NIEUWSARCHIEF FEBRUARI 2013
Terug naar de homepage
 

Naar de homepage

febrUARI 2013
M
D
W
D
V
Z
Z
   
4
8
9
10
18
19
26
28

Maak uw keuze uit de hierboven getoonde lijst

Nieuwsarchief...

 

WOENSDAG 27 FEBRUARI 2013

De Telegraaf: Oud-KCT'er "ondervraagt" wielrenners

De leiding van de Nederlandse wielerformatie Blanco Pro Cycling Team, de opvolger van de Rabobank-wielerploeg, heeft een oud-militair ingehuurd om de renners “stevig te ondervragen over hun eventuele dopingverleden.”

Volgens De Telegraaf is ex-militair Eelco Wisman gespecialiseerd in ondervragingstechnieken en wordt zijn aanwezigheid door betrokkenen als intimiderend omschreven.

De vroegere Rabobankploeg liet hem tijdens twee voorbereidende rondes in Spanje de renners verhoren. Sommige gesprekken duurden langer dan een uur.

“Hij observeert en vraagt door. Sommige gesprekken duurden langer dan een uur. Het voelt alsof we als criminelen worden behandeld”, aldus één van de 'ondervraagde' renners. Verschillende renners reageren op Twitter op de commotie en noemen het totale onzin.

Eelco Wisman was, na het voltooien van de Academie voor Lichamelijke Opvoeding in Tilburg, instructeur aan het Opleidingscentrum Lichamelijke Oefening (OCLO) in Ossendrecht en van 1987 tot 1997 sportinstructeur bij het Korps Commandotroepen.

Terug naar Boven of naar Homepage

 

MAANDAG 25 FEBRUARI 2013

In 2017 MAG 7.62 en Browning .50 vervangen

Minister van Defensie Jeanine Hennis-Plasschaert heeft vandaag in een brief aan de Tweede Kamer laten weten dat de krijgsmacht nieuwe mitrailleurs krijgt. Het project zal tussen € 50 en 100 miljoen kosten.

Het gaat om de vervanging van de middelzware mitrailleur FN MAG 7.62 x 51mm NATO en de zware mitrailleur Browning M2 HB .50 inch (12.7 x 99mm NATO), met inbegrip van de bijbehorende nachtkijkers en snelrichtmiddelen.

De Browning .50 dateert van na het einde van de Eerste Wereldoorlog, de MAG uit het begin van de jaren ’50 van de vorige eeuw.

Volgens het Ministerie van Defensie hebben beide wapensystemen het einde van hun technische en economische levensduur bereikt.

In totaal gaat het om de aanschaf van 2.940 mitrailleurs. In 2017 zullen die geleverd moeten zijn. De nieuwe wapens worden “off-the-shelf” gekocht.

Terug naar Boven of naar Homepage

 

ZONDAG 24 FEBRUARI 2013

Lezing Hetty Berens over architect W.N. Rose in Bronbeek

Vanmiddag vanaf 14.00 uur hield architectuurhistorica Hetty Berens in het Museum Bronbeek de lezing 'Het militair invalidenhuis Bronbeek. Een ontwerp van architect W.N. Rose'.

Rijksbouwmeester Willem Nicolaas Rose ontwierp onder meer het “Hôtel voor invaliden op het landgoed Bronbeek” in eclectische stijl. Dit hoofdgebouw van het militair invalidenhuis Bronbeek had een gevel van 109 meter breed, kostte 190.000 gulden (omgerekend € 85.000) en telde vertrekken voor 210 hulpbehoevenden. Op 19 februari 1863 werd het gebouw in gebruik genomen met luitenant-kolonel Johannes C.J. Smits als eerste commandant.

Samen met Pierre Cuypers en Hendrik Petrus Berlage behoort Rose tot de belangrijkste Nederlandse architecten uit de 19de eeuw.

Rose, opgegroeid in Nederlands-Indië, ontwierp in een eigentijdse stijl met moderne rondbogen. De door hem ontworpen gebouwen, in totaal zo'n 150, waren wat betreft techniek en materiaalgebruik vernieuwend, waardoor Rose met zijn vooruitstrevende ideeën en projecten ook veel kritiek kreeg.

Van 1819 tot 1822 studeerde Rose aan de Artillerie- en Genieschool in Delft, de voorloper van de huidige Koninklijke Militaire Academie. Na zijn eervol ontslag als kapitein in 1839, werd hij stadsarchitect in Rotterdam en van 1858 tot 1867 bekleedde hij de functie van Rijksbouwmeester.

Hetty Berens (1958) studeerde architectuurgeschiedenis aan de Rijksuniversiteit Groningen en specialiseerde zich in de 19de-eeuwse architectuur. Ze promoveerde in Amsterdam op het onderwerp W.N. Rose stadsarchitect en Rijksbouwmeester. Sinds haar promotie werkt ze op het Nederlands Architectuurinstituut in Rotterdam, dat de grootste architectuurcollectie ter wereld beheert.

Terug naar Boven of naar Homepage

 

ZATERDAG 23 FEBRUARI 2013

Minister bezoekt Incirlik Air Base in Turkije

"Conflicten en oorlog zijn minder ver weg dan we graag geloven. Onrust, onveiligheid en instabiliteit kruipen steeds dichter naar Europa toe." Dat zei Minister van Defensie Jeanine Hennis-Plasschaert tijdens haar bezoek aan de 270 Nederlandse militairen van de Patriot-missie op Incirlik Air Base in het zuiden van Turkije.

Sinds eind januari beschermen de militairen daar met twee Patriot-antiraketsystemen ± twee miljoen Turken tegen mogelijke aanvallen met raketten uit Syrië.

Hennis-Plasschaert wordt vergezeld door de Commandant der Strijdkrachten, generaal Tom Middendorp. Daarnaast zijn de Duitse Bundesminister der Verteidigung Thomas de Maizière en haar Turkse ambtsgenoot İsmet Yılmaz in het gebied en werd ze onder andere ontvangen door de gouverneur van Adana, waar Incirlik onder valt.

De Patriots hebben tot nog toe niet in actie hoeven komen, maar het voorkomen van raketaanvallen is beter dan genezen, aldus Hennis: “Er gaat van onze aanwezigheid een afschrikwekkende werking uit. We laten onze tanden zien om juist het gebruik van meer geweld te voorkomen.”

Nederland beschikt sinds 1987 over de Patriot. Het systeem werd vooral bekend tijdens de Golfoorlog in 1991. Patriots uit Nederland werden toen in Turkije en Israël ingezet. De huidige missie is de derde inzet van de Patriots.

Terug naar Boven of naar Homepage

 

VRIJDAG 22 FEBRUARI 2013

Defensieminister wil slagvaardige NAVO

Het belang van samenwerken voor de slagvaardigheid van de NAVO was gisteren en vandaag het voornaamste onderwerp van gesprek tijdens de bijeenkomst van de Ministers van Defensie in Brussel. Namens Nederland woonde Minister van Defensie Jeanine Hennis-Plasschaert de vergadering bij.

De ministers spraken over het niveau van de NAVO, het budget, kleinschalige samenwerkingsverbanden, investeringen en de ontwikkeling in Afghanistan.

Om dit niveau te handhaven, ontwikkelden de NAVO-bondgenoten het Connected Forces Initiative (CFI). Dit initiatief berust op drie pijlers:

► effectiever en meer gezamenlijke oefenen;
► effectiever en meer gezamenlijk opleiden en trainen, bijvoorbeeld door het oprichten van gezamenlijke trainingscentra (Centres of Excellence);
► een beter gebruik van elkaars technologie, gericht op uitwisselbaarheid (compatibiliteit).

