiding van Market Garden. De Memorial Jump is een waardige herdenking van de gesneuvelde militairen van de luchtlandingseenheden tijdens de Slag om Arnhem. Locatie is het gebied aan de oostzijde van Ede – in de oorlog aangeduid als dropping zone ‘Yankee’ - op de Ginkelse Heide bij de schaapskooi ten zuidoosten van de Verlengde Arnhemseweg (N 224), de provinciale weg van Arnhem naar Ede. |

In 2004 begon het programma met een verkenningssprong door militairen (pathfinders) van het 4th Para Volunteer Battalion van het Britse Parachute Regiment. Daarna volgde de dropping van achttien Tsjechische militairen uit de partnerstad Chrudim. Vervolgens sprongen de veteranen uit een Norman Ylander (solo) en een Dakota (tandemsprong). Na de landing door de veteranen is er een demonstratie door 11 Air Manoeuvre Brigade met Chinook CH-47D en Cougar MK II-transporthelikopters. Tot slot waren er parachutesprongen aan “bolletjes”, zoals de valschermen die in 1944 werden gebruikt ook wel worden genoemd. Uit acht Amerikaanse, Britse en Nederlandse Hercules C-130 transportvliegtuigen en Dakota’s sprongen honderden militairen en vrijwilligers van het 2de en 4de Britse parachutistenbataljon en 11 AMB. Aansluitend aan de paradroppings had de traditionele kranslegging plaats bij het Airborne Monument aan de N 224 op de Ginkelse Heide. Op het monument staat de tekst uit Jesaja 40:31: “Zij zullen opvaren met vleugelen gelijk de arenden." Op de 60ste herdenking van de luchtlandingen op de Ginkelse Heide én de Memorial Jump Market Garden 2004 kwamen naar schatting 60.000 mensen af. Dit is de laatste Memorial Jump waaraan de veteranen uit de Tweede Wereldoorlog hebben deelgenomen. |
Terug naar Boven MENNO VAN COEHOORN Terug naar Boven MENS SANA IN CORPORE SANO Latijns gevleugeld woord. Betekenis: “Een gezonde geest in een gezond lichaam”. Duits: “Ein gesunder Verstand in einem gesunden Körper”, Engels: “A sound mind in a healthy body”, Frans: “Un esprit sain dans un corps sain”. De achterliggende gedachte van dit gevleugeld woord is dat beweging niet alleen goed is voor het lichaam, maar ook voor de geest. Het gevleugeld woord is afkomstig van de Romeinen, meer specifiek van de Romeinse hekeldichter Decimus Junius Juvenalis (± 62 - 142). Verschillende gevleugelde woorden zijn van Juvenalis afkomstig, zoals bijvoorbeeld ook “Panem et circenses” (“Brood en spelen”). De kreet is onder andere terug te vinden op een bord aan de toegangsweg tot het voormalige oefenterrein Vogelsang in Duitsland. |
Terug naar Boven MENTALE COMPONENT De mentale component is één van de drie componenten die, in de juiste samenstelling met één of meer functies van militair optreden (bescherming, manoeuvre, verzorging en vuurkracht), een meerwaarde (synergie) levert die militair vermogen heet. De twee andere componenten zijn de fysieke en de conceptuele. | |
| | De mentale component bestaat uit: - goede motivatie
- effectief leiderschap
- verantwoord organiseren van de inzet
Geharde en gevechtsbereide teamleden - in de juiste zin van het woord TEAM: Together Everyone Achieves More - hebben hiervoor de juiste 'mentale conditie'. De mentale component van het militair vermogen zal, aldus het standaardwerk ‘Krijgsmacht: studies over de organisatie en het optreden’, “de komende jaren verder in belang toenemen. Dit geldt in overeenkomstige mate voor de rol van information operations. Cruciaal is in dit verband een goede situational awareness.” Aandacht voor de mentale component blijft essentieel. De mentale component is het middelpunt van psychologische operaties: hierin worden psychologische middelen aangewend om de mentale component van de tegenstander te verzwakken of in elk geval te beïnvloeden. Daarnaast dient de eigen mentale component daardoor te worden versterkt. |
Terug naar Boven MENTAL TRAINING Afgekort: MT (Nederlands) en MENTEX (Engels: “Mental Exercise”). Training waarbij militairen worden voorbereid op onverhoopte tegenvallers en worden getraind in doorzettingsvermogen. De bedoeling van een mentale training is om militairen te laten leren omgaan met teleurstellingen en voorbereid te zijn op en omgaan met tegenslag. Militairen kunnen zowel in de opleidingstijd als bij de parate eenheden te maken krijgen met een mentale training. |
Terug naar Boven MERCEDES-BENZ 290GD De Mercedes-Benz Geländewagen is sinds 1979 in productie. In land van herkomst Duitsland heet het voertuig LKW GL Leicht Wolf: Lastkraftwagen geländegängig leicht Wolf. Een terreinwaardige, lichte vrachtwagen. In Nederland is de MB de opvolger van de LandRover (LaRo), ingevoerd in 1994, als eerste bij 11 Luchtmobiele Brigade. | | |

Foto-impressie van de Mercedes-Benz 290 GD. | De MB rijdt inmiddels rond in vele uitvoeringen. De meest bekende zijn een korte (5 kN), lange (7½ kN) en gewonden-transportmiddel (10 kN). Variaties hierop zijn de softtop, het lijnwerkersvoertuig ( voor het leggen van telefoonkabels in terrein), de MB voorzien van MAG of anti-tankwapen. Intussen rijden er ruim 4.000 MB’s rond, voor het vervoer van personen en goederen. In alle MB’s kan zend- en ontvangstapparatuur worden geplaatst. Alle varianten van de MB 290 GD zijn zowel per vliegtuig transportabel (Hercules C-130 en Transall C-160) als underslung lading van een transporthelikopter (Chinook CH-47 en Sea Stallion CH-53). |
| | 
Specificaties: | 5 kN-uitvoering | 7½ kN-uitvoering | draaicirkel | 5 meter 70 | 13 meter 40 | laadvermogen | 515 kg | 1.050 kg | lengte | 4 meter 16 | 4 meter 56 | massa gevechtsgereedheid | 2.700 kg | 3.300 kg | wielbasis | 2 meter 40 | 2 meter 85 | zitplaatsen | 2 + 2 | 2 + 4 | aandrijving | voorwiel / 4 x 4 | acceleratie | 0- 100 km per uur: 17,1 seconde | actieradius | 600 km | bandenmaat | 235/85 R16 | inhoud brandstoftank | 96 liter | breedte | 1 meter 69 | elektriciteitssysteem | 24 Volt | fabrikant | DaimlerChrysler AG (Stuttgart, Duitsland) | hoogte | 1 meter 92 | maximale hellingshoek | 80% (39 graden) | maximale zijdelingse hellingshoek | 48% (35 graden) | maximumsnelheid | 137 km per uur | motor | 5 cilinder 4 takt Mercedes-Benz turbodiesel | motorinhoud | 2½ liter | motorvermogen | 68 kW | prijs kale uitvoering | € 65.000 | versnellingen | vijf, handmatig |
Zie ook: ziekenauto Mercedes-Benz 290GD 10 kN GWT. |
Terug naar Boven MERCEDES-BENZ VARIO 0815D Voluit: autobus 13 personen voor Geneeskundige Dienst Koninklijke Landmacht. Deze autobus wordt primair gebruikt voor het vervoer van specialisten ten behoeve van de MOGOS- en hospitaaleenheden van de Geneeskundige Dienst. De bus, voor het besturen waarvan een rijbewijs D benodigd is (> 8 personen, exclusief de chauffeur), heeft permanente vierwielaandrijving, een gepantserde voorruit, scherfwerende Dyneema-dekens in de zij- en achterwanden en scherfwerende profielen op de carrosserievloer. | | Naast het gestandaardiseerde voertuiggereedschap, heeft de Mercedes-autobus camouflagenetten, magnetische Rode Kruis-tekens, sneeuwkettingen en zeilen in het voertuig. Technische gegevens: | aandrijving | 4 x 4 permanent | gewicht | 7.490 kg | maximaal totaalgewicht | 7.490 kg | maximaal laadvermogen | 2.500 kg | motor | 4-cilinder dieselmotor OM 904 LA, inline turbo, intercooled | motorvermogen | 110 kW (150 pk) | tankinhoud | 70 liter | versnellingen | vijf, voorzien van hoge en lage gearing |
|
Terug naar Boven MESSTIN | Samentrekking van de Engelse woorden “mess” (hoeveelheid voedsel, gerecht) en “tin” (etensblik). Een messtin is een etensblik dat dient als eet- en kookgerei. De organieke messtins waren van roestvrij of vertind staal, de huidige messtins bij de Koninklijke Landmacht zijn van aluminium. Messtins worden per paar verstrekt; het tweetal past in elkaar, zodat zij ook geschikt is voor de opslag van kwetsbaar geachte artikelen tijdens velddienst e.d. Om goed uit de ‘rammeltest’ (fuco) te komen, verdient het aanbeveling in de omgekeerd in elkaar passende messtins ondergoed, een paar sokken en/of zakdoeken te bewaren. |
| | De lichtgewicht KL-messtins (samen 420 gram) zijn rechthoekig van vorm met buitenmaten van 18 x 13 x 6 cm (grote messtin) en 16 x 12 x 5½ cm (kleine messtin). Aan de korte zijde hebben de messtins een opklapbaar handvat. Behalve dat de messtin ideaal is om koffie of thee in te zetten of een ei in te bakken, kan er ook in worden gekookt. Dit is mogelijk op een open vuur (Peak One-brander, kochertje met vaste brandstof, b.v. esbit/hexamine) óf op een zelfgegraven veldoven. Gebruik hierbij de kleine messtin als kookgerei en de grote als deksel, opdat de kookwarmte binnen en ongewenst vuil uit het terrein buiten blijven. |

| Het schoonmaken van een aangekoekte en ingekookte messtin gaat het beste met het schuurmiddel zand. Het geniet echter de voorkeur te eten uit een eigen (koeken)pannetje: sinds 2001 mag binnen de KL niet meer van de messtins worden gegeten in verband met het onhygiënisch bevonden drievatensysteem. Heden ten dage wordt daarom van plastic, disposable borden gegeten. Naast de door de KL verstrekte drie-eenheid lepel, mes en vork in clip, is het meest gebruikte bestek de spork – een combinatie van lepel, mes en vork ineen. |
Terug naar Boven M.E.T.H.A.N.E. Aanvraagprocedure in het kader van een MEDEVAC indien zich een ernstig ongeval met één of meer ernstige gewonden heeft voorgedaan. Zodra een first responder op de ongevalslocatie is, doet hij zo volledig mogelijk een METHANE-melding aan het hogere echelon (Med Cell of Med Ops).Zo spoedig mogelijk dient vervolgens onderstaande melding te worden gedaan aan de hulpverleningsautoriteit: M | My callsign | Eigen roepnaam | E | Exact location of incident (grid reference) | Plaats ongeval, coördinaat, zoveel mogelijk bijzonderheden | T | Type of incident | Soort ongeval (brand, Improvised Explosive Devices, verkeersongeval) | H | Hazards at the scene (present and potential) | Gevaren op locatie (afgrond, brand, ontsnapte gevaarlijke stoffen, giftige rook, improvised explosive devices en/of mijnen, ROTA) | A | Access to (and egress of) the scene | Toegang tot locatie, coördinaat, HLS, markering, aanvliegroute, bijzonderheden: - aanrijroute over de weg
- aanvliegroute door de lucht
- nabijheid pick-up point (Heli Landing Site)
- coördinaat HLS
- wijze van markeren HLS (witte H, rode breaklights)
- zicht (bewolking, mist)
- wind
- heuvels of hoogspanningsdraden
- marshaller wel/niet aanwezig
- herkenningstekens
| N | Number (and severity) of casualties | Aantal, aard, prioriteit, bijzondere verwondingen: - categorie P1 t/m P3
- aantallen
- soorten verwondingen (lopend of liggend)
- bejaarden of kinderen
- specifieke letsels
| E | Emergencies on scene (present and required) | Aanwezige en benodigde hulpmiddelen zoals speciale apparatuur en personele capaciteit: |
|
Terug naar Boven Voluit: Militair Geneeskundig Logistiek Centrum. | Onderdeel van de Bedrijfsgroep Gezondheidszorg (BGGZ) dat krijgsmachtbreed aan alle eenheden geneeskundige dienstgoederen bezorgt. Het gaat hierbij om goederen voor farmaceutische, fysiotherapeutische, geneeskundige en tandheelkundige verzorging, zowel gebruiks- als verbruiksartikelen. Daarnaast beheert het MGLC de Militaire Bloedbank te Leiden en de apotheek in het Centraal Militair Hospitaal te Utrecht. Tot slot maakt het MGLC dienstbrillen en monocles (voor het NBC-masker) gereed. |
De groothandel levert in het leeuwendeel van de gevallen direct aan het MGLC, dat op haar beurt de goederen doorverstrekt aan de eenheden. Tot de BGGZ behoren verder de volgende onderdelen: Voor de periode 2008-2011 was Alliance Healthcare de leverancier voor genees- en verbandmiddelen aan het MGLC. Het MGLC is gevestigd aan Haskeruitgang 102, 8447 AL te Heerenveen. Zie ook: Centraal Militair Hospitaal (CMH), Instituut Defensie Geneeskundige Opleidingen (IDGO) en Militaire Bloedbank. |
Terug naar Boven M.I.A. Engelse afkorting: Missing In Action. Duits: Vermißt im Einsatz. Frans: porté disparu. De term wordt gebruikt voor militairen die vermist zijn geraakt op het slagveld of zijn gevangengenomen door de vijand (Prisoner of War: POW) en niet naar huis zijn teruggekeerd. Houdt dus in dat de betrokken militairen voor een onbepaalde periode niet meer deelnemen aan het gevecht, al zouden zij willen. Volgens de maatstaf van de Algemene Verdedigingstaak zal een minderheid van het gevechtsverlies bestaan uit vermisten en gevangenen. Zie verder: gevechtsverlies. |
Terug naar Boven MIJNENLEGGER ffv-5821, MECHANISCHE Sinds 1988 binnen de Koninklijke Landmacht aanwezig uitrustingsstuk van de Zweedse wapenproducent Förenade Fabriks Verken (FVV) ten behoeve van het leggen van tactische mijnenvelden (contramobiliteit). Aanvankelijk stroomde het uitrustingsstuk in bij de pantsergeniecompagnieën en geniebataljons. Tegenwoordig zijn de mijnenleggers alleen nog ingedeeld bij de pantsergeniecompagnieën licht (2 stuks) van de gemechaniseerde brigades, waar zij worden ingezet in combinatie met de pantsergeniepelotons. 
De mechanische mijnenlegger FFV-5821 is vandaag de dag in gebruik bij de pantsergeniecompagnieën licht van de gemechaniseerde brigades De mijnenlegger is geschikt om antitank-mijnen (AT-mijnen) van het type DM31 zowel op als onder het maaiveld te leggen. Het met de hand of mechanisch leggen van de DM31 – die voldoet aan de eisen van detecteerbaarheid en de-activering, een werkingstijd heeft van 40 dagen en niet tussentijds kan worden uitgeschakeld – is in vergelijking met verstrooien of verschieten echter zéér tijdrovend. Een geoefende bemanning kan - bij daglicht en zonder NBC-beschermingskleding – met behulp van de mijnenlegger in 1 uur ± 300 mijnen onder het maaiveld leggen. Blijven de mijnen op het maaiveld liggen, dan is een aantal van ± 500 haalbaar. De maximale legsnelheid van het trekkend voertuig is in beide gevallen 7 km per uur. Een in het midden onder het apparaat-met-dieselmotor gemonteerde holle ploeg trekt – in het geval onder het maaiveld mijnen moeten worden gelegd – een vore met een maximale ploegdiepte van 20 cm. Vervolgens schuiven via een transportband vanaf het trekkend voertuig de mijnen in een ontgrendelingsmechanisme en aansluitend met een instelbare tussenruimte van 6, 7½ of 10 cm in de vore. Een toeschuivend mechanisme achter de mijnenlegger dekt het rijenpatroon van de gelegde mijnen af. |
Terug naar Boven MIJNENVELD Deel van het maaiveld waar landmijnen, zowel AP- als AV-mijnen, zijn gelegd. Landmijnen kunnen handmatig worden gelegd, met behulp van mechanische middelen, en kunnen worden verschoten of verstrooid. 
Links een mijnenveld in Bosnië-Hercegovina, rechts op de Golan-hoogvlakte op de grens tussen Israël, Jordanië, Libanon en Syrië Er worden vier soorten mijnenvelden onderscheiden: beschermende, storende, tactische en schijnmijnenvelden. Normaliter hoort een kunstmatige hindernis als een mijnenveld zowel onder direct vuur als onder directe waarneming te liggen, anders heeft zij geen of zeer weinig effect. Een eenmaal gelegd mijnenveld moet zo gedetailleerd mogelijk op een zo klein mogelijke schaal in kaart worden gebracht, opdat het na een conflict eenvoudig, doelmatig en dus zo goedkoop mogelijk kan worden geruimd. Ook moeten mijnenvelden worden afgezet én gemarkeerd met waarschuwingsborden; deze zijn meestal rood van kleur met witte belettering. | DOEL | ALTERNATIEF | WIJZE VAN LEGGEN | WAAR | BESCHERMEND MIJNENVELD | Overrompeling van eenheden op groeps- en pelotonsniveau voorkomen | Vergroting van de eigen eenheid; verzwaring van de overige bewapening | Handmatig | Bij de eigen troepen | STOREND MIJNENVELD (*) | Toepassen op locaties die niet onder eigen direct vuur en waarneming liggen om de vijand te vertragen, ontwrichten of te beletten een bepaald gebied of bepaalde route te gebruiken | Onbekend | Handmatig, mechanisch, verschoten of verstrooid | Op zeer grote afstand van de eigen troepen | | TACTISCH MIJNENVELD | Vijand stoppen, vertragen of van richting laten veranderen, of een eigen aanval te beveiligen | Kunstmatige hindernis; grootschalige vernieling van infrastructuur | Mechanisch, verschoten of verstrooid | Op afstand van de eigen troepen | SCHIJNMIJNENVELD | Misleiden van de vijand door slechts één of enkele gelegde scherpe mijnen of zelfs alleen maar de afschrikwekkende afbakening van een mijnenveld | Andere vorm van misleiding | Handmatig | Bij de eigen troepen |
(*) Evenals een brugvernieling, kratering, valblok of verhakking is een storend mijnenveld in de regel een situationele hindernis in het kader van contramobiliteit (gereedmaken van het terrein ten nadele van het optreden van de vijand). Zie ook: hindernis. |
Terug naar Boven MILIEUVOERTUIG MERCEDES-BENZ SPRINTER 311 CDI Sinds november 2007 beschikt de Koninklijke Landmacht over 21 milieuvoertuigen die in het bijzonder zijn bedoeld voor intern gebruik op kazernes. De nieuwe voertuigen vervangen de omgebouwde Mercedes-Benz ambulances die voor hetzelfde doel werden gebruikt. 
Milieuvoertuig van de Lokale Facilitaire Dienst. De laadbakopbouw is gerealiseerd door Hoekstra B.V. Carrosseriebedrijf te Winterswijk Het voertuig wordt door de Lokale Facilitaire Diensten op de kazernes van het KL gebruikt voor alle werkzaamheden die met het milieu te maken hebben, zoals de inzameling van het Klein Chemisch Afval (KCA, bijvoorbeeld batterijen, inktcartridges en TL-buizen), controle aan de ondergrondse tanks en de olie/water/slib-afscheiders.
Het voertuig is uitgerust met een ruime laadbak met een vloeistofdichte vloer en voorzien van een laadklep. In de laadbak zijn bakken en vaten geplaatst om het afval al in een vroeg stadium te kunnen scheiden. |
Terug naar Boven MILITAIR Behalve een manier van leven die zich niet beperkt tot "nine-to-five" en zich voor de buitenwereld, helaas niet zelden, afspeelt in het duistere spectrum van stoere mannen en vrouwen die mensen doodschieten, iemand die zijn of haar professie uitvoert binnen de krijgsmacht. Wat mij betreft is één van de mooiste definities van militair: “Those blessed people who put their lives on the line day after day to secure the protection and defence of their nation. Sadly these heroic men and women are often made out to be war mongers and provocative by a corrupt media. The general public seem to have the idea our military enjoys the killings of innocent civilians, as they are vastly unaware that they do their duty to protect their homeland. Any unjust wars are the fault of our government NOT out military.” (Urban Dictionary) |
Militair is een verzamelnaam, evenals krijgsman. Het door de media vaak ten onrechte gebruikte "soldaat" is daarentegen een onderscheid in rangen en standen - in dit geval een stand. In Nederland is de militair sinds 1 mei 1997 (opschorting van de dienstplicht) een vrijwillig dienende beroepsmilitair. Hierbij kan een onderscheid worden gemaakt tussen beroepsmilitairen voor bepaalde tijd (BBT’ers) en beroepsmilitairen voor onbepaalde tijd (BOT’ers). Vanaf 1 januari 2006 verdwijnt het onderscheid tussen BBT’ers en BOT’ers; vanaf 1 januari 2008 wordt iedereen aangesteld als militair bij de krijgsmacht in plaats van een krijgsmachtdeel. |
Terug naar Boven MILITAIRE BASISEISEN De aan iedere militair te stellen minimale algemene eisen die moeten garanderen dat betrokkene in staat moet worden geacht om als militair te functioneren onder algemene operationele omstandigheden, na de juiste opleiding en training. De militair moet voldoen aan: - lichamelijke eisen eisen van opleidbaarheid
- psychische eisen
- sociale eisen en vaardigheden
Militaire basiseisen zijn "een absolute ondergrens", ongeacht de functie die betrokkene vervult. Zij zijn van kracht met ingang van 1 november 1998. Overige functie-eisen - zoals aanvullende opleidingseisen, aanvullende fysieke eisen en aanvullende persoonlijkheidseisen - worden opgenomen in de functiebeschrijving. De militaire basiseisen zijn kenbaar gemaakt in bijlage A bij brief BLS (luitenant-generaal M. Schouten) KAB/1998/11628 d.d. 4 juni 1998. Aan deze eisen moet een militair zijn gehele loopbaan voldoen, wil er sprake zijn van militaire geschiktheid. Het niet voldoen aan de militaire basiseisen zal leiden tot ongeschiktheid voor de militaire dienst. Militaire basiseisen moeten niet worden verward met aanname- en keuringseisen. Lichamelijke eisen De militair: - Is in staat de fysieke test (bestaande uit sit-ups, push-ups en een 12-minutenloop) in de voor hem/haar geldende leeftijdscategorie met goed gevolg af te leggen.
