NIEUWSARCHIEF MAART 2012
Terug naar de homepage
 

maart 2012
M
D
W
D
V
Z
Z
4
5
8
11
14
15
17
18
21

Maak uw keuze uit de hierboven getoonde lijst

ZATERDAG 31 MAART 2012

Boekpresentatie 'Poppy' in Rotterdam

Vandaag verschijnt ‘Poppy - Trails of Afghan Heroin’ van journalist Antoinette de Jong en fotograaf Robert Knoth. Twintig jaar volgden ze de felgekleurde papaverbloemen, via de heroÔneroutes tot en met de de dood  en misdaad door de drugs.

In dit documentatieverhaal speelt Afghanistan de hoofdrol. Vanaf het begin van de jaren ’90 hebben De Jong en Knoth het land frequent bezocht en volgden ze de Afghaanse ontwikkelingen. Zo'n 90% van de opium in de wereld wordt geproduceerd in Afghanistan. In de expositie worden de handel en gevolgen van heroÔne in Centraal AziŽ, de Balkan, SomaliŽ en Engeland in beeld gebracht met een installatie bestaande uit meerdere schermen.

De boekpresentatie van ‘Poppy - Trails of Afghan Heroin’ vindt ’s middags plaats bij de opening van de gelijknamige tentoonstelling in het Nederlands Fotomuseum in Rotterdam. Deze zal worden ingeleid door oud-politicus Gerrit-Jan Wolffensperger, vice-voorzitter van de Foundation Sem Presser Archive.

Verder zullen onder andere de oud-Commandant der Strijdkrachten Dick Berlijn, Allard Wagemaker (luitenant-kolonel der mariniers) en Martin Jelsma (onderzoeker Transnational Institute) aanwezig zijn.

Het 492 pagina’s tellende boek ‘Poppy - Trails of Afghan Heroin’ (ISBN 9783775733373)is een co-productie van Ydoc Publishing en Hatje Cantz Verlag en kost € 39,50.

Op maandag 2 april a.s. zal het onderwerp 'Poppy, in het spoor van Afghaanse heroÔne' in de uitzending van Pauw & Witteman (Nederland 1, 23.00 - 23.55 uur) aan bod komen.

Terug naar Boven

 

VRIJDAG 30 MAART 2012

KRO Reporter International: 'Drones'

In KRO Reporter International de reportage ‘Drones’ (21.20 uur, Nederland 2)  over de onbemande en op afstand bestuurde vliegtuigen met Hellfire-raketten en geleide bommen die op duizenden kilometers van het moederland militaire operaties uitvoeren.

Drones – ook wel Unmanned Aerial Vehicle (UAV’s) genoemd – blijken het favoriete wapen van de Amerikaanse president Barack Obama en een cruciaal onderdeel van zijn Defensiebeleid. Met ‘drone-strikes’ worden en werden in het grensgebied van Pakistan en Afghanistan ťn in LibiŽ terroristen en vijandelijke strijders opgespoord en gedood.


Het gebruik van drones voelt schoon en efficiŽnt aan, maar de smerige details rond het gebruik ervan blijven buiten beeld, betoogt historicus Christ Klep in het programma. Klep en Ko Colijn van het Netherlands Institute of International Relations “Clingendael” becommentariŽren de inzet van de drones. Het tweetal is vooral kritisch omdat met drones het doden wordt overgelaten aan techniek.

In de reportage wordt ook gesproken met de Amerikaanse schrijver David Rohde, die in Afghanistan zeven maanden en tien dagen was ontvoerd door de Taliban. Hij zag de drones regelmatig inslaan en betoogt dat ze "onschuldige slachtoffers maken".

Ook Nederland gaat nieuwe drones aanschaffen, want ze zijn goedkoop en de levens van piloten worden gespaard. Op 19 maart jl. heeft het Ministerie van Defensie bij de Amerikaanse producent Insitu Inc. tenminste ťťn ScanEagle als interim-oplossing besteld.

De toestellen kunnen 24 uur in de lucht blijven zonder dat ze hoeven te worden bijgetankt. Dat maakt ze uitermate geschikt voor observatieklussen. Ook de onbemande vliegtuigen ('drones') die Nederland gaat aanschaffen, zullen in het kader van civiel-militaire samenwerking ook worden uitgeleend aan het Ministerie van Justitie. Hierbij worden ze ingezet voor het observeren en opsporen van criminelen. Een kleine drone van Defensie werd al eerder ingezet bij het opsporen van de pyromaan van Vught en het beheersen van oudejaarsgeweld in Veen (gemeente Aalburg).

De onbemande vliegtuigen hebben zeer geavanceerde apparatuur aan boord, onder meer HD-camera's waarmee nummerborden kunnen worden gelezen, nachtkijkers en zelfs thermische sensoren waarmee door muren kan worden heen gekeken naar warmtebronnen, zoals mensen of wietplantages. De software aan boord van de drones kan automatisch locken op voertuigen en die blijven volgen.

In de VS is echter steeds meer kritiek op de inzet van drones. Critici vragen zich af om de drones de voorbode zijn van een nieuwe wapenwedloop?

Terug naar Boven

 

DONDERDAG 29 MAART 2012

Luchtmachtbasis nu Lgen Piet Bestkazerne

Vanaf vandaag geldt de luchtmachtbasis De Peel als landmachtkazerne: de Luitenant-generaal Piet Bestkazerne. Luitenant-generaal Best was commandant van de Nederlandse luchtverdediging van 1938 tot 1940.

De basis in Vredepeel heeft de afgelopen maanden een ware gedaanteverwisseling ondergaan, maar zal de status van reservevliegveld behouden.

De oprichtingsceremonie vond plaats in het bijzijn van de Commandant der Strijdkrachten, generaal Peter van Uhm. "Met deze nieuwe eenheid, het Defensie Grondgebonden Luchtverdedigings Commando, beschikt Nederland namelijk over een moderne eenheid, waarmee we bescherming kunnen bieden tegen luchtdreiging van vliegtuigen, helikopters, Unmanned Aerial Vehicles, ballistische raketten en kruisvluchtwapens", zei hij.

Formeel zijn er na de metamorfose op de landmachtkazerne Ī 400 banen minder. Die banenreductie is aan de ene kant het resultaat van een in 2011 opgelegde bezuinigingsreorganisatie bij Defensie, anderzijds van de samenvoeging van de Groep Geleide Wapens (GGW) van de Koninklijke Luchtmacht en het Commando Luchtdoelartillerie (CoLuA) van de Koninklijke Landmacht. Beide eenheden zijn sinds 2007 al samen gevestigd op de basis in Vredepeel.

Vanaf vandaag zijn beide eenheden opgeheven en ontstaat het Defensie Grondgebonden Luchtverdedigings Commando (DGLC).Het DGLC bestaat uit 850 mannen en vrouwen die luchtverdediging leveren met de Patriot en NASAM (Norwegian Advanced Surface-to-Air Missile) luchtdoelraketten voor de langere afstand en Fenneks met Stinger-capaciteit voor de nabijverdediging.

Kolonel Erik Abma van de Koninklijke Luchtmacht is de eerste commandant van het DGLC; zijn plaatsvervanger is de luitenant-kolonel Marcel Buis, tevens commandant van het Korps Luchtdoelartillerie. Het DGLC is een eenheid onder Single Service Management van de Koninklijke Landmacht.

In verband met de fusering zijn voortaan ook enkele mariniers op de basis gestationeerd, met name om kennis en ervaring aan te leveren. Zo werkt de Koninklijke Marine aan een radarsysteem dat heel vroeg ballistische raketten kan detecteren.

Terug naar Boven

 

WOENSDAG 28 MAART 2012

Mogelijk rol Lariam® bij moord op Afghanen

Mogelijk speelden psychiatrische bijwerkingen van het profylactisch antimalariamiddel mefloquine een rol bij de massamoord die de Amerikaanse staff sergeant (SSG) Robert Bales op 11 maart jl. in de Afghaanse provincie Kandahar pleegde. Hierbij vonden 17 Afghaanse burgers de dood, onder wie negen kinderen.