Secretaris-generaal van de NAVO Anders Fogh Rasmussen wil in dit kader “meer ambitieuze" militaire oefeningen, met een breder scala aan scenario's. Tot 2020 zal een uitgebreid opleidings- en trainingsplan worden doorlopen. Al in 2015 zal de NAVO “a major live exercise” houden die niet alleen is bedoeld voor commandovoerings- en stafeenheden. Met deze NAVO-oefening zal de samenwerking grootschalig op de proef worden gesteld. De NATO Response Force (NRF) zal de kern van het CFI zijn.

De NAVO wist in eerdere operaties al een hoog niveau te halen. Zo kan het bogen op de International Security Assistance Force (ISAF) in Afghanistan, waar ± vijftig landen intensief samenwerken en op elkaar zijn ingespeeld.

Omdat Nederland nagenoeg uitsluitend in internationaal verband optreedt, onderstreepte de Nederlandse bewindsvrouw hoe belangrijk het behoud van zowel interoperabiliteit als samenwerking met de partnerlanden is.

Met betrekking tot het NAVO-budget gaf minister Hennis-Plasschaert aan dat zowel de NAVO als de individuele bondgenoten beschikbare fondsen slimmer en meer gezamenlijk moeten inzetten – volgens het NAVO-initiatief Smart Defence.

“Wanneer nagenoeg alle bondgenoten bezuinigen op de krijgsmacht, is multinationale samenwerking een bittere noodzaak. Het is bovendien niet vrijblijvend en daar moeten we naar gaan handelen”, aldus de Nederlandse Defensieminister.

Nederland is bij samenwerking voorstander van de bottom-up benadering, waarbij landen zelf het initiatief nemen om met gelijkgestemde landen te werken aan capaciteitontwikkeling. Nederland doet hiermee in Benelux-verband al veel ervaring op, zoals in de Belgisch-Nederlandse Samenwerking (BENESAM), het European Air Transport Command, het Duits-Nederlands legerkorps en de European Gendarmerie Force.
 
De NAVO kan volgens Hennis-Plasschaert een belangrijke coördinerende en faciliterende rol spelen bij deze multinationale samenwerking. Hiervoor is een goede coördinatie met de Europese Unie een vereiste.

Terug naar Boven of naar Homepage

 

DONDERDAG 21 FEBRUARI 2013

Herzien mandaat Benelux Steering Group

Voorafgaand aan de NAVO-top hebben de Ministers van Defensie van Nederland, België en Luxemburg - Jeanine Hennis-Plasschaert, Pieter de Crem en Jean-Marie Halsdorf - tijdens informeel overleg in Brussel het herziene mandaat ondertekend van de Benelux Steering Group (BSG).

Doel van dit mandaat is door intensieve samenwerking de synergie tussen de strijdkrachten van de drie landen te vergroten. Dit geldt in het bijzonder in de domeinen:

► opleiding en training
► logistiek en onderhoud
► aankoop
► uitvoeren van militaire taken

De BSF, in 1987 opgericht in het kader van de militaire samenwerking tussen de drie landen, is samengesteld uit hoge vertegenwoordigers van de Ministeries van Defensie en de generale staven.

De vandaag ondertekende overeenkomst bouwt voort op de intentieverklaring betreffende nauwere samenwerking op Defensievlak door de Benelux-defensieministers op 18 april 2012 én de eerste vergadering van de BSG, op 18 september vorig jaar. Sindsdien is geconstateerd dat op een groot aantal terreinen samenwerking goed haalbaar is. Reeds in juli vorig jaar startte hiertoe een twaalftal projectwerkgroepen (Working Groups).

Onder andere is afgesproken om in België het BENELUX Para Training Center te vestigen; een Joint and Combined Helicopter Command in de Benelux te initiëren; de samenwerking uit te breiden op het gebied van training en opleiding; en de mogelijkheden te onderzoeken van een gezamenlijk Belgisch-Nederlands systeem voor Air Defense Control and Quick Reaction Alert (QRA)

Daarnaast wordt de samenwerking geïntensiveerd op het gebied van Medical Support; samenwerking tussen de diverse medische diensten zal leiden tot zgn. Medical Expert Talks.

Verder worden de trainings- en schietkalenders van de drie landen samengevoegd in het kader van Army tactical and shooting exercises. Hierdoor kan zo efficiënt mogelijk gebruik worden gemaakt van elkaars oefenlocaties; zo wordt in de toekomst gezamenlijk de NATO Proving Ground Bergen-Hohne gehuurd – met 284 km² Europa's grootste schietterrein.

In het gezamenlijk BENELUX Para Training Center in Schaffen, België, gaan nog dit jaar vijftien Nederlandse militairen aan de slag. Luxemburg zorgt hier voor het benodigde luchttransport.

De Benelux-ministers zoeken daarnaast samenwerking met Duitsland; hierover zijn reeds gesprekken gaande.

De Nederlandse bewindsvrouw benadrukte in Brussel het belang van de samenwerkingsverbanden: "Internationale militaire samenwerking is geen politieke correctheid maar een operationele noodzaak. De Benelux-samenwerking is daarbij één van de hoekstenen."

De Benelux-overeenkomst is niet alleen een belangrijke stap om op korte termijn meer Europees samen te werken en daarmee de Europese Defensie kosteneffectiever te maken en haar slagkracht te vergroten. Het is tevens een concreet voorbeeld van de invoering van initiatieven als pooling & aharing en Smart Defense op regionaal niveau. De initiatieven liggen volledig in lijn met het Connected Forces Initiative van de NAVO.

Terug naar Boven of naar Homepage

Grafisch vormgever Eric Franken overleden

Het zijn niet alleen de “teeth” ook de “tails” die belangrijke bijdragen leveren aan de tenuitvoerlegging van de taak van de krijgsmacht. Zulk belangrijk ondersteunend personeel is Eric Franken, de gisteren overleden grafisch vormgever en projectleider bij het Bureau Multimedia van de Nederlandse Defensie Academie (NLDA).

Vanaf 1985 was Franken zowel op de Koninklijke Militaire Academie (KMA) als de NLDA werkzaam.

Eric Franken (1957) heeft veel betekend bij het tot stand komen van vele wetenschappelijke publicaties van de Faculteit Militaire Wetenschappen. Een bloemlezing uit zijn recente bijdragen zijn de omslagontwerpen van de Research Papers van de NLDA, het boek 'De Cadetten van ’53 en de watersnood' (Kilacadmonpaper nummer 4, 2011), de vele almanakken van het Cadettenkorps van de KMA en vele andere publicaties.
 
"Hij staat in het geheugen van zijn collega's gegrift vanwege zijn grote betrokkenheid bij het reilen en zeilen binnen de KMA en de NLDA", aldus generaal-majoor Theo Vleugels, commandant NLDA en gouverneur KMA, en de voorzitter van de Senaat van het Cadettenkorps van de KMA, in de overlijdensadvertentie die vandaag is gepubliceerd.

Terug naar Boven of naar Homepage

Op zaterdag bommeldingen bij Radio Veronica

Veronica-dj Jules van Hest brengt met ingang van deze week zijn luisteraars volledig op de hoogte van de laatste ins and outs bij de Explosieven Opruimingsdienst Defensie (EODD).

Radio Veronica’s ‘Bommelding’ is voortaan elke zaterdag rond 08.35 uur te horen in het ochtendprogramma Ook Goeiemorgen!

In dit item vertelt majoor Will Meurer, hoofd operaties van de EODD, precies waar in de afgelopen week de bommen en granaten zijn gevonden en hoe ze onschadelijk zijn gemaakt.

Volgens Van Hest zijn de verhalen van Meurer “als een spannend jongensboek met waargebeurde verhalen, waarvan je wil weten hoe ze aflopen!”

