Inhoudsopgave N
Terug naar de homepage
 

Maak uw keuze uit de hieronder getoonde lijst

 

NABIJBEVEILIGING

In het Duits: Nahsicherung; unmittelbare Sicherung; Nahverteidigung. In het Engels: close protection; close-in security. In het Frans: protection rapprochée.

De beveiliging van de eigen eenheid (CP, HQ, logistieke installatie, opstelling, voertuigen) tegen vijandelijk optreden vanaf de grond of vanuit de lucht met de haar ter beschikking staande organieke middelen. Er wordt onderscheid gemaakt in actieve en passieve maatregelen én in zowel grond- als luchtnabijbeveiliging.

Nabijbeveiliging geldt primair het alarmeren van de rest van de eenheid en zich verdedigen tegen doorgedrongen vijandelijke eenheden. Het is een doorlopende drill die nadrukkelijk niet alleen gevechtseenheden betreft, maar iedereen – ook staven en zich verplaatsende eenheden (colonne, escorte, konvooi).

Bij iedere locatie en inzet van eigen troepen wordt de nabijbeveiliging uitgevoerd. Hoewel elke eenheidscommandant zorg draagt voor de nabijbeveiliging van zijn eenheid, moet elke individuele militair in zijn eigen nabijbeveiliging voorzien en draagt hij verantwoordelijk voor zijn (sector van) nabijbeveiliging. Zo bekommert een chauffeur zich over de nabijbeveiliging van zijn (statisch of stilstaand) voertuig.

Bij de afweging van de te treffen maatregelen in het kader van nabijbeveiliging spelen een aantal factoren een rol:

  • de aard van de beschikbare (organieke) middelen
  • de factor tijd
  • het dreigingsniveau

Nabijbeveiliging wordt onderscheiden in actief en passief:

Actief

Passief

  • afval-, geluids-, licht- en sporendiscipline handhaven
  • alarmeringsprocedure toepassen (alarmsignalen en wachtwoord gebruiken)
  • benutten van aanwezige vuur- en zichtdekkingen in het terrein
  • beperken van bewegingen
  • gevechtsdekking (minimaal ligsleuf als alarmopstelling) innemen in statische situatie
  • maken van gemarkeerde, obstakel- en kraakvrije paden
  • onder observatie houden van de voornaamste naderingswegen
  • patrouilleren
  • uitvoeren van grond- en luchtwaarneming
  • veldversterkingen uitzetten (concertina’s, gewapende schuttersput, prikkeldraadversperring, struikeldraadalarmuitrusting)
  • verblijven in zichtgedekte locatie
  • verkenningen uitvoeren
  • verplaatsen tijdens duisternis en verminderd zicht
  • aanbrengen van de basiscamouflage op de niet bedekte huid
  • afschermen van licht (blauw licht verdient de voorkeur)
  • afschermen van warmtebronnen ter voorkoming van warmtestraling
  • gebruik van infrarood- en nachtzichtapparatuur
  • gebruik van onbemande grondsensoren en wapenstations (remotely controlled weapon stations)
  • inzet van beschermde mijnenvelden
  • spreiden van personen en voertuigen
  • uitzetten van waarschuwingsposten
  • vormen breken en reflectie voorkomen (camouflagenetten, vegetatie)

Terug naar Boven

 

NABIJHEIDSBUIS

Ook genaamd: V(ariable)T(ime)-buis of radarbuis. In het Duits: Annäherungszünder. In het Engels: proximity fuze. In het Frans: fusée (-détonateur) de proximité.

Ontstekingsmiddel voor een artilleriegranaat, dat ervoor zorgt dat de granaat detoneert zodra een hard voorwerp door de buis wordt waargenomen.
De nabijheidsbuis werkt aan de hand van een ingebouwd zend-/ontvangsysteem dat radarstraling uitzendt. Zodra de door het doel teruggekaatste radargolven de juiste sterkte hebben, detoneert de granaat.

Zie ook: schokbuis, tempering en tijdbuis.

Met dank aan kolonel der artillerie b.d. Leo J.J. Dorrestijn, schrijver van Vuur geëindigd! Artillerie-officier tijdens de Koude Oorlog en de laatste conceptversie (2001) van het Militair Woordenboek Koninklijke Landmacht (VS 2-7200).

Terug naar Boven

 

NABIJOPERATIE

In het Duits: unmittelbare Operationen. In het Engels: close battle.

Term die met name van toepassing is op het gevecht tijdens de Algemene Verdedigingstaak (AVT).

Operatie in de VLET. De nabijoperatie is gericht op het direct aangrijpen van de vijand met gebruikmaking van beweging, vuur en hindernissen. Het oogmerk van de nabijoperatie is het militair vermogen van de vijand te neutraliseren of te vernietigen.

Gevechtsvoerder van de nabijoperatie is de brigadecommandant. In Nederland zijn dat derhalve de commandanten van:

11 Air Manoeuvre Brigade Air Assault

13 Gemechaniseerde Brigade

41 Gemechaniseerde Brigade

43 Gemechaniseerde Brigade

Traditioneel wordt het gevecht aan de VLET gevoerd door de manoeuvre- of gevechtseenheden: infanterie, cavalerie en artillerie. De divisie-commandant – in Nederland de commandant van het OPCO ( Operationele Commando) – geeft de ondercommandanten (zijn brigadecommandanten) een grote vrijheid van handelen, controleert het gevecht en stuurt bij op hoofdlijnen, bijvoorbeeld door de toewijzing van extra reserve-eenheden of reserve-materieel aan een brigadecommandant. Het resultaat van de nabijoperatie is te allen tijde beslissend voor het winnen dan wel verliezen van het gevecht.

De nabijoperatie onderscheidt zich van de diepe operatie en de achtergebiedsoperatie.

Terug naar Boven

 

NACHTZICHTAPPARATUUR

In het Duits: Nachtsichtgeräte. In het Engels: night vision goggles; night vision equipment; night vision devices. In het Frans: appareil de noctovision; appareil de vision nocturne; équipement de vision nocturne.

Optro-elektronische middelen (optronica), al dan niet gebonden aan wapensystemen, die het mogelijk maakt om tijdens optreden bij duisternis, nacht en verminderd zicht (night ops) bijna even goed en comfortabel te zien als overdag. Technieken die dit mogelijk maken zijn aan de ene kant de intensivering van het restlicht in de omgeving (image intensification), anderzijds de omzetting van infrarood, niet voor het menselijk oog zichtbaar licht in thermische warmte (thermal imagery). Optronica werden voor het eerst gebruikt in de Tweede Wereldoorlog, in de jaren ’50 doorontwikkeld en in de Vietnamoorlog voor het eerst grootschalig ingezet.

Optimaal gebruik van het gezichtsvermogen is bepalend tijdens night ops, waar géén verlichting kan en mag worden gebruikt: zaklamp, voertuigverlichting, roken, open en smeulend vuur, gevechtsveldverlichting (voor waarneming in gebieden waar de inzet van nachtzichtapparatuur niet mogelijk is), computerschermen en overige lichtbronnen.

Optronica vergoten de operationele mogelijkheden, maar nadelig is het dat ze ruimte op het lichaam opeisen, vragen om extra energievoorziening (batterijen) en het gebruik van de andere, bij nacht eveneens zeer bruikbare zintuigen (gehoor, geur en gevoel) vermindert.

Mensen kunnen alleen goed zien bij daglicht; ze hebben van nature een minder goed nachtzicht dan de meeste dieren. Oorzaak is de afwezigheid van een tapetum lucidum (“tapijt van licht”): een laag van lichtweerkaatsende cellen in het choroidea (vaatvlies) dat achter de retina (netvlies) ligt. De laag schittert als er in het donker licht op valt, vergroot de lichtgevoeligheid van het oog en levert zo extra gezichtsvermogen op. (De aanwezigheid van een tapetum lucidum kan worden aangetoond worden door het oog te spiegelen. Reflecteert het oog groen, dan is dit aanwezig; reflecteert het oog rood, dan is dit afwezig.)

Daarnaast hebben mensen, in tegenstelling tot alle nachtdieren, veel minder staafjes (“rods”) in de retina. Bij een laag verlichtingsniveau domineert de activiteit van de lichtgevoelige staafjes, waardoor contrastverschillen (grijstinten) worden waargenomen, terwijl bij een hoog verlichtingsniveau de kleurgevoelige kegeltjes (“cones”) actief zijn en kleurverschillen waarnemen. De grijstinten bij schemering en in het donker zorgen er dus voor dat mensen bij weinig of geen licht toch enig gezichtsvermogen hebben.

Het duurt 30 à 45 minuten voordat de ogen aan het absolute donker gewend zijn; afhankelijk van de hoeveelheid restlicht en de aanwezigheid van kunstmatige lichtbronnen varieert deze tijd. Na het gebruik van nachtzichtapparatuur vermindert de gewenningstijd van de ogen aan het donker zeer fors: tot 2 (!) minuten. Overigens kan in het donker alleen de directe omgeving van een lichtbron worden bekeken.

Rekening mee houden tijdens night ops:

al bij daglicht inzicht in het terrein (smoel op het terrein) krijgen
nooit direct in een lichtbron te kijken
ogen hebben ook gewenningstijd nodig bij het overschakelen op kunstlicht
ogen na twee minuten waarnemen tien seconden rust gunnen

Het gebruik van licht tijdens night ops trekt onnodige aandacht, waarna onderkenning een kwestie van tijd is. Militairen wordt aangeleerd om in het donker rood licht te gebruiken, omdat rood in plaats van een andere kleuren licht het best zorgt voor het behoud van het nachtzicht (staafjes zijn het minst gevoelig voor rood licht). Roken is absoluut not done: omdat de gloed van een sigarettip tot wel 4 km ver kan worden waargenomen én omdat het nachtzicht van fervent rokende militairen vermindert met 15 à 40%.

Juist in het donker kan een goed gezichts- en adaptatievermogen het verschil maken. Dit is niet alleen essentieel voor het verrassingseffect tegenover de vijand (zien vs. gezien worden), maar is ook voor eigen troepen niet onbelangrijk tijdens de uitvoering van onder andere nachtelijke patrouilles en waarnemingen.

’s Nachts kunnen troepen worden waargenomen met behulp van vijandelijke nachtzichtapparatuur; dit is de reden waarom de individuele camouflage bij duisternis en nacht hetzelfde dient te zijn als bij daglicht.

Er zijn wapengebonden nachtzichtkijkers, vaak tevens richtmiddelen, waarmee door één oog moet worden gekeken (monoculair) en niet-wapengebonden waarnemingskijkers voor chauffeurs en ondersteunend personeel.

Lichte versies van de laatste categorie kunnen blijvend op het hoofd of op de helm worden gedragen en één of beide ogen (binoculair) permanent of tijdelijk een verbeterd nachtzicht bieden. Ook zijn er handkijkers, zowel mono- als binoculair, die geschikt zijn voor meer kortstondig gebruik. Het gebruik van binoculairs stelt iemand in staat om diepte te zien, wat een groot voordeel is ten opzichte van het gebruik van monoculairs. Warmtebeelduitrusting kan bijvoorbeeld worden voorzien van een laserafstandsmeter.

Er zijn twee soorten nachtzichtapparatuur:

Infrarood- en warmtebeeldcamera’s

(IR en WB)

Restlicht- of helderheidsversterkers

(HV)

Gebaseerd op het gebruik van de infraroodstraling (IR) of warmtereflectie die wordt uitgezonden door de lichaamswarmte van mensen en dieren én alle voorwerpen met een bepaalde omgevingstemperatuur, zoals kampvuur,  schietende wapens, sigarettip, uitlaat of warme motor.

Gebruikt een alternatief golflengtebereik, waarin de thermische straling die door voorwerpen wordt uitgezonden kan worden gedetecteerd.

Gebaseerd op de versterking van het minimaal aanwezige hoeveelheid restlicht, afkomstig van maan en/of sterren, die zo efficiënt mogelijk wordt versterkt en weergegeven.

Is onwerkbaar bij volledige duisternis of onder slechte atmosferische condities, omdat HV werkt in dezelfde golflente als het menselijk oog (dat in het donker ook niets ziet).

Eigenschappen van infrarood- en warmtebeeldcamera’s:

De afstand tot het doel is niet goed te zien.

