Maak uw keuze uit de hieronder getoonde lijst
O & O Voluit: Ontwikkeling & Ontspanning. Tijdens de Eerste Wereldoorlog (1915) verscheen de ‘Zangbundel voor het Nederlandsche Leger' op last van het Ministerie van Oorlog. Het zangboek ging in de mottenballen en tijdens de mobilisatie van de Tweede Wereldoorlog werd de afdeling ‘Ontwikkeling & Ontspanning' (O&O) opgericht om de Nederlandse militairen te vermaken. De gezellige morele ondersteuning steun én polonaisestemming voor de troepen verliep vervolgens van de schlager ‘Rats, kuch en bonen' van ene Lou Bandy uit 1939 naar Centerfold, Erik Hulzebosch, Harry Slinger en T-Spoon in voormalig Joegoslavië en Cyprus e.v.a. In februari 2004 gaf cabaretier Freek de Jonge in Irak vijf optredens voor het daar gelegerde Defensiepersoneel en in diezelfde maand presenteerde Veronica-deejay Adam Curry een week lang zijn ochtendprogramma 'Ook Goeiemorgen' in het kader van ‘ Operation Iraqi Sunrise' vanuit het Iraakse As-Samawah. In augustus 2005 trad zanger Albert West op voor de Nederlandse militairen in Afghanistan. Terug naar Boven O.A.T.D.O.E.M. De stappen van de verkorte analyse in het operationele besluitvormingsproces (OBP) die het O.T.V.O.E.M. hebben vervangen. Het toepassen van O.A.T.D.O.E.M. in plaats van O.T.V.O.E.M. lijkt geen wezenlijke veranderingen tot gevolg te hebben.
O | Orientatie op de opdracht | A | Analyse van de opdracht | T | Terrein & Weer | D | Dreiging & Vijandanalyse | O | Overige (f)actoren | E | Eigen middelen | M | Mogelijke wijze van optreden / ontwikkelen eigen mogelijkheden |
Zie ook: bevel, leidinggeven en O.T.V.O.E.M.
Terug naar Boven OBSERVATIEPOST Afgekort: OP. In het Duits: Beobachtungspunkt. Voorbeeld van een zgn. perimeter defence. Een OP heeft een taak in het beveiligen als vooruitgeschoven waarschuwingselement ten behoeve van de eenheid. Een OP wordt op een zodanige locatie ingericht dat een voortdurende waarneming mogelijk is op aanwezige vijandelijke opstellingen of gebieden van vijandelijke groeperingen.
Links een observatiepost tijdens de missie UNFICYP op Cyprus, rechts de OP 'T2' zoals die in gebruik was bij Dutchbat (UNPROFOR) in Bosnië-Hercegovina Waarnemingstaken vanaf een OP kunnen inhouden: signaleren en rapporteren van militaire incidenten in het operatiegebied | signaleren en rapporteren van schendingen van internationale overeenkomsten | waarnemen op lijnen van wapenstilstand (cease-fire) of staakt-het-vuren | waarnemen van lokale afspraken en overeenkomsten |
Een OP moet tenminste een (deel van de) Area of Operations (AOR) kunnen overzien. De primaire taakstelling in de waarnemingssector – met name bij blauw optreden: het tijdig signaleren vana activiteiten om calamiteiten te voorkomen ter vergroting van de veiligheid van de eenheid – vereist een breed gezichts- en schootsveld. Een OP wordt normaliter door minimaal 2 personen bezet. Een OP moet minimaal voldoende bescherming bieden tegen vlakbaan-, artillerie- en mortiervuur (versterkt onderkomen met tenminste drie rijen zandzakken rondom en bovenop, ± 75 cm dik). Daarnaast moet rondom de OP een rondombeveiliging gecreëerd zijn (bijvoorbeeld m.b.v. concertina’s en Friese ruiter), moet het observatieraam voorzien zijn van kippengaas (tegen handgranaten e.d.) en dient de OP een zigzag-ingang te hebben tegen vuur van kleinkaliberwapens. Op de OP behoren de volgende zaken aanwezig te zijn: Een OP kan ook mobiel zijn, d.w.z. met de mogelijkheid snel te verplaatsen. Een dergelijke OP wordt ook wel mobiele observatiepost (in het Engels: roving OP) genoemd. Zie ook: perimeter defences, sangar en waarnemen. Terug naar Boven OBSERVER/TRAINER Afgekort: O/T. Militair die vakkundig is in een specifiek functiegebied, in die hoedanigheid oefenende militairen observeert en coacht en hiertoe idealiter een opleiding heeft gevolgd. O/T’en is een randvoorwaarde voor trainingsondersteuning (TROST) aan zowel de operationele commandant als Exercise Control (EXCON). O/T wordt in het bijzonder ingezet in de opwerkperiode voor uitzendingen, inclusief de eindoefeningen. EXCON bestaat hierbij uit de oefenleiding, analisten en role-play. EXCON stuurt de te oefenen eenheden aan en coördineert de gesimuleerde acties. Het O/T-deel zorgt ervoor dat eenheden goed voorbereid kunnen worden uitgezonden. De inzet van O/T’s gebeurt om de volgende redenen: - Middel voor de commandant om de praktijk te toetsen aan doctrine en tactiek.
- Middel voor de commandant om informatie te vergaren over het niveau van opleiding en training (O&T) van zijn eenheid en staf, in het bijzonder over het bereiken van de status van operationele en inzetgereedheid.
- Gebruik van specifieke onderwijsleermiddelen (OLM) vereist de inzet van daaraan gerelateerde O/T’s.
- Evaluatie van O&T op effectiviteit (wordt het doel bereikt?) en efficiency (wordt veel gedaan in weinig tijd?) ter verhoging van het trainingsrendement.
De O/T, de verprofessionaliseerde opvolger van de hulpleider (HL), staat de oefenende troepen met raad en daad terzijde en levert daartoe advies en assistentie (A&A). Na afloop van een gesimuleerde actie wordt de deelnemende militairen een spiegel voorgehouden. De feedback uit de evaluaties levert leermomenten op, waarmee het leermoment wordt verhoogd. Herhaalde simulaties verhogen daarnaast het leerrendement. De O/T bewaakt de doorlopende leerlijn van de te oefenen militairen. Naast de algemene oefenlijn wordt per specialisme geobserveerd en, indien nodig, getraind. Zo wordt de oefening van militair geneeskundig personeel ondersteund door de beschikbaarheid van geneeskundige Training Support Packages (TSP) – onder andere in de vorm van een oefengewondenspel – en geneeskundig opgeleide O/T’s. Voor de O/T is doctrine, zoals die is vastgelegd in doctrinedocumenten (voorschriften, leidraden en handboeken), een (hulp)middel, géén (trainings)doel. Hiertoe biedt onder meer de LD 8 (Opleiding en Training) een handvat. Het feitenmateriaal dat tijdens een oefening door O/T’s wordt verzameld, vormt de kern van een After Action Review (AAR). De AAR wordt door een O/T uitgevoerd in een open, vertrouwelijke sfeer, in een daartoe geschikte omgeving of ruimte, waarbij de oefening en/of operatie tijdelijk wordt stilgelegd. De inzet van O/T’s, analisten, instructeurs, oefenleiders en scenarioschrijvers van events moet leiden tot het doelmatig en doeltreffend organiseren van oefeningen en een verbetering van de geoefendheid van de te oefenen eenheden. Zie ook: Mobile Combat Training Centre (MCTC). Terug naar Boven OBSTACLE BELT Vertaald: hindernisgordel. In het Duits: Sperrgürtel. In het Frans: ceinture d’obstacles. Gebied, in de regel op brigadeniveau bepaald, waarin tussen het voorste gevecht en de hoofdverdediging hindernissen ten behoeve van de manoeuvre worden geconcentreerd. De reeks hindernissen is onderling samenhangend en aaneengesloten en heeft als doel vijandelijk optreden tegen te gaan, te belemmeren of te beïnvloeden. | 
Obstacle belt (hindernisgordel), in dit geval gecontrolleerd door 13 (NLD) Infbat Lumbl AASLT. |
Terug naar Boven OCIO Het OCIO is verantwoordelijk voor de Algemene Militaire Opleiding (AMO) voor soldaten en korporaals bij de reguliere eenheden van de Koninklijke Landmacht én voor de Algemene Militaire Opleiding Luchtmobiel (AMOL) voor soldaten en korporaals bij de landmachtcomponent van 11 Air Manoeuvre Brigade. De opleidingen worden verzorgd bij de schoolbataljons: Tijdens de AMO(L) worden de militaire basisvaardigheden ten behoeve van de militaire basiseisen aangeleerd. Na met succes de AMO(L) te hebben volbracht, vervolgt de rekruut zijn functie-opleiding, voor het vervullen van zijn toekomstige functie bij een parate eenheid, bij één van de specifieke opleidings- en trainingscentra. De AMO duurt 4 maanden, de AMOL 5 maanden. Slagen voor de AMOL betekent dat de geëxamineerde rekruut gerechtigd is tot het dragen van de rode baret. Aan het einde van de AMO(L) heeft de geëxamineerde rekruut in de regel de stand van soldaat der eerste klasse. Voorbeelden van functie-opleidingen zijn die van genist op het Opleidings- en Trainingscentrum Genie, radiobedienaar op het Opleidingscentrum Ede, rupschauffeur op het Opleidings- en Trainingscentrum Manoeuvre en artillerist op het Opleidings- en Trainingscentrum Vuursteun. In de regel ressorteren deze opleidings- en trainingscentra onder het Opleidings- en Trainingscommando (OTCO), dat is voortgekomen uit het toenmalige Commando Opleidingen Koninklijke Landmacht (COKL). Een uitzonderingspositie geldt echter de functie-opleiding voor geneeskundig (hulp)personeel aan het Opleidingscentrum Militair Geneeskundige Diensten (OCMGD), dat niet onder het OTCO valt. Het ‘paarse', joint opleidingscentrum valt onder het Militair Geneeskundig Facilitair Bedrijf (MGFB), dat op zijn beurt deel uitmaakt van het Commando Diensten Centra (CDC). Naast een taakstelling in het kader van opleiding & training, verzorgt het OCIO oriëntatietrajecten op scholen in de burgermaatschappij; ook organiseert het OCIO kennismakingsweken. Het einddoel van beide activiteiten is het werven van personeel om vacatures bij de parate eenheden op te vullen. 
Organogram van het Opleidings Centrum Initiële Opleidingen | Overige Taken & Remedial. In deze opleidingscompagnie krijgen uitvallers een tweede kans. Het gaat hier met name om rekruten die zijn uitgevallen met blessures, rekruten die preventief in deze subeenheid worden opgenomen bij een onvoldoende tussentijdse score. | IFO | Initiële & Functie Opleidingen. | Sinds 27 juni 2007 heeft het Schoolbataljon Centraal opgehouden te bestaan. Sindsdien resteren er dus 3 schoolbataljons. Zie ook: drillkruid. Terug naar Boven O.C.O.K.A. Binnen de U.S. Army (Field Manual 34-130, ‘Intelligence Preparation of the Battlefield’, 1993), een algemeen gebruikt acroniem en ezelsbruggetje waarin de militaire aspecten van het terrein worden geëvalueerd: O | Observation & Fields of Fire | waarnemingsmogelijkheden en schootsvelden | C | Cover & Concealment | vuur- en zichtdekking | A | Obstacles | hindernissen | K | Key or Decisive Terrain | belangrijke en essentiële gebieden | A | Avenues of Approach | naderingsmogelijkheden |
De genoemde factoren worden gewogen in het kader van: mee te nemen wapens en materieel | missie van de eenheid | niveau van commandovoering | samenstelling van de deelnemende strijdmacht | soort operatie |
O.C.O.K.A. is vergelijkbaar met het Nederlandse H.N.B.W.V., het terrein- en weeraspect van het O.T.V.O.E.M. Terug naar Boven OEfening Kortst mogelijke definitie: nabootsing van de werkelijkheid, d.w.z.. crisisbeheersings- en/of oorlogsomstandigheden. Volgens het Algemeen Militair Ambtenaren Reglement (AMAR, artikel 54A, onderdeel M) en het Burgerlijk Ambtenaren Reglement Defensie (BARD, artikel 30A, onderdeel K) is de definitie: ”Elk door defensiepersoneel in praktijk brengen van onderwezen bekwaamheden teneinde aldus de bedrevenheid in het uitvoeren van aan de krijgsmacht opgedragen operationele taken te verwerven, te vergroten of te onderhouden.” Volgens kolonel der artillerie b.d. Leo J.J. Dorrestijn (‘Vuur geëindigd!', pagina 109) zijn de zaken die op oefening echt nodig zijn goede verbindingen, tijdige planning, voldoende nachtrust en ingewerkte onderofficieren. Terug naar Boven OEfenRAMPENTERREIN | Afgekort: ORT. Het ORT is gevestigd aan de Amersfoortsestraatweg in Crailo, gemeente Bussum, op het terrein van de Kolonel Palmkazerne. Op het ORT oefenen, behalve de krijgsmachtdelen, politie- en brandweereenheden. Hoofdgebruiker is de Instructiegroep Bedrijfshulpverlening/Technische hulpverlening (BHV/THV) van het Opleidingscentrum Logistiek (OCLOG) van de Koninklijke Landmacht. Zaken die onder andere kunnen worden beoefend zijn: |
- aanleren van de spreidmethode om een slachtoffer uit een huis te vervoeren
| - beoefenen van de vaardigheidsbaan
| - opbinden van een slachtoffer op een draagbaar met behulp van 12-meter-lijnen
| - vervoer van oefengewonden in kruipruimten, kelders, huizen zonder trap of lift
| - zelfredding in het kader van basisreddingstechnieken
|
De vaardigheidsbaan bestaat uit een aantal moeilijk begaanbare hindernissen, die moeten worden genomen zonder gebruik te maken van hulpmiddelen. De hindernissen zijn: puinbak | ongelijke muren met daartussen balken | dakbeschot | kolenbunker | rioolbuizen | ingestorte vloer | hoge muur met vier kleine ramen |
| |
De vaardigheidsbaan wordt genomen door een groep cursisten, waarvan één oefengewonde liggend en opgebonden op een draagbaar. Het nemen van de hindernissen kan worden bemoeilijkt door de opdracht te laten uitvoeren onder tijdsdruk en/of zonder met elkaar te mogen spreken. Terug naar Boven O.E.K.E. Ezelsbruggetje dat wordt gebruikt voor het fixeren van een slachtoffer op een draagbaar wanneer het slachtoffer in slecht terrein of oorden moet worden vervoerd. Bij het opbinden van het slachtoffer door middel van de kruismethode, worden ter hoogte van "OEKE" halve steken gemaakt om het touw dat langs de draagbaar loopt: | O | Oorhoogte | | E | Ellebooghoogte | | K | Kniehoogte | | E | Enkelhoogte |
Terug naar Boven OERLIKON KBA, 25 MM SNELVUURKANON Na het uitfaseren van de mitrailleur .50 inch Browning M2 HB, medio 1977/'78, is de Oerlikon in de bewapening gekomen. 
YPR-PRI met in de geschutskoepel het snelvuurkanon Oerlikon KBA (© website 42 Pantserinfanteriebataljon Regiment Limburgse Jagers) Het (lucht)verdedigingswapen van de Zwitserse fabrikant Oerlikon Contraves doet dienst op de YPR-Pantser Rups Infanterie (PRI), waar het in de geschutskoepel is aangebracht. Met de Oerlikon kan automatisch worden gevuurd op zowel grond- als luchtdoelen. Specificaties: effectieve dracht | 1500 meter | kaliber | 25 x 137 mm | vuursnelheid | 550 schoten per minuut |
Terug naar Boven OFFICIER Militair met de rang van tweede luitenant of hoger. Binnen de Koninklijke Landmacht worden de volgende officiersrangen onderscheiden: (Subalterne) officieren | Tweede luitenant |  | Eerste luitenant | 
| Kapitein | 
| Hoofdofficieren | Majoor | 
| Luitenant-kolonel | 
| Kolonel | 
| Generaalofficieren | Brigadegeneraal | 
| Generaal-majoor | 
| Luitenant-generaal | 
| Generaal | 
|
Zie ook onderofficier en titulatuur. Terug naar Boven OFFICIER VAN KAZERNEPIKET Afgekort: OKP. In het Duits: Dienstaufsichtsbeamter. In het Frans: officier de permanence. In het Engels: duty officer. Ook genaamd: officier van kazernedienst; officier van piket; officier van (de) wacht. Bijgenaamd: paniekboer, waakhond. Militair die buiten de diensturen het directe toezicht uitoefent op de naleving van de handhaving van de orde en rust in de kazerne. In een aanwezigheidsdienst (piket) op de kazerne is hij bijvoorbeeld verantwoordelijk voor het handhaven van het in 2004 ingevoerde Reglement ORD (Orde, Rust en Discipline). Voor zijn taakstelling kan de kazernedienst van de OKP de beschikking hebben over een op afroep beschikbare troep. De OKP is verantwoording verschuldigd aan de commandant van de Lokale Facilitaire Dienst (LFD). Voorheen rustte op de schouders van de OKP ook de verantwoordelijkheid voor de veiligheid op de kazerne; hij moest zich afvragen wat de zwakke plekken in de vredesbewaking waren en wat er mis zou kunnen gaan. De OKP moest genomen veiligheidsmaatregelen regelmatig in twijfel stellen om na te gaan of zij nog afdoende waren en moest zich afvragen wat te doen als zich een calamiteit voordeed. 
