Inhoudsopgave U
Terug naar de homepage
 

Maak uw keuze uit de hieronder getoonde lijst

 

UITGESTEGEN

Soort optreden (bij de uitvoering van een gevechtsactie) waarbij de voertuigen en het personeel gescheiden optreden, waarbij het "uit de voertuigen gestegen" personeel tijdens het gevecht wordt gesteund door het boordkanon en antitankwapens van het voertuig.

 

UITPUTTINGSOORLOGVOERING

In het Duits: Erschöpfungskrieg. In het Engels: attrition warfare. In het Frans: guerre d'épuisement.

Strategisch concept van oorlogvoering waarbij de vijand wordt gezien als een verzameling doelen (grondgebied, infrastructuur, materieel en troepen) die plaatselijk en tijdelijk consequent worden vernietigd door de opeenvolging én opeenhoping van verpletterende vuurkracht.

De uitputtingsoorlog gaat uit van een systemische aanpak, waarbij het resultaat een slijtageslag onder de vijandelijke gevechtskracht is:

  • commandovoering top-down (‘command push’)
  • géén of weinig creativiteit en initiatief op uitvoerend niveau
  • succes wordt met name afgemeten aan kwantiteit: bezet grondgebied, vernietigde infrastructuur en materieel én gedode vijandelijke troepen

In wezen gaat de verdediger cq. het verdedigend gevecht altijd uit van de uitputtingsoorlogvoering.

Klassieke voorbeelden van uitputtingsoorlogvoering zijn:

Krimoorlog

1853-1856

Amerikaanse Burgeroorlog

1861-1865

Eerste Wereldoorlog

1914-1918

Ondanks het bovenstaande kan gesteld worden dat elk militair optreden – van gevecht tot operatie en oorlog – een mix is van manoeuvre- en uitputtingsoorlogvoering. Zij vullen elkaar aan. In moderne oorlogvoering – ruwweg vanaf het einde van de Koude Oorlog – worden kleinere krijgsmachten geconfronteerd met het optreden over een breed front. In de praktijk betekent dit dat zij met minder troepen over een groot gebied moeten optreden. Het is tot slot onvermijdelijk dat zij vanuit de manoeuvreoorlogvoering zullen overgaan tot – elementen van de – uitputtingsoorlogvoering.

(Bron voor het bovenstaande is onder andere het artikel ‘De manoeuvreoorlog in perspectief’ van kolonel Ton de Munnik, gepubliceerd in het tijdschrift Militaire Spectator en ook te vinden in ‘Jaarboek 2000- 2001’, pagina 5 t/m 16, van de Koninklijke Vereniging ter Beoefening van de Krijgswetenschap)

Zie ook: manoeuvre-oorlogvoering.

Terug naar Boven

 

UITVOERINGSVAARDIGHEDEN

Een van de vijf vaardigheden zoals die worden beschreven op en gehanteerd vanaf de Instructiekaart 2-1250 (IK 2-1250), bijgenaamd “de witte kaart”.

Deze IK is een uitreikstuk in het kader van de leiderschapstraining en –vorming (LTV) ten behoeve van de leidinggevende, zowel in opleiding op de Koninklijke Militaire School als daarna.

Terug naar Boven

 

UITWERKINGSVUUR

Synoniemen: bestrijdings- of vernietigingsvuur. In het Duits: Wirkungsschiessen. In het Engels: fire for effect (FFE). In het Frans: tir d’efficacité.

Vuur van artillerie, mortieren en close air support wordt geleid, op het doel gedirigeerd en gecorrigeerd om gericht vuur op een vijandelijk doel te verkrijgen. Uitwerkingsvuur, normaliter met de intentie van doelvernietiging, kan ook een niet-letaal effect hebben, zoals een rookscherm of verlichtingsvuur.

Uitwerkingsvuur vindt plaats nadat de inschietprocedure is beëindigd (vuuraanvraag) of wanneer het inschieten niet mogelijk is of niet noodzakelijk wordt bevonden.

