Inhoudsopgave O
Terug naar de homepage
 

Maak uw keuze uit de hieronder getoonde lijst

 

O & O

Voluit: Ontwikkeling & Ontspanning.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog (1915) verscheen op last van het Ministerie van Oorlog de 48 pagina's tellende 'Zangbundel voor het Nederlandsche Leger' met 64 "marschliederen" voor het neutrale Nederlandse leger.

Het zangboek ging uiteindelijk in de mottenballen en tijdens de mobilisatie van de Tweede Wereldoorlog werd de afdeling Ontwikkeling & Ontspanning (O&O) opgericht om de Nederlandse militairen te vermaken.

De 'Zangbundel voor het Nederlandsche Leger' (1815), met een omslag van kunstschilder Jan Hoynck van Papendrecht ►

De gezellige morele ondersteuning en polonaisestemming voor de troepen verliep vervolgens van de schlager Rats, kuch en bonen van Lou Bandy uit 1939 naar Centerfold, Erik Hulzebosch, Harry Slinger en T-Spoon in voormalig JoegoslaviŽ en Cyprus en vele andere missiegebieden.

In februari 2004 gaf cabaretier Freek de Jonge in Irak vijf optredens voor het daar gelegerde Defensiepersoneel en in diezelfde maand presenteerde Veronica-deejay Adam Curry een week lang zijn ochtendprogramma 'Ook Goeiemorgen' in het kader van 'Operation Iraqi Sunrise' vanuit het Iraakse As-Samawah.

In augustus 2005 trad zanger Albert West op voor de Nederlandse militairen in Afghanistan.

Directe aanleiding voor West' afreizen naar het missiegebied was dat zo'n 150 militairen in het kamp in
Pol-e Khomri in de Afghaanse provincie Baghlan een ludiek videofilmpje op YouTube hadden gezet op de muziek van zijn hit Is This The Way To Amarillo.

Albert West had met deze cover van Tony Christie (1971) al eerder een hit in 1988.

Zie ook: Is This The Way To Amarillo en Rats, kuch en bonen.

Terug naar Boven

 

O.A.T.D.O.E.M.

De stappen van de verkorte analyse in het Operationeel Besluitvormingsproces (OBP) die het O.T.V.O.E.M. hebben vervangen. Het toepassen van O.A.T.D.O.E.M. in plaats van O.T.V.O.E.M. lijkt geen wezenlijke veranderingen tot gevolg te hebben.

O

OriŽntatie op de opdracht

A

Analyse van de opdracht

T

Terrein & Weer

D

Dreiging & Vijandanalyse

O

Overige actoren en factoren

E

Eigen middelen

M

Mogelijke wijze van optreden / ontwikkelen eigen mogelijkheden

  
Basale beginselen van OATDOEM.
Uitreikstuk over commandovoering, besluitvorming, OATDOEM, gebruikte Engelse termen in OATDOEM, W5H-model en standaard NAVO 5-paragrafenbevel.
Commandovoering groeit met de tijd mee. Achtergronden bij OATDOEM - majoor Glenn A. Bloemberg, vakblad De Onderofficier (september 2012).

Zie ook: A.C.C.A., bevel, leidinggeven en O.T.V.O.E.M.

Terug naar Boven

 

OBSERVATIEPOST

Beobachtungspunkt.
observation post.
poste d'observation.

Afgekort: OP. De observatiepost is een voorbeeld van een perimeter defence.

Een OP heeft een taak in het beveiligen als vooruitgeschoven waarschuwingselement ten behoeve van de eenheid. Een OP wordt op een zodanige locatie ingericht dat een voortdurende waarneming mogelijk is op aanwezige vijandelijke opstellingen of gebieden van vijandelijke groeperingen.

Links een observatiepost tijdens de missie UNFICYP op Cyprus, rechts de OP 'Tango 2' zoals die in gebruik was bij Dutchbat (UNPROFOR) in BosniŽ-Hercegovina.

Waarnemingstaken vanaf een OP kunnen inhouden:

signaleren en rapporteren van militaire incidenten in het operatiegebied

signaleren en rapporteren van schendingen van internationale overeenkomsten

waarnemen op lijnen van wapenstilstand (cease-fire) of staakt-het-vuren

waarnemen van lokale afspraken en overeenkomsten

Post 7-16, een observatiepost-annex-checkpoint van het Nederlandse Dutchbatt in het oord Al Yatoun in Libanon, ± 2 km westelijk van Tebnine. De OP maakte deel uit van de United Nations Interim Force In Lebanon (UNIFIL).

Behalve in Al Yatoun, verbleven Nederlandse blauwhelmen in huizen in of nabij Haris of in Naqoura waar het UNIFIL-hoofdkwartier zich bevond.

Post 7-21A, vlakbij het oord Kafra en bijgenaamd 'De Tepel', was een van de vooruitgeschoven OP's tijdens UNIFIL.

Een OP moet tenminste een (deel van de) area of operations (AOR) kunnen overzien.

De primaire taakstelling in de waarnemingssector, met name bij blauw optreden: het tijdig signaleren vana activiteiten om calamiteiten te voorkomen ter vergroting van de veiligheid van de eenheid – vereist een breed gezichts- en schootsveld.

OP van Dutchbat in de enclace Srebrenica.

Een OP wordt in de regel door minimaal twee personen bezet en dient tenminste voldoende bescherming te bieden tegen vlakbaan-, artillerie- en mortiervuur (versterkt onderkomen met tenminste drie rijen zandzakken rondom en bovenop, met een dikte van Ī 75 cm).

Daarnaast moet rondom de OP een rondombeveiliging gecreëerd zijn (bijvoorbeeld concertina’s en Friese ruiter), moet het observatieraam voorzien zijn van kippengaas (tegen handgranaten e.d.) en dient de OP een zigzag-ingang te hebben tegen vuur van kleinkaliberwapens.

Idealiter zijn op de OP de volgende zaken aanwezig:

afstandsregistratiekaart gemaakt vanaf de OP

geweldsinstructie

► lijst met (corvee)werkzaamheden

► minimaal twee (2) verbindingsmiddelen

overgave/overname-lijst (HOTO t.b.v. inventaris OP)

► panoramaschets gemaakt vanaf de OP

► radiologboek

► rapportageformulieren, zoals Firing Close Report, Incident Report, Overflight Report, Shooting Report en Situation Report (SitRep)

► stafkaart van het gebied

► wachtschema

Een OP kan ook mobiel zijn, d.w.z. met de mogelijkheid om snel te verplaatsen. Een dergelijke OP wordt ook wel mobiele observatiepost (Engels: roving OP) genoemd.

Zie ook: afstandsregistratiekaart (ARK), Firing Close Report, Incident Report, Overflight Report, perimeter defences, sangar, Shooting Report, Situation Report (SitRep) en waarnemen.

Terug naar Boven

 

OBSERVER/TRAINER

Afgekort: O/T.

De nieuwerwetse variant van de O/T'er is de Opleider-Trainer-Evaluator (OTE'er).

OTE'ers werken bijvoorbeeld bij het Land Training Centre om eenheden tijdens trainingen en oefeningen te ondersteunen en begeleiden.

Ondersteuning bieden ze door de deelnemers te observeren en met hen te evalueren wat er goed en minder goed ging.

De O/T'er observeert en coacht vanuit zijn specialisme oefenende militairen. Hiertoe heeft hij/zij een opleiding gevolgd.

O/T'en is een randvoorwaarde voor trainingsondersteuning (TROST) aan zowel de operationele commandant als Exercise Control (EXCON).

O/T wordt in het bijzonder ingezet in de opwerkperiode voor uitzendingen, inclusief de eindoefeningen.

Bij eindoefeningen bestaat de EXCON uit de oefenleiding, analisten en role-play. EXCON stuurt de te oefenen eenheden aan en coŲrdineert de gesimuleerde acties.

De evaluatieve kwaliteiten van het O/T-personeel dragen er mede toe bij dat eenheden goed voorbereid kunnen worden uitgezonden.

Inzet van O/T'ers gebeurt onder meer om de volgende redenen:

► Evaluatie van Opleiding & Training op effectiviteit (wordt het doel bereikt?) en efficiency (wordt veel gedaan in weinig tijd?) ter verhoging van het trainingsrendement.

► Gebruik van specifieke onderwijsleermiddelen (OLM) vereist de inzet van daaraan gerelateerde O/T’s.

► O/T is een middel voor de commandant om de praktijk te toetsen aan doctrine en tactiek.

► O/T is een middel voor de commandant om informatie te vergaren over het niveau van O&T van zijn eenheid en staf, in het bijzonder over het bereiken van de status van operationele en inzetgereedheid.

De O/T, de opvolger van de hulpleider (HL), staat de oefenende troepen met raad en daad terzijde en levert daartoe advies en assistentie (A&A). Na afloop van een gesimuleerde actie wordt de deelnemende militairen een spiegel voorgehouden.

De feedback uit de evaluaties levert leermomenten op, waarmee leerwinst wordt geboekt. Het leerrendement wordt verhoogd door simulaties te herhalen ("Herhaling is de kracht van de KL").

De O/T bewaakt de doorlopende leerlijn van de te oefenen militairen. Naast de algemene oefenlijn wordt per specialisme geobserveerd en, indien nodig, getraind. Zo wordt de oefening van militair geneeskundig personeel ondersteund door de beschikbaarheid van geneeskundige Training Support Packages (TSP) - onder andere met de inbreng van een oefengewondenspel - en O/T'ers die specifiek zijn opgeleid voor geneeskundig personeel.

Voor de O/T is doctrine een (hulp)middel, geen (trainings)doel.

De O&T-doctrine is vastgelegd in doctrinair afgeleide documenten, zoals Doctrine Publicaties, voorschriften, leidraden en handboeken. Medio 2016 verschijnt het Handboek Opleiden en Trainen (Doctrine Publicatie LAND-E&T-8) door zorg van het Land Warfare Centre (LWC), dat kennisadviseur Opleiding & Training is voor het Commando Landstrijdkrachten. Doctrine Publicatie LAND-E&T-8 vervangt de LD 8 (Leidraad Opleiding & Training).

Het feitenmateriaal dat tijdens een oefening door O/T'ers wordt verzameld, vormt de kern van een After Action Review (AAR). De AAR wordt door een O/T uitgevoerd in een open, vertrouwelijke sfeer, in een daartoe geschikte omgeving of ruimte, waarbij de oefening en/of operatie tijdelijk wordt stilgelegd.

De inzet van O/T'ers, analisten, instructeurs, oefenleiders en scenarioschrijvers van events moet leiden tot het doelmatig en doeltreffend organiseren van oefeningen en een verbetering van de geoefendheid van de te oefenen eenheden.

Zie ook: After Action Review (AAR), doorlopende leerlijn, feedback, Land Training Centre (LTC), Land Warfare Centre (LWC), Mobile Combat Training Centre (MCTC), Opleiding & Training (O&T) en role-play.

Terug naar Boven

 

OBSTACLE BELT

SperrgŁrtel.
barrier (synoniem).
ceinture d'obstacles.

Hindernisgordel.

Gebied, vastgesteld op brigadeniveau of lager, waarin tussen het voorste gevecht en de hoofdverdediging tactische hindernissen ten behoeve van de manoeuvre worden geconcentreerd.

De reeks hindernissen hangt onderling samen, is aaneengesloten en heeft als doel vijandelijk optreden tegen te gaan, te belemmeren of te beÔnvloeden.

 

Obstacle belt (hindernisgordel), in dit geval gecontroleerd door 13 (NLD) Infanteriebataljon Luchtmobiel Air Assault.

Het leggen van een hindernisgordel kan in alle soorten operaties plaatsvinden.

Een (gemarkeerde) hindernisvrije strook in het terrein waar eigen troepen een hindernis(gordel) kunnen passeren wordt een doorgang (barrier gap) genoemd. De strook kan worden gesloten met bijvoorbeeld een laplandversperring.

Tactisch samenhangende, in de diepte geŽchelonneerde hindernisgordels vormen een hindernissenstelsel (barrier system).

Zie ook: hindernis, hinderniswaarde.en laplandversperring.

Terug naar Boven

 

OCIO

Het OCIO is verantwoordelijk voor de Algemene Militaire Opleiding (AMO) voor soldaten en korporaals bij de reguliere eenheden van de Koninklijke Landmacht én voor de Algemene Militaire Opleiding Luchtmobiel (AMOL) voor soldaten en korporaals bij de landmachtcomponent van 11 Air Manoeuvre Brigade.

De opleidingen worden verzorgd bij de schoolbataljons:

Schoolbataljon Noord

(Sbat Noord)

Johan Willem Frisokazerne

Assen

Schoolbataljon Centraal

(Sbat Centraal)

Jan van Schaffelaarkazerne

Ermelo

Schoolbataljon Zuid

(Sbat Zuid)

Generaal-majoor De Ruyter-Van Steveninckkazerne

Oirschot

Schoolbataljon Luchtmobiel

(Sbat Lumbl)

Oranjekazerne

Schaarsbergen

Tijdens de AMO(L) worden de militaire basisvaardigheden ten behoeve van de militaire basiseisen aangeleerd.

Na met succes de AMO(L) te hebben volbracht, vervolgt de rekruut zijn functie-opleiding, voor het vervullen van zijn toekomstige functie bij een parate eenheid, bij één van de specifieke opleidings- en trainingscentra.

De AMO duurt 4 maanden, de AMOL 5 maanden. Slagen voor de AMOL betekent dat de geëxamineerde rekruut gerechtigd is tot het dragen van de rode baret. Aan het einde van de AMO(L) heeft de geëxamineerde rekruut in de regel de stand van soldaat der eerste klasse.

Voorbeelden van functie-opleidingen zijn die van genist op het Opleidings- en Trainingscentrum Genie, radiobedienaar op het Opleidingscentrum Ede, rupschauffeur op het Opleidings- en Trainingscentrum Manoeuvre en artillerist op het Opleidings- en Trainingscentrum Vuursteun. In de regel ressorteren deze opleidings- en trainingscentra onder het Opleidings- en Trainingscommando (OTCO), dat is voortgekomen uit het toenmalige Commando Opleidingen Koninklijke Landmacht (COKL). Een uitzonderingspositie geldt echter de functie-opleiding voor geneeskundig (hulp)personeel aan het Opleidingscentrum Militair Geneeskundige Diensten (OCMGD), dat niet onder het OTCO valt. Het Ďpaarse', joint opleidingscentrum valt onder het Militair Geneeskundig Facilitair Bedrijf (MGFB), dat op zijn beurt deel uitmaakt van het Commando Diensten Centra (CDC).

Naast een taakstelling in het kader van opleiding & training, verzorgt het OCIO oriëntatietrajecten op scholen in de burgermaatschappij; ook organiseert het OCIO kennismakingsweken. Het einddoel van beide activiteiten is het werven van personeel om vacatures bij de parate eenheden op te vullen.

Organogram van het Opleidings Centrum Initiële Opleidingen

OT&R

Overige Taken & Remedial. In deze opleidingscompagnie krijgen uitvallers een tweede kans. Het gaat hier met name om rekruten die zijn uitgevallen met blessures, rekruten die preventief in deze subeenheid worden opgenomen bij een onvoldoende tussentijdse score.

 

IFO
Initiële & Functie Opleidingen.

Sinds 27 juni 2007 heeft het Schoolbataljon Centraal opgehouden te bestaan. Sindsdien resteren er dus drie schoolbataljons.

Zie ook: drillkruid.

Terug naar Boven

 

O.C.O.K.A.

Binnen de U.S. Army (Field Manual 34-130, 'Intelligence Preparation of the Battlefield', 1993), een acroniem en ezelsbruggetje waarin de militaire aspecten van het terrein worden geŽvalueerd.

O.C.O.K.A. is vergelijkbaar met het Nederlandse H.N.B.W.V., het terrein- en weeraspect van het O.T.V.O.E.M.:

O

Observation & Fields of Fire

waarnemingsmogelijkheden en schootsvelden

C

Cover & Concealment

vuur- en zichtdekking

A

Obstacles

hindernissen

K

Key or Decisive Terrain

belangrijke of essentiŽle gebieden

A

Avenues of Approach

naderingsmogelijkheden

De OCOKA-factoren worden gewogen in het kader van mee te nemen wapens en materieel, de missie en samenstelling van de eenheid, het niveau van commandovoering en het soort missie.

Zie ook: hindernis, H.N.B.W.V., O.T.V.O.E.M. en vuur- en zichtdekking.

Terug naar Boven

 

O.C.O.S.D.

Voluit: Opleidingscentrum Officieren van Speciale Diensten.

Van 1974 tot 1 juli 1996 bestaand centrum voor de verkorte officiersopleiding, gevestigd op de Seeligkazerne en de Trip van Zoudtlandtkazerne in Breda. Als zodanig tegenhanger van de KMA.

De verschillen tussen het OCOSD en de KMA:

 

OCOSD

KMA (vůůr 1996)

vooropleiding

HAVO

VWO (atheneum/gymnasium)

opleidingsmodus

Meer praktijkgericht dan theoretisch

Meer theoretisch opgeleid dan praktisch

opgeleid tot

troepencommandant

stafofficier

eindrang

overste of kolonel

bij gebleken geschiktheid doorgroei tot opperofficier (generaalsrangen) mogelijk

benaming

B-officieren

A-officieren

Het ponceaurode embleem met witte rand van het OCOSD bestaat uit de klimmende leeuw uit het Nederlandse Rijkswapen, op een rond, gepareld veld. Het geheel is gedekt door de Koninklijke kroon en gelegen op een gestileerde W (Wilhelmina). Aan de onderzijde van het goudkleurig metalen embleem bevindt zich een banderol met het devies "Suscipere Et Finire" ("Ondernemen en voltooien").

De geschiedenis van het OCOSD is door dr. Willem Bevaart beschreven in nummer 18 van de Brochurereeks Sectie Militaire Geschiedenis S.M.G.: 'Kort maar krachtig. Een geschiedenis van het OCOSD en het OCO 1974-1996 (1996).

Terug naar Boven

 

O.D.B.

Voluit: Onderhoud, Diagnose en Berging.

Groep (ODB-groep) met monteurs die op compagniesniveau is ingedeeld. Wanneer de ODB-groep een reparatie niet binnen een bepaald tijdsbestek kan uitvoeren, wordt een afspraak gemaakt met het hoger echelon: de herstelcompagnie.

Verdere taken van de ODB-groep:

► (steekproefsgewijs) controleren van de staat van het materiaal

► begeleiden het gebruikers- en onderdeelsonderhoud (o.a. geleid onderhoud)

► beheren van de wapenkamer

► controleren van de op het onderdeel opgemaakte eerste echelons Inspectie Werkkaarten (1-IWK’s)

► repareren van uitrustingsstukken, voertuigen en wapens (te velde)

► voeren periodieke onderhoudsbeurten uit

De ODB-groep bestaat in de regel uit een Sergeant-Majoor Onderhoud Diagnosticus (SMOD), Sergeant Onderhoud Diagnosticus (SOD), korporaal wapenhersteller en korporaal verbindingsmonteur. Allen zijn opgeleid tot monteur (rups- en/of wiel)voertuigen.

Zie ook: roze lijst (1-IWK) en Sergeant-Majoor Onderhoud Diagnosticus (SMOD).

Terug naar Boven

 

OEfening

Kortst mogelijke definitie: nabootsing van de werkelijkheid, d.w.z. crisisbeheersings- en/of oorlogsomstandigheden.

Volgens het Algemeen Militair Ambtenaren Reglement (AMAR) en het Burgerlijk Ambtenaren Reglement Defensie (BARD) is de definitie:
"Elk door defensiepersoneel in praktijk brengen van onderwezen bekwaamheden teneinde aldus de bedrevenheid in het uitvoeren van aan de krijgsmacht opgedragen operationele taken te verwerven, te vergroten of te onderhouden."

Volgens kolonel der artillerie b.d. Leo J.J. Dorrestijn ('Vuur geŽindigd!', pagina 109) zijn de zaken "die op oefening echt nodig zijn goede verbindingen, tijdige planning, voldoende nachtrust en ingewerkte onderofficieren."

Zie ook: Vuur geŽindigd! (kolonel der artillerie b.d. Leo J.J. Dorrestijn, 2006).

Terug naar Boven

 

OEFENRAMPTERREIN

Afgekort: ORT.

Het ORT was gevestigd aan de Amersfoortsestraatweg in Crailo, gemeente Bussum, op het terrein van de Kolonel Palmkazerne.

Op het ORT oefenden, behalve de krijgsmachtdelen, ook politie- en brandweereenheden. Hoofdgebruiker was de Instructiegroep Bedrijfshulpverlening/Technische hulpverlening (BHV/THV) van het Opleidingscentrum Logistiek (OCLog) van de Koninklijke Landmacht.

Zaken die onder andere konden worden beoefend waren:

 
► aanleren van de spreidmethode om een slachtoffer uit een huis te vervoeren
► beoefenen van de vaardigheidsbaan
opbinden van een slachtoffer op een draagbaar met behulp van 12-meter-lijnen (O.E.K.E.)
► vervoer van oefengewonden in kruipruimten, kelders, huizen zonder trap of lift
► zelfredding in het kader van basisreddingstechnieken

De vaardigheidsbaan bestond uit een aantal moeilijk begaanbare hindernissen, die moesten worden genomen zonder gebruik te maken van hulpmiddelen.

De hindernissen waren:

puinbak

ongelijke muren met daartussen balken

dakbeschot

kolenbunker

rioolbuizen

ingestorte vloer

hoge muur met vier kleine ramen

De vaardigheidsbaan werd genomen door een groep cursisten, waarvan ťťn oefengewonde liggend en opgebonden op een draagbaar.

Het nemen van de hindernissen kon worden bemoeilijkt door de opdracht te laten uitvoeren onder tijdsdruk en/of zonder met elkaar te mogen spreken.

Het terrein van het ORT is medio 2006/'07 verkocht aan de gemeente Bussum.

Zie ook: O.E.K.E.

Terug naar Boven

 

OEFENTERREIN

Terug naar Boven

 

O.E.K.E.

Ezelsbruggetje dat wordt gebruikt voor de punten ter hoogte waarvan een slachtoffer op een draagbaar dient te worden gefixeerd wanneer in slecht terrein of oorden vervoer noodzakelijk is.

Bij het opbinden van het slachtoffer door middel van de kruismethode, worden ter hoogte van OEKE halve steken gemaakt om het touw dat langs de draagbaar loopt:
O
Oorhoogte
E
Ellebooghoogte
K
Kniehoogte
E
Enkelhoogte

Zie ook: oefenrampterrein (ORT).

Terug naar Boven

 

OERLIKON KBA, 25 MM SNELVUURKANON

Na het uitfaseren van de mitrailleur .50 inch Browning M2 HB, medio 1977/'78, is de Oerlikon in de bewapening gekomen.

YPR-PRI met in de geschutskoepel het snelvuurkanon Oerlikon KBA.

Het (lucht)verdedigingswapen van de Zwitserse fabrikant Oerlikon Contraves doet dienst op de YPR-Pantser Rups Infanterie (PRI), waar het in de geschutskoepel is aangebracht.

Met de Oerlikon kan automatisch vuur worden uitgebracht op zowel grond- als luchtdoelen.

Specificaties:

effectieve dracht

1500 meter

kaliber

25 x 137 mm

vuursnelheid

550 schoten per minuut

Terug naar Boven

 

OFFICIER

Militair met de rang van tweede luitenant of hoger.

Binnen de Koninklijke Landmacht worden de volgende officiersrangen onderscheiden:

(Subalterne) officieren

Tweede luitenant

Eerste luitenant

Kapitein

Hoofdofficieren

Majoor

Luitenant-kolonel

Kolonel

Opperofficieren

Brigadegeneraal

Generaal-majoor

Luitenant-generaal

Generaal

Zie ook: generaal, onderofficier en titulatuur.

Terug naar Boven

 

OFFICIER VAN KAZERNEPIKET

Dienstaufsichtsbeamter.
duty officer.
officier de permanence.

Afgekort: OKP. Synoniemen: officier van kazernedienst; officier van piket; officier van (de) wacht. Bijgenaamd: paniekboer, waakhond.

Militair die buiten de diensturen het directe toezicht uitoefent op de naleving van de handhaving van de orde en rust in de kazerne.

In een aanwezigheidsdienst (piket) op de kazerne is hij bijvoorbeeld verantwoordelijk voor het handhaven van het in 2004 ingevoerde Reglement ORD (Orde, Rust en Discipline).

Voor zijn taakstelling kan de kazernedienst van de OKP de beschikking hebben over een op afroep beschikbare troep. De OKP is verantwoording verschuldigd aan de commandant van de Lokale Facilitaire Dienst (LFD).

Voorheen rustte op de schouders van de OKP ook de verantwoordelijkheid voor de veiligheid op de kazerne; hij moest zich afvragen wat de zwakke plekken in de vredesbewaking waren en wat er mis zou kunnen gaan. De OKP moest genomen veiligheidsmaatregelen regelmatig in twijfel stellen om na te gaan of zij nog afdoende waren en moest zich afvragen wat te doen als zich een calamiteit voordeed.

Ringkraag van de OKP.

Het onderscheidingsteken van de OKP is de ringkraag.

Van oorsprong is dit een metalen kraag die boven het harnas om de hals werd gedragen en voornamelijk tot de wapenrusting van de 17e-eeuwse cavalerie behoorde.

De huidige ringkraag – een maanvormige, verzilverde en met het Rijkswapen versierde plaat met een grootste breedte van 16,3 cm - wordt onder andere door de Nederlandse OKP tijdens het uitoefenen van zijn dienst om de hals en voor de borst gedragen.

De ringkraag is in 1933 ingevoerd door luitenant-generaal Jonkheer Willem Roëll, de toenmalige Commandant van het Veldleger en de Vesting Holland.

Het ontwerp is van de Haagse zilversmid Frans Zwollo.

Het verhaal gaat dat de toenmalige minister van Oorlog Hendrik van Boeijen (1889-1947), die geen enkele kennis had van de militaire organisatie, dacht dat met de "officier van piket" iemand werd bedoeld die als achternaam ‘Van Piket’ had (bron: 'Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog’ - Lou de Jong, deel IX).

Terug naar Boven

 

O.F.G.A.

Voluit: O.F.G.A.-model.

Gespreksmodel dat onder andere kan worden toegepast bij het evalueren en bemiddelingsgesprekken.

O

OPENING

►CreŽer een oplossingsgerichte sfeer

 

►Geef aanleiding en doel van het gesprek aan

 

►Geef de gespreksregels aan

F

FEITELIJKE SITUATIE/GEDRAG

►Beschrijf wat je zelf hebt waargenomen

 

►Laat de ander de situatie beschrijven

 

►Bewaak hierbij de gespreksregels

 

►Vat samen*

G

GEWENSTE SITUATIE/GEDRAG

►Bespreek de gevolgen van het door de ander vertoonde gedrag

►Laat de ander komen met verbeteringsvoorstellen

►Vat samen*

►Laat de ander een oplossing kiezen

A

AFRONDING

►Vat de oplossing samen

►Maak afspraken

►Spreek het vertrouwen uit in de oplossing en de toekomst

►Sluit het gesprek af

* Samenvatten moet neutraal en regelmatig plaatsvinden.

Zie ook: bemiddelingsgesprek.

Terug naar Boven

 

O.F.S.S.L.A.

