URUZGAN
Terug naar de homepage
 

Maak uw keuze uit de hieronder getoonde lijst

Het officiële voorschrift voor de missie van 1 (NLD/AUS) Task Force Uruzgan is Infoboekje (IB) 2-1397.

In dit eigen Boekje Pienter van Defensie staat in 17 hoofdstukken praktische informatie over onder meer cultuur, dreigingsanalyse, HPG, PSYOPS, meldingen, verbindingen, helikopteroptreden, mijnen en IED’s e.d.

Op deze website wordt alleen informatie uit IB 2-1397 openbaargemaakt die de operationele veiligheid van de troepen in Afghanistan NIET in gevaar brengt of kan brengen.

 

Lokale tijd Uruzgan

Op 2 februari 2006 heeft de Tweede Kamer in meerderheid ingestemd met de uitzending van Nederlandse militairen naar Uruzgan.

Vanaf 1 augustus 2006 neemt de Task Force Uruzgan voor de duur van 2 jaar het voortouw in de provincie Uruzgan in het zuiden van Afghanistan.

Op deze webpagina zoveel mogelijk aspecten die betrekking hebben op de uitzending naar Uruzgan én het missiegebied zelf.

In december 2006 heeft het Ministerie van Buitenlandse Zaken/Ontwikkelingssamenwerking in samenwerking met het Ministerie van Defensie de folder Nederland in Afghanistan uitgegeven.

De door Karolien Bais geschreven brochure telt 28 pagina's (1,07 MB) en kan hier worden gedownload.

INTRODUCTIE

Satellietfoto van Uruzgan's én haar provinciehoofdstad Tarin Kot (© Google Earth)

Uruzgan wordt ook wel geschreven als Urusgan, Oruzg(h)an of Oeroezgan. Uruzgan is sinds 1964 een provincie (“velayat”) in Centraal-Afghanistan.

Sinds maart 2004 bestaat Uruzgan uit negen districten (“woluswali”): Chora, Dihrawud, Gizab, Khas Uruzgan, Kijran, Nesh, Shahidi Hassas, Shahristan en Tarin Kowt.

In het district Tarin Kowt ligt de gelijknamige provinciehoofdstad (sinds 1970) Tarin Kowt, dat ook wel wordt geschreven als Tarin Kut of Tarin Kot.

Tarin Kowt ligt op 32° 36’59,99” noorderbreedte en 65° 52’00,01” oosterlengte. In 2000 telde Tarin Kowt ± 30.000 inwoners, anno 2006 is dit aantal teruggelopen naar ± 17.000 inwoners.

Kaart met de ligging van Uruzgan

De Telegraaf, 28 januari 2006)

In de stad bevindt zich een staatsziekenhuis en sinds december 2003 ook een ziekenhuis met een capaciteit van 60 bedden, gefinancierd door de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO). De medische verzorging in de regio blijft desondanks volledig ontoereikend. Tarin Kot zal één van de plaatsen zijn waar de Nederlandse militairen gestationeerd worden; de andere is het stadje Deh Rawood. Andere grotere oorden zijn Chora, Share Now en Uruzgan.

In Deh Rawood hebben de Amerikanen een compound. De stad - 400 km ten zuidwesten van de Afghaanse hoofdstad Kabul, 120 km ten noorden van Kandahar en 30 km ten oosten van Tarin Kot - staat bekend als een Taliban-bolwerk en geldt als de locatie van waaruit de rebellie tegen de door de Verenigde Staten gesteunde Afghaanse regering wordt geleid. Op 24 november 2004 kwamen in dit bergachtige terrein zonder enige vorm van verharde weg nog twee korporaals van de 25th Infantry Division bij gevechten om het leven.

Terug naar Boven

 

geografie

De provincie Uruzgan grenst onder andere aan de provincies Kandahar in het zuiden, waar de Britten al zitten en nog meer troepen heen zullen sturen, en Helmand in het zuidwesten, waar de Canadezen zich zullen vestigen.

In het zuiden van Afghanistan liggen de (half)woestijngebieden, waar de winters erg koud zijn met veel neerslag. De zomers zijn warm en zeer droog. 's Winters is het er te koud om te vechten, maar als de sneeuw is gesmolten kan Uruzgan à la minute veranderen in een heus oorlogsgebied. Door de moeilijk toegankelijke, grotendeels bergachtige ligging (berghoogten tot 5 km) is Uruzgan zonder noemenswaardige mobiliteit via de derde dimensie (transporthelikopters) nauwelijks beheersbaar.

Terug naar Boven

 

bevolking

Endemische ziekten, landmijnen en onrust beheersen Uruzgan. Volgens Newsweek-correspondent en publicist Sami Yousafzai gaan alleen “idioten, naïevelingen of mensen die levensmoe zijn” naar Uruzgan.

De Uruzgaanse bevolking leeft volgens eeuwenoude feodale Pathaanse tradities van vijandigheid en wantrouwen tegenover vreemdelingen.

© Foto: Teun Voeten

Lokale twisten en tribale rivaliteiten komen veelvuldig voor. Het is een gevaarlijke illusie te denken dat in Uruzgan democratie kan worden opgelegd. Volgens Sami Yousafzai wordt 90% van Uruzgan gecontroleerd door de Taliban.

Terug naar Boven

 

drugs

Drugs en Afghanistan zijn met elkaar verweven als ‘war on terrorism’ en ‘war on drugs’.

Afghanistan levert 90% van de wereldproductie van heroïne.

In totaal produceert Afghanistan jaarlijks ± 4 miljoen kg opium, afkomstig van illegaal geteelde papaverbollen (Papaver somniferum of ‘poppy’).

De Afghaanse overheid heeft vanuit Kabul géén grip op deze illegale teelt van naar schatting 260.000 ‘papaverboeren’, die immers worden beschermd door krijgsheren en drugsbaronnen – vaak de Taliban of gelieerde groeperingen.

In het top-oogstjaar 2002 oogstte de Afghaanse papaverboer € 300 per kg. Omdat de kiloprijs van opium gelijkstaat aan 1½ maal het gemiddeld jaarinkomen van de Afghaan, toucheerde elke papaverboer in 2002 ± € 11.000, waarvan het overgrote deel terugvloeit in de kas van zijn beschermheren. Volgens het CIA World Fact Book bereikte de papaverteelt in 2004 het “unprecedented level” van 206.700 hectare, ofwel 650.000 voetbalvelden.

Van elke Afghaanse papaverakker komt door de bank genomen 40 kg papaver, goed voor ongeveer 36 kg opium, de lucratieve pijnstiller waar wereldwijd (il)legaal vraag naar is. Het grootste deel van de illegale, gecriminaliseerde vraag gaat op aan de harddrug heroïne. Volgens recente schattingen van het United Nations Office on Drugs and Crime (UNDOC) wordt zelfs 65 à 80% van de wereldhandel in heroïne vervaardigd uit Afghaanse opium, dat via de Centraal-Aziatische regio naar het westen wordt getransporteerd. Ook het drugsgebruik in Afghanistan zelf neemt hand over hand toe; vooral vluchtelingen die uit Iran of Pakistan zijn teruggekeerd zijn verslaafd aan opium of heroïne. Afghanen gebruiken drugs om zich te onttrekken aan de dagelijkse ellende van een vooruitzichtloze economie en als gevolg van oorlogsmoeheid.

Papaverplantages en de locaties waar Nederlandse militairen zich ophouden in Afghanistan

De zich almaar uitbreidende teelt van papaver en de groeiende vraag naar opium dragen bij aan éénderde van het bruto nationaal product van de Afghaanse economie, wat de achterliggende problematiek van ‘war on drugs’ en ‘war on terrorism’ alleen maar gecompliceerder maakt.

Terug naar Boven

 

bestuur

Jan Mohammed Khan

Het Taliban-regime was van 1996 tot 2001 aan de macht en voerde streng-islamitische wetten door.

Provinciebaas is gouverneur Jan Mohammed Khan (ook geschreven als Dschan Mohammed Chan), die echter ook bekend staat als drugshandelaar en maffiabaas. Onder het Taliban-bewind heeft hij drie jaar in de gevangenis gezeten. Khan is een neef van Hamid Karzai en als zodanig loyaal aan de pro-Amerikaanse regering van de Afghaanse president.

Karzai zelf is sinds december 2001 voorzitter van de Afghaanse overgangsregering en sinds 2002 interim-president.

Op 18 september 2005 hebben er voor het eerst in 36 jaar tijd vrije parlements- en lokale verkiezingen in Afghanistan plaatsgevonden. Maar de angst om de Taliban is er niet minder om. Zo is de opkomst ongeveer 25% lager dan bij de presidentsverkiezingen een jaar eerder (op 9 oktober 2004, gewonnen door Hamid Karzai), mogelijk uit angst voor aanslagen door de Taliban.

Kaart met de ligging van Uruzgan

de Volkskrant, 2 december 2005)

Toch heeft de Afghaanse regering, ondanks een hoog democratiseringsgehalte, nauwelijks controle en zeggenschap over de provincies, dus ook niet over Uruzgan.

Nadat de Amerikanen een einde maakten aan het Taliban-regime, heersen in Uruzgan nog altijd banditisme en wetteloosheid. Amerikaanse militairen strijden er - samen met de Afghan National Army (ANA), diverse clans, Taliban-strijders, Al Qaida en drugsbaronnen - volgens de wet van de jungle om het recht van de sterkste.

Op lokaal en regionaal niveau wordt Uruzgan geregeerd door clan-twisten, tribale rivaliteiten en niet te vergeten vergaande corruptie. Eigenlijk is enkel de hoofdstad Tarin Kot in handen van Jan Mohammed Khan, maar ook hier vinden dagelijks schermutselingen plaats tussen troepen van de gouverneur en Taliban-strijders en -sympathisanten.

De regionale Taliban wordt aangevoerd door Mullah Dadullah, een gevreesde Taliban-commandant die opereert vanuit de Pakistaanse provincie Balluchistan. Het Pakistaanse grensgebied van Afghanistan is overigens de belangrijkste haard van onrust die de anti-westerse coalitietroepen in Afghanistan tegenstand biedt.

De Taliban heeft gezworen Jan Mohammed Khan te doden, vooral omdat de Taliban de afgelopen jaren door toedoen van de gouverneur drie commandanten heeft verloren: Mullah Abdul Ruzaq, Mullah Abdul Manun en Mullah Payoud Mohamad.

De nieuwe gouverneur van Uruzgan, Abdul Hakim Munib (© foto: Reformatorisch Dagblad, 8 mei 2006)

Op 18 maart 2006 benoemde de Afghaanse president Hamid Karzai een andere gouverneur voor de provincie Uruzgan: Abdul Hakim Munib is de opvolger geworden van Jan Mohammed Khan. De vervanging van de gouverneur was een voorwaarde van de Nederlandse regering om Nederlandse militairen te sturen.

Was Khan controversieel vanwege vermeende belangenverstrengeling, drugshandel en het tamelijk vrijelijk hanteren van de mensenrechten, Munib is Talib geweest, lid van de Taliban dus. Onder de terreur van de Taliban, die hij nu heeft afgezworen, was hij omstreden en deskundigen vinden Munib “eerder een groter risico voor de Nederlandse troepen dan een garantie”. Volgens dezelfde experts was hij “allesbehalve een kleine jongen onder het schrikbewind van de Taliban” (nieuws- en actualiteitenprogramma NOVA, 3 april 2006).

Munib heeft in de jaren ’90, onder het inmiddels verdreven Taliban-regime, verschillende ministersposten bekleed. Hij was provinciebestuurder in de Zuid-Afghaanse provincie Paktia, in het grensgebied met Pakistan, en deed in 2005 mee aan de verkiezingen om de ‘Wolesi Jirga’ (provinciebestuur). Daardoor kon hij als één van de afgevaardigden uit Paktia ook deelnemen aan de ‘Loya Jirga’ (landsbestuur).

Terug naar Boven

 

militair

De multinationale ISAF-brigade in het zuiden van Afghanistan (Multi-National Brigade South), waartoe ook de Nederlandse militairen in Uruzgan gaan behoren, wordt geleid door de Canadese brigadegeneraal David Fraser. Vanaf maart 2006 neemt de voormalig commandant van 1 Canadian Mechanized Brigade Group zijn intrek in het hoofdkwartier op het vliegveld van Kandahar.

Fraser staat bekend als een havik; zo ontsloeg hij aan de vooravond van het vertrek enkele topofficieren om zich te verzekeren van een goed team om zich heen.

Fraser neemt ruim 2.000 Canadese militairen mee in de grootste missie sinds de Koreaanse oorlog en zegt hierover: “Elke soldaat, man of vrouw, weet dat hier [in Afghanistan] door zijn komst iets zal veranderen”.

De Canadese brigadegeneraal David Fraser

Commandant van de Canadese brigadegeneraal David Fraser is de Britse luitenant-generaal David Richards, de voormalig commandant van het Allied Rapid Reaction Corps van de NAVO.

Richards zal binnenkort de Italiaanse luitenant-generaal Mauro Del Vecchio opvolgen als commandant van ISAF (COMISAF). Ook Richards mag een havik worden genoemd. Hij laat er geen enkel misverstand over bestaan dat ook de Amerikaanse militairen van operatie ‘Enduring Freedom’ uiteindelijk onder zijn commando vallen: “I own this battlespace” (“Dit slagveld is van mij”).