Op 20 maart jl. is het Pentagon een grootschalig onderzoek gestart naar het gebruik van mefloquine, beter bekend als Lariam®, in de U.S. Army. Amerikaanse functionarissen willen echter niet kwijt of dit onderzoek in verband wordt gebracht met deze massamoord. Ook laat de U.S. Army niet los of Bales zelf mefloquine gebruikte.

Voormalig legerpsychiater dr. Elspeth Cameron Ritchie vroeg zich onlangs in The New York Times af of Bales mefloquine had gebruikt. Ze vermoedt dat Amerikaanse militairen in Afghanistan dit middel nog steeds gebruiken. In grote delen van Afghanistan is een vergroot risico op malaria.

Mefloquine - tegen het einde van de Vietnamoorlog ontwikkeld door onderzoekers van de U.S. Army - kan worden voorgeschreven aan militairen die worden uitgezonden naar gebieden waar besmetting met malaria mogelijk is. Het middel kan ernstige psychiatrische bijwerkingen hebben. De bekendste hiervan zijn hallucinaties, paranoia en psychoses. Ook is het geneesmiddel in verband gebracht met zelfmoordgevallen, ook in de U.S. Army.

Vanaf 2009 mochten Amerikaanse militairen die traumatisch hersenletsel hadden opgelopen geen mefloquine meer gebruiken. Opmerkelijk in dit verband is dat Bales in 2010 in Irak traumatisch hersenletsel heeft opgelopen. Hiermee zou het aannemelijker worden dat hij mogelijk vatbaarder was voor de psychiatrische bijwerkingen van mefloquine.

Volgens dr. Remington Nevin, epidemioloog in de U.S. Army, is mefloquine “a zombie drug. It's dangerous, and it should have been killed off years ago.” Mefloquine noemt hij potentieel giftig voor de hersenen.

Lariam® werd ook als profylaxe geslikt door Nederlandse militairen tijdens de missie in Cambodja in 1992/'93 (UNAMIC en UNTAC). Tientallen veteranen hebben hierna geklaagd over 'lichamelijke klachten'. Volgens het Ministerie van Defensie zijn er geen meldingen bekend over ernstige bijwerkingen na het staken van Lariam: “Defensie gaat zorgvuldig om met Lariam en schrijft het alleen voor als andere middelen niet werken.”

Terug naar Boven

 

DINSDAG 27 MAART 2012

Relatie geweld en malaria in Congo aannemelijk

In de Belgische krant De Standaard een artikel over de relatie tussen geweld en malaria in Congo. Het geweld in de Congolese provincies Noord- en Zuid-Kivu houdt aan. Operaties van verschillende legers en gewapende groeperingen in het oosten van Congo houden het gebied onrustig en onveilig. De onveiligheid in Goma, de hoofdstad van Noord-Kivu, heeft ook gevolgen voor malaria.

Dat blijkt uit het gesprek dat verslaggever Stijn van Gassen van de krant voerde met Christine Slagt, financieel coŲrdinator van de Nederlandse afdeling van Artsen Zonder Grenzen (Mťdecins Sans FrontiŤres). Als coŲrdinator van alle projecten in Noord-Kivu – drie ziekenhuizen, waaraan telkens een aantal gezondheidscentra is verbonden – is haar een grote stijging van het aantal gevallen met malaria opgevallen.

“De voorbije jaren is het aantal gevallen van malaria drastisch toegenomen. Sinds 2011 zien we eigenlijk geen echte piek meer: er zijn altijd veel patiŽnten. Nochtans hebben we zwaar geÔnvesteerd in preventie en sensibilisering. Maar de aantallen blijven hoog, ook het aantal patiŽnten met ernstige malaria.”

“In 2009 hadden we in Noord-Kivu maar 7.500 patiŽnten met malaria. Maar dat jaar heerste hier een echte oorlog, waardoor mensen te bang waren om buiten te komen en zich te laten verzorgen. In 2010 zagen we 27.000 mensen met malaria, in 2011 31.000. En in 2012 verzorgen we nu al 1.100 malariapatiŽnten per week. Zelfs als je de oorlog in rekening brengt, is er een stijging.” Dezelfde trend doet zich ook voor in de provincies Zuid-Kivu en Katanga.

Hoewel het cijfermateriaal misschien niet geheel betrouwbaar is, kan gezegd worden dat het aantal malariapatiŽnten sinds 2010 aan het stijgen is en dat in Congo vanaf  midden 2011 sprake is van een malaria-epidemie.

Volgens Christine Slagt speelt geweld zeker een rol bij het steeds vaker voorkomen van malaria – een ziekte die al een ernstig probleem was: “In hoger gelegen gebieden zijn er minder muggen, waardoor er minder malaria voorkomt. De mensen daar zijn er dan ook minder tegen bestand. Als zij moeten vluchten naar lagere zones, zijn ze heel kwetsbaar voor de ziekte.”

Daarnaast vertellen de mensen dat ze niet onder een muskietennet durven slapen, omdat ze bang zijn dat ze niet snel genoeg zullen kunnen vluchten als hun dorp ‘s nachts aangevallen wordt. En wie op de vlucht is, heeft zelden een muskietennet bij om onder te slapen.

Terug naar Boven

 

MAANDAG 26 MAART 2012

Eerste Martin Zijlstra Veteranenlezing

Op de Julianakazerne in Den Haag is vanmiddag de eerste Martin Zijlstra Veteranenlezing gehouden. De lezing werd georganiseerd door het Veteraneninstituut.

De lezing, met als onderwerp ‘Afghanistan en de nieuwste veteranen’, werd uitgesproken door journalist Joeri Boom. De afgelopen jaren heeft hij elfmaal Afghanistan bezocht om verslag te doen van de (Nederlandse) militaire operaties en de ontwikkelingen in het land. Deze eerste Martin Zijlstra Veteranenlezing was een scherpzinnig pleidooi voor de reŽle beeldvorming van vredesmissies bij politici, Defensiepersoneel en de media.

Joeri Boom's ervaringen en indrukken heeft hij beschreven in diverse mediapublicaties en in het boek Als een nacht met duizend sterren.

De lezing is vernoemd naar mr. Martin Zijlstra. Als lid van de Tweede Kamer (1989-2002) maakte hij zich al verdienstelijk voor veteranen, vervolgens ook als voorzitter van de Raad van Bestuur van de Stichting Veteraneninstituut (2003-2011). Bij het afscheid van Zijlstra besloot het bestuur van het Veteraneninstituut als dank zijn naam aan deze jaarlijks te houden lezing te verbinden.

Met de jaarlijkse lezing wil het Veteraneninstituut de publieke aandacht voor Nederlandse veteranen stimuleren en daarmee de steun aan en waardering voor veteranen bevorderen.

Terug naar Boven

 

ZONDAG 25 MAART 2012

ZDF: 'Notlandung in den Alpen'

Vanavond op de Duitse tv-zender ZDF (19.30 uur) in het magazine Terra X de 45 minuten durende documentaire Notlandung in den Alpen. Hierin reconstrueert de Zwitserse militair historicus Roger Cornioley de dramatische gebeurtenissen rond de eerste maal dat slachtoffers in de Alpen vanuit de lucht werden gered.

Op 19 november 1946 stortte een Amerikaanse Douglas C-53 Skytrooper neer op de top van de Gauli-gletsjer in het Zwitserse Berner Oberland. Het vliegtuig, opgestegen in MŁnchen, kwam op 3.000 meter hoogte te liggen, bij gemiddeld minus 15 graden Celsius en een ijzige wind.

Onmiddellijk werden reddingsacties op touw gezet: vanuit het dal en, uiteindelijk, vanuit de lucht. Twee militaire piloten, Hauptmann Victor Hug en Major Pist Hitz, bereikten als eersten de twaalf Amerikanen op de helling van de gletsjer met hun Fieseler Storch.

De reddingsoperatie in 1946  wordt beschouwd als de start van de alpiene luchtredding.

Terug naar Boven

 

ZATERDAG 24 MAART 2012

NRC: "De oorlog die geen oorlog mocht heten"

Volgens het achtergrondverhaal ‘De oorlog die geen oorlog mocht heten’ van Jaus MŁller in NRC Handelsblad van vandaag, hadden de Nederlandse commando's die aan de vooravond van de missie in Uruzgan verkenningen uitvoerden, een “grimmiger beeld van de situatie” in Uruzgan dan destijds in het politieke en publieke debat naar buiten kwam.

