De afkorting S5 kan binnen de Koninklijke Landmacht een viertal dingen betekenen:
In het Duits: Sabotage. In het Engels: sabotage. In het Frans: sabotage.
Sabotage is een gewoonlijk niet-gewelddadige subversieve activiteit die is gericht op het opzettelijk én willekeurig hinderen, laten mislukken, onklaar maken, tegenwerken, vernietigen, verstoren of verwonden van, dan wel inmengen in, zaken die betrekking hebben op bestaande orde, vitale diensten en/of nationale veiligheid (veiligheid of paraatheid van zowel krijgsmacht als militair-industrieel complex), zoals:
De saboteur pleegt zijn actie in vredes- en oorlogstijd, met géén of weinig directe vuurkracht, in het geheim en/of tijdens een raid, met als oogmerk het verzwakken van de vijandelijke situatie. Bij sabotage en andere niet-gewelddadige subversieve activiteiten dient, los van de hoogte van het geweldsspectrum, rekening te worden gehouden met het gebruik van wapengeweld.
Militaire objecten moeten specifiek worden beveiligd tegen sabotageactiviteiten en andere subversieve acties. Lonende doelen zijn transportmiddelen, opslagdepots (militaire voorraden), communicatie-installaties en infrastructurele faciliteiten binnen de Lines of Communications (LOC’s) én (militaire) inrichtingen en installaties in het Point of Disembarkation (PODs). Gezien de – soms vergaande – gevolgen van sabotage vindt hiertegen zowel gebieds- als objectbeveiliging plaats, alsmede overige beschermingsmaatregelen.
In vredestijd dient sabotage door actiegroepen of individuen een (vermeend) idealistisch en/of politiek doel, zoals de diefstal van tweehonderd Glock 17-pistolen op de Vliegbasis Gilze-Rijen in het weekend van 9 en 10 april 2005 of het leksteken van 80 banden van militaire voertuigen op de Oranjekazerne in Schaarsbergen in het weekend van 7 en 8 mei 2005 (gericht tegen de Nederlandse deelname aan de missies in Afghanistan en Irak).
In oorlogstijd is sabotage bij uitstek een taak voor lichte infanterie én Special Forces, zoals het Korps Commandotroepen (KCT), die onder andere actief is in het uitvoeren van kleinschalige acties tegen vitale vijandelijke doelen als commandoposten, raketinstallaties en verbindingsposten.
Vijandelijke sabotage kan worden gezien als een destructieve tactiek die valt onder irregulier optreden, evenals:
Spionage, sabotage, subversie en terrorisme worden ook wel aangeduid met de afkorting SSST.
Counter-sabotage is een onderdeel van counter-intelligence (contra-inlichtingen). Doel hiervan is het detecteren, neutraliseren, vernietigen en voorkomen van sabotageactiviteiten door het identificeren, manipuleren, misleiden en onderdrukken van individuen of organisaties waarvan kan worden aangenomen dat zij sabotage uitvoeren. Ook het inmengen in dergelijke groeperingen behoort tot de counter-sabotage.
Contact-, onderduik- of schuiladres.
Een specifiek voorbereide locatie (boerderij, huis, hut, quala) voor eigen troepen om voor langere tijd in relatieve veiligheid in te verblijven.
Een locatie die wordt aangemerkt als safe house oogt in de regel onschuldig, maar er kunnen ook heimelijke activiteiten plaatsvinden, zoals fouilleringen en visitaties van gevangengenomen vijandelijke strijdkrachten.
Term voor een in het vijandelijk front vooruitspringende, boogvormige uitstulping van de eigen frontlijn. Met name het voorste deel van de saillant is zeer kwetsbaar voor eigen troepen.
Een saillant kan uit tactisch oogpunt bewust worden gecreëerd. Opvallend vaker komt het voor dat door een te snel oprukken van troepen in het kader van het aanvallend gevecht cq. een te traag terugtrekken van troepen in het kader van het verdedigend gevecht een saillant ontstaat.
In een saillant komen de eigen troepen als het ware klem te zitten tussen de vijandelijke troepen. Zij moeten zeer beducht zijn om, met maximale gebruikmaking van vuur- en zichtdekking, niet onbeperkt onder vuur genomen te worden. Voor de eigen troepen is het zaak om de saillant zo spoedig mogelijk te maximaliseren tot een zo breed mogelijke frontlijn; voor de vijand om de saillant zo snel mogelijk te minimaliseren en uiteindelijk te elimineren.
De basis voor elke rapportage of vijandmelding is dit Engelstalige ezelsbruggetje, dat kan worden beschouwd als de Angelsaksische tegenhanger van R.A.D.U.S.A.
Een sangar is een aarden of stenen verhoging rondom of voor een te verdedigen ruimte, dienend om de daarachter gelegen militairen aan het gezicht en het vuur van de vijand te onttrekken, van waarachter de vijand kan worden bestookt.
Het Britse leger maakte massaal gebruik van sangars aan de North West Frontier van (Brits-)India en in Afghanistan. Daar was het door de bodemgesteldheid onmogelijk om loopgraven te spitten, reden waarom uiterst kleine bovengrondse fortificaties werden gecreëerd door gebruik te maken van de aanwezige rotsblokken en stenen dan wel door gebruikmaking van gevulde zandzakken.
Traditionele benoeming van een militair van het wapen der genie die zich heeft gespecialiseerd in het maken van bouwkundige constructies op velerlei gebied. Traditioneel is de sappeur specifiek belast met het maken van loopgraven, tankgrachten en overige veldversterkingen en verdedigingswerken (sapperen).
Code: GB. Dodelijk giftig non-persistent zenuwblokkerende strijdmiddel. Sarin heeft een kortere werkingsduur (uren) dan soman en tabun.
Acetylcholine-agonist. Versterkt in eerste instantie de werking van acetylcholine (ACh) doordat de afbraak ervan wordt geremd. Omdat de prikkeloverdracht van zenuwen op elkaar, op spieren en op klieren ontregeld raakt, heeft ACh spierverslapping en ongecontroleerde spiersamentrekkingen tot gevolg. De uitwerkingsverschijnselen zijn in het letale stadium: dreigende verstikking, misselijkheid, braken en stuiptrekkingen. Zenuwblokkerende strijdmiddelen kunnen het lichaam binnendringen door absorptie (huid en ogen), inademing en inname (drinken en eten).
Zenuwblokkerende strijdmiddelen, zoals sarin, soman, tabun en VX, werken door remming van acetylcholinesterase. Na een aanval met zenuwblokkerende strijdmiddelen moet hun werking worden tegengaan door het plaatsen van een auto-injector met (de muscarine-antagonist) atropine in het bovenbeen in combinatie met een oxim, dat het zenuwgas van acetylcholinesterase kan verdringen.
De symptomen van zenuwblokkerende strijdmiddelen zijn braken, hoesten, kortademigheid, laten lopen van urine en ontlasting, pupilvernauwing, spierverlamming, stuiptrekkingen, transpireren en vernauwing van de bronchiale spieren. Zonder urgente medische behandeling zal de patiënt overlijden aan zuurstofgebrek.
De eerste van 555 Scania's is op 15 september 2005 overhandigd aan de commandant van 1 Logistieke Brigade, brigade-generaal Rob Knol. Met de order van deze 555 vrachtwagens is een bedrag van € 158 miljoen gemoeid.
De nieuwe vrachtvervoerder in het kader van het Fysieke Distributie-concept: Scania vrachtauto 165 kN 8 x 8 Wissel Laad Systeem
De Scania is een all-wheel-drive 4-assers (8x8), d.w.z. met een permanente aandrijving op alle acht wielen.
De Scanjack is het enige zware mijnenruimmiddel dat is toegerust met twee vlegels. De vlegels worden hydraulisch aangedreven door een Scania V8-motor; de overige hydraulica en voortstuwing worden aangedreven door de organieke 6-cilinder John Deere motor. De vlegelunit van de machine dient ten behoeve van het transport op een dieplader te worden gescheiden van het onderstel.
Beide vlegelassen van de Scanjack bevatten 76 kettingen met hamers, die een werkende breedte van 3 meter 50 combineren met een werkdiepte van 50 cm. Beide assen draaien tijdens ruimwerkzaamheden met 360 toeren per minuut in voorwaartse richting. De ruimcapaciteit en –snelheid van de Scanjack zijn afhankelijk van vele factoren, maar variëren van 0,5 tot 1,2 hectare per dag.
De bedienaar kan de machine besturen vanuit de cabine (alle AP-mijnen én AT-blastmijnen), maar in buitengewoon hoge dreigingsscenario’s (overige mijnen, onbekende mijnen, UXO’s) bestaat ook de mogelijkheid de machine op een afstand tot 700 meter te bedienen. Daarbij draagt de bedienaar een bommenpak of zit hij in een mijnresistent voertuig.
Afkorting van: Special Operations Forces Combat Assault Rifle.
Modulair wapensysteem van Belgische makelij, geproduceerd door zowel Fabrique Nationale de Herstale (FNH) in Luik als FNHUSA in de VS. Terwijl in 2003 de eerste SCAR gereed was voor productie, deed het United States Special Operations Command (USSOCOM) in 2004 een eerste bestelling; de Amerikaanse Special Forces verkozen de SCAR boven de Amerikaanse XM8 van producent Heckler & Koch. De SCAR’s, die worden gefabriceerd in Columbia (South Carolina), zullen vanaf 2008 verschillende wapens in het Amerikaanse arsenaal vervangen.
MK16 en MK17, die beiden zowel semi- als volautomatisch kunnen vuren, zijn uitgevoerd in versies met een verlengde loop (Long Barrel, LB), Close Quarters Combat (CQC) en voor snipers (SV). Ongeacht de verschillende kalibers en looplengten, is 90% van de wapenonderdelen en -toebehoren identiek voor zowel H- als L-versie. De looplengten zijn:
Het heeft er alle schijn van dat de FN SCAR ook het nieuwe wapen voor de Nederlandse Special Forces wordt.
Sinds KFOR (1999-2000) bezit en gebruikt ook de Nederlandse krijgsmacht de Duitse Schall-tenten; tijdens de missies ISAF en SFIR is deze tent beproefd. De eerste geneeskundige eenheid waar de Schall-tenten zijn ingestroomd is 11 Geneeskundige Compagnie Luchtmobiel.
Voor een hulppost van de gemechaniseerde brigade (zowel 43 Geneeskundige Compagnie als 44 Pantserinfanteriebataljon) is dit de Schall-Luftgestütztes Zelt (LGZ), type 5, C 5768. In het Nederlands: tent opblaasbaar geneeskundige dienst. Deze tent heeft een lengte van 6,3 meter en een breedte van 5,6 meter; de maximale hoogte is 3,3 meter; het totaalgewicht van de opblaasbare tent bedraagt 150 kg.
De opbouw van de tent geschiedt op bodemplaten (vastevloerdelen) met fixeerstukken (vergrendelstukken); de tent kan zowel langs elektronische als handmatige weg worden opgeblazen; de luchtkamers staan op een nagenoeg constante druk van 0,35 bar. Het langs elektronische weg opblazen van een tent duurt ± 4 minuten; ± 12 minuten na het leeglopen, mag de tent pas worden opgevouwen en transportgereed gemaakt.
De tent is gemakkelijk en eenvoudig op te zetten door twee personen, maar het vervoer dient te geschieden door zes personen. De tent wordt uitgerust met airconditioning/verwarming: per hulppostconfiguratie van twee Schall-tenten wordt een Dantherm VAM-40 uitgeleverd. De Schall-tent kan worden voorzien van een zonnescherm en wordt verankerd met piketten van 40 cm lengte.
Feitelijk bestaat één tent uit twee verpakkingen: 1 Packsack en 1 Zubehörsack. Ook beschikt de Schall-tent over een te verwijderen en te wassen binnendak.
In het Duits: Scharfschütze. In het Frans: tireur d'élite. In het Engels: marksman; sharpshooter.
Hier volgt binnenkort een artikel.
Jaarlijks leidt de SVV ± 6.000 militairen op in de aanzet naar een uitzending. De lesstof kan algemeen of tailor-made worden aangeboden, afhankelijk van de klant en het missiegebied. De missiegerichte instructie / opleiding (MGI/MGO) duurt normaliter twee weken en behelst onderwerpen als:
Duits: Schützenloch; Engels: foxhole; Frans: emplacement de combat. Smalle en ondiepe zelfgegraven vuurpositie met zicht- en met name vuurdekking, waarin in de staande schiethouding zo'n positie kan worden ingenomen dat kan worden waargenomen én gevuurd in een opgedragen sector in het voorterrein. De schuttersput, liefst aan de zijkant van een dijk, heuvel of sloot aan vijandzijde, kan dienen als directe verschansing tegen vijandelijk vuur én als vuurbasis: de vuurdekking moet bescherming bieden tegen vlakbaanvuur en, beperkt, tegen krombaanvuur.
De schuttersput is groot genoeg om zichzelf en de drie-eenheid van de eigen uitrusting – persoonlijk wapen, helm en nbc-masker – mee te nemen. In de schuttersput gelden geluids- en lichtdiscipline. De schuttersput past in het statische oorlogvoeren: wanneer terrein wordt gewonnen en op vijand wordt gestuit, begint normaal gesproken een vuurgevecht. Indien het vuurgevecht langer duurt en de mogelijkheid bestaat om meer vuur- en zichtdekking te creëren, wordt een ligsleuf gegraven. Gaat het vuurgevecht almaar door en dwingt het om op dezelfde locatie te verblijven, dan kan de ligsleuf worden uitgebreid naar een schuttersput. Als er helemaal geen vooruitgang meer optreedt in het statische oorlogvoeren, kunnen de schutterputten met elkaar worden verbonden tot een loopgravenstelsel.
De schuttersput beschermt deels tegen directe straling (d.w.z. gamma- en neutronenstraling) in het kader van CBRN: een open schuttersput beperkt de directe straling tot 45 centrigray (cGy), een schuttersput met 1 meter bovendekking zelfs tot 5 cGy.
Voor het maken van een schuttersput met bovendekking voor twee militairen is het volgende materieel nodig:
Het rondhout (balken, boomstammen, palen, planken) is benodigd voor zowel de tussendekking als de geleidebalk.
Bevel voor de piloot van een gevechtshelikopter of -vliegtuig om in geval van een (dreigende) noodsituatie zo snel mogelijk in de lucht te zijn, bijvoorbeeld in het kader van troepen die ergens om een air strike of close air support vragen, om een vijandelijk toestel te onderscheppen (interceptie) of om een toestel met onbekende identiteit dat op de radar is gesignaleerd te onderscheppen.
De take-off van een gevechtshelikopter of –vliegtuig is binnen enkele minuten. Onderscheiden worden een alpha scramble (daadwerkelijk alarm) en een tango scramble (oefenalarm).
Voluit: Suppression of Enemy Air Defences.
Letterlijk: onderdrukking van vijandelijke luchtafweer. In het Duits: Unterdrückung feindlicher Luftabwehr; Unterdrückung feindlicher Luftverteidigung. In het Frans: mise hors de combat des moyens de défense aérienne ennemis.
Omvat alle activiteiten om vijandelijke grondgebonden luchtverdedigingsmiddelen – zoals lanceerinrichtingen, luchtdoelartillerie, meervoudige raketwerpers en mortieren, maar ook communicatie- en radarcentra – te neutraliseren, elektronisch te storen, vernietigen of tijdelijk te onderdrukken. Hierbij wordt de effectiviteit van de luchtafweer verminderd. In de regel wordt SEAD uitgevoerd door de luchtstrijdkrachten, maar het kan ook ondersteund door grondgebonden vuursteun worden uitgevoerd. SEAD behoort tot de Counter Air Operations van de Koninklijke Luchtmacht.
Doel van SEAD is het vijandelijk luchtruim toegankelijker maken waardoor het eigen luchtoptreden een grotere kans van slagen heeft. SEAD is essentieel om luchtoverwicht te realiseren. SEAD gaat doorgaans gepaard met missies van radarstoorvliegtuigen en sweepers (straaljagers die de lucht schoonvegen van vijandelijke vliegtuigen)
Tijdens operatie Desert Storm (Eerste Golfoorlog, 1991) was SEAD de eerste missie die werd uitgevoerd door de coalitietroepen om de Irakese troepen uit bezet Koeweit te verdrijven om de weg te plaveien voor jachtbommenwerpers en grondtroepen.
De zeer schaarse SEAD-middelen binnen de NAVO zijn vooral in handen van de VS. Tijdens de NAVO-operatie Allied Force tegen Joegoslavië (1999) moesten ruim 40 van de in totaal 95 Amerikaanse SEAD EA-6B Prowlers worden ingezet en onttrokken aan operationele activiteiten op andere continenten. Omdat verliezen aan NAVO-zijde onacceptabel waren, bestond elke aanvalsgolf voor 30% uit SEAD-vliegtuigen.
In 1964 of ‘65 door generaal William C. Westmoreland (1914-2005) ontwikkelde tactiek. Het doel ervan was om leden van het Zuid-Vietnamese National Liberation Front (Viet Cong, VC), die zich te midden van de burgerbevolking verstopten in oorden in de jungle of op het platteland, te vinden en om te brengen. Search-and-destroy was in de praktijk een agressieve zuiveringsoperatie. Volgens de generaal was de Viet Cong veel te statisch en buiten zij het voordeel van deze situatie uit tegen de Amerikaanse troepen.
Westmoreland was commandant van alle Amerikaanse troepen in Vietnam, het Military Assistance Command Vietnam (MACV), van 1964 tot 1968. Westmoreland's tactiek werd geïllustreerd door G.I.'s die dorpen volledig platbrandden, zodra daar ook maar enige activiteit van de Viet Cong werd vermoed. Het bloedbad in het Zuid-Vietnamese gehucht My Lai (spreek uit als “Mieh Laai” ) in de provincie Quang Ngai op 16 maart 1968, was in dit verband een dieptepunt.
Afgekort: 2I/C. Voluit: second-in-command. Ook genaamd: deputy commander. Het equivalent in de Amerikaanse krijgsmacht is Executive Officer (XO). In het Duits: Stellvertreter; stellvertretender Kommandeur (StvKdr). In het Frans: adjoint; officier adjoint.
Gangbare benaming voor de opvolgend of plaatsvervangend commandant van een eenheid. Bij een zelfstandige eenheid verlicht de second de werkzaamheden van de commandant en draagt hij/zij verantwoordelijkheid voor alle logistieke processen.
Stafonderdelen waar stafofficieren - en toegevoegde stafonderofficieren - zich bezighouden met de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van specifieke aangelegenheden voor een commandant. Op bataljons- en brigadeniveau worden de volgende secties onderscheiden (op divisie- en legerkorpsniveau wordt in plaats van een S 1 t/m 6 gesproken van een G 1 t/m 6):
1 | Personeel | - Ceremonieel
- Disciplinaire maatregelen
- Onderscheidingen
- Public Relations
|
2 | Inlichtingen & Veiligheid | - Chemisch, Biologisch, Radiologisch en Nucleair (CBRN)
- Elektronische oorlogvoering (EOV)
- Geografische ondersteuning
- Gevechtsinlichtingen
- Meteorologische ondersteuning
- Veiligheidsaspecten
|
3 | Operatiën & Plannen | - Oefeningen & Manoeuvres
- Opleiding & Training (O & T)
|
4 | Logistiek | - Logistieke operatiën en plannen
- Materieel
- Militaire Gezondheidszorg
- Onderhoud
- Steunverleningen
- Verkeer & Vervoer
|
6 | C4I | - Bevelvoering
- Informatie en Communicatie Technologie (ICT)
- Inlichtingen
- Verbindingen
|
9 | CIMIC | - Contacten met lokale autoriteiten
- Gastlandsteun (host nation support)
- Liaison met Non-Governmental Organisations (NGO's) en International Organisations (IO's)
- Ontmijnen & Explosievenopruiming
- Wederopbouw
|
(C4I = Command, Control, Communications, Computers en Intelligence, CIMIC = Civiel-Militaire Samenwerking)
Terug naar Boven
sECURITY
Veiligheid van een landing point conform het gestelde in HB 7-42, Handboek Helicopter Handling, zoals dat onder andere in gebruik is 11 Air Manoeuvre Brigade Air Assault.
Het landing point moet te allen tijde zodanig worden gekozen dat de vijand hierop zo min mogelijk invloed kan uitoefenen. Het landing point moet sowieso gevrijwaard zijn van vlakbaanvuur, d.w.z. Concealed Approach and Departure (CAD).
Terug naar Boven
sEEDORF, LEGERPLAATS
Deze kazerne, gelegen aan de Twistenberg in Seedorf in de Samtgemeinde Selsingen, was tot 6 mei 2006 de thuisbasis van 41 Gemechaniseerde Brigade. De kazerne, met een oppervlakte van 120 hectare, is vernoemd naar het oord Seedorf, gelegen in de zgn. Elbe-Weser Dreieck in het Kreis Rotenburg, Bundesland Niedersachsen in Duitsland. Seedorf ligt ten zuiden van Selsingen en noordelijk van Zeven.
De legerplaats is te bereiken via Autobahn 1 (E22) die Bremen en Hamburg met elkaar verbindt en vervolgens, ± 20 km van de snelweg, via Bundesstrasse 71.
In 1963 is de legerplaats door de Nederlanders van 41 Pantserbrigade betrokken in het kader van de Budel-Seedorf-overeenkomst (Budel-Seedorf-Abkommens); in ruil voor Seedorf betrok een Duitse opleidingseenheid van de Luftwaffe de Nassau-Dietzkazerne op de Weerter Heide in het Brabantse Budel.
In Seedorf bevindt zich de grootste concentratie van Nederlandse troepen in Duitsland, ongeveer 2.200 militairen, vrijwel allen behorend tot 41 Gemechaniseerde Brigade. Behalve de gebruikelijke kazerne-infrastructuur, biedt Seedorf faciliteiten voor de gezinnen van de militairen, zoals een belastingvrije Dutch Army Shop, een veldpostkantoor en een zwembad.
In 2003 is aangekondigd dat 41 Gemechaniseerde Brigade wordt opgeheven en de legerplaats, in 2007, wordt opgeheven en aan Duitsland overgedragen. Een belangrijk deel van de brigade-eenheden wordt naar Nederland teruggehaald:
EENHEID | TERUGGEHAALD NAAR | OPGAAND IN |
41 Brigade Verkennings Eskadron Regiment Huzaren van Boreel | 't Harde | --- |
41 Pantsergeniecompagnie Zwaar | Oirschot | Pantsergeniebataljon |
42 Pantserinfantierbataljon Limburgse Jagers | Oirschot | --- |
tankeskadron van 101 Tankbataljon Regiment Huzaren Prins Alexander | Havelte | 42 Tankbataljon Regiment Huzaren Prins van Oranje |
tankeskadron van 101 Tankbataljon Regiment Huzaren Prins Alexander | Oirschot | 11 Tankbataljon Regiment Huzaren van Sytzema |
twee batterijen van 41 Afdeling Veldartillerie | 't Harde | --- |
41 Bevoorradingscompagnie wordt opgeheven in het kader van de Fysieke Distributie, 41 Herstelcompagnie verdwijnt en 41 Geneeskundige Compagnie wordt omgevormd en gaat terug naar de Generaal Spoorkazerne in Ermelo.
Na het opheffingsappèl van de hoofdbewoner van Seedorf, 41 Mechbrig, is de kazerne medio 2006 en '07 betrokken door eenheden van 31. Luftlandebrigade, één van de brigades van de Division Spezielle Operationen (DSO).
Zie ook: 1 Legerkorps (1 LK) en Nassau-Dietzkazerne.
Terug naar Boven
SEINPISTOOL
Binnen de Koninklijke Landmacht is het seinpistool GECO in gebruik. Dit is een Duits enkelschots-wapen, geproduceerd door Gustav Genschow & Company, met kaliber 26,5 mm. Met een seinpistool (flair gun) worden lichtkogels afgevuurd voor het verlichten van het slagveld bij nacht, het geven van signalen (noodsignaal, aangeven eigen positie, afbreken of beginnen van de aanval, e.d.) en het stichten van brand. | |
Zie ook: Glock 17 en pistool.
Terug naar Boven
SELF-INFLICTED WOUNDS
Afgekort: SIW’s. In het Nederlands: automutilatie; zelf toegebrachte verwondingen.
Zichzelf opzettelijk verwonden tijdens het gevecht met als doel zichzelf te diskwalificeren als dienstgeschikt aan het front.
In oorlogstijd worden SIW’s gezien als zware militaire overtredingen. Meestal zijn opzettelijk zichzelf toegebrachte verwondingen schoten in de hand of de voet. In oorlogstijd is het voor artsen moeilijk, zo niet onmogelijk, een onderscheid te maken tussen oorlogswonden en ongevallen én SIW’s.
Tijdens de Eerste Wereldoorlog werden er alleen al in de Britse krijgsmacht 3.894 militairen schuldig bevonden aan SIW’s. Hoewel doodgeschoten worden door een vuurpeloton de strafmaat was, is in de praktijk niemand geëxecuteerd. In plaats daarvan kreeg het merendeel langdurige gevangenisstraffen.
Terug naar Boven
SENIOR MEDICAL OFFICER
Afgekort: SMO. In het Duits: Oberfeldarzt. In het Frans: officier supérieur du service de santé. Hoogste medische autoriteit in een operatiegebied, tevens arts. In de regel is de SMO geen behandelend arts. Zijn taakstelling is:
inschatten, ten behoeve van het geneeskundig planningsproces, van alle factoren van invloed (gezondheidsrisico’s) over het operatiegebied
ontwikkelt het plan voor de gezondheidszorg voor een operatiegebied in coördinatie met de Speciale Staf Officier Gezondheidszorgdienst (SSOGD) van OPCO en de operationele/tactische commandant, onder meer op basis van:
- operatieplan van de Force Commander
|
- het operatieplan van de Nederlandse contingentscommando en de Nederlandse gezondheidszorgtaak hierin
|
- (gedacht) optreden van eigen gevechts, gevechtssteun- en gevechtsverzorgingssteuneenheden
|
|
- beschikbaarheid van een theaterstructuur
|
- beschikbaarheid van geneeskundige middelen (wat is beschikbaar, wat zijn de middelen/mogelijkheden bij neven - en hogere eenheden, welke activiteiten zijn benodigd om de geneeskundige middelen los te weken uit de vredeslogistiek, trainingsniveau van de eenheid, aantal/kwaliteit specialisten)
|
- factoren bij de eigen troepen (dental fitness, fysieke fitheid, moreel en stressbestendigheid)
|
- factoren voortkomend uit de analyse van de opdracht (zoals richtlijnen, beperkingen in tijd, ruimte en middelen)
|
- gegevens over vijand en/of partijen (gedacht gewondenaanbod; aantal/kwaliteit verwondingen en ziekten bij eigen troepen)
|
- medische inlichtingen over (infectie)ziekten in operatiegebied (humanitaire hulpverlening; out of area)
|
- overige gezondheidsbedreigende factoren
|
- realisatie van voorwaartse, tactische, operationele en strategische geneeskundige afvoer (CASEVAC; MEDEVAC)
|
- verkenningsplan (al dan niet zelf deel uitmakend van initiële verkenningsparty)
|
- weer en terrein (i.h.k.v. optreden geneeskundige eenheden)
|
|
- al dan niet voorzien in zorg voor een combined / joint troepenstructuur of, voor het verkrijgen van zorg, aansluiting op een combined / joint gezondheidszorgsysteem van een troop contributing nation (TCN)
|
beoordeelt voortdurend de geneeskundige zorgaspecten in het operatiegebied (assessments)
bewaakt het beslag op de gezondheidszorgcapaciteit (geneeskundige inrichtingen) en de benodigde middelen voor bescherming van het zorgsysteem
coördineert het repatriëren van gewonden, zieken en stoffelijke resten naar Nederland
draagt zorg voor gewondenspreiding
is verantwoordelijk voor het doorlopend evalueren van gezondheidsbedreigende factoren
ontvangt van alle geneeskundige inrichtingen gezondheidszorggegevens (
EPINATO /
DNBI)
De SMO rapporteert (in)direct aan:
- Contingentscommando (CONTCO)
- Directie Operaties (DOPS) van de Commandant der Strijdkrachten (CDS)
- Hoogste Medische Autoriteit (HMA) van de Directie Militaire Gezondheidszorg (DMG)
- liaisonofficier van de HMA in het Defensie Operatie Centrum (DOC)
- stafarts Operationeel Commando (OPCO)
Terug naar Boven
SERGEANT
"De man die buldert wanneer de majoor in de buurt is en schuine moppen vertelt als de majoor doorloopt." (Links uit de flank, Leeuwarder Courant).
Terug naar Boven
SERGEANT-MAJOOR
| Onderofficier die in rang boven de sergeant der eerste klasse en onder de adjudant-onderofficier; de sergeant-majoor behoort tot de bovenbouw van de onderofficieren. Bij de administratie, artillerie, cavalerie en Koninklijke Marechaussee wordt de sergeant-majoor opperwachtmeester ("opper") genoemd. | |
Volgens de NAVO-rang OR-7 (STANAG 2116) is de sergeant-majoor onder andere vergelijkbaar met de Amerikaanse Sergeant First Class, Britse Staff Sergeant/Colour Sergeant en Duitse Hauptfeldwebel.
Terug naar Boven
SERGEANT-MAJOOR SCHEICKKAZERNE
| Deze kazerne, gelegen aan de Gutembergweg in het industriegebied van Culemborg, is de thuisbasis van de grondgebonden EOD-compagnie van de joint Explosieven Opruimingsdienst Defensie (EODD) – in 2009 voortgekomen uit een fusie met de explosievenruimers van de Koninklijke Luchtmacht en de Koninklijke Marine. Sinds 1983 is de voorloper van de EODD – het Explosieven Opruimings Commando Koninklijke Landmacht (EOCKL) – op deze locatie te vinden. |
Daarvóór waren zij gevestigd in Fort Everdingen en Fort Werk aan 't Spoel, twee onderdelen van de Nieuwe Hollandse Waterlinie ten westen van Culemborg. De Sergeant-majoor Scheickkazerne is vernoemd naar sergeant-majoor C.M. Scheick, die deel uitmaakte van de in 1944 in Engeland opgerichte No. 1 Netherlands Mine Lifting Company, een afdeling voor het ruimen van niet-gedetoneerde granaten, landmijnen, vliegtuigbommen en overige munitie. No. 1 NMLC gold als voorloper van de door het Militair Gezag opgerichte Mijn Opruimings Dienst (MOD), vanaf 1946 de Mijn- en Munitie Opruimings Dienst (MMOD) geheten. Op 17 november 1944 kwam de eerste Bomb Disposal-ploeg vanuit Engeland in Brussel aan, na een tussenstop voor extra opleiding en training op de British Mineschool in Knokke. Zij werden onder bevel geplaatst van de toenmalige Bevelhebber der Nederlandse Strijdkrachten, Z.K.H. Prins Bernhard. De eenheid was vanaf december 1944 actief in het bevrijde deel van Nederland. | |
Op 16 februari 1945 was sergeant-majoor Scheick met de sectie waarover hij het commando voerde, mijnen aan het ruimen in de buurt van Bergen op Zoom. Bij het demonteren van de ene mijn detoneerde een andere, waardoor Scheick zeer ernstig gewond raakte aan zijn gezicht. Scheick overleed dezelfde dag in het Engelse militaire hospitaal in Bergen op Zoom aan zijn verwondingen, waarmee hij de eerste Nederlandse explosievenopruimer was die omkwam op bevrijd Nederlands grondgebied. Alleen al in 1945 kwamen nog 13 collega’s van de No. 1 NMLC om het leven komen; tussen januari 1945 en december 1947 kwamen in totaal ± 50 Nederlanders bij mijnruimwerkzaamheden om het leven.
Op de Sergeant-majoor Scheickkazerne is ook de Historische Verzameling Explosieven Opruimingsdienst geloceerd.
Terug naar Boven
SERGEANT-MAJOR SHUT-UP
| Eigenlijk: Battery Sergeant-Major 'Taffy' Williams. Welshman Williams, zoon van een mijnwerker, is het altijd bezwete, immer stoer kijkend prototype van de échte sergeant-majoor. Sergeant-Major Shut-Up dankt zijn bijnaam aan het feit dat hij te pas, maar vooral te onpas, "Shut up!" ("Kop dicht!" ) roept. Sergeant-Major Shut-Up wordt in de Britse comedy-serie 'It Ain't Half Hot Mom' - in het Nederlands vertaald als 'O Moeder Wat Is Het Heet' - gespeeld door acteur Windsor Davies (geboren in Londen op 28 augustus 1930). De serie, geschreven door Jimmy Perry en David Croft, is door de BBC in 56 afleveringen uitgezonden. |
Het geheel speelt zich af in kamp Deolali in het Indiase Bombay aan het einde van de Tweede Wereldoorlog. Voor de militairen die naar het front in Birma onderweg zijn is dit letterlijk een oase van entertainment, maar voor Sergeant-Major Shut-Up is dit, als enige echte militair ter plaatse, slechts krenkend en vernederend. Toch maakt zijn Royal Artillery Concert Party er in de tropische hitte steeds weer het beste van. De oudere en ervaren Sergeant-Major Shut-Up brengt het grootste deel van zijn tijd door bij zijn manschappen, naar wie hij steevast hard schreeuwt en die hij allemaal probeert de jungle in te sturen om een echte militair te worden.
Terug naar Boven
SHELTER GENEESKUNDIGE DIENST
Sinds halverwege 2005 is de nieuwe shelter geneeskundige dienst als eerste ingevoerd bij het hulppostpeloton van 43 Geneeskundige Compagnie.

