Inhoudsopgave M

Terug naar de homepage
 

Maak uw keuze uit de hieronder getoonde lijst

MUTUAL ASSURED DESTRUCTION (MAD)

 

M-109 HOUWITSER 155 MM

Houwitser, middelzwaar, zelfvoortbewegend. Types in Nederland: M109A1, M109A2 en M109A3. In de volksmond wordt de M-109 gemakshalve een houwitser of gemechaniseerd geschut genoemd.

De 155 mm, middelzware Self-Propelled Howitzer (SPH) M-109 is in 1963 door de VS in gebruik genomen en vervolgens veelvuldig gebruikt in de Vietnamoorlog. Producent van de M-109 is United Defense LP, sinds 2005 onderdeel van BAE Systems Land and Armaments.

Ruim 2.000 M-109's werden geproduceerd door drie autofabrikanten. De M-109A1 en latere varianten werden gebouwd door BMY Combat Systems; Samsung Shipbuilding and Heavy Industries (SHI) assembleerde zo'n 1.000 M-109A2's. De M-109 werd hét standaard artilleriegeschut binnen de NAVO.

Medio 1968-'69 trad de M-109 in dienst bij de parate afdelingen veldartillerie (11, 14, 41, 42, 43 en 44 Afdeling Veldartillerie) ter vervanging van de getrokken houwitser M114.

In 1980 bestelde de Koninklijke Landmacht 135 pakketten in het kader van het Product Improvement Program (PIP) om de reeds bestaande M-109 A1/A1B's te verbeteren naar de standaard niveau 2 met de aanduiding M-109A3. Het inbouwen van de nieuwe standaardisatie vond, onder controle van de Amerikaanse leverancier en met toestemming van de Amerikaanse overheid, plaats bij RDM in Nederland. Het belangrijkste verbeterpunt voor de varianten A2 t/m A4 was de langere schietbuis M185 (lengte 6 meter 05), die de schootsafstand (schietbereik) van de M-109 op 23Ĺ km bracht.

In 1993 modificeerde de U.S. Army de M-109 nogmaals ingrijpend, nu tot de M-109A6 Paladin. Opnieuw vond een modificatie van de schietbuis plaats. Toch kocht Nederland op 1 mei 2002, als uitvloeisel van het plan 'Vervanging van de vuurmonden M114 en M109' (2000), de Panzerhaubitze 2000 (PzH 2000).

Voordelen PzH 2000 ten opzichte van M-109:

►beschikt over GPS-navigatie en automatische laadinrichting.

►betere bepantsering

►betere terreinvaardigheid

►nieuwe munitie is accurater en richt dus minder collateral damage aan.

►reactietijd nodig om onvoorbereid in stelling te komen tot vuurgereedheid is korter.

►met minder personeel bediend en alles aan boord om zelfstandig te kunnen verplaatsen.

Op deze manier zijn de precisie, schootsafstand en vuursnelheid van de veldartillerie aanzienlijk verbeterd.

De eerste vier PzH 2000's zijn in 2005 geleverd; vanaf medio 2006-'07 verving de PzH 2000 overal de M-109. Zowel 14 Afdeling Veldartillerie als 11 Afdeling Rijdende Artillerie, beiden gelegerd op de Luitenant-Kolonel Tonnetkazerne in 't Harde, werden toegerust met de PzH 2000.

In 2001 telde de KL nog 126 stuks M-109A2/90, die na de uitfasering in de loop der jaren zijn verkocht.

Een M-109A2 wordt van een dieplader gereden.

De M-109 behoort tot de vuursteunmiddelen van de gevechtsondersteunende eenheden. De M-109 met High Explosive (HE) granaten heeft een maximale schootsafstand van 18,5 km. Van achter de frontlinie geeft de M-109 op verzoek van infanterie of cavalerie vuursteun in de eerste linie om vijandelijke artillerie en mortieren uit te schakelen. Met de 'rocket-propelled' DPICM (Dual Purpose Improved Conventional Munitions) granaten is de dracht van de M-109 zelfs 25 ŗ 30 km. De te verschieten munitie kan worden onderverdeeld in brisantgranaten (M107 en DM21), clusterbommen met 88 subgranaten, fosfor- of brandgranaten, lichtkogels en rookgranaten (wit of gekleurd).

Twee van de zes stuksbedienden (kanonniers) van de M-109 verplaatsen zich in een YA-4442, waarmee tevens een deel van de uitrusting en 42 extra granaten worden vervoerd.

Specificaties:

aanvullende bewapening

torendakmitrailleur 7,62 mm of 12,7 mm

actieradius

350 km

bemanning

8 (commandant, chauffeur en 6 x stuksbediende)

breedte

3 meter 30

brugclassificatie26

effectieve schootsafstand

18,5 km

gevechtsgewicht

27 ton

hoogte

2 meter 80

lengte met schietbuis

9 meter 13

lengte zonder schietbuis

6 meter 21

maximale snelheid55 km per uur

motor

8 cilinder diesel V8 Detroit

motorvermogen

300 Kw (405 pk)

munitievoorraad

34 granaten

vuursnelheid

maximaal 4 schoten per minuut

De M-109 is ook in gebruik in BelgiŽ, Duitsland, Groot-BrittanniŽ, IsraŽl en de Verenigde Staten.

Zie ook: artillerie, houwitser en Panzerhaubitze 2000 (PzH 2000).

Terug naar Boven

 

M-113 C&V

Voluit: M113 Commando & Verkenning.

Het kleinste pantservoertuig uit de M113-serie was bedoeld voor het uitvoeren van verkenningen door lichte cavalerie-eenheden op (onverharde) wegen en in het terrein en het verschaffen van tactische beweeglijkheid aan commandanten. In Nederland was de M113 C&V het eerste verkenningsvoertuig met rupsbanden, ingevoerd voor commandovoerings-, verkennings-, beveiligings- en bewakingstaken.

Nederland en Canada zijn de enige landen die deze M113 in de bewapening hebben gehad; de Canadese versie wordt Lynx genoemd en is uitgerust met een .50 inch mitrailleur.

De M113 C&V is een volledig amfibisch pantserrupsvoertuig dat in 1963 is ontworpen door Ford, Kaiser Aluminium and Chemical Co. en vanaf 1960 in San Josť (CaliforniŽ, VS) is geproduceerd door FMC (Food Machinery Co.) naar een concept uit de Vietnamoorlog. De M113 was/is bij zo'n vijftig landen in gebruik, waaronder sinds 1966 Nederland.

In totaal zijn er ruim 72.000 M113's van de band gerold, waarmee de M113 de meest geproduceerde Armoured Personnel Carrier (APC) ter wereld is.

De M113 verving de Franse AMX-13, eveneens een pantserrupsvoertuig. Tot 1989 zijn bijna 2.100 stuks afgeleverd of in licentie in Nederland geproduceerd door DAF, waarvan 218 in de C&V-uitvoering.

In 1977 reviseerde de Wilton Feijnoord scheepswerf (RSV) in Schiedam van de M113 C&V het oorspronkelijke boordwapen, de .50 inch mitrailleur op voertuigaffuit.

Hiervoor in de plaats kwam een speciaal voor de KL gemodificeerde geschutstoren met 25 mm Oerlikon snelvuurkanon:

■ effectieve dracht 2.000 meter
■ vuursnelheid 50 schoten per minuut).

Het Oerlikon 25 mm snelvuurkanon kon 'onder pantser' mechanisch worden bediend. zodat de schutter niet de bescherming van het pantser verloor.

In de toren zat naast de nachtzichtapparatuur (helderheidsversterker) een co-axiaal MAG 7.62-machinegeweer.

Bij de M113 was de turboloze motor achterin geplaatst. Het voertuig bood plaats aan drie personen. Zowel links- als rechtsvoor op het voertuig bevonden zich drie rookbuslanceerinrichtingen met een bereik van Ī 50 meter.

Aan het begin van de jaren '90 bestond het verkenningseskadron uit een verkenningspeloton met acht M113 C&V, een tankpeloton met vier Leopard-tanks en een tirailleurpeloton met vier YPR-765's.

De M113 Commando & Verkenning, bedoeld voor het uitvoeren van verkenningen door lichte cavalerie-eenheden en het verschaffen van tactische beweeglijkheid aan commandanten.

Vanaf 1994 is de M113 C&V geleidelijk vervangen door de YPR-765; een jaar later waren alle voertuigen uitgefaseerd en werd de M113 vervangen door Fennek, Boxer en CV-9035.

In 2003 zijn de geschutstorens van de M113 C&V via een Duits bedrijf verkocht aan de krijgsmacht van Chili.

Specificaties:

actieradius

550 km

bemanning

3 personen

bodemvrijheid

41 cm

breedte

2 meter 27

breedte track

38 cm

brugclassificatie

10 ton

gewicht

9 ton

hoogte

2 meter 73

klimvermogen60%
lengte

4 meter 80

motor

Detroit GMC V6 Allison 6 cilinder tweetakt

motorvermogen

215 pk (160 kW)

overschrijdingsvermogen1 meter 45
snelheid in het terrein30 km/u
snelheid op de weg

70 km/u

tankinhoud300 liter
waadvermogen

7 km/u

Terug naar Boven

 

M-114

Voluit: 155 mm houwitser getrokken (hw getr). Engels: towed howitzer. Oorspronkelijke benaming: M1 (tot 1962).

Middelzware Amerikaanse houwitser, sinds 1942 geproduceerd door Rock Island Arsenal. In Nederland de voorloper van de M-109. De bemanning bestond uit een stukscommandant en tien kanonniers, waarvan de richter de plaatsvervangend stukscommandant was. De overige functies waren: aanzetter (tweemaal), afvuurder, commandant van de munitieploeg, kardoeslader/projectieldrager, kardoeswerker, munitiewerker, projectieldrager en tempereerder.

Van 1949 tot 1969 was het stuk onder meer bij 14 en 44 Afdeling Veldartillerie (AfdVa) in gebruik. Hoewel de M-114 hierna door de M-109 is vervangen, bleef de M-114 in de bewapening.

breedte

2 meter 44

gewicht

5.800 kg

hoogte

1 meter 80

kaliber

155 mm

lengte

4 meter 27

maximale elevatie

1.156 duizendsten (65 graden)

schootsafstand

14,6 km

vuursnelheid

3 schoten per minuut

zijdelingse verplaatsing links

418 duizendsten (23,5 graden)

zijdelingse verplaatsing rechts

448 duizendsten (25 graden)

Tot 1967 trok de rupsartillerietrekker M5 High Speed Tractor 13 ton de M-114, waarna de DAF YA-616 A(rtillerie)T(rekker) zijn intrede deed: een zestonner voorzien van een lier met een trekkracht van 9.000 kg.

Bij de Amerikanen heeft de M-114 onder andere dienst gedaan in de Tweede Wereldoorlog, Koreaanse oorlog en Vietnamoorlog. Binnen de Nederlandse krijgsmacht deed de M-114 dienst bij het Nederlands Detachement Verenigde Naties (NDVN) tijdens de Koreaanse oorlog en in Nederlands Nieuw-Guinea.

Stellingname van een M-114-batterij in Duitsland. Foto uit Vuur geŽindigd! Artillerie-officier tijdens de Koude Oorlog van kolonel b.d. Leo J.J. Dorrestijn.

Bij de Koninklijke Landmacht zijn twee versies in gebruik geweest: de M114/23 en de gemodificeerde M114/39 (1989). De modificaties aan de M-114 zijn in de jaren ’90 uitgevoerd bij het Nederlandse RDM (Rotterdamse droogdokmaatschappij) Technology. Het stuk kreeg een langere loop, waardoor de effectieve dracht toenam tot 30 km. Nadat de gemodificeerde M114/39's haarscheuren vertoonden, is het stuk tussen 1997 en 2000 geleidelijk uitgefaseerd.

Terug naar Boven

 

M49-observatietelescoop

Van origine Amerikaanse prismakijker die onder daglichtomstandigheden 20 maal vergroot en primair wordt gebruikt voor grondobservatie.

De observatietelescoop werd al in de Tweede Wereldoorlog gebruikt door snipers van de U.S. Army en het U.S. Marine Corps.

De kijker, die niet is voorzien van een dradenkruisvizier (crosshair) en daarmee niet direct geschikt is voor afstandschatten e.d., is 34,3 cm lang en weegt 1,25 kg.

De M49 snipertelescoop behoort tot de standaarduitrusting van snipers, sniperteams en voorwaartse waarnemers overal ter wereld, inclusief die van het Korps Commandotroepen.

De spotter (waarnemer) van het team kan hiermee zeer gericht waarnemen, bijvoorbeeld om windrichting en –snelheid te bepalen en het inschot van de schutter te observeren.

De kijker is voorzien van een beschermdop en kan ook worden gebruikt vanaf een M15-driepoot.

Terug naar Boven

 

M577

Bijnaam: bakkerskar.

Volledig amfibisch pantserrupsvoertuig, ingevoerd in de jaren '60 van de 20e eeuw, dat is gebaseerd op de M113.

Sinds de introductie van de M577 in 1963 (in Nederlands in 1967) zijn ruim 4.000 stuks in de Verenigde Staten gebouwd.

Binnen de Nederlandse artillerie is de M577, in de versies M577A1 en M577A2, jarenlang gebruikt als rijdend commando- en vuurleidingcentrum. In 2001 telde de Koninklijke Landmacht nog 105 stuks M577.

Het voertuig kenmerkt zich door een verheven dakcompartiment achter het bestuurderscompartiment, die ervoor zorgt dat er binnenin voldoende werkruimte is. In het voertuig bevond zich vaak een kaartwand en communicatiemiddelen. De voeding van het geheel vond plaats door een generatoraggregaat op het dakcompartiment, dat met behulp van een handtakel op de grond kon worden gezet. In een tactische opstelling konden meerdere M577’s worden gekoppeld om een gesloten werkruimte te creŽren.

Terug naar Boven

 

M9 BAJONET (BUCK M9)

M-9 Multipurpose Bayonet System (MPBS). Synoniem: Buck M9 (naar een van de producenten, Buck Knives).

Multifunctioneel mes met zaagrug, tevens bajonet, dat geschikt is om te bevestigen op het geweer Colt.

Met de opening aan de voorzijde van het lemmet vormt de bajonet samen met de schede een draadschaar.

De M9 wordt gedragen in een holster van hard kunststof.

De M9, in 1985 ontworpen door de Amerikaan Charles A. Finn, was oorspronkelijk alleen bedoeld voor de U.S. Navy SEALs.

Tot de invoering van het gevechtsmes Eickhorn was de M9 de standaard bajonet voor 11 Luchtmobiele Brigade en het Korps Mariniers. De Nederlandse M9 is herkenbaar aan een gegraveerd KL-nummer op het lemmet.

Specificaties:

lengte lemmet

17,8 cm

lengte M9

30,5 cm

Zie ook:11 Luchtmobiele Brigade, bajonet, Colt, gevechtsmes Eickhorn en Korps Mariniers.

Terug naar Boven

 

MAAIVELD

Gelšnde.
surface; ground-level.
sol.

Militaire term voor het aardoppervlak.

De term wordt onder andere gebruikt in relatie tot explosies, line-of-sight, munitie, onderkomens/gevechtsdekkingen, ruimtelijke dimensie, stukken/batterijen en vuur.

Vergelijk ook: Above Ground Level (AGL): boven het maaiveld.

► Explosies

Bij de detonatie van een nucleair wapen op het maaiveld, of in ieder geval op geringe hoogte daarboven, volgt een maaiveldexplosie. De vuurbal raakt het maaiveld, waarna een paddestoelwolk ontstaat.

 

► Line-of-sight

Vooral door bebouwing (infrastructuur) wordt het waarnemen vanaf het maaiveld beperkt. Waar het waarnemen wordt beperkt als het zichtcontact wordt gehinderd, geldt dit ook voor verbindingen en vuursteun.

 

► Munitie

Munitie, ontstekingskabels of UXO's die geheel of gedeeltelijk op het maaiveld liggen zijn goed herkenbaar. Landmijnen kunnen boven, op of onder het maaiveld worden geplaatst, horizontaal-effect-wapens op of boven het maaiveld.

► Onderkomens/
gevechtsdekkingen

Onderkomens worden onder het maaiveld uitgegraven of boven het maaiveld geconstrueerd. Loopgraven en schuttersputten liggen onder het maaiveld, ligsleuven deels onder het maaiveld. Een onderkomen kan onder het maaiveld ook in een droge sloot, greppel of riool worden gemaakt. Tijdens (verkennings)acties achter de vijandelijke linies verlaten Special Forces slechts incidenteel hun ondergrond onderkomen.

 

► Ruimtelijke dimensie

In het multidimensionaal gevechtsveld (360 graden) wordt gevochten op verschillende niveaus, zeker bij het optreden in verstedelijkte gebieden (OVG). De gevechtsvormen wisselen snel en de opponent is onvoorspelbaar. Onder het maaiveld (subsurface) wordt gevochten in kelders, metrobuizen, parkeergarages, riolen en tunnels; op het maaiveld (surface) voornamelijk op straat; tussen het maaiveld en luchtruim (supersurface) bijvoorbeeld op daken.

 

► Stukken/
batterijen

Een stuk of batterij op het maaiveld wordt horizontaal genoemd, boven het maaiveld verhoogd en onder het maaiveld ingezonken.

 

► Vuur

Vuur dat net boven het maaiveld wordt afgegeven, vaak met machinegeweren, wordt grazing fire genoemd. Het doel hiervan is de opponent te beletten uit ligsleuven, loopgraven, putten, tunnels e.d. tevoorschijn te komen.

Spreekwoordelijk is het maaiveld in Nederland "toch vooral een dodelijke grens", aldus de Volkskrant (Encyclopedie van Nederland, 29 januari 2011):

"Steek hier je kop boven het maaiveld uit, en hij wordt zonder pardon afgehakt. Tenminste dat wordt beweerd, vaak door sporters, artiesten en tv-persoonlijkheden die zijn getroffen door de gesel der kritiek. Kop boven het maaiveld uitgestoken (d.w.z.: geniaal talent getoond) en meteen afgestraft door de grauwe middelmaat daaronder: kop afgehakt."

Zie ook: infrastructuur, line of sight, maaiveldexplosie en optreden in verstedelijkte gebieden (OVG).

Terug naar Boven

 

MAAIVELDEXPLOSIE

Synoniem: oppervlakte-explosie. Duits: Oberflšchendetonation. Engels: surface burst; surface explosion. Frans: explosion de surface.

Explosie, in de regel van een kernwapen, juist boven, op of juist beneden het maaiveld, waarbij de vuurbol het aardoppervlak raakt. Hierdoor ontstaat een donkergekleurde wolk in de vorm van een paddenstoel, waarvan de stam en wolk vanaf het begin ťťn geheel vormen.

Kenmerkende verschijnselen van een maaiveldexplosie:

Lichtflits

Het eerste kenmerkende verschijnsel van een maaiveldexplosie is het verblindende licht dat vele malen feller is dan dat van de zon.

 

Hitte

De hittestraling is enorm, maar minder sterk dan bij een luchtexplosie. Een deel van de hitte wordt door de bodem of het water geabsorbeerd.

 

Drukgolf

De schokgolf is een kleiner gebied geconcentreerd dan bij een luchtexplosie, maar alsnog wordt een uitgestrekt gebied verwoest. De luchtdrukverplaatsing heeft orkaankracht (windkracht 12).

 

Initial
Nuclear
Radiation
(INR)

De straling in de eerste minuut na de explosie, in de regel gamma- en neutronenstraling, is minder dan bij een luchtexplosie maar nog steeds enorm. In de vuurbal die bij de maaiveldexplosie ontstaat worden hoge niveaus van INR geproduceerd die personeel tijdelijk uitschakelen (incapaciteren) of direct doden.

 

Fall-out
&
Ioniserende straling

Nablijvende ioniserende straling komt vrij na de maaiveldexplosie. Grote hoeveelheden bodemmateriaal, puin e.d. worden met de snel stijgende vuurbol omhooggezogen, waardoor de typerende donkere paddenstoelvormige wolk met stam ontstaat. In de wolk en stam wordt het meegezogen materiaal radioactief door zeer intensieve bestraling met neutronen en ontstaat fall-out. Afhankelijk van de bodemsamenstelling, de explosiehoogte, de meteorologische condities en het wapenvermogen, verspreiden de stofdeeltjes zich in de hogere luchtlagen. Als de turbulentie tot rust komt, slaan de radioactieve stofdeeltjes neer op het maaiveld.

Zie ook: fall-out en kernwapen.

Terug naar Boven

 

MAAIVUUR

Synoniemen: strovuur; strijkvuur. Duits: Bestreichung. Engels: raking fire; traversing fire. Frans: ratisser le feu.

Evenwijdig aan het maaiveld afgegeven automatisch bestrijkend vuur met ťťn of meer snelvuurwapens, zoals mitrailleurs en mitrailleuses. Voorbeelden zijn de MAG , de Minimi en de .50. Hiervoor is een effectief bereik van de bestreken ruimte noodzakelijk.

In maritieme oorlogvoering wordt maaivuur evenwijdig aan de lengteas van een vijandelijk schip afgegeven, gezien vanaf de achtersteven of boeg.

Zie ook: flankerend vuur (flankeervuur).

Terug naar Boven

 

MAATSCHAPPELIJKE DIENST DEFENSIE

Afgekort: MDD. De MDD levert bedrijfsmaatschappelijk werk voor alle personeelsleden van Defensie, militairen zowel als burgers, maar ook voor hun gezinsleden. In binnen- en buitenland is de MDD 24 uur per dag bereikbaar voor het Defensiepersoneel en het thuisfront.

Commandanten, op alle niveaus, worden door de MDD van advies voorzien. Taakstelling van de MDD:

  • 24-uurs-bereikbaarheid van de hulpverlening
  • Advisering
  • Berichtgeving aan relaties
  • Concrete hulp
  • Nazorg van uitgezonden militairen en hun gezinsleden
  • Onderzoek en rapportage
  • Opvang en ondersteuning aan het thuisfront
  • Preventie
  • Psychosociale hulpverlening
  • Signalering
  • Voorlichting
  • Zorg voor veteranen, personeel en thuisfront

De MDD ressorteert onder het Commando Diensten Centra (CDC) van het Ministerie van Defensie. De MDD levert haar facilitaire diensten voor alle krijgsmachtdelen, maar ook voor het personeel van de Centrale Organisatie en het Defensie Interservice Commando (DICO).

Behalve een regio in het Caribisch gebied, kent de MDD regio's in Duitsland (voorheen gericht op de Legerplaats Seedorf, NASAG e.d.) en Noord, Noordwest, Oost, West en Zuid in Nederland.

De MDD bevordert door haar taakstelling de motivatie en inzetbaarheid van het Defensiepersoneel.

Tegenwoordig heet de MDD het DC BMW (DienstenCentrum BedrijfsMaatschappelijk Werk).

Terug naar Boven

 

MADUROKAZERNE

Voluit: George J.L. Madurokazerne,

Kazerne die sinds de opening van Madurodam op 2 juli 1952 deel uitmaakt van het miniatuurpark in Den Haag. De kazerne, een geschenk van het toenmalige Ministerie van Oorlog, is een maquette op schaal 1:25 van de Koning Willem I-kazerne in 's-Hertogenbosch.

De kazerne aan de Bossche Vlijmenseweg werd gebouwd in 1939. Tijdens de bezetting gebruikte de Duitse Schutzstaffel (SS) de kazerne. Na de Tweede Wereldoorlog werd de Koning Willem I-kazerne in gebruik genomen door de genie.

Het origineel van de George J.L. Madurokazerne: de Bossche Koning Willem I-kazerne.

Na de genie werd de kazerne tot 1992 de thuisbasis van 48 Pantserinfanteriebataljon Regiment Van Heutsz, het jaar waarin de kazerne door Defensie werd afgestoten.

Madurodam werd gebouwd ter nagedachtenis aan de joods-Antilliaanse verzetsstrijdder George John Lionel Maduro (1916-1945).

GEORGE J.L. MADURO

Maduro, geboren in Willemstad op Curaçao, neemt als reserve-tweede luitenant bij het 4e Regiment Huzaren deel aan het verzet in de meidagen van 1940.

Maduro en drie groepen heroveren op 10 mei 1940 de Villa Leeuwenburgh op de grens van Rijswijk en Den Haag, strategisch gelegen vlakbij het vliegveld Ypenburg.

De herovering van de villa is onderdeel van de Slag om de Residentie.

In de villa, twee km noordelijk van vliegveld Ypenburg, hebben elf aldaar gedropte Duitse parachutisten hun toevlucht gezocht.

Bij de stormaanval op de villa dringt Maduro als eerste binnen.

Het Duitse verzet wordt gebroken, de villa vermeesterd en de para's krijgsgevangen gemaakt.

Het wapenfeit maakt voor het Nederlandse leger de weg vrij de Duitsers te verjagen van de drie vliegvelden bij Den Haag: Ockenburg, Valkenburg en met name Ypenburg.

Maduro overlijdt op 9 februari 1945 in het concentratiekamp Dachau.

Op 9 mei 1946 wordt hij postuum onderscheiden tot Ridder 4e klasse van de Militaire Willems-Orde en is hiermee tot nu toe de enige Nederlander van Antilliaanse komaf die deze onderscheiding heeft ontvangen. Naast de Militaire Willems-Orde ontvangt George Maduro postuum ook het Verzetsherdenkingskruis.

De dienstplichtig korporaal van het wapen der artillerie Gerrit Hekhuizen ontvangt voor dezelfde actie de Bronzen Leeuw. Hekhuizen volgt Maduro op de voet en dringt als eerste de kelder met daarin de Duitsers binnen. Drie anderen ontvangen voor dezelfde actie het Bronzen Kruis.

In 2016 verscheen bij uitgeverij Het Spectrum de biografie 'Ridder zonder vrees of blaam, het leven van George Maduro 1916-1945' van Kathleen Brandt-Carey (ISBN 9789000348176).

Aan de voorzijde van de Madurokazerne wordt een rijdende parade afgenomen met schaalmodellen van de AMX-PRI (pantserrupsinfanterie), jeeps en pantserwagens.

Terug naar Boven

 

MAG

General Purpose Machine Gun (GPMG, uitgesproken als "Gimpy").

Voluit: Mitrailleuse d'Appui General.

Synoniem: .30-mitrailleur ("punt dertig" ofwel 30 inch).

Middelzware, volautomatische mitrailleur, waarbij de munitie wordt aangevoerd met een patroonband. Vaak wordt de MAG op een voertuig gemonteerd.

Het wapen wordt geproduceerd bij Fabrique National (FN) Herstal in BelgiŽ.

Specificaties:

dracht

tot 2.000 m

effectieve dracht vanaf voorsteunen
(bipod)

800 tot 1.000 meter

effectieve dracht vanaf affuit
(tripod)

1.100 tot 1.500 meter

gewicht loop

3 kg

gewicht patroonband
(bandvoeding 230 patronen)

8 kg

gewicht wapen

10,5 kg

kaliber

7.62 x 51 mm NATO (.308)

koeling

luchtgekoeld

lengte loop

55 cm

lengte wapen

127 cm

vuursnelheid

700 tot 750 schoten per minuut

werking

gasdruk

De MAG is in gebruik bij de Koninklijke Landmacht, het Korps Mariniers en de Koninklijke Luchtmacht.


Geplaatst op een affuit, dat ingeklapt door ťťn persoon kan worden meegenomen, kan de MAG nog nauwkeurig vuur over grote afstanden afgeven.

De HV-kijker is een helderheidversterker (juistere benaming: restlichtversterker), waarbij het restlicht wordt versterkt zodat bij duisternis kan worden waargenomen. Er moet dan wel enig licht aanwezig zijn om te kunnen versterken.


MAG-koppel aan het werk in Afghanistan.

Terug naar Boven

 

MAIN BATTLE TANK

Afgekort: MBT. Tank ontworpen ten behoeve van gemechaniseerde oorlogvoering door de cavalerie, al dan niet in het gevecht van de verbonden wapens.

Kenmerken van de Main Battle Tank:

► hoog niveau van vuurkracht
► zeer manoeuvreerbaar
► zwaar pantser

De MBT kan met relatief hoge snelheid door oneffen terrein rijden, maar het voertuig is veeleisend als het gaat om brandstof- en munitieverbruik en onderhoud.

Ondanks de zware bepantsering zijn de gevaren voor MBT's op het moderne gevechtsveld (slagveld) talrijk, met name van lichtere tanks, artillerie, antitankwapens en antitankmijnen. De kwetsbare plaatsen van de MBT zijn het bovendek, de bodem en de tracks.

Enkele voorbeelden van moderne MBT's:

China

Type 98/99

Duitsland

Leopard 2A6

Frankrijk

Leclerc Mk 2

Groot-BrittanniŽ

Challenger 2

IsraŽl

Merkava Mk 4

ItaliŽ

C1 Ariete

Japan

Type 74

Rusland

T-90

Verenigde Staten

M1A2 Abrams

Zuid-Afrika

Olifant Mk 1B

Zuid-Korea

K1/A1

Zie ook: Leopard 2A6 en tank.

Terug naar Boven

 

MAIN SUPPLY ROUTE

Hauptversorgungsstraße.
itinťraire principal de ravitaillement.

Afgekort: MSR.

Nederlands: hoofdaanvoerweg (haw).

Synoniem: hoofdlogistieke route.

Primair voor logistiek transport (bevoorrading) voorbestemde (aanvoer)route in het operatiegebied (area of operations). Over deze hoofdlogistieke route verplaatst het grootste deel van het verkeer om een militaire operatie te ondersteunen. Aftakkingen van de MSR worden supply routes genoemd.

Wanneer door blokkades, filevorming, konvooien, ongevallen e.d. de verkeersstroom op de MSR stagneert of beperkt is, wordt het militaire verkeer gederouteerd over de Alternate Supply Route (ASR).

Hoofdaanvoerwegen staan, evenals logistieke routes van de brigade en het bataljon, vermeld in het verkeerscirculatieplan van een bepaald gebied of vak. Van deze routes is alleen de hoofdaanvoerweg bewegwijzerd met route-aanduidingsborden.

Hoofdaanvoerwegen worden onderscheiden in wegen ten behoeve van eenrichtingsverkeer (one way traffic) en tweerichtingsverkeer (two way traffic).

Over de MSR wordt het belangrijkste deel van de militaire verkeersstroom geleid die (in)directe steun levert aan alle eigen militaire operaties. De MSR wordt gecleared op Improvised Explosive Devices, landmijnen, valstrikken e.d. (cleared route).

Normaal gesproken is de MSR tenminste een verharde (geasfalteerde) weg waar ook het zwaardere militaire verkeer uit de voeten kan; zware vrachtwagens kunnen alleen op verharde hoofdaanvoerwegen rijden.

Knooppunten en dťfilťs maken de MSR kwetsbaar voor troepenverplaatsingen. Eenmaal aangevallen of getroffen door een hinderlaag door de opponent is de MSR feitelijk onbruikbaar.

Ten tijde van de Koude Oorlog kon de logistieke organisatie nog rekenen op een relatief veilig achtergebied, waarin het zijn logistieke installaties inrichtte en de MSR en de daarop aansluitende, afgetakte logistieke routes aangaf. Sinds de operaties SFIR (Irak) en ISAF (Afghanistan) zijn de kwetsbaarheid van de MSR en dus de aanvoer van goederen alleen maar toegenomen.

Omdat de MSR dient open te blijven om de (logistieke) voortgang van de operatie te kunnen garanderen, bestaat juist ook tijdens inzet in het missiegebied de noodzaak om routes te beveiligen (routebeveiliging); in de regel verplaatst een (beveiligings)escorte mee met eenheden over de MSR.

Om de mobiliteit van de operatie te garanderen zorgt de genie voor het onderhouden van MSR en overige belangrijke routes.

Op een kaart van de sectie G3 (OperatiŽn) van het toenmalige Nationaal Logistiek Commando zijn de hoofdaanvoerwegen naar het operatiegebied van 1 Legerkorps aangegeven.

Op MSR JACKSON, tussen Al Khidr en As Samawah in Irak, vuurde sergeant-majoor Eric O. van het Korps Mariniers op 27 december 2003 zijn waarschuwingsschoten af op plunderende Irakezen.

In de Afghaanse provincie Uruzgan liep de hoofdaanvoerweg vanuit Kandahar via het district Nesh naar Tarin Kowt.

De bewegwijzering van hoofdaanvoerwegen vindt plaats met route-aanduidingsborden.

Zie ook: Convoy Support Center (CSC), défilé (betekenis 1), Het tweede schot. Het ware verhaal over Eric O. (2006, Geert-Jan Alexander Knoops), konvooi, Lines of Communication (LOC), Movement Control (MOVCON), Regiment Bevoorrading en Transport en Rest / Remain Over Night (RON).

Terug naar Boven

 

MAIZEROY, PAUL gÉDÉON JOLY DE

Frans militair en schrijver. Geboren: Metz, 1719. Gestorven: 1780.

MAIZEROY EN STRATEGIE

Maizeroy verdeelde als eerste de kunst van de oorlogvoering in twee gebieden. Naast de tactiek onderscheidde hij met nadruk de 'leer der operaties' ('leiding der operaties').

In zijn standaardwerk 'Thťorie de la guerre' (1777) hanteerde hij hiervoor de nieuwe term strategie.

Hiermee was Maizeroy de eerste die het woord 'strategie' introduceerde: "Oorlogvoering is de wetenschap van de generaal, welke de Grieken 'strategie' noemen, volkomen wetenschap, subliem, die vele andere takken van de wetenschap in zich herbergt, maar is gebaseerd op tactiek... om te kunnen plannen combineert de strateeg tijd, middelen en een aantal belangen (les temps, les lieux, les moyens)."

In 'Thťorie de la guerre' voegde hij eraan toe: "Tactiek onderwerpt zich gemakkelijker aan vaste regels, omdat zij, evenals een fortificatie, volledig geometrisch is."

Hoewel de term strateeg als 'stratègos' (militair bevelhebber, veldheer) al ver voor Christus bij de Grieken bestond en de strategie reeds een lange praktijk had gekend, kwam strategie als militair concept pas bij Maizeroy en de Pruisische theoreticus Dietrich Heinrich Freiherr von BŁlow (1757-1807) onder de aandacht.

Bron: Schokking, Guy R.L. (2006). Tactische systemen. Een vergelijking van het militair optreden van land-, zee- en luchtstrijdkrachten. Utrecht, Nederland: eigen beheer/Universiteit Utrecht.

Joly de Maizeroy, net voor zijn dood nog benoemd tot brigadegeneraal, begon als 15-jarige in het leger.

Hij vocht in campagnes in Bohemen en Vlaanderen onder het bevel van Comte Hermann Maurice de Saxe – een Franse maarschalk die zich onderscheidde in de Oostenrijkse Successieoorlog (1696-1750).

In die laatste oorlog onderscheidde ook Maizeroy zich in de veldslagen bij Roncoux en Lauffeld (Lafelt) en de belegering van Namen, zodat hij al op zeer jonge leeftijd – in 1756, aan het begin van de Zevenjarige Oorlog – werd bevorderd tot luitenant-kolonel (Lieutenant-Colonel d'Infanterie) en werd benoemd tot Ridder (Chevalier) in de Ordre Royal et Militaire de Saint-Louis. Na de Zevenjarige Oorlog wijdde hij zich volledig aan de militaire wetenschap.

Als gevolg van zijn onstuitbare roem en studie van de Griekse Oudheid – hij vertaalde onder andere Xenophon en, in 1771, 'Tactika' van de Romeinse keizer Leo VI ('De Wijze', 866-912), een verhandeling over militaire operaties – werd hij op 9 juli 1775 als lid toegelaten tot de prestigieuze Acadťmie des inscriptions et belles-lettres.

Hij werd onder andere beÔnvloed door Niccolò Machiavelli, correspondeerde met vele onderscheiden mannen van Europa, met inbegrip van koning Frederik II van Pruisen (Frederik de Grote), en zijn tegenwoordig bijna vergeten werken werden buitengewoon gewaardeerd.

Al in het pre-Napoleontische tijdperk gaven zowel François-Jean de Mesnil-Durand als Joly de Maizeroy aan dat de infanterie voortaan in colonnes moest vechten.

Naast het al genoemde zijn Joly de Maizeroy's beroemdste werken:

'Essais militaires' (1763)

'Cours de tactique théorique, pratique et historique’ (1766-’67, vier delen)

‘Traité des armes défensives’ (1767)

‘Traité de tactique pour servir de supplément’ (1767)

‘Mémoire sur les opinions qui partagent les militaires: suivi du Traité des armes défensives’ (1773)

‘Traité sur l’art des sièges et les machines des anciens’ (1778)

Zie ook: strategie.

Terug naar Boven

 

MANDAAT

Mandat.
mandate.
mandat.

Volkenrechtelijke juridische term.

Bevoegdheid die wordt afgegeven door en in naam van een intergouvernementele organisatie - zoals de Europese Unie (EU), Noord-Atlantische Verdragsorganisatie (NAVO), Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE) of Verenigde Naties (VN) - of de regering van een land aan een troepenmacht om in een conflict(gebied) op te treden.

In het mandaat zijn de opdracht, bevoegdheden en beperkingen van een troepenmacht vastgelegd. Uit het mandaat vloeien de Rules of Engagement (ROE) voort.

In de ROE wordt het geweldgebruik nader omlijnd: wanneer, onder welke omstandigheden en met welke middelen mag de troepenmacht geweld gebruiken.

Voor de meeste missies waaraan Nederland met haar krijgsmacht deelneemt, vormt een resolutie van de VN-Veiligheidsraad en/of een opdracht die is verstrekt ingevolge hoofdstuk VI of VII van het VN-Handvest de juridische basis:

Hoofdstuk

Inhoud

Operaties

VI

Vreedzame regeling van geschillen

Vredeshandhavende operaties

VII

Optreden met betrekking tot bedreiging van de vrede, verbreking van de vrede en daden van agressie

Vredesafdwingende operaties

VN-VEILIGHEIDSRAAD

Met een mandaat dat voortkomt uit een door de VN-Veiligheidsraad aangenomen resolutie, kan een VN-vredesmacht naar een conflictgebied gestuurd worden. In de regel wordt een VN-vredesmacht alleen ingezet wanneer Šlle partijen in het conflict hun aanwezigheid accepteren.

De grootste uitzondering hierop is het optreden van VN-troepen in de Korea-oorlog.

In de regel worden VN-operaties uitgevoerd door militairen die een blauwe baret of helm dragen (blauwhelmen).

Het mandaat van vredesoperaties richt zich op activiteiten die bijdragen aan herstel of behoud van vrede en het minimale gebruik van geweld. De militairen mogen hun wapens alleen ter zelfverdediging gebruiken, waardoor ingrijpen vaak beperkt mogelijk is.

Zie ook: NAVO, Nederlands Detachement Verenigde Naties (Korea-oorlog), Rules of Engagement (ROE), Verenigde Naties (VN), VN-Veiligheidsraad, vredesafdwingende operatie (peace-enforcing) en vredeshandhavende operatie (peacekeeping).

NRC: Vaag mandaat voor blauwhelmen in Mali (21 oktober 2016).

Terug naar Boven

 

MANOEUVRE-EENHEID

Eenheid die geschikt is voor het uitvoeren van manoeuvres (gevechtsoefeningen), wat inhoudt dat de eenheid in staat is om terrein(delen) te beheersen, bezet te houden of te vermeesteren (veroveren).

Het gaat hierbij om tanks, pantserinfanterie, lichte infanterie, verkenningseenheden en gevechtshelikopters.

Vanaf en onder het niveau van de brigade worden binnen de Koninklijke Landmacht de volgende manoeuvre-eenheden onderscheiden:

WAT

WELKE EENHEID

Gevechtshelikopters

301 en 302 Squadron Koninklijke Luchtmacht

Lichte infanterie

Korps Commandotroepen

Luchtmobiele infanterie

11 Air Manoeuvre Brigade Air Assault

Pantserinfanterie

17, 42, 44 en 45 Pantserinfanteriebataljon

Tank

 

Verkenning

42 en 43 Brigade Verkennings Eskadron en 103 en 104 Grond Gebonden Verkennings Eskadron

Terug naar Boven

 

MANOEUVRE-OORLOGVOERING

ManŲverkrieg.
maneuver warfare.
guerre de manoeuvre.

Strategisch concept van oorlogvoering waarbij door het beweeglijk optreden van de verbonden wapens de vijand op zwakke plekken wordt aangegrepen. Een structurele ontregeling van de vijand wordt gerealiseerd door het verbreken van de samenhang van het vijandelijk optreden ťn het breken van het vijandelijke moreel.

De manoeuvreoorlog is in veel opzichten tegenovergesteld aan de uitputtingsoorlog. De manoeuvreoorlog gaat uit van een systematische aanpak, bestaande uit:

► commandovoering top-down en bottom-up (recon pull)
initiatief behouden
► snel en verrassend optreden (zelf het operationeel tempo bepalen)

► succes wordt met name afgemeten aan kwaliteit

► veel creativiteit en initiatief op uitvoerend niveau
► vermijden van reactief handelen
► verstoren van de vijandelijke besluitvorming
► vijand binden door consequent alle mogelijkheden voor beweeglijk optreden uit te buiten

Het planmatige karakter van de manoeuvreoorlog leidt al snel tot een chaotische, verwarrende en uiteindelijk onbeheersbare situatie waaraan de vijand niet of slechts zeer moeizaam het hoofd kan bieden.

In wezen gaat de aanvaller cq. het aanvallend gevecht altijd uit van de manoeuvreoorlogvoering. Alle moderne oorlogen zijn voorbeelden van in hoofdzaak manoeuvreoorlogvoering:

WO II

1940-1945

Falklandoorlog

1982

1e Golfoorlog

1990-1991

2e Golfoorlog

2003

Ondanks het bovenstaande kan gesteld worden dat elk militair optreden, van gevecht tot operatie en oorlog, een mix is van manoeuvre- en -uitputtingsoorlogvoering. Zij vullen elkaar aan.

In moderne oorlogvoering - ruwweg vanaf het einde van de Koude Oorlog - worden kleinere krijgsmachten geconfronteerd met het optreden over een breed front. In de praktijk betekent dit dat zij met minder troepen over een groot gebied moeten optreden. Het is tot slot onvermijdelijk dat zij vanuit de manoeuvre-oorlogvoering zullen overgaan tot (elementen van de) uitputtingsoorlogvoering.

(Bron: onder andere 'De manoeuvreoorlog in perspectief', kolonel Ton de Munnik, Militaire Spectator.)

Zie ook: uitputtingsoorlogvoering.

Terug naar Boven

 

MANOEUVREVORMEN

Bij manoeuvrevormen gaat het om de positionering van de tactical activities (tactische activiteiten) in de battlespace (gevechtsruimte, gevechtsveld, operationele omgeving).

De manoeuvrevormen en hun varianten kunnen in samenhang op elk tactisch niveau en voor alle typen operaties worden toegepast. De verschillende taken en activiteiten op het uitvoerende niveau kunnen binnen alle zes manoeuvrevormen plaatsvinden, die op hun beurt weer kunnen voorkomen in de drie dominante soorten tactische operaties: offensieve, defensieve en stabiliserende.

De zes manoeuvrevormen zijn:

Area defence

Gebiedsverdediging

Envelopment

Omvatting

Frontal attack

Frontale aanval

Mobile defence

Mobiele verdediging

Penetration

Doorbreking

Turning movement

Omtrekking

Manoeuvre is het verkrijgen van een situatie waarin een fysiek en/of psychologisch voordeel bestaat ten opzichte van de opponent. Manoeuvre kan dan ook letterlijk (fysiek) en overdrachtelijk (mentaal) worden uitgevoerd.

Commandanten en eenheden moeten bedreven zijn in het manoeuvreren in de operationele omgeving.

Een belangrijke vaardigheid bij het manoeuvreren is het kunnen visualiseren van de battlespace: het in vogelvlucht (helicopterview) overzien van de operationele omgeving en gevoel hebben voor positionering in tijd en ruimte van activiteiten (en impliciet capaciteiten) binnen die omgeving.

In sommige gevallen kan het einddoel worden bereikt door het uitvoeren van een enkele manoeuvrevorm; in de meeste gevallen zal een commandant meerdere manoeuvrevormen moeten combineren.

De juiste keuze van activiteiten en een goede combinatie van manoeuvrevormen bieden een grotere kans op uitschakeling van de opponent of tenminste het creŽren van nieuwe kansen daartoe.

Terug naar Boven

 

MANPACKED

Term voor het op de man meenemen van persoonlijke uitrusting - die wordt meegenomen om een missie langere tijd te kunnen uitvoeren - en bewapening bij voet- dan wel uitgestegen optreden. In de regel wordt hierbij dan ook geen gebruik (meer) gemaakt van voertuigen. Vaak luidt de opdracht: "living of the land".

Manpacked opereren betekent dat de uitrustingsstukken en verbindingsmiddelen – zoals Extreme High Frequency-satcom, HF 7000, New Integrated Marines Communication and Information System (NIMCIS) en RT9200 – op de rug in een rugzak worden meegedragen.

Het manpacked optreden komt met name voor bij eenheden van de lichte infanterie, zoals 11 Luchtmobiele Brigade, het Korps Commandotroepen en het Korps Mariniers.

Terug naar Boven

 

MAQUETTE

Duits: Modell. Engels: maquette; bird's eye view. Frans: maquette. Ook genaamd: zandbak.

Een driedimensionaal model dat te velde of ten burele op schaal wordt vervaardigd ten behoeve van kaart- en/of terreinoriŽntatie, in de regel in het kader van een geplande actie.

Een maquette geeft een goede indruk van de nagemaakte werkelijkheid en laat details tot zijn recht komen. De kenmerken van een maquette zijn:

 juist georiŽnteerd (ware noorden)

duidelijk afgebakende sector

duidelijk zichtbaar voor ieder deelnemer

op schaal

met voorstelling van begroeiing, reliŽf, waterlopen, wegennet en overige markante terreinkenmerken

Daarnaast worden in een maquette de verschillende coŲrdinatiepunten uitgebeeld, zoals:

Maquettes worden, als tijd en middelen het toelaten, gemaakt in het kader van een operationele analyse na een verkenning, bijvoorbeeld een close target recce.

In het terrein maakt de maquettebouwer - behalve van natuurlijke gelegengheidsmiddelen (bladeren, gras, mos, schelpen, stenen, takken e.d.) - gebruik van eventueel meegenomen artikelen (flessendoppen, karton, kurken).

In een bevelsuitgifte of een chinese parliament kan een maquette van pas komen om een geplande opdracht met ondercommandanten of groepsleden te repeteren (rehearsal), waarbij het gedachte verloop van de actie wordt doorgesproken. De maquette vervangt dan schetsen of stafkaarten, al dan niet met oleaten.

Een maquette, in juni 2012 gemaakt door infanteristen van de Bravo Compagnie van 11 Infanteriebataljon Luchtmobiel Air Assault ter voorbereiding op een actie tijdens de oefening SEROLANE.

De FTX vond plaats van 2 tot 24 juni 2012 in de Kalahari woestijn van Zuid-Afrika. Aan de oefening namen, behalve de luchtmobiele infanteristen en militairen van 240 Dienstencompagnie en 421 Hospitaalcompagnie uit Nederland, ook de infanteristen van 44 Parachute Regiment van de South African National Defence Force (SANDF) deel.

Plaats van handeling was het South African Army Combat Training Centre in Lohatla, met bijna 1.600 km² de grootste militaire trainingsfaciliteit op het zuidelijk halfrond.

© foto: Ruud Mol (AVDD).

Zie ook: terreinoriŽntatie.

Terug naar Boven

 

M.A.R.C.H.

Het acroniem M.A.R.C.H. wordt gehanteerd in het protocol van Tactical Combat Casualty Care (TCCC).

Op individueel niveau geldt het ezelsbruggetje als leidraad voor het handelen binnen het TCCC-protocol:

M

Massive bleeding

► Niet zoeken naar maar vaststellen van grote slagaderlijke bloedingen.

► Bij bovenarm of bovenbeen eerste keus: tourniquet.

► Indien tourniquet niet toepasbaar: IsraŽlisch drukverband en Kerlex directe druk (torso, onderarm en onderbeen).

► Tijdstip noteren op voorhoofd: T + datumtijdgroep.

 

A

Airway

► Ademweg beoordelen: look-feel-listen (kijken-voelen-luisteren).

► Ademwegobstructie door bewusteloosheid en/of verwonding aan aangezicht/kaak.

► Indien bij bewustzijn zonder uitgebreide aangezichtstraumata: A overslaan.

► Indien uitgebreid aangezichtstrauma met geblokkeerde ademweg: ademweg vrijmaken (chin lift + finger sweep) en stabiele zijligging.

► Indien bewusteloos: stabiele zijligging.

 

R

Breathing

► Inspecteren borstkas aan voor- en achterzijde en onder de oksels.

► Bij penetrerend thoraxletsel: sucking wound (blazend/zuigend) dichtplakken met fixatiefolie (Opsite).

► Zoeken uitgangswond.

► Halfzittende houding: kleding en broeksriem losmaken.

► Bij verslechtering algehele toestand: Opsite verwijderen.

 

C

Circulation

► Uitwendige bloedingen opsporen door systematisch manueel onderzoek en stoppen van de bloeding.

► Visualiseren bloedingen door openknippen kleding.

► Hoogleggen aangedane lichaamsdeel.

► Woundpacking met directe druk door IsraŽlisch drukverband.

► Indirecte druk uitbrengen.

 

H

Hypothermia

Hypothermie en pijn: uitlokkende factoren van shock.

► Beschermen tegen weersomstandigheden.

