![]()
GEBOORTE VAN DE SPECIAL AIR SERVICE
Operation SQUATTER kon pas worden uitgevoerd na intensieve training in een kampement in Kabrit, gelegen aan het Suezkanaal op ongeveer 100 km ten oosten van Cairo. Vanuit Royal Air Force Station Kabrit had L Detachment met een volle bepakking van zo’n 35 kg (75 lbs) marsen in de woestijn ondernomen. De eenheid werd er in allerijl klaargestoomd in het uitvoeren van (diepe) operaties achter de vijandelijke linies, met inbegrip van amfibische landingen en parachutedroppings. Hier smeedde Stirling zijn plan om met grondgebonden raids vliegvelden achter de vijandelijke linies aan te vallen. Operation CRUSADER was de strategie van generaal Sir Claude Auchinleck, de Commander-in-Chief Middle East Command, om de Duitse en Italiaanse troepen te verdrijven uit Cyrenaica, aan de westgrens van Egypte. Daar waren de As-mogendheden een zware bedreiging voor zowel Cairo als het Suezkanaal. In de nacht van 16 op 17 november 1941 werden de 54 SAS'ers avant-la-lettre per parachute gedropt. De missie: door op de grond vijandelijke toestellen te vernietigen luchtoverwicht garanderen voor het 8ste Britse Leger. De manschappen vertrokken met vijf tweemotorige Bristol Bombay-troeptransportvliegtuigen van No. 216 Squadron RAF en voerden een nachtdropping aan static lines uit.
In de maanloze, regenachtige nacht bevonden de twee dropzones zich in de nabijheid van de vliegvelden van Gazala en Tmimi, beiden ten westen van de Libische havenstad Tobruk. In totaal moesten vijf vijandelijke vliegvelden in het gebied worden aangegrepen. Hierbij werden er van de 54 man vijf gedood en 28 krijgsgevangen gemaakt. Ondanks de tegenslag – de troepen dreven door de zware wind (windkracht 7 à 8) af van de geplande dropzones, in de hectiek raakten sticks elkaar kwijt en er waren grote vijandelijke voertuigconcentraties op de nabijgelegen weg Gazala-Tmimi – en de, zeker voor een luchtlandingsoperatie, uitermate slechte weersomstandigheden, slaagden de SAS’ers er toch in, in twee groepen, samen 61 vijandelijke vliegtuigen te vernielen. Na de in vele opzichten mislukte actie bereikten slechts 21 van de 54 man het afgesproken rendez-vous: 70 km verderop in de woestijn wachtte een patrouille onder leiding van John Richard "Jake" Easonsmith van de Long Range Desert Group (LRDG). Het motto van de LRDG: Non Vi Sed Arte (“Niet door kracht, maar door list”). De jeeps brachten het gezelschap naar de oase Siwa, waar vliegtuigen de overlevenden terugvlogen naar Kabrit. Slechts vier officieren overleefden deze eerste actie: Stirling, Mayne, Lewes en Fraser. Toen vlak daarna een tweede raid plaatsvond waarbij 27 vliegtuigen werden vernield, werden de ‘onzichtbare’ Britse vijanden die steeds bij verrassing konden toeslaan, helemaal een doorn in het oog van de Duitse opperbevelhebber in Noord-Afrika, generaal Erwin Rommel. Het enthousiasme van David Stirling om risico’s te durven blijven nemen, zorgde er intussen voor dat L Detachment mocht uitbreiden en rekruten kon gaan werven bij Layforce Commando, dat juist was ontbonden.
In november ’41 keurde generaal Neil Ritchie, de nieuwe Commander-in-Chief van het 8ste Britse Leger, goed dat L Detachment verhuisde naar de oase Jalo, van waaruit het operaties zou uitvoeren met de LRDG. Het (goeddeels) falen van de eerste actie moest snel worden gecompenseerd, wilde de Britse legerleiding nog enthousiasme kunnen opbrengen voor de speciale eenheid. Al een maand later, in december ’41, voerde Stirling’s mannen raids uit op drie vijandelijke vliegvelden in Sirte, Agheila en Agedabia. De raids werden een megasucces: 61 vernielde vliegtuigen en 30 voertuigen, allen met behulp van Lewis-bommen. In juli ’42 waren er al vijftien speciaal gemodificeerde jeeps voor L Detachment in Noord-Afrika. De verandering in de operationele procedure – het gebruikmaken van jeeps in plaats van per parachute gedropt worden – was onmiddellijk succesvol. Op 14 en 21 december 1941 voerde de SAS aanvallen uit op de As-vliegvelden in Agedabai, Agheila, Nofilia, Sirte, Tamit en ‘Marble Arch’. (‘Marble Arch’ – in het Italiaans: L'arco dei Fileni de Mussolini – was indertijd door Mussolini opgericht om de grens tussen de Libische provincies Cyrenaica en Tripolitania aan te geven. Zeer markant en tevens de verst weg gelegen positie voor een actie van SAS en LRDG. Het monument, vernietigd in 1973, bevond zich op de kustweg tussen Agheila en Ras Lanuf.) De acties resulteerde in de vernietiging van ongeveer honderd vijandelijke vliegtuigen. Een diep gepenetreerde aanval op het vliegveld van Nofilia op 31 december ’41 liep niet goed af. Een team onder leiding van luitenant John Steel ‘Jock’ Lewes vernielde de enige twee toestellen ter plaatse, maar bij de extractie werd het SAS-konvooi door Messerschmitt 110 -vliegtuigen onder vuur genomen. Hierbij kwam Lewes om het leven.
