Inhoudsopgave T
Terug naar de homepage
 

Maak uw keuze uit de hieronder getoonde lijst

 

 

T-CLASSIFICATIE

Urgentiebepaling wanneer triage wordt gepleegd, waarbij de slachtoffers in vier klassen worden ingedeeld:

T1

Onmiddellijk

ABC-instabiele gewonden die onmiddellijk stabilisatie nodig hebben.

 

T2

Urgent

Op termijn ABC-instabiele gewonden, die binnen zes (6) uur een chirurgische interventie nodig hebben. Een T2 kan een T1 worden.

 

T3

Uitgesteld

ABC-stabiele gewonden die directe behandeling nodig hebben maar niet binnen 6 uur.

 

T4

Afwachten

ABC-instabiele gewonden die een zodanig ernstige conditie hebben dat ze niet kunnen overleven ondanks de best mogelijke zorg.

Behandeling aan deze categorie gewonden zou in tijd en/of middelen betekenen dat geneeskundige hulp moet worden onthouden aan gewonden die wél een kans op overleven hebben.

T4-behandelingen vinden dan ook eerst dan plaats wanneer voldoende middelen voorhanden zijn dan wel er tijd over is na behandeling van de categorieën T1 t/m 3.

Eenvoudige triage wordt gebruikt op de locatie van een Mass Casualty om slachtoffers te kiezen die direct vervoer naar een geneeskundige inrichting vereisen in tegenstelling tot slachtoffers die later geholpen kunnen worden.

Zie ook: P-classificatie en triage.

Terug naar Boven

 

T.A.B.

Acroniem: Tactical Advance to Battle. Geforceerde mars in volle bepakking - in de regel Ī 20 kg - naar het vijandelijk doel aan het front, met name uitgevoerd op verharde wegen. De term is afkomstig van het Britse Parachute Regiment, de airborne infanterie van de Britse krijgsmacht.

De TAB vindt plaats in een snelheid die hoger ligt dan wandelen maar lager dan rennen. In de praktijk houdt de geforceerde mars rekening met de meegenomen draaglast én het terrein: marsend op stijgende en moeilijk begaanbare terreindelen en waar mogelijk “tabbing”.

De snelheid is 4 mijl per uur als 8 mijl in 2 uur moet worden afgelegd (6,44 km per uur, 12,87 km in 2 uur, 107,3 meter per minuut en 9,3 minuten per km).

Bij de Britse Royal Marines wordt de term YOMP gebruikt, dus ook “yomping”. YOMP wordt gekscherend vertaald als "Your Old Mams Pace" of "Your Own Marching Pace".

Terug naar Boven

 

TACBE

balise de navigation aťrienne tactique.

Tactical Beacon.

Nederlands: tactisch baken.

Synoniemen:

Emergency Locator Transmitter

ELT

Personal Locator Beacon

PLB

Search-And-Rescue Beacon

SARBE

Tactical Air Navigator

TACAN

Lichtgewicht 'radio direction-finding equipment' die sinds de jaren '50 van de 20e eeuw wordt gebruikt, onder meer door Special Forces en neergehaalde piloten.

Doel van de TACBE is om vanaf de grond op relatief korte afstand hulp te kunnen inroepen van geallieerde collega's in militaire helikopters en vliegtuigen.

Het bakensignaal wordt voortdurend uitgezonden en opgevangen door alle militaire vliegtuigen en helikopters, maar pas als communicatiemiddel gebruikt wanneer iemand in gevaar is en/of urgent hulp nodig heeft.

De tweewegradio (two-channel transceiver) zendt een noodsignaal (distress signal) uit naar helikopters en vliegtuigen die in hun nabijheid zijn.

Het noodsignaal wordt ook onophoudelijk verzonden naar Airborne Warning and Control System (AWACS-)vliegtuigen.

De TACBE kan ook worden gebruikt als UHF (Ultra High Frequency)-radio voor communicatie met vliegtuigen en helikopters.

De Clansman TACBE BE 499, zoals die in gebruik was/is bij de British Army en is afgebeeld in Bravo Two Zero van Andy McNab.

Zie ook: Bravo Two Zero. Het waar gebeurde verhaal van een SAS-patrouille achter de vijandelijke linies in Irak (Andy McNab, 1993), Fixed Wing (vliegtuigen), Rotary Wing (helikopters) en Special Forces.

Terug naar Boven

 

TACTICAL COMBAT CASUALTY CARE

Zie ook: Combat Application Tourniquet (CAT), contactdrill en M.A.R.C.H.

 

TACTICAL FREEZE

Tijdens een tactische situatie voorkomende toestand waarin militairen door grote mentale druk terecht kunnen komen. Het gaat hierbij om stresssituaties, zoals een hinderlaag of een TIC. Daarna is de militair 'verstijfd van schrik' en blijft als 'bevroren' op het strijdtoneel staan: hij reageert niet meer.

Hiermee is de militair niet alleen voor zichzelf maar ook voor zijn collega's in de onmiddellijke nabijheid een gevaar.

Zie ook: stress.

Terug naar Boven

 

TACTIEK

Strategie en tactiek zijn elementaire parameters die op alle niveaus, van groep tot legerkorps, een wisselwerking hebben. Tactiek is te allen tijde ondergeschikt aan strategie, reden waarom tactiek ook wel lagere krijgskunde wordt genoemd.

Op de meest gunstige omstandigheden worden de plaatsen gerangschikt voor land-, lucht- en zeestrijdkrachten ten behoeve van het feitelijk contact maken met de vijand, te land, in de lucht of ter zee.

Strikt betekent tactiek hoe in een directe gevechtssituatie op de meest doelmatige wijze en met de minste verliezen kan worden aangevallen of verdedigd ten einde de overwinning te behalen. Om een tactiek uit te voeren wordt gebruik gemaakt van tactische eenheden ter grootte van een compagnie: een compagnie bij de infanterie, een eskadron bij de cavalerie en een batterij bij de artillerie. Tactische eenheden zijn kleinschalig ingesteld en kunnen op zeer korte termijn worden ingezet.

De wapens om een tactiek uit te voeren zijn de zgn. tactische wapens: wapens die worden ingezet tegen militaire objecten (personeel, gevechtsstellingen en voertuigen) op het slagveld. Tot de tactische wapens behoren dan ook handvuurwapens, mitrailleurs, tanks en overig geschut.

De verklarende woordenlijst van het rapport 'Missie- en taakanalyse: methoden in het kader van opleidingsontwikkeling' (TM-96-A029) van John van Rooij & Marcel van Berlo van het TNO Human Factors Research Institute zegt:

"Planmatige wijze van opereren om bepaalde voordelen te behalen."

Zie ook: operationele niveaus en strategie.

Terug naar Boven

 

TACTIEKEN, TECHNIEKEN & PROCEDURES

Afgekort: TTP. Duits: Taktiken, Techniken und Verfahren. Engels: tactics, techniques and procedures. Frans: tactiques, techniques et procťdures.

Tactieken

WAT

Inzet van beschikbare middelen om het gevecht te winnen.

Technieken

WAARMEE

Beste methoden om personeel en materieel in te zetten.

Procedures

HOE

Gedetailleerde opeenvolging van acties (SOP).

Het gaat erom de eigen troepen zo goed mogelijk aan te passen aan de TTP van de vijand. Wanneer de vijand te gronde gericht moet worden, moet de TTP van de vijand gekend zijn om die te kunnen toepassen. Hiermee kan (beter) worden geanticipeerd op het vijandelijk optreden en het eigen optreden worden aangepast.

Behalve de TTP zijn de bedoeling (intent) en de belangrijkste actie (main effort) van de vijand essentieel, in relatie tot de most likely enemy course of action (MLECOA) en de most dangerous enemy course of action (MDECOA).

Zodra de vijandelijke TTP inzicht heeft gegeven in mogelijkheden en beperkingen, dient hierop te worden geanticipeerd door eigen TTP te ontwikkelen, te standaardiseren en vast te leggen. Een TTP geldt in de regel een bepaald deel van het militaire optreden.

Zie ook: interoperabiliteit.

Terug naar Boven

 

TAIL END CHARLIE

Nederlands: einde van een patrouille dat de vijand in de gaten houdt.

De militair die, in een enkel- of dubbelcolonne patrouille te voet , in allerlaatste positie verplaatst en van daaruit met name waakt over vijandelijkheden aan de achterzijde van de patrouille.

Terug naar Boven

 

TAILOR-MADE

Letterlijk: "geknipt, aangepast". Concept waarmee wordt bedoeld dat verschillende capaciteiten ( gevechts-, gevechtsondersteunende en gevechtsverzorgingssteuneenheden) voor een specifieke opdracht worden bijeengebracht met als intentie een zo toegesneden mogelijke gevechtskracht dan wel crisisbeheersingsvermogen te genereren.

Uit elke capaciteit worden elementen genomen om een opdracht te vervullen. Algemeen wordt gesteld dat een eenheid ter grootte van een (pantserzware) gemechaniseerde brigade - een logistiek zelfstandig platform van verbonden wapens ter grootte van Ī 2.500 militairen - tailor-made mag zijn samengesteld, maar dat de daaronder vallende manoeuvre-eenheden ter grootte van een bataljon (pantserinfanterie, tank, verkenning, vuursteun, genie) in organiek verband moeten blijven opereren.

Terug naar Boven

 

TALENS, MARTIEN

Martien Talens (Den Helder, 1929) schrijft boeken die door verzamelaars van Nederlandse militaria worden gezien als Bijbels van de uniform- en emblemengeschiedenis van de Koninklijke Landmacht. Zijn boeken zijn collector's items en slechts zeer sporadisch in antiquariaten of de ramsj verkrijgbaar.

Talens werd in 1948 als geweermaker bij de Koninklijke Landmacht uitgezonden naar Nederlands-IndiŽ. Gefascineerd door de geallieerde invasie in NormandiŽ, begon hij met het verzamelen van de mouwemblemen van alle deelnemende eenheden aan D-Day. Vervolgens werd hij met het Nederlands Detachement Verenigde Naties (NDVN) uitgezonden naar Korea.

Uiteindelijk verzamelde hij alle mogelijke emblemen van de Koninklijke Landmacht.

Zijn eerste boek in de reeks was 'Uniformen en emblemen van de Koninklijke Landmacht vanaf 1912'. Dit verscheen na acht jaar noeste arbeid in 1985 bij uitgeverij Brabantia Nostra (ISBN 9789069490083). In 1977, het jaar dat hij begon aan dat boek, ging hij ook als vrijwilliger aan het werk in het Legermuseum.

Het tweede deel werd 'De ransel op de rug. De uitrustingsstukken van de Nederlandse soldaat. Sinds 1813. Deel 1' (248 pagina's, 1994), het derde 'De ransel op de rug. De uitrustingsstukken van de Nederlandse soldaat. Sinds 1813. Deel 2' (2001, 622 pagina's) en het vierde en voorlopig laatste 'Van grijsgroen naar camouflage. De (gevechts-)kleding van de Koninklijke Landmacht 1912-2000' (700 pagina's, 2011).

De delen 'De ransel op de rug' verschenen mede met de steun van de Stichting Diekerhoff Fonds, die is gelieerd aan de Nederlandse vereniging voor militaire historie Mars et Historia.

Een animatie van het vierluik van Martien Talens over uniformen en emblemen van de Koninklijke Landmacht: 'Uniformen en emblemen van de Koninklijke Landmacht vanaf 1912' (1985), 'De ransel op de rug. De uitrustingsstukken van de Nederlandse soldaat. Sinds 1813. Deel 1' (1994), 'De ransel op de rug. De uitrustingsstukken van de Nederlandse soldaat. Sinds 1813. Deel 2' (2001 ) en 'Van grijsgroen naar camouflage. De (gevechts-)kleding van de Koninklijke Landmacht 1912-2000' (2011).

Terug naar Boven

 

TALON DRAAGBAAR


Voluit: Talon II 90C Retractable Handle Litter.

Evacuatiedraagbaar dat in de VS is ontwikkeld, van origine voor de evacuatie van slachtoffers met het M114 General High Mobility Multipurpose Wheeled Vehicle (HMMWV).

Het compacte draagbaar wordt nu gebruikt door U.S. Marines en U.S. Army. Het heeft ergonomisch ontworpen inschuifbare handvaten, zes bevestigingspunten voor infuuspalen en is gefabriceerd van anti-slipmateriaal en rip stop-stof.

Specificaties:

belastbaarheid

545 kg

bodemvrijheid

4 cm

gewicht

6,8 kg

lengte, ingeklapt

50 cm

lengte, uitgeklapt

2 meter 29

NSN

6530-01-504-9051

Nadeel van de Talon II 90C Retractable Handle Litter is dat deze niet geschikt is voor het draagbaarophangsysteem in zowel Chinook als Cougar.

Terug naar Boven

 

TALON UGV


De Talon is een unmanned ground vehicle (UGV) die onder andere zeer geschikt is voor EOD-activiteiten.

De gepantserde, titanium robot op rupsbanden kan onder alle weersomstandigheden, dag en nacht, bij amfibische operaties en in moeilijk toegankelijk terrein navigeren. Met behulp van een joystick uit de bestuurderskoffer wordt de Talon UGV radiografisch bediend: probleemloos trappen op en af, door concertina's en prikkeldraad.

De Talon UGV kan worden uitgerust met zeven camera's met nightvision en zoomlenzen. Met een volle accu gaat de Talon UGV ongeveer een week mee.

Specificaties:

De Talon is zeer geschikt voor EOD-activiteiten.

  

gewicht

45,3 kg

maximumsnelheid

8,3 km per uur (7 snelheden)

stuksprijs

Ä 145.000

Omdat het Man Transportable Robotic System gemakkelijk kan worden ontplooid in gebieden met een verhoogd risico, zijn de Talon UGV's bijvoorbeeld sinds 2002 bij de U.S. Army in Afghanistan in gebruik in operaties tegen Al Qaida en de Taliban.

Op 17 juli 2006 zijn zes Talon-robots verkocht aan de Koninklijke Landmacht: vijf worden onmiddellijk ingezet in Afghanistan voor het onschadelijk maken van Improvised Explosive Devices(die potentieel de meeste slachtoffers maken), ťťn wordt in Nederland gehouden voor opleidingsdoeleinden. Met de eerste Europese order voor producent QinetiQ & Foster Miller was ruim Ä 870.000 gemoeid.

Terug naar Boven

 

TANDEM FIT SURCULUS ARBOR

"Eens wordt de stek een boom." Lijfspreuk van Prins Maurits van Oranje (1567-1625), zoon van Willem van Oranje. Prins Maurits was een vermaard militair, militair opleidingsdeskundige avant la lettre en hervormer. In het jonge Staatse leger vernieuwde hij systematisch het militair onderwijs: hij hechtte aan goede militaire opleidingen, discipline en een geordend optreden op het slagveld veel waarde.

Links het huidige OTCO- en vroegere COKL-embleem. Rechts het borstzakembleem dat bij het 15-jarig bestaan van het COKL, op 1 november 1984, voor de leden van de staf van het COKL werd geïntroduceerd.

Op het embleem, dat is gefiatteerd door de Traditiecommissie KL, staat Pallas Athene afgebeeld: de Griekse godin van de wijsheid en hoedster van de militaire wetenschappen. In volle wapenuitrusting is zij getooid met een Griekse helm en in de hand een lans, met de linkerhand op een korte Griekse zuil.

"Tandem Fit Surculus Arbor" was ook het motto van het Commando Opleidingen Koninklijke Landmacht (COKL). Van 1969 tot 2003 was het COKL verantwoordelijk voor alle militaire opleidingen binnen de landstrijdkrachten. Alle militairen ingedeeld bij de staf of een van de eenheden onder bevel van het COKL droegen als onderdeelsembleem de zgn. 'COKL-boom'.

Na 2003 is het COKL overgegaan in het Opleidings- en Trainingscommando (OTCO), waarbij de COKL-boom voor de instructeurs gehandhaafd bleef.

Terug naar Boven

 

TANGO

Behalve de 20ste letter uit het NATO-spelalfabet, de Engelstalige militaire codenaam voor ‘terrorist’ of ‘vijand'.

Wordt eigenlijk alleen gebruikt door Special Forces en andere manoeuvre-eenheden.

Terug naar Boven

 

TANK

Panzer.
char d'assaut.

Nederlandse benaming tot WO II en bij het KNIL: vechtwagen.

Een tank is een zwaar gepantserd militair gevechtsvoertuig, uitgerust met een zwaar kanon, kaliber 75 ŗ 120 mm, en ťťn of meer coaxiale machinegeweren (tegen niet-gepantserde doelen en infanterie) en soms een boeg- en/of luchtdoelmitrailleur.

In de regel heeft een tank ook de beschikking over rookbuslanceerinrichtingen, opdat terugtrekken onder rook kan plaatsvinden.

jaren '40

Centurion

Brits

Panther

Duits

Sherman

Amerikaans

T-34

Russisch

Tiger

Duits

jaren '50

T-54

Russisch

jaren '60

AMX-30

Frans

Chieftain

Brits

M-60

Amerikaans

T-62

Russisch

jaren '70

T-64

Russisch

T-72

Russisch

jaren '80

Abrams

Amerikaans

AMX-40

Frans

Challenger

Brits

Merkava

IsraŽlisch

T-80

Russisch

jaren '90

Leopard

Duits

Leclerc

Frans

 

GEVECHTSTANK

Kampfpanzer.
main battle tank.
char de combat principal.

De gevechtstank is het zwaarste grondgebonden wapensysteem. In landoperaties heeft de gevechtstank, het zwaarste gevechtsvoertuig, de grootste vuurkracht. In moderne oorlogvoering heeft de gevechtstank de hoofdrol in het manoeuvre-optreden.

In relatie tot escalatiedominantie is de gevechtstank het belangrijkste inzetmiddel van de landstrijdkrachten.

 

Een Amerikaanse M4 Sherman-tank bij het Musťe de la Bataille des Ardennes in La Roche-en-Ardenne, BelgiŽ.

De tank verplaatst zich op stalen rupsbanden (tracks), die op het loopvlak zijn voorzien van gripverbeterende rubberen stootkussens (pads).

Pads en tracks zorgen ervoor dat de tank zijn mobiliteit beter in open terrein dan op de verharde weg kan aanwenden.

De bemanning van de tank bestaat in de regel uit vier militairen: commandant, chauffeur, schutter en lader.

De tank heeft een draaibare geschutskoepel (toren), waarmee de schutter 360° rondom direct vuur kan uitbrengen op gronddoelen, primair tegen vijandelijke tanks en pantservoertuigen. Ook de elevatie (omhoog of -laaggaan) van het kanon wordt door de schutter bediend.

Het tankwapen behoort tot de landstrijdkrachten en maakt daar deel uit van het wapen der cavalerie. Tanks kunnen alleen opereren, maar in de regel doen ze dit in teamverband, ondersteund door en ter ondersteuning van de infanterie.

Leonardo da Vinci ontwierp in 1482 als eerste een gepantserd voertuig, dat als voorloper van de huidige tank wordt beschouwd.

Het was een cirkelvormig gepantserd wielvoertuig dat voortbewoog door, onder pantser, met de hand een soort krukas rond te draaien. Met een bewapening van zesendertig kanonnen kon de vijand in alle richtingen worden beschoten. De kanonnen waren gemonteerd in de koperen onderlaag, de koepel op de houten bovenlaag die kon draaien.


Animatie van vier main battle tanks: Abrams, Leclerc, Leopard en Merkava.

 

LITTLE WILLIE

De ontwikkeling van de eerste, destijds nog erg kleine en krappe tank, door de Britten, dateert van de vooravond van de Eerste Wereldoorlog.

Primair was het hoofddoel van de 'tank' - om de productie geheim te houden, zei de fabriek dat er watertanks werden gemaakt; op deze manier kwam de tank aan zijn naam - om over vijandelijke loopgraven en prikkeldraadversperringen te rijden en de vuursalvo's van machinegeweren aan het Western Front te weerstaan.

Met een gewicht van 18 ton en een bemanning van twee plus vier schutters was Little Willie de eerste tank ter wereld.

Little Willie, gebouwd door Sir William Tritton en Major Walter G. Wilson van William Foster & Co. in Lincoln (Lincolnshire, Engeland), kreeg het Western Front echter nooit te zien.

Gebouwd en getest in het najaar van 1915, werd zijn opvolger Big Willie hťt prototype voor de Mark I.

Negenenveertig Mark I-tanks, in dienst genomen in augustus 1916, namen op 15 september 1916 deel aan de strijd tegen de Duitsers in Flers en Courcelette in het noordwesten van Frankrijk. De gevechten maakten deel uit van de Slag aan de Somme.

Little Willie wordt bewaard in het The Tank Museum (externe link) in Bovington (Dorset, Engeland), het museum van het Royal Tank Regiment en het Royal Armoured Corps.

Toen het belang van de tank als nieuwe wapen was onderkend, ontwierp Frankrijk in 1916 de FT en een jaar later de Schneider, terwijl de Britten hun Mark I perfectioneerden tot en met de Mark V in 1918.

Pas in november 1917 boekte de tank haar eerste succes, in Cambrai, waar bij dageraad driehonderd Britse tanks over een front van tien km de Duitse verdediging vernietigden.

In het interbellum werden de tactische (on)mogelijkheden van de tank geobserveerd. Het was de Duitse generaal Heinz Guderian (1888-1954) die het tankwapen als voortzetting van de vroegere cavalerie gebruikte: enerzijds voor verkenning, aan de andere kant als stoot- of vechtwapen. Dat de tank werd beschouwd als voortzetting van de cavalerie blijkt uit het feit dat de vroegere namen en tradities zijn gehandhaafd. In Nederland wordt het tankwapen gevormd door de Huzaren van Boreel, Huzaren van Prins Alexander en Huzaren van Sytzama.

De constructie van de tank werd in de jaren '30 en '40 gecontinueerd. Er was sprake van een ware tankwedloop, waarbij Frankrijk (Renault R35: 1935, Somua S35: 1938 en Char B I: 1938) en Duitsland (Panzerkampfwagen IV: 1939, Tiger II: 1942 en P2)
Panther: 1943) elkaar aanvankelijk de loef afstaken. Maar ook Groot-BrittanniŽ, de Sovjet-Unie en de Verenigde Staten lieten zich niet onbetuigd: in 1942 begon in deze landen de productie van respectievelijk Churchill Mk IV, T34 en Sherman M4.

