nieuwsarchief FEBRUARI 2012
Terug naar de homepage
 

FEBRUARI 2012
M
D
W
D
V
Z
Z
2
5
7
11
18
20
26
28

Maak uw keuze uit de hierboven getoonde lijst

WOENSDAG 29 FEBRUARI

Verdieping samenwerking België en Nederland

De Belgische Minister van Defensie Pieter de Crem en zijn Nederlandse ambtgenoot Hans Hillen hebben tijdens een bezoek aan de Admiraliteit Benelux (ABNL) op de marinebasis in Den Helder, over verdere samenwerking van beide krijgsmachten gesproken.

Beide marines passen het concept van ‘pooling & sharing’ van nationale militaire capabilities al jaren toe. Zo worden Belgische en Nederlandse marinemensen gezamenlijk opgeleid en wordt het onderhoud van schepen onderling uitbesteed. Nederlandse mijnenjagers liggen in het Belgische Zeebrugge en de Belgische M-fregatten in Den Helder.

De bewindslieden hebben in Den Helder besloten om ook andere dan maritieme samenwerkingsverbanden te onderzoeken. Hier pleit minister Hillen al tijden voor. Als voorbeeld noemden ze een samengestelde Quick Reaction Force van Nederlandse en Belgische F-16’s voor de bewaking van beide luchtruimen.

Ook hebben ze gesproken over uitbreiding van de samenwerking van de Belgische paracommando’s en Nederlandse eenheden als Korps Commandotroepen en Korps Mariniers.

De samenwerking met de Nederlandse elite-eenheden zou vooral betrekking hebben op bepaalde opleidingsonderdelen, zoals het parachutespringen. Ook is bekend dat de Belgische krijgsmacht op zoek is naar buitenlandse partners om de overcapaciteit van het Trainingscentrum voor Parachutisten (TrgC Para) in Schaffen rendabel te maken. Het TrgC Para zou overigens ook dicht bij een akkoord met de Duitse Bundeswehr staan.

Andere speerpunten zijn de gezamenlijke deelname aan tactische Europese troepenmachten, zoals de EU Battle Groups, en het delen van de aankoop van individuele uitrusting voor infanteristen.

Terug naar Boven

Kritischere Tweede Kamer nodig bij besluitvorming over militaire operaties

Vanmiddag promoveert aan de Universiteit van Tilburg mr. Anamarija Kristic op ‘De Staten-Generaal en de inzet van de Nederlandse krijgsmacht’.

Zoals dagblad De Pers op 22 februari jl. al liet weten, blijkt uit haar onderzoek naar de besluitvorming rond militaire missies dat de Tweede Kamer ‘voor de vorm’ debatteert over de deelname hieraan.

Kristic reconstrueerde de besluitvorming rond drie missies waaraan Nederland deelnam: Operation Allied Force in Kosovo (1999), Operation Enduring Freedom in Afghanistan (vanaf 2001) en de Task Force Uruzgan in Afghanistan (2006-2010).

Volgens haar stelt de Tweede Kamer zich niet kritisch genoeg op bij besluiten over deelname van Nederlandse militairen aan internationale missies. De houding van de Kamer is volgend en reactief.

Op internationaal niveau schept de regering onafgebroken verwachtingen en doet ze toezeggingen, waardoor al vůůr het debat over de missie in de Tweede Kamer een ‘point of no-return’ is bereikt. Hierdoor kan feitelijk niet meer worden teruggekomen op een niet eens formeel genomen beslissing. Dit maakt het politiek onmogelijk dat Nederland nog van deelname afziet.

Voordat Nederland aan missies deelneemt, is het kabinet volgens de Grondwet verplicht het parlement via een‘artikel-100-procedure’ te informeren.

Artikel 100, eerste lid, stelt: “De regering verstrekt de Staten-Generaal vooraf inlichtingen over de inzet of het ter beschikking stellen van de krijgsmacht ter handhaving of bevordering van de internationale rechtsorde. Daaronder is begrepen het vooraf verstrekken van inlichtingen over de inzet of het ter beschikking stellen van de krijgsmacht voor humanitaire hulpverlening in geval van gewapend conflict.”

Uit Kristic’ onderzoek blijkt dat de regering deze procedure gebruikt om de betrokkenheid van de Tweede Kamer tot een minimum te beperken.

Naïef genoeg ziet de Tweede Kamer de ‘artikel-100-procedure’ juist als een vrijbrief voor meer betrokkenheid. Hierdoor wordt de hamvraag – of de militairen al dan niet op missie moeten gaan – vergeten.

Volgens Kristic, werkzaam aan de Tilburg Law School, helpt het niet dat voordat het beslissende ‘artikel-100-debat’ plaatsvindt in achterkamertjes al groen licht is gegeven. De hieraan voorafgaand verschijnende artikel 100-brief informeert het parlement over het voornemen een missie te ontplooien.

‘De Staten-Generaal en de inzet van de Nederlandse krijgsmacht’ is naar verwachting vanaf 2 maart a.s. in paperback leverbaar bij uitgeverij Kluwer BV (ISBN 9789013103922) en kost € 42,50.

Terug naar Boven

 

MAANDAG 27 FEBRUARI

Herdenking Slag in de Javazee, 70 jaar geleden

Op 27 februari 1942, vandaag 70 jaar geleden, vond de Slag in de Javazee plaats. In deze zeeslag tussen een geallieerd eskader onder commando van de Nederlandse schout-bij-nacht Karel Doorman en een Japans smaldeel, lieten vele honderden Nederlandse marinemensen het leven. De geallieerden probeerden de Japanse invasievloot, die onderweg was naar Nederlands-IndiŽ (Java), te vernietigen.

De geallieerde vloot bestond uit Amerikaanse, Australische, Britse en Nederlandse schepen onder Doormans leiding.

De onderneming eindigde in een drama. Aan Nederlandse zijde sneuvelden meer dan duizend marinemensen en van de overige geallieerden nog eens 1.200 militairen. De Japanners verloren slechts tien man. Door deze overwinning konden de Japanners Nederlands-IndiŽ binnenvallen.

Bij de officiŽle herdenking van de zeeslag, in de Kloosterkerk in Den Haag, zou aanvankelijk Koningin Beatrix aanwezig zijn. Zij gaf prioriteit aan de aandacht voor Prins Friso, die op 17 februari jl. in het Oostenrijkse Lech door een lawine werd getroffen en sindsdien in coma is. De Prins van Oranje vertegenwoordigde zijn moeder. Om deze reden verscheen prins Willem-Alexander, hoewel marineman, in burger: hij is Commandeur van de Koninklijke Marine-Reserve.

Tijdens de herdenking hield de Commandant Zeestrijdkrachten (C-CZSK), vice-admiraal Matthieu Borsboom, een toespraak. Borsboom, die meldde dat er opnieuw een marineschip dat in aanbouw is, zal worden vernoemd naar Karel Doorman. De naamgeving geldt als symbool voor moed en trouw, aldus de vice-admiraal. Het toekomstige Joint Support Schip zal het vierde zijn met die naam en vanaf 2014 de wereldzeeŽn bevaren. C-CZSK gaf ook aan dat de Slag "blijvend verankerd" moet zijn in onze maritieme geschiedenis.

Ook Minister van Defensie Hans Hillen en Commandant der Strijdkrachten generaal Peter van Uhm behoorden tot de genodigden.

Vlootpredikant ds. Wilco Veltkamp citeerde Doormans laatste brief, geschreven vijf dagen voor de fatale slag, aan zijn schoonouders in Egypte: “Wij vechten met de rug tegen de muur, vooral na de val van Singapore, dus de kansen dat ik jullie later in het hiernamaals terugzie, zijn oppervlakkig gezien groter dan op het ondermaanse, doch met Gods hulp kan alles zich ten goede keren. In ieder geval is het beter om te sterven als een man dan te leven als een slaaf van Hitler en consorten.”

Terug naar Boven

 

ZATERDAG 25 FEBRUARI

Europees monument NAVO-gevallenen in Fréthun

Vandaag is in Fréthun in het noordwestelijke puntje van Frankrijk het eerste Europese monument, ter nagedachtenis aan de gevallenen die dienden onder de vlag van de NAVO, onthuld. Het monument bestaat uit twee marmeren zuilen.

