NIET HET EERST, WÉL HET MEEST COMPLEET
Terug naar de homepage
 

MEI 2016
M
D
W
D
V
Z
Z
1
2
4
5
6
7
8
9
10
11
15
16
17
19
20
21
22
23
24
28
30
31

Stuur een e-mail naar onze webbeheerders: info@boekje-pienter.nl

Maak uw keuze uit de hierboven getoonde lijst

ZONDAG 29 MEI 2016

Kolonel b.d. Ton Herbrink, oud-strijder Prinses Irene Brigade, overleden

In zijn woonplaats Waalre is gisteren op 97-jarige leeftijd de oorlogsveteraan Ton Herbrink (Dalfsen, 1918) overleden.

De oud-strijder van de Prinses Irene Brigade was de laatst levende die vanaf 8 augustus 1944 vanuit Frankrijk de opmars met de Prinses Irene Brigade maakte richting de bevrijding van Tilburg en de intocht in Den Haag in WO II.

Ton Herbrink maakte de opmars met de Prinses Irene Brigade vanuit Frankrijk.

© Ik wil nooit meer oorlog. Unieke nieuwe verhalen van Engelandvaarders.

Na WO II, en de opheffing van de Prinses Irene Brigade, vervolgde Herbrink tot 1972 zijn carrière bij de Koninklijke Landmacht. Hij klom op tot de rang van kolonel. Hij bleef "omdat ik vond dat er mensen beschikbaar moesten zijn die wisten hoe ze het land moeten verdedigen als er aan onze vrijheid geknabbeld zou worden."

Samen met zijn vrouw Joan Andrew, die hij tijdens zijn verblijf met de Prinses Irene Brigade in Engeland had leren kennen, kreeg Herbrink vijf kinderen (drie zoons en twee dochters).

Ton Herbrink volgde in België een opleiding tot priester; toen de Duitsers binnenvielen trok hij de grens met Frankrijk over en maakte vanuit St. Brieux bij Le Havre de oversteek naar Engeland. Tegenover de Nederlandse ambassadeur in Londen gaf hij aan de dienstplicht te willen vervullen en werd achtereenvolgens opgeleid tot soldaat en officier.

In Engeland werkte hij mee aan de voorbereidingen voor de bevrijding, waar de tijd werd gevuld met oefeningen met de Canadezen, Engelsen en Polen en helpen met de bewaking van de Engelse kust.

Zijn vuurdoop kreeg pelotonscommandant Ton Herbrink rond het dorp Bréville, in een gebied dat van de Engelsen de bijnaam "Hell Fire Corner" had gekregen.

Ook zijn peloton van 32 man vocht in Frankrijk huis aan huis. Twee man van zijn peloton kwamen om het leven: één tijdens een verkeersongeluk, de ander bij Oirschot.

Zijn jongste zoon, John Patrick Herbrink, gaf in een interview in 2014 aan de website VersPers ('D-Day blijft hem altijd bij') aan dat zijn vader het allemaal heeft opgeschreven, "[...] zo'n acht jaar geleden. Om zo het verhaal door te geven."

Toen Herbrink met pensioen ging, werd hij actief bij de Bescherming Bevolking (BB) in Eindhoven. Daarna was hij nog tien jaar raadslid, wethouder en locoburgemeester in Waalre.

Ton Herbrink is een van de acht geïnterviewden in het boek Ik wil nooit meer oorlog. Unieke nieuwe verhalen van Engelandvaarders van Lida Hoebeke & Conny Rijken. De 160 pagina's tellende paperback is sinds 23 april jl. te koop voor € 24,95 en kan worden besteld door een e-mail te sturen aan conny@rijken-jaarsma.nl (ISBN 9789082220315).

Terug naar Boven of naar Homepage

 

VRIJDAG 27 MEI 2016

Vanaf 2017 vrouwen bij Korps Mariniers

Na 1 januari 2017 worden ook vrouwen toegelaten tot het Korps Mariniers. Dat heeft minister van Defensie Jeanine Hennis-Plasschaert in de jaarlijkse personeelsrapportage aan de Tweede Kamer laten weten.

