Inhoudsopgave P
Terug naar de homepage
 

Maak uw keuze uit de hieronder getoonde lijst

 

P5

Ezelsbruggetje dat wordt gebruikt om de voorbereidingsvaardigheden van de Instructiekaart 2-1250 (IK 2-1250) - ook wel bekend als "De Witte Kaart" - weer te geven volgens de mores van het principe "Keep It Stupidly Simple" (KISS).

P5 is afkomstig van de enige echt tot de verbeelding sprekende elite-eenheid ter wereld, de Special Air Service:

Proper

P

Proper

Preparation

P

Preparation

Produces

P

Prevents

Perfect

P

Poor

Performance

P

Performance

Kortom: een goede voorbereiding is het halve werk.

Ook wel eens aangeduid als: "Proper planning and preparation prevents a piss poor perfomance" . P7 dus!

Terug naar Boven

 

P90 PDW PISTOOLMITRAILLEUR

In de jaren ’80 ontwierp de Belgische wapenfabrikant Fabrique Nationale Herstal het P90 Personal Defense Weapon (PDW), dat in 1994 in gebruik is genomen.

De P90 is een compacte pistoolmitrailleur zonder uitstekende delen (géén kolf), die is bedoeld voor gebruik op korte afstand.

In Nederland wordt de P90 gebruikt door het Korps Commandotroepen en de Bijzondere Bijstands Eenheid van het Korps Mariniers, omdat het met name een ideaal wapen is voor close protection en optreden in verstedelijkte gebieden.

Het transparante magazijn met 50 patronen is horizontaal geplaatst bovenop de loop. De speciaal ontworpen SS190 pantserdoorborende munitie is in staat om kogelwerende vesten (Kevlar) en gepantserd glas te penetreren. Uit proeven blijkt dat de P90 erin slaagde vanaf 150 meter 48 lagen Kevlar te doorboren.

Het storingspercentage van de P90 is zeer laag (0,00003%), het wapen bestaat slechts uit 5 onderdelen (snel in elkaar te zetten en schoon te maken), kan worden voorzien van een hightech geluiddemper en is zowel door links- als rechtshandigen te gebruiken.

De overige specificaties van de P90 zijn

effectieve dracht

200 meter

gewicht beladen

3 kg

gewicht leeg

2,5 kg

kaliber

5,7 x 28 mm (evenals pistool FN 57 en karabijn FN PS90)

lengte wapen

50 cm

lengte loop

31 cm

vizier

tritium richtkijker zonder vergroting
(KCT: aimpoint-kijker bovenop loop/magazijn)

vuursnelheid

900 patronen per minuut

vuurstanden

semi- en volautomatisch

Terug naar Boven

 

P-CLASSIFICATIE

Zie ook: triage.

Terug naar Boven

 

PAALSTEEK

De paalsteek komt van origine uit de scheepvaart en de zeilsport, maar wordt tegenwoordig met name gebruikt bij basisreddingstechnieken en bergredding. Het is een niet-schuifbare lus aan het einde van een lijn, die ook weer gemakkelijk kan worden losgemaakt:

  • maak een lus aan het einde van de lijn, waarbij het korte gedeelte bovenop het lange gedeelte ligt;
  • haal de tamp van onder naar boven door de lus heen;
  • haal de tamp onder het lange gedeelte van de tamp door;
  • steek de tamp terug in het begin van de lus;
  • trek de knoop aan;
  • eindig met een veiligheidsknoop (halve knoop) om het losschieten te voorkomen.

De paalsteek trekt strakker naarmate er meer spanning op staat. Echter, al heeft er nog zo'n grote trekkracht op de paalsteek gestaan, dan nog is deze eenvoudig los te maken.

Terug naar Boven

 

PAKLIJST WAARDE-OPGAVE

Afgekort: PWO. Legerformulier (LF) 15296.

Lijst die details aangeeft van te vervoeren goederen (cargo) wanneer grensoverschrijdend moet worden opgetreden.

Per hoofduitrustingsstuk (artikel, item) dat is beladen dan wel organiek behoort tot een (trekkend of getrokken) voertuig wordt de waarde in euro’s vermeld. Dit is van belang voor de douanetechnische afhandeling van het vervoer. Op een PWO staan behalve de benamingen van de hoofduitrustingsstukken, NATO Stock Number (NSN), aantallen, afmetingen en gewichten. Ook het gegeven of het hoofduitrustingsstuk wel of geen gevaarlijke stof is, wordt genoemd.

In elk voertuig moet zichtbaar een PWO liggen. De chauffeur van het voertuig overhandigt de PWO desgevraagd aan douane, MOVCON, Sectie 4 (Logistiek), sergeant distributie of stafofficier verplaatsingen & vervoer.

Het opmaken van een PWO geldt bijvoorbeeld ook wanneer op een militaire vlucht extra uitrusting wordt meegenomen buiten de toegestane hoeveelheid ruimbagage.

Zie ook: pax.

Terug naar Boven

 

P.A.M.A.N.

Ezelsbruggetje dat wordt gebruikt voor de handelingen die moeten worden verricht in het kader van de organisatie op en rond de plaats van het ongeval vóórdat daadwerkelijk eerstehulp kan worden verleend:

P Persoonlijke veiligheid waarborgen

 

A Andermans veiligheid door anderen te attenderen op gevaar

 

M Markeren van de plaats van het ongeval

 

A Alarmeren van de commandant of de civiele hulpverleningsdienst(en)

 

N Noodtransport toepassen met behulp van de handgreep van Rautek
Noodzakelijke eerstehulp verlenen

 

Het ezelsbruggetje is terug te vinden in zowel Instructuctiekaart 2-22 als hoofdstuk 12 van het Handboek KL-militair (VS 2-1352).

Terug naar Boven

 

PANDIT

Hindoestaans Geestelijk Verzorger in de krijgsmacht.

Sinds 1 juni 2003 kent de krijgsmacht twee Surinaams-Hindoestaanse pandits: Anand Bierdja en Dewinder Djwalapersad. Samen vormen zij de Dienst Hindoe Geestelijke Verzorging (DHGV).

Het tweetal biedt hun diensten niet alleen aan voor de krijgsmachtpopulatie van ± 150 hindoes, maar eveneens voor niet- en anders-gelovigen. Ademhalingstechnieken, meditatie en yoga behoren ook tot hun werkterrein. Zo wordt yoga binnen sommige westerse krijgsmachten aangewend om het post-traumatisch stress-syndroom tegen te gaan.

Terug naar Boven

 

PANTSER

Bewapend en gepantserd voertuig.

Een pantservoertuig is weliswaar gepantserd – zoals het woord al zegt – maar is niet per se een gevechtsvoertuig. Onderscheiden worden pantserrups- en pantserwielvoertuigen. Een pantserrupsvoertuig is bijvoorbeeld een YPR-765, een pantserwielvoertuig bijvoorbeeld een Boxer PWV, Fennek LVB of Patria XA-188 GVV.

De gewondentransport-uitvoeringen (GWT) van de genoemde voorbeelden geven al aan dat pantservoertuigen evengoed gevechtslogistieke voertuigen kunnen zijn die initieel niet aan het gevecht deelnemen.

Aparte vormen van panstervoertuigen zijn de tanks en gemechaniseerde pantservoertuigen ten behoeve van de artillerie (geschut en houwitser).

Infanterie-eenheden zijn vandaag de dag gepantserd en gemechaniseerd, tenzij zij deel uitmaken van de lichte infanterie (11 Air Manoeuvre Brigade Air Assault, Korps Commandotroepen en Korps Mariniers).

Terug naar Boven

 

PANTSErinfanterie

De pantserinfanterie – een manoeuvre-eenheid die deelneemt aan het gevecht van de verbonden wapens door met (in)direct vuur vijandelijk personeel en bijbehorend materieel te bestrijden – is opgeleid en getraind in het gebruik van gepantserde rups- en/of wielvoertuigen. De militairen die het grondgevecht voeren worden met gepantserde voertuigen naar de plaats van actie gebracht, waar zij beschikken over (semi-)automatische kleinkaliberwapens, antitankwapens, boordkanonnen, lichte mortieren en mitrailleurs. De bewapening maakt het mogelijk dat de slagkracht onder vrijwel alle omstandigheden tot haar recht komt. Ook bezit de pantserinfanterie geavanceerde communicatie- en laserapparatuur en allerlei soorten nachtzichtapparatuur.

De pantserinfanterie is in staat om – klokrond (24/7) en onder alle zicht- en weersomstandigheden – beweeglijk op te treden. Zij heeft korte reactietijden, is tactisch zeer mobiel en heeft voldoende escalatiedominantie. Daarnaast beschikt de pantserinfanterie organiek over voertuigen, welke hoe dan ook meer bescherming bieden (force protection) dan bij gewone (lichte) infanterie-eenheden.

Zij treedt op in alle soorten terrein, maar is het meest geschikt voor optreden in (meer) bedekt en geaccidenteerd terrein; in dit terrein kunnen snel verschillende opstellingen worden betrokken en kleinschalige tegenaanvallen en –stoten worden uitgevoerd. De pantserinfanterie is in staat een (stuk) terrein te veroveren, te beheersen of bezet te houden én de vijand te vernietigen en/of terrein fysiek te bezetten of met vuur te beheersen.

Voor het bestrijden van vijandelijk pantser beschikt het pantserinfanteriebataljon over (pantserbestrijdings- of) antitankwapens, maar het accent van haar optreden ligt bij personeelsbestrijding; primair is het optreden dan ook gericht tegen vijandelijke infanterie en haar (pantser)voertuigen.

De pantserinfanterie is minder geschikt voor optreden in (relatief) open terrein; hiertoe kan een pantserinfanterie-eenheid worden versterkt met tanks. Voor de uitvoering van een opdracht kan op compagniesniveau een taakgroep worden samengesteld, bestaande uit pantserinfanterie-, tank- en pantserrupsantitankpelotons (team). Ook kan een hogere commandant een gevechtseenheid samenstellen waarin zich meer subeenheden met pantserinfanterie dan met tanks bevinden; dit wordt pantserinfanteriezwaar genoemd. Het tegenovergestelde – een samengestelde gevechtseenheid met meer subeenheden tanks dan pantserinfanterie – wordt tankzwaar genoemd.

In het algemeen geldt bij haar optreden dat de doorschrijdbaarheid van het bos én de dichtheid van het wegen- en padennet bepalen of het optreden bereden, uitgestegen of te voet dient te worden uitgevoerd. In het meest ongunstige geval – optreden te voet – worden de bewapening en mee te nemen munitie aangepast. De bij de voertuigen achterblijvende bemanning wordt tot het minimum beperkt. Gegeven haar bewapening en de beschikbaarheid van voertuigen komt de pantserinfanterie voornamelijk tot haar recht bij het leggen van een cordon (keten van posten of personen rondom of langs een gebied om een afsluiting te vormen) of het uitvoeren van verkennings- en/of vernietigingsoperaties. Daarmee ligt de nadruk van haar optreden bij het consolideren en veiligstellen van de omliggende gebieden.

Een eenheid pantserinfanterie heeft het vermogen snel te kunnen wisselen tussen verschillende wijzen van optreden:

Bereden

Alle personeel bevindt zich in de gevechtsvoertuigen; het optreden beperkt zich tot de inzet met en vanuit de gevechtsvoertuigen

Uitgestegen

De meerderheid van het personeel treedt op buiten het gevechtsvoertuig; het voertuig en de groep steunen elkaar wederzijds

Te voet

De meerderheid van het personeel treedt op buiten het gevechtsvoertuig; het voertuig en de groep kunnen elkaar niet wederzijds steunen

In Nederland maakt de pantserinfanterie deel uit van de Gemechaniseerde Brigades (13 en 43), die daarnaast – behalve een staf – pantsergenie, tanks, veldartillerie, verkenningseenheden en geringe eigen gevechtsverzorgingssteun (logistiek) bevat.

De Koninklijke Landmacht telt 4 pantserinfanteriebataljons (afgekort: painfbat):

  • 17 Pantserinfanteriebataljon Garderegiment Fuseliers Prins Irene (GFPI)
  • 42 Pantserinfanteriebataljon Regiment Limburgse Jagers
  • 44 Pantserinfanteriebataljon Regiment Infanterie Johan Willem Friso
  • 45 Pantserinfanteriebataljon Regiment Infanterie Oranje Gelderland (RIOG)

Een Nederlands pantserinfanteriebataljon (In het Duits: Panzerinfanteriebataillon. In het Engels: armoured infantry battalion. In het Frans: bataillon d'infanterie) telt ± 650 militairen.

In de Defensienota 2000 is voorzien dat alle pantserinfanteriebataljons (17, 42, 44 en 45) van de Koninklijke Landmacht, onder het motto ‘Meer groen op de grond’, met een parate vierde compagnie worden versterkt om het expeditionaire vermogen te verstevigen. Door diverse redenen – onder andere omdat voor de vulling van 45 Pantserinfanteriebataljon RIOG is gebruik gemaakt van het materieel van de voormalige mobilisabele Delta- pantserinfanteriecompagnieën van de overige painfbats – is de gevechtssterkte tot op heden beperkt gebleven tot drie pantserinfanteriecompagnieën.

Sinds 2004 beschikken de pantserinfanteriebataljons niet langer over twee pelotons met de (zware) 120mm mortieren die achter de YPR werden getrokken. De mortier 120 mm (H.B. Rayé, bereik ± 8 km) is uitgefaseerd ten gunste van een lichte mortier; waarschijnlijk wordt dit een 60 mm mortier. Vooralsnog is een pantserinfanteriebataljon met name uitgerust met pantserrupsvoertuigen, maar de invoering van Fennek LVB, het infanteriegevechtsvoertuig CV-9035 Mark III en Boxer PWV brengen hier verandering in.

Een pantserinfanteriebataljon bestaat uit de volgende subeenheden:

Staf-, stafverzorgings- en ondersteuningscompagnie

SSVOST-Cie

Alfa-(pantserinfanterie)compagnie

A-Cie

Bravo-(pantserinfanterie)compagnie

B-Cie

Charlie-(pantserinfanterie)compagnie

C-Cie

YPR-PRI

Elke pantserinfanteriecompagnie is onderverdeeld in 4 pelotons: één AT-peloton met 4 YPR-PRAT (pantserrupsantitank), toegerust met een dubbele lanceerinrichting voor TOW-antitankraketten (bereik 3.750 meter), en drie pantserinfanteriepelotons met 4 YPR-PRI (pantserrupsinfanterie), toegerust met een 25 mm snelvuurkanon Oerlikon KBA.

De YPR-PRI biedt plaats aan een infanteriegroep (10 militairen), die beschikken over onder andere Diemaco, Minimi en AT-4. Verder heeft het painfbat nog de beschikking over pantserrupsvoertuigen voor artilleriewaarneming, bergingswerkzaamheden (YPR-806), Command & Control (“commandobakken”) en gewondentransport (YPR-GWT).

YPR-PRAT

De SSVOST-Cie herbergt een verkennings-, bevoorradings- en geneeskundig peloton. Het verkenningspeloton beschikt over 7 YPR’s; het geneeskundig peloton en de gewondenafvoergroepen van de compagnieën beschikken over de YPR-GWT’s.

Zie ook: infanterie.

Terug naar Boven

 

PANTSERREMMEND

Een hindernis is pantserremmend voor een voertuig wanneer er speciale maatregelen moeten worden getroffen om met het voertuig de hindernis te kunnen overschrijden.

De hindernis kan natuurlijk of kunstmatig zijn (H.N.B.W.V.).

Niet te verwarren met pantserstoppend.

Zie ook: hindernis.

Terug naar Boven

 

PANTSERSTOPPEND

Een hindernis is pantserstoppend voor een voertuig als het voertuig niet zonder hulpmiddelen de hindernis kan overschrijden. Een hindernis is voor een eenheid pantserstoppend als de eenheid niet zonder steun van andere (gevechtssteun)eenheden de hindernis kan overschrijden.

De hindernis kan natuurlijk of kunstmatig zijn (H.N.B.W.V.).

Niet te verwarren met pantserremmend. Zie ook: hindernis.

Terug naar Boven

 

PANTSERSTORM

Voor veel dienstplichtigen “angstaanjagende” en vermaarde gevechtstraining die van 1964 tot 1995 werd gehouden bij het Korps Commandotroepen op de Engelbrecht van Nassaukazerne in Roosendaal én op de Rucphense Heide ten zuidoosten van Roosendaal, meer specifiek in én op commandokamp August Bakhuis Roozeboom, tentenkamp Van der Meer en hindernisbaan ‘Arnhem’. Voor veel eenheden was de jaarlijks terugkerende oefening het hoogtepunt op de jaarlijkse oefenkalender.

Toen de Koninklijke Landmacht in 1995 omvormde naar een beroepsleger, hield de oefening helaas op te bestaan. In de oefening stond het vormingsdoel centraal om niet-Special Forces, buiten kennis en kunde, het doorzettingsvermogen en de zelfdiscipline bij te brengen om op het gevechtsveld, al dan niet in vijandelijk gebied, te kunnen overleven. Het was zeker niet de bedoeling om van ‘gewone’ militairen geoliede vechtmachines te maken.

Tijdens de 2-weekse gevechtstraining stonden met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid baan ‘Arnhem’, bootexercitie, drijfpakket maken, kip slachten, klimtoren, marsen met volle bepakking en dekenrol (“berelul”), speedmars en touw(hindernis)baan op de agenda. De fysieke belasting werd op het psychische vlak vaak verhevigd door zowel slaap- als voedseldeprivatie: bij velen werd de geest dermate geprikkeld dat, behalve een constante honger, guppen vaak het gevolg was of, ernstiger nog, de stoppen doorsloegen.

Terug naar Boven

 

PANZERFAUST-3

Short Range Anti-Tank (SRAT). Het terugstootloze antitankwapen tegen gepantserde doelen op korte afstand Panzerfaust 3 (Pzf-3) is een zgn. Portable Antitank Rocket System voor infanterie- en antitankeenheden.

Compilatiefoto van de Panzerfaust-3

Het Bazooka-achtige wapen is de vervanger van de antitankwapens Carl Gustav 82 mm bij het Korps Mariniers en de AT-4 (M-136) bij de Koninklijke Landmacht, beiden uit het begin van de jaren ’80. In 2004 tekende het Ministerie van Defensie het contract met de Duite producent Dynamit Nobel Defence A.G.

De Panzerfaust 3 is bedoeld om het p antserniveau van de Russische T-72 tank te kunnen bestrijden. Het is een raket van de 3 de generatie met een enkelvoudige holle lading (‘mono’); de Panzerfaust 3 is uitgerust met twee holle ladingen achter elkaar (‘tandem warhead’). De voorste gevechtskop heft het beschermende reactieve pantser van de tank op; de hoofdlading doorboort de tank. Groot voordeel is dat met het antitankwapen, dat voldoende effectief is tegen alle tanks vanaf de T-72, vanuit dekkingen en afgesloten ruimten kan worden gevuurd.

Specificaties:

bereik

maximaal 600 meter (verplaatsende doelen 300 meter, statische doelen 400 meter)

kaliber

110 mm (DM22)

leeggewicht

10,6 kg

lengte

1 meter 21

mondingssnelheid (VO)

595 km per uur

penetratievermogen

70 cm pantserstaal (High Explosive Squash Head)

schietgereed gewicht

12,9 kg

veiligheidsbereik

10 meter

De Pzf-3 is, behalve in Nederland, in gebruik bij de krijgsmachten van onder andere Duitsland, Italië, Japan, Zuid-Korea en Zwitserland.

Zie ook: AT-4 en Bunkerfaust.

Terug naar Boven

 

PANZERHAUBITZE 2000

Afgekort: PZH 2000.

In het Nederlands: Pantserhouwitser 2000.

's Werelds meest up-to-date artilleriesysteem.

De eerste gepantserde vuurmond van het type Panzerhaubitze 2000 werd in juli 1998 door de Duitse producent Krauss-Maffei Wegmann overgedragen aan de Duitse krijgsmacht; in maart 2002 stemde het Nederlandse kabinet ermee in om 57 stuks PZH 2000 aan te schaffen voor de parate afdelingen veldartillerie van de drie gemechaniseerde brigades; in december 2004 werden 18 stuks afgezegd (afdeling van 41 gemechaniseerde brigade).

De PZH 2000 vervangt de verouderde M109 en M114.

Specificaties:

Duitse uitvoeringen van de Panzerhaubitze 2000

 

actieradius

420 km

bemensing

3 (commandant, bestuurder en lader) + 2 (wisselbezetting)

breedte

3 meter 58

brugclassificatie

60 ton

diepwaden

1 meter 50

dracht met NATO-standaardmunitie

30 km

dwarshelling

25%

gevechtsgewicht

55,3 ton

hoogte met mitrailleur en periscoop

3 meter 46

kaliber schietbuis

155 mm

klimvermogen

60%

lengte met schietbuis

11 meter 67

lengte zonder schietbuis

8 meter 33

maximale effectieve dracht

41,8 km

maximumsnelheid

± 60 km per uur; 45 km per uur te velde

motor

8-cilinder dieselmotor

motorvermogen

736 kW (1.000 pk)

munitievoorraad

60 stuks 155mm-granaten

opstap

1 meter

overschrijdingsvermogen

3 meter

schietbuis

Rheinmetall Detec L52

schietsnelheid

8 à 10 schoten per minuut

Naast de schietbuis beschikt de PZH 2000 over een mitrailleur 7.62 mm en rookgranaatwerpers.

De Panzerhaubitze 2000 schiet maximaal 40 km met de (in Afghanistan) voor handen zijnde munitie DM131 IHE granaten gecombineerd met de DM92 modulaire ladingen (van Duitse makelij).

Zie ook: M-109 houwitser 155 mm en shoot and scoot.

Terug naar Boven

 

PANZERRINGSTRASSE

Brede beton- en asfaltweg met een lengte van ± 65 km die de NATO Truppenübungsplätze Bergen en Münster-Süd in het noorden van Duitsland omsluit. Omdat de Nederlandse krijgsmacht houdt hier minimaal viermaal per jaar schietoefeningen, de zgn. SOB/SOMS (Schietoefeningen Bergen/Schietoefeningen Münster-Süd), maken ook Nederlandse militaire voertuigen frequent gebruik van de als verkeersgevaarlijk bekend staande Panzerringstrasse.

Plattegrond van de Panzerringstrasse rondom de NATO Truppenübungsplätze Bergen en Münster-Süd

De Panzerringstrasse is met nadruk géén normale verkeersweg, maar een brede tankbaan. De breedte van de weg, alsmede het soort wegdek, nodigen uit tot snel rijden. Juist snel rijden is levensgevaarlijk. Omdat in totaal tientallen bivakplaatsen, kazernes (Bergen-Hohne, Fallingbostel, Langemannshof en Oerbke) springplaatsen en schietbanen grenzen aan de Panzerringstrasse, is het wegdek altijd bevuild met zand en/of modder. Bij vorst, sneeuw en ijs is het wegdek nog gevaarlijker.

