HET NIEUWS... NIET HET EERST, WÉL HET MEEST COMPLEET
Terug naar de homepage
 

APRIL 2015
M
D
W
D
V
Z
Z
1
3
4
5
6
12
15
16
17
18
20
22
26

Maak uw keuze uit de hierboven getoonde lijst

DONDERDAG 30 APRIL 2015

Advies AIV: Krijgsmacht heeft jaarlijks € 3,3 tot 5,7 miljard extra nodig

Het Nederlandse leger is door de bezuinigingen van de afgelopen jaren geen rol van betekenis spelen als het er écht om gaat spannen. "Het leger kan niet veel doen bij een eventuele geweldsescalatie aan de grens met Rusland of in het Midden-Oosten", schrijft de Volkskrant op basis van het rapport Instabiliteit rond Europa: Confrontatie met een nieuwe werkelijkheid van de Adviesraad Internationale Vraagstukken (AIV).

Vandaag kregen ministers Jeanine Hennis-Plasschaert (Defensie) en Bert Koenders (Buitenlandse Zaken) dit advies aangeboden.

De AIV is een belangrijk, onafhankelijk adviesorgaan dat de regering en de Staten-Generaal adviseert over het buitenlandse beleid, bijvoorbeeld met betrekking tot vrede en veiligheid. In dit geval is het advies op eigen initiatief uitgebracht.

Uit het rapport blijkt eens te meer dat de 'keuze' om het ministerie van Defensie de sluitpost van de begroting te laten zijn, niet in verhouding staat tot de internationale veiligheidssituatie.

Volgens AIV-voorzitter prof. dr. Alfred van Staden heeft Nederland op dit moment een "light army", wat "onhoudbaar" is. Volgens Van Staden moet er een 'Deltaplan Krijgsmacht' komen: "Onze krijgsmacht is buitengewoon kwetsbaar geworden."

De internationale veiligheidssituatie rond Europa is de afgelopen jaren drastisch gewijzigd. Met het ingrijpen van Rusland in Oekraïne, de opmars van ISIS in Syriï en Irak en de desintegratie van Libië, is aan de grenzen van Europa een 'gordel van instabiliteit' ontstaan die een directe bedreiging vormt voor de veiligheid van Europa en dus ook voor Nederland.

De AIV adviseert de regering het Nederlandse veiligheidsbeleid te herijken. Het is noodzakelijk de relatie met Rusland op een andere leest te schoeien, binnen de NAVO te pleiten voor versterking van de afschrikkingcapaciteit van het bondgenootschap, de politieke koers te richten op Duitsland, tijdens het Nederlandse EU-voorzitterschap (eerste helft van 2016, BP) prioriteit te geven aan Europese Defensiesamenwerking, het Defensiebudget drastisch te verhogen en de Nederlandse krijgsmacht selectief in te zetten.

Met deze laatste aanbeveling doelt de AIV erop de Nederlandse krijgsmacht prioriteit te geven aan militaire operaties of vredesmissies die een directe bedreiging vormen voor de veiligheid en stabiliteit van Europa.

Om de Nederlandse krijgsmacht weer op niveau te krijgen, zou het budget volgens de AIV geleidelijk verhoogd moeten worden van 1,1% van het Bruto Binnenlands Product nu tot 1,6%. Dit zou een groei van het Defensiebudget betekenen van € 7,1 naar € 10,4 miljard per jaar.

Volgens Van Staden wordt de dreiging onder meer vanuit Rusland onderschat: "Rusland is niet langer een partner, maar een tegenstander."

Met het extra geld zou Nederland de in 2011 wegbezuinigde tanks weer toe moeten voegen aan het leger. "Bij een krachtmeting met Rusland is de kans zeer groot dat je zware pantsereenheden tegenover je ziet en dat zou betekenen dat je buitengewoon kwetsbaar bent. En als je denkt aan operaties in het Midden-Oosten en Noord-Afrika dan is het ook handig dat je kunt escaleren."

Terug naar Boven of naar Homepage

 

WOENSDAG 29 APRIL 2015

Geen strafrechtelijk onderzoek tegen Karremans

Het Openbaar Ministerie hoeft geen strafrechtelijk onderzoek te beginnen tegen Thom Karremans, de commandant van Dutchbat III tijdens de val van de enclave Srebrenica in 1995.

Ook zijn secondanten, plaatsvervangend bataljonscommandant Rob Franken en adjudant personeelszaken Berend Oosterveen, worden niet vervolgd wegens medeplichtigheid bij genocide, oorlogsmisdrijven en moord.

Dat heeft het Arnhemse gerechtshof vanochtend besloten in een beklagzaak die door vier familieleden van drie slachtoffers van Srebrenica was aangespannen. Het belag is op alle onderdelen afgewezen.

Vanuit Spanje reageerde Karremans telefonisch aan advocaat Geert-Jan Knoops op het nieuws. Karremans vertelde dat hij een beetje gehoopt op strafvervolging: "Omdat ik niet wil dat de politiek en militair verantwoordelijke personen uit die tijd, de minister-president en de minister van Defensie bijvoorbeeld, alsnog de dans ontspringen na twintig jaar. Ik heb altijd gezegd: 'alle lijken uit de kast'."

Ook zei Karremans tegen Knoops dat hij had willen aantonen "dat twintig jaar geleden de hele wereld, en ik noem expliciet de hele wereld, van de Verenigde Naties tot en met Nederland, niets heeft gedaan, maar dan ook werkelijk niets heeft gedaan om de bevolking te hulp te schieten en Dutchbat III te hulp te schieten. Met alle vreselijke gevolgen van dien die we allemaal kennen."

Drie Bosnische moslimmannen - elektricien Rizo Mustafic en Ibro en Muhamed Nuhanovic, de vader en broer van de tolk Hassan - werden in 1995 door de Bosnisch-Servische troepen vermoord na de val van Srebrenica. Volgens de nabestaanden waren ze op 13 juli 1995 door de leiding van Dutchbat III van de compound in Potocari gestuurd, waarna ze zijn vermoord.