Dit schrijven Arthur ten Cate en Martijn van der Vorm van het Nederlands Instituut voor Militaire Historie (NIMH), in hun boek Callsign Nassau. Het moderne Korps Commandotroepen 1989-2012.

Vandaag is het boek aan Minister van Defensie Hans Hillen aangeboden bij gelegenheid van het 70-jarig bestaan van het Korps Commandotroepen. Voor dit boek - waar de commando's zelf om hebben gevraagd - kregen beide historici toegang tot "geheime patrouilleverslagen, rapportages over verkenningen en beleidsdocumenten van het Korps. Ook voerden ze ruim tachtig gesprekken met commando's."

“Iedere inzet in het gebied zou volgens de commando's moeten beginnen met een harde strijd om het onder controle te brengen”, aldus de elite-eenheid in haar verkenningsrapportages naar Nederland.

Twee weken lang hadden negen commando's Uruzgan verkend, ingevlogen per helikopter, soms verplaatsend te paard. Onderweg hoorden ze "over wapenopslagplaatsen en trainingskampen van de Taliban" en vernamen ze "dat Taliban-strijders door de provincie trokken zonder dat iemand hen tegenhield."

Die waarnemingen beloofden weinig goeds. "Iedere inzet in het gebied zou volgens de commando's moeten beginnen met een harde strijd om het onder controle te brengen." Maar de voorspellende woorden van de KCT'ers vonden nooit hun weg naar de Tweede Kamer.

De parlementariŽrs moesten het doen met fraai klinkende maar militair-operationeel afgezwakte volzinnen. In de kabinetsbrief over de uitzending naar Uruzgan - ondertekend door de ministers Ben Bot (Buitenlandse Zaken), Henk Kamp (Defensie) en Agnes van Ardenne-Van der Hoeven (Ontwikkelingssamenwerking) - stond slechts dat “offensieve operaties” in “bepaalde gebieden” van Uruzgan noodzakelijk konden zijn.

Het kabinet sprak over “een missie met reŽle militaire risico's” waarbinnen “een standvastige tegenstander” zich bediende van “gewapende strijd”.

Ten Cate en Van der Vorm schrijven dat de commando's een “grimmiger beeld van de situatie” hadden dan in het politieke en publieke debat naar voren kwam. Op 24 april 2006 schoten snipers van de Special Forces Task Group Viper van het KCT voor het eerst van veraf Taliban-strijders neer. Na "het ene na het andere vuurgevecht", aldus de NRC, was het de commandant van Viper duidelijk "dat het oorlog [was]".

De mogelijke inzet in Zuid-Afghanistan was in het najaar van 2005 nog voorgesteld als een operatie in de Nederlandse traditie van vredesondersteunende missies, gericht op stabilisering, wederopbouw en het welzijn van de plaatselijke bevolking. Niet als oorlogsoperatie.

Toch legde het kabinet vooral de nadruk op wederopbouw. Wanneer het beeld van Uruzgan als oorlogsgebied in de publieke opinie de overhand zou hebben, werd de gewenste ruime Kamermeerderheid voor de missie niet gehaald.

Hoewel Uruzgan volgens de verkennende commando's “Talibangebied bij uitstek” was, werd voor de militaire acties in deze provincie - anders dan voor de operatie Enduring Freedom, waaraan de KCT'ers in 2006 deelnamen om vijandelijke infiltratie en bevoorrading vanuit Pakistan tegen te gaan - niet de juridische bepaling "in tijd van oorlog" afgekondigd.

Omdat politiek gezien het woord 'oorlog' moest worden vermeden, was er vanaf het begin van de missie in Uruzgan een "kloof tussen militaire realiteit en Haagse werkelijkheid", aldus de NRC.

Beide militair geschiedkundigen schrijven ook dat de commando's bij dit alles op ťťn van de "blinde vlekken" van de NAVO-coalitie zijn gestuit: "de gebrekkige analyse van het gewapende conflict."

Terug naar Boven

Grote reŁnie oud-commando's in Roosendaal

Op de Engelbrecht van Nassaukazerne in Roosendaal verzamelden zich vandaag 3.500 à 4.000 oud-commando's in het kader van de vijfjaarlijkse reĀŁnie van het Korps Commandotroepen (KCT).

Het KCT bestaat dit jaar 70 jaar. Vanaf 11.40 uur begonnen de reŁnisten in hun zojuist verstrekte reŁniejack aan een mars door het centrum van Roosendaal, gevolgd door een defilť op de Oude Markt. Het was sinds 1967, toen de eerste grote CommandoreŁnie werd gehouden, de tiende maal dat het defilť in het centrum werd afgenomen.

Het gedisciplineerde en protocollaire defilť werd afgenomen door Minister van Defensie Hans Hillen, Ridder Militaire Willems-Orde kapitein Marco Kroon, Commandant der Strijdkrachten generaal Peter van Uhm, commandant Korps Commandotroepen kolonel Rob Querido en de burgemeester van Roosendaal, Jacques Niederer.

Naast oud-commando's namen aan het defilť door de stad ook actief dienende commando's deel. Ze droegen de verschillende uniformen die worden gebruikt bij hun missies in het buitenland. Ook reden een vijftigtal historische voertuigen van de vereniging Keep Them Rolling mee.

Bijzondere gast op de KCT-reünie was de 79-jarige Vietnam-veteraan Bruce Crandall. De kolonel b.d. van de Air Cavalry Division ontving voor zijn heroïeke optreden als helikoptervlieger in de Battle of Ia Drang in november 1965 de Medal of Honor – de hoogste militaire onderscheiding van de VS.

’s Middags werd het nieuwe reŁnieboek, Callsign Nassau. Het moderne Korps Commandotroepen, 1989-2012, gepresenteerd. Dit boek is geschreven door Arthur ten Cate en Martijn van der Vorm en wordt uitgegeven door Boom. Het is, wat betreft de geschiedschrijving van het KCT, de opvolger van het boek 'Korps Commandotroepen 1942-1997', geschreven door Alex Krijger en Martin Elands. Dat boek was het reŁniegeschenk op de zevende grote CommandoreŁnie – 1997.

Voor niet-reŁnisten is het boek, dat vooral over de periode vanaf de val van de Berlijnse muur (1989) tot heden gaat, te koop voor € 24,50.

Terug naar Boven

 

VRIJDAG 23 MAART 2012

Openbare apps voor U.S. Army gelanceerd

Vanaf vandaag kunnen Amerikaanse militairen in een eigen digitale app-winkel terecht voor applicaties voor smartphones en iPads. De U.S. Army heeft hiertoe een eigen Army Software Marketplace geopend. Hierin kunnen onder andere gratis plannings- en trainingsapplicaties worden gedownload.

Bij de opening zijn twaalf apps in de Army Software Marketplace te vinden, zowel voor Apple’s iPhone als Android-smartphones.

Volgens de U.S. Army zal de online winkel de tijd reduceren die het nu nog kost applicaties onder de strijdkrachten te verspreiden. De apps zijn ontwikkeld door opleidingsinstituten van de U.S. Army volgens het initiatief Connecting Soldiers to Digital Apps (CSDA).

Terug naar Boven

 

DONDERDAG 22 MAART 2012

Nauwere samenwerking EU op Defensiegebied

De Europese Ministers van Defensie zijn vandaag overeengekomen dat hun krijgsmachten nauwer gaan samenwerken, onder meer op het gebied van tankvliegtuigen en veldhospitalen. De EU willen een concrete bijdrage kunnen presenteren op de NAVO-top op 20 en 21 mei a.s. in Chicago.

Het gebrek aan tankvliegtuigen is tijdens het LibiŽ-conflict pijnlijk duidelijk geworden. Telt de Europese vloot ± 40 tankers, de Amerikanen kunnen ± 650 toestellen in de lucht houden. In dit opzicht namen Frankrijk en het Europese Defensie Agentschap(EDA) het initiatief tot meer EU-samenwerking. Hierbij ligt een rol in het verschiet voor het European Air Transport Command op de Vliegbasis Eindhoven.

Nederland wil graag deelnemen, ook met het oog op de eventuele vervanging van de twee Nederlandse tankvliegtuigen na 2020. Tegen dat jaar willen de EU-ministers hun luchtvloot uitbreiden door nieuwe tankvliegtuigen aan te kopen of te leasen. De toestellen moeten vervolgens ook meer gedeeld worden, onder de noemer van 'pooling and sharing' van militaire capaciteiten.