- Is in staat om het militaire tenue (GVT) te dragen, inclusief hoge schoenen, een helm en een scherfwerend vest die standaard in de KL aan het personeel wordt verstrekt. Het scherfwerend vest moet minimaal ± 8 uur per etmaal kunnen worden gedragen.
- Is in staat de gevechtsuitrusting I (cfm VS 2-1352, Handboek militair, hoofdstuk 32, punt 8c) te dragen gedurende 1 uur. De gevechtsuitrusting I bestaat uit de basisgevechtsuitrusting (persoonlijk wapen, patroonhouders, nbc-masker in draagtas, helm met overtrek, draagsysteem, pionierschop met foedraal, veldfles met drinkbeker en hoes, zakmes en noodverband) aangevuld met de rugzak.
- Is in staat een handvuurwapen te hanteren.
- Is in staat zonder zichzelf daarmee lichamelijke schade toe te brengen op onregelmatige tijden te werken, eten en rusten.
- Is in staat gedurende ten minste 6 maanden qua voeding gebruik te maken van de standaard KL-klasse I, inclusief gevechts- en noodrantsoenen, zonder dat het uitblijven van een speciaal dieet schade voor de gezondheid oplevert of verminderde operationele inzetbaarheid tot gevolg heeft.
- Beschikt over voldoende gezichts- en gehoorvermogen en voldoende spraakverstaanbaarheid om te velde te kunnen functioneren.
- Is niet afhankelijk van medicatie die persoonlijk risico met zich meebrengt bij functioneren onder operationele omstandigheden òf risico of belasting met zich meebrengt voor zijn/haar eenheid onder operationele omstandigheden.
- Is in staat een discontinuering van medicatie voor een chronische aandoening te overbruggen gedurende 30 dagen zonder dat dit voor hem/haar tot schade voor de gezondheid leidt.
- Heeft een gebit dat in een zodanige toestand verkeert dat een dental fit-verklaring kan worden afgegeven.
Eisen van opleidbaarheid De militair beschikt over voldoende vooropleiding en/of intellectueel vermogen om de Algemene Militaire Opleiding met succes te kunnen afronden en beschikt tevens over voldoende algemene ontwikkeling om op het van hem/haar te verwachten niveau opleidbaar te zijn voor een militaire functie. Psychische eisen De militair: - Vertoont (bij aanname) geen psychische of psychiatrische stoornissen die de militaire inzetbaarheid beïnvloeden en/of waarvoor specialistische behandeling noodzakelijk is.
- Is in staat 6 maanden operationeel over de gehele wereld te worden ingezet, zo mogelijk onderbroken door ten minste 1 verlofperiode, zonder dat dit leidt tot (blijvende) psychische schade en/of disfunctioneren uitsluitend op grond van het feit dat hij/zij als zodanig wordt ingezet.
- Is geschikt om incidenteel onder psychische druk te presteren op het van hem/haar te verwachten functiegroep niveau.
- Heeft in het verleden geen psychische en/of psychiatrische stoornissen vertoond, die bij een recidief voor hem/haar en/of zijn/haar eenheid onder operationele omstandigheden tot risico's zou kunnen leiden voor hem/haar en/of zijn/haar eenheid.
- Is niet psychisch (en/of lichamelijk) afhankelijk van alcohol of drugs en lijdt niet aan gokverslaving.
- Is in staat in vol-continudienst (ononderbroken dienst) te werken.
Sociale eisen en vaardigheden De militair: - Is sociaal en communicatief gezien in staat in groepsverband onder operationele omstandigheden te functioneren. Dit houdt onder meer in dat de militair de Nederlandse taal zodanig beheerst, dat hij/zij operationeel inzetbaar is.
- Bezit voldoende basale sociale vaardigheden om op het van zijn/haar te verwachten niveau adequaat te blijven functioneren indien hij/zij wordt geconfronteerd met onbekende situaties in een omgeving met andere maatschappelijke en/of culturele opvattingen en/of andere gedragsregels.
- Is sociaal gezien in staat 6 maanden operationeel te worden ingezet, zo mogelijk onderbroken door ten minste 1 verlofperiode.
(Bron onder andere: brief BLS POO/98/33430 d.d. 29 oktober 1998) |
Terug naar Boven MILITAIRE BIJSTAND Militaire bijstand is de door de bestuurlijke of justitiële autoriteiten gevraagde hulpverlening door de krijgsmacht ter ondersteuning van de handhaving van de openbare orde of ter ondersteuning van de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde, alsook de hulpverlening van de krijgsmacht in het geval van (de ernstige vrees voor het ontstaan van) een ramp of zwaar ongeval. Juridisch gezien Militaire bijstand vindt plaats op basis van de Politiewet 1993, artikelen 58, 59 en 60, of op basis van de Wet veiligheidsregio’s (WVR), artikel 51. Bij militaire bijstand wordt Defensiepersoneel onder het gezag van een civiele autoriteit geplaatst. In overeenstemming met de - opschalende - artikelen 58, 59 en 60 van de Politiewet 1993 kan door de Koninklijke Marechaussee (KMar) of door andere onderdelen van de krijgsmacht bijstand worden geleverd aan de politie ten behoeve van de handhaving van de openbare orde, de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde of het verrichten van taken ten dienste van justitie. Deze drie bijstandsmogelijkheden vallen onder de kapstok ‘handhaving van de rechtsorde’. Artikel 58 van de Politiewet 1993 voorziet voor bijzondere gevallen in bijstand door de Koninklijke Marechaussee. Dit gebeurt altijd na overleg met de Minister van Defensie. De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties bepaalt de bijstand in het kader van handhaving van de openbare orde; de Minister van Veiligheid en Justitie bepaalt de bijstand voor strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde of het verrichten van taken voor Justitie. Artikel 59 van de Politiewet 1993 voorziet in bijstand door andere krijgsmachtonderdelen wanneer op grond van artikel 58 niet in de behoefte aan bijstand kan worden voorzien. Na overleg met de Minister van Defensie kan hiermee een beroep op andere krijgsmachtonderdelen dan de Koninklijke Marechaussee worden gedaan. De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties bepaalt de bijstand in het kader van handhaving van de openbare orde; de Minister van Veiligheid en Justitie bepaalt de bijstand voor strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde of het verrichten van taken voor Justitie. Artikel 60 van de Politiewet 1993 gaat over bijzondere bijstandseenheden. Dit is personeel van aanhoudings- en ondersteuningseenheden van de politie (AOE), Koninklijke Marechaussee en andere onderdelen van de krijgsmacht, verzameld in de Dienst Speciale Interventies (DSI). In de DSI, die een aantal specifieke politietaken in het hogere geweldspectrum uitvoert, zijn opgenomen: UI | UE&OO | UIM | Unit Interventie | Unit Expertise en Operationele Ondersteuning | Unit Interventie Mariniers | Beheersmatig ondergebracht bij het Korps Landelijke Politiediensten (KLPD) | Beheersmatig ondergebracht bij het KLPD | Beheersmatig ondergebracht bij het Korps Mariniers van het Commando Zeestrijdkrachten (CZSK) | Gespecialiseerd in kleinschalige high risk operaties waarbij sprake is van explosieven, zware vuurwapens, opofferingsbereidheid van verdachten en CBRN-dreigingen. | Gespecialiseerd in lange afstand precisievuur (scherpschutters). | Gespecialiseerd in grootschalige, offensieve en/of complexe operaties, zoals gijzelingen en kapingen. | Brigade Speciale Beveiligingsopdrachten, Korps Commandotroepen, Korps Mariniers en politie (AOE) | Defensie en politie (AOE) | Mariniers |
Militaire bijstand op grond van de Wet veiligheidsregio’s Ook in de Wet veiligheidsregio’s (WVR), artikel 51, is de militaire bijstand geregeld. De WVR is de opvolger van de Wet rampen en zware ongevallen (WTZO, artikel 18). De WTZO was van kracht tot 1 oktober 2010, toen de WVR van kracht werd. Artikel 51 van de WVR bepaalt dat de Minister van Veiligheid en Justitie zich met een verzoek om bijstand onder andere kan richten tot de Minister van Defensie, die de nodige voorzieningen treft. Dit verzoek zal in de regel worden gedaan bij (de ernstige vrees voor het ontstaan van) een ramp of zwaar ongeval, waardoor een ernstige verstoring van de openbare veiligheid is of kan ontstaan of waarbij een gecoördineerde inzet van diensten en organisaties van verschillende disciplines is vereist. Zie ook: militaire steunverlening en Opplan 10. |
Terug naar Boven MILITAIRE BLOEDBANK Afgekort: MBB. De Militaire Bloedbank, gevestigd in Leiden als colocatie van Sanquin Bloedvoorziening, heeft als voornaamste taak de bloedvoorziening van militair-geneeskundige eenheden bij operationele inzet in het buitenland. De Militaire Bloedbank is daarnaast uniek in het produceren van diepgevroren bloedproducten. 
De taken van de Militaire Bloedbank zijn uitgesplitst: Aanmaken van bloedgroepkaarten en herkenningsplaatjes | Advies & Assistentie (A&A) geven op het gebied van alles wat met bloed te maken heeft | Bepalen van zowel bloedgroep als resusfactor van alle militairen (t.b.v. bloedtransfusies) | Beschikbaar stellen van klinisch-chemisch analisten en laboranten om een klinisch-chemische laboratoriumfaciliteit te bemannen | Produceren van én waken over de beschikbaarheid van diepvries bloedproducten | Uitvoeren van incidentele bestellingen van bloed(producten) | Verrichten van bloedonderzoek |
Omdat Nederland zich voor de duur van minimaal 2 jaar heeft gecommitteerd om aan drie hospitalen bloed(producten) te leveren tijdens ISAF Stage III (2006-2008), levert de MBB drie configuraties van één voorraad- en één werkcontainer voor respectievelijk: Helmand | Role 2 hospitaal GBR te Lashkar Gah | Kandahar | Role 3 Multi-National Medical Unit te Kandahar Airfield (KAF) | Uruzgan | Role 2 hospitaal NLD te Tarin Kot |
Zie ook: herkenningsplaatje. |
Terug naar Boven MILITAIRE COMMISSIE VOOR AUTOMOBIEL- EN MOTORWEDSTRIJDEN Terug naar Boven MILITAIRE INLICHTINGEN- EN VEILIGHEIDSDIENST Afgekort: MIVD. Geheime dienst van de Nederlandse krijgsmacht die rechtstreeks valt onder de Minister van Defensie en deel uitmaakt van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD). De militaire inlichtingendienst richt zich met name op de vijandelijke strijdkrachten. De voorloper van alle Nederlandse inlichtingendiensten is de derde sectie van de Generale Staf (GS III), die vlak voor de Eerste Wereldoorlog, in 1913, werd opgericht. Aanvankelijk viel deze dienst onder de Inspectie van de Koninklijke Marechaussee. Hield deze zich eerst met name bezig met militaire contraspionage, na de Eerste Wereldoorlog richtte de militaire inlichtingendienst zich meer op binnenlandse veiligheid en extreem-links. Via de krijgsmachtgerelateerde militaire inlichtingendiensten (LAMID voor Koninklijke Landmacht, LUID voor Koninklijke Luchtmacht en MARID voor Koninklijke Marine, in 1993 samengevoegd tot de MID) is de MIVD ontstaan. Wat betreft haar taken en bevoegdheden is de Wet op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (WIV), die in 2002 in werking is getreden, de basis van de MIVD. Wat militaire informatie betreft is die te splitsen in: | 
Het logo van de MIVD. De spreuk, met de beginletters van de dienst, luidt: "Meritum In Veritatem Discernendo". In het Nederlands betekent dit: "De verdienste ligt in het kunnen onderkennen van de waarheid". |
| | | informatie op strategisch niveau | Bedoelingen en militaire capaciteit van alle mogelijke vijanden in het algemeen en op lange termijn | informatie op tactisch/operationeel niveau (gevechtsinlichtingen) | Concrete vijand op het slagveld en geografische, meteorologische en terreinomstandigheden waaronder het gevecht zal gaan plaatsvinden |
| Oud-medewerkster Tamara van Halm van de MIVD heeft op 2 juni 2009 in NOVA gezegd dat deze dienst “amateuristisch, laks en bureaucratisch” opereert. Begin 2009 werd de nu 35-jarige Van Halm bij de MIVD ontslagen als strategisch analist en klapt daarom nu uit de school. Van Halm praatte in NOVA over afluisterpraktijken, gebrekkige opleidingen en onduidelijke regels voor medewerkers – geen rooskleurig beeld. |
Rapporten zouden in elkaar worden geflanst met knip- en plakwerk: “Copy-pasten noemden we dat. Het schrijven om het schrijven. Want iedere morgen is er een ochtendbriefing, dus dan moet er iets zijn. Er is altijd wel iets, je pakt gewoon een lokale krant en kijkt wat er gaande is”. Van Halm hield zich, naar eigen zeggen zonder opleiding, bezig met de opsporing van oorlogsmisdadigers als Radovan Karadzic en Ratko Mladic. Hiertoe mocht ze in Bosnië een eigen inlichtingennetwerk opbouwen en onderhouden. Verder zei ze zonder opgaaf van redenen van de een op de andere dag te zijn ontslagen. De MIVD houdt de reden voor haar ontslag geheim en daarom klapte ze nu uit de school: “De reden van mijn ontslag staat in een geheim rapport en daar krijg ik geen inzage in.” Ook zegt ze na haar ontslag nooit een debriefing van de MIVD te hebben gehad, wat te doen gebruikelijk is bij medewerkers die in het bezit zijn van gevoelige informatie. Tot slot stelde Van Halm dat ze door haar baas is afgeluisterd. “Na mijn schorsing ben ik door de MIVD afgeluisterd. Interne bronnen zeggen mij dat het zo is”, aldus Van Halm, die zei dat ze dat niet kan bewijzen. Er loopt al een onderzoek door de Commissie van Toezicht Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CTIVD) naar afluisterpraktijken tegen twee voormalig medewerkers. CDA, PvdA (Angelien Eijsink en Ton Heerts) en SP (Krista van Velzen) willen opheldering van Minister van Defensie Eimert van Middelkoop over het functioneren van de MIVD, maar de bewindsman herkent zich niet in het beeld dat Tamara van Halm schetst. In een reactie zegt Van Middelkoop dat de MIVD een professionele en betrouwbare organisatie is. Over de ruzie tussen Van Halm en de MIVD doet Defensie geen mededelingen, omdat de zaak nog onder de rechter is. Wel bekijkt Defensie op zijn beurt of de vrouw door het interview haar contractuele geheimhoudingsplicht heeft geschonden. Zie ook: Defensie Veiligheids- en Inlichtingen Dienst (DIVI), grondgebonden verkenningseenheid (103 en 104 GGVE), ISTAR-bataljon en verklaring van geen bezwaar (VGB). |
Terug naar Boven MILITAIRE LICHAMELIJKE VAARDIGHEID  | Afgekort: MLV. MLV-proeven worden afgenomen onder verantwoordelijkheid van het personeel van de LO/Sport op de kazerne. De afnameperiode bedraagt maximaal 30 aaneengesloten kalenderdagen. Tussen het niet slagen en een hernieuwde poging dient een periode van tenminste drie maanden in acht te worden genomen. De volgorde waarin de proeven worden afgenomen is vrij. De MLV-proeven kunnen collectief worden afgelegd per eenheid, indien het afnemen van de MLV-proeven is opgenomen in het Fysieke Opleidings- en Trainingsprogramma van de eenheid, maar ook individueel op basis van vrijwilligheid. |
| | Tussen het met goed gevolg afleggen van de MLV-proeven en het opnieuw afleggen dient een periode van tenminste zes maanden in acht te worden genomen. Onderdeel | Tenue | Tempoloop over 1.000 meter | GVT-1 met MLV-wapen | Duurloop over 5.000 meter | Sporttenue met sportschoenen | Catcrawl over 10, 15, 20 of 23 meter, vanuit apenhang | GVT-1 zonder helm | Hindernisbaan, standaard of internationaal | GVT-1 zonder helm | Ver- of juistheidswerpen, met werpgewichten (heren 550 gram, dames 350 gram) | GVT-1 zonder helm | Touwklimmen, 3 tot 7½ meter | GVT-1 zonder helm | Zwemmen over 200 meter (facultatief) | Zwemtenue |
| |
|
Terug naar Boven MILITAIRE OPERATIE Dit is elke vorm van feitelijk militair optreden in vredestijd, tijdens een gewapend conflict of in oorlogstijd, dat voor een specifiek doel wordt uitgevoerd. Wanneer militairen of eenheden deelnemen aan een militaire operatie, is dat per definitie in tijd begrensd en heeft het een specifiek karakter. Zie ook: dimensies van militair optreden en operationele niveaus. |
Terug naar Boven MILITAIRE SATELLIETCOMMUNICATIE Afgekort: MilSatCom. Officieel in gebruik genomen op 1 januari 2005. Militaire tegenhanger van Station 12, 'It Greate Ear' ("Het Grote Oor"), het grondstation voor civiele satellietcommunicatie op 1,5 km ten noordwesten van het Friese oord Burum. 'It Greate Ear' is een achttien hectare groot terrein waarop zich paraboolantennes bevinden die in diameter variëren van 2,4 tot 32 meter. Via het gewone telefoonnet en straalzenders wordt het Europese en intercontinentale verkeer vanuit Nederland en een aantal omliggende landen verzameld. Antennes stralen het verkeer op naar één van de boven de aarde hangende satellieten. Op talrijke plaatsen ter wereld zijn soortgelijke stations gevestigd, die het satellietverkeer opvangen en via het eigen kabelnet doorzenden naar de bestemming. | MilSatCom wordt uitgevoerd door vier schotels met een diameter tussen zeven en elf meter vanaf de Lodewijk Willem van Nassaukazerne in Zoutkamp, Groningen. Indien de behoefte toeneemt kunnen nog eens vier schotels worden bijgeplaatst. De schotels garanderen het data- en spraakverkeer tussen de operationele eenheden in den vreemde en de statische organisatieonderdelen van het Ministerie van Defensie in Nederland. In een nabijgelegen gebouw op de WLvN-kazerne wordt het satellietcommunicatiesysteem gekoppeld aan het glas- en/of kopervezelnetwerk. |
Ten behoeve van het ontvangen van én zenden met de eenheden in missiegebieden krijgt de Koninklijke Landmacht 32 tactische terminals (mobiele schotels). De tactische terminals worden ondergebracht bij 101 CIS-bataljon in Garderen, die elk exemplaar met twee personen opzet. In de eerste helft van 2005 maken de tactische terminals reeds deel uit van het communicatienetwerk voor de NATO Response Force . Op talrijke plaatsen ter wereld zijn soortgelijke stations gevestigd, die het satellietverkeer opvangen en via het eigen kabelnet doorzenden naar de bestemming. De behoefte aan militaire in plaats van civiele satellietcommunicatie komt voort uit de gewijzigde, flexibele inzet van de Nederlandse krijgsmacht en de sterk gestegen informatiebehoefte. Nadeel van civiele dus externe providers is dat de satellietcapaciteit niet gegarandeerd is. MilSatCom kan ook de verbindingen tussen operationele eenheden onderling verzorgen, bijvoorbeeld als de huidige verbindingsmiddelen (radio, straalzender) niet toereikend zijn. Zie ook: KL-VSAT. |
Terug naar Boven MILITAIRE SPECTATOR Het oudste nog verschijnende tijdschrift van Nederland is de Militaire Spectator; waarschijnlijk is het zelfs het oudste nog bestaande militaire tijdschrift van de wereld. Het is in 1832 opgericht door de eerste luitenant dr. Jacob Cornelis van Rijneveld (1799-1851). Het eerste nummer van de eerste jaargang verscheen op 29 januari 1832; sindsdien heeft het blad zich geëvolueerd tot een toonaangevend internationaal vakblad op militair-wetenschappelijk gebied dat geldt als een opinieleider voor officieren van de Koninklijke Landmacht en Koninklijke Luchtmacht. | Van Rijneveld was officier van de Rijdende Artillerie. 16 jaar lang, van 1832 tot 1848, was Van Rijneveld de hoofdredacteur van het blad. De Enkhuizenaar Van Rijneveld trad in 1815 aan als cadet op de Koninklijke Militaire Academie, op 20 januari 1820 begon zijn carrière als tweede luitenant bij het Korps Rijdende Artillerie. In 1822 trad hij in het huwelijk met Adelaide Heloise Wilhelmina van Ingen, waaruit vier kinderen werden geboren. Hij nam in 1830 deel aan de Tiendaagse Veldtocht in België, voor welke krijgsdeugd hij op 16 november 1830 werd benoemd tot Ridder in de Militaire Willemsorde. In 1834 werd hij hoofd van het KMA-onderwijs in de artilleriewetenschappen en in 1840 publiceerde hij de geschiedschrijving ‘Celebes, of veldtogt der Nederlanders op het eiland Celebes in de jaren 1834 en 1825, onder aanvoering van Zijne Excellentie den Heere luitenant-generaal (destijds generaal-majoor) Baron J. J. van Geen: uit officiële rapporten’. |
In 1842 verliet Van Rijneveld als majoor der artillerie de KMA om in 1848 naar Nederlands-Indië te vertrekken, waar hij het opperbevel voerde over de artillerie. Willem II beloonde in 1841 zijn diensten met de ridderorde van de Nederlandse Leeuw; in 1843 kreeg hij van de Koning van Pruissen de Orde van de Rode Adelaar. Zijn eindrang was kolonel. De inhoud van de Militaire Spectator bestaat onder meer uit uiteenlopende artikelen op krijgswetenschappelijk en militair-historisch gebied, opinie-artikelen, officiële mededelingen van beide krijgsmachtdelen, polemieken, recensies, vertalingen van buitenlandse artikelen e.d. Al in 1940 verschenen de eerste artikelen over de Duitse aanval op Nederland in 1940. De jaargangen 112 (1943) en 113 (1944) zijn als gevolg van de Tweede Wereldoorlog niet verschenen. De maandelijkse oplage bedraagt ± 10.000 exemplaren. Sinds 1972 wordt de Militaire Spectator uitgegeven door de Koninklijke Vereniging ter Beoefening van de Krijgswetenschap (KVBK). De KVBK – in 1865 opgericht door officieren die verontrust waren over de kwaliteit van de krijgsmacht én het gebrek aan publieke interesse over nationale Defensieaangelegenheden – kreeg in 1965 het predicaat 'Koninklijk'. In 1982, tijdens het 150-jarig bestaan van de Militaire Spectator, werd de Militaire Spectator Legpenning in het leven geroepen met als doel het positieve denken en schrijven over defensie te stimuleren. Legpenningen zijn onder meer uitgereikt aan prof. dr. Ger Teitler (1999) en de Bevelhebber der Luchtstrijdkrachten (BDL), luitenant-generaal Dirk Starink (2004). In 2007 verscheen Officieren aan het woord. De geschiedenis van de Militaire Spectator 1832-2007 door Ben Schoenmaker en Floribert Baudet. | |
