nieuwsarchief janUAri 2012
Terug naar de homepage
 

JANUARI 2012
M
D
W
D
V
Z
Z
   
15
18
23
26
28
29
30

Maak uw keuze uit de hierboven getoonde lijst

2011

DINSDAG 31 JANUARI

Kolonel Hans Damen commandant DBGS

Kolonel Hans Damen jl. heeft op 26 januari jl. in de Kromhoutkazerne in Utrecht het commando overgenomen van het nieuw opgerichte Defensie Bedrijf Grondgebonden Systemen (DBGS). Dat maakt de website Logistiek vandaag bekend.

Kolonel Damen, sinds 1979 werkzaam bij Defensie, was hiervoor plaatsvervangend commandant Operationeel Ondersteuningscommando Land (OOCL) - de 'vierde' brigade van de KL. Onder zijn leiding moet de reorganisatie van DBGS – een samenvoeging van het Algemeen Goederen Bedrijf (reserveonderdelen), het Instandhoudingsbedrijf Landsystemen en de Afdeling Materieelbeproeving en Logistiek Advies – binnen de krijgsmacht meer efficiency realiseren ťn de samenwerking met externe partijen.

DBGS zorgt voor het groot onderhoud en de bijbehorende servicelogistiek van alle grondgebonden systemen. Dat betreft alle wiel- en rupsvoertuigen van Defensie, maar ook bijvoorbeeld aanhangers, containers, generatoraggregaten en brugdelen. Van alle krijgsmachtdelen, niet alleen die van de Koninklijke Landmacht.

Eind 2011 zijn alle onderhoudsbedrijven weer toegewezen aan het eigen krijgsmachtdeel. De bevelhebber is nu verantwoordelijk voor het inzetbaar stellen van zowel personeel als materieel. Het combineren van onderhoudstaken is stukken efficiŽnter.

DBGS telt ± 700 medewerkers, voornamelijk burgers. De reorganisatie van de materieellogistiek die dit jaar van start gaat, zal grote veranderingen met zich meebrengen. Civiele monteurs, nu nog werkzaam bij de herstelcompagnieŽn van de brigades, zullen voortaan onder het DBGS vallen; de drie brigades (11, 13 en 43) houden dan de ‘groene’, met alleen militairen gevulde herstelcompagnieŽn over. DBGS, inclusief de 'blauwe', civiele herstelcompagnie telt ± 1.350 VTE'n.

Een deel van het groot onderhoud zal worden uitbesteed, maar militairen moeten altijd in staat blijven zelf aan voertuigen te sleutelen. “De eerste 100 dagen, de laatste 100 meter: in inzetgebieden kun je niet afhankelijk zijn van externe partijen. Maar ik denk ook een stap verder voor wat betreft de opslag van spare parts. We zullen ervaring gaan opdoen met directe belevering. Dat scheelt opslagruimte en kosten", aldus de kolonel Damen.

Terug naar Boven

 

VRIJDAG 27 JANUARI

Hillen: géén omkering bewijslast bij psychische klachten

Tijdens de behandeling van de Veteranenwet op 27 oktober 2011 – een initiatiefwetsvoorstel van de gehele Tweede Kamer die veteranen erkenning en zorg moet geven – bracht het Tweede Kamerlid Henk van Gerven (SP), oud-huisarts, naar voren dat militairen bij indiensttreding fysiek en psychisch gezond zijn.

Volgens Van Gerven betekent dit dat bij het ontstaan van psychische klachten moet worden uitgegaan van een omgekeerde bewijslast met betrekking tot het oorzakelijke verband tussen klachten en inzet als militair. Anders gezegd: naar zijn mening zou Defensie moeten bewijzen dat psychische klachten niet zijn veroorzaakt door de militaire dienst.

Minister van Defensie Hans Hillen antwoordt hier vandaag uitgebreid op. De aspirant-militair ondergaat voor indiensttreding een psychologisch selectieonderzoek en een medische keuring. Die eerste bestaat uit drie delen: “een IQ–test, een persoonlijkheidstest en een interview met de nadruk op stabiliteit, discipline en sociaal functioneren.”
 

Bij de medische keuring wordt onder andere gevraagd of de kandidaat heeft geleden aan psychiatrische aandoeningen of symptomen daarvan heeft gehad: “Omdat zonder de medewerking van een patiënt slechts een beperkt aantal psychiatrische ziektebeelden kan worden vastgesteld, is Defensie afhankelijk van de beantwoording van de vragen door de kandidaat.”

De bewindsman geeft aan dat zich ontwikkelende psychische problemen uiteenlopende oorzaken kunnen hebben: “Het ontstaan van psychische of psychiatrische aandoeningen heeft een betrekkelijk autonoom karakter en is op de leeftijd van achttien tot twintig jaar meestal niet te voorspellen bij een keuring. Indien een militair na een uitzending psychische of psychiatrische klachten heeft, kan er dan ook niet bij voorbaat een verband worden verondersteld. Zorgvuldig onderzoek moet dat uitwijzen. Dit geldt zeker ook voor psychische klachten die pas vele jaren na de uitzending ontstaan.”

Volgens de minister is het onmogelijk met een medische keuring of met psychologische testen psychische aandoeningen te voorspellen of te signaleren. Hillen vindt dat uitgebreid onderzoek nodig is om te kunnen bepalen of psychische klachten verband houden met de uitzending. Daarom is hij van mening dat een omkering van de bewijslast niet aan de orde is.

Terug naar Boven

Amerikaanse Defensie bezuinigt $ 487 miljard

De Amerikaanse Secretary of Defense (Minister van Defensie) Leon Panetta heeft gisteren aangekondigd dat de VS gaan bezuinigen op de krijgsmacht. Er komen minder militairen in dienst, en gevechtsvliegtuigen en marineschepen worden uitgefaseerd. Hoewel de Amerikaanse krijgsmacht kleiner en efficiŽnter moet worden, wil de Amerikaanse Commander-in-Chief, president Barack Obama, dat de VS de sterkste krijgsmacht ter wereld behouden.

Zes van de huidige zestig tactische squadrons van de U.S. Air Force worden wegbezuinigd, evenals 130 vliegtuigen. Terughoudender zal worden omgegaan met de aankoop van de F-35 Joint Strike Fighter. De U.S. Navy zal zeven schepen eerder dan gepland uit de vaart nemen en de aankoop van enkele nieuwe schepen uitstellen.

Op deze manier wil het Pentagon de komende tien jaar $ 487 miljard (€ 372 miljard) besparen. In 2017 zal de U.S. Army nog 490.000 actieve militairen in de gelederen hebben; nu is dat 570.000. Dit betekent een reductie van acht brigades. Het personeelsplafond van het U.S. Marine Corps zal van 202.000 naar 182.000 dalen. Verder zullen de salarissen van militairen maar beperkt mogen stijgen.

Het meest pijnlijke punt in de Defensieplannen is het voornemen om legerbases te sluiten. Tot op heden is enkel bekend dat twee van de vier Amerikaanse brigades in Europa zullen worden teruggetrokken. In dit verkiezingsjaar, waarin werkloosheid een belangrijk campagneonderwerp is, komt sluiting van legerbases Democraten en Republikeinen slecht uit. Maar de plannen zullen in het Congres meer weerstand oproepen: het is voor het eerst sinds de aanslagen van 11 september 2001 dat zal worden gesneden in het Defensiebudget.

De plannen van het Pentagon weerspiegelen in grote lijnen de begin januari gepubliceerde nieuwe militaire strategie van de VS: geen grote oorlogen meer, maar kleine en vaak geheime militaire operaties. Volgens Panetta wordt de focus van de krijgsmacht verlegd naar toekomstige uitdagingen in AziŽ, het Midden-Oosten en het internet. Als gevolg hiervan zal de vloot bewapende drones met 30% worden uitgebreid, wordt er meer aandacht besteed aan cyberaanvallen, en moeten meer elitetroepen, zoals Navy SEALs, worden opgeleid.

De Chairman of the Joint Chiefs of Staff, generaal Martin Dempsey, heeft al aangegeven achter de plannen te staan. “Deze begroting is een eerste stap, het is een aanbetaling, nu we de overgang maken van de oorlogen van vandaag naar de voorbereidingen voor toekomstige uitdagingen. Deze begroting leidt niet tot een aftakelend leger.”

Terug naar Boven

 

WOENSDAG 25 JANUARI

SEALs bevrijden twee westerlingen in Somalië

In de omgeving van de Somalische stad Adado, aan de grens met Ethiopië, zijn in de nacht van 24 op 25 januari twee ontvoerde hulpverleners bevrijd door Amerikaanse Special Forces. Het gaat om de Amerikaanse Jessica Buchanan (32) en de Deen Poul Hagen Thisted (60). Beiden werden op 25 oktober 2011 in Galkayo, Centraal-Somalië, ontvoerd door een gewapende bende met als oogmerk losgeld.

De twee westerlingen werkten voor het mijnenruimproject van de Deense organisatie Danish Demining Group (DDG). DDG maakt deel uit van de Danish Refugee Council. Buchanan en Thisted waren in Somalië voor het onschadelijk maken van mijnen en het geven van voorlichting aan de bevolking over de gevaren van mijnen.