Daarnaast bombardeert Will iedere week een explosief tot bom van de week. Dat kan een bizar of grappig geval zijn, maar tegelijkertijd ook bloedserieus en levensgevaarlijk. Will Meurer: “Keer op keer zien we dat mensen onnodig risico’s lopen bij het vinden van een bom. Soms treffen we granaten gepoetst en wel op de schoorsteenmantel aan terwijl ze makkelijk kunnen exploderen en het hele huis vernielen!”

Ook Goeiemorgen! is op zaterdag bij Radio Veronica te horen tussen 06.00 en 09.00 uur. De muziekzender is in de ether en op de kabel in heel Nederland te ontvangen.

Terug naar Boven of naar Homepage

 

WOENSDAG 20 FEBRUARI 2013

Veteranenhond Vigo helpt veteraan Patrick

Gistermiddag heeft sergeant-majoor en veteraan Patrick Kaslander van de stichting  Hulphond Nederland de tweede veteranenhond in haar geschiedenis overhandigd gekregen. Dit vond plaats op het themaplein 'Veteranen in Actie' van de gezinsbeurs 'Wegwijs 2013' in de Jaarbeurs Utrecht onder belangstelling van collega's van Defensie, veteraneninstanties, veteranen en beursbezoekers.

De hulphond Vigo, een zwarte labrador-retriever, werd door voormalig Commandant der Strijdkrachten, generaal b.d. Peter van Uhm, en Leo Born, voorzitter van stichting Koninklijke PIT Pro Rege, formeel aan zijn nieuwe baasje overgedragen. De hond is opgeleid door Hulphond Nederland in het Brabantse Herpen en gefinancierd dood de stichtingen Het Veteranenhuis en Koninklijke PIT Pro Rege.

Kaslander is éénn van de enkele duizenden veteranen in Nederland die lijdt aan het posttraumatisch stresssyndroom (PTSS).

"Wij hebben als gezin sinds 18 april 2008 een heel bijzondere band met Patrick”, verklaarde de oud-CDS. Op deze dag maakte de Algemeen Militair Verpleegkundige (AMV) deel uit van een verkenningspatrouille in de Afghaanse provincie Uruzgan. Rond 07.30 uur Afghaanse tijd reed één van de voertuigen op een improvised explosive device (IED). Twee militairen, soldaat der eerste klasse Mark Schouwink en eerste luitenant Dennis van Uhm – zoon van de oud-CDS – waren op slag dood. Twee zwaargewonden overleefden, mede door Kaslanders hulp.

“Dat moment heeft Patrick diep geraakt. Hij zit niet lekker in zijn vel. Gelukkig heeft hij dat zelf aangegeven en aanvaardde hij aangeboden hulp”, zei Van Uhm. "Patrick heeft nog een lange weg te gaan. Ik hoop dat Vigo hem nét dat extra stukje rust en vertrouwen kan geven dat hij nodig heeft.”

“Nadat ik uit het Afghanistan terug kwam was niets meer hetzelfde. Angsten,depressies en nachtmerries beheersten mijn leven. Dankzij mijn hond Vigo voel ik mij veilig, onafhankelijk en leef ik weer in vrijheid”, zegt Kaslander.

Peter van Uhm: “Patrick heeft in Uruzgan mijn zoon en Mark Schouwink - die op slag dood waren - niet kunnen redden maar de twee zwaargewonde collega's wel door zijn adequate en vakkundige ingrijpen. Als je dit soort dingen meemaakt is het niet vreemd dat dit ernstige psychische consequenties heeft. Als mensen zoals Patrick deze consequenties ervaren, verdienen zij het om een veteranenhond te krijgen”.

De eerste veteranenhond, labradoodle Teddy, werd in 2011 getraind voor veteraan John Kunstman uit Bovensmilde. Als gevolg van de UNIFIL-missie in Libanon liep ook hij PTSS op. Kunstman, tevens uitgezonden geweest naar Irak en Koeweit, durfde eveneens niet meer alleen naar buiten en had dagelijks nachtmerries.

Is voor Nederland de veteranenhond een nieuw fenomeen, in de Verenigde Staten en Canada hebben hulphonden zich allang bewezen. De veteranenhonden helpen veteranen omgaan met stress veroorzaakt door traumatische ervaringen in oorlogsgebieden. Zo herkent de hond wanneer zijn baasje een nachtmerrie of herbeleving heeft. Hij zal hem vervolgens wakker maken, het licht aandoen en eventueel zelfs aandringen uit bed te komen.

Ook begeleidt de hond de veteraan buitenshuis en op plaatsen waar veel mensen bijeen zijn. De honden herkennen opkomende woede en angst en attenderen hun de baas hierop door hem met hun neus of kop aan te raken. Ook trekken zij hem weg wanneer een woordenwisseling te heftig wordt of creëren ze een ‘veilige zone’ door tussen de veteraan en omstanders te gaan staan. Raakt een veteraan door emoties gedesoriënteerd dan brengt de hond hem thuis.

Getraumatiseerde veteranen keren met een hond sneller en gemakkelijker terug in de maatschappij. Hierdoor herstellen ze beter en wordt een normaal leven weer mogelijk.

Terug naar Boven of naar Homepage

 

ZONDAG 17 FEBRUARI 2013

Documentaire ‘Bronbeek 150 jaar veteranenzorg’

Vanmiddag vanaf 17:05 uur (Nederland 2) zendt Omroep Max de documentaire Bronbeek 150 jaar veteranenzorg uit.

Dit jaar bestaat het Koninklijk Tehuis voor Oud-Militairen en Museum Bronbeek (KTOMMB) in Arnhem 150 jaar. Op 19 februari 2013 is het precies honderdvijftig jaar geleden dat het militair verzorgingshuis de deuren opende om veteranen zorg te bieden, aanvankelijk voor oud-militairen van het koloniale leger in Nederlands-Indië. Hoewel er in anderhalve eeuw veel is veranderd, is het doel altijd hetzelfde gebleven: zorg bieden aan oud-militairen.

In de documentaire geven de verhalen van oud-KNIL'ers en veteranen uit Libanon (UNIFIL) en Afghanistan inzicht in een belangrijk stuk vaderlandse geschiedenis. Verhalen over hun terugkomst, de leegte en de maatschappelijke problemen worden aangevuld met nog nooit eerder vertoond beeldmateriaal.

Tal van overige festiviteiten zullen dit herdenkingsjaar opluisteren.

Aanstaande dinsdag 19 februari zal het boek 150 jaar Koninklijk Bronbeek van Laurens van Aggelen verschijnen. Tijdens een feestelijke bijeenkomst voor bewoners en genodigden wordt het eerste exemplaar overhandigd aan de Commandant der Strijdkrachten, generaal Tom Middendorp. Van Aggelens publiceerde nog in 2012 De Nederlandse rode baretten.

Hare Majesteit Koningin Beatrix zelf zal, in aanwezigheid van Minister van Defensie Jeanine Hennis-Plasschaert, op 27 februari ’s middags een bezoek brengen aan Bronbeek. De Koningin, Beschermvrouwe van Bronbeek, zal tijdens haar bezoek met de bewoners van het tehuis, het personeel en vrijwilligers spreken.

Op vrijdag 1 maart zal kolonel der cavalerie Michiel Christiaan Dulfer aantreden als de nieuwe, 16de commandant van Bronbeek. Hij neemt het commando over van rang- en wapengenoot Gert Noordanus.

Op zaterdag 23 februari om 09:35 uur zal de documentaire Bronbeek 150 jaar veteranenzorg op Nederland 2 worden herhaald.

