nieuwsarchief juLI 2013
Terug naar de homepage
 

Naar de homepage

JULI 2013
M
D
W
D
V
Z
Z
4
6
10
11
14
15
18
19
20
23
25
28
30

Maak uw keuze uit de hierboven getoonde lijst

WOENSDAG 31 JULI

Samenwerking Defensie met UMC Utrecht uitgebreid

Het Ministerie van Defensie en het Universitair Medisch Centrum (UMC) Utrecht hebben vandaag hun samenwerking opnieuw bekrachtigd en uitgebreid. In de hernieuwde overeenkomst is onder andere de afspraak gemaakt dat naast het Centraal Militair Hospitaal, ook andere geneeskundige eenheden van Defensie gaan samenwerken met het UMC Utrecht.

Prof. dr. Jan Kimpen, voorzitter van de Raad van Bestuur van het UMC Utrecht, en brigadegeneraal-arts Johan de Graaf, als Hoogste Medische Autoriteit (HMA) verantwoordelijk voor de militaire gezondheidszorg binnen Defensie, zetten hun handtekening onder de herijkte overeenkomst.

De bestaande overeenkomst dateert uit 2003, maar de partijen werken al ruim twintig jaar nauw samen. Zo beheren de twee partijen al samen het Calamiteitenhospitaal. Bij de vernieuwing van de overeenkomst zijn ook mogelijkheden vastgelegd voor een bredere samenwerking met geneeskundige onderdelen van Defensie.

Zo gaan het Militair Revalidatie Centrum (MRC) in Doorn en de Militaire Geestelijke Gezondheidszorg (MGGZ) gebruik maken van de expertise van het UMC Utrecht op het gebied van bijvoorbeeld medische ICT.

Daarnaast krijgen de operationele geneeskundige eenheden van Defensie en het UMC Utrecht de gelegenheid elkaars personeel te detacheren bij respectievelijk het UMC of het Calamiteitenhospitaal, bijvoorbeeld in het kader van de praktische tewerkstellingen van algemeen militair verpleegkundigen (AMV’ers).

Medisch specialisten van het Centraal Militair Hospitaal (CMH) komt in het UMC in aanraking met aandoeningen en patiëntengroepen die niet (vaak) in het CMH voorkomen.

Brigadegeneraal-arts Johan de Graaf:“Het UMC Utrecht is onmisbaar voor het CMH. De co-locatie met het academisch ziekenhuis is van belang voor alle militairen van Defensie. Door deze alliantie is Defensie in staat op doelmatige wijze het volledige spectrum van tweedelijnszorg te bieden, specifiek gericht op de behoefte van Defensie en haar militairen."

Jan Kimpen: "Wij zijn zeer content met Defensie als unieke partner. De combinatie van een universitair medisch centrum en militair hospitaal is uniek in de wereld. Met de vernieuwing van de overeenkomst zijn wij ook de komende jaren gegarandeerd van een bijzondere partner met zeer specifieke expertise."

 

Het Calamiteitenhospitaal (CalHosp), in de voormalige atoomkelder onder het UMC, heeft een oppervlakte van 8.000 m2.

Het CalHosp doet dienst als ziekenhuis voor Nederlandse militairen die in een inzetgebied gewond zijn geraakt. Daarnaast heeft het een (opschalings)functie als civiel rampenziekenhuis: het is in staat op zeer korte termijn grote groepen slachtoffers op te vangen en te behandelen.

In 2011 ving het CalHosp ruim vijftig Libiërs op die gewond waren geraakt tijdens de burgeroorlog.

Terug naar Boven of naar Homepage

 

MAANDAG 29 JULI

Taliban gedood bij actie SAS in Afghanistan

Naar vandaag is bekendgemaakt hebben Britse Special Forces 26 juli jl. dertig Taliban-strijders in Afghanistan gedood. De actie valt in tijd samen met het gisteren naar buiten gebrachte relaas over 4th Battalion The Rifles (4 RIFLES).

Samen met 2.000 militairen van de Afghan National Army (ANA) hebben de “militaire adviseurs” van 4 RIFLES met tachtig militairen acht dagen achtereen deelgenomen aan een operatie tegen de Taliban. Die actie werd uitgevoerd met ANA's 3/215 Brigade, gelegerd in Camp Shorabak, vlakbij het voormalige Camp Bastion van de Britten in Lashkar Gah - hoofdstad van de Afghaanse provincie Helmand.

De commandant van 215 Corps had om Britse troepen gevraagd voor een operatie in het district Sangin in Helmand. Dit was tot 2010 het toneel van de zwaarste gevechten in Afghanistan, toen de Britse militairen er ontplooid waren.

Maakte het Britse Ministerie van Defensie over de missie van 4 RIFLES nog bekend dat die "in lijn" was met de huidige adviserende Britse rol, dat is niet het geval bij de SAS-missie. Over missies van de SAS worden sowieso nooit officiële mededelingen gedaan. De missie van 4 RIFLES was persoonlijk geautoriseerd door Minister van Defensie Philip Hammond. De naar alle waarschijnlijkheid door militaire insiders gelekte SAS-operatie, die parallel liep aan de missie van 4 RIFLES, was in elk geval allerminst louter ter ondersteuning van de Afghaanse strijdkrachten.

Dat de Britten na drie jaar in Sangin terugkeerden is bijna voorspelbaar te noemen, gegeven het feit dat tussen 2006 en 2010 in Helmand 106 Britse militairen om het leven kwamen. Als het verzoek van de Afghaanse commandant niet als geroepen kwam, dan waren de Britten in elk geval gebrand op succes. De spreekwoordelijke druppel was een groot aantal, merendeels Pakistaanse, opstandelingen dat via de provincie Nimruz in Helmand binnendrong.