Volgens de bewindsvrouw is het "niet van deze tijd om vrouwen op voorhand van een beroep uit te sluiten."

Het is voor het eerst sinds de oprichting van het Korps Mariniers in 1665 dat ook vrouwen marinier mogen worden.

De dames die solliciteren moeten dezelfde selectie als de mannen doorstaan. De eisen voor de fitheidstest voor de mariniers zijn: 2.700 meter hardlopen in 12 minuten, dertig push-ups in 2 minuten, dertig sit-ups in 2 minuten en vier pull-ups in 2 minuten.

Bij het Korps Commandotroepen en 11 Luchtmobiele Brigade worden vrouwen al toegelaten, maar alleen bij die laatste zijn vrouwen actief. Sinds de oprichting van 11 Luchtmobiele Brigade in 1992 verdienden zo'n 40 vrouwen de rode baret.

De enige plek waar vrouwen volgend jaar bij Defensie nog niet aan de slag kunnen is de Onderzeedienst. Als over tien jaar de nieuwe onderzeeërs gereed zijn, wordt uitgegaan van varen met een gemengde bemanning.

Het Korps Mariniers telt zo'n 2.300 man.

Terug naar Boven of naar Homepage

 

DONDERDAG 26 MEI 2016

Amerikaanse kernmacht draait op 8"-floppy disks

Volgens het onderzoeksrapport Information Technology. Federal Agencies Need to Address Aging Legacy Systems van het U.S. Government Accountability Office (GAO) aan het Amerikaanse Congres gebruikt het Amerikaanse Ministerie van Defensie nog altijd floppy's.

Is dit al een ernstig achterlopen op technologische ontwikkelingen, het kan erger: het operationele systeem van het Strategic Automated Command and Control System (SACCS) gebruikt nog altijd 8-inch floppy disks.

Het SACCS coördineert de inzet van de kernmacht van de Verenigde Staten, zoals Intercontinental Ballistic Missiles (ICBMs), nucleaire bommenwerpers en Submarine-Launched Ballistic Missiles (SLBMs).

De diskettes, in de jaren '70 geïntroduceerd door IBM, hebben een opslagcapaciteit van slechts 80 kilobytes. Ter vergelijking: één moderne flash drive bevat het equivalent van ruim 3,2 miljoen van deze 8-inch floppy disks.

Het SACCS draait daarnaast nog steeds op IBM Series/1-computers uit de jaren '70, die organiek slechts een geheugen van 16 KB hadden.

Het GAO-rapport geeft aan dat het Amerikaanse Ministerie van Defensie het operatiesysteem van het SACCS in het fiscale jaar 2017 zal updaten.

Terug naar Boven of naar Homepage

 

WOENSDAG 25 MEI 2016

Nieuwe krijgsmachtadjudant voor Defensie

Tijdens een ceremonie in 't Harde heeft adjudant Nico Spierenburg (Koninklijke Landmacht) de functie van krijgsmachtadjudant overgedragen gekregen van adjudant Ron Boer (Koninklijke Luchtmacht).

Als 'ogen en oren' adviseert krijgsmachtadjudant Spierenburg de komende drie jaar (on)gevraagd de Commandant der Strijdkrachten (CDS) en informeert hij hem over de kracht van het onderofficierskorps en hun manschappen op de werkvloer.

Na René Clausen, Willem Tanis, Erik Nieuwenhuis, Marinus Dunnewind en Ron Boer is Spierenburg de zesde krijgsmachtadjudant op rij.

De CDS, generaal Tom Middendorp, zei over Ron Boer bij zijn functieoverdracht onder meer: "Onverbloemd koppelde je jouw ervaringen terug tijdens de beraden en onze één-op-één-gesprekken. Met enige regelmaat vertelde je me trots hoe loyaal de onderofficieren zijn naar onze organisatie. Hoe je die befaamde can-do mentaliteit zag ondanks de beperkingen."