De onthulling werd – uit naam van de Directeur-Generaal van de Internationale Militaire Staf, luitenant-generaal Jürgen Bornemann – bijgewoond door leden van de internationale militaire staf van de NAVO (SHAPE), lokale autoriteiten, Defensieattachés, gewonde veteranen en nabestaanden.

Er is gekozen voor het dorpje Fréthun in de Pas de Calais vanwege de onmiddellijke nabijheid van een groot aantal NAVO-landen en haar toegankelijkheid vanwege de nabijheid van een haven en vliegveld.

De tekst op het monument luidt (ook in het Engels): “A la mťmoire des soldats qui ont fait le sacrifice de leur vie au service de l’OTAN”

De onthullingsplechtigheid was georganiseerd door de Franse Le Cercle National des Anciens Militaires Français stationnés en Allemagne en de Association Européenne des Membres de Corps et Organismes Publics de Sécurité et de Défense.

Onder de deelnemers waren ook Nederlandse militairen die de ouders van de 25-jarige korporaal der eerste klasse Luc Janzen van 42 Pantserinfanteriebataljon Limburgse Jagers hebben gesteund na zijn overlijden bij een aanslag met een IED in de Afghaanse provincie Uruzgan op 22 mei 2010.

Terug naar Boven

Argos (Radio 1): Philips in WO II

Het onderzoeksprogramma Argos (VPRO, Radio 1, 12.15 - 13.00 uur) besteedt aandacht aan een omvangrijk rapport van het Amerikaanse Office of Strategic Services (OSS), de inlichtingendienst die geldt als voorloper van de CIA.

Het ruim 1.000 pagina’s dikke rapport uit 1943, getiteld ‘The Philips Concern’, staat vol beschuldigingen aan het adres van de N.V. Philips: “De interne politieafdeling bij Philips (…) werkt nauw samen met de Gestapo en “In het bedrijf werken fascisten of mensen met pro-fascistische ideeŽn.” Dit staat in schril contrast tot wat al wel bekend was: Philips redde, door zijn contacten, in de Tweede Wereldoorlog veel mensen door hen onmisbaar voor het werk te verklaren.

Het rapport is voorzien van het stempel ‘geheim’ en werd onlangs door een Duitse onderzoeker ontdekt in een archief in Washington. Uit het document blijkt verder dat de Philips-top in 1942 aan de OSS heeft aangeboden het internationale Philips-netwerk te gebruiken als bron van informatie en als dekmantel voor spionageoperaties.

De Argos-reportage van Gerard Leenders en Huub Jaspers speurt naar het hoe en waarom van de OSS-beschuldigingen van collaboratie door Philips. Waarom zocht Philips samenwerking met de Amerikaanse geheime diensten? En waarom geeft Philips nog altijd niet volledig opening van zaken?

Terug naar Boven

 

VRIJDAG 24 FEBRUARI

Poolse veteraan WO I bevorderd tot kapitein

Het Poolse Ministerie van Defensie maakt bekend dat een 112-jarige veteraan uit de Eerste Wereldoorlog is bevorderd tot kapitein (kapitan).

De veteraan is de oudste man van Polen: Jozef Kowalski. Hij woont in een verzorgingshuis in Tursk, vlakbij Sulęcin. Daar werd hij gisteren bezocht door de Poolse Minister van Defensie Tomasz Siemoniak. Die bevorderde hem van luitenant tot kapitein.

Kowalski werd op 2 februari 1900 geboren in wat nu het zuiden van Polen is; destijds maakte het gebied deel uit van het keizerrijk Oostenrijk.

Kowalski vocht in het 22ste Regiment Ułanów (22 Pułk Ułanów Poznańskich), een cavalerie-eenheid in de Eerste Wereldoorlog. Hij is tevens de laatste overlevende van de Pools-Russische oorlog (1919-1921) tegen bolsjewistisch Rusland

Na 1920 keerde Kowalski terug naar het boerenbedrijf van zijn familie, maar in 1939 trok hij weer ten strijde tegen de Duitsers in de Poolse veldtocht. Hij werd krijgsgevangen gemaakt en bracht het grootste deel van de Tweede Wereldoorlog door in een Duits concentratiekamp.

Nog op zijn 110de verjaardag werd hij voor zijn dienstverrichtingen door de toenmalige Poolse president Lech Kaczyński onderscheiden met het Officierskruis van de Orde van Polonia Restituta.

Terug naar Boven

 

DONDERDAG 23 FEBRUARI

Majoor b.d. Jan Matthijsse (85) overleden

In zijn woonplaats Nuenen is vandaag op 85-jarige leeftijd Jan (Johannes Cornelis Maria) Matthijsse overleden. Tot aan zijn pensionering was hij, als majoor der infanterie bij de Koninklijke Landmacht, werkzaam op de Legerplaats Oirschot. Van 1978 tot 1982 was Jan Matthijsse commandant van het kazernecommando (KazCo) van de Legerplaats Oirschot.

Nog in 2011 werd Matthijsse – geboren in 1926 in Oirschot – Koninklijk onderscheiden op grond van de totaliteit van zijn verdiensten op Defensie- en andere terreinen. Uit handen van de toenmalige burgemeester - Wim Ligtvoert - ontving hij toen, perfect getimed na afloop van de jaarlijkse herdenking van de bevrijding in de gemeente Nuenen, de versierselen behorende bij het lidmaatschap in de Orde van Oranje-Nassau.

Vanaf 1979 tot dit jaar aan toe, ruim dertig jaar, heeft hij zich in bestuurlijke zin sterk gemaakt voor tal van maatschappelijke activiteiten. In zijn vrijwilligerswerk stond Matthijsse stil bij het herdenken van de slachtoffers uit de Tweede Wereldoorlog.

Daarnaast zette hij zich belangeloos in voor het in stand houden van historisch militair materiaal, onder andere legervoertuigen uit WO II. Mede door zijn inzet en initiatieven was de jaarlijkse viering van de bevrijding in de regio Zuidoost-Brabant, in het bijzonder op 18 september in Eindhoven en rond 21 september in Nuenen, jaarlijks een indrukwekkende viering met een defilť van oorlogsvoertuigen.

Jan Matthijsse was actief lid van de Vereniging van Airborne-vrienden. Daarnaast was hij ook vrijwilliger en gouden speld-drager bij de Stichting 18 September Eindhoven. In de jaren ‘80 was hij actief lid van het Oranje Comitť Nuenen. In 2009 richtte hij de Vereniging Warwheels op, waarvan hij de eerste voorzitter was.

Jan Matthijsse liet in 1982 het boek ‘Van Urn tot Uzi. De Geschiedenis van Kamp Oirschot, Legerplaats Oirschot, Genmaj. de Ruyter van Steveninckkazerne’ het licht zien. Dit boek, over het heden en verleden van de legerplaats en het oefengebied op de Oirschotse heide, is sporadisch nog tweedehands verkrijgbaar.

Terug naar Boven

Ministerraad '54 brandde zich niet aan Westerling

In een interview met de Volkskrant geeft de historicus Cees Fasseur aan dat de ministerraad zijn vingers niet wilde branden aan de oorlogsmisdaden van Westerling c.s. op Zuid-Celebes.

Premier Willem Drees en zijn ministers waren in 1954 ernstig verdeeld over de vraag of Nederlandse militairen die zich op Zuid-Celebes al dan niet hadden schuldig gemaakt aan oorlogsmisdaden, moesten worden vervolgd. De ministerraad stemde over de vermeende misdaden van kapitein Raymond Westerling en drie van zijn ondergeschikten. De uitslag: 12 tegen vervolging, 4 vůůr.

Toen Fasseur in 1969 archiefonderzoek voor de Excessennota – de nota betreffende het archiefonderzoek naar de gegevens omtrent excessen in IndonesiŽ begaan door Nederlandse militairen in de periode 1945-1950 - deed, heeft hij de notulen van het overleg in de ministerraad ingezien. Aan dit besluit is nooit ruchtbaarheid gegeven.