Boven de shelter, type C3-A1, zoals die nieuw in gebruik is bij de geneeskundige dienst, linksonder de oude shelter van het type KLSS, rechtsonder de inrichting van de verbindingsdienst-shelter
De shelter, type C3-A1, is de oude shelter zoals die voorheen werd gebruikt als bedieningsruimte voor de straalzenderinstallaties bij de verbindingsdienst en kan, behalve de tweemaal 12 (24) organieke kisten van een hulppostgroep, eveneens 8 ingeklapte draagbaren vervoeren, plus de sets AMA-, AMV- en AMVIG-koffers, onderzoekslampen, zuurstof en allerlei randapparatuur.
Producent van de shelter, die wordt getransporteerd op een YA-4442 (aanduiding: YAS) is Stork Fokker AESP in Hoogeveen.
Terug naar Boven
SHEMAGH
| Ook genaamd: keffiyeh of Palestijnse sjaal. Multifunctionele sjaal die wordt gedragen op het hoofd, om de schouders en voor mond en neus ter bescherming tegen zon, koude, wind, stof en opstuivend zand, in het bijzonder in een woestijnachtige omgeving. Het is dan ook van origine de traditionele hoofddoek van Arabische volkeren in het Midden-Oosten. De Britse Special Air Service ontdekte het ideale militaire gebruik van de shemagh tijdens woestijnoptreden in Noord-Afrika tijdens de Tweede Wereldoorlog. De sjaal heeft goede camouflerende eigenschappen, in de regel een formaat van 1 bij 1 meter, is verkrijgbaar in verschillende kleuren en gemaakt van 100% katoen. |
Zie ook: woestijnoptreden.
Terug naar Boven
SHIRBRIG
Voluit: United Nations Stand-by Forces High Readiness Brigade. Flexibel en combined samenwerkingsverband tussen gelijkgezinde kleinere en middelgrote lidstaten van de Verenigde Naties dat zich richt op het plannen, voorbereiden en uitvoeren van vredesoperaties onder mandaat van de VN. Het achterliggende idee is te kunnen putten uit een reservoir van door de VN-lidstaten opgegeven troepen voor Peace Support Operations die worden ontplooid volgens het concept van een high readiness brigade. | |
Het Deense initiatief was een reactie op de mislukte vredesoperaties in Bosnië-Hercegovina (1995), Rwanda (1994) en Somalië (1995). In 1994 richtte het Department of Peacekeeping Operations (DPKO) van de VN al de UN Standby Arrangement System (UNSAS) op – een database van VN-lidstaten die in beginsel bereid zijn om ge-earmarkte troepen ter beschikking te stellen van een VN-vredesoperatie, waardoor de Secretaris-Generaal van de VN in staat is op korte termijn een VN-operatie samen te stellen – en in april van dat jaar promootte Nederland hetzelfde idee van een dergelijke brigade buiten UNSAS om in het rapport ‘A UN Rapid Deployment Brigade: A Preliminary Study’.
Op 15 december 1996 ondertekenden zeven landen de Letter of Intent voor de SHIRBRIG: Canada, Denemarken, Nederland, Noorwegen, Oostenrijk, Polen en Zweden. Op 2 september 1997 werd het permanente Planning Element (PLANELM, brigadekernstaf) officieel geopend door de toenmalige Secretaris-Generaal van de VN, Kofi Annan. De eerste commandant was de Deense brigadegeneraal Finn Særmark-Thomsen; de Nederlandse brigadegeneraal Patrick Cammaert was van 1999 tot 2001 commandant.
Sinds de oprichting is de SHIRBRIG uitgegroeid tot 23 leden (stand in 2008). Op 1 januari 2000 was de SHIRBRIG gereed voor het uitvoeren van operaties; in november 2000 ontplooide de SHIRBRIG voor het eerst troepen naar een vredesoperatie, te weten UNMEE, in de Hoorn van Afrika. Vervolgens ontplooide de SHIRBRIG eenheden naar Ivoorkust (UNOCI, 2003), Liberia (UNMIL, 2003) en Sudan (2004-2005) – allen op het Afrikaanse continent. Hiermee komt de SHIRBRIG tegemoet aan de Nederlandse wens meer aandacht te besteden aan de opbouw van veiligheidsstructuren in Afrika.
Hoewel de SHIRBRIG planmatig troepen bijdraagt aan vredeshandhavende operaties (volgens hoofdstuk VI van het VN Handvest), laat de actualiteit zien dat het onderscheid tussen vredeshandhavende en vredesafdwingende operaties (artikel VII) steeds vager wordt. In de nabije toekomst richt de SHIRBRIG zich dan ook op missies met een meer robuust karakter. In 2005 is, mede op initiatief van Nederland, het concept van de SHIRBRIG aangepast: in plaats van een volledig inzetbare (staande) brigade is de SHIRBRIG voortaan de kern van een hoofdkwartier met ondersteunende eenheden en van planningscapaciteit ten behoeve van VN-missies. Het hoofdkwartier kan dienen als de kern van een VN-hoofdkwartier in een nieuw missiegebied. Het vernieuwde SHIRBRIG-concept legt een kleiner beslag op de capaciteiten van de lidstaten.
De kernstaf van deze brigade is gevestigd op de Garderkasernen Høvelte in Birkerød, Denemarken. De maximale sterkte van de brigade bedraagt ± 4.500 militairen.
Het SHIRBRIG-concept is gebaseerd op:
- dankzij een brigadepool snelle beschikbaarheid van troepen in het operatiegebied: 15 tot 30 dagen na de nationale politieke besluitvorming van elk van de troop contributing nations
|
- eenheden zijn zelfvoorzienend gedurende 60 dagen
|
- modulaire opbouw van de troepenmacht
|
- ontplooiing onder hoofdstuk VI van het VN-Handvest (vredeshandhavende operaties); de lidstaten behouden zich het recht deelname aan bepaalde acties te weigeren
|
- ontplooiingsperiode van maximaal 6 maanden: géén rotaties, maar beëindiging van de operatie of aflossing door non-SHIRBRIG-eenheden
|
- te voren gerealiseerd multinationaal hoofdkwartier
|
Terug naar Boven
SHOCK & AWE
In militair jargon: Rapid Dominance-strategie. In 2003 voor het eerst beproefd in de Tweede Golfoorlog om Irak met een Hiroshima-effect "fysiek, emotioneel en psychologisch" aan gruzelementen te slaan.
Term afkomstig van de boektitel Shock and Awe: Achieving Rapid Dominance (1996) van de voormalig Amerikaanse marinepiloot en hedendaagse Witte Huis-adviseur Harlan Ullman. Beschrijft hoe een tegenstander bliksemsnel op de knieën kan worden gedwongen door zo'n kolossale dreun ("shock") te verkopen dat de tegenstander met stomheid ("awe") is geslagen. De uitvoering is die van een strategisch massabombardement met een grote hoeveelheid precisiewapens om belangrijke doelen snel uit te schakelen met als doel de vijand angst en ontzag in te boezemen én leiders ervan te doen overtuigen dat verzet zinloos is: daardoor wordt het moreel van zowel de troepen als de bevolking in één klap gebroken. Overigens moeten de luchtaanvallen gepaard gaan met een fors grondoffensief.
Harlan heeft zijn idee overigens uit verdachte hoek: "dreun & stomheid" waren de fundamenten die door Hitler's militaire leiders werden gepropageerd als een nieuwe en vooral dodelijke manier om snel een tegenstander te overrompelen. Denk hierbij aan de Blitzkrieg. Strategische overwegingen als burgers, non-combatanten en collateral damage aan de infrastructuur zijn hierbij van ondergeschikt belang.
Terug naar Boven
SHOOT
Invlieghoek ten opzichte van een landing point conform het gestelde in HB 7-42, Handboek Helicopter Handling, zoals dat onder andere in gebruik is 11 Air Manoeuvre Brigade Air Assault.
Het gaat hierbij om de meest optimale invlieghoek in relatie tot de aanwezigheid van obstakels. Bij de onvermijdelijke aanwezigheid van obstakels, m.a.w. als het verkende punt ondanks de aanwezigheid van obstakels toch moet fungeren als landing point, moeten de obstakels als volgt worden gemarkeerd:
bij optreden bij dag | rood-wit lint (rowili) |
bij optreden bij nacht | rood breaklight |
De invlieghoek wordt opgemeten met behulp van een clinometer.
Terug naar Boven
SHOOT & SCOOT
Letterlijk: Schieten en wegwezen.
Afleidingstactiek van artillerie- en luchtverdedigingseenheden om zich onmiddellijk na het vuur uitbrengen te verwijderen van de stelling (vuurlocatie). De reden hiervoor is het vermijden van vijandelijk tegenvuur. Voor het toepassen van ‘shoot and scoot’ is mobiele artillerie die snel en eenvoudig van stelling kan veranderen een vereiste, al dan niet in het verband van één of meerdere batterijen. Moderne houwitsers, zoals de Panzerhaubitze 2000, kunnen binnen enkele minuten in stelling komen, een opdracht tot vuren ontvangen, vuurgegevens verwerken, richten, vuren, uit stelling komen en verkassen.
Niet te verwarren met spray and pray.
Terug naar Boven
SHOOTING REPORT
Afgekort: Shootrep.
Rapport dat vanaf een positie dient te worden opgemaakt bij vuur van klein kaliber wapens verder dan 25 meter en/of artillerie- en/of mortiervuur verder dan 100 meter.
Een shooting report wordt doorgegeven via de radio aan de OPS-Room op een compound. Op de OPS-Room komen alle rapporten met meldingen vanuit verschillende posities binnen, meest bij Peace Support Operations.
A | Tijd aanvang schieten; tijd eerste waarneming schieten |
B | Tijd einde schieten; tijd eerste waarneming schieten |
C | Aantal schoten + Kaliber |
D | Vanaf welke locatie is geschoten |
E | Naar welke locatie is geschoten; meters van inslag |
F | Groepering; sterkte; bewapening |
H | Gewonde(n); schade |
M | Bijzonderheden; genomen maatregelen |
Terug naar Boven
SHOTGUN MOSSBERG M590
| Jachtgeweer, gefabriceerd door het Amerikaanse O.F. Mossberg & Sons, waarmee hagelpatronen worden verschoten; door middel van een pompactie wordt het gladloops wapen geladen. De shotgun is een ideaal wapen voor velerlei zaken, onder andere voor jagen op korte afstand, jungle-operaties, operaties in verstedelijkt gebied (OVG, betreden van huizen), verkenningen en het tot stoppen dwingen van voertuigen. Het wapen heeft een ongeëvenaarde vuurkracht op afstanden tot ± 75 meter. Voor het forceren van deuren, ramnen en andere toegangen is het wapen een uitkomst. Daartoe vuurt de shotgun patronen met hagelkorrels die een correct verhouding tussen spreiding en uitwerking hebben. Het wapen is onder andere in gebruik bij 11 Air Manoeuvre Brigade en het Korps Commandotroepen. |
Door de greep om het magazijn (onder de loop) voor- en achterwaarts te bewegen wordt het wapen geladen (pompactie). Het kaliber van de patronen is van origine afkomstig uit de jachtwereld. Voor de shotgun bestaat ook traangasproducerende munitie.

Specificaties:
| effectieve dracht | 25 tot 50 meter |
gewicht, geladen | ± 3,3 kg |
gewicht, leeg | ± 2,9 kg |
kaliber | 12 gauge (1,85 cm) |
lengte loop | 50,8 cm |
| lengte wapen | 104,1 cm |
magazijncapaciteit | 9 patronen |
Terug naar Boven
SHOWING THE FLAG
| Ook wel: showing of presence. Vertoon van aanwezigheid van een strijdmacht. Het eenvoudigweg tonen van een (alomtegenwoordige) aanwezigheid is, vooral in de postconflictfase van Peace Support Operations, een succesvol beproefd middel. Niets meer of minder dan herkenbaar aanwezig zijn. Meest bekende voorbeeld zijn troepen van de Verenigde Naties die opereren met blauwe baretten, helmen en vlaggen aan voertuigen e.d. |
Transparantie van een strijdmacht is noodzakelijk om een (potentiële) tegenstanders duidelijk te maken wie zij is. De meest toegepaste methode van showing the flag is door zowel overdag als 's avonds en ’s nachts tot in de verste uithoeken en afgelegen gebieden van een area of responsibility (AOR), maar ook in stedelijke gebieden, bereden, lopende of sociale patrouilles uit te voeren. Wanneer er vervolgens iets in de AOR plaatsvindt, is de strijdmacht snel ter plaatse.
Na de lessons learned van (de debacles van) VN-operaties in Angola, Rwanda, Somalië en Bosnië (Srebrenica) aan het einde van de 20ste eeuw, is genoegzaam bewezen dat het (juist) ook bij VN-operaties noodzakelijk is (massale) vuurkracht achter de hand te hebben in het kader van escalatiedominantie.
Het zichtbaar manifesteren van betrokkenheid en vlagvertoon zal, dankzij of ondanks de situational awareness, gecombineerd moeten worden met een in beginsel vriendelijke uitstraling naar de lokale bevolking.
Terug naar Boven
SHOWING OF FORCE
Demonstratie van machtsvertoon van een strijdmacht door het zichtbaar manifesteren wie zij is én wat haar mogelijkheden zijn, ook om in specifieke situaties deëscalerend te kunnen optreden. Het tonen van dominante aanwezigheid is primair bedoeld om een tegenpartij onder de indruk te brengen van de vuurkracht van een strijdmacht.
Voorbeelden van showing of force zijn:
aanwezigheid van één of meerdere specifieke wapensystemen
|
beveiligen van grondkonvooien of transporthelikopters met gevechtshelikopters |
tijdelijk en plaatselijk versterken van een strijdmacht met een strategische reserve |
uitvoeren van bereden patrouilles met pantservoertuigen |
uitvoeren van luchtverkenningen met gevechtshelikopters |
Showing of force kan evenzeer een vorm van misleiding zijn. Krachtig en robuust optreden wordt dan voorgewend om een bepaald operatiedoel te bereiken, waarbij het echter geenszins de bedoeling is (vuur)contact met de tegenpartij te maken.
Zie ook: Iron Sword.
Terug naar Boven
SIERRA
Behalve de 19de letter uit het NATO-spelalfabet, de Engelstalige militaire codenaam voor ‘burger' of 'niet-militair'.
Wordt eigenlijk alleen gebruikt door Special Forces en andere manoeuvre-eenheden.
Terug naar Boven
SIM-KKW
Voluit: Simulator Kleinkaliberwapens. Ook genoemd: KKW-SIM.
De SIM-KKW is een trainingssimulator / onderwijsleermiddel die wordt gebruikt door zowel opleidings- (Initiële Militaire Opleiding) als parate eenheden. Feitelijk is de SIM-KKW een proceduretrainer voor (drillmatige handelingen aan) kleinkaliberwapens, zoals Diemaco en Glock 17, want correct leren schieten wordt ondanks ARBO- en milieuwetgeving praktisch aangeleerd op een schietbaan.

De SIM-KKW, die zich bevindt op vrijwel alle grotere kazernes, is een ruimte waar op drie projectieschermen met tien verschillende wapens simultaan, maar statisch, kan worden geschoten. Daartoe moeten de organieke handelingen – zoals laden, herladen, ontladen en gesimuleerde storingen – aan het wapen worden verricht. Na elk schot wordt door middel van perslucht de afsluiter weer naar achter gebracht en het wapen “herladen” voor een volgend schot. Er is amper terugslag van het wapen. De projectie van het schot vindt plaats door middel van laser. Elk wapen heeft een uniek lasersignaal dat door de simulator wordt geregistreerd en verwerkt.
De SIM-KKW bevat vele trainingsscenario's: van groeperingsoefeningen tot een groepshinderlaag. Daarnaast kunnen de omstandigheden worden aangepast, zoals duisternis of gevechtsveldverlichting.
Terug naar Boven
SISSELAAR, CEES
Geboren in 1917. Zeven weken voor het einde van de Japanse bezetting van voormalig Nederlands-Indië, op 28 juni 1945, maakte de 27-jarige reserve-eerste luitenant Cees Sisselaar van het wapen der infanterie een paradropping uit een Liberator in de jungle van Sumatra. De dropping vindt plaats met drie Aziatische helpers: de Indo-Chinees Tjam Djoem Tjin en de Javanen Moerdjono en Soekirno. Het viertal maakt deel uit van het Korps Insulinde, één van de stamonderdelen van het Korps Commandotroepen. Ze zijn geland bij Padanglawas, in de buurt van kampong Simpang Ampat aan de Soengei Baroemoen, vlakbij de vlakte van Padang-Lawas (Grote Vlakte). Operatie Tether is begonnen.
In opdracht van de spionagedienst Force 136 van de Britse generaal Louis Mountbatten, commandant van het South East Asian Command (SEAC) – het geallieerde opperbevel voor Zuidoost-Azië in Ceylon, Colombo – moesten Sisselaar en de zijnen militaire en economische inlichtingen inwinnen in het door de Japanners bezette Sumatra. Door het uitvallen van de zendapparatuur, het uitblijven van de beloofde versterking en door het gevaar van ontdekking door vlakbij gelegerde Japanners, komt van deze opdracht weinig terecht. De vier houden bijna twee maanden onder grote ontberingen verscholen in de jungle.

Omcirkeld de toenmalige eerste luitenant Cees Sisselaar. De foto begeleidde het document dat aangaf dat op 3 november 1945 alle geïnterneerden uit de kampen Aek Pamienke en Si Rengo-Rengo waren weggebracht naar Medan. | Nadat de Japanners zijn verslagen, wordt oud-Engelandvaarder Sisselaar de grote bevrijder van de Japanse interneringskampen Aek Pamienke (voor vrouwen) en Si Rengo-Rengo (voor mannen), waar de omstandigheden erbarmelijk zijn. In september / oktober '45 verzorgt hij de aanvoer van voedsel, kleding en de noodzakelijke medicatie voor de 8.500 uitgehongerde en veelal doodzieke ex-gevangenen. Pas begin november komt de evacuatie naar de hoofdstad van Noord-Sumatra, Medan, op gang, waarbij de Japanners nog steeds voor moeilijkheden zorgden. |
Op 5 maart 1946 kreeg Sisselaar, als commandant van de studiegroep Opleidingsschool Valschermtroepen, van kolonel Buurman van Vreeden opdracht de wijze te bestuderen waarop in Engeland parachutisten werden opgeleid. In oktober 1946 werd, in Hollandia – de hoofdstad van het voormalig Nederlands Nieuw-Guinea (nu: Djajapura) – de School voor opleiding van Parachutisten (SOP) opgericht door Sisselaar. Op 1 mei 1947 volgde de oprichting van de 1ste Parachutistencompagnie (Paracie) onder leiding van kapitein Sisselaar, op 1 september van dat jaar verhuisde de SOP naar Tjimahi bij Bandung, Java, Nederlands-Indië.
Bij Koninklijk Besluit nr. 21 van 11 september 1951 wordt Cees Sisselaar, sinds 15 mei 1948 reserve-kapitein, onderscheiden met het Bronzen Kruis. Sisselaar is tegenwoordig woonachtig in Frankrijk. De op 2 maart 2009 op de Seeligkazerne in Breda opgerichte joint Defensie Para School (DPS) draagt zijn naam.
Meer over de actie van kapitein b.d. Cees Sisselaar kan worden nagelezen in hoofdstuk 13 van het boek ‘Met de dood voor ogen. Overleven in de strijd om Indië’ van Henk Hovinga (ISBN 9789051942781, Uitgeverij Van Wijnen, 2005).
Terug naar Boven
SITEWACHT
Het bewaken van in Nederland opgeslagen Amerikaanse nucleaire wapens en/of munitie in depots bij ’t Harde en Havelte.
Op zo’n depot (site) hebben een groot aantal Nederlandse dienstplichtige militairen van de Koninklijke Landmacht gevreesde want zaaddodende sitewachten gelopen. De binnenring van een site werd altijd beveiligd door Amerikaanse eenheden, de buitenring door Nederlandse eenheden. Vaak werd voor de Nederlandse eenheden gekozen uit de zgn. infanteriebeveiligingscompagnieën, maar niet altijd.
De sitewacht duurde een week, waarbij de militairen op de site verbleven.
Terug naar Boven
SITREP
Voluit: Situation Report of Situatierapport.
Rapport dat vanaf een positie dient te worden opgemaakt over de gang van zaken van de rapporterende eenheid over een bepaalde voorafgaande periode.
Een sitrep kan incidenteel en/of op basis van uren, dagen en/of weken worden opgemaakt, maar blijft een momentopname van de situatie tot op het moment van doorgifte. Een sitrep kan ook betrekking hebben op de specifieke status, bijvoorbeeld die van de logistiek voorzieningen (logsitrep; klasse I tot en met V) of de medische voorzieningen (medsitrep).
Vanuit een uitzendgebied stuurt de OPS-Room dagelijks een sitrep naar het Defensie Operatie Centrum (DOC), voorheen Defensie Crisisbeheersingscentrum (DCBC) geheten. Een sitrep wordt doorgegeven via de radio aan de Ops-room op een compound. Op de OPS-Room komen alle rapporten met meldingen vanuit verschillende posities binnen, meest bij Peace Support Operations.
A | Tijd waarneming |
D | Locatie |
F | Groepering; sterkte; bewapening |
I | Omschrijving van de situatie |
M | Bijzonderheden; genomen maatregelen |
Terug naar Boven
SITUATIONAL AWARENESS
Afkorting: SA. Omgevingsbewustzijn. Begrip dat afkomstig is uit het bedrijfsleven en door de krijgsmacht gemodificeerd wordt toegepast. In het bedrijfsleven juist "kennis over marktposities" , wordt SA door de krijgsmacht gezien als "kennis over tactische en strategische posities".
 | Door jezelf bewust te zijn wat er om je heen gebeurt, creëer je kennis en begrip van de eigen militaire situatie. Op deze wijze hebben de eigen troepen een "common mindset". Zo draagt het uitvoeren van patrouilles bij aan het vormen van een zo compleet mogelijk beeld van de situatie ter plekke en daarmee aan de bescherming (force protection) van een missie. Kennis en begrip van de huidige situatie (real-time) die een geschikte, relevante en nauwkeurige beoordeling van de eigen, vijandelijke en overige (krijgs)verrichtingen op het gevechtsveld bevordert teneinde de besluitvorming te vergemakkelijken. |
Het met overige vriendschappelijke eenheden (combined) delen van situational awareness heet shared awareness; het betreft het real time distribueren van alle mogelijke relevante en integrale informatie, zodat alle eenheden hetzelfde besef hebben van dezelfde situatie.
Zie ook: eyes on target.
Terug naar Boven
SI VIS PACEM, PARA BELLUM
Betekenis: "Als je vrede wilt, bereid je voor op oorlog." In het Duits: Wenn du Frieden willst, so rüste zum Krieg. In het Engels: if you wish peace, prepare for war. In het Frans: Si tu veux la paix, prépare-toi à la guerre.
Flavius Vegetius Renatus (379-395) schreef het in soortgelijke bewoordingen op in zijn ‘Epitoma Rei Militaris’ in de 4de eeuw.
Er kan geen vrede zijn zonder oorlog. Het gezegde is tot op de huidige dag tevens het basisprincipe van afschrikking en intimidatie. Betreurenswaardig en paradoxaal is dat je juist door je voor te bereiden op oorlog – lees: een strijdmacht te vormen en jezelf te bewapenen - feitelijk de ander dwingt zich óók voor te bereiden op oorlog. Daarbij is het niet zo is dat pas vanaf het moment dat beiden zich hebben voorbereid op een oorlog er ook daadwerkelijk een oorlog kan ontstaan.
‘Si vis pacem, para bellum’ is tevens het motto van het 24th Marine Regiment U.S. Marines Corps, was het motto van de Deutsche Waffen und Munitionsfabriken (DWM) en is de titel van mijn vierde column die ik schreef voor het blad Trivizier.
Zie ook: gebroken geweertje.
Terug naar Boven
SIZE
De afmeting van een landing point zoals die onder andere worden uitgemeten bij 11 Air Manoeuvre Brigade Air Assault. De afmetingen zijn:
| diameter 1 | diameter 2 | diameter 3 |
size 1 | 6 m | 14 m | 25 m |
size 2 | 11 m | 20 m | 37 m |
size 3 | 15 m | 35 m | 50 m |
size 4 | 15 m | 35 m | 80 m |
size 5 | 15 m | 60 m | 100 m |
De afmeting van een landing point is afhankelijk van onder andere het type helicopter en optreden bij dag dan wel nacht.