Het is dus belangrijk dat de militaire gebruiker zich aan de ter plaatse aangegeven maximumsnelheid houdt, want:

er is nauwelijks bewegwijzering, verlichting of wegmarkering langs de Panzerringstrasse
er zijn (zeer) zachte bermen en de overgang tussen weg en berm is vaak moeilijk te zien
de NATO Trüppenübungsplätze zijn het domein van groot wild (herten, zwijnen) die ongehinderd de Panzerringstrasse kunnen oversteken
vanaf de aan de Panzerringstrasse grenzende bivakplaatsen, kazernes, springplaatsen en schietbanen kan plotseling verkeer oprijden
de Panzerringstrasse heeft veel korte hellingen, vaak gecombineerd met scherpe en daardoor onoverzichtelijke bochten (sommige bochten hebben een helling naar de foutieve zijde, de zgn. 'negatieve verkanting', waardoor extra voorzichtigheid is geboden bij het insturen)

Tips voor de Panzerringstrasse:

  1. Ontsteek altijd de lichten van het voertuig
  2. Overschrijdt nooit de toegestane maximumsnelheid
  3. Houdt de kentekenplaten, lampen, reflectoren, ruiten en spiegels schoon
  4. Keer nooit op de Panzerringstrasse
  5. Vertel uw commandant altijd welke route u gaat volgen (onder- of bovenlangs)
  6. Ga bij voorkeur niet alleen op weg
  7. Toon, voorafgaand aan een oefenperiode op de NATO Truppenübungsplätze Bergen en Münster-Süd, aan chauffeurs een instructieve videofilm van 20 minuten die de specifieke gevaren van de tankbaan belicht (de videofilm kan worden aangevraagd bij de Staf van het Operationeel Commando (OpCo) "7 December" op de Frank van Bijnenkazerne in Apeldoorn
  8. Verstrek , voorafgaand aan een oefenperiode op de NATO Truppenübungsplätze Bergen en Münster-Süd, de folder die eveneens wijst op de specifieke gevaren van de Panzerringstrasse (de folder dient in het bezit te zijn van iedere chauffeur)

Zie ook: Baan 41 en SOB-SOMS.

Terug naar Boven

 

PARACOMMANDO

De elitetroepen van de Belgische krijgsmacht zijn de Paracommando’s. Het woord “paracommando” is een samentrekking van para(chutist) en commando: een militair die de commando-opleiding heeft voltooid en een brevet parachutist houdt. De Belgische Paracommando’s zijn met name getraind in airborne en airmobile optreden. In die hoedanigheid zijn de paracommando’s in hoofdzaak bekend als deelnemers aan diverse out‑of‑area operaties (onder andere Peace Support Operations) en beschermers van Belgische staatsburgers in het buitenland, waaronder de voormalige Belgische koloniën.

Het devies van de Paracommando’s is “Nec jactantia, nec metu” (“Zonder woorden, zonder vrees”). Leden van de Paracommando’s zijn gerechtigd tot het dragen van de maroonkleurige baret.

De Paracommando’s zijn opgericht in de Tweede Wereldoorlog en voortgekomen uit twee verschillende eenheden: een Belgisch SAS Squadron en 4th Troop 10th Inter-Allied Commando. Tegenwoordig vormen zij binnen de Landcomponent van de Belgische krijgsmacht de kern van de Paracommando Brigade, tot 2005 Immediate Reaction Cell (IRC), daarna Immediate Reaction Capability Command (IRCC). De Paracommando’s leverde tot de opheffing in 2002 bijdragen aan zowel het Allied Command Europe Mobile Force (Land) (AMF(L) als de Multi-National Division Central (MND-C).

De term “immediate reaction” geeft eens te meer aan dat de Paracommando’s in staat zijn tot actie op zeer korte termijn in crisissituaties. Om haar taken goed te kunnen uitvoeren hebben de Paracommando’s dan ook te allen tijde een hoge graad van strategische en operationele mobiliteit. De drie infanteriebataljons beschikken onder andere over Milan-antitanksystemen en mortieren.

De Paracommando’s werken nauw samen met de 15de Wing Luchttransport in Steenokkerzeel (West-Brabant), dat voorziet in Hercules C-130 transportcapaciteit.

Het Immediate Reaction Capability Command (IRCC) telt de volgende eenheden:

Hoofdkwartier IRCC

Evere
Kwartier Koningin Elisabeth

(Vlaams-Brabant)

1 Bataljon Parachutisten
(1 Bn Para)

Diest
Kwartier Luitenant Limbosch

(Vlaams-Brabant)

2 Bataljon Commando
(2 Bn Cdo)

Flawinne
Kwartier Onderluitenant Thibaut

(Namen)

3 Bataljon Parachutisten
(3 Bn Para)

Tielen
Kwartier Kapitein P. Gailly

(Antwerpen)

Batterij Veldartillerie Paracommando
(Bij VA ParaCdo)

Brasschaat
Kwartier Brasschaat-West

(Antwerpen)

1 Para is tweetalig, 2 Cdo Franstalig (Wallonië) en 3 Para Nederlandstalig (Vlaanderen).

De opleiding tot Paracommando wordt gevolgd aan het Centrum voor Basisopleiding en Scholing (CBOS) te Leopoldsburg, het Trainingscentrum voor Commando te Marche-les-Dames en het Trainingscentrum voor Parachutisten te Schaffen. Daarna treedt de Paracommando toe tot één van de infanteriesecties binnen de eenheden. Zo’n sectie bestaat uit 8 militairen.

Een zwarte dag in de geschiedenis van de Paracommando’s was de moord op 10 collega’s van 2 Bataljon Commando in de Rwandese hoofdstad Kigali op 7 april 1994. Een groep van 10 Paracommando’s van het mortierpeloton onder leiding van luitenant Thierry Lotin waren met 4 jeeps belast met de beveiliging en escorte van premier Agathe Uwilingiyimana. Zij werden omsingeld door militairen van de Forces Armées Rwandaises (FAR), het leger van het door Hutu’s gedomineerde Rwandese regime, die de 10 Paracommando’s van de United Nations Assistance Mission In Rwanda (UNAMIR) gevangennamen en in koelen bloede lynchten. De 10 kregen postuum het Ereteken van Ridder in de Leopoldsorde toegekend; in België is 7 april sindsdien de herdenkingsdag van gesneuvelden bij vredesoperaties sinds 1945.

Een van de hoogtepunten in de geschiedenis van de Paracommando’s is het ontwapenen van  muitende troepen van de Force Publique na de onafhankelijkheidsverklaring van de voormalige Belgische kolonie Congo (30 juni 1960). Toen de rebellen begonnen te plunderen en achtergebleven Belgische staatsburgers bedreigden, besloot België eenzijdig in te grijpen. Extra troepen werden vanuit België ingevlogen, waarna de Paracommando’s massaal tussenbeiden kwamen en Europese staatsburgers in veiligheid brachten. Onder meer in het mijngebied Katanga en Elisabethstad werden de rebellen tot de orde gebracht, in Luluaburg bevrijdden de Paracommando’s Belgen die door rebellen waren gevangengenomen en in de havenstad Matadi werd opgetreden. Tenslotte vielen de Belgische militairen in het kader van de heroveringsacties Leopoldstad – het huidige Kinshasa – binnen, waar zij zowel het Europese stadsdeel als het vliegveld bezetten. In augustus 1960 verlieten de Belgische troepen Congo.

Op 13 oktober 2009 brachten de Belgische media het bericht dat Defensie tegen eind 2011 drieëntwintig kazernes zal sluiten - een kwart van alle kazernes in België - volgens het het herstructureringsplan van Minister van Landsverdediging Pieter de Crem. Een van de meest opvallende sluitingen is die van de Citadel in Diest (Kwartier Luitenant Limbosch), de locatie van het 1ste Bataljon Parachutisten (1 Para). De militairen van 1 Para – de enige tweetalige eenheid van de paracommando’s, tevens het bataljon met de rijkste tradities van het gehele Armée Belgisch Leger (ABL) -  zullen worden herverdeeld over de kazernes van Tielen (3 Para) en Flawinne (2 Commando). “Eenheden waar men nu niet eens aan de helft van de bezetting raakt, worden samengevoegd, zodat ze op 100% komen”, aldus De Crem.

Zie ook: Marche-les-Dames.

Terug naar Boven

 

PARADUMMY

Vertaald: parachutistenpop. In het Duits: Fallschirmpuppe.

Dummy (model met menselijke gelijkenis) dat voor de eerste maal in de Tweede Wereldoorlog als decoy is gebruikt om een invasie van luchtlandingseenheden veel groter te laten lijken dan zij in werkelijkheid was.

Paradummies kunnen ook worden gebruikt:

  • als afleidingsmanoeuvre voor een andere of andersoortige militaire operatie elders
  • om angst en paniek onder de vijand te zaaien
  • om vijandelijke troepen in een hinderlaag te lokken door een luchtlanding op een vooraf geplande locatie te ensceneren

De Britten gebruikten paradummies – bijgenaamd “Rupert” – tijdens Operatie Titanic om de Duitse verdediging in Normandië in verwarring te brengen. Deze operatie, in juni 1944, maakte deel uit van de geallieerde invasie op D-Day (Operatie Overlord). De Amerikanen noemden hun paradummies “Oscar”. Zowel de Britten als de Amerikanen maakten ook gebruik van keramische of metalen paradummies, die van zichzelf zwaar genoeg waren voor een paradropping.

Paradummy aan de kerk van Sainte Mère Eglise in Normandië

In de regel werden de parachutistenpoppen gemaakt van canvasdoek, jute of stof en opgevuld met stro, zand of schaafsel om de pop voldoende gewicht te geven. De dummies, normaliter ± 80 à 100 cm groot, waren meestal in uniformen gekleed.

Paradummies zijn onder andere te zien in het Imperial War Museum Duxford te Cambridgeshire (GBR), het Verzetsmuseum Friesland te Leeuwarden (NLD) en aan de kerk te Sainte Mère Eglise (FRA). Deze laatste is een eerbetoon aan alle parachutisten die deelnamen aan D-Day en de onfortuinlijke landing van de Amerikaanse paratroopers John Steele (101st Airborne)  en Ken Russel (82nd Airborne) in het bijzonder. Zij bleven met hun valschermen aan de kerktoren hangen, waar zij door de Duitsers onder vuur werden genomen, maar overleefden door zich dood te houden.

Zie ook: misleiding.

Terug naar Boven

 

PARAKOORD

In het Duits: Fallschirm Leine. In het Engels: para cord. In het Frans: ligne de parachute.

Gevlochten polyamide nylon koord in camouflagekleur. Parakoord is zeer sterk (door meerdere interne draaiingen), lichtgewicht, voorgekrimpt en beschikbaar in elke lengte.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog gebruikte de Amerikaanse krijgsmacht parakoord als parachutelijn, maar de para’s ontdekten na het springen dat de stevige lijn veel meer toepassingsmogelijkheden had, met name in het kader van overleven op het gevechtsveld.

Het organieke èn meest gebruikte parakoord is MIL-C-5040H type III, zoals dat nog altijd door de Amerikaanse krijgsmacht wordt gebruikt, met een doorsnede van 7 of 9 mm en een breeksterkte van 550 pounds (250 kg; vandaar de bijnaam “550 cord”).

Terug naar Boven

 

PARANG

Kapmes of machette zoals die in Indonesië, Maleisië en andere landen met jungle wordt gebruikt. Het slagwapen wordt ‘op de man’ gedragen en gehanteerd om de dicht begroeide secundaire jungle te kappen en er aldus een weg doorheen te banen. Wordt ook wel “mandau” genoemd.

Het Korps Mariniers hield al in de jaren ’60 jungletrainingen in Nieuw-Guinea – onder andere op het eiland Waigeo – onder de naam ‘Oefening Parang’.

De militair van 11 Luchtmobiele Brigade of het Korps Mariniers die tegenwoordig na de jungletraining (Jungle Warfare Course) in Suriname op voordracht van de instructeurs wordt gekozen als ‘best man’, ontvangt een parang op een hardhouten plank met inscriptie.

Zie ook: jungletraining.

Terug naar Boven

 

PARCOURS MILITAIR

In het Frans: parcours militaire.

Van oorsprong fysiek zware militaire wedstrijd met als achterliggend idee een exfiltratie naar eigen troepen uit vijandelijk gebied.

Hierbij moeten op een vastgestelde route hindernissen worden genomen en opdrachten worden uitgevoerd, bedacht door instructeurs van de LO/Sport. Bepaalde opdrachten komen vrijwel altijd in een parcours militair terug, zoals de brancardrace.

Parcours militair draait om doorzettings-, improvisatie- en uithoudingsvermogen, fysieke en mentale gehardheid en een goede samenwerking - zodat onbewust teamvorming plaatsvindt.

Normaliter ligt een tevoren onbekend aantal (van in de regel tientallen) hindernissen over zo’n 7 à 15 km verspreid, waardoor het volbrengen van het parcours uren in beslag kan nemen. De teams starten met een ruime interval, zodat ze van elkaar niet weten hoe ze presteren. Het parcours dient zo snel mogelijk te worden afgelegd; bij de onderweg uit te voeren opdrachten staan algemene militaire kennis en vooral fysieke vaardigheden van de individuele militair en diens verrichtingen binnen de groep centraal.

De Koninklijke Landmacht kent twee standaard terugkerende parcoursen militair: het KL kampioenschap parcours militair en Bakker’s Bluff – het jaarlijks georganiseerde parcours militair van de Nationale Reserve dat zijn naam ontleent aan sergeant Ben Bakker en sinds 1990 wordt georganiseerd.

Terug naar Boven

 

PARESTO

Afkorting van: Paarse Restauratieve Organisatie.

Sinds 1 april 2004 is Paresto de Defensiecateraar, dus voor alle krijgsmachtdelen, teneinde uniformiteit aan te brengen in de dienstverlening en een grotere efficiency te bereiken. Paresto, dat op alle Nederlandse defensielocaties in binnen- en buitenland de catering (levering van maaltijden) en kantinefaciliteiten verzorgt, propageert continuïteit in dienstverlening en marktconform presteren door resultaatgerichte bedrijfsvoering.

Paresto is een zelfstandige eenheid binnen het Ministerie van Defensie die ressorteert onder het Commando Diensten Centra (CDC), heeft als hoofdvestigingsplaats Utrecht, telt 2.100 medewerkers en is verspreid over bijna 150 defensielocaties.

Alle catering voldoet aan de internationale, nationale en defensiespecifieke wet- en regelgeving op het gebied van cateringdiensten.

Voor vragen, commentaar of informatiebehoefte kunt u hier klikken om te emailen met Paresto in Utrecht, of tijdens kantooruren bellen met 030-2365294.

 

PARTIZAAN

Uiterst rechts: een typische partizaan

In het Duits: Partisan. In het Engels: partisan. In het Frans: partisan.

Synoniemen: guerrillastrijder, verzetsstrijder.

Verouderde benaming voor iemand die deel uitmaakt van lichte of ongeregelde troepen en tegen de vijand vecht. Vaak werken partizanen samen met de geregelde troepen.

In Nederland zijn bijvoorbeeld de Bospartizanen uit Baarlo aan het einde van de Tweede Wereldoorlog actief geweest. Baarlo, ten zuidwesten van Venlo-Blerick, lag vanaf 14 november 1944 aan het front. Hoewel Baarlo al op 22 november 1944 definitief was bevrijd, bleef zij frontzone tot volgend voorjaar, omdat Venlo pas op 2 maart 1945 kon worden veroverd op de Duitsers.

De Bospartizanen hebben onder andere gewapende overvallen gepleegd op distributiekantoren en Duitse militairen gegijzeld gehouden. Daarbij kregen zij steun van de bevolking. Boeren in de omgeving hielpen het verzet aan voedsel e.d.

In de bossen bij Baarlo hielden de Bospartizanen zich in afwachting van de geallieerde bevrijding 10 weken lang schuil in een provisorisch kamp met onderaards hol schuil, samen met 29 gevangen genomen Duitsers.

Boeken over de lotgevallen van de Bospartizanen zijn onder andere ‘De Bospartizanen van Baarlo. En andere episoden uit het verzet van Limburg’  van Jan Derix (1980) en 'Verzet: de 66 dagen van Baarlo' van J.W. Hofwijk (1982). Op basis van beide boeken schreef Jan Blokker de 3-delige tv-serie ‘De partizanen’ (1995, regie Theu Boermans), met in de hoofdrollen Andre van den Heuvel, Cas Baas, Huub Stapel en Rik Launspach.

 

PASSING-OUT

Militaire ceremonie n aar Brits gebruik.

De passing-out is een parade die wordt gehouden bij een afscheid van een militair instituut, zoals bijvoorbeeld:

bij de promotie tot soldaat der tweede klasse bij de afsluiting van de opleiding bij het schoolbataljon van het OCIO

bij de uitreiking van de rode baret ter afsluiting van de opleiding tot luchtmobiel militair bij het Schoolbataljon Luchtmobiel van het OCIO

bij de uitreiking van het onderofficiersdiploma aan de Koninklijke Militaire School

Tijdens genoemde plechtigheden treden de lichtingen symbolisch uit.

In ruimer verband is een passing-out elke parade die met militaire égards en plichtplegingen wordt gehouden ter ere van het behalen van een opleiding e.d. Indien nodig krijgen de betrokken militairen bijbehorende emblemen en/of rangonderscheidingstekens uitgereikt.

Bij een passing-out staan zo veel mogelijk militairen van de eenheden van het betreffende opleidingscentrum aangetreden.

Terug naar Boven

 

PATHFINDER

De 'gevleugelde toorts', het onderscheidingsteken van de pathfinder.

De opleiding tot pathfinder is geïnitieerd door generaal James Gavin (1907-1990) van de 82nd Airborne Division ná de desastreuze amfibische Operation Huskey tijdens de invasie van Sicilië (1943) in de Tweede Wereldoorlog. Tijdens deze operatie liepen de droppings van veel parachutisten door de hevige wind fout af. Veel Amerikaanse paratroopers van 504th Parachute Infantry Regiment van 82nd Airborne Division, maakten hun eerste exit onder gevechtsomstandigheden, landden in zee, verdronken of raakten verstrikt in hun lijnen.

Bij de eerstvolgende grootschalige geallieerde actie, Operation Overlord (D-Day), werden daadwerkelijk pathfinders gedropt om de dropzones te markeren en van radiobakens te voorzien.

De grondcomponent van 11 Air Manoeuvre Brigade kent eveneens de pathfinder. Het principe is overgenomen naar het voorbeeld van 16 (GBR) Air Assault Brigade én 101 (USA) Airborne Division.

De pathfinder is een ‘verkenner+’ die deel uitmaakt van het Brigade Recce Detachment (BRD). De gespecialiseerde verkenner kan zowel airborne (parachute) als heliborne (fast-roping) worden ingezet, maar in beginsel in teams op brigadeniveau. De meest vanzelfsprekende inzet van de pathfinders is in een diepe operatie, met name air assault. Het is de taakstelling zo risicoloos mogelijk pax en/of cargo van de hoofdmacht op het grid te laten droppen of uitstijgen.

Het BRD is een deels voor de gelegenheid geformeerde eenheid die direct onder bevel staat van de brigadecommandant. Het BRD is samengesteld uit de verkenners van de infanteriebataljons luchtmobiel én de pathfinders. De pathfinder zélf is deels instructeur bij de Heli Instructie Groep (HIG) van de School Grond Lucht Samenwerking (SGLS), deels paraatgesteld als BRD-pathfinder. Indien nodig kan een team pathfinders worden aangevuld met forward air controllers (FAC’ers), schutters-lange-afstand (SLA’s) en andere ter zake doende functionaliteiten.

Voorafgaand aan inzet wordt benodigde verkenningscapaciteit gecentraliseerd voor een zgn. ‘advance force operation’; in de regel vindt deze 24 à 48 uur voorafgaande aan de inzet van de hoofdmacht plaats, maar kan – afhankelijk van de dreiging – evengoed net vóór de landing plaatsvinden.

Eigen verkenningscapaciteit op brigadeniveau in de vorm van de BRD of teams is noodzakelijk om een complete situational awareness van het inzetgebied te krijgen. De door pathfinders verzamelde inlichtingen zijn vitaal om het operationeel besluitvormingsproces (OBP) binnen de brigadecommandopost of Joint Command Post (JCP) positief te beïnvloeden.

De taken van de pathfinder:

  • Houden de LZ’s in het gebied van de komende actie onder waarneming (eyes on target) vanuit uitgebrachte observatieposten (OP’s), opdat de in te zetten hoofdmacht (main force) niet wordt gecompromitteerd
  • In kaart brengen van onverkend gebied met een ‘area search’
  • Inrichten van heli landing sites (HLS)
  • Uitvoeren van specifieke doelverkenningen (pathfinding missions)
  • Verkennen van alternatieve LZ’s
  • Verkennen van geschikte, al dan niet pre-planned (te voren bepaalde), landingzones (LZ’s) met de beste naderings- naar én derouteringsroutes uit vijandelijk gebied
  • Voorzien de moedereenheid steeds van real-time informatie over de LZ’s: zowel sterkte én locatie van de vijand als uit te schakelen luchtafweergeschut (Triple A) hebben eerste prioriteit

Pathfinders kunnen ook, vanwege hun bescheiden aantal, beperkte offensieve acties uitvoeren ter ondersteuning van de komst van de hoofdmacht, waarna exfiltratie zal volgen.

Pathfinders dragen als onderscheidingsteken de ‘gevleugelde toorts’.

Download hier het artikel PATHFINDER ‘MADJU’ PELOTON van Leo van Westerhoven, in drie delen verschenen op de website Dutch Defence Press op 12, 18 en 24 februari 2010 (144 kB)

Zie ook: chalk, hot LZ, landing point, marshaller en riggen.

Terug naar Boven

 

PATRIA XA-188 GVV

Het Finse pantserwielvoertuig Patria XA-188 (voorheen: Sisu) is zowel in gebruik bij het Korps Mariniers als de Koninklijke Landmacht. Het Gevechtsvoertuig voor Vredesmissies (GVV) werd speciaal aangeschaft voor taken in het kader van crisibeheersingsoperaties.

De Patria dient voor het vervoer van personeel en lading, als escorte voor konvooien en als patrouillewagen en beschikt onder meer over kogelbestendige banden.

Patria XA-188 GVV in de uitvoering GWT (gewondentransport)

Werkruimte van de Patria XA-188 GVV-gewondentransport

De airconditioning aan boord maakt het mogelijk ook in warmere klimaten te opereren. Nederland heeft drie versies gekocht: infanterie, commandovoering en gewondentransport. Het gewondentransport is mogelijk voor maximaal 3 liggende tot maximaal 7 zittende gewonden.

Op 15 oktober 1988 heeft de toenmalige BLS, luitenant-generaal Maarten Schouten, de eerste exemplaren van de Patria in ontvangst genomen. Behalve Nederland hebben ook Finland, Ierland, Noorwegen en Zweden de Patria aangeschaft ten behoeve van crisisbeheersingsoperaties.

