Inhoudsopgave V
Terug naar de homepage
 

Maak uw keuze uit de hieronder getoonde lijst

 

VAANDEL

Duits: Fahne. Engels: colours. Frans: drapeau. Het woord 'vaandel' kwam vroeger ook voor in de betekenis van 'compagnie'.

Het vaandel bestaat uit het vaandeldoek, de vaandelstok met vaandeltop en een koord met vaandelkwasten. Het vaandeldoek wordt als hoogste blijk van waardering voor getoonde inzet, daden en (krijgs)verrichtingen door of namens de regerend Vorst(in) uitgereikt. Aan het vaandel worden dezelfde eerbewijzen gebracht als aan de Koning(in).

In vroeger tijden was het vaandel de herkenningsvlag van de onbereden wapens, van oorsprong bij de infanterie. Bij de bereden wapens - de eenheden die voor 1940 te paard opereerden: artillerie, cavalerie (ruiterij), Koninklijke Marechaussee en Regiment Wielrijders - is het equivalent van het vaandel de standaard.

Tot 24 september 2002 voerden artillerie-eenheden geen vaandel of standaard maar een sjabrak: op deze datum, tijdens de viering van 325 jaar artillerie, reikte Koningin Beatrix op de Legerplaats bij Oldebroek standaarden uit aan het Korps Rijdende Artillerie en het Korps Veldartillerie - de enige onderdelen van de Koninklijke Landmacht die tot op dat moment geen onderdeelvlag hadden - en een vaandel aan het Korps Luchtdoelartillerie.

Aan het vaandel van het Regiment Van Heutsz zijn zowel de Militaire Willems-Orde als de Atjehmedaille bevestigd.

Het vaandeldoek hangt aan de bovenkant van de vaandelstok. De vaandeldrager draagt het vaandel met behulp van een riem die zowel om de heup als over de schouder en de borst (bandelier) valt. Hieraan is de vaandelstokhouder (schoen) bevestigd. Gestoken in de schoen, draagt de vaandeldrager met de rechterhand het vaandel verticaal.

De Korps- of Regimentsadjudant treedt bij ceremoniële plechtigheden, zoals een beëdiging, commando-overdracht, defilé e.d., op als vaandeldrager. Vroeger was de vaandrig (infanterie) of kornet (cavalerie) de vaandeldrager, maar ook de oudste adjudant, "een sterke onderofficier, die men vertrouwen kan" (H.M.F. Landolt) mocht wel het vaandel dragen.

Op 14 september 2006 reikte de Commandant Landstrijdkrachten, luitenant-generaal Peter van Uhm, op de markt in Ermelo het vaandel van het heropgerichte Regiment Infanterie Oranje Gelderland (RIOG) uit aan de commandant van 45 Pantserinfanteriebataljon, luitenant-kolonel Kees de Rijke.

In vroeger tijden gebruikten strijdmachten het vaandel als herkenningsteken voor strijdende troepen te velde (veldteken). Met het ontplooide vaandel werden niet alleen commando's geseind die in het kabaal van de strijd verbaal onhoorbaar waren, het vaandel markeerde ook de positie van de eenheidscommandant en hielp ter oriëntatie bij het handhaven van de opmarsrichting op het gevechtsveld. Sloeg de eenheid in het gevecht uiteen, dan konden guides (richtmannen) en het vaandel de hoofdrichtingslijn herbevestigen.

Het vaandel symboliseert verleden, heden en toekomst van de eenheid. Door de vermelding van de krijgsverrichtingen worden de daden, offers en gevallenen voor de herinnering bewaard en geëerd. Daarnaast verbeeldt het vaandel de verbondenheid en trouw aan Koning(in) en Vaderland. Dit is de reden dat aan ontplooide vaandels en standaarden de hoogste eerbewijzen worden gebracht. Ook van ongeüniformeerden (burgers) wordt verwacht dat ze een eerbewijs brengen of, in elk geval, gaan staan als ze daartoe in staat zijn.

Tekst van Abraham Kuyper (1837-1920), minister-president van 1901 tot 1905. De passage verscheen in 1906 voor het eerst in Onze Gids van de Nationale Christen Onderofficieren Vereniging, de voorloper van de Algemeen Christelijke Organisatie van Militairen (ACOM).

Vaandels en standaarden zijn gebonden aan vorm, uiterlijk en afmetingen, zoals aan het einde van de 19de eeuw is vastgelegd:

Het vaandeldoek is een groot vierkant dundoek van oranjekleurige zijde: dubbelzijdig gevoerd en onafgebroken omzoomd met een franje van gouddraad. De kleur oranje verwijst direct naar de familie Van Oranje-Nassau.

De rand van het vaandeldoek is een in goud geborduurde bloemslinger (guirlande), behalve bij de vaandeldoeken van de Garderegimenten. Die zijn omgeven met een 10 mm brede rand van goudgalon en omzoomd met een franje van gouddraad die om de 25 mm is onderbroken door twee spiraalvormig om elkaar gedraaide draden van goud (torsade).

Het vaandel van 4 Regiment Infanterie (4 RI), van 1853 en tot 1940 in de slagorde.

Aan de stokzijde heeft het vaandeldoek een broeking waar de vaandelstok doorheen geschoven wordt.

Het vaandel meet 87 bij 87 centimeter; bij gemechaniseerde eenheden 60 bij 60 cm. Het doek van de standaard is kleiner: 50 bij 50 cm.

Op de voorkant van het vaandeldoek zijn geborduurd:

► de naamletter van de Vorst(in) die het vaandel uitreikte (midden)
► de Koninklijke kroon (midboven)
► de naam van het Korps, Regiment, wapen of groter verband - zoals de Koninklijke Luchtmacht of onderdelen van de marine: Eskader, Marine Luchtvaartdienst, Mijnendienst of Onderzeedienst
► de opschriften die herinneren aan de belangrijkste krijgsverrichtingen (vanaf 1896)

De vaandelopschriften zijn per afzonderlijk Koninklijk Besluit vastgelegd.

Op de achterkant van het vaandeldoek bindt het lint in de kleuren van de Militaire Willems-Orde een eiken- (links) en lauwertak (rechts) samen die het Rijkswapen omgeeft. Beide vaandeldoekzijden zijn voorzien van een ononderbroken oranjetak. De vaandeldoeken worden sinds 1893 geborduurd in plaats van beschilderd.

In 1816, na de val van Napoleon, stelde luitenant-generaal Ralph Dundas Tindal (1773-1834) aan Koning Willem I voor om naar Frans voorbeeld vaandels in te stellen én toe te kennen aan de afdelingen infanterie. In 1820 werden de eerste vaandels en standaarden uitgereikt: zeventien vaandels aan evenzoveel afdelingen nationale infanterie en standaarden aan de afdelingen Kurassiers No. 1, 2, 3 en 9, het regiment Lansiers No. 10, de regimenten Dragonders No. 4 en 5 en de regimenten Huzaren No. 6 en 8.

Schilder Jan Willem Pieneman (1779-1853) maakte voor Koning Willem I een ontwerp met de naamletter 'W' en de naam van het Korps of Regiment aan de voorkant en het Rijkswapen op de achterkant, beiden geschilderd op een oranje veld van zijde. Dit ontwerp dient nog steeds als voorbeeld, met dien verstande dat de naamletter wordt aangepast aan die van de regerend Vorst(in).

De houten vaandelstok is matzwart gelakt. De vaandelstok, met een diameter van 3,2 cm, meet 2 meter 50: bij gemechaniseerde eenheden 2 meter 20 en bij standaarden 2 meter. Bovenin is de vaandeltop van verguld messing aangebracht.

De vaandeltop, ontworpen door beeldhouwer Gilles Lambert Godecharle (1750-1835), toont de liggende Statenleeuw op een voetstuk en daaronder een lauwerkrans.

In zijn rechterklauw draagt de leeuw een opgeheven zwaard; zijn linkerklauw rust op een bundel van zeven pijlen, als symbool voor de oorspronkelijke zeven provinciën en samenwerking. Bij het vooraanzicht van het vaandeldoek dient de leeuw met de kop naar links gewend de toeschouwer aan te kijken.

Het voetstuk meet 17 (lengte) bij 7 (breedte) bij 7 (hoogte) cm. Op de korte zijden hiervan staat in hoogreliëf de gekroonde naamletter van de Koning(in). Omsloten door een slang in hoogreliëf, die zichzelf in de staart bijt (ouroboros) als symbool voor de keer op keer hernieuwde band tussen de eenheid met Koning(in) en Vaderland, staat op de lange zijden in hoogreliëf het opschrift 'Koning(in) en Vaderland'.

Onder het voetstuk, maar boven het vaandeldoek, bevindt zich een eikenkrans als symbool voor getoonde militaire moed. Aan de eikenkrans is een buis bevestigd, waaraan het goudkleurige koord met twee ongelijk hangende vaandelkwasten wordt vastgemaakt. Indien van toepassing worden hieraan ook aan de eenheid verleende dapperheidonderscheidingen en/of cravattes (linten) bevestigd.

De vaandeltop.

  
Vaandel van het Regiment Infanterie Johan Willem Friso (RI JWF), waarvan de geschiedenis terugvoert op het Regiment Rennenberg. Dit werd in 1577 opgericht door stadhouder George van Lalaing, Graaf van Rennenberg. Daarmee is het RI JWF het oudste infanterieregiment.

Het gebruik van het vaandel heeft tegenwoordig voornamelijk ceremoniële betekenis voor het betreffende Korps, Regiment, wapen of groter verband. Het bindt de eenheid in esprit de corps. Elke nieuw aangestelde militair - uitgezonderd dienstplichtigen die geen officier waren - legt na het beëindigen van zijn opleiding de eed of belofte 'op het vaandel' af: tijdens het uitspreken van de eed of belofte wordt met de linkerhand het vaandel vastgehouden.

Ook vroeger zworen militairen trouw op het vaandel. Het verlies van het vaandel vernederde zowel de eenheid als de vaandeldrager, die het dan ook met zijn leven verdedigde. Het opzettelijk en in oorlogstijd verlaten van het eigen onderdeel - vaandelvlucht (desertie) - werd ten zwaarste gestraft.

Het in- en uittreden van ontplooide vaandels en standaarden gaat altijd gepaard met het brengen van de eregroet door militairen.

Het vaandel kan ook worden gevoerd in een vaandelwacht of -groep (met meerdere vaandeldragers).

Met de gevoerde vaandels kan aan de Koning(in) een vaandelgroet - salueren met het vaandel - worden gebracht. Bij het passeren van het staatshoofd wordt het vaandel als ereblijk naar voren gebogen (genegen).

De vaandelwacht van het Regiment Van Heutsz. De commandant is uitgerust met pistool en klewang, de vaandeldrager met klewang in de schede en de overigen met klewang in de schede en karabijn M95 Hembrug.

Een vaandel- en standaardgroep van de Koninklijke Landmacht.

Een vaandelwacht kan gecombineerd zijn met een standaardwacht en/of met andere krijgsmachtdelen (interservice vaandelwacht van tenminste twee krijgsmachtdelen).

Faits divers:

► De vaandels van de geïnactiveerde Regimenten Infanterie Chassé en Menno van Coehoorn bevinden zich in het Infanteriemuseum in Harskamp.

► De 6de (POL) Luchtmobiele Brigade uit Krakow heeft de tradities van de 1ste Zelfstandige Poolse Parabrigade overgenomen. Aan haar vaandel worden zowel de Militaire Willems-Orde als een cravatte met de tekst 'Arnhem 1944' bevestigd. De 1ste Zelfstandige Poolse Parabrigade en de 82ste (USA) Airborne Division zijn als enige buitenlandse eenheden onderscheiden met de MWO.

► Op 27 augustus 1941 overhandigde Koningin Wilhelmina in het bijzijn van Prins Bernhard in Wolverhampton het vaandel aan de Koninklijke Nederlandse Brigade 'Prinses Irene'. Bij de deelname aan D-Day en haar vervolgopdrachten bleef het vaandel in Wolverhampton achter.

► Op het vaandel van het Regiment Verbindingstroepen staat het opschrift 'Rotterdam 1940', dat verwijst naar de inzet van de in deze stad gelegen opleidingseenheid voor de verbindingstroepen en het gevecht om de Vier Leeuwenbrug (Koningsbrug). Bij deze strijd sneuvelden negen militairen van de verbindingstroepen. Op de 25ste verjaardag van de verbindingsdienst als zelfstandig wapen, 1 mei 1974, reikte Prins Bernhard namens Koningin Juliana het vaandel uit aan het regiment.

► Op 11 april 1995 werd de fusie tussen de Garderegimenten Grenadiers (Staf-stafverzorgings- en A-compagnie van 11 Infanteriebataljon Luchtmobiel) en Jagers (B- en C-compagnie) een feit. Koningin Beatrix reikte, in aanwezigheid van Prins Willem-Alexander, op de Oranjekazerne in Schaarsbergen het nieuwe vaandel uit aan Regimentscommandant luitenant-kolonel Peter van Uhm.

► Op 8 oktober 1951 ontving het Regiment Infanterie Johan Willem Friso uit handen van Koningin Juliana het vaandel.

► Het Cadettencorps van de Koninklijke Militaire Academie heeft sinds 1903 een eigen vaandel. Het huidige, vernieuwde vaandel is in 1978 door de burgerij als geschenk aangeboden ter gelegenheid van het 150-jarig bestaan van de KMA.

► In 1954 zijn de traditionele gouden kwasten en koorden aan het vaandel van het Garderegiment Fuseliers 'Prinses Irene' vervangen door oranjeblauwe invasiekoorden en kwasten.

►Op 22 december 1955 reikte Koningin Juliana het vaandel uit aan het Korps Commandotroepen.

► Op 29 april 1949 reikte Prins Bernhard in 's-Hertogenbosch het vaandel uit aan het Regiment Stoottroepen. Op 31 augustus 1982 hechtte Koningin Beatrix op voordracht van het Voormalig Verzet in de Tweede Wereldoorlog aan dit vaandel het Verzetsherdenkingskruis en op 28 juni 2002 hechtte Prins Bernhard op Paleis Soestdijk zelf de cravatte met daarop de nieuwe naam van het regiment.

► Op 7 maart 2001 reikte Koningin Beatrix in Bussum het vaandel uit aan het nieuw opgerichte Regiment Bevoorradings- en Transporttroepen.

►Op 14 april 1979 reikte Koningin Juliana op de Korporaal van Oudheusdenkazerne in Hilversum aan het Regiment Geneeskundige Troepen het vaandel uit.

Het olieverfschilderij 'Vaandeluitreiking door Wilhelmina, koningin der Nederlanden (1880-1962), op het Malieveld te 's-Gravenhage op 21 september 1893' van Jan Hoynck van Papendrecht.

Op het Malieveld in Den Haag reikte Koningin Wilhelmina die dag, in tegenwoordigheid van en ter zijde gestaan door haar moeder Koningin-regentes Emma, tien vaandels en drie standaarden uit.

Staand in een open rijtuig overhandigde de toen 13-jarige Majesteit onder meer vaandels aan het Regiment Grenadiers en Jagers, 1 Regiment Huzaren, 2 Regiment Infanterie, 3 Regiment Infanterie en 6 Regiment Infanterie.

Zie ook: cravate, desertie, eed en Militaire Willems-Orde en vlaggenband (uitzendlint).

Terug naar Boven

 

VAANDELGROET

Duits: Fahnen senken. Engels: flourish; lowering the colours. Frans: salut au drapeau. Salueren van dan wel met het ontplooide vaandel. Bij het groeten met het vaandel brengt de vaandeldrager de vaandelstok in horizontale stand (nijgen), zonder dat het vaandeldoek de grond raakt.

Het nijgen van het vaandel is een eerbewijs dat alleen is voorbehouden aan gekroonde hoofden, familieleden in de lijn van troonopvolging en Staatshoofden: een eregroet en aanhankelijkheidsbetuiging van de eenheid aan de Koning(in). Het brengen van een vaandelgroet is niet uitsluitend voor de krijgsmacht, maar ook aan bijvoorbeeld exercitiegenootschappen, schuttersgilden, schutterijen en studentenweerbaarheden.

De Koning(in) passeert nooit een ontplooid vaandel zonder het te groeten. Daarbij betuigt hij/zij respect voor alle heldhaftige verrichtingen en gebrachte offers. De vaandelgroet wordt bijvoorbeeld gebracht bij het betreden en verlaten van een paleis van de Koning(in) of op Prinsjesdag bij het betreden en verlaten van de Ridderzaal op het Binnenhof in Den Haag.

Ter gelegenheid van het jubileum 200 jaar Koninklijke Landmacht wordt op 9 januari 2014 op Plein 1813 in Den Haag de vaandelgroet gebracht aan Koning Willem-Alexander.

Zie ook: vaandel.

Terug naar Boven

 

VAANDELMARS

Eresignaal dat wordt geblazen of geslagen bij het in- of uittreden van een vaandelwacht, d.w.z. bij het in- of uittreden van vaandels of standaarden. Tevens een signaal dat werd geblazen of geslagen bij het hijsen of strijken (neerhalen) van een vlag; dit laatste gebruik is verouderd.

Wanneer een muziekkorps of trompettist bij een plechtigheid is ingedeeld, dan worden na het eresignaal vaandelmars de eerste vier maten uit het eerste couplet van het Wilhelmus gespeeld.

De mars is gecomponeerd door Bartholomeus Ruloffs (1741-1801).

Zie ook: vaandel, vaandelwacht en Wilhelmus.

Terug naar Boven

 

VAANDELWACHT

Duits: Fahnenwache. Engels: colour party. Frans: garde du drapeau. De vaandelwacht - vroeger ook: vaandelpeloton - bewaakte oorspronkelijk letterlijk het vaandel. Tegenwoordig beschermt de vaandelwacht met name de symbolische waarde. De vaandelwacht verplaatst zich nooit in de looppas en staat nooit in de tweede rust. Wanneer meerdere vaandels zijn ingedeeld, wordt een vaandelgroep samengesteld.

In 2009, tijdens het eerste lustrum van de Nederlands Veteranendag, voerde een interservice vaandelgroep van dertien militairen van alle krijgsmachtdelen onder meer de vaandels mee van de Koninklijke Luchtmacht en de Marine Luchtvaartdienst en de standaarden van het Korps Rijdende Artillerie en de Koninklijke Marechaussee.

De commandant vaandelwacht was afkomstig van de Koninklijke Marechaussee.

Van oudsher was de plaats van het vaandel midden 'in de troep'; de vaandelwacht, die alleen bestond uit officieren en onderofficieren, was dan ook in het midden van de eenheid gepositioneerd.

De vaandelwacht van het Regiment Geneeskundige Troepen. Het vaandel wordt hier gedragen door Regimentsadjudant John Ooms.

Tegenwoordig bestaat de vaandelwacht uit de commandant vaandelwacht (officier), de vaandeldrager (adjudant-onderofficier, in de regel de Korps- of Regimentsadjudant) en vijf militairen, onder wie tenminste één onderofficier. Er wordt naar gestreefd dat allen die deel uitmaken van de vaandelwacht zoveel mogelijk van gelijke lengte zijn.

De vaandelwacht bestaat uit twee gelederen van drie militairen met een onderlinge tussenruimte van één meter.

De vaandeldrager staat in het midden van het eerste gelid; links naast de militair in het voorste gelid is separaat de commandant vaandelwacht gepositioneerd.

Bij militaire plechtigheden waarbij het vaandel of de standaard is ingedeeld, draagt de vaandel- of standaardwacht het Dagelijks Tenue met zwarte gevechtslaarzen.

De commandant vaandelwacht en de vaandeldrager dragen op de heup aan de linkerkant het pistool Glock 17; de onderofficier en de overige militairen dragen het geweer Colt. Uit oogpunt van traditie hebben alle regimenten afwijkingen op het voorgeschreven tenue en/of de bewapening,

Een vaandelwacht van het garnizoen Assen bij een feestelijke mars door de stad in 1928.

De afwijkingen betreffen alle vaandelwachten (de Garderegimenten Fuseliers Prinses Irene en Grenadiers en Jagers, KMA en KMS, de Korpsen Commandotroepen, Luchtdoelartillerie, Militaire Administratie en Nationale Reserve, en de Regimenten Bevoorradings- en Transporttroepen, Geneeskundige Troepen, Genietroepen, Infanterie Johan Willem Friso, Infanterie Oranje Gelderland, Limburgse Jagers, Stoottroepen Prins Bernhard, Technische Troepen, Van Heutsz en Verbindingstroepen) en standaardwachten (de Korpsen Rijdende Artillerie en Veldartillerie en de Regimenten Huzaren Prins Alexander, Huzaren Prins van Oranje, Huzaren van Boreel en Huzaren Van Sytzama).

Vaandelwacht van het Korps Commandotroepen.

De vaandelwacht van de Hoofdcursus, één jaar voor de opheffing, voor de Henricuspoort van het Kasteel van Breda. Van 1869 tot 1928 stelde de Hoofdcursus aan de KMA onderofficieren in de gelegenheid om officier te worden, waarmee de cursus een voorloper was van de omscholing onderofficier tot officier (OOTO).

Alle door de commandant vaandelwacht gegeven commando's worden voorafgegaan door: "Vaandelwacht". In de eerste rust (houding) beperkt de vaandelwacht zijn bewegingen tot het minimum.

Als de vaandeldrager met het vaandel is ingetreden, wordt de vaandelwacht uigericht op het commando: "Vaandelwacht, op het vaandel, richten".

Overige commando's voor de vaandelwacht zijn:

Groet brengen

"Vaandelwacht, brengt groet"

Halt houden

"Vaandelwacht, halt"

In de eerste rust komen

"Vaandelwacht, in de houding, staat"

Marcheren op de plaats

"Vaandelwacht, markeert de pas, mars"

Marcheren vanuit de rusthouding

"Vaandelwacht, voorwaarts, mars"

Veranderen van richting

"Vaandelwacht, naar rechts / links zwenken, mars"

Bronnen: Exercitiereglement (VS 2-1592) en Defensiepublicatie 20-20 (DP 20-20, Handboek exercitie voor de krijgsmacht).

De vaandelwacht van het Regiment Van Heutsz, dat de tradities van het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger (KNIL) voortzet.

Op 15 augustus 2007 stond de vaandelwacht bij het Indisch Monument in de Scheveningse Bosjes (Den Haag) aangetreden bij de herdenking van de capitulatie van Japan.

Zie ook: Dagelijks Tenue (DT). gelid en vaandel.

Terug naar Boven

 

VAARSCHOOL

Ingeburgerde bijnaam van één van de locaties van het Korps Commandotroepen (KCT): het Trainingscentrum Waterrijkgebied (TCW).

De Vaarschool ligt aan de noordzijde van de Bergsche Maas onder de rook van de brug over de snelweg A27 bij Keizersveer (gemeente Raamsdonkveer), in het verlengde van de Maas, en sluit aan op Amer, Hollandsch Diep en Biesbosch. Aan de noordkant van de Bergsche Maas was de Pontonnierskazerne gevestigd, maar die is intussen gesloopt.

De Vaarschool wordt door de commando’s traditiegetrouw Tjilatjap genoemd. Tjilatjap, gelegen aan de Schildpadden-baai aan de zuidkust van West-Java, was in de jaren 1947-’49 de locatie van het boottrainingskamp van het Regiment Speciale Troepen. Hier werden landingsoperaties op de kust uitgevoerd. Tijdens de 1ste Politionele Actie werden landingen op Tjilatjap uitgevoerd

Op de Vaarschool vinden alle watergerelateerde (riverine) tactische trainingen plaats, zoals het aangrijpen van hindernissen op of aan het water, navigatie- en vaaroefeningen en het tactisch verplaatsen op en onder water: zwemmend (combat swim, duiken, drijfpakket), gemotoriseerd (powerboat, Rigid Hull Inflatable Boat, Zodiac) of enig ander hulpmiddel (kajak, kano e.v.a.).

Watergerelateerd optreden wordt in de regel gekenmerkt door nauwelijks bevaarde waterwegen en geringe communicatiemogelijkheden. Het Korps Commandotroepen werkt in dit specialisme nauw samen met het Amfibisch Verkenningspeloton van het Korps Mariniers (maritieme SF) en de Dienst Speciale Interventies (DSI). Ook reguliere eenheden maken gebruik maken van de faciliteiten die de Vaarschool voor opleiding, training en vorming biedt. Daarbij wordt in hoofdzaak geïnstrueerd op het gebied van het maken van een drijfpakket e.d.

De Vaarschool van het KCT mag niet worden verward met de Defensie Vaarschool.

Terug naar Boven

 

VAAR-WAL VERHOUDING

Van origine bij de Koninklijke Marine de verhouding tussen het personeel dat op de schepen vaart en het personeel dat aan de wal werkzaam is.

Bij uitbreiding van het begrip geldt de vaar-wal verhouding krijgsmachtbreed de verhouding tussen het personeel dat uitgezonden is en het personeel dat niet uitgezonden is. De toenmalige Chef Defensiestaf (CDS), luitenant-admiraal Luuk Kroon, zei hierover in het interview 'Ook Nederland kan vechten' in de Volkskrant d.d. 19 juni 2004: "Iedereen moet uitzendbaar zijn. Maar af en toe moeten militairen kunnen thuisblijven, dat noemen we bij de marine de vaar-wal verhouding. Momenteel worden veel 'rustfuncties' bezet door ouderen die we niet kunnen uitzenden. Daardoor ontstaat een onevenredig grote druk op anderen."

Terug naar Boven

 

VACCINATIE

Vaccineren is met een vaccin inenten tegen een bepaalde ziekte. Een vaccin is een uit verzwakte ziekteverwekkers bestaande entstof waarmee wordt ingeënt. In het kader van de Wet immunisatie militairen (1953) en de daaruit voortvloeiende Regeling immunisatie militairen (2002) wordt elke militair in werkelijke dienst ter gelegenheid van de opkomst gevaccineerd tegen:

bof, mazelen en rode hond (BMR)

difterie, tetanus en poliomyelitis (DTP)

hepatitis A en B

buiktyfus

Dit is het zgn. basispakket vaccinaties. Deze vaccinatie is nodig omdat militairen soms in omstandigheden werken met een groter risico op bepaalde infecties. Het basispakket vaccinaties krijgt de militair gevaccineerd op één van de verschillende gezondheidscentra óf bij de Dienst Militaire Gezondheidszorg (DMGZ) van de Arbodienst Koninklijke Landmacht, gehuisvest op de Luitenant-generaal Knoopkazerne (Mineurslaan 500, 3521 AG Utrecht).

De meest voorkomende bijwerkingen van de vaccinaties zijn:

bof, mazelen en rode hond (BMR)

5 à 12 dagen na vaccinatie koorts of roodheid rond de injectieplaats; soms opgezette halsklieren; 2 à 4 weken na vaccinatie gewrichtsklachten

difterie, tetanus en poliomyelitis (DTP)

roodheid, pijn of zwelling rond de injectieplaats; zelden is er sprake van hoofdpijn, koorts of moeheid

hepatitis A

geen bijwerkingen

hepatitis B

soms pijn, roodheid en zwelling rond de injectieplaats, die binnen 48 uur verdwijnt

buiktyfus

plaatselijk én binnen 24 uur lichte pijn, lichte zwelling en roodheid rond de injectieplaats; soms een lichte temperatuurverhoging

De ziektes waartegen de militair in het kader van het zgn. basispakket vaccinaties wordt gevaccineerd, worden op de volgende wijzen overgedragen:

BMR: bof

door inademen van besmet speeksel via neus of mond

BMR: mazelen

via contact met (de besmette adem van) patiënten met mazelen

BMR: rode hond

via contact met (de besmette adem van) patiënten met rode hond

DTP: difterie

via contact met besmette personen, besmette voorwerpen of wonden

DTP: tetanus

via bacteriën uit aarde, straatvuil of dierlijke ontlasting

DTP: poliomyelitis

via contact met besmette personen, voedsel en/of drinkwater

hepatitis A

via besmet voedsel en/of drinkwater

hepatitis B

door contact met bloed(producten) en door onveilige seks

buiktyfus

via besmet voedsel en/of drinkwater

De vaccinatiestatus van de militair wordt bijgehouden in het zgn. ‘Gele Vaccinatieboekje’: Internationaal Bewijs van Inenting tegen gele koorts, vastgesteld door het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

Het Gele Vaccinatieboekje is, behalve voor het noteren van de inenting tegen gele koorts, dus ook bedoeld voor alle andere vaccinaties die door de World Health Organization (Wereld Gezondheidsorganisatie, WHO) worden aanbevolen.