Kan militairen in noodomstandigheden waarnemen (infrarood breaklight).

Maakt gebruik van temperatuurverschillen, waarbij 0,1º Celsius al voldoende is.

Nagenoeg niet op te sporen voor de vijand.

Neemt alleen schaduwbeelden waar.

Onafhankelijk van licht (dus ook niet of nauwelijks beïnvloed door licht op het gevechtsveld, tenzij flares, fosfor en rook).

Schuttersput met bovendekking beperkt de richting van waaruit ontdekking mogelijk is.

Warmte die vrijkomt zoveel mogelijk afschermen met jute (bij voertuigen: cabine, motorruimte, takkenscherm, uitlaat en wielen).

Eigenschappen van restlicht- of helderheidsversterkers:

Afhankelijk van (rest)licht.

Als het lichtniveau plotseling fel wordt (brand, kunstlicht, mondingsvuur), verzadigt de beeldversterkerbuis, vermindert de functionaliteit en kan de waarnemer verblind worden.

Gecamoufleerde objecten zijn (nagenoeg) onzichtbaar.

Werkt slecht of niet bij mist, regen en rook.

Op 17 juli 2009 besloot Defensie tot de aanschaf van nieuwe helderheidsversterkende brillen. De huidige generatie HV-brillen, aangeschaft in 2000 en 2005 heeft een technische levensduur van 10 jaar. Eigenlijk heeft Defensie 7.000 HV-brillen nodig, maar daarvoor is geen budget. Met de investering is een bedrag gemoeid tussen de € 25 en 50 miljoen. De HV-brillen zullen medio 2012/’13 instromen binnen de vier Operationele Commando’s van de krijgsmacht.

Terug naar Boven

 

NADERINGSMARS

Zie verder: advance to contact.

Terug naar Boven

 

Named area of interest

Afgekort: NAI. In het Nederlands: tactisch belangrijk gebied.

Terreinlocaties of –gebieden waarlangs de vijand acties zal ondernemen volgens de gedachte eigen beoordeling van de vijandelijke mogelijkheden. In de regel is dit de veronderstelde naderingsmogelijkheid. Behalve de aan- kan juist ook de afwezigheid van vijandelijke troepen een bevestiging of ontkenning zijn voor een bepaalde vijandelijke actie (elders).

Als NAI kunnen bijvoorbeeld plaatsen worden aangeduid waar:

  • de vijand accenten in de verkenning heeft gelegd
  • de vijand het gevecht zal aanvangen
  • de vijandelijke artillerie zal ontplooien
  • de vijandelijke genie- en brugslagmiddelen zijn verzameld

Vaak zijn NAI dan ook uit kruispunten van wegen dan wel gebieden vanaf waar de vijand verondersteld wordt gesplitst op te treden.

Terug naar Boven

 

NApalm

Acroniem van: NAtriumPALMitaat. Ook genaamd: hellgelly; oil bomb.

Zeer gevreesd brandwapen op het slagveld. Olie of benzine is verdikt met natriumpalmitaat tot een kleverige, gelachtige substantie. Om napalmbommen te ontsteken werd vaak het zelfontbrandende witte fosfor gebruikt.

Napalm werd ontwikkeld door de Amerikaanse organisch chemicus prof. dr. Louis F. Fieser (1899-1977) en zijn team van de Harvard University in 1942. Op 17 juli 1944 dropte een Lockheed P-38 Lightning van de U.S. Army Air Force tijdens Operation Cobra napalm op een brandstofdepot in de buurt van het Franse oord Coutances. Het doel was een beslissende opening te creëren in de Duitse verdediging van Normandië. De eerste inzet van napalm buiten Europa vond plaats één dag voorafgaand aan de Slag om Tinian op Tinian-Stad (nu San Jose): de hoofdstad van het eiland Tinian werd op 23 juli 1944 door de VS bestookt met napalm. Napalmbommen werden vervolgens op grote schaal gebruikt in de Korea- en Vietnamoorlog. In 1980 werd het gebruik van brandwapens zoals fuel-air bombs en napalm in het vierde amendement van de Conventies van Genève beperkt tot het gebruik in gebieden waar zich geen burgers bevinden.

Natriumpalmitaat – voor 85 à 95% het basisbestanddeel van zeep – zorgt ervoor dat ‘napalm’ aan zowel de huid als het maaiveld kleeft en slechts korte tijd brandt. Het laat zeer ernstige brandwonden na.

Bekendste citaat over napalm:"Do you smell that? Napalm, son. I love the smell of napalm in the morning. It smells like... victory." Lieutenant-Colonel William ‘Bill’ Kilgore (Robert Duvall) tegen Captain Benjamin L. Willard (Martin Sheen) in de film 'Apocalypse Now' (1979).

Terug naar Boven

 

NASSAU-DIETZKAZERNE

Deze kazerne, gelegen aan de Randweg-Oost in Budel (gemeente Cranendonck), was van 1963 tot 2005 de thuisbasis van opleidingseenheden van de Duitse luchtmacht (Luftwaffenausbildung). Op 25 mei 1988 wijzigde Z.K.H. Prins Bernhard op een feestelijk appèl officieel de naam 'Legerplaats Budel' in 'Nassau-Dietzkazerne'. Op verzoek van de Duitse hoofdgebruikers werd de kazerne vernoemd naar een tak van het huis Nassau die heerste over het gelijknamige hertogdom in Duitsland, met sterke banden met het Nederlandse koningshuis. Voorbeelden van graven en vorsten uit het huis van Nassau-Dietz zijn Ernst Casimir (1573-1632), Hendrik Casimir I (1612-40), Hendrik Casimir II (1657-96) en Willem Frederik (1613-64).

De eerste Duitse eenheid die, in april 1963, de kazerne in gebruik nam was het Luftwaffenausbildungsregiment 2 (LAR 2), onder commando van Oberst Herbert Wittmann; vanaf 1 juli 1963 togen 1.800 rekruten voor een basis militaire opleiding van 18 maanden naar Budel.

De grondslag voor de stationering van Duitse militairen in het garnizoen Budel was het Budel-Seedorf-Abkommen (Budel-Seedorf-Akkoord) dat op 17 januari 1963 tussen de Bondsrepubliek Duitsland en Nederland werd getekend. Legerplaats Budel was in 1955 gereed gekomen en aanvankelijk voorbestemd voor het houden van herhalingsoefeningen; door het akkoord was Nederland de eerste NAVO-bondgenoot die de permanente stationering van Duitse eenheden op zijn grondgebied accepteerde. In 1964 volgde het Heeres-Betriebsstofftransportbataillon 961 het Luftwaffenausbildungsregiments 2 (LAR 2) naar Budel; in oktober 1972 verhuisde Sanitätsbataillon 110 naar Budel.

In juni 2005 nam de bevolking van Budel na 42 jaar officieel afscheid van de Duitse gemeenschap. Met het vertrek van de laatste Duitse militairen, is de toekomst van de Nassau-Dietzkazerne onzeker geworden. De toekomst van de kazerne is onduidelijk: wellicht wordt de kazerne gesloten en krijgen het terrein en de daarop aanwezige voorzieningen een nieuwe bestemming. Momenteel zijn de School voor Leidinggeven en Opleidingskunde (SLO; een dependance van de KMS) en de Lokale Facilitaire Dienst van het RMC Zuid nog op de kazerne gehuisvest.

Op 8 november 2006 tekenden Minister van Defensie Henk Kamp en de Duitse Verteidigungsstaatssekretär Christian Schmidt op het hoofdkwartier van het Duits-Nederlandse Legerkorps in Münster (Duitsland) een nieuw Duits-Nederlands raamverdrag dat het Budel-Seedorf-Abkommen vervangt.

Zie ook: Legerplaats Seedorf.

Terug naar Boven

 

NATIONALE RESERVE (NATRES)

Baretembleem van de Nationale Reserve

Afkorting: NATRES.

Op 3 mei 1948 riep de toenmalige Minister van Binnenlandse Zaken, mr. dr. Petrus Johannes Witteman (KVP), in een radiorede een viertal vrijwilligersorganisaties in het leven. Eén daarvan was de Nationale Reserve.

Aanleiding voor de oprichting van het vrijwilligersleger was de angst voor de Sovjet-Unie, die blijkbaar zijn communistische invloedssfeer wilde uitbreiden – het was twee maanden na de machtsovername in Tsjecho-Slowakije – terwijl een aanzienlijk gedeelte van de Nederlandse krijgsmacht niet beschikbaar was: zij zat in Nederlands-Indië.

Volgens de autoriteiten was het daarom zaak zo snel mogelijk een militaire eenheid te vormen ter verdediging en beveiliging van het Nederlands grondgebied. De taak van de geheel uit vrijwilligers op te bouwen organisatie bestond er niet alleen uit om mogelijke acties van een vijfde colonne de kop in te drukken, maar ook om tegen eventuele landingen van Sovjetparachutisten op te treden.

Tegenwoordig bestaat het korps uit 2.800 à 3.000 actieve reservisten ("deeltijdmilitairen") met als hoofdtaak de bewaking en beveiliging van militaire objecten van zowel de Nederlandse krijgsmacht als bevriende landen op het eigen grondgebied, zoals communicatiecentra, havens, kazernes, legerplaatsen, mobilisatiecomplexen, munitiedepots en vliegvelden.

Wat (potentieel) belangrijk is voor de krijgsmacht kan worden bewaakt en beveiligd door de NATRES.

De Nationale Reserve is te vergelijken met de Amerikaanse National Guard en de Britse Territorial Army. In zijn algemeenheid maken dergelijke reserve-eenheden het mogelijk om voldoende flexibiliteit en voortzettingsvermogen van de krijgsmacht als geheel te waarborgen.

De Britse oud-premier Sir Winston Churchill roemde de reservist na de Tweede Wereldoorlog in zijn uitspraak “To be a reservist is to be twice a citizen” (“Reservist zijn is tweemaal burger zijn” ): met één been in de burgermaatschappij, met het andere in de krijgsmacht.

Overige taakstellingen:

Maatschappelijke dienstverlening: assistentie bij rampenbestrijding, zoals watersnood, ondersteuning van de activiteiten van 4 en 5 mei, steunverlening aan evenementen

Host Nation Support: leveren van diensten aan eenheden van bevriende landen, zoals steun die geleverd wordt als buitenlandse eenheden door Nederland trekken.

Ceremoniële ondersteuning: ere-afzetting op Prinsjesdag, Vierdaagse van Nijmegen e.d.

De NATRES heeft vijf regionaal opererende NATRES-bataljons, genummerd 10 t/m 50, waarbinnen personeel functies vervuld naast een baan in de burgermaatschappij én zoveel mogelijk in de nabijheid van de eigen woonplaats.Er zjin echter ook beroepsmilitairen voor onbepaalde tijd (BOT'ers) werkzaam in de bataljons, onder wie de plaatsvervangend bataljonscommandant (PBC).

10 NATRES-bataljonGroningen, Friesland en DrenteAssen
20 NATRES-bataljonNoord-Holland en Zuid-Holland Den Haag
30 NATRES-bataljonZeeland, Brabant en Limburg Vught
40 NATRES-bataljonGelderland en OverijsselHarderwijk
50 NATRES-bataljonUtrecht en FlevolandAmersfoort

De NATRES oefent minimaal 120 uur per jaar, met een gemiddelde van één zaterdag en één of twee avonden per maand. Incidenteel zijn er meerdaagse oefeningen, bijvoorbeeld voor het spelen van oefenvijand (OPFOR) voor KMS- en KMA-leerlingen.

Toelatingseisen:

Nederlandse nationaliteit

Tussen 19 en 49 jaar

Gezond en fit

NATRES-militairen op 4 en 5 mei 2006, actief bij het herdenken en vieren van het einde van de Tweede Wereldoorlog (© November Romeo, Korpsblad voor de Nationale Reserve, nummer 3, juli 2006, 12de jaargang)

De NATRES is voortgekomen uit de schuttersgilden van de 13de eeuw, die in de 16de eeuw door Willem van Oranje werden georganiseerd in schutterijen. Vervolgens werd op 4 augustus 1914 de Vrijwillige Landstorm opgericht: hierin konden de oudste dienstplichtigen als reservisten worden gemobiliseerd. Aanvankelijk werd de Vrijwillige Landstorm gevormd met mensen uit patriottische streken in Friesland en Limburg. Aan het einde van de Eerste Wereldoorlog telde de Vrijwillige Landstorm ± 6.000 manschappen. In de periode tussen beide wereldoorlogen besloot premier Hendrik Colijn tot uitbreiding van de Vrijwillige Landstorm, waardoor deze aan het begin van de Tweede Wereldoorlog uit bijna 100.000 manschappen bestond.