Specificaties:

actieradius

800 km

bepantsering

tegen 14,5 mm pantserdoorborend

bewapening

7,62 mm MAG of .50 mitrailleur

breedte

2 meter 93

cilinderinhoud

7.400 cc

doorwaaddiepte

1 meter 50

draaicirkel

maximaal 20 meter

gewicht beladen

22 ton

gewicht onbeladen

20 ton

hoogte dek

2 meter 44

lengte

7 meter 52

maximumsnelheid

90 km per uur

motor

6-cilinder turbodiesel

motorvermogen

275 pk

Terug naar Boven

 

PATROL MEDICAL COURSE

Engelstalige NAVO-cursus op het gebied van Advanced Trauma Life Support aan het International Special Training Center (ISTC) op de Generaloberst-Von Fritsch-Kaserne in Phullendorf, Baden-Württemberg, Duitsland.

Tot eind 2000 heette het ISTC de International Long Range Reconnaissance Patrol School (ILRRPS).

Naast een staf bestaat het ISTC uit een viertal Divisions: Patrol-, Survival-. Medical en Recognition Division. In deze vier disciplines worden Special Forces-eenheden van aan het ISTC verbonden landen opgeleid en getraind. Voor Nederland worden onder de noemer Special Forces militairen geschaard van het Korps Commandotroepen, 11 Air Manoeuvre Brigade Air Assault en de drie Brigade Verkennings Eskadrons.

Het ISTC biedt in totaal een tiental trainingen en cursussen, waarvoor jaarlijks gemiddeld 400 à 500 cursisten slagen. Nederland doet sinds 1992 mee aan ILRRPS/ISTC. In de Patrol Medical Course, gegeven door de Medical Division, komt met name de rol van de Special Operations Force (SOF) Medic in zijn groep tot uitdrukking. Ruimschoots aan bod komen aspecten als:

Day-to-day-health (Hygiëne & Preventieve Gezondheidszorg)

Medical equipment

Medical instruction (first aid, health and hygiene, casualty evacuation)

Pre-mission planning

Trauma management (ATLS)

De Generaloberst-Von Fritsch-Kaserne in Phullendorf, Baden-Württemberg, Duitsland

Begonnen wordt met elementaire anatomie, fysiologie en pathologie, afgesloten met een Field Training Exercise (FTX) waarin een op te sporen piloot, gecrasht in vijandelijk gebied, in leven moet worden gehouden en met behulp van een correcte MEDEVAC-procedure (nine-liner) afgevoerd. Veelvuldige casustrainingen (moulages) ontbreken niet op het programma: zowel bij dag als nacht dient in maximaal twintig minuten een eerste en tweede onderzoek te worden uitgevoerd.

(In aangepaste vorm ook verschenen in ‘Falcon’, augustus 2002, 9 de jaargang, pagina 30 en 31).

Terug naar Boven

 

PATROUILLE TE VOET

Een patrouille te voet wordt uitgestuurd met als doel gegevens te verzamelen of een opdracht (veelal in vijandelijk gebied) uit te voeren, zoals arresteren, beveiligen, bewaken, brandstichten, chaos en onrust veroorzaken, maken van krijgsgevangenen, uitschakelen, vernielen of buitmaken van vijandelijk materieel of zuiveren.

Normaliter wordt een patrouille te voet tenminste uitgevoerd door één groep / sectie met tenminste één Combat Life Saver of daaraan gelijkgestelde functionaris. In missiegebieden kan hieraan bijvoorbeeld een tolk worden toegevoegd.

Een patrouille te voet in actie

Mee te nemen benodigdheden zijn tenminste: draagbare radio, gewondentas, Global Positioning System, handgranaten, helderheidsversterker, kijker, kompas, mijnenprikkers, lichte mitrailleur (groepswapen), rookhandgranaten, stafkaart en UXO-marker.

Na het verlaten van de compound zal de patrouille te voet onderweg alleen afwijken van de route in overleg met de opsroom, waaraan alle bijzonderheden a.s.a.p. worden gemeld. Bij een patrouille te voet neemt de voorste verkenner waar op de grond in verband met mijnen, struikeldraden en valstrikken, de tweede verkenner neemt waar tussen 10 en 2 uur (klokmethode), de overigen nemen afwisselend links en rechts waar en de laatste waarnemer neemt achter de colonne waar.

Afhankelijk van de toestand in het gebied zijn de minimale eisen aan een patrouille te voet:

vóór de patrouille: alle patrouilleleden op de hoogte stellen van doel, route en optreden bij onvoorziene omstandigheden

contact met de bevolking alleen waar nodig

draagwijze van het persoonlijk wapen is op de rug óf schietbereidheid laag, middel of hoog

Iedere patrouille zorgvuldig voorbereiden om verrassingen te voorkomen; verander elke dag van route

tussenruimte onderling minimaal 5 à 10 meter; bij open en vlak terrein groter; bij slecht zicht tussenruimte op zichtafstand

waarnemingssectoren in verstedelijkte gebieden naar binnen gedraaid (naar de overzijde van de weg) met speciale aandacht voor deuren, ramen e.d.

wanneer gebouwen moeten worden betreden: pas na overleg met de opsroom en voorgegaan door de lokale bevolking

wanneer halt wordt gehouden: rondom waarnemen en spreiding handhaven

ná de patrouille: alle patrouilleleden debriefen door patrouillecommandant (patrouillerapport)

Een patrouille te voet kan contact maken met én informeren naar de toestand van de bevolking (sociale patrouille) of patrouilleren in het kader van human intelligence (uitdelen van pamfletten), showing the flag dan wel langs bestands- of demarcatielijnen patrouilleren. Een patrouille te voet tijdens optreden in het kader van counter-insurgency kan zeer gevaarlijker zijn.

De sociale patrouille wordt pas uitgevoerd als de situational awareness het toelaat of het gewenst is dat het contact met de lokale bevolking (of partijen) wordt hersteld of geïntensiveerd.

Speciale soorten patrouilles zijn beveiligingspatrouilles, bewakingspatrouilles, gevechtspatrouilles, Long Range Reconnaissance Patrols en spitspatrouilles.

Zie ook: emergency rendezvous, Personal Role Radio (PRR), tail end charlie en verkenningspatrouille.

Terug naar Boven

 

PAX

Acroniem: Personnel Assigned to Exercise; één pax = één persoon. Tevens Latijn voor “vrede” (als in Pax Americana, Brittanica, Neerlandica of Romana). Passagier (helikopter, trein, vliegtuig), clientèle (hotel, ressort) of persoon in het algemeen. Als meervoud wordt soms ‘paxen’ gebruikt.

Binnen Defensie wordt met name het aantal personen met uitrusting dat als passagier aan boord van een heli of vliegtuig gaat, genoteerd op een pax- of passenger-list (flashcard).

Het tegenovergestelde van pax zijn cargo (goederen); het evenbeeld van een pax-list is een cargo-list (paklijst waarde-opgaven of PWO). Een speciale categorie cargo is dangerous air cargo (DAC), die ‘controlled’ of ‘restricted’ is; DAC-flights zijn vliegtuigen die gevaarlijke goederen vervoeren, alles volgens de regelgeving van de International Air Transport Association (IATA).

Terug naar Boven

 

PEACE SUPPORT OPERATION

Afgekort: PSO. De verrichtingen en activiteiten van alle ontplooide militaire en civiele organisaties ten einde in een bepaald gebied of land de vrede te herstellen en/of het menselijk lijden te verlichten. PSO kunnen omvatten:

  • peace-keeping (PK)
  • peace-enforcing (PE)
  • conflictpreventie
  • peace-making & peace-building
  • humanitaire operaties (HumOps)

Sinds het einde van de Koude Oorlog is het aantal PSO zowel aanzienlijk toegenomen als aan verandering onderhevig (soorten en karakteristieken). PSO vereisen de inzet van personeel en wapensystemen op alle niveaus, van alle krijgsmachtdelen en liefst multinationaal. Naast de collectieve defensie in het kader van de Algemene Verdedigingstaak (AVT) zijn PSO voor krijgsmachten een belangrijke bestaansreden geworden.

De Nederlandse regering ("De regering bevordert de ontwikkeling van de internationale rechtsorde" , artikel 90 van de Grondwet) -  en derhalve ook de krijgsmacht ("De regering heeft het oppergezag over de krijgsmacht" , artikel 98, 2de lid, van de Grondwet) - draagt bij tot de internationale vrede, stabiliteit en veiligheid. In dit verband neemt Nederland deelt aan PSO, zowel in NAVO- als VN-verband.

Overzicht van PSO waaraan Nederland een bijdrage heeft geleverd:

WAAR WANNEER WIE WAT NEDERLANDSE DODEN
Korea 1950-1955 VN (Nederlands Detachement Verenigde Naties) peace-enforcement 123
Libanon 1979-1985 UNIFIL (VN) peace-keeping 9
Sinaï 1982-1995 MFO (VN) waarneming & peace-keeping 1
Irak/Koeweit 1990-1991 Golfoorlog (o.a. Provide Comfort) peace-enforcing, humanitaire interventie & afdwingen embargo geen
Cambodja 1992-1993 UNTAC (VN) mijnenruiming & peace-keeping 2
Haïti 1993-1996 UNMIH (VN) peace-keeping geen
Voormalig Joegoslavië 1992-2004 UNPROFOR (VN), IFOR (NAVO) & SFOR (NAVO) peace-keeping 14
Cyprus 1998-2001 UNFICYP (VN) peace-keeping geen
Kosovo 1999-2000 KFOR (NAVO, o.a. Extraction Force) peace-enforcement & peace-keeping 1
Ethiopië, Eritrea & Djibouti 2000-2001 UNMEE (VN) peace-keeping 1
Macedonië 2001-2002 NAVO ontwapening, beveiliging en waarneming verkiezingen geen
Afghanistan 2002-heden ISAF (NAVO) veiligheidsmacht voor bescherming regering 21
Irak 2003-heden SFIR stabilisatiemacht o.l.v. VS en GB 2

De besluitvorming over de Nederlandse deelname aan een PSO vindt plaats aan de hand van het zgn. Toetsingskader .

Een ideaal naslagwerk op het gebied van Peace Support Operations is Van Korea tot Kosovo. De Nederlandse militaire deelname aan vredesoperaties sinds 1945 van Christ Klep en Richard van Gils (Sectie Militaire Geschiedenis, Sdu Uitgevers, Den Haag, 1999, ISBN 901208766X).

Eind 2009 bedroeg het aantal VN-militairen mondiaal 120.000. Dat was viermaal zoveel als in 1999. Hieruit blijkt dat de vredesmissies van de Verenigde Naties voor de internationale gemeenschap een belangrijk instrument van crisisbeheersing zijn. Verspreid over de wereld waren er eind 2009 zeventien VN-vredesoperaties actief. De financiering van deze missies komt vooral uit de westerse wereld, met als koplopers China, Duitsland, Frankrijk, Groot-Brittannië, Italië, Japan en de Verenigde Staten. De militairen komen vooral uit de Derde Wereld, met landen als Bangladesh, Ghana, India, Nepal, Nigeria, Pakistan en Rwanda als grootste troepenleveranciers.

Het budget voor VN-vredesoperaties van 01-07-2008 tot 30-06-2009 bedroeg ± 7,1 miljard dollar. Dat lijkt veel, maar het is slechts 0,5% van de geschatte 1,2 biljoen dollar die wereldwijd worden uitgegeven aan defensie.

In de jaren ’90 van de 20ste eeuw hebben de United Nations harde lessen geleerd over vredesmissies. Na de genocide in Rwanda, het bloedbad in Somalië en de val van de enclave Srebrenica is de VN ervan doordrongen geraakt dat haar troepen, indien nodig, robuust moeten kunnen optreden. Was het bemensen van een bufferzone tussen twee staten nog relatief overzichtelijk, het is veel moeilijker een situatie te stabiliseren waarin allerlei ongeregelde milities strijd leveren met een regeringsleger dat zelf ook weinig discipline kent en een instrument is van een zwakke, corrupte staat.

Bron: 'VN-militairen moeten zonodig robuust optreden', NRC Next, 31 december 2009.

Zie ook: Opplan 17.

 

PEDOMETER

Handzaam apparaatje, mechanisch of elektronisch, dat het aantal passen telt. Met behulp van een vooraf ingestelde pasgrootte kan de afgelegde afstand worden bepaald.

Pedometer

Om de pasgrootte in te stellen, dient van tevoren een testafstand te worden gelopen, bijvoorbeeld over 1 km. Met de gelopen afstand gedeeld door het aantal gemeten passen is dan de gemiddelde pasgrootte bekend. Vervolgens kan het aantal kilometers worden gemeten. Er zit een onnauwkeurigheid in de afstandregistratie van de pedomtere, omdat de pasgrootte kan variëren met:

de ondergrond (stijgend of dalend in plaats van horizontaal

het nemen van ongelijke stappen

het dragen van verschillend schoeisel

het maken van een plotselinge stop of sprong

Terug naar Boven

 

PELJOB, MINI-BOUWMACHINE

Mini-bouwmachine die in 1993 is ingestroomd ten behoeve van de genisten van 11 Geniecompagnie Luchtmobiel en gemakkelijk transporteerbaar is in en onder een helikopter.

Taakstellingen onder andere:

  • Egaliseren van landingsplaatsen
  • Graven van dekkingen
  • Graven van opstellingen voor 120 mm-mortieren
  • Overslaan en opslaan van goederen
  • Versterken van posities

Peljob, hier in de configuratie met grondboor (b.v. ten behoeve van het coderen van wegen door springstoffen i.p.v. het gebruik van een holle lading)

Specificaties:

bediening

1 machinist

breedte

81 cm

gewicht

1.600 kg

hoogte

2 meter 23

hulpstukken

  • betonbreker
  • dichte bak (300 liter)
  • grondboor (diameter 15 cm)
  • palletvork (hefvermogen 600 kg)
  • puinvork (227 liter)

lengte

3 meter 42

motor

3-cilinder diesel

motorvermogen

18,7 kW (24,1 pk)

Zie ook: JCB Backhoe Loader graaflaadmachine 4CX-M.

Terug naar Boven

 

PELOTONSSERGEANT

Afgekort: PS. Verouderde benaming voor Opvolgend Pelotons Commandant (OPC).

Was de PS vroeger een ervaren sergeant der eerste klasse, de OPC heeft de rang van sergeant-majoor. Taken waar de PS/OPC in pelotonsverband het voortouw in zal nemen - behalve zijn expertise op materieelgebied - zijn de discipline en het corvee.

 

PEOPLESOFT

PeopleSoft is de benaming van het moderne personeelsinformatiesysteem dat de P(ersoneels-) &O(rganisatie)-processen binnen de krijgsmacht ondersteunt. De Defensiemedewerker wordt via PeopleSoft in staat gesteld om door middel van 'self service' zelfstandig een aantal personeelsprocessen uit te voeren. Op informatiezuilen en desktops op de werkplek kan met de smartcard toegang worden verkregen tot het Defensie-intranet en vervolgens tot het intranetadres van PeopleSoft. De eerste personeelsprocessen die de Defensiemedewerker 'self service' kan uitvoeren zijn het aanvragen van verlof en zich ziekmelden.

Het gevolg van de introductie van PeopleSoft zal zijn dat de administratieve omhaal zal dalen en de kwaliteit van de opgeslagen personeelsgegevens zal stijgen. In PeopleSoft zijn de persoonsgegevens beschermd, beveiligd en opgeslagen conform de Wet Bescherming Persoonsgegevens.

Tezamen met PeoplePoint wordt Defensiebreed een koppeling gemaakt met regelgeving op het gebied van P&O, processen en begrippen.

In 2002 heeft het Ministerie van Defensie binnen het personele functiegebied gekozen voor het softwarepakket van PeopleSoft. De keuze is gevallen in het kader van:

  • Enterprise Resource Planning (ERP)
  • Integrale Informatievoorziening (IV)
  • Project P&O 2000+

Project P&O 2000+ heeft als doel om de werkwijze op het gebied van P&O binnen Defensie te harmoniseren. Daarbij kan worden gedacht aan de werkwijzen bij onderwerpen als sollicitaties, beoordelingen, overplaatsingen, promoties e.d.

De introductie van PeopleSoft is een stap op weg naar een samenhangend en geïntegreerd informatiesysteem en levert doelmatigheidswinst op, bijvoorbeeld omdat minder personeel nodig is om de informatiestromen te beheren en te controleren. Naast standaardisatie van zaken als beleidsregels en processen zullen vanuit P&O 2000+ ook managementrapportages kunnen worden opgeleverd.

PeopleSoft is eerder bij grote organisaties als de Amerikaanse krijgsmacht, British Telecom, Shell en Unilever ingevoerd.

P.E.P.A.

Engelse afkorting van: Personal Equipment Preparation Area.

Dit is een gebied waar de persoonlijke uitrusting van de militair, voordat wordt vertrokken naar een missie- of oefengebied, kan worden voorbereid. Een PEPA is vaak gelegen op of nabij het vliegveld waar vandaan eenheden vertrekken naar het inzetgebied.

Ten behoeve van het vertrek van eenheden van het 1ste Duits-Nederlandse legerkorps (1 GNC) naar de NRF-oefening ‘Iron Sword’ in Noorwegen (mei/juni 2005) was de PEPA bijvoorbeeld gelegen op de Lützow-Kaserne in Münster-Handorf, voorheen een Duits militair vliegveld, gelegen in de nabijheid van het 1 GNC-hoofdkwartier in Münster.

Activiteiten die op een PEPA kunnen plaatsvinden:

Controleren op aanwezigheid van alle klassen

Controleren van de verkeersveiligheid van het voertuig adhv de gebreken op de 1-IWK (‘roze lijst’)

Wegen van de maximum massa, inclusief belading, van voertuigen in het kader van lucht-, weg- en/of zeevervoer

Terug naar Boven

 

PERIMETER DEFENCES

Letterlijk: nabijverdediging.

Obstakels en versterkingen rondom een compound of kamp, positie, observatiepost (OP), checkpoint e.d.

Perimeter defences zijn bijvoorbeeld anti-tankgrachten, bunkers, concertina’s, lichtseinen, prikkeldraad, struikeldraad en zoeklichten.

Terug naar Boven

 

PERSONAL ROLE RADIO

Afgekort: PRR.

Officiële naam: AN/PRC-343 Personal Role Radio of H4855. Producent is het Brits-Italiaanse Marconi Selex Communications.

Compact communicatiemiddel voor close combat acties op de korte afstand, met een bereik van ± 500 meter (t/m 3de verdieping).

De PRR, die het meest wegheeft van een portfoon of walkietalkie, heeft alle mogelijkheden voor digitale en gecodeerde (encryptie) spraak- en datatransmissie. De PRR, een item uit het Soldier Modernisation Programme, wordt met name gebruikt ten behoeve van de interne communicatie tijdens patrouilles te voet en konvooirijden.

De AN/PRC-343 Personal Role Radio (PRR)

De Push-to-Talk (PTT)-schakelaar van de PRR

Omdat leden van infanteriegroepen zo ver mogelijk uit elkaar lopen teneinde de gevolgen van een eventuele aanslag te beperken en de kans op slachtoffers door eigen vuur te verkleinen, gebruiken zij lokale, onderlinge communicatie via de PRR.

De PRR wordt bediend met een handsfree Push-to-Talk (PTT)-schakelaar, die bijvoorbeeld is bevestigd op het handvat van de Diemaco of om een vinger.

De gesprekken worden ontvangen via een headset (die compatibel is met alle helmen) of earplug. Ook kan de PRR worden gebruikt als afstandsbediening ten behoeve van de organieke combat net radio (FM9000).

De twee varianten zenden/ontvangen zijn single mode (alleen PRR’s) of dual mode (PRR en combat net radio). Door een dual push-to-talk kan een groepscommandant zowel zijn groepsradio (PRR) als zijn pelotonsradio (RT9100 handheld) bedienen; door een single push-to-talk kunnen de groepsleden onderling communiceren.

Specificaties:

compatibiliteit

High Frequency (HF), Ultra High Frequency (UHF) en Very High Frequency (VHF)

energiebron

2 AA-batterijen (penlite)

frequentiebereik

2.400 – 2.483 MHz

gewicht

1,5 kg

kanalen

256 (waarvan 16 voorgeprogrammeerd)

Terug naar Boven

 

PERSONEELSCOMMANDO

Afgekort: Persco.

Een van de commando’s die ten dienste staan van de Commandant der Landstrijdkrachten (CLAS).

Persco draagt in de rol van werkgever zorg voor het vullen én gevuld houden van de Koninklijke Landmacht (KL) en de door de CLAS aangewezen organisatiedelen buiten de KL met daartoe geschikt, opgeleid en gemotiveerd personeel.

Historie naar Personeelscommando:

1945-1950

Dienst Adjunct-Generaal (AG)

1950-1955

Directie Personeel

1955-1963

Directie Militair Personeel

1963-1976

Dienst Opperofficier Personeel KL (DOOP/KL)

1976-1995

Directie Personeel KL (DPKL)

1995-2001

Centrale Dienst Personeel & Organisatie (CDPO)

2001-2004

Directie Personeel & Organisatie (DP&O)

2004-heden

Personeelscommando (Persco)

Terug naar Boven

 

PERSON UNDER CONTROL

Afgekort als P.U.C. en uitgesproken als “puck”.

Verkapte benaming voor een gevangene. De nieuwbakken kreet wordt door de Amerikaanse krijgsmacht gehanteerd voor een gevangene (“detainee”) in de wereldwijde War on Terror. Volgens de Verenigde Staten is een Person Under Control principieel iemand anders dan een krijgsgevangene (P.O.W.). De VS bieden dan ook géén rechtsbescherming aan de P.U.C.’s en willen zich in voorkomend geval niet aan de Conventies van Genève moeten houden. P.U.C.’s worden met name gearresteerd in Afghanistan en Irak, waar de VS zich sinds respectievelijk 2001 en 2003 bevinden in de strijd tegen het internationaal terrorisme.

Volgens bronnen op het internet wordt de term P.U.C. in Amerikaans militair jargon gebezigd in minachtende en allesbehalve verzachtende uitspraken als “fucking a P.U.C.” (slaan of martelen van een gevangene) en “smoking a P.U.C.” (een gevangene uitputten met fysieke oefeningen).

Terug naar Boven

 

P.E.S.-STRUCTUUR

P.E.S. staat voor:

P

Problem

probleem, klachten, gezondheidsverstoringen en de reactie van de zorgvrager op de ziekte

 

E

Etiology

ziekteoorzaak (samenhangende factoren, oorzaken)

 

S

Signs & Symptoms

aanwijzingen en signalen van het probleem

•  Signs: objectieve, voor de zorgverlener waarneembare bevindingen

•  Symptoms: subjectieve, voor de zorgvrager  waarneembare bevindingen

De P.E.S.-structuur is ontwikkeld door prof. dr . Marjory Gordon.