Zonder vaccinatie veroorzaken de ziekten:

BMR: bof

ziekte van de speekselklieren die in 5 op de 1000 keer complicaties geeft als hersen-(vlies)ontsteking; kan onvruchtbaarheid tot gevolg hebben

BMR: mazelen

veroorzaakt hoge koorts en huiduitslag; complicaties zijn oorontsteking, bronchitis, longontsteking en hersenontsteking

BMR: rode hond

ernstig voor het nog ongeboren kind; 1 op de 4 met rode hond besmette zwangere vrouwen loopt kans op een kind met een afwijking: doof, blind, geestelijke achterstand 

DTP: difterie

veroorzaakt verstikkingsgevaar; tast zowel hart als zenuwstelsel aan

DTP: tetanus

geeft een verkramping van de kaakspieren (kaakklem), die zich uitbreidt naar andere spieren, waaronder de slik- en ademhalingsspieren; mogelijk neveneffect is ernstig zuurstofgebrek

DTP: poliomyelitis

bekend als kinderverlamming; leidt tot ernstige verlammingsverschijnselen

hepatitis B

besmettelijke leverontsteking die leidt tot chronische infectie

Terug naar Boven

 

VAK

Deel van het gevechtsveld. De grenzen van een vak worden flank genoemd.

Terug naar Boven

 

VAKMAN / LEIDER / INSTRUCTEUR

Het domein van de onderofficier kent, van sergeant tot en met adjudant, de taakaspecten vakman, leider en instructeur. Begint de onderofficier met een directe verantwoordelijkheid voor een groep, hij werkt zich met het stijgen der rangen op tot de onderofficier naast zijn commandant en onderofficier die aspirant-onderofficieren opleidt.

Onderofficieren zijn het middenkader van de KL. Op de werkvloer (uitvoerend niveau) voert de onderofficier de door de officier geformuleerde opdracht uit, waarbij hij de directe leidinggevende van (lager gegradueerde onderofficieren) korporaals en soldaten is.

Daarnaast zorgt de onderofficier voor detectie en selectie: binnen zijn groep (peloton, compagnie, bataljon) houdt hij vinger aan de pols voor geschikte kandidaten voor het onderofficierschap.

Tot slot bewaakt de onderofficier zijn domein en verbetert hij voortdurend zijn taakaspecten vakmanschap, leiderschap en instructie.

Vakman

Vakmanschap bestaat uit de door de onderofficier tijdens opleidingen en door functievervulling op­gedane kennis en ervaring op het gebied van de algemene militaire basiskennis en vaardigheden en de aan zijn wapen of dienstvak gerelateerde kennis en vaardigheden.

De onderofficier is tegelijkertijd generalist en detaillist: hij vormt zich tot een expert in zijn vakgebied, zowel algemeen militair als wapen- of dienstvaktechnisch.

 

Leider

Ook onder grensverleggende en verzwarende omstandigheden zorgt de onderofficier ervoor dat de aan hem en zijn eenheid opgedragen taken worden voorbereid, uitgevoerd en geëvalueerd.

In de uitvoering bewaakt hij de veiligheid van het hem toevertrouwde personeel en materieel.

Hij draagt zorg voor de gevechtsbereidheid en vorming van het hem toevertrouwde personeel; is in staat de discipline te handhaven, de gedragscode te volgen en de motivatie te stimuleren; is in houding en gedrag een voorbeeld voor zijn personeel; vervult een rol als begeleider en vraagbaak en is verantwoordelijk voor "zorg voor het personeel" op de werkvloer.

 

Instructeur

De instructeur draagt kennis, vaardigheden (kunde), ervaring en vormingsaspecten over aan zijn personeel.

Hij is verantwoordelijk voor de opleiding en training op tenminste niveau I (individu) en II (groep) van zijn eenheid en is in staat de opleiding en training te plannen en te bewaken. Hiermee draagt hij er zorg voor dat zijn eenheid op haar taak is berekend.

Door zijn vakkennis staat hij borg voor een gedegen training en begeleiding van zijn personeel in algemene militaire vaardigheden en de specifiek wapen- of dienstvakgebonden vaardigheden.

Zie ook: onderofficier.

Terug naar Boven

 

VALBLOK

Duits: Fallkörpersperre. Engels: falling block obstacle. Evenals een brugvernieling, storend mijnenveld of verhakking: een in de regel situationele hindernis in het kader van één van de hoofdtaken van de genie: contramobiliteit (gereedmaken van het terrein ten nadele van het optreden van de vijand).

Dit is een betonnen, rots- of stenen blok dat zich naast een weg bevindt. Door het stellen van een kleine springlading zal het blok op een gewenst tijdstip over de weg vallen. Hierdoor kan de vijand op een naderingsweg tijdelijk de doorgang worden belet, wat zorgt voor het ophouden en/of vertragen van de vijand.

Een valblok is doorgaans pantserremmend.

Terug naar Boven

 

VALSTRIK

1) Verraderlijke poging om iemand in moeilijkheden of ten val te brengen (Van Dale Groot Woordenboek der Nederlandse Taal).

Voorbeelden zijn het arrangeren van een ogenschijnlijk onschuldige ontmoeting met als doel iemand te kunnen arresteren en het derouteren van een colonne of konvooi met als doel het in beslag nemen van militaire voertuigen en/of materieel.

2) Boobytrap. Ook genaamd: sluik-, truc- of valstrikbom dan wel valstrikmijn.

De boobytrap is de letterlijke valstrik: een verborgen of heimelijk aangebrachte springlading die abrupt tot detonatie wordt gebracht wanneer iemand een ogenschijnlijk onschuldig voorwerp aanraakt, nadert of onschadelijk probeert te maken (bijvoorbeeld bewust achtergelaten granaten, landmijnen, struikeldraden of andere door middel van ontstekingsmechanisme op scherp gestelde voorwerpen), dan wel een ogenschijnlijk veilige handeling verricht. Bij ogenschijnlijk onschuldige voorwerpen moet worden gedacht aan achtergelaten en eventueel beschadigde militaire uitrusting en voertuigen, geneeskundige ge- en verbruiksartikelen, kinderspeelgoed en het door de Conventies van Genève beschermde Rode Kruis-teken

De boobytrap, die wordt opgezet om in werking te treden bij iedereen die “in de val loopt” , is gericht op het doden of, liever nog, verwonden van dom of onvoorbereid personeel, maar ook tegen onschuldige burgers en dieren. Het psychologisch effect van al dan niet geplaatste boobytraps is zéér groot.

Voorbeelden van boobytraps zijn:

autobom die afgaat zodra de contactsleutel wordt omgedraaid

explosief dat afgaat zodra lijken, munitie, oorlogssouvenirs of vijandelijke gewonden worden aangeraakt of weggenomen

explosief dat afgaat zodra een deur , poort of raam wordt geopend

In crisisgebieden wordt een boobytrap vaak gebruikt om eigen bezit (verlaten gebouwen) te beschermen. Het plaatsen van een boobytrap is een oorlogsmisdaad volgens het ‘Protocol inzake het verbod of de beperking van het gebruik van mijnen, valstrikmijnen en andere mechanismen, zoals gewijzigd op 3 mei 1996, gehecht aan het Verdrag inzake het verbod of de beperking van het gebruik van bepaalde conventionele wapens die geacht kunnen worden buitensporig leed te veroorzaken of een niet-onderscheidende werking te hebben'.

Tijdens de Vietnam-oorlog werden nep-boobytraps door eigen troepen geplaatst om gehate (onder)officieren schrik aan te jagen in het kader van fragging. De Israel Defence Force maakte, tijdens de intifadah, bij het vermoeden van een boobytrap soms gebruik van het ‘human shield': burgers allereerst een deur, poort of raam laten openen. Als de methode van het ‘human shield' niet werkte, werden de huizen simpelweg gebulldozerd.

Zie ook: B.M.W., hinderlaag, Improvised Explosive Device, pionier en punji.

Terug naar Boven

 

VECHTMES EICKHORN (bAYONET SYSTEM 2005)

Vechtmes voor plaatsing – met een bevestigingsmechanisme (adapter) – aan het geweer Diemaco C7, waar het als bajonet kan worden gebruikt (steek- of stootwapen). Het vechtmes heeft één snijkant, die aan de bovenzijde een deel doorloopt.

Het wapen is onder andere in gebruik bij eenheden van 11 Luchtmobiele Brigade.

Het vechtmes wordt gemaakt door Carl Eickhorn GmbH (Solingen, Duitsland), tegenwoordig onderdeel van LBA-Eickhorn Ltd.

Specificaties:

gewicht

800 gram

lemmet

anticorrosief koolstof

lengte lemmet

18,5 cm

Zie ook: bajonet en Diemaco C7.

Terug naar Boven

 

VEHICLE MOVEMENT CODE

Afgekort: VMC. Missiespecifieke operationele veiligheidsmaatregel die als onderdeel van de force protection is afgekondigd in de Standing Operational Procedures (SOP). Vergelijkbaar met Alert State, CBRN Dress State en Dress Code.

De Vehicle Movement Code omvat de gestandaardiseerde, drillmatig uit te voeren operationele veiligheidsmaatregelen bij voertuigbewegingen (bereden verplaatsingen), inclusief konvooien.

De operationele commandant stelt de missiespecifieke operationele veiligheidsmaatregelen vast, waarbij het laagste cijfer de hoogste mate van beveiliging aangeeft. Zo kan een Vehicle Movement Code aangeven dat in de hoogste staat alleen essentiële voertuigverplaatsingen mogen plaatsvinden, gefaseerd afgebouwd van het minimaliseren van verplaatsingen tot het toestaan van routineverplaatsingen.

Ook kan de Vehicle Movement Code aangeven wat minimaal per voertuig aanwezig moet zijn. Als voorbeeld: eenmaal gevechtsrantsoen per inzittende (chauffeur en bijrijders), 1½ liter water per inzittende, eerstehulpuitrusting, sneeuwkettingen en de voertuiguitrusting volgens de detaillijst.

De Senior National Representative (SNR), C-Contingentscommando (C-Contco) of de detachementscommandant ter plaatse kunnen hierop aanvullende regels geven. Zo kan de Vehicle Movement Code worden aangepast voor een Area of Responsibility (AOR), een bepaald gebied, bepaalde routes, of kunnen met betrekking tot het tenue wijzigingen worden afgekondigd.

De militair in het inzetgebied wordt geacht de maatregelen te kennen en te kunnen toepassen; dit geldt ook voor Alert State, CBRN Dress State en Dress Code. Hierbij zijn ook mandaat, Status of Forces Agreement (SOFA), Memorandum of Understanding (MOU), Rules of Engagement (ROE), vaste orders (SOP's) en geweldsinstructie richtinggevend.

De missiespecifieke operationele veiligheidsmaatregelen zijn niet automatisch aan elkaar gekoppeld en kunnen door elkaar heen en afzonderlijk van elkaar worden afgekondigd.

De commandant geeft voorafgaand aan een actie aan zijn personeel aan welke operationele veiligheidsmaatregelen van kracht zijn en wat deze inhouden. De wacht van een base (compound) attendeert uitgaand personeel door middel van een bord op het naleven van de geldende Vehicle Movement Code.

Zie ook: Alert State, checkpoint, Dress Code, force protection, freedom of movement (FOM), konvooi, restriction of movement (RM) en roadblock.

Terug naar Boven

 

VEILIGHEID EN VAKMANSCHAP (VEVA)

Veiligheid & Vakmanschap is een instroomrichting die 15- à 16-jarige leerlingen aan het Voorbereidend Middelbaar Beroepsonderwijs (VMBO) kunnen volgen om zich voor te bereiden op een eerste functie bij Defensie.

De eerste functie kan bij alle krijgsmachtdelen worden vervuld. De Koninklijke Landmacht - maar ook de Koninklijke Marine (Korps Mariniers) - laat de leerling kennismaken met het grondoptreden (GROP).

MBO-2 duurt 18 à 24 maanden en bereidt voor op een functie als soldaat/korporaal; MBO-3 duurt 30 à 36 maanden en bereidt voor op een startfunctie als onderofficier.

De opleiding wordt deels op een Regionaal Opleidingencentrum (ROC), deels in de beroepspraktijkvorming (BPV) op de kazerne gevolgd.

Na het algemene deel volgt de leerling een vakrichting. Uiteindelijk zal de VeVa-leerling een volwaardig MBO-diploma ontvangen, waarmee ook buiten Defensie werk kan worden gevonden.

Terug naar Boven

 

VEILIGHEIDSRAAD VERENIGDE NATIES

Terug naar Boven

 

VEILIGHEIDSREGEL

Kennis hebben van en het kunnen toepassen van de (CBRN-)veiligheidsregel behoort tot de zgn. Militaire Basisvaardigheden (MBV). De veiligheidsregel, waarin de regels staan wanneer het CBRN-masker moet worden geplaatst, kan worden teruggevonden op DF 3508004 (Persoonlijke bescherming tegen de uitwerking van CBRN-middelen en ROTA).

In de veiligheidsregel worden situaties genoemd waarin, totdat het tegendeel wordt aangetoond, de aanwezigheid van chemische strijdmiddelen of giftige stoffen moet worden aangenomen. Wanneer zich zo'n situatie voordoet, moet iedereen onmiddellijk de van toepassing zijnde reactiedrill uitvoeren en daarna anderen alarmeren. Voor de persoonlijke bescherming in het kader van chemische oorlogvoering is het van levensbelang de aanwezigheid van chemische strijdmiddelen zo snel mogelijk vast te stellen.

De veiligheidsregel geldt uiteraard ook wanneer anderen het CBRN-masker reeds in beschermstelling hebben geplaatst!

Terug naar Boven

 

VEILIG RIJDEN

Terug naar Boven

 

V.E.I.T.O.N.O.

Ezelsbruggetje dat wordt gebruikt als een (wacht)post te velde is ingericht, welke fungeert als ogen en oren van de wacht.

V
Vijand
EI
Eigen troepen in het voorterrein
(verkenners, BVE, infiltranten, exfiltranten, partizaan)
T
Terreinsector van verantwoordelijkheid
(klokmethode 11 tot 1)
O
Opstelling van de eigen post (coördinaat, afstandsregistratiekaart)
Wachtwoord
Wijze van waarschuwen van de wacht
N
Nevenopstellingen
(links en rechts van de eigen opstelling)
O
Opstelling van de wacht
Opstelliing van de wachtcommandant
Wijze van in- en uitkomen van de post te velde/waarnemings- en luisterpost (WLP)

Terug naar Boven

 

VELDBED

In militair jargon: veldbed, opklapbaar, aluminium. Duits: Feldbett. Frans: lit de camp. Engels: camp bed; (folding) cot. Onder militairen wordt ook het Maleis "tampat(je)" gebruikt, dat oorspronkelijk de slaapplaats is van een matroos aan boord van een oorlogsschip. Synoniem: stretcher.

Algemeen uitrustingsstuk. Draagbaar, eenvoudig uit- en opklapbaar en lichtgewicht bed op tweemaal drie pootjes met een aluminium frame en een verstevigde canvas of nylon bedbodem in de kleur olijfgroen.

Het weerbestendige veldbed kan snel uitgeklapt, -gevouwen en geplaatst worden, bijvoorbeeld in noodsituaties wanneer snel behoefte is aan huisvesting voor slachtoffers.

De solide en stabiele constructie kan tot maximaal 400 kg aan gewicht dragen.

Het veldbed wordt met name gebruikt wanneer militairen te velde in tenten worden gelegerd, maar kan ook in de open lucht worden gebruikt. Het verdient aanbeveling zo mogelijk op een veldbed, vrij van de grond, te slapen.

Onder (sub)tropische omstandigheden wordt aangeraden om op het veldbed een klamboe te bevestigen.

Het veldbed wordt, behalve voor algemene doeleinden, ook gebruikt voor de tijdelijke opname en verpleging van patiënten op de holding van een Role 1 Medical Treatment Facility (hulppost) tot het moment van afvoer naar een hoger echelon.

Slapen als je slapen kunt...

Specificaties:

breedte

76 cm

gewicht

± 7 kg

hoogte

43 cm

lengte

198 cm

maatvoering opgeklapt en -gevouwen

100 x 21 x 13 cm (L x B x H)

Terug naar Boven

 

VELDDIENST

Militaire dienst te velde. Duits: Felddienstübung. Engels: field exercise; field training exercise (FTX). Frans: exercice militaire en terrain. Bij uitbreiding: tactische oefening met troepen (TOMT).

Een velddienstoefening is een oefening in het terrein – in de regel bossen en/of oorden – waar de theoretisch aangeleerde kennis en vaardigheden in de praktijk worden beoefend. De velddienst is een onderdeel van initiële of functieopleidingen of maakt deel uit van het organieke (generieke) of specifieke trainingsprogramma van één of meerdere eenheden. Tijdens meerdaagse velddiensten wordt vaak een bivak ingericht, van waaruit de trainingsaspecten worden gerealiseerd en waar de nacht kan worden doorgebracht.

In de 19de eeuw en tot en met de Tweede Wereldoorlog werd met de velddienst in het bijzonder ook de voorpostendienst aangeduid.

Behalve de basale militaire onderwerpen, zoals koken te velde, verbindingen, schietoefeningen e.d., kunnen te velde alle mogelijke militair-tactische aspecten worden behandeld, zoals het opwerpen van blokkades en hindernissen, innemen van opstellingen, breachen van gebouwen, verplaatsen (zowel te voet als bereden) en uitvoeren van verkenningen.

In de regel wordt tijdens velddiensten, als hoofd- of nevendoel, de fysieke gesteldheid van de militair verbreedt en verdiept.

Zie ook: S.M.E.V..

Terug naar Boven

 

VELDDIENSTTEKEN

In België ook genoemd: gevechtssignaal. Duits: Übermittlungszeichen. Engels: hand signal; transmission signal. Velddiensttekens zijn drillmatig gegeven arm- en handsignalen, inclusief de middelen die worden gebruikt ter herkenning en identificatie van eigen troepen. die worden gegeven onder strikte geluids- en lichtdiscipline

Het is een alternatief militair contactmiddel voor de korte afstand dat door elke militair bij optreden te voet, gewoonlijk onder tactische omstandigheden, kan worden gebruikt. Een velddienstteken – dat een bepaald commando inhoudt – wordt gebruikt als aanvulling op òf in plaats van mondelinge bevelen. Zij onderscheiden zich van licht- en fluitsignalen, pyrotechnische middelen e.d., bijvoorbeeld omdat zij de afwezigheid vereisen van zichtbelemmerende omstandigheden (duisternis, mist, smog) en terreinbeperkingen.

Nadelen van velddiensttekens zijn dat ze pas goed kunnen worden begrepen door voldoende onderricht en geoefend personeel; daarnaast zijn ze in zekere mate kwetsbaar zijn voor vijandelijke onderkenning.

Zie ook: camoulage (geluids- en lichtdiscipline).

Terug naar Boven

 

VELDFLES

Volledig: Veldfles, (legergroen (lgr), kunststof. Duits: Feldflasche. Engels: canteen. Frans: gourde.

De plastic veldfles behoort tot de standaarduitrusting van de militair en heeft een foedraal in het patroon woodlandcamouflage. De inhoud van de legergroene veldfles is 0,7 liter. Het drinkgerei is met een dop afsluitbaar en bedoeld voor het meevoeren van drank, bijvoorbeeld te velde en tijdens marsen.

De veldfles, die precies past in de bijbehorende mok (veldbeker, veldfles, roestvrijstaal), kan worden meegevoerd in de opbouwtas van het draagharnas of het opsvest.

Voorheen waren veldflessen bijvoorbeeld van aluminium, blik of glas. Vroeger was het ook populair om, behalve water, in de veldfles een kleine mondvoorraad jenever, wijn of andere drank mee te voeren.

De grotere zwarte, eveneens plastic veldfles, met een inhoud van 1 liter, heeft een dop met drinkconnector ten behoeve van het nuttigen van drank of speciale voeding onder CBRN-omstandigheden.

Aan het uiteinde van de drinkslang van het CBRN-masker zit een drinkslangconnector die past in de connector van de veldflesdop. Wanneer het CBRN-masker in beschermstelling is geplaatst kan op deze manier worden gedronken.

De veldflesdop met drinkconnector wordt ook los verstrekt en moet in de draagtas van het CBRN-masker worden meegenomen.

Bij threat level Medium moet, in het kader van de persoonlijke beschermingsmaatregelen bij een biologische, chemische of TIM-dreiging, onder andere de drinkconnector op de veldfles geplaatst worden.

Tips en tools:

►bij warmweeromstandigheden: tweede veldfles op de man

►bij gebruik van Oral Rehydration Salts (ORS) op een volle veldfles mogen twee sachets tegelijkertijd worden toegevoegd

►bij koudweeromstandigheden: veldfles mee in slaapzak om bevriezing van het drinkwater te voorkomen

►top de veldfles voor vertrek en bij elke nieuwe mogelijkheid op

►voer regelmatig de drill uit om vanuit het in beschermstelling geplaatste CBRN-masker uit de veldfles te drinken met behulp van de drinkconnector

►waterzuiveringstabletten mogen in de veldfles worden gebruikt

Tip voor het gebruik van de veldfles: 'Leven na Uruzgan', Niels Roelen (Uitgeverij Carrera, 2013), pagina 182.

Terug naar Boven

 

VELDKIJKER 6 X 42 EDNAR

Officiële benaming: kijker, binoculair, 6 x 42, 6400 mils. NSN 6650-17-056-1054. Foutief: verrekijker. In 1989 in de Nederlandse krijgsmacht geïntroduceerde kijker in een olijfgroene rubberen behuizing, geproduceerd door Ednar (Leica) in Japan. Binnen de KL het gestandaardiseerde optisch instrument voor gebruik te velde. De kijker is spatwaterdicht.

De kijker is samengesteld uit riemen voor zowel draagtas als kijker, een kap voor het oculair en een zonnefilter, de kijker zelf en de draagtas.

Vergroot zesmaal en heeft een objectiefdoorsnede van 42 mm. De lichtsterke Ednar veldkijker is, ondanks een gewicht van 990 gram, zeer hanteerbaar, snel te richten en kan goed worden gebruikt bij daglicht en, als het doel verlicht is, ook bij nacht.

Het zichtveld op 1.000 meter is 128 meter. Bij volledige duisternis is de veldkijker niet te gebruiken.

Voor het gebruik moeten de beschermkappen voor beide objectieven worden omgeklapt en doorgebogen; daarmee zijn ze gefixeerd.

Scherpstellen gaat als volgt:

►bij bekende dioptrie-waarden het betreffende oculair op de juiste waarde instellen (dioptrie: eenheid waarin de sterkte - convergerend vermogen - van de lens wordt uitgedrukt)

►bij onbekende dioptrie-waarden de kijker op een ver verwijderd doel richten en door instelling van het betreffende oculair het beeld voor beide ogen onafhankelijk van elkaar instellen

►in het linker oculair wordt gelijktijdig het verdeelmerk scherpgesteld

Is de waarde van de oogafstand bekend, dan kan die worden ingesteld met de schaalverdeling op de midden-as. Bij een onbekende waarde van de oogafstand met beide ogen gelijktijdig door de kijker naar een ver verwijderd doel kijken en daarbij de twee kijkerdelen om de midden-as verdraaien totdat het linker- en rechterkijkbeeld hetzelfde zijn.

De schaalverdeling, die in de kijker is aangebracht, kan worden gebruikt voor het leiden van vuur, aanduiden van doelen en meten van hoeken. De schaalverdeling bestaat uit een horizontale en vertikale verdeling: 50 duizendsten naar links, naar rechts en naar boven en 10 duizendsten naar beneden.

 

De kijker is gegarandeerd vochtvrij dankzij vulling met stikstof (N), waardoor ook bij extreme temperatuurverschillen geen interne condensvorming kan optreden.

De veldkijker heeft geen voeding. De kruisdraden geven een verdeling in mils (duizenden), zodat de kijker te gebruiken is bij het berekenen van de BAD-formule en/of OT-factor.

Wat betekent 6 x 42?

De lenzen die zich aan de kant van de ogen bevinden, de kleine lenzen, heten oculair; de voorste grote lenzen objectief. Het eerste getal in 6x42 geeft de vergroting aan, in dit geval 6; het tweede de diameter van het objectief in mm, in dit geval 42. De zgn. uittreepupil bepaalt het lichtverzamelend vermogen van de kijker. De formule van de uittreepupil luidt: diameter gedeeld door vergroting.

Bij de Ednar-veldkijker is de uittreepupil 7. Daarmee is de kijker ook bij weinig licht bruikbaar: zelfs in de schemering en bij mist kunnen nog details worden waargenomen.

Zolang de uittreepupil kleiner is dan de oogpupil van de waarnemer (bij de gemiddelde volwassene 7 mm), is met de kijker een goed bruikbare vergroting mogelijk. De uittreepupil is zichtbaar als een rond, egaal verlicht schijfje in één van de twee oculairlenzen als de kijker met gestrekte arm tegen het licht wordt gehouden met het oculair naar de waarnemer toe.

Fotogebruik met toestemming van Rogier Vermeulen / www.roview.nl

Terug naar Boven

 

VELDPOST

Post zoals die door de Militaire Post Organisatie (MPO), het postbedrijf van het Ministerie van Defensie, wordt verwerkt binnen de vier krijgsmachtdelen én daarbuiten. De MPO maakt sinds 1 januari 2004 deel uit van de Defensie Verkeers- en Vervoersorganisatie (DVVO) van het Commando Diensten Centra (CDC).

De geschiedenis van de veldpost gaat terug tot 27 april 1831: bij 'Koninklijk Besluit, houdende daarstelling eener veldpost bij het mobiele leger' (nummer 237) werd op dezelfde datum een Reglement op de Dienst der Veldpost bij het Mobiele Leger vastgesteld.

De veldpost was vervolgens een taak van de etappen -en verkeersdienst van het hoofdkwartier, sinds 1945 van de Verbindingsdienst en sinds 2004 van bovengenoemde interservice-organisatie van Defensie.

De postverzendingen vinden in binnen- en buitenland plaats naar zowel geplaatste, oefenende als uitgezonden individuele militairen en eenheden.

Hierbij wordt gebruik gemaakt van een eigen militair postsysteem, met eigen Militaire Postcodes (MPC) en Netherlands Army Post Office (NAPO) adressen.

In totaal worden dagelijks ± 10.000 stuks post verstuurd naar zo'n driehonderd locaties wereldwijd. In 2001 verzond het toenmalige Centraal Veldpost Kantoor bijna 100.000 kg post naar de uitzendgebieden; ± 23.000 kg post werd uit de uitzendgebieden teruggestuurd naar Nederland.

Post wordt vanuit veldpostkantoren, onder andere gevestigd in de uitzendgebieden, verdeeld door de facteurs (postboden) van de eenheden.

Voor de Defensiegebruiker gelden geen portokosten; voor de externe gebruiker gelden alleen portokosten naar het distributiecentrum van de MPO te Utrecht, dat voorheen Centraal Veldpost Kantoor heette. Postzendingen kunnen hier niet worden afgegeven.

Ten tijde van de missie UNPROFOR in voormalig Joegoslavië bevond zich op 1 (NL) VN Logbase Split onder meer een veldpostkantoor. De logistieke basis van de Nederlandse VN-militairen was gevestigd in de Divulje Barracks aan de Dalmatische kust, 20 km van de Kroatische stad Split.

Op alle poststukken waarin zich goederen bevinden (niet alleen op pakketpost) naar een NAPO-bestemming moet een douaneformulier CN22 (Duits: Zollinhaltserklärung, Engels: customs declaration, Frans: déclaration en douane), "het groentje" worden geplakt.

Op de CN22, die gratis verkrijgbaar is op het postkantoor, worden in elk geval de waarde in euro's, het totaalgewicht en een handtekening gezet.

Alle post, zowel dienstgerelateerd als privé, moet voorzien zijn van een afzenderadres, tenminste bestaande uit een postcode en huisnummer.

Verstuurde post wordt teruggezonden naar de afzender wanneer:

  • De adressering onjuist is.
  • De CN22 ontbreekt bij poststukken waarin zich goederen bevinden.
  • De geadresseerde niet meer in het inzetgebied aanwezig is.
  • De post niet aan de eisen voldoet.
  • De postzending zwaarder is dan 2 kg.

De adressering naar de ontvanger bestaat uit:

Rang + Voorletters + Achternaam + Werknemers-ID

Naam van de eenheid

NAPO-nummer

Postcode + Utrecht

De plaats waar de militair is geplaatst mag niet in het postadres worden vermeld.

Het gewicht van briefkaarten, brieven, drukwerk, kranten, tijdschriften en pakketpost is maximaal 2 kg. Met name voor pakketpost gelden strikte veiligheidsregels. Bij gebruik van eigen verpakkingsmateriaal (ompakking) geldt dat de maximale afmetingen van de pakketpost 20 cm x 30 cm x 40 cm moeten zijn, waarbij de optelsom van lengte x breedte x hoogte niet meer is dan 90 cm.