Het gerechtshof oordeelt anders. In het geval van Muhamed Nuhanovic had Franken niet hoeven beseffen dat hij een aanmerkelijke kans liep om vermoord te worden. Omdat de kans daardoor erg klein werd dat het tot een veroordeling zou komen, mocht het OM daarom van vervolging afzien. Hetzelfde gold voor Karremans.

Ibro Nuhanovic was nadrukkelijk verteld dat hij mocht blijven, maar hij besloot uit eigen wil te vertrekken. Ook Rizo Mustafic had bij Dutchbat mogen blijven, maar door een stomme fout is tegen hem per ongeluk gezegd dat hij moest vertrekken. Een vervolging vanwege dood door schuld kan niet meer, aangezien dat strafbare feit inmiddels is verjaard.

Het OM besloot twee jaar geleden al na "intensief en nauwgezet feitenonderzoek" dat de drie Nederlandse militairen niet strafrechtelijk verwijtbaar betrokken waren geweest bij misdaden van het Bosnisch-Servische leger in juli 1995.

Van januari tot eind juli 1995 stond de enclave Srebrenica onder bescherming van de Nederlandse VN-eenheid. Na de inname van de enclave op 11 juli werden volgens het Joegoslavië-tribunaal ruim 8.000 moslims door de Bosnische Serviërs onder leiding van Ratko Mladic vermoord.

In september 2013 oordeelde de Hoge Raad wél dat de Nederlandse staat aansprakelijk is voor de dood van de drie Bosnische moslimmannen.

De advocate van de nabestaanden, Liesbeth Zegveld, sprak van "een trieste dag voor de rechterlijke controle op militaire operaties. Als er in deze zaak geen volwaardig onderzoek op zijn plaats is, dan kunnen we het strafrecht voor onze militairen beter afschaffen." Zegveld kondigde aan dat ze het Europese Hof voor de Rechten van de Mens gaat vragen Nederland te dwingen tot vervolging over te gaan.

Karremans liet via zijn advocaten weten blij te zijn dat er nu duidelijkheid is voor hem en de militairen die destijds bij Dutchbat zaten. Voor hem is "de zaak nu definitief gesloten", en wil hij verder met zijn leven "dat de laatste jaren werd getekend door de druk van deze zaak."

Terug naar Boven of naar Homepage

 

DINSDAG 28 APRIL 2015

Commando-overdracht 400 Geneeskundig Bataljon / Regiment Geneeskundige Troepen

Op de Legerplaats Ermelo heeft vanmiddag de commando-overdracht plaatsgevonden van zowel 400 Geneeskundig Bataljon als dat van het Regiment Geneeskundige Troepen.

Met het overdragen van de bataljonsvlag door de terugtredende commandant, luitenant-kolonel Jaco Brosky, aan luitenant-kolonel Peter Meijer, aanvaardde laatstgenoemde het commando over beiden.

Daarmee is de overste Meijer, evenals zijn voorganger, tegelijkertijd bataljonscommandant van 400 Gnkbat als Regimentscommandant van de Geneeskundige Troepen.

De commando-overdracht had plaats in front van de troep, in aanwezigheid van onder andere brigadegeneraal-arts Johan de Graaf, de commandant van de Defensie Gezondheidszorg Organisatie en tevens de Hoogste Medische Autoriteit van de krijgsmacht, en de commandant van het Operationeel Ondersteuningscommando Land, brigadegeneraal Ivo de Jong.

Daarnaast was een peloton aanwezig van het Duitse Kommando Schnelle Einsatzkräfte Sanitätsdienst "Ostfriesland", de collega's uit Leer en Schwanewede in Duitsland die met 400 Gnkbat een zogenaamde Patenschaft(vriendschapsverdrag) vormen.

Op de website van het Regiment Geneeskundige Troepen staat het volledige fotoalbum van de commando-overdracht.

Terug naar Boven of naar Homepage

 

MAANDAG 27 APRIL 2015

Nederlandse Urban Search and Rescue gearriveerd in Kathmandu

Vanochtend om 04.30 uur Nederlandse tijd (08.15 uur lokale tijd) is het Nederlandse hulpteam van Urban Search and Rescue (USAR) met een McDonnell Douglas KDC-10 van de Koninklijke Luchtmacht aangekomen op Tribhuvan International Airport in de Nepalese hoofdstad Kathmandu.

Op 25 april, even voor de middag, werd de Kathmandu-vallei in Nepal getroffen door een aardbeving met een kracht van 7.8 op de schaal van Richter. De grootte van de verwoesting is nog niet volledig bekend, maar volgens de eerste berichten zijn vele gebouwen in Kathmandu en omgeving ingestort. De Nepalese autoriteiten spreken van de zwaarste aardbeving in de afgelopen tachtig jaar; al 3.600 doden zouden geteld zijn.

Het toestel vertrok gisteravond om 20.00 uur vanaf Vliegveld Eindhoven met 62 leden van USAR, acht speurhonden en in totaal veertien ton aan materieel naar Kathmandu.

USAR, dat bestaat uit medische hulpverleners en specialisten van brandweer, politie, Defensie en bouwkundigen, is gespecialiseerd in het zoeken en redden van mensen die onder ingestorte gebouwen liggen. Het team maakt deel uit van een grotere missie van de Europese Unie.

Met het ingevlogen materieel kan puin worden weggehaald en kunnen mensen die onder het puin vandaan gered zijn meteen worden voorzien van dekens, verbandmiddelen en water. Met de honden is USAR aan het zoeken naar overlevenden. Onder het ingevlogen materieel bevond zich ook vijf ton aan hulpgoederen voor Artsen Zonder Grenzen.