Ron Boer was sinds 23 mei 2013 de krijgsmachtadjudant. Voor zijn inzet in die hoedanigheid ontving hij het Ereteken voor Verdienste in zilver. De komende jaren werkt hij voor de Koninklijke Nederlandse Vereniging Onze Luchtmacht (KNVOL), die zich ten doel stelt de interesse voor de militaire luchtvaart in het algemeen en die voor de Koninklijke Luchtmacht in het bijzonder te stimuleren.

Volgens de CDS wacht Boers opvolger Nico Spierenburg een boeiende tijd: "De druk en de belangen zijn groot. Dat zal veel vragen van uw inzet. Maar we hebben elkaar al enigszins leren kennen en ik heb er het volste vertrouwen in dat u daarin uw eigen weg vindt. Uw collega's beschrijven u als iemand die verbindt, hart voor de zaak heeft en als een echt mensenmens."

Terug naar Boven of naar Homepage

 

Rondetafelgesprek over meerjarige Defensieplannen

In de Groen van Prinstererzaal van de Tweede Kamer heeft de Kamercommissie voor Defensie vandaag een rondetafelgesprek gehouden om te onderzoeken of een meerjarig Defensieplan voor Nederland voordelen biedt.

Het rondetafelgesprek vloeide voort uit motie 34300-X-49 die op 12 november 2015 werd ingediend op initiatief van Tweede Kamerlid Angelien Eijsink (PvdA) en mede werd ingediend door CDA, D66, SGP, VVD, de Groep Bontes/van Klaveren en Tweede Kamerlid Johan Houwers.

In de motie van Eijsink c.s. staat dat het voor het waarborgen van de veiligheid belangrijk is om op Europese schaal samen te werken op het gebied van Defensie. Als betrouwbare samenwerkingspartner moet Nederland dan bereid zijn afspraken voor de lange termijn te maken. Bovendien blijkt uit een rapport van onderzoeksinstituut Clingendael dat meerjarige defensieplannen duidelijke voordelen kunnen bieden, aldus de indieners van de motie.

Tijdens het rondetafelgesprek bekeek de Kamercommissie voor Defensie of dit ook voor Nederland geldt.

Naast verschillende topambtenaren van de ministeries van Buitenlandse Zaken, Defensie en Financiën kwamen ook luitenant-generaal Jan Broeks, de militair vertegenwoordiger bij de EU en NAVO, Margriet Drent en Dick Zandee van het Nederlands Instituut voor Internationale Betrekkingen Clingendael, prof. mr. Jaap de Hoop Scheffer, de voorzitter van de Adviesraad Internationale Vraagstukken, wetenschappelijk docent economie Arie Ros van de Universiteit Leiden, Arno Visser, de president van de Algemene Rekenkamer en prof. dr. Rob de Wijk, de directeur van het Haagse Centrum voor Strategische Studies aan het woord.

Terug naar Boven of naar Homepage

 

WOENSDAG 18 MEI 2016

Algemene Rekenkamer: onderhoudsproces en operationele gereedheid Defensie niet op orde

Vandaag, de derde woensdag van mei, heeft de president van de Algemene Rekenkamer, Arno Visser, het Verantwoordingsonderzoek 2015 aangeboden aan de Tweede Kamer.

Het oordeel van 'de controleur van het Rijk' op Verantwoordingsdag 2015 is dat bij de uitgaven van diverse ministeries "ernstige onvolkomenheden" zijn aangetroffen.

Dit geldt met name ook voor het Ministerie van Defensie.

Na het onderzoeken van zowel het jaarverslag 2015 als de bedrijfsvoering van Defensie heeft de Algemene Rekenkamer flinke kritiek op Defensie, de Belastingdienst en het Ministerie van Veiligheid en Justitie.