Een size 5 moet altijd gekozen worden:
Bij optreden bij dag met Apache AH-64D gevechtshelikopter, Chinook CH-47D transporthelikopter of Cougar MK II transporthelikopter altijd gebruikmaken van een size 3.
Zie ook: brown out, landing point, S5, Under Slung Load (USL) en white out.
Terug naar Boven
SKILLSLAB
In het Nederlands: laboratorium voor vaardigheidstraining.
Het skillslab is een trainingslokaliteit waar leerlingen / studenten zelfstandig kunnen werken om praktische vaardigheden van m edisch-technische aard aan te leren. Deze vaardigheden kunnen uiteenlopen van het immobiliseren van de cervicale wervelkolom (CWK) tot het assisteren bij een bevalling.
Voordelen van een skillslab zijn:
vaardigheden kunnen worden geleerd zonder daarmee patiënten te belasten |
leerlingen/studenten kunnen zich maximaal voorbereiden op de praktische vaardigheden bij het contact met patiënten |
In het skillslab bevinden zich bijvoorbeeld computergestuurde poppen (Human Patient Simulator), fantomen (arm-, hoofd- en romp-), geneeskundig instrumentarium en overige – medisch gerelateerde - onderwijsleermiddelen, zoals draagbaren, schepbrancards, stiff-necks, vacuümmatrassen en spalken.
Ook kunnen voor moulage-training L.O.T.U.S.-slachtoffers worden ingehuurd.
Terug naar Boven
SLEUTELCODES
Code die een genezerik (Combat Life Saver, medic, PTLS’er, Algemeen Militair Verpleegkundige, arts) idealiter in de kleur rood met een watervaste stift (marker) op het voorhoofd van de gewonde schrijft om aan te geven dat die gewonde iets markeert, morfine heeft ontvangen, een knevel aangelegd heeft gekregen of is gereedgemaakt voor een MEDEVAC.
Bij het ontbreken van een marker kan gekozen worden om de sleutelcode in het eigen bloed van de gewonde te schrijven.

| haemorrhaging | ernstige bloeding | de gewonde heeft een ernstige of HOLK-bloeding |

| morphine | morfine | de gewonde heeft morfine ontvangen |

| tourniquet | knevel | bij de gewonde is een knevel aangelegd |

| emergency evacuation | noodevacuatie | de gewonde is gereedgemaakt voor een MEDEVAC |
Terug naar Boven
SLOPE
Hellingshoek ten opzichte van een landing point, zoals die onder andere in gebruik is bij11 Air Manoeuvre Brigade Air Assault.
Omdat een helikopter is gebonden aan een maximale hellingshoek bij het landen én op hellingen de afstand tussen de rotorbladen en het maaiveld verkleint, moet rekening worden gehouden met het vermijden van hellingen.
Er zijn drie soorten hellingen:
forward slope | helling vóór de helikopter |
lateral slope | helling naast de helikopter |
reverse slope | helling achter de helikopter |
Bij een gelijkmatig verloop van een helling mag de maximale helling bij forward slope en reverse slope bij optreden bij dag maximaal 7 graden bedragen en bij forward slope en lateral slope bij optreden bij nacht maximaal 3 graden bedragen. De reverse slope mag bij optreden bij nacht niets (0 graden) bedragen. Alleen voor de Cougar MK II-transporthelikopter geldt een afwijkende hellingshoek van 0 graden bij optreden bij dag en nacht.
De hellingshoek wordt opgemeten met behulp van een clinometer.
Zie ook: landing point en S5.
Terug naar Boven
SLOTENMARS
| Mars waarbij door ondiepe en waterrijke sloten wordt doorwaad. Het gaat dus niet om het oversteken van sloten, maar om het in de lengterichting doorwaden. Het is de bedoeling dat de eenheid aan het einde van de slotenmars nog operationeel inzetbaar is, inclusief droge uitrustingsstukken. Het lopen door sloten is een trage en, afhankelijk van de duur, redelijk zware bezigheid: door de blubber en modder op de bodem zuigen de gevechtslaarzen zich in de slootbodem vast. |
De slotenmars maakt vaak deel uit van een inzetbaarheidstest, parcours militair of survivalrun.
Terug naar Boven
SLUIPSCHUTTER
In het Duits: Heckenschütze. In het Frans: tireur embusqué. In het Engels: sniper. Taakgespecialiseerde infanterist, die meer dan gemiddeld smoel op het terrein heeft en is opgeleid en getraind om tot op ± 800 meter (of verder), al dan niet onder tactische omstandigheden, vanuit een onzichtbaar observatiepunt met één gericht schot (met name op de 'kruk': deel van het gezicht van precies boven de ogen tot onder de neus), vijandelijk personeel of materieel uit te schakelen. Primair is het doel van de sluipschutter om de vijandelijke gevechtskracht te verminderen door hoogwaardige doelen uit te schakelen.
De sluipschutter houdt zich onzichtbaar en houdt tegelijkertijd zicht op het doel. Sluipschutters werken in tweetallen: buddyparen. De ene is de schutter (shooter), de andere de waarnemer/observator (spotter). De waarnemer/observator houdt juist ook de omgeving in de gaten. Schieten is slechts een klein deel van de taakstelling. Het gaat, initieel, vooral om het observeren en het doorgeven van inlichtingen.

Links een Canadese sluipschutter, rechts een van het Korps Commandotroepen
Het is aan de sluipschutter om ongehoord én ongezien zijn positie in te nemen, vijandelijke activiteiten te observeren, het doel met één gericht schot uit te schakelen en zijn positie ongehoord én ongezien weer te verlaten zonder in handen van de vijand te vallen. De tactische voortgang van deze activiteiten wordt 'stalk' genoemd. Gewoonlijk krijgt het buddypaar een tijdslot of -stip (datumtijdgroep) voor zowel de vuuropening als de terugtrekking.
De sluipschutter is één van de specialismen binnen een commandoploeg van het Korps Commandotroepen - twee van de acht ploegleden zijn sluipschutter - maar ook de algemene infanterie kent sluipschutters.
Typische wijzen van optreden van de sluipschutter zijn:
contra-sniping |
indirect beschermen van Very Important Persons (VIP’s) |
uitschakelen van vijandelijke commandanten, verbindingsmensen, andere sleutelfiguren en gelegenheidsdoelen |
verkennen van doelen |
vernietigen van materieel |
De inzet van de sluipschutter is afhankelijk van vele factoren:
aantal beschikbare sluipschutters |
afstand tussen voorste lijn eigen troepen en vijand |
inzet van vijandelijke sluipschutters |
optreden van de ploeg |
verloop van het gevecht |
vijandelijk initiatief |
weersomstandigheden |
| Binnen het infanterie-optreden vergroot de sluipschutter de vuurkracht van de eenheid; als gespecialiseerd ondersteunend wapen maakt de sluipschutter deel uit van het vuurplan van de eenheid. Het psychologisch effect van sluipschutters is groot: het gevoel van onveiligheid bij de vijand neemt toe, waardoor het moreel omgekeerd evenredig afneemt. |
De opleiding tot sluipschutter duurt 10 weken. Onderwerpen die aan bod komen in deze opleiding zijn:
Historische voorbeelden van sluipschutters zijn:
De Belgen die tijdens de revolutie van 1830 dankzij sluipschutters de Nederlanders de toegang tot het Koninklijk Paleis in Brussel ontzegden. | Aanslag op Lodewijk Thomson, de eerste Nederlandse vredesmilitair uit de krijgsgeschiedenis, in de havenstad Dürres (Durazzo), op 15 juni 1914 door een sluipschutter. | Aanslag op de Amerikaanse president John F. Kennedy op 22 november 1963 in Dallas. | Beleg van Sarajevo tijdens Bosnische oorlog met de beruchte Sniper Alley en omgeving, welke permanent onder vuur lagen van sluipschutters. |
| 
Beeldweergave die een sluipschutter ziet door zijn telescoopvizier |
De persoonlijke wapens van de Nederlandse sluipschutters zijn:
Accuracy International Arctic Warfare Magnum | .338 (8,7 mm) tot 800 meter effectief bereik |
Accuracy International Arctic Warfare Covert | .338 (8,7 mm) subsonisch (nagenoeg geluidloos) tot 300 meter effectief bereik |
Pistool Glock 17 |
|

Sniper met doelaanduiding
Niet te verwarren met scherpschutter en schutter-lange-afstand.

Sniper met een deel van zijn uitrusting
De Britse Corporal Craig Harrison van de Household Cavalry (U.K. Army) is recordhouder van de verst bevestigde sniper kill in combat. De afstand bedroeg 2.475 meter (1,54 miles, 2.707 yards of 8.120 feet). 
Craig Harrison en zijn Accuracy International L115A3 Long Range Rifle. Harrison vestigde het record in november 2009 in Musa Qala in de Afghaanse provincie Helmand. Toen Harrison’s collega’s onder vuur kwamen te liggen, schakelde hij op deze afstand twee PKM-machinegeweerschutters van de Taliban uit. Hierbij maakte hij gebruik van een Accuracy International L115A3 Long Range Rifle met Schmidt & Bender 5-25x56 telescopisch dagvizier, dat het doel 25 maal vergroot. Het sniperwapen verschiet 8.59 mm-patronen. Op de dag dat hij het record vestigde waren de condities perfect: zachte weersomstandigheden zonder wind en een helder zicht. 
Het McMillan TAC-50 snipergeweer, kaliber .50 (12.7 mm), van Corporal Rob Furlong. Het vorige sniperrecord stond op naam van Corporal Rob Furlong van Princess Patricia’s Canadian Light Infantry. De Canadees vestigde zijn record tijdens Operation Anaconda in maart 2002 in de Shah-i-Kot vallei in het oosten van Afghanistan. Hierbij maakte hij gebruik van een McMillan TAC-50 geweer met 12.7 mm (.50)-patronen. Zijn afstand bedroeg 2.430 meter (1,51 miles, 2.657 yards of 7.972 feet) – slechts 45 meter minder. Op deze afstand schoot hij een Al Qaida-schutter neer. |
Zie ook: balaclava, choke point en E.W.A.B.M.-methode.
Terug naar Boven
SMALLEST UNIT OF ACTION
Afgekort: SUA.
In een operatiegebied de kleinst mogelijke, zelfstandig optredende eenheid. Deze eenheid kan organiek of voor de gelegenheid (ad hoc) zijn samengesteld. De benaming ‘smallest unit of action’ is in gebruik geraakt dankzij de missie naar Uruzgan (vanaf 2006).
Een SUA is een eenheid van pelotonsgrootte die zelfstandig onder leiding van een luitenant de compound verlaat, eventueel ad hoc aangevuld met specialismen als forward air controller, genie of algemeen militair verpleegkundige.
Terug naar Boven
SMartcard
Andere benaming: Identiteitsbewijs Ministerie van Defensie (IDD). Op 26 maart 1999 is het eerste exemplaar van het IDD door de commandant van het Nationaal Commando, generaal-majoor M. Termont uitgereikt aan de Bevelhebber der Landstrijdkrachten, luitenant-generaal M. Schouten.
Op de dag dat iemand in dienst treedt van het Ministerie van Defensie, krijgt betrokkene een smartcard uitgereikt, welke toegangsrecht geeft tot iedere kazerne, legerplaats, marine- of mobilisatiecomplex en vliegbasis. De smartcard is en blijft eigendom van het Ministerie van Defensie. De smartcard, die het militaire paspoort en alle overige identiteitsbewijzen binnen de Defensie-organisatie vervangt, is voorzien van goed beveiligde state-of-the-art chiptechnologie en daarmee multifunctioneel: | 
|
betaalmiddel (bedrijfsrestaurants, koffieautomaten en militaire belastingvrije winkels) |
toegangsbewijs (verlenen van toegang tot militaire objecten cq. vitaal gebied op militaire objecten, zoals een wapenkamer, door middel van een kaartlezer met pincode) |
voldoet aan de Conventies van Genève (in geval van krijgsgevangenschap dient de smartcard als identificatiebewijs) |
voldoet aan het Verdrag van Londen (in geval van grensoverschrijdend verkeer binnen de NAVO) |
De smartcard is weliswaar geldig binnen de gehele Defensie-organisatie, het is nadrukkelijk géén wettig Nederlands identiteitsbewijs. In de nabije toekomst kan de smartcard ook worden gebruikt voor eventuele nieuwe toepassingsmogelijkheden; zo ligt het in de bedoeling dat de smartcard zal kunnen worden opgewaardeerd, bijvoorbeeld om te dienen als voedingskaart.
De smartcard past in een nieuwe manier van bewaken en beveiligen, Integrale Veiligheidszorg (IVZ) geheten. De smartcard is in 1997 (in samenwerking met Sdu-Identification ) ontwikkeld door én wordt beheerd en geëxploiteerd door het Coördinatiecentrum Kaarttechnologie (CCK) van de Defensie Telematica Organisatie (DTO), het facilitaire ICT-bedrijf van het Ministerie van Defensie.
Er zijn drie soorten identiteitsbewijzen, te herkennen aan de kleur:
- blauwgroen: Nederlands Defensiepersoneel, d.w.z. militaire en burgerambtenaren, inclusief NATRES-personeel en een deel van het reservistenbestand
- groen: niet-Nederlands Defensiepersoneel dat voor langere tijd werkzaam is op een Nederlands militair object
- blauw: familieleden voorzien van de NAVO-status, inhuur-, uitzend- en vakantiekrachten, onderhouds- en schoonmaakpersoneel
Op objecten van de Koninklijke Landmacht geldt een draagplicht van de smartcard, verplicht gesteld door de Bevelhebber der Landstrijdkrachten, ook buiten de diensturen en bij het dragen van civiele kleding.
Terug naar Boven
S.M.A.T.
Voluit: Sport Medisch Advies Team. SMAT is een op het individu gericht traject dat met adviezen wordt begeleid door de LO/Sport-organisatie van de Koninklijke Landmacht, de arts (curatieve onderdeelsarts en/of bedrijfsarts cq. ARBO-arts) en de fysiotherapeut. SMAT is dan ook géén vrijblijvende aangelegenheid, maar een dienstverrichting in het kader van revalidatiesport voor elke individuele militair met een langdurige mutatie of beperking.
Revalidatiesport gebeurt altijd onder begeleiding van een ‘LO/Sport-instructeur belast met revalidatie'. Daarnaast staat een aantal dagen in de week de zgn. SMAT-sport onder begeleiding van de fysiotherapeut. Immers, na of reeds tijdens het SMAT-traject komt de revaliderende individuele militair in het zgn. Fysio-Fit programma, waarin betrokkene door zorg van de fysiotherapeut wordt begeleid ter verbetering van de dienstgeschiktheid én ter verhoging van de inzetbaarheid.
Sinds 2010 formeel Sport Medische Revalidatie (SMR) geheten.
Terug naar Boven
S.M.e.v.
Afkorting die onder andere wordt gebruikt in de dienstuitdrukking “vrij van SMEV”. Deze kretologie kan na artsbezoek door een arts worden voorgeschreven aan de individuele militair; het woord van de arts is formeel een advies aan de commandant, maar geen enkele weldenkende commandant zal het geneeskundige woord van een arts in twijfel trekken.
Vrij van SMEV betekent dat de individuele militair voor een voorgeschreven periode is vrijgesteld van:
S | Sporten |
M | Marsen |
E | Exerceren |
V | Velddienst |
Terug naar Boven
SMILE AND WAVE
Nederlandse documentaire van regisseuse Marijke Jongbloed, producent Vic Franke en cameraman Frank Moll over de Nederlandse militairen tijdens de vredesmissie International Security Assistance Force (ISAF) in Kabul, Afghanistan.
De documentaire duurt 92 minuten, is gedurende 45 dagen in december 2002 en januari 2003 opgenomen in Kabul - ten tijde van ISAF-IV - en is tot stand gekomen dankzij een projectorganisatie van productiemaatschappij Big River Pictures in samenwerking met het Filmfonds, het Ministerie van Defensie, de NRCV en de Stichting Co-productiefonds Binnenlandse Omroep.
Marijke Jongbloed volgde een aantal Nederlanders in de Afghaanse hoofdstad, onder wie kolonel Henk de Koff, plaatsvervangend brigadecommandant, en sergeant Winus Dorenbos, commandant van de Alfa-groep. In de gesprekken met de militairen lijken gefnuikte ambities, frustraties en dilemma's de rode draad te vormen. De veelal preventieve aanwezigheid van ISAF in Kabul moet de Afghanen helpen de veiligheid in de hoofdstad te vergroten. De westerse militaire presentie wekt het vertrouwen in het contact met de lokale bevolking (hearts & minds). Vandaar het ISAF-motto 'Smile and Wave', 'Lachen en Zwaaien', 'Lächeln und Winken', zoals dat ook is terug te vinden op het bord bij het verlaten van het ISAF Camp Warehouse in Kabul. | 
|
Smile And Wave' beleefde haar bioscooppremière op 26 september 2003 op het Nederlands Filmfestival en werd op 31 mei 2004 voor het eerst uitgezonden op de NRCV-televisie. De documentaire opent met een citaat van Martin Luther King: "Vrede is niet alleen de afwezigheid van spanning, het is de aanwezigheid van gerechtigheid".
Terug naar Boven
SMOCKJAS
| Ook genoemd: smock. In het Duits: Kittel. In het Frans: sarrau. Britse gevechtsjas (military combat jacket). In België ook genaamd “smoke-vest”. De smock was vanaf het begin van de 19de eeuw een werkjas voor plattelanders in Engeland en Wales, maar is – zoals zo veel zaken (zie ook: ghillie suit) – uitontwikkeld tot een bruikbaar militair uitrustingsstuk door de vele ruime (dump)zakken die erop zijn verwerkt. Het is een klassiek geval van een uitrustingsstuk dat bottom-up is ingevoerd. Eventueel zijn de zakken, ellebogen en schouders verstevigd met Cordura®. |
De jas in DPM wordt in Nederland voornamelijk gedragen door Korps Commandotroepen, 11 Luchtmobiele Brigade en reguliere (pantser)infanterie, meestal uit eigen aanschaf.