USAR heeft haar basiskamp opgezet dichtbij het vliegveld en werkt vanaf deze locatie in ploegendienst 24 uur per etmaal door.

Terug naar Boven of naar Homepage

 

ZATERDAG 25 APRIL 2015

Afname tuchtprocessen en -straffen bij Defensie

Het aantal tuchtprocessen en -straffen bij Defensie is in 2014 sterk teruggelopen. In 2012 waren er nog 873 tuchtzaken tegen militairen, vorig jaar nog maar 522. Het aantal tuchtstraffen is afgenomen van 755 naar 425. Dit meldt de krant Metro op gezag van cijfers die door het ministerie van Defensie zijn vrijgegeven.


Op het eerste gezicht lijkt het of militairen steeds braver worden. Het ministerie van Defensie weet niet waarom het aantal interne disciplinaire processen en straffen daalt. Maar volgens advocaten komt de afname vooral doordat commandanten bij lichte vergrijpen steeds vaker alleen een aantekening maken in het personeelsdossier.

Advocaat Sébas Diekstra van het Haagse advocatenkantoor Delissen Martens, staat veel militairen bij en ziet dat commandanten de disciplinaire straffen steeds meer links laten liggen en vergrijpen alleen vastleggen in het personeelsdossier. Zulke aantekeningen kunnen uiteindelijk tot ontslag leiden.

Een militair kan een tuchtstraf krijgen voor allerlei lichtere vergrijpen, zoals ongeoorloofde afwezigheid of het niet opvolgen van dienstvoorschriften. Van dit laatste kan bijvoorbeeld sprake zijn als onderhoud niet goed is uitgevoerd of als een militair, tegen de huidige voorschriften in, woon-werkverkeer in militair uniform uitvoert.

In 2012 leidde diefstal twaalf maal tot een tuchtstraf, in 2014 acht keer. De tuchtstraffen houden meestal een geldboete of een berisping in.

Terug naar Boven of naar Homepage

 

VRIJDAG 24 APRIL 2015

Lintjesregen 2015 Defensie

Tijdens de jaarlijkse lintjesregen zijn vandaag traditiegetrouw de Koninklijke onderscheidingen in de Orde van de Nederlandse Leeuw en in de Orde van Oranje-Nassau uitgereikt ter gelegenheid van de viering van de verjaardag van Zijne Majesteit de Koning.

Dit jaar is er ter gelegenheid van Koningsdag in totaal aan 2.838 personen een Koninklijke onderscheiding verleend.

Op het Haagse departement lauwerde minister Jeanine Hennis-Plasschaert tien van de decorati op grond van de totaliteit van verdiensten met betrekking tot Defensie en andere terreinen.

Hierbij sprak de bewindsvrouw onder meer: "Dragers van deze Koninklijke onderscheiding hebben hun daden zodanig laten spreken dat Zijne Majesteit hen daarvoor wil eren. Uw inzet is opgevallen. Uw inzet heeft het verschil gemaakt. Draag uw lintje met trots, geniet er van, het komt u toe."

Tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau met de zwaarden werden benoemd:

kolonel der cavalerie Willem van den Bos

Plaatsvervangend Commandant Opleidings- en Trainingscommando Koninklijke Landmacht

kolonel der cavalerie Sander Luijten

Chef-Staf Operationeel Ondersteuningscommando Land en Regimentscommandant Regiment Huzaren Prins Alexander

kapitein-ter-zee logistieke dienst Rob Hunnego

Hoofd Uitvoeringsbedrijf Veteranenbeleid, Reservistenbeleid en Decoratiebeleid

luitenant-kolonel van het dienstvak van de logistiek S.P. Nijenhuis

Commando Zeestrijdkrachten

luitenant-kolonel der infanterie René Donkers

Commandant Defensie Expertise Centrum CBRN

luitenant-kolonel der cavalerie Corstiaan de Haan

Hoofd Sectie Ceremonieel & Protocol, Kabinet Commandant der Landstrijdkrachten

majoor Mattie van Gestel

Koninklijke Luchtmacht

majoor der cavalerie Henry Plakke

Koninklijke Landmacht

adjudant-onderofficier van de operationele dienst/nautische dienst Walter Kers

Chef der equipage Commando Zeestrijdkrachten

adjudant-onderofficier van de mariniers Douwe Schoonderwaldt

Afdeling Joint Speciale Operaties, Directie Operaties, Commandant der Strijdkrachten

Tot lid in de Orde van Oranje-Nassau met de zwaarden werden benoemd: eerste luitenant der mariniers Jack Princée, majoor der infanterie R. Zuidema en adjudant van de marechaussee Bertus Walda.

Terug naar Boven of naar Homepage

 

DONDERDAG 23 APRIL 2015

Breed manifest van prominente Nederlanders aangeboden aan minister van Defensie

Vanmiddag is aan de minister van Buitenlandse Zaken Bert Koenders en Defensie Jeanine Hennis-Plasschaert een manifest aangeboden dat is ondertekend door 38 prominenten. Onder hen politici en oud-politici, opinieleiders en de generaals buiten dienst Dick Berlijn, Patrick Cammaert, Frank van Kappen en Peter van Uhm.

Het brede manifest is een indringende oproep aan de regering en het parlement om het Defensiebudget significant en structureel te verhogen.

Volgens het manifest moet Nederland zeker € 1,5 miljard extra investeren in het internationale veiligheidsbeleid en Defensie. Herwaardering van het beleid is nodig nu de internationale verhoudingen zijn verslechterd en de toekomst onzekerder is geworden. De instabiliteit in veel Afrikaanse landen en het Midden-Oosten, het conflict in Oekraïne en de dreiging van internationaal terrorisme vragen om een sterkere krijgsmacht.

