Inhoudsopgave R
Terug naar de homepage
 

Maak uw keuze uit de hieronder getoonde lijst

 

R's NEGEN GOUDEN

Het voortbestaan van (het organisatietalent van) de onderofficier valt of staat met de negen gouden R's:

RauzenAchteroverdrukken uit 's lands voorraad, bijvoorbeeld AS-84 in Garderen
RegelenOrganiseren buiten de formele, hiërarchieke kanalen om, bijvoorbeeld buiten de compagniestrojka CC, PCC en CSM om
Rekening rijkVermissingen laten betalen door de schatkist in plaats van door de enkele man of vrouw
RitselenOp informele wijze proberen te bekomen
RommelenAfdingen; Marchanderen; Pingelen
RotzooienKnoeien
RovenOngevraagd en vooral onverwacht wegnemen
RuilenMeer nemen dan geven

De grondregel voor het correct en tevens juist kunnen uitvoeren van de negen gouden R's is het elfde gebod: gij zult niet gesnaaid worden!

Uiteraard zal de onderofficier bovenstaande negen gouden R's te allen tijde uitleggen als een grapje van het korps onderofficieren...

Terug naar Boven

 

RACCORDEMENT

Synoniem: spoorwegemplacement. Kleinere specifieke militaire infrastructuur die in beheer en eigendom is bij het Ministerie van Defensie.

Tot het einde van de Koude Oorlog was het raccordement de locatie waar voortdurend platte spoorwegwagons gereedstonden om bij oorlogsdreiging zo snel mogelijk een groot aantal tanks en pantservoertuigen naar de Noord-Duitse laagvlakte te kunnen vervoeren.

Een raccordement – een aantal spoorlijnen naast elkaar dat aansluit op het generieke spoorwegennet van de Nederlandse Spoorwegen – bestaat in de regel uit rangeerterreinen, laad/los- en overslagstations en aan het begin een oprijperron. Door middel van de raccordementen kunnen tanks en andere rupsvoertuigen vanaf het oprijperron de wagons oprijden.

Tegenwoordig worden raccordementen met name gebruikt voor het treinvervoer naar grote oefenterreinen in het buitenland.

Als uitvloeisel van het Structuurschema Militaire Terreinen (SMT) en de wens van de NAVO dat de Nederlands krijgsmacht snel ter plaatse moest kunnen zijn, heeft Defensie toentertijd vier eigen, regionaal gespreide raccordementen aangekocht, allen net buiten de bebouwde kom gelegen. Naast de functionele noodzaak, is vervoer per spoor doelmatiger dan over de weg, zorgt dit ervoor dat het rijdend materieel minder slijt en worden zowel het wegverkeer als het milieu minder belast.

’t Harde kreeg in oktober 1987 als eerste een raccordement. Daarna volgden ook accordementen in Amersfoort, Oirschot en Assen.

‘t Harde

Nabij het NS-station, langs de spoorbaan Amersfoort-Zwolle, ten oosten van de Eperweg. Grootte: 10,3 hectare. Als eerste gereed.

Assen

Ten westen van de Oosterparallelweg. Grootte: 0,5 hectare. Als vierde gereed.

Amersfoort

Tussen de Bernhardkazerne en militair oefenterrein De Vlasakkers, ten zuiden van het Monnikenboschpad. Grootte: 12,3 hectare. Als tweede gereed.

Oirschot

Aan de Mispelhoefstraat in Acht-Eindhoven. Grootte: 1,8 hectare. Als derde gereed. Inmiddels opgeheven.

Terug naar Boven

 

R.A.C.R.

Werkwoord: RACR’en (“rakkeren”). Ezelsbruggetje voor het plegen van kaartstudie voordat wordt verplaatst. De te verplaatsen route is hierbij in legs verdeeld. Door per leg een gedegen kaartstudie te maken, kan worden verplaatst zonder (vaak) op de kaart te kijken.

Een leg moet worden gedefinieerd het segment van een route tussen twee waypoints. Een route met vier waypoints heeft drie legs; een route met acht legs kent negen waypoints. Idealiter omvat de optelsom van alle legs:

  • de meest snelle route
  • de meest tactische route
  • de meest veilige route
  • een combinatie van het hierboven genoemde

 
Per leg worden genoteerd:

R

Richting

In graden, mils of windrichting. In een directe lijn en zonder omwegen.

A

Afstand

Opmeten op de kaart. Vanaf aanvangspunt (APT) tot eindpunt (EPT). Afhankelijk van het terrein (verhard, onverhard), weer, bepakking. Omzetten naar passen, waarbij gebruik wordt gemaakt van twee afstandsmannen. 1 pas ≈ 75 cm.

C

Controlepunten

Markante punten in het terrein die onderweg worden gepasseerd.

R

Reliëf

Studie van de hoogtelijnen en de omgeving op de kaart.

Voorbeeld van RACR’en:

LEG

VAN

NAAR

RI

AFST

CTRLPTN

RELIËF

1

APT (FT........)

Wildrooster

330 mils

400 m (535 pas)

Bosrand tot wildrooster

Naar boven

2

Wildrooster

EPT (FT........)

480 mils

700 m (935 pas)

Kruispunt, waterloop aan rechterzijde tot EPT

Naar beneden

Terug naar Boven

 

RADIO ORANJE

Op 13 mei 1940 – één dag vóór het bombardement op Rotterdam en de capitulatie van het Nederlandse leger – nam Koningin Wilhelmina tegen haar zin de wijk naar Londen, gevolgd door haar familie en het kabinet. De kans was te groot dat ze in Duitse handen zou vallen.

Omdat Hare Majesteit het na haar gedwongen vlucht uit Nederland belangrijk vond dat er contact werd onderhouden met het bezette Nederland, werd Radio Oranje opge­richt. Radio Oranje – ‘De stem van strijdend Nederland' - zond uit met behulp van het zenderpark van de British Broadcasting Corporation (BBC) en garandeerde een onafhankelijke informatievoorziening nadat de Duitsers de zenders in Hilversum bezetten, onder Duits toezicht stelden en censureerden.

Naast Radio Oranje zonden nog twee Nederlandstalige zenders uit: Radio Brandaris voor zeevarenden van marine en koopvaardij én, via het korte golfradiostation WRUL in Boston (VS), de Vrije Nederlandsche Omroep in Amerika voor Nederland en Nederlandse zeevarenden.

Hoewel er, zeker in de beginjaren, heel wat mankeerde aan de strijdlust in de radiouitzendingen, is zelfs met het beperkte aantal minuten per dag dat Radio Oranje mocht uitzenden en het beperkte aantal luisteraars de impact groot geweest: de luisteraars gaven door wat ze hoorden, waardoor berichten zich als een golf over Nederland verspreidden.

Vanaf begin juli 1940 zijn de uitzendingen van BBC European Service op het vasteland te ontvangen; halverwege de maand verbood de Duitse bezetter het luisteren naar buitenlandse zenders (om de Nederlandse bevolking te beschermen tegen onjuiste berichten!), startte vervolgens met het storen (jammen) van de zenders en verplichtte de bevolking vanaf mei 1943 alle radiotoestellen in te leveren. Het gevolg was dat duizenden radio's onder vloeren of in kasten verdwenen en menigeen provisorisch radio-ontvangers in elkaar knutselde.

Uit naam van de Nederlandse regering was de BBC intussen benaderd door Adriaan Pelt, het hoofd van de Regeringsvoorlichtingsdienst in Londen. De eerste uitzending van Radio Oranje vond plaats op 28 juli 1940 om 21.00 uur en hierin kwam de Koningin zelf aan het woord:

“Het verheugt mij bijzonder dat dankzij de welwillende medewerking van de Engelse autoriteiten dit Nederlandse kwartier in de uitzendingen van de Britse radio is ingelast. En ik spreek de hoop uit dat vele landgenoten, waar zij zich ook mogen bevinden, voortaan getrouwe luisteraars zullen zijn van de vaderlandse gedachten die hen langs deze weg bereiken.

En thans is het mij een waar genoegen met dit korte woord de eerste te zijn die in dat kwartier tot u spreekt. Ik wek mijn landgenoten in het vaderland en overal, waar zij zich bevinden op, om, hoe donker en moeilijk de tijden ook zijn, te blijven vertrouwen in de eindoverwinning van onze zaak, die niet alleen sterk staat door de kracht van wapenen, maar niet minder door het besef dat het gaat om onze heiligste goederen. Ik heb gezegd."

In de eerste uitzending van Radio Oranje gaf Koningin Wilhelmina een verklaring voor haar uitwijken naar Londen:

“Omdat de stem van Nederland niet stom kan blijven, heb ik ten laatste het besluit genomen, het symbool van mijn natie, zoals dit in mijn persoon en in de regering is belichaamd, over te brengen naar een plaats, waar het kan voortwerken als een levende kracht, die zich kan doen horen.”

De openingsmelodie van het cabaret ‘De Watergeuzen’ op Radio Oranje was het geuzenlied ‘In naam van Oranje, doe open de poort’ over de Nederlandse opstandelingen die in de Tachtigjarige Oorlog het stadje Den Briel veroverden op de Spanjaarden.

Maar de herkenningstonen die onlosmakelijk verbonden blijven aan de opening van de uitzendingen van Radio Oranje waren die van de 5de Symfonie van Beethoven (“Té-té-té-tééé, té-té-té-tééé”), omgezet naar morse: kort - kort - kort - lang. Het ritmisch verloop van de morsetekens symboliseerde de V (van victory), waardoor de 5de Symfonie van Beethoven uitgroeide tot de 'verzetssymfonie'.

Na de symfonische klanken volgde steevast het vertrouwde “Hier Radio Oranje, de stem van strijdend Nederland”, gevolgd door de nieuws- en schuilberichten. Schuilberichten waren gecodeerde boodschappen voor het verzet in Nederland, bijvoorbeeld over sabotageacties en wapenzendingen. Zo kon het schuilbericht “De boerenkool kan geoogst worden, ik herhaal: de boerenkool kan geoogst worden” betekenen dat een neergeschoten piloot in veiligheid moest worden gebracht.

Gedurende de dagelijkse uitzendingen van één- en later tweemaal een kwartier die de BBC beschikbaar stelde – op de 1.500 meterband (langegolf), 373, 285 en 261 meterband (middengolf) en 49, 41 en 31 meterband (korte golf) – volgde door de oorlogsjaren heen vele radiotoespra­ken. Toch heeft Koningin Wilhelmina in al die jaren maar ruim dertig radioredes gehouden. Maar als ze sprak, waren haar toespraken fel van toon en zeer populair. Niet in de laatste plaats vanwege de onblusbare haat tegen de Duitse bezetter. De majesteitelijke peptalk gaf de Nederlanders in bezet Nederland hoop en maakte van Koningin Wilhelmina één van de symbolen van het verzet tegen de nazi’s, ondanks het gegeven dat Radio Oranje als gevolg van de Duitse stoorzenders op de meeste plaatsen alleen op de korte golf was te beluisteren.

Hoewel Koningin Wilhelmina – die door de Britse premier Winston Churchill de enige Nederlandse man in het kabinet werd genoemd – zich doorgaans onverzettelijk uitdrukte, had ze krachtig en vaker steun moeten vragen voor haar joodse landgenoten. Hetzelfde verwijt trof premier Pieter Sjoerds Gerbrandy, de opvolger van minister-president Dirk Jan de Geer – die op staande voet was ontslagen omdat hij een voorstander was van een Nederland onder Duits bestuur. Wilhelmina’s bekendste uitdrukking voor Radio Oranje is waarschijnlijk “Slaat den mof op zijn kop”, dat uit haar mond klonk als een opdracht van regeringswege – terwijl het een schending was van de regel dat het woord “mof” (scheldnaam voor een Duitser) niet op Radio Oranje mocht worden genoemd.

Radio Oranje was van meet af aan de officiële spreekbuis van de Nederlandse regering (Nederlandsche Regeerings Voorlichtingsdienst) in ballingschap in Londen, gevestigd in Stratton House aan Stratton Street in Londen. Bekende medewerkers waren Sybille van der Willik, Stanley Wright, Loe de Jong, Jan Willem Lebon, Jan van Os, Jan de Hartog, Henk van den Broek (‘De Rotterdammer'), Hans Reyneke van Stuwe, H.W. Sandberg, Godard Kal, George Sluizer, Frits Thors, A. den Doolaard (Bob Spoelstra) en last but not least huiszangeres Jetty Paerl (“Jetje van Radio Oranje"). Jetje zong enkele malen per week anti-Duitse liedteksten voor Radio Oranje, zoals “Zandvoort al aan de zee, alleen voor Moffen en NSB”.

Op instigatie van premier Gerbrandy fuseerde Radio Brandaris op 30 oktober 1942 met Radio Oranje. Zodoende waren vanaf 2 november ’42 de opgeleukte uitzendingen van de Nederlandse regering in ballingschap te horen, waarbij het vernieuwende was gericht op het stimuleren van het verzet.

Radio Oranje wakkerde het verzet in het vaderland aan, voorzag het vaderland van nieuws (en bestreed daarmee de Duitse propaganda), hield het vertrouwen in de bevrijding hoog en gaf aanwijzingen en richtlijnen voor het (over)leven onder de Duitse overheersing. Dit alles vond op bescheiden wijze plaats, want het luisteren naar Radio Oranje (en BBC European Service) was verboden. In weerwil van de flinterdunne scheidslijn tussen journalistiek en propaganda, juist in oorlogstijd, heeft Radio Oranje ook mede de aanzet gegeven tot het maken en distribueren van vele illegale blaadjes in Nederland, waarvan Het Parool, Trouw en Vrij Nederland de bekendsten zijn.

Ondanks de (zelf)censuur door de Nederlandse en Britse regeringen – waarbij de scripts van uitzendingen 48 uur tevoren moesten worden overlegd aan het Britse Ministry of Information en ook de Nederlandse ministerraad zijn goedkeuring moest geven – en aansporingen van Koningin Wilhelmina om voorzichtig te werk te gaan, bleek de door Radio Oranje vanuit Londen verstrekte informatie over het verloop van de oorlogshandelingen in de regel meer in overeenstemming te zijn met de feiten dan wat de Duitse propaganda wilde doen geloven.

Omdat Koningin Wilhelmina, zeker in de beginperiode, geen zicht had op de situatie in Nederland, vermoedde ze dat ophitsende uitzendingen tot represailles van de Duitsers zouden leiden. Daarom nam ze het zekere voor het onzekere, waardoor ook slechts summier naar het lot van joodse Nederlanders werd verwezen. Immers, alleen al heimelijk naar Radio Oranje luisteren werd door de Duitsers beschouwd als een daad van verzet – die niet alleen door het verzet (illegaliteit, ondergrondse) werd uitgevoerd.

Na de Tweede Wereldoorlog hield Radio Oranje snel op te bestaan. Hoewel via de Duitse radiozender 'Vesting Holland' nog in de avond van 5 mei werd bekendgemaakt dat de berichten over een onvoorwaardelijke overgave van Duitsland volstrekt ongemotiveerd waren, richtten diezelfde avond zowel Hare Majesteit de Koningin als Z.K.H. Prins Bernhard zich via Radio Oranje tot het Nederlandse volk om Bevrijdingsdag aan te kondigen. Hiermee viel de bestaansreden van de omroep weg; het laatst bekende draaiboek dateerde van 2 juni 1945.