Hoewel de meerderheid van de ministerraad geen heil zag in vervolging (omdat zij niet geloofde dat een burgerlijke of militaire rechtbank Westerling ooit zou willen veroordelen), vonden onder andere de latere minister-president Jelle Zijlstra en de Minister van Landbouw Sicco Mansholt dat een oorlogsmisdaad een misdaad was die moest worden bestraft.

De ministerraad zag er met name geen heil in, omdat luitenant-gouverneur-generaal Hubertus van Mook al in 1948 had besloten de zaak tegen Westerling te seponeren: “Van Mook had naar aanleiding van klachten een onderzoek bevolen door eigen mensen. In 1948 werd besloten er maar niks mee te doen. […] Legercommandant generaal Spoor constateerde dat Westerling zowel qua instelling als begrip voor de taak waarvoor hij werd gesteld over uitzonderlijke kwaliteiten beschikte. Hij achtte het begrijpelijk dat ongelukken niet konden uitblijven, toen anderen meenden naar zijn voorbeeld te kunnen handelen. Je kunt zeggen dat Westerling de hand boven het hoofd werd gehouden. Men moet hebben gedacht: daar branden we onze vingers niet aan.”

Westerlings ondergeschikten gingen uiteindelijk eveneens vrijuit: “Van Mook heeft oogluikend toegelaten dat er heel fors is opgetreden. Toen de bewoners van Zuid-Celebes in opstand kwamen tegen het Nederlandse gezag, had hij net zijn plannen gepubliceerd voor een federaal IndonesiŽ. Java en Sumatra mochten Republikeins worden, Nederland had dan nog Oost-IndonesiŽ en Borneo. Maar ook op Zuid-Celebes bleek de republiek veel aanhang te hebben. Van Mook had daar niet op gerekend, en het verzet moest er worden uitgestampt. […] De onderzoekers stonden niet al te onwelwillend tegenover de militairen. Een veroordeling was niet goed voor het moreel van de troepen. Na de soevereiniteitsoverdracht in 1949 is het onderzoek in Nederland voortgezet. […] Het rapport is in '54 zorgvuldig buiten de openbaarheid gehouden.”

De top vijf van oorlogsmisdaden in IndonesiŽ volgens het artikel in de Volkskrant:

1. Zuid-Celebes.Tijdens 'zuiveringsacties' executeerden Nederlandse militairen van december 1946 tot februari 1947 tussen de drie- en vijfduizend IndonesiŽrs.

2. Bondowoso (Oost-Java). Bij een transport van honderd Indonesische gevangen in goederenwagens kwamen in november 1947 46 gevangenen door verstikking om het leven.

3. Rawagede (West-Java). In december 1947 executeerden Nederlandse soldaten 431 dorpsbewoners.

4. Gendang (Borneo). Op 28 februari 1949 schoot een patrouille dertig krijgsgevangenen dood.

5. Tjilatjap (Midden-Java). Op 1 augustus 1949 omsingelde een patrouille een huis waar een huwelijkfeest aan de gang was. Een militair loste door een misverstand een schot, waarna andere militairen begonnen te schieten. Veertien mannen, elf vrouwen en een kind werden gedood.

Terug naar Boven

 

WOENSDAG 22 FEBRUARI

Nijmegen herdenkt vergissingsbombardement

In Nijmegen wordt vandaag het vergissingsbombardement van 22 februari 1944 herdacht. Bij dit bombardement kwamen, alleen al in Nijmegen, ruim achthonderd mensen om het leven. Het maakte deel uit van Operation Argument dat tot doel had het winnen van de oorlog mogelijk te maken door de Duitse industrieŽn, vliegvelden en Luftwaffe in het hart te treffen.

Amerikaanse vliegtuigen die op weg waren naar Duitsland, waren in de veronderstelling dat ze al boven de Duitse stad Kleef (Kleve) vlogen. Om half twee 's middags lieten de bommenwerpers per abuis hun last vallen boven Arnhem, Deventer, Enschede en Nijmegen. Alle plaatsen raakten zwaar beschadigd.

Wat het aantal slachtoffers betreft, is het vergissingsbombardement ťťn van de grootste op Nederlandse steden tijdens de Tweede Wereldoorlog. In totaal werden ruim 3.000 huizen volledig verwoest.

In Nijmegen kreeg het Instituut Saint-Louis een voltreffer. Hierbij werden 24 kinderen en acht zusters gedood. In 2000 werd op de plek van de getroffen school een monument onthuld ter nagedachtenis aan het drama. Bij ‘De Schommel’ van kunstenaar Henk Visch vindt vanaf 11.00 uur de officiŽle herdenking plaats met medewerking van leerlingen van het Montessori College Nijmegen en Basisschool Montessori Nijmegen

De herdenking bij ‘De Schommel’ wordt voorafgegaan door een kerkdienst in de St. Stevenskerk. Die wordt bijgewoond door onder meer de Duitse ambassadeur dr.  Heinz-Peter Behr Heinz-Peter Behr en de  Deputy Chief of Mission Andrew C. Mann van de Amerikaanse ambassade. Na de kranslegging bij ‘De Schommel’ bezoekt het gezelschap de begraafplaats aan de Daalseweg, waar veel slachtoffers van het bombardement liggen.

Terug naar Boven

 

DINSDAG 21 FEBRUARI

'Altijd Wat': rapport executies Nederlands-IndiŽ

In het NCRV-opinieprogramma Altijd Wat (Nederland 2) heropende verslaggever Piet de Blaauw een hoofdstuk uit de Nederlandse geschiedenis. Hij vroeg zich af waarom er jarenlang niemand is veroordeeld voor de oorlogsmisdaden van Nederlandse troepen op Zuid-Celebes (nu Zuid-Sulawesi)?

In ‘Altijd Wat’ wordt een geheim en nooit gepubliceerd rapport getoond  dat is opgeslagen in het Nationaal Archief. Het dateert van 15 september 1954 en is in handen van onderzoeker Willem IJzereef, schrijver van 'De Zuid-Celebes-affaire' (1984).

Hieruit blijkt dat de Nederlandse ervan op de hoogte was dat er in de periode 1946-1947 in Nederlands-IndiŽ massa-executies plaatsvonden. De Nederlandse autoriteiten hebben zelfs toegestaan dat mensen zonder enige vorm van proces geŽxecuteerd zouden worden.

Uit de uitzending blijkt dat een “noodrechtsbevoegdheid” voor kapitein Raymond Westerling en zijn commando’s gold. Zoals Westerling destijds zei: een “carte blanche”. Die was aan Westerling verstrekt door zijn superieur, kolonel H.J. de Vries, territoriaal- en troepencommandant Grote Oost en Borneo, ťťn van de ondercommandanten van generaal S.H. Spoor.

In en rondom de hoofdstad op Zuid-Celebes, Makassar, dreigde een noodtoestand te ontstaan. Blijkbaar rechtvaardigde die het om verdachten standrechtelijk te executeren.

Westerling was jarenlang het symbool van de wandaden in Nederlands-IndiŽ. Op Zuid-Celebes werd hij als commandant verantwoordelijk gehouden voor het - vaak ter plaatse - executeren van duizenden rampokkers (plunderende bendes, in dit geval voor vrijheid strijdende Republikeinen).

In de uitzending kwam veteraan Herman van Goethem (89) aan het woord, ťťn van de laatste nog levende commando’s die onder Westerling heeft gediend. Westerling, overleden op 31 augustus 1997, ligt begraven op de Nieuwe Oosterbegraafplaats in Amsterdam.

Aan het einde van de uitzending reageerde advocate Liesbeth Zegveld. Zij vindt dat het Openbaar Ministerie, dat destijds niet tot vervolging van deze militairen wilde overgaan, de zaak alsnog zou moeten herbeoordelen.

Terug naar Boven

 

ZONDAG 19 FEBRUARI

Politie haalt 'militairen' uit optocht Tilburg

Volgens het Brabants Dagblad is vanmiddag een aantal in het groen gehulde, als militair uitgedoste deelnemers door de politie verwijderd uit de carnavalsoptocht (d’n Opstoet) in Tilburg (Kruikenzeikersstad).

De mannen, verkleed als 'plastic soldaatjes', kregen te horen dat hun wapens te veel leken op echte wapens.

Volgens Jurgen van Gorp, ťťn van de carnavalesk verklede toy soldiers, moesten de wapens op het politiebureau worden ingeleverd.