► Comfort van het slachtoffer verbeteren.

► Houding van het slachtoffer bepalen: liefst stabiele zijligging, behalve bij een bewusteloos slachtoffer met thoraxtrauma.

Zie ook: contactdrill en Tactical Combat Casualty Care (TCCC).

Terug naar Boven

 

MARCHE-LES-DAMES

Deelgemeente van Namen (Namur) in België, gelegen aan de linkeroever van de Maas (Meuse). Na Freyr – eveneens aan de Maas ter hoogte van Dinant – is Marche-les-Dames het grootste klimgebied van België.

De hoogtepistes tot ± 80 meter, kalksteenrotsen en massieven creëren – samen met de rivieren Maas en Gelbressée – de ideale oefenomgeving voor het hier sinds 1947 gevestigde Trainingscentrum voor Commando's (TrgC Cdo) van de Belgische paracommando's.

Uitvalsbasis van de para’s is het Quartier Lieutenant-général Pierre Roman in het Chateau d’Arenberg, gelegen in de Maasvallei aan de voet van de rotsen aan de provinciale weg N959. Op het plateau bevindt zich het Camp de Wartet, waar de schoolcompagnie van de paracommando’s is gevestigd.

Op deze locatie wordt sinds jaar en dag rotsklimmen geïnstrueerd, met inbegrip van onder meer bergredding, klettersteigen en rivercrossing, en theoretische instructie gegeven over onder andere bergveiligheid, preventie en behandeling van koudeletsels en navigatie in bergachtig terrein.

Voor zover de rotspartijen niet door de Belgische krijgsmacht worden geëxploiteerd, zijn zij in beheer van Climbing & Mountaineering Belgium (CMBEL), voorheen Club Alpin Belge - Belgische Alpenclub (CAB-BAC).

Links de rotsen van Marche-les-Dames, rechts koning Albert I van BelgiŽ die hier in 1934 verongelukte

Marche-les-Dames kreeg bekendheid door de tragische dood van de Belgische koning Albert I. Op 17 februari 1934 stortte de derde koning van de Belgen bij een ongeval van de rotsen; hij overleed ter plekke. Over de ware doodsoorzaak wordt sinds jaar en dag gespeculeerd, omdat Albert I een getraind alpinist was die in 1930 nota bene de Mont Blanc wist te bedwingen.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog verzette koning Albert I zich lang genoeg tegen de opmars van de Duitsers om Groot-Brittannië en Frankrijk de gelegenheid te geven zich te mobiliseren voor de Slag bij de Marne, verbleef hij bij zijn soldaten in de loopgraven aan de IJzer in West-Vlaanderen en verwierf zo de bijnaam ‘Koning-Soldaat’.

Het Trainingscentrum voor Commando's (Centre d' Entrainement de Commandos) is gevestigd aan de Rue de Roi Chevalier 13, 2024 Marche-les-Dames. Het trainingscentrum is bereikbaar via de snelweg E411 Bruxelles-Namur-Arlon-Luxembourg, afrit 14 (Bouge-Namur), bewegwijzering volgen naar Les rochers Du Roi Albert.

Terug naar Boven

 

MARECHAUSSEE, KONINKLIJKE

Afgekort: KMar.

Het Wapen der Koninklijke Marechaussee - door Koning Willem I opgericht op 26 oktober 1814 - geldt als erfopvolger van de al in de Bataafs-Franse tijd (1795-1813) bestaande gendarmerie (letterlijk: 'mensen met wapens', "gens d'armes"). Traditioneel voert de gendarmerie binnen een krijgsmacht de algemene politietaken uit.

Het embleem van de Koninklijke Marechaussee stelt een springende granaat met een gesloten vlam voor.

Omdat de term 'gendarmerie' na de Franse bezetting veel emoties opriep, werd 'marechaussee' ingevoerd.

Ook deze term is van Franse oorsprong: al tijdens de Middeleeuwen ontstonden in Frankrijk eenheden militaire politie te paard die ingedeeld waren bij het hoofdkwartier van een maarschalk (marťchal). Maarschalken (marťchaux) waren belast met de rechtspraak en de uitoefening van de politiezorg.

Vanaf 1969 is ze direct onder de Minister van Defensie gesteld. Op 25 maart 1998, onder Minister van Defensie Joris Voorhoeve, is de KMar per dagorder officieel het vierde krijgsmachtdeel van Nederland geworden.

De KMar is ťťn van de vier Operationele Commando's van de Nederlandse krijgsmacht, naast de Commando's der Land-, Lucht- en Zeestrijdkrachten (CLAS, CLSK den CZSK).

De KMar voert haar taken echter zowel voor Defensie als voor het civiele gezag uit. In de Politiewet worden specifiek de ministeries van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en (Veiligheid en) Justitie genoemd, maar ze voert ook taken uit voor de ministeries van Buitenlandse Zaken en Immigratie en Asiel, de Nationaal CoŲrdinator Terrorismebestrijding (NCTV) en het Openbaar Ministerie (OM).

Ondanks haar status als militaire politieorganisatie, geldt bij de uitvoering van haar politietaken zoals die voortvloeien uit artikel 4 van de Politiewet niet het volgen van de doctrines van de krijgsmacht maar de bevoegdheden vanuit het Wetboek van Strafvordering.

De Politiewet vormt de grondslag voor de samenwerking met en bijstand aan de politie. De (opsporings)bevoegdheden van de ambtenaren van de KMar zijn onder andere geregeld in het strafrecht en de vreemdelingenwet- en regelgeving.

De aansturing van de KMar wordt getypeerd door een scheiding tussen gezag en beheer. Het gezag over de KMar berust bij de minister die verantwoordelijk is voor het beleidsterrein waarbinnen de betreffende taak van de KMar valt.

Het beheer over de KMar berust bij de Minister van Defensie, waarbij de Secretaris-generaal van het Ministerie van Defensie als korpsbeheerder fungeert. Hiermee is de Nederlandse systematiek anders ingeregeld dan bij de Military Police (MP) van Groot-BrittanniŽ en de Verenigde Staten.

Het devies van de KMar luidt: "Zonder vrees en zonder blaam".

Vertaald uit het Frans ("Sans peur et sans reproche") is dit afkomstig uit het boek 'Soldat' (1854) van Colonel Baron Joachim Ambert. In dit boek schrijft Ambert dat de bijzondere verdiensten van de gendarmerie te danken zijn aan haar moedige, militaire karakter en de trouw en toewijding aan de opdracht "te zijn de schildwacht van de wet".

'Sans peur et sans reproche' is tevens de naam van de cadettenvereniging Koninklijke Marechaussee, opgericht in 2002. Sinds 2004 heeft de KMar haar eigen officiersopleiding aan de KMA.



Op 29 oktober 1931 reikte Koningin Wilhelmina op paleis Het Loo in Apeldoorn op grootse wijze de standaard uit aan het Wapen der Koninklijke Marechaussee.

Hare Majesteit verrichtte de handeling te paard en in het bijzijn van Prinses Juliana. De overweging voor de uitreiking van de standaard was "dat het gewenscht is, het Wapen der Koninklijke Marťchaussťe, dat tot dusverre geen standaard voert, van een zoodanig symbool te voorzien".

De uitreiking van de standaard vond plaats in overeenstemming met het Koninklijk Besluit van 23 oktober 1931, nr. 26.

De standaard werd in 1974 vernieuwd.

Voor bijvoorbeeld grootschalige rellen of terreurdreiging, gemodificeerd voor politie- en Crowd and Riot Control-taken, beschikt de Koninklijke Marechaussee over 24 stuks van de YPR-765. Aan de voorkant kan het pantserrupsvoertuig worden voorzien van een dozerblad voor het ruimen van obstakels of een ram voor het bestormen van gebouwen.

Een speciale versie is de YPR-765 Aircraft Assault Vehicle (AAV) voor het bestormen van gekaapte vliegtuigen.

In de Politiewet staan alle taken van de KMar opgesomd.

De taken zijn:

► Waken voor de veiligheid van de leden van het Koninklijk Huis, in samenwerking met andere daartoe aangewezen organen;

► Uitvoering van de politietaak ten behoeve van Nederlandse en andere strijdkrachten, alsmede internationale militaire hoofdkwartieren, en ten aanzien van tot die strijdkrachten en hoofdkwartieren behorende personen;

► Uitvoering van de politietaak op de luchthaven Schiphol en op de andere door Onze Ministers van Justitie*, van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en van Defensie aangewezen luchtvaartterreinen;

► Verlening van bijstand alsmede de samenwerking met de politie krachtens deze wet, daaronder begrepen de assistentieverlening aan de politie bij de bestrijding van grensoverschrijdende criminaliteit;

► Uitvoering van de politietaak op plaatsen onder beheer van Onze Minister van Defensie, op verboden plaatsen die krachtens de Wet bescherming staatsgeheimen ten behoeve van de landsverdediging zijn aangewezen, alsmede op het terrein van de ambtswoning van Onze Minister-president;

► Uitvoering van de bij of krachtens de Vreemdelingenwet opgedragen taken, waaronder begrepen de bediening van de daartoe door Onze Minister van Justitie* aangewezen doorlaatposten en het, voor zover in dat verband noodzakelijk, uitvoeren van de politietaak op en nabij deze doorlaatposten, alsmede het verlenen van medewerking bij de aanhouding of voorgeleiding van een verdachte of veroordeelde;

► In opdracht van Onze Minister van Justitie* en van Defensie ten behoeve van De Nederlandsche Bank NV verrichten van beveiligingswerkzaamheden.

* Sinds 2010 het Ministerie van Veiligheid en Justitie.

In juli en augustus 2016 voerde de Koninklijke Marechausseer op de luchthaven Schiphol extra controles uit in verband met "een signaal".

Tot die maatregel besloot de driehoek, bestaande uit de burgemeester van de gemeente Haarlemmermeer (waar Schiphol onder valt), de hoofdofficier van justitie en de Koninklijke Marechaussee en politie, in overleg met de Nationaal CoŲrdinator Terrorismebestrijding en Veiligheid.

Het "signaal" paste binnen het landelijke dreigingsbeeld, dat sinds 2013 substantieel is.

Zie ook: beteugelen van woelingen, close protection, Crowd and Riot Control (CRC), Landmacht helpt marechaussee bij controles Schiphol (12 augustus 2016) en terrorisme.

Terug naar Boven

 

MARKEREN

Het door middel van Rode Kruis-tekens kenbaar maken van geneeskundige afvoermiddelen en inrichtingen. Dit biedt bescherming volgens de vier Conventies van GenŤve (1949) en de twee Additionele Protocollen (1977).

De beslissing tot markeren, maskeren of camoufleren wordt gemaakt door de operationele commandant: de brigadecommandant of hoger.

In beginsel geldt dat zodra er gewonden er dient te worden gemarkeerd, maar role 1 geneeskundige inrichtingen (hulpposten) zullen in beginsel niet worden gemarkeerd. In beginsel worden role 2 en role 3 geneeskundige inrichtingen pas gemarkeerd na het uitbreken van de vijandelijkheden.

Gedurende gewondentransport wordt altijd gemarkeerd, ook voor gewondentransportmiddelen die zijn ingedeeld bij role 1 geneeskundige inrichtingen.

Zie ook: camoufleren en maskeren.

Terug naar Boven

 

MARKER PANEL

Het marker panel of gronddoek (VS-17/GVX).

Nederlands: gronddoek. OfficiŽle benaming: VS-17/GVX.

Doek dat wordt gebruikt als herkenninsteken eigen troepen vanuit de lucht. Het marker panel staat ook bekend als één van de binnen de NAVO gevoerde beschermingsmaatregelen tegen friendly fire, vergelijkbaar met de omgekeerde V op voertuigen.

De marker panel wordt vastgemaakt op het dak van een voertuig of de bovenzijde van een rugzak, meet 50 cm bij 180 cm en is tweezijdig gekleurd: de ene zijde is fluorescerend oranje (‘internationaal oranje’), de andere zijde reflecterend roze, rood of paars.

Het gronddoek heeft drukknopen en bevestigingskoorden, waardoor meerdere gronddoeken gekoppeld kunnen worden om een groter oppervlak te verkrijgen. De kleur die wordt gebruikt is meestal die welke het best contrasteert met de omgeving, dan wel die welke in bevelen is afgesproken.

Het marker panel kan in nood ook worden gebruikt om een Pick-Up Point (PUP, zie: nine-liner) te markeren om de positie aan te geven voor bondgenoot- of vriendschappelijke (geallieerde) helikopters.

Ook kan het marker panel worden gebruikt voor voertuigidentificatie ten behoeve van vliegers, wanneer bij verplaatsingen (colonnes, konvooien, patrouilles) helikopters of vliegtuigen worden ingezet. Voor het onderscheid van voertuigen in een marsserie worden normaal gesproken gele, rode en witte gronddoeken gebruikt, maar in noodgevallen kan ook de VS-17/GVX worden gebruikt. Hetzelfde geldt voor het visueel herkenbaar maken voor luchtstrijdkrachten dat een bericht op de grond dient te worden opgepikt.

Zie ook: omgekeerde V.

Terug naar Boven

 

MARKET GARDEN

Letterlijk: groente- en fruitkwekerij. Plan bedacht door de Britse veldmaarschalk Bernard Montgomery en goedgekeurd door de geallieerde opperbevelhebber Dwight D. Eisenhower.

Via de grootste luchtlandingsoperatie aller tijden - operatie MARKET, waarin verdeeld over 35.000 parachutisten en 5.000 militairen in gliders in totaal 40.000 luchtlandingstroepen deelnamen - zou een aantal vitale overgangen over de rivieren Maas, Waal en Rijn moeten worden veroverd.

De operatie zelf had tot doel een doorbreking te forceren naar Arnhem: diep in vijandelijk gebied parachutisten droppen om bruggen en oorden te veroveren en, tegelijkertijd, grondtroepen door de verdedigingslinie laten breken die over de door de parachutisten vrijgemaakte corridor naar Arnhem verplaatsen.

Het hogere doel - de commander's intent - was om voor Montgomery's 21st Army Group de weg vrij te maken over de Rijn, waarna om de Westwall (Siegfriedlinie) heen naar het Ruhrgebied, de Noordduitse laagvlakte en Berlijn kon worden doorgestoten.

Montgomery en Eisenhower waren van mening dat de verovering van Berlijn, liefst vůůr de winter van 1944, Hitler tot overgave zou dwingen.

De acht te veroveren bruggen bevonden zich bij over de Maas bij Son, Sint-Oedenrode, Veghel en Grave, over de Waal bij Heumen en Nijmegen en over de Rijn bij Arnhem. De rivierovergangen lagen in een corridor die vanaf de frontlijn aan het Maas-Scheldekanaal in BelgiŽ tot aan Arnhem een frontbreedte had van meer dan 100 km.

Door de corridor zouden de grondtroepen van het oprukkende XXX (UK) Corps - geleid door luitenant-generaal Brian Horrocks en deel uitmakend van 2 (UK) Army van generaal Miles Dempsey - vanuit BelgiŽ optreden in het grondoffensief: operatie GARDEN.

In dit deel van het totale plan waren zo'n 150.000 goeddeels gemotoriseerde militairen betrokken. Langs een enkele smalle weg rukte de geconcentreerde hoofdmacht op tot diep in vijandelijk gebied. Generaal Horrocks noemde de weg - de as van beweging - de "Club Line".

101 (US) Airborne Division zou Eindhoven en de bruggen bij Son en Veghel veroveren, 82 (US) Airborne Division de bruggen bij Grave, Nijmegen, Wijchen en die over het Maas-Waalkanaal bij Nijmegen.

De deelnemende luchtlandingseenheden aan operatie MARKET GARDEN waren:

EenheidCommandantDoel
1 (PO) Independent Parachute BrigadeStanislaw SosabowskiArnhem
1 (UK) Airborne Division Roy UrquhartArnhem
101 (US) Airborne Division ('The Screaming Eagle') Maxwell TaylorEindhoven
82 (US) Airborne Division ('All American')James GavinNijmegen
30 (UK) CorpsBrian HorrocksLimburg en Brabant

Operatie MARKET GARDEN begon op 17 september 1944. Van de complete 1 (UK) Airborne Division rukten slechts drie parabataljons op naar de brug te Arnhem. Maar liefst een kwart van alle gevechtskracht van de divisie moest worden ingezet ter beveiliging van de droppings- en landingszones.

De Duitsers reageerden door het haastig inrichten van stoplijnen, waarbij het lukte om de opmars van 1st en 3rd Parachute Battalion af te stoppen. Alleen 2nd Parachute Battalion onder leiding van luitenant-kolonel John Frost slaagde erin langs de Rijn op te rukken. Voordat de Duitsers hier een stoplijn konden inrichten, had Frost met zijn eenheid van 740 militairen het divisiedoel al bereikt.

In Montgomery's plan moest de link-up door de oprukkende grondtroepen binnen twee dagen plaatsvinden. Frost kreeg de noordelijke brughelft in handen, maar pogingen om de zuidelijke oprit in handen te krijgen mislukten. De Duitsers bleven versterkingen aanvoeren en schoten met alle middelen (artillerie, mortieren en tanks) op Frost's para's die zich in de huizen verschansten.

Uiteindelijk werd 2nd Parachute Battalion zo in het nauw gedreven, raakte de munitie op en moest de gewonde Frost op 21 september 1944 na vier dagen van hevige gevechten de strijd om de Rijnbrug staken.

In het grondoffensief slaagden de Amerikanen grotendeels in de uitvoering, maar de Britten kwamen op de eerste dag niet verder dan de lijn Eindhoven-Valkenswaard. Daarnaast bleek ook hier de Duitse tegenstand, restanten van het uit NormandiŽ teruggetrokken II. SS-Panzerkorps onder leiding van veldmaarschalk Walter Model, veel sterker dan verwacht.

Nadat het II. SS-Panzerkorps op zijn terugtocht zware achterhoedegevechten had gevoerd, waarbij vrijwel alle pantservoertuigen verloren waren gegaan, arriveerde het korps in september '44 in de contreien van Arnhem. Mede dankzij de acties van generaal Von Zangen hadden Models troepen hier tijd om te recupereren.

Toen MARKET GARDEN begon, was Models hoofdkwartier nog gevestigd in Oosterbeek, maar hij vluchtte naar Doetinchem en leidde van hieruit een tegenoffensief. Model bepaalde dat de bruggen bij Arnhem en Nijmegen niet mochten worden opgeblazen, waardoor de Britten de verkeersbrug van Arnhem en de Amerikanen de spoorbrug van Nijmegen konden veroveren.

Ondanks de geallieerde successen slaagde Model erin het geallieerde offensief tot staan te brengen. Dit succes kan met name worden afgeleid doordat de Duitsers uit alle uithoeken zwaardere bewapening, herbevoorrading en versterkingen hadden aangesleept, zoals infanterie, luchtafweer- en gemechaniseerd geschut en munitie.

Doordat de spits van de grondtroepen van operatie GARDEN de Britse luchtlandingstroepen bij Arnhem niet tijdig kon bereiken, bleef de strijd op zichzelf staand. De Duitse tegenstand bleek te sterk.

Op 25 september 1944 waren de lichtbewapende Britse luchtlandingseenheden genoodzaakt zich terug te trekken vanaf de noordzijde van de Arnhemse Rijnbrug.

In 2014 heeft de 70ste herdenking van operatie Market Garden plaatsgevonden, onder andere met de Memorial Jump Market Garden op de Ginkelse Heide.

Voertuigen van 30th (UK) Corps passeren de Waalbrug in Nijmegen.

In de op de Duitsers veroverde post houdt een Britse militair de wacht; in de post hangt nog een foto van Rijksmaarschalk Hermann GŲring.

Onder meer in het Gelderse Nederasselt landden op 17 september 1944 de parachutisten van het eerste bataljon van 1 (PO) Onafhankelijke Parachutistenbrigade onder leiding van generaal-majoor Sosabowski in het kader van operatie MARKET GARDEN.

Zes dagen later kwamen de Waco-zweefvliegtuigen van 325 (US) Glider Infantry Regiment op dezelfde locatie aan de grond, omdat er duizenden manschappen moesten worden voorzien van materieel en goederen.

 
Het Airborne Monument Ede op de Ginkelse Heide herinnert aan de luchtlanding door de Britse parachutisten op 17 en 18 september 1944.

Het monument, in 1959 ontworpen door mevrouw Melanie M. Heuff-von Oven, is op 19 september 1960 onthuld door generaal-majoor b.d. Roy Urquhart, die tijdens operatie MARKET GARDEN commandant was van 1 (UK) Airborne Division.

De drie meter hoge betonnen zuil met daar bovenop een koperen adelaar met gespreide vleugels, bevindt zich op coŲrdinaat 31U FT 8753.6869, aan de provinciale weg N224.

Aan de voet van de heuvel waarop het monument zich bevindt, staat een plaquette met de Bijbeltekst: "Jesaja 40:31... Zij zullen opvaren met vleugelen gelijk de arenden... They shall mount up with wings as eagles"

Jaarlijks wordt op de Ginkelse Heide de Memorial Jump Market Garden uitgevoerd, waarna een herdenking en kransleggingen bij het Airborne Monument Ede plaatsvinden.

Oorzaken van het mislukken

Adair

De tanks van de (UK) Guards Armoured Division onder leiding van generaal-majoor Allan Adair leidden het grondoffensief in operatie GARDEN.

Om onduidelijke reden hielden de zwarte baretten, die de spits vormden van XXX (UK) Corps, bij Nijmegen 18 (!) uur halt voordat ze de opmars hervatten.

Afstand

Het voordeel van het verrassingseffect dat de relatief lichtbewapende luchtlandingstroepen bij Arnhem in de eerste uren uit hun optreden hadden kunnen halen, werd tenietgedaan doordat ze te ver van hun doel werden afgezet (meer dan 10 km).

In verband met het verwachte Duitse luchtafweergeschut in de omgeving van de Rijnbrug waren, onder druk van de Royal Air Force, de droppings- en landingszones op 10 ŗ 12 km van het doel vastgesteld.

Antwerpen

De 15. Armee onder generaal Von Zangen was opgedragen de Franse Kanaalhavens Boulogne, Duinkerken en Le Havre te verdedigen. Op de dag dat de Antwerpse haven werd bevrijd (4 september 1944) kon zijn 15. Armee de Westerschelde naar Walcheren oversteken.

Von Zangen's leger trok zich strategisch achter de Schelde terug om de poort tot Antwerpen te verdedigen. Omdat de geallieerden de havenstad nodig hadden voor de broodnodige versnelling van hun herbevoorrading, werd hiermee ook de opmars in MARKET GARDEN vertraagd.

Pas na het mislukken van MARKET GARDEN kregen Walcheren en de Scheldemonding weer prioriteit.

Browning

Terwijl er een tekort aan gliders (zweefvliegtuigen) was, liet de commandant van I (UK) Airborne Corps, luitenant-generaal Frederick 'Boy' Browning, zijn hoofdkwartier en de ruim honderd militairen op 17 september 1944 met 35 (!) toestellen naar Nijmegen overbrengen.

In de gliders hadden de benodigde troepen kunnen meevliegen, die nu in te veel sorties moesten worden aangevoerd.

In de voorbereiding was het generaal Browning die bij het aanwijzen van de brug over de Rijn bij Arnhem tegen Montgomery zei: "But, Sir, I think we might be going a bridge too far."

 

Kaartlezende militairen van de Grenadier Guards van (UK) Guards Armoured Division zitten in Nijmegen tegen een Amerikaanse M4 Shermantank.

© foto: Digitale Studiezaal Regionaal Archief Nijmegen (externe link).

 
Hell's Highway

Op het wegdeel tussen Son en Grave, door de Amerikanen "Hell's Highway" gedoopt, was de Duitse tegenstand veel heviger dan verwacht. Daardoor bleef de aanvoer voor Nijmegen en Arnhem grotendeels uit. Panzer-Brigade 107 sneed de weg zelfs een tijdje geheel af. De aanvoer over "Hell's Highway" was een essentiŽle misser van MARKET GARDEN.

Hongersnood

Het mislukken van MARKET GARDEN en een Duits embargo op alle voedseltransporten naar het westen van Nederland zorgden voor een hongersnood onder de bevolking. De Duitsers liet nog wel vervoer over water toe, maar de strenge vorst maakte dit feitelijk onmogelijk.

In een poging de Nederlandse hongersnood een halt toe te roepen, onderhandelde de Britten met de Duitsers over voedseldroppings. Uiteindelijk kregen de Britten toestemming van de bezetter om deze droppings aan het einde van de Hongerwinter uit te voeren in operatie MANNA.

Met de bevrijding in zicht stierven als gevolg van de Duitse tegenactie ruim 20.000 Nederlanders de hongerdood.

Logistiek

Als gevolg van de snelle geallieerde opmars bedroeg de afstand van de gealiieerde landingsstranden in NormandiŽ tot de frontlijn zo'n 650 km.

De omlooptijd werd steeds langer, waardoor de herbevoorrading ernstig vertraagde, de Duitsers zich konden hergroeperen en, mede hierdoor, de operatie mislukte.

Luchttransport

Er waren niet voldoende vliegtuigen beschikbaar om 1 (UK) Airborne Division en 1 (PO) Independent Parachute Brigade in ťťn lift over te brengen naar het inzetgebied.

De volle sterkte van het luchtlandingsleger kon niet onmiddellijk worden ingezet en het verrassingseffect was weg.

Luftwaffe

Het geallieerde opperbevel negeerde de aanwezigheid van installaties van de Luftwaffe in de buurt van de landingsterreinen bij Arnhem: het radiopeilstation Teerose I op de Galgenberg en het commandocentrum van 3. Jagddivision in de bunker Diogenes op vliegveld Deelen.

Risico's

Omdat een luchtlanding vlakbij de Rijnbrug te risicovol werd gevonden, werden de parachutisten boven de Edese, Ginkelse en Renkumse heide en boven Wolfheze, 10 ŗ 12 km van de brug, gedropt. Het verrassingseffect was volkomen weg.

Tijdstip

Omdat de luchtlandingen op klaarlichte dag werden uitgevoerd, konden de Duitsers zich eenvoudig en snel een beeld vormen van de omvang van de operatie, de plaatsen waar ze werd uitgevoerd en daarmee van het oogmerk van de geallieerden.

Verbindingen

Op alle niveaus en door allerlei oorzaken faalde de communicatie. De verbindingen binnen de eigen eenheden en naar de staven liep spaak. De staf van 1 (UK) Airborne Division kon hierdoor geen duidelijk beeld (situational awareness) krijgen van de steeds chaotischer situatie.

Zo kon bijvoorbeeld niet worden medegedeeld dat de meeste terreinen om voorraden te droppen in Duitse handen waren.

2nd Parachute Battalion van luitenant-kolonel John Frost moest op 19 september 1944, toen het bij de Rijnbrug in Arnhem aankwam, zelfs de duif 'William of Orange' inzetten om Engeland te melden dat de noordelijke oprit was veroverd.

Veraad

Dubbelspion Christiaan Lindemans, alias King Kong, verraadde een voorloper van MARKET GARDEN aan de Duitsers (operatie COMET).

Versterkingen

De staf van 1 (UK) Airborne Division negeerde berichten, ook die van het Nederlandse verzet uit Arnhem, over de aanwezigheid van Duitse tanks en pantsereenheden in de omgeving van het operatiegebied sinds begin september 1944.

De Duitse troepen - 9. SS-Panzer-Division Hohenstaufen en 10. SS-Panzer-Division Frundsberg - waren in de Slag om Arnhem van doorslaggevende betekenis.

Zwaartepunt

De operatie werd in het zwaartepunt verloren: de Rijnbrug in Arnhem. Weliswaar werd Brabant, onder andere Tilburg, deels bevrijd, maar dat was slechts een bijgevolg van de uitbreiding in westelijke richting van de door MARKET GARDEN gevormde corridor.

De 21st Army Group liep volkomen vast ten zuiden van de grote rivieren, waardoor de bevrijding van het westen van Nederland stagneerde.

Uitzicht over Nijmegen en, op de achtergrond, de Waalbrug (28 september 1944). De stad werd zwaar getroffen door zowel Duitse als geallieerde bombardementen en beschietingen.

Historische nabeschouwing

Operatie MARKET GARDEN verliep verre van vlekkeloos.

82 (US) Airborne Division was met succes de Waal overgestoken om de bij Arnhem gelande 1 (UK) Airborne Division te ontzetten en de Rijnbrug te veroveren, maar het plan om een bruggenhoofd over de Rijn te vestigen en vast te houden, bleek letterlijk "een brug te ver".

Door de onverwacht hevige Duitse tegenstand, het falen om Arnhem in te nemen en een opeenstapeling van missers aan geallieerde kant, liep het grondoffensief bij Nijmegen vast.

Na het mislukken van MARKET GARDEN werd eerst het veroverde gebied geconsolideerd. De haven van Antwerpen was dan wel intact in geallieerde handen, de Westerschelde werd aan beide kanten nog door de Duitsers bezet.

Van de bij MARKET GARDEN betrokken geallieerden bleken er na afloop 8 ŗ 10.000 te zijn gesneuveld (KIA), gewond (WIA) of vermist (MIA).

Door de winst van de Duitsers in de Slag om Arnhem, heeft de Tweede Wereldoorlog in Europa volgens historici waarschijnlijk een half jaar langer geduurd.

Met het (gedeeltelijk) mislukken van MARKET GARDEN werd ook pijnlijk duidelijk dat de bevrijding van West-Nederland geen hoge prioriteit had in de geallieerde planning.

Polen: Militaire Willems-Orde & Bronzen Leeuw

Voor haar inzet tijdens operatie MARKET GARDEN werd op 31 mei 2006 de Militaire Willems-Orde toegekend aan 1 (PO) Independent Parachute Brigade: de 1e Zelfstandige Poolse Parachutistenbrigade.

Generaal-majoor Stanislaw Sosabowski, commandant van de 1e Zelfstandige Poolse Parachutistenbrigade.

Hare Majesteit Koningin Beatrix bevestigde de cravate van de Militaire Willems-Orde aan het vaandel van de Poolse 6 Brygada Powietrznodesantowa (6 Air Assault Brigade), die de tradities van de 1e Zelfstandige Poolse Parachutistenbrigade heeft overgenomen.

De commandant van de eenheid, generaal-majoor Stanislaw Sosabowski, kreeg postuum de Bronzen Leeuw. Generaal-majoor Roy Urquhart, de commandant van 1 (UK) Airborne Division, ontving deze onderscheiding al in 1946.

"Alle Poolse militairen, de commandant en zijn manschappen die bij Driel en Oosterbeek hebben gevochten worden op deze wijze geŽerd. Zij hebben door hun deelname aan de strijd tegen de Wehrmacht een wezenlijke bijdrage geleverd aan de uiteindelijke bevrijding van Nederland en daarmee aan de belangen van de Nederlandse Staat."

Sosabowski's brigade werd in september 1944 ingezet toen bleek dat de Britten op veel tegenstand stuitten.

KING KONG

Christiaan A. Lindemans, alias King Kong, werkte in WO II als dubbelspion voor de Britse MI9 en de Duitse Abwehr... maar ook voor het verzet en hij was zelfs wekenlang verbindingsofficier tussen het hoofdkwartier van Prins Bernhard en de Canadese militaire inlichtingendienst.

Via Lindemans konden Oberstleutnant Hermann Giskes van de Abwehr (militaire contraspionage) en SS-SturmbannfŁhrer Joseph Schreieder van de Sicherheitsdienst niet alleen het doen en laten van het verzet volgen, maar ook wat hij van Prins Bernhard en zijn staf hoorde.

Van maart tot en met augustus 1944 vertrouwde Lindemans de Abwehr mededelingen toe waardoor in Nederland, BelgiŽ en Frankrijk 267 verzetsleden waren gearresteerd. En op 15 september 1944, twee dagen voor het begin van MARKET-GARDEN, was hij op het Nederlandse hoofdkwartier van de Abwehr in Driebergen.

Toch publiceerde de Legervoorlichtingsdienst al 1950 een rapport waarin wordt weerlegd dat Lindemans MARKET-GARDEN zou hebben verraden.

In het rapport zegt generaal-majoor Dirk Arie van Hilten, Hoofd van de Sectie Krijgsgeschiedenis van de Generale Staf, op basis van de verhoren die hij Giskes afnam dat King Kong aan de Duitsers slechts informatie zou hebben verstrekt over de algemene richting van de geallieerde opmars. Ook hadden de Duitsers op basis van Lindemans' meldingen niet tijdig pantsertroepen naar Arnhem gestuurd of kunnen sturen.

Onder meer ook generaal-majoor Roy Urquhart en Prins Bernhard rekenden na de oorlog af met het gerucht dat de operatie zou zijn verraden door Lindemans.

Op 28 oktober 1944 werd Lindemans gearresteerd en langdurig door Britten en Canadezen aan verhoren onderworpen. Hierin hield hij vol dat hij 'Arnhem' niet had verraden.

Lindemans overleed op 20 juli 1946 in de gevangenis in Scheveningen aan een overdosis fenobarbital (Luminal®).

De ware rol van King Kong in de Slag om Arnhem blijft intussen met listen en leugens omgeven.

In de voorbereiding op de operatie had Sosabowski al aangegeven geen heil te zien in de operatie. Helaas kreeg hij gelijk. De Polen leden zeer zware verliezen: tijdens MARKET GARDEN lieten 93 Poolse parachutisten het leven. Toch lukte het de Polen nog om duizenden gevluchte Britten te redden en over de Rijn te zetten.

De erkenning in de vorm van de uitgereikte dapperheidsonderscheidingen betekende eerherstel voor de prestaties van de Poolse para's en haar commandant.

Duitse militairen openen het vuur op airborne eenheden van de geallieerden tijdens operatie Market Garden.

Hoewel luchtlandingstroepen algemeen worden gezien als een gemakkelijk doelwit (sitting ducks), is het schieten op de parachutisten toegestaan volgens artikel 42, lid 3 van Protocol I van de Conventies van GenŤve, d.d. 8 juni 1977: "Airborne troops are not protected by this Article."

In tegenstelling tot hen die een parachute gebruiken om een (aanvals)opdracht uit te voeren, is het verboden het vuur te openen op hen die in nood hun vliegtuig moeten verlaten.

Zie ook: A Bridge Too Far, Memorial Jump Market Garden, rode baret en zweefvliegtuig (glider).

Terug naar Boven

 

MARKETENTSTER

Marketenderin.
vivandiere.
vivandiŤre.

Afgeleid van het Latijn "mercatare" (handeldrijven, onderhandelen). Synoniemen: cantiniŤre, vivandiŤre, zoetelaarster.

Reeds in het Ancien Rťgime (vůůr de Franse revolutie van 1789) en in de legers van Napoleon waren marketentsters actief.

'De marketentster', een olieverfschilderij van Jan van Bijlert (17e eeuw).

De vrouw draagt een kan en over haar schouder een stok met gevogelte en worsten.

Napoleon

De nieuwe manier van oorlogvoeren die na de Franse revolutie (1789) ontstond, regisseerde de logistiek van Napoleons leger. Dankzij de dienstplicht beschikte Napoleon ook nog eens over een leger van ruim 600.000 soldaten.

Twee van Napoleons lijfspreuken herinneren hieraan:

La guerre nourrit la guerre (De oorlog voedt de oorlog): Napoleons leger kon in het vruchtbare Europa te allen tijde met succes van het land leven. Dit lukte niet langer bij de aanval op Rusland. Tsaar Alexander I vernietigde alle voorraden die hij niet kon meenemen. Tot overmaat van ramp stagneerden ook Napoleons bevoorradingslijnen.

Une armťe marche ŗ son estomac (Een leger marcheert op zijn maag): Napoleon zag in dat een goede soldaat een weldoorvoede soldaat is: de soldaat die niet goed te eten krijgt kan niet vechten.

In de 16e en 17e eeuw trokken de dames met de schutterijen en legers te velde mee om de militairen, tijdens hun recuperatiemomenten voor, tijdens en na een veldtocht, te voorzien van voedsel en drank (klasse I). Daartoe behoorden ook alcoholische dranken en tabakswaren.

De vrouwen volgden de eenheden door heel Europa.

Rats, kuch en bonen moesten de huursoldaten indertijd vooral zelf zien te regelen; daarom bood de marketentster - de vrouw van de wasbaas - ook andere soldaten dan haar eigen echtgenoot voedsel en drank te koop aan.

Niet alleen werden de benodigdheden voor maaltijden geleverd, vaak werden ze ook door de marketentster klaargemaakt. Met haar werk ondersteunde ze daarmee het moreel van de militairen, terwijl ze tegelijkertijd bij haar echtgenoot kon zijn.

Op de kazerne verzorgde de marketentster het was- en naaiwerk van de soldaten ťn de cantinedienst.

Uiteindelijk kreeg de marketentster een eigen uniform, dat overeenkwam met het uniform van het legeronderdeel dat ze diende.

Na de nederlaag van Napoleon bepaalde Koning Willem I bij Koninklijk Besluit d.d. 15 april 1831: "Eene vrouw per compagnie, gehuwd aan ene korporaal of soldaat, kan tot het wasschen van het linnen op marsch medegenomen worden. De vrouwen genieten huisvesting en voeding evenals de mannen." Ze vervulde hierbij ook de functie van marketentster.

Met zijn besluit formaliseerde Koning Willem I de marketentster, waarmee de vrouw van de korporaal-wasbaas als enige officieel kon toetreden in de masculiene legergemeenschap. Ze kreeg een legpenning, die aangaf in welk legeronderdeel ze diende. Dit bleef zo tot het einde van de 19e eeuw: in 1899 werd de functie 'wasvrouw' binnen het Nederlandse leger opgeheven.

De laatste marketentster in de Nederlandse krijgsmacht, in de laatste decennia van de 19e eeuw, was Goeie Louisa. Niet alleen voorzag ze de troepen in vaatjes van vijf liter van oude klare (jenever), ook verwende ze de troepen in de breedste zin des woords (al in de Napoleontische tijd was het gewoon dat prostituees met de troep meereisden).

De traditie van de marketentster is als symboolfunctie sinds jaar en dag gekoppeld aan het Regiment Intendancetroepen - tegenwoordig het Regiment Bevoorradings- & Transporttroepen geheten.

De Koninklijke Landmacht maakt bij ceremoniŽle gelegenheden gebruik van marketentsters, gekleed in authentiek uniform: ook bij het Regiment Genietroepen en het Regiment Verbindingstroepen wordt aan het optreden van de marketentster veel waarde gehecht.

De marketentster heeft, behalve als voorloper van de cantinedienst (cadi), mede de weg bereidt van de logistiek binnen de krijgsmacht.

Het standaardwerk over de logistiek, geschreven door prof. dr. Hugo Roos, draagt niet voor niets de titel: Van marketentster tot logistiek netwerk. De militaire logistiek door de eeuwen heen (2002).

Marketentster in het Geniemuseum in Vught.

'Les Vivandiers': een marketentster geeft een Franse soldaat iets te drinken.

De afbeelding, uit de collectie 'Afbeeldingen der Fransche Militairen, zo als dezelve in Holland zijn binnengetrokken, in den jaare 1795' (Atlas Van Stolk, externe link), is vervaardigd door de Delftse etser/tekenaar Isaac van Haastert (1753-1834).

Marketentster tijdens Veteranendag 2015.

Zie ook: aalmoezenier en Geslaagde 11e editie Veteranendag (27 juni 2015).

Terug naar Boven

 

MARS

Iedere beweging van troepen buiten het gevechtsveld die alleen een verplaatsing tot doel heeft (niet het maken van gevechtscontact).

Derhalve wordt een mars in de regel uitgevoerd buiten het bereik van de vijand dan wel op zo'n afstand van de vijand dat geen aanval te vrezen is.

Iedere grotere mars wordt verdeeld in dagmarsen (etappes).

Marsen kunnen worden verdeeld in marscolonnes, marsseries en marseenheden, elk met hun eigen specificaties:

Iedere marseenheid, -serie en -colonne heeft een eigen commandant, belast met de marstechnische leiding.

De commandant is vrij in beweging, gedraagt zich daarom als individueel weggebruiker en voert een wit/zwarte vlag linksvoor op zijn voertuig.

De commandanten voeren op hun voertuig, zowel voor als achter, de borden C-MARSEHD, C-SERIE of C-COL.

  

Marscolonne

Marschkolonne.
column formation.
formation en ligne de file.

Gecontroleerde verplaatsing, onder eenhoofdige leiding, langs dezelfde route in dezelfde richting.

De marscolonne bestaat uit twee of meer marsseries.
 
Maximaal brigade+.

 

Marsserie

Marschgruppe.
marchgroup.
element de marche.

Deel van een marscolonne, samengesteld uit een of meer marseenheden, met bij voorkeur dezelfde marseigenschappen.

Maximaal bataljon (afdeling); tussen 150 en 250 voertuigen.

 

Marseenheid

Marscheinheit.
marchgroup; marchunit.
rame.

Kleinste deel van een marscolonne of -serie, met bij voorkeur dezelfde marseigenschappen.

Maximaal compagnie (eskadron/batterij); minimaal 10 en maximaal 25 voertuigen.

Zie ook: colonne, colonnefunctionarissen, colonnenummer, colonnesignalering, colonnetekens en grootte van eenheden.

Terug naar Boven

 

MARSGEWONDENVERZAMELPUNT

Punt dat vergelijkbaar is met een gewondennest, maar dan plaatsvindt bij een achterwaartse doorschrijding door het gevechtsveld.

De achterwaartse doorschrijding is het tactisch van de vijand af verplaatsen van een eigen eenheid in het vertragend gevecht of verdedigend gevecht door het gebied van andere eigen troepen, waarbij het gevechtscontact wordt overdragen. Als een eigen eenheid het gevecht verlaat en terugkeert naar een (afwachtings)gebied, gebeurt dat na een link-up (aansluiting) met óf aflossing door andere eigen troepen.

Zodra de eenheid die het gevecht verlaat het doorschrijdingspunt is gepasseerd, moeten pal langs de marsroute terug naar het (afwachtings)gebied marsgewondenverzamelpunten gereed zijn. Alle achterwaarts verplaatsende voertuigen kunnen bij de marsgewondenverzamelpunten halt houden om gewonden en zieken over te dragen, opdat zij de achterwaartse verplaatsing – die onder tijdsdruk plaatsvindt - zonder verder oponthoud kunnen voltooien.

Achterwaarts verplaatsende gevechts(steun)eenheden kunnen de ontplooide marsgewondenverzamelpunten op de toegewezen routes beveiligen, maar dit is een lastige taak. De toegewezen route kan een hoofdaanvoerweg (Main Supply Route) zijn, de marsgewondenverzamelpunten zijn idealiter hulpposten. De hulpposten zijn veelal onder bevel gesteld van de vooreenheden (voorbataljons) die het gevecht voeren.

Zie ook: doorschrijding en gewondennest.

Terug naar Boven

 

MARSHALLER

Ook genaamd: helikoptergids. Duits: Einwinker. Engels: (aircraft) marshaller. Frans: signaleur; guide d'aťronef.

Militair, in de regel voorzien van speciale neonkleurige sleeves (mouwen), die gerechtigd is om met behulp van gidssignalen (arm-, hand- en visuele signalen) een helikopterpiloot aanwijzingen te geven om het landen, hoveren (standvlucht) of opstijgen.

De marshaller geeft hierbij alleen maar de landingsplaats aan, terwijl de loadmaster - die zich in de helikopter bevindt - het toestel daadwerkelijk aan de grond gidst.

Binnen 11 Air Manoeuvre Brigade is de functie van marshaller geÔntegreerd met die van rigger. De rigger/marshaller (R/M) wordt gecontroleerd door de Landing Point Commander (LPC), de functionaris die verantwoordelijk is op een landing point of pick-up point (PUP).

De rigger/marshaller is ook gerechtigd zelfstandig een lading voor in- en extern luchttransport - de zgn. under slung load(USL) - voor een helikopter voor te bereiden ťn de LPC of Helicopter Handling Instructor (HHI) te assisteren bij het uitzetten van landing points.

Tot slot kan de rigger/marshaller optreden als static probe-man en hook on/off-man.

De rigger/marshaller is bevoegd tot het dragen van het bijbehorende vaardigheidsembleem onder de klep van de linker- of rechterborstzak van de jas DT.

Zie ook: chalk, hot LZ, landing point, pathfinder en riggen.

Terug naar Boven

 

MARSHALLING AREA

Nederlands: opstel- of parkeerplaats; rangeerterrein; terminal.

Locatie in de nabijheid van of gecoloceerd met een APOD, RPOD en/of SPOD. In de ontvangstfase in het inzetgebied (reception i.h.k.v. RSOMI) wordt hier het arriverende personeel weer samengevoegd met haar geloste voertuigen, uitrusting, materieel en bijbehorende voorraden.

Bovendien krijgt de organieke eenheidscommandant het bevel over zijn gereassembleerde eenheid terug en wordt deze voorbereid op de onward movement (OM).

De commandant van de marshalling area - feitelijk de tussenlocatie van de POD's en de Staging Area (SA) - coŲrdineert met andere geallieerde commando's en de Host Nation (gastland) het gebruik van de faciliteiten zoals die zijn ingericht voor het verplaatsen en opstellen van voertuigen en materieel. Ook draagt de commandant ter plaatse zorg voor geneeskundige ondersteuning  aan de eenheden die zich in zijn gebied bevinden.

Bij de entree in het gastland zijn het snel inklaren van goederen en inprocessing - de uitvoering van alle noodzakelijke personele en materiŽle formaliteiten met bijbehorende documentatie - cruciaal voor de efficiŽntie en het welslagen van het logistiek systeem van de gehele operatie in het inzetgebied. Congestie van de zich verplaatsende voertuigen moet worden voorkomen.

Terug naar Boven

 

MARSVOET

Ook genaamd: marsfractuur, soldatenvoet, vermoeidheidsfractuur. Stressfractuur in de voet.

De banden in de middenvoet en, meer specifiek, de banden tussen de middenvoetsbeentjes (ossa metatarsalia) zijn zeer gevoelig voor intensieve en langdurige belasting. Deze banden zijn stroken bindweefsel die - bijvoorbeeld bij een lange mars - de schokken op de middenvoetsbeentjes horen te dempen.

Door overbelasting gaan de middenvoetsbeentjes echter ontsteken en toont (een deel van) de middenvoet de lokale ontstekingsverschijnselen: functieverlies, pijn, roodheid, warmte en zwelling. Uiteindelijk kunnen de klachten, als gevolg van de verminderde dempingsmogelijkheid, leiden tot een scheurtje (ruptuur) in ťťn van de vijf middenvoetsbeentjes.

De voorvoet is gezwollen en belasten is pijnlijk. Bij het lichamelijk onderzoek van de voorvoet kan ter hoogte van de fractuur (as)drukpijn optreden. RŲntgenfoto's van de voet kunnen de ruptuur aantonen.

Zo’n scheurtje staat gelijk aan een breuk (fractuur). Meestal zal het 2de of 3de middenvoetsbeentje breken; dit heeft waarschijnlijk te maken met de natuurlijke afwikkeling van de voet, die verloopt vanuit de hiel, via de buitenste voetrand en de kleine teen naar de grote teen.

De beste therapie voor een marsvoet is I.C.E. of RICE: Rust, IJs (koelen), Compressie (drukverband) en Elevatie (hoogleggen). De vervolgbehandeling bestaat uit een steunende bandage of, met name bij een ruptuur of fractuur, (onderbeenloop)gips en relatieve rust. De duur van de genezing is Ī 4 ŗ 6 weken.

Terug naar Boven

 

MARTELING

Ook genaamd: foltering. Duits: Folterung. Engels: torture. Frans: torture. Iedere behandeling waardoor opzettelijk hevige pijn, hevig ander fysiek en/of psychisch leed aan een ander persoon wordt toegebracht met de bedoeling te dwingen, intimideren, laten bekennen (verkrijgen van inlichtingen) of straffen.

In de regel vindt marteling plaats door of met instemming van een functionaris tegenover een persoon die zich onder zijn bewaking of controle bevindt dan wel door irreguliere strijdgroepen, bijvoorbeeld in Afghanistan en Irak. Uit nationalistische en/of religieuze motieven misbruikt de laatste groep martelingen als terreurmiddel tegen medeburgers en coalitietroepen.

Behalve onmenselijk, vernederend en wreed wordt marteling binnen het oorlogsrecht gezien als zowel een oorlogsmisdaad (war crime) als een misdaad tegen de menselijkheid (crime against humanity).

Voorbeelden hiervan zijn artikel 7 van het International Criminal Court, dat marteling beschrijft als een van de misdaden tegen de menselijkheid, en de Convention against Torture and Other Cruel, Inhuman or Degrading Treatment or Punishment, aangenomen door de VN in 1984. Non-gouvernementele organisaties (NGO's) als Amnesty International, Human Rights Watch en World Organisation Against Torture (OMCT) verzetten zich hardnekkig tegen marteling.

Beproefde martelmethoden zijn de amputatie van lichaamsdelen, gebruikmaking van elektriciteit of water (waterboarding), messteken, schoppen, slaapdeprivatie en stok- of zweepslagen.

Bij het ondervragen van krijgsgevangenen (en detainees) mag geen marteling of enig andere vorm van dwang worden toegepast. Geen enkele omstandigheid mag aanleiding zijn voor het martelen van krijgsgevangenen. Algemeen geldt dat krijgsgevangenen menselijk dienen te worden behandeld.

Na de aanslagen op het World Trade Center en het Pentagon van 11 september 2001 en de daaropvolgende oorlogen in Afghanistan en Irak, nam de internationale druk op de Amerikanen toe om niet te martelen.