Ezelsbruggetje dat wordt gebruikt voor de handelingen die achtereenvolgens moeten worden uitgevoerd nadat vijandelijke militairen krijgsgevangen zijn gemaakt:
O

Ontwapenen

Wapen en uitrusting afnemen en voorzien van het krijgsgevangenenlabel (DF 73)

F

Fouilleren

Lichaam, kleding en uitrustingsstukken doorzoeken; documenten samen met krijgsgevangene afvoeren; krijgsgevangene boeien en blinddoeken.

S

Scheiden

Belangrijke en vrouwelijke krijgsgevangenen onmiddellijk scheiden.

S

Stilte en discipline handhaven

Geef krijgsgevangene ťťn zekerheid: de onzekerheid.

L

Labelen

Voorzie documenten en materieel van het krijgsgevangenenlabel (DF 73).

A

Afvoeren

Zo spoedig mogelijk, liefst geboeid en geblinddoekt, afvoeren; veiligheids(onder)officier regelt afvoer.

Bij het "scheiden" moet worden gedacht aan het scheiden van personeel van materieel, combattanten van non-combattanten, mannen van vrouwen, officieren van onderofficieren en manschappen.

Naslag:
HB 2-1352 (hoofdstuk over Humanitair Oorlogsrecht)
►MP 11-20 (Verdrag III betreffende behandeling krijgsgevangenen Conventies van Genève)

De nieuwerwetse variant van O.F.S.S.L.A. is O.F.S.S.S.A. Zie ook krijgsgevangene.

Terug naar Boven

 

O.F.S.S.S.A.

De nieuwerwetse variant van O.F.S.S.L.A.:

O

Ontwapenen

► krijgsgevangene ontwapenen
► wapen op veilige plaats leggen

F

Fouilleren & Labelen

► fouilleer de krijgsgevangene (in spreidstand tegen een boom, op handen en knieŽn op de grond zitten)
► alle uitrusting doorzoeken op documenten, kaarten, munitie, wapens e.d.
► niet afnemen: beschermende militaire uitrusting (CBRN-masker), eetgerei, ID/herkenningsplaatje, kleding, rangonderscheidingstekens, persoonlijke bezittingen (foto's e.d.)
► alles labelen (DF 73)
► alle documenten in enveloppe (LF 14244)

S

Scheiden

► scheiden van de krijgsgevangenen in groepen: mannen en vrouwen apart
► scheiden in subgroepen: officieren, onderofficieren, korporaals, manschappen, politici, burgers

S

Stilte opleggen en handhaven

► niet met elkaar laten praten
► zelf niet met krijgsgevangenen spreken (uitgezonderd het geven van bevelen)
► veters uit schoenen
► geblindeerde bril en oorbescherming plaatsen
► handen met tie-rips voor het lichaam vastbinden

S

Snelheid

► snelheid in het behandelen en afvoeren
► overdragen krijgsgevangene aan hogere niveau (CSM)

A

Afvoer

► afvoeren
► groepen bij elkaar houden
► houd rekening met afleidingsmanoeuvres en ontsnappingspogingen

Terug naar Boven

 

OLK

Voluit: Opleiding voor Leidinggevende Korporaals. Opleiding die initieel werd gegeven aan plaatsvervangend en waarnemend groepscommandanten bij de infanterie bij 11 Luchtmobiele Brigade in de rang van korporaal.

De Koninklijke Militaire School (KMS) startte in 2007 met een pilot van de algemene Opleiding voor Leidinggevende Korporaals (OLK).

De opleiding is bedoeld voor korporaals die een functie gaan vervullen als plaatsvervangend groepscommandant of leidinggevend korporaal.

Hoofdonderwerpen van de OLK zijn commandovoering, instructiebekwaamheid en leidinggeven.

Voor de korporaal in de OLK houdt commandovoering haar basisbeginselen in, maar ook het waarschuwingsbevel, de analyse van het pelotonsbevel en het maken van een groepsbevel.

Instructiebekwaamheid houdt voor de koporaal in de OLK in dat de Elementaire Instructie Bekwaamheid is ingebed in de opleiding. Na het volgen van de OLK wordt de korporaal in staat geacht binnen zijn groep kennis over te dragen, herhalingslessen te geven en een eenvoudige voorlichting over de uit te voeren werkzaamheden van zijn ploeg/groep te kunnen houden.

De opleiding duurt vier weken.

Korporaals die de OLK succesvol hebben afgerond, mogen voor de duur van hun functie een functie-onderscheidingsteken dragen.

Het functie-onderscheidingsteken is gelijk aan dat van korporaal (der eerste klasse), alleen staan boven de strepen ook twee gekruiste Diemaco's afgebeeld.

Op 30 november 2007 reikten de Commandant Landstrijdkrachten, luitenant-generaal Peter van Uhm, en CLAS-adjudant Theo Witlox de eerste 28 functieonderscheidingstekens uit.

Functie-onderscheiding voor de korporaal der eesrte klasse die de OLK succesvol heeft afgerond.

'Leidinggevende korporaal naast groepscommandant', De Onderofficier, juli/augustus 2013.'Leidinggevende korporaal naast groepscommandant', De Onderofficier, juli/augustus 2013.

Zie ook: commandovoering, instructiebekwaamheid, leidinggeven, Koninklijke Militaire School (KMS) en korporaal.

Terug naar Boven

 

OLM

Onderwijsleermiddelen.

Middelen die, ondersteunend, kunnen worden gebruikt voor het geven (door de instructeur) en ontvangen (door de leerling) van activiteiten gericht op het aanleren, bestendigen en/of verbeteren van kennis, skills en drills.

Onderwijsleermiddelen zijn algemene goederen die behoren tot de klasse IV. Eindverantwoordelijk voor de aanvraag van onderwijsleermiddelen is de sectie 3.

Onderwijsleermiddel Microsoft PowerPoint, gepresenteerd door Fokke & Sukke.

Bron: NRC Handelsblad, 7 september 2001.

Behalve lesmateriaal, zoals kantoorartikelen, dienstvoorschriften, overige boekwerken, DVD's en videobanden, exercitiemunitie en schietbaanbenodigdheden, is OLM al het materiaal dat de instructeur nodig heeft voor het feitelijk geven van instructie, waarbij de nadruk vaak ligt op praatje/plaatje/daadje.

Voorbeelden van OLM ten behoeve van de instructeur zijn: audio- en videoapparatuur, computer (PowerPoint, Prezi), beamer en projectiescherm, katheder, overheadprojector, schoolbord en whiteboard.

Het juiste gebruik van OLM ten behoeve van de instructeur staat omschreven in kerngedraging 35.

Geavanceerde onderwijsleermiddelen (GOLM) zijn onder andere simulatoren – waarmee de opleidingen doelmatiger verlopen en de milieubelasting wordt beperkt, zoals de SIM-KKW en de Human Patient Simulator – managementspellen en scenarioanalyses.

Ook mensen kunnen fungeren als onderwijsleermiddel, bijvoorbeeld bij het beoefenen van gespreksvormen. Zo worden in de Primaire en Secundaire Vorming dramadocenten (drado's - professionele acteurs en actrices) ingezet ter ondersteuning van begeleidings- en bemiddelingsgesprekken.

Onderwijsleermiddelen voor de Geneeskundige Dienst: linksboven een fantoomarm voor het infunderen, linksonder een fantoomtorso voor het intuberen en rechts een Resusci Anne-pop voor het reanimeren.

Zie ook: kerngedragingen instructeur, klasse en praatje/plaatje/daadje.

Terug naar Boven

 

O.M.A.

Ezelsbruggetje:

O

Overtuiging

M

Mening

A

Aanname

Wanneer je eigen overtuigingen, meningen en aannames in mondelinge communicatie achterwege laat, luister je beter naar de boodschap van de ander en help je de ander om zijn/haar boodschap beter over te brengen.

Hiermee kunnen de echte zienswijze van de ander en de feiten boven tafel komen.

Terug naar Boven

 

OMGAAN MET MEDIA

media awareness.

Cursus die onder andere wordt gegeven in het kader van de Missie Gerichte Opleiding.

De cursus leert hoe correct, tijdig en in het belang van de Defensieorganisatie de pers kan worden geÔnformeerd.

Perscontacten, Public Relations en voorlichting over de Defensieorganisatie zullen in eerste instantie lopen via de Sectie Communicatie van de eenheid, voorlichters van het betreffende krijgsmachtdeel en de Directie Voorlichting van het Ministerie van Defensie, of in uitzendgebieden via de Contingentscommandant (Contco) of Senior National Representative (SNR), maar het komt wel degelijk voor dat de individuele militair wordt geÔnterviewd door journalisten.

Daarbij is het zaak dat de individuele militair doet wat hij mag en nalaat wat hij niet mag, waartoe de Instructiekaart (IK) 2-1251 een praktisch format is:

Het format van IK 2-1251, vastgesteld door de Bevelhebber der Landstrijdkrachten, zorgt ervoor dat de individuele militair vertelt wat hij wil vertellen, zodat achteraf teleurstelling wordt voorkomen als hij het interview terughoort, -leest of -ziet.

Overigens begint een goede benadering van de pers met een correct militair voorkomen (attitude, taalgebruik en tenue).

De pers, die graag een primeur (scoop) wil brengen, hanteert een nieuwsformat bestaande uit vijf A's:

► Actualiteit

Speelt het onderwerp?

► Aantal

Is het onderwerp interessant genoeg voor grote groepen mensen?

► Afwijking

Wijkt het onderwerp af van gangbare dan wel te verwachten ontwikkelingen?

► Amusementswaarde

Is het onderwerp leuk, spannend en/of visueel te maken met beeldmateriaal?

► Afwisseling

Is er een onderlinge samenhang met een ander nieuwswaardig onderwerp?

Zie ook: embedded journalism, Every soldier a spokesperson, oorlogscorrespondent, operational security en psychological operations.

Terug naar Boven

 

OMGEKEERDE V

Omgekeerde V op een Mercedes Benz-terreinwagen van de Geneeskundige Dienst.

chevron.

Herkenningsteken voor eigen troepen in de vorm van een omgekeerde letter V, en soms de V op zijn kant, om eigen troepen vanuit de lucht gemakkelijk te kunnen herkennen.

De omgekeerde V staat ook bekend als een van de binnen de NAVO gevoerde beschermingsmaatregelen tegen friendly fire, vergelijkbaar met een marker panel.

Een militair voertuig dat binnen een militaire operatie tot dezelfde bondgenoot- of vriendschappelijke (geallieerde) troepen behoort, wordt aan de voor-, achter- en zijkanten (portieren) voorzien van een grote omgekeerde V, die witgekleurd is en bijvoorbeeld kan worden uitgevoerd met sporttape of verf.

Zie ook: friendly fire en marker panel.

Terug naar Boven

 

OMLOOPTIJD

Umlaufzeit.
turnaround (cycle) time.
pťriode de circulation.

Tijd- en ruimtefactor die de periode aangeeft die een transportmiddel nodig heeft om een totale afstand heen en terug te verplaatsen.

In deze periode wordt uitgegaan van een gemiddelde snelheid, die kan worden berekend aan de hand van het langzaamste verplaatsende transportmiddel.

De omlooptijd is een essentiŽle factor van invloed bij de locatiebepaling van gevechts(verzorgings)steuneenheden. De omloopafstand beŽnvloedt direct de omlooptijd, maar is evengoed afhankelijk van verschillende externe factoren:

■ calamiteiten/eventualiteiten onderweg
■ lengte van routes in de AOR
■ logistieke zelfvoorzienendheid van overige eenheden in de AOR
■ meest gedisloceerde locatie in de AOR
■ soort operatie/gevecht
■ soort transportmiddel
■ tijd tussen heen- en terugverplaatsen op locatie benodigd (aftanken, gewondenbehandeling, herbevoorraden, herbewapenen, laden/lossen en overige activiteiten)
■ tussentijds wijzigende terrein- en weersomstandigheden
■ vijandelijke activiteiten
■ voorraadniveaus in de AOR
■ voorwaarts ontplooide eigen troepen (FOB’s e.d.), die de footprint vergroten en de omlooptijden verkorten

Voor de geneeskundige ondersteuning is de omlooptijd van levensbelang: het golden hour is hier direct van afhankelijk. Altijd dient rekening te worden gehouden met het ter beschikking hebben van capaciteit om het gevecht te kunnen blijven volgen, in het bijzonder bij een hoog operationeel tempo en de grote diepte van het aanvallend gevecht.

De omlooptijd dicteert de wijze van optreden: bij afwezigheid of kleiner worden van de omlooptijd zijn de patiŽnten het snelst bij een geneeskundige inrichting. Uitgaande van het worse case-scenario van de afwezigheid van helikopters ten behoeve van de afvoer van patiŽnten, mag de omlooptijd niet te groot worden.

Toegang tot het militaire gezondheidszorgsysteem moet planmatig in de nabijheid zijn van de plaats van gewond-raken, anders is de eerste bedreiging die van een snel oplopende omlooptijd tussen de plaats van gewond-raken en de geneeskundige inrichting.

Het behoud van aansluiting met gevechtseenheden en het naasthogere niveau van zorg heeft prioriteit. Indien zo ver mogelijk voorin kan worden ontplooid (gewondennest, MEDPUP) is, in iederg geval planmatig, de doelmatigheid optimaal en de omlooptijd minimaal.

Terug naar Boven

 

OMTREKKING

(tiefe) Umfassung; Angriff in den RŁcken.
turning movement.
contournement.

Afgekort: omtr.

Synoniem: omtrekkende beweging.

Manoeuvrevorm in het aanvallend gevecht (in de diepte) waarbij het zwaartepunt in een aanval wordt gericht op doelen in de diepte, zodat de opponent wordt gedwongen zijn weerstand of hoofdopstellingen op te geven of eenheden in te zetten tegen de dreiging in de rug.

Bij de omtrekking wordt langs ťťn of beide flanken langs de opstellingen van de opponent getrokken.

VERTICALE OMTREKKING

Door verplaatsing door de lucht kan een luchtmobiele eenheid in de diepte een verticale omtrekking uitvoeren, met een air landing (luchtlanding), air drop (parachutisten) of air assault (luchtlandingsstorm).

Door verrassing uit te buiten kan:

► een gebied worden vermeesterd, of juist worden behouden;
► een terugtrekkende opponent worden ingehaald;
► in de diepte een doorgang worden geblokkeerd.

Het verrassingseffect kan niet worden gecombineerd met abominabele weersomstandigheden vanwege de gebruikmaking van helikopters.

Het doel van de omtrekking is de vijandelijke lines of communication te bereiken, met een aanval op de flank(en) of in de rug de opponent de pas af te snijden van eigen troepen en tot slot ontsnapping van de opponent te voorkomen.

Wanneer de opponent in de terugtocht wordt belemmerd, is de weerstand normaliter snel gebroken.

Om een eigen omtrekking (of omvatting) door de opponent te voorkomen kan een terugtrekking worden uitgevoerd of het gevecht worden afgebroken.

Omtrekkingen kunnen zowel langs ťťn flank (enkele omtrekking) als langs beide flanken (dubbele omtrekking) plaatsvinden.

Weerstanden die zich blijven verzetten en CBRN-besmette gebieden worden in de regel omtrokken.

Het misleidings- en verrassingseffect van de omtrekking is optimaal, met name in combinatie met abominabele weersomstandigheden (mist, sneeuwval, storm). De opponent kan met een correct voorbereide en uitgevoerde omtrekking worden uitgemanoeuvreerd.

Zie ook: achtervolging en omvatting (omsingeling).

Terug naar Boven

 

OMVATTING

Umfassung; Angriff in die Flanke/gegen den RŁcken.
envelopment.
encompassement.

Synoniem: omsingeling.

De omvatting is een manoeuvrevorm tijdens het aanvallend gevecht, evenals doorbreking, frontale aanval en omtrekking.

Bij de omvatting is de hoofdaanval gericht op ťťn flank, beide flanken, de rug of de flanken in combinatie met de rug in het vijandelijke zwaartepunt.

Onderscheiden worden enkelvoudige, dubbele of verticale omvattingen:

 

Enkelvoudige omvatting

Dubbele omvatting

Verticale omvatting

 

Links- of rechtsom in ťťn aanvalsechelon naar ťťn van de vijandelijke flanken of onmiddellijk doorstoten naar de vijandelijke rug.

De enkelvoudige omvatting vormt hiermee een bedreiging voor het van binnenuit oprollen van vijandelijke fronteenheden.

In twee gescheiden aanvalsechelons links- en rechtsom (beide flanken).

De twee aanvalsechelons naderen elkaar of maken contact in de diepte.

De opponent wordt volledig omsloten (omsingeld).

De enige vijandelijke ontsnappingsmogelijkheid is achterwaarts, tenzij de terugtocht bij de omvatting is afgesneden.

Een verplaatsing van een aanvalsechelon door de lucht.

In de regel wordt de verticale omvatting uitgevoerd door air manoeuvre- of Special Forces-eenheden.

Verscholen achter een bosrand of heuveltop kunnen grondtroepen steun verlenen in verticale hit-and-run acties.

Eisen van een omvatting:

► Bijzondere beschermingsmaatregelen ten aanzien de eigen flanken.
► De opponent dient te worden vernietigd in zijn (voorste) opstelling.
► De opponent heeft flanken waarlangs kan worden verplaatst, zonder dat daar een beslissend gevecht hoeft te worden aangegaan.
► Eigen troepen groeperen in de diepte.
► Het grootste deel van de ingezette middelen voert de manoeuvre uit in direct vuurcontact met de opponent na de inbraak of na het passeren van de voorste rand weerstandsgebied.

Zie ook: aanvallend gevecht.

Terug naar Boven

 

ONBESTREKEN RUIMTE

Engels: dead space. Een gebied dat weliswaar binnen het maximale bereik van radar, waarneming of wapen ligt, maar niet kan worden bestreken door effectief vuur en/of waarneming vanuit een bepaalde positie.

De redenen hiervan kunnen divers zijn: tussengelegen obstakels, aard van het terreindeel (geaccidenteerd, bergachtig), kenmerken van krom- of vlakbaanvuur of beperkingen van het wapen.

Het beste om van een onbestreken een bestreken ruimte te maken is het verbeteren van de eigen positie.

Zowel de bestreken als de onbestreken ruimte in beeld gebracht.

Terug naar Boven

 

ONBEWUST BEKWAAM

De kreet "onbewust bekwaam" is de vierde fase uit de theorieën van de Amerikanen Paul Hersey en Kenneth H. Blanchard ('Management of organizational behaviour. Utilizing human resources', 1968). De theorieën zijn onder andere gemakkelijk toepasbaar bij de opleiding en training (O&T) binnen de Koninklijke Landmacht, omdat zij de fases markeren binnen het kennis- en leerproces. Het model van Hersey/Blanchard is dat van het situationeel leidinggeven.

De vierde fase geeft aan dat de leerling/recruut op de automatische piloot, zonder er verder acht op te slaan, zich zaken (bijvoorbeeld skills en drills) volledig heeft eigen gemaakt. De leerling/recruut is nu in staat zaken te delegeren:

fase 1

INSTRUEREN

TELLING

onbewust onbekwaamBetrokkene is zich er niet van bewust dat hij zaken niet beheerst
  • weinig mensgericht
  • sterk taakgericht

fase 2

COACHEN

SELLING

bewust onbekwaamBetrokkene is zich bewust geworden dat hij zaken niet beheerst
  • sterk mensgericht
  • sterk taakgericht

fase 3

ONDERSTEUNEN

PARTICIPATING

bewust bekwaamBetrokkene werkt bewust aan veranderingen door er zorgvuldig acht op te slaan
  • sterk mensgericht
  • weinig taakgericht

fase 4

DELEGEREN

DELEGATING

onbewust bekwaamBetrokkene past het veranderde gedrag toe zonder er acht op te slaan
  • weinig mensgericht
  • weinig taakgericht

De blanco recruut bij het schoolbataljon is zich niet bewust van zijn onbekwaamheden, de onbewust-bekwame soldaat of korporaal bij de parate eenheid handelt daarentegen - althans, als het goed is - instinctief en drillmatig op de juiste wijze.

Terug naar Boven

 

ONDAS

Betekent: Onderdeels Aanvullingssysteem. Personeelsaanvullingssysteem waarbij het pelotons- of compagniesgewijs afzwaaien van de oudste lichting dienstplichtige militairen wordt opgevolgd door het opkomen van de nieuw op te leiden of al opgeleide lichting dienstplichtige militairen.

De oudste lichting wordt achtereenvolgens met klein verlof gestuurd, (twee maanden later) met groot verlof gestuurd en tenslotte ingedeeld bij een mobilisabele eenheid. In het dienstplichttijdperk was het ONDAS in het bijzonder van toepassing op manoeuvre-eenheden, terwijl staf- én gevechtsverzorgings- of logistieke eenheden vooral op individuele basis werden gevuld.

Zie ook: INDAS en rekruut.

Terug naar Boven

 

ONDERDEELKOORD VERENIGDE NATIES

Lichtblauw katoenen koord met een doorsnede van 5 mm en aan elk uiteinde voorzien van een lus zonder fluit of nestelpen. De lengte van het koord, de lussen inbegrepen, is 90 cm. Het koord wordt gedragen op de linkerschouder en eindigt in de linkerborstzak of, bij vrouwelijke militairen, onder de linkerrevers.

Het koord wordt gedragen door personeel van de ter beschikking aan de United Nations (Verenigde Naties) te stellen eenheden, maar niet tijdens de uitzending zelf.

Het onderdeelkoord VN is vastgesteld door de Chef van de Generale Staf op 14 januari 1976. Het is afgeschaft in 1995, omdat het deelnemen aan crisisbeheersingsoperaties (onder ander onder auspiciën van de VN) één van de hoofdtalen van de KL is geworden.

Saillant detail is dat de brief van Directie Personeel Koninklijke Landmacht (DPKL), waarin een en ander is verwoord, is gedateerd op 13 juni 1995. Dit is 27 dagen vóór de val van Srebrenica, de laatste VN-missie voorafgaand waaraan de militairen – in dit geval van UNPROFOR/Dutchbat – nog gerechtigd waren het onderdeelkoord te dragen. Voor latere VN-missies waaraan Nederland deelnam, zoals UNMEE in Ethiopië/Eritrea (2000/’01), was dit niet meer toegestaan.

De grootste missie ten behoeve waarvan militairen het onderdeelkoord VN hebben gedragen was de missie van de United Nations Interim Force In Lebanon (UNIFIL, 1979-1985).

Ook na het afschaffen van het onderdeelkoord Verenigde Naties is 44 Pantserinfanteriebataljon Regiment Johan Willem Friso gerechtigd gebleven het "blauwe koord" te dragen. 44 Painfbat, indertijd troepenleverancier voor de Nederlandse deelname aan UNIFIL, bewaakt de traditie van UNIFIL en heeft een zeer hechte band met de Libanon-veteranen.

Het blauwe koord ("Libanon-koord") mag echter alleen worden gedragen door militairen geplaatst op een functie bij 44 Painfbat die hebben deelgenomen aan de Oefening Blauw Koord. Destijds was ‘Blauw Koord’  een vijfdaagse selectieoefening om mee te mogen naar Libanon; na afloop kregen de deelnemers zowel het blauwe koord als de blauwe baret uitgereikt. Tegenwoordig is ‘Blauw Koord’ juist een oefening voor iedereen die bij 44 Painfbat begint. De oefening wordt ingeleid door UNIFIL-veteranen, die na afloop de koorden uitreiken.

Terug naar Boven

 

ONDERDRUKKINGSVUUR

Engels: suppressive fire. Uitbrengen van vuur op de vijand met als doel die te dwingen dekking te zoeken en aldus zijn mogelijkheid om het vuur te beantwoorden of naar een andere positie te verplaatsen te reduceren. Het eigen vuur, bijvoorbeeld afkomstig uit een ingerichte vuurbasis bij een aanval op een vijandelijke positie, overstemt het vuur van de vijand.

Karakteristieke wapens voor het afgeven van onderdrukkingsvuur zijn artillerie en machinegeweren, die – omdat ze relatief onnauwkeurig zijn – niet in de eerste plaats worden aangewend om de vijand te verslaan maar eerder als psychologisch middel.

Zie ook: spray and pray.

Terug naar Boven

 

ONDERHOUD

Alle handelingen die aan en ten behoeve van goederen moeten worden verricht om deze in bruikbare staat te brengen of te houden.

Omdat het persoonlijk wapen onderhoud nodig heeft om goed te kunnen functioneren, is dit altijd het eerste dat de militair dient te verrichten. De inspectie van het persoonlijk wapen is dan ook het eerste punt van elke functiecontrole (FUCO), zowel vůůr als na een actie.

Elk kleinkaliberwapen kan in hoofdgroepen worden uiteengenomen om met wapenonderhoudsmiddelen te worden gereinigd. Onderhoud vindt niet alleen plaats na het vuren tijdens (schiet)oefeningen of louter onder operationele omstandigheden: ook periodiek, incidenteel en bij abnormale omstandigheden.

Er bestaan verschillende soorten onderhoud - correctief, modificatief en preventief - die bij de operationele eenheden allen voorkomen. Bij de operationele eenheden moet het onderhoud aan materieel aan de volgende voorwaarden voldoen:

Mag geen overmatige belasting vormen voor de hoofdtaak van de eenheid

Moet eenvoudig uit te voeren zijn

Moet zo kort mogelijk aan het gebruik worden onttrokken

Het 1e echelons- of gebruikersonderhoud is het onderhoud dat de gebruiker dient uit te voeren. Het omvat zowel correctieve als preventieve onderhoudshandelingen. Het 1ste echelons onderhoud kan worden verdeeld in:

Onderhoud bij gebruik

► Vůůr het gebruik
► Tijdens het gebruik
► Na het gebruik

Periodiek onderhoud

Incidenteel onderhoud

Onderhoud bij abnormale omstandigheden

► Bij zeer koud weer
► Bij zeer warm weer
► Bij gebruik onder abnormale (terrein)omstandigheden
► Na het doorwaden

Het 1e echelons onderhoud staat omschreven in:

Detaillijsten (1DL)

Inspectiewerkkaarten (1-IWK)

Instructiekaarten (IK)

Onderhoudskaarten (OK)

Smeerkaarten (SK)

Technische Handleidingen (1TH)

Voorschriften (VS)

De echelonnering van het onderhoud binnen de Koninklijke Landmacht is als volgt:

1e echelons

Gebruikersonderhoud.

Onderdeelsonderhoud dat moet worden verricht door de gebruikers van de goederen. Bij voertuigen is dit in de regel de chauffeur.

2e echelons

Onderdeelsonderhoud dat moet worden verricht door het daartoe in de organisatie opgenomen personeel.

In de regel wordt dit onderhoud uitgevoerd door de gebruikende eenheid: Sergeant Majoor Onderhoudsdiagnosticus (SMOD) en Sergeant Onderhoudsdiagnosticus (SOD).

3e echelons

Werkplaatsonderhoud.

Onderhoud dat onder verantwoordelijkheid van de operationele commandant wordt verricht door een hersteleenheid (Herstelpeloton of -compagnie).

4e echelons

Operationele onderhoud, waarvoor binnen het operationele commando geen capaciteit aanwezig is en/of onderhoud dat vanwege aard, omvang, benodigde gereedschappen en testapparatuur, niet binnen de door het operationele commando gestelde tijd kan worden hersteld.

In de regel wordt dit onderhoud uitgevoerd door gespecialiseerde werkplaatsen.

5e echelons

Basisonderhoud.