Tijdens de Koude Oorlog groeide de NATRES tot een volwaardige reservisteneenheid van de Koninklijke Landmacht. Sinds 1984 heeft de NATRES een eigen vaandel en sinds 1986 mogen ook vrouwen reservist worden.

Het korpsblad van de NATRES heet ‘November Romeo’.

De geschiedenis van het Korps Nationale Reserve is na te lezen in de publicatie ‘November Romeo Treed Nader! De Nationale Reserve 1948-1998’ (1998, Sdu Uitgeverij, 212 pagina’s, uitgebracht door het Instituut Militaire Geschiedenis van de Koninklijke Landmacht).

Zie ook: parcours militair (Bakker's Bluff).

Terug naar Boven

 

NATIONAL sUPPORT ELEMENT

Afgekort: NSE.

Eenheid die uitvoering geeft aan de nationale verantwoordelijkheid voor de logistieke ondersteuning van de combined en joint ingezette Nederlandse eenheden. Ondanks het gegeven dat er tegenwoordig feitelijk alleen nog maar in internationaal verband wordt opgetreden, blijft de logistieke ondersteuning dus een nationale aangelegenheid.

Het NSE maakt geen deel uit van de ingezette eenheid zelf, maar levert vanuit een logbase (logistic base) de externe logistieke ondersteuning aan alle in het missiegebied ontplooide Nederlandse eenheden: dus alle Nederlandse contingenten, eenheden en individuen in het missiegebied.

Typerend voor de natie-specifieke ondersteuning van een NSE is dat deze eenheid, door de vele functionaliteiten, altijd is samengesteld uit vele andere eenheden.

Het NSE kan een ondersteuningscompagnie van de moedereenheid ondersteunen, wat afhankelijk is van onder meer de grootte van het missiegebied. Ook kan het NSE belast zijn met de coördinatie van R.S.O.M.I.

Terug naar Boven

 

NATO-LANDENCODES

Het 5de en 6de getal uit het 13 getallen tellende NATO Stock Number (NSN) is de NATO Country Code (landencode). Hieraan kan worden afgelezen waar het betreffende artikel, item of product vandaan komt.

Ook genaamd landenkengetal.

NUMERIEKE VOLGORDE

 

ALFABETISCHE VOLGORDE

 

00-09

Verenigde Staten

 

Argentinië

29

11

NAVO

 

Australië

66

12

Duitsland

 

België

13

13

België

 

Brazilië

19

14

Frankrijk

 

Bulgarije

50

15

Italië

 

Canada

20-21

16

Tsjechië

 

Chili

52

17

Nederland

 

Denemarken

22

18

Zuid-Afrika

 

Duitsland

12

19

Brazilië

 

Egypte

36

20-21

Canada

 

Estland

38

22

Denemarken

 

Fiji

48

23

Griekenland

 

Filippijnen

46

24

IJsland

 

Frankrijk

14

25

Noorwegen

 

FYROM

54

26

Portugal

 

Griekenland

23

27

Turkije

 

Groot-Brittannië

99

28

Luxemburg

 

Hongarije

51

29

Argentinië

 

IJsland

24

30

Japan

 

Indonesië

45

31

Israel

 

Israel

31

33

Spanje

 

Italië

15

32

Singapore

 

Japan

30

34

Maleisië

 

Kroatië

53

35

Thailand

 

Letland

55

36

Egypte

 

Litouwen

47

37

Zuid-Korea

 

Luxemburg

28

38

Estland

 

Maleisië

34

39

Roemenië

 

NAVO

11

40

Slowakije

 

Nederland

17

41

Oostenrijk

 

Nieuw-Zeeland

98

42

Slovenië

 

Noorwegen

25

43

Polen

 

Oman

56

44

VN

 

Oostenrijk

41

45

Indonesië

 

Polen

43

46

Filippijnen

 

Portugal

26

47

Litouwen

 

Roemenië

39

48

Fiji

 

Saoedi-Arabië

70

49

Tonga

 

Singapore

32

50

Bulgarije

 

Slovenië

42

51

Hongarije

 

Slowakije

40

52

Chili

 

Spanje

33

53

Kroatië

 

Thailand

35

54

FYROM

 

Tonga

49

55

Letland

 

Tsjechië

16

56

Oman

 

Turkije

27

66

Australië

 

VAE

71

70

Saoedi-Arabië

 

Verenigde Staten

00-09

71

VAE

 

VN

44

98

Nieuw-Zeeland

 

Zuid-Afrika

18

99

Groot-Brittannië

 

Zuid-Korea

37

Terug naar Boven

 

NATO-MATRAS

In het Duits: NATO-Matratze. In het Engels: NATO-mattress.

Denigrerende benaming voor een vrouw, niet per se beroepsmatig van lichte zeden, die zich ophoudt in de nabijheid van kazernes om met iedere gegadigde die normaliter een uniform draagt uit te gaan. Het ‘stappen’ is vaak een middel om het doel – seks – te bereiken. Om deze reden gedragen en kleden dergelijke vrouwen zich in de regel ontuchtig. De NATO-matras was een wijd verbreid fenomeen ten tijde van de Legerplaats Seedorf.

De rapportage ‘Ongewenst gedrag binnen de krijgsmacht’ van de Commissie Onderzoek Ongewenst Gedrag binnen de Krijgsmacht, d.d. 29 september 2006, citeert een tweede betekenis: “Vrouwelijke militairen die meerdere seksuele partners hebben gehad zijn kwetsbaar als het gaat om hun reputatie en krijgen de bijnaam ‘Nato-matras’ of ‘Matras eerste klas’.”

Terug naar Boven

 

NATO MILITARY RELIEF HOSPITAL

Afgekort: NMRH. Voluit: 1 (NLD) NATO Military Relief Hospital.

De Pakistaanse stad Bagh

Nadat Pakistan op 8 oktober 2005 werd getroffen door een aardbeving met de kracht van 7.6 op de Schaal van Richter, overleden ± 80.000 mensen, raakten er zo'n 100.000 gewond en werden ± 3 miljoen mensen dakloos. De NAVO zegde humanitaire noodhulp toe. Nederland droeg in eerste instantie bij met een field dressing station (FDS) van het Korps Mariniers, dat aanwezig was in het noorden van Afghanistan. Het FDS had onder andere de beschikking over 2 Intensive Care-bedden.

In november 2005 nam de Koninklijke Landmacht de missie over: 1 (NLD) NATO Military Relief Hospital is in de stad Bagh operationeel geweest tussen 9 november 2005 en 10 januari 2006. Het was de eerste NAVO-operatie op Pakistaanse grondgebied.

Het hospitaal heeft in die tijd ruim 4.600 mensen behandeld. Bij de dagelijkse bezoeken met de Mobiele Medische Teams, die per voertuig of ezelpatrouille werden afgelegd aan afgelegen oorden in de wijde omgeving, nog eens 3.300. In totaal zijn in Pakistan 8.314 patiënten geholpen.

Het patiëntenaanbod varieerde van verwondingen als gevolg van de aardbeving, zoals (verwaarloosde) fracturen en brandwonden, tot verheugende zaken als geboorten (in totaal 11). Er werden 159 OK’s uitgevoerd. Het aanzienlijke patiëntenaanbod werd onder meer veroorzaakt doordat lokale ziekenhuizen door de aardbeving volledig waren vernield.

Het personeel bestond uit militairen van 400 Geneeskundig Bataljon, Centraal Militair Hospitaal en Civiel Medisch Personeel (CMP’ers), maar ook Britten, Fransen, Macedoniërs, Portugezen en Tsjechen. Senior Medical Officer van het detachement was luitenant-kolonel Johan de Graaf, Clinical Director luitenant-kolonel chirurg Ignace Janssen. De militairen die in het NMRH in Pakistan hebben gewerkt, ontvingen de Herinneringsmedaille voor Humanitaire Hulpverlening bij Rampen met de gesp 'Pakistan 2005'.

Terug naar Boven

 

NATO RESPONSE FORCE

Afgekort: NRF. De Duitse vertaling luidt: Schnelle Interventionstruppe der NATO.

Feitelijk is de NRF het gestructureerde antwoord van de NAVO op nieuwe uitdagingen en bedreigingen, zoals het terrorisme.

Hoewel het initiatief tot de NRF op 24 en 25 september 2002 in Warschau is gelanceerd tijdens een informele ontmoeting van de Ministers van Defensie van de NAVO-lidstaten, is het eigenlijke concept van de NRF geboren op 21 en 22 november 2002 tijdens de NAVO-topconferentie in Praag. Al in juni 2003 is in Brussel het NRF-concept geaccordeerd door de gezamenlijke Ministers van Defensie van de NAVO met de presentatie van Military Committee Directive MC-477 ('Military Concept for the NATO Response Force').

De rol van de NRF is het leveren van geïntegreerde en volledig interoperabele land-, lucht- en zeestrijdkrachten, onder één commando, waar ook ter wereld om een conflict of escalatiedreiging te voorkomen.

Het principe van de NRF is een s nelle interventiemacht die met een korte notice to move (vertrektijd) van 5 tot 30 dagen kan worden ingezet. De NRF is joint en combined , wordt voor iedere missie tailor-made samengesteld, is geschikt voor het optreden in het hoge geweldsspectrum (worst-case scenario) en heeft een voortzettingsvermogen dat een logistieke onafhankelijkheid garandeert van 30 dagen.

Kernbegrippen van de NRF zijn:

  • Deployable (Inzetbaar)
  • Flexible (Flexibel)
  • Interoperable (Uitwisselbaar)
  • Sustainable (Duurzaam)
  • Technologically advanced (Technologisch geavanceerd)

De soorten missies die de NRF, ontplooid als een zelfstandige ( "stand-alone" ) eenheid, kan uitvoeren staan omschreven in MC-477:

  • Non-combatant Evacuation Operations (evacueren non-combattanten )
  • CBRN-Operations (Chemisch, Biologisch, Radiologisch en Nucleair)
  • Humanitarian Operations
  • Crisis Response Operations (CRO), incl. Peace-Keeping (handhaven van de vrede)
  • Support Counter Terrorism (acties tegen terroristische activiteiten)
  • Embargo Operations

Ook kan de NRF met of zonder instemming van de partijen ter plaatseworden ingezet als zgn. Initial Entry Force (ontplooid als eerste eenheid in het inzetgebied), bijvoorbeeld ter voorbereiding van een missie van de zgn. Follow-On Forces.

De halfjaarlijkse rotaties van de NRF zijn gebaseerd op een periode van eenheidstraining, vervolgens zes maanden systeem- en interoperabiliteitstraining en tot slot zes maanden onmiddellijke beschikbaarheid ( "on call" ).