Pogingen om grip te krijgen op de problemen bij Defensie zijn onvoldoende succesvol gebleken en de bedrijfsvoeringsproblemen ernstig.

De conclusie van de Algemene Rekenkamer luidt:

"De inzetbaarheid van de Nederlandse krijgsmacht is de afgelopen jaren afgenomen.

Doordat Defensie nog steeds een niet vol te houden wissel op zichzelf trekt, wordt er roofbouw op de organisatie gepleegd.

Er is te weinig materieel beschikbaar en steeds meer eenheden kunnen de noodzakelijke opleidings- en trainingsprogramma's niet volledig doorlopen.

Dit is een zorgwekkende situatie, zeker nu de internationale veiligheidssituatie is verslechterd.

Om de trend te keren zal de minister van Defensie de organisatie op orde moeten brengen en de ambities en het beschikbare budget beter met elkaar in balans.

De realisatie van de Defensiedoelstellingen zal echter pas duurzaam verbeteren als er méér verandert.

Defensie moet scherper keuzes maken en gerichter en zakelijker gaan werken aan het verhogen van de gereedheid van eenheden en aan de benodigde innovatie."

Vorig jaar stonden te veel voertuigen stil en bleven helikopters aan de grond. Volgens de Algemene Rekenkamer is het onderhoudsproces niet op orde en zijn de reserveonderdelen te laat aanwezig.

Dit heeft gevolgen voor de operationele gereedheid, vooral ook bij de Koninklijke Landmacht. In 2015 behaalde nog maar 59% van de militaire eenheden de gestelde operationele doelen (tegen 77% in 2013).

In een bijlage in haar jaarverslag meldde de minister van Defensie zelf ook al dat Defensie voor het eerst niet volledig kan voldoen aan de eerste inzetbaarheidsdoelstelling van de krijgsmacht: de verdediging van het eigen en bondgenootschappelijk grondgebied.

Terug naar Boven of naar Homepage

 

Jaarverslag 2015 IGK gepresenteerd

Vandaag heeft de minister van Defensie, Jeanine Hennis-Plasschaert, het jaarverslag 2015 van de Inspecteur-generaal der Krijgsmacht (IGK) aan de Eerste en Tweede Kamer aangeboden.

Het jaarverslag is gebaseerd op de vier hoofdtaken van de IGK, sinds juni 2014 luitenant-generaal Bart Hoitink: adviseur van de minister, bemiddelaar voor het personeel, Inspecteur der Veteranen en Inspecteur der Reservisten.

De IGK legde vorig jaar 47 (inter)nationale werkbezoeken af en bezocht 127 maal Veteranenaangelegenheden.

Volgens de aanbiedingsbrief bij het jaarverslag heeft de IGK "een positief beeld van de trots en gedrevenheid onder medewerkers, de verantwoordelijkheid die commandanten voelen voor goede personeelszorg, de groeiende erkenning en waardering voor veteranen en de kwaliteit van de veteranenzorg."

Echter bij vrijwel alle werkbezoeken merkte de generaal ook "dat men het uit een gevoel van loyaliteit en betrokkenheid moeilijk vindt om 'nee' te verkopen of om aan te geven dat grenzen benaderd dan wel overschreden worden. Daarmee is werkdruk niet alleen een kwestie van arbeidsplaatsen, maar ook van leiderschap als het gaat om het maken van keuzes en stellen van prioriteiten."

In de aanbiedingsbrief juicht de bewindsvrouw het initiatief van de IGK "tot meer samenwerking met zijn Duitse en Belgische collega's toe.

Uit de IGK-rapportage blijkt ook dat op alle niveaus in de organisatie aandacht nodig blijft "voor het (her)vinden van de balans tussen ambities en mogelijkheden."

Tot slot constateert de IGK dat de materiële ondergrens is bereikt, "door tekortkomingen op het gebied van materieel en infrastructuur."