Nadat de Amerikaanse verkenningsdrone het Taliban-konvooi met pick-up trucks positief had geïdentificeerd, vuurde deze meerdere Hellfire-raketten af. Twee pick-ups in het konvooi werden uitgeschakeld; de overlevenden vluchtten de woestijn in.

Om de gevluchte opstandelingen op te sporen werd de SAS ijllings per helikopter ingevlogen en zette een “counter-terror ambush” op voor uiteindelijk 45 Taliban-strijders.

Na een enkele uren durende troops in contact in de nacht, waren in totaal dertig insurgents gedood. Een militaire insider zei over de SAS-missie: “This shows how special forces can operate quickly against a ruthless enemy. The Taliban have been trying to move back into parts of Helmand province to try and flex their muscles before the troop withdrawal. And this shows why some British and US special forces may remain in Afghanistan after regular troops have gone home.”

Terug naar Boven of naar Homepage

 

ZATERDAG 27 JULI

Strategische communicatie Defensie moet beter, stelt Christ Klep

Op de opiniepagina van het dagblad Trouw stelt militair historicus Christ Klep dat de krijgsmacht geloofwaardiger zou zijn als ze het echte verhaal vertelt over ambities, missies en de ingrijpende gevolgen voor militairen.

Volgens Klep speelt “het ontbreken van een heldere visie op de toekomst” een belangrijke rol bij het fors afgenomen vertrouwen van het Defensiepersoneel.

Hij stelt dat strategische communicatie cruciaal is, ook voor Defensie, “dat zo naarstig op zoek is naar politiek, maatschappelijk en financieel draagvlak”. Dit draagvlak kan worden vergroot door een realistisch verhaal te vertellen aan burgers - die niet dom zijn.

Volgens Klep is de strategische boodschap “al jaren” niet eenduidig, diffuus zelfs. En wordt (daardoor?) “door veel militairen en de gemiddelde burger vaak niet begrepen en gewaardeerd.”

De kloof tussen zender en ontvanger illustreert hij aan de hand van drie voorbeelden: de multifunctionele krijgsmacht die op alle geweldsniveaus en voor alle strategische functies inzetbaar moet zijn; het discours rond Uruzgan en Kunduz; en het veteranenbeleid.

Verbijzonderd tot Uruzgan en Kunduz: volgens Klep is dat discours sterk ‘ontmilitariseert’. Het is verworden tot een onverkoopbare verfraaiing van de werkelijkheid: “De strategische communicatie strookt simpelweg niet met een werkelijkheid die zich zo nadrukkelijk opdringt.”

Klep concludeert dat Defensie zijn agenda in eigen hand moet houden, “bijvoorbeeld door deskundig personeel structureel lastige thema's te laten duiden en toelichten in de media”. Heldere en eenduidige strategische communicatie draait om geloofwaardigheid, keep it simple, stupid, niet pretenderen, niet weglopen voor en openlijk praten over, aldus Christ Klep.

Hij besluit zijn opinie-artikel als volgt: “Het lijkt me dat veel militairen en de Nederlandse burger zich beter in ‘hun’ krijgsmacht zouden herkennen als de werkelijkheid niet regelmatig schuilging achter een strategische communicatie die te veel maskeert.”

Dr. Christ Klep promoveerde in 2009 op het proefschrift Somalië, Rwanda, Srebrenica. De nasleep van drie ontspoorde vredesmissies. Tot 2000 was hij werkzaam bij het Nederlands Instituut voor Militaire Historie van het Ministerie van Defensie, waar Klep zich specialiseerde in de Tweede Wereldoorlog en internationale vredesmissies. In 2011 verscheen van zijn hand Uruzgan. Nederlandse militairen op missie, 2005-2010. Klep, gespecialiseerd in internationale betrekkingen en militaire vraagstukken, treedt vaak op als commentator over militaire onderwerpen.

Terug naar Boven of naar Homepage

 

VRIJDAG 26 JULI

Defensiepersoneel twijfelt aan bezuinigingen

Defensiepersoneel heeft weinig vertrouwen in de grootste krijgsmachtreorganisatie uit de naoorlogse geschiedenis. Dit meldt het dagblad Trouw in het artikel ‘Weinig vertrouwen in reorganisatie Defensie’ op basis van een - twee maanden oud - intern onderzoek van Defensie.

Een woordvoerder van Defensie heeft de berichtgeving bevestigd. Bij de Koninklijke Landmacht heeft het burgerpersoneel slechts voor 18% vertrouwen in de bezuinigingen; van de militairen ziet ± 29% weinig in de veranderingen. Slechts één op de zeven werknemers vindt dat de bezuinigingen een “logische, samenhangende indruk” maken: het zijn vooral de keuzes waar grote vraagtekens bij worden geplaatst.

Het vertrouwen in het voortbestaan van de eigen baan is de afgelopen drie jaar gedaald van 52% naar 32%. Hoewel er weinig vertrouwen is in het voortbestaan van de eigen baan, wordt het werk wel gewaardeerd. De tevredenheid en motivatie van het personeel blijven relatief hoog, respectievelijk 62% en 56%.

Volgens betrouwbare bronnen maakt de Defensietop zich echter grote zorgen over het gebrek aan vertrouwen onder het personeel.

De politiek kan nog geen duidelijkheid geven: pas ergens na het zomerreces, dat op 2 september a.s. (week 36) eindigt, zal Minister van Defensie Jeanine Hennis-Plasschaert de nieuwe 'Nota over de toekomst van de Krijgsmacht' presenteren. Daarna volgt de behandeling van haar begroting, die uiterlijk tot december dit jaar zal duren.