De Britse luitenant-generaal David Richards

Op 28 februari 2006 heeft de Transfer of Authority van de Multi-National Brigade South van de International Security Assistance Force (ISAF) plaatsgehad: de Amerikaanse kolonel Kevin Owens droeg het commando over aan Fraser. Uiteindelijk zal de Canadese brigadegeneraal David Fraser het directe bevel voeren over ± 6.000 militairen die afkomstig zijn uit de volgende landen:

Australië

Canada

Denemarken

Estland

Groot-Brittannië

Nederland

Roemenië

Verenigde Staten

De militairen zullen in 6 Afghaanse provincies patrouilles e.d. uitvoeren. In 4 van de 6 provincies zullen zich Provinciale Reconstructie Teams (PRT's) vestigen: Helmand (Britten), Khandahar (Canadezen), Uruzgan (Nederlanders) en Zabul (Verenigde Staten):

In totaal telt ISAF in Afghanistan 24 Provincial Reconstruction Teams.

Rechtstreeks boven Fraser staat de operationele commandant, de Amerikaanse generaal-majoor Benjamin Freakley. Freakley is sinds 28 februari de nieuwe bevelhebber van Combined Joint Task Force-76. CJTF-76 is het operationele commando dat ressorteert onder het Combined Forces Command Afghanistan (CFC-A) en is onderverdeeld in verschillende Task Forces. Freakley’s commandant is op zijn beurt de strategische commandant van het CFC-A, de Amerikaanse luitenant-generaal Karl Eikenberry.

De opdracht van ISAF is vijfledig:

Open houden van Kabul International Airport (KAIA)

Reconstrueren van het Afghaanse centrale gezag

Verbeteren van de bekwaamheid van de Afghaanse krijgsmacht en politie

Zorgen voor een veilige en beveiligde omgeving als voorwaarde voor wederopbouw

Zorgen voor Force Protection-maatregelen en verbeterde situational awareness ten behoeve van de stabiliteit in Afghanistan

Zonder steun van de lokale bevolking kan de opdracht niet worden voltooid. Met name hearts & minds zijn daarom van vitaal belang. In Nederland wordt ‘Uruzgan’ algemeen gezien als de gevaarlijkste missie sinds Srebrenica (1995). Nederland zal een zwaar bewapende vredesmacht uitzenden.

De ‘Dutch approach’ (“vriendelijk maar robuust”) draait in de eerste plaats om respect voor lokale gebruiken en tradities. Nederlandse militairen staan er na vele Peace Support Operations (voormalig Joegoslavië, Irak e.d.) om bekend met verstand van zaken te werk te gaan. Dit is een vereiste om zowel veiligheid en vrede na te streven als wederopbouw. Agressie wordt zo weinig als nodig vertoond. Wat de wederopbouw betreft zal naar verluidt zo'n 15% van de Nederlandse militairen zich bezighouden met CIMIC-activiteiten, met name gericht op Quick Impact Projects.

Overigens heeft de Australische Minister van Buitenlandse Zaken Alexander Downer op 30 januari 2006 laten weten 400 Australische militairen te willen bijdragen aan de Nederlandse missie in Uruzgan.

Kaart met de ligging van Uruzgan

de Volkskrant, 10 januari 2006)

Het logo van het Regional Command South (RC South), dat is gelegerd op Kandahar Air Field (KAF). Het RC South bestiert de 6 zuidelijke provincies in Afghanistan. Vanaf 1 november 2006 is generaal-majoor Ton van Loon voor een ½ jaar de commandant RC South.

Terug naar Boven

 

F.O.B. POENTJAK

Dit is een vooruitgeschoven post – in het Engels: forward operating base (FOB) – die ook wel als patrouillebasis wordt aangeduid.

Locatie van de patrouillepost Poentjak (© NRC Handelsblad, 20 januari 2007)

De ligging is op ± 12 km ten noordoosten van Kamp Holland in Tarin Kowt, aan het begin van de roemruchte Baluchi- of Dorufshan-vallei. Daar is traditioneel de Taliban geconcentreerd. Het dal verbindt de districten Tarin Kowt en Chora in de provincie Uruzgan. In het kader van de inktvlekstrategie is de post in december 2006 opgezet om permanent in het Nederlandse gebied van verantwoordelijkheid aanwezig te zijn ten einde de veiligheid van de bevolking beter te kunnen waarborgen.

Uitzicht op de vooruitgeschoven post Poentjak

De post ligt op een rotsplateau middenin een uitgebreide vlakte in de nabijheid van het oord Sorkh Morghab, dat op een hoogte van 1.435 meter ligt. Vanaf de FOB kan met verrekijkers de ingang van de vallei onder permanente waarneming worden gehouden.

De FOB is opgezet volgens het principe van de qala: de traditionele, ommuurde Pashtun-hoeve met meerdere, eveneens lemen woonverblijven. Ter versterking van de qala zijn wallen van zandzakken, hesco’s en containers geplaatst én schutterstellingen gecreëerd. De multifunctionele qala wordt ‘Afghan House’ genoemd en heeft een grote ontvangstruimte waar de Uruzganen thee en fruit krijgen en hun wensen en grieven kenbaar kunnen maken.

De post is onafgebroken bezet door een Nederlands infanteriepeloton, dat per toerbeurt wisselt, én militairen van de Afghan National Army (ANA).

De militairen van de rotatie van de Battle Group van de Task Force Uruzgan-2, afkomstig van 17 Pantserinfanteriebataljon Garderegiment Fuseliers Prinses Irene, hebben de FOB vernoemd naar de buitenpost Poentjak op West-Java, gevestigd in 1947.

YPR-765 op de vooruitgeschoven post Poentjak

Het 3de bataljon van de Koninklijke Nederlandse Brigade Prinses Irene werd in november 1946 in Tandjoeng Priok ontscheept in het kader van haar bijdrage aan de onafhankelijkheidsoorlog in Nederlands-Indië. Het bataljon onder leiding van luitenant-kolonel S.L.F. de Hartogh werd onmiddellijk naar het gebied van de Poentjak-pas overgebracht om een deel van de konvooiweg van Batavia naar Bandoeng – in de sector tussen Poentjak en Tjiawi – én een strook van 5 km ter weerszijden te beschermen. Het bataljon werd toegevoegd aan het OVW-bataljon 1-4 Regiment Infanterie die in het vak van de W-Brigade was ontplooid.

De Poentjak – oude spelling “Puncak”, afgeleid van “pamuntjak” in het Bahasa Indonesia, dat “excelsior, hoger, top”  betekent – is een bergpas die op ± 1.500 meter hoogte ligt. De weg ernaartoe maakt deel uit van vanaf 1810 aangelegde Grote Postweg (Jalan Raya Pos) over de volle lengte van Java. Deze weg dwars door Java is onder de Nederlandse gouverneur-generaal Herman Willem Daendels door dwangarbeid tot stand gekomen om een snelle verplaatsing van troepen mogelijk te maken.

De Poentjak-pas, ± 90 km ten zuiden van Jakarta, was de verbinding tussen Buitenzorg (nu: Bogor) aan de ene én Bandung en Tjiandjoer aan de andere kant. De doorgang is het hoogste punt op de Megamendung, die tot het 2.960 meter hoge Gunung Gedeh-gebergte behoort.

De Poentjak-pas op West-Java, waar de weg steil omhoog liep, was destijds een beruchte plaats voor een hinderlaag. Het is dan ook niet zo vreemd dat het bataljon ook dáár een vooruitgeschoven post bezette…

Sinds medio maart 2008 zijn de FOB’s Poentjak en Volendam in zijn geheel overgegaan op Afghaanse veiligheidstroepen. Sindsdien bezetten Nederlandse militairen, samen met militairen van de Afghan National Army, de volgende 4 patrouilleposten:

Coyote

Noordelijk van Camp Hadrian. Dit is de Nederlandse basis in Deh Rawood, op ± 60 km ten westen van Tarin Kowt.

Khyber In het westen van de zuidelijke pas die toegang geeft tot de Baluchi-vallei. De Baluchi-vallei, ± 10 km noordelijk van Tarin Kowt, is één van de voornaamste delen van Uruzgan die de Nederlanders aan de inktvlek willen toevoegen.

Locke

FOB in de omgeving van Chora die is gebouwd door Australische genisten ter ere van sergeant Matthew Locke. Locke, een militair van de Australische Special Air Service Regiment(SASR), kwam op 25 oktober 2007 bij gevechtshandelingen in een afgelegen vallei in Uruzgan om het leven. Nog op 30 juni 2007 werd hij, samen met 25 anderen, onderscheiden met de Medal for Gallantry. Op FOB Locke zitten ANA-militairen en OMLT’ers.

Phoenix

Op de westoever van de rivier Helmand in de buurt van Camp Hadrian.

Worsley

In het oosten van de zuidelijke pas die toegang geeft tot de Baluchi-vallei.

Locaties van de forward operating bases Khyber, Qudus, Mashal en Locke én van de White Compound in Chora (in het oord Ali Shirzai).

In het Chora-district is Ali Sherzai het centrale oord. Het telt een bazaar, een medisch centrum en zelfs een gevangenis. Het Chora District Center in het oord heeft, vanwege de witte stenen waaruit het is opgetrokken, de bijnaam White Compound (WC). Hier hebben de Nederlanders een forward operating base.

De wegen die uitkomen in Ali Sherzai zijn van groot strategisch belang. Niet alleen voor ISAF, ook voor de Taliban – vanwege de transit van drugs (poppy), geld en wapens.

In juni 2007 voerde de Taliban een grootschalig offensief uit, onder meer op Ali Shirzai, wat van 15 tot en met 19 juni resulteerde in de Slag om Chora. Toen de ANA er niet in slaagde om het gebied – inclusief politieposten en river crossings – in handen te houden, steunde de TFU de Afghaanse politie en militairen met alle mogelijke militaire middelen. In een precedentloze bataljonsaanval kon het gebied worden behouden.

Terug naar Boven

 

F.O.B. Volendam

De tweede vooruitgeschoven post van de Task Force Uruzgan (TFU) is de FOB Volendam.

De forward operating base Volendam bevindt zich ten noorden van Camp Hadrian in Deh Rawood en is bereikbaar door een vlak en weids woestijngebied tussen de compound en de FOB over te steken. De kleinschalige post ligt op een hoger gelegen locatie in de nabijheid van één van de vele bergruggen in Uruzgan. Hier vandaan worden patrouilles in de directe omgeving uitgevoerd.

Foto-impressie van de Forward Operating Base 'Volendam'

Op de FOB Volendam is een Multi-Functionele Quala (MFQ) gebouwd – een groot ommuurd Afghaans huis met muren van ± 80 cm dik.

De post is vernoemd naar het schip dat het eerste Irenebataljon naar toenmalig Nederlands-Indië verscheepte. Dat bataljon was het 3de Regiment Prinses Irene (3-RPI) onder commando van de luitenant-kolonel mr. S.L.F. de Hartog. 3-RPI vertrok op 16 oktober 1946 met de 'TSS Volendam' om op 13 november 1946 te ontschepen in de haven van Tandjung Priok (Jakarta) op het eiland Java .

Het turbineschip (TSS) ‘Volendam’, van oorsprong een passagiersschip van de Holland Amerika Lijn (HAL), was in 1940 gecharterd door de Britse regering om gedurende de jaren 1940-1946 te dienen als troepentransportschip. De TSS ‘Volendam’ was het enige HAL-schip dat op Nederlands-Indië heeft gevaren en militairen heeft vervoerd. De capaciteit van het schip bedroeg ± 2.500 militairen.

Zie ook: F.O.B. Poentjak.

Terug naar Boven

 

opposing militant forces

Lange tijd was Uruzgan het toevluchtsoord van de beruchte voortvluchtige Taliban-leider Mullah Mohammed Omar. Omar, de leider van de Taliban, houdt zich ergens in de bergen schuil, hoewel zijn machtsbasis voorheen in zijn geboorteplaats Kandahar lag. Onder zijn leiding veroverde de Taliban in 1996 het leeuwendeel van Afghanistan, waarmee toentertijd een einde kwam aan een burgeroorlog die woedde tussen de verschillende Mujahadeen-facties. Omar werd wereldwijd berucht door zijn vernietiging van de beroemde beelden in Bamiyan en zou nauwe banden onderhouden met Osama Bin Laden.

© Foto: Teun Voeten

Na de terroristische aanslagen in de Verenigde Staten van 11 september 2001 en de daaropvolgende Amerikaans-Britse activiteiten in Afghanistan, kunnen de oorlogshandelingen van met name Special Forces vandaag de dag nog lang niet ten volle worden gezien als een strategische en morele overwinning.

De Amerikaanse operaties in Afghanistan hadden de bedoeling Osama bin Laden en de zijnen gevangen te nemen en de infrastructuur van Al Qaida te vernietigen.

Ook zou Afghanistan hervormd en gedemocratiseerd worden. Die taak ligt nu goeddeels bij de NAVO-operatie ISAF, terwijl het Amerikaanse deel - operatie ‘Enduring Freedom’ - zich blijft richten op de jacht op de Taliban en Al Qaida.

In Afghanistan zijn weliswaar verkiezingen gehouden, maar de essentiële voorwaarden voor het correct functioneren van een democratie ontbreken. De macht in Afghanistan is in handen van Amerikaanse militairen, clans, Taliban, Al Qaida en drugsbaronnen. Zelfs de Amerikaanse militairen in operatie ‘Enduring Freedom’ voelen zich meesttijds blijkbaar zo kwetsbaar dat zij zich slechts verplaatsen onder directe bescherming van Amerikaans luchtoverwicht.

Dit is des te opmerkelijker, omdat de Verenigde Staten in april 2004 nog eens 2.000 extra mariniers hebben gestationeerd in de provincies Kandahar en Uruzgan. In december 2004 startte de VS bovendien nog een groot offensief, operatie ‘Lightning Freedom’, in Uruzgan én de provincies Kandahar en Zabul, waarbij twee Taliban-leiders werden gearresteerd. De afgelopen vier jaar hebben de VS consequent een mariniersbrigade in Uruzgan ontplooid gehad. Het is dus niet vreemd dat de MIVD in een rapport Uruzgan omschrijft als een “complexe en risicovolle provincie”.