Ringkraag van de OKP | Het onderscheidingsteken van de OKP is de ringkraag. Van oorsprong is dit een metalen kraag die boven het harnas om de hals werd gedragen en voornamelijk tot de wapenrusting van de 17 de-eeuwse cavalerie behoorde. De huidige ringkraag – een maanvormige, verzilverde en met het Rijkswapen versierde plaat met een grootste breedte van 16,3 cm - wordt onder andere door de Nederlandse OKP tijdens het uitoefenen van zijn dienst om de hals en vóór de borst gedragen. De ringkraag is in 1933 ingevoerd door luitenant-generaal Jonkheer Willem Roëll, de toenmalige Commandant van het Veldleger en van de Vesting Holland. Het ontwerp is van de Haagse zilversmid Frans Zwollo. Het verhaal gaat dat de toenmalige Minister van Defensie Hendrik van Boeijen, die geen enkele kennis had van de militaire organisatie, dacht dat met de “officier van piket” iemand werd bedoeld, die als achternaam ‘Van Piket’ had (Lou de Jong, ‘Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog’, deel IX). | Terug naar Boven O.F.S.S.L.A. Ezelsbruggetje dat wordt gebruikt voor de handelingen die achtereenvolgens moeten worden toegepast bij het maken van krijgsgevangenen: | O | Ontwapenen | Afnemen van wapen en uitrusting en deze voorzien van het krijgsgevangenlabel. | | F | Fouilleren | Lichaam, kleding en uitrustingsstukken doorzoeken; documenten tezamen met krijgsgevangenen afvoeren; indien mogelijk boeien en blinddoeken. | | S | Scheiden | Belangrijke en vrouwelijke krijgsgevangenen onmiddellijk scheiden. | | S | Stilte en discipline handhaven | Geef krijgsgevangenen één zekerheid: de onzekerheid. | | L | Labelen | Voorzie documenten en materieel van het krijgsgevangenlabel: Defensieformulier 73 (DF 73). | | A | Afvoeren | Zo spoedig mogelijk, liefst geboeid en geblinddoekt; veiligheids(onder)officier regelt afvoer. |
Bij het "scheiden" moet worden gedacht aan het scheiden van personeel van materieel, combattanten van non-combattanten, mannen van vrouwen, officieren van onderofficieren en manschappen. Zie ook krijgsgevangene en paragraaf 4 (De behandeling van krijgsgevangenen), hoofdstuk 9 (Inlichtingen en militaire veiligheid) van het Handboek KL-militair (VS 2-1352). Terug naar Boven OLK | Voluit: Opleiding voor Leidinggevende Korporaals. Opleiding die initieel werd gegeven aan plaatsvervangend en waarnemend groepscommandanten bij de infanterie bij 11 Luchtmobiele Brigade in de rang van korporaal. De Koninklijke Militaire School (KMS) start vanaf 2007 met een pilot van de algemene Opleiding voor Leidinggevende Korporaals (OLK). |
De opleiding is bedoeld voor korporaals die hun functie zullen vervullen als plaatsvervangend groepscommandant. Hoofdonderwerpen van de OLK zijn commandovoering, instructiebekwaamheid en leidinggeven. De cursist krijgt de basisbeginselen van commandovoering, het waarschuwingsbevel, de analyse van het pelotonsbevel en het maken van een groepsbevel aangeleerd. De opleiding duurt 4 weken. Korporaals die de OLK succesvol hebben afgerond, mogen voor de duur van hun functie een, ook al nieuw, rangonderscheidingsteken dragen. Het rangonderscheidingsteken is gelijk aan dat van korporaal (der eerste klasse), alleen staan boven de strepen ook twee gekruiste Diemaco's afgebeeld. Op 30 november 2007 reikten de Commandant Landstrijdkrachten, luitenant-generaal Peter van Uhm, en CLAS-adjudant Theo Witlox de eerste 28 functieonderscheidingstekens uit. | 
Rangonderscheiding voor de korporaal der 1ste klasse die de OLK succesvol heeft afgerond | Terug naar Boven OLM Betekenis: Onderwijsleermiddelen. Middelen die, direct of ondersteunend, kunnen worden aangewend voor het geven (door de instructeur) én ontvangen (door de leerling) van activiteiten gericht op het aanleren, bestendigen en/of verbeteren van kennis, skills en drills. Onderwijsleermiddelen zijn algemene goederen die behoren tot de klasse IV. Eindverantwoordelijk voor de aanvraag van onderwijsleermiddelen is de sectie 3. 
Onderwijsleermiddel Microsoft PowerPoint, gepresenteerd door Fokke & Sukke in NRC Handelsblad d.d. 7 september 2001 | Behalve lesmateriaal - bijvoorbeeld kantoorartikelen, dienstvoorschriften, overige boekwerken, DVD's en videobanden, exercitiemunitie en schietbaanbenodigdheden – al het materiaal dat de instructeur nodig heeft voor het feitelijk geven van instructie, waarbij de nadruk vaak ligt op het praatje/plaatje/daadje-principe. Voorbeelden van OLM ten behoeve van de instructeur zijn audio- en videoapparatuur, computer (Microsoft PowerPoint), beamer en projectiescherm, katheder, overheadprojector, schoolbord en whiteboard. Het juiste gebruik van OLM ten behoeve van de instructeur staat omschreven in kerngedraging 35. Geavanceerde onderwijsleermiddelen (GOLM) zijn onder andere simulatoren – waarmee de opleidingen doelmatiger verlopen en de milieubelasting wordt beperkt, zoals de SIM-KKW en de Human Patient Simulator – managementspellen en scenarioanalyses. | Ook mensen kunnen fungeren als onderwijsleermiddel, bijvoorbeeld bij het beoefenen van gespreksvormen. 
Typisch geneeskundige onderwijsleermiddelen: linksboven een fantoomarm t.b.v. infusie-instructie, linksonder een torso-fantoom t.b.v. intubatie-instructie, rechts een Resusci Anne-pop t.b.v. reanimatie-instructie Zie ook: kerngedragingen instructeur, klasse en praatje / plaatje / daadje. Terug naar Boven OMGAAN MET MEDIA In het Engels: media awareness. Cursus die onder andere wordt gegeven in het kader van de Missie Gerichte Opleiding. De cursus leert hoe - desgevraagd - correct, tijdig en in het belang van de Defensieorganisatie de pers kan worden geïnformeerd. Perscontacten, public relations en voorlichting over de Defensieorganisatie zullen in eerste instantie weliswaar lopen via de Sectie Communicatie van de eenheid, voorlichters van het betreffende krijgsmachtdeel en de Directie Voorlichting van het Ministerie van Defensie, of in uitzendgebieden via de Contingentscommandant (Contco) of Senior National Representative (SNR), het kan voorkomen dat de individuele militair wordt geïnterviewd door journalisten. Daarbij is het zaak dat de individuele militair doet wat hij mag en nalaat wat hij niet mag, waartoe de Instructiekaart (IK) 2-1251 een praktisch format is: 
Het format van IK 2-1251 – vastgesteld door de Bevelhebber der Landstrijdkrachten, voor deze Hoofd Legervoorlichting, bij briefnummer COMM/2001/68371 – zorgt ervoor dat de individuele militair vertelt wat hij wil vertellen, zodat achteraf teleurstelling wordt voorkomen als hij het interview terughoort, -leest of –ziet. Overigens begint een goede benadering van de pers met een correct militair voorkomen wat betreft tenue, taalgebruik en attitude. Omdat de pers graag een primeur (scoop) wil brengen, hanteert zij een format bestaande uit vijf A's: Actualiteit | speelt het onderwerp | Aantal | is het onderwerp interessant voor grote groepen mensen | Afwijking | wijkt het af van het gangbare dan wel te verwachten ontwikkelingen | Amusementswaarde | is het leuk, spannend en/of visueel te maken met beeldmateriaal | Afwisseling | is er een onderlinge samenhang met een ander nieuwswaardig onderwerp | Zie ook: embedded journalism, oorlogscorrespondent, operational security en psychological operations. Terug naar Boven OMGEKEERDE V 
Omgekeerde V op een Mercedes Benz-terreinwagen van de Geneeskundige Dienst | Herkenningsteken voor eigen troepen in de vorm van een omgekeerde letter V (chevron) om eigen troepen vanuit de lucht gemakkelijk te kunnen herkennen. De omgekeerde V staat ook bekend als één van de binnen de NAVO gevoerde beschermingsmaatregelen tegen friendly fire, vergelijkbaar met een marker panel. |
Een militair voertuig dat binnen een militaire operatie tot dezelfde bondgenoot- of vriendschappelijke (geallieerde) troepen behoort, wordt rondom – d.w.z. aan de voor-, achter- en zijkanten (portieren) – voorzien van een grote omgekeerde V, die wit is gekleurd. Zie ook: marker panel. Terug naar Boven OMLOOPTIJD In het Duits: Umlaufzeit. In het Engels: turnaround (cycle) time. In het Frans: période de circulation. Tijd- en ruimtefactor die de periode aangeeft die een transportmiddel nodig heeft om een totale afstand heen en terug te verplaatsen. In deze periode wordt uitgegaan van een gemiddelde snelheid, welke wordt berekend aan de hand van het langzaamste verplaatsende transportmiddel. De omlooptijd is een essentiële factor van invloed bij de locatiebepaling van gevechtssteun- en gevechtsverzorgingssteuneenheden. De omloopstand beïnvloedt direct de omlooptijd, maar is evengoed afhankelijk van verschillende externe factoren: - calamiteiten/eventualiteiten onderweg
| - lengte van routes in de AOR
| - logistieke zelfvoorzienendheid van overige eenheden in de AOR
| - meest gedisloceerde locatie in de AOR
| | | - tijd tussen heen- en terugverplaatsen op locatie benodigd (aftanken, gewondenbehandeling, herbevoorraden, herbewapenen, laden, lossen en overige activiteiten)
| - tussentijds wijzigende terrein- en weersomstandigheden
| - vijandelijke activiteiten
| - voorraadniveaus in de AOR
| - voorwaarts ontplooide eigen troepen (FOB’s e.d.), die de footprint vergroten en de omlooptijden verkorten
|
Voor de geneeskundige ondersteuning is de omlooptijd van levensbelang: het golden hour is hier direct van afhankelijk. Te allen tijde dient rekening te worden gehouden met het ter beschikking houden van capaciteit om het gevecht te kunnen blijven volgen, in het bijzonder bij het hoge tempo en de grote diepte van het aanvallend gevecht. De omlooptijd – die de wijze van optreden dicteert (bij afwezigheid of kleiner worden van de omlooptijd zijn de patiënten het snelst bij een geneeskundige inrichting) – mag niet te groot worden, waarbij moet worden uitgegaan van het worse case-scenario van de afwezigheid van helikopters ten behoeve van de afvoer van patiënten. Toegang tot het militaire gezondheidszorgsysteem moet planmatig in de nabijheid zijn van de potentiële plaats van gewond raken, anders is de eerste bedreiging die van een snel oplopende omlooptijd tussen de plaats van gewond raken en de geneeskundige inrichting. Het behoud van aansluiting met gevechtseenheden en het naasthogere niveau van zorg heeft prioriteit. Indien zo ver mogelijk voorin kan worden ontplooid (gewondennest, MEDPUP) is – planmatig – de doelmatigheid optimaal en de omlooptijd minimaal. Terug naar Boven OMTREKKING Ook: omtrekkende beweging. In het Duits: Umfassung. In het Engels: envelopment. In het Frans: contournement. Manoeuvrevorm in het kader van het aanvallend gevecht (in de diepte) waarbij op één of beide flanken langs de opstellingen van de vijand wordt getrokken. Het doel van de omtrekking is het bereiken van de vijandelijke lines of communication, vervolgens de vijand af te snijden van eigen troepen door een aanval op de flank(en) of in de rug en tot slot ontsnapping van de vijand te voorkomen. Als de vijand in de terugtocht wordt belemmerd, is de weerstand normaliter snel gebroken. | |
Omtrekkingen kunnen dus zowel langs één flank (enkele omtrekking) als langs beide flanken (dubbele omtrekking) plaatsvinden. Weerstanden die zich blijven verzetten en NBC-besmette gebieden worden in de regel omtrokken. Het misleidings- en verrassingseffect van de omtrekking is optimaal, zeker in combinatie met abominabele weersomstandigheden (mist, sneeuwval, storm). De vijand wordt met een correct voorbereide en uitgevoerde omtrekking uitgemanoeuvreerd. Zie ook: achtervolging. Terug naar Boven OMVATTING In het Duits: Umfassung. In het Engels: envelopement. In het Frans: encompassement. De omvatting (omsingeling) is een manoeuvrevorm tijdens het aanvallend gevecht – evenals doorbreking, frontale aanval en omtrekking – waarbij de hoofdaanval is gericht op één flank, beide flanken, de rug of de flanken in combinatie met de rug in het vijandelijke zwaartepunt. Onderscheiden worden enkelvoudige, dubbele of verticale omvattingen: | |
| | | | Enkelvoudige omvatting | Dubbele omvatting | Verticale omvatting | De enkelvoudige omvatting gaat links- of rechtsom in één aanvalsechelon naar één van de vijandelijke flanken of stoot onmiddellijk door naar de vijandelijke rug. Daarmee vormt zij een bedreiging voor het van binnenuit oprollen van de vijandelijke fronteenheden. | De dubbele omvatting gaat in twee gescheiden aanvalsechelons links- en rechtsom. Daarmee wordt de vijand volkomen omsloten. De twee echelons naderen elkaar in de diepte of maken daar contact. De enige vijandelijke ontsnappingsmogelijkheid is achterwaarts, tenzij de terugtocht bij de omvatting al is afgesneden. | De verticale omvatting is een verplaatsing van een aanvalsechelon door de lucht. In de regel zijn het air manoeuvre- of Special Forces-eenheden die deze actie uitvoeren; achter een bosrand of heuveltop verscholen kunnen grondtroepen steun verlenen in verticale hit-and-run acties. |
Eisen van een omvatting: - Bijzondere beschermingsmaatregelen ten aanzien de eigen flanken.
| - De vijand dient te worden vernietigd in zijn (voorste) opstelling.
| - De vijand heeft flanken waarlangs kan worden verplaatst, zonder dat daar een beslissend gevecht hoeft te worden aangegaan.
| - Eigen troepen groeperen in de diepte.
| - Het grootste deel van de ingezette middelen voert de manoeuvre uit in direct vuurcontact met de vijand na de inbraak of na het passeren van de voorste rand weerstandsgebied.
|
Zie ook: aanvallend gevecht. Terug naar Boven ONBESTREKEN RUIMTE In het Engels: dead space. Een gebied dat weliswaar binnen het maximale bereik van radar, waarneming of wapen ligt, maar niet kan worden bestreken door effectief vuur en/of waarneming vanuit een bepaalde positie. De redenen hiervan kunnen divers zijn: tussengelegen obstakels, aard van het terreindeel (geaccidenteerd, bergachtig), kenmerken van krombaanvuur of juist vlakbaanvuur of beperkingen van het wapen. Het beste om van een onbestreken een bestreken ruimte te maken is het verbeteren van de eigen positie. 