Na de bevrijding van Eindhoven werd al op 3 oktober 1944 onder leiding van de verzetsman Cornelis Gehrels vanuit het Philips Natuurkundig Laboratorium de eerste uitzending verzorgd van Radio Herrijzend Nederland. Als opvolger van beide radiostations, Oranje en Herrijzend Nederland, geldt Radio Nederland Wereldomroep.

Bronnen & Naslagwerken:

‘De Koningin sprak. Proclamaties en radiotoespraken van H.M. Koningin Wilhelmina gedurende de oorlogsjaren 1940-1945’ – dr. AMG Schenk & J.B.Th. Spaan (Ons Vrije Nederland, 1945)

‘Het recht om te waarschuwen. Over de Radio Oranje-toespraken van Koningin Wilhelmina’ – Jord Schaap (Uitgeverij Ambo/Anthos, 2007)

‘Hier is Londen’ (brochure over het werk van de BBC tijdens de oorlog, 1945)

‘Hier Radio Oranje. Vijf jaar radio in oorlogstijd’ – H.J. van den Broek (Vrij Nederland, 1947)

Onderling strijdend voor de goede zaak. Radio Oranje en De Brandaris – Onno Sinke (Tijdschrift voor Mediageschiedenis 2005-1)

‘Radio der Gegenpropaganda. Der niederländische Exilsender. Radio Oranje im Widerstand gegen die deutsche Besatzung (1940-1945)’ – Martin Bott (1994, artikel)

Radio Oranje, Andere Tijden, VPRO-televisie, 7 mei 2009

‘Verzet vanuit de verte. De behoedzame koers van Radio Oranje’ – Onno Sinke (Uitgeverij Augustus, 2009)

Terug naar Boven

 

RADIOSTILTE

Op 26 november 1941 om 06.00 uur lokale tijd vertrok een Japanse oorlogsvloot onder radiostilte uit de Hitokapu-baai. Pas twaalf (!) dagen later, om 07.35 uur, verbrak een verkenningsvliegtuig de radiostilte; voor de Japanners was het belang van een strikt in acht genomen radiostilte gedurende de gehele tocht belangrijker dan het voordeel van een vroegtijdige luchtverkenning.

De radiostilte bleek geen overbodige luxe, want Amerikaanse carriers waren vlakbij. Het laatste wat vice-admiraal Chuichi Nagumo wilde was een onverwachte ontmoeting op volle zee. Hoewel overal, van Indochina tot de Marshall-eilanden, verdachte Japanse vlootbewegingen werden waargenomen én Nagumo nota bene op 30 november nog via de radio berichten had doen uitgaan om zijn schepen ten gevolge van een orkaan in formatie te brengen, werden de Japanners niet getraceerd.

Op 7 december om 07.40 uur zag commodore Mitsuo Fuchida, die de eerste wave Japanse vliegtuigen leidde, de eerste Amerikaanse schepen. De Amerikanen sliepen of waren aan wal. Fuchida riep het codeword “Tora” (“Tijger”) over de radio: de aanval kon beginnen.

De aanval op de marinebasis Pearl Harbour op 7 december 1941 kostte aan ruim 2.400 Amerikanen het leven. De Japanse (lucht)vloot bracht in twee waves ± 350 gevechtsvliegtuigen in actie. Opnieuw bleek de klassieke krijgslist van de radiostilte een beproefd middel om de vijand in het ongewisse te laten.

Maar… sinds het verschijnen van het boek ‘Day of Deceit: The Truth About FDR and Pearl Harbor’(1999) van Robert B. Stinnett is de radiostilte-theorie ontkracht als een leugen. Het is aantoonbaar dat de Amerikaanse regering heeft gefaald om de onderschepte, gedecodeerde en in het Engels vertaalde codes van de Japanse marine te overhandigen aan luitenant-generaal Walter C. Short en admiraal Husband E. Kimmel, respectievelijk commandant U.S. Army op Hawaii en cmmandant Pacific Fleet. De codes wezen onverbloemd uit dat oorlog dreigde.

Duits: Funkstille (niet zenden én ontvangen); Funksendeverbot (niet zenden). Engels: radio silence. Frans: silence radio. Afgekort: RX.

Radiostilte is, evenals elektronische stilte, een maatregel in het kader van elektronische oorlogsvoering (EOV) en emission control (EMCON).

Radiostilte is de verbindingsstatus van alle personeel om ter wille van operationele en/of veiligheidsredenen (tijdelijk) geen berichten via de radio te mogen zenden. Hierdoor wordt de vijand onzeker gehouden over de opstelling en sterkte van eigen troepen. Eenmaal opgelegde radiostilte mag niet onnodig verbroken worden, tenzij voor een vijandmelding.

Met radiostilte worden in het kader van de (verbindings)veiligheid dus géén radiosignalen overgebracht en wordt zo radiatie van elektromagnetische energie voorkomen. In de praktijk betekent radiostilte dat de radiozendapparatuur alleen is ingesteld op de mogelijkheid berichten te ontvangen, niet om te zenden.

Door zo mogelijk radiostilte (van… tot… ) te hanteren – en zo min mogelijk vuur uit te brengen, schuilplaatsen te betrekken, camouflage toe te passen, geen voorbereidende beschietingen af te geven, eenheden te spreiden, frequent van positie of stelling te wisselen en andere misleidingsmaatregelen – wordt de vijand zo veel mogelijk in het ongewisse gehouden.

Zie ook: camouflage, elektronische oorlogvoering (EOV), emission control (EMCON), misleiding en radiotelefonieprocedure.

Terug naar Boven

 

RADIOTELEFONIEPROCEDURE

Duits: Sprechfunk. Engels: radiotelephone procedure. De werkwijze bij het gebruik van spraakverbindingen door middel van radiogolven. De werkwijze, met als doel de radiodiscipline én verbindingsveiligheid te handhaven dan wel te verbeteren, bestaat voor het grootste deel uit het drillmatig omgaan met voornamelijk Engelstalig verbindingsjargon én het correcte gebruik van zaken die betrekking hebben op de radiotelefonieprocedure zelf, zoals:

afwijkende roepnamen (callsigns)

code-, pro- en verbindingswoorden

frequenties (analoog, digitaal)

laden van frequenties met cryptosleutels (fillgun)

radiostilte

reservefrequenties

roepnamen (callsigns) in het kader van CASEVAC of MEDEVAC

telefoonnummers (PTT, MDTN, mobiele telecommunicatie)

wachtwoorden

Verbindingsveiligheid kan alleen worden bewerkstelligd door:

  • alleen te zenden als berichtenverkeer noodzakelijk is
  • een strenge discipline op het radionet te handhaven
  • gebruik te maken van Emission Control (EMCON) maatregelen (elektronische stilte, radiostilte)
  • geen coördinaten te noemen over een onbeveiligde verbinding
  • geen gebruik te maken van niet toegewezen frequenties en werkwijzen
  • geen namen van eenheden en personen te noemen over een onbeveiligde verbinding
  • geen netwerken te laden die niet zijn toegewezen
  • getallen en cijfers op de correcte manier uit te spreken
  • op korte, zakelijke wijze de berichten snel, binnen 20 seconden te verzenden
  • opgelegde elektronische stilte en/of radiostilte niet onnodig te verbreken, ook niet om een verbindingscheck uit te voeren
  • uitzendingen naar vijandzijde af te schermen

Daarnaast mag niet:

  • de betekenis van codewoorden worden genoemd
  • eigenmachtig worden afgeweken van de radiotelefonieprocedure
  • in de microfoon worden geblazen
  • met te groot vermogen worden gezonden
  • ongeoorloofd klare taal worden gebruikt
  • onnodig de spreekschakelaar worden ingedrukt

Mondelinge berichten worden onder andere overgebracht via de FM9000. Door iedereen op een correcte manier én met gebruikmaking van de correcte radiotelefonieprocedure de FM-9000 te laten bedienen, is het personeel onder stressvolle omstandigheden beter in staat te kunnen blijven werken. Het personeel maakt hierbij onder meer gebruik van het Memorandum voor Radiotelefonie (IK 11-7).

Omdat verbindingsapparatuur elektromagnetische energie uitzendt, worden door een correcte radiotelefonieprocedure automatisch Electronic Protective Measures (EPM) gerealiseerd.

Zie ook: FM9000, Harris HF7000, KL-VSAT, K.V.O. (kennisgeving van ontvangst), Multitel, ROGER en WILCO.

Terug naar Boven

 

R.A.D.U.S.A.

Behalve een oord in Macedonië, een ezelsbruggetje dat wordt gebruikt voor het doen van een vijand-melding:

BETEKENIS VOORBEELD
R Richting (volgens de klokmethode in uren) 10 uur

 

A Afstand (in meters) 600 meter

 

D Doel (zo specifiek mogelijk) sniper

 

U Uitrusting (SPEAR) Heckler & Koch PSG-1

 

S Sterkte (getalsmatig) 1

 

A Actie (te verwachten) uitschakelen eigen troepen

 

Zie ook S.A.L.U.T.E.

 

RAID

Duits: Angriff. Frans: incursion. Nederlands: overval(ling). Snelle en verrassende aanval die eerst dan na grondige voorbereiding én gebaseerd op gedetailleerde verkenning wordt uitgevoerd in vijandelijk gebied door een eenheid ter grootte van een bataljon of bataljonstaakgroep (task force) of kleiner.

Doel van een raid is het:

  • demoraliseren, ontwrichten, uitputten of verwarren van vijandelijke eenheden
  • gevangennemen van vijandelijke leidinggevenden
  • vernietigen van vijandelijke installaties (met name commandoposten, logistieke installaties, verbindingscentra en andere hotspots)
  • vernietigen, (tijdelijk) vermeesteren of verstoren van een vijandelijk essentieel element

Een raid omvat een verplaatsing naar én penetratie in vijandelijk gebied, vaak in het kader van een diepe operatie van het hoger niveau. Het (relatief) kleinschalige en kortdurende karakter van een raid eindigt met een geplande terugkeer over de grond óf door de lucht: indien uitgevoerd door een air assault-eenheid in één wave.

Zie ook: airborne, bruggenhoofd, coup-de-main en invasie.

Terug naar Boven

 

RALLY POINT

Nederlands: verzamelpunt. Duits: Sammelplatz; Sammelpunkt. Frans: point de ralliement; point de regroupement. Gemakkelijk herkenbaar punt in het terrein waar eenheden zich op een veilige locatie snel in een rondom verzamelen en reorganiseren.

Het rally point maakt deel uit van de procedure contactdrill na een rally: een noodoproep, na onderkenning door de vijand, om aan de achterzijde, op de linkerflank of op de rechterflank tijdens een patrouille direct de wapens op te nemen tegen de vijand, vervolgens af te breken en tenslotte uit te wijken naar een emergency rendez-vous (ERV) of final rendez-vous (FRV).

Draag er zorg voor dat elk lid van de patrouille weet waar onderweg de geplande en alternatieve uitwijkroutes en rally points gelegen zijn, zoals ERV en FRV; deze punten liggen met tussenpozen langs of op de route. Het verblijf in een rally point duurt zo kort mogelijk; nooit langer dan 15 minuten.

Zie ook: contactdrill, emergency rendez-vous (ERV), final rendez-vous (FRV), patrouille te voet, rendez-vous en verkenningspatrouille.

Terug naar Boven

 

RAMBO, JOHN JAMES

John Rambo - geboren in Bowie, Arizona - is het fictiekarakter dat is gecreërd door de schrijver David Morrell in zijn roman 'First Blood' (1972). In dit boek breekt een kleine Vietnamoorlog uit in de Amerikaanse binnenlanden. De eerste zin van de roman luidt: “His name was Rambo, and he was just some nothing kid for all anybody knew, standing by the pump of a gas station at the outskirts of Madison, Kentucky.”

Rambo werd tien jaar later wereldberoemd als het alter ego van de Amerikaanse acteur Sylvester Stallone (1946).

John James Rambo speelt de hoofdrol in 4 achtereenvolgende speelfilms, te weten ‘Rambo. First Blood’ (1982), ‘Rambo. First Blood Part II’ (1985), ‘Rambo III’ (1988) en ‘Rambo’. De laatste film ging op 21 februari 2008 in de Nederlandse bioscoop in première.

De voormalige Green Beret John Rambo heeft na een missie in Vietnam moeite om te herintegreren in de burgermaatschappij; hij lijdt aan het posttraumatische stresssyndroom, die het gevolg is van een krijgsgevangenschap waarin hij is gemarteld én door zijn individualistische opleiding als lid van de Special Forces.

Rambo is het cinematografische schoolvoorbeeld van de introverte spierbundel / einzelgänger. Weliswaar goed getraind in survival, wapens, vechtkunst en guerrillaoorlogvoering, verschiet  hij onnodig megahoeveelheden munitie. Met een overdosis aan geweld (“Killing is easier than breathing”) wint hij zijn (persoonlijke) oorlogen. Na zijn eervol ontslag heeft de vechtmachine zich afgezonderd van de maatschappij, waar hij psychisch gekweld raakt door elke vorm van onrecht.

Terug naar Boven

 

RAMP CEREMONY

Laatste eerbewijs dat door aanwezige troepen in groten getale wordt gebracht aan een gesneuvelde collega in een operatiegebied. De collega wordt vervolgens teruggevlogen naar zijn vaderland.

Bij een ramp ceremony vormen de aanwezige militairen, aan beide kanten van de laadklep aan de achterzijde van het vliegtuig, een lintvormige erehaag. Door de erehaag van in de houding staande troepen lopen 8 kistdragers met de kist met het stoffelijk overschot plechtstatig in de richting van het vliegtuig. Op de kist ligt de vlag van het vaderland. Bij de Nederlandse driekleur ligt wit midden op de kist, blauw ter linkerzijde in de looprichting en rood rechts.

De ramp ceremony van een Canadese collega

Achter de kistdragers loopt de kussendrager: hij draagt een kussen met daarop baret, medailles en overige onderscheidingstekens van de collega.

Het postume eerbetoon aan de gevallen kameraad wordt vergezeld door eremuziek, -signalen, en/of -woord (commandant of geestelijk verzorger) en overige ceremoniële plichtplegingen. Na alle protocollaire formaliteiten wordt de kist in het vliegtuig gedragen en kan het stoffelijk overschot zijn laatste thuisreis aanvaarden.

Terug naar Boven

 

RANGEN & STANDEN (INTERNATIONAAL)

Onderstaande één-op-één vergelijking van de rangen en standen binnen de Belgische (BE), Britse (UK), Duitse (GE), Franse (FR) en Nederlandse (NL) landmacht is gebaseerd op NATO Standardization Agreement (STANAG) 2116, 'NATO Codes for Grades of Military Personnel'. Deze publikatie dateert van 13 maart 1996.

Binnen de Nederlandse krijgsmacht is STANAG 2116 terug te vinden in Defensiepublikatie (DP) 20-10, Ceremonieel & Protocol, bijlage H.