Hoewel Hennis-Plasschaert de hoofdlijnen van de 'Nota over de toekomst van de Krijgsmacht' op 25 juni jl. bekendmaakte, rest leidinggevenden binnen Defensie totdat het zover is om zo zorgvuldig mogelijk om te gaan met het ongeruste personeel.

De krijgsmacht kan het niet gebruiken dat het vertrouwen terugloopt: de instroom van nieuw personeel is lager dan gewenst, de uitstroom hoger dan eerder was becijferd. Volgens het dagblad Trouw was er in 2012 nog wél sprake van nieuwe belangstellenden, maar kozen de sollicitanten uiteindelijk toch voor een baan in een andere sector vanwege het gebrek aan toekomstperspectief bij Defensie.

In een vergadering met de Vaste Commissie voor Defensie van de Tweede Kamer op 19 juni jl. verklaarde de bewindsvrouw ook al dat de tevredenheid onder haar personeel dalende is. Ze voegde eraan toe dat de onrust binnen de krijgsmacht nog wel even zal aanhouden door nieuwe herstructureringen.

Terug naar Boven of naar Homepage

 

WOENSDAG 24 JULI

Actieplan Europese Commissie voor Defensie-industrie

In Brussel heeft de Europese Commissie vandaag het plan ‘Towards a more competitive and efficient defence and security sector’ aangenomen.

Dit actieplan zal de interne markt voor Defensie in Europa moeten versterken door het bevorderen van de concurrentie - met de Verenigde Staten - en het stimuleren van synergie tussen civiel en militair onderzoek.

Met het plan onderkent de Europese Commissie dat de opeenvolgende bezuinigingen op Defensie om de lidstaten en de aanhoudende versplintering van de Europese Defensie-industrie de capaciteit van Europa bedreigen om zelfstandig en doeltreffend de nieuwe veiligheidsuitdagingen aan te pakken.

De Europese Defensie-industrie, gedomineerd door het Britse BAE Systems, het Frans-Duitse EADS en het Italiaanse Finmeccanica, had in 2012 een gezamenlijke omzet van € 96 miljard en verschafte direct werk aan 400.000 mensen.

De Europese Commissie heeft de staatshoofden en regeringsleiders verzocht het plan te bespreken tijdens de Europese Raad op 19 en 20 december in Brussel. De Europese Raad, momenteel onder voorzitterschap van Herman van Rompuy, stelt de prioriteiten van de Europese Unie.

De voorzitter van de Europese Commissie, José Manuel Barroso, zei hierover: "In een tijd van schaarse middelen is samenwerking heel belangrijk en moeten wij onze ambities en middelen op elkaar afstemmen om overlappende programma's te vermijden. Het is tijd om meer samen te doen.”

Catherine Ashton, de Hoge Vertegenwoordiger van de Unie voor Buitenlandse Zaken en Veiligheidsbeleid, voegde daaraan toe: "De EU heeft de ambitie om te zorgen voor veiligheid zowel in haar eigen omgeving als op mondiaal vlak, in beide gevallen om haar eigen belangen te beschermen en om bij te dragen aan de internationale vrede en veiligheid. Om hiertoe in staat te zijn hebben wij defensievermogens nodig. En daarvoor is een gezonde industriële basis essentieel.”

Terug naar Boven of naar Homepage

 

MAANDAG 22 JULI

Mi-26 'Halo' helpt bij redeployment uit Kunduz

De Russische Mi-26 – NAVO-codenaam Halo – is materieel van de Nederlandse politietrainingsmissie in Kunduz naar het westelijker gelegen Mazar-e-Sharif aan het overbrengen.

Omdat de politietrainingsmissie op 1 juli jl. haar werkzaamheden beëindigde, wordt het materieel nu vanuit Afghanistan naar Nederland verhuisd door militairen van de redeployment-eenheid.

De Mi-26 – de zwaarste en sterkste helikopter ter wereld – transporteert alles door de lucht wat, bijvoorbeeld om veiligheidsredenen, niet over de weg kan.

De helikopter met een maximaal laadvermogen van 20 ton vloog al driemaal van Kunduz naar Mazar-e-Sharif. Van hieruit wordt het materieel verder richting Nederland getransporteerd. De redeployment-missie vertrekt vóór 1 november eveneens uit Kunduz.

Van de Mi-26 zijn in verschillende uitvoeringen zo'n 300 stuks vervaardigd. Vele tientallen vliegen voor Wit-Russische, Indiase, Russische en Oekraïense overheidsdiensten, maar het merendeel van de helikopters is in civiele handen.

Het toestel dat de Nederlanders helpt - een gehuurde Mi-26T van de Russische firma Rostvertol-Avia - heeft een lengte van 40 meter, een breedte van acht meter en rotorbladen van elk 16 meter. De helikopterbemanning telt zes personen; de kruissnelheid van de Mi-26T bedraagt 255 km per uur.

Terug naar Boven of naar Homepage

 

ZONDAG 21 JULI

Nederlanders in defilé Belgische nationale feestdag

Ter gelegenheid van de Belgische nationale feestdag, die dit jaar samenviel met de troonswisseling, hebben vanmiddag in Brussel ook contingenten van de Duitse, Franse, Luxemburgse, Nederlandse en Spaanse krijgsmachten deelgenomen aan het traditionele militair defilé.

Op 21 juli 1831 legde de eerste Belgische koning Leopold I de eed af op de grondwet. Tijdens de nationale feestdag neemt de Koning altijd een defilé af van de geüniformeerde diensten, zoals krijgsmacht, politie, brandweer en Rode Kruis.