De MIVD schat de totale omvang van de Opposing Militant Forces (Taliban, Al Qaida en andere radicale krijgsheren) op 300 à 350.

De OMF opereren in groepen van 10 à 20 personen rondom één commandant.

Volgens de MIVD komen de strijders vanuit de provincie Zabul naar Uruzgan. Zabul is ook de enige Afghaanse provincie waar de Taliban een eigen gouverneur hebben benoemd.

De noordelijke bergen van de provincie bieden de OMF de vrijplaatsen van waaruit aanvallen worden geopend op de dichterbevolkte provincies Helmand en Kandahar. Volgens sommige berichten zouden zich in het noorden van Uruzgan alweer trainingskampen bevinden, zij het op kleine schaal.

Veel van de (zelfmoord)aanslagen die recent in Uruzgan hebben plaatsgevonden zijn overigens het werk van buitenlanders die uit ideologische motieven naar het gebied zijn getrokken, in het bijzonder uit landen als Uzbekistan, Pakistan en Saoedi-Arabië.

Moslims die zich actief met militair en/of politiek georiënteerd fundamentalisme bezighouden, inclusief terrorisme, én een heilige oorlog (jihad) prediken worden ook wel “jihadisten” genoemd.

Locals die het vuur openen op de coalitietroepen en niet kunnen worden geïdentificeerd als leden van de Taliban of Al Qaida worden in het NAVO-jargon ook wel aangeduid als Other Enemy Forces (OEF). HIerbij kan met name worden gedacht aan lokaal geworven sympathisanten die "niet positief" tegenover de coalitietroepen in Afghanistan staan.

Terug naar Boven

 

algemene gegevens

Belangrijkste bron van inkomsten

Landbouw (papaverteelt t.b.v. opium, abrikozen en amandelen)

Veeteelt (kamelen en schapen)

Drugshandel

(Afghanistan is het op drie na armste land ter wereld)

 

Bevolking

Pathanen: feodale, nomadische en tribale bevolking.

Pathanen hebben eeuwenoude tradities van vijandigheid en wantrouwen tegenover vreemdelingen (vooral tegenover Amerikaanse militairen)

 

Bevolkingsdichtheid

10,2 inwoners per km²

 

Bruto nationaal product per inwoner (Afghanistan, 2003)

$ 204 (als opiumhandel wordt meegerekend, geschat op $ 330, d.i. ruim 60% hoger)

 

Endemische ziekten

Malaria en tuberculose

 

Gouverneur

Abdul Hakim Munib

 

Inwoners

735.000 (2004).

Door het onophoudelijke geweld is de bevolking de afgelopen 5 jaar gehalveerd.

 

International Organizations (IO's) en Non-Governmental Organizations (NGO's)

Géén buitenlandse hulporganisaties actief.

Cordaid, de grootste Nederlandse hulporganisatie, laat in Uruzgan lokale hulporganisaties het werk opknappen.

 

Klimaat

IJskoude winters en snikhete zomers.

 

Kranten

Géén

 

Landmijnen en UXO’s

Bezaaid met souvenirs uit de strijd tegen de Sowjet-militairen in de jaren ’80

 

Landschap

Bergachtig, onherbergzaam en ruig

 

Oppervlakte

30.040 km2 (in grootte vergelijkbaar met België)

 

Religie

Merendeels soennitische moslims (alleen de Hazara zijn van origine shi'itische moslims); de Hazara, éénvijfde deel van de Afghaanse bevolking, behoren met de Tadjzieken en Uzbeken tot de oppositie van de Taliban

 

Salarissen

Per maand in achtereenvolgens AFN, dollars en euro's (1 dollar = 50 afghani / AFN):

Ongeschoold werker: 1.500 AFN, 30 dollar, € 24,-

Leraar: 1.800 AFN, 36 dollar, € 28,-

Ambtenaar: 2.500 AFN, 50 dollar, € 39,-

 

Stammen

Binnen de Pashtun bevinden zich in Uruzgan vier stammen: Achakzai, Kakal, Noorzai en Popolzai. De erecode van de Pashtun, de Pashtunwali, is heilig en mag niet worden veronachtzaamd naast de wetten van de islam. De Pashtunwali draait om de begrippen eer, gastvrijheid, solidariteit en wraak. De pashtunwali is erop gericht om schaamte ("haya") te voorkomen en eer ("namuzi") te verkrijgen, zowel voor zichzelf als voor de familie.

Tot de Popolzai, de meest dominante stam, behoort president Hamid Karzai.

 

Talen

Merendeel: Pathaans / Pushtu

Daarnaast: Dari (spreektaal van Hazara en Tadzjieken, die de Afghaanse variant is van het Perzisch)

Hazara zijn van oorspong Mongolen, die het shi'itisch geloof aanhangen

Tadzjieken zijn van oorsprong Perzen, die het soennitisch geloof aanhangen

 

Televisie & Radio

Géén

 

Tijdverschil

3½ uur later dan GMT / UTC; tijdens zomertijd (26 maart t/m 29 oktober 2006) 4½ uur later; soms wordt ook een tijdverschil van 3 resp. 4 afgeronde uren gehanteerd

 

Vlag

Een verticale driekleur van drie gelijke kolommen in, van links naar rechts, zwart, rood en groen. Middenin is het nationale embleem gevestigd, samengesteld uit een witte Mehrab (een moskeeboog die naar de Ka’aba in Mekka wijst) en een gelijkgekleurd preekgestoelte. Het geheel wordt omringd door twee tarwe-aren.

Het wapen van de vlag bevat de spreuk "Ik getuig dat er geen god is dan God, ik getuig dat Mohammed Gods boodschapper is."

 

Wegen

Nagenoeg allen onverhard; zandpaden en drooggevallen rivierbeddingen worden veelvuldig gebruikt

De Amerikaanse genie heeft een weg aangelegd die Tarin Kot verbindt met Kandahar

Het gearceerde gebied wordt hoofdzakelijk bewoond door de Pashtun (© de Volkskrant).

De tribale structuur in het Regional Command South. (Met dank aan: Hans de Vreij).

Terug naar Boven

 

uruzgan land province cover map

Download hier de Afghanistan Uruzgan Province Land Cover Map (april 2002) van het Afghan Information Management System (AIMS) van de VN (774 kB).

Het lezen van het PDF-bestand vereist de aanwezigheid van de software Adobe Acrobat Reader.

Eenmaal geopend is de Afghanistan Uruzgan Province Land Cover Map het best te bekijken op een vergroting van 200%.

Terug naar Boven

 

boeken

'Afghanistan' - Louis Dupree

Omslag van de kopiedruk van het boek van Louis Dupree

Toen ik in 2003 voor de International Security Assistance Force (ISAF) naar Afghanistan uitgezonden was, heeft een tolk op enig moment boeken voor me gekocht. Deze boeken waren kopiedrukken van het origineel, die hij kocht bij Behzad Books Store aan de Flower Street in Kabul. Het meest belangwekkende, monumentale boek dat hij voor me kocht was ‘Afghanistan’ van Louis Dupree (1925-1989).

Het encyclopedische boek beschrijft in vier delen – land, volk, verleden en heden - de situatie in het land van het Stenen Tijdperk tot juist vóór de Sowjet-invasie van 1979. ‘Afghanistan’ introduceert de lezer in flora, fauna, geologie, geografie, volksgebruiken, demografie, etnische groepen, literatuur, geschiedenis en nog véél meer.

Na lezing weet de lezer meer over Afghanistan dan veel Afghanen.

Professor Louis Dupree was een Amerikaanse antropoloog, etnoloog en historicus die Afghanistan, samen met zijn vrouw Nancy Hatch Dupree, door-en-door heeft bestudeerd sinds zijn eerste bezoek aan het land in 1948. Van 1944 tot ’47 diende Dupree in de U.S. Army als officier in het 11th Airborne Division op de Filippijnen en Okinawa, waar hij onder meer het Purple Heart verdiende. Vervolgens adviseerde hij de regeringen van talloze westerse landen over Afghanistan en werd hij regelmatig geraadpleegd door bijvoorbeeld de Central Intelligence Agency (CIA).

In 1973 publiceerde Dupree dan zijn magnum opus ‘Afghanistan’, dat vandaag de dag als hét standaardwerk over Afghanistan wordt gezien. Nog in ’78 werd hij door de KGB in Kabul gearresteerd op verdenking van spionage voor… de CIA.

titel

Afghanistan

auteur

Louis Dupree

ISBN

0691030065

jaar van verschijnen

1973

pagina’s

760

uitgeverij

Princeton University Press

Andere aanbevelenswaardige boeken over Afghanistan zijn:

Omslag van 'Landenreeks Afghanistan' van Willem Vogelsang

'Landenreeks Afghanistan' - Willem Vogelsang

titel

Landenreeks – Afghanistan

auteur

Willem Vogelsang

ISBN

9068323970

jaar van verschijnen

2002

pagina’s

74

uitgeverij

Koninklijk Instituut voor de Tropen (KIT) & NOVIB

Omslag van 'Afghanistan: de Taliban aan de macht' van Olivier Immig en Jan van Heugten

'Afghanistan: de Taliban aan de macht' - Olivier Immig & Jan van Heugten

titel

Afghanistan: de Taliban aan de macht

auteur

Olivier Immig & Jan van Heugten

ISBN

908017582X

jaar van verschijnen

2000

pagina’s

154

uitgeverij

Stichting Netherlands Institute of South Asian Studies

Omslag van 'Afghanistan. Een geschiedenis' van Willem Vogelsang

'Afghanistan. Een geschiedenis' - Willem Vogelsang

titel

Afghanistan. Een geschiedenis

auteur

Willem Vogelsang

ISBN

905460073X

jaar van verschijnen

2002

pagina’s

208

uitgeverij

Uitgeverij Bulaaq

Omslag van 'Afghanistan. Lifting the veil' van persagentschap Reuters

'Afghanistan. Lifting the veil' - Reuters

titel

Afghanistan. Lifting the veil

auteur

Reuters

ISBN

0130479519

jaar van verschijnen

2002

pagina’s

260

uitgeverij

Reuters Press Agency

Omslag van 'Taliban. Islam, Oil and the New Great Game in Central Asia' van Ahmed Rashid

'Taliban. Islam, Oil and the New Great Game in Central Asia'- Ahmed Rashid

titel

Taliban. Islam, Oil and the New Great Game in Central Asia

auteur

Ahmed Rashid

ISBN

1860648304

jaar van verschijnen

2000

pagina’s

276

uitgeverij

I.B. Tauris Publishers

Omslag van 'Tennis in Kaboel' van Tessa Terpstra

'Tennis in Kaboel. Een Nederlandse vrouw in Afghanistan' - Tessa Terpstra

titel

Tennis in Kaboel. Een Nederlandse vrouw in Afghanistan

auteur

Tessa Terpstra

ISBN

9035124960

jaar van verschijnen

2002

pagina’s

272

uitgeverij

Bert Bakker

 

Omslag van de Speciale Editie

Elsevier - Islam (Speciale Editie)

Dit is dan wel géén boek, maar niettemin een zeer lezenswaardige Speciale Editie van het opinieweekblad Elsevier over héél veel aspecten van de islam.

Zo staat er bijvoorbeeld een uitvoerige biografie van de profeet Mohammed in, portretten van Nederlandse moslims, reportages uit typisch islamitische landen als Indonesië en Nigeria, alles over de Koran (vijf zuilen, glorietijd van de islam) en de (vermeende?) scheefgroei in de verhoudingen tussen moslims en het westen.

Het tijdschrift is voorzien van inzichtelijke kaarten, grafieken en foto's.

Deze speciale editie, daterend uit 2006, kan worden nabesteld voor € 6,50 per exemplaar via Reed Elsevier:

telefoon0314-358358
e-mail klantenservice@reedbusiness.nl
websiteReed Elsevier

Omslag van ''Slagveld Afghanistan' van Farah Karimi

'Slagveld Afghanistan' - Farah Karimi

 

titel

Slagveld Afghanistan

auteur

Farah Karimi

ISBN

109046801438

jaar van verschijnen

2006

pagina’s

176

uitgeverij

Nieuw Amsterdam

 

Omslag van 'Uruzgan' van Riekelt Pasterkamp

'Uruzgan. Militair, mens, missie' - Riekelt Pasterkamp

titel

Uruzgan. Militair, mens, missie

auteur

Riekelt Pasterkamp

ISBN

9789061409731

jaar van verschijnen

2007

pagina’s

180

uitgeverij

Kok

Een recensie van dit boek is na 5 september te lezen op de leeswijzer van deze website. Dit is het eerste boek dat over de Nederlandse missie in Uruzgan verschijnt. De schrijver is in het dagelijks leven Defensiejournalist bij onder andere het Reformatorisch Dagblad

Omslag van 'De terugkeer van de chaos' (in het Engels: The punishment of virtue') van Sarah Chayes

'De terugkeer van de chaos' - Sarah Chayes

titel

De terugkeer van de chaos

auteur

sarah Chayes

ISBN

9789029079853

jaar van verschijnen

2007

pagina’s

410

uitgeverij

J.M. Meulenhoff

De schrijfster was in 2001 in Afghanistan toen de oorlog uitbrak. Ten tijde van de val van de Taliban was zij in Kandahar gestationeerd. Sinds 2002 werkt zij voor de Afghaanse non-gouvernmentele, non-profit organisatie Afghans for Civil Society.

