Inhoudsopgave T
Terug naar de homepage
 

Maak uw keuze uit de hieronder getoonde lijst

 

T-CLASSIFICATIE

Urgentiebepaling wanneer triage wordt gepleegd, waarbij de slachtoffers in vier klassen worden ingedeeld:

T1

Onmiddellijk

ABC-instabiele gewonden; hebben onmiddellijk stabilisatie nodig

T2

Urgent

Op termijn ABC-instabiele gewonden; hebben binnen 6 uur een chirurgische of geneeskundige interventie nodig; kan een T1 worden

T3

Uitgesteld

ABC-stabiele gewonden; directe behandeling – binnen 6 uur – is niet nodig.

T4

Afwachten

ABC-instabiele gewonden; hebben een zodanig ernstige conditie dat zij niet kunnen overleven ondanks de best mogelijke zorg; behandeling zou in tijd en/of middelen geneeskundige hulp onthouden aan gewonden die wel een kans hebben om te overleven; pas behandeling wanneer voldoende middelen voorhanden zijn.

Eenvoudige triage wordt gebruikt op de locatie van een Mass Casualty om slachtoffers te kiezen die direct vervoer naar een geneeskundige inrichting vereisen in tegenstelling tot slachtoffers die later geholpen kunnen worden.

Zie ook: triage.

Terug naar Boven

 

T.A.B.

Acroniem. Betekenis: Tactical Advance to Battle.

Geforceerde mars in volle bepakking – meestal ± 20 kg – naar het vijandelijk doel aan het front, m.n. uitgevoerd op verharde wegen. De term is afkomstig van het Britse Parachute Regiment, de airborne infanterie van de Britse krijgsmacht.

De TAB vindt plaats in een snelheid die hoger ligt dan wandelen maar lager dan rennen. In de praktijk houdt de geforceerde mars rekening met de meegenomen draaglast én het terrein: marsend op stijgende en moeilijk begaanbare terreindelen en waar mogelijk “tabbing”.

De snelheid is 4 mijl per uur als 8 mijl in 2 uur moet worden afgelegd (6,44 km per uur, 12,87 km in 2 uur, 107,3 meter per minuut en 9,3 minuten per km).

Bij de Britse Royal Marines wordt de term YOMP gebruikt, dus ook “yomping”. YOMP wordt gekscherend vertaald als “Your Old Mams Pace” of “ Your Own Marching Pace”

Terug naar Boven

 

TACBE

Betekenis: Tactical Beacon. In het Nederlands: tactisch baken.

Lichtgewicht 'radio direction-finding equipment' die sinds de jaren '50 wordt gebruikt – onder meer door Special Forces en neergeschoten piloten – om vanaf de grond op relatief korte afstand hulp te kunnen alarmeren bij geallieerde collega’s in helikopters en vliegtuigen (ground to air rescue beacon). Andere benamingen voor een TACBE zijn Personal Locator Beacon (PLB) of Search-And-Rescue Beacon (SARBE).

Het communicatiemiddel wordt louter gebruikt als iemand daadwerkelijk in gevaar is en dringend hulp nodig heeft. De tweewegradio zendt een noodsignaal (distress signal) uit naar in de nabijheid passerende helikopters en vliegtuigen. Het noodsignaal wordt eveneens onophoudelijk verzonden aan Airborne Warning and Control System (AWACS-)vliegtuigen.

Terug naar Boven

 

TACTICAL COMBAT CASUALTY CARE

Op deze plaats verschijnt binnenkort het gehele artikel over het hierboven aangegeven onderwerp!

Zie ook: Combat Application Tourniquet (CAT), contactdrill en M.A.R.C.H.

Terug naar Boven

 

TACTICAL FREEZE

Tijdens een tactische situatie voorkomende toestand waarin militairen door grote mentale druk terecht kunnen komen. Het gaat hierbij om stresssituaties, zoals een hinderlaag of een TIC. Daarna is de militair 'verstijfd van schrik' en blijft als 'bevroren' op het strijdtoneel staan: hij/zij reageert niet meer.

Hierdoor is een militair niet alleen voor zichzelf maar ook voor collega’s in de onmiddellijke nabijheid een gevaar.

Zie ook: stress.

Terug naar Boven

 

TACTIEK

Strategie en tactiek zijn elementaire parameters die op alle niveaus, van groep tot legerkorps, een wisselwerking hebben. Tactiek is te allen tijde ondergeschikt aan strategie, reden waarom tactiek ook wel lagere krijgskunde wordt genoemd.

Op de meest gunstige omstandigheden worden de plaatsen gerangschikt voor land-, lucht- en zeestrijdkrachten ten behoeve van het feitelijk contact maken met de vijand, te land, in de lucht of ter zee.

Strikt gezien betekent tactiek hoe in een directe gevechtssituatie op de meest doelmatige wijze en met de minste verliezen kan worden aangevallen of verdedigd ten einde de overwinning te behalen. Om een tactiek uit te voeren wordt gebruik gemaakt van tactische eenheden ter grootte van een compagnie: een compagnie bij de infanterie, een eskadron bij de cavalerie en een batterij bij de artillerie. Tactische eenheden zijn kleinschalig ingesteld en kunnen op zeer korte termijn worden ingezet.

De wapens om een tactiek uit te voeren zijn de zgn. tactische wapens: wapens die worden ingezet tegen militaire objecten (personeel, gevechtsstellingen en voertuigen) op het slagveld. Tot de tactische wapens behoren dan ook handvuurwapens, mitrailleurs, tanks en overig geschut.

Zie ook: operationele niveaus en strategie.

Terug naar Boven

 

TACTIEKEN, TECHNIEKEN & PROCEDURES

Afgekort: TTP. In het Duits: Taktiken, Techniken und Verfahren. In het Engels: tactics, techniques and procedures. In het Frans: tactiques, techniques et procédures.

Tactieken

WAT

Inzet van beschikbare middelen om het gevecht te winnen.

Technieken

WAARMEE

Beste methoden om personeel en materieel in te zetten.

Procedures

HOE

Gedetailleerde opeenvolging van acties (SOP).

Het gaat erom de eigen troepen zo goed mogelijk aan te passen aan de TTP van de vijand. Wanneer de vijand te gronde gericht moet worden, moet de TTP van de vijand gekend zijn om die te kunnen toepassen. Hiermee kan (beter) worden geanticipeerd op het vijandelijk optreden en het eigen optreden worden aangepast.

Behalve de TTP zijn de bedoeling (intent) en de belangrijkste actie (main effort) van de vijand essentieel, in relatie tot de most likely enemy course of action (MLECOA) en de most dangerous enemy course of action (MDECOA).

Zodra de vijandelijke TTP inzicht heeft gegeven in mogelijkheden en beperkingen, dient hierop te worden geanticipeerd door eigen TTP te ontwikkelen, te standaardiseren en vast te leggen. Een TTP geldt in de regel een bepaald deel van het militaire optreden.

Zie ook: interoperabiliteit.

Terug naar Boven

 

TAIL END CHARLIE

In het Nederlands: einde van een patrouille dat de vijand in de gaten houdt. De militair die, in een enkel- of dubbelcolonne patrouille te voet , in allerlaatste positie verplaatst en van daaruit met name waakt over vijandelijkheden aan de achterzijde van de patrouille.

Terug naar Boven

 

TAILOR-MADE

Letterlijk: "geknipt, perfect aangepast" .

Concept waarmee wordt bedoeld dat verschillende capaciteiten ( gevechts-, gevechtsondersteunende en logistieke eenheden) voor een specifieke opdracht worden bijeengebracht met als intentie een zo toegesneden mogelijke gevechtskracht dan wel crisisbeheersingsvermogen te genereren.

Uit elke capaciteit worden elementen genomen om een opdracht te vervullen.

Algemeen wordt gesteld dat een eenheid ter grootte van een (pantserzware) gemechaniseerde brigade - een logistiek zelfstandig platform van verbonden wapens ter grootte van ± 2.500 militairen - tailor-made mag zijn samengesteld, maar dat de daaronder vallende manoeuvre-eenheden ter grootte van een bataljon (pantserinfanterie, tank, verkenning, vuursteun, genie) in organiek verband moeten blijven opereren.

Terug naar Boven

 

TALON DRAAGBAAR

Voluit: Talon II 90C Retractable Handle Litter.

Evacuatiedraagbaar dat in de VS is ontwikkeld, van origine voor de evacuatie van slachtoffers met het M114 General High Mobility Multipurpose Wheeled Vehicle (HMMWV).

Het compacte draagbaar wordt nu gebruikt door U.S. Marines en U.S. Army. Het heeft ergonomisch ontworpen inschuifbare handvaten, zes bevestigingspunten voor infuuspalen en is gefabriceerd van anti-slipmateriaal en rip stop-stof.

Specificaties:

belastbaarheid545 kg

bodemvrijheid

4 cm

gewicht

6,8 kg

lengte, ingeklapt

50 cm

lengte, uitgeklapt

2 meter 29

NATO Stock Number

6530-01-504-9051

Nadeel van de Talon II 90C Retractable Handle Litter is dat deze niet geschikt is voor het draagbaarophangsysteem in zowel Chinook als Cougar.

Terug naar Boven

 

TALON UGV

De Talon is een unmanned ground vehicle (UGV) die onder andere zeer geschikt is voor EOD-activiteiten. De gepantserde, titanium robot op rupsbanden kan onder alle weersomstandigheden, dag en nacht, bij amfibische operaties én in moeilijk toegankelijk terrein navigeren. Met behulp van een joystick uit de bestuurderskoffer wordt de Talon UGV radiografisch bediend: probleemloos trappen op en af, door concertina’s en prikkeldraad.

De Talon UGV kan worden uitgerust met zeven camera’s met nightvision en zoomlenzen. Met een volle accu gaat de Talon UGV ongeveer een week mee.

Specificaties:

De Talon is zeer geschikt voor EOD-activiteiten

gewicht

45,3 kg

maximumsnelheid

8,3 km per uur (7 snelheden)

stuksprijs

€ 145.000

Omdat het Man Transportable Robotic System gemakkelijk is te ontplooien in gebieden met een verhoogd risico, zijn de Talon UGV’s bijvoorbeeld s inds 2002 bij de U.S. Army in Afghanistan in gebruik in operaties tegen Al Qaida en Taliban.

Op 17 juli 2006 zijn zes Talon-robots verkocht aan de Koninklijke Landmacht: vijf worden onmiddellijk ingezet in Afghanistan voor het onschadelijk maken van met name improvised explosive devices (die potentieel de meeste slachtoffers maken), één wordt in Nederland gehouden voor opleidingsdoeleinden. Met de eerste Europese order voor producent QinetiQ & Foster Miller was ruim € 870.000 gemoeid.

Terug naar Boven

 

TANK

In het Duits: Panzer. In het Frans: char d’assaut. Nederlandse benaming tot WO II, in elk geval bij het KNIL: vechtwagen.

Een Amerikaanse M4 Sherman-tank bij het Musée de la Bataille des Ardennes in La Roche-en-Ardenne, België.

jaren ‘40

Centurion

Brits

 

Panther

Duits

 

Sherman

Amerikaans

 

T-34

Russisch

 

Tiger

Duits

jaren ‘50

T-54

Russisch

jaren ‘60

AMX-30

Frans

 

Chieftain

Brits

 

M-60

Amerikaans

 

T-62

Russisch

jaren ‘70

T-64

Russisch

 

T-72

Russisch

jaren ‘80

Abrams

Amerikaans

 

AMX-40

Frans

 

Challenger

Brits

 

Merkava

Israelisch

 

T-80

Russisch

jaren ‘90

Leopard

Duits

 

Leclerc

Frans

Een tank is een zwaar gepantserd militair gevechtsvoertuig dat is uitgerust met een zwaar kaliber kanon en in de regel één of meerdere coaxiale machinegeweren. De tank beweegt zich voort op rupsbanden (tracks) en heeft een draaibare geschutskoepel (toren), waarmee 360° rondom direct vuur kan worden uitgebracht op gronddoelen. De tracks zorgen ervoor dat de tank zijn mobiliteit beter aanwendt in open terrein dan op de verharde weg.

De ontwikkeling van de eerste, destijds nog erg kleine en krappe tank, door de Britten, dateert van de vooravond van de Eerste Wereldoorlog (1914-1918). Hoofddoel was over de vijandelijke loopgraven heen te kunnen rijden. De eerste tank, de Britse Mark I, werd vanaf december 1915 in Engeland geproduceerd en verscheen op 15 september 1916 in het gevecht tegen de Duitsers bij Flers en Courcellette tijdens de Slag aan de Somme in Noordwest-Frankrijk. Pas in november 1917 boekte de tank haar eerste succes, in Cambrai, waar 300 Britse tanks bij het ochtendgloren over een front van tien km de Duitse verdediging vernietigden.

Animatie van vier main battle tanks: Abrams, Leclerc, Leopard en Merkava.

Voor beproevings- en demonstratiedoeleinden kochten de Nederlandse landstrijdkrachten aan de vooravond van W.O. II één exemplaar van de tank Renault FT-17. Alle overige bestelde lichte en middelzware tanks zouden niet tijdig voor de Duitse inval in Nederland worden afgeleverd.

Sinds W.O. II is de tank doorontwikkeld tot een zelfvoorzienend bepantserd wapenplatform met grote vuurkracht, hoge zelfbeschermingsgraad en snelle verplaatsingsmogelijkheid. In de Tweede Wereldoorlog werden door de Duitsers de eerste ‘moderne’ tanks ontworpen: Tiger en Panther. Spoedig verrezen bij zowel de Duitsers als de geallieerden tankdivisies, die in Europa en Noord-Afrika tegenover elkaar kwamen te staan; Erwin Rommel en George Patton bleken gevreesde tankcommandanten.

De huidige main battle tank is verworden tot een volwaardig, grotendeels gedigitaliseerd wapenplatform, waarin een goed samenspel van chauffeur, schutter en commandant nog altijd bepalend is voor optimale prestaties op het gevechtsveld. Hoewel sinds W.O. II de megagrote tankslagen – zoals Operatie Barbarossa – tot het verleden behoren, hebben beide Golfoorlogen (1990-’91 en 2003) overtuigend aangetoond dat moderne krijgsmachten met zware gevechtstanks toegerust moeten blijven.

