NIEUWSARCHIEF JULI 2012
Terug naar de homepage
 

JUli 2012
M
D
W
D
V
Z
Z
     
5
9
11
13
16
20
22
23
25
29
30
     

Maak uw keuze uit de hierboven getoonde lijst

DINSDAG 31 JULI 2012

August Kowalczyk, gevangene 6804, overleden

In een hospice in Oświęcim, niet ver van het voormalige nazi-vernietigingskamp in het zuiden van Polen, is jl. 29 juli August Kowalczyk overleden. Hij was het laatste nog levende lid van een groep gevangenen die in 1942 wist te ontsnappen uit Auschwitz-Birkenau.

Kowalczyk, geboren op 15 augustus 1921 in het Poolse Tarnawa Góra, werd 90 jaar.

in het begin van de oorlog sloot Kowalczyk zich bij het Poolse leger in Frankrijk aan. Daar werd hij gearresteerd, waarna hij vanaf december 1940 als gevangene 6804 werd opgesloten in Auschwitz-Birkenau.

Na het uitgraven van een sloot te velde, probeerde hij op 10 juni 1942 samen met vijftig Poolse medegevangenen te ontsnappen. Slechts negen van hen lukte het om uit handen van de kampbewaarders te blijven: Kowalczyk was één van hen.

Hij vluchtte het bos in, dook vermomd als vrouw zeven weken onder op de zolder van een huis in het dorp Bojszowy, reisde via Silezië naar Krakau en vocht aan het einde van de oorlog met het Poolse leger mee in Miechów.

Na de Tweede Wereldoorlog werd Kowalczyk een populair acteur. In totaal speelde hij in drieëntwintig speelfilms en talloze tv-producties. Zo speelde hij in 1976/’77 zelfs de Gestapo-officier Schröder in de 11-delige tv-serie ‘Polskie drogi’ (‘Poolse weg’), terwijl hij met evenveel gemak kolonel Rivet van de Franse generale staf neerzette in ‘Tajemnica Enigmy’ (‘Raadselachtig mysterie’) uit 1979.

In 2001 verscheen bij het Auschwitz-Birkenau State Museum in Oswiecim het derde deel van een trilogie van de hand van August Kowalczyk: ‘A barbed wire refrain. An adventure in the shadow of the world’ (ISBN 9788360210136). Het is de vertaling van ‘Refren kolczastego drutu’.

Terug naar Boven

 

ZATERDAG 28 JULI 2012

Tinnen soldaatjes in Historisch Museum Ede

In het Historisch Museum Ede is vanaf vandaag de tentoonstelling ‘Tinnen soldaten vallen aan’ te zien. Aan de hand van tinnen soldaatjes wordt hierin een beeld gegeven van de militaire geschiedenis van Nederland. De tentoonstelling maakt deel uit van het drie maanden durende erfgoedfestival Gelegerd in Gelderland.

Met behulp van de tinnen figuurtjes wordt onder andere aandacht besteed aan de Nederlandse missies in Korea, Libanon (UNIFIL), Bosnië-Hercegovina en Afghanistan.

Verder weg in de krijgsgeschiedenis liggen onderwerpen als een Kromhout-ziekenwagen, gebruikt tussen 1879-1840; een pontonwagen van de genie uit de periode 1882-1940; een keukenwagen van de infanterie uit de jaren tussen 1914 en 1940, opgenomen in een kampscène; een infanterieopstelling; een militair met vouwfiets uit 1910; een infanteriesoldaat op de schaats; en een afdeling Gele Rijders uit Arnhem.

Het Historisch Museum Ede is geopend op dinsdag tot en met zaterdag van 13.30 uur tot 17.00 uur en op zondag van 13.30 uur tot 16.00 uur. Op maandag is het museum de gehele dag gesloten.

Terug naar Boven

 

VRIJDAG 27 JULI 2012

Kijk: 'Leeg, leger, leegst' en de toekomst

In het artikel Leeg, leger, leegst in de vandaag verschenen uitgave van het populair-wetenschappelijke maandblad Kijk (pagina 14 t/m 23), beschrijft redacteur André Kesseler hoe het verder moet met de Nederlandse krijgsmacht. Terwijl het leger steeds leger wordt, vraagt hij zich af wanneer wordt gekozen voor die andere aanpak: een Europese krijgsmacht.

Voor zijn artikel sprak Kesseler met Wouter Hagemeijer en oud-generaal Kees Homan, beiden werkzaam bij Clingendael. Stuk voor stuk legt Kesseler de diverse oorzaken voor de Europese terughoudendheid op het hakblok.

Na een korte analyse – Nederland bezuinigt 11% op zijn Defensiebegroting; ruimt alle Leopard-tanks op, levert een squadron F-16’s in en laat in totaal 12.300 arbeidsplaatsen verdwijnen; en Nederland besteedt nog maar 1,1% van zijn bruto nationaal product aan Defensie en voldoet hiermee niet aan de NAVO-norm van 2% - worden Robert Gates’ woorden uit 2011 aangehaald: “De NAVO kan zo weleens totaal irrelevant worden.”

Download hier het KIJK-artikel 'Leeg, leger, leegst' van André Kesseler

Homan geeft aan dat tussen de ambities – een veelzijdig inzetbare krijgsmacht die overal ter wereld in het hoogste geweldsspectrum kan optreden – en de financiële middelen “een groot gat” zit. Zelfs na het relatief recente interdepartementale rapport Verkenningen (2008-2010) luidde de conclusie nog steeds dat het leger een alleskunner werd, “breed inzetbaar en voorbereid op uiteenlopende dreigingen.”

Het rapport vergelijk de ‘nieuwe’ Nederlandse krijgsmacht met een Zwitsers zakmes. Homan vindt dit lachwekkend: “[…] weet je wat er gebeurt als je alle werktuigen van zo’n zakmes openklapt? Dan kun je er helemaal niets meer mee.”

Die “breed inzetbare” troepenmacht wordt bovendien, aldus Homan, steeds onmogelijker met bijvoorbeeld slechts 12% investeringen van het totale Defensiebudget in 2016. De internationale vuistregel luidt dat 20 à 25% nodig is!

De enorme kosten die buitenlandse missies met zich meebrengen zijn ook geen sinecure: zo kostte de missie Afghanistan (Uruzgan) € 1,9 miljard, mede dankzij de snellere slijtage van het materieel en de veel hogere logistieke kosten vanwege het opereren ver van huis.

