HET LAATSTE NIEUWS
Terug naar de homepage
 

Naar de homepage

DECEMBER 2012
M
D
W
D
V
Z
Z
1
2
5
6
9
10
12
15
16
19
20
22
24
25
26
27
29
31
      

Maak uw keuze uit de hierboven getoonde lijst

Naar de homepage

ZONDAG 30 DECEMBER 2012

Recordaantal Afghaanse militairen gesneuveld

In 2012 zijn 1.056 Afghaanse militairen gesneuveld. Dat is het hoogste aantal sinds de Amerikaans-Britse invasie eind 2001. Die leidde weliswaar tot de val van het Taliban-regime, maar ook tot de nu al elf jaar voortslepende islamistische opstand tegen de door de VS gesteunde regering van president Hamid Karzai.

Alleen al de laatste negen maanden werden 906 Afghaanse militairen gedood.

Generaal Mohammad Zahir Azimi, de officiŽle woordvoerder van het Afghaanse Ministerie van Defensie, maakte de cijfers in Kabul bekend.

De Afghaanse krijgsmacht krijgt steeds meer verantwoordelijkheden nu de buitenlandse militairen eind 2014 het land zullen hebben verlaten. De NAVO heeft zich ten doel gesteld 350.000 Afghaanse militairen en politieagenten te hebben getraind wanneer alle Ī 100.000 buitenlandse troepen uit Afghanistan vertrokken zijn.

Op de persconferentie gaf Azimi ook aan dat de Afghan National Army nu in meer dan 75% van het land de veiligheid garandeert. Hij voegde eraan toe dat zijn leger betere bescherming en uitrusting tegen het landmijnengevaar nodig heeft.

Het transitieproces in Afghanistan is problematisch: desertie, lage herintredingscijfers en een slecht moreel verontrusten de Afghaanse en NAVO-commandanten.

Daarnaast zijn in 2012 meer dan 60 buitenlandse militairen gedood bij “insider attacks” of 'green-on-blue'. Deze aanvallen op NAVO-troepen door leden van de Afghaanse veiligheidstroepen tasten het vertrouwen tussen de NAVO en Afghanistan ernstig aan.

Terug naar Boven of naar Homepage

 

VRIJDAG 28 DECEMBER 2012

Oud-generaal Norman Schwarzkopf overleden

In Tampa, Florida, is vannacht op 78-jarige leeftijd de gewezen Amerikaanse generaal Norman Schwarzkopf overleden. Vanwege zijn driftbuien stond hij bij zijn militairen bekend als 'Stormin' Norman'.

Schwarzkopf meldde zich in 1966 als vrijwilliger aan voor de oorlog in Vietnam. In de Vietnamoorlog verdiende hij verschillende onderscheidingen, waaronder een Purple Heart. Hij was ťťn van de weinige militairen die niet gedesillusioneerd raakten door de Vietnamoorlog en drong er zelfs op aan te blijven en het Vietnamese leger op te bouwen tot een modern beroepsleger.

Schwarzkopf was Commander-in-Chief van het Central Command en daarmee de bevelhebber van de geallieerde strijdkrachten tijdens de Eerste Golfoorlog (1991), de operaties Desert Shield en Desert Storm. Bij de coalitietroepen die de Iraakse troepen van Saddam Hussein uit Koeweit verdreven, waren militairen uit zo'n dertig landen betrokken, waaronder ruim 600.000 Amerikaanse.

Schwarkopf speelde in 1990 een belangrijke diplomatieke rol bij het verkrijgen van toestemming van de Saoedische koning Fahd om buitenlandse militairen op Saoedisch grondgebied te stationeren.

De troepenopbouw in de Perzische Golf duurde vijf maanden. Na wekenlange luchtaanvallen volgde in februari ‘91 een succesvol grondoffensief. Een jaar na de Eerste Golfoorlog ging Schwarzkopf met pensioen, weer een jaar later verscheen zijn autobiografie It Doesn't Take A Hero.

In een verklaring op de website van het Witte Huis schreef de Amerikaanse president Barack Obama: “With the passing of General Norman Schwarzkopf, we've lost an American original. From his decorated service in Vietnam to the historic liberation of Kuwait and his leadership of United States Central Command, General Schwarzkopf stood tall for the country and Army he loved.”

Leon Panetta, Minister van Defensie, vindt dat Schwarzkopf "left an indelible imprint on the United States military and on the country”. Hierbij verwijst hij naar de drie Silver Stars in twee tours of duty naar Vietnam en Schwarzkopfs bevel over het Central Command.

Ook oud-president George H.W. Bush – die het land leidde tijdens de interventie – en zijn echtgenote Barbara, betuigde in een communiquť de laatste eer aan Schwarzkopf. Bush noemde hem “[…] a true American patriot and one of the great military leaders of his generation. A distinguished member of that Long Gray Line hailing from West Point, General Norm Schwarzkopf, to me, epitomized the 'duty, service, country' creed that has defended our freedom and seen this great Nation through our most trying international crises.”

Colin Powell, die tijdens de Eerste Golfoorlog als voorzitter van de Verenigde Chefs van Staven onder Bush diende, zette een verklaring op zijn Facebookpagina: "With the passing of General H. Norman Schwarzkopf, America lost a great patriot and a great soldier. Norm served his country with courage and distinction for over 35 years. The highlight of his career was the 1991 Persian Gulf War, Operation Desert Storm. "Stormin' Norman" led the coalition forces to victory, ejecting the Iraqi Army from Kuwait and restoring the rightful government. His leadership not only inspired his troops, but also inspired the nation.”