Terug naar Boven of naar Homepage

 

ZATERDAG 16 FEBRUARI 2013

Minister bij Arctic Training mariniers Noorwegen

Minister van Defensie Jeanine Hennis-Plasschaert heeft vannacht de nacht doorgebracht in een sneeuwhol in het uiterste noorden van Noorwegen. De minister Twitterde vanochtend een foto van haar verblijf en deed hier ook verslag van in het Radio 1 Journaal.

Veel "mierzoete" thee, warm eten en een dikke slaapzak hielden de minister naar eigen zeggen warm. In het Radio 1 Journaal zei ze verder: “Ik denk dat ik drie uur heb geslapen”. Dat kwam niet door de kou, want het lukte wél om warm te blijven.

 “Om zelf beeld en geluid te krijgen bij wat onze militairen ondergaan is cruciaal voor een minister. Ja, dan heb je soms ook met extreme omstandigheden te maken”, aldus Hennis-Plasschaert.

Sneeuwholen worden door de militairen van het Eerste Mariniersbataljon gegraven uit dichte sneeuw. Tijdens de Arctic Training leren de mariniers vechten en overleven onder arctische omstandigheden.

Samen met 168 Britse mariniers, 28 Belgische paracommando's en Noorse militairen doet het mariniersbataljon met 165 man mee aan de jaarlijkse wintertraining in Noorwegen.

De bewindsvrouw zag onder meer hoe militairen een sprong in een ijswak ondergingen. Hennis-Plasschaert: "Prachtig om te zien hoe onze militairen zich staande houden onder dit soort zware omstandigheden. Ik ben trots op hun grote verbondenheid, kracht en toewijding”.

Terug naar Boven of naar Homepage

 

VRIJDAG 15 FEBRUARI 2013

Ridder MWO Giovanni Hakkenberg overleden

Vanmiddag is in het ziekenhuis in Ede op 89-jarige leeftijd kapitein b.d. van het Korps Mariniers en Ridder Militaire Willems-Orde (RMWO) Giovanni Narcis Hakkenberg overleden.

Hakkenberg woonde in Rumah Kita, een Indisch woonzorgcomplex in Wageningen. Hier vierde hij nog in 2011 het 65-jarig huwelijk met zijn Olga.

Giovanni (“Geo”) Hakkenberg was niet de laatst levende RMWO van het Korps Mariniers: dit is de nu 93-jarige Albert Hoeben die ten tijde van de Politionele Acties in Nederlands-Indië de Militaire Willems-Orde mocht ontvangen.

Hakkenberg (1923, Soerabaja) zat in de Tweede Wereldoorlog in Nederlands-Indië bij de Koninklijke Marine. Op 27 en 28 februari 1942 nam hij als lichtmatroos met de torpedobootjager Hr. Ms. Kortenaer deel aan de Slag in de Javazee. Het schip werd getroffen door een Japanse torpedo, brak midscheeps in twee stukken en zonk binnen twee minuten. Hakkenberg, die gewond raakte aan zijn been, was één van de 104 overlevenden.

Na de Japanse inval in Nederlands-Indië bracht hij drie jaar in Japanse krijgsgevangenschap door: eerst als gedwongen corveeër, daarna vanuit een kamp in Thailand als werker aan de beruchte Birma-Siam spoorweg en tot slot vierhonderd meter onder de grond ten behoeve van de arbeidsinzet in een Japanse steenkolenmijn.

Na de Japanse capitulatie werkte hij van september 1947 tot mei 1949 als detachementcommandant van de Veiligheidsdienst Mariniersbrigade (VDMB) bij de bestrijding van terroristische benden op Oost-Java. Onder andere door zijn kennis van het Javaans, Madoerees en Maleis wist Hakkenberg tijdens de Politionele Acties vele levens te sparen. Door zijn bekendheid met het gebied en de bevolking vond hij een juiste balans tussen het gebruik van de kracht van het woord en fysiek geweld; zijn mond was bijna altijd een doeltreffender wapen dan zijn karabijn.

In Dat was jij, marinier! beschreef Wim Dussel de mannen van de VDMB als volgt: “Men moet bewondering hebben voor deze veelal Indische jongens, die er in het holst van de nacht in pikdonker met slechts enkelen tegelijk – en soms wel alleen! – op uittrokken en die uit duizend-en-één onschuldige gezichten precies het schuldige wisten te halen!”

Voor zijn moedige optreden eerde Z.K.H. Prins Bernhard hem in mei 1950 met de Bronzen Leeuw. Op 6 maart 1951 benoemde Hare Majesteit Koningin Juliana hem bij Koninklijk Besluit (KB) nr. 40 tot Ridder 4e klasse der Militaire Willems-Orde.

Het K.B. roemt Hakkenbergs “bestrijding van terroristische benden in Oost-Java, waarbij hij aan het hoofd van slechts een zeer kleine groep - somtijds niet sterker dan drie tot vijf man - met een fanatieke aanvalsgeest deze numeriek sterkere en goedbewapende benden wist op te sporen en verrassend aan te grijpen, hun daarbij gevoelige verliezen aan manschappen en wapenen toebrengend, zonder zelf verliezen te lijden”.

In de periode 1958-'62 verbleef Hakkenberg in Manokwari op Nieuw-Guinea, waar hij als commandant van een Papoea-eenheid was belast met het inrekenen van infiltrerende Indonesische para's op het eiland.

In 1974 verliet Hakkenberg als luitenant ter zee van Vakdiensten der tweede klasse oudste categorie de dienst; later werd hij nog bevorderd tot kapitein.

In 2010 verscheen van de hand van Jeanette Bosman en Rob Escher zijn biografie Mens en Marinier, Giovanni Hakkenberg. In dit boek wordt zijn bijzondere rol in de slotgeschiedenis van Nederland als koloniale mogendheid besproken.

Terug naar Boven of naar Homepage

 

DONDERDAG 14 FEBRUARI 2013

Clingendael wil robuuste stabiliseringsmacht

Vandaag heeft het Instituut Clingendael haar eigen rapport Clingendael's Visie op de Toekomst van de Krijgsmacht gepresenteerd. Het rapport is samengesteld door Ko Colijn, directeur van het Instituut Clingendael, en de senior onderzoekers Margriet Drent, Kees Homan, Jan Rood en Dick Zandee.

De bezuinigingen op het Defensiebudget, in combinatie met de oplopende kosten voor de gedachte vervanging van de F-16, vormen hiervoor de achtergrond. Het advies zal worden aangeboden aan Minister van Defensie Jeanine Hennis-Plasschaert.

Volgens het instituut maakt de scheefgroei tussen de ambities, het beschikbare budget en de structuur van de krijgsmacht keuzes over de toekomstige Nederlandse krijgsmacht onvermijdelijk. Daarbij gaat het niet alleen om de vervanging van de F-16, maar net zo goed om de capaciteiten van de gehele Nederlandse krijgsmacht.

Met dit rapport levert Clingendael een eigen bijdrage aan de discussie die is ingeslagen na het regeerakkoord van het kabinet Rutte-II van 29 oktober 2012; hierin heeft de Minister van Defensie de opdracht gekregen om "in overleg met de Minister van Buitenlandse Zaken en uitgaande van het beschikbare budget, een visie op de krijgsmacht van de toekomst" te ontwikkelen.

In de visie van Clingendael is uitgegaan van de Nederlandse belangen, de sterke punten van de krijgsmacht en de Europese militaire tekortkomingen. Het raakvlak hiervan bepaalt het kader en leidt tot het mogelijke keuze uit vier types krijgsmacht:

► een ‘vliegende’ interventiemacht met als dominant belang invloed op het internationale toneel
► een ‘maritieme’ handelsmacht met als dominant belang het behoud van welvaart en economische ontwikkeling
► een ‘robuuste’ stabiliseringsmacht met als dominant belang het bevorderen van veiligheid en stabiliteit
► een ‘ondersteunende’ vredesmacht met als dominant belang het bevorderen van mensenrechten en humaniteit

Met de ‘robuuste’ stabilisatiemacht – die het meest op de huidige krijgsmacht lijkt en de balans tussen de krijgsmachtdelen behoudt – kunnen het beste meerdere belangen worden gediend: ze krijgt in het rekenmodel van Instituut Clingendael in totaal negen sterren.