Soms worden voorafgaand aan uitwerkingsvuur één of meerdere inschietschoten op een al dan niet verkend doel afgegeven. De waarnemer geeft correcties in afstand en richting door. Wanneer het vuur dekkend is, kan de waarnemer ten slotte om uitwerkingsvuur vragen.

Het is belangrijk om te proberen met direct uitwerkingsvuur (in het Duits: Planschiessen. In het Engels: predicted fire. In het Frans: tir d’efficacité d’emblée) – d.w.z. indien de locatiefouten binnen de gestelde normen vallen en de correcties van de heersende weersinvloeden en overige afwijkingen standaard zijn bepaald – een doel te bevuren, omdat de verrassing dan het grootst is.

Zie ook: vuur en vuuraanvraag.

Terug naar Boven

 

UIJTERSCHOUT, I.L.

Omslag van het boek van de luitenant Uijterschout

Eerste luitenant der infanterie I.L. Uijterschout liet in 1935 het boek ‘Beknopt overzicht van de belangrijkste gebeurtenissen uit de Nederlandsche krijgsgeschiedenis van 1568 tot heden' verschijnen. De officiële eerste druk van 470 bladzijden verscheen bij De Gebroeders van Cleef in Den Haag, tot de Tweede Wereldoorlog de belangrijkste militaire uitgeverij/boekhandel van Nederland.

Al in 1933 verscheen een officieuze publicatie bij Stads Boek- en Courantdrukkerij in Kampen.

Het boek bevat uitgebreide beschrijvingen van de krijgsverrichtingen tijdens de Tachtigjarige oorlog, de verdediging van Nederland na 1672, de krijgsverrichtingen tijdens de tweede helft van de 18 de eeuw, de Veldtocht van 1815, de Belgische Opstand van 1830, de Tiendaagsche Veldtocht van 1832, de verdediging van de Citadel van Antwerpen (1832) en de Twee Mobilisatiën (1870 en 1914-1918).

In 1978 verscheen een fotomechanische herdruk (facsimile-uitgave) van de tweede herziene druk uit 1937 bij Frits Knuf Antiquarian Books in Buren (Gelderland).

Uijterschout was ten tijde van het schrijven van zijn boek werkzaam op het bureau van de commandant van het Veldleger, luitenant-generaal jonkheer Willem Röell.

In 1937 verscheen van Uijterschouts hand 'Het ceremonieel van de plechtige beëdiging van Z.D.H. Prins Bernhard van Lippe Biesterfeld, als officier van de Koninklijke Nederlandsche Weermacht', in 1941 'Onze gedenkteekenen, een nationaal bezit'.

Sinds de facsimile-uitgave uit 1978 is ‘Beknopt overzicht van de belangrijkste gebeurtenissen uit de Nederlandsche krijgsgeschiedenis van 1568 tot heden' nog sporadisch te vinden bij ramsj-boekhandels en antiquariaten. Deze uitgave telt 656 pagina's en heeft als ISBN 906027279X.

Helaas ontbreekt het boek in de ‘Militair-Historische Leeswijzer Koninklijke Landmacht', zoals die in mei 2005 verscheen bij het blad ‘Landmacht'.

Militair-Historische Leeswijzer Koninklijke Landmacht

Wat oorspronkelijkheid betreft vergelijkbaar met het ‘Militair woordenboek’ (1861 en '62) van de eerste luitenant H.M.F. Landolt.

Terug naar Boven

 

ULTERIOR SIT ITER

Latijnse naam. Betekenis: “Dat ons doel verder mag reiken.”

Sinds 1831 bestaande dienstvakvereniging voor cadetten van de Geneeskundige Dienst op de Koninklijke Militaire Academie. De dienstvakvereniging maakt, zoals alle wapen- en dienstvakverenigingen, deel uit van de overkoepelende Wapenraad.

Het logo van Ulterior Sit Iter

De doelstellingen van de vereniging zijn het bevorderen van een goede corpsgeest van haar leden, het bevorderen van een juist inzicht in het dienstvak en het bevorderen van contacten met officieren van het dienstvak.