Onderhoud dat een levensduurverlengend karakter heeft, planmatig van opzet is en seriematig wordt uitgevoerd. In de regel wordt dit onderhoud uitgevoerd door gespecialiseerde burgerbedrijven.

 

4e en 5e echelons onderhoud worden ‘hoger onderhoud’ genoemd.
De specifieke werkplaatsen hiervoor zijn de Elektronische Centrale Werkplaats (ECW) in Dongen en de Mechanisch Centrale Werkplaats (MCW) in Leusden/Soesterberg.

Onderhoud aan het voertuigenpark - in dit geval van een 4-tonner - is ťťn van de vele vormen van gebruikersonderhoud (1ste echelons).

Bij het correctieve en preventieve onderhoud aan voertuigen en voertuigmaterieel speelt de sergeant-majoor onderhoudsdiagnosticus (SMOD) een belangrijke rol.

Zie ook: Organic / Intermediate / Depot Level Maintenance (OLM, ILM en DKM), O.D.B. (Onderhoud, Diagnose en Berging), roze lijst (1-IWK) en sergeant-majoor onderhoudsdiagnosticus (SMOD).

Terug naar Boven

 

ONDERLUITENANT

Unterleutnant.
sub-lieutenant; second lieutenant; 2nd lieutenant.
sous-lieutenant.

Afgekort: olt. Onderluitenant is in de Landcomponent, Luchtcomponent en Medische Component van de Belgische krijgsmacht de laagste graad voor officier. In BelgiŽ ook genaamd: luitenant-adjudant.

Tot 1969 was onderluitenant de laagste officiersrang in de Nederlandse krijgsmacht, die tegenwoordig overeenkomt met die van tweede luitenant.

In de tijd van het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger (KNIL) en tot haar opheffing in 1950 was onderluitenant de hoogste onderofficiersrang, tussen adjudant-onderofficier en tweede luitenant in.

"Deze onderluitenants waren wandelende encyclopedieŽn, levende reglementen. Net zo min dat er tegen een reglement of voorschrift te vechten viel, nog minder kans maakte je het ooit van een onderluitenant te kunnen winnen.

Het kon ook niet anders. Je werd niet zomaar onderluitenant volgens de rangbeschikking na verloop van jaren. Je werd het pas na een gedegen kennis van voorschriften en reglementen en na een theoretisch en praktisch examen. Het resultaat van een intense eigen studie. Bijzondere baantjes waren voor hen weggelegd. Bij een onderluitenant keek je tegen hem op, het was niet zomaar een militair."

(Bron: Indisch maandblad Moesson, 15 juni 1985)

Het rangonderscheidingsteken bestond uit twee stippen ("adjudant-stippen"). Het is niet vreemd dat de rang van onderluitenant binnen het KNIL, behalve als hoogst bereikbaar niveau, ook werd gezien als de rang voor een excellent onderofficier.

Zie ook: De Hongertocht 1911-2011. Het verhaal van een verloren gewaande patrouille - Gerard Geerts, Max Nutters en Richard van Arkel (2011, over onderluitenant Pieter Nutters) en Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger (KNIL).

Terug naar Boven

 

ONDEROFFICIER

Unteroffiziere.
non-commissioned officers (NCOs).
sous-officiers.

(Alle vertalingen: meervoud). Bij de Koninklijke Landmacht (KL) is een onderofficier hoger in rang dan een korporaal der eerste klasse en lager dan een tweede luitenant.

Muurschildering in de entree van het gebouw van de School Verdere Vorming Onderofficieren (SVVO) van de Koninklijke Militaire School op de Legerplaats Ermelo.

Onderofficieren zijn het middenkader ('middenmanagement') van de KL.

De taakaspecten in het domein van de onderofficier.

De onderofficier geeft (on)gevraagd advies en legt verantwoording af aan de officier en geeft onder alle omstandigheden leiding en instructie aan de manschappen en/of collega-onderofficieren en/of officieren, bijvoorbeeld op de Koninklijke Militaire Academie en de diverse vaktechnische opleidingen.

Onderofficieren geven leiding op alle niveaus in de Defensieorganisatie en leiden de nieuwe aspirant-onderofficieren op. Onderofficieren leiden onder andere de rekruten op de schoolbataljons op of zijn vakman op een deelgebied.

De onderofficiersrangen zijn sergeant, sergeant der eerste klasse, sergeant-majoor en adjudant. Zogenoemde "excellerende onderofficieren" in het traject Management Development, kunnen in aanmerking komen voor een functie als stafadjudant.

Sommige hoogwaardige specialisten in de Koninklijke Landmacht zijn per definitie onderofficier, bijvoorbeeld verpleegkundigen, sportinstructeurs en Technisch Middenkader (TMK).

Onderofficieren worden vaak de "Ruggengraat van de Landmacht" genoemd of, zoals de Amerikaanse generaal en latere president Dwight D. Eisenhower het treffend omschreef: "The Sergeant is the Army."

De kracht van de Nederlandse tactiek tijdens de oorlogen in Irak en Afghanistan – de missies aan het begin van de 21e eeuw – werd niet alleen gevormd door luitenanten (pelotonscommandanten).

Hoewel het optreden tijdens SFIR en ISAF al snel de naam 'luitenantenoorlog' kreeg, spelen de missies zich meer nog af op groepsniveau: het niveau van de onderofficier.

Het domein van de onderofficier is niet voor niets vakman/leider/instructeur.

Hierboven is in beeld gebracht hoe de verschillende onderofficiersrangen zich verhouden tot het toepassen, begeleiden en bewaken:

►het laagste niveau, de sergeant (der eerste klasse),  verbetert zich gedurende zijn loopbaan dankzij de Primaire Vorming;

►het middenniveau, de sergeant-majoor, bekwaamt zich verder met behulp van de Secundaire Vorming;

►het hoogste niveau, de adjudant, volgt de Tertiaire Vorming.

De positie van de onderofficier is tegenwoordig zelfs ingeschaald op het niveau naast dat van de commandant. Was eerst alleen de compagnies sergeant-majoor, als “moeder van de compagnie”, de hoogst aanwezige onderofficier op compagniesniveau, tegenwoordig telt de KL vele stafadjudanten op naasthogere niveaus.

De onderofficiersrangen zijn:

sergeant (*1)

sergeant der eerste klasse (*2)

sergeant-majoor (*3)

adjudant

* 1: bij artillerie en cavalerie: wachtmeester
* 2: bij artillerie en cavalerie: wachtmeester der eerste klasse
* 3: bij artillerie en cavalerie: opperwachtmeester

Van de onderofficier wordt verwacht dat hij actief, creatief, mentaal weerbaar, opofferingsgezind, sportief, verantwoordingsbewust en zelfstandig is. De onderofficier is onder meer verantwoordelijk voor:

►begeleiding: ervaring en kennis overdragen
►bewaking van het domein van de onderofficier: verbeteren van leiderschap, vakmanschap en instructie
►detectie en selectie: wie wordt plaatsvervanger, wie wordt opvolgend pelotonscommandant en waarom?
►opleiding en training, niveau I (individu) en II (groep)

Zie ook: competentie, instructiebekwaamheid, niveautraining, officier, ruggengraat, sergeant (der eerste klasse), sergeant-majoor en vakman/leider/instructeur.

Terug naar Boven

 

ONDEROFFICIER, DE

Tijdschrift dat tienmaal per jaar verschijnt op formaat B5 als vakblad voor alle onderofficieren van alle wapens en dienstvakken, inclusief onderofficieren van de Nationale Reserve en cursisten van de Koninklijke Militaire School, en wordt uitgegeven door het Ministerie van Defensie. De oplage anno 2010 is Ī 11.000 exemplaren.

In juni 1959 verscheen 1ste jaargang, nummer 1, van het toen nog driemaandelijkse periodiek onder redactie van reserve-majoor G. Abrahamsen en adjudant A.J.J. de Bruijn en een redactiecommissie onder voorzitterschap van majoor E.P.W. Elstak.

Er bestond weliswaar al een blad voor de onderofficieren van het wapen der infanterie, 'De Infanterist', opgericht in 1950, maar dat was in het bijzonder een vakblad voor de onderofficier van de infanterie en behandelde onderwerpen als instructie, tactiek, verbindingen en wapenleer.

In 1963 fuseerden beide tijdschriften tot 'De Onderofficier, waarin opgenomen De Infanterist'; in 1970 werd 'De Infanterist' opgeheven.

In 1971 werd adjudant M.M. Hoeberigs van de Verbindingsdienst de eerste onderofficier als voorzitter van De Onderofficier; hij nam het stokje over van de laatste officier-voorzitter, luitenant-kolonel W.M.M. Hasenbos.

De opzet van De Onderofficier, zoals in 1959 uitgesproken door de toenmalige Secretaris-generaal van Defensie, Louis C. Rietveld, is "het voorzien in een behoefte naar meer voorlichting, verruiming van vakkennis en vergroting van kennis in algemene zin". Deze opzet is nog altijd het doel dat de redactiecommissie nastreeft.

'De Onderofficier' heeft in de voorbije jaren verschillende lay-outs gekend.

In december 2008 verscheen naar aanleiding van het 50-jarig bestaan een extra dikke jubileumeditie van 116 pagina's. In 2009 werd het 50-jarig bestaan groots gevierd op de KMS in Weert.

◄ Op de valreep van 2010 verscheen 'De Onderofficier' voor de eerste maal in de nieuwe huisstijllay-out van de Koninklijke Landmacht. Voor het eerst na de editie van september 2010 verscheen hiermee het dunste nummer uit de geschiedenis van 52 jaargangen: acht pagina's.

Dit was het gevolg van inbedding in het nieuwe Dienstencentrum Defensiemedia (DCDM), dat verantwoordelijk is voor de productie van alle personeelsbladen van de krijgsmacht, ook 'De Onderofficier'. Het insluiten binnen DCDM had, door de bijzondere positie van het blad meer voeten in aarde dan verwacht.

 
  

Het vaandel

Het eerste nummer van de voorloper van De Onderofficier, verscheen in 1851: 'Het Vaandel. Tijdschrift voor onderofficieren'. Het tijdschrift, "dat onder hooge goedkeuring het licht ziet en strekken moet tot aankweeking van Krijgsmansgeest bij onze Natie", stond in die beginjaren onder redactie van P.F. Brunings (1820-1889), kapitein der infanterie.

Later, in elk geval in 1866, kreeg het tijdschrift de ondertitel 'Tijdschrift tot verspreiding van krijgskennis en aankweeking van krijgsmansgeest onder alle standen'.

Het tijdschrift verscheen maandelijks in veertig bladzijden en de prijs per aflevering bedroeg 30 cent. In het tijdschrift schreef bijvoorbeeld ook H.M.F. Landolt (1828-1871), schrijver van een vandaag de dag nog veel geraadpleegd 'Militair woordenboek' (1861-'62).

In 1874 verscheen de laatste jaargang.

Animatie van de verschillende lay-outs van De Onderofficier in ruim vijftig jaargangen. Het eerste nummer verscheen in juni 1959.

Terug naar Boven

 

ONDERWIJSLEERGESPREK

Afgekort: OLG.

Voorbeeld van een didactische werkvorm.

In de ideaalsituatie van het onderwijsleergesprek leidt de instructeur de lerenden naar een bepaald leer- of vormingsdoel. Dit is mogelijk aan de hand van (start)vragen die bij de instructeur bij de lesvoorbereiding al voor het grootste deel heeft geformuleerd.

Het onderwijsleergesprek wordt klassikaal of in groepsverband gevoerd.

De lerenden bedenken antwoorden, leggen relaties en reageren op elkaars bijdragen. Op deze manier ervaren lerenden een goed gestuurd onderwijsleergesprek als een actieve en motiverende werkvorm. De sturing houdt in dat de instructeur gerichte vragen aan de lerenden stelt, waarbij iedereen aan bod komt.

Door de inbreng van alle lerenden is het mogelijk dat het gesprek zich anders voltrekt dan volgens de door de instructeur voorbereide weg. Het is op dat moment de taak van de instructeur door het stellen van vragen en samenvatten het proces zo (bij) te sturen dat het gesprek weer in de richting van het gewenste gespreksdoel gaat. Het tweerichtingsverkeer in de communicatie mag hierbij geen geweld worden aangedaan.

Groepen groter dan 20 personen zijn minder geschikt voor het OLG.

In een goed gestuurd onderwijsleergesprek worden verschillende soorten vragen gesteld: geheugen-, inzichts-, creatieve en persoonlijke mening-vragen.

Een onderwijsleergesprek duurt idealiter niet langer dan 20 minuten.

De ideale onderwijsleersituatie voor een OLG is een (open) carrť of halve cirkel.

Een onderwijsleergesprek kan bijvoorbeeld worden gevoerd om een bekeken film na te bespreken of, voorafgaand aan een les, te peilen wat het kennisniveau is van het te behandelen onderwerp.

Een valkuil van beroepsgericht opleiden (BGO&TT) is dat de instructeur te vroeg ingrijpt in presentaties en reflecties om over te gaan op het onderwijsleergesprek. Hierbij verliezen de lerenden het initiatief en wachten op de volgende vraag van de instructeur. De antwoorden worden kort(er) en de lerenden snijden niet meer spontaan zelf nieuwe onderwerpen aan. Daarmee komt de leiding automatisch weer bij de instructeur te liggen. Het gedrag van de lerenden wordt hierdoor reactief naar de instructeur, in plaats van de gewenste actieve, verantwoordelijke houding.

Terug naar Boven

 

ONGECONTROLEERD SCHOT

unbeabsichtigten Schußabgabe.
accidental discharge (AD).

Elk schot dat per ongeluk of uit onachtzaamheid wordt afgevuurd en terechtkomt buiten het gebied dat bestemd is voor het opvangen van kogels. Tevens elk schot dat wordt afgevuurd in een onveilige richting.

Een ongecontroleerd schot is levensgevaarlijk en kan leiden tot persoonlijke en/of materiŽle schade.

De aanname is dat een ongecontroleerd schot niet mogelijk is, omdat een militair altijd zijn wapen (her)controleert. Ter voorkoming van ongecontroleerde schoten moet aan een vuurwapen vůůr en na het gebruik altijd de veiligheidsmaatregelen worden uitgevoerd; aan alle veiligheidsvoorschriften met betrekking tot het gebruik van vuurwapens moet zijn voldaan.

Om ongecontroleerde schoten te voorkomen worden wapens tijdens missies net buiten de compound geladen bij vertrek dan wel ontladen bij terugkomst. Dit gebeurt in de regel in een zandbak of pijp.

Ongecontroleerde schoten kunnen bijvoorbeeld afgaan tijdens het (bij- of her-)laden dan wel ontladen van een vuurwapen; het onnodig aanraken van de trekker van het vuurwapen; het verhelpen van storingen (in munitietoevoer, mechanisch defect e.d.); het overbrengen van het vuurwapen van de ene naar de andere hand en het verplaatsen naar een andere schietpositie. Bij onachtzaamheid kan ook het achterblijven van ťťn of meer patronen in dekamer van het vuurwapen, leiden tot een ongecontroleerd schot.

Het afgaan van een ongecontroleerd schot is een schietincident. De TSBM meldt dit aan de Koninklijke Marechaussee, die het incident onderzoekt en het Openbaar Ministerie informeert. Het OM bepaalt of sprake is van een strafbaar feit.

Wanneer het ongecontroleerd schot wordt beschouwd als een strafbaar feit, maakt de TSBM een 'melding bijzondere gebeurtenis' op.

Deze op 7 november 2005 van kracht geworden melding volgens Aanwijzing SG A/906, betreft het rapporteren van bijzondere gebeurtenissen aan de politieke en ambtelijke leiding van het Ministerie van Defensie. Hieronder worden gebeurtenissen verstaan waarvan men weet of vermoedt dat deze publicitair en/of politiek aandacht kunnen trekken, dan wel om concrete maatregelen vragen. In de Aanwijzing SG A/906 staat dat bijzondere gebeurtenissen die een strafbaar feit of het vermoeden van het plegen van een strafbaar feit betreffen per ommegaande aan de MIVD behoren te worden gemeld. De 'melding bijzondere gebeurtenis' gaat naar de Sectie 1.

De KMar informeert de TSBM of het ongecontroleerd schot een strafbaar feit betreft. Wanneer bij het afgaan van een ongecontroleerd schot geen strafbaar feit is vastgesteld en geen lichamelijk en/of materiŽle schade is ontstaan, wordt geen 'melding bijzondere gebeurtenis' opgemaakt.

Dit geldt ook bij een schot in de pijp, of andere aangewezen locatie voor het (ont)laden, en indien geen lichamelijk letsel is ontstaan. Indien een ongecontroleerd schot niet als een strafbaar feit wordt beschouwd, wordt het incident tuchtrechtelijk afgedaan.

Terug naar Boven

 

ONGEOORLOOFD AFWEZIG

unerlaubt abwesend von der Truppe.
absent without leave (AWOL).
absent sans permission.

Afgekort: OA.

Volgens de Wet Militair Tuchtrecht (WMT, artikel 7) is ongeoorloofde afwezigheid een van de gedragingen waardoor de militair zijn dienstverplichtingen niet nakomt. Wanneer de ongeoorloofde afwezigheid wordt aangemerkt als een strafbaar feit (misdrijf), geldt het Wetboek van Militair Strafrecht (WvMS, artikelen 96, 98 en 114).

Een militair is ongeoorloofd afwezig wanneer hij zonder toestemming niet op het vereiste tijdstip aanwezig is op een militaire plaats waar dienst moet worden gedaan. In ruimere zin geldt dat een afwezigheid ongeoorloofd is wanneer voor de afwezigheid vooraf geen toestemming , bijvoorbeeld verlof, is verleend en de afwezigheid evenmin achteraf kan worden gerechtvaardigd (rechtvaardigingsgrond). Ook is afwezigheid ongeoorloofd wanneer een militair met toestemming afwezig is, maar het verleende verlof voor een ander doel wordt gebruikt dan waarvoor het is toegekend.

Bij ongeoorloofde afwezigheid is de tijdsduur van belang, omdat na een aantal dagen, onder andere afhankelijk van vredes- of oorlogstijd, de ongeoorloofde afwezigheid kan overgaan van een tuchtvergrijp in een strafbaar feit. De grens tussen tuchtrechtelijke en strafrechtelijke ongeoorloofde afwezigheid is 4 dagen. Ongeoorloofde afwezigheid korter dan 4 dagen levert een tuchtvergrijp op, langer dan 4 dagen een strafbaar feit. OA is eveneens een strafbaar feit:

■ wanneer het criterium van toepassing is: de militair is korter dan 4 dagen afwezig maar heeft daardoor directe en onmiddellijke schade toegebracht aan een operatie of oefening
■ wanneer, in geval van opzettelijke ongeoorloofde afwezigheid onder de militair complexe omstandigheden van een gewapend conflict (zoals in tijd van oorlog), de afwezigheid langer duurt dan 2 dagen.

Als de opzettelijke of verwijtbare ongeoorloofde afwezigheid in tijd van vrede langer duurt dan 30 dagen of in tijd van oorlog langer dan 7 dagen, wordt gesproken van desertie.

Ook nalatigheid in de ziek-thuisprocedure kan tot gevolg hebben dat de militair als ongeoorloofd afwezig wordt aangemerkt.

Bij het opleggen van een tuchtrechtelijke straf in het geval van OA heeft de tot straffen bevoegde meerdere (TSBM) de keuze uit een berisping, geldboete, strafdienst of uitgaansverbod. Het uitgaansverbod kan alleen worden opgelegd voor de tuchtvergrijpen OA en niet opvolgen van een dienstbevel.

Zie ook: desertie en wuppen.

Terug naar Boven

 

ONTPLOOIING

Dislozierung.
deployment.
mise en place; dťploiement des forces.

Werkwoord: ontplooien. Synoniem: deployeren. Tegenovergestelde: redeployment.

Eenheden, al dan niet in organiek verband of als verbonden wapens, die zich ontvouwen, over een grote uitgestrektheid verdelen, verspreiden.

Volgens H.M.F. Landolt behoort de ontplooiing tot de zgn. evolutiŽn: "alle bewegingen, die gedurende het gevecht kunnen worden uitgevoerd". De bewegingen hebben betrekking op het innemen of verlaten van (op)stellingen. Landolt verdeelt de evolutiŽn in plaatsveranderende, frontveranderende en formatieveranderende. Doorredenerend in de lijn van Landolt is de ontplooiing een plaats-, front- en formatievervangende evolutie (beweging).

Terug naar Boven

 

ONTSCHEPINGSVERLOF

Verlofvoorziening voor militairen volgens artikel 84, 'Aanspraak op ontschepingsverlof', van het Algemeen Militair Ambtenaren Reglement (AMAR, MP-bundel 31-101/1210). Het artikel geeft aan dat voor elke maand uitzending zo spoedig mogelijk na terugkeer het recht op 1 werkdag ontschepingsverlof geldt.

Het maximale aantal verlofdagen dat op deze manier genoten kan worden is 20.

Ontschepingsverlof dat niet binnen 12 maanden na terugkeer is genoten, vervalt. Niet opgenomen ontschepingsverlof wordt niet in geld vergoed.

Zie ook: inschepingsverlof, recuperatieverlof en Ter Beek-verlof.

Terug naar Boven

 

O.N.V.E.E.

De principes voor opvang van personeel na een schokkende ervaring zijn al ontwikkeld in WO I, met de bedoeling militairen die in emotionele shock (shell shock, stress) verkeerden zo snel mogelijk weer operationeel inzetbaar te maken.

De behandelingsprincipes worden samengevat in het letterwoord ONVEE (onmiddellijkheid, nabijheid, verwachting, eenvoud en eenheid):

O

Onmiddelijkheid

Hoe sneller je kunt reageren en hulp kunt bieden, des te beter. Liefst zelfs op de interventieplaats zelf. Liefst ook tussen 4 en 8 uur na de schokkende ervaring. Hoe sneller de interventie, des te groter de kans om een psychisch trauma te voorkomen.

 

N

Nabijheid

Zowel sociale als geografische nabijheid. Zoek het niet te ver weg, maar reageer op de interventieplaats zelf of direct in de kazerne. Ook een debriefing en vervolggesprekken zo dichtbij mogelijk organiseren. Zo vang je een hulpverlener het best op in zijn rol als hulpverlener, in zijn team en op de plaats waar hij/zij als hulpverlener werkt.

 

V

Verwachting 

Probeer te doen wat wordt verwacht. In eerste instantie hulp bieden in puur praktische zaken, zoals antwoord geven op gestelde vragen. Je verwacht niet dat je menselijke integriteit op je werk bedreigd wordt. De reactie die volgt als een en ander toch gebeurt, moet worden erkend als "een normale reactie op een abnormale gebeurtenis".

 

E

Eenvoud

Keep It Stupidly Simple (KISS). Tijdens de eerste acute opvang zijn geen grootse interventies nodig. Je moet wel gewoon de kans krijgen om in een aparte plaats tot rust te komen en je emoties te kunnen uiten. Belangrijk is ook dat hij/zij het gevoel krijgt dat zijn/haar collega's de situatie en de daaropvolgende reactie herkennen en erkennen.

 

E

Eenheid

Zorg dat iedereen van de hulpverleners hetzelfde doet of hetzelfde uitgangspunt heeft. Anders raak je alleen maar meer gedesoriŽnteerd en/of getraumatiseerd. Standaardisatie in zowel de acute opvang, de opvang in de eerste dagen na de schokkende ervaring als de eventuele therapeutische hulpverlening is belangrijk.

Het behandelingsprincipe O.N.V.E.E. kan posttraumatisch stresssyndroom uitsluiten of verminderen.

Terug naar Boven

 

ONZE KONINKLIJKE LANDMACHT

Legendarische serie boekjes uit de Beeld-Encyclopedie 'De Alkenreeks' van de Alkmaarse uitgeverij De Alk.

In deze serie kwam in de jaren '60 van de 20e eeuw onder andere de delen 1 t/m 5 van de reeks 'Onze Koninklijke Landmacht'. Auteur is J. Albarda, luitenant-kolonel der artillerie en kazernecommandant van de Prinses Julianakazerne in Den Haag.

De gebonden, hardcover boekjes tellen elk 64 pagina's in het formaat A6 en zijn geÔllustreerd met vele zwart/wit-foto's.

Alkenreeks

Titel

Jaar

169

Onze Koninklijke Landmacht deel 1

1968

Infanterie

170

Onze Koninklijke Landmacht deel 2

1968

Koninklijke Marechaussee en Cavalerie

171

Onze Koninklijke Landmacht deel 3

1969

Genie

172

Onze Koninklijke Landmacht deel 4

1970

Artillerie

173

Onze Koninklijke Landmacht deel 5

1970

Overige wapens en dienstvakken

 

Terug naar Boven

 

OOCL

Operationeel Ondersteunings Commando Land. Engels: Operational Support Command (Land).

Grootste eenheid van de Koninklijke Landmacht, die geldt als het equivalent van een brigade.

Het OOCL ontstond op 1 januari 2009 uit een fusie van 1 Logistieke Brigade en 101 Gevechtssteunbrigade, met als doel het verminderen van het aantal staven.

De tot het OOCL behorende eenheden hebben zich gespecialiseerd in het leveren van communicatie en verbindingen, geniesteun, inlichtingen, onderhoud- en herstelcapaciteit, transport en militaire gezondheidszorg (gevechtssteun en gevechtsverzorgingssteun).

Op 5 februari 2009 heeft brigadegeneraal Jan Broeks het eerste commando over het OOCL ontvangen van de Commandant Landstrijdkrachten, luitenant-generaal Rob Bertholee. Dat gebeurde tijdens een ceremonie in de Americahal in Apeldoorn. De staf van het OOCL (Ī 200 personen) is gevestigd op de Frank van Bijnenkazerne in Apeldoorn.

Met zo'n 6.500 militairen is het OOCL verantwoordelijk voor alle ondersteuningstaken voor grondgebonden eenheden bij oefeningen en operationele inzet.

In het OOCL zijn bijna alle specialistische functionaliteiten en middelen op het gebied van gevechtsssteun en gevechtsverzorgingssteun (logistiek) ingedeeld die niet bij de brigades (13 en 43 Gemechaniseerde Brigade en 11 Luchtmobiele Brigade) zijn ondergebracht:

Staf- en stafcompagnie
100 Bevoorradings- en Transportbataljon
200 Bevoorradings- en Transportbataljon
310 Herstelcompagnie
320 Herstelcompagnie
330 Herstelcompagnie
Commando Luchtdoelartillerie

De staf van het OOCL, aanvankelijk Ondersteuningstaakgroep genaamd, is in staat om op te treden als zelfstandig Command & Control-element voor het organiseren van deployments en redeployments; ook is de staf in staat zowel joint als combined op te leiden en te trainen; daarnaast draagt de staf zorg voor dat de tijdige en afdoende gereedstelling van alle eenheden binnen het OOCL.

Het OOCL is geografisch verspreid over tientallen locaties in Nederland, maar de belangrijkste militaire complexen met OOCL-ondereenheden zijn te vinden in 't Harde, De Peel, Ermelo, Garderen en Wezep.

Het OOCL kreeg onmiddellijk haar vuurdoop: de Landmachtdagen 2009 zijn door zorg van het OOCL op 6 en 7 juni 2009 op en rond de Bernhardkazerne in Amersfoort georganiseerd. Daarnaast werd het OOCL aangewezen voor de redeployment van personeel en materieel uit Uruzgan in 2010.

