Inhoudsopgave U
Terug naar de homepage
 

Maak uw keuze uit de hieronder getoonde lijst

 

UITGANGSSTELLING

1

Ausgangsstellung.
starting position; staging area (SA).
position de dťpart.

Afgekort: ugs.

CoŲrdinatielijn, gebied of stelling, gelegen aan de eigen zijde van de startlijn, vůůr het in te nemen aanvaldoel.

In deze laatste vuur- en zichtgedekte locatie voordat het aanvalsdoel kan worden bereikt, ontplooit de aanvallende eenheid om de laatste voorbereidingen voor de aanval te treffen: een laatste controle van de wapens en uitrusting ťn het laatste coŲrdinatiemoment waarbij de ondercommandanten de exacte aanvalsdoelen en aanvalsrichting in het terrein toegewezen krijgen. Daarna volgt vanuit de uitgangsstelling de opmars van de aanval.

Het betrekken van de uitgangsstelling – een vorm van een verzamelgebied – is een voorwaardenscheppende activiteit voor de manoeuvre.

►De route naar de uitgangsstelling is gedekt.
►De verplaatsing naar de uitgangsstelling vindt plaats in aanvalsformatie, onder leiding van de commandant en wordt evt. gemaskeerd door rook.
►Het terreindeel tussen de uitgangsstelling en het aanvalsdoel bevat geen stoppende en bij voorkeur ook geen remmende hindernissen.

 

2

Breedtehoek waarin kanonnen of raketten worden geplaatst wanneer de vuureenheid geen luchtdoelen volgt.

Terug naar Boven

 

UITGESTEGEN

abgesessen.
dismounted.
dťbarquť; ŗ pied.

Soort optreden, bij de uitvoering van een gevechtsactie, waarbij de voertuigen en het personeel gescheiden optreden.

Het "uit de voertuigen gestegen" personeel wordt tijdens het gevecht gesteund door het boordkanon en/of de antitankwapens van het gevechtsvoertuig.

Zie ook: gevechtsvoertuig.

Terug naar Boven

 

UITLOOPOFFICIER

Functie in een officiersrang – in de regel eerste luitenant, kapitein of majoor – die wordt uitgevoerd door een voormalig onderofficier in de hoogste rang. De uitloopofficier, voorheen adjudant of stafadjudant, beschikt over een ruime ervaring.

Het aantal uitloopofficieren is in de loop der jaren te groot geworden. Nog steeds is, in beperkte mate, het doorstromen van onderofficieren naar geÔdentificeerde en gelabelde uitloopfuncties mogelijk, maar het uitloopbeleid van Defensie is erop gericht het aantal uitloopfuncties terug te brengen en hiermee het aanmaken van nieuwe, niet-reguliere officieren zoveel mogelijk te voorkomen:

►horizontale functietoewijzing (binnen de officiersrangen) gaat voor verticale functietoewijzing (van onderofficier naar officier);

►reguliere officiersfuncties dienen te worden gevuld door officieren die zijn opgeleid aan de Nederlandse Defensie Academie (NLDA).

De Hoofddirecteur Personeel (HDP) kan in zeer uitzonderlijke gevallen afwijken van bovenstaande doorstroombeperkende maatregel.

Terug naar Boven

 

UITPUTTINGSOORLOGVOERING

ErschŲpfungskrieg.
attrition (warfare).
guerre d'ťpuisement.

2nd Generation Warfare (2GW).

Strategisch concept van oorlogvoering waarbij de vijand wordt gezien als een verzameling doelen (grondgebied, infrastructuur, materieel, troepen) die plaatselijk en tijdelijk consequent worden vernietigd door de opeenvolging en opeenhoping van verpletterende vuurkracht.

Massale legers maakten gebruik van de mogelijkheden van industriŽle vuurkracht. De tactieken waren gebaseerd op die van de frontlinies: wie de meeste granaten over de grootste afstand naar de vijand verschoot en dit het langst volhield, won de oorlog.

Juist de overweldigende hoeveelheid mankracht en materieel zorgden ervoor dat uitputtingsoorlogen konden worden gevoerd. De legers waren niet bij machte frontopeningen te creŽren en de vijand de beslissende slag toe te brengen.

De onbeweeglijkheid van de frontlinie zorgden voor lange en kostbare veldslagen, waarbij mankracht uitsluitend in verdedigingsopstellingen, zoals loopgraven, enigszins in het voordeel was.

►aaneengesloten linies.

►bereidheid van de maatschappij en de militairen om tot het uiterste te blijven doorvechten.

►diepte van de verdediging.

►toegenomen vuurkracht (vooral massale, statische artillerie).

De uitputtingsoorlog ging uit van een systemische aanpak, met als gevolg dat de vijandelijke gevechtskracht werd gesleten:

■ commandovoering top-down ('command push')
■ geen of weinig creativiteit en initiatief op uitvoerend niveau
■ succes wordt met name afgemeten aan kwantiteit: bezet grondgebied, vernietigde infrastructuur en materieel ťn gedode vijandelijke troepen

Klassieke voorbeelden van uitputtingsoorlogvoering zijn:

Krimoorlog

1853-1856

Amerikaanse Burgeroorlog

1861-1865

Eerste Wereldoorlog (Westelijk Front)

1914-1918

Tweede Wereldoorlog (Oostfront, Operatie Barbarossa)

1941-1945

Feitelijk is elk militair optreden - van gevecht tot operatie en oorlog - een mix is van manoeuvre- en uitputtingsoorlogvoering. Zij vullen elkaar aan. In moderne oorlogvoering - grofweg van het einde van de Koude Oorlog – worden kleinere krijgsmachten geconfronteerd met het optreden over een breed front. In de praktijk betekent dit dat zij met minder troepen over een groot gebied moeten optreden. Het is tot slot onvermijdelijk dat zij vanuit de manoeuvreoorlogvoering zullen overgaan tot (elementen van de) uitputtingsoorlogvoering.

Zie ook: attritie en manoeuvre-oorlogvoering.

Terug naar Boven

 

UITVOERINGSVAARDIGHEDEN

Een van de vijf vaardigheden zoals die worden beschreven op en gehanteerd vanaf de Instructiekaart 2-1250 (IK 2-1250), bijgenaamd "de witte kaart".

Deze IK is een uitreikstuk in het kader van de leiderschapstraining en -vorming (LTV) ten behoeve van de leidinggevende, zowel in opleiding op de Koninklijke Militaire School als daarna.

Download hier IK 2-1250, 1ste druk, januari 1994, 'Uitreikstuk LTV ten behoeve van de leidinggevende'.

Zie ook: communicatieve vaardigheden, evaluatieve vaardigheden, sociale vaardigheden en voorbereidingsvaardigheden.

Terug naar Boven

 

UITWERKINGSVUUR

Wirkungsschiessen.
fire for effect (FFE).
tir d'efficacitť.