Terug naar Boven of naar Homepage

Geopende archieven Falklandoorlog explosief

Vandaag door de National Archives vrijgegeven regeringsdocumenten - 647 pagina's pdf - laten zien dat de toenmalige Britse premier Margaret Thatcher in 1982 compleet verrast was door de invasie van de Falklandeilanden door ArgentiniŽ.

De Iron Lady zouzich pas enkele dagen voor de inval van het ťchte gevaar gewaar geworden zijn. De invasie vond plaats op 2 april 1982; drie dagen later stoomde een Britse vloot op naar de eilandengroep. Op 14 juni waren de Falklands geheel heroverd op de Argentijnen.

Uit de vrijgegeven documenten blijkt dat Thatcher aanvankelijk twijfelde over hoe Groot-BrittanniŽ moest terugslaan: ze was bang dat haar beslissing om de Britse strijdkrachten naar de Falklands te sturen, meer agressie zou uitlokken bij de Argentijnen. Wanneer de Argentijnen meer troepen zouden stationeren, zou ze wellicht genoodzaakt zijn de opstomende Britse armada rechtsomkeert te laten maken: “Dat zou de grootse vernedering voor Groot-BrittanniŽ zijn geweest", aldus Thatcher.

Enkele maanden na de door de Britten gewonnen doorlog werd Thatcher achter gesloten deuren gehoord door het Falkland Islands Review Committee. Deze commissie onder leiding van Lord Franks ging onder meer na of de Britse regering voldoende was voorbereid op de oorlog. Bij de presentatie van het onderzoeksrapport, begin 1983, zuiverde de commissie de Britse regering van alle blaam over het vermeend negeren van waarschuwingssignalen van een Argentijnse invasie. Het zijn deze commissieverslagen die nu, dertig jaar na dato, zijn vrijgegeven.

"Nooit, echt nooit, had ik zo'n invasie voor mogelijk gehouden. Het was echt dom van ze om te doen, gezien de omstandigheden. Alleen al het idee?" Zelfs een paar dagen voor de op handen zijnde invasie bleef Thatcher dit een "absurd en belachelijk" idee vinden.

Ook de toenmalige Britse Minister van Buitenlandse Zaken Lord Carrington getuigde tegenover de commissie niet te hebben gedacht dat de Argentijnen de Falklands zouden binnenvallen.

Toen bleek welke richting het conflict uitging, zocht Thatcher steun bij de Verenigde Staten. Volgens de toenmalige Amerikaanse president Ronald Reagan was het echter beter met ArgentiniŽ te onderhandelen. Enkele dagen voor de Britse zege, op 31 mei 1982, belde Reagan Thatcher: hij vroeg haar de Argentijnen niet helemaal te vernederen en de eilandengroep over te dragen aan internationale vredestroepen. De VS had al eerder voorgesteld een Amerikaans-Braziliaanse vredesmissie naar de archipel te sturen.

De onthullingen van vandaag staan haaks op de gebeurtenissen zoals die beschreven staan in het eerste deel van Thatcher's mťmoires, 'The Downing Street Years' (1993). Hierin komt ze louter zelfverzekerd over.

Volgens historici behoren de vandaag vrijgegeven documenten tot de meest explosieve van de afgelopen drie decennia. De Falklandoorlog kostte aan 649 Argentijnen, 255 Britse militairen en drie eilandbewoners het leven.

Thatcher was een echte premier in oorlogstijd. In een vrijgegeven - maar nooit verstuurd - telegram waarschuwt ze de Argentijnse president, generaal Leopoldo Galtieri voor de gevolgen als ArgentiniŽ zich niet zou terugtrekken: "Met uw militaire ervaring weet u wat de uitkomst van deze strijd zal zijn. Over een paar dagen wappert de Britse vlag weer in de hoofdstad van de Falklands. En dan lezen wij allebei onze lijst met namen van de gevallenen. Ik ben er dan van overtuigd dat mijn militairen hun leven gaven voor vrijheid en gerechtigheid. Dat verzacht het verdriet over hun dood. En u, generaal? Wat vertelt u dan?"

Galtieri trad enkele dagen na de Britse overwinning in de Falklandoorlog af.

Terug naar Boven of naar Homepage

 

ZONDAG 23 DECEMBER 2012

Duitsland waarschuwt voor aanslagen met drones

De Duitse federale recherche, het Bundeskriminalamt (BKA), waarschuwt in een persbericht voor terreuraanslagen met op afstand bediende modelvliegtuigen en drones in Duitsland. PotentiŽle boosdoeners zijn volgens het BKA "fanatici, met name uit kringen van het islamitische terrorisme".

Dit meldt het Duitse tijdschrift Focus in verwijzing naar een recente veiligheidsanalyse van het BKA.

Op 28 september 2011 arresteerde de FBI Rezwan Ferdaus, aanhanger van het terroristische netwerk Al Qaida, die in Washington D.C. een aanslag met mini-drones op het Pentagon en het Congres wilde plegen. De mini-drones waren toegerust met C-4 plastic explosieven. In november 2011 is hij veroordeeld tot 17 jaar gevangenisstraf.