Volgens een politiewoordvoerder ging het om exacte kopieŽn van onder meer een machinegeweer en handgranaten, die onder de Wet Wapens en Munitie vallen. De groep was er niet door de organisatie uitgefilterd; ze had zich niet officieel aangemeld als deelnemer van de optocht.

Terug naar Boven

 

VRIJDAG 17 FEBRUARI

Frans-Britse samenwerking in drones

Frankrijk en Groot-BrittanniŽ gaan op militair gebied samenwerken bij de ontwikkeling van drones en een vliegdekschip, en het toezicht op kernwapens.

Dat hebben de Franse president Nicolas Sarkozy en de Britse premier David Cameron toegelicht tijdens de jaarlijkse Frans-Britse topconferentie in Parijs. “Volgens mij hebben Frankrijk en Groot-BrittanniŽ niet meer zo hecht samengewerkt sinds de Tweede Wereldoorlog”, zei Cameron. Op 2 november 2010 tekenden Sarkozy en Cameron een Defensiesamenwerkingsverdrag tussen beide landen.

Behalve dat de samenwerking voor beide landen forse besparingen zal opleveren, genereert ze ook meer zelfstandigheid binnen de NAVO. Al tijdens de luchtaanvallen op LibiŽ in 2011 bevestigden de twee Europese grootmachten hun verlangen naar nauwere banden, maar het tekort aan drones voor verkennings- en aanvalsmissies leidde tot afhankelijkheid van Amerikaanse UAV-capaciteit.

Cameron en Sarkozy bespraken de ontwikkeling van een onbewapende Medium Altitude Long Endurance (MALE) UAV en een Unmanned Combat Air Vehicle (UCAV) – de bewapende variant.

De toestellen worden ontwikkeld en getest in een samenwerkingsverband tussen het Franse Dassault Aviation en het Britse BAE Systems. De MALE moet in 2020 gereed zijn. De eerste UCAV zal volgens planning in 2030 van de band rollen.

De UCAV’s kunnen de concurrentie aangaan met de huidige toestellen uit de Verenigde Staten en IsraŽl. Zo heeft IsraŽl al jaren de Elbit Hermes 450 operationeel in de Israel Defense Force (IDF).

Terug naar Boven

 

DONDERDAG 16 FEBRUARI

Congres over leiderschap veiligheidsbranche

Op de Kromhoutkazerne in Utrecht vindt het congres ‘Leiders (nieuw leiderschap) in de publieke veiligheid!’ plaats voor de opkomende generatie leidinggevenden op officiersniveau die werkzaam is in de veiligheidsbranche. Niet alleen Defensie, ook brandweer, GHOR en politie. Publieke veiligheidsdiensten hebben onder meer vakbeleving, organisatiestructuur, personeelsopbouw en missie gemeen.

In de kern dient het personeel in dit vakgebied de samenleving. Maar die verandert in snel tempo, wat om nieuwe inzichten vraagt. Daarnaast wordt de publieke sector geconfronteerd met bezuinigingen en diverse veranderprocessen.

Nieuw leiderschap wordt gevraagd, maar de vraag is welk? Op het congres werd in een elftal workshops gevraagd mee te denken over een passend leiderschapsprofiel voor de toekomst.

Majoor Astrid Hollaar-Teunisse, als personal-, team-, executive- en organisatiecoach werkzaam bij het Expertisecentrum Leidinggeven CLAS aan de Nederlandse Defensie Academie (NLDA) in Breda, leidde de workshop ‘Waardevol verbinden’. Hierin ging zij in op eigen persoonlijke waarden, zelfkennis en de relatie met leiderschap en organisatiewaarden. (Het Expertisecentrum Leidinggeven CLAS helpt en begeleidt leidinggevenden in de KL).

Miriam de Graaff, als projectmanager en onderzoeker eveneens werkzaam bij het Expertisecentrum Leidinggeven CLAS, houdt zich in haar werk met name bezig met thema's als ethiek en integriteit in relatie tot leiderschap. In haar workshop ‘Beslissen in beweging’ gingen de deelnemers aan de slag met een belangrijk aspect van leidinggeven: beslissen.

Een beslissing is bedoeld om mensen in beweging te krijgen, waar tegelijkertijd in de dilemma's van de veiligheidsbranche een beslissing ook 'bewogen' kan zijn: zij raakt mensen in hun wezen of waarden en normen. In deze workshop leren de deelnemers hoe zij als leidinggevenden de capaciteiten en perspectieven van de teamleden kunnen benutten om zo tot weloverwogen beslissingen te komen en tegelijkertijd als team te werken aan gemeenschap.

Terug naar Boven

“Offers Uruzgan nooit vergeten”

De Tweede Kamer en de regering hebben vandaag de balans opgemaakt van de ISAF-missie in Uruzgan, waar Nederland van 2006-2010 lead nation was.

Hoewel er zichtbare resultaten zijn – langzaam beter functionerend bestuur, verbeterde veiligheid, betere bereikbaarheid van de provincie en een op gang gekomen sociaaleconomische ontwikkeling – is de situatie “fragiel en niet onomkeerbaar”.

De Kamerleden en de regering spraken opnieuw hun respect uit voor de slachtoffers en hun medeleven met de familieleden, alsook met de slachtoffers onder de coalitietroepen en de Afghaanse bevolking. “Dat zullen we nooit vergeten'', aldus Minister van Buitenlandse Zaken Uri Rosenthal.

Volgens Rosenthal zijn er dankzij de inzet van de militairen, diplomaten en ontwikkelingswerkers zichtbare resultaten behaald. Maar de bewindsman herhaalde ook dat er “gepaste bescheidenheid” is over het resultaat.

Op verzoek van het Tweede Kamerlid en Irak-veteraan Raymond Knops (CDA) heeft het kabinet toegezegd om voortaan vijf jaar na de beeÔndiging van een militaire missie een after mission report op te stellen, waarbij de onomkeerbare resultaten van die missie worden geŽvalueerd.

Knops vindt de evaluatie van belang om de effectiviteit van de gebruikte instrumenten en middelen na langere tijd te meten. Ook kan een dergelijke evaluatie bijdragen aan de zingeving voor veteranen die in missies hebben gediend. De ervaring leert dat missies na beeÔndiging snel uit het collectieve geheugen verdwijnen. Successen van de Nederlandse inzet die op de lange termijn nog zichtbaar zijn, kunnen helpen aan het draagvlak voor toekomstige missies. De regering heeft toegezegd vůůr de zomer van dit jaar met een plan van aanpak te komen en te beginnen aan een after mission report over de Stabilisation Force Iraq (SFIR). Nederland leverde hieraan van juli 2003 tot maart 2005 militairen.

Terug naar Boven

 

WOENSDAG 15 FEBRUARI

Boek Spoor naar Woeste Hoeve gepresenteerd

Op de Poolse ambassade in Den Haag is vanmiddag het eerste exemplaar van het boek Spoor naar Woeste Hoeve, De zoektocht naar de geŽxecuteerde piloot Czeslaw Oberdak uitgereikt aan de ambassadeur van Polen, Janusz Stanczyk.

Schrijver is Richard Schuurman, verslaggever bij Omroep Flevoland en voorheen journalist van de Zwolse Courant. Tijdens de boekpresentatie gaf Schuurman een toelichting op zijn jarenlange onderzoek dat onder andere leidde tot het terugvinden van het graf van de Poolse oorlogsvlieger. Ook ging hij in op de reconstructie die hij heeft gemaakt over de massa-executie waarbij Czeslaw Oberdak om het leven kwam: Woeste Hoeve, 8 maart 1945.

Van links naar rechts: de Poolse oorlogsvlieger Czeslaw Oberdak, de omslag van het boek van Richard Schuurman en de Duitse SS-generaal Hanns Rauter.

Het boek van Schuurman is de kroon op twintig jaar speurwerk. Voorafgaand aan de boekpresentatie werd de auteur door de Poolse ambassadeur onderscheiden met de Knight's Cross of the Order of Merit of the Republic of Poland.