Volgens diverse media werd de reddingsoperatie in het semiautonome gebied Galmudug, ± 1.000 km noordoostelijk van de hoofdstad Mogadishu, uitgevoerd door dezelfde eenheid die op 1 mei 2011 Osama bin Laden uitschakelde in Abbottabad, Pakistan: SEAL Team 6 van de Navy SEALs.

Bij de operatie, ondersteund door helikopters, namen de mariniers tijdelijk het vliegveld van Galkayo over. Vervolgens landden de Navy SEALs per parachutes nabij de plaats waar de twee werden vastgehouden en trokken te voet op om de ontvoerders te verrassen. Bij het daaropvolgende vuurgevecht werden negen Somalische kidnappers gedood en drie anderen gevangen genomen. Tot slot werden de SEALs, Buchanan en Thisted opgepikt door de helikopters en overgevlogen naar een Amerikaanse basis in Djibouti.

Na de bevrijdingsoperatie werden de SEALs gefeliciteerd door de Amerikaanse president Barack Obama, die daarbij “de uitzonderlijke moed en capaciteiten van de Special Forces” roemde.

Terug naar Boven

 

DINSDAG 24 JANUARI

NAVO-bunker Cannerberg overgedragen

Met een ceremonie in de Hoofdwacht op het Vrijthof in Maastricht – tot 2006 de locatie van de laatste Nederlandse militairen in Limburg – vindt vandaag de officiële overdracht plaats van de schoongemaakte NAVO-bunker Cannerberg.

De beheerder van het complex, het Ministerie van Defensie, draagt de bunker in de mergelgrotten over aan de nieuwe eigenaar, Stichting het Limburgs Landschap. Volgens Edmond Staal van Limburgs Landschap is het de bedoeling dat het gangenstelsel toegankelijk wordt voor publiek. Er zal een expositie komen waarin de Koude Oorlog centraal staat.

De gemeente Maastricht stelt op haar website: “In Nederland zijn er geen andere plekken van de Koude Oorlog van deze importantie bewaard gebleven.”

Niet op alle plekken is het gelukt om de verontreiniging weg te halen (instortingsgevaar vormde een bijkomend risico), maar vastgesteld is dat de achtergebleven vervuiling geen gevaar oplevert voor de volksgezondheid, noch voor de flora en fauna in het gebied rond de Cannerberg.

Van het militaire meubilair en de machines die in het complex gebruikt zijn is overigens niet veel meer over. Het merendeel van de spullen is tijdens de saneringswerkzaamheden vernietigd, wat gezien de asbestvervuiling vermoedelijk niet anders kon.

Wanneer het complex voor het publiek toegankelijk is, kan op dit moment nog niet worden gezegd. Weliswaar zit de grote schoonmaak erop, nu moet worden vastgesteld of het gangenstelsel veilig is. Daarom wordt vanaf vandaag een stabiliteitsonderzoek gestart, waarna de provincie een vergunning zou moeten afgeven om de mergelgroeve in de toekomst voor bezoekers te kunnen openstellen. De Stichting het Limburgs Landschap hoopt dit in 2018 te doen.

Uiteindelijk moet de Cannerberg een kenniscentrum worden over de Koude Oorlogsgeschiedenis en de rol die de berg daarin heeft gespeeld. Over de herinrichting moet nog worden nagedacht. Veel van de aangetroffen spullen zijn namelijk afgevoerd vanwege verontreiniging; overgebleven spullen worden nog wel teruggeplaatst. Bovendien kan er heel wat gereconstrueerd worden.

Gelet op de hoge luchtvochtigheid in de hoofdruimtes en het gangenstelsel, is het voor de hand liggend dat in de toekomst gidsen tijdens rondwandelingen aan de hand van tentoongestelde objecten hun verhaal vertellen.

Terug naar Boven

 

ZONDAG 22 JANUARI

KOVOM-oprichter en -voorzitter overleden

Drs. Hans van der Bruggen, de oprichter en voorzitter van de KOVOM (Koude Oorlog Veteranen en Oud-Militairen), is op 18 januari jl. onverwachts op 63-jarige leeftijd overleden. De Eindhovenaar streed jarenlang voor erkenning van de militairen die tijdens de Koude Oorlog in binnen- en buitenland dienst deden, en met name in de Bondsrepubliek Duitsland.

Eind 2008 richtte hij de KOVOM op als reünievereniging voor alle krijgsmachtsonderdelen. Hoewel militairen uit de periode van de Koude Oorlog niet onder vuur hebben gelegen, vond Van der Bruggen dat ze - omdat ze hadden geleden onder een grote oorlogsdreiging - toch officieel erkend moesten worden als veteraan.

Het Ministerie van Defensie stelde zich terughoudend op, onder andere omdat met de officiële erkenning als veteraan ook bepaalde rechten zijn gemoeid. Zo mogen veteranen vrij reizen. Ook onder 'echte' veteranen die in oorlogsgebieden hebben gediend stuitte officiële erkenning van Koude Oorlog militairen op weerstand.

Afgelopen jaar behaalde Van der Bruggen echter toch nog een mijlpaal: hij kreeg het voor elkaar dat de militairen uit de Koude Oorlog mochten meelopen in het bevrijdingsdefilé op 5 mei in Wageningen. Ook liep een delegatie van de KOVOM op 18 september 2011 mee tijdens het bevrijdingsdefilé in Eindhoven.

Terug naar Boven

 

ZATERDAG 21 JANUARI

NRC: 'In de greep van de drone'

NRC Handelsblad publiceert het artikel 'In de greep van de drone' van Reuters columnist David Rohde. Dit is een vertaling van The drone war dat Reuters op 17 januari jl. plaatste.

Drones* doden zonder waarschuwing, zijn betrekkelijk goedkoop, zetten geen Amerikaanse levens op het spel en leveren triomfantelijke krantenkoppen op. Ze zijn hťt wapen van de regering-Obama tegen terroristen geworden: Obama liet vijfmaal zoveel drone-aanvallen uitvoeren als de regering van George W. Bush in zijn tweede termijn (2004-2009).

Van november 2008 tot juni 2009** werd David Rohde ontvoerd door de Afghaanse Taliban in Noord- en Zuid-Waziristan“in die tijd het mikpunt van verreweg de meeste Amerikaanse drone-aanvallen”. “De onbemande propellertoestellen klonken alsof er een vliegtuigje – een Piper Club of Cessna – boven ons cirkelde.”

De narigheid is dat vanaf de grond niet is vast te stellen op wie of wat een drone zich richt: “Het slachtoffer van een drone hoort nooit de raket die zijn dood wordt.” Rohde's constatering is dat de aanvallen kwaadaardige achterdocht onder de Taliban zaaiden. Als gevolg hiervan wekten, tijdens Rohde’s gevangenschap, “de Pakistaanse burgers die klem zitten tussen de gestoorde Taliban en de meedogenloze Amerikaanse techniek” een enorme sympathie bij hem.

Hoewel de drone-aanvallen de militante activiteiten ontregelen, zijn de Pakistaanse burgers de dupe. Rohde is ervan overtuigd “dat de Taliban-beweringen als zouden bij de drone-aanvallen alleen burgerdoden vallen, even onjuist zijn als de Amerikaanse beweringen dat alleen militanten omkomen.”

Intussen blijft het geheime karakter van de aanvallen: de VS “weigeren bijzonderheden vrij te geven of de aanvallen openbaar te erkennen.” Niet vreemd, want de aanvallen verzwakken Al Qaida en de […] Taliban door hun leiders te doden, maar de militanten werven weer vrijwilligers en wakkeren het anti-Amerikanisme aan met behulp van overdreven berichten over burgerdoden. Volgens Rohde “scheppen de drones een patstelling tussen de militante groeperingen en de Amerikaanse inlichtingendiensten.”

Daar komt bij dat Amerikaanse drones met goedkeuring van Pakistan op en vanaf haar grondgebied opereren, terwijl Islamabad naar haar bevolking communiceert dat de aanvallen juist Amerikaanse soevereiniteitsschendingen zijn.

Behalve in Pakistan, hebben de VS sinds 2001 drone-aanvallen uitgevoerd in Afghanistan, Irak, Jemen, LibiŽ en SomaliŽ. Één hiervan schiep op 30 september 2011, boven Jemen, een nieuw precedent: “Voor het eerst in de Amerikaanse geschiedenis hadden de VS zonder vorm van proces twee van hun staatsburgers terechtgesteld.” Één van het tweetal was Anwar al-Awlaki, Jemenitisch Amerikaan, die onder andere inspirator van de moord op dertien militairen in Fort Hood in Texas in 2009.

Daarom zijn drones alleen niet het antwoord, aldus Rohde: “Op den duur zullen de militanten het verliezen van de gematigde moslims, niet van de techniek.”

* In een ingezonden brief in NRC Handelsblad d.d. 29 oktober 2011 gaf Paul Meijs aan dat het gebruik van drones in strijd is met het volkenrecht.

** Over zijn zeven maanden gevangenschap bij de Taliban schreef David Rohde (1967), samen met zijn vrouw Kristen Mulvihill, het boek A Rope And A Prayer: A Kidnapping From Two Sides (2010).