Het bestuur bestaat uit onder andere een voorzitter, secretaris, penningmeester en een appendix. De appendix is de jongst aanwezige cadet van de Geneeskundige Dienst. Één van de traditionele gebeurtenissen binnen de dienstvakvereniging is het houden van een “lullepot”, zoals dat in cadettentaalgebruik heet: een spontaan geïmproviseerde spreekbeurt van enkele minuten over een willekeurig onderwerp.

Terug naar Boven

 

UNDER SLUNG LOAD

Afgekort: USL. In het Duits: Aussenlast. In het Nederlands: haaklast.

Bij luchttransport iedere externe lading (materieel en/of voorraden) die tijdens een vlucht onder een transporthelikopter in de daarvoor bestemde middelen hangt. Voor USL is specifiek hijs- en sjormaterieel nodig om de lading gereed te maken én vast te zetten, de zgn. Helicopter Underslung and Loading Equipment (HUSLE) en/of cargo-nets. HUSLE of cargo-nets worden gebruikt om de externe lading (external load) te kunnen oppikken en neerzetten. Wanneer voor een lading een clearance is, wordt de HUSLE gebruikt. Als er géén clearance is, worden cargo nets gebruikt, met name het 5.600 kg cargo-net én het 5.000 lb ( 2.268 kg) cargo-net.

Het is mogelijk om lading zowel intern als extern te vervoeren én om combinaties van ladingen te maken door intern pax (personeel) en extern cargo (goederen) te vervoeren.

Na het riggen van de lading komt aan de USL een zgn. load panel te hangen: een markeerdoek met cijfer en/of letters voor identificatie. Als USL kunnen bijvoorbeeld dienen: bambi-bucket (flexibele waterzak)

  • containers (20-voet én 40-voet)
  • uitrustingsstukken
  • veldversterkingsmiddelen
  • vervoeren van artilleriestukken en mortieren
  • voertuigen, al dan niet met aanhangwagens
  • voorraden
  • WALS van de radarploeg

Er zijn verschillende soorten last:

Single load

1 lading onder een helikopter

Dual load

2 ladingen onder een helikopter, elk aan 1 haak

Triple load

3 ladingen onder een helikopter, elk aan 1 haak

Tandem load

1 lading die zowel aan de voorste als aan de achterste haak zijn bevestigd

De last wordt bevestigd aan een samenstel van 4 benen (4 legged sling), bestaande uit polyester en kettingen. Om te zorgen dat de slingbenen bij het liften nergens achter blijven haken, worden zij opgebonden met breektouwtjes. Uitstekende delen worden afgeplakt met genietape. Het verlengstuk tussen de sling (het net) en de helikopter is de strop. In de regel heeft de helikopter een polyester strop van 2,7 of 5,7 meter aan de cargo hook hangen, zodat er ruimte is tussen de helikopter en de lading. Beide strops hebben een Safe Working Load (SWL) van 5.000 kg. Een uitzondering is de tandem load, die zónder strop aan de cargo hook wordt aangehaakt.

Een 4 legged sling wordt een Sling Multiple Leg (SML) genoemd, waarvan Nederland 3 typen in gebruik heeft:

  • SML 11.300 kilo Safe Working Load (SWL)
  • SML 4.850 kilo SWL
  • SML 6000 lb SWL ( 2.721 kg)

Externe last die gecleared is (cleared loads), is gezekerd door:

  • Bureau Externe Ladingen/Kenniscentrum 3de Dimensie (KC 3D), Oranjekazerne te Schaarsbergen (NLD)
  • Joint Air Transport Evaluation Unit (JATEU), RAF Brize Norton te Carterton (Oxon, UK)
  • landen die STANAG 2445 (‘ Criteria for the Clearance of Helicopter Underslung Load Equipment (HUSLE) and Underslung Loads (USL's)’) hebben ondertekend in het kader van de NATO Underslung-Load Interoperability

Cleared loads hebben hijsogen of andere bevestigingspunten die voldoen aan een zwaartekracht van tenminste 4,3 G. De aangehouden maximale haaklast voor de Nederlandse transporthelikopters (zodat de heli's nog enige actieradius hebben) is:

Chinook CH-47D

8.000 kg

Cougar MK II

3.000 kg

Bergachtig gebied én een warm klimaat hebben een negatieve invloed op het maximumgewicht van de te tillen haaklast.