Hagemeijer en Homan pleiten ervoor dat Nederland de ambitie om “met de grote jongens mee te doen” naar beneden bijstelt. Met het huidige ambitieniveau – een halvering van het ambitieniveau van 1993 – mag Nederland blij zijn gelijktijdig aan twee vredesoperaties deel te kunnen nemen.

Vechten betekent invloed. “In Uruzgan werd wel gevochten, maar gezien de verschillen in bewapening kun je niet echt over het hoogste geweldsspectrum spreken”, aldus Hagemeijer. Toch vinden beide Clingedael-deskundigen dat Nederland aan dit soort operaties moet blijven deelnemen. Hierbij is de belangrijkste weegfactor blijkbaar “risk sharing”.

Hagemeijer: “Als jouw soldaten daadwerkelijk gevaar lopen wordt dat hoger gewaardeerd. Is dat meetbaar in getallen? Nee, maar het speelt wel een belangrijke rol.”

Volgens Homan kan in het Europese samenwerking ook pooling and sharing een oplossing bieden: “Door binnen Europa veel meer te gaan samenwerken, krijg je meer leger voor hetzelfde geld.” Vooralsnog lijkt dit het enige alternatief voor een gemeenschappelijke Europese krijgsmacht. Hiervoor ontbreekt de politieke wil en zijn de onderlinge cultuurverschillen te groot. “Engeland en Frankrijk zijn bijvoorbeeld niet bepaald gun shy: ze zijn vrij snel bereid om ergens militair in te grijpen. Duitsland, Spanje en Italië daarentegen staan nooit te trappelen om een gevechtsoperatie uit te voeren.”

Dan zijn er nog de EU Battle Groups, sinds 2007, en de NATO Response Force, sedert 2006: “[…] onbruikbaar door de grote politieke en strategische verschillen.” Een Europese krijgsmacht zit er dan ook voorlopig niet in.

Nummer 9/2012 van Kijk kost € 4,99 en kan ook worden nabesteld via de website van het populair-wetenschappelijke maandblad.

Terug naar Boven

 

DONDERDAG 26 JULI 2012

KNIL-herdenking en boekpresentatie Bronbeek

Op landgoed Bronbeek in Arnhem heeft vanmiddag de jaarlijkse openbare herdenking plaatsgevonden van de opheffing van het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger (KNIL) in 1950.

Aansluitend aan de kranslegging bij het KNIL-monument werd ‘s middags een minisymposium gehouden met onder meer de historicus Hans Goedkoop.

Goedkoop, bekend als presentator van het historische TV-programma Andere Tijden, sprak over een geschiedenis die binnen zijn familie ongeschreven is gebleven. Hoofdpersoon is zijn grootvader, generaal-majoor der infanterie Rein (D.R.A.) van Langen, die aan de strijd om Indië zijn militaire loopbaan dankte en de opheffing van het KNIL in 1950 van nabij meemaakte.

Goedkoop volgde de gangen van zijn opa en ontdekte een schemerwereld aan geheime acties en conflicten. Hierover schreef hij het boek De laatste man (Uitgeverij Augustus, ± 80 pagina's, ISBN 9789045705743, €14.95), dat hij deze middag presenteerde. Het eerste exemplaar werd aangeboden aan sergeant b.d. Leon van Deenen (89), die de laatste twee jaar van het KNIL als verpleger in Tjimahi diende.

In Jakarta liet kolonel Van Langen in december 1948 – hij was toen commandant van de T(ijger)-Brigade – Soekarno arresteren. Hiervoor oogstte hij in legerkringen veel waardering, maakte razendsnel promotie en werd generaal-majoor. Uiteindelijk werd hij chef van de generale staf (CGS) van het KNIL, waar hij de ondankbare taak had zijn leger te helpen ontmantelen. Van Langen verdroeg het niet dat de politieke en militaire leiding de ontmanteling van het KNIL als een “zuiver logistieke operatie” beschouwde.

Op 26 juli 1950 was hij aanwezig bij de ontbindingsceremonie van het Koninklijk Nederlands Indisch Leger (KNIL) in de ambtswoning van de Nederlandse Hoge Commissaris, dr. Hans Hirschfeld, in Jakarta. Hierbij werd Van Langen onderscheiden met het Bronzen Kruis.

Na de onafhankelijkheid repatrieerde hij en kreeg werk als hoofdinspecteur  van de brandweer in Den Haag. Van eind 1952 tot 1961 bekleedde hij die functie, toen hij zich op 63-jarige leeftijd liet pensioneren.

Zijn kleinzoon Hans Goedkoop heeft in ‘De Laatste Man’, dat hij samen met het Indisch Herinneringscentrum Bronbeek maakte, dit familieraadsel uitgezocht, evenals wat er zich in de nadagen van Indië heeft afgespeeld.

Terug naar Boven

 

DINSDAG 24 JULI 2012

Risico op PTSS lager door slaapdeprivatie

Slaapdeprivatie in de eerste zes uur na een stressvolle gebeurtenis, zou de kans op een posttraumatische stress-stoornis (PTSS) kunnen helpen verminderen.

Dit blijkt uit een recente studie van onderzoekers van de Ben-Gurion University of the Negev (BGU) en de Tel Aviv University, gepubliceerd in het internationaal wetenschappelijk tijdschrift Neuropsychopharmacology.

De onderzoekers stelden ratten bloot aan de geur van roofdieren om ze zo een traumatische ervaring te bezorgen. De ratten werden vervolgens in twee groepen verdeeld: de ene mocht na de blootstelling slapen, de andere werd na het stressmoment wakker gehouden.

Bij de ratten die wakker bleven was later niets te merken van een trauma, terwijl de ratten die hadden geslapen wél posttraumatisch gedrag vertoonden.

Volgens hoofdonderzoeker prof. Hagit Cohen, directeur van de Anxiety and Stress Research Unit aan de faculteit gezondheidswetenschappen van de BGU, is het dan ook wellicht niet het beste advies om mensen die iets traumatisch hebben meegemaakt te adviseren rust te nemen en er een nachtje over te slapen.

De volgende stap van de onderzoekers is een vergelijkbare pilot-study onder mensen.

Terug naar Boven

 

ZATERDAG 21 JULI 2012

Militair defilé in Brussel

In Brussel hebben tienduizenden mensen het traditionele militair defilé bijgewoond naar aanleiding van de Belgische nationale feestdag.

Dit jaar stond het defilé in het teken van de internationale militaire samenwerking en de 60ste verjaardag van het Regiment Paracommando.

De Belgische paracommando's vinden hun oorsprong tijdens de Tweede Wereldoorlog, toen in Groot-Brittannië twee verschillende speciale eenheden in het leven werden geroepen: het Belgian SAS Squadron en 4th Troop van No. 10 (Inter-Allied) Commando. In 1952 zijn beide eenheden samengesmolten tot het Regiment Paracommando.