 

Terug naar Boven

Canada’s Defensie ziet af van stressballen

De Canadese Minister van Defensie Peter MacKay heeft een bestelling van de krijgsmacht voor 20.000 stressballen ongedaan gemaakt. Volgens zijn woordvoerder Jay Paxton heeft de bewindsman onmiddellijk opdracht gegeven deze onnodige uitgave van belastinggeld ongedaan te maken, zodra hij hierover via de media hoorde.

De stressballen hadden voor eind maart moeten worden geleverd, vůůr aanvang van het nieuwe fiscale jaar.

De rubberen ballen - waarbij de krijgsmacht de voorkeur gaf aan de kleur oranje - zouden worden gebruikt als 'promotional item'.

De Canadese overheid is echter fors aan het bezuinigen. Departementen moeten 5 ŗ 10% minder uitgeven, zodat jaarlijks 4 miljard dollar kan worden bespaard.

Canada was tot 1 december 2011 actief in Afghanistan. De taken in Kandahar werden op die datum overgedragen aan de Amerikanen. Het was voor Canada met negen jaar de langste vechtmissie sinds jaren, waarbij 158 militairen om het leven kwamen. Dat is het grootste aantal gesneuvelde Canadezen sinds de Koreaoorlog (1950-’53).

Terug naar Boven

 

VRIJDAG 20 JANUARI

Vier Franse ISAF-militairen gedood

Bij een incident op de forward operating base Gwam in de provincie Kapisa, 50 km ten noordoosten van Kabul, zijn bij een aanslag door een als Afghaanse militair geklede persoon, vier Franse militairen om het leven gekomen. De vooruitgeschoven post in de Tagap-vallei wordt gedeeld door Afghaanse en Franse militairen.

Tijdens een fysieke training op hoogte opende rond 08.00 uur lokale tijd de Afghaan met een automatisch wapen het vuur op de Franse OMLT-militairen van de International Security Assistance Force (ISAF). De Fransen waren niet bewapend; de schutter is ingerekend.

Behalve de doden – drie van  du 93ème Régiment d'Artillerie de Montagne uit Varces en één van het 2ème Régiment Étranger de Génie uit Saint-Christol – vielen hierbij 17 gewonden. Met de dood van het viertal komt het totale aantal Franse slachtoffers in Afghanistan op 82.

Als direct gevolg van dit incident staakt Frankrijk voorlopig alle operaties en trainingen in Afghanistan. Dat heeft president Nicolas Sarkozy gezegd. Frankrijk heeft met bijna 4.000 militairen de op drie na grootste troepenmacht in Afghanistan.

Sarkozy vervolgde: “Als de veiligheid niet duidelijk wordt hersteld, komt mogelijk een vervroegde terugtrekking van Franse troepen aan de orde. Het Franse leger is in Afghanistan om de Afghanen te helpen terrorisme en de Taliban te bestrijden. Het Franse leger is niet in Afghanistan om te worden beschoten door Afghaanse militairen."

De Franse Minister van Defensie Gérard Longuet en admiraal Edouard Guillaud, de chef-staf van de Franse strijdkrachten, reizen vandaag nog af naar Afghanistan. Op basis van hun verslag zal de Franse regering zich beraden op haar toekomst in Afghanistan.

Afghaanse militairen en politieagenten hebben zich vaker met geweld gekeerd tegen NAVO-militairen. Ook voeren opstandelingen, vermomd als Afghaanse militairen, soms aanvallen uit. Dergelijke incidenten frustreren de pogingen om de Afghaanse veiligheidstroepen steeds hechter met de buitenlandse troepenmacht te laten samenwerken.

Terug naar Boven

 

DONDERDAG 19 JANUARI

Monument voor vermoorde KNIL'ers Tarakan

Voor de 215 militairen van het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger (KNIL) die op 19 januari 1942 door de Japanners op volle zee werden gedood, is vandaag – 70 jaar na dato – een eigen monument onthuld. De slachtoffers van deze Japanse oorlogsmisdaad waren leden van batterijen kustartillerie, genisten en infanteristen van het KNIL.

Het gedenkteken waarop zich alle namen van de vermoorde militairen bevinden, staat op het Ereveld in Loenen en is vandaag, in aanwezigheid van onder andere Hans Esmeijer, waarnemend burgemeester van Apeldoorn, onthuld door Wieteke van Dort.

Actrice Van Dort is al jaren voorvechtster voor de Nederlands-Indische zaak. Ze nam het initiatief voor het monument nadat ze van de zoon van ťťn van de slachtoffers over het drama hoorde.

De Oorlogsgravenstichting (OGS) ondersteunde het initiatief tot het oprichten van het monument: namen zichtbaar op een graf of monument zijn voor nabestaanden altijd erg belangrijk.

Tarakan, een eiland voor de noordoostkust van Borneo, was een belangrijke Nederlands wingebied van aardolie. De olievelden leverden grofweg zes miljoen barrel ruwe olie per jaar (bijna ťťn miljard liter). In Nederlands-IndiŽ was het voor de Japanners van primair belang de hand te leggen op de aardolie-installaties van onder andere Tarakan.

Op 11 januari begon de invasie van Tarakan vanuit de Filipijnse stad Davao. De aanval werd uitgevoerd door de Japanse Sakagoetsji-brigade. De Japanse opmars kon kortdurend door de ± 1.300 Nederlanders worden vertraagd. Dit gaf de Nederlandse troepencommandant op het eiland, luitenant-kolonel Simon de Waal, de tijd de belangrijkste oliebronnen te vernietigen.

Toen De Waal de capitulatie had getekend,  waren de artillerieposten van ťťn van de kustbatterijen door uitgevallen verbindingen – de Japanners hadden bij het oprukken de telefoonverbindingen doorgeknipt – niet op de hoogte van de Nederlandse overgave. Hierdoor werden bij beschietingen vanaf de kust twee Japanse kanonneerboten vernietigd.

De bezetters waren hierover zo verontwaardigd dat ze, tegen alle internationale conventies in, als straf hiervoor alle krijgsgevangenen aan boord van een Japanse mijnenveger met bajonetten neerstaken en de lichamen geboeid in zee gooiden.

Aan de onthulling vandaag, leverde het wapen der artillerie een bijdrage door de aanwezigheid van een detachement. Verder woonde een groot aantal nabestaanden en familieleden van de slachtoffers vanmiddag de ceremonie bij. Het Regiment Van Heutsz steunde de plechtigheid met onder meer een erewacht; de plechtigheid werd muzikaal begeleid door de Regimentsfanfare Garde Grenadiers en Jagers.

Terug naar Boven

 

DINSDAG 17 JANUARI

Nederland mag cyberaanval militair vergelden

In het geval een digitale aanval leidt tot een aanmerkelijk aantal dodelijke slachtoffers of grootschalige vernietiging van of schade aan vitale infrastructuur, mag de Nederlandse overheid een vergeldingsaanval uitvoeren. Bij een digitale aanval wordt gebruik gemaakt van verschillende technieken, zoals het versturen van kwaadaardige software (malware). Hiermee kan bijvoorbeeld een militair communicatiesysteem of de procesbesturing van een fabriek worden beschadigd.

De Commissie van Advies inzake Volkenrechtelijke Vraagstukken (CAVV) van de Adviesraad voor Internationale Vraagstukken (AIV) maakte in december het advies Digitale oorlogvoering waar dit in staat.

Advies nummer 77 van de AIV werd vandaag aangeboden aan Minister van Defensie Hans Hillen, Minister van Buitenlandse Zaken Uri Rosenthal en Minister van Veiligheid en Justitie Ivo Opstelten.

"Indien de effecten van een digitale aanval overeenkomen met die van een 'gewone' militaire aanval, mag een land zich onder bepaalde voorwaarden met geweld verdedigen", schrijft de AIV. Er moet dan geen enkel alternatief meer zijn.

De AIV gaf antwoord op de vraag onder welke omstandigheden een cyberdreiging kan worden beschouwd als het gebruik van geweld of een dreiging hiermee en onder welke omstandigheden een cyberaanval kan worden beschouwd als "een gewapende aanval waartegen geweld mag worden gebruikt ter zelfverdediging."

Volgens de AIV verbiedt het Handvest van de Verenigde Naties het gebruik of dreigen met het gebruik van geweld in internationale betrekkingen. "Onder het verbod valt gewapend geweld met een feitelijk of mogelijk fysiek effect op de staat die het doelwit is. Het verbod heeft echter ook betrekking op andere vormen van geweld die hebben geleid of hadden kunnen leiden tot dood, letsel of schade aan goederen of infrastructuur."

Volgens de AIV is het gebruik van geweld in het kader van zelfverdediging op basis van artikel 51 van het VN Handvest, volgens het internationaal recht een uitzonderlijke maatregel, die bij gewapende digitale aanvallen slechts wordt gerechtvaardigd in situaties die uitstijgen boven de drempel van digitale criminaliteit of spionage.

"Voordat een digitale aanval het recht tot zelfverdediging rechtvaardigt, moet deze gevolgen hebben die vergelijkbaar zijn met die van een conventionele gewapende aanval. Op dat moment dient deze te worden gelijkgesteld met een ‘gewapende aanval’."