Voorbeelden van meest moderne main battle tanks (MBT’s) zijn de Amerikaanse M1A2 Abrams, Britse FV4030/4 Challenger 1, Duitse Leopard 2A6, Franse AMX-56 Leclerc, Israëlische Magach 7 en Merkava Mk4, Italiaanse Ariete 2 en Russische T-90. De moderne MBT kan, ondanks een gewicht van meer dan vijftig ton, wegsnelheden bereiken van 50 à 70 km per uur en het kanon is gestandaardiseerd tot kaliber 120 mm.

Terug naar Boven

 

TANGO

Behalve de 20ste letter uit het NATO-spelalfabet, de Engelstalige militaire codenaam voor ‘terrorist’ of ‘vijand'. Wordt eigenlijk alleen gebruikt door Special Forces en andere manoeuvre-eenheden.

Terug naar Boven

 

TAPTOE

In het Duits: Zapfenstreich. In het Engels: tattoo. In het Frans: défilé de fanfares militaires.

Overzichtsfoto's van de Nationale Taptoe zoals die van 1975 t/m 2004 in Breda werd gehouden

Oorspronkelijk, vanaf de tijd van Prins Maurits (1567-1625), een militair signaal dat ’s avonds in de garnizoenen en kantonnementen werd geblazen om de militairen terug te roepen naar (nacht)kwartier of kazerne. De oorspronkelijke taptoe – in de betekenis van “Doe de tap toe” - werd gespeeld door tamboers, pijpers of hoornblazers en betekende letterlijk dat de tap van de kroeg dichtging. Als de manschappen vervolgens niet uit zichzelf terugkeerden, kwamen de officieren naar de kroegen om daar het bevel te geven dat de tap toe moest.

In de 18de eeuw werd het taptoesignaal steeds meer gemuzikaliseerd doordat het één van de functies van militaire muziek was om geronselde militairen, veelal huurlingen, te enthousiasmeren naar het slagveld te gaan. Werd zo’n slag overleefd of, beter nog, gewonnen dan droeg de militaire muziek als vanzelfsprekend zorg voor de verheerlijking van natie, volk, eenheid en/of veldheer.

Tegenwoordig is de taptoe een choreografisch verfijnd muziekspektakel. In de 20ste eeuw is de taptoe uitgegroeid tot haar huidige vorm, waarbij civiele en militaire fanfare-, muziek- en tamboerkorpsen alleen of gezamenlijk optreden.

De Nationale Taptoe – in 2005 voor de 51ste maal gehouden (van 1954 tot 1974 in Delft, daarna tot en met 2004 in Breda, en in 2005 voor het eerst in ’s Hertogenbosch) - meet zich met de buitenlandse taptoes in bijvoorbeeld het Schotse Edinburgh en het Canadese Halifax. Omdat de Nationale Taptoe de enige internationale show van orkesten van de Nederlandse krijgsmacht is, is het voor het Ministerie van Defensie een uitgelezen gelegenheid de krijgsmacht aan een breder publiek te presenteren.

De Nederlandse militaire muziek bestaat sinds 1 januari 2005, toen de bestaande orkesten binnen de Koninklijke Landmacht zijn gereorganiseerd, uit het Fanfarekorps Koninklijke Landmacht ‘Bereden Wapens’, de Koninklijke Militaire Kapel ‘Johan Willem Friso’ en de Regimentsfanfare Garde Grenadiers & Jagers. Daarnaast kent de KL nog het Cadetten Tamboer Korps 'Prins Bernard' op de Koninklijke Militaire Academie en de D rumfanfare Korps Nationale Reserve.

Terug naar Boven

 

TARGET ACQUISITION

Detectie, herkenning, identificatie en gedetailleerde plaatsbepaling van een aangewezen doel – door (voorwaartse) waarnemers, sensoren en/of andere elektronische/optronische hulpmiddelen – om effectief wapens of andere beïnvloedingsactiviteiten te kunnen inzetten dan wel te ondersteunen.

Target acquisition bestaat uit vier elementen:

Detection

Recognition

Identification

Location

Opsporing

Herkenning

Identificatie

Plaatsbepaling

“Daar in de verte rijdt iets”

“Het is een tank”

“Het gaat om een Leopard 2A6 Main Battle Tank

“Het coördinaat waarop de tank zich bevindt is 31 Uniform Foxtrot Uniform 79052820”

De te gebruiken wapens zijn in de regel indirecte vuursteunmiddelen voor de lange afstand, de beïnvloedingsactiviteit is met name een informatieoperatie.

Binnen de Koninklijke Landmacht onder andere uitgevoerd door 103 ISTAR-bataljon (Intelligence, Surveillance, Target Acquisition and Reconnaissance) dat inlichtingen verzamelt, analyseert en verspreidt.

Terug naar Boven

 

TARGET AREA OF INTEREST

In het Nederlands: tactisch essentieel gebied.

Punten en gebieden in het terrein waar de vijand geen andere keuze heeft dan daar langs te verplaatsen. Omdat op deze locaties de vijand het gemakkelijkst zal kunnen worden aangegrepen, zijn hier in de regel de High Value Targets voorzien.

TAI zullen vaak bestaan uit bruggen, doorschrijdingsplaatsen, open vlakten, verplichte doorgangen e.d. Het effect van de door eigen troepen ingezette aanvalsmiddelen zal zéér hoog zijn.

Terug naar Boven

 

TARGETING GUIDELINES

Letterlijk: richtlijnen voor doelen.

Nederlandse richtlijnen voor doelselectie die van toepassing zijn indien een geweldsinstructie het gebruik van geweld toestaat en het toepassen van geweld plaatsvindt door de Nederlandse militairen. De targeting guidelines, vastgesteld door de Commandant der Strijdkrachten, zijn gebaseerd op het humanitair oorlogsrecht én de Conventies van Genève en worden gepresenteerd als aanvullende richtlijn.

De nationale richtlijnen voor doelselectie geven in specifieke gevallen aanvullende kaders om zowel de legitimiteit van het doel als de wijze van bestrijding van het doel te bepalen. De beslissing om wapens in te zetten ligt in laatste instantie bij de individuele militair, die moet beoordelen of het doel het juiste is én of het doel voldoet aan de voorwaarden van de targeting guidelines.

Zie ook: geweldsinstructie, red card holder en rules of engagement (ROE).

Terug naar Boven

 

TEAM

Bij tank- en pantserinfanterie-eenheden een onder eenhoofdig bevel voor een bepaalde opdracht geformeerde samenstelling van onder andere tanks en pantserinfanterie. De grootte kan variëren van peloton tot versterkte compagnie/eskadron.

De organieke samenstelling van een team bestaat in elk geval uit minimaal één van de volgende elementen:

  • tankpeloton (tkpel)
  • pantserinfanteriepeloton (painfpel)
  • pantserrupsantitankpeloton (pratpel)

Voorbeeld: het A-team van 42 Pantserinfanteriebataljon Limburgse Jagers bestaat achtereenvolgens twee tankpelotons, drie pantserinfanteriepelotons en drie PRAT-pelotons.

Het stafdienstteken van een dergelijke niet-organieke, voor deze bepaalde opdracht geformeerde eenheid staat links.

Zie ook: gemechaniseerd bataljon.

Terug naar Boven

 

TEEK

De teek is, evenals de schurftmijt, een parasiet die behoort tot de spinachtigen (Arachnida) en op de buitenkant van de mens kan leven.

Hoewel de afmeting van het dier slechts 1 à 6 mm bedraagt, is de bedreiging voor de gezondheid van de militair even groot als bijvoorbeeld die van de vlieg. De bloedzuigende parasiet benadert zijn gastheer – de militair op oefening of uitzending – pas als honger hem drijft en oefent dan een meedogenloze werking op hem uit.

De bloedzuigende teek is vrouwelijk. De vrouwelijke teek zuigt zich eerst met een paar snijorganen (cheliceren) vast alvorens zich met een star orgaan met weerhaken (hypostoom) vast te hechten aan de huid. Als de cheliceren de huid hebben opengesneden, wordt het hypostoom in de wond gestoken en begint de teek zich te voeden: de vrouwelijke teek heeft immers bloed nodig om eitjes te kunnen leggen. Mannelijke teken nemen géén bloed op.

Teek

Het is belangrijk kennis te nemen van de teek om het aantal Diseases and Non-Battle Injuries (DNBI) in het kader van hygiëne en preventieve gezondheidszorg (HPG) te kunnen terugdringen.

Met name twee soorten, met een bacterie besmette teken – Ixodes ricinus (schapenteek) in Europa en Ixodes dammini (hertenteek) in de VS – zijn verantwoordelijk voor de tekenbeet. De teken zuigen met het bloed op bij de ene mens en deponeren het opgezogen bloed, tezamen met maaginhoud en speeksel met de bacterie Borrelia burgdorferi, bij een andere mens.

Teken komen vooral voor in loofboomgebieden, in lage begroeiing (brandnetels, heide, lang gras, rijshout en struiken tot ± 1½ meter hoogte), in zandige gebieden, gebieden waar knaagdieren voorkomen (dragers van de teek), normaliter tussen februari en november. Ook huisdieren kunnen teken bij zich dragen.

Het meest voorkomende uiterlijke kenmerk van een tekenbeet - bij 20 tot 4% van de mensen – is erythema chronicum migrans (ECM): een rode papel (papula), d.i. een duidelijke weefselvermeerdering, op de huid van benen en romp, in de regel ± 7 dagen ná de tekenbeet. (De rode plek direct na de tekenbeet is slechts een algemene overgevoeligheidsreactie door binnendringing van ontstekingselementen.) Hoewel elk lichaamsdeel bij de teek in trek is, heeft de parasiet een voorkeur voor warme, vochtige plaatsen:

  • armholten
  • knieholten
  • liezen
  • oksels
  • schaamstreek

De eerste verschijnselen zijn algehele malaise, moeheid en griepachtige verschijnselen én lokale en allergische reacties, zoals bloedverlies en jeuk.

Daarnaast komen, soms pas na weken of maanden, neurologische (hersenvliesontsteking, facialisverlamming), reumatologische (gewrichten) en cardiale problemen voor, met name bij de ziekte van Lyme (borreliose). Hoewel het aantal ziektegevallen laag is (43 op 100.000 in 1994), niet alle teken bacterieel besmet zijn (in Nederland ± 15%) én de ziekte van Lyme goed te behandelen is met antibiotica, is preventie belangrijk:

  • breng de insectenwerende chemische stof DEET (di-ethyl-toluamide) aan op de onbeschermde huid
  • draag (hoge) laarzen of draag de broekspijpen in de sokken
  • draag kleding met lange mouwen en lange broekspijpen
  • impregneer de kleding met permetrine (doodt tevens luizen, muggen, neten en schurftmijt)
  • inspecteer de huid ná verblijf in een tekenpotentieel gebied uitgebreid
  • vermijd, indien mogelijk, het met onbedekte huid betreden van loofbosrijke gebieden tussen februari en november
  • verwijder een teken binnen 24 uur

Het ver wijderen van teken vindt plaats door de teek met pincet of tekentang licht draaiend los én omhoog te trekken. Behandel de wond na verwijdering van de teek met een desinfectans (alcohol, chloorhexidine, jodium).

Terug naar Boven

 

TEETH-TO-TAIL-RATIO

De verhouding tussen de “tanden” van de krijgsmacht en de “staart” daarvan. De “tanden” zijn daadwerkelijk gevechts- en direct gevechtsondersteunende militairen (infanterie, cavalerie en artilllerie) die tegen de vijand vechten, de “staart” is het ondersteunend personeel op administratieve, dienstverlenende, facilitaire en staffuncties – vaak, maar niet altijd, in het rear echelon.

De operationele capaciteit (personele sterkte die inzetbaar is voor een operatie) is dus veelomvattender dan alleen de “tanden”. De “staart” bepaalt het operationele tempo van de “tanden”. Reden waarom de kwantiteit en kwaliteit moeten worden aangepast aan wat operationeel noodzakelijk is. Zo volgt de logistiek te allen tijde de manoeuvre, nooit andersom.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog hadden de Amerikaanse strijdkrachten een teeth-to-tail-ratio van 1: 1, tegenwoordig een van 30:70. Een teeth-to-tail-ratio van 1:3 is 'normaal' voor een krijgsmacht zonder al te zware wapens, wapensystemen en uitrustingsstukken.

In moderne krijgsmachten wordt de teeth-to-tail-ratio steeds groter, tot zelfs 1:10, wat betekent dat voor elke gevechtssoldaat tien (sic!) anderen klaarstaan om op een of andere manier te ondersteunen. Daarvan bevinden velen zich overigens vaak niet in het operatiegebied. In de Eerste en Tweede Golfoorlog tegen Irak was de teeth-to-tail-ratio van de Amerikaanse krijgsmacht 1:7, ofwel een proportie van bijna 15%.

In onder andere de Nederlandse krijgsmacht is het de bedoeling dat de “staart” steeds minder tijd, energie en personeel vergt, waardoor de scheefgroei tussen tanden en staart wordt verbeterd, meer gevechtstroepen worden ingezet, het verhoudingsgetal kleiner wordt en een groter deel van de operationele capaciteit aan het gevecht deelneemt.

Zie ook: third party logistics.

Terug naar Boven

 

TEMPERING

Afgekort: tpg. In het Engels: fuze-setting. In het Frans: régler l’évent. Letterlijk: “op tijd stellen”. Uitgesproken als “tèmpírring”.

Het gereedmaken (confectioneren) en instellen van de tijdbuis op een artilleriegranaat, rekening houdend met de gewenste vluchttijd en springhoogte van de granaat boven de grond, en allerhande meteorologische gegevens. De (ontstekings)buis van een granaat bevindt zich in de regel in de kop.