Code GE

NL

UK

OF-10 field marshal
OF-9 general generaal general
OF-8 generalleutnant luitenant-generaal lieutenant-general
OF-7 generalmajor generaal-majoor major general
OF-6 brigadegeneral brigade-generaal brigadier
OF-5 oberst kolonel colonel
OF-4 oberstleutnant luitenant-kolonel lieutenant-colonel
OF-3 major majoor major
OF-2 (stabs)hauptmann kapitein captain
OF-1 oberleutnant leutnant eerste luitenant tweede luitenant lieutenant second lieutenant
OR-9 oberstabsfeldwebel adjudant

warrant officer class I

regimental sergeant major RM

OR-8 stabsfeldwebel  adjudant

warrant officer class II

quartermaster sergeant RM

OR-7 hauptfeldwebel sergeant-majoor staff sergeant colour sergeant RM
OR-6 oberfeldwebel feldwebel sergeant der eerste klasse sergeant
OR-5 stabsunteroffizier unteroffizier sergeant sergeant
OR-4 oberstabsgefreiter stabsgefreiter korporaal der eerste klasse corporal
OR-3 hauptgefreiter obergefreiter korporaal lance corporal
OR-2 gefreiter

soldaat der eerste klasse

soldaat der tweede klasse

private
OR-1 grenadier soldaat private

Terug naar Boven

 

RATS, KUCH EN BONEN

Behalve een liedje van ene Lou Bandy uit 1939 – de jaren van de mobilisatie – de verzamelnaam voor het toenmalige militaire voedsel.

Het soldatendiner bestond in die tijd dus uit rats (door elkaar gehutselde stamppot, verkort uit ratjetoe, van het Franse "ratatouille", die vergelijkbaar is met wat de Duitsers "Eintopf" noemen), kuch (een plankharde broodsoort, ook wel ‘commiesbrood’ genoemd, waarmee je de ramen van de kazernebarakken kon ingooien) en bonen.

Het geheel geeft al aan dat het een weliswaar voedzame maar ook erg goedkope maaltijd was. Logisch, want in die tijd – vanaf de mobilisatie en de meidagen van 1940 tot en met het einde van de Tweede Wereldoorlog – liep Nederland niet over van het geld. Al vóór de Tweede Wereldoorlog bestonden er verzamelblikken rats, kuch en bonen die zichzelf verwarmen door het langzaam verbranden van cordiet.

Zie ook: Ontwikkeling & Ontspanning (O & O).

Terug naar Boven

 

RAVEN MINI-UAV

Volledige naam: AeroVironment RQ-11B Raven. Bijnaam: ‘vliegende verrekijker’

Deze op afstand bestuurbare  (Small) Unmanned Aerial Vehicle / Short Range Tactical UAV kan, binnen enkele minuten, uit de hand worden gelanceerd en landt in een glijvlucht met ‘deep-stall’ (opgetrokken neus).

Bij vrij zicht (line-of-sight) kan de Raven observaties uitvoeren met een actieradius van maximaal 10 km, waarbij de UAV aanvullende real-time situational awareness levert.

De aandrijving van de Raven, de opvolger van de FQM-151 Pointer, vindt plaats door een elektromotor; de propeller bevindt zich achter de vleugels.

Op 29 mei 2008 tekende Defensie met de Amerikaanse firma AVINC het contract voor de aanschaf van de Raven, bestemd voor de verkenningseenheden van de pantser- en luchtmobiele infanterie en het Korps Commandotroepen van de Koninklijke Landmacht én het Korps Mariniers. Het Raven-systeem bestaat uit drie vliegtuigjes, een grondstation (laptop) voor het vluchtplan en de vlucht, en een antennesysteem voor de verbinding tussen het grondsysteem en het vliegtuigje. De order bedroeg 7,7 miljoen dollar. De eerste Ravens stroomden in 2009 in.

Onder andere ook Australië, Denemarken, Italië, Spanje en de Verenigde Staten beschikken over de Raven.

Specificaties:

actieradius (bereik)

10 km

gewicht

1,9 kg

hoogte

40 cm

kostprijs per stuk

± € 135.000 ($173,000)

kruissnelheid

30 tot 80 km per uur

lengte

91 cm

maximum vliegafstand

10 km

producent

AVINC (AeroVironment, Californië, VS)

spanwijdte

1 meter 37

vliegduur (luchtwaardigheid), maximaal

90 à 110 minuten

vlieghoogte Above Ground Level (AGL)

500 voet (150 m), max. 5.000 voet (1.500 m)

vliegsnelheid, maximaal

95 km per uur

voortstuwing

elektromotor, gevoed door oplaadbare Lithium-ion-polymeer (Li-po) accu

De UAV is voorzien van dag- en nachtzichtcamera's met hoge resolutie en infrarood- dan wel thermische mogelijkheden, die zowel voor- als zijwaarts registreren. De gemaakte beelden worden tijdens de vlucht live op het grondstation getoond, waardoor de UAV op allerlei manieren bruikbaar is als hulpmiddel:

► aanvragen vuursteun
► beeldopbouw bij bosbranden, grote evenementen of in rampgebieden (NatOps en missie)
► beveiligen van bases, konvooien en patrouilles
► opsporen van verdachten of vermisten (NatOps en missie)
► uitvoeren van battle damage assessment (BDA)
► uitvoeren van een (terrein)verkenningen

De operator op het grondstation kan coördinaten inplotten op digitale kaarten, waarna de UAV via way-points automatisch een route vliegt of rond een markant punt blijft rondcirkelen.

De Raven verving de Aladin mini-UAV.

Officieel de Raven RQ-11B, bijgenaamd de ‘vliegende verrekijker’.

In de nacht van 31 december 2009 op 1 januari 2010 heeft Defensie op verzoek van de burgemeester van de gemeente Aalburg de politie van Midden- en West-Brabant bijgestaan bij de handhaving van de openbare orde. Drie Ravens vlogen boven delen van het dorp Veen in de gemeente Aalburg. In Veen kwam het tijdens de vorige Oudejaarsnacht tot brandstichting en rellen met de politie. De samenwerking met civiele autoriteiten, zoals de politie, is één van de kerntaken van Defensie.

De drie onbemande toestellen zonden tijdens hun vlucht beelden uit waarmee de politie het verloop van de Nieuwjaarsfestiviteiten kon volgen. Een zevenkoppig Raven-team van de KL verzorgde de luchtsurveillance. De verkenningsvliegtuigjes waren uitgerust met een dag- of nachtzichtcamera, waarmee tot een afstand van 10 kilometer informatie kon worden ingewonnen.

Terug naar Boven

 

REACTIETIJD

De reactietijd bestaat uit de optelsom van de graad van gereedheid, verplaatsingstijd en ontplooiingstijd.

De graad van gereedheid kan zijn:

  • Normaal: Notice To Move (<) 3 uur
  • Verhoogd: 5 minuten < Notice To Move < 3 uur
  • Verlaagd: Notice To Move > 3 uur

Zie ook K.V.P.O.R.

Terug naar Boven

 

RECHTSTREEKSE DEELNAME AAN VIJANDELIJKHEDEN

Afgekort: RDAV. Duits: Unmittelbare Teilnahme an Feindseligkeiten. Engels: direct participation in hostilities (DPIH). Frans: participation directe aux hostilités.

Regel, afgeleid van het humanitair oorlogsrecht, die regelt dat het beschermen en ontzien van burgers vervalt wanneer sprake is van rechtstreekse deelname aan vijandelijkheden.

Hoewel in het humanitair oorlogsrecht de term ‘rechtstreekse deelname aan de vijandelijkheden’ niet concreet is gedefinieerd, wordt er indirect wel naar verwezen:

In Gemeenschappelijk Artikel 3 (Common Article 3) bij elk van de vier Conventies van Genève van 12 augustus 1949 (GA 3), lid 1:

“Persons taking no active part in the hostilities”

“Personen, die niet rechtstreeks aan de vijandelijkheden deelnemen”

In GA 3 zijn regels opgenomen over het humanitair recht waaraan partijen zich moeten houden bij gewapende conflicten die niet van internationale aard zijn, zoals een intern conflict (burgeroorlog). De regels hebben betrekking op de humane behandeling en bescherming van non-combattanten.

 

In het Aanvullend Protocol (8 juni 1977) bij de Verdragen van Genève van 12 augustus 1949, betreffende de bescherming van slachtoffers van internationale gewapende conflicten (Protocol I), hoofdstuk III (Burgerobjecten), artikel 52 (Algemene bescherming van burgerobjecten), lid 2:

“Attacks shall be limited strictly to military objectives.”

“Aanvallen dienen strikt tot militaire doelen te worden beperkt.”

De niet-concrete definiëring heeft steeds tot verschillend in interpretatie geleid, bijvoorbeeld vanwege het gegeven dat het verlies van bescherming slechts geldt “gedurende de tijd dat” aan vijandelijke handelingen wordt deelgenomen.

Bij de uitleg over vijandelijke handelingen die worden uitgevoerd door burgers in een gewapend conflict wordt onder andere discussie gevoerd over:

Het al dan niet erkennen van activiteiten

Vallen de planning van een aanval of de logistieke ondersteuning van een aanval onder de aanval?

De duur van de RDAV

Wanneer precies begint en eindigt de RDAV?

In mei 2009 publiceerde het International Committee of the Red Cross (ICRC) de publicatie ‘The Interpretive Guidance on the Notion of Direct Participation in Hostilities under International Humanitarian Law’, geschreven door dr. Nils Melzer (Legal Adviser van het ICRC)> Sindsdien geldt deze als leidraad van rechtstreekse deelname aan vijandelijkheden fungeert.

Hieruit blijkt dat een handeling zich kwalificeert als RDAV indien is voldaan aan drie cumulatieve criteria:

THRESHOLD OF HARM

Schadedrempel

De handeling moet de militaire operatie of capaciteit van een partij bij een gewapend conflict “waarschijnlijk negatief beïnvloeden” of, als alternatief, personen of objecten die beschermd zijn tegen een directe aanval doden, verwonden of vernietigen.

DIRECT CAUSATION

Directe oorzaak

Er dient een direct oorzakelijk verband te zijn tussen de specifieke handeling en de waarschijnlijke schade die uit de handeling ontstaat.

BELLIGERENT NEXUS

Oorlogvoerend verband

De handeling moet specifiek en direct verband houden met de vijandelijkheden (ter ondersteuning van de ene partij in het conflict en ten koste van de andere).

Hiermee is een voorlopig einde gekomen aan de abstracte definitie van rechtstreekse deelname aan vijandelijkheden uit het humanitair oorlogsrecht.

Terug naar Boven

 

RECUPERATIEVERLOF

Verlofvoorziening voor militairen die inhoudt dat tijdens of na een vredes- of humanitaire operatie aan de militair géén werkzaamheden worden opgedragen, opdat door afwisseling van inzet en rust de gewenste operationele inzetbaarheid wordt gehandhaafd.

Anders dan bij vakantieverlof (VV) is recuperatieverlof een gunst in plaats van een recht. De bevelvoerende autoriteit in het uitzendgebied geeft aan of de operationele omstandigheden recuperatieverlof toestaan en, zo ja, waar en wanneer. Zo is het mogelijk dat recuperatieverlof in of zeer nabij het inzetgebied zal worden genoten. De operationele omstandigheden maken het onmogelijk om iedereen de gelegenheid te geven tegelijkertijd recuperatieverlof te genieten.

Uitgangspunt voor het recuperatieverlof is beleid van de Verenigde Naties dat stelt dat per maand uitzending 2½ dag recuperatieverlof wordt opgebouwd, met een maximum van 15 aaneengesloten werkdagen, exclusief de reisdagen van en naar het verlofadres. Militairen die gedurende 4 maanden of korter worden uitgezonden, krijgen in beginsel géén recuperatieverlof. Een gevolg hiervan is dat de operationele capaciteit gedurende de volledige uitzending op hetzelfde peil blijft.

Gedurende het recuperatieverlof blijft de militair aanspraak maken op de faciliteiten uit de ‘ Regeling voorzieningen bij vredes- en humanitaire operaties’ (VVHO).

Als na beëindiging van de operatie blijkt dat sprake is geweest van een onafgebroken inzet zonder recuperatieverlof, verleent de bevelvoerende autoriteit na definitieve terugkeer van de militair extra vrije tijd van maximaal 6 dagen na een inzetduur van 6 maanden cq. naar ratio een deel daarvan bij een inzet van kortere duur.

Het recuperatieverlof staat los van het Ter Beek-verlof.

Zie ook: inschepingsverlof en ontschepingsverlof.

Terug naar Boven

 

RED CARD HOLDER

Letterlijk: rode kaart-houder.

Liaisonofficier die is gestationeerd op een internationaal hoofdkwartier om erop toe te zien dat de wijze waarop een internationale troepenmacht de eraan deelnemende Nederlandse militairen tactisch inzet in overeenstemming met de door Nederland gestelde voorwaarden en richtlijnen, zoals:

Geweldsinstructie

Targeting Guidelines (nationale richtlijnen)

Rules of Engagement

De Red Card Holder heeft de bevoegdheid een missie af of goed te keuren zonder overleg met de Commandant der Strijdkrachten. Dit is noodzakelijk omdat een opdracht bijvoorbeeld in strijd is met de voorwaarden die de Nederlandse politiek aan militaire deelname heeft gesteld dan wel de behoefte aan Nederlandse militaire inzet zeer urgent is.

Het afkeuren dat Nederlandse militairen van een internationale troepenmacht aan een bepaalde actie meedoen, wordt gezien als het uitdelen van een rode kaart.

De Red Card Holder kan in zijn taakstelling worden bijgestaan door de Contingentscommandant of Senior National Representative.

Terug naar Boven

 

RED DEVIL RUN

Jaarlijkse wedstrijd voor de militairen van 12 Infanteriebataljon Luchtmobiel Regiment Van Heutsz. De wedstrijd gaat over achtereenvolgens het lopen van een snelmars van 20 km in de omgeving van de Oranjekazerne in Schaarsbergen (De Hoge Veluwe) en, aansluitend, het afleggen van een schietproef met het geweer Diemaco op de schietbaan ‘Arnhemse Heide’.

De militair die het parcours het snelst aflegt en daarna de minste puntenaftrek bij de schietproef behaalt, is eindwinnaar. De eerste vijftig militairen in het eindklassement ontvangen het felbegeerde Red Devil t-shirt.

De Red Devil Run is ontstaan tijdens de uitzending van 12 Infanteriebataljon Luchtmobiel Regiment Van Heutsz van mei tot november 1999 (SFOR-6) en wordt traditiegetrouw geïnitieerd door de Charlie-compagnie (‘Red Devils’).

Op het eerste lustrum van de Red Devil Run, in 2006, zal de wedstrijd voor de eerste maal openstaan voor deelnemers uit de gehele Koninklijke Landmacht.

Terug naar Boven

 

REDDINGSDEKEN

Ook: alu(minium)-, isolatie- of isoleerdeken. Lichaamsgrote deken van aluminiumfolie die bescherming biedt tegen zowel onderkoeling (hypothermie) als warmteletsel. De reddingsdeken heeft een gouden en een zilveren zijde, die beide werken als isolatielaag tussen de reflector (zonnestralen en -warmte) en het menselijk lichaam.

Zilver naar binnen, goud naar buiten: tegen koudeletsel

De zilveren kant naar binnen dient om af- of onderkoeling en andere koudeletsels tegen te gaan door zo weinig mogelijk lichaamswarmte te laten verliezen. In dit geval is de deken – die tot 80% van de eigen lichaamswarmte reflecteert – ideaal bij verkeers-, watersport en wintersportongevallen.

Hierbij is dus de gouden zijde aan de buitenkant te zien.

Voor een optimale werking tegen onderkoeling moet over de reddingsdeken ook een wollen deken worden gedrapeerd; ook het hoofd dient te worden ingepakt!

De gouden kant naar binnen dient om extreme hittestraling, oververhitting en andere warmteletsels tegen te gaan door zo veel mogelijk lichaamswarmte te laten verliezen.