Terug naar Boven

 

 

kamerbrieven

Hieronder staan de brieven aan de Tweede Kamer waarop de besluitvorming over de missie naar Uruzgan voor een deel gebaseerd is:

 

Kamerbrief

26 augustus 2005

 

 

Download hier de Kamerbrief van 26 augustus 2005 (33 kB)

 

 

Kamerbrief

22 december 2005

 

 

Download hier de Kamerbrief van 22 december 2005 (230 kB)

 

 

Kamerbrief

30 september 2005

 

 

Download hier de Kamerbrief van 30 september 2005 (59 kB)

 

Kamerbrief

13 januari 2006

 

Download hier de Kamerbrief van 13 januari 2006 (32 kB)

 

Terug naar Boven

 

materieel

onbekend

mortier 60 mm, 81 mm en 120 mm

 

onbekend

 

.50-mitrailleur

 

 

onbekend

 

MAG-mitrailleurs

 

 

onbekend

 

mortieropsporingsradar

 

 

2

CH-47D Chinook -transporthelikopter

 

6

Apache AH-64D -gevechtshelikopter

 

6

F16-gevechtsvliegtuig

 

16

 

Scania vrachtauto 165 kN 8x8 wissellaadsysteem

 

 

25

YPR-pantserrupsvoertuig

 

31

Patria-pantserwielvoertuig

100

Mercedes-Benz soft top terreinwagen

Naast de bovengenoemde opsomming, heeft Defensie op 17 maart 2006 besloten om in november a.s. acht Fennek LVB-pantserwielvoertuigen naar Uruzgan te sturen. De Fennek LVB is een gepantserd verkenningsvoertuig voor maximaal drie personen. Pantservoertuigen zijn beter bestand tegen improvised explosive devices (IED’s) en ander explosievengevaar dan niet-gepantserde voertuigen. De eerste acht voertuigen maken deel uit van het verkenningspeloton van het 11 Tankbataljon Regiment Huzaren van Sytzama. Het tankbataljon van 13 Gemechaniseerde Brigade uit Oirschot vormt dan het zogeheten Provincial Reconstruction Team (PRT).

Op 6 april 2006 heeft Defensie vervolgens het besluit genomen ook de Panzerhaubitze 2000 (PzH 2000) naar Uruzgan te sturen.De 155 mm-houwitser gaat mee om de militairen te beschermen tegen mogelijke aanvallen van Al-Qaida en Taliban. Het is de eerste maal dat het wapen wordt meegestuurd naar een buitenlandse missie.Defensie stuurt in eerste instantie drie PzH 2000’s naar Uruzgan: één wordt gestationeerd op het hoofdkwartier in Tarin Kot, één op de basis in Deh Rawood, de derde is reserve.

Op 18 april 2006 geeft het Ministerie van Defensie aan dat de mine-drone Aladin van de Duitse onderneming EMT meegaat met de Nederlandse militairen naar Uruzgan. De 5 kg zware Aladin met een spanwijdte van 146 cm, kan aangedreven op een elektromotor en voortgestuwd door één propellor op maximaal 200 meter hoogte ruim 5 km vliegen gedurende meer dan 30 minuten. Er zijn toestellen met een dagcamera en toestellen met een infrarood nachtcamera. De door de Aladin gemaakte opnamen zijn ‘in real time’ (live) te volgen via een grondstation. De Aladin mini-drone is een tactisch onbemand spionagevliegtuig, waarvan Defensie 5 grondstations zal kopen, inclusief 10 mini-drones; in principe gaan die in totaal 500 vluchten mee. Het toestel kan gemakkelijk mee op patrouille, omdat het gedemonteerd wordt in een transportkoffer die moeiteloos achterin een militair voertuig kan worden geplaatst.

De Canadese Revision Sawfly-zonnebril

 

Op 4 mei 2006 wordt bekend dat alle Nederlandse militairen die naar Afghanistan vertrekken van het Ministerie van Defensie een speciale, modieuze zonnebril krijgen. Defensie heeft 4.000 monturen besteld van de Canadese Revision Sawfly-zonnebril.

De zonnebril geldt als een officieel uniformstuk voor de militairen van de International Security Assistance Force (ISAF), waardoor zonnebrillen van andere merken niet meer mogen worden gedragen.

De Revision Sawfly is bestand tegen scherven en onder geen enkele omstandigheid zullen de brillenglazen versplinteren.

Op 1 juni 2006 laat de Commandant der Strijdkrachten (CDS), generaal Dick Berlijn, tijdens de persbriefing weten dat het Ministerie van Defensie overweegt om versneld speciale bomvrije 4x4-pantservoertuigen te kopen, lenen of leasen ter bescherming van de Nederlandse troepen in Uruzgan.

Volgens de CDS vormen improvised explosive devices (IED’s) een groeiend gevaar voor de Nederlandse troepen. Niet alleen neemt het aantal aanslagen met de knutselbommen toe, ook lijken de aanslagen steeds beter georganiseerd. Volgens Nederlands hoogste militair vraagt de ”IED-dreiging om bijzondere maatregelen”.

Een RG-31 Nyala van de Canadese krijgsmacht, zoals die ook in Afghanistan rondrijden

De CDS zinspeelt primair op de RG-31 Nyala, die zware explosies moeten kunnen doorstaan. Volgens de fabrikant is de V-vormige in plaats van platte voertuigbodem van de RG-31 Nyala ontworpen om de blastwerking van twee tegelijkertijd tot ontploffing gebrachte TM-57 antitankmijnen naar buiten te richten en zodoende de voertuigbemanning te beschermen. De TM-57 is een AT-mijn van Russische makelij met een explosieve lading van bijna 7 kg TNT.

Op 28 juli 2006 heeft Defensie een contract getekend met de Australische fabrikant ADI Limited voor de levering van 25 gepantserde Bushmaster-patrouillevoertuigen.

Van de 25 voertuigen worden 23 stuks vanaf 28 augustus a.s. rechtsreeks ontplooid in Uruzgan.

In een markt waarin onder andere de Zuid-Afrikaanse RG-31 Nyala, de Duitse Dingo 2 en de Australische Bushmaster beschikbaar waren, bleken bescherming, flexibiliteit en een snelle levertijd van het meest doorslaggevende belang.

De Bushmaster van de Australische fabrikant ADI Limited

De Bushmaster in de Nederlandse uitvoering

Defensie wilde de voertuig uiterlijk al in september in het inzetgebied ter beschikking hebben. In totaal 12 Bushmasters worden voorzien van een van onder pantser bedienbare mitrailleur. Het totale project kost€ 24,9 miljoen.

De Bushmaster kan naast chauffeur en commandant nog 7 bemanningsleden meenemen. De V-vormige romp en het pantser bieden veel bescherming. Dankzij de ergonomische stoelen, de aircoconditioning en gekoeld water uit een kraan wordt de Bushmaster ook wel de "battle-limousine" genoemd.

Vanaf volgende week kunnen de Nederlanders in Afghanistan ook beschikken over 5 voertuigen van het type RG-31 Nyala’s van Zuid-Afrikaanse makelij, die Canada gratis uitleent aan Nederland. Begin september volgen nog eens 5 stuks.

Met het aanvullende materieel kan de missie naar Uruzgan bij voorbaat de zwaarst bewapende Nederlandse uitzending aller tijden worden genoemd. Sommige media kwalificeren 'Uruzgan' als "de meest gevaarlijke Nederlandse militaire missie sinds de oorlog in Korea".

In het zuiden van Afghanistan in het algemeen en Uruzgan in het bijzonder hebben de Nederlandse militairen te maken met grote aantallen slachtoffers aan de zijde van de tegenpartij. De laatste maal dat er zoveel slachtoffers aan vijandzijde vielen, was het gewapend conflict in het voormalige Nederlands Nieuw-Guinea (1950-1962), waar in totaal ± 30.000 Nederlandse militairen hebben gediend.

Terug naar Boven

 

personeel

De Nederlandse inbreng in ISAF-III duurt maximaal 2 jaar. Nadat de Deployment Task Force (DTF) gereed is met het bouwen en inrichten van de ederlandse compounds in Deh Rawood en Tarin Kot, zal Task Force Uruzgan-1 (TFU-1) zich in de Centraal-Afghaanse provincie ontplooien.

TFU-1 wordt geleid door de kolonel Theo Vleugels.

De belangrijkste componenten van TFU-1 zijn de Bataljonstaakgroep (BTG of Battle Group), het Provincial Reconstruction Team (PRT) en het luchtmachtdetachement, respectievelijk ten behoeve van beveiligingstaken, wederopbouw en luchtsteun.

TFU-1 leidt de Nederlandse eenheden van juli 2006 tot en met januari 2007 (halfjaarlijkse cyclus). De onder de TFU-1 ressorterende BTG en PRT kennen een uitzendperiode van 4 maanden.

De BTG is geformeerd rond 12 Infanteriebataljon Luchtmobiel Air Assault Regiment Van Heutsz van de Oranjekazerne te Schaarsbergen. De eenheid staat onder leiding van luitenant-kolonel Piet van der Sar en wordt globaal van juli tot en met december 2006 uitgezonden. Aan de BTG zijn eenheden toegevoegd voor Force Protection en vuursteun.

Het PRT is geformeerd rond 42 Tankbataljon Regiment Huzaren Prins van Oranje van de Johannes Postkazerne te Havelte. De eenheid staat onder leiding van luitenant-kolonel Nico Tak en wordt eveneens van juli tot en met december 2006 uitgezonden.

Met ingang van de perspresentatie op 6 april 2006 op de Oranjekazerne in Schaarsbergen integratie-oefening Falcon Integration heet de Task Force Uruzgan (TFU) officieel 1 (NLD / AUS) Task Force Unicorn.

De eenheden die de Task Force vormen, oefenen van 27 maart t/m 14 april 2006 in de integratie-oefening ‘Falcon Integration’, een grote oefening met luchtsteun door helikopters in de provincies Gelderland, Noord-Brabant en Utrecht. Tijdens Falcon Integration werken de uit te zenden eenheden samen om zich voor te bereiden op situaties die zich in Uruzgan kunnen voordoen. Het oogmerk van Task Force Unicorn is ervoor zorgdragen dat de regering van president Hamid Karzai in Kabul de steun van de bevolking gaat genieten, dat de overgebleven Taliban-aanhang vermindert en dat de provincie Uruzgan wordt opgebouwd.

De naam ‘Unicorn’ (in het Nederlands: ‘Eenhoorn’) is gekozen uit respect voor de islamitische Afghanen: "With respect; put an Afghan face on everything" is niet voor niets het centrale motto van Task Force Unicorn. De profeet Mohammed zou op een eenhoorn naar de hemel zijn vertrokken. De eenhoorn – een fabeldier met het hoofd en de benen van een paard, en een lange gedraaide hoorn in het midden van zijn voorhoofd – staat onder meer in het islamitisch geloof symbool voor eerbaarheid, heiligheid en kuisheid.

Commandant en ondercommandanten van de Task Force Unicorn. Van links naar rechts: luitenant--kolonel Piet van der Sar (commandant Battle Group), luitenant-kolonel Wido Gerdsen (commandant Detachement Luchtstrijdkrachten), kolonel Theo Vleugels (commandant Task Force Unicorn) en luitenant-kolonel Nico Tak (commandant Provincial Reconstruction Team) © Radio Nederland Wereldomroep, 7 april 2006.

Presentatie van de integratie-oefening Falcon Integration

Op 14 mei 2006 laat Defensie weten dat de naam 'Task Force Unicorn' wordt gewijzigd. Volgens de Nederlandse militairen associëren buitenlanders die naam met de Amerikaanse homoscene. De militairen wilden niet voor “mietje” worden uitgemaakt.

Volgens Defensiewoordvoerder drs. Otte Beeksma is voor een neutralere naam gekozen omdat de troepen in Uruzgan de indruk kregen dat de naam verkeerd viel bij hun Engelssprekende collega's uit Australië, Canada en de Verenigde Staten. Daarom heeft het Ministerie van Defensie gekozen voor de meest logische naam: 'Task Force Uruzgan'.

Task Force Unicorn heet voortaan Task Force Uruzgan

Luitenant-kolonel Frank Sturek, commandant van de Amerikaanse Task Force Warrior in Uruzgan-buurprovincie Zabul (© foto: Geassocieerde Pers Diensten, d.d. 15 mei 2006)

Op 15 mei 2006 laat luitenant-kolonel Frank Sturek, commandant van de Amerikaanse Task Force Warrior in Uruzgan-buurprovincie Zabul, via Midden-Oosten correspondent Harald Doornbos van de Geassocieerde Pers Diensten desgevraagd weten dat Amerikaanse militairen vraagtekens stellen bij wat zij als weifelend en voorzichtig gedrag beschouwen van de Nederlandse militairen.

Het is volgens Sturek van groot belang dat de Nederlandse troepen in Uruzgan van de compounds afkomen. De bevolking in de provincie moet weten dat er een alternatief is voor de Taliban. Ook meent Sturek dat de Taliban de Nederlandse nieuwkomers in Uruzgan gaat testen.

Vanaf 1 augustus 2006 is dit het organigram vanaf de commandant van ISAF naar de Nederlandse ondercommandanten:

Een verklaring van de afkortingen mét de namen van de (onder)commandanten:

COMISAF Commander ISAF Britse luitenant-generaal David Richards
RCS Regional Command South Canadese brigadegeneraal David Fraser
TFU Task Force Uruzgan kolonel Theo Vleugels
BTG Battle Group luitenant-kolonel Piet van der Sar
PRT (NLD) Provincial Reconstruction Team (Nederland) luitenant-kolonel Nico Tak
PRT (AUS) Provincial Reconstruction Team (Australië) (*1) Australische luitenant-kolonel Mick Ryan
CDS Commandant der Strijdkrachten luitenant-generaal Dick Berlijn
CONTCO Contingentscommandant brigadegeneraal Jan Peter Spijk

(*1) Ook genaamd: Reconstruction Task Force (RTF)

Terug naar Boven

 

special forces

Van maart 2005 tot maart 2006 hebben Nederlandse Special Forces in Afghanistan deelgenomen aan de Amerikaanse operatie ‘Enduring Freedom’ (OEF). Het betrof hier een detachement van het Korps Commandotroepen (KCT) én personeel van het Korps Mariniers, in totaal 165 militairen. Daarnaast waren er 85 militairen aan toegevoegd voor de drie Chinook CH-47D transporthelikopters.