De NRF-samenstelling is gebaseerd op:

  • landelement van brigade-grootte, incl. speciale eenheden (commando's e.a.)
  • marine-element dat bestaat uit een joint (gezamenlijke) Task Force
  • luchtelement dat geschikt is om 200 combat missions per dag te vliegen

Het op 19 mei 2004 officieel opgerichte Allied Command Operations (ACO) op het Supreme Headquarters Allied Powers Europe (SHAPE) in Mons (België) heeft de leiding over de NRF, inbegrepen:

  • standaardisering
  • certificering
  • oefening

Wat zijn en worden de wapenfeiten van de NRF, m.n. gericht op de inbreng van Nederland in de NRF:

15 oktober 2003

Tijdens een ceremonie op HQ AFNORTH in Brunssum is de NRF officieel geactiveerd door de generaals J. Deverell (CINC-AFNORTH) en J. Jones (SACEUR)

 

15 november 2003

Generaal J. Deverell heeft het eerste commando op zich genomen van de NRF, die in totaal 9.000 militairen telt

 

20 november 2003

In het Turkse Doganbey vindt de eerste NRF-demonstratie plaats onder de naam 'Allied Response 03'

 

juni/juli 2004

 

NRF-certificeringsoefening 'Bison Medic Response' (FTX) vindt plaats voor de eenheden van de Medical Task Force NRF-4
oktober 2004

 

Oefening 'Heroic Sword' (CPX/FTX) vindt plaats voor de eenheden van NRF-4
november 2004

 

NRF-certificeringsoefening 'Allied Warrior' vindt plaats ten behoeve van 1GNC
januari t/m juni 2005

 

Eerste "on call" -fase voor Nederland: 1GNC voert Land Component Command (LCC) over NRF-4 aan met onder andere 3.100 Nederlanders (exclusief nationale logistieke ondersteuning); daadwerkelijke i nzet van (een deel van) NRF-4 wordt zeer waarschijnlijk geacht.
oktober 2006

De NRF zal de status van Full Operational Capability (FOC) bereiken met een gepland totaal van 21.000 militairen

 

januari t/m juni 2008
Tweede "on call" -fase voor Nederland: 1GNC voert NRF-10 aan.

Zowel voorbereidings- als "on call" -fase komen wat de Nederlandse krijgsmacht betreft bovenop de lopende verplichtingen, zoals de missies in Afghanistan (ISAF), Bosnië (SFOR) en Irak (SFIR).

43 Gemechaniseerde Brigade uit Havelte levert het leeuwendeel van de eenheden en dus ook van het personeel binnen de Land Component Command van NRF-4.

Meer informatie over de NRF is te vinden via de websites van het Regional Headquarters Allied Forces North Europe (AFNORTH), het Allied Command Europe Rapid Reaction Corps (ARRC) en het Supreme Headquarters Allied Powers Europe (SHAPE).

Zie ook: E.U. Battle Group (EUBG).

Terug naar Boven

 

NATO-spelalfabet

LETTER

SPELLING

 

 

A

ALFA

B

BRAVO

C

CHARLIE

D

DELTA

E

ECHO

F

FOXTROT

G

GOLF

H

HOTEL

I

INDIA

J

JULIET

K

KILO

L

LIMA

M

MIKE

LETTER

SPELLING

 

 

N

NOVEMBER

O

OSCAR

P

PAPA

Q

QUEBEC

R

ROMEO

S

SIERRA

T

TANGO

U

UNIFORM

V

VICTOR

W

WISKEY

X

X-RAY

Y

YANKEE

Z

ZULU

Zie ook: datumtijdgroep (dtg).

Terug naar Boven

 

NATO STOCK NUMBER

Afgekort: NSN. Dertiencijferig getal dat door de lidstaten van de NAVO aan een uniek artikel in de ruimste zin van het woord wordt toegewezen. Als voorbeeld voor zo'n uniek NSN de zaklamp MX-991/U, onder andere in gebruik bij de Koninklijke Landmacht, die als NSN 6230-00-264-8261/0 heeft.

Het NSN kan worden ontleed in vier groepen van getallen, onderbroken door een plat streepje, met achter de schuine streep het controlegetal:

6230 Groepsnummer NATO Supply Classification Code (NSC)
00 Landenkengetal NATO Code for National Classification (NCB)
264

8261

Artikelidentificatienummer Non-Significant Number
0 Controlegetal

Het landenkengetal geeft in welk land het unieke artikel is geproduceerd: in dit geval staat de tweecijferige combinatie 00 voor de Verenigde Staten. Indien geproduceerd in Nederland is het landenkengetal 17.

De laatste negen cijfers van het NSN (NSN minus groepsnummer) is het NATO Item Identification Number (NIIN).

Om het controlegetal, indien niet gegeven, te berekenen moeten de laatste drie cijfergroepen bij elkaar worden opgeteld en gedeeld door 11.

In dit voorbeeld: (00 + 264 + 8261) : 11 = (8525 : 11) = 775,0.

Het restgetal van de uitkomst (m.a.w. het getal dat niet meer gedeeld kan worden zonder dat het een breuk wordt) is het controlegetal. Het controlegetal is onder andere terug te vinden in de Organisatie Tabel en Autorisatie Staat (OTAS), de lijst van alle personeel en materieel binnen een eenheid.

Binnen de NAVO houdt het Allied Committee 135 (AC 135) zich bezig met het toekennen én catalogiseren van NATO Stock Numbers. Het zgn. NATO Codification System is gebaseerd op twee NATO-Standardization Agreement (STANAGS):

  • 3150 (Uniform System of Supply Classification)
  • 3151 (Uniform System of Item Identification)

BInnen de NAVO zijn heden ten dage ongeveer 16 miljoen actieve NSN's, waarvan alleen al zeven miljoen aan de Verenigde Staten zijn toegewezen. De artikelen lopen uiteen van handgranaten tot geleide projectielen, van stukken zeep tot wasmachines, van zaklampen tot bouwlampen.

Zie ook: NATO-landencodes.

Terug naar Boven

 

NATTE GROEP

Wasfaciliteit, met name geloceerd in een Porta Cabin of andere gecontaineriseerde of geprefabriceerde ruimte. De ruimte is uitgerust met airconditioning, boilers, douches, spiegels, toiletten, urinoirs, ventilators en/of wasbakken met kranen.

In Uruzgan bestaat een natte groep uit 2 containers met 2 douches, 2 toiletten, 2 urinoirs en 4 wasbakken. Verder is elke container voorzien van airconditioning en verwarming. Per stuk kosten de containers € 30.000.

Terug naar Boven

 

NAUTISCHE AVONDSCHEMERING

In plaats van de astronomische schemering (een zonsdiepte van precies 18 graden onder de horizon) en de ‘burgerlijke schemering’ (als de zon 6 graden onder de horizon is) hanteert de krijgsmacht het begrip ‘astronomische schemering’. Dit is het moment dat de zon 12 graden onder de horizon gezonken is. Dit is hetzelfde als ± 210 duizendste. De term is afkomstig uit de scheepvaart en watersport.

De tijd tussen het moment dat de zon 12 graden onder de horizon staat en zonsopkomst, wordt BNMS genoemd: Begin Nautische Morgen Schemering. Normaliter valt dit tijdstip ± 1 uur vóór zonsopkomst. Het is dus een periode van daglicht, evenals ENAS, die begint bij praktisch volledige duisternis en eindigt bij vol daglicht (zonsopkomst).

De tijd tussen zonsondergang en het moment dat de zon 12 graden onder de horizon staat, wordt ENAS genoemd: Einde Nautische Avond Schemering. Normaliter valt dit tijdstip ± 1 uur na zonsondergang. Het is dus een periode van daglicht, evenals BNMS, die begint bij zonsondergang en eindigt bij volledige duisternis.

BNMS en ENAS zijn belangrijk om te weten of militair optreden onder verduisterde cq. donkere omstandigheden zal plaatsvinden.

Tijdens de nautische avondschemering zijn de omtrekken van objecten nog herkenbaar, althans bij de afwezigheid van verlichting (dus niet in verstedelijkte gebieden).

De tijd van zonsopkomst of -ondergang kan afwijken door de opbouw van de atmosfeer (‘optisch bedrog’), topografie (natuurlijk, door geaccidenteerd terrein, of kunstmatig, door obstakels) of de hoogte van de waarnemer.

Terug naar Boven

 

NAVO

Afkorting van Noord-Atlantische Verdrags Organisatie.

In het Duits: Nordatlantikvertrag-Organisation. In het Engels: North Atlantic Treaty Organisation (NATO). In het Frans: Organisation du Traité de l’Atlantique Nord (OTAN).

De NAVO is opgericht na de Tweede Wereldoorlog door België, Canada, Denemarken, Frankrijk, Groot-Brittannië, IJsland, Italië, Luxemburg, Nederland, Noorwegen, Portugal en de Verenigde Staten; het verdrag is getekend op 4 april 1949 in Washington D.C.

In 1963 kwam er van Franse zijde kritiek op de Amerikaans-Britse plannen inzake de NAVO; in ’65 ontvingen alle Franse troepencontingenten van de regering de order verdere deelname aan de gemeenschappelijke manoeuvres van het bondgenootschap op te schorten. Frankrijk maakte in het vervolg geen deel meer uit van de militaire organen van de NAVO en in ’66 werden de militaire instanties uit Parijs verhuisd. Het geallieerde opperbevel (Supreme Allied Commander, SACEUR) trok naar Bergen (Mons) en Casteau in België. De SACEUR is altijd een Amerikaanse generaal. De Secretaris-Generaal, de hoogste civiele functionaris binnen de NAVO, is tot op heden driemaal een Nederlander: Dirk Stikker (1961-1964), Joseph Luns (1971-1984) en Jaap de Hoop Scheffer (sinds 2004).

Het NAVO-verdrag regelt onder andere de wederzijdse verdediging en supranationale samenwerking van de krijgsmachten van de meeste westerse landen. De kern van het NAVO-verdrag staat in artikel 5, dat aangeeft dat in geval van een aanval op één van de lidstaten deze aanval door de andere lidstaten zal worden opgevat als een aanval op alle lidstaten; vervolgens zullen alle lidstaten samenwerken om de aanval af te slaan.

De huidige 26 lidstaten van de NAVO zijn:

LIDSTAAT

JAAR VAN TOETREDING

België

1949

Bulgarije

2004

Canada

1949

Denemarken

1949

Duitsland

1955

Estland

2004

Frankrijk

1949

Griekenland

1952

Groot-Brittannië

1949

Hongarije

1999

IJsland

1949

Italië

1949

Letland

2004

Litouwen

2004

Luxemburg

1949

Nederland

1949

Noorwegen

1949

Polen

1999

Portugal

1949

Roemenie

2004

Slovenië

2004

Slowakije

2004

Spanje

1982

Tsjechië

1999

Turkije

1952

Verenigde Staten

1949

Download hier 'NAVO 60 jaar. Verjaardag in oorlogstijd' - Juurd Eijsvogel (M, het maandblad van NRC Handelsblad, maart 2009, 7 maart 2009, pagina 30 t/m 34, 1.22 MB)

Op 1 april 2009 zijn Albanië en Kroatië toegetreden tot de NAVO. Door de uitbreiding bestaat het bondgenootschap nu uit 28 landen.

Op 3 augustus 2009 is bekendgemaakt dat de voormalige Amerikaanse Minister van Buitenlandse Zaken, Madeleine Albright, voorzitter wordt van een expertgroep van de NAVO die moet komen tot een nieuw Strategisch Concept. De expertgroep is opgericht op verzoek van de nieuwe Secretaris-generaal van de NAVO, Anders Fogh Ramussen.

Volgens Ramussen is dit nodig vanwege de opkomst van dreigingen als internationaal terrorisme, cybercrime en piraterij. Het huidige Strategisch Concept dateert van 1999, voordat op 11 september 2001 zo’n drieduizend mensen om het leven kwamen bij de terroristische aanvallen op New York, het ontstaan van cybercrime, de neergang én opkomst van de Taliban in Afghanistan en de golf piratenaanvallen in de Golf van Aden.

Vice-voorzitter van de twaalf man sterke expertgroep wordt de voormalige bestuursvoorzitter van Royal Dutch Shell, Jeroen van der Veer. Onder de overige tien experts bevinden zich de Britse oud-Minister van Defensie Geoff Hoon, de voormalig gezant bij de NAVO voor Turkije, Umit Pamir, de president van de Franse nationale bibliotheek en tevens strategie-expert, Bruno Racine, de Poolse oud-Minister van Buitenlandse Zaken Adam Daniel Rotfeld en een aantal carrièrediplomaten.

Het plan van de expertgroep zal op de NAVO-topconferentie in Lissabon in 2010 ter goedkeuring aan de leiders van de NAVO-lidstaten worden voorgelegd.

Zie ook: drielettercodes en dienstplicht.

Terug naar Boven

 

NAVO-5-PARAGRAFENBEVEL

Zie voor uitgebreide uitleg: bevel.

Zie ook: beoordeling van toestand (BVT), operationeel besluitvormingsproces (OBP) en O.T.V.O.E.M.

Terug naar Boven

 

NBC

Betekenis: Nucleair, Biologisch, Chemisch.