De jas bestaat uit ripstop materiaal van 50% polyester en 50% katoen. Ripstop zorgt ervoor dat een beschadiging, gat of scheur niet snel verder uitscheurt. De jas heeft een groot draagcomfort, mede vanwege de winddichtheid (deels gevoerd) en waterafstotendheid (sneldrogend, dus ook eerder droog van transpiratie). Verder is de smock geluidsarmer dan een bi-, trilaminaat of Goretex® jas.
De smock van het merk Arktis (model 1015, zoals die officieel bij het KCT wordt gedragen), kenmerkt zich door:
- 15 zakken voor optimale opbergruimte: linker- en rechtermouw, buitenzakken, grote zak onderaan de rugzijde, kaartenzakken, binnenzakken met rits en grote zakken aan de binnenzijde onderaan de rug
|
- capuchon voorzien van een ijzerdraad voor gewenste vorm
|
- doorsteekmogelijkheid naar de borstzakken van de gevechtsjas
|
- ellebogen zijn versterkt met de Tactel®-vezel, die de jas laat ademen; de jas kan in de wasmachine op 40°
|
- onderzijde mouwen hebben strook klittenband rondom de polsen, waardoor warmteverlies wordt tegengegaan
|
- ripstop geweven stof, die de jas beter bestand maakt tegen scheuren; een beschadiging zal niet snel verder uitscheuren
|
- tweeweg-rits met daarover een stormflap
|
- zakken die zijn voorzien van Canadese knopen, die zijn aangezet met lint en daardoor onwrikbaar vast zitten
| /tr>
Het totaalgewicht van een volledig bepakte smock bedraagt ± 5 kg. Het NSN is 8415-17-114-8056. Met ingang van de rotatie Task Force Uruzgan-7 wordt door Defensie aan de militairen die naar Afghanistan worden uitgezonden de smockjas in desert-camouflage verstrekt. Zie ook: modulair ops-vest. | |
Terug naar Boven
SMod
Afkorting: Sergeant-Majoor Onderhouds Diagnosticus.
Functionaris die, op compagniesniveau, valt binnen de onderhoudsdiagnosegroep van een logistiek peloton. Alle gebruikers van voertuigen werken maandelijks een checklist af die bekend staat als de 1-Instructie Werk Kaart (1-IWK) of ‘roze lijst’. Gebreken die tijdens het gebruikersonderhoud bij het afwerken van de checklist worden ontdekt, worden a.s.a.p. gemeld aan de SMOD. De SMOD werkt de ‘roze lijst’ af met de gebruiker. Daarnaast begeleidt en adviseert de SMOD de gebruiker bij het eerste niveau onderhoud, zowel van voertuigen als wapens, eltro-materiaal en overige uitrustingsstukken. Ook voert hij steeksproefgewijze inspecties uit, waarbij hij vaak als eerste tegen defecten aanloopt.
Kleine reparaties laat de SMOD aan de chauffeurs over, iets grotere voert hij zelf uit, maar als de diagnose luidt dat het probleem te veel reparatietijd in beslag zal nemen, biedt de SMOD het materieel aan de herstelcompagnie aan. De herstelcompagnie fungeert als Direct Steunende Eenheden (DSE), die in de meeste gevallen op dezelfde kazerne zit als de SMOD. De SMOD bewaakt de afhandeling van de aangeboden reparaties.
Verdere werkzaamheden van de SMOD:
- afwikkelen van allerhande reparatie-aanvragen
|
|
|
- contact houden met de herstelcompagnie
|
- correctieve werkorders aan voertuigen uitvoeren
|
- deelname aan het geleid (compagnies)onderhoud
|
- preventieve onderhoudsbeurten, zoals H(alfjaarlijkse) en J(aarlijkse) beurten
|
Terug naar Boven
SMOEL OP HET TERREIN
Zich bewust worden of zijn van de specifieke kenmerken van het optreden te velde.
“Smoel op het terrein” heeft te maken met individuele karakteristieken als het kompas kunnen hanteren, kunnen kaartlezen, tactisch sterke en zwakke plekken in het terrein kunnen onderkennen en terreinkenmerken gemakkelijk kunnen omzetten naar de stafkaart (en omgekeerd).
H.M.F. Landolt noemt de smoel op het terrein in zijn Militair Woordenboek (1861-'62, pagina 102/103) de coup-d'oeil, ook genoemd oogmaat of oogopslag: "Eigenschap waardoor men zoowel de voor- en nadeelen van het terrein met een oogopslag inziet, als de maatregelen beoordeelt, die in het gegeven oogenblik en in de bestaande omstandigheden het geschiktst zijn. Het is een praktische militaire blik, die alles omvat wat op het gelukken en mislukken eener onderneming van eenigen invloed kan zijn."
“Smoel op het terrein” is belangrijk voor alle militairen, maar doorslaggevend voor infanteristen en, als overtreffende trap, leden van het Korps Commandotroepen.
Terug naar Boven
S.N.A.F.U.
Engelstalig acroniem voor "Situation Normal, All Fouled Up" (beleefde vorm) of "Situation Normal, All Fucked Up" (minder beleefde vorm). In het Nederlands: normale situatie, alles verkloot.
Acroniemen als BOHICA (“Bend over, here it comes again”), FUBAR (“Fucked up beyond all recognition”), TARFU (“Things are really fucked up”) en SNAFU vergemakkelijken het uiten van frustratie in situaties die weliswaar zijn verprutst/verkloot, maar waarin niet het not done is dat er wordt gevloekt – zoals in het leger. Met acroniemen, die in de Tweede Wereldoorlog populair waren bij de Amerikaanse GI’s, werden de gevoeligheden ten opzichte van de hogere legerleiding momzeild. Vroeger had ook de KL voorschriften die het de militair bijvoorbeeld uitdrukkelijk verboden om te vloeken (achteruitbidden).
SNAFU komt ook voor in de volgende combinaties:
1] In W.O. II was Private SNAFU een cartoon. Private SNAFU was een creatie van Theodore Geisel en Phil Eastman, die vanaf 1943 door Warner Brothers Animation Studios en Leon Schlesinger voor het U.S. Army Signal Corps werd geproduceerd ter educatie en ter verhoging van het moreel van de troepen. Tussen juni 1943 en oktober '45 werden 26 Private SNAFU-cartoons gemaakt. | Private SNAFU, met de stem van Mel Blanc, was een jonge, betrouwbare en patriottische militair die er echter niet altijd even goed in slaagde zijn wapen te onderhouden, vertrouwelijke informatie lekte, zelfbeschermingsmaatregelen tegen malariamuggen negeerde, zijn persoonlijke hygiëne verslonsde, niet met zijn uitrusting kon omgaan e.v.a. Hierdoor kwam hij in de problemen. |
Privé SNAFU onderwees humorvol het slechte voorbeeld. De cartoons waren moderne militaire fabels, met een moraliserende ondertoon: Private SNAFU blunderde of overtrad een regel en leerde vervolgens van zijn fouten. |
2] Kolonel William L. Roberts, commandant van het Combat Command B van de 10th Armored Division, had tijdens het Ardennenoffensief (Battle of the Bulge) van generaal-majoor Troy H. Middleton (VIII Corps) de vrije hand gekregen om alle voor de Duitsers op de vlucht geslagen Amerikaanse troepen onder te brengen in een eigen eenheid: Team SNAFU. Roberts kende een precedent: tijdens de Eerste Wereldoorlog had hij de vlucht van de Duitsers bij Château-Thierry meegemaakt, verjaagd door Amerikanen en Fransen. Team SNAFU telde op 20 december 1944 zo’n 600 militairen die in staat waren te vechten. Het was een ratjetoe van overlevenden uit uitgeschakelde eenheden, in het bijzonder van 9th en 28th Armored Division. Vanuit Bastenaken (Bastogne) zond Roberts, als ware het de reserve, zijn militairen uit naar de zwaartepunten in de perimeter van deze stad. Daar werden de militairen van Team SNAFU ingezet voor de verdediging van de omsingelde stad. Dat deed Roberts in nauwe coördinatie met generaal Antony McAuliffe, commandant van 101th Airborne Division. McAuliffe hield zijn artillerie en tanks, Roberts de infanterie. |
Terug naar Boven
SNELMARS
Ook genaamd: verplaatsing op interval-basis (VOIB). Mars die op zodanige wijze moet worden afgelegd dat op het eindpunt het personeel nog inzetbaar is voor een volgende actie. Heeft bijvoorbeeld plaats wanneer sprake is van onderkenning van de troep tijdens een infiltratie, exfiltratie, crash move of andere vorm van vijandcontact.
De snelmars wordt bij de KL geoefend over de standaardafstand van 3 km, die moet worden afgelegd in 21 minuten. Ter oefening geldt de regel dat om-en-om 2 minuten moet worden gelooppast (dribbel, zo laag mogelijk bij de grond blijven, 140 passen per minuut) en 1 minuut geforceerd pas moet worden aangehouden (“uitscheuren”). In het kader van de snelmars moet al het op dat moment meegevoerde materieel, dus ook groepsmaterieel en –wapens worden meegevoerd; laatstgenoemde uitrustingsstukken moeten in de groep rouleren.
Eenheden van de Special Forces, zoals 11 Air Manoeuvre Brigade, Korps Commandotroepen en Korps Mariniers, oefenen in zijn algemeenheid op langere afstanden snelmars (5 tot 15 km) met logischerwijs een hogere draaglast aan organieke uitrustingsstukken.
Het fenomeen snelmars dateert uit de Boerenoorlog, de oorlog tussen Engeland en de Zuidafrikaanse Boerenrepublieken Oranje Vrijstaat en Transvaal (1899-1902). Het verbaasde de Engelsen dat de Boer-Commando's er - dankzij hun guerrilla-tactieken en terreinkennis - in slaagden om razendsnel en inzetbaar van A naar B te verplaatsen en aldus gevechtswinst te behalen in zowel A als B.
Overigens heeft het er alle schijn van dat de Duitse generaal Helmut Graf Von Moltke (1800-1891) met zijn tactiek van "Getrennt marschieren, vereint schlagen" ( "Gescheiden marcheren, samen verslaan" ) voorloper is geweest van snel- of speedmars: hij paste deze tactiek toe in de oorlog tegen Oostenrijk (1866) én in de Frans-Duitse oorlog (1870-1871).
Sinds 2001 wordt jaarlijks op de Koninklijke Militaire Academie (KMA) in Breda het Open Nederlands Militair Kampioenschap Speedmars georganiseerd door de speedmarsvereniging ‘De Blauwe Stoep’; deze kampioenschappen zijn voortgekomen uit de traditionele C&A-wedstrijden tussen cadetten van de KMA en adelborsten van het Koninklijk Instituut voor de Marine (KIM).
Terug naar Boven
SNELVERBAND
Ook genaamd: noodverband individueel. In het Duits: Notverband. In het Engels: individual first aid dressing. In het Frans: pansement (provisoire) individuel.
 Snelverband met NSN 6510-12-347-3142 (© de Onderofficier, november 2005) | Het snelverband, uitgevonden door Carl Friedrich Utermöhlen in 1901, was een aanzienlijke verbetering in het verminderen van infectiegevaar bij wondbehandeling. Met name de behandeling van schotwonden bij militairen verbeterde. Koningin Wilhelmina gaf als blijk van erkenning voor de uitvinding van het snelverband zijn verbandstoffenfabriek het predikaat “koninklijk”: Koninklijke Utermöhlen N.V. Het snelverband is bedoeld om snel aan te leggen bij alle gradaties bloedingen, van lichte tot zeer ernstige. Elk snelverband bestaat uit twee steriele gazen met daartussen witte watten. Aan het geheel zit aan beide kanten een rolletje verband (zwachtel). In 2005 is het nieuwe verbandpakje voor iedere individuele militair ingevoerd. Het heeft als NATO Stock Number 6510-12-347-3142 en behoort op de man te worden gedragen. Bij een verwonding wordt altijd eerst het noodverband van het slachtoffer gebruikt, dus niet het eigen. |
Het nieuwe noodverband individueel, geproduceerd door Paul Hartmann A.G., is uitgevoerd met een kort (17 cm) en een lang (250 cm) windsel en heeft een opgevouwen wondkussen van 10 x 10 cm dat, indien nodig bij grote(re) verwondingen, in de lengte kan worden vergroot tot 10 x 20 cm.Verder is het snelverband, dat waterdicht is verpakt, wit gekleurd. Bijgevoegd zijn twee veiligheidsspelden. Het snelverband is uitgevoerd met een expiratiedatum. | 
|
Hoe wordt een snelverband aangelegd:
- Haal het snelverband uit de verpakking en zorg dat het opgevouwen blijft. Houd het zo dat de twee rolletjes verband aan de bovenkant zitten
|
- Pak nu in iedere hand een rolletje en houd het snelverband boven de wond
|
- Beweeg beide handen uit elkaar, waardoor het snelverband zichzelf openvouwt
|
- Breng het geopende snelverband nu in één vloeiende beweging op de wond aan. Het snelverband mag niet meer verschoven worden
|
- Neem één van de rolletjes verband en maak daarmee een slag om het getroffen lichaamsdeel, voor de ene helft over het verband en voor de andere helft op de huid. Doe hetzelfde met het andere rolletje verband
|
- Wikkel het verband dakpansgewijs naar het midden toe. Overlap de vorige slagen dus steeds voor een deel
|
- Knoop tot slot beide uiteinden met een platte knoop aan elkaar. De platte knoop mag niet op de wond zelf liggen.
|
Zie ook: circulation en H.O.L.K.-bloedingen.
Terug naar Boven
SNEUVELBEREIDHEID
Volgens Writers Block Woordenboek van de Jaren Negentig is sneuvelbereidheid een "belangrijke, maar in de jaren negentig verloren gegane eigenschap van soldaten. Een soldaat moet bereid zijn te sterven, anders bestaat het leger alleen maar uit Yossarians (de hoofdpersoon van Joseph Heller's Catch-22) die weigeren het oorlogsgebied te betreden omdat ze vermoeden dat de vijand erop uit is ze te vermoorden" .
| Volgens NRC Handelsblad ('Hoog Haags', 17 juli 2002) is het de "bereidheid van militairen om zich te laten uitzenden naar een gebied waar de kans bestaat dat aan de eigen kant (oorlogs)slachtoffers vallen". Overigens wijst 'sneuvelbereidheid' niet zozeer op de bereidheid van individuen om voor een goede zaak te sterven, maar veeleer op het risico dat politici willen en durven te nemen dat er mensen sneuvelen die zij uitzenden. |
Tijdens de oorlog van de NAVO tegen Servië en Kosovo - operatie 'Deliberate Force' - in 1999 deed "sneuvelbereidheid" zijn intrede. In deze oorlog viel aan de kant van de NAVO geen enkel slachtoffer. Op 4 augustus 1995, na de val van Srebrenica, kopte het weekblad HP/De Tijd: ‘Te lief voor oorlog. De weinig krijgshaftige geschiedenis van het Nederlandse leger’. Vechten zou niet passen bij de aard van de Nederlandse militairen. Intussen heeft de missie in de Afghaanse provincie Uruzgan bewezen dat dit stellig onjuist is. |
| |
In de huidige westerse wereld is de sneuvelbereidheid laag: dé schrikbeelden van politici die militairen naar de frontlijn sturen, zijn KIA (Killed In Action), het bodybag-syndrome en felle anti-oorlogsgevoelens in publieke opinie en media.
Zijn Nederlandse militairen sneuvelbereid? In elk geval weten Nederlandse militairen dat uitzendingen naar Afghanistan, Bosnië, Eritrea of Irak geen schoolreisjes zijn. Op 4 augustus 1995 kopte weekblad HP/De Tijd nog: Te lief voor oorlog. De weinig krijgshaftige geschiedenis van het Nederlandse leger. Met het artikel leek de toon van niet-sneuvelbereidheid gezet. Minister van Defensie Henk Kamp dacht daar anders over, getuige zijn toespraak voor de Koninklijke Vereniging ter Beoefening van de Krijgswetenschap op 1 maart 2004: "De Nederlandse militairen in het voormalige Joegoslavië kan geen gebrek aan moed worden verweten. Misdaden niet kunnen voorkomen, is niet hetzelfde als laf zijn. U kunt uit mijn mond ook geen pleidooi voor meer 'sneuvelbereidheid ' onder Nederlandse militairen optekenen. Integendeel: het woord stuit mij tegen de borst. Het oogmerk van het militaire vak is niet om te sneuvelen of om doodsverachting te tonen."
In 1998 verscheen Het misplaatste Oranje Boven-gevoel. Het falen van het politiek-militaire systeem in Nederland en Nederlands-Indië: 1825-1995 van Maarten C. Hoff, waarmee de krijgsluwe houding van de nuchtere Nederlander even tot norm leek verheven. In werkelijkheid zijn sinds het einde van UNPROFOR de vredesoperaties robuuster daadwerkelijk geworden en "is sneuvelbereidheid in NAVO- en VN-kringen geen vies woord meer" , aldus De Groene Amsterdammer op 6 april 2002. Door de terroristische aanslagen van 11 september 2001 is die sneuvelbereidheid nog versterkt: bij zelfverdediging (als het nut en belang duidelijker worden ingezien) is die veel groter dan bij vrijblijvende interventies.
Uit een opiniepeiling van het VPRO-programma 'De Ochtenden' op 14 januari 2004 blijkt overigens een geringe sneuvelbereidheid in de publieke opinie: 69% van de bevolking vindt dat Nederlanders niet moeten meevechten in de voorste linies bij gewapende conflicten (van de Nederlandse militairen denkt 57% hetzelfde); 58% van de bevolking vindt dat de krijgsmacht alleen humanitaire taken moet hebben (54% van de militairen denkt hetzelfde).
Zie ook: catch-22.
Terug naar Boven
S.o.a.p.
Ezelbruggetje om de voortgang van de zorgverlening ten aanzien van de zorgvrager te rapporteren:
S | Subjectieve gegevens | Geven iets aan over de gevoelens en wensen door observatie: Heeft de zorgvrager ergens pijn? Heeft de zorgvrager wensen? Hoe gaat de zorgvrager om met zijn gezondheidstoestand? Hoe voelt de zorgvrager zich? |
O | Objectieve gegevens | Meetbare gegevens: Parameters, zoals bloeddruk, pols en lichaamstemperatuur |
A | Analyse gemaakt | Subjectieve en objectieve gegevens worden nader beschouwd om te bezien of: - de zorgbehoefte is veranderd - de zorgdoelen moeten worden aangepast |
P | Plan opgesteld | Verpleegplan met al dan niet aangepaste zorgdoelen |
De zorgbehoefte van de zorgvrager verandert als de gegevens veranderen; de zorgdoelen – welke de toestand omschrijven die zowel de zorgverlener als de zorgvrager willen bereiken – moeten worden aangepast aan de veranderingen.
SOAP wordt bijvoorbeeld gebruikt door de Algemeen Militair Verpleegkundige (AMV'er) in relatie met de P.E.S.-structuur en de R.U.M.B.A.-eisen.
Terug naar Boven
SOB-SOMS

| Voluit: Schiet Oefeningen Bergen/Schiet Oefeningen Munster-Süd. Jaarlijks meerdere malen ten uitvoer gebrachte schietoefeningen (schietseries) van de parate manoeuvre- en vuursteuneenheden van de gemechaniseerde brigades (13 en 43), 11 Air Manoeuvre Brigade en overige eenheden. Het gebied waarin de militaire oefenterreinen Bergen en Munster-Süd liggen, de Lüneburger Heide, ligt ± 30 km ten noordoosten van de Legerplaats Seedorf. |
TRUPPENÜBUNGSPLATZ BERGEN
Truppenübungsplatz Bergen ( Landkreis Celle, Regierungsbezirk Lüneburg en Bundesland Niedersachsen) is met ± 28.400 hectare het grootste oefenterrein van Europa. Ook wel genoemd: NATO-Schießplatz Bergen-Hohne. In het gebied liggen de kazernes Bergen, Fallingbostel, Hohne, Höllenberg, Hörsten, Oerbke en Ostenholz. Het militair oefenterrein Bergen ligt in het midden van de Lüneburger Heide op ± 50 km van Hannover. Eenheden tot en met legerkorpsniveau kunnen er trainen én er kan worden geoefend in het gevecht van de verbonden wapens. Het oefenterrein kent 32 artilleriestellingen, bivakplaatscapaciteit voor ± 10.000 man en barakken voor ± 5.000 man.
TRUPPENÜBUNGSPLATZ MUNSTER-SÜD
Truppenübungsplatz Munster-Süd (Landkreis Soltau-Fallingbostel, Regierungsbezirk Lüneburg en Bundesland Niedersachsen) heeft een oppervlakte van 6.350 hectare en grenst aan de Truppenübungsplatz Bergen.
Het militair oefenterrein Munster-Süd, ± 70 km van Hannover gelegen, is hét schietterein voor artillerie en mortieren. Het kent maar liefst 93 artilleriestellingen, bivakplaatscapaciteit voor ± 1.200 man en barakken voor ± 2.000 man. Vanuit Nederland (Utrecht) is de kortste weg naar Bergen en Munster-Süd ± 450 km; dit is, exclusief rusttijd, in colonneverband ± 8 uur rijden. Zie ook: 1 Legerkorps (1 LK) en Panzerringstrasse. | 
Ligging van de militaire oefenterreinen Bergen en Munster-Süd in de Noord-Duitse deelstaat Niedersachsen |
Terug naar Boven
SOCIAAL MEDISCH TEAM
Afgekort: SMT. Het SMT is een instrument van de commandant en valt onder het personele functiegebied. De medische inbreng in een SMT is groot, maar in het SMT worden ook personen besproken die op een andere manier uit de boot vallen, bijvoorbeeld psycho-sociaal (problematiek thuis- en/of werksituatie).
Het SMT heeft tot taak tijdig probleemsituaties bij het personeel te onderkennen en de commandant te adviseren welke oplossingen mogelijk zijn. Ook is het SMT een instrument om het ziekteverzuim te doen dalen cq. het reïntegratietraject te bewaken. Daarnaast kunnen scheefgelopen werkverhoudingen en/of arbeidsconflicten worden besproken in het SMT. De commandant kan, na overleg met het SMT, besluiten om een militair niet uit te zenden of bij het toch uitzenden extra begeleiding te geven.
Bedrijfsarts (Arbodienst KL) |
Geestelijk verzorger |
Maatschappelijk werker (MDD / BMW) |
Onderdeelsarts (Gezondheidscentrum) |
Personeelsfunctionaris (P-dienst) |
Van belang is onder meer dat:
- de werkwijze van het SMT is gebaseerd op een reglement
|
- aan individuen die besproken worden in het SMT vooraf toestemming wordt gevraagd
|
- individuen na bespreking geïnformeerd worden over het besprokene
|
- er deugdelijke verslaglegging plaatsvindt
|
Terug naar Boven
SOCIALE VAARDIGHEDEN
| Een van de vijf vaardigheden zoals die worden beschreven op en gehanteerd vanaf de Instructiekaart 2-1250 (IK 2-1250), bijgenaamd “de witte kaart”.
Deze IK is een uitreikstuk in het kader van de leiderschapstraining en –vorming (LTV) ten behoeve van de leidinggevende, zowel in opleiding op de Koninklijke Militaire School als daarna. |
Terug naar Boven
Soft knock
Op vriendelijke, niet-agressieve manier een huis binnengaan. Hierbij wordt de bewoners, na een “knock on the door”, gevraagd naar de handel en wandel bij hen en in hun omgeving, zoals leef-, werk- en woonomstandigheden.
Een soft knock – in de regel deel van een normal framework operation – wordt in zijn algemeenheid gewaardeerd door de locals. Vaak wordt een soft knock routinematig uitgevoerd tijdens een patrouille.
Het is mogelijk dat mannen, vrouwen en kinderen gescheiden én naar buiten gestuurd worden, waarna het huis wordt doorzocht.
Omdat de gevolgen van een hard knock ongunstig kunnen zijn voor de voortgang van een operatie – te denken valt aan het gewenste positieve effect van hearts & minds – geldt onverminderd het statement van luitenant-kolonel Omer Lavoie (commandant 1 Royal Canadian Regiment Battle Group, 2006-2007): “Soft knock by preference, a hard knock as needed.”
Zie ook: hard knock.
Terug naar Boven
SOFT TARGET
Een evenement, object of persoon dat door zijn toegankelijkheid of benaderbaarheid eenvoudig te treffen is, zoals overheidsinstellingen en plaatsen waar veel mensen bijeen zijn (grote publieksevenementen, grote winkelcentra en openbaar vervoer). In de regel zijn hier geen speciale veiligheidsmaatregelen en/of –voorzieningen van kracht.
Met name voor terroristen zijn soft targets lonende doelen, vooral wanneer het de terroristen gaat om het maken van grote aantallen onschuldige slachtoffers.
Kenmerken van soft targets:
burgerdoel |
zeer kwetsbaar doel |
collateral damage wordt nagestreefd |
geringe reguliere veiligheidsvoorzieningen |
goed benaderbaar |
goed toegankelijk |
Voorbeelden van soft targets in het kader van terroristische aanslagen waren de bomaanslagen op de Twin Towers in New York (11 september 2001), de forensentreinen in Madrid (11 maart 2004), de metro in Londen (7 juli 2005) en de Egyptische badplaats Sharm el-Sheikh (23 juli 2005).
Het tegenovergestelde van soft targets zijn hard targets.
Terug naar Boven
SoLDAAT KETTING OLIVIER KAZERNE
Afgekort: SKOK.
Deze kazerne, gelegen aan het Zeisterspoor in Soesterberg (Utrecht), is de enige in Nederland die is genoemd naar een soldaat. Tot 24 juni 1992 droeg de kazerne de naam Kamp Zeisterspoor-Noord, waar het Opleidingscentrum Technische Dienst was gehuisvest. Op deze dag is de kazernenaam omgedoopt tot Soldaat Ketting Olivier Kazerne.
Op 26 oktober 1950 vertrok Johan Frans Ketting Olivier vanuit zijn woonplaats Markelo (Twente) naar Korea. Vóór die tijd diende hij 3 jaar bij de Leger Technische Dienst van het Koninklijk Nederlands Indische Leger (KNIL). Op 15 februari 1951, op 29-jarige leeftijd, sneuvelde de soldaat (der tweede klasse) Ketting Olivier van het dienstvak van de Technische Dienst te Mayong (heuvel 325) vlakbij Wonju, in Korea. Hij maakte deel uit van het 75 mm Terugstootloze Vuurmond (TLV) peloton van de Ondersteuningscompagnie (Ostcie) van het Nederlands Detachement Verenigde Naties (NDVN).
Om zijn heldhaftig optreden – bij de 3de, beslissende aanval op heuvel 325 drong hij met de bajonet op het geweer geplaatst als eerste de vijandelijke heuvelstelling binnen, waarbij hij zijn meestormende commandant dekte – werd hij postuum, bij Koninklijk Besluit nummer 23 van 8 mei 1951, benoemd tot Ridder der 4de klasse in de Militaire Willemsorde, de hoogste Nederlandse dapperheidonderscheiding.
Tegenwoordig is de Soldaat Ketting Olivier Kazerne onder meer het onderkomen voor het Opleidings- en Trainingscentrum Logistiek (OTCLOG).
Zie ook: Nederlands Detachement Verenigde Naties.
Terug naar Boven
SoLDAAT VAN ORANJE
| Bijnaam voor mr. Siebren Erik Hazelhoff Roelfzema. Geboren op 3 april 1917 in Soerabaja (Java, Nederlandsch-Indië) en overleden op 26 september 2007 in Honokaa (Hawaï, VS). Tijdens de Tweede Wereldoorlog was hij één van de 1.800 Engelandvaarders die met gevaar voor eigen leven vanuit Nederland naar Engeland ontsnapten en vervolgens landingen op de Nederlandse stranden uitvoerden met als doel een betrouwbaar contact tot stand te brengen tussen Koningin Wilhelmina en de Nederlandse regering in Londen én het verzet in bezet Nederland. |
Hazelhoff Roelfzema onderneemt verscheidene nachtelijke tochten om geheime agenten en radioapparatuur in Nederland aan wal te zetten in het kader van operatie 'Contact Holland'. Zijn relatie met de Nederlandse autoriteiten in Engeland is tweestrijdig: tijdens zijn acties wordt hij zowel voor de Krijgsraad als voor de Militaire Willems-Orde voorgedragen.


Op 22 september 1977 beleefde de rolprent ‘Soldaat van Oranje’ in het bijzijn van Koningin Juliana haar première. De film, naar een scenario van Paul Verhoeven, Gerard Soeteman en Kees Holierhoek, was gebaseerd op de mémoires van Erik Hazelhoff Roelfzema en werd in tenminste zestig Nederlandse bioscopen vertoond. Ruim 1,5 miljoen bezoekers kwamen “de grootste Nederlandse film aller tijden” bekijken. De film, waarvan het budget meer dan vijf miljoen gulden bedroeg, was voor regisseur Paul Verhoeven zijn doorbraak in de VS. Producent was Rob Houwer. De hoofdrollen werden vertolkt door Rutger Hauer (als Erik Lanshof, d.i. Erik Hazelhoff Roelfzema) en Jeroen Krabbé (Guus LeJeune, d.i. Peter Tazelaar). Ook Peter Faber, Rijk de Gooyer, Derek de Lint en Belinda Meuldijk speelden personages in de film. In 1999 werd 'Soldaat van Oranje', achter ‘Turks Fruit’, tweede in de publieksverkiezing tot Beste Film van de 20ste Eeuw op het Nederlands Filmfestival. 
Minstens even markant als de grootste Nederlandstalige oorlogsfilm uit de Nederlandse filmgeschiedenis is de filmmuziek, gecomponeerd door Rogier van Otterloo (1941-1988). De veertien nummers uit de film, in Londen opgenomen met een groot orkest op 9 augustus 1977 (waaronder de openingstune ‘Soldaat van Oranje’), verschenen op LP bij Polydor. De LP is een klaphoes met in het midden afbeeldingen uit de film en een begeleidende tekst van Paul Verhoeven. Nog in 2003 zei Erik Hazelhoff Roelfzema over de filmmuziek: “Het succes van deze film dreef naar mijn mening voor een groot gedeelte op de muziek van Van Otterloo.” Het beroemde “Tadatatataaaaa, tadatatataaaaaa” uit de openingstune bezorgt je kippenvel. De aanstekelijke herkenningsmelodie is legendarisch geworden en onder andere de begintune van deze website. |
| Vanuit Londen heeft hij meermaals als verzetsstrijder acties ondernomen tegen de Duitsers. Na zijn tijd als Engelandvaarder op Scheveningen vloog hij 72 acties als piloot van een Havilland Mosquito-jachtbommenwerper bij 139 Squadron van de Royal Air Force, waaronder 25 raids op Berlijn. Zijn vaste navigator is Ben Vlielander Hein. Als adjudant van koningin Wilhelmina keert hij op 2 mei 1945 terug op Nederlandse bodem. Wilhelmina neemt met adjudant en vertrouweling Hazelhoff Roelfzema zes weken haar intrek in de Ulvenhoutse villa Anneville. Op de residentie Anneville bereikte Wilhelmina het nieuws van de capitulatie van de Duitsers in Nederland. Op 6 augustus 1945 vliegt hij in een Dakota prinses Juliana en haar dochters Beatrix en Irene vanuit Canada naar Nederland. De Engelandvaarder-acties zijn later vooral bekend geworden door het boek en de film 'Soldaat van Oranje', dat hij schreef in 1971. Het boek heeft een voorwoord van Prins Bernhard. Wat Erik Hazelhoff Roelfzema meemaakte als Engelandvaarder beschreef hij in zijn autobiografie 'Het hol van de ratelslang' uit 1970. Volgens Koninklijk Besluit nummer 1 van 4 juni 1942 is Hazelhoff Roelfzema als reserve-tweede luitenant van Algemene Dienst bij de Inlichtingendienst benoemd tot Ridder 4 de klasse der Militaire Willems-Orde: "Ondanks groot levensgevaar geheime opdrachten uitgevoerd, die voor het Koninkrijk der Nederlanden van onschatbare waarde hadden kunnen zijn." Daarnaast is Hazelhoff Roelfzema, als r eserve-kapitein-vlieger van het Wapen der Militaire Luchtvaart, bij het R.A.F. 139 Squadron, zowel drager van het Vliegerkruis als het Distinguished Flying Cross. Zijn boek 'Soldaat van Oranje' - waarvan inmiddels wereldwijd 1,2 miljoen exemplaren zijn verkocht - werd in 1977 verfilmd. |

Mr. Hazelhoff-Roelfzema als adjudant van Hare Majesteit Koningin Wilhelmina. De foto is gemaakt op ‘Anneville’ bij Breda, waar Wilhelmina op 29 april 1945 voor het eerst weer haar intrek nam op Nederlands grondgebied. Juliana (rechts) woonde er niet, maar kwam er geregeld logeren. Foto afkomstig uit ‘Vijf en een halve slag. De relatie tussen vader en zoon’ van Erik Hazelhoff Roelfzema jr. (Kosmos Uitgevers, 2007, ISBN 9789021514093).
| |

Terug naar Boven
SoLDIER MODERNISATION PROGRAMME
Gezamenlijk project van het Ministerie van Defensie en de Nederlandse organisatie voor Toegepast Natuurwetenschappelijk Onderzoek (TNO).
| Het project startte in 1998, eindigde formeel in 2003 en ging sindsdien voort als ‘Soldaat Effectiviteit’. SMP levert de individuele militair gebruiksklare technologie én aanpassingen om effectiever te kunnen optreden. De flexibiliteit van de individuele militair moet groot zijn, omdat: - militairen steeds meer te voet optreden
- militairen steeds minder in combinatie met gepantserde eenheden optreden
Het doel van het project is de effectiviteit van de gevechtssoldaat te verbeteren op vijf punten: |
lethality | letaliteit | vermogen om de tegenstander uit te schakelen |
survivability | bescherming | vermogen weerstand te kunnen bieden aan dreigingen in de breedste zin van het woord |
sustainability | voortzettingsvermogen | vermogen taken gedurende langere tijd uit te voeren |
mobility | mobiliteit | vermogen om zich door elke terreinsoort te verplaatsen |
command & control | commandovoering | vermogen naar behoren commando te voeren |
Overigens geldt het SMP niet alleen de gevechtssoldaat (infanterie); ook de militairen van de gevechtssteun(verzorgings)eenheden worden uitgerust met nieuwe uitrusting in het kader van het SMP. Door het verbeteren van de gevechtsveldfuncties wordt de overlevingskans van de individuele militair vergroot: zowel zijn mobiliteit als zijn voortzettingsvermogen worden verbeterd. Hiertoe wordt het zgn. Mobiliteits- en Voortzettings Pakket (MVP) uitgereikt.
Voor de niet-speciale eenheden bestaat het MPV uit:
bivakzak enkelboogs | drinkreservoir 3,1 liter | grabbag | hoes rugzak stingray | isolatiedeken | klamboe, bed | luchtmatras zelf opblaasbaar | modulair ops-vest | poncholiner | rugzak stingray 60 liter | slaapzak modulair compleet | spankoord met haken | tassen MGV |
| 
|
Het meest in het oog springende noviteit in het kader van het SMP is de Soldier Digital Assistant (SDA). De SDA bestaat uit:
Head-Up Display waarop landkaart en posities ‘friend or foe’ worden geprojecteerd |
operationeel gevechtsvest met onder andere palmtop-achtige computer |
Personal Role Radio voor (data)communicatie |
Soldier’s Alarm Module t.b.v. nbc- en vijandmeldingen |
vouwbare touch-screen voor het maken en verzenden van kaartschetsen |
Daarnaast is het SMP onder meer bezig met:
camouflage against thermal imaging |
laser-, scherf- en vuurwerende kleding |
medische assistentie op afstand, zoals remote repair & remote medical assistance |
kou- en warmtewerende onderkleding van microvezel |

Voor meer informatie over het SMP neemt u een kijkje op de website van Ron van Verseveld.
Zie ook: grabbag, helm, Lowe Alpine rugzakken en Personal Role Radio (PRR).
Terug naar Boven
Sortie
In het Duits: Ausfall, Einsatzflug. In het Frans: vol de mission.
Engelse term voor de complete operationele of trainingsvlucht van een (gevechts)vliegtuig. Specifiek de tijd vanaf de take-off tot en met de landing die een gevechtsvliegtuig tijdens een specifieke missie doorbrengt, ongeacht of er een aanval wordt uitgevoerd.
Sortie is een verzamelterm voor het totaal aantal vliegbewegingen. Zo komt een groep van 5 vliegtuigen die elk drie missie uitvoert op een totaal van 15 sorties. Maar 3 sorties kunnen bijvoorbeeld ook worden aangeduid als één vlucht door drie verschillende vliegtuigen óf drie vluchten door één vliegtuig.
Terug naar Boven
SPAANSE RUITER
Andere benaming voor Friese ruiter. Feitelijk een germanisme.
Terug naar Boven
SPear
Melding om zowel aanwezigheid als compleetheid van speciale uitrustingsstukken te (her)bevestigen:
SPE | Special quipment (GPS, kompas, optiek e.d.) |
A | Arms (Wapens) |
R | Radios (Verbindingsmiddelen) |
Deze meldingen kunnen mondeling, schriftelijk of via de radio plaatsvinden. Ook is onderstaande variant bekend:
S | Signature | Afzender |
P | Personnel | Bijzonderheden m.b.t. personeel |
E | Equipment | Bijzonderheden m.b.t. materieel |
A | Arms | Bijzonderheden m.b.t. wapens, m.n. compleet- en inzetbaarheid |
R | Readiness | Tijd benodigd om met een opdracht te kunnen beginnen |
Terug naar Boven
SPecial air service
Afgekort: S.A.S. Special Forces-eenheid van de Britse landstrijdkrachten, opgericht door (Sir) David Stirling (1915-1990) in 1941, tijdelijk opgeheven in 1946 en tenslotte in 1952 als SAS heropgericht - aanvankelijk als tijdelijke maatregel - tijdens de opstand in Maleisië.
Daarna kreeg de SAS een vaste plaats in de Britse krijgsmacht.