De aanbieders van het manifest wijzen erop dat Nederland nu ongeveer 1% van het Bruto Binnenlands Product besteed aan Defensie. Dat is veel minder dan de 1,6% die Europese NAVO-landen gemiddeld uitgeven. Nederland moet zo snel mogelijk naar hetzelfde niveau.

Sinds de jaren '90 van de vroige eeuw is het Defensiebudget ongeveer gehalveerd. In de Tweede Kamer is ook veel steun voor het verhogen van de Defensie-uitgaven.

Volgens de ondertekenaars van het manifest zijn de bezuinigingen op Defensie de afgelopen 25 jaar te ver doorgeschoten. Volgens hen is de inzetbaarheid van de Nederlandse krijgsmacht onaanvaardbaar verminderd.

"De operationele beschikbaarheid is te laag, de voorraden zijn te gering, het voortzettingsvermogen van de krijgsmacht is niet voldoende. Dat wil zeggen dat je eigenlijk maar één missie goed kunt uitvoeren", aldus initiatiefnemer Harry van der Bergh, die in de jaren '70 en '80 een van de buitenlandspecialisten van de PvdA-Tweede Kamerfractie was.

Vorig jaar vroeg de Tweede Kamer ook al om een verhoging van het Defensiebudget. De kwestie zal binnenkort zeker een rol spelen bij de onderhandelingen in het kabinet over de (Defensie)begroting voor 2016

"Ik verwacht van het kabinet een hele sterke inspanning", aldus Hennis-Plasschaert, "maar ik weet ook dat er geen geldboom op het Binnenhof staat."

De minister zegt verder over het manifest dat de steun voor de krijgsmacht haar als muziek in de oren klinkt. Ze wil zich niet vastleggen op een bedrag, maar ook voor haar staat buiten kijf dat de krijgsmacht verder moet worden versterkt.

Precieze bedragen wilde de bewindsvrouw nog niet noemen: "Dit gaat om grote bedragen, dat betekent dat we in het kader van verwachtingsmanagement goed moeten kijken naar wat de krijgsmacht nodig heeft. Het vraagt om een meerjarig perspectief. Dat bedrag kan worden uitgesmeerd over een aantal jaren."

Alle ondertekenaars zijn: Harry van den Bergh, Dick Berlijn, Arend Jan Boekestijn, Lodewijk Casteleijn, Hans Hillen, Kees Homan, Gerrit Valk, Yoeri Albrecht, Frits Bolkestein, Ben Bot, Hans van den Broek, Erik van Bruggen, Laurens Jan Brinkhorst, Patrick Cammaert, Ko Colijn, Boudewijn van Eenennaam, Afshin Ellian, Jaap de Hoop Scheffer, Mient Jan Faber, Frank van Kappen, Ruud Koole, Marnix Krop, Cor Lemstra, Frank Majoor, Ad Melkert, Eimert van Middelkoop, Alvaro Pinto Scholtbach, Jan Pronk, Onno Ruding, Uri Rosenthal, Felix Rottenberg, Paul Scheffer, Peter van Uhm, Gerdi Verbeet, Jack de Vries, Hans Wiegel, Rob de Wijk en Leon de Winter.

Terug naar Boven of naar Homepage

 

DINSDAG 21 APRIL 2015

Thuisfrontonderzoek AFMP

Naar het thuisfront toe is meer maatwerk nodig, terwijl van Defensie uit een proactievere rol naar de achterban wordt verwacht. Dit zegt de Algemene Federatie van Militair Personeel (AFMP) in een onderzoek dat is gehouden onder de partners en ouders van uitgezonden militairen naar de eventuele gevolgen van buitenlandse missies voor het thuisfront.

Het onderzoeksrapport Zonder thuisfront geen inzet. Van confectie naar maatwerk van zowel de AFMP als de Marechausseevereniging (MarVer) is vandaag door voorzitter Anne-Marie Snels en drie partners van militairen aangeboden aan Angeline Eijsink (PvdA) en Gert-Jan Segers (ChristenUnie). Beiden bewindslieden vroegen op 3 november vorig jaar via een motie in de Tweede Kamer aandacht voor het thuisfront.

Defensie moet meer maatwerk leveren aan de achterblijvers van militairen die worden uitgezonden: de thuisblijvers krijgen wel informatie, maar die is volgens het onderzoek te algemeen. Sommige gezinnen hebben te maken met een eerste uitzending, terwijl het bij andere families al de zevende keer is.

Ook wordt er te weinig rekening gehouden met de samenstelling van de gezinnen. Een ouder die achterblijft met jonge kinderen wil andere informatie dan iemand met tieners. De meeste achterblijvers maken zich zorgen over de veiligheid van hun geliefde en willen daar ook meer en duidelijkere informatie over.

Defensie moet meer actief en individueel gericht nagaan welke zorg het thuisfront voor, tijdens en na de uitzending écht nodig heeft. Als het thuisfront daadwerkelijk een cruciale factor is, zal Defensie nadrukkelijker een proactieve en ondersteunende rol moeten vervullen.

De AFMP en de MARVER wilden met dit onderzoek achterhalen wat een lange afwezigheid tijdens een missie voor invloed heeft op het thuisfront (partner, kinderen en ouders) en op de relatie. Een missie duurt immers vrij lang; meestal zo'n drie tot zes maanden.

Defensie biedt het thuisfront weliswaar standaard een aantal activiteiten aan, maar zou meer proactief en individueel gericht moeten nagaan welke zorg het thuisfront voor, tijdens en na de uitzending écht nodig heeft. De eenheidscommandant vervult daarbij een cruciale rol.

Daarnaast dient Defensie onder meer maatregelen te nemen die ervoor zorgen dat uitzendingen qua vertrek en terugkeer planmatiger verlopen. Wijzigingen moeten tot een absoluut minimum worden beperkt. Dit geeft binnen het gezin de zo noodzakelijke rust in een toch al hectische periode. Defensie dient meer nadruk te leggen op een echte uitzendbescherming, zodat de militair en het thuisfront de tijd gegund worden om samen de draad weer op te pakken. Daarnaast zijn er onder meer aanbevelingen rond de thuisfrontprogramma's, de ondersteuning van het thuisfront richting de school van de kinderen en de ondersteuning van en de zorg voor het thuisfront.