Symbool van het OOCL is de herrijzende feniks; haar motto is “Kracht door veelzijdigheid”.

Terug naar Boven

 

O.O.D.A.-LOOP

De OODA-loop is het cyclische commando- en bevelvoeringsproces dat in schematische vorm is bedacht door de Amerikaanse U.S. Air Force-kolonel en strateeg John Robert Boyd (1927-1997). Tijdens de Koreaanse oorlog legde hij deze cyclus voor het eerst vast naar aanleiding van eigen waarnemingen in en vanuit zijn gevechtsvliegtuig.

De OODA-loop bestaat uit vier overlappende en interactieve processen:

OObserveObserverenOpbouwen en onderhouden van een actueel beeld van de eenheid én van de omgeving van de eenheid, gericht op het vaststellen van evt. afwijkingen ten opzichte van de te verwachte situatie.
OOrientOriënterenOorzaken van evt. afwijkingen worden bepaald én de invloed van de afwijkingen op de (on)mogelijkheden van de eenheid én op de geldende plannen wordt geanalyseerd.
DDecideBesluitenIndien afwijkingen op het eerdere plan noodzakelijk zijn dan wel zich (on)mogelijkheden voordoen die eerder niet waren onderkend, worden nieuwe plannen ontwikkeld of alternatieve plannen op toepasbaarheid geanalyseerd; vervolgens wordt een keuze gemaakt.
AActHandelenHet gekozen plan wordt geÔnterpreteerd, bekendgesteld aan de eenheid en uitgevoerd.

In 2005 promoveerde kolonel Frans P.B. Osinga van de Koninklijke Luchtmacht aan de Universiteit van Leiden op zijn proefschrift Science, Strategy and War: The Strategic Theory of John Boyd.

Zijn proefschrift is een studie van het militair strategisch gedachtegoed van John Boyd.

Hoewel Boyd's theorie door met name het U.S. Marine Corps is overgenomen, is de invloed van zijn gedachtegoed in bredere kring beperkt gebleven.

Kolonel Osinga heeft met zijn dissertatie een analyse gepresenteerd, waarmee hij Boyd's theorie voor een breder publiek bereikbaar heeft gemaakt.

Uit de OODA-loop volgt onder andere: "Information is the currency of command". Vrij vertaald als: "Zonder verbindingen geen bevelvoering". Het beslissingsmomentum valt, gezien de revolutionaire ontwikkelingen in commandovoering, steeds vroeger:
JaarWieObserveOrientDecideAct

1781
Yorktown

George Washington Telescoop weken maanden seizoen

1863
Vicksburg

Ulysses S. Grant Telegraaf DagenWekenMaand

1944
Bastogne

George S. Patton Radio & Telefoon UrenDagenWeek

1991
Koeweit & Irak

H. Norman Schwarzkopf Near-real timeMinutenUrenDag

2010
?

? Real timeVolcontinuOnmiddellijkMinder dan ťťn uur

Terug naar Boven

 

OORD

Stad, dorp, gehucht, industriegebied en de daarbij behorende infrastructuur.

Zodra oorden in elkaar overgaan met de daaraan gerelateerde verkeersinfrastructuur wordt gesproken van een verstedelijkt gebied. Dit is het werkterrein voor het optreden in verstedelijkte gebieden (OVG).

Verstedelijkte gebieden worden naar inwonertal ingedeeld:

Categorie

Inwonertal

Dorp

≤ 3.000

Kleine stad

3.000 – 100.000

Stad

100.000 – 1.000.000

Metropool

1.000.000 – 10.000.000

Megapool

> 10.000.000

Zie ook: hindernis en optreden in verstedelijkte gebieden (OVG).

Terug naar Boven

 

OORDOPPEN EP100

Voluit: Willson air cushioned sound silencer ear plugs. NSN 6515-17-034-1650.

Flexibele oordoppen, gefabriceerd door Willson, voor passieve geluidsreductie, in tegenstelling tot otoplastieken (persoonlijk aangemeten oordoppen door middel van een afgietsel van gehoorgang en oorschelp).

De oordoppen zijn verpakt in een rood, rond kunststof doosje met een deksel en een metalen kettinkje. Op de verpakking staat de gebruiksaanwijzing. 

Gebruiksaanwijzing:

 

Inzetten oordop:

Bevochtig de oordop, til met één hand – over het hoofd – het oor op en breng met de andere hand – zijdelings bewegend – de oordop in.

Reinigen oordoppen:

Met water en zeep.

Terug naar Boven

 

OORLOG

Oorlog is een toestand die het tegenovergestelde is van vrede: de afwezigheid van oorlog.

Oorlog wordt gekenmerkt door strijd tussen twee of meer heersers, organisaties, religieuze gemeenschappen, staten of volkeren. Indien de strijd plaatsvindt binnen dezelfde natie is er sprake van een burgeroorlog; wanneer de gewapende strijd door meerdere naties over de gehele wereld wordt gevoerd, wordt gesproken van een wereldoorlog.

De aanleiding voor oorlog kan dus liggen in etniciteit, betwiste grenzen of grondgebied, religie, grondstoffen (zoals diamanten en olie), politieke macht of invloedssferen, zoals in een oorlog bij volmacht (war by proxy). In de regel zijn er meerdere aanleidingen voor een oorlog.

Kenmerkend voor een (burger)oorlog is dat er gebruik wordt gemaakt van hevig fysiek geweld tussen combattanten enerzijds en/of op non-combattanten aan de andere kant.

De onaangename aspecten van oorlog en oorlogvoering worden verhuld in naamgevingen als gewapend conflict, politionele actie of vijandelijkheden.

oorlog

Krieg

war

guerre

campagne

Feldzug

campaign

campagne

operatie

Operation

operation

opération

veldslag

Schlacht

battle

bataille

gevecht

Gefecht

combat

combat

 

'War of Necessity' versus 'War of Choice'

De Amerikaan dr. Richard N. Haass (1951) was van 1989 tot ‘93 special assistant van president George H. W. Bush en senior director van ‘Near East and South Asian affairs’ in de staf van de National Security Council. Van 2001 tot 2003  was hij als de director of policy and planning op het Ministerie van Buitenlandse Zaken de belangrijkste adviseur onder Colin Powell. In deze periode vonden ook de operaties Desert Shield en Desert Storm plaats.

Sinds 2003 is hij president van de Council on Foreign Relations – één van de vele Amerikaanse denktanks.

In 2009 publiceerde hij ‘War of Necessity, War of Choice. A Memoir of Two Iraq Wars’. In dit boek speelt Haass advocaat van de duivel over de beslissingen die de oorlog tussen de VS en Irak, tussen Bush en Saddam Hoessein, bepaalden.

Zijn boek is een persoonlijke verslag van hoe Amerikaans buitenlandbeleid wordt gemaakt, wat het beoogt en hoe het moet worden voortgezet. In zijn boek maakt Haass het onderscheid tussen de ‘war of necessity’ en de ‘war of choice’, noodzaak versus keuze:

  

War of necessity

War of choice

(oorlog uit noodzaak)
(oorlog uit keuze)
  

Vitale belangen voor het eigen land staan op het spel: de territoriale integriteit van het eigen grondgebied en dat van haar bondgenoten wordt bedreigd en het onafhankelijk politiek en maatschappelijk functioneren van het eigen land (grondwet, vrijheden) staat op het spel.

Vitale belangen voor het eigen land staan NIET op het spel: het gaat om operaties in het kader van crisisbeheersing, ter handhaving en/of bevordering van de internationale rechtsorde.

Moreel rechtvaardig.

Morele rechtvaardigheid wordt betwijfeld.

Defensieve oorlogvoering.

Niet-defensieve (offensieve) oorlogvoering.

Bereidheid om veel slachtoffers te aanvaarden is GROOT.

Bereidheid om veel slachtoffers te aanvaarden is KLEIN.

Regeringen staat het NIET vrij om aan deze operaties deel te nemen.

Regeringen staat het vrij om al dan niet aan deze operaties deel te nemen.

De oorlog in Afghanistan na 11 september 2001 vond plaats omdat de veiligheid van de VS direct werd bedreigd door Al Qaida (Osama bin Laden) en de Taliban. Operatie Enduring Freedom (2001)  vond plaats om de terroristen uitvalsbases te ontzeggen en het vaderland te vrijwaren van terrorisme.

De oorlog in Irak was gericht tegen het agressieve, criminele en mensenrechtenschendende bewind van dictator Saddam Hussein. Een 'coalition of the willing' nam deel aan de militaire interventies Desert Shield en Desert Storm (2003.

In The New York Times van 8 mei 2009 boog de Amerikaanse journalist William Safire zich over de geschiedenis van 'war of necessity' en 'war of choice'.

De kortste oorlog uit de geschiedenis duurde 38 minuten!

De Anglo-Zanzibar War, de Engels-Zanzibarese oorlog, werd op 27 augustus 1896 uitgevochten tussen de Britten en het sultanaat Zanzibar, een eiland voor de kust van Oost-Afrika.

Na het overlijden van de sultan van Zanzibar greep die dag diens neef, Khalid Bin Bargish, de macht zonder toestemming van de Britse consul. Hij wilde breken met de Engelse kolonisator. De Britse marine stelde zich buitengaats op in front van de haven van Zanzibar-Stad en richtte de kanonnen op het paleis van de sultan.

Nadat het ultimatum was verlopen, werd om 09.02 uur in opdracht van opperbevelhebber Lloyd Mathews door admiraal Harry Rawson's flottielje - drie kruisers en twee kanonneerboten - het vuur geopend. Enkele voltreffers raakten het paleis, dat in brand vloog. Om 09.40 uur staakten de Royal Navy het vuur.

Bin Bargish vluchtte naar de Duitse ambassade: de Britten eisten uitlevering, maar de Duitse consul verscheepte de opstandeling naar de Duitse kolonie Tangajika op het vasteland.

Ongeveer 500 Zanzibari's verloren tijdens deze oorlog het leven. De Britten hadden slechts ťťn gewonde. Na de Britse overwinning, werd de pro-Britse sultan Hamoud bin Mohammed in het zadel geholpen.

 

De langste oorlog eindigde op 17 april 1986 met een vredesverdrag.

Het verdrag werd getekend door de Scillonians en... de Nederlanders.

De Scillonians, inwoners van The Isles of Scilly, waren sinds 30 maart 1651 formeel in oorlog met de Nederlanden, toen admiraal Maarten Tromp het eilandengroepje de oorlog verklaarde nadat ze weigerden zijn schepen te repareren.

Zie ook: geweld, oorlog bij volmacht (war by proxy) en schemeroorlog.

Terug naar Boven

 

OORLOG, RECHTVAARDIGE

Synoniem: gerechtvaardigde oorlog. Duits: Gerechter Krieg. Engels: just war. Frans: guerre juste. Latijn: bellum iustum.

Op basis van het christelijke ideeëngoed heeft de Italiaanse filosoof en theoloog Thomas van Aquino (1225-1274) als eerste het begrip 'rechtvaardige oorlog' uitgelegd. Naar zijn mening kon het in bepaalde gevallen gerechtvaardigd zijn oorlog te voeren.

Zijn criteria zijn:

► Een staat moet voldoende gezag hebben;

► De aanleiding moet gerechtvaardigd zijn;

► Oorlog mag uitsluitend worden gevoerd wanneer vrede wordt bereikt, steun wordt gegeven aan het goede en het kwade wordt onderdrukt.

Zie ook: oorlog.

Terug naar Boven

 

OORLOG BIJ VOLMACHT

Stellvertreterkrieg.
war by proxy; proxy war; war at authorisation.
guerre proxy; guerre par procuration.

Synoniem: proxy-oorlog.

Naar verluidt is de term "war by proxy" afkomstig van Zbigniew Brzeziński, destijds Nationaal Veiligheidsadviseur van de Amerikaanse president Jimmy Carter.

Op 3 juli 1979 tekende Carter, op advies van Brzeziński, de eerste richtlijn om in het geheim de Afghaanse moedjahedien met wapens en geld te steunen in hun oorlog tegen het pro-Sovjet-regime in Kabul. Hiermee werd de CIA-steun van de Amerikanen een voorbeeld van een oorlog bij volmacht.

Een oorlog bij volmacht is een conflict waarbij ťťn partij, in de regel een militaire grootmacht, een gevolmachtigde partij oorlog laat voeren. Hierbij blijft de militaire grootmacht, die de oorlog in de regel covert heeft geÔnitieerd, als sympathiserende achterman optreden en past er formeel voor om deel te nemen of anderszins actief betrokken te raken. Informeel manifesteert het achtermanschap zich in economische, financiŽle, ideologische of politieke steun dan wel wapenleveranties.

Het risico is dat actoren die niet bij de gevolmachtigde partij horen, zoals huurlingen, zich met een eigen agenda in het conflict mengen.

Vaak worden oorlogen bij volmacht parallel aan grootschalige conflicten gevoerd, of - zoals in het geval van de Koude Oorlog - bij het voeren van een wapenwedloop tussen twee militaire grootmachten en hun satellietstaten. Met het einde van de Koude Oorlog liepen ook veel oorlogen bij volmacht ten einde. Hierna hadden de Sovjet-Unie en de Verenigde Staten steeds meer moeite om wereldwijd invloed aan te wenden.

Voorbeelden van oorlogen bij volmacht zijn de Koreaoorlog (1950-'53), Suezcrisis (1956 en '57), Vietnamoorlog (1957-'75), Guerre des Sables tussen Algerije en Marokko (1963), de Amerikaanse invasie in Grenada (1983) en de burgeroorlog in SyriŽ (2011-heden). Bij alle genoemde conflicten zijn steeds ťťn of meer militaire grootmachten achterman.

Zie ook: covert operation (geheime operatie), huurling en Koude Oorlog.

Terug naar Boven

 

OORLOGSCORRESPONDENT

Kriegsberichter; Kriegsberichterstatter.
war correspondent.
correspondant de guerre.

Ook genaamd: frontverslaggever; journalist in crisisgebieden; oorlogsjournalist; oorlogsverslaggever.

Journalist (cameraman, fotograaf, verslaggever) die bij een van de strijdkrachten van de partijen in een gewapend conflict is geaccrediteerd en als doel heeft informatie te vergaren en te (doen) verspreiden voor uitzendingen op internet, radio of televisie, persbureaus en publicaties.

De oorlogscorrespondent wordt aangemerkt als volger; volgens het oorlogsrecht geldt de oorlogscorrespondent als non-combattant.

Oorlogsjournalistiek is een specialisatie: de risicovolle en soms ronduit gevaarlijke omstandigheden waarbinnen een oorlogscorrespondent zijn werk doet, wijken sterk af van die van de alledaagse journalist.

De bijzondere omstandigheden waarin de oorlogscorrespondent op zoek gaat naar objectieve feiten, en alle beperkingen die daarbij horen, maken oorlogsjournalistiek onderscheidend en specifiek.

De oorlogscorrespondent kan een grote invloed uitoefenen op de weergave van een oorlog.

Indien de oorlogscorrespondent geen verslag kan doen van objectieve feiten, ligt dit vaak ook aan factoren buiten zijn macht.

Voorbeelden hiervan zijn de beperkte en propagandistische informatie van overheden en woordvoerders van de strijdende partijen, gebrek aan tijd en overzicht om de oorlogssituatie te analyseren en in een context te plaatsen of aan logistieke obstakels, zoals kapotte wegen, gebrek aan brandstof of afgesneden telefoonlijnen.

De eerste Nederlandse oorlogscorrespondent is Robert Kiek (1915-1964), die in WO II voor Radio Oranje en het ANP in Londen werkt. Vanaf de invasie in NormandiŽ verslaat hij een groot deel van de geallieerde opmars.

Kiek is erbij als op 12 september 1944 militairen van 30th (US) Infantry Division 'Old Hickory' de Belgisch-Nederlandse grens oversteken en het kerkdorp Mesch in het zuiden van Limburg als eerste Nederlandse plaats bevrijden.

Twee dagen later volgt Maastricht: Kiek is ooggetuige van laaiend-enthousiast ontvangen Amerikanen, vreugde en een stad die verandert in een oranjezee.

In 1945 verschijnen zijn herinneringen aan het oorlogscorrespondentschap onder de titel 'Pijlen van den leeuw. Een oorlogsreportage'.

Amerikaanse oorlogscorrespondent na de geallieerde invasie in NormandiŽ in 1944.

Bron: documentaire 'Never a dull moment' (regisseur Pim Zwier, 2014) over de joodse fotograaf, schrijver en journalist Sam Wagenaar (1908-1997).

De 'war correspondent' volgens de Conventies van GenŤve:

► is verplicht een legeruniform te dragen met een epaulet waarop 'war correspondent' staat

► is voorzien van een identiteitskaart in de vorm van een persaccreditatie

► kan aanspraak maken op het recht eenheden te escorteren (embedded journalism avant-la-lettre)

► maakt deel uit van en is erkend door de krijgsmacht

► valt onder het militaire tucht- en strafrecht

► wordt in handen van de vijand beschouwd als krijgsgevangene

De commandant van de militaire eenheid waaraan de oorlogscorrespondent is toegevoegd, kan verspreiding van de journalistieke productie verbieden als de operationele veiligheid van de eenheid en/of missie in gevaar komt of dreigt te komen.

Sinds 1977 regelt Protocol I van de derde Conventie van GenŤve ook de bescherming van 'gewone' of freelance journalisten tijdens een gewapend conflict: artikel 79 omschrijft de 'Measures or protection for journalists'. Ze hebben dezelfde status als burgers, hebben ook een persaccreditatie en vallen in handen van de vijand dus evenzeer onder de Conventies van GenŤve.

The First Casualty. From the Crimea to Vietnam: The War Correspondent as Hero, Propagandist and Myth Maker is het standaardwerk over de geschiedenis van oorlogsverslaggeving en propaganda. Het is geschreven door de Britse historicus Philip Knightley en voor het eerst gepubliceerd in 1975. Sindsdien is het boek enkele malen gereviseerd met hoofdstukken over de Falklandoorlog, de Golfoorlog en de oorlogen in voormalig JoegoslaviŽ. De titel van het boek is afkomstig uit 1917 in een citaat van de Amerikaanse senator Hiram Johnson (1866-1945): "The first casualty when war comes is truth." ("Het eerste slachtoffer van de oorlog is de waarheid.").

Echte Nederlandse oorlogsverslaggevers waren enkel werkzaam in de Korea-oorlog (1950-'53) en Eerste Golfoorlog (1990-'91). Tijdens de uitzending van het Nederlands Detachement Verenigde Naties (NDVN) in de Korea-oorlog trok de Groningse oorlogscorrespondent en -fotograaf Wim Dussel (1920-2004) in opdracht van de Legervoorlichtingsdienst met de militairen van het NDVN op tot in de voorste linies.

Over deze periode schreef Dussel Tjot. Nederlanders in Korea (1952). Voor deze periode, in Nederlands-IndiŽ, trok Dussel als Marinierscorrespondent op met de Mariniersbrigade, waarover hij Dat was jij, marinier! De geschiedenis van de Mariniersbrigade (1945-1949) (1950) schreef.

Met name de tv-zender CNN gooide aan het einde van de 20ste eeuw hoge ogen in haar aandeel oorlogscorrespondenten. Peter Arnett werd met zijn live verslaggeving vanuit de Iraakse hoofdstad Bagdad hťt gezicht van de Eerste Golfoorlog, terwijl ook Christiane Amanpour opzien baarde.

Van links naar rechts: Wim Dussel, Christiane Amanpour, Peter Arnett en Arnold Karskens

Vandaag de dag kent Nederland oorlogscorrespondenten als Arnold Karskens - auteur van het standaardwerk Pleisters op de ogen, pleister op de mond. De Nederlandse oorlogsverslaggeving van Heiligerlee tot Kosovo(2001) - en opkomend talent Martin Roemers (1962), die onder andere fotoboeken vervaardigde over de laatste dienstplichtigen van 101 Tankbataljon in Amersfoort ( De laatste lichting, 1996), Nederlandse militairen op de Balkan (Tussen vijandige buren, 2000) en Nederlandse militairen tijdens de missie ISAF in Afghanistan (Kabul, 2003).

'Zomaar een mens' (1994) van zanger Marco Borsato gaat over het werk van de oorlogsfotograaf annex -correspondent:

"Een plaatje, een oorlog van levende beelden,
die na een paar jaar weer vergeelden,
een foto, van mensen met tranen op wangen,
heel even door lenzen gevangen,
zomaar een mens.”

Zie ook: embedded journalism, omgaan met media, operational security en psychological operations.

Terug naar Boven

 

OORLOGSMISDAAD

Kriegsverbrechen.
war crime.
crime de guerre.

Synoniem: oorlogsmisdrijf.

Daad in tijd van een (niet-)internationaal gewapend conflict die in strijd is met de oorlogswetten (ius in bello) en/of -gebruiken dan wel een schending is van de mensenrechten (misdrijf tegen de menselijkheid).

MISDRIJF TEGEN DE MENSELIJKHEID

Verbrechen gegen die Menschlichkeit.
crime against humanity.
crime contre l’humanité.

De strafbaarheid van misdrijven tegen de menselijkheid is vastgelegd in het Rome Statute of the International Criminal Court, Article 7: Crimes against humanity.

Het statuut, dat in werking trad op 1 juli 2002, is van toepassing wanneer een van de genoemde handelingen wordt gepleegd als onderdeel van een wijdverbreide of stelselmatige aanval gericht tegen de burgerbevolking.

Als strafbare handelingen worden ondere andere genoemd: apartheid, deportatie (deportation), marteling (torture), moord (murder), slavernij (enslavement) en uitroeiing (extermination).

Tekening van één van de kinderen van basisschool De Hommel in Venray, gemaakt na het bezoek van veteraan Henk van Straten. In WO II belandde sergeant der infanterie Van Straten in Duitse krijgsgevangenschap.

Bron: Checkpoint, september 2016, nummer 7.

Oorlogsmisdaden zijn vastgelegd in verschillende conventies en verdragen, zoals in het statuut van het International Military Tribunal in Neurenberg na WO II, de Conventies van Genève en hun Aanvullende Protocollen, de statuten en rechtspraak van de Internationale tribunalen voor voormalig JoegoslaviŽ (International Criminal Tribunal for the former Yugoslavia, ICTY) en Rwanda (International Criminal Tribunal for Rwanda, ICTR) en het statuut van het International Criminal Court in Den Haag.

Wanneer de omstandigheden in (niet-)internationale gewapende conflicten het mogelijk maken dat een misdaad wordt voltrokken, wordt die verbijzonderd tot oorlogsmisdaad. De grens tussen misdaad, oorlogsmisdaad en oorlogvoering kan echter niet altijd even duidelijk worden getrokken; in de praktijk wordt die mede bepaald door het perspectief van waaruit de handeling wordt beschouwd (dader of slachtoffer). Daarnaast geldt dat een enkele handeling een oorlogsmisdaad kan zijn en dus volgens het internationaal strafrecht (humanitair oorlogsrecht) strafbaar is.

In tegenstelling tot misdrijven tegen de menselijkheid vinden oorlogsmisdaden altijd plaats tijdens oorlogen.

► dwingen van een krijgsgevangene of een andere beschermde personen om dienst te nemen bij de strijdkrachten van een vijandige mogendheid

► martelen of onmenselijk behandelen, met inbegrip van biologische experimenten

► nemen van gijzelaars

► onwettig deporteren of overbrengen of onrechtmatig opsluiten

► op grote schaal vernietigen en zich toeŽigenen van eigendommen dat niet door militaire noodzaak wordt gerechtvaardigd en dat ongeoorloofd en moedwillig plaatsvindt

► opzettelijk doden

► opzettelijk onthouden aan een krijgsgevangene of aan een andere beschermde personen van het recht op een eerlijke en onpartijdige berechting

► opzettelijk veroorzaken van ernstig lijden of zwaar lichamelijk letsel of ernstige schade aan de gezondheid

Daarnaast bijvoorbeeld ook:

► doden of verwonden van een strijder die zich, na het neerleggen van zijn wapens of wanneer hij zich niet meer kan verdedigen, onvoorwaardelijk heeft overgegeven

► dwingen van de onderdanen van de vijandige partij om deel te nemen aan oorlogshandelingen gericht tegen hun eigen land, ook als zij voor de aanvang van de oorlog in dienst van de oorlogvoerende partij waren

► gebruik maken van de aanwezigheid van een burger of een andere beschermde persoon om bepaalde punten, gebieden of strijdkrachten te vrijwaren van militaire operaties

► gebruiken van gif of giftige wapens

► gebruiken van verstikkende, giftige of andere gassen en overige soortgelijke vloeistoffen, materialen of apparaten

► onder de wapenen roepen of het in militaire dienst nemen van kinderen beneden de leeftijd van vijftien jaar bij de nationale strijdkrachten of hen gebruiken voor actieve deelname aan vijandelijkheden (kindsoldaten)

► op verraderlijke wijze doden of verwonden van personen die behoren tot de vijandige natie of het vijandige leger

► opzettelijk richten van aanvallen op burgerdoelen die geen militaire doelwitten zijn

► plunderen van een stad of plaats, ook wanneer deze bij een aanval wordt ingenomen

► schenden van de persoonlijke waardigheid, in het bijzonder vernederende en onterende behandeling

► verklaren dat geen kwartier zal worden verleend

In 1995 vond in Srebrenica de grootste oorlogsmisdaad op Europees grondgebied sinds WO II plaats.

2015: RAKETAANVAL MARIOEPOL OORLOGSMISDAAD

In het weekend van 24 en 25 januari 2015 werden raketaanvallen uitgevoerd op de havenstad Marioepol in het zuidoosten van OekraÔne. Het offensief, uitgevoerd door pro-Russische separatisten dan wel door de Russen zelf, kostten aan minimaal dertig burgers het leven.

Na het weekend lieten de Verenigde Naties weten dat de daders bewust op burgers hebben geschoten, wat de handeling tot een oorlogsmisdaad maakt.

Zie ook: CBRN-middelen, Conventies van Genève, genocide, humanitair oorlogsrecht (HOR), krijgsgevangene, kwartier verlenen, marteling en oorlogsrecht.

Terug naar Boven

 

OORLOGSRECHT

Ook genoemd: humanitair oorlogsrecht (HOR).

Deel van het internationaal recht dat regels stelt met betrekking tot oorlogvoering in ruime zin ťn bescherming biedt aan mensen en goederen in tijd van oorlog. Alle onderwerpen van het oorlogsrecht strekken er in meer of mindere mate toe de invloed van oorlog(voering) te beperken.

De regels van het oorlogsrecht gebieden rekening te houden met situaties die (kunnen) ontstaan bij handelingen die plaats hebben in een gewapend conflict tussen twee of meer volkeren, in een natie of staat, of tussen twee of meer naties of staten. Het oorlogsrecht staat alleen toe dat militaire doelen worden aangevallen: objecten waarvan het elimineren in de gegeven omstandigheden bijdraagt tot verzwakking van de militaire kracht van de tegenpartij. Gťťn militair doel zijn onder andere:

culturele goederen onder algemene of bijzondere bescherming

burgerbevolking

gewondentransporten

hospitalen

De onschendbaarheid van culturele goederen onder algemene of bijzondere bescherming kan enkel worden opgeheven in zeer uitzonderlijke gevallen van onvermijdelijke militaire noodzaak, en dan nog alleen door een divisiecommandant of hoger.