Synoniemen: bestrijdingsvuur; vernietigingsvuur.

Vuur van artillerie, mortieren en close air support wordt geleid, op het doel gedirigeerd en gecorrigeerd om gericht vuur op een vijandelijk doel te verkrijgen. Uitwerkingsvuur, normaliter met de intentie van doelvernietiging, kan ook een niet-letaal effect hebben, zoals een rookscherm of verlichtingsvuur.

Uitwerkingsvuur vindt plaats nadat de inschietprocedure is beŽindigd (vuuraanvraag) of wanneer het inschieten niet mogelijk is of niet noodzakelijk wordt bevonden.

Soms worden voorafgaand aan uitwerkingsvuur ťťn of meer inschietschoten op een al dan niet verkend doel afgegeven. De waarnemer geeft correcties in afstand en richting door. Wanneer het vuur dekkend is, kan de waarnemer ten slotte om uitwerkingsvuur vragen.

Het is belangrijk om te proberen met direct uitwerkingsvuur (Duits: Planschiessen. Engels: predicted fire. Frans: tir d’efficacité d’emblée) – d.w.z. indien de locatiefouten binnen de gestelde normen vallen en de correcties van de heersende weersinvloeden en overige afwijkingen standaard zijn bepaald – een doel te bevuren, omdat de verrassing dan het grootst is.

Zie ook: vuur en vuuraanvraag.

Terug naar Boven

 

UITWIJKGEBIED

evasion area.
zone d'ťvasion.

Afgekort: uitwijkgeb.

Zie voor verdere uitleg ook: crash move.

Gebied waar het personeel van een eenheid zich verzamelt wanneer een overmacht of een onbekende (grote) vijandelijke eenheid het afwachtingsgebied of verzamelgebied bedreigt of een calamiteit heeft plaatsgevonden.

Bij het betrekken van een afwachtings- of verzamelgebied wordt het uitwijkgebied na het oefenalarm bij het personeel bekend gesteld, bij voorkeur schriftelijk.

De locatie van het uitwijkgebied is tevoren verkend door de verkenningsgroep.

Om onderkenning te voorkomen geeft de commandant in voorkomend geval opdracht tot het vertrek naar een uitwijkgebied.

Dit vindt plaats middels een crash-verplaatsing (crash-move), die afhankelijk van de beschikbare tijd gecontroleerd of ongecontroleerd plaatsvindt:

Gecontroleerde
crashverplaatsing

■ Voldoende voorbereidingstijd.
■ Alle materieel wordt meegenomen.
■ Alarmering door stil alarm.

Ongecontroleerde
crashverplaatsing

■ Snel vertrek zonder tijdschema.
■ Verplaatsing per groep of individueel via een vastgestelde route.
■ Alleen essentieel materieel wordt meegenomen.

De crashverplaatsing wordt uitgevoerd in gevechtsvaardigheid algeheel.

De route naar het uitwijkgebied - de ontruimingsroute - is ideaal gesproken per (onder)eenheid verschillend.

De crash-move kan worden begeleid en beveiligd door de QRF, die in eerste instantie de opponent bindt of het gevechtscontact aangaat.

In het uitwijkgebied neemt het eerst aangekomen kaderlid het commando waar. De eenheid hergroepeert en reorganiseert in het uitwijkgebied.

Nadat alle voertuigen in de opstellingen in het uitwijkgebied zijn gegidst, wordt de basiscamouflage aangebracht en de alarmopstellingen (vuur- en zichtdekking) ingenomen.

De commandant laat een FUCO-1 uitvoeren en meldt zo spoedig mogelijk de inzetbaarheid van de eigen middelen (SPEAR) en de vijanddreiging aan de hogere commandant.

Zie ook: afwachtingsgebied (Assembly Area), functiecontrole, Quick Reaction Force (QRF), SPEAR, en verzamelgebied (Staging Area) en vuur- en zichtdekking.

TWEEDE BETEKENIS...

Het uitwijkgebied heeft nog een tweede betekenis, die bekend is uit de Koude Oorlog.

Tijdens alarmoefeningen, met als doel de parate en mobilisabele eenheden op H-Hour zo spoedig mogelijk en volledig inzetbaar aan het front te krijgen, moesten de gealarmeerde parate eenheden zich volledig beladen en met alle voertuigen in colonneverband naar een verzamelgebied in de omgeving verplaatsen.

De alarmering op basis van no-notice gold (eenheden van) 1 Legerkorps binnen de Allied Forces Central Europe (AFCENT).

Het uitwijkgebied - alleen bekend bij commandanten en enkele stafofficieren - was niet per se het gebied waar de eenheid zich in tijd van oorlog moest verzamelen in afwachting van de verplaatsing naar het inzetgebied.

Vanaf 1959 was dit de NAVO-alarmoefening (NATO-AlarmŁbung) QUICK TRAIN, vanaf 1973 onder de naam ACTIVE EDGE.

Vanaf 1977 was een Operational Readiness Test vast onderdeel van ACTIVE EDGE.

De laatste ACTIVE EDGE vond plaats in 1989.

Zie ook: 1 Legerkorps, H-Hour en Koude Oorlog.

Terug naar Boven

 

UIJTERSCHOUT, IZAAK LEENDERT

In 1935 verschijnt de eerste druk van 'Beknopt overzicht van de belangrijkste gebeurtenissen uit de Nederlandsche krijgsgeschiedenis van 1568 tot heden' van de eerste luitenant der infanterie Izaak Leendert Uijterschout (Hulst, 1899).

Omslag van het boek van Uijterschout.

Het 470 pagina's tellende boek verschijnt bij Gebroeders van Cleef in Den Haag, tot WO II de belangrijkste militaire uitgeverij/boekhandel in Nederland.

In 1933 verschijnt van dit boek ook al een officieuze publicatie bij Stads Boek- en Courantdrukkerij in Kampen.

Het boek bevat uitgebreide beschrijvingen van:

► de krijgsverrichtingen tijdens de Tachtigjarige oorlog
► de verdediging van Nederland na 1672
► de krijgsverrichtingen tijdens de tweede helft van de 18e eeuw
► de Veldtocht van 1815
► de Belgische Opstand van 1830
► de Tiendaagsche Veldtocht van 1832
► de verdediging van de Citadel van Antwerpen (1832)
► de Twee MobilisatiŽn (1870 en 1914-'18)

In 1978 verschijnt een fotomechanische herdruk (facsimile) van de 2e herziene druk uit 1937.

De uitgave telt 656 pagina's en is uitgegeven door Frits Knuf Antiquarian Books in Buren, Gelderland (ISBN 9789060272794).

Ten tijde van het schrijven van zijn boek is Uijterschout werkzaam op het bureau van de commandant van het Veldleger, luitenant-generaal jonkheer Willem Röell.