Terug naar Boven

 

MASKEREN

Engels: obscure.

Het door bedekking van Rode Kruis-tekens onherkenbaar maken van geneeskundige afvoermiddelen en inrichtingen. Dit biedt geen bescherming volgens de vier Conventies van Genève (1949) en de twee Additionele Protocollen (1977). Daarnaast is het risico van niet (tijdige) onderkenning door de opponent groot.

De beslissing tot markeren, maskeren of camoufleren wordt gemaakt door de operationele commandant: de brigadecommandant of hoger.

Role 2 en Role 3 geneeskundige inrichtingen worden in beginsel gemaskeerd en daarna, in elk geval na het uitbreken van de vijandelijkheden, gemarkeerd.

Terug naar Boven

 

MASKEROEFENRUIMTE

Afgekort: MOR. Voorheen: gasmaskercontrolekamer.

In de MOR worden oefeningen gehouden om het dragen van en werken met het CBRN-masker FM-12 aan te leren dan wel te verbeteren.

Het doel van de oefeningen is:

► controleren of het bandenstel van het CBRN-masker correct is afgesteld
► uitvoeren van de drinkprocedure in een gasomgeving
► herstellen van de gasdichtheid
► opzetten van het CBRN-masker vanuit de CBRN-beschermingsgraad 'chemisch matig' en het sluiten van de kleding
► opzetten van het CBRN-masker vanuit de CBRN-beschermingsgraad 'chemisch hoog' en het sluiten van de kleding
► ontsmetten na besmetting met chemische strijdmiddelen, gevolgd door het opzetten van het CBRN-masker en het sluiten van de kleding ('chemisch matig')

CBRN-masker FM-12.

Ook MOR-oefeningen zijn "nabootsingen van de werkelijkheid". Het is dus niet de bedoeling dat leerlingen angst aangekweekt krijgen voor de MOR, maar juist dat zij het zelfvertrouwen ontwikkelen om in een gasomgeving te werken.

Tips voorafgaande aan de uitvoering van een MOR-oefening:

Het NBC-masker FM-12 in beschermstelling.

► controleer vooraf met amylacetaat de gasdichtheid van het CBRN-masker
► zorg dat alle CBRN-maskers passend zijn en het bandenstel correct is afgesteld
► laat het personeel vooraf de MOR zien (en de ontsnappingsmogelijkheid in geval van nood)
► stel het personeel op gemak (geen stoere verhalen, maar de werkelijkheid)
► vertel het personeel wat te doen bij lekkage van het CBRN-masker of andere problemen (hand opsteken, niet naar instructeur toekomen)
► controleer de heersende windrichting; stel het de MOR binnengaande personeel bovenwinds (waar de wind vandaan komt) op en het uit de MOR komende personeel benedenwinds (waar de wind naartoe waait)
► gebruik als instructeur altijd CBRN-beschermende kleding
► beoefen een MOR-oefening vooraf 'droog
► klop na afloop, met het CBRN-masker in beschermstelling, de kleding af
► zorg dat het personeel na afloop niet in de ogen wrijft ter voorkoming van onnodig lange irritatie

In de MOR wordt het personeel blootgesteld aan CS-gas.

Alle informatie met betrekking tot de MOR kan worden nagelezen in VS 3-250 (NBC-masker).

Zie ook: CBRN, CS-gas, COLPRO, FM-12 (CBRN-masker) en NBC-pak (CBRN-beschermende kleding).

Terug naar Boven

 

MASSAVERIETIGINGSWAPENS

Massenvernichtungswaffen.
Weapons of Mass Destruction (WMD).
armes de destruction massive (ADM).

Synoniem: non-conventionele wapens.

WMD zijn wapens die zijn ontworpen met als enige doel in ťťn keer en in zo kort mogelijke tijd zo veel mogelijk mensen te doden dan wel uit te schakelen. Binnen de Nederlandse krijgsmacht staan WMD beter bekend als NBC-wapens (nucleaire, biologische en chemische) of CBRN-wapens (chemische, biologische, radiologische en nucleaire).

Hoewel na de Eerste en Tweede Wereldoorlog zowel de proliferatie (verspreiding) als het gebruik van WMD door internationale verdragen nagenoeg aan banden zijn gelegd, zijn er landen en terroristen die naar het bezit van dergelijke middelen streven. Gelukkig zijn WMD veeleer dreigwapens dan feitelijke wapens. De term WMD kwam algemeen in gebruik na de terroristische aanslagen van 11 september 2001 in de Verenigde Staten.

Tijdens de Koude Oorlog kwam het daarentegen – ondanks een wapenwedloop met WMD - nooit tot een directe confrontatie tussen de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie, juist om reden dat de dreiging van een nucleaire oorlog veel te groot was.

Zie ook: terrorisme.

Terug naar Boven

 

MASS CASUALTy

Afgekort: MASCAL.

Elke (groot) aantal slachtoffers dat in een relatief korte tijd de beschikbare medische en overige logistieke mogelijkheden voor ondersteuning overtreft. Anders gezegd: een worst case-scenario waarbij het gewondenaanbod de beschikbare operationele gezondheidszorgmiddelen overvraagt.

Het is zeer goed mogelijk dat de massaliteit van het aantal slachtoffers de middelen van een volledig gezondheidszorgsysteem overweldigt.

Gewoonlijk is een groot aantal slachtoffers het gevolg van ťťn enkel incident, zoals een (militair) vliegtuigongeval, terroristische aanslag, natuurgeweld of offensief/defensief militair geweld (IED-strike).

Bij een MASCAL worden de conventionele principes voor slachtoffermanagement (gebaseerd op individuele zorgbehoeften) verlaten. De prioriteitsindeling van slachtoffers verschuift bij een MASCAL van de P-classificatie naar de T- classificatie (volgens STANAG 2879: 'Principles of Medical Policy in the Management of a Mass Casualty Situation').

De T-classificatie is gebaseerd op te verlenen zorg voor overleving van de grootst mogelijke groep slachtoffers, zonder dat uitgebreide geneeskundige middelen en mogelijkheden gebonden worden door individuele slachtoffers.

Onderscheiden worden:

T1

Immediate treatment

Kan niet wachten; zal zonder onmiddellijke interventie sterven

T2

Delayed treatment

Zal zonder dringende interventie wellicht sterven of blijvend letsel oplopen

T3

Minimal treatment

Zal moeten wachten vanwege kleinere verwondingen

T4

Expectant treatment

Zal waarschijnlijk overlijden

Bij een MASCAL mag T4 alleen door een arts worden toegekend.

Zie ook: P-classificatie en T- classificatie.

Terug naar Boven

 

MATA HARI

Legendarische Nederlandse spionne in WO I. "Mata Hari" betekent in het Maleis "Oog van de Dag".

Mata Hari wordt op 7 augustus 1876 geboren als Margaretha Geertruida Zelle in Leeuwarden, waar ze ook opgroeit.

Wanneer ze optreedt heeft Mata Hari lang, roodkrullend haar en is dan steevast gekleed in kanten niemendalletjes, satijnen negligťs en exotische gewaden. Als danseres in Parijs presenteert ze zich het liefst als oosters, mysterieus en exotisch. Ze voert er, voor die tijd, gedurfde dansen op, zoals de "danse indienne". Door de beeldvorming wordt Mata Hari een femme fatale.

Dankzij haar huwelijk met de bijna twintig jaar ouder Rudolph MacLeod op 11 juli 1895, een beroepsmilitair uit het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger, verkeert ze in kringen van hoge militairen. Ze krijgen een zoon en dochter, maar het huwelijk is van meet af aan slecht: haar onafhankelijkheid wordt door Rudolph gezien als overspel. Van 1897 tot 1902 wonen ze op Java en Sumatra, maar Mata Hari past niet in het keurslijf van de officiersvrouw in Nederlands-IndiŽ. Als het gezin in 1902 terugkeert naar Nederland, gaan ze uit elkaar.

Vanwege geldgebrek debuteert ze twee jaar later in Parijs als de oosterse danseres Lady MacLeod - de adellijke titel van haar gewezen echtgenoot Rudolph MacLeod - in de salon van de Russische zangeres Madame Kirťevsky.

1905: Mata Hari danst in de bibliotheek van het Musťe Guimet.

© Musée National des Arts Asiatiques - Guimet (Image MNAAG).

Op 13 maart 1905 treedt ze in het Parijse Musťe Guimet, een museum voor Aziatische kunsten, voor het eerst op onder de naam 'Mata Hari'. Ze danst als bajadťre, schaarsgekleed in een Javaans-Indiase sarong en een met juwelen behangen bustehouder. Onmiddellijk wordt Mata Hari in alle kranten besproken; door haar optredens raakt ze goed bij kas.

In de zomer van 1906 is de Duitser Alfred Kiepert - luitenant bij het 11e Regiment Huzaren van Westfalen - haar minnaar. In Berlijn huurt hij voor Mata Hari een appartement. Samen gaan ze een half jaar naar Egypte.

In het seizoen 1911-'12 danst ze in La Scala in Milaan, net als in februari 1914; vier weken voor een optreden in het Berlijnse Metropol Theater breekt WO I uit en wordt haar contract beŽindigd. Mata Hari reist terug naar Nederland en vestigt zich in Den Haag bij haar getrouwde minnaar Edouard Willem baron Van der Capellen, een kolonel van de cavalerie (huzaren).

In de lente van 1916 heeft ze contact met de Duitse inlichtingendienst en verblijft ze onder andere in KŲln en Frankfurt. Ze komt in contact met de Duitse consul Karl Cramer, die haar in ruil voor 20.000 franc voorstelt voor Duitsland te spioneren in Frankrijk. Mata Hari gaat erop in, krijgt de codenaam H21 en reist af naar de Franse hoofdstad.

In Parijs wordt de Russische kapitein Vadime de Massloff haar vriend. Bij toeval komt ze in contact met kapitein Georges Ladoux, hoofd van de Franse inlichtingendienst.

Inmiddels is Ladoux door de Britse contraspionagedienst gewaarschuwd voor de Nederlandse; desondanks doet Ladoux Mata Hari het voorstel om bij de Franse inlichtingendienst te werken, met als standplaats Nederland en tegen een beloning van 1 miljoen francs. Daarmee is Mata Hari dubbelspionne geworden.

Op 13 februari 1917 wordt ze op haar kamer in het Elysťes Palace Hôtel gearresteerd en opgesloten in de Prison Saint-Lazare. In de daaropvolgende vier maanden wordt ze veertien maal verhoord. Alleen bij het eerste en laatste verhoor, op 21 juni 1917, is haar advocaat Edouard Clunet aanwezig. De overige verhoren zit Mata Hari alleen met haar aanklager, kapitein Pierre Bouchardon.

Bouchardon legt een verband tussen Mata Hari's vermeende oosterse genen en haar kwaadaardigheid. Later, in zijn memoires ('Souvenirs', 1953), noemt hij haar onder andere een "sauvagesse" (wilde) en een "tigres de la jungle" (tijgerin uit de jungle).

"Mede dankzij haar talenkennis en haar relaties met machtige mannen van uiteenlopende nationaliteiten, koste het Mata Hari's aanklagers weinig moeite om haar reeds opgebouwde imago van oosterse vrouw en courtisane om te zetten in typische vijandelijke eigenschappen."

'Mata Hari. Zoals het gedrukt staat. De herinnering aan Mata Hari in de Nederlandse dagbladjournalistiek (1917-2007)' - Renťe Aline Heidekamp (masterscriptie journalistiek, 2008).

Op 24 en 25 juli vindt achter gesloten deuren het proces voor de Franse krijgsraad plaats, met Andrť Mornet als openbaar aanklager.

Aan de hand van het rapport van Bouchardon beoordeelt een zevenkoppige jury unaniem dat Mata Hari zich schuldig heeft gemaakt aan pro-Duitse spionageactiviteiten en hoogverraad heeft gepleegd.

Mata Hari wordt ter dood veroordeeld. Hoger beroep haalt niets uit: vruchteloos probeert het Nederlandse Ministerie van Buitenlandse Zaken gratie voor Mata Hari te regelen, maar Koningin Wilhelmina wijst het gratieverzoek af omdat ze "niets te maken te willen hebben met de buitenechtelijke escapades van haar man, Prins-gemaal Hendrik".

Op 15 oktober 1917 om 06.15 uur wordt de 41-jarige Mata Hari door een vuurpeloton in het bos bij het Château de Vincennes in de nabijheid van Parijs ter dood gebracht. Haar laatste woorden waren: "Dood is niets, leven trouwens ook niet. Sterven, slapen, overgaan in niets, wat maakt het uit? Alles is een illusie."

De beeldvorming rond haar persoon (talloze minaars, van wie velen officier), haar grote populariteit en de waarschijnlijk slechts gedateerde informatie die ze aan een Duitse geheim agent heeft toegespeeld, maken het aannemelijk dat Mata Hari niet zozeer is aangeklaagd vanwege spionage.

Het ligt meer voor de hand dat ze te vaak op het verkeerde moment op de verkeerde plaats is geweest: ze ging nu eenmaal veel met hoge officieren om. Over officieren zei ze:

"Mannen, die niet tot het leger behoorden, hebben mij nooit geÔnteresseerd. De officier is in mijn oogen een hooger wezen, een held, steeds bereid tot het trotseren van alle gevaren, tot het beleven van alle avonturen."

Aldus Mata Hari tijdens een van de verhoren door de Franse kapitein Pierre Bouchardon in mei 1917.

Geciteerd in 'Het liefdeleven van Mata Hari en haar dood' (1925), de vertaling door Bep Zody van 'El Misterio de la Vida y de la Muerte de Mata Hari' van Enrique Gůmez Carrillo, p. 107/108.

Op 26 januari 1999 zijn in Londen dossiers openbaar gemaakt over Mata Hari van de Britse geheime dienst MI5. Daaruit blijkt dat haar effectiviteit als spionne voor de Duitsers zeer gering is geweest.

Op 10 april 2014 zet de Britse National Archives de MI5-bestanden uit WO I online, onder andere die van van Mata Hari, Edith Cavell en Sidney George Reilly.

Het paspoort van Mata Hari.

Volgens het Franse dossier, 'Mata Hari: le dossier secret du conseil de guerre' (2001), zat ze "opgesloten in een subtiel samenspel tussen Franse en Duitse contraspionagediensten".

In 2017, honderd jaar na haar dood, zullen de archieven van de Franse autoriteiten worden geopenbaard. Dan zal misschien duidelijk worden of Mata Hari het slachtoffer is geworden van een complot dat behendig achter de schermen van WO I is uitgespeeld.

Zie ook: Ballet over leven Mata Hari in premiŤre (6 februari 2016), krijgsraad en spionage.

Terug naar Boven

 

MASTWORP

Ook genaamd: mastworpknoop. De mastworp wordt gebruikt om een lijn vast te zetten die niet kan ontslippen of losgaan.

In het bijzonder wordt de mastworp bevestigd aan de handvatten van een draagbaar wanneer deze wordt gebruikt in het kader van basisreddingstechnieken:

  • sla de tamp om het handvat
  • leg de tamp kruislings over de lijn
  • houd de lijn die kruist vast en stop de tamp er onderdoor;
  • trek beide einden stevig aan;
  • eindig de knoop met een veiligheidsknoop (halve knoop).

Terug naar Boven

 

MATAK FONTEIN-PENNING

Penning, vernoemd naar de officier van gezondheid der tweede klasse Dirk Matak Fontein, die in 1869 en '70 een strafexpeditie van de eerste luitenant der mariniers Floris Adriaan van Braam Houckgeest - wiens naam is verbonden aan de kazerne van het Korps Mariniers in Doorn - op de West-Afrikaanse kust (Guinea - het huidige Ghana, dat in die tijd nog deels Nederlands Oost-Indië heette) ondersteunde.

Voor de expeditie werd aan beiden – en aan nog een derde deelnemer – de Militaire Willems-Orde (MWO) toegekend. Dirk Matak Fontein ontving de MWO voor zijn hulp aan gewonden onder vijandelijk vuur, wegens “uitgemunt in de behandeling der gekwetsten, deze in het vuur met bedaardheid en kalmte verbonden. Tijdens en na de togt naar Kwassi Krom, was hij onvermoeid in de verpleging der talrijke gekwetsten hoewel hij zelf onderweg tengevolge van de vermoeienissen en de koorts was aangetast.”

Nadat op 11 november 1869 het fort Commenda na een scheepsbeschieting was ingenomen en na hevige schermutselingen op 9 december 1869 het oord Anoema-Atjirm was veroverd en platgebrand, voerden landingsdivisies van de schroefstoomschepen Zr. Ms. 'Vice-Admiraal Koopman' en Zr. Ms. 'Amstel' in januari 1870 een bestorming uit op de versterkte nederzetting Kwassie-Krom van Nederlands Oost-Indië.

Aan de tocht naar de uren binnenwaarts gelegen vestiging namen in totaal 47 officieren, onderofficieren en manschappen van het Korps Mariniers deel, onder wie Dirk Matak Fontein. Hij was, zoals zovelen, ziek door koorts.

Met overredings- en overtuigingskracht was Matak Fontein erin geslaagd de commandanten van beide schepen nut en belang bij te brengen over zaken als drinkwater en voeding, hittebelasting, kleding, malariaprofylaxe, preventieve hygiënische maatregelen en werk- en rusttijden. Zijn adviezen zijn opgevolgd en hebben zonder twijfel bijgedragen aan het resultaat van de strafexpeditie.

De bevolking van Kwassie-Krom, van geweren voorzien en in de bossen een geduchte tegenstander, bood aanvankelijk veel tegenstand, maar werd toch veroverd en door de aan Nederlandse zijde vechtende negers in brand gestoken. Drie Europeanen lieten het leven, 15 raakten gewond. Bij de bosnegers was het aantal doden, vermisten en gewonden tenminste 250. Met de verovering van Kwassie-Krom op 9 januari 1870 werd het wettig gezag hersteld en een einde gemaakt aan de onregelmatigheden tegen Nederlandse onderdanen.

De penning is in 2007 ingesteld door de Inspectie Militaire Gezondheidszorg (IMG). Sindsdien wordt de penning jaarlijks uitgereikt aan militaire artsen, verpleegkundigen en andere medici die zich gedurende een operationele inzet hebben onderscheiden op één van de volgende gebieden: acute hulp aan oorlogsslachtoffers, het preventief geneeskundig optreden, adviesvaardigheden ten opzichte van bevelvoerende officieren en een zorgzame houding ten opzichte van patiŽnten.

De penning is bedoeld om de waardering te kunnen uiten ten opzichte van de medische professionals die binnen Defensie hun werk onder soms moeilijke tot zeer moeilijke omstandigheden doen.

Het is de grootste penning die de Koninklijke Landmacht uitgeeft: ruim 10 cm in doorsnede. De penning, gemaakt van puur zilver, heeft aan de ene zijde de tekst "De Amstel, de vice-admiraal Koopman" en aan de andere "Het wettig gezag hersteld 1869 - 1870 Commenda, Getuchtigd XI nov. Anoema-Atjirm, Verbrand IX Decem. Kwassie -Krom veroverd XI Jan."

In december 2007 vond voor de eerste maal de uitreiking van de Matak Fontein-penning plaats. Hierbij werden vier militaire artsen en drie militaire verpleegkundigen gelauwerd:

sgt¹ Raymond Akkermans (in maart 2008 pas ontvangen)

sgt¹ Robert den Dekker (KLU)

sgt¹ Hans Ultzen

kapitein-luitenant ter zee arts b.d. Nico Kruijer

kapitein-luitenant ter zee arts Antoinette van de Ven

majoor-arts Johannes Gort

majoor-vliegerarts Francoise Belonje

De uitreiking vindt plaats door de Inspecteur Militaire Gezondheidszorg tijdens een officieel diner, waarbij in ieder geval de leden van het comité van aanbeveling en de inspecteurs van de Inspectie Militaire Gezondheidszorg aanzitten, naast de ontvangers van de penning (met oorkonde) en andere genodigden. De audiŽntie vindt plaats op de Zwaluwenberg in Hollansche Rading, de voormalige werklocatie van Z.K.H. Prins Bernard. De avond wordt afgesloten in de Herenkamer, de voormalige werkkamer van de prins.

In 2009 ontvingen onder meer de drie bovenstaande collega's de Matak Fontein-penning: v.l.n.r. sergeant-majoor Edo de Bakker, majoor-arts Albert van der Krabbe en sergeant-majoor Hans Cornelissen.

Op 18 juni 2009 ontving het drietal het kleinood met oorkonde en laudatio - de reden van toekenning met bijbehorende lofrede - uit handen van de Inspecteur Militaire Gezondheidszorg, commandeur-arts A.P.C.C. Hopperus-Buma.

Op 11 september 2008 mocht kapitein-ter-zee arts anesthesioloog Chris Bleeker de penning in ontvangst nemen.

Terug naar Boven

 

MATENNAAIER

Slang, jargon. Officieuze afkorting: mana. Iemand die zich oncollegiaal gedraagt, die een ander verlinkt om er zelf beter van te worden.

De term 'matennaaier' wordt voor het eerst vermeld in 'Het woordenboek van Jan Soldaat' (1978) van Henk Salleveldt als "Iemand die vriendjes erbij lapt." Het 'Soldatenwoordenboek' (1995) van Leen Verhoeff heeft het in dit verband over "iemand die een medesoldaat erbij lapt." Het is niet onwaarschijnlijk dat het woord stamt uit de soldaten- en/of marinierstaal en staat voor een soldaat/marinier die zijn vrienden verraadt, te grazen neemt, in de steek laat, verlinkt.

Een matennaaier, die zijn collega’s misleidt en benadeelt met het doel er zelf voordeel uit te halen, is per definitie deloyaal en onbetrouwbaar. Wie eenmaal de naam heeft maten te naaien, komt hier moeilijk van af.

Met name in de dienstplichttijd hadden de collega’s van de Koninklijke Marechaussee bij militairen van de andere krijgsmachtdelen het negatieve imago van 'matennaaiers'.

Links 'Het woordenboek van Jan Soldaat' (1978) van Henk Salleveldt, pseudoniem van Leen Verhoeff (ISBN 90-218-2460-4).
Rechts het 'Soldatenwoordenboek' (1995) van Leen Verhoeff (ISBN 90-6005-389-3).

Terug naar Boven

 

MATROZEN-ABC

Boeken van Joep Hanssen. Beide delen bevatten de vertrouwde terminologie en vocabulaire die in gebruik zijn en waren in de maritieme en nautische wereld in zijn algemeenheid en bij de Koninklijke Marine en het Korps Mariniers in het bijzonder. Deel 1 van ‘Het Matrozen-ABC' verscheen in 2001, deel 2 in 2002. Feitelijk zijn beide boeken het maritiem-nautische equivalent van het bekende Boekje Pienter dat binnen de Koninklijke Landmacht regeert.

Het veteranenperiodiek Checkpoint wijdde aan het eerste deel een boekrecensie in haar uitgave van januari-februari 2002 en aan het tweede deel in haar uitgave van januari-februari 2003.

Hanssen schreef onder het pseudoniem N.A. Vorscher het boek 19-toen... 19-nu, een selectie uit de artikelen die hij in de loop van tien jaar schreef voor Trivizier, het periodiek van de militaire bond VBM.

Beide boeken tellen 80 pagina's en zijn uitgebracht door Uitgeverij Ceharo in Den Helder. ISBN van deel 1 is 9080623458, ISBN van deel 2 is 9080623466.

Terug naar Boven

 

MAYDAY

Signaal voor noodgevallen in de radiotelefonie, vergelijkbaar met de internationale morsecode S.O.S. (in punten en strepen weergegeven: ··· −−− ···) in de radiotelegrafie. De term is een verhaspeling van het Franse “M’aidez!” (“Help mij!”).

Bij het radiotelefonische verzoek om onmiddellijke assistentie bij een dreigende levensgevaarlijke noodsituatie, worden ontvangers van het signaal in eerste instantie verzocht enkel te luisteren, niet te antwoorden en radiostilte in acht te nemen. Het signaal wordt gebruikt in lucht- en scheepvaart en militaire kringen.

Terug naar Boven

 

MB G280 CDI 12 KN 4X4

In 2008 zijn binnen Defensie 127 open terreinvoertuigen van Mercedes-Benz van het type G280 CDI binnengestroomd. De introductie van de voertuigen, die worden geassembleerd door DaimlerChrysler Nederland BV en € 132.000 per stuk kosten, is feitelijk een reactie op de modificaties bij MB's die in gebruik zijn bij het KCT en 11 Luchtmobiele Brigade; naar aanleiding van operationele evaluaties werden hierbij de achterassen, het chassis, de remmen en de vering verbeterd.

De MB 280 CDI heeft een 185 pk (136 kW) sterke 3-liter (2.987 cm3) V6 Common-rail Diesel Injection (CDI)-motor en beschikt over een volautomatische 5-traps transmissie (versnellingsbak) met permanente vierwielaandrijving (4x4). Het motorvermogen is een verdubbeling ten opzichte van de oude MB, wat bijvoorbeeld in bergachtig terrein en met optrekken voordeel oplevert.

In het terrein wordt de ABS uitgeschakeld (die daar tegenwerkt). Drie elektrisch geschakelde sperren - voor, centraal en achter - zorgen voor een evenredige verdeling van kracht over de wielen, waardoor rijden in zwaar terrein wordt vergemakkelijkt. De elektrisch geschakelde hoge en lage gearing kan tijdens het rijden worden in- of uitgeschakeld.

De 700 kg geïntegreerde carrosseriebepantsering aan de bodem en de zijkanten, inclusief een verzwaard onderstel, biedt bescherming tegen mijnen. Daarnaast zijn er diverse voorzieningen voor militaire uitrusting en wapens, zoals een ringaffuit voor een automatische granaatwerper (AGW), MAG, Minimi, mitrailleur .50 inch en in de toekomst het Gill MRAT-antitankwapen. Het gewicht is hiermee toegenomen tot 4.800 kg. De variant voor de KL is toegerust met een groot bagagerek aan de achterzijde en bezit daardoor een netto laadvermogen van 1.200 kg. Dankzij het versterkt chassis kunnen de terreinwagens met underslung onder een helikopter worden vervoerd.

De MB G280 CDI 12 kN 4x4 voldoet in alle opzichten aan de AQAP-2110 (NATO Quality Assurance Requirements for Design, Development and Production). In de AQAP (Allied Quality Assurance Publications) worden de eisen beschreven voor het ontwerp, ontwikkeling en productie van Defensiematerieel). De MB voldeed als enige van de gekandideerde voertuigen volledig aan het programma van eisen.

Chauffeurs moeten in het bezit zijn van een C-rijbewijs, omdat het gewicht van de MB G280 CDI 12 kN 4x4 Ī 4.800 kg is. Onderhoudstechnisch is het voertuig een verbetering: door elektrosensoren kan de voertuigcomputer onder andere uitlezen wat het oliepeil is en waar zich eventuele defecten bevinden.

Overige specificaties:

accu's

5 (radio kan minder gemakkelijk voertuigaccu's leegtrekken)

actieradius600 ŗ 800 km

banden

225/75 R 16

capaciteit brandstoftank

96 liter

lierafneembaar; zelfberging voortaan mogelijk
maximumsnelheid160 km per uur (verhard) / 70 km per uur (onverhard)

rookbuislanceerinrichting

optioneel op rek op motorkap

Terug naar Boven

 

M.B.I.T.R.

Voluit: Multi-Band Intra Team Radio (AN/PRC-148).

Tactische radio, geproduceerd door Thales (VS), voor onderlinge communicatie binnen een klein team die aan het begin van de 21ste eeuw in het kader van het moderniseren van de communicatie binnen de krijgsmacht is ingevoerd.

Het is een multifunctionele Special Forces-radio, die door de teams wordt gebruikt binnen zowel het Korps Commandotroepen als het Korps Mariniers.

De MBITR heeft een frequentiebereik van 30 tot 512 MHz, is geschikt voor AM/FM, data(encryptie) en spraak, en weegt 870 gram.

Zie ook: Korps Commandotroepen.

Terug naar Boven

 

MEAL READY TO EAT

Acroniem: MRE.

Synoniem: gevechtsrantsoen. Duits: Einmannpackung; Einsatzverpflegung; Gefechtsration; Rationssatz. Engels: Combat Ration (C-Ration); individual combat meal; general purpose ration; Operational Ration Pack (ORP, GBR)

Het MRE is het Amerikaanse gevechtsrantsoen: het voor een periode van 24 uren bestemde (individuele) levensmiddelenrantsoen, dat slechts eenvoudige bereiding vereist. De gemiddelde Amerikaanse militair noemt het cynisch een "Meal Rejected by Ethiopians".

Elke Amerikaanse militair die een operatie in gaat heeft een MRE-voorraad voor driemaal 24 uur bij zich. Daarbij is er keus uit 24 menu's. In een MRE-pakket zit bijvoorbeeld appelmoes, cappuccinokoffie, chocoladekoekjes, hartkeks, kaas en oplosdrankjes. De favoriet van menigeen is een waar collector's item: een glazen Tabasco-miniatuurflesje met 1/8 ste ounce rode pepersaus.

Meal Ready to Eat.

Het MRE kan worden verhit met een zgn. 'flameless heater', een chemische reactie die plaatsheeft door in een zak - waarin een aluminium zak met rantsoen is geplaatst - water (H2O) toe te voegen aan de daarin aanwezige ongebluste kalk/calciumoxyde (CaO). De exotherme reactie zorgt voor het zelfverwarmen van het voedsel.

Een MRE is met de grootst mogelijke zorg ontwikkeld door het U.S. Army Soldier Systems Center, gevestigd in Natick, Massachusetts. Het MRE kan drie jaar worden bewaard bij een temperatuur van 26,5 graden Celsius.

Terug naar Boven

 

MEAT TAG

Binnen de Nederlandse krijgsmacht, voor zover bekend, nog een onbekend fenomeen. Een meat tag is een tatoeage die met name door Amerikaanse militairen van het U.S. Marine Corps wordt aangebracht in de oksellijn van een van de armen of net onder het bekken.

Op de tatoeage – al dan niet een getatoeŽerde kopie van de dog tag (herkenningsplaatje) – staan naam, SSN (Social Security Number of sofi-nummer), religie en bloedgroep.

De meat tag van U.S. Navy-paramedic Paul 'Doc' Errico uit Groveland, Massachusetts.

De meat tag is niet alleen een statussymbool van diep gevoelde loyaliteit, het is door de min of meer beschermde plaats onder een kogel- of scherfwerend vest vaak de enige manier om het menselijk lichaam nog te kunnen identificeren na de inwerking van geweld (aanslag, mijnincident). In dit opzicht kan de meat tag worden beschouwd als een veiligheidsmaatregel ("prep for combat").

De meat tag wordt onder meer genoemd in het boek 'My War. Killing Time In Iraq' (2005) van Colby Buzzell.

Zie ook: herkenningsplaatje.

Terug naar Boven

 

MECHANISATIE & MOTORISATIE

Ter gelegenheid van 20 jaar bevrijding door de geallieerde troepen, vond op 5 mei 1965 op het Cavalerieoefenterrein De Vlasakkers bij Amersfoort een grote wapenschouw van de Nederlandse krijgsmacht plaats.

Hare Majesteit Koningin Juliana en Zijne Koninklijke Hoogheid Prins Bernhard - in het gezelschap van Hare Koninklijke Hoogheid Prinses Beatrix, leden van de regering, de Defensietop en maar liefst 250.000 belangstellenden - namen op een baldakijn de parade af met een defilť van de, toen nog, drie krijgsmachtdelen.

Middenin het proces van mechanisatie en motorisatie toonde de Nederlandse krijgsmacht diverse gepantserde wiel- en rupsvoertuigen en gemechaniseerd geschut. Zo gaf 16 Bataljon Limburgse Jagers acte de prťsence met de nieuwe AMX (boven), terwijl de Koningscompagnie van 11 Pantserinfanteriebataljon de nieuwe YP-408 aan het publiek toonde (onder).

Terug naar Boven

 

MEDCAP

Betekenis: Medical Civil Action Project.

Spreekuur voor de burgerbevolking, al dan niet aangekondigd. In enkele uren of een dagdeel behandelen artsen, Algemeen Militair Verpleegkundigen en geneeskundig hulppersoneel van de strijdmacht die ter plaatse op missie is de lokale bevolking (locals) in hun eigen omgeving, soms in afgelegen gebieden en eventueel ondersteund door lokaal geneeskundig personeel.

Het concept van het aanbieden van hoogstaande poliklinische patiëntenzorg kan deel uitmaken van de Civil-Military Co-operation (CIMIC), waarbij de militaire betrokkenheid bij de burgerbevolking de force acceptance vergroot. Een belangrijk nevendoel is dan ook te proberen wederzijds respect en samenwerking tussen de strijdmacht en de burgerbevolking te intensiveren.

Terug naar Boven

 

MEDEVAC

Acroniem voor Medical Evacuation.

Snel transport van ernstig gewonden, met name traumapatiŽnten, vanaf de plaats van het ongeval (calamiteit, eventualiteit, ramp) naar een geneeskundige inrichting door een speciaal daartoe ingerichte helikopter, waarin levensreddende handelingen kunnen worden verricht, met aan boord specialistisch opgeleid medisch personeel (b.v. flight nurse).

Volgens de Leidraad Air Manoeuvre is de helikopter - conform de regels van het humanitair oorlogsrecht - voorzien van het voorgeschreven kenteken (rood kruis op wit veld) en gebruikt de voorgeschreven herkenningsseinen (licht en elektronisch).

De Amerikaanse krijgsmacht pionierde met deze vorm van 'air-lifted' gewondentransport tijdens de Korea-oorlog (1950-1953).

Voorbeeld van een MEDEVAC-helikopter is het verzorgen van een Incident Response Team vanuit Sipovo, BosniŽ-Hezcegovina, dat medische evacuatievluchten verzorgt binnen het inzetgebied van de Stabilisation Force (SFOR), Multinational Division Southwest (MND-SW).

Binnen de Nederlandse krijgsmacht houdt 334 Squadron van de Koninklijke Luchtmacht zich bezig met het strategisch MEDEVAC-luchtgewondentransport. Daartoe beschikt de eenheid over transportvliegtuigen van het type C-130 Hercules en Fokker-60 Utility.

Ten behoeve van tactische MEDEVAC, d.w.z. in het operatiegebied, maakt de Koninklijke Luchtmacht gebruik van de middelzware transporthelikopter Cougar MK II, die twee liggende patiënten op draagbaar kan vervoeren.

In Nederland wordt het patientenvervoer door de Search and Rescue (SAR) 303 Squadron van de Koninklijke Luchtmacht vanaf de Waddeneilanden (Vlieland) naar de Vliegbasis Leeuwarden ook, maar ten onrechte, gezien als MEDEVAC.

Verschilt derhalve van de CASEVAC.

Zie ook: flight nurse.

Terug naar Boven

 

MEDEVAC COMPANY

De coŲrdinatie van gewondentransportmiddelen van de Medical Task Force van de NATO Response Force (NRF-5), en dus ook van de Medevac Company, heeft plaatsgehad middels de militaire variant van de Centrale Post Ambulance (CPA): het Rescue Coordination Center (RCC).

Het RCC vraagt aan de diverse compagnies-commandoposten de gewenste kwaliteit en kwantiteit (hoeveelheid) van geneeskundig personeel en materieel. Elke commandopost, dus ook die van de Medevac Company, geeft de opdrachten aan de desbetreffende inzetmiddelen ('task') en draagt de coördinatie van deze inzetmiddelen vervolgens over aan het RCC. Voor deze constructie is gekozen omdat het anders ondoenlijk is de inzetbaarheid van de diverse gewondentransportmiddelen overzichtelijk te houden.

De Medevac Company beschikt over grondgebonden middelen in de vorm van M-voertuigen (ambulances met verpleegkundige of arts) en A-voertuigen (zonder arts of verpleegkundige), al dan niet gepantserd.

De helikopters van het type Bell Huey UH-1 ten behoeve van MEDEVAC zitten niet in de Medical Task Force.

Logo van de Medevac Company van de Medical Task Force van NRF-5.

De gewondentransportmiddelen worden beheerd door de role 1-geneeskundige installaties (GE en NL) en eerst dan na een gewondenmelding aangestuurd met behulp van FM-radio, Satcom en Iridium-telefonie. Patiënten met prioriteit 1 kunnen hierbij in aanmerking komen voor afvoer door middel van het luchtgebonden transportmiddel. Specifiek in het geval van een Mass Casualty (MASCAL) is het inzetten van het juiste gewondentransportmiddel van levensbelang.

Na overdracht van de patiŽnt aan een geneeskundige installatie wordt het beheer van het gewondentransportmiddel weer overgedragen aan de commandopost van de Medevac Company.

Binnen de MEDEVAC Company, geleid door een Nederlandse kapitein, opereren drie pelotons:

► Belgisch peloton (BE)
► Duits peloton (GE)
► Nederlands peloton (NL)

Ieder peloton wordt aangevoerd door een luitenant; de Duitse PC is tevens 2IC (plaatsvervangend commandant) van de compagnie; de Duitse OPC tevens sergeant-majoor operatiŽn op de commandopost (CP); Nederland levert de CSM.

Het Belgische peloton telt vijf gepantserde en vijf niet-gepantserde gewondentransportmidddelen, respectievelijk het pantserwielvoertuig Pandur 6X6 (bemanning: 3) en de Unimog Ambulance 4X4 (bemanning: 2).

De drie nationale geneeskundige baretemblemen van de Medevac Coy, van links naar rechts: Belgisch, Duits en Nederlands.

Het Duitse peloton telt twee mobiele role-1 geneeskundige installaties, te weten twee teams Leichter Bewegliche Arzttruppe (LBAT) - elk bestaande uit twee Mercedes-Benz 270-CDI-gewondentransportmiddelen (ten behoeve van één patiënt), vier Unimog-Krankenkraftwagen (KRKW) en twee wielgepantserde Fuchs-gewondentransportmiddelen.

Het Nederlandse peloton telt twee statische Role 1 geneeskundige installaties met elk zes tenten, zes Mercedes-Benz 10Kn-gewondentransportmiddelen (maximaal twee liggende gewonden) en twee wielgepantserde Patria-gewondentransportmiddelen.

Terug naar Boven

 

MEDIC

Ook genaamd: SF Medic of Medic S(pecial) F(orces).

Combattant met geneeskundige neventaak (CGN), evenals de Combat Life Saver (CLS'er).

Gewondenhelper bij het Korps Commandotroepen, die een uitgebreider opleiding heeft genoten dan de reguliere gewondenhelper (Combat Life Saver) bij de gevechts- en gevechtssteunende eenheden. De medic is, evenals de CLS’er, géén geneeskundig personeel maar neventaker (en dus combattant).

Per ploeg (van acht militairen) beschikt het KCT over twee medics, demspecs (demolitiespecialisten), snipers (sluipschutters) en commspecs (verbindingsspecialisten).

De medic moet, gezien het optreden van de special operations ploeg (specopsplg), een gewonde door het uitvoeren van levensreddende en stabiliserende geneeskundige handelingen (voorbehouden handelingen) tenminste 72 uur in leven kunnen houden. Vanwege de risicovolle omgeving, in door de vijand beheerst gebied, èn het zelfstandige karakter van de inzet van Special Forces kan het immers dagen duren voordat de commando’s weer kunnen terugvallen op een civiel of militair gezondheidszorgsysteem.

De medic wordt gedurende 13 weken opgeleid aan het Instituut Defensie Geneeskundige Opleidingen (IDGO), met name in traumazorg (Tactical Combat Casualty Care).

Terug naar Boven

 

MEDICAL FACT-FINDING MISSION

Missie bedoeld om feitenmateriaal te verzamelen en te onderzoeken, waarbij specifieke aandacht uitgaat naar de gezondheidsrisico’s die Nederlandse militairen lopen tijdens een militaire operatie én de geneeskundige aspecten die van belang zijn tijdens een operatie.

Hierbij kan worden gedacht aan:

aanwezigheid van hulpverleners (Non Governmental Organizations)

accomodatie

afval

asbest

bewassing van kleding van eigen personeel

bruikbaarheid van lokale wegen voor patiŽntenvervoer

drinkwatervoorziening

geneeskundige inrichtingen en overige voorzieningen bij de lokale bevolking

medevac-(on)mogelijkheden

normen en gebruiken bij de lokale bevolking

vaccinaties benodigd bij eigen personeel

voedselveiligheid en -voorziening

voorzieningen voor rust en recreatie

Zie ook: fact-finding mission.

Terug naar Boven

 

MEDICAL INTELLIGENCE

renseignement mťdical.

Nederlands: gezondheidszorginlichtingen.

Afgekort: MEDINT.

Synoniem: Military Medical Intelligence (MMI).

Inlichtingen die voortkomen uit alle geneeskundige, biowetenschappelijke, epidemiologische, milieu- en overige informatie die een relatie heeft met menselijke of dierlijke gezondheidszorgfactoren.

MEDINT ondersteunt de besluitvorming, planning en voorbereiding voorafgaand aan en tijdens een operatie en geeft de commandant inzicht in de gezondheidsrisico's die van invloed (kunnen) zijn op de inzetbaarheid en de gevechtskracht.

Gezondheidsbedreigende factoren zijn onder andere de in het operatiegebied voorkomende:

► arbeidshygiŽne (Occupational Health)

CBRN-risico's

► endemische ziekten

► geografische factoren (klimaat, terrein)

► hygiŽnische omstandigheden (Force Health Protection)

► inheemse flora en fauna

► lokale industriŽle gezondheidsbedreigingen

► lokale voedsel- en waterbronnen

► medische infrastructuur (lokaal en in/nabij operatiegebied)

► milieufactoren (Environmental Health)

► verwachte DNBI (Diseases and Non Battle Injuries)

► overige gezondheidsbedreigende factoren

Medical Intelligence onderzoekt voor elk toekomstig operatiegebied en de daarin optredende actoren wat de mogelijke gezondheidsrisico's zijn. Alleen zo kan voldoende preventie, voorbereiding en bescherming plaatsvinden tegen bedreigingen.

De basis voor de Pre-Mission Planning en de geneeskundige dreigingsanalyse wordt ten dele gehaald uit de beschikbare MEDINT in openbare bronnen (OSINT) en beschikbare (inter)nationale militaire databases, anderdeelsuit die van de MIVD.

Daarnaast zal de benodigde geneeskundige capaciteit (gezondheidszorgsysteem) mede afhangen van ter plaatse uitgevoerde verkenningen. De Senior Medical Officer (SMO) maakt deel uit van deze verkenningen.

STANAG 2547 en AJMedP-3: Allied Joint Medical Doctrine for Medical Intelligence.

Hoofdstuk ‘Medical Intelligence (MEDINT)’ uit Joint Doctrine Publicatie 2 (Inlichtingen).Hoofdstuk 'Medical Intelligence (MEDINT)' uit de Joint Doctrine Publicatie 2 (Inlichtingen).

Zie ook: 11 Geneeskundige Compagnie Luchtmobiel, CBRN, Diseases and Non Battle Injuries (DNBI), gevechtskracht, HygiŽne en Preventieve Gezondheidszorg (Force Health Protection), Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD), Open Source Intelligence (OSINT) en Senior Medical Officer (SMO).

Terug naar Boven

 

MEDICAL PICK-UP POINT

Afgekort: MEDPUP. Landing point dat specifiek is ingericht voor het oppikken van gewonden en zieken. Behalve een gedekte helilandingplaats van 100 bij 100 meter is de MEDPUP een hulppost(groep) van het hulppostpeloton van de geneeskundige compagnie van de gemechaniseerde brigade.

De MEDPUP treedt op bij de voorbataljons (en het Brigade Verkennings Eskadron) en/of de hulpposten ten behoeve van de zo snel mogelijke afvoer van P1-gewonden. De voorbataljons komen de P1-gewonde met eigen gewondentransportmiddelen afvoeren naar de MEDPUP, die idealiter behalve behandel- ook verpleegcapaciteit (holding area) heeft (die nodig is in afwachting van de dedicated helikopter voor MEDEVAC).

De MEDPUP ligt idealiter 1 à 1½ km gecentraliseerd achter de hulpposten die de voorbataljons ondersteunen, omdat het gevecht van de voorbataljons te ver vooruit wordt gevoerd om probleemloos de geneeskundige afvoerketen in stand te kunnen houden.

Terug naar Boven

 

MEDICAL TASK FORCE NRF-4

Afgekort: MedTF.

De MedTF, een combined geneeskundige eenheid ter grootte van een bataljon, maakt deel uit van NRF-4, de vierde rotatie binnen de NATO Response Force waaraan invulling zal worden gegeven door de lead nations Duitsland (GE) en Nederland (NL).

De MedTF zal bestaan uit de volgende onderdelen:

  • Bataljonsstaf (GE/NL)
  • Stafondersteuningscompagnie (GE/NL)
  • MEDEVAC-compagnie (GE/NL)
  • Role 2-compagnie (GE)
  • Role 2-compagnie (NL)

Hoofdleveranciers voor de Nederlandse eenheden binnen de MedTF zijn:

  • 43 Geneeskundige Compagnie van 43 Gemechaniseerde Brigade (Johannes Postkazerne, Havelte)
  • 422 Hospitaalcompagnie van 400 Geneeskundig Bataljon (Generaal Spoorkazerne, Ermelo)

Samen met Duitse en Belgische zustereenheden zullen deze eenheden deze nieuwe eenheid vormen en deel uitmaken van NRF-4.

43 Geneeskundige Compagnie wordt binnen de MedTF herverdeeld:

  • Compagniesstaf naar Stafondersteuningscompagnie
  • Logistiek peloton naar Stafondersteuningscompagnie
  • Verbandplaatspeloton (via Hulppostpeloton) naar MEDEVAC-compagnie
  • Hulppostpeloton naar MEDEVAC-compagnie
  • Ziekenautopeloton naar MEDEVAC-compagnie

422 Hospitaalcompagnie levert het leeuwendeel van de Nederlandse role 2-compagnie, die feitelijk bestaat uit een samengaan van 422 Hospitaalcompagnie met 570 MOGOS-peloton; hierbij wordt MOGOS leading.

Terug naar Boven

 

MEDISCH INSTRUMENTATIE TECHNICUS

Afgekort: MIT. Onderofficier die werkt ten behoeve van de geneeskundige eenheden van de KL en als taak heeft het primaire zorgproces op het gebied van de medische techniek te ondersteunen. De MIT – voorheen: Geneeskundig Instrumentarium Technicus (GIT) – is verantwoordelijk voor het onderhoud, herstel, ijken en kalibreren van medische apparatuur en materieel.

De MIT/GIT is een technicus op het niveau MBO-4 (elektronica, energietechniek, fijnmechanische techniek of werktuigbouw) en is een genie op het gebied van natuur-, schei- en wiskunde en elektronica. Na de opleiding tot onderofficier aan de KMS doorloopt de MIT/GIT het Opleidings- en Trainingscentrum Logistiek in Soesterberg (School Techniek en Onderhoud).

Terug naar Boven

 

MEDIUM GIRDER BRIDGE

Afgekort: MGB. Letterlijk: middelmaat draagbalkbrug.

De MGB is in 1971 ontwikkeld door de Britse firma WFEL Ltd. (Stockport) voor de Britse krijgsmacht. Evenals de Baileybrug is de MGB een vaste oeverbrug, die met name wordt gebruikt als de vijand zich op grote afstand voorwaarts bevindt.

Deze vaste oeverbrug kan zonder gebruikmaking van bouwmachines door ± 20 militairen worden gebouwd in maximaal 3½ uur. De brug bestaat uit twee hoofdliggers waartussen een dek is aangebracht. De breedte van het rijdek is 4 meter.

Er zijn constructiemogelijkheden tot 22 velden (maximale overspanning 49 meter 70) tot een Military Load Classification van 60.

Voorbeeld van een Medium Girder Bridge.

De fundamentele bouwdelen bestaan uit 7 componenten die zijn vervaardigd van een speciale legering van zink, magnesium en aluminium. Op enkele na zijn alle MGB-delen lichter dan 200 kg. De meeste delen kunnen gemakkelijk door 4 militairen worden gedragen, sommige door 6 militairen. Vele configuraties van de MGB zijn mogelijk.

Voordelen van de MGB zijn het lichtgewicht, de gemakkelijke assemblage en luchttransportabiliteit (zowel in pallets als deels geassembleerd).

De MGB is onder andere in gebruik bij Groot-BrittanniŽ, Nederland, Nieuw-Zeeland en de Verenigde Staten. Binnen 11 Air Manoeuvre Brigade wordt gestudeerd op een Air Portable en Air Droppable MGB.

Zie ook: Baileybrug, genie, pontonnier en vouwbrug.

Terug naar Boven

 

MEDSITREP

compte rendu de situation mťdicale.

Voluit: Medical Situation Report; Medical SitRep.

Een periodieke rapportage, in de regel wekelijks, van de status van de militaire gezondheidszorg van een of meer geneeskundige inrichtingen. Bij wijzigingen in de inzetbaarheid moet per dag worden gerapporteerd.

De MEDSITREP wordt uitgevoerd volgens het gestandaardiseerd NAVO-format van STANAG 2977 ('Medical Situation Reporting').

Geneeskundige informatie moet accuraat en snel worden doorgegeven door middel van geneeskundige rapportages, die essentieel zijn om de hogere commandant - bijvoorbeeld de Senior Medical Officer (SMO) - te adviseren over de inzet, huidige belasting (en dus belastbaarheid) en het voortzettingvermogen van de geneeskundige eenheden en inrichtingen. Informatie uit de rapportages is mede van belang voor de sturing en capaciteitsplanning binnen een ontplooid militair gezondheidszorgsysteem.

