SPECIAL AIR SERVICE
Terug naar de homepage
 

 

GEBOORTE VAN DE SPECIAL AIR SERVICE

17 november 1941 wordt beschouwd als de geboortedag van de Special Air Service (SAS), hoewel de eenheid al sinds juli ’41 als L Detachment, Special Air Service Brigade bestond.

Het was de datum van de eerste raid van de SAS: een aanval op vijf vooruitgeschoven vliegvelden van de As-mogendheden, gegroepeerd rond de Noord-Libische steden Gazala en Tmimi.

De nachtelijke parachute-insertie, gevolgd door een met omzichtigheid uit te voeren raid, werd uitgevoerd onder de codenaam Operation SQUATTER. Het was de voorbode van Operation CRUSADER: de 54 man van L Detachment waren de vooreenheid voor het 8ste Britse Leger, dat een etmaal later een groot offensief zou starten.

L Detachment, onder commando van kapitein David Stirling, stond onder direct bevel van luitenant-generaal Sir Allan Cunningham, commandant van het 8ste Britse Leger (8th Army) dat vocht in de Western Desert Campaign.

Operation CRUSADER

Op 18 november 1941 startte het eerste Britse woestijnoffensief onder generaal Sir Claude Auchinleck, C-in-C Middle East Command. Doel was het vernietigen van zoveel mogelijk Duitse tanks, het beëindigen van de belegering van het geïsoleerde Britse garnizoen in de strategisch belangrijke Libische havenstad Tobruk en de weg naar Tobruk, Bengasi, Brega en het oosten van Libië (Cyranaica) in geallieerde handen krijgen.

De Duitsers hebben in maart en april 1941 in het oosten van Libië een succesvol tegenaanval uitgevoerd op de Britten, die noodgedwongen terugtrekken… met uitzondering van een aangehouden garnizoen in Tobruk. Vervolgens moesten de Britse verdedigers, minimaal bevoorraad vanaf zee, regelmatig aanvallen afslaan.

Auchinlek kan twee voordelen uitbuiten: tevoren goed aangelegde aanvoerlijnen waarmee de Duitsers onder druk kunnen worden gezet en de één dag tevoren uitgevoerde Operation SQUATTER, die volgens Rommel was uitgevoerd als “aanval van een stevige verkenningseenheid”.

Het 8ste Britse Leger omvatte 13th Corps (met een divisie Nieuw-Zeelanders), 30th Corps (met Zuid-Afrikaanse troepen) en 70th Division, waarin Poolse troepen meevochten. Erwin Rommel's Panzergruppe Afrika behelsde het Deutsches Afrika Korps en drie Italiaanse korpsen.

De operatie werd de eerste Britse overwinning op Duitse grondtroepen in WO II. De Britten boeken een aantal tactische successen. Na een beleg van 8 maanden wordt het Duitse beleg van Tobruk op 7 december 1941 gebroken. Hierdoor komen de Duitse aanvoerlijnen in het gedrang.

De Duitse opmars richting Egypte wordt tijdelijk gestuit en Amerikaanse bevoorrading bereikt de voorhoede van het 8ste Britse Leger. Aanvankelijk worden de Duitsers teruggedrongen in de noordwestelijke provincie Tripolitania. Met een tegenaanval in januari 1942 komen de Duitsers terug tot in Gazala, maar nog diezelfde maand moet Rommel terugtrekken naar El Agheila.

Operation SQUATTER kon pas worden uitgevoerd na intensieve training in een kampement in Kabrit, gelegen aan het Suezkanaal op ongeveer 100 km ten oosten van Cairo. Vanuit Royal Air Force Station Kabrit had L Detachment met een volle bepakking van zo’n 35 kg (75 lbs) marsen in de woestijn ondernomen. De eenheid werd er in allerijl klaargestoomd in het uitvoeren van (diepe) operaties achter de vijandelijke linies, met inbegrip van amfibische landingen en parachutedroppings. Hier smeedde Stirling zijn plan om met grondgebonden raids vliegvelden achter de vijandelijke linies aan te vallen.

Operation CRUSADER was de strategie van generaal Sir Claude Auchinleck, de Commander-in-Chief Middle East Command, om de Duitse en Italiaanse troepen te verdrijven uit Cyrenaica, aan de westgrens van Egypte. Daar waren de As-mogendheden een zware bedreiging voor zowel Cairo als het Suezkanaal.

In de nacht van 16 op 17 november 1941 werden de 54 SAS'ers avant-la-lettre per parachute gedropt. De missie: door op de grond vijandelijke toestellen te vernietigen luchtoverwicht garanderen voor het 8ste Britse Leger. De manschappen vertrokken met vijf tweemotorige Bristol Bombay-troeptransportvliegtuigen van No. 216 Squadron RAF en voerden een nachtdropping aan static lines uit.