Zo kon een brisantgranaat vertraagd worden gesteld om bijvoorbeeld eerst een muur of dak te penetreren en dan pas te ontploffen. Zo'n vertraging is dan slechts 0,001 seconde of minder. Versneld ontsteken betekende een detonatie boven de grond of boven het doel voor brede werking van scherven en/of kartets. Later werd de methode ook gebruikt voor kernwapens en sub-projectielen zoals bij de ICM (Improved Conventional Munition).

Onderscheiden worden nabijheids-, tijd- en schokbuizen. Schokbuizen detoneren op het doel, nabijheidsbuizen zodra een hard voorwerp door de (radar)buis wordt waargenomen en tijdbuizen boven het doel na het ingestelde tijdsverloop.

Het “op tijd stellen” vindt plaats met behulp van een tempeermachine of -toestel (automatisch) of een tempeersleutel (handmatig). Bij een tempeersleutel wordt op een schaalverdeling de juiste waarde ingesteld, vervolgens wordt de sleutel op de (ontstekings)buis van de artilleriegranaat gezet en tenslotte wordt de instelring van de tijdbuis door middel van de tempeersleutel door draaiing naar de juiste waarde verschoven. Bij een enkele granaat kan het temperen ook zonder tempeersleutel handmatig worden gedaan, maar met meer kans op fouten.

Pas wanneer de granaat bij het afvuren de schietbuis (loop) verlaat, is de tijdbuis scherpgesteld. Doordat de ‘trekken en velden’ in de schietbuis zorgen voor het snel roteren van de granaat, breekt in de buis de veiligheidsvergrendeling.

Na het detoneren van de ontstekingslading van de granaat detoneert de hoofdlading TNT of compound B. Er kan derhalve een vertraagde cq. versnelde schokontsteker worden aangebracht zodat niet direct bij impact (inslag) wordt ontstoken, maar vlak na impact. De hoofdlading zorgt voor versplintering van de stalen projectielmantel en verspreiding van de granaatscherven (shrapnel) en eventueel extra schrootvulling (bij brisantgranaat wordt die vulling brisantkartets genoemd). De schokbuis kan ook worden gecombineerd met een tijdontsteker: de tijdschokbuis.

Er zijn ook projectielen met een ‘holle’ antitanklading.

Zie ook: nabijheidsbuis, schokbuis en tijdbuis.

Met dank aan kolonel der artillerie b.d. Leo J.J. Dorrestijn, schrijver van Vuur geëindigd! Artillerie-officier tijdens de Koude Oorlog en de laatste conceptversie (2001) van het Militair Woordenboek Koninklijke Landmacht (VS 2-7200).

Terug naar Boven

 

TEMPO

Ook: operationeel tempo (OPTEMPO). Van het Latijn “tempus” (tijd).

Het controleren of veranderen van de snelheid van de inzet van eigen middelen om reële of potentiële bedreigingen het hoofd te kunnen bieden, in relatie tot de snelheid van de tegenstander (en gedurende alle aspecten van een militaire operatie).

Het operationeel tempo geldt niet alleen de uitvoering van de operatie zelf, maar alle activiteiten die een eenheid uitvoert en in meer of mindere mate randvoorwaardelijk zijn: bevoorrading, informatievoorziening, logistiek, onderhoud, planning, recuperatie, vooroefenen van skills en drills.

Tempo is de uitkomst van:

flexibiliteit (veranderde doelstellingen en/of omstandigheden vragen om een andere wijze van optreden en een naar tijd en plaats verschillend tempo)
fysieke snelheid (snel handelen)
logistieke omloopsnelheid (mogelijkheden aanpassen aan het tempo van de manoeuvre om voortzettingsvermogen te garanderen)
mentale snelheid door goede opleiding en training (o&t), omgevingsbewustzijn (situational awareness) en toepassen van intuïtie
nauwkeurige, snelle besluitvorming
ononderbroken, snelle commandovoering

In manoeuvre-oorlogvoering is een hoger tempo dan dat van de vijand een essentiële voorwaarde om het initiatief en de bewegingsvrijheid te verkrijgen dan wel te behouden. Een sleutel voor het handhaven van een hoog operationeel tempo is timing (tijdigheid, d.w.z. de keuze van het juiste moment).

Als (de timing van) het tempo goed is gekozen, reageert de vijand hierop:

met een verkeerde tegenactie

niet (zonder resultaat)

ontijdig (te vroeg of te laat)

op een foutieve locatie

Een hoog tempo wordt onder andere gerealiseerd door op een laag, gedecentraliseerd bevelsniveau in de organisatie beslissingen te laten nemen in de lijn van de commandant, zoals bij opdrachtgerichte commandovoering. Omdat in militaire operaties het operationeel tempo een kwetsbaar punt is, is het noodzakelijk dat wordt geanticipeerd op elke vijandelijke actie en blijft een hoog reactievermogen vereist. Hierdoor blijft het initiatief gehandhaafd, wat kan leiden tot verrassing.

Terug naar Boven

 

TENUEN

Van links naar rechts: deserttenue, jungletenue en koudweertenue

Zie ook: camouflage.

Terug naar Boven

 

TER BEEK-VERLOF

Verlofvoorziening voor militairen die inhoudt dat in aansluiting op de definitieve terugkeer van een vredes- of humanitaire operatie van tenminste zes maanden of langer de militair 10 werkdagen vrij van dienst krijgt.

Bij een uitzending met een duur korter dan 6 maanden wordt het aantal verlofdagen naar verhouding aangepast. Hoewel het Ter Beek-verlof aansluitend op de uitzending dient te worden genoten, kunnen er tussen de definitieve terugkeer en het toekennen van de verlofdagen een aantal dagen zitten in verband met administratieve, logistieke en medische afwikkelingen. Het Ter Beek-verlof staat los van het recuperatieverlof.

Het Ter Beek-verlof is genoemd naar de toenmalige Minister van Defensie Relus ter Beek (1989-1994) in het kabinet-Lubbers III.

Zie ook: inschepingsverlof en ontschepingsverlof.

(De webbeheerder is niet aansprakelijk voor een evt. incorrecte inhoud van dit lemma; de webbeheerder roept lezers op om een feitelijke onjuistheid ter kennis te stellen, zodat een wijziging a.s.a.p. kan worden vermeld.)

Terug naar Boven

 

TERreinmeetdienst

Afgekort: TMD.

Evenals de meteorologie een subeenheid van de artillerie. De TMD bepaalt door meetwerkzaamheden het precieze nulpunt (coördinaat) van een stuk of batterij in een stelling én de juiste richting waarin de stukken staan. De positie van de TMD zelf is dan ook het belangrijkst. Op deze manier worden nieuw in te nemen stellingen uitgezet én voorbereid met behulp van geavanceerde plaats- en richtingbepalende apparatuur. Zonder deze apparatuur duurt de plaatsbepaling door de TMD lang; vuursteun dient echter meestal snel te worden verleend – zowel voor de bestrijdings- als doelopsporingsmiddelen – en vergt derhalve tijdsdruk.

De KL is ook in staat zelf punten te creëren: BEKAP’s (Beschrijvings Kaart Artillerie Punt (vaak: witte piketten die onder het maaiveld liggen). Nadeel is dat zelf gecreëerde punten up-to-date moeten worden gehouden.

Terug naar Boven

 

TERreinORIENTATIE

Zichzelf inzicht verschaffen in de inrichting, situaties en vorm van het terrein door kaartstudie en/of door directe en systematische waarneming van het terrein met behulp van Global Positioning System, kaart, kompas, schets of anderszins elektronische, optische, communicatie- en/of andere middelen en/of methoden.

Een terreinoriëntatie is onmisbaar voor een presentatie te velde (bijvoorbeeld met behulp van een maquette), zoals vóór aanvang van de uitgifte van een bevel of voorafgaand aan een verplaatsing.

Directe en systematische terreinoriëntatie behoort tot het terrein van genisten en infanteristen.

Belangrijk zijn:

  • (on)bestreken terreindelen, zoals dode hoeken
  • (ongewone) geluiden
  • aan- of afwezigheid van vijand, met inbegrip van activiteiten, dispositie (moraal en stemming), gevechtskracht en samenstelling
  • door eigen troepen en door vijand beheersende terreindelen
  • markante terreinkenmerken
  • richting

Terug naar Boven

 

TERRORISME

De gezamenlijke Ministers van Justitie van de Europese Unie keurden op 6 december 2001 de volgende definitie van terrorisme goed: “Alle acties die de bevolking op een serieuze manier bedreigen, die regeringen dwingen om bepaald beleid uit te voeren of daar juist vanaf te zien, of de politieke, sociale en economische orde verstoren of vernietigen”.

Terroristische daden ontwrichten het maatschappelijk, politieke en/of religieuze leven met als doelen de politieke stabiliteit te ondergraven – en zo de gewenste politieke veranderingen af te dwingen – én zoveel mogelijk slachtoffers te maken.

Op 11 september 2001 vond de – tot op heden – grootste terroristische aanslag plaats: handlangers van Al Qaida kaapten in de Verenigde Staten verkeersvliegtuigen en vlogen in de Twin Towers in New York en het Pentagon in Washington D.C. Hierbij vielen bijna 3.000 doden. Na deze datum riep de Amerikaanse president George W. Bush de ‘War against Terrorism' uit, die onder andere resulteerde in interventies in Afghanistan en de Tweede Golfoorlog (2003) in Irak.

Op 27 september 2001 vonden in Nederland grootschalige antiterroristische maatregelen plaats, nadat het kabinet ter ore was gekomen dat terroristische acties mogelijk op Nederlands grondgebied uitgevoerd zouden worden. Verkeersknooppunten en -tunnels e.d. werden zwaar beveiligd door speciale eenheden van krijgsmacht en politie.

Terrorismepreventie en –bestrijding is ook een taak van de krijgsmacht, onder andere in inlichtingenverzameling (Militaire Inlichtingen en Veiligheids Dienst, I.S.T.A.R. e.a.) en het optreden van speciale eenheden als de BBE's (Bijzondere Bijstands Eenheden) van Korps Mariniers, krijgsmacht en politie, de BBE-SIE (Snelle Interventie Eenheid) van de DSI (Dienst Speciale Interventies), en de Brigade Speciale Beveiligingsopdrachten (BSB) van de Koninklijke Marechaussee.

Download hier de slideshow over anti-terroristische maatregelen in Nederland op 27 september 2001 (492 kB)

De NAVO-definitie van terrorisme luidt: “Het onwettig of bedreigd gebruik van geweld tegen individuen of bezit om overheden of maatschappijen te dwingen dan wel bang te maken ten einde politieke, godsdienstige of ideologische doelen te bereiken.”

Zie ook: soft target.

Terug naar Boven

 

TETHERED GOAT-STRATEGY

Letterlijk: gebonden geit-strategie.

Met een ketting of touw vastgebonden geit om als lokaas een hongerige leeuw binnen het bereik van vuurwapens te krijgen om het dier vervolgens te kunnen doden.

Eenzelfde strategie wordt, mutatis mutandis, onder andere door de Britse militairen tijdens de International Security Assistance Force (ISAF) in de Zuid-Afghaanse provincie Helmand toegepast.

Omdat de Afghaanse president of provinciale gouverneur bang is voor aanvallen van de Taliban op de belangrijke districtscentra, worden militairen in kleine aantallen (pelotons- en compagniesniveau) vooruitgeschoven naar platoon houses / forward operating base (FOB), in of in de nabijheid van oorden.

Met deze vuurtrekkende objecten wordt de Taliban – de hongerige leeuw – binnen het bereik van eigen vuur gelokt, zodat kan worden opgetreden.

Citaat uit Ross Kemp On Afghanistan (pagina 78/79).

Terug naar Boven

 

TE VOET

Soort optreden (bij de uitvoering van een gevechtsactie) waarbij het gevecht zonder steun van de voertuigen wordt gevoerd. Er wordt opgetreden als ouderwetse infanterie, dus zonder pantser of niet luchtmobiel. Voetoptreden kan noodzakelijk zijn als het rijden door het terrein onmogelijk is of is gemaakt dan wel het vliegen met transporthelikopters onmogelijk is of is gemaakt.

Terug naar Boven

 

THIRD PARTY LOGISTICS

Afgekort: 3PL. Letterlijk: derde-partijlogistiek.

Alle activiteiten die een logistieke dienstverlener aanbiedt en uitvoert voor een opdrachtgever die gebruikmaakt van vervoersdiensten (verlader), zoals in- en uivoer, op- en overslag (transito) en vervoer.

Voorheen hield de krijgsmacht de logistiek vooral in eigen beheer. Ondanks de invoering van een krijgsmachtbrede logistiek – waarbij kennis en expertise zijn gebundeld, standaardisatie wordt bevorderd, doublures worden tegengegaan en schaalvergroting ontstaat – worden steeds meer ketens in het logistieke proces in een of andere vorm uitbesteed. In Nederland wordt de joint logistiek goeddeels gerealiseerd door het Commando Diensten Centra (CDC), dat aan alle krijgsmachtdelen ondersteunende producten en diensten levert. Voorheen voerde de krijgsmacht alle taken binnen het logistieke proces zelf uit, maar in moderne militaire operaties – waarin zowel tempo als verhoudingen zijn toegenomen – maakt zij als opdrachtgever/verlader voor het afhandelen van vervoersdiensten e.d. steeds vaker gebruik van derden.

De zwakte van militaire logistiek is dat personeel wordt onttrokken aan de core-business: het genereren van gevechtskracht. Hierdoor wordt de teeth-to-tail-ratio almaar schever. Uitbesteding kan tevens geld besparen, zeker als de logistieke ondersteuning op multinationale (combined) leest is geschoeid. Brandstof is bijvoorbeeld kosteneffectief: iedereen heeft het product nodig, dus hoe meer op de civiele markt kan worden ingekocht des te goedkoper het product.

Zie ook: logistiek en teeth-to-tail-ratio.

Terug naar Boven

 

THOMAS-SPALK

In het Engels: Thomas’ splint.

Immobiliserende tractiespalk die tot voor kort in gebruik was bij het eerste echelon van de Geneeskundige Dienst.

Tegenwoordig wordt in plaats van de Thomas-spalk de Donway-tractiespalk gehanteerd voor immobilisatie bij fracturen, naast draad-, vacuum- en pneumatische spalken én Dynacast-gipsspalk.