Verouderde benaming voor wat tegenwoordig NAVO-breed C.B.R.N. wordt genoemd: Chemisch, Biologisch, Radiologisch en Nucleair.

NBC werd ook wel ABC genoemd: Atomair, Biologisch, Chemisch. Zowel NBC, ABC als CBRN duiden op onconventionele wapens cq. strijdmiddelen die kunnen worden gebruikt.

Ook wel aangeduid als massavernietigingswapens. Van de verspreiding van massavernietigingswapens gaat een groeiende bedreiging uit, zoals bij internationaal terrorisme.

Zie verder: C.B.R.N.

Zie ook: massavernietigingswapens.

Terug naar Boven

 

NBC-PAK

Het huidige NBC-pak dateert van 1978 (M78) of 1982 (M82). Het nieuwe NBC-pak M2000 voor de 21ste eeuw is een aangepaste versie van het Amerikaanse NBC-pak.

ONDERDEEL

MATERIEEL

broek

binnenlaag koolstof, buitenlaag vloeistofwerende coating

handschoenen

synthetisch butylrubber

laarzen

synthetisch butylrubber

parka

binnenlaag koolstof, buitenlaag vloeistofwerende coating

Rechtsboven de nieuwe NBC-parka, rechtsonder de nieuwe NBC-broek en links een militair die volledig in een nieuw NBC-pak is gestoken

Het nieuwe NBC-pak M2000 beschermt minimaal 6 uur bij een vloeistofbesmetting en maximaal 24 uur in een gas- of dampconcentratie. De concentraties waarbij het NBC-pak nog wél bescherming biedt zijn NAVO-geheim.

Zie ook: CBRN, COLPRO, FM-12 (CBRN-masker) en maskeroefenruimte.

Terug naar Boven

 

NEC TEMERE, NEC TIMIDE

Het in het Latijn gestelde motto van 11 Air Manoeuvre Brigade Air Assault - voorheen 11 Luchtmobiele Brigade - is ‘Nec Temere, Nec Timide’. Deze kreet betekent in het Nederlands: “Noch Roekeloos, Noch Vreesachtig”.

De wapenspreuk geeft aan dat een lid van de Luchtmobiele Brigade zich wel degelijk zorgen maakt met betrekking tot de gevolgen van een handeling of het daaraan verbonden gevaar, maar hij is niet bang uitgevallen.

in het Duits luidt het devies “Weder Furchtsam Noch Unbesonnen”, in het Engels “Neither rashly nor timidly”.

In Duitsland is dit tevens de zinspreuk van de Hansestadt Danzig. Ook is dit het motto van het Amerikaanse 12th Field Artillery Battalion uit Fort Meyer, Virginia, dat in de Eerste Wereldoorlog, als een integraal onderdeel van de 2nd (US) Division, slag voerde in Frankrijk. Na ‘La Grande Guerre’ werd het veldartilleriebataljon gestationeerd in Fort Sam Houston, Texas.

Terug naar Boven

 

NEDERLANDS DETACHEMENT VERENIGDE NATIES (KOREA)

Het Nederlands Detachement Verenigde Naties (NDVN) in Korea 1950-1954, door adjudant b.d. R.K. Meijer

Klik op bovenstaande banner!!!

Op 15 oktober 1950 werd het Nederlands Detachement Verenigde Naties opgericht, ook wel Van Heutsz Bataljon genoemd, omdat alle leden registratief onder het Regiment Van Heutsz vielen. Sinds 1 juli 1950 had het regiment bij Koninklijk Besluit de tradities van het KNIL overgenomen.

Vanaf december 1950 nam het NDVN, ter sterkte van een bataljon, deel aan de peace-enforcement-operatie in Korea, nadat op 25 juni 1950 zeven volledig door de Sovjet-Unie uitgeruste Noordkoreaanse (NKA) infanterie-divisies, aangevoerd door 230 Russische T-34 tanks, de 38ste breedtegraad overtrokken naar het Westers-georiënteerde Zuid-Korea.

Op 27 juni nam de VN-Veiligheidsraad, dankzij een boycot van haar vergaderingen door de Sovjet-Unie, het besluit om een VN-macht naar Zuid-Korea te sturen, en al op 30 juni arriveerde druppelsgewijs de eerste Amerikaanse troepen. De Amerikaanse 7de Vloot (met de F-9 Panther als eerste straalvliegtuig van de nieuwe generatie) kwam in actie en vanuit Japan werden B-29 bommenwerpers tegen de Noordkoreaanse agressor ingezet.

Generaal Douglas MacArthur werd opperbevelhebber over de VN-macht, terwijl het 8ste Amerikaanse leger onder commando stond van generaal Walton Walker (later: Matthew Ridgway). De Zuidkoreaanse hoofdstad Seoul viel al na 3 dagen en in september 1950 had Noord-Korea 90% van het Zuidkoreaanse grondgebied in handen. Later bleek dat China aan Noordkoreaanse zijde meevocht.

Het NDVN, uiteindelijk bestaande uit een staf, een staf-compagnie, drie tirailleur (infanterie)-compagnieën (tir-cie) en een ondersteuningscompagnie (ost-cie), werd ter plaatse ingedeeld in het 38ste Regiment van de 2de Divisie van het 8ste Amerikaanse Leger. Het NDVN werd, gesteund door Zuidkoreaanse hulpkrachten (Katusa's), onmiddellijk aan het front ingezet en leverde aan vele acties hun belangrijke bijdrage. Meest in het oog springend waren de acties bij Hoengsong, Inje en Wonju.

De eerste commandant van het NDVN, luitenant-kolonel M.P.A. den Ouden, sneuvelde met 16 anderen bij de gevechten om Hoengsong (op 12 februari 1951) en werd postuum tot ridder der vierde klasse in de Militaire Willems-Orde benoemd, de hoogste dapperheidsonderscheiding van Nederland. Hetzelfde eerbewijs ontvingen soldaat J.F. Ketting Olivier en kapitein J. Anemaet voor hun bijdrage aan de gevechten om heuvel 325 bij Wonju.

De marine was daarnaast constant met een oorlogsbodem, de torpedobootjager Hr. Ms. Evertsen, vanuit de haven van Soerabaja in de Koreaanse wateren aanwezig.

Na de op 27 juli 1953 in Panmoendjon overeengekomen wapenstilstand tussen Noord- en Zuid-Korea, vertrokken de Nederlanders in oktober 1954 weer naar Nederland. Van de ruim 16.000 gegadigden voor het NDVN in 1950, vochten gedurende 4 jaar bijna 4.000 landmacht-militairen in Korea. In totaal 120 Nederlandse militairen sneuvelden of overleden door ziekte en ongevallen.

De meeste doden liggen begraven op het ereveld Tanggok. Op de Engelbrecht van Nassau-kazerne in Roosendaal is in 1982 een monument, geschonken door het Koreaanse volk, onthuld ter nagedachtenis aan de Korea-veteranen. De Korea-veteranen zijn verenigd in de VOKS: Vereniging van Oud-Korea Strijders (VOKS), die onder andere jaarlijkse herdenkingen houdt op de Oranjekazerne in Schaarsbergen (bakermat van het Regiment Van Heutsz).

Na de Korea-oorlog is de Nederlandse deelname aan vredesoperaties (Peace Support Operations) toegenomen, zoals te lezen is in:

'Van Korea tot Kosovo. De Nederlandse militaire deelname aan vredesoperaties sinds 1945'

Sdu Uitgevers, Den Haag, 1999

ISBN 901208766X

'Van Korea tot Kabul. De Nederlandse militaire deelname aan vredesoperaties sinds 1945'

Sdu Uitgevers, Den Haag, 2005

ISBN 9012109159

Zie ook: Adrianus Arnold van Balkom, Heuvel 325 (15 februari 1951), Johannes Benedictus van Heutsz, Soldaat Ketting Olivier Kazerne (SKOK) en tjot.

Terug naar Boven

 

NEDERLANDS MILITAIR GENEESKUNDIG TIJDSCHRIFT

Afgekort: NMGT.

Een van de drie militaire vakbladen voor de leden van het Regiment Geneeskundige Troepen.

Verschijnt tweemaandelijks, is een uitgave van het Militair Geneeskundig Facilitair Bedrijf en hoofdredacteur is de kapitein ter zee-arts M .J.J. Hoejenbos.

Het redactieadres is Postbus 20701, 2500 ES Den Haag en het ISSN 0369-4844.

Terug naar Boven

 

NEPVETERAAN

Helaas brak in 2004 het woord ‘nepveteraan’ definitief door in de Nederlandse vocabulaire. Het gaat hier om een zeer fout, absoluut niet vermakelijk fenomeen: een man of vrouw die zich met een uitgestreken gezicht – in vol ornaat, blazer of colbertjasje behangen met medailles en overige onderscheidingen – tijdens defilés, herdenkingsbijeenkomsten en reünies militaire eer laat welgevallen die hij/zij in het geheel niet verdient.

Voor de echte veteraan - een militair die heeft gediend onder oorlogsomstandigheden of tijdens vredesoperaties, en intussen de actieve dienst heeft verlaten - is de nepveteraan een belediging en plaaggeest. De nepveteraan doet immers afbreuk aan de inzet en offers van echte veteranen. Soms worden deze nepveteranen bij herdenkingen nota bene met de meeste egards behandeld.

Nepveteraan Henk Lenting in De Telegraaf na de nepoverval...

Meest in het oog springende pseudo-oud-strijders – tevens helden-op-sokken en pathologische leugenaars – zijn Anton den Harder, Henk Lenting, Will Weyenberg en de Canadese Nederlander Dick Wille.

Weyenberg verklaarde in 1998 te handelen vanuit een sterke betrokkenheid bij de strijders uit W.O. II. Tijdens de jaren 1940-’45 was hij echter geen militair maar grafdelver. Hij werd uiteindelijk ontmaskerd door de Vereniging van Oud-Korea Strijders (VOKS). Voor de in Canada woonachtige Dick Wille, die tot 2006 jaarlijks een grote veteranenbijeenkomst organiseerde in het Lady Luck Hotel in Las Vegas (VS), werd gewaarschuwd door het Veteranenplatform.

Henk Lenting is nooit in actieve dienst geweest en staat bij het Veteraneninstituut te bekend als “fantast”; sinds de invalide ‘Bosnië-veteraan’ begin 2009 in Venray zou zijn overvallen, weten ook het Ministerie van Defensie en het Reünieverband Dutchbat III van het bestaan van deze nepveteraan.

Bij de 50ste herdenking van de Slag om Arnhem doken zo’n vijf tot tien nepveteranen op. In 2004 dook tijdens de Airborne Wandeltocht een oude Belg op, getooid met de maroonrode baret, die liet weten veel moeite te hebben met de terugkeer naar de plaats waar hij bijna zestig kameraden van de SAS had verloren. Bij navraag gaf de Belg schoorvoetend toe nooit tijdens de Slag om Arnhem aanwezig te zijn geweest.

Toneelgroep Het Volk maakte in 2006 over nepveteranen de tragikomedie ‘Helden zonder glorie’, geschreven door Don Duyns. Hierin spelen de acteurs Bert Bunschoten, Joep Kruijver en Wigbolt Kruijver drie verknipte oorlogsveteranen die voorlichtingsavonden organiseren waar ze hun heldhaftige, al dan niet waargebeurde oorlogsverhalen vertellen.

Het maandblad voor veteranen Checkpoint besteedde in  april 2009 aandacht aan de nepveteraan.

Verder geen woorden aan vuil maken...

Ook het buitenland kent zijn nepveteranen......

Terug naar Boven

 

N.G.O.

Betekent: Non-Gouvernementele Organisatie.

Transnationale, veelal maatschappelijk geëngageerde organisatie die gewoonlijk niet van regeringswege wordt gestuurd, waar de overheid primair géén invloed op heeft en die niet door een overheid wordt vertegenwoordigd.

In principe zijn NGO’s non-profit organisaties, d.w.z. zonder winstoogmerk, die draaien op vrijwilligers die, evenals de hun ter beschikking staande middelen, worden gefinancierd uit fondsenwerving. Het gemeenschappelijke belang van NGO’s ligt veelal op het gebied van conflictpreventie, humanitaire hulpverlening, mensenrechten en ontwikkelingshulp. NGO’s van naam zijn Amnesty International, Artsen Zonder Grenzen (Médecins Sans Frontières), Cordaid, Human Rights Watch en Oxfam Novib.