Ook mogen de volgende goederen niet worden verstuurd:

  • Alcoholhoudende drank
  • Artikelen die onderhevig zijn aan accijns, zoals shag en sigaretten
  • Artikelen die onderhevig zijn aan belasting, tenzij niet duurder dan € 45 en bestemd voor eigen gebruik
  • Bederfelijke (etens)waren
  • Brandbare, explosieve, ontbrandbare, ontvlambare en/of op andere wijze gevaarlijke stoffen
  • Breekbare of scherpe voorwerpen
  • Diensten van TNT Post, zoals handtekening-retour, rembourszendingen en verzekerd vervoer
  • Erotische, immorele, obscene en/of pornografische lectuur en/of voorwerpen
  • Geld en/of overige betaalmiddelen
  • Illegale kopieën van CD's en/of DVD's
  • Landgebonden verboden zendingen
  • Post vanuit Nederland per koeriersdienst (DHL, UPS) aan te bieden aan een NAPO-adres
  • Poststukken gevuld met poeder of zand
  • Spuitbussen (deodorant, scheerschuim e.d.)
  • Verdovende middelen
  • Vloeistoffen
  • Wapens, munitie en/of delen hiervan

Adressering:

Militaire Post Organisatie (MPO)

Postbus 90003

3509 AA Utrecht

Terug naar Boven

 

VELDTELEFOONTOESTEL TA-4881

NSN 5805-17-047-9083. Bijnaam: krekel (vanwege de toon die wordt teweeggebracht door het elektronisch belsignaal). Gefabriceerd door E(lektrisk) B(ureau) in Noorwegen ("felttelefon"). Fabrieksnaam: TP-6N.

Vanaf 1982 stroomde in totaal 9.000 stuks van de TA-4881 in bij de eenheden van 1 Legerkorps. De TA-4881 verving de verouderde veldtelefoontoestellen EE-8, TA-3001 en TA-3017. Zestig stuks van deze ingestroomde toestellen kregen de benaming TA-5415: hierbij was aan het basistoestel TA-4881 een kiesschijf bevestigd. Bij verbindingsdiensteenheden was de TA-5415 in gebruik voor het onderhouden van verbindingen met het civiele telefoonnet.

De TA-4881 behoort tot de tweede generatie veldtelefonieapparatuur binnen de Koninklijke Landmacht. Het toestel maakt spraakcommunicatie met andere veldtelefoontoestellen en veldtelefooncentrales (onder andere de TC-4859, TC-5160 en KL/MTC-3167) mogelijk over tweedraads verbindingen, zoals de WD1/TT. Als lijnverbindingstoestel is de TA-4881 het meest geschikt in stationaire situaties of voor het onderhouden van verbindingen in achtergebieden.

Het veldtelefoontoestel wordt geleverd in een canvas tas met draagband en is vervat in een olijfgroene, waterdichte en aluminium kast; de telemicrofoon is van versterkt plastic.

De TA-4881 heeft een ingebouwde oproepindicator (LED-lampje), die aangeeft dat de batterijen moeten worden vervangen. Met de oproepindicator kan ook een lijntest worden uitgevoer; hiermee kan een lijnbreuk of lijnsluiting worden geconstateerd. Ook heeft de TA-4881 een ingebouwde spreeksleutel ("press-to-talk"); deze mag niet langer dan drie seconden ingerukt blijven, omdat anders de batterijen snel uitgeput raken.

Het snoer tussen de kast en de telemicrofoon mag niet om de veldtelefoon worden gewikkeld, omdat anders de batterijen leeglopen.

Procedures:

Uitgaande oproep

Druk de spreeksleutel gedurende 4 seconden in; LED-lampje licht op

Inkomende oproep

LED-lampje licht op; belsignaal hoorbaar via de telemicrofoon

Spreken en luisteren

Druk de spreeksleutel in

Einde gesprek

Druk de spreeksleutel gedurende 2 seconden in

Specificaties:

afmetingen

25 x 19 x 6 cm

belsignaal

25 Hertz

bereik

maximaal 35 km bij gebruik van WD1/TT

EMP

NAVO-goedgekeurd in 1979 (EMP-proof)

gewicht

1,65 kg (incl. tas en batterijen); 1,3 kg (excl. tas en batterijen)

instructiekaarten

IK 000216 of IK 11-462

levensduur batterijen

bij acht uur gebruik per dag (met een gemiddelde van zes gesprekken per uur, waarvan de helft inkomende gesprekken) ± 3,5 maand, indien het gemiddelde gesprek 2,5 minuut duurt en het uitgaande belsignaal drie seconden

lijnbreuk

oproepindicator bij ingedrukte spreeksleutel is gedoofd

lijnsluiting

oproepindicator bij ingedrukte spreeksleutel knippert langzaam

voeding

3 x batterij BA-30 / D-cel (4,5 Volt)

 

Download hier het karakteristieke 'krekel'-geluid van de TA-4881.

Zie ook: WD-1/TT.

Terug naar Boven

 

VELOS

Vanaf 2004 zijn de instructeurs binnen de schoolbataljons van het Opleidingscentrum voor Initiële Opleidingen (OCIO) druk doende met het project VELOS. VELOS staat voor:

VE

Velddienst

LO

Lopen

S

Sporten

Het project VELOS wil komen tot een betere fysieke afstemming en opbouw in het Algemene Militaire Opleiding (Luchtmobiel)-traject van de rekruut bij het schoolbataljon.

Vooral de (fysieke) afstemming tussen de Gevechtsopleiding Buddy Systeem (uit het Handboek KL-militair), fysieke training en de lessen Lichamelijke Opvoeding/Sport is nog eens tegen het licht gehouden. Hopelijk kan met de nieuwe aanpak het hoge uitvalpercentage bij de schoolbataljons worden teruggebracht.

Terug naar Boven

 

VERARMD URANIUM

Duits: verbrauchtes Uran. Engels: depleted uranium (DU). Frans: uranium épuisé. De ene noemde het een nationale psychose en mediahype, anderen spraken over een serieuze bedreiging voor uitgezonden militairen. Begin 21ste eeuw begonnen media en publieke opinie zich te roeren over het gebruik van verarmd uranium in ‘armour piercing ammunition’.

DU heeft in elk geval één groot militair voordeel: het heeft een dichtheid gelijk aan tweemaal die van staal. Met gemak doordringt DU gepantserde voertuigen en stellingen, zoals bleek in de Eerste Golfoorlog: de door het Irakese leger gebruikte Russische T-72 gevechtstank was een lonend doel, zelfs als de tank was opgewaardeerd met explosieve reactieve bepantsering.

Een projectiel met een penetrerende staaf DU heeft, dankzij de dichtheid, een vergrote hoeveelheid kinetische energie. De energie, tezamen met de supersonische snelheid waarmee het projectiel wordt afgevuurd, geeft het haar pantserdoordringende vermogen. In drie oorlogen in tien jaar tijd hebben geallieerde troepen, met name de Amerikanen, DU gebruikt:

Eerste Golfoorlog

1991

 

Bosnië

1995

10.000 projectielen met DU

Kosovo

1999

31.500 projectielen met DU

DU is vooral bekend vanwege het gebruik in de 30 mm-granaten van het gevechtsvliegtuig A-10 Thunderbolt en de AH-64 Apache gevechtshelikopter én in de 120 mm-granaten van de Abrams M1A1/2-gevechtstank en de M60A1-gevechtstank.

Verarmd uranium is radioactief, hoewel 40% minder dan natuurlijk uranium en 115 maal minder dan verrijkt uranium. Verarmd uranium is het restproduct wanneer verrijkt uranium (om brandstof voor kernreactoren te produceren) is gescheiden van natuurlijk uranium. Het resterende uranium - voor 99,8% de uranium-isotoop 238 - wordt verarmd uranium genoemd.

Als een projectiel met DU doel treft, vindt bij de detonatie spontane verbranding plaats (pyrofore werking). Het licht-radioactieve DU verbrandt, waardoor een stofnevel van uraniumoxide (partikels van 10 micron of minder) vrijkomt. De stofnevel verdampt relatief snel, maar DU heeft een chemisch toxiciteit. Door inademing en/of ingestie (eten of drinken) van de licht-radioactieve stofnevel van uraniumoxide komen de partikels in de bloedsomloop terecht en hopen zij zich uiteindelijk op in met name nieren, lever en beenderen.

Omdat DU alleen in extreem hoge doses een gezondheidsrisico zou opleveren, is er volgens gezondheidsdeskundigen en militair specialisten niets aan de hand. Toch klagen uitgezonden militairen onder bepaalde omstandigheden wel degelijk over gezondheidsklachten die uiteenlopen van chronische vermoeidheid tot leukemie. Hoewel een oorzakelijk verband tussen het gebruik van DU-munitie en de gezondheidsklachten niet is aangetoond, neemt het de onrust en de vele vragen bij uitgezonden militairen niet weg.

DU wordt, behalve in munitie en bepantsering, in het bijzonder ook gebruikt als ballast en contragewicht.

Terug naar Boven

 

VERBETERD OPERATIONEEL SOLDAAT SYSTEEM

Afgekort: VOSS.

VOSS voorziet krijgsmachtbreed in een extra uitrustingspakket voor operationele eenheden die te voet of uitgestegen in groepsverband dan wel individueel infanterie- of verkenningstaken uitvoeren. De ontwikkelingen omvatten die van de individuele bescherming, interne communicatie, wapens en zicht- en richtmiddelen.

VOSS maakt deel uit van het Soldier Modernisation Programme van de NAVO, waaraan Nederland vanaf 1998 deelneemt.

'Dirk' van het Verbeterd Operationeel Soldaat Systeem (VOSS).

Zie ook: Soldier Modernisation Programme (SMP).

Terug naar Boven

 

VERBINDINGSMIDDELEN

Zonder verbindingen geen bevelvoering.

BA-30

batterij

DR-8

drum t.b.v. WD-1/TT

FM9000gevechtsveldradio

H-3600

handtelemicrofoon t.b.v. RT-3610

H-6060

handtelemicrofoon t.b.v. RT-4610

H-7188

handtelemicrofoon

H-9000

handtelemicrofoon t.b.v. RT-9200

PRC-9100

portofoon

RL-39

draagsysteem van de drum

RT-3610

radiotoestel met afstandsbereik 3 km

RT-4610

radiotoestel met afstandsbereik 8, 15 of 30 km

RT-9100handheld radio FM9000

RT-9200

manpack radio FM9000

RT-9500voertuigradio FM9000

TA-4881

veldtelefoontoestel

TA-5415TA-4881 met daaraan bevestigde kiesschijf

TE-33

lijnwerkerstang

WD-1/TT

veldlijn van de drum

Zie verder: FM9000 en WD-1/TT.

Terug naar Boven

 

VERBONDEN WAPENS

Duits: verbundenen Waffen. Engels: combined arms force. Combinatie én integratie van gevechts- (manoeuvre, t.w. artillerie, cavalerie en infanterie), gevechtssteun- (ook genaamd: vuursteun-) eenheden én gevechtsverzorgingssteun- (logistieke, t.w. bevoorrading, geneeskundig en herstel) eenheden.

Kenmerken van de eenheden die het gevecht van de verbonden wapens aangaan:

  • Door samenvoeging van functionele (wapen)systemen en eenheden ontstaat een grotere gevechtskracht dan met afzonderlijke (wapen)systemen en eenheden
  • Gevechts- én gevechtssteuneenheden ter grootte van een bataljon moeten in organiek of teamverband blijven opereren
  • Kleinste formatie die integraal en organiek in staat is gedurende geruimere tijd zelfstandig het gevecht voeren
  • Laagste niveau waar de integrale planning en uitvoering van een operatie wordt gesynchroniseerd en bijgestuurd
  • Logistiek zelfstandig platform
  • Samenwerking van verschillende functionele (wapen)systemen en eenheden (bataljons en zelfstandige compagnieën), CIMIC en inlichtingen

Hoewel bataljons uit traditie functioneel zijn ingericht (artillerie, cavalerie, genie, infanterie), zijn zij voor de uitvoering van een specifieke opdracht wel degelijk in staat kortstondig een gevecht van verbonden wapens te voeren.

Het gevecht van verbonden wapens wordt op het tactische niveau gevoerd in de vorm van het aanvallend gevecht, verdedigend gevecht en vertragend gevecht. Daarnaast kunnen gevechtsvormen in elkaar overgaan (overgangsfasen), zoals opmars, ontmoetingsgevecht en aflossing.

In het optreden van verbonden wapens zijn hindernissen en beweging concurrerende elementen. Het in evenwicht houden en/of brengen van contramobiliteit en mobiliteit is een continue taak van staven.

Zie ook: combined arms team (CAT) en smallest unit of action (SUA).

Terug naar Boven

 

VERDEDIGEND GEVECHT

Duits: Verteidigung. Engels: defence. Frans: défense. Een van de drie gevechtsvormen. Afhankelijk van het niveau waarop strijd wordt geleverd, wordt de verdediging aangeduid als verdedigende gevechtsactie, verdedigend gevecht of defensief. De correcte naamgeving voor (grote) eenheden en formaties is:

Eenheden (bataljon en lager)

verdedigende gevechtsacties

Grote eenheden (brigade en divisie)

verdedigend gevecht

Formaties (legerkorps en hoger)

defensief

Doel is het verdedigen van het ter verdediging toegewezen vak - zoals in de Algemene Verdedigingstaak (OPPLAN 1) – of terreindeel, met behoud van het eigen tactisch essentieel gebied.

Het verdedigend gevecht kent twee manoeuvrevormen:

gebiedsverdediging

De commandant zoekt de beslissing met name in alle stroken. Daarbij wordt de verdediging begonnen in het voorste deel van het toegewezen vak, waarna het voorzover nodig wordt voortgezet in de diepte van het vak. Vroegtijdig en onnodig terreinverlies moet worden voorkomen. De reserve moet in de diepte het gevecht in het zwaartepunt kunnen overnemen.

 

positieverdediging

De commandant zoekt de beslissing in het voorste deel van het toegewezen vak, met name in de voorste stroken. Van de vooreenheden is dit het infanterie-zwaar (pantserinfanterie) samengestelde voorbataljon. De tweede strook ligt traditiegetrouw 3 à 5 km achter de eerste.

Zie ook: verbonden wapens, aanvallend gevecht en vertragend gevecht.

Terug naar Boven

 

VERDEDIGING

Verdediging wordt onderscheiden in actieve en passieve verdediging:

Actieve verdediging
Passieve verdediging
Alle door een eenheid genomen maatregelen om een vijandelijke aanval af te schrikken of te voorkomen dan wel de effectiviteit van een vijandelijke aanval te verminderen of te neutraliseren.Alle door een eenheid genomen maatregelen om de gevolgen van een vijandelijke grond- of luchtaanval te minimaliseren. Passieve verdediging bestaat uit camouflage, CBRN-verdediging, concealment (dekking), fysieke bescherming van personeel en essentieel materieel en verspreiding.

Terug naar Boven

 

VERDEELPLAATS

Subeenheid van de geneeskundige compagnie, opgenomen in het logistiek peloton; bij een hospitaalcompagnie bevognk (bevoorrading geneeskundig) geheten. De verdeelplaats heeft een spilfunctie voor de instandhouding van de geneeskundige keten, want zij verzorgt het bij de groothandel inleveren en aanvragen en binnen de eigen eenheid distribueren van geneeskundige verbruiksartikelen (onderdeel van de klasse VIII), zoals bijvoorbeeld geneesmiddelen, infuussystemen en –zakken en naalden.

Uitgifte van geneesmiddelen geschiedt volgens het ABCA-protocol: aanname van het recept, bereiding van het geneesmiddel, controlevan geneesmiddel met receptuur en afgifte van het geneesmiddel aan de klant.

Binnen de verdeelplaats is een apotheker-assistent werkzaam, in de rang van sergeant-majoor of adjudant. De apotheker-assistent bewaakt de kwaliteit van de geneeskundige verbruiksartikelen, zoals:

conditionering

doorstroom

expiratie

temperatuurregistratie

Aanvraag van geneeskundige verbruiksartikelen geschiedt door de gebruiker per Verzamel Mutatie Formulier (VMF).

Terug naar Boven

 

VERENIGDE NATIES

 

◄ De Kevlar® helm Schuberth B826 in de VN-blauw gekleurde uitvoering zoals die door de Nederlandse militairen tijdens de missie United Nations Protection Force (UNPROFOR) in voormalig Joegoslavië is gedragen.

De (Gefechts- of Shutzhelm) Schuberth B826 wordt geproduceerd door zowel Schuberth GmbH in Duitsland als Induyco SA in Spanje.

Terug naar Boven

 

VERHAKKING

Ook genaamd: boomvelling. Duits: Baumsperre.Frans: abattis. Engels: abatis.

Evenals een brugvernieling, kratering, storend mijnenveld of valblok: een in de regel situationele hindernis in het kader van één van de hoofdtaken van de genie: contramobiliteit (gereedmaken van het terrein ten nadele van het optreden van de vijand).

Dit is een versperring van een weg door het laten omvallen van bomen met behulp van een bijl, zaag of verhakkingstas (voor de bevestiging van een springstoflading). Hierdoor kan de vijand op een naderingsweg tijdelijk de doorgang worden belet, wat zorgt voor het ophouden en/of vertragen van de vijand.

De verhakking wordt uitgevoerd door bomenrijen aan weerzijden van de naderingsweg zodanig te laten vallen dat zij met de top richting vijandzijde terechtkomen. Dat bemoeilijkt het ruimen van de omgevallen bomen.

De hindernis is het meest effectief als de verhakking:

►is bemijnd (mogelijk pantserremmend)

►onder waarneming ligt

►plaatsvindt in een bosperceel

►resulteert in bomen die gekruist over elkaar heen zijn gevallen en de takken ineengevlochten zijn

Terug naar Boven

 

VERKEER, MILITAIR

Militaire verkeer vindt, zeker wanneer het relatief grote aantallen voertuigen betreft die in colonneverband verplaatsen, in de regel plaats volgens een van te voren opgesteld vast patroon. Hierbij wordt al in de planningfase bepaald wie op welk moment over welke route verplaatst. Ook zijn vooraf kritieke punten aangegeven zodat noodzakelijke maatregelen kunnen worden getroffen. De militaire verkeersleider, zoals de commandant colonne en de routetijdrijder, volgen de opgedragen militaire verkeersafwikkeling, waarbij wordt gebruikgemaakt van vooraf gemaakte operatiebevel, marsbevel en routetijdtabel. Slechts bij calamiteiten wordt ingegrepen.

Militair verkeer vond aanvankelijk plaats onder leiding van het Korps Motordienst, dat per 1 augustus 1949 overging in het dienstvak der Aan- en Afvoertroepen (AAT). Na de Eerste Wereldoorlog, toen het Nederlandse leger door toename van motorisering steeds meer behoefte aan mobiliteit kreeg, werden voertuigen ingedeeld bij het Veldleger. Hoewel eenheden ook toen al in colonneverband verplaatsten, waren de verkeersintensiteit en de te overbruggen afstanden nog relatief gering, zodat werd geoordeeld dat wegverkeersleiding niet nodig was.

Pas tijdens de Tweede Wereldoorlog ontstond behoefte aan wegverkeersleiding, onder meer als gevolg van frequente confrontatie met civiele vluchtelingenstromen bij militaire verplaatsingen, onbekendheid met het operatiegebied, sterke toename van de (militaire) verkeersintensiteit, uitvoering van verplaatsingen over (relatief) grote afstanden en verhoogde flexibiliteit van de strijdende partijen.

Als gevolg van motorisering en mechanisatie van de KL in de jaren '50 en '60, reorganisaties (zoals de oprichting van de brigades in 1963) en grotere mobiliteit van de eenheden en frequentere aflossing van gevechtseenheden door intensivering van het gevecht (waardoor de kwantiteit van de verplaatsingen toenam), ontstond ook in het voorste deel van de gevechtszone behoefte aan wegverkeersregeling (MovCon). Het doel is namelijk de gevechtseenheden zo optimaal mogelijk te kunnen verplaatsen en inzetten.

De AAT bereidde militaire verkeersregelingen voor, welke zich aanvankelijk vooral richtte op niet-tactische verplaatsingen in de nationale sector, het operatiegebied en het legerkorpsachtergebied. Ook werd, traditiegetrouw, al veel aandacht besteed aan verplaatsingen naar buitenlandse oefengebieden.

Pas in 1969 gaf de C-1 Legerkorps zijn eerste aanwijzingen met betrekking tot gevechtsverkeersleiding (tactische verkeersleiding) uit.

Binnen Defensie is DVVO belast met wegverkeersleiding, daarbij voor de wegverkeerscontrole al dan niet bijgestaan door personeel van de Koninklijke marechaussee. Voorheen was de wegverkeersleiding in handen van verschillende ondercommandanten van de BLS (nu: CLAS).

Door het motoriseren en mechaniseren van de gevechtseenheden van 1 LK, waardoor eenheden veel mobieler werden en zich sneller konden verplaatsen (verspreiden/concentreren), konden commandanten steeds verrassender optreden. Tactische verplaatsingen beperkten zich hierbij niet alleen tot verharde wegen, maar ook tot het terrein. Het naasthogere niveau plande en coördineerde verplaatsingen die de vakgrens van twee eenheden overschrijden.

Door voortschrijdende hightech, vinden gevechtsacties en daaraan gerelateerde tactische verplaatsingen steeds vaker ook bij duisternis en onder ongunstige klimatologische omstandigheden plaats.

Zie ook: colonne, MovCon en veilig rijden.

Terug naar Boven

 

VERKENNING

Duits: Aufklärung. Engels: reconnaissance; recce. Frans: reconnaissance. Het uit militair oogpunt onder waarneming hebben of op enige andere wijze observeren van objecten, gebieden, personen en/of materieel, met als doel het verzamelen van de alle beschikbare en benodigde (gedetailleerde) informatie – elektronische, fotografische, infrarode, sensorische, visuele of anderszins – over de capaciteiten, intenties en activiteiten van een actuele of potentiële vijand, dan wel het verifiëren/verwerven van gegevens over geografische, hydrografische en/of meteorologische kenmerken, zoals locaties en/of sterkte van de vijand én weersomstandigheden.

Niet alleen de verkenningsresultaten uit enkel militaire bronnen hebben ‘nut en belang’, ook de informatie vanuit de plaatselijke overheid en bevolking.

Verkenningen worden onderscheiden naar:

Dimensie

Middel

  • onbemand
  • gepantserd
  • ongepantserd
  • UAV’s (onbemande vliegtuigen voor grote en middelgrote hoogte)

Niveau

  • strategische verkenning
  • operationele verkenning (DART)
  • tactische verkenning

Oogmerk

  • elektronische verkenning (Electronic Support Measures)
  • genieverkenning (routeverkenning: beschikbaarheid en begaanbaarheid van routes)
  • NBC-verkenning
  • offensieve verkenning
  • Special Reconnaissance (lange afstand, stay behind e.d.) door Special Forces
  • doelevaluatie (Battle Damage Assessment of poststrike reconnaissance: vaststellen van de toegebrachte doelschade dan wel verliezen)

Een eenheid kan – voor een deel – in zijn behoefte aan gevechtsinformatie en inlichtingen voorzien door het laten uitvoeren van verkenningen (verkenningspeloton) én (on)gevraagde meldingen van de eigen subeenheden. Maar de informatie- en inlichtingenbehoefte vergt naast verkenning (doelopsporing en -aanwijzing) ook een capaciteit voor gegevens- en dataverwerking én de beoordeling daarvan – doorgaans op het naasthogere niveau.

Een MB die dienst doet als verkenningsvoertuig

Primair zijn verkenningen – die in de regel plaatsvinden aan de hand van een verkenningsplan – erop gericht het optreden van de vijand te ontregelen (“in wanorde te brengen”). De commandant die opdracht geeft tot een verkenning wil het beeld dat hij heeft kunnen bevestigen of ontkennen. Zo zal een op een bepaald coördinaat uitgevoerde verkenning waarbij geen contact met de vijand mag plaatsvinden, informatie over locaties en/of sterkte kunnen bevestigen. Algemeen geldt dat het uitvoeren van verkenningen operaties begunstigen; gebrekkige of achterwege gelaten verkenningen leiden sneller tot onverwacht vijandcontact.

Verkenningen komen de operationele veiligheid ten goede (hoe nauwkeuriger de ingewonnen informatie, des te doelgerichter de te treffen maatregelen), evenals tegenverkenningsmaatregelen in het kader van tegenverkenningsactiviteiten. Het onderscheppen – en tijdig vernietigen – van een infiltrerende vijandelijke verkenningseenheid is eerste prioriteit. Daarnaast is het correcte eigen gebruik van het terrein, camouflage, verplaatsingen bij duisternis of verminderd zicht en door geluids-, licht-, sporen-, infraroodemissie- en elektronische discipline.

Tactische verkenningen op land – bereden of uitgestegen (te voet) – zijn er in verschillende soorten: gebiedsverkenning, objectverkenning (close target recce, CTR) en routeverkenning. Alle verkenningen zijn gericht op de (vermoedelijk) aanwezige vijand (vijandgericht) en/of de bruikbaarheid van het terrein (terreingericht):

Gebiedsverkenning

Objectverkenning

Routeverkenning

Verkenning van een duidelijk op de kaart aangegeven en zo mogelijk in het terrein herkenbaar en begrensd terreindeel.

De grootte van het te verkennen gebied kan op de stafkaart worden aangegeven met vakgrenzen, NAI’s of TAI’s.

De verkenning kan in front, op de flanken en in het achtergebied van een eenheid worden uitgevoerd.

Hiertoe wordt het gebied onder andere (met elektronische/optische middelen) afgezocht om informatie te verkrijgen met betrekking tot de algemene situatie of bijzondere activiteiten.

Ook genaamd: nabijverkenning.

Verkenning van een militair belangrijk object, zoals een brug, commandopost, knooppunt van (spoor)wegen, landingsite, logistieke installatie, oord, viaduct, vliegveld e.a., met inbegrip van het gebied eromheen van waaruit invloed kan worden uitgeoefend op het object.

Kan deel uitmaken van een gebiedsverkenning.

Ook genaamd: wegverkenning.

Verkenning van één of meerdere wegen, de technische toestand van de weg (intact of niet), de tactische toestand van de weg (hindernissen of niet), alle terreindelen van waaruit invloed op de bewegingen op deze weg kan worden uitgeoefend en alle objecten die zich op de route of in het omliggende terrein bevinden.

Hiertoe zal minimaal één voertuig zich over de route moeten verplaatsen.

Kan deel uitmaken van een gebiedsverkenning.

Terug naar Boven

 

VERKENNINGSPATROUILLE

Verkennen in vijandelijk gebied, met als doel het verzamelen van informatie over groeperingen en het terrein. Verschilt van de gevechtspatrouille, waarbij het de bedoeling is om ongezien het vijandelijk gebied binnen te gaan teneinde aldaar personen en/of objecten uit te schakelen.

© Foto Rufus de Vries in NRC Handelblad d.d. 14 oktober 2000 (www.rufusdevries.nl)

Een organieke verkenningspatrouille kent de sterkte van een infanteriegroep:

1ste verkenner

2de verkenner

groepscommandant (gpc)

Minimi-schutter (voorheen: MAG-schutter)

geweerschutter (voorheen: MAG-helper)

geweerschutter

plaatsvervangend groepscommandant (plv gpc)

laatste man (tail end charlie)

De uitvoering van de verkenningspatrouille is tactisch. Voordat het eigen gebied via een post wordt verlaten, gaat de patrouille in rondom voor een functiecontrole enkele man (FUCO). Het te dragen tenue is situationeel afhankelijk: duur, intensiteit, weersomstandigheden en vijanddruk zijn bepalend.

De groepscommandant bereidt zich voor en maakt, indien nodig, een kaartplan. In het groepsbevel neemt de groepscommandant tenminste op:

gegevens uit de voorbereiding die van toepassing zijn

route

formatie

handelingen bij vijand- en/of vuurcontact

eerste uitwijkpunt

handelingen bij eigen gewonde

algemene wijze van uitvoeren

rapportage

mee te nemen uitrusting (HV, munitie, radio, wapens)

FUCO

Na uitvoering van de verkenningspatrouille keert de groep via de opgedragen route terug. Na terugkeer rapporteert de groepscommandant zijn bevindingen in een schriftelijk patrouillerapport (volgens STANAG 2003, ‘ Patrol Reports by Army Forces’). In dit patrouillerapport staat tenminste:

grootte en samenstelling patrouille

opdracht patroulle (soort patrouille, locatie, doel)

datumtijdgroep vertrek en terugkeer

routes heen en terug (uitwijkpunten, coördinaten, overlay)

beschrijving terrein en vijandposities

resultaten vijandcontact

status personeel aan einde patrouilleopdracht

conclusies en aanbevelingen

Zie ook: emergency rendezvous, patrouille te voet, satellietpatrouille en tail end charlie.