Links SAS-oprichter David Stirling, rechts een SAS-rekruut tijdens de selectie in de Brecon Beacons in Wales
De speciale eenheid werd vervolgens ingezet in overzeese Britse gebiedsdelen, zoals Aden, Dhofar, Oman en Koeweit. Sindsdien is de SAS betrokken bij ‘covert operations' in onder meer de Eerste en Tweede Golfoorlog (1991 en 2003), Bosnië en Kosovo, maar de blijvende faam bij het grote publiek dankt de SAS aan de succesvolle bevrijdingsactie van gijzelaars uit de Iraanse ambassade in Londen op 5 mei 1980.
Sinds de belegering van de Iraanse ambassade is het hard gegaan met de 'glasnost' van de SAS: Falklands-oorlog 1982, Eerste en Tweede Golfoorlog (1991 en 2003) en de oorlog tegen het terrorisme in Afghanistan zetten de SAS definitief in het middelpunt van de belangstelling. Deze wordt aangewakkerd door vele fictieboeken van oud-SAS' ers, te beginnen met de best-sellers ‘Bravo Two Zero' (1994) van Andy McNab en ‘The One That Got Away' (1995) van Chris Ryan over een SAS-missie in januari 1991 tijdens de Eerste Golfoorlog. Deze en gelijksoortige 'openhartige' verhalen worden door het Britse Ministry of Defence (MOD) argwanend gevolgd en altijd ontkend, omdat zij uiteindelijk de effectiviteit en efficiëntie van Special Forces als de SAS kunnen verminderen.
De selectie tot lid van de SAS, die vnl. plaatsvindt in de Brecon Beacons in Wales en de jungle van Brunei, heeft grapjurken binnen de landmacht geholpen aan het Nederlandse equivalent van de afkorting SAS: "stompen achter de sergeant". Dit is het zich in een colonne met enen zo snel mogelijk door het terrein verplaatsen, waarbij de - uiteraard - voorop lopende sergeant te allen tijde gevolgd moet blijven worden.
De achterliggende idee van het aldus ontstane SAS'en is dat van de snelmars: aan het einde van deze fysieke prikkel inzetbaar zijn. De uitvoering wordt vaak gezien als gekkenwerk, wat in elk geval overeenkomt met hoe bijvoorbeeld veldmaarschalk Bernard Law Montgomery over Stirling dacht: "The boy Stirling is mad. Quite, quite mad. However in war there's often a place for mad people" . De SAS is opgebouwd uit vijf operationele eenheden, elk bestaand uit vier groepen van elk 16 militairen. Elke groep is verdeeld in vier teams van vier militairen. | 
Het logo van de Special Air Service |
De serie is medio 2003 opgenomen in de omgeving van Campbeltown in het zuiden van Schotland. Naast Johnny en Pete zijn de twee oud-SAS’ers die het programma jus geven zonder twijfel Eddie Stone en John McAleese. Voormalig SAS-staff sergeant Eddie Stone diende in G-Squadron van 22 SAS Regiment tot november 1989 in het Verre én Midden Oosten, Zuid- en Centraal-Amerika, de Falklands en Noord-Ierland. De besnorde explosievenexpert John McAleese, a.k.a. ‘Mac’, werd het symbool van de openheid van de SAS toen hij op 5 mei 1980 op het balkon van de Iraanse ambassade in Londen werd gefotografeerd voordat hij zich met explosieven een toegang verschafte tot het gebouw. Wat volgde was de redding van 19 gegijzelden en het doden van 4 gijzelaars. ‘Mac’ diende 15 jaar in 22 SAS Regiment en werd onderscheiden met de Military Medal “voor moed in het gevecht”. | Hoogtepunt in de tv-series over de Special Air Service is de 7-delige BBC-serie ’S.A.S. Survival Secrets’. Hierin komen nagenoeg alle aspecten van het werk van de SAS aan de orde. Zo treedt in de serie een traditionele 4-mans-patrouille op met het call-sign ‘Charlie One Nine’ (C19).

Eddie Stone 
John McAleese |
De Britse acteur Christopher Lee (1922), bekend van zijn rollen als Dracula en Frankenstein, deed auditie voor de befaamde film ‘The Longest Day’, maar werd afgewezen… omdat hij niet militair genoeg was. Toch bracht Lee een groot deel van het laatste jaar in de Tweede Wereldoorlog door met Tito en zijn partizanen in Joegoslavië. En als lid van de SAS is hij in Noord-Afrika geweest. Tenminste… dat vertelt bij in zijn autobiografie ‘Tall, Dark and Gruesome’(1977) én in ‘De laatste show’ op de Belgische televisie op 28 maart 2002. Of diende hij nu als inlichtingenofficier (Cipher Officer) bij No. 260 Squadron Royal Air Force? |
Zie ook: Chinese parliament en Special Forces.
Terug naar Boven
SPecialE OPERATIES
Speciale operaties zijn operaties, uitgevoerd door eenheden die in de regel kleiner zijn dan een peloton en bestaan uit speciaal daartoe opgeleid personeel, ingedeeld in daarvoor georganiseerde en uitgeruste eenheden, in een gebied dat veelal niet onder controle is van eigen eenheden. Speciale operaties zijn van strategisch dan wel operationeel belang en worden daarom in beginsel vanuit het allerhoogste bevelsniveau (politiek/militair strategisch) geïnitieerd.
Bovenstaand is de definitie volgens MC 437/1 ('NATO Special Operations Policy', d.d. oktober 2006), de doctrinaire basis voor de Special Forces binnen de NAVO.
Binnen de NAVO worden de volgende Nederlandse eenheden – omdat zij in staat moeten zijn de in MC 437/1 genoemde taken volwaardig uit te voeren in het gehele spectrum van speciale operaties – beschouwd als Special Forces:
Korps Mariniers | Bijzondere Bijstands Eenheid Mariniers |
| Amfibisch Verkenningspeloton |
| Mountain Leader Verkenningspeloton |
Korps Commandotroepen | 103 Commandotroepencompagnie |
| 104 Commandotroepencompagnie |
| 105 Commandotroepencompagnie |
| 108 Commandotroepencompagnie |
Binnen speciale operaties worden de volgende primaire taken onderscheiden:
SR | special reconnaissance | speciale verkenningen om nauwkeurige inlichtingen van strategisch of operationeel belang te verkrijgen |
DA | direct action | |
MA | military assistance | het verlenen van militaire assistentie aan eigen of geallieerde eenheden in het gehele geweldsspectrum |
CA | collateral activities | het uitvoeren van taken als Combat Search And Rescue (CSAR), het verschaffen van Force Protection (bijvoorbeeld het beveiligen van VIP’s), evacuaties en het uitvoeren van contra-terreur (CT) operaties in het buitenland |
Zie ook: direct action (DA).
Terug naar Boven
SPecial FORCES
Special Forces zijn géén ordinaire John Rambo’s, maar gespecialiseerde militairen met de nodige karakter, wilskracht en zelfvertrouwen die zich in relatief kleine, exclusieve eenheden vanaf een hoog bevelsniveau laten inzetten voor opdrachten in het kader van speciale operaties, zoals:
Special Forces zijn in staat om specialistische werkzaamheden uit te voeren door gedegen opleiding en training, teamwork, covert optreden en hightech-uitrusting te combineren met snelheid.
Voorbeelden van Special Forces-eenheden zijn:
België | Special Forces Group |
Denemarken | Jaegerkorpset |
Duitsland | Kommando Spezialkräfte (KSK) |
Frankrijk | Détachement ALAT des Opérations Spéciales |
Groot-Brittannië | Special Air Service (SAS) |
Israël | Sayeret Matkal |
Italië | Brigata Paracadutisti ‘Folgore’ |
Nederland | Korps Commando Troepen (KCT) |
Verenigde Staten | Green Berets |

Majoor John Norton-Griffiths (1871-1930) Drie maanden nadat de Roemeense regering de oorlog had verklaard aan Duitsland en de Oostenrijks-Hongaarse dubbelmonarchie, lanceerden de Duitsers een wanhoopsoffensief om de Roemeense olievelden in handen te houden. Wanhoop, omdat de Duitsers voorheen werden bevoorraad door Roemenie, Europa’s op één na grootste olieproducent én de enige bron van Europese olie ten westen van de Zwarte Zee. De Duitse aanval mislukte door de acties van de toenmalige majoor John Norton-Griffiths, een Special Forces-actie avant-la-lettre. In november 1916 blies de Brit, in samenwerking met het verzet, boortorens en pijpleidingen op in én rond Ploesti. Bijna in z’n eentje was hij in staat om 70 raffinaderijen en 8.000 ton ruwe olie te vernietigen. Tot de lente van 1918, toen de Duitsers een deel van de olievelden weer in handen kregen, zouden zij hier last van ondervinden. De geheime missie van Norton-Griffith was absurd: de sabotage van de olievelden van Ploesti vond in minder dan 2 weken plaats in een gebied dat zich uitstrekte over 150 km, met slechte wegen en onder vijandelijk vuur. De Duitse generaal Erich Ludendorff moest later erkennen: “Wij moeten onze tekorten aan hem toeschrijven.” (Bron onder andere: ‘The Penguin Encyclopedia of Modern Warfare, 1850 to the Present Day’, Kenneth Macksey & William Woodhouse, 1991) |
Terug naar Boven
SPecial FORCES OPERATOR
Afgekort: SFO. Andere benaming voor commando ofwel lid van het Korps Commandotroepen.
Terug naar Boven
SPERWER
Voluit: Unmanned Aerial Vehicle (UAV) Sperwer SAGEM.

Onbemand verkennings- en/of spionagevliegtuigje. De Sperwer wordt binnen de Koninklijke Landmacht ingezet voor het verkrijgen van gevechtsinformatie en doelopsporing. Het systeem stelt grondtroepen in staat over grote afstanden informatie te verzamelen, doelen op te sporen en te bestrijden. Feitelijk is de Sperwer als onbemand vliegtuigje in Nederland de opvolger van de Northrop KD2R-5 doelsleepvliegtuigjes die werden gebruikt om doelen (surface-to-air missiles) te slepen. De Sperwer kan tot ± 80 km vanaf het grondstation (Ground Control Station Group) zijn taak verrichten.
Behalve Nederland beschikken de krijgsmachten van Denemarken, Frankrijk, Griekenland en Zweden over de Sperwer.
Specificaties:
brandstof | mengsmering |
doelkeuze | indien doel is gekozen, worden coördinaten via datalink doorgegeven, waarna binnen enkele seconden doel is vernietigd |
gewicht | ± 300 kg |
kruissnelheid | 180 km per uur |
landing | m.b.v. parachute en airbags |
lengte | 3,6 meter |
motor | 2-cilinder, 2-takt, 65 pk |
operationele vlieghoogte | 300 tot 3.000 meter |
positiebepaling | m.b.v. Global Positioning System |
sensor | draaibaar opgehangen in gestabiliseerde (trillingsvrije) bol, genereert warmtegevoelige of zwart/wit beelden, zowel foto als video |
spanwijdte | 4 meter |
vliegbereik | maximaal 90 km |
vliegduur | 4 à 5 uur |
voortstuwing | duwpropeller |
De Sperwer wordt weggeschoten met behulp van een lanceerrail op een lanceervoertuig. Via de pneumatische drukinstallatie van het lanceersysteem – een uitvergrote katapult - wordt de Sperwer met 9,5 bar de lucht ingeschoten.
De Sperwer is ingedeeld bij 101 Remotedly Piloted Vehicle-batterij (101 RPV-batterij), gelegerd op de Luitenant-kolonel Tonnetkazerne in 't Harde. De eenheid is opgericht op 1 maart 1998 en op 1 januari 2002 operationeel gesteld. 101 RPV-batterij bestaat uit vier pelotons met elk één compleet systeem en in totaal 30 operationele Sperwers. Vier reservetoestellen zijn ondergebracht bij het Opleidingscentrum Vuursteun (OCVUST). Elk peloton is, behalve uit een commandogroep, opgebouwd uit:
Assembly & Transport Group | groep die zorgdraagt voor logistiek, onderhoud en vervoer van het systeem |
Ground Control Station Group | groep die vliegtechnische deel controleert |
Launcher Group | groep die zorgdraagt voor lancering |
Terug naar Boven
S.P.I.E.-RIGGEN
Betekenis: Special Patrol Insertion/Extraction. Synoniem: “Dope on a rope”. Inzet- dan wel extractiemogelijkheid, waarbij het personeel aan een lijn onder de helikopter wordt getransporteerd. Het is ook mogelijk deze techniek te gebruiken bij calamiteiten in vredestijd (bijvoorbeeld overstromingen) om burgers te redden. Het is, evenals abseilen en fastropen, een alternatieve methode voor het uitstijgen van een helikopter.
Normaal gesproken wordt S.P.I.E.-riggen uitgevoerd op locaties waar helikopters niet kunnen landen, al dan niet uit oogpunt van veiligheid, zoals in een dichtbegroeide jungle. De mensen zekeren zich provisorisch, snel en tezelfdertijd aan een rope (lijn) die onder de helikopter hangt. De algemeen gangbare vlieghoogte voor spy-riggen is 200 feet (± 60 meter).
De methode wordt met name toegepast door Special Forces indien een gehaast vertrek noodzakelijk is; vervolgens worden zij aan boord van de helikopter gehesen.
S.P.I.E.-riggen mag niet worden verward met riggen.
Terug naar Boven
SPIONAGE
Van het Latijn “spicari”, waarin “spieken” kan worden herkend. In het Duits: Spionage. In het Engels: espionage. In het Frans: espionnage. Ook genaamd: (geheim) agent; inlichtingenofficier.
In het geheim, onder valse voorwendselen en/of in het verborgene uitvoeren van waarnemingen in en ontvreemden van informatie uit (het operatiegebied van) een buitenlandse mogendheid. Omdat een andere mogendheid profiteert van de aldus verkregen economische, militaire, politieke, propagandistische of wetenschappelijke kennis, bedreigen dergelijke gemaskeerde activiteiten de nationale veiligheid.
Voorbeelden hiervan zijn:
aanbieden of vragen van gunsten |
activiteiten in het kader van sabotage, subversie of terrorisme |
beïnvloeden van de politieke besluitvorming |
inwinnen van vertrouwelijke gegevens over het militair-industrieel complex, de krijgsmacht, militaire objecten en verrichtingen en militairen |
Om de nationale veiligheid en de krijgsmacht te beschermen tegen spionage, wordt contra-spionage (in het Duits: Spionageabwehr; in het Engels: counter-espionage; in het Frans: contre-espionnage) toegepast.
Tijdens de Koude Oorlog steeg het aantal spionagegevallen, waarbij onder andere de atoomspionnen Klaus Fuchs en Ethel & Julius Rosenberg een prominente rol speelden, maar ook – aan Amerikaanse zijde - Aldrich Hazen Ames, Christopher Boyce, Robert Philip Hanssen en Francis Gary Powers.
Op het hoogtepunt van de Koude Oorlog, op 1 mei 1960, werd de U.S. Air Force kapitein-piloot Francis Gary Powers in een U-2 spionagevliegtuig in de buurt van Sverdlovsk (nu: Jekaterinenburg) in het luchtruim van de Sovjet-Unie neergehaald. Powers, vertrokken vanaf de Turkse luchtmachtbasis İncirlik, vloog formeel voor de NASA. In werkelijkheid fotografeerde hij echter in opdracht van de CIA militaire installaties en andere strategische locaties. Hoewel hij erin slaagde zich met een parachute in veiligheid te brengen, werd hij gevangengenomen en tot tien jaar cel veroordeeld. De betrekkingen tussen de VS en de USSR daalden tot een dieptepunt. Achttien maanden later, op 10 februari 1962, werd Powers op de Glienicker Brücke in Berlijn geruild voor de Russische spion kolonel Rudolf Abel, die in de Verenigde Staten gevangen zat. Het neerschieten van Powers heeft de ontwikkeling van UAV’s danig gestimuleerd. Tijdens de Vietnamoorlog (1964-‘75) werden ± 3.500 missies met onbemande vliegtuigen gevlogen voor het verzamelen van inlichtingen. | |
Tot het einde van de Koude Oorlog was de dreiging van spionage vooral afkomstig van inlichtingendiensten uit de Sovjet-Unie, het Warschau Pact en China. Sindsdien heeft het spioneren zo mogelijk een nog grotere vlucht genomen. Onder meer Human Intelligence (HUMINT), spionagesatellieten en –vliegtuigen, Target Acquisition Radar (TAR), Unmanned Aerial Vehicles (UAV’s), verkenningseenheden en Special Forces kunnen bij spionageactiviteiten een rol spelen.
Spionage wordt beschouwd als een krijgslist, niet als een oorlogsmisdrijf. Daarom kan een spion – in het Duits: Spion(in); in het Engels: spy; in het Frans: spion(ne) – zich beroepen op de status van krijgsgevangene.
In Nederland is spionage in het Wetboek van Strafrecht (‘Misdrijven tegen de veiligheid van de staat’, artikel 98) als delict strafbaar gesteld. Als bekendste Nederlandse spionnen aller tijden gelden Mata Hari (W.O. I) en Christiaan Lindemans alias King Kong (W.O. II).
Terug naar Boven
SPITSPATROUILLE
In het Duits: Vormarsch. In het Frans: avant-garde. In het Engels: spearhead.
Klassieke infanterietechniek waarbij een vooruitgeschoven eenheid over de as van een aanval een opmars te voet uitvoert. In verspreide formatie, aan weerszijden van de weg, wordt opgetrokken. De spitspatrouille is een voorbeeld van een gecombineerde verkennings- en gevechtspatrouille. Zij gaat sprongsgewijs in de aanval, tijdens optreden in verstedelijkte gebieden van object tot object, van straat tot straat.
Van oudsher bestaat een spitspatrouille uit een tirailleurgroep; daarvan maken, behalve de groepscommandant, geweerschutters en een mitrailleurploeg deel uit.
De taak van een spitspatrouille is het lokaliseren van vijandelijke weerstand tijdens de opmars. Zodra de vijand is gevonden (find), zorgt de mitrailleurploeg met onderdrukkingsvuur voor het binden (fix) van de vijand en slaan (strike) de geweerschutters de vijandelijke weerstand. De opmarsroute is dan worden vrijgemaakt.
Het uitschakelen van kleine weerstanden door een spitspatrouille is effectiever én gaat met minder tijdverlies gepaard dan wanneer hiertoe een pelotons- of compagniesaanval zou worden ingezet. Bovendien voert de tegenstander vaak vertragingsacties uit met een minimale inzet aan eigen troepen, die dus met relatief weinig eigen troepen kunnen worden aangegrepen.
(Met dank aan het proefschrift: ‘Tactische systemen: een vergelijking van het militair optreden van land-, zee- en luchtstrijdkrachten’ (2006) van drs. Guy Schokking)
Terug naar Boven
SPOOR, SIMON HENDRIK

Koninklijke Bataviaasche Jacht Club in Tanjung Priok (Batavia).
V E R L E D E N
Op 20 mei 1949 lunchte de legercommandant van Indië, luitenant-generaal Simon H. Spoor, in het restaurant van de Koninklijke Bataviaasche Jacht Club in Tanjung Priok, in het oostelijk deel van de haven van Batavia (nu: Jakarta). Dat deed hij in aanwezigheid van de hoofdaalmoezenier van Indonesië, luitenant-kolonel R.H.M. Verhoeven, en ritmeester Rob Smulders, zijn persoonlijke adjudant.
Na de lunch werden Spoor en zijn tafelgenoten allen ernstig ziek; de overige clièntele van het restaurant niet. Hierdoor werd een voedselvergiftiging uitgesloten. Smulders raakte in coma, werd gediagnosticeerd met vergiftigingsverschijnselen en vertrok na enkele weken ziekenhuisverblijf naar Nederland; Verhoeven werd al na vier dagen gerepatrieerd. Op 25 mei 1949 overleed generaal Spoor. Hoewel het hem bekend was dat diens adjudant Smulders met vergiftigingsverschijnselen in het ziekenhuis lag, vond generaal-majoor dr. L.H. Simons, Hoofd Militair Geneeskundige Dienst, het niet nodig om sectie op het lichaam van generaal Spoor te verrichten. Zijn dood werd officieel geboekstaafd als een ‘hartaanval’, maar is altijd door geruchten omgeven gebleven. Zijn naaste medewerkers waren er zeker van dat generaal Spoor was vergiftigd; ritmeester Smulders was ervan overtuigd dat de dood van Spoor te maken had met de zaak-Aernout en paste in een reeks van dubieuze sterfgevallen. Een veelgehoorde hypothese was dat Spoors (vermeende) onnatuurlijke dood zou samenhangen met de zaak rond vaandrig Rob Aernout, die op 28 februari 1948 in Lembang door een Indonesiër werd geliquideerd. Het verhaal gaat dat Aernout moest sterven omdat hij teveel wist van verduistering van geld en goederen door Nederlandse militairen in het KNIL. | 
Ritmeester Rob Smulders publiceerde in 1988 zijn memoires onder de titel ‘Een stem uit het veld. Herinneringen van de Ritmeester-Adjudant van Generaal S.H. Spoor’ (uitgeverij De Bataafsche Leeuw, 144 pagina’s, ISBN 9789067071901); hij overleed in 2004. |
|
Het corruptieonderzoek hiernaar werd aanvankelijk geleid door kapitein Raymond Westerling, later door de generaal zelf. Nederlandse officieren zouden onder andere 7.000 Lee Enfield-geweren uit de eigen bewapening hebben doorverkocht aan de Indonesische nationalisten.
H E D E N
Mevrouw Mans Spoor-Dijkema, weduwe van generaal S.H. Spoor, heeft op 15 april 2009 alle onderscheidingstekenen van haar man aan Museum Bronbeek geschonken. Mw. Spoor-Dijkema heeft de eretekenen in de Commandantwoning op landgoed Bronbeek persoonlijk persoonlijk overhandigd aan kolonel Cees Bolderman.
Generaal Spoor, die commandant was van de Nederlandse strijdkrachten te land in Nederlands-Indië en in september 1946 commandant van het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger werd, overleed op 25 mei 1949.