Het defilé werd bijgewoond door de leden van de Koninklijke familie, leden van de regering en tal van andere hoogwaardigheidsbekleders. Voor aanvang schouwde Koning Albert II, uitgedost in militair uniform, de troepen. Op de tribune gaven Minister van Landsverdediging Pieter de Crem en Minister van Binnenlandse Zaken Joëlle Milquet het staatshoofd uitleg.

Het defilé openende om 16.00 uur uur met de muziekkapel van de Zeemacht, gevolgd door de veteranen en de cadetten. Daarna vlogen in totaal 48 vliegtuigen en helikopters over Brussel. Naast onder meer de Dassault/Dornier Alpha Jets, F-16's en de nieuwe NH90 helikopter vlogen ook buitenlandse toestellen mee, zoals de Franse Eurocopter Colibri-helikopter en een Duits Transall C-160 transportvliegtuig.

Naast de 1.500 militairen te voet - onder wie onlangs teruggekeerde detachementen uit Afghanistan en Libanon - reden een dertigtal pantservoertuigen door de Brusselse straten.

Hoogtepunt van het defilé was de vlucht van een prototype van het nieuwe militaire transportvliegtuig Airbus A400M Atlas, het toestel dat over enkele jaren de huidige Hercules C-130 zal vervangen. Een Belgische testpiloot vloog het toestel vanuit het Franse Toulouse over Brussel.

Terug naar Boven

 

DONDERDAG 19 JULI 2012

Jhr. mr. Marien de Jonge (1911-2012) overleden

Naar vandaag is bekend geworden is op 16 juli jl. in zijn woonplaats Den Haag jonkheer mr. Marien (Marinus Willem Cornelis) de Jonge overleden.

Evenals zijn broer Ernst – in de oorlog door MI-6 in Engeland opgeleid tot geheim agent en uitgegroeid tot verzetsheld – opereerde kolonel der cavalerie b.d. Marien de Jonge steevast in de luwte. Op 15 mei 1940 nam hij met tientallen anderen, Delftse studenten en joodse vluchtelingen, per schip de wijk naar Engeland.

Na enige tijd als fuselier te hebben gediend bij de Prinses Irene Brigade, kreeg de Engelandvaarder een Engelse officiersopleiding. In 1942 vertrok hij vanuit Londen naar Zuidoost-Azië om tegen de Japanners te vechten. Na een commando-opleiding op Ceylon werd hij ingezet op Sumatra.

Na de Tweede Wereldoorlog werd hij als reserveofficier commandant van het 4de Eskadron Pantserwagens (4 EskPaw), Regiment Huzaren van Boreel, waarmee hij in beide Politionele Acties in Nederlands-Indië vocht. Zijn eskadron van 178 militairen bestond voor 90% uit dienstplichtigen. Het telde vijfendertig voertuigen: 12 pantserwagens, 14 Humber scoutcars en 9 gepantserde auto's. Met tien Koninklijke onderscheidingen is dit het meest gedecoreerde onderdeel van de krijgsmacht ooit.

In 1950, na terugkeer uit Indonesië, werd hij beroepsofficier en was onder meer adjudant van Hare Majesteit Koningin Juliana en militair attaché op de Nederlandse ambassade in Brussel. In 1971 ging hij met pensioen.

Marien de Jonge was de nestor van de Vereniging Officieren der Cavalerie (VOC) – het wapen van de Koninklijke Landmacht dat sinds 8 juni jl., toen de standaarden van de regimenten Van Sytzama en Prins van Oranje zijn opgelegd, nog slechts één fungerend regiment kent: Huzaren van Boreel.

Over zijn ervaringen als commandant van het 4de Eskadron Pantserwagens schreef hij op zijn 95ste het boek Mijn Ruiters (2007).

Marien de Jonge laat vijf kinderen achter. Zijn jongste zoon, jonkheer Harm de Jonge, is generaal-majoor b.d. en wapenoudste van de cavalerie. Drie van zijn vijftien kleinkinderen zijn eveneens militair: bij de marine, cavalerie en commando's. In 2008 verscheen Mijn ruiters, over zijn bijdrage aan de Politionele Acties. Het werd geprezen om zijn historische waarde en de parallellen die het legt met de oorlog in Afghanistan (guerrilla, olievlekstrategie en trek- versus bermbommen).

Terug naar Boven

Sociale media-offensief landmacht

Volgens De Telegraaf start Defensie met een sociale media-offensief. Volgens de krant – die haar berichtgeving baseert op meerdere artikelen over het gebruik van social media in het blad Landmacht – moet de mobiele telefoon, die bijna elke moderne militair op zak heeft, het nieuwste wapen van de Koninklijke Landmacht worden in de strijd tegen verdere uitholling van Defensie.

Commandant der Landstrijdkrachten, luitenant-generaal Mart de Kruif roept al zijn militairen op om hun dagelijkse werkzaamheden met de buitenwereld te delen via internetmedia als Hyves, Facebook, Twitter en LinkedIn: “Blijf niet achter de hekken zitten, ga naar buiten met je verhaal. Een trotse landmachtmedewerker is een goede ambassadeur."

Bericht van luitenant-generaal De Kruif, dat hij vanochtend om 08.28 uur via Twitter verstuurde als reactie op de berichtgeving in De Telegraaf.

Defensie ziet een grotere bekendheid van het dagelijkse werk bij het publiek als een goede manier om een halt toe te roepen aan de reeks opeenvolgende bezuinigingsrondes die de krijgsmacht nu al decennialang treft. Partijen als de PvdA en SP bepleiten in hun verkiezingsprogramma's voor 12 september a.s. opnieuw grote ingrepen.

Luitenant-kolonel Mike Bos, hoofd communicatie van de Koninklijke Landmacht, is blij met de oproep van De Kruif: “De landmacht is voor velen nog een ongrijpbaar en onbekend begrip. Maar we hebben wel 20.000 medewerkers, allemaal gezichten van onze organisatie met een eigen netwerk. Zij kunnen het hele land mee laten luisteren, lezen en kijken met ons werk. Zo bouwt de landmacht met elk bericht van een militair aan een eigen fanclub.”

De legertop benadrukt dat het niet louter een goed-nieuwsshow hoeft te worden. Overste Bos: “Berichten kunnen ook minder positief zijn. Daar wordt dan op gereageerd, waarmee de organisatie een spiegel krijgt voorgehouden. Discussies maken onze mensen professioneler, kritischer en mondiger.”