De MEDSITREP kan informatie bevatten over:

► aantal inzetbare chirurgische teams
► aantal patiŽnten dat is gezien/behandeld
► capaciteit (bedbezetting en restcapaciteit) van de geneeskundige inrichtingen in de Area of Responsibility
► soort verwondingen en ziekten van de patiŽnten (EPINATO)
► status van de geneeskundige uitrusting
► status van de klasse VIII-goederen (geneeskundige gebruiks- en verbruiksartikelen)
► status van de medische evacuaties (MEDEVAC)

Vergelijkbare statusrapporten binnen het geneeskundige functiegebied zijn:

EPINATO

■ Medical Assessment Report (MEDASSESSREP)

■ Medical Incident Report (MEDINCREP)

De formats en wijze van indienen van de verschillende rapportages staan ook beschreven staan in Standing Operating Procedures (SOP's).

Zie ook: EPINATO, klasse VIII-goederen, MEDEVAC, Senior Medical Officer (SMO) en Standing Operation Procedure (SOP).

Terug naar Boven

 

MEERLAGENSYSTEEM

Het meerlagensysteem is opgebouwd conform het koudweertenue zoals dat is omschreven in het Handboek KL-militair.

Onder koud- (en nat)weeromstandigheden is het beter om de weersinvloeden te weren door middel van een meerlagensysteem dan met ťťn dik kledingstuk. Door meerdere kledinglagen te dragen blijft het lichaam veel beter op de juiste temperatuur (de luchtlagen tussen de kledingstukken houden de lichaamswarmte vast) en wordt bewegingsvrijheid (bijvoorbeeld bij inspanning) behouden.

Idealiter wordt gekleed in drie lagen:

Laag

Voorbeeld

► Een onderlaag die het transpiratievocht naar buiten afvoert, zodat de huid droog en warm blijft.

■ Thermo ondergoed

► Een of meer isolatielagen die het lichaam tegen de kou beschermen (snel drogend en ventilerend).

■ Fleece
■ Thermo onderkleding

► Een buitenlaag die beschermt tegen weersinvloeden, zoals wind, regen of sneeuw.

■ Wind- en waterdichte kleding (GoreTex)
■ Softshell

Welke kledinglagen worden aangetrokken, hangt af van de mate van koude, wind chill factor, aard en duur van de werkzaamheden die onder koude en/of natte weeromstandigheden moeten worden uitgevoerd.

Van links naar rechts is in onderstaande fotoreeks de draagvolgorde in het meerlagensysteem te herkennen:

OP FOTO

NIET OP FOTO

■ t-shirt

■ onderbroek

■ hemd lange mouw of Noors shirt

■ lange onderbroek

■ basisjas

■ basisbroek

■ bontvoering parka (fleece Helly Hansen)

 

■ buitenjas (parka bilaminaat)

 

■ koudweer-overall

In verband met de isolerende werking kan onder natte en koude weersomstandigheden ook de regenbroek worden gedragen.

5 koudweertips van mariniers (externe link).

5 koudweertips van mariniers (externe link).

Zie ook: C.O.L.D. F.E.E.T., koudeletsels en L.O.R.D.

Terug naar Boven

 

MEIJER, CHRIS

Johan Christiaan (Chris) Meijer wordt op 21 juli 1917 geboren in Dieren. De sergeant capitulant ("bijtekenaar") sterft op 12 mei 1940 op 22-jarige leeftijd voor een vuurpeloton van vijf marechaussees op de pistoolbaan van het Korps Mariniers in de Kaapse bossen in Doorn.

Voor zover bekend is Chris Meijer de enige Nederlandse militair die na de Duitse aanval op Nederland in 1940 is geëxecuteerd (vanwege desertie). Het is zowel de eerste executie in Nederland sinds 1860 - toen in Maastricht Johan Nathan op een schavot voor het stadhuis aan de galg werd gehangen - als de laatste keer dat de doodstraf door een krijgsraad is uitgesproken.

In mei 1940 is Chris Meijer commandant van twee, enkele honderden meters uiteengeplaatste stukken pantserafweergeschut (PAG) van 19 Regiment Infanterie (19 RI). De kleine vuurmonden zijn 47mm Böhler antitank-kanonnen van Oostenrijkse makelij.

De kanonnen zijn geloceerd op de Laarschenberg, de noordelijke helling van de Grebbeberg. Met zijn 1ste sectie PAG zijn stellingen ingenomen in de stoplijn van de Grebbelinie – de achterste hoofdweerstandsstrook, op ± 750 meter ten westen van de frontlijn. Zijn beide stukken staan in het bataljonsvak van reserve-majoor Johan H.A. Jacometti, commandant van het 2de bataljon van 8 Regiment Infanterie.

In de ochtend van 11 mei 1940, bij het uitbreken van de Slag om de Grebbeberg, komt het zuidelijke stuk, in aanwezigheid van Meijer, onder storend Duits artillerievuur. Meijer en zijn stukscommandanten hebben geen brisantgranaten om het Duitse vuur te beantwoorden.

Omdat de beschietingen de bovengrondse verbindingslijnen hebben vernield, kan Meijer bataljonscommandant Jacometti niet meer bereiken. Wanneer een granaat vlakbij zijn opstelling detoneert, besluit Meijer tijdens een vuurpauze om 11.00 uur ’s ochtends, met de voltallige stuksbemanning de zuidelijke post te verlaten. Dat gebeurt zonder toestemming van zijn directe commandant, reserve-kapitein W. Labots. De bemanning van het noordelijke stuk verzuimd hij in te lichten. Als hij zich terugtrekt is de afstand tussen Meijer’s stuk en de aanvallende Duitse troepen hemelsbreed 3 km; zijn stelling heeft slechts lichte schade opgelopen en geen van zijn manschappen is gewond noch gesneuveld.

Meijer rijdt op de motor voorop, gevolgd door de negen manschappen in een open PAG-trekker met pantserafweerkanon. Ze melden zich niet bij een nabijgelegen of naasthogere eenheid maar trekken naar het westen met het doel om in de Vesting Holland de strijd voort te zetten. Bij Loenen aan de Vecht, 45 km ten westen van het front, gaan Meijer en zijn mannen in een café een kop koffie drinken. Voor een lokale veldwachter loopt de groep in het oog; hij rapporteert de plaatselijke militaire autoriteiten en begeleidt de groep-Meijer goedwillig naar de Koning Willem III-kazerne in Nieuwersluis.

Al op 12 mei wordt Meijer voor een inderhaast geformeerde krijgsraad te velde gebracht. De commandant van het 2de Legerkorps, generaal-majoor der artillerie Jacob Harberts heeft voor het instellen hiertoe de avond tevoren toestemming gekregen van de commandant van het Veldleger, luitenant-generaal J.J.G. baron Van Voorts tot Voorst.

Generaal-majoor Harberts wenst een “afschrikwekkend voorbeeld” te stellen voor de door hem veronderstelde grote lafheid onder Nederlandse militairen. De verdediger van Meijer voor de krijgsraad is kapitein Van Erp.

Artikel 84 van de Wet Militair Strafrecht (WMS).

Na een rechtszitting van drie kwartier veroordeelt de krijgsraad Meijer ter dood. Hij wordt op alle punten schuldig bevonden aan het tenlastegelegde – desertie: “in tijd van oorlog opzettelijk buiten noodzaak eigendunkelijk ontruimen en verlaten van zijn post” – en veroordeeld volgens lid 2, artikel 84 Wet Militair Strafrecht (WMS). (Formeel was er in het geval van Meijer geen sprake van desertie, dat in de WMS strafbaar wordt gesteld conform de artikelen 98-100.)

Onmiddellijk bekrachtigt generaal-majoor Harberts het vonnis met een fiat executio: hij staat toe dat het doodvonnis wordt tenuitvoergelegd. Enkele uren later, op Eerste Pinksterdag om 15.00 uur, wordt Chris Meijer in de Kaapse Bossen in Doorn gefusilleerd.

In zijn twee nagelaten brieven, aan zijn ouders en zijn verloofde, suggereert Meijer dat hij ernstig gewond is geraakt en spoedig zal sterven. Twee dagen na Meijer’s executie wordt Harberts van zijn commando ontheven, omdat hij de controle over de situatie en zichzelf kwijt is: hij reageerde onvakkundig, schatte de slagkracht van de Duitse troepen verkeerd in en nam zijn ondergeschikte officieren en manschappen laf en slap gedrag kwalijk.

Hoewel het vonnis in 1940 is gepubliceerd in het Militair Rechterlijk Tijdschrift (MRT), wordt pas in 1967 door twee artikelen in het Nederlands Juristenblad in beperkte kring ruchtbaarheid gegeven aan de zaak-Meijer. Het meest in het oog springende artikel is 'Generaal en Krijgsraad te velde in 1940 - een noodzakelijke verduidelijking' door mr. Herman H.A. de Graaff.

Pas in 1970 wordt de ware toedracht van Meijers dood aan het grote publiek bekendgesteld, dankzij het tv-programma 'De bezetting' van Loe de Jong (in het kielzog van de publicatie van het derde deel van 'Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog', de monografie 'De zaak van sergeant Meijer' van Jan F.A. Boer en, als klap op de vuurpijl, een tv-uitzending van AVRO's Televizier.

Door deze aflevering van AVRO's Televizier krijgt generaal-majoor b.d. Harberts veel kritiek over zich heen. Nog altijd staat hij achter het vonnis van Meijer en beweert onder andere "dat Meijer zijn dood eerlijk had verdiend" en zelfs: “De houding van het 2de Legerkorps was over het algemeen laf geweest”. Binnen een paar uur na de uitzending wordt zijn huis in Haarlem door woedende oud-strijders belegerd, moet hij onder politie-escorte zijn huis verlaten en verruilt hij uiteindelijk Nederland voor Schotland.

Op 28 december 1997 toont de VPRO-tv de door Hans Keller en Henk Hofland gemaakte dramadocumentaire ‘De zaak van de sergeant Meijer’ in de serie ‘Verhalen uit het land van de voldongen feiten’. Peter Blok speelt hierin sergeant Meijer, Helmert Woudenberg generaal Harberts.

Opnieuw volgt een verzoek tot rehabilitatie uit de Tweede Kamer, nu door Jan Marijnissen van de Socialistische Partij, maar Minister van Defensie Joris Voorhoeve reageert afwijzend omdat "geen nieuwe feiten (waren) gepresenteerd die een ander onderzoek of rehabilitatie rechtvaardigen."

In mei 2010 dringt het SP-Tweede Kamerlid Remi Poppe nogmaals aan op eerherstel; volgens de jurist Stan Meuwese, die werkt aan een proefschrift over dienstweigering, is Meijer alleen maar doodgeschoten om als afschrikkend voorbeeld te dienen.

Hoe uitzonderlijk het doodvonnis van de Nederlandse sergeant Meijer was, blijkt uit het feit dat van alle dertien miljoen ingezette Amerikaanse militairen in de Tweede Wereldoorlog er slechts ťťn wegens een militair misdrijf – desertie – is geŽxecuteerd: Private Eddy Slovik van Company G, 109th Infantry Regiment, 28th Infantry Division.

Gedurende W.O. II werden 21.049 Amerikaanse militairen veroordeeld om reden van desertie en 49 werden daadwerkelijk ter dood veroordeeld, maar Slovik was de eerste Amerikaanse militair sinds de Amerikaanse Burgeroorlog die werd geŽxecuteerd. Slovik is op 31 januari 1945 door een vuurpeloton doodgeschoten in Sainte-Marie aux Mines in Frankrijk.

Alle publicaties leiden tot beroering, onder andere omdat tussen het vonnis van de krijgsraad en de executie minimaal 48 uur had moeten worden gewacht. Dit is niet gebeurd omdat Harberts een "afschrikwekkend voorbeeld" wilde stellen. En dit is niet gelukt: het bericht over Meijers executie heeft de troepen op de Grebbeberg nooit bereikt.

Bovenstaand lemma is geplaatst uit oogpunt van de uitzonderlijke feiten, niet om (de daden van) de militair Chris Meijer te romantiseren noch als rechtvaardiging voor desertie. Voor militairen is deserteren - "betoonde lafheid in het aangezicht van de vijand" - een doodzonde.

Hoewel de procedure in de zaak-Meijer blijkbaar verre van nauwkeurig is geweest, is zij voorgelegd aan een militair strafrechtcollege en is het in deze zaak gewezen vonnis formeel-juridisch correct. Gemeten naar de toen geldende criteria was de tenuitvoergelegde straf overeenkomstig de wet.

In de Volkskrant van 21 mei 2010 wordt de zaak-Chris Meijer weer eens voor het voetlicht gebracht. Ditmaal dankzij Kamervragen van SP-Tweede Kamerlid Remi Poppe en een aanstaand proefschrift van de jurist Stan Meuwese.

Zie ook: Grebbeberg, boek De zaak van sergeant Meijer' (Jan F.A. Boer, 1970) en boek Stuk terug. De aftocht van sergeant Meijer (Jan van Weeren, 2011).

Download hier de column 'de Wereld volgens Wecke. Sergeant Meijer' uit Checkpoint, nummer 3, april 2010, van drs. Leon Wecke.

Terug naar Boven

 

MEINES, TED

 

Terug naar Boven

 

MEMORANDUM OF UNDERSTANDING

Absichtserklšrung; Vereinbarung mťmorandum d'entente; protocole d'entente.

Afgekort: MOU.

In het internationaal recht een schriftelijk overeengekomen internationale beleidsafspraak op politiek-strategisch niveau op het gebied van internationale (militaire) samenwerking.

Het Memorandum of Understanding is een bi- of multilaterale administratieve overeenkomst tussen ministers of hoge ambtenaren van verschillende landen over onderwerpen met betrekking tot het eigen departement of vakgebied.

Het MOU beschrijft de onderling overeengekomen zaken van wederzijds belang in een bepaald gebied, gedurende een bepaalde looptijd en voor een bepaalde operatie of oefening. Naast het doel van de overeenkomst worden in het MOU met name beleidsmaatregelen, intenties, onderlinge samenwerkingsstructuur, procedures, taakverdeling, verantwoordelijkheden en voorwaarden beschreven.

Een MOU wordt als politiek bindend beschouwd, niet als juridisch bindend: naleving van een MOU kan niet in rechte worden afgedwongen.

Soorten MOU:

► Document dat de samenwerking tussen de lead nation en de troop contributing nation(s) regelt.
► Document dat de samenwerking met de Host Nation regelt in het kader van Host Nation Support.
► Omdat voor het oefenen in een ander land diplomatieke toestemming van het gastland nodig is, sluit de Nederlandse krijgsmacht raamwerkovereenkomsten met landen waar regelmatig wordt geoefend.

Voorbeelden van een MOU:

► Op 27 november 1991 sloten de federale regering van JoegoslaviŽ en de autoriteiten van KroatiŽ en ServiŽ onder leiding van het International Committee of the Red Cross (ICRC) een MOU waarbij alle partijen zich expliciet verplichtten grote delen van de Conventies van GenŤve en van het eerste Aanvullende Protocol te respecteren.

► Groot-BrittanniŽ en Nederland hebben een MOU getekend om op geneeskundig gebied samen te werken in een toekomstige legermacht van de Europese Unie. Op grond van dit MOU nam Nederland van augustus tot november 2001 deel aan de Brits-Omaanse oefening SAIF SAREEA-II.

► Voor de Stabilisation Force Iraq (SFIR) was een MOU gesloten tussen Groot-BrittanniŽ dat het divisievak Multi-National Division South-East (MND SE) leidde en de deelnemende landen, onder andere Nederland.

Zie ook: lead nation en troop contributing nation.

Terug naar Boven

 

MEMORIAL JUMP MARKET GARDEN

Op zaterdag 18 september 2004 hebben elf veteranen - tien Britse en één Poolse - meegedaan aan de jaarlijkse Memorial Jump – herdenkingssprong - naar aanleiding van Market Garden. De Memorial Jump is een waardige herdenking van de gesneuvelde militairen van de luchtlandingseenheden tijdens de Slag om Arnhem. Locatie is het gebied aan de oostzijde van Ede – in de oorlog aangeduid als dropping zone ‘Yankee’ - op de Ginkelse Heide bij de schaapskooi ten zuidoosten van de Verlengde Arnhemseweg (N 224), de provinciale weg van Arnhem naar Ede.

In 2004 begon het programma met een verkenningssprong door militairen (pathfinders) van het 4th Para Volunteer Battalion van het Britse Parachute Regiment. Daarna volgde de dropping van achttien Tsjechische militairen uit de partnerstad Chrudim. Vervolgens sprongen de veteranen uit een Norman Ylander (solo) en een Dakota (tandemsprong). Na de landing door de veteranen is er een demonstratie door 11 Air Manoeuvre Brigade met Chinook CH-47D en Cougar MK II-transporthelikopters. Tot slot waren er parachutesprongen aan “bolletjes”, zoals de valschermen die in 1944 werden gebruikt ook wel worden genoemd. Uit acht Amerikaanse, Britse en Nederlandse Hercules C-130 transportvliegtuigen en Dakota’s sprongen honderden militairen en vrijwilligers van het 2de en 4de Britse parachutistenbataljon en 11 AMB.

Aansluitend aan de paradroppings had de traditionele kranslegging plaats bij het Airborne Monument aan de N 224 op de Ginkelse Heide. Op het monument staat de tekst uit Jesaja 40:31: “Zij zullen opvaren met vleugelen gelijk de arenden." Op de 60ste herdenking van de luchtlandingen op de Ginkelse Heide ťn de Memorial Jump Market Garden 2004 kwamen naar schatting 60.000 mensen af. Dit is de laatste Memorial Jump waaraan de veteranen uit de Tweede Wereldoorlog hebben deelgenomen.

Terug naar Boven

 

MENNO VAN COEHOORN

Zie ook: Coehoornmortier.

Terug naar Boven

 

MENS SANA IN CORPORE SANO

Latijns gevleugeld woord. Betekenis: “Een gezonde geest in een gezond lichaam”. Duits: “Ein gesunder Verstand in einem gesunden Körper”, Engels: “A sound mind in a healthy body”, Frans: “Un esprit sain dans un corps sain”.

De achterliggende gedachte van dit gevleugeld woord is dat beweging niet alleen goed is voor het lichaam, maar ook voor de geest. Het gevleugeld woord is afkomstig van de Romeinen, meer specifiek van de Romeinse hekeldichter Decimus Junius Juvenalis (± 62 - 142). Verschillende gevleugelde woorden zijn van Juvenalis afkomstig, zoals bijvoorbeeld ook “Panem et circenses” (“Brood en spelen”).

De kreet is onder andere terug te vinden op een bord aan de toegangsweg tot het voormalige oefenterrein Vogelsang in Duitsland.

Terug naar Boven

 

MENTALE COMPONENT

De mentale component is ťťn van de drie componenten die, in de juiste samenstelling met ťťn of meer functies van militair optreden (bescherming, manoeuvre, verzorging en vuurkracht), een meerwaarde (synergie) levert die militair vermogen heet.

De twee andere componenten zijn de fysieke en de conceptuele.

 

De mentale component bestaat uit:

  • goede motivatie
  • effectief leiderschap
  • verantwoord organiseren van de inzet

Geharde en gevechtsbereide teamleden - in de juiste zin van het woord TEAM: Together Everyone Achieves More - hebben hiervoor de juiste 'mentale conditie'.

De mentale component van het militair vermogen zal, aldus het standaardwerk ‘Krijgsmacht: studies over de organisatie en het optreden’, “de komende jaren verder in belang toenemen. Dit geldt in overeenkomstige mate voor de rol van information operations. Cruciaal is in dit verband een goede situational awareness.” Aandacht voor de mentale component blijft essentieel.

De mentale component is het middelpunt van psychologische operaties: hierin worden psychologische middelen aangewend om de mentale component van de tegenstander te verzwakken of in elk geval te beÔnvloeden. Daarnaast dient de eigen mentale component daardoor te worden versterkt.

Terug naar Boven

 

MENTAL TRAINING

Afgekort: MT (Nederlands) en MENTEX (Engels: "Mental Exercise").

Training waarbij militairen worden voorbereid op onverhoopte tegenvallers en worden getraind in doorzettingsvermogen.

De bedoeling van een mentale training is militairen te leren omgaan met teleurstellingen en voorbereid te zijn op en omgaan met tegenslag.

Militairen kunnen zowel gedurende opleidingen als bij de operationele eenheid te maken krijgen met een mentale training.

Terug naar Boven

 

MENTOR

Meervoud: mentors, mentores, mentoren.

Betekenis Van Dale: ervaren begeleider; (groeps)leider.

Binnen leerlijn 2 van het Expertise Centrum Opleidingskunde Defensie (ECOD) - begeleiden van lerenden - de rol voor een functionaris die een praktijkleermeester (PLM) begeleidt. Het civiele equivalent van de mentor zoals Defensie die kwalificeert is de praktijkcoŲrdinator.

De mentor zelf wordt begeleid door de supervisor, die binnen een eenheid de randvoorwaarden voor werkplekleren bewaakt en bij problemen de signaalfunctie richting de commandant vervult.

De rollen PLM, mentor en supervisor zijn essentieel bij het begeleiden van lerenden binnen het Beroepsgericht Opleiden & Taakgericht Trainen (BGO&TT), zoals dit binnen de krijgsmacht is ingevoerd.

De duale opleiding tot mentor (combinatie van werken en leren) bestaat uit enkele dagen onderwijs bij het ECOD, al dan niet in de vorm van een workshop, gevolgd door een training on the job (TOJ). De TOJ-periode vindt plaats in de eigen werkomgeving, ingebed in de begeleidingsstructuur met PLM's en supervisor.

Hierbij wordt de gehele taak, in toenemende complexiteit en met afnemende sturing, behandeld. De lerende zelf heeft het eigenaarschap (regie) over zijn opleiding.

De opleiding bestaat voornamelijk uit het (verder) ontwikkelen van de aanwezige begeleidingsvaardigheden van de cursist en wordt afgerond met een Proeve van Bekwaamheid (PvB). Een belangrijk onderdeel hiervan is het ontwikkelportfolio, waarin de cursist aan de hand van de uitgewerkte praktijkopdrachten zijn eigen ontwikkeling inzichtelijk maakt en een reflectieverslag schrijft.

Waar de cursist zich geheel richt op te ontwikkelen competenties, geeft het reflectieverslag zelf inzicht in de competentie 'leervermogen': inzicht tonen in de eigen sterke en zwakke punten, werken aan de eigen ontwikkeling en leren van nieuwe situaties en ervaringen.

Als het portfolio door de begeleider bij zijn eenheid - in dit geval een collega-mentor of supervisor en een tweede assessor van het ECOD - wordt goedgekeurd, eventueel gevolgd door een contactmoment, is de cursist geslaagd.

De cursist is startbekwaam en ontwikkelt zich vervolgens in de praktijk naar 'geoefend' (taakvolwassen).

Terug naar Boven

 

MERCEDES-BENZ 290GD

De Mercedes-Benz Gelšndewagen is sinds 1979 in productie. In land van herkomst Duitsland heet het voertuig LKW GL Leicht Wolf: Lastkraftwagen gelšndegängig leicht Wolf. Een terreinwaardige, lichte vrachtwagen.

In Nederland is de MB de opvolger van de LandRover (LaRo), ingevoerd in 1994, als eerste bij 11 Luchtmobiele Brigade.

De MB rijdt inmiddels rond in vele uitvoeringen. De meest bekende zijn een korte (5 kN), lange (7½ kN) en gewonden-transportmiddel (10 kN). Variaties hierop zijn de softtop, het lijnwerkersvoertuig (voor het leggen van telefoonkabels in terrein), de MB voorzien van MAG of anti-tankwapen.

Intussen rijden er ruim 4.000 MB's rond, voor het vervoer van personen en goederen.

In alle MB’s kan zend- en ontvangstapparatuur worden geplaatst. Alle varianten van de MB 290 GD zijn zowel per vliegtuig transportabel (Hercules C-130 en Transall C-160) als underslung lading van een transporthelikopter (Chinook CH-47 en Sea Stallion CH-53).

 

Specificaties: 

 

5 kN-uitvoering

7½ kN-uitvoering

draaicirkel

5 meter 70

13 meter 40

laadvermogen

515 kg

1.050 kg

lengte

4 meter 16

4 meter 56

massa gevechtsgereedheid

2.700 kg

3.300 kg

wielbasis

2 meter 40

2 meter 85

zitplaatsen

2 + 2

2 + 4

aandrijving

voorwiel / 4 x 4

acceleratie

0- 100 km per uur: 17,1 seconde

actieradius

600 km

bandenmaat

235/85 R16

inhoud brandstoftank

96 liter

breedte

1 meter 69

elektriciteitssysteem

24 Volt

fabrikant

DaimlerChrysler AG (Stuttgart, Duitsland)

hoogte

1 meter 92

maximale hellingshoek

80% (39 graden)

maximale zijdelingse hellingshoek

48% (35 graden)

maximumsnelheid

137 km per uur

motor

5 cilinder 4 takt Mercedes-Benz turbodiesel

motorinhoud

2½ liter

motorvermogen

68 kW

prijs kale uitvoering

€ 65.000

versnellingen

vijf, handmatig

Zie ook: ziekenauto Mercedes-Benz 290GD 10 kN GWT.

Terug naar Boven

 

MERCEDES-BENZ VARIO 0815D

Voluit: autobus 13 personen voor Geneeskundige Dienst Koninklijke Landmacht.
Deze autobus wordt primair gebruikt voor het vervoer van specialisten ten behoeve van de MOGOS- en hospitaaleenheden van de Geneeskundige Dienst.

De bus, voor het besturen waarvan een rijbewijs D benodigd is (> 8 personen, exclusief de chauffeur), heeft permanente vierwielaandrijving, een gepantserde voorruit, scherfwerende Dyneema-dekens in de zij- en achterwanden en scherfwerende profielen op de carrosserievloer.

Naast het gestandaardiseerde voertuiggereedschap, heeft de Mercedes-autobus camouflagenetten, magnetische Rode Kruis-tekens, sneeuwkettingen en zeilen in het voertuig.

Technische gegevens:

aandrijving4 x 4 permanent

gewicht

7.490 kg

maximaal totaalgewicht

7.490 kg

maximaal laadvermogen

2.500 kg

motor

4-cilinder dieselmotor OM 904 LA, inline turbo, intercooled

motorvermogen

110 kW (150 pk)

tankinhoud

70 liter

versnellingen

vijf, voorzien van hoge en lage gearing

Terug naar Boven

 

M.E.T.H.A.N.E.

Aanvraagprocedure in het kader van een MEDEVAC indien zich een ernstig ongeval met één of meer ernstige gewonden heeft voorgedaan.

Zodra een first responder op de ongevalslocatie is, doet hij zo volledig mogelijk een METHANE-melding aan het hogere echelon (Med Cell of Med Ops).Zo spoedig mogelijk dient vervolgens onderstaande melding te worden gedaan aan de hulpverleningsautoriteit:

M

My callsign

Eigen roepnaam

E

Exact location of incident (grid reference)

Plaats ongeval, coördinaat, zoveel mogelijk bijzonderheden

T

Type of incident

Soort ongeval (brand, Improvised Explosive Devices, verkeersongeval)

H

Hazards at the scene (present and potential)

Gevaren op locatie (afgrond, brand, ontsnapte gevaarlijke stoffen, giftige rook, improvised explosive devices en/of mijnen, ROTA)

A

Access to (and egress of) the scene

Toegang tot locatie, coŲrdinaat, HLS, markering, aanvliegroute, bijzonderheden:

  • aanrijroute over de weg
  • aanvliegroute door de lucht
  • nabijheid pick-up point (Heli Landing Site)
  • coördinaat HLS
  • wijze van markeren HLS (witte H, rode breaklights)
  • zicht (bewolking, mist)
  • wind
  • heuvels of hoogspanningsdraden
  • marshaller wel/niet aanwezig
  • herkenningstekens

N

Number (and severity) of casualties

Aantal, aard, prioriteit, bijzondere verwondingen:

  • categorie P1 t/m P3
  • aantallen
  • soorten verwondingen (lopend of liggend)
  • bejaarden of kinderen
  • specifieke letsels

E

Emergencies on scene (present and required)

Aanwezige en benodigde hulpmiddelen zoals speciale apparatuur en personele capaciteit:

Terug naar Boven

 
M.G.L.C.

Voluit: Militair Geneeskundig Logistiek Centrum.

Onderdeel van de Bedrijfsgroep Gezondheidszorg (BGGZ) dat krijgsmachtbreed aan alle eenheden geneeskundige dienstgoederen bezorgt. Het gaat hierbij om goederen voor farmaceutische, fysiotherapeutische, geneeskundige en tandheelkundige verzorging, zowel gebruiks- als verbruiksartikelen.

Daarnaast beheert het MGLC de Militaire Bloedbank te Leiden en de apotheek in het Centraal Militair Hospitaal te Utrecht. Tot slot maakt het MGLC dienstbrillen en monocles (voor het NBC-masker) gereed.

De groothandel levert in het leeuwendeel van de gevallen direct aan het MGLC, dat op haar beurt de goederen doorverstrekt aan de eenheden.

Tot de BGGZ behoren verder de volgende onderdelen:

Centraal Militair Hospitaal (CMH)

Utrecht

CoŲrdinatiecentrum Expertise Militaire Gezondheidszorg (CEMG)

Den Haag

Instituut Defensie Geneeskundige Opleidingen (IDGO)

Hilversum

Instituut samenwerking Defensie en Relatieziekenhuizen (IDR)

Den Haag

Militair Revalidatie Centrum (MRC)

Doorn

Militaire Bloedbank (MBB)

Leiden

Voor de periode 2008-2011 was Alliance Healthcare de leverancier voor genees- en verbandmiddelen aan het MGLC.

Het MGLC is gevestigd aan Haskeruitgang 102, 8447 AL te Heerenveen.

Zie ook: Centraal Militair Hospitaal (CMH), Instituut Defensie Geneeskundige Opleidingen (IDGO) en Militaire Bloedbank.

Terug naar Boven

 

MH17

De route van vlucht MH17. Net na het middaguur op 17 juli 2014 vertrok de Boeing 777 van Malaysia Airlines vanaf Schiphol voor een lijnvlucht naar Kuala Lumpur International Airport.

Na ruim drie uur verdween het toestel ten oosten van de Oekraïense stad Donetsk van de radar.

De rampplek van vlucht MH17 in het oosten van OekraÔne.

Terug naar Boven

 

M.I.A.

Engelse afkorting: Missing In Action. Duits: Vermißt im Einsatz. Frans: portť disparu.

Term die wordt gebruikt voor militairen die vermist zijn geraakt op het gevechtsveld (slagveld) of zijn gevangengenomen door de vijand (Prisoner of War: POW) en derhalve niet naar huis zijn teruggekeerd. Dit houdt dan ook in dat de militairen in deze categorie voor bepaalde of zelfs onbepaalde tijd niet meer deelnemen aan het gevecht.

Uit planningsgegevens van de Algemene Verdedigingstaak blijkt dat een minderheid van de gevechtsverliezen zal bestaan uit vermisten en gevangenen.

Zie verder: gevechtsverlies en krijgsgevangenen.

Terug naar Boven

 

MIJNENLEGGER ffv-5821, MECHANISCHE

Sinds 1988 binnen de Koninklijke Landmacht aanwezig uitrustingsstuk van de Zweedse wapenproducent Förenade Fabriks Verken (FVV) ten behoeve van het leggen van tactische mijnenvelden (contramobiliteit). Aanvankelijk stroomde het uitrustingsstuk in bij de pantsergeniecompagnieën en geniebataljons. Tegenwoordig zijn de mijnenleggers alleen nog ingedeeld bij de pantsergeniecompagnieën licht (2 stuks) van de gemechaniseerde brigades, waar zij worden ingezet in combinatie met de pantsergeniepelotons.

De mechanische mijnenlegger FFV-5821 is vandaag de dag in gebruik bij de pantsergeniecompagnieën licht van de gemechaniseerde brigades

De mijnenlegger is geschikt om antitank-mijnen (AT-mijnen) van het type DM31 zowel op als onder het maaiveld te leggen. Het met de hand of mechanisch leggen van de DM31 – die voldoet aan de eisen van detecteerbaarheid en de-activering, een werkingstijd heeft van 40 dagen en niet tussentijds kan worden uitgeschakeld – is in vergelijking met verstrooien of verschieten echter zéér tijdrovend.

Een geoefende bemanning kan - bij daglicht en zonder NBC-beschermingskleding – met behulp van de mijnenlegger in 1 uur ± 300 mijnen onder het maaiveld leggen. Blijven de mijnen op het maaiveld liggen, dan is een aantal van ± 500 haalbaar. De maximale legsnelheid van het trekkend voertuig is in beide gevallen 7 km per uur.

Een in het midden onder het apparaat-met-dieselmotor gemonteerde holle ploeg trekt – in het geval onder het maaiveld mijnen moeten worden gelegd – een vore met een maximale ploegdiepte van 20 cm. Vervolgens schuiven via een transportband vanaf het trekkend voertuig de mijnen in een ontgrendelingsmechanisme en aansluitend met een instelbare tussenruimte van 6, 7½ of 10 cm in de vore. Een toeschuivend mechanisme achter de mijnenlegger dekt het rijenpatroon van de gelegde mijnen af.

Terug naar Boven

 

MIJNENVELD

Minenfeld; Minensperre.
minefield.
champ de mines.

Afgekort: mv.

Deel van het maaiveld waar, al dan niet in een vast patroon, veldversterkingsmiddelen in de vorm van landmijnen zijn gelegd of geplaatst. Dit kunnen antipersoneels (AP)- en/of antitank (AT)-/antivoertuig (AV)-mijnen zijn.

Gewoonlijk liggen kunstmatige hindernissen, zoals een mijnenveld, onder waarneming en vijandelijk vuur, anders hebben ze geen of nauwelijks effect (hinderniswaarde).

Landmijnen kunnen handmatig worden gelegd, met behulp van mechanische legmiddelen of worden verschoten/verstrooid. De ligging van velden met verschietbare/verstrooibare landmijnen is nauwelijks voorspelbaar.

Veel landen, ook Nederland, hebben verdragen ondertekend die het gebruik van AP-mijnen en verstrooibare/verschietbare landmijnen verbieden of eisen stellen aan de toepassing hiervan.

Mijnenvelden kunnen ook een tijdelijk karakter hebben: de landmijnen zijn dan voorzien van een instelbare tijdsduur of kunnen op afstand worden aan- of uitgeschakeld. Wie afstandbedienbare mijnen controleert, controleert ter plaatse de freedom of movement.

In alle grote conflicten sinds de tweede helft van de 19e eeuw zijn mijnenvelden gelegd, juist ook omdat ze met name op tactisch niveau voor beperkingen in het operationeel optreden zorgen.

Links een mijnenveld in BosniŽ-Hercegovina, rechts op de Golan-hoogvlakte.

Eenmaal gelegd dient het mijnenveld zo gedetailleerd mogelijk in kaart te worden gebracht, bijvoorbeeld in een mijnenveldrapport. Het doel hiervan is tweeledig: een mijnenveld dat goed is geregisteerd aan de hand van herkenningspunten en/of markeringstekens brengt eigen troepen niet in gevaar ťn vergemakkelijkt na een conflict het ruimen. De markeringstekens voor een mijnenveld zijn in de regel rood van kleur met witte belettering.

In een mijnenveldrapport wordt onder andere de mijnendichtheid aangegeven: het aantal landmijnen per (strekkende of vierkante) meter van het mijnenveld.

Het is mogelijk mijnenvelden te doorbreken (door de genie of de eenheid zelf), omtrekken of ontwijken:

Doorbreken

Een doorgang/route/spoor door het mijnenveld maken. De hindernis wordt hierbij (deels) geruimd door de (pantser)genie of door de eenheid zelf (die prikstappend in een spoor door het mijnenveld loopt).

Omtrekken

Om een landmijn of mijnenveld verplaatsen. De positie van het vijandelijke mijnenveld moet dan wel bekend zijn.

Ontwijken

Het mijden van mijnengevaarlijke gebieden is alleen mogelijk als de positie bekend is. Dit is meestal niet het geval.

Vier soorten mijnenvelden worden onderscheiden:

Beschermend
mijnenveld

Protective minefield

Voor de nabijbeveiliging of nabijverdediging van een eenheid. Voorkomt dat een eenheid wordt overrompeld [¹]

Storend
mijnenveld [³]

Nuisance minefield

Om de vijand te vertragen, te storen of het gebruik van een gebied of route te bemoeilijken of ontzeggen. Toegepast op locaties die niet onder eigen vuur en waarneming liggen, in de regel op zeer grote afstand van eigen troepen [²]

Tactisch
mijnenveld

Tactical minefield

Mijnenveld dat deel uitmaakt van een hindernissenplan. Gelegd om de opponent te vertragen, van richting te laten veranderen (te kanaliseren), een vijandelijke opmars te verbreken of een eigen aanval te beveiligen. In de regel op afstand van eigen troepen [²]

Schijn-
mijnenveld

Phoney minefield

Gebied dat een mijnenveld simuleert maar vrij is van scherpe mijnen. Het doel is misleiding van de opponent. Het markeren van een gesimuleerd mijnenveld schrikt in de regel al voldoende af [¹]

¹ Handmatig gelegd.

² Mechanisch verschoten of verstrooid.

³ Evenals een brugvernieling, kratering, valblok of verhakking is een storend mijnenveld een hindernis die het terrein benadeelt voor het optreden van de opponent (contramobiliteit).

Zie ook: hindernis.

Terug naar Boven

 

MILIEUVOERTUIG MERCEDES-BENZ SPRINTER 311 CDI

Sinds november 2007 beschikt de Koninklijke Landmacht over 21 milieuvoertuigen die in het bijzonder zijn bedoeld voor intern gebruik op kazernes. De nieuwe voertuigen vervangen de omgebouwde Mercedes-Benz ambulances die voor hetzelfde doel werden gebruikt.

Milieuvoertuig van de Lokale Facilitaire Dienst. De laadbakopbouw is gerealiseerd door Hoekstra B.V. Carrosseriebedrijf te Winterswijk

Het voertuig wordt door de Lokale Facilitaire Diensten op de kazernes van het KL gebruikt voor alle werkzaamheden die met het milieu te maken hebben, zoals de inzameling van het Klein Chemisch Afval (KCA, bijvoorbeeld batterijen, inktcartridges en TL-buizen), controle aan de ondergrondse tanks en de olie/water/slib-afscheiders. 

Het voertuig is uitgerust met een ruime laadbak met een vloeistofdichte vloer en voorzien van een laadklep. In de laadbak zijn bakken en vaten geplaatst om het afval al in een vroeg stadium te kunnen scheiden.

Terug naar Boven

 

MILITAIR

Behalve een manier van leven die zich niet beperkt tot "nine-to-five" en zich voor de buitenwereld, helaas niet zelden, afspeelt in het duistere spectrum van stoere mannen en vrouwen die mensen doodschieten, iemand die zijn of haar professie uitvoert binnen de krijgsmacht.

Wat mij betreft is ťťn van de mooiste definities van militair:

“Those blessed people who put their lives on the line day after day to secure the protection and defence of their nation. Sadly these heroic men and women are often made out to be war mongers and provocative by a corrupt media. The general public seem to have the idea our military enjoys the killings of innocent civilians, as they are vastly unaware that they do their duty to protect their homeland. Any unjust wars are the fault of our government NOT out military.”

(Urban Dictionary)

Militair is een verzamelnaam, evenals krijgsman. Het door de media vaak ten onrechte gebruikte "soldaat" is daarentegen een onderscheid in rangen en standen - in dit geval een stand.

In Nederland is de militair sinds 1 mei 1997 (opschorting van de dienstplicht) een vrijwillig dienende beroepsmilitair. Hierbij kan een onderscheid worden gemaakt tussen beroepsmilitairen voor bepaalde tijd (BBT’ers) en beroepsmilitairen voor onbepaalde tijd (BOT’ers). Vanaf 1 januari 2006 verdwijnt het onderscheid tussen BBT’ers en BOT’ers; vanaf 1 januari 2008 wordt iedereen aangesteld als militair bij de krijgsmacht in plaats van een krijgsmachtdeel.

Terug naar Boven

 

MILITAIRE ADMINISTRATIE, KORPS

Terug naar Boven

 

MILITAIRE BASISEISEN

De aan iedere militair te stellen minimale algemene eisen die moeten garanderen dat betrokkene in staat moet worden geacht om als militair te functioneren onder algemene operationele omstandigheden, na de juiste opleiding en training.

De militair moet voldoen aan:

  • lichamelijke eisen eisen van opleidbaarheid
  • psychische eisen
  • sociale eisen en vaardigheden

Militaire basiseisen zijn "een absolute ondergrens", ongeacht de functie die betrokkene vervult. Zij zijn van kracht met ingang van 1 november 1998. Overige functie-eisen - zoals aanvullende opleidingseisen, aanvullende fysieke eisen en aanvullende persoonlijkheidseisen - worden opgenomen in de functiebeschrijving.

De militaire basiseisen zijn kenbaar gemaakt in bijlage A bij brief BLS (luitenant-generaal M. Schouten) KAB/1998/11628 d.d. 4 juni 1998. Aan deze eisen moet een militair zijn gehele loopbaan voldoen, wil er sprake zijn van militaire geschiktheid. Het niet voldoen aan de militaire basiseisen zal leiden tot ongeschiktheid voor de militaire dienst.

Militaire basiseisen moeten niet worden verward met aanname- en keuringseisen.

Lichamelijke eisen

De militair:

  • Is in staat de fysieke test (bestaande uit sit-ups, push-ups en een 12-minutenloop) in de voor hem/haar geldende leeftijdscategorie met goed gevolg af te leggen.
  • Is in staat om het militaire tenue (GVT) te dragen, inclusief hoge schoenen, een helm en een scherfwerend vest die standaard in de KL aan het personeel wordt verstrekt. Het scherfwerend vest moet minimaal ± 8 uur per etmaal kunnen worden gedragen.
  • Is in staat de gevechtsuitrusting I (cfm VS 2-1352, Handboek militair, hoofdstuk 32, punt 8c) te dragen gedurende 1 uur. De gevechtsuitrusting I bestaat uit de basisgevechtsuitrusting (persoonlijk wapen, patroonhouders, nbc-masker in draagtas, helm met overtrek, draagsysteem, pionierschop met foedraal, veldfles met drinkbeker en hoes, zakmes en noodverband) aangevuld met de rugzak.
  • Is in staat een handvuurwapen te hanteren.
  • Is in staat zonder zichzelf daarmee lichamelijke schade toe te brengen op onregelmatige tijden te werken, eten en rusten.
  • Is in staat gedurende ten minste 6 maanden qua voeding gebruik te maken van de standaard KL-klasse I, inclusief gevechts- en noodrantsoenen, zonder dat het uitblijven van een speciaal dieet schade voor de gezondheid oplevert of verminderde operationele inzetbaarheid tot gevolg heeft.
  • Beschikt over voldoende gezichts- en gehoorvermogen en voldoende spraakverstaanbaarheid om te velde te kunnen functioneren.
  • Is niet afhankelijk van medicatie die persoonlijk risico met zich meebrengt bij functioneren onder operationele omstandigheden òf risico of belasting met zich meebrengt voor zijn/haar eenheid onder operationele omstandigheden.
  • Is in staat een discontinuering van medicatie voor een chronische aandoening te overbruggen gedurende 30 dagen zonder dat dit voor hem/haar tot schade voor de gezondheid leidt.
  • Heeft een gebit dat in een zodanige toestand verkeert dat een dental fit-verklaring kan worden afgegeven.

Eisen van opleidbaarheid

De militair beschikt over voldoende vooropleiding en/of intellectueel vermogen om de Algemene Militaire Opleiding met succes te kunnen afronden en beschikt tevens over voldoende algemene ontwikkeling om op het van hem/haar te verwachten niveau opleidbaar te zijn voor een militaire functie.

Psychische eisen

De militair:

  • Vertoont (bij aanname) geen psychische of psychiatrische stoornissen die de militaire inzetbaarheid beïnvloeden en/of waarvoor specialistische behandeling noodzakelijk is.
  • Is in staat 6 maanden operationeel over de gehele wereld te worden ingezet, zo mogelijk onderbroken door ten minste 1 verlofperiode, zonder dat dit leidt tot (blijvende) psychische schade en/of disfunctioneren uitsluitend op grond van het feit dat hij/zij als zodanig wordt ingezet.
  • Is geschikt om incidenteel onder psychische druk te presteren op het van hem/haar te verwachten functiegroep niveau.
  • Heeft in het verleden geen psychische en/of psychiatrische stoornissen vertoond, die bij een recidief voor hem/haar en/of zijn/haar eenheid onder operationele omstandigheden tot risico's zou kunnen leiden voor hem/haar en/of zijn/haar eenheid.
  • Is niet psychisch (en/of lichamelijk) afhankelijk van alcohol of drugs en lijdt niet aan gokverslaving.
  • Is in staat in vol-continudienst (ononderbroken dienst) te werken.

Sociale eisen en vaardigheden

De militair:

  • Is sociaal en communicatief gezien in staat in groepsverband onder operationele omstandigheden te functioneren. Dit houdt onder meer in dat de militair de Nederlandse taal zodanig beheerst, dat hij/zij operationeel inzetbaar is.
  • Bezit voldoende basale sociale vaardigheden om op het van zijn/haar te verwachten niveau adequaat te blijven functioneren indien hij/zij wordt geconfronteerd met onbekende situaties in een omgeving met andere maatschappelijke en/of culturele opvattingen en/of andere gedragsregels.
  • Is sociaal gezien in staat 6 maanden operationeel te worden ingezet, zo mogelijk onderbroken door ten minste 1 verlofperiode.

(Bron onder andere: brief BLS  POO/98/33430 d.d. 29 oktober 1998)

Terug naar Boven

 

MILITAIRE BIJSTAND

Militaire bijstand is de door de bestuurlijke of justitiële autoriteiten gevraagde hulpverlening door de krijgsmacht ter ondersteuning van de handhaving van de openbare orde of ter ondersteuning van de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde, alsook de hulpverlening van de krijgsmacht in het geval van (de ernstige vrees voor het ontstaan van) een ramp of zwaar ongeval.

Juridisch gezien Militaire bijstand vindt plaats op basis van de Politiewet 1993, artikelen 58, 59 en 60, of op basis van de Wet veiligheidsregio’s (WVR), artikel 51.

Bij militaire bijstand wordt Defensiepersoneel onder het gezag van een civiele autoriteit geplaatst.

In overeenstemming met de - opschalende - artikelen 58, 59 en 60 van de Politiewet 1993 kan door de Koninklijke Marechaussee (KMar) of door andere onderdelen van de krijgsmacht bijstand worden geleverd aan de politie ten behoeve van de handhaving van de openbare orde, de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde of het verrichten van taken ten dienste van justitie. Deze drie bijstandsmogelijkheden vallen onder de kapstok ‘handhaving van de rechtsorde’.

Artikel 58 van de Politiewet 1993 voorziet voor bijzondere gevallen in bijstand door de Koninklijke Marechaussee. Dit gebeurt altijd na overleg met de Minister van Defensie.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties bepaalt de bijstand in het kader van handhaving van de openbare orde; de Minister van Veiligheid en Justitie bepaalt de bijstand voor strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde of het verrichten van taken voor Justitie.

Artikel 59 van de Politiewet 1993 voorziet in bijstand door andere krijgsmachtonderdelen wanneer op grond van artikel 58 niet in de behoefte aan bijstand kan worden voorzien. Na overleg met de Minister van Defensie kan hiermee een beroep op andere krijgsmachtonderdelen dan de Koninklijke Marechaussee worden gedaan.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties bepaalt de bijstand in het kader van handhaving van de openbare orde; de Minister van Veiligheid en Justitie bepaalt de bijstand voor strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde of het verrichten van taken voor Justitie.

Artikel 60 van de Politiewet 1993 gaat over bijzondere bijstandseenheden. Dit is personeel van aanhoudings- en ondersteuningseenheden van de politie (AOE), Koninklijke Marechaussee en andere onderdelen van de krijgsmacht, verzameld in de Dienst Speciale Interventies (DSI). In de DSI, die een aantal specifieke politietaken in het hogere geweldspectrum uitvoert, zijn opgenomen:

UI

UE&OO

UIM

Unit Interventie

Unit Expertise en Operationele Ondersteuning

Unit Interventie Mariniers

Beheersmatig ondergebracht bij het Korps Landelijke Politiediensten (KLPD)

Beheersmatig ondergebracht bij het KLPD

Beheersmatig ondergebracht bij het Korps Mariniers van het Commando Zeestrijdkrachten (CZSK)

Gespecialiseerd in kleinschalige high risk operaties waarbij sprake is van explosieven, zware vuurwapens, opofferingsbereidheid van verdachten en CBRN-dreigingen.

Gespecialiseerd in lange afstand precisievuur (scherpschutters).

Gespecialiseerd in grootschalige, offensieve en/of complexe operaties, zoals gijzelingen en kapingen.

Brigade Speciale Beveiligingsopdrachten, Korps Commandotroepen, Korps Mariniers en politie (AOE)

Defensie en politie (AOE)

Mariniers

Militaire bijstand op grond van de Wet veiligheidsregio’s

Ook in de Wet veiligheidsregio’s (WVR), artikel 51, is de militaire bijstand geregeld. De WVR is de opvolger van de Wet rampen en zware ongevallen (WTZO, artikel 18). De WTZO was van kracht tot 1 oktober 2010, toen de WVR van kracht werd.