Tot de onderscheidingen behoort onder andere de Militaire Willems-Orde, die hij postuum ontving.
Verder werd hij onderscheiden met onder meer Bronze Arrowhead Device (‘Bronzen Pijl’, een Amerikaanse onderscheiding waar generaal Spoor, volgens zijn weduwe, het meest trots op was), Commandeurskruis in de Orde van Oranje Nassau, Ereteken Orde en Vrede met de jaargespen van 1945 t/m 1949, Kruis voor Officieren voor langdurige dienst, Medal of Freedom (Amerikaans), Mobilisatiekruis 1914-1918, Oorlogsherinneringkruis Indië 1941-1943 en Ridder Nederlandse Leeuw.
Terug naar Boven
SPRAY AND PRAY
Letterlijk: spreiden en bidden.
Term om aan te geven dat zonder te richten cq. zonder gebruikmaking van richtmiddelen met een automatisch vuurwapen (zoals de MAG of de mitrailleur .50 inch Browning M2 HB) op de vijand wordt gevuurd, waarbij “spray” duidt op spreidingsvuur en “pray” op het bidden op een wonder dat iemand of iets zal worden geraakt. Het principe ’spray and pray’ kan worden toegepast als:
de precieze locatie van de vijand onbekend is |
doelgericht vuur uitbrengen te moeilijk of onmogelijk is |
een snelle reactie in het kader van onderdrukkingsvuur vereist is |
Het doelloos uitbrengen van automatisch vuur, bijvoorbeeld bij onderdrukkingsvuur, zal zelden doel treffen en in het ergste geval onschuldige mensen doden (collateral damage).
De Amerikaanse troepen tijdens de Vietnam-oorlog hebben ongewild het ‘spray and pray’-principe uitgevonden. In 1968 hadden de eerste Amerikaanse militairen ter plaatse de eerste versie van de M16 assault rifle (5.56 mm) met enkel een semi-automatische functie. Bij beschietingen werd het eerste patroonmagazijn vaak in luttele seconden - letterlijk doelloos - verschoten. Sowieso waren slechts weinigen in staat om in het heetst van de strijd effectief vuur uit te brengen op 200 à 300 meter afstand. Om munitieverspilling tegen te gaan werd de volgende serie M16’s uitgerust met ‘burst control’ waarmee achter elkaar hooguit drie maal enkelschots kon worden gevuurd. Hetzelfde principe is toegepast bij de opvolger van de M16, de Diemaco.
Niet te verwarren met shoot and scoot.
Terug naar Boven
SQUIRE GEVECHTSVELDCONTROLERADAR
Afgekort: Squire GVCR. Vertaling van "squire" is "schildknaap". Acroniem SQUIRE staat voor: Signaal Quiet Universal Intruder Recognition Equipment. In het Engels genoemd: Squire man-portable ground surveillance radar.
De Squire, geproduceerd door DRS Communications Company en Thales Nederland BV, is vanaf 2003 ingestroomd bij het Korps Mariniers en een jaar later bij de Koninklijke Landmacht. Bij de KL is de Squire ingedeeld bij de verkenningspelotons van pantser- en luchtmobiele infanterie, tankbataljons én de verkenningseenheden van het ISTAR-bataljon (103 en 104 grondgebonden verkenningseenheden).
Het systeem, dat voor een goede werking een vrije ‘line of sight’ (zichtlijn) nodig heeft (géén objecten en teveel geaccidenteerd terrein), kan – inclusief batterijen, bekabeling en driepootstatief – in 2 rugzakken met een gewicht van elk minder dan 25 kg worden meegenomen.

Squire gevechtsveldcontroleradar (© foto: Thales Nederland)
De Squire wordt gebruikt voor de volgende taken:
Waarneming van (bewegende) gronddoelen, ook bij verminderd zicht (mist) |
Bewaking van objecten of sectoren gedurende langere tijd, met name door verkenningseenheden, bijvoorbeeld van potentiële doelen voor criminele en/of terroristische acties (gevechtsveldbewaking) |
Correctie van afgegeven krom- en steilbaanvuur, met name artillerie (vuurleiding) |
‘through the wall’ radar ter onderkenning van personeel in gebouwen, zoals slachtoffer bij gebouwbranden en sluipschutters bij optreden in verstedelijkt gebied |
De signalen die de Squire GVCR uitzendt zijn, dankzij de zgn. Low Probabibility of Intercept, zeer stil en dus nauwelijks door de vijand te detecteerbaar. Dit is het gevolg van het FMCW-principe: Frequency Modulated Continuous Wave. FMCW zendt gedurende korte tijd zeer sterke pulsen uit en is daarom – in tegenstelling tot pulsradar – uitermate geschikt voor korteafstandsobservatie. Het is met de FMCW-radar mogelijk zowel de afstand tot als de snelheid van een (bewegend) object waar te nemen. Squire detecteert en signaleert de grotere, bewegende gronddoelen – helikopters, personeel en rups- en wielvoertuigen – tot op een afstand van 24 km. Daarbij is het wél noodzakelijk dat de objecten zich met een snelheid van minimaal 1,7 km per uur (± 45 cm per seconde) verplaatsen. | 
Het gehele systeem van de Squire in een proefopstelling (© foto: Alle Hens, Maandblad voor de Koninklijke Marine, augustus/september 2002) |
Specificaties:
afmeting display afleeseenheid | 26,5 cm |
afmeting operating unit (h x b x d in mm) | 285 x 335 x 111 |
afmeting radar unit (h x b x d in mm) | 470 x 650 x 230 |
bereik | 24 km |
gewicht operating unit | 6,0 kg |
gewicht radar unit | 17,8 kg |
hoogte driepootstatief | 1 meter 20 |
nauwkeurigheid (azimut) | ± 5 mils |
nauwkeurigheid (bereik op 3 km afstand) | 2 meter 50 |
resolutie display afleeseenheid | 640 x 480 |
stand antenne | -200 tot +400 mils |
stralingsbereik antenne horizontaal | 2,7 graden (± 50 mils) |
stralinsgbereik antenne vertikaal | 7,8 graden (± 140 mils) |
temperatuuruitersten | -31° Celsius tot +49° Celsius |
voeding | 24 Volt DC (gelijkstroom) |
Met de Squire hebben commandanten van verkennings- en (naast)hogere eenheden een bruikbaar middel om het initiatief op het gevechtsveld te behouden cq. over te nemen.
Terug naar Boven
S.R.A.A.N.
Ezelsbruggetje dat wordt gebruikt om de schietresultaten te verbeteren:
S | Schiethouding
| De beste schiethouding is die waarbij de schutter 'lekker' knielt, ligt, staat of ligt |
R | Richtmiddelen
| Alleen bij een juist en volledig gebruik van de richtmiddelen, bestaat de kans op een treffer |
A | Ademhaling
| Houd rekening met het in- en uitademen; houd vlak vóór het afdrukken de ademhaling eventjes vast |
A | Afdrukken
| Voer de trekkerdruk langzaam op en druk gelijkmatig af, al dan niet gebruikmakend van de verkorte trekkerweg |
N | Narichten
| Richten volhouden nadat het schot is gelost |
Als tijdens het schieten met alle bovenstaande zaken rekening wordt gehouden, én het wapen niet naar links of rechts overhelt, zal bij een ingeschoten wapen een correct trefferbeeld ontstaan.
Zie ook: richtregel.
Terug naar Boven
S.R.W.S.
Afkorting staat voor: (Electro Optic Systems) Stabilised Remote Weapon Station.
Door Nederland gehanteerde naam van het wapensysteem RAVEN R-400 van de Australische producent EOS, waarmee een aantal van de Bushmaster IMV’s op de missie in Uruzgan (Afganistan) als eerste werden uitgerust. Met het wapensysteem wordt de schutter niet langer blootgesteld aan vijandelijk vuur.

Nederland heeft in juni 2007 een contract afgesloten met EOS voor 17 stuks van het wapensysteem ter waarde van in totaal 5,8 miljoen Australische dollar (€ 3,4 miljoen). Het wapensysteem vervangt de mitrailleur MAG op ringaffuit.
Met het SRWS beschikt het voertuig over een 360° draaibare toren met .50 mitrailleur. Het systeem wordt onder pantser bediend door middel van een beeldscherm met paneel en joystick en is volledig gyroscopisch gestabiliseerd om er rijdend mee te kunnen vuren. Het enige dat buiten dient te gebeuren is het aanbrengen van de munitie; 500 patronen (12,7 mm) op band zijn vuurgereed.
Buiten pantser bevindt zich een sensorunit die bestaat uit onder meer een camera, laserafstandsmeter (lager rangefinder), dagzichtapparatuur, warmtebeeld en sensoren die de stand (elevatie e.d.) van de Browning M2 .50 mitrailleur controleren; zowel overdag en ’s nachts als onder slechte weersomstandigheden is vuur uitbrengen mogelijk. Met de joystick is het wapen in alle richtingen te bewegen, de laserfunctie én het in- en uitzoomen van de camera te bedienen en de beslissing tot vuren.
Misschien wordt de Boxer PWV eveneens uitgerust met het wapensysteem.
De Verenigde Staten gebruiken honderden van dergelijke systemen op de gepantserde HUMVEE in Operation Iraqi Freedom, waar het systeem M101 CROWS (Common Remotely Operated Weapon Station) wordt genoemd.
Specificaties:
elevatiebereik | tussen +60º en -20º |
hoogte | 70 cm |
horizontale bewegingssnelheid (azimut) | 82º per seconde |
richtprecisie | ± 0,3 mils |
stabiliteit onder vuur | 2 mils |
verticale bewegingssnelheid (elevatie) | 60º per seconde |
zijwaartse beweging | 360º continu |
Terug naar Boven
STAAKT-HET-VUREN
In het Duits: Feuereinstellung, Waffenruhe. In het Engels: cease-fire, armistice, truce. In het Frans: cessez-le-feu. Ook genaamd: bestand of wapenstilstand.
Een staakt-het-vuren is het tijdelijk en plaatselijk onderbreken van agressieve dan wel actieve vijandelijkheden (oorlogshandelingen) in een gewapend conflict met wederzijdse toestemming of tenminste instemming van één of meerdere conflicterende partijen.
In veel gevallen zal door een staakt-het-vuren een op vrede lijkende postconflictsituatie ontstaan. Vaak is het primaire doel van een staakt-het-vuren het bergen van gewonden, evacueren van burgers of naleven van een feestdag. Een staakt-het-vuren kan de fase zijn vóór het doorvoeren van een formeel gewenste eindsituatie, zoals een vredesakkoord, -conferentie of –verdrag. Indien er géén vredestoestand volgt omdat één of meerdere partijen zich niet aan een staakt-het-vuren wil houden, worden de vijandelijkheden na verloop van tijd hervat.
Ook kan een staakt-het-vuren door één van de partijen worden aangewend om te hergroeperen en/of trainen, zodat de vijandelijkheden op een bepaald moment eenzijdig kunnen worden hervat in een verbeterde uitgangssituatie.

Bord dat op de Inter-Entity Boundary Line (IEBL) het binnenrijden in de Republika Srpska aankondigt in Bosnië-Hercegovina | Soms komen de twee partijen een scheidslijn in het terrein overeen, waardoor de vijandelijkheden worden gesplitst. Veelal wordt in de beginfase ná een staakt-het-vuren op een dergelijke demarcatielijn door (een troepenmacht of waarnemers van) een supranationale organisatie (EU, NAVO, OVSE, VN) toezicht gehouden, opdat de vijandelijkheden niet opnieuw beginnen. |
De militairen dwingen dan de naleving van het staakt-het-vuren via een demarcatielijn af. Voorbeelden van dergelijke demarcatielijnen zijn:
JAAR | WAAR | WAT |
1953 | tussen Noord-Korea en Zuid-Korea | Demarcatielijn |
1963 | tussen het Griekse en het Turkse deel van Cyprus | ‘Green Line’ |
1995 | tussen de Moslim-Kroatische Federatie van Bosnië-Hercegovina en de Republika Srpska | Inter-Entity Boundary Line (IEBL) |
In plaats van een demarcatielijn wordt soms gekozen voor een gedemilitariseerde bufferzone of zone of separation (ZOS).
Terug naar Boven
STAATSSECRETARIS VAN DEFENSIE
Afgekort: STAS.
De Staatssecretaris van Defensie is verantwoordelijk voor de krijgsmachtzaken, zoals:
- personeelsbeleid
- materieelvoorziening
- nationale bestuurlijke zaken
- bedrijfsvoering
- samenwerking tussen de vier krijgsmachtdelen
Sinds 18 december 2007 is drs. Jack de Vries de Staatssecretaris van Defensie in het kabinet Balkenende IV als opvolger van partijgenoot Cees van der Knaap. De Vries (Drachten, 1968), afgestudeerd politicoloog en opgeleid in public relations, werkte eerder vanaf ‘ 93 als officier voorlichting bij de Koninklijke Landmacht.
De Vries houdt een weblog bij.
Zie ook: defensie en Minister van Defensie.
Terug naar Boven
STABIELE ZIJLIGGING
Bij een bewusteloos slachtoffer kan een gedeeltelijke afsluiting van de ademweg ontstaan doordat de tong achter in de keel zakt. Als er géén andere mogelijkheid is om de ademweg vrij te houden én het slachtoffer haalt adem, wordt het slachtoffer na het (eerste en tweede) onderzoek op de gewonde zijde in de stabiele zijligging gelegd. In de stabiele zijligging is het slachtoffer ls het ware geïmmobiliseerd.
De specifieke zaken met betrekking tot de stabiele zijligging zijn: • Bij (spannings)pneumothorax: gezonde, niet-aangedane long boven leggen | • Bij buikblast: in stabiele zijligging met opgetrokken knieën | • Bij neiging tot braken: in stabiele zijligging ter voorkoming van braaksel in de longen | • Gebroken arm boven leggen | • Gebroken been onder leggen |
| |
Het in de stabiele zijligging leggen van het slachtoffer gebeurt alleen als het slachtoffer na het afwerken van het gehele onderzoek nog altijd buiten bewustzijn (bewusteloos) is en de hulpverlener:
1. het slachtoffer moet achterlaten, bijvoorbeeld om een ander slachtoffer te helpen in het kader van triage |
2. van de commandant een andere opdracht krijgt |
Ook als het slachtoffer mogelijk CWK-letsel (letsel aan de cervicale wervelkolom) heeft, moet het slachtoffer in de stabiele zijligging worden gelegd.
De uitvoering van het leggen van het slachtoffer in de stabiele zijligging staat omschreven in hoofdstuk 12 van VS 2-1352 (Handboek KL-militair).
Terug naar Boven
STAFADJUDANT

Stafadjudant op bataljons en scholen, zoals de pelotonscommandant (PC) op de KMS. | Adjudant die functioneert op het hoogste niveau der onderofficieren. Dit is géén nieuwe rang, maar wel een speciale functie waaraan aparte functieonderscheidingstekens en het salaris van een startend officier zijn toegekend. De stafadjudant is onder meer ingevoerd als middel om excellerende onderofficieren door uitzicht op beloning met deze functie voor de organisatie te behouden. Ter voorbereiding op het stafadjudantschap volgt de adjudant de Tertiaire Vorming aan de Koninklijke Militaire School te Weert. |
|
De stafadjudant is bij uitstek het gezicht van het onderofficierskorps. Het stafadjudantschap zorgt voor wederzijdse versterking, zowel van het onderofficierskorps als van de commandant. Daarom fungeert de stafadjudant expliciet naast de commandant bij bataljons, brigades, opleidingscentra, ressorts, scholen en zelfs de gehele Koninklijke Landmacht (Landmachtadjudant). Bij opleidingseenheden kan het pelotonscommando worden gevoerd door (staf)adjudanten. |
| 
Stafadjudant op brigades en Opleidings- en Trainingscentra. |

Korps- en Regimentsadjudanten (specifieke categorie, niet speciaal stafadjudant) | | De stafadjudant ondersteunt de commandant met betrekking tot alle relevante aspecten uit het domein van de onderofficier, met name discipline, korpsgeest en personeelszorg, bewaakt het vakmanschap en het tactisch optreden (niveaus I en II, fysieke gesteldheid en (gevechts)schieten) én begeleidt en coacht jongere onderofficieren en officieren onder alle omstandigheden. |
|
Tot de ceremoniële taken behoort onder andere het dragen van de standaard of het vaandel bij beëdigingen e.d. Ook personeelszorg krijgt de aandacht van de stafadjudant tijdens borrels, reünies en vertrek/terugkeer van personeel op uitzending. Evenals compagniessergeant-majoors en compagniesadjudanten zijn stafadjudanten gerechtigd tot het dragen van een stok. Daarnaast zijn stafadjudanten bevoegd tot het dragen van het zilveren (functioneel-onderscheidings)koord. |
| 
Stafadjudanten bij de ressorts (zoals OPCO en OTCO), de Koninklijke Landmacht of de krijgsmacht. |
Terug naar Boven
STAFKAART
In het Duits: Generalstabskarte. In het Engels: military map; ordnance survey map. In het Frans: carte d'état-major.
De militair topografische stafkaart is een zeer gedetailleerde kaart die in opdracht van Defensie wordt vervaardigd door de Dienst Geografie Koninklijke Landmacht. In Nederland is de stafkaart gestandaardiseerd conform de voorgeschreven schaal 1 : 50.000: één cm op de kaart is gelijk aan vijfhonderd meter in het terrein.

Een gedeelte stafkaart, in dit geval van het eiland Westvoorne, provincie Zeeland
De stafkaart geeft belangrijke basale militaire informatie die nodig is voor de analyse van de hinderniswaarde van het terrein. Hierbij wordt onder meer gekeken naar bodemgesteldheid en terreinbegaanbaarheid, infrastructuur (bos, heide, moeras, oord, platteland), reliëf, vegetatie en waterlopen. Behalve topografische gegevens (legenda) is op de stafkaart een rasternet aangebracht volgens de Universal Transverse Mercator (UTM-)kaartprojectie. Elk kaartvierkant op de stafkaart heeft een oppervlakte van 1 x 1 km. De stafkaart is voorzien van een coördinatenstelsel met horizontale en verticale coördinatenlijnen. Door het nummeringsysteem van de kilometerlijnen, horizontale x-as en verticale y-as, kan een doelcoördinaat / -positie met een afronding op 10 meter nauwkeurig worden bepaald en doorgegeven. Meerdere stafkaarten kunnen nauwkeurig tegen elkaar worden gelegd.
De stafkaart kan – al dan niet in combinatie met lucht- en satellietbeelden – worden gebruikt voor analyses van het terrein, gebieds-, object- en routeplanning en -verkenningen, plaatsbepalingen e.d. Eventueel kunnen op een met oleaatplastic geplastificeerde stafkaart andere gegevens worden aangebracht, met dien verstande dat rekening wordt gehouden met geheimhouding (bijvoorbeeld géén routes naar en locaties van een schuilbivak intekenen).
Terug naar Boven
STAFF SERGEANT BARRY SADLER
In 1966 scoorde Staff Sergeant (sergeant-majoor) Barry Sadler (1940-1989) een Amerikaanse nummer-1-hit met ‘Ballad of the Green Berets'. Dit is een patriottistisch lied dat de Green Berets van de Amerikaanse krijgsmacht verheerlijkt. Sadler, dan zelf lid van de U.S. Special Forces en 26 jaar jong, diende op dat moment in de Vietnam-oorlog.
Refrein Silver wings upon their chest These are men, America's best One hundred men will test today But only three win the Green Beret |
In Vietnam was Sadler in mei 1965 tijdens een patrouille met zijn eenheid zuidoostelijk van Pleiku in een hinderlaag terechtgekomen. Hij raakte zwaargewond aan zijn been door een punji van de Viet Cong en moest zijn militaire carrière noodgedwongen beëindigen. Sadler begaf zich op het muzikale pad; op 18 december 1965 werd het nummer ‘Ballad of the Green Berets' opgenomen, op 11 januari 1966 uitgebracht en op 5 februari 1966 kwam het binnen in de Billboard Hot 100-hitlijst. De timing van de plaat was perfect; in Amerika groeide de publieke weerstand tegen de oorlog. De plaat verkocht als een dolle en stond vijf weken op de eerste plaats. Uiteindelijk werden tot dusver wereldwijd ruim 11 miljoen exemplaren van de single verkocht.

Download hier 'Ballad of the Green Berets' (2,3 MB) In de jaren '70 schreef Barry Sadler ook nog een 22-delige romanserie: ‘Casca, the Eternal Mercenary', met in de hoofdrol ene Casca Rufio Longinius. Na een tumultueus leven werd Sadler op 8 september 1988 in zijn hoofd geschoten tijdens een taxirit na een avond stappen in Guatamala City. Hij raakte in coma. Nooit is opgehelderd wat de reden voor het schietincident was, maar 14 maanden later overleed Sadler. | 
Staff sergeant Barry Sadler |
Barry Sadler's lofzang werd in elk geval het ‘volkslied' van de U.S. Special Forces, en wordt ook bij het Korps Commandotroepen geprezen.
Terug naar Boven
STAGING AREA
Afgekort: SA.
Doorgangsgebied dat zich bevindt in door eigen troepen beheerst gebied, verder van het inzetgebied dan een afwachtingsgebied (Assembly Area). In de SA verblijven verplaatsende eenheden tijdelijk om:
te wachten op een verdere verplaatsing |
te recupereren na een inzet |
zich voor te bereiden in afwachting van een bevel tot uitvoering of voortzetting van de opdracht |
Elke operatie van 11 Air Manoeuvre Brigade (11 AMB) start vanuit een SA. De SA ligt zodanig ver van het gebied van de tegenstander verwijderd dat deze nauwelijks of géén invloed kan uitoefenen op het verblijf. Het uitvoeren van de SA is voor 11 AMB de belangrijkste achtergebiedsoperatie vanwege de noodzakelijke vrijheid van handelen bij de voorbereiding van een operatie.
De afstand van de SA tot aan Landing Zone (LZ) van de brigade in de Area of Operations (AO) is 150 km. De afstand is gebaseerd op de capaciteiten van de Apache AH-64D gevechtshelikopter.
In de SA i s 11 AMB logistiek zéér zwaar uitgerust. De meeste logistieke elementen in de Brigade Staging Area zijn immers niet luchtmobiel inzetbaar. Als het gevecht niet kan worden ondersteund vanuit de SA, kan een grondgebonden dan wel luchtmobiele Forward (Arming and) Refuelling Point (FARP) of Forward Operating Base(FOB) worden ingericht.
Het inrichten, instandhouden en beveiligen van SA, FARP en FOB zijn van essentieel belang voor een achtergebiedsoperatie. Op deze locaties blijven tijdens de operatie vooral gevechtsverzorgingssteuneenheden (logistiek) achter.

Schematische weergave van de SA (Staging Area), met daarbij FARP (Forward (Arming and) Refuelling Point), FRP (idem, maar zonder herbewapening), FOB (Forward Operating Base), VLET (voorste lijn eigen troepen) en AO (Area of Operations)
In het hart van de SA bevinden zich zowel de Joint Command Post (JCP) – de geïntegreerde briagdestaf die de operaties voorbereidt én alle activiteiten binnen de SA coördineert – als de helikoptersquadrons. Daaromheen worden de gevechtverzorgingsssteuneenheden gegroepeerd, terwijl aan de rand van de SA de gevechts(steun)eenheden zijn ingedeeld.
Vanuit de SA is een ‘springplank’ naar de AO mogelijk via:
De Staging Area én hetconcentratiegebied kunnen samenvallen, maar kunnen evenzeer tot 600 km van elkaar verwijderd zijn.
Zie ook: Air Manoeuvre Brigade en afwachtingsgebied.
Terug naar Boven
STANDING OPERATION PROCEDURE
Afgekort: SOP. In het Nederlands: Vaste Order. Ook genaamd: Standard Operation Procedure.
Bindende order die vaak is toegesneden op een bepaalde eenheid en/of missie.
De basis van een SOP wordt gevormd door goed omlijnde en gestandaardiseerde procedures die in de loop der jaren zijn ontworpen, door voortschrijdend inzicht zijn aangepast en steeds weer onder gelijkluidende omstandigheden moeten worden toegepast.
Zowel in nationaal als internationaal verband moet de militair zich individueel én bij het optreden binnen de eigen eenheid houden aan de regels zoals die gelden in een SOP. Te allen tijde geldt dat een SOP van toepassing is, tenzij door de commandant uitdrukkelijk anders is bepaald. De SOP is bij elke eenheid aanwezig.
Een afgeleide van de SOP is de Standing / Standard Operating Instruction (SOI). Vaak maakt een SOI deel uit van de SOP en/of verwijst ernaar. De SOI geeft specifieke instructies voor een bepaalde missie of operatie.
Terug naar Boven
StandrechT
Militair of politioneel (kort) recht of snelrecht.
Standrecht is meestal niet aan de formele rechtspleging gebonden, heeft zonder enige vorm van proces plaatsgevonden en is derhalve zelden tot nooit het gevolg van rechtspraak door (militaire) rechters. Voordeel is dat door de snellere afhandeling van de rechtsgang zowel militairen als burgers buitengewoon snel kunnen worden berecht, vaak door middel van een executie ter plekke. Nadeel is dat door het achterwege blijven van een procesgang onjuist recht kan worden gesproken.
Standrecht is alléén geldig als gevolg van buitengewone rechtstoestanden, zoals een staat van beleg (noodtoestand bij dreiging van oorlog) of een staat van oorlog, dus met inbegrip van het oorlogsrecht en de geldigheid van de Conventies van Genève. In Nederland geldt sinds 1996 hieromtrent de Oorlogswet voor Nederland (OWN). Als gevolg van buitengewone rechtstoestanden wordt de rechtsmacht uitgeoefend door het militair gezag, waardoor de regels van het gewone strafproces niet meer van toepassing worden verklaard. Standrecht is dan ook, indien uitgevoerd binnen het militair strafrecht én binnen de context van buitengewone rechtstoestanden, niet wederrechtelijk.
Uitvinder van het standrecht wordt vaak de Nederlandse kapitein Raymond Westerling genoemd, die in 1946/1947 met 120 à 130 militairen van het Korps Speciale Troepen (KST) de orde en rust herstelde op Zuid-Celebes. Het optreden van het KST, volgens de door Westerling bedachte contra-guerrilla, kostte ± 1.500 mensen het leven. De zuiveringen duurden van 10 december 1946 tot 21 februari 1947.
Een standrechtelijke executie die menigeen op het netvlies staat gegraveerd is die van een Viet Cong-strijder in 1968. De openbare terechtstelling vond plaats aan de vooravond van het Tet-offensief van de Viet Cong. De Amerikaanse Associated Press-fotograaf Edward T. Adams (1933-2004) maakte op 1 februari 1968 in Saigon één van de meest dramatische beelden uit de Vietnamoorlog: de standrechtelijke executie van een gevangen burger door Nguyen Ngoc Loan, brigade-generaal van de Zuid-Vietnamese politie. | |
| Adams, die de Vietnamoorlog coverde van 1965 tot ’75, won met de beroemde foto een jaar later de Pulitzer Prize. |
Terug naar Boven
STARTLIJN
In het Duits: Ablauflinie. In het Engels: line of departure (LOD); start line. In het Frans: ligne de départ.
Een bij voorkeur aan de hand van markante kenmerken gemakkelijk in het terrein herkenbare lijn die:
- min of meer loodrecht op de aanvalsrichting loopt;
|
- vast in handen van eigen troepen is;
|
- waar de afzonderlijke bewegingen in de manoeuvre en de vuursteun bij het begin van de aanval met elkaar worden gecoördineerd
|
De startlijn is een maatregel om redenen van coördinatie en synchronisatie. De aanvallende troepen moeten buiten vijandelijke waarneming de startlijn bereiken, waar de uiteindelijke gevechtsformatie kan worden ontplooid. Vanaf de startlijn kan en mag redelijkerwijs vijandcontact worden verwacht. De daadwerkelijke aanval begint met het overschrijden van de startlijn, gevolgd door een naderingsmars.
Kort voor en na het overschrijden van de startlijn kan de grondgebonden vuursteun beginnen met voorbereidende beschietingen en beginnen verkenningseenheden met het aftasten van de voorste vijandelijke verdedigingsopstellingen, beiden om te voorkomen dat de vijand invloed uitoefent op de verplaatsing naar de startlijn. Het tijdstip waarop de voorste aanvallende troepen de startlijn overschrijden wordt H-Hour (Uur-U) genoemd.
Aan de zijde eigen troepen van de startlijn ligt het uitgangsgebied. Hier treffen de aanvallende troepen hun laatste voorbereidingen voor de aanval, vindt voor de laatste maal bevoorrading plaats en wordt de meest actuele informatie verstrekt. Na het overschrijden van de startlijn maakt de logistiek in de regel geen deel meer uit van de gevechtsformatie. De logistieke eenheden volgen op een later tijdstip of worden ontplooid in een achtergebied dan wel achterwaarts gelegen locatie.
Aan de vijandzijde van de startlijn ligt het afwachtinggebied. Hier wacht de gevechtsformatie op het voortzetten van de opdracht.
Terug naar Boven
STATUS OF FORCES AGREEMENT
Afgekort: SOFA
In een SOFA is de juridische zeggenschap geregeld over Nederlandse militairen tijdens hun verblijf in een ander land (host nation) en/of tijdens een missie. Hierin kunnen onder meer de privileges, (diplomatieke of andere) immuniteiten, ongehinderde doorgang en formele status en de relatie tussen de militairen en de civiele autoriteiten in de host nation zijn vastgelegd.
Dit kan geregeld zijn via bijvoorbeeld een internationale organisatie als de NAVO of via de troepenleverende landen. De SOFA kan bi- of multilateraal geregeld zijn. Vaak is een SOFA een uitonderhandeld compromis.
Te doen gebruikelijk is dat bij een SOFA het recht van de host nation zal worden gerespecteerd, maar dat de rechterlijke macht van de host nation niet bevoegd is te oordelen over vermeende schendingen van zowel civiel- als strafrecht.
Terug naar Boven
STAY BEHIND FORCES
Letterlijk: achterblijvende strijdkrachten.
Strategie tijdens de Koude Oorlog die was gebaseerd op een geheim netwerk van (para)militairen die in actie zouden komen bij een eventuele bezetting door de Sowjet-Unie.
Het doel van de stay behind forces – na de Tweede Wereldoorlog opgericht door NAVO en de Central Intelligence Agency ( CIA), de buitenlandse inlichtingendienst van de Verenigde Staten – was het in diskrediet brengen van alle linkse politieke signatuur (communistische en socialistisch). Het slapende netwerk, getraind in Groot-Brittannië en op Amerikaanse bases in Duitsland, was dus anticommunistisch en antisocialistisch. Evenals het verzet in de Tweede Wereldoorlog moesten de stay behind forces in geval oorlog achter de vijandelijke linies een guerrillaoorlog voeren, inlichtingen verzamelen en sabotagedaden plegen. De stay behind forces zagen toe op de Amerikaanse invloed in Europa, die permanent in gevaar was vanwege de invloed van het Warschau Pact.
Boeken over de stay behind forces:
| Netwerk Gladio |
auteur | Hugo Gijsels |
ISBN | 9063033869 |
jaar van verschijnen | 1991 |
pagina’s | 174 |
uitgeverij | Kritak |
| Gladio. Die geheime Terrororganisation der NATO |
auteur | Jens Mecklenburg |
ISBN | 9783885206125 |
jaar van verschijnen | 1997 |
pagina’s | 141 |
uitgeverij | Elefanten Press |
| NATO’s Secret Armies. Operation Gladio and Terrorism in Western Europe |
auteur | Daniele Ganser |
ISBN | 9780714685007 |
jaar van verschijnen | 2005 |
pagina’s | 315 |
uitgeverij | Frank Cass |
Zie ook: Gladio.
Terug naar Boven
STEALTH
Letterlijk: heimelijk.
Behalve de bijnaam van het F-117A ‘Stealth’-gevechtsvliegtuig, het vermijden van ontdekking of opsporing door vijand, onbevoegden of derden door zich nauwgezet in eigen of vijandelijk gebied te manoeuvreren.
Onzichtbaarheid is een eerste vereiste voor Special Forces.
Terug naar Boven
STENGUN
Lichte Britse pistoolmitrailleur uit de Tweede Wereldoorlog, die met name ook door het Nederlandse verzet in groten getale werd gebruikt. Genoemd naar de ontwerpers Sheppard en Turpin en de fabriek voor handvuurwapens in Enfield.