Voor beproevings- en demonstratiedoeleinden kochten de Nederlandse landstrijdkrachten aan de vooravond van WO II één exemplaar van de Franse Renault FT-17. Alle overige bestelde lichte en middelzware tanks zouden niet tijdig voor de Duitse inval in Nederland worden geleverd.

De Duitse Tiger II en Panther gelden sinds WO II als de eerste 'moderne' tanks. Bij hun Blitzkrieg gebruikten de Duitsers deze moderne tanks met overweldigend succes.

Langzaamaan ontwikkelden de tank zich door tot een zelfvoorzienend en zwaar bepantserd wapenplatform met grote vuurkracht, een hoge zelfbeschermingsgraad en snelle verplaatsingsmogelijkheden. Bij zowel de Duitsers als de geallieerden ontstonden spoedig tankdivisies. In Europa en Noord-Afrika kwamen ze tegenover elkaar te staan, waarbij vooral de Duitse generaal Erwin Rommel (1891-1944) en de Britse generaal George Patton (1885-1945) gevreesde tankcommandanten bleken.

Voor het grootste deel bepaalt het gewicht van een tank zijn functioneren: lichte tanks worden voornamelijk voor verkenningsdoeleinden gebruikt, middelzware als stootwapen en ter ondersteuning van infanterieaanvallen en zware als 'rijdende fortificatie'. Afhankelijk van de tactische opvattingen wordt het accent meer gelegd op mobiliteit of op bewapening en bescherming.

Door steeds betere bepantsering en bewapening werden tanks tijdens de Koude Oorlog de belangrijkste wapensystemen voor het voeren van een oorlog te land. De huidige gevechtstank verwerd tot een volwaardig, grotendeels gedigitaliseerd wapenplatform, waarin een goed samenspel van chauffeur, schutter en commandant bepalend is voor optimale prestaties op het gevechtsveld.

Hoewel sinds WO II de grote tankslagen, zoals operatie BARBAROSSA, tot het verleden behoren, hebben beide Golfoorlogen (1990-'91 en 2003) overtuigend aangetoond dat moderne krijgsmachten met zware gevechtstanks toegerust moeten blijven.

Voorbeelden van meest moderne main battle tanks (MBT's) zijn de Amerikaanse M1A2 Abrams, Britse FV4030/4 Challenger 1, Duitse Leopard 2A6, Franse AMX-56 Leclerc, IsraŽlische Magach 7 en Merkava Mk4, Italiaanse Ariete 2 en Russische T-90.

Ondanks een gewicht van meer dan vijftig ton kan de moderne MBT wegsnelheden bereiken van 50 ŗ 70 km per uur; het kanon is gestandaardiseerd tot het kaliber 120 mm.

Op 9 mei 2015 introduceerden Rusland de T-14 Armata. Deze hightech tank moet een belangrijk onderdeel worden van het gemoderniseerde Russische leger dat president Vladimir Poetin en zijn generaals opbouwen:

In de jaren '90 van de 20ste eeuw ontwierp het Britse Vickers Defence Systems Ltd. deze futuristisch ogende main battle tank.

Zie ook: escalatiedominantie, gevechtsvoertuig, Grootste parade ooit op Victory Day in Moskou (9 mei 2015), Leopard 2A6 en main battle tank.

Terug naar Boven

 

TANKJAGER

Duits: Jagdpanzer. Engels: tank destroyer; tank hunter. Frans: chasseur de chars. Pantservoertuig met als hoofdtaak het uitschakelen, of tenminste bestrijden, van vijandelijke tanks. Tankjagers kunnen zowel pantserrupsvoertuigen bij gemechaniseerde als pantserwielvoertuigen bij gemotoriseerde eenheden zijn.

De tankjager kwam vanaf 1942 op bij de krijgsmachten die deelnamen aan de Tweede Wereldoorlog door het modificeren van (verouderde) tanks met een groter, krachtiger kanon. In WO II kende de tankjager meteen ook zijn hoogtepunt in de verschillende tankslagen.

Een alom bejubelde tankjager in WO II was de Duitse Panzerjager V Jagdpanther ("Jachtpanter"), geconstrueerd op het chassis van de Panther en geproduceerd tussen 1943 en '45.

Het artikel 'Tanks Can Be Destroyed' in het Amerikaanse maandblad Popular Science van december 1941 voerde de Ford 4x4 T8 Gun Motor Carriage op. De tekening is van Stewart Rouse.

Van deze 'Swamp Buggy', voorzien van een 37 mm antitankwapen, werden slechts enkele tientallen exemplaren vervaardigd.

De Ford 4x4 T8 was geen echte tankjager: in 1942 begonnen de Verenigde Staten met de productie van de M10 Wolverine, gebaseerd op het chassis van de M4 Sherman-tank.

De Amerikaanse M10 Wolverine: de eerste tankjager van de Verenigde Staten.

Gericht op het tankvermogen van de vijand, combineerde de tankjager hoge operationele mobiliteit, tactische vrijheid van handelen en grote vuurkracht. Na de Tweede Wereldoorlog raakte de tankjager ondergewaardeerd door de intrede van de main battle tank, die meerdere rollen kon vervullen, en de ontwikkelingen op het gevechtsveld.

Ook in het Musée des Blindés in Saumur, Frankrijk, bevindt zich de alom bejubelde Panzerjager V Jagdpanther van de toenmalige Wehrmacht in de Tweede Wereldoorlog. Het museum heeft de grootste collectie pantservoertuigen ter wereld.

Zie ook: main battle tank.

Terug naar Boven

 

TAPTOE

Duits: Zapfenstreich. Engels: tattoo. Frans: dťfilť de fanfares militaires.



Overzichtsfoto's van de Nationale Taptoe, zoals die van 1975 tot en met 2004 in Breda werd gehouden.

Tegenwoordig is de taptoe een choreografisch verfijnd muziekspektakel. In de 20ste eeuw is de taptoe uitgegroeid tot haar huidige vorm, waarbij civiele en militaire fanfare-, muziek- en tamboerkorpsen alleen of gezamenlijk optreden.

De Nationale Taptoe – in 2005 voor de 51ste maal gehouden (van 1954 tot 1974 in Delft, daarna tot en met 2004 in Breda, en in 2005 voor het eerst in ’s Hertogenbosch) - meet zich met de buitenlandse taptoes in bijvoorbeeld het Schotse Edinburgh en het Canadese Halifax. Omdat de Nationale Taptoe de enige internationale show van orkesten van de Nederlandse krijgsmacht is, is het voor het Ministerie van Defensie een uitgelezen gelegenheid de krijgsmacht aan een breder publiek te presenteren.

De Nederlandse militaire muziek bestaat sinds 1 januari 2005, toen de bestaande orkesten binnen de Koninklijke Landmacht zijn gereorganiseerd, uit het Fanfarekorps Koninklijke Landmacht 'Bereden Wapens', de Koninklijke Militaire Kapel ‘Johan Willem Friso’ en de Regimentsfanfare Garde Grenadiers & Jagers. Daarnaast kent de KL nog het Cadetten Tamboer Korps 'Prins Bernard' op de Koninklijke Militaire Academie en het Drumfanfare Korps Nationale Reserve.

Zie ook: signaal taptoe (taptoe, signaal).

Terug naar Boven

 

TAPTOE, SIGNAAL

Zapfenstreich ("den Zapfenstreich schlagen").
tattoo ("beat the tattoo").
retraite ("battre la retraite").

Synoniem: tappenslag.

Oorspronkelijk, vanaf de tijd van Prins Maurits, een waarschuwingscommando dat 's avonds werd geblazen, of op een trom(mel) geslagen, om de militair eraan te herinneren terug te keren naar zijn bivak, garnizoen, kantonnementen, kwartier e.d.

Het signaal waarschuwde de militair in vroeger tijden dat het tijd was zich naar zijn nachtverblijf te begeven. Aan boord van oorlogsschepen betekende het signaal taptoe dat de dagwerkzaamheden werden beŽindigd en het marinepersoneel naar de kooi (slaapplaats) ging. Rond 1700 werd de taptoe, niet alleen op oorlogsschepen of op de rede, ook wel door een kanonschot aangekondigd.


De oorspronkelijke taptoe werd op een bepaald tijdstip 's avonds gespeeld door tamboers, pijpers of hoornblazers op de bugel, hoorn of trompet.

De herkomst van 'taptoe' is een voormalig gebruik van de politie om op een bepaalde tijd de herbergen langs te gaan om zorg te dragen voor het sluiten van de tap (of kraan) van de vaten ("Doe de tap toe") en het stoppen van de verkoop van wijn, bier en sterke drank aan de militairen.

Hetzelfde gold voor de marketentster, die na het signaal taptoe niet meer mocht uitschenken.

In de 19e eeuw was het gangbaar dat de tamboer het signaal taptoe (een half uur vůůr) tien (zomer) of negen (winter) uur 's avonds sloeg of blies. Hierna keerden de troepen terug naar de kazerne om de verplichte nachtrust aan te vangen; zo luidde het signaal taptoe tevens het einde van het passagieren in.

Tussen signaal taptoe en het weksignaal reveille mochten de troepen zich, zonder toestemming, niet buiten de kazerne of, in een bivak, niet buiten hun toegewezen gebied, bevinden.

Als de troepen niet uit zichzelf terugkeerden, gingen de officieren de herbergen langs om daar nogmaals het bevel te geven dat de tap toe moest. Alle soldaten die na het signaal taptoe in de herberg of op straat werden aangetroffen, werden in arrest bij de wacht geplaatst.

In de 18e eeuw kreeg het taptoesignaal steeds vaker als functie om geronselde militairen, veelal huurlingen, te enthousiasmeren naar het slagveld te gaan. Na het overleven of winnen van de veldslag zorgde de militaire muziek voor de verheerlijking van natie, volk, eenheid en/of veldheer.


Tijdens de Nationale Dodenherdenking op de Dam in Amsterdam op 4 mei 2013 blies trompettist John Bessems van de Koninklijke Luchtmacht, voorafgaand aan de twee minuten stilte, het signaal taptoe.

  

◄ Trompettist John Bessems legt in de Volkskrant (30 april 2016) uit hoe het blazen van de taptoe bij de Nationale Herdenking op 4 mei op de Dam statigheid behoudt: "Er is vaak verwarring met de Last Post. Die wordt alleen maar gespeeld bij internationale gelegenheden. Het signaal taptoe klinkt bij Nederlands herdenkingen."

Bessems blies de taptoe onder andere in 2010, toen de Damschreeuwer zijn kreet slaakte, en in 2013, bij het eerste officiŽle optreden van Koning Willem-Alexander en Koningin MŠxima.

Het signaal taptoe, dat sinds WO II een sterke traditie van ceremoniŽle waardigheid en officiŽle status heeft gekregen, wordt tegenwoordig gespeeld tijdens officiŽle Nederlandse (doden)herdenkingen en begrafenissen met militair eerbetoon.

Tijdens de Nationale Dodenherdenking, jaarlijks op 4 mei op de Dam in Amsterdam, luidt het signaal taptoe de twee minuten stilte in.

Het signaal wordt overigens ook ten gehore gebracht bij andere militair-ceremoniŽle gelegenheden en aan het einde van optredens van showbands (taptoes).

Daarentegen wordt het van origine Britse signaal Last Post uitsluitend bij internationale (geallieerde) gelegenheden ten gehore gebracht. De geallieerden hebben de Last Post bij de bevrijding in Nederland geÔmporteerd. Ook Nederlanders die tijdens WO II hun militaire opleiding in Groot-BrittanniŽ genoten dan wel in No. 2 Dutch Troop of de Prinses Irene Brigade hebben gevochten, raakten vertrouwd met de Last Post.

Zie ook: dodenherdenking, Last Post, marketentster, passagieren en reveille.

Terug naar Boven

 

TARGET

Ziel.
but.

Nederlands: doel.

Een geselecteerd geografisch gebied, object, capability, persoon of organisatie (inclusief hun wil, begrip van de omgeving en gedrag) dat/die kan/kunnen worden beÔnvloed als onderdeel van de militaire bijdrage aan een door de politiek gedefinieerde eindsituatie.

Bron: Allied Joint Publication 3.9 (Joint Targeting).

Zie ook: Boek over targeting aangeboden aan C-LAS (8 december 2015), lonend doel, militair doel (oorlogsrecht) en target acquisition.

Terug naar Boven

 

TARGET ACQUISITION

Detectie, herkenning, identificatie en gedetailleerde plaatsbepaling van een aangewezen doel, door (voorwaartse) waarnemers, sensoren en/of andere elektronische/optronische hulpmiddelen, om effectief wapens of andere beÔnvloedingsactiviteiten te kunnen inzetten of ondersteunen.

Target acquisition bestaat uit:

Detection

Recognition

Identification

Location

Opsporing

Herkenning

Identificatie

Plaatsbepaling

“Daar in de verte rijdt iets”

“Het is een tank”

“Het gaat om een Leopard 2A6 Main Battle Tank

“Het coŲrdinaat waarop de tank zich bevindt is 31 Uniform Foxtrot Uniform 79052820”

De te gebruiken wapens zijn in de regel indirecte vuursteunmiddelen voor de lange afstand, de beÔnvloedingsactiviteit is met name een informatieoperatie.

Binnen de Koninklijke Landmacht onder andere uitgevoerd door 103 ISTAR-bataljon (Intelligence, Surveillance, Target Acquisition and Reconnaissance) dat inlichtingen verzamelt, analyseert en verspreidt.

Terug naar Boven

 

TARGET AREA OF INTEREST

Nederlands: tactisch essentieel gebied. Punten en gebieden in het terrein waar de vijand geen andere keuze heeft dan daar langs te verplaatsen. Omdat op deze locaties de vijand het gemakkelijkst zal kunnen worden aangegrepen, zijn hier in de regel de High Value Targets voorzien.

TAI zullen vaak bestaan uit bruggen, doorschrijdingsplaatsen, open vlakten, verplichte doorgangen e.d. Het effect van de door eigen troepen ingezette aanvalsmiddelen zal zeer hoog zijn.

Terug naar Boven

 

TARGETING GUIDELINES

Letterlijk: richtlijnen voor doelen.

Nederlandse richtlijnen voor doelselectie die van toepassing zijn indien een geweldsinstructie het gebruik van geweld toestaat en het toepassen van geweld plaatsvindt door de Nederlandse militairen. De targeting guidelines, vastgesteld door de Commandant der Strijdkrachten, zijn gebaseerd op het humanitair oorlogsrecht én de Conventies van GenŤve en worden gepresenteerd als aanvullende richtlijn.

De nationale richtlijnen voor doelselectie geven in specifieke gevallen aanvullende kaders om zowel de legitimiteit van het doel als de wijze van bestrijding van het doel te bepalen. De beslissing om wapens in te zetten ligt in laatste instantie bij de individuele militair, die moet beoordelen of het doel het juiste is ťn of het doel voldoet aan de voorwaarden van de targeting guidelines.

Zie ook: geweldsinstructie, red card holder en rules of engagement (ROE).

Terug naar Boven

 

TASK FORCE

 

Terug naar Boven

 

TASK FORCE 55

Afgekort: TF 55. Nederlandse eenheid van Ī 70 militairen die bestond uit leden van het Korps Commandotroepen (KCT) en speciale eenheden van het Korps Mariniers (Maritime Special Operations, MSO of MarSOF). De eenheid was gevestigd op Kamp Holland in Tarin Kowt maar maakte geen deel uit van de Task Force Uruzgan (TFU).

Na de Task Force Viper (2006-2007) en een jaar afwezigheid van Special Forces in Uruzgan, opereerde Task Force 55 van maart 2009 tot september 2010. TF 55 ging in Uruzgan en de omliggende provincies in het zuiden van Afghanistan in gevarieerde samenstelling en in de regel in kleine groepen te werk.

Omdat de TF 55 niet over eigen enablers beschikte, voorzag de TFU en/of het Regional Command South de eenheid per operatie van ondersteunende elementen. Hieronder vielen de EOD, EOV, genie, helikopters en vuursteun (mortieren).

De speciale eenheden van Task Force 55 vielen onder het bevel van de commandant van de Special Operations Forces (SOF, speciale eenheden) van de International Security Assistance Force (ISAF) in Kabul. COMISAFSOF viel direct onder de commandant van ISAF, COMISAF.

Hoewel de opdrachten van TF 55 uit Kabul kwamen en de militairen in principe overal in Afghanistan inzetbaar waren, leerde de praktijk dat ze vooral in en rond Uruzgan opereerde en dat de operaties vaak een directe link met het optreden van de TFU hadden. Naast het uitvoeren van verkenningen en verzamelen van inlichtingen, waren ze In Uruzgan vooral actief om opstandelingen op te sporen, hun operaties te ontwrichten en aanslagen te voorkomen. Juist aan de rand van of buiten de invloedsgebieden van de TFU (inktvlek) - de oorden Chora, Deh Rawod en Tarin Kowt - bereidde de Taliban aanslagen voor.

Verder bestond de taak van TF 55 uit het opleiden, mentoren en trainen van een Afghaanse partnereenheid. Operaties van TF 55 zijn samen met de Afghaanse partnereenheid uitgevoerd, altijd na expliciete toestemming van de CDS.

Alle opdrachten van TF 55 werden goedgekeurd door 'Den Haag'. Allereerst diende de Commandant der Strijdkrachten (CDS) elke operatie goed te keuren. Hiertoe had hij in de Directie Operaties (DOPS) van de Defensiestaf (DS), zijn staf, de beschikking over de Afdeling Joint Speciale Operaties (JSO) - tegenwoordig: J(oint) Speciale Operaties.

Na al dan niet positief advies door de Afdeling JSO maar in elk geval geaccordeerd door de CDS, werd de Minister van Defensie geÔnformeerd, die op zijn beurt instemde met de operatie van TF 55. Om te controleren of de operaties van TF 55 binnen het Nederlandse mandaat bleven, was binnen COMISAFSOF een Nederlandse red card holder geplaatst, die met de Afdeling JSO communiceerde.

TF 55 was vergelijkbaar met de Australische Task Force 66 (TF 66): een 300 militairen sterke Special Operations Task Group in Afghanistan, samengesteld uit leden van het Special Air Service Regiment en 1st en 2nd Commando Regiment. De TF 66 was de eerste Australische eenheid die na de Tweede Wereldoorlog in een oorlogsgebied werd ontplooid.

Patch van de Australische Task Force 66. Hun motto: 'Strike swiftly' ("Snel aanvallen").

De Special Operations Task Groups (SOTG's) in ISAF, van compagnies- of bataljonsgrootte, werden aangeduid als Task Forces. De TF's hadden groot succes in de strijd tegen de Taliban. Grote aantallen slachtoffers werden toegebracht en vele insurgents gevangengenomen.

Voorbeelden:

TF 10

Amerikaans

Regional Command Capital (Kabul)

TF 444

Brits

Provincie Helmand

TF 45

Italiaans

Regional Command West (Herat)

TF 47

Duits

Regional Command North (Mazar-e Sharif)

TF 49 en TF 50

Pools

Regional Command East (Bagram) en Regional Command South (Kandahar)

TF 55

Nederlands

Provincie Uruzgan en omliggende provincies

TF 66

Australisch

Provincies Helmand, Uruzgan, Zabul en omliggende provincies

Op 6 september 2009 kwam korporaal Kevin van de Rijdt van het Korps Commandotroepen in Uruzgan om het leven. Van de Rijdt maakte deel uit van TF 55.

Op pad met Task Force 55 van het Korps Commandotroepen tijdens een missie in Afghanistan.
Bron: Dumpert (externe link).

Zie ook: Task Force Viper.

Terug naar Boven

 

TASK FORCE VIPER

Letterlijk: Taakgroep Adder.

Terug naar Boven

 

TEAM

Bij tank- en pantserinfanterie-eenheden een onder eenhoofdig bevel voor een bepaalde opdracht geformeerde ad hoc eenheid van onder andere tanks en pantserinfanterie. De grootte kan variŽren van een peloton tot een versterkte compagnie/eskadron.

De organieke samenstelling van een team bestaat uit minimaal ťťn van de volgende elementen:

►tankpeloton

(tkpel)

►pantserinfanteriepeloton

(painfpel)

►pantserrupsantitankpeloton(pratpel)

 

 

Voorbeeld: het A-team van 42 Pantserinfanteriebataljon Limburgse Jagers bestaat achtereenvolgens twee tankpelotons, drie pantserinfanteriepelotons en drie PRAT-pelotons.

Het stafdienstteken van een dergelijke niet-organieke, voor deze bepaalde opdracht geformeerde eenheid staat links.

Zie ook: gemechaniseerd bataljon.

Terug naar Boven

 

TEEK

De teek is een parasiet die behoort tot de spinachtigen (Arachnida) en op de buitenkant van de mens kan leven.

Hoewel de afmeting van het dier slechts 1 ŗ 6 mm bedraagt, is de bedreiging voor de gezondheid van de militair even groot als bijvoorbeeld die van de vlieg.

De bloedzuigende parasiet benadert zijn gastheer, de militair op oefening of uitzending, gedreven door honger.

De bloedzuigende teek is het vrouwtje dat bloed nodig heeft om eitjes te kunnen leggen. Mannelijke teken nemen geen bloed op. De vrouwelijke teek zuigt zich met een paar snijorganen (cheliceren) vast alvorens zich met een star orgaan met weerhaken (hypostoom) vast te hechten aan de huid. Als de cheliceren de huid hebben geopend, wordt het hypostoom in de wond gestoken en begint de teek zich te voeden.

Teek.

Het is belangrijk kennis te nemen van de teek om het aantal Diseases and Non-Battle Injuries (DNBI) in het kader van hygiŽne en preventieve gezondheidszorg (HPG) te kunnen terugdringen.

Met name twee soorten, met een bacterie besmette teken, Ixodes ricinus (schapenteek) in Europa en Ixodes dammini (hertenteek) in de VS, zijn verantwoordelijk voor de meeste tekenbeten. De teken zuigen het bloed op bij de ene mens en deponeren het opgezogen bloed - samen met maaginhoud, speeksel en de bacterie Borrelia burgdorferi - bij een andere mens.

Teken komen vooral voor in loofboomgebieden, in lage begroeiing (brandnetels, heide, lang gras, rijshout en struiken tot Ī 1Ĺ meter hoogte), in zandige gebieden, gebieden waar knaagdieren voorkomen (dragers van de teek). Als actieve periode van de teek geldt februari-november. Ook huisdieren kunnen teken bij zich dragen.