Artikel 51 van de WVR bepaalt dat de Minister van Veiligheid en Justitie zich met een verzoek om bijstand onder andere kan richten tot de Minister van Defensie, die de nodige voorzieningen treft.

Dit verzoek zal in de regel worden gedaan bij (de ernstige vrees voor het ontstaan van) een ramp of zwaar ongeval, waardoor een ernstige verstoring van de openbare veiligheid is of kan ontstaan of waarbij een gecoördineerde inzet van diensten en organisaties van verschillende disciplines is vereist.

Zie ook: militaire steunverlening en Opplan 10.

Terug naar Boven

 

MILITAIRE BLOEDBANK

Afgekort: MBB. De Militaire Bloedbank, gevestigd in Leiden als colocatie van Sanquin Bloedvoorziening, heeft als voornaamste taak de bloedvoorziening van militair-geneeskundige eenheden bij operationele inzet in het buitenland. De Militaire Bloedbank is daarnaast uniek in het produceren van diepgevroren bloedproducten.

De taken van de Militaire Bloedbank zijn uitgesplitst:

Aanmaken van bloedgroepkaarten en herkenningsplaatjes

Advies & Assistentie (A&A) geven op het gebied van alles wat met bloed te maken heeft

Bepalen van zowel bloedgroep als resusfactor van alle militairen (t.b.v. bloedtransfusies)

Beschikbaar stellen van klinisch-chemisch analisten en laboranten om een klinisch-chemische laboratoriumfaciliteit te bemannen

Produceren van én waken over de beschikbaarheid van diepvries bloedproducten

Uitvoeren van incidentele bestellingen van bloed(producten)

Verrichten van bloedonderzoek

Omdat Nederland zich voor de duur van minimaal 2 jaar heeft gecommitteerd om aan drie hospitalen bloed(producten) te leveren tijdens ISAF Stage III (2006-2008), levert de MBB drie configuraties van één voorraad- en één werkcontainer voor respectievelijk:

Helmand

Role 2 hospitaal GBR te Lashkar Gah

Kandahar

Role 3 Multi-National Medical Unit te Kandahar Airfield (KAF)

Uruzgan

Role 2 hospitaal NLD te Tarin Kot

Zie ook: herkenningsplaatje.

Terug naar Boven

 

MILITAIRE COMMISSIE VOOR AUTOMOBIEL- EN MOTORWEDSTRIJDEN

Afgekort: MCAM.

Terug naar Boven

 

MILITAIRE INLICHTINGEN- EN VEILIGHEIDSDIENST

Defense Intelligence and Security Service.

Afgekort: MIVD.

Geheime dienst van de Nederlandse krijgsmacht die rechtstreeks onder de Secretaris-generaal van het Minister van Defensie valt en onder leiding van de directeur MIVD staat. Haar zusterdienst, de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD), staat onder de verantwoordelijkheid van de minister van Binnenlandse Zaken.

De MIVD ondersteunt Defensie op het gebied van inlichtingen en veiligheid.

In het belang van de nationale veiligheid en veiligheidsbelangen van de krijgsmacht voorziet de MIVD in de behoefte aan inlichtingen zoals die is  vastgelegd in het Aanwijzingsbesluit Buitenland van de minister-president en de Inlichtingen- en Veiligheidsbehoefte Defensie (IVD) van de Commandant der Strijdkrachten (CDS).

Het Aanwijzingsbesluit Buitenland stelt de MIVD in staat voor een langere termijn een inlichtingenpositie op te bouwen en te behouden; de IVD coördineert de inlichtingen- en veiligheidstaken binnen Defensie.

Logo van de MIVD. De vier geheven zwaarden symboliseren de vier krijgsmachtdelen, de riem het verbondene, de sfinx de kennis en wijsheid. De spreuk “Meritum In Veritatem Discernendo", in de beginletters MIVD, betekent: “De verdienste ligt in het kunnen onderkennen van de waarheid.”

De MIVD voert haar taken uit binnen een wettelijk kader, onder meer neergelegd in de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten (Wiv).

URUZGAN

De missie in de Afghaanse provincie Uruzgan (2006-2010) was door het complexe van de operationele omgeving een schoolvoorbeeld van afhankelijkheid van inlichtingen.

Binnen de Task Force Uruzgan (TFU) werd het NATO Joint Collection and Fusion Concept ingevoerd.

In dit concept werkten alle inlichtingeneenheden in de Inlichtingen & Veiligheid (I&V)-keten samen: niet alleen de MIVD, ook de G2 (Inlichtingen) van de staf TFU en 103 Intelligence, Surveillance, Target Acquisition & Reconnaissance (ISTAR)-bataljon.

Dankzij dit concept verbeterden de informatiestromen, -producten en -ondersteuning van de commandant van de TFU, wat bijvoorbeeld het opsporen en/of verkennen van targets kan hebben vergemakkelijkt.

De voorloper van alle Nederlandse inlichtingendiensten is de toenmalige 3e sectie van de Generale Staf (GS III), die in 1914 is opgericht met als doel het vergaren van militaire inlichtingen over diverse Europese landen (militaire contraspionage).

Het eerste hoofd van de GS III was luitenant (later: ritmeester) H.A.C. Fabius. Voor het verzamelen van inlichtingen maakte de GS III met name gebruik van militaire attachés en troepenverkenningsorganen op de grond en in de lucht.

In 1918 werd het takenpakket van de GS III uitgebreid met het verzamelen van binnenlandse inlichtingen. De GS III werd gesplitst in GS III A (Inlichtingen) en GS III B (Veiligheid).

In 1972 werd de Landmacht Inlichtingen Dienst (LAMID) opgericht. Onder de LAMID ressorteerde als operationele eenheid binnen de Koninklijke Landmacht 101 Militaire Inlichtingendienst Compagnie (101 MIDCie), opgericht in 1954.

In 1988 fuseerden de inlichtingendiensten van de krijgsmachtdelen – LAMID van de Koninklijke Landmacht, LUID van de Koninklijke Luchtmacht en MARID van de Koninklijke Marine – tot de Militaire Inlichtingendienst (MID). Hieruit ontstond in 2002 de MIVD.

Indeling van militaire inlichtingen:

Strategische inlichtingen

Inlichtingen op politiek-militair niveau m.b.t. besluitvorming en planning (risico- en dreigingsanalyse) over uit te voeren operaties van de krijgsmacht.

Betreft o.a. de bedoelingen en capaciteiten van (potentiële) opponenten.

 

Operationele inlichtingen (gevechtsinlichtingen)

Inlichtingen op tactisch en operationeel niveau m.b.t. de voorbereiding en uitvoering van militaire taken.

Betreft o.a. de feitelijke opponent op het gevechtsveld en de geografische, meteorologische en terreinomstandigheden waaronder het gevecht kan/zal plaatsvinden.

Militairen kunnen te maken krijgen met producten die (mede) door of namens de MIVD zijn gemaakt:

Intell Briefing

Bijeenkomst waar inlichtingen worden verstrekt over de toestand in een operatiegebied.

Supplementary Intelligence Report
(SupIntRep)

Rapport, bijvoorbeeld in voorbereiding op een bepaalde operatie, dat achtergronden verschaft met betrekking tot een of meer onderwerpen op inlichtingengebied.

Threat Warning

Op inlichtingen gebaseerde waarschuwing voor een actuele dreiging of dreigingniveau in een operatiegebied.

Zie ook: Defensie Veiligheids- en Inlichtingen Dienst (DIVI), grondgebonden verkenningseenheid (103 en 104 GGVE), ISTAR-bataljon, Jaarverslag MIVD 2015 (13 april 2016), Online zetten personeelsblad MIVD kan (oud-)medewerkers in gevaar brengen (26 februari 2016), target, Staat moet oud-MIVD-agent schadevergoeding betalen (31 augustus 2016) en Verklaring van Geen Bezwaar (VGB).

Terug naar Boven

 

MILITAIRE LICHAMELIJKE VAARDIGHEID

Afgekort: MLV. MLV-proeven worden afgenomen onder verantwoordelijkheid van het personeel van de LO/Sport op de kazerne. De afnameperiode bedraagt maximaal 30 aaneengesloten kalenderdagen. Tussen het niet slagen en een hernieuwde poging dient een periode van tenminste drie maanden in acht te worden genomen. De volgorde waarin de proeven worden afgenomen is vrij.

De MLV-proeven kunnen collectief worden afgelegd per eenheid, indien het afnemen van de MLV-proeven is opgenomen in het Fysieke Opleidings- en Trainingsprogramma van de eenheid, maar ook individueel op basis van vrijwilligheid.

 

Tussen het met goed gevolg afleggen van de MLV-proeven en het opnieuw afleggen dient een periode van tenminste zes maanden in acht te worden genomen.

Onderdeel

Tenue

Tempoloop over 1.000 meter

GVT-1 met MLV-wapen

Duurloop over 5.000 meter

Sporttenue met sportschoenen

Catcrawl over 10, 15, 20 of 23 meter, vanuit apenhang

GVT-1 zonder helm

Hindernisbaan, standaard of internationaal

GVT-1 zonder helm

Ver- of juistheidswerpen, met werpgewichten (heren 550 gram, dames 350 gram)

GVT-1 zonder helm

Touwklimmen, 3 tot 7½ meter

GVT-1 zonder helm

Zwemmen over 200 meter (facultatief)

Zwemtenue

 

Het blad Checkpoint van maart 2014 deed melding van een opmerkelijke MLV-afname.

Na een onderbreking van 34 jaar haalde de intussen 53-jarige Libanonveteraan Aloys Bijl op 18 december 2013 alsnog zijn Militaire Lichamelijke Vaardigheid (MLV).

Bijna drieŽneenhalf decennium eerder gooide de (opleiding voor) deelname aan de eerste lichting van UNIFIL roet in het eten: Bijl vertrok op 10 maart 1979.

Vanaf het najaar van 2013 vroeg Bijl aan verschillende instanties naar de mogelijkheid om alsnog het felbegeerde speldje te halen.

De KMA stelde hem in de gelegenheid te trainen en zijn MLV te behalen.

Terug naar Boven

 

MILITAIRE OPERATIE

Dit is elke vorm van feitelijk militair optreden in vredestijd, tijdens een gewapend conflict of in oorlogstijd, dat voor een specifiek doel wordt uitgevoerd. Wanneer militairen of eenheden deelnemen aan een militaire operatie, is dat per definitie in tijd begrensd en heeft het een specifiek karakter.

Zie ook: dimensies van militair optreden en operationele niveaus.

Terug naar Boven

 

MILITAIRE SATELLIETCOMMUNICATIE

Afgekort: MilSatCom. Officieel in gebruik genomen op 1 januari 2005.

Militaire tegenhanger van Station 12, 'It Greate Ear' ("Het Grote Oor"), het grondstation voor civiele satellietcommunicatie op 1,5 km ten noordwesten van het Friese oord Burum. 'It Greate Ear' is een achttien hectare groot terrein waarop zich paraboolantennes bevinden die in diameter variëren van 2,4 tot 32 meter. Via het gewone telefoonnet en straalzenders wordt het Europese en intercontinentale verkeer vanuit Nederland en een aantal omliggende landen verzameld. Antennes stralen het verkeer op naar één van de boven de aarde hangende satellieten. Op talrijke plaatsen ter wereld zijn soortgelijke stations gevestigd, die het satellietverkeer opvangen en via het eigen kabelnet doorzenden naar de bestemming.

MilSatCom wordt uitgevoerd door vier schotels met een diameter tussen zeven en elf meter vanaf de Lodewijk Willem van Nassaukazerne in Zoutkamp, Groningen.

Indien de behoefte toeneemt kunnen nog eens vier schotels worden bijgeplaatst. De schotels garanderen het data- en spraakverkeer tussen de operationele eenheden in den vreemde en de statische organisatieonderdelen van het Ministerie van Defensie in Nederland. In een nabijgelegen gebouw op de WLvN-kazerne wordt het satellietcommunicatiesysteem gekoppeld aan het glas- en/of kopervezelnetwerk.

Ten behoeve van het ontvangen van én zenden met de eenheden in missiegebieden krijgt de Koninklijke Landmacht 32 tactische terminals (mobiele schotels). De tactische terminals worden ondergebracht bij 101 CIS-bataljon in Garderen, die elk exemplaar met twee personen opzet. In de eerste helft van 2005 maken de tactische terminals reeds deel uit van het communicatienetwerk voor de NATO Response Force

Op talrijke plaatsen ter wereld zijn soortgelijke stations gevestigd, die het satellietverkeer opvangen en via het eigen kabelnet doorzenden naar de bestemming.

De behoefte aan militaire in plaats van civiele satellietcommunicatie komt voort uit de gewijzigde, flexibele inzet van de Nederlandse krijgsmacht en de sterk gestegen informatiebehoefte. Nadeel van civiele dus externe providers is dat de satellietcapaciteit niet gegarandeerd is.

MilSatCom kan ook de verbindingen tussen operationele eenheden onderling verzorgen, bijvoorbeeld als de huidige verbindingsmiddelen (radio, straalzender) niet toereikend zijn.

Zie ook: KL-VSAT.

Terug naar Boven

 

MILITAIRE SPECTATOR

Het oudste nog verschijnende tijdschrift van Nederland is de Militaire Spectator; waarschijnlijk is het zelfs het oudste nog bestaande militaire tijdschrift van de wereld. Het is in 1832 opgericht door de eerste luitenant dr. Jacob Cornelis van Rijneveld (1799-1851).

Het eerste nummer van de eerste jaargang verscheen op 29 januari 1832; sindsdien heeft het blad zich geŽvolueerd tot een toonaangevend internationaal vakblad op militair-wetenschappelijk gebied dat geldt als een opinieleider voor officieren van de Koninklijke Landmacht en Koninklijke Luchtmacht.

Van Rijneveld was officier van de Rijdende Artillerie. 16 jaar lang, van 1832 tot 1848, was Van Rijneveld de hoofdredacteur van het blad. De Enkhuizenaar Van Rijneveld trad in 1815 aan als cadet op de Koninklijke Militaire Academie, op 20 januari 1820 begon zijn carrière als tweede luitenant bij het Korps Rijdende Artillerie. In 1822 trad hij in het huwelijk met Adelaide Heloise Wilhelmina van Ingen, waaruit vier kinderen werden geboren.

Hij nam in 1830 deel aan de Tiendaagse Veldtocht in België, voor welke krijgsdeugd hij op 16 november 1830 werd benoemd tot Ridder in de Militaire Willemsorde. In 1834 werd hij hoofd van het KMA-onderwijs in de artilleriewetenschappen en in 1840 publiceerde hij de geschiedschrijving 'Celebes, of veldtogt der Nederlanders op het eiland Celebes in de jaren 1834 en 1825, onder aanvoering van Zijne Excellentie den Heere luitenant-generaal (destijds generaal-majoor) Baron J. J. van Geen: uit officiŽle rapporten'.

In 1842 verliet Van Rijneveld als majoor der artillerie de KMA om in 1848 naar Nederlands-IndiŽ te vertrekken, waar hij het opperbevel voerde over de artillerie. Willem II beloonde in 1841 zijn diensten met de ridderorde van de Nederlandse Leeuw; in 1843 kreeg hij van de Koning van Pruissen de Orde van de Rode Adelaar. Zijn eindrang was kolonel.

De inhoud van de Militaire Spectator bestaat onder meer uit uiteenlopende artikelen op krijgswetenschappelijk en militair-historisch gebied, opinie-artikelen, officiële mededelingen van beide krijgsmachtdelen, polemieken, recensies, vertalingen van buitenlandse artikelen e.d. Al in 1940 verschenen de eerste artikelen over de Duitse aanval op Nederland in 1940. De jaargangen 112 (1943) en 113 (1944) zijn als gevolg van de Tweede Wereldoorlog niet verschenen. De maandelijkse oplage bedraagt ± 10.000 exemplaren.

Sinds 1972 wordt de Militaire Spectator uitgegeven door de Koninklijke Vereniging ter Beoefening van de Krijgswetenschap (KVBK). De KVBK, in 1865 opgericht door officieren die verontrust waren over de kwaliteit van de krijgsmacht en het gebrek aan publieke interesse voor Defensieaangelegenheden, kreeg in 1965 het predicaat 'Koninklijk'.

In 1982, tijdens het 150-jarig bestaan van de Militaire Spectator, werd de Militaire Spectator Legpenning in het leven geroepen met als doel het positieve denken en schrijven over defensie te stimuleren. Legpenningen zijn onder meer uitgereikt aan prof. dr. Ger Teitler (1999) en de Bevelhebber der Luchtstrijdkrachten (BDL), luitenant-generaal Dirk Starink (2004).

 

De Militaire Spectator Legpenning van de Koninklijke Vereniging ter Beoefening van de Krijgswetenschap (KVBK)

In 2007 verscheen Officieren aan het woord. De geschiedenis van de Militaire Spectator 1832-2007 door Ben Schoenmaker en Floribert Baudet.

Zie ook: Heinrich Mathias Friedrich Landolt.

Terug naar Boven

 

MILITAIRE STEUNVERLENING

Voluit: Militaire steunverlening in het openbaar belang. Tijdelijke steunverlening door de krijgsmacht aan een bestuursorgaan in situaties waarbij openbare belangen in het geding zijn, niet zijnde militaire bijstand in de zin van artikel 58, 59 of 60 van de Politiewet 1993 of artikel 51 van de Wet Veiligheidsregio's (WVR).

Militaire steunverlening betreft steeds goederen of diensten die dringend benodigd zijn. Ministers, Commissarissen van de Koningin, burgemeesters of dijkgraven (waterschap) kunnen militaire steunverlening aanvragen wanneer zelf niet (tijdig) of afdoende in de noodzakelijke steun kan worden voorzien en de aanvraag niet aan een civiele marktpartij kan worden gegund (factor tijd).

Het operationeel bevel over de eenheden die zijn belast met de uitvoering van militaire steunverlening berust bij een door de Minister van Defensie aangewezen commandant.

De commandant bepaalt de wijze van uitvoering, maar handelt op aanwijzing en onder verantwoordelijkheid van het aanvragende bestuursorgaan.

Militaire steunverlening vindt plaats op basis van de ‘Regeling militaire steunverlening in het openbaar belang 2004’ (Ministeriële Publicatie 11-10, Voorschrift Militaire Steunverlening). Inzet van militairen op grond van deze regeling is ongewapend, zodat een geweldsinstructie niet noodzakelijk is.

Bij militaire steunverlening in het openbaar belang kan onder meer worden gedacht aan de inzet van militairen ten behoeve van het houden van toezicht op het vervoersverbod bij uitbraak van een besmettelijke dierziekte, het leggen van een noodbrug door de genie, het leveren van CBRN-ontsmettingseenheden door de genie en het leveren van geneeskundige eenheden.

Een voorbeeld van militaire steunverlening in het openbaar belang was januari tot april 2008 de inzet van een mobiel noodhospitaal door militairen van 472 MOGOS-Compagnie (400 Geneeskundig Bataljon) bij de Intensive Care-afdeling van het Medisch Spectrum Twente in Enschede na besmetting van patiënten met de multiresistente ziekenhuisbacterie Acinetobacter baumannii.

Zie ook: militaire bijstand en Opplan 10.

Terug naar Boven

 

MILITAIRE WILLEMS-ORDE

Afgekort: MWO. De hoogste Nederlandse dapperheidsonderscheiding, op 30 april 1815 door Koning Willem I in het leven geroepen.

Volgens de wet is de MWO bedoeld voor personen die zich "in de strijd door het bedrijven van uitstekende daden van moed, beleid en trouw, hebben onderscheiden" . Dat hoeft niet per se in oorlogstijd te zijn: het woord 'oorlog' wordt in de wet namelijk niet genoemd. Ook tijdens vredesoperaties zijn er situaties van "strijd" denkbaar.

De onderscheiding is overigens niet vernoemd naar koning Willem I zelf. Naamgever is Guillaume d'Orange (755-812), de eerste graaf van het Zuid-Franse graafschap Orange (Oranje), ook wel genoemd Willem met de Korte Neus. De naam is in het advies van de raad d.d. 10 april 1815, nummer 142/42, voorgesteld door dr. mr. Rutger Metelerkamp, lid van de Hoge Raad van Adel.

In 1815 was er alle aanleiding voor de stichting van een militaire orde zoals de Militaire Willemsorde. Nederland werd geconfronteerd met de Franse opmars onder leiding van Napoleon. De MWO is een zogenaamde verdienstenorde en kent dus in de toekenning geen onderscheid voor rangen en standen en is onafhankelijk van adeldom.

De MWO kent vier klassen:

► Ridder-Grootkruis (1e klasse)
► Commandeur (2e klasse)
► Ridder 3e klasse
► Ridder 4e klasse

De veldtocht tegen Napoleon in 1815, met de veldslagen bij Quatre-Bras en Waterloo, was de eerste gelegenheid waarvoor de Militaire Willems-Orde werd uitgereikt. Erfprins Willem Frederik George Lodewijk van Oranje-Nassau ontving de eerste MWO: het Ridder-Grootkruis. In totaal werden er naar aanleiding van veldtocht en -slagen van 1815 maar liefst 1.004 personen onderscheiden.

De MWO heeft voorrang boven alle ridderorden en andere onderscheidingen. Van 1815 tot mei 1940 kende Nederland slecht één militaire dapperheidsonderscheiding, maar sindsdien ook het Bronzen Kruis (1940), de Bronzen Leeuw (1944) en het Vliegerkruis (1941). Daarnaast kan de militair ook de civiele Erepenning voor Menslievend Hulpbetoon (1822) verdienen.

In de loop der jaren is de MWO in totaal meer dan 6.000 maal uitgereikt.

Statistieken Militaire Willems-Orde:

Nederlands-IndiŽ 1815-1930

3.000

veldslagen bij Quatre-Bras (16 juni 1815) en Waterloo (18 juni 1815)

1.004

Atjeh-oorlog en Sumatra (1873-1914)

850

Tiendaagse Veldtocht (2-12 augustus 1831)

841

Nederland 1944-'45

40

Nederlands-IndiŽ 1942-1945

38

Verzet tijdens WO II

35

Meidagen 1940 (10-15 mei 1940)

34

Nederlands-IndiŽ 1946-1949

26

Volgens commandeur b.d. F.F. van Duim, zelf onderscheiden met de MWO voor zijn acties als commandant van de onderzeeboot 'O 21' tijdens de Tweede Wereldoorlog, "moest je [om in aanmerking te komen voor een MWO] tenminste het oogwit van de vijand hebben gezien." Bij het 180-jarig bestaan van de MWO, in 1995, waren er nog slecht 33 ridders MWO in leven.

De meeste ridders traden naar voren tussen 1816 en 1927 in het voormalige Nederlands-IndiŽ: Atjeh, Borneo, Celebes, Djambi en Lombok. In en na de Tweede Wereldoorlog is de MWO slechts zo'n tweehonderd maal uitgereikt, onder andere aan:

Bert SchŁssler (auteur van Naar eer en geweten)
Soldaat van Oranje Erik Hazelhoff Roelfzema
generaal Simon H. Spoor
schout-bij-nacht Karel Doorman
kapitein Marco Kroon
majoor Gijs Tuinman

Tijdens de herdenking van 125 jaar Militaire Willemsorde op 30 april 1940 sprak Z.K.H. Prins Bernhard de legendarische woorden: "Ik hoop en vertrouw dat alle militairen die nu onder de wapenen zijn, op het moment dat het er eens op aan zou komen, zich uwe daden zullen herinneren."

Niet wetende dat hij, voor zijn verdiensten gedurende de Tweede Wereldoorlog, in 1946 zelf het Commandeurskruis der Militaire Willems-Orde mocht ontvangen.

De gedecoreerden waren bij Koninklijk Besluit (KB) van 3 oktober 1953 de kapitein der infanterie Johan Heinrich Christoffel Ulrici (1921-2005), voor zijn aandeel in het Nederlandse verzet tijdens de Tweede Wereldoorlog en de Politionele Acties in Nederlands-Indië, en bij KB van 14 mei 1955 de toenmalige kapitein der infanterie Tivadar Emile Spier (1916), eveneens voor zijn daden tijdens de Politionele Acties in Nederlands-IndiŽ.

De instellingswet voor de Militaire Willems-Orde kent ook bepalingen over verlies van lidmaatschap, vastgelegd in een Reglement van administratie en discipline.

Over de gehele periode van haar bestaan werden 116 ridders geroyeerd, van wie 112 in de 19e eeuw.

Ontriddering gebeurde vanwege wangedrag, desertie of andere misdrijven. Bij de deserteurs was een flink aantal militairen die uit de Zuidelijke Nederlanden afkomstig was en die na de opstand de Belgische kant kozen.

Een treurig voorbeeld van ontneming wegens wangedrag was dat van de fuselier Willem Stestrop in 1824, die in 1815 Ridder Willems-Orde werd vanwege betoonde moed op het slagveld van Waterloo.

Zijn vrouw, een marketentster, kwam daar om het leven. Sindsdien ging het bergafwaarts met de fuselier. Stestrop werd gedegradeerd van korporaal naar marinier der 3e klasse bij het Korps Mariniers, daarna dronkenschap, wangedrag, plichtsverzuim en "verregaande ongeregeldheden".

De ontridderde Willem Stestrop overleed in 1846.

Bronnen: 1815-2015 Militaire Willems-Orde. 200 jaar moed, beleid en trouw - Rogier Rijpkema en Jaap Cuperus (p. 7 en 41) en Een hele eer. 200 jaar Koninklijke onderscheidingen in Nederland - Kees der Bruin (2015, p. 77).

Een van de laatste twee individueel met een Militaire Willems-Orde gedecoreerden, kapitein der infanterie Tivadar Emile Spier (foto met dank aan Mw. Inez Spier).

Links luitenant-kolonel b.d. Spier naast luitenant-generaal b.d. Ted Meines in de Ridderzaal in 2007 (foto met dank aan Mw. Inez Spier).

Op 10 februari 2009 is bekendgemaakt dat kapitein Marco Kroon ('s-Hertogenbosch, 15-07-1970) van het Korps Commandotroepen (KCT) op 29 mei 2009 uit handen van Hare Majesteit Koningin Beatrix een Militaire Willemsorde (MWO) krijgt uitgereikt. Kroon, voorgedragen voor de MWO door zowel ondergeschikten als meerderen, wordt benoemd tot Ridder 4de klasse van de MWO.

Kroon krijgt de hoogste dapperheidonderscheiding voor enkele gewaagde acties tijdens een uitzending naar Uruzgan (Afghanistan) van maart tot augustus 2006; hij leidde een peloton van het KCT. Vooral zijn aandeel in een Amerikaans, Australisch en Nederlands offensief in de Baluchi-vallei, trok de aandacht. Kroon kreeg met zijn dertig commando's opdracht te voet door de Taliban-linies te breken, om enkele leiders uit te schakelen. Daarbij moest hij onder meer vuursteun op zijn eigen positie aanvragen, om uit een hachelijke situatie te kunnen komen.

“Tijdens de gevechten, die plaatsvinden onder zware terrein- en klimaatsomstandigheden, leidt kapitein Kroon zijn peloton op kundige, inventieve en inspirerende wijze. Mede door zijn optreden weet het peloton de zware en soms lange gevechten telkens in zijn voordeel en zonder personele verliezen te beslechten. Wat opvalt, is dat kapitein Kroon zich tijdens de vuurgevechten niet laat afschrikken door grote persoonlijke risico's. Zo neemt hij bij een gelegenheid het gevecht over van een coalitiepartner, die hierdoor een zwaargewonde militair kan afvoeren. Op een ander moment leidt hij zijn eenheid vechtend uit een hinderlaag, terwijl de boordschutter van zijn eigen voertuig gewond is. Tijdens een andere operatie zuivert hij een dorp, een bergpas en een vallei van Taliban door 9 dagen achtereen gevechtsacties uit te voeren. Met de uitreiking in mei worden er meer details bekend gemaakt.”

Het is voor het eerst sinds 1955 dat de MWO wordt uitgereikt aan een individu. Kroon begon zijn loopbaan in 1989 als marinier; hij deed ervaringen op in Schotland, Noorwegen, Belize en Guadeloupe en nam deel aan missies in Irak (1991) en Cambodja. Vervolgens als (onder)officier bij de landmacht nam hij als pantserinfanterist en commando deel aan missies in BosniŽ en Afghanistan. In januari 2007 werd hij bevorderd tot kapitein.

Verdere informatie:

De actie van Marco Kroon tijdens de Deployment Task Force in de Chora-vallei (Carré 3, 2007)

Samenvatting Marco Kroon tijdens 'Leiderschap onder extreme omstandigheden' (Carrť 1, 2009)

 

Op 6 juli 2009 heeft de Duitse Bondskanselier Angela Merkel aan vier Duitse militairen voor het eerst sinds de Tweede Wereldoorlog een medaille voor dapperheid uitgereikt. Het gaat om het Ehrenkreuz der Bundeswehr für Tapferkeit, dat in 2008 door Duitsland is ingesteld. De gelauwerden zijn Alexander Dietzen, Henry Lukacz en Jan Berges – allen Hauptfeldwebel (sergeant-majoor) – en Oberfeldwebel (sergeant der eerste klasse) Markus Geist.

Het Ehrenkreuz der Bundeswehr für Tapferkeit neemt de plaats in van het alleen al tijdens de Tweede Wereldoorlog ± 2,3 miljoen maal verleende Eiserne Kreuz (IJzeren Kruis). Laatstgenoemde onderscheiding, voor het eerst toegekend in 1813, raakte echter juist door de veelvuldige toekenning in de nationaal-socialistische periode ‘historisch belast’.

Volgens een onderzoek van militair historicus Henny Meijer in opdracht van het Nationaal Bevrijdingsmuseum in Groesbeek (september 2009) is de Slag om Nijmegen in september 1944 de krijgsverrichting die het meest werd beloond met de Militaire Willems-Orde na mei 1940.

Meijer stelde vast dat er na Operatie Market Garden in totaal 29 MWO's zijn uitgereikt, waarvan er veertien zijn gerelateerd aan de Slag om Nijmegen die leidde tot de bevrijding van de stad. Daarvan was er een voor Jan van Hoof, postuum, voor de sabotage aan de springladingen van de verkeersbrug op 18 september 1944. De andere MWO's: zeven voor de Slag om Arnhem, vier voor de strijd rond Son, Uden en Veghel en vier voor de bijzondere moed van de vliegers van de U.S. Army Air Force.

Henny Meijer houdt zich in het bijzonder bezig met ridderorden en onderscheidingen (faleristiek), getuige boeken als 'Orders and Decorations of the Netherlands' (1984), 'Het Vliegerkruis, voor initiatief, moed en volharding' (1997) en 'De gespen voor krijgsverrichtingen. 1846-2008. Van Pacificatie tot vredesmissies. Studie naar ontwikkeling, invloeden, traditie en praktijk' (2009).

 

Zie ook: 1815-2015 Militaire Willems-Orde. 200 jaar moed, beleid en trouw (Rogier Rijpkema en Jaap Cuperus, 2015) en Een hele eer. 200 jaar onderscheiden in Nederland (Kees Bruin, 2015).

Terug naar Boven

 

MILITAIR GENEESKUNDIGE CAPACITEIT

Afgekort: MGC. Militair geneeskundige hulp, zoals die - door het Ministerie van Binnenlandse Zaken - kan worden gevraagd van het Ministerie van Defensie bij het verlenen van geneeskundige hulp bij rampen. Het uitgangspunt is dat Defensie "indien het echt niet anders kan" om hulp zal worden gevraagd.

In engere zin wordt met de MGC bedoeld: de expertise, de kwalitatieve en kwantitatieve capaciteit: personeel (Algemeen Militair Artsen, specialisten, Algemeen Militair Verpleegkundigen) en materieel (ambulances, OK-tenten, apparatuur).

(Bron: artikel ‘Een integrale visie op veiligheid’ door kapitein ter zee-arts M.J.J. Hoeijenbos van de Koninklijke Marine in Marineblad, juli/augustus 2003, pagina 249 t/m 252.)

Terug naar Boven

 

MILITAIR GENEESKUNDIG FACILITAIR BEDRIJF

Afgekort: MGFB. Het Militair Geneeskundig Facilitair Bedrijf:

  • levert uitzendbaar medisch specialistisch personeel
  • voorziet in medisch specialistische zorgcapaciteit, ook ten behoeve van revalidatie, bij de opvang van (grotere aantallen) militaire slachtoffers
  • verzorgt de opleidingen voor militair geneeskundig (hulp)personeel
  • verzorgt de logistiek van geneeskundige goederen en diensten

Het MGFB draagt hiermee bij aan de zorgverlening die de Geneeskundige Diensten van de vier krijgsmachtdelen leveren bij de inzet van operationele eenheden in het kader van crisisbeheersingsoperaties (CBOps), humanitaire operaties (HumOps), noodhulpoperaties en de algemene verdedigingstaak (AVT).

Het MGFB levert deze ondersteuning bij (voorbereiding op en nazorg na) daadwerkelijke inzet. De commandant van het MGFB is de Hoogste Medische Autoriteit (HMA).

Terug naar Boven

 

MILITAIR HOSPITAAL DR. A. MATHIJSEN

Afgekort: MHAM.

Voorloper van het Centraal Militair Hospitaal (CMH). Het is van 24 maart 1964 tot 30 augustus 1991 de naamgeving van het Utrechtse militair hospitaal.

Het MHAM ontstond, in 1964, uit een fusie van de toenmalige militaire hospitalen in de Utrechtse wijken 'Oog en Al' en 'Springweg'.

Vooral in de jaren '50 en '60 van de 20ste eeuw is het MHAM regelmatig uitgebreid als gevolg van het groeiende patiŽntenaanbod. Dit was het gevolg van de Politionele Acties in Nederlands-IndiŽ en de Korea-oorlog.

Ook was uitbreiding nodig na de sluiting van de militaire nevenhospitalen in Amersfoort, Arnhem, Assen en - als laatste in 1970 - het Militair Hospitaal Den Haag.

Devies van het MHAM: "Res non verba" ("Geen woorden maar daden").

Het MHAM groeide uit van een militair ziekenhuis tot een algemeen ziekenhuis waar ook burgers werden behandeld. De opname van civiele patiŽnten, vanaf de jaren '60, had te maken met het teruglopende aanbod van de militaire patiŽntenpopulatie, die steeds vaker in haar eigen regio werd behandeld en verpleegd in plaats van in Utrecht. Uiteindelijk benam het aantal burgerpatiŽnten ongeveer de helft van het totale patiŽntenaanbod, waardoor de verpleegafdelingen niet meer groot genoeg waren. In de jaren '80 ontstonden daarom plannen voor een nieuw te bouwen hospitaal.

In 1987 besloot de ministerraad dat het MHAM - en het Marine Hospitaal Overveen (MHO) - zouden worden gesloten. Op dat moment telde het MHAM 340 bedden, waarvan 50% civiel werd benut.

Op 30 augustus 1990 sloot het MHAM definitief de deuren. In de universiteitswijk Uithof, naast het Academisch Ziekenhuis Utrecht (AZU) - nu: Universitair Medisch Centrum (UMC) - werd het huidige CMH geopend.

Het militaire karakter van het CMH werd hersteld met een uitsluitend voor militairen bedoelde beddencapaciteit (van 100). Daarnaast sloot het AZU op 22 mei 1991 een overeenkomst met het CMH die de onderlinge samenwerking regelde, waarmee het functioneren van het CMH was zeker gesteld.

Het MHAM is vernoemd naar de officier van gezondheid dr. Antonius Mathijsen (1805-1878).

In 1852 vond Mathijsen, op dat moment werkzaam bij het garnizoen in Haarlem, het gipsverband uit en publiceerde hij 'Nieuwe wijze van aanwending van het gips-verband bij beenbreuken. Eene bijdrage tot de militaire chirurgie'. Hiervoor kreeg hij internationale erkenning.

In 2010 besloot de directie van het CMH de naam Dr. A. Mathijsen in ere te herstellen en de volledige naam Centraak Militair Hospitaal 'Dr. A. Mathijsen' in gebruik genomen.

Zie ook: Centraal Militair Hospitaal (CMH) en Regiment Geneeskundige Troepen.

Terug naar Boven

 

MILITAIR-INDUSTRIEEL COMPLEX

Militšrisch-industrieller Komplex.
Military-Industrial Complex.
Complexe Militaro-Industriel (CMI).

Afgekort: MIC. Bijnaam: Iron Triangle (IJzeren Driehoek).

Het onderling verbonden netwerk van politieke macht, militaire macht en defensie-industrie dat invloed uitoefent op de politieke besluitvorming bij de aanschaf van militair materieel.

Op het punt van de productie van wapens en militaire technologie en dus de militaire uitgaven komen de belangen van regeringsfunctionarissen, topmilitairen en topindustriŽken samen.

Zo kan van militaire zijde druk worden uitgeoefend op de regering en civiele ondernemingen om het defensiebudget in ieder geval te bestendigen of, liever nog, te verhogen.

De vermenging van belangen wordt onder meer veroorzaakt door het lobbyen, waarbij in vertrouwelijke gesprekken en buiten het zicht van de openbaarheid wordt geprobeerd de politieke besluitvorming te beÔnvloeden.

Het militair-industrieel complex heeft vergaande invloed op bijvoorbeeld de democratie, het maatschappelijk verkeer, oorlogvoering, politiek en wapenproductie en -wedloop.

De basis voor het militair-industrieel complex werd in de Eerste Wereldoorlog gelegd. Als gevolg van de deelname van de Verenigde Staten aan beide wereldoorlogen en de daarvoor noodzakelijke oorlogseconomieën, heeft de macht van het militair-industrieel complex zich daar het meest nadrukkelijk ontwikkeld. Technologische ontwikkelingen en een actieve politieke inmenging droegen hieraan bij. Daarnaast legde de Tweede Wereldoorlog het fundament voor een actievere rol van de Verenigde Staten in de internationale rechtsorde, wat op zijn beurt ook in het belang van het militair-industrieel complex was.

In de jaren '50 van de 20e eeuw groeide de invloed en omvang van het militair-industrieel complex gestaag verder. De naoorlogse verhoudingen in de Koude Oorlog ontketende een bewapeningswedloop en nodigden uit tot militaire activiteit.

In een duidelijke toespeling op het militair-industrieel complex in de Verenigde Staten, zei Michail Gorbatsjov, de toenmalige Secretaris-generaal van de Communistische Partij van de Sovjet-Unie, dat "mensen die beslissingen nemen, moeten beseffen op welke manier politiek wordt gemaakt" (NRC Handelsblad, 21 november 1985).

Zowel Russische als Amerikaanse leiders begrijpen dat ze op economische en politiek vlak problemen krijgen als ze het militair-industrieel complex te ver uitkleden. Ten tijde van de Sovjet-Unie was de fixatie op militaire middelen van de staat zo groot, dat ze zelfs ten koste ging van andere middelen.

CHARLES WRIGHT MILLS

'The Power Elite' (1956) van de Amerikaanse socioloog Charles Wright Mills (1916-1962) was de eerste studie naar de structuur en de verdeling van de macht in de Verenigde Staten. In zijn boek komt de term 'militair-industrieel complex' niet voor, wél 'militair establishment'.

In 'The Military Ascendancy', hoofdstuk 9 van zijn boek, constateert Mills dat een klasse van politieke, zakelijke en militaire leiders de echte leiders van de VS is. Een kleine groep personen (machtselite) neemt posities in van waaruit ze een doorslaggevende invloed uitoefent op belangrijke beslissingen.

Soms geholpen door complottheorieŽn, is de lobby van het militair-industrieel complex erop gericht gewapende conflicten wereldwijd vooral op militaire wijze te blijven oplossen, zodat de economische vraag naar arbeid (algemeen) en de defensie-industrie (specifiek) intact blijft.

Aangespoord door wederzijdse belangen en door zich te onttrekken aan democratische controle, lobbyen politici. In de dwarsverbindingen tussen de wapenindustrie en vooraanstaande personen uit diverse geledingen van de samenleving ťn de beslissende invloed die het militair-industrieel complex op de politieke besluitvorming heeft, zag Mills een bedreiging: een ondemocratische macht van een kleine machtselite die corruptie en incompetentie in de hand kan werken.

Daarnaast zag Mills een verhoogd risico op een militair conflict tussen de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie.

DWIGHT D. EISENHOWER

Vijf jaar na Mills' boek waarschuwde Dwight D. Eisenhower (1890-1969) in zijn afscheidsrede als president van de Verenigde Staten voor het militair-industrieel complex. Omdat er voor het eerst in vredestijd een grote krijgsmacht was, die ook nog eens nauw samenwerkte met een enorme wapenindustrie, wees Eisenhower op 17 januari 1961 op een te grote invloed van de defensie-industrie op het Department of Defense (Pentagon).

Eisenhower geloofde dat het militair-industrieel complex beleid kon stimuleren dat niet altijd noodzakelijk in het landsbelang was. Een voorbeeld hiervan was de deelname aan de nucleaire wapenwedloop. Wanneer er geen controle op het militair-industrieel complex plaatsvond, zou de groeiende macht van topmilitairen en topindustriŽlen de regering in een lastige positie kunnen brengen bij besluiten over de defensiebegroting en defensiegerelateerde programma's en uiteindelijk de Amerikaanse democratie kunnen ondermijnen.

Eisenhower zei onder andere:

"In the councils of government, we must guard against the acquisition of unwarranted influence, whether sought or unsought, by the military industrial complex."

("In overheidsorganen moeten we bedacht zijn op de concentratie van ongeoorloofde en niet te controleren invloed, gezocht of niet gezocht, bij het militair-industrieel complex.")

In de regel wordt van een militair-industrieel complex gesproken bij de volgende verschijnselen:

► Denktanks en belangengroepen hebben invloed op het veiligheidsbeleid;

► Politici en topmilitairen vervullen neven- of vervolgfuncties in de defensie-industrie om het beleid te verkopen;

► Regering steunt opdrachten voor nieuwe wapensystemen, munitie, militaire hardware en veiligheidssystemen aan het bedrijfsleven en stimuleert ontwikkeling en research bij universiteiten en hogescholen;

► Regeringsfunctionarissen, topmilitairen en topindustriŽlen lobbyen onderling.

Het militair-industrieel complex is tegenwoordig een beslissende factor in de oorlogsinspanningen van landen. Ook de defensie-industrie wordt bepaald door het marktprincipe van vraag en aanbod. De defensie-industrie, die zowel gewapende conflicten als de instandhouding van een grote krijgsmacht nodig heeft voor een hogere omzet en meer winst, heeft er baat bij in eigen land de politieke en militaire macht en de publieke opinie voor zich te winnen.

De grootste wapenindustrieŽn in de Verenigde Staten zijn Boeing, General Dynamics, L-3 Communications, Lockheed Martin, Northrop Grumman en Raytheon.

In de Verenigde Staten bepalen enkele zeer grote wapenindustrieŽn - Boeing, General Dynamics, L-3 Communications, Lockheed Martin, Northrop Grumman en Raytheon - het militair-industriŽle landschap. Overigens is dit niet de enige machtselite van betekenis: ook de lobby uit de financiŽle sector en de auto-industrie is zeer machtig.

Ook een buitenlandse regime change is een economische drijfveer van betekenis voor het militair-industrieel complex. Nieuwe machthebbers worden onmiddellijk door lobbyisten uit de wapenindustrie bezocht.





NEDERLAND

Naar aanleiding van de Ontwapeningsnota 1975 wilde de regering een onderzoek naar het militair-industrieel complex.

In 1977 bood een ambtelijke werkgroep van de minister van Buitenlandse Zaken onder leiding van staatssecretaris Peter Kooijmans de Tweede Kamer het 'Rapport inzake het militair-industrieel complex' aan. Evenals de daaraan voorafgaande Defensienota 1974 gaf dit rapport blijk van bezorgdheid over de internationale wapenwedloop en de rol die de Nederlandse krijgsmacht daarin wellicht zou spelen.

In het rapport werd aandacht besteed aan:

► de Atlantische en de Europese samenwerking op het gebied van defensiematerieel en het effect dat daarvan uitgaat;

► (het regeringsbeleid over) de Nederlandse wapenexport en de cijfers voor de wapenexport, met name welke defensieorders van enige omvang de laatste vijftien jaar in Nederland zijn geplaatst;

► het vraagstuk van de bewapeningsspiraal.

De enige Nederlandse wapeninnovatie van betekenis, in relatie tot het militair-industrieel complex, is die van de Koninklijke Marine: er zijn herkenbare Nederlandse marineschepen, terwijl de hoofdwapensystemen van de land- en luchtstrijdkrachten afkomstig zijn uit respectievelijk Duitsland (Leopard-tank) en de Verenigde Staten (gevechtsvliegtuigen F-16 en F-35 Lightning II).

IN 2006 concludeerde het Institute for Research and Investment Services (IRIS), het onderzoeksbureau van Robeco, dat tien Nederlandse ondernemingen met een notering aan de Amsterdamse effectenbeurs activiteiten op militair gebied ontplooien: ABN Amro, Akzo Nobel, DSM, Fugro, Getronics, KPN, Philips, ReedElsevier, Stork en TNT.

Zie ook: Koude Oorlog.

Terug naar Boven

 

MILITAIR OPTREDEN

Geautoriseerd gebruik van geweld door militairen of het dreigen daarmee, waarbij het beschikken over militaire gevechtskracht een voorwaarde is voor succes. De wijze van militair optreden op de lange termijn (15 à 20 jaar) wordt vastgelegd in een operationeel concept, waarbij dat optreden gedeeltelijk zal plaatsvinden met toekomstige middelen.

Voor de Nederlandse krijgsmacht gelden - in alfabetische volgorde - de volgende functies van militair optreden:

Bescherming

Inlichtingen

Logistiek

Manoeuvre

Vuursteun

Zie ook: dimensies (domeinen) van militair optreden, operationele niveaus en operationele omgeving.

Terug naar Boven

 

MILITAIR PENITENTIAIR CENTRUM STROE

Afgekort: MPC Stroe.

Gevestigd in gebouw 283 op de Majoor Mulderkazerne aan de Wolweg in Stroe (gemeente Barneveld).

Het MPC Stroe is, zoals ook Nieuwersluis was, zowel een huis van bewaring - waar een verdachte in voorlopig arrest kan worden gehouden - als een gevangenis - waar een veroordeelde wordt gedetineerd om gevangenisstraf, hechtenis of militaire detentie te ondergaan. Nederlandse militairen worden hier gedetineerd bij straffen van ten hoogste zes maanden.

 

MPC Stroe maakt deel uit van de Ondersteuningsgroep CLAS. Bij plaatsing in het MPC Stroe voor het ondergaan van de vrijheidsstraffen (voorlopige) hechtenis of militaire detentie, wordt de militair daar voor de duur van het verblijf in onderhoud gesteld.

Het regime dat voor in de MPC gedetineerde militairen geldt, ligt vast in het door de directeur van het MPC vastgestelde Huisregels Militair Penitentiair Centrum. In overeenstemming met deze huisregels kunnen aan gedetineerden ook militaire diensten en werkzaamheden worden opgedragen.

Zie ook: Nieuwersluis, plaatsing in de tuchtklasse en tuchtrecht.

Terug naar Boven

 

MILITAIR REVALIDATIE CENTRUM (MRC) AARDENBURG

Het Militair Revalidatie Centrum (MRC) Aardenburg is een wettelijk erkend, modern revalidatiecentrum, aangesloten bij Revalidatie Nederland, de branchevereniging voor revalidatie in Nederland, en deel uitmakend van de Defensie Gezondheidszorg Organisatie (DGO).

Het MRC is het oudste revalidatiecentrum van Nederland, ontstaan in 1946. Sinds 1954 worden er behalve militairen ook burgers behandeld.

In 2011 is aan het MRC het HKZ-certificaat uitgereikt; HKZ staat voor Harmonisatie Kwaliteitsbeoordeling in de Zorgsector en is een vooraanstaand civiel kwaliteitskeurmerk dat is gebaseerd op de ISO-normering.

Sinds december 2014 beschikt het Militair Revalidatie Centrum over een gecertificeerd veiligheidsmanagementsysteem (VMS) conform de Norm Technische Afspraak 8009 (NTA 8009-norm). VMS vormt het systeem waarmee het MRC continue risico's voor revalidanten signaleert, verbetering doorvoert en beleid vastlegt, evalueert en aanpast. Het VMS is daarmee de verankering van de veiligheid van de revalidant in de praktijk.

Het embleem van het MRC symboliseert dat de revalidant, ondanks zijn handicap en de leegte, wel degelijk als een volwaardig mens kan blijven functioneren.

Behalve voor tweedelijns zorg, in dit geval militaire revalidatiegeneeskunde met revalidatieartsen en de bijbehorende multi-disciplinaire vakgebieden - fysiotherapie, ergotherapie, sociaal-agogen, maatschappelijk werk en psychologie - is het MRC uitermate geschikt voor interne verpleging.

In het MRC krijgt een man een beenprothese aangemeten. De foto van fotograaf Roel Visser, gemaakt op 20 mei 1994, maakt deel uit van de serie 'Zorg in Nederland' voor het Rijksmuseum Amsterdam.

Dankzij een eigen orthopedische instrumentmakerij is het MRC tevens gespecialiseerd in het maken van hoogwaardige kunst- en hulpmiddelen, zoals corsetten, orthesen en prothesen, die volledig zijn afgestemd op de individuele behoefte van de revalidant. De orthopedische instrumentmakerij meet binnen Defensie en de burgermaatschappij tevens steunzolen, (semi)orthopedische schoenen en sportcompressiekousen aan.