De Thomas-spalk is speciaal ontworpen voor bovenbeenfracturen – met een intact bekken – en/of uitgebreide spierwonden aan het bovenbeen. Steun wordt gecreëerd ter hoogte van het perineum (het gebied tussen anus en geslachtsorganen). Enige trekkracht kan worden uitgeoefend op zowel enkel als voet. De Thomas-spalk immobiliseert vervolgens het gehele been.

Omdat het vaak niet mogelijk is om een bekkenfractuur uit te sluiten, vinden tractiespalken als de Thomas-spalk vandaag de dag weinig of geen toepassing meer. Nadeel van de Thomasspalk is ook dat voor het aanleggen 2 helpers nodig zijn.

Behalve de spalk (1 korte en 1 lange spalkbeugel), bestaat de Thomas-spalk uit een trekriem, voet- en ondersteuningsbeugel, draagbaarbeugel, losse riem met gesp voor bevestiging van de voet aan de voetbeugel en 6 driekante doeken.

 

De Thomas-spalk is een verfijning van de eerste tractiespalk voor fracturen van de onderste extremiteiten zoals die in 1860 was geïntroduceerd door de Engelse chirurg John Hilton (1804-1878). Zijn collega Hugh Owen Thomas (1834-1891), die wordt beschouwd als de vader van de orthopedische chirurgie in Groot-Brittannië, beschreef de spalk voor het eerst in zijn monografie ‘Diseases of the hip, knee and ankle joints’ (1875). Het was echter Thomas’ neef Sir Robert Jones (1855-1933) die de Thomas-spalk in 1916 invoerde op de slagvelden van de Eerste Wereldoorlog in de British Army. Jones was hoofd orthopedie van de Britse strijdkrachten.

Door de veranderde manier van oorlogvoeren, met name in loopgraven, kwamen veel meer scherf- en schotwonden voor én fracturen door deze ballistische verwondingen. De Thomas-spalk verlaagde drastisch het sterftecijfer voor open breuken. De Britse kolonel-chirurg Sir Henry Gray beschreef in zijn ‘The Early Treatment of War Wounds’ (1919) zelfs een daling van de mortaliteit als gevolg van bovenbeenfracturen van 80% in 1916 tot 15,6% in 1917. Door gewonden op de plaats van gewond raken te spalken, zou bijvoorbeeld de afbraak van botweefsel drastisch verminderen. Voor de daling van de sterftecijfers was echter een veel logischer oorzaak: voorheen waren gewonden met bovenbeenbreuken hulpeloos, tenzij er brancarddragers waren én kwamen opdagen. Wanneer zij er waren, kwamen zij pas in een gevechtspauze. Door bloedverlies (tot 1 à 1½ liter) waren de gewonden dan al overleden.

Hoewel de Thomas-spalk in sommige gevallen zou leiden tot een ischemische voet – met kans op
infecties, koudvuur en weefselversterf – werd de spalk door de U.S.[thin space]Army zelfs nog tijdens de Golfoorlog gebruikt.

Terug naar Boven

 

THOMPSON'S KNOOP

Terug naar Boven

 

THOMSON, LODEWIJK

Majoor Lodewijk (Willem Johan Karel) Thomson werd op 11 juni 1869 g eboren in Voorschoten. Hij wordt heden ten dage beschouwd als de eerste Nederlandse vredesmilitair uit de krijgsgeschiedenis, die bij dienstverrichtingen in den vreemde sneuvelde.

Thomson leidde in 1914 een Nederlandse militaire missie in Albanië. Op 15 juni 1914 werd hij in de havenstad Dürres (Durazzo) door een sluipschutter doodgeschoten. Met de moord, op 28 juni van datzelfde jaar, door de Serviër Gavrilo Princip op de Oostenrijkse aartshertog Frans Ferdinand brak vervolgens de Eerste Wereldoorlog uit.

Thomson had van 1894 tot 1896 als luitenant bij het Koninklijk Nederlands-Indische Leger in Atjeh reeds deelgenomen aan de krijgsverrichtingen, waarvoor hij was benoemd tot Ridder 4 de Klasse der Militaire Willems-Orde. In 1899 vertrok hij naar Zuid-Afrika om als militair attaché de Boerenoorlog op de voet te volgen.

In 1903 was hij tijdens de Spoorwegstaking verantwoordelijk voor de beveiliging van de spoorlijnen naar Den Haag. Spoorarbeiders legden Nederland plat, waarna politie en krijgsmacht de straat werden opgestuurd. Voor Thomson's optreden werd hem de Orde van Oranje-Nassau verleend. In 1912 en '13 woonde hij als militair attaché de krijgsverrichtingen van het Griekse leger bij.

Het op 28 november 1912 onafhankelijk geworden Albanië werd vrijwel onmiddellijk daarna aangevallen door de buurlanden Griekenland, Montenegro en Servië.

Majoor Lodewijk Thomson

De toenmalige grote mogendheden - Engeland, Frankrijk, Italië, Oostenrijk-Hongarije en Rusland - waren sterk verdeeld over een oplossing voor het conflict, maar verzochten uiteindelijk toch onder andere het neutrale Nederland een delegatie (17 militairen) te sturen in het kader van een vredesmissie. Tijdens de Vredesconferentie van Londen in 1913 werd onder andere vastgelegd dat met de stichting van de onafhankelijke staat Albanië Servië van de kusten van de Adriatische Zee zou kunnen worden geweerd. Pas daarna - op 29 juli 1913 - is de onafhankelijkheid van Albanië officieel door de grootmachten erkend.

Thomson, die net in Groningen een bataljon had opgericht werd aangesteld als hoofd van de Nederlandse missie: hij moest de gendarmerie in Albanië organiseren om daarmee de interne strijd tussen zwaar bewapende benden en taalgroepen te bedwingen. Bij Koninklijk Besluit werd hem in 1914 toestemming verleend om tijdelijk in Albanese krijgsdienst te treden.

In februari 1914 kwam de officiersdelegatie in Albanië aan, waarvan onder meer de officier van gezondheid Reddingius en sergeant-verpleger Van Vliet deel uitmaakten.

Een neef van Koningin Wilhelmina, de Duitse prins Wilhelm von Wied, werd aangesteld als vorst. Thomson werd door Von Wied benoemd tot regeringscommissaris voor Zuid-Albanië, in welke functie hij een overeenkomst sloot met de Grieken. De Grieken weigerden zich echter neer te leggen bij het onafhankelijke Albanië, waarna Thomson door de ontevreden Albanese regering uit zijn functie werd ontheven. De interventie leek bij voorbaat mislukt door gebrek aan inzicht ten aanzien van de Balkan.

Toen ook Von Wied het veld had geruimd volgde een opstand, welke onder meer leidde in de aanslag op Thomson's leven door Albanese rebellen. Zijn stoffelijk overschot werd opgehaald door de pantserkruiser H.M.S. 'Noord-Brabant' met aan boord de latere schout-bij-nacht Karel Doorman.

Thomson, die bekend stond om zijn moderne visie op de krijgsmacht, werd op 16 juli 1914 met groot ceremonieel begraven op de Zuiderbegraafplaats in Groningen. In Albanië wordt majoor Lodewijk Thomson heden ten dage als een held vereerd. In 2000 werd Thomson postuum ereburger van Dürres en ook de nieuwe militaire academie in Tirana is genoemd naar de Voorschotenaar. Op initiatief van Hendrik Colijn is Thomson in Den Haag geëerd met een plein, standbeeld en straat. Sinds 28 maart 2003 kijkt een borstbeeld van Thomson weer uit over de Groningse Hereweg, waar vroeger op de Rabenhauptkazerne ook een bronzen buste was geplaatst; sinds 16 juni 2003 is ook een borstbeeld van Thomson geplaatst in het Albanese Dürres.

Zowel Jolien Berendsen-Prins als Hendrik Schönau (oud-voorlichter van het Ministerie van Defensie) zijn bezig met het schrijven van een boek over Thomson.

 

THREE BLOCK WAR

Letterlijk: Oorlog in drie blokken.

Term die is geïntroduceerd door generaal Charles C. Krulak, de 31ste commandant van het U.S. Marine Corps (1995-1999).

Generaal Krulak zag aan het einde van de jaren '90 dat de conflicten van de 21ste eeuw zich met name zullen afspelen op urbaan terrein (optreden in verstedelijkte gebieden). Ook zag hij in dat eenheden in hetzelfde operatiegebied gelijktijdig bezig kunnen zijn met het uitvoeren van operaties op drie verschillende niveaus binnen het geweldsspectrum, hetgeen drie verschillende taakstellingen veronderstelt. De blokken zijn:

blok 1

humanitaire hulpverlening, inclusief het winnen van de hearts & minds van de locale bevolking

 

blok 2

Normal Framework Operations (NFO) of Peace Support Operations (PSO)

 

blok 3

gevechtsacties (“high-intensity fight” en “ full-blown combat” )

 

Generaal Charles C. Krulak

De niveaus vinden plaats in een geografisch beperkt gebied en wellicht slechts fysiek gescheiden door één of meerdere straten, in elk geval zeer dicht bij elkaar.

Door de geringe scheiding tussen de verschillende niveaus kunnen de militairen te maken krijgen met razendsnel wisselende omstandigheden. Zo kan het geweldsniveau oplopen tot het hoogste deel van het geweldsspectrum (escalatiedominantie).

Snel wisselende situaties vergen veel van zowel flexibiliteit als incasseringsvermogen van de militairen.

Volgens Krulak zal regulier optreden tegen een nagenoeg gelijk optredende tegenstander steeds meer veranderen in asymmetrische oorlogvoering waarin tegenstanders irregulier optreden.

De Amerikaanse krijgsmacht ervaarde in oktober 1993 tijdens operatie ‘Restore Hope’ in Somalië een three block war. Een actie in het centrum van Mogadishu – beschreven in het verfilmde boek ‘Black Hawk Down’ van Mark Bowden – mislukte doordat Somalische strijders twee Amerikaanse Black Hawk-helikopters neerschoten. Toen de U.S. Army Rangers de crashsites van de heli’s probeerden te bereiken, resulteerde dat in 19 gedode en 73 gewonde Amerikanen.

Andere voorbeelden van three block wars zijn:

situatie met een onduidelijke bevelsstructuur tussen de Verenigde Naties en de NAVO in Bosnië in het midden van de jaren ’90

 

situatie in Irak na de Tweede Golfoorlog (2003)

 

De Britse generaal Sir Mike Jackson – Chief of the General Staff van het Britse Ministry of Defence – gebruikt in plaats van de term ‘three block war’ de term ‘cross spectrum operations’ in zijn ‘The U.K. Medium Weight Capability: A Response to the Changing Strategic Context’ (november 2004).

Omslag van het boek 'Three Block War' (2004) van oud-marinier Matt Zeigler (ISBN 0595310818)

Zie ook: 3D-doctrine, comprehensive approach en Effects Based Operations (EBO).

Terug naar Boven

 

THUNDERFLASH 11C2

Behalve een verouderd jachtvliegtuig van het type F84, is de groen-rood gekleurde thunderflash ("donderflits") de traditionele oefengranaat van de landmacht. Codenaam is 11C2. De gebruiksaanwijzing, te lezen op thunderflash zelf, luidt:

Thunderflash 11C2

Neem de dop voorzien van het strijkvlak af

Strijk de nu zichtbare ontsteekkop van u af over het strijkvlak
Na het afstrijken direct wegwerpen

De vertragingstijd is 4 tot 7 seconden. Zoals het spelen met rijkseigendommen rond de jaarwisseling ten strengste verboden is, is het eveneens géén leuk geintje om tijdens een oefening een thunderflash 11C2 in een tent te gooien.

Terug naar Boven

 

T.i.c.

Betekenis: Troops In Contact.

Engelstalige afkorting. Vuurcontact tussen eigen en vijandelijke troepen. De afkorting is in gebruik geraakt dankzij de uitzending van Nederlandse militairen naar de Afghaanse provincie Uruzgan vanaf 2006 (ISAF-Stage III). Vaak gaat het alleen om waarschuwingsschoten, maar het kan ook gaan om een urenlang vuurgevecht.

Nederlanders kwamen in Uruzgan regelmatig, al dan niet bij hinderlagen van konvooien, onder vuur te liggen van opposing militant forces (OMF) of other enemy forces (OEF): Taliban, Al Qaida, ongeregelde troepen van drugsbaronnen of lokale meelopers.

Terug naar Boven

 

TIJDBALK

In het Duits: Zeitlinie. In het Engels: timeline. In het Frans: frise chronologique; ligne du temps. Vaak gebruikt als verkleinwoord: tijdbalkje.

De tijdbalk is een denkbeeldige of grafisch zichtbaar gemaakte lijn waarlangs wordt weergegeven wanneer chronologisch in de tijd welke eenheden welke acties/deeltaken (doen) plaatsvinden. Zo verschaft een tijdbalk inzicht in het verloop van een operatie, zowel in zelfgeplande als door anderen opgedragen tijdstippen.

Vaste gegevens van een tijdbalk zijn:

bevelsuitgifte naasthogere niveau
opgedragen tijdstippen van het naasthogere niveau
relevante verplaatsingen
coördinatiegegevens van het naasthogere niveau
lichtgegevens (daglicht versus duisternis)
rehearsal/repetitie
onderbevelstellingen
aanvang dan wel gereedheid van bepaalde activiteiten/deeltaken

Voorbeeld van een tijdbalkje.

Idealiter maakt een groepscommandant, na de analyse van de verstrekte opdracht, een tijdbalk; daarna wordt het waarschuwingsbevel (KVPOR) uitgegeven, mondeling of op papier. Ook maakt een tijdbalk integraal deel uit van een synchronisatiematrix – een document waarin de resultaten van de synchronisatie van alle aspecten van de manoeuvre worden vastgelegd.