Zie ook: Heinrich Mathias Friedrich Landolt. |
Terug naar Boven MILITAIRE STEUNVERLENING Voluit: Militaire steunverlening in het openbaar belang. Tijdelijke steunverlening door de krijgsmacht aan een bestuursorgaan in situaties waarbij openbare belangen in het geding zijn, niet zijnde militaire bijstand in de zin van artikel 58, 59 of 60 van de Politiewet 1993 of artikel 51 van de Wet Veiligheidsregio's (WVR). Militaire steunverlening betreft steeds goederen of diensten die dringend benodigd zijn. Ministers, Commissarissen van de Koningin, burgemeesters of dijkgraven (waterschap) kunnen militaire steunverlening aanvragen wanneer zelf niet (tijdig) of afdoende in de noodzakelijke steun kan worden voorzien en de aanvraag niet aan een civiele marktpartij kan worden gegund (factor tijd). Het operationeel bevel over de eenheden die zijn belast met de uitvoering van militaire steunverlening berust bij een door de Minister van Defensie aangewezen commandant. De commandant bepaalt de wijze van uitvoering, maar handelt op aanwijzing en onder verantwoordelijkheid van het aanvragende bestuursorgaan. Militaire steunverlening vindt plaats op basis van de ‘Regeling militaire steunverlening in het openbaar belang 2004’ (Ministeriële Publicatie 11-10, Voorschrift Militaire Steunverlening). Inzet van militairen op grond van deze regeling is ongewapend, zodat een geweldsinstructie niet noodzakelijk is. Bij militaire steunverlening in het openbaar belang kan onder meer worden gedacht aan de inzet van militairen ten behoeve van het houden van toezicht op het vervoersverbod bij uitbraak van een besmettelijke dierziekte, het leggen van een noodbrug door de genie, het leveren van CBRN-ontsmettingseenheden door de genie en het leveren van geneeskundige eenheden. Een voorbeeld van militaire steunverlening in het openbaar belang was januari tot april 2008 de inzet van een mobiel noodhospitaal door militairen van 472 MOGOS-Compagnie (400 Geneeskundig Bataljon) bij de Intensive Care-afdeling van het Medisch Spectrum Twente in Enschede na besmetting van patiënten met de multiresistente ziekenhuisbacterie Acinetobacter baumannii. Zie ook: militaire bijstand en Opplan 10. |
Terug naar Boven MILITAIRE WILLEMS-ORDE | Afgekort: MWO. De hoogste Nederlandse dapperheidsonderscheiding, op 30 april 1815 door Koning Willem I in het leven geroepen. |
Volgens de wet is de MWO bedoeld voor personen die zich "in de strijd door het bedrijven van uitstekende daden van moed, beleid en trouw, hebben onderscheiden" . Overigens hoeft dat niet in oorlogstijd te zijn: het woord 'oorlog' wordt in de wet namelijk niet genoemd. Ook tijdens vredesoperaties zijn er situaties van "strijd" denkbaar. De onderscheiding is overigens niet vernoemd naar koning Willem I zelf. Naamgever is Guillaume d'Orange (755-812), volgens de overlevering de eerste graaf van het Zuid-Franse graafschap Orange (Oranje). Anders genaamd: Willem met de Hoorn (Guillaume au cornet) en Willem met de Korte Neus (Marquis au court nez). De naam is in het advies van de raad d.d. 10 april 1815, nummer 142/42, voorgesteld door het lid van de Hoge Raad van Adel (1814 en ’15), dr. mr. Rutger Metelerkamp. In 1815 was er alle aanleiding voor de stichting van een militaire orde zoals de Militaire Willemsorde. Nederland werd geconfronteerd met de Franse opmars onder leiding van Napoleon. De MWO is bedoeld als een zgn. verdienstenorde, d.w.z. zonder onderscheid voor rangen en standen en onafhankelijk van adeldom. De MWO kent vier klassen: - Ridder-Grootkruis (1 ste klasse)
- Commandeur (2 de klasse)
- Ridder 3 de klasse
- Ridder 4 de klasse
De veldtocht tegen Napoleon in 1815, met de veldslagen bij Quatre-Bras en Waterloo, was de eerste gelegenheid waarvoor de Militaire Willems-Orde werd uitgereikt. Erfprins Willem Frederik George Lodewijk van Oranje-Nassau ontving de eerste MWO: het Ridder-Grootkruis. In totaal werden er naar aanleiding van veldtocht en -slagen van 1815 maar liefst 1.004 personen onderscheiden. | |
| | De MWO heeft voorrang boven alle ridderorden en andere onderscheidingen. Van 1815 tot mei 1940 kende Nederland slecht één militaire dapperheidsonderscheiding, maar sindsdien ook het Bronzen Kruis (1940), de Bronzen Leeuw (1944) en het Vliegerkruis (1941). Daarnaast kan de militair ook de civiele Erepenning voor Menslievend Hulpbetoon (1822) verdienen. De meeste ridders traden naar voren tussen 1816 en 1927 in het voormalige Nederlands-Indië: Atjeh, Borneo, Celebes, Djambi en Lombok. In en na de Tweede Wereldoorlog is de MWO slechts ± 200 keer uitgereikt, onder andere aan: Tijdens de herdenking van 125 jaar Militaire Willemsorde op 30 april 1940 sprak Z.K.H. Prins Bernhard de legendarische woorden: "Ik hoop en vertrouw dat alle militairen die nu onder de wapenen zijn, op het moment dat het er eens op aan zou komen, zich uwe daden zullen herinneren." Niet wetende dat hij, voor zijn verdiensten gedurende de Tweede Wereldoorlog, in 1946 zelf het Commandeurskruis der Militaire Willemsorde mocht ontvangen. In de loop der jaren is de MWO in totaal meer dan 6.000 maal uitgereikt. Volgens commandeur b.d. F.F. van Duim, zelf onderscheiden met de MWO voor zijn acties als commandant van de onderzeeboot 'O 21' tijdens de Tweede Wereldoorlog, "moest je [om in aanmerking te komen voor een MWO] tenminste het oogwit van de vijand hebben gezien." Bij het 180-jarig bestaan van de MWO, in 1995, waren er nog slecht 33 ridders MWO in leven. De laatste individuele Militaire Willemsorden werden op 12 juli 1955 uitgereikt op de Frederik Hendrikkazerne in Vught. Twee officieren ontvingen de onderscheiding uit handen van Z.K.H. Prins Bernhard, die de gebruikelijke ridderslag gaf. De gedecoreerden waren bij Koninklijk Besluit (KB) van 3 oktober 1953 de kapitein der infanterie Johan Heinrich Christoffel Ulrici (1921-2005), voor zijn aandeel in het Nederlandse verzet tijdens de Tweede Wereldoorlog en de Politionele Acties in Nederlands-Indië, en bij KB van 14 mei 1955 de toenmalige kapitein der infanterie Tivadar Emile Spier (1916), eveneens voor zijn daden tijdens de Politionele Acties in Nederlands-Indië. 
Een van de laatste twee individueel met een Militaire Willems-Orde gedecoreerden, kapitein der infanterie Tivadar Emile Spier (foto met dank aan Mw. Inez Spier). 
Links luitenant-kolonel b.d. Spier naast luitenant-generaal b.d. Ted Meines in de Ridderzaal in 2007 (foto met dank aan Mw. Inez Spier). Op 10 februari 2009 is bekendgemaakt dat kapitein Marco Kroon (’s-Hertogenbosch, 15-07-1970) van het Korps Commandotroepen (KCT) op 29 mei 2009 uit handen van Hare Majesteit Koningin Beatrix een Militaire Willemsorde (MWO) krijgt uitgereikt. Kroon, voorgedragen voor de MWO door zowel ondergeschikten als meerderen, wordt benoemd tot Ridder 4de klasse van de MWO. 
Kroon krijgt de hoogste dapperheidonderscheiding voor enkele gewaagde acties tijdens een uitzending naar Uruzgan (Afghanistan) van maart tot augustus 2006; hij leidde een peloton van het KCT. Vooral zijn aandeel in een Amerikaans, Australisch en Nederlands offensief in de Baluchi-vallei, trok de aandacht. Kroon kreeg met zijn 30 commando's opdracht te voet door de Taliban-linies te breken, om enkele leiders uit te schakelen. Daarbij moest hij onder meer vuursteun op zijn eigen positie aanvragen, om uit een hachelijke situatie te kunnen komen. “Tijdens de gevechten, die plaatsvinden onder zware terrein- en klimaatsomstandigheden, leidt kapitein Kroon zijn peloton op kundige, inventieve en inspirerende wijze. Mede door zijn optreden weet het peloton de zware en soms lange gevechten telkens in zijn voordeel en zonder personele verliezen te beslechten. Wat opvalt, is dat kapitein Kroon zich tijdens de vuurgevechten niet laat afschrikken door grote persoonlijke risico’s. Zo neemt hij bij een gelegenheid het gevecht over van een coalitiepartner, die hierdoor een zwaargewonde militair kan afvoeren. Op een ander moment leidt hij zijn eenheid vechtend uit een hinderlaag, terwijl de boordschutter van zijn eigen voertuig gewond is. Tijdens een andere operatie zuivert hij een dorp, een bergpas en een vallei van Taliban door 9 dagen achtereen gevechtsacties uit te voeren. Met de uitreiking in mei worden er meer details bekend gemaakt.” Het is voor het eerst sinds 1955 dat de MWO wordt uitgereikt aan een individu. Kroon begon zijn loopbaan in 1989 als marinier; hij deed ervaringen op in Schotland, Noorwegen, Belize en Guadeloupe en nam deel aan missies in Irak (’91) en Cambodja. Vervolgens als (onder)officier bij de landmacht nam hij als pantserinfanterist en commando deel aan missies in Bosnië en Afghanistan. In januari 2007 werd hij bevorderd tot kapitein. Verdere informatie: De actie van Marco Kroon tijdens de Deployment Task Force in de Chora-vallei (Carré 3, 2007) Samenvatting Marco Kroon tijdens 'Leiderschap onder extreme omstandigheden' (Carré 1, 2009) |
Op 6 juli 2009 heeft de Duitse Bondskanselier Angela Merkel aan vier Duitse militairen voor het eerst sinds de Tweede Wereldoorlog een medaille voor dapperheid uitgereikt. Het gaat om het Ehrenkreuz der Bundeswehr für Tapferkeit, dat in 2008 door Duitsland is ingesteld. De gelauwerden zijn Alexander Dietzen, Henry Lukacz en Jan Berges – allen Hauptfeldwebel (sergeant-majoor) – en Oberfeldwebel (sergeant der eerste klasse) Markus Geist. Het Ehrenkreuz der Bundeswehr für Tapferkeit neemt de plaats in van het alleen al tijdens de Tweede Wereldoorlog ± 2,3 miljoen maal verleende Eiserne Kreuz (IJzeren Kruis). Laatstgenoemde onderscheiding, voor het eerst toegekend in 1813, raakte echter juist door de veelvuldige toekenning in de nationaal-socialistische periode ‘historisch belast’. | Volgens een onderzoek van militair historicus Henny Meijer in opdracht van het Nationaal Bevrijdingsmuseum in Groesbeek (september 2009) is de Slag om Nijmegen in september 1944 de krijgsverrichting die het meest werd beloond met de Militaire Willems-Orde na mei 1940. Meijer stelde vast dat er na Operatie Market Garden in totaal 29 MWO’s zijn uitgereikt, waarvan er veertien zijn gerelateerd aan de Slag om Nijmegen – die leidde tot de bevrijding van de stad. Daarvan was er een voor Jan van Hoof, postuum, voor de sabotage aan de springladingen van de verkeersbrug op 18 september 1944. De andere MWO's: zeven voor de Slag om Arnhem, vier voor de strijd rond Son, Uden en Veghel en vier voor de bijzondere moed van de vliegers van de U.S. Army Air Force. Henny Meijer houdt zich in het bijzonder bezig met ridderorden en onderscheidingen (faleristiek), getuige boeken als ‘Orders and Decorations of the Netherlands’ (1984), ‘Het Vliegerkruis, voor initiatief, moed en volharding’ (1997) en 'De gespen voor krijgsverrichtingen. 1846-2008. Van Pacificatie tot vredesmissies. Studie naar ontwikkeling, invloeden, traditie en praktijk' (2009). |
|
|
Terug naar Boven MILITAIR GENEESKUNDIGE CAPACITEIT Afgekort: MGC. Militair geneeskundige hulp, zoals die – door het Ministerie van Binnenlandse Zaken – kan worden gevraagd van het Ministerie van Defensie bij het verlenen van geneeskundige hulp bij rampen. Het uitgangspunt is dat Defensie “indien het echt niet anders kan” om hulp zal worden gevraagd. In engere zin wordt met de MGC bedoeld: de expertise, de kwalitatieve en kwantitatieve capaciteit: personeel (Algemeen Militair Artsen, specialisten, Algemeen Militair Verpleegkundigen) en materieel (ambulances, OK-tenten, apparatuur). (Bron: artikel ‘Een integrale visie op veiligheid’ door kapitein ter zee-arts M.J.J. Hoeijenbos van de Koninklijke Marine in Marineblad, juli/augustus 2003, pagina 249 t/m 252.) |
Terug naar Boven MILITAIR GENEESKUNDIG FACILITAIR BEDRIJF Afgekort: MGFB. Het Militair Geneeskundig Facilitair Bedrijf: - levert uitzendbaar medisch specialistisch personeel
- voorziet in medisch specialistische zorgcapaciteit, ook ten behoeve van revalidatie, bij de opvang van (grotere aantallen) militaire slachtoffers
- verzorgt de opleidingen voor militair geneeskundig (hulp)personeel
- verzorgt de logistiek van geneeskundige goederen en diensten
Het MGFB draagt hiermee bij aan de zorgverlening die de Geneeskundige Diensten van de vier krijgsmachtdelen leveren bij de inzet van operationele eenheden in het kader van crisisbeheersingsoperaties (CBOps), humanitaire operaties (HumOps), noodhulpoperaties en de algemene verdedigingstaak (AVT). Het MGFB levert deze ondersteuning bij (voorbereiding op en nazorg na) daadwerkelijke inzet. De commandant van het MGFB is de Hoogste Medische Autoriteit (HMA). |
Terug naar Boven MILITAIR OPTREDEN Geautoriseerd gebruik van geweld door militairen of het dreigen daarmee, waarbij het beschikken over militaire gevechtskracht een voorwaarde is voor succes. De wijze van militair optreden op de lange termijn (15 à 20 jaar) wordt vastgelegd in een operationeel concept, waarbij dat optreden gedeeltelijk zal plaatsvinden met toekomstige middelen. Voor de Nederlandse krijgsmacht gelden - in alfabetische volgorde - de volgende functies van militair optreden: Zie ook: dimensies van militair optreden, operationele niveaus en operationele omgeving. |
Terug naar Boven MILITAIR PENITENTIAIR CENTRUM STROE 
| Afgekort: MPC Stroe. Gevestigd in gebouw 283 op de Majoor Mulderkazerne aan de Wolweg in Stroe (gemeente Barneveld). Het MPC Stroe is, zoals ook Nieuwersluis was, zowel een huis van bewaring - waar een verdachte in voorlopig arrest kan worden gehouden - als een gevangenis - waar een veroordeelde wordt gedetineerd om gevangenisstraf, hechtenis of militaire detentie te ondergaan. Nederlandse militairen worden hier gedetineerd bij straffen van ten hoogste zes maanden. |
| | MPC Stroe maakt deel uit van de Ondersteuningsgroep CLAS. Bij plaatsing in het MPC Stroe voor het ondergaan van de vrijheidsstraffen (voorlopige) hechtenis of militaire detentie, wordt de militair daar voor de duur van het verblijf in onderhoud gesteld. Het regime dat voor in de MPC gedetineerde militairen geldt, ligt vast in het door de directeur van het MPC vastgestelde Huisregels Militair Penitentiair Centrum. In overeenstemming met deze huisregels kunnen aan gedetineerden ook militaire diensten en werkzaamheden worden opgedragen. Zie ook: Nieuwersluis, plaatsing in de tuchtklasse en tuchtrecht. |
Terug naar Boven MILITAIR VERMOGEN Vermogen van de krijgsmacht dat uit drie componenten bestaat: 
Het bezit van militair vermogen vraagt om de bereidheid dat vermogen in te zetten. Zonder de bereidheid tot inzet van het militair vermogen verliest het Gemeenschappelijk Buitenlands en Veiligheidsbeleid (GBVB) veel van zijn geloofwaardigheid. De bereidheid tot inzet van militair vermogen is afhankelijk van de politiek – die volgens a rtikel 98, lid 2 van de Grondwet, “het oppergezag over de krijgsmacht” heeft – en daarmee van de politieke geloofwaardigheid om het beleid daadwerkelijk uit te dragen. | Sinds de CDS-leidraad 1 (Operationeel Concept Vredesoperaties, OCV, september 2002, pagina 15/16) én de Prinsjesdagbrief 2003 (‘Op weg naar een nieuw evenwicht: de krijgsmacht in de komende jaren') wordt ook gesproken over militair vermogen als een keten waarvoor zeven Essential Operational Capabilities – Essentiële Operationele Capaciteiten (EOC's) - nodig zijn. Deze EOC's staan omschreven in MC 400/2 (Guidance for the Military Implementation of Alliance Strategy), waarin de NAVO een verschuiving bepleit van investeringen in hoofdwapensystemen naar capaciteiten die effectieve inzet van wapensystemen mogelijk maken. Hedendaags militair optreden vergt immers een geïntegreerde inzet van uiteenlopende, gespecialiseerde middelen. |
MC 400/2, goedgekeurd door de Noord-Atlantische Raad van de NAVO op 16 mei 2000, is vertaald naar het Nederlandse Defensiebeleid en schetst de eisen waaraan de Nederlandse krijgsmacht in het kader van Peace Support Operations dient te voldoen: De EOC’s vormen een keten van specifieke kwaliteiten die in samenhang en balans de benodigde effecten kan sorteren. De EOC-benadering beoogt de effectiviteit van de (zeven) belangrijkste schakels in de keten van het militaire optreden zeker te stellen: EOC 1 | Tijdige beschikbaarheid Om tijdig getraind en gereed te zijn voor operationele inzet. | EOC 2 | Gevalideerde inlichtingen Om tijdig een bruikbaar omgevingsbeeld te hebben, niet alleen dankzij en met (operationele) inlichtingen, ook met culturele, bestuurlijke, infrastructurele, financiële en medische inlichtingen. | EOC 3 | Ontplooibaarheid en mobiliteit Om eenheden tijdig te verplaatsen t.b.v. ontplooiing, instandhouding en redeployment. | EOC 4 | Effectieve inzet Om militair succesvol te zijn voor het beoogde doel door de inzet van slagkracht met gebruikmaking van optimale samenwerkingsverbanden: effect-based, in een joint, combined en interagency omgeving en integraal afgestemd (Comprehensive Approach). | EOC 5 | Hoogwaardige commandovoering Om eenheden effectief te leiden, in opdrachtgerichte commandovoering, ingebed in genetwerkte concepten (commandovoeringssystemen, sensoren en wapenplatforms). | EOC 6 | Adequate logistieke ondersteuning Om wereldwijd eenheden te bevoorraden en te ondersteunen. | EOC 7 | Veiligheid en bescherming Aan te houden beschermingsniveau, voor eigen eenheden en handelingsvermogen, dat is gebaseerd op het ontnemen van de wil tot vechten van de opponent. |
“Binnen Defensie – ingegeven door NAVO-overwegingen – geldt dat de keten van zgn. Essential Operational Capabilities zo sterk mogelijk moet zijn; in elk geval moet zij evenwichtig zijn opgebouwd. De symbolische vermenigvuldiging van de zeven afzonderlijke ‘capabilities’ staat voor de effectiviteit van het militair vermogen. Met andere woorden, als één der ‘capabilities’ niet is ingevuld, en dus de waarde ‘nul’ kent, is het resulterende militair vermogen gelijk aan nul. De effectiviteit van enige activiteit (bijvoorbeeld een project) wordt dan ook afgemeten aan de mate waarin door deze activiteiten aan enige ‘capability’ wordt bijgedragen. Wordt aan geen enkele ‘cabability’ bijgedragen is de activiteit de moeite van het uitvoeren niet waard.” (Essay ‘De toegevoegde waarde van strategisch management’, ir. Jan Meijer, Studie MBA-IM03, Newport Business Academy) Zie ook: closure rate. |
Terug naar Boven MILITARISEREN Duits: militarisieren. Engels: militarize. Frans: militariser. Het voor de duur van de deelname aan een missie aan een burger verlenen van een tijdelijke aanstelling als militair bij het beroepspersoneel van de strijdkrachten op grond van artikel 11 (Tijdelijke aanstelling) van het Algemeen Militair Ambtenaren Reglement (AMAR). Militariseren – in de regel gepaard gaand met onder militair bevel brengen en het verkrijgen van de status van combattant – wordt in het bijzonder gedaan omdat een militair ruimere postactieve voorzieningen heeft bij een ongeval met bijzonder dienstverband. Naast een arbeidsongeschiktheidsuitkering en een diensttijdpensioen maakt de militaire status aanspraak op een invaliditeitsverhoging of een verhoogd nabestaandenpensioen. Verder is het belangrijk om de gemilitariseerde ambtenaar zichtbare internationale rechtsbescherming te geven en de mogelijkheid te bieden aanspraak te maken op militaire geneeskundige faciliteiten. Na de deelname aan een missie volgt het demilitariseren (Duits: entmilitarisieren, Engels: demilitarize, Frans: démilitariser). |
Terug naar Boven MILITARY GRID REFERENCE SYSTEM Afgekort: MGRS. Ook genaamd: Military Geographic Reference System. Duits: UTM-Referenzsystem (UTMREF). Frans: système de quadrillage UTM. Militair coördinatenstelsel dat gebruik maakt van het gestandaardiseerd kaartvierkant op schaal volgens het algemeen gebruikte UTM (Universal Transverse Mercator). MGRS is verfijnder en gemakkelijker in het gebruik dan UTM. Het militaire coördinatenstelsel, dat haar oorsprong heeft in de Amerikaanse krijgsmacht, gaat uit van een beginpunt binnen de kaartprojectie van het aardoppervlak. Hiermee is het mogelijk posities aan te geven of een berekening te maken van de richting naar cq. de afstand tussen verschillende punten in het coördinatenstelsel. Zo kan bijvoorbeeld met precisie een doellocatie worden bepaald. Worden UTM-coördinaten aangeduid in zonenummers, meters oostelijk (“easting”) en meters noordelijk (“northing”), MGRS maakt gebruik van een zone, gevolgd door een tweelettercode om een 100.000 metervierkant (100 km × 100 km) aan te geven en easting/northing-waarden. Het 100.000 metervierkant is bijgevolg een verdere opdeling van een UTM-zone. De MGRS-waarden corresponderen met de nummers in de UTM-eastings en –northings. Het voordeel van MGRS is het alfanummerieke: het coördinatenstelsel maakt alleen gebruik van cijfers en letters. Het beginpunt van MGRS is de 180°-meridiaan – tevens de internationale datumgrens. Deze meridiaan is het spiegelbeeld van de nul- of Greenwich-meridiaan (Londen). Vanuit het beginpunt worden de letters A tot en met Z (min de letters I en O) gebruikt om gebieden van 100.000 vierkante meter aan te duiden. Zoals gangbaar is bij het werken met kaart en kompas, wordt bij MGRS eerst de horizontale positie aangegeven, vervolgens de verticale positie. Het fictieve UTM-coördinaat 31 U (Easting) 12345 (Northing) 67890 is omgezet naar MGRS 31 U FT 345 890. Hierin is de zone 31 U en het 100.000 metervierkant FT (“Foxtrot Tango”). Nederland valt in de zones 31U en 32U. 