Gordon ontwikkelde een ordening in gezondheidspatronen ten behoeve van de verpleegkundige anamnese. Deze gezondheidspatronen, al dan niet verwerkt in een verpleegplan, zijn fungeren in de dagelijkse verzorging en verpleging van een zorgvrager. De 11 gezondheidspatronen ( structuren die inzicht verschaffen in deelgebieden van de gezondheidsstatus van de zorgvrager) zijn:

1

Gezondheidsbeleving en -instandhouding

2

Voeding & Stofwisseling

3

Uitscheiding

4

Activiteiten

5

Slaap & Rust

6

Cognitie & Waarneming

7

Zelfbeleving

8

Rollen & Relatie

9

Seksualiteit & Voortplanting

10

Stressverwerking

11

Waarden & Levensovertuigingen

De P.E.S.-structuur wordt bijvoorbeeld gebruikt door de Algemeen Militair Verpleegkundige (AMV'er) in relatie met S.O.A.P. en de R.U.M.B.A.-eisen.

Terug naar Boven

 

PETTENCEREMONIE

Traditionele plechtigheid op de Parade van de Koninklijke Militaire Academie (KMA) te Breda.

De plechtigheid houdt in dat, aansluitend aan de bul- en diploma-uitreiking door de Gouverneur van de KMA, de cadetten tezelfdertijd met de rechterhand de platte pet in de lucht gooien, terwijl zij onder de linkerarm bul en/of diploma geklemd houden.

De in Dagelijks Tenue met platte pet aangetreden cadetten nemen met de pettenceremonie in het bijzijn van militaire en civiele autoriteiten, familie en vrienden afscheid van hun KMA.

Terug naar Boven

 

P.H.P.D.

Betekenis: “Pijntje hier pijntje daar”.

Ironisch. Nieuw ziektebeeld dat – helaas – ook opgeld doet bij Defensie. Door de meesten omschreven als een welvaartsziekte. Is, geheel volgens de verwachtingen, niet behandeld tijdens de opleiding tot Algemeen Militair Verpleegkundige (AMV’er).

Komt met name voor bij luilakken, verwende nesten, simulanten, fiksniksen, piepers, mooiweersoldaten, lijders aan aandachtstekortstoornis of hospitalisatiedrang en op maandagochtend (na zon- of feestdagen). Specifiek bij geplande oefeningen en trainingen zijn al dan niet geveinsde aandoeningen en/of weersomstandigheden die veeleer nopen tot de centrale verwarming karakteristiek.

Terug naar Boven

 

P.H.T.L.S.

Betekenis: Pre-Hospital Trauma Life Support.

Amerikaanse methodiek voor de preklinische behandeling – d.w.z. voorafgaand aan de aankomst in het ziekenhuis – van zwaargewonde patiënten die is afgeleid van de Advanced Trauma Life Support (ATLS). Deze is in 1980 ontwikkeld door het Amerikaanse College of Surgeons (ACS).

Intussen is PHTLS in bijna 40 landen dé internationale standaard voor het uitvoeren van levensreddende handelingen bij meervoudige traumaslachtoffers, waarbij het slachtoffer volgens een vaste volgorde wordt behandeld.

In PHTLS wordt de nadruk gelegd op de behoefte aan een snelle, nauwkeurige ABC-beoordeling van de toestand, het vaststellen van shock en hypoxie, het starten van interventietechnieken zoals ‘rapid extraction’ en een snel maar veilig transport.

De Amerikaanse cursus is in Nederland in eerste instantie alleen ingevoerd voor ambulanceverpleegkundigen, later ook voor ambulancechauffeurs. In Nederland is Verpleegkundigen & Verzorgenden Nederland (V & VN) Ambulancezorg / Instituut Ambulancezorg Nederland licentiehouder voor de Nederlandse Stichting Pre-Hospital Trauma Life Support (PHTLS), welke toeziet op de kwaliteit en de organisatie van de PHTLS-cursussen (provider course en instructor course).

De 2-daagse cursussen worden gegeven op de Ambulance Academie (gebouw 49), die is gevestigd op de Korporaal Van Oudheusdenkazerne, Noodweg 37, 1213 PW Hilversum.

De provider course omvat de volgende onderwerpen:

Onderwerp

Hoofdstuk (*)

Kinematics of trauma

3

Assessment and management

4 en 5

Airway management and ventilation

6

Shock and fluid resuscitation

7

Head trauma

8

Spinal trauma

9

Thoracic trauma

10

Abdominal trauma

11

Musculosketal trauma

12

Considerations in the pediatric and elderly patient

14 en 15

Thermal trauma

16

Golden principles of pre-hospital trauma care

18

* Indeling in hoofdstukken volgens ‘De Nederlandse uitgave van PHTLS, Pre-Hospital Trauma Life Support’, tweede druk (Elsevier Gezondheidszorg, 2007, ISBN 9789035229532).

Zie ook: advanced trauma life support (ATLS).

Terug naar Boven

 

P.I.F.W.C.

Voluit: Person Indicted For War Crimes. Letterlijk: persoon die voor de oorlogsmisdaden is aangeklaagd.

De term is ingevoerd voor van oorlogsmisdaden beschuldigde personen, die als zodanig zijn aangeduid door het International Criminal Tribunal for the Former Yugoslavia (ICTY), dat is gevestigd in Den Haag.

Van oorlogsmisdaden verdachte elementen verstoppen zich in de regel goed, maar zij kunnen niet zonder de steun van vrienden of een heel netwerk (support network), dat zich vaak bedient van criminele of subversieve activiteiten. PIFWC’s en hun bevriende omgeving vormen een bedreiging voor stabiliteit, veiligheid en vrede.

In de IFOR/SFOR-periode in Bosnië-Hercegovina (1995-2004) zijn de gevaarlijkste en ‘most wanted’ PITFWC’s gearresteerd door Special Forces, maar met name aan Bosnisch-Servische zijde lopen er nog oorlogsmisdadigers rond.

Terug naar Boven

 

PIJN

Ezelsbruggetje dat zijn dienst kan bewijzen bij het stellen van een anamnese van pijn is 'PATIENT'.

Hierbij gaat het er om wat de patiënt met betrekking tot de voorgeschiedenis van de pijn kan vertellen. Denk hierbij om de definitie van pijn: “Pijn is wat de patiënt zegt dat het is, en treedt op wanneer hij het zegt” (Margo McCaffery, 1968).

P

Plaats

  • Wat is de locatie van de pijnklachten?
  • Is er sprake van uitstraling (referred pain)?
  • Is dat ‘nieuwe’ pijn of is die pijn er al lang?

A

Aard

  • Omschrijf de pijn (woordelijk): knagend, krampend, stekend, zeurend, pijn bij inspanning, druk- en/of loslaatpijn, pijnlijk gevoel bij aanraking

T

Tijd

  • Wanneer is de pijn begonnen?
  • Wat is het (dag)verloop van de pijn?
  • Wanneer wordt de pijn erger/minder erg?

I

Intensiteit

  • Visual Analogue Scale (VAS, 0 t/m 10); VAS ≥ 4?
  • Wat verergert / verzacht de pijn?

E

Eigen idee

  • Wat is, denkt u zelf, de oorzaak van de pijn?

N

Nevenverschijnselen

  • Wat wordt door die pijn veroorzaakt?
  • Wat zijn de gevolgen?
  • Wat doet de pijn met u (chagrijnig, misselijk, moe)?

T

Therapie

  • Medicatie?
  • Interventies?

(Met dank aan de nurse practitioner van de Acute Pijn Service (APS), ziekenhuis Nij Smellinghe, Drachten)

Terug naar Boven

 

PINKIE

Landrover Defender 110. Afgekort: Def 110. Uitgesproken: "Land Rover One-Ten".

Roze geschilderd terreinvoertuig met een verlengde wielbasis zoals die wordt gebruikt door de Mobility Troop van de Special Air Service. De kleur roze (“pink”) is erg moeilijk in de woestijn te zien en gaat nagenoeg op in de omgeving. Het voertuig wordt al sinds de Tweede Wereldoorlog ingezet ten behoeve van infiltraties (Long Range Desert Patrols) tijdens woestijnoperaties.

Vaak is het voertuig voorzien van een mix aan wapens, zoals een mitrailleur .50 inch Browning M2 HB (GPMG), Mk 19 granaatwerper 40 mm en Milan-antitankraket.

Terug naar Boven

 

P.I.O.F.A.H.

P.I.O.F.A.H.-factoren zijn de interne bedrijfsvoeringprocessen die zoveel mogelijk gedecentraliseerd worden tot op het bestuursniveau van de eenheidsoverkoepelende Resultaat Verantwoordelijke Eenheid (RVE).

De P.I.O.F.A.H.-factoren omvatten de ondersteunende in plaats van de primaire bedrijfsvoeringprocessen: gevechtskracht cq. crisisbeheersingsvermogen.

Ook binnen de Defensieorganisatie betreffen de P.I.O.F.A.H.-factoren de zgn. overheadkosten. Dit zijn de kosten die niet voortkomen uit de totstandkoming van het direct zichtbare product dat de krijgsmacht levert – gevechtskracht cq. crisisbeheersingsvermogen – maar kosten die voortkomen uit de interne bedrijfsvoering. Indirecte kosten dus, die in het geheel niet of nauwelijks kunnen worden toegeschreven aan het genereren van gevechtskracht cq. crisisbeheersingsvermogen.

P

personeel

I

informatisering / automatisering

O

organisatie

F

financiën

A

administratie & aanschaf

H

huisvesting

In het concept van het integrale management van de Defensieorganisatie krijgen commandanten van RVE’en, die zichzelf moeten besturen, volledig de beschikking over de bedrijfsvoeringbudgetten met betrekking tot de P.I.O.F.A.H.-factoren.

Tot de P.I.O.F.A.H.-factoren worden tot slot ook gerekend:

advies & assistentie

communicatie

integrale beveiliging

materieellogistiek beheer

onderzoek & ontwikkeling

vervoer

Terug naar Boven

 

PIONIER

Traditionele benoeming van een militair van het wapen der genie die zich, in de letterlijke zin van het woord, heeft gespecialiseerd in het verkennen van onbekend land (baanbreker of wegbereider) en het uitbrengen van inlichtingen hieromtrent.

Binnen de infanterie voert de pionier-geweerschutter als voorste element van een infanteriegroep verkenningswerkzaamheden uit. Een pionier is specifiek belast met het her- en onderkennen van mijnen en valstrikken, opruimen van explosieven én opwerpen cq. verwijderen van kunstmatige en/of natuurlijke hindernissen.

Zie ook: genie, mineur, pontonnier en sappeur.

Terug naar Boven

 

PIONIERPANZER 3 KODIAK

De Pionierpanzer (PiPz) 3 Kodiak

De Pionierpanzer (PiPz) 3 Kodiak van de Duitse fabrikant Rheinmetall Land Systemen is gebouwd op het onderstel van de Leopard 2 main battle tank.

Het Ministerie van Defensie heeft in april 2006 besloten 10 stuks aan te schaffen, welke in 2011/2012 worden ingevoerd.

De PiPz 3 Kodiak heeft de beschikking over een scharnierend graafwerktuig dat centraal voorop de tank staat en kan worden uitgerust met zowel een bulldozerblad als een mijnploeg.

De genie-/doorbraaktank kan de volgende werkzaamheden verrichten, indien nodig onder vijandelijk vuur.:

  • afgraven, afvlakken en opwerpen van aarden wallen
  • bergen of (weg)slepen van voertuigen (tot 62 ton)
  • creëren van doorgangen door mijnenvelden voorzien van begraven of aan de oppervlakte liggende mijnen
  • graven van (afwaterings)grachten en beschermende opstellingen
  • grijpen, hijsen en verplaatsen van zware lasten
  • openwroeten of opbreken van harde oppervlakten
  • opvullen of dichtschuiven van gaten in wegen en greppels
  • uiteen- of wegtrekken van versperringen, obstakels en puin
  • wegduwen van versperringen, obstakels en puin

Specificaties:

breedte

3 meter 54

hoogte

2 meter 30

lengte

10 meter 20

Military Loading Class (MLC)

70

Zie ook: Leopard 2A6 main battle tank.

Terug naar Boven

 

PIONIERSCHOP

Ook genaamd: infanterie-, Linnemann- of pioschop.

In het Deens: Linnemannska spaden. In het Duits: Klappspaten. In het Engels: entrenching tool; E-tool. In het Frans: pelle bêche.

De pionierschop is een opvouwbare schop die als draagbaar gereedschap tot de uitrusting van elke militair behoort. Met de pionierschop kan ook worden gehakt en gezaagd, maar het hoofddoel is het uitvoeren van graafwerkzaamheden. Behalve ten behoeve van het a.s.a.p. ingraven bij beschietingen óf bij kans op vuurcontact, kunnen met een pionierschop ligsleuven, onderkomens en kakgaten worden gegraven én gevechtsdekkingen worden verbeterd.

Uitvinder van de pionierschop is de Deense kapitein der infanterie M.J.B. Linnemann (1830-1889), die in 1867 een schop construeerde die niet langer was dan ½ meter en 700 à 750 gram woog. Al sinds 1876 behoort de pionierschop tot de uitrusting van de Nederlandse militair.

De tegenwoordige, 3-delige pionierschop in foedraal behoort bij de Koninklijke Landmacht tot de basisgevechtsuitrusting. Doorgaans wordt de pionierschop op het achterpand van de rugzak bevestigd dan wel midden op het achterpand van het draagsysteem/opsvest.

De stalen pionierschop is olijfgroen van kleur, meet in dubbelgevouwen toestand 24 cm en de bladgrootte is 21 bij 15,5 cm. Het handzame schopje weegt 1 kg.

Om roestvorming tegen te gaan wordt de pionierschop vaak ingesmeerd met wapenolie (BreakFree); dit is uit milieu-oogpunt echter niet toegestaan.

Zie ook: pionier.

Terug naar Boven

 

PISTOOL

In het Duits: Pistole. In het Engels: pistol. In het Frans: pistole.

Handzaam, licht en semi-automatisch vuistvuurwapen (kleinkaliberwapen) met een magazijn in het handvat en een korte loop, dat met één hand kan worden afgevuurd en geschikt is voor gebruik op korte afstanden. Het pistool was / is met name bedoeld voor het voeren van loopgraafgevechten, nabijverdediging en verkenningspatrouilles.

Volgens H.M.F. Landolt “het korte vuistroer der kavallerie”, genoemd naar de kurassiers (cavaleriesoldaten te paard) die de eerste vuistvuurwapens bedienden. Door de uitvinding in de 16de eeuw van het radslot, een nieuw soort (vuursteen)ontstekingsmechanisme, verscheen het  radslotpistool – als vervanger van het lontslotpistolen en voorladers – in groten getale op het slagveld. Ondanks een effectieve dracht van slechts 5 à 10 meter, verving het pistool uiteindelijk de lans als primair wapen van de cavalerie, met name vanwege het vernietigende effect van een treffer. Ruiters waren dus uitgerust als pistoliers (één hand aan de teugels, de andere hand om de handgreep van het pistool) en behoefden niet langer meer het man-tot-mangevecht aan te gaan omdat herladen te lang duurde.

Het pistool had èn heeft een zekere distinctie, wat onder andere te danken is aan zowel de Toscaanse stad Pistoia – waarmee de uitvinding van het radslotpistool in 1517 wordt geassocieerd – als het uit vroeger tijden bekende duelleren met pistolen.

Hoewel het pistool in de loop der tijden van vorm veranderde, in het midden van de 19de eeuw wijzigde van een enkelschots- in een repeteerwapen (d.w.z. semi-automatisch, waarbij de patronen zich in een patroonhouder bevinden die in het magazijn in de kolf van het pistool wordt geschoven) en steeds korter werd, bleef de oorspronkelijke draaghouding ongewijzigd in een holster (op het zadel te paard) of pistooltas. Aan het einde van de 20ste eeuw raakte het sneltrekholster (in het Engels: quick release holster) in gebruik, dat aan de broekriem wordt bevestigd en met twee elastische banden aan het bovenbeen is bevestigd.

Bij het semi- of halfautomatische pistool wordt bij elk schot de patroonhuls uitgeworpen, waarna een nieuwe patroon in de loop wordt gebracht. Pistolen hebben in de regel een kaliber van 6,35 mm, 7,62 mm of 9 mm. De tegenwoordige effectieve dracht is gemiddeld 25 à 35 meter. Een van de bekendste pistolen is de Duitse Luger (“Selbstladepistole Parabellum”), heden ten dage geliefd bij sportschutters. Andere bekende pistolen zijn de FN Browning (voorloper van de Glock bij de KL), Glock 17, SIG Sauer en Walther P5 (in gebruik bij de Nederlandse politie).

Pistoolbewapenden binnen de Koninklijke Landmacht dragen het wapen in de pistoolholster aan de linkerzijde, de schouderriem van het pistoolholster over de rechterschouder.

Een afzonderlijk vorm is de revolver (draaipistool of pistool met draaiende ladingcilinder), ontworpen door de Amerikaan Samuel Colt in het organieke kaliber .45. De revolver onderscheidt zich van het pistool door een draaiende trommel waarin de patronen zitten. Bij het afvuren van een schot wordt automatisch de volgende patroon voor de loop gebracht door een mechanisme dat ervoor zorgt dat bij het spannen van de haan – later: het overhalen van de trekker – de ladingcilinder, die gewoonlijk is voorzien van 6 kamers parallel aan de rotatie-as, deels wordt gedraaid. Onder andere de geringe vuurkracht en de onnauwkeurigheid leidden ertoe dat de revolver in onbruik raakte en werd weggedrukt door het semi-automatische pistool.

Een bijzonder soort pistool is het Very-pistool, uitgevonden door luitenant Samuel W. Very in 1877. Het pistool - dat witte, gele, rode of groene licht-sas-pillen (light cartridges; signal flares) in een bepaalde volgorde kon verschieten - werd vooral gebruikt om verbindingssignalen gecodeerd over te brengen. Het gebruik van het Verypistool speelde vooral in de laatste jaren van de Eerste Wereldoorlog een rol, omdat telefoonverbindingen tijdens artilleriebombardementen direct beschadigd waren en draadloze verbindingen in de kinderschoenen stonden. Het meest voorkomende Verypistool had een gladde loop en een kaliber van 1 inch (2,54 cm). Uit het Verypistool evalueerde het seinpistool (in het Duits: Signalpistole, in het Engels: flare pistol, in het Frans: pistolet lance-fusées, pistolet signaleur). Binnen de KL wordt het seinpistool GECO gebruikt.

Zie ook: Glock 17 en seinpistool.

Terug naar Boven

 

PLANNING

In het Duits: Planung. In het Engels: planning. In het Frans: planning. Het georganiseerde proces van het creëren, slijpen en polijsten van het plan voor de uitvoering van een operatie. Lange- en kortetermijnplanning van toekomstig operationeel optreden wordt op macroniveau uitgevoerd door staven, waarbij plannen worden voorbereid en uitgewerkt, maar uiteraard ook op microniveau. Elke commandant – van opperbevelhebber tot plaatsvervangend groepscommandant – heeft ermee te maken, hetzij voor plannenmakerij voor de inzet van (delen van) de krijgsmacht, dan wel voor de planning van opdrachten in een inzetgebied (mission planning).

In militaire plannen – in de regel gemaakt in overeenstemming met militaire doctrines – wordt toegewerkt naar het bereiken van een end-state (eindsituatie), waarmee een operatie succesvol kan worden beëindigd. In traditionele operaties is de end-state in de regel de militaire nederlaag van de vijand in zijn zwaartepunt, terwijl in hedendaagse militaire operaties doorgaans niet zozeer de militaire overwinning maar een functionerende samenleving de eindsituatie is. In het laatste geval worden bij het plannen zonder meer culturele, economische, psychologische, religieuze en sociale aspecten in overweging genomen (comprehensive approach).

Militaire planning wordt gewoonlijk onderverdeeld in drie hiërarchieke niveaus: strategisch, operationeel en tactisch. De niveaus bepalen zowel het planningsproces als het resultaat hiervan: de uitvoering.

Commandanten zullen drie vormen van planningsfactoren incalculeren:

die voortkomen uit de opdracht en de commander’s intent van het hogere niveau;
die voortkomen uit de beoordeling van de toestand (BVT) en ontwikkeld zijn gedurende het planningsproces;
die de uitvoering van de operatie beïnvloeden.

Terwijl militaire planning impliciet vraagt rekening te houden met zowel een intelligentere vijand als allerhande complex-dynamische omgevingsfactoren, blijft de grootste antagonist en manipulator van militaire planning te allen tijde frictie. Denk hierbij aan de wijze woorden van de 19de-eeuwse Pruisische generaal Helmuth von Moltke Sr. (1800-1891): “Kein Operationsplan reicht mit einiger Sicherheit über das erste Zusammentreffen mit der feindlichen Hauptmacht hinaus.” (“Met enige zekerheid overleeft geen enkel operatieplan het eerste gevecht met een vijandelijke hoofdmacht.”). Er is geen grotere oorzaak voor de beïnvloeding van een uit te voeren operatie dan frictie.

Juist hedendaagse militaire operaties dienen in toenemende mate het hoofd te bieden aan nieuwe uitdagingen, zoals bindende voorwaarden die voorkomen uit internationale verdragen en wetgeving (mandaat e.a.), contacten met en het opgaan van de lokale bevolking in het strijdverloop en de behoefte aan snelle (real-time) en oplossingsgerichte proactie en reactie.

Bij opdrachtgerichte commandovoering vinden (politieke) besluitvorming en (militaire) planning centraal plaats, terwijl de uitvoering gedecentraliseerd is.

Zie ook: frictie en opdrachtgerichte commandovoering.

Terug naar Boven

 

PLANNINGSFACTOR

In het Duits: Planungsfaktor. In het Engels: planning factor. In het Frans: facteur de planification. Planningsinstrument in het besluitvormingsproces dat de commandant helpt de toestand te beoordelen (BVT’en) en een beslissing te nemen.

Planningsfactoren zijn een vermenigvuldigingsfactor (multiplier) en/of een concrete veronderstellingen. Immers, een plan moet te allen tijde worden opgevat als een veronderstelling.

Als vermenigvuldigingsfactor kan worden gedacht aan het berekenen en schatten van de gedachte tijdsduur (optreden bij duisternis, in verstedelijkte gebieden), verbruikshoeveelheden (b.v. klasse I t/m X) en verhoudingsgetallen (ratio’s).

Concrete planningsfactoren zijn afgeleid van de opdracht dan wel het oogmerk van de naasthogere commandant. Hierbij kan worden gedacht aan:

ambitieniveau van de politiek

eventualiteitenplanning (contingency planning)

kerntaken (core-business) van een eenheid

lines of communication (aanvoerlijnen)

prioriteitstoewijzingen aan specifieke gebruikers

vereiste voorbereidingstijd

zwaartepunt

Frictie is géén planningsfactor.