Zowel de bestreken als de onbestreken ruimte in beeld gebracht Terug naar Boven ONBEWUST BEKWAAM De kreet "onbewust bekwaam" is de vierde fase uit de theorieën van de Amerikanen Paul Hersey en Kenneth H. Blanchard ('Management of organizational behaviour. Utilizing human resources', 1968). De theorieën zijn onder andere gemakkelijk toepasbaar bij de opleiding en training (O&T) binnen de Koninklijke Landmacht, omdat zij de fases markeren binnen het kennis- en leerproces. Het model van Hersey/Blanchard is dat van het situationeel leidinggeven. De vierde fase geeft aan dat de leerling/recruut op de automatische piloot, zonder er verder acht op te slaan, zich zaken (bijvoorbeeld skills en drills) volledig heeft eigen gemaakt. De leerling/recruut is nu in staat zaken te delegeren: | fase 1 INSTRUEREN TELLING | onbewust onbekwaam | Betrokkene is zich er niet van bewust dat hij zaken niet beheerst | - weinig mensgericht
- sterk taakgericht
| | fase 2 COACHEN SELLING | bewust onbekwaam | Betrokkene is zich bewust geworden dat hij zaken niet beheerst | - sterk mensgericht
- sterk taakgericht
| | fase 3 ONDERSTEUNEN PARTICIPATING | bewust bekwaam | Betrokkene werkt bewust aan veranderingen door er zorgvuldig acht op te slaan | - sterk mensgericht
- weinig taakgericht
| | fase 4 DELEGEREN DELEGATING | onbewust bekwaam | Betrokkene past het veranderde gedrag toe zonder er acht op te slaan | - weinig mensgericht
- weinig taakgericht
|
De blanco recruut bij het schoolbataljon is zich niet bewust van zijn onbekwaamheden, de onbewust-bekwame soldaat of korporaal bij de parate eenheid handelt daarentegen - althans, als het goed is - instinctief en drillmatig op de juiste wijze. Terug naar Boven ONDAS Betekent: Onderdeels Aanvullingssysteem. Personeelsaanvullingssysteem waarbij het pelotons- of compagniesgewijs afzwaaien van de oudste lichting dienstplichtige militairen wordt opgevolgd door het opkomen van de nieuw op te leiden of al opgeleide lichting dienstplichtige militairen. De oudste lichting wordt achtereenvolgens met klein verlof gestuurd, (twee maanden later) met groot verlof gestuurd en tenslotte ingedeeld bij een mobilisabele eenheid. In het dienstplichttijdperk was het ONDAS in het bijzonder van toepassing op manoeuvre-eenheden, terwijl staf- én gevechtsverzorgings- of logistieke eenheden vooral op individuele basis werden gevuld. Zie ook: INDAS en rekruut. Terug naar Boven ONDERDRUKKINGSVUUR In het Engels: suppressive fire. Uitbrengen van vuur op de vijand met als doel die te dwingen dekking te zoeken en aldus zijn mogelijkheid om het vuur te beantwoorden of naar een andere positie te verplaatsen te reduceren. Het eigen vuur, bijvoorbeeld afkomstig uit een ingerichte vuurbasis bij een aanval op een vijandelijke positie, overstemt het vuur van de vijand. Karakteristieke wapens voor het afgeven van onderdrukkingsvuur zijn artillerie en machinegeweren, die – omdat ze relatief onnauwkeurig zijn – niet in de eerste plaats worden aangewend om de vijand te verslaan maar eerder als psychologisch middel. Zie ook: spray and pray. Terug naar Boven ONDERHOUD Alle handelingen die aan en ten behoeve van goederen moeten worden verricht om deze in bruikbare staat te brengen of te houden. Er bestaan verschillende soorten onderhoud: correctief onderhoud | modificatief onderhoud | preventief onderhoud |
Onderhoud bij de parate, operationele eenheden moet het onderhoud aan materieel aan de volgende voorwaarden voldoen: mag geen overmatige belasting vormen voor de hoofdtaak van de eenheid | moet eenvoudig uit te voeren zijn | moet zo kort mogelijk aan het gebruik worden onttrokken |
Het 1 ste-echelons onderhoud, ook gebruikersonderhoud genoemd, is het onderhoud dat de gebruiker moet uitvoeren. Het omvat zowel correctieve als preventieve onderhoudshandelingen. Het 1 ste-echelons onderhoud kan worden verdeeld in: Onderhoud bij gebruik | Vóór gebruik Tijdens (de onderbreking van het) gebruik Na gebruik | Periodiek onderhoud | | Incidenteel onderhoud | | Onderhoud bij abnormale omstandigheden | Bij zeer koud weer Bij zeer warm weer Bij gebruik onder abnormale (terrein)omstandigheden Na het doorwaden |
Het 1ste-echelons onderhoud staat omschreven in detaillijsten (1DL) | inspectiewerkkaarten (1-IWK, zie roze lijst) | instructiekaarten (IK) | onderhoudskaarten (OK) | smeerkaarten (SK) | technische handleidingen (1TH) | voorschriften (VS) |
Bij het correctieve en preventieve onderhoud aan voertuigen en voertuigmaterieel speelt de Sergeant-Majoor Onderhouds Diagnosticus (SMOD) een belangrijke rol. Terug naar Boven ONDERLUITENANT Afgekort: olt. In het Duits: Leutnant. In het Frans: sous-lieutenant. In het Engels: second lieutenant. Onderluitenant is in de Landcomponent, Luchtcomponent en Medische Component van de Belgische krijgsmacht de laagste graad voor officier. In België ook genaamd luitenant-adjudant. Tot 1969 was onderluitenant de laagste officiersrang in de Nederlandse krijgsmacht, tegenwoordig overeenkomend met tweede luitenant. In de tijd van het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger (KNIL), d.w.z. tot haar opheffing in 1950, was onderluitenant echter de hoogste onderofficiersrang, tussen adjudant-onderofficier en tweede luitenant in. Het rangonderscheidingsteken bestond uit twee stippen (“adjudant-stippen”). Het is niet vreemd dat de rang van onderluitenant binnen het KNIL, behalve als hoogst bereikbaar niveau, werd gezien als de rang voor een excellent onderofficier. | “Deze onderluitenants waren wandelende encyclopedieën, levende reglementen. Net zo min dat er tegen een reglement of voorschrift te vechten viel, nog minder kans maakte je het ooit van een onderluitenant te kunnen winnen. Het kon ook niet anders. Je werd niet zomaar onderluitenant volgens de rangbeschikking na verloop van jaren. Je werd het pas na een gedegen kennis van voorschriften en reglementen en na een theoretisch en praktisch examen. Het resultaat van een intense eigen studie. Bijzondere baantjes waren voor hen weggelegd. Bij een onderluitenant keek je tegen hem op, het was niet zomaar een militair.” (Bron: Indisch maandblad Moesson, 15 juni 1985) |
|
Terug naar Boven ONDEROFFICIER Een onderofficier een militair die lager in rang is dan een officier, maar hoger dan de manschappen (soldaat der tweede klasse, soldaat der eerste klasse, korporaal en korporaal der eerste klasse). 
Het domein van de onderofficier | Onderofficieren zijn het middenkader van de Koninklijke Landmacht. De onderofficier legt verantwoording af aan de officier en geeft onder alle omstandigheden leiding en instructie aan de manschappen en/of collega-onderofficieren en/of officieren, bijvoorbeeld op de KMA. Onderofficieren geven initieel leiding op alle niveaus in de Defensieorganisatie, maar leiden tegenwoordig ook de nieuwe onderofficieren op. Onderofficieren leiden onder andere de recruten op de schoolbataljons op of zijn vakman op een deelgebied. De onderofficiersrangen zijn sergeant, sergeant der eerste klasse, sergeant-majoor en adjudant. |
Sommige hoogwaardige specialisten in de Koninklijke Landmacht zijn ook onderofficier, bijvoorbeeld verpleegkundigen en sportinstructeurs. Onderofficieren worden vaak, en terecht, de “ruggengraat van de landmacht” genoemd of, zoals de Amerikaanse generaal en president Dwight D. Eisenhower treffend zei: “The sergeant is the army”. 
Het domein van de onderofficier met bijbehorende rangen in beeld gebracht De positie van de onderofficier is tegenwoordig zelfs ingeschaald op het niveau naast dat van de commandant. Was eerst alleen de Compagnies Sergeant-Majoor, als “moeder van de compagnie”, de hoogst aanwezige onderofficier op compagniesniveau, tegenwoordig telt de KL vele stafadjudanten op naasthogere niveaus. De onderofficiersrangen zijn : sergeant (*1) | | sergeant der eerste klasse (*2) | | sergeant-majoor (*3) | | adjudant | |
* 1: bij artillerie en cavalerie: wachtmeester / * 2: bij artillerie en cavalerie: wachtmeester der eerste klasse / * 3: bij artillerie en cavalerie: opperwachtmeester Van de onderofficier wordt verwacht dat hij actief, creatief, mentaal weerbaar, opofferingsgezind, sportief, verantwoordingsbewust en zelfstandig is. De onderofficier is onder meer verantwoordelijk voor: - begeleiding: ervaring en kennis overdragen
| - bewaking van het domein van de onderofficier: verbeteren van leiderschap, vakmanschap en instructie
| - detectie en selectie: wie wordt plaatsvervanger, wie wordt opvolgend pelotonscommandant en waarom?
| - opleiding en training, niveau I (individu) en II (groep)
|
Zie ook: instructiebekwaamheid en officier. Terug naar Boven ONDEROFFICIER, DE Tijdschrift dat tienmaal per jaar verschijnt als vakblad voor alle onderofficieren van alle wapens en dienstvakken, uitgegeven door het Ministerie van Defensie. In 1959 verscheen het eerste nummer. Er bestond toen weliswaar al een blad voor de onderofficieren van het wapen der infanterie, ‘De Infanterist’ (opgericht in 1950), maar dat was in het bijzonder een vakblad voor de onderofficier van de infanterie en behandelde onderwerpen als instructie, tactiek, verbindingen en wapenleer. | In 1963 fuseerden beide tijdschriften tot ‘De Onderofficier, waarin opgenomen De Infanterist’ en in 1970 werd ‘De Infanterist’ opgeheven. ‘De Onderofficier’ heeft in de voorbije jaren verschillende lay-outs gekend. In 2009 werd het 50-jarig bestaan van het periodiek ‘De Onderofficier’ groots gevierd op de KMS in Weert. |
Terug naar Boven ONGEOORLOOFD AFWEZIG Afgekort: OA. In het Duits: unerlaubt abwesend von der Truppe. In het Engels: absent without leave (AWOL). In het Frans: absent sans permission. Volgens de Wet Militair Tuchtrecht (WMT, artikel 7) is ongeoorloofde afwezigheid één van de gedragingen waardoor de militair zijn dienstverplichtingen niet nakomt. Wanneer de ongeoorloofde afwezigheid wordt aangemerkt als een strafbaar feit (misdrijf), geldt het Wetboek van Militair Strafrecht (WvMS, artikelen 96, 98 en 114). Een militair is ongeoorloofd afwezig wanneer hij zonder toestemming niet op het vereiste tijdstip aanwezig is op een militaire plaats waar dienst moet worden gedaan. In ruimere zin geldt dat een afwezigheid ongeoorloofd is wanneer voor de afwezigheid vooraf geen toestemming is verleend en de afwezigheid evenmin achteraf kan worden gerechtvaardigd (rechtvaardigingsgrond). Ook is afwezigheid ongeoorloofd wanneer een militair met toestemming afwezig is, maar het verleende verlof voor een ander doel wordt gebruikt dan waarvoor het is toegekend. Bij ongeoorloofde afwezigheid is de tijdsduur van belang, omdat na een aantal dagen, onder andere afhankelijk van vredes- of oorlogstijd, de ongeoorloofde afwezigheid kan overgaan van een tuchtvergrijp in een strafbaar feit. De grens tussen tuchtrechtelijke en strafrechtelijke ongeoorloofde afwezigheid is 4 dagen. Ongeoorloofde afwezigheid korter dan 4 dagen levert een tuchtvergrijp op, langer dan 4 dagen een strafbaar feit. OA is eveneens een strafbaar feit: - wanneer het criterium van toepassing is: de militair is weliswaar korter dan 4 dagen afwezig maar heeft daardoor directe en onmiddellijke schade toegebracht aan een operatie of oefening
| - wanneer, in geval van opzettelijke ongeoorloofde afwezigheid onder de militair complexe omstandigheden van een gewapend conflict (zoals in tijd van oorlog), de afwezigheid langer duurt dan 2 dagen.
|
Als de opzettelijke of verwijtbare ongeoorloofde afwezigheid in tijd van vrede langer duurt dan 30 dagen of in tijd van oorlog langer dan 7 dagen, wordt gesproken van desertie. Nalatigheid in de ziek-thuisprocedure kan evenzeer tot gevolg hebben dat de militair als ongeoorloofd afwezig wordt aangemerkt. Bij het opleggen van een tuchtrechtelijke straf in het geval van OA heeft de tot straffen bevoegde meerdere (TSBM) de keuze uit een berisping, geldboete, strafdienst of uitgaansverbod. Het uitgaansverbod kan alleen worden opgelegd voor de tuchtvergrijpen OA en ‘niet opvolgen van een dienstbevel’. Zie ook: desertie en wuppen. Terug naar Boven ONTPLOOIING In het Duits: Dislozierung. In het Engels: deployment. In het Frans: mise en place; déploiement des forces. Werkwoord: ontplooien. Ook genaamd: deployeren (oud-Nederlands). Eenheden, al dan niet in organiek verband of als verbonden wapens, die zich ontvouwen, over een grote uitgestrektheid verdelen, verspreiden. Tegengesteld: redeployment. Volgens H.M.F. Landolt behoort het ontplooien/de ontplooiing tot de zgn. evolutiën, d.w.z. “alle bewegingen, die gedurende het gevecht kunnen worden uitgevoerd”. De bewegingen hebben betrekking op het innemen dan wel verlaten van (op)stellingen. Landolt verdeelt de evolutiën in plaatsveranderende, frontveranderende en formatieveranderende. Zo beredenerend is de ontplooiing een plaats-, front- én formatievervangende evolutie (beweging). Terug naar Boven ONTSCHEPINGSVERLOF Verlofvoorziening voor militairen volgens artikel 84, ‘Aanspraak op ontschepingsverlof’, van het Algemeen Militair Ambtenaren Reglement (AMAR, MP-bundel 31-101 / 1210), die inhoudt dat voor elke maand uitzending zo spoedig mogelijk na terugkeer het recht op één werkdag ontschepingsverlof geldt. Het maximale aantal verlofdagen dat op deze manier genoten kan worden is 20. Ontschepingsverlof dat niet binnen 12 maanden na terugkeer is genoten, vervalt. Niet opgenomen ontschepingsverlof wordt niet in geld vergoed. Zie ook: inschepingsverlof, recuperatieverlof en Ter Beek-verlof. (De webbeheerder is niet aansprakelijk voor een evt. incorrecte inhoud van dit lemma; de webbeheerder roept lezers op om een feitelijke onjuistheid ter kennis te stellen, zodat een wijziging a.s.a.p. kan worden vermeld.) |
Terug naar Boven O.N.V.E.E. De principes voor opvang van personeel na een schokkende ervaring zijn al ontwikkeld tijdens de Eerste Wereldoorlog, met de bedoeling militairen die in emotionele shock (shell shock, stress) verkeerden zo snel mogelijk weer operationeel inzetbaar te maken. Deze behandelingsprincipes worden samengevat in het letterwoord O.N.V.E.E., dat staat voor: onmiddellijkheid, nabijheid, verwachting, eenvoud en eenheid: O | Onmiddelijkheid | Hoe sneller je kunt reageren en hulp kunt bieden, des te beter. Liefst zelfs op de interventieplaats zelf. Liefst ook tussen 4 en 8 uur na de schokkende ervaring. Hoe sneller de interventie, des te groter de kans om een psychisch trauma te voorkomen. | N | Nabijheid | Zowel sociale als geografische nabijheid. Zoek het niet te ver weg, maar reageer op de interventieplaats zelf of direct in de kazerne. Ook een debriefing en vervolggesprekken zo dichtbij mogelijk organiseren. Zo vang je een hulpverlener het best op in zijn rol als hulpverlener, in zijn team en op de plaats waar hij/zij als hulpverlener werkt. | V | Verwachting | Probeer te doen wat wordt verwacht. In eerste instantie hulp bieden in puur praktische zaken, zoals antwoord geven op gestelde vragen. Je verwacht niet dat je menselijke integriteit op je werk bedreigd wordt. De reactie die volgt als een en ander toch gebeurt, moet worden erkend als "een normale reactie op een abnormale gebeurtenis". | E | Eenvoud | Keep It Stupidly Simple (KISS). Tijdens de eerste acute opvang zijn geen grootse interventies nodig. Je moet wel gewoon de kans krijgen om in een aparte plaats tot rust te komen en je emoties te kunnen uiten. Belangrijk is ook dat hij/zij het gevoel krijgt dat zijn/haar collega's de situatie en de daaropvolgende reactie herkennen en erkennen. | E | Eenheid | Zorg dat iedereen van de hulpverleners hetzelfde doet of hetzelfde uitgangspunt heeft. Anders raak je alleen maar meer gedesoriënteerd en/of getraumatiseerd. Standaardisatie in zowel de acute opvang, de opvang in de eerste dagen na de schokkende ervaring als de eventuele therapeutische hulpverlening is belangrijk. |
Het behandelingsprincipe O.N.V.E.E. kan posttraumatisch stress-syndroom uitsluiten of verminderen. Terug naar Boven OOCL Voluit: Operationeel Ondersteunings Commando Land. Grootste eenheid van de Koninklijke Landmacht. Op 1 januari 2009 ontstaan uit een fusie van 1 Logistieke Brigade en 101 Gevechtssteunbrigade, met als doel het verminderen van het aantal staven. De tot het OOCL behorende eenheden hebben zich gespecialiseerd in het leveren van communicatie en verbindingen, geniesteun, inlichtingen, onderhoud- en herstelcapaciteit, transport en militaire gezondheidszorg. Op 5 februari 2009 heeft brigadegeneraal Jan Broeks het eerste commando over het OOCL ontvangen van de Commandant Landstrijdkrachten, luitenant-generaal Rob Bertholee. Dat gebeurde tijdens een ceremonie in de Americahal in Apeldoorn. De staf van het OOCL (± 200 personen) is gevestigd op de Frank van Bijnenkazerne in Apeldoorn. | |
Met 6.500 militairen is het OOCL verantwoordelijk voor alle ondersteuningstaken voor grondgebonden eenheden bij oefeningen en operationele inzet. In het OOCL zijn bijna alle specialistische functionaliteiten en middelen op het gebied van gevechtssteun en gevechtsverzorgingssteun (logistiek) ingedeeld die niet bij de brigades (13 en 43 Gemechaniseerde Brigade en 11 Luchtmobiele Brigade) zijn ondergebracht: | | - 100 Bevoorradings- en Transportbataljon
| | | | - 200 Bevoorradings- en Transportbataljon
| | | | | - Commando Luchtdoelartillerie
|