Terug naar Boven

 

VERKLARING VAN GEEN BEZWAAR

Afgekort: VGB. Omdat alle militaire functies bij het Ministerie van Defensie zijn aangemerkt als vertrouwensfunctie (volgens de Wet veiligheidsonderzoeken, artikel 3, lid 1: “functies die de mogelijkheid bieden de nationale veiligheid te schaden”), voert de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD) een wettelijk voorgeschreven veiligheidsonderzoek uit volgens de WVO ten behoeve van zittend of nieuw aan te trekken personeel. Zo ontvangt de aspirant-militair een vragenlijst ('staat van inlichtingen'), inbegrepen een verklaring van instemming.

De MIVD richt zich bij het veiligheidsonderzoek op het herkennen van mogelijke (be)dreigingen:

deelneming of steunverlening aan activiteiten die de veiligheid of andere gewichtige belangen van de Staat kunnen schaden
justitiële inlichtingen
lidmaatschap van of steunverlening aan organisaties die doeleinden nastreven of middelen hanteren die een gevaar kunnen vormen voor het voortbestaan van de democratische rechtsorde
persoonlijke gedragingen en omstandigheden

Het veiligheidsonderzoek, dat privégegevens, verleden, contacten e.d. opvraagt, kan worden aangevuld met een huisbezoek. Tot slot krijgt de aspirant-militair al dan niet de vereiste VGB – een geldige veiligheidsclearance. De VGB is niet gelijk aan de Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) van het Ministerie van Justitie, die 'slechts' duidelijk maakt dat het gedrag van een werknemer geen belemmering vormt voor een baan. Het bijzondere ambt van militair, waarbij onder andere kan worden gewerkt met bijzondere informatie en geweld, gebiedt een VGB.

Het afgeven, weigeren of intrekken van de in de WVO genoemde VGB (artikel 1, lid 1, sub b: “Een verklaring dat uit het oogpunt van de nationale veiligheid geen bezwaar bestaat tegen vervulling van een bepaalde vertrouwensfunctie door een bepaalde persoon”) is een beschikking in de zin van de Algemene wet bestuursrecht en moet onderbouwd worden genomen:

VGB

Geen VGB

Uit het veiligheidsonderzoek zijn geen nadelige antecedenten gebleken.

Het veiligheidsonderzoek adviseert negatief over de aanstelling tot militair wanneer niet genoeg betrouwbare gegevens kunnen worden verzameld en/of onvoldoende zeker is dat de sollicitant de vertrouwensfunctie onder alle omstandigheden op een integere wijze zal vervullen.

Er zijn geen redenen om aan te nemen dat de sollicitant aangaande de veiligheid of op andere gewichtige belangen van de Staat ongeschikt is.

De Minister van Defensie geeft namens de MIVD geen VGB af.

De sollicitant wordt hiervan niet op de hoogte gesteld.

De sollicitant wordt hiervan persoonlijk op de hoogte gesteld.

De verklaring is vijf jaar geldig, waarna het onderzoek opnieuw moet worden uitgevoerd. Het intrekken van de VGB leidt de facto tot ontslag.

Voor functies bij het Ministerie van Defensie is een onberispelijk verleden vereist (onder andere maximaal zes maanden (on)voorwaardelijke vrijheidsstraf of 240 uur dienstverlening, geen veroordeling op grond van de Opiumwet).

Terug naar Boven

 

VERLICHTINGSINSTALLATIE KL/GVQ-6769

Algemene verlichtingsinstallatie zoals die onder andere wordt gebruikt voor het aanleggen van verlichting in geneeskundige installaties die zijn gevestigd in boog- en kruistenten. De gehele verlichtingsinstallatie, met uitzondering van drie kabelhaspels CX-6771, kan worden opgeborgen in vier transportkisten: 3 van het type A en 1 van het type B.

De verlichtingsinstallatie kan worden aangesloten op zowel het lichtnet als een generatoraggregaat met 220 Volt/50 Hertz.

Inhoud transportkist A (driemaal identiek):

3
verdeeldoossamenstel J-6772 met elk 15 meter kabel
6
blauwe kleurfilter
6
groene kleurfilter
rode kleurfilter
6
lichtarmatuur MX-6773 met elk 4 meter kabel

Inhoud transportkist B:

1
verdeelkastsamenstel J-6770
2
kabelhaspel CX-6771 met elk 35 meter kabel
1
kabelsamenstel CX-6774 voor aansluiting op een 2-polige wandcontactdoos met randaarde (1 fase)
1
kabelsamenstel CX-6775 voor aansluiting op een 3-polige wandcontactdoos met randaarde (1 fase)
1
kabelsamenstel CX-6776 voor aansluiting op de klemmen van een generatoraggregaat met 3 fasen-aansluiting
1
doos reservedelen

Terug naar Boven

 

VERLIESVERWACHTING

Geneeskundig plangetal van de gemiddelde personeelsverliezen - gerekend in het aantal doden, gewonden en zieken - tijdens of als gevolg van een militaire operatie. De personeelsverliezen zijn onder te verdelen in gevechtsverlies (battle casualties) en verliezen die niet direct het gevolg zijn van gevechtshandelingen (niet-gevechtsverliezen: Diseases and Non-Battle Injuries). Voor het gezondheidszorgsysteem zijn hiervan alleen de gewonden en zieken van belang.

De verliesverwachting is - evenals de tijdslimiet - een uitgangspunt voor de planning van de militaire gezondheidszorg voor een militaire operatie. De personeelsuitval tijdens operaties maakt deel uit van de risicoanalyse in de Operationele Geneeskundige Plannings Richtlijn (OGPR). Uit de analyse van alle risico’s volgt de operationele verliesverwachting: een schatting van aard en aantal zieken en gewonden afgezet tegen het gedachte verloop van de operatie. De schatting wordt omgezet in de benodigde dan wel beschikbare chirurgische capaciteit (OK-capaciteit). Bij een offensieve operatie als 'Deliberate Force' (Kosovo, 1999) - een vredesafdwingende operatie in het hoogste geweldsniveau - was de verliesverwachting bijvoorbeeld ruim 5%.

Hoewel de verliesverwachting bepalend is voor de capaciteit van de geneeskundige inrichtingen (het verliesgegeven resulteert immers in de capaciteitsplanning), bepaalt de totale analyse van alle aspecten van een militaire operatie de feitelijke inrichting van het gezondheidszorgsysteem.

De verliesverwachting bij Peace Support Operations vindt plaats op basis van inschattingen en ervaringscijfers; voor de Algemene Verdedigingstaak (AVT) gelden onder andere:

Allied Command Europe Directive 85-8

ACE Medical Support Principles, Policies and Planning Parameters

Bi-SC MMPG Paper

Bilateral Strategic Command Maritime Medical Planning Guidance for NATO

Er zijn twee mogelijkheden wat betreft grove inschatting van de verliesverwachting:

Gevechtskrachtverhouding

Betekenis

Verliesverwachting

Negatief

Vijand sterker dan eigen troepen

Ongunstig

Positief

Eigen troepen sterker dan vijand

Gunstig

De feitelijke inrichting van een tailor-made systeem van militaire gezondheidszorg voor operaties – zoals omvang en samenstelling van eenheden – vindt plaats op grond van de totale analyse van alle aspecten van de operatie, zoals risicoanalyse, tijdruimtefactoren én verliesverwachting (prognoses en ervaringscijfers). Een verliesverwachting is altijd afhankelijk van het geweldsniveau en dus van de gekozen inzetoptie.

De militair die erop kan vertrouwen bij gewond raken terug te vallen op een tailor-made systeem van militaire gezondheidszorg zal een grotere gevechtsbereidheid tonen. Het moreelaspect is dan ook een belangrijke force multiplier in het kader van de operationele besluitvorming.

Zie ook: gevechtskrachtverhouding.

Terug naar Boven

 

VERPLAATSINGEN TE VOET

Verplaatsingen te voet vinden in verschillende variaties plaats, dus met een afwijkend aantal passen per minuut (km per uur):

SOORT VERPLAATSING

PASSEN PER MINUUT

KM PER UUR

Langzame pas

60

3

Gewone pas

120

6

Geforceerde pas (snelmars)

140

7

Looppas

160

9

Een verplaatsing te voet vergt, afhankelijk van de tijd, een gedegen voorbereiding:

Bovenste vetergat schoenen openlaten ter preventie shin-split/scheenbeenvliesontsteking

Eelt en likdoorns behandeld

Geen lichaamsdelen afknellen

Intacte en schone sokken (reservepaar meenemen)

Kleding(lagen) afstemmen op weersomstandigheden

Nagels recht afgeknipt

Veldfles opgetopt

Voeten afplakken, intapen of poederen (indien nodig)

Tijdens de uitvoering van een verplaatsing te voet moet, afhankelijk van de omstandigheden, de marstucht worden aangehouden:

Binnen de bebouwde kom is zingen verboden

Buiten de bebouwde kom geen storende teksten zingen

Commandant bepaalt draagwijze hoofdeksel en wapen

Commandant bepaalt gelegenheid tot drinken, roken, spreken of zingen

Commandant waarschuwen bij uitvaller

Handhaaf de toegwezen plaats in de formatie

Stilte in acht nemen bij avond en nacht (geluidsdiscipline)

De marssnelheid is bepaald:

Tenminste eerste 500 meter gebruiken voor warming-up

Marstempo op goed begaanbare wegen 120 passen per minuut

Marstempo op slecht begaanbare wegen verlagen

Ook het samenstellen van de formatie is aan regels gebonden:

Colonne met tweeën op brede en rustige wegen bij goed zicht

Commandant loopt linksachter, tenzij op een andere plaats de formatie beter kan worden overzien en/of bij moeilijke verkeerssituaties (vooraan)

Vooraan opstellen slechte lopers en lopers met extra uitrustingsstukken

Terug naar Boven

 

VERRASSING

Duits: Überraschung. Engels: surprise. Frans: surprise. Het aangrijpen van de vijand op een plaats, tijd, wijze en/of met middelen waarop deze niet is voorbereid. Verrassing – naast beweeglijkheid en offensief handelen één van de grondbeginselen voor gevechtsoperaties – heeft tot doel de vijand op welke manier dan ook uit evenwicht te brengen, waardoor het initiatief in eigen handen blijft.

Verrassing kan een operatie in eigen voordeel beslissen, ook wanneer de eigen slagkracht numeriek kleiner is dan die van de vijand. In de regel heeft verrassing een tijdelijke uitwerking; van het mechanisme dient snel en beweeglijk te worden geprofiteerd om het momentum te handhaven.

Voor het element van verrassing zijn de elementen snelheid (tempo), agressiviteit en spreiding essentieel. Samen zijn de elementen van groot belang om een opdracht te laten slagen. Een krijgslist en misleiding realiseren verrassing. Voorbeelden van verrassing op zichzelf zijn de hinderlaag, overrompeling, overval, verrassingsaanval en vuuroverval.

Het voordeel van de verrassing kan onder andere worden uitgebuit door het combineren van:

direct uitwerkingsvuur en hoge vuursnelheid

ongunstig/onoverzichtelijk terrein (gemaskeerd door natuurlijke objecten)

optreden ’s nachts en te voet

regelmatig wisselen van locatie (snel inrichten en afbreken)

route naar het doel niet voor de hand liggend naderen

snelle en betrouwbare inlichtingen en verbindingen

tactisch optreden

Om verrassing door de vijand te voorkomen wordt beveiligd en worden activiteiten van vijandelijke eenheden nauwlettend gevolgd.

Terug naar Boven

 

VERSCHROEIDE AARDE

Duits: Versengenmasse Verteidigung. Engels: scorched earth. Frans: terre brûlée. Zich (bij het naderen van de vijand) terugtrekken uit een gebied en onmiddellijk door brand e.d. zaken die van militaire en/of economische waarde zijn – gewassen (oogsten), infrastructuur, land, voorraden e.d. – vern ietigen om gebruik ervan door de vijand te voorkomen. Omdat vijandelijk hergebruik onmogelijk is geworden, worden de logistieke aanvoerlijnen steeds langer en zwaarder belast.

Voorbeelden zijn de Napoleontische oorlogen in Rusland, de Britten tegen de Afrikaner tijdens de Boerenoorlogen, generaal William T. Sherman tijdens de Amerikaanse Civil War, de Duitsers in februari / maart 1917 tijdens de terugtrekking achter de Hindenburg-linie (Operatie Alberich), de Duitsers tegen de Finnen in de Laplandoorlog (1944-’45) en de systematische napalm-bombardementen van de Amerikanen tijdens de Vietnamoorlog.

De grootste uitvoering van de tactiek van de verschroeide aarde werd echter in 1941, tijdens de Tweede Wereldoorlog, beproefd door Stalin tijdens Operatie Barbarossa. Voor het eerst na de aanval van de Duitsers op 22 juni 1941, sprak Stalin op 3 juli 1941 de Sowjets toe in een radiotoespraak: “In geval van een gedwongen terugtocht van het Rode Leger moet al het rollend materieel van de spoorwegen mee terugkomen. De vijand mag geen enkele locomotief, geen enkele wagon in het bezit krijgen. Hij mag geen kilo graan vinden, geen liter brandstof.” Zonder blikken of blozen verwoestten de Russen alles wat niet kon worden meegenomen toen de Duitsers oprukten en het Rode Leger zich noodgedwongen terugtrok.

Terug naar Boven

 

VERSPREIDINGSPUNT

Afgekort: vspt. Duits: Auslaufpunkt. Engels: release point. Frans: point de dislocation; point de dispersion.

Een herkenbaar punt op de route (weg of terrein) waar het gecontroleerde deel van de verplaatsing – in de regel een (mars)colonne over een vastgestelde route, binnen een opgedragen tijd en onder leiding van een colonne- of hogere commandant - eindigt.

Op het verspreidingspunt eindigt de bevelsbevoegdheid van de colonnecommandant. De herkenbaarheid is gegarandeerd met het bordje 'verspreidingspunt'.

Verspreidingspunt (release point, RP) van 12 Infanteriebataljon.

Na het passeren van het verspreidingspunt wordt de voor de verplaatsing geldende groepering ontbonden, verlaat de eenheid het gecontroleerde deel van de route en verplaatst onder leiding van één of meer functionarissen van de eigen eenheid naar het opgedragen marsdoel (bestemmingspunt).

De verplaatsing van het verspreidingspunt naar het marsdoel is de verantwoordelijkheid van de eenheidscommandant.

Het deel van de verplaatsing tussen het verspreidingspunt en het bestemmingspunt is de uitlooproute. Vanaf het verspreidingspunt mag de eenheid de uitlooproute naar de opstellingen tijdelijk van onderdeelsbewegwijzering voorzien.

De onderdeelsbewegwijzering bestaat uit algemene bewegwijzeringsborden: rechthoekig met een witte punt waarop het eenheidsteken en -nummer zijn aangebracht).

De voertuigen worden "vanuit de beweging", zo snel mogelijk, naar de opstellingen gedirigeerd. De opstellingen kunnen in een verzamelgebied (vzgeb) liggen, waarbij er rekening mee dient te worden gehouden dat het voertuig dat als eerste in opstelling gaat, tijdens de verplaatsing vooraan rijdt.

Borden en pijlen markeren de route op het interne circuit naar de tevoren gemarkeerde opstellingen. In de opstellingen is spreiding van het grootste belang. Als vuistregel geldt dat voertuigen 50 à 80 meter en tenten 15 à 20 meter uit elkaar staan.

Zie ook: bewegwijzering en colonne.

Terug naar Boven

 

VERTICAL ENVELOPMENT

Militaire manoeuvre waarbij troepen door de lucht over de vijandelijke linies worden getransporteerd om de vijand vervolgens in de rug of op de flank aan te vallen.

De essentie van 'envelopment' ("inpakken") is dat de vijand op dezelfde plaats wordt gebonden, waarna vernietiging kan volgen - bijvoorbeeld door carpet-bombing. Als de vijand in de rug wordt aangevallen, worden de lines of communication (bevoorradings- en communicatielijnen) in het hart aangegrepen, waarmee een dergelijke aanval in de regel kwetsbaarder is dan die aan de frontzijde.

Een aanval in het kader van vertical envelopment heeft ook een psychologische impact: voor een vijand overtreft de inzet van luchtlandingseenheden voor vertical envelopment de numerieke sterkte van de eenheden.

Terug naar Boven

 

VERTRAGEND GEVECHT

Duits: Verzögerung. Engels: delay. Frans: retard. Een van de drie gevechtsvormen. Afhankelijk van het niveau waarop strijd wordt geleverd aangeduid met vertragende gevechtsacties en vertragend gevecht. Op het niveau van formaties komt het vertragend gevecht niet voor:

Eenheden (bataljon en lager)

vertragende gevechtsacties

Grote eenheden (brigade en divisie)

vertragend gevecht

Formaties (legerkorps en hoger)

n.v.t.

Doel is de vijand over een opgedragen diepte in het toegewezen vak af te remmen én verliezen toe te brengen. Andere eigen eenheden wordt daarbij de gelegenheid gegeven op een andere plaats een verdediging of aanval voor te bereiden dan wel uit te voeren.

Het vertragend gevecht kent vier manoeuvrevormen:

opeenvolgend vertragen

De vijand wordt door de gehele eenheid vanuit opeenvolgende stroken tot ontplooiing gedwongen. In de stroken wordt de tijdelijke verdediging gevoerd. Tussen de stroken treedt een deel van de eenheid beweeglijk vertragend op.

overlappend vertragen

De eigen eenheid verdedigt tijdelijk achtereenvolgende stroken, dwingt de vijand tot ontplooiing, vertraagt en valt - elkaar overlappend (haasje-over) - terug op de vorige strook.

combinatie opeenvolgend/overlappend

 

beweeglijk vertragen

Aaneenschakeling van op elkaar afgestemde aanvallende en verdedigende gevechtsacties. De vijand wordt zoveel mogelijk schade toegebracht door schietend terug te trekken.

Zie ook: verbonden wapens, aanvallend gevecht enverdedigend gevecht.

Terug naar Boven

 

VERZAMELGEBIED

Afgekort: vzgeb. Engels: Assembly Area (AA). Gebied waar een eenheid voor het uitvoeren van een opdracht wordt bijeengebracht. In dit gebied worden voorbereidingen voor de uitvoering van de opdracht getroffen. Met name worden de componenten van eenheden gecombineerd tot organieke of samengestelde eenheden en uitrustingen opgetopt.

Het is ook mogelijk dat in het verzamelgebied na een actie een hergroepering of recuperatie - activiteiten gericht op het herstel van de (gevechts)waarde van de eenheid - plaatsvindt.

De verplaatsing naar het verzamelgebied is tactisch. Omdat een verzamelgebied in de gevechtszone ligt, zijn maximale beveiligingsmaatregelen noodzakelijk, ook voor het (logistieke) verzorgingsgebied.

De eisen van het verzamelgebied:

Bescherming en dekkingsmogelijkheden tegen vijandelijk vuur

Faciliteiten voor personeel en materieel (afhankelijk van de verblijfsduur)

Markerings- en camouflagemogelijkheden

Mogelijkheden voor betrekken en verlaten van het verzamelgebied

Verbindingsmogelijkheden (zowel radio als lijn)

Vluchtwegen naar een verzamelpunt of een reserveverzamelgebied

Waarnemings- en vuurmogelijkheden voor de eigen wapens

Niet te verwarren met een afwachtingsgebied.

Zie ook: Staging Area en uitwijkgebied.

Terug naar Boven

 

VERZET

Synoniemen: illegaliteit; ondergrondse. Het geheel van verzetplegers dat actief, vaak gewelddadig of met gewapende middelen, weerstand biedt tegen een vijand.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog (1940-'45) bood het verzet in alle bezette landen, ook in Nederland, weerstand tegen het niet als wettig ervaren gezag dat het gevolg was van de Duitse bezetting. In georganiseerd verband en vanuit onderduikadressen werd het gewapend verzet in Nederland vooral gepleegd door leden van de Landelijke Knokploegen. Na WO II werd een aantal verzetsgroepen gebundeld in de Binnenlandse Strijdkrachten.

Onder verzetsdaden vielen bijvoorbeeld:

► drukken en verspreiden van illegale kranten

► helpen onderduiken van joden en geallieerde militairen, zoals neergestorte piloten

► liquideren van Duitse militairen en verraders

► luisteren naar Radio Oranje

► plegen van overvallen, o.a. voor bonkaarten of wapens, en sabotage

► schilderen van anti-Duitse leuzen op muren

► vervalsen van bonkaarten, officiële documenten en persoonsbewijzen

► zingen van spotliederen

Massaal openlijk verzet kwam relatief weinig voor en als dit zich voordeed, onderdrukte de bezetter dat hardhandig.

Zie ook: partizaan.

Terug naar Boven

 

VERZORGINGSINSTRUCTIE GENEESKUNDIGE DIENST

Afkorting: VI-GNK. Verzorgings Instructie voor de Geneeskundige Dienst. Veel van de hieronder aangehaalde voorbeelden zijn verouderd en worden niet meer toegepast.

VI GNK-008/4 Hulpmiddelen voor de behandeling van fosforbrandwonden
VI GNK-009/5 Tot PSU behorende artikelen
VI GNK-020/4 Cilinders medische gassen
VI GNK-027/7 Opiumwet-geneesmiddelen bij parate eenheden
VI GNK-028/8 Kort houdbare geneeskundige verbruiksartikelen
VI GNK-032 Vervanging van beperkt houdbare geneeskundige dienst-verbruiksartikelen bij parate eenheden
VI GNK-033 Uitbesteden van reparatie aan geneeskundige dienst-apparatuur
VI GNK-034/3 Röntgentoestellen voor medische doeleinden
VI GNK-036 Autorisatie van geneeskundige verbruiksartikelen t.b.v. OCMGD
VI GNK-038/6 Directe ruil van geneeskundige dienst goederen
VI GNK-041/6 Kwaliteitsbeheer van geneeskundige verbruiksartikelen bij parate eenheden
VI GNK-043/2 Werkinstructie bevoorrading geneeskundige verbruiksartikelen AS-23
VI GNK-058/1 Opslag van infusiematerieel
VI GNK-060/1 Identificatie van geneeskundige dienst-materieel ingedeeld bij geneeskundige formaties
VI GNK-061 Opslag en kwaliteit van röntgenfilms en röntgenchemicaliën
VI GNK-063/3 Rode Kruis-armband
VI GNK-067 Logboek geneeskundige dienst-materiaal
VI GNK-068 Aanbieden van geneeskundige dienst-materiaal voor periodiek 5de echelons onderhoud
VI GNK-069 Bevoorrading strooibus oefenpoeder voor huidontsmetting
VI GNK-072 Richtlijnen bij de eerstehulp-uitrusting dinghypack en survivalbelt
VI GNK-073/1 Afvoer van scherp potentieel besmet afval
VI GNK-074 Opleg van vochtgevoelig geneeskundige dienst-materiaal

Terug naar Boven

 

VERZORGINGSTEKENS

Onderstaand enkele van de meest voorkomende functionele verzorgingstekens, zoals die onder andere voorkomen in het basisteken van een logistieke inrichting:

Levensmiddelen (klasse I)
Munitie alle soorten
Munitie voor artillerie

Munitie voor lichte vuurwapens (kkw)

Munitie voor raketten en geleide wapens

Park
Reservedelen
Verkeer

Terug naar Boven

 

VESTIBULE

Tent die onder andere wordt gebruikt bij de opbouw van geneeskundige inrichtingen. De vestibule (NSN: 8340-17-050-6441) meet 2,27 x 2,27 meter en heeft een grondoppervlakte van 5,1 m².

Benodigdheden voor de vestibule zijn:

1 x tentdoek met foedraal

2 x staander 200 cm

2 x staander 260 cm

2 x dwarsligger met klauwen

1 x nokligger met klauwen

De specificaties van de vestibule zijn:

lengte 227 cm
breedte 227 cm
oppervlakte 5,1 m²
gewicht tentdoek in foedraal 29 kg
opzetten vestibule door 2 personen in 4 minuten

De vestibule kan worden gekoppeld aan de boogtent, die op zijn beurt kan worden gekoppeld aan de kruistent.

Terug naar Boven

 

VETERAAN

Het Ministerie van Defensie verstaat onder veteraan:

 

"De militair, de gewezen militair, of de gewezen dienstplichtige, van de Nederlandse krijgsmacht, dan wel van het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger, alsmede degene die behoorde tot het vaarplichtig koopvaardijpersoneel, die het Koninkrijk der Nederlanden heeft gediend onder oorlogsomstandigheden dan wel heeft deelgenomen aan een missie ter handhaving of bevordering van de internationale rechtsorde voor zover deze missie bij regeling van Onze Minister is aangewezen."

Sinds de Veteranenwet ('Wet van 11 februari 2012 tot vaststelling van regels omtrent de bijzondere zorgplicht voor veteranen') is de definitie van veteraan verruimd. Sindsdien kunnen ook actief dienende militairen veteraan zijn.

Direct na hun eerste uitzending kunnen ze de veteranenstatus toegekend krijgen. Die status geeft ze recht op zowel de veteranenpas als het draaginsigne veteranen (veteranenspeld).

Gelijkgesteld aan de veteraan zijn:

► Verpleegsters met de Nederlandse nationaliteit, die vanuit Nederland als militair of door het Rode Kruis zijn uitgezonden naar voormalig Nederlands-Indië en zijn ingezet voor medische verzorging van de Nederlandse Strijdkrachten en het voormalig KNIL, en die na afloop van de diensttijd naar Nederland zijn teruggekeerd of vertrokken.

► Employés Speciale Diensten van de Veiligheidsdienst Mariniersbrigade.

► Tolken die vóór 8 mei 1945 behoorden tot het Korps Tolken.

► Gewezen militairen die actief hebben deelgenomen aan de bevrijding van ons land, zich in Nederland hebben gevestigd en de Nederlandse nationaliteit hebben aangenomen.

► Gewezen militairen met de Nederlandse nationaliteit die vóór 2 maart 1946 waren verbonden aan de Explosieven- en Mijnopruimdiensten van de krijgsmacht en actief betrokken waren bij het mijnenvrij maken van onder meer vliegvelden, havens en kuststroken in de naoorlogse periode.

Bron: Handboek Veteraan (Veteraneninstituut).

Terug naar Boven

 

VETERANENDAG

Om structureel bij te dragen aan maatschappelijke erkenning en begrip van zowel oude als jonge veteranen is in 2005 de Nederlandse Veteranendag ingesteld. Sinds 2008 is de nationale vlaginstructie aangepast en wordt op Veteranendag op de hoofdgebouwen van de Rijksoverheid de Nederlandse vlag gehesen ("uitgebreid vlaggen").

De eerste edities van de Veteranendag vonden plaats op 29 juni, de geboortedag van de ‘peetvader’  van het legioen oud-strijders, Zijne Koninklijke Hoogheid Prins Bernhard. Vanaf het eerste lustrum in 2009 vindt de Veteranendag plaats op de laatste zaterdag van juni. De Nationale Veteranendag wordt georganiseerd door het Comité Nederlandse Veteranendag.

De jaarlijkse dag heeft het karakter van een nationale feestdag, waarbij de veteranen zowel tijdens het defilé als de militaire parade door tienduizenden belangstellenden worden aanschouwd en vaak toegejuicht. De Veteranendag zorgt er tevens voor dat het imago en prestige van Defensie worden hooggehouden.

De maatschappelijke erkenning en het begrip voor veteranen uiten zich tevens in het Veteraneninstituut, het draaginsigne veteranen, een gratis abonnement op het veteranentijdschrift Checkpoint, het Handboek Veteraan, de veteranendagen bij de krijgsmachtdelen en de Veteranenpas.

Nederlandse Veteranendag

Terug naar Boven

 

VETERANENINSTITUUT

Afgekort: Vi. Opgericht op 10 mei 2000. Toen opende toenmalig premier Wim Kok in aanwezigheid van Zijne Koninklijke Hoogheid Prins Bernhard, het instituut door een gebouw te openen naast de bestaande gebouwen van de Bond van Nederlandse Militaire Oorlogs- en dienstslachtoffers (BNMO) in Doorn.

Het Veteraneninstituut beoogt de maatschappelijke erkenning en de zorg voor veteranen te verbeteren. Het Ministerie van Defensie stelt het veteranenbeleid vast en geeft daarmee de kaders voor de veteranenzorg aan die het Veteraneninstituut uitvoert.