Aan de hand van een backward planning bepaalt een commandant het tijdstip waarop hij het bevel aan zijn ondercommandanten uitgeeft; dit tijdstip kan worden uitgezet op een tijdbalk. Bepalend voor dit tijdstip is de tijd die de ondercommandanten naast de eigen besluitvorming nodig hebben voor overige voorbereidingen. Het uitgangspunt hiervoor is een 1/3, 2/3 verdeling in tijd. Elke commandant neemt zelf 1/3 van de tijd en geeft 2/3 van de tijd aan zijn ondercommandanten.

Terug naar Boven

 

TIJDBUIS

Afgekort: tb. In het Duits: Zeitzünder. In het Engels: time fuse; fuze. In het Frans: fusée à temps.

Ontstekingsmiddel met uurwerkmechanisme voor een artilleriegranaat. De tijdbuis zorgt ervoor dat de hoofdlading van de granaat na een vooraf ingesteld tijdsverloop tot detonatie zal worden gebracht, in de regel als de granaat vlakbij het doel is. Met de tijdbuis kan de tijd worden ingesteld tussen het moment van afvuren en het moment van detonatie van de hoofdlading; het tijdsverloop tussen beide momenten werd in het verleden gerealiseerd door de kortere of langere verbrandingstijd van de (vertragings)sas. Daarna kwam het mechanische uurwerk. Het gereedmaken (confectioneren) en instellen van de tijdbuis op een granaat wordt tempering genoemd.

Tot op de dag van vandaag worden tijdbuizen gebruikt bij de artillerie. Ook combinaties van (ontstekings)buizen komen voor, zoals de Buis Tijd Schok Mechanisch (BTSM).

Zie ook: nabijheidsbuis, schokbuis en tempering.

Met dank aan kolonel der artillerie b.d. Leo J.J. Dorrestijn, schrijver van Vuur geëindigd! Artillerie-officier tijdens de Koude Oorlog en de laatste conceptversie (2001) van het Militair Woordenboek Koninklijke Landmacht (VS 2-7200).

Terug naar Boven

 

TIJD- & ruimtefactoren

Een van de essentiële aspecten in het operationele besluitvormingsproces (beoordeling van toestand) is het proberen te beheersen dan wel uit te buiten van de tijd- en ruimtefactoren. Dit is maatgevend voor militair optreden: hoe lang duurt het voordat een actie is voorbereid en uitgevoerd – afhankelijk van de beschikbare tijd voor voorbereiding en uitvoering, alsmede van de inzetoptie (aard en omvang).

Volgens de Pruisische generaal Carl von Clausewitz (1780-1831) is het de kunst om in oorlogstijd in een beperkte ruimte en tijd in staat te zijn aan te vallen of te verdedigen.

Hoewel het gevechtsveld de laatste decennia ingrijpend is gewijzigd – onder andere als gevolg van de opkomst van het luchtwapen, mechanisering en motorisering, schaalvergroting en tempoversnelling – blijven (on)gunstige terrein- en/of weersomstandigheden, beschikbare middelen (personeel en materieel), beschikbare tijd (voor verkennen, ontplooien e.d.) en prioriteiten van commandanten invloed uitoefenen op de tijd- en ruimtefactoren. Op basis hiervan wordt uiteindelijk een optie bepaald om een troepenmacht zo effectief mogelijk in te zetten.

Voorbeelden van tijd- en ruimtefactoren zijn hersteltijden (herstelcompagnie), laad-, los- en overslagtijd (bevoorrading en transport), omloopafstanden en –tijden, reactietijd (notice to move), verplaatsingstijd en vervoersafstand en –snelheid. Maar ook:

bereikbaarheid

Al dan niet beperkt door geografische, klimatologische en operationele omstandigheden.

geneeskundige tijdslimieten

Tijden waarbinnen gewonden en zieken een voor de verwonding of ziekte geëigende (chirurgische) behandeling moeten kunnen ondergaan.

voorbereidingstijd

Plannen, verplaatsen, opbouwen en inrichten van een commandopost (CP), hoofdkwartier (HQ) of logistieke inrichting.

Terug naar Boven

 

TIJDSLIMIETEN GENEESKUNDIGE DIENST

Geneeskundig plangetal dat de basis vormt voor de organisatorische inrichting van het gezondheidszorgsysteem.

De tijdslimieten zijn gebaseerd op het optimaliseren van de kansen op herstel van de slachtoffers, waarbij wordt uitgegaan van stoornissen in de algemene toestand door onvoldoende ventilatie (stoornissen in Airway en Breathing) onvoldoende circulatie (stoornis in Circulation) en infectiegevaar.

Het beheersbaar maken van de algemene toestand van gewonden en zieken alsmede het voorkomen van infectie staan dan ook centraal. De omstandigheden (tijd- en ruimtefactoren) bepalen de haalbaarheid van de tijdslimieten:

aard van de verwonding of ziekte

plaats van gewond raken of ziek worden in relatie tot de locatie van de geneeskundige inrichting

tijd tussen gewond raken, ziek worden of het melden van het ongeval én het geneeskundig behandelen dan wel afvoeren

Bepalend zijn de kwaliteit van de geneeskundige behandel- en afvoerketen en de organisatorische inrichting van het gezondheidszorgsysteem. Steeds zal worden gestreefd de tijdslimieten zo goed mogelijk te benaderen. Vanaf het moment van melden gelden planmatig de volgende tijdslimieten:

WAT

WIE

TIJDSLIMIET

gewond raken of ziek worden

zelfhulp en kameradenhulp

direct

gewond of ziek

bevoegd en bekwaam geneeskundig personeel

< 15 minuten

acuut en ernstig trauma

levens- en ledemaatreddende chirurgie

< 1 uur

acuut ernstig ziek

Algemeen Militair Arts

< 1 uur

overige trauma's en zieken

arts en militair specialist

< 6 uur

consultatie 

AMV of AMA met militair specialist

< 24 uur

tandheelkundige stoornis

tandheelkundige hulp

< 2 dagen

psychologische stoornis

psychologische hulp

< 72 uur

Terug naar Boven

 

TIJGERSLUIPGANG

Ook genaamd: tijgeren.

Evenals looppas, robbengang en snelle ren een verplaatsing die bij dag kan worden uitgevoerd onder vijandelijk vlakbaanvuur met medeneming van het persoonlijk wapen.

De tijgersluipgang, die in tegenstelling tot de robbengang wordt uitgevoerd als de vuurdekking onvoldoende is, is het op de buik liggend verplaatsen waarbij het lichaam consequent zo dicht mogelijk bij de grond blijft.

Voorbeelden waar de tijgersluipgang kan worden uitgevoerd zijn:

in het terrein onder kunstmatige of natuurlijke hindernissen

onder de kruipdraden van de hindernisbaan op kazernes

onder het prikkeldraad van de gevechtsbaan op het Infanterie Schietkamp (ISK) Harskamp

De verplaatsing volgens de tijgersluipgang vindt volgens hoofdstuk 27 (Gevechtsopleiding Buddy Systeem) van het Handboek KL-militair (VS 2-1352) als volgt plaats:

U verplaatst zich door de rechterknie zijwaarts op te trekken en de linkerarm voorwaarts te strekken. Vervolgens zet u zich af door het rechterbeen te strekken. Daarna de linkerknie zijwaarts optrekken en de rechterarm voorwaarts strekken. Vervolgens zet u zich af door het linkerbeen te strekken.”

Zie ook: robbengang.

Tijgersluipgang in praktijk (© Handboek KL-militair)

 

Terug naar Boven

 

TILDER, JOHAN

Begin jaren negentig reisde een gezelschap van een vijftiental Nederlanders van uiteenlopende signatuur af naar Kroatië om tegen de Serviers te vechten op het grondgebied van voormalig Joegoslavië. Het initiatief hiertoe werd toen genomen door de Nederlands Kroatische Werkgemeenschap, opgericht Douwe van der Bos. Onder de vrijwilligers de op 25 oktober 1963 in Enkhuizen geboren Johan Tilder.

Johan Tilder, getooid met de baret van het Korps Commandotroepen

Tilder diende achtereenvolgens bij het Korps Commandotroepen, 42 Pantserinfanteriebataljon Limburgse Jagers te Seedorf, het Vreemdelingenlegioen en – na het zien van de vernietigende oorlogshandelingen in de herfst van 1991 in Vukovar – de First Dutch Volunteer Unit in Kroatië. Tilder noemde de 'First Dutch' later een “verkennings-, sabotage- en interventie-eenheid”. In de herfst van 1991 vertrekt Johan Tilder naar Kroatië.

Later werd hij door de Serviërs krijgsgevangen gemaakt en langdurig verhoord. In die verhoren sprak Tilder van moorden op “oude mannen en vrouwen”. Volgens een verklaring van de Serviërs is hij vervolgens in mei 1994 'op de vlucht' doodgeschoten.

In de weken voor zijn onopgehelderde dood werd hij door Serviërs uitvoerig verhoord over zijn rol als pelotonscommandant bij de etnische zuiveringen in vijf Servische dorpen in de Medak-enclave (Knin) in september 1993.

In 1995 heeft de Servische regering in Belgrado dertien Nederlanders op een lijst gezet op verdenking van oorlogsmisdaden. De verdenkingen zijn gebaseerd op verklaringen van ooggetuigen, te weten “lange blonde soldaten” die een soort Duits spraken en aanwezig waren bij het uitroeien van een Servisch dorp. Op een video van de Servische politie staat ook een 'bekentenis' van één van de Nederlanders uit het groepje, Johan Tilder.

De persoon Tilder heeft intussen bijna mythische proporties aangenomen. In 1997 probeert Rob Siebelink van de Drents Groningse Dagbladen het verhaal naar aardse maatstaven terug te brengen met een reconstructie van ‘Het bloedbad van Medak’, waarvan Tilder c.s., verenigd in de First Dutch Volunteer Unit, worden beschuldigd. En twee jaar geleden trachtte het kunstenaarsduo Ron Sluik en Reinier Kurpershoek Tilder te ontmythologiseren in het boekje ‘De Duivelsjager. Het verhaal van een Nederlandse soldaat in Kroatische dienst’ (2000), waarin de Servische verhoren integraal zijn opgenomen. Beide pogingen slagen, maar raken een marginaal publiek.

Dat geldt ook voor de film ‘Soldaat in den vreemde’ (2002) van regisseurs Arnold Folkerts en Ada van de Weijer; de filmische getuigenis van Tilder’s collega’s André en Raymond is rauw; het gaat hier over de motivaties, driften, aanvechtingen van oorlogvoering en alles wat militairen die naar den vreemde gaan bezielt. Of dat nu naïef te noemen huurlingen, idealisten of vakidioten of militairen op een Peace Support Operation.

Johan Tilder omcirkeld temidden van zijn maten

Johan Tilder ligt als enige buitenlander begraven op het ereveld van Mirogoj Park Cemetery in Zagreb.

Zie ook: 'De duiveljager' - Ron Sluik & Reinier Kurpershoek.

 

TIRAILLEUR

Uit het Frans: “tirer” (schieten) en “tirailler” (schermutselingen uitvechten). Ook: fuselier.

Geweerschutter van de infanterie die het aanvallend gevecht niet aangaat in linieverband, maar verspreid vanuit opstellingen in de voorste gevechtslinie dan wel vóór de eigen linies (waar vervolgens vaak en ongeregeld schietend voorwaarts wordt gegaan). De tirailleurs treden tamelijk zelfstandig in groepsverband op.

De tirailleur is in de 19de eeuw voortgekomen uit de voltigeur en de flankeur, waar het fenomeen ontstond binnen de Franse krijgsmacht. De tirailleur werd van origine in front van de eigen troepen gebruikt om de vijand te dwarsbomen. In de Eerste en Tweede Wereldoorlog waren met name de Algerijnse, Marokkaanse en Senegalese tirailleurs uit de voormalige Franse koloniën berucht: zij werden als kanonnenvlees naar voren geschoven om door in het wilde weg te schieten de vijand te weerstaan. Daarbij verloren de tirailleurs in enkele dagen vaak meer dan de helft van de manschappen.

Binnen de huidige slagorde van de Koninklijke Landmacht zijn tirailleurs ingedeeld binnen de pantserinfanteriebataljons, en worden zij sinds 2001 opgeleid gedurende de 12 weken durende Tirailleur Functie Opleiding (vervanging van de voormalige Basis Infanterie Functie Opleiding).

Zie ook: Nederlands Detachement Verenigde Naties.

Zie verder: ‘De tirailleur van de Nederlandse infanterie, 1928-1940' door F.J.H.Th. Smits, in ‘Armamentaria', nummer 20, 1985, pagina 6 t/m 11.

Terug naar Boven

 

TITULATUUR

In de militaire correspondentie en omgang is het goed gebruik om de juiste titulatuur te gebruiken. Deze titulatuur – titel die bij een militaire of regeringsautoriteit behoort – is:

Regeringsautoriteiten:

Zijne (Hare) excellentie

Minister van Defensie

Staatssecretaris van Defensie

 

Militaire autoriteiten:

Zijne (Hare) excellentie

Generaal

Luitenant-admiraal

Luitenant-generaal

Vice-admiraal

 

Militaire autoriteiten:

Hoogedelgestrenge heer (vrouwe)

Brigade-generaal

Commandeur

Commodore

Generaal-majoor

Kapitein ter zee

Kapitein-luitenant ter zee

Kolonel

Lid militaire kamer arrondissementsrechtbank

Luitenant ter zee 1ste klasse

Luitenant-kolonel

Majoor

Schout-bij-nacht

 

Militaire autoriteiten:

Weledelgestrenge heer (vrouwe)

Eerste luitenant

Kapitein

Luitenant ter zee 2de klasse (oudste en jongste categorie)

Luitenant ter zee 3de klasse

Ritmeester

Tweede luitenant

Binnen de Defensieorganisatie geldt de titulatuur alleen voor officieren, niet voor onderofficieren.

Terug naar Boven

 

TJOT

Oorspronkelijk Maleis/Atjehs. Soldatentaal, overerfd uit Nederlands-Indië en Korea.

Heuvel; hoogte; natuurlijke verheffing die niet zo hoog is als een berg.