Minister van Defensie Hennis-Plasschaert heeft de Vaste Kamercommissie van Defensie toegezegd eind 2015 met een eigen onderzoek onder het thuisfront te komen.

Terug naar Boven of naar Homepage

 

Belgisch leger wil geavanceerde drones

"Ik wil een Defensie van de toekomst, en daar horen drones zeker bij.” Als het aan de Belgische minister van Defensie Steven Vandeput ligt, zal het Belgische leger binnenkort beroep kunnen doen op geavanceerde drones. Momenteel zijn er al een aantal in gebruik binnen het leger, maar dat aantal zou sterk moeten uitbreiden.

"Buitenlandse missies gebeuren vaak in een onstabiele context, daarom is het opportuun om meer drones in te zetten." In eerste instantie dienen de toestellen om informatie te verzamelen en gevaarlijke situaties in te schatten. "Maar als het echt nodig is dan kunnen we ze ook inzetten voor gevechtscapaciteiten", aldus Vandeput. Al pleit hij ook voor beperkingen.

Vandeput sloot de Drone Convention 2015 in het cultuurcentrum C-Mine in Genk officieel af met zijn visie over drones in Defensie en de maatschappij. De conventie had als thema 'Drones. Concrete toepassingen, nieuwe toekomst!'

Vandeput, die de drones in eerste instantie voor spionage- en inlichtingoperaties wil gebruiken, nuanceert het gebruik voor gevechtscapaciteiten: "Er is een ethisch filosofisch aspect aan de automatisering van oorlogsvoering en daar mogen we niet licht over gaan. Dit is geen investering in killer robots."

Ook doet de Belgische minister doet nog geen concrete uitspraken over de hoeveelheid, het bedrag of de termijn voor de ingebruikname van de drones: "Het aantal zal afhangen van het strategisch plan. We willen vooral de capaciteit ontwikkelen om ze te kunnen inzetten. Maar we spreken niet over honderd toestellen."

Terug naar Boven of naar Homepage

 

ZONDAG 19 APRIL 2015

Verdachte tas op terras Oisterwijk

Een deel van het centrum van de Brabantse plaats Oisterwijk is uren ontruimd geweest nadat een man een tas met verdachte inhoud op het terras van restaurant De Swaen aan De Lind had achtergelaten.

De politie haalde de Explosieven Opruimingsdienst Defensie (EOD) erbij, die met een rupsvoertuigje van het type Talon UGV onderzocht wat in de tas zat. Nadat was vastgesteld dat er geen gevaar was, kon de EOD 21.15 uur het sein veilig geven.

Aan het einde van de middag zou de tas door een blanke, onverzorgd uitziende man van ongeveer 30 jaar, die op een olijfgroene omafiets voorbijfietste, op het terras zijn gegooid of neergezet.

Hoewel er niet daadwerkelijk explosieven in de tas zaten, rechtvaardigde de inhoud volgens de politiewoordvoerder wel de inzet van de EOD. De politie is op zoek naar de fietser die de tas achterliet en verstuurde een Burgernet-bericht.

Terug naar Boven of naar Homepage

 

DINSDAG 14 APRIL 2015

Oprichting Bevoorrading en Transport Commando

Op de Generaal-Majoor Kootkazerne in het Gelderse Garderen is vanmiddag het Bevoorrading en Transport Commando opgericht. Dit gebeurde door de Commandant Landstrijdkrachten luitenant-generaal Mart de Kruif in het bijzijn van vele leden van het Regiment Bevoorradings- en Transporttroepen, het grootste logistieke regiment van de Koninklijke Landmacht.

Het Bevoorrading en Transport Commando, afgekort tot B&T Co, is niet alleen de grootste logistieke eenheid van de KL, het is tevens het grootste commando van de landstrijdkrachten.

De eenheid is ontstaan uit de clustering van 100 en 200 Bevoorradings- en Transportbataljon, de Defensie Verkeers- en Vervoersorganisatie compagnie (DVVO-Cie) en het grootste deel van de Sectie Verplaatsingen van het Operationeel Ondersteunings Commando Land (OOCL).

In het B&T Commando is alle transport- en bevoorradingscapaciteit en een deel van de verplaatsingscapaciteit van de KL gebundeld. Het commando is verantwoordelijk voor het (her)bevoorraden van Defensieonderdelen met onder meer voedsel, brandstof en munitie; het plannen, aansturen, begeleiden en uitvoeren van het wegtransport ten behoeve van de gehele krijgsmacht; en het leveren van diensten, zoals mobiele keukens, een drinkwaterinstallatie en bad/wasinstallaties.

Op 12 maart verwelkomde de commandant van het OOCL, brigadegeneraal Ivo de Jong, het B&T Commando al binnen de gelederen.

De eerste commandant van het 1.300 medewerkers sterke B&T Commando is kolonel Paul Elverding.

Terug naar Boven of naar Homepage

 

MAANDAG 13 APRIL 2015

SIPRI: Defensie-uitgaven dalen wereldwijd

De Defensie-uitgaven in de wereld zijn in 2014 voor het derde jaar op rij gedaald. In 2014 daalden de militaire uitgaven met een 0,4% in vergelijking met 2013. Dit schrijft het Stockholm International Peace Research Institute (SIPRI) in een vandaag uitgebracht rapport.

Het instituut schrijft dat in 2014 voor 1,78 biljoen Amerikaanse dollars (€ 1,68 biljoen) aan wapens en krijgsmachten werd besteed.