In dit scenario wordt de Onderzeedienst van de Koninklijke Marine, met haar vier onderzeeboten, opgeheven. Ook is hierin de aanschaf van de Joint Strike Fighter (JSF) niet per se noodzakelijk. Volgens Clingendael kan worden volstaan met twee squadrons nieuwe, vierde generatie jachtvliegtuigen off-the-shelf (“van de plank”) – 35 à 40 toestellen inclusief een reserve.

Clingendael rekent in dit rapport voor dat een krijgsmacht waarvan de JSF deel uitmaakt, het minst aantrekkelijke scenario is voor de toekomstige Nederlandse krijgsmacht.

Feitelijk is de JSF alleen nodig als Nederland samen met de Verenigde Staten en grote Europese landen wil meedoen in initial entry operations – de openingsfasen van militaire interventies in het hoogste geweldsspectrum.

Vanwege de hoge kosten levert een krijgsmacht met de JSF een “ernstige beperking” op voor maritieme operaties (om bijvoorbeeld Nederlandse handelsbelangen te beschermen tegen piraterij), langdurige stabilisatieoperaties, de deelname aan vredesmachten en de bijdrage van de krijgsmacht om mensenrechten en humaniteit te bevorderen.

Buiten dit advies om vallen nog de hoge, almaar stijgende kosten van de JSF. Hierdoor kan Nederland steeds minder toestellen kopen ter vervanging van de F-16.

De ‘robuuste’ stabilisatiemacht is geschikt voor het bevorderen van veiligheid en stabiliteit en heeft bovendien (beperkte) betekenis voor invloed op het internationaal toneel, behoud van welvaart en economische ontwikkeling en bevorderen van mensenrechten en humaniteit.

Terug naar Boven of naar Homepage

 

WOENSDAG 13 FEBRUARI 2013

AD: "Fitheid Nederlandse militairen niet goed"

Volgens het Algemeen Dagblad zijn duizenden Nederlandse militairen niet fit genoeg om op missie te kunnen. Ze zakken voor de Defensieconditieproef (DCP) of leggen die om allerlei redenen niet af.

Met de DCP dwingt Defensie de militair zijn fitheid op peil te houden. Zonder het behalen van de test kan een militair niet worden uitgezonden.

In 2012 zakten 3.300 militairen voor de DCP, aldus cijfers van het Ministerie van Defensie. Nog eens 15.500 van de in totaal 43.000 militairen kwamen niet eens opdagen, waren ziek of hadden een blessure.

"Opvallend", volgens de krant, is dat ook het gros van de generaals de test niet haalde of er niet aan deelnam. Van de 82 hoogste militairen hebben er slechts dertig de vereiste basisconditie.

Volgens de Commandant der Strijdkrachten, generaal Tom Middendorp, is het voor veel militairen nog wennen dat ze elk jaar de conditieproef verplicht moeten afleggen, maar betekent het niet dat de 19.000 militairen die de test niet haalden of deden, onvoldoende fit zijn: “Daar hoeft niemand aan te twijfelen. Bij de meeste operationele eenheden zijn sport en fysieke activiteiten onderdeel van het wekelijkse programma.”

Als Bevelhebber der Landstrijdkrachten bedacht Hans Couzy, tegenwoordig luitenant-generaal buiten dienst, de sporttest voor de Koninklijke Landmacht in 1993. De test bestaat uit push-ups, sit-ups en het afleggen van de Coopertest (x-aantal meter hardlopen in 12 minuten). De eisen zijn verschillend voor mannen en vrouwen, en leeftijdsafhankelijk.

Een dergelijke conditietest is voor buitenlandse krijgsmachten al veel langer gebruikelijk en bovendien vaak zwaarder. De Nederlandse test zou voor iedere gezonde militair makkelijk te doen moeten zijn.

Volgens generaal Middendorp is meer aandacht voor het afleggen van de proef noodzakelijk. Bovendien hoopt Defensie binnenkort personele consequenties te verbinden aan het niet halen van de test.

Dit zal echter moeten gebeuren in overleg met de militaire bonden en die hebben elk contact opgeschort in verband met het loongeschil in verband met de invoering van de Wet Uniformering Loonbegrip (WUL) per 1 januari jl.

Noot van de webbeheerder!

Het originele artikel in het Algemeen Dagblad is verre van juist. Zo worden soldaten (rang) verward met militairen (beroepsgroep); heeft de bijgeplaatste afbeelding van de hindernisbaan géén relatie met de DCP en wordt bijvoorbeeld niet vermeld dat de DCP verplicht is tot en met het 55ste levensjaar, waarbij "het gros van de generaals" de conditieproef wellicht niet eens hoeft af te leggen.

Terug naar Boven of naar Homepage

Invoering Distinguished Warfare Medal

Het Amerikaanse Ministerie van Defensie (DOD) werkt aan de introductie van een medaille om “uitzonderlijke prestaties” te belonen van personeel dat drones (Unmanned Aerial Vehicles, onbemande vliegtuigen) bestuurt, zoals in de strijd tegen Al Qaida.

De aftredende Amerikaanse Minister van Defensie Leon Panetta gaf tijdens een persconferentie op het Pentagon aan dat drones Amerikaanse militairen de mogelijkheid hebben gegeven de vijand op afstand aan te grijpen en daarmee het verloop van de strijd te veranderen en zelfs te beslissen.

Omdat drone-operators die “een rechtstreekse impact hebben op de gevechtsoperaties” nu nog niet in aanmerking komen voor eretekens, heeft Panetta de instelling van de Distinguished Warfare Medal goedgekeurd. Daarmee is de medaille de eerste nieuwe gevechtsonderscheiding sinds de invoering van de Bronze Star in 1944.


Overigens zou de medaille ook kunnen worden toegekend aan bijvoorbeeld militairen die een cyberaanval op een DOD-computersysteem detecteren en verhinderen.

Volgens de bewindsman erkent de nieuwe onderscheiding, die in de rangorde onder het Distinguished Flying Cross valt, de realiteit van de technologische oorlog van de 21ste eeuw. Sinds de aanslagen van 11 september 2001 zijn drones hét geliefde wapen in de strijd tegen het terrorisme, maar ook worden ze ingezet tijdens traditionele conflicten zoals in Libië in 2011.

De afgelopen jaren is de vloot drones fors uitgebreid. In 2012 had de Amerikaanse krijgsmacht de beschikking over 161 MQ-1B Predators en 54 MQ-9A Reapers (beiden Mobile Target Drones, bewapend) en 25 RQ-4 Global Hawks (voor observatiedoeleinden). De CIA zou, volgens de Washington Post,  “30 tot 35” drones bezitten, die worden aangewend om leden van Al Qaida gericht uit te schakelen.

Volgens verschillende organisaties zijn er bij aanvallen met drones alleen al in Pakistan sinds 2004 zo’n drieduizend doden gevallen.

Terug naar Boven of naar Homepage

 

DINSDAG 12 FEBRUARI 2013

Tweedehands Defensiematerieel naar Jordanië

Het Ministerie van Defensie heeft aan NRC Handelsblad bevestigd dat Nederland op het punt staat Jordanië een hoeveelheid tweedehands Defensiematerieel te leveren.