In 1937 verschijnt van de hand van Uijterschouts 'Het ceremonieel van de plechtige beŽdiging van Z.D.H. Prins Bernhard van Lippe Biesterfeld, als officier van de Koninklijke Nederlandsche Weermacht', in 1941 'Onze gedenkteekenen, een nationaal bezit'.

Zie ook: H.M.F. Landolt en militair woordenboek.

Terug naar Boven

 

ULTERIOR SIT ITER

Latijnse naam. Betekenis: "Dat ons doel verder mag reiken."

Sinds 1831 bestaande dienstvakvereniging voor cadetten van de Geneeskundige Dienst op de Koninklijke Militaire Academie.

Het logo van Ulterior Sit Iter.

De dienstvakvereniging maakt, zoals alle wapen- en dienstvakverenigingen, deel uit van de overkoepelende Wapenraad.

De doelstellingen van de vereniging zijn het bevorderen van een goede corpsgeest van haar leden, het bevorderen van een juist inzicht in het dienstvak en het bevorderen van contacten met officieren van het dienstvak.

Het bestuur bestaat uit onder andere een voorzitter, secretaris, penningmeester en een appendix. De appendix is de jongst aanwezige cadet van de Geneeskundige Dienst.

Een van de traditionele gebeurtenissen binnen de dienstvakvereniging is het houden van een "lullepot", zoals dat in cadettentaalgebruik heet: een spontaan geÔmproviseerde spreekbeurt van enkele minuten over een willekeurig onderwerp.

Terug naar Boven

 

UNDERSLUNG LOAD

Aussenlast.
charge sous ťlingue; charge ŗ l'ťlingue.

Afgekort: USL.

Nederlands: haaklast.

Synoniemen: slingery; slingload.

Bij luchttransport iedere externe lading (materieel en/of voorraden) die tijdens een vlucht onder een transporthelikopter in de daarvoor bestemde middelen hangt. Voor USL is specifiek hijs- en sjormaterieel nodig om de lading gereed te maken en vast te zetten, de zgn. Helicopter Underslung and Loading Equipment (HUSLE, Frans: transport d'ťquipement ŗ l'ťlingue par hťlicoptŤre) en/of cargo-nets.

HUSLE of cargo-nets worden gebruikt om de externe lading (external load) te kunnen oppikken en neerzetten. Wanneer voor een lading een clearance is, wordt de HUSLE gebruikt. Als er geen clearance is, worden cargo nets gebruikt, met name het 5.600 kg cargo-net én het 5.000 lb ( 2.268 kg) cargo-net.

Het is mogelijk om lading zowel intern als extern te vervoeren én om combinaties van ladingen te maken door intern pax (personeel) en extern cargo (goederen) te vervoeren.

Een Cougar-transporthelikopter van de Koninklijke Luchtmacht vervoert voorraden in een underslung load.

Na het riggen van de lading komt aan de USL een zgn. load panel te hangen: een markeerdoek met cijfer en/of letters voor identificatie. Als USL kunnen bijvoorbeeld dienen: bambi-bucket (flexibele waterzak)

  • containers (20-voet en 40-voet)
  • uitrustingsstukken
  • veldversterkingsmiddelen
  • vervoeren van artilleriestukken en mortieren
  • voertuigen, al dan niet met aanhangwagens
  • voorraden
  • WALS van de radarploeg

Er zijn verschillende soorten last:

Single load

1 lading onder een helikopter

Dual load

2 ladingen onder een helikopter, elk aan 1 haak

Triple load

3 ladingen onder een helikopter, elk aan 1 haak

Tandem load

1 lading die zowel aan de voorste als aan de achterste haak zijn bevestigd

De last wordt bevestigd aan een samenstel van 4 benen (4 legged sling), bestaande uit polyester en kettingen. Om te zorgen dat de slingbenen bij het liften nergens achter blijven haken, worden zij opgebonden met breektouwtjes. Uitstekende delen worden afgeplakt met genietape. Het verlengstuk tussen de sling (het net) en de helikopter is de strop. In de regel heeft de helikopter een polyester strop van 2,7 of 5,7 meter aan de cargo hook hangen, zodat er ruimte is tussen de helikopter en de lading. Beide strops hebben een Safe Working Load (SWL) van 5.000 kg. Een uitzondering is de tandem load, die zónder strop aan de cargo hook wordt aangehaakt.

Een 4 legged sling wordt een Sling Multiple Leg (SML) genoemd, waarvan Nederland 3 typen in gebruik heeft:

  • SML 11.300 kilo Safe Working Load (SWL)
  • SML 4.850 kilo SWL
  • SML 6000 lb SWL ( 2.721 kg)

Externe last die gecleared is (cleared loads), is gezekerd door:

  • Bureau Externe Ladingen/Kenniscentrum 3de Dimensie (KC 3D), Oranjekazerne te Schaarsbergen (NLD)
  • Joint Air Transport Evaluation Unit (JATEU), RAF Brize Norton te Carterton (Oxon, UK)
  • landen die STANAG 2445 (‘ Criteria for the Clearance of Helicopter Underslung Load Equipment (HUSLE) and Underslung Loads (USL's)’) hebben ondertekend in het kader van de NATO Underslung-Load Interoperability

Cleared loads hebben hijsogen of andere bevestigingspunten die voldoen aan een zwaartekracht van tenminste 4,3 G. De aangehouden maximale haaklast voor de Nederlandse transporthelikopters (zodat de heli's nog enige actieradius hebben) is:

Chinook CH-47D

8.000 kg

Cougar MK II

3.000 kg

Bergachtig gebied én een warm klimaat hebben een negatieve invloed op het maximumgewicht van de te tillen haaklast.

Zie ook: flashcard.

Terug naar Boven

 

UNe armÉe marche À son estomac

Nederlands: Een leger marcheert op zijn maag. Franse term, toegeschreven aan Napoleon Bonaparte. Vaak gebruikt in het Engels: “An army marches on its stomach”. Vergelijkbaar met zijn aforisme “C’est la soupe qui fait le soldat.”

Napoleon bedoelde hiermee dat een goede militair een weldoorvoede militair is. Zonder voedsel kan een militair niet marcheren of vechten. Ergo: hoe moedig en toegewijd militairen ook zijn, het succes van een leger hangt af van de logistiek en zijn bevoorradingslijnen (lines of communication).

Het is, ook in moderne oorlogvoering, een strategisch uitgangspunt dat cruciaal is voor alle militaire operaties: zonder klasse I tot en met X disfunctioneert een leger.

Zie ook: teeth-to-tail-ratio en Steal A March.

Terug naar Boven

 

UNFICYP

Voluit: United Nations Peacekeeping Force in Cyprus.