Samen met andere landen namen zij als ‘framework nation’ deel aan de Combined Joint Special Operations Task Force-Afghanistan (CJSOTF-A), een onderdeel van het Combined Forces Command-Afghanistan (CFC-A).

Het hoofdkwartier van de CJSOTF-A zetelt op Bagram Air Base, ± 60 km ten noordwesten van de hoofdstad Kabul. Het operatiegebied van de Nederlandse Special Forces was het zuidoosten van Afghanistan. De Nederlandse Special Forces, gelegerd in de nabijheid van Kandahar Air Base, kregen opdrachten van C-CJSOTF-A.

Logo van de Combined Joint Special Operations Task Force-Afghanistan (© NRC Handelsblad, 18 maart 2006)

De opdrachten van de Nederlandse commando’s en mariniers moesten wél te allen tijde binnen het mandaat vallen dat zij vanuit Nederland hadden meegekregen. Om dat de bewaken was een Nederlandse officier op het HQ gedetacheerd als zgn. Red Card Holder (RCH).

De RCH was namens de Nederlandse Commandant der Strijdkrachten (CDS) bevoegd een opdracht aan de Nederlandse Special Forces te weigeren – letterlijk: een rode kaart te trekken. Overleg door de RCH met bijvoorbeeld de C-CJSOTF-A over het al dan niet inzetten van de Special Forces had plaats over een beveiligde cryptotelefoon (PNVX).

De Nederlandse Special Forces hebben de Amerikaanse militairen in OEF geholpen in de jacht op Al Qaida en Taliban. Maar de Nederlandse regering wilde niet dat gevangengenomen personen terecht zouden komen in het Amerikaanse detentiesysteem voor aangehouden Al Qaida- en Taliban-strijders. Omdat de Amerikaanse regering het aanhouden van dergelijke strijders die zich bezighouden met het internationaal terrorisme, met name in Afghanistan en Irak, niet direct wil scharen onder het oorlogsrecht, worden zij niet aangeduid als P.O.W. (krijgsgevangene) maar als Person Under Control (PUC); zij hebben géén toegang tot het Amerikaanse rechtssysteem en kunnen niet dezelfde rechten als krijgsgevangenen ontlenen aan de Conventies van Genève.

Vanwege het speciale karakter van de Special Forces-missie heeft de Minister van Defensie pas ná het aflopen van de éénjarige missie van de Nederlanders - dat is ná 15 maart 2006 - 'inside information' vrijgegeven over de acties van de commando’s en mariniers.

In Dubbel Accent, uitgave van de katholieke en protestantse geestelijke verzorging, doet voormalig commandant kolonel Otto van Wiggen in het artikel 'Ik denk dat de ruggengraat van de militairen sterk genoeg is!' een boekje open over de Special Forces Task Group (Orange), het Nederlandse aandeel in de Combined Joint Special Operations Task Force-Afghanistan (CJSOTF-A). Over het logo van de Task Group Orange zegt hij: "Het moest iets Nederlands zijn, maar het werd een leeuw. Geen lieve leeuw, geen 'Loekie de Leeuw', maar een leeuw waar je de daadkracht en onverzettelijkheid in terug kon zien. Een symbool is een voorbeeld van een klein iets,

Logo van de Task Group Orange, de Nederlandse bijdrage aan de Combined Joint Special Operations Task Force-Afghanistan (CJSOTF-A) (© Dubbel Accent, 26ste jaargang, nummer 3, juni 2006)

wat mensen toch het gevoel geeft: inderdaad, ik maak deel uit van dát team. Daar begint het mee. Het creëert een gezamenlijke identiteit."

Ná de Special Forces Task Group (Orange), het Nederlandse aandeel in de Combined Joint Special Operations Task Force-Afghanistan (CJSOTF-A), dat met name heeft opgetreden in het zuiden van de provincie Kandahar, zijn de Special Forces met het ontstaan van de Task Force Uruzgan (TFU) anders ingezet.

Mouwembleem van de Special Operations Task Force 'Viper'

De Nederlandse Special Forces die met ingang van de TFU georganiseerd in de Special Forces Task Group ‘Viper’, dat “adder” betekent.

Dit is een eenheid ter grootte van een Special Forces-compagnie, geleid door een compagniescommadant. De precieze omvang van de SFTF ‘Viper’ is geheim. De eenheid bestaat uit militairen van het Korps Commandotroepen (KCT) en het Korps Mariniers (KMarns).

Viel de Combined Joint Special Operations Task Force-Afghanistan nog onder de door de Verenigde Staten geleide Operation Enduring Freedom, de SFTG ‘Viper’ valt onder de International Security Assistance Force (ISAF). Daarmee valt ‘Viper’ direct onder het commando van de Task Force Uruzgan (TFU).

Niet toevallig heeft de eenheid een eigen “unit historian”, namelijk Vik Franke. Op 20 november 2006 werd zijn documentaire, ’09.11 Zulu’, gemaakt in nauwe samenwerking met de SFTG ‘Viper’, uitgezonden door de NCRV. In mei 2007 verscheen de documentaire op DVD.

Op 14 maart 2009 maakte Defensie bekend dat in april 2009 een groep commando’s naar Afghanistan werd gestuurd. In eerste instantie zullen zij in Uruzgan worden ingezet voor verkenningen, het verzamelen van inlichtingen en het arresteren van Taliban-leiders die zich bezighouden met aanslagen en het plaatsen van geïmproviseerde bommen.

Het gaat om in totaal 76 commando's en mariniers. Volgens de Kamerbrief van 13 maart jl. bestaat er “dringend behoefte aan de inzet van commando’s en mariniers ter verbetering van de inlichtingenpositie.” Verder vermeldt de brief: “De militairen zullen door het hoofdkwartier van ISAF worden aangestuurd. Zij zullen voornamelijk optreden in Uruzgan, maar kunnen in voorkomend geval ook daarbuiten worden ingezet. De ontplooiing zal plaatsvinden voorafgaand aan de Afghaanse verkiezingen. Als gevolg van deze inzet kan een infanteriepeloton van 30 militairen uit Uruzgan worden teruggetrokken.”

De aansturing door het hoofdkwartier is nieuw: tot 2007 werden de Special Forces (Special Forces Task Group Viper) aangestuurd door de commandant van de Task Force Uruzgan (TFU).

Terug naar Boven

 

OPERATIONAL MONITORING AND LIAISON TEAM (O.M.L.T.)

Fantasierijk soms “omeletten” genoemd.

Teams zoals die tijdens de International Security Assistance Force (ISAF) in Afghanistan worden ingezet. Zij vallen rechtstreeks onder de commandant van ISAF, maar in de praktijk worden zij geruggensteund door hun nationale bevelsstructuur. Zo maakt het Nederlandse OMLT (NLD OMLT) deel uit van de Battle Group van de Task Force Uruzgan.

Een OMLT bestaat uit 12 à 19 militairen, afhankelijk van de grootte van de partnereenheid waarin zij embedded zijn. OMLT’s zijn embedded in eenheden van de Afghan National Army (ANA); als mentors begeleiden zij de ANA te velde, houden toezicht op hun opleiding en training en adviseren verder bij alles wat zij (nalaten te) doen. Daarmee leveren OMLT’s een bijdrage aan de wederopbouw van de veiligheidsstructuur van Afghanistan;Security Sector Reform (SSR) is één van de kernpunten van de ISAF-missie. Als de ANA correct functioneert zal dat de veiligheid en wederopbouw bevorderen.

Binnen de OMLT’s is de ANA uiteindelijk leidend; zo lopen zij bij patrouillegang voorop. Als er gevechtshandelingen zijn, leveren de OMLT’ers wèl mede strijd.

De Nederlandse OMLT’ers begeleiden kandaks (Afghaanse bataljons) van de nieuw opgerichte 4de Brigade ANA in Uruzgan. Deze brigade behoort tot 201 ANA Corps, geleid door generaal-majoor Munir Mohammed Mangal op het hoofdkwartier in Kabul.

De OMLT’s verblijven permanent bij de Afghanen, hebben lessen cultural awareness en basale taaltraining Dari/Pashtu ontvangen en dienen minimaal 6 maanden in het gebied om een vertrouwensband met de ANA te kunnen opbouwen. Leden worden in principe geselecteerd uit 11 Luchtmobiele Brigade, Korps Commandotroepen en Korps Mariniers. Na een Train-the-Trainer Program, waarin de leidinggevende Afghaanse militairen zijn opgeleid, volgt als laatste de In-Theatre Training elders in Uruzgan.

Tijdens de Slag om Chora, van 15 t/m 19 juni 2007, vormden 6 Nederlandse OMLT’ers samen met ± 90 Afghaanse militairen in de Green Zone (het vruchtbare gebied langs de rivier Tiri Rud) de centrale as van de aanval tegen de opposing militant forces (OMF). De OMF werd hierbij ± 4 km teruggedrongen.

Behalve de Nederlanders hebben onder andere Canada, Duitsland, Frankrijk, Groot-Brittannië, Kroatië en Spanje OMLT’s of Embedded Training Teams (ETT’s) in Afghanistan.

Terug naar Boven

 

pers

Op 28 april 2006 heeft het Ministerie van Defensie meegedeeld dat journalisten die met de Nederlandse militairen naar Uruzgan gaan, vooraf moeten instemmen met preventieve censuur – d.w.z. de bevoegdheid om het naar buiten komen van bepaalde informatie te verbieden. Journalisten moeten in Uruzgan zelf de kopij vóór publicatie voorleggen om te controleren of er – in de ogen van Defensie – informatie in voorkomt die de operationele veiligheid van de missie en/of de betrokken militairen in gevaar kan brengen.

De Defensievoorlichters noemden als voorbeelden van ongewenste informatie het berichten over lopende of toekomstige operaties. Het “scannen” van de kopij – Defensie vermijdt het woord “censuur” en spreekt van "zorgvuldigheid" – vindt plaats onder verantwoordelijkheid van het Ministerie van Defensie. Wat is toegestaan en wat niet zal ter beoordeling van de commandant ter plaatse zijn.

Omdat journalisten niet formeel bij de Task Force Unicorn worden ingelijfd – zoals soms wél gebeurt met Amerikaanse of Britse embedded journalists – kunnen bij overtreding van de regels géén tucht- of strafrechtelijke sancties volgen. Wél kunnen bij schendingen – tenminste indien de journalisten vooraf beloven zich aan de gestelde voorwaarden te houden – civielrechtelijke stappen volgen. De journalisten krijgen derhalve géén carte blanche; zij staan permanent onder toezicht van militairen en moeten zich houden aan door de militairen gegeven instructies. Ook is het steeds ter beoordeling van een commandant of de aanwezigheid van een journalist gewenst of mogelijk is. De journalist heeft in dit opzicht géén rechten. Het regime van preventieve censuur geldt óók de informatie die wordt verkregen uit vrije nieuwsgaring, zoals het interviewen van de lokale bevolking.

Door de permanente aanwezigheid van schrijvende én audiovisuele media, die gemiddeld één week mogen meedraaien op de compounds, wordt een realistisch beeld geschetst. Defensie wil per se dat de publieke opinie “beeld en geluid” heeft van wat er in Uruzgan aan de hand is. Voldoende informatie kan een buffer vormen tegen overhaaste reacties van bijvoorbeeld de Tweede Kamer op een ernstig incident. Daardoor wordt de kans verkleind dat de missie eerder dan gepland wordt beëindigd.

Terug naar Boven

 

logistiek

Op 14 april 2006 kwam op Kandahar Airfield (KAF) het eerste logistieke konvooi aan ten behoeve van de Deployment Task Force en, later, Task Force Unicorn. Het eerste van velen… Volgens generaal-majoor Jouke Eikelboom, directeur operatiën van het Ministerie van Defensie, is ‘Uruzgan’ dan ook de “meest complexe logistieke operatie ooit”.

Complex, omdat er in drie oorden – KAF, Tarin Kot en Deh Rawood – selfsupporting compounds moeten worden opgebouwd en ingericht voor de Nederlandse militairen. Selfsupporting betekent dat de Nederlanders zelf elektriciteit (onder meer ten behoeve van de airconditioning), verwarming en watervoorziening genereren. Daarnaast zijn er de onvermijdelijke bijkomende klussen, zoals het dichten van gaten van de landingsbaan van KAF, de permanente controle op de staat van het wegdek tussen Kandahar en het inzetgebied in Uruzgan én het herstellen van de benodigde lokale infrastructuur.

Om alle materieel in Uruzgan te krijgen, is een logistiek proces gestart dat ongeëvenaard is. Gevoelig materieel wordt door de lucht vervoerd: communicatieapparatuur, munitie (klasse V) en wapens. Minder kwetsbare goederen worden per schip overgebracht. Voor het luchttransport gelden als Air Point of Disembarkation (APOD) zowel KAF als Kabul International Airport (KAIA ). Voor het zeetransport is de Pakistaanse havenstad Karachi het Sea Point of Disembarkation (SPOD). Dubai International Airport in de Verenigde Arabische Emiraten geldt als transitohaven voor gevoelig materieel, dat van daaruit verder wordt gevlogen naar KAF.

Vanuit Karachi wordt het materieel over land vervoerd, via Quetta in de Pakistaanse provincie Baluchistan, naar Kandahar. Dit is een reis over ± 900 km die vier dagen in beslag neemt. Voor de landroute Karachi - Kandahar worden lokale vervoerders ingehuurd door een civiel Brits bedrijf, dat het materieel verder transporteert. Civiel transport is een voorwaarde, want de Pakistaanse regering laat géén buitenlandse militairen toe op haar grondgebied. Alle transporten over land, ook die vanuit Karachi en KIAI naar het inzetgebied in Uruzgan, worden vanuit de lucht gemonitord door gevechtshelikopters en/of gevechtsvliegtuigen.