Zie ook: flashcard.

Terug naar Boven

 

UNFICYP

Terug naar Boven

 

UNIFIL

De Israelische invasie van 1978 in Zuid-Libanon eindigde met het besluit van de VN-Veiligheidsraad op 19 maart 1978 tot het zenden van een VN-peacekeeping missie naar het gebied, maar in juni 1982 voerden de Israeli's met de operatie 'Peace for Galilea' opnieuw een invasie uit, bezetten Beiroet en dwongen het PLO-hoofdkwartier te evacueren.

Nadat Frankrijk haar bijdrage met één bataljon verminderde, reageerde Nederland op 12 januari 1979 positief om deel te nemen aan U.N.I.F.I.L. (UN Interim Force in Lebanon) , met zowel beroeps als dienstplichtig personeel. Niettegenstaande oordeelde de Hoge Raad in februari 1980 dat het verplicht uitzenden van dienstplichtigen onrechtmatig was: dienstplichtigen werd voortaan expliciet gevraagd of zij mee wilden.

Israël was in 1978 het door een burgeroorlog verscheurde Libanon binnengevallen en UNIFIL stond voor de zware taak om orde en rust te bewaren in het Zuidlibanese grensgebied.

Het Nederlandse 44 (VN) Pantserinfanteriebataljon (44 Painfbat uit Zuidlaren, met overigens een compagnie van 43 Painfbat uit Assen) was vanaf 14 maart 1979 tot 19 oktober 1983 als Dutchbatt operationeel in het onrustige Zuid-Libanon. Het materieel bestond uit Nekaf-jeeps, het pantserwielvoertuig DAF YP-408 , de 1-tonner DAF YA-126 en de 3-tonners DAF YA-314 en DAF YA-328.

Eind 1979 was Dutchbatt samengesteld uit een stafstaf-compagnie met onder andere een verkennings-, genie- en verbindingspeloton, een verzorgingscompagnie met onder andere een bevoorradings-, herstel-, onderhouds-, transport- en geneeskundig peloton, twee pantserinfanteriecompagnieën en één pantserondersteuningscompagnie (met TOW's en mortieren).

Logo van Dutchbatt, met dubbel-T

De taakuitvoering van Dutchbatt bestond voornamelijk uit lopende en rijdende patrouilles en het bemannen van observatieposten (OP's) en (mobiele) checkpoints. Bovendien waren er op 24-uurs basis manschappen en voertuigen (met name de YP-408) beschikbaar voor optreden in een Force Mobile Reserve (vergelijkbaar met een Quick Reaction Force), die bij grotere conflicten en infiltraties in actie kwam. Na 1983 werd de Nederlandse bijdrage aan UNIFIL ingekrompen tot één compagnie ter grootte van 150 man (Dutchcoy), die tot 25 oktober 1985 haar taken bleef uitvoeren. Het moeilijk begaanbare mandaatgebied van Dutchbatt ter grootte van 20 bij 15 km grensde aan een door de PLO beheerste enclave rond de havenstad Tyrus (de zgn. Tyre-pocket) en aan de zuidzijde aan dat van de pro-Israëlische christelijke milities (South Lebanese Army) onder leiding van majoor Haddad - wiens posten dus ten zuiden van het UNIFIL-gebied lagen. De Nederlanders werden van hieruit veelvuldig met infiltraties en beschietingen op de proef gesteld.

UNIFIL, waarvan het mandaat elke zes maanden moest worden verlengd en dat onder andere tot taak had de vrede en veiligheid te herstellen en de Libanese regering te helpen haar gezag in Zuid-Libanon te vestigen, bestond in de tijd van de Nederlandse deelname in totaal uit acht ontplooide infanteriebataljons. Het UNIFIL-hoofdkwartier in Naqourah lag geïsoleerd in Haddads gebied, wat de vredesmacht tot een speelbal van de lokale milities maakte.