Het logo van het Veteraneninstituut: Vi

‘Het Veteraneninstituut biedt (na)zorg, materiële en immateriële dienstverlening aan voor veteranen en hun thuisfront. Verder heeft het Veteraneninstituut tot doel de maatschappelijke erkenning en waardering voor veteranen te bevorderen.

Omslag van het tijdschrift De Opmaat

Het Veteraneninstituut geeft sinds augustus 2000 tien maal per jaar het tijdschrift Checkpoint uit, de opvolger van De Opmaat (Tijdschrift over veteranen in oorlog en vrede). Checkpoint bevat vele artikelen, met name over de Tweede Wereldoorlog in Nederland en Nederlands-Indië.

Ook het Kennis- en Onderzoekscentrum (KOC) maakt deel uit van het Veteraneninstituut. De taken van het KOC zijn het verzamelen en verspreiden van wetenschappelijke informatie en het bevorderen van onderzoek. Het KOC doet onder meer onderzoek naar hoe veteranen en militairen met hun ervaringen omgaan en aan welke ondersteuning zij behoefte hebben.

Omslag van het tijdschrift Checkpoint

De Stichting Veteraneninstituut heeft een Raad van Bestuur, waaraan als adviseurs de generaal-majoor der mariniers Ton van Ede en prof. dr. Berthold Gersons zijn toegevoegd. Directeur van het Veteraneninstituut is sinds 1 juli 2009 de kapitein ter zee van administratie Franc Marcus; hij volgde de kolonel Loek Habraken op.

Het Veteraneninstituut kan op de volgende manieren worden bereikt:

Adres

Willem van Lanschotplein 2
3941 XP Doorn

Postadres

Postbus 125
3940 AC Doorn

Telefoon

0343-474150

Websitewww.veteraneninstituut.nl

E-mail

info@veteraneninstituut.nl

  

Op 22 september 2010 is het tienjarig bestaan van het Veteraneninstituut officieel gevierd in het Officierscasino in Soesterberg. Bij deze gelegenheid werd voor het eerst ‘Af: een veteranenmonoloog’ gespeeld door Cees Geel (als Srebrenica-veteraan Ben Verbrug) - tekst Kees van der Zwaard, regie Ruud Hendriks.

Martin Zijlstra, voorzitter van het Veteraneninstituut, en demissionair Minister van Defensie Eimert van Middelkoop hielden toespraken.

Terug naar Boven

 

VETERANENLOKET

Geopend op 11 juni 2014 door Minister van Defensie Jeanine Hennis-Plasschaert. Het Veteranenloket, gevestigd in Doorn, zorgt ervoor dat veteranen met (hulp)vragen sneller en efficiënt worden geholpen.

e oprichting van het Veteranenloket komt voor uit de Veteranenwet die in 2011 door het parlement is aangenomen. De Veteranenwet zorgt ervoor dat alle veteranen de erkenning, waardering en zorg krijgen waar zij recht op hebben.

Met het Veteranenloket krijgt de zorg voor veteranen opnieuw een belangrijke kwaliteitsimpuls. Postactieve veteranen én veteranen in werkelijke dienst kunnen met al hun vragen terecht. Vragen op het gebied van faciliteiten, ondersteuning door vrijwilligers (zoals nuldelijns zorg), reünies, de Veteranenpas of zorgvragen die bijvoorbeeld te maken hebben met een uitzending.

Het Veteranenloket is zeven dagen per week gedurende 24 uur op verschillende manieren bereikbaar, ook per post:

E-mail

info@veteranenloket.nl

Internet

http://veteranenloket.nl/

Post

Veteranenloket, Postbus 125, 3940 AC Doorn

Telefoon

088-3340000

Terug naar Boven of naar Homepage

 

VIERDAAGSE VAN NIJMEGEN

Grootschalig wandelevenement dat traditiegetrouw begint op de derde dinsdag in juli. Van oorsprong een militaire aangelegenheid, tegenwoordig gesponsord en mede georganiseerd door de Koninklijke Landmacht.

Luitenant Casper Viehoff van het 8ste Regiment Infanterie in Arnhem lanceerde in 1907 het idee om - als voorbereiding op de sportdagen diede landmacht in de jaren 1904-'08 op diverse plaatsen in het land hield - in vier dagen van Arnhem naar Breda te lopen. Ondanks de trainingsmotieven, vond het plan niet meteen doorgang maar leidde in 1908 tot de oprichting van de Nederlandse Bond voor Lichamelijke Opvoeding - de huidige Koninklijke NBLO (sinds 1958).

De enige bekende foto van de eerste Vierdaagse in 1909.

Van 1 tot 4 september 1909 werd de eerste echte Vierdaagse van Nijmegen georganiseerd. Er waren 15 verschillende routes uitgezet en gedurende de vier dagen werd 140 km (35 km per dag) afgelegd; op de laatste dag werd teruggekeerd naar de startplaats. Er waren 306 deelnemers, onder wie tien burgers.

De Vierdaagse ontstond uit het idee om de marsvaardigheid van militairen te vergroten en marsfracturen door bepakking te verminderen.

Bij Koninklijk besluit van 26 oktober 1909 werd aan infanteristen beneden de rang van officier toestemming verleend om het Vierdaagsekruis op het uniform te dragen. Pas bij Koninklijk besluit van 21 november 1928 werd aan alle militairen van de landmacht toestemming gegeven het Vierdaagsekruis op het uniform te dragen. Pas in 1925 werd Nijmegen de vaste startplaats.

In 1928 werd de Vierdaagse opengesteld voor buitenlandse deelnemers; in dat jaar liepen er ook Britten, Duitsers, Noren en een Fransman mee.

Ondanks en dankzij een turbulente geschiedenis van demonstrerende (linkse) anti-autoritairen, anti-militaristen en pacifisten ("Is het hier oorlog?"), vooral in de jaren '80, lopen de militairen jaar in jaar uit in grote aantallen mee. De aanwezigheid van militairen in het Vierdaagse-straatbeeld is sindsdien goed gebruik: elk jaar doen er vele duizenden militairen mee. Hoogtepunt is het binnenhalen met gladiolen van de lopers op de laatste dag op de Sint Annastraat (Via Gladiola) en het verkrijgen van het Vierdaagsekruisje.

Volgens de Regeling Internationale Vierdaagse Afstandsmarsen Nijmegen (VS 2-1100) kan de militair zowel op individuele basis als in detachementsverband lopen, mits in correct militair tenue en met minimaal 10 kg bepakking.

In de jaren '80 van de 20ste eeuw deed de antimilitaristische wandelclub Is Het Hier Oorlog? (IHHO) haar intrede in de Vierdaagse. Het zijn de jaren van het massale nee tegen de plannen voor het plaatsen van kruisraketten in Nederland en de steeds militanter vredesbeweging.

Tot 1984 wordt de deelname van IHHO getolereerd: dan worden de linkse wandeldemonstranten gediskwalificeerd vanwege het ontwijken van de pontonbrug bij Cuijk.

In 2016 wordt de 100ste editie van de Vierdaagse van Nijmegen gelopen.

Terug naar Boven

 

VIERSLAG

Gelet op het belang van voldoende voortzettingsvermogen is bij het dimensioneren van de krijgsmacht in de interdepartementale visie ‘Verkenningen. Houvast voor de krijgsmacht van de toekomst’ (Binnenlandse Zaken, Buitenlandse Zaken, Defensie, Financiën en Justitie, 2010) uitgegaan van een vierslag (voor stabilisatieoperaties).

Bij een vierslag zijn in beginsel vier eenheden beschikbaar om de voortdurende inzetbaarheid van één module (eenheid) te waarborgen bij een planmatige uitzendduur per rotatie van zes maanden.

Na de inzet is tijd nodig voor:

► recuperatie van het personeel
► personele wisselingen
► opleidingen
► voorbereiding op de volgende inzet

Verdere redenen voor de vierslag:

► Voorzien in een operationele reserve waarmee verliezen kunnen worden opgevangen en ingezette eenheden kunnen worden versterkt.

► Mogelijk maken van innovatie en – soms noodzakelijkerwijs langdurig – onderhoud en modificaties aan materieel zonder dat de inzetbaarheid in gevaar komt.

► Waarborgen dat voldoende personeel beschikbaar is voor onvoorziene aanvullende taken, individuele uitzendingen en voor militaire advies- en opleidingstaken (Security Sector Reform), die steeds meer aan belang winnen.

► Mogelijk maken te voldoen aan bestuurlijke afspraken over de beschikbaarheid van de krijgsmacht voor steunverlening aan civiele autoriteiten (ICMS) en dat reguliere taken zoals luchtruimbewaking, explosievenopruiming en kustwachttaken worden uitgevoerd.

Terug naar Boven

 

VIJANDCONTACT

Vijandcontact; eufemisme voor beschoten worden door de vijand. Bij vijandcontact wordt de contactdrill uitgevoerd: het automatisch handelen onder (in)direct vuur van een eenheid.

Het doel van de contactdrill - die kan worden uitgevoerd als eenmansdrill, tweemansdrill (ploeg) of groepsdrill - is onmiddellijk te reageren op vijandcontact, tijdwinst te boeken door een vereenvoudigde commandovoering en het verloop van het vijandcontact proberen te standaardiseren. Dit is van essentieel belang om de kans op overleven en succes te vergroten.

Indien het gedurende een verplaatsing tot vijandcontact komt, worden de contactdrill uitgevoerd onder leiding van een (plaatsvervangend) groepscommandant. Zo snel mogelijk wordt een vuurpositie ingenomen. De vijand wordt gelokaliseerd en vanuit een onvoorbereide opstelling worden verdedigende activiteiten uitgevoerd. Vervolgens wordt, onder dekkingsvuur, een terugtrekkende verplaatsing uitgevoerd door sprongsgewijs voor- of achterwaarts door het terrein te bewegen. Het doel hiervan is terrein te winnen en de vijand uit te schakelen (offensieve activiteiten) dan wel het contact met de vijand te verbreken (vertragend gevecht).

Door de korte waarnemings- en schootsvelden bij optreden in verstedelijkt gebieden, is bij vijandcontact vrijwel direct sprake van het nabijgevecht.

Operaties waarbij vijandcontact zeer aannemelijk is, worden level 1 operaties genoemd.

Terug naar Boven

 

VIJFDE COLONNE

Duits: fünfte Kolonne. Engels: fifth column. Frans: cinquième colonne. De term wordt gebruikt om aan te geven dat in een land verkapte aanhangers – belegeraars, geheim agenten, provocateurs e.d. - aanwezig zijn die georganiseerd allerlei ondermijnende acties ondernemen, aangespoord door en ten gunste van de vijand. Op deze manier kan worden geprobeerd om achter het vijandelijk front, dus in de eigen gelederen, elke vorm van verzet te smoren.

Afkomstig uit de Spaanse Burgeroorlog (1936-1939). Generaal Emilio Mola, aanhanger van generaal Franco, had eind september / begin oktober 1936 op de radio gezegd dat Franco met vier colonnes optrok naar Madrid. Mola voegde er weinig cryptisch aan toe dat de aanval op het regeringscentrum geopend zou worden door een vijfde colonne (“quinta columna facciosa”) die zich volgens de Franquistische generaal zelfs al in de stad bevond. Het nieuws drong snel door tot de belegerde hoofdstad, waar vele gevangenen werden gedood op verdenking van deelname aan de vijfde colonne.

Hoewel Franco actief werd gesteund door Duitsland en Italië – i.c. de nationaalsocialist Adolf Hitler en de fascist Benito Mussolini – en zelfs door de rooms-katholieke kerk, lukte het niet om Madrid te veroveren, mede dankzij Internationale Brigades van buitenlandse vrijwilligers.

Tekening uit 1945 van Leo Jordaan die laat zien dat de Nederlandse militairen niet alleen tegen “den buitenlandschen vijand” moesten strijden, maar ook tegen het verraad, de vijfde colonne.

Ook in de meidagen van 1940 leefde er in Nederland een massahysterie voor een vijfde colonne. Velen wisten zeker dat de in Nederland woonachtige Duitsers in geval van oorlog een gecoördineerde poging zouden doen om de Nederlandse verdediging te saboteren en in de war te schoppen; geruime tijd voor de Tweede Wereldoorlog zou de Duitse geheime dienst al zijn begonnen die Duitsers te instrueren, waarna de betrokkenen alleen maar op een teken uit Berlijn hoefden te wachten.

Achteraf is van het bestaan van zo'n vijfde colonne niets gebleken. Dit is aangetoond door dr. Lou de Jong in zijn proefschrift ‘De Duitse Vijfde Colonne in de Tweede Wereldoorlog’ (1953). De Jong, indertijd Chef van het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie (nu: NIOD), toonde aan dat er weliswaar voorbeelden van Duitsers waren die het Duitse invasieleger van dienst waren, maar van een plan waarbij veel Duitse ‘vijfde kolonisten’ betrokken zouden zijn was géén sprake.

Terug naar Boven

 

VIJFKAMP, MILITAIRE

Afgekort: MVK. Militaire Vijfkamp is sinds 2005 de opvolger van de Zware Militaire Vaardigheid (ZMV) en staat internationaal onder auspiciën van de Conseil International du Sport Militaire (CISM), het militaire equivalent van het International Olympic Committee (IOC).

Het is een militaire prestantie die kan worden behaald door op de 5 sportonderdelen - schieten, handgranaatwerpen, hindernisbaan, zwemmen en veldloop - tenminste de minimaal gestelde punten of tijd te behalen:

1.     lopen: 8 km veldloop voor mannen, 4 km voor vrouwen
2.     zwemmen: 50 m met hindernissen
3.     schieten: drie maal 10 schoten met Diemaco of Glock 
4.     hindernisbaan
5.     handgranaatwerpen: juistheids- en verteworpen

Afhankelijk van minimumprestaties op ieder onderdeel plus het wedstrijdpuntentotaal ontvangt een militair een insigne dat op het uniform mag worden gedragen, respectievelijk een bronzen, zilveren of gouden speld. Alleen voor de beste militaire vijfkampers is het Nationale Vijfkampkruis weggelegd.

De eisen zijn:

leeftijd

≤30

31-35

36-40

41-45

46-50

≥51 jaar

1: lopen (8 km)

36:30

38:05

39:45

41:30

43:20

45:10

2: zwemmen

0:47

0:49

0:51

0:53

0:55

0:57

3: schieten

110/200

110/200

110/200

110/200

110/200

110/200

4: hindernisbaan

3:30

3:40

3:50

4:02

4:12

4:24½

5: werpen

110/190

105/190

100/190

95/190

90/190

85/190

certificaat

2.800

2.600

2.200

2.000

1.800

1.600

bronzen speld

3.200

3.000

2.750

2.500

2.100

2.000

zilveren speld

3.600

3.350

3.150

2.900

2.500

2.400

gouden speld

4.000

3.700

3.500

3.250

2.850

2.750

Vijfkampkruis

4.200

4.000

3.800

3.600

3.200

3.000

Van links naar rechts: insigne Vijfkamp in brons, insigne Vijfkamp in zilver, insigne Vijfkamp in goud en Vijfkampkruis, zoals die wordt uitgereikt door Nederlands Olympisch Comité / Nederlandse Sport Federatie (NOC/NSF)

(Met dank aan eerste luitenant Fred Warmer en adjudant Joost Danvers van het Korps Nationale Reserve)

Terug naar Boven

 

V.I.S.

Ezelsbruggetje voor de drie (kern)competenties die bij beoordelingen altijd moeten worden meegewogen. De competenties staan voorgedrukt in het beoordelingsformulier.

De drie competenties zijn:

V

Verantwoordelijkheidsbesef

Het aanvaarden van risico's en het zelf accepteren van de gevolgen van eigen handelen, beslissingen en gemaakte afspraken.

I

Initiatief

Het onderkennen van kansen en er naar handelen. Liever uit zichzelf beginnen dan afwachten.

S

Samenwerken

Het zich inzetten om - met of tussen andere personen of groepen - samenwerking te bereiken en zo gemeenschappelijke doelen te behalen, ook wanneer dit niet van direct persoonlijk belang is.

De competenties staan vermeld in het Competentiewoordenboek Defensie, dat in totaal 27 competenties telt.

Zie ook: competentie.

Terug naar Boven

 

VISHAAK

Engels: fishhook.

Misleidingmanoeuvre, waarvan de naamgeving verwijst naar de vorm van de vishaak.

Een vishaak is het abrupt uitvoeren van een scherpe curve of draai “vanuit de beweging”, d.w.z. vanuit de marsrichting. Zo'n manoeuvre wordt bijvoorbeeld uitgevoerd wanneer een schuilbivak wordt betrokken. Overigens wordt het schuilbivak verlaten met de dog-leg.

Het opzettelijk afwijken van een geplande verplaatsingsrichting staat logischerwijs niet in bevelen omschreven.

Zie ook: dog-leg, exfiltratie en schuilbivak.

Terug naar Boven

 

VISITEREN

Zonder dwang ter plaatse aan den lijve doen onderzoeken van personen en/of bagage en voertuigen op ongeoorloofde zaken in het kader van het beveiligen of bewaken van militaire complexen.

Het doel van visiteren is het voorkomen van diefstal of fraude èn het bestrijden van activiteiten die het functioneren van de krijgsmacht ondermijnen.

De uitvoering van het visiteren vindt alleen plaats na toestemming van de te visiteren persoon (niet af te dwingen), op een discrete wijze in een gescheiden ruimte, steekproefsgewijs, zonder aanzien des persoons en door 2 personen (visitator en observator).

Overige kenmerken:

  • alleen in opdracht van het bevoegd gezag
  • militair kan bij weigering tuchtrechtelijk worden gestraft en/of toezegging tot een militair complex worden ontzegd
  • man gevisiteerd door man; vrouw gevisiteerd door vrouw
  • onredelijke of onbehoorlijke bejegening moet worden voorkomen
  • preventieve maatregel (fouilleren is een strafrechtelijke maatregel)
  • te visiteren persoon zelf bagage en voertuigen laten ontladen en uitpakken

Visiteren moet niet worden verward met fouilleren: het dwangmatig en zonder toestemming van de te fouilleren persoon met de tast onderzoeken van het lichaam naar strafbare feiten. Fouilleren vindt alleen plaats door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Binnen Defensie zijn zgn. buitengewone opsporingsambtenaren werkzaam bij de Koninklijke Marechaussee.

Het visiteren “tijdens het verblijf in een gebouw, luchtvaartuig of voertuig alsmede op een vaartuig of een terrein, dat in gebruik is bij of ten behoeve van de krijgsmacht” is vastgelegd in artikel 12D van de Militaire Ambtenarenwet. Hieronder valt ook adem-, bloed- en/of urineonderzoek ter vaststelling van de aanwezigheid van Opiumwetartikelen (soft- en harddrugs) en alcohol.

Zie ook: beveiligen en bewaken.

Terug naar Boven

 

V.L.A.G.E.S.

Voluit: Very Low Altitude Gravity Extraction System. Luchtdropping van vliegtuiglading op lage hoogte, bij een lage snelheid en door gebruikmaking van de zwaartekracht (vrije val, zonder parachutes). De techniek is gezamenlijk ontwikkeld en in 1973 voor het eerst met succes beproefd door 15 Wing Luchttransport van de Belgische Luchtmacht (Hercules C-130) en het Peloton Ravitaillement par Air (Rav Air) van de Brigade Para-Commando van de Belgische Landcomponent.

De luchtdropping houdt in dat hoofdzakelijk onbreekbare producten, zoals voedselhulp (graan, meel, melkpoeder, peulvruchten, suiker, rijst, tarwe, zout) wordt verpakt in twee nylon zakken. De buitenste zak zal scheuren bij de impact op het maaiveld, de tweede (ompakking) blijft intact. De payload wordt gestapeld op palets met een gewicht van in totaal 2.000 kg. Met een maximum van 8 palets is de lading van de Hercules C-130 in het geval van V.L.A.G.E.S. beperkt tot 16 ton, hoewel veiligheidshalve maximaal 8 ton per vlucht wordt gedropt. De dropping wordt uitgevoerd vanaf maximaal 750 voet (225 meter) hoogte.

Voordelen van deze techniek zijn:

  • beperkte leveringsschade (voedselzakken raken met een relatief lage verticale snelheid het maaiveld)
  • geringe kosten
  • goederen drijven niet af met de wind
  • goederen worden afgeleverd op locaties die voor andere transportmiddelen niet toegankelijk zijn
  • nauwkeurige levering bij aanwezigheid van een kleine drop zone (DZ)

Zie ook: Hercules C-130.

Terug naar Boven

 

VLAGGENBAND

Synoniem: uitzendlint.

Vlaggenbanden van 400 Geneeskundig Bataljon.

Terug naar Boven

 

VLAGLOCATIE

Afgekort: vlagloc. Duits: Meldekopf. Engels: rendez-vous (point). Frans: rendez-vous des forces. Synoniem (betekenis 2): ontmoetingspunt (ompt).

DOCTRINAIR

Volgens de Doctrine Publicatie Staftechniek (DP 3.2.2.4) de plaats waar de bewegwijzering begint: de locatie van de commandopost van een staf (bataljon en hoger).

De vlaglocatie en de as van bevelvoering worden vastgesteld door de commandant (BC). Voor de volgende CP stelt de commandant van de CP (PBC/chef-staf) samen met het Hoofd Sectie 3 de vlaglocatie en de as van bevelvoering vast. De adjudant (BA) en de Sectie 6 maken kwartier voor de volgende CP (locatie verkennen, inrichting bepalen).

Tijdens de verplaatsing moet de verbinding tussen de commandant en zijn ondercommandanten gegarandeerd zijn. De as van verbindingen valt doorgaans samen met de as van bevelvoering.

BIJ UITBREIDING

Een op de stafkaart en – ook bij duisternis – in het terrein gemakkelijk herkenbaar punt vanwaar de route naar een CP/eenheid/installatie is bewegwijzerd. Vaak gelegen aan een marsroute. Hier worden bezoekers, liaisonofficieren en ordonnansen op weg naar die CP/eenheid/installatie opgevangen door personeel van de te bezoeken eenheid.

Terug naar Boven

 

VLAGPROTOCOL

Op 19 februari 1937 werden bij Koninklijk Besluit de kleuren van de Nederlandse vlag - die de eenheid en onafhankelijkheid van het Koninkrijk der Nederlanden symboliseert - vastgesteld: helder vermiljoen (rood), helder wit en kobaltblauw. De afmetingen dienen zich te verhouden als 2 : 3, waarbij "2" de hoogte en "3" de breedte aangeeft (bijvoorbeeld 3 meter : 4½ meter).

Nederlandse vlag.

Tenzij volledig verlicht, mag de Nederlandse vlag niet tussen zonsondergang en zonsopgang wapperen of gehesen worden. Als de Nederlandse vlag in Nederland samen met andere vlaggen wordt gehesen, dient de Nederlandse vlag een ereplaats in te nemen.

Het vlagprotocol - vastgesteld door de Minister van Algemene Zaken, bericht nummer 298801 op 22 december 1980 - berust op traditie en etiquette: met de Nederlandse vlag dient eerbiedig, fatsoenlijk en passend te worden omgegaan.

Een verkleurde cq. versleten vlag wordt dan ook niet gehesen. In beginsel wordt de Nederlandse vlag gehesen van één kwartier na zonsopgang tot één kwartier vóór zonsondergang, niet later dan 21.00 uur.

Bij het hijsen van meerdere vlaggen moeten deze van gelijke afmetingen zijn én op gelijke hoogte gehesen worden. Bij het ontplooien van twee vlaggen is de ereplaats voor de Nederlandse vlag altijd rechts, gerekend met de rugzijde naar de vlaggen. Bij drie ontplooide vlaggen behoort de Nederlandse vlag in het midden. Indien naast de Nederlandse vlag vlaggen van andere landen worden gehesen, wordt de landvolgorde bepaalt door de eerste letter van de landnaam in de Franse taal (Nederland = Pays-Bas).

Indien de Nederlandse vlag de grond heeft geraakt, dient deze te worden verbrand.

Ten teken van rouw wordt de vlag halfstok gehesen. Bij het halfstok hijsen wordt de vlag eerst in top gehesen; daarna wordt deze langzaam neergehaald totdat de onderzijde van de hoogtemaat van de vlag op de helft van de masthoogte is gekomen. Bij het strijken van de vlag wordt deze eerst langzaam naar de top gebracht en daarna op dezelfde wijze omlaag gebracht.

Vlaggen met oranje wimpel

  • Verjaardag Prinses Beatrix: 31 januari
  • Verjaardag Koning Willem Alexander: 27 april
  • Koninginnedag 30 april (tevens verjaardag oud-Koningin Juliana)
  • Verjaardag Koningin Maxima: 17 mei
  • Verjaardag overige leden Koninklijk Huis
  • Feestelijkheden van leden Koninklijk Huis (bezoek, geboorte, huwelijk, jubileum)

Vlaggen zonder oranje wimpel

  • Bevrijdingsdag: 5 mei
  • Veteranendag: 29 juni
  • Capitulatie Japan (bevrijdingsdag Nederlands-Indië): 15 augustus Prinsjesdag (opening Staten-Generaal)
  • Derde Dinsdag van september (alleen in Den Haag)
  • Koninkrijksdag: 15 december
  • Als algemene uiting van vreugde van de gebruiker (behalen diploma, jubileum, terugkeer in Nederland)
  • Op verzoek van de gemeentelijke overheid

Halfstok vlaggen (altijd zonder oranje wimpel)

  • Dodenherdenking 4 mei 18.00 tot ca. 21.10uur
  • Overlijden lid Koninklijk Huis
  • Als algemeen teken van rouw van de gebruiker

Vouwen van de Nederlandse vlag

De vlag hoort over de lengte te worden gevouwen, waarbij de blauwe band aan de onderkant ligt, de witte band er bovenop en de rode band daarop. De volgorde van de banden is dus rood, wit, blauw. De gevouwen banden worden nu dubbelgevouwen, warbij de blauwe band steeds aan de buitenkant ligt en de rode band aan de binnenkant. Uiteindelijk ziet de dubbelgevouwen vlag er aan de buitenkant geheel blauw uit. De lus en de lijn bevinden zich aan de broekringszijde bovenop.

Hijsen van de Nederlandse vlag

  • Vijf minuten vóór het tijdstip vlaghijsen zijn twee vlaghijsers aanwezig bij de vlaggenmast, waarbij de vlagdrager de vlag horizontaal gestrekt over de onderarmen draagt.
  • Beide vlaghijsers marcheren elkaar af en houden bij de vlaggenmast op de plaats rust.
  • Bij de vlaggenmast wordt, met bel of fluit, het signaal tot het begin van het vlaghijsen gegeven.
  • Beide vlaghijsers komen in de houding.
  • De vlaghijser komt op de plaats rust en haakt de vlag aan.
  • De dubbelgevouwen vlag wordt enkelgevouwen en met de blauwe band over de rechterschouder van de vlagdrager gelegd; zodoende komt de rode band bovenop te liggen; aan de rode vand is de lus bevestigd waarmee de vlag in top wordt gehesen.
  • Na het waarschuwingscommando "Vlag" en het uitvoeringscommando "Hijsen" wordt door de vlaghijser de eregroet gebracht.
  • Vervolgens wordt de vlag gehesen door de vlaghijser, vanuit de rechterschouder van de vlagdrager.
  • Nadat de vlag in top is gebracht wordt het signaal tot het einde van het vlaghijsen gegeven.
  • De lijn van de vlag wordt vastgemaakt aan de vlaggenmast en beide vlaghijsers marcheren elkaar af.

Strijken van de Nederlandse vlag

  • Vijf minuten vóór het tijdstip vlagstrijken zijn twee vlagstrijkers aanwezig bij de vlaggenmast.
  • Beide vlagstrijkers marcheren elkaar af en houden bij de vlaggenmast op de plaats rust.
  • Bij de vlaggenmast wordt, met bel of fluit, het signaal tot het begin van het vlagstrijken gegeven.
  • Beide vlagstrijkers komen in de houding.
  • De vlagstrijker komt op de plaats rust en haakt de vlag los.
  • Nadat de lijn van de vlaggenmast is losgemaakt, wordt de vlag gestreken over de rechterschouder van de vlagdrager.
  • Nadat de vlag van de vlaggenmast is verwijderd wordt het signaal tot het einde van het vlagstrijken gegeven.
  • Na het waarschuwingscommando "Vlag" en het uitvoeringscommando "Strijken" wordt de vlag opgevouwen; de dubbelgevouwen vlag wordt enkelgevouwen en met de blauwe band over de rechterschouder van de vlagdrager gelegd; zodoende komt de rode band bovenop te liggen.
  • B eide vlaghijsers marcheren elkaar af.