De zones met de nummering. De nauwkeurigheid van MGRS neemt toe bij het gebruik van het aantal cijfers: Aantal cijfers | Nauwkeurigheid | 2 | 10.000 meter = 10 km | 4 | 1.000 meter = 1 km | 6 | 100 meter | 8 | 10 meter | 10 | 1 meter |
|
Terug naar Boven MILITARY TRAFFIC MANAGEMENT COMMAND Afgekort: MTMC. In Capelle aan den IJssel gelegen Amerikaanse commandocentrum van waaruit alle Amerikaanse militaire troepenbewegingen binnen Europa worden gecoördineerd. Ook de transit (doorvoer) van Amerikaanse militaire goederen en manschappen door Nederland wordt door het MTMC geregeld, bijvoorbeeld naar Duitsland. Belangrijkste overslagcentrum is de haven van Rotterdam, waar bijvoorbeeld op de snelle Amerikaanse transportschepen (Fast Sealift Ships) cargo kan worden overgeslagen. De Amerikaanse krijgsmacht beroept zich bij de transit van goederen en manschappen op het Status-of-Forces Agreement (SOFA), een in 1951 door de NAVO-landen gesloten verdrag. Het verdrag voorziet in een soepele regeling voor de doortocht en het verblijf van NAVO-troepen. Het MTMC geeft voor wat betreft het Nederlandse railtransport opdrachten aan Railion Nederland N.V. , Nederlands grootste railtransportbedrijf wier treinen dagelijks de zeehavens van Amsterdam, Delfzijl, Moerdijk, Rotterdam, Terneuzen en Vlissingen aandoen. Deze havens zijn allen in staat de Fast Sealift Ships te ontvangen: United States Naval Ships Algol, Altair, Antares, Bellatrix, Capella, Denebola, Pollux en Regulus. Zo hebben de havens een rol gespeeld in de voorheen jaarlijks te houden oefening REFORGER: Return of Forces to Germany. Het MTMC valt onder het Transportation Command (TRANSCOM). Onder het MTMC ressorteert de 598th Transportation Group, gestationeerd in Rotterdam, die verantwoordelijk is voor de havenverrichtingen en achterlandbewegingen van lading in Europa, Afrika en Zuidwest-Azië. Sinds 1983 is Rotterdam het belangrijkste knooppunt in Europa. Het eveneens in Rotterdam gestationeerde 838th Transportation Battalion is ondergeschikt aan de 598th Transportation Group. Sinds 1 januari 2004 heeft het Military Traffic Management Command een naamsverandering ondergaan: Military Surface Deployment and Distribution Command (SDDC). |
Terug naar Boven MILS Duits: (artilleristische) Strich. Engels: mil. Frans: millième (angulaire). Voluit: milliradian. Afgekort: mrad. Ook genaamd: duizendste of mil-dot. Symbool: letter "m" diagnonaal doorkruist door een slash forward. Een milliradian is een eenheid die éénduizendste van een radian aangeeft. Voor de werking van milliradians (mils) moet worden uitgegaan van twee constanten: - de omtrek van een cirkel wordt bepaald door de diameter te vermenigvuldigen met het getal pi (± 3,14).
| - de radian is een hoek in graden die gelijkstaat aan 180 gedeeld door het getal pi. Dit is 57,3 graden; de milliradian is dus gelijk aan éénduizendste radian (0,0573 graden).
|
Hieruit volgt dat zich 6.283 milliradians in een cirkelomtrek bevinden. De NAVO-lidstaten hebben echter met elkaar afgesproken dat 1 mil gelijkstaat aan 1⁄6400 van een cirkel. Omdat het werken met mils nauwkeuriger is dan met graden, wordt hiervan gebruikgemaakt bij het afgeven en corrigeren van artillerie- en mortiervuur, maar ook bij afstandsmeten en –schatten in het algemeen. De regel is: wanneer de afstand tussen twee punten op het richtmerk van een kijker 1 mil bedraagt, is dit op 1 km afstand gelijk aan 1 meter. Wanneer géén kijkervizier met een mils-schaalverdeling beschikbaar is, kan voor het meten van een afstand tussen twee punten bij het afstandmeten en –schatten worden gebruikgemaakt van de handmethode, toegepast met een gestrekte arm: | 
Handmethode |
Aantal mils | Voorbeelden | Handmethode | 30 | - 60 meter op 500 meter afstand
- 30 meter op 1 km afstand
| Wijsvinger | 70 | - 140 meter op 500 meter afstand
- 70 meter op 1 km afstand
| Wijs- en middelvinger aaneengesloten | 100 | - 100 meter op 1 km afstand
- 50 meter op 2 km afstand
| Wijs-, middel- en ringvinger aaneengesloten | 120 | - 120 meter op 1 km afstand
- 40 meter op 3 km afstand
| Wijs-, middel- en ringvinger en pink aaneengesloten | 180 | - 180 meter op 1 km afstand
- 60 meter op 3 km afstand
| Gebalde vuist | 300 | - 300 meter op 1 km afstand
- 150 meter op 2 km afstand
| Gespreide hand |
Het gezichtsveld van kijkers wordt aangegeven in mils. Zo heeft de dagrichtkijker een gezichtsveld van 130 mils, de nachtrichtkijker van 150 mils. Uitspraak: een breedte, hoogte of hoek van 1.400 mils wordt uitgesproken als “duizend-vierhonderd-duizendsten”. Zie ook: B.A.D.-formule, kaarthoekmeter en windroos. |
Terug naar Boven MILVA 
Embleem van de MILVA | Betekenis: Militaire Vrouwen Afdeling. Vrouwelijke militairen binnen de Koninklijke Landmacht, als opvolger van het Vrouwen Hulp Korps (VHK). Het VHK is op 20 december 1943 als Vrijwillig Vrouwen Hulpkorps (VVHK) opgericht in Londen en op 25 april 1944 omgedoopt tot VHK. In Groot-Brittannië zaten er tijdens de Tweede Wereldoorlog veel Nederlandse vrouwen die zich vóór en na de bevrijding van Nederland vrijwillig hadden aangemeld om hulp te verlenen bij de wederopbouw van Nederland. De taak van de VHK was het verlenen van maatschappelijke hulp aan de burgerbevolking in oorlogstijd. Op 30 oktober 1951 werd de MILVA opgericht. De Koninklijke Luchtmacht kende de Luchtmacht Vrouwenafdeling (LUVA), de Koninklijke Marine de Marine Vrouwenafdeling (MARVA). |
| | Binnen de vrouwenkorpsen LUVA, MARVA en MILVA vervulden vrouwelijke militairen – op grond van individuele vooropleiding, voortgezette (militaire) scholing en interesse, en vooral op grote persoonlijke inzet – functies bij: Aan- en afvoertroepen | Administratie | Geneeskundige dienst | Gevechtsleiding | Intendance | Logistiek | Luchtdoelartillerie | Verbindingsdienst | Verkeersleiding |
| | |
De vrouwen binnen de Geneeskundige Dienst waren overigens voor een groot deel afkomstig van het Nederlands Verpleegsterkorps Koninklijke Landmacht (NVKL), opgericht op 23 februari 1945 en integraal overgegaan in de MILVA. De loopbaan van de MILVA’ers werd begeleid vanuit het eigen korps, maar het loopbaanperspectief bleef beperkt. Uiteindelijk werden de vrouwenkorpsen LUVA, MARVA en MILVA op 1 januari 1982 opgeheven, omdat deze door de toegenomen integratie van vrouwen niet langer nodig werden geacht. Vrouwen konden al vanaf 1954 overgaan in beroepsdienst en vanaf 1978 waren alle opleidingen in de krijgsmacht opengesteld voor vrouwen. Alle functies binnen de KL, met uitzondering van die binnen het Korps Commandotroepen, staan vandaag de dag open voor vrouwen. In het Museum Verbindingsdienst in Ede een deel van de verzameling van het VHK/MILVA ondergebracht. | 
Wervingsaffiche van de MILVA |
Terug naar Boven MIMMS Voluit: Major Incident Medical Management and Support. Geneeskundig management bij grootschalige incidenten.
MIMMS is een systematiek voor het integraal leiden van de hulpverlening bij grootschalige incidenten met veel gewonden. Op basis van een gestructureerde inzet en een algemeen toepasbare prioriteitenstelling (triage) wordt orde in de chaos gebracht. Zo snel mogelijk orde scheppen geeft een overzicht van de aantallen gewonden en de aard van de verwondingen: de gewonden wordt een zo groot mogelijke kans op overleven geboden. De gewondenstroom in de geneeskundige keten wordt in goede banen geleid met behulp van de T-classificatie (T1 t/m T4). In 1994 is MIMMS in Groot-Brittannië geïntroduceerd door de Advanced Life Support Group. Mede naar aanleiding van de cafébrand in De Hemel (Volendam) op nieuwjaarsnacht 2001 en de vuurwerkramp in Enschede op 13 mei 2000, werd in 2001 de Stichting MIMMS Nederland opgericht. In 2003 werden voor de eerste maal Nederlandstalige cursussen MIMMS gegeven. Tegenwoordig is MIMMS een internationaal erkende (NAVO-)cursus in de opvang van traumaslachtoffers bij grootschalige incidenten. Hierbij wordt leidinggevend geneeskundig en hulppersoneel geschoold in de kennis en vaardigheden om op locatie, in de prehospitale fase, een grootschalig incident met meerdere gewonden praktisch en effectief te kunnen leiden. Omdat MIMMS door de NAVO integraal is omarmd als het systeem van aanpak bij grootschalige incidenten waarbij militairen betrokken zijn (mass casualty), wordt de cursus voor de militaire omgeving onderwezen aan de NATO School in Oberammergau (Duitsland) en in Birmingham (Groot-Brittannië). Zie ook: C.S.C.A.T.T.T. en M.E.T.H.A.N.E. |
Terug naar Boven MINELAB F3-MIJNDETECTOR 
Minelab F3-mijndetector. | Mijndetector die, als opvolger van de Schiebel AN 19/2 en de Vallon 1620 BW, in gebruik is bij de Koninklijke Landmacht. De waterproof detector, die geschikt is om landmijnen met een minimum aan metaal te detecteren, is sinds 2003 internationaal in gebruik. De KL heeft in totaal 180 Minelab F3-mijndetectoren aangeschaft, waarvan het merendeel naar de eenheden van de genie gaat: ◙ 11 Pantsergeniebataljon (gevechtsondersteuning 43 Gemechaniseerde Brigade) ◙ 41 Pantsergeniebataljon (gevechtsondersteuning 13 Gemechaniseerde Brigade) ◙ 11 Geniecompagnie Luchtmobiel (gevechtsondersteuning 11 Air Manoeuvre Brigade) ◙ 101 Constructiebataljon. Specificaties: |

De mijndetector Schiebel AN-19/2 (NSN 6665-21-906-1023) is van Oostenrijkse makelij. Het kunststof apparaat weegt 6 kg, werkt op vier 1½ Volt-batterijen (± 70 uur) en kan als rugzak worden gedragen. De Schiebel is onder andere gebruikt door het Korps Mariniers tijdens de missie UNTAC in Cambodja. | | |
audio output | interne speaker (met optionele oortelefoon ) | detector ingeklapt in Cordura-draagtas | 11,7 kg | gewicht, excl. batterijen | 2,3 kg | gewicht, incl. batterijen | 3,2 kg | lengte, ingeklapt | 76 cm | voeding | 4 x 1½ Volt D-cell batterij (alkaline, NiCad of NiMH) | werklengte | tot 150 cm | werktemperatuur | - 30 graden Celsius tot +60 graden Celsius | gebruikerstijd | 19 uur continu |
Terug naar Boven MINEUR Traditionele benoeming van een militair van het wapen der genie die zich heeft gespecialiseerd in het plaatsen én tot detonatie brengen van allerhande soorten explosieven in het kader van vernielingen . De expertise van de mineur is gericht op breaching- en clearingoperaties, maar ook op (humanitaire) demining-operaties. In het verleden was de mineur specifiek belast met het graven van mijngangen alsook het ondergraven en met springmiddelen vernietigen van vijandelijke stellingen (mineren). Zie ook: genie, pionier, pontonnier en sappeur. |
Terug naar Boven MINEURSLIED Het Mineurslied is het officiële lied van het Korps, Regiment of Wapen der Genie(troepen). Het is niet enkel het lied van de mineurs onder de genisten - militairen die zich traditiegetrouw bezighouden met explosieven – maar hét lied voor alle genisten. Het Mineurslied is ook bekend onder de naam ‘De Kolonel Van Heemskerck van Beestmars’, ergens in de jaren 1915/’20 gecomponeerd door de eerste luitenant Jan Zwart ( 1877-1937). Het Mineurslied werd opgedragen aan de toenmalige commandant van het Korps Genietroepen, officier der genie Jonkheer Johan van Heemskerck van Beest (1862-1935). Tijdens het spelen van het Mineurslied wordt onderstaande tekst, zoals dat heet: “staande gezeten” (met één voet op een stoel, de andere op de grond), meegezongen door de genisten: “Wij zijn de mineurs van het Nederlands leger, En onze naam is overal bekend………Sodeju! Wij dragen een jas met goudgehelmde knopen, De pikhouweel is ons niet onbekend……… Sodeju! En iedereen die mag het weten, Wij krijgen vanavond uienrats te eten, En moeder de wasvrouw staat aan de deur, Dat is de roem van elk mineur, Dat is de roem van elk mineur……… Sodeju!” Het Mineurslied wordt door de genisten uit volle borst gezongen bij speciale gelegenheden. Het Mineurslied is te vinden op de genie-instructiekaart IK-GN-15.05.1748, uitgegeven door het Regiment Genietroepen op 1 november 1988. Het is de traditie van de genie dat tijdens officiële gelegenheden een marketentster in historische kleding ten tonele verschijnt om, na het spelen en zingen van het Mineurslied, brandewijn te schenken uit een houten vaatje. |
Terug naar Boven MINIMAL MILITARY REQUIREMENTS Minimale militaire behoeften. Wat een militaire eenheid tijdens een crisisbeheersingsoperatie (CBOps), Peace Support Operation (PSO) of Crisis Response Operation minimaal nodig heeft, zodat de eenheid aanvaardbare risico's loopt tijdens het operationeel optreden. Deze Minimal Military Requirements worden gemeten naar: tijdvak waarin de eenheid in het missiegebied is ontplooid | besluitvorming van de politiek aan de hand van het Toetsingskader | tevoren en gedurende de missie gemaakte risk-assessment (dreigings- en risico-analyse) |
|
Terug naar Boven MINIMI Gefabriceerd door FN Herstal Liège in België. De Minimi is een luchtgekoeld, door gasdruk werkend licht machinegeweer voorzien van een verstelbare voorsteun. Het wapen, dat kan worden gedragen door één militair, wordt gevoed met bandgeschakelde munitie: NATO Standard SS 109 type 5.56 x 45 mm (.223 inch): 30-schots patroonmagazijn, 100-schots patroonbandtas, 200-schots patroonbandhouder of actiebanden van 50 patronen (de patronen komen in banden van 100 uit het munitiekistje). 