De reddingdeken werkt hier als een hitteschild dat zonnestralen en -warmte terugkaatst. Hierbij is dan ook de zilveren zijde aan de buitenkant te zien.

Let wel: bij brandwonden mag de reddingsdeken niet worden gebruikt!

Ezelsbruggetje: "Zie je goud, dan heeft je patiënt het te koud."

Zie ook: koudeletsels en warmteletsels.

 

Goud naar binnen, zilver naar buiten: tegen warmteletsel

Terug naar Boven

 

REDeployment

Duits: Auflockerung. Frans: redéploiement. Tegenovergestelde van deployment (ontplooiing). Terugverplaatsing vanuit het operatietoneel naar de vredeslocatie dan wel de verplaatsing naar een nieuw inzetgebied. In de terugkeerfase worden personeel en materieel (middelen, uitrustingsstukken en voorraden) weer onder nationaal bevel gesteld, gehergroepeerd e.d. Een militaire operatie in een inzetgebied wordt afgesloten met een redeployment, die onder andere bestaat uit een strategische terugverplaatsing naar het moederland. De gehele logistieke lijn tot en met het point of debarkation (POD) in het moederland geldt als de redeployment.

De redeployment is een integraal onderdeel van het operationele logistieke proces, dat achtereenvolgens bestaat uit factoren als planning, deployment (ontplooiing), instandhouding, redeployment, afwikkeling en recuperatie. Na de redeployment volgen onder andere onderhoud en herstel voor het materieel en debriefing en evaluatie voor het personeel.

Zowel deployment als redeployment vallen onder de door de NAVO gespecificeerde 3de essentiële operationele capaciteit (EOC-3): ontplooibaarheid en mobiliteit.

Voor een redeployment bestaat geen blauwdruk wegens de vele factoren van invloed, zoals de grootte van de eenheid, de beschikbaarheid van (al dan niet civiele) transportcapaciteit en eventuele verzoeken van lokale autoriteiten in het inzetgebied om materieel over te nemen. De voorbereiding en uitvoering van een redeployment worden gesteund door een
redeploymentondersteuningsdetachement (redostdet).

Voor 2010 staat de Redeployment Task Force Uruzgan (TFU) gepland door zorg van het Operationeel Ondersteunings Commando Land (OOCL). Vanaf 1 augustus 2010 zal de terugtrekking van de TFU zo spoedig mogelijk plaatsvinden, zodat deze per 1 december 2010 gereed zal zijn.

Zie ook: Reforger en R.S.O.M.I.

Terug naar Boven

 

RED ZONE

Gebied in een ruimte (gebouw) waarachter niet kan worden waargenomen. Term in gebruik bij optreden in verstedelijkte gebieden (OVG). Vergelijkbaar met een onbestreken ruimte in het terrein.

Terug naar Boven

 

RE-ENACTMENT

Het naspelen/uitbeelden van historische gebeurtenissen (living history) vindt in de regel plaats waar de historie plaatsvond, door deelnemers in de kleding van toen.

Hiermee wordt de geschiedenis tot leven gewekt, zoals hier te zien is in het naspelen van acties uit de Tweede Wereldoorlog door deelnemers van de Vereniging Historische Militaria.

Terug naar Boven

 

REFORGER

Betekenis: REturn of FORces to GERmany. Duits: Rückkehr der Streitkräfte nach Deutschland. Strategische, combined oefening van de Amerikaanse en in Duitsland gestationeerde geallieerde partnerlanden. Doel van de tussen 1967 en 1993 jaarlijks terugkerende oefening was het versterken van de Amerikaanse strijdkrachten in het geval van een invasie van de Sowjet-Unie en de landen van het Warschau Pact in West-Europa ten tijde van de Koude Oorlog.

Tijdens REFORGER werden tonnen Amerikaans materieel en tienduizenden Amerikaanse militairen ingevlogen en verscheept naar havens en vliegvelden in West-Europa.

Nederland fungeerde ten behoeve van REFORGER als gastland in het kader van host nation support, met een hoofdrol voor het Military Traffic Management Command. Zo werd in Nederland opgeslagen en onderhouden materieel in depots (P.O.M.S.-sites) opgehaald door de Amerikanen en overgebracht naar Duitsland.

Vaak was REFORGER reden voor anti-militaristische groeperingen op te roepen tot blokkades, demonstraties en protestacties, wat te lezen is in ‘Reforger '87: Een crisis die geen crisis werd. Observatie en analyse van een civiel-militaire operatie' van Uriel Rosenthal (ISBN 9060005678).

Terug naar Boven

 

REGIME CHANGE

Regimeverandering. Duits: Regimewechsel. Frans: changement de régime. Term uit de jaren ’20 van de 20ste eeuw. Het bestaande regime (bestuur, regering) wordt vervangen door een ander, democratisch bewind.

Regime change kan plaatsvinden na interventie door een vreemde mogendheid, als gevolg van een revolutie of staatsgreep (coup d’état) of binnen de kaders van state-building.  Hierbij worden instituties van de bestaande regering vervangen.

Regime change werd met name gepopulariseerd door Amerikaanse regeringen en, in het verlengde daarvan, de Central Intelligence Agency (CIA). De CIA hanteert de term “overthrow of foreign governments” bij het ten val brengen van in haar ogen autoritaire of dictatoriale buitenlandse regeringen; hierbij worden in covert operations Amerikaanse strijdkrachten ingezet.

Zo werd regime change afgedwongen in Afghanistan na de terroristische aanslagen in de VS (11 september 2001), omdat het Taliban-regime Al Qaida had gefaciliteerd, en in Irak (2003) ten tijde van de val van Saddam Hoessein, als gevolg van de in 1998 getekende Iraq Liberation Act. In het tweede decennium van de 21ste eeuw werd regime change aangemoedigd in Libië (2011) en Syrië (2012).

Terug naar Boven

 

REGIMENT

Was een regiment vroeger de grootste organieke eenheid van één wapensoort , geleid door een kolonel, tegenwoordig is een regiment een administratieve en overkoepelende eenheid die de tradities van de onder haar ressorterende eenheden bewaakt en bewaart. Dit is zowel mogelijk bij zowel wapens als dienstvakken. De regimenten werden eertijds door de regimentscommandanten zelf geworven, bewapend en gekleed. Dit is dan ook de reden dat het ene regiment zich van het andere onderscheidt: eigenheid van traditie (standaard of vaandel) en uniform.

Een regiment bestond vroeger uit één of meer manoeuvrebataljons, maar tenminste uit 300 militairen. Zo waren er in de tijd van Nederlands-Indië Regimenten Infanterie die werden ondergebracht in een infanteriebrigade of –divisie. 3-5 RI was bijvoorbeeld het 3de bataljon van het 5de Regiment Infanterie. Tegenwoordig gelden het Korps Commandotroepen en de Nationale Reserve nog als een officieel regiment, met bijbehorend grootteteken (III).

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden door Winston Churchill internationale commando-regimenten opgericht; zo ontstond ook No. 10 Inter Allied Commando, met Belgische, Duitse, Franse, Nederlandse, Noorse, Poolse en Tsjechische commando's. Hierin opereerde No. 2 Dutch Troop als de Nederlandse commando-eenheid.

Binnen het Nederlandse leger worden nog altijd een regimenten onderkend, onder andere binnen de cavalerie en infanterie:

Garde Fuseliers Prinses Irene

inf

17 Pantserinfanteriebataljon

Garderegiment Grenadiers & Jagers

inf

11 Infanteriebataljon Luchtmobiel Air Assault

Regiment Huzaren Prins Alexander

cav

41 Tankbataljon

Regiment Huzaren Prins van Oranje

cav

42 Tankbataljon

Regiment Huzaren van Boreel

cav

Regiment Huzaren van Sytzama

cav

11 Tankbataljon

Regiment Infanterie Chassé

inf

Regiment Infanterie Johan Willem Friso

inf

44 Pantserinfanteriebataljon

Regiment Infanterie Menno van Coehoorn

inf

Regiment Infanterie Oranje Gelderland

inf

45 Pantserinfanteriebataljon

Regiment Limburgse Jagers

inf

42 Pantserinfanteriebataljon

Regiment Stoottroepen Prins Bernhard

inf

13 Infanteriebataljon Luchtmobiel Air Assault

Regiment van Heutsz

inf

12 Infanteriebataljon Luchtmobiel Air Assault

Ook de Bevoorradings- & Transporttroepen, Geneeskundige Troepen, Genie en Verbindingstroepen zijn verenigd binnen een regiment.

Regimenten organiseren regimentsborrels, -diners, -sportdagen e.d. om de binding van het personeel te optimaliseren. Een regiment heeft een regimentscommandant, -adjudant en –oudste (hoogste in rang of langst dienende).

Regimenten hebben een vaandel, het veldteken dat als vanouds bestaat uit een vierkante vlag van zijde, geborduurd met de naam van het regiment, emblemen, jaartallen en aanduidingen van belangrijke krijgsverrichtingen waaraan het regiment heeft deelgenomen. Het veldteken, dat door het regiment dat ten strijde trok werd meegenomen, is het symbool van trouw aan het staatshoofd en van de eenheid en eer van het regiment.

Terug naar Boven

 

REGIMENTSLIED GENEESKUNDIGE TROEPEN

 

Terug naar Boven

 

REGISTRATIEKAART, AFSTANDS-

Legerformulier 4004. Ook wel: afstandsregistratiekaart.

 

Op een registratiekaart worden als vaste gegevens genoteerd:

  • soort wapen
  • ringafstand in meters
  • methode van afstandsbepaling
  • datumtijdgroep
  • naam van de steller van de registratiekaart

Verder worden, afhankelijk van het terrein én de opdracht, genoteerd:

  • markante terreinkenmerken
  • merkpunten (aangegeven door de commandant)
  • sectorgrenzen (aangegeven door de commandant)
  • stormvuurlijn (aangegeven door de commandant)
  • dode hoeken
  • draadversperringen, pantserstoppende hindernissen en mijnenvelden
  • overige gegevens die voor het richten van het wapen van belang zijn

MERKPUNTEN: Dit zijn markante terreinkenmerken die worden aangeven met (een combinatie van) cijfers en/of letters. Per merkpunt moeten worden genoteerd:

  • afstand tot het merkpunt
  • richting naar het merkpunt
  • elevatiehoek (hoek die de loop van het wapen met het maaiveld maakt)
  • torenstand (stand van de geschutskoepel in een bepaalde richting)

SECTORGRENZEN: Dit zijn de linker- en rechter(flank)begrenzingen van de eigen sector van waarneming, meestal aangeduid volgens de klokmethode van 11 tot 1.

STORMVUURLIJN: Dit is een lijn, gelegen op 300 à 400 meter voor de eigen opstelling, waar vandaan uit alle klein kaliber- en groepswapens door de eigen troepen vuur wordt uitgebracht om het stormlopen (d.i. de aanval) van de vijand te breken.

Terug naar Boven

 

REHEARSAL

Ook genaamd: dry run of walk-through, talk-through. Duits: Probedurchgang, Vorübung. Frans: répétition. Nederlands: herhaling, repetitie.

In de voorbereidende fase van het gevecht, d.w.z. in de eindfase van de commandovoering, gehanteerde mondelinge oefenmethode. Hierbij doorloopt de commandant met al zijn ondercommandanten en alle overige key-players de geplande operatie.

Doorgaans vindt een rehearsal plaats op de dag voorafgaande aan de operatie met behulp van een blow-up, maquette, schets of stafkaart met oleaat. Aan de hand van een tijdsbalk wordt de essentie van de geplande operatie doorlopen. Tijdens de rehearsal neemt iemand de rol van de vijand aan en levert vanuit dat perspectief een bijdrage.

Een rehearsal is zinvol om vooraf de synchronisatie van de verschillende elementen en de te ondernemen activiteiten bij calamiteiten af te stemmen en te beoefenen. Alle betrokkenen raken hierdoor vertrouwd met de rol die ze gaan spelen en zien de invloed van hun optreden op dat van anderen.

Als de (onder)commandant(en) daartoe aanleiding of daarin meerwaarde zien, behoort ook een generale repetitie (daadwerkelijke uitvoering) met alle elementen op een oefenlocatie tot de mogelijkheden: dit is de (full force) dress rehearsal (laatste trap van voorbereiding).

Vanaf het moment dat het waarschuwingsbevel is ontvangen, kan het met elkaar afgesproken proces van de komende actie in de praktijk worden voorgeoefend. De full force dress rehearsal is de sleutel tot succes bij de daadwerkelijke uitvoering: de enkele man krijgt vaak pas tijdens de rehearsal een goed beeld van wat zijn rol is in het geheel.

Terug naar Boven

 

REGULIER OPTREDEN

Opereren met op moderne leest geschoeide, goed georganiseerde krijgsmachten, voorzien van technisch hoogwaardig materieel.

Overige kenmerken van regulier optreden:

  • burgerbevolking buiten de strijd gelaten
  • grootschalige inzet van vuurkracht
  • grote eenheden onder centraal gezag
  • ideologie
  • openlijk optreden
  • veiligheid van de staat

Voorbeelden van regulier optreden zijn:

Falklandoorlog (1982)

Golfoorlogen (1991 en 2003)

Israëlisch-Arabische oorlogen

oorlog tussen Iran en Irak (1980-1988)

Zie ook: asymmetrische oorlogvoering, irregulier optreden en symmetrische oorlogvoering.

Terug naar Boven

 

REKRUUT

Duits: Rekrut. Engels: recruit, rookie. Frans: recrue. Nieuw aangestelde, veelal jonge en juist opgekomen militair die nog ongetraind en onervaren is. De rekruut heeft doorgaans géén of de laagste rang of stand. Zodra zijn initiële opleiding is voltooid, wordt de rekruut ingedeeld bij een parate eenheid.

Het selectie- en wervingsproces (rekruteren) van militairen is noodzakelijk om voldoende vulling te garanderen in de parate slagkracht die de taakstelling van de krijgsmacht uitvoert. Stelsels die na het rekruteren kunnen worden gehanteerd zijn het individuele en onderdeelsaanvullingssysteem, respectievelijk INDAS (of filler-systeem) en ONDAS.

De rekruut – in soldatentaal ook wel “bolle” (in verband met de nieuwe, nog vormloze en slecht passende baret) of “verse” genoemd – is soms het mikpunt van ontgroening, die kan worden gezien als een informele test door ervarener collega’s (“oude poep”) en/of kaderleden naar geschiktheid voor het militaire beroep.

Zie ook: INDAS en ONDAS.

Terug naar Boven

 

RELATIEZIEKENHUIS

Ziekenhuis dat een relatie heeft met het Ministerie van Defensie. De Relatieziekenhuizen leveren de krijgsmacht elk drie chirurgische teams, waarvan één gedurende 3 maanden en twee voor de duur van elk 1 maand. De drie teams worden nooit gezamenlijk uitgezonden.

Het Ministerie van Defensie financiert bij de Relatieziekenhuizen de aanstelling van aanvullend specialistisch personeel (bovenformatief); daarnaast leveren zij bij toerbeurt eigen medisch personeel voor uitzendingen. Het uitzendbare specialistisch personeel van de Relatieziekenhuizen wordt aangestuurd door de projectgroep Implementatie samenwerking Defensie en Relatieziekenhuizen (IDR). Het IDR is één van de organisatie-onderdelen van de Bedrijfsgroep Gezondheidszorg (BGGZ) van het Commando Diensten Centra (CDC) van het Ministerie van Defensie.