Het gaat om één Leopard-1-tank met twee radargestuurde Oerlikon-snelvuurkanonnen, vijf bergingstanks, elf Flycatcher-radarsystemen met 22 bijhorende luchtdoelkanonnen, veertien tankonderstellen, zestig Cheetahs (pantserrupsvoertuigen tegen luchtdoelen, PRTL) en 350.000 granaten,

Met de voorgenomen koop is volgens het departement € 21 miljoen gemoeid, met inbegrip van het rijklaar maken van het materieel.

De eerste PRTL’s, waarvan de laatste in 2006 de Nederlandse operationele dienst verliet, zullen in 2014 in Jordanië moeten arriveren. De rest van het materieel zal tot en met 2016 gefaseerd worden geleverd. Jordanië betaalt het verschuldigde bedrag vanaf 2014 in tien jaarlijkse termijnen.

Ook draagt Defensie bij aan de training van Jordaans militair personeel in het gebruik en onderhoud van het materieel. Het Ministerie van Defensie verwacht nog deze maand het contract te tekenen.

Het Ministerie van Buitenlandse Zaken heeft de transactie getoetst aan de Europese criteria voor levering van Defensiematerieel aan derden en ziet geen bezwaar: de levering verstoort de regionale machtsbalans en stabiliteit niet en ook de mensenrechtensituatie in het land geeft geen aanleiding de verkoop tegen te houden.

Nog in 2012 ketste de levering van tachtig tweedehands Leopard-2-tanks aan Indonesië af vanwege verzet van de Tweede Kamer. Die plaatste vraagtekens bij de mensenrechtensituatie in dat land. Gevreesd werd dat de tanks zouden worden ingezet bij het neerslaan van binnenlandse opstanden. Duitsland boekte vervolgens de order van meer dan € 200 miljoen.

In 2010 nam Jordanië voor een onbekend bedrag gebruikt Nederlands Defensiematerieel over: 441 pantserrupsvoertuigen van het type YPR-765 en YPR-806, 69 pantserrupscommandovoertuigen van het type M-577, waarvan 24 alleen het chassis, 467 verschillende typen vrachtwagens, 121 houwitsers 155 mm van het type M-109, waarvan drie rijlesvoertuigen, zes laad- en richttoestellen voor de M-109 houwitser en munitie.honderden pantservoertuigen, trucks en houwitsers.

Terug naar Boven of naar Homepage

 

MAANDAG 11 FEBRUARI 2013

Militair die Bin Laden doodde blut en werkloos

De militair van de Navy SEALs die op 1 mei 2011 in Abottabad, Pakistan, Osama bin Laden doodde, leeft nu zonder werk en (zorg)verzekering. Om gezondheidsredenen stopte hij na zestien jaar bij het elitekorps. Omdat hij zijn contract niet uitdiende, krijgt hij géén uitkering en heeft hij nu moeite om rond te komen.

In een interview met Phil Bronstein in Esquire, getiteld The Man Who Killed Osama bin Laden... Is Screwed, vertelt de man die wordt aangeduid als ‘The Shooter’ dat hij in september 2012 ontslag nam, drie jaar voor zijn officiële pensionering.


"Ik wist niet of hij [Osama bin Laden, webbeheerder] een bomvest droeg. Wat moest ik doen? Hij had een geweer binnen handbereik. Hij was een dreiging, ik moest hem in het hoofd schieten voor hij zichzelf neerknalde. Ik schoot hem tweemaal in zijn voorhoofd. Bam! Bam! Na de tweede kogel zakte hij in elkaar, op de vloer voor zijn bed. Ik raakte hem opnieuw op exact dezelfde plaats. Bam! Hij was dood. Zijn tong hing uit zijn mond."

‘The Shooter’ doodde Bin Laden dus met drie schoten: twee toen hij de kamer op de derde verdieping van de compound in Abottabad binnenstormde, en een genadeschot toen Bin Laden op de grond lag. 'The Shooter' vertelt dat Bin Laden zijn vrouw voor hem hield als een schild.

Na de twee minuten die zijn leven veranderden, lag Bin Laden op de vloer met een V-vorming gat in zijn voorhoofd. “Het was afschuwelijk. Ik kon zijn hersenen over zijn gezicht zien druipen. Het Amerikaanse publiek wil niet weten hoe dat eruit ziet.”

Volgens de oud-Navy SEAL dachten ze op de bewuste datum op een zelfmoordmissie te gaan. De Special Forces vermoedden dat de compound in Abottabad vol explosieven zat en dat Bin Laden omringd zou zijn door zwaarbewapende lijfwachten. Het tegendeel bleek waar: “Ze waren onvoorbereid. Ze waren zelfgenoegzaam geworden”, aldus ‘The Shooter’.

Aan het Amerikaanse magazine Esquire (maart-editie) vertelde hij dat zowel hijzelf als zijn gezin géén bescherming krijgen, terwijl de kans op represailles door jihadisten groot is. 'The Shooter' is niet alleen bezorgd om zijn financiële toekomst; hij maakt zich ook zorgen over de wraak van de jihadisten. Hij heeft zijn kinderen geleerd hoe ze moeten schuilen in de badkuip, de veiligste plaats in huis, en zijn vrouw hoe ze moet omgaan met vuurwapens.

Om veiligheidsredenen is 'The Shooter' gescheiden van zijn vrouw, hoewel ze nog wel samenwonen. Ze overwegen ook om zijn naam van de eigendomsakte van hun huis te halen. “Het komt erop neer dat we hem uit onze levens wissen”, zegt zijn vrouw aan Esquire. “Maar dan om veiligheidsredenen. We houden nog steeds van elkaar.”

"Ze hebben mij gewoon gezegd: "Je dienst zit er op, bedankt voor zestien jaar dienst, GO FUCK YOURSELF!". 'The Shooter' kan zich troosten dat hij in de patriottische film Zero Dark Thirty wordt neergezet als één van Amerika's postmoderne helden. Een nationale anonieme held...

De CIA-agente die de drijvende kracht was achter de zoektocht naar Osama bin Laden – Maya, in de film gespeeld door Jessica Chastain – bestaat wél, zegt hij. Na afloop van de raid gaf hij haar als aandenken het magazijn van zijn geweer. Daar zaten nog 27 kogels in: dertig minus de drie waarmee hij Bin Laden had gedood.

Terug naar Boven of naar Homepage

 

DONDERDAG 7 FEBRUARI 2013

AIVD: Tientallen jongeren vechten in Syrië

In Nieuwsuur (Nederland 2, 22.00 uur) geeft de topman van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD), Rob Bertholee, aan dat “tientallen” islamitische jongeren uit Nederland in Syrië aan de zijde van radicale terreurorganisaties meevechten in de strijd tegen de regeringstroepen van president Bashar al-Assad.

Het hoofd van de AIVD maakt zich grote zorgen. De jongeren sluiten zich aan bij onder meer de terroristische organisatie Jabhat al-Nusra. In de ogen van Bertholee is dit “zeer zorgwekkend vanwege de gevechtservaring die ze daar opdoen, vanwege de ideologie die ze daar meekrijgen en het feit dat ze mogelijk getraumatiseerd worden. En dat nemen ze allemaal mee terug, als ze terug naar Nederland komen.”

Volgens de AIVD is de groeiende groep Jihad-reizigers naar Syrië te verklaren. "Het is makkelijk te bereizen, en het lijkt voor een deel een legitiem doel. Want ook het Westen vraagt zich af hoe we de oppositie daar het beste kunnen steunen”, aldus Bertholee.

Volgens de AIVD-topman speelt het internet een grote rol in de huidige ontwikkelingen.“Via internetpropaganda wordt het vechten in Syrië enorm geromantiseerd. Ik denk dat heel veel van de strijders vrij snel tot de ontdekking komen dat het minder romantisch is dan voorgesteld. Tegelijkertijd komen ze tot de ontdekking dat er geen weg terug meer is, want die kans krijgen ze niet.”