Kaliber 9 mm. Ideaal voor gebruik tijdens man-tot-man-gevechten. Vuurkracht 500 à 600 schoten per minuut. Effectieve dracht 50 tot 100 meter. Ook de Israëlische Uzi is een pistoolmitrailleur.
Terug naar Boven
STINGER
De Stinger is een door één man te bedienen draagbare anti-luchtdoelraket met infrarode geleiding, die vanaf de grond wordt gelanceerd tegen luchtdoelen. Geproduceerd door de Amerikaanse onderneming General Dynamics is de Stinger sinds 1985 in gebruik bij de Koninklijke Luchtmacht. Deze Surface-to-Air Missile (SAM) kan vergeleken worden met Blowpipe, Grail en RBS 70.
Als luchtverdedigingswapen is de Stinger gericht tegen laagvliegende helikopters en vliegtuigen, zowel zich verwijderend van het doel als het doel naderend.
Principes van de Stinger:
Identification Friend or Foe (IFF) | herkent of het zich verwijderende of naderend doel vriendschappelijk (bondgenootschappelijk) of vijandelijk is |
Man Portable Air Defence (MANPAD) | vanaf de schouder af te vuren |
Shoot and Forget | na het afvuren heeft de schutter geen invloed meer op de vluchtbaan van de raket |
De lanceerkoker van de Stinger is samen met het projectiel fabrieksmatig gesealed en wordt gebruiksklaar afgeleverd. Na het afvuren wordt de lanceerkoker weggegooid, terwijl andere delen, zoals de IFF, op een nieuwe lanceerkoker met projectiel worden gemonteerd.

De Stinger, gehanteerd door één militair | De Stinger-raket zoekt met behulp van zijn infrarood-geleide zoekkop het doel; de zoekkop is zéér hittegevoelig. Verschillen in warmte kunnen over een afstand van ± 10 km worden waargenomen. Als de Stinger-raket zijn doel mist, vernietigt deze zichzelf. |
De Stinger-lanceerinrichting die is geplaatst op een Fennek of een Mercedes-Benz wordt ‘Stinger Wapen Platform' (SWP) genoemd.Het SWP zal opgaan in het project Future Ground Based Air Defence System ( FGBADS). Met de invoering van FGBADS zal een geïntegreerd commandovoerings- en informatiesysteem ontstaan, waardoor voorwaarschuwing en IFF op basis van radarinformatie mogelijk worden. De SWP zal de MANPAD-uitvoering van de Stinger vervangen. De Stinger wordt voortgestuwd door een vaste brandstofmotor, maar de passieve geleiding heeft plaats door middel van infraroodstraling. De golflengte van de straling is afgestemd op de hitte van de uitlaat én de warmtestraling op het omringende metaal van helikopters en vliegtuigen.
De Stinger-pelotons van 11, 12 en 13 Infanteriebataljon Luchtmobiel Air Assault zijn sinds 2000 samengevoegd in 11 Luchtverdedigingscompagnie ‘Samarinda' Regiment van Heutsz.
De Koninklijke Luchtmacht gebruikt de Stinger als zelfverdedigingswapen voor geleide wapen-opstellingen. De Groep Geleide Wapens (GGW), gelegerd in De Peel, gebruikt de Stinger in het TRIAD (Triple Air Defence)-concept om HAWK- en Patriot-raketten te beschermen tegen laag inkomende gevechtsvliegtuigen. In 1991 werden Stinger-teams samen met Hawk- en Patriot-eenheden in Diyarbakir (Turkije) gestationeerd ter bescherming tegen Iraakse luchtaanvallen.
diameter | 7 cm |
gevechtslading | ± 400 gram (brisant met scherfwerking) |
lengte | 1 meter 52 |
projectielgewicht | 10 kg |
snelheid | > mach 2 (2.400 km per uur) |
spanwijdte | 14 cm |
totaal lanceergewicht | 16,5 kg |
vliegbereik | ± 6 km (horizontaal) en 3 km (verticaal) |
voortstuwing | vaste brandstofmotor |
Zie ook: WALS-radar.
Terug naar Boven
STOOTTROEPEN
In het Duits: Stoßtruppen. In het Engels: stormtroopers. In het Frans: unité de choc.
Tijdens de Eerste Wereldoorlog in gebruik geraakte, aanvankelijk experimentele Duitse methode om vijandelijke loopgraven aan te vallen. Een dergelijke stormaanval was weliswaar uiteindelijk, vanaf medio 1916, een beproefde Duitse infiltratietactiek – waarbij tijdens de initiële aanvalsfase een onbeschermd niemandsland moest worden overgestoken – maar nergens werden hiermee beslissende doorbraken geforceerd. In open slagorde werden de zwakke plekken in het vijandelijke loopgraafstelsel bestormd, zonder ondersteuning van noemenswaardige, langdurige artilleriebeschietingen, waarna in man-tot-mangevechten werd geprobeerd zo diep mogelijk in vijandelijk gebied te penetreren.
De Duitsers noemden zulke eenheden lichte infanterie voor niet-conventionele loopgraafoorlogvoering, belast met bijzondere opdrachten en uitgerust met granaatlanceerders, handgranaten, lichte machinegeweren en vlammenwerpers: Stoßtruppen. Later, in het bijzonder tijdens de Tweede Wereldoorlog, werden zij aangeduid als Sturmabteilungen of Sturmkommandos.
Terug naar Boven
STOOTTROEPEn prins bernhard, regiment
| Dit is het jongste Nederlandse infanterieregiment, voortgekomen uit het Nederlandse verzet tijdens de Tweede Wereldoorlog. Officieel is het regiment op 21 september 1944 opgericht door Z.K.H. Prins Bernhard. Op 18 maart 1945 werd het Regiment Stoottroepen officieel aan de slagorde van de Koninklijke Landmacht toegevoegd door H.M. Koningin Wilhelmina. Prins Bernhard had als Bevelhebber der Nederlandse Strijdkrachten de verzetsleider met de schuilnaam ‘Peter Zuid’ (Johannes Borghouts) opdracht gegeven militaire eenheden te formeren uit het voormalige verzet. |
Borghouts was van juni tot september 1944 gewestelijk sabotagecommandant Commando-Zuid (Zeeland, Noord-Brabant en Limburg) van de Landelijke Knokploegen (LKP); tot december ’44 was hij in het deels nog bezette deel van Nederland commandant van het strijdend gedeelte van de Binnenlandse Strijdkrachten. Het strijdend gedeelte waren de Stoottroepen, die zich onderscheiden van de Bewakingstroepen. De Stoottroepen waren voornamelijk leden afkomstig uit de LKP en de Raad van Verzet (RVV). Tussen LKP, RVV en Ordedienst (OD) vond overigens geregeld overleg plaats onder de codenamen Driehoek en Delta, geleid door kolonel Henri Koot. Koot nam het commando op zich nadat generaal b.d. Izaäk Reijnders en luitenant-kolonel V.E. Wilmar voor de eer hadden bedankt. De beraadslagingen waren broodnodig omdat de onderlinge verschillen in het gewapend verzet groot waren. | 
Johannes Borghouts, alias 'Peter Zuid' |
Begin oktober 1944 waren de eerste eenheden inzetgereed. Niet of nauwelijks opgeleid, met buitgemaakte en geleende wapens en slecht gekleed, vochten de Stoters van het eerste uur zij aan zij met de geallieerden ten zuiden van de grote rivieren. Het doel was mee te helpen bij de bevrijding van de rest van Nederland. Wat de Stoters aan opleiding, kleding en bewapening tekort kwamen, werd door idealisme en inzet goedgemaakt.
Samen met de geallieerden voerden de Brabantse (met Britten en Canadezen) en Limburgse (met Amerikanen) Stoters strijd tegen de laatste verzetshaarden van de Duitsers. Hierbij sneuvelden tussen september 1944 en de bevrijding ruim 1.000 van de 6.000 Stoters. Later trokken zij met de geallieerde legers Duitsland binnen.
Op 18 maart 1945 inspecteerde Koningin Wilhelmina in Tilburg een bataljon van de Stoottroepen; vervolgens paradeerden de Stoottroepen langs Wilhelmina. Na afloop van de parade sprak de koningin de historische woorden: “En dit regiment zal blijven voortbestaan.”
Na de oorlog groeide het aantal Stoters tot ruim 8.000. De eenheden werden (om)gevormd naar het model van de Light Infantry Battalions (LIB’s), waarna vier bataljons Oorlogsvrijwilligers (OVW’ers) en vijf bataljons dienstplichtigen Stoters werden uitgezonden naar Nederlands-Indië; in totaal negen bataljons die – deels – tot 1951 in ‘de Oost’ actief bleven. Er sneuvelden 257 Stoters op Java en Sumatra. In 1957 werd in Ermelo 41 Infanteriebataljon Regiment Stoottroepen opgericht, dat in ’62 – samen met 42 Pantserinfanteriebataljon – werd uitgezonden naar Nieuw-Guinea. Bij terugkeer in Nederland, op 26 november 1962, ontvingen de Stoottroepen de hoogste groepswaardering, het Bronzen Schild. Na Nieuw-Guinea werd het 41 Infanteriebataljon in 1963 opgenomen in 11 Pantserinfanteriebrigade en uitgerust met de hiertoe benodigde pantservoertuigen. Daarmee veranderde de naam in 41 Pantserinfanteriebataljon. Begin jaren ’90 viel, in het kader van de herstructurering en verkleining van de krijgsmacht, het doek voor 41 Pantserinfanteriebataljon. | 
Juli 1947: infanteristen van het 1ste Regiment Stoottroepen van de T-brigade bedienen een zware mitrailleur in de omgeving van Semarang tijdens de Eerste Politionele Actie (© Het Geheugen van Nederland) |
Op 21 maart 1967 sprak Prins Bernhard de historische woorden: “Ik ben er trots op u onder mijn commando te hebben gehad". Op 31 augustus 1982 hechtte H.M. Koningin Beatrix het Verzetsherdenkingskruis aan het vaandel van het regiment, ter onderscheiding van alle militairen die hebben behoord tot de Nederlandse Binnenlandse Strijdkrachten in bezet gebied.
Sinds 1 januari 1994 worden de tradities van het Regiment Stoottroepen voortgezet door het gelijktijdige opgerichte 13 Infanteriebataljon Luchtmobiel Regiment Stoottroepen en 11 Mortiercompagnie Stoottroepen. Met de reorganisatie van 11 Painfbrig naar 11 Lumblbrig verhuisde het regiment naar de Johan Willem Frisokazerne in Assen. De luchtmobiele militair draagt de rode baret. Het baretembleem van de Stoters wordt gesierd met een hertengewei en een naar boven wijzend zwaard, duidend op respectievelijk edelheid en ridderlijkheid. In ’95 werd het als derde opgerichte bataljon van 11 Luchtmobiele Brigade als Dutchbat-III uitgezonden naar Bosnië in het kader van de United Nations Protection Force (UNPROFOR); daar konden zij weinig meer dan getuige zijn van de misdadige en plotselinge raid van de Bosnische Serviërs op de moslimenclave (en zogenaamde safe area) Srebrenica. | |
Op 28 juni 2002 bevestigde Prins Bernhard op het bordes van Paleis Soestdijk een cravate aan het vaandel van het regiment, met daarop de tekst “Regiment Stoottroepen Prins Bernhard” (afgekort: RSPB) en de datum “29-6-2002”. Het vaandel van het Regiment Stoottroepen toont verder de opschriften: Noord-Brabant en Limburg 1944-1945, West- en Midden Java 1946-1949 en Midden-Sumatra 1947-1949.
| Als enige vaandelwacht binnen de Koninklijke Landmacht zijn de Stoottroepen uitgerust met het wapen van het Nederlandse verzet: de pistoolmitrailleur Stengun (met uitzondering van commandant en vaandeldrager). De regimentskleur is ponceaurood; de mascotte van het regiment is ‘Kees de Bok’. Sinds 1946 worden op de 2de zondag van oktober traditiegetrouw de gevallenen van het regiment herdacht in de rooms-katholieke Gedachteniskapel in Beneden-Leeuwen (gemeente West Maas en Waal), waar alle namen van omgekomen Stoters staan vermeld. Ook is er een erebegraafplaats in Beneden-Leeuwen, het Ereveld Stoottroepen, in 1949 aangelegd voor gesneuvelde verzetsstrijders die in 1944 tijdens operatie Market Garden gezamenlijk met de geallieerden streden tegen de Duitse overheersing en voor de bevrijding van het land van Maas en Waal. De inzet van deze Stoters heeft ertoe bijgedragen dat de Duitsers aan de overkant van de Waal werden gehouden. |
13 Infbat Lumbl – later 13 Infbat Lumbl Air Assault (AASLT) – is na 1995 nogmaals uitgezonden naar voormalig Joegoslavië, nu als 13 (NL) Gemechaniseerd bataljon SFOR-7 (1999-2000). Vervolgens werd het bataljon tweemaal uitgezonden naar de Afghaanse hoofdstad Kabul in het kader van de missie International Security Assistance Force (ISAF-3 en ISAF-6).

Ook opereerde het bataljon als 13 (NL) Battlegroup in de Iraakse provincie Al Muthanna als deel van de door Groot-Brittannië geleide Multinational Division (South-East) van de Stabilisation Force Iraq (SFIR). Tot slot is 13 Infanteriebataljon Luchtmobiel AASLT RSPB in 2007 uitgezonden naar de Afghaanse provincie Uruzgan in het kader van de missie ISAF Stage III.
Terug naar Boven
STOPLIJN
In het algemeen
Verdedigingslinie waarop de vijand met alle mogelijke middelen definitief gestopt dan wel teruggeworpen dient te worden.
In het bijzonder
Als gevolg van veranderde militaire strategieën werd bij het begin van de Eerste Wereldoorlog de - primair belangrijke - inundatielinie met geschutopstellingen in forten en batterijen van de Nieuwe Hollandse Waterlinie ontbonden in een infanterielinie die werd gesteund door inundaties. De consequentie hiervan was het uitbreiden van de troepenopstellingen in de diepte, d.w.z. met een aantal achter elkaar gelegen verdedigingslijnen: voorpostenstrook, frontlijn, stoplijn en ruglijn. Het aantal en de oppervlakte van de inundatievelden werden langzaamaan geringer.
Ten behoeve van de Nederlandse verdediging op en rond de Grebbeberg werd voor de Tweede Wereldoorlog een Grebbelinie gecreëerd. Deze bestond uit 4 verschillende verdedigingsstroken, die de ruimtelijke en militaire structuur van het landschap bepaalden. Van het oosten naar het westen waren deze statische verdedigingsstroken:
Voorpostenstrook | Groepen militairen die vanuit zelfgebouwde loopgraven en eenvoudige schuilplaatsen vanuit de eerste gevechtslijn tegenstand boden. |
Frontlijn | Zwaar bezette kazematten, loopgraven en wapenopstellingen met de meeste ondersteunende wapens. De militairen mochten hier absoluut geen terreingedeelte prijsgeven. |
Hoofdweerstandstrook | Gebied tussen frontlijn en stoplijn. De vijand moest binnen of vóór deze strook worden gehouden, liefst door middel van artillerie. Daartoe diende de strook tenminste 250 tot 500 meter breed te zijn. |
Stoplijn | Zwak bezette afgrendelingstelling. Moest een eventuele doorbraak tot staan brengen en een doorgebroken eenheid terugwerpen uit de hoofdweerstandstrook. De militairen moesten hier te allen tijde standhouden. |
Ruglijn | Opvangstelling. De militairen vormden hier het achterste gelid van de verdediging. |
Tijdens de mobilisatie in 1939/’40 werd de Grebbelinie, evenals de Betuwelinie, geherwaardeerd als hoofdverdediging (hoofdweerstandstrook) van Nederland. Over een breed front was de Grebbelinie gevechtsgereed. De strategische keuze voor de Grebbelinie – gericht op het weren of vertragen van het westen van Nederland tegen aanvallen uit het oosten – was gevallen op verdedigen in de diepte. In de diepte waren de verdedigingslijnen achter elkaar gelegd: voorpostenlinie, frontlijn, stoplijn en ruglijn (artillerie op 3 km daarachter). De linies bestond uit bunkers en kazematten, forten, hoornwerken, inundatievelden, loopgraven, sluizen en stuwen, tankgreppels en –versperringen.
In de Grebbelinie betrokken het 2de en 4de Legerkorps van het Veldleger de stellingen; het 2de werd gecommandeerd door generaal-majoor Jacob Harberts, het 4de door generaal-majoor Adrianus van den Bent.
Wanneer de frontlijn – net achter het riviertje Grift, vóór de Grebbeberg – zou worden doorbroken, kwam de stoplijn op de berg zelf in beeld. Vanaf de stoplijn zou een laatste tegenoffensief tegen de Duitsers moeten worden ingezet. De stoplijn was echter niet meer dan een loopgraaf van in totaal ± 4 km met enkele commandoposten en schuilnissen. Zonder mijnenvelden en prikkeldraadversperringen, laat staan voorzien van behoorlijke schootsvelden. Dwars over de voet en de hellingen van de Grebbeberg lag het belangrijkste deel van de stoplijn.
Op 10 mei 1940 doorbraken de Duitsers de IJssellinie en rukten op naar de Grebbelinie. Op de stoplijn viel de Duitse opmars even stil door hevig Nederlands mitrailleur- en geweervuur. Twee dagen later mislukte een Nederlandse tegenaanval (tegenstoot) op de Duitse stellingen, waarna SS’ers er uiteindelijk in slaagden door de Nederlandse frontlijn te breken. Op 13 mei werd pijnlijk duidelijk dat behoud van de Grebbelinie onmogelijk was: de Nederlanders vochten tegen een overmacht aan artillerievuur en bommenwerpers. ’s Nachts werd de stoplijn stil verlaten. Het Veldleger trok zich terug op de stellingen van het oostfront van de Vesting Holland en de Nieuwe Hollandse Waterlinie.
Terug naar Boven
STOP - STOP - STOP
In het Engels: Check firing! Om veiligheidsreden, of om welke andere dwingende reden dan ook, kan het op de schietbaan of tijdens het gevecht noodzakelijk zijn dat het vuren onmiddellijk wordt gestaakt.
Het commando "stop-stop-stop" mag in dit geval door iedereen die een gevaar onderkent worden gegeven. Het commando "stop-stop-stop" mag echter alleen door de (baan)commandant worden opgeheven.
De individuele schutter handelt na het commando "stop-stop-stop" als volgt:
W | Wijsvinger gestrekt langs de trekkerbeugel/beugelkrop van het wapen |
W | Wapen uit de schouder nemen |
W | Waarnemen in de richting van het doel/voorterrein |
W | Wachten op nadere bevelen |
Afhankelijk van de situatie kunnen de wapens worden ontladen en neergelegd.
Terug naar Boven
STOREND VUUR
Ook genaamd: storingsvuur. In het Duits: Stör(ungs)feuer. In het Engels: harassing fire. In het Frans: tir de harcèlement.
Storingsvuur betekent een met lage frequentie (niet intensief) en dichtheid (wisselend in tempo) – maar onophoudelijk – door artillerie of mortieren over bepaalde sectoren van de vijandelijke linies uitgebracht strooivuur, bijvoorbeeld op duidelijk omschreven doelen in het achterland (rear echelons).
Het doel van storend vuur is:
- de vijand te hinderen of in verwarring te brengen
|
- het dekken van een eigen opmars of terugtocht
|
- onder dreiging van mogelijke verliezen het moreel van de vijand ondermijnen
|
- te verhinderen dat de vijand een bepaald gebied gebruikt
|
|
Storend vuur is dus niet primair bedoeld voor het uitschakelen van doelen. Wat dichtheid en frequentie betreft, is storend vuur het tegenovergestelde van stormvuur. Hierbij wordt systematisch, met hoge dichtheid en frequentie, een verleggend vuur over een sector gelegd.
Ook scherpschutters, sluipschutters (snipers) en schutters-lange-afstand zijn in staat om storend vuur af te geven; dit is vaak zichtbaar doordat elke zoveelste patroon lichtspoormunitie is. Geselecteerde doelen worden bevuurd om de bevelvoering en verbindingen te verstoren, zoals commandanten, sluipschutters en verbindingscentra.
Zie ook: stormvuur en vuur.
Terug naar Boven
STORINGSVOORRAAD
Afgekort: SVR. In het Engels: operational stock. Back-up (equivalent verstrekking) in het geval de bevoorrading stokt. Juist om reden van gevoeligheid van de logistieke keten is het belangrijk om een goede storingsvoorraad te hebben. Als er, bijvoorbeeld, als gevolg van een aanslag op een transportkonvooi niet organiek kan worden bevoorraad, zal de eenheid moeten kunnen terugvallen op een buffervoorraad.
Een operationele eenheid heeft tenminste klasse I, III en V als storingsvoorraad. De storingsvoorraad is dus de extra voorraad artikelen die geschikt is om een hoger verbruik dan het voorziene dan wel een overschrijding van de verwachte bestel- en/of levertijd te kunnen opvangen, zonder dat de minimumvoorraad wordt aangetast.
Terug naar Boven
STORMAANVAL
Ook genaamd: stormloop. In het Duits: Sturm(angriff). In het Engels: assault. In het Frans: assaut.
Korte, heftige en zorgvuldig georganiseerde aanval tegen een doel van geringe grootte, waarbij de vijand desnoods in man-tot-mangevechten wordt aangegrepen. Voorbeelden zijn de locatie van een artilleriestuk, afvuurlocatie van een RPG of een mitrailleursnest.
Een stormaanval dwingt de vijand in de verdediging.
Zie ook: luchtlandingsstormaanval (air assault).
Terug naar Boven
STORMDOLK
In het Duits: Sturm Dolch. In het Engels: storm dagger.