De 23-jarige Poolse gevechtspiloot Oberdak was ťťm van de 117 mannen die op 8 maart 1945 bij Woeste Hoeve werden geŽxecuteerd als wraak voor de moordaanslag op Obergruppenführer Hanns Rauter. De aanslag, in de nacht van 6 op 7 maart, werd uitgevoerd door de knokploeg van Geert Gosens uit Apeldoorn. Rauter, de hoogste SS'er in Nederland, raakte onder andere gewond in zijn gezicht, maar overleefde de aanslag.

Als represaille werden de gevangenen bij Woeste Hoeve doodgeschoten. Daarnaast werden nog vele tientallen gevangenen gefusilleerd in Amsterdam, Den Haag, Kamp Amersfoort, Rotterdam, Utrecht en op de Waalsdorpervlakte.

Oberdak, in Engeland opgeleid tot piloot, moest op 30 mei 1944 tijdens zijn 26ste sortie een noodlanding maken in een weiland bij Dalmsholte. De Pool verbleef op diverse onderduikadressen en kwam uiteindelijk in Ommen terecht. Daar verbleef hij in het huis van de verzetsman Jan Seigers.

Lange tijd wist hij zo uit handen van de Duitsers te blijven, maar op 24 december 1944 werd hij bij toeval opgepakt: Duitsers die met een lekke band waren gestrand, liepen in het bos rond en zagen de rookpluim die uit zijn ondergrondse schuilplaats kwam. Oberdak werd opgesloten in de gevangenis in Doetinchem.

Vervolgens was hij ťťn van de 117 gefusilleerden bij Woeste Hoeve. De Pool was na de Tweede Wereldoorlog 46 jaar vermist voor zijn familie. Dankzij de speurtocht van Schuurman kon hij in 2009 in Krakau worden herbegraven.

In het boek van Schuurman wordt de suggestie gewekt dat Prins Bernhard de opdracht zou hebben gegeven om Rauter uit de weg te ruimen. Rauter had in 1942 de executie bevolen van Bernhards particuliere secretaris, jonkheer Willem G. Röell. Een onbezonnen wraakactie van de prins, die 117 onschuldigen het leven kostte, was in niemands belang, dus verdween de zaak in de doofpot. Aldus Richard Schuurman.

Terug naar Boven

Klokkenluider U.S. Army: Pentagon liegt

In de Verenigde Staten speelt sinds anderhalve week klokkenluider Lieutenant Colonel Daniel L. Davis, U.S. Army Reserve, een hoofdrol. Op 5 februari jl. ging zijn artikel Truth, lies and Afghanistan. How military leaders have let us down online op de website van het Armed Forces Journal (AFJ) – het oudste onafhankelijke defensietijdschrift van de Verenigde Staten.

“No one expects our leaders to always have a successful plan. But we do expect — and the men who do the living, fighting and dying deserve — to have our leaders tell us the truth about what’s going on.” Aldus Davis in het stuk ‘Waarheid, leugens en Afghanistan’, waarin hij een ware misleidingcampagne van de Amerikaanse legerleiding lijkt te onthullen.

Zijn artikel sloeg in als een bom: onmiddellijk volgde een interview met The New York Times , vlak daarna werd door Rolling Stone de uitgebreide analyse van het artikel gepubliceerd: Dereliction of Duty II: Senior Military Leaders’ Loss of Integrity Wounds Afghan War Effort. De getuigenis van de overste Davis is bijzonder, om twee redenen: zelden zijn “officiŽle leugens” zo uitgebreid ontkracht, in dit geval door een hoofdofficier. Succes in de missie zou ver te zoeken zijn en Davis vraagt zich openlijk af hoeveel mensen er nog moeten sterven in een missie die niet succesvol is.

Daarnaast benaderde hij – buiten de commandantenlijn om – leden van het Congres, de onafhankelijke inspecteur-generaal van de strijdkrachten en The New York Times om te vertellen dat zijn commandanten onwaarheden vertellen. Niet alleen strijdig met de regelgeving, ook op gespannen voet met de loyaliteitsmoraal onder militairen. Vanwege zijn uitstekende staat van dienst komt Davis er tot op heden mee weg.

Op zijn tweede missie van ťťn jaar naar Afghanistan in 2010-’11, legde Davis voor de U.S. Army’s Rapid Equipping Force (REF) ruim 14.000 km in acht Afghaanse provincies af. (De REF is destijds in het leven geroepen om de ​​omslachtige bureaucratie te omzeilen en troepen snel van spullen te kunnen voorzien.)

Davis, die zowel in Irak (1991 - Desert Storm – en 2008) als Afghanistan (2005 en deze tweede missie) diende, toont het verschil aan tussen de officiŽle verklaringen van de Amerikaanse defensiewoordvoering en de huiveringwekkende waarheid in Afghanistan. Hij sluit zijn artikel in Rolling Stone af met “It’s time to accede to reality and call things what they are.” Goed beleid is volgens Davis pas mogelijk, als de waarheid wordt verteld en niet langer een vals beeld van de Afghaanse werkelijkheid wordt geschetst.

Terug naar Boven

 

DINSDAG 14 FEBRUARI

Wil Defensie veroordeelde militairen kwijt?

Advocaat mr. Michael Ruperti vertelt het ANP dat Defensie tientallen ervaren militairen wil ontslaan die de afgelopen acht jaar met politie of justitie in aanraking zijn gekomen. Vaak gaat het om oude veroordelingen en was Defensie daar reeds van op de hoogte.

Ruperti, van het Amersfoortse kantoor  Dijkstra Krikke Ruperti advocaten, staat zeven van deze militairen bij. Hij vindt de gang van zaken vreemd: “Van al mijn cliŽnten kan ik aantonen dat Defensie op de hoogte was van de zaken tegen hen. Sindsdien hebben zij carriŤre gemaakt, zijn ze uitgezonden.”

Volgens Ruperti, gespecialiseerd in militair strafrecht, gaat het veelal om “elitemilitairen van de Luchtmobiele Brigade. Stuk voor stuk mannen die zich meerdere malen hebben onderscheiden in Uruzgan. Een aantal is zelfs onderscheiden voor zijn uitstekende functioneren onder zware operationele omstandigheden.”

Volgens Ruperti is de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD) in juli 2011 begonnen met nieuwe veiligheidsonderzoeken naar militairen. Hieruit zijn tientallen zaken naar boven gekomen van militairen die voor en tijdens hun diensttijd zijn veroordeeld. “Sinds januari dit jaar hebben die te horen gekregen dat hun Verklaring van Geen Bezwaar (VGB) zal worden ingetrokken. Het intrekken van de VGB betekent, na een schorsing, onvrijwillig ontslag zonder recht op gebruikmaking van het Sociaal beleidskader Defensie 2012-2016 (SBK).

De militairen kregen tien dagen de tijd om tegen de beslissing in beroep te gaan. Volgens Ruperti hebben ze dat ook allemaal gedaan.

Een woordvoerder van het Ministerie van Defensie bevestigt een strengere aanpak op het gebied van integriteit. De Tweede Kamer heeft Defensie opgedragen strenger te kijken naar veroordeelde militairen: “Defensie neemt integriteit hoog op. We gaan dat strenger en straks continu monitoren. Een overgangssituatie is altijd moeilijk, maar de militairen kunnen nog bezwaar maken.” Overigens is er volgens Defensie nog niemand ontslagen.

Terug naar Boven

 

MAANDAG 13 FEBRUARI

AIV pleit voor Europese samenwerking

Nederland moet op militair gebied veel nauwer gaan samenwerken met andere Europese landen. Alleen zo kan Nederland nog een rol van betekenis spelen in crisissituaties in en in de buurt van Europa. Dit stelt de Adviesraad Internationale Vraagstukken in haar rapport Europese Defensiesamenwerking. Soevereiniteit en handelingsvermogen dat vandaag is aangeboden aan Minister van Defensie Hans Hillen.

Op 20 juni 2011 heeft de regering de AIV gevraagd advies uit te brengen over de verdieping van de internationale Defensiesamenwerking van de Nederlandse krijgsmacht. Hier heeft zich een commissie onder voorzitterschap van prof. dr. Alfred van Staden over gebogen.