Verachtelijke handelwijzen zijn niet toegestaan, krijgslisten wél. Uitzonderingen binnen het oorlogsrecht zijn het recht op zelfverdediging of gewapenderhand optreden in opdracht van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties. In dezen zijn de artikelen 51 (hoofdstuk 7) en 107 (hoofdstuk 17) van het Verdrag van de Verenigde Naties de ontsnappingsclausules.

Binnen het oorlogsrecht geldt het neutraliteitsrecht. Dit is erop gericht het gebied waarbinnen het gewapend conflict zich afspeelt af te bakenen ťn de buiten het conflict staande partijen zoveel mogelijk tegen de gevolgen ervan proberen te beschermen.

Het is dus niet zo dat in de krijg het recht zwijgt, zoals de Romein Cicero stelde ("Silent leges inter arma"). Volgens Carl von Clausewitz is oorlogsrecht een contradictio in terminis: "Oorlog is zo'n gevaarlijke zaak dat fouten die voortkomen uit humaniteit de ergste zijn". De klassieke, romeinsrechtelijke terminologie maakt onderscheid tussen het ius ad bellum, ius bellandi en ius in bello:

IUS AD BELLUM

Het aangaan van gewapende conflicten

IUS BELLANDI

Het recht om oorlog te voeren

IUS IN BELLO

De regels die de gewapende conflicten beheersen

IUS AD BELLUM

Dit is de eerste, principiŽle vraag: wat is de - al dan niet toelaatbare - reden om ten strijde te trekken?

IUS IN BELLO

De tweede vraag, in de realiteit van het oorlogvoeren, is: wat zijn tijdens de strijd de juridische en morele normen en waarden? Deze beperken - of maken in elk geval minder gemakkelijk mogelijk – dat bepaalde wapens, zoals CBRN-strijdmiddelen en landmijnen, worden gebruikt en de oorlog op een bepaalde manier (aanvallen op burgers en non-combattanten) wordt gevoerd. Het ius in bello benadrukt bijvoorbeeld het onderscheid tussen combattanten en non-combattanten, en geeft aan dat alle militairen - in plaats van alleen de commandanten (command responsibility) - verantwoordelijkheid dragen. Deze verantwoordelijkheid betreft dus ook het begaan van oorlogsmisdrijven en misdaden tegen de menselijkheid.

Tot vóór de Kosovo-oorlog (1999) én de Amerikaans-Britse interventies in Irak tijdens de Eerste en Tweede Golfoorlog (1991 en 2003), was gebruik van oorlogsgeweld uitsluitend gewettigd binnen de kaders van het Handvest van de Verenigde Naties. Sindsdien heeft het internationaal recht zich gestort op de vraag of het toelaatbaar gesteld kan worden dat één of meer landen ten strijde trekken buiten de context van het VN-Handvest. Met andere woorden: of het jus ad bellum van toepassing is.

Tot het einde van de 20ste eeuw golden oorlogen veelal als een instrument van nationale politiek. Oorlogen eindigden traditioneel met een vredesverdrag, al dan niet voorafgegaan door een wapenstilstand of capitulatie. Gevolgen van schendingen van het oorlogsrecht kunnen zijn:

De tegenpartij zal zich mogelijk niet meer aan de regels van het oorlogsrecht houden.

De tegenpartij zal vergeldings- of represaillemaatregelen nemen.

De tegenpartij zal herstelbetalingen of anderszins schadevergoeding eisen.

De meest bekende geschreven regels zijn die van de Conventies van Genève en de twee Additionele protocollen: I over internationale gewapende conflicten, II over niet-internationale gewapende conflicten. Onder I valt ook de bevrijdingsoorlog: een volk dat zijn zelfbeschikkingsrecht uitoefent tegen koloniale overheersing, racistisch regime of vreemde bezetting.

CHRONOLOGIE VAN HET OORLOGSRECHT

354 - 430

De leer van de gerechtvaardigde oorlog (jus ad bellum) van de theoloog Augustinus. Zijn leer wordt vooral verklaard uit de kerstening van het Romeinse keizerrijk. Hierdoor verloor het christendom zijn oorspronkelijke pacifisme: geweld werd weer goedgekeurd als middel om een doel te bereiken.

 

1160

Vanuit Bologna wijdt de Italiaanse monnik Gratianus in zijn ‘Concordia discordantium canonum’ (‘Verzoening van de tegenstrijdige rechtsregels’) ± 100 bladzijden aan het probleem van de oorlogvoering.

 

1625

In zijn boek ‘De iure belli ac pacis’ (‘Over het recht van oorlog en vrede’) zet de Nederlandse rechtsgeleerde Hugo de Groot (1583-1645) zijn versie van de leer van de gerechtvaardigde oorlog uiteen. Het boek is eeuwenlang als voorschrift aangehouden voor het oorlogsrecht. De leer van de gerechtvaardigde oorlog houdt in dat oorlog alleen is geoorloofd als laatste redmiddel om een conflict op te lossen.

 

Tot 19de eeuw

De geïnstitutionaliseerde religie (kerk) én het moralisme zijn de enigen die raadgevingen voorschrijven in verband met de oorlogvoering. Hieruit komt het volkenrecht voort. In de 'vaart der volkeren' is oorlogvoering steeds moorddadiger geworden, waardoor uiteindelijk de van oorsprong religieuze en moralistische principes in internationale verdragen zijn vastgelegd.

 

Vanaf 2de helft 19de eeuw

Streven naar humanisering van oorlogvoering. Deze richt zich op twee peilers: het lot van mensen die als gevolg van het voeren van oorlog in handen van de tegenpartij zijn gevallen (burgers, gewonden, krijgsgevangenen) ťn de eigenlijke oorlogvoering. Het besef is doorgedrongen dat er iets moet worden gedaan aan de mensonterende toestanden op het slagveld.

 

1853 - 1856

Tijdens de Krimoorlog verricht de Engelse verpleegster Florence Nightingale (1820-1910) pionierswerk op het gebied van de verpleging van oorlogsslachtoffers in het hospitaal Selimiye Barracks te Skutari.

 

1859

De Zwitserse bankier Henry Dunant (1828-1910) is toevallig getuige van de Slag om Solferino, gevoerd tussen Oostenrijkers en Fransen in het gelijknamige Italiaanse plaatsje. Geschokt door het menselijk leed mobiliseert hij de lokale bevolking om hulp te verlenen aan vriend en vijand: 40.000 slachtoffers blijven achter op het slagveld in de buurt van Castiglione. De gewonden worden verzorgd, het lot van de stervenden verlicht. Hierover schrijft hij 'Un souvenir de Solferino' (1862).

 

23 oktober 1863

Afspraken met vertegenwoordigers van zestien regeringen leiden tot het eerste Verdrag van GenŤve. Hierin zijn overeenkomsten gesloten over de behandeling van oorlogsslachtoffers ťn de bescherming van gewonde militairen en medische ploegen.

 

1863

De Amerikaanse volkenrechtsgeleerde Francis Lieber (1798-1872) stelt in opdracht van president Abraham Lincoln tijdens de Civil War een instructie voor de Amerikaanse krijgsmacht op. De ‘Lieber-instructie’ – officieel ‘Instructions for the Government of Armies of the United States in the Field’ of ‘General Order No. 100’ geheten – bestrijkt het gehele terrein van de landoorlog en is van grote invloed geweest op de codificatie van het oorlogsrecht.

 

24 augustus 1864

Oprichting van het International Committee of the Red Cross (ICRC).

 

11 december 1868

Door een internationale militaire commissie wordt de Verklaring van Sint-Petersburg opgesteld. Het communiqué verbiedt het gebruik van bepaalde moorddadige projectielen (i.c. ontploffende munitie). Daarnaast wordt gesteld dat het enige gerechtvaardigde doel van oorlogvoering het verzwakken van de militaire kracht van de tegenpartij is.

 

1874

In Brussel wordt op initiatief van de Russische tsaar Aleksander II (1818-1881) een ontwerpverklaring opgesteld over de oorlogsgebruiken en –wetten.

 

29 juli 1899

Opnieuw op uitnodiging van de Russische tsaar Aleksander II nemen 26 landen nemen deel aan de Eerste Haagse Vredesconferentie. In de slotakte wordt onder andere het Landoorlogreglement (LOR) gepresenteerd, dat sterk is beÔnvloed door zowel de Lieber-instructie als de Verklaring van Sint-Petersburg. In het LOR zijn onder andere combattanten ťn de regels betreffende vijandelijkheden zijn gedefinieerd.

 

18 oktober 1907

Hoewel de Tweede Haagse Vredesconferentie is voorgesteld door de Amerikaanse president Theodore Roosevelt, ligt het initiatief bij de Russische tsaar Nicolaas II. De 44 landen die eraan deelnemen bepalen dat een oorlog moet beginnen met een oorlogsverklaring óf een ultimatum met een tijdslimiet.

 

1920

In het Handvest van de Volkenbond wordt onder andere bepaald dat elke lidstaat zowel de territo riale integriteit als de politieke onafhankelijkheid van andere lidstaten moet eerbiedigen.

 

27 augustus 1928

In Parijs wordt door 63 staten het Kellogg-Briand Pact getekend als een verdrag dat afstand doet van oorlog als instrument van de nationale politiek. Hiermee breekt het verdrag impliciet met het gedachtegoed van de Pruisische generaal Carl von Clausewitz (1780-1831) én wordt oorlog binnen het internationaal recht als ongeoorloofd verklaard. Het pact is het geesteskind van de Amerikaanse Minister van Buitenlandse Zaken Frank B. Kellogg (1856-1937) en de Franse Minister van Buitenlandse Zaken Aristide Briand (1862-1932).

 

Na de Tweede Wereldoorlog

Het voeren van een agressie-oorlog wordt gezien als een misdrijf tegen de vrede én een oorlogsmisdaad. Hierop berust de berechting van oorlogsmisdadigers tijdens de tribunalen van Neurenberg (1945-1946) en Tokio (1946-1948). Alleen de artikelen 42 en 51 van het Handvest van de Verenigde Naties zijn dť uitzonderingen op het agressieverbod:

Artikel 42

Gewapend optreden van de lidstaten op last dan wel in het kader van de VN-Veiligheidsraad

Artikel 51

Individuele of collectieve zelfverdediging ná een gewapende aanval (verdedigingsoorlog)

 

 

12 augustus 1949

Het eerste Verdrag van GenŤve uit 1863 wordt vervangen door de vier Conventies van GenŤve.

 

12 december 1977

De twee Additionele Protocollen (I en II) worden toegevoegd aan de Conventies van GenŤve.

 

1994

De VN-Veiligheidsraad stelt speciale ad hoc-tribunalen in voor voormalig JoegoslaviŽ en Rwanda (Arusha).

 

8 december 2005

Het derde Additionele Protocol (III) wordt toegevoegd aan de Conventies van GenŤve. Dit is de aanvaarding van een aanvullend onderscheidend embleem, t.w. Red Crystal (Rode Ruit).

De grondslag van het moderne oorlogsrecht (Laws of Armed Conflict, LOAC) zijn de Eerste en Tweede Haagse Vredesconferentie en de Conventies van GenŤve, maar feitelijk bestaat er niet zoiets als een allesomvattend oorlogsrecht.

Invulling en naleving van het oorlogsrecht hebben, behalve met de internationale wet- en regelgeving, onder andere ook te maken met:

Gedragscodes

Internationale verdragen en verklaringen

Jurisprudentie (rechtsrecht)

Mandaat, Rules of Engagement (ROE) en geweldsinstructie

Militair recht

Tuchtrecht

Voorschriften en handboeken

Na de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) heeft de leer van de gerechtvaardigde oorlog (bellum iustum) snel terrein verloren. Hiervoor was het zelfs mogelijk om een aanvalsoorlog te rechtvaardigen, bijvoorbeeld als die diende om eigendommen, levens of rechten te verdedigen.

Arbitrage in het oorlogsrecht wordt toevertrouwd aan het International Court of Justice (Internationaal Gerechtshof), het belangrijkste gerechtelijke orgaan binnen de Verenigde Naties. Dit is gevestigd in het Vredespaleis in Den Haag. Hierbij gaat het vaak om (grove) schendingen van het oorlogsrecht.

Sinds 2002 is in Den Haag ook het International Criminal Court (Internationaal Strafhof) gevestigd, ter berechting van oorlogsmisdaden, misdaden tegen de menselijkheid en genocide. Oorlogsmisdrijven worden onderscheiden van misdaden tegen de menselijkheid, welke laatste ook buiten oorlogsgebied kunnen worden begaan. Beiden vallen onder de rechtspraak van het Internationaal Strafhof.

Zie ook: combattant, Conventies van GenŤve, gerechtvaardigde oorlog (bellum iustum), humanitair oorlogsrecht, huurling, krijgsgevangene en non-combattant.

Terug naar Boven

 

OORLOGVOERING, PRINCIPES VAN MODERNE

De formule van beknopte principes van oorlog als een basis voor het gedrag van strategie en tactiek is een 20e-eeuws fenomeen. Vůůr 1921, toen de principes voor het eerst werden gepresenteerd in het Britse trainingshandboek 'Field Service Regulations' van kolonel John Frederick Charles Fuller (1876-1966), werd militaire wijsheid vaak vervat in lijvige en wijdlopige boekwerken van filosofen en de stelregels van grote commandanten.

Na oorlogservaring te hebben opgedaan in de Tweede Boerenoorlog en geplaatst te zijn geweest in Brits-IndiŽ, bleef J.F.C. Fuller tijdens en na WO I, waarin hij onder andere bij het Tank Corps diende, publiceren over de gevolgen van technologische ontwikkelingen, met name de motorisering en mechanisering van legers, voor de aard van moderne oorlogvoering.

In zijn publicaties verwierp hij de massale dienstplichtlegers die in starre fronten vergeefs op elkaar beukten, zoals in de jaren 1914-1918 was gebeurd, en pleitte hij voor kleinere, gemotoriseerde en gemechaniseerde beroepslegers.

Deze legers zouden, dankzij de moderne techniek en wetenschap in staat zijn tot manoeuvre-oorlogvoering en zouden oorlogen in kortere tijd tot een beslissend einde kunnen brengen.

Fuller, een van de toonaangevende militaire denkers van zijn tijd, stond in de jaren ’20 van de 20e eeuw niet alleen in zijn ideeën. Geestverwanten vond hij in de Brit Basil Henry Liddell Hart, de Fransman Charles de Gaulle en de Duitser Hans von Seeckt. Fuller had al in 1918 een soort Blitzkrieg voorgesteld om Duitsland in één klap te verslaan. Omdat de Duitsers nauwelijks tankeenheden bezaten voor een tegenaanval, had een dergelijk plan kans van slagen. Na de oorlog werd Fuller bekend door het propageren van mechanisering in het algemeen.

Zijn principes van moderne oorlogvoering zijn:

Behoud van moraal

Bundeling van kracht

Flexibiliteit

Offensieve actie

Regering

Samenwerking

Selectie en behoud van het objectief

Spaarzaam in inspanning

Veiligheid

Verrassing

Bron: VS 2-1386 (Gevechtshandleiding).

Zie ook: citaten & kreten, J.F.C. Fuller en Sir Basil Liddell Hart.

Terug naar Boven

 

OOSTDORP

Oefendorp op het Infanterie Schiet Kamp (ISK) van de Legerplaats Harskamp/Generaal Winkelmankazerne in Harskamp, gemeente Ede.

Oostdorp werd in 1956 in gebruik genomen. In het toen nog relatief kale oefendorp kon de aanval op en verdediging van een oord worden getraind. Dit resulteerde dan in gevechten op straat en huis-aan-huis. Om beter vertrouwd te kunnen raken met gevechtssituaties in dorpen en steden, is Oostdorp in 2002 aangepast en uitgebreid tot een modern Urban Training Centre. Sindsdien bestaat het uit 34 huizen van verschillende afmetingen. Rondom de huizen liggen tuinen die grenzen aan straten.

Het oefendorp wordt gebruikt voor het trainen van eenheden pantser- en luchtmobiele infanterie te voet in de skills en drills van het optreden in verstedelijkte gebieden (OVG) op niveau II (groep) en III (peloton), al dan niet in circuitvorm. Hierbij kan geen gebruik worden gemaakt van neveneenheden als cavalerie, genie e.a.  De nadruk ligt op de integratie van individuele vaardigheden in het groeps- en pelotonsoptreden.

Ook kent het oefendorp een riolering- en loopgravenstelsel. In het oefendorp mag nadrukkelijk, zowel binnen als buiten, met oefenmunitie worden geschoten. Ook kunnen boobytraps worden geplaatst, kan het effect van munitiesoorten op verschillende soorten bebouwing (gewapend beton, leem) worden getoond en kan bij het trainen gemakkelijk worden gewisseld tussen verschillende geweldsniveaus.

Zaken die in Oostdorp prima kunnen worden beoefend zijn het bezetten en zuiveren van huizen, omgaan met hindernissen, inbraak, instap, optreden tegen een binnengedrongen vijand en het verplaatsen door verstedelijkt gebied.

Pas na het afronden van de training in Oostdorp, mag van het oefendorp in Marnehuizen worden gebruikgemaakt.

Jaarlijks komen 6.000 à 8.000 militairen naar Oostdorp om te trainen in OVG.

Terug naar Boven

 

OPDRACHTGERICHTE COMMANDOVOERING

Auftragstaktik; FŁhren in Auftrag.
mission command.

Afgekort: OGC.

De gewenste commandovoeringstijl en leiderschapsvorm die bij het operationeel besluitvormingsproces (OBP) wordt gehanteerd is de opdrachtgerichte commandovoering (OGC).

Karakteristiek voor de OGC is het denken in doelstellingen, waarbij het sturen op het gewenste resultaat centraal staat. Hierbij is de manier van werken om met behoud van eenheid van inspanning een zo groot mogelijke vrijheid van handelen te geven aan ondercommandanten (lijnfunctionarissen).

Commandanten geven hierbij de doelstellingen aan en stellen de randvoorwaarden:

Opdrachtgerichte commandovoering betekent:

■ doelstellingen en randvoorwaarden zijn duidelijk

 

■ ondercommandant begrijpt de commander's intent

 

■ ondercommandant handelt "in de lijn van de commandant"

 

■ de opdracht wordt door de ondercommandant geaccepteerd dankzij:

► goede (achtergrond)informatievoorziening

 

► beschikking hebben over de juiste en voldoende middelen (materieel) en vaardigheden (Opleiding & Training)

 

► wederzijds respect tussen commandant en ondercommandanten

 

► wederzijds vertrouwen tussen commandant en ondercommandanten

Voorwaarden bij opdrachtgerichte commandovoering zijn:

► Een fundamenteel begrip bij de ondercommandanten (lijnfunctionarissen) betreffende de te bereiken doelstelling en de visie van de commandant daarop.

Met behulp van de richtinggevende commander's intent (oogmerk van de commandant) kan op lager niveau zelfstandig worden opgetreden

► Teamwork

De reden waarom vredesbedrijfsvoering en operationele inzet op elkaar moeten worden afgestemd middels de adagia 'train as you fight' en 'work as you fight'.

Opleiding & Training (O&T), dat plaatsvindt binnen de vredesbedrijfsvoering, is gebaseerd op de doctrine van de OGC.

► Vertrouwensbasis tussen commandant en ondercommandanten

► Zelfstandigheid op het laagste niveau binnen de organisatie

De voordelen van opdrachtgerichte commandovoering zijn:

■ Biedt flexibiliteit in het optreden van én volgen door gevechts(verzorgings)steuneenheden van de manoeuvre

■ Garandeert dat regionale/lokale ondercommandanten beslissingen nemen op basis van de meest recente en actuele inlichtingen

■ Garandeert snelheid van handelen in het eigen optreden, waarmee initiatief kan worden verkregen/behouden

■ Slechts een beperkte hoeveelheid essentiŽle informatie passeert de bevelslijn, zowel top-down als bottom-up

■ Verschaft ondercommandanten (lijnfunctionarissen) een gevoel van betrokkenheid

Zie ook: commander's intent, eenheid van inspanning, functionele indeling van eenheden, initiatief, operationeel besluitvormingsproces (OBP), Opleiding & Training (O&T) en vrijheid van handelen.

Terug naar Boven

 

OPEN SOURCE INTELLIGENCE

Afgekort: OSINT. Inlichtingen die worden verkregen uit open bronnen en worden aangeboden aan analisten. Voorbeelden van OSINT zijn de informatie die kan worden verkregen uit (inter)nationale vaktijdschriften, dag- en weekbladen, bibliotheken, conferenties en symposia, databanken, internet (bijvoorbeeld profielsites), persagentschappen, politieke manifesten, radio e.v.a.

Terug naar Boven

 

OPERATIEGEBIED

Zie verder: Area of Operations (AO). Zie ook: 1 Legerkorps (1 LK).

Terug naar Boven

 

OPERATIEROOS

De operatieroos brengt in (vier) kwadranten alle relevante militaire ťn civiele actoren in de operatieomgeving van de commandant in kaart.

De informatievoorzieningsapplicatie Athena voorziet in het kunnen creŽren van de operatieroos aan de hand van de indeling:

Engels

Nederlands

Vergelijkbaar met

Kleur

Superior actors

Eenheden 1 UP en 2 UP

HICON

 

Peer actors

Eenheden op hetzelfde niveau

FLANCON

 

Subordinate actors

Ondereenheden

LOCON

 

Other actors

Andere actoren/participanten

 

Vanuit het perspectief van een logistieke commandant kunnen de kwadranten - overigens niet in Athena - een andere benaming krijgen: opdrachtgevers (clients), eigen capaciteiten (own abilities), leveranciers (suppliers) en klanten (customers).

De operatieroos is een zeer bruikbaar en onmisbaar hulpmiddel dat is ontwikkeld om de commandant en zijn staf te ondersteunen. De commandant kan de operatieroos, waar mogelijk of nodig, gebruiken tijdens zijn briefings en gesprekken met sleutelfunctionarissen. Immers, de commandant kan op alle actoren invloed uitoefenen of wordt beïnvloed door het optreden van anderen.

Zie ook: Athena.

Terug naar Boven

 

OPERATIONAL READINESS TEST

Afgekort: ORT. Soort van alarmoefening (ORT-alarm), waarbij deelmaatregelen van een algeheel alarm moesten worden uitgevoerd.

Werd in de dienstplichttijd, tot 1996, met name beoefend bij manoeuvre-eenheden van bataljonsgrootte, die volledig beladen, met alle voertuigen en alle personeel in colonneverband naar een verzamelgebied in de omgeving van de kazerne moesten verplaatsen.

In het verzamelgebied – een oefenuitwijkgebied, omdat het daadwerkelijke uitwijkgebied geheim was – werd de eenheid vervolgens getest op het verblijven in een verzamelgebied.

Terug naar Boven

 

OPERATIONEEL BESLUITVORMINGSPROCES

Afgekort: OBP.

Het besluitvormingsproces binnen staven (secties) draait om drie zaken:

►verzamelen van gegevens

►verwerken van informatie tot gevalideerde inlichtingen op basis waarvan besluiten kunnen worden genomen

►uitgeven van het besluit in de vorm van een bevel

Voor het OBP geldt hetzelfde als voor alle andere oefening: de snelheid en de kwaliteit van de besluitvorming nemen toe met het beoefenen ervan.

Het OBP kent vier fasen:

NEDERLANDS

ENGELS

analyse van de opdracht

mission analysis

evaluatie van de factoren van invloed

evaluation of factors

beschouwing van de eigen mogelijkheden

consideration of courses of action

nemen van het besluit

commander’s decision

ANALYSE VAN DE OPDRACHT

Hierbij worden de volgende zaken onder de loep genomen:

Wat zijn de opgedragen en afgeleide deeltaken?

Is de opdracht te verdelen in meerdere fasen?

Wat is de rol van de eenheid?

Wat zijn de beperkingen (SWOT-analyse)?

Daaruit volgen de feiten en veronderstellingen (aannames) die moeten worden geverifieerd met de brigadecommandant in de zgn. richtinggevende stafbespreking (RSB).

In deze RSB spreekt de brigadecommandant zijn persoonlijke ideeën uit over het uit te voeren besluitvormingsproces, zowel inhoudelijk (over het resultaat van de analyse van de opdracht) als procedureel (over het verdere verloop én de diepgang van het besluitvormingsproces).

Tot slot geeft de brigade een initieel waarschuwingsbevel uit.

EVALUATIE VAN DE FACTOREN VAN INVLOED

Met name de Sectie 2/3 (terrein, weer en vijand) van de brigade houdt zich hierin bezig met de Inlichtingen Voorbereiding van de Operatie (IVO). Maar ook de overige secties en specialistische stafofficieren, bijvoorbeeld de brigadearts, inventariseren alle factoren die van invloed kunnen zijn op:

voortzetting van het HUIDIGE optreden

IST

uitvoeren van de NIEUWE opdracht

SOLL

Tot slot moet een goed beeld van de eigen middelen ontstaan: een complete, zo actueel mogelijke situatieschets van de eenheid, inclusief inzet(on)mogelijkheden en aan- cq. afwezigheid van materieellogistieke middelen.

BESCHOUWING VAN DE EIGEN MOGELIJKHEDEN

In deze fase worden de eigen mogelijkheden (EM) ontwikkeld. Hierin wordt bezien op welke verschillende manieren een opdracht kan worden uitgevoerd als in elk geval met elkaar worden vergeleken:

►uit te voeren opdracht

►belangrijkste factoren van invloed

►eigen middelen

Daarna volgt de operatie-analyse. In een zo breed mogelijke deelname van de secties volgt de zgn. besluitvormende stafbespreking (BSB) over:

►Waar (plaats) en wanneer (tijd) moeten in de uitvoering cruciale besluiten worden genomen?

►Op welke manier kunnen de noodzakelijke effecten worden bereikt?

NEMEN VAN HET BESLUIT

Ten slotte volgt het besluit van de brigadecommandant: wat gaat de brigade, of eenheden van de brigade, doen? Zijn staf legt het genomen besluit vast in een bevel.

Elementen van het besluit zijn:

Oogmerk

Hoe wil de brigadecommandant de eindsituatie bereiken?

Operatieconcept (ConOps)

Wat zijn het doel en de context van de operatie?

Veronderstellingen die leiden tot een kritieke informatiebehoefte

Beperkingen voor de ondercommandanten

Algemene opmerkingen over het OBP:

►De brigade is binnen de Koninklijke Landmacht het laagste niveau waar sprake is van alle functies van militair optreden: manoeuvre, vuurkracht, inlichtingen, bescherming en logistiek. Dit wordt gerealiseerd door het combineren en integreren van gevechts-, gevechtssteun- en gevechtsverzorgingssteuneenheden. (verbonden wapens). OBP vindt op dit en op bataljonsniveau plaats.

►Het OBP is sterk afhankelijk van de beschikbare tijd: hoe meer tijd, des te groter de rol van de secties.

Zie ook: beoordeling van toestand (BVT), chef-staf, eigen mogelijkheid (EM), NAVO-5-paragrafenbevel en O.T.V.O.E.M.

Terug naar Boven

 

OPERATIONEEL PLANNINGSPROCES

Operational Planning Process.
processus de planification des opťrations (PPO).

Afgekort: OPP.

Het besluitvormingsproces op militair-strategisch niveau, zoals dit is beschreven in en afgeleid van de Comprehensive Operations Planning Directive (COPD) van de NAVO.