Evenzo hebben twaalf van de 27 EU-lidstaten onder leiding van ItaliŽ hun schouders gezet onder een project rond veldhospitalen die inzetbaar moeten zijn in zowel militaire operaties als civiele noodhulpmissies. De naam van dit project is ‘Establishment of Multinational Modular Medical Units’.

Daarbij gaat het om een bundeling van multinationale modulaire medische eenheden op het vlak van chirurgie, Intensive Care, resuscitatie, röntgen en spoedeisende hulpverlening, aldus Claude-France Arnould, topvrouw van het EDA. Ook Minister van Defensie Hans Hillen tekende de Declaration of Intent (intentieverklaring) voor de ontwikkeling van deze snel uitzendbare veldhospitalen.

Nederland is eveneens bereid een grotere rol te spelen in een forensisch laboratorium dat onder leiding van Frankrijk wordt ingezet in Afghanistan. Hierin worden inlichtingen vergaard over het gebruik van geÔmproviseerde explosieven, gericht op het achterhalen en bestrijden van het netwerk achter de bommenleggers.

De bijeenkomst van de bewindslieden was ingegeven door de dalende Europese Defensiebegrotingen en het feit dat de Amerikaanse strijdkrachten zich meer gaat toeleggen op AziŽ en het Midden-Oosten.

De besproken maatregelen waren eerder al aanbevolen door het EDA. Andere kostenbesparende adviezen van het EDA, zoals samenwerking op het gebied van pilotentraining, logistiek en onderhoud, werden eveneens door de ministers besproken.

De EU-lidstaten geven gezamenlijk jaarlijks zo'n € 200 miljard uit aan Defensie. Alleen de VS steken meer geld in hun krijgsmacht. De gefragmenteerde staat van hun commandostructuren en de Europese Defensie-industrie maken het echter bijna onmogelijk schaalvoordelen te behalen bij de aankoop van militair materieel.

Het geld dat Europese landen in Defensie steken is de afgelopen tien jaar met zo'n 15% gedaald. De bezuinigingen die momenteel worden doorgevoerd om de financiŽle crisis het hoofd te bieden, houden in dat de Europese krijgsmachten nog meer moeten inleveren. De aankondiging van de VS dat ze zich meer op gebieden buiten Europa wil richten, bemoeilijkt de zaak verder voor Europa.

Terug naar Boven

 

DINSDAG 20 MAART 2012

Wandelmars oud-commando's voor Kika

Vanuit Schaarsbergen is vanochtend een groep van 60 oud-commando's, onder wie twee veteranen van 81 en 82 jaar, begonnen aan een vijfdaagse Reüniewandelmars (RWM) van 180 kilometer door de provincies Gelderland en Noord-Brabant.

De 'groene baretten' lopen de mars om het 70-jarig bestaan van het Korps Commandotroepen luister bij te zetten. Voor de tocht laten de deelnemers zich sponsoren. De opbrengst gaat naar Stichting KiKa (Kinderen Kankervrij), die kinderen steunt in de strijd tegen kanker en hiervoor fondsen werft voor zeven kinderkankercentra in Nederland.

GeÔnitieerd door de Commandovereniging Gelderland lopen de (oud-)commando’s vandaag via Oosterbeek naar Ochten. Vrijdag zullen ze aankomen op de Engelbrecht van Nassaukazerne in Roosendaal, waar ze zich verenigen met ruim 3.000 reünisten.

De route roept herinneringen op aan de afmattingsweek van de elementaire commando opleiding (ECO) die elke groene baret heeft gevolgd. Ze voert langs herkenbare punten, zoals het commandomonument van operatie Market Garden, de dijken langs de Waal, de Vaarschool van het KCT in Keizersveer, de zandduinen van de Loonse en Drunense Duinen en het tentenkamp in de Rucphense Bossen.

Onderweg wordt op kazernes geslapen en gerust in cafť's en in een meegenomen legertent. De groep oud-commando’s wordt begeleid door een medisch team met EHBO’ers en twee commando-artsen.

Op de verjaardag van het KCT, 22 maart, wordt letterlijk een moment stilgestaan bij het overlijden van korporaal Kevin van de Rijdt, die in september 2009 als lid van Task Force 55 in Afghanistan om het leven kwam.

Op 24 maart ’s ochtends zal het detachement wandelaars onder de Tranenpoort de kazerne in Roosendaal betreden. Dit zal worden begeleid door The Seaforth Highlanders of Holland Memorial Pipes and Drums. Hierna zal de totale opbrengst van de mars aan KiKa worden overhandigd.

Terug naar Boven

 

MAANDAG 19 MAART 2012

Defensie koopt ScanEagle UAV

Het Ministerie van Defensie heeft bij de Amerikaanse producent van onbemande vliegtuigen Insitu Inc., tenminste één ScanEagle besteld. Defensie zal met het toestel vanaf de tweede helft van 2012 verschillende verkenningsmissies uitvoeren in binnen- en buitenland.

Het totaal aantal bestelde ScanEagles noch de grootte van het orderbedrag zijn bekendgemaakt.

Insitu Inc., gevestigd in Bingen in de Amerikaanse staat Washington, is een dochteronderneming van The Boeing Company. Volgens de data sheet op de website van Insitu geldt de ScanEagle als: “A superior autonomous aircraft system that delivers long endurance and exceptional situational awareness in a runway-independent package.”

De ScanEagle is een Unmanned Aircraft System (UAS) dat is ontworpen voor ISR-missies (Intelligence, Surveillance, Reconnaissance).

Het bestelde vliegtuig is bedoeld als vervanger van de in de loop van 2011 afgestoten Sperwer, waarmee tussen 2006 en 2009 boven de Afghaanse provincie Uruzgan inlichtingen werden verzameld voor de grondtroepen.

De ScanEagle moet de komende jaren als interim-oplossing dienst doen totdat de opvolger van de Sperwer binnen is.

Het U.S. Marine Corps nam de ScanEagle in 2004 in gebruik. Inmiddels zijn met deze toestellen ruim 580.000 vlieguren gemaakt.

De ScanEagle kan op haar 2-takt benzinemotor langer dan 24 uur onafgebroken in de lucht te blijven bij een kruissnelheid van 90 km per uur. De lengte van de UAS is 1 meter 37, de spanwijdte 3 meter 11, het maximale take-off gewicht 20 kg en het vliegplafond bijna 6 km.

Terug naar Boven

Wapenaankopen wereldwijd gestegen

De wapenaankopen in de wereld zijn naar een record gestegen. De omvang van de internationale wapenhandel steeg in de jaren 2007-2011 met 24% in vergelijking tot 2002-2006. Dat staat in een rapport dat het Stockholm International Peace Research Institute (SIPRI) vandaag heeft gepresenteerd.

De Nederlandse wapenexport groeide in 2011 met 22% naar $ 538 miljoen (€ 408 miljoen).

De internationale wapenexport groeit sinds 2002 jaarlijks met gemiddeld 6%. Alleen in de Koude Oorlog werden internationaal meer wapens verhandeld, soms zelfs voor meer dan $ 40 miljard per jaar. In 1989, het jaar dat de Berlijnse Muur viel, werd nog voor $ 36 miljard aan wapens verhandeld.

Volgens het in Zweden gevestigde internationale instituut voor vredesonderzoek zijn de Verenigde Staten opnieuw ‘s werelds grootste wapenexporteur. De VS kregen zelfs de grootste order in bijna twintig jaar: een Saoedische aankoop van 84 nieuwe en 70 verbouwde gevechtsvliegtuigen. De VS exporteerden 24% meer wapentuig in 2007-2011. Rusland is de op ťťn na grootste leverancier en verscheepte 12% meer, voornamelijk naar AziŽ en Afrika.

De grootste wapenkoper ter wereld is India: 10% van alle geleverde wapens in de wereld gaat daarheen. Met name Rusland voert uit naar India, dat in de ranglijst wordt gevolgd door Zuid-Korea, Pakistan, China en Singapore.