Zo marcheerden een afvaardiging van het Eurocorps voorbij de Koninklijke tribune aan het Paleizenplein (Place des Palais), waar de eerder vandaag afgetreden Albert en de nieuwe Koning Filip, tevens opperbevelhebber van het Belgische leger, de parade afnamen.

Als onderdeel van het Benelux-detachement namen uit Nederland militairen van 13 Gemechaniseerde Brigade van de Koninklijke Landmacht, de Koninklijke Militaire Kapel Johan Willem Friso en twee Fenneks met hun bemanningen deel aan het defilé.

Opvallend was de aanwezigheid van de nieuwe NH90-maritieme helikopter van het Defensie Helikopter Commando in het luchtruim boven Brussel. In België zal deze de Sea King gaan vervangen.

Met zijn aanwezigheid onderstreepte de Commandant der Strijdkrachten, generaal Tom Middendorp, tenslotte de bijzonder intensieve samenwerking met België.

Voorafgaand aan het defilé inspecteerde Filip de troepen – een traditie die stamt uit de tijd dat dit dé gelegenheid was voor de bevelhebber om zich te tonen aan zijn troepen.

Het militair defilé bestond uit in totaal ± 1.400 militairen, onder wie ook ruim tweehonderd veteranen. Veertig daarvan waren oud-Koreastrijders, omdat het dit jaar 60 jaar geleden is dat de Koreaanse oorlog eindigde.

Terug naar Boven of naar Homepage

 

WOENSDAG 17 JULI

Vierdaagse en Defensie tot 2017 verbonden

De Stichting De 4Daagse, de gemeente Nijmegen en het Ministerie van Defensie hebben vandaag officieel de samenwerking tot 2017 verlengd. Dit gebeurde met het ondertekenen van een convenant op Kamp Heumensoord, waar de ruim 5.000 militaire deelnemers uit vierendertig landen tijdens de Vierdaagse van Nijmegen verblijven.

De Commandant Landstrijdkrachten, luitenant-generaal Mart de Kruif, tekende de nieuwe samenwerkingsovereenkomst met de Nijmeegse burgemeester Hubert Bruls en de voorzitter/marsleider van de Stichting De 4Daagse, Johan Willemstein.

De band tussen Defensie en de Vierdaagse, die dateert van 1909, loopt nu in elk geval door tot en met 2016. In dat jaar vindt de 100ste editie van de Vierdaagse plaats.

Door de bezuinigingsreorganisatie is de bijdrage van Defensie aan het wandelevenement kleiner en soberder dan voorgaande jaren. Marsleider Johan Willemstein toonde zich niettemin opgelucht over het convenant: “Ik heb me 1½ jaar zorgen gemaakt dat Defensie zich zou terugtrekken. De Nijmeegse Vierdaagse zonder Defensie is geen Nijmeegse Vierdaagse.”

Als voorbereiding op de Sportdagen voor het Veldleger die van 1904 tot '08 werden gehouden, lanceerde luitenant Casper D. Viehoff van het 8ste Regiment Infanterie in Arnhem in 1907 het idee om in vier dagen van Arnhem naar Breda te lopen.

Hoewel het plan niet onmiddellijk doorgang vond, leidde het een jaar later wel tot de oprichting van de Nederlandse Bond voor Lichamelijke Opvoeding - de huidige Koninklijke NBLO.

In 1909 werd de eerste Vierdaagse gehouden. Op 1 september van dat jaar startten in totaal 306 wandelaars over vijftien parkoersen. Slechts tien van hen waren burgers.

Terug naar Boven of naar Homepage

 

DINSDAG 16 JULI

Vierdaagse van Nijmegen 2013 van start

In Nijmegen is vanochtend de 97ste editie van de Vierdaagse gestart met de gebruikelijke Dag van Elst. Vandaag worden onder meer Lent, Bemmel, Arnhem en Elst aangedaan. De deelnemers lopen vier dagen achtereen 30, 40 of 50 kilometer; alle militairen lopen 40 km met tenminste tien kg bepakking.

42.493 lopers hebben zich gisteren voor het verstrijken van de deadline aangemeld in Nijmegen. Mensen komen niet opdagen wegens ziekte, de weersvooruitzichten, persoonlijke omstandigheden of vakantie.

Volgens Jules Geirnaerdt, de meteoroloog van de Vierdaagse, zal het de komende dagen goed wandelweer zijn: voornamelijk zonnig, niet te warm (tussen de 23 en 26 graden Celsius), niet vochtig en met slecht een minieme kans op regen. In 2006 overleden tijdens de Vierdaagse twee wandelaars doordat het veel warmer en windstiller werd dan was voorspeld.

De lopers starten vanaf de Wedren in het centrum van de stad, met uitzondering van de militaire detachementen: die vertrekken vanaf Kamp Heumensoord, traditiegetrouw de uitvalsbasis van alle (inter)nationale militairen.

De 81-jarige Bert van der Lans neemt vandaag voor de 67ste keer deel aan het grootste internationale wandelevenement ter wereld. Als de Nijmegenaar de tocht volbrengt, evenaart hij het record van Annie Berkhout, die de Vierdaagse van Nijmegen 66 maal heeft uitgelopen. De Voorburgse, die in 2002 voor het laatst de Nijmeegse Vierdaagse liep, overleed in 2006 op 91-jarige leeftijd.

Aanstaande vrijdag zullen de lopers feestelijk worden binnengehaald op de Via Gladiola (Sint Annastraat) in Nijmegen. De laatste dag voert onder andere via Overasselt, Linden, Beers, Cuijk en Mook.