De samenstelling van een chirurgisch team is:

1 x

Anesthesioloog

1 x

Traumachirurg

1 x

Anesthesie-verpleegkundige

2 x

Operatiekamerassistent

De Relatieziekenhuizen zijn:

Erasmus Medisch Centrum (Dijkzicht)

Rotterdam

Ikazia Ziekenhuis

Rotterdam

Máxima Medisch Centrum

Veldhoven

Medisch Centrum Haaglanden

Den Haag

Medisch Centrum Leeuwarden

Leeuwarden

Medisch Centrum Rijnmond Zuid

Rotterdam

Medisch Spectrum Twente

Enschede

Rijnstate Ziekenhuis

Arnhem

Rode Kruis Ziekenhuis

Beverwijk

Sint Elisabeth Ziekenhuis

Tilburg

Sint Franciscus Gasthuis

Rotterdam

Universitair Medisch Centrum Sint Radboud

Nijmegen

Terug naar Boven

 

RELAYEREN

Van het Franse “relais” (doorgeven). In het Duits: übertragen. In het Engels: relay. In het Frans: relayer. Het tot stand brengen van een verbinding tussen twee op verschillende frequenties werkende radionetten of –stations met behulp van een relayeerstation. Het relayeerstation zorgt ervoor dat de ontvangst van signalen van het ene radionet of –station met daartoe geschikte apparatuur automatisch wordt heruitgezonden naar dan wel manueel wordt doorgegeven aan het andere radionet of –station.

De meest voorkomende reden om te relayeren is het met elkaar in verbinding brengen van twee verschillende radionetten (koppelen van twee netten) of –stations (koppelen van twee stations) dan wel om het afstandsbereik van één radionet of -station te vergroten. Het relayeerstation wordt globaal halverwege beide netten of stations geplaatst, zodat elk van de te verbinden zenderontvangers binnen elkaars ontvangstbereik zijn.

De geografisch-operationeel meest logische locaties voor een relayeerstation zijn:

mobiel in de lucht (helikopter, unmanned aerial vehicle, vliegtuig)

statisch

hooggelegen (berg- of heuveltop)

Hierdoor kan in beide richtingen berichtenverkeer worden gestuurd en kan bijgevolg de communicatie van beide netten op elk net afzonderlijk worden gevolgd. Als de locatie van een geweldsincident, zoals een aanslag of hinderlaag, in een verbindingsblackspot valt, zal ook gerelayeerd moeten worden.

Bekende relayeerstations waren Romeo Nul Alfa (R0A), op de top van de berg Paljenik bij Sisava, en Romeo Nul Bravo (R0B), op de top van de berg Ivovik. Beide relayeerstations zorgden er ten tijde van IFOR/SFOR voor dat in het Nederlandse gebied van verantwoordelijkheid in Bosnië-Herzegovina overal radioverbindingen mogelijk waren.

Zie ook: black spot.

Terug naar Boven

 

REMPEL

Voluit: remedial peloton. Eenheid waar leerling-militairen die bezig zijn aan hun initiële opleiding worden geplaatst wanneer zij moeten herstellen van een blessure of ziekte (mutatie) die zij eerder in de opleiding hebben opgelopen.

De meeste blessures zijn overbelastingsblessures en bedrijfsongevallen welke zijn opgelopen tijdens de LO / Sport. De meest voorkomende locaties zijn die van de tractus locomotorius (bewegingsapparaat): spieren, botten, gewrichten en gewrichtsbanden. Blessures aan knieën, onderbenen en (onder)rug komen het meest voor.

In het Rempel worden de militair onder toezicht van (para)medici geplaatst en moeten zij aan een speciaal programma deelnemen. Hierin hebben zij de tijd om in de juiste fysieke omgeving onder een lichtere fysieke belasting te revalideren ter voorkoming van vroegtijdige personeelsuitval.

Als een leerling, ondanks plaatsing in het Rempel, naar verwachting de bedoelde opleiding niet kan halen, adviseert de bedrijfsarts op medische gronden een wijziging van functie(cluster) dan wel een ontheffing uit de opleiding.

Terug naar Boven

 

REMPLAÇANT

Ontleend aan het Frans: plaatsvervanger. Synoniemen: nummerwisselaar; plaatsbekleder. Duits: Stellvertreter. Engels: stand-in.

Een remplaçant (geremplaçeerde) verving, tegen betaling van een bedrag dat hoger was dan zijn handgeld, de plaats voor iemand die zijn militaire dienstplicht (conscriptie) moest vervullen.

Het kwam vaak voor dat gefortuneerde jongeren, die een afkeer voor de dienstplicht hadden vanwege de risico's die eraan kleefde, deze afkochten van arme boerenknechten en andere minder draagkrachtige landgenoten. Zo stelden veel dienstplichtigen een remplaçant, waarbij de ene al ingelijfde soldaat werd vervangen door de andere.

In 1815, vier jaar na de invoering van de dienstplicht in Nederland en één jaar na de oprichting van de Staande Armee onder Koning Willem I, werd het remplaçantenstelsel ingevoerd.

Omdat de zonen van de gegoede burgerij hiermee de dienstplicht ontliepen, werd het leger automatisch een mindere afspiegeling van de gehele bevolking. Veel soldaten kwamen uit de klassen waar armoede heerste - vaak ondervoed, slecht geschoold en met een slechte gezondheidstoestand. Slechte opleiding zorgde er vervolgens voor dat er nauwelijks doorstroom plaatsvond naar de dienstplichtige (onder)officieren.

Pas in 1898 werd, dankzij een wijziging van de Dienstplichtwet, het remplaçantenstelsel afgeschaft. Het systeem had bijna een eeuw armlastige jongemannen de gelegenheid geboden een klein kapitaal te verkrijgen, omdat huisvesting, kleding en voeding in het leger van rijkswege worden verstrekt. Na het afschaffen van het remplaçantenstelsel werd de persoonlijke dienstplicht ingevoerd.

Terug naar Boven

 

RENDEZ-VOUS

Uit het Frans: afgesproken ontmoeting. Een tevoren afgesproken plaats om elkaar te ontmoeten. Kortom: een verzamelplaats of –punt. Een rendez-vous zal bijvoorbeeld plaatsvinden bij een crash move, in dit geval een emergency rendez-vous (ERV) genaamd.

Op een rendez-vous zullen in elk geval de koppen worden geteld en alle essentiële spullen (SPEAR) en eerstelijns-bepakking worden gecheckt op compleetheid.

Zie ook: emergency rendez-vous (ERV).

Terug naar Boven

 

REPAT

Voluit: repatriëren. Door omstandigheden, die wel of niet verwijtbaar zijn, voldoet de militair (tijdelijk) niet aan de hogere eisen voor het functioneren tijdens een uitzending. Geconstateerd door de commandant, verzoekt deze de bevoegde autoriteit (contingentscommandant, Senior National Representative) de militair te ontheffen uit de uitzendfunctie.

Als aan een aantal voorwaarden is voldaan – zoals de informatieplicht, politiek-bestuurlijke en arbeidsrechtelijke consequenties en het zorgvuldigheidsbeginsel – wordt de militair ontheven en automatisch teruggeplaatst op de vredesfunctie.

Redenen voor repatriëring van de militair kunnen zijn:

►(vermeend) strafbaar feit

►herhaaldelijk disfunctioneren

►medisch

►psychisch

►sociaal (bijvoorbeeld overlijden of levensbedreigende ziekte in de familie)

►overigen

Zie ook: blue flight.

Terug naar Boven

 

REST OVER NIGHT

Ook genaamd: Remain Over Night. Afgekort: RON. In het Nederlands: faciliteit om ‘s nachts te rusten.

Een locatie en route waar personeel dat deelneemt aan een konvooi een periode van ononderbroken rust kan doorbrengen, dan wel kan overnachten. De reden hiervoor is met name omdat het konvooi langer onderweg is dan één dag of niet op tijd kan terugkeren op de eigen basis.

Een dergelijke (reserve-)locatie wordt, indien mogelijk, tevoren verkend.

Zie ook: Convoy Support Center (CSC), konvooi, Movement Control (MOVCON) en Main Supply Route (MSR).

Terug naar Boven

 

RETIREREN

Verouderde krijgstaal, ontleend aan het Frans, met verschillende betekenissen:

  • als militaire manoeuvre: zich terugtrekken; wijken voor de oprukkende vijand; vluchten; terrein prijsgeven (retirade).
  • bij de artillerie: de monding van een stuk geschut naar de vijand keren.
  • herhalen; hervatten; verdergaan.

Toepasselijk citaat: “Hy (een legeraanvoerder) is den eersten in het aenvallen, ende den lesten in het retireren” – Jhr. Richard Verstegen (1590-1640) in ‘Scharpzinnige Characteren’ (1619).

Zie ook: avanceren.

Terug naar Boven

 

RETRENCHMENT

Letterlijk: weer terugkeren naar de fortificaties, loopgraven, stellingen.

Britse strategie in de Afghaanse provincie Helmand (ISAF), medio eind 2009, om de eigen troepen terug te trekken uit de vooruitgeschoven bases. Het door generaal Sir David Richards geplande beëindigen van de postbezettingen in het voorterrein, betekende feitelijk dat het dunbevolkte platteland werd teruggegeven aan de Taliban.

Terug naar Boven

 

REVEILLE

Vertaald uit het Frans: wekken. Tijdstip waarop de militair opstaat. Het “reveille” is één van de eresignalen die is terug te vinden in het hoofdstuk over muzikaal eerbetoon in de Defensie Publicatie 20-10 (Ceremonieel en protocol bij de krijgsmacht).

Het reveille maakt deel uit van de inwendige dienst en is hét signaal voor het officiële begin van de (werk)dag; voorheen werd het reveille geblazen cq. geroepen door de sergeant van de dag. Het weksignaal wordt in de regel geblazen op een koperen blaasinstrument zoals bugel, cornet, hoorn of trompet.

Het reveille is zonder twijfel het minst geliefde signaal binnen de krijgsmacht. Het signaal verstoort ruw de ongeschreven regel ‘Slapen als je slapen kunt', meestal op een onchristelijk tijdstip vóór het begin nautische morgen schemering. Het door een onderofficier geschreeuwde reveille is voor velen een nachtmerrie!

Idealiter vindt het reveille plaats tussen 04.00 en 06.00 uur, met aansluitend tijd voor persoonlijke verzorging, gereedmaken van de uitrusting, ontbijt en ochtendappèl. Tijdens een deel van de militaire opleiding, bijvoorbeeld op de Koninklijke Militaire School of bij de schoolbataljons, kan de militair worden verplicht bij het weksignaal “reveille” op te staan.

Terug naar Boven

 

R.H.I.B.

Betekenis: Rigid Hull Inflatable Boat. Lichtgewicht en snelle opblaasbare boot met een vaste, polyester binnenconstructie die is voorzien van een .50 ZOW voor de nabijverdediging. Binnen de Koninklijke Marine worden dergelijke boten hoofdzakelijk gebruikt om mens en materieel van en naar schepen te vervoeren.

Ook is de RHIB in gebruik bij het Korps Commandotroepen, waar zij wordt gebruikt als amfibisch landingsmiddel ter vergroting van de tactische mobiliteit, voor het uitvoeren van interventies en inserties (boarden op varende doelschepen dan wel op vaste locaties), het snel evacueren van personeel en de uitvoering van strandverkenningen (beach recce's).

Terug naar Boven

 

RICHTKRUIS

Engels: crosshair(s).

Voorbeelden van het gebruik van een richtkruis, links overdag door een kijker 6 x 42, rechts 's nachts door een monoculair nachtkijker

Een display, kijker of scherm met, zoals de Engelse vertaling al aangeeft, haarfijne lijnen in de vorm van een assenstelsel die elkaar middenin het beeld snijden. Het richtkruis kan zich ook op een wapen bevinden. Op deze manier kan via het richtpunt het trefpunt op het doel worden bepaald. Met een wapen kan vervolgens precisievuur worden uitgebracht. Met een binoculair, helderheidsversterker (HV), infraroodkijker, (nacht)kijker, monoculair, warmtebeeldversterker e.d. kan het doel beter bekeken worden en, indien nodig, de afstand tot het doel worden gemeten.

Voor bijvoorbeeld snipers (sluipschutters) en schutters-lange-afstand (SLA's) is het gebruik van een richtvizier absolute noodzaak.

Terug naar Boven

 

 

RICHTREGEL

Schuttersregel die, samen met het ezelsbruggetje S.R.A.A.N., is bedoeld als elementaire vaardigheid om goed vuur te kunnen uitbrengen én een groep treffers in het richtpunt te kunnen schieten.

Door álle handelingen correct uit te voeren kan de schutter controleren of zijn lichaam – met het wapen gericht op het richtpunt – op een natuurlijke en ontspannen wijze op het doel is gericht.

Hulpmiddel bij het aanleren van de richtregel

De richtregel, die met name geldt bij het werken met kleinkaliberwapens (inclusief pistolen), luidt:

“Het wapen is gericht indien er een denkbeeldige lijn getrokken kan worden vanaf het oog, via het midden van de oogdop langs de bovenzijde van de korrel naar het richtpunt, waarbij het wapen niet naar links of naar rechts mag overhellen.”

Bij het toepassen van de richtregel wanneer het CBRN-masker in beschermstelling wordt gedragen, kan het noodzakelijk zijn het hoofd iets te kantelen om het juiste richtbeeld te verkrijgen.

Zie ook: S.R.A.A.N..

Terug naar Boven

 

RICOCHET

Onbedoeld effect bij het afschieten van een wapen: elk van de al dan niet opeenvolgende inslagen van een projectiel onder een bepaalde hoek op een hard oppervlak (dekking, grond, metaal, muur, steen, water). Het ricocheren is de reactie van een projectiel met voldoende snelheid dat een moment inslaat op een voorwerp, afketst en van richting verandert.

Bij een ricochetschot gedraagt het projectiel zich volledig onvoorspelbaar en dus levensgevaarlijk. Een eenmaal richocherend, onstabiel geworden en daardoor tuimelend projectiel zal verdergaan met ricocheren totdat zijn energie 'op' is. Het ricochetschot leidt ertoe dat (delen van het) projectiel van baan veranderen, waardoor het collateral damage kan veroorzaken.

Om ricochet te voorkomen, is de veilige richting van de loop van een wapen in gebouwen altijd de bovenhoek van een kamer.

Terug naar Boven

 

RIGGEN

Het op het maaiveld voorbereiden én gereedmaken van ladingen voor extern luchttransport, de zgn. under slung load (USL). Een militair die bevoegd is deze handeling zelfstandig uit te voeren én op te treden als marshaller, wordt een rigger/marshaller (R/M) genoemd.

Riggen mag niet worden verward met S.P.I.E.-riggen.

Zie ook: chalk, hot LZ, landing point, marshaller en pathfinder.

Terug naar Boven

 

RIJKSVAARTUIG 40

Afgekort: RV40. Naam: ‘Jan de Boer’. Roepnaam: PBTW. Werkboot van de Defensie Verkeers- en Vervoersorganisatie (DVVO) voor velerlei gebruik. Krijgsmachtbreed kan iedereen die iets wenst te vervoeren over de Nederlandse binnenwateren de RV 40 inhuren.

In het verleden werd de RV 40 hoofdzakelijk ingezet door de genie van de Koninklijke Landmacht in Hedel en voor het transport van tanks naar het Cavalerie Schietkamp (CSK) op de Vliehors (Vlieland).