Het eiland Cyprus wordt bewoond door een Griekse en een Turkse bevolkingsgroep. Op 16 augustus 1960 werd het eiland onafhankelijk van Groot-BrittanniŽ. Daarna kwam de machtsdeling tussen de twee bevolkingsgroepen niet van de grond; in december 1963 escaleerde de impasse tot een uitbraak van geweld tussen beide bevolkingsgroepen. Op Brits initiatief kwam er een wapenstilstand en onderhandelingen.

De Britse tussenkomst had geen resultaat. De Cypriotische president bracht de zaak voor de Verenigde Naties. Op 4 maart 1964 nam de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties unaniem resolutie 186 aan, welke de aanbeveling had over te gaan tot de oprichting van de United Nations Peacekeeping Force in Cyprus (UNFICYP).

Al op 13 maart 1964 arriveerden de eerste internationale vredestroepen op Cyprus.

UNFICYP, een van de langstlopende VN-missies, ontstond om verdere gevechten tussen de Grieks- en Turks-Cypriotische gemeenschappen op het eiland te voorkomen. Uiteindelijk doel van de missie is om terug te keren naar normale omstandigheden.

De verantwoordelijkheden van UNFICYP werden in 1974 uitgebreid, na een staatsgreep door elementen ten gunste van de Cypriotische hereniging met Griekenland en de daaropvolgende militaire interventie door Turkije. Turkse troepen verkregen de controle over het noordelijke deel van het eiland.

Mandaat

UNFICYP ziet toe op de handhaving van de scheidingszone tussen de Griekse en Turkse eilandbewoners op Cyprus.

De VN-missie kan worden gezien als een schoolvoorbeeld van klassieke vredeshandhaving (peacekeeping) in afwachting van een politieke oplossing, in dit geval het voorkomen van gevechten en toezicht op de naleving van een staakt-het-vuren.

Als twee strijdende partijen, zoals op Cyprus, een bestand sluiten en het wenselijk vinden dat een derde partij gelegitimeerd door een VN-mandaat intervenieert, schrijft de militaire doctrine interpositie voor: VN-troepen scheiden de strijdende partijen fysiek.

Nederlandse militaire deelname

Van 9 juni 1998 tot 6 juni 2001 heeft een Nederlandse infanteriecompagnie van zo’n honderd militairen, 1 (NL) VN CIE UNFICYP, onder Brits commando deelgenomen aan UNFICYP.

UNFICYP bestond op dat moment uit drie bataljons, die ieder een deel van de bufferzone bewaakten. Sector II, het gebied rond de verdeelde Cypriotische hoofdstad Nicosia, viel onder het Brits-Nederlandse bataljon en huisvestte onder andere HQ UNFICYP.

Van de Nederlandse infanteriecompagnie werd ťťn peloton toegevoegd aan de Mobile Force Reserve, die onder direct bevel van de Force Commander stond. De twee overige pelotons verrichten hun taken in het eigen bataljonsvak. Die taken bestonden uit het bemannen van twee waarnemingsposten en het uitvoeren van patrouilles.

In drie jaar hebben in totaal ruim 600 Nederlandse militairen een bijdrage geleverd aan UNFICYP.

Externe link: http://www.unficyp.org/

Zie ook: interpositie.

Terug naar Boven

 

UNIFIL

De IsraŽlische invasie van 1978 in Zuid-Libanon eindigde met het besluit van de VN-Veiligheidsraad op 19 maart 1978 tot het zenden van een VN-peacekeeping missie naar het gebied, maar in juni 1982 voerden de Israeli's met de operatie PEACE FOR GALILEA opnieuw een invasie uit, bezetten Beiroet en dwongen het PLO-hoofdkwartier te evacueren.

Logo van de in 1999 opgerichte Nederlandse UNIFIL Vereniging.

De United Nations Interim Force in Lebanon (UNIFIL) was de eerste grote vredesmissie waar Nederland aan deelnam.

Al in 1963 stelde minister van Buitenlandse Zaken Joseph Luns een Nederlandse eenheid beschikbaar voor vredesoperaties van de Verenigde Naties. Het onderdeel dat werd aangewezen was 44 Pantserinfanteriebataljont Regiment Infanterie Johan Willem Friso in Zuidlaren.

44 Painfbat stond jaar in jaar uit stand-by en vanaf januari 1966 moesten de militairen zelfs binnen een maand gereed kunnen zijn voor uitzending.

Het duurde echter nog tot '79 voor op 44 Painfbat een beroep werd gedaan. De opleiding voor VN-taken was op dat moment al teruggebracht tot ťťn dag."Beroepsmilitairen en dienstplichtigen beschikten weliswaar over een blauw koord, maar niet over de kennis of de vaardigheden waarvoor dit koord symbool stond", staat in het boek 'Vredesmacht in Libanon' (zie kader onder).

Nadat Frankrijk haar bijdrage met ťťn bataljon verminderde, reageerde Nederland op 12 januari 1979 positief om deel te nemen aan UNIFIL, met zowel beroeps als dienstplichtig personeel.

Op 8 februari 1980 oordeelde de Hoge Raad echter dat het verplicht uitzenden van dienstplichtigen onrechtmatig was (UNIFIL-arrest): dienstplichtigen moest voortaan expliciet worden gevraagd of ze mee wilden. Uiteindelijk tekenden 300 dienstplichtigen bezwaar aan tegen hun uitzending naar Libanon.

IsraŽl was in 1978 het door een burgeroorlog verscheurde Libanon binnengevallen. UNIFIL stond voor de zware taak om orde en rust te bewaren in het grensgebied in het zuiden van Libanon.

Ook de Nederlandse UNIFIL-militairen hadden die taak: het Nederlandse 44 (VN) Pantserinfanteriebataljon - aangevuld met een compagnie van 43 Pantserinfanteriebataljon Regiment Infanterie Chassť uit Assen - opereerde van 14 maart 1979 tot 19 oktober 1983 als Dutchbatt in het onrustige Zuid-Libanon.

Het materieel van de Nederlandse UNIFIL'ers bestond uit Nekafs, DAF YP-408, ťťntonner DAF YA-126 en drietonners DAF YA-314 en DAF YA-328.

Eind 1979 was Dutchbatt samengesteld uit een stafstaf-compagnie met onder andere een verkennings-, genie- en verbindingspeloton, een verzorgingscompagnie met onder andere een bevoorradings-, herstel-, onderhouds-, transport- en geneeskundig peloton, twee pantserinfanteriecompagnieŽn en een pantserondersteuningscompagnie (met TOW's en mortieren).

De taakuitvoering van Dutchbatt bestond voornamelijk uit lopende en rijdende patrouilles en het bemannen van observatieposten (OP's) en (mobiele) checkpoints.

Bovendien waren er op 24-uurs basis manschappen en voertuigen (met name de YP-408) beschikbaar voor optreden in een Force Mobile Reserve (vergelijkbaar met een Quick Reaction Force), die bij grotere conflicten en infiltraties in actie kwam.