Terug naar Boven

 

MAANDAG 16 JANUARI

"Krimpende landmacht komt soldaten tekort"

In Trouw interviewt George Marlet de luitenant-generaal Mart de Kruif, sinds eind oktober 2011 de Commandant Landstrijdkrachten. Hoewel een kwart van de 24.000 arbeidsplaatsen moet worden geschrapt, dreigt een tekort aan mankracht bij de Koninklijke Landmacht: volgens De Kruif is er geen geld voor nieuwe rekruten, zolang er nog overtollige militairen bij Defensie op de loonlijst staan. Dat kan volgens De Kruif nog wel één tot twee jaar duren.

Kruif zegt zich veel zorgen te maken over het tekort aan soldaten en korporaals, de laagste militaire rangen die de basis vormen van elke eenheid.

“De landmacht loopt van onderaf leeg. Contracten van manschappen en korporaals lopen af en we hebben geen geld meer om nieuwe mensen te werven. De vulling van de landmacht is vorig jaar gedaald van 89 naar 84 procent."

Tijdens zeven bijeenkomsten heeft De Kruif het slechte nieuws zonder omhaal gebracht: “Ik maak het niet mooier dan het is: het doet gewoon pijn. Ik merk de boosheid, dat mensen zich in de steek gelaten voelen, de onzekerheid en frustratie. De fase van ontkenning is nu wel achter de rug. Mensen zeggen: 'We hebben het slechte nieuws gehoord, we gaan aan de slag en laat het me weten'."

Tijdens de bijeenkomsten trok De Kruifs betoog over vechten voor vrede en vrijheid de aandacht, maar het was niet zijn bedoeling om een oorlogszuchtig verhaal te houden: “Onze kerntaak is vechten en wij zijn de enigen die dat kunnen doen voor de belangen van Nederland en zijn burgers. Meer heb ik niet gezegd. Dat vechten is geen tegenstelling met andere taken die we uitvoeren, zoals vredesoperaties en nationale inzet. Juist omdat je kunt vechten, heb je mensen die de opdracht en de groep boven zichzelf kunnen stellen en leiding kunnen ontvangen. Dat maakt hen ook geschikt voor andere taken."

"De kwaliteit van de organisatie wordt bepaald door de mensen; techniek en materieel zijn ondersteunend. We hebben een geweldig potentieel in huis. Daarom ben ik ervan overtuigd dat het gaat lukken om de landmacht door deze moeilijke periode heen te loodsen."

Terug naar Boven

 

ZATERDAG 14 JANUARI

Nederlandse militairen op Duitse tanks?

In Trouw geef de Commandant Landstrijdkrachten, luitenant-generaal Mart de Kruif, aan dat hij het integreren van Nederlandse en Duitse eenheden als een reële mogelijkheid ziet. De Koninklijke Landmacht moet vanwege de bezuinigingsreorganisatie op Defensie haar tanks afstoten, maar het is volgens De Kruif noodzakelijk dat Nederlandse militairen met tanks blijven werken.

Met de Bundeswehr wordt al gesproken over het inzetten van Duitse tanks bij Nederlandse oefeningen, zodat in elk geval commandanten daar ervaring mee blijven opdoen. Eén stap verder en Nederlandse militairen besturen en bedienen de Duitse tanks zelf. "Militair gezien zijn de grenzen van onze samenwerking nog niet bereikt", zegt De Kruif.

Het op puur financiële gronden afstoten van de laatste zestig Leopard-tanks is een gevoelig verlies voor de landstrijdkrachten. Tanks zijn volgens De Kruif nog steeds onmisbaar, ook bij missies in het buitenland: “Je hebt het effect van een tank (vuurkracht, mobiliteit en bepantsering) nodig om op de grond elke tegenstander te kunnen domineren.”

Grootschalige inzet van tanks is in de huidige verhoudingen binnen Europa niet waarschijnlijk. De landmacht beschikte op het hoogtepunt van de Koude Oorlog over bijna duizend tanks. Zou zich een aanval vanuit het oosten voordoen, dan moesten deze tanks op de Noord-Duitse laagvlakte een vertragend gevecht kunnen voeren totdat versterkingen uit de Verenigde Staten ter plaatse waren.

Voor kleinschaliger operaties gebruiken militairen nog altijd graag tanks. Generaal De Kruif was in 2009 en 2010 commandant van de International Security Assistance Force (ISAF) in het zuiden van Afghanistan. Daar beschikte hij over tanks van Canada en Denemarken die “zeer nuttig” bleken als ondersteuning van de infanterie.

Het integreren van Nederlandse en Duitse eenheden past binnen de bestaande goede betrekkingen met Duitsland. Nederland en Duitsland werken op stafniveau al ruim vijftien jaar samen in het Duits-Nederlandse legerkorps. Voor de huidige politietrainingsmissie in de Afghaanse provincie Kunduz levert de Duitse Bundeswehr de force protection die in geval van nood Nederlandse militairen en politietrainers te hulp kan komen.

Generaal De Kruif overlegt begin volgende maand met zijn Duitse collega over het opzetten van een gezamenlijke opleiding voor parachutisten: “Dat is een eerste stap op het gebied van integratie. Mogelijk gaan we verder", aldus De Kruif.

Op BNR Nieuwsradio zegt Defensiespecialist prof. dr. Ko Colijn (Erasmus Universiteit Rotterdam) dat het verdwijnen van de tanks als een groot gemis wordt ervaren: "Je gaat niet alleen maar oefenen als je ze niet ook een keer wilt gebruiken. En dan wordt het écht gevoelig, want zijn de Duitsers bereid om op het moment suprême de tanks af te staan?".

Colijn verwacht overigens dat dat zo'n vaart niet zal lopen. Beide landen trekken op het gebied van defensie immers al twintig jaar samen op. En juist die samenwerking is in de toekomst bittere noodzaak, zegt Colijn. "Het is óf het leger afschaffen, óf doorgaan met anderen. Dat is de enige manier waarop we grote onderdelen nog in stand kunnen houden".

Terug naar Boven

 

VRIJDAG 13 JANUARI

Belgische Defensie screent sociale media van militairen op missie

Het Belgische Ministerie van Defensie controleert de Facebook-profielen, Twitterberichten (tweets) en weblogs van militairen die in het buitenland op missie zijn. Als het nodig is, laat Defensie ook foto's of berichten verwijderen.

Militairen in het buitenland communiceren met collega’s, familie en vrienden via Facebook, Twitter of blogs waarop ze dagboeken bijhouden. Dit houdt een risico in, want niet alleen vrienden en familie kunnen meelezen. Daarom worden de sociale media van Belgische soldaten op buitenlandse missie al een tijdje in de gaten gehouden door Defensie.

“Voor alle duidelijkheid: het gaat hier niet over censuur”, zegt Ingrid Baeck, woordvoerster voor Defensie voor het Nederlandstalige taalstelsel: “Maar als er dingen gepost worden die niet door de beugel kunnen, zal de betrokken militair gevraagd worden om het bericht, foto of filmpje van het internet te halen. Het is nog maar enkele keren gebeurd dat we iemand op de vingers hebben moeten tikken. Het ging nooit om kwaad opzet, het was eerder een kwestie van onvoorzichtig enthousiasme.”

Voor de militairen op missie naar het buitenland vertrekken, krijgen ze ook een briefing over het gebruik van sociale media. Want “de vijand leest en kijkt ook mee” en kan heel andere, voor hem bruikbare informatie uit bijvoorbeeld een geposte foto halen. Ook nŠ een operatie blijft discretie op het internet de boodschap. “Wie militaire informatie - bewust of onbewust - openbaar maakt, kan collega’s die wél nog in het gebied verblijven, in gevaar brengen”, besluit Baeck.

Terug naar Boven

 

DONDERDAG 12 JANUARI

“Hoe houden we onze veiligheid 'triple A'”

Tijdens zijn werkbezoek aan de VS heeft Minister van Defensie Hans Hillen vandaag de Atlantic Council toegesproken. Daar bepleitte hij het vasthouden aan de hoge ‘triple A’ veiligheidsstatus van de NAVO, juist in economisch onzekere tijden. Ook ontmoette hij vandaag zijn Amerikaanse ambtgenoot Leon Panetta.

Bij de Atlantic Council, een denktank ter bevordering van trans-Atlantische samenwerking, ging Hillen in op zaken die cruciaal zijn voor het huidige hoge veiligheidsniveau in de westerse wereld. Veiligheid dankzij de NAVO, die op haar beurt essentieel is voor stabiliteit en welvaart.

Hillen: "Het vraagt politieke wil en leiderschap om onze burgers te overtuigen van het belang van de NAVO en de bijbehorende uitgaven in een tijd van afnemende financiële bronnen. Het risico bestaat dat de keuze voor de welvaart vandaag ten koste gaat van de veiligheid van morgen. Europeanen moeten begrijpen dat hun rijkdom niet alleen samenhangt met een stabiele euro, maar ook met internationale stabiliteit."