Meer informatie over vlaggen en vlagprotocol binnen de krijgsmacht is te vinden in de Defensiepublicaties (DP) 20-10 ( Ceremonieel & Protocol) en 20-30 (Vaandels en standaarden van de Nederlandse krijgsmacht) én in VS-1590 (Ceremonieel voor de Koninklijke Landmacht).

Terug naar Boven

 

VLAKBAANVUUR

Ook genaamd: direct vuur.

SOORT WAPENS

VOORBEELD

Kanonnen

 

Kleinkaliberwapens

Diemaco

Tanks

Leopard 2A6 (NL) Main Battle Tank

Vlakbaangeschut is bedoeld voor het verschieten van projectielen in een zo goed als rechte lijn. Direct vuur wordt afgegeven op doelen die zich op gelijke hoogte bevinden én direct voor de schutter waarneembaar zijn.

Zie ook: krombaanvuur.

Terug naar Boven

 

VLAMMENWERPER

Duits: Flammenwerfer. Engels: flame-thrower. Frans: lance-flammes.

Apparaat dat, meegevoerd door een infanterist of op een voertuigen, onder hoge druk brandende vloeistof wegspuit tot ± 40 meter. De vlammenwerper werd met name gebruikt bij het innemen van versterkte opstellingen, zoals bunkers, loopgraven, mitrailleursnesten en schuilplaatsen.

De vlammenwerper is een uitvinding uit de Eerste Wereldoorlog: de Duitsers introduceerde het wapen op 30 juli 1915 bij ’t Hooge (Zillebeke) aan het Westelijk Front, de Britten kwamen al een jaar later aan de Somme in Noord-Frankrijk met een variant. Hoewel de vlammenwerper door zijn gruwelijke effect (in brand gestoken objecten en toegebrachte brandwonden) hoe dan ook een groot psychologisch effect had, was het niet effectief genoeg om een doorbraak in de oorlog te forceren.

Vlammenwerper in gebruik door de Amerikanen in Vietnam

Bij Protocol III van de Conventies van Génève (Protocol on Prohibitions or Restrictions on the Use of Incendiary Weapons) is het gebruik van brandwapens, waaronder de vlammenwerper, tegen onder meer burgers en militaire doelen gelegen binnen een concentratie van burgers verboden. Hetzelfde geldt voor andere brandstichtende munitie (fosfor, napalm, thermiet).

Nog in 2007 bestreed de Belgische krijgsmacht een schier onverwachte vijand met de vlammenwerper: de eikenprocessierups. Niet zo onverwacht, want al in de Eerste Wereldoorlog werden de eerste vlammenwerpers door de Duitsers ingezet ter bestrijding van luizen en ander ongedierte in de loopgraven.

Terug naar Boven

 

VLIEGEND LEGER

Duits: camp-volant;  fliegende Armee;  fliegendes Corps;  fliegendes Lager. Engels: camp-volant;  flying force. Frans: camp-volant; troupe légère.

Met een vliegend leger (Latijn: expedita manus) werd in vroeger tijden een snel inzetbare, beweeglijke troepenmacht bedoeld die weinig uitrusting of zware wapens met zich meevoerde.

Zo’n tijdelijk op één plek gevestigd leger wekte door haar mogelijkheid tot het uitvoeren van snelle manoeuvres de indruk van een veel grotere, almachtiger strijdmacht dan ze in werkelijkheid was en werd daarom gevreesd. De tegenstander maakte zich voortdurend ongerust en moest koste wat kost in opperste staat van paraatheid blijven.

Een vliegend leger kon, vanwege haar geringe omvang, weliswaar geen belegeringen uitvoeren of offensieven inzetten, maar wel haar eigen garnizoenen beschermen en, in noodgevallen, op een of meerdere zwaartepunten een verdediging inrichten.

Terug naar Boven

 

VOERTUIGEN, MAATGEVING VAN DE

In onderstaand schema lengte, breedte, hoogte, leeggewicht en maximaal gewicht van een aantal wielvoertuigen zoals die in gebruik zijn bij de Koninklijke Landmacht:

VOERTUIG

LENGTE

BREEDTE

HOOGTE

LEEGGEWICHT

MAXIMAAL GEWICHT

MB 5 Kn

4 meter 17

2 meter 01

1 meter 98

2.195 kg

2.750 kg

MB 7,5 Kn

4 meter 62

2 meter 01

1 meter 98

2.325 kg

3.150 kg

YAD-4442

7 meter 30

2 meter 50

3 meter 40

7.600 kg

11.700 kg

YAS-4442

7 meter 30

2 meter 50

3 meter 73

6.800 kg

11.700 kg

Terug naar Boven

 

VOGELSANG

Burg en Truppenübungsplatz in Duitsland. Vogelsang is gelegen in de omgeving van Stadt Schleiden en Stadt Gemünd in Kreis Euskirchen in de deelstaat Nordrhein-Westfalen. Meer specifiek: 150 km oostelijk van Brussel, 75 km ten zuidwesten van Maastricht en 50 km ten zuidwesten van Köln. Aan de Bundesstrasse 266 splitst het oefenterrein zich in tweeën. De legeringsgebouwen op de Burg Vogelsang dragen illustere namen als De Schelde (Escaut), Malakoff, Van Dooren en Sint Joris (Saint Georges).

Befaamd zijn ook de 398 traptreden van de appèlplaats naar de sportplaats in het Urfttal; deze sportplaats telt een voetbalveld met tribune, een zwembad en een fitnessruimte.

Het welkomstbord aan de Avenue Albert - de entree naar de Burg Vogelsang - is het eerste dat elke bezoeker ziet. De tekst luidt:“Plus de sueur, moins de sang” (“Meer zweet, minder bloed”).

Tot Vogelsang behoren eveneens het oefendorp Wollseifen (t.b.v. optreden in verstedelijkte gebieden), de bivakplaats en Flugplatz Walberhof, een bioscoop (gebouw 33) en een NBC-verdedigingsoefenruimte (gebouw 65).

De Truppenübungsplatz is 4.100 hectare groot. Het oefenterrein grenst aan de noordelijke uitlopers van de Eifel (Hürtgenwald), vlakbij de grens met België.

Gedurende 47 weken trainen er jaarlijks 30 à 40.000 NAVO-militairen gedurende periodes van 1 à 2 weken; 2.500 tot 3.000 militairen ineens kunnen worden gelegerd. Vanaf 1980 telt de Truppenübungsplatz 32 schiet- en gevechtsstanden voor infanterie- en tankeenheden. Daarnaast kunnen er op de diverse hoogvlaktes tactische oefeningen worden gehouden.

De Truppenübungsplatz is onder andere gebruikt voor de eindoefeningen van Nederlandse eenheden die zijn uitgezonden naar voormalig Joegoslavië (UNPROFOR, IFOR en SFOR).

15 maart 1934Eerste schop in de grond voor de bouw van de Burg Vogelsang volgens de plannen van architect Clemens Klotz en onder leiding van architect-bouwopzichter Karl-Friedrich Liebermann.
22 september 1934Reichsorganisationsleiter dr. Robert Ley legt eerste steen voor Burg Vogelsang.
1 mei 1936Opening als opleidingsinstituut voor de National-Sozialistische Deutsche Arbeiter Partei (nazi’s); gespecialiseerd in rassenfilosofie en lichamelijke opvoeding; 500 Ordensjunkers beginnen aan opleiding die 10 maart 1937 ten einde is.
24 april 1936Dr. Robert Ley draagt Ordensburg Vogelsang over aan Adolf Hitler.
20 november 1936Adolf Hitler bezoekt voor eerste maal de Burg Vogelsang.
29 april 1937

Adolf Hitler bezoekt voor tweede/laatste maal de Burg Vogelsang.

1941-1944Aldolf Hitler-Schule en Krankenstation (hospitaal) gevestigd in Burg Vogelsang.
16 december 1944Duitse troepen verlaten de Burg om aan het Ardennenoffensief (Battle of the Bulge) deel te nemen; transportvliegtuigen vertrekken vanaf Walberhof ter ondersteuning van de Duitse troepen in het kader van het Von Rundstedt-offensief.
eind december 1944Britse Royal Air Force bombardeert Burg Vogelsang, Urfttalsperre (stuwdam van het Urftmeer) en Wollseifen.
4 februari 19451st Battalion, 47th Infantry Regiment, 9th Infantry Division (onder leiding van generaal Edward A. Craig en met kolonel William Childs Westmoreland als chef-staf) verovert bij toeval Burg Vogelsang.
12 februari 19451st Battalion vertrekt; Britten bezetten Vogelsang, daarbij gesteund door het 21ste Belgische fuseliersbataljon.
augustus 1946Definitieve overname Kamp Vogelsang door Britse troepen.
1 september 1946± 500 inwoners van Wollseifen hebben binnen drie weken het dorpje moeten verlaten.
1 april 1950Overname Kamp Vogelsang door Belgische troepen.
vanaf 1956Naast Belgen oefenen voortaan ook Amerikaanse, Britse, Canadese, Duitse, Franse, Luxemburgse en Nederlandse troepen in NAVO-verband in Vogelsang.
1989Burg Vogelsang “unter Denkmalschutz”(geplaatst op de monumentenlijst).
2001Belgische regering kondigt aan Truppenübungsplatz in zijn geheel aan Duitsland terug te geven.
Oktober 2004Laatste NONEX-geneeskundige ondersteuning door 43 Geneeskundige Compagnie uit Havelte.
Juli 2005Ontbinding van het Kamp Vogelsang in het kader van de herstructurering van de Belgische strijdkrachten.
December 2005Einde van de militaire exploitatie Burg en Truppenübungsplatz Vogelsang.
2006Vogelsang kan vanaf nu deel gaan uitmaken van Nationalpark Eifel.

Terug naar Boven

 

VOORBEREIDINGSVAARDIGHEDEN

Een van de vijf vaardigheden zoals die worden beschreven op en gehanteerd vanaf de Instructiekaart 2-1250 (IK 2-1250), bijgenaamd "de witte kaart".

Deze IK is een uitreikstuk in het kader van de leiderschapstraining en –vorming (LTV) ten behoeve van de leidinggevende, zowel in opleiding op de Koninklijke Militaire School als daarna.

Zie ook: communicatieve vaardigheden, evaluatieve vaardigheden, sociale vaardigheden en uitvoeringsvaardigheden.

Terug naar Boven

 

VOORPOST

Duits: Feldposten; Vorposten. Engels: (combat) outpost (COP). Frans: poste de combat avancé; poste avancé; avant-poste.

Versterkte locatie(s) in een vooruitgeschoven beveiliging, idealiter ter grootte van een compagnie en minimaal een peloton. Het is de verst vooruitgeschoven eenheid die voor de veiligheid van de hoofdmacht waakt – die zich rugwaarts in bivaks of stellingen bevindt, zich te ruste begeeft of recupereert.

In het algemeen wordt de compagniesgrote voorpost uitgezet in een rokade van de hoofdmacht. Hierbij wordt de compagnie verdeeld over verschillende voorpostafdelingen. De locaties bevinden zich op 1½ tot 2½ km vóór de hoofdmacht, buiten de onmiddellijke dreiging van de vijand, en houden de naderingswegen naar de hoofdmacht en/of tactisch belangrijk  terrein onder waarneming.

De voorpostenlijn komt overeen met de voorste rand weerstandgebied (VRW), vroeger “hoofdweerstandsstrook” (hws) genaamd. Dit is de voorste linie waar - gedacht, planmatig - het gevecht zal worden gevoerd.

De primaire taak van de voorpost is het waarschuwen van eigen troepen in geval van vijandelijke nadering. In het daaropvolgende gevecht dient de vijand zo lang mogelijk weerstand te worden geboden om eigen troepen tijd te laten winnen (vertragen). Hierbij worden de voorposten niet versterkt met eenheden uit de hoofdmacht.

Naast de waarschuwende taak voert de voorpost verkenningen uit in het gebied tussen de hoofdmacht en de voorpost.

Op microniveau is de voorpost vergelijkbaar met de post te velde of waarnemings- en luisterpost (WLP).

Terug naar Boven

 

VOORSCHRIFT COMMANDANT

Artikel 1

De commandant heeft altijd gelijk.

Artikel 2

Mocht de commandant ongelijk hebben, dan treedt onmiddellijk artikel 1 in werking.

Artikel 3

Als er noch van artikel 1, noch van artikel 2 sprake is en de commandant weet iets niet, dan treedt artikel 4 in werking.

Artikel 4

Het zal na het lezen van de Bijbel overduidelijk zijn dat de commandant alles weet.

Artikel 5

Als de commandant door een intelligente opmerking in verlegenheid wordt gebracht (wat onwaarschijnlijk lijkt), heeft de commandant te allen tijde het recht zich te beroepen op artikel 6.

Artikel 6

Intelligente opmerkingen staan voor de commandant gelijk aan subversieve activiteiten. De commandant raadplege hiervoor het Wetboek van Militair Strafrecht.

Artikel 7

Bij de commandant kan iedereen altijd terecht met zijn persoonlijke problemen. De commandant zal iedereen vriendelijk en vol begrip tegemoet treden en verenigt zodoende in zich de vader, de moeder en de geestelijk leidsman. Wanneer de commandant weigert deze rol te spelen, heeft hij persoonlijke problemen.

Artikel 8

De commandant heeft geen persoonlijke problemen. Zijn taak bij de krijgsmacht geeft hem een zo grote innerlijke bevrediging, dat er geen ruimte overblijft voor onbenullige privémoeilijkheden.

Artikel 9

De commandant deinst nergens voor terug. Hij is aspirant-held en zal dat bij de eerste de beste gelegenheid bewijzen. Bovendien is hij overal voor verzekerd en tegen ingeënt.

Artikel 10

Eerste opgave van wijziging: artikel 2 tot en met 10 vervallen bij beschikking commandant. Wijziging artikel 1:De commandant heeft gelijk en krijgt anders toch wel zijn zin.

Bron: reservekapitein van het Regiment Van Heutsz drs. John Angenent (Amsterdam, 1955), in 1980  uitgezonden naar Libanon in het kader van UNIFIL.

Terug naar Boven

 

VOORSCHRIFTEN GENEESKUNDIGE DIENST

Een opsomming van de voorschriften (VS'en) die binnen de Geneeskundige Dienst gangbaar zijn en allen beginnen met het cijfer '8':

VS 8-1 v/h De Geneeskundige Dienst van de Koninklijke Landmacht
VS 8-108 Emergency War Surgery
VS 8-109 Eerste Hulp Aan het Front (EHAF)
VS 8-109/1 Trauma Life Support
VS 8-109/2 Combat Life Saver (CLS)
VS 8-109/4 Primary & Secondary Trauma Life Support
VS 8-109/5 Battlefield Trauma Life Support (BATLS)
VS 8-109/6 Field Hospital Trauma Life Support
VS 8-109/7 Medical Evacuation/Casualty Evacuation (MEDEVAC/CASEVAC)
VS 8-109/9 Protocol behandeling van gewonden en zieken onder NBC-behandeling
VS 8-110 Behandeling slachtoffers van oorlogshandelingen
VS 8-111 Anatomie en fysiologie t.b.v. de EHAF
VS 8-112 Gedragen en geïmproviseerd gewondenvervoer
VS 8-113 Schminken en oefenverwondingen
VS 8-118 Verbandleer
VS 8-120 Hygiëne en Preventieve Gezondheidszorg (HPG)
VS 8-121 Hygiëne en Preventieve Gezondheidszorg (HPG) voor artsen en HPG-specialisten
VS 8-201 Geneeskundige administratie, registratie, rapportages en aanvragen in oorlogstijd
VS 8-228 Farmacotherapeutisch kompas
VS 8-24 De verzorging van gewonden en zieken (Ziekenverzorging)
VS 8-251 Algemene bedrijfsveiligheid
VS 8-259 Formularium KL
VS 8-26 Weke delen aandoeningen van het bewegingsapparaat deel I (anatomie in vivo)
VS 8-27 Orthopedische geneeskunde deel II
VS 8-28 Codex Medicus
VS 8-29 Praktisch verklarend zakwoordenboek der geneeskunde
VS 8-30 Huid- en geslachtsziekten
VS 8-33/1 Nederlandse Huisartsen Genootschap-serie (overzichtskaarten en ordner)
VS 8-33/2 Nederlandse Huisartsen Genootschap-serie (beknopte standaard)
VS 8-40 De tandartsassistent
VS 8-41 De geneeskundig laborant
VS 8-44 Infectieziekten
VS 8-70 Bestuurder van voorrangsvoertuigen (v/h De ziekenauto chauffeur)
VS 8-74 Ziekenauto Mercedes-Benz 290D 10 kN
VS 8-75 Ziekenauto Mercedes-Benz 508D
VS 8-77 Ziekenauto Landrover 7,5 kN
VS 8-78 Het gewondentransportvoertuig YPR-765

Terug naar Boven

 

VOORSTE LIJN EIGEN TROEPEN (VLET)

Afkorting: VLET. Duits: vordere Linie eigener Truppen. Engels: Forward Line of Own Troops (FLOT). Frans: front en première ligne. De lijn tussen eigen troepen en vijand. In uitgebreidere zin: de coördinatielijn - denkbeeldige lijn - op een lineair gevechtsveld die wijst op de voorste posities van de eigen landstrijdkrachten op een bepaald moment.

In de regel is alleen de VLET in de frontlijn bij staven ingetekend op een stafkaart.

Zowel aan eigen als vijandzijde van de VLET markeren vakgrenzen het gebied van verantwoordelijkheid (Area of Responsibility). Om de VLET als eigen coördinatielijn in het terrein te markeren, kan gebruik worden gemaakt van een breaklight of gronddoek (marker panel), visueel herkenbaar voor zowel land- als luchtstrijdkrachten. De herkenningstekens voor eigen troepen moeten voor de vijand onzichtbaar en voor eigen troepen goed zichtbaar zijn, ook vanuit de lucht.

Omdat het verloop van de VLET onder andere kan worden afgeleid uit waargenomen troepenbewegingen en -concentraties en de aan- of afwezigheid van high-value targets, zijn in de voorste posities vaak Special Forces, verkenningseenheden, voorwaartse waarnemers en/of voorbataljons - liefst met pantservoertuigen - te vinden.

Het verloop van de VLET wordt door deze eenheden gemarkeerd en wijzigingen tijdig doorgegeven, zodat:

► correcte posities voor eigen troepen kunnen worden gekozen
► het beweeglijk gevecht mogelijk is
► verschillende vormen van vuursteun kunnen worden gecoördineerd

In het gebied vlak achter de VLET is sprake van veel bewegende eenheden en vuuruitwerking van direct vuur, zoals het afgeven van stormvuur vlak voor de VLET. Onjuiste of onvoldoende coördinatie verhoogt dan het risico van te vroeg, te laat of zelfs op eigen troepen vuren (friendly fire).

Als onderdeel van Joint Suppression of Enemy Air Defences (JSEAD) kan in een smalle corridor langs de VLET een operatie worden uitgevoerd die de vijandelijke luchtafweer neutraliseert, onderdrukt of vernietigt. Deze zgn. corridoroperaties maakt het passeren van eigen vliegtuigen mogelijk.

Geneeskundige inrichtingen role 1 en 2 worden afhankelijk van de positie van de VLET én de afstand van de VLET tot de vijand verplaatst.

Door asymmetrische oorlogvoering heeft het begrip VLET aan betekenis verloren.

Zie ook: cross-flot-operaties (X-FLOT), front, voorste rand weerstandsgebied (VRW) en waarnemen.

Terug naar Boven

 

VOORSTE RAND WEERSTANDSGEBIED

Afkorting: vrw. Duits: vorderer Rand der Verteidigung; vorderer Raum Verteidigung. Engels: Forward Edge of the Battle Area (FEBA). Frans: zone des combats de première ligne.

De voorste rand weerstandsgebied is de voorste begrenzing van het weerstandsgebied, waar in de regel een eenheid van tenminste bataljonsgrootte, al dan niet statisch, het beslissende verdedigende gevecht voert. Zoals de VLET vanuit het perspectief van de vijand de vrw is, is de vrw de VLET vanuit het perspectief van eigen troepen.

De voorste rand weerstandsgebied: links het geplande verloop, rechts het daadwerkelijk verloop zoals aangegeven op stafkaart of oleaat.

De voorste rand weerstandsgebied is één van de vele coördinatiemaatregelen bij het voeren van het verdedigend gevecht, evenals aansluitingspunten, beveiligings-, fase- en lichtlijnen en vakgrenzen.

De voorgrens wordt aangepast aan de configuratie van het terrein, zoals markante punten en lijnen in het terrein. Daarnaast wordt de voorste rand weerstandsgebied aangegeven met aansluitingspunten op de vakgrenzen: bij een bataljon een frontbreedte van ± 6 km, bij een brigade ± 12 km.

Tussen de voorste rand weerstandsgebied en de feitelijke verdedigingslijn ligt de hinderlaagsector. Vóór of achter deze sector bevindt zich een coördinatielijn die als doel heeft om eenheden op één lijn te brengen.

Het gehele weerstandsgebied (wgeb) strekt zich uit van de voorste rand van het weerstandsgebied tot aan de achtergrens van de eenheid die het verdedigend gevecht voert, in dit geval de achterste vakgrens van een bataljon.

De brigade zal in front van de voorste rand weerstandsgebied het brigadeverkenningseskadron (BVE) uitbrengen, onder andere om tijdig het vijandelijk zwaartepunt te kunnen onderkennen.

Zie ook: beveiligingslijn, cross-flot-operaties (X-FLOT), front, voorste lijn eigen troepen (VLET) en waarnemen.

Terug naar Boven

 

VOORTZETTINGSVERMOGEN

Voldoende kwantiteit om operaties voor langere duur vol te houden, zowel voor wat betreft stafcapaciteit, gevechtseenheden, gevechtssteuneenheden als gevechtsverzorgingssteun (logistieke) eenheden.

Terug naar Boven

 

VORMING

Deel van het opleidings- en trainingsproces dat zich richt op het (verder) ontwikkelen van attituden en persoonseigenschappen van individuen en groepen van militairen, die noodzakelijk zijn om in een bepaalde context succesvol te kunnen presteren:

Attitude

Neiging om op een bepaalde manier over iets/iemand te oordelen. Complex van persoonseigenschappen, normen, waarden, gevoelens, ideeën en meningen, dat bepaalt hoe een persoon zich in een bepaalde situatie gedraagt. Heeft consequenties voor het uit te voeren gedrag.

Synoniemen: houding, instelling, mentaliteit.

 

Persoonseigenschappen

Relatief stabiele en consistente manieren van omgaan met en denken over de omgeving en de eigen persoon.

Synoniemen: karakter(trekken), persoonlijkheid, persoonskenmerken.

Een positief werk- en leefklimaat ondersteunt het vormingsproces.

Vorming hoort in het domein van de onderofficier en maakt onlosmakelijk deel uit van elk opleidings- en trainingsproces (O&T), waarin het wordt gekoppeld aan en als een rode draad loopt tussen het aanleren en trainen van kennis en vaardigheden.

Het vormingsproces vangt aan in de initiële opleiding, wordt continu en weldoordacht voortgezet bij de operationele eenheid en moet overal gelijk zijn ingericht.

Vormingsaspecten leiden ertoe dat het individu:

► een eigen identiteit ontwikkelt
► zelfstandig de eigen (on)mogelijkheden in sociale relaties en handelingen kan hanteren
► tot een bewuste plaatsbepaling in een groep of maatschappij komt
► gemakkelijker persoonlijk en maatschappelijk kan functioneren

Verdere ontwikkeling betekent in de dagelijkse praktijk het richting geven aan gedrag; dit heeft tijd en rijping nodig. Overigens bestrijkt de dagelijkse ongeplande vorming naar schatting negentig procent van de totale tijd.

Bron: vakblad De Onderofficier, november 2012, pagina 7.

Kennen en kunnen in combinatie met zijn (willen en durven) bepalen het gedrag. Bij het leidinggeven – één van de aspecten van commandovoering, samen met besluitvorming en bevelvoering – wordt bewust richting gegeven aan dit gedrag. Hiermee wordt ook bewust gewerkt aan vorming.

Bij vorming is "zijn" (willen en durven) belangrijker dan kennis en kunde. Innerlijke discipline, intrinsieke motivatie, can do-mentaliteit en gedrag (waarbij de groep en het team belangrijker dan het individu) moeten aanwezig zijn. Mentale vorming en militair-zijn hebben direct te maken met:

Teamlid

trots, zelfstandigheid, kameraadschap, ethisch bewustzijn.

Gehardheid

doorzettingsvermogen, incasseringsvermogen, stressbestendigheid.

Gevechtsbereidheid

moed, actief, prestatiegericht, discipline.

Uiteindelijk leidt dit tot cohesie, esprit de corps, moreel, teamspirit en gevechtskracht.

De CSM-dagen op 6 en 7 juni 2013 in Weert, stonden in het teken van vorming.

Waartoe vormt de KL en wat is daarbij de rol van de CSM als senior onderofficier? Wat maakt een militair succesvol en welke elementen moeten er dan minimaal in het vormingsprofiel zijn opgenomen? Wie is verantwoordelijk voor de vorming van de militair en is het noodzakelijk onderscheid te maken binnen de diverse rangen? Op welke wijze is voortdurende individuele vorming te waarborgen, welke instrumenten zijn daarbij te gebruiken en waar is behoefte aan? Hoe kan vorming worden geborgd binnen de eenheid en is de CSM in staat om de kwaliteit te beoordelen?

Uitgaande van de doelstelling van vorming en het daaraan gekoppelde profiel van een succesvol militair zal de nadruk moeten liggen op discipline en houding. Hierbij zijn zelfstandigheid, verantwoordelijkheid, fysieke inzetbaarheid, het bezitten van kennis en vaardigheden en oplossingsgericht zijn, van even groot belang.

De essentie in de klassieke instructiefilm ‘De ondergang van de B. Compagnie’ is dat een goed geleide en opgeleide eenheid – conditioneel, met topschutters en chauffeurs volgens het boekje – wel degelijk kan worden verslagen.

De film van de Legerfilm-Fotodienst (1945) is de Nederlandse bewerking van een Amerikaanse militaire instructiefilm over een Amerikaanse eenheid die als taak heeft een eiland te veroveren op de Japanners.

Omdat ze in het heetst van de strijd de kleine, schijnbaar onbelangrijke dingen over het hoofd zien, steken laten vallen, ongewenst eigen initiatief tonen en een gebrek aan teamgeest aan de dag leggen, wordt de Bravo Compagnie alsnog verslagen.

Vele tienduizenden dienstplichtigen hebben in het kader van de militaire vorming deze 'moreeloppeppende' film verplicht moeten kijken.

Meer over (mentale) vorming kan worden nageslagen in het handboek 'Mentale Vorming' (HB 2-9201), de instructiekaart 'Mentale Vorming' (IK 2-16) en documentatie uit het domein Opleiding, Training en Kennisproductie (OTK).

Terug naar Boven

 

VOUWBRUG

Geïmproviseerde brugslag die in het kader van het (opnieuw) creëren van mobiliteit kan worden gerealiseerd door de pontonniers van de genie van 105 Brugcompagnie - tot enkele jaren geleden 105 Vouwbrugcompagnie geheten.

105 Brugcompagnie maakt met 101 NBC-compagnie én 102, 103 en 104 Constructiecompagnie deel uit van 101 Geniebataljon.

De vouwbrug, die feitelijk bestaat uit complete vouwbrugdelen die drijven op het water, wordt geschakeld uit meerdere middenpontons en twee eindpontons. Het aaneenschakelen van de vouwbrugdelen vindt plaats met de boot bruggenbouw en verschillende gereedschappen.

Tientonner van het type DAF YGZ-2300 voor het vervoer van vouwbrugdelen

Als er een brug is weggevallen zal bij het maken van een brug in vijandelijk gebied worden geopteerd voor de vouwbrug. Hoewel een brugcompagnie als taak kan krijgen een brigade tijdens de opmars met een geslagen vouwbrug over een rivier te ondersteunen, is dit een noodoplossing: de vouwbrug wordt relatief traag gelegd. De richttijd voor de brugslag van een vouwbrug is 80 à 100 meter per uur of 1½ meter per minuut.

105 Brugcompagnie beschikt over drie vouwbrugpelotons, die noodbruggen en –vlotten kan realiseren. Elk peloton kan 70 meter vouwbrug leggen, in totaal 210 meter overspanning. De vouwbrug heeft een capaciteit van 150 à 200 voertuigen per uur.

De scene van een brugslag met vouwbrugdelen. Links en rechts een boot bruggenbouw.

De vouwbrug wordt “uitgevouwen” uit pontons (aluminium vouwbrugdelen). Het brugslagmaterieel wordt aangevoerd met vrachtauto’s van het type YGZ-2300/DHS-535: 10-tonners (100 kN) met een breedte van 3 meter 45 en een hoogte van 4 meter.