Het meest voorkomende uiterlijke kenmerk van een tekenbeet - bij 20 tot 4% van de mensen – is Erythema Chronicum Migrans (ECM): een rode papel (duidelijke weefselvermeerdering, op de huid van benen en romp, in de regel Ī 7 dagen na de tekenbeet. De rode plek direct na de tekenbeet is slechts een algemene overgevoeligheidsreactie door het binnendringen van ontstekingselementen. Hoewel elk lichaamsdeel bij de teek in trek is, heeft de parasiet een voorkeur voor warme, vochtige plaatsen, zoals arm- en knieholten, genitaliŽn, liezen en oksels.

De eerste verschijnselen zijn algehele malaise, moeheid, griepachtige verschijnselen en lokale en allergische reacties, zoals bloedverlies en jeuk. Daarnaast komen, soms pas na weken of maanden, neurologische (hersenvliesontsteking, facialisverlamming), reumatologische (gewrichten) en cardiale problemen voor, met name bij de ziekte van Lyme (borreliose).

Hoewel het aantal ziektegevallen laag is (43 op 100.000 in 1994), niet alle teken bacterieel besmet zijn (in Nederland Ī 15%) en de ziekte van Lyme goed te behandelen is met antibiotica, blijft preventie belangrijk:

      • Breng de insectenwerende chemische stof DEET (di-ethyl-toluamide) aan op de onbeschermde huid
      • Draag (hoge) laarzen of draag de broekspijpen in de sokken
      • Draag kleding met lange mouwen en lange broekspijpen
      • Impregneer de kleding met permetrine
      • Inspecteer de huid na verblijf in een tekenpotentieel gebied uitgebreid
      • Vermijd, indien mogelijk, het met onbedekte huid betreden van loofbosrijke gebieden tussen februari en november
      • Verwijder een teek binnen 24 uur

Het verwijderen van teken vindt plaats door de teek met pincet of tekentang licht draaiend, tegelijkertijd los en omhoog te trekken. Behandel de wond met een desinfectans (alcohol, chloorhexidine, jodium).

Terug naar Boven

 

TEKENS

Basistekens


Eenheid

Commandopost (CP), hoofdkwartier (HQ) of staf

Observatiepost of waarnemingspost (WLP)

Verzorgingsinrichting (logistiek of administratief)

Aanvullingen op het basisteken. Voor overige bijzonderheden: Allied Procedural Publication 6A (APP-6A) 'NATO Military Symbols for Land Based Systems':

IN basisteken

Teken voor wapen,
dienstvak
of functie

BOVEN grootteteken

Dummy (nep)
of feint (schijn)

Nationale,
niet-NAVO eenheid

Niet-organieke
gevechtsformatie

BOVEN basisteken

Grootteteken

Installatie

   

LINKS van basisteken

►Samenstelling eenheid (bij generiek team: tkpel/painfpel/pratpel)
►Aanduiding eenheid

RECHTS van basisteken

+ indien eenheid wezenlijk is versterkt
- indien wezenlijk deel aan de eenheid is onttrokken
►Staftechnische opmerking, zoals NTM (Notice To Move), P(repared), U(nknown), MAIN, REAR of QRF
►Hogere eenheid

Kleuren

BLAUW

Eigen en geallieerd (*1) Ook genaamd: BLUE Forces (BLEUFOR).

ROOD

Vijandelijk (*2). Ook genaamd: RED Forces (REDFOR) of Opposing Forces (OPFOR).

GEEL

Onbekend (*3).

GROEN

Neutraal (*4)

  

*1

Wanneer slechts ťťn kleur wordt gebruikt, worden voor de vijandelijke basistekens en symbolen dubbele lijnen gebruikt.

*2

In Rusland geldt juist het omgekeerde: rood voor eigen troepen, blauw voor vijandelijke.

*3

Alternatief: CBRN-besmette gebieden (eigen en vijandelijke).

*4

Alternatief: Man-made obstacles (vernielingen, mijnenvelden en hindernissen, eigen en vijandelijke).

Frames


RECHTHOEK

RUIT

Eigen of geallieerd

Vijandelijk

VIERKANT

VIERPAS

Neutraal

Onbekend

Lijnen

Volle lijn

Geeft huidige of werkelijke plaats, doel of operatie aan.

Gestippelde (gebroken) lijn

Geeft toekomstige plaats, doel of operatie aan.

Locaties


Van een eenheid, OP/WP of verzorgingsinrichting.

Vanuit de middenonderzijde van het basisteken wordt een vertikale lijn aangebracht, die naar de juiste locatie (minimaal een 6-cijfer-coŲrdinaat) leidt (evt. verlengd of gebroken).

Van een CP, HQ of staf.

Vanuit de onderzijde van de stok van het basisteken 'vlag' wordt een lijn naar de juiste locatie (minimaal een 6-cijfer-coŲrdinaat) geleid (evt. verlengd of gebroken).

Terug naar Boven

 

TEMPERING

Afgekort: tpg. Engels: fuze-setting. Frans: rťgler l’évent. Letterlijk: "op tijd stellen". Uitgesproken als “tèmpírring”.

Het gereedmaken (confectioneren) en instellen van de tijdbuis op een artilleriegranaat, rekening houdend met de gewenste vluchttijd en springhoogte van de granaat boven het maaiveld en allerhande meteorologische gegevens. De ontstekingsbuis van een granaat bevindt zich in de regel in de kop.

Zo kan een brisantgranaat vertraagd worden gesteld om bijvoorbeeld eerst een muur of dak te penetreren en dan pas te detoneren.

Zo'n vertraging is dan slechts 0,001 seconde of minder. Versneld ontsteken betekende een detonatie boven de grond of boven het doel ten behoeve van een brede werking van de scherven en/of kartets. Later werd de methode ook gebruikt voor kernwapens en subprojectielen, zoals bij de Improved Conventional Munition (ICM).

Onderscheiden worden nabijheids-, tijd- en schokbuizen. Schokbuizen detoneren op het doel, nabijheidsbuizen zodra een hard voorwerp door de (radar)buis wordt waargenomen en tijdbuizen boven het doel na het ingestelde tijdsverloop.

Het "op tijd stellen" vindt plaats met behulp van een tempeermachine of -toestel (automatisch) of een tempeersleutel (handmatig).

Bij een tempeersleutel wordt op een schaalverdeling de juiste waarde ingesteld, vervolgens wordt de sleutel op de (ontstekings)buis van de artilleriegranaat gezet en tenslotte wordt de instelring van de tijdbuis door middel van de tempeersleutel door draaiing naar de juiste waarde verschoven. Bij een enkele granaat kan het temperen ook zonder tempeersleutel handmatig worden gedaan, maar met meer kans op fouten.

Pas wanneer de granaat bij het afvuren de schietbuis (loop) verlaat, is de tijdbuis scherpgesteld. Doordat de ‘trekken en velden’ in de schietbuis zorgen voor het snel roteren van de granaat, breekt in de buis de veiligheidsvergrendeling.

Na het detoneren van de ontstekingslading van de granaat detoneert de hoofdlading TNT of compound B. Er kan derhalve een vertraagde cq. versnelde schokontsteker worden aangebracht zodat niet direct bij impact (inslag) wordt ontstoken, maar vlak na impact. De hoofdlading zorgt voor versplintering van de stalen projectielmantel en verspreiding van de granaatscherven (shrapnel) en eventueel extra schrootvulling (bij brisantgranaat wordt die vulling brisantkartets genoemd). De schokbuis kan ook worden gecombineerd met een tijdontsteker: de tijdschokbuis.

Er zijn ook projectielen met een 'holle' antitanklading.

Zie ook: nabijheidsbuis, schokbuis en tijdbuis.

Terug naar Boven

 

TEMPO

Ook: operationeel tempo (OpTempo). Van het Latijn "tempus" (tijd). Het controleren of veranderen van de snelheid van de inzet van eigen middelen om reële of potentiële bedreigingen het hoofd te bieden. Dit vindt altijd plaats in relatie tot de snelheid van de opponent en gedurende alle aspecten van een militaire operatie.

Het operationeel tempo geldt niet alleen de uitvoering van de operatie zelf, maar alle activiteiten die een eenheid uitvoert en in meer of mindere mate randvoorwaardelijk zijn: bevoorrading, informatievoorziening, logistiek, onderhoud, planning, recuperatie, vooroefenen van skills en drills.

Tempo is de uitkomst van:

►flexibiliteit (veranderde doelstellingen en/of omstandigheden vragen om een andere wijze van optreden en een naar tijd en plaats verschillend tempo)

►fysieke snelheid (snel handelen)

►logistieke omloopsnelheid (mogelijkheden aanpassen aan het tempo van de manoeuvre om voortzettingsvermogen te garanderen)

►mentale snelheid door goede opleiding en training (O&T), omgevingsbewustzijn (situational awareness) en toepassen van intuïtie

►nauwkeurige, snelle besluitvorming

►ononderbroken, snelle commandovoering

In manoeuvre-oorlogvoering is een hoger tempo dan dat van de vijand een essentiŽle voorwaarde om het initiatief en de bewegingsvrijheid te verkrijgen dan wel te behouden. Een sleutel voor het handhaven van een hoog operationeel tempo is timing (tijdigheid: de keuze van het juiste moment).

Als (de timing van) het tempo goed is gekozen, reageert de vijand hierop A) met een verkeerde tegenactie, B) niet en blijft de eigen actie zonder resultaat, C) ontijdig (te vroeg of te laat) of D) op een foutieve locatie.

Een hoog tempo wordt onder andere gerealiseerd door op een laag, gedecentraliseerd bevelsniveau in de organisatie beslissingen te laten nemen in de lijn van de commandant, zoals bij opdrachtgerichte commandovoering. Omdat in militaire operaties het operationeel tempo een kwetsbaar punt is, is het noodzakelijk dat wordt geanticipeerd op elke vijandelijke actie en blijft een hoog reactievermogen vereist. Hierdoor blijft het initiatief gehandhaafd, wat kan leiden tot verrassing.

Terug naar Boven

 

TENTKACHEL GHS F-65

NSN 4520-17-052-9803. In militair jargon: verwarmer, ruimte (kachel). Deze kachel gebruikt volgens de fabrikant alleen diesel (F-65) als brandstof, maar in de praktijk blijken kerosine en petroleum eveneens mogelijk.

De tentkachel GHS (General Heating System) F-65 stroomde in 1983 bij de KL in ter vervanging van de oude tentkachel Fornax M-53. Het is de standaardkachel die wordt gebruikt voor het verwarmen van boog- en kruistenten en geÔmproviseerde ruimten te velde.

Opstelling van de tentkachel GHS in een boogtent.

Met de aanschaf van 3.100 tentkachels GHS F-65, inclusief de reservedelen, was een bedrag van Ī vijf miljoen gulden (ruim Ä 2 miljoen) gemoeid.

Terug naar Boven

 

TENUEN

Van links naar rechts het desert-, jungle- en koudweertenue.

Zie ook:camouflage.

Terug naar Boven

 

TEODOR

 

Terug naar Boven

 

TER BEEK-VERLOF

Verlofvoorziening voor militairen die inhoudt dat aansluitend op de definitieve terugkeer van een vredes- of humanitaire operatie van minimaal zes maanden de militair 10 werkdagen vrij van dienst krijgt.

Bij een uitzending met een duur korter dan 6 maanden wordt het aantal verlofdagen naar verhouding aangepast. Hoewel het Ter Beek-verlof aansluitend op de uitzending dient te worden genoten, kunnen er tussen de definitieve terugkeer en het toekennen van de verlofdagen een aantal dagen zitten in verband met administratieve, logistieke en medische afwikkelingen. Het Ter Beek-verlof staat los van het recuperatieverlof.

Het Ter Beek-verlof is genoemd naar de toenmalige Minister van Defensie Relus ter Beek (1989-1994) in het kabinet-Lubbers III.

Zie ook: inschepingsverlof en ontschepingsverlof.

Terug naar Boven

 

TERREIN

Kennis van het terrein waarin wordt opgetreden is essentieel voor militairen. Zonder verdere inlichtingen over het terrein is de militair beperkt tot het gebruik van bestaande en bekende wegen, wat ten koste gaat van de voorspelbaarheid (verrassing) van een militaire actie.

Het is van belang kennis te hebben van het terrein waarin moet worden opgetreden en waarover moet worden verplaatst, juist ook zonder gebruikmaking van bestaande en/of bekende wegen.

Zie ook: Cross Country Mobility (CCM).

Terug naar Boven

 

TERREINMEETDIENST

Afgekort: TMD. Evenals de meteorologie een subeenheid van de artillerie. De TMD bepaalt door meetwerkzaamheden het precieze nulpunt (coördinaat) van een stuk of batterij in een stelling én de juiste richting waarin de stukken staan. De positie van de TMD zelf is dan ook het belangrijkst. Op deze manier worden nieuw in te nemen stellingen uitgezet én voorbereid met behulp van geavanceerde plaats- en richtingbepalende apparatuur.

Zonder deze apparatuur duurt de plaatsbepaling door de TMD lang; vuursteun dient echter meestal snel te worden verleend – zowel voor de bestrijdings- als doelopsporingsmiddelen – en vergt derhalve tijdsdruk.

De KL is ook in staat zelf punten te creŽren: Beschrijvings Kaart Artillerie Punten (BEKAP's). Dit zijn vaak witte piketten die net onder het maaiveld liggen). Nadeel is dat zelf gecreŽerde punten up-to-date moeten worden gehouden.

Terug naar Boven

 

TERREINORIňNTATIE

Zichzelf inzicht verschaffen in de inrichting, situaties en vorm van het terrein door kaartstudie en/of door directe en systematische waarneming van het terrein met behulp van Global Positioning System, kaart, kompas, schets of anderszins elektronische, optische, communicatie- en/of andere middelen en/of methoden.

TerreinoriŽntatie is onmisbaar voor een presentatie te velde (bijvoorbeeld met behulp van een maquette), zoals vóór aanvang van de uitgifte van een bevel of voorafgaand aan een verplaatsing.

Directe en systematische terreinoriëntatie behoort tot het terrein van genisten en infanteristen.

Belangrijk zijn:

onbestreken ruimte, zoals dode hoeken

► (ongewone) geluiden

► aan- of afwezigheid van vijand, met inbegrip van activiteiten, dispositie, gevechtskracht en samenstelling

► door eigen troepen en door vijand beheersende terreindelen

hindernissen

► markante terreinkenmerken

► richting

Zie ook: smoel op het terrein.

Terug naar Boven

 

TERRORISME

De gezamenlijke Ministers van Justitie van de Europese Unie keurden op 6 december 2001 de volgende definitie van terrorisme goed:

"Alle acties die de bevolking op een serieuze manier bedreigen, die regeringen dwingen om bepaald beleid uit te voeren of daar juist vanaf te zien, of de politieke, sociale en economische orde verstoren of vernietigen."

Terroristische daden ontwrichten het maatschappelijk, politieke en/of religieuze leven met als doelen de politieke stabiliteit te ondergraven - en zo de gewenste politieke veranderingen af te dwingen - ťn zoveel mogelijk slachtoffers te maken.

Op 11 september 2001 vond de, tot op heden, grootste terroristische aanslag aller tijden plaats: handlangers van Al Qaida kaapten in de Verenigde Staten verkeersvliegtuigen en vlogen in de Twin Towers in New York en het Pentagon in Washington DC. Hierbij vielen bijna 3.000 doden. Na deze datum riep de Amerikaanse president George W. Bush de 'War against Terrorism' uit, die onder andere resulteerde in interventies in Afghanistan en de Tweede Golfoorlog (2003) in Irak.

Op 27 september 2001 vonden in Nederland grootschalige antiterroristische maatregelen plaats, nadat het kabinet ter ore was gekomen dat terroristische acties mogelijk op Nederlands grondgebied uitgevoerd zouden worden. Verkeersknooppunten en -tunnels e.d. werden zwaar beveiligd door speciale eenheden van de krijgsmacht en de politie.

Terrorismepreventie en -bestrijding in Nederland is onder andere een taak van de krijgsmacht, bijvoorbeeld in het kader van inlichtingenverzameling (Militaire Inlichtingen en Veiligheids Dienst, ISTAR e.a.) en met het optreden van speciale eenheden als de BBE's (Bijzondere Bijstands Eenheden) van het Korps Mariniers, de krijgsmacht en de politie, de BBE-SIE (Snelle Interventie Eenheid) van de DSI (Dienst Speciale Interventies) en de Brigade Speciale Beveiligingsopdrachten (BSB) van de Koninklijke Marechaussee.

NAVO-definitie terrorisme:

"Het onwettig of bedreigd gebruik van geweld tegen individuen of bezit om overheden of maatschappijen te dwingen dan wel bang te maken ten einde politieke, godsdienstige of ideologische doelen te bereiken."

  
Slideshow antiterroristische maatregelen Nederland 27 september 2001Slideshow antiterroristische maatregelen Nederland 27 september 2001

Op 12 maart 2016 presenteerde Beatrice de Graaf, terrorisme-expert en hoogleraar Internationale Betrekkingen aan de Universiteit van Utrecht De Wereld Draait Door University het onderwerp 'Terrorisme', over het ontstaan van terroristische bewegingen en het verdwijnen ervan.

"Zonder historisch besef en begrip van de context zullen we zeker geen grip op het fenomeen krijgen", aldus De Graaf.

Externe link: http://vara.nl/media/354452

Zie ook: soft target en Top in Den Haag in teken van 'Terrorisme 2.0' (11 januari 2016).

Terug naar Boven

 

TETHERED GOAT-STRATEGY

Letterlijk: gebonden geit-strategie. Met een ketting of touw vastgebonden geit om als lokaas een hongerige leeuw binnen het bereik van vuurwapens te krijgen om het dier vervolgens te kunnen doden.

Eenzelfde strategie werd, mutatis mutandis, onder andere door de Britse militairen tijdens de International Security Assistance Force (ISAF) in de Zuid-Afghaanse provincie Helmand toegepast.

Omdat de Afghaanse president of provinciale gouverneur bang was voor aanvallen van de Taliban op de belangrijke districtscentra, werden militairen in kleine aantallen (pelotons- en compagniesniveau) vooruitgeschoven naar platoon houses / forward operating base (FOB), in of in de nabijheid van oorden.

Met deze vuurtrekkende objecten werd de Taliban - "de hongerige leeuw" - binnen het bereik van eigen vuur gelokt, zodat kan worden opgetreden.

Citaat uit Ross Kemp On Afghanistan (pagina 78/79).

Terug naar Boven

 

TE VOET

Soort optreden (bij de uitvoering van een gevechtsactie) waarbij het gevecht zonder steun van de voertuigen wordt gevoerd. Er wordt opgetreden als ouderwetse infanterie, dus zonder pantser of niet luchtmobiel.

Voetoptreden kan noodzakelijk zijn als het rijden door het terrein onmogelijk is of is gemaakt dan wel het vliegen met transporthelikopters onmogelijk is of is gemaakt.

Terug naar Boven

 

TEVREDENHEIDSBETUIGING

Met een tevredenheidsbetuiging beloont een commandant ťťn of meer in zijn bevelslijn werkende personeelsleden op grond van de op 22 november 2001 vastgestelde Aanwijzing Waarderingen Koninklijke Landmacht.

In de regel wordt als blijk van waardering een tevredenheidsbetuiging uitgereikt wanneer een commandant, één van zijn ondercommandanten of een ander lid dan wel andere leden van zijn eenheid, van mening is/zijn dat het betrokken personeelslid buitengewone toewijding of bijzonder loffelijk optreden heeft getoond.

Aan de buitengewone daden van plichtsvervulling waarover tevredenheid wordt betuigd, kan een geldelijke beloning worden verbonden.

Een tevredenheidsbetuiging wordt in de regel toegekend bij de waardering voor een incidentele prestatie of gedraging; een (functionerings)gratificatie wordt echter toegekend ten aanzien van de functievervulling over een langere periode.

Het toekennen van een tevredenheidsbetuiging kan individueel of groepsgewijs plaatsvinden.

De tevredenheidsbetuiging gaat gepaard met het door de commandant, in front van de troep, voorlezen van de omschreven waarderingsreden (vermeld onder “wegens”) en het uitreiken van een oorkonde naar het model van legerformulier (lf) 15130.

De tevredenheidsbetuiging is de laagste individuele waardering, in belangrijkheid gevolgd door het rood koord en de Bronzen Soldaat; het is tevens de laagste waardering die aan een groep kan worden toegekend, in belangrijkheid gevolgd door de draagspeld en het schild.

Zie ook: Bronzen Soldaat en rood koord.

Terug naar Boven

 

THEON NX-122B, HV-BRILKIJKER

Night-vision goggles (NVG). Helderheidsversterkende brilkijker (HV-brilkijker) van fabrikant Theon Sensors (hoofdkantoor Athene, Griekenland, externe link).

De HV-brilkijker Theon NX-122B wordt gebruikt bij het uitvoeren van operaties onder verminderd zicht omstandigheden ('s nachts), waarmee de night capability verbetert.

De HV-brilkijker kan als handkijker (handheld), met alleen hoofdbevestiging of met helmbevestiging worden gebruikt.

De Theon NX-122B bestaat uit een nieuwe HV-buis en een draagstel dat op de helm kan worden gemonteerd. De kijker kan mono- of binoculair worden opgebouwd en gedragen.

De nieuwe lichtgewicht electro-optronica is sinds 20 februari 2017 beschikbaar voor de krijgsmacht.

In totaal zijn 5.999 monoculaire HV-brilkijkers Theon NX-122B aangekocht, geleverd in draagtas, en 4.685 uitrustingspakketten (UP's). Voor de binoculaire toepassing worden twee monoculaire HV-brilkijkers Theon NX-122B ingedeeld. In het UP is een brug opgenomen die voor beide varianten geschikt is: voor zowel de monoculaire als de binoculaire uitvoering wordt dan ook hetzelfde UP ingedeeld.

Het beeld van de HV-brilkijker Theon NX-122B heeft een hoge resolutie en grote helderheid.