Het woord ‘tjot’ komt in het toenmalige Nederlands-Indië en huidige Indonesië voor in vele samengestelde plaatsnamen van vestingen (bentengs), die dan op een heuvel gelegen zijn. Ook komt ‘tjot’ voor in de boektitel ‘Tjot. Nederlanders in Korea’ (1952, herdruk 1990) van de Nederlandse oorlogscorrespondent Wim Dussel. Hij was in 1950 meegegaan met het Nederlands Detachement Verenigde Naties naar Korea om de oorlog te verslaan.

Terug naar Boven

 

TOETSINGSKADER

Op 28 juni 1995 boden de Ministers van Defensie en Buitenlandse Zaken de Tweede Kamer een Toetsingskader aan dat kon dienen ter structurering van de gedachtewisseling met het parlement over de deelname van Nederlandse militaire eenheden aan internationale crisisbeheersingsoperaties (CBOps). Deze eerste versie van het Toetsingskader bevatte een checklist van veertien stringente besluitvormingscriteria voor de verantwoorde uitzending van Nederlandse troepen, onderverdeeld over politieke wenselijkheid en politieke haalbaarheid.

Op 19 juli 2001 is de geactualiseerde, tweede versie van het Toetsingskader (2001) gepresenteerd, als gevolg van:

  • het aanbieden van het rapport 'Vertrekpunt Den Haag' van de Tijdelijke Commissie Besluitvorming Uitzendingen (TCBU) over de politieke besluitvorming in Nederland inzake de deelname aan en de voortgang van vredesoperaties in de afgelopen tien jaar op 4 september 2000
  • het van kracht worden van de Rijkswet van 22 juni 2000, met als gevolg de nieuwe artikelen 97 en 100 van de Grondwet
  • de lessons learned van de afgelopen jaren

De nieuwe artikelen 97 en 100 van de Grondwet luiden:

  • Artikel 97: 1] Ten behoeve van de verdediging en ter bescherming van de belangen van het Koninkrijk, alsmede ten behoeve van de handhaving en de bevordering van de internationale rechtsorde, is er een krijgsmacht. 2] De regering heeft het oppergezag over de krijgsmacht."
  • Artikel 100: " 1] De regering verstrekt de Staten-Generaal vooraf inlichtingen over de inzet of het ter beschikking stellen van de krijgsmacht ter handhaving of bevordering van de internationale rechtsorde. Daaronder is begrepen het vooraf verstrekken van inlichtingen over de inzet of het ter beschikking stellen van de krijgsmacht voor humanitaire hulpverlening in geval van gewapend conflict. 2] Het eerste lid geldt niet, indien dwingende redenen het vooraf verstrekken van inlichtingen verhinderen. In dat geval worden inlichtingen zo spoedig mogelijk verstrekt."

Het geactualiseerde Toetsingskader 2001 bevat drie delen:

  • een beschouwing over de strekking en de reikwijdte van het Toetsingskader
  • een overzicht van de toezeggingen die de regering aan het parlement heeft gedaan over de informatievoorziening in de verschillende fasen van de besluitvorming
  • een aangepaste checklist van besluitvormingscriteria

Klik hier voor een uitgebreide inhoudsopgave van het Toetsingskader 2001.

Een dik touw van ± 2 meter lengte. Het touw heeft aan het ene uiteinde een oog, aan het andere een dwarshout. Het dwarshout kan in het oog van een andere toggle-rope worden gehaakt, zodat een klimtouw op maat ontstaat om muren, steile kliffen en rotspartijen e.d. te beklimmen of ravijnen over te steken.

Ook kan met een toggle-rope zelfstandig een afdaling aan een schuin gespannen lijn worden gemaakt door het touw te gebruiken als vervanging van een haak of katrol (tokkelen).

Tijdens de Elementaire Commando Opleiding (ECO) van het Korps Commandotroepen draagt de cursist, behalve de mutsdas, een toggle-rope, zoals ook de cursisten van No. 2 (Dutch) Troop dat in 1942 deden. Oorspronkelijk droegen de commando’s de toggle-rope tweemaal rond het middel gewikkeld, later over beide schouders.

Behalve bij commando’s ook – met name in het buitenland – in gebruik bij andere Special Forces, zoals paratroopers e.d.

Terug naar Boven

 

T.O.M.A.

Voluit: Tijdelijke Oplossing Materieel Administratie.

Opvolger van de Organisatie Tabel en Autorisatie Staat (OTAS) en voorloper van de SAP van de firma Atos Origin. Beiden zijn logistieke databases waar in vermeld staat welk materieel organiek binnen een eenheid aanwezig hoort te zijn.

SAP-toepassingen maken deel uit van SPEER (Strategic Process and Enabled Reengineering), die de totale herinrichting van de informatietechnologische omgeving van het Ministerie van Defensie omvat. SAP zal zorgen voor een optimalisering en stroomlijning van logistieke activiteiten.

Terug naar Boven

 

T.O.O.K.

Afkorting voor: Tactische oefening op de kaart.

Aan de hand van battlefieldtours en krijgshistorische analyses (KHA) kan een herkenbare verbinding worden tussen toenmalig en hedendaags optreden. Zowel battlefieldtours als KHA’s zijn uitermate geschikt voor het gebruik tijdens een tactische oefening zonder troepen (TOZT) of een tactische oefening op de kaart (TOOK). Militair-historische voorbeelden vormen een bijzonder nuttig hulpmiddel bij de tactische opleiding en training van de hedendaagse militairen op alle niveaus.

Terug naar Boven

 

TOUWHINDERNISBAAN

Touwhindernisbaan op de Oranjekazerne in Schaarsbergen, bijgenaamd 'Belle Hélène'

Terug naar Boven

TOW

De TOW is een sinds 1975 in de VS geproduceerd antitankwapen. Binnen de KL heeft het midden jaren '70 de 106 mm Terugstootloze Vuurmond (TLV) M-40 vervangen, een antitankwapen dat in 1959 bij de pantserinfanterie van de KL was ingevoerd. De TOW wordt nu onder andere verschoten vanaf afvuurinrichting op MB (Antitankpelotons luchtmobiel) en YPR-PRAT, voorheen ook vanaf M113, Nekaf-jeep en YP-408.

Afkorting TOW staat voor Tube-launched, Optically-tracked, Wire-guided. Gelanceerd vanuit een lanceerkoker, op koers gebracht met behulp van het gezichtsvermogen én geleid via een draad.

Met het antitankwapen wordt een antitankbrisantgranaat vanuit de lanceerkoker verschoten ter bestrijding van zwaar gepansterde doelen op een afstand van 3.000 tot 3.750 meter. De granaat kan 50 à 60 cm dik homogeen pantserstaal vernielen.

Gegevens:

lengte117 cm
diameter14,7 cm
spanwijdte34 cm
lanceergewicht19 kg
maximumbereik3.750 meter
snelheid200 meter per seconde
pantserdoorboring40,8 cm

Terug naar Boven

 

T.O.Z.T.

Afkorting voor: Tactische oefening zonder troepen.

Aan de hand van battlefieldtours en krijgshistorische analyses (KHA) kan een herkenbare verbinding worden tussen toenmalig en hedendaags optreden. Zowel battlefieldtours als KHA’s zijn uitermate geschikt voor het gebruik tijdens een tactische oefening zonder troepen (TOZT) of een tactische oefening op de kaart (TOOK). Militair-historische voorbeelden vormen een bijzonder nuttig hulpmiddel bij de tactische opleiding en training van de hedendaagse militairen op alle niveaus.

Terug naar Boven

 

TRANSFER OF AUTHORITY

Afgekort: TOA.

Formele overdracht van verantwoordelijkheid voor eenheden en/of goederen; deze overdracht van het commando (commando-overdracht) cq. de bevelsbevoegdheid aan een (multinationale) commandant vindt in de regel plaats na een verplaatsing in het kader van strategische mobiliteit. Na zo’n verplaatsing is de hoofdmacht van de eenheid in het operatiegebied aangekomen.

Zodra het bevel over de eenheid (contingent, detachement of troepenmacht) is overgedragen kunnen de opgedragen taken worden overgenomen en uitgevoerd. Daarmee is de gebiedsverantwoordelijkheid in handen van de bevelvoerende eenheid. Vanuit een lead nation kunnen onderbevelstellingen plaatsvinden.

Voorbeelden van TOA’s zijn:

de United Nations Protection Force (UNPROFOR) aan de Implementation Force (IFOR) ná het Verdrag van Dayton in Bosnië-Hercegovina

 

20 december 1995

de Amerikaanse operatie Enduring Freedom (OEF) aan de International Security Assistance Force (ISAF) in Afghanistan

1 augustus 2006

Zie ook: lead nation.

Terug naar Boven

 

TRANSNATIONAAL CONFLICT

Conflicten kunnen worden beslecht op interstatelijk, intrastatelijk of transnationaal niveau.

Bij een transnationaal conflict is de ene partij doorgaans een soevereine staat, terwijl de andere partij(en) dat niet is / zijn. Een transnationaal conflict overschrijdt zowel territoriale als politieke grenzen van een soevereine staat. Dit is logisch, te meer omdat etnische, nationalistische, politieke, religieuze of anderszins cultureel bepaalde grenzen zelden hetzelfde zijn als de begrenzingen van staten.

Een bekend voorbeeld hiervan is het Koerdisch conflict, waarbij de Koerden – een volk met een eigen cultuur en taal, dat woonachtig is in Koerdistan – zich uitstrekken over Armenië, Irak, Iran, Syrië en Turkije. Vaak ontstaat een transnationaal conflict doordat een intrastatelijk conflict overslaat naar de buurlanden.

Terug naar Boven

 

TRAPPEN VAN VOORBEREIDING

Gebruik van de factor tijd door commandanten in de tactische en technische voorbereiding naar de uitvoering van een opdracht. De trappen van voorbereiding – richtinggevend voor het zo optimaal mogelijk gebruik maken van de voorbereidingstijd – kunnen aanvangen vanaf het moment dat het waarschuwingsbevel is ontvangen, met inbegrip van het vooroefenen van de komende actie (Full Force Dress Rehearsal).

De trappen van voorbereiding bepalen hoe uitgebreid uitvoering wordt gegeven aan de gegeven opdrachten. Hoe meer de plannen vorm hebben gekregen, des te meer kan in detail worden voorbereid.

Op pelotonsniveau zijn er vier trappen van voorbereiding:

Trap 1

Het maken van een kaartplan. Vervolgens bevelsuitgifte door de pelotonscommandant (PC).

Trap 2

Trap 1 +
Verkenning door de PC. Zo nodig heeft coördinatie plaatsgevonden met neven- of andere eenheden. De groepscommandanten (GPCn) nemen na de verkenning de schets over. De PC geeft na terugkeer zijn bevel uit.

Trap 3

Trap 2 +
Verkennen door de GPCn. De PC geeft op locatie zijn bevel uit.

Trap 4

Trap 3 +
Repeteren(rehearse) van de opdracht door de GPC met zijn groep op locatie van de actie dan wel een oefenlocatie. Bijvoorbeeld innemen/loslaten opstellingen, reserveopstellingen en verwisselopstellingen, inclusief gevechtsgereed maken (FUCO).

Terug naar Boven

 

TRAUMA CAPITIS

Letterlijk "letsel aan het hoofd". Trauma capitis is traumatisch letsel aan de schedel en/of de hersenen, dat is veroorzaakt door een ongeval, schotwond, val of iets dergelijks. Onder te verdelen in:

  • schedelletsel (schedelfractuur, schedelbasisfractuur, impressiefractuur)
  • hersenletsel (hersenschudding, hersenkneuzing)
  • complicaties van trauma capitis (bloeding, coma, hematoom, hersenoedeem)

 

T.R.A.U.M.A.T.A.T.IJ.D.

Ezelsbruggetje dat wordt gebruikt ter voorkoming van een transporttrauma van de patiënt bij het besturen van een (militaire) ziekenauto. Feitelijk zijn dit de tien geboden van de ziekenautochauffeur.

T

Transporttrauma voorkomen

 

R

Rem tijdig en geleidelijk (niet bruusk)

 

A

Accelereer matig

 

U

Uiterst zorgvuldig op slecht wegdek (aanpassen aan de terreinomstandigheden)

 

M

Matige snelheid in de bochten

 

A

Aandrijvingsschokken voorkomen

 

T

Tijdens transport gewondenverzorging continueren

 

A

Anticiperen

 

T

Tijdverlies voorkomen

 

IJ

IJltransport eerst dan na een beslissing van de arts

 

D

Deskundige spoed betrachten

 

Tijdens het rijden met de ziekenauto wordt een "glijdend transport" nagestreefd. Beperk het rijden met licht- en geluidssignalen (ijltransport) tot ritten met een spoedeisend karakter (A1 in de burgermaatschappij). De beslissing tot het uitvoeren van een ijltransport ligt bij de arts.

Dan zijn er nog de gebruikelijke tips en tools:

  • Nader verkeerslichten en voetgangersoversteekplaatsen (VOP's) met matige snelheid.
  • Pas uw weggedrag en snelheid aan het overige verkeer aan.
  • Rijdt niet te langzaam in een hoge en niet te snel in een lage versnelling.
  • Claxonneer niet onnodig.
  • Ruk niet aan het stuurwiel.
  • Neem geen voorrang, maar zorg dat u voorrang krijgt.
  • Denk eerst en vooral aan de belangen van uw patiënt.

Ook genaamd: zijwaarts bijrichten.

Het verrichten van richtpuntaanpassingen of -correcties in het horizontale vlak, d.w.z. in zijdelingse richting. De hoek waarin getraverseerd wordt heet traversehoek; deze kan bijvoorbeeld worden veranderd door de affuit te draaien.

Richtpuntaanpassingen of –correcties in het verticale vlak, d.w.z. in de hoogte, wordt eleveren genoemd.

Terug naar Boven

 

TRIAGE

In het Duits: Sichtung. In het Engels: sorting. In het Frans: triage.