De gezamenlijke Europese landen namen 19% van de wapenimporten voor hun rekening. Saillant is dat het noodlijdende Griekenland in de periode 2007-2011 de grootste importeur was.

De machtswisselingen in LibiŽ, TunesiŽ en Egypte hebben tot nu toe weinig invloed gehad op de wapenleveranties aan de Arabische wereld. In 2011 leverden de VS 45 M-1A1 main battle tanks aan Egypte, met de belofte er nog eens 125 te leveren. Rusland leverde tussen 2007 en 2011 zelfs 78% van alle wapens die het omstreden SyriŽ in die periode importeerde.

Terug naar Boven

 

VRIJDAG 16 MAART 2012

Oud-generaal David Petraeus onderscheiden

De Amerikaanse generaal buiten dienst David Petraeus is vandaag in Den Haag benoemd tot Ridder Grootkruis in de Orde van Oranje-Nassau met de zwaarden. Minister van Defensie Hans Hillen reikte hem op het Ministerie van Defensie de versierselen uit die behoren bij de hoge Koninklijke onderscheiding.

Petraeus, sinds september 2011 directeur van de Amerikaanse inlichtingendienst CIA, kreeg de onderscheiding vanwege zijn verdiensten als militair en in het bijzonder de rol die hij voor Nederland heeft gespeeld in Irak en Afghanistan. De vroegere viersterrengeneraal was van juli 2010 tot juli 2011 opperbevelhebber van de International Security Assistance Force (ISAF) in Afghanistan, toen Nederland onder andere militairen in Uruzgan had gestationeerd.

Door Petraeus’ persoonlijke inspanningen voor de samenwerking tussen Nederland en de VS, kon Nederland met de Task Force Uruzgan belangrijke operationele successen boeken. Volgens Hillen was Petraeus een "onvoorwaardelijke steun aan de Nederlandse militairen" en "een drijvende kracht achter een succesvolle missie".

Veel Nederlandse oud-commandanten die tijdens missies met Petraeus hebben gewerkt, woonden de bijeenkomst bij. Ook Nederlandse familieleden van de Amerikaan en de Friese Commissaris van de Koningin, John Jorritsma, waren aanwezig. Petraeus’ vader groeide op in Friesland. Behalve de onderscheiding kreeg Petraeus ook zijn stamboom, welke tot 1599 teruggaat, uitgereikt.

George Marshall was de laatste Amerikaanse generaal die de Nederlandse onderscheiding mocht ontvangen. Die werd, kort na de Tweede Wereldoorlog, toegekend bij Koninklijk Besluit van 4 december 1946.

Op de foto: oud-viersterrengeneraal David Petraeus met de versierselen behorende bij het Ridder Grootkruis in de Orde van Oranje-Nassau met de zwaarden (Knight Grand Cross in the Order of Orange-Nassau with the Swords). Te herkennen aan een grootlint over de rechterschouder evenals een achtpuntige zilveren ster.

Terug naar Boven

Uitrusting Marco Kroon in Legermuseum

Vanaf vandaag is een nieuwe expositie in het Legermuseum te bewonderen: kapitein Marco Kroon heeft een deel van zijn militaire uitrusting aan het museum geschonken. Daarnaast heeft het museum een deel van zijn spullen in bruikleen gekregen. Samen geven ze een overzicht van de loopbaan van de succesvolle militair.

Kroon vocht in de Afghaanse provincie Uruzgan, waar hij, in de strijd tegen de Taliban, in 2006 met het Korps Commandotroepen belangrijke veldslagen aanvoerde. Voor zes van deze acties werd Marco Kroon op 29 mei 2009 door Koningin Beatrix onderscheiden met de hoogste Nederlandse dapperheidonderscheiding, de Militaire Willems-Orde.

Van Kroon zijn onder andere zijn dagelijks tenue (DT), diverse hoofddeksels, uitrustingsstukken uit Afghanistan, studieboeken en een survivalset te bekijken. Ook is een korte video te zien, waarin Kroon wordt geÔnterviewd en aan de hand van zijn militaire eigendommen verhalen vertelt. De video laat de mens achter een zeer ervaren militair met vele uitzendingen op zijn naam zien.

Terug naar Boven

 

DINSDAG 13 MAART 2012

Australische SF in het geniep in Afrika

Volgens de Australische kranten Sydney Morning Herald en The Age heeft een Australisch Special Forces-squadron in 2011 illegaal spionage-activiteiten uitgevoerd in verschillende Afrikaanse landen.

Volgens de kranten gaat het hierbij om 4 Squadron van het Australische Special Air Service Regiment (SASR). Leden van het squadron zouden zijn ingezet tijdens tientallen covert operaties in landen als Kenia, Nigeria en Zimbabwe. De leden van 4 Squadron waren hierbij gekleed in burger, hadden vervalste identiteitspapieren op de man en de strikte instructies om bij compromittering elk verband met de SASR te ontkennen. Het doel van de operaties was het verzamelen van inlichtingen over terroristische activiteiten en het maken van bevrijdingsplannen voor gegijzelde Australische burgers.

Hoewel het bestaan ​​van 4 Squadron nooit officieel is toegegeven, wordt ervan uitgegaan dat de eenheid medio 2004-‘05 is opgericht. Hun locatie is Port Phillip Bay op Swan Island in de staat Victoria, noordelijk van de stad Queenscliff.

De oorspronkelijke missie van 4 Squadron was het bieden van gewapende escorte aan leden van de Australian Secret Intelligence Service (ASIS) wanneer die wordt ingezet in oorlogsgebieden of een andere gevaarlijke overzeese omgeving. In de kazerne van Port Phillip Bay van wordt ASIS-personeel naar verluidt ook getraind.

De onthullingen over 4 Squadron hebben de Australische regering, krijgsmacht en inlichtingendiensten ernstig in verlegenheid gebracht: AustraliŽ is niet in oorlog met de genoemde landen. Ook is er bezorgdheid gerezen over inadequate wettelijke bescherming van de in Afrika ontplooide militairen, evenals onvoldoende contingency plannen.

Terug naar Boven

 

MAANDAG 12 MAART 2012

UIM-contraterreuroefening 'Rotterdam Mumbai'

De Unit Interventie Mariniers (UIM), de antiterreureenheid van Defensie, heeft vanavond in Rotterdam diverse procedures geoefend om een grootschalige terroristische aanslag te verijdelen. De UIM is een specialistische eenheid van het Korps Mariniers, die in Nederland wordt ingezet bij grootschalige en complexe terreurbestrijding.

Van de UIM staat 24/7 een peloton op een notice to move om overal in Nederland grootschalig terrorisme te kunnen bestrijden. Tot het werkterrein behoren vliegtuigen, schepen, boorplatformen, treinen en complexe gebouwen, zoals voetbalstadions, theaters of universiteitsgebouwen. Ook heeft elk team een eigen specialisme: er zijn klimteams, silent teams voor verborgen infiltraties, duikteams en breach teams voor het forceren van toegangen.

Om de gehele keten van alarmering, inzetbaarheid, planning van een actie en uitvoering te doorlopen, vinden regelmatig oefeningen plaats. In het teken van de contraterreuroefening ‘Rotterdam Mumbai’ werd vanavond, tot diep in de nacht, in het H-gebouw (hoogbouw) van de Erasmus Universiteit het beŽindigen van een gijzeling beoefend.

De naamgeving en de role-play waren ontleend aan aanslagen en daaruit voortkomende gijzelingen in de Indiase stad Mumbai. Deze hadden eind november 2008 plaats. In een vierdaagse beleg maakten radicaal-islamitische terroristen vier jaar geleden 166 slachtoffers.

In het oefenscenario hielden twee dozijn ‘terroristen’ het gebouw in hun greep. De terroristische vijand gebruikte vuurwapens en nam onmiddellijk burgers in gijzeling. Hierop doorzochten ± 50 zwaarbewapende specialisten van het Korps Mariniers het zeventien verdiepingen tellende universiteitsgebouw. Rond 02.30 uur waren alle gijzelnemers uitgeschakeld en werd het H-gebouw weer vrijgegeven.

Tijdens dit soort contraterreuroefening draait het hoofdzakelijk om communicatie. Wanneer de situatie escaleert, is heldere communicatie van levensbelang. Daarom wordt in grootschalige operaties getraind op Command & Control.