Specificaties:

benodigd licht

omgevingslicht (beschikbaar omgevingslicht wordt elektronisch versterkt zodat zonder extra verlichting doelen kunnen worden geobserveerd)

dioptrie

-6 tot +2

gewicht (incl. voedingsbron en beschermkap)

300 gram

gezichtsveld (field of view, FOV)

40º

instelbereik

25 cm tot oneindig

vergroting

1 maal

voedingsbron

1 x alkaline AA batterij 1,5 Volt

Terug naar Boven

 

THIRD PARTY LOGISTICS

Afgekort: 3PL. Letterlijk: derde-partijlogistiek.

Alle activiteiten die een logistieke dienstverlener aanbiedt en uitvoert voor een opdrachtgever die gebruikmaakt van vervoersdiensten (verlader), zoals in- en uivoer, op- en overslag (transito) en vervoer.

Voorheen hield de krijgsmacht de logistiek vooral in eigen beheer. Ondanks de invoering van een krijgsmachtbrede logistiek - waarbij kennis en expertise zijn gebundeld, standaardisatie wordt bevorderd, doublures worden tegengegaan en schaalvergroting ontstaat - worden steeds meer ketens in het logistieke proces uitbesteed.

In Nederland wordt de joint logistiek voor het grootste deel gerealiseerd door het Commando Diensten Centrum (CDC), dat aan alle krijgsmachtdelen ondersteunende producten en diensten levert. Voorheen voerde de krijgsmacht alle taken binnen het logistieke proces zelf uit, maar in moderne militaire operaties, waarin zowel tempo als verhoudingen zijn toegenomen, maakt ze als opdrachtgever/verlader voor het afhandelen van vervoersdiensten e.d. steeds vaker gebruik van derden.

De zwakte van militaire logistiek is dat personeel wordt onttrokken aan de core-business: het genereren van gevechtskracht. Hierdoor wordt de teeth-to-tail-ratio almaar schever. Uitbesteding kan tevens geld besparen, zeker als de logistieke ondersteuning op multinationale (combined) leest is geschoeid.

Brandstof is bijvoorbeeld kosteneffectief: iedereen heeft het product nodig, dus hoe meer op de civiele markt kan worden ingekocht des te goedkoper het product.

Zie ook: logistiek en tooth-to-tail-ratio.

Terug naar Boven

 

THOMAS-SPALK

Engels: Thomas' splint.

Immobiliserende tractiespalk die tot voor kort in gebruik was bij het eerste echelon van de Geneeskundige Dienst.

Tegenwoordig wordt in plaats van de Thomas-spalk de Donway-tractiespalk gehanteerd voor immobilisatie bij fracturen, naast draad-, vacuum- en pneumatische spalken en Dynacast-gipsspalk.

De Thomas-spalk is speciaal ontworpen voor bovenbeenfracturen (met een intact bekken) en/of uitgebreide spierwonden aan het bovenbeen. Steun wordt gecreŽerd ter hoogte van het perineum (het gebied tussen anus en geslachtsorganen). Enige trekkracht kan worden uitgeoefend op zowel enkel als voet. De Thomas-spalk immobiliseert vervolgens het gehele been.

Omdat het vaak niet mogelijk is om een bekkenfractuur uit te sluiten, vinden tractiespalken als de Thomas-spalk vandaag de dag weinig of geen toepassing meer. Nadeel van de Thomasspalk is ook dat voor het aanleggen twee helpers nodig zijn.

Behalve de spalk (ťťn korte en ťťn lange spalkbeugel), bestaat de Thomas-spalk uit een trekriem, een voet- en ondersteuningsbeugel, een draagbaarbeugel, een losse riem met gesp voor bevestiging van de voet aan de voetbeugel en zes driekante doeken.

De Thomas-spalk is een verfijning van de eerste tractiespalk voor fracturen van de onderste extremiteiten zoals die in 1860 was geÔntroduceerd door de Engelse chirurg John Hilton (1804-1878). Zijn collega Hugh Owen Thomas (1834-1891), die wordt beschouwd als de vader van de orthopedische chirurgie in Groot-BrittanniŽ, beschreef de spalk voor het eerst in zijn monografie 'Diseases of the hip, knee and ankle joints' uit 1875.

Het was echter Thomas' neef Sir Robert Jones (1855-1933) die de Thomas-spalk in 1916 in de British Army invoerde op de slagvelden van WO I. Jones was hoofd orthopedie van de Britse strijdkrachten.

Door de veranderde manier van oorlogvoeren, met name in de loopgraven, kwamen veel meer scherf- en schotwonden voor, alsook fracturen als gevolg van deze ballistische verwondingen. De Thomas-spalk verlaagde drastisch het sterftecijfer voor open breuken. De Britse kolonel-chirurg Sir Henry Gray beschreef in 'The Early Treatment of War Wounds' uit 1919 zelfs een daling van de mortaliteit als gevolg van bovenbeenfracturen van 80% in 1916 tot 15,6% in 1917.

Door gewonden op de plaats van gewond raken (point of injury) te spalken, zou bijvoorbeeld de afbraak van botweefsel drastisch verminderen. Voor de daling van de sterftecijfers was echter een veel logischer oorzaak: voorheen waren gewonden met bovenbeenbreuken hulpeloos, tenzij er brancarddragers (brancardiers) kwamen opdagen.

Wanneer ze er al waren, kwamen ze pas in een gevechtspauze. Door bloedverlies (tot 1 ŗ 1½ liter) waren de gewonden dan reeds overleden.

Hoewel de Thomas-spalk in sommige gevallen zou leiden tot een ischemische voet – met kans op infecties, koudvuur en weefselversterf – werd de spalk door de U.S.Army zelfs nog tijdens de Golfoorlog gebruikt.

Terug naar Boven

 

THOMPSON'S KNOOP

Terug naar Boven

 

THOMSON, LODEWIJK

Majoor Lodewijk (Willem Johan Karel) Thomson werd op 11 juni 1869 geboren in Voorschoten.

Tegenwoordig is Thomson in de annalen opgenomen als de eerste Nederlandse vredesmilitair in de krijgsgeschiedenis, die bij dienstverrichtingen in den vreemde sneuvelde.

Thomson leidde in 1914 een Nederlandse militaire missie in AlbaniŽ. Op 15 juni 1914 werd hij in de Albanese havenstad DŁrres (Durazzo) door een sluipschutter doodgeschoten. Met de moord, op 28 juni van datzelfde jaar, door de ServiŽr Gavrilo Princip op de Oostenrijkse aartshertog Frans Ferdinand brak vervolgens WO I uit.

Thomson had van 1894 tot 1896 als luitenant bij het Koninklijk Nederlands-Indische Leger in Atjeh deelgenomen aan de krijgsverrichtingen, waarvoor hij was benoemd tot Ridder 4e Klasse der Militaire Willems-Orde.

In 1899 vertrok hij naar Zuid-Afrika om als militair attachť de Boerenoorlog op de voet te volgen.

In 1903 was hij tijdens de Spoorwegstaking verantwoordelijk voor de beveiliging van de spoorlijnen naar Den Haag. Spoorarbeiders legden Nederland plat, waarna politie en krijgsmacht de straat werden opgestuurd. Voor Thomson's optreden werd hem de Orde van Oranje-Nassau verleend.

In 1912 en '13 woonde hij als militair attachť de krijgsverrichtingen van het Griekse leger bij.

Het op 28 november 1912 onafhankelijk geworden AlbaniŽ werd vrijwel onmiddellijk daarna aangevallen door de buurlanden Griekenland, Montenegro en ServiŽ.

Majoor Lodewijk Thomson.

De toenmalige grote mogendheden - Engeland, Frankrijk, ItaliŽ, Oostenrijk-Hongarije en Rusland - waren sterk verdeeld over een oplossing voor het conflict, maar verzochten uiteindelijk toch onder andere het neutrale Nederland een delegatie (17 militairen) te sturen in het kader van een vredesmissie. Tijdens de Vredesconferentie van Londen in 1913 werd onder meer vastgelegd dat met de stichting van de onafhankelijke staat AlbaniŽ ServiŽ van de kusten van de Adriatische Zee kon worden geweerd. Pas daarna - op 29 juli 1913 - is de onafhankelijkheid van AlbaniŽ officieel door de grootmachten erkend.

Thomson, die net in Groningen een bataljon had opgericht werd aangesteld als hoofd van de Nederlandse missie: hij moest de gendarmerie in AlbaniŽ organiseren om daarmee de interne strijd tussen zwaar bewapende benden en taalgroepen te bedwingen.

Bij Koninklijk Besluit werd hem in 1914 toestemming verleend om tijdelijk in Albanese krijgsdienst te treden. In februari 1914 kwam de officiersdelegatie in AlbaniŽ aan. Hiervan maakten verder onder andere generaal-majoor Willem J.H. de Veerde, officier van gezondheid Tiddo Reddingius en sergeant-verpleger Jan van Vliet deel uit.

Een neef van Koningin Wilhelmina, de Duitse prins Wilhelm von Wied, werd aangesteld als vorst. Van Wied benoemde Thomson tot regeringscommissaris voor Zuid-AlbaniŽ, in welke functie hij een overeenkomst sloot met de Grieken. De Grieken weigerden zich echter neer te leggen bij een onafhankelijk AlbaniŽ, waarna Thomson door de ontevreden Albanese regering uit zijn functie werd ontheven. De interventie leek bij voorbaat mislukt door gebrek aan inzicht ten aanzien van de Balkan.

Toen ook Von Wied het veld had geruimd volgde een opstand, welke onder meer leidde in de aanslag op Thomson's leven door Albanese rebellen. Het stoffelijk overschot van Thomson werd opgehaald door de pantserkruiser H.M.S. 'Noord-Brabant', met aan boord de latere schout-bij-nacht Karel Doorman.

Thomson, die bekend stond om zijn moderne visie op de krijgsmacht, werd op 16 juli 1914 met groot ceremonieel begraven op de Zuiderbegraafplaats in Groningen. In AlbaniŽ wordt majoor Lodewijk Thomson tegenwoordig als een held vereerd. In 2000 werd Thomson postuum ereburger van DŁrres en ook de nieuwe militaire academie in Tirana is genoemd naar de Voorschotenaar.

Op initiatief van Hendrik Colijn is Thomson in Den Haag geŽerd met een plein, standbeeld en straatnaam. Sinds 28 maart 2003 kijkt een borstbeeld van Thomson weer uit over de Groningse Hereweg, waar vroeger op de Rabenhauptkazerne ook een bronzen buste was geplaatst; sinds 16 juni 2003 is ook een borstbeeld van Thomson geplaatst in het Albanese DŁrres.

Jolien Berendsen-Prins is bezig met het schrijven van een boek over Thomson. Door zijn vroegtijdig overlijden heeft drs. Hendrik Schönau (1946-2007), oud-voorlichter van het Ministerie van Defensie, zijn plan voor een te publiceren boek over Thomson niet kunnen verwezenlijken.

In 2011 verscheen van Leo Turksma het boek 'De eerste Nederlandse vredesmissie AlbaniŽ 1914. Prins Wilhelm zu Wied, Overste Lodewijk Thomson, Essad Pasja Toptani' (Boekscout, 164 pagina's, ISBN 9789461760937). In Armamentaria 13 (Jaarboek Legermuseum 1978-1979) verscheen van C.M. Schulten en H. van Dorssen het biografisch artikel 'L.W J.K. Thomson (1869-1914)'

Terug naar Boven

 

THREE BLOCK WAR

Term die is geÔntroduceerd door generaal Charles C. Krulak, toenmalig commandant van het U.S. Marine Corps (1995-1999).

Generaal Krulak voorzag aan het einde van de jaren '90 dat de conflicten van de 21e eeuw zich met name zouden afspelen op urbaan terrein (optreden in verstedelijkte gebieden). Ook zag hij in dat eenheden in hetzelfde operatiegebied gelijktijdig bezig kunnen zijn met het uitvoeren van operaties op drie verschillende niveaus binnen het geweldsspectrum, hetgeen drie verschillende taakstellingen veronderstelt.

De blokken zijn:

Blok 1

Humanitaire hulpverlening, inclusief het winnen van de hearts & minds van de lokale bevolking

Blok 2

Normal Framework Operations (NFO) of Peace Support Operations (PSO)

Blok 3

Gevechtsacties ("high-intensity fight" en "full-blown combat")

De niveaus vinden plaats in een geografisch beperkt gebied en wellicht slechts fysiek gescheiden door ťťn of meer straten, in elk geval zeer dicht bij elkaar.

Door de geringe scheiding tussen de verschillende niveaus kunnen de militairen te maken krijgen met razendsnel wisselende omstandigheden.

Zo kan het geweldsniveau oplopen tot het hoogste deel van het geweldsspectrum (escalatiedominantie). Snel wisselende situaties vergen veel van zowel flexibiliteit als incasseringsvermogen van de militairen.

Volgens Krulak zal regulier optreden tegen een nagenoeg gelijk optredende tegenstander steeds meer veranderen in asymmetrische oorlogvoering waarin tegenstanders irregulier optreden.

De Amerikaanse krijgsmacht ervaarde in oktober 1993 tijdens operatie ‘Restore Hope’ in Somalië een three block war. Een actie in het centrum van Mogadishu, beschreven in het verfilmde boek ‘Black Hawk Down’ van Mark Bowden, mislukte doordat Somalische strijders twee Amerikaanse Black Hawk-helikopters neerschoten.

Generaal Charles C. Krulak.

Toen de U.S. Army Rangers de crashsites van de heli’s probeerden te bereiken, resulteerde dat in 19 gedode en 73 gewonde Amerikanen.

 

◄Omslag van het boek 'Three Block War' (2004) van oud-marinier Matt Zeigler (ISBN 9780595310814).

 

Andere voorbeelden van three block wars zijn de situaties met een onduidelijke bevelsstructuur tussen de Verenigde Naties en de NAVO in BosniŽ in het midden van de jaren '90 van de 20ste eeuw en die in Irak na de Tweede Golfoorlog (2003).

De Britse generaal Sir Mike Jackson, de toenmalige Britse Chief of the General Staff, gebruikte in plaats van 'Three Block War' de term 'Cross Spectrum Operations' in zijn 'The U.K. Medium Weight Capability. A Response to the Changing Strategic Context' (2004).

Zie ook: 3D-doctrine, comprehensive approach en Effects Based Operations (EBO).

Terug naar Boven

 

THUNDERFLASH 11C2

De groen-rood gekleurde thunderflash nr. 11C2 was de traditionele oefengranaat van de Koninklijke Landmacht.

De gebruiksaanwijzing, te lezen op thunderflash, luidt:

►Neem de dop voorzien van het strijkvlak af

►Strijk de nu zichtbare ontsteekkop van u af over het strijkvlak

►Na het afstrijken direct wegwerpen

De vertragingstijd is 4 ŗ 7 seconden. De opvolger van de thunderflash nr. 11C2 is de thunderflash nr. 495:

Boven de verouderde thunderflash nr. 11C2, onder de nieuwe thunderflash nr. 495. (Met dank aan de website Dutch Ordnance.)


Terug naar Boven

 

T.I.C.

Troops In Contact.

Engelstalige afkorting. Vuurcontact tussen eigen en vijandelijke troepen.

De afkorting is in gebruik geraakt dankzij de uitzending van Nederlandse militairen naar de Afghaanse provincie Uruzgan vanaf 2006 (ISAF-Stage III). Vaak gaat het alleen om waarschuwingsschoten, maar het kan ook gaan om een urenlang vuurgevecht.

Nederlanders kwamen in Uruzgan regelmatig, al dan niet bij hinderlagen van konvooien, onder vuur te liggen van Opposing Militant Forces (OMF) of Other Enemy Forces (OEF): Taliban, Al Qaida, ongeregelde troepen van drugsbaronnen of lokale meelopers.

Terug naar Boven

 

TIJDBALK

Zeitlinie.
timeline.
frise chronologique; ligne du temps.

Vaak gebruikt als verkleinwoord. Synoniem: tijdactiviteitenschema (TAS).

De tijdbalk is een grafisch zichtbaar gemaakte lijn die weergeeft wanneer, chronologisch in tijd, wie welke (deel)taken uitvoert.

De tijdbalk verschaft inzicht in het verloop van een operatie, dankzij de uitgewerkte tijdstippen - zowel opgedragen als afgeleide.

Vaste gegevens van een tijdbalk zijn:

► aanvang of gereedheid van bepaalde activiteiten/deeltaken

► bevelsuitgifte naasthogere niveau

► coŲrdinatiegegevens van het naasthogere niveau (1 UP)

► lichtgegevens (daglicht versus duisternis, ENAS en BNMS)

► onderbevelstellingen

► opgedragen tijdstippen van het naasthogere niveau (1 UP)

► rehearsal/repetitie

► relevante verplaatsingen

uur U (H-hour)


Voorbeeld van een tijdbalk.

Idealiter maakt een groepscommandant, na de analyse van de verstrekte opdracht, een tijdbalk; daarna wordt het waarschuwingsbevel (KVPOR) uitgegeven, mondeling of op papier.

Aan de hand van een backward planning bepaalt een commandant het tijdstip waarop hij het bevel aan zijn ondercommandanten uitgeeft; dit tijdstip kan worden uitgezet op een tijdbalk. Bepalend voor dit tijdstip is de tijd die de ondercommandanten naast de eigen besluitvorming nodig hebben voor overige voorbereidingen. Het uitgangspunt hiervoor is een 1/3, 2/3 verdeling in tijd. Elke commandant neemt zelf 1/3 van de tijd en geeft 2/3 van de tijd aan zijn ondercommandanten.

Ook maakt een tijdbalk integraal deel uit van de synchronisatiematrix.

Terug naar Boven

 

TIJDBUIS

Afgekort: tb. Duits: Zeitzünder. Engels: time fuse; fuze. Frans: fusée à temps. Ontstekingsmiddel met uurwerkmechanisme voor een artilleriegranaat.

De tijdbuis zorgt ervoor dat de hoofdlading van de granaat na een vooraf ingesteld tijdsverloop tot detonatie zal worden gebracht, in de regel als de granaat vlakbij het doel is. Met de tijdbuis kan de tijd worden ingesteld tussen het moment van afvuren en het moment van detonatie van de hoofdlading; het tijdsverloop tussen beide momenten werd in het verleden gerealiseerd door de kortere of langere verbrandingstijd van de (vertragings)sas. Daarna kwam het mechanische uurwerk. Het gereedmaken (confectioneren) en instellen van de tijdbuis op een granaat wordt tempering genoemd.

Tot op de dag van vandaag worden tijdbuizen gebruikt bij de artillerie. Ook combinaties van (ontstekings)buizen komen voor, zoals de Buis Tijd Schok Mechanisch (BTSM).

Zie ook: nabijheidsbuis, schokbuis en tempering.

Terug naar Boven

 

TIJD- EN RUIMTEFACTOREN

Een van de essentiŽle aspecten in het operationele besluitvormingsproces (beoordeling van toestand) is het proberen te beheersen dan wel uit te buiten van de tijd- en ruimtefactoren. Dit is maatgevend voor militair optreden: hoe lang duurt het voordat een actie is voorbereid en uitgevoerd – afhankelijk van de beschikbare tijd voor voorbereiding en uitvoering, alsmede van de inzetoptie (aard en omvang).

Volgens de Pruisische generaal Carl von Clausewitz (1780-1831) is het de kunst om in oorlogstijd in een beperkte ruimte en tijd in staat te zijn aan te vallen of te verdedigen.

Hoewel het gevechtsveld de laatste decennia ingrijpend is gewijzigd – onder andere als gevolg van de opkomst van het luchtwapen, mechanisering en motorisering, schaalvergroting en tempoversnelling – blijven (on)gunstige terrein- en/of weersomstandigheden, beschikbare middelen (personeel en materieel), beschikbare tijd (voor verkennen, ontplooien e.d.) en prioriteiten van commandanten invloed uitoefenen op de tijd- en ruimtefactoren. Op basis hiervan wordt uiteindelijk een optie bepaald om een troepenmacht zo effectief mogelijk in te zetten.

Voorbeelden van tijd- en ruimtefactoren zijn hersteltijden (herstelcompagnie), laad-, los- en overslagtijd (bevoorrading en transport), omloopafstanden en –tijden, reactietijd (notice to move), verplaatsingstijd en vervoersafstand en -snelheid, maar eveneens:

Bereikbaarheid

Al dan niet beperkt door geografische, klimatologische en operationele omstandigheden.

Geneeskundige tijdslimieten

Tijden waarbinnen gewonden en zieken een voor de verwonding of ziekte geŽigende (chirurgische) behandeling moeten kunnen ondergaan.

Voorbereidingstijd

Plannen, verplaatsen, opbouwen en inrichten van een commandopost (CP), hoofdkwartier (HQ) of logistieke inrichting.

Terug naar Boven

 

TIJDSLIMIETEN, GENEESKUNDIGE

Planningsgegevens van de militaire gezondheidszorg.

De geneeskundige tijdslimieten - gebaseerd op de normering van de civiele traumazorg (het zo optimaal mogelijk maken van de kansen op herstel van slachtoffers) - geven richting aan de planmatige uitvoering van de behandeling en de afvoer van slachtoffers.

De planningsgegevens zijn het uitgangspunt voor de inrichting - dekking - van de geneeskundige (behandel- en afvoer)keten bij militair optreden, m.a.w. voor de omvang, samenstelling en organisatorische inrichting van het operationele gezondheidszorgsysteem.

Advanced Resuscitation Team

Het kan voorkomen dat de geneeskundige tijdslimieten niet haalbaar zijn.

Dit is vooral het geval bij maritieme operaties, aangezien op een fregat van de Koninklijke Marine de infrastructuur voor een Role 2 onbreekt.

Wanneer de operationele mogelijkheden beperkt zijn, moet de geneeskundige keten zo zijn ingericht dat ernstige traumaslachtoffers toch zo optimaal mogelijke, eventueel levensreddende zorg krijgen.

Aan boord van het schip kan de eerstelijns medische zorgcapaciteit worden aangevuld met een Advanced Resuscitation Team (ART).

De medisch-specialisten van het ART vervullen de brugfunctie tussen de eerste geneeskundige opvang en uitgebreidere opvang, bijvoorbeeld in een ziekenhuis te land.

Het ART bestaat tenminste uit een traumachirurg, een anesthesioloog, twee operatie-assistenten, een anesthesiemedewerker, een Intensive Care (IC) of Spoedeisende Hulp (SEH)-verpleegkundige en een klinisch-chemisch analist (KCA).