Zowel de aanwezigheid van NGO’s (locaties, mogelijkheden, omvang en soort) als de onderlinge afstemming van de diverse NGO’s met de lokale autoriteiten én de aanwezige militairen, kan essentieel zijn om een specifieke inzet sneller te laten verlopen. Het lenigen van de acute nood, in het bijzonder bij natuurrampen (aardbeving, droogte, epidemie, hongersnood, overstroming), vindt normaliter het snelste plaats door de al aanwezige NGO’s.

Sommige NGO’s willen niet samenwerken met militairen, omdat zij zelf neutraal willen blijven of vinden dat de krijgsmacht in dezelfde vijver vist als de NGO’s. Defensie voert dan ook in toenemende mate zelf ontwikkelingshulpprojecten uit in het kader van civiel-militaire samenwerking en quick impact projects. Een betere afstemming op én communicatie met militairen is een vereiste. Hiertoe kan in een missiegebied als intermediair tussen NGO’s en militaire hulpverleners een liaison worden aangesteld. Indien de situatie zo gevaarlijk en/of instabiel is dat militairen de enigen zijn die toegang hebben tot een bepaald gebied, blijven de NGO’s wijselijk weg. Hoewel de aanwezigheid van militairen en/of het zich – ongewild – voor het karretje van militairen laten spannen voor de meeste NGO’s dé pijnpunten zijn, blijkt uit het op 29 mei 2006 verschenen onderzoeksrapport 'Principles and Pragmatism, Civil-military action in Afghanistan and Liberia’ van NGO Cordaid dat militairen in missiegebieden juist populairder zijn dan NGO’s.

Terug naar Boven

 

NIET-LINEAIR GEVECHTSVELD

Zie verder: lineair gevechtsveld.

Terug naar Boven

 

NIEUWPOORT, SLAG BIJ

De bekendste veldslag uit de Nederlandse krijgsgeschiedenis v ond plaats op 1 juli 1600, halverwege de Tachtigjarige Oorlog. Krijgsheer Prins Maurits, zoo n van Willem van Oranje, was eigenlijk op weg naar Duinkerken om de kapers aan te pakken die de zee onveilig maakten en dus de Nederlandse handelsvloot het werken onmogelijk maakten.

Links Prins Maurits, rechts de prins die op zijn paard voorgaat in de strijd

Maurits – opperbevelhebber van het leger van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden (Friesland, Gelderland, Groningen, Holland, Overijssel, Utrecht en Zeeland) – ging vanuit Vlissingen met zijn leger op weg in opdracht van de Staten-Generaal. Over land en ter zee trok hij met 1.300 schepen, 13.000 man voetvolk (musketiers en piekeniers) en 3.000 ruiters op naar Oostende, dat al in Hollandse handen was. Onderweg naar Duinkerken stuitte hij echter bij het Vlaamse havenplaatsje Nieuwpoort op de gecombineerde troepenmacht van aartshertog Albrecht van Oostenrijk (in opdracht van de Spanjaarden landvoogd van de Zuidelijke Nederlanden) en de Spaanse generaal Francisco de Mendoza.

Nadat Prins Maurits zijn eerste confrontatie met de Spaanse vijand aan de IJzer drastisch had verloren, liet hij zijn troepen opstellen in de duinen aan de kust. Tijdens het innemen van de opstellingen voor de geplande verrassingsaanval, begon de eigenlijke veldslag.

Maurits had 9.400 man voetvolk en 2.500 man ruiterij, Albrecht van Oostenrijk beschikte over 6.500 man voetvolk en 1.200 man ruiterij. Doordat de Nederlandse en Engelse troepen zich in de duinen en op het strand opstelden, moesten de Spaanse troepen tegen de zon en de wind in vechten. Mede doordat Maurits langer een groep ruiters als reserve achterhield en pas inzette op het moment dat zijn leger verslagen leek, werd de Slag bij Nieuwpoort in minder dan vier uur tijd door de Nederlanders gewonnen.

De Spanjaarden verloren ruim 4.000 man, de Staten-Generaal onder leiding van Prins Maurits 1.700. Albrecht van Oostenrijk sloeg op de vlucht, Francisco de Mendoza werd gevangengenomen. Hoewel Prins Maurits in zijn eerste échte veldslag een klinkende overwinning behaalde, had de veldslag géén militair nut: Nieuwpoort bleef in handen van de Spanjaarden. Bovendien waren er duizenden slachtoffers te betreuren.

Niettemin gold door de overwinning in de Slag bij Nieuwpoort het leger van het genie Maurits als een schoolvoorbeeld voor anderen. Het geheim van de strateeg school erin hoe hij zijn manschappen organiseerde en samenstelde én op het slagveld het principe van de kleinere eenheden herintroduceerde ten voordele van een meer wendbare strijdmacht.

Terug naar Boven

 

NIGHT OPS

Night operations. In het Duits: Nachtbetrieb. In het Frans: opérations de nuit. In het Nederlands: nachtoperaties.

Nachtelijk optreden – tussen schemering en dageraad, of uitgebreider: tussen ENAS en BNMS – dan wel optreden bij verminderd zicht (mist, nevel, regen, sneeuw, zandstorm) is vanwege het belemmerde vrije zicht op het terrein en de vijand die zich daar ophoudt, gevaarlijker dan overdag. Hoewel de periode van zonsondergang tot –opgang ideaal lijkt om slachtoffers door vijandelijk vuur te mijden, zich aan vijandelijke observatie te onttrekken en tijd te winnen, kunnen de psychologische effecten van de nacht zwaar op het optreden drukken. (De duisternis kan zelfs verhinderen dat het verkregen tactisch voordeel wordt opgemerkt, waardoor het niet wordt uitgebuit.)

Ook stimuleert de duisternis de verbeeldingskracht; dit is hinderlijk, zeker onder omstandigheden waarbij iedereen al zwaar op de proef wordt gesteld door terrein- en weersomstandigheden, vijanddruk en slaapdeprivatie (moeheid en uitputting). Daaraan kan nog worden toegevoegd dat in het donker afstanden en voorwerpen groter lijken, terwijl het gehoor geluiden waarneemt die overdag nauwelijks hoorbaar zijn.

Het effect van nachtelijk optreden neemt af/toe met de mate van duisternis. Operaties tijdens volle maan, in het bijzonder boven woestijn- of besneeuwd terrein, hebben vergelijkbare omstandigheden als overdag. Daarentegen doen operaties tijdens bewolkte, donkere, mistige en regenachtige weersomstandigheden eerder een beroep op het gehoor dan op het zicht; ook worden dan het fysieke uithoudingsvermogen en de mentale weerbaarheid zwaar op de proef gesteld.

Omdat de duisternis het overzicht van werkzaamheden moeilijk maakt, moet personeel op elkaar ingespeeld zijn door opleiding, training, voorbereiding en opwerkingstraject: oriëntatie van en coördinatie tussen de verschillende eenheden en de in te zetten wapensystemen verloopt dan zo correct mogelijk. Door detailplanning en het afvinken van checklists hoeft niets aan het toeval te worden overgelaten om frictie in elk geval planmatig te voorkomen.

Om klokrond (24/7) te kunnen optreden en derhalve ook de nacht door te brengen, moeten de troepen weloverwogen en gedisciplineerd zijn, liefst in een basale formatie worden ontplooid en goed op zichzelf aangewezen kunnen zijn. Alle mogelijke manieren van camouflage, geheimhouding en misleiding dienen tijdens nachtelijke krijgsverrichtingen te worden toegepast. Wanneer dit het geval is, is de eenheid psychologisch en tactisch in het voordeel (force multiplier). Nachtovervallen (camisades), uitvallen en vuurovervallen zijn beproefde tactieken tijdens night ops.

Meer nog dan overdag geldt dat wie het initiatief neemt in het voordeel is. Ook in de 21ste eeuw hangt het welslagen van night ops af van verrassing, niet primair van de mate van hightech.

Essentieel (indien mogelijk/nodig):

gebruik camouflage en natuurlijke bescherming die het terrein biedt (als overdag)
gebruik lineaire en/of kunstmatige terreinkenmerken werken als oriëntatie- en navigatiepunten (bergrand, brug, gebouw, heuvel, rivier, toren, weg)
houd allen hetzelfde doel en dezelfde richting (vermijd friendly fire)
houd u aan de lichtdiscipline: gebruik nachtzichtapparatuur (HV, IR en WB) en alleen in uiterste noodzaak breaklights, flares, lichtpatronen, zaklampen e.d.
verken het terrein bij daglicht; bepaal een (escape-)route die vrij is van hindernissen
zorg ervoor een reserve achter te houden
zorg voor cross-training en een werk-rustschema (bredere inzetbaarheid personeel)
zorg voor een goede voorbereiding op veranderende weersomstandigheden (temperatuurverschillen) en/of duur van de opdracht

Terug naar Boven

 

NINE-LINER

Ezelsbruggetje dat wordt gebruikt voor het aanvragen van luchttransport op locatie in geval van een MEDEVAC. Het is, zoals de naam aangeeft, een negenregelig standaardbericht in NAVO-format. Hierin wordt onder meer aangegeven waar de gewonde zich bevindt, wat de aard van de verwondingen is en of er extra geneeskundige middelen op locatie benodigd zijn.

Afhankelijk van de aard van de MEDEVAC (forward, tactical of strategic aeromedical) wordt het luchttransport uitgevoerd met helikopter (rotary wing) of vliegtuig (fixed wing). Voor het aanvragen van een helikopter kan een nine-liner worden opgemaakt door:

  • daartoe geautoriseerd en opgeleid geneeskundig personeel
  • Helicopter Handling Instructor (HHI)
  • Landing Point Commander (LPC)

Nadat de nine-liner bij de Med Cell / Med Ops is binnengekomen, wordt daar de beslissing genomen tot het al dan niet uitrukken ten behoeve van een MEDEVAC. De beslissing is een operationele, géén geneeskundige. Logischerwijs wordt de beslissingsautoriteit te allen tijde geadviseerd door een geneeskundig (staf)officier, bijvoorbeeld de Senior Medical Officer (SMO), of onderofficier geneeskundig toegevoegd.

De aanvrager leest de request (aanvraag) langzaam op, voorafgegaan door de regelnummers. De ontvanger dient de gehele aanvraag langzaam terug te lezen (read back). Nadat de aanvraag is opgelezen, dient de aanvragende eenheid de radiofrequentie om te zetten naar die welke is genoemd in de tweede regel (line 2). Het verloop van de feitelijke MEDEVAC zal zo veel mogelijk onder radiostilte worden uitgevoerd.

LINE 1

LOCATION

8-cijfercoordinaat

WT 1234.5678

LINE 2

CALL SIGN

Roepnaam / Frequentie

NE / 54.300

LINE 3

PRECEDENCE

Aantal gewonden naar prioriteit en verwonding (*1)

1 urgent arterial bleeding femur

LINE 4

SPECIAL EQUIPMENT REQUIRED

Benodigde extra geneeskundige uitrusting
hoist, extractieapparatuur, ventilator)

2 packed cells (concentrate RBC’s)

LINE 5

NUMBER OF PATIENTS (litter or ambulatory)

Aantal liggende / zittende gewonden

1 litter patient

LINE 6

SECURITY OF P.U.P.

Veiligheid op PUP

(*2)

LINE 7

MARKING OF P.U.P.

Wijze van markeren PUP
(marker panel, pyrotechnisch middel, rook)

Green marker panel

LINE 8

NATIONALITY

Nationaliteit en status (*3)

1 Dutch military

LINE 9

LANDING-POINT DESCRIPTION (*4)

Beschrijving landing point
(gegevens PUP, kleur rook)

 

next to lake, size 5, green smoke

*1

Urgent
Priority
Routine

Emergency to save life, limbs and/or eye-sight
Evacuation required in 4 hours or patient will become urgent
Patient not seriously injured

*2

In oorlogstijd en onder vergelijkbare omstandigheden. In vredestijd te vervangen door: “Number and descriptive type of wound, injury or illness” (“Aantal gewonden met beschrijving verwonding of ziekte”)

*3

Bijvoorbeeld: detainee, krijgsgevangene, sierra of tango.