Volgens Bos heeft de landmacht maar één richtlijn: “Doe geen domme dingen. Voor de rest zijn er geen boekwerken vol beperkingen, we willen er vooral geen wetenschap van maken.”

Met dank aan Paul Kolken, woordvoerder 1 (German/Netherlands) Corps.

Terug naar Boven

 

WOENSDAG 18 JULI 2012

Akashi: VN schuldig aan genocide Srebrenica

Volgens Yasushi Akashi, de vroegere speciale gezant voor de VN in voormalig Joegoslavië, draagt de VN-Veiligheidsraad grote verantwoordelijkheid voor de massamoord in Srebrenica in 1995.

De moslimenclave was volstrekt onvoldoende beschermd tegen de Vojska Republike Srpske (VRS), het Bosnisch-Servische leger.

Dat zei de Japanner vandaag in een interview met de Kroatische krant Vecernji List onder de titel ‘Ja, de VN is schuldig aan de Servische genocide in Srebrenica in 1995’.

Srebrenica en vijf andere gemeenten in Bosnië waren in 1993 uitgeroepen tot 'safe areas'. Srebrenica werd bewaakt door 400 à 500 onvoldoende bewapende Nederlandse militairen van Dutchbat, aldus Akashi. Volgens hem waren de VN bovendien niet op de hoogte van de plannen van de VRS van generaal Ratko Mladic om Srebrenica aan te vallen.

Op de vraag of hij zich verantwoordelijk voelt voor de massamoord in Srebrenica, antwoordt Akashi: “Het concept van "veilige gebieden" bleek een mislukking. Deze gebieden zijn nooit veilig. […] Bovendien beschikte de Verenigde Naties op de grond niet over informatie over de aanval door de Serviërs […].” Later in het interview geeft hij toe: “Ja. Het grootste deel van de verantwoordelijkheid voor de massamoord in Srebrenica ligt bij de Veiligheidsraad.”

De uitspraken van Akashi zijn opvallend: indertijd werd hij zeer sterk bekritiseerd omdat hij de genocide in Srebrenica niet had kunnen verhinderen. Enkele weken na de val van Srebrenica werd de “architect van de ramp in Bosnië” door de wereldgemeenschap afgeserveerd.

Terug naar Boven

 

DINSDAG 17 JULI 2012

Nijmeegse Vierdaagse van start in buiige regen

Vanaf de Wedren en kamp Heumensoord zijn vanochtend vanaf 04.00 uur de eerste wandelaars van start gegaan voor de eerste dag van de 96ste editie van de Vierdaagse van Nijmegen.

De eerste dag van het grootste wandelevenement ter wereld, lopen alle deelnemers in alle afstanden - 30, 40 of 50 kilometer - door Elst in de gemeente Overbetuwe. De Vierdaagse-wandelaars zullen vandaag enige hinder ondervinden van buiige regen, maar de temperaturen lopen op tot 18 à 21 graden Celsius.

In totaal 41.472 deelnemers uit 71 landen gaan vandaag van start, onder wie zo’n 5.000 militairen uit 32 landen. De Vierdaagse begon bijna een eeuw geledeen als prestatietocht voor militairen: van de deelnemers nemen bijna 1.200 Nederlandse militairen in detachementsverband deel en 400 op individuele basi. Uit 31 andere landen komen nog eens bijna 3.400 militairen. De militairen lopen 40 kilometer met minimaal tien kilo bepakking.

De geneeskundige ondersteuning is, behalve bij honderden vrijwilligers van het Rode Kruis, in handen bij de diverse geneeskundige eenheden van de Koninklijke Landmacht:470 MOGOS-compagnie ondersteunt op Heumensoord, 13 Geneeskundige compagnie (Oirschot) op rustplaats 1, 11 Geneeskundige compagnie (Assen) op rustplaats 2 en 43 Geneeskundige compagnie (Havelte) op rustplaats 2.

Terug naar Boven

 

ZONDAG 15 JULI 2012

MaKoNi als appetizer voor de Vierdaagse

Op kamp Heumensoord in Nijmegen arriveerden vandaag rond het middaguur de 51 overgebleven militairen die van Denemarken naar de Gelderse stad zijn gelopen. Hiervoor kregen ze in Lent, bij Nijmegen, een speciale herinneringsmunt.

De militairen liepen de Marchen København Nijmegen (MaKoNi) als appetizer voor de Vierdaagse van Nijmegen. De monsterwandeltocht wordt sinds 1971 eens per vijf jaar gelopen.

De MaKoNi 2012 begon op 30 juni jl. in Kastellet bij de Deense hoofdstad Kopenhagen en eindigde vandaag, na 641 km wandelen in veertien dagen.

Voordat ze de Vierdaagse gaan wandelen, genieten de militairen een welverdiende rustdag.

Van de 23 Nederlanders die meeliepen met de MaKoNi, is een persoon geblesseerd uitgevallen. Ook twee van de 31 Denen die meeliepen, hebben de strijd moeten staken. Bij de Deense deelnemers deed overigens ook een militair in een rolstoel mee: hij verloor beide benen door een aanslag met een improvised explosive device (IED) in Afghanistan.

Terug naar Boven

 

ZATERDAG 14 JULI 2012

Tweede Kamer zag rapport Zuid-Celebes in

In HP/De Tijd leest Bas Paternotte mee in het  vertrouwelijk rapport over Nederlandse oorlogsmisdaden op Zuid-Celebes, “dat zich laat lezen als een bloemlezing van geweld.” Toegestuurd door het Ministerie van Buitenlandse Zaken (BuZa) mochten de leden van de Tweede Kamer dit rapport de afgelopen week inzien: géén aantekeningen noch kopieën maken.

De globale inhoud was op 21 februari jl. reeds bekend. Toen besteedde het NCRV-televisieprogramma Altijd wat aandacht aan het Depot Speciale Troepen (DST) – voorloper van het Korps Commandotroepen – dat zich tussen december 1946 en februari '47, nog vóór de Politionele Acties, schuldig maakte aan oorlogsmisdaden op Zuid-Celebes.

Het rapport van BuZa, dat indertijd bij premier Willem Drees in de la verdween, laat zien dat DST-commandant Raymond Westerling niet de enige was die met harde hand de opstand op Zuid-Celebes probeerde neer te slaan. Uit de stukken blijkt dat zowel de militaire als burgerlijke autoriteiten bloed aan hun handen hadden.