De staf van het OOCL – aanvankelijk ‘Ondersteuningstaakgroep’ genaamd – is in staat om op te treden als zelfstandig Command & Control-element voor het organiseren van deployments en redeployments; ook is de staf in staat zowel joint als combined op te leiden en te trainen; daarnaast draagt de staf zorg voor dat de tijdige en afdoende gereedstelling van alle eenheden binnen het OOCL. Het OOCL is geografisch verspreid over 26 locaties in Nederland, maar de belangrijkste militaire complexen zijn te vinden in ’t Harde, De Peel, Ermelo, Garderen en Wezep. Het OOCL krijgt onmiddellijk haar vuurdoop: de Landmachtdagen 2009 zullen door zorg van het OOCL op 6 en 7 juni 2009 worden georganiseerd op en rond de Bernhardkazerne in Amersfoort. Daarnaast is het OOCL aangewezen voor de redeployment van personeel en materieel uit Uruzgan in 2010. Symbool van het OOCL is de herrijzende feniks; haar motto is “Kracht door veelzijdigheid”. Terug naar Boven O.O.D.A.-LOOP De OODA-loop is het cyclische commando- en bevelvoeringsproces dat in schematische vorm is bedacht door de Amerikaanse U.S. Air Force-kolonel en strateeg John Robert Boyd (1927-1997). Tijdens de Koreaanse oorlog legde hij deze cyclus voor het eerst vast naar aanleiding van eigen waarnemingen in en vanuit zijn gevechtsvliegtuig. De OODA-loop bestaat uit vier overlappende en interactieve processen: | O | Observe | Observeren | Opbouwen en onderhouden van een actueel beeld van de eenheid én van de omgeving van de eenheid, gericht op het vaststellen van evt. afwijkingen ten opzichte van de te verwachte situatie. | | O | Orient | Oriënteren | Oorzaken van evt. afwijkingen worden bepaald én de invloed van de afwijkingen op de (on)mogelijkheden van de eenheid én op de geldende plannen wordt geanalyseerd. | | D | Decide | Besluiten | Indien afwijkingen op het eerdere plan noodzakelijk zijn cq. indien er zich (on)mogelijkheden voordoen die eerder niet waren onderkend, worden nieuwe plannen ontwikkeld of alternatieve plannen bezien op toepasbaarheid; vervolgens wordt een keuze gemaakt. | | A | Act | Handelen | Het gekozen plan wordt geïnterpreteerd, bekendgesteld aan de eenheid en uitgevoerd. |
In 2005 promoveerde kolonel Frans P.B. Osinga van de Koninklijke Luchtmacht aan de Universiteit van Leiden op zijn proefschrift Science, Strategy and War: The Strategic Theory of John Boyd. Zijn proefschrift is een studie van het militair strategisch gedachtegoed van John Boyd. Hoewel Boyd’s theorie door met name het U.S. Marine Corps is overgenomen, is de invloed van zijn gedachtegoed in bredere kring beperkt gebleven. Kolonel Osinga heeft met zijn dissertatie een analyse gepresenteerd, waarmee hij Boyd's theorie voor een breder publiek bereikbaar heeft gemaakt. |
| |
Uit de OODA-loop volgt onder andere dat "Information is the currency of command" . Het beslissingsmomentum valt, gezien de revolutionaire ontwikkelingen in commandovoering, steeds vroeger: | JAAR | WIE | OBSERVE | ORIENT | DECIDE | ACT | 1781 Yorktown | George Washington | telescoop | weken | maanden | seizoen | 1863 Vicksburg | Ulysses S. Grant | telegraaf | dagen | weken | maand | 1944 Bastogne | George S. Patton | radio/telefoon | uren | dagen | week | 1991 Koeweit & Irak | H. Norman Schwarzkopf | near-real time | minuten | uren | dag | 2010 ? | ? | real time | volcontinu | onmiddellijk | minder dan één uur |
Terug naar Boven OORD Stad, dorp, gehucht, industriegebied en de daarbij behorende infrastructuur. Zodra oorden in elkaar overgaan met de daaraan gerelateerde verkeersinfrastructuur wordt gesproken van een verstedelijkt gebied. Dit is het werkterrein voor het optreden in verstedelijkte gebieden (OVG). Zie ook: hindernis. Terug naar Boven OORLOG Strijd tussen twee of meer heersers, organisaties, religieuze gemeenschappen, staten of volkeren. Indien de strijd plaatsvindt binnen dezelfde natie is er sprake van een burgeroorlog. Indien de strijd door meerdere naties over de gehele wereld wordt gevoerd, wordt gesproken van een wereldoorlog. Oorlog is een toestand die het tegenovergestelde is van vrede, die normaliter wordt omschreven als de afwezigheid van oorlog. 
Kenmerkend voor een (burger)oorlog is dat er gebruik wordt gemaakt van hevig fysiek geweld tussen combattanten enerzijds en/of op non-combattanten aan de andere kant. De onaangename aspecten van oorlog en oorlogvoering worden verhuld in naamgevingen als gewapend conflict, politionele actie of vijandelijkheden. 
| | | | oorlog | Krieg | war | guerre | campagne | Feldzug | campaign | campagne | operatie | Operation | operation | opération | veldslag | Schlacht | battle | bataille | gevecht | Gefecht | combat | combat |
Terug naar Boven Oorlogscorrespondent In het Engels: war correspondent. Persoon die tijdens een gewapend conflict beroepsmatig als cameraman, fotograaf, journalist of verslaggever werkzaam is, met als doel informatie te vergaren én te (doen) verspreiden, voor nieuwsuitzendingen op internet, radio of televisie, persbureaus en publicaties. De ‘war correspondent' volgens de Conventies van Genève: is verplicht een legeruniform te dragen met een epaulet waarop staat ‘war correspondent' | is voorzien van een identiteitskaart in de vorm van een persaccreditatie | kan aanspraak maken op het recht eenheden te escorteren | maakt deel uit van én is erkend door de krijgsmacht | valt onder het militaire tucht- en strafrecht | wordt in handen van de vijand beschouwd als krijgsgevangene |
De commandant van de militaire eenheid waaraan de oorlogscorrespondent is toegevoegd, kan verspreiding van de journalistieke productie verbieden als de veiligheid van de eenheid en/of missie in gevaar komt of dreigt te komen, maar ook om welke propagandistische reden dan ook. Sinds 1977 regelt Protocol I van de derde Conventie van Genève ook de bescherming van ‘gewone' of freelance journalisten tijdens een gewapend conflict: artikel 79 omschrijft de ‘Measures or protection for journalists'. Zij hebben dezelfde status als burgers, hebben ook een persaccreditatie en vallen in handen van de vijand dus evenzeer onder de Conventies van Genève. The First Casualty. From the Crimea to Vietnam: The War Correspondent as Hero, Propagandist and Myth Maker is het standaardwerk over de geschiedenis van oorlogsverslaggeving en propaganda. Het is geschreven door de Britse historicus Philip Knightley en voor het eerst gepubliceerd in 1975. Sindsdien is het boek enkele malen gereviseerd met hoofdstukken over de Falklandoorlog, de Golfoorlog en de oorlogen in voormalig Joegoslavië. De titel van het boek is afkomstig uit 1917 in een citaat van de Amerikaanse senator Hiram Johnson (1866-1945): “The first casualty when war comes is truth” (“Het eerste slachtoffer van de oorlog is de waarheid”). Echte Nederlandse oorlogsverslaggevers waren enkel werkzaam in de Korea-oorlog (1950-'53) en Eerste Golfoorlog (1990-'91). Tijdens de Korea-oorlog trok oorlogscorrespondent en –fotograaf Wim Dussel (1920-2004) in opdracht van de Legervoorlichtingsdienst met de militairen van het Nederlands Detachement Verenigde Naties (NDVN) op tot in de voorste linies. Over deze periode schreef hij Tjot. Nederlanders in Korea (1952). Daarvóór, in Nederlands-Indië, trok hij als Marinierscorrespondent op met de Mariniersbrigade, waarover hij Dat was jij, marinier! De geschiedenis van de Mariniersbrigade (1945-1949) (1950) schreef. Met name de tv-zender CNN gooide aan het einde van de 20ste eeuw hoge ogen in haar aandeel oorlogscorrespondenten. Peter Arnett werd hét gezicht van de Eerste Golfoorlog, terwijl ook Christiane Amanpour opzien baarde. 
Van links naar rechts: Wim Dussel, Christiane Amanpour, Peter Arnett en Arnold Karskens Vandaag de dag kent Nederland oorlogscorrespondenten als Arnold Karskens – auteur van het standaardwerk Pleisters op de ogen, pleister op de mond. De Nederlandse oorlogsverslaggeving van Heiligerlee tot Kosovo(2001, ISBN 9029069120) – en opkomend talent Martin Roemers (1962), die onder andere fotoboeken vervaardigde over de laatste dienstplichtigen van 101 Tankbataljon in Amersfoort ( De laatste lichting, 1996), Nederlandse militairen op de Balkan (Tussen vijandige buren, 2000) en Nederlandse militairen tijdens de missie ISAF in Afghanistan (Kabul, 2003). ‘Zomaar een mens' van Marco Borsato gaat over het werk van de oorlogsfotograaf annex –correspondent: “De plaatjes, een oorlog van levende beelden, die na een paar jaar weer vergeelden.” Het nummer ‘Zomaar een mens', van zijn CD ‘Marco' uit 1995, is van origine een Italiaans nummer van het hittrio Scott Cossu, Carlo Marrale en Aldo Stellita. | 
Download hier 'Zomaar een mens' van Marco Borsato (3,33 MB) | Zie ook: embedded journalism, omgaan met media, operational security en psychological operations. Terug naar Boven OORLOGSRECHT Ook genoemd: humanitair oorlogsrecht. Deel van het internationaal recht dat regels stelt met betrekking tot oorlogvoering in ruime zin én bescherming biedt aan mensen en goederen in tijd van oorlog. Alle onderwerpen van het oorlogsrecht strekken er in meer of mindere mate toe de invloed van oorlog(voering) te beperken. De regels van het oorlogsrecht gebieden rekening te houden met situaties die (kunnen) ontstaan bij handelingen die plaats hebben in een gewapend conflict tussen twee of meer volkeren, in een natie of staat, of tussen twee of meer naties of staten. Het oorlogsrecht staat alleen toe dat militaire doelen worden aangevallen: objecten waarvan het elimineren in de gegeven omstandigheden bijdraagt tot verzwakking van de militaire kracht van de tegenpartij. Géén militair doel zijn onder andere: culturele goederen onder algemene of bijzondere bescherming | burgerbevolking | gewondentransporten | hospitalen |
De onschendbaarheid van culturele goederen onder algemene of bijzondere bescherming kan enkel worden opgeheven in zeer uitzonderlijke gevallen van onvermijdelijke militaire noodzaak, en dan nog alleen door een divisiecommandant of hoger. Verachtelijke handelwijzen zijn niet toegestaan, krijgslisten wél. Uitzonderingen binnen het oorlogsrecht zijn het recht op zelfverdediging of gewapenderhand optreden in opdracht van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties. In dezen zijn de artikelen 51 en 107 van het Verdrag van de Verenigde Naties de ontsnappingsclausules: Artikel 51 | Hoofdstuk 7 | Artikel 107 | Hoofdstuk 17 |
Binnen het oorlogsrecht geldt het neutraliteitsrecht. Dit is erop gericht het gebied waarbinnen het gewapend conflict zich afspeelt af te bakenen én de buiten het conflict staande partijen zoveel mogelijk tegen de gevolgen ervan proberen te beschermen. Het is dus niet zo dat in de krijg het recht zwijgt, zoals de Romein Cicero stelde (“Silent leges inter arma”). Volgens de Pruisische generaal en strateeg Carl von Clausewitz is oorlogsrecht een contradictio in terminis: “Oorlog is zo'n gevaarlijke zaak dat fouten die voortkomen uit humaniteit de ergste zijn”. De klassieke, romeinsrechtelijke terminologie maakt onderscheid tussen het jus ad bellum, jus bellandi en jus in bello: Jus ad bellum | Het aangaan van gewapende conflicten | Jus bellandi | Het recht om oorlog te voeren | Jus in bello | De regels die de gewapende conflicten beheersen |
JUS AD BELLUM Dit is de eerste, principiële vraag: wat is de – al dan niet toelaatbare - reden om ten strijde te trekken? JUS IN BELLO De tweede vraag, in de realiteit van het oorlogvoeren, is: wat zijn tijdens de strijd de juridische en morele normen en waarden? Deze beperken - of maken in elk geval minder gemakkelijk mogelijk – dat bepaalde wapens (CBRN-wapens, landmijnen) worden gebruikt en de oorlog op een bepaalde manier (aanvallen op burgers en non-combattanten) wordt gevoerd. Het ius in bello benadrukt bijvoorbeeld het onderscheid tussen combattanten en non-combattanten, en geeft aan dat alle militairen - in plaats van alleen de commandanten (command responsibility) - verantwoordelijkheid dragen. Deze verantwoordelijkheid betreft dus ook het begaan van oorlogsmisdrijven en misdaden tegen de menselijkheid. Tot vóór de Kosovo-oorlog (1999) én de Amerikaans-Britse interventies in Irak tijdens de Eerste en Tweede Golfoorlog (1991 en 2003), was gebruik van oorlogsgeweld uitsluitend gewettigd binnen de kaders van het Handvest van de Verenigde Naties. Sindsdien heeft het internationaal recht zich gestort op de vraag of het toelaatbaar gesteld kan worden dat één of meerdere landen ten strijde trekken buiten de context van het VN-Handvest. Met andere woorden: of het jus ad bellum van toepassing is. Tot het einde van de 20ste eeuw golden oorlogen veelal als een instrument van nationale politiek. Oorlogen eindigden traditioneel met een vredesverdrag, al dan niet voorafgegaan door een wapenstilstand of capitulatie (overeenkomst tot overgave). Gevolgen van schendingen van het oorlogsrecht kunnen zijn: De tegenpartij zal zich mogelijk niet meer aan de regels van het oorlogsrecht houden. | De tegenpartij zal vergeldings- of represaillemaatregelen nemen. | De tegenpartij zal herstelbetalingen of anderszins schadevergoeding eisen. |
De meest bekende geschreven regels zijn die van de Conventies van Genève en de twee Additionele protocollen: I over internationale gewapende conflicten, II over niet-internationale gewapende conflicten. Onder I valt ook de bevrijdingsoorlog: een volk dat zijn zelfbeschikkingsrecht uitoefent tegen koloniale overheersing, racistisch regime of vreemde bezetting. CHRONOLOGIE VAN HET OORLOGSRECHT 354 - 430 | De leer van de gerechtvaardigde oorlog (jus ad bellum) van de theoloog Augustinus. Zijn leer wordt vooral verklaard uit de kerstening van het Romeinse keizerrijk. Hierdoor verloor het christendom zijn oorspronkelijke pacifisme: geweld werd weer goedgekeurd als middel om een doel te bereiken. | 1160 | Vanuit Bologna wijdt de Italiaanse monnik Gratianus in zijn ‘Concordia discordantium canonum’ (‘Verzoening van de tegenstrijdige rechtsregels’) ± 100 bladzijden aan het probleem van de oorlogvoering. | 1625 | In zijn boek ‘De iure belli ac pacis’ (‘Over het recht van oorlog en vrede’) zet de Nederlandse rechtsgeleerde Hugo de Groot (1583-1645) zijn versie van de leer van de gerechtvaardigde oorlog uiteen. Het boek is eeuwenlang als voorschrift aangehouden voor het oorlogsrecht. De leer van de gerechtvaardigde oorlog houdt in dat oorlog alleen is geoorloofd als laatste redmiddel om een conflict op te lossen. | Tot 19de eeuw | De geïnstitutionaliseerde religie (kerk) én het moralisme zijn de enigen die raadgevingen voorschrijven in verband met de oorlogvoering. Hieruit komt het volkenrecht voort. In de ‘vaart der volkeren’ is oorlogvoering steeds moorddadiger geworden, waardoor uiteindelijk de van oorsprong religieuze en moralistische principes in internationale verdragen zijn vastgelegd. | Vanaf 2de helft 19de eeuw | Streven naar humanisering van oorlogvoering. Deze richt zich op twee peilers: het lot van mensen die als gevolg van het voeren van oorlog in handen van de tegenpartij zijn gevallen (burgers, gewonden, krijgsgevangenen) én de eigenlijke oorlogvoering. Het besef is doorgedrongen dat er iets moet worden gedaan aan de mensonterende toestanden op het slagveld. | 1853 - 1856 | Tijdens de Krimoorlog verricht de Engelse verpleegster Florence Nightingale (1820-1910) pionierswerk op het gebied van de verpleging van oorlogsslachtoffers in het hospitaal Selimiye Barracks te Skutari. | 1859 | De Zwitserse bankier Henry Dunant (1828-1910) is toevallig getuige van de Slag om Solferino, gevoerd tussen Oostenrijkers en Fransen in het gelijknamige Italiaanse plaatsje. Geschokt door het menselijk leed mobiliseert hij de lokale bevolking om hulp te verlenen aan vriend en vijand: 40.000 slachtoffers blijven achter op het slagveld in de buurt van Castiglione. De gewonden worden verzorgd, het lot van de stervenden verlicht. Hierover schrijft hij ‘Un souvenir de Solferino’ (1862). | 23 oktober 1863 | Afspraken met vertegenwoordigers van 16 regeringen leiden tot de eerste Verdrag van Genève. Hierin zijn overeenkomsten gesloten over de behandeling van oorlogsslachtoffers én de bescherming van gewonde militairen en medische ploegen. | 1863 | De Amerikaanse volkenrechtsgeleerde Francis Lieber (1798-1872) stelt in opdracht van president Abraham Lincoln tijdens de Civil War een instructie voor de Amerikaanse krijgsmacht op. De ‘Lieber-instructie’ – officieel ‘Instructions for the Government of Armies of the United States in the Field’ of ‘General Order No. 100’ geheten – bestrijkt het gehele terrein van de landoorlog en is van grote invloed geweest op de codificatie van het oorlogsrecht. | 24 augustus 1864 | Oprichting van het International Committee of the Red Cross (ICRC). | 11 december 1868 | Door een internationale militaire commissie wordt de Verklaring van Sint-Petersburg opgesteld. Het communiqué verbiedt het gebruik van bepaalde moorddadige projectielen (i.c. ontploffende munitie). Daarnaast wordt gesteld dat het enige gerechtvaardigde doel van oorlogvoering het verzwakken van de militaire kracht van de tegenpartij is. | 1874 | In Brussel wordt op initiatief van de Russische tsaar Aleksander II (1818-1881) een ontwerpverklaring opgesteld over de oorlogsgebruiken en –wetten. | 29 juli 1899 | Opnieuw op uitnodiging van de Russische tsaar Aleksander II nemen 26 landen nemen deel aan de Eerste Haagse Vredesconferentie. In de slotakte wordt onder andere het Landoorlogreglement (LOR) gepresenteerd, dat sterk is beïnvloed door zowel de Lieber-instructie als de Verklaring van Sint-Petersburg. In het LOR zijn onder andere combattanten én de regels betreffende vijandelijkheden zijn gedefinieerd. | 18 oktober 1907 | Hoewel de Tweede Haagse Vredesconferentie is voorgesteld door de Amerikaanse president Theodore Roosevelt, ligt het initiatief bij de Russische tsaar Nicolaas II. De 44 landen die eraan deelnemen bepalen dat een oorlog moet beginnen met een oorlogsverklaring óf een ultimatum met een tijdslimiet. | 1920 | In het Handvest van de Volkenbond wordt onder andere bepaald dat elke lidstaat zowel de territo riale integriteit als de politieke onafhankelijkheid van andere lidstaten moet eerbiedigen. | 27 augustus 1928 | In Parijs wordt door 63 staten het Kellogg-Briand Pact getekend als een verdrag dat afstand doet van oorlog als instrument van de nationale politiek. Hiermee breekt het verdrag impliciet met het gedachtegoed van de Pruisische generaal Carl von Clausewitz (1780-1831) én wordt oorlog binnen het internationaal recht als ongeoorloofd verklaard. Het pact is het geesteskind van de Amerikaanse Minister van Buitenlandse Zaken Frank B. Kellogg (1856-1937) en de Franse Minister van Buitenlandse Zaken Aristide Briand (1862-1932). | Na de Tweede Wereldoorlog | Het voeren van een agressie-oorlog wordt gezien als een misdrijf tegen de vrede én een oorlogsmisdaad. Hierop berust de berechting van oorlogsmisdadigers tijdens de tribunalen van Neurenberg (1945-1946) en Tokio (1946-1948). Alleen de artikelen 42 en 51 van het Handvest van de Verenigde Naties zijn dé uitzonderingen op het agressieverbod: Artikel 42 | Gewapend optreden van de lidstaten op last dan wel in het kader van de VN-Veiligheidsraad | Artikel 51 | Individuele of collectieve zelfverdediging ná een gewapende aanval (verdedigingsoorlog) | | |