Voor Nederland zou het gaan om nauwere samenwerking met onder meer BelgiŽ, Denemarken, Duitsland en Noorwegen. Volgens de AIV is nauwere samenwerking nodig omdat in veel Europese landen de afgelopen tijd flink is bezuinigd op Defensie: “Nauwere samenwerking in Europees en breder internationaal verband is meer dan ooit noodzakelijk om onze belangen veilig te stellen en invloed te verwerven."

In dat kader is volgens de Adviesraad Internationale Vraagstukken het belang van “een gedeelde Europese soevereiniteit” groter dan dat van “de nationale soevereiniteit”. Er moet daarom een visie komen over de rol van Europa en de Europese defensie op het wereldtoneel.

Een nog op te stellen Europese veiligheidsstrategie zou voor de Europese landen richtinggevend moeten worden voor investeringen op het gebied van defensie. Die strategie moet ingaan op onder meer de gezamenlijke aankoop en onderhoud van materieel, het opzetten van gezamenlijke opleidingen en trainingen en afspraken over rol- en taakspecialisatie tussen landen.

De nauwere samenwerking mag er overigens weer niet toe leiden dat nog verder wordt beknibbeld op het defensiebudget, aldus de raad: “Nederland zou in dat geval het risico lopen zich te diskwalificeren als betrouwbare samenwerkingspartner.”

Op 21 mei vorig jaar riep Luc de Vos, hoogleraar aan de Koninklijke Militaire School in Brussel, in de Vlaamse krant De Morgen al op dat de krijgsmachten van Nederland, BelgiŽ en Luxemburg zouden moeten fuseren tot een Benelux-leger.

“BelgiŽ, Nederland en Luxemburg zijn landen met een gedeelde geschiedenis, eenzelfde filosofie en een vergelijkbare 'grootte' op de internationale scŤne", schreef De Vos. Op 10 augustus 2011 herhaalde hij zijn pleidooi in het EO-radioprogramma Dit Is De Dag.

Terug naar Boven

 

ZONDAG 12 FEBRUARI

‘Plan De Crem’ Belgisch leger grotendeels uitgevoerd

Het plan Voltooiing van de transformatie van de Belgische krijgsmacht, dat begin 2010 werd goedgekeurd door de regering, is al voor het grootste deel uitgevoerd. Zo is driekwart van de geplande kazernesluitingen gerealiseerd. Dat zegt de Chef Defensie, generaal Charles-Henri Delcour, in een nota aan zijn ondercommandanten die is gedateerd op 18 januari 2012.

Negentien van de 26 kazernes (kwartieren), die volgens het plan van de Belgische Minister van Defensie Pieter de Crem de deuren moeten sluiten, zijn al verlaten; 57 kazernes blijven behouden. Naar rationalisatie van de infrastructuur zal het verminderde aantal kazernes een hogere kwaliteit kennen. Verder zijn al zeventien van de negentien te ontbinden eenheden daadwerkelijk ontbonden, zo staat in de nota.

Bijna de helft - zes van dertien - van de te verhuizen eenheden is inmiddels verplaatst en de grote meerderheid van de meer dan 15.000 voorziene individuele mutaties van militairen heeft plaatsgevonden.

"In 2012 zal onze uitdaging erin bestaan de uitvoering van het plan op serene wijze voort te zetten, met inachtneming van de planning, en daarbij te werken aan de verlenging ervan om de nieuwe doelstellingen te bereiken die in het regeerakkoord zijn vastgelegd", aldus Delcour.

Het regeerakkoord schrijft een nieuwe personeelsvermindering voor: de Belgische krijgsmacht zal medio 2015 nog uit 32.000 mensen bestaan, van wie 30.000 militairen. Dit betekent een reductie van 1.800 ten opzichte van nu. Minister De Crem heeft al gezegd dat die afbouw zal gebeuren "zonder gedwongen vertrek".

Terug naar Boven

 

VRIJDAG 10 FEBRUARI

Kosten Britse Defensie stijgen buitensporig

Een vandaag verschenen rapport van het Public Accounts Committee (PAC), de Rekenkamer van het Britse Lagerhuis, geeft aan dat het Britse Ministerie van Defensie met een ernstig financieringstekort kampt voor de vijftien grootste Britse Defensieprojecten. Het PAC houdt toezicht op de audit en controle van het openbaar bestuur.

In 2010-'11 zijn de verwachte kosten om de vijftien grootste Defensieprojecten te voltooien, gestegen met £ 466 miljoen (€ 555 miljoen). Sinds hun oorspronkelijke goedkeuring zijn de geschatte kosten van deze projecten met £ 6,1 miljard (€ 7,3 miljard) toegenomen. Volgens het PAC is de voornaamste oorzaak van de buitensporige kostenoverschrijdingen het “onrealistisch lage” inschatten van kosten door het Ministerie van Defensie.

Naar verwachting zullen de vijftien projecten in totaal 322 maanden (bijna 27 jaar) later dan gepland worden afgerond.

Gisteren waarschuwde een andere parlementaire ‘waakhond’, de National Audit Office, dat het Ministerie van Defensie 54.000 banen wil schrappen zonder enig idee hoe zichzelf draaiend te houden.

Volgens de rapportage van het PAC heeft zelfs het vertragen of schrappen van projecten en materieel tot kostenstijgingen geleid. Zo heeft het besluit om een vloot Nimrod-verkenningsvliegtuigen buiten dienst te stellen de Britse belastingbetaler ruim £ 3,4 miljoen (€ 4 miljoen) gekost.

Secretary of State for Defence Philip Hammond heeft aangegeven dat hij “krachtige maatregelen” treft om de trend van alsmaar stijgende kosten een halt toe te roepen.

Terug naar Boven

 

DONDERDAG 9 FEBRUARI

Parlementaire feedback op eindevaluatie Uruzgan

Vanmiddag is in de Tweede Kamer het debat begonnen over de eindevaluatie van de missie in Uruzgan (van 01-08-2006 tot 01-08-2010). De vaste commissies voor Defensie en Buitenlandse Zaken bespreken met de betrokken bewindslieden – Minister van Defensie Hans Hillen, Minister van Buitenlandse Zaken Uri Rosenthal en Staatssecretaris van Buitenlandse Zaken Ben Knapen – de kabinetsevaluatie over de missie zoals die reeds op 28 september 2011 is gepubliceerd.

De missie in Uruzgan kostte aan vijfentwintig militairen het leven en slokte bijna € 2 miljard aan belastinggeld op.

Hoewel de veiligheidssituatie tussen 2006 en 2010 geleidelijk is verbeterd, de economische ontwikkeling van de provincie op gang is gekomen en het provinciebestuur langzaam beter functioneert, is volgens het evaluatiedocument dat ruim vier maanden geleden het licht zag, de geboekte vooruitgang in Uruzgan “fragiel” en “niet onomkeerbaar”. De verbetering van het lokale bestuur verliep “moeizaam” en leverde “bescheiden resultaten” op. Het is niet gelukt de invloed van informele machthebbers te beperken.

Doel van de parlementaire feedback op de eindevaluatie is te beoordelen in hoeverre de politieke (en militaire) doelstellingen van de Nederlandse deelname aan de International Security Assistance Force (ISAF) zijn verwezenlijkt (concreet: de bereikte tegenover de beoogde resultaten) en welke lessen hieruit moeten worden getrokken.

Terug naar Boven

 

WOENSDAG 8 FEBRUARI

Neuro-oorlogvoering toekomstmuziek?

Vooruitgang in de mogelijkheden om hersenactiviteit te registreren en het brein te beÔnvloeden met stimulerende middelen, kan het aanzien van de oorlog behoorlijk veranderen. Dat verklaart The Royal Society, de Britse academie van wetenschappen, in haar rapport Neuroscience, conflict and security.

Het rapport is geschreven door de Fellows of the Royal Society – deskundigen in ethiek, internationale veiligheid, neurowetenschappen en psychologie – onder voorzitterschap van Rod Flowers, professor in de biochemische farmacologie aan het William Harvey Research Institute van de Queen Mary University of London.

‘Neuroscience, conflict and security’ stelt in haar opening vast: “Military interest in neuroscience has two main goals: performance enhancement, i.e. improving the efficiency of one’s own forces, and performance degradation, i.e. diminishing the performance of one’s enemy.”