Volgens Focus, dat citeert uit de analyse van het BKA, zijn vergelijkbare scenario's in Duitsland denkbaar. Als mogelijke varianten worden aanslagen met onbemande vliegtuigjes met explosieven op verkeersvliegtuigen, luchthavens of " doelen in bewoond gebied, op bijeenkomsten waar veel mensen zijn en op gebouwen” genoemd.

Terug naar Boven of naar Homepage

 

VRIJDAG 21 DECEMBER 2012

Overleg opgeschort vanwege onvoldoende WUL-compensatie

De laatste vergadering van het Sector Overleg Defensie (SOD) vóór het kerstreces is vandaag door de militaire vakbonden voor onbepaalde tijd opgeschort. Door dit uitstel praten de bonden en Minister van Defensie Jeanine Hennis-Plasschaert ook niet meer over de reorganisatie bij Defensie.

De bonden vinden de compensatie die Defensie biedt om de negatieve effecten van de Wet Uniformering Loonbegrip (WUL) te verlichten, onvoldoende.

Defensie betreurt dit tebn zeerste en zal de gedeeltelijke compensatie voor 2013 toch doorvoeren. Ook zet Defensie de reorganisatie door. Defensie kan en wil de reorganisatie niet langer ophouden. Het Defensiepersoneel heeft belang bij duidelijkheid over de toekomst. Daarom wordt de situatie aan de advies- en arbitragecommissie voorgelegd.

De Wet Uniformering Loonbegrip treedt op 1 januari 2013 in werking. De WUL schaft de inkomensafhankelijke premie ziektekostenverzekering voor werknemers af, onder gelijktijdige verhoging van de inkomstenbelasting. Hiermee wordt de berekening van bruto naar netto salarissen vereenvoudigd. Het gevolg is een afname van de administratieve lasten voor de werkgever.

Op iedereen heeft deze wet effect, dus ook op het inkomen van burger- en militairpersoneel. Echter, vanwege het afwijkende loonstelsel en de aparte ziektekostenregeling onder de Stichting Ziektekostenverzekering Krijgsmacht (SZVK) wordt het Defensiepersoneel sterker geraakt.

Militairen missen hierdoor het fiscale voordeel dat de WUL voor gewone werknemers oplevert, maar worden wél fiscaal benadeeld door de aanpassing van de loonbelastingtabellen om dat voordeel te compenseren. Dit tezamen heeft tot gevolg dat het inkomen van het militair personeel zal dalen met 2,8 tot 4,7%.

De militaire vakbonden wilden dat dit onbedoeld effect van de WUL volledig door Defensie zou worden gerepareerd. De Minister van Defensie heeft € 47,5 miljoen uitgetrokken om de “pijn te verzachten” (aldus een Twitterbericht van haar op 22 december om 15.32 uur).

De Wet Uniformering Loonbegrip (WUL) is op 31 mei vorig jaar door de Eerste Kamer aangenomen en treedt per 1 januari a.s. in werking.

Het Ministerie van Defensie gaat het nu ontstane conflict met de militaire vakbonden ook voorleggen aan een arbitragecommissie.

Terug naar Boven of naar Homepage

 

DINSDAG 18 DECEMBER 2012

Nieuwe gevechtslaars krijgsmacht: Meindl

Tusse nu en eind 2014 krijgen alle Nederlandse militairen nieuwe gevechtslaarzen van het merk Meindl. Commandant der Strijdkrachten generaal Tom Middendorp overhandigde het eerste paar aan sergeant der eerste klasse Johan de Jong bij Defensie KPU in Soesterberg.

De volgorde van uitgifte wordt bepaald door het principe 'fighters first': eerst de militairen die op uitzending gaan.

Ruim drie jaar geleden publiceerde het Ministerie van Defensie, volgens het eisenpakket van het nieuwe schoenenconcept en conform de Europese aanbestedingsregels, de aanbestedingsprocedure voor “het leveren van diverse gevechtslaarzen Multifunctioneel type M1 en M2, Jungle en Desert, sokken, voetbedden/inlegzolen en veters voor de gehele Defensieorganisatie”.

Op de aanbestedingsprocedure was het Besluit Aanbesteding Overheidsopdrachten (BAO) van toepassing. Het gunningscriterium was de “economisch meest voordelige inschrijving”. Van de acht inschrijvingen werden er zes op formele gronden terzijde gelegd, waarna alleen de inschrijvingen van Haix en Meindl inhoudelijk zijn beoordeeld. Hieruit kwam Lukas Meindl GmbH & Co als beste uit de bus.

De modellen M(ultifunctioneel) 1 en 2 zijn beiden zwart nubucklederen Meindl MFS®  (Memory-Foam-System) gevechtslaarzen voor zowel vlak, als rots- en bergachtig terrein. De schoenen worden verstrekt met speciale schoenonderhoudsmiddelen, omdat schoenpoets het leer beschadigt. De M1 heeft een waterdichte, ademende voering voor gematigde tot koude gebieden; de M2 een vochtregulerende voering bedoeld voor gematigde en warme gebieden.

De modellen Jungle en Desert worden alleen verstrekt als personeel op training of uitzending naar zulke gebieden gaat.

Alle gevechtslaarzen worden geleverd inclusief bijpassende sokken (zes paar per type), voetbedden/inlegzolen en veters.

Na de invoer van de Meindls hoeven de ‘oude’ gevechtslaarzen niet te worden ingeleverd en mogen ook nog worden gedragen.

Terug naar Boven of naar Homepage

Opbrengst afgestoten vastgoed Defensie te risicovol?