Specificaties:

breedte

9 meter 50

diepgang

2 meter 20

hoogte

2 meter 50

lengte

53 meter 80

motoren

2 x Mercedes OM424

motorvermogen

280 kW (375 pk) per motor

snelheid

18,5 knopen (10 km per uur)

windbeperking

5 Beaufort (vrij krachtige wind

Terug naar Boven

 

ROADBLOCK

Letterlijk: wegversperring. Synoniem: barricade. Duits: Strassensperre. Frans: barrage routier. Door het tijdelijk plaatsen van een hindernis op de weg verspert een roadblock het verkeer. Doorgaans echter wordt een roadblock, onder dekking van vuur, in eerste instantie opgeworpen om (vijandelijke) voertuigbewegingen over een route slechts te vertragen.

Voorbeeld van een roadblock. Aan beide kanten staan borden waarop het aankomende verkeer wordt gewaarschuwd dat verkeer hier wordt gecontroleerd.

Om enige passage te beletten dan wel slechts langzame voertuigpassage mogelijk te maken kan voor te gebruiken hindernissen worden gebruikgemaakt van organieke veldversterkingsmiddelen, landmijnen of een ander obstakel. Het creëren van een sluis met stevige hindernissen – waar het verkeer niet anders dan zigzaggend kan passeren – draagt hiertoe bij.

Roadblocks moeten bij voorkeur worden opgeworpen op plaatsen waar het naderende verkeer de barricade pas kan waarnemen wanneer het al te laat om aan het roadblock te ontsnappen. Indien mogelijk zijn de volgende locaties ideaal: bruggen, na een scherpe bocht in de weg, tunnels en wegversmallingen.

Aan elke kant van een reeds uitgebracht checkpoint kan een roadblock worden ingericht. Wanneer het roadblock vervolgens deel uitmaakt van het checkpoint, dient ter controle van voertuigen een aparte plaats te worden gecreëerd. Ook kan een roadblock deel uitmaken van de ingang van een compound e.d.

Eisen van een roadblock:

Colonnes, konvooien en vrachtverkeer moeten kunnen passeren

Locatie is niet te omtrekken

Snel afsluitbaar: concertina’s; Friese ruiter; prikkeldraad.

Stevige hindernissen: betonblokken; boxpallets (gevuld met zand en/of puin); oliedrums (gevuld met zand en/of puin).

Zie ook: checkpoint en hindernis.

Terug naar Boven

 

ROBBENGANG

De robbengang – de gang van een zeehond – is één van de gangen bij dag die onder vijandelijk vlakbaanvuur kan worden uitgevoerd.

Er wordt verplaatst door de rechterelleboog en linkerknie, afgewisseld door de linkerelleboog en de rechterknie naar voren te brengen. Daarbij heeft de robbenganger het wapen in de breedte in beide handen, waarbij het magazijn omhoog of schuin naar voren wijst (om het wapen zandvrij en dus inzetbaar te houden).

De robbenganger gaat tijgerend voorwaarts, waarbij het lichaam zo laag mogelijk bij het maaiveld wordt gehouden.

Vanwege het tactische van de verplaatsing is de snelheid zeer laag; het beheersen van deze sluipgang is nu eenmaal van levensbelang.

Zie ook: tijgersluipgang.

Terug naar Boven

 

RODE BARET

Onderscheidende baret(kleur) voor leden van parachutisten-, luchtlandings- (airborne) en luchtmobiele eenheden. Eenheden die een rode baret dragen worden gerekend tot de Special Forces van een land. In Nederland geldt dat voor leden van 11 Air Manoeuvre Brigade, bestaande uit een landcomponent, 11 Luchtmobiele Brigade, en een luchtcomponent, de Tactische Helikopter Groep (THG).

Op 22 juni 1940 riep de Britse premier Winston Churchill op tot de vorming van een korps van tenminste 5.000 paratroepers. Op het burgervliegveld van Manchester, Ringway, in Engeland, werd een parachutistentrainingsschool geformeerd en onder andere No. 2 (Dutch) Troop – het latere Korps Commandotroepen – oefende daar.

Links de 'geestelijk vader' van de rode baret, de Britse generaal Frederick A.M. 'Boy' Browning, rechts de wijnrode baret voor leden van de Air Manoeuvre Brigade.

In oktober 1941 kreeg de Britse generaal Frederick ‘Boy’ A.M. Browning de opdracht tot het formeren van een Airborne Division. De baretkleur werd rood, ook wijnrood, kersenkleurig of maroon genaamd. Op 29 juli 1942 is de rode baret formeel als hoofddeksel door de Britse legerleiding ingevoerd; uit de Airborne Division werd het Parachute Regiment geboren. Tijdens de Tweede Wereldoorlog leverde het Parachute Regiment maar liefst 17 manoeuvrebataljons in de voorste linies.

De legende wil dat de kleur van de Airborne Division / Parachute Regiment-baret is gekozen door de Britse schrijfster Daphne du Maurier (1907-1989), de toenmalige echtgenote van generaal Browning. In 1943 kreeg 509th Parachute Infantry als eerste Amerikaanse eenheid de rode baret toegewezen. Browning zelf voerde in de Tweede Wereldoorlog het bevel over het 1st British Airborne Corps, waartoe behalve de 1st British Airborne Division ook 82nd (US) Airborne Division (“All American”) en 101st (US) Airborne Division (“Screaming Eagles”). Deze eenheden namen bijvoorbeeld deel aan de geallieerde landingen in Normandië op D-Day én operatie Market Garden (Slag om Arnhem).

De eerste Nederlandse rode baretten, naar Brits voorbeeld, dateren van de oprichtingsdatum van de 1ste Parachutistencompagnie van het Korps Speciale Troepen (KST), 1 mei 1947. Ook het KST was een voorloper van het huidige Korps Commandotroepen. Het KST – en de daarmee verbonden School Opleiding Parachutisten (SOP) – hadden als standplaats vliegbasis Andir op Bandung in Nederlands-Indië.

Na een periode van 38 jaar zonder rode baretten in Nederland (in 1955 werd het dragen van de rode baret van KST/SOP verboden ter bevordering van de eenheid van tenue én het gegeven dat Nederland géén parachutisteneenheid meer had), ontvingen in 1993 de eerste leden van 11 Luchtmobiele Brigade de rode baret. Deze brigade bestaat uit drie infanteriebataljons, als gevechtssteuneenheden een genie-, luchtverdedigings- en mortiercompagnie en als gevechtssteunverzorgingseenheden een bevoorradings-, geneeskundige en herstelcompagnie.

Zie ook: Air Manoeuvre Brigade.

Terug naar Boven

 

RODE kruis-armband

In 1874 is door het International Committee of the Red Cross (Comité International de la Croix-Rouge) bepaald dat met het oog op de herkenbaarheid van geneeskundig personeel een Rode Kruis-armband zichtbaar gedragen dient te worden gedragen om de linkerbovenarm. Dit is nog eens bevestigd in de Conventies van Genève van 1949.

De armband is, binnen de Koninklijke Landmacht, een bruikleenartikel en gestempeld door de bevoegde militaire autoriteit.

De Rode Kruis-armband onderkent, identificeert en beschermt het geneeskundig personeel tijdens gevechtshandelingen als non-combattant, opdat zij onder alle omstandigheden hun taak kunnen blijven vervullen. Het geneeskundig personeel mag niet het recht worden ontzegd om de Rode Kruis-armband te dragen.

Verschillende Rode Kruis-armbanden.

Officieel behoort het Rode Kruis scharlaken- of helderrood te zijn, op een witte ondergrond, en het kruis dient de grootte te hebben van 3 x 3 inch (7,62 cm x 7,62 cm). In oorlogstijd is de kleur van de armband voor geneeskundig personeel van de KL kaki (grauwgeel). Meer over de Rode Kruis-armband is te lezen in de VI GNK-063 (‘Rode Kruis-armband’).

Terug naar Boven

 

RODE KRUIS-IDENTITEITSKAART

Afgekort: RKI. Speciale identiteitskaart, afgegeven door de Inspecteur Geneeskundige Dienst Koninklijke Landmacht (IGDKL), voor leden van het geneeskundig personeel en geestelijk verzorgers (GV’ers) die aan de strijdkracht zijn verbonden.

Met de RKI en de Rode Kruis-armband zijn zij te identificeren als non-combattanten, waardoor ze niet mogen worden aangevallen.

Geneeskundig personeel mag zelf ook niet, op welke wijze dan ook, aan het gevecht deelnemen. Wel mag het gewapend zijn met handvuurwapens, waarvan echter alleen mag worden gebruik gemaakt ter verdediging van zichzelf of van zijn gewonden en zieken. Dus niet om bijvoorbeeld te voorkomen in handen van de vijand te vallen.

Op de voorkant van de identiteitskaart staan naam, voornamen, geboortedatum, registratienummer en rang vermeld; op de achterkant lengte, (kleur) ogen en (kleur) haar, evenals andere herkenningstekens, zoals littekens en tatoeages.

De houder van de Rode Kruis-identiteitskaart wordt beschermd door het Verdrag van Genève van 12 augustus 1949, voor de verbetering van het lot van gewonden en zieken die zich bij de strijdkrachten te velde bevinden.

Combattanten met een geneeskundige neventaak (CGN’ers), zoals de gewondenhelper (Combat Life Saver) en de Medic SF, behoren niet tot het geneeskundig personeel en worden dan ook niet voorzien van een Rode Kruis-armband en/of –identiteitskaart.

Terug naar Boven

 

ROEPNAMEN

Duits: Rufzeichen. Engels: callsigns. Frans: indicatif d'appèl.

AAdministratie
BCompagnies Sergeant Majoor / Compagnies Adjudant
DDistributie
EPlaatsvervanger
FVerbindingen
GGenie
HArts & Hulppost)
JChauffeur van een niet-gepantserd voertuig
LLiaison
MMortieren
OS(M)OD & Berging
PPatrouille
QQuick Reaction Force + brigadecommandant (brigadecommandonet)
RCommandant
SSchutter-lange-afstand
TChauffeur van een gepantserd voertuig
U???
WForward Air Controller
XRelayeerstation
YEOD
ZZiekenauto / Gewondentransportmiddel

Terug naar Boven

 

ROGER

“Received” . Prowoord, ontstaan tijdens de Tweede Wereldoorlog, dat wordt gebruikt in het radiotelefonieverkeer. Heeft als enige betekenis: “Bericht ontvangen en begrepen”.

Om aan de zender aan te geven dat u zijn laatste uitzending inderdaad goed heeft ontvangen, mag voorafgaande aan ROGER de instructie van de zender door de ontvanger worden herhaald.

Zie ook: radiotelefonieprocedure en wilco.

Terug naar Boven

 

ROKADE

Duits: Rochade. Engels: roque; castling. Frans: rocade.Oude spelling: rochade. Afgeleid van het Italiaanse “rocca” dat “fort” betekent. Beweegbare, gefortificeerde torens waren, toen het schaakspel in Europa werd geïntroduceerd, een veelgebruikt wapen om de vijand te belegeren.

Term uit de schaaksport. In het schaakspel wordt bij het rokeren een zet gedaan waarbij de koning en één van beide torens van plaats wisselen. De schaakmanoeuvre is enkel toegestaan wanneer zich tussen de koning en de torens geen andere schaakstukken bevinden. In één zet wordt de koning twee vakken zijwaarts verschoven in de richting van de toren en de toren over de koning heen naast dezen geplaatst. De rokade dient om de koning in veiligheid te brengen.

De rokadestelling is in de krijgsgeschiedenis bekend geworden dankzij de Duitse generaal Erich von Manstein (1887-1973). Die benaming werd door Von Manstein, een fervent schaakspeler, zelf aan de Slag om Charkov gegeven.

De Duitse 6. Armee, onder leiding van generaal Friedrich Paulus, capituleerde op 2 februari 1943 in de Slag om Stalingrad; Von Manstein’s Armeegruppe Don was er op een haar na in geslaagd Stalingrad te ontzetten. Hitler gaf nog diezelfde maand Von Manstein de vrijheid om de aanhoudende Sovjetopmars in de Oekraïne te stoppen, waarbij het voorlopig dieptepunt de Sovjetherovering, op 16 februari, van de stad Charkov op de Duitsers was.

Een dag later bezocht Hitler Von Manstein’s hoofdkwartier in Zaporozhye aan de rivier Dieper. De Sovjets waren hier al tot 60 km genaderd. Von Manstein, die een voorstander van de Bewegungskrieg was, kreeg van Hitler eindelijk carte blanche voor een snelle tegenstoot.

Terwijl Von Manstein op zijn bedreigde noordflank het vertragend gevecht voerde, trok hij tegelijkertijd zijn strijdmacht aan het zuidelijke front terug achter de rivier Mius.

Daarnaast verschoof hij in het zuiden, op de linkerflank, vliegensvlug een mobiele strijdmacht, bestaande uit de tot dan toe op de rechterflank – in de Kaukasus – vechtende 1.Panzer-Armee (generaal August von Mackensen) en 4.Panzer-Armee (generaal Hermann Hoth) en alle beschikbare pantserreserves. Met deze ad hoc strijdmacht lanceerde hij op 21 februari 1943 een tegenaanval in de diepte gericht op het massale Sovjetoffensief in het noorden.

De tegenaanval liet het Sovjetfront uiteenvallen; de Russen werden terug de stad in gedreven, waar felle straatgevechten ontstonden. Drie weken later, op 15 maart ’43, namen de Duitsers Charkov voor de tweede maal in. Hierbij werd het Rode Leger tot achter de rivier Donets gedwongen.

Met deze grootste prestatie uit zijn carrière herstelde Von Manstein voorlopig de integriteit van het front. Vijf maanden later belette de invallende dooi bij Koersk een vergelijkbare aanval, zodat daar een saillant van het Rode Leger ontstond. Als gevolg van de, mede hierdoor, verloren Slag om Koersk moesten de Duitsers op 23 augustus ’43 de stad Charkov definitief opgeven en zich terugtrekken. Hiermee was de ‘Rocade van Von Manstein’ de laatste grote Duitse overwinning uit de Tweede Wereldoorlog.

Terug naar Boven

 

ROLE-1 (HULPPOST)

Een role 1-geneeskundige inrichting verleent zorg aan het begin van de geneeskundige behandel- en afvoerketen, gekenmerkt door:

  • niet-specialistische behandeling
  • primaire gericht op het behoud van leven en/of ledematen en/of gezichtsvermogen
  • verdere zorg t.b.v. directe terugkeer naar de eenheid of afvoer naar een hoger zorgniveau (echelon)

Hulppost: role-1 geneeskundige inrichting.

Linksboven een generatoraggregaat 6 kW Kirsch, rechtsboven een aanhangwagen voor 1.200 liter water, linksonder een Mercedes-Benz terreinwagen en rechtsonder een DAF-vrachtwagen met sheltermodule YAS-4442

Een role 1 geneeskundige inrichting (MTF), ook wel hulppost genoemd, beschikt normaliter over de volgende functionaliteiten:

  • routine ziekenrapport
  • verzamelen van gewonden vanaf het punt van gewondraken (gewondennest) door zorg van de gewondenafvoerploeg
  • behandelen van licht zieken en gewonden, gericht op terugzending naar de eigen eenheid
  • gereedmaken van gewonden voor evacuatie

Een role 1 voorziet dus in eerstehulpverlening, triage, resuscitatie en stabilisatie.

Role 1 bevindt zich op compagnies- en bataljonsniveau.