Triage – van het Franse "triager" - is het indelen (triëren) van de slachtoffers bij aanvang van de geneeskundige hulpverlening die erop is gericht met zo weinig mogelijk beschikbare middelen (personeel en materieel) zoveel mogelijk levens te redden. De indeling vindt plaats aan de hand van de toestand van de ademweg (airway), ademhaling (breathing) en circulatie (circulation). Schaarste van middelen zorgt ervoor dat prioriteiten moeten worden gesteld. Van de slachtoffers met levensbedreigend letsel wordt prioriteit gegeven aan slachtoffers met de meeste overlevingskansen.

Bij triëren wordt een beslissing gemaakt door het stellen van gerichte vragen en, indien nodig, het doen van enig lichamelijk onderzoek. Hierdoor wordt een prioriteit aan een slachtoffer gegeven, die de behandelingsvolgorde bepaalt en eventueel de afvoer. Dit is gebaseerd op de capaciteit van het gezondheidszorgsysteem.

Kenmerken van triage zijn:

  • Alle gewonden en zieken worden behandeld, ook die van de vijand; wie als eerste wordt behandeld, wordt uitsluitend bepaald op medische gronden.
  • Triage is gericht op het voldoende behandelen van veel gewonden binnen een zo kort mogelijke tijd.
  • Triage is niet alleen voorbehouden aan artsen.

Er bestaan twee vormen van classificatie: de P-classificatie voor het optreden onder gevechtsomstandigheden én de T-classificatie voor het optreden onder rampomstandigheden. De prioriteiten P1 t/m P3 binnen de P-classificatie zijn:

Prioriteit

Betekenis

P1

Immediate

 

Kritieke levens-, ledemaat- of gezichtsvermogenbedreigende aandoening die binnen 1 uur behandeling én evacuatie (MEDEVAC). P1 vereist zuurstofvoorziening en/of beademing.

 

In het Engels:

Life threatening injury in need of immediate intervention.

 

P2

Delayed

Ernstige maar stabiele aandoening, niet P1, die binnen 6 uur moet worden behandeld. P2 kan een potentiële P1 zijn.

 

In het Engels:

Potential life threatening injury in need of admission and early intervention.

 

P3

Minor

Aandoening die niet ernstig is en minimale behandeling (desinfectie en verbandmiddelen) nodig heeft, inbegrepen psychische klachten.

 

In het Engels:

Walking wounded that can wait for treatment.

Op een hulppost is de arts verantwoordelijk voor de triage; op een gewondentransportmiddel de Algemeen Militair Verpleegkundige. Triage behoort al tot de mogelijkheden wanneer een Algemeen Militair Verpleegkundige samen met zijn chauffeur op de plaats van ongeval arriveert en daar méér dan 2 patiënten aantreft. Triage is echter meer bekend in geval van een mass casualty (MASCAL).

Zie ook: MASCAL en T-classificatie.

Terug naar Boven

 

TRML-3D

Voluit: Telefunken Radar Mobil Luftraumüberwachung.

Defensie heeft medio 2006 tweemaal een driedimensionale middellangeafstandsradar TRML-3D aangekocht. Voor de TRML-3D ligt het accent op de bewaking en de verdediging van het luchtruim.

De TRML is ingevoerd in het kader van de Future Ground Based Air Defence (FGBADS). De TRML’s, geproduceerd door EADS Deutschland GmbH, zijn ingevoerd bij 12 Luchtverdedigingsbatterij (12 Luverdbt), behorend tot het Commando Luchtdoelartillerie en gestationeerd op het Joint Air Defense Center van de basis De Peel in Vredepeel (Noord-Brabant).

De radar is van het type 'phased array' met een maximaal radarbereik van 200 km, d.w.z. korte en middellange luchtverkenning en -verdediging.

Het TRML-radarsysteem, gebouwd op een shelter met een mast van maximaal 14 meter hoogte, is geplaatst op het onderstel van de MAN 8x8 SX 45 vrachtauto, geproduceerd door de Duitse MAN Nutzfahrzeuge Group.

Specificaties MAN 8x8 SX 45:

aandrijving

8 x 8

actieradius

800 km

brandstoftank

400 liter

breedte

2 meter 55

draaicirkel

29 meter

gewicht

14½ ton

hoogte

4 meter

lengte

12 meter

maximumsnelheid

85 km per uur

motor

V8-6 cilinder turbodiesel

motorvermogen

477 kW (640 pk)

waaddiepte

1 meter 50

Terug naar Boven

 

TROEPENMACHT IN SURINAME

Afgekort: TRIS.

Logo van de Troepenmacht in Suriname (TRIS)

In de Defensienota 1951 besloot Nederland dat de verdediging van West-Indië en Nieuw-Guinea in beginsel een taak van het Korps Mariniers bleef, maar na een motie van afkeuring in 1951 - omdat de mariniers door de lokale bevolking als bezetters werden gezien - besloot de regering op 15 augustus 1952 alsnog dat de Koninklijke Landmacht in Suriname zou blijven.

In september 1952 werd 103 Commando Compagnie van het Korps Commandotroepen naar Suriname gedirigeerd. Deze ' Suriname-compagnie ' keerde, na overdracht van de taken aan de nieuw opgerichte TRIS, in maart 1953 terug naar Nederland.

De hoofdmoot van de KL ging bestaan uit drie tirailleurscompagnieën ('Suriname-compagnieën' met dienstplichtigen die op vrijwillige basis voor één jaar werden uitgezonden) en één ondersteuningscompagnie. Zo'n Suriname-compagnie werd bij het Regiment van Heutsz op de Generaal-Majoor de Ruyter van Steveninck-kazerne in Oirschot geformeerd. Eenmaal in Suriname werden ook Surinaamse dienstplichtigen opgenomen in de gelederen.

Na aankomst in Suriname werden de troepen voor vier maanden aanvullende opleiding, waaronder een jungle-training, naar het Bosbivak Zanderij (Prinses Beatrix-kampement), ± 50 km ten zuiden van Paramaribo, gestuurd voor de vorming tot compagnie.

Daarna volgden vier maanden van detacheringen in de westelijke grensplaats Nickerie aan de Corantijn-rivier, in de oostelijke grensplaats Albina aan de Marowijne-rivier en, sinds 1959, in Brownsweg aan het Van Blommestein-meer. De laatste maanden werden doorgebracht in en tegenover het Prins Bernhard-kampement in Paramaribo.

Vier- tot vijfmaal per jaar gingen voet- en vaarpatrouilles voor 4 à 6 weken de binnenlanden in voor militaire werkzaamheden en waarnemingen ten behoeve van het gouvernement: het bestuur van het overzeese Nederlandse gebiedsdeel. In 1954, toen Suriname autonoom werd binnen het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden, was de troepenmacht op volle sterkte: ± 1.100 man.

Sinds 1957 heette de troepenmacht die verantwoordelijk was voor de beveiliging van Suriname officieel Troepenmacht in Suriname (TRIS) en kreeg zij in de buurt van Zanderij het gevechtsschietterrein OP Savanne. Op 25 november 1975, de dag van de Surinaamse onafhankelijkheid, werd de TRIS officieel opgeheven en gingen materieel, voorraden en gebouwen over naar de Surinaamse Krijgsmacht (SKM).

Bronnen:

  • ‘1 jaar TRIS-Troepenmacht in Suriname 1962-1963’, G. Dik Beker (Gopher Publishers, 2005, ISBN 9059740742)
  • ‘Soldaat in Suriname. Opgedragen aan alle militairen die in dit land gediend hebben’, TRIS-Kontakten (2007, te bestellen via http://www.triskontakten.nl)

Volgens de overlevering duurde de Trojaanse oorlog van 1294 tot 1284 voor Christus. Gedurende 10 jaar belegerde een Grieks leger onder leiding van Agamemnon de stad Troje aan de westkust van het huidige Turkije.

Troje (Ilium) lag aan de Hellespont in het noordwesten van Anatolië en was de zetel van de bejaarde koning Priamus. Troje was dus een strategische locatie aan de nauwe zeestraat die de Zwarte Zee verbindt met de Egeïsche Zee. Waarschijnlijk buitte Troje zijn gunstige geografische locatie - tevens de belangrijkste verbinding tussen Europa en Azië - uit om tol te vragen van passerende schepen en reizigers. Dergelijke praktijken verklaren in elk geval de rijkdom van Troje; voor de Grieken was het een motief om ten strijde te trekken tegen de stad, die immers aanhoudend hun handel via de Hellespont belemmerde.

De Grieken laten ’s avonds een reusachtig houten paard achter voor de stadspoorten van Troje. In het paard - gebouwd door de timmerman/bokser Epeius met behulp van Pallas Athene - zitten de 30 beste Griekse soldaten, onder wie Odysseus zelf en Ajax. De overige Grieken doen alsof zij wegvaren, maar wachten in werkelijkheid onzichtbaar voor de Trojanen achter het eiland Tenedos.

Het Trojaanse paard, zoals te zien in de Amerikaanse speelfilm ‘Troy’ (2004, Wolfgang Petersen), met in de hoofdrollen Brad Pitt, Eric Bana en Orlando Bloom.

Voor de stadspoorten wordt ook de zogenaamde deserteur Sinon achtergelaten. Hij moet de Trojanen overhalen het paard binnen te halen. Sinon vertelt de Trojanen dat hij is achtergelaten omdat hij ruzie heeft met Odysseus – de koning van Ithaca – die de krijgslist heeft bedacht. Ook vertelt hij dat het houten paard een geschenk is van de Griekse godin Pallas Athena – met opzet zo groot gemaakt dat de Trojanen het niet binnen de stadsmuren kunnen krijgen. Als de Trojanen de stadsmuur slopen, zo vertelt Sinon, garandeert Pallas Athena de onneembaarheid van de stad. De Trojanen trappen in het verzinsel, slaan een opening in de muur en halen het paard feestend, ten teken van de overwinning, de stad binnen. Dezelfde nacht haalt Sinon de Griekse soldaten uit het paard, waarmee de verovering van Troje een feit is. Tenslotte wordt de stad geplunderd en platgebrand.

Zie ook: krijgslist en turfschip van Breda.

Terug naar Boven

 

TROOP CONTRIBUTING NATION

Afgekort: TCN.

Een of meerdere landen die eigen nationale eenheden ontplooien om aan een joint operatie deel te nemen. De gezamenlijk ontplooide eenheden worden ter beschikking én onder bevel gesteld van de Force Commander van de betreffende operatie. Feitelijk kan na de onderbevelstelling de operatie beginnen.

Tussen de hoofdkwartieren van de supranationale (onder andere Europese Unie) dan wel consensusorganisaties - onder andere Noord Atlantische Verdrags Organisatie (NAVO), Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE) en Verenigde Naties (VN) - die de ontplooide eenheden aansturen én de eenheden te velde, dienen zowel vóór als tijdens de operatie intensieve contacten te worden onderhouden.

OVSE en VN hebben géén eigen strijdkrachten, dus zijn volledig afhankelijk van TCN die zowel personeel als materieel leveren voor een troepenmacht. De lidstaten van EU ( European Rapid Reaction Force) en NAVO hebben wél eigen strijdkrachten.

Zie ook: lead nation, memorandum of understanding en rules of engagement.

Terug naar Boven

 

TROPCO

Voluit: Trekker-Oplegger-Combinatie. In de burgermaatschappij 'dieplader' genoemd. De inzet van dieplader-vervoer wordt binnen een brigade gecoördineerd door de Sectie Verplaatsingen. In principe vinden alle verplaatsingen van rupsvoertuigen plaats met diepladers.

De eerste tropco binnen de Koninklijke Landmacht was de FTF MS-4050. FTF staat voor Floor Truck & Trailer Fabriek. De fabriek stond tussen 1966 en '95 in Wijchen bij Nijmegen. In 1972 en '73 werden in totaal 39 zware diepladertrekkers FTF gebouwd, die in '74 werden geleverd aan de Koninklijke Landmacht ter vervanging van de in gebruik zijnde Britse Thornycroft Antar voor het vervoer van tanks.

Zeer kenmerkend voor de FTF waren zowel de imposante omvang als het zware geluid van de tweetakt Detroit-dieselmotor.Bij het trekkend voertuig behoorde de DAF YTS-10050 oplegger. In 1992-'93 faseerde de FTF uit.

De Thornycroft-trekker had een oplegger voor transport tot 50 ton. Thornycroft introduceerde als eerste onderneming een vergroting van het laadvermogen van vrachtauto's dankzij de gelede truck (trekker plus oplegger).

In 2004 verscheen ‘FTF, een legendarische vrachtwagen’ van Raymond Beekman (Uitgeverij Mijneigenboek, ISBN 907695898X, 120 pagina’s, € 20,00)

FTF MS-4050 trekker-oplegger-combinatie

In combinatie met een 50-tons DAF YTS 10050 oplegger werd de opvolger, de FTF, opnieuw gebruikt voor het vervoer van tanks en zware pantservoertuigen. Tot 1988 was de FTF MS-4050 bij de KL in gebruik.

Specificaties:

lengte oplegger

11 meter 40

lengte trekker

7 meter 52

lengte tropco

16 meter 33

motor

2-takt 12-cilinder Detroit-dieselmotor

vermogen

475 pk

De Koninklijke Landmacht kent vandaag de dag nog vier tropco's:

DAF YTV-2300 trekker met Broshuis-oplegger 280 kN

DAF XF95 Tropco 400 kN

Mercedes-Benz 2648 Tropco 600 kN

DAF XF95 Tropco 650 kN

Tropco's zijn nog altijd de geëigende transportmiddelen voor zwaar materieel, zoals brugdelen, bouwmachines, containers, (pantser)rupsvoertuigen en tanks.