| 12 augustus 1949 | Het eerste Verdrag van Genève uit 1863 wordt vervangen door de vier Conventies van Genève. | 12 december 1977 | De twee Additionele Protocollen (I en II) worden toegevoegd aan de Conventies van Genève. | 1994 | De VN-Veiligheidsraad stelt speciale ad hoc-tribunalen in voor voormalig Joegoslavië en Rwanda (Arusha). | 8 december 2005 | Het derde Additionele Protocol (III) wordt toegevoegd aan de Conventies van Genève. Dit is de aanvaarding van een aanvullend onderscheidend embleem, t.w. Red Crystal (Rode Ruit). |
De grondslag van het moderne oorlogsrecht (Laws of Armed Conflict, LOAC) zijn nog altijd de Eerste en Tweede Haagse Vredesconferentie én de Conventies van Genève, maar feitelijk bestaat er niet zoiets als een allesomvattend oorlogsrecht. Invulling en naleving van het oorlogsrecht hebben, behalve met de internationale wet- en regelgeving, onder andere ook te maken met: Na de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) heeft de leer van de gerechtvaardigde oorlog snel terrein verloren. Hiervoor was het zelfs mogelijk om een aanvalsoorlog te rechtvaardigen, bijvoorbeeld als die diende om eigendommen, levens of rechten te verdedigen.Arbitrage in het oorlogsrecht wordt toevertrouwd aan het International Court of Justice (Internationaal Gerechtshof), het belangrijkste gerechtelijke orgaan binnen de Verenigde Naties. Dit is gevestigd in het Vredespaleis in Den Haag. Hierbij gaat het vaak om (grove) schendingen van het oorlogsrecht, in hoeverre zaken in strijd zijn met het oorlogsrechts en – in extreme situaties – zelfs of het oorlogsrecht al dan niet van toepassing is. Sinds 2002 is in Den Haag ook het International Criminal Court (Internationaal Strafhof) gevestigd, ter berechting van oorlogsmisdaden, misdaden tegen de menselijkheid en genocide. Oorlogsmisdrijven worden onderscheiden van misdaden tegen de menselijkheid, welke laatste ook buiten oorlogsgebied kunnen worden begaan. Beiden vallen onder de rechtspraak van het Internationaal Strafhof. Zie ook: combattant, Conventies van Genève, humanitair oorlogsrecht, huurling, krijgsgevangene en non-combattant. Terug naar Boven OORLOGVOERING, PRINCIPES VAN MODERNE De formule van beknopte principes van oorlog als een basis voor het gedrag van strategie en tactiek is een 20 ste-eeuws fenomeen. Vóór 1921 – toen de principes voor het eerst werden gepresenteerd in het Britse trainingshandboek ‘Field Service Regulations’ van kolonel John Frederick Charles Fuller (1876-1966) – werd militaire wijsheid vaak vervat in vaak volumineuze, wijdlopige boekwerken van filosofen en de stelregels van grote commandanten. Na oorlogservaring te hebben opgedaan in de Tweede Boerenoorlog en geplaatst te zijn geweest in Brits-Indië, bleef J.F.C. Fuller tijdens en na de Eerste Wereldoorlog – waarin hij onder andere bij het Tank Corps diende – publiceren over de gevolgen van technologische ontwikkelingen en dan met name de motorisering en mechanisering van legers, voor de aard van de moderne oorlogvoering. In zijn publicaties verwierp hij de massale dienstplichtlegers die in starre fronten vergeefs op elkaar beukten, zoals in de jaren 1914-1918 was gebeurd, en pleitte hij voor kleinere, gemotoriseerde en gemechaniseerde beroepslegers. Deze legers zouden, dankzij de moderne techniek en wetenschap in staat zijn tot manoeuvre-oorlogvoering en zouden oorlogen in kortere tijd tot een beslissend einde kunnen brengen. Fuller, één van de toonaangevende militaire denkers van zijn tijd, stond in de jaren ’20 niet alleen in zijn ideeën. Geestverwanten vond hij in de Brit Basil Henry Liddell Hart, de Fransman Charles de Gaulle en de Duitser Hans von Seeckt. Fuller had al in 1918 een soort Blitzkrieg voorgesteld om Duitsland in één klap te verslaan. Omdat de Duitsers nauwelijks tankeenheden bezaten voor een tegenaanval, had een dergelijk plan kans van slagen. Na de oorlog werd Fuller bekend door het propageren van mechanisering in het algemeen. Zijn principes van moderne oorlogvoering zijn: behoud van moraal | bundeling van kracht | flexibiliteit | offensieve actie | regering | samenwerking | selectie en behoud van het objectief | spaarzaam in inspanning | veiligheid | verrassing |
Bron: VS 2-1386 (Gevechtshandleiding). Terug naar Boven OPDRACHTGERICHTE COMMANDOVOERING Afgekort: OGC. In het Duits: Führen in Auftrag. In het Engels: mission (oriented) command. De gewenste commandovoeringstijl en leiderschapsvorm die bij het operationeel besluitvormingsproces (OBP) wordt gehanteerd is de opdrachtgerichte commandovoering (OGC). Karakteristiek voor de OGC is het denken in doelstellingen, waarbij het sturen op het gewenste resultaat centraal staat. De manier van werken hierbij is om met behoud van eenheid van inspanning een zo groot mogelijke vrijheid van handelen te geven aan ondercommandanten (lijnfunctionarissen). Commandanten geven doelen aan en stellen randvoorwaarden. 
doelstelling is helder; randvoorwaarden zijn duidelijk; ondercommandant begrijpt de commander's intent; ondercommandant kan handelen "in de lijn van de commandant" | zoveel mogelijk garanderen dat de opdracht door ondercommandanten wordt geaccepteerd door: | goede (achtergrond)informatievoorziening | ondercommandanten beschikken over de juiste en voldoende middelen (materieel) en vaardigheden (O&T) | respect tussen commandant en ondercommandanten | wederzijds vertrouwen tussen commandant en ondercommandanten |
Voorwaarde bij de OGC is: Een fundamenteel begrip bij de ondercommandanten (lijnfunctionarissen) betreffende de te bereiken doelstelling en de visie van de commandant daarop. Met behulp van de richtinggevende commander's intent (oogmerk van de commandant) kan op lager niveau zelfstandig worden opgetreden |
|---|
Zelfstandigheid op het laagste niveau binnen de organisatie | Vertrouwensbasis tussen commandant en ondercommandanten | Teamwork; reden waarom vredesbedrijfsvoering en operationele inzet op elkaar moeten worden afgestemd middels de adagia 'train as you fight' en 'work as you fight'; Opleiding & Training (O&T), dat plaatsheeft binnen de vredesbedrijfsvoering, is gebaseerd op de doctrine van de OGC | De voordelen van de OGC zijn: Verschaft ondercommandanten (lijnfunctionarissen) een gevoel van betrokkenheid |
|---|
Slechts een beperkte hoeveelheid essentiële informatie passeert de bevelslijn (lijn waarin door de lijnfunctionarissen wordt gewerkt) bottom-up zowel als top-down | Garandeert dat regionale/plaatselijke ondercommandanten beslissingen nemen op basis van de meest recente en actuele inlichtingen | Garandeert snelheid van handelen in het eigen optreden, waarmee initiatief kan worden verkregen/behouden | Biedt flexibiliteit in het optreden van én volgen door gevechts(verzorgings)steuneenheden van de manoeuvre | Terug naar Boven OPEN SOURCE INTELLIGENCE Afgekort: OSINT. Inlichtingen die worden verkregen uit open bronnen en worden aangeboden aan analisten. Voorbeelden van OSINT zijn de informatie die kan worden verkregen uit (inter)nationale vaktijdschriften, dag- en weekbladen, bibliotheken, conferenties en symposia, databanken, internet (bijvoorbeeld profielsites), persagentschappen, politieke manifesten, radio e.v.a. Terug naar Boven OPERATIEGEBIED Zie verder: Area of Operations (AO). Zie ook: 1 Legerkorps (1 LK). Terug naar Boven OPERATIONAL READINESS TEST Afgekort: ORT. Soort van alarmoefening (ORT-alarm), waarbij deelmaatregelen van een algeheel alarm moesten worden uitgevoerd. Werd in de dienstplichttijd, tot 1996, met name beoefend bij manoeuvre-eenheden van bataljonsgrootte, die volledig beladen, met alle voertuigen en alle personeel in colonneverband naar een verzamelgebied in de omgeving van de kazerne moesten verplaatsen. In het verzamelgebied – een oefenuitwijkgebied, omdat het daadwerkelijke uitwijkgebied geheim was – werd de eenheid vervolgens getest op het verblijven in een verzamelgebied. Terug naar Boven OPERATIONEEL BESLUITVORMINGSPROCES Afgekort: OBP. Het besluitvormingsproces binnen staven (secties) draait om drie dingen: verzamelen van gegevens | verwerken tot informatie op basis waarvan besluiten kunnen worden genomen | uitgeven van besluiten in de vorm van een bevel |
Voor het OBP geldt hetzelfde als voor alle andere oefening: de snelheid en de kwaliteit van de besluitvorming nemen toe met het beoefenen ervan. Het OBP kent vier fasen: NEDERLANDS | ENGELS | analyse van de opdracht | mission analysis | evaluatie van de factoren van invloed | evaluation of factors | beschouwing van de eigen mogelijkheden | consideration of courses of action | nemen van het besluit | commander’s decision |
ANALYSE VAN DE OPDRACHT Het is zaak de volgende zaken onder de loep te nemen: Wat zijn de opgedragen en afgeleide deeltaken? | Is de opdracht te verdelen in meerdere fasen? | Wat is de rol van de eenheid? | Wat zijn de beperkingen (SWOT-analyse)? |
Daaruit volgen de feiten en veronderstellingen (aannames) die moeten worden geverifieerd met de brigadecommandant in de zgn. Richtinggevende Stafbespreking (RSB). In deze RSB spreekt de brigadecommandant zijn persoonlijke ideeën uit over het uit te voeren besluitvormingsproces, zowel inhoudelijk (over het resultaat van de analyse van de opdracht) als procedureel (over het verdere verloop én de diepgang van het besluitvormingsproces). Tot slot wordt een initieel brigadewaarschuwingsbevel uitgegeven. EVALUATIE VAN DE FACTOREN VAN INVLOED Met name de Sectie 2/3 (terrein, weer en vijand) van de brigade houdt zich hierin bezig met de Inlichtingen Voorbereiding van de Operatie (IVO). Maar ook de overige secties en specialistische stafofficieren, bijvoorbeeld de brigadearts, inventariseren alle factoren die van invloed kunnen zijn op: voortzetting van het HUIDIGE optreden | IST | uitvoeren van de NIEUWE opdracht | SOLL |
Tot slot moet een goed beeld van de eigen middelen ontstaan: een complete en zo actueel mogelijke situatieschets van de eenheid, inclusief inzet(on)mogelijkheden en aan- cq. afwezigheid van materieellogistieke middelen. BESCHOUWING VAN DE EIGEN MOGELIJKHEDEN In deze fase worden de eigen mogelijkheden (EM) ontwikkeld. Met andere woorden: op welke verschillende manieren kan de opdracht worden uitgevoerd als worden vergeleken: uit te voeren opdracht | belangrijkste factoren van invloed | eigen middelen |
Daarna volgt de operatie-analyse. In een zo breed mogelijke deelname van de secties volgt de zgn. Besluitvormende Stafbespreking (BSB) over: waar (plaats) en wanneer (tijd) moeten in de uitvoering cruciale besluiten worden genomen? | op welke manier kunnen de noodzakelijke effecten worden bereikt? |
NEMEN VAN HET BESLUIT Ten slotte volgt het besluit van de brigadecommandant: wat gaat de brigade, of eenheden van de brigade, doen? Zijn staf legt het genomen besluit vast in een bevel. Elementen van het besluit zijn: oogmerk | hoe wil de brigadecommandant de eindsituatie bereiken? | operatieconcept | wat zijn het doel en de context van de operatie? | veronderstellingen die leiden tot een kritieke informatiebehoefte | | beperkingen voor de ondercommandanten | |
Opmerkingen in het algemeen over het OBP: De brigade is binnen de Koninklijke Landmacht het laagste niveau waar sprake is van alle overige functies van militair optreden: De brigade is dan ook het eerste echelon dat optreedt volgens het concept van de verbonden wapens. OBP vindt dus alleen plaats op niveaus van de geïntegreerde inzet van gevechts-, gevechtssteun-, gevechtslogistieke en commandovoeringsondersteuningseenheden wordt gepland en aangestuurd. OBP vindt dus niet plaats op bataljons- en compagniesniveau. Het OBP is sterk afhankelijk van de beschikbare tijd: hoe meer tijd, des te groter de rol van de secties. Zie ook: beoordeling van toestand (BVT), chef-staf, NAVO-5-paragrafenbevel en O.T.V.O.E.M. Terug naar Boven OPERATIONELE GEREEDHEID De operationele gereedheid (OG) geeft uitdrukking aan het vermogen van een eenheid om de toegewezen taken uit te voeren. OG is gebaseerd op de personele en materiële gereedheid (PG en MG) alsmede de mate van geoefendheid (GO) van een eenheid: | personele gereedheid (PG) | | + | | materiële gereedheid (MG) | | + | | mate van geoefendheid (GO) | | = | | operationele gereedheid |
De personele en materiële gereedheid alsmede de mate van geoefendheid van een eenheid, hangen nauw samen met het voortzettingsvermogen. De hamvraag is of een eenheid in staat is een bepaalde missie voor langere tijd (bijvoorbeeld 4 of 6 maanden) voort te zetten. Extreme hitte, stof én inspanningen hebben bijvoorbeeld invloed op het voortzettingsvermogen van een missie als SFIR in Irak. Elke vier maanden rapporteren de bevelhebbers van de krijgsmachtdelen over de operationele gereedheid; de operationele gereedheid van een eenheid wordt in (inzetbaarheids)rapportages uitgedrukt in de kleuren groen, geel, rood en blauw: GROEN | beschikbaar (voor alle hoofdtaken) | GEEL | beschikbaar met beperkingen (niet voor alle hoofdtaken) | ROOD | niet beschikbaar (voor geen enkele van de hoofdtaken) | BLAUW | daadwerkelijk ingezette eenheid |
In plaats van en naast ´operationele gereedheid´ is ook het begrip ´operationele inzetbaarheid´ gebruikt. Daarbij werd ´operationele inzetbaarheid´ niet alleen gerelateerd aan een eenheid, formatie of schip, maar ook aan een wapensysteem of uitrustingstuk. Deze begripsbepaling sluit aan bij de NAVO-definitie van 'operational readiness', waarvan de NAVO-definitie luidt: "The capability of a unit/formation, ship, weapon system or equipment to perform the missions or functions for which it is organised or designed. May be used in a general sense or to express a level or degree of readiness". De mate van operationele gereedheid van een eenheid wordt – naast de personele en materiële gereedheid en de mate van geoefendheid – ook beïnvloed door:moreel van het personeel | motivatie van het personeel |
Terug naar Boven OPERATIONELE NIVEAUS Niveaus waarop binnen de (inter)nationale politiek, het Ministerie van Defensie en de krijgsmacht(delen) hiërarchisch te werk wordt gegaan. De niveaus vertalen zich in publicaties, zoals doctrines en beleidsdocumenten, binnen de verschillende de operationele niveaus, gerangschikt van hoog naar laag. NIVEAUS VAN OPTREDEN | PUBLICATIES | VOORBEELD | Politiek-strategisch (grand strategy) | Beleidsdocumenten Ministerie van Defensie | Toetsingskader | Militair-strategisch | Beleidsdocumenten Commandant der Strijdkrachten (CDS) | Nederlandse Defensie Doctrine (NDD) | Operationeel | Landmacht Doctrine Publicaties (LDP’s) | LDP I (Militaire doctrine, 1996) LDP II A, B en C (Gevechtsoperaties, A en B 1998, C 2003) LDP III (Vredesoperaties,1999) LDP IV (Nationale operaties, 2001) | Tactisch | Handboeken Leidraden | Handboek Leidinggeven in de KL Leidraad Commandovoering | Technisch | Voorschriften ten behoeve van groepen militairen en/of (wapen)systemen | Handboek KL-militair Voorschrift NBC-masker Voorschrift Pistool Glock |
Terug naar Boven OPERATIONELE OMGEVING In het Engels: operational environment. Structuur van de voorwaarden, omstandigheden en invloeden die de ontplooiingsmogelijkheden van een strijdmacht tijdelijk of blijvend beïnvloeden. De onderverdeling van de operationele omgevingen is: Permissive | Tolerant | - Omgeving waarin de ‘host nation’ zijn eigen strijdkrachten controleert en meehelpt aan operaties van een vreemde strijdmacht op haar grondgebied.