Terug naar Boven

 

PLATTE KNOOP

De platte knoop wordt toegepast om twee einden van een lijn van gelijke dikte en gelijke belasting met elkaar te verbinden:

  • pak in elke hand een tamp van ± 50 cm van de met elkaar te verbinden lijnen;
  • leg de rechter tamp over de linker tamp en haal deze eronder door;
  • leg nu de linker tamp over de rechter tamp en haal deze eronder door;
  • trek de knoop aan beide kanten strak;
  • maak aan beide kanten van de knoop een veiligheidsknoop (halve knoop).

Terug naar Boven

 

POEROET

Warme chocolademelk.

Ook geschreven als: purut. Term uit de koloniaal-militaire overlevering van de Oost (Nederlands-Indië). De lokale betekenis is “citroen”, maar de samenhang tussen warme chocolademelk en citroen is niet geheel duidelijk. Het mag als bekend verondersteld worden dat poeroet – uiteraard zonder de aanvulling met glühwein, rum en/of slagroom – ideaal is ter voorkoming van koudeletsels.

Gemaakt met behulp van de ingrediënten uit het gevechtsrantsoen, kan poeroet worden gemaakt van twee à drie sachets cacaodrankpoeder, twee à drie sachets koffie, drie sachets coffee-whitener (creamer) en twee sachets suiker.

Zie ook: gevechtsrantsoen.

Terug naar Boven

 

POINT OF DISEMBARKATION

Afgekort: POD.

Ontschepingspunt. Het eerste punt in of vlakbij het inzetgebied waar de eenheden hun transportmiddelen, materieel en containers oppikken na lucht- of zeevervoer.

K an worden onderscheiden in APOD (Aerial Point of Disembarkation) en SPOD (Sea Point of Disembarkation), respectievelijk bij lucht- en zeevervoer.

Keten van de Fysieke Distributie

Punt kan deel uitmaken van het traject van de Fysieke Distributie en/of RSOM&I, bij de (re)deployment van eenheden.

Zie ook: aanvulcentrum (AC) en Point of Embarkation (POE).

Terug naar Boven

 

POINT OF EMBARKATION

Afgekort: POE.

Inschepingspunt. Het laatste punt in of vlakbij het eigen land waarnaar de eenheden hun transportmiddelen, materieel en containers wegbrengen ten behoeve van lucht- of zeevervoer.

Kan worden onderscheiden in APOE (Aerial Point of Embarkation) en SPOE (Sea Point of Embarkation), respectievelijk bij lucht- en zeevervoer.

Keten van de Fysieke Distributie

Punt kan deel uitmaken van het traject van de Fysieke Distributie en/of RSOM&I, bij de (re)deployment van eenheden.

Zie ook: aanvulcentrum (AC) en Point of Disembarkation (POD).

Terug naar Boven

 

POINT OF IMPACT

Afgekort: PI.

1)

In het Duits: Aufschlagpunkt; Einschlagpunkt. In het Frans: point d’impact. In het Nederlands: inslag- of trefpunt.

De locatie waar een projectiel (bom, granaat, kogel) op een doel of op de grond inslaat. Met betrekking tot (mortier)granaten en raketten is het point of impact tevens de (volgende inslaglocatie die kan worden berekend als het gemiddelde van de inslagen van meerdere afgevuurde projectielen op eenzelfde mikpunt. Een dergelijke berekening van de – zo minimaal als mogelijk gewenste – spreiding van een schotbeeld vindt in de regel plaats door een vuurleidingcentrum met behulp van een grondluchtradar, zoals de Britse MAMBA.

Een point of impact zegt nog nauwelijks iets over de dodelijke werking van een afgevuurd projectiel noch over collateral damage.

 

2)

In het Duits: Auftreffpunkt; Landepunkt. In het Frans: point d’atterrissage. In het Nederlands: toegewezen landingspunt.

Niet te verwarren met het, in het Engels gelijknamige ‘point of impact’. Hiermee wordt de zone bedoeld waar de eerste parachutisten landen of de eerste gedropte lading.

Terug naar Boven

 

POLITIONELE ACTIES

Algemeen

Twee opeenvolgende militaire operaties, respectievelijk in 1947 en ’49, die Nederland op Java en Sumatra heeft uitgevoerd tegen de zelfuitgeroepen Republiek Indonesië. Het doel was gebieden onder Republikeinse controle te bezetten, omdat de Republikeinen tegen Nederlands’ wil een eenheidsstaat wilden vormen.

Ondanks de eufemistische naamgeving die probeerde de kritiek op het eigen, repressieve militaire optreden te temperen, ging het in beide gevallen om een contraguerrilla in plaats van een actie die op enigerlei wijze politioneel op gang was gebracht. (In de krijgsgeschiedenis wordt alleen Operatie ‘Musketeer’ (1956) – de Brits-Frans-Israëlische aanval tegen Egypte om het behoud van het Suezkanaal – een “politionele actie” genoemd.) Niet verwonderlijk dat de Indonesiërs de politionele acties respectievelijk Agressi Satu (1) en Agressi Dua (2) noemden.

Het grootste deel van de Nederlandse troepenmacht in Indonesië werd ingezet. Hiertoe behoorden de 1ste divisie ‘7 December’, de Palmboom- (of 2de of D-divisie), 10.000 Oorlogsvrijwilligers (OVW’ers) en het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger (KNIL), in totaal ruim 120.000 militairen. De KL-eenheden waren hierbij bewapend en georganiseerd naar het Britse voorbeeld uit de Tweede Wereldoorlog.

Tijdens de gedwongen contraguerrilla kwamen in totaal ± 5.000 Nederlandse militairen het leven, van wie ongeveer de helft door gevechtshandelingen en de overigen als gevolg van ongevallen en ziekten. Aan kant van de Tentara Nasional Indonesia (TNI), de strijdkrachten van de Republiek, vielen naar schatting 150.000 doden. Weliswaar werden met de politionele acties niet de doelen behaald die de Nederlandse regering voor ogen had, maar werd meer dan voldoende ervaring opgedaan op het gebied van contraguerrilla (vergelijk Uruzgan) en anti-ambush-drills (hinderlagen). Tijdens beide acties waren met name snelheid en improvisatie noodzakelijk voor het welslagen.

1ste Politionele Actie

Na de capitulatie van Japan in de Tweede Wereldoorlog hoopte Nederland op een spoedig herstel van de vooroorlogse situatie in Nederlands-Indië. De nationalisten van de TNI eisten tegelijkertijd echter erkenning van de Indonesische Republiek. Beide partijen stonden dus lijnrecht tegenover elkaar.

Hoewel de Britse bevrijders van de archipel eisten dat Nederland met de nationalisten om de tafel ging zitten, verliepen de onderhandelingen uiterst moeizaam – onder meer omdat Soekarno door Nederland als een collaborateur van Japan werd gezien – en weigerde Nederland een volledig onafhankelijk Indonesië te erkennen. In plaats van te onderhandelen met een provocerende Soekarno, reageerde Nederland met geweld.

Op 20 juli 1947 zegde de Nederlandse regering – onder leiding van minister-president Louis Beel (KVP) maar in belangrijke mate gesouffleerd door partijgenoot en Volkskrant-hoofdredacteur Carl Romme – eenzijdig het Akkoord van Lingaddjati (1946) op. (Daarin was onder meer geregeld dat Java/Sumatra op termijn een deelstaat in de Verenigde Staten van Indonesië (VSI) zouden worden, met als andere deelstaten Borneo en Oost-Indonesië. De VSI zou met Nederland in een Nederlands-Indonesische Unie verbonden blijven, maar wel ‘kolonie-af’ zijn. Feitelijk zou het terugtrekken van de Republikeinse troepen uit de Nederlandse gebieden het begin inluiden van de erkenning van de Indonesische onafhankelijkheid.)

Een dag later startte Operatie Product, zoals de naam verraadt een operatie om de plantages (cacao, koffie, pinda’s, rijst, rubber, tabak en thee) en de olievelden onder Nederlands gezag te brengen. Hiermee konden de kosten van de oorlog – ± 3 miljoen gulden (omgerekend bijna € 1,4 miljoen) per dag – worden gefinancierd. De totale militaire uitgaven van Nederland beliepen op enig moment 19% van de Koninkrijksbegroting. De operatie was cruciaal omdat het verblijf in Nederlands-Indië veel langer duurde dan verwacht: de personele inzetbaarheid werd uitgemergeld door een toename aan gewonden en zieken, terwijl de toestand van het materieel ronduit abominabel was.

Omdat het om een interne aangelegenheid ging – optreden binnen het Koninkrijk der Nederlanden tegen een groep opstandelingen – werd de interventie een ‘politionele actie’ genoemd. Nederland, bang om Nederlands-Indië voorgoed te verliezen, stuurde de troepen van generaal S.H. Spoor naar Java en Sumatra om ‘orde en rust te herstellen’ en arresteerde vele politieke activisten.

Zo landde op 21 juli de Mariniersbrigade op het strand van Pasir-Poetih op Oost-Java, terwijl op dezelfde dag al eenheden van de KL door de straten van Bandoeng op West-Java trokken. Snelheid was geboden, omdat een politiek van de verschroeide aarde dreigde. Grote delen van het Republikeinse gebied werden veroverd; Operatie Product was militair gezien een succes. Generaal Spoor wilde het offensief doorzetten totdat Djokjakarta in Nederlandse handen was gevallen. De VN-Veiligheidsraad dwong de Nederlandse troepen echter de opmars voortijdig af te breken, hoewel de Republikeins-nationalistische troepen de guerrilla op geen enkel moment stopzette.

Toch eindigde, van Nederlandse kant, de actie op 5 augustus 1947. Onder leiding van de U.N. Truce Commission werden de Nederlands-Republikeinse onderhandelingen heropend aan boord van het Amerikaanse slagschip U.S.S. Renville dat in de haven Tandjong Priok (van Batavia) lag. De ondertekening van de Overeenkomst van Renville, op 17 januari 1948, hield in dat er niets veranderde, behalve dat de Overeenkomst van Renville het Nederlands-Indonesische conflict definitief op de wereldkaart zette, Soekarno internationaal aanzien verwierf en in grote lijnen het eerder opgezegde Akkoord van Linggadjati doorgang vond.

Het wantrouwen tussen beide regeringen bleef groot, de guerrilla nam vanzelf weer toe en Nederland was dus genoodzaakt een nog grotere troepenmacht in Nederlands-Indië te ontplooien. In de zomer van ’48 arriveerde 41 Zelfstandige Infanteriebrigade (F-Brigade) met zes infanteriebataljons, welke ter versterking van de 1ste Divisie ‘7 December’ op West-Java werd ingezet.

Na de 1ste Politionele Actie voerde het Korps Speciale Troepen, onder leiding van kapitein Raymond Westerling, verschillende zuiveringsoperaties in moeilijk te pacificeren gebied uit, zoals op Zuid-Celebes. Daarbij deden zich ook geweldsexcessen voor. Hoewel de acties militair gezien een succes waren, werd de 1ste Politionele Actie onder buitenlandse politieke druk in augustus beëindigd.

2de Politionele Actie

Omdat de argwaan onder de Nederlanders groot bleef en het niet lukte de impasse over een definitieve politieke regeling langs de weg van onderhandelingen op te lossen, werd elf maanden later – op 19 december 1948 – Djokjakarta op Midden-Java bezet. Dit overigens in weerwil van het gegeven dat het staand houden van een troepenmacht in de Oost intussen een zware financiële belasting betekende. Bovendien dacht Nederland, ten onrechte zo bleek later, dat de regeringsvertegenwoordigers van Groot-Brittannië en de Verenigde Staten al met Kerstreces waren en zij een grotere vrijheid van handelen had voor de internationale kritiek losbrak.

Deze politionele actie, met de codenaam Operatie Kraai, was een wanhoopsoffensief gericht tegen de regeringszetel van Indonesië in Djokjakarta. Bij de actie vervulde het Korps Speciale Troepen een hoofdrol: de paracommando's onder bevel van luitenant-kolonel W.C.A. van Beek, sinds een maand de opvolger van kapitein Raymond Westerling, leidden de actie in met een verrassingsaanval op de Republikeinse hoofdstad.

Vanaf het vliegveld Andir bij Bandoeng werden, met 16 Douglas DC-3 Dakota’s, voor het eerst in de Nederlandse krijgsgeschiedenis massaal parachutisten ingezet bij een luchtlandingsactie. Het vliegveld Magoewo bij Djokjakarta werd vermeesterd door de Parachutistengevechtsgroep (bestaande uit de 1ste Paracompagnie en de Paracompagnie KST), de overige eenheden van het KST ingevlogen en binnen enkele uren was de opdracht voltooid.

Tien dagen later – feitelijk onder een andere naam, Operatie Ekster – werden de parachutisten ingezet op Zuid-Sumatra om het vliegveld vliegveld Paal Merah en de olievelden van Kenali Asem bij de stad Djambi te vermeesteren, en tenslotte ook nog de actiesprongen bij de olieterreinen van Rengat en Ajer Molek op 5 januari 1949.

Djokjakarta was bezet en de Republikeinse regering, onder wie president Soekarno en vice-president Mohammed Hatta, werd gevangengezet. Voor het grootste deel ontsnapte het Republikeinse leger; de aan tuberculose lijdende Panglima Besar (opperbevelhebber) Soedirman verschool zich echter in de bergen, maakte zich op voor de confrontatie met de Nederlanders en begon aan een lange mars van uiteindelijk ± 1.900 km die zeven maanden later zou eindigen op West-Java.

De opmars van de Nederlanders op Midden- en Oost-Java verliep intussen uiterst moeizaam. Ondanks enkele amfibische operaties en de grootschalige inzet van artillerie- en luchtvuursteun lukte het niet om de TNI te omsingelen en de gebieden te zuiveren.

Nederland kwam tot het inzicht dat het conflict in een onhoudbare militaire patstelling was geraakt. Opnieuw werd Nederland door internationale druk, van zowel de Verenigde Naties als de Verenigde Staten, gedwongen de wapens neer te leggen. De VS dreigden zelfs onmiddellijk de Marshall-hulp aan Nederland stop te zetten. De Australische afgevaardigde in de VN-Veiligheidsraad vergeleek het handelen van de Nederlandse regering met dat van Hitler. De partijen kwamen een staakt-het-vuren overeen, waarbij beiden zich aan weerszijden van een demarcatielijn terugtrokken. Een even bloedige als zinloze contraguerrilla volgde.

Op 31 december 1948 kwam op Java een einde aan de acties, elders pas op 5 januari 1949. Op 19 mei 1949 werd in het Van Royen-Roem-akkoord besloten tot een rondetafelconferentie als voorbereiding op de soevereiniteitsoverdracht.

In Djokjakarta werd, na een half jaar bezetting, op 30 juni 1949 begonnen met de ontruiming van de stad. Hoewel de acties opnieuw een militair succes genoemd konden worden, mondden de onderhandelingen in augustus 1949 uit in de vrijlating van Soekarno en Hatta. In politiek opzicht was de 2de Politionele Actie hierdoor wederom een internationale nederlaag.

Fokke & Sukke.

Terug naar Boven

 

POLSSLAG

Een van de drie militaire vakbladen voor de leden van het Regiment Geneeskundige Troepen.

Verschijnt vier maal per jaar, is een uitgave van de Vereniging van Officieren van de Geneeskundige Diensten en hoofdredacteur is de reserve-majoor S. Smulders.

Het redactieadres is het OCMGD, Postbus 382, 1400 AJ Bussum en het ISSN 0167-8698.

Terug naar Boven

 

P.O.M.S.-SITE

Voluit: Prepositioned Organizational Material Storage.

Ten tijde van de Koude Oorlog telde Nederland P.O.M.S.-sites: plaatsen voor opslag en onderhoud van Amerikaans legermaterieel in relatie tot de aanwezigheid en mogelijke inzet van Amerikaanse troepen in Europa.

De P.O.M.S.-sites vallen onder de U.S. Army Combat Equipment Group Europe (CEGE), maar het personeel is in dienst van het Nationaal Commando van de Koninklijke Landmacht.

In Nederland waren er depots in:

  • Brunssum
  • Coevorden (hoofdkwartier)
  • Eygelshoven
  • Vriezenveen

In 2004 zijn de P.O.M.S.-sites in Brunssum en Vriezenveen gesloten.

Terug naar Boven

 

'PONCKE' PRINCEN, JAN

(21 november 1925 te Den Haag / 21 februari 2002 te Djakarta)

Omstreden Nederlander, die als dienstplichtig militair in Nederlands-Indië de kant van de Indonesische vrijheidsstrijders (Republikeinse nationalisten) koos. Oud-strijders en veteranen beschouwen Princen als een landverrader.

Van Princen kan alleen achteraf worden gezegd dat hij wellicht het gelijk aan zijn kant had, omdat de geschiedenis Indonesië en de Indonesiërs gelijk heeft gegeven. In het toenmalige tijdsgewricht, volgens de tijdgeest van het Nederlandse optreden in Nederlands-Indië, geldt dat een korporaal die overloopt van eigen naar gene zijde niets anders genoemd kan worden dan een verrader van zijn maten. Het is dan ook niet vreemd dat veteranen het onvergeeflijk vinden dat hij de wapens opnam tegen zijn eigen landgenoten. De enkele keren dat hij naar Nederland terugkeerde - in de jaren ’70 én in 1994 - leidden dat tot hevige discussies.

Beruchte foto van commandant Poncke Princen aan het hoofd van een speciale eenheid

Jan Princen werd in maart 1946 ‘voor zijn nummer’ opgeroepen voor uitzending naar Nederlands-Indië. Hij weigerde en vluchtte naar Frankrijk, maar werd bij terugkeer in Nederland gearresteerd door de Militaire Politie. In afwachting van zijn proces wegens desertie voor de krijgsraad, zat Princen in het Depot Nazending Indië in Schoonhoven. Van daaruit werd hij alsnog uitgezonden: op 7 mei 1946 was hij ingelijfd bij de 1ste Geneeskundige Afdeling te Ede. Op 28 december 1946 vertrok hij vanuit Rotterdam naar Nederlands-Indië, waar hij op 24 januari 1947 in Tandjong Priok aanmeerde. Op 22 oktober 1947 zat hij 4 maanden onvoorwaardelijke gevangenisstraf uit in het strafkamp Tjisaroea – de totale straf voor zijn desertie was 12 maanden, waarvan 8 voorwaardelijk.

Op Java werd Princen ingedeeld bij de 1ste Hulpverbandplaatsafdeling; tijdens de Eerste Politionele Actie zat zijn eenheid te Sukabumi. Na zijn 4 maanden gevangenisstraf was hij overgeplaatst naar de foerage-afdeling van de Stafcompagnie van de 2de Infanteriebrigadegroep te Purwakarta, ook op West-Java.

Op 27 september 1948 deserteerde Nederlands bekendste van 26 daadwerkelijke Indië-deserteurs naar de Tentara Nasional Indonesia (TNI). Op 9 augustus 1949 had een eenheid onder leiding van luitenant Henk Ulrici van het Korps Speciale Troepen en zijn strijdgroep ‘Eric’ Princen in de desa Tjiloetoeng-Gerang bijna te pakken, maar hij wist te ontsnappen. Wél werden zijn jonge Soendanese echtgenote (die met een tommy-gun - Thompson pistoolmitrailleur - op schoot zat) én tenminste 15 TNI-strijdmakkers gedood. Volgens Ulrici, drager van de Militaire Willemsorde, beschikte Princen en zijn mannen over kisten Nederlandse munitie. Tijdens deze actie kreeg Ulrici het dagboek van Princen in handen.

Na zijn overlopen kreeg Princen met zijn speciale eenheid van de Siliwangi-divisie van de TNI de opdracht veiligheidstroepen van ondernemingen te ontwapenen én politieposten te overvallen voor wapens. Princen’s eenheid voerde een ware guerrilla ten zuiden van het vulkanische Gunung Gedeh-gebergte op West-Java. Een overval op de desa Padaasih, op 28 maart 1949, vestigde Princen’s reputatie. Daarna is hij betrokken geweest bij vuurcontact dat tot de dood van Nederlandse militairen heeft geleid.

Zijn eenheid was gevreesd bij de Nederlanders, zodanig dat er op enig moment 50.000 gulden op zijn hoofd stond. Helaas is Princen nooit gepakt. Wél werd in 1984 zijn Nederlands paspoort ontnomen; sindsdien en tot 1994 was hij officieel persona non grata in Nederland. Hij is voor altijd uit de gunst én gehaat gebleven bij zijn Nederlandse oud-strijdmakkers, ondanks het gegeven dat zijn desertie al sinds 28 september 1960 verjaard was.

(Bronnen onder andere: 3-delige artikelenreeks ‘De lotgevallen van Poncke Princen’ door Wiecher Hulst in NRC Handelsblad d.d. 14, 21 en 28 september 1991.)

Zie ook: landverraad.

Terug naar Boven

 

Pontonnier

Ook genaamd: pontonist.

Traditionele benoeming van een militair van het wapen der genie die zich heeft gespecialiseerd in het leggen van al dan niet geïmproviseerde bruggen, pontons en vlotten, waarmee militairen water oversteken.

De hedendaagse pontonnier is geplaatst bij een brugcompagnie of duikerpeloton.

Zie ook: Baileybrug, genie, medium girder bridge, mineur, pionier, sappeur en vouwbrug.

Terug naar Boven

 

POOLSTER

Stella Polaris. De helderste ster uit het sterrenbeeld Kleine Beer (Ursa Minor), maar niet de helderste ster aan de hemel. De Poolster staat tussen de Grote Beer (Ursa Major) en Casseiopeia, die diametraal tegenover elkaar staan.

Locatie van de Poolster ten opzichte van de Grote Beer

De Poolster is zeer helder, gemakkelijk met het blote oog waarneembaar en staat als enige aan het firmament altijd op dezelfde plaats: loodrecht boven het geografische noorden.

De afstand tot de aarde is ± 675 lichtjaar.

Zie ook Casseiopeia, Grote Beer en Kleine Beer.

 

Terug naar Boven

 

P.O.P.

Voluit: Persoonlijk Ontwikkel(ings) Plan.

Terug naar Boven

 

P.O.r.

Betekenis: Personeelsontspanningsruimte.

Ruimte, niet zijnde op een vredeslocatie, waarin personeel tussen de diensten door de mogelijkheid van enige ontspanning wordt geboden. Op een dergelijke locatie kan van alles worden gedaan en gelaten, zoals boeken lezen, computeren, koffie, thee en niet-alcoholische dranken nuttigen en spellen spelen.

Een POR bevindt zich, bij voorkeur, aan de achterzijde van een tijdelijke militair bouwwerk, zoals een geneeskundige inrichting te velde.

Terug naar Boven

 

PORNOLAT

Tegenwoordig: posterlat.