DAF XF95 Tropco 400 kN

Aandrijving

op alle assen (6 x 6)

Assen

4

Laadvermogen

tot 40 ton

liersysteem laden/lossen defecte voertuigen

2 x 13 tons Braden Winch liersysteem

Motor

12,6 liter DAF-dieselmotor

transporteert

Boxer PWV; brugdelen; bouwmachines; rupsvoertuigen

vermogen

355 kW (483 pk)

De nieuwe generatie trekker-oplegger-combinaties: de DAF XF95

DAF XF95 Tropco 650 kN

aandrijving

op alle assen (6 x 6)

assen

7

laadvermogen

tot 65 ton

liersysteem laden/lossen defecte voertuigen

2 x 24 tons Braden Winch liersysteem

motor

12,6 liter DAF-dieselmotor

transporteert

Leopard 2A6; Panzerhaubitze 2000; 20-voet-container

vermogen

390 kW (530 pk)

Mercedes-Benz 2648 TROPCO 600kN

Mercedes-Benz 2648 trekker-oplegger-combinatie 600kN

laadvermogen

tot 64 ton

lengte

20 meter 25

transporteert

20-voet-container ; voertuigen tot 64 ton

vermogen

362 kW

DAF YTV-2300 trekker met Broshuis-oplegger 280 kN

motor

DAF DHS-8,25 liter 6- cilinder-dieselmotor

vermogen

180kW (245 pk)

Medio 2005 zijn alle DAF YTV-2300 trekker met Broshuis-oplegger 280 kN én Mercedes-Benz 2648 tropco's 600kN vervangen door de DAF FX95. Beide uitvoeringen van de DAF FX95 wordt geproduceerd in een samenwerkingsverband met de firma Broshuis uit Kampen.

Terug naar Boven

 

TROPENZAKBOEK VOOR DEN SOLDAAT

No. 1578.

Ontwerp-voorschrift dat op 11 september 1945 werd uitgegeven door de Staf Bevelhebber Nederlandsche Strijdkrachten, Centraal Bureau Militaire Opleidingen.

Het 64 pagina’s tellende en te Utrecht uitgegeven voorschrift bevat onderwerpen als elementaire tropenhygiëne, omgang met de Indonesiër, Maleis gericht op het militaire, bestorming van een dorp en een woordenlijst Maleis-Nederlands.

Het voorschrift is destijds overhandigd aan de Nederlandse troepen in koloniaal Indonesië (Nederlands-Indië) tijdens het Nederlands-Indonesische twisten.

In NRC Handelsblad van 22 mei 2006 wijdde Ewoud Sanders in de rubriek ‘Woordhoek’ een groot deel van het artikel ‘Mensenhart’ aan het ‘Tropenzakboek voor den soldaat’. Hieruit het nevenstaande citaat:

“Er staan maffe dingen in dat boekje (bijvoorbeeld de Maleise vertaling van ”Kijk dat hutje eens branden”), maar ook behartigenswaardige. […] Waar kregen Nederlanders voor het eerst te maken met een echt multiculturele samenleving? In Nederlands-Indië. Vier maanden na de bevrijding van Nederland kregen Nederlandse soldaten die naar Indië vertrokken het volgende te lezen: ,,Als wij uit dezen vreeselijksten aller oorlogen […] één ding hebben geleerd, dan moet dit wel zijn, dat wij ons grondig hebben af te vragen: ‘Ben ik beter dan mijn bruine, gele, roode, zwarte medemensch, omdat ik wat minder pigment in mijn huid heb?’ Neen! Misschien ben ik anders dan hij, die uit gekleurde ouders is geboren, maar zijn meerdere, in alle opzichten betere, ben ik niet. Men moet leeren, om dagelijks om te gaan met Javanen, Soendaneezen, Madoereezen, Maleiers, Chineezen, Arabieren, Brits-Indiërs, Menadoneezen, Amboneezen, nu en dan ook met pikzwarte Negers, ja zelfs met…Japanners! […] Ten slotte blijken allen menschen te zijn met normale menschelijke eigenschappen, die ieder mensch met zijn deugden en gebreken bezit. Onder al die gekleurde huiden blijkt een warm menschenhart te kloppen.”

Terug naar Boven

 

TUCHTRECHT

Op 27 februari 2009 stelde Staatssecretaris van Defensie Jack de Vries voor de maximale boete voor militairen die zich misdragen, te verhogen van € 45 naar maximaal € 350. Als een militair tijdens een buitenlandse missie over de schreef gaat, is de maximale boete € 700.

De Vries wil de maximumboetes verhogen naar aanleiding van het rapport Ongewenst gedrag binnen de krijgsmacht. Rapportage over onderzoek naar vorm en incidentie van en verklarende factoren voor ongewenst gedrag binnen de Nederlandse krijgsmacht (gedateerd 29 september 2006) van voormalig Commissaris van de Koningin Boele Staal. Daaruit bleek dat er bij Defensie relatief veel sprake is van 'ongewenst gedrag', zoals pesten, discriminatie en seksuele intimidatie.

Het gaat om boetes die door de krijgsmacht zelf worden opgelegd, in het kader van artikel 43 van de Wet militair tuchtrecht (WMT). De vakbonden vinden de nieuwe maximumboetes te hoog. Zij wijzen erop dat een soldaat der tweede klasse moet rondkomen van een maandsalaris vanaf € 923. Zij pleiten voor een alternatief in de vorm van een uitgaansverbod. De bewindsman houdt toch aan de bedragen vast en stelt daar tegenover dat lang niet in alle gevallen de maximale boete zal worden opgelegd.

Op 12 maart 2009 is gebleken dat een meerderheid van de Tweede Kamer akkoord gaat met de verhoging van de boetes die commandanten militairen kunnen opleggen.

Terug naar Boven

 

TUNNELEN

Bij tunnelen vindt het afbreken van het gevecht plaats vanaf de voorste man naar de laatste man, van buiten naar binnen. Idealiter vindt het tunnelen plaats bij het afbreken van een dubbelcolonne, waarbij de afbrekende man aan deze zijde wordt gesteund door de nog af te breken man aan gene zijde.

Animatie van het tunnelen

Terug naar Boven

 

TURF IN JE RANSEL

Eigenlijk: Grenadiersmars.

Duur van de mars is 1 minuut en 47 seconden. ‘Turf in je ransel’ is een parademars die eigenlijk bij iedereen, burger of militair, bekend is. De melodie ligt lekker in het gehoor en wordt vandaag de dag nog vaak ten gehore gebracht door militaire muziekkorpsen.

Het muziekkorps van het Garderegiment Grenadiers en Jagers – de latere Koninklijke Militaire Kapel (KMK) - is op 7 juli 1829 door Koning Willem I in de Den Haag opgericht toen zich 18 musici en 10 kwekelingen bij zijn Regiment Grenadiers en Jagers voegden. Al kort na de oprichting moest het muziekkorps te velde. Als onderdeel van het mobiele leger werd van 2 tot en met 12 augustus 1831 deelgenomen aan de Tiendaagse Veldtocht, de mislukte poging van Koning Willem I om de Belgische Opstand met geweld te onderdrukken.

Download hier de Grenadiersmars 'Turf in je ransel' (2,45 MB)

In 1929 werd François Dunkler Sr. (1779-1861) benoemd tot de eerste kapelmeester. Hij was afkomstig van de 11de afdeling Infanterie en woonde met zijn zoon, Frans Dunkler Jr. (1816 - 1878) , in de Haagse Oranjekazerne.

(Zoon Frans zou in april 1849 vader François opvolgen als kapelmeester van het muziekkorps; onder diens leiding steeg het muziekkorps van het Garderegiment Grenadiers en Jagers tot ongekende hoogte; Koning Willem III verleende bij Koninklijk Besluit van 3 augustus 1876 aan de stafmuziek van het Regiment Grenadiers en Jagers de titel Koninklijke Militaire Kapel.)

De Grenadiersmars is, enkele jaren na de oprichting van muziekkorps van het Garderegiment Grenadiers en Jagers, gecomponeerd door vader François Dunkler Sr. Hij baseerde zijn Grenadiersmars ‘Turf in je ransel’ op een thema dat was aangeboden door prinses Louise Augusta Wilhelmina Amalia van Pruisen (1808-1870).

Het eerste openbare optreden van het muziekkorps van het Garderegiment Grenadiers en Jagers vond plaats op 8 april 1830 bij de viering van de zesde verjaardag van H.K.H. Prinses Wilhelmina Maria Sophie Louise (1824-1897).

De KMK is door de jaren altijd het stafmuziekkorps van de Garderegiment Grenadiers en Jagers gebleven, dat als koninklijk regiment “Onder het Oog des Konings” dient en nauw is verbonden met de Hofstad Den Haag. Tegenwoordig is het Garderegiment Grenadiers en Jagers in de traditie verbonden met 11 Infanteriebataljon Luchtmobiel Air Assault van 11 Air Manoeuvre Brigade.

Op 6 november 1919 vond de eerste radio-uitzending in Nederland plaats; de eerste plaat daarin te beluisteren was de Grenadiersmars ‘Turf in je ransel’. In 1976 verscheen het gelijkgetitelde herinneringsboek ‘Turf in je ransel. 100 jaar Koninklijke Militaire Kapel' van de hand van Lambrecht den Haan (Uitgeverij Van Holkema & Warendorf, ISBN 9026945574). In 2004 bestond de Koninklijke Militaire Kapel 175 jaar; bijna twee eeuwen is de Grenadiersmars ‘Turf in je ransel’ de herkenningsmelodie gebleven.

Terug naar Boven

 

TURFSCHIP VAN BREDA

Nederlandse variant van het Paard van Troje. Viel de stad Troje door de krijgslist van koning Oysseus met het houten paard waarin Grieken verborgen zaten, in de nacht van 3 op 4 maart 1590 viel de stad Breda door de krijgslist van het Turfschip van Breda.

De schipper Adriaan van Bergen uit Leur benaderde Maurits, kapitein-generaal van het Staatse leger (de krijgsmacht van de in 1588 uitgeroepen Republiek der Zeven Provinciën), met een voorstel om Breda in te nemen. Van Bergen leverde regelmatig turf - gedroogd veen waarvan, door de schaarste aan hout, veelvuldig werd gebruikgemaakt als brandstof voor kachels - aan het Kasteel van Breda, de garnizoensplaats van de Bredase bezettingsmacht (en tegenwoordig huisvesting van de Koninklijke Militaire Academie). In naam van de Spaanse koning bestond het garnizoen uit vier compagnieën Italiaanse huurlingen die onder leiding stonden van Paolo Antonio Lanciavecchia, samen ± 350 soldaten.

Omdat Van Bergen geregeld het Kasteel aandeed, werd zijn turfschip al tijden niet meer doorzocht en zou hij gemakkelijk een compagnie soldaten moeten kunnen binnensmokkelen.

Op zaterdag 3 maart 1590 liep het turfschip bij hoogwater de slotgracht van de Bredase getijhaven binnen. In het ruim, verscholen onder dikke lagen turf, zaten 75 soldaten onder leiding van de Waalse bevelhebber Charles de Héraugière. Rond middernacht werd het Italiaanse garnizoen overrompeld door een verrassingsaanval van binnenuit, vergemakkelijkt door de bedronken carnavalsstemming onder de Italiaanse huurlingen. In de middag van zondag 4 maart 1590 trokken Maurits, zijn ondercommandant Filips van Hohenlohe-Langenburg (luitenant-generaal van Holland) en bijna 5.000 soldaten de stad binnen. Daarmee werd Breda de eerste stad die de opstandelingen na de dood van Maurits' vader - Willem van Oranje in 1584 - heroverde op de Spanjaarden.

Deze militaire én morele overwinning betekende dat de Staten-Generaal voortaan gemakkelijker bereid waren oorlog te financieren. Breda werd garnizoensstad, De Héraugière gouverneur van de stad en Maurits had zijn faam als veldheer eensklaps op de kaart gezet.

Zie ook: krijgslist en misleiding.

 

TWEEDAAGSE MILITAIRE PRESTATIETOCHT

Jaarlijks te houden tocht - afgekort TMPT - die wordt georganiseerd door de Koninklijke Vereniging van Nederlandse Reserve Officieren (KNVRO). Op 18 en 19 mei 2004 wordt de 56ste editie georganiseerd vanaf de Legerplaats Harskamp. De TMPT is nadrukkelijk géén wedstrijd, maar een twee dagen durende militaire sportieve prestatie.

De TMPT is een duo-prestatie, wat betekent dat de prestatie door een team van twee militairen moet worden geleverd. Teams die de TMPT met goed gevolg afleggen ontvangen het door de KNVRO ingestelde verzilverde achtarmige leliekruis met kroon aan rood-blauw gestreept lint. Dit is een officieel goedgekeurde onderscheiding volgens Legerorder 1952-112, die op het militaire uniform mag worden gedragen. Om in aanmerking te komen voor het TMPT-kruis moet als team in maximaal tien uur worden voldaan aan de eisen zoals die zijn vastgesteld volgens Ministeriële Kennisgeving S2004001528.

TMPT-kruis

Met ingang van 2003 is de TMPT opengesteld voor alle militairen van alle krijgsmachtdelen en is de inhoud ervan aanzienlijk gewijzigd.

De onderdelen die moeten worden afgelegd zijn:

  • verplaatsing per fiets over ± 65 km
  • verplaatsing per kayak
  • afleggen van de touwhindernisbaan binnen 8 minuten
  • afleggen van de internationale hindernisbaan binnen 8 minuten
  • snelmars van 3 km in 21 minuten
  • afleggen van een oriëntatieparcours te voet door ruw terrein
  • verplaatsing per fiets over 50 km
  • juistheidsworpen met werpgewichten in standaardringen
  • afstandschatten
  • snelmars van 3 km in 21 minuten
  • schietproef Diemaco of Glock
  • mars van 25 km

 

TWO CAN RULE

Letterlijk: Twee-blikjes-regel.

De two-can-rule in beeld

Tijdens operationele inzet (oefening, uitzending e.d.) de regel dat er niet meer dan twee alcoholhoudende consumpties per avond genuttigd mogen worden.

De regel is met name bedoeld om het gebruik van alcohol na de diensturen te reguleren (immers, tijdens de dienst is, behoudens uitzonderingen, alcoholinname uit den boze) én te voorkomen dat militairen hun toevlucht zoeken in drankmisbruik.

Helaas zijn er met name tijdens multinationale operaties met meerdere bargelegenheden op compounds mogelijkheden te over om meer dan twee alcoholhoudende consumpties te drinken. Er zijn jammerlijk genoeg ook mensen die na twee alcoholhoudende consumpties niet meer kunnen tellen……

Terug naar Boven

 

Laatste update:<17.05.2010