“De heer Westerling door ondergetekenden gevraagd naar zijn optreden, verklaarde dat hij ter plaatse optrad als Openbaar Ministerie, Rechter en Beul tegelijkertijd,” tekenen de onderzoekers,  mr. W.J.H. Stam en mr. C. van Rij, op uit zijn mond. In het rapport staan ook de namen van andere officieren die zich schuldig maakten aan oorlogsmisdaden. Stam en Van Rij deden tussen 1949 en '54 onderzoek naar beweerde excessen door Nederlandse militairen in Indonesië.

Uit de kille statistiek valt op te maken dat er 2.105 Indonesiërs zijn gedood tijdens de acties op Zuid-Celebes, zowel tijdens gevechten als bij executies. Volgens het rapport hebben de excessen “zonder twijfel […] plaatsgehad door gebrek aan leiding, tekort aan zelfbeheersing, manco aan verantwoordelijkheidsbesef en door ongeremd uitleven van verkeerde eigenschappen.”

Het rapport concludeerde scherp: “De autoriteiten kozen nu de weg van een buitenwettelijke berechting en executie die op zichzelf volstrekt onwettig was.” En voegde eraan toe dat alle autoriteiten “van het toenmalig Nederlandsch-Indië, zowel Burgerlijke, als Justitiële als Militaire, in deze een aarzelende houding hebben aangenomen.”

Terug naar Boven

Soldaat van Oranje geput uit Lodo van Hamel

Regisseur Paul Verhoeven heeft voor het maken van Soldaat van Oranje voor een aanzienlijk deel geput uit de perikelen van luitenant-ter-zee der tweede klasse Lodewijk ‘Lodo’ van Hamel, niet op die van Erik Hazelhoff Roelfsema.

Van Hamel werd op 27 augustus 1940 als eerste geheim agent vanuit Engeland in Nederland gedropt om hier een zendernetwerk op te zetten. Bij  zijn poging vanaf het Tjeukemeer met een watervliegtuig naar Engeland terug  te keren, werd Van Hamel door de Nederlandse politie gearresteerd en aan de Sicherheitspolizei uitgeleverd. Uiteindelijk werd hij op 16 juni ’41 op de Bussumerheide door de Duitsers gefusilleerd, 26 jaar jong.

“Dit soort dingen doe je niet om succes te hebben, nee, de dramaturgie gebood het. Erik Hazelhoff Roelfsema's boek heeft geen dramaturgie”, aldus Verhoeven.

Onlangs werd in de kluis van het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD) een filmscenario van historicus Loe de Jong ontdekt. De historicus drs. Han Korting werd er tijdens het archiefonderzoek voor zijn boek ’Lodo, voor God, Nederland en Oranje. Het korte leven van de eerste geheim agent uit Londen in de Tweede Wereldoorlog’ op geattendeerd door NIOD-medewerker Hubert Berkhout. Dit boek is 28 juni jl. verschenen (uitgeverij Afuk, ISBN 2001000015290, € 19,50).

In De Jong’s filmscript wordt het korte leven van Lodo van Hamel uitgebreid beschreven. Een beknopter versie is te vinden in deel vijf van Het Koninkrijk der Nederlanden tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Volgens Korting is de scène met het watervliegtuig in ‘Soldaat van Oranje’ “regelrecht ontleend’’ aan de wederwaardigheden van Lodo van Hamel: “Soldaat van Oranje speelt later in de oorlog, toen er al echt geen watervliegtuig meer door de Duitse linies heen kon breken. Ik acht het daarom niet onmogelijk dat de scenaristen van Soldaat van Oranje dit hebben gehaald uit het verhaal dat De Jong over Lodo van Hamel vertelt in ’Het Koninkrijk der Nederlanden tijdens de Tweede Wereldoorlog”.

Korting: “Verhoeven houdt het bij één landing van het vliegtuig en laat de scène zich op klaarlichte dag afspelen en het meteen tot een confrontatie met de Duitsers komen. Terwijl in het verhaal van Lodo op het Tjeukemeer geen schot is gelost en alles speelde om twee uur in de nacht. De belevenissen van de boksende student Jan Weinberg, die in de film met het watervliegtuig wil ontkomen, lijken na zijn arrestatie echter weer wél precies op die van Lodo.”

Verhoeven bevestigt dat ze het verhaal van Lodo van Hamel in “Soldaat van Oranje’ hebben gebruikt: “Lodo van Hamel wordt nadrukkelijk in Hazelhoff Roelfsema’s boek genoemd. Natuurlijk hebben Gerard Soeteman en ik De Jong’s boeken bestudeerd […]. We hebben ons voor wat betreft het verhaal van Lodo’s vluchtpogingen op het Tjeukemeer gebaseerd op wat Loe de Jong over hem heeft geschreven […].”

Terug naar Boven

 

DONDERDAG 12 JULI 2012

Bgen Van Griensven nieuwe C-OOCL

In Apeldoorn heeft de commando-overdracht plaatsgevonden van het Operationeel Ondersteuningscommando Land (OOCL) – na 11 Luchtmobiele en 13 en 43 Gemechaniseerde de “vierde” brigade van de Koninklijke Landmacht.

In aanwezigheid van luitenant-generaal Mart de Kruif, Commandant Landstrijdkrachten, gaf brigadegeneraal Henk Jan Maijers het commando over aan Hans van Griensven. In deze hoedanigheid is kolonel Van Griensven bevorderd tot brigadegeneraal.

Van Griensven was in zijn vorige functie commandant van het Opleidings- en Trainingscentrum Genie. Ook was én is hij de regimentscommandant van het Regiment Genietroepen en projectleider voor de reorganisatie van de genie binnen het Commando Landstrijdkrachten.

Hij heeft vooral vele functies vervuld in het operationele functiegebied, waaronder commandant van 11 Pantsergeniebataljon en plaatsvervangend commandant van 13 Gemechaniseerde brigade. In 2007 is hij uitgezonden geweest naar Afghanistan als commandant van 1 (NLD/AUS) Task Force in de provincie Uruzgan (TFU II).

Generaal Maijers heeft met de staf van het OOCL een hoofdrol vervuld in het plannen van en de voorbereiding op de multinationale oefening Peregrine Sword, die in september a.s. zal worden gehouden in Duitsland. In deze oefening zal onder andere het nieuwe concept van de Joint Logistic Support Group worden beoefend.

Maijers’ volgende functie zal hij vervullen als Head of the Netherlands Liaisonteam bij het U.S. Central Command in Tampa, Florida, Verenigde Staten.

Terug naar Boven

Kapitein Kroon CC van de 'Beren' Compagnie

Kapitein Marco Kroon heeft vanmiddag het commando overgenomen van de C-Compagnie van 17 Pantserinfanteriebataljon Garderegiment Fuseliers Prinses Irene (GFPI) van kapitein Jaap Bot, sinds oktober 2009 compagniescommandant (CC).