Hillen pleitte voor een flexibele organisatie, die de juiste lessen trekt uit eerdere operaties en doeltreffend reageert op wereldwijde machtsverschuivingen. Gezien de onvoorspelbare, zich snel opvolgende veranderingen is een sterke NAVO essentieel voor de Europese veiligheid. Dit vraagt volgens de bewindsman om een slimme inzet van alle beschikbare middelen, waarmee op uiteenlopende scenario's gereageerd kan worden.

Om in de huidige economische crisis de NAVO te handhaven als veiligheidsgarantie is verdere samenwerking noodzakelijk. Als voorbeeld noemde Hillen de samenwerking tussen Nederland en Amerika die hij twee dagen eerder met eigen ogen op de Texaanse legerbasis Fort Hood zag. Nederlandse helikopterpiloten maken hier gebruik van Amerikaanse oefenfaciliteiten.

Ook noemde hij het gezamenlijk optrekken van F-16-gebruikers bij de mogelijke aanschaf van de F-35 Joint Strike Fighter. Na zijn onderhoud met Panetta in het Pentagon vertelde Hillen dat Nederland zowel Denemarken als Noorwegen heeft gevraagd om mee te doen in het verwerven en onderhouden van de toekomstige straaljagers.

Hillen merkte op dat verdergaande samenwerking van invloed kan zijn op de nationale soevereiniteit. De betrokken landen moeten hier goed over nadenken. Dit is de reden dat de minister deze discussie in Nederland al heeft aangezwengeld. Dat hangt nauw samen met het belang van de publieke steun voor de NAVO. Juist een flexibele en efficiënt optredende organisatie is volgens Hillen cruciaal voor het verwerven van deze steun.

Tijdens de ontmoeting met Panetta in het Pentagon werd ook gesproken over de bezuinigingen op Defensie, de missie in Afghanistan en piraterijbestrijding.

Terug naar Boven

U.S. Marines urineren op lijken Taliban

Op YouTube is het filmpje Marines Pissing On Dead Men In Afghanistan (39 seconden) opgedoken, waarin Amerikaanse mariniers urineren over de lijken van Taliban-strijders. Vanwege de schokkende beelden is op de community-website een leeftijdsbeperking van 18 jaar voor de video ingesteld.

Het filmpje is gisteren gepost door ene Sgt Dunson. In het filmpje zegt ťťn van de mariniers: “Have a great day, buddy." Een stem vraagt: “Heb je het op video?”, waarop een ander antwoordt: “Ja.” Iemand grapt: “Golden, like a shower."

De Amerikaanse Minister van Defensie Leon Panetta noemt de actie van de mariniers in een verklaring “volstrekt verachtelijk”.  Panetta: "Dit gedrag is volkomen ongepast voor leden van de Amerikaanse krijgsmacht", die duidelijk maakte dat de mannen die betrokken zijn bij het incident “volledige verantwoording zullen moeten afleggen” en hun straf niet ontlopen.

Tegen CNN zei een insider van het U.S. Marine Corps dat het waarschijnlijk gaat om sluipschutters. Hij deed zijn aanname op grond van de zichtbare .30 kaliber sniper-geweren en de gedragen helmen. Deze hebben een minder lage voorzijde en worden in de regel gedragen door leden van sniper teams zodat wapens en kijkers dichtbij het gezicht kunnen worden gebracht.

Een officier van het U.S. Marine Corps zei tegen persbureau Reuters dat het waarschijnlijk gaat om leden van de 3rd Battallion 2nd Marines. Dit infanteriebataljon van het U.S. Marine Corps is gelegerd in Camp Lejeune, North Carolina, telt ± 800 militairen en valt onder het commando van het 2nd Marine Regiment van de 2nd Marine Division. De militairen zouden in september 2011 zijn teruggekeerd naar de VS.

Ook president Hamid Karzai van Afghanistan is “diep geschokt” door de video, noemt de beelden “volledig onmenselijk” en eist dat de daders zo zwaar mogelijk worden gestraft. De International Security Assistance Force (ISAF) in Afghanistan vindt de videobeelden respectloos: “This disrespectful act is inexplicable and not in keeping with the high moral standards we expect of coalition forces.”

Terug naar Boven

 

WOENSDAG 11 JANUARI

Vrij Nederland: "Karremans bijna aan de beurt"

Volgens het artikel Karremans bijna aan de beurt van Thijs Niemantsverdriet in Vrij Nederland (VN) zou het Openbaar Ministerie overwegen om Thom Karremans, commandant van het Dutchbat-III tijdens de val van Srebrenica in 1995, te vervolgen. Dit schrijft het weekblad op basis van meerdere bronnen. Er zou aangifte tegen Karremans en twee collega-militairen gedaan zijn.

Afgaande op de aangifte in 2010 door enkele nabestaanden van de massamoord op Bosnische moslims, zou het – naast Karremans – om zijn plaatsvervanger Rob Franken en adjudant Berend Oosterveen gaan.

Volgens de bronnen van VN zal de Landelijke Reflectiekamer van het OM zich eind deze maand buigen over de vraag of het “opportuun” is Karremans te vervolgen. Uiteindelijk zal hoofdofficier van Justitie John Lucas van het Arrondissementsparket Arnhem besluiten of Karremans voor de militaire rechter komt.

Volgens advocaat Liesbeth Zegveld van nabestaanden van de val van Srebrenica, is vervolging van Karremans formeel onafwendbaar: “Strafrechtelijk gezien kan het OM niets anders dan overgaan tot vervolging. Als ze één technisch-juridisch bezwaar hadden gevonden tegen vervolging, hadden ze de zaak allang ingetrokken. Dat er nu over de kwestie gesproken gaat worden in de Reflectiekamer, betekent dat het om heel andere zaken gaat. Om welke impact een proces zou hebben op de betrokken militairen, op Defensie en op de maatschappij. Maar ja, dat Srebrenica een grote impact heeft gehad, dat weten we allang. Reflecteren hadden ze zeventien jaar geleden moeten doen. Zo’n ernstige aantijging moet je nu gewoon voorleggen aan de rechter.”

De advocaat van Karremans, Geert-Jan Knoops, laat weten dat de behandeling van de zaak in de Landelijke Reflectiekamer voor zijn cliënt “volstrekt nieuwe informatie is”.

Op haar website reageert het OM op de berichtgeving in Vrij Nederland. Volgens het OM is de conclusie van het weekblad om Karremans en twee collega’s strafrechtelijk te vervolgen niet gebaseerd op informatie die van het OM afkomstig is.

Volgens het OM is men in Arnhem nog bezig met het feitenonderzoek naar aanleiding van de aangifte gedaan in juli 2010 door nabestaanden van slachtoffers in Srebrenica over betrokkenheid van Nederlandse militairen bij strafbare feiten begaan in juli 1995.

Sinds de aangifte heeft het OM beschikbare informatie verzameld en (deels) geanalyseerd aan de hand van de feiten genoemd in de aangifte.

Als onderdeel van het feitenonderzoek zal de zaak, op verzoek van de Hoofdofficier van justitie in Arnhem, worden besproken in een Landelijke Reflectie Kamer. De Landelijke Reflectie Kamer is bedoeld voor reflectie, evaluatie en visitatie van [zeer] complexe juridisch-inhoudelijke zaken, voor de [zeer] gevoelige en betekenisvolle zaken alsmede zaken met een hoog afbreukrisico. Dit soort zaken verdient de aandacht van een landelijke voorziening met de vereiste senioriteit, deskundigheid en kwaliteit.

Het OM doet geen mededelingen wie deelnemen in deze reflectiekamer en wanneer zij over deze zaak spreken. Volgens het artikel in Vrij Nederland bestaat de Landelijke Reflectiekamer sinds 2011 en staat die onder leiding van de hoofdofficieren van Justitie Paul van de Beek (Dordrecht) en Hugo Hillenaar (Breda).

Ook kan, aldus het OM op haar website, op dit moment nog geen indicatie worden gegeven wanneer het feitenonderzoek zal zijn afgerond. Pas als het feitenonderzoek is afgerond, zal worden bekeken of er een strafrechtelijk onderzoek ingesteld dient te worden.

Terug naar Boven

 

DINSDAG 10 JANUARI

Radio 1 over inzet Natres bij hoog water

In het NCRV Radio 1-programma Lunch! interviewt presentator Jurgen van den Berg bijna elf minuten lang adjudant Henk Drenth en korporaal Freddy de Haan van het Korps Nationale Reserve.

De Natres werd afgelopen week volop ingezet om het hoge water in het noorden van Nederland te bestrijden. De Nationale Reserve is een tak van de Koninklijke Landmacht die wordt opgeroepen om het eigen grondgebied te bewaken en beveiligen. Een parttime baan: zodra de dijken zijn gedicht gaan ze weer terug naar hun dagelijkse baan als ambtenaar, stratenmaker of zorgmanager.

Drenth, werkzaam bij 10 Natresbataljon (met als bevelsautoriteit de commandant van 43 Gemechaniseerde Brigade in Havelte), geeft aan dat afgelopen week 30 à 50 collega’s van de Natres zijn ingezet. Zelf werkzaam bij de provincie Groningen, is hij al 32 jaar parttime  werkzaam bij de Natres om “iets te kunnen betekenen voor deze maatschappij in de positieve zin.”