Terug naar Boven of naar Homepage

 

ZATERDAG 13 JULI

"Binnen twee minuten waren ze allemaal dood"

De foto die op 10 juli vorig jaar opdook van een tiental Indonesische mannen dat dood in een greppel ligt, lijkt van een standrechtelijke executie te zijn die is uitgevoerd door Nederlandse militairen tijdens de Indonesische onafhankelijkheidsoorlog. Dat zegt veteraan Harrie Nouwen (87), destijds telegrafist in het leger, vandaag in een interview in NRC Handelsblad.

De foto's die vorig jaar opdoken kwamen uit het privéalbum van Jacobus (Job) Ridderhof uit Enschede. De albums werden gevonden in een vuilcontainer in die plaats.

Nouwen heeft zichzelf herkend als de soldaat die op de foto gehurkt naast de greppel zit. De andere militair was zijn luitenant, die - volgens Nouwen - de dertien of veertien mannen heeft doodgeschoten als vergelding voor een hinderlaag waar hij en een andere collega in gelopen waren.

Nouwen: “Ze moesten knielen bij de greppel, met hun handen in hun nek. Pang pang pang. Binnen twee minuten waren ze allemaal dood." Het incident zou zich hebben voorgedaan in het oord Gedong Tataan in Zuid-Sumatra.

Volgens twee deskundigen in de krant is zijn verhaal geloofwaardig. Nouwen had nooit over het incident verteld, omdat hij een eed had afgelegd op koningin Wilhelmina "om alle geheimen uit het leger te bewaren".Omdat alles weer boven kwam toen hij de foto onder ogen kreeg, vertelt hij het verhaal nu wel.

Volgens Nouwen gebeurde het voorval op de foto vlak voor het einde van de oorlog, in december 1949. Historici noemen dit onwaarschijnlijk: op 15 augustus 1949 werden de vijandelijkheden op Sumatra beëindigd.

Waarschijnlijker is dat het in maart 1949 gebeurde, toen twee militairen uit het regiment van Nouwen in het gebied bij Gedong Tataan om het leven kwamen.

Op 8 mei 1947 werd Jacobus Ridderhof als dienstplichtige bij de artillerie uitgezonden naar Nederlands-Indië. Hij was ingedeeld bij de 3e Afdeling van het 12e Regiment Veldartillerie (3-12 RVA), dat was ondergebracht bij het Territoriaal Troepencommando in Semarang (W-Brigade) op Midden-Java.

Meest waarschijnlijk hebben de artilleristen speciale troepen of infanterie ondersteund bij de acties. In de Korpsgeschiedenis van 3-12 RVA wordt geen melding gemaakt van executies.

Op 5 april 1950 keerde Ridderhof met het Amerikaanse troepentransportschip M.S. Fairsea terug in Rotterdam, waarna 3-12-RVA werd opgeheven. Jacobus Ridderhof overleed op 22 oktober 2002 in Enschede.

De ontdekking van de foto's uit zijn fotoalbum riep de vraag op naar een nieuw onderzoek naar excessen tijdens de Politionele Acties.

In De Telegraaf van 21 juli 2012 schreef prof. dr. Bob Smalhout in zijn column ‘Op het scherp van de snede’: “Het zou zeker zinvol zijn de opschudding, veroorzaakt door de in een vuilnisvat teruggevonden foto's van de oud-soldaat Job Ridderhof, als aanleiding te gebruiken om eindelijk, na ruim zestig jaar, een zinvolle geschiedenisbeschrijving te maken. Een beschrijving die niet misbruikt wordt voor politieke doeleinden, maar die recht doet aan alle betrokkenen, namelijk de slachtoffers van een uiterst pijnlijke periode in de Staat der Nederlanden.”

Militair historicus Martin Elands, verbonden aan het Kennis- en Onderzoekscentrum (KOC) van het Veteraneninstituut, heeft “geen reden om te twijfelen aan de authenticiteit van het verhaal van Nouwen". Veel feiten die hij in zijn verhaal noemt komen overeen met wat er over zijn regiment en het gebied bekend is. "We weten dat het gebied waar Nouwen zat erg onrustig was", zegt Elands. Overigens was het bloedbad dat Nouwen in het interview beschrijft tot nu toe niet bekend.

Of de foto inderdaad op Sumatra gemaakt is en of Nouwen erop staat, is zonder andere getuigen niet met absolute zekerheid vast te stellen. Hoe de foto bij Jacobus Ridderhof terechtkwam, is onduidelijk. De andere foto, van drie mannen die schijnbaar in de rug worden geschoten, kent Nouwen niet: “Dat was niet bij ons.”

Indonesië-deskundige Harry Poeze van het Koninklijk Instituut voor Taal-, Land- en Volkenkunde (KITLV) vindt het verhaal van Nouwen grotendeels plausibel."Een aantal zaken die hij benoemt zijn aantoonbaar juist. Dat niet alles klopt, is begrijpelijk na al die jaren. Er is verder onderzoek nodig om dit exact te situeren."

Oorlog- en onderzoeksjournalist Arnold Karskens is daarentegen “allerminst overtuigd” door het verhaal van Nouwen, zo laat hij op Twitter weten. In Mist van de oorlog op de website De Nieuwe Pers vervolgt Karskens: “Zijn verhaal rammelt [...] Na lezing van het twee pagina's grote NRC-coververhaal, twijfel ik ernstig aan het waarheidsgehalte.”