- Weinig of géén oppositie van de lokale bevolking wordt verwacht, maar er kan bijvoorbeeld worden gedemonstreerd om de geloofwaardigheid cq. doeltreffendheid van de vreemde strijdmacht aan te tasten.
- Vaak na natuurrampen en in post-conflict-situaties.
| Semi-permissive (Uncertain) | Onzeker | - Omgeving waarin de regeringsstrijdkrachten van de ‘host nation’ niet langer de controle hebben over eigen grondgebied noch eigen bevolking.
- Eigen strijdkrachten van de ‘host nation’ zijn mordicus tegen cq. geheel ontvankelijk voor het optreden van een vreemde strijdmacht zijn.
| Non-permissive (Hostile) | Vijandig | - Omgeving waarin een vreemd strijdmacht in plaats van de strijdkrachten van de ‘host nation’, al dan niet noodgedwongen, grondgebied en bevolking probeert te controleren.
- Oppositie van de lokale bevolking wordt verwacht, van criminelee en burgerlijke wanorde (insurgency) tot terroristische acties en asymmetrische dreiging.
- De operationele omgeving is per definitie zodanig vijandig dat het (dreigen met het) gebruik van geweld in situaties en scenario’s noodzakelijk is.
|
Het gevaarlijke aan de operationele, ( geo)strategische omgeving waarin een militaire operatie wordt uitgevoerd, is dat zij zeer dynamisch is en altijd in meer of mindere mate bestaat uit rationeel en emotioneel reagerende mede- en tegenstanders. Daardoor kan de operationele omgeving variëren van meewerkend tot vijandig, waardoor orde en gezag gedeeltelijk of zelfs geheel kunnen ontbreken. Gevaarlijke problemen kunnen ontstaan door een deels of totaal afwezig dan wel goed functionerend justitieel, politieel en/of (para)militair stelsel. Uitgaande van het militaire adagium “De enige zekerheid is onzekerheid” zal elke vreemde strijdmacht, in welke operationele omgeving dan ook, te allen tijde – bij escalatie (van stap tot stap ernstiger worden van een conflictsituatie) - voorbereid moeten zijn op een mogelijke aanpassing van taakstelling, uitrusting en opleiding en training ten behoeve van het tegenovergestelde: deëscalatie (verminderen van de ernst van een conflictsituatie door, met name bij controverses, de betrokkenheid, grootte, intensiteit of spanning te verminderen). Uiteraard geldt het bovenstaande ook vice versa. Terug naar Boven OPFOR Voluit: Opposing Forces. In het Nederlands: oefenvijand. Militaire eenheid die voor trainingsdoeleinden zo realistisch mogelijk een (oefen)vijand uitbeeldt. Meestal is dit gerelateerd aan het opwerkingstraject van een andere eenheid die zal worden uitgezonden. Sommige landen gebruiken gespecialiseerde OPFOR-eenheden om zo weinig weinig mogelijk potentiële scenario’s aan het toeval over te laten. Een tot op zekere hoogte realistische oefenmethode hiertoe is het gebruik maken van MILES: Multiple Integrated Laser Engagement System. MILES wordt bevestigd aan de echte bewapening (geweren, mitrailleurs, voertuigen) ter simulatie van een reële missieomgeving. In Nederland vervullen eenheden van de Nationale Reserve regelmatig de rol van OPFOR, voor zowel opleidingscentra als parate eenheden. Maar ook andere eenheden spelen voor de gelegenheid OPFOR. Het begrip ‘OPFOR’ speelt s inds militaire heugenis – aanvankelijk als “oefenvijand” – een niet mis te verstane rol in het bij militaire oefeningen onvermijdelijke conflict tussen de gefingeerde landen Blauwland en Groenland. Het scenario van zulke oefenoefeningen lijkt eeuwigdurend. Elke zichzelf respecterende eenheid vanaf compagniesniveau heeft ‘Blauw- en Groenland’ wel eens van de O&T-plank gehaald. Terug naar Boven OPLEIDING & TRAINING Afgekort: O&T. Twee belangrijke documenten in het kader van O&T zijn het ABOT (Algemeen Beleid Opleiding en Training) en het SBOT (Specifiek Beleid Opleiding en Training). Terug naar Boven OPLEIDINGS- & TRAININGSCOMMANDO Afgekort: OTCO. Het toenmalige Commando Opleidingen Koninklijke Landmacht, sinds 1 juni 2003 Opleidings- & Trainingscommando (OTCO) geheten. 
Het logo van het Opleidings- & Trainingscommando (OTCO) - voorheen: Commando Opleidingen Koninklijke Landmacht (COKL) - met de boom én de spreuk "Tandem fit surculus arbor" ("Eens wordt de stek een boom"), het devies van Prins Maurits (1567-1625) | Het embleem van het OTCO stelt een boom voor die groeit naast de stomp van een omgehakte boom. Uit de omgehakte boom, symbool voor Willem de Zwijger, is een jonge loot gegroeid, gesymboliseerd door Prins Maurits, zoon van Willem de Zwijger. Willem de Zwijger, alias Willem van Oranje, is vermoord door Baltazar Gerards. Prins Maurits (1567-1625) geldt voor zijn tijd als een modern militair. In het jonge Staatse leger heeft hij als eerste systematisch het onderwijs vernieuwd en daarmee de militaire opleidingen in Nederland op de kaart gezet. Behalve dat Prins Maurits veel belang hechtte aan goede opleidingen, stonden ook discipline en een geordend optreden hoog in het vaandel: dit in tegenstelling tot de ongeregelde troepen waar zijn vader gebruik van maakte, t.w. huurlingen, opportunisten en watergeuzen. De bijbehorende spreuk van het OTCO-embleem luidt: "Tandem fit surculus arbor" ( "Eens wordt de stek een boom" ). | Richtte het COKL zich op het individueel opleiden van het personeel, het OTCO richt zich meer en meer op trainingsondersteuning aan de parate eenheden in de ruimste zin van het woord. Vanwege de veranderde taakstelling werd gekozen voor een nieuwe naam. Het onderscheid tussen opleiden en trainen was toch al steeds meer vervaagd, onder andere veroorzaakt door een versnippering van expertise en een afname van de doelmatigheid. Uiteindelijk is de schaarste aan personele en materiële middelen de druppel geweest tot efficiënter en effectiever opleiden en trainen. De kerntaak van het OTCO bestaat uit het ondersteunen van commandanten bij opleiding en training met als doel kwaliteitsverbetering om zo de juiste operationele gereedheid te bereiken. De operationele gereedheid kan worden gesplitst in: - individuele gereedheid (opleiding en training van individuele militairen)
- geoefendheid (opleiding en training van eenheden)
- discipline (vorming)
Het OTCO verzorgt de meeste opleidingen binnen de Koninklijke Landmacht en is het grootste opleidingsinstituut van de Nederlandse krijgsmacht. Naast opleidingen levert het OTCO een groot aantal kennisproducten, zoals de documenten en studies die nodig zijn voor doctrinevorming. Een andere belangrijke taak is certificering van het militair onderwijs en het bieden van civiele scholing aan uitstromend KL-personeel. Tot slot vindt er Research & Development plaats voor opleidingen, specifieke militaire vakgebieden en nieuw te verwerven wapen- en commandosystemen . Het OTCO beschikt over Opleidings- en Trainingscentra in: | 't Harde | Opleidings- en Trainingscentrum Vuursteun | | Amersfoort | Lichamelijke Oefening en Sportorganisatie | | Amersfoort | Opleidings- en Trainingscentrum Manoeuvre | | Bussum | Opleidings- en Trainingscentrum Logistiek | | Ermelo | Opleidingscentrum Initiële Opleidingen initiële militaire opleiding bij schoolbataljons | | Oirschot | Opleidings- en Trainingscentrum Rijden | | Vught | Opleidings- en Trainingscentrum Genie | | Weert | Koninklijke Militaire School onderofficiersopleiding |
De staf van het OTCO is gevestigd in Utrecht. Zowel de officiersopleiding op de Koninklijke Militaire Academie (KMA) in Breda als het Opleidingscentrum Militair Geneeskundige Diensten in Hilversum vallen niet onder het OTCO. Alle militairen die werkzaam zijn bij het OTCO dragen het OTCO-embleem van Prins Maurits op de mouw. Terug naar Boven OPPLAN Afkorting voor: Operatieplan. Plan van de commandant voor de voorbereiding, uitvoering en/of beëindiging van een operatie. In Nederland wordt onder andere onderscheid gemaakt met de operatieplannen 1, 10 en 15. Bekende operatieplannen in de hedendaagse (inter)nationale geschiedenis zijn: Opplan 10601 | (Operation Allied Force, 1998-1999). Voorzag in het uitschakelen van de Joegoslavische luchtafweer in Kosovo, door de NAVO isoleren van de vijandelijke strijdkrachten in Kosovo en aanvallen op commandocentra in Belgrado, zware industrie en stroomvoorziening in Servië. | Opplan 2000 | Voorzag in directe militaire bijstand bij de eeuwwisseling van het jaar 1999 op het jaar 2000. Opplan 2000 was een aangepaste versie van Opplan 10. | Opplan 40104 | (Operation Determined Effort, 1994-1995) Voorzag in 1.500 pagina’s in het evacueren van alle UNPROFOR-militairen uit Bosnië-Hercegovina onder bescherming van tenminste 20.000 Amerikaanse militairen. Ook de evacuatie van Dutchbat uit de enclave Srebrenica in het geval van een onverhoopte terugtrekking maakte hiervan deel uit. Gepland was om via de noordelijke rand van de enclave over de weg terug te trekken, met medeneming van alle voertuigen. Alle overige personeel zou geëvacueerd worden met helikopters. |
Terug naar Boven OPPLAN 1 Operatieplan 1 is de militaire basis voor het aanwijzen van de troepen voor de collectieve verdediging in het kader van de NAVO. De collectieve verdediging wordt ook Algemene Verdedigingstaak (AVT) genoemd. Dit is het oorlogsplan dat in het geval van een gewapend conflict door de Koninklijke Landmacht moest worden uitgevoerd. De vaststelling van het Opplan 1 vindt plaats in lijn met de aanwijzingen en richtlijnen van de politieke leiding van de NAVO. Het Militaire Comité van de NAVO wijst een strategische commandant aan, die op zijn beurt een operationele commandant aanwijst. Op grond van een activeringsorder van de Noord-Atlantische Raad van de NAVO wordt ook reservepersoneel, bestaande uit oud-dienstplichtigen en voormalig beroepspersoneel, onder de wapenen geroepen, waarna de troepen worden ontplooid en de operatie wordt uitgevoerd. Het optreden van de NAVO-troepen is onderverdeeld in Main Defence, Reaction en Augmentation Forces. De AVT dient de gevechtskracht te leveren voor de nationale en bondgenootschappelijke verdediging (Collective Defense) volgens artikel 5 van het Handvest van de NAVO. Dit is het artikel dat bepaalt dat een gewapende aanval tegen één of meer NAVO-lidstaten zal worden beschouwd als een aanval tegen alle lidstaten, zoals dat is vastgelegd in artikel 51 van het Handvest van de Verenigde Naties. Meer informatie over Oplan 1 kan worden gevonden in het boek 'Einde oefening. Infanterist tijdens de Koude Oorlog' van kolonel b.d. Gerard J. Felius (Uitgeverij Quintijn, 2002, ISBN 9080740012). | |
Terug naar Boven OPPLAN 10 Operatieplan 10 beschrijft in Nederland de hulpverlening door Defensie bij de ondersteuning en hulpverlening bij de uitvoering van civiele overheid, d.w.z. bij militaire bijstand in het geval van een ramp of van ernstige vrees voor het ontstaan daarvan én bij militaire steunverlening in het openbaar belang. Omdat het leveren van cruciale maatschappelijke diensten één van de belangrijkste taken van de krijgsmacht is, moet indien nodig direct bijstand worden verleend, bijvoorbeeld bij wateroverlast. Voorbeelden van Opplan 10 in het recente verleden, laten zien dat het Ministerie van Defensie met name met de inzet van menskracht bijstand levert: | 1995 bwatersnood | 1997 bestrijding van de varkenspest | 1998 dijkverzwaring na wateroverlast in Drenthe, Groningen en Overijssel | 2001 bestrijding van de mond- en klauwzeer (MKZ) | 2002 dijkverzwaring na wateroverlast in Limburg | 2003 bestrijding van de vogelpest |
Zie ook: consigne en luisterplicht. Terug naar Boven OPPLAN 15 Operatieplan 15 beschrijft in het buitenland de inzet van Nederlandse troepen voor acute hulpverlening bij humanitaire noodsituaties, zoasl rampenbestrijding en vluchtelingenhulp. De Nederlandse regering kan besluiten om humanitaire noodhulp te bieden. Inzet in het kader van Opplan 15 valt in beginsel binnen het framework van het Noodhulpverkenningsteam (Disaster Assistance Response Team, DART) en de Militaire Humanitaire Noodhulp Eenheid (MHNE). Voorbeelden van Opplan 15 in het recente verleden, laten zien dat het Ministerie van Defensie met name bijstand levert bij rampenbestrijding en vluchtelingenhulp: Sint Maarten | orkaan | 1995 | Honduras | overstroming | 1998 | Mozambique | overstroming | 2000 |
Terug naar Boven OPPLAN 17 Operatieplan 17 beschrijft de inzet van Nederlandse troepen voor een Peace Enforcement Brigade (PEB). Een PEB zal bestaan uit één gemechaniseerde brigade dan wel 11 Air Manoeuvre Brigade op oorlogssterkte, aangevuld met onderbevelstellingen uit 1 Logistieke Brigade (voorheen: Divisie Logistiek Commando, DLC) en 101 Gevechtssteun Brigade, voorheen Divisie Gevechtssteun Commando (DGC) en Combat Support Command (CSC). De aangewezen eenheid voert in elk geval binnen 20 dagen een strategische verplaatsing naar het inzetgebied uit. Binnen 7 dagen zal een verkenningsparty (Advance Party) moeten kunnen vertrekken. Heeft een brigade normaal gesproken een sterkte van ± 3.000 militairen, de maximale personele sterkte van de PEB met onderbevelgestelde eenheden kan oplopen tot ruim 8.000 militairen. Zie ook: Peace Support Operation (PSO). Terug naar Boven OPSEC Voluit: Operational Security. In het Nederlands: Operationele veiligheid. 