Het Centraal Militair Hospitaal en het MRC vullen in Nederland de role 4 kwaliteit in: het ontvangen van gerepatrieerde zorgvragers vanuit het operatiegebied voor definitieve ziekenhuisopname (hospitalisatie) en eindbehandeling en toegang tot specialistische zorg en revalidatie in het thuisland. Jaarlijks bezoeken Ī 750 revalidanten het MRC.

De verpleegcapaciteit ten behoeve van het interne revalidatieprogramma beslaat 80 bedden (35 in de verpleegkliniek, 45 in de paviljoens). Voor (poliklinische) dagbehandeling is plaats voor 30 ŗ 40 personen.

Het MRC Aardenburg, gevestigd aan de Korte Molenweg 3 in Doorn, heeft alles in huis om de civiele en militaire zorgvrager en hun directe omgeving op verwijzing van een arts te helpen bij het herstel na een ongeval, operatie, ziekte of beroerte. Het MRC werkt dan ook nauw samen met onder meer het Centraal Militair Hospitaal, militaire verwijzers uit de eerste lijn en burgerverwijzers. De revalidantenverhouding burger/militair is 60/40.

In 2010 is het MRC gestart met Arbeidsrevalidatie (AR) Aardenburg. AR Aardenburg verleent haar diensten aan zowel burger- als militaire cliŽnten met klachten op het gebied van arbeid en problemen van het bewegingsapparaat. Pijn- en overbelastingsklachten zijn meestal het resultaat van een combinatie van lichamelijke, sociale en psychische factoren en worden daarom beoordeeld vanuit het biopsychosociaal model. Een disbalans in de fysieke en mentale belastbaarheid kan verantwoordelijk zijn voor verzuim van werk.

Op 25 oktober 2013 opende generaal b.d. Peter van Uhm het nieuwe sportcomplex Vincam ("Ik zal overwinnen") op het terrein van het MRC. Het nieuwe sportcomplex - zwembad, sporthal en fitnesszaal - is voorzien van de nieuwste snufjes, die mede bijdragen tot het primaire doel van het MRC: militairen beter maken om operationeel inzetbaar terug te keren. Het MRC speurt daarom ook continu naar mogelijkheden voor mensen met een blijvende fysieke beperking om toch actief te zijn; zo bood het MRC al onderdak aan clinics voor rolstoelbasketbal, rolstoelbadminton en sledge hockey.

De missie in de Afghaanse provincie Uruzgan leverde een forse toename op van de militaire patiŽntenstroom van vaak ernstig gewonden. Gedurende de ISAF-missie zijn 144 militairen bij gevechtsacties fysiek gewond geraakt; van hen zijn 58 militairen in behandeling genomen door het MRC. Deze groep militairen zal als gevolg van de opgelopen beperking levenslang een beroep moeten blijven doen op het MRC voor noodzakelijke aanpassingen in hun voorzieningen.

CAREN (Computer Assisted Rehabilitation Environment).

Onder andere de introductie van het CAREN-systeem (Computer Assisted Rehabilitation Environment) heeft de eindbehandeling en re-integratie van deze groep gewonden kunnen bespoedigen. Het in IsraŽl ontwikkelde CAREN werd in 2008 door het MRC in gebruik genomen. Het is een revalidatiesysteem dat gebruikmaakt van een virtuele omgeving, waarbij de revalidant plaatsneemt op een rond platform op het onderstel van een vliegtuigsimulator.

Ter gelegenheid van het 60-jarig jubileum van het MRC, op 15 september 2006, verscheen het jubileumboek 'Militair Revalidatie Centrum Aardenburg. De geschiedenis van een revalidatiecentrum' van Toon Blokland.

Het boek is uitgegeven door het Commando Diensten Centra van Defensie.

Zie ook: 3MDR en Centraal Militair Hospitaal (CMH).

Terug naar Boven

 

MILITAIR VERMOGEN

Vermogen van de krijgsmacht dat uit drie componenten bestaat:

Het bezit van militair vermogen vraagt om de bereidheid dat vermogen in te zetten.

Zonder de bereidheid tot inzet van het militair vermogen verliest het Gemeenschappelijk Buitenlands en Veiligheidsbeleid (GBVB) veel van zijn geloofwaardigheid. De bereidheid tot inzet van militair vermogen is afhankelijk van de politiek - die volgens artikel 98, lid 2 van de Grondwet, "het oppergezag over de krijgsmacht" heeft - en daarmee van de politieke geloofwaardigheid om het beleid daadwerkelijk uit te dragen.

Sinds de CDS-leidraad 1 (Operationeel Concept Vredesoperaties, OCV, september 2002, pagina 15/16) én de Prinsjesdagbrief 2003 ('Op weg naar een nieuw evenwicht: de krijgsmacht in de komende jaren') wordt ook gesproken over militair vermogen als een keten waarvoor zeven Essential Operational Capabilities - EssentiŽle Operationele Capaciteiten (EOC's) - nodig zijn.

Deze EOC's staan omschreven in MC 400/2 (Guidance for the Military Implementation of Alliance Strategy), waarin de NAVO een verschuiving bepleit van investeringen in hoofdwapensystemen naar capaciteiten die effectieve inzet van wapensystemen mogelijk maken. Hedendaags militair optreden vergt geÔntegreerde inzet van uiteenlopende, gespecialiseerde middelen.

MC 400/2, goedgekeurd door de Noord-Atlantische Raad van de NAVO op 16 mei 2000, is vertaald naar het Nederlandse Defensiebeleid en schetst de eisen waaraan de Nederlandse krijgsmacht in het kader van Peace Support Operations dient te voldoen:

De EOC's vormen een keten van specifieke kwaliteiten die in samenhang en balans de benodigde effecten kan sorteren. De EOC-benadering beoogt de effectiviteit van de (zeven) belangrijkste schakels in de keten van het militaire optreden zeker te stellen:

EOC 1

Tijdige beschikbaarheid
Om tijdig getraind en gereed te zijn voor operationele inzet.

EOC 2

Gevalideerde inlichtingen
Om tijdig een bruikbaar omgevingsbeeld te hebben, niet alleen dankzij en met (operationele) inlichtingen, ook met culturele, bestuurlijke, infrastructurele, financiŽle en medische inlichtingen.

EOC 3

Ontplooibaarheid en mobiliteit
Om eenheden tijdig te verplaatsen t.b.v. ontplooiing, instandhouding en redeployment.

EOC 4

Effectieve inzet
Om militair succesvol te zijn voor het beoogde doel door de inzet van slagkracht met gebruikmaking van optimale samenwerkingsverbanden: effect-based, in een joint, combined en interagency omgeving en integraal afgestemd (Comprehensive Approach).

EOC 5

Hoogwaardige commandovoering
Om eenheden effectief te leiden, in opdrachtgerichte commandovoering, ingebed in genetwerkte concepten (commandovoeringssystemen, sensoren en wapenplatforms).

EOC 6

Adequate logistieke ondersteuning
Om wereldwijd eenheden te bevoorraden en te ondersteunen.

EOC 7

Veiligheid en bescherming
Aan te houden beschermingsniveau, voor eigen eenheden en handelingsvermogen, dat is gebaseerd op het ontnemen van de wil tot vechten van de opponent.

“Binnen Defensie – ingegeven door NAVO-overwegingen – geldt dat de keten van zgn. Essential Operational Capabilities zo sterk mogelijk moet zijn; in elk geval moet zij evenwichtig zijn opgebouwd. De symbolische vermenigvuldiging van de zeven afzonderlijke 'capabilities' staat voor de effectiviteit van het militair vermogen. Indien ťťn van de 'capabilities' niet is ingevuld (en dus de waarde gelijk is aan nul), zal het daaruit voortvloeiende militair vermogen eveneens gelijk zijn aan nul. De effectiviteit van enige activiteit, bijvoorbeeld een project, wordt afgemeten aan de mate waarin door deze activiteiten aan enige 'capability' wordt bijgedragen. Wordt aan geen enkele 'cabability' bijgedragen, dan is de activiteit feitelijk de moeite van het uitvoeren niet waard.

(Essay 'De toegevoegde waarde van strategisch management', ir. Jan Meijer, Studie MBA-IM03, Newport Business Academy)

Zie ook: closure rate.

Terug naar Boven

 

MILITARISEREN

Duits: militarisieren. Engels: militarize. Frans: militariser. Het voor de duur van de deelname aan een missie aan een burger verlenen van een tijdelijke aanstelling als militair bij het beroepspersoneel van de strijdkrachten op grond van artikel 11 (Tijdelijke aanstelling) van het Algemeen Militair Ambtenaren Reglement (AMAR).

Militariseren – in de regel gepaard gaand met onder militair bevel brengen en het verkrijgen van de status van combattant – wordt in het bijzonder gedaan omdat een militair ruimere postactieve voorzieningen heeft bij een ongeval met bijzonder dienstverband. Naast een arbeidsongeschiktheidsuitkering en een diensttijdpensioen maakt de militaire status aanspraak op een invaliditeitsverhoging of een verhoogd nabestaandenpensioen.

Verder is het belangrijk om de gemilitariseerde ambtenaar zichtbare internationale rechtsbescherming te geven en de mogelijkheid te bieden aanspraak te maken op militaire geneeskundige faciliteiten.

Na de deelname aan een missie volgt het demilitariseren (Duits: entmilitarisieren, Engels: demilitarize, Frans: démilitariser).

Terug naar Boven

 

MILITARY GRID REFERENCE SYSTEM

Afgekort: MGRS. Ook genaamd: Military Geographic Reference System. Duits: UTM-Referenzsystem (UTMREF). Frans: systŤme de quadrillage UTM.

Militair coŲrdinatenstelsel dat gebruik maakt van het gestandaardiseerd kaartvierkant op schaal volgens het algemeen gebruikte UTM (Universal Transverse Mercator). MGRS is verfijnder en gemakkelijker in het gebruik dan UTM. Het militaire coŲrdinatenstelsel, dat haar oorsprong heeft in de Amerikaanse krijgsmacht, gaat uit van een beginpunt binnen de kaartprojectie van het aardoppervlak. Hiermee is het mogelijk posities aan te geven of een berekening te maken van de richting naar cq. de afstand tussen verschillende punten in het coördinatenstelsel. Zo kan bijvoorbeeld met precisie een doellocatie worden bepaald.

Worden UTM-coördinaten aangeduid in zonenummers, meters oostelijk (“easting”) en meters noordelijk (“northing”), MGRS maakt gebruik van een zone, gevolgd door een tweelettercode om een 100.000 metervierkant (100 km × 100 km) aan te geven en easting/northing-waarden. Het 100.000 metervierkant is bijgevolg een verdere opdeling van een UTM-zone. De MGRS-waarden corresponderen met de nummers in de UTM-eastings en –northings. Het voordeel van MGRS is het alfanummerieke: het coördinatenstelsel maakt alleen gebruik van cijfers en letters.

Het beginpunt van MGRS is de 180°-meridiaan – tevens de internationale datumgrens. Deze meridiaan is het spiegelbeeld van de nul- of Greenwich-meridiaan (Londen). Vanuit het beginpunt worden de letters A tot en met Z (min de letters I en O) gebruikt om gebieden van 100.000 vierkante meter aan te duiden.

Zoals gangbaar is bij het werken met kaart en kompas, wordt bij MGRS eerst de horizontale positie aangegeven, vervolgens de verticale positie. Het fictieve UTM-coördinaat 31 U (Easting) 12345 (Northing) 67890 is omgezet naar MGRS 31 U FT 345 890. Hierin is de zone 31 U en het 100.000 metervierkant FT (“Foxtrot Tango”). Nederland valt in de zones 31U en 32U.

De zones met de nummering.

De nauwkeurigheid van MGRS neemt toe met het gebruik van het aantal cijfers:

Aantal cijfers

Nauwkeurigheid

2

10.000 meter = 10 km

4

1.000 meter = 1 km

6

100 meter

8

10 meter

10

1 meter

Terug naar Boven

 

MILITARY TRAFFIC MANAGEMENT COMMAND

Afgekort: MTMC. In Capelle aan den IJssel gelegen Amerikaanse commandocentrum van waaruit alle Amerikaanse militaire troepenbewegingen binnen Europa worden gecoŲrdineerd. Ook de transit (doorvoer) van Amerikaanse militaire goederen en manschappen door Nederland wordt door het MTMC geregeld, bijvoorbeeld naar Duitsland.

Belangrijkste overslagcentrum is de haven van Rotterdam, waar bijvoorbeeld op de snelle Amerikaanse transportschepen (Fast Sealift Ships) cargo kan worden overgeslagen. De Amerikaanse krijgsmacht beroept zich bij de transit van goederen en manschappen op het Status-of-Forces Agreement (SOFA), een in 1951 door de NAVO-landen gesloten verdrag. Het verdrag voorziet in een soepele regeling voor de doortocht en het verblijf van NAVO-troepen.

Het MTMC geeft voor wat betreft het Nederlandse railtransport opdrachten aan Railion Nederland N.V. , Nederlands grootste railtransportbedrijf wier treinen dagelijks de zeehavens van Amsterdam, Delfzijl, Moerdijk, Rotterdam, Terneuzen en Vlissingen aandoen. Deze havens zijn allen in staat de Fast Sealift Ships te ontvangen: United States Naval Ships Algol, Altair, Antares, Bellatrix, Capella, Denebola, Pollux en Regulus. Zo hebben de havens een rol gespeeld in de voorheen jaarlijks te houden oefening REFORGER: Return of Forces to Germany.

Het MTMC valt onder het Transportation Command (TRANSCOM). Onder het MTMC ressorteert de 598th Transportation Group, gestationeerd in Rotterdam, die verantwoordelijk is voor de havenverrichtingen en achterlandbewegingen van lading in Europa, Afrika en Zuidwest-Azië. Sinds 1983 is Rotterdam het belangrijkste knooppunt in Europa. Het eveneens in Rotterdam gestationeerde 838th Transportation Battalion is ondergeschikt aan de 598th Transportation Group.

Sinds 1 januari 2004 heeft het Military Traffic Management Command een naamsverandering ondergaan: Military Surface Deployment and Distribution Command (SDDC).

Terug naar Boven

 

MILS

Duits: (artilleristische) Strich. Engels: mil. Frans: millième (angulaire). Voluit: milliradian. Afgekort: mrad. Ook genaamd: duizendste of mil-dot. Symbool: letter "m" diagnonaal doorkruist door een slash forward.

Een milliradian is een eenheid die éénduizendste van een radian aangeeft. Voor de werking van milliradians (mils) moet worden uitgegaan van twee constanten:

  • de omtrek van een cirkel wordt bepaald door de diameter te vermenigvuldigen met het getal pi (± 3,14).
  • de radian is een hoek in graden die gelijkstaat aan 180 gedeeld door het getal pi. Dit is 57,3 graden; de milliradian is dus gelijk aan éénduizendste radian (0,0573 graden).

Hieruit volgt dat zich 6.283 milliradians in een cirkelomtrek bevinden. De NAVO-lidstaten hebben echter met elkaar afgesproken dat 1 mil gelijkstaat aan 1⁄6400 van een cirkel.

Omdat het werken met mils nauwkeuriger is dan met graden, wordt hiervan gebruikgemaakt bij het afgeven en corrigeren van artillerie- en mortiervuur, maar ook bij afstandsmeten en –schatten in het algemeen.

De regel is: wanneer de afstand tussen twee punten op het richtmerk van een kijker 1 mil bedraagt, is dit op 1 km afstand gelijk aan 1 meter.

Wanneer géén kijkervizier met een mils-schaalverdeling beschikbaar is, kan voor het meten van een afstand tussen twee punten bij het afstandmeten en –schatten worden gebruikgemaakt van de handmethode, toegepast met een gestrekte arm:

Handmethode

Aantal mils

Voorbeelden

Handmethode

30

  • 60 meter op 500 meter afstand
  • 30 meter op 1 km afstand

Wijsvinger

70

  • 140 meter op 500 meter afstand
  • 70 meter op 1 km afstand

Wijs- en middelvinger aaneengesloten

100

  • 100 meter op 1 km afstand
  • 50 meter op 2 km afstand

Wijs-, middel- en ringvinger aaneengesloten

120

  • 120 meter op 1 km afstand
  • 40 meter op 3 km afstand

Wijs-, middel- en ringvinger en pink aaneengesloten

180

  • 180 meter op 1 km afstand
  • 60 meter op 3 km afstand

Gebalde vuist

300

  • 300 meter op 1 km afstand
  • 150 meter op 2 km afstand

Gespreide hand

Het gezichtsveld van kijkers wordt aangegeven in mils. Zo heeft de dagrichtkijker een gezichtsveld van 130 mils, de nachtrichtkijker van 150 mils.

Uitspraak: een breedte, hoogte of hoek van 1.400 mils wordt uitgesproken als “duizend-vierhonderd-duizendsten”.

Zie ook: B.A.D.-formule, kaarthoekmeter en windroos.

Terug naar Boven

 

MILVA

Embleem van de MILVA

Betekenis: Militaire Vrouwen Afdeling. Vrouwelijke militairen binnen de Koninklijke Landmacht, als opvolger van het Vrouwen Hulp Korps (VHK). Het VHK is op 20 december 1943 als Vrijwillig Vrouwen Hulpkorps (VVHK) opgericht in Londen en op 25 april 1944 omgedoopt tot VHK.

In Groot-BrittanniŽ zaten er tijdens de Tweede Wereldoorlog veel Nederlandse vrouwen die zich vóór en na de bevrijding van Nederland vrijwillig hadden aangemeld om hulp te verlenen bij de wederopbouw van Nederland.

De taak van de VHK was het verlenen van maatschappelijke hulp aan de burgerbevolking in oorlogstijd. Op 30 oktober 1951 werd de MILVA opgericht. De Koninklijke Luchtmacht kende de Luchtmacht Vrouwenafdeling (LUVA), de Koninklijke Marine de Marine Vrouwenafdeling (MARVA).

 

Binnen de vrouwenkorpsen LUVA, MARVA en MILVA vervulden vrouwelijke militairen – op grond van individuele vooropleiding, voortgezette (militaire) scholing en interesse, en vooral op grote persoonlijke inzet – functies bij:

Aan- en afvoertroepen

Administratie

Geneeskundige dienst

Gevechtsleiding

Intendance

Logistiek

Luchtdoelartillerie

Verbindingsdienst

Verkeersleiding

 

De vrouwen binnen de Geneeskundige Dienst waren overigens voor een groot deel afkomstig van het Nederlands Verpleegsterkorps Koninklijke Landmacht (NVKL), opgericht op 23 februari 1945 en integraal overgegaan in de MILVA.

De loopbaan van de MILVA’ers werd begeleid vanuit het eigen korps, maar het loopbaanperspectief bleef beperkt. Uiteindelijk werden de vrouwenkorpsen LUVA, MARVA en MILVA op 1 januari 1982 opgeheven, omdat deze door de toegenomen integratie van vrouwen niet langer nodig werden geacht.

Vrouwen konden al vanaf 1954 overgaan in beroepsdienst en vanaf 1978 waren alle opleidingen in de krijgsmacht opengesteld voor vrouwen.

Alle functies binnen de KL, met uitzondering van die binnen het Korps Commandotroepen, staan vandaag de dag open voor vrouwen.

In het Museum Verbindingsdienst in Ede een deel van de verzameling van het VHK/MILVA ondergebracht.

Wervingsaffiche van de MILVA.

Terug naar Boven

 

MIMMS

Voluit: Major Incident Medical Management and Support. Geneeskundig management bij grootschalige incidenten.

MIMMS is een systematiek voor het integraal leiden van de hulpverlening bij grootschalige incidenten met veel gewonden. Op basis van een gestructureerde inzet en een algemeen toepasbare prioriteitenstelling (triage) wordt orde in de chaos gebracht.
Zo snel mogelijk orde scheppen geeft een overzicht van de aantallen gewonden en de aard van de verwondingen: de gewonden wordt een zo groot mogelijke kans op overleven geboden. De gewondenstroom in de geneeskundige keten wordt in goede banen geleid met behulp van de T-classificatie (T1 t/m T4).

In 1994 is MIMMS in Groot-BrittanniŽ geÔntroduceerd door de Advanced Life Support Group. Mede naar aanleiding van de cafébrand in De Hemel (Volendam) op nieuwjaarsnacht 2001 en de vuurwerkramp in Enschede op 13 mei 2000, werd in 2001 de Stichting MIMMS Nederland opgericht. In 2003 werden voor de eerste maal Nederlandstalige cursussen MIMMS gegeven.

Tegenwoordig is MIMMS een internationaal erkende (NAVO-)cursus in de opvang van traumaslachtoffers bij grootschalige incidenten. Hierbij wordt leidinggevend geneeskundig en hulppersoneel geschoold in de kennis en vaardigheden om op locatie, in de prehospitale fase, een grootschalig incident met meerdere gewonden praktisch en effectief te kunnen leiden.

Omdat MIMMS door de NAVO integraal is omarmd als het systeem van aanpak bij grootschalige incidenten waarbij militairen betrokken zijn (mass casualty), wordt de cursus voor de militaire omgeving onderwezen aan de NATO School in Oberammergau (Duitsland) en in Birmingham (Groot-Brittannië).

Zie ook: C.S.C.A.T.T.T. en M.E.T.H.A.N.E.

Terug naar Boven

 

MINELAB F3-MIJNDETECTOR

Minelab F3-mijndetector.

Mijndetector die, als opvolger van de Schiebel AN 19/2 en de Vallon 1620 BW, in gebruik is bij de Koninklijke Landmacht.

De waterproof detector, die geschikt is om landmijnen met een minimum aan metaal te detecteren, is sinds 2003 internationaal in gebruik.

De KL heeft in totaal 180 Minelab F3-mijndetectoren aangeschaft, waarvan het merendeel naar de eenheden van de genie gaat:

►11 Pantsergeniebataljon (gevechtsondersteuning 43 Gemechaniseerde Brigade)
►41 Pantsergeniebataljon (gevechtsondersteuning 13 Gemechaniseerde Brigade)
►11 Geniecompagnie Luchtmobiel (gevechtsondersteuning 11 Air Manoeuvre Brigade)
►101 Constructiebataljon

De mijndetector Schiebel AN-19/2 (NSN 6665-21-906-1023) is van Oostenrijkse makelij. Het kunststof apparaat weegt 6 kg, werkt op vier 1Ĺ Volt-batterijen (Ī 70 uur) en kan als rugzak worden gedragen.

De Schiebel is onder andere gebruikt door het Korps Mariniers tijdens de missie UNTAC in Cambodja.

 
Specificaties:

audio output

interne speaker (met optionele oortelefoon )

detector ingeklapt in Cordura-draagtas

11,7 kg

gewicht, excl. batterijen

2,3 kg

gewicht, incl. batterijen

3,2 kg

lengte, ingeklapt

76 cm

voeding

4 x 1½ Volt D-cell batterij (alkaline, NiCad of NiMH)

werklengte

tot 150 cm

werktemperatuur

- 30 graden Celsius tot +60 graden Celsius

gebruikerstijd

19 uur continu

Terug naar Boven

 

MINEUR

Traditionele benoeming van een militair van het wapen der genie die zich heeft gespecialiseerd in het plaatsen én tot detonatie brengen van allerhande soorten explosieven in het kader van vernielingen . De expertise van de mineur is gericht op breaching- en clearingoperaties, maar ook op (humanitaire) demining-operaties. In het verleden was de mineur specifiek belast met het graven van mijngangen alsook het ondergraven en met springmiddelen vernietigen van vijandelijke stellingen (mineren).

Zie ook: genie, pionier, pontonnier en sappeur.

Terug naar Boven

 

MINEURSLIED

Het Mineurslied is het officiŽle lied van het Korps, Regiment of Wapen der Genie(troepen). Het is niet enkel het lied van de mineurs onder de genisten - militairen die zich traditiegetrouw bezighouden met explosieven – maar hťt lied voor alle genisten.

Het Mineurslied is ook bekend onder de naam ‘De Kolonel Van Heemskerck van Beestmars’, ergens in de jaren 1915/’20 gecomponeerd door de eerste luitenant Jan Zwart ( 1877-1937). Het Mineurslied werd opgedragen aan de toenmalige commandant van het Korps Genietroepen, officier der genie Jonkheer Johan van Heemskerck van Beest (1862-1935).

Tijdens het spelen van het Mineurslied wordt onderstaande tekst, zoals dat heet: “staande gezeten” (met ťťn voet op een stoel, de andere op de grond), meegezongen door de genisten:

“Wij zijn de mineurs van het Nederlands leger,
En onze naam is overal bekend………Sodeju!

Wij dragen een jas met goudgehelmde knopen,
De pikhouweel is ons niet onbekend……… Sodeju!

En iedereen die mag het weten,
Wij krijgen vanavond uienrats te eten,
En moeder de wasvrouw staat aan de deur,
Dat is de roem van elk mineur,
Dat is de roem van elk mineur……… Sodeju!”

Het Mineurslied wordt door de genisten uit volle borst gezongen bij speciale gelegenheden. Het Mineurslied is te vinden op de genie-instructiekaart IK-GN-15.05.1748, uitgegeven door het Regiment Genietroepen op 1 november 1988.

Het is de traditie van de genie dat tijdens officiële gelegenheden een marketentster in historische kleding ten tonele verschijnt om, na het spelen en zingen van het Mineurslied, brandewijn te schenken uit een houten vaatje.

Terug naar Boven

 

MINIMAL MILITARY REQUIREMENTS

Minimale militaire behoeften. Wat een militaire eenheid tijdens een crisisbeheersingsoperatie (CBOps), Peace Support Operation (PSO) of Crisis Response Operation minimaal nodig heeft, zodat de eenheid aanvaardbare risico's loopt tijdens het operationeel optreden.

Deze Minimal Military Requirements worden gemeten naar:

tijdvak waarin de eenheid in het missiegebied is ontplooid

besluitvorming van de politiek aan de hand van het Toetsingskader

tevoren en gedurende de missie gemaakte risk-assessment (dreigings- en risico-analyse)

Terug naar Boven

 

MINIMI

Gefabriceerd door FN Herstal Liège in België. De Minimi is een luchtgekoeld, door gasdruk werkend licht machinegeweer voorzien van een verstelbare voorsteun. Het wapen, dat kan worden gedragen door één militair, wordt gevoed met bandgeschakelde munitie: NATO Standard SS 109 type 5.56 x 45 mm (.223 inch): 30-schots patroonmagazijn, 100-schots patroonbandtas, 200-schots patroonbandhouder of actiebanden van 50 patronen (de patronen komen in banden van 100 uit het munitiekistje).

Opengewerkt model van de Minimi

Het wapen, dat in 1982 in massaproductie is genomen, is door de Amerikaanse krijgsmacht geadopteerd als het M-249 Squad Automatic Weapon (SAW). De Minimi is met name in gebruik bij de infanterie-eenheden van de Koninklijke Landmacht, ter vervanging van de grotere en zwaardere MAG.

Specificaties:

gewicht

7,1 kilo

maximaal bereik

2430 meter

maximum effectieve dracht

800 meter

vuursnelheid

750 à 1000 schoten per minuut

Het standaardmodel heeft een lengte van 104 cm en een looplengte van 46,5 cm. De para-versie heeft een lengte van 91,5 cm (met uitgeschoven kolf) of 77,5 cm (met ingeschoven kolf), terwijl de looplengte 35 cm is. De para-versie met zijn inschuifbare kolf is zeer handelbaar.

De loop van de Minimi is gemakkelijk en snel te verwisselen. De onderhoudsmiddelen zijn opgeborgen in de handbeschermers.

Op de Minimi kan een Irbis-dagrichtkijker worden geplaatst, die overdag met kap erop kan worden gebruikt. Het vizier weegt 690 gram en vergoot 6 maal. De voeding van de dagrichtkijker vindt plaats met twee AA (penlite) batterijen.

Een schutter achter zijn Minimi

Para-model van de Minimi met inschuifbare kolf; rechtsonder de Irbis-dagrichtkijker.

Terug naar Boven

 

MINISTER VAN DEFENSIE

Afgekort: MinDef.

De minister van Defensie is, als lid van het kabinet, verantwoordelijk voor het algemene Defensiebeleid, politiek en militair, en de uitvoering daarvan.

Voor het Defensiebeleid, dat onderdeel is van zowel het nationale veiligheidsbeleid als van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid (NAVO, Europese Unie), draagt de minister van Defensie de eindverantwoordelijkheid.

Sinds 5 november 2012 is Jeanine Hennis-Plasschaert (VVD) minister van Defensie in het kabinet-Rutte II.

Hiermee is ze de eerste vrouwelijke minister van Defensie in de parlementaire geschiedenis van Nederland.

Daarvoor was mevrouw Hennis-Plasschaert onder meer lid van de Tweede Kamer en van het Europees Parlement.

De recente voorgangers van Jeanine Hennis-Plasschaert zijn:

    

Van

Tot

Minister

Partij

    

05-11-2012

heden

Jeanine Hennis-Plasschaert

VVD

14-10-2010

05-11-2012

drs. Hans Hillen

CDA

22-02-2007

14-10-2010

Eimert van Middelkoop

CU

27-05-2003

22-02-2007

Henk Kamp

VVD

12-12-2002

27-05-2003

Henk Kamp (interim)

VVD

22-07-2002

12-12-2002

mr. Benk Korthals

VVD

03-08-1998

22-07-2002

mr. Frank de Grave

VVD

22-08-1994

03-08-1998

prof. dr. ir. Joris Voorhoeve

VVD

04-03-1991

22-08-1994

Relus ter Beek

PvdA

06-02-1991

04-03-1991

drs. Jan Pronk (interim)

PvdA

07-11-1989

06-02-1991

Relus ter Beek

PvdA

23-09-1988

07-11-1989

mr. drs. Frits Bolkestein

VVD

06-09-1988

23-09-1988

drs. Piet Bukman

CDA

14-07-1986

06-09-1988

dr. Wim van Eekelen

VVD

04-11-1982

14-07-1986

mr. Job de Ruiter

CDA

11-09-1981

04-11-1982

mr. Hans van Mierlo

D66

25-08-1980

11-09-1981

dr. Pieter de Geus

CDA

08-03-1978

25-08-1980

dr. Willem Scholten

CDA

05-03-1978

08-03-1978

drs. Jan de Koning (interim)

CDA

19-12-1977

05-03-1978

dr. Roelof Kruisinga

CDA

31-12-1976

19-12-1977

mr. Bram Stemerdink

PvdA

11-05-1973

31-12-1976

ir. Henk Vredeling

PvdA

06-07-1971

11-05-1973

Hans de Koster

VVD

05-04-1967

06-07-1971

Willem den Toom

VVD

24-07-1963

05-04-1967

Piet de Jong

KVP

19-09-1959

24-07-1963

ir. Sim Visser

VVD

Zie ook: defensie en staatssecretaris van Defensie.

Terug naar Boven

 

MINUSMA

Multidimensionale Integrierte Stabilisierungsmission der Vereinten Nationen in Mali.
Mission multidimensionnelle intťgrťe des Nations Unies pour la stabilisation au Mali.

Voluit: United Nations Multidimensional Integrated Stabilization Mission in Mali. Nederlands: VN-multidimensionele geÔntegreerde stabilisatiemissie in Mali.

Missie van de Verenigde Naties in Mali waar vredeshandhavende en stabiliserende activiteiten samenkomen.

MINUSMA is bedoeld om de politieke processen in Mali te ondersteunen en stabiliserende taken ten behoeve van de veiligheidssector uit te voeren.

MINUSMA is voortgekomen uit resolutie 2100 van de VN-Veiligheidsraad 2100 (25 april 2013), waarin het mandaat voor MINUSMA is neergelegd. Volgens het mandaat mogen ruim 12.600 man, onder wie 11.200 militairen, aan de missie deelnemen.

MINUSMA is de opvolger van de African-led International Support Mission in Mali (AFISMA), in 2012 gevolmachtigd door de VN-Veiligheidsraad.

In januari 2013 startte de Franse krijgsmacht een militaire interventie in Mali: operatie SERVAL.

Het doel hiervan was het verdrijven van islamitische rebellen uit het noorden van Mali die bezig waren met een opmars richting de hoofdstad Bamako. Operatie SERVAL, gemachtigd door resolutie 2085 van de VN-Veiligheidsraad (20 december 2012), eindigde in juli 2014. Haar opvolger, de eveneens Franse operatie BARKHANE, bleef in het kader van escalatiedominantie achter de hand. Hierover zijn afspraken gemaakt met de VN.

De belangrijkste doelstellingen van MINUSMA zijn:

► Beschermen van de burgerbevolking en het VN-personeel

► Bevorderen van de mensenrechten

► Helpen beschermen van het cultureel erfgoed van Mali

► Meewerken aan de uitbreiding van het staatsgezag over het gehele land

► Ondersteunen van de levering van noodhulp, de uitvoering van het overgangsplan van de regering en inspanningen om oorlogsmisdadigers voor de rechter te brengen

► Stabiliseren van de belangrijkste bevolkingscentra

Wederopbouwen van de veiligheidssector

Ook voorzag de resolutie in de oprichting van de EU Training Mission in Mali (EUTM Mali) om de Malinese strijdkrachten op te leiden en te adviseren.

Nederland levert sinds april 2014 Ī 450 militairen aan MINUSMA. Het grootste deel van de Nederlandse militairen bevindt zich in Camp Castor in Gao (tevens sectorhoofdkwartier, ruim duizend km ten noordoosten van Bamako) of in Bamako zelf, waar zich ook het hoofdkwartier van MINUSMA bevindt.

Het merendeel van het Nederlandse personeel bestaat uit:

► Special Operations Land Task Group (SOLTG): Special Forces van het Korps Commandotroepen en het Korps Mariniers voor het verzamelen van inlichtingen, verdeeld over drie ploegen.

► Personeel voor de All Sources Information Fusion Unit (ASIFU) ten behoeve van het coŲrdineren en analyseren van inlichtingen. Om het belang van coŲrdinatie van militaire en civiele activiteiten te benadrukken, heeft Nederland onder meer twee civiele adviseurs (CivAds) van het ministerie van Buitenlandse Zaken gedetacheerd bij de ASIFU.

De materiŽle bijdrage bestaat onder andere uit vier Apache-gevechtshelikopters (verkennen, escorte, show of force, vuursteun en inlichtingen verzamelen) en drie Chinook-transporthelikopters (vooral voor MedEvacs).

Gezien de multidisciplinaire Nederlandse aanpak kan de deelname aan MINUSMA worden gezien als een praktijkvoorbeeld van samenwerken in de context van de geÔntegreerde benadering.

Halverwege 2015 zal de Nederlandse regering beslissen of - en zo ja: voor hoe lang - de bijdrage aan MINUSMA wordt verlengd.

Zie ook: Apache, Chinook, Comprehensive Approach (geïntegreerde benadering), escalatiedominantie, Korps Commandotroepen, Korps Mariniers, Medical Evacuation, stabiliserende activiteiten, Verenigde Naties, vredeshandhavende operatie, Twee Nederlandse militairen omgekomen in Mali (6 juli 2016) en Commandanten KCT en DHC willen weg uit Mali (15 september 2016).

Terug naar Boven

 

MISLEIDING

Tšuschung.
deception.
dťception.

In het gewone taalgebruik staat misleiding gelijk aan "op het verkeerde spoor brengen".

Misleiding is een actieve beschermingsmaatregel waarbij wordt gedaan alsof. Hierdoor wordt de opponent overgehaald om te handelen op een voor haar troepen gunstige wijze: ze krijgen daardoor meer vrijheid van handelen en kunnen mogelijkerwijs verrassend optreden.

Krijgslisten en misleiding zijn volgens het humanitair oorlogsrecht toegestaan, al is de scheidslijn tussenbeiden niet of nauwelijks te trekken.

Omdat misleiding ingewikkeld is, vraagt ze om coŲrdinatie op het hoogste niveau.

Daarnaast vereist misleiding inzicht in de denk- en handelswijze van de vijand.

Voorbeelden van misleiding zijn:

► CreŽren van schijnradionetten

► Bewust verspreiden van schijn- of valse informatie (desinformatie)

► Inrichten van schijngevechtsopstellingen (dummy positions)

► Leggen van schijnmijnenvelden

► Plaatsen van schijnopstellingen en -objecten (decoys)

► Versluieren van communicatie (encryptie)

► Wisselen van codewoorden, frequenties, roepnamen e.d.

Maskirovka, Russisch voor 'militaire misleiding', is afgeleid van "máska" (masker).

Maskirovka kenmerkt al eeuwenlang de Russische oorlogvoering, met een complex van maatregelen dat varieert van camouflage en desinformatie tot het bewust uitvoeren van valse manoeuvres. Welllicht te vergelijken met countersurveillance.

Een bekend voorbeeld is de Slag bij Kulikovo (Slag op het Snippenveld), 200 km zuidelijk van Moskou.

Op 8 september 1380 vocht Prins Dmitry met zijn 50.000 Russische strijders tegen 150.000 Tataar-Mongolen onder leiding van Khan Mamai. Prins Dmitry dekte zijn flanken, viel - tegen de verwachting van Khan Mamai - frontaal aan en behaalde de overwinning.

Het element verrassing speelt bij maskirovka altijd een hoofdrol.

Een recent voorbeeld is de annexatie van de Krim door Rusland, die begon op 27 februari 2014.

Uit het niets verschenen op de Krim zwaar bewapende "groene mannen" die - volgens Moskou - geen link hadden met het Russische leger. Echter, sinds de clandestiene operatie, formeel bedoeld om Sebastopol voor de Zwarte Zeevloot te behouden, valt de Krim feitelijk onder Russisch gezag.

 

Misleiding El Alamein

In WO II richtte het Britse leger de Camouflage Experimental Section op: een geheime eenheid van beeldhouwers, goochelaars, kunstexperts, ontwerpers, parfumeurs, schilders en anderen.Een van de kunstenaars is Jasper Maskelyne.

Als de oorlog uitbreekt, treedt hij in Londen op als illusionist. Hij meldt zich als vrijwilliger in het leger en stelt voor om het illusionisme in te zetten tegen de vijand.

Hoewel het opperbevel sceptisch is, wordt hij in Egypte aangesteld als camouflageofficier bij de genie. Binnen de speciale eenheid, 'The Magic Gang', doet hij er alles aan de Duitsers op alle fronten te misleiden: van het statisch opstellen van opgeblazen rubberen dummy-tanks en het vermommen van tanks als vrachtwagens tot het vervaardigen van zijden stafkaarten.

Dat zijn echter projecten die in het niet vallen bij het verleggen van de haven van AlexandriŽ in het noorden van Egypte.De Duitsers willen het geallieerde tegenoffensief saboteren door deze strategische haven, waar bijna al het materieel zal ontschepen, te bombarderen.

Vanuit de lucht is de haven een gemakkelijk doelwit. Maskelyne c.s. verplaatsen de kustlijn tot ± 1½ km ten westen van AlexandriŽ, naar Maryût, waar de kustlijn nagenoeg hetzelfde is.

Met doeken, lantaarnpalen en triplex bouwt het team in Maryût een replica die de echte haven van AlexandriŽ letterlijk naar de achtergrond doet verdwijnen en de vijandelijke bommenwerpers misleidt.

Een ander staaltje van illusionisme is het - tijdelijk en plaatselijk - laten verdwijnen van het Suezkanaal in de hoofden van de Duitsers. Dit doet Maskelyne door gebruik te maken van zoeklichten en draaiende spiegels.

Het klapstuk vindt echter plaats aan de vooravond van Montgomery's slotoffensief met het Britse 8e Leger tegen Rommel's Afrika Korps op 23 oktober 1942 (operatie LIGHTFOOT). In de nevenoperatie BERTRAM is op papier een schijnleger opgericht, met als enige bedoeling Rommel naar de woestijn 50 km ten zuiden van El Alamein te lokken.

Dit voorwenden van een compleet leger is het eerste deel van de apotheose: tegelijkertijd camoufleren Maskelyne en zijn collega's in het noorden, in een terrein zo glad als een biljartlaken, een compleet leger bestaande uit 150.000 man, 1.000 tanks en 1.000 kanonnen.

Zie ook: camouflage, elektronische oorlogvoering (EOV), emission control (EMCON), krijgslist, paradummy en radiostilte.

Terug naar Boven

 

MISSION CREEP

Vaak sluipenderwijs langzaam verschuiven van een militaire operatie ten opzichte van de organieke aanleiding of doelstelling. Hierbij zijn langzaamaan andere taken en werkzaamheden op zich genomen, uitgebreid of opgerekt – bijvoorbeeld civiele taken en werkzaamheden – waardoor het tevoren gestelde (mandaat, Rules of Engament, geweldsinstructie) uit het zicht dreigt te raken.

Belangrijkste oorzaken van mission creep zijn het mislukken van de operatie door te veranderlijke of niet (voldoende) transparant gestelde doelen of het irrationeel reageren op frustraties en teleurstellingen.

Als gevolg van mission creep wordt meer personeel en/of materieel naar het inzetgebied gestuurd, soms slechts vanuit de behoefte zichzelf in stand te houden of te bewijzen. Er is in elk geval sprake van een inbreuk op de organieke taak, waarbij het missiebeeld verschuift, bijvoorbeeld van ISAF naar Enduring Freedom of van SFIR naar Iraqi Freedom.

Task Force Harvest in Macedonië (2001) wilde koste wat kost een mission creep uitsluiten: bij lokale belemmering van de troepenmacht zou de Task Force de eigen eenheden lokaal hergroeperen, maar bij grootschalige hervatting van de vijandelijkheden zou de Task Force zichzelf terugtrekken uit het inzetgebied.

Het bekendste voorbeeld van mission creep is de Vietnam-oorlog: daar werd aanvankelijk slechts een kleine troepenmacht ontplooid, die later grote hoeveelheden personeel en materieel meesleurde om te proberen de vastgelopen operatie te redden.

Terug naar Boven

 

MISSION STATEMENT

Op 18 april 1994 is het Mission Statement van de Koninklijke Landmacht (KL) - vastgesteld door de Legerraad aan de hand van onderzoek en workshops ťn in nauwe samenwerking met het Haagse Public Relations-adviesbureau Burson Marsteller BV - gepresenteerd aan de generaals van de Koninklijke Landmacht.

Op zoek naar een leidraad voor de veranderingsprocessen als gevolg van de Prioriteitennota stelde de KL een Mission Statement op, dat motiverend en activerend moet werken.

In het Mission Statement staat wat de organisatie is; waarom ze bestaat (doel); hoe ze het doel denkt te bereiken (uitvoering) en wat haar belangrijkste normen en waarden (commitment) zijn.

Op 19 mei 1994 werden de diverse (onder)commandanten ingelicht.

Het Mission Statement bestaat uit vijf punten:

Terug naar Boven

 

M.I.S.T.

Acroniem dat een methode beschrijft voor een eenduidige communicatie ten behoeve van het overdragen en uitvragen van gegevens van traumapatiënten.

MIST is de standaard van de Stichting Opleidingen Scholing Ambulancehulpverlening (SOSA) in het Landelijk Protocol Ambulancezorg (LPA).

MIST wordt onder andere gehanteerd door ambulanceverpleegkundigen, verpleegkundigen op een Spoedeisende Hulp (SEH) en Algemeen Militair Verpleegkundigen. Bij een groot ongeval met meerdere slachtoffers is MIST minder bruikbaar, omdat de M dan bij elk slachtoffer gelijk is en onmiddellijk wordt begonnen met het ABCD-protocol (S):

M

Mechanism of injury
(ongevalsmechanisme)

Soort ongeval?
Hoog energetisch?
Aantal patiŽnten?
Man / Vrouw?
Leeftijd?
Bijzonderheden (oudere, zwangere, kind, bekend met ziekte)?

 

I

Injuries found and suspected
(vermoedelijk letsel)

 

 

S

Signs & Symptoms
(vitale functies: ABCD)

Airway
Vrij, niet vrij of geïntubeerd?
Zuurstofsaturatie (SpO2)?
Kooldioxidegehalte (CO2)?

 

Breathing
SufficiŽnt of insufficiŽnt?
Ademfrequentie?

 

Circulation
Stabiel of instabiel?
Frequentie?
Bloeddruk?

 

Disability
Alert? Verbal? Pain? Unresponsive?
Neurotrauma?
EMV (laagste score)?
RTS?
PTS?

T

Treatment given
(behandeling)

 

 

Daarnaast moet een overdracht tenminste de volgende relevante informatie bevatten: naam, geboortedatum (registratienummer), A.M.P.L.E., weersomstandigheden en vrijgekomen gevaarlijke stoffen.

Zie ook: Advanced Trauma Life Support (ATLS) en A.M.P.L.E.

Terug naar Boven

 

MITRAILLEUR .50 INCH BROWNING M2 HB

Ook geschreven als .50 BMG (Browning Machine Gun). M2 HB staat voor Modification 2 Heavy Barrel. In de VS bijgenaamd "Ma Deuce"

Mitrailleur .50 inch Browning M2 HB

De mitrailleur .50 inch Browning M2 HB, die ooit het grootste kleinkaliberwapen in de bewapening van de Koninklijke Landmacht was, staat in de militaire volksmond beter bekend als de “Punt 50” (naar het kaliber .50). Het is een luchtgekoeld wapen, waarmee zowel automatisch als schot voor schot kan worden gevuurd, maar het kan niet op veilig worden gesteld.

Het wapen wordt gebruikt tegen zowel grond- als luchtdoelen, beiden vanaf een affuit, met een effectieve dracht van respectievelijk 1.000 en 2.000 meter.

Na het uitfaseren van de Mitrailleur .50 inch Browning M2 HB, medio 1977/'78, is het snelvuurkanon 25 mm Oerlikon KBA in de bewapening gekomen.

  

gewicht loop

12,5 kg

gewicht patroontrommel 100 patronen

16 kg

gewicht wapen

38 kg

kaliber

.50 inch (12,7mm x 99 mm)

koeling

luchtgekoeld

lengte wapen

165 cm

maximale effectieve dracht

6.700 meter

vuursnelheid

450 schoten per minuut

Tijdens de besluitvorming over uitzending van Dutchbat naar voormalig Joegoslavië werd het hoofdgeschut van de YPR-Pantser Rup Infanterie (PRI) – het snelvuurkanon 25 mm Oerlikon KBA – vervangen door deze mitrailleur, waardoor de affuit niet meer afdoende werkte en de bewapening in de effect van een groot kaliber (van 25 mm naar 12,7 mm) minder robuust werd.

Schieten met een punt 50-mitrailleur vanaf een M-109 van 11 Afdeling Rijdende Artillerie.

Zie ook: Barrett M82-A1 snipergeweer.

Terug naar Boven

 

M.L.R.S.

Uitgeschreven: Multiple Launch Rocket System. Meervoudig raketlanceersysteem dat van 1988 tot 2004 in gebruik was bij 109 MLRS-batterij, officieel 109 Batterij Veldartillerie geheten. De batterij telde in totaal 22 MLRS-raketlanceersystemen.

M.L.R.S. in actie (© foto's linksboven en rechtsonder Liejon Schoot)

De opheffing van de MLRS was een gevolg van bezuinigingen. De Panzerhaubitze 2000 nam een aantal taken van de batterij over. Door het opheffen van 109 Batterij Veldartillerie kwam een einde aan de raketartillerie binnen de Koninklijke Landmacht.

De geschiedenis van de raketartillerie in Nederland begon in Nederland in 1959, toen de Honest John werd ingevoerd bij de 109 Afdeling Veldartillerie. De invoering van deze 30-inch ongeleide raket (8 meter 23 lang en 2.630 kg) lag in het verlengde van de NAVO-strategie van Massive Retaliation, die leidde tot de stationering van kernwapens in Europa. Het tactische kernwapen had een klein bereik (30 km) en was het eerste kernwapen waarover de Koninklijke Landmacht beschikte.

Niettemin bleven de zich vanaf 1962 in Nederland bevindende kernladingen (Atomic Demolition Munition) voor deze raket Amerikaans bezit. In 1968 verdwenen de Honest John-batterijen van 19 en 49 Afdeling Veldartillerie; 109 en 119 Afdeling Veldartillerie behielden vooralsnog de Honest John. De KL oefende met de Honest John zowel op de Truppenübungsplatz Grafenwöhr als de Truppenübungsplatz Bergen- Hohne in Duitsland.

In 1979 werd de Honest John vervangen door de overigens al in 1974 was aangekochte Lance, waarvan zes lanceerinrichtingen operationeel werden in de nieuw opgerichte 129 Afdeling Veldartillerie. Het bereik van de zelf-geleide Lance-raket – eveneens een tactisch kernwapen – was ruim 100 km, zodat voor schietoefeningen moest worden uitgeweken naar de NATO Missile Firing Installation (NAMFI) vlakbij de stad Chania op het Griekse eiland Kreta.

In 1988 werd vervolgens de MLRS, ontwikkeld door de U.S. Army, verworven. Voordeel van de MLRS was de hoge mate van (terrein)mobiliteit, omdat het (rups)voertuig zelf verrijdbaar was. Een salvo van de MLRS genereerde binnen één minuut 7.728 stuks subprojectielen, waarvan naar schatting slechts 15% blindgangers was.

Specificaties:

bemensing

3 personen

breedte

2 meter 97

brugclassificatie

26 ton

kaliber M27-raket

277 mm

leeggewicht

19.400 kg

lengte

6 meter 83

motor

8 cilinder diesel, 500 pk

munitie

2 x Launch POD Container

raketbereik

30 km

submunitie per M26-raket

644 x M77-subprojectiel

vuursnelheid

12 x M26-raket binnen ťťn minuut

In 2007 heeft Defensie alle 22 MLRS verkocht aan Finland. De bijbehorende 7.500 MLRS-raketten, die worden gerekend tot de clustermunitie, zijn in 2008 vernietigd door het Duitse bedrijf Nammo Buck GmbH.