Terug naar Boven of naar Homepage

 

VRIJDAG 12 JULI

Budget Internationale Veiligheid € 250 miljoen

Nederland gaat alle aspecten van het internationale veiligheidsbeleid financieren uit één portemonnee. Met het Budget Internationale Veiligheid (BIV) stelt het kabinet vanaf 2014 jaarlijks € 250 miljoen beschikbaar voor activiteiten op het gebied van ontwikkeling, veiligheid en diplomatie (3D-benadering).

Het grootste deel, bijna € 200 miljoen, komt uit de budgettaire constructie Homogene Groep Internationale Samenwerking (HGIS) - waaruit diverse ministeries sinds 1997 activiteiten financierden die voortvloeiden uit het buitenlandbeleid. De rest van het BIV wordt bijgedragen door Defensie zelf.

Dit staat in de brief waarin het kabinet herbevestigt dat missies vragen om deze combinatie. Minister van Defensie Jeanine Hennis-Plasschaert: ”Onze 3D-benadering, bestaande uit Development, Defence en Diplomacy, is de afgelopen jaren heel succesvol geweest. We zijn daarin echt een gidsland. Dat laten we nu ook zien door een apart budget vorm te geven.”

In Afghanistan profileerde Nederland zich met de 3D-benadering, waarin het niet alleen gaat om vechten, maar ook om opbouwen en praten. De gecombineerde aanpak wordt in het BIV vertaald, waardoor uit dit budget vanaf volgend jaar vredesmissies, opleiding en training van agenten, grensbewaking, bescherming van goederenstromen en verbetering van de rechtspraak kunnen worden bekostigd. Uit het BIV zullen geen activiteiten in het kader van noodhulp worden betaald.

Het plan en de daarbij behorende brief zijn vandaag voorgelegd aan de Ministerraad. Hiermee is een einde gekomen aan maandenlang gesteggel tussen de regeringspartijen VVD en PvdA.

Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking Lilianne Ploumen is blij dat ze "meer middelen ter beschikking heeft voor een geïntegreerde aanpak." Er is wel "een gids" voor het gebruik van het geld, zo benadrukte Ploumen na de Ministerraad. Het moet ontwikkelingsrelevant zijn en het moet betrekking hebben op ontwikkelingslanden of fragiele regio's. Ploumen beheert het BIV, maar Hennis-Plasschaert bepaalt waar het leger wordt ingezet: “Als het gaat om de inzet van militairen is er maar een de baas.”

In de brief staat dat het budget onder andere kan bijdragen "aan de bescherming van de burgerbevolking, het voorkomen of beheersen van humanitaire crises, het bevorderen van duurzame veiligheid en stabiliteit." Bij het besteden van de gelden worden ook de strategische belangen op het buitenlands veiligheidsgebied meegewogen: internationale verantwoordelijkheid, veiligheidsbelangen en economische belangen.

"Voor duurzaam herstel van de veiligheid en stabiliteit is in veel gevallen de inzet van zowel civiele als militaire capaciteiten vereist", zo schrijft het kabinet in de brief.

De rechtvaardiging binnen de PvdA om in te stemmen met de huidige invulling van het budget, lijkt onder meer dat de partij graag wil bijdragen aan toekomstige vredesmissies in Afrika, zoals United Nations Stabilization Mission in Mali (MINUSMA). Ook deze missie kan uit het BIV betaald worden. Het kabinet onderzoekt momenteel de "mogelijkheid en wenselijkheid" van een bijdrage aan de VN-missie in Mali. Hierover wordt na het zomerreces een besluit verwacht.

Terug naar Boven of naar Homepage

 

DINSDAG 9 JULI

De Maizière nieuwe SG NAVO in 2014?

Volgens het Duitse weekblad Der Spiegel is de Duitse Minister van Defensie, Thomas de Maizière (CDU) de grootste kanshebber om Anders Fogh Rasmussen volgend jaar zomer op te volgen als Secretaris-generaal van de NAVO.

Bundesminister der Verteidigung De Maizière ligt sinds begin vorige maand onder vuur vanwege de hoge ontwikkelingskosten die zijn verbonden aan de Euro Hawk. Dit onbemande vliegtuigje is een subversie van de Northrop Grumman RQ-4 Global Hawk.

Wanneer De Maizière zou worden benoemd, is hij de tweede Duitse Secretaris-generaal van het bondgenootschap. Van 1988 tot 1994 was zijn partijgenoot Manfred Wörner NAVO-chef.

Andere politici die voor de functie in aanmerking zouden kunnen komen zijn de Poolse Minister van Buitenlandse Zaken Radosław Sikorski en de Italiaan Franco Frattini, voormalig Minister van Buitenlandse Zaken en Eurocommissaris voor justitie, vrijheid en veiligheid.

De Verenigde Staten zouden de functie voor Sikorski echter te licht vinden, terwijl Frattini te veel als een geestverwant van de omstreden oud-premier Silvio Berlusconi wordt gezien.

De functie van Secretaris-generaal is driemaal door een Nederlander vervuld: Dirk Stikker (1961-1964), Joseph Luns (1971-1984) en Jaap de Hoop Scheffer (2004-2009). Allen waren Minister van Buitenlandse Zaken voordat ze bij de NAVO aan de slag gingen.

Terug naar Boven of naar Homepage

 

MAANDAG 8 JULI

Documenten raid op OBL 2011 verplaatst naar CIA

Volgens The Huffington Post en de Volkskrant heeft U.S. Navy Admiral William McRaven, sinds augustus 2011 commandant van het U.S. Special Operations Command (USSOCOM), gevraagd om de militaire documenten over de bestorming op Osama bin Laden (OBL) te verplaatsen van het Department of Defence (DOD) naar de inlichtingendienst CIA.