Opengewerkt model van de Minimi Het wapen, dat in 1982 in massaproductie is genomen, is door de Amerikaanse krijgsmacht geadopteerd als het M-249 Squad Automatic Weapon (SAW). De Minimi is met name in gebruik bij de infanterie-eenheden van de Koninklijke Landmacht, ter vervanging van de grotere en zwaardere MAG. Specificaties: gewicht | 7,1 kilo | maximaal bereik | 2430 meter | maximum effectieve dracht | 800 meter | vuursnelheid | 750 à 1000 schoten per minuut |
Het standaardmodel heeft een lengte van 104 cm en een looplengte van 46,5 cm. De para-versie heeft een lengte van 91,5 cm (met uitgeschoven kolf) of 77,5 cm (met ingeschoven kolf), terwijl de looplengte 35 cm is. De para-versie met zijn inschuifbare kolf is zeer handelbaar. De loop van de Minimi is gemakkelijk en snel te verwisselen. De onderhoudsmiddelen zijn opgeborgen in de handbeschermers. Op de Minimi kan een Irbis-dagrichtkijker worden geplaatst, die overdag met kap erop kan worden gebruikt. Het vizier weegt 690 gram en vergoot 6 maal. De voeding van de dagrichtkijker vindt plaats met 2 AA (penlite) batterijen. | 
Een schutter achter zijn Minimi |

Para-model van de Minimi met inschuifbare kolf; rechtsonder de Irbis-dagrichtkijker. |
Terug naar Boven MINISTER VAN DEFENSIE | Afgekort: MinDef. De Minister van Defensie is, als lid van het kabinet, verantwoordelijk voor het algemene Defensiebeleid en de uitvoering daarvan. Voor het Defensiebeleid, dat onderdeel is van zowel het nationale veiligheidsbeleid als van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid (NAVO, EU), draagt de Minister van Defensie de eindverantwoordelijkheid. Sinds 5 november 2012 is Jeanine Hennis-Plasschaert (VVD) Minister van Defensie in het kabinet-Rutte II. Hiermee is ze de eerste vrouwelijke Minister van Defensie in de parlementaire geschiedenis van Nederland. Daarvoor was ze onder andere lid van de Tweede Kamer der Staten-Generaal en lid van het Europees Parlement. De recente voorgangers van Jeanine Hennis-Plasschaert zijn: |
| | | | | Van | Tot | Minister | Partij | | | | | 05-11-2012 | heden | Jeanine Hennis-Plasschaert | VVD | 14-10-2010 | 05-11-2012 | drs. Hans Hillen | CDA | 22-02-2007 | 14-10-2010 | Eimert van Middelkoop | CU | 27-05-2003 | 22-02-2007 | Henk Kamp | VVD | 12-12-2002 | 27-05-2003 | H.G.J. Kamp (interim) | VVD | 22-07-2002 | 12-12-2002 | mr. Benk Korthals | VVD | 03-08-1998 | 22-07-2002 | mr. Frank de Grave | VVD | 22-08-1994 | 03-08-1998 | prof. dr. ir. Joris Voorhoeve | VVD | 04-03-1991 | 22-08-1994 | Relus ter Beek | PvdA | 06-02-1991 | 04-03-1991 | drs. Jan Pronk (interim) | PvdA | 07-11-1989 | 06-02-1991 | Relus ter Beek | PvdA | 23-09-1988 | 07-11-1989 | mr. drs. Frits Bolkestein | VVD | 06-09-1988 | 23-09-1988 | drs. Piet Bukman | CDA | 14-07-1986 | 06-09-1988 | dr. Wim van Eekelen | VVD | 04-11-1982 | 14-07-1986 | mr. Job de Ruiter | CDA | 11-09-1981 | 04-11-1982 | mr. Hans van Mierlo | D66 | 25-08-1980 | 11-09-1981 | dr. Pieter de Geus | CDA | 08-03-1978 | 25-08-1980 | dr. Willem Scholten | CDA | 05-03-1978 | 08-03-1978 | drs. Jan de Koning (interim) | CDA | 19-12-1977 | 05-03-1978 | dr. Roelof Kruisinga | CDA | 31-12-1976 | 19-12-1977 | mr. Bram Stemerdink | PvdA | 11-05-1973 | 31-12-1976 | ir. Henk Vredeling | PvdA | 06-07-1971 | 11-05-1973 | Hans de Koster | VVD | 05-04-1967 | 06-07-1971 | Willem den Toom | VVD | 24-07-1963 | 05-04-1967 | Piet de Jong | KVP | 19-09-1959 | 24-07-1963 | ir. Sim Visser | VVD |
Zie ook: defensie en Staatssecretaris van Defensie. |
Terug naar Boven MISLEIDING Duits: Täuschung. Engels: deception. Frans: déception. In het gewone taalgebruik staat misleiding gelijk aan “op het verkeerde spoor brengen”. Misleiding is een actieve beschermingsmaatregel waardoor in een situatie wordt gedaan alsof. Hierdoor wordt de vijand overgehaald om te handelen op een voor eigen troepen gunstige wijze: zij krijgen hierdoor méér vrijheid van handelen en kunnen daardoor mogelijkerwijs verrassend optreden. Krijgslisten en misleiding zijn volgens het humanitair oorlogsrecht toegestaan, al is de scheidslijn tussenbeiden niet of nauwelijks te trekken. Omdat misleiding ingewikkeld is, vraagt zij om coördinatie op het hoogste niveau. Daarnaast vereist misleiding inzicht in de denk- en handelswijze van de vijand. | Misleiding El Alamein Tijdens de Tweede Wereldoorlog was de Camouflage Experimental Section (Cam Exp Sec) van het Britse leger opgericht. Een supergeheime eenheid van beeldhouwers, goochelaars, kunstexperts, ontwerpers, parfumeurs, schilders en anderen. Een heus camouflageteam. Een van de kunstenaars is Jasper Maskelyne, afkomstig uit een familie van illusionisten. Als de oorlog uitbreekt, treedt Maskelyne in Londen op als illusionist. Hij meldt zich voor het leger en stelt voor om zijn illusionisme in te zetten tegen de vijand. Hoewel het opperbevel sceptisch is, wordt hij in Egypte als camouflageofficier aangesteld bij de genie. Binnen de speciale eenheid, bijgenaamd “The Magic Gang” doet hij er alles aan de Duitsers op alle fronten te misleiden: van het statisch opstellen van opgeblazen rubberen dummy-tanks en het vermommen van tanks als vrachtwagens tot het vervaardigen van zijden stafkaarten. Dit zijn echter miniprojecten vergeleken met het verleggen van de haven van Alexandrië in het noorden van Egypte. De Duitsers wilden het geallieerde tegenoffensief saboteren door deze strategische haven, waar bijna al het materieel zou ontschepen, te bombarderen. Vanuit de lucht was de haven een gemakkelijk doelwit: de kustlijn was gemakkelijk te herkennen. Maskelyne en de zijnen bedachten een meesterlijk plan: ze verplaatsten de kustlijn tot ± 1½ km ten westen van Alexandrië, naar Maryût. Hier was de kustlijn nagenoeg hetzelfde. Met doeken, lantaarnpalen en triplex bouwde het team in Maryût een replica die de echte haven van Alexandrië (naar de achtergrond) deed verdwijnen en de vijandelijke bommenwerpers misleidde. Een ander staaltje van illusionisme was het tijdelijk en plaatselijk laten verdwijnen van het Suezkanaal in de hoofden van de Duitsers. Dit deed Maskelyne door gebruik te maken van zoeklichten en draaiende spiegels. Maar het klapstuk vond plaats aan de vooravond van Montgomery’s slotoffensief met het Britse 8ste Leger tegen Rommel’s Afrika Korps op 23 oktober 1942 (Operation Lightfoot). Operation Bertram betrof de oprichting van een schijnleger op papier, met als enige bedoeling Rommel naar de woestijn 50 km ten zuiden van El Alamein te lokken. Dit voorwenden van een compleet leger was het eerste deel van de apotheose: tezelfdertijd camoufleerden Maskelyne cum suis in het noorden een compleet leger van 150.000 man, 1.000 tanks en 1.000 kanonnen – in een gebied zo glad als een biljartlaken. |
|
Terug naar Boven MISSION CREEP Vaak sluipenderwijs langzaam verschuiven van een militaire operatie ten opzichte van de organieke aanleiding of doelstelling. Hierbij zijn langzaamaan andere taken en werkzaamheden op zich genomen, uitgebreid of opgerekt – bijvoorbeeld civiele taken en werkzaamheden – waardoor het tevoren gestelde (mandaat, Rules of Engament, geweldsinstructie) uit het zicht dreigt te raken. Belangrijkste oorzaken van mission creep zijn het mislukken van de operatie door te veranderlijke of niet (voldoende) transparant gestelde doelen of het irrationeel reageren op frustraties en teleurstellingen. Als gevolg van mission creep wordt meer personeel en/of materieel naar het inzetgebied gestuurd, soms slechts vanuit de behoefte zichzelf in stand te houden of te bewijzen. Er is in elk geval sprake van een inbreuk op de organieke taak, waarbij het missiebeeld verschuift, bijvoorbeeld van ISAF naar Enduring Freedom of van SFIR naar Iraqi Freedom. Task Force Harvest in Macedonië (2001) wilde koste wat kost een mission creep uitsluiten: bij lokale belemmering van de troepenmacht zou de Task Force de eigen eenheden lokaal hergroeperen, maar bij grootschalige hervatting van de vijandelijkheden zou de Task Force zichzelf terugtrekken uit het inzetgebied. Het bekendste voorbeeld van mission creep is de Vietnam-oorlog: daar werd aanvankelijk slechts een kleine troepenmacht ontplooid, die later grote hoeveelheden personeel en materieel meesleurde om te proberen de vastgelopen operatie te redden. |
Terug naar Boven MISSION STATEMENT Op 18 april 1994 is het Mission Statement van de Koninklijke Landmacht (KL) - vastgesteld door de Legerraad aan de hand van onderzoek en workshops én in nauwe samenwerking met het Haagse Public Relations-adviesbureau Burson Marsteller BV - aan de generaals van de KL gepresenteerd. Op zoek naar een leidraad voor de veranderingsprocessen als gevolg van de Prioriteitennota stelde de KL een Mission Statement op, die motiverend en activerend moet werken. In het Mission Statement staat wat de organisatie is; waarom zij bestaat (doel); hoe zij het doel denkt te bereiken (uitvoering) en wat haar belangrijkste normen en waarden (commitment) zijn. Op 19 mei 1994 werden de diverse (onder)commandanten ingelicht. Het Mission Statement bestaat uit vijf punten: | |
Terug naar Boven M.I.S.T. | Acroniem dat een methode beschrijft voor een eenduidige communicatie ten behoeve van het overdragen en uitvragen van gegevens van traumapatiënten. MIST is de standaard van de Stichting Opleidingen Scholing Ambulancehulpverlening (SOSA) in het Landelijk Protocol Ambulancezorg (LPA). MIST wordt onder andere gehanteerd door ambulanceverpleegkundigen, verpleegkundigen op een Spoedeisende Hulp (SEH) en Algemeen Militair Verpleegkundigen. Bij een groot ongeval met meerdere slachtoffers is MIST minder bruikbaar, omdat de M dan bij elk slachtoffer gelijk is en onmiddellijk wordt begonnen met het ABCD-protocol (S): |
M | Mechanism of injury (ongevalsmechanisme) | Soort ongeval? Hoog energetisch? Aantal patiënten? Man / Vrouw? Leeftijd? Bijzonderheden (oudere, zwangere, kind, bekend met ziekte)? | I | Injuries found and suspected (vermoedelijk letsel) | | S | Signs & Symptoms (vitale functies: ABCD) | Airway Vrij, niet vrij of geïntubeerd? Zuurstofsaturatie (SpO2)? Kooldioxidegehalte (CO2)? | Breathing Sufficiënt of insufficiënt? Ademfrequentie? | Circulation Stabiel of instabiel? Frequentie? Bloeddruk? | Disability Alert? Verbal? Pain? Unresponsive? Neurotrauma? EMV (laagste score)? RTS? PTS? | T | Treatment given (behandeling) | |
| | Daarnaast moet een overdracht tenminste de volgende relevante informatie bevatten: naam, geboortedatum (registratienummer), A.M.P.L.E., weersomstandigheden en vrijgekomen gevaarlijke stoffen. Zie ook: Advanced Trauma Life Support (ATLS) en A.M.P.L.E. |
Terug naar Boven MITRAILLEUR .50 INCH BROWNING M2 HB Ook geschreven als .50 BMG (Browning Machine Gun). M2 HB staat voor Modification 2 Heavy Barrel. In de VS bijgenaamd "Ma Deuce" 
Mitrailleur .50 inch Browning M2 HB De mitrailleur .50 inch Browning M2 HB, die ooit het grootste kleinkaliberwapen in de bewapening van de Koninklijke Landmacht was, staat in de militaire volksmond beter bekend als de “Punt 50” (naar het kaliber .50). Het is een luchtgekoeld wapen, waarmee zowel automatisch als schot voor schot kan worden gevuurd, maar het kan niet op veilig worden gesteld. | Het wapen wordt gebruikt tegen zowel grond- als luchtdoelen, beiden vanaf een affuit, met een effectieve dracht van respectievelijk 1.000 en 2.000 meter. Na het uitfaseren van de Mitrailleur .50 inch Browning M2 HB, medio 1977/'78, is het snelvuurkanon 25 mm Oerlikon KBA in de bewapening gekomen. | |
| | | gewicht loop | 12,5 kg | gewicht patroontrommel 100 patronen | 16 kg | gewicht wapen | 38 kg | kaliber | .50 inch (12,7mm x 99 mm) | koeling | luchtgekoeld | lengte wapen | 165 cm | maximale effectieve dracht | 6.700 meter | vuursnelheid | 450 schoten per minuut |
Tijdens de besluitvorming over uitzending van Dutchbat naar voormalig Joegoslavië werd het hoofdgeschut van de YPR-Pantser Rup Infanterie (PRI) – het snelvuurkanon 25 mm Oerlikon KBA – vervangen door deze mitrailleur, waardoor de affuit niet meer afdoende werkte en de bewapening in de effect van een groot kaliber (van 25 mm naar 12,7 mm) minder robuust werd. 
Schieten met een punt 50-mitrailleur vanaf de 155mm-houwitser M-109 van 11 Afdeling Rijdende Artillerie Zie ook: Barrett M82-A1 snipergeweer. |
Terug naar Boven M.L.R.S. Uitgeschreven: Multiple Launch Rocket System. Meervoudig raketlanceersysteem dat van 1988 tot 2004 in gebruik was bij 109 MLRS-batterij, officieel 109 Batterij Veldartillerie geheten. De batterij telde in totaal 22 MLRS-raketlanceersystemen. 
M.L.R.S. in actie (© foto's linksboven en rechtsonder Liejon Schoot) De opheffing van de MLRS was een gevolg van bezuinigingen. De Panzerhaubitze 2000 nam een aantal taken van de batterij over. Door het opheffen van 109 Batterij Veldartillerie kwam een einde aan de raketartillerie binnen de Koninklijke Landmacht. De geschiedenis van de raketartillerie in Nederland begon in Nederland in 1959, toen de Honest John werd ingevoerd bij de 109 Afdeling Veldartillerie. De invoering van deze 30-inch ongeleide raket (8 meter 23 lang en 2.630 kg) lag in het verlengde van de NAVO-strategie van Massive Retaliation, die leidde tot de stationering van kernwapens in Europa. Het tactische kernwapen had een klein bereik (30 km) en was het eerste kernwapen waarover de Koninklijke Landmacht beschikte. Niettemin bleven de zich vanaf 1962 in Nederland bevindende kernladingen (Atomic Demolition Munition) voor deze raket Amerikaans bezit. In 1968 verdwenen de Honest John-batterijen van 19 en 49 Afdeling Veldartillerie; 109 en 119 Afdeling Veldartillerie behielden vooralsnog de Honest John. De KL oefende met de Honest John zowel op de Truppenübungsplatz Grafenwöhr als de Truppenübungsplatz Bergen- Hohne in Duitsland. In 1979 werd de Honest John vervangen door de overigens al in 1974 was aangekochte Lance, waarvan zes lanceerinrichtingen operationeel werden in de nieuw opgerichte 129 Afdeling Veldartillerie. Het bereik van de zelf-geleide Lance-raket – eveneens een tactisch kernwapen – was ruim 100 km, zodat voor schietoefeningen moest worden uitgeweken naar de NATO Missile Firing Installation (NAMFI) vlakbij de stad Chania op het Griekse eiland Kreta. In 1988 werd vervolgens de MLRS, ontwikkeld door de U.S. Army, verworven. Voordeel van de MLRS was de hoge mate van (terrein)mobiliteit, omdat het (rups)voertuig zelf verrijdbaar was. Een salvo van de MLRS genereerde binnen één minuut 7.728 stuks subprojectielen, waarvan naar schatting slechts 15% blindgangers was. Specificaties: bemensing | 3 personen | breedte | 2 meter 97 | brugclassificatie | 26 ton | kaliber M27-raket | 277 mm | leeggewicht | 19.400 kg | lengte | 6 meter 83 | motor | 8 cilinder diesel, 500 pk | munitie | 2 x Launch POD Container | raketbereik | 30 km | submunitie per M26-raket | 644 x M77-subprojectiel | vuursnelheid | 12 x M26-raket binnen één minuut |
In 2007 heeft Defensie alle 22 MLRS verkocht aan Finland. De bijbehorende 7.500 MLRS-raketten, die worden gerekend tot de clustermunitie, zijn in 2008 vernietigd door het Duitse bedrijf Nammo Buck GmbH. |
Terug naar Boven MOBIELE DRINKWATERINSTALLATIE De mobiele drinkwaterinstallatie (MDI) is speciaal voor Defensie ontworpen door Promac BV. De MDI is geplaatst op een vrachtauto 100 kN DAF YVZ-2300 (10-tonner) en ingedeeld bij de MDI-pelotons van 150 Gemengde compagnie (150 Gemcie). De KL telt zeven MDI’s; drie installaties zijn ingezet tijdens de missie in Afghanistan (ISAF). De eerste inzet van de MDI was in 2002 tijdens de oefening Rhino Drwasko van 13 Gemechaniseerde Brigade in Polen. In de shelter van de 10-tonner bevindt zich alle apparatuur die nodig is om van water drinkwater te maken. Het proces is volledig geautomatiseerd. Er hoeft alleen op de chemicaliën en de filters te worden gelet. De MDI is in staat oppervlaktewater te reinigen tot drinkwater dat afkomstig is uit waterputten (tot 100 meter diepte) en uit rivieren, kanalen, meren of waterbronnen met een laag zoutgehalte, ook als het voedingswater met bacteriën of nucleair, bacteriologisch of chemisch (NBC) vervuild is. De MDI kan zout water niet omzetten naar zoet water. Het voedingswater wordt stapsgewijs tot drinkwater gemaakt: 1. Allereerst wordt het water door een voedingspomp aangezogen en via een zelfreinigend filter van de grove delen (niet opgeloste deeltjes) ontdaan. Dit is de mechanische filtratie. | 2. Daarna wordt het water door acht ultrafiltratiemembranen gefilterd. De UF-membranen filteren de overgebleven zwevende (niet opgeloste) fijnere deeltjes uit het water. Deze deeltjes blijven in het filter achter. Het water uit de UF-modules wordt in een buffertank opgeslagen of wordt als bad- of waswater gebruikt. Als drinkwater is het dan nog niet geschikt.3. | 3. Om drinkwater te verkrijgen wordt het water vanuit de buffertank opgepompt en onder hoge druk (20 bar) gefilterd volgens het principe van omgekeerde osmose. Drie OO-membranen filteren eventueel aanwezige bacteriën, virussen, toxische stoffen en in het water opgeloste deeltjes (zouten). Het water, waarin stoffen zijn opgelost, stroomt onder druk door een filter dat wel de vloeistof maar niet de opgeloste deeltjes doorlaat. Het uit de OO-membranen afkomstige water wordt door een actief koolfilter geleid en daarna gechloreerd. Hierna is het geschikt is als drinkwater. De MDI levert zuiver H2O, reden waarom er geen smaak aan het water zit. |
| | | | | | De MDI bevindt zich tussen de cabine en de shelter van de 10-tonner. De capaciteit om water te reinigen is 64.000 liter (kubieke meter, m³) per 24 uur. Per uur kan de MDI uit een opgepompte hoeveelheid van 10.000 liter een hoeveelheid drinkwater van 3.500 liter maken. Het overige water wordt geloosd als ‘brijn’ water: afvalwater waarin nog zoutige bestanddelen zitten (brak water, pekelwater). Daarmee is de MDI geschikt voor het functioneren op brigadeniveau, berekend naar het verbruik van drinkwater bij het optreden van een volledig inzetbare brigade (± 5000 man). De MDI is uitermate geschikt voor de inzet in gebieden waar de vraag naar schoon drinkwater groter is dan het aanbod en het reeds aanwezige water niet of minder goed geschikt is voor menselijke consumptie. Hierbij kan worden gedacht aan humanitaire ondersteuning bij natuurrampen, grote concentraties mensen (vluchtelingenkampen) en gebieden zonder eigen watervoorziening. Specificaties: breedte | 2 meter 50 | gewicht | 12.500 kg | hoogte | 3 meter 20 | lengte | 10 meter | uitrusting | aggregaten, drinkwateropslagtanks, kabelhaspels, koppelingen, slangen | voeding | 2 aggregaten à 20 kW (waarvan 1 op aanhangwagen) |
|
Terug naar Boven MOBIELE SATELLIET KEUKEN 
De combisteamers in de MSK | Afgekort: MSK. Bij de Koninklijke Landmacht in 2004 ingevoerd kookprincipe voor het verwarmen van kant-en- klaarmaaltijden als opvolger voor de mobiele veldkeuken. Het concept van grootschalige voedselbereiding door de MSK past idealiter binnen de fysieke distributie, maar de belangrijkste reden om de MSK in te voeren was voedselveiligheid – onder andere in het kader van de Hazard Analysis Critical Control Points (HACCP). De MSK bestaat uit een container met twee combisteamers, waterboiler, 35 thermoboxen voor het warm houden van voedsel en 20 thermoboxen voor het warm houden van water. |
In de MSK kunnen kant-en-klaarmaaltijden in gestandaardiseerde porties worden verwarmd én kan brood worden afgebakken. In elke combisteamer van de MSK passen maximaal 40 componenten. Deze componenten zijn 18 verschillende soorten zetmeelproducten, 28 verschillende soorten groente en 34 verschillende vleesproducten – te combineren door de keukengroep. Het voedsel – dat binnen de MSK wordt gebruikt – wordt door een externe leverancier na de bereiding ingevroren en geportioneerd . Wanneer de maaltijd gebruikt moet worden, worden de componenten in een combisteamer in 2 uur tijd met hete lucht en stoom geleidelijk opgewarmd (geregenereerd). Hierdoor blijft de voedingswaarde kwalitatief optimaal behouden. Dankzij de MSK krijgt de militair op oefeningen en uitzendingen in elk geval géén vers bereide maaltijden meer. | 
Onder het resultaat van een maaltijdcomponent in het kader van het 'ontkoppeld koken' |
| | De logistieke aanvoer van de MSK-maaltijden is een knelpunt of uitdaging. De handeling van grote hoeveelheden kant-en-klaarmaaltijden via luchttransport is (nog) niet mogelijk door het ontbreken aan actieve koeling in transportvliegtuigen. Bij interrupties in de logistieke lijn moet worden teruggevallen op de verstrekking van gevechtsrantsoenen. De MSK is voor de eerste maal tijdens een oefening beproefd op het oefenterrein Vogelsang en voor het eerst in uitzendgebied tijdens de missie Stabilisation Force Iraq (SFIR) in Irak. De nieuwe manier van voedselbereiding in de MSK levert de volgende voordelen op: | ► een kwalitatief beter, hygiënischer en neutraler product | | ► koks en chef-hofmeesters kunnen zich richten op het klaarmaken van salades, soepen e.d. | | ► meer variatie in de maaltijden | | ► minder afval | | ► voedsel ter plaatse prepareren is niet meer nodig |
Zie ook: H.A.C.C.P. en mobiele veldkeuken (MVK). |
Terug naar Boven MOBIELE VELDKEUKEN Duits: Feldküche. Engels: field kitchen. Frans: roulante militaire. Afgekort: MVK. Voluit: veldkeuken AW 57/5. 
De mobiele veldkeuken in bedrijf Op een aanhangwagen vervoerde kookinrichting voor het prepareren en koken van maaltijden te velde. Met de MVK kunnen tijdens oefeningen e.d. zowel verse maaltijden worden bereid als de blikken van de gevechtsrantsoenen worden verwarmd in de kookketels met water. In principe hadden, vóór de invoering van de fysieke distributie, eenheden van bataljonsgrootte en zelfstandige compagnieën minimaal één eigen keukengroep met een MVK. Na het bereiden wordt het voedsel ter plaatse genuttigd of opgevoerd met behulp van warmhoudende gamellen met een roestvrijstalen binnenzijde. De MVK – die drie kookketels (70, 85 en 100 liter) en een braadslede van 45 liter telt – werkt middels het vergassen van brandstof (benzine, diesel of kerosine). De MVK is de opvolger van de FKH-900, die was voorzien van drie dubbelwandige roestvrijstalen kookketels van elk 150 liter én een braadslede van 60 liter, samen afdoende voor het koken voor 250 militairen (compagnie+). 