In totaal zijn 8.675 landmachtmilitairen uitgezonden in het kader van UNIFIL. Daarbij kwamen negen militairen man om het leven:

kpl Siebe Boonstra

4 mei 1979

friendly fire

sld Kees van Rijn

21 oktober 1979

auto-ongeval

sgt Philip de Koning

9 november 1979

mijnincident met YP-328

sgt1 G.A.C. Nieuwenhuis

6 september 1980

onbekend

kpl1 G.J. van Barneveld

4 december 1980

ongeval bij reparatie elektriciteitsleiding

sld Rijnard de Wolf

14 april 1983

ongeval op post 7-11A

sgt Theo Seebregts

6 juni 1983

friendly fire

maj J.A. Schut

12 augustus 1983

hartaanval

sld Jan Hoiting

5 oktober 1983

friendly fire

 

 

 

Download hier het PDF-document 'Vier Nederlanders in Libanon omgekomen door eigen vuur' van Anne Salomons, Checkpoint, nummer 8, oktober 2009 (2,12 MB)

 

In januari 1986 werd de Wateler Vredesprijs 1985 toegekend aan het totale UNIFIL-detachement dat dienst deed in Zuid-Libanon. De Wateler Vredesprijs wordt uitgereikt door de Carnegie Stichting van Vredespaleis-stichter Walter Carnegie.

Naar aanleiding van het Nederlandse aandeel in UNIFIL verscheen in 1981 'Blauwe baretten tussen twee vuren in Libanon' (Impuls Boek, Amsterdam); omdat het in 2004 vijfentwintig jaar geleden is dat het Nederlands bataljon naar Libanon werd uitgezonden, verschijnt medio 2004 'De Nederlandse bijdrage aan UNIFIL' van het Instituut voor Militaire Geschiedenis (IMG) van de Koninklijke Landmacht.

Tallloze Libanon-veteranen beheren websites over de periode dat zij bij UNIFIL hebben gediend, zoals Lex Beekman , Theo Blinderman , Willem Dijkstra , Gerrit Kracht , Hans Leijten , Gerard Martens , Frans van Starkenburg en Rob Stolk .

De twee standaardwerken over UNIFIL zijn:

‘Blauw baretten tussen twee vuren in Libanon’ (1981), samengesteld door drs. Piet Kamphuis, Bob van Opzeeland en Almar Tjepkema in samenwerking met de Sectie Militaire Geschiedenis van de Koninklijke Landmacht en uitgegeven door Impulsboek Amsterdam

‘Vredemacht in Libanon: de Nederlandse deelname aan UNIFIL 1979-1985’ (2004), geredigeerd door Ben Schoenmaker en Herman Roozenbeek en uitgegeven door Uitgeverij Boom Amsterdam (ISBN 9053529861)

UNIFIL

Op 14 maart 2009 opende de heer Zeidan Al-Saghir, ambassadeur van de Republiek Libanon in Nederland, in het Legermuseum in Delft een speciale expositie over de Nederlandse inzet in zijn land. Precies 30 jaar geleden startte Nederland met de deelname aan de United Nations Interim Force in Lebanon (UNIFIL). De fototentoonstelling is te zien t/m 14 juni 2009.

UNIFIL

‘Een andere diensttijd, vredeswerk in Libanon’: wervingaffiche van de toenmalige Sectie Werving en Selectie Koninklijke Landmacht.

Terug naar Boven

 

UNMANNED AERIAL VEHICLE

Afgekort: UAV. Ook genaamd: unmanned aircraft system (UAS). In het Duits: Drohne; unbemannter Flugkörper; unbemanntes Fluggerät. In het Frans: véhicule aérien sans pilote. In het Nederlands: onbemand luchtvaartuig/vliegtuig.

De eerste unmanned aerial vehicle dateert van het interbellum en kon in productie worden genomen dankzij uitvindingen van de Britse natuurkundige Archibald M. Low (1888-1956), Captain in het Royal Flying Corps en de ‘vader van de radiografie’.