Naar eigen zeggen wil McRaven de personen die betrokken zijn bij de moord beschermen, maar critici verwijten hem dat hij de Freedom of Information Act zou willen ontlopen.

De beslissing werd stilletjes verwijderd uit de definitieve versie van een rapport van de DOD Inspector General die enkele weken geleden werd gepubliceerd. Hoewel de beslissing lijkt in te gaan tegen federale wetten en mogelijk zelfs tegen de Freedom of Information Act, laten zowel het rapport als de tersluikse verwijdering voorlopig geen alarmbellen rinkelen.

De CIA - die laat weten dat de aanval op Bin Laden werd geleid door toenmalig CIA-baas Leon Panetta – benadrukt dat de U.S. Navy SEALs die Osama doodden tijdelijk in dienst waren van de CIA en derhalve niet van Defensie.

CIA-woordvoerder Preston Golson laat weten: “Documenten die betrekking hebben op de bestorming worden behandeld op dezelfde manier waarop alle zaken die onder leiding staan van de CIA-directeur behandeld worden. Alle documenten over een CIA-operatie zoals de bestorming zijn CIA-documenten.” Golson noemt het “absolutely false” dat de documenten naar de CIA gehaald zijn om de Freedom of Information Act te ontlopen.

In het rapport van de DOD Inspector General staat te lezen dat de overdracht van documenten deel uitmaakt van de inspanningen van admiraal McRaven om de namen van het personeel dat betrokken was bij de bestorming geheim te houden.

Osama bin Laden werd op 2 mei 2011 door U.S. Navy SEALs gedood in het Pakistaanse Abbottabad. Admiraal McRaven organiseerde en voerde Operation Neptune Spear – ook bekend onder de naam Geronimo – uit.

Terug naar Boven of naar Homepage

 

ZONDAG 7 JULI

927 Afghaanse militairen en politieagenten gedood in juni 2013

Uit een telling van het persbureau Associated Press (AP) blijkt dat in de eerste maand waarin Afghanistan zelf verantwoordelijk was voor zijn veiligheid 927 Afghaanse militairen en politieagenten zijn gesneuveld.

In de maanden januari tot en met mei 2013 waren dat er gemiddeld 161 per maand.

Op 18 juni jl. droegen de vijftig landen die bijdragen aan de International Security Assistance Force (ISAF) de verantwoordelijkheid voor de veiligheid in Afghanistan over aan de Afghanen. De laatste ISAF-troepen zullen eind 2014 vertrokken moeten zijn.

Ook in de afgelopen 24 uur sneuvelden, volgens de Afghaanse regering, verspreid over het land in totaal veertien Afghaanse militairen en werden 64 Taliban-strijders gedood.

Terug naar Boven of naar Homepage

 

VRIJDAG 5 JULI

Eerste terreinopzichters beëdigd tot BOA

Op de Johannes Postkazerne in Havelte zijn vandaag acht terreinopzichters, werkzaam bij de Koninklijke Landmacht (KL), beëdigd tot buitengewoon opsporingsambtenaar (BOA).

De beëdiging van de eerste terreinopzichters bij de KL met deze neventaak, werd uitgevoerd door kolonel Daan Noort, districtscommandant Noord-Oost van de Koninklijke Marechaussee, in het bijzijn van de Commandant der Landstrijdkrachten, luitenant-generaal Mart de Kruif.

Terreinopzichters, in dienst van de Dienst Vastgoed Defensie (DVD) van het Commando Diensten Centra (CDC), zien er onder andere op toe dat militaire eenheden die het terrein gebruiken zich aan de regels houden.

Met het beëdigen van de acht militairen is het voortaan mogelijk om bij overtredingen op militaire terreinen verbaliserend op te treden. De militaire BOA neemt hiermee een plaats in naast bijvoorbeeld boswachters, jachtopzieners en milieu-inspecteurs, die zorg dragen voor natuurgebieden in Nederland. Op termijn zullen alle terreinopzichters die bij de KL werkzaam zijn buitengewoon opsporingsambtenaar worden. Van de acht militairen werken er zeven in Noord-Nederland.

Op 24 april jl. besloot de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar bij het Ministerie van Defensie, CLAS terreinen te wijzigen, waardoor – volgens artikel 2 – personen “werkzaam in de functie van terreinopzichter in dienst van het Ministerie van Defensie, zijn aangewezen als buitengewoon opsporingsambtenaar.”

De buitengewoon opsporingsambtenaren zullen nauw samenwerken met de Koninklijke Marechaussee. Zo zal de marechaussee een proces verbaal dat door een BOA is opgemaakt in de regel afwikkelen. Ook kunnen de BOA's terugvallen op de marechaussee op het gebied van wetgeving en alles wat daarmee samenhangt.

Terug naar Boven of naar Homepage

 

WOENSDAG 3 JULI

Twijfels over "Amerika’s dodelijkste militair"

In de Verenigde Staten is ophef ontstaan over het vorige maand verschenen boek Carnivore waarin Sergeant First Class Dillard "C. J." Johnson, U.S. Army (Ret.) beweert dat hij 2.746 dode vijanden op zijn naam heeft staan. Johnson zou die dubieuze prestatie hebben neergezet in Irak.

Johnson, die zijn boek samen met oud-politieagent en wapenexpert James Tarr schreef, is in de ogen van veel Amerikanen een held. Voor een deel omdat hij kanker ‘overwon’, maar voornamelijk vanwege zijn militaire carrière. In zijn loopbaan kreeg hij maar liefst zevenendertig onderscheidingen, waaronder een Purple Heart en Silver Star.