Bij de besluitvorming over de inzet informeert de regering op grond van artikel 100 van de Grondwet eerst het parlement, vooraf en schriftelijk, over een besluit tot deelname aan een internationale operatie en de daaraan verbonden voorwaarden.

Bij de besluitvorming zijn van belang:

■ de dreigingsanalyse van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten AIVD en MIVD

■ het Toetsingskader

■ het operationeel planningsproces van de CDS

Zodra er sprake is van een mogelijke inzet, wordt onder leiding van de Commandant der Strijdkrachten en de Directie Operaties (DOPS) van de Defensiestaf het operationeel planningsproces gestart.

In het OPP stelt de CDS vast welke inzetgerede capaciteiten de Operationele Commando's wanneer moeten aanleveren en aan welke (kwaliteits)eisen deze moeten voldoen.

Daarnaast wordt het OPP zo optimaal mogelijk afgestemd op de (inter)nationale politieke en militaire besluitvorming. Bij deze internationale besluitvorming speelt Nederland zelf ook een rol:

► Bij de NAVO als lid van de Noord Atlantische Raad/NAVO Militair Comitť

► Bij de EU als lid van het Permanent Veiligheids Comitť/EU Militair Comitť

De vijf fasen in het Operationeel Planningsproces (OPP).

De vijf fasen van het Operationeel Planningsproces uitgeschreven:

■ Besluitvorming & Planning

■ Voorbereiding (Formeren & Gereedstellen)

■ Deployment (Ontplooiing in het inzetgebied)

■ Instandhouding (inclusief rotaties)

■ Redeploment (Terugkeer, deformeren en afronding)

MILITAIR-GENEESKUNDIGE PLANNING

De militair-geneeskundige planning van een missie verloopt volgens de procedure zoals vastgelegd in de Aanwijzing Hoogste Medische Autoriteit (HMA) 0/17: de Operationeel Geneeskundige Planningsrichtlijn (OGPR).

De OGPR - een uitwerking van het OPP en de Aanwijzing SG V/26 (Grondslagen, hoofdlijnen en systeemeisen militaire gezondheidszorg) - geeft de fundamentele beginselen van de planning van militaire gezondheidszorg voor operaties.

De richtlijn fungeert als checklist om alle voor de gezondheid relevante elementen in kaart te brengen, zoals de verliesverwachting.

Terug naar Boven

 

OPERATIONELE GEREEDHEID

De operationele gereedheid (OG) geeft uitdrukking aan het vermogen van een eenheid om de toegewezen taken uit te voeren. OG is gebaseerd op de personele en materiële gereedheid (PG en MG) alsmede de mate van geoefendheid (GO) van een eenheid:

Personele Gereedheid (PG)
+
MateriŽle Gereedheid (MG)
+
Mate van Geoefendheid (GO) 
=
Operationele Gereedheid (OG)

De personele en materiële gereedheid alsmede de mate van geoefendheid van een eenheid, hangen nauw samen met het voortzettingsvermogen. De hamvraag is of een eenheid in staat is een bepaalde missie voor langere tijd (bijvoorbeeld 4 of 6 maanden) voort te zetten. Extreme hitte, stof én inspanningen hebben bijvoorbeeld invloed op het voortzettingsvermogen van een missie als SFIR in Irak.

Elke vier maanden rapporteren de bevelhebbers van de krijgsmachtdelen over de operationele gereedheid; de operationele gereedheid van een eenheid wordt in (inzetbaarheids)rapportages uitgedrukt in de kleuren groen, geel, rood en blauw:

GROEN
Beschikbaar (voor alle hoofdtaken)
GEEL
Beschikbaar met beperkingen (niet voor alle hoofdtaken)
ROOD
Niet beschikbaar (voor geen enkele van de hoofdtaken)
BLAUW
Daadwerkelijk ingezette eenheid

In plaats van en naast ´operationele gereedheid´ is ook het begrip ´operationele inzetbaarheid´ gebruikt. Daarbij werd ´operationele inzetbaarheid´ niet alleen gerelateerd aan een eenheid, formatie of schip, maar ook aan een wapensysteem of uitrustingstuk. Deze begripsbepaling sluit aan bij de NAVO-definitie van 'operational readiness', waarvan de NAVO-definitie luidt: "The capability of a unit/formation, ship, weapon system or equipment to perform the missions or functions for which it is organised or designed. May be used in a general sense or to express a level or degree of readiness".

De mate van operationele gereedheid van een eenheid wordt – naast de personele en materiële gereedheid en de mate van geoefendheid – ook beïnvloed door het moreel en de motivatie van het personeel.

Terug naar Boven

 

OPERATIONELE NIVEAUS

Niveaus waarop binnen de (inter)nationale politiek, het Ministerie van Defensie en de krijgsmacht(delen) hiŽrarchisch te werk wordt gegaan.

De niveaus vertalen zich in publicaties, zoals doctrines en beleidsdocumenten, binnen de verschillende de operationele niveaus, gerangschikt van hoog naar laag.

Niveaus van optreden

Publicaties

 

Voorbeelden

Politiek-strategisch
(Grand strategy)

 

Beleidsdocumenten
Ministerie van Defensie

► Toetsingskader

Militair-strategisch

Beleidsdocumenten
Commandant der Strijdkrachten (CDS)

 

► Nederlandse Defensie Doctrine (NDD)

Operationeel

Landmacht Doctrine Publicaties (LDP's)

► LDP I (Militaire doctrine, 1996)
► LDP II A, B en C (Gevechtsoperaties, A en B)
► LDP III (Vredesoperaties,1999)
► LDP IV (Nationale operaties, 2001)

Tactisch

Handboeken
Leidraden

► Handboek Leidinggeven in de KL
► Leidraad Commandovoering

 

Technisch

Voorschriften t.b.v.
groepen militairen en/of (wapen)systemen

► Handboek KL-militair
► Voorschrift NBC-masker
► Voorschrift Pistool Glock

De niveaus van militair optreden vervlechten in toenemende mate. Dit heeft mede te maken met de (near) real-time informatievoorziening in missiegebieden: zowel de politiek en de hogere legerleiding als de media kunnen de uitvoering van opdrachten op het tactisch niveau hierdoor minutieus volgen.

Het gevolg van deze transparatntie is dat het incorrect of ondoordacht handelen van ťťn militair op tactisch niveau tot vergaande consequenties op het hoogste niveau kan leiden (strategic corporal).

Bron: Nederlandse Defensie Doctrine, Defensiestaf, 2013.

Zie ook: instrumenten van macht, strategic corporal en Tactiek om te begrijpen (2009, brigadegeneraal Otto van Wiggen, luitenant-kolonel b.d. Theo Pollaert en luitenant-kolonel Erik Jellema).

Terug naar Boven

 

OPERATIONELE OMGEVING

Engels: operational environment. Structuur van de voorwaarden, omstandigheden en invloeden die de ontplooiingsmogelijkheden van een strijdmacht tijdelijk of blijvend beïnvloeden. De onderverdeling van de operationele omgevingen is:

Permissive

Tolerant

► Omgeving waarin de Host Nation zijn eigen strijdkrachten controleert en meehelpt aan operaties van een vreemde strijdmacht op haar grondgebied.

► Weinig of geen oppositie van de lokale bevolking wordt verwacht, maar er kan bijvoorbeeld worden gedemonstreerd om de geloofwaardigheid cq. doeltreffendheid van de vreemde strijdmacht aan te tasten.

► Vaak na natuurrampen en in post-conflict-situaties.

 

Semi-permissive
(Uncertain)

Onzeker

► Omgeving waarin de regeringsstrijdkrachten van de Host Nation niet langer de controle hebben over eigen grondgebied noch eigen bevolking.

► Eigen strijdkrachten van de Host Nation zijn mordicus tegen of in het geheel niet ontvankelijk voor het optreden van een vreemde strijdmacht zijn.

 

Non-permissive
(Hostile)

Vijandig

► Omgeving waarin een vreemd strijdmacht in plaats van de strijdkrachten van de Host Nation, al dan niet noodgedwongen, grondgebied en bevolking probeert te controleren.

► Oppositie van de lokale bevolking wordt verwacht, van criminelee en burgerlijke wanorde (insurgency) tot terroristische acties en asymmetrische dreiging.

► De operationele omgeving is per definitie zodanig vijandig dat het (dreigen met het) gebruik van geweld in situaties en scenario’s noodzakelijk is.

Het gevaarlijke aan de operationele, (geo)strategische omgeving waarin een militaire operatie wordt uitgevoerd, is dat zij zeer dynamisch is en altijd in meer of mindere mate bestaat uit rationeel en emotioneel reagerende mede- en tegenstanders. Daardoor kan de operationele omgeving variëren van meewerkend tot vijandig, waardoor orde en gezag gedeeltelijk of zelfs geheel kunnen ontbreken. Gevaarlijke problemen kunnen ontstaan door een deels of totaal afwezig dan wel goed functionerend justitieel, politieel en/of (para)militair stelsel.

Uitgaande van het militaire adagium “De enige zekerheid is onzekerheid” zal elke vreemde strijdmacht, in welke operationele omgeving dan ook, te allen tijde – bij escalatie (van stap tot stap ernstiger worden van een conflictsituatie) - voorbereid moeten zijn op een mogelijke aanpassing van taakstelling, uitrusting en opleiding en training ten behoeve van het tegenovergestelde: deëscalatie (verminderen van de ernst van een conflictsituatie door, met name bij controverses, de betrokkenheid, grootte, intensiteit of spanning te verminderen).

Terug naar Boven

 

O = P = F

Formule die de omvang van het arbeidsvoorwaardenbudget bij Defensie vastlegt: Organisatie = Personeel = FinanciŽn.

Het arbeidsvoorwaardenbudget betreft de financiŽn die, op grond van het van kracht zijnde arbeidsvoorwaardenbeleid, moeten worden uitgegeven aan het Defensiepersoneel, zoals salarissen, pensioenen en wachtgelden.

O = P = F heeft een directe relatie met de Beleids-, Plannings- en Begrotingscyclus (BPB).

Uitgeschreven luidt de formule:

O

Alleen wanneer een arbeidsplaats (O) beschikbaar is, kan personeel worden aangesteld. Het opheffen van eenheden verkleint het aantal arbeidsplaatsen.

P

Militairen en burgermedewerkers zijn het personeel (P). Overtollig personeel wordt ontslagen, benodigd personeel wordt aangesteld.

F

Het aangestelde Defensiepersoneel moet op grond van de van kracht zijnde arbeidsvoorwaarden worden betaald (F).

In de ideale situatie gaat O = P = F er vanuit dat de organisatie, de personele bezetting en het beschikbare budget (financiën) in evenwicht zijn.

Dit is zelden het geval. De vele bezuinigingen en reorganisaties van de afgelopen decennia laten dit zien.

BPB-CYCLUS

De Beleids-, Plannings- en Begrotingscyclus (BPB) vormt de kern van de activiteiten van de Bestuursstaf.

De Bestuursstaf is het strategisch management van het ministerie dat, onder leiding van de hoogste ambtenaar - de Secretaris-generaal - het departement op hoofdlijnen aanstuurt en het Defensiebeleid maakt.

In de BPB geeft de Bestuursstaf antwoord op de vragen:

► Wat wil Defensie bereiken?
(Beleid maken met te bereiken doelen)

► Wat gaat Defensie daarvoor doen?
(Middelen toewijzen om deze doelen te bereiken)

► Wat mag dit kosten?
(Berekenen wat deze middelen gaan kosten)

Producten die voortkomen uit het BPB zijn de beleidsvisie, het Defensieplan, de Defensiebegroting en het jaarverslag. De Commandant der Strijdkrachten is verantwoordelijk voor het Defensieplan.

Het Defensieplan is de basis voor de Defensiebegroting. De prioriteiten in het Defensieplan worden op hun beurt vastgesteld aan de hand van de Essentiële Operationele Capaciteiten.

Wanneer de Defensieorganisatie groot is, wordt veel van het beschikbare budget opgesoupeerd door salarissen, pensioenen en wachtgelden en blijft (relatief) weinig over voor materieelinvesteringen. Door de organisatie-omvang te verkleinen en het personeelsbestand hieraan aan te passen, resteert meer geld om te investeren in nieuw materieel.

De Commandant der Strijdkrachten stelt de kaders voor de omvang van de Organisatie en de vulling met Personeel. Zijn uitgangspunt is dat de toekomstige Defensieorganisatie volledig is gevuld en dat daar de FinanciŽn voor zijn.

Voldoende beschikbaar budget - m.a.w. voldoende mogelijkheid tot financiŽle exploitatie - dicteert de grootte van de Defensieorganisatie. De regering, die het oppergezag over de krijgsmacht heeft, bepaalt het Defensiebeleid. Uiteindelijk bepaalt dus de regering, en in de regering de financiŽle mogelijkheden die de minister van FinanciŽn al dan niet heeft, personeelsplafond en omvang van en investeringsmogelijkheden en prioriteiten in de krijgsmacht.

O = P = F moet in evenwicht zijn. Bij nieuwe taken, of een intensivering van bestaande taken, moet O daaraan worden aangepast.
Dit heeft automatisch gevolgen voor P en F.

De keuze is dan om meer geld uit te geven (indien beschikbaar) om de omvang van de organisatie te vergroten, dan wel (indien niet beschikbaar) om taken niet meer of juist minder intensief uit te voeren.

Het resultaat van elke aanpassing moet zijn dat O, P en F weer met elkaar in balans zijn.

Terug naar Boven

 

OPFOR

Voluit: Opposing Forces.

Nederlands: oefenvijand. Militaire eenheid die voor trainingsdoeleinden zo realistisch mogelijk een (oefen)vijand uitbeeldt. Meestal is dit gerelateerd aan het opwerkingstraject van een andere eenheid die zal worden uitgezonden. Sommige landen gebruiken gespecialiseerde OPFOR-eenheden om zo weinig weinig mogelijk potentiŽle scenario's aan het toeval over te laten.

Een tot op zekere hoogte realistische oefenmethode hiertoe is het gebruik maken van MILES: Multiple Integrated Laser Engagement System. MILES wordt bevestigd aan de echte bewapening (geweren, mitrailleurs, voertuigen) om een reële missieomgeving te simuleren.

In Nederland vervullen eenheden van de Nationale Reserve regelmatig de rol van OPFOR, voor zowel opleidingscentra als parate eenheden. Maar ook andere eenheden spelen voor de gelegenheid OPFOR.

Het begrip 'OPFOR' speelt sinds militaire heugenis, aanvankelijk als "oefenvijand", een niet mis te verstane rol bij militaire oefeningen en het onvermijdelijke maar gesimuleerde conflict tussen Blauwland en Groenland.

Terug naar Boven

 

OPKOMSTPLICHT

Sinds mei 1997 is de opkomstplicht voor dienstplichtigen voor onbepaalde termijn opgeschort (uitgesteld).

De opkomstplicht is weliswaar opgeschort, in juridische zin bestaat de dienstplicht nog steeds en blijft de administratie van nieuwe dienstplichtigen intact. Dit juridisch onderscheid is gebaseerd op de Grondwet, artikel 98, 2e lid: "De wet regelt de verplichte militaire dienst en de bevoegdheid tot opschorting van de oproeping in werkelijke dienst."

De opschorting van de opkomstplicht is geregeld in de Kaderwet dienstplicht, artikel 39. De Kaderwet dienstplicht geeft aan dat zowel de opschorting als de beŽindiging van de opschorting bij Koninklijk Besluit worden geregeld.

In mei 1993, bij het aanvaarden van de Prioriteitennota 1993, Een andere wereld, een andere Defensie, onder minister van Defensie Relus ter Beek (PvdA), stemde de Tweede Kamer in met de opschorting.

Sinds 22 augustus 1996 werden al geen nieuwe dienstplichtigen meer opgeroepen.

De opschorting betekende dat burgers geen militaire dienst hoeven vervullen zolang de veiligheidssituatie dit niet vereist.

Sinds de opschorting van de opkomstplicht bestaat de Nederlandse krijgsmacht volledig uit (vrijwillige) beroepsmilitairen.

In het jaar dat hij 17 jaar wordt ontvant iedere mannelijke staatsburger nog altijd een dienstplichtbrief, waarin hij wordt geÔnformeerd dat hij is ingeschreven voor de dienstplicht maar niet opkomstplichtig is.

Mocht de regering besluiten het opschorten te beëindigen – zoals dit is geregeld in de Kaderwet dienstplicht, artikel 40 – en daarmee in de praktijk de dienstplicht te reactiveren, dan wordt de ontvanger van de dienstplichtbrief alsnog gekeurd.

Sinds de opschorting van de dienstplicht in 1997 vinden ook geen herhalingsoefeningen met dienstplichtigen meer plaats.

Geschiedenis

Op 19 september 1991 stelt minister van Defensie Relus ter Beek de Commissie Dienstplicht in met als taak advies uit te brengen over de toekomst van de dienstplicht en de duur van de ‘eerste oefening’. De commissie richt zich in de eerste plaats op het onderzoek naar de vraag of het wenselijk dan wel noodzakelijk is de dienstplicht te handhaven dan wel af te schaffen.

Op 28 september 1992 adviseert de Commissie Dienstplicht, onder leiding van de commissaris der Koningin in Drenthe Wim Meijer (PvdA), in haar eindrapport Naar een dienstplicht nieuwe stijl, om de opkomstplicht niet op te schorten en daarmee de dienstplicht intact te laten.

Met het aannemen van de Prioriteitennota 1993 in mei 1993 stemde de Tweede Kamer echter wťl in met de opschorting van de opkomstplicht.

Volgens de Prioriteitennota 1993 is een van de hoofdtaken van de krijgsmacht voortaan het deelnemen aan vredesmissies, een taak die volgens het kabinet Kabinet-Lubbers III niet geschikt is voor dienstplichtigen. De dienstplichtige heeft immers altijd het recht een uitzending te weigeren.

Met de nota, die verschijnt naar aanleiding van het uiteenvallen van de Sovjet-Unie, de val van de Berlijnse Muur en het einde van de Koude Oorlog, wordt het Nederlandse Defensiebeleid drastisch gewijzigd. De dreiging uit het Oosten is plotsklaps verdwenen, waarmee zich een nieuwe internationale veiligheidssituatie aandient zonder het directe gevaar van een grote (verdedigings)oorlog.

Een grote (defensieve) krijgsmacht is dan ook overbodig geworden. De nota kondigt bezuinigingen op het Defensiebudget aan en de krijgsmacht, die tot dan toe vooral uit dienstplichtigen heeft bestaan, gaat zowel krimpen als hervormen, met alleen nog beroepsmilitairen in werkelijke dienst.

Ook vindt er een belangrijke reductie in infrastructuur en materieel plaats.

Tot slot verschuift de focus van een territoriaal ingestelde naar een expeditionaire krijgsmacht. Het kabinet-Lubbers III vindt een beroepskrijgsmacht geschikter voor de taakstelling van het expeditionair optreden.

Dankzij het handhaven van de dienstplicht kan, wanneer een grote militaire dreiging herleeft, altijd worden overwogen de opschorting van de opkomstplicht te beŽindigen en daarmee opnieuw dienstplichtigen op te roepen.

Eindrapport 'Verkenningen. Houvast voor de krijgsmacht van de toekomst', 29 maart 2010, pagina 182.

Gevolgen

► Als gevolg van de opschorting moet de krijgsmacht zich herbezinnen over de uitvoering van bepaalde taken. Het grootst zijn de veranderingen bij de Koninklijke Landmacht, traditioneel het krijgsmachtdeel met de meeste dienstplichtigen. Vanaf dat moment is het bijvoorbeeld niet meer mogelijk het systeem van voornamelijk fysieke bewaking (door de inzet van dienstplichtigen) voort te zetten.
► De bron van de reserve - dienstplichtigen - is verdwenen, waardoor de tienduizenden 'slapende' reservisten - voormalig dienstplichtigen - niet meer nodig zijn.
► Het opschorten pakt tweeledig uit. Aan de ene kant is de krijgsmacht meer dan vroeger naar buiten gericht, met een scherper besef van maatschappelijke ontwikkelingen. Anderzijds lijkt de wisselwerking tussen maatschappij en krijgsmacht kleiner, evenals het maatschappelijk draagvlak. Dit laatste geldt vooral voor het instituut krijgsmacht, niet voor de inzet van de militair zelf.
► Vanwege de nieuwe taakstelling van de krijgsmacht wordt van de beroepsmilitair een grotere inzet en verantwoordelijkheid verwacht dan van de dienstplichtige. In toenemende mate geldt dit voor de rol van de jonge onderofficier.
► Sinds de opschorting is gekozen voor een materieelsysteem waarbij grote en kostbare voorraden niet langer worden aangehouden.
► Sinds de opschorting is Defensie voor de personeelsvoorziening afhankelijk van de externe arbeidsmarkt. De instroom van ruim 40.000 dienstplichtigen, die tot dan tot jaarlijks gewaarborgd was, is verdwenen. Jongeren moeten actief worden "geboeid en gebonden" om in dienst te treden.
► Ter vervanging van de dienstplicht maken sommige politici zich sterk voor de invoering van een maatschappelijke of sociale dienstplicht. Een dergelijke dienstplicht voor andere doeleinden dan militaire dienst is echter in strijd met het verbod op dwangarbeid, zoals vastgelegd in artikel 4 van het Europese 'Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden' en artikel 19, 3e lid, van de Nederlandse Grondwet.

Zie ook: bewaken, dienstplicht, expeditionair, infrastructuur, Koude Oorlog, minister van Defensie, onderofficier en vredesmissie.

Terug naar Boven

 

OPLEIDING & TRAINING

Afgekort: O&T.

De scheidslijn tussen opleiden en trainen is dun:

Opleiden is het onderwijsleerproces dat de vereiste bekwaamheid en geschiktheid verschaft voor personeel om zich verder te bekwamen in een of meer niveaus en/of voor een bepaalde functie(groep) in de Defensieorganisatie;

Trainen is het regelmatig beoefenen van eerder aangeleerde vaardigheden, in combinatie met aangeleerde theoretische kennis.

Opleiden en trainen zijn nauw met elkaar verbonden: opleiden zonder daarna een en ander verder te trainen leidt niet tot het gewenste resultaat, trainen zonder dat daaraan een opleiding is voorafgegaan is eveneens minder efficiŽnt. Idealiter zijn opleiden en trainen een cyclisch proces.

Belangrijke documentatie in het kader van O&T zijn het AAOT (Algemene Adviezen Opleiden en Trainen), ABOT (Algemeen Beleid Opleiding en Training) en SBOT (Specifiek Beleid Opleiding en Training).

De nieuwe term is OTK: Opleiden, Trainen en Kennisproductie.

Zie ook: niveautraining en Opleidings- en Trainingscommando (OTCO).

Terug naar Boven

 

OPLEIDINGS- & TRAININGSCOMMANDO

Afgekort: OTCO.

Het toenmalige Commando Opleidingen Koninklijke Landmacht (COKL) heet sinds 1 juni 2003 Opleidings- en Trainingscommando (OTCO).

Richtte het COKL zich op het individueel opleiden van het personeel, het OTCO richt zich meer en meer op trainingsondersteuning aan de parate eenheden in de ruimste zin van het woord. Vanwege de veranderde taakstelling werd gekozen voor een nieuwe naam.

Logo van het Opleidings- en Trainingscommando.

Het embleem van het OTCO stelt een boom voor die groeit naast de stomp van een omgehakte boom.

Uit de omgehakte boom, symbool voor Willem de Zwijger, is een jonge loot gegroeid, gesymboliseerd door Prins Maurits, zoon van Willem de Zwijger. Willem de Zwijger, alias Willem van Oranje, is vermoord door Baltazar Gerards.

Prins Maurits (1567-1625) geldt voor zijn tijd als een modern militair. In het jonge Staatse leger heeft hij als eerste systematisch het onderwijs vernieuwd en daarmee de militaire opleidingen in Nederland op de kaart gezet.

Behalve dat Prins Maurits veel belang hechtte aan goede opleidingen, stonden ook discipline en een geordend optreden hoog in het vaandel: dit in tegenstelling tot de ongeregelde troepen waar zijn vader gebruik van maakte, t.w. huurlingen, opportunisten en watergeuzen.

De bijbehorende spreuk van het OTCO-embleem luidt: "Tandem fit surculus arbor" ( "Eens wordt de stek een boom" ).

Het onderscheid tussen opleiden en trainen was toch al steeds meer vervaagd, onder andere veroorzaakt door een versnippering van expertise en een afname van de doelmatigheid. Uiteindelijk is de schaarste aan personele en materiŽle middelen de druppel geweest tot efficiŽnter en effectiever opleiden en trainen.

De kerntaak van het OTCO bestaat uit het ondersteunen van commandanten bij opleiding en training met als doel kwaliteitsverbetering om zo de juiste operationele gereedheid te bereiken.

Operationele gereedheid wordt gesplitst in:

► Individuele gereedheid (opleiding en training van individuele militairen)

► Geoefendheid (opleiding en training van eenheden)

Vorming

Het OTCO verzorgt de meeste opleidingen binnen de Koninklijke Landmacht en is het grootste opleidingsinstituut van de Nederlandse krijgsmacht.

Naast opleidingen levert het OTCO een groot aantal kennisproducten, zoals de documenten en studies die nodig zijn voor doctrinevorming.

Een andere belangrijke taak is certificering van het militair onderwijs en het bieden van civiele scholing aan uitstromend KL-personeel.

Tot slot vindt er Research & Development plaats voor opleidingen, specifieke militaire vakgebieden en nieuw te verwerven wapen- en commandosystemen.

Het OTCO beschikt over Opleidings- en Trainingscentra in:

't Harde Opleidings- en Trainingscentrum Vuursteun
AmersfoortLichamelijke Oefening en Sportorganisatie (LO/Sport)
AmersfoortOpleidings- en Trainingscentrum Manoeuvre
Soesterberg
(voorheen Bussum)
Opleidings- en Trainingscentrum Logistiek
OirschotOpleidings- en Trainingscentrum Rijden
VughtOpleidings- en Trainingscentrum Genie

Ermelo
(voorheen Weert)

Koninklijke Militaire School

De staf van het OTCO is gevestigd in Utrecht. Zowel de officiersopleiding op de Koninklijke  Militaire Academie (KMA) in Breda als het Instituut Defensie Geneeskundige Opleidingen (IDGO) in Hilversum vallen niet onder het OTCO.

Alle militairen die werkzaam zijn bij het OTCO dragen het OTCO-embleem van Prins Maurits op de mouw.

Zie ook: Commando Opleidingen Koninklijke Landmacht (COKL), niveautraining, opleiding & training en Prins Maurits.

Terug naar Boven

 

OPPLAN

Voluit: operatieplan.

Plan van de commandant voor de voorbereiding, uitvoering en/of beŽindiging van een operatie. In Nederland wordt onder andere onderscheid gemaakt met de operatieplannen 1, 10, 13, 15 en 17. Bekende operatieplannen zijn:

Opplan 10601

(Operatie ALLIED FORCE, 1998-1999).
Voorzag in het uitschakelen van de Joegoslavische luchtafweer in Kosovo, door de NAVO isoleren van de vijandelijke strijdkrachten in Kosovo en aanvallen op commandocentra in Belgrado, zware industrie en stroomvoorziening in ServiŽ.

 

Opplan 2000

Voorzag in directe militaire bijstand bij de eeuwwisseling van het jaar 1999 op het jaar 2000. Opplan 2000 was een aangepaste versie van Opplan 10.