*4

In oorlogstijd aangevuld met eventuele NBC-besmetting.

Zie ook: luchtgewondentransport (LUTRA), MEDEVAC en M.E.T.H.A.N.E.

Terug naar Boven

 

NIVEAUTRAINING

De hoofdlijnen van het opleidings- en trainingsproces, die is ingedeeld in niveaus die overeenkomen met de grootte van eenheden:

1 individu militaire basisvaardigheden (skills & drills), zoals schieten, gevechtstechnieken en fysieke vaardigheden; aankweken gevechtsbereidheid én wil om te winnen.

 

2 groep en wapensysteem militaire basisvaardigheden (skills & drills), zoals schieten, gevechtstechnieken en fysieke vaardigheden; aankweken gevechtsbereidheid én wil om te winnen.

 

3 peloton en modules periodiek beoefenen van skills & drills m.b.t. gevechtstechnieken, gevechtsschieten en vormingsaspecten; moet worden beheerst, ongeacht in welke accentperiode de eenheid zich bevindt

 

4 compagnie periodiek beoefenen; belangrijkste bouwsteen in het gevecht van verbonden wapens; laten integreren in tactische training van manoeuvre, vuursteun, gevechtssteun en gevechtsverzorgingssteun.

 

5 bataljon integreren van eenheden én afstemmen van (gevechts)acties in ruimte en tijd; eerst staftraining in de vorm van TOOK, TOZT of CPX.

 

6 brigade inzet voor een multinationale operaties, logistiek ondersteund door én plaatshebbend in samenwerking met andere krijgsmachtdelen (joint & combined); gemechaniseerde brigade éénmaal in de 36 maanden te velde oefenen, inclusief logistieke ondersteuning.

 

7 divisie inzet voor een multinationale operaties, logistiek ondersteund door én plaatshebbend in samenwerking met andere krijgsmachtdelen (joint & combined).

 

8 legerkorps inzet voor een multinationale operaties, logistiek ondersteund door én plaatshebbend in samenwerking met andere krijgsmachtdelen (joint & combined).

 

Terug naar Boven

 

NON-Artikel 5-operatie

Ook genaamd: Crisis Response Operation (afgekort: CRO).

Operatie die niet is gebaseerd op artikel 5 van het NAVO-verdrag (voortvloeiend uit artikel 51 van het Handvest van de Verenigde Naties), dat stelt dat in geval van een aanval op één van de NAVO-lidstaten, deze aanval door alle andere lidstaten zal worden opgevat als een aanval op allen; alle lidstaten zullen vervolgens samenwerken om de aanvaller af te weren.

Binnen een non-artikel 5-operatie – dus niet gericht op de collectieve verdediging van het bondgenootschappelijk grondgebied (Collective Defense Operation, CDO) – kan een door de NAVO geleide strijdmacht buiten het verdragsgebied van de NAVO bemiddelen tussen twee partijen dan wel met geweld een einde maken aan conflicten.

Een Peace Support Operation (PSO) kan deel uitmaken van cq. het vervolg zijn op een non-artikel 5-operatie.

Terug naar Boven

 

NON-COMBATANT evacuation operation

Afgekort: NEO. In het Engels: rescue of nationals. In het Frans: évacuation des ressortissants (RESEVAC); opération d'évacuation de non-combattants.

Evacuatie van non-combattanten. Militaire operatie die erop is gericht non-combattanten – in dit verband: landgenoten (staatsburgers), andere rechthebbende burgers (bijvoorbeeld IO’s en NGO’s), vluchtelingen en/of ongewapende militairen, al dan niet van bondgenootschappelijke of bevriende landen waarvoor de Nederlandse regering zich verantwoordelijk voelt – die worden bedreigd op een zo veilig mogelijke manier vanuit (een instabiel gebied in) een vreemd land te evacueren naar een veilige(r) omgeving (moederland).

Vanuit een vreemd land worden de evacués naar een veilig gebied gebracht, waar zij worden hergroepeerd, geteld, administratief ingeboekt en medisch behandeld. De daadwerkelijke evacuatie, vanuit het veilig gebied (al dan niet in het vreemde land), vindt plaats naar het moederland. De eenheid die een NEO uitvoert, realiseert beveiliging, transport, medische hulpverlening, initiële opvang en begeleiding van de evacués.

Een NEO wordt uitgevoerd door het Ministerie van Defensie in nauwe samenwerking met het Ministerie van Buitenlandse Zaken. De evacuatie (extractie) zal in de regel in gang worden gezet door de chef de poste (ambassadeur, consul) in het vreemde land; hij wijst de te evacueren evacués aan. Tot militaire evacuatie kan worden besloten als de lokale overheid de veiligheid van non-combattanten niet langer kan garanderen, wanneer er ernstige twijfels bestaan of non-combattanten op eigen gelegenheid het land kunnen verlaten of de afwezigheid van beschikbare infrastructuur (haven, vliegveld) noodzaakt tot de inzet van militaire middelen.

De fasering in een NEO bestaat uit een initiële ontplooiing, tactische ontplooiing, veiligheidsoperatie, daadwerkelijke evacuatie en terugtrekking.

Voor de wijze van uitvoering van een NEO is het geweldsniveau bepalend. De NEO wordt uitgevoerd met of zonder geweldsdreiging:

Met geweld(sdreiging)

Zonder geweld(sdreiging)

Non-permissive

Permissive

Houd rekening met gewapende tegenstand

Gastland geeft toestemming voor extractie

Militaire operatie met elementen van verbonden wapens

Militaire operatie met inzet van communicatie, logistiek en transport

Terug naar Boven

 

NON-COMBATTANT

Zie onder combattant.

Terug naar Boven

 

NONEX

Betekenis: Non-Exercise (niet-oefenend, niet met betrekking tot de oefening). Geen NAVO-term. Ook genaamd: no-play.

Algemeen

NONEX houdt in dat activiteiten niet tot het oefenspel van de oefening behoren, maar daadwerkelijk plaatsvinden of van kracht worden verklaard vanwege ondersteuning van de oefening, ongevallen en vredesbeperkingen tijdens vredesomstandigheden, zoals Exercise Supply (EXSUP).

 

Geneeskundig

Met betrekking tot echte gewonden en zieken. Deze vallen derhalve buiten het bestek van het oefenscenario, m.a.w. wanneer die het gevolg zijn van echte ongevallen, calamiteiten of ziekte. In principe is elke oefenende eenheid altijd zelf verantwoordelijk voor de NONEX-ondersteuning. De 24/7 beschikbare NONEX-ondersteuning wordt gerealiseerd met:

  • arts/AMV/geneeskundige eenheid, inclusief geneeskundig hulppersoneel
  • een volledig toegerust, inzetbaar en beschikbaar gewondentransport en/of geneeskundige inrichting (ook voor niet-spoedeisend ziekenrapport)
  • fysieke aansluiting op de civiele gezondheidszorg (o.a. overlaadpunten)
  • gegarandeerde verbindingen en bekendheid met meldingsprocedures

Bij het spoedeisend karakter van letsel of verwondingen kan NONEX-ondersteuning gepaard gaan met geneeskundige spoedafvoer.

Vanwege de beschikbaarheid van de AMV’er is er tegenwoordig géén formele scheiding tussen NONEX- en oefentactische zorg. Een AMV’er zal altijd zorg verlenen, of hij/zij nu op ernstmissie, oefening of vredeslocatie is.

Terug naar Boven

 

NON-KINETISCHE OORLOGVOERING

Kinetische oorlogvoering is gebaseerd op het gebruik van wapens die chemische of kinetische energie (bewegende massa) afgeven bij inslag en explosie. Vervolgens veroorzaken zij bij de vijand infrastructurele en materiele vernietiging en personeelsverliezen of in elk geval hinder van het vijandelijk optreden. Kinetische oorlogvoering is niets anders dan een andere benaming voor conventionele oorlogvoering. In dit verband wil ‘conventioneel’ zeggen dat de middelen die worden aangewend steeds te maken hebben met wapens en munitie.

In dit verband is het woord ‘kinetisch’ een retroniem: het werd pas gebruikt – bijvoorbeeld in het boek ‘Bush at war’ (2002) van Bob Woodward – toen onderscheid moest worden gemaakt met een begrip dat voorheen ongekend was, ‘non-kinetisch’, ten teken van oorlogvoering die niets of nauwelijks iets met wapens en munitie te maken heeft.

Zo gebruikte de Amerikaanse generaal David Petraeus, commandant van de Multi-National Force Iraq (MNF-I), het woord ‘kinetisch’ tweemaal in de Bagdad-context in zijn Irak-speech voor het Congres op 10 september 2007, overigens zonder een definitie te geven. Wèl gaf hij aan dat kinetische oorlogvoering niet de oplossing is voor wat de Amerikanen in Irak willen.

De verschillen tussen kinetische en non-kinetische oorlogvoering:

Kinetisch

Non-kinetisch

Intentie

Wapens en munitie gebruiken bij gevechtshandelingen tegen de vijand

Handelwijzen om denkproces en ideeëngoed te van de vijand te beïnvloeden

Doel

Zijn wil aan de vijand op te leggen, de vijand aan te vallen of de vijand te vernietigen

Cultuur en gebruiken van de vijand aan te vallen (traditioneel) of te beïnvloeden zonder zijn wil op te leggen (nieuwerwets)

Effecten

  • dodelijk (lethaal) of tenminste schade en gewonden
  • (onmiddellijk) zichtbaar
  • trekt aandacht van de pers (mediacentrisch)
  • negatief voor lokale bevolking en publieke opinie
  • niet-dodelijk (non-lethaal)
  • niet (onmiddellijk) zichtbaar
  • trekt aandacht van de gemeenschap (maatschappijcentrisch)
  • in de regel positief voor lokale bevolking en publieke opinie

Non-kinetische oorlogvoering wordt door sommige analisten de overgang genoemd van de War on Terror (na de aanslagen van 11 september 2001 op de Verenigde Staten) naar de War of Ideas – onderdeel van de 5th Generation of Warfare (5GW).

Traditionele voorbeelden van non-kinetische oorlogvoering zijn:

Contra-inlichtingen

Elektronische oorlogvoering (EOV)

Psychologische operaties (PSYOPS)

De nieuwerwetse voorbeelden van non-kinetische oorlogvoering hebben een meer humanitaire, sociale invloed:

Civil-Military Cooperation (CIMIC)

Genie-activiteiten i.h.k.v. nation-building

Humanitaire operaties

Opleiding en training van lokale militairen en politie

Winning hearts and minds (WHAM)

Kinetische en non-kinetische oorlogvoering dienen elkaar aan te vullen dan wel in evenwicht te houden, bijvoorbeeld volgens luitenant-kolonel Mick Ryan (commandant van de Australische RTF in Uruzgan van augustus 2006 tot april 2007): “non-kinetic actions” worden in Uruzgan ondernomen door de Provincial Reconstruction Teams (PRT’s) en de Reconstruction Task Force (RTF). De synergie tussenbeiden kan bijvoorbeeld worden geïncorporeerd in counter-insurgency (COIN) en optreden in verstedelijkte gebieden.

Terug naar Boven

 

NOODRANTSOEN

In het Duits: Notration Verpflegung; Verpflegungspaket Ueberleben. In het Engels: emergency ration. In het Frans: ration d’urgence.

NSN 8970-25-139-1695. Wordt vaak verward met het gevechtsrantsoen. Het noodrantsoen is ontworpen om in geval van geen enkele andere beschikbaarheid van normale dagelijkse voeding te worden genuttigd door één militair.

Elke verpakking – 10,5 cm x 8,5 cm x 3,5 cm – weegt 230 gram.

De 4 repen met elk 2 tabletten (vergelijkbaar met sterk samengeperste biscuits) zijn verpakt in vetvrij papier. De repen zijn vacuüm verpakt in een lucht- en waterdicht aluminiumfolie. Het noodrantsoen bestaat uit aangepaste eiwitten, koolhydraten, vetten en suikers die nodig zijn voor een hoog-calorisch energieverbruik. Het noodrantsoen levert 4.200 kilojoules (kJ) energie: 4,2 megajoule (MJ) of 1003 kcal. De tabletten ruiken en smaken neutraal. Er is geen water of verhitting nodig om het noodrantsoen te kunnen consumeren.