De Natres houdt wat opleiding en training betreft aan een cyclisch 48-maandenmodel.Het jaarprogramma van zijn eenheid houdt in dat eenmaal per maand een pelotons- en onderhoudsavond plaatsvinden (à vier uur per avond) en eenmaal per twee maanden op zaterdag een beroep op hem wordt gedaan.

Ondanks de huidige bezuinigingsreorganisatie bij de KL, is er volgens Drenth nog niets te merken van personele consequenties bij de NATRES. Hoewel de reservisten voor Nationale Operaties (NatOps) landelijk van vijf naar drie bataljons gaan reorganiseren, blijft het aantal mannen en vrouwen gelijk: ± 3.000.

Terug naar Boven

Hillen: NAVO kan veel beter samenwerken

De NAVO kan en moet nog veel beter samenwerken. Dat is hard nodig nu steeds meer partners bezuinigen op Defensie. Dat zegt Minister van Defensie Hans Hillen vandaag tegen Humberto Tan op BNR Nieuwsradio. "Als we meer internationaal gaan samenwerken, zouden we heel veel kunnen winnen”, zei Hillen.

"We geven in Europa in totaal 200 miljard uit aan Defensie. Als je ziet hoe efficiënt dat gebeurt, dan kan dat nog wel beter. Daarvoor moeten we beter samenwerken. Heel veel dingen die we tot nu toe apart deden, kunnen we ook samen doen.”

Anders ligt een verzwakking van de NAVO op de loer: “De financiële wereld is bedreigender geweest voor Defensie en voor de samenleving dan veel internationale vijanden. Wat dat betreft komt de vijand bij ons van binnenuit.”

De bewindsman is sinds gisteren in de Verenigde Staten Hillen om onder andere met zijn Amerikaanse collega Leon Panetta te praten over samenwerking, de bezuinigingen en de F-35 Joint Strike Fighter. Van dit gevechtsvliegtuig heeft Nederland twee testtoestellen aangeschaft; het is de beoogde opvolger van de F-16. Het lijkt de minister ook een goed idee om in de toekomst een nieuw gevechtsvliegtuig met meerdere NAVO-landen aan te schaffen.

Terug naar Boven

 

MAANDAG 9 JANUARI

Géén excuses nabestaanden BosniŽrs

Minister van Buitenlandse Zaken Uri Rosenthal en Minister van Defensie Hans Hillen hebben de Tweede Kamer per brief laten weten dat Nederland geen excuses zal aanbieden aan de nabestaanden van drie moslimmannen die omkwamen in Srebrenica.

Het gerechtshof in Den Haag bepaalde in juli 2011 dat de Nederlandse staat aansprakelijk kan worden gehouden voor de dood van de drie mannen in 1995. De staat moet de nabestaanden een schadevergoeding betalen.

De SP, D66, Groen Links, ChristenUnie en Partij voor de Dieren, bij monde van respectievelijk Harry van Bommel, Alexander Pechtold, Mariko Peters, JoŽl Voordewind en Marianne Thieme, drongen er op 21 september jl. bij het kabinet op aan om niet in cassatie te gaan tegen deze uitspraak. Omdat er juridisch-technisch sprake is van een tussenarrest kunnen Rosenthal en Hillen dat nog niet toezeggen.

Wťl lieten de bewindspersonen weten dat er geen excuses zullen worden gemaakt aan de nabestaanden. Ze scharen zich achter de woorden die oud-premier Wim Kok (PvdA) sprak toen zijn kabinet in 2002 aftrad naar aanleiding van Srebrenica. “Nederland neemt nadrukkelijk niet de schuld op zich voor de gruwelijke moord op duizenden Bosnische moslims. Wél wordt op deze wijze de politieke medeverantwoordelijkheid van Nederland voor de situatie waarin dit kon gebeuren zichtbaar gemaakt.”

De zaak tegen de Nederlandse staat is aangespannen door de nabestaanden van een elektricien en een tolk die op de Nederlandse compound van Dutchbat-III werkten. De familie van de tolk en de elektricien verbleven op het terrein van de Nederlandse troepen, waar na de val van de Bosnische enclave zo’n vijfduizend moslims naartoe gevlucht waren.

De elektricien en de broer van de tolk werden van de compound gestuurd, de vader van de tolk ging vrijwillig met zijn zoon mee. De drie mannen werden vervolgens vermoord door de Bosnisch-Servische troepen onder leiding van Ratko Mladic.

Het hof oordeelde dat de mannen niet van de compound hadden mogen worden gestuurd. Dutchbat wist welk risico ze liepen, omdat de Nederlanders al op de hoogte waren van de gruwelijkheden die zich afspeelden.

Terug naar Boven

 

ZONDAG 8 JANUARI

"Snel, beslissend en zeer hard" antwoord VS

De Chairman of the Joint Chiefs of Staff, de Amerikaanse voorzitter van de gezamenlijke chefs van staven, generaal Martin Dempsey, waarschuwt dat Iran inderdaad in staat is om gedurende korte tijd de Straat van Hormuz, de zee-engte tussen Iran en de Verenigde Arabische Emiraten, te blokkeren.

“Dat hebben wij ontoelaatbaar genoemd, niet alleen voor ons, maar voor de hele wereld. Dan zouden wij actie ondernemen en de Straat weer vrijmaken.”

Secretary of Defense (Minister van Defensie) Leon Panetta stelde Iran een “snel, beslissend en zeer hard” Amerikaans antwoord in het vooruitzicht als het regime in Teheran ook maar probeert om de Straat af te sluiten.

Zowel Dempsey als Panetta deden hun uitspraken enkele uren nadat een woordvoerder van de Iraanse Revolutionaire Garde had gezegd dat het Iraanse opperleiderschap besloten heeft dat de Straat van Hormuz moet worden afgesloten als de Europese Unie een olie-embargo tegen Iran afkondigt.

Terug naar Boven

 

ZATERDAG 7 JANUARI

In 2012 bachelor-diploma's aan FMW/NLDA

De Nederlandse Defensie Academie (NLDA) – met vestigingen in Breda (Koninklijke Militaire Academie) en Den Helder (Koninklijk Instituut voor de Marine) – mag vanaf het volgend schooljaar hoger onderwijs op universitair niveau aanbieden en de daarbij behorende erkende bachelordiploma's.

De diploma's zijn bedoeld voor toekomstige officieren die de Faculteit Militaire Wetenschappen (FMW) met succes hebben gevolgd. De faculteit doet onderzoek in het belang van de krijgsmacht.

Met de introductie van bachelordiploma’s wil Defensie aantrekkelijker worden voor kandidaten met een diploma van het Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs (VWO) op zak. Uiteindelijk wil de NLDA ook masterdiploma's – het vervolg van de bachelor – gaan aanbieden.

Volgens prof. dr.  Wouter van Rossum, decaan van de FMW en voorzitter van het faculteitsbestuur, is de erkenning “het bewijs dat onze drie bacheloropleidingen van een erkend academisch niveau zijn.”

De afgelopen jaren zijn de opleidingen Krijgswetenschappen, Militaire Systemen & Technologie en Militaire Bedrijfswetenschappen van de FMW positief beoordeeld door de Nederlands Vlaamse Accreditatie Organisatie (NVAO). Het Ministerie van Onderwijs Cultuur en Wetenschap besloot op basis van het positieve oordeel van de NVAO dat aan de opleidingen een wettelijke graad mag worden verbonden.

De NLDA wordt geen echte universiteit; ze mag bijvoorbeeld geen promoties begeleiden.

Terug naar Boven

 

VRIJDAG 6 JANUARI

Interview Marco Kroon in NRC Handelsblad

In NRC Handelsblad van vandaag interviewt Emilie van Outeren de Ridder Militaire Willems-Orde, kapitein Marco Kroon (‘Pijn van een oorlogsheld’).  Het is de eerste keer dat hij van zich laat horen over het bezit van cocaÔne, XTC en stroomstootwapens waarvoor hij in 2011 werd vervolgd. In december 2011 stond in De Groene Baret, het periodiek van de Commandostichting, ook een interview met Kroon.

Kroon is “nog steeds boos, gefrustreerd en verongelijkt.” Voorheen baas van een Bossche kroeg die bekend stond als ‘cokehol’: “Ik zou ook zeggen, jaja, en wij moeten geloven dat hij er niets mee te maken had. Als je afgaat op wat er in de media is verschenen, zou ik ook denken: die Kroon is hartstikke schuldig.” Het cafť is verkocht “met een verlies van bijna een ton”, en hoewel Kroon blij is dat hij er vanaf is, “[…] het is toch een stukje trots dat ik kwijt ben.”

Intussen verbeet de Defensieleiding zich. Het uitreiken van de Willems-Orde aan Kroon had niet alleen hem, maar ook de landmacht nieuw aanzien gegeven. Nu sloeg die trots de organisatie als een boemerang in het gezicht.

Uiteindelijk was het proces vooral krenkend voor het Openbaar Ministerie en het Nederlands Forensisch Instituut. Een Franse toxicoloog, dé autoriteit op het gebied van haaronderzoek, liet in de rechtszaal niets heel van het ‘bewijs’ dat er cocaÔne in Kroons borsthaar was aangetroffen: “Maar daar lees je niks over: dat er helemaal geen antistoffen tegen cocaÔne in mijn lijf zijn gevonden. Dat de drugs alleen óp mijn haar zat en niet erín. En dat dat nooit als bewijs had mogen dienen omdat het op de meest amateuristische manier was afgenomen.” Kroon had de zes onderzochte borstharen zelf uitgetrokken tijdens een marechausseeverhoor.