Van de ‘Tiger Moth’ De Havilland DH82B, ook bekend onder de bijnaam ‘Queen Bee’, werden er in de jaren ’30 zo’n driehonderd exemplaren gebouwd om in de Tweede Wereldoorlog dienst te doen. De Queen Bee was een op afstand bestuurbaar vliegtuigje volgepakt met explosieven dat primair moest worden ingezet tegen de Duitse Zeppelinluchtschepen.

De enige nog overgebleven Queen Bee kan worden bewonderd in het RAF Signals Museum op RAF Henlow in Bedfordshire, Engeland.

 

Bron: onder andere DefenseNews, 17 mei 2010.

Pilootloos vliegtuig dat zich op eigen kracht door de lucht verplaatst en een autonome of voorgepogrammeerd koers kan vliegen (drone) of tijdens de vlucht vanuit een besturingsstation op de grond op afstand kan worden bijgestuurd (remotedly piloted vehicle, RPV), beiden met als doel het uitvoeren of ondersteunen van airpower taken.

Een UAV is een technologisch hoogwaardig middel dat is ontworpen voor meermalig gebruik en tijdens het uitvoeren van een missie altijd door de mens wordt gecontroleerd.

Een UAV, die al dan niet terugkeert op de lanceerpositie, kan verschillende ladingen bevatten of juist geen lading en kan dan ook voor diverse missies worden gebruikt.

Er is een grote verscheidenheid aan UAV’s. De NAVO maakt onderscheid tussen Tactical Unmanned Aerial Vehicles (TUAV), Medium Altitude Long Endurance UAV’s (MALE UAV’s) en High Altitude Long Endurance UAV’s (HALE UAV’s).

UAV’s worden met name gebruikt voor battle damage assessment, doelaanwijzing en -opsporing, escorte, inlichtingenverzameling, observatie, surveillance, vergroting van de situational awareness (omgevingsbewustzijn), verkenning en verzadiging: goedkope UAV’s kunnen worden gebruikt om de vijandelijke luchtverdediging te overspoelen om zo een tekort aan munitie te bewerkstelligen.

Een groot voordeel van een UAV is dat missies kunnen worden uitgevoerd zonder mensenlevens te riskeren, zoals piloten, bedienaars en systeemanalisten.

Het neerschieten van de Amerikaanse piloot Francis Gary Powers in een U-2 spionagevliegtuig boven de Sovjet Unie in mei 1960 heeft de ontwikkeling van UAV’s maximaal gestimuleerd. Tijdens de Vietnamoorlog (1964-1975) zijn UAV’s op grote schaal ingezet voor het verzamelen van inlichtingen. Hierbij werden ± 3.500 missies gevlogen.

In Nederland worden de UAV-capaciteit beheerd door 101 Remotely Piloted Vehicle (RPV)-batterij (101 RPVbt) – een gevechtssteuneenheid. De eerste UAV/RPV die deze eenheid gebruikt is de Sperwer, maar ook de mini-UAV's Aladin en Raven zijn ingevoerd.

Terug naar Boven

 

UP OR OUT-SYSTEEM

Formele benaming: Flexibel Personeels Systeem (FPS). Personeelssyteem dat het Ministerie van Defensie vanaf 1 januari 2007 wenst in te voeren voor alle militairen met het oog op een evenwichtige personeelssamenstelling. Militairen die op deze datum al in dienst zijn vallen onder overgangsrecht. In het Up or Out-systeem worden militairen niet langer voor een contractuele periode aangesteld, maar kunnen zij relatief gemakkelijk worden ontslagen. Om de volgende redenen kan de militair binnen het Up or Out-systeem worden ontslagen:

De militair is niet na het aantal jaren dat te doen gebruikelijk is bevorderd en zit daarom aan zijn maximale verblijfsduur in een rang.

De militair is te oud voor zijn rang.

Er zijn voldoende militairen in dezelfde rang.