Terug naar Boven

 

ROLE-2 (VERBANDPLAATS)

Een role 2-geneeskundige inrichting verleent zorg in aanvulling op role 1, die vooral is gericht op:

  • behoud van leven en/of ledematen en/of gezichtsvermogen
  • verdere zorg t.b.v. herstel van de inzetbaarheid of afvoer naar een hoger zorgniveau (echelon)

Een role 2 voorziet dus in ontvangst van zieken en gewonden, t riage, stabilisatie en het gereedmaken voor verdere afvoer, behandeling en verpleegzorg voor gewonden en zieken tot het moment dat zij terug kunnen naar het eigen onderdeel of verder kunnen worden afgevoerd.

Een role 2, ook wel verbandplaats genoemd, beschikt normaliter over de volgende functionaliteiten:

  • herbevoorrading van role 1
  • geneeskundige afvoer vanuit role 1
  • beperkte verpleegzorg
  • versterking van role 1 met personeel
  • registratie van gewonden en zieken in de geneeskundige inrichting
  • registratie van geëvacueerde gewonden en zieken
  • gevechtsstress-management

Role 2 bevindt zich op brigadeniveau. De verbandplaats als entiteit bestaat niet meer.

 

ROLE-3 (HOSPITAAL)

Een role 3-geneeskundige inrichting verleent zorg die, in aansluiting op role 1 en role 2, wordt verleend, alsmede verdere zorg die leidt tot inzetbaarheid of afvoer naar een hoger zorgniveau (echelon).

Een role 3 geneeskundige inrichting, ook wel hospitaal genaamd, beschikt normaliter over de functionaliteiten van een role 2 aangevuld met:

  • chirurgie
  • intensieve (intensive care) en postoperatieve zorg
  • specialistische verpleegzorg
  • relevante diagnostische mogelijkheden

Role 3 bevindt zich op divisieniveau.

In mei 2009 bouwde 400 Geneeskundig bataljon uit Ermelo op de vroegere Vliegbasis Soesterberg een enorm veldhospitaal met een vloeroppervlak van circa twee voetbalvelden. Het veldhospitaal is vergelijkbaar met een goed geoutilleerd streekziekenhuis.

Terug naar Boven

 

ROLEXEN

Werkwoord. Door militairen gebruikt in plaats van “uitstellen” (afbreken, opschorten, verdagen, vertragen). Genoemd naar één van de beroemdste horlogemerken ter wereld: het Zwitserse Rolex.

Zo worden operaties of vluchten soms op het laatste moment gerolext (uitgesteld). Er wordt dan bijvoorbeeld medegedeeld “Rolex + 2”, waarmee wordt bedoeld dat het twee uur later toch nog op de planning staat.

Terug naar Boven

 

ROMMEL-ASPERGE

Duits: Rommel-Spargel. Engels: Rommel’s asparagus. Frans: asperges de Rommel. Genaamd naar de Duitse veldmaarschalk Erwin Rommel (1891-1944), architect van de Atlantikwall.

Rommel-asperges langs de Normandische kust

Rommel-asperges zijn kunstmatige hindernissen tegen landingsvaartuigen, pantservoertuigen, parachutisten en/of zweefvliegtuigen, meestal in de vorm van betonnen en houten palen, al dan niet met stalen punten.

Het oorspronkelijke idee van Rommel resulteerde in vele duizenden betonnen en houten palen in de weilanden rond steden in het Duitse achterland om het landen van geallieerden parachutisten en zweefvliegtuigen te voorkomen. Op sommige palen zat springtuig.

Ook de kust van Normandië tot de Spaanse grens werd ter hoogte van én onder de waterlinie versterkt met Rommel-asperges. De strandhindernissen – dicht naast elkaar geplaatste palen waarvan de punten in de richting van de vijand wezen – moesten de geallieerde landing van landingsvaartuigen en pantservoertuigen storen. Tenslotte werden ook (spoor)wegen voorzien van voorbereide betonnen fundamenten. Hierin hoefde bij dreiging slechts de stalen profielen worden geklonken.

Rommel-asperge in de gemeente Mill en Sint Hubert (© foto Marcel Jans).

Terug naar Boven

 

ROOD KOORD

Eigenlijke benaming: erekoord.

Waarderingsonderscheidingsteken van de Koninklijke Landmacht dat, volgens de Aanwijzing Waarderingen KL, kan worden uitgereikt aan de militair in werkelijke dienst die zich bijzonder heeft onderscheiden door optreden of gedragingen dan wel door buitengewone inspanning, toewijding of bijzondere loffelijke dienstverrichtingen.

Vaak heeft het optreden van de onderscheiden militair in maatschappelijk opzicht veel aanzien, zoals het verrichten van een levensreddende handeling (reanimatie, spoedeisende eerstehulpverlening e.d.).

Het ponceaurood erekoord met goudkleurige nestels mag vanaf het moment van uitreiken om de linkerschouder op het Dagelijks Tenue worden gedragen. Normaliter wordt een eerbewijs als het erekoord - met de bijbehorende oorkonde - uitgereikt tijdens een buitengewoon appèl voor het front van de troepen.

Zie ook: Bronzen Soldaat en tevredenheidsbetuiging.

Terug naar Boven

 

ROOKGRANAAT

Afgekort: rkg.

Handgranaat die is bedoeld om de vijand te misleiden óf ter eigen bescherming. De lading verspreidt rook, maar kan ook worden gebruikt voor het stichten van brand (bos, heide, huis, struikgewas).

Er wordt een verschil gemaakt tussen witte rookgranaten én gekleurde rookgranaten.

De door Nederland gebruikte witte rook(hand)granaat is de 7C2. Deze rookgranaat wordt gebruikt om dichte wolken van witte rook te produceren (rookgordijn of –scherm): ± 30 seconden na de ontsteking is de rookontwikkeling het meest effectief. Rook van rookgranaten wordt beïnvloed door zowel windrichting als –snelheid.

De door Nederland gebruikte gekleurde rook(hand)granaat is nummer 22, met de letters “CCC” in de kleur van de rook, respectievelijk geel, groen of rood.

De gekleurde rookgranaat wordt gebruikt voor signalen, als een instrument om doelen of landingszones te markeren of om voortbewegende eenheden tijdelijk aan het zicht te onttrekken. Zo dient rode rook om een positie, bijvoorbeeld een landingsite, aan te merken als “hot” (gevaarlijk vanwege vijand).

Voor beide rookhandgranaten geldt dat personeel in het rookgordijn het NBC-masker in beschermstelling dient te dragen.

Voorbeeld van een rookgranaat (niet de Nederlandse 7C2)

 

 

(witte)

rookhandgranaat 7C2

(gekleurde)

rookhandgranaat 22

vorm

cilinder

cilinder

kleur

lichtgroen

lichtgroen

merken

bruin

bruin

gewicht

660 gram

495 gram

vertragingstijd

1 tot 3 seconden

4½ seconden

brandtijd

50 seconden

70 tot 110 seconden

rook

lichtgrijs

geel, groen of rood (CCC)

Zie ook: hot LZ.

Terug naar Boven

 

R.O.T.A.

Betekenis: Release Other Than Attack . Frans: Contamination NBC involontaire. Secundaire CBRN-dreiging.

Incident dat niet is veroorzaakt door een aanval met CBRN- strijdmiddelen, maar door het al dan niet moedwillig (doen) vrijkomen van stoffen die hetzelfde effect hebben als een primaire CBRN -dreiging, te weten de verspreiding van chemische, biologische, radiologische en nucleaire stoffen.

De vrijgekomen stoffen zijn infectieus, organisch, radiologisch, toxisch of anderszins gevaarlijk voor de volksgezondheid en hebben een negatieve invloed op een militaire operatie. R.O.T.A. omvat dus ook risico's en vervuilingen waarmee de militair in vredestijd én in missiegebieden (Crisis Response Operations en Peace Support Operations) kan worden geconfronteerd.

Meestal betreft het incidenten met gevaarlijke stoffen die zijn opgeslagen in containers, opslagtanks, silo's en tankwagens ten behoeve van (petro-)chemische en farmaceutische industrieën of kerncentrales. Bij incidenten vormen de vrijgekomen, met de wind meegevoerde infectieuze, organische, radiologische, toxische of anderszins gevaarlijke stoffen een verholen maar zeer reëel gevaar. Feitelijk is R.O.T.A. een continue dreiging, die vandaag de dag - zeker onder invloed van het internationaal terrorisme - realistischer is dan een aanval met CBRN-strijdmiddelen.

Voorbeelden van gevaarlijke stoffen zijn industriële (onder druk tot vloeistof gecomprimeerde) gassen zoals blauwzuur, chloorgas, fosgeen en allerlei soorten zeer giftige insecticiden. Dagelijks worden grote hoeveelheden van gevaarlijke stoffen over de weg, het water en door de lucht getransporteerd. Ongevallen, productiefouten en sabotage, maar ook oorlogshandelingen, kunnen bij dergelijke transporten rampen veroorzaken met eenzelfde impact als die van CBRN-aanvallen.

Een van de vele voorbeelden van een R.O.T.A. in vredestijd is de ontsnapping van acryl-nitril uit een lekkende treinwagon op het station van Amersfoort op 20 augustus 2002.

Persoonlijke reactie bij ROTA gevaar:

►Plaats uw CBRN-masker, evt. voorzien van de filterbus industriegassen.

►Sla alarm: klare taal of standaard CBRN-alarmeringen.

►Pas indien nodig én mogelijk ZHKH toe.

Zie ook: DS-2, GDS2000 en HAMIL.

Terug naar Boven

 

ROTATIE

Duits: Rotation. Engels: rotation. Frans: rotation. Wisseling van militairen of eenheden in het operatiegebied. In de regel omvat een rotatie de gehele cyclus van opeenvolgende wisselingen van personeel en/of materieel. Met het roteren van personeel wordt voorkomen dat ze afgemat raakt; met het roteren van materieel dat het door achterstallig (hoger) onderhoud en overslijtage niet meer operationeel inzetbaar is.

Onderscheiden in "inroteren" (naar het missiegebied) en "uitroteren" (uit het missiegebied).

Terug naar Boven

 

ROTATIEGEDRAG

Treedt na tweederde van een uitzending helaas nogal eens een zekere verslapping op in het concentratievermogen, in de laatste week gaan de remmen er regelmatig helemaal af: rotatiegedrag. Het woord komt niet voor in ‘Van Dale. Groot Woordenboek der Nederlandse Taal', maar het bestaan van het fenomeen wordt niet ontkend (noch bevestigd) door militairen met uitzendervaring.

Typerend voor rotatiegedrag is dat sommige uitgezonden militairen de laatste periode in het inzetgebied zien als een vrijbrief om de dag met grappen en grollen door te komen. De reacties op de omgeving zijn dienovereenkomstig dan wel exact het tegenovergestelde. Het werkwoord ‘werken' lijkt bij rotatiegedrag plaats te maken voor lanterfanten, algehele passiviteit en wachten op het ten uitvoer kunnen brengen van de two-can-rule.

Karakteristiek voor het rotatiegedrag is dat twee muzikale hoogtepunten meer dan gemiddeld worden gedraaid. De eerste is de enige hit van het amusementsorkest De Toendra's, ‘Ik Wil Weer Naar Huis' uit 1984.

De tweede, misschien net iets meer aansprekend, 'We Gotta Get Out Of This Place' (1965), van de Britse beat-band The Animals.

Download hier 'Ik Wil Weer Naar Huis' van De Toendra's (3,4 MB)

Download hier 'We Gotta Get Out Of This Place' van The Animals (2,92 MB)

Terug naar Boven

 

ROTOTA

Acroniem. Betekenis: Ronnie Tober-tasje.

In werkelijkheid de kleine goederentas die binnen de persoonsgebonden uitrusting (PGU) van de Koninklijke Landmacht wordt gevoerd. Kleine ronde tas om met behulp van clips aan het draagharnas (loadbearing vest) op de borst of aan de rugzak te bevestigen. De tas komt nichterig en verwijfd over, sterker nog: zelfs met weinig fantasie kan worden gesteld dat dit één van de weinige artikelen is die niet bepaald 'des militairs' overkomen. Wordt vooral gebruikt voor het meenemen van spullen naar theorie- en sportlessen.

Genoemd naar de homoseksuele volkszanger Ronnie Tober (geboren 21 april 1945 in Bussum), die hitachtige meezingers scoorde met 'Rozen voor Sandra' en 'Naar de kermis' (met Ciska Peters). Deze laatste groeide uit tot een klassieker binnen de homoscène. In 1965 deed Tober mee aan het Eurovisiesongfestival, waar hij zestiende werd met 'Geweldig'.

Pikant detail is dat Tober, die overigens opgroeide in de Verenigde Staten, in de jaren '60 naar Nederland vluchtte om de dienstplicht in zijn land te ontlopen.

Terug naar Boven

 

ROUTEBESCHRIJVING

Beschrijving van een vooraf verkende route, eventueel met vermelding van de afstanden in meters tot de tussengelegen, markante terreinkenmerken. De markante terreinkenmerken kunnen als oriëntatiepunten op de route worden gebruikt.

De routebeschrijving kan worden gebruikt als niet voldoende stafkaarten aanwezig zijn, de tijd voor het maken van een routeschets ontbreekt of de tactisch-operationele situatie daarom vraagt. Een routebeschrijving is tweede keus na de routeschets.

De routebeschrijving moet kort, duidelijk en in klare taal geschreven zijn: een andere persoon dan de steller van de routebeschrijving moet zich met behulp van de routebeschrijving correct over de route kunnen verplaatsen.

Aanvangspunt (APT) en eindpunt (EPT) moeten duidelijk omschreven zijn. Bij de beschrijving van de route naar de tussengelegen oriëntatiepunten en het EPT wordt gebruik gemaakt van dezelfde methode die bij doelaanduiding wordt gebruikt:

R

Richting volgens de klokmethode

Drie uur

A

Afstand in meters

400 meter

D

Doel in klare taal omschreven

Kerktoren van Vught

Terug naar Boven

 

ROUTESCHETS

De routeschets is eerste keus ten opzichte van de routebeschrijving. Het is een schets waarop de route waarover verplaatst moet worden op schaal is ingetekend.

Op de route zijn markante terreinkenmerken - zoals kruispunten van (spoor- en water-)wegen, bruggen, bospercelen e.d. met tussengelegen tussenafstanden in meters aangegeven. Idealiter moet de route zoals die op de routeschets is ingetekend worden verkend; de verkende meters moeten worden genoteerd op de routeschets. Handigste methode hiervoor zijn de dagteller van een voertuig of het tellen van stappen met een pedometer . Indien vooraf géén routeverkenning mogelijk is, kan de afstand van de route vanaf de stafkaart worden opgemeten met een kaarthoekmeter of lineaal.

De routeschets kan eveneens worden uitgevoerd in de vorm van een overlay (overlegvel), dat op doorzichtig papier vanaf de stafkaart is overgetrokken.

Op de routeschets moeten de volgende punten worden aangegeven:

APT

Aanvangspunt van de route

EPT 

Eindpunt van de route

Legenda

Verklaring van de tekens

Noordpijl

Pijl die naar het noorden wijst

Routepijlen

Richting waarin verplaatst moet worden

Schaal

Schaal van de routeschets

Totale afstand

In kilometers

Als de routeschets tweemaal zo groot is als de stafkaart (standaard 1 : 50.000), dan wordt de schaal van de routeschets automatisch 1: 25.000. Op een overlay moeten bovendien rechtsboven en linksonder assenkruizen met 4-cijferige kaartcoördinaten aanwezig zijn.