Terug naar Boven

 

MOBIELE DRINKWATERINSTALLATIE

De mobiele drinkwaterinstallatie (MDI) is speciaal voor Defensie ontworpen door Promac BV.

De MDI is geplaatst op een vrachtauto 100 kN DAF YVZ-2300 (10-tonner) en ingedeeld bij de MDI-pelotons van 150 Gemengde compagnie (150 Gemcie). De KL telt zeven MDI's, waarvan er drie zijn ingezet tijdens de missie in Afghanistan (ISAF). De eerste inzet van de MDI was in 2002 tijdens de oefening RHINO DRWASKO van 13 Gemechaniseerde Brigade in Polen.

In de shelter van de 10-tonner bevindt zich alle apparatuur die nodig is om van water drinkwater te maken. Het proces is volledig geautomatiseerd. Er hoeft alleen op de chemicaliŽn en de filters te worden gelet.

De MDI is in staat oppervlaktewater te reinigen tot drinkwater dat afkomstig is uit waterputten (tot 100 meter diepte) en uit rivieren, kanalen, meren of waterbronnen met een laag zoutgehalte, ook als het voedingswater met bacteriën of nucleair, bacteriologisch of chemisch (NBC) vervuild is. De MDI kan zout water niet omzetten naar zoet water.

Het voedingswater wordt stapsgewijs tot drinkwater gemaakt:

► Allereerst wordt het water door een voedingspomp aangezo­gen en via een zelfreinigend filter van de grove delen (niet opgeloste deeltjes) ontdaan. Dit is de mechanische filtratie.

 

► Daarna wordt het water door acht ultrafiltratiemembranen gefilterd. De UF-membranen filteren de overgebleven zwevende (niet opgeloste) fijnere deeltjes uit het water. Deze deeltjes blijven in het filter achter. Het water uit de UF-modules wordt in een buffertank opgeslagen of wordt als bad- of waswater gebruikt. Als drinkwater is het dan nog niet geschikt.3.

 

► Om drinkwater te verkrijgen wordt het water vanuit de buffertank opgepompt en onder hoge druk (20 bar) gefilterd volgens het principe van omgekeerde osmose. Drie OO-membranen filteren eventueel aanwezige bacteriën, virussen, toxische stoffen en in het water opgeloste deeltjes (zouten). Het water, waarin stoffen zijn opgelost, stroomt onder druk door een filter dat wel de vloeistof maar niet de opgeloste deeltjes doorlaat. Het uit de OO-membranen afkomstige water wordt door een actief koolfilter geleid en daarna gechloreerd. Hierna is het geschikt is als drinkwater. De MDI levert zuiver H2O, reden waarom er geen smaak aan het water zit.

 
 

De MDI bevindt zich tussen de cabine en de shelter van de 10-tonner. De capaciteit om water te reinigen is 64.000 liter (kubieke meter, m³) per 24 uur. Per uur kan de MDI uit een opgepompte hoeveelheid van 10.000 liter een hoeveelheid drinkwater van 3.500 liter maken. Het overige water wordt geloosd als "brijn" water: afvalwater waarin nog zoutige bestanddelen zitten (brak water, pekelwater).

Daarmee is de MDI geschikt voor het functioneren op brigadeniveau, berekend naar het verbruik van drinkwater bij het optreden van een volledig inzetbare brigade (Ī 5.000 man).

De MDI is uitermate geschikt voor de inzet in gebieden waar de vraag naar schoon drinkwater groter is dan het aanbod en het reeds aanwezige water niet of minder goed geschikt is voor menselijke consumptie. Hierbij kan worden gedacht aan humanitaire ondersteuning bij natuurrampen, grote concentraties mensen (vluchtelingenkampen) en gebieden zonder eigen watervoorziening.

Specificaties:

breedte

2 meter 50

gewicht

12.500 kg

hoogte

3 meter 20

lengte

10 meter

uitrusting

aggregaten, drinkwateropslagtanks, kabelhaspels, koppelingen, slangen

voeding

2 aggregaten à 20 kW (waarvan 1 op aanhangwagen)

Terug naar Boven

 

MOBIELE SATELLIET KEUKEN

De combisteamers in de MSK

Afgekort: MSK.

Bij de Koninklijke Landmacht in 2004 ingevoerd kookprincipe voor het verwarmen van kant-en- klaarmaaltijden als opvolger voor de mobiele veldkeuken.

Het concept van grootschalige voedselbereiding door de MSK past idealiter binnen de fysieke distributie, maar de belangrijkste reden om de MSK in te voeren was voedselveiligheid – onder andere in het kader van de Hazard Analysis Critical Control Points (HACCP).

De MSK bestaat uit een container met twee combisteamers, waterboiler, 35 thermoboxen voor het warm houden van voedsel en 20 thermoboxen voor het warm houden van water.

In de MSK kunnen kant-en-klaarmaaltijden in gestandaardiseerde porties worden verwarmd en kan brood worden afgebakken. In elke combisteamer van de MSK passen maximaal 40 componenten.

Deze componenten zijn 18 verschillende soorten zetmeelproducten, 28 verschillende soorten groente en 34 verschillende vleesproducten – te combineren door de keukengroep.

Het voedsel – dat binnen de MSK wordt gebruikt – wordt door een externe leverancier na de bereiding ingevroren en geportioneerd. Wanneer de maaltijd gebruikt moet worden, worden de componenten in een combisteamer in 2 uur tijd met hete lucht en stoom geleidelijk opgewarmd (geregenereerd). Hierdoor blijft de voedingswaarde kwalitatief optimaal behouden.

Dankzij de MSK krijgt de militair op oefeningen en uitzendingen in elk geval géén vers bereide maaltijden meer.

Onder het resultaat van een maaltijdcomponent in het kader van het 'ontkoppeld koken'

De logistieke aanvoer van de MSK-maaltijden is een knelpunt of uitdaging. De handeling van grote hoeveelheden kant-en-klaarmaaltijden via luchttransport is (nog) niet mogelijk door het ontbreken aan actieve koeling in transportvliegtuigen. Bij interrupties in de logistieke lijn moet worden teruggevallen op de verstrekking van gevechtsrantsoenen.

De MSK is voor de eerste maal tijdens een oefening beproefd op het oefenterrein Vogelsang en voor het eerst in uitzendgebied tijdens de missie Stabilisation Force Iraq (SFIR) in Irak.

De nieuwe manier van voedselbereiding in de MSK levert de volgende voordelen op:

► een kwalitatief beter, hygiŽnischer en neutraler product
► koks en chef-hofmeesters kunnen zich richten op het klaarmaken van salades, soepen e.d.
► meer variatie in de maaltijden
► minder afval
► voedsel ter plaatse prepareren is niet meer nodig

Zie ook: H.A.C.C.P. en mobiele veldkeuken (MVK).

Terug naar Boven

 

MOBIELE VELDKEUKEN

FeldkŁche.
field kitchen.
roulante militaire.

Afgekort: MVK. Voluit: veldkeuken AW 57/5.

De mobiele veldkeuken in bedrijf.

Op een aanhangwagen vervoerde kookinrichting voor het prepareren en koken van maaltijden te velde. Met de MVK kunnen tijdens oefeningen e.d. zowel verse maaltijden worden bereid als de blikken van de gevechtsrantsoenen worden verwarmd in de kookketels met water.

In principe hadden, vóór de invoering van de fysieke distributie, eenheden van bataljonsgrootte en zelfstandige compagnieën minimaal één eigen keukengroep met een MVK. Na het bereiden wordt het voedsel ter plaatse genuttigd of opgevoerd met behulp van warmhoudende gamellen met een roestvrijstalen binnenzijde.

De MVK – die drie kookketels (70, 85 en 100 liter) en een braadslede van 45 liter telt – werkt middels het vergassen van brandstof (benzine, diesel of kerosine). De MVK is de opvolger van de FKH-900, die was voorzien van drie dubbelwandige roestvrijstalen kookketels van elk 150 liter én een braadslede van 60 liter, samen afdoende voor het koken voor 250 militairen (compagnie+).

De FKH-900, voorloper van de MVK

Zie ook: H.A.C.C.P. en mobiele satelliet keuken (MSK).

Terug naar Boven

 

MOBIEL STRAALVERBINDINGSSTATION

Afgekort: MSVSN. Het voertuig is een DAF YSZ-2300, 120kN. OfficiŽle naam: KL/MRC-2500.

Tactisch voertuig dat kan worden ingezet als deel van een straalverbindingsnetwerk of bij een commandopost/hoofdkwartier. De antennemast wordt hydraulisch opgezet met een minimale hoogte van 10 meter en een maximale hoogte van 26 meter.

Bij transport ligt de mast over de cabine van het voertuig. Het opzetten van de 'snelle mast' duurt slechts zes minuten; het totale systeem is in ± vijftien minuten operationeel.

De MSVSN beschikt over twee straalzenders, is binnen tien minuten na aankomst operationeel gereed zonder tuidraden, heeft de beschikking over een ingebouwd generatoraggregaat van 6 kW en weegt in totaal 25.500 kg.

Binnen de Koninklijke Landmacht zijn twee van dergelijke voertuigen. De bemensing bestaat uit drie personen: chauffeur/bedienaar, bedienaar en sergeant-postcommandant.

Terug naar Boven

 

MOBILE AIR OPERATIONS TEAM

Afgekort: MAOT.

Onderdeel van het Defensie Helikopter Commando (DHC).

Het MAOT - een groep specialisten van de Koninklijke Luchtmacht - is verantwoordelijk voor het verkennen, inrichten en bemannen van de tijdelijke landingsplaats van helikopters (landingssite) en het prepareren (strappen en aanhaken) van de externe lading van helikopters.

(Tijdens ernstinzet met operaties worden verkenningen van landingssites uitgevoerd door een MAOT of een Helicopter Handling Instructor.)


Bij de verkenning van een landingssite - of Forward Arming and Refeulling Point (FARP), Forward Operating Base (FOB) of Staging Area - maakt het MAOT niet alleen gebruik van kaarten en luchtfoto's maar kijkt, indien mogelijk, ter plaatse of het terrein geschikt is. Ook bepaalt het MAOT de invliegroute van de helikopter en coŲrdineert vanaf de grond zowel de inzet van de helikopter als die van de grondeenheid.

Tot slot blijf een van de in drievoud opgemaakte kopieŽn van het passengersmanifest op de grond achter bij het MAOT of de Helicopter Handling Instructor; de twee andere kopieŽn zijn voor de chalk- en helikoptercommandant.

Het MAOT werkt zowel als toezichthouder op de landingssite (als tijdelijke luchtverkeersleiding) als direct onder de helikopter.

In vijandelijk gebied, aan de ontvangende kant in de Area of Operations, verrichten de pathfinders van 11 Luchtmobiele Brigade de MAOT-taken ('groene MAOT's).

In principe zorgt de 'blauwe MAOT', een van de organieke teams van de KLu, ervoor dat personeel en materieel veilig worden verzonden.

MAOT en pathfinders zijn vitale schakels voor het veilig transporteren van pax en cargo door de helikopters van het DHC en cruciaal voor het luchtmobiel optreden van de Nederlandse krijgsmacht.

De te prepareren underslung-lading kan bijvoorbeeld bestaan uit een bambi-bucket (fire-bucket), mortier, netlading, pallet(box) met een losse lading of een voertuig.

Embleem van de MAOT's van de Air Task Force van de International Security Assistance Force (ISAF) in Afghanistan.

Zie ook: 11 Luchtmobiele Brigade, Area of Operations, bambi-bucket (fire-bucket) , chalk, Defensie Helikopter Commando (DHC), Forward Arming and Refeulling Point (FARP), Forward Operating Base, Helicopter Handling Instructor (HHI), landingsite (landingpoint), pathfinder, Staging Area en underslung.

Terug naar Boven

 

MOBILE COMBAT TRAINING CENTRE

De laptop waarmee de observer/trainer het outdoor trainen op locatie kan volgen.

Afgekort: MCTC.

Voorbeeld van een geavanceerd onderwijsleermiddel (GOLM).

Tactisch outdoor trainingssysteem, geleverd door het Zweedse SAAB Training Systems AB waarmee sinds 2003 door de Gevechtstrainingschool (GTS) van het OTC Manoeuvre wordt gewerkt. De individuele militair krijgt een harnas en helmband met laserogen omgehangen.

MCTC ondersteunt het realistisch geïnstrumenteerd trainen van gevechtseenheden en een evaluatie van oefeningen die weinig tot geen ruimte laten voor discussie: alle acties worden geregistreerd en onvolkomenheden blootgelegd.

De technologische mogelijkheden in de hard- en software van het Mobile Combat Training Centre-systeem zijn vele malen uitgebreider dan het Multiple Integrated Laser Engagement System (MILES).

MCTC is een add-on systeem: de eenheid maakt gebruikt van zijn eigen systemen, voertuigen en wapens, waaraan laserpuls-genererende detectoren, modules en sensors worden toegevoegd.

De persoonlijke wapens en voertuiggebonden wapens zijn uitgerust met een laser.

Het laseroog op het harnas van de te oefenen militair registreert of hij/zij is getroffen.

Ook wordt ieder individu in combinatie met zijn/haar ID smartcard en wapensysteem of voertuig tijdens uitgifte van de simulatoruitrusting – voorzien van een chip met een unieke code – door de computer aan elkaar gekoppeld zodra de militair zijn MCTC-systeem ophaalt en langs een detectiepoort beweegt.

Daar komt bij dat iedereen en elk voertuig dat zich op het gevechtsveld bevindt is toegerust met navigatie volgens het Global Positioning System (GPS). Hierdoor is Exercise Control (EXCON) op elk moment tot op het coördinaat nauwkeurig precies op de hoogte van de locatie van iedere observer/trainer (O/T), speler en voertuig.

Terug naar Boven

 

MOBILISATIE

Mobilmachung.
mobilization.
mobilisation.

Letterlijk: beweeglijk maken van een leger. Het in staat van paraatheid brengen van de krijgsmacht bij het vermoeden dat spoedig een oorlog kan uitbreken. Feitelijk de overgang van vredes- naar oorlogstoestand van de eigen strijdkrachten. Te verdelen in gedeeltelijke mobilisatie (van krijgsmachtdelen of eenheden) en algemene mobilisatie (van de gehele krijgsmacht).

Hierbij wordt onder meer reserve- en dienstplichtig personeel dat met verlof is in actieve dienst onder de wapenen teruggeroepen. Ook worden strategische locaties veiliggesteld en in de burgermaatschappij voertuigen, voorraden en zelfs bedrijventerreinen gevorderd.

In verband met de dreiging van een oorlog tussen Duitsland en Frankrijk kondigde Nederland op 16 juli 1870 de mobilisatie af. Drie dagen later brak de Frans-Duitse oorlog uit, waarna Nederland zich neutraal verklaarde. De mobilisatie van 1870 verliep zo chaotisch dat de Minister van Oorlog, generaal J.J. van Mulken, in 1871 moest aftreden.

Op 1 augustus 1914, de dag van de Duitse oorlogsverklaring aan Rusland, kondigde Nederland een algemene mobilisatie af ter verdediging van zijn neutraliteit. Tijdens de Eerste Wereldoorlog hield de Nederlandse krijgsmacht zich hoofdzakelijk bezig met bewakingsdiensten, handhaving van de openbare orde (voedselrellen) en opvang van de vluchtelingen uit België.

In verband met de dreiging van een invasie van Duitsland kondigde het tweede kabinet van premier Dirk Jan de Geer op 28 augustus 1939, drie dagen vóór de Duitse inval in Polen, opnieuw een algemene mobilisatie af.

De regeringspersdienst liet weten: "Ten einde ten volle voorbereid te zijn op den plicht, welke op Nederland zou rusten om, in geval dat, tegen alle nog bestaande hoop in, een gewapend conflict in het buitenland mocht uitbreken, onze onzijdigheid naar alle zijden met alle ter beschikking staande middelen te handhaven, heeft de Regeering gemeend niet langer te mogen wachten met het nemen van den uitersten voorzorgsmaatregel en is daarom thans het bevel gegeven tot mobilisatie van leger en vloot."

Hiermee werd de paraatheid van de manschappen opgevoerd tot in totaal 280.000. De internationale spanningen leidden tot de Tweede Wereldoorlog.

Na WO II volgde een decennialange periode van Koude Oorlog; in haar kadermilitieleger had Nederland met afgezwaaide dienstplichtigen steeds een groot aantal te mobiliseren militairen virtueel onder de wapenen.

Het tegenovergestelde is demobilisatie.

Terug naar Boven

 

MOBILISATIECOMPLEX

Mob-complex. Duits: Mobilmachungs-depot; Mobilmachungs-stützpunkt. Engels: mobilization complex; mobilization base. Frans: complexe de mobilisation. Afgekort: mobcplx.

Magazijnlocatie of een complex van magazijnen waar de uitrusting en voorraden van – in tijd van (dreigende) oorlog – te mobiliseren eenheden, reserve-eenheden of de reservecomponent van parate eenheden in opleg wordt gehouden.

Tot de uitrusting en voorraden die er gestald werden, behoorden kleding, voertuigen en wapens. De aanwezige goederen werden weliswaar niet gebruikt maar wel degelijk onderhouden in een daartoe aanwezige onderhoudsfaciliteit.

Tijdens de Koude Oorlog lag in de ruim 100 mob-complexen in Nederland de uitrusting van alle militairen die in geval van mobilisatie konden worden opgeroepen. Om praktische (reductie van de logistiek) en strategische (minder kwetsbaar voor vijandelijke luchtaanvallen) redenen, lagen deze mobilisatiecomplexen niet ver uit de buurt van kazernes. Op onregelmatige tijdstippen voerden infanteriebeveiligingscompagnieën patrouillegang uit op en rond de mob-complexen.

De mob-complexen werden vanaf 1956 in Nederland gebouwd ter verdediging van invallen vanuit de Sovjet-Unie en bleven tot ± 2000 in bedrijf. In verband met de beëindiging van de Koude Oorlog stootte het Ministerie van Defensie vele tientallen mob-complexen af.

Daarnaast waren er, eveneens verspreid over Nederland, diverse munitiebunkers en brandstofopslagplaatsen, die een snelle mobilisatie mogelijk moesten maken.

Zo bevonden zich in het tijdvak 1956-2000 in elk geval mobilisatiecomplexen in:

Alverna, Baarle-Nassau, Bathmen, Benschop, Bergen (N-H), Best, Bussum, De Bilt, Deurne-Vlierden, Dongen, Egmond aan de Hoef, Elsendorp, Elst-Rhenen, Fort aan de Bakkerskil, Fort aan de Klop, Fort aan de Uppelse Dijk, Fort bij Aalsmeer, Gorinchem, Grave, Harderwijk, Harskamp, Heesch, Hoenderloo, Hoogland, Jaarsveld, Kampen, Klarenbeek, Langenboom, Lieshout, Loosdrecht, Lopik, Maartensdijk, Maasland, Mijdrecht, Mill-Noord, Nistelrode, Odijk, Oudemolen, Purmerend, Rips-Oploo, Rucphen, Schaik, Sleeuwijk-Werkendam, Soesterberg, Spoordonk, Tilburg, Uitgeest-Station, Valkenswaard, Veldhuizen, Venray, Vlierden, Vlissingen, Voorschoten, Voorthuizen, Wanroij, Weert, Weesp, Wezep, Wilp, Ysselsteyn en Zeeland.

Terug naar Boven

 

MOCKINGBIRD

Letterlijk: spotlijster. Officieel: Visual Identification Projector (VIP) infrarood stroboscooplicht.

Op de helm te dragen systeem van Combat Identification (Combat ID) dat zowel de situational als shared awareness tijdens gevechtsacties en patrouilles verbetert. Hierdoor wordt ook de kans op burgerslachtoffers en het risico van wapeninzet op eigen eenheden (friendly fire) verminderd.

Mockingbird is een systeem voor grondgebonden eenheden, waardoor positieve visuele identificatie vanuit de lucht maar ook onderling op de grond mogelijk is.

Hierdoor kan nauwkeurig worden bepaald waar vriendschappelijke eenheden, vijanden en neutrale/onbekende eenheden zoals burgers en NGO's zich bevinden.

Het systeem, dat werkt op één 3 Volt-lithiumbatterij, is te land zichtbaar over een afstand van bijna 5 km (in het donker) en 10 km in de lucht. Met behulp van vijf witte Light Emitting Diodes (LED’s) van 10 mm – centraal en in alle windrichtingen geplaatst – produceert het in een frequentie van zestig maal per seconde een constant infrarood flitslicht. De Mockingbird weegt, inclusief batterij, 110 gram.

Bij een incident, op 12 januari 2008 tijdens de operatie Kapcha As in het gebied rond Deh Rawod in Uruzgan, kwamen twee Nederlandse militairen (soldaat Wesley Schol en korporaal Aldert Poortema) en twee Afghaanse militairen door friendly fire om het leven.

Terug naar Boven

 

MOCK-UP

Schaalmodel op ware grootte waarmee de skills en drills van het helikopteroptreden kunnen worden gesimuleerd. Bij de Helikopter Instructie Groep (HIG) van 11 Luchtmobiele Brigade vindt ook de opleiding van personeel dat vanuit helikopters moet kunnen fastropen en abseilen onder andere vanuit mock-ups plaats.

Voorbeeld van een mock-up in een gemodificeerde container. De rijplaten dienen om voertuighandelingen met transporthelikopters te beoefenen.

Het nabootsen van de werkelijkheid kan gebeuren aan de hand van een gelijkend schaalmodel voorzien van een realistische inrichting (Chinook, Cougar), maar ook aan de hand van een of meerdere containers.

Terug naar Boven

 

MODELDECORATIE

Ook genaamd: grootmodel(onderscheiding) of modelversiersel.

Modeldecoraties worden voor alle militairen gedragen op het voorgeschreven tenue. Bij het Dagelijks Tenue is dit 'DT2'.

De versierselen zijn militair opgemaakt: hangend aan een lint van de modeldecoratie, waarbij de bovenzijde van het lint zich op de hoogte van de okselholte moet bevinden. Militair opgemaakte modeldecoraties moeten in de volgorde worden gedragen die is omschreven in het 'Besluit draagvolgorde onderscheidingen', waarbij de onderscheiding met het laagste rangnummer het dichtst bij het hart wordt gedragen (artikel 1). De onderscheiding met het laagste rangnummer (1) is de Militaire Willems-Orde.

De modeldecoraties worden gedragen op de linkerborst van het DT, waarbij de bovenzijde van het lint zich even boven het midden van de borstzak bevindt. Uitzonderingen op deze regel zijn de versierselen die behoren bij het Grootkruis, de Grootofficier en de Commandeur.

Indien twee of meer modeldecoraties worden gedragen, moeten deze zijn bevestigd aan een decoratiegesp, waarbij de modeldecoraties elkaar gedeeltelijk mogen bedekken. Uitzondering hierop is de hoogste onderscheiding, die in zijn geheel zichtbaar moet worden gedragen: deze bevindt zich het meest rechts ("het dichtst bij het hart"), d.w.z. aan de zijde van de jassluiting.

Indien bij een ceremonie een modeldecoratie wordt uitgereikt, is het toegestaan dat de decorandus (te decoreren militair) uitsluitend op deze dag de modeldecoratie op het GVT draagt.

Op het militair tenue mag slechts ťťn rij modeldecoraties worden gedragen, ongeacht het aantal decoraties dat de militair gerechtigd is te dragen. De rij modeldecoraties aan de decoratiegesp mag niet langer zijn dan de afstand tussen de linkerschoudernaad en de uiterste rand van het linkeruniformpand. Hierbij mag de eerste decoratie zo nodig de revers overlappen.

Indien het aantal modeldecoraties te groot is om op ťťn rij te worden gedragen, moet de militair zich tot het dragen van een kleiner aantal beperken; in dit kleiner aantal dienen in ieder geval de door of vanwege Zijner Majesteit de Koning verleende modeldecoraties te zijn opgenomen.

Indien een giberne of nestels worden gedragen, dan zijn deze over de modeldecoraties dan wel over het lint van het Grootkruis heen bevestigd.

In de staat van dienst van de werknemer bij Defensie staan alle geregistreerde onderscheidingen genoemd die hij/zij in ieder geval gerechtigd is te dragen.

Een voorbeeld van een modeldecoratie is de Herinneringsmedaille Vredesoperaties (HVO), ingesteld bij Koninklijk besluit van 23 maart 2001. De medaille verving de Herinneringsmedaille VN-Vredesoperaties en de Herinneringsmedaille Multinationale Vredesoperaties.

De HVO wordt toegekend als beloning voor de militair die gedurende minimaal dertig dagen aaneengesloten heeft deelgenomen een vredesoperatie en bij zijn deelname in alle opzichten een goede plichtsbetrachting en een goed gedrag heeft betoond.

Sinds 2005 is de medaille ook opengesteld voor Nederlandse politieambtenaren; sinds 2013 tevens voor civiele experts.

Zie ook: baton, Dagelijks Tenue (DT) en Militaire Willems-Orde.

Terug naar Boven

 

MOEDERS

Mevrouw Maria Lubertha Christina Dijken werd geboren op 23 september 1912 en trouwde met de latere bataljonscommandant van het 3e Bataljon Regiment Stoottroepen (3 RS) tijdens de Politionele Acties in voormalig Nederlands-IndiŽ: luitenant-kolonel P.J. Cornelissen.

Mevrouw M.L.C. Cornelissen-Dijken.

De overste Cornelissen was van 1 september 1946 tot aan zijn overlijden op 22 maart 1948 commandant van 3 RS.

Op verzoek van haar man bezocht mevrouw Cornelissen tijdens de uitzending van haar echtgenoot in Nederlands-IndiŽ, in Nederland de familie van gesneuvelde en gewonde militairen van het bataljon.

Ook na het overlijden van de overste Cornelissen in Nederlands-IndiŽ, is ze haar hele leven doorgegaan met het bezoeken van (oud-)Stoottroepers die door omstandigheden in de problemen waren geraakt.

Daarnaast bezocht ze oefeningen en schietseries en stuurde ze vele lekkernijen op naar uitzendgebieden.

Voor haar verdienstelijke werk ontving Moeders een Koninklijke Onderscheiding: bij Koninklijk Besluit nummer 38 van 8 april 1965 werd mevrouw Cornelissen benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau.

Mevrouw Cornelissen overleed op 25 juni 2000 op 87-jarige leeftijd.

Op de Johan Willem Friso-kazerne in Assen, thuisbasis van het Regiment Stoottroepen Prins Bernhard, bevindt zich recht tegenover de ingang van het museum het Mevrouw Cornelissenplein.

Zie ook: website Bond van Oud-Stoottroepers en Stoottroepers (externe link).

Terug naar Boven

 

MOED - TOEWIJDING - VEERKRACHT

Afgekort: MTV.

In 2014 geÔntroduceerde kernwaarden waar de militair van de Koninklijke Landmacht voor staat en zich in dient te herkennen: moed, toewijding en veerkracht.

Steunpunt voor de vorming van militairen, evenals de visie van de KL en het credo van de landmachtmilitair.

Terug naar Boven

 

MOGOS

Voluit: Mobiel Operationeel Geneeskundig Operatiekamersysteem.

Het MOGOS was een snel ontplooibaar, mobiel en licht-chirurgisch operatiekamersysteem, binnen de Koninklijke Landmacht organisatorisch ingedeeld als Role 2 Medical Treatment Facility binnen 400 Geneeskundig Bataljon.

De MOGOS-configuratie uitgebouwd op de Generaal Spoorkazerne, thuisbasis van 400 Geneeskundig Bataljon dat de MOGOS-eenheden herbergt.

Op 30 oktober 2015 is het MOGOS uitgefaseerd. De drie MOGOS-compagnieŽn namen afscheid van hun containers, met uitzondering van de EN-container (aggregaat). Technologische ontwikkelingen verouderden het systeem; tijdens periodieke keuringen moesten steeds vaker onderdelen worden vervangen.

Het MOGOS-hospitaal kon in zeer korte tijd, overal ter wereld, met uitzondering van het arctisch gebied, worden ingezet.

Het MOGOS wordt vervangen door het opblaasbare tentsysteem van de polyvalente onderkomens (POON). Ook het POON bestaat uit koppelbare delen met een geavanceerd klimaat-, energie-, en filtersysteem. De tenten zijn lichtgewicht en maken een flexibele inrichting mogelijk.

Het MOGOS bestond uit dertien 20 ft-containers gekoppeld door flexibele verbindingsstukken en loopbruggen. In transporttoestand is de container 6 meter 05 lang, 2 meter 43 breed en 2 meter 43 hoog.

Airconditioning-shelter

AI

1

Energie-shelter (aggregaat)

EN

1

Materiaalopslag-shelter

MA

1

Radiologie-shelter (rŲntgen en echografie)

RO*

1

Operatiekamer-shelter

OK*

2

Pre-/Post-shelter

PP*

3

Koppelcontainer (in elkaars verlengde geplaatst als ruggengraat)

KO

4

TOTAAL

 

13

 

 

 

* Uitschuifbare containers. De breedte van deze containers neemt in uitgeschoven toestand toe met 1 meter 94 tot 4 meter 38. Daardoor ontstaat een oppervlaktevergroting van 20 m².
  

Alle containers bij elkaar beslaat de MOGOS-configuratie een oppervlakte van 55 bij 65 meter.

De 20 ft-containers worden vervoerd op een YWZ-2300 voertuig met een eigen laad- en losinrichting: het wissellaadsysteem (WLS). De vrachtauto 100 kN 6x6 DAF YWZ-2300 WLS MOGOS heeft een X-frame voor het op- dan wel afzetten van de container.

Voor ingebruikneming van een MOGOS worden de containers door de chauffeurs op de grond geplaatst, waarna met behulp van in de containers aangebrachte steunpoten de configuratie elektronisch waterpas kan worden gezet (auto-nivelleersysteem).

Ter vergroting van de werkruimte worden bij sommige containers de zijwanden handmatig uitgeschoven. De maximale stabiliseringshoogte bedroeg 60 cm.

YWZ-2300, geschikt voor wissellaadsystemen.

De containers hebben harmonicaverbindingsmoffen om de containers met behulp van balgen en loopbruggen onderling aan elkaar te kunnen koppelen. Verdere koppeling van systemen vindt plaats door middel van datacommunicatie- en voedingskabels en koppelslangen voor koel- en verwarmingswater, drinkwater en medicinale gassen.

In de containerconfiguratie zijn alle apparatuur en leidingen ten behoeve van brandstof (voor aandrijving van het generatoraggregaat), zuurstof (voor beademing van de patiŽnten), perslucht (voor allerlei medische apparatuur) en water ingebouwd.

De overloop tussen de containers wordt afgeschermd door een balg en een afdekzeil, zodat een aaneengesloten ruimte ontstaat waarin een gelijkmatig (overdruk) klimaat kan worden bereikt. Daardoor beschikte het MOGOS ook over een overdruksysteem tegen Chemische, Biologische, Radiologische en Nucleaire (CBRN) wapens.

In principe kon een MOGOS binnen 2 uur na aankomst op de plaats van inzet bedrijfsgereed zijn.

Het MOGOS heeft zijn diensten bewezen in 2003 op Kabul International Airport (ISAF) en vanaf 2004 twee jaar in het Iraakse Samawah (SFIR). Ook in Nederland werd het gecontaineriseerde veldhospitaal ingezet.

Na de inzet van het MOGOS in ISAF in Afghanistan, bevond het MOGOS zich van 2003 tot 2005 op het Nederlandse Camp Smitty in As Samawah tijdens de missie Stabilization Force Iraq (SFIR).

Vanwege de aanwezigheid van de multiresistente Acinetobacter baumannii-bacterie (MRAB) in het Medisch Centrum Twente ontplooide 472 MOGOS-compagnie in januari 2008 op de parkeerplaats van het Enschedese ziekenhuis een Intensive Care van het MOGOS.

De tijdelijke IC telde zes units met elk twee bedden.

HISTORIE

In de gewijzigde behandel- en afvoerdoctrine van 1(GE/NL)Corps, destijds beschreven in de studie ‘Legerkorps Geneeskundige Dienst’ (1 juli 1997), werd onderscheid gemaakt in de afvoer van P1- en overige gewonden.

P1's worden in principe direct vanaf de Role 1 MTF afgevoerd naar de Role 3 MTF.

Om te voldoen aan de 2-uurs eis van de NAVO vindt dit plaats met helikopters voor luchtgewondentransport (Dedicated MEDEVACs), maar wanneer de afvoer van P1 door de lucht (tijdelijk) niet mogelijk is, moet een MTF voorwaarts worden ontplooid. Dat element moet mobiel en snel gebruiksgereed zijn. Omdat de statische, in tenten ondergebrachte hospitaaleenheden niet meer aan deze eisen voldeden, koos de KL voor het MOGOS.

Bijkomend voordeel was dat adequate behandeling tijdens out of area-optreden en daarmee gepaard gaande extreme klimatologische omstandigheden mogelijk is.

Het MOGOS kon de manoeuvre op brigadeniveau ondersteunen.

In het kader van de algemene verdedigingstaak (AVT) werd het MOGOS gecoloceerd aan de verbandplaats van de Geneeskundige Compagnie, die immers geen operatiekamercapaciteit (meer) had. Tijdens het aanvallend of vertragend gevecht zou het MOGOS zich, in verband met het Golden Hour, zo dicht mogelijk in de buurt van de manoeuvre maar vůůr het achterwaarts gelegen hospitaal moeten bevinden.

Op 5 december 1995 sloot het Ministerie van Defensie met Fokker Special Products B.V. de overeenkomst voor de levering van vier MOGOS-configuraties (-dorpen). De kosten bedroegen bijna € 38 miljoen.

De End Life of Type (ELOT, verwachte levensduur) was vastgesteld op maximaal 20 jaar. Gelet op de invoering van de laatste MOGOS-configuratie in 2000 was het einde van de levensduur bepaald op 2020. Uiteindelijk is dit 2015 geworden.

De invoering van het MOGOS is beschreven in Legerplan 1116 (Oprichting 470, 471, 570 en 571 MOGOSpeloton), waarmee de BLS op 12 april 1999 instemde. Medio 1997/'98 stroomden vier MOGOS-configuraties in: drie bij de operationele hospitaalcompagnieŽn en een als tactische reserve en ten behoeve van Opleiding & Training:

420 Hospcie

470 MOGOS-peloton

421 Hospcie

471 MOGOS-peloton

422 Hospcie

570 MOGOS-peloton

Het mobilisabele 571 MOGOS-peloton is in 2004 opgeheven.

Als gevolg van veranderingen binnen de (Geneeskundige Dienst van de) Koninklijke Landmacht en het optreden in het kader van de NATO Response Force (NRF) reorganiseerden de MOGOS-pelotons in 2005/'06 tot MOGOS-compagnieŽn.

Verantwoordelijk voor het aansluiten, inschakelen, in bedrijf houden, uitschakelen en ontkoppelen van de verschillende technische systemen in het MOGOS is de Nutsvoorzieningenploeg. De Nutsvznplg, die ook verantwoordelijk is voor het gebruikersonderhoud van het MOGOS, bestaat uit militairen van het dienstvak Technische Dienst.

Zie ook: 20 ft-containers (20-voet-container), Afscheid van MOGOS (19 oktober 2015), Fysieke Distributie, Golden Hour, luchtgewondentransport, NATO Response Force (NRF), Opleiding & Training, P-classificatie, Scania vrachtauto 165 kN 8X8 WLS en wissellaadsysteem.

Terug naar Boven

 

MOLOTOV-COCKTAIL

Synoniemen: benzine- of brandbom.

Een voor de helft tot maximaal tweederde met brandbare stof gevulde fles die via een lont of lap stof in de – liefst zo lang mogelijke - hals van de fles wordt ontstoken.

Voordat de fles gebruikt wordt als molotov-cocktail even op z'n kop houden, opdat lont of lap goed doordrenkt raken met de brandstof. Het deel van lont of lap dat uit de hals steekt, wordt in brand gestoken, waarna de fles wordt weggeworpen in de richting van het gewenste doel. In plaats van lont of lap kan ook uitgeharde klei of kauwgom worden gebruikt met een lont er doorheen.

Deze simpele maar doeltreffende 'bom' werd als eerste door de Finnen gebruikt als antitankwapen in de Winteroorlog tussen de Sowjet-Unie en Finland. De Finse militairen noemden de benzinebom spottend naar de toenmalige Minister van Buitenlandse Zaken van de Sowjet-Unie, Vyacheslav Molotov.

Nadat de keiharde onderhandelaar Molotov samen met de Duitse Minister van Buitenlandse Zaken Joachim von Ribbentrop in september 1939 het beruchte Molotov-Ribbentrop Pact had gesloten – in naam een niet-aanvalsverdrag – stelde de Sowjet-Unie ook eisen aan Finland.

In plaats van deze eisen af te wachten, begon de Sowjet-Unie echter zonder oorlogsverklaring op 30 november 1939 een aanval op de Finnen. Op 13 maart 1940 eindigde de Winteroorlog met een staakt-het-vuren.

De molotovcocktail wordt vandaag de dag nog steeds gebruikt, onder andere in het kader van pantsernabijbestrijding (pantserrups- en wielvoertuigen en tanks). Molotov-cocktails kunnen, mits geworpen op de juiste plek, veel schade aanrichten en zelfs het voertuig uitschakelen.

De meest gebruikte mengsels voor het maken van een molotov-cocktail zijn:

(was)benzine en afwasmiddel

(was)benzine en olie

kerosine en petroleum

spiritus en olie

De molotov-cocktail is een bijzondere handgranaat.

Terug naar Boven

 

MOMENTUM

Product van snelheid (tempo) en stootkracht (energie), dat geldt als het beslissende moment van het aanvallend gevecht.

Het momentum van de aanval dient gehandhaafd te worden tot en met het nemen van het aanvalsdoel.

Het momentum draagt bij tot het behouden van het initiatief en laat de vijand slechts relatief handelen toe, waarbij zowel in tijd als in ruimte wordt voorkomen dat de vijand het initiatief kan hernemen.

Terug naar Boven

 

MONITOR

Gratis blad dat maandelijks wordt uitgegeven door de Sectie Communicatie van het Commando Landstrijdkrachten in samenwerking met het Thuisfrontcomité van de Koninklijke Landmacht (TFC-KL).

Het blad is de opvolger van het blad De Achterbanier (1979-1995) en Achterbanier Nieuws (1996).

De door de uitgezonden militair opgegeven eerste en tweede relaties ontvangen het blad op het huisadres, maar ook de militair in het missiegebied en de niet-uitgezonden eenheden in Nederland.

In het blad is onder meer informatie opgenomen over de activiteiten van het TFC-KL, de situatie in de verschillende missiegebieden en de telefooncirkels.

Terug naar Boven

 

MOP (MASSIVE ORDNANCE PENETRATOR)

OfficiŽle benaming: GBU-57A/B.

Bom die krachtiger is dan zijn voorganger BLU-109 ("Bunker Buster"). De MOP kan ten behoeve van het Quick Reaction Capability Program van de U.S. Air Force worden ingezet op bevel van het U.S. Strategic Command (USSTRATCOM) Center for Combating Weapons of Mass Destruction (WMD)/Defense Threat Reduction Agency (DTRA). Naar verluidt beschikt de U.S. Air Force over twintig exemplaren.

De bom, in productie genomen in 2011, is na tests op de White Sands Missile Range in de Amerikaanse staat New Mexico operationeel sinds 2013.

Bron: ‘VS paaien IsraŽl met betere bunker-buster. Test met bom toont aan dat Irans kernbunkers kunnen worden uitgeschakeld’ (de Volkskrant, 8 juni 2013).

De MOP is het zwaarste conventionele wapen van de Amerikaanse krijgsmacht en kan alleen worden afgeworpen door de B-2 Spirit Stealth Bomber (die er twee tegelijk kan meenemen). De bom zou bedoeld zijn om objecten (bunkers, sites e.d.) uit te schakelen die zich diep verborgen onder de grond bevinden, zoals die in ‘rogue states’ (boevenstaten) als Iran en Noord-Korea.

Hoewel het Amerikaanse Ministerie van Defensie (DOD) ontkent dat de MOP specifiek is gericht tegen de nucleaire dreiging van Iran, wijst alles erop dat de bom als enige in staat is de ondergrondse nucleaire faciliteit in de bergen in Fordo, ten zuiden van de Iraanse stad Qom, uit te schakelen.

Specificaties:

diameter

0,8 meter

explosieve lading

2.400 kg

geleid

Precision-Guided Munition (PGM), op 5 meter nauwkeurig

gewicht

13.608 kg

gewicht kop

5.700 kg

lengte

6,2 meter

penetratiediepte

60 meter

penetratiesnelheid

Mach 2

producent

Boeing

Terug naar Boven

 

MORNING PRAYER

Dagelijkse bespreking van militaire en politieke nieuwsberichten, voorgezeten door de commandant en met zijn ondercommandanten en sleutelfunctionarissen. Tijdens oefening en ernstinzet vindt de morning prayer elke ochtend en/of avond plaats, liefst op eenzelfde, steeds terugkerend tijdstip.

In het overleg worden de zaken van de afgelopen en komende 24 uur, de lopende dag en op het gebied van personeel en materieel doorgesproken. De morning prayer begint met een nominatief appŤl en eindigt met een rondvraag ("Wat verder nog ter tafel komt"); het laatste woord is aan de commandant.

Terug naar Boven

 

MORSE

Internationaal codealfabet, waarbij elke letter, cijfer of leesteken wordt voorgesteld door een combinatie van punten en strepen: morsetekens. Het systeem is in 1838 bedacht door de Amerikaanse schilder en beeldhouwer Samuel F.B. Morse (1791-1872) voor gebruik op de elektromagnetische telegraaf.

Daarna is morse verbeterd door Alfred Vail, Morse's partner, en aangepast door de Duitser Friedrich Gerke - onder meer omdat de morse aanvankelijk niet geschikt was om grote hoeveelheden niet-Engelse tekst over te seinen.

Met een telegraaf kunnen alleen elektrische pulsen (zwakstroom) van korte of lange duur worden verstuurd. In het ritme van punten (dots=korte seinen) en strepen (dashes=lange seinen) wordt de zender met behulp van een seinsleutel aan- en uitgeschakeld. Door het afwisselend aan- en uitschakelen – het onderbreken van het zwakstroomcircuit – met de klopper (morsesleutel) van de telegraaf kunnen boodschappen met een snelheid van ± 40 woorden per minuut worden verstuurd én gelezen.

Een klokmechanisme trekt een lange strook papier langs een metalen pen gekoppeld aan een elektromagneet. Als de verzender de klopper indrukt, duwt de magneet de pen op de papierstrook. Hierdoor ontstaat een punt- of streepvormige indeuking, zodat het bericht kan worden gelezen.

 

Op 24 mei 1844 zond Morse zelf het eerste bericht over de eerste telegraaflijn in de VS, van Washington naar het 40 mijl (65 km) verderop gelegen Baltimore: “What hath God wrought!” (“Wat heeft God gewrocht/gemaakt!”) – een Bijbeltekst uit Numeri 23:23. In Nederland werd morse in 1851 voor het eerst gebruikt op de telegraaflijn van Amsterdam naar Nieuwendiep.

In december 1853 kwam de Nederlandse Rijkstelegraafdienst in functie, die weldra ook een deel van het militaire berichtenverkeer verzorgde. In militaire kringen was een zuiver militaire telegraafdienst een punt van discussie, maar in 1868 begon die toch aan zijn bestaan.

In 1874 richt het leger de afdeling Veldtelegrafie op, registratief ingedeeld bij het Bataljon Mineurs en Sappeurs. De Veldtelegrafie – die het begin markeert van de huidige Verbindingsdienst – beschikte in den beginne over drie morsetoestellen, 25 morsetelegrafisten en enkele transportwagens voor telegraafmaterieel. Op 5 mei 1923 werd Radio Kootwijk als lange golfzender voor morseseinen in gebruik genomen, in het bijzonder voor telegraafverkeer met Nederlands-Indië.

Behalve op een telegraaf kan morse ook visueel (rooksignalen, seinlamp, vlaggen) of auditief (fluit) worden overgedragen. Tot de komst van de telefoon werd de – sobere en daardoor geniale – morsetaal veel gebruikt. Zo maakten radiotelegrafisten/marconisten vanaf de Krimoorlog (1854-’56), Amerikaanse Burgeroorlog (1861-’65) en Russisch-Japanse oorlog (1904-’05) tot en met de Eerste en Tweede Wereldoorlog, Korea- en Vietnamoorlog frequent gebruik van morse.

In de Nederlandse krijgsmacht wordt morse sinds het einde van de jaren ’90 niet meer aangeleerd; in 2000 werd het seinen met morse bij de luchtmacht en marine afgeschaft. Belgische paracommando’s wordt nog wel in morse onderwezen. Zelfs in slechte, voor andere communicatiemiddelen storingsgevoelige atmosferische omstandigheden, als alle overige verbindingsmiddelen uitvallen en zonder veel hulpmiddelen (een stuk draad of een hekwerk van prikkeldraad) biedt morse mogelijkheden voor zenden en ontvangen. Het is een beproefd hulpmiddel voor overleven op het gevechtsveld.

De Internationale Maritieme Organisatie heeft de morsecode per 1 februari 1999 afgeschaft als officieel communicatiemiddel voor koopvaardij en marine. Het heeft plaatsgemaakt voor satellietcommunicatie.

De bekendste morsecode is die van het internationale noodsignaal SOS: drie punten, drie strepen, drie punten (mayday).

Terug naar Boven

 

MORTIER

Mortieren zijn krombaan- of worpgeschut, in tegenstelling tot bijvoorbeeld kanonnen.

Een mortier is een korte vuurmond met een zeer korte, nagenoeg verticaal geplaatste loop, die granaten verschiet. De mortiergranaten komen tot ontbranding doordat zij door de lader worden ingeworpen op de vaste slagpin van de mortier. De bedienaar/lader krijgt de mortiergranaat aangereikt door de munitiebewerker.

De mortiergranaten komen op relatief korte afstand neer, juist vanwege de lage aanvangssnelheid en de steile baan waarin de mortiergranaten worden verschoten. Zoals bij alle krombaangeschut is de nauwkeurigheid van de mortier beperkt, omdat de wind de baan van het projectiel sterk kan beïnvloeden.

Linksboven: mortier 120 mm, rechtsboven: tekening Amerikaanse mortier 60 mm, linksonder: Amerikaanse mortier, rechtsonder: mortier 81 mm.

De diameter van de schietbuis van het mortier bepaalt het kaliber. Er zijn mortieren in bijvoorbeeld de kalibers 60, 81, 120 en 155 mm. Mortierpelotons en -compagnieŽn zijn, evenals antitank en verkenners, zgn. wapenspecialistische eenheden.

Mortieren zijn ingedeeld bij de pantser- en lichte infanterie, zoals 11 Air Manoeuvre Brigade Air Assault en het Korps Mariniers. Zo beschikt het Korps Mariniers als indirecte vuursteun over 60 mm mortieren op pelotonsniveau, 81 mm mortieren bij de OndersteuningscompagnieŽn van de bataljons en 120 mm mortieren bij het Gevechtssteunbataljon.

Bij de pantserinfanterie zijn acht stuks mortieren 120 mm ingedeeld. Binnen de infanteriecompagnieŽn van 11 Air Manoeuvre Brigade Air Assault is een mortiergroep 81 mm ingedeeld, die zorgdraagt voor vuursteun op compagnies-, bataljons- of zelfstandig niveau. 11 Mortiercompagnie Luchtmobiel Regiment Stoottroepen Prins Bernhard heeft weer de beschikking over mortieren 120 mm.

In beginsel zijn de mortieristen van de lichte mortieren (60 en 81 mm) verantwoordelijk voor de beveiliging van locaties door middel van het afgeven van mortiervuur (explosief, licht en/of rook) én om een vijand buiten het gezichtsveld direct te kunnen bestrijden indien eigen troepen direct onder vuur liggen. De mortieristen van de zware mortieren (120 en 155 mm) doen feitelijk hetzelfde, maar met zwaarder geschut en een grotere dracht.

Mortier 120 mm, getrokken, H(otchkiss) B(randt), Rayé

doelengebied

200 m breed x 150 m diep

gewicht

574 kg

kaliber

120 mm

lengte

302 cm

minimale schootsafstand

1,1 km

maximale schootsafstand

8,1 km

maximale vuursnelheid

± 15 schoten per minuut

De stuksbediening bestaat uit vijf militairen. De hoofdonderdelen van de 120mm-mortier H.B. Rayé zijn het affuit met tweewielig onderstel, de grondplaat, de grondplaatklemband, de schietbuis met het bodemstuk en het trekoog. Met deze mortier kunnen brisant-, licht- en springstofgranaten worden verschoten. Volgens het project Licht Indirect Vurend Wapensysteem staat de vervanging van de 120 mm-mortier gepland voor de jaren 2011-’14; de kosten hiervan bedragen tussen € 100 en € 250 miljoen.

Mortier 120mm in actie

Mortier 81 mm L19 A2

combat provenja (Falklandoorlog)

doelengebied

onbekend

delen3 (affuit, grondplaat en schietbuis)
fabrikantRoyal Ordnance (GB)

gewicht

40 kg

in stelling brengen< 5 minuten

kaliber

81 mm

lengte

121 cm

maximale effectieve dracht

5.675 m

opzetkijker- en baakverlichtingvoorzien van tritium

vuursnelheid

15 schoten per minuut

Mortier 81 mm in actie.