Verschillende posters die het belang van Operational Security (OpSec) aangeven Het door een lid van de krijgsmacht beschermen van de informatie waarvan kennisneming door derden de belangen van de krijgsmacht of de staat, zichzelf of collega's, familie, vrienden en kennissen in gevaar zou kunnen brengen of compromitteren. Het betreft alle informatie die leden van de krijgsmacht hebben met betrekking tot operationele inzet (bewegingen, locaties), en bij sommige eenheden (zoals Special Forces en C.I.S.-eenheden), meer specifieke zaken met betrekking tot opleiding & training, tactiek en uitrusting. OpSec is een verantwoordelijkheid van iedereen en vergt feitelijk alleen een andere manier van kijken naar ogenschijnlijk normale zaken. Goede OpSec belemmert het werk van personen die de krijgsmacht niet goed gezind zijn. Het is met name belangrijk niet in woord en geschrift gevoelige, vertrouwelijke en/of (on)gerubriceerde informatie naar buiten te brengen. Gerubriceerde informatie is herkenbaar aan de rubriceringen zijn ‘zeer geheim' (top secret), ‘geheim' (secret) en ‘confidential' (confidentieel). OpSec is een heikel punt met betrekking tot het omgaan met media (media awareness). 
Zie ook: Emission Control (EMCON) en radiostilte. Terug naar Boven OPS-ROOM Voluit: Operations Room. De Ops-room is als centraal punt op een compound de ‘oren en ogen’ van de commandant van een Area of Responsibility (gebied van verantwoordelijkheid). De Ops-room is 24 / 7 operationeel: 24 uur per dag, 7 dagen per week. In de Ops-room vindt al het interne en externe radioverkeer en verkeer van alle mogelijke andere telecommunicatiemiddelen plaats, zowel in klare taal als versleuteld (crypto). Alle meldingen en rapportages, zoals Firing-Close Reports, Incident Reports, Overflight Reports, Shooting Reports en Sitreps, komen hier binnen, worden geanalyseerd en gerapporteerd aan het (naast)hogere echelon. Idealiter bevindt het Comcen (Communications Center) zich dan ook in dezelfde ruimte. Ook wordt nauwgezet bijgehouden waar iedereen zich bevindt in de Area of Responsibility (AOR), zowel personeel als materieel; voertuigbewegingen worden intensief gevolgd. Indien nodig wordt hier het gevecht geleid en vindt (combined en/of joint) coördinatie plaats met neveneenheden en/of het (naast)hogere echelon. In geval van calamiteiten, ongevallen, rampen en overige crisissituaties fungeert de Ops-room als zenuwcentrum, waar alle (onder)commandanten zich a.s.a.p. verzamelen om zich van de jongste ontwikkelingen op de hoogte te stellen en te houden; zo vinden bijvoorbeeld de aansturing van de eerstehulpverlening en het uitrukken van de Quick Reaction Force hier plaats. Verantwoordelijk voor de gang van zaken op de Ops-room is de duty-officer, meestal een officier of een ervaringsdeskundige onderofficier. Idealiter is de Ops-room gevestigd in een gecontaineriseerde ruimte die met een verdedigingswal is beschermd. Zie ook: Comcen. Voluit: operations vest. Engelse term voor de opvolger van het draagharnas. In het Nederlands: gevechtsvest.Binnen de KL in modulaire vorm ingevoerd ten tijde van de NRF-4 (2005). Het ops-vest, uitgevoerd in DPM-camouflage, heeft 2 grote binnenzakken die via een rits te openen zijn. Het modulair ops-vest kent losse opbouwtassen. Afhankelijk van de taakstelling van de gebruiker kunnen meer of minder opbouwtassen worden geplaatst. Het ops-vest is met name een aanwinst voor pantser- en luchtmobiele infanterie, verkenners (BVE en GGVE), Special Forces en geneeskundig personeel. Naast mok, veldfles en pioschop, biedt het ops-vest opbergruimte voor bijvoorbeeld: - breaklights
- Combat Application Tourniquet (CAT)
- eten en drinken (klasse I)
- flares
- geneeskundige artikelen (klasse VII)
- magazijnen met munitie (klasse V)
- reddingsdeken
- smockjas
Het modulair ops-vest kent de volgende opbouwtassen: Tas algemeen opbouw groot | 2 x | Tas algemeen opbouw klein | 2 x | Tas algemeen opbouw met rits | 2 x | Tas mok + veldfles | 1 x | Tas opbouw algemeen middel | 1 x | Tas opbouw handgranaat | 3 x | Tas opbouw mes (been) M9 | 1 x | Tas opbouw patroonhouder Diemaco C7 | 3 x | Tas pioniersschop | 1 x |
Hoewel het modulair ops-vest een verbetering is in het functionele draagcomfort, gebruikt menig infanterist een chestrig of ander chestwebbing. Zie ook: blancoën. Terug naar Boven OPTREDEN IN VERSTEDELIJKTE GEBIEDEN Afgekort: OVG. Andere benamingen: Fighting in Built-up Areas (FIBUA) bij de Britten, Military Operations in Urban Terrain (MOUT) bij de Amerikanen en Urban Operations binnen het Korps Mariniers. Het uitgangspunt bij militaire operaties oude stijl was dat verstedelijkt gebied moest worden vermeden. Het zo snel mogelijk doorstoten in de diepte werd van groter belang geacht dan het innemen van steden. Een poging daartoe betekent immers tijdverlies. Bovendien speelt de vrees voor veel burgerslachtoffers en grootschalige verwoestingen een belangrijke rol in deze overwegingen. Toch dient in heden en toekomst rekening te worden gehouden met een toename van het optreden in verstedelijkte gebieden: de Verenigde Naties verwachten dat in het jaar 2020 ± 60 tot 70% van de wereldbevolking in verstedelijkte gebieden zal wonen. 
Voorbeeld van Optreden in Verstedelijkte Gebieden De Laws of Armed Conflict inclusief de Conventies van Genève zijn van toepassing. Binnen de Koninklijke Landmacht zijn de volgende oefenmogelijkheden voor OVG: BASISHUIZEN | In deze huizen kunnen de eenheden het eigen personeel opleiden en trainen in de individuele skills en drills met betrekking tot OVG. | Zes kazernes | Niveau 1 | OOSTDORP | Biedt pantserinfanterie- en luchtmobiele infanteriegroepen de mogelijkheid om de individuele skills en drills te integreren in het optreden van de infanteriegroep te voet. | Oefendorp op het Infanterie Schietkamp (ISK) Harskamp | Niveau 2 | MARNEHUIZEN | Biedt pantserinfanterie- en luchtmobiele infanteriepelotons en compagnieën de mogelijkheid om groepsvaardigheden te integreren in pelotonsoptreden en pelotonsoptreden te integreren in compagnies- of teamoptreden. | Oefendorp van het Oefen- en Schietkamp Lauwersmeer bij de Willem Lodewijk van Nassaukazerne in Zoutkamp | Niveau 3 en 4 |
De basishuizen bevinden zich in: Een aparte plaats in het kader van opleiding en training OVG neemt het Oefenrampenterrein in Crailo in. De meeste oorden ter wereld hebben westerse karakteristieken: een volgebouwd centrum met hoog- en laagbouw, en in de periferie achterstands- of buitenwijken met appartementen en winkelcentra. Rondom centrum en periferie liggen industrie- en recreatiegebieden. Verstedelijkte gebieden kennen naar inwonertal dorpen, steden, metropolen en megalopolen. OVG is een schoolvoorbeeld van asymmetrische en verticale oorlogvoering. Deze vorm van oorlogvoering vereist – behalve de sociale vaardigheden van de militair die in de gaten heeft dat zich in oorden ook burgers en media herbergen – een nieuwbakken type militair; deze is in staat tot straatgevechten, desnoods man-tot-man, maar ook tot het zuiveren van gebouwen. In zo'n gebouw moet elke ruimte op elke verdieping én elk trappenhuis na de zuivering worden verdedigd, en vergt zo veel personeel. In verticale zin moet bij OVG, naast de zuivering van etages, ook worden afgedaald naar afwateringsbuizen, ondergrondse parkeergarages, openbaar vervoer-stelsels, riolen en (schuil)kelders. Kenmerken van OVG zijn: beperkt schoots- en waarnemingsveld (nabijgevecht, man-tot-mangevecht) | burgers en media op het gevechtsveld in de frontlinie | collateral damage onvermijdelijk | fysiek en psychisch belastend | gebrekkige situational awareness (moeizame communicatie, navigatie en oriëntatie) | geïsoleerd en zeer intens | gevechtsondersteuning moeilijk (artillerie, mortieren) | hoog verbruik klasse I, V en VIII ( “men and stocks consuming” ) | logistieke ondersteuning moeilijk (afstanden en omlooptijden veranderen) | op laagste echelon (groep, peloton, compagnie) | teamvorming met genie- en geneeskundige eenheden noodzakelijk | veel slachtoffers ( “men and stocks consuming” ) | vijandelijk optreden onberekenbaar (burgers, guerrilla, sluipschutters) |
Ook in het buitenland bevinden zich tal van trainingslocaties voor OVG, zoals in Aspurlange (België), Hofenfels (Duitsland) en Salisbury (Groot-Brittannië). Zie ook: instap en oord. Terug naar Boven ORAL REHYDRATION SALTS Afgekort: ORS. Het orale rehydratiemiddel is een perfect poeder dat bijvoorbeeld glucose, kaliumchloride, natriumchloride en tri-natriumcitraat bevat. Deze mineralen, zouten (± ¼) en glucose (± ¾), voorkomen uitdroging na overmatig vochtverlies (dehydratie) of zorgen ervoor dat na overmatig vochtverlies het lichaam meer water vasthoudt (rehydratie). ORS kan dan ook evengoed toegepast worden bij aanhoudend braken, brandwonden, shock, hevige inspanning of bij een kater. Een sachet kant-en-klare ORS (bijvoorbeeld van het merk Dioralyte, Nutricia of Orisel) moet worden opgelost in 200 tot 300 ml water (blikje frisdrank of drinkbeker); daarna de hoeveelheid water in kleine slokjes opdrinken. | |
Wat ook prima werkt als ORS (een tip van de commando's uit Roosendaal) is het drinken van lauwe cola zonder koolzuur. Cola doodt ziektekiemen en is een ideaal mengsel van suikers en zouten. Soms kan de aanwezigheid van caffeïne in de cola echter juist de diarree verergeren. ORS kan ook zelf worden gemaakt: - 1 liter gefilterd of gekookt water of water uit een fles (zeker als het water van slechte kwaliteit cq. onbetrouwbaar is)
- 8 theelepels suiker
- ½ theelepel zout
- 100 ml fruitsap, kokosnootwater of rijstwater (voor smaak)
(theelepel = 5 ml) Bij aanhoudend braken of diarree heeft een volwassen persoon drie of meer liters ORS per dag nodig. Richtinggevend in deze is het boek 'Where There Is No Doctor. A Village Health Care Handbook' van David Werner, Carol Thuman en Jane Maxwell. Zie ook: dehydratie. Terug naar Boven ORANJEKAZERNE Deze kazerne, gelegen aan de Clement van Maasdijklaan in Schaarsbergen (gemeente Arnhem) , is de thuisbasis van het Schoolbataljon Luchtmobiel, 11 Infanteriebataljon Luchtmobiel Air Assault Garderegiment Grenadiers & Jagers en 12 Infanteriebataljon Luchtmobiel Air Assault Regiment Van Heutsz. De kazerne is vernoemd naar de Oranjekazerne in Den Haag, en de naamgeving ‘Oranje' is direct gerelateerd van de band van de krijgsmacht met het Koningshuis. De oorspronkelijke Oranjekazerne, gelegen aan de Mauritskade in Den Haag, werd gebouwd in 1822 en ging op 6 maart 1919 in vlammen op. De naam ‘Oranjekazerne' keerde terug aan de zuidrand van het nationale park De Hoge Veluwe, waar medio 1954-'55 een nieuwe kazerne verrees. Aan de Koningsweg, even ten noordoosten van de Oranjekazerne, bevindt zich het stafgebouw van 11 Air Manoeuvrebrigade Air Assault. Ten noorden van de Oranjekazerne, aan de overzijde van de Koningsweg, ligt de Vliegbasis Deelen, welke in 1995 is verlaten door de laatste operationele eenheid van de voormalige Groep Lichte Vliegtuigen: 300 Squadron. Ten westen van de Oranjekazerne, aan de Deelenseweg - waar voorheen de hoofdingang van de kazerne was gesitueerd – is een Protestants Militair Tehuis (PMT) gevestigd. De militairen die op de Oranjekazerne zijn gelegerd oefenen met name op de Eder- en Ginkelse Heide. | 
Locatie van de Oranjekazerne in Schaarsbergen zoals die is aangegeven op de stafkaart 40 West Arnhem | Terug naar Boven ORDONNANS In het Duits: Ordonnanz. In het Engels: courier. In het Frans: courrier. Militaire koerier, meestal één van de manschappen, die belast is met het overbrengen van mondelinge en/of geschreven berichten, zoals bevelen, documenten, rapportages, sitreps en stafkaarten – of eenvoudige, vaak eenmalige opdrachten - van en naar zijn superieuren op de commandopost (CP) of het hoofdkwartier (HQ). 