De FKH-900, voorloper van de MVK Zie ook: H.A.C.C.P. en mobiele satelliet keuken (MSK). |
Terug naar Boven MOBIEL STRAALVERBINDINGSSTATION | Afgekort: MSVSN. Het voertuig is een DAF YSZ-2300, 120kN. Officiële naam: KL/MRC-2500. Tactisch voertuig dat kan worden ingezet als deel van een straalverbindingsnetwerk of bij een commandopost/hoofdkwartier. De antennemast wordt hydraulisch opgezet met een minimale hoogte van 10 meter en een maximale hoogte van 26 meter. Bij transport ligt de mast over de cabine van het voertuig. Het opzetten van de 'snelle mast' duurt slechts zes minuten; het totale systeem is in ± vijftien minuten operationeel. De MSVSN beschikt over twee straalzenders, is binnen tien minuten na aankomst operationeel gereed zonder tuidraden, heeft de beschikking over een ingebouwd generatoraggregaat van 6 kW en weegt in totaal 25.500 kg. Binnen de Koninklijke Landmacht zijn twee van dergelijke voertuigen. De bemensing bestaat uit drie personen: chauffeur/bedienaar, bedienaar en sergeant-postcommandant. |

|
Terug naar Boven MOBILE COMBAT TRAINING CENTRE 
De laptop waarmee de observer/trainer het outdoor trainen op locatie kan volgen. | Afgekort: MCTC. Voorbeeld van een geavanceerd onderwijsleermiddel (GOLM). Tactisch outdoor trainingssysteem, geleverd door het Zweedse SAAB Training Systems AB waarmee sinds 2003 door de Gevechtstrainingschool (GTS) van het OTC Manoeuvre wordt gewerkt. De individuele militair krijgt een harnas en helmband met laserogen omgehangen. MCTC ondersteunt het realistisch geïnstrumenteerd trainen van gevechtseenheden en een evaluatie van oefeningen die weinig tot geen ruimte laten voor discussie: alle acties worden geregistreerd en onvolkomenheden blootgelegd. |
De technologische mogelijkheden in de hard- en software van het Mobile Combat Training Centre-systeem zijn vele malen uitgebreider dan het Multiple Integrated Laser Engagement System (MILES). MCTC is een add-on systeem: de eenheid maakt gebruikt van zijn eigen systemen, voertuigen en wapens, waaraan laserpuls-genererende detectoren, modules en sensors worden toegevoegd. | 
De persoonlijke wapens en voertuiggebonden wapens zijn uitgerust met een laser. |

Het laseroog op het harnas van de te oefenen militair registreert of hij/zij is getroffen. | Ook wordt ieder individu in combinatie met zijn/haar ID smartcard en wapensysteem of voertuig tijdens uitgifte van de simulatoruitrusting – voorzien van een chip met een unieke code – door de computer aan elkaar gekoppeld zodra de militair zijn MCTC-systeem ophaalt en langs een detectiepoort beweegt. Daar komt bij dat iedereen en elk voertuig dat zich op het gevechtsveld bevindt is toegerust met navigatie volgens het Global Positioning System (GPS). Hierdoor is Exercise Control (EXCON) op elk moment tot op het coördinaat nauwkeurig precies op de hoogte van de locatie van iedere observer/trainer (O/T), speler en voertuig. |
Terug naar Boven MOBILISATIE Duits: Mobilmachung. Engels: mobilization. Frans: mobilisation. Letterlijk: beweeglijk maken van een leger. Het in staat van paraatheid brengen van de krijgsmacht bij het vermoeden dat spoedig een oorlog kan uitbreken. Feitelijk de overgang van vredes- naar oorlogstoestand van de eigen strijdkrachten. Te verdelen in gedeeltelijke mobilisatie (van krijgsmachtdelen of eenheden) en algemene mobilisatie (van de gehele krijgsmacht). Hierbij wordt onder meer reserve- en dienstplichtig personeel dat met verlof is in actieve dienst onder de wapenen teruggeroepen. Ook worden strategische locaties veiliggesteld en in de burgermaatschappij voertuigen, voorraden en zelfs bedrijventerreinen gevorderd. In verband met de dreiging van een oorlog tussen Duitsland en Frankrijk kondigde Nederland op 16 juli 1870 de mobilisatie af. Drie dagen later brak de Frans-Duitse oorlog uit, waarna Nederland zich neutraal verklaarde. De mobilisatie van 1870 verliep zo chaotisch dat de Minister van Oorlog, generaal J.J. van Mulken, in 1871 moest aftreden. Op 1 augustus 1914, de dag van de Duitse oorlogsverklaring aan Rusland, kondigde Nederland een algemene mobilisatie af ter verdediging van zijn neutraliteit. Tijdens de Eerste Wereldoorlog hield de Nederlandse krijgsmacht zich hoofdzakelijk bezig met bewakingsdiensten, handhaving van de openbare orde (voedselrellen) en opvang van de vluchtelingen uit België. In verband met de dreiging van een invasie van Duitsland kondigde het tweede kabinet van premier Dirk Jan de Geer op 28 augustus 1939, drie dagen vóór de Duitse inval in Polen, opnieuw een algemene mobilisatie af. De regeringspersdienst liet weten: "Ten einde ten volle voorbereid te zijn op den plicht, welke op Nederland zou rusten om, in geval dat, tegen alle nog bestaande hoop in, een gewapend conflict in het buitenland mocht uitbreken, onze onzijdigheid naar alle zijden met alle ter beschikking staande middelen te handhaven, heeft de Regeering gemeend niet langer te mogen wachten met het nemen van den uitersten voorzorgsmaatregel en is daarom thans het bevel gegeven tot mobilisatie van leger en vloot." Hiermee werd de paraatheid van de manschappen opgevoerd tot in totaal 280.000. De internationale spanningen leidden tot de Tweede Wereldoorlog. Na WO II volgde een decennialange periode van Koude Oorlog; in haar kadermilitieleger had Nederland met afgezwaaide dienstplichtigen steeds een groot aantal te mobiliseren militairen virtueel onder de wapenen. Het tegenovergestelde is demobilisatie. |
Terug naar Boven MOBILISATIECOMPLEX Mob-complex. Duits: Mobilmachungs-depot; Mobilmachungs-stützpunkt. Engels: mobilization complex; mobilization base. Frans: complexe de mobilisation. Afgekort: mobcplx. Magazijnlocatie of een complex van magazijnen waar de uitrusting en voorraden van – in tijd van (dreigende) oorlog – te mobiliseren eenheden, reserve-eenheden of de reservecomponent van parate eenheden in opleg wordt gehouden. Tot de uitrusting en voorraden die er gestald werden, behoorden kleding, voertuigen en wapens. De aanwezige goederen werden weliswaar niet gebruikt maar wel degelijk onderhouden in een daartoe aanwezige onderhoudsfaciliteit. 
Tijdens de Koude Oorlog lag in de ruim 100 mob-complexen in Nederland de uitrusting van alle militairen die in geval van mobilisatie konden worden opgeroepen. Om praktische (reductie van de logistiek) en strategische (minder kwetsbaar voor vijandelijke luchtaanvallen) redenen, lagen deze mobilisatiecomplexen niet ver uit de buurt van kazernes. Op onregelmatige tijdstippen voerden infanteriebeveiligingscompagnieën patrouillegang uit op en rond de mob-complexen. De mob-complexen werden vanaf 1956 in Nederland gebouwd ter verdediging van invallen vanuit de Sovjet-Unie en bleven tot ± 2000 in bedrijf. In verband met de beëindiging van de Koude Oorlog stootte het Ministerie van Defensie vele tientallen mob-complexen af. Daarnaast waren er, eveneens verspreid over Nederland, diverse munitiebunkers en brandstofopslagplaatsen, die een snelle mobilisatie mogelijk moesten maken. Zo bevonden zich in het tijdvak 1956-2000 in elk geval mobilisatiecomplexen in: Alverna, Baarle-Nassau, Bathmen, Benschop, Bergen (N-H), Best, Bussum, De Bilt, Deurne-Vlierden, Dongen, Egmond aan de Hoef, Elsendorp, Elst-Rhenen, Fort aan de Bakkerskil, Fort aan de Klop, Fort aan de Uppelse Dijk, Fort bij Aalsmeer, Gorinchem, Grave, Harderwijk, Harskamp, Heesch, Hoenderloo, Hoogland, Jaarsveld, Kampen, Klarenbeek, Langenboom, Lieshout, Loosdrecht, Lopik, Maartensdijk, Maasland, Mijdrecht, Mill-Noord, Nistelrode, Odijk, Oudemolen, Purmerend, Rips-Oploo, Rucphen, Schaik, Sleeuwijk-Werkendam, Soesterberg, Spoordonk, Tilburg, Uitgeest-Station, Valkenswaard, Veldhuizen, Venray, Vlierden, Vlissingen, Voorschoten, Voorthuizen, Wanroij, Weert, Weesp, Wezep, Wilp, Ysselsteyn en Zeeland. |

|
Terug naar Boven MOCKINGBIRD Letterlijk: spotlijster. Officieel: Visual Identification Projector (VIP) infrarood stroboscooplicht. Op de helm te dragen systeem van Combat Identification (Combat ID) dat zowel de situational als shared awareness tijdens gevechtsacties en patrouilles verbetert. Hierdoor wordt ook de kans op burgerslachtoffers en het risico van wapeninzet op eigen eenheden (friendly fire) verminderd. Mockingbird is een systeem voor grondgebonden eenheden, waardoor positieve visuele identificatie vanuit de lucht maar ook onderling op de grond mogelijk is. | |
| | Hierdoor kan nauwkeurig worden bepaald waar vriendschappelijke eenheden, vijanden en neutrale/onbekende eenheden zoals burgers en NGO's zich bevinden. Het systeem, dat werkt op één 3 Volt-lithiumbatterij, is te land zichtbaar over een afstand van bijna 5 km (in het donker) en 10 km in de lucht. Met behulp van vijf witte Light Emitting Diodes (LED’s) van 10 mm – centraal en in alle windrichtingen geplaatst – produceert het in een frequentie van zestig maal per seconde een constant infrarood flitslicht. De Mockingbird weegt, inclusief batterij, 110 gram.
Bij een incident, op 12 januari 2008 tijdens de operatie Kapcha As in het gebied rond Deh Rawod in Uruzgan, kwamen twee Nederlandse militairen (soldaat Wesley Schol en korporaal Aldert Poortema) en twee Afghaanse militairen door friendly fire om het leven. |
Terug naar Boven MOCK-UP Schaalmodel op ware grootte waarmee de skills en drills van het helikopteroptreden kunnen worden gesimuleerd. Bij de Helikopter Instructie Groep (HIG) van 11 Luchtmobiele Brigade vindt ook de opleiding van personeel dat vanuit helikopters moet kunnen fastropen en abseilen onder andere vanuit mock-ups plaats. 
Voorbeeld van een mock-up in een gemodificeerde container. De rijplaten dienen om voertuighandelingen met transporthelikopters te beoefenen. Het nabootsen van de werkelijkheid kan gebeuren aan de hand van een gelijkend schaalmodel voorzien van een realistische inrichting (Chinook, Cougar), maar ook aan de hand van één of meerdere containers. |
Terug naar Boven MOEDERS 
Mevrouw M.L.C. Cornelissen-Dijken, weduwe van de bataljonscommandant van het 3de Bataljon Regiment Stoottroepen tijdens de Politionele Acties in voormalig Nederlands-Indië. | Bijnaam van: Mevrouw M.L.C. Cornelissen-Dijken. Echtgenote van de bataljonscommandant van het 3de Bataljon Regiment Stoottroepen tijdens de Politionele Acties in voormalig Nederlands-Indië. Bezocht tijdens de uitzending van haar echtgenoot in Nederland de familie van gesneuvelde en gewonde militairen van het bataljon. Ook na het overlijden van haar echtgenoot in Nederlands-Indië, is zij vervolgens haar gehele leven doorgegaan met het bezoeken van (oud-)Stoottroepers die door om het even welke omstandigheden in de problemen waren geraakt. Daarnaast bezocht zij oefeningen en schietseries en stuurde zij lekkernijen op naar uitzendingen. Zelf maakte ik dit mee tijdens de uitzending van Dutchbat-II, toen zij lekkernijen (peperkoek e.d.) opstuurde naar Stoottroeper en mijn toenmalige compagniescommandant kapitein Piet van der Sar (Bravo-Compagnie, 12 Infanteriebataljon Luchtmobiel Garderegiment der Jagers). Voor haar verdienstelijke werk ontving Moeders terecht een Koninklijke Onderscheiding. Op 25 juni 2000 is mevrouw M.L.C. Cornelissen-Dijken op 87-jarige leeftijd overleden. Meer informatie over Moeders is te vinden op de website van de Bond van Oud-Stoottroepers en Stoottroepers. |
Terug naar Boven MOGOS | Acroniem: Mobiel Operationeel Geneeskundig Operatiekamer Systeem. Het MOGOS is een snel ontplooibare, volledig mobiele en voor een vlakke betonplaat ideaal licht-chirurgisch operatiekamersysteem. Het MOGOS wordt ingedeeld als een role-2+ geneeskundige inrichting binnen de Koninklijke Landmacht. |
MOGOS volgt in het spoor van de manoeuvre-eenheden op brigade-niveau mee; in het verleden werd ze in het kader van de Algemene Verdedigings Taak gecoloceerd aan de verbandplaats van de Geneeskundige Compagnie van de Gemechaniseerde Brigade, die immers géén operatiekamercapaciteit had. Tijdens het oprukkend of vertragend gevecht bevindt de MOGOS-configuratie zich, in verband met het golden hour, zo dicht mogelijk in de buurt van de manoeuvre-eenheden in front maar uiteraard vóór het daarachter gelegen hospitaal. | 
|
| | De MOGOS-configuratie bestaat uit een configuratie van dertien 20-voet-containers, waarvan de maatvoering luidt: lengte | 6 meter 10 | breedte | 2 meter 44 | hoogte | 2 meter 59 |
De dertien containers hebben de volgende functionaliteit: 1 X | airconditioning-unit | niet uitschuifbaar | 1 X | generatoraggregaat-unit | niet uitschuifbaar | 1 X | materieelopslag-unit | niet uitschuifbaar | 1 X | radiologische unit t.b.v. röntgen en echografie | uitschuifbaar | 2 X | operatiekamer-container | uitschuifbaar | 3 X | intensive care-unit (zowel pré- als postoperatief) met tien verpleegbedden en twee IC-bedden | uitschuifbaar | 4 X | koppelunit die als ruggengraat van het MOGOS fungeert | niet uitschuifbaar |
Bij de medisch functionele, uitschuifbare containers neemt de breedte toe naar 4 meter 50, waardoor een oppervlaktevergroting ontstaat van 20 m². Alle containers bijeen beslaat de MOGOS-configuratie een oppervlakte van 55 bij 65 meter; omdat het systeem modulair is kan het, naar gelang de behoefte, groter worden gemaakt. De containers hebben harmonicaverbindingsmoffen om de containers met behulp van balgen en loopbruggen onderling aan elkaar te kunnen koppelen. Daarnaast beschikken ze over een auto-nivelleersysteem, waardoor de configuratie zichzelf elektronisch waterpas kan zetten, met een maximale stabiliseringshoogte van 60 cm. 
De MOGOS-configuratie uitgebouwd op de Generaal Spoorkazerne in Ermelo, thuisbasis van 400 Geneeskundig Bataljon dat de MOGOS-eenheden herbergt In de containerconfiguratie zijn alle apparatuur en leidingen ten behoeve van brandstof (voor aandrijving van het generatoraggregaat), zuurstof (voor beademing van de patiënten), perslucht (voor allerlei medische apparatuur) en water ingebouwd. | De gehele configuratie kan worden geplaatst op dertien DAF-vrachtwagens YWZ-2300 (10-tonners), die beschikken over een eigen laad- en losinrichting (Wissel Laad Systeem of WLS). Daarnaast beschikt het MOGOS over een overdruksysteem tegen Chemische, Biologische, Radiologische en Nucleaire (CBRN) wapens. Tot slot maakt telemedicine het mogelijk dat via een computerverbinding met het Centraal Militair Hospitaal in Utrecht beelden ter radiologische beoordeling naar Nederland worden verstuurd. |
Medio 1997 en '98 zijn vier MOGOS-configuraties ingestroomd: drie bij de parate hospitaalcompagnieën (420 Hospitaalcompagnie met 470 MOGOS-peloton, 421 Hospitaalcompagnie met 471 MOGOS-peloton en 422 Hospitaalcompagnie met 570 MOGOS-peloton) en één wordt gebruikt als tactische reserve. De eerste operationele inzet van MOGOS heeft van maart tot augustus 2003 plaatsgevonden tijdens de operatie ISAF op Kabul International Airport in Afghanistan. 
Foto's van de opbouw en gereedheid van het Mobiel Operationeel Geneeskundig Operatiekamer Systeem tijdens de eerste operationele inzet in Kabul in 2003 (© sgt1 Patrick Kooij, 471 MOGOS-peloton) De huidige drie MOGOS-pelotons worden in het kader van zowel de veranderingen binnen de (Geneeskundige Dienst van de) Koninklijke Landmacht als het optreden voor de NATO Response Force omgebouwd tot MOGOS-compagnieën (medio 2005/2006). 
Dankzij de aanwezigheid van de multiresistente Acinetobacter baumannii-bacterie (MRAB) – die niet schadelijk is voor gezonde personen maar uiteraard wèl voor patiënten met een sterk verminderde weerstand, zoals net geopereerde patiënten of (beademde) patiënten op de Intensive Care – staat sinds 24 januari 2008 op de parkeerplaats van het ziekenhuis Medisch Centrum Twente te Enschede een mobiele Intensive Care. Deze mobiele IC is gebouwd door 472 MOGOS-compagnie, één van de eenheden van 400 Geneeskundig bataljon uit Ermelo. De tijdelijke Intensive Care-voorziening, die zes units met elk 2 bedden telt, is op 28 januari 2008 in gebruik genomen. (© sgt¹-vplk Van der Wielen). Zie ook: Fysieke Distributie, Scania vrachtauto 165 kN 8X8 WLS en Wissel Laad Systeem. |
Terug naar Boven MOLOTOV-COCKTAIL  | Synoniemen: benzine- of brandbom. Een voor de helft tot maximaal tweederde met brandbare stof gevulde fles die via een lont of lap stof in de – liefst zo lang mogelijke - hals van de fles wordt ontstoken. Voordat de fles gebruikt wordt als molotov-cocktail even op z'n kop houden, opdat lont of lap goed doordrenkt raken met de brandstof. Het deel van lont of lap dat uit de hals steekt, wordt in brand gestoken, waarna de fles wordt weggeworpen in de richting van het gewenste doel. In plaats van lont of lap kan ook uitgeharde klei of kauwgom worden gebruikt met een lont er doorheen. |
Deze simpele maar doeltreffende 'bom' werd als eerste door de Finnen gebruikt als antitankwapen in de Winteroorlog tussen de Sowjet-Unie en Finland. De Finse militairen noemden de benzinebom spottend naar de toenmalige Minister van Buitenlandse Zaken van de Sowjet-Unie, Vyacheslav Molotov. Nadat de keiharde onderhandelaar Molotov samen met de Duitse Minister van Buitenlandse Zaken Joachim von Ribbentrop in september 1939 het beruchte Molotov-Ribbentrop Pact had gesloten – in naam een niet-aanvalsverdrag – stelde de Sowjet-Unie ook eisen aan Finland. In plaats van deze eisen af te wachten, begon de Sowjet-Unie echter zonder oorlogsverklaring op 30 november 1939 een aanval op de Finnen. Op 13 maart 1940 eindigde de Winteroorlog met een staakt-het-vuren. De molotovcocktail wordt vandaag de dag nog steeds gebruikt, onder andere in het kader van pantsernabijbestrijding (pantserrups- en wielvoertuigen en tanks). Molotov-cocktails kunnen, mits geworpen op de juiste plek, veel schade aanrichten en zelfs het voertuig uitschakelen. | |
De meest gebruikte mengsels voor het maken van een molotov-cocktail zijn: (was)benzine en afwasmiddel | (was)benzine en olie | kerosine en petroleum | spiritus en olie |
De molotov-cocktail is een bijzondere handgranaat. |
Terug naar Boven MOMENTUM | Product van snelheid (tempo) en stootkracht (energie), dat geldt als het beslissende moment van het aanvallend gevecht. Het momentum van de aanval dient gehandhaafd te worden tot en met het nemen van het aanvalsdoel. Het momentum draagt bij tot het behouden van het initiatief en laat de vijand slechts relatief handelen toe, waarbij zowel in tijd als in ruimte wordt voorkomen dat de vijand het initiatief kan hernemen. |
Terug naar Boven MONITOR Gratis blad dat maandelijks wordt uitgegeven door de Sectie Communicatie van het Commando Landstrijdkrachten in samenwerking met het Thuisfrontcomité van de Koninklijke Landmacht (TFC-KL). Het blad is de opvolger van het blad De Achterbanier (1979-1995) en Achterbanier Nieuws (1996). De door de uitgezonden militair opgegeven eerste en tweede relaties ontvangen het blad op het huisadres, maar ook de militair in het missiegebied en de niet-uitgezonden eenheden in Nederland. In het blad is onder meer informatie opgenomen over de activiteiten van het TFC-KL, de situatie in de verschillende missiegebieden en de telefooncirkels. | |
Terug naar Boven MORNING PRAYER Dagelijkse bespreking van militaire en politieke nieuwsberichten, voorgezeten door de commandant en met zijn ondercommandanten en sleutelfunctionarissen. Tijdens oefening en ernstinzet vindt de morning prayer elke ochtend en/of avond plaats, liefst op eenzelfde, steeds terugkerend tijdstip. In het overleg worden de zaken van de afgelopen (of komende) 24 uur, de lopende dag en op het gebied van personeel en materieel doorgesproken. De morning prayer begint met een nominatief appèl en eindigt met een rondvraag ("Wat verder nog ter tafel komt"); het laatste woord is aan de commandant. |
Terug naar Boven MORSE Internationaal codealfabet, waarbij elke letter, cijfer of leesteken wordt voorgesteld door een combinatie van punten en strepen: morsetekens. Het systeem is in 1838 bedacht door de Amerikaanse schilder en beeldhouwer Samuel F.B. Morse (1791-1872) voor gebruik op de elektromagnetische telegraaf. Daarna is morse verbeterd door Alfred Vail, Morse’s partner, en aangepast door de Duitser Friedrich Gerke – onder meer omdat de morse aanvankelijk niet geschikt was om grote hoeveelheden niet-Engelse tekst over te seinen. Met een telegraaf kunnen alleen elektrische pulsen (zwakstroom) van korte of lange duur worden verstuurd. In het ritme van punten (dots=korte seinen) en strepen (dashes=lange seinen) wordt de zender met behulp van een seinsleutel aan- en uitgeschakeld. Door het afwisselend aan- en uitschakelen – het onderbreken van het zwakstroomcircuit – met de klopper (morsesleutel) van de telegraaf kunnen boodschappen met een snelheid van ± 40 woorden per minuut worden verstuurd én gelezen. Een klokmechanisme trekt een lange strook papier langs een metalen pen gekoppeld aan een elektromagneet. Als de verzender de klopper indrukt, duwt de magneet de pen op de papierstrook. Hierdoor ontstaat een punt- of streepvormige indeuking, zodat het bericht kan worden gelezen. | |
| | Op 24 mei 1844 zond Morse zelf het eerste bericht over de eerste telegraaflijn in de VS, van Washington naar het 40 mijl (65 km) verderop gelegen Baltimore: “What hath God wrought!” (“Wat heeft God gewrocht/gemaakt!”) – een Bijbeltekst uit Numeri 23:23. In Nederland werd morse in 1851 voor het eerst gebruikt op de telegraaflijn van Amsterdam naar Nieuwendiep. In december 1853 kwam de Nederlandse Rijkstelegraafdienst in functie, die weldra ook een deel van het militaire berichtenverkeer verzorgde. In militaire kringen was een zuiver militaire telegraafdienst een punt van discussie, maar in 1868 begon die toch aan zijn bestaan. In 1874 richt het leger de afdeling Veldtelegrafie op, registratief ingedeeld bij het Bataljon Mineurs en Sappeurs. De Veldtelegrafie – die het begin markeert van de huidige Verbindingsdienst – beschikte in den beginne over drie morsetoestellen, 25 morsetelegrafisten en enkele transportwagens voor telegraafmaterieel. Op 5 mei 1923 werd Radio Kootwijk als lange golfzender voor morseseinen in gebruik genomen, in het bijzonder voor telegraafverkeer met Nederlands-Indië. Behalve op een telegraaf kan morse ook visueel (rooksignalen, seinlamp, vlaggen) of auditief (fluit) worden overgedragen. Tot de komst van de telefoon werd de – sobere en daardoor geniale – morsetaal veel gebruikt. Zo maakten radiotelegrafisten/marconisten vanaf de Krimoorlog (1854-’56), Amerikaanse Burgeroorlog (1861-’65) en Russisch-Japanse oorlog (1904-’05) tot en met de Eerste en Tweede Wereldoorlog, Korea- en Vietnamoorlog frequent gebruik van morse. In de Nederlandse krijgsmacht wordt morse sinds het einde van de jaren ’90 niet meer aangeleerd; in 2000 werd het seinen met morse bij de luchtmacht en marine afgeschaft. Belgische paracommando’s wordt nog wel in morse onderwezen. Zelfs in slechte, voor andere communicatiemiddelen storingsgevoelige atmosferische omstandigheden, als alle overige verbindingsmiddelen uitvallen en zonder veel hulpmiddelen (een stuk draad of een hekwerk van prikkeldraad) biedt morse mogelijkheden voor zenden en ontvangen. Het is een beproefd hulpmiddel voor overleven op het gevechtsveld. De Internationale Maritieme Organisatie heeft de morsecode per 1 februari 1999 afgeschaft als officieel communicatiemiddel voor koopvaardij en marine. Het heeft plaatsgemaakt voor satellietcommunicatie. De bekendste morsecode is die van het internationale noodsignaal SOS: drie punten, drie strepen, drie punten (mayday). |
Terug naar Boven MORTIER Mortieren zijn krombaan- of worpgeschut, in tegenstelling tot bijvoorbeeld kanonnen. Een mortier is een korte vuurmond met een zeer korte, nagenoeg verticaal geplaatste loop, die granaten verschiet. De mortiergranaten komen tot ontbranding doordat zij door de lader worden ingeworpen op de vaste slagpin van de mortier. De bedienaar/lader krijgt de mortiergranaat aangereikt door de munitiebewerker. De mortiergranaten komen op relatief korte afstand neer, juist vanwege de lage aanvangssnelheid en de steile baan waarin de mortiergranaten worden verschoten. Zoals bij alle krombaangeschut is de nauwkeurigheid van de mortier beperkt, omdat de wind de baan van het projectiel sterk kan beïnvloeden. 