Met de YGZ-2300/DHS-535 moet dan ook altijd onder begeleiding van de Koninklijke Marechaussee worden gereden.

De vouwbrug kan op verschillende manieren worden gelanceerd, afhankelijk van de oever: hoog, steil, vast of drassig.

De vrachtauto rijdt achteruit in positie. De vergrendeling van de vouwbrug wordt losgemaakt, waarna het brugdeel te water glijdt en zich opent onder invloed van de opwaartse druk van het water en de ontvouwkabels. Wanneer de hijslier op de vrachtauto het brugvak weer uit het water tilt, vouwt deze vanzelf samen.

Animatie van de DAF YGZ-2300/DHS-535.

In Nederland leggen de vouwbrugpelotons jaarlijks noodbruggen bij evenementen als de Vierdaagse van Nijmegen (Cuijk) en de Rode Kruis Bloesemtocht (Betuwe).

105 Brugcompagnie gaat in de nabije toekomst verhuizen vanaf de Prinses Margrietkazerne in Wezep naar de Pontonniersschool in Hedel.

Foto-impressie van het leggen van een vouwbrug. Op 10 september 2006 legden genisten die deelnamen aan de oefening ‘United Engineer 2006’ een vouwbrug over de IJssel, tussen de oude en de nieuwe IJsselbrug bij Zwolle. Tijdens de oefening verplaatsten zich ± 150 voertuigen, waaronder Leopard-tanks, en 500 militairen over de brug.

Zie ook: Baileybrug, genie, medium girder bridge en pontonnier.

Terug naar Boven

 

V.P.T.L.

Afkorting voor: Voorschrift voor de uitoefening van de Politiek-Politionele Taak van het Leger. Vermaard voorschrift.

Plaatje uit het boekwerk ‘Kennis van het VPTL. Een kwestie van leven of dood!’ (pagina VIII-12, met dank aan: Bibliotheek Koninklijk Instituut voor de Marine)

De militaire doctrine van het Korps Marechaussee te voet was aanvankelijk alleen gedeeltelijk in dagboeken met persoonlijke ervaringen vastgelegd, geschreven door enkele betrokken officieren.

Na de Atjeh-oorlog ontwikkelde generaal J.B. van Heutsz de tactiek verder.

De beschreven vorm van oorlogvoeren - met kleine, goed bewapende en vooral gevechtsgerede eenheden bestaande uit Ambonese, Javaanse en Medonese manschappen onder leiding van Europese officieren - werd uiteindelijk in 1926 als doctrine formeel vastgelegd in het Voorschrift voor de uitoefening van de Politiek-Politionele Taak van het Leger (VPTL). Het VPTL bleef in de militaire praktijk in Nederlands-Indië zeer invloedrijk, met inbegrip van de Eerste en Tweede Politionele Actie.

Het VPTL is een tweetalig, in het Nederlands en Maleis, geschreven voorschrift van 146 pagina's. Het diende voor gebruik door onderofficieren en manschappen van het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger (KNIL) gedurende de acties van de Nederlandse krijgsmacht in Nederlands-Indië tussen 1945 en 1949.

"Waar u actie voert, gebeurt dit steeds in het belang van de bevolking. [...] Er is niets schadelijker voor onze zaak, niets maakt de toch reeds zo zware taak van het leger moeilijker dan wanneer gij tegenover u vindt: een tegenover u verbitterde bevolking."

Uit: VPTL

Het KNIL had in Nederlands-Indië een dubbele taak, een zgn. ‘dwifungsi'. Allereerst de verdediging van de kolonie tegen buitenlandse aanvallers, hulp aan de lokale politie in het geval van incidenten e.d. De tweede taak van het KNIL was een politiek-politionele. Derhalve bevat het V.P.T.L. instructies voor het voeren van een contra-guerrilla, die werden toegepast tijdens de Eerste en Tweede Politionele Acties om Nederlands-Indië als kolonie te behouden. Als zodanig bevat het VPTL de lessons learned van de beproefde KNIL-tactiek. De instructies bevatten met name de meest essentiële aspecten van guerrilla-bestrijding en ongeregelde oorlogvoering:

behandelen van gidsen en tolken

belegeren van verdachte huizen

bewaken van transporten

controleren van huizen en kampongs

controleren van verdachte voertuigen

leggen van hinderlagen

gevangennemen en binden van guerrillastrijders

omgaan met de lokale bevolking

oversteken van rivieren

patrouillegang

technieken bij het ondervragen

verzamelen van inlichtingen

zoeken naar wapens

In 1947 is ‘Kennis van het VPTL. Een kwestie van leven of dood!’ uitgegeven in opdracht van Legercommandant luitenant-generaal S.H. Spoor en onder supervisie van de Directeur Centrale Opleidingen, generaal-majoor E. Engles. Het boekwerk is op het organieke VPTL gebaseerd én in stripvorm, volgens de formule plaatje-praatje-daadje. Steeds wordt een plaatje getoond hoe het niet moet (fout / salah) en hoe het wél moet (goed / baik). In het Maleis heet het boek: ‘Mengetahoei akan VPTL. Soal hidoep atau mati!’).

Zie ook: counter-insurgency en Johannes Benedictus van Heutsz.

Terug naar Boven

 

VREDESAFDWINGENDE OPERATIE

Duits: Friedensdurchsetzung. Engels: peace enforcement. Frans: opération d'imposition de la paix. Term die wordt gebruikt om een operatie aan te geven in het kader van hoofdstuk VII (7) van het Charter of the United Nations (Handvest van de Verenigde Naties).

Hoofdstuk 7 is getiteld 'Optreden met betrekking tot bedreiging van de vrede, verbreking van de vrede en daden van agressie', artikelen 39 tot en met 51.

Peace-enforcement is in haar ultieme vorm een gewapende interventie die is geautoriseerd door de internationale gemeenschap (Veiligheidsraad van de Verenigde Naties). In een door de internationale gemeenschap erkende conflictsituatie wordt getracht de vrede en veiligheid te herstellen, het internationaal recht na te leven óf – onder dwang – een vredesregeling of staakt-het-vuren af te dwingen. Geweld kan én mag worden gebruikt om een einde aan de conflictsituatie te maken. Tijdens de Koude Oorlog is peace-enforcement enkel toegepast in de Korea-oorlog.

Kenmerken van peace-enforcement zijn:

  • afdwingen van de naleving van resoluties of sancties
  • gericht tegen één of meerdere van de partijen in de conflictsituatie
  • optreden in multinationaal (combined) verband
  • zonder instemming van tenminste één van de betrokken partijen in de conflictsituatie

Voorbeelden van peace-enforcement zijn:

Operatie

Locatie

Jaar

Desert Storm

Perzische Golf

1991

Deny Flight (tijdens UNPROFOR)

Voormalig Joegoslavië

1993

Deliberate Force

Voormalig Joegoslavië

1995

Allied Force

Kosovo

1999

Humanitaire interventie is een bijzondere vorm van peace-enforcement, waarbij de operatie specifiek is gericht op het verminderen van het lijden van de bevolking. Het onderscheid tussen peace-enforcement, peacekeeping en humanitaire interventie, is in de praktijk dikwijls onduidelijk; in gecompliceerde crisissituaties lopen zij door elkaar heen. De vermenging van peacekeeping en peace-enforcement kan tot veel verwarring leiden.

Feitelijk is peace-enforcement géén taak voor de Verenigde Naties; het brengt immers haar neutraliteit in gevaar. Over het algemeen zal peace-enforcement dan ook worden overgelaten aan een (regionale) veiligheidsorganisatie, zoals de NAVO, of aan een coalitie van staten.

Peace-enforcement kent de volgende verschijningsvormen:

Blokkade

Economische sanctie waarbij een doorgang van (lucht- en/of water)wegen met militaire middelen wordt verhinderd, zoals het afdwingen van een no-fly zone

 

Embargo

Economische sanctie waarbij zonder gewapend optreden vrij internationaal goederenverkeer met een land wordt ontzegd

 

Incidentele (tussentijdse) dwangmaatregel

Een in duur en omvang beperkte (militaire) actie tegen doelen op het grondgebied van de conflicterende partijen die geldt als waarschuwing, zoals het verbreken van de diplomatieke betrekkingen

 

Indamming (beheersing)

Pogen te beheersen van een (beperkte) conflictsituatie, al dan niet met geweld, om escalatie te voorkomen, waarbij tezelfdertijd langs diplomatieke weg naar een oplossing wordt gezocht

 

Interdictie

Economische sanctie verbod dat met militaire middelen wordt nageleefd. Vergelijkbaar met blokkade

 

Interventie (de facto: peace-enforcement)

Elke vorm van gewapend ingrijpen van één staat óf een coalitie van staten op het grondgebied van één of meerdere conflicterende partijen

 

Presentie

Tonen van de aanwezigheid in de buurt van een conflictsituatie (showing the flag), waarmee de bereidheid tot het uitvoeren van een militaire operatie wordt aangegeven

 

Quarantaine

Economische sanctie die conflicterende partijen en/of het grondgebied van deze partijen tijdelijk afzondert. Vergelijkbaar met blokkade.

Terug naar Boven

 

VREDESDIVIDEND

 

Terug naar Boven

 

VREDESHANDHAVENDE OPERATIE

Duits: Friedenssicherung. Engels: peacekeeping. Frans: opération de maintien de la paix.

Term die wordt gebruikt om een operatie aan te geven in het kader van hoofdstuk VI (6) van het Charter of the United Nations (Handvest van de Verenigde Naties). Hoofdstuk 6 is getiteld 'Vreedzame regeling van geschillen', artikelen 33 tot en met 38.

Bij het optreden in het kader van peacekeeping gaat het met name om het houden van toezicht op het naleven van en ondersteunen bij overeenkomsten tussen conflicterende partijen in een crisisgebied (naleven van bestanden, scheiden van partijen in het conflict).

Peacekeeping is volgens de definitie van het Department of Peacekeeping Operations (DPKO) van de Verenigde Naties (VN) gericht op de instandhouding van een "sustainable peace" ("duurzame vrede") tijdens het vredesproces in (post-)conflictgebieden. DPKO benadert lidstaten van de VN voor het uitzenden van blauwhelmen naar deze (post-)conflictgebieden.

De meest voorkomende inzetopties zijn:

controle met (licht) bewapende eenheden

controle op het vrije gebruik van internationale (lucht en water)wegen

 

waarneming met ongewapende eenheden

monitor
► observer

Een vreedzame regeling van geschillen kan daarnaast plaatsvinden door middel van:

arbitrage

bemiddeling

conciliatie (voorleggen van het probleem aan een zelfgekozen commissie of instantie)

feitenonderzoek (fact finding)

onderhandelingen

rechtspraak

Terug naar Boven

 

VREDESMISSIE

Zie verder: Peace Support Operation (PSO).

Terug naar Boven

 

VREEMDELINGENLEGIOEN

Duits: Fremdenlegion. Engels: Foreign Legion. Frans: Légion Étrangère.

Keurkorps van voornamelijk buitenlandse, vrijwillig aangemelde militairen, die dienen onder Frans commando. Het Vreemdelingenlegioen maakt integraal en organiek deel uit van de Franse landstrijdkrachten (Armée de Terre). Het legioen staat voor ijzeren discipline, moed, vakmanschap en zware fysieke training. Niet voor niets wordt de multinationale elite-eenheid wereldwijd ingezet in de meest risicovolle operaties. De traditionele hoofddeksels van het legioen zijn de witte kepi (képi blanc) en de groene baret (béret vert).

De huidige eenheden van het Légion Étrangère zijn:

1e Régiment Étranger

Aubagne

1e Régiment Étranger de Cavalerie

Orange

1e Régiment Étranger de Génie

Laudun

2e Régiment Étranger d’Infanterie

Nîmes

2e Régiment Étranger de Génie

Saint-Christol

2e Régiment Étranger de Parachutistes

Calvi (Corsica)

3e Régiment Étranger d’Infanterie

Kourou (Frans Guyana)

4e Régiment Étranger

Castelnaudary

13e Demi-Brigade de Légion Étrangère

Djibouti

Détachement de Légion Étrangère de Mayotte

Mayotte (Comoren)

Groupement de recrutement de la Légion ÉtrangèreNogent-sur-Marne

 

 

Een lid van het Vreemdelingenlegioen wordt ‘legionair’ (Frans: légionnaire) genoemd en is nadrukkelijk géén huurling. Naar de motieven waarom iemand in het legioen treedt, kan alleen worden geraden, maar algemeen wordt aangenomen dat lust tot avontuur, ongelukkige liefdesgeschiedenissen en wanhoop hebben bijgedragen aan het legendarische karakter van de eenheid.

Het Vreemdelingenlegioen – dat anno 2010 ruim 130 nationaliteiten telt – werd op 9 maart 1831 opgericht door de Franse koning Louis-Philippe I, Le Roi Citoyen. Hij hergroepeerde alle buitenlanders in dezelfde eenheid en vormde per nationaliteit en taal regimenten.

Doel was – en is nog altijd – het beveiligen van de Franse belangen buiten de landsgrenzen, te beginnen met de koloniale in Afrika. De eerste bevelhebber van het Vreemdelingenlegioen was de Zwitserse kolonel Baron Christoph Anton Jakob von Stoffel. Het zojuist opgerichte legioen wordt in augustus 1831 uitgezonden naar Algerije, waar het 1ste en 3de Bataillon Étrangers op 27 april 1832 hun vuurdoop kreeg bij Maison Carré, een voorstad van Algiers.

Onmiddellijk verwierven de legionairs zich een reputatie van geduchte militairen. Arabieren en Noord-Afrikanen koesterden grote angst voor het legioen; een kleine compagnie was in de regel voldoende om opstanden van behoorlijke omvang te onderdrukken.

In de tijd van de oorlog in Algerije telde het Vreemdelingenlegioen tot maximaal 35.000 militairen. In 1843 stichtte de Franse generaal Marie-Alphonse Bedeau in de woestijn in het noordwesten van Algerije het garnizoen Sidi-Bel-Abbès; pas in 1962 vertrok het legioen uit de intussen tot nederzetting uitgegroeide Sidi-Bel-Abbès. Daarna verminderde de sterkte van het legioen onder president De Gaulle langzaamaan tot het huidige aantal van ± 8.000. Sinds de oprichting in 1831 zijn ruim 36.000 legionairs gesneuveld, van wie alleen al 14.000 tijdens de oorlog in Indo-China (1946-’54). De bekendste veldslag hier vond plaats bij Dien Bien Phu.

Het devies van het legioen is “Legio patria nostra” (“Het legioen is ons vaderland”); de wervingsslogan “Une nouvelle chance pour une nouvelle vie”(“Een nieuwe kans voor een nieuw leven”).

Iedere man van 17 tot 40 jaar kan een contract aangaan met het legioen. Kandidaat-rekruten zonder de Franse nationaliteit moeten een geldige identiteitskaart, paspoort of visum overleggen. Wanneer de kandidatuur eenmaal is goedgekeurd, wordt een eerste contract getekend voor de duur van 5 jaar. Daarna kan het contract steeds met ½, 3 of 5 jaar worden verlengd. Sinds 12 oktober 2000 kunnen ook vrouwen dienst nemen bij het Vreemdelingenlegioen. De voertaal van het legioen is Frans.

Sinds het begin hebben naar schatting ± 3.000 Nederlanders in het Vreemdelingenlegioen gediend, zoals Rende van de Kamp, Albert Kellerman, Richard Klinkhamer, Jan Montijn, Wim Vaal, Frans Veltien en Pé de Vries.

Het belangrijkste wapenfeit in het Vreemdelingenlegioen is de Slag bij Camerone. Op 30 april 1863 vochten 65 legionairs van de 3de Compagnie van het 1ste Bataljon op de haciënda Camarón in het Mexicaanse Camarón de Tejeda tegen een overmacht van 2.000 Mexicaanse guerrillero's. De legionairs onder leiding van Capitaine Jean Danjou, Sous-Lieutenant Clement Maudet en Sous-Lieutenant Napoleon Vilain vochten een veldslag met mythische proporties, die binnen het Vreemdelingenlegioen nog altijd symbool staat voor ultieme opofferingsgezindheid.

De Mexicaanse bevelhebber kolonel Francesco de Paula-Milan gebood de legionairs zich over te geven. De legionairs verkozen, bijna letterlijk tot de laatste man, door te vechten. Er werden 300 à 500 Mexicanen gedood en ook Capitaine Danjou kwam om het leven. Daarnaast heeft de strijd het verloop van de Mexicaanse veldtocht amper beïnvloed; uit Frans oogpunt was het zelfs hooguit een vertragende actie.

De Slag bij Camerone maakt duidelijk dat de opdracht heilig is en de legionair altijd tot het bittere einde tegenstand biedt. Het einde betekende in dit geval drie militairen, zonder munitie en met de bajonetten geplaatst. Toen de legionairs zich uiteindelijk wel moesten overgeven, met als eis dat zij de vlag en het lichaam van Capitaine Danjou mochten meenemen, sprak kolonel De Paula-Milan de woorden: "Dit zijn geen mensen, dit zijn duivels." Het is aan de Slag bij Camerone te danken dat in legionairstaal "Faire Camerone" zoveel betekent als "Strijden tot de laatste man". 30 april is tegenwoordig een feestdag van het Vreemdelingenlegioen.

Tijdens een operatie met 13e Demi-Brigade de Légion Étrangère werd een ezelmerrie gedood.

De Belgische legionair Paul Neven aarzelde geen moment, pakte haar ezeljong op zijn rugzak en droeg het een berg af.

De officiële mars van het Vreemdelingenlegioen is Le Boudin - een verwijzing naar de 'boudin' (bloedworst).

In het refrein verwijst Le Boudin naar het feit dat de Belgen geen bloedworst kregen: de koning van België verbood zijn onderdanen zich bij het legioen aan te sluiten, waardoor de Belgen werden beschouwd als drukkers en luilakken ("tireur au cul").

In de beginjaren van het Vreemdelingenlegioen werd de bloedworst, ingerold in een wollen deken die diende als nachtleger te velde, meegenomen bovenop de rugzak. Op Le Boudin wordt gemarcheerd in het marstempo van 88 passen per minuut, 'le pas Légion'.

De tradities binnen het Vreemdelingenlegioen komen – behalve in de langzame paradepas, de liederen en de feestdagen – tot uitdrukking in het altijd smetteloze uniform en de erecode ('code d'honneur du légionnaire').

In de zeven artikelen tellende erecode staat in het zesde artikel: "La mission est sacrée, tu l'exécutes jusqu'au bout et si besoin, en opérations, au péril de ta vie" ("De missie is heilig, je voert haar tot het einde toe uit, tijdens operaties, met gevaar voor je leven"). In de woorden van generaal Oscar de Négrier (1839-1913), aan de vooravond van de campagne in Bac Ninh (Tonkin): "Légionnaires, vous êtes soldats pour mourir, et je vous envoie où l’on meurt." ("Legionairs, jullie zijn soldaten om te sterven, en ik zal jullie sturen naar waar jullie zullen sterven.")

Terug naar Boven

 

VRIJHEID VAN HANDELEN

Duits: Handlungsfreiheit; Handlungsspielraum; Operationsfreiheit. Engels: freedom of action; freedom of manoeuvre/maneuver; operational freedom. Frans: liberté d'action. Synoniem: bewegingsvrijheid.

Een van de grondbeginselen van oorlogvoering. Vrijheid van handelen is een voorwaarde om het initiatief te behouden. Door zelf het ogenblik en de plaats van de strijd te bepalen, wordt de opponent een belangrijk voordeel ontnomen. Ook is vrijheid van handelen nauw verbonden met bescherming (veiligheid), omdat daardoor een succesvolle uitvoering van de opdracht mogelijk is en blijft. Evenwicht tussen het overlevingsvermogen van de eigen eenheid (Force Protection) en de mate van vrijheid van handelen is essentieel.

Binnen de opdrachtgerichte commandovoering (OGC) en het denken in effecten zijn flexibiliteit en vrijheid van handelen voorwaardelijk om commandanten tot op het laagste niveau beslissingen te kunnen laten nemen. De basis voor vrijheid van handelen ligt immers in de aanname dat beslissingen over de uitvoering van opdrachten - het HOE - het beste kunnen worden genomen op het niveau waar het beste inzicht in de feitelijke situatie bestaat. Door decentralisatie van bevoegdheden vindt dit plaats op het niveau van uitvoerende commandanten, zoals pelotons- en groepscommandanten.

OGC bakent de opdracht en het oogmerk - het WAT en WAAROM - van de hogere commandant (1 UP) af, waarbij het handelen in de geest van de commandant en het effect dat dient te worden behaald leidend zijn.

Omdat van de commandant wordt verwacht dat hij militaire activiteiten zó plant, voorbereidt en uitvoert dat de opgedragen doelstellingen worden behaald, moet hij - om operationeel voordeel te kunnen halen - voldoende vrijheid van handelen hebben, bijvoorbeeld om zijn troepenmacht te ontplooien, reserves in te zetten en prioriteiten te stellen.

De commandant probeert voortdurend voldoende zijn vrijheid van handelen te behouden dan wel te verkrijgen, en daarop zijn wijze van optreden aan te passen teneinde de opponent zijn vrijheid van handelen te ontnemen, om:

► opgedragen doelstellingen te kunnen realiseren

► te kunnen anticiperen nieuwe kansen die zich voordoen

► te kunnen anticiperen op snel wijzigende, onverwachte en niet-geplande (lokale) omstandigheden

Te weinig vrijheid kan eigen kansen onbenut laten en de opponent de gelegenheid geven zwaktes uit te buiten, te veel kan ertoe leiden dat de opdracht en het oogmerk van 1UP en/of de hieruit voortvloeiende wijze van optreden uit het oog worden verloren.

De mate van vrijheid van handelen is sterk afhankelijk van de:

► (inter)nationale belangen die in het geding zijn;

► aard van het conflict en de daarmee samenhangende juridische aspecten, zoals mandaat, Status of Forces Agreement (SOFA) en Rules of Engagement (ROE);

► samenhang tussen militaire en niet-militaire activiteiten binnen de geïntegreerde benadering (Comprehensive Approach).

Vrijheid van handelen kan onder andere worden verkleind door:

► Administratieve werklast van de commandant door regels, procedures en voorschriften.

► De beginselen van het humanitair oorlogsrecht.

Gebonden worden door de opponent, waarbij middelen, mogelijkheden en/of strijdmethoden worden ontzegd.

► Gecentraliseerde gevechtsleiding.

► Grootte van het terrein en/of doelengebied.

► Lange omloop- en reactietijden.

► Mandaat, ROE en SOFA.

► Micromanagement van de (hogere) commandant.

► Onvoldoende luchtoverwicht en/of vuursteun die zorgen voor gebrek aan dominantie van het luchtruim en niet gevrijwaard zijn van luchtdreiging.

► Weinig beschikbare en/of geschikte middelen.

Vrijheid van handelen kan onder andere worden vergroot door:

► Gedecentraliseerde gevechtsleiding.

► Infrastructuren en systemen die zorgen voor de effectieve, juiste en tijdige informatie en een ongestoord werkende informatievoorziening.

► Korte omloop- en reactietijden.

Rear operations (achtergebiedoperaties).

► Ruimen van explosieven en hindernissen.

Sustaining operations (voortzettende operaties).

► Toepassen van misleiding, verrassing e.d.

► Voldoende luchtoverwicht en/of vuursteun die zorgen voor dominantie van het luchtruim en vrijwaring van luchtdreiging.

Zie ook: 1 UP, Comprehensive Approach, denken in effecten, Force Protection, grondbeginselen van oorlogvoering, initiatief, mandaat, opdrachtgerichte commandovoering (OGC), Status of Forces Agreement (SOFA) en Rules of Engagement (ROE).

Terug naar Boven

 

VROUW

Omdat Defensie een afspiegeling wil zijn van de samenleving, staan alle functies tegenwoordig in principe open voor vrouwen, mits ze aan de fysieke eisen voldoen. Dit geldt dus ook voor gevechtsfuncties.

Vrouwelijke militairen kunnen grotendeels dezelfde functies vervullen.

Alleen bij de Onderzeebootdienst en het Korps Mariniers worden vrouwen geweerd; bij het Korps Commandotroepen kunnen vrouwen zich wel aanmelden.

► Op 8 maart 2010, Internationale Vrouwendag, is de eerste glossy die - in opdracht van het Ministerie van Defensie - speciaal is gemaakt voor en door Defensievrouwen, uitgereikt aan Staatssecretaris van Defensie Jack de Vries. Het tijdschrift staat in het teken van 65 jaar vrouwen bij de krijgsmacht.

Wat gebeurt er met je als je als vrouw wordt uitgezonden? Wat is Defensie voor een werkgever? En verhalen over vrouwen in een typische mannenwereld.

In het blad veel interviews met vrouwelijke militairen die carrière maken binnen de krijgsmacht en dat vaak combineren met een gezin en opvallend vaak een partner hebben die ook bij Defensie werkzaam is.

Op 23 december 1943 werd het eerste Nederlandse militaire Vrouwen Hulp Korps (VHK) een feit. De eerste commandant was mevrouw Cornelia Elisabeth Smit-Dyserinck. Omdat pas op 25 april 1944 in Londen de eerste verbandakte werd getekend, geldt deze datum officieel als de datum van intrede van vrouwen binnen de Koninklijke Landmacht.

Op 25 april 1949 wordt bij gelegenheid van de viering van het eerste lustrum van het Vrouwen Hulp Korps (VHK) op het Julianakamp in Kijkduin een inspectie uitgevoerd door luitenant-generaal H.J. Kruls.

Naast de Chef van de Generale Staf van de KL de commandant van het VHK, mevrouw Smit-Dyserinck.

Vanaf 1978 zijn alle militaire beroepsopleidingen geleidelijk voor vrouwen opengesteld. In dat jaar doen de eerste vrouwelijke cadetten hun intrede bij de Koninklijke Militaire Academie in Breda.

Op 1 januari 1982 zijn de aparte vrouwenafdelingen van de drie krijgsmachtdelen opgeheven: de Marine Vrouwenafdeling (MARVA), de Militaire Vrouwen Afdeling van de Koninklijke Landmacht (MILVA) en de Luchtmacht Vrouwenafdeling (LUVA).

Op 28 november 2009 vond in de Afghaanse provincie Uruzgan de eerste geheel uit vrouwen bestaande voetpatrouille plaats.

De patrouille, bestaande uit zeven militairen, een diplomate van Buitenlandse Zaken en een vrouwelijke Afghaanse tolk van de Task Force Uruzgan (TFU) en het Provinciaal Reconstructie Team (PRT), vond plaats in de omgeving van Ali Shirzai, hoofdstad van het district Chora. Daar werd twee jaar daarvoor nog hevig gevochten.

Het PRT wilde de positie van vrouwen in de provincie verbeteren. Is in Uruzgan de scheiding tussen mannen en vrouwen traditioneel al groot, het district Chora is een conservatief gebied. Het openlijk spreken met vrouwen is hier daarom zo mogelijk nog moeilijker. Reden voor het PRT om met een vrouwenpatrouille te proberen meer contacten te leggen met de vrouwen.

De patrouille legde contact met vrouwen die op Cemetery Hill bijeenkwamen voor het traditionele offerfeest. De Nederlandse en Afghaanse vrouwen konden hier zonder mannen met elkaar praten.

Terug naar Boven

 

VROUWELIJKE GENERAAL

Sinds 24 augustus 2004 telt de Nederlandse krijgsmacht zijn eerste vrouwelijke generaal. Die dag bevorderde Staatssecretaris van Defensie Cees van der Knaap kolonel Leanne van den Hoek tot brigade-generaal.

Op 1 november 2004 begon Van den Hoek vervolgens als commandant van het Personeels Commando (PersCo) van het Commando Landstrijdkrachten.

In augustus 2003 liet Minister van Defensie Henk Kamp nog aan het maandblad OPZIJ weten: “Als het percentage vrouwelijke militairen maar stijgt van 8% nu naar 12% in 2010 en er als het even kan dan een vrouwelijke generaal is”.