"Het vervelende is wel dat deze mensen terecht komen bij clubs als Jabhat al-Nusra, dat onlangs door de Verenigde Staten op de terreurlijst is gezet, en wat nou niet direct een plek is waar Nederlanders terecht zouden moeten komen."

De AIVD waarschuwt al jaren voor de gevaren van Jihad-gangers, die ervaring opdoen in conflicten overal ter wereld. Vorig jaar, en dan met name in de laatste maanden van 2012, is er een grote toename van Jihad-gangers naar Syrië dat het aantal over het gehele jaar 2011 overtreft.

Terug naar Boven of naar Homepage

Infanterie schakelt aanvalsdoel op LBK uit

Onder winterse weersomstandigheden zijn vanmiddag rond 14.00 uur zo’n honderd luchtmobiele infanteristen op de Luitenant-generaal Bestkazerne (LBK) in Vredepeel geland voor de uitvoering van een air assault op het militair complex.

De LBK is de thuisbasis van het Defensie Grondgebonden Luchtverdedigingscommando (DGLC), de eenheid die verantwoordelijk is voor lucht- en raketverdediging met Patriot-, AMRAAM- en Stinger-wapensystemen.

Anderhalf uur na de bliksemaanval hadden de infanteristen hun aanvalsdoel volledig uitgeschakeld en vertrokken ze voor een vervolgopdracht.

Terug naar Boven of naar Homepage

 

WOENSDAG 6 FEBRUARI 2013

DC 1GNC: “Samenwerken is overal mogelijk”

Vandaag vond op twee locaties in Nederland, en voor de vierde maal in successie, de Dag van de Ambtenaar 2.0 plaats. In het stadhuis van Rotterdam en het provinciehuis van Zwolle waren de gehele dag (militaire) ambtenaren in workshops met een veelheid aan onderwerpen met elkaar in gesprek.

Ambtenaren zijn vandaag nationaal bijgespijkerd om nóg beter, sneller, efficiënter en moderner hun werk te kunnen doen.

Dagvoorzitter in Zwolle was Hans Damen. Hier hield generaal-majoor Michiel van der Laan de afsluitende keynote speech. Van der Laan is sinds januari plaatsvervangend commandant (DC, Deputy Commander) van het 1ste Duits-Nederlandse Legerkorps (1GNC).

De generaal vertelde in zijn toespraak over de militaire samenwerking over grenzen heen, met successen in onder meer Afghanistan, Duitsland én eigen land. De toespraak was via live streaming te volgen op het internet.


Zo haalde de generaal aan hoe hij in zijn vorige functie als commandant 13 Gemechaniseerde Brigade - tevens commandant militaire middelen over de provincies Zeeland, Noord-Brabant en Limburg - de toenadering in samenwerkingsverbanden vond in de driehoek bestuur/civiele veiligheidspartners, bedrijfsleven en de eigen Defensieorganisatie. Niet enkel na de afgekondigde bezuinigingsreorganisatie op 8 april 2011, ook daarvóórr: “Elkaar kennen voordat je elkaar nodig hebt”.

Het bedrijfsleven vindt veel van het overtollig personeel van Defensie in de regel "interessant". Militairen zijn gedisciplineerd, leergierig, hebben “wat meegemaakt” en hebben daarom meerwaarde. Het komt regelmatig voor dat het bedrijfsleven geen personeelsadvertenties zet maar direct naar legerplaatsen komt om personeel te bemiddelen.

Generaal Van der Laan haalde meer voorbeelden aan. De samenwerking – joint, combined (multinationaal) en interagent (met civiele partners) – is op het uitvoerende niveau vaak al aanwezig. Denk hierbij aan de inbedding van bijvoorbeeld Nederlands pelotonsoptreden in Afghanistan, ondersteund in én uitgevoerd tezamen met diverse naties. Bij 1GNC is de integratie “diep”, aldus de generaal: zo rijden Duitse chauffeurs er bijvoorbeeld in Nederlandse voertuigen en vice versa.

Samenwerking is, volgens generaal Van der Laan, eerder “een politiek issue”: hoe ver willen we gaan met die samenwerking?

In Command & Control (C2) valt winst te behalen. Soms kan simpelweg niet met elkaar worden gecommuniceerd, ondanks de digitalisering en juist door de verschillende communicatiesystemen van de landen. Dit is een uitdaging voor zowel de politiek als de Defensieindustrie. De oplossing ligt in het spreken van dezelfde taal (vaak Engels), samen trainen, het stellen van dezelfde trainingsdoelen (“Train as you operate”) en het gebruik van dezelfde (communicatie)systemen.

Het efficiënt gebruik van kennis, ervaring en middelen zou voorop moeten staan, met de inzet van mensen die initiatief durven en willen tonen; waarbij slim samenwerken meer resultaat kan opleveren en ook minder kost - al gaan de kosten soms voor de baat uit.

In samenwerking zouden we, aldus Van der Laan, de kracht en het positieve van anderen moeten benadrukken, en slechts oordelen over de inhoud. Daarna komt de vorm van het samenwerkingsverband vanzelf.

Naar aanleiding van een vraag van een toehoorder, eindigde generaal-majoor Van der Laan met een pakkend citaat: “Als je in oorlogsgebied tussen de rondvliegende kogels kunt samenwerken, kun je overal samenwerken.”

Terug naar Boven of naar Homepage

KMS verhuist definitief naar Ermelo

Minister van Defensie Jeanine Hennis-Plasschaert heeft vanmiddag vastgehouden aan de sluiting van de Koninklijke Militaire School (KMS) in Weert, ondanks een garantstelling van de provincie Limburg en de gemeente Weert. De garantstelling – het bedrag dat jaarlijks zou worden bespaard bij verhuizing – was de laatste troef om de KMS voor Weert te behouden.

Ondanks pleidooien van de Tweede Kamerleden Raymond Knops (CDA) en Wassila Hachchi (D66) voor het behoud van de KMS in Weert, sprak Sultan Günal-Gezer (PvdA) het vertrouwen uit in de minister.

Naast de PvdA steunde ook coalitiepartij VVD het voorstel van de bewindsvrouw om de KMS naar Ermelo te verhuizen, hoewel ze beiden waardering uitspraken voor de garantstelling.

Met de afwijzing zal de KMS op de Van Hornekazerne definitief sluiten en verhuizen naar de Legerplaats Ermelo.

Vanmiddag debatteerde de Vaste commissie voor Defensie over het Herbeleggingsplan Vastgoed Defensie, fase 2a. Hiermee waren ook het businessplan van de KMS en de werkgelegenheid van Defensie in Limburg agendapunten. Het businessplan ging uit van de drie-eenheid vermaatschappelijking, economisch medegebruik en verduurzaming.

Terug naar Boven of naar Homepage

 

DINSDAG 5 FEBRUARI 2013

WUL-compensatie militairen nog onzeker

Het blijft onzeker of militairen gecompenseerd zullen worden voor de inkomensachteruitgang als gevolg van de Wet Uniformering Loonbegrip (WUL). Vandaag gaven de coalitiepartijen PvdA en VVD aan de militair niet de helpende hand te willen bieden.

Tijdens het Algemeen Overleg op 29 januari jl. diende de Tweede Kamer vijf moties in, met als doel het onbedoelde effect van de WUL te compenseren.

Vandaag werden vier van de vijf moties weggestemd. Slechts een motie van de Tweede Kamerleden Ybeltje Berckmoes-Duindam en Angelien Eijsink (PvdA), die oproept om de negatieve inkomenseffecten als gevolg van de WUL “zoveel mogelijk” te compenseren, werd door de regeringspartijen gesteund.