Behalve dat de neurowetenschappen elke dag hersenen en menselijk gedrag beter gaan begrijpen – en daardoor dichter komt bij het vinden van therapieŽn voor ziekten zoals schizofrenie, epilepsie, verslaving en de ziekten van Alzheimer en Parkinson – wijzen ze ook de weg naar nieuwe wapens.

Zo laat neurale interface techologie (elektrodes die direct zijn aangesloten op de hersenen) het toe om bijvoorbeeld onbemande vliegtuigen direct aan te sluiten op de hersenen van de operator op de grond, en ze te besturen met gedachten. Een toekomstig onbemand vliegtuig zou bestuurd kunnen worden door een militair met een implantaat in zijn hoofd.

Ook vindt er onderzoek plaats naar medicatie die de aandacht, alertheid en het geheugen van militair personeel te velde verbetert, aldus het rapport. De ontwikkelingen zijn allesbehalve sciencefiction: de grens tussen geest en machine vervaagt en ook op het gevechtsveld kunnen de hersenen het in de toekomst overnemen van de spierkracht.

Nieuwsoortige wapens zijn al volop in ontwikkeling, zoals 'directed energy weapons’ met een soort microgolven, dat hevige pijn opwekt als de straal de huid raakt.

Terug naar Boven

 

MAANDAG 6 FEBRUARI

Flintlock afgelast voor Special Forces

Een groep van dertig Nederlandse commando’s en mariniers komt voortijdig terug uit Afrika. Ze waren op het continent om deel te nemen aan de internationale oefening Flintlock 2012 die van 22 februari tot en met 24 maart zou plaatsvinden in Mali. Aan de oefening zouden 2.000 militairen uit zestien landen meedoen, waaronder acht westerse.

De oefening, onder auspiciŽn van het Amerikaanse commando AFRICOM, speelt zich af in de Malinese regio’s Kati, Gao, Tessalit, Ménaka, Tombouctou en Kidal. De Malinese en Amerikaanse autoriteiten zouden de oefening uit veiligheidsoverwegingen hebben afgelast.

Het Nederlandse contingent Special Forces was zich al twee weken in Senegal en Burkina Faso aan het voorbereiden op de oefening.

Flintlock is een sinds 2007 jaarlijks terugkerende internationale anti-terreuroefening waarin militairen trainen en worden getraind voor de strijd tegen de Noord-Afrikaanse tak van Al Qaida. Tijdens de oefening staat het opdoen van kennis van en ervaring met het optreden in het Afrikaanse klimaat en terrein centraal. De Afrikaanse partners worden getraind in vaardigheden als verkennen, eerstehulpverlening, inrichten van controleposten en patrouilleren.

De Amerikanen richten zich hierbij op de training van Afrikaanse militairen, het vergroten van de samenwerking tussen de landen en het uitbreiden van de capaciteiten, zodat de landen in de Sahel zelf het terrorisme in de regio beter kunnen bestrijden.

Defensie geeft aan dat de veiligheidssituatie in het onrustige noorden van Mali aantoonbaar is verslechterd. Volgens Defensiespecialist Ko Colijn zijn goed bewapende Toeareg-rebellen, die eerst in LibiŽ zaten, afgezakt naar de Sahel. Daar zorgen ze voor een zeer gevaarlijke situatie. De Amerikaanse ambassade in Mali spreekt echter van 'uitstel' van Flintlock 2012, niet van 'afstel'.

Intussen zijn al duizenden mensen voor de gevechten tussen het Malinese regeringsleger en Toeareg-rebellen gevlucht naar de buurlanden Burkina Faso, MauritaniŽ en Niger.

Terug naar Boven

Elfstedentocht ondersteund door krijgsmacht

Wanneer dit jaar een Elfstedentocht wordt verreden, zal het Ministerie van Defensie ondersteuning bieden. Evenals op 4 januari 1997, tijdens de laatste Elfstedentocht, zullen de vier krijgsmachtdelen op verzoek van de lokale autoriteiten waar nodig de helpende hand bieden.

Hoewel de brandweer en politie ter plaatse de leiding hebben, zal Defensie materiaal en mankracht aanbieden. Zo kan de Vliegbasis Leeuwarden worden opengesteld en kunnen tientallen ziekenauto’s worden ingezet. Defensie kan bijvoorbeeld ook veldbedden leveren en mensen die de trajecten afzetten en schaatsers en toekijkers begeleiden.

In 1997, tijdens de 15de Elfstedentocht, leverde een geneeskundige compagnie, verdeeld over twee locaties, Ī 150 mensen. Één van de twee locaties was de finish, waar een noodhospitaaltent verrees. Die schoot de organisatie te hulp omwille van de grote aantallen gewonden en oververmoeiden op het laatste gedeelte van de route in de avonduren.

Dat geneeskundige ondersteuning niet onbelangrijk is, bewijzen de feiten zoals die zijn neergelegd in het artikel De medische gevolgen van de 15e Elfstedentocht van de chirurg dr. J.A. Zijlstra - bestuurslid en medisch coŲrdinator van de Vereniging de Friesche 11 Steden - in 1998 in het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde. Zijlstra gaf hierin onder andere aan dat op de zestig EHBO-posten langs de route 2.393 behandelingen werden geregistreerd, waaronder 829 gevallen van bevriezing/onderkoeling (ruim 5% van de gestarte 16.387 deelnemers).

Terug naar Boven

 

ZATERDAG 4 FEBRUARI

Recordaantal burgerdoden in Afghanistan

Volgens de United Nations Assistance Mission in Afghanistan (UNAMA) heeft het geweld in Afghanistan in 2011 een recordaantal burgers het leven gekost. Er kwamen er 3.021 om, ruim 200 meer dan in 2010.

Civiele slachtoffers ondermijnen de steun in zowel Afghanistan als de Verenigde Staten voor de door de VS geleide oorlog; ze zijn ťťn van de grootste oorzaken van frictie tussen de Afghaanse president Hamid Karzai en International Security Assistance Force (ISAF).

Het aantal burgerdoden is sinds de invasie in 2001 niet zo hoog geweest; bovendien was dit het vijfde opeenvolgende jaar dat het dodental onder Afghaanse burgers steeg. 2.332 van de slachtoffers (ruim 77%) viel door geweld van de Taliban en andere niet-regeringsgezinde elementen, 14% meer dan in 2010.

Vooral het aantal zelfmoordaanslagen nam sterk toe. Hierdoor kwamen vorig jaar 450 Afghaanse burgers om, maar liefst 80% meer dan in 2010. De meeste doden vielen echter door improvised explosive devices (IED’s): 967.

410 slachtoffers kwamen om het leven door geweld van (inter)nationale veiligheidstroepen tegen opstandelingen, 4% minder dan in 2010. Zo kwamen bij luchtaanvallen op de opstandelingen 187 burgers om het leven.

Alleen al sinds 2007 hebben in totaal bijna 12.000 burgers in Afghanistan door aanslagen of andere gewapende acties het leven verloren.

Terug naar Boven

 

VRIJDAG 3 FEBRUARI

Kroon boeit studenten Nyenrode

Marco Kroon heeft aan het einde van de middag ± 60 studenten van de Nyenrode Business Universiteit in Breukelen geboeid naar zijn lezing laten luisteren. Volgens een woordvoerder van Nyenrode was zijn verhaal “zeer waardevol voor studenten die hun leiderschapscapaciteiten verder willen uitbouwen".

Kapitein Kroon, die in 2009 werd onderscheiden met de Militaire Willems-Orde, vertelde onder andere over “teamwork, zelfdiscipline en opereren onder extreme omstandigheden”. Deze onderwerpen behandelde hij aan de hand van zijn gevechtservaring in onder meer Afghanistan, waar Kroon groot leiderschap, moed, teamspirit en verantwoordelijkheid toonde en mensen in zeer zware omstandigheden gemotiveerd wist te houden.

Kroons eerste officiŽle lezing was voornamelijk bedoeld voor studenten in de nieuwe parttime Master of Science in Bedrijfskunde van Nyenrode – de zwaarste Master in Nederland.