Wanneer de geneeskundige tijdslimieten als gevolg van de operationele omstandigheden niet haalbaar zijn en hiervan moet worden afgeweken, kan dit nadelige consequenties voor de gewonde of zieke hebben:

► onnodig overlijden
► verhoogde kans op invaliditeit
► langzamer herstel

De geneeskundige tijdslimieten zijn mogelijk niet (altijd) haalbaar bij:

► amfibische operaties
diepe operaties
Initial Entry
► maritieme operaties
► ondersteuning van een Forward Operating Base (FOB)
optreden in verstedelijkte gebieden (OVG)

Ook dan moet de geneeskundige keten zo worden ingericht dat ernstige traumaslachtoffers de benodigde hulpverlening kunnen ontvangen.

Onder meer vanwege niet-haalbare geneeskundige tijdslimieten, wordt binnen de Geneeskundige Dienst gestudeerd op het concept van de Role 2 Basic: een geneeskundige installatie die als een soort Forward Surgical Team (FST) kan worden gecoloceerd met de Role 1.

De gehanteerde tijdslimieten - deadlines - maken de kans op overleving, genezing en herstel van de gewonde of zieke zo groot mogelijk, juist wanneer wordt uitgegaan van stoornissen in de airway (ademweg), breathing (ademhaling) en circulation (bloedsomloop) en infectiegevaar.

De haalbaarheid van de geneeskundige tijdslimieten wordt onder andere bepaald door:

► Aard van de afvoercapaciteit (grond- of luchttransport)

► Aard van de verwonding of ziekte

► Al dan niet (correct) uitgevoerde triage
► Al dan niet planmatige inzet van Rotary Wing, al dan niet dedicated (MEDEVAC of CASEVAC)

► Omloopafstand van het inzetgebied naar de dichtstbijzijnde Role met chirurgische capaciteit

► Periode gedurende welke de dichtstbijzijnde Role met chirurgische capaciteit open blijft, wat mede wordt bepaald door het (verwachte) vijandelijke optreden.

► Plaats van gewond raken of ziek worden in relatie tot de locatie van de dichtstbijzijnde Role met chirurgische capaciteit

► Snelheid waarmee de gewonde of zieke wordt gelokaliseerd en/of ZHKH ontvangt

► Tijd tussen gewond-raken of ziek worden, gewondenmelding en geneeskundige afvoer naar de dichtstbijzijnde Role met chirurgische capaciteit

Het document 'Grondslagen, hoofdlijnen en systeemeisen militaire gezondheidszorg' (Aanwijzing SG V/26) verplicht onder andere tot het leveren van optimale militaire gezondheidszorg onder operationele omstandigheden. Hiermee is de focus verschoven van afvoergericht naar behandelgericht. De initiŽle behandeling van de gewonde of zieke begint in zijn onmiddellijke nabijheid in het operatiegebied.

De operationeel-geneeskundige planning binnen de NAVO is gebaseerd op de MC 326/2 (NATO Principles and Policies on Operational Medical Support). In dit document worden de klinische tijdlijnen aangegeven: de tijdslimieten waarbinnen de gewonde of zieke naar een bepaald zorgniveau van een geneeskundige inrichting (Role) moet worden afgevoerd.

Ook de Aanwijzing SG V/26 en de AJP-4.10 (Allied Joint Medical Support Doctrine), stellen dat de geneeskundige keten zodanig dient te zijn ingericht dat acute en ernstige traumapatiŽnten binnen 1 uur na gewond raken adequate chirurgische zorg kunnen ontvangen (Golden Hour).

Daarnaast stelt de MC 326/2 dat wanneer 1 uur waarbinnen Primary Surgery zou moeten worden uitgevoerd niet haalbaar is, de planningstijden voor interventie worden verlengd naar 2 uur voor Damage Control Surgery en 4 uur voor Primary Surgery:

Binnen 1 uurBehandeling in het kader van resuscitatie en stabilisatie
Binnen 2 uurDamage Control Surgery
Binnen 4 uur Primary Surgery

Planmatig gelden daarnaast, volgens de Aanwijzing SG V/26, de volgende tijdslimieten:

WAT

WIE

TIJDSLIMIET

Gewond-raken of ziek worden

Zelfhulp en Kameradenhulp

Direct

Gewond of ziek

Algemeen Militair Verpleegkundige (AMV)

< 15 minuten

Acuut en ernstig trauma

Damage Control Surgery

< 1 uur

Acuut ernstig ziek

Algemeen Militair Arts (AMA)

< 1 uur

Overige trauma's en zieken

Arts en militair specialist

< 6 uur

Consultatie

AMA of AMV

< 24 uur

Tandheelkundige stoornis

Tandheelkundige hulp

< 2 dagen

Psychologische stoornis

Psychologische hulp

< 72 uur

Zie ook: afvoergericht, behandelgericht, Damage Control Surgery, Golden Hour, klinische tijdlijnen (10-1-2 tijdlijn), Primary Surgery en Role.

Terug naar Boven

 

TIJGERSLUIPGANG

Ook genaamd: tijgeren.

Evenals de looppas, de robbengang en de snelle ren een verplaatsing die bij dag kan worden uitgevoerd onder vijandelijk vlakbaanvuur met medeneming van het persoonlijk wapen.

De tijgersluipgang, die in tegenstelling tot de robbengang wordt uitgevoerd als de vuurdekking onvoldoende is, is het op de buik liggend verplaatsen waarbij het lichaam consequent zo dicht mogelijk bij de grond blijft.

Voorbeelden waar de tijgersluipgang kan worden uitgevoerd zijn:

In het terrein onder kunstmatige of natuurlijke hindernissen

Onder de kruipdraden van de hindernisbaan op kazernes

Onder het prikkeldraad van de gevechtsbaan op het Infanterie Schietkamp (ISK)

Tijgersluipgang in praktijk.

De verplaatsing volgens de tijgersluipgang vindt volgens het HAMIL als volgt plaats:"U verplaatst zich door de rechterknie zijwaarts op te trekken en de linkerarm voorwaarts te strekken. Vervolgens zet u zich af door het rechterbeen te strekken. Daarna de linkerknie zijwaarts optrekken en de rechterarm voorwaarts strekken. Vervolgens zet u zich af door het linkerbeen te strekken.”

Zie ook: robbengang.

Terug naar Boven

 

TILANUSKEURING

Herkeuring in werkelijke dienst. Ook genaamd: 15-keuring.

Tweede keuring die dateert uit de periode van de dienstplicht. Indertijd werden dienstplichtigen na de dienstplichtkeuring ("inkeuring"), die op 17-jarige leeftijd werd uitgevoerd, ingedeeld op basis van de ABOHZIS.

Wanneer de arts bij de dienstplichtkeuring twijfelde aan de geschiktheid, gaf hij een code 2B.

Na opkomst voor eerste oefening werd de dienstplichtige in werkelijke dienst nogmaals aan een keuring onderworpen om te kijken of de in eerste instantie twijfelachtige fysieke en/of mentale toestand was/waren verbeterd. Deze keuring, uitgevoerd door de onderdeelarts, was de Tilanuskeuring.

De uitslag van de Tilanuskeuring werd eveneens uitgedrukt in ABOHZIS.

Wanneer de ABOHZIS wijzigde, leidde dit tot een functiewijziging; wanneer de dienstplichtige moest worden afgekeurd, volgde een "herkeuring in werkelijke dienst".

Naamgever is Arnold D.W. Tilanus (1910-1996), van 1946 tot 1949 officier van gezondheid bij de Inspectie Geneeskundige Dienst Koninklijke Landmacht (IGDKL). Tilanus was belast met coŲrdinatie van medische keuringen van dienstplichtigen.

Zie ook: ABOHZIS en dienstplicht.

Terug naar Boven

 

TILDER, JOHAN

Begin jaren '90 van de 20e eeuw reisde een gezelschap van vijftien Nederlanders af naar KroatiŽ om tegen de ServiŽrs te vechten op het grondgebied van voormalig JoegoslaviŽ. Het initiatief hiertoe werd genomen door de Nederlands Kroatische Werkgemeenschap (NKW).

Op 2 november 1991 verscheen in De Telegraaf een advertentie waarin vrijwilligers werden opgeroepen voor "een defensieve inzet in KroatiŽ tegen de Servische agressor".

Onder de vrijwilligers is de op 25 oktober 1963 in Enkhuizen geboren Johan Tilder.

Hij diende achtereenvolgens bij het Korps Commandotroepen, 42 Pantserinfanteriebataljon Limburgse Jagers in Seedorf, het Vreemdelingenlegioen (2e Compagnies d'engagťs volontaires, 4e Rťgiment Étranger) en de 1st Dutch Volunteer Unit in KroatiŽ.

Tilder noemde de First Dutch later een "verkennings-, sabotage- en interventie-eenheid".

Directe aanleiding voor Tilders afreizen als huurling naar KroatiŽ waren de tv-beelden van de verwoestingen in Vukovar eind 1991: de internationale gemeenschap liet, naar zijn mening, KroatiŽ aan zijn lot over en dus moest hij iets doen.

Tilder als KCT'er met UZI.

De Nederlandse vrijwilligers van de 1st Dutch Volunteer Unit maakte deel uit van het tweede bataljon van 118. Brigada Hrvatske Vojske uit Gospić, die later opging in 9. Gardijska Brigada 'Vukovi' ('Wolven'). De Nederlandse vrijwilligers namen in het uniform van het geregelde Federale Kroatische Leger deel aan gevechtshandelingen. 

Op 6 april 1994 werd Tilder aangehouden door VN-militairen. Omdat ze geen duidelijkheid hadden over Tilders achtergrond, werd hij uitgeleverd aan Kroatisch-Servische militairen van het leger van de Servische Republiek Krajina (Vojska Republike Srpske Krajine, RSK).

Tilder werd krijgsgevangen gemaakt en langdurig verhoord over zijn rol als pelotonscommandant bij de zuiveringen tijdens operatie ZEMLJA SPRENJA (Verschroeide Aarde) in de oorden Čitluk, Divoselo, Gospić, Lički Čitluk en Počitelj - allen met etnische ServiŽrs - in de Medak Pocket van 9 tot en met 17 september 1993. In de verhoren sprak Tilder over moorden op "oude mannen en vrouwen".

Onder meer Tilder's verklaring die hij in Servische krijgsgevangenschap aflegde, is later gebruikt tijdens het proces tegen de toenmalige Kroatische kolonel Mirko Norac.

Norac zou zich als commandant van 9. Gardijska Brigada 'Vukovi' ('Wolven') in september 1993 schuldig hebben gemaakt aan oorlogsmisdaden tijdens operatie MEDAČKI DŽEP in de Medak Pocket in de Republika Srpska Krajina, de door etnische ServiŽrs zelfuitgeroepen republiek in KroatiŽ.

Het International Criminal Tribunal for the former Yugoslavia (ICTY) klaagde Norac aan en droeg de zaak over aan de Kroatische justitie, die Norac als eerste hoge militair in eigen land veroordeelde.

Tot 2011 zat Norac in totaal elf jaar gevangenschap in KroatiŽ uit.

Logo van de 1st Dutch Volunteer Unit.

Volgens een verklaring van de ServiŽrs is hij vervolgens in mei 1994 "op de vlucht" doodgeschoten. Ook de MIVD verklaarde dat hij door lokale militairen "auf der Flucht erschossen" was ('Srebrenica: a safe area. Appendix II. Intelligence and the war in Bosnia 1992-1995. The role of the intelligence and security services', 2002, pagina 128).

De verdenkingen zijn gebaseerd op verklaringen van ooggetuigen: "lange blonde soldaten" die een soort Duits spraken en aanwezig waren bij het uitroeien van een Servisch dorp. Op een video van de Servische politie staat ook een 'bekentenis' van ťťn van de Nederlanders uit het groepje: Johan Tilder.

De persoon Tilder nam bijna mythische proporties aan. Op 16 januari 1997 probeerde Rob Siebelink van de Drents-Groningse Dagbladen over vier volle krantenpagina's het verhaal naar normale maatstaven terug te brengen met een reconstructie van 'Het bloedbad van Medak'. Siebelink sprak met een groot aantal getuigen van de aanval op Medak.

Het kunstenaarsduo Ron Sluik en Reinier Kurpershoek deed een poging Tilder te ontmythologiseren in het boekje De Duivelsjager. Het verhaal van een Nederlandse soldaat in Kroatische dienst(2000), waarin de Servische verhoren integraal zijn opgenomen.

Dat geldt ook voor de film 'Soldaat in den vreemde' (2002) van Arnold Folkerts en Ada van de Weijer. De filmische getuigenis van Tilders collega's Andrť en Raymond is rauw. De beelden laten de motivaties en driften zien die militairen enthousiasmeren om in den vreemde een oorlog uit te vechten:

Trailer van 'Soldaat in den vreemde' (BOOZ Productie).

Johan Tilder temidden van zijn kameraden.

Johan Tilder ligt begraven op het ereveld van Mirogoj Park Cemetery in Zagreb.

Zie ook: 'De duiveljager' - Ron Sluik & Reinier Kurpershoek en huurling.

Terug naar Boven

 

TIRAILLEUR

Van het Frans: "tirer" (schieten) en "tirailler" (schermutselingen uitvechten).

Geweerschutter van de infanterie die het aanvallend gevecht verspreid vanuit opstellingen in of vůůr de eigen linies aangaat - niet in linieverband. van hieruit gaan de militairen vaak en ongeregeld schietend voorwaarts. Tirailleurs treden in groepsverband tamelijk zelfstandig op.

De tirailleur is in de 19e eeuw voortgekomen uit de voltigeur en de flankeur, ontstaan in de Franse krijgsmacht. De tirailleur werd van origine in front van de eigen troepen gebruikt om de vijand te dwarsbomen.

In WO I en II waren met name Algerijnse, Marokkaanse en Senegalese tirailleurs uit de voormalige Franse koloniŽn berucht, die als kanonnenvlees naar voren werden gestuurd om de vijand te weerstaan door in het wilde weg te schieten. Daarbij verloren de tirailleurs in enkele dagen vaak meer dan de helft van de manschappen.

Binnen de huidige slagorde van de Koninklijke Landmacht zijn tirailleurs ingedeeld binnen de pantserinfanteriebataljons, en worden zij sinds 2001 opgeleid gedurende de 12 weken durende Tirailleur Functie Opleiding (vervanging van de voormalige Basis Infanterie Functie Opleiding).

TIRAILLEREN

De verspreide orde - "orde de tirailleur" - is de gevechtsformatie van de tirailleur.

De militairen gaan het aanvallend gevecht verspreid vanuit opstellingen in of vůůr de voorste eigen linie aan, niet in linieverband (gesloten orde).

Karakteristiek voor het tirailleren is dat de militairen, in groepsverband, vaak en op ongeregelde tijden schietend voorwaarts gaan.

Hiermee heeft tirailleren iets weg van hit-and-run: van elkaar gescheiden door grotere of kleinere tussenruimten trekken de militairen richting de opponent, vormen hierdoor een slecht doelwit, wisselen schoten uit met de vijand en trekken terug.

Zie ook: fuselier en Nederlands Detachement Verenigde Naties.

Terug naar Boven

 

TIRAILLEURFLUIT

Synoniem: tirailleerfluit.

Om zaken tijdig te laten plaatsvinden, kunnen met de tirailleurfluit bevelen worden gegeven.

De oorsprong van de tirailleurfluit ligt bij het tirailleren (in verspreide linie sprongsgewijs ten aanval trekken): om het springen gelijktijdig te laten plaatsvinden, ook voor de tirailleurs op de uiterste flanken, waar het stemvolume van de commandant onvoldoende ver voor draagt. Dit gebeurt, naar gelang de afspraken, door ťťn of meer korte of lange stoten op het fluitje te blazen.

Ook andere signalen kunnen met de tirailleurfluit worden aangekondigd, zoals de afmars, alarm (bij onraad, vijand e.d.), appŤl, halt houden, reveille, stilte (avond- of nachtrust), voorwaarts gaan of het uitbrengen dan wel staken van vuur.

◄ Een Europese sergeant van het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger (KNIL) draagt aan een koord om de nek de tirailleurfluit.

De tirailleurfluit, gedragen met een koord om de nek of bewaard in de rechterborstzak, produceert een schrille fluittoon.

Terug naar Boven

 

TITULATUUR

Titulatuur is de juiste wijze waarop civiele of militaire autoriteiten van een titel worden voorzien. Het is goed gebruik om in de militaire omgang als correspondentie de juiste titulatuur te gebruiken.

Regeringsautoriteiten:
Zijne (Hare) excellentie

minister van Defensie
staatssecretaris van Defensie

Militaire autoriteiten:
Zijne (Hare) excellentie

Generaal
Luitenant-generaal

Militaire autoriteiten:
Hoogedelgestrenge heer (vrouwe)

Generaal-majoor
Brigadegeneraal
Kolonel
Luitenant-kolonel
Majoor
Lid militaire kamer arrondissementsrechtbank

Militaire autoriteiten:
Weledelgestrenge heer (vrouwe)

Kapitein (ritmeester)
Eerste luitenant
Tweede luitenant

Binnen de Defensieorganisatie geldt de titulatuur alleen voorofficieren, niet vooronderofficieren.

Terug naar Boven

 

TJOT

Heuvel; hoogte; steil. Een natuurlijke verheffing die niet zo hoog is als een berg.

Oorspronkelijk Maleis/Atjehs. Soldatentaal die is overerfd uit Nederlands-IndiŽ en Korea.

Het woord 'tjot' komt in het voormalige Nederlands-IndiŽ - het huidige IndonesiŽ - voor in vele samengestelde plaatsnamen van vestingen (bentengs); deze oorden zijn dan ook gelegen op een heuvel.

'Tjot' komt ook voor in een boektitel van de Nederlandse oorlogscorrespondent Wim Dussel: 'Tjot. Nederlanders in Korea' (1952).

Als enige oorlogscorrespondent ging hij in 1950 met het Nederlands Detachement Verenigde Naties mee naar Korea om de oorlog te verslaan.

Dussel, die in dienst was van de Legervoorlichtingsdienst, had kort daarvoor als oorlogsvrijwilliger/correspondent deel uitgemaakt van de Mariniersbrigade op Oost-Java in het voormalig Nederlands-IndiŽ.

Uiteindelijk waren er vier Nederlandse oorlogscorrespondenten bij de Koreaoorlog, die elkaar aflosten. Na Dussel waren dit Ben Koster, Jan Rups en Wim Hornman.

De enige Nederlandse freelance oorlogscorrespondent die naar de Korea-oorlog afreisde was Alfred van Sprang.

Enkele dagen na het vertrek van het bataljon schreef Dussel in het Algemeen Dagblad zijn eerste briefbijdrage onder de afzender 'Je vriend Willem' (7 november 1950) over zijn belevenissen aan boord van het troepenschip.

'Tjot. Nederlanders in Korea' is een verslag over het doen en laten van de soldaten van het eerste contingent vrijwilligers van de NDVN in de periode 1950-'51.

Hij schrijft in dit boek bijvoorbeeld:

"Samen in de moeilijkheden zitten, samen vechten om erdoor te komen. Een primitief leven, maar we verlangden er naar terug. [...] Samen knokken om vooruit te komen, omdat je ergens voor moet vechten en niet de slaaf wilt zijn van wetten, beperkingen en bepalingen."

Zie ook: Nederlands Detachement Verenigde Naties (NDVN) en oorlogscorrespondent.

Terug naar Boven

 

TOETSINGSKADER

Op 28 juni 1995 boden de ministers van Defensie en Buitenlandse Zaken de Tweede Kamer een Toetsingskader aan dat kon dienen ter structurering van de gedachtewisseling met het parlement over de deelname van Nederlandse militaire eenheden aan internationale crisisbeheersingsoperaties (CBOps).

De eerste versie van het Toetsingskader bevatte een checklist van veertien stringente besluitvormingscriteria voor de verantwoorde uitzending van Nederlandse troepen, onderverdeeld over politieke wenselijkheid en politieke haalbaarheid.

Op 19 juli 2001 is de geactualiseerde, tweede versie van het Toetsingskader (2001) gepresenteerd, als gevolg van

  1. het aanbieden van het rapport 'Vertrekpunt Den Haag' van de Tijdelijke Commissie Besluitvorming Uitzendingen (TCBU) over de politieke besluitvorming in Nederland inzake de deelname aan en de voortgang van vredesoperaties in de afgelopen tien jaar op 4 september 2000
  2. het van kracht worden van de Rijkswet van 22 juni 2000, met als gevolg de nieuwe artikelen 97 en 100 van de Grondwet
  3. de lessons learned van de afgelopen jaren

De nieuwe artikelen 97 en 100 van de Grondwet luiden:

  1. Artikel 97: "1] Ten behoeve van de verdediging en ter bescherming van de belangen van het Koninkrijk, alsmede ten behoeve van de handhaving en de bevordering van de internationale rechtsorde, is er een krijgsmacht. 2] De regering heeft het oppergezag over de krijgsmacht."
  2. Artikel 100: "1] De regering verstrekt de Staten-Generaal vooraf inlichtingen over de inzet of het ter beschikking stellen van de krijgsmacht ter handhaving of bevordering van de internationale rechtsorde. Daaronder is begrepen het vooraf verstrekken van inlichtingen over de inzet of het ter beschikking stellen van de krijgsmacht voor humanitaire hulpverlening in geval van gewapend conflict. 2] Het eerste lid geldt niet, indien dwingende redenen het vooraf verstrekken van inlichtingen verhinderen. In dat geval worden inlichtingen zo spoedig mogelijk verstrekt."

Het geactualiseerde Toetsingskader 2001 bevat drie delen:

  1. een beschouwing over de strekking en de reikwijdte van het Toetsingskader
  2. een overzicht van de toezeggingen die de regering aan het parlement heeft gedaan over de informatievoorziening in de verschillende fasen van de besluitvorming
  3. een aangepaste checklist van besluitvormingscriteria

Terug naar Boven

 

TOGGLE-ROPE


Een dik touw van Ī 2 meter lengte.

Het touw heeft aan het ene uiteinde een oog, aan het andere een dwarshout. Het dwarshout kan in het oog van een andere toggle-rope worden gehaakt, zodat een klimtouw op maat ontstaat om muren, steile kliffen en rotspartijen e.d. te beklimmen of ravijnen over te steken.

Ook kan met een toggle-rope zelfstandig een afdaling aan een schuin gespannen lijn worden gemaakt door het touw te gebruiken als vervanging van een haak of katrol (tokkelen).