Terug naar Boven of naar Homepage

 

ZATERDAG 14 MEI 2016

Viering 75 jaar Garderegiment Fuseliers Prinses Irene

Op de markt in Oirschot hebben vandaag de ceremonie, het dodenappèl en het defilé plaatsgevonden ter gelegenheid van het 75-jarig bestaan van het Garderegiment Fuseliers Prinses Irene.

Naast vele genodigden, oudgedienden, veteranen en niet-militairen waren hierbij Hare Koninklijke Hoogheid Prinses Irene, naar wie het regiment is vernoemd, de burgemeesters van Congleton, Wolverhampton en Oirschot - respectievelijk David Brown, Ian Brookfield en Ruud Severijns - en luitenant-generaal b.d. Ted Meines aanwezig.

Na het herdenken van de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog en toenmalige Nederlands-Indië, vond het defilé plaats.

Dit bestond uit een imposante stoet van actief dienende militairen en veteranen, voertuigen uit het heden en verleden en muziekkorpsen van diverse verenigingen van het Garderegiment Fuseliers Prinses Irene.

De wortels van het Garderegiment Fuseliers Prinses Irene liggen in WO II. Ongeveer 1.500 Nederlandse militairen weken bij de Duitse inval in 1940 uit naar Groot-Brittannië, waar ze het Nederlands Legioen vormden.

Op 11 januari 1941 veranderde die naam in de Koninklijke Nederlandsche Brigade en op 26 augustus '41 vernoemde Koningin Wilhelmina de brigade officieel naar haar kleindochter: Koninklijke Nederlandsche Brigade Prinses Irene.

In het kader van de bevrijding van Noordwest-Europa landde de Prinses Irene Brigade bij Graye-sur-Mer, Arromanches-les-Bains en Courseulles-sur-Mer aan de Normandische kust en was ze betrokken bij vele gevechtsacties, ook op Nederlands grondgebied.
 
Na de bevrijding van Nederland werd de brigade opgeheven en zette het Garderegiment Fuseliers Prinses Irene de tradities van de brigade voort.

Terug naar Boven of naar Homepage

 

VRIJDAG 13 MEI 2016

Vreden schrapt windturbines na bezwaar Defensie

Het stadsbestuur van het Duitse Vreden (Nordrhein-Westfalen) heeft haar plannen aangepast om minder grote windturbines dicht bij de grens met Nederland te plaatsen.

De oorzaak hiervoor zijn bezwaren van de Ministeries van Defensie van Duitsland en Nederland.

In het nieuwe plan is de locatie Crosewicker Feld, een van de zes windparken, geschrapt. Op enkele kilometers van de grens met Nederland zouden hier zes windturbines met een hoogte van 150 meter worden gebouwd.

Het bezwaar van het Nederlandse Ministerie van Defensie heeft te maken met Kamp Holterhoek in Eibergen, waar onder meer de Joint SIGINT Cyber Unit werkt.

SIGINT, Signals Intelligence, is het verzamelen van inlichtingen door elektronische signalen van niet-kabelgebonden telecommunicatie, zoals portofoons, radio's en walkietalkies, te onderscheppen.

De hoge windturbines in Vreden zouden de elektromagnetische velden van de antennes op Kamp Holterhoek kunnen storen, waardoor de ontvangst van niet-kabelgebonden communicatiemiddelen wordt bemoeilijkt of zelfs onmogelijk gemaakt.

Terug naar Boven of naar Homepage

 

DONDERDAG 12 MEI 2016

Bergingstank trekt crashtender uit modder

Een Leopard 2-bergingstank van de Koninklijke Landmacht heeft vandaag op Schiphol een test met E-One-crashtenders ondersteund.

De gigantische blusvoertuigen beproefden onder andere hun terreinvaardigheid. Voor een test maakten de voertuigen plotselinge uitwijkmanoeuvres en werd gekeken naar de reactietijd en terreinvaardigheid.

In het kader van die terreinvaardigheid legden de crashtenders een drassig parcours af. Verschillende voertuigen reden zich vast, waarna de Buffel-bergingstank de schone taak had ze een voor een los te trekken.