Het noodrantsoen is langdurig houdbaar.

Zie ook: gevechtsrantsoen.

Terug naar Boven

 

NOODWEER

In het Duits: Notwehr. In het Engels: self-defence. In het Frans: légitime défense.

Juridische term voor een rechtvaardigings- en strafuitsluitingsgrond.

Letterlijk: het plegen van een strafbaar feit om zichzelf en/of een ander te beschermen tegen een onmiddellijke bedreiging. De verdediging mag niet verder gaan dan noodzakelijk is. Als noodweer (achteraf) is vastgesteld, is er géén sprake van een strafbaar feit (artikel 41, eerste lid, Wetboek van Strafrecht). Mocht iemand de grens van noodweer overschrijden, bijvoorbeeld omdat hij plotselinge erg schrikt of bang is (“hevige gemoedsbeweging”), kan – ook achteraf – sprake zijn van noodweerexces. Ook dan is dader niet strafbaar (artikel 41, tweede lid, WvS).

Omdat noodweer berust op zelf- én rechtsbescherming is zij – als eigenhandig optreden (eigenrichting) tegen daders – aan strenge voorwaarden gebonden. Zo is het alleen toepasselijk bij “ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding”. Ook moet noodweer voldoen aan de eisen van proportionaliteit (het gebruikte middel moet in relatie tot het doel staan) en subsidiariteit (er mag alleen actie worden ondernomen als dat toegevoegde waarde heeft voor de toestand).

Onder andere op militairen rust de zgn. Garantenstellung. Dit is een bijzondere zorgplicht die geldt voor personen die met betrekking tot geweld (professionele) training hebben genoten, zoals gevangenisbewaarders, militairen, politieagenten en beoefenaars van vechtsporten.

Ook een militair bezit een bepaalde verantwoordelijkheid en/of kennis, die hogere eisen kan stellen aan de kwaliteit van de afweging van de botsende plichten of belangen die in het geding zijn. Een militair dient te allen tijde professioneel te handelen; hij moet gepast geweld gebruiken. De bijzondere zorgplicht brengt met zich mee dat een militair zich juist ook door niets te doen strafbaar kan maken, bijvoorbeeld bij het niet verlenen van eerstehulp (EHBO, ZHKH).

Terug naar Boven

 

NOORDEN

Geografische of ware noorden (GN)

Het geografische noorden is het meest noordelijke punt van de aardbol, gesitueerd als de Noordpool. De Poolster - de ster die precies boven de aardas staat - geeft altijd het geografische noorden aan.

Kaartnoorden (KN)

De bovenzijde van elke topografische kaart komt, indien de kaart georiënteerd is, overeen met het magnetisch noorden. Oriënteren naar het noorden gebeurt aan de hand van een kompas. Het kaartnoorden is het noorden volgens de verticale lijnen van het raster op de kaart. Elke verticale lijn wijst naar het kaartnoorden.

Magnetisch noorden (MN)

Ook genoemd: kompasnoorden.

Het magnetisch noorden is het noorden waar de kompasnaald altijd naartoe wijst. Onder invloed van allerlei processen - onder andere magnetische krachtenvelden, bewegingen in de aardkern, draaias van de aarde en wisselend gewicht van de poolijskap - zijn op deze plaats de magnetische krachten zo sterk, dat de kompasnaald daar naartoe wijst. De magnetische afwijking is, dankzij de genoemde invloeden, redelijk te voorspellen.

Vanuit Nederland gezien ligt het magnetische noorden iets ten westen van het geografische of ware noorden. Het verschil tussen het geografische noorden (dat van de Noordpool) en het magnetische noorden (dat wat het kompas aangeeft) wordt declinatie genoemd. De declinatie is niet met het blote oog waar te nemen, omdat de verandering - althans vanuit Nederland - jaarlijkse 2 à 3 duizendsten (± 0,15 graden) naar het oosten bedraagt.

Het magnetisch noorden bevindt zich op de Parry Islands, een eilandengroep die behoort tot de archipel van de Queen Elizabeth Islands ten noorden van Canada, ± 500 km noordelijk van het Noord-Amerikaanse continent. De ligging van de Parry Islands is op 75 graden 80 minuten noorderbreedte en 102 graden 70 minuten westerlengte (75.80º Noorderbreedte 102.70º Westerlengte). De eilanden zijn in 1819/'20 ontdekt door de Britse ontdekkingsreiziger Sir William Edward Parry.

Terug naar Boven

 

NORMAL FRAMEWORK OPERATIONS

Afgekort: NFO. Dagelijks optreden.

Een van de wijzen van optreden van westerse krijgsmachten, die als de ‘core business' van de dagelijkse gang van zaken van een Peace Support Operation worden gezien. De andere wijzen van optreden zijn KTS, CIMIC en IO:

NFO

Normal Framework Operation

dagelijks optreden

KTS

Knock-Talk-Search

gerichte acties

CIMIC

Civil-Military Cooperation

civiel-militaire samenwerking

IO

Information Operation

informatie operatie

NFO behelst dagelijkse bezigheden zoals:

voorzien in force protection

beveiligen van compound en ops-room

rijden en begeleiden van konvooien

ter beschikking hebben en inzetten van een Quick Reaction Force (QRF) of Emergency Reaction Force (ERF)

monitoren en ruimen van landmijnen en UXO's

dag en nacht, uitvoeren van patrouilles, bereden, te voet of per voertuig in de eigen Area of Responsibility (AOR)

aanwezigheids- of presentiepatrouilles

sociale patrouilles

verkenningspatrouilles

uitvoeren van voertuigcontroleposten/Vehicle Check Points (VCP) of versterken van de lokale autoriteiten

controleren van de lokale strijdkrachten

manoeuvres

opleiding/training

sites (controleren cq. inzamelen wapens en/of munitie)

Het leeuwendeel van de NFO-activiteiten buiten de compounds komt voor rekening van de niveaus 1 t/m III: ploegen, groepen en pelotons. De terminologie ‘NFO' kwam in Nederland in zwang dankzij het optreden van het Korps Mariniers en operatie EUFOR – het vervolg van UNPROFOR / IFOR / SFOR in Bosnië-Hercegovina. Op Dutchbase Bugojno wordt gebruik gemaakt van een NFO -Company met zowel een Over The Horizon Task Force (OTHF) als een Emergency Reaction Force (ERF).

Alle informatie uit de rapportages die het gevolg zijn van dagelijks optreden gaan naar de Sectie 2 (Inlichtingen & Veiligheid), waardoor er een beeld kan worden opgebouwd van wat er zich zoal in de AOR afspeelt. Met name om voldoende eenheden ter beschikking te stellen voor het uitvoeren van gerichte acties (Knock-Talk-Search) worden eenheden soms vrijgemaakt van NFO.

Zie ook: hand-over/take-over, Knock-Talk-Search (KTS) en lines of communication (LOC).

Terug naar Boven

 

NOTICE TO MOVE

Afgekort: NTM. In het Nederlands: Reactietijd. In het Frans: Préavis de mouvement.

Reactietijd (ook wel ‘readiness time' genaamd), gewoonlijk in de vorm van een operatie- of waarschuwingsbevel, die door een commandant aan ondercommandanten wordt uitgegeven voor het verplaatsen van personeel en/of materiaal in het kader van een operatie.

Terug naar Boven

 

NUKUBU

Betekenis: Nutteloze Kut Burger.

Scheldwoord van militair personeel voor burgers die al dan niet werkzaam zijn binnen het Ministerie van Defensie.

Natuurlijk is een burger geenszins nutteloos, alleen al omdat hij/zij – evenals de Defensiewerknemer – de belastingcenten toucheert waardoor de krijgsmacht haar werk kan doen. Feit is wél dat de gemiddelde burger die niet werkzaam is binnen het Ministerie van Defensie geen snars snapt van het fenomeen militair. Niettemin is een goede verstandhouding met de burgerij een must, reden waarom de krijgsmacht met Public Relations zoveel mogelijk laat zien waartoe zij in staat is. Dit is het geval op open dagen, voorlichtingsdagen e.d.

Zie ook: leunstoelstrateeg.

Terug naar Boven

 

NULLI CEDO

Lijfspreuk van de infanterie algemeen, tevens het baretembleem voor militairen in de infanterie-opleiding (vóór 2002 ook van de initiële opleiding bij het schoolbataljon). Betekenis: “Ik wijk voor niemand”. Tevens credo van de Nederlandse humanist Desiderius Erasmus (1469-1536).

Het baretembleem op een gestileerde letter W, gedragen op een poncreaurode ondergrond (patje), bestaat uit een Romaans schild, gelegen op een neerwaarts gericht zwaard en rustend op een banderol. Hierin is de wapenspreuk ‘Nulli Cedo’ vermeld.

Tot 8 november 2002 – toen de schoolbataljons een eigen OCIO-embleem met twee gekruiste sokkelbajonetten kregen – droegen de leerlingen van de schoolbataljons het baretembleem ‘Nulli Cedo’. Bij de oprichting van de schoolbataljons was destijds gekozen voor het ‘Nulli Cedo’-embleem, maar de Wapen- en Traditieraad van de infanterie uitte vanaf het begin bezwaren tegen het oneigenlijk gebruik hiervan: de opleiding bij de schoolbataljons was en is géén infanterie-opleiding, maar een basisopleiding voor alle militairen.

Overigens heeft de Nationale Reserve van 1948 tot 25 augustus 1982 ook het embleem ‘Nulli Cedo’ gedragen. De NATRES bestond oorspronkelijk uit hulpmarechaussee (reservegrensbewaking), luchtdoelartillerie en infanterie, met derhalve drie verschillende baretemblemen. De infanterie, het grootste aandeel in de NATRES, droeg het goudkleurige embleem ‘Nulli Cedo’. Vanaf 1960 werden de marechaussee- en luchtverdedigingstaken afgestoten, waardoor alleen de infanterie en het ‘Nulli Cedo’-embleem overbleven.

Sommige leden van Onze Vrijwilligers Vereniging Korps Nationale Reserve (OVV KNR), de oud-leden van de NATRES, dragen het oude ‘Nulli Cedo’-embleem nog altijd met ere.

Links een militair met het nieuwe OCIO-embleem, rechtsboven het embleem uitgelicht, rechtsonder de kleur van de ondergrond van het baretembleem (patje).

Ook het 8ste Regiment Infanterie, dat in 1950 - zoals alle genummerde regimenten - werd omgedoopt in een naamregiment (in dit geval Regiment Infanterie Oranje Gelderland), droeg hetzelfde baretembleem.

Gekscherend wordt ‘Nulli Cedo’ soms verbasterd tot “Nutteloos lichaam creëert eigen doodsoorzaak” of ingevuld als acroniem: "Nooit Uitgeslapen Luie Lamlendige Infanterist, Commentaar En Dergelijke Overbodig".

De van oorsprong klarinettist en later kapelmeester Joop P. Laro (1927-1975) componeerde de gelijknamige defileermars van het wapen der infanterie, ‘Nulli Cedo’. Laro was achtereenvolgens kapitein-directeur van de Johan Willem Frisokapel (1953-1964), majoor-directeur van de Marinierskapel (1964-1975) en vanaf 1975 als luitenant-kolonel Inspecteur Militaire Muziek Krijgsmacht (IMMK). Hij componeerde verder onder andere de Inspectiemars (Koninklijke Landmacht), Mars 4 Divisie, ‘Qua Patet Orbis’ (Korps Mariniers), Mars 1 Legerkorps, NTC-Mars ‘Hollands Glorie’ (Nationaal Territoriaal Commando), BLS-Mars (Bevelhebber der Landstrijdkrachten) en Mars 1 Divisie ‘7 December’.

Bron onder andere: ‘November Romeo’, Korpsblad voor de Nationale Reserve, april 2008 (speciale editie ter gelegenheid van het 60-jarig bestaan van de Nationale Reserve) en http://marinierskapel.hyves.nl.

Terug naar Boven

 

NUNC AUT NUNQUAM

Lijfspreuk van het Korps Commandotroepen.Betekent“Nu of Nooit”.

Terug naar Boven

 

Laatste update:20.06.2010