Tijdens de Elementaire Commando Opleiding (ECO) van het Korps Commandotroepen draagt de cursist, behalve de mutsdas, een toggle-rope, zoals ook de cursisten van No. 2 (Dutch) Troop dat in 1942 deden.

Oorspronkelijk droegen de commando's de toggle-rope tweemaal rond het middel gewikkeld, later over beide schouders.

Behalve bij commando's ook, met name in het buitenland, in gebruik bij andere Special Forces, zoals paratroopers e.d.

Terug naar Boven

 

T.O.M.A.

Voluit: Tijdelijke Oplossing Materieel Administratie.

Opvolger van de Organisatie Tabel en Autorisatie Staat (OTAS) en voorloper van de SAP. Beiden zijn logistieke databases waar in vermeld staat welk materieel organiek binnen een eenheid aanwezig hoort te zijn.

SAP-toepassingen maken deel uit van SPEER (Strategic Process and Enabled Reengineering), die de totale herinrichting van de informatietechnologische omgeving van het Ministerie van Defensie omvat. SAP dient te zorgen voor een optimalisering en stroomlijning van logistieke activiteiten.

Terug naar Boven

 

T.O.O.K.

Afkorting voor: Tactische oefening op de kaart.

Aan de hand van battlefieldtours en krijgshistorische analyses (KHA) kan een herkenbare verbinding worden tussen toenmalig en hedendaags optreden. Zowel battlefieldtours als KHA's zijn uitermate geschikt voor het gebruik tijdens een tactische oefening zonder troepen (TOZT) of een tactische oefening op de kaart (TOOK).

Militair-historische voorbeelden vormen een bijzonder nuttig hulpmiddel bij de tactische opleiding en training van de hedendaagse militairen op alle niveaus.

Zie ook: Field Training Exercise (FTX).

Terug naar Boven

 

TOOTH-TO-TAIL-RATIO

Afkorting: T3R.

Verhouding tussen de "tanden" en de "staart" van de krijgsmacht. De "tanden" zijn de gevechts- en direct gevechtsondersteunende militairen (infanterie, cavalerie en artilllerie) die tegen de vijand vechten, de "staart" is het ondersteunend personeel op administratieve, dienstverlenende, facilitaire en staffuncties.

De operationele capaciteit - de personele sterkte die inzetbaar is voor een operatie - is dus veelomvattender dan alleen de "tanden".

De "staart" bepaalt het operationele tempo van de "tanden". Daarom moeten zowel kwantiteit als kwaliteit steeds worden aangepast aan wat operationeel wenselijk is. Zo volgt de logistiek te allen tijde de manoeuvre, niet andersom.

In de Tweede Wereldoorlog hadden de Amerikaanse strijdkrachten een tooth-to-tail-ratio van 1:1, tegenwoordig een van 3:7.

Een tooth-to-tail-ratio van 1:3 wordt gezien als 'normaal' voor een krijgsmacht zonder al te zware wapens, wapensystemen en uitrustingsstukken.

In moderne krijgsmachten wordt de tooth-to-tail-ratio steeds groter, tot zelfs 1:10 (voor elke gevechtssoldaat tien anderen die gereedstaan om op een of andere manier als ondersteuning te dienen). Daarvan bevinden velen zich vaak niet eens in het operatiegebied. In de Eerste en Tweede Golfoorlog tegen Irak was de tooth-to-tail-ratio van de Amerikaanse krijgsmacht 1:7.

Onder meer in de Nederlandse krijgsmacht is het de bedoeling dat de "staart" steeds minder tijd, energie en personeel vergt, waardoor de scheefgroei rechttrekt.

Hierdoor kunnen meer gevechtstroepen worden ingezet, wordt het verhoudingsgetal kleiner en een neemt feitelijk een groter deel van de operationele capaciteit deel aan het gevecht.

◄Een boek over de tooth-to-tail-ratio is 'The Other End of the Spear. The Tooth-to-Tail Ratio in Modern Military Operations' van John J. McGrath.

Oorspronkelijk in 2007 als Occasional Paper 23 door het Amerikaanse Combat Studies Institute gepubliceerd, verscheen het in eigen beheer nogmaals in 2011 bij Lulu.

Zie ook: footprint, Steal A March, third party logistics, Une Armťe Marche À Son Estomac en boek De nieuwe krijgselite. Strategie, tactiek en de Derde Golf (1994, Alvin & Heidi Toffler).

Terug naar Boven

 

TOUWHINDERNISBAAN

Touwhindernisbaan op de Oranjekazerne in Schaarsbergen, bijgenaamd 'Belle HťlŤne'.

Terug naar Boven

 

TOW

De TOW is een sinds 1975 in de VS geproduceerd antitankwapen.

Binnen de KL heeft het midden jaren '70 de 106 mm Terugstootloze Vuurmond (TLV) M-40 vervangen, een antitankwapen dat in 1959 bij de pantserinfanterie van de KL was ingevoerd.

De TOW wordt nu onder andere verschoten vanaf afvuurinrichting op MB (Antitankpelotons luchtmobiel) en YPR-PRAT (zie onder), voorheen ook vanaf M113, Nekaf-jeep en YP-408.

Afkorting TOW staat voor: Tube-launched, Optically-tracked, Wire-guided. Gelanceerd vanuit een lanceerkoker, visueel op koers gebracht en draadgeleid.

Luchtmobiel Speciaal Voertuig (LSV) met TOW.

Met het antitankwapen wordt een antitankbrisantgranaat vanuit de lanceerkoker verschoten ter bestrijding van zwaar gepansterde doelen op een afstand van 3.000 tot 3.750 meter. De granaat kan 50 ŗ 60 cm dik homogeen pantserstaal vernielen.

Gegevens:

lengte

117 cm

diameter

14,7 cm

spanwijdte

34 cm

lanceergewicht

19 kg

maximumbereik

3.750 meter

snelheid

200 meter per seconde

pantserdoorboring

40,8 cm

De YPR-PRAT (Pantser Rups Anti-Tank) is een speciale versie van de YPR-765, toegerust met een TOW-lanceerinrichting.

De voertuigbemanning bestond uit de commandant, chauffeur, schutter en lader.

In de M27-toren bevonden zich de richt- en nachtzichtapparatuur. Vanuit de toren met twee antitankraketlanceerbuizen konden de TOW's worden verschoten.

De lanceerinstallatie moest handmatig onder pantser worden geladen. Naast de twee geladen antiraketlanceerbuizen in de toren, was er in de YPR-PRAT plek voor nog eens tien TOW-raketten. Aan boord had de YPR-PRAT ook een losse driepootaffuit, bedoeld om de TOW uit te bouwen voor uitgestegen optreden.

Op het hoogtepunt van de Koude Oorlog telde de Koninklijke Landmacht ruim 300 YPR-PRAT's. Vanwege het conventioneel numerieke overwicht van het Warschau Pact op de NAVO, was deze pantserbestrijdingscapaciteit essentieel: het uitschakelen van vijandelijke tanks met de TOW was de taak van de pantserantitankcompagnieŽn van de pantserinfanterie.

Van 1973 tot 1982 waren in totaal 26 AMX PRAT's (Pantserrups Antitank) ondergebracht bij de pantserantitankcompagnieŽn van de pantserinfanterie van de Koninklijke Landmacht.

De tankjager AMX PRAT, afgeleid van de versie Pantserrups Infanterie (PRI) van het Franse gepantserde rupsvoertuig AMX-13, werd vanaf 1976 gecombineerd met het Amerikaanse draadgeleide antitankwapen TOW.

Op de bovenbouw van de gemodificeerde AMX PRI was de TOW gemonteerd, destijds de vervanger van de 106 mm terugstootloze vuurmond (TLV).

Terug naar Boven

 

T.O.Z.T.

Afkorting voor: Tactische Oefening Zonder Troepen. Engels: Tactical Exercise Without Troops (TEWT) of "Practical Exercise Not Involving Soldiers" (PENIS).

Aan de hand van battlefieldtours en krijgshistorische analyses (KHA) kan een herkenbare verbinding worden gemaakt tussen het toenmalige en hedendaagse optreden. Zowel battlefieldtours als KHA's zijn uitermate geschikt voor het gebruik tijdens een tactische oefening zonder troepen (TOZT) of een tactische oefening op de kaart (TOOK).

Militair-historische voorbeelden vormen een bijzonder nuttig hulpmiddel bij de tactische opleiding en training van de hedendaagse militairen op alle niveaus.

Zie ook: Field Training Exercise (FTX).

Terug naar Boven

 

TRAANGASHANDGRANAAT NR. 19C1

De traangashandgranaat nr. 19C1 wordt gebruikt om groepen mensen op afstand te houden en/of uiteen te drijven.

Traangas(hand)granaten behoren tot de incapaciterende strijdmiddelen.

De traangashandgranaat nr. 19C1 bevat vier ringvormige traangastabletten: de vaste vorm vormt bij verbranding door de ingebouwde wrijvingstrekontsteker CN-gas. De NAVO-code CN is de chemische verbinding '2-chlooracetofenon'.

Traangas(hand)granaten worden met name gebruikt voor Crowd and Riot Control (CRC). CN-gas, dat zwakker is dan CS-gas maar langer aanhoudt, prikkelt de traankanalen en oogzenuwen en veroorzaakt snel een brandend gevoel in de ogen en tranenvloed.

Specificaties:

brandtijd

17 seconden

gewicht

195 gram

in rookgordijn

CBRN-masker in beschermstelling

kleur

grijs met rode band en rode merken

kleur traangas

kleurloos-grijs

lichaam

aluminium

ontsteker

ingebouwde wrijvingstrekontsteker

vertragingstijd

2Ĺ seconden

vorm

cilindrisch

Terug naar Boven

 

TRAIN AS YOU FIGHT

Afgekort: TAYF.

Train As You Fight, Fight As You Train.

Het principe Train As You Fight houdt in dat individuele opleiding & training en oefeningen van eenheden, in vredestijd en/of vredessituatie, onder zo realistisch mogelijke omstandigheden worden uitgevoerd, met als doel dat de taakstelling en -uitvoering bij ernstinzet zo goed mogelijk kunnen worden benaderd. TAYF is gericht op het gehele spectrum van het kunnen (en dus ook willen en durven) uitvoeren van (gevechts)operaties.

Train As You Fight te velde: essentieel om het personeel te leren succesvol te kunnen opereren onder alle omstandigheden.

Lerend vermogen is belangrijk: door tactieken, technieken en procedures in een realistische omgeving in de juiste context te oefenen, krijgt het personeel vertrouwen in haar kunnen en het ter beschikking gestelde materieel, waardoor ze haar werkzaamheden meer gemotiveerd, kwalitatief beter en minder gestresst zal uitvoeren.

Speciale trainingen in dit verband zijn grensverleggende activiteiten (GVA) en Adventurous Training.

Bij TAYF wordt rekening gehouden met de aanwezige en potentiŽle risico's (veiligheid) en arbeidsomstandigheden.

Trainen moet plaatsvinden binnen alle mogelijkheden die wet- en regelgeving toestaan en daarmee zo weinig mogelijk de realistische trainingswijze belemmeren, maar een veilige werkomgeving voor het personeel is een vereiste.

Binnen de Koninklijke Landmacht (Commando Landstrijdkrachten) is Train As You Fight het leidend beginsel voor trainingen en oefeningen. Train As You Fight wordt binnen de KL voor het eerst beschreven in de Leidraad 8 (Leidraad Opleiding en Training, 2005), binnen Defensie in de Nederlandse Defensie Doctrine (2005) - en zelfs veralgemeend tot Work As You Fight.

In het blad Kernvraag (2009) schreef generaal-majoor Ton van Loon over Train As You Fight.

Volgens Van Loon moet de KL Train As You Fight - "de beste of belangrijkste voorbereiding die commandanten kunnen krijgen is geven van meer verantwoordelijkheden, bevoegdheden en middelen op lagere niveaus" vertalen "in een cultuur van vertrouwen en een echte decentrale stijl van leidinggeven."

Kortom: "Minder regels, meer verantwoordelijkheid, maar ook meer verantwoording is 'Train As You Fight'." Aldus de generaal.

Het artikel van generaal-majoor Van Loon, 'Sociaal leiderschap: Training is de sleutel tot succes', verscheen in het Kernvraag-themanummer 'Sociaal Leiderschap bij Defensie' (2009, nummer 2).

Het artikel kan hier worden gedownload uit de digitale bibliotheek van de NLDA (externe link).

Wanneer de operationele realiteit zover als mogelijk wordt benaderd heeft dit de grootste meerwaarde. Dit betekent dat een training of oefening het operatieconcept en het ter beschikking stellen van informatie en - afhankelijk van de te behalen trainingsdoelstellingen (training objectives) - missieovereenkomstige middelen dient na te bootsen.

De opleidingen moeten daartoe zoveel mogelijk op de praktijk worden toegesneden en worden verzorgd door instructeurs die de praktijk kennen.

Waar mogelijk moet in opleidingen gebruik worden gemaakt van (geavanceerde) onderwijsleermiddelen (OLM), realistische casuïstiek en simulatie die de praktijksituatie zo goed mogelijk benaderen.

In opleiding & training en oefeningen moeten, voor zover mogelijk, de volgende aspecten en omstandigheden in een oefening worden gesimuleerd:

► taakspecifieke

► fysieke

► psychische (mentale)

In het gevecht dient iedereen elkaar in de gaten te houden en een extreme mate van Situational Awareness toe te passen

Didactisch wordt uitgegaan van de methodiek van thematisch/probleemgestuurd onderwijs, die zich uitstekend leent voor competentiegerichte O&T en het mogelijk maakt de praktijk realistisch en uitdagend te benaderen. Hiermee wordt recht gedaan aan TAYF.

Bron: artikel 'Het Medium Range Anti Tankwapen Gill;, kolonel Ton de Munnik, 'Infanterie', september 2004.

'Infanterie' is het vaktijdschrift van de Vereniging Infanterie Officieren (externe link).

Meerwaarde door Train As You Fight:

tr>

► aanpassing van de knelpunten in Tactieken, Technieken en Procedures (TTP)

► afspiegeling van de militaire doctrine

► bevordert eenheidsvorming en saamhorigheid

► gelijktijdige training van taakspecifieke, fysieke en mentale aspecten

► gezamenlijk opwerken en integreren van (alle) bijdrages aan de keten ("de keten is zo sterk als de zwakste schakel"): multidisciplinair en vanaf een bepaald niveau joint en/of combined

► hands-on: de nadruk ligt op de praktische uitvoering en actieve deelname van het personeel

► inhoudelijk up-to-date: de inhoud van de training is niet verouderd

► maakt de verschillen tussen de vredesorganisatie en de operationele organisatie zo klein mogelijk, met uitzondering van de geldende veiligheidseisen en specifieke (vredes)bepalingen

► op alle niveaus blijven oefeningen te velde essentieel om het personeel te leren succesvol te kunnen opereren onder alle omstandigheden van klimaat, frictie, terrein, tijd en ruimte (indien mogelijk wordt de voorkeur gegeven aan live training, LIVEX, in plaats van simulatie)

► versterkt het vermogen om middelen flexibel en op het juiste moment op de juiste plaats te ontplooien

worst-case scenario (hoge operationele druk) bereidt het personeel op het ergste voor, juist ook in het kader van de mentale component

De quote van de befaamde Japanse samoerai Miyamoto Musashi (1584-1645) sluit mooi aan bij 'Train as you fight. Fight as you train'.

 

TRAIN AS YOU FIGHT
GENEESKUNDIG

De training van een uit te zenden geneeskundige compagnie zal gericht zijn op al het geneeskundig personeel in de keten: van de initiŽle gewondenhelper tot en met de afvoer naar de Role 2 Medical Treatment Facility.

In de geneeskundige keten zal alle missieovereenkomstige personeel en materieel deelnemen, inclusief de C2-keten en medisch specialisten.

Afhankelijk van de te behalen Training Objectives zullen vooraf het operatieconcept en de Tactieken, Technieken & Procedures bekend gesteld zijn, zodat ze in het verloop van de training kunnen worden bijgeschaafd.

Ook de role-play, zoals het inbrengen van oefengewonden, en de media zullen zo realtisch mogelijk aanwezig zijn. Hierbij kan, naar Britse voorbeeld, worden gedacht aan voormalige slachtoffers van ernstinzet, zoals die bijvoorbeeld bekend zijn bij de vereniging De Gewonde Soldaat (externe link).

De behandeling van de oefengewonde wordt zo compleet mogelijk uitgevoerd: voorbehouden handelingen worden volgens de geldende richtlijnen toegepast, maar pas na uitdrukkelijke toestemming van de betrokkenen.

In After Action Reviews met alle personeel uit de keten blikken de Observer-Trainer-Evaluators (OTE'ers) - van het Kenniscentrum Geneeskundige Dienst (Kcen Gnkd) van het Defensie Gezondheidszorg Opleidings- en Trainingscentrum (DGOTC) - terug op de effecten van het handelen.

Hierdoor krijgt al het personeel de kans terug te kijken op het proces (de aard en de volgorde van het handelen) en het product (het resultaat van het handelen) in de gehele keten.

Zie ook: COKL, oefening, Opleiding & Training (O&T) en Opleidings- en Trainingscommando (OTCO).

Terug naar Boven

 

TRANSFER OF AUTHORITY

Übergang der Kommandogewalt.

Afkorting: TOA.

Overdracht van bevoegdheden.

De formele onderbevelstelling van eenheden in het operatiegebied van de theatervcommandant, in de regel uitgevoerd door middel van operatiebevelen en instructies. Een TOA vindt plaats tussen zowel landen en NAVO-commandanten als tussen twee NAVO-commandanten.

Doorgaans vindt de TOA plaats na een strategische verplaatsing, waarna de hoofdmacht van een eenheid in het operatiegebied is aangekomen. Zodra het bevel over de eenheid (contingent, detachement of troepenmacht) is overgedragen kunnen de opgedragen taken worden overgenomen en uitgevoerd. Daarmee is de gebiedsverantwoordelijkheid in handen van de bevelvoerende eenheid.

Vanuit een lead nation kunnen onderbevelstellingen plaatsvinden.

Voorbeelden van TOA's zijn:

► Van United Nations Protection Force (UNPROFOR) aan de
Implementation Force (IFOR) van de NAVO
na het Verdrag van Dayton in BosniŽ-Hercegovina

 

20 december 1995

► Van de Amerikaanse operatie Enduring Freedom (OEF)
aan de International Security Assistance Force (ISAF) van de NAVO in Afghanistan

1 augustus 2006

Zie ook: lead nation.

Terug naar Boven

 

TRANSNATIONAAL CONFLICT

Conflicten kunnen worden beslecht op interstatelijk, intrastatelijk of transnationaal niveau.

Bij een transnationaal conflict is de ene partij doorgaans een soevereine staat, terwijl de andere partij(en) dat niet is/zijn. Een transnationaal conflict overschrijdt zowel territoriale als politieke grenzen van een soevereine staat. Feitelijk logisch, omdat etnische, nationalistische, politieke, religieuze of anderszins cultureel bepaalde grenzen zelden hetzelfde zijn als de begrenzingen van staten.

Een bekend voorbeeld hiervan is het Koerdisch conflict, waarbij de Koerden, een volk met een eigen cultuur en taal dat woonachtig is in Koerdistan, zich uitstrekken over ArmeniŽ, Irak, Iran, SyriŽ en Turkije. Vaak ontstaat een transnationaal conflict doordat een intrastatelijk conflict overslaat naar de buurlanden.

Terug naar Boven

 

TRAPPEN VAN VOORBEREIDING

Gebruik van de factor tijd door commandanten in de tactische en technische voorbereiding naar de uitvoering van een opdracht. De trappen van voorbereiding, richtinggevend voor het zo optimaal mogelijk gebruiken van de voorbereidingstijd, kunnen aanvangen vanaf het moment dat het waarschuwingsbevel is ontvangen, met inbegrip van het vooroefenen van de komende actie (Full Force Dress Rehearsal).

De trappen van voorbereiding bepalen hoe uitgebreid uitvoering wordt gegeven aan de gegeven opdrachten. Hoe meer de plannen vorm hebben gekregen, des te meer kan in detail worden voorbereid.

Op pelotonsniveau zijn er vier trappen van voorbereiding:

Trap 1

Het maken van een kaartplan. Vervolgens bevelsuitgifte door de pelotonscommandant (PC).

 

Trap 2

Trap 1 +
Verkenning door de PC. Zo nodig heeft coördinatie plaatsgevonden met neven- of andere eenheden. De groepscommandanten (GPCn) nemen na de verkenning de schets over. De PC geeft na terugkeer zijn bevel uit.

 

Trap 3

Trap 2 +
Verkennen door de GPCn. De PC geeft op locatie zijn bevel uit.

 

Trap 4

Trap 3 +
Repeteren (rehearsel) van de opdracht door de GPC met zijn groep op locatie van de actie dan wel een oefenlocatie. Bijvoorbeeld innemen/loslaten opstellingen, reserve- en verwisselopstellingen, inclusief gevechtsgereed maken (FUCO).

Zie ook: rehearsal.

Terug naar Boven

 

TRAUMA CAPITIS

Letterlijk: "letsel aan het hoofd".

Trauma capitis is traumatisch letsel aan de schedel en/of de hersenen, dat is veroorzaakt door een ongeval, schotwond, val of anderszins. Onder te verdelen in:

►Complicaties van trauma capitis (bloeding, coma, hematoom, hersenoedeem)

►Hersenletsel (hersenschudding, hersenkneuzing)

►Schedelletsel (schedelfractuur, schedelbasisfractuur, impressiefractuur)

Terug naar Boven

 

T.R.A.U.M.A.T.A.T.IJ.D.

Ezelsbruggetje dat wordt gebruikt ter voorkoming van een transporttrauma van de patiŽnt bij het besturen van een (militaire) ziekenauto. De tien geboden van de ziekenautochauffeur.

T

Transporttrauma voorkomen

R

Rem tijdig en geleidelijk (niet bruusk)

A

Accelereer matig

U

Uiterst zorgvuldig op slecht wegdek (aanpassen aan de terreinomstandigheden)

M

Matige snelheid in de bochten

A

Aandrijvingschokken voorkomen

T

Tijdens transport gewondenverzorging continueren

A

Anticiperen

T

Tijdverlies voorkomen

IJ

IJltransport pas na de beslissing van de arts

D

Deskundige spoed nastreven

Tijdens het rijden met de ziekenauto wordt "glijdend transport" nagestreefd. Beperk het rijden met licht- en geluidssignalen (ijltransport) tot ritten met een spoedeisend karakter (A1 in de burgermaatschappij). De beslissing tot het uitvoeren van een ijltransport ligt bij de arts.