Zeer onschuldige versiering voor op de pornolat

Lat op een legeringskamer, zowel bij dienstplichtige als beroepsmilitairen, waar posters aan kunnen worden opgehangen. De lat zat op ± 2 meter hoogte rondom de gehele legeringskamer. Om de verspreiding van posters e.d. nog enigszins te concentreren – het bleef immers een militaire verblijfsruimte – mochten alleen op deze lat wandversieringen van welk allooi dan ook worden opgehangen.

Meestal benadrukken de posters, met afbeeldingen van dames met – weliswaar afgedekte - “open wonden” , sterk de erotiek en/of seksualiteit; het is dan ook niet zo vreemd dat deze lat al gauw de benaming ‘pornolat' kreeg.

Minder onschuldige versiering voor op de pornolat

In plaats van de vleselijke lusten van de opgehangen dames aan de wand werd de lat in het dienstplichttijdperk verder onder meer gebruikt voor het ophangen van wervingsposters van de dienstplichtigen-vakbonden V.V.D.M. ( Vereniging Van Dienstplichtige Militairen, opgericht in 1966) en A.V.N.M. ( Algemene Vereniging Nederlandse Militairen, opgericht in 1972).

Terug naar Boven

 

PORTFOLIO

Oorspronkelijk: map waarin een fotomodel, kunstenaar of architect zijn werk bewaart en vervoert.

Het portfolio is een nieuwbakken fenomeen: een verzamelmap waarin een werknemer informatie over zichzelf heeft verzameld, inclusief zijn carrière/loopbaan én persoonlijke doelstellingen voor een bepaalde periode.

Meestal is het porfolio een elektronisch gedigitaliseerd bestand. Omdat de reflectie van de werknemer essentieel is, dient de werknemer zijn professionele én persoonlijke groei hierin te documenteren. De werknemer stelt dan ook zelf zijn portfolio samen, al dan niet in een aangeboden format.

Als minimale kenmerken voor een portfolio gelden:

Curriculum vitae

levensloop

persoonlijke gegevens (o.a. hobby’s)

leerervaring (onderwijs)

werkervaring (betaald en vrijwilligerswerk, beroepspraktijkvormingen, cursussen, stages)

verworven competenties (bekwaam- en vaardigheden)

 

Analyse

eigen reflectie (zelfwaarneming) op de stand van zaken, in het bijzonder op de (nog niet) verworven competenties

 

Dossier

formele bewijzen (zoals assessments, beoordelingen, certificaten, diploma's, getuigschriften)

gestandaardiseerde bewijzen (eenvoudig interpreteerbaar: test- en toetsresultaten)

niet-gestandaardiseerde bewijzen (interpretatie vraagt meer tijd: good practices, zoals evaluaties, verslagen en werkstukken)

 

Persoonlijk ontwikkelingsplan

persoonlijk gestelde doelstellingen voor een bepaalde periode

Zie ook: assessment.

Terug naar Boven

 

POSTACTIEF

Alle militairen (én burgers) die de actieve dienst hebben verlaten. De kreet "postactief" is dus niet enkel voorbehouden aan militairen die met ffunctioneel leeftijdontslag (FLO) of pensioen zijn gegaan, maar geldt evenzeer voor beroepsmilitairen die na een contractperiode de dienst hebben verlaten. In deze categorie vallen na uitdiensttreding de beroepsmilitairen voor bepaalde tijd (BBT’ers).

Terug naar Boven

 

POST strike verkenning

In het Engels: post strike reconnaissance.

Vaststellen of een doel, zoals verwacht, werkelijk is vernietigd. Het beoordelen van de schade aan een doel (target damage assessment) vindt met name plaats door visueel onderzoek.

Terug naar Boven

 

POSTTRAUMATISCH STRESSSYNDROOM

Afgekort: PTSS. In het Duits: Posttraumatische Belastungsstörung (PTBS). In het Engels: Post Traumatic Stress Disorder (PTSD). In het Frans: syndrome de stress post-traumatique (SSPT).

PTSS / PTSD is een sinds 1980 beschreven klinisch syndroom, bestaande uit een samenstel van lichamelijke en geestelijke ziekteverschijnselen. Naamgever van PTSS / PTSD is de Amerikaanse psychiater John P. Wilson, die onderzoek deed bij de overlevenden van de Japanse aanval op Pearl Harbor op 7 december 1941.

PTSS wordt veroorzaakt door het niet verwerken van (levens)bedreigende en traumatisch ervaren omstandigheden - bijvoorbeeld in oorlogsgebied, waar deze omstandigheden het eerst naar voren kunnen komen bij gevechtshandelingen, mijnongevallen en gijzelingen.

De belangrijkste elementen van PTSS zijn:

regelmatig terugkerende herinneringen aan het trauma, al dan niet in de vorm van hallucinaties

onderdrukken of vermijden van situaties die aan het trauma doen denken

nervositeit en spanning

gevoelens lijken ver, vervlakt en vreemd (afgestompt)

Daarnaast kunnen, in meer of mindere mate, voorkomen: angststoornissen, depressies, geheugenverlies, in permanente staat van alertheid/paraatheid verkeren, irritaties, nachtmerries, niet kunnen concentreren, obsessieve gedachten, schuldgevoelens, slapeloosheid, wantrouwen voor de omgeving, woede-uitbarstingen en zich bedreigd voelen. PTSS kan vervolgens leiden tot asociaal gedrag, misbruik van drank, drugs en/of geld (gokken) en problemen in de relationele sfeer.

PTSS werd 15 tot 20 jaar na afloop van de Vietnam-oorlog bij ruim 15% van de mannelijke en 8,5% van de vrouwelijke veteranen vastgesteld. Van de bijna 3 miljoen Amerikanen die naar Vietnam gingen, lijden er naar schatting ± 750.000 aan PTSS/PTSD.

Belangrijk is de maatschappelijke acceptatie van een oorlog: zowel Amerikaanse veteranen uit de Vietnam-oorlog als Nederlandse veteranen uit het voormalig Nederlands-Indië werden als misdadigers weggehoond. De verschijnselen van PTSS/PTSD verdwijnen niet zomaar mettertijd: vele tientallen jaren na dato toonde een groot deel - 30 tot 55% - van de getraumatiseerde ex-krijgsgevangenen uit de Tweede Wereldoorlog (Konzentrationslager- of KZ-syndroom) nog verschijnselen van PTSS/PTSD. Bij Nederlandse verzetsveteranen uit dezelfde periode zijn percentages van eenzelfde orde van grootte gevonden: 27% van de 680 mannen en 20% van de 144 vrouwen.

De getraumatiseerde veteranen zijn wat betreft het vóórkomen van de genoemde angststoornissen en depressies vergelijkbaar met psychiatrische patiënten.

Luitenant-kolonel R. Jacobs schreef in 1993 in de Militaire Spectator dat uit ervaringen van Amerikanen en Israeliërs blijkt dat 25% van de troepenuitval een direct gevolg is van PTSS. Het Ministerie van Defensie houdt op langere termijn rekening met PTSS bij 10% van het aantal uitgezondenen, maar heeft een preventieprogramma naar aanleiding van de vraag naar psychische hulpverlening na de UNIFIL-vredesmissie in Libanon. Ruim 300 van de 2.000 uitgezondenen in het kader van UNIFIL heeft psychische hulpverlening gezocht, terwijl 3% van de uitgezondenen PTSS-verschijnselen toonde.

Naast (levens)bedreigende en traumatisch ervaren omstandigheden is wachten voor militairen het ergst (erger dan vechten), want:

concentratie en reflexen nemen af

emoties houdt men voor zich

men raakt oververmoeid

men sluit zich af voor de buitenwereld

De behandeling van PTSS/PTSD kan bestaan uit medicatie, herbeleving door hypnose en meditatie, ontspannings- en/of praattherapie, zoals cognitieve gedragstherapie (waarbij interne, mentale processen aan bod komen) en haptotherapie (waarbij wordt geconcentreerd op het gevoelsleven en op aspecten van menselijke affectie).

De KMA-eindscriptie van eerste luitenant C. Sievers over stress in het militaire beroep is in 1994 tot officieel beleid verheven in de Basis Gevechtstechniek (BGT) Gevechtsstress. Ook hij beschrijft stress als "een normale reactie op een abnormale situatie" . Naast het meemaken van ernstige gebeurtenissen worden spanningen in het militaire beroep onder meer veroorzaakt door gebrek aan slaap en slechte verhoudingen met superieuren.

Overigens komen soortgelijke stress-reacties als die bij PTSS bijvoorbeeld ook voor in beroepen als politie-agent, trambestuurder, leraar en m edewerker van de sociale dienst. Omdat het karakter van het militaire beroep nog steeds als macho wordt gezien, zullen militairen in actieve dienst met verschijnselen van PTSS in de meeste gevallen weigeren de militaire arts te consulteren. De angst voor disciplinaire maatregelen is groot, evenals pesterijen van superieuren.

Psychiater en onderzoeker Eric Vermetten van het Centraal Militair Hospitaal (CMH) in Utrecht noemt de kans op PTSS/PTSD groter naarmate er meer dreiging is en meer gevoelens van machteloosheid. Typerend voor PTSS noemt hij "gevaar zoeken, risico's nemen, balanceren op het randje" : risicozoekend gedrag teneinde een verslavend adrenalineniveau van doodsangst te bereiken. Militairen hebben volgens Vermetten minder kans op PTSS als de groepscohesie groot is en de groep het nut van de missie ziet.

Volgens psycholoog kapitein-luitenant ter zee Marten Meijer van het Kennis- en Onderzoekscentrum van het Veteraneninstituut in Doorn kan ook 'understress' (gebrek aan prikkels en uitdagingen) leiden tot problemen als demotivatie, frustraties, onderlinge fricties en spanningen. Meijer onderstreept het spreekwoord "De mens lijdt het meest van het lijden dat hij vreest". Dit is vaak oorzaak van PTSS.

Preventief wordt veel gedaan aan uitsluiten, onderkennen en erkennen van PTSS in de toekomst. Screening vooraf, met name bij werving en selectie (keuringen), scholing van het kader op herkenning van stress-reacties, ondergeschikten het hart leren luchten, een buddy (slapie) om tegenaan te praten, en nazorg achteraf:

  • debriefingsgesprek: individueel, vlak vóór of na terugkomst van een uitzending
  • reïntegratiegesprek: individueel of groepsgewijs, 6 tot 8 weken na terugkomst van een uitzending

Wanneer alsnog verschijnselen van PTSS/PTSD optreden, staat een compleet netwerk van hulpverlening klaar, bestaande uit:

Nederland is intussen tot het einde van 2006 al vijfmaal opgeschrikt door oud-militairen die – zwaar getraumatiseerd teruggekeerd uit het oorlogsgebieden - met een posttraumatische stresssyndroom naar de wapens grepen en dood en verderf hebben gezaaid:

Datum

Moordenaar

Vermoord

 

4 november 2001

Patrick van S. van der A.

oud-Dutchbatter

 

Mariëlle de Geus (20)

1 oktober 2002

Pascal F.

oud-Bosnië-ganger

 

ex-vriendin Nadia van der Ven (25)

24 oktober 2003

Paul van S. van W.

oud-marinier, Cambodja

 

ex-vriendin Daniela Vromen (26), broer en ouders

8 juni 2004

Theo H.

oud-UNIFIL, Libanon

 

vader van zoon die leidinggevende van de verdachte was

2 december 2006

Gerald O.

oud-marinier, Bosnië

ex-vriendin Nadine Beemsterboer (20)

Download hier de PTSS-informatiebrochure voor patiënten van de Afdeling Militaire Psychiatrie van het Centraal Militair Hospitaal (1,65 MB, z.j.)

Volgens Jan Kleian, voorzitter van de militaire vakbond ACOM op 24 februari 2009, heeft ongeveer 20% van de militairen die in Uruzgan hebben gediend, last van klachten die kunnen duiden op een PTSS. Dat zei hij in het televisieprogramma Goedemorgen Nederland.

Een woordvoerder van het Ministerie van Defensie vindt zijn bewering "ongeloofwaardig", maar Kleian stelde dat het probleem groter is dan Defensie wil erkennen.

De vakbond zegt 160 militairen met problemen te begeleiden en gaat ervan uit dat in totaal zo'n 5.000 militairen op de een of andere manier last hebben van onder meer depressies en angststoornissen.

Defensie moet meer werk maken van de opvang van getraumatiseerde militairen en ex-militairen, zo zei Kleian.

EMDR

Eye Movement Desensitization and Reprocessing.

Psychotherapeutische methodiek, in 1989 geïntroduceerd door de Amerikaanse psychologe Francine Shapiro, voor de specifieke behandeling van chronische PTSS-gerelateerde klachten en andere angstklachten. Hierbij zijn zowel het persoonlijk functioneren als het sociaal systeem ontwricht, wat onder andere tot uitdrukking komt in symptomen als irritaties, nachtmerries, prikkelbaarheid, rusteloosheid en schrikreacties.

De werkwijze van EMDR is gebaseerd op denkbeeldige blootstelling (imaginaire exposure) aan de traumatische ervaring. In zijn verbeelding speelt de patiënt de denkbeeldige film van de traumatische ervaring af en zet het beeld stil bij de meest negatieve, moeilijkst te verdragen gedachten en gevoelens.

Vervolgens volgt de patiënt gedurende tientallen seconden met de ogen een externe stimulus (prikkel) – de heen en weer bewegende vingers van de therapeut dan wel de afwisselend links en rechts hoorbare piepjes op een koptelefoon. Na elke set oogbewegingen (eye movements) krijgt de patiënt de opdracht zich te focussen op de meest opvallende herinnering. De beelden en gevoelens die hij bij die herinnering ervoer, bespreekt hij met de therapeut.

De procedure wordt herhaald, terwijl de patiënt steeds een andere, aan het trauma verbonden herinnering in gedachten neemt. (Het is ook mogelijk dat de ene herinnering een andere, dieper liggende herinnering opwekt, het zgn. Droste-effect.) Als de patiënt beter bestand is tegen de kernherinnering en zich steeds beter voelt, concentreert hij zich op dit beeld. Vervolgens moet hij nagaan of hij in zijn lichaam nog fysieke spanning, bijvoorbeeld op de borst of in de monnikskapspier, voelt. Hij blijft zich concentreren op het kernbeeld en de daaraan verbonden positieve gedachten en gevoelens.

Het geheugen wordt gestimuleerd de herinnering los te koppelen van het trauma en op een andere manier in het geheugen op te slaan, waardoor de ervaring wordt ontkoppeld van de ‘disfunctionele cognitie’ (en de daarmee samenhangende emoties). Uiteindelijk zal hierdoor bij 80 à 90% van de patiënten de klachten verminderen of geheel verdwijnen.

Het aantrekkelijke van EMDR is dat de patiënt zijn schokkende gebeurtenis niet hoeft te bekennen aan de therapeut: de patiënt kijkt naar de belastende ervaring en zichzelf zonder de details te hoeven blootleggen aan de therapeut.

Op 2 oktober 2009 gaf kolonel b.d. Louis Timmermans op Radio 1 aan dat Defensie veteranen geen goede nazorg geeft: er wordt naar zijn mening mee gesold. Volgens Timmermans geeft het Ministerie van Defensie veteranen met een posttraumatisch stresssyndroom (PTSS) te weinig aandacht en steun. Zijn advies is dat een Veteranenwet wordt gemaakt en de zorgtaak wordt weggehaald bij Defensie.

Timmermans sprak op Radio 1 naar aanleiding van zijn opiniestuk in de GPD-bladen van gisteren, getiteld 'De zorg voor veteranen hoort niet bij Defensie'. Het feit dat de nazorg minder goed is geregeld dan het geval kan zijn is, volgens Timmermans, “een begrotingskwestie”. Waar de core-business vechten is, zal de nazorg – zeker binnen de operationele tak van de krijgsmacht – minder tot geen prioriteit hebben. Volgens Timmermans, zelf oud-bataljonscommandant, is Defensie geen zorginstelling: zorg en nazorg zou je niet moeten overlaten aan Defensie.

De kolonel b.d. pleit daarom voor een ‘brengplicht’ van Defensie: als een gezonde militair na zijn dienstverlating (ernstige) klachten ontwikkelt, moet a priori worden uitgegaan van een verband met zijn dienstverrichtingen, tenzij Defensie het tegendeel kan aantonen. Dat zal een hoop verdriet en ergernis voorkomen. De huidige ‘haalplicht’ houdt in dat de veteraan – vaak vele jaren na dato – aan Defensie moet bewijzen dat zijn klachten te maken hebben met een uitzending. Feitelijk spreekt Timmermans zich uit voor het ‘omkeren van de bewijslast’.

Zie ook: militaire geestelijke gezondheidszorg.

Terug naar Boven

 

P.O.T.L.O.O.D.

Ezelsbruggetje dat wordt gebruikt voor de maatregelen die kunnen worden getroffen om de toestand van een patiënt die in shock dreigt te raken te verbeteren:

P Pijn bestrijden: verbinden, stil- en hoogleggen, evt. medicatie

 

O Onrust bestrijden: aanwezigheid geneeskundig (hulp)personeel, geruststelling, afleiding, praten tegen de patiënt

 

T Temperatuur reguleren (ter voorkoming van koude- respectievelijk warmteletsel):
  • slachtoffer heeft het koud: extra laag kleding laten aantrekken, deken omdoen, reddingsdeken omdoen met de zilverkant naar het lichaam van het slachtoffer
  • slachtoffer heeft het warm: in de schaduw leggen, zorgen voor extra verkoeling, reddingsdeken omdoen met de zilverkant naar buiten
L Ligging (zo comfortabel en verantwoord mogelijk, bepalend is de aard van de  verwonding, op aangeven van de patiënt, bewusteloze slachtoffers in de stabiele zijligging)

 

O Onder

 

O Ongunstige (niet-ideale) of primitieve omstandigheden

 

D Drinkbeleid toepassen, behalve als de patiënt:
  • reeds in shock is
  • niet zelf kan drinken of slikken
  • een borst-, buik-, hals- of kaakverwonding heeft

Laat de inhoud van twee sachets Oral Rehydration Solution (ORS), opgelost in een volle veldfles water op drinktemperatuur, door het slachtoffer sloksgewijs leegdrinken

 

P.O.W.

Engelse afkorting: Prisoner Of War. In het Nederlands: krijgsgevangene, zoals die wordt gedefinieerd in de artikelen 4 en 5 van de Geneva Convention relative to the Treatment of Prisoners of War (Conventies van Genève) van 12 augustus 1949.

Iedere combattant die in oorlogstijd in handen van de vijand valt dan wel door een oorlogvoerende partij wordt gevangengenomen geldt als krijgsgevangene. Elke krijgsgevangene heeft het recht op immuniteit als combattant.

Volgens de maatstaf van de Algemene Verdedigingstaak zal een minderheid van het gevechtsverlies bestaan uit vermisten en gevangenen.

Zie ook: gevechtsverlies, M.I.A. (Missing In Action) en Person Under Control (PUC).

Terug naar Boven

 

PRAATJE - PLAATJE - DAADJE

De werkwijze van de feitelijke instructie van een les in de opdrachtvorm, met name gericht op de praktijkles. Het is de meest gebruikte manier voor het overbrengen van skills en drills op praktisch niveau, waarbij het voor- en nadoen centraal staan.

In schematische vorm:

PRAATJEDuidelijke, korte, bondige en KISS-gerichte uitleg van de praktijkles. Visualiseer de lesstof zo veel mogelijk. Zorg ervoor dat de sfeer zo goed mogelijk is.

PLAATJEZelf een goede demonstratie geven. Geef goede aanwijzingen, tips en tools. Het goede voorbeeld is van levensbelang.

DAADJEDOAVoor de eerste maal: Doe op aanwijzing. Geef algemene aanwijzingen. Leerlingen luisteren en oefenen.
DOMADoe op minder aanwijzing. Geef individuele aanwijzingen. Leerlingen nemen waar en oefenen.
DOZAVoor de laatste maal: Doe zonder aanwijzing. Leerlingen oefenen.

Het principe DOA / DOMA / DOZA is gebaseerd op de gedachte: "Luisterende leerlingen leren, waarnemende leerlingen leren meer en oefenende leerlingen leren het meest."

Terug naar Boven

 

Prefab

Afkorting van: prefabricated. Geprefabriceerde legerings- of werkruimte.

Van tevoren vervaardigde wooncontainer of Porta Cabin ter grootte van een 20-voet-container of groter die de militair tijdens een uitzending met één of meerdere collega’s deelt. De meeste militairen maken van het uitzendverblijf een gezellig privé-onderkomen met een eigen plekje en tenminste een beetje privacy. Een dergelijke prefab is voorzien van een deur en (soms) meerdere ramen, voldoende wandcontactdozen en, tijdens de huidige missies in Bosnië-Hercegovina, zelfs airconditioning / heater (verwarming) én een internetaansluiting.

Prefab zoals die onder meer in gebruik was tijdens Dutchbat-II in Simin Han (Bosnië-Hercegovina)

De indeling is vrij, mits die voldoet aan brand- en overige veiligheidsvoorschriften: (veld)bedden met matrassen en vaak zelf, van palletmateriaal en overig houtafval in elkaar gezette bureaus en kasten.

De prefabs worden ook gebruikt als kantoor, opslag of vergaderruimte. Rijen prefabs worden vaak een "straat" genoemd, wat de vertrouwelijkheid bevordert.

In Uruzgan zijn de legering en werkruimtes als volgt opgebouwd: 24 containers zijn samengevoegd tot een chalet; per container slapen 3 à 4 militairen. De containers bieden bescherming tegen blast en kleinkaliberwapen-munitie. Omdat het dak van de containers een grotere beschermende waarde heeft dan de wand, worden ter bescherming van de wanden hesco’s met steenslag of zand geplaatst.

Zie ook: hesco.

Terug naar Boven

 

PRESENCE, POSTURE AND PROFILE

Afgekort: PPP. Onderdeel van de Influence Activities (IA) van Information Operations (Info Ops). Om het gewenste effect (desired endstate) van een informatieoperatie te bereiken, onderkent de NAVO een aantal aandachtsgebieden: één hiervan is Presence, Posture and Profile (letterlijk: “aanwezigheid, uitstraling en profilering.”).

Presentie en gedrag van militairen hebben een niet te onderschatten effect op de mening die andere actoren over hen vormen; dit is niet altijd direct merkbaar noch meetbaar. Militairen moeten inzien dat elk (nalaten van) handelen (in)directe gevolgen zal hebben op de houding van anderen en daarmee op hun toekomstige gedrag. PPP is een drill om militairen te helpen bij het bepalen van de houding, de wijze van optreden en het veiligheidsniveau in om het even welke situatie.

Andere vormen van Influence Activities zijn bijvoorbeeld:

Civil-Military Co-operation (CIMIC)

Computer Network Operations (CNO)

Electronic Warfare (EW; elektronische oorlogvoering)

Key Leader Engagement (KLE)

misleiding

Psychological Operations (PsyOps)

Public Affairs (PA; onderdeel van Public Relations)

De grondgedachte bij PPP is dat het zwaartepunt erin bestaat dat coalitietroepen door gedisciplineerd en rustig gedrag op vriendschappelijke voet met de lokale bevolking staan, maar indien nodig bereid en gereed zijn geweld direct agressief en contraproductief te beantwoorden.