De crashtender weegt ruim 40 ton en is speciaal vervaardigd voor het bestrijden van vliegtuigbranden, waarbij grote hoeveelheden brandende vloeistoffen kunnen vrijkomen. De E-One crashtender kan 11.700 liter water, 750 liter blusschuim en 250 kilo bluspoeder meenemen. Het bereik van het bluskanon op het dak is ruim 75 meter.

Het testprogramma heeft te maken met de geplande vervanging van de huidige crashtenders op Schiphol, waarvoor een eisenpakket wordt opgesteld.

De Koninklijke Luchtmacht, dat dezelfde Aircraft Rescue Fire Fighting-voertuigen in gebruik heeft, volgt het testprogramma op de voet omdat het ook voor haar voertuigen tijd is om over vervanging na te denken.

Terug naar Boven of naar Homepage

 

Vrachtwagenladingen met chemische munitie... uit Command & Conquer

Een afbeelding die de Russische ambassade in Londen gebruikte om de situatie in de Syrische stad Aleppo weer te geven, is op twitter hilarisch opgepikt.

"Extremisten nabij Aleppo ontvangen meerdere vrachtwagenladingen met chemische munitie", stond in de tweet van de ambassade.

Daarbij stond ook de afbeelding van drie bomwagens om de situatie ter plaatse weer te geven.

Kelsey D. Atherton van de website Popular Science vond al snel de bron van de afbeelding: na het intikken van "bomb truck" op Google was de illustratie uit de game Command & Conquer snel gevonden.

Hoewel de Russische ambassade er in het klein ook bij aangaf dat de afbeelding "alleen voor illustratiedoeleinden wordt gebruikt", staken twitteraars er toch massaal de draak mee.

Met dank aan: Naomi Jansen, KIJK Magazine.

Terug naar Boven of naar Homepage

 

DINSDAG 3 MEI 2016

Cyber Range in Soesterberg

In opdracht van het Defensie Cyber Commando (DCC) gaat Thales Cyber Security Nederland op de DuMoulinkazerne in Soesterberg een testfaciliteit en trainingscentrum opzetten om cyberaanvallen na te bootsen.

Daarmee kunnen de verdedigingsmechanismen op het gebied van cyber worden ontwikkeld en getest en kan personeel worden opgeleid en getraind.

Het DCC en Thales Cyber Security Nederland hebben vandaag een driejarig contract voor de ontwikkeling van een zgn. Cyber Range gesloten. Details over het contract, zoals de grootte van de order in euro's, zijn niet bekendgemaakt.

Dr. Ir. René van Buuren, directeur van Thales Cyber Security Nederland, en brigadegeneraal Hans Folmer, commandant van het Defensie Cyber Commando, ondertekenen het samenwerkingscontract.

Het centrum - specifiek bedoeld ter bescherming van de digitale infrastructuur, netwerken en systemen van de krijgsmacht - kan worden gekoppeld aan de testfaciliteiten van derden. De Cyber Range stelt Defensie in staat grip te krijgen en houden op de complexiteit van de beveiliging van haar systemen.

Ook maakt de Cyber Range grote oefeningen op internationaal niveau mogelijk. Zo kunnen zowel cyberaanvallen, -incidenten als beschermings- en verdedigingsmechanismen op verschillende wapensystemen, informatietechnologie-omgevingen of satellietverbindingen worden gesimuleerd en kunnen offensieve cybertactieken worden getest.

De geavanceerde virtuele omgeving kan makkelijk worden geschaald en op ieder moment van een oefening of training worden bevroren. Hierdoor kunnen scenario's worden geëvalueerd.

Defensie werkt al lang samen met Thales op het gebied van cybersecurity. Thales beveiligt voor Defensie de NAVO-communicatieverbindingen en voert, samen met Defensie en TNO, een studie uit op het gebied van Cyber Situational Awareness.

Terug naar Boven of naar Homepage

 

Nieuwsarchief...