Na 1983 werd de Nederlandse bijdrage aan UNIFIL verkleind tot ťťn compagnie ter grootte van 150 man (Dutchcoy), die tot 25 oktober 1985 haar taken uitvoerde.

Het moeilijk begaanbare mandaatgebied van Dutchbatt was globaal 20 bij 15 km groot. Het grensde aan de ene kant aan een door de Palestijnse Bevrijdingsorganisatie (PLO) beheerste enclave rond de havenstad Tyrus (Tyre-pocket).

Het gebied ten zuiden van Dutchbatt was in handen van de pro-IsraŽlische christelijke milities (Zuid-Libanese Leger) van majoor Saad Haddad.

Vanuit beide gebieden werden de Nederlanders veelvuldig met infiltraties en beschietingen op de proef gesteld.

UNIFIL, waarvan het mandaat elke zes maanden moest worden verlengd, had onder andere tot taak de vrede en veiligheid te herstellen en de Libanese regering te helpen haar gezag in Zuid-Libanon te vestigen. De uitzendeenheid bestond in de tijd van de Nederlandse deelname uit in totaal acht ontplooide infanteriebataljons.

Artikel 'Zij waren jongens. En ze wisten weinig. Nederlandse veteranen met en zonder problemen keren terug naar het Libanon van hun jeugd', NRC Handelsblad, 27 augustus 2005.

Het UNIFIL-hoofdkwartier in Naqoura lag geÔsoleerd in Haddads gebied, wat de vredesmacht tot een speelbal van de lokale milities maakte.

In totaal zijn 8.675 landmachtmilitairen uitgezonden in het kader van UNIFIL, waarbij negen Nederlanders om het leven kwamen:

Logo van Dutchbatt, met dubbel-T.

kpl Siebe Boonstra

4 mei 1979
(friendly fire)

sld Kees van Rijn

21 oktober 1979
(auto-ongeval)

sgt Philip de Koning

9 november 1979
(mijnincident met YP-328)

sgt1 G.A.C. Nieuwenhuis

6 september 1980
(onbekend)

kpl1 G.J. van Barneveld

4 december 1980
(elektrocutie)

sld Rijnard de Wolf

14 april 1983
(ongeval op post 7-11A)

sgt Theo Seebregts

6 juni 1983
(friendly fire)

maj J.A. Schut

12 augustus 1983
(hartaanval)

sld Jan Hoiting

5 oktober 1983
(friendly fire)

'Vier Nederlanders in Libanon omgekomen door eigen vuur' - Anne Salomons.'Vier Nederlanders in Libanon omgekomen door eigen vuur' - Anne Salomons.

In januari 1986 werd de Wateler Vredesprijs 1985 toegekend aan het totale UNIFIL-detachement dat dienst deed in Zuid-Libanon. De Wateler Vredesprijs wordt uitgereikt door de Carnegie Stichting van Vredespaleis-stichter Walter Carnegie.

Naar aanleiding van het Nederlandse aandeel in UNIFIL verscheen in 1981 'Blauwe baretten tussen twee vuren in Libanon'; omdat het in 2004 vijfentwintig jaar geleden is dat het Nederlands bataljon naar Libanon werd uitgezonden, verschijnt medio 2004 'De Nederlandse bijdrage aan UNIFIL'.

Tallloze Libanon-veteranen beheren websites/-weblogs over de periode bij UNIFIL, zoals Lex Beekman, Theo Blinderman, Willem Dijkstra, Gerrit Kracht, Hans Leijten, Gerard Martens, Frans van Starkenburg en Rob Stolk.

Twee standaardwerken over UNIFIL zijn:

'Blauwe baretten tussen twee vuren in Libanon' (1981), samengesteld door drs. Piet Kamphuis, Bob van Opzeeland en Almar Tjepkema.

'Vredemacht in Libanon: de Nederlandse deelname aan UNIFIL 1979-1985' (2004), geredigeerd door Ben Schoenmaker en Herman Roozenbeek.

UNIFIL

Op 14 maart 2009 opende de heer Zeidan Al-Saghir, ambassadeur van de Republiek Libanon in Nederland, in het Legermuseum in Delft een speciale expositie over de Nederlandse inzet in zijn land. Precies 30 jaar geleden startte Nederland met de deelname aan UNIFIL. De fototentoonstelling was te zien tot en met 14 juni 2009.

UNIFIL

'Een andere diensttijd, vredeswerk in Libanon': wervingaffiche van de toenmalige Sectie Werving en Selectie van de Koninklijke Landmacht.

YouTube video 'Dutchbatt Lebanon 1979-1983'.

Het Draaginsigne Nobelprijs VN-militairen is cirkelvormig, gemaakt van mat bronskleurig metaal en heeft een diameter van 25 millimeter.

Als erkenning voor en gebaseerd op de Nobelprijs voor de Vrede - in 1988 toegekend aan de VN-vredesmachten voor deelname aan vredesmissies vanaf 1956 - besloot minister van Defensie Jeanine Hennis-Plasschaert op 16 december 2014 tot de instelling van het draaginsigne.

Het draaginsigne is ingesteld bij MinisteriŽle Beschikking op 16 februari 2015. Begin juni 2015 werden de eerste exemplaren geslagen.

De Nederlandse UNIFIL-militairen vormen met ruim 95% veruit de grootste groep die in aanmerking komt voor dit ereteken.

UNIFIL in Zuid-Libanon. Situatie januari 1980.UNIFIL in Zuid-Libanon. Situatie januari 1980.

Zie ook: onderdeelkoord Verenigde Naties (blauw koord), Draaginsigne Nobelprijs VN-militairen beschikbaar (10 juni 2015) en Slag om At Tiri (UNIFIL, april 1980).

Terug naar Boven

 

UNITED NATIONS MILITARY OBSERVER (UNMO)

Militšrbeobachter der Vereinten Nationen.
observateur militaire des Nations Unies.

Afgekort: UNMO.

De UNMO is een ongewapende, neutrale en zelfstandig opererende militaire waarnemer, vaak een officier, met permanente presentie in het operatiegebied van een vredesmissie.

In het operatiegebied treedt hij zelfstandig op. Vaak arriveert hij als eerste en vertrekt hij als laatste uit het gebied. De UNMO merkt vaak als eerste veranderingen op, omdat hij tussen de lokale bevolking woont en werkt. Nadeel van de UNMO is dat hij kwetsbaar is voor vijandig optreden doordat hij in de voorste linies en in moeilijk toegankelijke gebieden aanwezig is.

Zijn verzamelde en geanalyseerde informatie over strijdende partijen, de bevolking en hun leefomstandigheden, rapporteert de UNMO aan het VN-hoofdkantoor in New York.

De UNMO staat in frequent contact met strijdende partijen, observeert hun activiteiten en verzamelt informatie over hun militaire ontwikkelingen.