De carrièregang van brigade-generaal Leanne van den Hoek (in 1987 bevorderd tot kapitein, in '94 majoor en in '98 luitenant-kolonel):

JAAR

FUNCTIE

WAAR

1979-1983

Cursist

Koninklijke Militaire Academie, Breda

1983-1984

Pelotonscommandant

129 Munitieaanvullingsplaatscompagnie, Garderen

1984-1985

Plaatsvervangend compagniescommandant

129 Munitieaanvullingsplaatscompagnie, Garderen

1985-1988

Pelotonscommandant

Bevoorradingspeloton, 12 Pantserinfanteriebataljon, Schaarsbergen

1988-1990

Officier toegevoegd Sectie 3 (Operatiën & Plannen)

102 Aanvullingsplaatsbataljon, Ermelo

1990-1992

Bataljonscommandant

139 Aanvullingsplaatsbataljon, Grave

1992-1994

Cursist

Opleiding Stafdienst & Hogere Militaire Vorming, Rijswijk

1994-1996

Hoofd Sectie 4 (Logistiek)

41 Lichte Brigade, Seedorf

1996-1998

Cursist

Führungsakademie der Bundeswehr, Hamburg

1998-1999

Hoofd Bureau Ontwikkeling & Evaluatie

Landmachtstaf, Den Haag

1999-2001

Hoofd Bureau Personele Planning

Landmachtstaf, Den Haag

2001-2004

Bataljonscommandant

200 Bevoorradings- & Transportbataljon, Nunspeet

2004-2005

Directeur

Instituut Keuring & Selectie, Amsterdam

2005-?

Commandant

Personeelscommando, Commando Landstrijdkrachten, Den Haag

Brigade-generaal Van den Hoek werd op 21 augustus 1958 geboren in Rotterdam. In het jaar dat de Koninklijke Militaire Academie haar deuren opent voor vrouwelijke cadetten, meldt ze zich aan. (In de Verenigde Staten werd al 35 jaar geleden voor het eerst een vrouw tot generaal gepromoveerd.)

Generaal Van den Hoek is absoluut géén Excuus-Truus ( vrouw die in een functie slechts getolereerd wordt om de schijn van seksisme, van ongeëmancipeerdheid te vermijden), maar volgens de regels voorgedragen door de Bevelhebber der Landstrijdkrachten. Onder de ruim 10.000 officieren bij Defensie zijn 806 vrouwen; dit is 8%. Defensie streefde al langer naar de benoeming van een vrouwelijke generaal, wat aansluit bij de doelstelling van een groter aantal vrouwen in de hogere rangen van de krijgsmacht en die van de vermaatschappelijking van de krijgsmacht.

In een interview met de Volkskrant op 7 september 2005 ('Het kan dus wel') zegt ze niets te willen weten van een aanpassing van de functie-eisen voor vrouwen: "Algemene conditie-eisen zijn afhankelijk van leeftijd en sekse. Dat is een goede zaak. Maar functie-eisen moeten voor iedereen gelijk zijn. Wat heb je aan een gewondenverzorger als hij of zij geen brancard kan tillen met een slachtoffer er op? Daar kun je natuurlijk niet aan tornen. Anders lopen de operationele inzet en de kwaliteit van het werk gevaar".

Op 29 mei 2006 heeft Staatssecretaris van Defensie Cees van der Knaap bekendgemaakt dat kolonel Madeleine Spit van de Koninklijke Luchtmacht in de loop van 2007 zal worden gepromoveerd tot generaal bij de Defensie Materieel Organisatie (DMO). Vanwege haar bevordering tot commodore wordt zij daarmee de tweede vrouwelijke generaal binnen de Nederlandse krijgsmacht.

Kolonel Madeleine Spit treedt sinds 2005 als National Deputy in het Joint Strike Fighter (JSF) Program Office in Arlington (Virginia), vlakbij Washington D.C.

Terug naar Boven

 

VROUWEN HULP KORPS (VHK)

Minister van Oorlog Jhr. ir. Otto van Lidth de Jeude uit het kabinet-Gerbrandy, brengt een bezoek aan het (vrijwillig) Vrouwen Hulp Korps in het Engelse Wolverhampton.

Terug naar Boven

 

V.T.O.

Voluit: Vak Technische Opleiding. Tijdens de VTO wordt de militair, onder supervisie van schoolbataljon (soldaten), Koninklijke Militaire School (onderofficieren) of Koninklijke Militaire Academie (officieren), ondergebracht bij een Opleidings- en Trainingscentrum voor het opdoen van specifieke kennis op het gebied van dienstvak, functiegroep, uitrustingsstuk, voertuig, wapen of wapensysteem.

Na het voltooien van de VTO is de militair afdoende opgeleid voor het vervullen van een functie bij een parate eenheid.

Terug naar Boven

 

VUUR

Ėén of meer uit een vuurwapen afgegeven schoten, waarbij kleine of grotere projectielen in het voorterrein worden afgevuurd. De termen “vuur” en “vuren” zijn overblijfselen uit de tijd dat wapentuig nog met behulp van echt vuur (brandende sas) moest worden ontstoken.

Er worden velen soorten vuur onderscheiden:

Direct vuur

Vuur waarbij het doel in zicht kan worden gehouden; het doel kan met het blote oog worden waargenomen (dergelijke doelen worden dan ook zichtdoelen genoemd). Lange-afstand direct vuur kan worden uitgebracht op doelen die niet met het blote oog kunnen worden waargenomen.

Direct vuur wordt met name afgegeven door (pantser)infanterie, cavalerie en mortieren, hoewel pantserinfanteriebataljons en mortiereenheden ook indirect vuur kunnen afgeven.

In het zwaartepunt van een operatie moet de uitwerking van direct en indirect vuur, tezamen met het gebruik van hindernissen, pantserbestrijding en waarneming, een zo groot mogelijk effect sorteren. Direct en indirect vuur spelen de hoofdrol in het doelbestrijdingsproces (binden).

Ruim 90% van de slachtoffers in intrastatelijke conflicten is het gevolg van direct vuur uit kleinkaliberwapens.

 

Duurvuur

Zie verder: duurvuur.

 

Indirect vuur

Vuur waarbij het doel niet in zicht kan worden gehouden; het doel kan niet met het blote oog worden waargenomen.

Indirect vuur wordt met name afgegeven door de artillerie (houwitsers, kanonnen, raketten, vuurmonden en scheepsartillerie), in vroeger tijden zonder nauwkeurige berekening of doelherkenning vooraf (verbindingsmiddelen en/of voorwaartse waarnemers ontbraken).

In het zwaartepunt van een operatie moet de uitwerking van direct en indirect vuur, tezamen met het gebruik van hindernissen, pantserbestrijding en waarneming, een zo groot mogelijk effect sorteren. Direct en indirect vuur spelen de hoofdrol in het doelbestrijdingsproces (binden = fix).

 

Enfilerend vuur

Ook genaamd: enfileervuur. Vuur dat in de lengterichting op een doel, bijvoorbeeld een colonne troepen, of terreinstrook wordt afgegeven. Tegenovergestelde van flankerend vuur (vuur op de flanken, in de dwarsrichting).

 

Flankerend vuur

Flankeervuur. Afgekort: flvu. Duits: flankierendes Feuer. Engels: flanking fire.

Vuur dat in de dwarsrichting, bijvoorbeeld vanaf de flank van een opstelling, vóór de opstelling langs wordt afgegeven om naderende troepen te bestrijden.

 

Afsluitingsvuur

Duits: Sperrfeuer. Engels: final protective fire. Frans: tir d’arrêt.

Intensief artillerievuur op een relatief klein oppervlak waarmee een bepaald gebied, m.n. de eigen verdedigingslinie, ontoegankelijk wordt gemaakt voor penetratie door vijandelijke (pantser)infanterie. Markante punten op vijandelijke opmarsroutes worden aangegrepen.

 

Plongerend vuur

Synoniem: borend vuur.

Van het Franse “plonger” dat “duiken” betekent. Afgeven van vuur vanaf hooggelegen naar lager gelegen terrein – d.w.z. neerwaarts gericht vuur – dan wel tegen steil oplopend terrein – d.w.z. opwaarts gericht vuur.

 

Strooivuur

Vuur van een batterij van de artillerie dat over de diepte van een doel wordt verplaatst.

 

Storend vuur

Zie verder: storend vuur.

 

Vernietigingsvuur

Duits: Feuerauftrag Zerschlagen. Engels: destruction fire, annihilation fire. Frans: mission de tir.

Intensief vuur, afgegeven op een vijandelijke eenheid met het oogmerk een zodanig hoog percentage verliezen (minimaal 30% personele verliezen) op te leggen, dat deze zonder versterking niet meer inzetbaar is, dan wel een zodanige schade toe te brengen dat eerst materieel moet worden hersteld of vervangen voordat het geheel weer inzetbaar is.

In de regel wordt vernietigingsvuur voortgezet tot het doel volkomen of voor het grootste deel is uitgeschakeld.

 

Verontrustend vuur

Artillerie- en/of mortiervuur met de laagste dichtheid en vuursnelheid. Bij een verontrustend vuur wordt binnen een relatief groot gebied een serie schoten met een lange interval gelegd.

De intensiteit van een verontrustend vuur ligt aanzienlijk lager dan het laagste tempo dat een vuurmond aankan.

Doel van een verontrustend vuur is onrust teweeg te brengen bij de bediening van vijandelijke artillerie ter plaatse, het ontregelen van de vijandelijke logistiek en planning of de vijand nachtrust misgunnen.

Zie ook: barrage, friendly fire, maaivuur, stormvuur en uitwerkingsvuur.

Terug naar Boven

 

VUUR TREKKEN

Ongewild of opzettelijk naar zich toe lokken van vijandelijk vuur, waarbij de vijand het vuur opent op essentiële of belangrijke locaties of objecten.

Artikel 'Infanteristen, commando's: iedereen vecht', Noël van Bemmel, de Volkskrant, 23 juni 2007.

Alles wat binnen het tactisch plaatje afwijkt van het gangbare en waarin de vijand uit tactisch oogpunt interesse toont, kan vijandelijk vuur trekken. Een object trekt vuur - en is een zgn. vuurtrekkend object - wanneer het in de (onmiddellijke) nabijheid staat van elektriciteitscentrales, havens, vliegvelden, zendmasten en vergelijkbare objecten, maar ook locaties waar de combinatie van personeel en materieel wordt gekanaliseerd (bruggen, kruispunten, rivierovergangen, viaducten e.d.).

Locaties van hoofdkwartieren, geneeskundige inrichtingen e.d. worden dan ook per definitie niet in de omgeving van vuurtrekkende objecten ontplooid. Ook niet-militaire objecten, zoals journalisten die embedded meereizen met de troepen, kunnen vuur trekken. In het algemeen geldt dat het uitlokken van vuur toch al door menselijk gedrag kan worden veroorzaakt:

Fragment uit het rapport 'Srebrenica. Een "veilig" gebied' (2002) van het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie. Deel II, Dutchbat in de enclave Srebrenica, Peacekeeping en humanitair optreden, pagina 1.593.

Zoals het Bosnische leger (ABiH) vuur trok rond de Nederlandse observatieposten, waren het tijdens Dutchbat-III ongewild ook de Nederlandse blocking positions die vuur trokken van de Bosnische Serviërs (Bosnian Serb Army). Omdat de Nederlandse VN-voertuigen witgeschilderd waren, trokken die vanzelf vuur. Deze situatie moet worden gezien als het niet specifiek uitlokken van vuur, waarna legitiem close air support werd ingezet.

Zie ook: contactdrill.

Terug naar Boven

 

VUURAANVRAAG

Afgekort: VA. Engels: call for fire (CFF). Ook genaamd: fire request. Duits: Anforderung (des Feuers); Feueranforderung. Frans: demande de tir. Procedure waarmee waarnemers (forward observers en forward air controllers) via een radiotelefonieprocedure artillerie- of mortiervuur of close air support (CAS) aanvragen voor de bestrijding van grond- of luchtdoelen. Het vuur wordt geleid, op het doel gedirigeerd en gecorrigeerd om gericht uitwerkingsvuur (fire for effect) op een aangegeven vijandelijk doel te verkrijgen.

Terrein- en weersomstandigheden van zowel waarnemers als vuur(steun)eenheden bepalen het effect van de vuuraanvraag.

Voordat het vuur “op het doel ligt” verstrijkt tijd, afhankelijk van soort vuur (gelegenheids-, prioriteits- of voorbereid), het al dan niet in stelling staan van de vuureenheid en de verwerking van de vuuraanvraag.

De aanvraag vindt plaats met behulp van (doel)gegevens. Allereerst identificeert de aanvragende waarnemer zich met zijn roepnaam (callsign). In de vuuraanvraag zitten onder andere de volgende elementen in:

Authenticatie

Controle aan het einde van de vuuraanvraag of de waarnemer behoort tot eigen troepen.

Danger Close

Wanneer eigen troepen binnen deze grenzen zijn, worden zij beschouwd als te dichtbij. Voor artillerie en mortieren geldt 600 meter. Er wordt dus rekening gehouden met de aanwezigheid van eigen troepen (“Eigen troepen nabij”).

Doelomschrijving

Onder andere soort, activiteit en aantal

Plaatsaanduiding 

Positie van het te vernietigen doel (geplot of in coördinaten).

Soort munitie

  • DPICM = Dual Purpose Inproved Conventional Munitions
  • HE - High Explosive
  • ILLUM - Illumination
  • RP - Red Phosphorous
  • SMK - Smoke
  • WP - White Phosphorous

Vuuruitwerking

  • Neutraliserend
  • Onderdrukkend (suppressief)
  • Vernietigend (destructief)

Vuurvolume

Aantal af  te vuren granaten

Het eerste vuur van de vuuraanvraag is in de regel indirect: niet gericht vuur dat correctie behoeft. Niet de aanvrager van het vuur, maar diegene wie de vuuraanvraag accordeert bepaalt de vorm, duur en intensiteit van het vuur.

De vuuraanvraag wordt via een verbindingsmiddel gericht aan een vuurleidingscentrum, al dan niet van een vuur(steun)eenheid. Het vuurleidingscentrum (CP, HQ e.d.) doet een tactische doelanalyse en zet de vuuraanvraag om in de daartoe vereiste vuurcommando’s voor de stukken, bijvoorbeeld 81 mm of 120 mm mortieren. Een rekencomputer (AFSIS) berekent de vuurgegevens en de stelt in enkele seconden de vuurcommando’s samen. Vervolgens valt het besluit op welke manier en met welke munitie een doel wordt bestreden.

Ook een verplaatsende artillerie- of mortiereenheid is, mede dankzij de hand-held rekencomputer AFSIS (Advanced Fire Support Information System - opvolger van de Gunzen), in staat om een vuuraanvraag te verwerken. De reactietijd is ook dan kort, van de ontplooiing van de stukken tot het uitwerkingsvuur.

Zie ook: uitwerkingsvuur.

Terug naar Boven

 

VUURBASIS

Afgekort: vubasis. Duits: alle zur Feuerunterstützung eingesetzten Kräfte. Engels: firebase (FB). Frans: base de feu.

Het Engelse ‘firebase’ wordt ook gebruikt voor een versterkte locatie met zware wapens die vuursteun kan bieden aan in de omgeving opererende troepen, vergelijkbaar met een forward operating base.)

Snel door te voet – tijdens DKWVV’en of patrouillegang – of uitgestegen personeel ingenomen, gedekte en vanaf dat moment statische opstelling met directe waarneming op al dan niet reeds vertoonde vijandelijke troepen. Van hieruit kan met (onafgebroken) direct vuur het aanvallend optreden van de eigen manoeuvre-eenheid met dekkingsvuur maximaal worden gesteund. Door vuur en beweging van eigen troepen kan op deze manier de vijand worden geneutraliseerd of, minimaal, gebonden.

Enkele aannames voor de vuurbasis:

door één wapen, groepering van wapensystemen (mortieren) of zelfs enkele vuurmonden bemenst
gelegen op een hoger terreindeel
kan gemakkelijk positive identification (ID) krijgen en bevestigen
mogelijkheid om 360° vuur uit te brengen
rondom beveiliging

In de regel opent de vuurbasis op bevel het vuur – om de eenheid in de aanval te dekken en de vijand te binden – en breekt als laatste het gevecht af dan wel laat het aanvalsdoel los om zich bij de grotere eenheid te voegen en vervolgtaken uit te voeren.

'Taliban 360'. Typerend voor de forward operating base Poentjak, die ook vuursteun bood aan in de omgeving opererende troepen. Dit is vergelijkbaar aan de functie van een vuurbasis (firebase).

De ingenomen vuurbasis geeft op het aanvalsdoel vuur af; de grotere eenheid valt aan, waarna het vuur wordt verlegd en tenslotte het vuren stopt in verband met de veiligheid van de aanvallende troepen. Behalve dat het aanvalsdoel onder waarneming wordt gehouden, dienen elementen in de vuurbasis ook op de flank en rug waar te nemen.

Ook wordt ‘vuurbasis’ gebruikt voor een, doorgaans afgelegen, opstelling van een eenheid artillerie, waarbij zoveel mogelijk rondom vuur kan worden uitgebracht, bijvoorbeeld om de patrouillegang te ondersteunen of het achtergebied te bestrijken.

Terug naar Boven

 

VUURCONTROLEORDER

Actieve maatregel in het kader van luchtnabijbeveiliging, evenals luchtwaarneming.

Passieve maatregelen zijn bovendekking/camouflage en alle maatregelen van grondnabijbeveiliging.

Weapons free

Vuur vrij. Vuurcontroleorder die aangeeft dat op ieder vliegtuig/helikopter mag worden gevuurd, ongeacht of dit (voldoende) is geïdentificeerd.

Weapons hold

Vuurverbod. Vuurcontroleorder die aangeeft dat niet op vliegtuigen/helikopters mag worden gevuurd dan wel dat dit onmiddellijk moet worden gestaakt.

Weapons tight

Beperkt vuurverbod. Vuurcontroleorder die aangeeft dat niet op vliegtuigen/helikopters mag worden gevuurd, tenzij dit als vijandig wordt herkend of een vijandige daad begaat.

Terug naar Boven

 

VUUR- EN ZICHTDEKKING

Vuurdekking:

Duits: Deckung gegen Feuer. Engels: cover. Dekking die bescherming biedt tegen vijandelijk vlakbaanvuur: geweer- en mitrailleurvuur. Bij gebruikmaking van een bovendekking biedt een vuurdekking ook bescherming tegen krombaanvuur. Voorbeelden van een vuurdekking zijn:

  • granaattrechter
  • greppel
  • kuil

Bij een onvoldoende vuurdekking op het maaiveld, dient de militair zich in te graven met de pionierschop.

De volgende soorten dekkingen bieden bij de genoemde minimale dikte voldoende bescherming tegen vlakbaanvuur:

beton

40 cm

bevroren grond

60 cm

baksteen metselwerk

65 cm

zand in zandbakken

70 cm

harde houtsoorten

75 cm

zachte houtsoorten

90 cm

aangestampte grond of zand

100 cm

klei

110 cm

leem

110 cm

veengrond

250 cm

(Bron: Handboek voor het Kader, VS 2-1351)

Zichtdekking:

Duits: Deckung gegen Sicht. Engels: concealment. Dekking waarvan kan worden geprofiteerd om niet door de vijand te worden waargenomen met als doel niet doeltreffend onder vuur te worden genomen. De beste basis voor zichtdekking is camouflage, “zien zonder gezien te worden”. Een goede zichtdekking zegt echter nog niets over de vuurdekking.

Zo is de vuurdekking in bosgebieden (achter bosschages en struiken) dan wel achter hoge begroeiing (gras, hoge planten, koren en riet) in de regel redelijk tot goed te noemen, de vuurdekking is dan matig tot slecht. In oorden en bij verspreide bebouwing zijn zowel vuur- als zichtdekking bruikbaar.

Een voorbeeld van een tijdelijke, langgerekte vorm van zichtdekking is het rookgordijn, dat kan worden gecreëerd met behulp van rookgeneratoren, -granaten, -projectielen of geïmproviseerde middelen.

Zie ook: H.N.B.W.V.

Vuur- en zichtdekking:

Eigen bescherming begint met het gebruikmaken van aanwezige zichtdekking én natuurlijke vuurdekking, gevolgd door het graven van een geïmproviseerde gevechtsdekking met behulp van de pionierschop. Voorbeelden van natuurlijke vuurdekkingen zijn gullies (geulen) en tjots (heuvels). Aanwezige zichtdekking én natuurlijke vuurdekking zijn de eerste mogelijkheden voor een zgn. voorgelegen dekking, d.w.z. in de richting van de vijand.

Schematisch:

 

Open terrein

Geaccidenteerd en golvend terrein

Waarnemingsmogelijkheden

goed

slecht

Natuurlijke hindernissen

weinig

redelijk tot goed

Hinderniswaarde

gering

redelijk tot goed

Vuurdekking

weinig

redelijk tot goed

Vuur- en zichtdekking laten het initiatief echter nog altijd aan de vijand. Vanuit de dekking dient de militair zijn persoonlijke en/of groepswapen vrij te kunnen hanteren. Elke dekking dient dus ook een vuurpositie te zijn.

Zie ook: vuurpositie.

Terug naar Boven

 

VUUROVERVAL

Duits: Feuerüberfall. Engels: massed direct and indirect fires. Frans: diriger le tir tendu et le tir indirect. Gelijktijdig, kort en verrassend vuur openen vanuit directe (of indirecte) richting. Het uitvoeren van een vuuroverval is in de regel een gezamenlijke, gecoördineerde actie, waarmee bijvoorbeeld sluipschutters worden uitgeschakeld of de flanken van een passerende vijand worden aangegrepen.

Ook is het mogelijk de vijand op bepaalde locaties te blokkeren, zodat zijn optreden op het gevechtsveld in banen wordt geleid: het verlokken gebruik te maken van een andere route drijft de vijand in een vuuroverval.

Terug naar Boven

 

VUURPELOTON

Duits: Exekutionskommando. Engels: firing squad. Frans: peloton d'exécution. Vuurpeloton wordt in twee betekenissen gebruikt:

1

Bij de tenuitvoerlegging van een al dan niet door een militaire rechtbank (krijgsraad) opgelegde doodstraf: een sectie militairen die als taak heeft één of meerdere militairen die de doodstraf hebben gekregen te fusilleren.

 

2

Bij een begrafenis of crematie met (beperkt) militair eerbetoon: een sectie militairen die deel uitmaakt van het militair geleide (o.a. ook bevelvoerend officier en slippendragers) en als taak heeft het afgeven van één salvo bij het graf of bij de aula van het crematorium. Het vuurpeloton wordt in beginsel samengesteld uit militairen van de eenheid waartoe de overledene behoorde; de sterkte bedraagt 8 met een geweer gewapende militairen onder bevel van een onderofficier die is gewapend met een ongeladen pistool. De leden van het vuurpeloton vuren boven de kist elk één schot af in een hoek van 45 graden.

Terug naar Boven

 

VUURPOSITIE

Afgekort: vupo. Duits: Feuerposition. Engels: fire position. Frans: position. Zelf voorbereide, al dan niet geïmproviseerde veldversterking ter verdediging die (relatieve) bescherming biedt tegen de uitwerking van vijandelijk vlakbaanvuur, vuur- en zichtdekking heeft én doorgaans een positie van een eigen vlakbaanvuurwapen kent. Vanuit de vuurpositie dient de militair zijn wapen(s) te kunnen gebruiken, anders ligt het initiatief bij de vijand. Een vuurpositie kan zowel statisch (gegraven e.d.) als mobiel zijn, d.w.z. vanuit een voertuig.

Een samenstel van vuurposities wordt een opstelling (Duits: Stellung. Engels: battle position. Frans: position de bataille) genoemd; een voorbeeld hiervan is de loopgraaf. Om frontgebieden of stroken terrein te behouden, wordt het gevecht gevoerd vanuit opstellingen. Van hieruit is het mogelijk om op gecoördineerde wijze vuur uit te brengen en/of een bepaald terreindeel in eigen handen te houden. Binnen opstellingen wordt onderscheid gemaakt in hoofd-, reserve-, schijn- en verwisselopstellingen.

Een vuurpositie kan gemakkelijk worden ingericht in hoge gebouwen in oorden én hoge terreindelen.

Ook de ligsleuf is een vuurpositie die in de eerste plaats is gegraven om dekking te bieden tegen vijandelijke waarneming en vlakbaanvuur; de liggende positie is de beste om zelf de vijand goed in het vizier te krijgen. Eigen vuuruitwerking vanuit de ligsleuf is het belangrijkst.

Een militair in positie in zijn ligsleuf

Eisen van een vuurpositie:

  • gedekte nadering en terugtocht
  • moeilijk te naderen door pantservoertuigen en tanks
  • schootsveld
  • vrij kunnen hanteren van wapens
  • waarnemingsmogelijkheden

Doorgaans zal bij vijandelijk vuur bij daglicht worden verplaatst van vuurpositie naar vuurpositie. Onder gericht vlakbaanvuur wordt zigzaggend, met korte sprints verplaatst volgens het principe van D.K.W.V.V.

Bij het optreden tijdens uitzendingen wordt in het kader van de verdediging van de base aan iedereen een vuurpositie op de zandwal (hesco’s) rond de base toegewezen.

Terug naar Boven

 

VUURSTEUN

Functie van militair optreden met het vermogen om vuur uit brengen in indirecte richting (grondgebonden vuursteun, zoals artillerie, mortieren en raketartillerie) ter ondersteuning van manoeuvre-eenheden.

De doelstelling van vuursteun is, van min of meer grotere afstand, de gevechtskracht van de manoeuvre eenheden te versterken, zwaartepunten te leggen of te vergroten door de vijand met vuur aan te grijpen, te vertragen, buiten gevecht te stellen en/of het gebruik van essentiële terreindelen en/of middelen te ontzeggen of te bemoeilijken.

Vuursteuneenheden (artillerie) behoren naast de manoeuvre-eenheden (infanterie en cavalerie) tot de gevechtseenheden, zowel bij een gemechaniseerde als luchtmobiele brigade.

Ook het uitvoeren van close air support(luchtsteun) behoort tot de vuursteun (vanuit de lucht), zowel door gevechtsvliegtuigen (fixed wing) als -helikopters (rotary wing). Daarnaast is er de steun van scheepsartillerie (vuursteun vanaf het water).

Behalve de doelopsporing (onder andere door waarnemers) en –bestrijding omvat vuursteun tevens de snelle, informatieverwerkende C3I-ondersteuning van vuurleidings- en vuurregelsytemen, vuursteuncoördinatiecentrum (coördinatie, integratie en synchronisatie van land-, lucht- en zeevuren) en doelopsporing met behulp van onbemande vliegtuigen (drones of remotely piloted vehicles). Vuursteun is een omvangrijk aspect van de gevechtsvoering, dat de kwetsbaarheid van de overige eenheden vermindert en haar vrijheid van handelen vergroot.

Met name de verbeterde artilleriemunitie, bijvoorbeeld voor de Panzerhaubitze 2000, strekt tot voordeel wanneer onmiddellijk of op korte termijn de vuursteun van invloed dient te zijn op de eigen operaties.

Zie ook: danger close.

Terug naar Boven

 

VUURVOORSTELLING

Afgekort: vuvo. Het hoor- en zichtbaar maken van het nagebootst detoneren dan wel inslaan van artillerie-, mortier- en/of mitrailleurvuur. Bij een vuurvoorstelling, uitgevoerd in een demonstratie van de infanterie te velde, wordt een realistisch scenario met rook en ontploffingsbeelden uitgebeeld.

Om haar taak als Demonstratiecompagnie (Demcie) – van het pantserinfanteriebataljon – te kunnen vervullen, was in de organisatie een Vuurvoorstellingspeloton (Vuvopel) opgenomen. De Demcie was een organiek bewapende en uitgeruste tirailleurcompagnie (drie tirailleurpelotons en een mortierpeloton 81mm).

Het Vuvopel, dat globaal hetzelfde was georganiseerd als het pionier- en munitiepeloton van een pantserinfanteriebataljon, had tot taak om met behulp van slagsnoer en blokjes trotyl zo realistisch mogelijk en tot in detail het eigen en vijandelijk vuur na te bootsen bij demonstraties die de compagnie verzorgde.

De demonstraties behelsden in de regel de opmars, aanval of verdediging in het tactisch optreden van de infanterie op niveau II tot en met IV.

Bovenstaande voorlichtingsfilm 'Voorlichting AMX pantserinfanterievoertuig' gaat over de Franse AMX PRI (pantserrupsinfanterie).

AMX is de afkorting van Atelier de Construction d'Issy les Moulineaux.

16 Bataljon Limburgse Jagers (16 BLJ) ontving in 1963 de eerste AMX PRI's, waarmee het bataljon als eerste gemechaniseerd was. De AMX PRI was bedoeld voor het beweeglijk gevecht in samenwerking met tanks en bewapend met een .50 mitrailleur.

De film is gemaakt door luitenant Peter van der Horst van de Infanterieschool en uitgevoerd door een peloton van 16 BLJ onder leiding van luitenant Bram Lobbezoo.Op de Oirschotse Heide zorgde het Vuvopel van de Demcie voor de rook en ontploffingsbeelden.

Bron: YouTube (http://www.youtube.com/watch?v=vHJ1rCyYc00)

Terug naar Boven

 

Laatste update:24.07.2014