De militair, die in 2014 een inkomensterugval van maximaal 4,7 % als gevolg van de WUL krijgt te verduren, blijft daarmee in onzekerheid over reparatie van zijn salaris.

Door de afwijzing van de moties is de compensatie in het jaar 2013 een “sigaar uit eigen doos”, die wordt betaald uit de Defensiebegroting, aldus zowel de Algemene Federatie van Militair en Burger Personeel (AFMP) als de Gezamenlijke Officieren Verenigingen & Middelbaar en Hoger Burgerpersoneel bij Defensie (GOV|MHB).

Met het verwerpen van motie 52 (33400-X) van Wassila Hachchi (D66) – “[…] de oplossing is voorzien van een heldere dekking, die niet gevonden wordt in de arbeidsvoorwaarden van militairen -- geen "sigaar uit eigen doos" -- en die dus los staat van de pakketvergelijking die de minister aangekondigd heeft […]” – wordt feitelijk door PvdA en VVD een direct verband gelegd tussen de WUL-compensatie vanaf 2014 en de pakketvergelijking. Dus het gevaar dat militairen met arbeidsvoorwaardengeld hun eigen compensatie moeten gaan betalen, is reëel. Dit zou ook het burgerpersoneel bij Defensie kunnen raken.

Op verzoek van D66 zal het kabinet een brief naar de Tweede Kamer sturen waarin de regering ingaat op de vraag wat het aannemen van de VVD/PvdA-motie (en het verwerpen van de overige) betekent voor de – stilgelegde – onderhandelingen met de militaire bonden en daarmee het stilgelegde overleg over de reorganisaties.

Terug naar Boven of naar Homepage

 

ZONDAG 3 FEBRUARI 2013

'American Sniper' Chris Kyle doodgeschoten

Op een schietbaan in Texas, VS, is gistermiddag Irak-veteraan en voormalig U.S. Navy SEAL Chris Kyle doodgeschoten. Kyle stond bekend als de dodelijkste sniper (scherpschutter) in de Amerikaanse geschiedenis.

Hij werd samen met een andere man neergeschoten op de schietbaan van Rough Creek Lodge in het Texaanse Glen Rose. De identiteit van het tweede slachtoffer is onbekend. De aangehouden verdachte is de 25-jarige oud-marinier Eddie Ray Routh. De veteraan, die zowel in Irak als Afghanistan diende, lijdt aan het posttraumatisch stresssyndroom (PTSS).

In 2012 verscheen van Kyle’s hand de bestseller American Sniper: The Autobiography of the Most Lethal Sniper in U.S. Military History, over de psychologie van een sniper. In dit boek, verschenen bij William Morrow (ISBN: 9780062082350), geeft hij aan 255 mensen te hebben geliquideerd met zijn .300 Winchester Magnum.

Officiële Pentagon-cijfers geven aan dat Kyle verantwoordelijk was voor 160 'confirmed sniper kills'.

Chris Kyle trad in 1999 toe tot het U.S. Marine Corps, diende viermaal in Irak en werd tweemaal onderscheiden met de Silver Star en vijfmaal met de Bronze Star. Irakese opstandelingen gaven hem de bijnaam “Al-Shaitan Ramad” (“The Devil of Ramadi") en zetten 20,000 dollar op zijn hoofd.

In 2009 verliet hij de mariniers en richtte een bedrijf op dat gevechts- en wapentrainingen gaf aan militairen, politie, bedrijven en civiele klanten. Twee jaar later stichtte Kyle de FITCO Cares Foundation om veteranen fitnessapparatuur en de mogelijkheid tot begeleiding te geven.

Terug naar Boven of naar Homepage

 

ZATERDAG 2 FEBRUARI 2013

MinDef bezoekt Munich Security Conference

Minister van Defensie Jeanine Hennis-Plasschaeert bezoekt vandaag de Munich Security Conference 2013 (MSC 2013) in hotel Bayerischer Hof.

De MSC, waarvan dit jaar de 49ste editie wordt georganiseerd, heeft zich de afgelopen decennia ontwikkeld tot 's werelds belangrijkste conferentie over veiligheidsbeleid. De topconferentie staat erom bekend dat politici beleidskwesties in een informele sfeer met elkaar kunnen bespreken.

Naast de bewindsvrouw nemen tientallen ministers, diplomaten, staatshoofden en regeringsleiders aan de belangrijke veiligheidstop deel. Deze is gisteren begonnen en duurt tot en met 3 februari.

De verwachting is dat op de top vooral wordt gesproken over het Iraanse atoomprogramma, de strijd in Mali en de crisis in Syrië.

Onder de deelnemers zijn onder andere de Amerikaanse vice-president Joe Biden,de Secretaris-generaal van de Arabische Liga - de Egyptenaar NabiNabil Elaraby - de Iraanse Minister van Buitenlandse Zaken Ali Akbar Salehi en zijn Russische ambtgenoot Sergej Lavrov. Biden arriveerde gisterochtend in Berlijn voor overleg met Bondskanselier Angela Merkel.

De presentie van de Nederlandse bewindsvrouw op de internationale veiligheidsconferentie in München lijkt niet op zichzelf te staan: bijna twintig procent van de vierhonderd deelnemers op het hoogste niveau is vrouw.

Zo geven ook Catherine Ashton, de High Representative of the European Union for Foreign Affairs & Security Policy, tevens vice-president van de Europese Commissie, en Neelie Kroes, de vice-voorzitter van de Europese Commissie, acte de présence.

Terug naar Boven of naar Homepage

 

VRIJDAG 1 FEBRUARI 2013

Kabinet zet in op zetel VN-Veiligheidsraad

Minister van Buitenlandse Zaken Frans Timmermans deelt mee dat Karel van Oosterom is benoemd tot permanent vertegenwoordiger bij de Verenigde Naties in New York. Met deze benoeming laat het kabinet-Rutte II zien dat het "menens" is om een zetel in de VN-Veiligheidsraad te bemachtigen.

Van Oosterom was sinds februari 2011 directeur-generaal politieke zaken van het Ministerie van Buitenlandse Zaken en daarmee de belangrijkste adviseur van de minister. Hiervoor was hij onder andere plaatsvervangend chef de poste op de ambassade in China, hoofd van de afdeling West-Europa en werkzaam op de ambassades in Canada en Syrië.

De lobbycampagne voor een zetel in de V-raad begint nu omdat het jaren duurt om daar een succes van te maken, aldus de bewindsman.

Wanneer Van Oosterom in zijn missie slaagt, zal hij over vier jaar ook de zetel in de Veiligheidsraad mogen bezetten. Zijn benoeming is volgens Timmermans, behalve ''een bewuste politieke keuze", ook ''een signaal aan de partners hoe serieus wij deze zaak nemen.''

De laatste keer dat Nederland lid was van de Veiligheidsraad was in 1999/2000 met ambassadeur Peter van Walsum; de eerste keer was dit in 1946 met Eelco van Kleffens.

De VN-Veiligheidsraad is een van de belangrijkste organen van de VN en gaat onder meer over de handhaving van vrede en veiligheid in de wereld. De raad kan besluiten tot sancties en in het uiterste geval het gebruik van militaire middelen sanctioneren.

Er zitten 15 leden in de VN-Veiligheidsraad. De vijf permanente leden hiervan -de Verenigde Staten, Groot-Brittannië, Frankrijk, Rusland en China - hebben vetorecht.

Omdat de Algemene Vergadering van de VN elk jaar vijf nieuwe landen tot de niet-permanente zetels toelaat en die nieuwe landen tot en met de periode 2013/2014 reeds bekend zijn, is het aannemelijk is dat Nederland erop inzet om vanaf medio 2014/2015 mee te dingen naar de zetel.

Terug naar Boven of naar Homepage