Op patrouilles ter bevordering van de communicatie over en weer met de lokale bevolking, waarbij hearts & minds aangrijpingspunt zijn, kunnen ze hiertoe op tactisch gunstige momenten bijvoorbeeld een baret in plaats van een helm dragen. Opstandelingen zullen niet aflatend worden gedestabiliseerd door het initiatief dat de coalitietroepen ontplooien, zowel in geweldsmaatregelen als Influence Activities. Leidend hierin is ‘pre-emption’: het uitvoeren van een actie om te anticiperen op een mogelijk incident. Hierdoor worden de wil en het begrip van de opponent ondermijnd, waarbij de uitstraling en de profilering van zowel de individuele militair als de eenheid een belangrijke boodschap afgeven over de wijze van optreden en de intenties van de eenheid.

Terug naar Boven

 

PRIKREGELS

In de praktijk brengen van de prikregels

Regels die moeten worden toegepast bij het zgn. "prikstappend voorwaarts gaan" bij de plotselinge onderkenning dan wel vermeende aanwezigheid van landmijnen, zowel antipersoneels- (AP-) als antitank- (AT-)mijnen. Dit is bijvoorbeeld mogelijk op een route waarover verplaatst wordt (gelopen, gereden).

Prikstappen kan worden gedaan met een bajonet, mijnenprikstok, lange schroevendraaier, zakmes of enig ander enigszins lang voorwerp van soortgelijke aard.

De prikregels zijn:

prikken onder een hoek van 30 graden met het maaiveld
prikken in een vlak met een breedte van 2 cm
prikken in een vlak met een lengte van 4 cm
niet te fors en/of te ruw prikken

Indien de vorst in de grond zit, heeft het geen zin om prikstappend voorwaarts te gaan. Prikstappen is überhaupt een zeer arbeidsintensief karwei.

Zie ook: ammunition awareness, B.M.W. en Explosieven Opruimingscommando KL.

Terug naar Boven

 

PRINS BERNHARD

Voluit: Zijne Koninklijke Hoogheid Prins Bernhard Leopold Frederik Everhard Julius Coert Karel Godfried Pieter, prins der Nederlanden, prins van Lippe-Biesterfeld. Geboren op 29 juni 1911 te Jena (Saksen-Weimar), overleden op 1 december 2004 te Utrecht.

Op 4 juli 2009 bleek dat Z.K.H. Prins Bernhard premier Jan Peter Balkenende twee dagen voor zijn overlijden op 1 december 2004 een brief heeft gestuurd waarin hij zich uitsprak tegen voortzetting van een (afgeslankt of ingekort) defilé in Wageningen. Hij noemde het zijn grote wens dat een Veteranendag zou worden gehouden op zijn geboortedag, 29 juni. Naar aanleiding van de brief zette het Ministerie van Defensie na 2005 haar steun aan het defilé stop. Het Ministerie van Algemene Zaken– het ministerie van de premier – bracht de brief echter nooit in de openbaarheid, waardoor veteranenorganisaties en individuele veteranen aan het bestaan ervan twijfelden.

Zeker omdat zij ervan overtuigd waren dat het beëindigen van het defilé op 5 mei in Wageningen nooit de intentie van Bernhard kon zijn geweest. De uitgetypte brief van Prins Bernhard luidt: “Geruchten bereikten mij dat Defensie het voornemen heeft toch in afgeslankte vorm op 5 mei 2006 en gedurende de daarop volgende jaren een klein defilé te Wageningen te doen plaatsvinden. Het is mijn grote wens dat dit niet zal gebeuren en dat er uitsluitend een veteranendag wordt gevierd op 29 juni.''

De Gelderlander deed een beroep op de Wet Openbaarheid van Bestuur (WOB) en vroeg Balkenende om een kopie van de brief. Aanvankelijk werd die niet verstrekt, waarna de krant bezwaar maakte. De minister-president heeft het bezwaar gegrond verklaard en De Gelderlander alsnog een kopie doen toekomen.

"Ik ben zwaar teleurgesteld in prins Bernhard en vind het gek dat de brief nu ineens boven water komt", reageert Olaf de Jongh, oud-commando en tot 2007 raadslid voor de VVD in Wageningen. De Jongh twijfelde openlijk aan het bestaan van de brief en stelde pogingen in het werk een kopie te pakken te krijgen. Hij vindt het nog steeds moeilijk te bevatten dat juist Bernhard – die het defilé van oud-strijders en verzetsmensen jarenlang voor Hotel De Wereld afnam – hieraan een einde heeft willen maken.

Prins Bernhard, op dat moment Inspecteur-Generaal van de KL, woonde op 1 september 1961 de viering bij van het 10-jarig bestaan van de Onderofficiersschool. De school kreeg in dat jaar de naam Koninklijke Militaire School. Links van de prins de toenmalige commandant van de school, kolonel C.A. Rijnders.

Op 16 januari 1975 bracht Z.K.H. Prins Bernhard in zijn hoedanigheid van Inspecteur-Generaal der Krijgsmacht, een werkbezoek aan de KMS.

In aanwezigheid van zijn vrouw, Prinses Juliana, werden op 20 juni 1946 de versierselen behorende bij Ridder der 2de klasse (Commandeur) in de Militaire Willems-Orde aan Z.K.H. Prins Bernhard uitgereikt door zijn schoonmoeder, Koningin Wilhelmina.

Prins Bernhard was op deze dag één van de ruim dertig strijders uit de meidagen van 1940 en uit het verzet die de MWO kregen uitgereikt. Met de toekenning van de hoogste dapperheidsonderscheiding aan haar schoonzoon, volgde Hare Majesteit de traditie dat de commandant van een legerkorps, in zijn geval de Binnenlandse Strijdkrachten, deze onderscheiding na een behaalde overwinning ontvangt.

De uitreiking vond plaats op de militaire vliegbasis Soesterberg. Bernhard werd als Bevelhebbber der Binnenlandse Strijdkrachten (BNS) gedecoreerd, voor zijn inspirerend leiderschap tijdens de Tweede Wereldoorlog en vanwege zijn bijdrage aan de opbouw van de naoorlogse krijgsmacht. Als de BNS (sinds ’44) nam hij in mei 1945 deel aan de capitulatie-besprekingen in Wageningen.

Prinses Juliana en Prins Bernhard op de dag van de MWO-uitreiking.

“Spelderholt draagt de naam van een buiten op de Veluwe, waar Z.K.H. Prins Bernhard na de bevrijding met zijn staf woonde.” (bron: Een stem uit het veld. Herinneringen van de ritmeester-adjudant van generaal S.H. Spoor, R.M. Smulders, 1988, pagina 102).

Nadat de staf van de Binnenlandse Strijdkrachten landgoed Anneville bij Breda had opgegeven ten faveure van Koningin Wilhelmina, werd besloten een locatie boven de rivieren te betrekken. De keuze viel op Kasteel Spelderholt in Beekbergen. In een prachtig heuvelachtig landschap werd hier het hoofdkwartier betrokken. Op Het Loo, door de Duitse bezetter uitgeleefd, was de staf van het 1ste Canadese legerkorps gevestigd.

Voordat Prins Bernhard het kasteeltje betrok, woonde Seyss-Inquart er. De Rijkscommissaris liet er een vliegveldje aanleggen, waar Bernhard na de oorlog als één van de eersten gebruik van maakte. Nog in ’45 kreeg luitenant-generaal H.D.G. Crecar, bevelhebber van het 1ste Canadese legerkorps, door Prins Bernhard het Grootkruis Oranje-Nassau met de zwaarden uitgereikt op Spelderholt.

Terug naar Boven

 

PRINSES IRENE BRIGADE

5 augustus 1939 Prinses Irene, "Zij die vrede brengt" , wordt geboren als het 'Petekind van de Weermacht'
11 januari 1941 oprichting Koninklijke Nederlandsche Brigade in Congleton (UK)
lente 1941 brigade vestigt zich in Wrottesley Park, Wolverhampton (UK)
27 augustus 1941 brigade ontvangt vaandel en erenaam 'Prinses Irene' van Koningin Wilhelmina
juli 1943 indeling brigade bij 8th (UK) Army in 21st (UK) Army Group ten behoeve van invasie Normandië
8 augustus 1944 landing nabij Courseulles-sur-Mer, ten oosten van Bayeux
12 augustus 1944 gevechten bij kasteel Côme, aan de rivier Orne, nabij Breville (zie vaandelopschrift)
nacht van 26 op 27 augustus 1944 verrassingsaanval op Pont Audemer, samen met 1 ste Belgische Brigade 'Piron' (zie vaandelopschrift)
8 mei 1945 brigade trekt als eerste geallieerde eenheid Den Haag binnen
3 juli 1945 brigade gedecoreerd tot Ridder 4 de Klasse van de Militaire Willems-Orde
24 december 1945 ontbinding brigade
15 april 1946 oprichting Regiment Prinses Irene
1 juni 1948 Regiment Prinses Irene verheven tot Garderegiment Prinses Irene
12 maart 1952 toekenning predikaat 'Fuseliers': vanaf nu Garderegiment Fuseliers Prinses Irene (GFPI)

De Prinses Margrietkazerne ligt oostelijk van het dorp Wezep, aan de Kolonel D.J. Teesweg, op ± 10 km ten zuiden van Zwolle. Wezep maakt deel uit van de gemeente Oldebroek, gelegen op de Veluwe.

In de gemeente ligt nog een andere kazerne: de Willem de Zwijgerkazerne. Na de opheffing van de laatste bewoners van deze kazerne - het KMar-bataljon - is deze overgenomen door de Glenn Millsschool van de Hoenderloogroep 1998/99.

De kazerne huisvest vandaag de dag met name de enige 2 parate geniebataljons:

11 Pantsergeniebataljon

  • 105 Brugcompagnie
  • 111 Pantsergeniecompagnie

 

101 Geniebataljon

  • 101 NBC-Verdedigingscompagnie
  • 102 Constructiecompagnie
  • 103 Constructiecompagnie
  • 104 Constructiecompagnie

Het walhalla van de parate genie maakt deel uit van een stuk grond dat op 23 december 1875 door de Staat der Nederlanden werd aangekocht om een kampement in te richten. Direct na de bezetting van Nederland in mei 1940 begonnen de Duitsers met de bouw van een permanente legeringsplaats. Daarbij is er overduidelijk op gelet dat de kazerne een dorpse uitstraling kreeg om het geheel afdoende te camoufleren.

Ná de Tweede Wereldoorlog is het kampement korte tijd als interneringskamp voor politieke gevangenen gebruikt. Daarna is het complex vernoemd naar de derde dochter van Koningin Juliana en Prins Bernhard, die is geboren op 19 januari 1943 in Ottawa (Canada).

Op 2 en 9 juni 2007 was de Prinses Margrietkazerne het decor voor de jaarlijkse Landmachtdagen.

Zie ook: genie.

Terug naar Boven

 

PRINS VAN ORANJE

De Prins van Oranje in zijn Dagelijks Tenue in de rang van brigadegeneraal bij de Koninklijke Landmacht (© foto: Leo M. van Westerhoven en Gerard van Oosbree)

Willem-Alexander Claus Georg Ferdinand van Oranje-Nassau, het oudste kind van Koningin Beatrix en Prins Claus, is op 27 april 1967 geboren in het Academisch Ziekenhuis Utrecht. Sinds de inauguratie van zijn moeder tot Koningin draagt hij als troonopvolger de titel ‘Prins van Oranje’.

Sinds 2 februari 2002 is de kroonprins getrouwd met de Argentijnse Maxima Zorreguita. Het prinselijke paar heeft twee kinderen: prinses Catharina-Amalia, geboren op 7 december 2003, en prinses Alexia, geboren op 26 juni 2005.

Belangrijk is zijn band met zijn grootvader, Z.K.H. Prins Bernhard (1911-2004), van wie hij zonder twijfel veel kennis en inzicht in de krijgsmacht heeft mogen ontvangen.

Aan de Rijksuniversiteit Leiden studeerde Willem-Alexander van 1987 tot 1983 geschiedenis bij prof. dr. Simon Groenveld en prof. dr. Henk L. Wesseling; hij studeerde in ‘93 af bij laatstgenoemde hoogleraar. Zijn afstudeerscriptie is des militairs: de Nederlandse reactie op het besluit van de Franse president Charles de Gaulle om in 1967 uit de geïntegreerde militaire commandostructuur van de NAVO te treden en daarmee een status aparte in te nemen. De Gaulle wilde een zelfstandig Frankrijk met een eigen atoommacht (‘force de frappe’), maar Frankrijks deelname aan NAVO-optreden in het kader van collectieve verdediging is nooit uitgesloten. Zijn afstudeerscriptie is nooit openbaar gemaakt.

Na zijn studietijd vervulde hij van augustus 1985 tot januari 1987, ook weer in het kader van zijn opleiding tot het koningschap, de militaire dienstplicht bij de Koninklijke Marine. Tijdens zijn dienstplicht volgde hij enige maanden een opleiding aan het Koninklijk Instituut voor de Marine (KIM) in Den Helder. Ook diende de Prins aan boord van het luchtverdedigings- en commandofregat fregat Hr.Ms. Tromp en de mijnenveger Hr. Ms. Abraham Crijnssen. Voor een herhalingsoefening in 1988 voer hij een aantal weken mee als wachtofficier aan boord van het standaardfregat Hr. Ms. Van Kinsbergen.

Na zijn afstuderen in 1993 behaalde de Prins het groot militair vliegbrevet bij het 334 Transportsquadron van de Koninklijke Luchtmacht. In 1994 volgde hij gedurende een aantal maanden colleges bij het Instituut Defensie Leergangen (IDL), waar de nadruk ligt op aspecten van de Koninklijke Landmacht en de Koninklijke Luchtmacht.

Sinds 27 april 2005 bekleedt de Prins de volgende militaire rangen:

Commandeur der Koninklijke Marine Reserve

Reserve Brigadegeneraal der Infanterie van de Koninklijke Landmacht

Reserve Brigadegeneraal der Koninklijke Marechaussee

Reserve Commodore van de Koninklijke Luchtmacht

De Prins van Oranje op 26 oktober 2005: Zijne Koninklijke Hoogheid bezocht de oefening 'Urban Indian' in het kader van het optreden in verstedelijkte gebieden (OVG) van 12 Infanteriebataljon Luchtmobiel Regiment Van Heutsz in het Urban Trainings Centre Marnehuizen (bron: 'Zandloper' van de LO/Sportorganisatie)

Binnen de Koninklijke Landmacht liggen zijn ‘roots’ bij het Garderegiment Grenadiers en Jagers, waar hij in 1995 als majoor bij het reserve-personeel aantrad (overste 1997, kolonel 2001). Sinds 2001 is de Prins drager van het Officierskruis.

Terug naar Boven

 

PROBLEEM

Een probleem is pas een probleem als je er een probleem van maakt. De praktijk laat echter soms zien dat je daadwerkelijk met zoiets menselijks als problemen te maken kunt krijgen.

Binnen de krijgsmacht bestaan er idealiter géén problemen: een probleem wordt daar gezien als een uitdaging (Duits: herausforderung, Engels: challenge, Frans: défi). Of je het nu problemen of uitdagingen noemt, het is de kunst om van het probleem dat jezelf hebt het probleem van een ander te maken. In managementjargon: een ander probleemeigenaar te maken. Een probleemeigenaar is dan ook iemand die de opdracht krijgt het probleem of te lossen, voor de probleemoplossing verantwoordelijk is en daarover verantwoording zal moeten afleggen aan een (naast)hogere commandant. Wordt ook wel “afschuiven” genoemd.

Andere moderne kreten in het kader van probleembenadering zijn knelpuntbenadering, ist-soll (van huidige situatie naar gewenste situatie), keep it stupidly simple (KISS), oplossingsgericht denken, probleemanalyse en probleemstelling.

De gemakkelijkste probleembenadering is die in onderstaand schema:

Terug naar Boven

 

PROPAGANDA

In het Duits: Kriegspropaganda. In het Engels: propaganda. In het Frans: propagande (de guerre).

Vorm van communicatie (psychologische oorlogvoering, PSYOPS) waarbij de propagandist bij de ontvanger een reactie probeert teweeg te brengen, die een informerende dan wel desinformerende (misleidende, valse of verzonnen) bedoeling heeft.

Bij deze niet-gewelddadige subversieve activiteit gaat het erom doctrines, ideeën, informatie of zelfs een gericht appel te verspreiden om attitude, emotie, gedrag en/of publieke opinie van een specifieke groep (in)direct te beïnvloeden.

Met propagandamateriaal kan onder andere een ideëel of politiek doel worden verwezenlijkt; het moreel van de eigen bevolking worden gesteund en dat van de vijand ondermijnd; het vijandbeeld naar behoefte worden aangepast; de effecten van vijandelijke propaganda-inspanningen worden tenietgedaan; en worden aangezet tot het benadelen van de vijand. Propaganda is de techniek van het overtuigen: wanneer de juiste ‘feiten’ door de propagandamachine worden gepresenteerd, kan de propagandist velen sturen.

Voorbeelden van propaganda.

Als vormen van propaganda worden onderscheiden:

Witte propaganda (propagande blanche; white propaganda)

De propaganda is afkomstig van een herkenbare of gemakkelijk te identificeren bron. De inhoud is niet leugenachtig en benadert zelfs de waarheid, maar de informatie wordt gekleurd gepresenteerd. Daardoor lijkt de eigen (politieke) ideologie de beste.

Grijze propaganda (propagande grise; grey propaganda)

De bron van de propaganda kan niet met zekerheid worden vastgesteld, terwijl de nauwkeurigheid van de inhoud twijfelachtig is (combinatie van leugen en waarheid). Propagandavorm die onder andere wordt gebruikt voor rechtvaardiging van een actie.

Zwarte propaganda
(propagande noire; black propaganda)

De propaganda is afkomstig van een valse bron en/of onjuiste informatie (leugens) en moet de tegenstander misleiden. De bron wordt echter niet vermeld. Zowel waarheid als desinformatie kunnen aanwezig zijn, maar zijn altijd ten voordele van de propagandist en niet noodzakelijkerwijs in het voordeel van de ontvanger.

Het gebruik van propaganda, in het bijzonder tijdens de Koude Oorlog, is het meest bekend door communistische regimes als China, Noord-Korea en de Sovjet Unie, maar ook door de nationaalsocialistische Duitse regering tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Door de ongekende mogelijkheden van moderne massacommunicatiemiddelen (internet, mobiele telefonie, 24/7-nieuwszenders als CNN) is het schadelijke effect van propaganda alleen maar toegenomen – met als meest extreme vorm cyber warfare. Zo wordt veel ‘nieuws’ tijdens oorlogen uit propagandadoeleinden gekleurd gebracht; tegenwoordig zal elke oorlogsstrategie media en propaganda de hoogste prioriteit geven.

Terug naar Boven

 

PROVIDE care

Humanitaire operatie in Goma, Zaïre (nu: Democratische Republiek Congo), van eind juli tot september 1994. De stad Goma ligt noordelijk van het Kivumeer in het noordoosten van de D.R. Congo aan de grens met Rwanda; de dichtstbijzijnde Rwandese stad is Gisenyi. Weliswaar lag Provide Care in het verlengde van de United Nations Assistance Mission for Rwanda (UNAMIR), omdat zij buiten Rwanda opereerden vielen zij niet onder de VN noch onder het UNAMIR-mandaat.

Als gevolg van een genocide op de Tutsi’s in buurland Rwanda speelden zich in 1994 in Goma erbarmelijke taferelen af. 600.000 tot ruim 1.000.000 vluchtelingen, met name Hutu’s, staken in een door de Rwandese regeringstroepen (Tutsi’s) georkestreerde massale uittocht de Rwandees-Zaïrese grens over om te ontkomen aan mogelijke wraakacties.

Door de enorme vluchtelingenstroom ontstonden vluchtelingenkampen, zowel in de stad Goma als in de omgeving: op enkele vierkante kilometers verrezen in totaal zes primitieve kampen, onder andere Katale, Kibumba en Mugunga. In de kampen was de hygiënische situatie slecht. Doordat er al meteen in het begin onvoldoende betrouwbaar drinkwater (uit het Kivumeer) en sanitaire voorzieningen beschikbaar waren, brak in juli/augustus 1994 een cholera-epidemie uit. Ook verspreiden zich dysenterie, malaria, meningitis en shigellosis. De ziekten maakten grote aantallen slachtoffers onder de vluchtelingen, geschat 50.000. Een onvergelijkelijke humanitaire ramp was het gevolg.

Het Ministerie van Defensie stuurde, in coöperatie met Buitenlandse Zaken en Ontwikkelingssamenwerking, in totaal 118 Nederlandse militairen naar Goma. Dat gebeurde in nauwe samenwerking met verschillende internationale hulporganisaties (NGO’s) en de United Nations High Commissioner for Refugees (UNHCR), de vluchtelingenorganisatie van de Verenigde Naties. Tijdens de operatie werd voornamelijk samengewerkt met onder meer Disaster Relief Agency (DRA), Médecins Sans Frontières (MSF) en Memisa.

Defensie stuurde op 29 juli 1994 een noodhulpverkenningsteam naar het gebied, dat moest vaststellen welke hulp gewenst was. Begin augustus vertrokken een geneeskundige eenheid (landmacht, luchtmacht en marine), MOVCON-eenheid (landmacht), technisch detachement (luchtmacht), watertransport- en waterzuiveringeenheid per Hercules C-130 naar de Rwandese hoofdstad Kigali en Goma; mariniers bewaakten de Nederlandse hulpgoederen op Goma International Airport.

De nadruk in operatie Provide Care lag op het bewaken van hulpgoederen, medische noodhulp, MOVCON en waterzuivering en –distributie. Commandant van het gehele Nederlandse detachement was luitenant-kolonel A.N. van de Graaf (luchtmacht).

In een hulppost van een Israëlisch veldhospitaal werkten Nederlanders aan medische nazorg: vaccineren en verplegen van zieken en gewonden. Verder werkte geneeskundig personeel in de vluchtelingenkampen Katale (cholera treatment centre met MSF) en Mugunga (met Memisa) en bracht zij gewonden uit de vluchtelingenkampen naar het Israëlische veldhospitaal.

De watertransporteenheid vervoerde in totaal ruim 4½ miljoen liter schoon water met 6 uit Nederland overgevlogen waterwagens en door de Verenigde Staten beschikbaar gestelde watertrucks; de transportgroep vervoerde medicijnen, rijplaten en voedsel naar de kampen; MOVCON coördineerde het cargo- en pax-verkeer dat op Goma International Airport arriveerde. Nederland vloog ook nog eens ± 400 ton aan goederen en materieel over naar Goma en verstrekte aan een bataljon uit Zambia onder andere 50 vier-tonners en 27 Land-Rovers, die arriveerden per Antonov-vrachtvliegtuig.