Hij begrijpt nog steeds niet hoe het OM zo’n zwakke zaak voor de rechter durfde te brengen. Een zaak die voor hem ronduit karaktermoord betekende. „Ik weet zeker dat het zonder die Willemsorde nooit zo hoog opgespeeld zou zijn.”

Karaktermoord, een boete voor het bezit van stroomstootwapens en gefrustreerd door de vervolging: “Mijn leven is kapot. Ik ben vrijgesproken, maar word niet geloofd.” Hij voelt zich vooral door de lokale media, die hem als drugsdealer blijven wegzetten, veroordeeld.

Tien keer is hij als militair uitgezonden en nooit is hij getraumatiseerd teruggekomen, maar na deze zaak hadden hij en zijn vriendin psychische hulp nodig: “Dat mijn relatie dit overleefd heeft is een klein wonder.”

Ondertussen gaat het leven door en krijgt hij in april a.s. een nieuwe functie, “de gedroomde baan” . Had Kroon de laatste jaren een bureaubaan, nu gaat hij als compagniescommandant (bij 17 Pantserinfanteriebataljon GFPI) tweehonderd operationele militairen aansturen.

Bijna verlekkerd volgt hij het nieuws over de mogelijke Iraanse blokkade van de Straat van Hormuz. Voor je het weet is er ergens ter wereld weer een missie waarvoor hij mag uitrukken.

Terug naar Boven

De Telegraaf: "Militair wil weer vechten"

Volgens De Telegraaf keert de krijgsmacht zich steeds opzichtiger af van het welzijnswerk zoals Nederlandse militairen de laatste jaren hebben verricht in Irak en Afghanistan.

Nadat Minister van Defensie Hans Hillen afgelopen zomer al betoogde dat militairen weer meer moeten gaan vechten dan ontwikkelingswerker spelen, bepleit nu ook de nieuwe Commandant Landstrijdkrachten (C-LAS), luitenant-generaal Mart de Kruif, de terugkeer van de soldaat als pure vechtmachine.

Luitenant-generaal De Kruif acht de tijd rijp voor een nieuwe visie op de rol van de landmacht: “De kern daarvan is dat we terug moeten naar de basis van ons werk en die is dat we kunnen vechten als het moet.”

Daarnaast publiceerde het Ministerie van Defensie op 13 december jl. over een promotieonderzoek*** waaruit blijkt dat militairen tijdens missies spanning kunnen ervaren door de dubbele rol die ze hebben als gevechtssoldaat en vredeshandhaver.

Klopper’s artikel leverden vele tientallen reacties op de website van De Telegraaf op. Ook PowNed en De Dagelijkse Standaard herplaatsten het bericht direct.

*** Defensieverslaggever Roy Klopper doelt hier op het proefschrift ‘Soldiers wielding Swords and Ploughshares; the significance of military role identity’, waarop kolonel Wendy Broesder op 12 december 2011 promoveerde aan de Faculteit Psychologie en Pedagogische Wetenschappen van de Katholieke Universiteit Leuven in BelgiŽ.

Aan haar onderzoek, waarmee ze in 2007 begon, werkten ± 500 Nederlandse ISAF-militairen mee, onder wie leden van het Provincial Reconstruction Team. Zowel vóór als tijdens hun uitzending vulden ze vragenlijsten in. Kolonel Broesder is nu Research Fellow aan het Netherlands Institute of International Relations Clingendael.

Terug naar Boven

 

DONDERDAG 5 JANUARI

Assistentie 43 Mechbrig bij wateroverlast

Militairen van de Koninklijke Landmacht hebben vanmiddag op verzoek van de veiligheidsregio Groningen geassisteerd bij het bestrijden van de wateroverlast in het Groningse Tolbert, gemeente Leek.

Door het extreme weer in de kustgebieden – in korte tijd veel regen met zeer hoge waterstanden tot gevolg – dreigde een dijk bij de 200 hectare grote polder Tolberter Petten het te begeven. De gemeente Leek heeft de bewoners van de polder geadviseerd het gebied te verlaten en, evenals de gemeenten Grootegast en Marum, een noodverordening ingesteld. Die is nodig om mensen, die niets in het gebied te zoeken hebben, de toegang tot het gebied te ontzeggen.

In het kader van militaire bijstand stelde Defensie twee opblaasbare boten, twee ziekenauto's en zo’n tien vrachtwagens ter beschikking. Het gaat om ± 50 militairen afkomstig van 14 Afdeling Veldartillerie en 43 Gemechaniseerde Brigade (43 Mechbrig). Binnen de veiligheidsregio Groningen geldt 43 Mechbrig in Havelte als Defensiesteunpunt.

’s Avonds zijn de militairen verplaatst naar een dijk langs het Eemskanaal in Groningen. Ook die dijk staat op doorbreken als gevolg van de waterverzadiging van de laatste dagen. Hierbij worden de dorpen Ten Boer, Ten Post, Wittewierum en Woltersum verplicht geëvacueerd. De prioriteit ligt vooralsnog op de inwoners, niet op de veestapel.

Het waterschap Hunze en Aa’s laat intussen twee natuurgebieden in Groningen en Drenthe onder water lopen. Hierdoor worden risico’s voor de stedelijke gebieden Groningen, Hoogezand en Winschoten vermeden.

Terug naar Boven

 

WOENSDAG 4 JANUARI

Amerikaanse militair opgepakt met C-4

De Amerikaanse Army sergeant Trey Scott Atwater (30), die op 31 december jl. met explosieven werd opgepakt op Midland International Airport in Texas, zegt dat hij had vergeten ze uit zijn tas te halen.

De militair is demolitiespecialist en instructeur aan de U.S. Army John F. Kennedy Special Warfare School op Fort Bragg en keerde in april 2011 terug van zijn derde missie naar Afghanistan, met de 7th Special Forces Group. De militair uit Hope Mills, North Carolina was met zijn gezin op weg naar huis na een familiebezoek in Texas.

Bij een routinecontrole (röntgenscreening) voor het inchecken werden tenminste twee blokken C-4 gevonden, een krachtig kneedbaar explosief. Er werd géén ontsteker gevonden, wat aangeeft dat Atwater niet de intentie had om het explosief te laten detoneren. Toch kan hij voor dit delict maximaal tien jaar gevangenisstraf tegemoet zien.

Tegen de FBI heeft Atwater  nu verklaard dat hij de tas niet had gebruikt sinds hij in vorig jaar terugkeerde uit Afghanistan. Daar is het voor een demolitiespecialist te doen gebruikelijk om met twee blokken C-4 rond te lopen, om deuren te openen of ongeëxplodeerde bommen op te blazen.

De FBI twijfelt aan zijn verhaal, omdat de man bij de heenreis een week eerder – op 24 december - ook al op een vliegveld was betrapt, Fayetteville, N.C. Toen had hij een militaire rookgranaat in zijn tas. Na een waarschuwing mocht hij toen zijn weg vervolgen.

Terug naar Boven

 

DINSDAG 3 JANUARI

Belgische generaal NRF coördinator

De Belgische brigadegeneraal Eddy Staes (1959) is aangesteld om dit jaar de NATO Response Force (NRF) te coördineren.

Vanuit het NATO's Allied Joint Force Command (JFC) in Brunssum zal Claes de activiteiten en trainingen organiseren van de snelle reactiemacht van de NAVO. Het HQ in Brunssum is één van de drie ‘NATO operational level commands’, samen met JFC Napels en JFC Lissabon.

De NRF, opgericht in 2002, is een internationale, hooggetrainde troepenmacht die beschikt over hoogtechnologisch materieel. Met land-, lucht-, zee- en speciale strijdkrachten kan de NRF snel ontplooien en zo reageren op crises overal ter wereld. De lidstaten stellen jaarlijks volgens een roulatieschema troepen ter beschikking voor training.

De NRF bestaat uit een C2-element uit de NAVO-commandostructuur (in dit geval het JFC in Brunssum), de Immediate Response Force met ± 13.000 troepen en een Response Forces Pool, die de IRF, indien nodig, kan aanvullen.

De militairen vervullen diverse opdrachten: operaties voor vredesondersteuning of -handhaving, reddingsacties bij catastrofes, verdediging van een grondgebied, enzovoort. De NRF is tot op heden slechts enkele malen operationeel ingezet, onder meer tijdens de Olympische Spelen in Athene in 2004 en de humanitaire hulpverlening na de aardbeving in Pakistan in 2005-'06.

De taak van brigadegeneraal Eddy Staes is essentieel: alle voorbereidende activiteiten voor de NRF coördineren en synchroniseren. Door zijn internationale ervaring op diverse terreinen (Kosovo, Libanon) beschikt hij over de vereiste ervaring om zijn opdracht te laten slagen. Daarnaast heeft generaal Claes binnen de staf van het Eurocorps reeds geacteerd als Chief G2 Plans en G5.