 

ROUTETIJDTABEL

Afgekort: RTT. Schertsende bijnaam: "Route-kwijt-tabel". Tabel die in detail vermeldt hoe een militaire eenheid in colonneverband van de ene naar de andere locatie verplaatst.

De RTT geeft onder meer aan:

Colonnenummer

Aanvangspunt (APT) van de verplaatsing

Eindpunt (EPT) van de verplaatsing

Datum van de verplaatsing

Estimated time of departure (ETD) van de verplaatsing

Per routedeel vermeldt de RTT daarnaast:

Nummering van het routedeel

Wegnummer (A-weg, N-weg)

Controlepunt (omschrijving, b.v. splitsing, kruising, afrit, oprit)

Omschrijving van het controlepunt in klare taal

Snelheid op het wegdeel

Onderlinge afstand tussen de nummering

Totale afstand (cumulatief)

Estimated time of arrival (ETA) van de passage van het controlepunt

Evt. rust en duur van de rust

Terug naar Boven

 

ROZE LIJST

Organieke naam: 1-Instructie Werk Kaart (1-IWK). De 1-IWK is een checklist die door het eerste echelon, de gebruiker van een voertuig, wordt opgemaakt. Op deze 1-IWK worden de defecten en gebreken aangegeven, waarna in samenspraak met het tweede echelon (Sergeant-Majoor Onderhouds Diagnosticus, SMOD) of derde echelon (hersteleenheid) deze defecten en gebreken worden verholpen.

De gebruiker is meestal de organieke chauffeur die het bruikleenbewijs voor het voertuig heeft getekend, tenzij het voertuig in het kader van oefening e.d. is gebruikt cq. gereden door een andere chauffeur.

Het opmaken van de 1-IWK vindt plaats:

►drie weken voorafgaande aan H(alfjaarlijkse)- of J(aarlijkse)-beurt

►driemaandelijks (uitgesteld onderhoud)

►maandelijks (periodiek)

►na langdurig gebruik

De volgorde van handelen bij het opmaken van de 1-IWK is steeds:

►afwerken van de onderhoudspunten van de Onderhoudskaart (OK, groene kaart) uit het rijopdrachtboekje

►afspuiten onderzijde chassis en wielkasten

►schoonmaken cabine en laadruimte

►puntsgewijs afwerken 1-IWK

►laten steekproeven 1-IWK door kaderlid

►inleveren 1-IWK bij voertuigbeheerder peloton, meestal OPC/HID

►aanbieden van het voertuig aan het hogere echelon (SMOD of hersteleenheid)

►opslag 1-IWK bij peloton

Terug naar Boven

 

RPG-7

In hedendaagse conflicten één van de meest voorkomende én gevreesde anti-tankraketwerper ter wereld, initieel sinds 1962 geproduceerd door Basalt (Moskou). Het wapen, gebaseerd op de Duitse Panzerfaust uit de Tweede Wereldoorlog, is in licentie ook geproduceerd in Bulgarije, China, Irak, Iran, Pakistan en Roemenië.

RPG wordt foutief in het Engels vertaald als Rocket Propelled Grenade. De Russische naam is Ruchnoy Protivotankoviy Granatome, de bijnaam Russian Powerful Gun.

Foto-compilatie van de RPG-7

De RPG-7 is een draagbaar, vanaf de schouder te lanceren en ongeleid anti-tankwapen voor de korte afstand, dat vooral populair is bij guerrilla-, andere irreguliere en vooral ook terroristische eenheden.

Specificaties:

effectief bereik tegen bewegende doelen

300 meter

effectief bereik tegen statische doelen

500 meter

gewicht, geladen

10,1 kg

gewicht, leeg

6,9 kg

kaliber lanceerbuis

40 mm

kaliber raket

85 mm

lengte, geladen

133,6 cm

lengte, leeg

96 cm

maximaal bereik

1.100 meter

penetratie

tot 60 cm homogeen staal

Ideale doelen die met de RPG-7 kunnen worden aangegrepen zijn:

  • Armoured Personnel Carriers (APC’s)
  • laagvliegende helikopters en vliegtuigen
  • ongepantserde en licht bepantserde wielvoertuigen

In het Irak na de Tweede Golfoorlog (2003) hebben dergelijke RPG’s meer dan de helft van de slachtoffers onder Amerikaanse militairen geëist.

Terug naar Boven

R.S.D.L.

NSN 6505-21-912-5229.

Voor het neutraliseren van de chemische strijdmiddelen op de huid, inclusief het gezicht, wordt in oorlogstijd Reactive Skin Decontaminant Lotion (RSDL) gebruikt. De oefenvariant heet ISDL: Inactive Skin Decontaminant Lotion.

RSDL is een huidontsmettingslotion bestemd voor individueel gebruik, verpakt in olijfgroene sachets van 42 ml. In het sachet, dat gemakkelijk met één hand kan worden opengemaakt, bevindt zich een speciale foam (sponsje) dat is geïmpregneerd met de huidontsmettingslotion. De sachets zijn bedoeld voor eenmalig gebruik.

De drill met de huidontsmettingslotion moet binnen 30 seconden worden uitgevoerd: na het insmeren van het gezicht, moet het NBC-masker worden geplaatst. Pas daarna wordt de rest van de hoofdhuid (hals en nek) ingesmeerd en weer daarna worden de handschoenen en het persoonlijk wapen ontsmet. RSDL moet minimaal 2 minuten inwerken, maar mag een aantal uren blijven zitten ( óók onder het NBC-masker). Het overblijfsel kan worden afgeveegd óf met schoon water worden afgespoeld.

Wanneer bij een vloeistof besmetting de huid al rood is geworden óf blaarvorming is opgetreden, mag RSDL niet meer worden gebruikt.

De voordelen van RSDL zijn:

  • kleeft niet aan andere materialen
  • klontert niet
  • niet toxisch (ook niet na reactie met het chemisch strijdmiddel)
  • veilig te gebruiken om en bij de ogen (voor ontsmetting van de ogen wordt alleen water gebruikt)

ISDL, de oefenvariant, is samengesteld uit water, polyethyleenglycol 600 monooleate en kleurstoffen. Bij regelmatige blootstelling bestaat een kleine kans op huidirritaties. De werkzame stof is prikkelend voor de ogen; bij contact met de ogen onmiddellijk spoelen met water.

Zie ook: Chemical Agent Monitor (CAM) en C.B.R.N.-middelen.

Terug naar Boven

 

R.S.O.M.I.

Met name logistieke fase in een militaire operatie die voorafgegaan wordt door deployment (ontplooiing van de eenheid) en wordt afgesloten met redeployment (terugtrekking van de eenheid). Optreden dat is gericht op het ontvangen van materieel en personeel in het operatiegebied, het samenvoegen van materieel en personeel tot eenheden en het verplaatsen van deze eenheden naar de uiteindelijke bestemming, waar de eenheden worden overgedragen aan de operationele commandant.

RSOMI is van doorslaggevend belang voor het concept van Rapid Deployment/Rapid Reaction. RSOMI staat voor:

R

Reception

Ontvangst van personeel en materieel in het inzetgebied

S

Staging

Tijdelijk huisvesten van eenheden in de Staging Area

OM

Onward Movement

Verplaatsen van personeel en materieel naar de Concentration Area

I

Integration

Beschikbaar stellen van inzetgerede eenheden aan de Force Commander

Dankzij RSOMI kan het materieel van een eenheid door middel van strategisch transport - over land en zee én door de lucht - in de buurt van het operatiegebied arriveren, vaak gescheiden van het personeel. In principe vindt RSOMI plaats zonder gebruikmaking van lokale ondersteuning en onder uiteenlopende omstandigheden (al dan niet beschikbare infrastructuur, Host Nation Support, al dan niet veilig). Onder andere fysieke distributie, voortschrijdende containerisatie en wissellaadsystemen vergemakkelijken RSOMI.

De redeployment-fase wordt ook wel aangeduid met reverse-RSOMI.

Terug naar Boven

 

RUBRICERINGEN

Letterlijk: indeling in rubrieken.

Nederlands

Stg Zeer geheim

Stg Geheim

Stg Confidentieel

Duits

Streng geheim

Geheim

Vertraulich

Engels

Top secret

Secret

Confidential

Frans

Très secret defense

Secret defense

Confidentiel defense

Binnen Defensie betreft het de indeling in rubrieken van gegevensvertrouwelijkheid en de bescherming daarvan tegen onthulling in het kader van een veiligheidsbeleid. Het betreft dan met name informatie van overheid, krijgsmacht en geheime diensten.

De rubrieken ‘zeer geheim’, ‘geheim’ en çonfidentieel’ worden gebruikt om de gegevensvertrouwelijkheid in te delen naar classificatieniveaus die afhankelijk zijn van de hoeveelheid schade die openbaarmaking zou kunnen veroorzaken. Om openbaringmaking tegen te gaan mag alleen personeel met een machtiging (clearance) voor een classificatieniveau én voor wie er een noodzaak is, die informatie tot zich nemen. Dit zijn de zgn. vertrouwensfunctionarissen.

Een machtiging kan alleen worden verkregen op basis van need-to-know naar aanleiding van een ‘verklaring van geen bezwaar’ als gevolg van een veiligheidsonderzoek. Dit onderzoek gaat na of de vertrouwensfunctionaris in spé in enigerlei vorm te maken heeft of kan hebben met deelname of steunverlening aan staatsgevaarlijke activiteiten, justitiële antecedenten heeft of een lidmaatschap van of steunverlening aan antidemocratische organisaties.

De drie genoemde classificaties tezamen worden "geclassificeerd" genoemd. De afkorting Stg staat voor staatsgeheim.

Terug naar Boven

 

R.U.M.B.A.-EISEN

Letterwoord dat de eisen aangeeft die moeten worden gebruikt bij het formuleren van een zorgdoel dat moet worden bereikt voor een zorgvrager. De R.U.M.B.A.-eisen, die worden geformuleerd door een zorgverlener, staan voor:

R

RELEVANT

(Relevant)

 

Gericht op én aansluitend op de toestand van de zorgvrager.

U

UNDERSTANDABLE

(Begrijpelijk)

 

Correct geformuleerd; bevat duidelijke aanwijzingen voor de evt. in te zetten hulpmiddelen.

M

MEASURABLE

(Meetbaar)

 

Meetbaar in de tijd, die tevoren is vastgesteld.

Het is objectief vast te stellen of de zorgdoelen zijn gehaald.

B

BEHAVIORAL

(Gedragsmatig)

 

Opgesteld in termen van concreet gedrag.

Geeft aan wat de zorgvrager na bepaalde tijd moet kunnen.

A

ATTAINABLE

(Haalbaar)

Realistisch; bevat aanwijzingen voor het minimale einddoel.

Vastgesteld aan de hand van:

- oordeel van de zorgverlener

- (on)mogelijkheden van de zorgvrager

De R.U.M.B.A.-eisen worden bijvoorbeeld gebruikt door de Algemeen Militair Verpleegkundige (AMV'er) in relatie met de P.E.S.-structuur en S.O.A.P.

Terug naar Boven

RULES OF ENGAGEMENT

Afgekort: ROE.

Letterlijk: “regels van overeenkomst”.

Rules of Engagement zijn de randvoorwaardelijke regels die gehanteerd worden bij de omgang met de andere partijen, waarin onder andere is doorgevoerd dat het gebruik van geweld wordt gereguleerd door juridische (humanitair-oorlogsrechtelijke), militair-operationele en politieke/diplomatieke beperkingen. Anders gezegd: onder welke omstandigheden en voorwaarden en op welk (gewelds)niveau en wijze geweld mag worden gebruikt. De ROE moeten helder, ondubbelzinnig en voor één uitleg vatbaar zijn.

De ROE bieden de militairen in een missiegebied de bevoegdheden waarmee zij de opgedragen taken – zowel impliciet als afgeleid – het hoofd kunnen bieden.

In principe vloeien de ROE voort uit het mandaat en doorgaans worden de ROE overgenomen van de ‘lead nation’ in een missie, maar het ondergeschoven land – bijvoorbeeld Nederland ten opzichte van Groot-Brittannië in de missie SFIR - kan wijzigingen aanbrengen op grond van nationale richtlijnen en overwegingen. In beginsel worden de ROE vastgesteld in overleg met de aan de missie deelnemende landen.

Een militaire commandant kan door gebruik van de ROE gemakkelijker sturing geven aan het geweldgebruik van de eenheden onder zijn bevel en op deze manier de escalatiedominantie (met gevechtskracht en crisisbeheersingsvermogen) beheersen.

De afgeleiden van de ROE zijn de in de eigen nationale taal gestelde Aide-Mémoire (voor commandanten en kaderleden) en de geweldsinstructie of Soldiers Card (voor iedereen).

ROE, Aide-Mémoire en geweldsinstructie of Soldiers Card zijn dienstvoorschriften in de zin van de artikel 135 van het Wetboek van Militair Strafrecht, omdat zij voldoen aan de vijf vereisten van het artikel om een instructie als dienstvoorschrift aan te merken:

►schriftelijk besluit
►algemene strekking voor een bepaalde missie
►bevoegd gegeven door of via de Minister van Defensie
►bevat enig militair dienstbelang
►bevat voor de aan een bepaalde missie deelnemende militair gerichte geboden en verboden

Zie ook: caveat, lead nation, memorandum of understanding en troop contributing nation.

Terug naar Boven

 

R.U.M.B.A.-EISEN

Letterwoord dat de eisen aangeeft die moeten worden gebruikt bij het formuleren van een zorgdoel dat moet worden bereikt voor een zorgvrager. De R.U.M.B.A.-eisen, die worden geformuleerd door een zorgverlener, staan voor:

R

RELEVANT

(Relevant)

 

Gericht op én aansluitend op de toestand van de zorgvrager.

U

UNDERSTANDABLE

(Begrijpelijk)

 

Correct geformuleerd; bevat duidelijke aanwijzingen voor de evt. in te zetten hulpmiddelen.

M

MEASURABLE

(Meetbaar)

 

Meetbaar in de tijd, die tevoren is vastgesteld.

Het is objectief vast te stellen of de zorgdoelen zijn gehaald.

B

BEHAVIORAL

(Gedragsmatig)

 

Opgesteld in termen van concreet gedrag.

Geeft aan wat de zorgvrager na bepaalde tijd moet kunnen.

A

ATTAINABLE

(Haalbaar)

Realistisch; bevat aanwijzingen voor het minimale einddoel.

Vastgesteld aan de hand van:

- oordeel van de zorgverlener

- (on)mogelijkheden van de zorgvrager

De R.U.M.B.A.-eisen worden bijvoorbeeld gebruikt door de Algemeen Militair Verpleegkundige (AMV'er) in relatie met de P.E.S.-structuur en S.O.A.P.

Terug naar Boven

 

RUNNER

Boodschappen- of loopjongen.

De primaire taak van de runner is het overbrengen van berichten. Feitelijk is de runner een ordonnans (binnen één of meerdere lokaliteiten) op een compound. Het meest bekende voorbeeld is de ops-runner die werkzaam is op de ops-room: deze runner dient de ops-manager en zorgt ervoor dat boodschappen met betrekking tot het in- en uitgaande telecommunicatieverkeer worden verspreid over betreffende functionarissen en secties – en vice versa.

Zie ook: ordonnans.

Terug naar Boven

 

Laatste update:19.05.2013