 

Naast de invoering van het Up or Out-systeem wil de Staatssecretaris van Defensie de Richtlijn Uitzenddruk (tweemaal de duur van de uitzending niet uitgezonden mogen worden) schrappen én de pensioengerechtigde leeftijd verhogen naar 65 jaar (in samenhang met een wijziging van de Militaire Ambtenarenwet ).

Uiteindelijk is de pensioengerechtigde leeftijd in de in 2006 afgesloten CAO verhoogd naar 60 jaar.

Terug naar Boven

 

URFT

In eerste instantie, op z'n Duits uitgesproken, een riviertje - Fluß Urft – dat ontspringt in Schmidtheim, vervolgens het Urfttal bij de burcht Vogelsang vult en eindigt in Blankenheim.

Daarnaast is urft, evenals blerf en meuk, de ingemilitairde benaming voor rommel, rotzooi, troep of viezigheid.

Terug naar Boven

 

U.X.O.

Afkorting van: Unexploded Ordnance of Unidentified Explosive Ordnance.

Links enkele met neonkleurige UXO-spray gemarkeerde UXO's, rechts een leslokaal van de genie in een uitzendgebied met een opstelling van AP- en AT-mijnen, UXO's (inclusief achtergelaten munitie), Improvised Explosive Devices (IED's) en overige verdachte voorwerpen

UXO's behoren tot de zgn. ontplofbare oorlogsresten (Explosive Remnants of War, ERW's). Het is munitie die weliswaar is gebruikt maar niet is gesprongen of ontploft. Ook wel blindganger genoemd.

De UXO is iets anders dan de AXO: Abandoned Explosive Ordnance (munitie die ongebruikt is achtergebleven).

UXO's (en AXO's) moeten niet worden verward met Explosive Remnants of War (ERW's) en Improvised Explosive Devices (IED's).

Terug naar Boven

 

UZI

Pistoolmitrailleur Uzi 9 mm Parabellum van Israëlische makelij. Het wapen heeft de reputatie nooit te weigeren, ook niet als het lang onder water had gelegen of aan een zandstorm was blootgesteld.

"Uzi" betekent in het Hebreeuwse "Mijn kracht", maar de naam van het wapen is afgeleid van de maker, de Israëlische legerofficier Uziel Gal (1923-2002).

De pistoolmitrailleur verschiet patronen van het kaliber 9 mm Parabellum. Door zijn korte loop is de Uzi vermaard om zijn middelmatige nauwkeurigheid, maar daar was het wapen ook niet voor bedoeld. Als "kogelsproeier" is het wapen daarentegen uitermate geschikt voor huis-aan-huis-gevechten.

De Uzi kan beschikken over magazijnen voor 20, 25 of 32 patronen. Het kan (semi-)automatisch vuren en het effectief bereik is maximaal 100 meter.

Het wapen komt oorspronkelijk uit Israël en is vlak na de Arabisch-Israëlische oorlog van 1948 ontworpen. Na de onafhankelijkheid van Israël in 1949 wilden de Israëli's minder afhankelijk zijn van het buitenland, ook in de aankoop van wapens. Het originele model uit 1951 is voor de eerste maal in de Sinaï-oorlog van 1956 beproefd.

Pistoolmitrailleur Uzi 9 mm Parabellum

De Uzi werd ook in licentie gemaak - onder andere door de Fabrique Nationale d 'Armes de Guerre (FN) in Herstal, België - en is een eenvoudig wapen wat onderhoud betreft. Omdat de Uzi weinig bewegende onderdelen bevat, is het wapen simpel te demonteren en dus ook gemakkelijk te reinigen (door er overheen te pissen). Het wapen weegt slecht 3,4 kg.

Het wapen is lange tijd in de Nederlandse krijgsmacht in gebruik geweest. De Duitse Bundeswehr gebruikt de Uzi nog steeds onder de naam MP2. Er zijn wereldwijd ± 2 miljoen Uzi's verkocht aan bijna 30 landen. Vanaf december 2003 is de Uzi uitgefaseerd in het Israëlische leger (IDF).

Zie ook: heupvuur.

Terug naar Boven

 

Laatste update:29.05.2010