Volgens het SIPRI komt de daling geheel voor rekening van West-Europa en Noord- en Zuid-Amerika. In andere delen van de wereld namen de Defensie-uitgaven juist toe, zoals in het Midden-Oosten en andere delen van Azië. Dat geldt ook voor het oosten van Europa, zoals Polen, Oekraïne en Rusland.

Vooral China, Saoedi-Arabië en Rusland hebben het afgelopen jaar hun militaire budget drastisch verhoogd. In deze landen schoten de Defensie-uitgaven omhoog met respectievelijk 167%, 112% en 97%, aldus het SIPRI.

Ondanks een daling van 6,5% ten opzichte van 2013 besteedden de Verenigde Staten met voorsprong het meeste geld aan Defensie: in 2014 maar liefst 610 miljard dollar. Daarmee zijn de VS goed voor bijna eenderde van de wereldwijde uitgaven. Het Amerikaanse Defensiebudget is zelfs driemaal hoger dan dat van nummer twee op de ranglijst: China. Overigens zijn de huidige Amerikaanse militaire uitgaven nog altijd 45% hoger dan in 2001, net voor de terroristische aanslagen van 11 september.

China gaf in 2014 naar schatting 216 miljard dollar aan Defensie uit. Rusland, nummer drie op de lijst, kwam uit op 84,5 miljard dollar en Saoedi-Arabië prijkt op de vierde plaats met 80,8 miljard dollar. De andere landen in de top 10 zijn achtereenvolgens Frankrijk, Groot-Brittannië, India, Duitsland, Japan en Zuid-Korea.

Volgens het SIPRI liet de regio Afrika de grootste stijging optekenen: 5,9%. Daarna volgde het Midden-Oosten met 5,2%, al ontbreken voor deze regio wel de cijfers van landen als Iran, Qatar en Syrië.

In West- en Centraal-Europa is juist sprake van een daling van de Defensie-uitgaven met bijna 2%. De vijf landen met het grootste Defensiebudget in West-Europa - Frankrijk, Groot-Brittannië, Duitsland, Italië en Spanje - hebben allen in 2015 verdere bezuinigingen begroot, zij het in de regel kleine. Duitsland heeft aangekondigd om de uitgaven op de middellange termijn te verhogen.

Volgens de Media Backgrounder Military Spending in Europe in the Wake of the Ukraine Crisis gaf Nederland in 2014 slechts 1,2% van haar Bruto Binnenlands Product aan Defensie uit. Voor 2015 voorspelt het SIPRI een nominale stijging van het Nederlandse Defensiebudget met 1,4%.

Op 15 juni zal het SIPRI Yearbook 2015 verschijnen. De belangrijkste feiten en cijfers over 2014 kunnen worden nagelezen in het SIPRI Fact Sheet April 2015.

Terug naar Boven of naar Homepage

 

ZATERDAG 11 APRIL 2015

Korps Nationale Reserve ontvangt Prins Mauritsmedaille

Bij het Nationaal Militair Museum in Soesterberg heeft het Korps Nationale Reserve vandaag de Prins Mauritsmedaille uitgereikt gekregen.

De Nationale Reserve (NATRES) krijgt de onderscheiding voor zijn verdienstelijke rol binnen de krijgsmacht. Voor het korps is het een bekroning tijdens zijn 100-jarig jubileumjaar, dat tot augustus van dit jaar wordt gevierd. Haar voorloper, de Vrijwillige Landstorm, werd op 4 augustus 1914 opgericht bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog.

Originele foto: Fred Warmer, hoofd communicatie Korps Nationale Reserve.

De NATRES, met in totaal 3.000 actief dienende reservisten, bestaat uit:

► drie NATRES-bataljons die deel uitmaken van de drie brigades van de Koninklijke Landmacht;

► vier NatOps-groepen die zich bezighouden met Nationale Operaties om de juiste eenheden zo snel mogelijk na een aanvraag om civiele steunverlening paraat te stellen;

► de Fanfare van het Korps Nationale Reserve (FKNR), één van de vier orkesten van de Koninklijke Landmacht.

Het Korps Nationale Reserve is inzetbaar voor bewaking- en beveiligingtaken in Nederland.

De Prins Mauritsmedaille, ingesteld op 6 juli 1935, wordt door de Koninklijke Nederlandse Vereniging 'Ons Leger' (KNVOL) toegekend aan personen of organisaties, zowel binnen als buiten de krijgsmacht, die zich verdienstelijk hebben gemaakt voor de krijgsmacht.

De ceremoniële plechtigheid begon met het toetreden van 72 nieuw aangestelde reservisten tot het Korps door het afleggen van de eed of belofte op het Korpsvaandel.

Vervolgens kreeg kolonel Gerard van der Thiel, commandant van het Korps Nationale Reserve en Korpscommandant van de Reservisten Koninklijke Landmacht, uit handen van de voorzitter van de KNVOL, luitenant-generaal b.d. Peter Striek, de Prins Mauritsmedaille uitgereikt.

De eerste persoon ooit die deze medaille kreeg uitgereikt, in 1936, was generaal b.d. Cornelis Jacobus Snijders. Op dezelfde locatie waar vandaag de uitreiking plaatsvond, richtte Snijders, Opperbevelhebber Nederlandse Land- en Zeemacht, in 1913 de Luchtvaartafdeling van het Nederlandse leger op - de voorloper van de Koninklijke Luchtmacht.

Voor foto's van de uitreiking van de Prins Mauritsmedaille kunt u terecht op de Facebookpagina van het Nationaal Militair Museum.

Terug naar Boven of naar Homepage

 

VRIJDAG 10 APRIL 2015

Nauwere Defensiesamenwerking Scandinavische landen

De Scandinavische landen gaan nauwer met elkaar samenwerken op het gebied van Defensie. Dat hebben ze vandaag aangekondigd in een gezamenlijke verklaring, die onder andere integraal is gepubliceerd in de Noorse krant Aftenposten.