Terug naar Boven

Clingendael: “Wereldorde steeds onzekerder”

In Perscentrum Nieuwspoort in Den Haag heeft het Netherlands Institute of International Relations ‘Clingendael’ vanmiddag haar 'Strategische Monitor 2012' ‘ContinuÔteit en onzekerheid in een veranderende wereld’ gepresenteerd. De 'Monitor' is een jaarlijks terugkerende exercitie waarbij de belangrijkste ontwikkelingen met betrekking tot internationale vrede en veiligheid in kaart worden gebracht en waarbij wordt gekeken hoe en in welke richting zich trends de komende vijf á tien jaar kunnen aftekenen.

Clingendael heeft ontwikkelingen zoals de Eurocrisis, de Arabische Lente, de verdere groei van de BRIC’s, de aanslag van Anders Breivik in Noorwegen, de ontwikkelingen in het Iraanse kernwapenprogramma en vele anderen in kaart gebracht en kijkt in haar 'Strategische Monitor 2012' vooruit.

Wat is waarschijnlijk, wat is onzeker en welke kant kan het op gaan? Hoewel een aanval op Nederlands grondgebied hoogst onwaarschijnlijk is, evenals de kans op een militair conflict tussen de grootmachten Rusland, China of Verenigde Staten, is de conclusie dat de wereld met de dag onzekerder wordt. Zo concludeert Clingendael bijvoorbeeld dat de samenwerking tussen de lidstaten van de Europese Unie en de NAVO tegenwoordig stroever verloopt.

Bij de presentatie waren Han ten Broeke (VVD) en Angelien Eijsink (PvdA) aanwezig. De Tweede Kamerleden gingen op basis van de resultaten van de 'Strategische Monitor 2012' met elkaar in gesprek over de politieke implicaties op het terrein van de internationale veiligheid.

De inhoudsopgave van de Strategische Monitor 2012 kan hier worden gedownload. Vanaf morgen staat het volledige rapport online op de website van Clingendael.

Terug naar Boven

 

ZATERDAG 10 MAART 2012

Geotag Facebook zet levens militairen op het spel

De U.S. Army waarschuwt militairen in de VS en het buitenland op te passen met de nieuwe tijdlijn van Facebook. Volgens het leger hebben veel militairen niet in de gaten dat hun smartphones automatisch een geotag aan een geplaatst bericht koppelen. Hierdoor kunnen vijanden eenvoudigweg achterhalen waar een foto is gemaakt of vanaf welke locatie berichten worden geupload.

De techniek geotagging voorziet online media van een GPS-coŲrdinaat, in de regel bestaand uit lengte- en breedtegraad. De techniek wordt, behalve op Facebook, ook op andere social media sites gebruikt, zoals Foursquare en Gowalla. Deze sites zijn stuk voor stuk gericht op het vinden van de locatie van vrienden.

In een officiŽle waarschuwing schrijft de U.S. Army dat het leven van militairen serieus in gevaar is door de berichten die ze zelf op sociale media plaatsen.

"Voordat ze een locatie aan een foto hangen, moeten militairen bedenken wie dat echt moet weten", zegt staff sergeant Dale Sweetnam van de U.S. Army’s Online and Social Media Division. “Wil je echt dat mensen weten waar je kinderen op school zitten?" Naast locatie-informatie kunnen terroristen ook informatie verzamelen over de gewoonten van militairen”, waarschuwt hij.

Het Britse leger heeft reeds een verbod uitgevaardigd op het gebruik van alle mobiele telefoons in operatiegebieden, zoals Afghanistan, en waarschuwt militairen voor het nemen van foto's op smartphones onder alle omstandigheden. Daarnaast geven de Britten hun Defensiepersoneel richtlijnen voor het gebruik van social media sites en wordt op de kazernes social media-training gegeven.

Terug naar Boven

 

VRIJDAG 9 MAART 2012

SAS-bevrijdingsactie Nigeria mislukt

Een Brits-Nigeriaanse militaire operatie heeft vandaag geresulteerd in de executie van de te bevrijden gijzelaars.

Honderden militairen, ondersteund door helikopters en de Special Air Service (SAS), slaagden er niet in de twee gijzelaars levend uit handen van islamitische rebellenbeweging Boko Haram te krijgen.

Tijdens een ruim zeven uur durende vuurgevecht in de stad Sokoto, in het noordwesten van Nigeria, werden de Britse ingenieur Chris McManus en zijn Italiaanse collega Franco Lamolinara gedood. Ook kwamen tenminste twee gijzelnemers om het leven.

Ondanks de "credible information" waarop de actie was gebaseerd, heeft de Britse premier David Cameron de verantwoordelijkheid voor het mislukken van de bevrijdingsoperatie op zich genomen.

De ingenieurs waren in mei 2011 ontvoerd in Birnin Kebbi, hun verblijfplaats in het noorden van Nigeria.

Britse media spreken van een "Entebbe-style operation". Ook zou personeel van de Special Boat Service (SBS) aan de operatie hebben deelgenomen. In 1976 bevrijdde IsraŽlische elite-eenheden 102 van de 106 gijzelaars op het vliegveld van Entebbe in Oeganda. Daarbij werden ook zeven gijzelnemers gedood.

Terug naar Boven

 

WOENSDAG 7 MAART 2012

Koningin opent Sergeant-majoor Scheickkazerne

Koningin Beatrix heeft vanmiddag in Soesterberg de officiŽle opening verricht van de nieuwe Sergeant-majoor Scheickkazerne van de Explosieven Opruimingsdienst Defensie (EODD). Het was haar eerste publieke optreden sinds haar zoon Prins Friso op 17 februari jl.  in Oostenrijk werd bedolven onder een lawine.

Koningin Beatrix opende de Sergeant-majoor Scheickkazerne in Soesterberg door het bedienen van een explosievenrobot die een plaquette onthulde. De voormalige Sergeant-majoor Scheickkazerne in Culemborg was ernstig verouderd.

De recent aangetreden commandant EODD, kolonel Marco Kathmann (CLSK), begon met het betuigen van medeleven en steun aan de Koningin voor de gezondheidstoestand van haar zoon Prins Friso.

Sinds 2009 zijn de opruimingsdiensten van de krijgsmachtdelen geÔntegreerd en in combinatie met personeel van de Koninklijke Marechaussee samengevoegd tot de EODD. Alleen de maritieme compagnie voert haar taken uit vanuit Den Helder. In totaal werken zo'n 220 mensen voor de EODD, onder wie zo’n 90 explosievenruimers.

De EODD is verantwoordelijk voor de identificatie en ruiming van explosieven, variŽrend van vondsten uit de Tweede Wereldoorlog tot geÔmproviseerde explosieven. De dienst is actief op het land en te water. De EOD krijgt jaarlijks ± 2.000 meldingen en er staan 3 à 4 ploegen 24/7 gereed voor de nationale veiligheid. Ook is de dienst permanent aanwezig in missiegebieden voor de bescherming van Nederlandse militairen.

Behalve de onderlinge samenhang komt de nieuwe locatie ook de samenwerking met andere partijen ten goede, zoals internationale partners, het bedrijfsleven, het Korps Landelijke Politie Diensten (KLPD) en het Nederlands Forensisch Instituut (NFI).

Het nieuwe complex beschikt over lesfaciliteiten waar cursisten leren omgaan met explosieven en EOD-materieel, zoals het bompak en op afstand bestuurbare robots. Behalve een kenniscentrum en werkplaatsen is er een modellenzaal voor studiedoeleinden, met een zeer uitgebreide collectie explosieven. Verder zijn er loodsen waar voertuigen worden onderhouden en van waaruit direct kan worden uitgerukt.

De kazerne is vernoemd naar sergeant-majoor C.M. Scheick, die in 1945 als eerste Nederlandse explosievenruimer om het leven kwam; hij voerde het bevel over een sectie mijnenruimers in Bergen op Zoom. Zijn weduwe woonde vandaag de opening bij.

Terug naar Boven

Geo-militaire balans verschuift naar AziŽ

De Aziatische landen zullen in 2012 voor het eerst meer geld aan hun strijdkrachten uitgeven dan Europa. De Europese regeringen bezuinigen al jaren op hun krijgsmachten, terwijl landen als China en India juist volop investeren. Dit schrijft de toonaangevende Britse denktank International Institute for Strategic Studies (IISS) vandaag in zijn ‘Military Balance 2012’.