Stormdolk | De stormdolk is in de laatste jaren van de Eerste Wereldoorlog (1917/’18) geproduceerd door het Nederlandse munitie- en wapenstaatsbedrijf Artillerie Inrichtingen (AI) te Hembrug (Zaandam) naar een ontwerp uit 1916. Het aantal stormdolken dat is gefabriceerd is vermoedelijk ± 40.000 stuks. In eerste instantie was het blanke wapen met twee snijdende zijden bedoeld voor het Korps Mariniers, maar al gauw kregen in plaats daarvan de stormtroepen van de landmacht het mes. |
De selectie en training van de stormtroepen aan de stormscholen in Amersfoort en Waakdorp werd hoogst persoonlijk ter hand genomen door generaal C.J. Snijders, opperbevelhebber van Land- en Zeemacht tijdens de Eerste Wereldoorlog. Hoewel de Nederlandse krijgsmacht zich gedurende deze oorlog zo neutraal mogelijk hield, werden – naar Duits voorbeeld – op de stormschool wél speciale aanvalssecties opgeleid die – bewapend met onder andere stormdolken en vlammenwerpers – een doorbraak in een vijandelijke loopgraaf moesten forceren. Het gebruik van de stormdolk was nieuw: voorheen werden korte steekwapens en messen niet in de Nederlandse krijgsmacht gebruikt. De eerste stormtroepen werden overigens geformeerd binnen de fuseliers. | 
Generaal C.J. Snijders |
| De stormtroepen, die zo mogelijk voorafgaand aan de infanterie het man-tot-mangevecht moest aangaan, werden in 1924 opgeheven. Bij deze frontlijntroepen kregen de militairen die géén geweer of karabijn als persoonlijk wapen hadden een stormdolk, die overigens ook prima bleek te functioneren als werpmes. Na het opheffen van de stormtroepen werden stormdolken uitgereikt aan mitrailleurkoppels, aan officieren (in plaats van de sabel) of de stormdolken werden in depot opgelegd. Tijdens de mobilisatie van 1939/’40 werden de stormdolken opnieuw uitgereikt. Officieel was de stormdolk tot 1942 in de Nederlandse bewapening. Het is denkbaar dat de Nederlandse stormdolk model heeft gestaan voor de in 1941 in Engeland ontwikkelde commandodolk: Fairburn & Sykes commando knife. |
Het heft van de stormdolk is gemaakt van Europees walnotenhout, het lemmet van gewezen spoorrails. Het lemmet meet 20,6 cm, het gehele mes 34,3 cm. Twee gekruiste stormdolken komen voor in de versierselen van het Mobilisatie-Oorlogskruis. Binnen de huidige Koninklijke Landmacht komt de stormdolk voor op de (baret)emblemen van het Korps Commandotroepen en 13 Infanteriebataljon Luchtmobiel Air Assault Regiment Stoottroepen Prins Bernhard. (Bronnen: luitenant-kolonel der artillerie b.d. ir. C. M. J. A. F. Nicolas, SAM Wapenmagazine, nummers 29 en 131, en Armamentaria, nummer 14 (1979, artikel ‘De Nederlandse stormdolk’ door C.H. Evers, pagina 15-29) | 
Logo van de Stoottroepen |
Terug naar Boven
STORMLANDING
In het Duits: Sturmlandung. In het Engels: tactical air landing operation (TALO). In het Frans: atterrissage d’assaut. In ijltempo met een helikopter of vliegtuig landen op een air strip of luchthaven, waarbij de daarin vervoerde militairen a.s.a.p. uitstijgen en in dekking gaan. Bij een vliegtuig gebeurt dat idealiter via de ramp (laadklep) tijdens het taxiën, bij een helikopter tijdens het hoveren.
De methode is bedoeld om zonder tijdverspilling en om veiligheidsredenen (luchtafweergeschut, sluipschutters) personeel te kunnen afzetten, bijvoorbeeld om:
de air strip of luchthaven te beveiligen |
een luchtlandinghoofd te vermeesteren, waardoor een follow-on force onmiddellijk vanuit beveiligd gebied kan opereren en kan het luchtlandingshoofd evt. uitgroeien tot een forward operating base (FOB) |
landgenoten te evacueren (Non-combattant Evacuation Operation) |
Helikopter of vliegtuig stijgen na de stormlanding zo snel mogelijk op.
In de regel wordt een stormlanding door Special Forces, Special Operation Forces of lichte infanterie (als initial entry force) uitgevoerd.
Terug naar Boven
STORMOVERGANG
In het Duits: Landeübersetzen. In het Engels: assault crossing. In het Frans: croisement d'assaut. Fase waarin met door middel van gevechtshandelingen een voorwaartse overgang of oversteek van een rivier, dan wel landing op een rivieroever, dient te worden geforceerd op het aanvalsdoel aan vijandzijde van de rivier. Hiertoe moet allereerst met behulp van vuursteun het gerichte vuur van de vijand onmogelijk worden gemaakt.
De overgang of oversteek kan doorwadend, met een (amfibisch) voertuig, (rubber)boot, ponton of zwemmend worden uitgevoerd, de landing geparachuteerd vanuit de lucht.
Een stormovergang is een complexe operatie die veel synchronisatie vereist.
Is het tegenovergestelde van stille rivierovergang (infiltratie).
Terug naar Boven
STORMVUUR
Ten behoeve van de verdediging afgeven van ononderbroken vuur om de vijand het binnendringen in een bepaalde strook dan wel nabije nadering te ontzeggen. Stormvuur wordt altijd gegeven als maaivuur.
Het doel van stormvuur is het doen stoppen van een vijandelijke infanterieaanval. Het vuur noodzaakt de vijand tenminste in dekking te gaan. Stormvuur geldt als de laatste en belangrijkste barricade tegen een op stormafstand genaderde aanvallende vijand.
Stormvuur kan óók worden afgegeven tijdens het in snel tempo voorwaarts gaan in de richting van de vijand of een vijandelijke versterking (stormaanval of bestorming), door artillerie (barrage) of door luchtafweergeschut, waarbij een nadering van de vijand cq. luchtstrijdkrachten wordt ontzegd dan wel de vijand wordt verhinderd optimaal gebruik van de aanvalscapaciteit te maken.
Voorwaarden voor het afgeven van stormvuur:
|
- op een klein gebied (front, strook)
|
- zo intensief mogelijk (zowel vuurdichtheid als vuursnelheid)
|
|
Zie ook: barrage en maaivuur.
Terug naar Boven
STRATEGIE
Strategie en tactiek zijn elementaire parameters die op alle niveaus, van groep tot legerkorps, een wisselwerking hebben. Strategie is te allen tijde superieur aan tactiek, reden waarom strategie ook wel hogere krijgskunde wordt genoemd. In principe is strategie voorbehouden aan de generaalsrangen.
Strikt gezien betekent strategie: het plannen van tijd, plaats, omvang en aan de vijand op te leggen gevechtsvoorwaarden van een militaire operatie, door het selecteren van het algemene militaire objectief (doel) én het oplossen van alle problemen bij zowel de feitelijke gevechtsvoering als de logistiek die is verbonden aan de grootschalige manoeuvre van troepen en middelen naar de offensieve of defensieve gevechtsposities.
Als een beslissing niet via diplomatieke of politieke weg wordt genomen, kan worden overwogen een beslissing tactisch (gevecht) te nemen.
Een algemeen militair objectief wordt gedefinieerd als een strategisch doel: een doel dat voor de vijand een belangrijke militair-industriële waarde heeft en bij uitschakeling diens vermogen om oorlog te kunnen voeren ondermijnt. Daartoe behoren, naast alle industriële complexen, vooral wapen-, elektronische en chemische industrieën, verkeersknooppunten, bestuurscentra en immobiele militaire objecten (vliegvelden, kazernes, mobilisatiecomplexen).
Een strategisch wapen is dan ook niet gericht tegen vijandelijke troepen maar ondermijnt het algemene vermogen (infrastructuur) van de vijand om oorlog te kunnen voeren. Daartoe behoren industriële, bestuurs-, vervoers- en bevolkingscentra.
Twee van de belangrijkste strategen uit de moderne krijgsgeschiedenis zijn de Pruisische generaal Carl von Clausewitz (1780-1831) en de Franse generaal Henri Jomini (1779-1869).
Zie ook: operationele niveaus en tactiek.
Terug naar Boven
STRESS
Stress wordt binnen de Koninklijke Landmacht gedefinieerd als “Een normale reactie op een abnormale situatie”. Het kan ook worden omschreven als de toestand waarin een persoon zich bevindt waarbij het evenwicht tussen de persoon en de omgeving is verstoord.
Er worden drie gradaties van stress onderkend:
Er zijn drie soorten stress:
spannende stress | goed | bij het leveren van een prestatie: examen doen klus op tijd klaren deadline halen |
frustrerende stress | slecht | bij obstakels waardoor je niet kunt doen wat je wilt: in de file staan onnozele regels afspraak die niet wordt nagekomen |
schadelijke stress | zeer slecht | tegen jezelf persoonlijk gericht: conflicten/spanningen in een relatie conflicten/spanningen op het werk |
Om binnen de krijgsmacht te kunnen werken moet je in zijn algemeenheid goed tegen stress bestand zijn. De al dan niet gezonde spanning die het militaire beroep met zich kan meebrengen is in eerste instantie een natuurlijke maar v erhoogde fysiologische geprikkeldheid. Zodra chaos, frictie en wanorde ( “een onaangename situatie” ) in te grote mate plaatshebben, kan (te veel negatieve) spanning ontstaan en is het optreden van stress bijna onvermijdelijk. Als de stress ongezonde vormen aanneemt kunnen zich vervolgens fysieke of psychische openbaren. Achteraf kun je mogelijk spreken van een Post Traumatisch Stress Syndroom.
Tijdens de voorbereiding op Peace Support Operations verzorgen medewerkers van de Afdeling Individuele Hulpverlening/Sectie Individuele Hulpverlening voor de militairen lessen en trainingen over het voorkomen en omgaan met stress. Het is de bedoeling, dat het voor de militairen duidelijk is:
wat stress is |
hoe stress ontstaat |
wanneer stress zich kan gaan voordoen |
hoe stress kan worden herkend |
wat er aan stress gedaan kan en moet worden om de gevolgen zo klein mogelijk te houden |
De reactie op “een onaangename situatie” verloopt volgens een vaststaand proces. Dit is het Stress Response Syndrome, ontwikkeld door de Amerikaanse psychiater Mardi J. Horowitz. In dit proces kan geen verwerking plaatsvinden, zolang betrokkene niet erkent dat hij/zij “een onaangename situatie” heeft meegemaakt. Het Stress Response Syndrome is op iedereen van toepassing en vindt bij iedereen plaats, onmiddellijk of uitgesteld. In dit proces zijn drie fasen te herkennen:
- Emotional outcry
- Herbeleving & Ontkenning
- Herstel
Emotional outcry
Dit is de fase van ongeloof en verbijstering, die de onmiddellijke reactie is op een traumatische gebeurtenis.
Kenmerken:
angstzweet |
apathie (frozen fright / Totstell-Reflex) |
beven |
chaotische hyperactiviteit |
hartkloppingen |
huilen |
kippenvel |
onbeheerste angsten |
onbeweeglijkheid |
spontane ontlasting |
spontane urinelozing |
Herbeleving & Ontkenning
Dit is de fase die de feitelijke verwerking inhoudt.
Kenmerken van de herbeleving:
nachtmerries |
niet kunnen concentreren op andere zaken |
opdringende beelden of gedachten |
overmatig alert en gespannen |
plotseling opwellende emotie |
Schrikreacties |
Kenmerken van de ontkenning:
concentratieproblemen |
geheugenverlies |
sociaal isolement |
verlies van het besef van realiteit |
vermijding van het onderwerp |
zich verdoofd voelen |
Herstel
Dit is de fase die het feitelijke herstel van “een onaangename situatie” inhoudt.
Kenmerken:
aanpassing zelfbeeld en wereldbeeld |
betekenisgeving |
integratie van ervaring |
zin |
Zie ook: tactical freeze.
Terug naar Boven
STRIJPSE KAMPEN
Op 18 september 2003 geopend Opleidings- en Trainingscentrum Rijden (OTCRIJ) van de Koninklijke Landmacht ten behoeve van alle krijgsmachtdelen. Het opleidingscentrum is in de plaats gekomen van het voormalige Prinses Irenekamp – ook genaamd: Pantser Infanterie RijOpleidingsCentrum (PIROC) te Veldhoven. Het kamp moest wijken voor de Eindhovense wijk Meerhoven.
Het complexe, energiezuinige en ultramoderne complex meet 120 hectare. Het maakt deel uit van de Generaal-majoor Ruyter van Steveninckkazerne in Oirschot, evenals 13 Gemechaniseerde Brigade en het Schoolbataljon Zuid (OTCO).
Alle rij-opleidingen, met uitzondering van die van de Panzerhaubitze 2000 en de Leopard 2A6 worden hier gegeven, maar ook bergings- en rij-instructieopleidingen en overige chauffeurstrainingen.
Op het terrein is een verkeersoefenterrein (VOT), dat bijna alle verkeerssituaties nabootst die ook op de openbare weg voorkomen. Hier wordt het praktijkgedeelte van de rijopleiding geïnstrueerd.
Verder herbergt de Strijpse Kampen instructiehallen, een KEK, legeringsgebouwen voor 450 leerlingen, oefenplateaus en een school-, simulator- en stafgebouw. Sinds 2005 beschikt het OTCRIJ over een eigen sportgebouw. De locatie biedt ruimte aan ruim 9.000 cursisten per jaar.
Terug naar Boven
STRIKE
Een van de drie kerntaken van het gevecht. Strike - het slaan van de vijand - is dé beslissende kerntaak met als doel door zorgvuldig manoeuvreren de eigen troepen in een zodanige positie te brengen dat zij geselecteerde elementen van de vijandelijke troepenmacht met vuurkracht kunnen neutraliseren of, indien nodig, vernietigen.
Hét middel dat wordt aangewend om het slaan van de vijand te doen slagen is manoeuvre. Daartoe beschikt de Koninklijke Landmacht over infanterie-, cavalerie- en artillerie-eenheden die met behulp van beweging en vuurkracht de vijand kunnen slaan.
In de Koninklijke Landmacht zijn deze eenheden verenigd in de gemechaniseerde brigades én 11 Air Manoeuvre Brigade Air Assault.
De twee andere kerntaken zijn find en fix.
Zie ook: as, backward planning en exploit.
Terug naar Boven
STRONGPOINT
Ook genaamd: stronghold. In het Duits: Militärstützpunkt, Stellungsraum. In het Frans: point d’appui. In het Nederlands: fortificatie, steunpunt, versterking.
Zwaartepunt van een verdedigende opstelling die van belang is voorafgaand aan, tijdens en zelfs na een gevechtsactie.
Een voor een eenheid ingericht strongpoint is in de regel goed voorbereid en zwaar bewapend. Omringd door andere steunpunten wordt een strongpoint naar alle windrichtingen beveiligd. Zij is noodzakelijk zijn om een bergpas of andere essentiële terreindelen te verdedigen dan wel om terrein aan de vijand te ontzeggen. Tijdens optreden in verstedelijkte gebieden (OVG) is elk gebouw een potentieel strongpoint, met name de gebouwen die op een tactische plaats in een oord staan. Bij een vijandelijke aanval op een strongpoint kan close air support (CAS) worden aangevraagd. Onderkende strongpoints zijn echter voor de vijand ook lonende doelen voor voorbereid artillerie- en/of mortiervuur; dit is een enemy strongpoint.
Terug naar Boven
STRUIKELDRAADLICHTSEIN
In het Engels: trip flare. In het Duits: Alarmleuchtzeichen; Leuchtfalle. In het Frans: fusée éclairante déclenché.

Struikeldraadlichtsein DM16, bestaande uit (1) de gebruiksaanwijzing, (2) het struikeldraad, (3) de bevestigingsbeugel aan de lichtseinpot met slaghoedje en (4) de trekontsteker met veiligheidsspeld, veiligheidskoord en spijkers
Pyrotechnische valstrikmunitie-annex-lichtsein dat wordt gebruikt in het kader van de passieve beveiligingsmaatregelen in de verdediging en geplaatst in de verwachte naderingsrichting van de vijand, evenals concertina’s, mijnenvelden, onbemande grondsensoren, prikkeldraad en schijnwerpers.
Wanneer aanvallende of infiltrerende troepen tegen de struikeldraad (in het Duits: Stolperdraht, in het Engels: trip wire) lopen of rijden, wordt een ontsteker geactiveerd die het lichtsein in werking stelt. Hierop wordt met een alarmerende knal en een fel licht het deksel van de lichtseinpot omhoog geslingerd, het lichtsas ontstoken en de ruime omtrek van het gevechtsveld 30 à 40 seconden fel verlicht. Onder nachtelijke omstandigheden is dit een ideale vorm van nabijbeveiliging om de eigen opstelling tegen een overval te beveiligen.
Het Nederlandse struikeldraadlichtsein is de DM16 (NSN 1370-17-041-9397) of DM16B1 (NSN 1370-17-105-7889), de Amerikaanse M49A1 (NSN1370-00-752-8060).
Zie ook: infiltratie en mijnenveld.
Terug naar Boven
SUN TZU
De Chinese generaal, strateeg en veldheer Sun Tzu (544-496 BC) schreef ± 500 BC de klassieker ‘Ping-Fa’, in het westen beter bekend als ‘The Art of War’ (‘De kunst van de oorlogvoering’).

Sun Tzu | Al vóór het uiteenvallen van het keizerrijk China was het boek daar hét standaardwerk voor militaire strategie en tactiek. Samen met de Spartanen is hij de eerste die uitvoerig schreef over strategie. Sun Tzu was een tijdgenoot van Confucius en werd dan ook beïnvloed door zowel taoïsme als confucianisme. Met zijn studie in 13 hoofdstukken – met systematisch commentaar op zaken als concurrentie, leiderschap, organisatievormen, samenwerking en strategie – wilde hij een handleiding geven voor het welslagen van een op een intelligente manier gevoerde oorlog. Hij was van mening dat een intelligente generaal een tegenstander kon overwinnen zonder strijd, steden kon veroveren zonder beleg en staten kon omverwerpen zonder bloedvergieten. Sun Tzu doorzag als eerste de effecten van chirurgische ingrepen, intimidatie, manoeuvre, misleiding, propaganda en verraad. |
Sun Tzu was er zich ook van bewust dat een veldslag veel meer was dan een botsing tussen gewapende mensen: de intellectuele, morele en toevallige aspecten van de oorlog dichtte hij meer gewicht toe dan de fysieke. Hij was ervan overtuigd dat zorgvuldige planning, gebaseerd op goede informatie over de tegenstander, in belangrijke mate zou bijdragen aan een snelle militaire beslissing. De filosofie van Sun Tzu bereikte Europa pas kort vóór de Franse revolutie: in 1782 vertaalde de Franse jezuïet Joseph Amiot, missionaris in China, een kopie uit het Chinees in het Frans. De eerste vertaling in het Engels werd pas ruim een eeuw later in Tokio gepubliceerd: vertaler was de Britse kapitein Everard Ferguson Calthrop, militair attaché in de Japanse hoofdstad. Sun Tzu was zijn tijd ver vooruit met zijn inzicht dat oorlog van vitaal belang is voor de staat. Hij definieerde oorlog als een essentiële staatsaangelegenheid, waar wordt besloten over de weg die leidt naar overleving of vernietiging. In potentie bergt iedere oorlog tirannie in zich: het willen heersen daar waar iemand niets te zeggen heeft. | 
Zelfs een 'dom blondje' als de Amerikaanse society-ster Paris Hilton leest Sun Tzu |
Enkele van de meest fundamentele principes van oorlogvoering van Sun Tzu zijn:
“Alle oorlogvoeren is gebaseerd op misleiding” |
“De manier om te mijden wat sterk is, is verslaan wat zwak is” |
“De uiterste oorlogskunst is het onderwerpen van de vijand zonder te vechten” |
“Ga geen strijd aan die u niet kunt winnen” |
“ Ken uzelf en ken uw vijand en u behaalt de overwinning” |
“Maak lawaai naar het oosten en sla toe in het westen” |
“Onderschat nooit uw tegenstander” |
“Winnen zonder strijd is altijd het beste” |

De Nederlandse vertaling van 'The Art of War' | Sun Tzu behoort – samen met de Pruisische Carl von Clausewitz (1780-1831) én de Franse Napoleonkenner Antoine Henri Jomini (1779-1869) – tot de erkende grootheden in de theorievorming van de krijgskunde. Veel generaals en staatslieden, onder wie Napoleon Bonaparte, hebben bij Sun Tzu inspiratie gevonden. Omdat zijn magnum opus óók wordt gezien als een eerste product van realisme in (internationale) betrekkingen, wordt het tegenwoordig onder meer gebruikt als richtlijn op terreinen als advocatuur, diplomatie, management, sport. Hij hecht ook veel belang aan zelfkennis en kennis van de ander. |
Terug naar Boven
SURFACE
Bodemgesteldheid van een landing point conform het gestelde in HB 7-42, Handboek Helicopter Handling, zoals dat onder andere in gebruik is 11 Air Manoeuvre Brigade Air Assault.
De ‘hard surface’ (zie: size) is het centrale punt van een landing point, dat hard – niet verhard – moet zijn en het gewicht van de helikopter moet dragen als die wordt gebruikt als Drop-Off-Point of Pick-Up-Point (zie: landing point).
De vuistregel is dat voor de ‘hard surface’ van zowel Apache AH-64D-gevechtshelikopter als Cougar MK II-transporthelikopter een beladen 4-tonner afdoende is, terwijl voor de Chinook CH-47D-transporthelikopter een beladen 10-tonner afdoende is.
Als de ‘hard surface’ niet toestaat kan op drie manieren alternatief worden uitgestegen:
hover jump | tot max. 2 m |
roping down | tot max. 30 m |
abseiling | tot max. 60 m |
Het landing point moet geheel zijn vrijgemaakt van los materiaal, zoals losse ondergrond, kiezel en gemaaid gras – Foreign Object Damage (FOD) – dat kan worden weggeblazen door zowel de zuigkracht van de motoren als de downwash van de rotorbladen van de helikopter.
Terug naar Boven
SURGE
Letterlijk: golf; plotselinge, krachtige toename. Van het Latijn “surgere”. Dateert uit eind 15de, begin 16de eeuw.
Naam van de door de Amerikaanse president George W. Bush op 10 januari 2007 bevolen en onder leiding van generaal David Petraeus uitgevoerde tijdelijke toename van het aantal Amerikaanse troepen in Irak met meer dan 20.000. De planning – onontbeerlijk gezien de impasse over de falende strategie in Irak tegen de achtergrond van het almaar toenemend geweld van de sektarische milities – kwam feitelijk overeen met die van de neoconservatieve denktank American Enterprise Institute (AEI), één van de meest invloedrijke voorstanders van Operation Iraqi Freedom in maart 2003. De invloed van de doorgaans patriottische neoconservatieven op het buitenlandbeleid van Bush was zeer groot.
De radicale koersverandering in Irak – vóór de surge gericht op de ontwikkeling van Irak tot een democratische staat met een onpartijdige politionele en militaire macht, vanaf de surge gericht op de bescherming van de Iraakse bevolking door extra Amerikaanse militairen – werd in het bijzonder aangespoord door generaal b.d. Jack Keane (Vietnam-veteraan en oud-commandant van 101 Airborne Division, XVIII Airborne Corps en Vice Chief of Staff of the U.S. Army) en Frederick Kagan, voormalig hoogleraar militaire geschiedenis aan de U.S. Military Academy West Point.
Keane en Kagan publiceerden op 13 december 2006 het vijftig pagina’s tellende rapport Choosing Victory: A Plan for Success in Iraq, de uitgangssituatie voor de surge. De architect van de surge, oud-generaal Keane, schoof vervolgens beschermeling David Petraeus naar voren voor de uitvoering. De AEI vroeg om een surge van Amerikaanse troepen om de beslissende gebieden in Bagdad gedurende 18 maanden te beveiligen en beschermen met tenminste 30.000 gevechtstroepen. Hiermee konden de wijken van Bagdad en de provincie Al Anbar (Noordwest-Irak) worden schoongeveegd en veilig blijven (‘clear and hold’); pas daarna zou het normale leven zich herstellen, de wederopbouw beginnen en uiteindelijk een politieke oplossing een Amerikaanse overwinning in Irak mogelijk maken.

Hoofdrolspelers in de introductie en uitvoering van de surge: van links naar rechts militair historicus Frederick W. Kagan (benjamin van de gezaghebbende familie-Kagan), generaal b.d. Jack Keane, generaal David Petraeus (als commandant Multinational Force Iraq van januari 2007 tot september 2008 de opperbevelhebber van alle coalitietroepen in Irak) en president George W. Bush.
Volgens het rapport kon een “golf” van extra Amerikaanse troepen de voorwaarden scheppen om tot nationale verzoening te komen en om het Iraakse bestuur effectiever te maken. Het AEI-rapport wees Vietnamisering van het conflict in Irak af. (In 1969 kwam president Richard Nixon in de Vietnamoorlog met het plan het Zuid-Vietnamese leger op te leiden, opdat zij het daadkrachtig kon overnemen van de zich terugtrekkende Amerikanen om vervolgens de strijd met de Viet Cong en Noord-Vietnam zelfstandig uit te vechten. De gevechtskracht van Zuid-Vietnam nam echter onvoldoende toe, terwijl de VS al volop met de aftocht bezig was. Het gevolg was dat er in Zuid-Vietnam meer slachtoffers vielen en het moreel van de resterende Amerikanen daalde.)
Het door Bush geadopteerde Kagan/Keane-plan was controversieel. Ondanks een toename van het aantal slachtoffers in de beginmaanden – 2007 was het meest dodelijke jaar voor de Amerikaanse troepen sinds 2004 – volgde later in het jaar toch een afname van het geweld. Een aantal van de extra gestuurde troepen werd zelfs teruggetrokken.
Het succes van het afgenomen geweld werd, behalve aan de surge, toegeschreven aan een samenloop van factoren. Hieronder waren de tactiek van de Amerikanen (counter-insurgency), bepaalde soennitische moslims (Sunni Awakening) die zich aansloten in de strijd tegen Al Qaida en enigerlei toenadering door de troepen van de shiitische leider Muqtada al-Sadr. Hoewel de nieuwe strategie, met als kern de bescherming van de Iraakse bevolking door extra Amerikaanse militairen, een ongekend waagstuk was, gold zij uiteindelijk als het begin van een humanitair-militair succes. Hoezeer zowel het aantal Amerikaanse slachtoffers als het aantal Iraakse burgerdoden afnam, het tij keerde nooit helemaal. Het aantal zelfmoordaanslagen door milities bleef, evenals aanslagen met improvised explosive devices (IED’s). In ‘The War Within: A Secret White House History 2006-2008’ van Bob Woodward (512 pagina’s, Simon & Schuster, ISBN 9781416558972) wordt de geschiedenis van de surge, in het bijzonder de besluitvorming vanuit Washington, beschreven. | |
Terug naar Boven
S.W.O.T.-ANALYSE
Doel van een S.W.O.T.-analyse is het in kaart brengen van de omgevingsvariabelen en de interne sterke en zwakke punten van een organisatie. Als uitkomst hiervan kan de meest kansrijke strategie of actie worden uitgekozen. Daarnaast kan de uitvoering van een S.W.O.T.-analyse en bijdrage leveren aan de discussie over de organisatiedoelstellingen. Om inzicht te krijgen in de onderlinge samenhang tussen de invloeden vanuit de omgeving - Opportunities en Threats - en de (on)mogelijkheden van dse organisatie - sterke versus zwakke punten - kunnen de vier gezichtspunten uit de S.W.O.T.-analyse schematisch met elkaar in verband worden gebracht. S.W.O.T. staat voor: | |
S | Strengths (Sterke punten) | Interne sterke en te bestendigen punten van een organisatie. Sterke punten moeten een organisatie in staat stellen om mogelijke bedreigingen vanuit de omgeving te kunnen opvangen. |
W | Weaknesses (Zwakke punten) | Intern zwakke en te verbeteren punten van een organisatie. Zwakke punten moeten een organisatie triggeren op mogelijkheden die zich in de omgeving aandienen. |
O | Opportunities (Kansen / Mogelijkheden) | Kansrijke zaken die de positie van de organisatie kunnen verbeteren. |
T | Threats (Beperkingen / Onmogelijkheden) | Bedreigende zaken die de positie van de organisatie kunnen verzwakken. |
Terug naar Boven
SYMMETRISCHE OORLOGVOERING
Van symmetrie is sprake als doelen, middelen, organisatie en wijze van optreden van de betrokken oorlogvoerende partijen elkaars spiegelbeeld vormen. In de regel is sprake van symmetrische oorlogvoering als wordt opgetreden:
door en tegen staten (interstatelijk) |
met reguliere krijgsmachten |
meestal binnen de Conventies van Genève |
Symmetrische oorlogvoering kenmerkt zich verder door:
gebruikmaking van geavanceerde technologie |
geloceerd op een uitgedund gevechtsveld, waardoor de mogelijkheden tot manoeuvre toenemen |
hoge geweldsintensiteit |
hoog tempo |
kortdurende actie |
Feitelijk zijn zowel de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) als de Tweede Wereldoorlog (1939-1945) voorbeelden van symmetrische oorlogvoering: de oorlogvoerende partijen beschikten immers over dezelfde uitrusting en vochten volgens dezelfde regels. Ook alle conflicten binnen het tijdperk van de Koude Oorlog (1945-1989) waren gebaseerd op het behoud van symmetrie.
Na het einde van de Koude Oorlog is het aantal intrastatelijke (in plaats van interstatelijke) conflicten steeds meer toegenomen, waarbij ook nieuwe en onconventionele middelen werden ingezet, burgerdoelen werden aangevallen en alle regels (van de Conventie van Genève) overboord lijken te zijn gezet. Het bekendste voorbeeld hiervan is de oorlog in (voormalig) Joegoslavië (1991-1995).
Zie ook: asymmetrische oorlogvoering, irregulier optreden, lineair gevechtsveld en regulier optreden.
Terug naar Boven
Laatste update:28.07.2010