Onder grote belangstelling, onder andere van zijn toenmalige advocaat Gert-Jan Knoops, werd de Ridder Militaire Willems-Orde in Oirschot geïnstalleerd als de nieuwe CC van de Charlie ‘Beren’ Compagnie. Een zichtbaar geëmotioneerde Kroon bedankte in zijn speech onder andere zijn partner Miriam en de voormalig Commandant der Strijdkrachten, generaal b.d. Peter van Uhm, voor hun onvoorwaardelijke steun in de afgelopen jaren.

Tot de genodigden behoorden onder andere vier dragers van de Militaire Willems-Orde. Hiertoe behoorde ook de 91-jarige Piet van den Hoek. In de Tweede Wereldoorlog heeft hij 37 keer ten behoeve van het Bureau Inlichtingen van de Nederlandse regering in ballingschap, over een ± 18 km lange waterweg, de geheime verbinding tot stand gebracht tussen bezet en bevrijd Nederland over de Biesbosch en de Merwede.

Kroon beloofde dat hij zich volledig gaat richten op zijn nieuwe functie als commandant van 150 à 200 pantserinfanteristen: “Ik zal me voor jullie inzetten tot aan de pijngrens en ver daar voorbij. We gaan er iets moois van maken.”

Kroon vervulde destijds als startend groepscommandant zijn eerste functie bij de Bravo Compagnie van 17 Painfbat. Als commandant van een eenheid van het Korps Commandotroepen onderscheidde Kroon zich tijdens vele gevechtscontacten met daden die getuigen van moed, beleid en trouw. In 2009 ontving kapitein Kroon als eerste militair sinds 54 jaar de Militaire Willems-Orde.

Inmiddels heeft hij negen uitzendingen op zijn naam staan en wordt hij mogelijk uitgezonden naar Kunduz.

Terug naar Boven

 

DINSDAG 10 JULI 2012

In Enschede vondst foto's Politionele Acties

De Volkskrant meldt vandaag dat bij het Stadsarchief Enschede foto's zijn opgedoken van een Nederlandse militair tijdens de Politionele Acties in voormalig Nederlands-Indië. Hieronder zijn voor het eerst ook foto's die zeer waarschijnlijk de executie van Indonesiërs tonen.

Op de foto's is de standrechtelijke executie van drie Indonesiërs te zien. Het drietal staat met de rug naar het vuurpeloton aan de rand van een greppel, die vol ligt met lijken van geëxecuteerden. Op de rand van de greppel, op de andere foto, staan twee Nederlandse militairen, herkenbaar aan hun uniform.

Hoewel de exacte plaats noch de toedracht van de executie onbekend zijn, twijfelen de geraadpleegde historici niet aan de echtheid van de foto's. Mogelijk levert nader onderzoek meer details op.

De maker van de foto's is de inmiddels overleden dienstplichtig militair Jacobus R. uit Enschede. R. diende bij de artillerie en werd uitgezonden in 1947, kort voor de Eerste Politionele Actie. Pas in 1950, na de soevereiniteitsoverdracht, kwam hij terug naar Nederland.

In de geschiedenis van het korps artillerie wordt géén melding gemaakt van executies: vermoedelijk heeft de artillerie alleen bijstand verleend aan de Speciale Troepen of infanteristen, die wel executies uitvoerden.

De foto's komen uit een album dat twee jaar geleden is aangetroffen in een papiercontainer. Of R. zijn privéalbums zelf heeft weggegooid is onduidelijk. Een medewerker van het Stadsarchief nam de albums indertijd mee, omdat het archief actief op zoek is naar persoonlijke documenten van inwoners van de stad.

De vondst komt op een gevoelig moment. Op 19 juni jl. hebben drie historische instellingen de regering gevraagd een nieuw onderzoek in te stellen naar de Politionele Acties die Nederland tussen 1945 en 1950 voerde in een poging Nederlands-Indië als kolonie te behouden. De regering moet nog reageren op dit voorstel.

René Kok, fotodeskundige bij het NIOD Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies, gaf reeds aan dat de twee foto's dezelfde historische waarde hebben als foto's van het bloedbad van My Lai tijdens de Vietnamoorlog.


Volgens Kok is het van groot belang dat de foto's voor het nageslacht bewaard blijven. Er bestaan talloze foto's van dodelijke slachtoffers tijdens de Politionele Acties, maar niet eerder zijn executies zo expliciet in beeld gebracht.

Naar aanleiding van de vondst van de foto's dringt het Tweede Kamerlid Harry van Bommel (SP) bij het demissionaire kabinet aan op een versneld onderzoek naar het optreden van Nederlandse militairen tijdens de Politionele Acties in Nederlands-Indië.

Terug naar Boven

 

ZONDAG 8 JULI 2012

Geeft Acht! over dienstplicht in Gelderland

In het kader van het zomerfestival Gelegerd in Gelderland zendt Omroep Gelderland de zesdelige serie Geeft Acht! uit over de dienstplicht. Vanavond om 18.20 uur is de eerste aflevering te zien. De afleveringen 2 tot en met 6 zijn te zien op 15 en 29 juli en 5, 12 en 19 augustus.

Iedere man die hiervoor werd opgeroepen heeft er wel een herinnering aan of een verhaal over. Veel militairen hebben hun dienstplicht vervuld in Gelderland. Op de Veluwe kwamen er na de Tweede Wereldoorlog in snel tempo grote kazernes en militaire oefenterreinen.

In de afleveringen zullen onderwerpen als de keuring, orde en gezag, verveling en vermaak, materieel en huisvesting, en de legerplaatsen aan de orde komen.

Geeft Acht! wordt gepresenteerd door Marlies Claasen. Omroep Gelderland is digitaal te ontvangen op kanaal 705 bij UPC, kanaal 856 bij Caiway en kanaal 984 bij Ziggo/@Home.

Terug naar Boven

Oorlogsgravenstichting geportretteerd (deel III)

Omroep MAX zendt vanmiddag (Nederland 2, 13:55 - 15:00 uur) het derde deel uit van de documentaire ‘Want elk graf heeft zijn verhaal’. Hierin staat het werk van de Oorlogsgravenstichting in Europa centraal.

De oorlogsgraven op de elf Nederlandse erevelden in Europa (zeven in Duitsland; in Engeland, Frankrijk, Noorwegen en Oostenrijk elk één) maken de betrokkenheid van Nederland bij de Tweede Wereldoorlog pijnlijk duidelijk.