Behalve over het astronomische aantal doden, zijn er gerede twijfels over het telwerk van de Amerikaan. (De bewering dat Johnson 121 doden op zijn naam heeft staan uit zijn carrière als sniper, lijkt te kloppen. Dat aantal zet hem op de tweede plek van meest succesvolle sluipschutters in de geschiedenis van de Amerikaanse krijgsmacht. Op nummer één staat Navy SEAL-sniper Chris Kyle met 160 'confirmed kills' (De 38-jarige Kyle werd op 2 februari jl. doodgeschoten door een doorgedraaide oud-collega van hem op een schietbaan in Texas.)

Dillard "C. J." Johnson stelt echter ook vele honderden Irakezen te hebben doodgeschoten tijdens een aanval op 23 maart 2003. Hij maakte toen deel uit van 1st Platoon, C Troop, 3-7 Cavalry Squadron.

Toen de M2 Bradley bij de Iraakse plaats As Samawah, 240 km ten zuidoosten van Baghdad, een trainingscomplex binnenreed, werd het pantservoertuig aangevallen door leden van de Fedayeen van de Iraakse leider Saddam Hoessein. De aanval werd afgeslagen en volgens het officiële rapport On Point. The United States Army in Operation Iraqi Freedom. Through 01 May 2003 lagen hierna 488 à 493 lichamen rond het voertuig. Opmerkelijk genoeg eiste Bradley-commandant Johnson die allen voor zichzelf op.

In werkelijkheid maakten het 25 mm-kanon en de coaxiale 7.62 mm-machinegeweren van de M2 Bradley plus het vuur van een ondersteunende Amerikaanse mortiereenheid de meeste slachtoffers.

Het boek Carnivore - A Memoir by One of the Deadliest American Soldiers of All Time van Sergeant First Class Dillard "C. J." Johnson en James Tarr verscheen in juni 2013 bij Harper Collins-imprint William Morrow & Co. Het boek telt 320 pagina's (ISBN 9780062288417, € 27,95).

Bronnen:

Terug naar Boven of naar Homepage

 

DINSDAG 2 JULI

Geen Nederlandse militairen naar EUTM Mali

In een Kamerbrief beantwoorden Minister van Buitenlandse Zaken Frans Timmermans en Minister van Defensie Jeanine Hennis-Plasschaert de vragen van Pieter Omtzigt en Raymond Knops over een eventuele bijdrage van Nederland aan de EU Training Mission in Mali (EUTM Mali).

Omzigt en Knops, respectievelijk woordvoerder Buitenlandse Zaken en Defensie van oppositiepartij CDA, stuurden op 10 juni jl. hun vragen in.

Volgens Timmermans en Hennis-Plasschaert heeft Nederland op de force generation conference van 21 mei “onder politiek voorbehoud – een aantal trainers, staffunctionarissen, een beveiligingseenheid (force protection) en ondersteunend personeel aangeboden. […] Tijdens de force generation hebben de lidstaten in ruime mate capaciteiten aangeboden. Als gevolg daarvan was in een aantal gevallen sprake van een overaanbod. Dit gold ook voor de bijdrage die Nederland wilde leveren. Binnen de missie bleek momenteel geen behoefte te bestaan aan de bijdrage die Nederland onder politiek voorbehoud had aangeboden. Wel zal Nederland, net als Luxemburg, een functionaris plaatsen in de staf van het Belgische detachement (een liaisonofficier, BP).”

Volgens de beide bewindslieden beschikt de EUTM Mali naar verwachting “tot het einde van haar mandaat, 19 mei 2014, over voldoende trainers en force protection.”

Daarmee zal Nederland naar alle waarschijnlijkheid niet meer deelnemen aan de EUTM Mali. De ministers voegen eraan toe: “De beheersing van de Franse taal staat los van het feit dat er momenteel geen behoefte is aan een Nederlandse bijdrage.”

Terug naar Boven of naar Homepage

 

MAANDAG 1 JULI

Minister sluit politietrainingsmissie Kunduz af

Minister van Defensie Jeanine Hennis-Plasschaert heeft vandaag in Kunduz het officiële startsein gegeven voor het afbouwen van de politietrainingsmissie in de Afghaanse provincie. Ze woonde samen met Commandant der Strijdkrachten, generaal Tom Middendorp, de afsluitende ceremonie bij.

De bewindsvrouw prees de Nederlandse mannen en vrouwen die zich in de afgelopen jaren hebben ingezet voor de missie: “Dankzij de inspanningen van u en uw voorgangers laat Nederland een tastbare erfenis achter in heel Afghanistan, dat is iets om oprecht trots op zijn.”

Ook bezochten de minister en generaal Middendorp de uitreiking van certificaten aan Afghaanse politieagenten.

Met het strijken van de Nederlandse vlag in Kunduz nemen de Afghanen nu de veiligheids- en opleidingstaken over. De Nederlandse F-16's blijven nog tot medio 2014 ter bescherming van de internationale troepenmacht. Ook blijft Nederland tot 2017 nog actief ter ondersteuning van het opbouwen van een rechtstaat, zoals in de NAVO-vervolgmissie Resolute Support na 2014.

Het doel van Resolute Support in Afghanistan is Training, Advice & Assistance (TAA) voor de Afghaanse ministeries van Defensie en politie en de hoogste leger- en politiecommandanten.

Nederland is sinds 2002 actief betrokken geweest bij de handhaving van de veiligheid in Afghanistan. Sinds 2011 zijn de Nederlanders samen met de Duitsers actief in Kunduz. Van de vijfhonderd Nederlanders die nu in Afghanistan zijn, keren er driehonderd terug.

Terug naar Boven of naar Homepage

 

Nieuwsarchief...