Volgens de Algemene Rekenkamer loopt Minister van Defensie Jeanine Hennis-Plasschaert het risico dat de per 2017 ingeplande bezuiniging van jaarlijks € 61 miljoen op de exploitatie van militaire terreinen, kazernes en infrastructuur niet zal worden gehaald. De Rekenkamer onderzocht dit in de periode juni tot oktober 2012.

Het plan om overtollige terreinen of gebouwen een andere functie te geven of af te stoten vanwege de inkrimping van de krijgsmacht is pas voor de helft door het ministerie met concrete maatregelen ingevuld. Ook zijn sommige vastgoedprojecten vertraagd en zijn de marktomstandigheden om vastgoed te verkopen ongunstig.

Defensie heeft plannen gemaakt om een deel van het vastgoed een andere bestemming te geven of te verkopen en delen van de krijgsmacht te concentreren of op andere locaties onder te brengen, maar hiervoor zijn eerst investeringen nodig (€ 400 à 600 miljoen). Deze investeringen hoopt Defensie gedeeltelijk te financieren uit de vastgoedopbrengsten van de eerste fase van het Herbeleggingsplan Vastgoed Defensie uit 2011. Over dit deel van het plan is met het Ministerie van Financiën afgesproken dat Defensie de netto-opbrengst mag houden.

Dit plan is pas voor € 31 miljoen van de € 61 miljoen ingevuld. De toenmalige Minister van Defensie, Hans Hillen, had de Tweede Kamer in juni j.l. al een vertraging in de uitvoering aangegeven.

De Algemene Rekenkamer roept de minister op meer duidelijkheid over de onzekerheden aan de Tweede Kamer te verschaffen en aan te geven hoe zij deze wil verkleinen.

In een reactie geeft de Minister van Defensie aan op Verantwoordingsdag de Tweede Kamer een nieuw overzicht te sturen van de uitvoering van het vastgoedplan. Hieruit zal blijken of extra maatregelen nodig zijn. Op Verantwoordingsdag, de derde dinsdag in mei – dit jaar 15 mei – legt het kabinet verantwoording af over de financiën en het gevoerde beleid van het afgelopen jaar. Intussen worden de interne voortgangsrapportages verbeterd.

De minister stelt in haar reactie verder dat er voldoende geld beschikbaar is om noodzakelijke investeringen te financieren, zoals de keuze om de Van Braam Houckgeestkazerne in Doorn te sluiten en een nieuwe kazerne voor het Korps Mariniers in Vlissingen te bouwen. Dit besluit noemt de Rekenkamer “risicovol”.

Een andere voorbeeld van onzekerheid bij het afstoten van vastgoed, is de weerstand die het sluiten van de Van Hornekazerne in Weert oproept. Een alternatief plan van de gemeente en provincie bespaart volgens de minister minder dan voorzien was. De door de minister beoogde exploitatiebesparing zal hier € 5 miljoen bedragen.

Terug naar Boven of naar Homepage

MAANDAG 17 DECEMBER 2012

Raamovereenkomst WZA voor AMV'ers 11 LMB

Het Wilhelmina Ziekenhuis Assen (WZA) en 11 Luchtmobiele Brigade tekenen vandaag een raamovereenkomst, waardoor militair verpleegkundigen van de Johan Willem Frisokazerne stage kunnen lopen in het WZA. Die stage wordt bij Defensie een "praktische tewerkstelling" genoemd.

Net als reguliere verpleegkundigen moeten ook militair verpleegkundigen omgerekend acht uur per week werkervaring opdoen om hun bekwaamheid (en daarmee hun bevoegdheid) als zorgprofessional te behouden.

Met de ondertekening van het samenwerkingsverband kunnen de militair verpleegkundigen in het WZA aan de wettelijke urennorm voldoen.

Het ziekenhuis zal met ingang van volgend jaar dertien stageplekken, elk van twee dagen per week, voor de militair verpleegkundigen beschikbaar stellen.

Met uitzondering van de recovery (afdeling waar patiŽnten worden overgedragen na het ondergaan van een operatieve ingreep) geldt de regeling voor alle verpleegafdelingen van het WZA, inclusief de Spoedeisende Hulp (SEH) en Intensive Care (IC).

Terug naar Boven of naar Homepage

 

VRIJDAG 14 DECEMBER 2012

Indië-deserteurs naar Hoge Raad

Twee mannen die in de jaren '40 weigerden in toenmalig Nederlands-IndiŽ te vechten en daarvoor werden veroordeeld, verzoeken decennia na dato de Hoge Raad der Nederlanden hun vonnissen van destijds te herzien.

Om principiŽle redenen weigerden zowel Jan Maassen (1929) als Johannes van Luyn (1925) mee te doen aan de Politionele Acties.

Maassen werd door het Hoog Militair Gerechtshof op 3 mei 1950 veroordeeld tot drie jaar gevangenisstraf voor “opzettelijke ongehoorzaamheid, gepleegd in tijd van oorlog”. Op last van de Minister van Justitie werd hij later uitgesloten van het kiesrecht tot 5 september 1955. Van Luyn werd op 9 januari 1951 veroordeeld tot twee jaar gevangenisstraf.

Volgens advocate prof. mr. Liesbeth Zegveld, die de deserteurs van toen vertegenwoordigt, levert de informatie over de misstanden die in 1969 in de Excessennota werd gepubliceerd, volgens het Wetboek van Strafvordering een novum (nieuw feit) op. Op basis hiervan zou de Hoge Raad de zaak kunnen heropenen.