Niet-limitatieve opsomming van taken van de UNMO:

► bemiddelen tussen strijdende partijen

► inspecteren van weapon sites

► natrekken van het ontstaan en verloop van incidenten

► onderzoeken van (vermeende) schendingen van afspraken en overeenkomsten

► registreren van wapens in weapon collection points

► toezicht houden op en bemiddelen bij gevangenenruil, humanitaire konvooien, medische evacuaties en onderhandelingen

► toezien op het naleven van een staakt-het-vuren of het terugtrekken van zware wapens

► vervullen van liaisontaken

De status van militaire waarnemer van de VN is vergelijkbaar met die van de VN-politiefunctionaris (UNCivPol).

In het Srebrenica-rapport (2002) van de Veiligheidsraad wordt de UNMO omschreven "As 'the only real sensor (eyes and ears)' of the Security Council and the UN Secretary-General in the field, the UNMOs made professional military observations."

UNMO's in UNPROFOR

Tijdens de oorlog in voormalig JoegoslaviŽ had Nederland een contingent van Ī 50 UNMO's, op een totaal van op het hoogtepunt 748 UNMO's die de VN-Veiligheidsraad tot april 1994 ter beschikking kon stellen. De UNMO's maakten formeel deel uit van UNPROFOR, zodat met het einde van UNPROFOR ook de waarnemersmissie werd opgeheven.

Het hoofd van alle UNMO's in voormalig JoegoslaviŽ, tevens adviseur van de Force Commander van UNPROFOR, was de Chief Military Observer (CMO). De CMO overlegde met de Force Commander over de inzet van de UNMO's en adviseerde de Special Representative of the Secretary-General, Yasushi Akashi.

De waarnemers bleken een factor van belang binnen het gecompliceerde mandaat van zowel de UNMO's als UNPROFOR.

Halverwege mei 1995 was de Britse luitenant-generaal Rupert Smith, Commander Bosnia and Herzegovina Command van UNPROFOR, de Bosnische ServiŽrs spuugzat. Die hebben dan juist hun zware artillerie teruggehaald van de Weapon Collection Points rondom Sarajevo en de beschietingen op burgerdoelen in de stad verhevigd. Zo werden op 7 mei elf mensen gedood bij een Servische beschieting op Sarajevo's voorstad Butmir.

In reactie hierop verzocht Smith op 25 mei 1995, geautoriseerd door Akashi, de NAVO air strikes uit te voeren op de bunkers van een munitiedepot bij het Bosnisch-Servische regeringscentrum in Pale.

Als represaille namen de Bosnische ServiŽrs enkele honderden UNPROFOR-militairen in gijzeling om verdere luchtaanvallen af te wenden, onder wie UNMO's. Onder de gegijzelde UNMO's waren ook de Nederlandse militairen Jos Gelissen (majoor KL), Mark Helgers (kapitein KL) en Wilco Rademakers (kapitein KLu), die als levend schild op strategische objecten werden vastgeketend.

Tegelijkertijd verhevigden de Bosnische ServiŽrs hun artillerievuur op de Safe Areas. Op dat moment was het generaal Smith om het even welke koers UNPROFOR zou volgen. Liefst wilde hij doorgaan met de air strikes om de Heavy Weapon Exclusion Zone (12 mijl) rond Sarajevo af te dwingen, mits het besef algemeen gedragen werd dat de vastgehouden UNMO's konden worden gedood en dat er elders ook slachtoffers konden vallen.

Bij de westerse regeringen was dat besef er, in meerderheid, niet. Tezelfdertijd moeten de Bosnische ServiŽrs hebben ingezien dat hun kansen in de oorlog drastisch keerden. Op 22 juni 1995 kwamen majoor Gelissen en de kapiteins Helgers en Rademakers vrij.

De drie vrijgelaten Nederlandse gijzelaars. Van links naar rechts: kapitein Rademakers, majoor Gelissen en kapitein Helgers, tijdens de persconferentie na hun terugkeer in Nederland.

Zie ook: boek De gijzeling - Jos Gelissen.

Terug naar Boven

 

UNITED STATES ARMY SERGEANT MAJOR ACADEMY

Afgekort: USASMA. De Sergeant Major Course aan de USASMA is in 1972 door de Amerikaanse landmacht geïntroduceerd en bereidt onderofficieren voor om op het hoogste niveau, (Command) Sergeant Major, te kunnen functioneren.

Hiermee heeft de bovenbouw-onderofficier zich ontwikkelt op een hoger denk- en kennisniveau, waarmee hij is toegerust te functioneren op het operationele joint en combined niveau (brigade t/m legerkorps).

Sinds 1976 mogen ook buitenlandse studenten deelnemen aan de cursus; in 1991 slaagde de eerste Nederlander voor de cursus: sergeant-majoor Willem Tanis, die later achtereenvolgens Landmachtadjudant en krijgsmachtadjudant was.

In 2009 is het curriculum van de Sergeant Major Course compleet veranderd. Sindsdien staat de Intermediate Level Education, op het niveau van de Amerikaanse majoor, aan de basis van de cursus.

Jaarlijks ontvangt de KL een uitnodiging van de U.S. Army om deel te nemen aan de Sergeant Major Course aan de USASMA in Fort Bliss, El Paso, Texas. De ‘best man’ van de cursus mag vervolgens zelf les geven aan de USASMA.

De USASMA wordt geheel door onderofficieren geleid en is de enige opleiding ter wereld waar het eigen onderofficierskorps de kwaliteit beoordeelt. Het Amerikaanse leger hecht veel waarde aan de inhoud en daarmee aan de betekenis van deze cursus. Dit blijkt onder andere uit het niveau van bijvoorbeeld de gastsprekers, alsmede uit het internationale gezelschap van cursisten en instructeurs.

De cursus duurt, alles bij elkaar, ± 1 jaar, met inbegrip van de cursus Engels op Lackland Airforce  Base in San Antonio, Texas – voor deelname aan de USASMA als vereiste gesteld door het International Student Management Office (ISMO), de organisatie die buitenlandse studenten aan de USASMA begeleidt – en de 7-weekse International Military Student Pre-Course. De pre-course schoolt bij in, opnieuw, Engelse taal, inwendige dienst, organisatie en werkwijze, en regelgeving.

Tijdens de cursus wordt de oprichting, training, uitzending en aflossing van een divisie gesimuleerd, alles binnen het Military Decision Making-Process van Full Spectrum Operations. De fasering van de cursus bestaat uit Teambuilding, Resource management, Military operations, Leadership en Common core. Daarnaast focust de cursus op analyseren, besluitvorming, communicatie en presentatie, leidinggeven, netwerken, omgevingsbewustzijn (SA) en schrijfvaardigheid.

De lessen worden voor 75% door de cursisten zelf gegeven en beoordeeld door een Faculty Advisor – de schakel tussen de student en de werkvloer.