Deel 1 gaf een beeld van de zeven Nederlandse oorlogsgraven in Indonesië, waar 24.000 Nederlanders hun laatste rustplaats hebben; deel 2 speelde zich af op de twee erevelden in Nederland: Loenen en Grebbeberg.

In de serie documentaires die gemaakt zijn door Pia Media BV vertellen de nabestaanden van oorlogsslachtoffers over het verlies van een dierbare en de impact die dit gemis heeft gehad op hun verdere leven. Persoonlijke, indringende herinneringen van nabestaanden vormen de leidraad van de films.

De Oorlogsgravenstichting is op 13 september 1946 in het leven geroepen en oefent wereldwijd toezicht uit op de verzorging en het onderhoud van bijna 50.000 Nederlandse oorlogsgraven, verspreid over vijf continenten in meer dan vijftig landen.

Terug naar Boven

 

ZATERDAG 7 JULI 2012

Emeritaat 'Professor Oorlog' Luc de Vos

In de Belgische krant De Standaard vandaag een interview met de Vlaamse hoogleraar Luc de Vos. Op 4 juli ging hij met emeritaat.

Op die dag werd met een academische zitting op de Koninklijke Militaire School in Brussel afscheid genomen van De Vos – gewoon hoogleraar aan het Department voor Conflict Studies aan de KMS en buitengewoon hoogleraar aan het Departement Politieke Wetenschappen van de Katholieke Universiteit Leuven. Bij zijn afscheid overhandigde zijn uitgever, Davidsfonds, hem een liber amicorum.

De Vos (66), bijgenaamd ‘Professor Oorlog’, was vijftig jaar actief in de Belgische krijgsmacht. Sinds hij een twintigtal jaar geleden een zandbak en tinnen soldaatjes de VRT-studio in sleepte om de Golfoorlog inzichtelijk te maken voor het grote publiek, werd hij vaak opgevoerd als militair expert voor commentaren bij internationale conflicten.

Tot en met de rang van kolonel bekleedde hij als officier verschillende functies bij de Belgische strijdkrachten; hij was onder meer actief in Duitsland. In 1985 koos hij voor een academische carrière.

De Vos ziet de rol van de krijgsmacht tegenwoordig helder: “Wij verdedigen niet langer een territorium, maar onze normen en waarden, onze levenswijze. Ik hoop dat mijn kleinkinderen nog in een maatschappij kunnen leven waar iedereen vrij is en aan zelfontplooiing kan doen.”

Het verdedigen van die levenswijze betekent volgens hem onder andere ”proberen de conflicten op deze wereld binnen de perken te houden. Zodat de vluchtelingenstromen niet te groot worden. Want die werken destabiliserend.”

Met anderen publiceerde Luc de Vos onder andere ‘Belgische militaire geschiedenis aan de hand van documenten (1830-1990)’ (1992), ‘Langs de velden van eer. Van Waterloo tot de Ardennen’ (2002), Strategie en tactiek. Inleiding tot de moderne krijgsgeschiedenis (2006) en ‘De grote geopolitieke problemen na de Tweede Wereldoorlog’ (2010).

Van zijn eigen hand verschenen onder meer ‘De bevrijding. Van Normandië tot de Ardennen’ (1994), ‘Van gifgas tot penicilline. Vooruitgang door oorlog?’ (1995) en ‘La Belgique et la Seconde Guerre Mondiale’ (2004).

Terug naar Boven

 

VRIJDAG 6 JULI 2012

Blikseminslag bij Klettersteig Bad Reichenhall

In Bad Reichenhall zijn vandaag enkele Nederlandse militairen lichtgewond geraakt door blikseminslag. Ze waren bezig met een Klettersteig – beklimming van een bergwand – in de buurt van Berchtesgaden in het uiterste zuiden van Duitsland. Bad Reichenhall ligt vlakbij de Oostenrijkse grens in de Duitse deelstaat Beieren. Van de militairen heeft niemand iets opgelopen.

Vijf burgers die vlak voor de militairen op de bergwand zaten, liepen lichte verwondingen op. De militairen zijn met name "erg geschrokken".

Volgens het Ministerie van Defensie gaat het om militairen van twee compagnieën van 400 Geneeskundig bataljon uit Ermelo. Ze zijn daar bezig met een programma in het kader van grensverleggende activiteiten (GVA).

In Beieren en de aangrenzende deelstaten is het al dagen slecht weer. In de nacht van 4 op 5 juli kwamen straten blank te staan en liepen kelders onder water. Afgelopen weekeinde vielen één dode en ongeveer 100 gewonden door stormwinden, zware regen- en hagelbuien, rondvliegende takken en onweer.

Terug naar Boven

Commando-overdracht KCT

Vandaag heeft de commandant van het Korps Commandotroepen, kolonel Rob Querido, het bevel over de crème de la crème van de Koninklijke Landmacht overgedragen aan kolonel drs. Jan Swillens.

Swillens ontving in 1990 zijn groene baret; in 2000 werd hij commandant van 105 Commandotroepencompagnie en in 2002 detachementcommandant van de commando's die waren toegevoegd aan de missie ISAF-1 in Kabul en omgeving.

In 2008 en ‘09 werd luitenant-kolonel Swillens als commandant van 12 Infanteriebataljon Luchtmobiel Air Assault Regiment Van Heutsz uitgezonden als bevelhebber van de Battle Group (VIII) van de Task Force Uruzgan (TFU). Vervolgens was kolonel Swillens Hoofd Joint Speciale Operaties van Directie Operatiën (DOPS) van de Defensiestaf in Den Haag.

Kolonel Querido gaat na zijn vertrek bij het KCT het werk bij de Eenheid Bewaking en Beveiliging (EBB) van de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV).

Querido kreeg bekendheid door zijn rol bij de Slag om Chora in de Afghaanse provincie Uruzgan in juni 2007. Als commandant van de Battle Group (III) ontzette hij daar het door de Taliban belaagde oord Chora. Onder zeer moeilijke en gevaarlijke omstandigheden leidde hij voor de eerste maal sinds de Koreaoorlog succesvol een tegenaanval met nagenoeg de gehele Battle Group. Zijn optreden oogstte dan ook (inter)nationaal veel lof.

Op 22 januari 2009 werd hij commandant van het Korps Commandotroepen. Tijdens zijn commando overwon hij op persoonlijk vlak de Ziekte van Kahler – een agressieve vorm van bloed- en botkanker.