Zegveld stelt: “Ten tijde van de berechting van beide mannen in de jaren ‘50 was de militaire rechter evenwel hoegenaamd niks bekend over het structurele geweld van Nederlandse militairen tegen burgers in Nederlands-Indië. […] Later onderzoek heeft uitgewezen dat het daarbij niet ging om incidentele wandaden, maar om grootschalig, systematisch optreden waaraan Nederlandse militairen niet konden ontkomen.”

Meer dan 100.000 Nederlandse militairen namen deel aan de Politionele Acties; duizenden weigerden te gaan. Een groot aantal van hen werd veroordeeld tot celstraffen.

Terug naar Boven of naar Homepage

Rode Kruis: risico's aan militarisering hulp

Volgens het Rode Kruis kleven grote risico's aan de militarisering van hulp, voor zowel slachtoffers als hulpverleners. Militairen die noodhulp verlenen kunnen het werk van humanitaire organisaties bemoeilijken of soms zelfs onmogelijk maken.

Algemeen directeur Cees Breederveld van het Nederlandse Rode Kruis is zeer bezorgd over het besluit van de Nederlandse regering om Ä 250 miljoen uit te trekken voor humanitaire hulp bij internationale vredes- en crisisoperaties in ontwikkelingslanden als onderdeel van militaire operaties.

Maandag 17 december zal de Tweede Kamer in de voortouwcommissie Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking (BuHaOS) onder andere praten over het kabinetsvoorstel om dit bedrag van het budget van Ontwikkelingssamenwerking beschikbaar te stellen voor internationale missies.

Vaak heeft het Rode Kruis als ťťn van de weinige organisaties toegang tot conflictgebieden, zoals Afghanistan, Jemen, SomaliŽ en SyriŽ. Cruciaal in het bereiken van de slachtoffers zijn daarbij de principes die de organisatie al anderhalve eeuw hanteert, zoals onafhankelijkheid, neutraliteit en onpartijdigheid. Vervaging van deze principes door vermenging van taken is uitermate riskant en dreigt een wankel evenwicht te verstoren.

De keerzijde is dat hulpverlening door militairen in sommige gevallen onontkoombaar en soms zelfs zeer wenselijk is. Hierbij valt te denken aan rampsituaties waarbij de infrastructuur en de mankracht vanuit Defensie heel hard nodig zijn. Ook in conflictsituaties heeft de krijgsmacht volgens het humanitair oorlogsrecht de plicht om gewonde burgers te evacueren en hulpverlening aan alle slachtoffers toe te staan.

Wanneer die hulpverlening deel gaat uitmaken van de militaire strategie om de vijand te verslaan ontstaat een geheel andere situatie. Een situatie waarin de risico's voor onafhankelijke hulporganisaties toenemen. Volgens het Rode Kruis moet daar “een felrode lijn worden getrokken”.

Vermenging van humanitaire en militaire activiteiten kan leiden tot gevaar voor de burgerbevolking, die doelwit van aanvallen kan worden als ze humanitaire hulp van militairen aannemen. Daarnaast kan het ertoe leiden dat de strijdende partijen of de burgerbevolking zelf de humanitaire hulp niet meer accepteert. Tot slot kan het de hulpverleners in gevaar brengen. Het aantal opzettelijke aanvallen tegen humanitair personeel neemt toe. Dat maakt pijnlijk duidelijk hoe broos het vertrouwen is van alle strijdende partijen in de hulpverlening van het Rode Kruis.

Bij conflicten gaat het vaak om extreem complexe sociaal-politieke situaties waarin men langdurig consequent zal moeten blijven handelen.

Het is van essentieel belang dat de politieke en militaire beleidsmakers serieus de verstrekkende gevolgen wegen van de vermenging van humanitaire hulp en militaire operaties. Het Rode Kruis is voorstander van een duidelijk onderscheid. Humanitaire hulp mag nooit als doel hebben om hearts & minds’ te winnen, maar zou enkel gericht moeten zijn op het lenigen van nood. Humanitaire organisaties op hun beurt moeten debatteren over de gevolgen van deze keuze. Daarbij moet zelfkritiek niet uit de weg worden gegaan. Voorkomen moet worden dat de veiligheid van humanitaire hulpverleners nog verder wordt verzwakt en, nog belangrijker, de slachtoffers van het geweld verder geÔsoleerd en in gevaar gebracht worden.

Terug naar Boven of naar Homepage

 

DONDERDAG 13 DECEMBER 2012

Alternatieven voor vertrekregio's Defensie?

Als de regio's waar Defensie voornemens is te vertrekken alternatieve plannen inleveren, zal het kabinet die in het besluit meewegen. Voorwaarden zijn wťl dat er geen vertraging ontstaat en het plan bijdraagt aan het op orde brengen van de financiŽle huishouding van Defensie.

Dit heeft Minister van Defensie Jeanine Hennis-Plasschaert vandaag in de Tweede Kamer gezegd bij de behandeling van de Defensiebegroting.

Zo wenst het kabinet de Van Braam Houckgeestkazerne in Doorn  - thuisbasis van het 1ste en 2de Mariniersbataljon - te verplaatsen naar Vlissingen. Hoewel het principebesluit al is genomen, zijn nog geen stappen gezet die niet omkeerbaar zijn, zo liet de bewindsvrouwe afgelopen week nog weten. Doorn lobbyt in stilte nog om de kazerne te behouden.