Terug naar Boven

 

MAANDAG 2 JANUARI

Slechts 15% wil extra bezuinigen op Defensie

Evenals voorgaande jaren heeft onderzoeksbureau TNS/NIPO op verzoek van de Atlantische Commissie een opinieonderzoek uitgevoerd over de NAVO. Uit de enquête, die plaatsvond in december 2011, blijkt onder andere dat slechts 15% van de ondervraagden extra wil bezuinigen op defensie. Daarnaast blijft de steun voor de NAVO onverminderd groot.

De Atlantische Commissie is al 60 jaar een forum voor het publieke debat over trans-Atlantische veiligheidsvraagstukken. Zij geeft voorlichting over en stimuleert onderzoek naar thema’s zoals de betrekkingen tussen de Verenigde Staten en Europa, ontwikkelingen in de NAVO en Europese veiligheidskwesties. De Atlantische Commissie wil hiermee de maatschappelijke discussie over deze onderwerpen bevorderen.

De voornaamste resultaten van de peiling zijn:

►Acht op de tien (79%) Nederlanders vindt het lidmaatschap van de NAVO van belang voor de Nederlandse veiligheid; bijna driekwart (73%) vindt dat de NAVO een positieve bijdrage aan de Nederlands-Amerikaanse relatie levert.

►Driekwart van de ondervraagden weet dat de NAVO in LibiŽ heeft geÔntervenieerd. De overgrote meerderheid van deze mensen (84%) was het daarmee eens. Aangaande Syrië bestaan meer reserves, hoewel nog steeds de helft (52%) voor interventie zou zijn.

►Als het aan Nederlanders ligt, wordt er extra bezuinigd op het Koningshuis (46%), ontwikkelingshulp (46%), integratie (37%) en hulp bij oorlogen en wederopbouw (35%). Nationale defensie wordt door slechts 15% genoemd.

►Hoger opgeleiden hechten een groter belang aan de NAVO, zijn vaker op de hoogte van de NAVO-interventie in Libië en waren daar ook vaker voorstander van. Wat Syrië betreft zijn er geen verschillen. Hoger opgeleiden noemen vaker dan gemiddeld nationale defensie als mogelijke extra bezuinigingspost.

►De achterban van de drie middenpartijen CDA, VVD en (in mindere mate) PvdA hecht het meeste belang aan de NAVO; de PVV-achterban het minst.

Terug naar Boven

Deen Knud Bartels voorzitter MC NAVO

Vandaag heeft de Deense generaal Knud Bartels zijn positie aanvaard als voorzitter van het Militair Comité (MC) van de NAVO. Het MC is het hoogste militaire orgaan binnen het bondgenootschap.

Bartels – tot voor kort de chef van de generale staf van de Deense krijgsmacht, werd op 17 september 2011 door de chefs van staven van de 28 lidstaten verkozen; hij volgt de Italiaanse admiraal Giampaolo Di Paola op, die in november jl. werd aangesteld als de nieuwe Italiaanse Minister van Defensie (Ministero della Difesa) in de regering van Mario Monti.

De voorzitter van het MC van de NAVO is de belangrijkste militaire adviseur van de Secretaris-Generaal; ook presenteert hij, gebaseerd op consensus van de chefs van staven van de lidstaten, het militaire standpunt aan het hoogste politieke orgaan van de NAVO: de Noord-Atlantische Raad.

Bartels is, als alle eerdere voorzitters van het MC, gekozen voor een periode van drie jaar. Sinds 1963, toen deze functie permanent werd ingesteld, hebben zestien officieren uit de NAVO-lidstaten dit ambt bekleed.

Critici maken zich zorgen nu zowel het politieke als militaire leiderschap van de NAVO in handen zijn van twee landgenoten: net als generaal Bartels draagt namelijk ook Secretaris-Generaal Anders Fogh Rasmussen (sinds 2009) de Deense nationaliteit.

Terug naar Boven

“Griekse regering wenst langere diensttijd”
 
Het Griekse dagblad To Vima meldt op haar website dat de regering van Griekenland de duur van de militaire dienstplicht van 9 tot 12 maanden wil verlengen. Op deze manier hoopt ze op een goedkope manier het tekort aan personeel in vooral de landmacht op te lossen.

Het Griekse Ministerie van Defensie wil het bericht bevestigen noch ontkennen.

De duur van de dienstplicht, in veel landen inmiddels afgeschaft, is de afgelopen 30 jaar in stappen van 28 tot negen maanden teruggebracht. Er werden steeds meer beroepsmilitairen geworven, maar vanwege de rampzalige financiële situatie heeft de regering in 2011 geen enkele beroepsmilitair aangenomen. Veel landmachtonderdelen zitten op minder dan 30% van hun normale sterkte.

Terug naar Boven

Oorlog in Irak kostte 162.000 levens

Volgens het Britse Iraq Body Count (IBC) zijn in Irak sinds de Amerikaanse invasie in maart 2003 al 162.000 mensen om het leven gekomen door geweld. Bijna acht op tien van de slachtoffers zijn burgers. Tot de overigen behoren Amerikaanse militairen, medewerkers van de Iraakse veiligheidsdiensten en rebellen.

IBC combineerde de gegevens waarover het zelf beschikte met gegevens van de Iraakse autoriteiten, de gegevens van de klokkenluiderswebsite WikiLeaks (Iraq War Logs) en het aantal doden bij de Amerikaanse krijgsmacht.

Van de 162.000 doden was 79% burger. Ook de politie betaalde een zware tol met 9.019 doden. Eind 2006 bereikte het geweld een hoogtepunt, maar nog tot de tweede helft van 2008 was er veelvuldig geweld in Irak.

Iraq Body Count waarschuwt dat het geweld sinds midden 2009 nauwelijks is verminderd, in tegenstelling tot wat de Iraakse regering heeft gemeld. Wel is het aantal aanslagen duidelijk minder dan in 2006 en 2007, toen de sjiieten en soennieten elkaar heftig bestreden.

De Amerikanen trokken zich op 18 december 2011 terug uit Irak. Op het hoogtepunt waren er bijna 170.000 Amerikaanse militairen en 505 Amerikaanse bases in het land.

Terug naar Boven

 

ZONDAG 1 JANUARI

"Schrap beschermde status militairen"

Door een recente interne nota van het Ministerie van Defensie bekend geworden dat de ambtenarenstatus, die militairen een beschermde rechtspositie geeft, zou moeten verdwijnen. Militairen kunnen dan gemakkelijker worden ontslagen en regelgeving rond arbeidsvoorwaarden kan worden versimpeld. De nota werd op 29 december jl. geciteerd door NRC Handelsblad.

Steller van de recente interne nota is de Hoofddirecteur Personeel (HDP) van het Ministerie van Defensie, generaal-majoor Willem van de Water. De HDP is eindverantwoordelijk voor het personeelsbeleid, het personeelsmanagement en het beleid ten aanzien van de militaire gezondheidszorg.

Topambtenaar Van de Water gaat met zijn plan verder dan het initiatiefwetsvoorstel van de Tweede Kamerleden Fatma Koser Kaya (D66) en Eddy van Hijum (CDA). Het tweetal bepleitte dat de speciale rechtspositie van ambtenaren vanaf 2015 zou moeten verdwijnen, maar wilden nu juist dat militairen uitgezonderd worden. Het initiatiefwetsvoorstel van Koser Faya en Van Hijum wordt deze maand in de Tweede Kamer besproken.

Als reactie hierop zal Minister van Defensie Hans Hillen samen met Minister van Binnenlandse Zaken Liesbeth Spies deze of volgende maand met een kabinetsstandpunt komen.

Door het afschaffen van de speciale rechtspositie worden ambtenaren gewone werknemers met een regulier arbeidscontract. Het voorstel moet de arbeidsrechten van 'gewone' werknemers en ambtenaren gelijktrekken.

Hoofddirecteur Van de Water is bang dat de bedrijfsvoering op het departement complex wordt wanneer het voorstel van de twee Kamerleden wordt aangenomen. Volgens hem zijn er dan aparte personeelssystemen nodig voor burgermedewerkers en militairen.

Vanwege de bezuinigingsreorganisatie waar Defensie middenin zit, wil Van de Water de beschermde status pas in 2017 afschaffen. Zijn standpunt blijkt al op 22 november jl. te zijn besproken in een overleg met onder andere Minister van Defensie Hans Hillen. Daar is besloten een en ander af te stemmen met het Ministerie van Binnenlandse Zaken, waaronder ambtenarenzaken vallen.

Een woordvoerder van het Ministerie van Defensie wil slechts kwijt dat “alle opties worden opengehouden”.

Volgens voorzitter Jan Kleian van de Algemeen Christelijke Organisatie van Militairen (ACOM) wordt er “een gemeen spel met militairen gespeeld”: “Onder dreiging van de afschaffing van de ambtenarenstatus wordt de rechtspositie van de militairen verder uitgekleed.”

Volgens voorzitter Rob Hunnego van de Koninklijke Vereniging van Marineofficieren verdraagt afschaffing van de ambtenarenstatus zich niet met de bijzondere positie van militairen van wie bijvoorbeeld voortdurende inzetbaarheid wordt verwacht.

Terug naar Boven