In de maanloze, regenachtige nacht bevonden de twee dropzones zich in de nabijheid van de vliegvelden van Gazala en Tmimi, beiden ten westen van de Libische havenstad Tobruk. In totaal moesten vijf vijandelijke vliegvelden in het gebied worden aangegrepen.

Hierbij werden er van de 54 man vijf gedood en 28 krijgsgevangen gemaakt. Ondanks de tegenslag – de troepen dreven door de zware wind (windkracht 7 à 8) af van de geplande dropzones, in de hectiek raakten sticks elkaar kwijt en er waren grote vijandelijke voertuigconcentraties op de nabijgelegen weg Gazala-Tmimi – en de, zeker voor een luchtlandingsoperatie, uitermate slechte weersomstandigheden, slaagden de SAS’ers er toch in, in twee groepen, samen 61 vijandelijke vliegtuigen te vernielen.

Na de in vele opzichten mislukte actie bereikten slechts 21 van de 54 man het afgesproken rendez-vous: 70 km verderop in de woestijn wachtte een patrouille onder leiding van John Richard "Jake" Easonsmith van de Long Range Desert Group (LRDG). Het motto van de LRDG: Non Vi Sed Arte (“Niet door kracht, maar door list”). De jeeps brachten het gezelschap naar de oase Siwa, waar vliegtuigen de overlevenden terugvlogen naar Kabrit. Slechts vier officieren overleefden deze eerste actie: Stirling, Mayne, Lewes en Fraser.

Toen vlak daarna een tweede raid plaatsvond waarbij 27 vliegtuigen werden vernield, werden de ‘onzichtbare’ Britse vijanden die steeds bij verrassing konden toeslaan, helemaal een doorn in het oog van de Duitse opperbevelhebber in Noord-Afrika, generaal Erwin Rommel.

Het enthousiasme van David Stirling om risico’s te durven blijven nemen, zorgde er intussen voor dat L Detachment mocht uitbreiden en rekruten kon gaan werven bij Layforce Commando, dat juist was ontbonden.

In november ’41 keurde generaal Neil Ritchie, de nieuwe Commander-in-Chief van het 8ste Britse Leger, goed dat L Detachment verhuisde naar de oase Jalo, van waaruit het operaties zou uitvoeren met de LRDG. Het (goeddeels) falen van de eerste actie moest snel worden gecompenseerd, wilde de Britse legerleiding nog enthousiasme kunnen opbrengen voor de speciale eenheid.

Al een maand later, in december ’41, voerde Stirling’s mannen raids uit op drie vijandelijke vliegvelden in Sirte, Agheila en Agedabia. De raids werden een megasucces: 61 vernielde vliegtuigen en 30 voertuigen, allen met behulp van Lewis-bommen.

In juli ’42 waren er al vijftien speciaal gemodificeerde jeeps voor L Detachment in Noord-Afrika.

De verandering in de operationele procedure – het gebruikmaken van jeeps in plaats van per parachute gedropt worden – was onmiddellijk succesvol. Op 14 en 21 december 1941 voerde de SAS aanvallen uit op de As-vliegvelden in Agedabai, Agheila, Nofilia, Sirte, Tamit en ‘Marble Arch’. (‘Marble Arch’ – in het Italiaans: L'arco dei Fileni de Mussolini – was indertijd door Mussolini opgericht om de grens tussen de Libische provincies Cyrenaica en Tripolitania aan te geven. Zeer markant en tevens de verst weg gelegen positie voor een actie van SAS en LRDG. Het monument, vernietigd in 1973, bevond zich op de kustweg tussen Agheila en Ras Lanuf.)

De acties resulteerde in de vernietiging van ongeveer honderd vijandelijke vliegtuigen.

Een diep gepenetreerde aanval op het vliegveld van Nofilia op 31 december ’41 liep niet goed af. Een team onder leiding van luitenant John Steel ‘Jock’ Lewes vernielde de enige twee toestellen ter plaatse, maar bij de extractie werd het SAS-konvooi door Messerschmitt 110 -vliegtuigen onder vuur genomen. Hierbij kwam Lewes om het leven.

Terug naar Boven

 

DE EMBRYONALE PERIODE

"The boy Stirling is mad. Quite, quite mad. However in war there is often a place for mad people."

Veldmaarschalk Bernard Montgomery, 1st Viscount Montgomery of Alamein

 

JACK SILLITO

Al in die eerste jaren was de reputatie van de Special Air Service gevestigd. In 1942 moesten korporaal Jack Sillito en een op een Duitse spoorwegemplacement in de buurt van El Alamein. Bij een vluchtpoging van een Duitser weigerde het machinegeweer van de luitenant. In het daaropvolgende vuurgevecht kwam hij om het leven.