Hennis-Plasschaert: “Over het algemeen kondigt Defensie het vertrek van eenheden en de afstoting van locaties ruim van te voren aan. De desbetreffende provincies en gemeenten kunnen vroegtijdig nadenken over andere bestemmingen, daarvoor voorbereidende maatregelen nemen en alternatieve plannen presenteren. Al die plannen en voorstellen uit de regio's worden vervolgens door ons meegewogen bij de afweging over herbelegging."

De regionale plannen moeten in de visie van de minister wťl bijdragen aan het op orde brengen van de financiŽle huishouding: “Defensie zoekt naar doelmatigheidswinst en kan helaas niet altijd gehoor geven aan de wensen uit de verschillende regio's, hoe graag Defensie dat ook zou willen.”

Ook vindt Hennis-Plasschaert dat de plannen van de regio's geen vertraging mogen opleveren. "Het is echt van belang dat Defensie vaart maakt bij het halen van de geplande bezuinigingen."

Dit principe geldt blijkbaar ůůk voor de Koninklijke Militaire School (KMS) in Weert. Ook hier is, op 23 oktober jl., het principebesluit genomen om de onderofficiersopleidingen te verplaatsen, in dit geval naar de Legerplaats Ermelo.

Op woensdag 30 januari 2013 zal de Vaste commissie voor Defensie over het herbeleggingplan Vastgoed Defensie, fase 2a, vergaderen. Hierin komt ook het eindoordeel over het businessplan voor de KMS ter sprake.

Terug naar Boven of naar Homepage

 

DINSDAG 11 DECEMBER 2012

Draaginsigne Gewonden voor Gerard de Graaff

Op de Sergeant-majoor Scheickkazerne in Soesterberg heeft de Commandant der Strijdkrachten, generaal Tom Middendorp, vanmiddag het Draaginsigne Gewonden opgespeld bij Gerard de Graaff.

De Graaff, voormalig sergeant-majoor bij de Explosieven Opruimingsdienst Defensie (EOD), is de eerste (oud-)militair die tijdens een nationale operatie gewond is geraakt en het insigne krijgt.

Generaal Middendorp: "Onze inzet in eigen land is soms net zo risicovol als onze operaties ver van huis. We reikten het draaginsigne alleen uit aan militairen of veteranen die gewond zijn geraakt tijdens inzet onder oorlogsomstandigheden of bij vredesoperaties. Dat past echt niet meer bij deze tijd. De afgelopen jaren heeft Defensie zich in eigen land ontwikkeld van een passief vangnet tot een structurele veiligheidspartner van onder meer politie, brandweer en gemeenten. Wij gaan door waar anderen stoppen. Met capaciteiten die anderen niet hebben. Dat maakt de militair wezenlijk anders. Ook ruimen wij explosieven op. En hoe. Vorig jaar zijn we daarvoor al meer dan 2.000 keer ingezet. Dat is ruim veertig keer per week."

Gerard de Graaff verloor op 28 augustus 2001 zijn hand en een deel van zijn rechteronderarm toen hij op het politiebureau aan de Boezembocht in Rotterdam een koffer met tenminste vijf bompakketjes en drie handgranaten onschadelijk maakte.

Hoewel een eerdere aanvraag voor het Draaginsigne Gewonden werd afgewezen, ontving De Graaff, tegenwoordig burgermedewerker bij de EOD, na bemiddeling van de Inspecteur-Generaal der Krijgsmacht, alsnog het eerbetoon.

Het Draaginsigne Gewonden is bedoeld voor militairen en veteranen die gewond zijn geraakt tijdens oorlogsomstandigheden, vredesoperaties en vanaf nu dus ook tijdens nationale operaties.

Terug naar Boven of naar Homepage

 

ZATERDAG 8 DECEMBER 2012

“Defensie kan niet nog meer bezuinigen”

In haar eerste grote interview als Minister van Defensie, waarschuwt Jeanine Hennis-Plasschaert vandaag in De Telegraaf dat Defensie geen extra bezuinigingsronde meer aankan.

Volgens de bewindsvrouw “is het vlees van de botten” en is het onverantwoord om nog verder te snijden: “Waar het om gaat is dat op een gegeven moment de grens is bereikt. En ik denk dŠt we die grens hebben bereikt. Dat is evident.”

Hennis-Plasschaert wil de rust terug bij de krijgsmacht, die nu zwoegt onder een bezuinigingsreorganisatie ter grootte van Ä 1 miljard die is ingezet door het kabinet Rutte-I. Weliswaar is Defensie onder Rutte-II ontsprongen aan een grootschalige nieuwe bezuinigingsronde, maar moet er nog steeds nog ruim Ä 120 miljoen worden ingeleverd.

Over het besef in de samenleving dat vrijheid en veiligheid niet vanzelfsprekend zijn, zegt de minister: “Er is er nog een wereld te winnen als het gaat om beeldvorming over Defensie. Dat komt omdat veel mensen geen beeld hebben bij wat we allemaal doen. Als het alleen maar gaat over het handhaven van de internationale rechtsorde dan is dat ongelooflijk belangrijk, maar veel mensen voelen daar helemaal niks bij. Je moet de vertaalslag maken naar de handelsbelangen van Nederland. Wij zijn gebaat bij rust in de wereld en de krijgsmacht speelt daar een belangrijke rol in. Maar ook de nationale taken zijn belangrijk.”