 

Opplan 40104

(Operatie DETERMINED EFFORT, 1994-1995).
Voorzag in 1.500 pagina's in het evacueren van alle UNPROFOR-militairen uit BosniŽ-Hercegovina onder bescherming van tenminste 20.000 Amerikaanse militairen. Ook de evacuatie van Dutchbat uit de enclave Srebrenica in het geval van een onverhoopte terugtrekking maakte hiervan deel uit. Gepland was om via de noordelijke rand van de enclave over de weg terug te trekken, met medeneming van alle voertuigen. Alle overige personeel zou wordem geŽvacueerd met helikopters.

Terug naar Boven

 

OPPLAN 1

Operatieplan 1 is de militaire basis voor het aanwijzen van de troepen voor de collectieve verdediging (Collective Defense) in het kader van de NAVO.

De collectieve verdediging wordt ook Algemene Verdedigingstaak (AVT) genoemd. Dit is het oorlogsplan dat in het geval van een gewapend conflict door de Koninklijke Landmacht moest worden uitgevoerd.

De vaststelling van het Opplan 1 vindt plaats in lijn met de aanwijzingen en richtlijnen van de politieke leiding van de NAVO.

Het Militaire Comité van de NAVO wijst een strategische commandant aan, die op zijn beurt een operationele commandant aanwijst. Op grond van een activeringsorder van de Noord-Atlantische Raad van de NAVO wordt ook reservepersoneel, bestaande uit oud-dienstplichtigen en voormalig beroepspersoneel, onder de wapenen geroepen, waarna de troepen worden ontplooid en de operatie wordt uitgevoerd.

Het optreden van de NAVO-troepen is onderverdeeld in Main Defence Forces, Reaction Forces en Augmentation Forces.

De AVT dient de gevechtskracht te leveren voor de nationale en bondgenootschappelijke verdediging volgens artikel 5 van het Handvest van de NAVO.

Dit is het artikel dat bepaalt dat een gewapende aanval tegen één of meer NAVO-lidstaten zal worden beschouwd als een aanval tegen alle lidstaten, zoals dat is vastgelegd in artikel 51 van het Handvest van de Verenigde Naties.

Meer informatie over Oplan 1 kan worden gevonden in het boek Einde oefening. Infanterist tijdens de Koude Oorlog van kolonel b.d. Gerard J. Felius ►

Zie ook: Algemene Verdedigingstaak (AVT), Einde oefening. Infanterist tijdens de Koude Oorlog (kolonel b.d. Gerard J. Felius, 2002) en NAVO.

Terug naar Boven

 

OPPLAN 10

Operatieplan 10 beschrijft in Nederland de hulpverlening door Defensie bij de ondersteuning en hulpverlening bij de uitvoering van civiele overheid, d.w.z. bij militaire bijstand in het geval van een ramp of van ernstige vrees voor het ontstaan daarvan én bij militaire steunverlening in het openbaar belang.

Omdat het leveren van cruciale maatschappelijke diensten één van de belangrijkste taken van de krijgsmacht is, moet indien nodig direct bijstand worden verleend, bijvoorbeeld bij wateroverlast.

Voorbeelden van Opplan 10 in het recente verleden, laten zien dat het Ministerie van Defensie met name met de inzet van menskracht bijstand levert:

1995 bwatersnood

1997    bestrijding van de varkenspest

1998    dijkverzwaring na wateroverlast in Drenthe, Groningen en Overijssel

2001    bestrijding van de mond- en klauwzeer (MKZ)

2002    dijkverzwaring na wateroverlast in Limburg

2003    bestrijding van de vogelpest

Steunverlening na wateroverlast.

Zie ook: consigne en luisterplicht.

Terug naar Boven

 

OPPLAN 13

Opplan 13 beschrijft de inzet van (delen van de) krijgsmacht nadat zich een grootschalige calamiteiten (mass casualty) tijdens vredesoperaties of oefeningen buiten Nederland heeft voorgedaan waarbij Nederlands Defensiepersoneel is betrokken. Alle activiteiten met betrekking tot (na)zorg van het personeel en hun thuisfront worden in Opplan 13 geregeld.

Hiertoe behoort in de eerste plaats het ontvangen, opvangen en informeren van het thuisfront van de betrokken militairen, door zorg van personeel van het ad hoc in Ede te formeren Hulpverleningscentrum Koninklijke Landmacht (HVCKL).

Terug naar Boven

 

OPPLAN 15

Operatieplan 15 beschrijft in het buitenland de inzet van Nederlandse troepen voor acute hulpverlening bij humanitaire noodsituaties, zoasl rampenbestrijding en vluchtelingenhulp. De Nederlandse regering kan besluiten om humanitaire noodhulp te bieden.

Inzet in het kader van Opplan 15 valt in beginsel binnen het framework van het Noodhulpverkenningsteam (Disaster Assistance Response Team, DART) en de Militaire Humanitaire Noodhulp Eenheid (MHNE).

Voorbeelden van Opplan 15 in het recente verleden, laten zien dat het Ministerie van Defensie met name bijstand levert bij rampenbestrijding en vluchtelingenhulp:

Sint Maarten

orkaan

1995

Honduras

overstroming

1998

Mozambique

overstroming

2000

Terug naar Boven

 

OPPLAN 17

Operatieplan 17 beschrijft de inzet van Nederlandse troepen voor een Peace Enforcement Brigade (PEB).

Een PEB zal bestaan uit één gemechaniseerde brigade dan wel 11 Air Manoeuvre Brigade op oorlogssterkte, aangevuld met onderbevelstellingen uit 1 Logistieke Brigade (voorheen: Divisie Logistiek Commando, DLC) en 101 Gevechtssteun Brigade, voorheen Divisie Gevechtssteun Commando (DGC) en Combat Support Command (CSC).

De aangewezen eenheid voert in elk geval binnen 20 dagen een strategische verplaatsing naar het inzetgebied uit. Binnen 7 dagen zal een verkenningsparty (advance party) moeten kunnen vertrekken.

Heeft een brigade normaal gesproken een sterkte van ± 3.000 militairen, de maximale personele sterkte van de PEB met onderbevelgestelde eenheden kan oplopen tot ruim 8.000 militairen.

Zie ook: Peace Support Operation (PSO).

Terug naar Boven

 

OPPOSING MILITANT FORCES

gegnerische Kšmpfer; regierungsfeindlichen Kršften.
forces d'opposition armee; forces militaires d'opposition.

Afgekort: OMF.

In Afghanistan verwijst de verzamelnaam naar de strijders van de Taliban, van warlord Hezb-e Islami Gulbuddiin (HIG), kleine cellen van Al Qaida of losse bendes en lokale milities die vechten tegen de troepenmacht van de International Security Assistance Force (ISAF) en operatie ENDURING FREEDOM.

OMF betreft alle mogelijke tegenstanders in Afghanistan en verhult daarom meer dan het duidelijk maakt. De Taliban maken deel uit van het containerbegrip OMF, maar de OMF zijn niet per se de Taliban.

Hoewel Opposing Militant Forces een juiste term is, vindt de NAVO haar niet geschikt voor gebruik in de media. Afhankelijk van het publiek en de groep waarnaar wordt gerefereerd, spreekt de NAVO liever van militanten, opstandelingen (insurgents), extremisten, Taliban-extremisten of vijanden van Afghanistan ("enemies of Afghanistan").

In de praktijk worden de Taliban en OMF uitwisselbaar gebruikt, ook door militairen. Zo werd het inlichtingendocument waarin de tactieken van de OMF zijn omschreven, 'Afghanistan: Opposing Militant Forces (OMF). Tactics, Techniques and Procedures' van het National Ground Intelligence Center uit 2004 informeel het 'Handboek Taliban' genoemd.

Achtergrondinformatie kan worden gevonden in de masterscriptie Eufemismen bij Defensie. Het effect van eufemismen op de waardering van de boodschap en het imago van de zender (externe link) van Peter M. Krist uit 2011.

Zie ook: Opposing Militant Forces (Uruzgan).

Terug naar Boven

 

OPSEC

Operationen-Sicherheit; Operationelle Sicherheit.
sťcuritť des opťrations (SecOp).

Voluit: Operations Security; Operational Security. Nederlands: operationele veiligheid. OpSec is een belangrijk aspect van de commandovoeringsoorlog (Command and Control Warfare, C2W).

Proces dat, met gebruikmaking van actieve en passieve middelen, een militaire operatie of oefening met de juiste veiligheid omringt om de (potentiële) opponent kennis over de disposities, capaciteiten en intenties van eigen of bondgenootschappelijke strijdkrachten te ontzeggen.

Verschillende posters die het belang van Operational Security (OpSec) aangeven.

Essentieel voor verkrijgen en uitwisselen van inlichtingen is een goede OpSec. Bewustzijn bij militairen voor alles dat met operationele veiligheid te maken heeft bepaalt mede het behoud van de waarde van inlichtingen.

OpSec-informatie mag niet worden gecommuniceerd met niet-militairen, ook niet met de media. Dit geldt niet alleen voor gemerkte en/of gerubriceerde informatie. Gerubriceerde informatie is herkenbaar aan de rubriceringen 'zeer geheim' (top secret), 'geheim' (secret) en 'confidential' (confidentieel).

Wanneer dit niet gebeurt kan een (potentiŽle) opponent door directe waarneming en/of analyse het verrassingseffect van een operatie tenietdoen of zelfs compromitteren. Dit is onder andere mogelijk door het noemen van locaties, aankomst- en vertrektijden, het uitleggen van taken en routines en alles wat is gerelateerd aan mogelijke toekomstige inzet.

Loslippigheid in e-mail, sms en social media kan voor derden een waardevolle bron van informatie zijn. Ieder stukje, hoe ogenschijnlijk nietige informatie ook, is bruikbaar zijn in het inlichtingenproces van een (potentiŽle) opponent. Daarom is OpSec een verantwoordelijkheid van iedereen, welke een bepaalde manier van kijken vereist naar ogenschijnlijk normale zaken, zoals het omgaan met media (media awareness).

Ook hierom is het van belang dat inzet, opleiding & training en werkwijzen geheim blijven, zoals die van de Special Forces.

In WO II hadden de Verenigde Staten niet alleen het adagium 'Loose lips, sink ships'. Dit affiche waarschuwt tegen loslippigheid over de afvaart van schepen, die tot gevolg kan hebben dat die tot zinken worden gebracht.

OpSec is van vitaal belang. Sommige informatie, zeker gemerkte en/of gerubriceerde, moet stilgehouden worden. Het lekken van informatie kan gemakkelijk door vijandelijke oren worden opgepikt, gebruikt of verder verspreid.

Juist in de huidige tijd, met snelle communicatiemogelijkheden als e-mail, sms en social media, is loslippigheid funest.

Zie ook: capability-capacity, compromitteren, dispositie, Emission Control (EMCON), inlichtingen, omgaan met media (media awareness), opleiding & training (O&T), radiostilte, rubriceringen en Special Forces.

Terug naar Boven

 

OPS-ROOM

Voluit: Operations Room. De Ops-room is als centraal punt op een compound de 'oren en ogen' van de commandant van een Area of Responsibility (gebied van verantwoordelijkheid). De Ops-room is 24/7 operationeel: 24 uur per dag, 7 dagen per week.

In de Ops-room vindt al het interne en externe radioverkeer en verkeer van alle mogelijke andere telecommunicatiemiddelen plaats, zowel in klare taal als versleuteld (crypto). Alle meldingen en rapportages, zoals Firing-Close Reports, Incident Reports, Overflight Reports, Shooting Reports en Sitreps, komen hier binnen, worden geanalyseerd en gerapporteerd aan het (naast)hogere echelon. Idealiter bevindt het Comcen (Communications Center) zich dan ook in dezelfde ruimte.

Ook wordt nauwgezet bijgehouden waar iedereen zich bevindt in de Area of Responsibility (AOR), zowel personeel als materieel; voertuigbewegingen worden intensief gevolgd. Indien nodig wordt hier het gevecht geleid en vindt (combined en/of joint) coördinatie plaats met neveneenheden en/of het (naast)hogere echelon.

In geval van calamiteiten, ongevallen, rampen en overige crisissituaties fungeert de Ops-room als zenuwcentrum, waar alle (onder)commandanten zich a.s.a.p. verzamelen om zich van de jongste ontwikkelingen op de hoogte te stellen en te houden; zo vinden bijvoorbeeld de aansturing van de eerstehulpverlening en het uitrukken van de Quick Reaction Force hier plaats.

Verantwoordelijk voor de gang van zaken op de Ops-room is de duty-officer, meestal een officier of een ervaringsdeskundige onderofficier.

Idealiter is de Ops-room gevestigd in een gecontaineriseerde ruimte die met een verdedigingswal is beschermd.

Zie ook: Comcen.

Terug naar Boven

 

OPS-VEST, MODULAIR

Voluit: operations vest. Engelse term voor de opvolger van het draagharnas. Nederlands: gevechtsvest. Binnen de KL in modulaire vorm ingevoerd ten tijde van de NRF-4 (2005).

Het ops-vest, uitgevoerd in DPM-camouflage, heeft twee grote binnenzakken die via een rits te openen zijn. Het modulair ops-vest kent losse opbouwtassen. Afhankelijk van de taakstelling van de gebruiker kunnen meer of minder opbouwtassen worden geplaatst. Het ops-vest is met name een aanwinst voor pantser- en luchtmobiele infanterie, verkenners (BVE en GGVE), Special Forces en geneeskundig personeel.

Naast mok, veldfles en pioschop, biedt het ops-vest opbergruimte voor bijvoorbeeld:

breaklights

Combat Application Tourniquet (CAT)

eten en drinken (klasse I)

flares

geneeskundige artikelen (klasse VII)

magazijnen met munitie (klasse V)

reddingsdeken

smockjas

Het modulair ops-vest kent de volgende opbouwtassen:

Tas algemeen opbouw groot

2 x

Tas algemeen opbouw klein

2 x

Tas algemeen opbouw met rits

2 x

Tas mok + veldfles

1 x

Tas opbouw algemeen middel

1 x

Tas opbouw handgranaat

3 x

Tas opbouw mes (been) M9

1 x

Tas opbouw patroonhouder Diemaco C7

3 x

Tas pioniersschop

1 x

Hoewel het modulair ops-vest een verbetering is in het functionele draagcomfort, gebruikt menig infanterist een chestrig of ander chestwebbing.

Zie ook: blancoën.

Terug naar Boven

 

OPTREDEN IN VERSTEDELIJKTE GEBIEDEN

Orts- und Hšuserkampf; Kampf in bebauten Gelšnde.
Fighting in Built-up Areas (FIBUA).
Military Operations in Urban Terrain (MOUT).
actions en zone urbaine (CENZUB).

Synoniemen: urban operations; urban warfighting.

Afgekort: OVG.

Russische militairen in actie tijdens de Slag om Stalingrad, die in augustus 1942 begon. Om elke straat, huis, kamer, zelfs om elke ruŽne werd verbeten gestreden.

Het uitgangspunt bij militaire operaties oude stijl was dat verstedelijkt gebied moest worden vermeden: zo snel mogelijk doorstoten in de diepte werd van groter belang geacht dan het innemen van de onoverzichtelijke, hoog-letale omgeving van steden.

Een poging daartoe zou slechts verlies van personeel, materieel en tijd betekenen. Ook is de vrees voor veel burgerslachtoffers en grootschalige verwoestingen niet ongegrond.

Toch dient tegenwoordig rekening te worden gehouden met een toename van het optreden in verstedelijkte gebieden: de Verenigde Naties verwachten dat in het jaar 2020 Ī 60 tot 70% van de wereldbevolking in verstedelijkte gebieden zal wonen.

Waren er in 1950 wereldwijd nog slechts 83 steden met meer dan ťťn miljoen inwoners, de schattingen voor 2016 gaan uit van 500 miljoenensteden - aldus de Objectif Doctrine 29 van de Franse landstrijdkrachten (L'engagement des forces terrestres en zone urbanisťe).

De Laws of Armed Conflict inclusief de Conventies van GenŤve zijn van toepassing.

Binnen de Koninklijke Landmacht zijn de volgende oefenmogelijkheden voor OVG:

Basishuizen

In deze huizen kunnen de eenheden het eigen personeel opleiden en trainen in de individuele skills en drills met betrekking tot OVG.

Zes kazernes

Niveau I

Oostdorp

Zie verder: Oostdorp

Niveau II en III

Marnehuizen

Biedt pantserinfanterie- en luchtmobiele infanteriepelotons en compagnieŽn de mogelijkheid om groepsvaardigheden te integreren in pelotonsoptreden en pelotonsoptreden te integreren in compagnies- of teamoptreden.

Oefendorp van het Oefen- en Schietkamp Lauwersmeer bij de Willem Lodewijk van Nassaukazerne in Zoutkamp

Niveau III en IV

De basishuizen bevinden zich in:

Assen

Johan Willem Frisokazerne

Schoolbataljon Noord

Ermelo

Generaal Spoorkazerne

Havelte

Johannes Postkazerne

43 Gemechaniseerde Brigade

Oirschot

Generaal-majoor De Ruyter van Steveninckkazerne

Schoolbataljon Zuid

13 Lichte Brigade

Schaarsbergen

Oranjekazerne

Schoolbataljon Luchtmobiel

Seedorf

Legerplaats Seedorf

41 Gemechaniseerde Brigade

Een aparte plaats in het kader van opleiding en training OVG neemt het Oefenrampenterrein in Crailo in.

De meeste oorden ter wereld hebben westerse karakteristieken: een volgebouwd centrum met hoog- en laagbouw, en in de periferie achterstands- of buitenwijken met appartementen en winkelcentra. Rondom het centrum en de periferie liggen industrie- en recreatiegebieden. Verstedelijkte gebieden kennen naar inwonertal dorpen, steden, metropolen en megalopolen.

OVG is een schoolvoorbeeld van asymmetrische en verticale oorlogvoering. Deze vorm van oorlogvoering vereist – behalve de sociale vaardigheden van de militair die in de gaten heeft dat zich in oorden ook burgers en media herbergen – een nieuwbakken type militair; deze is in staat tot straatgevechten, desnoods man-tot-man, maar ook tot het zuiveren van gebouwen. In zo'n gebouw moet elke ruimte op elke verdieping én elk trappenhuis na de zuivering worden verdedigd, en vergt zo veel personeel.

In verticale zin moet bij OVG, naast de zuivering van etages, ook worden afgedaald naar afwateringsbuizen, ondergrondse parkeergarages, openbaar vervoer-stelsels, riolen en (schuil)kelders.

Kenmerken van OVG zijn:

■ beperkt schoots- en waarnemingsveld

■ burgers en media in de frontlinie op het gevechtsveld

collateral damage onvermijdelijk

■ fysiek en psychisch belastend

■ gebrekkige situational awareness door moeizame communicatie, navigatie en oriŽntatie

■ gevechtssteun met artillerie en mortieren is zeer moeilijk

■ hoog verbruik van klasse I, V en VIII (“men and stocks consuming”)

■ logistieke ondersteuning moeilijk

■ op laagste niveau (groep, peloton, compagnie)

■ teamvorming noodzakelijk, bijvoorbeeld met genie- en geneeskundige eenheden

■ veel slachtoffers (“men and stocks consuming”)

■ vijandelijk optreden onberekenbaar (burgers, guerrilla, sluipschutters)

Ook in het buitenland bevinden zich tal van trainingslocaties voor OVG, zoals in Aspurlange (BelgiŽ), Hofenfels (Duitsland) en Salisbury (Groot-BrittanniŽ).

GROZNY, 1994/'95

De geschiedenis wijst uit dat optreden in verstedelijkt gebied hoog in het geweldsspectrum bijna altijd noodlottig afloopt, tenzij geïntegreerd wordt opgetreden door (uitgestegen) infanterie, tanks en genie.

1994/'95: Grozny, hoofdstad van de republiek Tsjetsjenië, telt een half miljoen inwoners. Tsjetsjenië wil zich afscheiden van Rusland en roept de onafhankelijkheid uit. Moederland Rusland is het hier hartgrondig mee oneens en stuurt op 11 december 1994 een strijdmacht naar de stad. De opstandelingen maken zich klaar voor een Russische bestorming, die de geschiedenis ingaat als de 1e Slag om Grozny.

De almachtig lijkende Russen rijden met veel tanks Grozny binnen. De Tsjetsjenen nemen de tanks onder vuur, onder andere met RPG's. Een van de brigades die Grozny binnentrekt is de 131e Independent Motorised Infantry Brigade van het 67e Legerkorps, bijgenaamd 'Maikov', en geleid door kolonel Ivan Savin.

De brigade telt 26 tanks (T-72 en T-80), 60 infanteriegevechtsvoertuigen BMP-2, vier verkenningsvoertuigen BDRM-2 en 1.200 man, georganiseerd in twee infanteriebataljons en een tankbataljon.

Op 31 december '94 komt de Maikov-brigade vanuit het noorden de stad binnen, passeert rond 06.00 uur de rivier Sunzha en rijdt direct door naar het station in het centrum, gelegen tegenover het presidentiële paleis.

Op Oudejaarsdag bezet het 1e bataljon het treinstation; op andere plaatsen in de stad worden verschillende pantsercolonnes door de Tsjetsjenen vernietigd.Op 1 januari wordt commandant Savin door de Tsjetsjenen gedood; elementen van twee parachutistendivisies doen nog een poging om de brigade in het stadscentrum te ontzetten. Tevergeefs. Luitenant-kolonel Yuri Kleptsov neemt het commando over.

De omsingelde brigade vecht voor haar leven tegen een onzichtbare vijand die haar onder vuur neemt vanuit de tot puin geschoten gebouwen rondom het station.

Volgens de krant Izvestia worden van de Maikov-brigade binnen een etmaal 20 van de 26 tanks en 102 van de 120 pantservoertuigen vernietigd. 800 van de 1.000 militairen sneuvelen, raken gewond of worden later als vermist opgegeven, 74 worden krijgsgevangen gemaakt.

Slechts door enorme schade toe te brengen aan de stad en haar inwoners - dankzij een numeriek voordeel in gevechtskracht - slagen de Russen erin de stad op 26 februari 1995 te vermeesteren. In de urbane slag worden volgens de Tsjetsjeense opstandelingenleider Aslan Maskhadov zo'n 400 Russische tanks en pantservoertuigen uitgeschakeld.

De rampzalige ervaringen die de Russen in Grozny opdoen versterken het beeld dat het onnadenkend is om alleen met kwetsbare tanks en pantservoertuigen op te treden in verstedelijkt gebied, zeker tegen een irreguliere tegenstander.

Zie ook: instap en oord.

Terug naar Boven

 

ORAL REHYDRATION SALTS

Afgekort: ORS. Het orale rehydratiemiddel is een perfect poeder dat bijvoorbeeld glucose, kaliumchloride, natriumchloride en tri-natriumcitraat bevat.

Deze mineralen, zouten (± ¼) en glucose (± ¾), voorkomen uitdroging na overmatig vochtverlies (dehydratie) of zorgen ervoor dat na overmatig vochtverlies het lichaam meer water vasthoudt (rehydratie).

ORS kan dan ook evengoed toegepast worden bij aanhoudend braken, brandwonden, shock, hevige inspanning of bij een kater. Een sachet kant-en-klare ORS (bijvoorbeeld van het merk Dioralyte, Nutricia of Orisel) moet worden opgelost in 200 à 300 ml gekeurd of gekookt drinkwater. Dit is de hoeveelheid van een blikje frisdrank of drinkbeker. De oplossing moet in kleine slokjes worden gedronken om het maagdarmkanaal niet te overprikkelen.

Als ORS is tevens werkzaam het drinken van lauwe cola zonder koolzuur. Cola doodt ziektekiemen en is een ideaal mengsel van suikers en zouten. Soms kan de aanwezigheid van caffeïne in de cola echter de diarree juist verergeren.

ORS kan ook zelf worden gemaakt:

  • 1 liter gefilterd of gekookt water of water uit een fles (zeker als het water van slechte kwaliteit cq. onbetrouwbaar is)
  • 8 theelepels suiker (theelepel = 5 ml)
  • ½ theelepel zout
  • 100 ml fruitsap, kokosnootwater of rijstwater (voor smaak)

Bij aanhoudend braken of diarree heeft een volwassen persoon drie of meer liters ORS per dag nodig. Het voorbeeld komt uit het boek 'Where There Is No Doctor. A Village Health Care Handbook' van David Werner, Carol Thuman en Jane Maxwell.

Zie ook: dehydratie en diarree.

Terug naar Boven

 

ORANJEKAZERNE

Deze kazerne, gelegen aan de Clement van Maasdijklaan in Schaarsbergen (gemeente Arnhem) , is de thuisbasis van het Schoolbataljon Luchtmobiel, 11 Infanteriebataljon Luchtmobiel Air Assault Garderegiment Grenadiers & Jagers en 12 Infanteriebataljon Luchtmobiel Air Assault Regiment Van Heutsz. De kazerne is vernoemd naar de Oranjekazerne in Den Haag, en de naamgeving ĎOranje' is direct gerelateerd van de band van de krijgsmacht met het Koningshuis.

De oorspronkelijke Oranjekazerne, gelegen aan de Mauritskade in Den Haag, werd gebouwd in 1822 en ging op 6 maart 1919 in vlammen op. De naam ĎOranjekazerne' keerde terug aan de zuidrand van het nationale park De Hoge Veluwe, waar medio 1954-'55 een nieuwe kazerne verrees.

Aan de Koningsweg, even ten noordoosten van de Oranjekazerne, bevindt zich het stafgebouw van 11 Air Manoeuvrebrigade Air Assault. Ten noorden van de Oranjekazerne, aan de overzijde van de Koningsweg, ligt de Vliegbasis Deelen, welke in 1995 is verlaten door de laatste operationele eenheid van de voormalige Groep Lichte Vliegtuigen: 300 Squadron.

Ten westen van de Oranjekazerne, aan de Deelenseweg - waar voorheen de hoofdingang van de kazerne was gesitueerd Ė is een Protestants Militair Tehuis (PMT) gevestigd.

De militairen die op de Oranjekazerne zijn gelegerd oefenen met name op de Eder- en Ginkelse Heide.

Locatie van de Oranjekazerne in Schaarsbergen zoals die is aangegeven op de stafkaart 40 (West Arnhem).

Huidige ingang van de Oranjekazerne aan de Clement van Maasdijklaan.

Oude situatie op de Oranjekazerne. In het midden bovenaan de toenmalige ingang van de kazerne aan de Deelenseweg.

Terug naar Boven

 

O.R.D.

Voluit: Orde, Rust en Discipline.

Het op 1 juli 2004 ingevoerde Reglement ORD bepaalt dat militairen buiten de diensturen dienst kunnen verrichten ten behoeve van het controleren en, zo nodig, handhaven van de orde en rust op de kazerne.

De ORD-dienst dient in geval van een verstoring de orde en rust te herstellen. Ongepaste gedragingen/attitudes mogen nooit genegeerd of gedoogd worden.

Hierbij weegt de orde op de kazerne of een vermoeden van strafbare feiten zwaarder dan de persoonlijke levenssfeer van militairen, aldus Bevelhebber der Landstrijdkrachten, luitenant-generaal Maarten Schouten bij de herintroductie van de officier van kazernepiket (OKP) in 1997.