Voor het luchttransport worden bij zowel de U.S. Air Force als Oekraïense en Russische chartermaatschappijen transportvliegtuigen ingehuurd, respectievelijk de Boeiing C-17 Globemaster én de Antonov AN-124 en Ilyushin IL- 76. In totaal ruim 100 vluchten met deze megagrote toestellen zijn noodzakelijk om al het materieel over te vliegen naar Kandahar en KIAI.

De zeeroute verloopt van Eemshaven (Groningen) – via Straat van Gibraltar, Middellandse Zee, Suez-kanaal en Arabische Zee – naar Karachi. Drie roll-on/roll-off schepen (roro-schepen) varen in ± 8 weken, afhankelijk van de weersomstandigheden, naar Pakistan om het leeuwendeel van de grote goederen, zoals containers en voertuigen, ter plekke te krijgen.

Wat wordt er zoal strategisch verplaatst naar Uruzgan:

1.000.000

liter brandstof (klasse III) op voorraad (storingsvoorraad)

100.000

maaltijden (klasse I) op voorraad (storingsvoorraad)

12.000

liter drinkwater in plastic flessen per dag

± 2.000

containers, waarvan 750 ten behoeve van woon- en slaapverblijven en de overigen voor opslag en transport

± 250

bouwmachines, wielvoertuigen (MB’s en tonners) en vorkheftrucks

± 52

pantserrups- en pantserwielvoertuigen

12

helikopters

6

F-16’s

De storingsvoorraden zijn primair bedoeld voor de Nederlandse militairen, maar daarnaast ook voor passanten van de troop contributing nations in ISAF. Alle naar Uruzgan te vervoeren containers achter elkaar geplaatst belopen een lengte van ruim 12 km!

De grootste compunds in Uruzgan zijn die in Deh Rawood en Tarin Kowt, respectievelijk Camp Hadrian en Kamp Holland:

Foto-impressie van Kamp Holland in Tarin Kowt

Kamp Holland is de naam voor de Nederlandse compound in Tarin Kowt, de hoofdstad van Uruzgan. Het lijkt logisch om het kampement de naam “kamp” te geven, want het Engelse “camp” kan ook de betekenis hebben van “nichterig”. Dat blijkt bij velen niet goed te vallen, zoals de Task Force Uruzgan eerst Task Force Unicorn had moeten heten.

Kamp Holland, met een omtrek van ± 12 km, is genoemd naar Minister van Defensie Henk Kamp, die op 22 juni 2006 het naambord van de basis onthulde. De hoofdplaats van de Nederlanders herbergt onder andere de toegevoegde Australiërs en Special Forces uit de Verenigde Arabische Emiraten.

± 50 km westelijk van Tarin Kowt ligt Camp Hadrian in Deh Rawood. Camp Hadrian is vernoemd naar de Romeinse keizer Publius Aelius Hadrianus (76-138). Hier benadrukt de in het Engels geschreven kampementsnaam de internationale samenwerking.

Hadrian(us), keizer van 117 tot zijn dood, is met name bekend om de 117 km lange muur (“Hadrian’s Wall”) die hij vanaf 122 in Noord-Engeland van de westkust (Wallsend) tot de oostkust (Bowness on Solway) liet bouwen. Het doel was de agressor in het noorden – de Picten en de Schotten – buiten de deur te houden.

De entree van Camp Hadrian in Deh Rawood, aan beide zijden geflankeerd door de ontwerpers en makers (© foto: Defensiekrant, Nummer 39 | 2 november 2006, Uitgave Directie Voorlichting en Communicatie Ministerie van Defensie)

Terug naar Boven

 

actueel

Op 12 juni 2006 interviewt verslaggever Jeroen de Jager in het Radio 1 Journaal overste “Peter” en kapitein “Bart”, die vóórdat de daadwerkelijke missie van de Task Force Uruzgan aftrapt, meereizen met een Amerikaans Provincial Reconstruction Team (PRT). In het vraaggesprek geven beide officieren aan dat momenteel slechts in een straal tot 20 km buiten de compounds in Tarin Kot en Deh Rawood in de provincie Uruzgan kan worden gewerkt.

In Carré, het blad van de Nederlandse Officieren Vereniging (nummer 7/8, juli / augustus 2006) staat het artikel Uruzgan: veel meer dan een vechtmissie.

In dit artikel wordt onder andere de overste Piet van der Sar, de eerste commandant van de Battle Group van de Task Force Uruzgan geïnterviewd.

Download hier het arikel 'Uruzgan: veel meer dan een vechtmissie' uit het blad Carré (juli / augustus 2006) van de Nederlandse Officieren Vereniging (370 kB)

 

De Talon is zeer geschikt voor EOD-activiteiten

 

Op 17 juli 2006 zijn zes Talon-robots verkocht aan de Koninklijke Landmacht: vijf worden onmiddellijk ingezet in Afghanistan voor het onschadelijk maken van met name improvised explosive devices (die potentieel de meeste slachtoffers maken), één wordt in Nederland gehouden voor opleidingsdoeleinden.

Met de eerste Europese order voor producent QinetiQ & Foster Miller was ruim € 870.000 gemoeid.

De Talon is een unmanned ground vehicle (UGV) die onder andere zeer geschikt is voor EOD-activiteiten.

Op 20 juli 2006 meldt NRC Next dat uit het ‘Communicatieplan ISAF Stage III – Uruzgan’, gedateerd 12 juli 2006, valt op te maken dat het Ministerie van Defensie het “essentieel” vindt dat de bevolking een “realistisch beeld” krijgt van hoe gevaarlijk de ISAF-missie voor de Nederlandse militairen in Uruzgan is. Gebeurt dat niet, dan is er het risico dat de publieke opinie zich tegen de missie keert.

In het 18 pagina’s tellende document, waarin ‘openheid’ het sleutelwoord is, wordt onder andere uitgelegd dat commandanten worden ‘gepositioneerd’ als “gezicht van de missie”, terwijl ook officiële weblogs door militairen in het gebied online zullen worden gepubliceerd. Als het aan de voorlichters ligt, wordt de missie-Uruzgan de best gecoverde ooit. De regering hoopt op deze manier dat er meer begrip komt voor de keuze om deel te nemen aan de missie in Afghanistan.

In het communicatieplan noemen ambtenaren van de Directie Voorlichting en Communicatie van het departement het cruciaal dat “de perceptie van de Nederlandse samenleving niet afwijkt van de realiteit”. De verwachting is dat Uruzgan “een zware missie, met mogelijk diverse incidenten” wordt: “Een goed geïnformeerde samenleving zal zich grotendeels bewust zijn van de aanwezige risico’s. Bij ernstige incidenten en tegenslagen zal het opgebouwde draagvlak dan ook niet direct wegvallen”.

Defensie experimenteert voor het eerst met embedded journalism. Journalisten mogen 1 à 2 weken meelopen met de troepen in Uruzgan. De bedoeling is dat er voortdurend journalisten zullen zijn in het gebied. Door de continuïteit in de berichtgeving blijft het publiek op de hoogte van de laatste ontwikkelingen in het gebied.

Een RG-31 Nyala van de Canadese krijgsmacht, zoals die ook in Afghanistan rondrijden

Op dezelfde dag, 20 juli 2006 dus, maakt de CDS bekend dat Nederland 10 Nyala-pantserwielvoertuigen leent van Canada. Op deze manier kan de Task Force Uruzgan over een specifiek inzetmiddel beschikken bij een hoger dreigingsniveau. Het gevaar in Uruzgan komt met name van kleinkaliberwapens, mijnen en improvised explosive devices (IED's). Begin oktober volgt de rest van de levering, waarschijnlijk nog eesn 15 voertuigen.

De Nyala, geproduceerd in Zuid-Afrika, is vanwege zijn V-vormige chassis beter bestand tegen de kracht van explosieven. Verder beschikt de Nyala – die 5 tot 11 militairen kan vervoeren – over ramen met 3 cm dik glas.

 

Vanaf 1 augustus 2006 heeft de Task Force Uruzgan (TFU) de taken in het missiegebied overgenomen van de Deployment Task Force (DTF).

De eerste rotatie van de TFU staat onder leiding van kolonel Theo Vleugels.

De kolonel is gepokt en gemazeld in de Koninklijke Landmacht, waarin hij al 30 jaar werkzaam is.

De kolonel Theo Vleugels

Van de hand van Paul Gallis verschijnt op 22 augustus 2006 het 24 pagina’s tellende rapport NATO in Afghanistan: A Test of the Transatlantic Alliance van de Congressional Research Service (CRS). De CRS is zgn. een niet partijgebonden onderzoeksinstituut, maar ten tijde van het rapport werd het Congres geregeerd door de Republikeinen – de partijgenoten van president George W. Bush. Overigens is het rapport slechts een analyse van de heer Gallis (specialist in Europese buitenlandse zaken, defensie en handel), niet een rapport van het Congres zelf.

In dit rapport wordt gewag gemaakt van de Nederlandse besluitvorming over én bijdrage aan de ISAF Stage-III missie. Interessant is dat Nederland zich, althans volgens de heer Gallis, het meest kritisch heeft uitgelaten over het Amerikaanse beleid, met name over de te volgen strategie in (het zuiden van) Afghanistan én de Amerikaanse omgang met (vermeende) verdachten van terrorisme: In de lente van 2006, begonnen de bondgenoten zich te realiseren dat ISAF Stage-III een groter gevechtsvermogen dan oorspronkelijk werd geloofd zou vereisen, en de opdracht begon te veranderen.” (pagina 5)

Nederland zou niet nauw willen samenwerken met Amerikaanse troepen in Afghanistan, aldus het rapport. Hoewel het rapport overhaast is geschreven én de nodige nuance mist, weerspiegelt het wél een bepaald wantrouwen, dat onder andere kan blijken uit de volgende citaten:

Pagina 10:

“The Dutch parliament held a contentious debate in February 2006 over whether to send forces to ISAF. Government and opposition members of Parliament opposed sending Dutch forces for a combat operation; their view was clear that Dutch forces were to support a stabilization mission, and to use their weapons only if attacked.”

Pagina 11:

“The debate in the Dutch parliament over assigning troops to ISAF was the most contentious in NATO member states. The Dutch population opposes sending forces into a combat operation. Ultimately, the Netherlands designated 1,400 to 1,700 troops for duty in ISAF’s Stage-III operation.”

Pagina 15:

“The Abu Ghraib prison scandal and U.S. treatment of prisoners at Guantanamo are important issues in the Dutch debate over Afghanistan. Dutch officials say that “the rules of the road in fighting terrorism” are not clearly agreed upon in the alliance. For this reason, Dutch officials are reluctant to have their forces closely associated with U.S. forces in Afghanistan. Dutch forces wish to minimize joint operations with U.S. forces in which insurgents or suspected terrorists are arrested and detained over a period of time, a position that contributed to the section of the December 2005 NATO communiqué detailing allied treatment of prisoners in Afghanistan.”

Pagina 16:

“The political effects of the domestic Dutch debate have found their way into the field. Dutch commanders on the ground in Afghanistan reportedly insisted to NATO counterparts that no Dutch troops must be killed in combat, a view they were told was unrealistic, given that Uruzgan is one of the most restive provinces in Afghanistan.”

Cover van nummer 36 van het weekblad Nieuwe Revu

 

Op 6 september 2006 verschijnt in nummer 36 van het weekblad Nieuwe Revu de cover-story over 18 Amerikaanse "moordmachines" die in Georgia (VS) worden getransformeerd tot "dodelijke killers".

Alle oefeningen van de Amerikanen zijn erop gericht dat zij automatisch mensen zullen doodschieten.

In de marge van het artikel staat een kadertje met de titel: 'Waaraan onze jongens in Uruzgan moeten voldoen'. Het gaat over de militaire opleidingseisen van de militairen van de Battle Group (BG) van de Task Force Uruzgan (TFU), die van 12 Infanteriebataljon Luchtmobiel Air Assault Regiment Van Heutsz.

 

In de april 2007-editie van maandblad ‘M’ van NRC Handelsblad, verschenen op 7 april 2007, staat het artikel Het schijngevecht met de Taliban van journalist Antoinette de Jong met foto’s van Robert Knoth. Het tweetal werkt regelmatig voor ‘M’.

De serie radioprogramma’s over de in het artikel vermelde reis door Pakistan en Afghanistan kan worden beluisterd op de website van het radioprogramma De Ochtenden.

Cover van de april 2007-editie van 'M' van NRC Handelsblad

Al aan het begin van het artikel wijst Antoinette de Jong erop dat een geheim rapport in 2006 al waarschuwde “dat het machtsmisbruik van de mannen van president Karzai de bevolking in Uruzgan in de armen van de Taliban drijft”. De Taliban bestrijden betekent partij kiezen in een hardnekkig stammenconflict: president Karzai behoort tot de Durrani’s, terwijl de Taliban worden gedomineerd door de Ghilzai. “De NAVO-soldaten zitten vastgezogen in een moeras van conflicten die slechts voor een deel te maken hebben met Al-Qaida of de Taliban als van die begrippen al een definitie te geven is.”

De Afghanen zijn bezig met een interne machtsstrijd, maar wat de Taliban “inmiddels bijna onuitroeibaar maakt, is dat ze een spons is geworden voor de groeiende groep tegenstanders van de regering-Karzai.”