Volgens haar mag de civiel-militaire samenwerking “echt meer worden benadrukt. Nederland heeft met Defensie goud in handen. Het is mijn missie om dat te benadrukken.”

Hennis-Plasschaert onderkent ook dat 2013 een heel moeilijk jaar wordt: “De ontslagen die al twee jaar worden aangekondigd krijgen nu een gezicht. Je voelt de onzekerheid en onrust. Het is een nare periode voor de hele organisatie. Tegelijkertijd ben ik van mening dat als we dit eenmaal hebben doorstaan, Defensie op de rails staat voor de toekomst.”

“Operaties zullen we zoveel mogelijk ontzien”, aldus de bewindsvrouw over de periode totdat de bezuinigingsreorganistie z'm beslag heeft gekregen en de krijgsmacht weer “op orde” is. Dit is soms te wijten aan “beslissingen uit het verleden. Om besparingen te realiseren zijn bijvoorbeeld contracten niet verlengd of aangegaan. Dan krijg je een tanker die tot stilstand komt. Laat een tanker maar weer eens in beweging komen. Dat duurt gewoon even.”

Missies zullen tot die tijd nog wel plaatsvinden “maar misschien wel korter. Het ligt aan de aard van de missie. Ik denk wel dat we steeds vaker gaan kijken naar wat het belang van Nederland is.”

Hennis-Plasschaert ziet niets in beslissingsbevoegdheid van het Europees Parlement over de inzet van Nederlandse militairen: “Internationale samenwerking betekent niet dat je de zeggenschap over je eigen krijgsmacht aan de wilgen hangt.”

Terug naar Boven of naar Homepage

 

VRIJDAG 7 DECEMBER 2012

Nederland stuurt Patriot-eenheden naar Turkije

Na de Duitse regering – die gisteren instemde met de uitzending van maximaal 400 Duitse militairen – zal ook Nederland Patriot-eenheden naar Turkije sturen. Het gaat om twee eenheden van het Defensie Grondgebonden Luchtverdedigingscommando (DGLC) van de Koninklijke Landmacht, met in totaal maximaal 360 Nederlandse militairen.

De Nederlandse Patriot-eenheden zijn afkomstig van de Luitenant-generaal Bestkazerne. De DGLC-eenheid met Patriots is 802 Squadron, geleid door majoor Jan van Eijk, die hiertoe beschikt over Patriot-systemen en een commando-element. 802 Squadron heeft drie Patriot-eenheden, elk met zes lanceerinrichtingen met maximaal tweeŽndertig raketten.

Vorige maand vroeg de Turkse regering de NAVO om de inzet van de Patriots voor defensieve doeleinden. Hiermee ging de NAVO op 4 december akkoord, dezelfde dag dat Nederlandse verkenners terugkeerden uit Turkije. Daar hebben ze met Amerikaanse en Duitse collega's onder andere naar locaties, logistieke mogelijkheden en de ondersteuning door Turkije gekeken. Nederland, Duitsland en de Verenigde Staten zijn de enige NAVO-landen die over dit luchtverdedigingssysteem beschikken.

Het kabinet stemde in met het voorstel van de ministers van Defensie en Buitenlandse Zaken, respectievelijk Jeanine Hennis-Plassschaert en Frans Timmermans. Dit besluit zal nog aan de Tweede Kamer worden voorgelegd. In een eerder stadium zei minister Hennis-Plasschaert dat Turkije als gastland “met name de kosten gaat dragen”. De additionele uitgaven die gemoeid zijn met de Nederlandse inzet van Patriots voor een periode van 12 maanden worden in totaal geraamd op € 42 miljoen in 2013. Opvallend is dat de Duitse inzet op slechts € 25 miljoen wordt geraamd.

Over de precieze locatie in het grensgebied met SyriŽ wordt nog overlegd met Turkije, de Verenigde Staten en Duitsland. Mede hierdoor zal het nog tenminste enkele weken duren voordat de Patriots aan de Turks-Syrische grens zijn gestationeerd.

De proactieve inzet van de raketsystemen is alleen defensief van aard en vormt geen ondersteuning voor een no-fly zone of offensieve operatie.

Het dient ter verdediging van het Turkse grondgebied en de lokale bevolking tegen raketaanvallen vanuit SyriŽ. Patriots zijn niet geschikt tegen (afgezwaaide) mortier- en artilleriegranaten noch tegen korteafstandsraketten. Daarentegen kunnen de raketten wťl gevechtsvliegtuigen en helikopters neerhalen – maar dit staat niet in het NAVO-mandaat.

Het wordt de derde keer dat het luchtverdedigingssysteem naar Turkije zal worden uitgezonden. Dit gebeurde eerder in 1991 en 2003, toen ze het land beschermden tegen mogelijke Iraakse aanvallen. De Patriots waren toen gestationeerd in het Oost-Turkse Diyarbakir.

Defensie beschikt sinds 1987 over de Patriot. PATRIOT is een afkorting van "Phased Array Tracking to Intercept On Target". De raket is 5 meter 20 lang, weegt 320 kg, heeft een bereik van zestig kilometer en vliegt met een snelheid van 5.000 km per uur (Mach 4,7).

Terug naar Boven of naar Homepage

20 NATRESbataljon oefent in IJmuider haven

Vandaag en morgen zijn Ī 150 militairen van de Alfa Compagnie van 20 Natresbataljon op drie locaties in de haven van IJmuiden, waaronder Zeehaven IJmuiden, aanwezig in het kader van de oefening ’Harbour Patrol’.