‘Military Balance’ is de jaarlijkse beoordeling van de militaire krachtsverhoudingen van 171 landen wereldwijd.

Omdat Europa minder uitgeeft aan Defensie, ontstonden tijdens de aanval op LibiŽ problemen, welke zich openbaarden in bijvoorbeeld gebrek aan in te zetten middelen en munitie. De onderzoekers van het IISS zien “gaten bij het vaststellen van doelen... en bij inlichtingen, patrouilles en spionage.”

Ook de VS hebben forse bezuinigingen op Defensie aangekondigd, maar Washington blijft vooralsnog veruit dominant op de ranglijst. De VS gaven vorig jaar $ 739,3 miljard uit aan Defensie, meer dan de volgende tien landen op de ranglijst bij elkaar. De opkomende grootmacht China staat tweede op de met $ 89,8 miljard, gevolgd door Groot-BrittanniŽ ($ 62,7 miljard), Frankrijk ($ 58,8 miljard) en Japan ($ 58,4 miljard).

Volgens het IISS verliezen de VS en andere westerse landen in rap tempo hun monopolie op belangrijke militaire gebieden. Voorbeelden hiervan zijn onbemande en stealth vliegtuigen en cyberoorlogvoering. Volgens het IISS wordt ook het hagelnieuwe gevechtsvliegtuig F-35 Joint Strike Fighter (JSF) bedreigd in haar ontwikkeling.

Niet alleen de Chinezen geven aan Defensie steeds meer geld uit, zoals in de ontwikkeling van antischeepsraketten, onderzeeŽrs, stealth vliegtuigen en vliegdekschepen – ook het Midden-Oosten en Latijns-Amerika. Zo besteden de Golfstaten veel geld aan gevechtsvliegtuigen en luchtverdediging. Volgens het IISS is er “overtuigend bewijs dat een wereldwijde verschuiving in militaire macht gaande is.”

‘Military Balance 2012’ (ISBN 9781857426068) is bij het IISS te koop voor omgerekend Ī € 285.

Terug naar Boven

Nederlanders slagen in jungle Frans-Guyana

Drie leden van het Korps Commandotroepen en twee leden van 11 Luchtmobiele Brigade hebben met succes de acht weken durende jungletraining van het Franse Vreemdelingenlegioen doorstaan.

De training staat bekend als loodzwaar. De geslaagde commando's zullen in september weer teruggaan naar de Franse jungle om er zelfstandig een oefening op pelotonsniveau te draaien.

Alleen de besten doorstonden de training. De rest viel ten prooi aan de extreme omstandigheden in de ‘groene hel’. Van de 44 internationale cursisten stonden er na afloop 33 bij de eindceremonie opgesteld op de kazerne in Kourou, onder wie de vijf Nederlanders.

De militairen zijn afgebeuld op het Centre d'entraînement en Forêt Équatoriale (CEFE), het jungletrainingscentrum dat wordt geleid door het Vreemdelingenlegioen. Het ligt in de uitgestrekte jungle van Frans Guyana, dat plusmn; 90% van het land bedekt.

De vijandige natuur, broeierige weersomstandigheden, dichte begroeiing van het regenwoud en het constant aanwezige ongedierte maken overleven bijna onmogelijk. Volgens de commandant van het CEFE is dit het zwaarste jungleterrein: “Kun je hier overleven, dan kun je het overal.”

Kolonel Rob Querido, commandant van het Korps Commandotroepen, is blij met de Frans-Nederlandse samenwerking. Juist ook vanwege de zwaarte van het terrein: “Toekomstige inzet van onze militairen zal vooral rond de gordel van instabiliteit, het gebied rond de evenaar, zijn. Reden genoeg om onze troepen ook voor vechten in de jungle op te leiden.”

Het eigenlijke trainingscentrum, Camp Szuts, wordt geleid door 3ème Régiment Étranger d’Infanterie, telt 151 hectare en ligt aan de rivier Approuague in de binnenlanden van Frans-Guyana.

Terug naar Boven

 

DINSDAG 6 MAART 2012

Minister Hillen weet niet waar nog te snijden

Tijdens een jubileumbijeenkomst ter gelegenheid van vijftig jaar Perscentrum Nieuwspoort in Den Haag, heeft Minister van Defensie Hans Hillen aangegeven niet te weten of Defensie bij de komende extra miljardenbezuinigingen zal worden ontzien. Als Defensie niet ontsnapt aan nieuwe ingrepen, heeft de bewindsman geen idee waar er moet worden gesneden.

Minister Hillen werd in de jubileumpersconferentie ter gelegenheid van ‘Nieuwspoort vijftig jaar grenzenloos nieuwsgierig’ aan de tand gevoeld door de journalisten Wouke van Scherrenburg en Max van Weezel.

Defensie zit midden in een ingrijpende reorganisatie, omdat er al € 1 miljard moet worden bezuinigd: “Elke volgende stap betekent dat je gewoon stukken uit de krijgsmacht moet knippen, tot er niets overblijft”.

Volgens Hillen zullen nieuwe bezuinigingen gevolgen hebben voor de operationele inzetbaarheid van de krijgsmacht. "Wat er nu is, wordt ingezet. Als er iets wordt weggehaald, betekent dat “dat je iets weghaalt dat nodig is”, zei Hillen.

Overigens is Hillen vol vertrouwen in de goede afloop van de besprekingen tussen de onderhandelaars van VVD, CDA en PVV, welke gisteren in het Catshuis zijn begonnen.

Terug naar Boven

 

ZATERDAG 3 MAART 2012

Herdenking ťťndaagse oorlog Broome (AUS)

De stad Broome, in het noordwesten van AustraliŽ, is vandaag het middelpunt van de 70ste herdenking van de eendaagse air-raid die hier in 1942 werd gevoerd. Door de zware censuur van de Australische regering ten tijde van WO II is het dit jaar voor het eerst dat hierbij op grote schaal wordt stilgestaan.

In Broome woonden vanochtend premier Colin Barnett van de deelstaat Western Australia, de Nederlandse ambassadeur in AustraliŽ, mr. Willem Andreae, tal van overlevenden en meer dan duizend belangstellenden de herdenkingsplechtigheid bij. In Bedford Park, met uitzicht op Roebuck Bay, werd een plaquette onthuld ter nagedachtenis aan de slachtoffers.

Op 3 maart 1942 lagen Britse en Nederlandse piloten met hun vliegboten op de ankerplaats in Roebuck Bay te wachten op orders van hogerhand. Die piloten – veelal gevlucht uit Java (Nederlands-IndiŽ) – hadden tegen de regels in vrouwen en kinderen meegenomen. Plotseling doemden aan de horizon negen Japanse Zero-jagers en een verkenningsvliegtuig op.

De Japanse luchtvloot bestookte de geallieerde toestellen. Onder de slachtoffers waren 48 Nederlandse vluchtelingen uit Nederlands-IndiŽ, die zich aan boord van een Douglas DC-3 Catalina in Roebuck Bay bevonden; de vliegboot zonk. In totaal kwamen bij deze eendaagse oorlog voor de Australische kust 88 Nederlanders om het leven of raakten vermist, zowel piloten als vrouwen en kinderen.

De Nederlandse eerste luitenant-vlieger Willem ‘Gus’ Winckel van de Militaire Luchtvaart van het Koninklijk Nederlands Indisch Leger haalde met zijn Lockheed Lodestar LT-9-18 als enige een Zero-jager neer.

Op de airstrip in Broome opende Winckel met het .303 Colt machinegeweer op zijn schouder het vuur op de laagvliegende Japanse jagers, waarbij de  Japanse piloot Osamo Kudō om het leven kwam. De andere Zero’s vlogen terug naar Timor.

Voor zijn actie werd Winckel uitgebreid gelauwerd: hij kreeg de bijnaam ‘Wild Bill’, ontving het Bronzen Kruis en naar hem werden twee straten in Broome genoemd. De nu 99-jarige oud-vlieger, die vanwege zijn broze gezondheid niet bij de herdenking aanwezig kon zijn, woont tegenwoordig in Nieuw-Zeeland.