Sillito, achtervolgd door de Duitsers, ontsnapte. Zonder voedsel en water slaagde hij erin in de Sahara een afstand van ruim 100 mijl (160 km) in iets meer dan twee dagen te overbruggen tot eigen troepen.

Een grotere tegenstander dan de Duitsers was de hitte: Sillito had geen rivier om uit te drinken of om hem de weg te wijzen, moest navigeren op de zon en de sterren en zijn eigen urine drinken om de dorst te lessen. Toen hij uiteindelijk door collega’s werd gevonden, kon hij niet meer op zijn benen te staan.

(Archibald) David Stirling werd geboren op 15 november 1915 als zoon van Archibald Stirling of Keir en Margaret Fraser, 4th daughter of the 13th Baron Lovat – Simon Fraser. David Stirling was de vierde van zes kinderen.

Stirling’s vader, Archibald Stirling of Keir (1867-1931), maakte als brigadegeneraal faam als bevelhebber van de Highland Mounted Brigade die van 1915 tot ’17 strijd voerde in Gallipoli (Dardanellencampagne) en de strijd tegen Ahmed Sharif es Senussi in Egypte. Daarna ging zijn vader met pensioen.

David ging school op Amplefort College en Cambridge University, was gek op schieten, wandelen en bergbeklimmen, en haalde een groot deel van zijn inspiratie uit het werk van Lawrence of Arabia in de Eerste Wereldoorlog.

In 1937 nam hij zelf dienst bij de Scots Guards, als onderluitenant; in juni 1940 switchte hij naar het nieuwe, meer elitaire No. 8 Commando onder luitenant-kolonel Robert Laycock – reden waarom de eenheid ook wel ‘Lay-force Commando’ werd genoemd.

Eind 1940 moest ‘Lay-force’, intussen bestaand uit zo’n 2.000 man, het Griekse eiland Rhodos bezetten om te voorkomen dat de Duitse Luftwaffe het zou benutten voor de aanleg van een vliegveld.

In februari ’41 ontscheepte ‘Lay-force’ in Suez op het moment dat de Britten progressie maakten. De eenheid participeerde in het tot staan brengen van de opmars van het Duitse Afrika Korps. Tot op 1 augustus ’41 de eenheid werd opgeheven.

Gefrustreerd door de opheffing bleef Stirling ervan overtuigd dat – juist vanwege het toenemende gemechaniseerde karakter van oorlogvoering – kleine teams van goed opgeleide, zeer gemotiveerde militairen achter de vijandelijke linies aanzienlijker schade konden toebrengen aan de vijand dan een organiek peloton. Hun grootste voordelen: snelheid, agressie, verrassing (speed, aggression, surprise).

Voordat de SAS de beschikking kreeg over Willys jeeps, maakte de eenheid een Ford C11 ADF met V-8 motor buit in de haven van Cairo. De stationwagon met de bijnaam ‘Blitz Buggy’ was gemodificeerd om haar te laten lijken op een stafvoertuig, maar werd wel degelijk gebruikt voor raids. Daartoe had het voertuig Vickers K .303 machinegeweren.

De eerste operatie met de Ford vond plaats op 15 maart 1942, toen Stirling zelf de auto vanaf de oase Siwa naar de haven van Benghazi reed, ver achter de vijandelijke linies. Aan het einde van de duizelingwekkende rit met de maximumsnelheid van 110 km per uur verloor de Ford een meegetransporteerde kano, waardoor de missie moest worden afgebroken. In plaats daarvan werd het vliegveld van Benina, 20 km ten oosten van Benghazi, aangevallen met Lewes-bommen.

Ook hij betoogde dat ‘Lay-force’ te statisch was en dat special forces per parachute moesten worden gedropt, zoals de Duitse luchtlandingactie op Kreta (Unternehmen Merkur) in mei 1941 had gedemonstreerd. De achter de vijandelijke linies gedropte mannen zouden zich overdag in de woestijn kunnen verbergen om ’s nachts aanvallen uit te voeren.

Het was niet erg waarschijnlijk dat de ideeën van Stirling – een jonge, onervaren luitenant – via de normale hiërarchieke lijn bij de hoogste militair ter plaatse zouden belanden. Bovendien werd het hoofdkwartier van Middle East Command, naar zijn mening, bevolkt door “fossilized shit”.

Toen hij in Caïro in het ziekenhuis verbleef als gevolg van een parachuteongeval, zette hij de grote lijnen voor zijn ideeën in een memo uiteen. Hij zag zijn kans schoon, ging op krukken naar het hoofdkwartier van Middle East Command, glipte over het hek en verschool zich in één van de kantoren. In afwachting van de Commander-in-Chief, generaal Claude Auchinleck, kwam hij plotseling oog in oog te staan met diens plaatsvervanger, generaal Neil Ritchie. Onverwachts mocht Stirling op audiëntie bij Ritchie om zijn plan voor een nieuw te vormen eenheid uiteen te zetten.