Moto Guzzi V50, zoals die jarenlang bij de landmacht in gebruik was ten behoeve van de ordonnans Tegenwoordig voert de ordonnans zijn taak vooral gemotoriseerd uit, binnen de Koninklijke Landmacht tot voor kort met de Moto Guzzi V50. Daarvóór werden ordonnanstaken ook te voet, te paard en per fiets uitgevoerd, of zelfs per postduif, zoals tijdens de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648). Juist vóór de Tweede Wereldoorlog telde de Nederlandse krijgsmacht nota bene twee regimenten wielrijders die behalve beveiligings-, koeriers- en verkenningsdiensten ook ordonnanstaken verrichten. De meest bekende én fanatieke ordonnans was waarschijnlijk Pheidippides van Marathon; deze Griekse militair rende in 490 vóór Christus van Marathon naar Athene om te waarschuwen dat de Perzen waren binnengevallen. Zie ook: runner. Terug naar Boven O.S.M.E.A.L.Q. De Belgische variant van het NAVO-5-paragrafenbevel is het ezelsbruggetje – of zoals de Belgen noemen: memotechnisch woord – OSMEALQ: | ENGELS | NEDERLANDS | O | orientation | oriëntatie | S | situation | situatie | M | mission | opdracht | E | execution | uitvoering | A | administration | leiding | L | liaisons | liaisons | Q | questions | vragen |
Zie ook: NAVO-5-paragrafenbevel. Terug naar Boven O.T.V.O.E.M. Ezelsbruggetje dat wordt gebruikt voor een verkorte analyse van de essentiële aspecten in het operationele besluitvormingsproces van de commandovoering: O | Opdracht | Is de opdracht, zoals die is ontvangen, begrepen | T | Terrein & Weer | H.N.B.W.V. | V | Vijand & Partijen | Wie, wat, waar, wanneer, hoe, met welke middelen | O | Overige groeperingen en aspecten | Tijd & Ruimte | E | Eigen middelen | Organieke middelen Onderbevelstellingen Steunende eenheden Toegewezen extra materieel | M | Ontwikkelen van de eigen mogelijkheden | Mogelijke wijzen van optreden vaststellen en daaruit, op grond van de feiten, de beste kiezen |

Zie ook: beoordeling van toestand (BVT), chef-staf, H.N.B.W.V., NAVO-5-paragrafenbevel, O.A.T.D.O.E.M. en operationeel besluitvormingsproces (OBP). Terug naar Boven OUT-OF-AREA Out of area kent een aantal betekenissen: - m.b.t. het optreden van de NAVO
- m.b.t. de persoonsgebonden uitrusting (PGU)
- m.b.t. de geneeskundige en hygiënische aspecten van een missie
1 | In het Duits: out of area-Einsätze. In het Frans: opération extérieure; opération hors zone. Out of area-inzet vindt buiten het geografische verdragsgebied van de NAVO-lidstaten plaats, waar ook ter wereld en al dan niet gemandateerd door de Verenigde Naties. | Out of area is niet nieuw. Sinds het einde van de Koude Oorlog (1989) is er regelmatig over gedebatteerd: het grootschalige Koude Oorlog-optreden (algemene verdedigingstaak) verschoof naar kleinschaliger out of area-inzet. In 1991 gebruikte de Amerikaanse senator Richard Lugar voor het eerst de slagzin "NATO: Out of Area or Out of Business", die werd overgenomen door de NAVO: een nieuwe taak buiten het oorspronkelijke verdragsgebied op zich nemen of haar bestaansrecht verliezen. De aankomende, globaliserende taak werd het bevorderen van de stabiliteit en democratie buiten het grondgebied van de lidstaten. |
De eerste out of area-inzet leek de Eerste Golfoorlog (1991), maar de Verenigde Staten eisten de hoofdrol voor zichzelf op. Omdat er geen operationele rol voor de NAVO was weggelegd, verloor de NAVO de eerste echte testcase. Vervolgens betrof de out of area-inzet de Balkan: de NAVO-interventie in Bosnië-Hercegovina (vanaf 1994), de 78 dagen durende operatie Allied Force in Kosovo (1999), operatie Allied Harbour (Albanië, 1999) en de Task Forces Harvest en Fox in Macedonië, respectievelijk in 2001 en 2002. Allemaal operaties op de flanken van het NAVO-verdragsgebied. De vraag of de Balkan-operaties binnen het werkingsgebied van de NAVO vielen, stond niet ter discussie (vanwege de aanwezigheid op het Europese continent), wel of een uitdrukkelijk mandaat van de VN-Veiligheidsraad nodig was. Tijdens de NAVO-topconferentie in Praag (2002) heeft de NAVO het principebesluit over out of area genomen. De NAVO stemde in met een verzoek van Duitsland en Nederland om het commando van de International Security Assistance Force (ISAF) in Afghanistan over te nemen. Daarmee werd ISAF, dat haar gezag ontleende aan een mandaat van de Verenigde Naties, de eerste échte out of area-inzet voor de NAVO. ISAF was echter een vervolg op dan wel nevenoperatie van Operation Enduring Freedom (OEF), het Amerikaanse initiatief na ‘9/11’ om met prioriteit het terrorisme te bestrijden. Het karakter van ISAF verschoof mede daardoor van traditioneel vredeshandhavend naar vredesafdwingend; ISAF werd een three block war, die ook het voeren van het gevecht als reële optie had. Na Afghanistan kwam de NAVO in 2005 voor het eerst in haar bestaan in actie in Afrika, in Darfur (Sudan), en in Pakistan na een zware aanbeving die tienduizenden levens kostte. | De NAVO noemt out of area-inzet Non-Article 5: operaties die niets te maken hebben met de kernopdracht van het bondgenootschap: collectieve zelfverdediging (“Een aanval op één is een aanval op allen”). Non-Article 5 is echter geen verdragswijziging maar voortgevloeid uit de mogelijkheden voor humanitaire inmenging en bescherming van (economische) belangen. | |
Omdat out of area-operaties buiten het NAVO-verdragsgebied en vaak zelfs op een ander continent plaatsvinden (in het Duits: Machtentfaltung; in het Engels: power projection; in het Frans: déploiement de puissance), kunnen afwijkende eisen ontstaan ten aanzien van de samenstelling van de eenheid (operationele functionaliteiten en componenten). Maar ookmet betrekking tot de strategische verplaatsing en de logistiek. Door de expeditionaire aard van deze ontplooiingen heeft de logistiek onder meer te maken met langere lines of communication, dus een hogere beschermingsgraad voor de gevechtsverzorgingssteuneenheden. | 2 | In het kader van de PGU – de verzameling van militaire kleding en uitrustingsstukken waarover een militair persoonlijk dient te beschikken – kan deze worden uitgebreid met een out of area-pakket. Dit is een kledingpakket ten behoeve van missies dat uitsluitend mag worden gedragen tijdens de uitzendperiode en na terugkeer moet worden ingeleverd. Er wordt onderscheid gemaakt in jungle-, (koudweer- of) pool- en woestijnpakketten. De verschillen tussen een out of area-pakket en een standaard (DPM)pakket betreffen onder andere de samenstelling van de pakketten, de stof van de kleding, de toegepaste kleur en de camouflage. Aan ieder out of area-pakket zijn speciale uitrustingstukken toegevoegd, zoals snowboots voor het poolpakket en een kapmes voor het junglepakket. | 3 | Pilot tijdens de (militaire) Algemene Deelkwalificaties (ADK’s) ter opleiding tot Algemeen Militair Verpleegkundige (AMV’er). De module is gebaseerd op de volgende cursusmodules voor Algemeen Militair Arts (AMA): BIUPAMA | Basiscursus Infectieziekten en Uitheemse Pathologie voor AMA | Kennis en inzicht bijbrengen op het gebied van preventie, herkenning en behandeling van infectieziekten en parasitaire aandoeningen bij individuen en groepen (militairen) in gematigde klimaten en tropische gebieden. | GOLAMA | Gezondheidszorg in OntwikkelingsLanden voor AMA | Bijbrengen van kennis en inzicht in de diverse facetten van gezondheidszorgsystemen, noodhulp, structuur van en samenwerking met intergouvernementele organisaties (IGO’s) en non-gouvernementele organisaties (NGO's), en aanpak van specifieke lokale gezondheidsproblemen in het kader van crisisbeheersingsoperaties of humanitaire hulp in tweede en derde wereldlanden. | HPGAMA | Hygiëne en Preventieve Gezondheidszorg voor AMA | Kennis en inzicht bijbrengen op het gebied van hygiëne en preventieve gezondheidszorg voor militair personeel onder operationele omstandigheden. |
Out of area is gericht op het actief deelnemen van artsen en verpleegkundigen aan de voorbereiding en uitvoering van out of area-operaties in relatie tot alle mogelijke aspecten van gezondheidszorg en HPG. Hierbij kan onder andere worden gedacht aan prioriteitenmodellen die bijvoorbeeld een Quick & Dirty-triage bij humanitaire hulpverlening en natuurrampen mogelijk maken: snelle, beperkte consultvoering bij patiënten aan de hand van spoed- en alarmsignalen bij een tijdelijk en plaatselijk hogere vraag naar dan aanbod van gezondheidszorg. Humanitaire hulpverlening leert dat de aanwezigheid van koorts en koortsende ziekten (dengue, leishmaniasis, leptospirose, Lyme, malaria e.d.), dehydratie (uitdroging), diarree, huid- en infectieziekten, malnutritie (ondervoeding), prostratie (hoge graad van uitputting), Systemic Inflammatory Response Syndrome (SIRS; algemene ontstekingsreactie) en/of sepsis (SIRS met infectie) in ontwikkelingslanden veel voorkomen. Een voorbeeld van actieve deelname van militair-geneeskundig personeel aan een humanitaire actie, is operatie Provide Care in 1994. |
Terug naar Boven OUTBREAK RESPONSE TEAM Afgekort: ORT. Team dat snel kan en moet inspringen bij de uitbraak van een gevaarlijke (infectie)ziekte tijdens een buitenlandse missie waarbij Defensiepersoneel wordt bedreigd. Het ORT is verantwoordelijk voor de geneeskundige aspecten van de beheersing en bestrijding hiervan – inclusief de infectiebron of –haard. | |
De ORT-capaciteit wordt vanuit Nederland ingevlogen naar het missiegebied en werkt ter plekke samen met de civiele autoriteiten, World Health Organization (WHO) en de lokale gezondheidszorg. Wanneer de lokale militaire gezondheidszorgcapaciteit in het uitzendgebied de infectieziekte niet kan bestrijden, kan het ORT in actie komen. Ook kan het zijn dat het geneeskundig personeel in het uitzendgebied kwalitatief en/of kwantitatief niet toereikend is voor het bestrijden van infectieziekten: - Er is geen kennis en kunde op het gebied van infectieziekten aanwezig.
- Geneeskundig personeel ter plekke is besmet.
- De hoeveelheid patiënten overstijgt de beschikbaarheid van geneeskundig personeel.
Het besluit tot inzet van het ORT ligt bij de Commandant der Strijdkrachten (CDS), die hierover medisch inhoudelijk wordt geadviseerd door het Infectieziekten Bestrijdings- en Coördinatie Team (IBCT). Het IBCT bestaat uit medische en public health deskundigen van Defensie, aangevuld met externe deskundigen op het gebied van infectieziekten. Het CLAS draagt zorg voor het inzetgereed maken en houden van de zes ORT’s: 4 x CLAS (KL), 1 x CZSK (KM) en 1 x CLSK (KLU). Een ORT bestaat uit een arts (tevens commandant ORT), Algemeen Militair Verrpleegkundige (AMV’er), HPG'er en een (materieel)logistiek deskundige. De arts is het aanspreekpunt voor Nederland (CDS, DOC, IBCT e.d.). De verpleegkundige assisteert de arts, verpleegt de patiënten, doet medisch onderzoek en zorgt ervoor dat de ziekte zich niet verder verspreid. De HPG’er doet lokaal onderzoek, o.a. naar dierplagen, maakt monsters van bijvoorbeeld drinkwater en levensmiddelen, identificeert chemische en radiologische stoffen en voert preventieve maatregelen uit op niet-geneeskundig gebied. De logisticus zorgt er o.a. voor dat de monsters op de juiste manier verpakt worden en naar het laboratorium in Nederland worden gestuurd. Gezamenlijk draagt het team zorg voor bron– en contactopsporing, epidemiologisch onderzoek, alle medische aspecten van de beheersing van de infectieziekte, verslaglegging en geeft aanvullende informatie om onnodige uitbreiding van de infectie te voorkomen. Het team heeft daarnaast eigen uitrusting en verbindingsmiddelen. Terug naar Boven OVERFLIGHT REPORT Rapport dat vanaf een positie dient te worden opgemaakt bij overvliegende vijandelijke vliegtuigen en helikopters. Een overflight report wordt doorgegeven via de radio aan de OPS-Room op een compound. Op de OPS-ROOM komen alle rapporten met meldingen vanuit verschillende posities binnen, meest bij Peace Support Operations. A | Tijd eerste waarneming | B | Tijd eerste waarneming | G | Aantal + Soort + Land van herkomst | J | Vliegrichting ten opzichte van eigen locatie (van… naar… ) | K | Geschatte vlieghoogte (sluipvliegend; contourvliegend; low level) | M | Bijzonderheden; genomen maatregelen |
Terug naar Boven OVErige operationele taken Afgekort: OOT. Eenheden kunnen zgn. Overige Operationele Taken hebben. In dit geval kunnen zij, indien nodig, daarin of daarvoor worden ingezet in een operatiegebied in andere dan een organieke taakstelling. OOT geldt met voor artillerie-, tank- en luchtdoelartillerie-eenheden. OOT komt erop neer dat het beheersen van het optreden te voet en het optreden in verstedelijkte gebieden essentieel zijn voor deze eenheden. Zie ook: Als de poep de ventilator raakt en Every soldier a rifleman. Terug naar Boven OVERLEVEN In het Duits: Überleben. In het Engels: survival. In het Frans: survie. Rob Bredl, de "barefoot bushman", en Ray 'Bushcraft' Mears, Bear Grylls, Les 'Survivorman' Stroud en 'The SAS Survival Handbook' van John “Lofty” Wiseman zijn stuk voor stuk vertegenwoordigers van de survival-hype die de wereld overspoelt. Maar wanneer iemand werkelijk een calamiteit, oorlogsomstandigheid, ramp of andere eventualiteit moet doorstaan, is de enige vraag die ertoe doet – “Hoe blijf ik in leven?” - heel wat moeilijker in de uitvoering dan in boeken of op televisie. In beginsel is overleven op het gevechtsveld (in het Duits: Überleben im Gefecht; in het Engels: combat survival; in het Frans: mesures de survie en zone de combat) bedoeld om krijgsgevangenschap te ontlopen wanneer iemand is afgesneden van eigen troepen en wil terugkeren naar de eigen opstellingen. Het Field Manual 21-76 (U.S. Army Survival Manual) hanteert het volgende ezelsbruggetje voor "survival" : S | Size up the situation (surroundings, physical condition, equipment) | U | Use all your senses (“Undue haste, makes waste”) | R | Remember where you are | V | Vanquish fear and panic | I | Improvise | V | Value living | A | Act like the natives | L | Live by your wits (but for now: learn basic skills) |
De overlevende ontwikkelt onder moeilijke (en in de regel steeds moeilijker wordende) omstandigheden, in een als onveilig ervaren omgeving, zeer snel een menselijke drang tot overleven. Daarvoor heeft hij, zeker wanneer hij diep in vijandelijk gebied verkeert, enkele basale overlevingsvaardigheden (survival skills) nodig: beschutting, drinkwater en vuur. Camouflage en munitie zijn de specifiek militaire vereisten. Overleven vraagt om hoge fysieke en mentale eisen. Overlevenden, die om zich heen gewonde en dode collega’s zien, kunnen eveneens door de vijand worden gevangengenomen of doodgeschoten. Alleen indien noodzakelijk zal de overlevende risico’s nemen en bijvoorbeeld terugvechten (doden voordat hijzelf gedood wordt). Daarom moet hij zich van tactieken bedienen om in leven te blijven. Deze tactieken zijn samengevat in het ezelsbruggetje “kauwgrind” (kiezelsteentjes om op te sabbelen zodat er, ook onder de droogste omstandigheden, speeksel wordt aangemaakt): K | Kennis geeft zelfvertrouwen | A | Angst de baas blijven | U | Uit handen van de vijand blijven | W | Wil om te overleven | G | Gezond verstand gebruiken | R | Rugzak tactisch bepakt | I | Improvisatievermogen | N | Nooit opgeven | D | Discipline strikt handhaven |
De tactisch bepakte rugzak bevat tenminste een betrouwbaar overlevingspakket (in het Duits: Überlebensausrüstung; in het Engels: survival kit; in het Frans: kit de survie). Zie ook: grabbag en parakoord. Terug naar Boven OVERNAMELIJN Een in het terrein herkenbare (coördinatie)lijn waar de commandant het gevechtscontact laat overnemen. Vanaf de overnamelijn wordt het gevechtscontact: overgenomen door de voorwaarts doorschrijdende eenheid | overgedragen door de achterwaarts doorschrijdende eenheid |
Zie ook: doorschrijding. Terug naar Boven OVERWATCH | In het Nederlands: uitkijk. Van oorsprong de rol waarin troepen of tanks waarnemen en indien nodig dekkingsvuur geven. Een geografisch hoger dan de omgeving gelegen beheersend terreindeel, bijvoorbeeld aan de rand van een berg- of heuveltop, van waaruit de omgeving kan worden overzien (“overwatched”) en beveiligd. Het inrichten van een overwatch maakt in de regel deel uit van een verplaatsingstechniek voor eenheden van maximaal compagniesgrootte. |
Daarbij: - verplaatsen de elementen in het voorste deel van de gevechtszone met overlappende sprongen
| traveling overwatch | - verplaatsen de elementen in het voorste deel van de gevechtszone met aansluitende sprongen
| bounding overwatch |
Bij het waarnemen hebben vijandelijke bewegingen en/of posities hebben eerste prioriteit. Op de positie staan de eenheden in een rondombeveiliging. Vanaf de overwatch gaan tactische eenheden, bijvoorbeeld een patrouille te voet, erop uit. Zij worden waargenomen en (middels boord- en overige wapens) beveiligd door de eenheid op de hoger gelegen positie. Genoemde eenheden wordt met een bepaalde reactietijd opgedragen de aandacht 24/7 op het voorste deel van de gevechtszone te richten waar de patrouille te voet zich bevindt. Ideale situatie van een overwatch: | - Eigen troepen in het voorterrein moeten zich bevinden binnen ‘tracer burnout’ (tot waar de tracers van het wapen met het grootste bereik zichtbaar zijn), d.i. bij kleinkaliberwapens maximaal 1½ km
| - Er bevinden zich gevechts(verzorgings)steuneenheden, zoals geneeskundig, genie en vuursteun
| | - Uitgevoerd door een peloton bij een compagniesactie; uitgevoerd door pantservoertuigen bij een pelotonsactie
|
De overwatch wordt tevens gecreëerd om overzicht te houden over het geheel tijdens het oponthoud van een konvooi én als rendez-vous in geval van een noodsituatie voor alle eenheden die zich in het voorterrein bevinden. Terug naar Boven Laatste update:05.05.2010 |