Terug naar Boven

 

VRIJDAG 2 MAART 2012

Kamer verlangt openheid over zelfdoding veteranen

Een meerderheid van de Tweede Kamer wil dat het Ministerie van Defensie meer open is over zelfmoorden onder veteranen en die zelfdodingen ook gaat registreren.

Door registratie hoopt het Tweede Kamerlid Andrť Bosman dat er een beter inzicht komt in de mogelijke problematiek onder veteranen die na uitzending geen uitweg meer zien. Op die manier kan de voor- en nazorg voor uitgezonden militairen, sinds kort verankerd in de Veteranenwet, mogelijk worden verbeterd.

Directe aanleiding is het artikel Zelfmoord? Bij militairen? Sst! van Arnold Karskens in dagblad De Pers op  29 februari jl. Hierin luiden nabestaanden de noodklok; de zelfdodingen van Libanonganger Enno Groefsema (17 januari 2012), Cyprusganger Guido Reinders (6 december 2011) en de beide Cambodjagangers Dennis Dijkhuizen (26 februari 2009) en Bjørn Schaap (21 juli 2005) worden voor het voetlicht gehaald.

Vandaag heeft regeringspartij VVD hierover, samen met de oppositiepartijen PvdA en SP, vragen gesteld aan Minister van Defensie Hans Hillen.

“Zelfdoding is een uiterste daad van iemand die geen uitweg meer ziet. Defensie moet zich tot het uiterste inspannen om die mensen wel een uitweg te bieden. Daar hoort permanent onderzoek bij, maar ook een open houding naar de huidige militairen, hun gezinnen en al die veteranen die belangrijk werk in crisisgebied hebben gedaan”, aldus Bosman. Hij hoopt dat met het registeren van zelfmoorden eventuele oorzaken kunnen worden achterhaald.

“Duidelijkheid over oorzaken van zelfdoding geven ook een houvast voor mogelijke voorkoming in de toekomst. Ik vind het jammer dat Defensie niet een meer proactieve houding aanneemt om onderzoek te blijven doen naar mogelijke zelfdoding,” aldus het Tweede Kamerlid.

Karskens haalt in zijn artikel ook de zelfdodingen in de VS aan: “In de Verenigde Staten, een land met miljoenen oud-strijders, pleegt iedere tachtig minuten een veteraan zelfmoord. Dat zijn er achttien per dag, volgens een rapport met de onheilspellende naam Losing the Battle: The Challenge of Military Suicide van The Center for a New American Security (CNAS) uit oktober 2011. Terwijl (oud-)soldaten slechts ťťn procent van de bevolking uitmaken, zijn ze verantwoordelijk voor twintig procent van alle zelfmoorden in de VS.”

Terug naar Boven

 

DONDERDAG 1 MAART 2012

Promotie Van Zuiden op PTSS-onderzoek

Neuropsychologe Mirjam van Zuiden, postdoctoraal onderzoekster aan het Centrum voor Psychotrauma van het AMC Amsterdam, promoveert vanmiddag aan de Universiteit van Utrecht op onder meer de voorspellende waarde van de biologische kwetsbaarheidsfactoren van posttraumatische stressstoornis (PTSS), ernstige vermoeidheid en depressieve klachten. Bekend is dat deze ziektebeelden vaak tegelijkertijd voorkomen (comorbiditeit).

Haar proefschrift, ‘Predicting PTSD, Depression, and Fatigue after Military Deployment. Identification of Biological Vulnerability Factors’, kwam tot stand na jarenlang onderzoek in samenwerking met de Militaire Geestelijke Gezondheidszorg (MGGZ) van het Ministerie van Defensie. Vanuit het UMC Utrecht begeleidden prof. dr. Cobi Heijnen en dr. Annemieke Kavelaars haar onderzoek.

Ongeveer ťťn op de vijf uitgezonden militairen keert terug met psychische of fysieke klachten; ongeveer 3 à 5% ontwikkelt een PTSS.

In haar promotieonderzoek probeert Van Zuiden te voorspellen welke militairen een grotere kans op het ontwikkelen van deze klachten hebben. Veteranen met PTSS hebben onder andere last van herbeleving van traumatische ervaringen, vermijding van prikkels die aan deze traumatische ervaring doen denken, agressie en slaapproblemen. Het heeft een sterk nadelige invloed op hun dagelijks functioneren en veroorzaakt ernstig lijden.

In haar proefschrift beschrijft ze de biologische kwetsbaarheidfactoren, zoals ontstekingsfactoren en stresshormonen, die de kans op het ontwikkelen van PTSS, depressieve klachten en vermoeidheid kunnen voorspellen. Die ontstekingsfactoren en stresshormonen, zoals cortisol, zijn onderzocht uit de bloed- en speekselmonsters (respectievelijk venapunctie en salivette), welke voorafgaand aan de uitzending en ťťn en zes maanden daarna bij de militairen zijn afgenomen.

Van Zuiden trekt de conclusies uit een onderzoek onder 1.032 Nederlandse militairen die op uitzending zijn geweest naar Afghanistan (Provinciaal Reconstructie Team en/of Task Force Uruzgan), opgezet door het Ministerie van Defensie en het UMC Utrecht. Dit onderzoek, de Prospectie in Stressgerelateerd Militair Onderzoek (PRISMO), begon in 2005 en zal in 2018 eindigen.

De voorspelbaarheid van (een combinatie van) de verschillende kwetsbaarheidfactoren kan in de toekomst leiden tot een methode om kwetsbare militairen al vroeg op te sporen. Hierdoor kunnen klachten mogelijk worden voorkomen of in elk geval tijdig worden behandeld.

Terug naar Boven

'Groen op de grond' bij DBGS Leusden

Vandaag organiseert Dinalog, het Dutch Institute for Advanced Logistics, in samenwerking met Defensie in Leusden een seminar over landmachtlogistiek: ‘Groen op de grond: landmachtlogistiek in binnen en buitenland’.

Hoe is het onderhoud bij de Koninklijke Landmacht georganiseerd? Wat zijn de mogelijkheden tot samenwerking met de civiele industrie? Hoe wordt een grote afbouwoperatie in Afghanistan gemanaged? Wat komt er kijken bij de opzet van logistiek bij de Afghaanse politie?

Drie sprekers presenteren ’s ochtends hun ervaringen, waarna de deelnemers een rondleiding krijgen aangeboden achter de schermen bij het Defensie Bedrijf Grondgebonden Systemen (DBGS). Bij DBGS – dat eerder bekend was onder de namen: 790 Tankwerkplaats, MCW (Mechanisch Centrale Werkplaats) en IBL (Instandhoudings Bedrijf Landsystemen) – vindt alle onderhoud en bijbehorende servicelogistiek plaats van onder andere alle wiel- en rupsvoertuigen van Defensie.

Kolonel Hans Damen, commandant van het DBGS, zal schetsen hoe het onderhoud bij de Koninklijke Landmacht is georganiseerd en hoe de (service)logistiek daarbij aansluit. Daarnaast gaat hij in op de gevolgen van de bezuinigingen op dit gebied en presenteert hij de mogelijkheden tot samenwerking met de civiele industrie.

Majoor Els Duchateau-Polkerman, Hoofd Sie 4 bij 11 Pantsergeniebataljon in Wezep, gaat in op de redeployment van de International Security Assistance Force (ISAF). Dit was een grootschalige logistieke afbouwoperatie die de Nederlandse deelname aan de ISAF-missie in Zuid-Afghanistan afrondde.

Vragen die hierbij aan de orde komen, zijn onder meer: Welk materieel laat je achter en wat neem je mee terug (kosten-baten)? Welke logistieke kanalen gebruik je (veiligheid-kosten)? Hoe houd je 'track' op je goederenstromen? Welk materieel moet wanneer weer in Nederland gebruikt kunnen worden? Hoeveel tijd gaat de hele operatie kosten? Deze en andere vragen spelen een grote rol in de planning, voorbereiding en tijdens de afbouwoperatie.

Luitenant-kolonel Sjoerd Bunk, nu werkzaam bij  Knowledge sharing & Lessons Learned NATO Training Mission Afghanistan (NTM-A) aan het OTCLOG, was als Senior Advisor Logistiek bij de NTM-A verantwoordelijk voor de opzet van de logistiek bij de Afghaanse politie.

Terug naar Boven