Linksboven: mortier 120 mm, rechtsboven: tekening Amerikaanse mortier 60 mm, linksonder: Amerikaanse mortier, rechtsonder: mortier 81 mm De diameter van de schietbuis van het mortier bepaalt het kaliber. Er zijn mortieren in bijvoorbeeld de kalibers 60, 81, 120 en 155 mm. Mortierpelotons en –compagnieën zijn, evenals antitank en verkenners, zgn. wapenspecialistische eenheden. Mortieren zijn ingedeeld bij de pantser- en lichte infanterie, zoals 11 Air Manoeuvre Brigade Air Assault en het Korps Mariniers. Zo beschikt het Korps Mariniers als indirecte vuursteun over 60 mm mortieren op pelotonsniveau, 81 mm mortieren bij de Ondersteuningscompagnieën van de bataljons en 120 mm mortieren bij het Gevechtssteunbataljon. Bij de pantserinfanterie zijn acht stuks mortieren 120 mm ingedeeld. Binnen de infanteriecompagnieën van 11 Air Manoeuvre Brigade Air Assault is een mortiergroep 81 mm ingedeeld, die zorgdraagt voor vuursteun op compagnies-, bataljons- of zelfstandig niveau. 11 Mortiercompagnie Luchtmobiel Regiment Stoottroepen Prins Bernhard heeft weer de beschikking over mortieren 120 mm. In beginsel zijn de mortieristen van de lichte mortieren (60 en 81 mm) verantwoordelijk voor de beveiliging van locaties door middel van het afgeven van mortiervuur (explosief, licht en/of rook) én om een vijand buiten het gezichtsveld direct te kunnen bestrijden indien eigen troepen direct onder vuur liggen. De mortieristen van de zware mortieren (120 en 155 mm) doen feitelijk hetzelfde, maar met zwaarder geschut en een grotere dracht. Mortier 120 mm, getrokken, H(otchkiss) B(randt), Rayé doelengebied | 200 m breed x 150 m diep | gewicht | 574 kg | kaliber | 120 mm | lengte | 302 cm | minimale schootsafstand | 1,1 km | maximale schootsafstand | 8,1 km | maximale vuursnelheid | ± 15 schoten per minuut |
De stuksbediening bestaat uit vijf militairen. De hoofdonderdelen van de 120mm-mortier H.B. Rayé zijn het affuit met tweewielig onderstel, de grondplaat, de grondplaatklemband, de schietbuis met het bodemstuk en het trekoog. Met deze mortier kunnen brisant-, licht- en springstofgranaten worden verschoten. Volgens het project Licht Indirect Vurend Wapensysteem staat de vervanging van de 120 mm-mortier gepland voor de jaren 2011-’14; de kosten hiervan bedragen tussen € 100 en € 250 miljoen. 
Mortier 120mm in actie Mortier 81 mm L19 A2 | combat proven | ja (Falklandoorlog) | doelengebied | onbekend | | delen | 3 (affuit, grondplaat en schietbuis) | | fabrikant | Royal Ordnance (GB) | gewicht | 40 kg | | in stelling brengen | < 5 minuten | kaliber | 81 mm | lengte | 121 cm | maximale effectieve dracht | 5.675 m | | opzetkijker- en baakverlichting | voorzien van tritium | vuursnelheid | 15 schoten per minuut |

Mortier 81 mm in actie Mortier 60 mm 
In Afghanistan beschikken de Special Forces en verkenners over de draagbare 60 mm mortier. Eind jaren ’70 zijn deze van origine Franse Hotchkiss-Brandt mortieren omgebouwd tot de huidige uitvoering TDA MO-60 Commando Mortier, in de versies MO-60 CV (drop-fire) en MO-60-CA (trigger-fire). TDA is de Franse producent TDA Armements SAS, een onderdeel van de Thales Group. De lichtgewicht mortieren zijn voorzien van een nieuw bodemstuk, singelband om de loop om de mortierbuis met de hand te kunnen vastpakken tijdens het vuren, een waterpasje en een draag/richtriem. De lengte van de 60 mm mortier is 85 cm, het gewicht 8,1 kg en de schootsafstand minimaal 100 en maximaal maar liefst 1.050 meter effectief. |
Terug naar Boven MORTIEROPSPORINGSRADAR Voluit: Mortieropsporingsradar AN-TPQ-36. Afgekort: MOR. De mortieropsporingsradar is een op een aanhangwagen gemonteerd mobiel radarsysteem. De bedieningsruimte is een shelter op een vrachtwagen YA-4442. In het verleden werd over de inzet van de MOR meestal gezwegen, maar sinds de Peace Support Operations van Nederland in Macedonië, Afghanistan (ISAF) en Irak (SFIR) niet meer. 
Doel van de MOR is het achterhalen van de herkomst van afgevuurde vijandelijke projectielen zoals artillerie, mortieren en raketten – en eventueel ook de activiteit van kleinkaliberwapens – opdat de positie van de vijandelijke schutters kan worden achterhaald om daar nog sneller een patrouille naartoe te sturen. De MOR heeft een radarbereik van 15 km en computers kunnen zeer snel de meest waarschijnlijke (af)vuurlocatie van een projectiel tot op 24 km afstand berekenen. Door het plaatsen van één of meerdere mortieropsporingsradar zal een compound in een missiegebied veiliger worden in het kader van de passieve verdediging van force protection. |
Terug naar Boven MOSTERDGAS Duits: Kampstoff LOST (samentrekking van de namen van Bayer AG-medewerkers Wilhelm LOmmel en Wilhelm STeinkopf); Senfgas. Engels: mustard gas; sulfur mustard; Yellow Cross liquid. Frans: gaz moutarde. Chemische formule: C4H8Cl2S. Generieke naam: 1,1-thiobis(2-chloorethaan). Bijnaam: yperiet. Code: HD. Blaartrekkend chemisch strijdmiddel dat in vloeistofvorm pijnlijke blaren en roodheid op de huid veroorzaakt, de longen beschadigt en de ogen prikkelt. Wanneer mosterdgas – het meest beruchte strijdgas – in aerosol- of dampvorm wordt ingeademd, werkt ze sterk prikkelend en blaartrekkend. In gasvormige toestand is ze geel en plakkerig en blijft ze in uniformen plakken. Bij lagere temperaturen is mosterdvloeistof zeer persistent. In België zijn de slagvelden uit W.O. I nog altijd verontreinigd met mosterdgas. De dampen zijn ruim 5 maal zwaarder dan lucht en kunnen in diepgelegen terreindelen tot enkele dagen actief blijven. Mosterdgas werd voor het eerst geproduceerd in 1822, maar de toxische eigenschappen van mosterdgas zijn voor het eerst beschreven door de Duitse chemicus dr. Albert Niemann in 1860. | | |
In de nacht van 12 op 13 juli 1917 (Derde Ieperslag) werd mosterdgas voor het eerst nabij de Vlaamse stad Ieper (in het Frans: Ypres) ingezet door de Duitsers. Mosterdgas werd verspreid door druppelvorming na de detonatie van gasgranaten bij een inslag. Daarna werd het tijdens de Eerste Wereldoorlog herhaaldelijk ingezet, onder andere in Verdun en aan de Marne. De Fransen introduceerden mosterdgas in hun wapenarsenaal in juni 1918, de Britten in september 1918. Het geschatte aantal slachtoffers door mosterdgas in W.O. I is ± 120.000. | |
| | Het effect van mosterdgas is niet zozeer dodelijk alswel buitengevechtstellend. De eerste symptomen openbaren zich 2 tot 24 uur na de blootstelling. Ruim 30 jaar na W.O. leden veteranen nog steeds aan oogaandoeningen en chronische ademhalingsstoornissen als gevolg van de blootstelling aan mosterdgas. Tijdens de Irak-Iranoorlog (1985-‘88) werd mosterdgas in grote hoeveelheden door Irak aangewend. Hierbij werden naar schatting 50.000 burgers en militairen besmet. Ook zette Irak mosterdgas in tegen de eigen Koerdische bevolking in het noorden; dieptepunt hierbij was de genocide in Halabja (maart 1988), waarbij duizenden inwoners om het leven kwamen door een gifgasaanval met onder andere mosterdgas. In 1935-’36 zette het fascistische Italië mosterdgas in tijdens de oorlog in Abessinië (Ethiopië). De Japanners wendden mosterdgas herhaalde keren aan in de oorlog in en met China van 1937 tot ’45. Aan het einde van W.O. II werd onder meer 50.000 ton mosterdgas in de Baltische Zee ten oosten van het Deense eiland Bornholm afgezonken. Het proces van rood worden en blaarvorming verloopt langzamer bij een aerosol- of dampbesmetting met mosterdgas dan bij een vloeistofbesmetting. Vooral vochtige huidgedeelten zijn kwetsbaar. Ook de ogen zijn zeer gevoelig voor damp; brandende pijn en tranenvloed zijn het gevolg. Inhalatie van damp veroorzaakt na enige uren irritatie van de luchtwegen, schorre keel, hoesten, pijn in de borst, benauwdheid, bloederige afscheiding uit de neus en keel, mogelijk beschadiging en afsterven van longweefsel. Wie is besmet met mosterdgas loopt, vanwege het verzwakte immuunsysteem, zeer groot risico op secundaire infecties en, door het carcinogeen karakter, op vormen van kanker. Specificaties: bescherming | NBC-masker en beschermende kleding | effecten op de huid | pijnloos erytheem en blaren | geur | knoflook en ui | kookpunt | 217 °C | ontsmetting | bleekpoeder en chlooramines (oplosbaar in organische oplosmiddelen en ethanol) | oplosbaarheid in water | zeer slecht (kan daarom niet met water worden ontsmet) | smeltpunt | 14 °C | verschijningsvorm | olieachtige, stroperige vloeistof |
Zie ook: FM-12 (CBRN-masker). |
Terug naar Boven M.O.S.T. Acroniem voor Monitoring, Observation, Surveillance and Targeting. Daarnaast is "most" het Servo-Kroatische woord voor "brug", zoals onder andere te zien in de benaming Stari Most voor de beroemde Oude Brug van Mostar. MOST is in Bosnië-Hercegovina van start gegaan in januari 2004, ten tijde van SFOR-15. Feitelijk houdt het in dat zo veel als mogelijk wordt samengeleefd met de lokale bevolking, met als doel het creëren van 'general situational awareness' in het gehele gebied van verantwoordelijkheid (Area of Responsibility, AOR) van de Nederlanders. Deze AOR bevindt zich in het vak van de Multi-National Brigade (MNB) North-West, vanaf 1 juni 2004 Multi-National Task Force (MNTF) North-West. Het daadwerkelijke 'samenleven' vindt plaats door het wonen in een gewoon huis (onder andere in Travnik) en het zich verplaatsen in civiele voertuigen. | |
Per 21 april 2004 is de naam van MOST veranderd in Liaison Observation Team (LOT). De LOT zijn, voor wat de informatievergaring betreft, een belangrijke component van de MNTF. De LOT, bestaande uit 16 teams van elk 8 à 16 militairen, is voor de Bosnische bevolking het meest zichtbare deel van SFOR. De teams vergaren informatie over de veiligheidssituatie in het inzetgebied met als doel inzicht te verkrijgen in de economische, politieke, sociale, militaire en veiligheidsstructuren. Bovendien fungeren de teams als liaison tussen SFOR en zowel Non-Gouvernementele Organisaties (NGO's) als Internationale Organisaties (IO's). |
Terug naar Boven MOTORISEREN Duits: motorisieren. Engels: motorize. Frans: motoriser. Het voorzien van de krijgsmacht van motorvoertuigen. Ook wel genoemd: “op de wielen zetten”. De huidige westerse krijgsmachten in de wereld zijn allen gemotoriseerd én, dikwijls ook, gemechaniseerd. Een voorbeeld van het belang van motoriseren is dat volgens het boek ‘De Japanse aanval op Java’ het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger (KNIL) in maart 1942 al na een week een verpletterende nederlaag leed op Java na de aanval van de Japanners, onder andere door “de geringe motorisering en mobiliteit”. Zie ook: mechaniseren. |
Terug naar Boven MOVCON Betekenis: Movement Control. Nederlands: wegverkeersleiding. Internationale benaming voor het personeel van een Verkeers- en Vervoersdetachement, in Nederland een specifiek detachement van de Defensie Verkeers- en Vervoers Organisatie (DVVO). Wegverkeersleiding houdt zich bezig met het leiden van verkeersstromen in een bepaald gebied met als doel een ongestoorde, snelle en veilige afwikkeling van het verkeer. Hierbij wordt de bestaande infrastructuur optimaal gebruikt. Wegverkeersleiding wordt onderscheiden in tactische verkeersleiding, waarbij tijdens de verplaatsing contact met de vijand wordt verwacht, en niet-tactische verkeersleiding, waarbij tijdens de verplaatsing geen contact met de vijand wordt verwacht. Wegverkeersleiding onderscheidt zich van wegverkeersregeling en wegverkeerscontrole: Wegverkeersregeling | Het nemen van maatregelen, inclusief het treffen van voorzieningen om binnen de door de verkeersleiding opgestelde verkeersplannen de gewenste afwikkeling van het verkeer te krijgen. Dit is een taak van staven van eenheden. | Wegverkeerscontrole | De controle op de uitvoering van de door de verkeersleiding opgestelde verkeersplannen en bevelen ter verzekering van een constante doorstroming van het verkeer. Dit is een taak van DVVO en de Koninklijke Marechaussee. |

Een van de taken van MOVCON is het laden en lossen van treinwagons DVVO, onderdeel van het Commando Diensten Centra, voert onder andere binnen de Koninklijke Landmacht de verkeers-, vervoers- en verplaatsingsopdrachten uit in het kader van lucht-, rail-, weg- en zeetransporten; daartoe zijn VV-detachementen – organiek ondergebracht bij het OOCL (de opvolger van 1 Logistieke Brigade) – gedetacheerd bij alle brigades van de KL. Zo regelt MOVCON onder veel meer de aanwezigheid bij grensoverschrijdende verplaatsingen, het begeleiden van transporten, het laden en lossen van treinwagons en roll-on roll-off schepen, de opmaak van cargo- en flight-manifests, het uitreiken van vliegtickets en het uitbrengen van een Convoy Support Center. Zie ook: Convoy Support Center (CSC), konvooi, Main Supply Route (MSR) en Rest / Remain Over Night (RON). | |
Terug naar Boven MU-991/U | De herkomst van de militaire zaklamp MX-991/U, zoals die binnen de Nederlandse krijgsmacht wordt gebruikt, is de flashlight TL-122 van de U.S. Army – de eerste plastic zaklamp die is uitgebracht in 1943 en gebruikt tijdens de Tweede Wereldoorlog – en de modernere MX-99/U, die is geïntroduceerd tijdens de oorlog in Vietnam. De waterproof MX-991/U is een L-vormige zaklamp van ± 21,5 cm lengte: de kop staat onder een hoek van 90 graden op het handvat. |
| | De standaardkleur is olijfgroen. De zaklamp werkt op 2 D-cel batterijen van 1,5 Volt (BA-30, onder koudweeromstandigheden BA-3030), heeft een reservelampje PR6 (0,3 ampère en 0,74 Watt) en gekleurde lensfilters: blauw, geel, groen, rood en opaak (transparant t.b.v. blackout-verlichting). De diameter van de zaklamp is 4,5 cm. Het NATO Stock Number van de MX-991/U is 6230-00-264-8261/0. Op de rug van het handvat bevindt zich een clip om de zaklamp aan een uitrustingsstuk te bevestigen; aan de onderzijde zit een ring met eenzelfde functie. Op de zijkant zit een metalen schuifje om de lamp aan/uit te zetten; hierboven zit een knopje voor 2 posities: continu licht of morse. Hoewel de gebruikmaking van een zaklamp absoluut niet tactisch is, wordt die in sommige situaties gedoogd. Zie ook: breaklight en licht. |
Terug naar Boven MULAN 
| Betekenis: Mijn Uniforme Logische Aansluiting op het Net. MULAN is, binnen de Koninklijke Landmacht als opvolger van LAN2000, de op het besturingssysteem Windows XP gebaseerde werkplek die zorgt voor één standaard in softwaregebruik en dus in informatievoorziening. De software is Defensiebreed, geïntegreerd, interoperabel en gemakkelijk bruikbaar, zowel in een statische als mobiele omgeving. |
| | Doel van MULAN is dan ook een kwaliteits-technische verbetering van werkplekken en netwerken. Met MULAN heeft elke medewerker altijd en overal zijn gegevens binnen handbereik. Op verschillende niveaus is opslag van én toegang tot informatie beveiligd, terwijl zowel intern als extern e-mail verstuurd en ontvangen kan worden. Ook is er een betere aansluiting op externe informatiesystemen, zoals internet, NAVO-netwerken en netwerken van nationale openbare orde- en veiligheidsorganisaties. MULAN maakt deel uit van een reeks verbeter projecten binnen Defensie, dat compatibiliteit heeft met het operationele communicatienetwerk TITAAN (Theatre Independent Tactical Army and Airforce Network) en e-mail volgens MMHS (Military Message Handling System). Allen in het kader van Network Centric Warfare. Aan het einde van 2006 zijn alle naar schatting 45.000 werkplekken én netwerken voorzien van MULAN. Elke medewerker binnen Defensie dient de beschikking te hebben over de nieuwste versies van het besturingssysteem Windows XP met de applicaties Excel, Office, PowerPoint, Word en e-mail. Daarnaast blijven standaardapplicaties als anti-virussoftware, routeplanner en telefoongids als vanouds aanwezig. MULAN wordt gerealiseerd door de Defensie ICT Uitvoeringsorganisatie (DICTU) van het Commando Diensten Centra (CDC). |
Terug naar Boven MULTINATIONALE BEFEHLSAUSGABE  | Het boek ‘Multinationale Befehlsausgabe. English for Military Leaders’ van Oberstleutnant (luitenant-kolonel) Rainer Oestmann (1945) mag met recht een standaardwerk genoemd worden. Oestmann, gespecialiseerd in Midden- en Oost-Europa, geeft sinds 1996 les aan de Führungsakademie der Bundeswehr in Hamburg. Het boekwerk is volledig Engels-Duits en Duits-Engels, en zo niet een must dan toch op zijn minst een welkome aanvulling in het kader van multi- en internationale samenwerking, zoals die bijvoorbeeld plaatsvindt binnen de NAVO in het algemeen en de NATO Response Force in het bijzonder. Het boek, dat wordt uitgegeven door Walhalla Fachverlag, telt hoofdstukken over: |
| | | Einsatz | Inzet | Kampf- und Einsatzunterstützung | Gevechtsondersteuning & Logistiek | Führungsunterstützung | Bevelvoering & Verbindingen | Multi- und Internationale Zusammenarbeit | Multi- en Internationale Samenwerking | <>/tr> Abkürzungsverzeichnis | Afkortingenlijst |
Terug naar Boven MULTI-NATIONAL DIVISION (CENTRAL) | Afgekort: MND(C). Van 10 tot 20 september 1991 werd in de omgeving van de Noord-Duitse steden Münster, Bielefeld en Kassel de oefening Certain Shield '91 gehouden. Aan de oefening, georganiseerd door HQ Northern Army Group (NORTHAG) en 2nd Allied Tactical Air Force (2ATAF), namen 28.400 militairen deel. HQ NORTHAG/2ATAF had voor Certain Shield '91 ad hoc een multinationale divisie geformeerd, terwijl computers nog eens 160.000 (!) in gevecht verwikkelde troepen simuleerden. Een oefening zonder tanks: de gelegenheidsformatie betrof een Multi-National Airmobile Division! In het oefenscenario onder leiding van COMNORTHAG, de Britse generaal Sir Peter Inge, viel GOLD vanuit het zuiden de troepen van BLUE aan. Tot de GOLD-troepen behoorden delen van 12 Pantserinfanteriebrigade uit Nunspeet, tot de BLUE-troepen het hoofdkwartier van 1 Legerkorps (Apeldoorn). |
Ondanks de nationale operatieconcepten waren de ervaringen in Certain Shield '91 positief. Al op 15 januari 1992 besloot het Defence Planning Committee (DPC) van de NAVO tot het formeren van de MND(C): de Ministers van Defensie van de vier deelnemende landen – Leo Delcroix (België), Gerhard Stoltenberg (Duitsland), Tom King (Groot-Brittannië) en Relus ter Beek (Nederland) – tekenden hiertoe een memorandum of understanding (MOU). Vanaf 1 april 1992 was een Activation Staff werkzaam die belast was met de realisatie, eerst in Brunssum en vervolgens in Rheindahlen bij Mönchen-Gladbach, in oktober 1993 was de staf compleet en op 1 april 1994 werd de staf omgevormd tot HQ MND(C) en de divisie operationeel gesteld in de NATO ORBAT. Het motto van de MND(C): “Four Nations, One Purpose”. In 1995 vond de eerste oefening plaats in Denemarken, Cold Grouse. Jaarlijks werden de oefeningen Artful Issue en Active Improvement gehouden. | 