Het merendeel van de Nederlanders aanvaardde begin september 1994 de terugreis. Als gevolg van de operaties Provide Comfort (1991, Noord-Irak, hulp aan de Koerden) en Provide Care zag Defensie de behoefte in om haar personeel beter voor te bereiden en militaire humanitaire hulpoperaties beter te structureren. Dat leidde tot het ‘Generieke plan CDS humanitaire noodhulp defensie’.

Operatie Provide Comfort heeft veel gevergd van het personeel, lichamelijk en geestelijk. Uit onderzoek van het Veteraneninstituut blijkt dat zij vrijwel allemaal PTSS hebben opgelopen. Dankzij de inspanningen van de Nederlandse militairen zijn veel mensen van een wisse dood gered.

Artikel over operatie Provide Care uit Checkpoint juni 2003 (181 kB)

Artikel over operatie Provide Care uit Defensiekrant 15 mei 2003 (83 kB)

Terug naar Boven

 

PROVIDE COMFORT

Humanitaire hulpverleningsoperatie annex beschermingsoperatie voor de op de vlucht geslagen Koerden en voor de NGO’s – vooral UNHCR – in het noorden van Irak (en, later, in het zuidoosten van Turkije) van april tot december 1991. Om het neutrale imago van UNHCR veilig te stellen, kreeg zij opdracht om op geen enkel moment de vlaggen van de VN en VS tegelijkertijd uit te hangen. Strikt juridisch gezien was Provide Comfort niet onomstreden, omdat de VN-resolutie waarop zij gebaseerd was niet expliciet sprak over het instellen en met geweld afdwingen van een safe haven in Noord-Irak op basis van peace-enforcement. Met name de Verenigde Staten, Groot-Brittannië en Frankrijk redeneerden echter anders, waarna de eerste grote humanitaire interventie na de beëindiging van de Koude Oorlog een feit werd.

Onmiddellijk na de Tweede Golfoorlog (operatie Desert Storm) werden diverse aan de geallieerden ontsnapte divisies van de Republikeinse Garde van Saddam Hoessein ingezet om binnenlandse opstanden in het noorden en zuiden van Irak, door respectievelijk de Koerden en Sjiieten, neer te slaan. Omdat in Noord-Irak door de oproep van de geallieerden om tegen het Iraakse regime in opstand te komen een Koerdische tegenopstand en een politiek vacuüm ontstond – zonder lokaal bestuur, medische zorg of economische activiteiten – rees bij de internationale gemeenschap de dringende noodzaak tussenbeide te komen.

Voor de Koerden kwam operatie Provide Comfort: uit angst voor de wraak van Saddam Hoesseins troepen en de gevreesde geheime politie waren ruim een ½ miljoen Koerdische burgers naar de bergen langs de grenzen met Turkije en Iran gevlucht, waar winterse temperaturen heerste, gebrek aan onderdak en water was en het gevaar van epidemieën dreigde.

De Joint Task Force ten behoeve van Provide Comfort werd uitgevoerd door de anti-Iraakse coalitietroepen onder leiding van de Amerikaanse generaal John M. Shalikashvili. De operatie – waaraan ± 21.000 militairen deelnamen uit België, Canada, Frankrijk, Groot-Brittannië, Italië, Luxemburg, Portugal, Spanje, Turkije, de Verenigde Staten en Nederland – was het directe gevolg van resolutie 668 van de VN-veiligheidsraad (5 april 1991). Hierin werden de VN-lidstaten opgeroepen de hulpverlening aan de Koerdische vluchtelingen in Irak actief te steunen.

Voor de Iraakse krijgsmacht betekende de operatie onder andere dat het verboden was om zich in het luchtruim boven de Koerdische autonome zone te bevinden. Op de Turkse luchtmachtbasis Incirlik gestationeerde gevechtsvliegtuigen van de NAVO droegen zorg voor het vliegverbod in de no-fly-zone. Ook werd, min of meer ad hoc, een veilige zone (safe haven) voor de Koerden ingesteld, waarbinnen de soevereiniteit van Irak tijdelijk was opgeschort. Het was de taak van de anti-Iraakse coalitietroepen het gebied binnen de safe haven te beveiligen, de terugkeer van vluchtelingen naar huis of naar opvangkampen te begeleiden, toezicht te houden op Koerdische verzetstrijders en een begin te maken met de bouw van een opvangkamp.

De Nederlandse regering besloot op 19 april 1991 een geïntegreerde eenheid van 400 mariniers en ruim 600 militairen van de Koninklijke Landmacht naar Noord-Irak te sturen. De landmachteenheid opereerde als 11 Geniehulpbataljon, bestaande uit een Geneeskundige compagnie, Genieconstructiecompagnie en Staf en stafverzorgingscompagnie. Contingentscommandant was kolonel der mariniers E.C. Klop, commandant van 11 Geniehulpbataljon luitenant-kolonel Marcel Urlings, commandant van het helikopterdetachement (3 Alouette-helikopters en personeel van het 298 Squadron) luitenant-kolonel Philip Whittle en commandant van de twee versterkte infanteriecompagnieën van het 1ste Mariniersbataljon luitenant-kolonel der mariniers C.P.M. van Egmond.

Het Nederlandse basiskamp was gesitueerd ten oosten van de Iraakse stad Zakho.

De Geneeskundige compagnie verzorgde vluchtelingen in hulpposten en een licht veldhospitaal in het kader van noodhulp aan de Koerdische bevolking; de Alouette-helikopters maakten pendelvluchten tussen het provisorische Amerikaanse vliegveld bij Silopi en Diyarbakir in Zuidoost-Turkije, vluchten ten behoeve van Médecins Sans Frontières (MSF) dat in de bergkampen actief was en voerden liaisonopdrachten door het hele gebied uit; de Genieconstructiecompagnie bouwde tijdelijke vluchtelingenkampen, herstelde openbare nutsvoorzieningen in de steden Batufa en Zakho, hielp MSF bij het opzetten van een hulppost in Darcan (loodgieter- en timmerwerk) en zette ± 3.000 tenten op voor het basiskamp van de militairen en 3 vluchtelingenkampen, incl. de aanleg en installatie van latrines, waterverdeelpunten en drainage; het Korps Mariniers voerde beveiligingstaken uit en assisteerde bij de reconstructie van de restanten van Koerdische dorpen om de Koerden in staat te stellen terug te keren.

Tot slot was een detachement van de Koninklijke Marechaussee ingedeeld, alsook een verbindingsdetachement van 104 Waarneming- en Verkenningscompagnie van het Korps Commandotroepen om te zorgen voor gegarandeerd verbindingen met de staf in Den Haag.

Bij de structuur van de vluchtelingenkampen werd rekening gehouden met de sterke familiebanden die bestaan binnen de Koerdische bevolking. Het complete vluchtelingenkamp besloeg ± 4 km² en had een maximale capaciteit van 20.000 vluchtelingen.

De vluchtelingenorganisatie UNHCR nam in dit gebied, gelegen ten noorden van de 36ste breedtegraad en ongeveer 5.000 km² groot, de verantwoordelijkheid op zich voor de humanitaire hulp.

De coalitie-eenheden werd, na beëindiging van Provide Comfort, door de UN Guards Contingent in Iraq (UNGCI) afgelost, bestaande uit ± 500 VN-bewakers.

Bronnen:

  • ‘Humanitaire hulpverlening in Noord-Irak (april-juni 1991). Een terugblik op een grootse VN-missie’, J.J.M. Hogenboom, Militaire Spectator, 1998
  • ‘Mariniers in Irak en Turkije 1991’, D.C.L. Schoonoord, 1992
  • ‘Noodkreet uit de bergen. Humanitaire hulp aan de Koerden in Noord-Irak’, E. de Graaf, 1991

Terug naar Boven

 

P.S.I.V.C.A.M.E.

Medisch profiel (Medische Basis Selectie, MBS) van de Belgische krijgsmacht, vergelijkbaar met de Nederlandse A.B.O.H.Z.I.S.

Door de Dienst Onthaal en Oriëntatie (DOO) van de Belgische krijgsmacht worden de verschillende testen uitgevoerd in het Militair Hospitaalcentrum op het Kwartier Koningin Astrid in de Brusselse deelgemeente Neder-over-Heembeek. Voor elke test wordt een cijfer van 1 tot en met 5 toegekend; hoe lager de score, des te beter. Zo is de minimale P.S.I.V.C.A.M.E.-eis om bij de Belgische paracommando's te worden aangenomen 22223322.

Als aanname-eis voor de Belgische paracommando's geldt een P.S.I.V.C.A.M.E. van 22223322; rechtsboven het logo van de Belgische para's met de tekst "United we conquer" ("Vereend strijden wij")

P.S.I.V.C.A.M.E. is een Franstalig ezelsbruggetje en betekent:

FRANS

NEDERLANDS

VERDERE UITLEG

P

Physionomie

lichaamsgestel

röntgenfoto's van de rug + ECG

S

Membres supérieures

bovenste ledematen

armen, schouders en bovenlichaam

I

Membres inférieures

onderste ledematen

benen, voeten en onderlichaam

V

Vision

gezichtsveld

C

Couleur

kleurenblindheid

A

Audition

gehoor

M

Mentale

psychische toestand

vragenlijsten

E

Emotion

emotionele toestand

gesprek psycholoog

Zie ook: A.B.O.H.Z.I.S.

Terug naar Boven

 

PSYOPS

Voluit: Psychological Operations.

Operaties die gebruikmaken van activiteiten om het moreel en de loyaliteit van de vijand te verzwakken door beïnvloeding van de mentale component. Einddoel is het overhalen tot steun aan de politieke en militaire doelen van het eigen beleid en (inter)nationale doelstellingen. Daarbij wordt geprobeerd de vijand te demoraliseren door desinformatie te verspreiden.

Voorbeelden van psychologische oorlogvoering: links een Amerikaanse geluidswagen in Irak, rechts een Nederlandse militair die pamfletten uitdeelt tijdens een sociale patrouille in Travnik, Bosnië-Hercegovina

Desinformatie en propaganda kunnen gevoeglijk hetzelfde worden genoemd en zijn niet als zodanig herkenbaar:

INFORMATION / PROPAGANDA

 

BLACK

berust op leugen

wordt subtiel gebracht

is onduidelijk wie de boodschapper is

 

WHITE

berust op waarheid

wordt selectief gebracht

is duidelijk wie de boodschapper is

Verspreiding van desinformatie/propaganda is mogelijk langs positieve weg - bewustwording van mijnengevaar, corruptie, wapeninleverprogramma's – maar ook langs negatieve weg – het breken van weerstand e.d. De mentale dimensie van een conflict is minstens even belangrijk is als de fysieke: conflicten worden niet alleen uitgevochten op het slagveld, maar ook in de meningen van de strijdkrachten, besluitvormers en bevolking in en buiten het operatiegebied. Het winnen van de hearts & minds is daarom minstens zo belangrijk.

PsyOps maken deel uit van de sectie Operatiën & Plannen op divisieniveau en hoger (G3). PsyOps en Civil Military Cooperation kunnen hand in hand gaan.

Zowel het droppen van voedsel en medicijnen als het strooien van pamfletten (leaflets) om de vijand tot overgave te dwingen, dienen uiteindelijk hetzelfde doel. Beiden zijn uiteindelijk gericht op wederopbouw van een land in een post-conflict fase.

PsyOps kan ook gebruikmaken van radiozenders, het uitdelen van pamfletten tijdens sociale patrouilles en het uitwerpen van leaflets door vliegtuigen. PsyOps kan een force multiplier zijn, die – als zij op de juiste manier wordt toegevoegd aan én aangewend door de krijgsmacht – de gevechtskracht verhoogt.

Geluidswagen van één van de twee Tactical Psychological Operations-Teams (TPT's) binnen de brigadestaf, zoals die als primeur deelnamen aan de NATO Response Force-oefening 'Bison Prepare' van 3 t/m 9 september 2004 op de Truppenübungsplatz Bergen-Hohne (© 'Landmacht', oktober 2004)

Psychologische beïnvloeding is één van de oudste middelen van oorlogvoering. Het eerste voorbeeld van uit vliegtuigen gedropte propaganda in het kader van PsyOps was tijdens de Turks-Italiaanse oorlog (1911-1912).

Voorbeelden zijn verder:

de radio-uitzendingen van de Britten tijdens de Tweede Wereldoorlog; het uitzenden van Engelse lessen in de verder geheel Duitstalige uitzendingen op Soldatensender Calais, inclusief Duitse vertalingen voor zinnen als “Your boats are sinking" en "The Channel crossing's water is cold”

 

de zwoele vrouwenstem van Hanoi Hannah (in werkelijkheid: Trinh Thi Ngo), de radiostem die in de jaren '60 vanuit Noord-Vietnam (Radio Hanoi) de Amerikaanse militairen in de Vietnam-oorlog opriep te deserteren

Typische voorbeelden van propaganda uit het tijdperk van de Koude Oorlog zijn:

in 1981 beschuldigde de Amerikaanse Minister van Defensie Alexander Haig de Sowjet-Unie van het leveren van het schimmelgif ‘Yellow Rain' – een chemisch wapen dat alles met uitzondering van staal en steen zou wegvreten – aan de regimes in Laos en Vietnam

 

in het midden van de jaren '80 lekte de geheime dienst van de Sowjet-Unie, KGB, het gefingeerde verhaal dat de ziekte AIDS zou zijn uitgevonden door de Amerikaanse geheime dienst CIA aan een Italiaanse krant

Op het vlak van PsyOps staan de Verenigde Staten voorop, gevolgd door Groot-Brittannië, Frankrijk en Duitsland. Generaal Albert N. Stubblebine richtte in 1977 in Fort Bragg, North-Carolina, de Amerikaanse PsyOps-organisatie op.

Voor het grote publiek is PsyOps doorgebroken tijdens de Amerikaanse invasie in Panama in 1989 (operatie Just Cause). De Amerikaanse krijgsmacht maakte in Panama met soundblasters en geluidswagens een einde aan het bewind van Manuel Noriega – die zijn toevlucht had gezocht in de pauselijke nuntiatuur – door de dictator met psychologische oorlogvoering tot overgave te dwingen. Keihard en onafgebroken werd muziek afgespeeld, zoals:

TITEL

ARTIEST

DOWNLOAD

Somebody's Watching Me

Rockwell

Voodoo Chile

Jimi Hendrix

Ook zijn recenter voorbeelden uit Afghanistan en Irak bekend: bij het ondervragen van Iraakse krijgsgevangenen werden ‘Enter Sandman' van heavy metal-band Metallica en ‘The Roof Is On Fire'van The Bloodhound Gang – met de fraaie zinsnede “Burn, motherfucker, burn” – ononderbroken afgespeeld, evenals liedjes uit kinderseries als Sesamstraat en Barney the Purple Dinosaur (‘I Love You').

Zorgde in het begin de radiozender ‘ Voice of America' voor Amerikaans-georiënteerde propaganda, tegenwoordig lijkt tv-zender CNN dat te hebben overgenomen. Zo maakte CNN tijdens de Kosovo-oorlog (1999) dankbaar gebruik van de diensten van de 4th Psychological Operations Group – de enige parate eenheid op het gebied van PsyOps in de U.S. Army.

Zie ook: hightech en propaganda.

Terug naar Boven

 

PUNJI

Door de Viet Cong (VC) tijdens de Vietnam-oorlog gegraven kuil of put, bedekt werden met bladeren en takken.

Levensgevaarlijke punji

In de kuil of put waren bamboe- en houtstaken rechtop gezet, met aan de bovenzijde vlijmscherp gemaakte spiesen. De spiesen waren ingesmeerd met uitwerpselen en lichaamssappen van dode dieren.

Het doel van de punji was om bij de Amerikaanse militairen die in deze booby-trap vielen, infectueuze verwondingen te veroorzaken. In elk geval liep de ongelukkige een tetanusvergiftiging op.

De punji werd ook wel de "poor man's landmine" genoemd: landmijn van de armen.

Terug naar Boven

 

PUNT 50

Mitrailleur .50 inch Browning M2 HB

Schieten met een punt 50-mitrailleur vanaf de 155mm-houwitser M-109 van 11 Afdeling Rijdende Artillerie

Zie: mitrailleur .50 inch Browning M2 HB.

Terug naar Boven

 

PX

Voluit: Post Exchange.

Militaire winkel waar tegen gereduceerd tarief of belastingvrij (taxfree) kan worden gekocht. Heeft vaak het meest weg van een mix tussen supermarkt en gezinswinkel. Het aanbod reikt er van levensmiddelen, parfums en souvenirs tot outdoor-artikelen, kleding en elektronica.

Alleen militairen en hun gezinsleden kunnen de PX bezoeken, ook militairen van andere NAVO-landen. Voorbeelden van PX’en, in meer of minder uitgebreide vorm, zijn de Amerikaanse AAFES (Army and Air Force Exchange Service), Britse NAAFI (Navy, Army and Air Force Institutes), Franse Economat des Armées en Nederlandse Dutch Army Shop (DAS).

Terug naar Boven

 

PYRIDOSTIGMINE

Voluit: pyridostigmine bromide. Afgekort: PB.

PB is een voorbehandelingmiddel bij de dreiging van een aanval met zenuwblokkerende strijdmiddelen (zenuwgassen). Het middel dient als tijdelijke bescherming tegen zenuwgassen en voorkomt dus tijdelijk de ziekteverschijnselen die optreden na het gebruik van zenuwgassen. De ingenomen dosis pyridostigmine is erop afgestemd om 20 à 30% van het cholinesterase tijdelijk te blokkeren. Pyridostigmine is een parasympathicomimeticum dat in 1988 is geïntroduceerd binnen de Nederlandse krijgsmacht. Een parasympathicomimeticum is een middel dat het parasympatisch zenuwstelsel (dat het lichaam in een toestand van herstel en rust brengt) stimuleert.

Het werkingsmechanisme van PB is ingewikkeld. PB is een cholinesteraseremmer: het middel bindt tijdelijk aan het enzym acetylcholinesterase (AChE) en blokkeert gedeeltelijk haar enzymatische werking (afbreken van acetylcholine of ACh). AChE speelt een rol bij de prikkeloverdracht tussen zenuwcellen onderling en tussen zenuw- en spiercellen. De afbraak van ACh door zenuwgassen wordt geblokkeerd.

Terwijl pyridostigmine is gebonden aan de actieve plaats van AChE kunnen zenuwgassen zich daaraan niet binden. De binding is omkeerbaar en duurt slechts enkele uren, dit in tegenstelling tot de permanente binding van zenuwgassen. AChE wordt vervolgens spontaan gereactiveerd. Gedurende de periode waarin het enzym is gebonden door pyridostigmine, wordt de actieve plaats beschermd tegen een aanval door andere verbindingen (zenuwgas). Na enkele uren verlaat pyridostigmine de actieve plaats op het enzym, waardoor het enzym weer kan functioneren en het zenuwstelsel blijft werken.

Cholinesteraseremming heeft géén noemenswaardige nadelige gevolgen voor de gezondheid. Wél kunnen er bijwerkingen (met name op blaas en maagdarmkanaal) optreden, zoals braken, buikkrampen, diarree, frequentere stoelgang, misselijkheid, speeksel- en tranenvloed en verstopte neus. Bij overdosering met PB ontstaat cholinesterasevergiftiging, met verschijnselen die dezelfde zijn als de bijwerkingen, aangevuld met bradycardie (vertraagde hartwerking) en miosis (pupilvernauwing). In gedragstoxicologisch onderzoek is aangetoond dat na toediening van pyridostigmine geen afname van de militaire taakverrichting optrad; ook werden er geen nadelige fysiologische stoornissen gezien. De incidentie van bijwerkingen in deze studies was lager dan 5%, maar slechts enkele procenten van de militairen riepen medische hulp in vanwege de ernst van deze bijwerkingen. In minder dan 1% van de gevallen werd de voorbehandeling gestaakt.

Met de orale inname van PB wordt tevens de doeltreffendheid van atropine vergroot tegen de G-gassen tabun (GA), sarin (GB), soman (GD) en cyclosarin (GF), alsook VX. Atropine is, bij de Nederlandse krijgsmacht, gecombineerd met obidoxim en (pro-)diazepam in de auto-injector. In combinatie met pyridostigmine verbeteren de vooruitzichten van slachtoffers van aanvallen met zenuwgas ten opzichte van therapie met alleen de auto-injector.

Na voorbehandeling met pyridostigmine kan bij daadwerkelijke inzet van zenuwgas de behandeling met de auto-injector niet achterwege worden gelaten. Hierna kan de inname van PB worden gestaakt. Pyridostigmine kan maximaal gedurende 4 weken worden gebruikt; drie extra doordrukstrips per militair zijn bij het onderdeel opgeslagen ter aanvulling. De inname van PB dient te worden voortgezet totdat de commandant opdracht geeft om te stoppen óf zodra de vergiftigingsverschijnselen van een zenuwblokkerend strijdmiddel worden bemerkt.

Kenmerken en gebruiksaanwijzing:

chemische formule

C9H13N2O2

gebruiksaanwijzing

  • uitsluitend beginnen met innemen op bevel van uw commandant (normaliter bij chemisch hoog); aanvang of beëindiging van het innemen van PB is niet een plaatselijke beslissing noch een individuele beslissing.
  • om de 8 uur stipt volgens het schema op de strip 1 tablet innemen, bijvoorbeeld gezamenlijk op een ingelast appel.
  • nooit meer dan 3 tabletten per 24 uur innemen.
  • strip steeds in etui bewaren (tegen vocht) op organieke opbergplaats: draagtas NBC-masker.

inhoud doordrukstrip

21 tabletten

inhoud tablet

30 mg

NSN

6505-17-101-1693

werkzaamheid

30 minuten na inname; goede bescherming 2½ uur na eerste dosis

Zie ook: auto-injector, C.B.R.N.-middelen en Golfoorlogsyndroom.

Terug naar Boven

 

PYRRUSOVERWINNING

Synoniemen: schijnoverwinning; schijnsucces.

De Griek Pyrrus, koning van Epirus (319-272 BC), was de eerste Griekse koning die de strijd met het Romeinse wereldrijk durfde aan te gaan.

Met een expeditieleger en 20 olifanten stak hij de Adriatische Zee over en versloeg de Romeinen achtereenvolgens bij Heraclea (280) en Ausculum (279). Het bleken echter Pyrrusoverwinningen: overwinnaar Pyrrus leed uiteindelijk (relatief) meer verliezen dan de Romeinse verliezer en moest zich noodgedwongen terugtrekken. Ook bleef Rome weigeren zich te onderwerpen. Tot slot werd Pyrrus in 275 bij Beneventum definitief door de Romeinen verslagen.

De achterliggende problemen van Pyrrus’ Pyrrusoverwinningen waren een falende herbevoorrading en gebrek aan versterkingen uit Griekenland.

Terug naar Boven

Laatste update:08.07.2010