Gisteravond rond 22.00 uur kwamen de eerste voertuigen van het Korps Nationale Reserve van de Koninklijke Landmacht de havenstad in de provincie Noord-Holland binnenrijden om het havengebied te beveiligen en bewaken.

Het scenario van de tweedaagse oefening draait erom dat militante milieubewegingen een aanslag zouden willen plegen op een object in het IJmuider havengebied. Volgens de milieubeweging is het havenobject zeer milieubelastend.

Omdat de Veiligheidsregio Kennemerland voor dit fictieve scenario onvoldoende capaciteit heeft, is een beroep gedaan op militaire bijstand.

In dit geval is ter handhaving van de openbare orde ondersteuning mogelijk op grond van artikel 59 van de Politiewet. In dit oefenscenario zegde Defensie aan de civiele autoriteiten bijstand toe in de vorm van een compagnie van de Nationale Reserve.

Terug naar Boven of naar Homepage

 

DINSDAG 4 december 2012

Oud-Commando Nederlands-IndiŽ in Altijd Wat

In NCRV's Altijd Wat was vanavond (Nederland 2, 21.05 uur) het programma Oorlogsmisdaden in naam der koningin te zien met het verhaal van de oud-commando Willy van Noort.

Van Noort, die bij het Korps/Regiment Speciale Troepen heeft gediend, kwam naar Nederlands-IndiŽ toen kapitein Raymond Westerling het commando niet meer voerde. In het programma verklaarde hij dat het vooral in de eerste helft van 1949 op Java uit de hand liep en dat daarbij oorlogsmisdaden zijn gepleegd.

Ook raakte Van Noort begin jaren ’90 betrokken bij de oorlog in voormalig JoegoslaviŽ: als zestiger haalde hij een groep Kroatische militairen naar Texel om te leren parachutespringen.

Nog op 30 juli 1992 zei woordvoerder van Defensie Ben Smit in het artikel Militair Nederland haalt schouders op over ‘kolonel’ Willy van Noort. Een operettefiguur in De Telegraaf:“Wij nemen hem in ieder geval niet serieus. En hij heeft in tegenstelling tot wat hij beweert gťťn Nederlandse militaire opleiding.”

Naar aanleiding van zijn verhaal vroeg 'Altijd Wat' de staat van dienst van Willy van Noort op bij het Ministerie van Defensie. Hieruit bleek dat Van Noort, in tegenstelling tot wat in 1992 werd beweerd, wel degelijk deel heeft uitgemaakt van het Korps/Regiment Speciale Troepen in Nederlands-IndiŽ.

Een woordvoerder van Defensie laat in een reactie weten dat er twintig jaar geleden veel minder gegevens bekend waren van veteranen. Waarom Defensie in 1992 zei dat Van Noort geen militaire opleiding zou hebben gehad is niet bekend. De Defensiewoordvoerder laat weten dat het “heel spijtig” is dat er in 1992 verkeerde informatie is gegeven.

Met ingang van 25 januari ’46 was W.J.M. van Noort, geboren op 18 januari 1928 in Schiedam, als oorlogsvrijwilliger (OVW) verbonden aan de Koninklijke Landmacht; in april 1947 vertrok hij naar Nederlands-IndiŽ, waar hij tot februari 1950 bleef.

Terug naar Boven of naar Homepage

 

MAANDAG 3 december 2012

Boekpresentatie Interdoc van Scott-Smith

In Cafť Restaurant Juliana's in Den Haag is vanavond het boek Interdoc. Een geheim netwerk in de Koude Oorlog van de historicus Giles Scott-Smith gepresenteerd.

Scott-Smith reikte het eerste exemplaar van het boek uit aan gastspreker Sybrand van Hulst, hoofd van de BVD-AIVD van 1997 tot 2007.

Zelf is Scott-Smith sinds 2009 bijzonder hoogleraar op de Ernst van der Beugel-leerstoel voor trans-Atlantische diplomatieke geschiedenis aan de Universiteit Leiden.

In 1963 werd in Den Haag het ultrageheime International Documentation and Information Center (Interdoc) opgericht. De organisatie, die probeerde een transnationaal, anticommunistisch netwerk op te bouwen, bood tot haar formele opheffing in 1986 de ruimte om de handel en wandel van de Russen te bestuderen.

Wat de CIA al jaren deed, was met 'Interdoc' - een gezamenlijke inspanning van de Duitse, Franse en Nederlandse geheime diensten - het Europese antwoord op de Koude Oorlog. De Nederlanders waren tijdens de Koude Oorlog doodsbang voor de Russen, dus werd in de hoogtijdagen voor (contra) spionage Interdoc opgericht.

Overigens werden haar operaties al in 1970 drastisch beperkt doordat de Bundesnachrichtendienst (BND), ťťn van de drie geheime diensten van Duitsland, haar financiŽle bijdrage stopte.

Hoewel Interdoc allang niet meer bestaat, zijn de ideeŽn erachter nog steeds relevant. In zijn boek beschrijft Scott-Smith hoe de organisatie ontstond en hoe zij probeerde Oost-Europese landen ontvankelijk te maken voor westerse waarden en ideeŽn.

Interdoc. Een geheim netwerk in de Koude Oorlog van Giles Scott-Smithis verschenen bij Uitgeverij Boom (ISBN 9789461052087, 408 pagina's, Ä 24,90).

Terug naar Boven of naar Homepage