Terug naar Boven

Hillen: voorop in samenwerking binnen NAVO

In het opinieartikel ‘In de NAVO moet Europa minder op VS leunen. Nationale soevereiniteit staat militaire samenwerking niet in de weg’ in NRC Handelsblad, geeft Minister van Defensie Hans Hillen aan dat de NAVO minder op de Verenigde Staten moet leunen. Dit is volgens de bewindsman nodig omdat Amerika zich meer gaat richten op Azië.

Aan de andere kant kreeg Hillen onlangs in besprekingen met de Amerikaanse Minister van Defensie, Leon Panetta, ook te horen dat Europa “een onmisbare en onvervangbare vriend blijft”.

Hieruit volgt dat de Europese NAVO-lidstaten, “uit de luwte van onze machtige bondgenoot” vaker het kopwerk zullen moeten verrichten. Door vaker de leiding te (laten) nemen in de NAVO “zal de relatie volwassener worden”.

“Meer samenwerking vormt daarom een kernpunt van de NAVO-top in Chicago in mei***. Nederland gaat hierin voorop.” Concreet denkt Hillen aan “de opvolging van de F-16, van onbemande vliegtuigen en van raketverdediging”.

Hillen pleitte al vaker voor meer militaire samenwerking tussen verschillende Europese landen, onder meer bij het delen van vaartuigen, voertuigen en vliegtuigen, “waarbij het mogelijk is om, ondanks integratie op ondersteunende gebieden, toch zelfstandig te blijven besluiten over de operationele inzet van de Nederlandse eenheden.”

Vanuit Hillens benadering hoeft meer samenwerking niet het ‘verkwanselen’ van soevereiniteit te betekenen: “Meer defensiesamenwerking bevordert onze militaire effectiviteit, en daarmee staan we sterker om voor onszelf – onze waarden en onze belangen – op te komen als het nodig is.”

“We moeten voorkomen dat de bezuinigingen ten koste gaan van de veiligheid van morgen”, aldus de minister in het artikel. Maar Europa besteedt “nog steeds zo’n 200 miljard euro aan Defensie” – “nog altijd meer dan de 100 miljard en 50 miljard die China en Rusland uitgeven”.

*** 20 en 21 mei 2012

Terug naar Boven

KRO Reporter: Huurlingbedrijven verplicht screenen

In KRO’s Reporter International (21.20 uur) de aflevering Huurlingen. Onderzoeksjournalist Dirk Bayens duikt in de wereld van de nieuwe huurlingen en volgt ze in trainingen en operaties. In de reportage wordt onthuld dat de directeur van het Nederlandse beveiligingsbedrijf Specops Company een strafblad heeft. Ook bezoekt Bayens de expo Intersec in Dubai, ontmoetingspunt voor internationale beveiligingsbedrijven. Daar treft hij onder andere Anton Melein, directeur van The Group, en Marco van Hees, directeur van Specops Company.

In de uitzending wordt onthuld dat de oud-militair Van Hees in 2005 de Wet Wapens en Munitie heeft overtreden. Het Ministerie van Veiligheid en Justitie was hiervan op de hoogte, maar zag geen reden actie te ondernemen.

Specops Company biedt in vijftien landen, waaronder Afghanistan, Congo, Irak, Pakistan, Seychellen, de Verenigde Arabische Emiraten en Zuid-Afrika, gewapende diensten aan. Het gaat onder andere om de beveiliging van schepen tegen piraterij en persoonsbeveiliging.

Omdat Specops alleen in het buitenland werkt, hoeft het bedrijf volgens de huidige regels geen vergunning aan te vragen. Het bedrijf is dus niet gescreend door het Ministerie van Justitie. Naar aanleiding hiervan stellen Defensiespecialisten dat Nederlandse gewapende beveiligingsbedrijven verplicht zouden moeten worden gescreend op justitiŽle antecedenten.

Zoals prof. dr. Terry Gill - hoogleraar militair recht aan de Universiteit van Amsterdam en aan de Nederlandse Defensie Academie – die geschrokken op deze zaak reageert. Gill vindt dat gewapende beveiligingsbedrijven die in Nederland gevestigd zijn, altijd gescreend moeten worden. “Je moet zorgen voor een deugdelijke screening en een vergunningstelsel van beveiligingbedrijven op eigen bodem”, aldus Gill in het programma.

Ook prof. dr. Rob de Wijk - hoogleraar Internationale Betrekkingen aan de Universiteit Leiden en directeur van de denktank The Hague Centre for Strategic Studies (HCSS) - en drs. René Hiemstra, directeur van adviesbureau Acestes Public Sector Strategy BV, willen strengere eisen aan Nederlandse gewapende beveiligers.

Dat begint met het in kaart brengen welke bedrijven er op dit gebied zijn en inventariseren wat ze precies doen. Hiemstra stelt in Reporter International dat, om problemen met de militaire beveiligers te voorkomen, een interdepartementale samenwerking van diverse ministeries nodig is.

In 2005 schreef Hiemstra voor de Militaire Spectator al het artikel Krijgsmacht in krijtstreep, implicaties van de private militaire industrie voor Westerse krijgsmachten. Twee jaar later publiceerde hij in het themanummer ‘Contractors’  van het Militair Rechtelijk Tijdschrift De nieuwe vrije lansier en voorzag hij de Adviesraad Internationale Vraagstukken (AIV) van informatie over deze groeiende bedrijfstak voor De inhuur van private militaire bedrijven. Een kwestie van verantwoordelijkheid (2007).

Hoeveel Nederlandse bedrijven momenteel gewapende beveiliging aanbieden in het buitenland is onbekend. Rob de Wijk denkt dat het om Ī 20 bedrijven gaat die vanuit Nederland opereren.

Terug naar Boven

 

WOENSDAG 1 FEBRUARI

NAVO-rapport duidt banden Taliban en Pakistan

In het geheime rapport ‘State of the Taliban’, gedateerd 6 januari jl. en uitgegeven in Bagram, beweert de NAVO dat er geheime banden zijn tussen de regering in Islamabad en de Taliban. Zowel de BBC als The Times hebben het rapport ingezien.

De rapportage is afgeleid uit 27.000 ondervragingen van meer dan 4.000 opgepakte opstandelingen van Al Qaida, Taliban en buitenlandse strijders in Afghanistan.

Terwijl volgens planning in 2014 de troepenmacht van de International Security Assistance Force (ISAF) Afghanistan zal verlaten en daarom met de hoogste prioriteit bezig is Afghaanse militairen en politieagenten op te leiden, werken de Taliban volgens het gelekte NAVO-document op grote schaal en nauw samen met de Pakistaanse veiligheidsdienst ISI.

Tijdens ontmoetingen tussen de Taliban en de ISI wordt de strategie besproken en worden berichten van de Pakistaanse regering doorgegeven om zo snel mogelijk Afghanistan opnieuw in te nemen.

De Taliban-strijders houden zich vaak schuil in gebieden waar NAVO-militairen zijn gestationeerd. Als ISAF eenmaal weg is, nemen ze de macht in het gebied over. Het rapport beschuldigt de Pakistaanse regering ervan te weten waar de top van de Taliban zich bevindt.

Pakistan op haar beurt noemt de berichtgeving "lichtzinnig" en “ridicuul”. Desgevraagd verklaart Pakistan zich niet te bemoeien met Afghaanse interne aangelegenheden. Volgens Pakistaanse regeringswoordvoerders is een stabiel en vredig Afghanistan in het belang van Pakistan.

Het rapport concludeert ook dat de steun voor de Taliban onder de Afghaanse bevolking in 2011 flink is toegenomen. Zelfs regeringsleden zouden hebben overwogen lid te worden van de groepering. De Afghaanse bevolking denkt dat de Taliban de steden opnieuw inneemt zodra ISAF het land heeft verlaten.

“Afghaanse burgers geven vaak de voorkeur aan de Taliban boven de huidige regering, omdat die zo corrupt is", zegt het rapport. Daarom zouden lokale overheden vaak weinig of geen weerstand bieden als de Taliban een gebied proberen in te nemen nadat NAVO-militairen zijn teruggetrokken. De steun voor Al Qaida is juist afgenomen.

Voor Nederland rijst de vraag in hoeverre de constateringen uit het rapport de huidige politietrainingsmissie in Kunduz in gevaar kunnen brengen.

Terug naar Boven