Ritchie overtuigde Auchinleck met Stirling’s memo, en – na een tweede gesprek – kon Stirling aan de slag met het vormen van een nieuwe eenheid special forces. Ritchie zegde hem zes officieren en zestig mannen toe om zijn ideeën in de praktijk te brengen. Generaal Auchinleck was verheugd over het plan, dat een beroep deed op zijn behoedzame karakter. Stirling’s plan stelde hem in staat kleinschalige acties te ondernemen die niet meteen de inzet van een gehele divisie betekenden.

Stirling’s basisconcept was dat van kleine, snel bewegende, zichzelf bedruipende teams die dood en verderf zaaien waar de vijand dat het minst verwacht: achter hun eigen frontlinie.

Rechts de stichter van de Special Air Service: David Stirling.

De eenheid krijgt de misleidende naam L Detachment, Special Air Service Brigade, om het bestaan van een parachutisteneenheid in Noord-Afrika te ontkrachten. Stirling werd gepromoveerd tot kapitein.

De eerste actie van L Detachment, Operation SQUATTER, in de Noord-Afrikaanse woestijn wordt een daverende mislukking: een aanval per parachute is dan misschien verrassend, maar het grote aantal gedode, gewonde en gevangengenomen militairen weegt hier niet tegenop. Bovendien kan de eenheid alleen ontsnappen met behulp van de Long Range Desert Group (LRDG), gemotoriseerd dus.

Stirling besluit dat het anders moet. Volgens hem is het naderen van doelen in de woestijn alleen ’s nachts effectief en het meest veilig. Op grond van deze simpele tactiek organiseert hij al snel raids op verschillende havensteden, waarbij chauffeurs zich bij vijandelijke checkpoints in vloeiend Duits of Italiaans een weg langs de bewakers bluften.

Onder Stirling’s leiding, maar uitgedacht door luitenant John Steel ‘Jock’ Lewes, pioniert de SAS met de zgn. Lewes-bom. Dit is een 0,45 kg zware combinatie van een explosief en brandbom. De Lewes-bom zal zijn waarde ten volle bewijzen bij de vernietiging van vliegtuigen op vijandelijke vliegvelden.

Stirling en zijn L Detachment gaan over op Amerikaanse Willys jeeps, die onder de barre woestijnomstandigheden stukken beter tot hun recht komen. De jeeps worden uitgerust met verouderde machinegeweren van de Royal Air Force. Steeds vaker maakt de eenheid van de jeeps gebruik om naar de vijandelijke vliegvelden te verplaatsen, waar Lewes-bommen op de vliegtuigen worden ‘geplakt’.

WILLYS JEEP

De Amerikaanse jeep was de 4-cilinder Willys, door Willy-Overland Motors (Toledo, Ohio, VS) in productie genomen in 1940. Een licht, wendbaar en toch robuust ¼ ton terreinvoertuig voor 2 tot 4 man, en vierwielaangedreven (4x4), dus geschikt voor de woestijn.

Aangezien lange afstanden moesten worden afgelegd om de vijandelijke vliegvelden te bereiken, werden in jerrycans grote hoeveelheden extra benzine en water meegenomen. Van de RAF werden verouderde .50 machinegeweren ‘geleend’. Ook het Vickers ‘K’-machinegeweer .303 (7,7 mm) zat in de bewapening.

Aan het einde van WO II had Willy-Overland 360.000 Willys en andere jeeps geproduceerd. Op basis van de Lend-Lease Act van ’41 kreeg Groot-Brittannië er hiervan ± 87.000.

Ook beproeft Stirling nieuwe tactieken om met kleine teams, of individueel, te kunnen ontsnappen bij voortijdige onderkenning door de vijand.

Op 28 september 1942 wordt L Detachment omgedoopt tot 1 SAS, bestaande uit vier Britse squadrons, één van de vrije Fransen, een Griekse en een Folboat Section.

In januari 1943 wordt Stirling opgepakt door de Duitsers, maar hij ontsnapt verschillende keren. Na zijn zoveelste ontsnapping wordt hij vastgezet in kasteel Colditz in Saksen, waar hij met vele andere vooraanstaande geallieerde krijgsgevangenen de rest van WO II tot 1945 zal verblijven.

Na zijn arrestatie nemen zijn broer Bill Stirling en Blair ‘Paddy’ Mayne het commando van L Detachment, later SAS, over. In de vijftien maanden voorafgaand aan Stirling’s gevangenneming, heeft de SAS dan al meer dan 250 vijandelijke vliegtuigen vernietigd, alsook talloze bevoorradingsdumps, (spoor)wegen en honderden voertuigen.

Terug naar Boven

Terug naar Boven