Tips en tools:

►Claxonneer niet onnodig.

►Denk eerst en vooral aan de belangen van uw patiŽnt.

►Nader verkeerslichten en voetgangersoversteekplaatsen (VOP's) met matige snelheid.

►Neem geen voorrang, maar zorg dat u voorrang krijgt.

►Pas uw weggedrag en snelheid aan het overige verkeer aan.

►Rijdt niet te langzaam in een hoge en niet te snel in een lage versnelling.

►Ruk niet aan het stuurwiel.

Terug naar Boven

 

TRAVERSEREN

Ook genaamd: zijwaarts bijrichten. Het verrichten van richtpuntaanpassingen of -correcties in het horizontale vlak, d.w.z. in zijdelingse richting.

De hoek waarin getraverseerd wordt heet traversehoek; deze kan bijvoorbeeld worden veranderd door de affuit te draaien.

Richtpuntaanpassingen of –correcties in het verticale vlak, d.w.z. in de hoogte, wordt eleveren genoemd.

Terug naar Boven

 

TREFFERBEELD

Het trefferbeeld wordt geformeerd door de aanslagpunten van de kogels van de kogelbundel met het doel of maaiveld, m.a.w. de kogelbaan van het projectiel naar het doel of maaiveld.

Het trefferbeeld kan het volgende patroon hebben:

Kegelvormig

aanslag in het horizontale vlak

Cirkelvormig

aanslag in het verticale vlak

Ovaalvormig

aanslag in een hoek

Niet alleen het trefvlak is bepalend voor het patroon van het trefferbeeld. De schootsafstand en de vorm van het terrein zijn ook van invloed.

Bij afstandvergroting neemt de lengte van een trefferbeeld af, terwijl de breedte toeneemt; bij afstandverkleining neemt de lengte van het trefferbeeld toe, terwijl de breedte afneemt.

Ook al is geen mondingsvlam waargenomen kan toch uit het trefferbeeld van de projectielen de vuurrichting en zelfs de locatie van een vijandelijke vuuropstelling worden bepaald. Het beeld en geluid van de inslag van de granaten of raketten zegt iets over het gebruikte kaliber, zodat de veilige afstand kan worden ingeschat.

Hoe nauwkeuriger het trefferbeeld, des te kleiner het risico op onbedoelde nevenschade (collateral damage).

Terug naar Boven

 

TREKBOM

Vooral bekend uit Nederlands-IndiŽ. In de regel in het wegdek of langs de weg ingegraven explosief. Op het moment van passeren van een konvooi militairen werd de trekbom met behulp van een lang touw (trekkoord) dat is bevestigd aan de trekontsteker, van bijvoorbeeld een ongeŽxplodeerde Japanse vliegtuigbom, langs de route tot detonatie gebracht.

De 'ploppers' (Indonesische onafhankelijkheidsstrijders) plaatsten trekbommen om Nederlandse militairen te doden. Hoewel te velde de niet-gemotoriseerde troepen er alles aan deden om trekbommen te lokaliseren en te ontmantelen (pioniers), werden hierdoor vele tientallen voertuigen vernield en kwamen honderden militairen om het leven. Vanwege het gevaar van trekbommen waren de dagelijkse konvooien en patrouilles een voortdurende bron van angst en frustratie.

Voorloper van de improvised explosive device (IED).

Terug naar Boven

 

TRIAGE

Duits: Sichtung. Engels: sorting. Frans: triage. Triage, van het Franse "triage", is het indelen (triŽren) van slachtoffers bij aanvang van de geneeskundige hulpverlening die erop is gericht met zo weinig mogelijk beschikbare middelen (personeel en materieel) zoveel mogelijk levens te redden.

De indeling vindt plaats aan de hand van de toestand van de ademweg (airway), ademhaling (breathing) en circulatie (circulation). Schaarste van middelen zorgt ervoor dat prioriteiten moeten worden gesteld. Van de slachtoffers met levensbedreigend letsel wordt prioriteit gegeven aan slachtoffers met de meeste overlevingskansen.

Bij triŽren wordt een beslissing gemaakt door het stellen van gerichte vragen en, indien nodig, enig lichamelijk onderzoek. Hierdoor wordt een prioriteit aan slachtoffers gegeven, die uiteindelijk de behandelingsvolgorde en eventueel de afvoerurgentie bepaalt.

Dit is gebaseerd op de capaciteit van het gezondheidszorgsysteem. De kenmerken van triage zijn:

►Alle gewonden en zieken worden behandeld, ook die van de vijand; wie als eerste wordt behandeld, wordt uitsluitend bepaald op medische gronden.

►Triage is gericht op het voldoende behandelen van veel gewonden binnen een zo kort mogelijke tijd.

►Triage is niet alleen voorbehouden aan artsen.

Er bestaan twee vormen van classificatie: de P-classificatie voor het optreden onder gevechtsomstandigheden én de T-classificatie voor het optreden onder rampomstandigheden.

De prioriteiten P1 t/m P3 binnen de P-classificatie zijn:

Prio

Klare taal

Betekenis

Engels

P1

Immediate

Kritieke levens-, ledemaat- of gezichtsvermogenbedreigende aandoening die binnen 1 uur behandeling en evacuatie (MEDEVAC). P1 vereist zuurstofvoorziening en/of beademing.

 

Life threatening injury in need of immediate intervention.

P2

Delayed

Ernstige maar stabiele aandoening, niet P1, die binnen 6 uur moet worden behandeld. P2 kan een potentiŽle P1 zijn.

Potential life threatening injury in need of admission and early intervention.

P3

Minor

Aandoening die niet ernstig is en minimale behandeling (desinfectie en verbandmiddelen) nodig heeft, inbegrepen psychische klachten.

Walking wounded that can wait for treatment.

Op een hulppost is de arts verantwoordelijk voor de triage; op een gewondentransportmiddel de AMV'er. Triage kan al tot de mogelijkheden behoren als de AMV'er samen met zijn chauffeur op de plaats van ongeval arriveert en daar meer dan twee patiënten aantreft. Triage is echter meer bekend in geval van een mass casualty (MASCAL).

Zie ook: MASCAL en T-classificatie.

Terug naar Boven

 

TRIP VAN ZOUTLANDTKAZERNE

Kazerne, gelegen aan de De la Reijweg in Breda, die in 1912 is vernoemd naar de Nederlandse generaal der cavalerie Jonkheer Albert Dominicus Trip van Zoudtlandt (1776-1835).

In de veldslagen bij Quatre-Bras en Waterloo in 1815 voerde hij als generaal-majoor het commando over de Brigade Zware Cavalerie, die deel uitmaakte van het 1e Legerkorps van de Prins van Oranje. Voor zijn aandeel in beide veldslagen werd Trip van Zoudtlandt benoemd tot Commandeur in de Militaire Willems-Orde.

Links generaal der cavalerie Jonkheer A.D. Trip van Zoudtlandt, rechts de ingang van de kazerne.

Tot aan WO II was in de kazerne het 2e Regiment Huzaren gevestigd; in WO II werden krijgsgevangen Canadese militairen in de kazerne ondergebracht.

Vanaf de bevrijding was de kazerne onder meer, tot 1967, in gebruik als de Luchtmacht Officiers- en Kaderschool (LOKS) en, van 1974, als Opleidingscentrum Officieren Speciale Diensten (OCOSD). Het OCOSD, later ook gevestigd op de Seeligkazerne in Breda, heette vanaf 1990 het Opleidingscentrum Officieren (OCO) en ging op 1 juli 1996 op in de Koninklijke Militaire Academie.

Van 1997 tot 2014 was in een deel van de kazerne het Generaal Maczek Museum ingericht, dat de geschiedenis belichtte van de in 1942 opgerichte 1e Poolse Pantserdivisie die de stad Breda in 1944 heeft bevrijd.

Tegenwoordig is in de Trip van Zoudtlandtkazerne de Nederlandse Defensie Academie (NLDA) gevestigd, waar opleidingen worden verzorgd voor officieren van de Koninklijke Landmacht, Luchtmacht en Marechaussee.

Terug naar Boven

 

TRML-3D

Voluit: Telefunken Radar Mobil Luftraumüberwachung.

Defensie heeft medio 2006 tweemaal een driedimensionale middellangeafstandsradar TRML-3D aangekocht.

Voor de TRML-3D ligt het accent op de bewaking en de verdediging van het luchtruim.

De TRML is ingevoerd in het kader van de Future Ground Based Air Defence (FGBADS). De TRML's, geproduceerd door EADS Deutschland GmbH, zijn ingevoerd bij 12 Luchtverdedigingsbatterij (12 Luverdbt), behorend tot het Commando Luchtdoelartillerie en gestationeerd op het Joint Air Defense Center van de basis De Peel in Vredepeel (Noord-Brabant).

De radar is van het type 'phased array' met een maximaal radarbereik van 200 km (korte en middellange luchtverkenning en -verdediging).

Het TRML-radarsysteem, gebouwd op een shelter met een mast van maximaal 14 meter hoogte, is geplaatst op het onderstel van de MAN 8x8 SX 45 vrachtauto, geproduceerd door de Duitse MAN Nutzfahrzeuge Group.

Specificaties van de MAN 8 x 8 SX 45:

aandrijving

8 x 8

actieradius

800 km

brandstoftank

400 liter

breedte

2 meter 55

draaicirkel

29 meter

gewicht

14½ ton

hoogte

4 meter

lengte

12 meter

maximumsnelheid

85 km per uur

motor

V8-6 cilinder turbodiesel

motorvermogen

477 kW (640 pk)

waaddiepte

1 meter 50

Terug naar Boven

 

TROEPENMACHT IN SURINAME

Afgekort:TRIS.



Logo van de Troepenmacht in Suriname (TRIS).

In de Defensienota 1951 besloot Nederland dat de verdediging van West-IndiŽ en Nieuw-Guinea in beginsel een taak van het Korps Mariniers bleef, maar na een motie van afkeuring in 1951 - omdat de mariniers door de lokale bevolking als bezetters werden gezien - besloot de regering op 15 augustus 1952 alsnog dat de Koninklijke Landmacht in Suriname zou blijven.

In september 1952 werd 103 Commando Compagnie van het Korps Commandotroepen naar Suriname gedirigeerd. Deze 'Suriname-compagnie' keerde, na overdracht van de taken aan de nieuw opgerichte TRIS, in maart 1953 terug naar Nederland.

De hoofdmoot van de KL ging bestaan uit drie tirailleurscompagnieŽn ('Suriname-compagnieŽn') met dienstplichtigen die op vrijwillige basis voor ťťn jaar werden uitgezonden) en een ondersteuningscompagnie.

Zo'n Suriname-compagnie werd bij het Regiment van Heutsz op de Generaal-Majoor de Ruyter van Steveninck-kazerne in Oirschot geformeerd. Eenmaal in Suriname werden ook Surinaamse dienstplichtigen opgenomen in de gelederen.

Na aankomst in Suriname werden de troepen voor vier maanden aanvullende opleiding, waaronder een jungle-training, naar het Bosbivak Zanderij (Prinses Beatrix-kampement), ± 50 km ten zuiden van Paramaribo, gestuurd voor de vorming tot compagnie.

Daarna volgden vier maanden van detacheringen in de westelijke grensplaats Nickerie aan de Corantijn-rivier, in de oostelijke grensplaats Albina aan de Marowijne-rivier en, sinds 1959, in Brownsweg aan het Van Blommestein-meer.

De laatste maanden werden doorgebracht in en tegenover het Prins Bernhard-kampement in Paramaribo.

Vier- tot vijfmaal per jaar gingen voet- en vaarpatrouilles voor 4 ŗ 6 weken de binnenlanden in voor militaire werkzaamheden en waarnemingen ten behoeve van het gouvernement: het bestuur van het overzeese Nederlandse gebiedsdeel.

In 1954, toen Suriname autonoom werd binnen het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden, was de troepenmacht op volle sterkte: Ī 1.100 man.

Sinds 1957 heette de troepenmacht die verantwoordelijk was voor de beveiliging van Suriname officieel Troepenmacht in Suriname (TRIS) en kreeg zij in de buurt van Zanderij het gevechtsschietterrein OP Savanne.

Op 25 november 1975, de dag van de Surinaamse onafhankelijkheid, werd de TRIS officieel opgeheven en gingen materieel, voorraden en gebouwen over naar de Surinaamse Krijgsmacht (SKM).

Het monument "Voor hen die ons ontvielen en hen die bleven 1945-1975" van de Troepenmacht in Suriname op de Generaal Spoorkazerne in Ermelo.

Terug naar Boven

 

TROJE, PAARD VAN

Volgens de overlevering duurde de Trojaanse oorlog van 1294 tot 1284 voor Christus (BC). Gedurende tien jaar belegerde een Grieks leger onder leiding van Agamemnon de stad Troje aan de westkust van het huidige Turkije.

Troje (Ilium) lag aan de Hellespont in het noordwesten van Anatolië en was de zetel van de bejaarde koning Priamus. Troje was dus een strategische locatie aan de nauwe zeestraat die de Zwarte Zee verbindt met de Egeïsche Zee. Waarschijnlijk buitte Troje zijn gunstige geografische locatie - tevens de belangrijkste verbinding tussen Europa en Azië - uit om tol te vragen van passerende schepen en reizigers. Dergelijke praktijken verklaren in elk geval de rijkdom van Troje; voor de Grieken was het een motief om ten strijde te trekken tegen de stad, die immers aanhoudend hun handel via de Hellespont belemmerde.

De Grieken laten 's avonds een reusachtig houten paard achter voor de stadspoorten van Troje. In het paard - gebouwd door de timmerman/bokser Epeius met behulp van Pallas Athene - zitten de 30 beste Griekse soldaten, onder wie Odysseus zelf en Ajax.

De overige Grieken doen alsof zij wegvaren, maar wachten in werkelijkheid onzichtbaar voor de Trojanen achter het eiland Tenedos.

Het Trojaanse paard, zoals te zien in de Amerikaanse speelfilm 'Troy' (2004, Wolfgang Petersen), met in de hoofdrollen Brad Pitt, Eric Bana en Orlando Bloom.

Voor de stadspoorten wordt ook de zogenaamde deserteur Sinon achtergelaten. Hij moet de Trojanen overhalen het paard binnen te halen. Sinon vertelt de Trojanen dat hij is achtergelaten omdat hij ruzie heeft met Odysseus – de koning van Ithaca – die de krijgslist heeft bedacht. Ook vertelt hij dat het houten paard een geschenk is van de Griekse godin Pallas Athena – met opzet zo groot gemaakt dat de Trojanen het niet binnen de stadsmuren kunnen krijgen.

Als de Trojanen de stadsmuur slopen, zo vertelt Sinon, garandeert Pallas Athena de onneembaarheid van de stad. De Trojanen trappen in het verzinsel, slaan een opening in de muur en halen het paard feestend, ten teken van de overwinning, de stad binnen.

Dezelfde nacht haalt Sinon de Griekse soldaten uit het paard, waarmee de verovering van Troje een feit is. Tenslotte wordt de stad geplunderd en platgebrand.

Zie ook: krijgslist en turfschip van Breda.

Terug naar Boven

 

TROOP CONTRIBUTING NATION

Afgekort: TCN. Een of meer landen die eigen nationale eenheden ontplooien om aan een joint operatie deel te nemen. De gezamenlijk ontplooide eenheden worden ter beschikking en onder bevel gesteld van de Force Commander van de betreffende operatie. Feitelijk kan na de onderbevelstelling de operatie beginnen.

Tussen de hoofdkwartieren van de supranationale (onder andere Europese Unie) dan wel consensusorganisaties - onder andere Noord Atlantische Verdrags Organisatie (NAVO), Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE) en Verenigde Naties (VN) - die de ontplooide eenheden aansturen en de eenheden te velde, dienen zowel vóór als tijdens de operatie intensieve contacten te worden onderhouden.

OVSE en VN hebben geen eigen strijdkrachten, dus zijn volledig afhankelijk van TCN die zowel personeel als materieel leveren voor een troepenmacht. De lidstaten van EU (EU Battle Group) en NAVO (NATO Response Force) kunnen in voorkomend geval wel een eigen strijdmacht op de been brengen.

Zie ook: lead nation, memorandum of understanding en rules of engagement.

Terug naar Boven

 

TROPCO

Voluit: trekkeropleggercombinatie. In de burgermaatschappij 'dieplader' genoemd. De inzet van dieplader-vervoer wordt binnen een brigade gecoördineerd door de Sectie Verplaatsingen. Tropco's zijn nog altijd de geëigende transportmiddelen voor zwaar materieel, zoals brugdelen, bouwmachines, containers, (pantser)rupsvoertuigen en tanks.

De eerste tropco binnen de Koninklijke Landmacht was de FTF MS-4050. FTF staat voor Floor Truck & Trailer Fabriek. De fabriek stond tussen 1966 en '95 in Wijchen bij Nijmegen. In 1972-'73 werden in totaal 39 zware diepladertrekkers FTF gebouwd, die in '74 werden geleverd aan de Koninklijke Landmacht ter vervanging van de Britse Thornycroft Antar voor het vervoer van tanks.

Zeer kenmerkend voor de FTF waren zowel de imposante omvang als het zware geluid van de tweetakt Detroit-dieselmotor.Bij het trekkend voertuig behoorde de DAF YTS-10050 oplegger. In 1992-'93 faseerde de FTF uit.

De Thornycroft-trekker had een oplegger voor transport tot 50 ton. Thornycroft introduceerde als eerste onderneming een vergroting van het laadvermogen van vrachtauto's dankzij de gelede truck (trekker plus oplegger).

FTF MS-4050 trekker-oplegger-combinatie.

In combinatie met een 50-tons DAF YTS 10050 oplegger werd de opvolger, de FTF, opnieuw gebruikt voor het vervoer van tanks en zware pantservoertuigen. Tot 1988 was de FTF MS-4050 bij de KL in gebruik.

Specificaties van de FTF MS-4050:

lengte oplegger

11 meter 40

lengte trekker

7 meter 52

lengte tropco

16 meter 33

motor

2-takt 12-cilinder Detroit-dieselmotor

vermogen

475 pk

De Koninklijke Landmacht kent vier typen tropco's:

►DAF YTV-2300 trekker met Broshuis-oplegger 280 kN

►DAF XF95 Tropco 400 kN

►Mercedes-Benz 2648 Tropco 600 kN

►DAF XF95 Tropco 650 kN

De Broshuis-oplegger waar een brugleggende tank zijn brugdelen vanaf tilt.

DAF XF95 Tropco 400 kN

aandrijving

op alle assen (6 x 6)

assen

4

laadvermogen

tot 40 ton

liersysteem laden/lossen defecte voertuigen

2 x 32 ton Braden Winch liersysteem

motor

12,6 liter DAF-dieselmotor

transporteert

Boxer PWV; brugdelen; bouwmachines; rupsvoertuigen

vermogen

355 kW (483 pk)

De nieuwe generatie trekker-oplegger-combinaties: de DAF XF95.

DAF XF95 Tropco 650 kN

aandrijving

op alle assen (6 x 6)

assen

7

laadvermogen

tot 65 ton

liersysteem laden/lossen defecte voertuigen

2 x 24 tons Braden Winch liersysteem

motor

12,6 liter DAF-dieselmotor

transporteert

Leopard 2A6; Panzerhaubitze 2000; 20-voet-container

vermogen

390 kW (530 pk)

Mercedes-Benz 2648 TROPCO 600kN

Mercedes-Benz 2648 trekker-oplegger-combinatie 600 kN.

laadvermogen

tot 64 ton

lengte

20 meter 25

transporteert

20-voet-container ; voertuigen tot 64 ton

vermogen

362 kW

DAF YTV-2300 trekker met Broshuis-oplegger 280 kN

motor

DAF DHS-8,25 liter 6- cilinder-dieselmotor

vermogen

180kW (245 pk)

Medio 2005 zijn alle DAF YTV-2300 trekker met Broshuis-oplegger 280 kN ťn Mercedes-Benz 2648 tropco's 600kN vervangen door de DAF FX95.

Beide uitvoeringen van de DAF FX95 wordt geproduceerd in een samenwerkingsverband met de firma Broshuis uit Kampen.

Terug naar Boven

 

TROPENZAKBOEK VOOR DEN SOLDAAT

No. 1578. Ontwerp-voorschrift dat op 11 september 1945 is uitgegeven door de Staf Bevelhebber Nederlandsche Strijdkrachten, Centraal Bureau Militaire Opleidingen.

Het voorschrift bevat onderwerpen als: elementaire tropenhygiŽne en een tabel van infectieziekten ("Goede gezondheid maakt het verblijf in de tropen tot een groot voorrecht!"), omgang met “inheemschen” ("den Indonesiër"), “kennis van het Maleisch”, woordenlijst ten behoeve van de bestorming van een dorp, een woordenlijst Maleis-Nederlands en een index.

Het voorschrift is destijds uitgereikt aan alle Nederlandse troepen die afreisden naar Nederlands-Indië.

In NRC Handelsblad van 22 mei 2006 wijdde Ewoud Sanders in de rubriek ‘Woordhoek’ een groot deel van het artikel Mensenhart aan het 'Tropenzakboek voor den soldaat'.

Specificaties:

binding

geniet

drukker

drukkerij J. van Boekhoven

grootte

18 cm

illustraties

zwart/wit

omslag

blauw gewolkt dik papier

paginas's

64

Enkele voorbeelden uit de woordenlijst:

“Durf den dood onder oogen te zien”

“Berani mati”

“Misschien is hij een spion”

“Berangkali dija mata-mata”

“Ons leger is niet bang”

“Bala-tantèra kita tida takoet”

“Wij zullen den oorlog winnen”

“Kita akan menang perang”

“Zijn hier krokodillen?”

“Di-sini ada boeaja?”

Terug naar Boven

 

TRUTTA


Voluit: Trutta Base Scenario Package. Generiek trainingsscenario dat in 2009 door Defensie is aangekocht van het Canadese Pearson Peacekeeping Centre (PPC). Ontwikkeld in 2007/'08.