KL-onderofficieren in de rang van sergeant-majoor en opperwachtmeester kunnen, na selectie door het DACO, in aanmerking komen voor de cursus. Geschikte kandidaten worden in samenspraak met en onder verantwoordelijkheid van de Landmachtadjudant aangewezen. De algemene opleidingseisen voor  de cursus zijn:

►staan voor gepaste discipline en gedrag.

►langdurig excellerend onderofficier (vakman, leider, instructeur).

►in potentie geschikt zijn om in de toekomst mogelijk functies van bataljons- of schooladjudant of PC aan de KMS te kunnen vervullen.

►gevoel hebben voor traditie en ceremonieel.

►een goede gezondheid en uitstekende conditie hebben.

►breed draagvlak genieten binnen zijn wapen of dienstvak.

Wat kennis en vaardigheden betreft moeten kandidaten:

►een signaalfunctie kunnen vervullen tussen beleid en uitvoering;

►het Engels in woord en geschrift beheersen;

►inzicht hebben in het Nederlands veiligheidsbeleid en de internationale politiek;

►kunnen werken met gangbare computerprogramma’s (MS Office) en internet.

 

Nadat de buitenlandse student met succes de cursus USASMA heeft afgerond, krijgt hij een diploma en het herinneringsemblemen ‘Ultima’ (letterlijk: “laatste”) van de opleiding tot Command Sergeant Major.

Voorbeelden van collega's die in het verleden aan de Sergeant Major Course hebben voltooid, zijn Alfredo Leenderts, Andre Odenkirchen, Arno Bos, Cees Bak, Harry Puts, Iwan Swinkels, Jan Haans, Jo Hugens, Johan Schers, Patrick Slagers, Peter Diepens, Renee van Boxtel, Rico Mesman en Willem Tanis.

In het kader van de wederkerigheid in de internationale uitwisseling met USASMA is er ook altijd een Amerikaanse Command Sergeant Major of Operational Sergeant Major, gelijkwaardig aan de Nederlandse adjudant, verbonden aan de Koninklijke Militaire School als instructeur.

De officiŽle website van de USASMA is: https://usasma.bliss.army.mil.

Terug naar Boven

 

UNMANNED AERIAL VEHICLE

Afgekort: UAV. Ook genaamd: unmanned aircraft system (UAS). Duits: Drohne; unbemannter Flugkörper; unbemanntes Fluggerät. Frans: vťhicule aťrien sans pilote; vťhicule aťrien non-pilotťs. Nederlands: onbemand luchtvaartuig/vliegtuig; drone.

Het eerste unmanned aerial vehicle dateert van het interbellum en kon in productie worden genomen dankzij uitvindingen van de Britse natuurkundige Archibald M. Low (1888-1956), Captain in het Royal Flying Corps en de ‘vader van de radiografie’.

Van de ‘Tiger Moth’ De Havilland DH82B, ook bekend onder de bijnaam ‘Queen Bee’, werden er in de jaren ’30 zo’n driehonderd exemplaren gebouwd om in de Tweede Wereldoorlog dienst te doen. De Queen Bee was een op afstand bestuurbaar vliegtuigje volgepakt met explosieven dat primair moest worden ingezet tegen de Duitse Zeppelinluchtschepen.

De enige nog overgebleven Queen Bee kan worden bewonderd in het RAF Signals Museum op RAF Henlow in Bedfordshire, Engeland.

 

Bron: onder andere DefenseNews, 17 mei 2010.

Pilootloos vliegtuig dat zich op eigen kracht door de lucht verplaatst en een autonome of voorgepogrammeerd koers kan vliegen (drone) of tijdens de vlucht vanuit een besturingsstation op de grond op afstand kan worden bijgestuurd (remotedly piloted vehicle, RPV), beiden met als doel het uitvoeren of ondersteunen van airpower taken.

Een UAV is een technologisch hoogwaardig middel dat is ontworpen voor meermalig gebruik en tijdens het uitvoeren van een missie altijd door de mens wordt gecontroleerd.

Een UAV, die al dan niet terugkeert op de lanceerpositie, kan verschillende ladingen bevatten of juist geen lading en kan dan ook voor diverse missies worden gebruikt.

Er is een grote verscheidenheid aan UAV’s. De NAVO maakt onderscheid tussen Tactical Unmanned Aerial Vehicles (TUAV), Medium Altitude Long Endurance UAV’s (MALE UAV’s) en High Altitude Long Endurance UAV’s (HALE UAV’s).

UAV’s worden met name gebruikt voor battle damage assessment, doelaanwijzing en -opsporing, escorte, inlichtingenverzameling, observatie, surveillance, vergroting van de situational awareness (omgevingsbewustzijn), verkenning en verzadiging: goedkope UAV’s kunnen worden gebruikt om de vijandelijke luchtverdediging te overspoelen om zo een tekort aan munitie te bewerkstelligen.

Een groot voordeel van een UAV is dat missies kunnen worden uitgevoerd zonder mensenlevens te riskeren, zoals piloten, bedienaars en systeemanalisten.

Het neerschieten van de Amerikaanse piloot Francis Gary Powers in een U-2 spionagevliegtuig boven de Sovjet Unie in mei 1960 heeft de ontwikkeling van UAV’s maximaal gestimuleerd. Tijdens de Vietnamoorlog (1964-1975) zijn UAV’s op grote schaal ingezet voor het verzamelen van inlichtingen. Hierbij werden ± 3.500 missies gevlogen.

In Nederland worden de UAV-capaciteit beheerd door 101 Remotely Piloted Vehicle (RPV)-batterij (101 RPVbt) – een gevechtssteuneenheid die is opgericht op 31 maart 1998. De eerste UAV/RPV die deze eenheid gebruikt is de Sperwer, maar ook de mini-UAV's Aladin en Raven zijn ingevoerd. De eenheid is in het kader van de omvorming van 103 ISTAR-bataljon naar JISTARC omgedoopt tot 107 Aerial Systems-batterij, die gebruik maakt van de Raven mini-UAV.

Locaties in de Verenigde Staten van waaruit drones kunnen worden bestuurd zijn Creech Air Force Base (Nevada), Grand Forks Air Force Base (North Dakota) en Joint Base Langley–Eustis (Virginia). De drones worden - t/m 2012 - met name ingezet in Afghanistan, Jemen, Pakistan en Somalië.

Bron: artikel ‘Het is onbemand en het schiet: Obama’s wapen’ – Frank Kuin (NRC Handelsblad, 16 april 2012).

Zie ook: drone.

Terug naar Boven

 

UP OR OUT-SYSTEEM

Formele benaming: Flexibel Personeels Systeem (FPS).

Personeelssyteem dat het Ministerie van Defensie vanaf 1 januari 2007 heeft ingevoerd voor alle militairen met het oog op een evenwichtige personeelssamenstelling. Militairen die op deze datum al in dienst zijn vallen onder een overgangsregeling.