In het voorjaar van 2006 gaf de Nederlandse ambassade in Kabul opdracht aan de Afghaanse NGO Tribal Liaison Office (TLO) tot omvangrijk veldwerk dat de Nederlanders een basis kon bieden voor het stabiliseren en wederopbouwen van de provincie. Het geheime rapport maakt duidelijk dat de NAVO-troepen een regering steunen die niet gedragen wordt door de bevolking, met name in de Pathaanse gebieden, zoals in Uruzgan: “Uit het rapport van TLO blijkt zonneklaar dat de Nederlanders al vóór het begin van de missie wisten dat ze weer eens een onmogelijke opdracht hadden gekregen.” Zo hebben regeringsfunctionarissen zich van de meeste stammen vervreemd en verwijderd, velen richting Taliban […] “door inefficiëntie, corruptie en het versterken van de machtspositie van de lokale commandanten.”

Het rapport van TLO beschrijft lokale conflicten die draaien om:

Zar

Goud

Zan

Vrouwen

Zamin

Land

Al eeuwenlang zijn goud, vrouwen en land de twistpunten tussen rivaliserende Pathanen-stammen. In Uruzgan worden vooral de Popalzai (de stam van Karzai) beschuldigd van het afhandig maken van land van de andere stammen.

Ook in Helmand en Kandahar, respectievelijk de area of responsibility (AOR) van de Britten en de Canadezen, beconcurreren de Ghilzai en Durrani’s elkaar al eeuwen. De rivaliteit tussenbeiden “manifesteert zich als het belangrijkste conflict”, aldus TLO: Durrani’s nemen er de macht over. Zij domineren 90% van de wederopbouw- en ontwikkelingsprojecten. De Taliban wordt nu, dientengevolge, gedomineerd door haar tegenstanders, de Ghilzai. En vanwege het onverzettelijke stammenconflict tussen Durrani’s en Ghilzai is stabiliteit afdwingen niet mogelijk zolang de Taliban zijn uitgesloten van de macht.

Volgens Antoinette de Jong zal het bloedvergieten in Zuid-Afghanistan “voorlopig niet minder worden”. Behalve dat er onvoldoende Afghaanse leger- en politie-eenheden in Uruzgan zijn, worden zij door de bevolking als onbetrouwbaar (malafide) gezien. Volgens de commandant van de Task Force Uruzgan, kolonel Hans van Griensven, heeft het Afghaanse leger nu ongeveer 260 man in heel Uruzgan. Dat is nog maar de helft van de 500 die vorig jaar geteld werden door TLO. Niet zo vreemd dus dat de NAVO graag extra troepen wil voor Afghanistan. Ook een anonieme Nederlandse beleidsadviseur is weinig optimistisch. Hij beschouwt de Nederlandse missie als “de minst slechte van een aantal slechte opties”

 

In Medisch Contact (nummer 21, pagina 898-900) van 25 mei 2007 staat het artikel ‘Dubbele loyaliteit’ van dr. Leo van Bergen, medisch historicus aan de Afdeling Metamedica van het Vrije Universiteit Medisch Centrum te Amsterdam. (Metamedica is de verzamelnaam voor de vakken ethiek, gezondheidsrecht en geschiedenis van de geneeskunde; Medisch Contact is het weekblad van de Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst.)

In zijn artikel beweert Van Bergen dat de medische dienst die de Nederlandse troepen in Uruzgan begeleidt, voor dezelfde dilemma’s staat als destijds de artsen die het Nederlandse leger in Indonesië vergezelden. Volgens Van Bergen dient de “Nederlandse geneeskunde in den vreemde” twee meesters.

Het artikel is gebaseerd op zijn boek ‘ Van koloniale geneeskunde tot internationale gezondheidszorg: een wetenschappelijke studie over 100 jaar NVTG', dat recent is verschenen (KIT Publishers, ISBN 9789068327366, 208 pagina’s, € 27,50, onder andere te bestellen via nvtg@xs4all.nl.), het jubileumboek van de 100-jarige Nederlandse Vereniging voor Tropische Geneeskunde en Internationale Gezondheidszorg (NVTG).

In het boek komt de (Nederlandse) geneeskundige zorg in Nederlands-Indië aan de orde, die wordt gekarakteriseerd door een dubbele loyaliteit. Zo werd tijdens de strijd in Atjeh medische hulp aan gewonde tegenstanders ontzegd, maar op de plantages werd medische hulp verleend, omdat dat de arbeidsproductiviteit ten goede kwam. En tijdens de politionele acties werd medische hulp verleend uit militair-politieke overwegingen: men probeerde op deze wijze de bevolking gunstig te stemmen. Van Bergen ziet deze “militair-politieke strategie” nu weer terug in Uruzgan. De Taliban wordt niet verzwakt door hen te doden, maar door hun achterban van hen los te weken. Dat gebeurt onder andere door militair geneeskundige zorg aan hen te leveren. De complexiteit van het begrip “dubbele loyaliteit” wordt daarmee duidelijk.

In het Nederlands Militair Geneeskundig Tijdschrift (juli 2007, pagina 129) wordt op het artikel van Van Bergen gereageerd door de Directeur Militaire Gezondheidszorg (DMG). De DMG gaat erop in dat Van Bergen een vergelijking trekt “tussen de rol van artsen ten tijde van de bezetting van Indonesië (o.a. politionele acties) door Nederland en de militaire artsen in Uruzgan op dit moment. Twee aspecten zouden overeenkomen: Afghanen zijn tweederangspatiënten en de medische hulp aan Afghanen dient primair een politiek-militair doel. Deze vergelijking gaat mank op een aantal elementen, want Nederland bezet Afghanistan/Uruzgan niet, maar is in Uruzgan aanwezig in NAVO-verband met instemming en in nauwe samenwerking met de Afghaanse regering. Ten tweede worden Afghaanse patiënten zeker niet als tweederangs patiënten behandeld, maar zal er in een MASCAL-situatie wel triage plaatsvinden zoals wereldwijd gebruikelijk […]. Ten derde is de Nederlandse inzet bedoeld om de situatie in Afghanistan/Uruzgan zo stabiel te krijgen dat er sprake kan zijn van wederopbouw door de Afghaanse bevolking zelf en IGO’s, NGO’s etc. Naast noodhulp (staat nooit ter discussie hoop ik) is het militair-geneeskundig personeel oprecht bezig haar taken uit te voeren voor elke patient weer. Indien deze zaken een positieve uitstraling helpen geven aan de Nederlandse inzet is dat gewoon meegenomen.”

Terug naar Boven

 

9 APRIL 2007

Op 9 april 2007 publiceerden zowel The New York Times als de International Herald Tribune de eerste foto's van een gewonde Nederlander tijdens de missie in Uruzgan. Deze foto's haalden de media in Nederland slechts zijdeling.

Het gaat om foto's van Tyler Hicks die zijn gemaakt tijdens een gezamenlijke patrouille van een Nederlands peloton en een Afghaanse sectie in de omgeving van het oord Surkh-Murghab in de provincie Uruzgan op 4 april 2007. Tijdens de patrouille raakten 3 militairen gewond: 2 Afghanen en 1 Nederlander, de soldaat der eerste klasse Rob. Later bleek dat het hier om een verwonding door eigen vuur ging; soldaat Rob raakte lichtgewond in zijn nek door rondvliegende hulzen van het Oerlikon 25 mm-snelvuurkanon, toen het boordwapen terugvuurde op eenTaliban-hinderlaag.

De Volkskrant meldde op 11 april 2007 dat de foto is gepubliceerd met toestemming van het Ministerie van Defensie.

Via de websites van beide Amerikaanse kwaliteitskranten kon tevens een film van 4 minuten en 41 seconden worden bekeken van cameraman Adam B. Ellick en van commentaar voorzien door The New York Times-journalist C.J. Chivers. In Chivers' artikel worden verder nog de Nederlanders sergeant Leendert, sergeant John en eerste luitenant Marcel genoemd.

Hieronder enkele foto's uit de serie van fotograaf Tyler Hicks. Waar Nederlanders nog herkenbaar in beeld waren, zijn deze door de webbeheerder met een zwart balkje onherkenbaar gemaakt:

Het kaartje met daarop het verloop van de gevechten (© kaart: The New York Times)

Rechts sergeant Leendert, links de kapitein van de sectie Afghanen (© foto: The New York Times en Tyler Hicks)

In dekking voor de Taliban (© foto: The New York Times en Tyler Hicks)

De Nederlander is gewond geraakt en wordt in veiligheid gebracht (© foto: The New York Times en Tyler Hicks)

Verdere behandeling van de Nederlander vindt plaats (© foto: The New York Times en Tyler Hicks)

Uiteindelijk kan tussen twee voertuigen veilig eerstehulpverlening plaatsvinden (© foto: The New York Times en Tyler Hicks)

Sergeant Leendert schreeuwt bevelen (© foto: The New York Times en Tyler Hicks)

De lichtgewonde Nederlander wordt een Amerikaanse Black Hawk-helikopter in geholpen (© foto: The New York Times en Tyler Hicks)

Terug naar Boven

 

CHORA EN DE VERGELIJKING MET HEUVEL 325

In het Algemeen Dagblad van 22 juni 2007 vertelde de toenmalige commandant van de Battle Group (BG) van de Task Force Uruzgan, luitenant-kolonel Rob Querido, het verhaal over de recente strijd in de vallei rond Chora, een kruispunt van handelswegen in Uruzgan.

Volgens Querido vochten zo’n 1.000 Nederlandse militairen samen met 100 militairen van de Afghan National Army (ANA) tegen ± 1.500 Taliban-strijders.

Het waren de Nederlanders die de zwaarste gevechten voor hun rekening namen: “Op anderhalf peloton na hebben we de hele Battle Group in de strijd geworpen.”

Volgens Querido stond het water de Nederlanders aan de lippen: “Onze laatste oorlogshelden waren de mannen die in Korea een heuvel veroverden [*]. Nu hebben we er flink wat helden bij.”

In de nacht van zondag 17 op maandag 18 juni (om 04.00 uur) zetten de Taliban een massale aanval in; politieposten werden onder de voet gelopen. De Nederlanders in de Chora-vallei raakten omsingeld in een gebied van 2 bij 2 km. Mogelijkheden de eenheid te evacueren ontbraken. De enige kans was zich een weg naar buiten te vechten: “Wij besloten toen dat Chora niet mocht vallen. Als Chora valt, is dat het einde van de missie.”

Dat liet slechts één optie over voor de Nederlanders: zij zouden de aanval inzetten. Dinsdagochtend 19 juni om 10.00 uur begonnen de Nederlanders de grootste tegenaanval in de naoorlogse vaderlandse geschiedenis.

Het dodental onder de Taliban wordt geschat op 4à 500. Chora was gered van de Taliban.

* De heuvel waar de overste Querido op doelt is Heuvel 325 (Hill 325). Hiernaast het historisch perspectief van deze heuvel...

Tijdens de Korea-oorlog was het Nederlandse bataljon – het Nederlands Detachement Verenigde Naties (NDVN) – onder bevel gesteld van de Amerikaanse 2nd Infantry Division, 38th Infantry Regiment.

Ten tijde van de Slag om Heuvel 325 was de bevelhebber van de Amerikaanse divisie generaal-majoor Clark L. Ruffner, de Nederlandse bataljonscommandant luitenant-kolonel Marinus den Ouden. Bij de aanval op Hoengsong, in de nacht van 12 februari 1951, kwam hij met een groep militairen in een hinderlaag terecht en sneuvelde; 16 andere Nederlanders kwamen daarbij eveneens om het leven.

Hoewel het moreel van de troepen – onder andere door de dood van Den Ouden – niet florissant was, moest het front van de VN-troepen worden gehandhaafd. Eén van de doelen om het handhaven te bewerkstelligen was de herovering van Hill 325, strategisch belangrijk gelegen op ± 15 km ten westen van het oord Wonju. De heuvel moest tot elke prijs behouden blijven, omdat anders omsingeling van de VN-troepen zou dreigen. Eerst moest de heuvel echter worden heroverd.

Links van het Nederlandse bataljon lag een Amerikaans bataljon, ter rechterzijde 187th Airborne Regiment, terwijl de heuvel hardnekkig werd verdedigd door een overmacht aan Chinese troepen.

Op 13 februari 1951 werd de aanval op Heuvel 325 ingezet, maar militairen van het NDVN slaagde er pas bij de 3de bestorming in om de heuvel te heroveren. In man-tot-mangevechten, met het bajonet op het geweer geplaatst, werd de heuvel heroverd op de Chinezen. De eerste stormaanval, waaraan de A-compagnie had deelgenomen, mislukte: per ongeluk werden de troepen in stelling door Zuid-Afrikaanse vliegtuigen onder vuur genomen. Daarbij werden 2 Nederlanders gedood.

Heuvel 325 werd met uiterste inspanning bij de derde bestorming veroverd door de A-compagnie, gesteund door Amerikaans artillerie- en mortiervuur. De gevechtsacties waren een zware beproeving voor het NDVN geweest, maar de heuvel was weer in geallieerde handen.

Voor haar prestaties in Hoengsong en Wonju werd het NDVN beloond met de Distinguished Unit Citation van de president van de Verenigde Staten. Twee militairen die deelnamen aan de verovering kregen bovendien de Militaire Willemsorde: eerste luitenant Johannes Anemaet, plaatsvervangend commandant van de A-compagnie én leider van de succesvolle bestorming en – postuum – soldaat Johan Frans Ketting Olivier, die deel uitmaakte van het 75 mm Terugstootloze Vuurmond (TLV) peloton van de Ondersteuningscompagnie (Ostcie).

Terug naar Boven

In de Volkskrant van 23 juni 2007 volgde een reconstructie van de gebeurtenissen in Chora van 15 t/m 19 juni 2007. De afbeeldingen behorende bij deze reconstructie staan hier:

Vrijdagavond 15 - zaterdagmiddag 16 juni

 

Nacht van zaterdag 16 op zondag 17 juni

 

Zaterdag 16 t/m dinsdag 19 juni

Dinsdagochtend 19 juni

 
De Slag om Chora werd gevoerd door de Battle Group 3. De elementen uit deze BG waren hoofdzakelijk afkomstig van 42 Pantserinfanteriebataljon Limburgse Jagers. De compagnie die daadwerkelijk de White Compound in Chora verdedigde, was de C-Compagnie van 13 Infanteriebataljon Luchtmobiel RSPB.