Het trainingsscenario Trutta maakt van origine deel uit van het Salmo Base Scenario Package, dat wordt gekenmerkt door:

►Alerte, kritische media, zowel in het operatiegebied als aan het thuisfront

►Asymmetrische conflict tussen statelijke en niet-statelijke actoren (onder andere irreguliere strijdgroepen)

►Compleet scala aan acties met meerdere actoren, zoals lokale bevolkingsgroepen en non-gouvernementele organisaties (NGO's)

►Economische factoren van een conflict

►Invloeden van cultuur, tradities en geschiedenis

►Transversale thema's, zoals Sexual and Gender-Based Violence (SGBV) en HIV/AIDS

►Vreedzame end-state

TRUTTA behelst het scenario van een Peace Support Operation (PSO) in het fictieve gastland (host nation) Trutta: een volksrepubliek (Popular Republic of Trutta) met een oppervlakte tweemaal zo groot als Nederland. De PSO vertoont overeenkomsten met vredesmissies in de 21ste eeuw.


De fictieve republiek Trutta vertoont in real life opvallende (geostrategische) overeenkomst met de Canadese provincie New Brunswick. Inwoners van Trutta worden Truttani genoemd; de in Trutta ontplooide vredesmacht TRUFOR (Trutta Force).

Het scenario kan in een digitale omgeving worden aangeboden. Met behulp van het scenario kan het tactische besluitvormingsmodel (TBM) worden gehanteerd.

Zo kan worden bekeken wat het relevante vijandbeeld is, welke overige actoren deelnemen, hoe eenheden opdracht moeten worden geven en welke assets (middelen) daarvoor nodig zijn. Vanuit het generieke scenario worden, aan de hand van een ontvangen ACT/BCT, bevelen geschreven.

Vereenvoudigde vraagstellingen voortvloeiend uit het tactische besluitvormingsmodel:

►Wat is er aan de hand?

►Wat moet/wil ik bereiken? Wat is mijn (opgedragen) doel?

►Welke actoren en factoren hebben welke invloed op de actuele situatie waarin ik optreed of mijn toekomstige optreden?

►Waar kan ik het best mijn doel bereiken?

►Wanneer kan ik het best mijn doel bereiken?

►Met welke activiteiten en middelen kan ik het best mijn doel bereiken?

Terug naar Boven

 

TS-10

U.S. Army: handset TS-10. De TS-10 is een tweedradige handtelemicrofoon die als verbindingmiddel in gebruik is op pelotonsniveau (niveau III) en op opleidingscentra, zoals schoolbataljons. De TS-10 heeft geen weksignaal, waardoor permanent uitluisteren verplicht is.

Bij het U.S. Army Signal Corps is de TS-10 in diverse varianten in gebruik sinds de Tweede Wereldoorlog. Het toestel bevat geen batterijen of andere voedingsbron: door het elektromagnetische veld bij zowel zenden als ontvangen te gebruiken, voedt de veldtelefoon zichzelf en maakt hiermee communicatie mogelijk.

Het snoer van de TS-10 kan met behulp van krokodillenbekklemmen direct worden aangesloten op de veldkabel WD-1/TT of de kabelhaspel DR-8, waarbij gebruik kan worden gemaakt van een trekontlastingskoord.

Bij het gebruik met de kabelhaspel DR-8 moeten de krokodillenbekklemmen op de klemmen van de klemmenstrook van de DR-8 worden aangesloten. Hierna wordt de trekontlasting vastgemaakt. De tegenpost kan nu worden opgeroepen.

Om de TS-10 te testen, dient als volgt te worden gehandeld:

► Houd de krokodillenbekklemmen van elkaar. Wanneer in de microfoon wordt geblazen, is een neventoon hoorbaar.

► Houd de krokodillenbekklemmen tegen elkaar. Wanneer in de microfoon wordt geblazen is gťťn neventoon hoorbaar.

De TS-10 is daarnaast een hulpmiddel om storingen aan de veldkabel op te sporen door middel van de halveringsmethoden. Hierbij wordt de TS-10 direct op de gelegde veldkabel WD-1/TT aangesloten.

Het is met de TS-10 zelfs mogelijk om verbindingen te realiseren door de krokodillenbekklemmen aan te sluiten op prikkeldraad.

Zie ook: WD-1/TT.

Terug naar Boven

 

TUCHTRECHT

Op 27 februari 2009 stelde Staatssecretaris van Defensie Jack de Vries voor de maximale boete voor militairen die zich misdragen, te verhogen van Ä 45 naar maximaal Ä 350. Als een militair tijdens een buitenlandse missie over de schreef gaat, is de maximale boete Ä 700.

De Vries wilde de maximumboetes verhogen naar aanleiding van het rapport 'Ongewenst gedrag binnen de krijgsmacht. Rapportage over onderzoek naar vorm en incidentie van en verklarende factoren voor ongewenst gedrag binnen de Nederlandse krijgsmacht', gedateerd 29 september 2006, van voormalig Commissaris van de Koningin Boele Staal. Daaruit bleek dat er bij Defensie relatief veel sprake was van 'ongewenst gedrag', zoals pesten, discriminatie en seksuele intimidatie.

Het ging hierbij om boetes die door de krijgsmacht zelf worden opgelegd in het kader van artikel 43 van de Wet Militair Tuchtrecht (WMT).

De vakbonden vonden de nieuwe maximumboetes te hoog: een soldaat der tweede klasse moest rondkomen van een maandsalaris vanaf ĀÄ 923. Daarom pleitten de vakbonden voor het uitgaansverbod als alternatief. De bewindsman hield echter aan de bedragen vast en stelde dat lang niet in alle gevallen de maximale boete zou worden opgelegd.

Op 12 maart 2009 ging een meerderheid van de Tweede Kamer akkoord met de verhoging van de boetes die commandanten militairen mogen opleggen.

Zie ook: berisping en geldboete.

Terug naar Boven

 

TUNNELEN

Duits: Ausweichschießen. Engels: center peel (off). Contactdrill die wordt toegepast als een zich verplaatsende eenheid (groep, peloton) gevechtscontact maakt met een superieure vijand en de ruimte in het terrein niet voldoende is om de eenheid volledig te laten ontplooien om het gevecht aan te gaan.

De eenheid gaat volgens een vaste procedure met vuur en beweging achterwaarts, weekt zich met onderdrukkingsvuur los van de vijand en breekt zelfstandig het gevecht af (extractie), waarbij de militairen elkaar bij toerbeurt dekking(svuur) geven.

Deze contactdrill bij vijandcontact komt het meest voor bij een defilé: een doorwaadbare plaats (wadi), jungle (dichte bebossing) of verstedelijkt gebied (wegen in oorden). Alle mogelijke insnijdingen in het terrein (bergpas, kloof, inham, tunnel), een mijnenveld of mijnendreiging aan weerszijden van een route en overige hindernissen kunnen tunnelen eveneens noodzakelijk maken.

Voorbeeld van het tunnelen bij contact front:

►Bij colonne met enen (enkelcolonne): nummers 1, 3, 5 etc. stappen zoveel mogelijk uit naar rechts, nummers 2,4,6 etc. stappen zoveel mogelijk uit naar links. Op deze manier heeft elke man rechts een man links schuin voor en achter zich – en vice versa.

►1 vuurt twee enkelschots schoten (double tap) af, schreeuwt "Contact Front", knielt en geeft totdat zijn magazijn leeg is automatisch vuur af om vuuroverwicht te creëren.

►2 vuurt een double tap.

►3 gooit een rookgranaat.

►Rest van de eenheid knielt en neemt waar in front (3 en 4), naar rechts, naar links en naar achteren (achterste mannen).

►1 breekt het gevecht af, zet zijn wapen op 'safe', draait om, looppast door het midden van de ontplooide eenheid naar achteren en sluit aan de eigen kant achter aan.

►2 neemt het automatisch vuur over.

►pas wanneer 1 langszij looppast, vuurt 3 een double tap.

►Hierna breken 2,3,4 etc. op dezelfde manier af. Op deze manier krijgen beide ontplooide kanten tijdens het afbreken van het gevecht altijd ondersteuningsvuur.

►Tunnelen wordt pas beŽindigd:

○ wanneer het contact met de vijand is verbroken;

○ wanneer een gedekte locatie kan worden betrokken;

○ wanneer de laatste man een geschikt rally point heeft gevonden en de rest van de eenheid hierheen begeleid.

Opmerkingen bij het tunnelen:

1. Vuur uitbrengen gebeurt altijd alleen door de voorste twee personen. Om blue on blue te voorkomen vuurt de rest van de eenheid vuurt niet.

2. Wanneer het vuur moet worden overgenomen en het wapen heeft een storing, onmiddellijk afbreken en storing verhelpen.

Animatie van het tunnelen.

De tactiek van het tunnelen wordt getoond in het finale vuurgevecht in de Amerikaanse speelfilm ‘Tears of the Sun’ (2003).

Navy S.E.A.L. Lieutenant A.K. Waters trekt met zijn eenheid terug van een aanzienlijk grotere groep Nigeriaanse rebellen.

Terug naar Boven

 

TURF IN JE RANSEL

Eigenlijk: Grenadiersmars. Duur van de mars is 1 minuut en 47 seconden. ‘Turf in je ransel’ is een parademars die eigenlijk bij iedereen, burger of militair, bekend is. De melodie ligt lekker in het gehoor en wordt vandaag de dag nog vaak ten gehore gebracht door militaire muziekkorpsen.

Het muziekkorps van het Garderegiment Grenadiers en Jagers – de latere Koninklijke Militaire Kapel (KMK) - is op 7 juli 1829 door Koning Willem I in de Den Haag opgericht toen zich 18 musici en 10 kwekelingen bij zijn Regiment Grenadiers en Jagers voegden.

Al kort na de oprichting moest het muziekkorps te velde. Als onderdeel van het mobiele leger werd van 2 tot en met 12 augustus 1831 deelgenomen aan de Tiendaagse Veldtocht, de mislukte poging van Koning Willem I om de Belgische Opstand met geweld te onderdrukken.

Download hier de Grenadiersmars 'Turf in je ransel'

In 1929 werd François Dunkler Sr. (1779-1861) benoemd tot de eerste kapelmeester. Hij was afkomstig van de 11de afdeling Infanterie en woonde met zijn zoon, Frans Dunkler Jr. (1816 - 1878) , in de Haagse Oranjekazerne (Zoon Frans zou in april 1849 vader François opvolgen als kapelmeester van het muziekkorps; onder diens leiding steeg het muziekkorps van het Garderegiment Grenadiers en Jagers tot ongekende hoogte; Koning Willem III verleende bij Koninklijk Besluit van 3 augustus 1876 aan de stafmuziek van het Regiment Grenadiers en Jagers de titel Koninklijke Militaire Kapel.)

De Grenadiersmars is, enkele jaren na de oprichting van muziekkorps van het Garderegiment Grenadiers en Jagers, gecomponeerd door vader François Dunkler Sr. Hij baseerde zijn Grenadiersmars ‘Turf in je ransel’ op een thema dat was aangeboden door prinses Louise Augusta Wilhelmina Amalia van Pruisen (1808-1870).

Het eerste openbare optreden van het muziekkorps van het Garderegiment Grenadiers en Jagers vond plaats op 8 april 1830 bij de viering van de zesde verjaardag van H.K.H. Prinses Wilhelmina Maria Sophie Louise (1824-1897).

De KMK is door de jaren altijd het stafmuziekkorps van de Garderegiment Grenadiers en Jagers gebleven, dat als koninklijk regiment “Onder het Oog des Konings” dient en nauw is verbonden met de Hofstad Den Haag. Tegenwoordig is het Garderegiment Grenadiers en Jagers in de traditie verbonden met 11 Infanteriebataljon Luchtmobiel Air Assault van 11 Air Manoeuvre Brigade.

Op 6 november 1919 vond de eerste radio-uitzending in Nederland plaats; de eerste plaat daarin te beluisteren was de Grenadiersmars ‘Turf in je ransel’. In 1976 verscheen het gelijkgetitelde herinneringsboek ‘Turf in je ransel. 100 jaar Koninklijke Militaire Kapel' van de hand van Lambrecht den Haan (Uitgeverij Van Holkema & Warendorf, ISBN 9026945574). In 2004 bestond de Koninklijke Militaire Kapel 175 jaar; bijna twee eeuwen is de Grenadiersmars 'Turf in je ransel' de herkenningsmelodie gebleven.

Terug naar Boven

 

TURFSCHIP VAN BREDA

Nederlandse variant van het Paard van Troje. Viel de stad Troje door de krijgslist van koning Oysseus met het houten paard waarin Grieken verborgen zaten, in de nacht van 3 op 4 maart 1590 viel de stad Breda door de krijgslist van het Turfschip van Breda.

De schipper Adriaan van Bergen uit Leur benaderde Prins Maurits, kapitein-generaal van het Staatse leger - de krijgsmacht van de in 1588 uitgeroepen Republiek der Zeven ProvinciŽn - met een voorstel om Breda in te nemen. Van Bergen leverde regelmatig turf - gedroogd veen waarvan, door de schaarste aan hout, veelvuldig werd gebruikgemaakt als brandstof voor kachels - aan het Kasteel van Breda, de garnizoensplaats van de Bredase bezettingsmacht (en tegenwoordig huisvesting van de Koninklijke Militaire Academie). In naam van de Spaanse koning bestond het garnizoen uit vier compagnieën Italiaanse huurlingen die onder leiding stonden van Paolo Antonio Lanciavecchia, samen ± 350 soldaten.

Omdat Van Bergen geregeld het Kasteel aandeed, werd zijn turfschip al tijden niet meer doorzocht en zou hij gemakkelijk een compagnie soldaten moeten kunnen binnensmokkelen.

De ets 'Turfschip van Breda, 1590. 't Kasteel van Breda verrast, door middel van een Turfschip, in 't jaar 1590' werd in 1788-1790 vervaardigd door Noach van der Meer (II).

Op zaterdag 3 maart 1590 liep het turfschip bij hoogwater de slotgracht van de Bredase getijhaven binnen. In het ruim, verscholen onder dikke lagen turf, zaten 75 soldaten onder leiding van de Waalse bevelhebber Charles de Héraugière. Rond middernacht werd het Italiaanse garnizoen overrompeld door een verrassingsaanval van binnenuit, vergemakkelijkt door de bedronken carnavalsstemming onder de Italiaanse huurlingen. In de middag van zondag 4 maart 1590 trokken Maurits, zijn ondercommandant Filips van Hohenlohe-Langenburg (luitenant-generaal van Holland) en bijna 5.000 soldaten de stad binnen.

Daarmee werd Breda de eerste stad die de opstandelingen na de dood van Maurits' vader - Willem van Oranje in 1584 - heroverde op de Spanjaarden.

Deze militaire én morele overwinning betekende dat de Staten-Generaal voortaan gemakkelijker bereid waren oorlog te financieren. Breda werd garnizoensstad, De Héraugière gouverneur van de stad en Maurits had zijn faam als veldheer eensklaps op de kaart gezet.

Zie ook: krijgslist en misleiding.

Terug naar Boven

 

TWEEDAAGSE MILITAIRE PRESTATIETOCHT

Afgekort: TMPT. Jaarlijks door de Koninklijke Vereniging van Nederlandse Reserve-Officieren (KNVRO) georganiseerde tocht.

Het Kruis van de Koninklijke Vereniging van Nederlandse Reserve-Officieren voor de Militaire Prestatietocht met de bijbehorende baton.

De TMPT is geen wedstrijd, maar een twee dagen durende militaire sportieve prestatie.

De motivatie om in 1936 te beginnen met de organisatie van de TMPT was dat "aan de aanvoerders van troepen te velde in oorlogstijd hooge eischen zullen worden gesteld aan lichamelijke geoefendheid en uithoudingsvermogen."

In de TMPT geven de deelnemers blijk te beschikken over een breed scala aan militaire vaardigheden (vakmanschap), behendigheid, doorzettings- en uithoudingsvermogen.

De TMPT is een duoprestatie: de prestatie wordt door een team van twee militairen geleverd. Teams die de TMPT met goed gevolg afleggen ontvangen het door de KNVRO ingestelde TMPT-kruis.

Dit is een officieel goedgekeurde onderscheiding die op het militaire uniform mag worden gedragen, volgens Legerorder 1952-112.

Om in aanmerking te komen voor het TMPT-kruis moet als team in maximaal tien uur worden voldaan aan de eisen zoals die zijn vastgesteld volgens MinisteriŽle Kennisgeving S2004001528.

Met ingang van 2003 - de 55ste editie - is de prestatietocht opengesteld voor alle militairen van alle krijgsmachtdelen en zijn de proeven, tijds- en afstandseisen gewijzigd. Voor veteranen en dames gelden daarnaast lichtere eisen.

Het te dragen tenue is gevechts-, veld- of overeenkomstige tenue zonder bepakking. Om in aanmerking te komen voor het TMPT-Kruis dient als team te worden voldaan aan de eisen dat op de ene dag de opdrachten van lus A en B binnen 10 uren worden uitgevoerd en op de andere dag de opdrachten van lus C en D binnen 10 uren worden uitgevoerd.


De proeven die moeten worden afgelegd zijn sinds 2003:

A1 Verplaatsing per fiets

Verplaatsing per fiets volgens opgedragen route op ingetekende kopie stafkaart langs opdrachtstations. Afstand 85 of 75 km. Opdracht B6 is opgenomen in route A1.

A2 Kaartlezen per kajak

Kaartlezen per tweepersoons kajak over een plas en/of sloten over een afstand van Ī 1Ĺ ŗ km. Tijdens het traject wordt een opdracht uitgevoerd.

A3 Survivalbaan

Het afleggen van een survivalbaan met vijf touwgerelateerde hindernissen bevat (touwhindernisbaan). De survivalbaan bestaat uit vijf hindernissen. Tijd is 4½ of 5½ minuut.

A4 Nationale hindernisbaan

De nationale hindernisbaan bestaat uit: kettingladders, schuin- en horizontaal rek, loopdraden, springbord met sloot, kruipdraden, klimraam, evenwichtsbalken, lage muur, muur met ramen, doorwaadbare plaats, horizontale balken, springkuil, Ierse tafel, springsloten en kruipgangen. Tijd: 6 of 5½ minuut. Elk team moet een standaard munitiekist van 16 kg van begin naar einde meenemen.

A5 Snelmars

Een snelmars van 3 km in 19 of 21 minuten.

B6 OriŽntatieparcours te voet door ruw terrein

Het afleggen van een oriŽntatieparcours te voet door ruw terrein over Ī 9 km via ingetekende punten op een oriŽntatiekaart schaal 1:10.000. Een zelf meegebracht kompas mag worden gebruikt. Opdracht B6 is opgenomen in route A1.

C7 Kaartleesopdracht per fiets

Het uitvoeren van een kaartleesopdracht per fiets door middel van een coŲrdinatenlijst en een stafkaart, waarop teams zelf de coŲrdinaten moeten intekenen. Afstand: 60 of 50 km. Deelnemers moeten op ieder coŲrdinaat een vraag beantwoorden.

C8 Handgranaat werpen

Tijdens opdracht C7 worden juistheidsworpen met werpgewichten uitgevoerd. De werpgewichten van 550 gram moeten in standaardringen op 15 en 20 meter afstand te worden geworpen. Per deelnemer zijn er vijf werpgewichten.

C9 Afstandschatten

Tijdens opdracht C7 dient op een controlepost de afstand tot een bepaald object te worden geschat.

C10 Snelmars

Een snelmars van 3 km in 19 of 21 minuten.

D11 Mars

Route volgens ingetekende stafkaart 1:50.000. Afstand: Ī 25 of Ī 20 km.

D12 Schietproef

Tijdens opdracht D11 wordt een schietproef afgewerkt. Keuze uit Colt (10 schoten in 25 seconden op een borstschijf op 100 meter in houding liggend vrije hand) of Glock 17 (10 schoten in 25 seconden op een rompschijf op 25 meter; houding staand tweehandig).

In mei 1939, in de vierde editie van de TMPT, nam ook de sportief ingestelde Prins Bernhard deel. Op diens verzoek vormde hij een duo met de eerste luitenant der cavalerie jonkheer Jan Beelaerts van Blokland.

Vanwege de deelname van de prins was er veel belangstelling van autoriteiten, pers en publiek. Zo nu en dan moest de politie ingrijpen om al te enthousiaste toeschouwers op afstand te houden.

In die tijd diende twee dagen achtereen iedere dag 40 km te paard, 60 km op de fiets en 25 km te voet te worden afgelegd, waarbij steeds na het verwisselen van vervoermiddel het eerste half uur het gasmasker moest worden gedragen.

Beelaerts van Blokland was sinds 1936 bevriend met de Prins. Bij de huwelijksinzegening van Prinses Juliana en de prins in 1937 werd het peloton huzaren voor de Gouden Koets gecommandeerd door Beelaerts van Blokland.

Ook na de TMPT kreeg de Prins, bijvoorbeeld tijdens de Tweede Wereldoorlog, nog vaak met Beelaerts van Blokland te maken. Beelaerts van Blokland was commandant van de Prinses Irene Brigade en klom uiteindelijk op tot brigadegeneraal-titulair der cavalerie.

In 2018 zal de 70e editie van de TMPT plaatsvinden.

Zie ook: baton en Prins Bernhard.

Terug naar Boven

 

TWO CAN RULE

Letterlijk: twee-blikjes-regel.

Tijdens operationele inzet (oefening, uitzending e.d.) de regel dat, om reden van operationele inzetbaarheid, niet meer dan twee alcoholhoudende consumpties per avond mogen worden genuttigd.

De regel is met name bedoeld om het gebruik van alcohol na de diensturen te reguleren - aangezien tijdens de dienst, onder voorbehoud van door de commandant te bepalen uitzonderingen, de inname van alcohol te allen tijde uit den boze is.

Daarnaast voorkomt een Two Can Rule tot op zekere hoogte dat militairen hun toevlucht zoeken in drankmisbruik.

Ondanks regulering als deze blijven er, met name tijdens multinationale operaties met meerdere bargelegenheden op compounds, mogelijkheden te over om meer dan twee alcoholhoudende consumpties per avond te drinken.

Vanaf 1 januari 2005 mochten de Nederlandse militairen in Afghanistan geen druppel alcohol meer drinken. De maatregel, uitgevaardigd door de toenmalige Chef Defensie Staf, generaal Dick Berlijn, maakt een einde aan de Two Can Rule.

Terug naar Boven

 

Laatste update:22.02.2017