In de verklaring maken de ministers van Defensie van Finland, Noorwegen, Denemarken en Zweden, respectievelijk Carl Haglund, Ine Eriksen Søreide, Nicolai Wammen en Peter Hultqvist, en de IJslandse minister van Buitenlandse Zaken Gunnar Bragi Sveinsson duidelijk dat ze zich ernstig zorgen maken over de Russische agressie.

De vijf stellen: "Ruslands acties zijn de grootste uitdaging voor de veiligheid van Europa." In de verklaring geven ze verder onder meer aan dat de Russische propaganda tweedracht zaait.

De bewindslieden signaleren dat het Russische leger en de inlichtingendiensten steeds actiever worden in het Oostzeegebied en in het noorden van Scandinavië. Dit willen ze niet onbeantwoord laten: "De Russische leiders hebben laten zien dat ze bereid zijn gebruik te maken van militaire middelen om hun politieke doelen te bereiken."

De landen benadrukken in de tekst ook hun solidariteit met de Baltische staten. Estland, Letland en Litouwen maken zich sinds het uitbreken van het conflict in het oosten van Oekraïne zorgen om bemoeienis uit Moskou, omdat ook in hun landen aanzienlijke Russische minderheden woonachtig zijn.

De vandaag uitgegeven verklaring besluit met: "Wij nemen onze verantwoordelijkheid voor onze regio in een onrustige tijd. De Scandinavische samenwerking completeert de samenwerking binnen de NAVO en de EU voor meer veiligheid in onze regio. Onze gezamenlijke ambitie is om de voorspelbaarheid te vergroten, bij te dragen aan een vreedzame ontwikkeling en militaire incidenten en conflicten te vermijden."

Terug naar Boven of naar Homepage

 

Duitsland wil 100 extra tanks paraat hebben

Het aantal tanks dat de Duitse strijdkrachten onmiddellijk kunnen inzetten, moet fors omhoog met het oog op de toegenomen waakzaamheid als gevolg van de crisis tussen Rusland en de NAVO. Dat heeft het Duitse ministerie van Defensie vandaag gemeld.

Duitsland haalt 100 tanks terug in actieve dienst. De tanks bevinden zich nu in opslag bij bedrijven in de militaire industrie en worden teruggekocht voor € 22 miljoen.

Er zullen honderd tweedehands tanks van het type Leopard 2A4 worden aangeschaft; vanaf 2017 zullen die gemoderniseerd worden. Op 10 december vorig jaar presenteerde Leopard-fabrikant Krauss-Maffei Wegmann de vooralsnog laatste versie van de Leopard 2 Main Battle Tank, de Leopard 2A7.

De Bundeswehr heeft na de aanschaf van de honderd extra tanks in totaal 328 tanks paraat. In de plannen voor de Bundeswehr was eerder sprake van 225 onmiddellijk inzetbare Leopard 2-tanks.

Volgens de Duitse legerleiding is volledige toerusting van de geplande zes Duitse tankbataljons noodzakelijk. Elk tankbataljon bestaat in de planning uit 44 Leopard 2-tanks, in totaal 264 stuks. Daarnaast heeft de Bundeswehr 56 tanks nodig voor opleidingsdoeleinden en acht stuks voor het zgn. Wehrbeschaffungsamt: het agentschap dat voertuigen uitleent voor demonstratiedoeleinden.

Terug naar Boven of naar Homepage

 

DONDERDAG 9 APRIL 2015

Eerste alarmeringsoefening VJTF geslaagd

De nieuwe snelle reactiemacht van de NAVO heeft vanochtend haar eerste alarmeringsoefening met goed resultaat beëindigd. De Very High Readiness Joint Task Force (VJTF) zal uiteindelijk in staat moeten zijn om in 48 uur vijfduizend militairen in beweging te krijgen.

Vijftig journalisten uit onder andere Japan, Oekraïne en de Verenigde Staten waren hiervoor naar Eindhoven gekomen.

© foto's: Tonnie Vossen, redacteur/verslaggever Omroep Brabant.

Tweehonderd Nederlandse militairen van de VJTF, afkomstig van 11 Luchtmobiele Brigade, oefenden hun reactiedrills tot aan de vliegtuigtrap op de Vliegbasis Eindhoven.

Tegelijkertijd werden in Duitsland en Tsjechië vergelijkbare alarmeringsoefeningen gehouden. Ook daar voldeden de militairen aan de opdracht om op tijd inzetbaar te zijn.

De Nederlandse militairen werden op 7 april gealarmeerd om zich gereed te maken voor snelle inzet in een fictief crisisgebied. Vandaag, 48 uur later, stonden ze met hun bepakking en materieel voor vertrek gereed in Eindhoven.

De alarmeringsoefening eindigde toen alles startklaar was voor vertrek. Bleef het vliegtuig ditmaal volgens plan aan de grond, in juni zullen de militairen voor een tweede alarmeringsoefening naar Polen afreizen.

De directe aanleiding voor de NAVO om eind vorig jaar de VJTF in het leven te roepen waren de Russische annexatie van de Krim en interventie in Oekraïne. De VTJF in algemene zin beschermd tegen de gordel van instabiliteit die langs de Europese buitengrenzen ligt. Bedreigingen aan de andere flanken van het NAVO-verdragterritoir zijn bijvoorbeeld die van de NAVO-leden Turkije, dat aan Syrië grenst, en Italië, dat dichtbij Libië ligt.

Terug naar Boven of naar Homepage

 

WOENSDAG 8 APRIL 2015

Dodenherdenking Regiment Geneeskundige Troepen

Op de Legerplaats Ermelo heeft vanmiddag op waardige wijze de herdenking voor de gevallenen van het Regiment Geneeskundige Troepen plaatsgevonden.