In 1992 verscheen bij Concord 'Certain Shield: Multinational Airmobile Division on Exercise Description' van Michael Jerchel (ISBN 962361912X, 96 pagina's). |

Organigram van de Multi-National Division (Central). | Het joint en combined behoefde variatie in (ervaringsdeskundigheid onder de) eenheden: Groot-Brittannië had al een luchtmobiele brigade, Nederland bouwde een luchtmobiele brigade op en zowel België als Duitsland hadden de beschikking over parachutisteneenheden (luchtlandingcapaciteit). Snelle ontplooiing was immers noodzakelijk. Hoewel de brigades, met in totaal elf infanteriebataljons, in bewapening, organisatie en logistiek van elkaar afweken, bood de diversiteit ook voordelen. | | |
Zo beschikte de Duitse brigade over de Wiesel – een klein, licht gepantserd rupsvoertuig met snelvuurkanon of TOW. In de Britse en Nederlandse brigades werden de gevechtshelikopters geïntegreerd in de organisatie. Maar de grootste uitdaging lag erin dat de eenheid tot op bataljonsniveau uitwisselbaar (inter-operabel) moest zijn, zodat met elkaar gecommuniceerd kon worden om een effectieve samenwerking mogelijk te maken. | |
| | De Multinational Division (Central) – gericht op de Centraal-Europese regio – bestond uit de volgende troop contributing nations / brigades: 
| (BE) Paracommando Brigade | Heverlee / Eversberg | 
| 31 (GE) Luftlandebrigade | Oldenburg | 
| 11 (NL) Luchtmobiele Brigade* | Colchester | 
| 24 (UK) Airmobile Brigade** | Schaarsbergen en Assen |
* 11 (NL) Luchtmobiele Brigade was tot en met 2002 geïntegreerd in dit multinationale samenwerkingsverband. ** 24 (UK) Airmobile Brigade werd in september 1999 vervangen door 16 (UK) Air Assault Brigade. Daarnaast telde de MND(C) nog een multinationaal cluster divisietroepen (gevechtssteun- en gevechtsverzorgingssteuneenheden). Onder de divisietroepen bevonden zich uit Nederland 11 Verbindingsbataljon (11 Vbdbat), 11 Afdeling Rijdende Artillerie (Gele Rijders) en 108 Commandotroepencompagnie (KCT). België leverde onder andere een geneeskundige eenheid, Duitsland een transportbataljon en de stafcompagnie. 11 Vbdbat – 350 militairen georganiseerd in 115 Divvbdbedcie, 130 Rvcie en 135 Vbdostcie, toegerust met radio’s, straalzendersystemen en satellietverbindingen – was speciaal voor de MND(C) bestemd. Vooral het kunnen overbruggen van grote afstanden, niet beperkt door hindernissen als bergketens en verstedelijkte gebieden, en de noodzaak om bepaalde verbindingsmiddelen door de lucht te verplaatsen stelden eisen (luchtmobiel dus licht) aan zowel materieel als personeel van 11 Vbdbat. Afhankelijk van welke divisietroepen de C-MND(C) onder bevel zou krijgen, had hij in totaal tussen de 18.000 en 22.000 militairen ter beschikking – naast de 12.000 gevechtstroepen uit de vier brigades. Het commando van de MND (C) werd bij toerbeurt door de verschillende landen vervuld. Vanaf 6 april 1992 was generaal-majoor Pieter Huysman de eerste C-MND (C). Een maand na zijn aantreden sprak hij grootmoedig: “I want this division to have such a tough image that even before it goes into action, everybody will think ‘Let’s get out of harm’s way’. If I don’t achieve that, I will have created only a paper tiger” (‘Europe’s airmobile concepts meshing under new Division’, Armed Forces Journal International, mei 1992, pagina 34). De MND (C) moest zich een zodanige naam verwerven dat die op zich al crisisbeheersend zou werken. Huysman werd in 1995 opgevolgd door generaal-majoor Jan-Willem Brinkman, oud-commandant van 11 Luchtmobiele Brigade. In het General Defence Plan (GDP) uit 1988 zou C-NORTHAG de MND (C) voor een groot aantal mogelijke taken als flexibele reserve achter de hand houden, dit in afwachting van 3 (US) Corps dat in tijden van spanning uit de VS moest overkomen. Hoofdtaak in de context van de Koude Oorlog was het belemmeren van een snelle opmars van pantsereenheden van het Warschau Pact, om de richting naar vooraf bepaalde gebieden te laten afbuigen. In 1989 haalde de politieke realiteit het GDP in: de Berlijnse Muur viel, de dreiging van de Koude Oorlog verdween en de NAVO reorganiseerde. In de NAVO-slagorde stond de MND (C) vanaf 1994 ten dienste van de commandant van het Allied Rapid Reaction Corps (COMARRC), een snelle interventiemacht met haar hoofdkwartier eveneens in Rheindahlen en direct onder bevel van de Supreme Allied Commander Europe (SACEUR). ARCC was één van de vier divisies van de Rapid Reaction Forces (RRF) van de NAVO, die verder bestond uit 1 (UK) Armoured Division, 3 (UK) Armoured Division en de MND(S) – bestaande uit Griekse, Italiaanse en Turkse brigades – als 'assigned forces'. De lichte, snel en gemakkelijk ontplooibare luchtmobiele divisie moest het pronkstuk van de NAVO worden. De grondgebonden component was geëquipeerd met antitankwapens, lichte artilleriegeschut en zware mortieren en – hoewel er met uitzondering van de Wiesel geen sprake was van bepantsering – gold de divisie meteen al als een ‘tool of crisis management’. De hoge graad van paraatheid zorgde ervoor dat de MND (C) haar taakstelling – op tijd in een spanningsgebied ontplooien – kon waarmaken: de reactietijd bedroeg maximaal 20 dagen. De Nederlandse eenheden in de MND (C) waren daarbij 'double hatted' ten behoeve van zowel de divisie als 1 (GE/NL) Corps. In 2000 zou de MND (C) 205 helikopters ter beschikking hebben, waarvan 35% transporthelikopters (72 stuks): in het zwaartepunt moest één brigade in één wave met helikopters te verplaatsen zijn. De overgebleven helikopters waren bestemd voor aanvals-, antitank-, liaison-, verkennings- en andere taken. Na de gereedstelling kon de transfer of authority (TOA) plaatsvinden in de staging area (verzamelgebied) in de nabijheid van het inzetgebied. Zowel het transport naar de staging area als de logistiek bleven nationale verantwoordelijkheden en de toegewezen brigades hielden een nationale bevelsverantwoordelijkheid tot de TOA. Ondanks het gegeven dat in elk geval de staf van de MND(C) een voorbeeld van authentieke Europese samenwerking was, besloten de vier landen – op voordracht van de Britse en Nederlandse Ministers van Defensie – in 2002 de MND(C) op te heffen. Uit de NATO Force Structure Review was duidelijk geworden dat geen behoefte meer was aan de MND (C). Het wekte de schijn dat luchtmobiliteit niet langer als de sleutel voor militaire acties werd gezien, waardoor er voor de divisie geen rol meer was weggelegd. Groot-Brittannië stelde 16 Air Assault Brigade Air Assault beschikbaar voor de ARRC. Vanaf 20 juli 2002 was de MND(C) niet langer operationeel, in september 2002 vond de laatste oefening plaats en op 25 oktober 2002 de officiële 'closure ceremony', waarbij COMARRC – de Britse luitenant-generaal Sir Christopher Drewry –voorzat. 
|
Terug naar Boven MULTITEL Afkorting voor: Multifunctioneel Veldtelefoonsysteem. Ringleidingtelefoonsysteem dat sinds 1995 in gebruik is bij de Koninklijke Landmacht bij eenheden op het niveau van bataljon en zelfstandige compagnie. Multitel behoort tot de laatste generatie telecommunicatiemiddelen. Het veldtelefoonsysteem vervangt een tweetal verouderde generaties veldtelefoonsystemen uit de jaren ’50 en ’80 en bestaat uit de variaties Multitel-1 en -2. Het systeem, geleverd door het Britse Racal Accoustics Ltd. (daar genaamd: Matel), kan onder andere worden aangesloten op civiele telecommunicatiesystemen, ZODIAC (Zone Digital Automatic Encrypted), radio (FM9000), SATCOM en – uiteraard – WD-1/TT. 
Door middel van Multitel kan met één enkele WD-1/TT een automatisch veldtelefoniesysteem worden gecreëerd: de ringleiding. De uiteinden van de WD-1/TT worden niet met elkaar verbonden, maar afgesloten met een End Terminator (weerstand). Het telefoontoestel wordt met behulp van een Highway Connector met één simpele draaibeweging aangesloten op een willekeurige plek op de WD-1/TT. Ook kan gebruik worden gemaakt van T-splitsingen om aftakkingen in de ringleiding te creëren. Voordat kwaliteitsverlies in de ringleiding optreedt, kan met een intacte WD-1/TT, uitgaande van maximaal 30 abonnees, een ringleiding van ± 2.500 meter lengte worden uitgelegd. Door middel van een nummerplan beschikt de eenheid over de toestelnummers van alle abonnees. De telefoontoestellen werken op penlite (AA) batterijen. Het systeem biedt de volgende mogelijkheden: - Onder tactische omstandigheden wordt de beltoon vervangen door een lampje
| - Onderlinge conferentie- of kringgesprekken (met meerdere abonnees tegelijkertijd bellen)
| - Prioriteitstelling (bijvoorbeeld noodoproepen)
| - Rechtstreeks bellen dankzij een handmatig instelbaar 2-cijferig nummer, zonder interventie van een telefooncentrale
| - Rechtstreekse interfacing (hoofdtelefoon, veelal CP/HQ, die te allen tijde kan inbreken op álle gesprekken)
| - Tot 7 gesprekken gelijktijdig over dezelfde WD-1/TT
|
Onderdelen: | Multitel-1 | Multitel-2 | 3-line interface | CV-30149 | CV-30210 | general purpose interface | CV-30148 | CV-30205 | telefoontoestel | TA-30147 | TA-30203 |
Zie ook: FM9000, Harris HF7000, KL-VSAT en radiotelefonieprocedure. |
Terug naar Boven MUMSELEN Plat op de buik gaan liggen, met beide handen de beide enkels aan dezelfde lichaamszijde vastpakken en zichzelf kruipend op de buik door het voorterrein voortbewegen. De techniek is om deze voortbeweging, à la de vlinderslag bij het zwemmen, in één vloeiende beweging uit te voeren. Mumselen wordt nogal eens uitgevoerd als ludiek-fysiekverzwaard tijdverdrijf tijdens de uitvoering van de kpl1- of sgt1-test dan wel als tijdspassering voor zich vervelende infanteristen te velde. |
Terug naar Boven MUNITIE Munitie-artikelen worden onderverdeeld in de volgende hoofdgroepen: Kleinkalibermunitie / Boordwapenmunitie | Hand- en geweergranaten | Artillerie- en mortiergranaten | Landmijnen | Geleide wapens en raketten | Vliegtuigbommen | Submunitie |
| | Een andere onderverdeling is die in exercitie-, instructie-, oefen- en operationele munitie: |
Exercitiemunitie | Munitie zonder explosieve lading. Is bestemd voor het oefenen van handelingen die ook met de overeenkomstige operationele munitie moeten worden verricht. | Instructiemunitie | Onschadelijke munitie die wordt gebruikt bij instructie in het uiterlijk, merkwijze, inrichting en werking van de overeenkomstige operationele munitie. Onderverdeeld in instructiemodellen en instructiedoorsneden. | Oefenmunitie | Munitie die explosieve stof kan bevatten of wordt gebruikt in combinatie met een ander artikel dat explosieve stof bevat. Uitsluitend bestemd voor doeleinden waar de veiligheid het gebruik van operationele munitie niet toestaat. Synoniem: losse flodder. | Operationele munitie | Wordt gebruikt onder omstandigheden waarbij het vereist is scherpe munitie te gebruiken. Synoniem: oorlogsmunitie. |
|
Terug naar Boven MUNITIEKLEURCODERINGEN De gestandaardiseerde NAVO-kleurcoderingen voor munitie met een diameter/kaliber kleiner dan 20 mm zijn: | Black | Zwart | Armor piercing | Pantserdoorborend | Silver | Zilver | Armor piercing incendiary | Pantserdoorborend-brandstichtend | Blue | Blauw | Incendiary | Brandstichtend | Yellow | Geel | Observing | Scherpschuttersmunitie | Red | Rood | Tracer | Lichtspoormunitie | Natural finish | Koperkleurig | Ball ammunition | Kogelmunitie |
|
Terug naar Boven MUTSDAS Rechts de cursisten met mutsdas aan het einde van de Elementaire Commando Opleiding (ECO). | Specifiek hoofddeksel voor cursisten van de Elementaire Commando Opleiding (ECO) van het Korps Commandotroepen. De ECO wordt doorgebracht in het tentenkamp 'Bakhuys Roozeboom' (bijgenaamd “Boer Bakx”) op de Rucphense Heide ten zuidoosten van Roosendaal. De mutsdas – een groene, tot muts naar binnen gevouwen das, die een heel klein beetje valt te vergelijken met de huidige rolmuts – is één van de traditionele attributen tijdens de opleiding tot commando. De anderen zijn het dragen van de overall én de toggle-rope (touw met lus en dwarshout om muren en rotsen te beklimmen en ravijnen over te steken), zoals de eerste cursisten – van No. 2 (Dutch) Troop – dat in 1942 deden in het Schotse Achnacarry. |
| Voor de mutsdas geldt zelfs een heuse mutsdas-exercitie. Na het voltooien van de ECO wordt de mutsdas vervangen door de groene baret.

Ter onderscheiding draagt de commando in opleiding traditiegetrouw de mutsdas.
Zie ook: Korps Commandotroepen. |
Terug naar Boven MY LAI Gehucht op het schiereiland Batangan in het noordoosten van de Zuid-Vietnamese provincie Quang Ngai. My Lai ligt vlakbij de Zuid-Chinese Zee, tien km ten noordoosten van Quang Ngai-Stad en 725 km ten zuidoosten van de Vietnamese hoofdstad Hanoi. Samen met Co Luy en My Khe maakt My Lai deel uit van het dorp Son My.
Door de Amerikanen werd Quang Ngai – meer dan welke andere provincie in Zuid-Vietnam ook – beschouwd als een bolwerk van de Vietcong. Op 16 maart 1968 richtte een compagnie Amerikaanse militairen hier een bloedbad aan onder de bevolking. Hierbij werden merendeels ouderen, vrouwen en kinderen met bajonetten, granaten, kleinkaliberwapens en machinegeweren om het leven gebracht. Het aantal slachtoffers liep in de honderden. 
De strafexpeditie veroorzaakte wereldwijd grote ontsteltenis. Voor veel Amerikanen was het bloedbad het morele dieptepunt van de Vietnamoorlog, een exces dat de ommekeer in de oorlog markeerde. Toen het verhaal in 1968 aan het licht kwam, vonden veel burgers dat de slepende en uitzichtloze oorlog in Vietnam de hoge kosten (aan mensenlevens) niet waard was. Schijnbaar verslapte de aandacht van de media, de anti-oorlogsbeweging in de VS groeide, de Amerikaanse troepen werden geleidelijk verminderd en de Amerikaanse regering gaf fel tegengas naar de slecht-nieuwsboodschappers. De betrokken eenheid, Company C, 1st Battallion, 20th Infantry Regiment, 11th Infantry Brigade (Light), 23rd Infantry Division (Americal Division), had een sterkte van 120 man.
Commandant 11th Brigade was Colonel Oran K. Henderson, die de routineopdracht tot de aanval had gegeven en tijdens de aanval in een helikopter boven My Lai cirkelde. Commandant van de 23rd Infantry Division, de meest noordelijk ontplooide in Zuid-Vietnam, was generaal-majoor Samuel W. Koster. Company C maakte deel uit van de in februari ’68 opgerichte ad hoc-eenheid: Task Force Barker (TF Barker), geleid door luitenant-kolonel Frank A. Barker. Haar missie was het om de Vietcong aan te grijpen in, wat door de mannen van T.F. Barker, ‘Pinkville’ werd genoemd. Op dat moment had Company C, na zeven weken guerrillaoorlogvoering, vier gesneuvelden en 38 gewonden te betreuren. Company C was met Company A en B maakten deel uit van TF Barker, samen met een artilleriebatterij en negen transport- en gevechtshelikopters. De compagnie moest een aanval op het gehucht uitvoeren, omdat uit inlichtingenrapportages na afloop van het Tet-offensief (januari ’68) was gebleken dat 48th Vietcong-bataljon – Zuid-Vietnamese communisten – zich in het gebied ophield. Hetzelfde rapport gaf aan dat zich geen vrouwen of kinderen meer in het gehucht bevonden. De compagniescommandant, kapitein Ernest Medina, kreeg van kolonel Henderson de opdracht agressie te tonen in de aanval. Op de 15de maart, de avond vóór de aanval, gaf Medina zijn compagnie een briefing over de geplande search and destroy. Huizen moesten door brand worden vernield; vee, oogst en waterbronnen verwoest. Later werd een tweede briefing door eerste luitenant William Calley verzorgd, commandant van het 1st Platoon in Medina's compagnie. Volgens Calley waren de dorpelingen bijna allemaal bewapende aanhangers van de Vietcong. Zijn mannen moesten schieten op alles wat bewoog. Embedded als legerfotograaf in 11th Brigade was sergeant Ronald Haeberle. Met twee fotocamera's vergezelde hij Company C. Zijn zwart-witfoto's baarde internationaal opzien na publicatie in Life op 1 december 1969. Tijdens de actie in My Lai werd geen teken gevonden van de aanwezigheid van enige Vietcong-eenheid. Toch werden zowel dieren als mensen gedood, vrouwen en kinderen verkracht en daarna gedood. Ook vonden massa-executies plaats en werden alle huizen in brand gestoken. Het schieten stopte pas toen een Amerikaanse observatiehelikopter landde met piloot Warrant Officer 1st Class Hugh Thompson, doorgunner Lawrence Colburn en Specialist 4th class Glenn Andreotta. Het drietal, bezig met een verkenningsmissie, zag dat Amerikaanse militairen zich vergrepen aan de ongewapende burgers. De drie landde tussen de eigen troepen en de overgebleven Vietnamezen, beëindigde het schieten en bracht met evacuatievluchten een aantal burgers in veiligheid. De helikopterbemanning kreeg in 1998 alsnog een dapperheidsmedaille van het Congres toegekend, de Soldier's Medal.
Het exacte aantal slachtoffers is nooit vastgesteld, maar het monument in My Lai telt 504 namen. Slechts elf bewoners van My Lai overleefden het offensief. 
Door een onderzoekscommissie onder leiding van generaal William Peers – in opdracht van generaal William Westmoreland – werden 26 Amerikaanse militairen in staat van beschuldiging gesteld vanwege de My Lai Massacre en de daaropvolgende cover-up. De meeste beschuldigingen werden terzijde geschoven of de betrokken militairen waren al dood. Van hen was luitenant-kolonel Barker de belangrijkste. De hoogst gegradueerde die overbleef was eerste luitenant Calley, die in 1971 door de krijgsraad wegens moord met voorbedachten rade tot levenslang werd veroordeeld. De verdediging van Calley voerde aan dat hij niet meer schuldig was dan de piloten die Noord-Vietnam hadden gebombardeerd en duizenden mensen hadden gedood, omdat beiden hadden geprobeerd om de infrastructuur van de vijand te vernietigen. De straf van Calley werd omgezet in tien jaar. Na hiervan eenderde in huisarrest te hebben uitgezeten, kwam hij in 1974 vrij. Ook kapitein Medina werd vrijgesproken, wegens gebrek aan bewijs. |
Terug naar Boven Laatste update:07.05.2013 |