Met dank aan de website van het Korps Commandotroepen

Terug naar Boven

 

WOENSDAG 4 JULI 2012

25% slachtoffers “potentieel overlevend”

Van de 4.596 Amerikaanse militairen die tussen 2001 en 2011 in Irak en Afghanistan om het leven kwamen, had onder ideale omstandigheden een kwart het kunnen overleven. Dat blijkt uit cijfers van de Amerikaanse krijgsmacht. Met de juiste hulpmiddelen en/of medische technieken waren ze “potentially survivable”.

De cijfers zijn afkomstig uit een presentatie van kolonel-chirurg Brian J. Eastridge, directeur Trauma and Surgical Critical Care aan het U.S. Army Institute of Surgical Research in Fort Sam Houston, Texas.

Eastbridge geeft aan dat “potentieel overlevend” betekent dat onderzoek ertoe zal leiden dat door verbeteringen gewonde collega's in de toekomst niet meer in de eerste fase zullen overlijden. Voorbeelden van vooruitgang op dit gebied zijn de Combat Ready Clamp (CRoC), de Abdominal Aortic Tourniquet en TXA (tranexaminezuur) – dat de bloedstolling bevordert.

Steeds meer militairen overleven hun verwondingen. In Afghanistan en Irak resulteerde 10% van de verwondingen in overlijden, terwijl de “fatality rate” in Vietnam en de Tweede Wereldoorlog veel hoger lag – respectievelijk 16,1% en 19,1%.

Volgens de studie kwam bijna 65% van alle militairen om het leven door explosies; 22% als gevolg van schotwonden.

De belangrijkste oorzaken voor acuut overlijden waren het verlies van ledematen (498 maal), hersenletsel (489) en cardiaal/thoracaal letsel (349); voor hen die overleden tijdens transport naar de geneeskundige installatie waren de belangrijkste doodsoorzaken hersenletsel (940 maal), cardiaal/thoracaal letsel (344), spinaalletsel (216) en open bekkenletsel (101).

Volgens de cijfers stierf 90% voordat ze een geneeskundige installatie bereikten. Van de 4.090 militairen die tussen 2001 en 2011 om het leven kwamen door contact aan het front, stierven er 1.391 onmiddellijk (KIA) en 2.699 op weg naar een geneeskundige installatie (DOW). Slechts 506 van hen die uiteindelijk overleden haalden de medische verzorging levend.

Terug naar Boven

 

DINSDAG 3 JULI 2012

Expositie rode baretten in stadhuis Apeldoorn

In het kader van het festival Gelegerd in Gelderland is vanaf vandaag tot 20 juli in het Stadhuis in Apeldoorn de expositie ‘Rode baretten van de Landmacht’ te zien. De foto’s zijn gemaakt door Evert-Jan Daniels en geven een beeld van de hedendaagse militair en zijn werk.

De expositie laat mensen zien met verschillende achtergronden en met een diversiteit aan functies. Centraal staat de kleur van de baret. Kok, genist, infanterist, verpleegkundige of sportinstructeur - de kleur van de baret is rood. Die baret moeten de militairen verdienen. Na het doorlopen van een intensieve opleiding, waarbij zowel fysiek als mentaal veel van de militairen wordt gevraagd, krijgen de militairen uit handen van de commandant de felbegeerde rode baret uitgereikt en treden toe tot 11 Luchtmobiele Brigade.

In 2010 won Evert-Jan Daniels (1968) de Zilveren Camera voor binnenlands nieuws. Hij won de prijs met een foto van premier Mark Rutte, geflankeerd door Geert Wilders en Maxime Verhagen.

De expositie is te zien in de Burgerzaal van het Apeldoornse stadhuis, dat zich bevindt aan het Marktplein 1.

Terug naar Boven

MAANDAG 2 JULI 2012

“18 vets a day who are killing themselves”

Afgelopen weekend vertelde admiraal b.d. Mike Mullen, voormalig Chairman of the Joint Chiefs of Staff (2007-2011), zijn toehoorders in Aspen dat de krijgsmacht “18 vets a day who are killing themselves in the United States” kent. Het gevolg van de stress van het militaire leven.

Onder het motto ‘What Does It Mean to Be a Military Superpower?’ werd Mullen op het Aspen Ideas Festival in Colorado in een plenair debat geinterviewd door Steve Inskeep.

Het aantal zelfmoorden onder militairen is sinds het uitbreken van de oorlog in Irak dramatisch gestegen, zo bleek al uit een studie van het U.S. Army Public Health Command in maart jl.

De studie wees uit dat in 2008 één op de vijf Amerikaanse militairen een hulpvraag heeft gedaan bij de diensten voor de geestelijke gezondheidszorg. Sinds 2008 is het aantal zelfmoorden echter almaar gestegen.

De zelfmoordstatistieken zijn zelfs erger: de cijfers geven alleen de aantallen onder militaire in actieve dienst weer: veteranen worden niet meegeteld. Als admiraal b.d. Mullen gelijk heeft, is het probleem van de militaire zelfmoorden nog veel erger dan al bekend was.

Terug naar Boven

 

ZONDAG 1 JULI 2012

App Oorlog 14-18 in België gepresenteerd

In België is de app Oorlog 14-18 gepresenteerd. Aan de hand van een verweerd dagboek met vergeelde pagina's kan het leven in de loopgraven aan het front tijdens de Eerste Wereldoorlog van dag tot dag worden herbeleefd. De app is vervaardigd door Westtoer, het bedrijf voor toerisme en recreatie in West-Vlaanderen.

De schokkende getuigenis in de applicatie begint op een zolder als de jonge Britse cineast Guillaume Naylor het dagboek vindt van zijn overgrootvader, brancardier Andrew Naylor, die in ‘de Grote Oorlog’ vocht.

De applicatie maakt gebruik van de nieuwste technologieën: door video en augmented reality kan de gebruiker het verleden herbeleven. Via geolocalisatie en een interactieve kaart kan gemakkelijk de weg worden gevonden op en naar de verschillende sites.

Guillaume en Andrew Naylor kunnen op deze manier worden gevolgd op de strategische hoogtes van Mont-Saint-Eloi, de heuvels van Notre-Dame-de-Lorette en Vimy, de ondergrondse gangen van Arras, de Slag om Fromelles (juli 1916, waar in één dag meer dan 5.500 Australische militairen sneuvelden), de Slag aan de Somme, de Slag van de Chemin des Dames en de Lijssenthoek Military Cemetery – de grootste veldhospitaalbegraafplaats van de Westhoek.

Oorlog 14-18 is gratis te downloaden via de Appstore en Google Play; behalve in het Nederlands ook in het Duits, Engels en Frans.

Terug naar Boven