Ook hij betoogde dat ‘Lay-force’ te statisch was en dat special forces per parachute moesten worden gedropt, zoals de Duitse luchtlandingactie op Kreta (Unternehmen Merkur) in mei 1941 had gedemonstreerd. De achter de vijandelijke linies gedropte mannen zouden zich overdag in de woestijn kunnen verbergen om ’s nachts aanvallen uit te voeren. Het was niet erg waarschijnlijk dat de ideeën van Stirling – een jonge, onervaren luitenant – via de normale hiërarchieke lijn bij de hoogste militair ter plaatse zouden belanden. Bovendien werd het hoofdkwartier van Middle East Command, naar zijn mening, bevolkt door “fossilized shit”. Toen hij in Caïro in het ziekenhuis verbleef als gevolg van een parachuteongeval, zette hij de grote lijnen voor zijn ideeën in een memo uiteen. Hij zag zijn kans schoon, ging op krukken naar het hoofdkwartier van Middle East Command, glipte over het hek en verschool zich in één van de kantoren. In afwachting van de Commander-in-Chief, generaal Claude Auchinleck, kwam hij plotseling oog in oog te staan met diens plaatsvervanger, generaal Neil Ritchie. Onverwachts mocht Stirling op audiëntie bij Ritchie om zijn plan voor een nieuw te vormen eenheid uiteen te zetten. Ritchie overtuigde Auchinleck met Stirling’s memo, en – na een tweede gesprek – kon Stirling aan de slag met het vormen van een nieuwe eenheid special forces. Ritchie zegde hem zes officieren en zestig mannen toe om zijn ideeën in de praktijk te brengen. Generaal Auchinleck was verheugd over het plan, dat een beroep deed op zijn behoedzame karakter. Stirling’s plan stelde hem in staat kleinschalige acties te ondernemen die niet meteen de inzet van een gehele divisie betekenden. Stirling’s basisconcept was dat van kleine, snel bewegende, zichzelf bedruipende teams die dood en verderf zaaien waar de vijand dat het minst verwacht: achter hun eigen frontlinie.
De eenheid krijgt de misleidende naam L Detachment, Special Air Service Brigade, om het bestaan van een parachutisteneenheid in Noord-Afrika te ontkrachten. Stirling werd gepromoveerd tot kapitein. De eerste actie van L Detachment, Operation SQUATTER, in de Noord-Afrikaanse woestijn wordt een daverende mislukking: een aanval per parachute is dan misschien verrassend, maar het grote aantal gedode, gewonde en gevangengenomen militairen weegt hier niet tegenop. Bovendien kan de eenheid alleen ontsnappen met behulp van de Long Range Desert Group (LRDG), gemotoriseerd dus. Stirling besluit dat het anders moet. Volgens hem is het naderen van doelen in de woestijn alleen ’s nachts effectief en het meest veilig. Op grond van deze simpele tactiek organiseert hij al snel raids op verschillende havensteden, waarbij chauffeurs zich bij vijandelijke checkpoints in vloeiend Duits of Italiaans een weg langs de bewakers bluften. Onder Stirling’s leiding, maar uitgedacht door luitenant John Steel ‘Jock’ Lewes, pioniert de SAS met de zgn. Lewes-bom. Dit is een 0,45 kg zware combinatie van een explosief en brandbom. De Lewes-bom zal zijn waarde ten volle bewijzen bij de vernietiging van vliegtuigen op vijandelijke vliegvelden. Stirling en zijn L Detachment gaan over op Amerikaanse Willys jeeps, die onder de barre woestijnomstandigheden stukken beter tot hun recht komen. De jeeps worden uitgerust met verouderde machinegeweren van de Royal Air Force. Steeds vaker maakt de eenheid van de jeeps gebruik om naar de vijandelijke vliegvelden te verplaatsen, waar Lewes-bommen op de vliegtuigen worden ‘geplakt’.
Ook beproeft Stirling nieuwe tactieken om met kleine teams, of individueel, te kunnen ontsnappen bij voortijdige onderkenning door de vijand. Op 28 september 1942 wordt L Detachment omgedoopt tot 1 SAS, bestaande uit vier Britse squadrons, één van de vrije Fransen, een Griekse en een Folboat Section. In januari 1943 wordt Stirling opgepakt door de Duitsers, maar hij ontsnapt verschillende keren. Na zijn zoveelste ontsnapping wordt hij vastgezet in kasteel Colditz in Saksen, waar hij met vele andere vooraanstaande geallieerde krijgsgevangenen de rest van WO II tot 1945 zal verblijven. Na zijn arrestatie nemen zijn broer Bill Stirling en Blair ‘Paddy’ Mayne het commando van L Detachment, later SAS, over. In de vijftien maanden voorafgaand aan Stirling’s gevangenneming, heeft de SAS dan al meer dan 250 vijandelijke vliegtuigen vernietigd, alsook talloze bevoorradingsdumps, (spoor)wegen en honderden voertuigen.
|
||||||||||||||||||||||||||