In aanwezigheid van vele veteranen en aspirant-veteranen, de Dienstvakoudste van de Logistiek, brigadegeneraal Leanne van den Hoek, de commandant van de Defensie Gezondheidszorg Organisatie (DGO), brigadegeneraal-arts Johan de Graaf, en detachementen van alle geneeskundige eenheden van het Commando Landstrijdkrachten vond de dodenherdenking voor de eerste maal op de appèlplaats in Ermelo plaats.

Dit is het gevolg van de verhuizing van het Regimentscommando van Hilversum naar Ermelo: de huidige Regimentscommandant is luitenant-kolonel Jacco Brosky, tevens commandant van 400 Geneeskundig Bataljon (400 Gnkbat).

De herdenking werd geleid door paradecommandant majoor Schrijer; parade-inspecteur was de overste Brosky. Het geheel werd opgeluisterd door de aanwezigheid van de vaandelwacht van het Regiment Geneeskundige Troepen, met als vaandeldrager Regimentsadjudant Hans van Lieshout.

Bijzondere genodigden waren de sobats (veteranen) uit het toenmalig Nederlands Nieuw-Guinea, verenigd in de stichting Kampong Hospik, mevrouw Mira Donkers-Wetzels en haar zoon Stan - nabestaanden van de in 2007 in Afghanistan om het leven gekomen Algemeen Militair Verpleegkundige en sergeant der eerste klasse Robert Donkers, en adjudant buiten dienst Faas.

Een van de toespraken werd gehouden door aalmoezenier Guido Brugge, de vaste geestelijk verzorger van 400 Gnkbat. Behalve verscheidene andere voordrachten, zoals die door de Regimentscommant, werden onder het spelen van gepaste muziek bloemenkransen en toefen gelegd bij het nieuwe monument voor de gevallenen van het Regiment Geneeskundige Troepen.

Het voormalig geneeskundig personeel van de 1 Hulp Verbandplaats Afdeling (1 Hupva) runden in 1962 een hospitaal te velde in Kaimana aan de zuidkust van het toenmalig Nederlands Nieuw-Guinea; gisteren vierden zij tevens hun reünie in Ermelo.

Terug naar Boven of naar Homepage

 

DINSDAG 7 APRIL 2015

Component cyberwarfare voor Belgische Defensie

Het Belgische ministerie van Defensie zet in op de creatie van een aparte cyberwarfarecomponent binnen het nationale leger. Cyberwarfare wordt hiermee de vijfde component binnen de Belgische krijgsmacht. Behalve de Land-, Lucht- en Marinecomponent telt België ook reeds een aparte Medische Component.

Dat heeft VRT Nieuws vernomen uit bronnen dicht bij het ministerie. Deze cyberwarfarecomponent zou niet alleen bedoeld zijn voor het beveiligen van internetverkeer binnen België, maar moet volgens de bronnen ook cyberaanvallen kunnen uitvoeren. De nieuwe component moet in 2019 operationeel zijn.

In mei 2014 werd het Belgische ministerie van Buitenlandse Zaken getroffen door een omvangrijke hack, waarbij gevoelige politieke informatie is gelekt. Kort daarvoor maakte de Belgische overheid extra geld vrij in de strijd tegen cybercrime, onder meer ingegeven door de grootschalige hack van het datanetwerk van Belgacom.

De vermeende plannen rond het opzetten van een cyberwarfarecomponent moeten nog officieel worden aangekondigd.

Terug naar Boven of naar Homepage

 

DONDERDAG 2 APRIL 2015

Promotie majoor Grandia Mantas op besluitvorming Uruzgan

Aan de Universiteit van Leiden is vanmiddag majoor Mirjam Grandia Mantas gepromoveerd op een reconstructie van de politieke en militaire besluitvorming in de aanloop naar de missie in de Afghaanse provincies Helmand en Uruzgan. In deze provincies waren respectievelijk Groot-Brittannië en Nederland lead nation.

Haar promotors waren prof. dr. Jan van der Meulen, bijzonder hoogleraar militair-maatschappelijke studies, en prof. dr. Isabelle Duyvesteyn, bijzonder hoogleraar Strategische Studies - beiden in Leiden. Haar doctoraalthesis is getiteld: Deadly Embrace? The Decision Paths to Uruzgan and Helmand.

Volgens de promovenda in de politicologie stelde de Nederlandse politiek in de voorbereiding op de missie naar Uruzgan geen doelen maar stapte op de rijdende trein.

Begin 2006 stemde de Tweede Kamer in met Nederlandse deelname aan de stabilisatiemissie in de provincie Uruzgan in het zuiden van Afghanistan. Politicologe Grandia, zelf militair en meerdere keren uitgezonden naar Afghanistan, reconstrueerde het besluitvormingsproces. Ze sprak ruim honderd civiele en militaire besluitvormers, waaronder de toenmalige ministers Henk Kamp (Defensie) en Ben Bot (Buitenlandse Zaken) en de top van de Nederlandse krijgsmacht.

De toenmalig directeur Operaties van de Defensiestaf, generaal drs. Pieter W.C.M. Cobelens, stippelde de koers uit die leidde tot de inzet van de Nederlandse troepen in Afghanistan. Hij werkte samen met het Britse hoofd strategische planning, generaal Robert Frye, aan een gedetailleerd ontwerp.

Grandia: "Het hoort bij het werk van de militaire top om al uitgebreid na te denken over een mogelijke missie. Maar de regering had het doel van de missie moeten formuleren." Dit gebeurde in het proces pas laat: tijdens de artikel-100 procedure.

Volgens Grandia bogen de militaire en civiele besluitvormers zich primair over de vraag hoe de inzet moest zijn in plaats van waarom de missie nodig was.

Later dit jaar verschijnt het promotieonderzoek van majoor Mirjam Grandia Mantas in boekvorm.

Terug naar Boven of naar Homepage

 

Nieuwsarchief...