In het Up or Out-systeem worden militairen niet langer voor een contractuele periode aangesteld.

Om de volgende redenen kan de militair binnen het Up or Out-systeem worden ontslagen:

■ De militair is niet bevorderd na het aantal jaren dat te doen gebruikelijk is en zit daarom aan zijn maximale verblijfsduur in een rang.

■ De militair is te oud voor zijn rang.

■ Er zijn voldoende militairen in dezelfde rang.

Naast de invoering van het Up or Out-systeem wil de staatssecretaris van Defensie de Richtlijn Uitzenddruk (tweemaal de duur van de uitzending niet uitgezonden mogen worden) schrappen ťn de pensioengerechtigde leeftijd verhogen naar 65 jaar (in samenhang met een wijziging van de Militaire Ambtenarenwet).

Uiteindelijk is de pensioengerechtigde leeftijd in de in 2006 afgesloten CAO verhoogd naar 60 jaar.

De vijf W's van het Flexibel Personeels Systeem.

De vijf W's van het Flexibel Personeels Systeem
(Rinoceros, 13 Gemechaniseerde Brigade, nummer 5, 2007).

Terug naar Boven

 

URFT

In eerste instantie, op z'n Duits uitgesproken, een riviertje - Fluß Urft - dat ontspringt in Schmidtheim, vervolgens het Urfttal bij de burcht Vogelsang vult en eindigt in Blankenheim.

Daarnaast is urft, evenals blerf en meuk, de ingemilitairde benaming voor rommel, rotzooi, troep of viezigheid.

Terug naar Boven

 

U.X.O.

Afkorting van: Unexploded Ordnance.

UXO's behoren tot de ontplofbare oorlogsresten (Explosive Remnants of War, ERW's). UXO's zijn explosieven die bij ingebruikname niet zijn geŽxplodeerd (gedetoneerd, gesprongen, ontploft) en dus nog steeds kunnen exploderen. Ook wel "blindgangers" genoemd.

Links enkele met neonkleurige UXO-spray gemarkeerde UXO's, rechts een leslokaal van de genie in een uitzendgebied met een opstelling van AP- en AT-mijnen, UXO's (inclusief achtergelaten munitie),Improvised Explosive Devices (IED's) en overige verdachte voorwerpen.

UXO's worden gedefinieerd als munitie die:

► is voorzien van een tijdmechanisme, ontsteking, wapenconstructie (wapening) of op een andere manier gereed voor gebruik en;

► is afgevuurd, af- of uitgeworpen, gelanceerd of op een zodanige manier geplaatst dat gevaar ontstaat voor operaties, installaties, personeel of materiaal en;

► niet is geŽxplodeerd zijn als gevolg van storingen, malfunctie, ontwerpfouten of anderszins disfunctioneren.

De UXO is iets anders dan de AXO: Abandoned Explosive Ordnance (munitie die ongebruikt is achtergebleven).

Voorbeelden van UXO's zijn onder andere: (on)geleide projectielen, artilleriegranaten, clusterbommen, geweergranaten, handgranaten, kleinkalibermunitie, mortiergranaten, raketten en vliegtuigbommen.

UXO's (en AXO's) niet verwarren met Explosive Remnants of War (ERW's) en Improvised Explosive Devices (IED's).

Terug naar Boven

 

UZI

Pistoolmitrailleur Uzi 9 mm Parabellum van IsraŽlische makelij, geproduceerd door Israel Military Industries.

De Uzi is een niet-vergrendeld wapen, waarmee (semi-)automatisch kan worden gevuurd. Het heeft de reputatie nooit te weigeren, ook niet als het lang onder water heeft gelegen of aan een zandstorm is blootgesteld. Het per ongeluk afgaan van een schot bij het stoten of laten vallen van het wapen wordt, zowel in ge- als ontspannen toestand, verhinderd door een greepveiligheid. De spangreep bevindt zich aan de bovenzijde van het wapen.

"Uzi" betekent in het Hebreeuws "Mijn kracht", maar de naam van het wapen is afgeleid van de ontwerper, de IsraŽlische majoor Uziel Gal (1923-2002).

Pistoolmitrailleur Uzi 9 mm Parabellum.

De pistoolmitrailleur verschiet patronen van het kaliber 9 mm Parabellum.

Door zijn korte loop is de Uzi vermaard om zijn middelmatige nauwkeurigheid, maar daar was het wapen ook niet voor bedoeld. Als "kogelsproeier" is het wapen daarentegen uitermate geschikt voor huis-aan-huisgevechten. Bij automatisch vuur zijn de schietresultaten tot 50 meter goed; bij gericht semi-automatisch vuur is de maximaal effectieve dracht 100 meter.

De Uzi kan beschikken over magazijnen voor 20, 25 of 32 patronen; in dit laatste geval wordt het magazijn maximaal opgetopt met dertig (30) patronen.

Het wapen is na de Arabisch-IsraŽlische oorlog van 1948 ontworpen. Na de onafhankelijkheid van IsraŽl in 1949 wilden de IsraŽli's minder afhankelijk zijn van het buitenland, ook in de aankoop van wapens. Het originele model uit 1951 is sinds 1954 in de bewapening van de IsraŽlische krijgsmacht en voor de eerste maal beproefd in de SinaÔ-oorlog van 1956.

De Uzi werd ook in licentie gemaakt - onder andere door de Fabrique Nationale d'Armes de Guerre (FN) in Herstal, BelgiŽ - en is wat onderhoud betreft een eenvoudig wapen. Omdat de Uzi weinig bewegende onderdelen heeft, is het wapen gemakkelijk uiteen te nemen en te reinigen. Het wapen heeft een samenklapbare kolf, die het vuren vanuit heup en schouder mogelijk maakt en de schutter in kleine ruimte de nodige bewegingsvrijheid verleent.

Het wapen is van 1960 tot 1998 binnen de Nederlandse krijgsmacht in gebruik geweest. De Duitse Bundeswehr gebruikt de Uzi onder de naam MP2. Er zijn wereldwijd zo'n 2 miljoen Uzi's verkocht aan vele tientallen landen.

Sinds eind 2003 is de Uzi uitgefaseerd in de Israel Defense Forces (IDF).



Specificaties:

gewicht wapen met 32-patroonsmagazijn gevuld

4,0 kg

gewicht wapen zonder patroonmagazijn

3,4 kg

kaliber9 x 19 mm Parabellum

lengte wapen met ingeklapte kolf

47 cm

lengte wapen met uitgeklapte kolf

65 cm

maximaal effectieve dracht

200 meter

mondingssnelheid400 meter per seconde

oogdop-korrel vizier

Instelbaar op 100 en 200 meter

vuursnelheid bij automatisch vuur

550 tot 600 schoten p/min

Zie ook: heupvuur.

Terug naar Boven

 

Laatste update: 05.10.2016