Klik hier voor een PowerPoint-voorstelling van de afbeeldingen hierboven.

Terug naar Boven

 

links

Dit is een overzicht van de meest bruikbare links voor actuele informatie over de missie in Uruzgan.

Aangezien - volgens het 'ISAF Stage III Uruzgan Communicatieplan' van de Directie Voorlichting en Communicatie van het Ministerie van Defensie (d.d. 12 juli 2006) - "alle officiële uitingen van en namens Defensie [...] op een professionele wijze gerealiseerd [moeten] worden", betekent zulks dat de eerste officiële nieuwsbronnen voor Uruzgan de websites van de International Security Assistance Force (ISAF), het Ministerie van Defensie en de krijgsmachtdelen zijn.

Niettemin kunnen de volgende websites van harte worden aanbevolen:

Terug naar Boven

 

AFGHAN ERADICTION FORCE (AEF)

Afgekort: AEF. Letterlijk: Afghaanse uitroeiingsmacht.

De counter-narcotics unit AEF – voortgekomen uit de Central Poppy Eradication Force (CPEF) – is ook in Uruzgan aan het werk. De provincie Uruzgan is samen met buurprovincie Helmand de grootste producent van papaver – de grondstof voor opium.

De Afghaanse overheid slaagt er niet in om de boeren op het platteland alternatieven te bieden voor de winstgevende handel, deels omdat de Afghaanse overheid nauwelijks georganiseerd is, ten dele omdat er amper alternatieven zijn.

Aangestuurd vanuit Kabul voert de door het Amerikaanse State Department´s Bureau for International Narcotics and Law Enforcement Affairs (INL) opgerichte én getrainde eenheid de uitroeiing van de papavervelden uit. Boeren wordt hardhandig gedwongen te stoppen met de papaverteelt; met militair vertoon worden papavervelden rücksichtslos omgeploegd. Daar komt bij dat de Amerikanen niet naar alternatieven zoeken en géén schadeloosstellingen betalen. Terwijl aan de ene kant de Nederlandse militairen de hearts & minds, ook die van de papaverboeren, proberen te veroveren, vernietigen de Amerikanen duizenden hectare papaverveld én broodwinning.

Officieel is de AEF gebonden aan 2 voorwaarden:

  • kleine opiumboeren moeten worden ontzien
  • alle stammen dienen even zwaar te worden getroffen

Beide voorwaarden grenzen in de praktijk aan het irreŽle. Het vernietigen van oogsten, terwijl er geen alternatieven voorhanden zijn, is meedogenloos en werkt contraproductief voor het winnen van de hearts & minds van de Uruzgani. Bevreemdend hieraan is dat de Nederlanders de acties van de AEF ondersteunen, bijvoorbeeld met gevechtshelikopters.

De AEF bestaat uit:

  • contractors van de Amerikaanse private military company (PMC) DynCorp (omdat zij, met Duitsland aan de leiding, de Afghaanse politiemacht trainen en uitbouwen)
  • huurlingen van het Afghaanse Ministerie van Binnenlandse Zaken
  • leden van de Afghan National Police

De verdelgingseenheid AEF wordt geleid door de Amerikaan Doug(las) Wankel.

Uiteindelijk zijn de pogingen van de AEF om in Uruzgan de papaveroogst te vernietigen na 2 weken mislukt. Volgens vml. Task Force Uruzgan-commandant Hans van Griensven toont dat gegeven aan dat er andere wegen noodzakelijk zijn om de toestand in Uruzgan te verbeteren.

Terug naar Boven

 

POLICE MENTORING TEAM

Afgekort: PMT. Ook genaamd: ANP Training & Mentoring Team. OMLT ten behoeve van het politionele apparaat (Afghan National Police).

Een PMT, bestaande uit infanteristen van de Koninklijke Landmacht en leden van de Koninklijke Marechaussee, leidt Afghanen op voor het werk van politieagent binnen de Afghan National Police. Bij hun optreden worden ze in raad en daad bijgestaan.
De militairen richten zich vooral op de beveiliging van de KMar-collega’s zodat die zich op hun specifieke mentorrol kunnen richten. Het optreden is gekarakteriseerd als “groen met een dikke blauwe rand”: de infanterie draagt ook zorg voor het aanleren en mentoren van tactieken in het kader van zelfverdediging.”

Aanvankelijk waren er drie PMT’s, in 2009 al vijf. Vanaf de start vielen de PMT’s organisatorisch onder het Provinciaal Reconstructie Team (PRT), maar vanaf medio 2009 onder de Battle Group (BG).

Op 4 december 2008 werd het eerste Nederlandse PMT officieel aangesteld. De Nederlandse PMT’s startten met het begeleiden van politieagenten uit de districten Deh Rawod en Tarin Kowt die in voorafgaande maanden het Amerikaanse Focused District Development (FDD)-programma hadden doorlopen.

Een team, bestaande uit tien personen – teamcommandant en instructor/mentor van de KMar, een onderofficier van de KL die optreedt als C-Force Protection Group en zeven onderhebbenden (korporaals en soldaten) – treedt op met een Bushmaster-pantserwielvoertuig.

Terug naar Boven

 

wapens van de taliban

Eén van de favoriete wapens van de Taliban is de 107 mm raket van Chinese makelij.

Terug naar Boven

 

IN MEMORIAM

Sinds fase-III van de International Security Assistance Force (ISAF) is de Nederlandse krijgsmacht de volgende collega's ontvallen:

22 mei 2010

Rond 13.00 uur lokale tijd komt de 25-jarige korporaal der eerste klasse Luc Janzen van 42 Pantserinfanteriebataljon Limburgse Jagers om het leven door een aanslag op zijn Mercedes Benz-voertuig met een improvised explosive device (IED) in de buurt van patrol base Anar Juy aan rand van de Tangi vallei (tussen Tarin Kowt en Deh Rawod). Bij hetzelfde incident sneuvelden ook een Franse kapitein der genie en een Afghaanse tolk, en raakten vier andere Nederlandse militairen gewond.

 

17 april 2010

Bij een aanslag met een improvised explosive device (IED) sneuvelen twee militairen: de 29-jarige korporaal der mariniers Jeroen Houweling en de 23-jarige marinier Marc Harders. De mariniers zijn afkomstig van 1 Mariniersbataljon van de Van Braam Houckgeestkazerne in Doorn. Houweling en Harders patrouilleerden in een gepantserd BSV-10 Viking-rupsvoertuig. Het voertuig maakte deel uit van een eenheid die bezig was met een operatie in het westelijke Deh Reshan-gebied, ten noordwesten van Tarin Kowt, een gebied waarvan bekend is dat er Taliban-strijders actief zijn.

 

7 september 2009

De 44-jarige sergeant-majoor Mark Leijsen komt rond 14.00 uur lokale tijd om het leven door een aanslag met een improvised explosive device (IED) in de buurt van de vooruitgeschoven post Tabar, negen kilometer ten noordwesten van Kamp Holland op de westoever van het Deh Reshan-gebied. Leijssen maakte in Uruzgan deel uit van het Operational Mentor and Liaison Team (OMLT), dat zich bezighoudt met de begeleiding van de Afghan National Army (ANA) tijdens operaties en trainingen.

 

6 september 2009

Bij vuurcontact met Opposing Militant Forces (OMF) ten noorden van Deh Rawod in Uruzgan, komt de 26-jarige korporaal Kevin van de Rijdt van het Korps Commandotroepen om het leven. Van de Rijdt, die deel uitmaakte van de Task Force 55 (TF-55), overleed aan zijn schotverwondingen.

 

6 april 2009

Om 18.00 uur lokale tijd is in Uruzgan de 20-jarige soldaat der eerste klasse Azdin Chadli bij een raketaanval op Kamp Holland in Tarin Kowt om het leven gekomen. Vijf andere Nederlanders en twee Afghanen raakten gewond. Van de Nederlandse gewonden zijn er twee, onder wie een vrouw, voor behandeling overgebracht naar het hospitaal op Kandahar Air Field (KAF). Het is de eerste keer dat personeel is getroffen bij een raketaanval op Kamp Holland.

 

19 december 2008

De 24-jarige sergeant Mark Weijdt komt om het leven als hij rond 14.00 uur lokale tijd tijdens een vuurgevecht in de Baluchi-vallei op een improvised explosive device stapt. De bij 12 Infanteriebataljon Luchtmobiel AASLT Regiment Van Heutsz in Schaarsbergen gelegerde onderofficier was met zijn eenheid bezig aan een meerdaagse operatie, die bijna was afgerond, in een gebied waar de Nederlanders nog nauwelijks waren geweest. De operatie was bedoeld om contact te maken met de bevolking.

 

7 september 2008

Bij een aanslag met een improvised explosive device (IED) op 3 km van de forward operating base (FOB) Qudus in de Baluchi-vallei, komt rond 15.00 uur lokale tijd de soldaat der eerste klasse Jos ten Brinke van 41 Pantsergeniecompagnie om het leven. Ten Brinke, organiek YPR-chauffeur, zat achterin een YPR van 45 Painfbat toen deze op een IED reed. Nog eens vijf andere Nederlandse militairen raken gewond.

 

18 april 2008

Bij een aanslag met een improvised explosive device (IED), rond 07.30 uur lokale tijd, op ± 12 km ten noordwesten van Kamp Holland in het Deh Reshan gebied komen de 22-jarige soldaat der eerste klasse Mark Schouwink en de 23-jarige eerste luitenant Dennis van Uhm om het leven. Van Uhm is de zoon van de één dag eerder aangetreden nieuwe Commandant der Strijdkrachten (CDS), generaal Peter van Uhm. Beide militairen, die deel uitmaken van 45 Pantserinfanteriebataljon Regiment Infanterie Oranje Gelderland (RIOG), zaten in hetzelfde voertuig.

 

12 januari 2008

Bij een vuurgevecht in de buurt van de Nederlandse basis Camp Hadrian in Deh Rawood komen rond 21.00 uur Afghaanse tijd de 20-jarige soldaat Wesley Schol en de 22-jarige korporaal Aldert Poortema om het leven door friendly fire tijdens een langdurig vuurgevecht tussen eenheden van de Task Force Uruzgan en de Opposing Militant Forces. Beide militairen zijn afkomstig van 44 Pantserinfanteriebataljon Regiment Johan Willem Friso op de Johannes Postkazerne te Havelte. Het is voor het eerst sinds de Tweede Wereldoorlog dat er Nederlandse militairen door eigen vuur omkomen.

 

3 november 2007

De 21-jarige korporaal Ronald Groen komt om het leven als de Fennek waarin hij zit 5 km ten noordwesten van de forward operating base Poentjak op een improvised explosive device (IED) rijdt. Groen is afkomstig van 43 Gemechaniseerde Brigade, gelegerd op de Johannes Postkazerne in Havelte.

 

20 september 2007

Bij een vuurgevecht op 5 km noordelijk van de Nederlandse basis in Deh Rawood, net ten zuiden van de forward operating base Volendam, komt de 20-jarige soldaat der eerste klasse Tim Hoogland van de Bravo Compagnie van 13 Infanteriebataljon Luchtmobiel AASLT Regiment Stoottroepen Prins Bernhard om het leven.

 

26 augustus 2007

Bij de Cutu-brug (Cutu-crossing), 12 km ten noorden van de Nederlandse basis in Deh Rawood, stapt sergeant der eerste klasse Martijn Rosier van 111 Pantsergeniecompagnie uit Wezep op een improvised explosive device (IED). Hij is op slag dood.

 

12 juli 2007

In het Centraal Militair Hospitaal in Utrecht overlijdt de eerste luitenant Tom Krist van 42 Pantserinfanteriebataljon Regiment Limburgse Jagers (42 BLJ) aan de verwondingen die hij op 10 juli 2007 opliep bij een zelfmoordaanslag op de bazaar in Deh Rawood.

 

18 juni 2007

Bij gevechtshandelingen rondom het oord Chora komt de 44-jarige sergeant-majoor Jos Leunissen van 13 Infanteriebataljon Luchtmobiel AASLT Regiment Stoottroepen Prins Bernhard om het leven.

 

15 juni 2007

De 20-jarige soldaat der eerste klasse Timo Smeehuijzen van 42 Pantserinfanteriebataljon Regiment Limburgse Jagers komt bij een zelfmoordaanslag om het leven.

 

20 april 2007

De 21-jarige korporaal Cor Strik van 11 Infanteriebataljon Luchtmobiel AASLT Garderegiment Grenadiers en Jagers komt om het leven nadat hij op een bermbom is gestapt.

 

6 april 2007

De 33-jarige sergeant der eerste klasse Robert Donkers, Algemeen Militair Verpleegkundige bij de B-Compagnie van 42 Pantserinfanteriebataljon Regiment Limburgse Jagers, overlijdt bij een ongeval met een Patria-pantserwielvoertuig.

 

11 oktober 2006

Sergeant Willem Dijkstra van de genie berooft zich van het leven.

 

31 augustus 2006

De 29-jarige kapitein-vlieger Michael Donkervoort crasht met zijn F-16.

 

26 juli 2006

Bij een ongeval met een Russische MI-8 helikopter in de provincie Paktia komen de 47-jarige luitenant-kolonel Jan van Twist van de Koninklijke Luchtmacht én de 29-jarige sergeant Bart van Boxtel van 11 Infanteriebataljon Luchtmobiel AASLT Garderegiment Grenadiers en Jagers om het leven.

Terug naar Boven

Laatste update:25.09.2013