Steekproefsgewijze controle op orde en rust geldt in de breedste zin, voor zover de wet- en regelgeving op de kazerne buiten de diensturen dit toelaat. Voorbeelden hiervan zijn:

► aanwezigheid van brandveiligheid en hygiŽne op de legeringskamers
► afwezigheid van alcoholmisbruik, drugsgebruik, geluids- en/of lichtoverlast en ongewenst gedrag op de legeringskamers
► behoorlijk/fatsoenlijk/gewenst gedrag en de acceptatie van militaire normen, waarden en tradities in het algemeen
► sluitingstijd van onderdeelbars

Wanneer, ter correctie, een militair die hierop wordt aangesproken de orde en rust niet wenst te herstellen, wordt in het uiterste geval de krijgstucht toegepast.

Het Reglement ORD kan worden uitgevoerd binnen een opgedragen kazerne- of onderdeelsdienst. Voor beide diensten geldt een vergoeding, zoals vastgesteld in de Regeling vergoeding voor overwerk, onregelmatigheid, beschikbaarheid en bereikbaarheid (VROB).

In het kader van een kazernedienst worden door of namens de commandant van de Lokale Facilitaire Dienst (LFD) instructies, richtlijnen en aanwijzingen uitgevaardigd waarin de taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden van het personeel dat deze kazernediensten verricht, worden beschreven.

Zo kan de kazernedienst van de OKP voor zijn taakstelling de beschikking krijgen over militairen die een aanwezigheidsdienst (maximaal 24 uur, alleen op afroep) of piket (voltijds ter beschikking en mogelijk langer dan 24 uur) op de kazerne draaien. Hierbij is de OKP verantwoording verschuldigd aan de commandant LFD.

In het kader van een onderdeelsdienst worden door of namens de onderdeelscommandant instructies, richtlijnen en aanwijzingen uitgevaardigd waarin de taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden van het personeel, dat deze onderdeelsdiensten verricht, worden beschreven. 

Zie ook: Gedragscode Defensie en Gedragscode KL.

Terug naar Boven

 

ORDONNANS

Duits: Ordonnanz. Engels: courier. Frans: courrier. Militaire koerier, meestal één van de manschappen, die belast is met het overbrengen van mondelinge en/of geschreven berichten, zoals bevelen, documenten, rapportages, sitreps en stafkaarten – of eenvoudige, vaak eenmalige opdrachten - van en naar zijn superieuren op de commandopost (CP) of het hoofdkwartier (HQ).

Moto Guzzi V50, zoals die jarenlang bij de landmacht in gebruik was ten behoeve van de ordonnans.

Tegenwoordig voert de ordonnans zijn taak vooral gemotoriseerd uit, binnen de Koninklijke Landmacht tot voor kort met de Moto Guzzi V50 met een gewicht van 193 kg en een brandstoftank van 16½ liter. In 2001 beschikte de Koninklijke Landmacht nog over zo'n 600 Moto Guzzi's.

DaarvůĀůr werden ordonnanstaken ook te voet, te paard en per fiets uitgevoerd, of zelfs per postduif, zoals tijdens de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648). Juist vůůr de Tweede Wereldoorlog telde de Nederlandse krijgsmacht nota bene twee regimenten wielrijders die behalve beveiligings-, koeriers- en verkenningsdiensten ook ordonnanstaken verrichtten.

De meest bekende en sportieve ordonnans was Pheidippides van Marathon; deze Griekse militair rende in 490 vóór Christus van Marathon naar Athene om te waarschuwen dat de Perzen waren binnengevallen. Naar zijn langeafstandsloop is later de marathon (42.195 meter) genoemd.

Zie ook: Moto Guzzi en runner.

Terug naar Boven

 

ORGANIEK

Veel binnen Defensie gebruikt bijvoeglijke naamwoord. Van het Latijn ‘organum’ (werktuig). Frans: organique.

Voorbeeldzinnen waarin ‘organiek’ wordt gebruikt:

“Het specifiek en organiek gereedstellen van eenheden.”

“Het Eerste Legerkorps was organiek een onderdeel van het Veldleger.”

“Een organiek bepakte rugzak.”

"Een eskadron te paard bestond organiek uit 160 man te paard met acht lichte mitrailleurs."

“De pantserinfanterie beschikt organiek over voertuigen.”

“De aanvullende  transportmiddelen zijn niet organiek bij de eenheid ingedeeld.”

Binnen Defensie heeft ‘organiek’, ook in de officiële documentatie, in de regel de betekenis: standaard; volgens de organisatie van de troepen;  volgens de OTAS (Organisatie Tabel en Autorisatie Staat); volgens de TOMA (Tijdelijke Oplossing Materieel Administratie). In ruimere zin: wat niet los kan worden gezien van de structuur van; wat onlosmakelijk verbonden is met.

Buiten deze context wordt ‘organiek’ frequent en clichématig gebezigd, vaak in de betekenis van: automatisch, mechanisch, werktuiglijk.

Terug naar Boven

 

OSCAR MIKE

Samentrekking van de fonetische letters O (Oscar) en M (Mike) uit het NATO-spelalfabet.

De betekenis van de samentrekking ‘Oscar Mike’ is “on the move”: en route; onderweg; vertrokken.

Voorbeeld: “Over vijf minuten zijn wij Oscar Mike”.

De kreet is onder meer veelgehoord in ‘Generation Kill’ (2008, HBO), een 7-delige miniserie, waarin de Rolling Stone-verslaggever Evan Wright embedded is met het 1st Recon Marines tijdens de Amerikaanse opmars naar Bagdad in 2003.

Terug naar Boven

 

O.S.M.E.A.L.Q.

De Belgische variant van het NAVO-5-paragrafenbevel is het ezelsbruggetje – of zoals de Belgen noemen: memotechnisch woord – OSMEALQ:

ENGELS

NEDERLANDS

O

orientation

oriŽntatie

S

situation

situatie

M

mission

opdracht

E

execution

uitvoering

A

administration

leiding

L

liaisons

liaisons

Q

questions

vragen

Zie ook: NAVO-5-paragrafenbevel.

Terug naar Boven

 

O.T.V.O.E.M.

Ezelsbruggetje dat wordt gebruikt voor een verkorte analyse van de essentiŽle aspecten in het operationele besluitvormingsproces van de commandovoering:

O

Opdracht

Is de opdracht, zoals die is ontvangen, begrepen

T

Terrein & Weer

H.N.B.W.V.

V

Vijand & Partijen

Wie, wat, waar, wanneer, hoe, met welke middelen

O

Overige groeperingen en aspecten

Tijd & Ruimte

E

Eigen middelen

► Organieke middelen
► Onderbevelstellingen
► Steunende eenheden
► Toegewezen extra materieel

M

Ontwikkelen van de eigen mogelijkheden

Mogelijke wijzen van optreden vaststellen en daaruit, op grond van de feiten, de beste kiezen

Zie ook: beoordeling van toestand (BVT), chef-staf, H.N.B.W.V., NAVO-5-paragrafenbevel, O.A.T.D.O.E.M. en operationeel besluitvormingsproces (OBP).

Terug naar Boven

 

OUT-OF-AREA

Out of area kent een aantal betekenissen:

  1. m.b.t. het optreden van de NAVO
  2. m.b.t. de persoonsgebonden uitrusting (PGU)
  3. m.b.t. de geneeskundige en hygiënische aspecten van een missie

1

Duits: out of area-Einsätze. Frans: opťration extťrieure; opťration hors zone.

Out of area-inzet vindt buiten het geografische verdragsgebied van de NAVO-lidstaten plaats, waar ook ter wereld en al dan niet gemandateerd door de Verenigde Naties.

Out of area is niet nieuw. Sinds het einde van de Koude Oorlog (1989) is er regelmatig over gedebatteerd: het grootschalige Koude Oorlog-optreden (algemene verdedigingstaak) verschoof naar kleinschaliger out of area-inzet.

In 1991 gebruikte de Amerikaanse senator Richard Lugar voor het eerst de slagzin "NATO: Out of Area or Out of Business", die werd overgenomen door de NAVO: een nieuwe taak buiten het oorspronkelijke verdragsgebied op zich nemen of haar bestaansrecht verliezen.

De aankomende, globaliserende taak werd het bevorderen van de stabiliteit en democratie buiten het grondgebied van de lidstaten.

De eerste out of area-inzet leek de Eerste Golfoorlog (1991), maar de Verenigde Staten eisten de hoofdrol voor zichzelf op. Omdat er geen operationele rol voor de NAVO was weggelegd, verloor de NAVO de eerste echte testcase. Vervolgens betrof de out of area-inzet de Balkan: de NAVO-interventie in Bosnië-Hercegovina (vanaf 1994), de 78 dagen durende operatie Allied Force in Kosovo (1999), operatie Allied Harbour (AlbaniŽ, 1999) en de Task Forces Harvest en Fox in Macedonië, respectievelijk in 2001 en 2002.

Allemaal operaties op de flanken van het NAVO-verdragsgebied. De vraag of de Balkan-operaties binnen het werkingsgebied van de NAVO vielen, stond niet ter discussie (vanwege de aanwezigheid op het Europese continent), wel of een uitdrukkelijk mandaat van de VN-Veiligheidsraad nodig was.

Tijdens de NAVO-topconferentie in Praag (2002) heeft de NAVO het principebesluit over out of area genomen. De NAVO stemde in met een verzoek van Duitsland en Nederland om het commando van de International Security Assistance Force (ISAF) in Afghanistan over te nemen. Daarmee werd ISAF, dat haar gezag ontleende aan een mandaat van de Verenigde Naties, de eerste échte out of area-inzet voor de NAVO. ISAF was echter een vervolg op dan wel nevenoperatie van Operation Enduring Freedom (OEF), het Amerikaanse initiatief na ‘9/11’ om met prioriteit het terrorisme te bestrijden. Het karakter van ISAF verschoof mede daardoor van traditioneel vredeshandhavend naar vredesafdwingend; ISAF werd een three block war, die ook het voeren van het gevecht als reŽle optie had.

Na Afghanistan kwam de NAVO in 2005 voor het eerst in haar bestaan in actie in Afrika, in Darfur (Sudan), en in Pakistan na een zware aanbeving die tienduizenden levens kostte.

De NAVO noemt out of area-inzet Non-Article 5: operaties die niets te maken hebben met de kernopdracht van het bondgenootschap: collectieve zelfverdediging (“Een aanval op één is een aanval op allen”).

Non-Article 5 is echter geen verdragswijziging maar voortgevloeid uit de mogelijkheden voor humanitaire inmenging en bescherming van (economische) belangen.

Omdat out of area-operaties buiten het NAVO-verdragsgebied en vaak zelfs op een ander continent plaatsvinden (Duits: Machtentfaltung; Engels: power projection; Frans: dťploiement de puissance), kunnen afwijkende eisen ontstaan ten aanzien van de samenstelling van de eenheid (operationele functionaliteiten en componenten). Ook met betrekking tot de strategische verplaatsing en de logistiek. Door de expeditionaire aard van deze ontplooiingen heeft de logistiek onder meer te maken met langere lines of communication, dus een hogere beschermingsgraad voor de gevechtsverzorgingssteuneenheden.

 

2

In het kader van de PGU - de verzameling van militaire kleding en uitrustingsstukken waarover een militair persoonlijk dient te beschikken - kan deze worden uitgebreid met een out of area-pakket. Dit is een kledingpakket ten behoeve van missies dat uitsluitend mag worden gedragen tijdens de uitzendperiode en na terugkeer moet worden ingeleverd.

Er wordt onderscheid gemaakt in jungle-, (koudweer- of) pool- en woestijnpakketten. De verschillen tussen een out of area-pakket en een standaard (DPM)pakket betreffen onder andere de samenstelling van de pakketten, de stof van de kleding, de toegepaste kleur en de camouflage. Aan ieder out of area-pakket zijn speciale uitrustingstukken toegevoegd, zoals snowboots voor het poolpakket en een kapmes voor het junglepakket.

 

3

Pilot tijdens de (militaire) Algemene Deelkwalificaties (ADK's) ter opleiding tot Algemeen Militair Verpleegkundige (AMV’er). De module is gebaseerd op de volgende cursusmodules voor Algemeen Militair Arts (AMA):

BIUPAMA

Basiscursus Infectieziekten en Uitheemse Pathologie voor AMA

Kennis en inzicht bijbrengen op het gebied van preventie, herkenning en behandeling van infectieziekten en parasitaire aandoeningen bij individuen en groepen (militairen) in gematigde klimaten en tropische gebieden.

 

GOLAMA

Gezondheidszorg in OntwikkelingsLanden voor AMA

Bijbrengen van kennis en inzicht in de diverse facetten van gezondheidszorgsystemen, noodhulp, structuur van en samenwerking met internationale organisaties (IO's) en non-gouvernementele organisaties (NGO's), en aanpak van specifieke lokale gezondheidsproblemen in het kader van crisisbeheersingsoperaties of humanitaire hulp in tweede en derde wereldlanden.

 

HPGAMA

HygiŽne en Preventieve Gezondheidszorg voor AMA

Kennis en inzicht bijbrengen op het gebied van hygiŽne en preventieve gezondheidszorg voor militair personeel onder operationele omstandigheden.

Out of area is gericht op het actief deelnemen van artsen en verpleegkundigen aan de voorbereiding en uitvoering van out of area-operaties in relatie tot alle mogelijke aspecten van gezondheidszorg en HPG. Hierbij kan onder andere worden gedacht aan prioriteitenmodellen die bijvoorbeeld een Quick & Dirty-triage bij humanitaire hulpverlening en natuurrampen mogelijk maken: snelle, beperkte consultvoering bij patiŽnten aan de hand van spoed- en alarmsignalen bij een tijdelijk en plaatselijk hogere vraag naar dan aanbod van gezondheidszorg.

Humanitaire hulpverlening leert dat de aanwezigheid van koorts en koortsende ziekten (dengue, leishmaniasis, leptospirose, Lyme, malaria e.d.), dehydratie (uitdroging), diarree, huid- en infectieziekten, malnutritie (ondervoeding), prostratie (hoge graad van uitputting), Systemic Inflammatory Response Syndrome (SIRS; algemene ontstekingsreactie) en/of sepsis (SIRS met infectie) in ontwikkelingslanden veel voorkomen.

Voorbeelden van actieve deelname van militair-geneeskundig personeel aan humanitaire acties, zijn de operatie Provide Care in Goma, ZaÔre in 1994 en het NATO Military Relief Hospital in Pakistan in 2005/'06.

Terug naar Boven

 

OUTBREAK RESPONSE TEAM

Afgekort: ORT. Team dat snel kan inspringen bij de uitbraak van een gevaarlijke (infectie)ziekte tijdens een buitenlandse missie waarbij Defensiepersoneel wordt bedreigd.

Het ORT is verantwoordelijk voor de geneeskundige aspecten van de beheersing en bestrijding hiervan, inclusief de infectiebron of -haard.

De ORT-capaciteit wordt vanuit Nederland ingevlogen naar het missiegebied en werkt ter plekke samen met de civiele autoriteiten, World Health Organization (WHO) en de lokale gezondheidszorg.

Wanneer de lokale militaire gezondheidszorgcapaciteit in het uitzendgebied de infectieziekte niet kan bestrijden, kan het ORT in actie komen. Ook is het mogelijk dat het geneeskundig personeel in het uitzendgebied kwalitatief en/of kwantitatief ontoereikend is voor het bestrijden van infectieziekten:

    • Er is geen kennis en kunde op het gebied van infectieziekten aanwezig.
    • Geneeskundig personeel ter plekke is besmet.
    • De hoeveelheid patiŽnten overstijgt de beschikbaarheid van geneeskundig personeel.

Het besluit tot inzet van het ORT ligt bij de Commandant der Strijdkrachten (CDS), die hierover medisch inhoudelijk wordt geadviseerd door het Infectieziekten Bestrijdings- en Coördinatie Team (IBCT). Het IBCT bestaat uit medische en public health deskundigen van Defensie, aangevuld met externe deskundigen op het gebied van infectieziekten. Het CLAS draagt zorg voor het inzetgereed maken en houden van de zes ORT's: viermaal CLAS (KL), eenmaal CZSK (KM) en eenmaal CLSK (KLU).

Een ORT bestaat uit een arts, tevens commandant van het ORT, Algemeen Militair Verpleegkundige (AMV’er), HPG'er en een (materieel)logistiek deskundige. De arts is het aanspreekpunt voor Nederland (CDS, DOC, IBCT e.d.). De verpleegkundige assisteert de arts, verpleegt de patiŽnten, doet medisch onderzoek en zorgt ervoor dat de ziekte zich niet verder verspreid.

De HPG'er doet lokaal onderzoek, onder andere naar dierplagen, monstert het drinkwater en lokaal verkijgbare levensmiddelen, identificeert chemische en radiologische stoffen en voert preventieve maatregelen uit op niet-geneeskundig gebied.

De logisticus zorgt er onder andere voor dat de monsters op de juiste manier verpakt worden en naar het laboratorium in Nederland worden gestuurd.

Het team draagt gezamenlijk zorg voor bron- en contactopsporing, epidemiologisch onderzoek, alle medische aspecten van de beheersing van de infectieziekte, verslaglegging en geeft aanvullende informatie om onnodige uitbreiding van de infectie te voorkomen.

Het team heeft daarnaast eigen uitrusting en verbindingsmiddelen.

Terug naar Boven

 

OVERFLIGHT REPORT

Schriftelijke melding/rapportage dat vanaf een positie wordt opgemaakt bij het signaleren van overvliegende vijandelijke vliegtuigen (fixed wing) en/of helikopters (rotary wing).

Een overflight report wordt doorgegeven via de radio aan de OPS-Room op een compound. Op de OPS-ROOM komen alle rapporten met meldingen vanuit verschillende posities binnen, meest bij Peace Support Operations.

A

Tijd eerste waarneming

B

Tijd eerste waarneming

G

Aantal + Soort + Land van herkomst

J

Vliegrichting ten opzichte van eigen locatie (van… naar… )

K

Geschatte vlieghoogte (sluipvliegend; contourvliegend; low level)

M

Bijzonderheden; genomen maatregelen

Zie ook: firing close report, incident report, shooting report en situatierapport (sitrep).

Terug naar Boven

 

OVErige operationele taken

Afgekort: OOT. Eenheden kunnen zgn. Overige Operationele Taken hebben. In dit geval kunnen zij, indien nodig, daarin of daarvoor worden ingezet in een operatiegebied in andere dan een organieke taakstelling. OOT geldt met voor artillerie-, tank- en luchtdoelartillerie-eenheden.

OOT komt erop neer dat het beheersen van het optreden te voet en het optreden in verstedelijkte gebieden essentieel zijn voor deze eenheden.

Zie ook: Air Manoeuvre Brigade, Als de poep de ventilator raakt, Every soldier a rifleman, lichte infanterie, pantserinfanterie en rode baret.

Terug naar Boven

 

OVERLAADPUNT

Duits: (Rettungsdienst) Sammelräum; Umladepunkt. Engels: ambulance exchange point (AXP). Ook: gewondenoverlaadpunt.

Een overlaadpunt is een voorverkende locatie in de periferie van een oefen- of operatiegebied, in het eerste geval op het aansluitingspunt tussen moeilijk(er) begaanbaar terrein en het civiele wegennet.

Het punt, tevoren afgesproken met de lokale/regionale hulpdiensten, maakt deel uit van de geneeskundige (behandel- en afvoer)keten voor nonex gewonden en ernstig zieken tijdens oefeningen en ernstinzet. Op het dichtstbijgelegen overlaadpunt vindt dus de aansluiting plaats met het reguliere gezondheidszorgsysteem.

De locatie kan op twee manieren worden gebruikt:

► als loodspost om vanaf hier (geneeskundige) middelen naar de locatie van een incident te leiden;
► als daadwerkelijk overlaadpunt naar de civiele hulpdiensten (ambulancedienst), waar een gewonde of ernstig zieke wordt overgeladen van het gewondentransport- cq. vervoermiddel van de eigen nonex geneeskundige dienst in de ambulance.

Op het overlaadpunt kan de patiŽnt eventueel nog aanvullend worden behandeld of afvoergereed worden gemaakt in afwachting van de ambulance.

Overlaadpunten - zowel in 8-cijfercoŲrdinaten als in klare taal schriftelijk vastgelegd en te velde gemarkeerd - worden tevoren bekendgesteld aan de oefenorganisatie en oefenende troepen.

Fysieke markering van het overlaadpunt of ambulance exchange point (AXP).

Voor de meeste militairen bekende overlaadpunten zijn de Rettungsdienst Sammelršume langs de Panzerringstraße tijdens de SOB/SOMS, de schietserie in Duitsland.

Overlaadpunten worden onder andere vermeld:

► bij de A van METHANE
► in bijlage/annex R2 van een bevel (Nonex Geneeskundig)
► in Logistieke Mededelingen

Zie ook: METHANE, nonex, Panzerringstraße en SOB/SOMS.

Terug naar Boven

 

OVERLEVEN

Duits: Überleben. Engels: survival. Frans: survie.

Overleven… op het gevechtsveld. Dit is de militaire variant van overleven.

Het laagste niveau dat gevormd kan worden is de individuele militair (niveau I). Vorming, door de dagelijkse omgang met collega's en het behalen van leer- en vormingsdoelen, is onmisbaar om te kunnen overleven op het gevechtsveld en uiteindelijk militair succes mogelijk te maken.

Tijdens overleven op het gevechtsveld worden de militaire basisvaardigheden (gestandaardiseerde skills en drills) aangeleerd. Zodat de opgeleide en getrainde militair kan overleven op het onoverzichtelijke en gevaarlijke gevechtsveld: onder de meest primitieve omstandigheden en in alle typen terrein.

De AustraliŽr Rob Bredl, de Britten Ray Mears en voormalig SAS'ers Bear Grylls en John Wiseman en de Canadees Les Stroud zijn allen vertegenwoordigers van de survival-hype die de wereld overspoelt.

Wanneer iemand werkelijk een calamiteit, oorlogsomstandigheden, natuurrampen of andere eventualiteiten dient te overleven, is de enige vraag die ertoe doet – “Hoe blijf ik in leven?” - moeilijker uit te voeren dan in boeken of op televisie wordt gesuggereerd. Bij de populaire televisieprogramma's over survival worden de presentator en de crew bij de opnamen om veiligheidsreden direct ondersteund door stand-ins. Het is uiterst onverstandig om zonder voldoende eigen training en zonder professionele begeleiding en voorbereiding zelf gevaarlijke gebieden te betreden. Hier luidt maar ťťn devies:"Don't try this at home".

Download hier het KCT-uitreikstuk 'Overleven is... nooit opgeven'.

In beginsel is overleven op het gevechtsveld (Duits: Überleben im Gefecht'; Engels: combat survival; Frans: mesures de survie en zone de combat) bedoeld om krijgsgevangenschap te ontlopen wanneer iemand is afgesneden van eigen troepen en wil terugkeren naar de eigen opstellingen.

Het Field Manual 21-76 (U.S. Army Survival Manual) hanteert het volgende ezelsbruggetje voor "survival" :

S

Size up the situation (surroundings, physical condition, equipment)

U

Use all your senses (“Undue haste, makes waste”)

R

Remember where you are

V

Vanquish fear and panic

I

Improvise

V

Value living

A

Act like the natives

L

Live by your wits (but for now: learn basic skills)

De overlevende ontwikkelt onder moeilijke (en in de regel steeds moeilijker wordende) omstandigheden, in een als onveilig ervaren omgeving, zeer snel een menselijke drang tot overleven. Daarvoor heeft hij, zeker wanneer hij diep in vijandelijk gebied verkeert, enkele basale overlevingsvaardigheden (survival skills) nodig: beschutting, drinkwater en vuur. Camouflage en munitie zijn de specifiek militaire vereisten.

Overleven vraagt om hoge fysieke en mentale eisen. Overlevenden, die om zich heen gewonde en dode collega’s zien, kunnen eveneens door de vijand worden gevangengenomen of doodgeschoten. Alleen indien noodzakelijk zal de overlevende risico’s nemen en bijvoorbeeld terugvechten (doden voordat hijzelf gedood wordt). Daarom moet hij zich van tactieken bedienen om in leven te blijven. Deze tactieken zijn samengevat in het ezelsbruggetje “kauwgrind” (kiezelsteentjes om op te sabbelen zodat er, ook onder de droogste omstandigheden, speeksel wordt aangemaakt):

K

Kennis geeft zelfvertrouwen

A

Angst de baas blijven

U

Uit handen van de vijand blijven

W

Wil om te overleven

G

Gezond verstand gebruiken

R

Rugzak tactisch bepakt

I

Improvisatievermogen

N

Nooit opgeven

D

Discipline strikt handhaven

De tactisch bepakte rugzak bevat tenminste een betrouwbaar overlevingspakket (Duits: Überlebensausrüstung; Engels: survival kit; Frans: kit de survie).

Zie ook: grabbag en parakoord.

Terug naar Boven

 

OVERNAMELIJN

Een in het terrein herkenbare (coördinatie)lijn waar de commandant het gevechtscontact laat overnemen. Vanaf de overnamelijn wordt het gevechtscontact:

overgenomen door de voorwaarts doorschrijdende eenheid

overgedragen door de achterwaarts doorschrijdende eenheid

Zie ook: doorschrijding.

Terug naar Boven

 

OVERWATCH

Nederlands: uitkijk.

Van oorsprong de rol waarin troepen of tanks waarnemen en, indien nodig, dekkingsvuur geven.

Een geografisch hoger dan de omgeving gelegen beheersend terreindeel, bijvoorbeeld aan de rand van een berg- of heuveltop, van waaruit de omgeving kan worden overzien (“overwatched”) en beveiligd. Het inrichten van een overwatch maakt in de regel deel uit van een verplaatsingstechniek voor eenheden van maximaal compagniesgrootte.

Daarbij:

■ verplaatsen de elementen in het voorste deel van de gevechtszone met overlappende sprongen

traveling overwatch

■ verplaatsen de elementen in het voorste deel van de gevechtszone met aansluitende sprongen

bounding overwatch

Bij het waarnemen hebben vijandelijke bewegingen en/of posities eerste prioriteit. Op de eigen positie staan de eenheden in een rondombeveiliging.

Vanaf de overwatch voert een tactische eenheid, bijvoorbeeld een patrouille te voet, haar opdracht uit. Van hieruit wordt ze continue in de waarneming gehouden en, met boord- en overige wapens, beveiligd door de eenheid op de hoger gelegen positie.

Genoemde eenheden kan met een bepaalde reactietijd worden opgedragen de aandacht 24/7 op het voorste deel van de gevechtszone te richten waar de patrouille te voet zich bevindt.

Ideale situatie van een overwatch:

  • Eigen troepen in het voorterrein moeten zich bevinden binnen 'tracer burnout' (tot waar de tracers van het wapen met het grootste bereik zichtbaar zijn), d.i. bij kleinkaliberwapens maximaal 1½ km
  • Er bevinden zich gevechts(verzorgings)steuneenheden, zoals geneeskundig, genie en vuursteun
  • Uitgevoerd door een peloton bij een compagniesactie; uitgevoerd door pantservoertuigen bij een pelotonsactie

De overwatch wordt tevens gecreŽerd om overzicht te houden over het geheel tijdens het oponthoud van een konvooi of als rendez-vous in geval van een noodsituatie voor alle eenheden die zich in het voorterrein bevinden.

Zie ook: hindernis, kleinkaliberwapens, konvooi, patrouille te voet, rendez-vous, vuur- en zichtdekking en waarnemen.

Terug naar Boven

 

Laatste update:27.10.2016