Mortier 60 mm

In Afghanistan beschikken de Special Forces en verkenners over de draagbare 60 mm mortier.
Eind jaren ’70 zijn deze van origine Franse Hotchkiss-Brandt mortieren omgebouwd tot de huidige uitvoering TDA MO-60 Commando Mortier, in de versies MO-60 CV (drop-fire) en MO-60-CA (trigger-fire). TDA is de Franse producent TDA Armements SAS, een onderdeel van de Thales Group.

De lichtgewicht mortieren zijn voorzien van een nieuw bodemstuk, singelband om de loop om de mortierbuis met de hand te kunnen vastpakken tijdens het vuren, een waterpasje en een draag/richtriem. De lengte van de 60 mm mortier is 85 cm, het gewicht 8,1 kg en de schootsafstand minimaal 100 en maximaal maar liefst 1.050 meter effectief.

Zeker zware transporthelikopters zijn voortreffelijk in staat om mortieren en hun munitie snel te verplaatsen. Dit maakt de inzet van mortieren flexibeler. Op de foto een Chinook van de Royal Air Force in Bosnië-Hercegovina tijdens de Implementation Force (IFOR).

Terug naar Boven

 

MORTIEROPSPORINGSRADAR

Voluit: Mortieropsporingsradar AN-TPQ-36. Afgekort: MOR.

De mortieropsporingsradar is een op een aanhangwagen gemonteerd mobiel radarsysteem. De bedieningsruimte is een shelter op een vrachtwagen YA-4442.

In het verleden werd over de inzet van de MOR meestal gezwegen, maar sinds de Peace Support Operations van Nederland in Macedonië, Afghanistan (ISAF) en Irak (SFIR) niet meer.

Doel van de MOR is het achterhalen van de herkomst van afgevuurde vijandelijke projectielen zoals artillerie, mortieren en raketten – en eventueel ook de activiteit van kleinkaliberwapens – opdat de positie van de vijandelijke schutters kan worden achterhaald om daar nog sneller een patrouille naartoe te sturen. De MOR heeft een radarbereik van 15 km en computers kunnen zeer snel de meest waarschijnlijke (af)vuurlocatie van een projectiel tot op 24 km afstand berekenen.

Door het plaatsen van één of meerdere mortieropsporingsradar zal een compound in een missiegebied veiliger worden in het kader van de passieve verdediging van force protection.

Terug naar Boven

 

MOSTERDGAS

Duits: Kampstoff LOST (samentrekking van de namen van Bayer AG-medewerkers Wilhelm LOmmel en Wilhelm STeinkopf); Senfgas. Engels: mustard gas; sulfur mustard; Yellow Cross liquid. Frans: gaz moutarde. Chemische formule: C4H8Cl2S. Generieke naam: 1,1-thiobis(2-chloorethaan). Bijnaam: yperiet. Code: HD.

Blaartrekkend chemisch strijdmiddel dat in vloeistofvorm pijnlijke blaren en roodheid op de huid veroorzaakt, de longen beschadigt en de ogen prikkelt. Wanneer mosterdgas – het meest beruchte strijdgas – in aerosol- of dampvorm wordt ingeademd, werkt ze sterk prikkelend en blaartrekkend. In gasvormige toestand is ze geel en plakkerig en blijft ze in uniformen plakken. Bij lagere temperaturen is mosterdvloeistof zeer persistent. In België zijn de slagvelden uit W.O. I nog altijd verontreinigd met mosterdgas. De dampen zijn ruim 5 maal zwaarder dan lucht en kunnen in diepgelegen terreindelen tot enkele dagen actief blijven.

Mosterdgas werd voor het eerst geproduceerd in 1822, maar de toxische eigenschappen van mosterdgas zijn voor het eerst beschreven door de Duitse chemicus dr. Albert Niemann in 1860.

 

In de nacht van 12 op 13 juli 1917 (Derde Ieperslag) werd mosterdgas voor het eerst nabij de Vlaamse stad Ieper (in het Frans: Ypres) ingezet door de Duitsers. Mosterdgas werd verspreid door druppelvorming na de detonatie van gasgranaten bij een inslag.

Daarna werd het tijdens de Eerste Wereldoorlog herhaaldelijk ingezet, onder andere in Verdun en aan de Marne. De Fransen introduceerden mosterdgas in hun wapenarsenaal in juni 1918, de Britten in september 1918.

Het geschatte aantal slachtoffers door mosterdgas in W.O. I is ± 120.000.

Het effect van mosterdgas is niet zozeer dodelijk alswel buitengevechtstellend. De eerste symptomen openbaren zich 2 tot 24 uur na de blootstelling. Ruim 30 jaar na W.O. leden veteranen nog steeds aan oogaandoeningen en chronische ademhalingsstoornissen als gevolg van de blootstelling aan mosterdgas.

Tijdens de Irak-Iranoorlog (1985-‘88) werd mosterdgas in grote hoeveelheden door Irak aangewend. Hierbij werden naar schatting 50.000 burgers en militairen besmet. Ook zette Irak mosterdgas in tegen de eigen Koerdische bevolking in het noorden; dieptepunt hierbij was de genocide in Halabja (maart 1988), waarbij duizenden inwoners om het leven kwamen door een gifgasaanval met onder andere mosterdgas.

In 1935-’36 zette het fascistische Italië mosterdgas in tijdens de oorlog in Abessinië (Ethiopië). De Japanners wendden mosterdgas herhaalde keren aan in de oorlog in en met China van 1937 tot ’45. Aan het einde van W.O. II werd onder meer 50.000 ton mosterdgas in de Baltische Zee ten oosten van het Deense eiland Bornholm afgezonken.

Het proces van rood worden en blaarvorming verloopt langzamer bij een aerosol- of dampbesmetting met mosterdgas dan bij een vloeistofbesmetting. Vooral vochtige huidgedeelten zijn kwetsbaar. Ook de ogen zijn zeer gevoelig voor damp; brandende pijn en tranenvloed zijn het gevolg. Inhalatie van damp veroorzaakt na enige uren irritatie van de luchtwegen, schorre keel, hoesten, pijn in de borst, benauwdheid, bloederige afscheiding uit de neus en keel, mogelijk beschadiging en afsterven van longweefsel. Wie is besmet met mosterdgas loopt, vanwege het verzwakte immuunsysteem, zeer groot risico op secundaire infecties en, door het carcinogeen karakter, op vormen van kanker.

Specificaties:

bescherming

NBC-masker en beschermende kleding

effecten op de huid

pijnloos erytheem en blaren

geur

knoflook en ui

kookpunt

217 °C

ontsmetting

bleekpoeder en chlooramines (oplosbaar in organische oplosmiddelen en ethanol)

oplosbaarheid in water

zeer slecht (kan daarom niet met water worden ontsmet)

smeltpunt

14 °C

verschijningsvorm

olieachtige, stroperige vloeistof

Zie ook: FM-12 (CBRN-masker).

Terug naar Boven

 

M.O.S.T.

Acroniem voor Monitoring, Observation, Surveillance and Targeting. Daarnaast is "most" het Servo-Kroatische woord voor "brug", zoals onder andere te zien in de benaming Stari Most voor de beroemde Oude Brug van Mostar.

MOST is in Bosnië-Hercegovina van start gegaan in januari 2004, ten tijde van SFOR-15. Feitelijk houdt het in dat zo veel als mogelijk wordt samengeleefd met de lokale bevolking, met als doel het creëren van 'general situational awareness' in het gehele gebied van verantwoordelijkheid (Area of Responsibility, AOR) van de Nederlanders.

Deze AOR bevindt zich in het vak van de Multi-National Brigade (MNB) North-West, vanaf 1 juni 2004 Multi-National Task Force (MNTF) North-West. Het daadwerkelijke 'samenleven' vindt plaats door het wonen in een gewoon huis (onder andere in Travnik) en het zich verplaatsen in civiele voertuigen.

Per 21 april 2004 is de naam van MOST veranderd in Liaison Observation Team (LOT).

De LOT zijn, voor wat de informatievergaring betreft, een belangrijke component van de MNTF. De LOT, bestaande uit 16 teams van elk 8 ŗ 16 militairen, is voor de Bosnische bevolking het meest zichtbare deel van SFOR. De teams vergaren informatie over de veiligheidssituatie in het inzetgebied met als doel inzicht te verkrijgen in de economische, politieke, sociale, militaire en veiligheidsstructuren.

Bovendien fungeren de teams als liaison tussen SFOR en zowel Non-Gouvernementele Organisaties (NGO's) als Internationale Organisaties (IO's).

Terug naar Boven

 

MOTO GUZZI

Voluit: Moto Guzzi V50 NATO. OfficiŽle Defensiebenaming: motorrijwiel, 500 cc, Moto Guzzi, type V50.

Italiaanse motorfiets, afgeleid van de civiele Moto Guzzi V50 III, die in gebruik is geweest bij de krijgsmacht, ook bij de Koninklijke Landmacht. Bij de KL was het de standaard motor voor de ordonnans (koerier). Bij de Koninklijke Marechaussee was de motor in gebruik ten behoeve van de verkeersbegeleiding.

De Moto Guzzi was de opvolger van de Triumph 3TA, in gebruik van 1966 tot 1987. Daarna kreeg de Moto Guzzi V50 NATO bij Defensie de voorkeur boven de BMW R45; in twee jaar tijd stroomden 1.319 Moto Guzzi's bij Defensie in.

Medio 2004 werd de Moto Guzzi opgevolgd door de KTM LC4 LSE Military.

Mocht de Moto Guzzi in vijandelijke handen dreigen te vallen dan moest deze onklaar worden gemaakt en vernietigd.

Dit geschiedde door de brandstof over de motorfiets te sprenkelen en die vervolgens in lichterlaaie te zetten.

Dr. Jan Egter van Wissekerke beschrijft een spannender variant op het onbruikbaar maken van de Moto Guzzi. Volgens hem was bij de Moto Guzzi een handgranaat ingebouwd die, "wanneer het voertuig achtergelaten moest worden, tot ontploffing kon worden gebracht."

Van Wissekerke put in zijn proefschrift 'Van kwade droes tot erger' (2010) uit zijn eigen ervaring bij de zoektocht naar een nieuwe tweedehands motor.

De Moto Guzzi in krijgsmachtsuitvoering is, vanwege de motorische aanpassingen, niet bij Moto Guzzi zelf gemaakt.

Het motorblok, gemaakt bij Innocenti (in Milaan, ItaliŽ), kreeg cilinderkoppen met een lagere compressie en kleinere kleppen. Ook had het motorblok kleinere carburateurs en een kortere eindoverbrenging, die meer trekkracht in het terrein opleverde. Ook de cardanas en de versnellingsbak werden bij Innocenti gebouwd.

Voor de assemblage/eindmontage was Benelli (in Pesaro, ItaliŽ) verantwoordelijk.

In 2001 telde de KL nog 600 Moto Guzzi's.

Specificaties:

aandrijving

achterwiel

actieradius, maximale

410 km

bandenmaat achter

3,50 x 185

bandenmaat voor

3,25 x 185

bandenspanning achter

2,2 bar (op de weg en in terrein)

bandenspanning voor

2,0 bar (op de weg en in terrein)

bodemvrijheid

17 cm

brandstofreservoir

16,5 liter

breedte

83 cm

cilinderinhoud

500 cc (490,29 cc)

compressieverhouding

7,6 : 1

hoogte

1 meter 32

gewicht

195 kg

lengte

2 meter 10

motorcarter

2,5 liter (incl. oliefilter en -koeler)

plaats chassisnummer

op het balhoofd

plaats motornummer

links bij peilstok

snelheid, maximale

130 km per uur

toerental, maximaal

7.100 per minuut

vermogen, maximaal

26 kW (35 pk)

versnellingen

5 (voetschakelmechanisme)

wielbasis

1 meter 42

Zie ook: KTM LC4 LSE Military en ordonnans.

Terug naar Boven

 

MOTORISEREN

Duits: motorisieren. Engels: motorize. Frans: motoriser. Het voorzien van de krijgsmacht van motorvoertuigen. Ook wel genoemd: “op de wielen zetten”.

De huidige westerse krijgsmachten in de wereld zijn allen gemotoriseerd én, dikwijls ook, gemechaniseerd.

Een voorbeeld van het belang van motoriseren is dat volgens het boek ‘De Japanse aanval op Java’ het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger (KNIL) in maart 1942 al na een week een verpletterende nederlaag leed op Java na de aanval van de Japanners, onder andere door “de geringe motorisering en mobiliteit”.

Zie ook: mechaniseren.

Terug naar Boven

 

MOVCON

Movement Control.

Nederlands: wegverkeersleiding. Internationale benaming voor het personeel van een Verkeers- en Vervoersdetachement, in Nederland een specifiek detachement van de Defensie Verkeers- en Vervoers Organisatie (DVVO).

Wegverkeersleiding houdt zich bezig met het leiden van verkeersstromen in een bepaald gebied met als doel een ongestoorde, snelle en veilige afwikkeling van het verkeer. Hierbij wordt de bestaande infrastructuur optimaal gebruikt.

Wegverkeersleiding wordt onderscheiden in tactische verkeersleiding, waarbij tijdens de verplaatsing contact met de vijand wordt verwacht, en niet-tactische verkeersleiding, waarbij tijdens de verplaatsing geen contact met de vijand wordt verwacht.

Wegverkeersleiding onderscheidt zich van wegverkeersregeling en wegverkeerscontrole:

Wegverkeersregeling

Het nemen van maatregelen, inclusief het treffen van voorzieningen om binnen de door de verkeersleiding opgestelde verkeersplannen de gewenste afwikkeling van het verkeer te krijgen.

Taak van de staven van eenheden.

Wegverkeerscontrole

De controle op de uitvoering van de door de verkeersleiding opgestelde verkeersplannen en bevelen ter verzekering van een constante doorstroming van het verkeer.

Taak van DVVO en de Koninklijke Marechaussee.

Een van de taken van MOVCON is het laden en lossen van treinwagons

DVVO, onderdeel van het Commando Diensten Centra, voert onder andere binnen de Koninklijke Landmacht de verkeers-, vervoers- en verplaatsingsopdrachten uit in het kader van lucht-, rail-, weg- en zeetransporten; daartoe zijn VV-detachementen – organiek ondergebracht bij het OOCL (de opvolger van 1 Logistieke Brigade) – gedetacheerd bij alle brigades van de KL.

Zo regelt MOVCON onder veel meer de aanwezigheid bij grensoverschrijdende verplaatsingen, het begeleiden van transporten, het laden en lossen van treinwagons en roll-on roll-off schepen, de opmaak van cargo- en flight-manifests, het uitreiken van vliegtickets en het uitbrengen van een Convoy Support Center.

Zie ook: Convoy Support Center (CSC), konvooi, Main Supply Route (MSR) en Rest / Remain Over Night (RON).

Terug naar Boven

 

MU-991/U

De herkomst van de militaire zaklamp MX-991/U, zoals die binnen de Nederlandse krijgsmacht wordt gebruikt, is de flashlight TL-122 van de U.S. Army – de eerste plastic zaklamp die is uitgebracht in 1943 en gebruikt tijdens de Tweede Wereldoorlog – en de modernere MX-99/U, die is geïntroduceerd tijdens de oorlog in Vietnam.

De waterproof MX-991/U is een L-vormige zaklamp van ± 21,5 cm lengte: de kop staat onder een hoek van 90 graden op het handvat.

 

De standaardkleur is olijfgroen. De zaklamp werkt op 2 D-cel batterijen van 1,5 Volt (BA-30, onder koudweeromstandigheden BA-3030), heeft een reservelampje PR6 (0,3 ampère en 0,74 Watt) en gekleurde lensfilters: blauw, geel, groen, rood en opaak (transparant t.b.v. blackout-verlichting). De diameter van de zaklamp is 4,5 cm. Het NATO Stock Number van de MX-991/U is 6230-00-264-8261/0.

Op de rug van het handvat bevindt zich een clip om de zaklamp aan een uitrustingsstuk te bevestigen; aan de onderzijde zit een ring met eenzelfde functie. Op de zijkant zit een metalen schuifje om de lamp aan/uit te zetten; hierboven zit een knopje voor 2 posities: continu licht of morse.

Hoewel de gebruikmaking van een zaklamp absoluut niet tactisch is, wordt die in sommige situaties gedoogd.

Zie ook: breaklight en licht.

Terug naar Boven

 

MULAN

Betekenis: Mijn Uniforme Logische Aansluiting op het Net.

MULAN is, binnen de Koninklijke Landmacht als opvolger van LAN2000, de op het besturingssysteem Windows XP gebaseerde werkplek die zorgt voor één standaard in softwaregebruik en dus in informatievoorziening. De software is Defensiebreed, geïntegreerd, interoperabel en gemakkelijk bruikbaar, zowel in een statische als mobiele omgeving.

Doel van MULAN is dan ook een kwaliteits-technische verbetering van werkplekken en netwerken. Met MULAN heeft elke medewerker altijd en overal zijn gegevens binnen handbereik. Op verschillende niveaus is opslag van én toegang tot informatie beveiligd, terwijl zowel intern als extern e-mail verstuurd en ontvangen kan worden. Ook is er een betere aansluiting op externe informatiesystemen, zoals internet, NAVO-netwerken en netwerken van nationale openbare orde- en veiligheidsorganisaties.

MULAN maakt deel uit van een reeks verbeter projecten binnen Defensie, dat compatibiliteit heeft met het operationele communicatienetwerk TITAAN (Theatre Independent Tactical Army and Airforce Network) en e-mail volgens MMHS (Military Message Handling System). Allen in het kader van Network Centric Warfare.

Aan het einde van 2006 zijn alle naar schatting 45.000 werkplekken én netwerken voorzien van MULAN. Elke medewerker binnen Defensie dient de beschikking te hebben over de nieuwste versies van het besturingssysteem Windows XP met de applicaties Excel, Office, PowerPoint, Word en e-mail. Daarnaast blijven standaardapplicaties als anti-virussoftware, routeplanner en telefoongids als vanouds aanwezig.

MULAN wordt gerealiseerd door de Defensie ICT Uitvoeringsorganisatie (DICTU) van het Commando Diensten Centra (CDC).

Terug naar Boven

 

MULTINATIONALE BEFEHLSAUSGABE

Het boek ‘Multinationale Befehlsausgabe. English for Military Leaders’ van Oberstleutnant (luitenant-kolonel) Rainer Oestmann (1945) mag met recht een standaardwerk genoemd worden. Oestmann, gespecialiseerd in Midden- en Oost-Europa, geeft sinds 1996 les aan de Führungsakademie der Bundeswehr in Hamburg.

Het boekwerk is volledig Engels-Duits en Duits-Engels, en zo niet een must dan toch op zijn minst een welkome aanvulling in het kader van multi- en internationale samenwerking, zoals die bijvoorbeeld plaatsvindt binnen de NAVO in het algemeen en de NATO Response Force in het bijzonder.

Het boek, dat wordt uitgegeven door Walhalla Fachverlag, telt hoofdstukken over:

<>/tr>
  

Einsatz

Inzet

Kampf- und Einsatzunterstützung

Gevechtsondersteuning & Logistiek

Führungsunterstützung

Bevelvoering & Verbindingen

Multi- und Internationale Zusammenarbeit

Multi- en Internationale Samenwerking

Abkürzungsverzeichnis

Afkortingenlijst

Terug naar Boven

 

MULTI-NATIONAL DIVISION (CENTRAL)

Afgekort: MND(C).

Van 10 tot 20 september 1991 werd in de omgeving van de Noord-Duitse steden MŁnster, Bielefeld en Kassel de oefening CERTAIN SHIELD '91 gehouden. Aan de oefening, georganiseerd door de hoofdkwartieren van de Northern Army Group (NORTHAG) en de 2nd Allied Tactical Air Force (2ATAF), namen 28.400 militairen deel.

HQ NORTHAG/2ATAF had voor CERTAIN SHIELD '91 ad hoc een multinationale divisie geformeerd, terwijl computers nog eens 160.000 (!) in gevecht verwikkelde troepen simuleerden. Een oefening zonder tanks: de gelegenheidsformatie betrof een Multi-National Airmobile Division.

In het oefenscenario onder leiding van COMNORTHAG, de Britse generaal Sir Peter Inge, viel GOLD vanuit het zuiden de troepen van BLUE aan. Tot de GOLD-troepen behoorden delen van 12 Pantserinfanteriebrigade uit Nunspeet, tot de BLUE-troepen het hoofdkwartier van 1 Legerkorps (Apeldoorn).

Ondanks de nationale operatieconcepten waren de ervaringen in CERTAIN SHIELD '91 positief.

Al op 15 januari 1992 besloot het Defence Planning Committee (DPC) van de NAVO tot het formeren van de MND(C). De Ministers van Defensie van de vier deelnemende landen - Leo Delcroix (BelgiŽ), Gerhard Stoltenberg (Duitsland), Tom King (Groot-BrittanniŽ) en Relus ter Beek (Nederland) - tekenden hiertoe een Memorandum of Understanding (MOU).

Vanaf 1 april 1992 was een Activation Staff werkzaam, belast met de realisatie, eerst in Brunssum en vervolgens in Rheindahlen bij MŲnchen-Gladbach; in oktober '93 was de staf compleet en op 1 april 1994 werd de staf omgevormd tot HQ MND(C) en de divisie operationeel gesteld in de NATO ORBAT. Het motto van de MND(C): "Four Nations, One Purpose".

In 1995 vond de eerste oefening plaats in Denemarken, COLD GROUSE. Jaarlijks werden de oefeningen ARTFUL ISSUE en ACTIVE IMPROVEMENT gehouden.

In 1992 verscheen bij uitgeverij Concord 'Certain Shield: Multinational Airmobile Division on Exercise Description' van Michael Jerchel (ISBN 962361912X).

Organigram van de Multi-National Division (Central).

Joint en combined behoefde variatie in (ervaringsdeskundigheid onder de) eenheden: Groot-BrittanniŽ had reeds een luchtmobiele brigade, Nederland bouwde een luchtmobiele brigade op en zowel BelgiŽ als Duitsland hadden de beschikking over parachutisteneenheden (luchtlandingcapaciteit).

Snelle ontplooiing was immers noodzakelijk. Hoewel de brigades, met in totaal elf infanteriebataljons, in bewapening, organisatie en logistiek van elkaar afweken, bood de diversiteit ook voordelen.

 

Zo beschikte de Duitse brigade over de Wiesel - een klein, licht gepantserd rupsvoertuig met snelvuurkanon of TOW. In de Britse en Nederlandse brigades werden de gevechtshelikopters geÔntegreerd in de organisatie.

De grootste uitdaging lag erin dat de eenheid tot op bataljonsniveau uitwisselbaar (inter-operabel) moest zijn, zodat met elkaar gecommuniceerd kon worden om een effectieve samenwerking mogelijk te maken.

 

De Multinational Division (Central) – gericht op de Centraal-Europese regio – bestond uit de volgende troop contributing nations / brigades:

(BE) Paracommando Brigade

Heverlee / Eversberg

31 (GE) Luftlandebrigade

Oldenburg

11 (NL) Luchtmobiele Brigade*

Colchester

24 (UK) Airmobile Brigade**

Schaarsbergen en Assen

* 11 (NL) Luchtmobiele Brigade was tot en met 2002 geÔntegreerd in dit multinationale samenwerkingsverband.
** 24 (UK) Airmobile Brigade werd in september 1999 vervangen door 16 (UK) Air Assault Brigade.

Daarnaast telde de MND(C) nog een multinationaal cluster divisietroepen (gevechtssteun- en gevechtsverzorgingssteuneenheden). Onder de divisietroepen bevonden zich uit Nederland 11 Verbindingsbataljon (11 Vbdbat), 11 Afdeling Rijdende Artillerie (Gele Rijders) en 108 Commandotroepencompagnie (KCT). BelgiŽ leverde onder andere een geneeskundige eenheid, Duitsland een transportbataljon en de stafcompagnie.

11 Vbdbat – 350 militairen georganiseerd in 115 Divvbdbedcie, 130 Rvcie en 135 Vbdostcie, toegerust met radio’s, straalzendersystemen en satellietverbindingen – was speciaal voor de MND(C) bestemd. Vooral het kunnen overbruggen van grote afstanden, niet beperkt door hindernissen als bergketens en verstedelijkte gebieden, en de noodzaak om bepaalde verbindingsmiddelen door de lucht te verplaatsen stelden eisen (luchtmobiel dus licht) aan zowel materieel als personeel van 11 Vbdbat.

Afhankelijk van welke divisietroepen de C-MND(C) onder bevel zou krijgen, had hij in totaal tussen de 18.000 en 22.000 militairen ter beschikking – naast de 12.000 gevechtstroepen uit de vier brigades.

Het commando van de MND (C) werd bij toerbeurt door de verschillende landen vervuld. Vanaf 6 april 1992 was generaal-majoor Pieter Huysman de eerste C-MND (C). Een maand na zijn aantreden sprak hij grootmoedig: “I want this division to have such a tough image that even before it goes into action, everybody will think ‘Let’s get out of harm’s way’. If I don’t achieve that, I will have created only a paper tiger” (‘Europe’s airmobile concepts meshing under new Division’, Armed Forces Journal International, mei 1992, pagina 34). De MND (C) moest zich een zodanige naam verwerven dat die op zich al crisisbeheersend zou werken. Huysman werd in 1995 opgevolgd door generaal-majoor Jan-Willem Brinkman, oud-commandant van 11 Luchtmobiele Brigade.

In het General Defence Plan (GDP) uit 1988 zou C-NORTHAG de MND (C) voor een groot aantal mogelijke taken als flexibele reserve achter de hand houden, dit in afwachting van 3 (US) Corps dat in tijden van spanning uit de VS moest overkomen. Hoofdtaak in de context van de Koude Oorlog was het belemmeren van een snelle opmars van pantsereenheden van het Warschau Pact, om de richting naar vooraf bepaalde gebieden te laten afbuigen. In 1989 haalde de politieke realiteit het GDP in: de Berlijnse Muur viel, de dreiging van de Koude Oorlog verdween en de NAVO reorganiseerde.

In de NAVO-slagorde stond de MND (C) vanaf 1994 ten dienste van de commandant van het Allied Rapid Reaction Corps (COMARRC), een snelle interventiemacht met haar hoofdkwartier eveneens in Rheindahlen en direct onder bevel van de Supreme Allied Commander Europe (SACEUR). ARCC was één van de vier divisies van de Rapid Reaction Forces (RRF) van de NAVO, die verder bestond uit 1 (UK) Armoured Division, 3 (UK) Armoured Division en de MND(S) – bestaande uit Griekse, Italiaanse en Turkse brigades – als 'assigned forces'.

De lichte, snel en gemakkelijk ontplooibare luchtmobiele divisie moest het pronkstuk van de NAVO worden. De grondgebonden component was geëquipeerd met antitankwapens, lichte artilleriegeschut en zware mortieren en – hoewel er met uitzondering van de Wiesel geen sprake was van bepantsering – gold de divisie meteen al als een ‘tool of crisis management’. De hoge graad van paraatheid zorgde ervoor dat de MND (C) haar taakstelling – op tijd in een spanningsgebied ontplooien – kon waarmaken: de reactietijd bedroeg maximaal 20 dagen. De Nederlandse eenheden in de MND (C) waren daarbij 'double hatted' ten behoeve van zowel de divisie als 1 (GE/NL) Corps.

In 2000 zou de MND (C) 205 helikopters ter beschikking hebben, waarvan 35% transporthelikopters (72 stuks): in het zwaartepunt moest ťťn brigade in ťťn wave met helikopters verplaatsbaar zijn. De overgebleven helikopters waren bestemd voor aanvals-, antitank-, liaison-, verkennings- en overige taken.

Na de gereedstelling kon de Transfer of Authority(TOA) plaatsvinden in de Staging Area (verzamelgebied) in de nabijheid van het inzetgebied. Zowel het transport naar de Staging Area als de logistiek bleven nationale verantwoordelijkheden en de toegewezen brigades behielden hun nationale bevelsverantwoordelijkheid tot de TOA.

Ondanks het gegeven dat in elk geval de staf van de MND(C) een voorbeeld van authentieke Europese samenwerking was, besloten de vier landen - op voordracht van de Britse en Nederlandse ministers van Defensie - de MND(C) in 2002 op te heffen. Uit de NATO Force Structure Review was duidelijk geworden dat geen behoefte meer was aan de MND (C). Dit wekte de schijn dat luchtmobiliteit niet langer als de sleutel voor militaire acties werd gezien, waardoor er voor de divisie geen rol meer was weggelegd. Groot-BrittanniŽ stelde 16 Air Assault Brigade voortaan beschikbaar voor het Allied Rapid Reaction Corps (ARRC). Vanaf 20 juli 2002 was de MND(C) niet langer operationeel; in september 2002 vond de laatste oefening plaats en op 25 oktober 2002 de officiŽle 'closure ceremony', geleid de Britse luitenant-generaal Sir Christopher Drewry (COMARRC).

Zie ook: 1 (GE/NL) Corps (1 GNC), combined, interoperabiliteit, joint, Koude Oorlog, Memorandum of Understanding (MOU), NAVO, Staging Area (SA), Transfer of Authority (TOA), wave en zwaartepunt.

Terug naar Boven

 

MULTINATIONAL FORCE AND OBSERVERS (MFO)

Afgekort: MFO.

Van links naar rechts: logo van de MFO, de karakteristieke steenrode baret en de borstzakhanger voor het Dagelijks Tenue (DT).

Zie ook: Einde Nederlandse bijdrage aan missie MFO in SinaÔ-woestijn (23 januari 2015).

Terug naar Boven

 

MULTITEL

Afkorting voor: Multifunctioneel Veldtelefoonsysteem.

Ringleidingtelefoonsysteem dat sinds 1995 in gebruik is bij de Koninklijke Landmacht bij eenheden op het niveau van bataljon en zelfstandige compagnie. Multitel behoort tot de laatste generatie telecommunicatiemiddelen. Het veldtelefoonsysteem vervangt een tweetal verouderde generaties veldtelefoonsystemen uit de jaren ’50 en ’80 en bestaat uit de variaties Multitel-1 en -2.

Het systeem, geleverd door het Britse Racal Accoustics Ltd. (daar genaamd: Matel), kan onder andere worden aangesloten op civiele telecommunicatiesystemen, ZODIAC (Zone Digital Automatic Encrypted), radio (FM9000), SATCOM en – uiteraard – WD-1/TT.

Door middel van Multitel kan met ťťn enkele WD-1/TT een automatisch veldtelefoniesysteem worden gecreŽerd: de ringleiding. De uiteinden van de WD-1/TT worden niet met elkaar verbonden, maar afgesloten met een End Terminator (weerstand). Het telefoontoestel wordt met behulp van een Highway Connector met één simpele draaibeweging aangesloten op een willekeurige plek op de WD-1/TT. Ook kan gebruik worden gemaakt van T-splitsingen om aftakkingen in de ringleiding te creŽren.

Voordat kwaliteitsverlies in de ringleiding optreedt, kan met een intacte WD-1/TT, uitgaande van maximaal 30 abonnees, een ringleiding van ± 2.500 meter lengte worden uitgelegd. Door middel van een nummerplan beschikt de eenheid over de toestelnummers van alle abonnees. De telefoontoestellen werken op penlite (AA) batterijen.

Het systeem biedt de volgende mogelijkheden:

  • Onder tactische omstandigheden wordt de beltoon vervangen door een lampje
  • Onderlinge conferentie- of kringgesprekken (met meerdere abonnees tegelijkertijd bellen)
  • Prioriteitstelling (bijvoorbeeld noodoproepen)
  • Rechtstreeks bellen dankzij een handmatig instelbaar 2-cijferig nummer, zonder interventie van een telefooncentrale
  • Rechtstreekse interfacing (hoofdtelefoon, veelal CP/HQ, die te allen tijde kan inbreken op álle gesprekken)
  • Tot 7 gesprekken gelijktijdig over dezelfde WD-1/TT

Onderdelen:

 

Multitel-1

Multitel-2

3-line interface

CV-30149

CV-30210

general purpose interface

CV-30148

CV-30205

telefoontoestel

TA-30147

TA-30203

Zie ook: FM9000, Harris HF7000, KL-VSAT, radiotelefonieprocedure en WD-1/TT.

Terug naar Boven

 

MUMSELEN

Plat op de buik gaan liggen, met beide handen de beide enkels aan dezelfde lichaamszijde vastpakken en zichzelf kruipend op de buik door het voorterrein voortbewegen. De techniek is om deze voortbeweging, à la de vlinderslag bij het zwemmen, in één vloeiende beweging uit te voeren.

Mumselen wordt nogal eens uitgevoerd als ludiek-fysiekverzwaard tijdverdrijf tijdens de uitvoering van de kpl1- of sgt1-test dan wel als tijdspassering voor zich vervelende infanteristen te velde.

Terug naar Boven

 

MUNITIE

Munitie-artikelen worden onderverdeeld in de volgende hoofdgroepen:

Kleinkalibermunitie/Boordwapenmunitie

Hand- en geweergranaten

Artillerie- en mortiergranaten

Landmijnen

Geleide wapens en raketten

Vliegtuigbommen

Submunitie

Een andere onderverdeling is die in exercitie-, instructie-, oefen- en operationele munitie:

5.56 x 45 mm NATO. Standaard kleinkalibermunitie zoals die wordt gevoerd binnen de NAVO.

  
Exercitiemunitie

Munitie zonder explosieve lading. Is bestemd voor het oefenen van handelingen die ook met de overeenkomstige operationele munitie moeten worden verricht.

Instructiemunitie

Onschadelijke munitie die wordt gebruikt bij instructie in het uiterlijk, merkwijze, inrichting en werking van de overeenkomstige operationele munitie. Onderverdeeld in instructiemodellen en -doorsneden.

Oefenmunitie

Munitie die explosieve stof kan bevatten of wordt gebruikt in combinatie met een ander artikel dat explosieve stof bevat. Uitsluitend bestemd voor doeleinden waar de veiligheid het gebruik van operationele munitie niet toestaat. Synoniem: losse flodder.

Operationele munitie

Wordt gebruikt onder omstandigheden waarbij het vereist is scherpe munitie te gebruiken. Synoniem: oorlogsmunitie.


Zie ook: verarmd uranium.

Terug naar Boven

 

MUNITIEKLEURCODERINGEN

De gestandaardiseerde NAVO-kleurcoderingen voor munitie met een kaliber kleiner dan 20 mm zijn:

BlackZwartArmor piercingPantserdoorborend

Silver

Zilver

Armor piercing incendiary

Pantserdoorborend-brandstichtend

Blue

Blauw

Incendiary

Brandstichtend

Yellow

Geel

Observing

Scherpschuttersmunitie

Red

Rood

Tracer

Lichtspoormunitie

Natural finish

Koperkleurig

Ball ammunition

Kogelmunitie

Terug naar Boven

 

MURPHY, WET VAN

Murphys Gesetz ("Alles was schiefgehen kann, wird auch schiefgehen").

Murphy's Law ("Anything that can go wrong, will go wrong").

Loi de Murphy ("Tout ce qui peut mal tourner, va mal tourner").

Aanname dat alles wat fout kan gaan, ook fout zal gaan. De gedachte komt voort uit het gegeven dat veel mensen eerder pessimistisch dan optimistisch van aard zijn en daarom vooral negatief in plaats van positief denken. Hierbij spelen illusoire correlatie en selectieve perceptie een rol:

Illusoire correlatie

Selectieve perceptie

Negatieve gedragingen worden overschat.

Minpunten trekken eerder de aandacht dan pluspunten.

  

Murphy's Law is ontsproten aan een terloops gemaakte opmerking van Edward A. Murphy Jr. (1918-1990):"If there are two or more ways to do something, and one of those ways can result in a catastrophe, then someone will do it."

Als ruimtevaartingenieur in de rang van kapitein (later majoor) was Murphy werkzaam bij de U.S. Air Force. Zijn door een collega opgevangen aanmerking werd later bekend als Murphy's Law.

Op Edwards Air Force Base in CaliforniŽ ontwierp en testte Murphy in 1949 een harnas voor testpiloten om te meten hoeveel versnelling (G-krachten) het menselijk lichaam kan verdragen. Een betrouwbaar harnas reduceert de foutmarge van dit veiligheidkritieke systeem weliswaar feitelijk tot nul, maar Murphy begreep dat het onmogelijk is elk risico op (een samenloop van) ongunstige omstandigheden uit te sluiten.

Kansberekening (wet van de grote aantallen) maakt duidelijk dat als iets maar vaak genoeg plaatsvindt, ook iets ongunstigs op enig moment zal plaatsvinden.

Om te voorkomen dat de Wet van Murphy kan toeslaan, helpt een assertieve houding ee bedreiging om te zetten in een kans. Dit geldt ook op het gevechtsveld, waar Murphy's Laws of Combat van kracht zijn.

Voorbeelden van Murphy's Laws of Combat:

►Friendly fire isn't.

►If the enemy is in range, so are you.

►If you are short of everything but the enemy, you are in the combat zone.

►No plan survives the first enemy contact.

►Professionals are predictable, but the world is full of amateurs.

►Teamwork is essential, it gives the enemy other targets than you.

►The easy way is always mined.

►The only thing more accurate than incoming enemy fire is incoming friendly fire.

Als overtreffende trap van Murphy's Law geldt Sod's Law: als iets mis gaat, gaat het mis op de slechtst mogelijke manier.

Zie ook: S.N.A.F.U.

Terug naar Boven

 

MUTSDAS



Cursisten met mutsdas aan het einde van de Elementaire Commando Opleiding (ECO).

Specifiek hoofddeksel voor cursisten van de Elementaire Commando Opleiding (ECO) van het Korps Commandotroepen. De ECO wordt doorgebracht in het tentenkamp 'Bakhuys Roozeboom' (bijgenaamd 'Boer Bakx') op de Rucphense Heide ten zuidoosten van Roosendaal.

De mutsdas - een groene, tot muts naar binnen gevouwen das, die een beetje valt te vergelijken met de huidige rolmuts - is ťťn van de traditionele attributen tijdens de opleiding tot commando.

De anderen zijn het dragen van de overall ťn de toggle-rope (touw met lus en dwarshout om muren en rotsen te beklimmen en ravijnen over te steken). De eerste cursisten, van No. 2 (Dutch) Troop deden dit in 1942 ook al in het Schotse Achnacarry.


Voor de mutsdas geldt een heuse mutsdas-exercitie. Na het voltooien van de ECO wordt de mutsdas vervangen door de groene baret.



Ter onderscheiding draagt de commando in opleiding traditiegetrouw de mutsdas.

Zie ook: Korps Commandotroepen.

Terug naar Boven

 

MUTUAL ASSURED DESTRUCTION (MAD)

Letterlijk: gegarandeerde wederzijdse vernietiging. Afgekort: MAD ("waanzinnig"). Duits: Gleichgewicht des Schreckens. Frans: destruction mutuelle assurťe (DMA).

Doctrine uit de hoogtijdagen van de Koude Oorlog die ervan uitging dat het grootschalige, schier onbeperkte gebruik van massavernietigingswapens (kernwapens) in een oorlog door een van de twee partijen - de Verenigde Staten en de NAVO versus de Sovjet-Unie en het Warschaupact - zou resulteren in de vernietiging van zowel de aanvaller als de verdediger.

Na de uitvinding van kernwapens gedurende de Tweede Wereldoorlog en de mondiale verdeling in machtsblokken, breiden de Amerikanen en Russen tijdens de Koude Oorlog in hoog tempo hun kernwapenarsenalen uit. Door de kernwapenwedloop beschikten beide partijen over voldoende kernkoppen om elkaar en de rest van de wereld te vernietigen. De grootmachten waren hiermee op nucleair gebied gelijk aan en even vernietigend voor elkaar geworden (nucleaire pariteit). Hun nucleaire capaciteiten bleken een catastrofaal afschrikmiddel tegen de uiteindelijk niet erg waarschijnlijke voltrekking van een nucleaire oorlog.

MAD heeft gewerkt omdat beide partijen vergelijkbare aanvals- en verdedigingsstrategieŽn hadden. Bij ongelijkwaardigheid zou de zwakste partij minder te verliezen hebben; de sterkste partij zou dit kunnen compenseren door de verspreiding van nucleaire kennis en technologie te beperken (non-proliferatie).

Het bezit van een zgn. second strike capability speelde een belangrijke rol. Na een nucleaire first strike moest het terugslaan met kernwapens mogelijk blijven; na de eerste aanvalsgolf mochten dan ook niet alle eigen kernwapens vernietigd zijn. De belangrijkste second strike capability tijdens de Koude Oorlog vormden de met kernwapens uitgeruste en nucleair aangedreven onderzeeŽrs van de VS en de USSR.

Met een grote actieradius konden nucleair aangedreven onderzeeŽrs zeer lang en praktisch onvindbaar onder water blijven, waarmee ze nooit allemaal vernietigd konden worden. De onderzeeŽrs maakten het mogelijk met kernwapens terug te slaan als alle lanceerinrichtingen voor Intercontinental Ballistic Missiles (ICBM) op het continent vernietigd waren.

De MAD-doctrine ontstond mid-jaren '60 van de 20ste eeuw onder de Amerikaanse Minister van Defensie Robert McNamara (1961-'68). McNamara diende onder de presidenten Kennedy en Johnson en maakte de Vietnamoorlog en de Cuba-crisis (1962) mee - ťťn van de dieptepunten uit de Koude Oorlog.

MAD ging uit van afschrikking (deterrence): het (hypothetische) gebruik van zware, onconventionele wapens tegen de vijand zou het gebruik van dezelfde wapens door de vijand voorkomen. Uit angst zelf vernietigd te worden, kwamen beide grootmachten tot de conclusie dat een dreiging met kernwapens nodig was om de tegenpartij af te schrikken zelf aan te vallen.

Waar met de wereldvoorraad aan massavernietigingswapens een nucleaire Holocaust kon worden ontketend, bracht MAD bij beide partijen het besef dat de mensheid met ťťn druk op de knop kon worden vernietigd. Hiermee werd een kernoorlog even irrationeel als ondenkbaar: wie een kernoorlog ontketende was verzekerd van haar eigen vernietiging.

Mutual Assured Destruction zette de grootmachten aan tot tact, verminderd militair avonturisme en diplomatie. Hoewel oorlogen bij volmacht tussen cliŽntstaten van de VS en de USSR niet uitbleven, bleef het door wederzijdse voorzichtigheid bij een 'koude' in plaats van een echte oorlog. Voldoende afschrikkingscapacieteit zorgde er blijkbaar voor dat ťťn van de belangrijkste militaire doelstellingen het bewaren van de vrede kon worden - in plaats van het starten van een oorlog. Een niet onbelangrijk neveneffect was dat door de dreiging van MAD beide partijen zich uiteindelijk meer op snel inzetbare conventionele eenheden concentreerden.

Zie ook: kernwapen, Koude Oorlog, NAVO, war by proxy (oorlog bij volmacht).

Terug naar Boven

 

MY LAI

Gehucht op het schiereiland Batangan in het noordoosten van de Zuid-Vietnamese provincie Quang Ngai.

My Lai ligt vlakbij de Zuid-Chinese Zee, 10 km ten noordoosten van Quang Ngai-Stad en 725 km ten zuidoosten van de Vietnamese hoofdstad Hanoi.

Door de Amerikanen werd Quang Ngai, meer dan welke andere Zuid-Vietnamese provincie ook, beschouwd als een bolwerk van de Vietcong - de Zuid-Vietnamese communisten. Op 16 maart 1968 richtte een compagnie Amerikaanse militairen hier een bloedbad onder de bevolking aan.

In een actie die vier uur duurde werden alle merendeels ouderen, vrouwen en kinderen met bajonetten, granaten, kleinkaliberwapens en machinegeweren om het leven gebracht, alle huizen platgebrand en het vee, de oogst en de waterbronnen vernield.

Het aantal slachtoffers liep in de vele honderden, terwijl tijdens de actie geen enkel teken van leven werd gevonden van de Vietcong.

De militairen van de Charlie Company (1st Battallion, 20th Infantry Regiment, 11th Infantry Brigade Light, 23rd Infantry Division), in totaal 120 man, waren zwaar gefrustreerd. In zeven weken guerrillaoorlogvoering waren vier van hun kameraden gesneuveld door boobytraps en sluipschutters en 38 gewonden te betreuren.

My Lai was hun eerste mogelijkheid op een confrontatie met de Vietcong: het werd een ware strafexpeditie.

Voor veel Amerikanen was het bloedbad het morele dieptepunt van de Vietnamoorlog, een exces dat de ommekeer in de oorlog markeerde. Toen het verhaal aan het licht kwam, vonden veel burgers dat de slepende, uitzichtloze Vietnamoorlog de hoge kosten (aan mensenlevens) niet langer waard was.

My Lai zorgde voor de omslag in de publieke opinie. Intussen was de anti-oorlogsbeweging in de Verenigde Staten gegroeid, waren de Amerikaanse troepen in Vietnam geleidelijk aan verminderd en bleef de Amerikaanse regering onverminderd fel tegengas geven naar de onheilpredikers met betrekking tot Vietnam.

De officiŽle U.S. Army fotograaf Ronald Haeberle nam deze foto van een militair van de Charlie Compagnie op weg naar My Lai op 16 maart 1968. Haeberle legde het bloedbad vast.

Bron: Getty Images (externe link).

De commandant van 11th Infantry Brigade was kolonel Oran K. Henderson. Hij had de opdracht tot de aanval gegeven en cirkelde tijdens de aanval in een helikopter boven My Lai. De commandant van de 23rd Infantry Division, de meest noordelijk die in Zuid-Vietnam was ontplooid, was generaal-majoor Samuel W. Koster.

Charlie Company maakte op dat moment deel uit van de Task Force Barker (TF Barker), opgericht in februari 1968 en onder leiding van luitenant-kolonel Frank A. Barker. Haar missie was het om de Vietcong aan te grijpen in "Pinkville" - My Lai.. Charlie Company maakte met Alpha en Bravo Company deel uit van de TF Barker, samen met een artilleriebatterij en negen transport- en gevechtshelikopters.

De compagnie moest de aanval op My Lai uitvoeren nadat uit inlichtingenrapportages nŠ het Tet-offensief (januari 1968) was gebleken dat 48th Vietcong-bataljon zich in het gebied ophield. Ditzelfde rapport gaf ook aan dat zich geen vrouwen of kinderen meer in het gehucht bevonden.

De compagniescommandant, kapitein Ernest Medina, kreeg van kolonel Henderson de opdracht in de aanval agressie te tonen.

De avond voorafgaand aan de aanval, 15 maart 1968, gaf Medina zijn compagnie een briefing over de geplande Search and Destroy. Daarna verzorgde eerste luitenant William Calley, commandant van het 1st Platoon in Medina's compagnie, een tweede briefing. Volgens Calley waren de dorpelingen nagenoeg allemaal gewapende aanhangers van de Vietcong en moesten zijn mannen op alles wat bewoog schieten.

Sergeant Ronald Haeberle, freelance fotograaf in 11th Brigade, vergezelde met twee camera's de Charlie Company. Zijn verhaal en de bijbehorende zwart-witfoto's, gepubliceerd in Life op 5 december 1969, schokten de wereld.

Een van de originele foto's uit het nummer van Life op 5 december 1969, gemaakt door Ronald Haeberle.

Het schieten stopte pas toen een Amerikaanse observatiehelikopter landde met piloot Warrant Officer 1st Class Hugh Thompson, doorgunner Lawrence Colburn en Specialist 4th class Glenn Andreotta. Het drietal, bezig met een verkenningsmissie, zag dat Amerikaanse militairen zich vergrepen aan de ongewapende burgers. De drie landde tussen de eigen troepen en de overgebleven Vietnamezen, beŽindigde het schieten en bracht met evacuatievluchten een aantal burgers in veiligheid. De helikopterbemanning kreeg in 1998 alsnog een dapperheidsmedaille van het Congres toegekend, de Soldier's Medal.

Het exacte aantal slachtoffers is nooit vastgesteld, maar het monument in My Lai telt 504 namen.

Slechts elf bewoners van My Lai overleefden het offensief.

De Amerikaanse president Richard Nixon wilde de politieke schade als gevolg van My Lai beperken en was genoodzaakt een grootschalig onderzoek naar Amerikaanse oorlogsmisdaden in Vietnam in te stellen.

Een onderzoekscommissie onder leiding van generaal William Peers, in opdracht van generaal William Westmoreland, stelde 26 Amerikaanse militairen in staat van beschuldiging vanwege oorlogsmisdaden in My Lai ťn de daaropvolgende doofpotaffaire (cover-up).

De meeste beschuldigingen werden terzijde geschoven of de betrokken militairen waren al dood - van wie luitenant-kolonel Barker de belangrijkste was. De hoogste in rang die overbleef was eerste luitenant Calley, die in 1971 door de krijgsraad wegens moord met voorbedachten rade tot levenslang werd veroordeeld.

De verdediging van Calley voerde echter aan dat hij niet meer schuldig was dan de piloten die Noord-Vietnam hadden gebombardeerd en duizenden mensen hadden gedood, omdat beiden hadden geprobeerd de infrastructuur van de opponent te vernietigen.

De straf van Calley werd omgezet in tien jaar en nadat hij eenderde van de straf in huisarrest had uitgezeten, kwam hij in 1974 vrij. Kapitein Medina werd wegens gebrek aan bewijs vrijgesproken.

In reactie op de oorlogsmisdaden in My Lai introduceerde het Amerikaanse Ministerie van Defensie een Law of War Program voor alle militairen, met lessen in oorlogsrecht.

Zie ook: boobytrap, doorgunner, guerrilla, oorlogsrecht, Search and Destroy, sluipschutter en Vietnamoorlog.

Terug naar Boven

 

Laatste update:13.11.2016